Disclaimer: deze transcriptie is geautomatiseerd omgezet vanuit audio en dus geen officieel verslag. Om de transcripties verder te verbeteren wordt constant gewerkt aan optimalisatie van de techniek en het intrainen van namen, afkortingen en termen. Suggesties hiervoor kunnen worden gemaild naar info@1848.nl.
Arbeidsongeschiktheidsstelsel en werknemersverzekeringen (WW, WAO, WIA, Ziektewet en Wajong)
[0:00:00] Hallo allemaal en welkom bij deze technical briefing van de Commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
[0:00:05] Van harte welkom aan de ambtenaren van het ministerie.
[0:00:07] Heel fijn dat jullie hier willen zijn.
[0:00:09] Ook aan de mensen in de tribune en de mensen thuis die meeluisteren.
[0:00:12] Ik begin even met een korte introductie van wie we aan onze linkerzijde hebben.
[0:00:16] Dat is de heer Keulemans namens JA21, mevrouw Bühler namens het CDA en de heer Nijnhuis namens D66.
[0:00:23] Misschien treppen er nog collega's binnen.
[0:00:25] We verwachten wel, maar dat weet je nooit helemaal zeker hier.
[0:00:28] Ik stel voor dat u zometeen begint met een presentatie en even aangeeft wat handig is voor u qua vraag en antwoord.
[0:00:35] Dan wachten we op het eind, doen we het in blokjes.
[0:00:36] Dat laat ik graag over aan wat prettig is voor jullie.
[0:00:40] Is dat goed?
[0:00:41] Wie mag eerst het woord geven?
[0:00:43] De heer Roelofs.
[0:00:48] Dank voor de uitnodiging vandaag om hier wat te komen vertellen over het stelsel werknemersverzekeringen.
[0:00:55] We hebben best veel te behandelen, dus we gaan snel beginnen.
[0:01:02] Eerst maar even een kort voorstelrondje.
[0:01:07] Wij hebben hier bij ons op verschillende dossiers die we vandaag behandelen, David Simons, helemaal links op het dossier WW, werkloosheidswet,
[0:01:17] Moda en de Keizer, Eveneensdossier, WW, Nicole van Zutphen zal wat vertellen over de waaijong en activerende dienstverlening aan arbeidsbeperkte.
[0:01:29] Ikzelf en collega Yvonne Adriaenssen zullen het onderdeel ziektewet en WIA en loondoorbetaling bij ziekte voor onze rekening nemen.
[0:01:38] En we hebben ook collega Hanna Koppenaar van het UWV bij ons voor eventuele specifieke vragen over de uitvoering van
[0:01:47] van deze wetten.
[0:01:52] Ik zei al, we hebben best wel veel te behandelen.
[0:01:54] We hebben deze blokjes geprobeerd op te delen met een indicatief tijd daarbij gegeven, dat we in totaal anderhalf uur hebben.
[0:02:05] We willen beginnen graag met de werkloosheidswet, dan de WAJONG en eindigen met ziekte- en arbeidsongeschiktheid voor werknemers.
[0:02:14] Dat valt dan uiteen in blokjes loondoorbetaling, ziektewet en de WIA of de voormalige WAO.
[0:02:20] Technisch gezien is de Wajong geen werknemersverzekering, maar hij ligt er wel inhoudelijk dicht tegenaan.
[0:02:30] Daarom ook logisch om die mee te nemen hier in deze briefing.
[0:02:36] Het is best wel breed, het is ook best wel complex, complexe wet- en regelgeving.
[0:02:46] Onze suggestie is om vragen wel gewoon per onderwerp te doen, anders moeten we heel erg schakelen tussen best wel verschillende terreinen.
[0:02:53] Stel vooral vragen binnen het blokje waar het over gaat, wat ons betreft.
[0:02:59] En als we te snel de diepte ingaan of juist niet diep genoeg, horen we dat ook graag.
[0:03:04] Dan kunnen we daar gewoon nader toe lichten als daar behoefte aan is.
[0:03:09] En met toog ook op de tijd als er vragen zijn waar we niet aan toekomen of die we niet direct beraad hebben, dan, wat ons betreft, bieden we graag aan om die na de half nog via de G4 schriftelijk na te zenden.
[0:03:20] Dan stel ik voor dat we aan het eind van de oude blokje even even thuis zijn over vragen.
[0:03:23] Ja, zullen we dat zo doen?
[0:03:24] Is goed, ja.
[0:03:26] Nou, ook als stukje afwakening verwijs ik graag naar een flink aantal andere technische briefjes die ook gepland staan of voor een stukje al geweest zijn, waar we vandaag dus ons niet ons prestatie op hebben gericht, bijvoorbeeld het
[0:03:45] Een vraagstuk rondom arbeidsongeschikten in de participatiewet.
[0:03:47] Er is in de technische briefing afgelopen november al aan de orde geweest.
[0:03:53] Er staat ook in de technische briefing overigens nog participatiewet 4 februari op de rol.
[0:03:59] De brief van UWV afgelopen dinsdag en het aankomende briefing IBO-WIA gaat dieper in op trends op de instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen.
[0:04:09] en de ontwikkeling in de achterstanden bij de beoordelingen.
[0:04:13] En de basisverzekering arbeidsongeschiktend zelfstandigen, de AOV-zelfstandigen, is ook nog geen onderdeel momenteel van het stelsel, wel in ontwikkeling als onderdeel van het arbeidsmarktpakket en daarover is een briefing bijvoorbeeld op 31 maart.
[0:04:29] Dus daar gaan we het vandaag in onze presentatie niet over hebben.
[0:04:35] Geef ik als eerste Mona het woord voor het eerste blokje WW.
[0:04:40] De werkloosheidswet is een verzekering voor werknemers tegen het risico voor werkloosheid.
[0:04:46] Als een werknemer werkloos wordt, kan hij aanspraak maken op een uitkering.
[0:04:50] En het doel van de WW is het zorgen voor een financiële overbrugging tussen twee banen, zodat werknemers niet in financiële problemen komen.
[0:04:58] Daarna speelt activering ook een rol.
[0:05:00] Uitkingsgerechteren worden gestimuleerd om weer aan het werk te gaan.
[0:05:03] Als je kijkt naar het functioneren van de gehele arbeidsmarkt, kun je zeggen dat de WW een allocatiefunctie heeft.
[0:05:11] WW'ers die hun werk verliezen, krijgen tijd om een passende functie te vinden.
[0:05:14] Dat is niet alleen goed voor die betreffende werknemer, maar ook voor de arbeidsmarkt als geheel.
[0:05:21] De WW, wat Gijs net al zei, is een ingewikkelde en juridisch-technische wet.
[0:05:27] Er zijn verschillende elementen en termen die een rol spelen bij het vaststellen of er recht is op een WW-uitkering.
[0:05:33] We gaan proberen dit in twintig minuten uit te leggen.
[0:05:36] Ik doe met name het technische gedeelte en mijn collega David zal ook de cijfers, aandacht hebben voor de cijfers.
[0:05:44] Het belangrijkste om te onthouden is dat voor het recht op WW gekeken wordt naar het arbeidsverleden.
[0:05:50] Daar bedoel ik mee niet alleen de baan waaruit dan die werknemer werkloos is geworden, maar ook of de werknemer in de jaren daarvoor, eigenlijk alle jaren, wel of niet gewerkt heeft en werknemer is geweest.
[0:06:00] En alle jaren tellen mee.
[0:06:02] En ook belangrijk om vooraf te noemen, is dat UWV het aanvraagproces van een WW-uitkering in hoge mate heeft geautomatiseerd.
[0:06:10] UWV kan gebruikmaken van de polisadministratie en andere databases
[0:06:14] waardoor het aanvragen van een WW-uitkering voor de werknemer die werkloos is geworden niet heel erg ingewikkeld is.
[0:06:21] Dat zouden jullie kunnen denken als jullie mijn verhaal zometeen gaan horen.
[0:06:26] En niet onbelangrijk voor het UWV is voor het bepalen van het recht op WW en de berekening van de hoogte en de duur van de uitkering is ook niet ingewikkeld, omdat heel veel geautomatiseerd gebeurt.
[0:06:37] Heel kort gezegd, bestaat het recht op een WW-uitkering wanneer een werknemer een half jaar, dus 26 weken, heeft gewerkt
[0:06:43] ...en buiten haar of zijn schuld werkloos is geworden.
[0:06:46] En dan heeft die werknemer recht op een uitkering van drie maanden.
[0:06:50] De hoogte van die uitkering is een percentage van het laatst verdiende loon... ...die eerste twee maanden 75 procent... ...en de derde maand, vanaf de derde maand, 70 procent.
[0:06:59] Dit is het makkelijke verhaal.
[0:07:01] Er is nog veel meer te vertellen over de WW, want als de werknemer veel meer heeft gewerkt dan een half jaar en dus ook meerdere jaren arbeidsverleden heeft opgebouwd, dan kan die WW-uitkering ook langer worden dan die drie maanden, met een maximum van 24 maanden.
[0:07:16] Ook zijn er in de WW meerdere juridische termen die belangrijk zijn bij het vaststellen van het recht op WW.
[0:07:23] Ik zal er een paar kort toelichten.
[0:07:26] Om recht te hebben op een uitkering moeten sprake zijn van onvrijwillige werkloosheid.
[0:07:31] En dat betekent dat een werknemer buiten zijn of haar schuld werkloos is geworden.
[0:07:35] Dus er is geen recht op WW-uitkering als je zelf je baan opzegt, maar wel als je een vaststellingsovereenkomst hebt afgesloten met de werkgever en de werkgever heeft gezegd het zijn of haar initiatief om de baan op te zeggen.
[0:07:50] En de werknemer is bijvoorbeeld ook onvrijwillig werkloos als het een tijdelijk contract is.
[0:07:56] Dus je hebt een halfjaarcontract en dat contract eindigt, dan noemen we dat ook onvrijwillig werkloos en kan er dus recht bestaan op een WW-uitkering.
[0:08:04] De definitie van werkloosheid is in de WW gedefinieerd als relevant arbeidsurenverlies, een ingewikkelde term.
[0:08:13] Een arbeidsuur is een uur waarover een werknemer loon heeft ontvangen of recht heeft op loon.
[0:08:17] Kort gezegd, die werknemer moet gewerkt hebben.
[0:08:21] En het gaat om relevant arbeidsurenverlies en daar spreken we van als die werknemer tenminste vijf uren heeft verloren.
[0:08:28] En hoe wordt er dan gekeken of er sprake is van relevant arbeidsurenverlies?
[0:08:32] Er wordt gekeken naar het gemiddelde aantal arbeidsuren over de voorgaande 26 weken.
[0:08:36] Dan wordt de gemiddelde gepakt.
[0:08:37] En als je dan werkloos bent, heb je nul uren.
[0:08:41] En als dat tenminste vijf is, dan is er sprake van werkloosheid.
[0:08:44] Dat is de definitie in de WW.
[0:08:47] Er is ook een zogenaamde wekeneis, 26 uit 36.
[0:08:52] Niet alleen werknemers die een half jaar hebben gewerkt kunnen recht hebben op een WW-uitkering, maar om aan die 26 weken te voldoen, wordt er een langere periode genomen.
[0:09:01] Er wordt gekeken naar 36 weken en dan wordt er gekeken, zijn er in die periode van 36 weken tenminste 26 weken waarin er is gewerkt, waarin er loon is verdiend.
[0:09:12] Dus ook werknemers die afwisselend werken in korte banen, flexe banen,
[0:09:16] en dan een paar weken niet en dan een paar maanden wel, kunnen ook voldoende aan die eisen recht hebben op een uitkering.
[0:09:24] De werknemer moet ook beschikbaar zijn om weer aan het werk te gaan.
[0:09:27] En als je aan alle voorwaarden voldoet, dat zit in alle wetten, in alle werknemersverzekeringen of in heel veel wetten van sociale zekerheid, als er een uitsluitingsgrond geldt, dan bestaat er toch geen recht.
[0:09:38] Dus dan voldoen je aan de voorwaarden.
[0:09:40] Maar bijvoorbeeld voor de WW, als je in detentie zit of als je in het buitenland verblijft, is er toch geen recht op WW-uitkering.
[0:09:48] En de hoogte van de WW is afhankelijk van het laatst verdiende loon van die werknemer.
[0:09:52] Dat noemen we het WW maandloon, dagloon, maandloon.
[0:09:55] En hier wordt gekeken naar het gemiddelde loon over de 12 maanden voorafgaand aan het ontstaan van de werkloosheid.
[0:10:02] En wat ik zeg, de eerste twee maanden is 75% en vanaf de derde maand 70%.
[0:10:08] De basisuitkering, als je dus een half jaar gewerkt hebt... ...en je verliest je baan buiten je schuld... ...dan heb je recht op de basisuitkering.
[0:10:17] En die is drie maanden.
[0:10:20] Maar die kan ook langer zijn... ...als de werknemer voldoende arbeidsverleden heeft opgebouwd.
[0:10:25] En dan wordt er gekeken naar alle jaren die je hebt gewerkt.
[0:10:28] En dan komt er weer een term, de jaren-eis, de vier-uit-vijf-jaar-eis.
[0:10:32] Dan wordt er gekeken het jaar waarin je werkloos bent geworden... ...naar de vijf kalenderjaren daarvoor.
[0:10:38] en of je dan in ten minste vier kalendermaanden ten minste over 208 uren loon hebt ontvangen.
[0:10:43] Dat is weer zo'n definitie.
[0:10:46] En dan als je voldaan hebt aan de jaarreis, dan gaan we alle arbeidsjaren tellen voor de duur van die werkloosheid.
[0:10:54] Zoals gezegd, UWV heeft een database waar die gegevens allemaal in staan.
[0:10:58] En als je een aanvraag doet om UW-uitkering, dan komt dat omhoog en kun je als werknemer checken... oh, klopt dat wel?
[0:11:03] Wat daar in die database staat, heb ik dat ook?
[0:11:06] ...in mijn hoofd en in mijn administratie staan.
[0:11:10] En ook gegevens over de baan of de banen die die werknemer op dat moment heeft... ...of recent heeft gehad, komen tevoorschijn... ...zodat je ook kan zien wat je verdiend hebt in die afgelopen maanden.
[0:11:19] Dat kan UWV allemaal uit die polisadministratie halen.
[0:11:24] Op basis van die gegevens wordt het dagloon, het maandloon berekend... ...en het recht en de duur van de uitkering vastgesteld.
[0:11:30] En de duur is maximaal 24 maanden.
[0:11:33] Maar het totale arbeidsverleden van die werknemer wordt bij elkaar opgeteld, waarbij de eerste tien jaren arbeidsverleden...
[0:11:42] ...per jaar recht geeft op een maand WW-uitkering... ...en vanaf het elfde jaar een halve maand.
[0:11:48] Dus iemand heeft dertien jaar arbeidsverleden... ...dan is de totale duur tien maanden... ...plus dieken een halve maand, elf en een halve maand WW-uitkering.
[0:11:57] En in de grafiek die we hebben opgenomen... ...is zichtbaar gemaakt hoe het zit met de... ...de aantal jaren opgebouwde arbeidsverleden... ...en de duur van de uitkering.
[0:12:10] Het maximum is nu 24 maanden.
[0:12:13] De maximale duur was in het verleden in 87... De WW is uit 1987 langer.
[0:12:18] Hij was vijf jaar.
[0:12:20] In 2006 is die maximale duur verkort naar 38 maanden.
[0:12:24] En vanaf 2016 is die naar 24 maanden gegaan, de maximale duur.
[0:12:30] En de reden om die maximale duur te verkorten in die afgelopen jaren... ...was eigenlijk elke keer, kort gezegd, om de WW-uitgaven terug te dringen... ...en werklozen meer te activeren om aan het werk te gaan.
[0:12:44] kort nog even wat voor uitkeringen na afloop van de WW mogelijk zijn, want er is een eind van die WW-uitkering.
[0:12:53] De inkomensvoorziening ouder werklozen, de IOW, kort gezegd, die is ingevoerd bij de duurverkorting toen in 2006, toen dus de WW van vijf jaar naar 38 maanden ging.
[0:13:07] Die werd sinds 2009 ingegaan, want
[0:13:11] Op het moment dat je instroomt als werknemer in die WW-uitkering moet je tenminste 60 jaar en 4 maanden zijn.
[0:13:19] En pas na afloop van die WW-uitkering kun je dus recht krijgen op die IOW-uitkering.
[0:13:24] Maar dat wordt dus al bepaald bij het instromen in die WW-uitkering.
[0:13:28] Die IOW is 70% van het wettelijk minimumloon en loopt dus door tot de AOW-leeftijd.
[0:13:35] En de doorstroom, dat is een hele ingewikkelde zin, maar van alle WW'ers, van alle werknemers die 60 jaar en 4 maanden of ouder zijn en bij instroom in de WW en die de maximale duur bereiken, stroomt ongeveer 50% door naar de IOW.
[0:13:53] En na de WW kan er ook recht bestaan op bijstand, op participatiewet.
[0:13:58] En als je dan kijkt naar WW-gerechtigden die de maximale uitkeringsduur bereiken, stroomt gemiddeld zo'n 9% door naar de bijstand.
[0:14:10] Yes, dank je wel.
[0:14:13] Dan ga ik verder, ja.
[0:14:16] Dus voordat we nog naar wat cijfers kijken, wat actuele cijfers over de WW, eerst nog kort wat over het activeringsaspect in de WW.
[0:14:26] Zoals mijn collega net al aangaf, is het begeleiden naar werk een van de belangrijke doelen ook van de WW.
[0:14:35] En er zijn eigenlijk drie voorname instrumenten waarmee dat gebeurt.
[0:14:41] Allereerst biedt UWV dienstverlening aan ANWB-gerechtigden.
[0:14:49] En dat bestaat uit verschillende facetten.
[0:14:53] Uitkeringsgerechten kunnen terecht op de website werk.nl, waar ze heel veel informatie kunnen vinden over solliciteren, cv-opstellen, allerhande online cursussen, vacatures.
[0:15:08] Dat soort zaken.
[0:15:11] Daarnaast kunnen uitkeringsgerechtigden ook terecht bij UWV voor persoonlijke begeleidingsgesprekken.
[0:15:18] UWV beoordeelt bij aanvraag van de WWE-uitkering welke uitkeringsgerechtigden
[0:15:23] een grote kans hebben om zelfstandig terug te keren naar werk en welke uitkeringsrechten dat niet hebben.
[0:15:31] En degenen die dat niet hebben, die worden al gelijk uitgenodigd voor een gesprek.
[0:15:36] En de mensen waarvan UEV denkt dat ze een grote kans hebben om dat zelfstandig te doen, worden pas na zes maanden uitgenodigd.
[0:15:44] Waarbij het wel zo is dat iemand altijd zelf om een gesprek kan verzoeken.
[0:15:52] Met betrekking tot activering zijn de verplichtingen natuurlijk ook van belang.
[0:15:57] Dus de WWE kent de verplichting om je in te spannen om terug te keren naar werk.
[0:16:03] UWV heeft dit ingevuld met sollicitatieplicht.
[0:16:06] Dus dat houdt in dat je iedere maand vier activiteiten moet verrichten die gericht zijn op de terugkeer naar werk.
[0:16:14] En dat hoeft dan niet vier keer een sollicitatie te zijn, maar dat kan ook een netwerkgesprek zijn of een cursus, dat soort zaken.
[0:16:27] En daarbij geldt ook dat als je dat niet doet, dat je mogelijk een korting kunt krijgen op de uitkering, al zal UWV daarbij altijd eerst nagaan wat precies de achtergrond is van zo'n niet-naleving.
[0:16:41] En daarnaast een andere belangrijke plicht is dat je ook de verplichting hebt om een passende baan te accepteren.
[0:16:47] Dus als jij een passend werkaanbod krijgt, dan is het de bedoeling dat je die baan accepteert.
[0:16:54] Doe je dat niet, kun je ook daar weer een korting op de uitkering voor krijgen.
[0:17:01] Dus zodat je de eerste zes maanden van je uitkering ben je vrij om een baan te zoeken op je vorige niveau.
[0:17:09] Dus qua inkomen, ook qua locatie van het werk en na zes maanden wordt in principe alle arbeid als passend beschouwd.
[0:17:19] Een derde belangrijk aspect met betrekking tot de activering is de inkomstenverrekening.
[0:17:26] Dat houdt in dat van de bijverdiensten die je hebt naast de uitkering slechts 70% wordt verrekend met de uitkering.
[0:17:34] Dus als jij gaat verdienen naast je uitkering ga je er financieel altijd op vooruit.
[0:17:45] Even kijken.
[0:17:46] Dan hebben we nog wat cijfers op een rijtje gezet.
[0:17:49] Ik weet niet of jullie het kunnen lezen.
[0:17:53] Ik zal het anders eventjes voorlezen.
[0:17:56] Op dit moment, in januari 2026, waren er 190.000 WW-uitkeringen.
[0:18:04] Totale WW-uitgaven vorig jaar waren 4,1 miljard.
[0:18:09] Gemiddeld zitten mensen 6,5 maand in de WW.
[0:18:15] Dat geeft ook aan dat er veel relatief korte duren in de WWE zitten.
[0:18:24] De maximale duur is 24 maanden.
[0:18:27] Dan kun je alleen op een gemiddelde van 6,5 maand uitkomen als er relatief veel korte WWE-rechten zijn.
[0:18:35] En de gemiddelde uitkeringshoogte is, conform de meest recente cijfers, 2100 euro per maand.
[0:18:44] Dan misschien nog even over het aantal WW-uitkeringen.
[0:18:48] Excel is momenteel 190.000.
[0:18:51] Er is voorbije week ook wat over in het nieuws geweest, dat het aantal WW-uitkeringen afgelopen jaar met 10% is.
[0:18:59] gestegen.
[0:19:01] Dat is het tweede jaar op rij, dus dat weerspiegelt eigenlijk een beetje de afkoelende arbeidsmarkt momenteel.
[0:19:10] Maar het is ook wel interessant om even te kijken naar cijfers over het aantal WW-uitkeringen over een wat langere periode, ook om dat in perspectief te plaatsen en dat zien jullie hier in de grafiek.
[0:19:23] Wat je ziet is de oranje lijn, dat zijn het aantal ww-uitkeringen sinds 2004.
[0:19:31] En de groene lijn is het werkloosheidspercentage.
[0:19:36] Dat kunnen jullie niet lezen, maar in ieder geval rond 2014 was het aantal WW-uitkeringen zo'n 450.000.
[0:19:44] Dus dat is echt wel fors meer dan momenteel.
[0:19:48] Dat was natuurlijk in de nasleep van de eurocrisis.
[0:19:53] Maar dat geeft wel aan dat die aantallen ook echt heel sterk kunnen fluctueren.
[0:20:01] En dan als laatste misschien nog even kijken naar de meest recente ontwikkelingen.
[0:20:06] Ik noemde het net al, de voorbije twee jaar is het aantal WWI uitkeringen wat toegenomen.
[0:20:12] Eigenlijk ieder jaar met zo'n 10 procent.
[0:20:16] Waar we in 2023 nog zo rond de 160.000 uitkeringen zaten, zitten we nu op zo'n 190.000.
[0:20:26] En wat ik al zei, dat weerspiegelt eigenlijk de enigszins afkoelende arbeidsmarkt.
[0:20:33] En het linker grafiekje, ik zal het even toelichten, want dat is opnieuw moeilijk te lezen, maar in ieder geval de bovenste lijn, de blauwe lijn, dat is het aantal werklozen.
[0:20:44] En de onderste lijn, oranje lijn, dat zijn het aantal vacatures.
[0:20:49] En dit is een tijdsbestek vanaf 2015 tot nu.
[0:20:55] En wat je dus ziet is dat, als je naar die hele periode kijkt, dat het aantal vacatures
[0:21:02] ...enorm is gestegen en de werkloosheid enorm is getaald.
[0:21:08] En dat heeft geresulteerd in de krappe arbeidsmarkt die we nu hebben.
[0:21:13] Maar als je dan even kijkt naar specifiek die laatste paar jaren... ...dan zie je dat het aantal vacatures en de werkloosheid... ...ook weer wat naar elkaar toe zijn aan het groeien.
[0:21:23] En dat is ook wat je terugziet in het aantal WW-uitkeringen.
[0:21:30] Dat was het in ieder geval voor het blokje WW.
[0:21:33] Ik weet niet of dat vragen oproept.
[0:21:35] Heel veel dank.
[0:21:35] Ik krijg even rond of er nu al vragen zijn voor het blokje 1.
[0:21:37] Ja, de heer Keunemans namens JA21.
[0:21:40] Ja, dank voorzitter.
[0:21:41] En ook dank voor de hele nuttige presentatie.
[0:21:43] Altijd de standaardvraag, kunnen we die krijgen?
[0:21:45] Of de PowerPoint even?
[0:21:46] Het staat in Parlers, dus dat komt goed.
[0:21:48] Helemaal goed, dan heb ik hem al.
[0:21:50] En ja, kijk, er zijn in Nederland natuurlijk de discussie loopt over de WW-duur.
[0:21:54] In België ook ontwikkeling over het beperken van werkloosheidsuitkeringen in de tijd.
[0:21:58] Kunt u, dit is misschien een beetje breed, maar kunt u daar eens een vergelijking maken tussen hoe het in Nederland geregeld is en in België en Duitsland en wat de ervaringen in die andere landen zijn, hoe dat verloopt?
[0:22:10] Ik weet niet of er meer vragen zijn, dan gaan we...
[0:22:13] Ja, heer Nijnhuis namen D66.
[0:22:15] Ja, ik was benieuwd hoe het precies zat met WW-recht bij zo'n vaststellingsovereenkomst.
[0:22:21] Ik heb daar zelf gelukkig nooit mee te maken gehad, maar ja, je merkt volgens mij wel dat dat steeds vaker gebeurt en er was iets gezegd van ja, dan moet de werkgever iets aangeven op wiens initiatief het was.
[0:22:32] Maar ja, maakt het voor de werkgever zelf heel veel uit of diegene aangeeft dat het initiatief aan de een of andere kant lag bijvoorbeeld.
[0:22:40] Dank.
[0:22:42] Hebben we überhaupt tijd voor twijfels?
[0:22:45] Nee, ik heb twee vragen.
[0:22:46] Dan mag u de beste vraag kiezen.
[0:22:49] Zeker wat kiezen.
[0:22:51] Hebben jullie inzicht in de WW-instroom, gerelateerd aan de hoogte van de uitkeringen of het voorgaande inkomen dan dus, en de arbeidsrelatie die mensen hebben?
[0:23:03] Dus hoeveel flexkrachten zitten er in de WW en hoeveel mensen met lage inkomen zitten er in de WW?
[0:23:11] Gaat zijn eigen vraag nog verduidelijker, zie ik.
[0:23:13] Hij was erg breed, denk ik.
[0:23:15] Ik bedoel eigenlijk meer van wat nou de verschillen zijn tussen de Nederlandse systematiek en België en Duitsland en wat vooral ook de ervaringen zijn, bijvoorbeeld als het gaat om activering.
[0:23:25] Volgens mij een mooi setje vragen en ik kijk rond wie ik het eerst op het woord mag geven.
[0:23:32] Oké, dus de vraag over België en Duitsland gaat dan vooral over activering.
[0:23:38] Ja, ik moet even goed nadenken, maar ja, ik zou dat denk ik nu...
[0:23:45] niet direct informatie over kunnen geven.
[0:23:49] Ik ben wel bekend met algemene hoogteduren.
[0:23:51] In België hebben we natuurlijk net verkorting gehad.
[0:23:54] In België had je eerst onbeperkt WW-uitkering.
[0:23:58] Dat is nu verkort naar twee jaar.
[0:23:59] In Duitsland weet ik dat de maximale duur ook twee jaar is.
[0:24:04] Welke maatregelen zij hebben ten aanzien van activering zou ik zo niet kunnen zeggen, maar daar kunnen we eventueel op terugkomen.
[0:24:16] Tweede vraag voor jou.
[0:24:19] De vraag over VSO.
[0:24:21] Het is inderdaad zo, voor 2006 was in de WW geregeld dat je niet verwijtbaar werkloos moest zijn om toegelaten te worden tot een WW-uitkering.
[0:24:34] En dan moest je formeel bezwaar maken.
[0:24:36] En dan waren er heel veel rechtszaken, omdat iedereen was er over eens.
[0:24:40] We houden samen mee op, werkgever, werknemer.
[0:24:42] Maar die werknemer moest dan naar de rechtbank om dan formeel
[0:24:46] Het kost allemaal heel veel tijd.
[0:24:48] Dus vanaf 2006 is er in de WW opgenomen dat wij als werkgever en werknemer het samen tegen mij eens is.
[0:24:55] Dan ontstaat er ook recht op een WW-uitkering, maar dan moet het wel op initiatief van de werkgever zijn geweest, zodat je nog steeds kan zeggen dat het niet verwijpbaar is.
[0:25:03] En in heel veel gevallen... Er staat ook volgens mij op de site van het UWV ook een VSO, een vaststellingsoverenkomst die je er gewoon af kan halen en in kan vullen samen, werkgever en werknemer.
[0:25:16] In heel veel gevallen maakt het voor werkgevers niet zoveel uit om te zeggen van... Het is mijn initiatief geweest, want dat is altijd best wel lastig om daar dan precies achter te komen waar het dan vandaan is.
[0:25:26] Maar als er een verklaring overlegd kan worden, het is op initiatief werkgever, dan ontstaat de recht op een W-uitkering als je een andere voorwaarde voldoet.
[0:25:33] waar het met name een rol kan spelen, is bij de eigen risicodragers.
[0:25:38] Het Rijk, bijvoorbeeld, en onderwijs, die zijn eigen risicodragers.
[0:25:43] Dat betekent dat ze dus de WW-uitkering zelf moeten betalen als werkgever.
[0:25:49] En dan kunnen er soms situaties ontstaan waar dan de werknemer ontslagen wordt en dat die werkgever zoiets heeft van ja, maar ik wil dan niet...
[0:25:58] dat die WW-uitkering wordt bestaat of dat er recht bestaat op een WW-uitkering.
[0:26:02] En dan wordt die VSO dan opgesteld dat het op initiatief van werknemer is.
[0:26:07] Uiteraard natuurlijk in overleg samen.
[0:26:10] Maar ja, standaard maakt het eigenlijk niet zo heel veel uit.
[0:26:20] En dan zal ik de laatste vraag nog beantwoorden.
[0:26:23] Die vroeg naar informatie over het inkomen en ook het aard van dienstverband voor Instrom in de WW.
[0:26:32] Dus had ik snel even wat cijfers te zoeken.
[0:26:37] Helaas niet gevonden.
[0:26:38] Kunnen we uiteraard opzoeken.
[0:26:42] In zijn algemeenheid gaat het over...
[0:26:47] toch iets meer de onderkant van de arbeidsmarkt, relatief lagere inkomens.
[0:26:51] En ook echt wel veel vaker komen die mensen uit in het flexibel dienstverband.
[0:26:59] Ja, wat misschien nog enige indicatie geeft, is dat net op de slide had ik de gemiddelde VW maanduitkering staan van 2100 euro.
[0:27:07] Ja, de uitkering is 70 procent van de laatst verdiende loon.
[0:27:12] Dus dat geeft, denk ik, wel iets aan over dat het om relatief lage inkomens gaat.
[0:27:17] Maar ja, dat kunnen we eventueel dan nazoeken.
[0:27:22] Een korte vervolgvraag en dan gaan we naar de volgende blokjes.
[0:27:24] Mevrouw Patijn.
[0:27:25] Fijn als we dat nog nagestuurd kunnen krijgen en dan vind ik het ook prettig om te kijken hoe dat in het loop van de jaren, hoe dat er in de afgelopen vijf jaar bijvoorbeeld heeft uitgezien.
[0:27:37] Dus of daar een verschil in zit.
[0:27:40] Vijf jaar is misschien net iets te kort.
[0:27:41] Of als het niet ingewikkeld is, is tien jaar fijn.
[0:27:44] Als het wel ingewikkeld is, is het gewoon fijn om de huidigheid.
[0:27:46] Want ik wil ook niet teveel belasten.
[0:27:48] We gaan het proberen, ja.
[0:27:50] Dat wordt opgepakt via de contactpersoon.
[0:27:52] Dat gaan we laten toekomen aan de Kamerleden.
[0:27:54] Dan stel ik voor dat we verder gaan naar blokje twee.
[0:27:56] En mocht er op het einde nog vragen zijn, kijken we of de tijd over is.
[0:27:58] Maar we hebben nog veel slides te gaan.
[0:28:00] Dus we gaan naar blok twee.
[0:28:04] Over de Wajong, de wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jong gehandicapten.
[0:28:12] Deze wet is voor jong gehandicapte mensen die vanaf jonge leeftijd een ziekte of een handicap hebben gekregen.
[0:28:18] en als gevolg daarvan beperkingen ondervinden in het vinden van werk.
[0:28:23] Gijs zei het al, de Waaijong is een voorziening en het verschilt daarmee van de WIA, wat een premie-gefinanceerde regeling is.
[0:28:33] De Waaijong wordt gefinanceerd vanuit de algemene middelen.
[0:28:37] De Waaijong kent ook weer kenmerken van de participatiewet, op sociaal minimum en in Nederland wonen.
[0:28:46] Maar het verschilt daar ook weer van.
[0:28:49] Een individuele uitkering en geen vermogenstoets.
[0:28:55] We kennen al lang de geschiedenis van een regeling voor mensen die op jonge leeftijd een handicap hebben gekregen.
[0:29:02] Voor de waaiing was daar de AAW, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet.
[0:29:06] was het geregeld in de bijstand.
[0:29:09] De reden waarom het gerechtvaardig wordt geacht dat er een aparte regeling is, is dat het hier gaat om mensen die niet de kans hebben gekregen tot de arbeidsmarkt toe te treden en hun eigen inkomen te verdienen.
[0:29:21] Dus eigenlijk is er sprake van een soort veronderstellende inkomensderving waarin deze regeling dan voorziet.
[0:29:32] Wat zijn dus de doelen van de waaiing?
[0:29:34] Dus een inkomensvoorziening op sociaal minima en jong gehandicapten.
[0:29:38] En ook jong gehandicapten stimuleren om aan het werk te gaan.
[0:29:40] En dat staat achter de O-waaiing en de N-waaiing.
[0:29:43] Daar kom ik dadelijk op terug.
[0:29:46] En voor wie is het dan?
[0:29:47] Dat gaat dus om mensen die voor hun 18e...
[0:29:49] Of tijdens studies voor hun dertigste jaar door ziekte of een gebrek in arbeidsbeperking hebben opgelopen.
[0:29:56] En tot 2015, daar kom ik dadelijk ook op terug, vanwege ziekte of gebrek niet zelfstandig meer dan 75% van het maatmaninkomen kunnen verdienen.
[0:30:06] En vanaf 2015, vanwege ziekte of gebrek aan, gebrek duurzaam geen arbeidsvermogen hebben.
[0:30:12] En in Nederland wonen en daarnaast minimaal 18 jaar zijn.
[0:30:19] Dan neem ik u mee naar de ontwikkelingen.
[0:30:24] Die zijn er nogal geweest.
[0:30:31] Vanaf 1998 hebben we de Oude Waaijong, waarbij de inkomenszekerheid de nadruk oplag.
[0:30:43] Het was echt een inkomensvoorziening en er waren weinig prikkels tot activering.
[0:30:53] De uitkering werd eigenlijk meer gezien als een soort eindstation.
[0:30:58] Eind jaren 2000 kwam er een kentering in Denken en werd er meer van uitgegaan van ja, in plaats van te kijken naar mensen wat mensen niet kunnen, werd er juist gekeken naar wat mensen wel kunnen en is de Wajong ook omgebouwd in de nieuwe Wajong.
[0:31:16] Die volgt vanaf 2010, waarbij de focus werd gelegd op arbeidsondersteuning en kwam er een onderscheid tussen de
[0:31:25] werkregelingen, de voortgezette werkregelingen voor mensen die dus arbeidsvermogen hadden en konden werken en het ook daarmee te stimuleren om aan het werk te gaan.
[0:31:34] En de inkomensregeling voor de mensen voor wie werk echt niet mogelijk is.
[0:31:41] In 2015 kwamen we vervolgens weer op een ander punt terecht.
[0:31:48] Toen werd de participatiewet ingevoerd en is besloten dat de Waaijong alleen nog maar toegankelijk is voor mensen die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en mensen die wel arbeidsvermogen hebben die vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.
[0:32:07] Dat geldt alleen voor de mensen met een nieuwe instroom.
[0:32:14] Mensen die al in de N- en O-waaijongen zaten, die bleven daarin.
[0:32:20] Dat noemen we oneerbiedig het zittend bestand.
[0:32:24] Tot op de dag van vandaag zitten daar nog steeds mensen in.
[0:32:28] langzaam af.
[0:32:33] Nou, over de participatiewet ben je geïnformeerd over de technische bereivingen in november.
[0:32:37] Dat staat in december, maar dat moet in november zijn.
[0:32:40] Waar ik je ook nog even mee wil nemen is de wet vereenvoudiging Wajong.
[0:32:43] Dat is ook een belangrijke wet.
[0:32:45] Uit de beleidsdoorlichting in 2018 bleek dat die verschillende regelingen erg moeilijk waren.
[0:32:55] En de verschillen zaten in rechten en plichten.
[0:32:57] En ook dat er knelpunten zaten waardoor de arbeidsparticipatie van de mensen die erin zaten niet goed belemmerde.
[0:33:06] En toen is dus met die wet vereenvoudiging Bayong zijn die knelpunten zoveel mogelijk weggenomen waardoor werken meer loont.
[0:33:15] De verrekening van inkomen is daarmee veranderd.
[0:33:18] en zijn de rechten en plichten nagenoeg allemaal geharmoniseerd, zodat ze allemaal gelijk zijn.
[0:33:28] Alleen ja, bij die vereenvoudiging en die harmonisatie
[0:33:33] Dat was niet voor iedereen gunstig, dus om te voorkomen dat mensen door de invoering van die wet vereenvoudiging Wajong erop achteruit zouden gaan, is toen het garantiebedrag ingevoerd.
[0:33:45] Het garantiebedrag is niet een toeslag of een aparte toeslag, het is een Wajong-uitkering waarbij UWV het bedrag heeft vastgesteld op basis van de oude rekenregels
[0:33:59] Dat is eenmalig gebeurd en vervolgens blijft dat garantiebedrag gelden en doet IWV iedere maand controleren van welke uitkering het hoogste is, het oude of het nieuwe en het hoogste wordt uitbetaald.
[0:34:15] We hebben ook gevraagd bij mensen met een Wajong-uitkering, wat vonden jullie nou van die wet vereenvoudigingen Wajong?
[0:34:23] Dat onderzoek is ook in mei naar de Kamer gestuurd.
[0:34:27] Over het algemeen werd wel verbeteringen gezien, maar werd gezegd dat het nog steeds heel erg ingewikkeld is voor mensen en die ingewikkeldheid zit voor een deel nog steeds in die Wajong, maar ligt ook vooral buiten de Wajong.
[0:34:41] omdat daar nog een heel ander stelsel ook van toepassing is.
[0:34:46] En als zij bijvoorbeeld gaan werken, kunnen zij niet goed overzien wat dat allemaal voor doorwerking heeft.
[0:34:52] En dat brengt onzekerheid met zich mee om überhaupt aan het werk te gaan of met uren te gaan werken.
[0:34:58] De evaluatie van de wet vereenvoudiging Wajong zal worden meegenomen in de periodieke evaluatie van de Wajong en die verwachten we hopelijk in de eerste helft van dit jaar naar de Kamer te kunnen sturen.
[0:35:16] Doordat we die regelingen hebben geharmoniseerd,
[0:35:20] zijn aan zich die regelingen, de aanduiding O-Waaijong en Waaijong 2015 iets minder relevant geworden.
[0:35:29] Maar kijken we vooral naar mensen met arbeidsvermogen en mensen zonder arbeidsvermogen.
[0:35:36] Pardon, UWV heeft in de periode 2015-2018 alle mensen die in de oude regelingen zaten opnieuw ingedeeld naar die krant of grie, dus arbeidsvermogen, geen arbeidsvermogen.
[0:35:53] En dan is nu de vraag van wat is dat dan, duurzaam geen arbeidsvermogen hebben.
[0:36:01] Daarvoor zijn criteria vastgesteld.
[0:36:05] Die criteria zie je op het scherm staan.
[0:36:11] Dat is geen taak kunnen uitvoeren in een arbeidsorganisatie.
[0:36:15] Een taak is een onderdeel van een baan.
[0:36:22] geen basale werknemersvaardigheden hebben.
[0:36:25] Bijvoorbeeld zich niet aan afspraken kunnen houden of opdrachten uitvoeren.
[0:36:30] Of tenminste niet één uur aan één gesloten kunnen werken.
[0:36:35] Aandacht bij het werk houden zonder intensieve begeleiding.
[0:36:39] Of niet tenminste vier uur per dag belastbaar zijn.
[0:36:42] Of twee uur en daarmee het minimumloon per uur kunnen verdienen.
[0:36:46] En de ongeschiktheid tot werken moet duurzaam zijn.
[0:36:50] Dus wat het wil zeggen nu, maar ook in de toekomst.
[0:36:57] Even kijken.
[0:36:59] De beoordeling van duurzaam geen arbeidsvermogen wordt gedaan door een sociaal medische beoordeling.
[0:37:06] Dat wordt gedaan door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige.
[0:37:10] De verzekeringsarts kijkt naar welke beperkingen er zijn en de arbeidsdeskundige kijkt wat dat betekent voor de mogelijkheden of voor de belanghebbenden om aan het werk te gaan.
[0:37:21] Even heel kort, heel snel.
[0:37:23] Wat kan nou de uitkomst zijn van deze beoordeling?
[0:37:27] Dat zijn er eigenlijk drie.
[0:37:29] De eerste uitkomst is, de belanghebbende heeft arbeidsvermogen, dan gaat die persoon naar de gemeente toe, dan valt hij onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.
[0:37:42] Kan eventueel daarvoor in aanmerking komen, kan misschien richting beschutwerk of de educatie- en banenafspraak of kan op eigen kracht
[0:37:51] bij een reguliere werkgever werken.
[0:37:54] Een andere uitkomst kan zijn dat de belanghebbende duurzaam geen arbeidsvermogen heeft en dan ontstaat er recht op bewaaiing en komt hij bij UWV terecht.
[0:38:04] En een derde uitkomst kan zijn, nou dat is eigenlijk een beetje, die zet het een beetje tussenin, dat is degene die geen arbeidsvermogen heeft, maar waarvan de duurzaamheid door UWV op dit moment
[0:38:19] Het hoort bij het gebouw hoor, je kunt gewoon verder gaan.
[0:38:23] Ik vraag me altijd af waarom.
[0:38:25] De derde categorie zijn de mensen die geen arbeidsvermogen hebben, maar waar de duurzaamheid door de UWV niet kan worden vastgesteld op dit moment.
[0:38:35] En ook die mensen die vallen dan vervolgens om de verantwoordelijkheid van de gemeente.
[0:38:42] En de gemeente is dan ook verantwoordelijk om te kijken of dat arbeidsvermogen alsnog kan worden ontwikkeld.
[0:38:50] Deze groep behoort tot de doelgroep banenafspraak.
[0:38:59] Voor wat betreft die laatste groep is het ook zo dat als vervolgens over een periode van tien jaar het niet gelukt is om dat arbeidsvermogen te ontwikkelen, dat er geen arbeidsmogelijkheden zijn geweest, dan kan zo iemand weer teruggaan naar UWV en dan kan er alsnog een Bayonrecht ontstaan als op dat moment het arbeidsvermogen nog steeds ontbreekt.
[0:39:22] En dus inderdaad in de afgelopen tien jaar die arbeidsmogelijkheden niet zijn geweest.
[0:39:28] Daarna mag UWV vervolgens de duurzaamheid aannemen.
[0:39:32] Dus hoeft dat niet meer vervolgens te gaan toetsen.
[0:39:35] En dan ontstaat de recht op een waar jonge uitkering.
[0:39:39] Voor alle groepen geldt dat vanaf het moment dat iemand dus een afwijzing heeft gekregen
[0:39:45] voor een waaijonguitkering, dan kan iemand nog vijf jaar lang ieder jaar één keer opnieuw een beoordeling aanvragen om te kijken of alsnog het arbeidsvermogen duurzaam is komen te ontbreken.
[0:40:03] Dus vanaf het achttiende jaar kan iemand nog vijf jaar lang ieder jaar nog een aanvraag doen bij UWV, kom ik alsnog in aanmerking voor een waaijong omdat mijn arbeidsvermogen
[0:40:13] alsnog is komen te ontrekenen en het is duurzaam.
[0:40:22] Nou, wat betekent dat dan voor de uitkering en de inkomensverrekening?
[0:40:30] Als je dus inderdaad in de waaien zit en je hebt duurzaam geen arbeidsvermogen, dan is jouw basisuitkering 75 procent.
[0:40:40] En als jij dan vervolgens werkt, dan wordt 75 procent van het inkomen verrekend en 25 procent wordt vrijgelaten.
[0:40:52] Kijk naar die criteria van arbeidsvermogen of geen arbeidsvermogen.
[0:40:58] Daaruit kun je ook afleiden dat het niet wil zeggen dat als iemand geen arbeidsvermogen heeft dat hij helemaal niets kan.
[0:41:06] Het betekent alleen dat iemand minder kan.
[0:41:09] En deze groep kan dus ook werken, alleen heel beperkt.
[0:41:15] En daarom is ook voor deze groep een inkomstenvrijlating opgenomen.
[0:41:20] De groep met arbeidsvermogen, die hebben een basisuitkering van 70 procent.
[0:41:24] En 70 procent van het inkomen wordt verrekend.
[0:41:28] En 30 procent van het inkomen wordt vrijgelaten.
[0:41:33] En dan hebben we ook nog een specifieke groep binnen die groep mensen met arbeidsvermogen, maar die kunnen ook werken met het instrument loondispensatie.
[0:41:43] Dat is een instrument om te compenseren voor de verminderde loonwaarde die iemand kan hebben.
[0:41:49] UWV stelt die vermiddelde loonwaarde vast en de werkgever krijgt dan toestemming van UWV om een loon te betalen naar die loonwaarde en dat kan dus ook onder het wettelijk minimumloon zijn en dat heet dan het gedispenseerde loon.
[0:42:08] Degene die met loondispensatie werkt, die wordt gecompenseerd via de uitkering voor die vermiddelde loonwaarde.
[0:42:16] En de rekeningregels zorgen daarvoor dat iemand die werkt met loondispensatie evenveel overhoudt als iemand die dat niet doet in de waaionuitkering tegen hetzelfde aantal uren.
[0:42:29] Dat is wat die rekelrekels doen.
[0:42:34] Naast rechten zijn er ook plichten voor de mensen.
[0:42:37] Er is een informatieverplichting, meewerken aan controles en onderzoek van UWV.
[0:42:45] En mensen met arbeidsvermogen moeten ook kijken van ja, lukt het mij om passende arbeid te krijgen.
[0:42:56] Ook hier wat kerncijfers.
[0:43:01] In 2024 hadden we bijna 247.000 mensen in de WAIO-uitkeringen.
[0:43:12] U ziet dat het langzaam oploopt.
[0:43:15] Dat komt omdat er meer mensen instromen in de waring 2015 dan er in de oude regelingen ervan afgaan.
[0:43:25] De oude regelingen zijn afgesloten.
[0:43:27] Daar vindt geen nieuwe instroom mee plaats.
[0:43:29] Alleen de instroom vindt plaats in de waring 2015.
[0:43:32] Er zijn ook daardoor meer mensen die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben dan mensen die wel arbeidsvermogen hebben.
[0:43:45] We zien ook dat er bijna 58.000 mensen zijn die werken.
[0:43:52] En omdat dus het bestand langzaam afneemt van mensen met arbeidsvermogen, die je in de oude regelingen ziet, zie je dus ook dat de participatie ook langzaam niet stijgt, maar stabiel blijft.
[0:44:11] En dan mensen, we zien ook in 2024 dat er meer mensen zijn gaan werken met die mensen die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben.
[0:44:23] En dat schrijven we toe, dat dat waarschijnlijk komt door het experiment reïntegratiedienstverlening voor mensen met een IVA-uitkering en een waaiong DGA-uitkering, dus duurzaam geen arbeidsvermogen uitkering.
[0:44:35] Daar ga ik later in de sheet over de activerende dienstgelening naar erop in.
[0:44:41] We zien dat er ongeveer 20.000 mensen zijn die een garantiebedrag ontvangen.
[0:44:55] Ja, volgens mij ben ik wel de doorheden.
[0:44:57] Ik krijg hem af of er vragen zijn.
[0:44:59] Dit was het einde van blokje 2, toch?
[0:45:01] Klopt?
[0:45:01] Ja.
[0:45:01] Heel veel dank voor uw presentatie.
[0:45:03] Ik kijk even rond of er nu al vragen zijn over blok 2.
[0:45:06] Ja, mevrouw Bühler van het CDA.
[0:45:08] Ja, dank u wel.
[0:45:09] Want als ik hier naar die cijfers kijk en de toelichting hoor, dan zie je ook dat het de ene keer via het UWV wordt georganiseerd en de andere keer bij de gemeente.
[0:45:18] En we hebben uiteindelijk over dezelfde doelgroep.
[0:45:20] Dus ik zou het op zich interessant vinden om die ontwikkeling van die beide doelgroepen met de gemeentelijke cijfers gecombineerd te zien.
[0:45:30] Is dat mogelijk?
[0:45:33] En als je het gaat hebben over... Mag ik nog een vraag stellen?
[0:45:39] Ja, zeker.
[0:45:40] Over activering.
[0:45:43] Ik ben benieuwd of de groep waar jongeren die... Want er zijn een paar verschillende groepen.
[0:45:52] Of die allemaal gebruik kunnen maken van... Want we hadden het net over loondisposatie, ook van loonkostensubsidie.
[0:46:00] Of is dat iets anders?
[0:46:03] We gaan even de vragen eerst aflopen.
[0:46:05] Ik zag mevrouw Patijn namens Collega's PvdA en dan de heer De Kort.
[0:46:09] Je hebt een heel gedetailleerde vraag volgens mij.
[0:46:11] Je kan je waai-uitkering aanvragen als je dat doet op je achttiende en hij wordt afgewezen.
[0:46:18] Dan mag je nog vijf jaar lang opnieuw een uitkering aanvragen.
[0:46:21] Is dat aangesloten aan die vijf jaar of kan dat in een periode tot aan je dertigste?
[0:46:27] En als je een progressieve ziekte hebt, dan blijf je gewoon in de participatiewet.
[0:46:32] Dus als je MS hebt of zoiets.
[0:46:37] We gaan naar de heer... Dank voor de vraag.
[0:46:39] Tot slot de heer De Kort namens de VVD.
[0:46:42] Ja, dank, voorzitter.
[0:46:42] En een beetje in het verlengde van de vraag van mevrouw Bühler, want loondispensatie is volgens mij een mooi middel om meer Waaijongens aan de slag te krijgen, maar we hebben inderdaad ook loonkosten-subsidie.
[0:46:53] Die komt terecht bij de werkgever en die dispensatie bij de uitkeringsgerechtigde.
[0:46:57] Kunt u voor ons de voor- of nadelen van loondispensatie ten opzichte van loonkosten-subsidie schetsen?
[0:47:07] Nou kijk, dan zijn we samen toch op het lijstje vragen gekomen.
[0:47:11] En dan kijk ik naar mevrouw Van Zutphen of zij die kan beantwoorden.
[0:47:18] De eerste vraag was of de cijfers ook gecombineerd kunnen worden met de cijfers van de gemeente, omdat de doelgroepen overeenkomen, de mensen die vanaf 2015 richting de participatiewet zijn gegaan, een beperking hebben, maar wel arbeidsvermogen hebben.
[0:47:41] Ik geloof niet dat er cijfers over zijn, maar jij fluistert me wat in mijn oor, dus ik geef even het even over aan Gijs.
[0:47:48] Ja, indicatief kan ik daar wel wat over zeggen.
[0:47:52] Aanleiding voor de hervormingen van de Waaijong die Nicole heeft uiteengezet begin van deze eeuw, vanaf het begin van deze eeuw, was de verwachting dat onder de oude Waaijong de Waaijong zou groeien naar ruim 450.000 personen.
[0:48:09] En dat werd als zorgelijk gezien.
[0:48:13] Nu zien we ongeveer een stabilisering rond de 250.000 personen, dus dat is indicatief dat onder de oude waaijongregels, die een heel stukje soepeler waren, onder de oude waaijong kon je met relatief lichte beperkingen een waaijonguitkering krijgen.
[0:48:33] Het is indicatief orde van grote gevoel dat in de orde van 200.000 personen die vroeger in de oude waardering op basis van lichte beperkingen zouden komen, daar nu niet meer inkomen onder de huidige criteria.
[0:48:51] Logischerwijs is dat dus de groep die tegenwoordig is aangewezen op de gemeenten als ze er niet zelf in slagen om aan het werk te komen.
[0:49:07] We hadden een vraag over de instrumenten loonkosten, subsidie en loondispensatie.
[0:49:15] De eerste vraag was, zijn dat nou dezelfde instrumenten?
[0:49:17] Op zichzelf zijn dit verschillende instrumenten, maar hebben wel hetzelfde doel.
[0:49:21] Namelijk om de verminderde loonwaarde te compenseren.
[0:49:26] Bij loondispensatie gebeurt dat inderdaad door aan de kant van de werkgever toestemming te geven, een lager loon te geven dan het wettelijk minimumloon en wordt de jong gehandicapte gecompenseerd via de uitkering.
[0:49:43] Bij een loonkosten subsidie is die situatie omgekeerd.
[0:49:47] Degene die werkt krijgt een volledig loon en krijgt de werkgever
[0:49:52] een subsidie naar de loonwaarde van die persoon.
[0:49:57] Is het nou voor iedereen deze instrumenten?
[0:50:00] Als we kijken naar de Waaijong gelden deze instrumenten voor mensen met arbeidsvermogen.
[0:50:06] Maar we hebben het experiment reintegratie dienstverlening voor mensen met een IVA en een Waaijong-DGH-uitkering.
[0:50:14] En daar is het instrument ook voor opengesteld voor die groep, gedurende het instrument.
[0:50:21] En dat instrument wordt geëvalueerd.
[0:50:25] En daar moeten we inderdaad bekijken waar we het structureel voor zetten.
[0:50:29] En dan komt daarbij ook inderdaad de vraag aan de orde, gaan we dit instrument ook structureel voor deze groep inzetten.
[0:50:35] Dan de vraag over de herindicatie, dus de vijf jaar termijn waarop iemand opnieuw een ervaring aanvraag kan indienen.
[0:50:44] Die is inderdaad vanaf het achttiende jaar of als iemand tijdens studie een bepeking krijgt vanaf het moment waar de ziekte ontstaat.
[0:50:54] Als iemand van UWV te horen krijgt van je hebt geen arbeidsvermogen,
[0:51:02] Maar we weten niet of dat duurzaam is.
[0:51:05] Dan ontstaat dus vervolgens nog de situatie dat iemand na 10 jaar kan terugkomen om alsnog een waaijongaanvraag te doen.
[0:51:14] Als dus inderdaad blijkt dat in die 10 jaar geen mogelijkheden zijn geweest tot arbeid en op dat moment van de aanvraag ook het arbeidsvermogen nog steeds ontbreekt.
[0:51:24] En dan ontstaat na die 10 jaar alsnog een waaijongrecht.
[0:51:28] De voordelen en de nadelen van de loondispensatie en de loonkosten-subsidie.
[0:51:36] De loondispensatie is voor de werkgever wat minder administratieve lasten met zich mee dan de loonkosten-subsidie.
[0:51:47] is wel gunstiger voor degene die werkt omdat hij vervolgens ook gebruik kan maken of de volledige arbeidskorting kan verzilveren.
[0:51:57] Daarnaast kan je ook pensioen opbouwen wat bij loondispensatie weer erg lastig is omdat je onder de drempel raakt.
[0:52:07] Dus dat zijn de voordelen voor met name de mensen die werken.
[0:52:12] Volledige verzilvering van de arbeidskorting en pensioen opbouwen.
[0:52:18] Nou, dank voor uw heldere, uitgebreide beantwoording.
[0:52:21] Ik stel voor we naar het derde blok gaan.
[0:52:23] We hebben nog precies 35 minuten voor ons.
[0:52:25] Ik hoop dat dat een beetje op schema ligt, maar dat komt vast goed.
[0:52:28] We gaan absoluut ons best doen.
[0:52:30] Ja, aan mij de eer om het volgende blokje af te trappen met allereerst een heel kort stukje historie.
[0:52:35] Dat doe ik aan de hand van dit plaatje uit het recente IBO-WIA, Interdiplomataal Beleidsonderzoek naar de WIA.
[0:52:42] Dat laat eigenlijk zien de instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen voor werknemers, dus voor zieke werknemers, over de tijd.
[0:52:53] Wat we al zien, vanaf de jaren zeventig was er een zorgelijk hoge instroom in de destijds WHO.
[0:53:03] In de jaren tachtig en negentig was dat echt een groot maatschappelijk vraagstuk.
[0:53:09] En er zijn in die periode al een hele reeks aanpassingen eigenlijk destijds aan de WHO gemaakt om dat te verminderen.
[0:53:19] Die hebben ook wel enig effect gehad, want je moet zich bedenken, onderliggend is ook de beroepsbevolking, de verzekerde populatie, behoorlijk gegroeid vanaf de jaren zeventig.
[0:53:30] Dus als percentage van het aantal verzekerden is er wel enige daling door die maatregelen opgetreden, maar de grote... Het tij werd echt pas gekeerd begin van deze eeuw eigenlijk, met name de wetverbetering Poortwachter 2002.
[0:53:48] en de verlengde loondopbetalingsperiode naar twee jaar.
[0:53:54] En het sluitstuk daarvan was uiteindelijk de invoering van de werkingtreding, ook van de wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de wet WIA, in 2006.
[0:54:04] En vanaf dat moment, nou ja...
[0:54:06] Begin van de eeuw kwam er echt een spectaculaire daling, pas eindelijk van de instroom in de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
[0:54:18] Nou, de kern daarvan is eigenlijk dat arbeidsparticipatie steeds een prominenter doel werd, steeds prominenter doel naast
[0:54:26] het doel van inkomensbescherming van mensen die ziek en arbeidsongeschikt worden.
[0:54:31] En daar zijn een hele reeks financiële prikkels en verantwoordelijkheden voor werkgevers en werknemers geïntroduceerd om dat doel van stimuleren van arbeidsparticipatie, werkervatting en ook preventie van uitval te bereiken.
[0:54:49] Dat heeft ook geleid tot een flinke daling van de uitkingslasten.
[0:54:58] We noemden al de werknemersverzekeringen zijn premie gefinancierd.
[0:55:02] Met de daling van de uitkingslasten kwam ook uiteindelijk daling van de
[0:55:08] de premielasten voor de werkgever.
[0:55:13] De laatste paar jaar zien we dat de instroom in die WHO wel weer wat oploopt.
[0:55:18] Dat is ook terug te zien in de uitkeringslasten die uiteindelijk bij de werkgever neerslaan.
[0:55:27] Het is nog altijd wel een stuk lager dan vroeger onder de WHO.
[0:55:32] Maar er is wel de laatste jaren weer enige oploop te zien, ook als je corrigeert dus voor de stijging van de grootte van de beroepsbevolking.
[0:55:41] Dus de instroomkans neemt echt wel weer iets toe de laatste paar jaar.
[0:55:46] Deze grafiek laat, denk ik, heel overzichtelijk wel zien op hoofdlijnen hoe het stelsel is ingericht, met eigenlijk drie stromen, afhankelijk van of het een werknemer in vaste loondienst betreft, een werknemer in tijdelijke loondienst of een werknemer die onder enkele specifieke groepen valt.
[0:56:13] Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat in principe de ziekteperiode, de eerste twee jaar daarvan, geprivatiseerd is en zolang er gespraak is van een dienstbetrekking, dan is de
[0:56:26] De reintegratie en de loondoodbetalingsverplichting, dus het zorgen voor financiële inkomensbescherming van de zieke werknemer, is een private verantwoordelijkheid geworden.
[0:56:40] Heel vroeger kwam je, als je ziek werd als werknemer, direct in de ziektewet, was het direct een publiek vangnet.
[0:56:49] Tegenwoordig is dat pas na twee jaar, of zolang er sprake is van een
[0:56:56] een dienstbetrekking.
[0:57:00] Dus dat gaat om deze twee groepen, dus de werknemer in vaste dienst, de werknemer in tijdelijke dienst.
[0:57:05] Daarvoor geldt hetzelfde, dezelfde privatisering eigenlijk van die ziekteperiode tot het moment dat het dienstverband eindigt.
[0:57:16] En voor werknemers in vaste dienst geldt dat gedurende de hele eerste twee jaar en pas daarna gaat iemand over naar een
[0:57:24] Het collectief, de WIA als collectieve verzekering.
[0:57:35] Hoe ziet die verantwoordelijkheidsverdeling er dan tegenwoordig uit in die geprivatiseerde ziekteperiode?
[0:57:43] Werkgever en werknemer hebben allebei verplichtingen.
[0:57:48] De financiële verplichtingen rusten in beginsel op de werkgever.
[0:57:53] Die zorgt via loondoopbetaling voor een inkomen
[0:57:58] inkomensbescherming van de zieke werknemer.
[0:58:02] Daarnaast hebben werkgever en werknemer gezamenlijk een verplichting om te werken aan de reintegratie, terugkeer van de zieke werknemer in werk, liefst eigen werk, desnoods aangepast eigen werk, desnoods ander werk bij de eigen werkgever en als dat ook niet mogelijk is, desnoods ander werk bij een andere werkgever.
[0:58:25] Dat is onderdeel van die wet verbetering poortwachter die ik al noemde.
[0:58:32] Echt die gedeelde verantwoordelijkheid voor de werkgever en werknemer in het eerste en het tweede spoor, zoals we dat noemen.
[0:58:38] Het eerste spoor, reintegratie bij de eigen werkgever.
[0:58:41] Het tweede spoor, als het bij de eigen werkgever niet lukt, niet kansrijk is, ook kijken naar mogelijkheden bij andere werkgevers.
[0:58:52] Het is echt een gezamenlijke verantwoordelijkheid, dus de werknemer moet ook echt meewerken.
[0:58:58] De werkgever laat zich ondersteunen door een arbodienstbedrijfsarts.
[0:59:03] Die stelt medisch gezien vast wat de belastbaarheid is van de werknemer in werk, om terug te keren in werk.
[0:59:11] En op basis daarvan wordt dan een reintegratieplan opgesteld door werkgever en werknemer samen.
[0:59:23] Nou ja, aldus het Centraal Planbureau, de loondoodbetalingsverplichtingen en het poortwachtersproces zijn in die hele historie, de afgelopen decennia, de succesvolste maatregelen geweest om het ziekteverzamelingsstroom in de Abbesongschiktheid fors te verminderen.
[0:59:43] Tegelijkertijd weten we ook dat werkgevers hun verplichtingen wel als zwaar ervaren.
[0:59:52] En dat laat ook eigenlijk het dilemma zien tussen de verplichtingen voor de individuele werkgevers die al zwaar ervaren worden, die tegelijkertijd op macroniveau ervoor zorgen dat de lasten voor werkgevers als geheel drastisch gedaald zijn in de afgelopen twintig jaar.
[1:00:14] Dus daar zit heel erg in die beleidsafwegingen een dilemma tussen
[1:00:19] het individu, de individuele werkgever, versus de gevolgen voor het collectief van werkgevers.
[1:00:33] Als de loondoorbetaling eindigt, doordat het dienstverband eindigt, of er is sprake van een specifieke doelgroep, dan bestaat de ziektewet daarvoor nog wel.
[1:00:44] En daarvoor geef ik het stokje graag door aan collega Yvonne.
[1:00:49] Ja, dankjewel.
[1:00:52] Zoals gezegd, op het moment dat er geen recht is op loon, noem ik dat uit omdat er geen werkgever is.
[1:00:56] komt iemand een aanmerking voor de ziektewet.
[1:00:59] Het doel van de ziektewet is dus om inkomensbescherming te bieden aan werknemers voor wie geen loonomertaalsverplichting geldt.
[1:01:05] Bijvoorbeeld als iemand ziek is bij de werkgever en de dienstverband eindigt, dan ontstaat dan een recht op ziektewetuitkering.
[1:01:13] Maar de ziektewet geldt ook voor werklozen.
[1:01:16] Op het moment dat zij in de WW zitten en ziek worden, dan kunnen zij ook aanspraak maken op de ziektewet.
[1:01:22] Daarnaast is er ook de onderste groep
[1:01:25] Dat geldt eigenlijk voor werknemers waarvan we gezegd hebben dat het niet wenselijk wordt geacht dat een werkgever belast wordt met die loondopbetaling in het geval van ziekte van de werknemer.
[1:01:34] Dan moet je denken aan werknemers die ziek worden als gevolg van zwangerschap of bevalling of vanwege orgaandonatie of voor werknemers waar er no risk policy voor geldt.
[1:01:42] En dat zijn biagerechten die aan het werk zijn.
[1:01:44] Op het moment dat zij in dienst zijn bij een werkgever en ziek worden om die reden, ontvangt de werkgever een compensatie vanuit de ziektewet ten compensatie van die loondopbetaling.
[1:01:54] Wat is dan de hoogte van de ziektewet?
[1:01:56] Die is 70 procent van het maximum dagloon.
[1:01:58] En het dagloon wordt gebaseerd op wat iemand gemiddeld verdiende in het jaar voordat de uitkering startte.
[1:02:05] En in totaal kan die ziektewet dus maximaal twee jaar duren en dan kan iemand een aanvraag doen voor de weerbeoordeling.
[1:02:14] Iemand heeft recht op een ziektewetuitkering als je niet meer door ziekte je eigen werk kunt doen.
[1:02:19] Dat is alleen het eerste jaar zo, want na het eerste jaar geldt er een strengere en ander criterium.
[1:02:24] dan is niet meer het eigen werk het uitkomstpunt, maar algemeen geaccepteerde arbeid.
[1:02:29] En dat betekent dat het recht op ziektewet dan kan eindigen op het moment dat iemand meer dan 65% van het loon kan verdienen van de functie waaruit hij ziek geworden is.
[1:02:37] En dat heet dan het maatmanloon.
[1:02:40] UWV stelt dat vast.
[1:02:42] Na dat eerste jaar, dat noemen we de eerstejaarsziektewetbeoordeling.
[1:02:45] en de systematiek daarvan is gelijk aan de WIA-beoordeling.
[1:02:49] Die zal ik later bij de WIA nader toelichten.
[1:02:52] Wat wel zo is, is dat die eerstejaarsziektewetbeoordeling die leidt in één derde van de gevallen tot het beëindigen van het ziektewetrecht en twee derde van de gevallen
[1:03:01] stroomt dus door naar de tweede ziekte in het jaar.
[1:03:04] Die beoordeling vraagt wel een forse inzet van de capaciteit van verzekeringsartsen.
[1:03:10] En vanwege de mismatch tussen de vraagnaar en het aanbod van de sociaal-medische beoordelingen voert UWV deze beoordeling gericht uit als verwacht wordt dat iemand meer dan 65 procent van het maatmaatloon kan verdienen
[1:03:23] een bijeindiging van het ziektewetrecht verwacht wordt.
[1:03:28] Ja, zo ver kort even de ziektewet.
[1:03:30] Dan stap je naar de WIA.
[1:03:33] Na twee jaar ziekte kan iemand dus een aanvraag doen voor de WIA-beoordeling.
[1:03:39] En het doel van die WIA is om inkomensverscherming te bieden en arbeidsparticipatie te bevorderen.
[1:03:46] Wat goed is om te weten is dat WIA is een inkomensverzekering.
[1:03:49] Dus als werknemer ben je verzekerd tegen verlies van inkomen door ziekte.
[1:03:53] Het gaat dus om het verlies aan verdiencapaciteit en niet om de mate van ziekte.
[1:03:59] De WIA kent voor gedeeltelijk arbeidsongestikte een financiële prikkel om te gaan werken.
[1:04:06] Op het moment dat iemand nog verdienvermogen heeft, stimuleert de WIA de persoon om dat daadwerkelijk te benutten.
[1:04:11] En als iemand dat doet, dan ontvangt hij een hogere uitkering.
[1:04:16] En tegelijkertijd geldt er dus ook een reintegratieplicht.
[1:04:19] Dus op het moment dat iemand kan werken, heeft hij wel de verplichting om dat vermogen te benutten.
[1:04:26] En daarvoor kan een uitkingsgerechte ondersteuning krijgen van UWV of van de werkgever.
[1:04:32] De werkgevers die via gerechten in dienst nemen of houden, die kunnen ook rekenen op een aantal financiële tegemoetkomingen.
[1:04:39] Onder andere de no-risk policy die ik net noemde, loonkostenvoordeel, maar werkgevers kunnen ook in aanmerking komen voor werkelijk aanpassing om werknemers met een ziekte aan het werk te houden.
[1:04:52] Bijvoorbeeld het financieren van een traplift of een aangepast toilet, dat zijn voorbeelden daarvan.
[1:04:58] Hoe ziet dan die WIA-beoordeling eruit?
[1:05:02] Allereerst is de verzekeringsarts degene die alle medische informatie verzamelt over iemand en op basis daarvan de belastbaarheid vaststelt.
[1:05:12] Daarna gaat een arbeidsdeskundige verder met de beoordeling en de arbeidsdeskundige onderzoekt welk werk iemand binnen zijn of haar belastbaarheid nog uitgevoerd kan worden.
[1:05:21] en wat iemand daarmee kan verdienen.
[1:05:23] En de arbeidswiskundige doet dat op basis van functies die worden geselecteerd met behulp van het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem, het CBBS.
[1:05:33] En er moeten tenminste drie functies passend voor iemand zijn.
[1:05:38] En op basis daarvan wordt dan het resterende verdiencapaciteit vastgesteld.
[1:05:43] Dat resterende verdiencapaciteit wordt vergeleken met het loon dat iemand voor ziekte verdiende en het verschil dat ze dan
[1:05:50] inkomensverlies, dat bepaalt de mate van arbeidsongeschiktheid.
[1:05:56] En als iemand helemaal niet belastbaar is of op het moment dat er minder dan drie functies passend zijn, dan wordt iemand volledig arbeidsongeschikt bevonden.
[1:06:04] En als de verzekeringsarts vaststelt dat die beperkingen en de klachten duurzaam zijn, dan ontstaat er recht op een IVA-uitkering.
[1:06:15] Dit schema laat de verschillende typen arbeidsongeschiktheidsklassen zien.
[1:06:20] Aan de linkerkant iemand die volledig arbeidsongeschikt is, dus 80 tot 100 procent.
[1:06:26] Voor hen zijn dus minder dan drie functies bevonden of iemand is niet belastbaar.
[1:06:31] En daar is er een uitsplitsing naar als er geen sprake is van geringe herstelkansen of de beperkingen zijn duurzaam.
[1:06:38] Dan krijgt iemand recht op een uitkering in het kader van de inkomensvervinding volledig arbeidsongeschikte, de IVA.
[1:06:45] En als er wel nog mogelijkheden zijn op herstel, dan ontstaat er een uitkering op basis van de werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikte, de WGA.
[1:06:56] Die WGA-uitkering kent in de eerste plaats een loongerelateerde fase.
[1:07:03] Deze uitkering is eigenlijk analoog aan de WW en is dus maximaal twee jaar afhankelijk van die man's arbeidsverleden.
[1:07:12] In het midden van het schema de gedeeltelijke arbeidsongeschikte, dus op het moment dat iemand 35 tot 80 procent arbeidsongeschikt is.
[1:07:20] Voor hem geldt dus ook in eerste stand die loongerelateerde uitkering.
[1:07:24] Maar voor deze groep is het vervolgens belangrijk om... Als zij minder dan 50 procent van hun resterende verdienkapaciteit benutten, dan krijgen zij een loonaanvullende uitkering.
[1:07:35] Op het moment dat zij dat niet doen, komen zij in vervolguitkering terecht.
[1:07:39] En de verschillen tussen deze uitkeringen
[1:07:42] En daar zit dus de financiële prikkel voor gedeeltelijk arbeidsgeschikte om te werken naar hun vermogen, zodat zij een hogere uitkering ontvangen.
[1:07:53] Aan de rechterkant is de groep 0 tot 35% arbeidsongeschikt.
[1:07:58] De ondergrens voor de WIA is 35% arbeidsongeschiktheid.
[1:08:01] Dus deze groep ontvangt geen WIA-uitkering op het moment dat zij niet werken.
[1:08:06] moeten zij een beroep doen op de WW of eigen middelen en anders een beroep op de bijstand via de participatiewet.
[1:08:18] Ja, voor zowel de ziektewet als de WGA geldt dat een werkgever zich kan verzekeren via de publieke verzekering via UWV of eigen risico dragen kan worden.
[1:08:30] En op het moment dat een werkgever eigen risicodrager is betaalt hij zowel
[1:08:34] De ziektewetuitkering als de WGA-uitkering is hij dus zowel verantwoordelijk voor de financiële betaling, maar heeft hij ook een reintegratieverplichting.
[1:08:44] Voor de ziektewet vanzelfsprekend is dat maximaal twee jaar en als je eigen risicodrage bent voor de WGA, dan ben je dus tien jaar als werkgever verantwoordelijk voor de betaling van de uitkering en heb je dus verplichting om iemand te ondersteunen bij de reintegratie.
[1:09:00] En anders, als werkgever niet eigen risicodrager is, dan is UWV verantwoordelijk voor de begeleiding van die mensen.
[1:09:16] Deze slide zal eigenlijk Nicole voor rekening nemen, maar ik neem hem eventjes over.
[1:09:20] De laatste slide is namelijk van toepassing op zowel de WAJONG als de WIA.
[1:09:27] Dat gaat over het stukje activerende dienstverlening.
[1:09:31] Het doel daarvan is logischerwijs het verhogen van de arbeidsparticipatie van arbeidsbeperkte, zowel de mensen in de WGA3580, gedeeltelijk arbeidsongeschikte,
[1:09:41] Maar ook wegenjaar 80-100, die volledig, waar we zo'n geschikt zijn nu, maar misschien in de toekomst wel weer aan het werk kunnen.
[1:09:50] En de waaijong, met name ook zoals Nicole al zei, gericht op de oudere waaijongregelingen waar relatief
[1:09:59] mensen nog veel arbeidsmogelijkheden hebben.
[1:10:04] Iedereen krijgt een startgesprek, er wordt een profiel opgesteld, afspraken gemaakt en vastgelegd over reintegratie.
[1:10:12] Er vindt persoonlijke ondersteuning plaats in de vorm van vervolggesprekken en ook heel belangrijk is mogelijkheid afhankelijk van de benodigde ondersteuning voor de inkoop van reintegratietrajecten of scholing.
[1:10:25] Reintegratie, zo'n traject in koop, kan van alles zijn.
[1:10:30] Dat kan bijvoorbeeld een sollicitatietraining zijn of uitgebreidere trajecten indien nodig en zinvol.
[1:10:44] Specifieke uitvoering, uitvoeringsafspraak daarmee is dat in de vier jaar in beginsel vijf jaar dienstverlening na instroom plaatsvindt, daarna nog steeds mogelijk is op verzoek en voor de jaarwaaiong in beginsel onbeperkt in duur.
[1:11:03] En dan zijn we aan het slot van ook dit blokje werknemersverzekeringen.
[1:11:11] Nou, dat is hartstikke fijn, want dan hebben we vast nog ruimte voor vragen uit de Kamer.
[1:11:14] En ook hiervoor wederom dank voor de heldere presentatie en de slides.
[1:11:18] En ik kijk rond en ik geef als eerste het woord aan de heer Keulemans namens JA21.
[1:11:22] Ik heb een vraag over loonbetalingen bij ziekte.
[1:11:25] Door de duur van twee jaar bij loonbetalingen bij ziekte legt Nederland een behoorlijke financiële verantwoordelijkheid bij werkgevers terecht en de signalen die je hoort natuurlijk zijn dat zeker door de hoge en stijgende ziekteverzuim dat werkgevers steeds huiveriger worden om niet werkende in dienst te nemen die eventueel nog wel aan de slag zouden kunnen uit angst dat die gaan uitvallen.
[1:11:47] Kunt u daar iets meer over vertellen en is er bijvoorbeeld onderzoek beschikbaar over de omvang van dat probleem?
[1:11:53] Dank.
[1:11:53] Kunnen er nog andere vragen zijn?
[1:11:54] Ja, mevrouw Buller namens CDA.
[1:11:57] Ja, de activerende dienstverleningen van arbeidsbeperkte.
[1:12:00] Ik vind dat laatste een heel moeilijk woord, want ik zie vaak mensen die gewoon werken en wel onder deze doelgroep vallen.
[1:12:11] Maar ik hoorde tijdens de vorige sessie dat dat maar een hele beperkte dienstverlening is en dat het bij de doelgroep gelaten wordt of ze een hand
[1:12:27] de uitgestoken hand aan nemen of niet.
[1:12:31] Wat is de afspraak tussen het ministerie en UWV, hoe we dit moeten organiseren en oppakken?
[1:12:40] Dank u wel.
[1:12:42] Ik zei gewoon, iedereen heeft gewoon een vraag.
[1:12:43] Nou weet je wat, ik maak het gewoon een rijtje af en dan hebben we zo vijf vragen geïnventariseerd.
[1:12:47] Heer Nijenhuis, namente D66.
[1:12:49] Ja, dank.
[1:12:50] Voor de WIA geldt dus ook dat een werkgever eigen risico dragen kan zijn en dat dan weer privaat kan verzekeren.
[1:12:55] Hoe moet ik mijn verhouding tussen zo'n privaat en verzekering en de publieke van het UWV zien?
[1:13:00] Is die veel goedkoper?
[1:13:02] Is die veel flexibeler?
[1:13:03] Is die voor de werkgever of juist duurder?
[1:13:06] Hoe verhouden ze die zich tot elkaar in de praktijk?
[1:13:09] Dank, mevrouw Patijn.
[1:13:12] Ja, breder over de werknemersverzekering en de premie en de kosten.
[1:13:17] Werkgevers betalen uit de loonruimte de premies voor die verzekeringen.
[1:13:21] Dat is volgens mij de vorige technische briefing over die financiering.
[1:13:27] was dat meer dan toereikend om de uitkeringen vanuit te betalen.
[1:13:32] Hoe is het nou wettelijk precies geregeld dat dat geld dan ergens anders aan besteed kan worden dan aan de uitkeringen?
[1:13:40] En is het dus, als je de premie gelijk houdt, kan je wel op de WW bezuinigen bijvoorbeeld?
[1:13:47] Dank.
[1:13:47] Tot slot de heer De Kort namens de VVD.
[1:13:50] Ja, dank, voorzitter.
[1:13:54] Om de hoogte van de uitkering te bepalen, is de indicatiestelling van het al dan niet resterende verdienvermogen heel erg belangrijk.
[1:14:03] In hoeverre vindt daar een actualisatie op plaats of een monitor of dat op de juiste manier gebeurt?
[1:14:09] Dus het vaststellen van het resterende verdienvermogen, kunt u daar meer over vertellen?
[1:14:16] Dank.
[1:14:17] Daar hebben we druk meegeschreven aan een boel vragen vanuit de Kamer, dus dat is logisch.
[1:14:23] Dan kijk ik, ik denk, de heer Roelofs eerst aan.
[1:14:26] Ja, zeker.
[1:14:30] Allereerst te beginnen met de vraag over loondoopbetalingen, ook internationaal, en wat dat doet voor de geneigdheid om mensen in dienst te nemen.
[1:14:41] Het klopt, internationaal gezien is Nederland echt een outlier als het gaat om de lengte van die periode van loondoorbetaling.
[1:14:52] De meeste landen hebben wel iets van zo'n private risicoperiode, maar niet twee jaar.
[1:15:00] Ja, het is een medaille met twee kanten.
[1:15:03] Dus het is heel effectief gebleken, ook zoals ik al noemde, door het Centraal Planbureau bevestigd, heel effectief in het voorkomen dat mensen die op de arbeidsmarkt
[1:15:16] reeds werken dat die uitvallen in een uitkering terechtkomen en daar niet mee uitkomen.
[1:15:24] Dus het is heel goed in het voorkomen van instroom in arbeidsongeschiktheid.
[1:15:28] De keerzijde is dat die verplichtingen ook werkgevers terughoudender kunnen maken om mensen in loondienst te nemen.
[1:15:40] Het is wel zo dat ook voor flexibele arbeid, dankzij de hele financiële systematiek, eigenlijk de kosten voor de werkgever niet zozeer lager zijn.
[1:15:51] Dus op het moment dat iemand in tijdelijke dienst komt, dan bij einde dienstverband, als dat gewoon van rechts wegen eindigt, dan stroomt de zieke werknemer weliswaar door naar de ziektewet, een publieke uitkering.
[1:16:08] Maar via de premiesystematiek, hetzij via eigen risicodragerschap, hetzij via premiedifferentiatie, is de werkgever eigenlijk in vergelijkbare mate wel financieel aan de lat voor het inkomen van die inmiddels ex-werknemer.
[1:16:29] Het grootste verschil, en dat wordt nog wel eens onderschat, zit hem dan ook vooral in de beëindiging van het dienstverband.
[1:16:40] Dat loopt wel van rechtswege af bij een werknemer in tijdelijke dienst en niet bij een werknemer in vaste dienst.
[1:16:48] Dus qua kostenverschillen is daar niet een groot verschil in...
[1:16:57] een incentive, zeg maar, voor de werkgever om te kiezen voor iemand in vaste dienst of iemand per se in tijdelijke dienst.
[1:17:07] Het roept wel een vraagstuk op ten aanzien van bijvoorbeeld de inhuur van zelfstandig ZZP'ers.
[1:17:14] Nou ja, dat is ook een heel breed vraagstuk over het gelijke speelveld op de arbeidsmarkt tussen werknemers en enerzijds een ZZP'ers, anderzijds.
[1:17:26] Dus het is een keerzijde van de menaille die één hele glanzende kant heeft en één kant waar ook wat doffe plekjes op zitten.
[1:17:43] De vraag over activerende dienstverlening, daar moeten we even kijken of dat maar beperkt is en ook afhankelijk van de medewerking van de cliënt.
[1:17:52] Misschien dat Hanna daar iets over kan zeggen.
[1:17:54] Ja, ik denk dat het gaat naar aanleiding van de technische briefing van dinsdag waarvan gezegd werd dat het beperkt was en dat er ook niet altijd gebruik werd gemaakt van de dienstverlening die aangeboden werd.
[1:18:03] Maar dat ging echt specifiek over de voorschotperiode.
[1:18:06] Wij geven mensen die nog aan het wachten zijn op de sociaal medische beoordeling geven een voorschot.
[1:18:11] En we merken eigenlijk dat mensen in die wachtende periode het moeilijk vinden om echt op die dienstverlening in te gaan.
[1:18:16] Dus we bieden het wel aan, maar er wordt heel beperkt gebruik van gemaakt.
[1:18:20] En dat gaat dus niet over de gehele dienstverlening.
[1:18:23] Korte vervolgvraag van mevrouw Buller.
[1:18:25] Nee, maar dat is zo'n fijn dat dat opgehelderd is, maar dan ben ik nog steeds benieuwd naar hoe dat werkt.
[1:18:33] Gewoon breder hoe de WGA dienstverlening eruit ziet.
[1:18:36] Mag ook schriftelijk worden aangereikt, maar ik ben echt wel benieuwd hoe dat werkt.
[1:18:48] Ja, wat we daar wel weten, is dat medewerkers van de UWV in de praktijk ook wel kijken naar hoe gemotiveerd is iemand in de praktijk.
[1:19:02] Dus er zijn... En dat is ook uit oogpunt gewoon van doelmatige besteding van uiteindelijk beperkte middelen.
[1:19:13] Ik denk een goed uitgangspunt dat er ook wel gekeken wordt
[1:19:17] Is de betreffende cliënt heel gemotiveerd om met dit reintegratietraject bijvoorbeeld aan de slag te gaan of is het nog meer het gevoel van ik moet meewerken want ik heb die verplichting.
[1:19:29] Wij weten dat daar in de praktijk toch ook wat naar gekeken wordt, omdat het reïntegratiebudget is eindig, wordt ook uitgeput en naar verwachting zelfs komende jaren meer dan uitgeput, dus daar moet UUV ook
[1:19:47] of om budgetaire redenen gewoon keuzes maken in voor wie kunnen we wel een traject inkopen en voor wie niet.
[1:19:54] Logischerwijs wordt er dan toch ook gekeken naar, staat iemand te popelen om dit ook te gaan doen, of komt het meer als het initiatief van UWV en werkt iemand wel mee omdat het moet, maar is het enthousiasme wat minder te bespuren, zal ik maar zeggen.
[1:20:12] Ik zie nog een aanvulling vanuit het UWV zelf.
[1:20:14] Ja, een hele kleine aanvulling.
[1:20:15] Als laatste op deze sheet staat de effectevaluatie dienstverlening BGA.
[1:20:20] En wij kijken ook gewoon naar de effecten die onze dienstverlening heeft.
[1:20:23] En het is denk ik ook wel relevant om dat onderzoek dan nog eens te bekijken, zeg maar, om meer informatie te krijgen over de dienstverlening.
[1:20:32] Volgende vraag over de verhouding privaat-publiek.
[1:20:34] Qua kosten kan ik misschien heel kort iets over zeggen.
[1:20:37] We monitoren de stabiliteit van de hybride markt, zoals we dat noemen.
[1:20:45] Dus die verhouding ook van hoeveel werkgevers kiezen voor publieke verzekering bij UWV of voor eigen risicodragerschap met een private verzekeraar eventueel erachter.
[1:20:54] En die is eigenlijk heel stabiel door de jaren heen.
[1:20:57] Dus we zien wel dat werkgevers op een gegeven moment een keer switchen van publiek naar privaat of andersom.
[1:21:04] Maar dat overal die verdeling van die markt eigenlijk heel stabiel is en ook een beetje gelijkmatig.
[1:21:13] Dus een ruwweg de helft van de loonzom is publiek verzekerd, ruwweg de helft privaat en dat is vrij stabiel.
[1:21:20] En dat laat dus zien dat het qua...
[1:21:22] qua kosten elkaar ook niet heel veel ontloopt.
[1:21:24] Als een van de twee veel voordeliger zou zijn, veel goedkoper zou zijn voor de werkgever, dan zou dat niet zo stabiel zijn.
[1:21:30] Dus dat is eigenlijk de aanwijzing daarvoor.
[1:21:33] Ik weet niet of jij nog een aanvulling hebt.
[1:21:36] Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Petijn, dat gaat over de fondssystematiek, de premiesystematiek, het AOF versus de WHK, dus het arbeidsongeschiktheidsfonds versus de werkervattingskas.
[1:21:58] Best wel ingewikkeld.
[1:22:00] De werkhervatingskast is ook mede vanwege die hybride markt die we hebben... altijd per definitie wordt die premie precies kostendekkend vastgesteld.
[1:22:17] Juist omdat je kunt kiezen voor eigen risicodragenschap... moet die publieke verzekering...
[1:22:23] waarvoor die WHK-premie geldt, die moet een gelijkspeelveld bieden met het eigen risicodragenschap.
[1:22:30] Dus die WHK-premie, die de ziektewetuitkering en de eerste tien jaar van de WGA-uitkeringen uitbetaald worden, die moet altijd gewoon precies kostendekkend zijn voor
[1:22:48] De IVA-uitkeringen en de WGA-periode na tien jaar geldt dat ze uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds worden betaald, de uitgave aan die uitkeringen.
[1:23:01] Daarvoor geldt ook geen eigen risicodragerschap mogelijkheid.
[1:23:06] Dus dat gelijk speelveld-argument geldt daar niet.
[1:23:13] En wat je ziet is de afgelopen jaren dat de AOF-premie-inkomsten hoger waren dan de
[1:23:20] uitkeringslasten die ten laste van dat fonds kwamen.
[1:23:24] En dat komt eigenlijk doordat de AF-premie gebruikt wordt voor twee doelen.
[1:23:32] De begrotingsregels stellen aparte uitgaven en lastenkades vast.
[1:23:41] En wat er gebeurt op het moment dat ergens onverwachte lagere lasten
[1:23:47] De afgelopen tien jaar is dat herhaaldig gebeurd doordat zorgpremies lager uitvielen dan verwacht, waardoor de lasten lager waren dan conform lastenkader afgesproken in de begrotingsregels en dan moesten dus elders lasten verhoogd worden om het lastenkader weer te laten sluiten in jargon.
[1:24:10] dus om de lasten weer te verhogen.
[1:24:12] En de AAF-premie is daar in het verleden meermaals voor gebruikt, omdat het heel praktisch een van de weinige knoppen is om aan te draaien als blijkt, richting einde van het jaar, dat de lasten niet conform lastenkader gaan uitvallen door meevallers op de lasten elders.
[1:24:38] En dat is de technische reden
[1:24:40] dat de AOF-premieopbrengsten de laatste jaren aanzienlijk hoger zijn geweest dan de AOF-uitgaven.
[1:24:52] Maakt dat dan heel veel uit?
[1:24:56] Er is eigenlijk een bewust onderdeel van die systematiek, van die begrotingssystematiek, om te sturen op een bepaald niveau van lasten, wat ook als doel dient dat...
[1:25:08] overal totaal de lasten voor werkgevers, maar ook voor huishoudens niet veel hoger of lager uitvallen dan beoogd was.
[1:25:19] Kun je dan die extra inkomsten bijvoorbeeld gebruiken voor andere blijdsdoelen?
[1:25:26] Dat kan dus niet, omdat het AOF technisch gezien, het geld dat daarin zit, gewoon equivalent is aan geld in de schatkist.
[1:25:37] Dus in die zin is het niet zo dat dat geld ook ergens staat, apart, klaar om uitgegeven te worden aan andere dingen.
[1:25:48] Dat vergt altijd gewoon dezelfde politieke afwegingen over besteding van schaarse middelen als alle andere middelen die er zijn.
[1:26:01] Ik hoop dat dat lang antwoordt.
[1:26:04] Kleine vervolgvraag.
[1:26:07] Dit geldt precies hetzelfde op dit moment voor de WW premies en de dekking.
[1:26:11] Er komt meer premie binnen dan dat er nodig is voor de lasten.
[1:26:16] Ik zie u knikken.
[1:26:16] Ja, klopt.
[1:26:21] Nou, zo kort kon het ook blijven, ja.
[1:26:23] Gaan we naar de vijfde vraag van de heer De Kort.
[1:26:27] Ja, u stelde een vraag over de resterende verdiencapaciteit.
[1:26:33] Bij de aanvraag van de weerbeoordeling wordt dus iemands resterende verdiencapaciteit vastgesteld en daarop basis daarvan volgt dan een arbeidsongeschiktheidspercentage.
[1:26:42] En pas op het moment dat er een herbeoordeling wordt gedaan, dan wordt weer opnieuw gekeken naar wat is iemand's maatmaatloon en wat is op dat moment iemand's reciterende verdiencapaciteit.
[1:26:52] Dus dan vindt eigenlijk actualisatie daarvan plaats.
[1:26:53] Ik hoop dat ik daarmee uw vraag... Kleine ophouding van de heer De Kort.
[1:26:58] Ja nee, die systematiek die is bekend, maar waar het mij om gaat, en volgens mij gaat dat via een FML, een functiemogelijkhedenlijst, wordt die systematiek van de manier waarop een resterend verdienvermogen wordt vastgesteld, verandert die ooit?
[1:27:12] Wordt die ooit geactualiseerd?
[1:27:13] Of is dat al jaren hetzelfde?
[1:27:22] Via een microfoon gaan als het mag.
[1:27:26] Oh, sorry.
[1:27:30] De manier waarop dat wordt vastgesteld, dus het vaststellen van die drie functies en het bepalen van de hoogte van dat resterende verdienkap zit, dat is voor mij bekend al jaren hetzelfde.
[1:27:41] Hanna?
[1:27:43] Ja, en daaronder ligt natuurlijk de functionele mogelijkhedenlijst en mijn interesse is dat wel eens geactualiseerd, maar ik zou dat echt om een heel specifiek jaartal en hoe vaak moet ik dat echt uitzoeken, maar dat is minder vastgesteld.
[1:27:56] Als dat kan, en dat kan ook later, mogelijk schriftelijk.
[1:27:59] Ik ben gewoon heel benieuwd hoe vaak die systematiek onder de loop is genomen.
[1:28:04] Mocht er nog aanvullende informatie zijn, dan krijgen we die toegestuurd.
[1:28:07] En mocht dat niet voldoende zijn, dan weten we altijd weer onze instrumenten gebruikerskamer om ons nog vervolgvragen te stellen.
[1:28:13] Ik zie dat de tijd bijna op is en dat we eigenlijk alle slides hebben gehad en de vragen.
[1:28:17] Ik wil heel veel dank uitspreken aan alle ambtenaren hier en hun duidelijke presentaties.
[1:28:22] Heel fijn dat jullie er tijd voor maken om ons nieuwe en oude Kamerleden weer up-to-date te stellen van alle kennis en de zaken die er zijn.
[1:28:29] Dank daarvoor.
[1:28:29] Ook dank aan alle Kamerleden voor de vragen.
[1:28:31] En ik sluit hierbij de Technische Briefing.