Commissie legt autofabrikanten en vereniging van fabrikanten voor 458 miljoen EUR boetes op wegens kartelvorming bij recycling van autowrakken
De Commissie heeft 15 grote autofabrikanten en de Europese vereniging van autofabrikanten ACEA geldboetes voor een totaal van ongeveer 458 miljoen EUR opgelegd wegens deelname aan een langdurig kartel voor de recycling van autowrakken. Mercedes-Benz kreeg geen boete omdat het de Commissie in het kader van de clementieregeling heeft gewezen op het bestaan van het kartel. Alle ondernemingen hebben hun betrokkenheid bij het kartel toegegeven en stemden in met een schikking.
Een voertuig wordt beschouwd als autowrak wanneer het wegens ouderdom, slijtage of schade niet langer geschikt is voor gebruik. Deze voertuigen worden ontmanteld en verwerkt voor recycling, nuttige toepassing en verwijdering.
Het doel is afval tot een minimum te beperken en waardevolle materialen zoals metaal, kunststof en glas nuttig te gebruiken. De Commissie wil de ambitie van de EU inzake decarbonisering en recycling verder ondersteunen. Zij heeft vandaag dan ook een flexibiliteitsmaatregel voorgesteld om fabrikanten te helpen hun doelstellingen inzake CO2-uitstoot tussen 2025 en 2027 te halen voor nieuwe personenauto's en bestelwagens. In het kader van de tussentijdse evaluatie van het cohesiebeleid van de EU heeft zij ook financiële stimulansen voorgesteld voor de uitrol van oplaadinfrastructuur. Ten slotte is de Commissie een feitenonderzoek gestart om na te gaan hoe Europese bedrijven bepaalde kritieke grondstoffen aankopen en recyclen: het is de bedoeling de industriële samenwerking op dit gebied te ondersteunen in overeenstemming met de mededingingsregels van de EU.
De inbreuk
Blijkens het onderzoek van de Commissie hebben 16 grote autofabrikanten (waaronder Mercedes, dat geen boete heeft gekregen) en ACEA gedurende meer dan 15 jaar overeenkomsten gesloten die de concurrentie verstoren. Ze hebben hun feitelijke gedragingen onderling afgestemd voor de recycling van afgedankte wagens.
De Commissie stelde met name vast dat de partijen heimelijke afspraken hebben gemaakt over twee aspecten:
- zij sloten een akkoord om autodemonteerders niet te betalen voor de verwerking van autowrakken. Zij spraken met name af de recycling van autowrakken als voldoende winstgevend bedrijf te beschouwen en daarom autodemonteerders niet te vergoeden voor hun diensten (de zogenaamde “Zero-Treatment-Cost”-strategie). De ondernemingen deelden ook commercieel gevoelige informatie over hun individuele overeenkomsten met autodemonteerders en coördineerden hun gedrag ten aanzien van demonteerders;
- zij kwamen overeen geen promotie te voeren over het aandeel van een autowrak dat voor recycling, nuttige toepassing en hergebruik in aanmerking komt, en over de hoeveelheid gerecyclede materialen die in nieuwe auto's worden gebruikt. Zo wilden zij voorkomen dat consumenten bij het kiezen van een auto aandacht hadden voor informatie over recycling, en zouden bedrijven minder druk ondervinden om verder te gaan dan de wettelijke vereisten.
Op grond van Richtlijn 2000/53/EG inzake autowrakken moet de laatste eigenaar van een afgedankte wagen het wrak zonder kosten kunnen afvoeren naar een demonteerder. Autofabrikanten zijn indien nodig verplicht de kosten te dragen. Voorts moeten consumenten worden geïnformeerd over de prestaties van nieuwe auto's op het gebied van recycling.
Uit het onderzoek is gebleken dat ACEA het kartel heeft gefaciliteerd omdat de vereniging talrijke bijeenkomsten en contacten tussen de bij het kartel betrokken autofabrikanten heeft georganiseerd.
Volgens het onderzoek van de Commissie was er sprake van één enkele voortdurende inbreuk in de Europese Economische Ruimte (“EER”), over een periode van meer dan 15 jaar van 29 mei 2002 tot en met 4 september 2017. De volgende tabel vermeldt de bij de inbreuk betrokken ondernemingen en de periode waarin elke onderneming deelnam:
| Onderneming | Begin | Einde |
| BMW | 29 mei 2002 | 4 september 2017 |
| Ford | 29 mei 2002 | 4 september 2017 |
| Honda | 29 mei 2002 | 4 september 2017 |
| Hyundai / Kia | 2 maart 2006 | 4 september 2017 |
| Jaguar Land Rover Ltd. | 23 september 2008 | 4 september 2017 |
| - Tata als moederonderneming | 23 september 2008 | 4 september 2017 |
| Mazda | 13 september 2006 | 4 september 2017 |
| - Ford als moederonderneming | 13 september 2006 | 18 november 2008 |
| Mercedes Benz | 29 mei 2002 | 4 september 2017 |
| Mitsubishi | 29 mei 2002 | 4 september 2017 |
| Opel | 29 mei 2002 | 4 september 2017 |
| - General Motors als moederonderneming | 10 juli 2009 | 31 juli 2017 |
| Renault / Nissan | 29 mei 2002 | 4 september 2017 |
| Stellantis | 29 mei 2002 | 4 september 2017 |
| Suzuki | 29 mei 2002 | 4 september 2017 |
| Toyota | 29 mei 2002 | 4 september 2017 |
| Volkswagen | 29 mei 2002 | 4 september 2017 |
| Volvo | 29 mei 2002 | 4 september 2017 |
| - Ford als moederonderneming | 29 mei 2002 | 2 augustus 2010 |
| - Geely als moederonderneming | 3 augustus 2010 | 4 september 2017 |
| ACEA | 29 mei 2002 | 4 september 2017 |
De Commissie heeft haar onderzoek gecoördineerd met de Britse Competition and Markets Authority (“CMA”). Vandaag stelt de CMA met betrekking tot dezelfde gedragingen ook een besluit vast wegens schending van het Britse mededingingsrecht.
Geldboeten
De geldboeten zijn vastgesteld op basis van de richtsnoeren voor de berekening van geldboeten van 2006 van de Commissie. Bij het vaststellen van de geldboeten heeft de Commissie rekening gehouden met verschillende elementen, zoals het aantal auto's waarop de inbreuk betrekking had, de aard van de inbreuk, de geografische reikwijdte en de duur ervan. Om de geldboete te bepalen heeft de Commissie ook rekening gehouden met het feit dat Honda, Mazda, Mitsubishi en Suzuki in geringere mate hebben deelgenomen aan de inbreuk. Zij kende Renault ook een vermindering toe: er is immers bewezen dat Renault uitdrukkelijk heeft verzocht om vrijstelling van de afspraak om geen reclame te maken voor het gebruik van gerecycled materiaal in nieuwe auto's.
Vier ondernemingen hebben met de Commissie samengewerkt in het kader van het clementieprogramma:
- Mercedes-Benz kreeg volledige immuniteit voor het onthullen van het kartel, en vermeed dus een boete van ongeveer 35 miljoen EUR;
- Stellantis (waaronder Opel), Mitsubishi en Ford kregen een vermindering van de geldboete wegens hun medewerking met de Commissie. De omvang van de toegekende vermindering hangt af van het tijdstip van hun medewerking en van het bewijsmateriaal dat zij hebben verstrekt om het bestaan van het kartel aan te tonen. De drie ondernemingen ontvingen de maximale verlaging waarin de clementieregeling voorziet in het geval van meerdere clementieverzoekers.
Voorts heeft de Commissie op grond van haar mededeling inzake schikkingen van 2008 de geldboeten voor alle partijen met 10 % verlaagd, aangezien zij hun deelname aan het kartel en hun aansprakelijkheid daarin hebben erkend.
De boete voor ACEA, die een faciliterende rol heeft gespeeld, wordt vastgesteld in de vorm van een forfaitair bedrag. Daarbij wordt rekening gehouden met het feit dat alle autofabrikanten, die lid zijn van ACEA, individueel zijn beboet.
De aan elke partij opgelegde geldboeten zijn als volgt uitgesplitst:
| Onderneming | Clementiekorting | Geldboete |
| Mercedes-Benz | 100 % | € 0 |
| Stellantis | 50 % | 74 934 000 EUR |
| Mitsubishi | 30 % | 4 150 000 EUR |
| Ford | 20 % | 41 462 000 EUR |
| BMW | 24 587 000 EUR | |
| Honda | 5 040 000 EUR | |
| Hyundai / Kia | 11 950 000 EUR | |
| Jaguar Land Rover Ltd. | 1 637 000 EUR | |
| Mazda | 5 006 000 EUR | |
| - waarvan hoofdelijk en gezamenlijk met Ford | 1 034 000 EUR | |
| Renault / Nissan | 81 461 000 EUR | |
| Opel | 50 % | 24 530 000 EUR |
| - waarvan hoofdelijk en gezamenlijk met GM | 13 659 000 EUR | |
| GM alleen | 17 075 000 EUR | |
| Suzuki | 5 471 000 EUR | |
| Toyota | 23 553 000 EUR | |
| Volkswagen | 127 696 000 EUR | |
| Volvo | 8 890 000 EUR | |
| - waarvan hoofdelijk en gezamenlijk met Ford | 3 901 000 EUR | |
| - waarvan hoofdelijk en gezamenlijk met Geely | 4 419 000 EUR | |
| ACEA | 500 000 EUR |
Achtergrond
Artikel 101 van het VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst verbieden overeenkomsten en andere beperkende zakelijke praktijken die de handel ongunstig kunnen beïnvloeden en de mededinging binnen de interne markt kunnen verhinderen of beperken.
Aanleiding voor het onderzoek van de Commissie was een verzoek op grond van de clementieregeling van de Commissie van 2006, dat Mercedes-Benz in september 2019 indiende. Daarop volgden, na de inspecties van maart 2022, een aantal clementieverzoeken van Stellantis, Mitsubishi en Ford.
Meer informatie over deze zaak zal, zodra eventuele vertrouwelijkheidskwesties zijn opgelost, onder zaaknummer AT.40669 beschikbaar zijn in het zaakregister op de website van DG Concurrentie van de Commissie. Meer informatie over het optreden van de Commissie tegen kartels, is te vinden op de kartelwebsite van de Commissie.
Schikkingsprocedure
De schikkingsprocedure voor kartels is in juni 2008 ingevoerd. Bij een schikking erkennen partijen hun deelname aan een kartel en hun aansprakelijkheid daarvoor. Zij aanvaarden ook het maximumbedrag van de geldboete die de Commissie voornemens is op te leggen. Schikkingen voor kartels zijn gebaseerd op Verordening 1/2003. Ze bieden de Commissie de mogelijkheid om een vereenvoudigde en verkorte procedure toe te passen. Dit komt de consument en de belastingbetaler ten goede, aangezien de kosten lager uitvallen. Het is ook goed voor de handhaving van de mededingingsregels aangezien er middelen vrijkomen. Ten slotte profiteren de partijen zelf van een snellere besluitvorming en een vermindering met 10 % van de geldboeten. Het besluit van vandaag is de 43e schikking sinds de invoering van deze procedure voor kartels.
Clementieregeling
Dankzij de clementieregeling van de Commissie krijgen ondernemingen de kans om hun deelname aan een kartel te onthullen en tijdens een onderzoek met de Commissie samen te werken. Indien een onderneming met succes een clementieverzoek indient, zal zij een potentieel hoge boete volledig kunnen vermijden ofwel een aanzienlijke vermindering daarvan genieten. Meer informatie over het clementieprogramma van de Commissie, waaronder veelgestelde vragen, is hier te vinden.
Tool voor klokkenluiders
De Commissie heeft een tool gecreëerd die het mensen of ondernemingen gemakkelijker moet maken om concurrentieverstorende gedragingen te melden zonder dat ze hoeven te vrezen dat hun naam bekend wordt. De tool beschermt de anonimiteit van de klokkenluiders dankzij een speciaal daartoe opgezet versleuteld berichtensysteem dat tweewegcommunicatie mogelijk maakt. Deze tool is toegankelijk via deze link.
Schadevorderingen
Particulieren of ondernemingen die van concurrentiebeperkende praktijken zoals in deze zaak nadeel ondervinden, kunnen de zaak voor de nationale rechter brengen en schadevergoeding eisen. Zowel de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU als Verordening (EG) nr. 1/2003 bevestigen dat een besluit van de Commissie voor de nationale rechter bindend bewijs oplevert dat de praktijken hebben plaatsgevonden en verboden waren. Zelfs als de Commissie een onderneming geldboeten heeft opgelegd, kunnen ook de nationale rechtbanken nog schadevergoedingen toekennen en hoeven die niet te worden verlaagd omdat de Commissie al een geldboete heeft opgelegd.
Dankzij de richtlijn schadevorderingen in mededingingszaken is het voor slachtoffers van concurrentieverstorende praktijken makkelijker geworden om schadevergoeding te krijgen. Meer informatie over schadevorderingen in mededingingszaken, met onder meer een praktische gids over het begroten van de schade, is hier te vinden.