Disclaimer: deze transcriptie is geautomatiseerd omgezet vanuit audio en dus geen officieel verslag. Om de transcripties verder te verbeteren wordt constant gewerkt aan optimalisatie van de techniek en het intrainen van namen, afkortingen en termen. Suggesties hiervoor kunnen worden gemaild naar info@1848.nl.

Samenleven en integratie

[0:00:00] Welkom bij deze technische briefing met als onderwerp samenleving en integratie.

[0:00:05] Een speciaal welkom voor de ambtenaren van SH2 die ons wegwijs willen maken en op hoofdlijnen mee willen nemen in dit dossier.

[0:00:13] Aan de linkerzijde van mij de Kamerleden, de heer Boon van de PVV, de heer Van der Brink van het CDA en mevrouw Bekker van de VVD.

[0:00:22] Het is een groot lange presentatie en als ik het goed heb gezien bestaat die uit een drietal inhoudelijke blokjes.

[0:00:27] Dus ik stel voor, ook gezien de tijd, dat we ieder blokje ongeveer 20 minuten de tijd geven, max, met ruimte voor vragen.

[0:00:35] Als we dat niet halen, dan zal ik vragen aan mijn collega's om de vragen te parkeren tot aan het einde van de sessie om te zien of daar nog ruimte voor is.

[0:00:42] Is dat zo goed?

[0:00:50] ...als we de hele presentatie kunnen afwerken en dan de vragen... ...ongeveer een half uur, iets meer dan een half uur nodig voor alle presentaties.

[0:00:53] Ik zal nog even een korte inleiding geven aan het begin.

[0:00:55] Ik vind dat een heel goed voorstel, maar ik kijk naar mijn collega's, vooral voor degenen die nu zijn bij deze portefeuille, waarbij het misschien handig is om soms per blokje hele gerichte vragen te stellen.

[0:01:06] Maar als mijn collega's daar geen opmerkingen of vragen bij hebben, tenzij het bijvoorbeeld hele verduidelijkende vragen zijn, dan maak ik een uitzondering, maar zorg ervoor dat niet al te lange vragen aan het einde worden.

[0:01:17] Ja, ik vind het altijd fijn als ik korte, verheldende vragen met één mag stellen, want anders moet ik ze opsparen en dan weet ik het zelf ook niet meer vaak.

[0:01:22] Volgens mij spreken we dat dan zo af dat we de presentatie gewoon in z'n geheel geven.

[0:01:27] Als er korte verheldende vragen zijn, dan is daar ruimte voor, maar dat wat meer vragen die wat meer context hebben, waarbij ik dan meteen de opmerking wil maken, hou het wel kort en bondig, de vraag, en hou ook het antwoord kort en bondig, dan kunnen we het maximale uit deze sessie halen.

[0:01:41] Wie mag ik als eerste het woord geven?

[0:01:43] Gaat uw gang.

[0:01:45] Dank u wel, voorzitter.

[0:01:46] Hartelijk dank.

[0:01:46] Fijn dat we hier mogen zijn, dat we over ons beleidsterrein het gesprek met u mogen hebben.

[0:01:51] Mijn naam is Arjan van Noort, ik ben directeur samenleving en integratie.

[0:01:55] Kleine twee jaar geleden waren we hier ook en een aantal van de Kamerleden die er nu nog steeds zit was toen ook aanwezig.

[0:02:02] Dus we kunnen niet vermijden dat er wat overlap in de presentatie zal zitten en dat een deel van de slides u bekend voor zal komen.

[0:02:10] En ook de aanwezigen zullen u bekend voorkomen.

[0:02:13] Ik zal even heel snel zeggen wie er aan deze kant van de tafel zit.

[0:02:17] Dat is Maarten van Boekel van de expertise unit sociale stabiliteit.

[0:02:20] Birgit Bakker, cateringie inburgering.

[0:02:23] Chris Bonen die inburgeringsbeleid onder zich heeft.

[0:02:27] Nathalie Harms voor samenleven en samenwerken.

[0:02:29] En Youssef Bouteshkour voor weerbare samenleving.

[0:02:33] Het programma is al even toegelicht.

[0:02:35] We hebben drie blokjes.

[0:02:37] Daar zullen we in drie verschillende deelpresentaties op ingaan.

[0:02:42] En ik wilde ter inleiding nog even een paar algemene dingen over ons werkterrein en de context waarin we werken vertellen.

[0:02:50] Oh, Youssef heeft het ding al.

[0:02:52] Nou, dit is een slide die eigenlijk in één plaatje of eigenlijk in twee plaatjes, twee samenhangende plaatjes probeert te verduidelijken wat er in de Nederlandse samenleving de afgelopen decennia veranderd is en waar we het over hebben als we het over samenleven in een diverse samenleving hebben.

[0:03:10] En belangrijk is denk ik die twee kleurendiagrammen om die te bekijken en te zien welke ontwikkeling daarin zit.

[0:03:19] Het plaatje is groter geworden.

[0:03:21] Het aandeel mensen met een migratieachtergrond in de Nederlandse samenleving neemt toe.

[0:03:25] Maar ook de differentiatie binnen die groep neemt enorm toe.

[0:03:29] En waar we 20, 30 jaar geleden in de tijd van het minderhedenbeleid nog konden spreken met

[0:03:35] enigszins afgebakende groepen, mensen met een Marokkaanse of een Turkse achtergrond, of een Surinaamse of Indonesische achtergrond, naar Nederland gekomen in een hele specifieke context, de dekolonisatie of de arbeidsmigratie, wat in de tijd gastarbeiders heette, is er na ongeveer het jaar 2000 is er een grote differentiatie opgetreden, zijn er veel meer verschillende redenen waarom mensen naar Nederland komen, zijn er veel meer verschillende herkomstgroepen en is eigenlijk dat beeld heel diffuus geworden.

[0:04:04] Natuurlijk ook omdat mensen die langer in Nederland zijn hier kinderen krijgen en weer kinderen van kinderen krijgen en gemengde relaties aangaan.

[0:04:11] Dus een eenduidig beeld van herkomstgroepen is er niet meer.

[0:04:15] We noemen dat in het spraakgebruik van de WRR super diversiteit.

[0:04:19] Dat woord dat is niet wordt niet door iedereen op dezelfde manier opgevat.

[0:04:24] Super kan ook natuurlijk iets van

[0:04:26] dat het heel erg goed is, maar het is gewoon een technische beschrijving voor de veelvormigheid en de bijna individuele benadering die je daarin zou moeten kiezen.

[0:04:38] En dat is voor ons beleid natuurlijk wel belangrijk, omdat je met categorisering, met vraagstukken, met vertegenwoordiging, met gemeenschappen aanduiden eigenlijk altijd in zekere zin de plank mislaat.

[0:04:52] En daar dus ook heel voorzichtig mee moet zijn.

[0:04:54] Het tweede plaatje is de kaart van Nederland, die laat zien dat die diversiteit eigenlijk heel ongelijk ook weer over Nederland verdeeld is.

[0:05:03] Dus er is niet alleen een diversiteit in de bevolking als geheel, als je daar op de schaal van Nederland naar kijkt, maar hoe zich dat heeft gevestigd in Nederland, hoe zich dat heeft verdeeld over Nederland is ook heel erg gedifferentieerd.

[0:05:16] Er zijn gemeenten waar een groot deel, waar geen meerderheid minderheden dynamiek meer bestaat, omdat het eigenlijk alleen maar minderheden de bevolking uitmaken.

[0:05:26] En er zijn gemeenten waarin dat nog nauwelijks het geval is.

[0:05:29] of waar een specifiek deel van de bevolking een bepaalde herkomst heeft.

[0:05:33] Dat heeft allemaal zijn eigen wortels en achtergronden.

[0:05:37] En de WRR heeft dat geanalyseerd en daar deze plaat bij gemaakt.

[0:05:41] En dat is ook een aansporing voor het beleid om heel gedifferentieerd te kijken, ook naar hoe je in de regio's en in de lokale omstandigheden telkens de samenleving beschouwt en daar beleid op maakt.

[0:05:53] Mag ik een heel korte vraag stellen?

[0:05:55] Uiteraard.

[0:05:55] Kunnen wij deze presentatie krijgen?

[0:05:57] Krijgen we die?

[0:05:58] Als het goed is, staat hij al op Parlus.

[0:06:05] Dan denk ik naar de volgende slide.

[0:06:11] Heel veel van de gesprekken die we voeren hebben ook een kennisbasis nodig.

[0:06:17] Er leveren natuurlijk heel veel meningen over het onderwerp samenleving en integratie.

[0:06:22] En het is erg belangrijk om ook naar de cijfers te kijken.

[0:06:25] En die cijfers op zichzelf zijn ook niet altijd probleemloos te duiden.

[0:06:29] We doen dat eigenlijk op een aantal manieren.

[0:06:31] We hebben een heel aantal langlopende cohort-studies en periodiek herhaalde studies waarin we kunnen zien dat een van die kerndoelstellingen, het creëren van een gelijkwaardige positie voor mensen ongeacht herkomst, of dat wel of niet behaald wordt en op welke onderdelen daarvoor misschien een tandje bijgezet moet worden.

[0:06:52] Die worden dus ook periodiek naar de Kamer gebracht en daarover kan, denk ik, in de debatten zoals we volgende week maandag ook voeren, kan daar het gesprek gevoerd worden.

[0:07:00] De politieke beoordeling, is dit toereikend?

[0:07:03] Gaat dit de goede kant op?

[0:07:05] Zien we nog onderdelen waarop eigenlijk een tekortkoming vanuit maatschappelijk gezichtspunt te zien is?

[0:07:13] Dus die weging is echt een politieke weging.

[0:07:16] Wij proberen wel te zorgen dat de cijfers zo goed mogelijk beschikbaar zijn.

[0:07:20] Er is een nieuwe reeks studies die gaat over bevolking 2050.

[0:07:25] Dat is een uitvloeisel eigenlijk uit het rapport van de staatscommissie.

[0:07:30] En daar is gevraagd om elke vijf jaar ook een hele goede monitor te hebben van hoe gaat het daar nou eigenlijk mee.

[0:07:36] Dat richt zich op die drie thema's.

[0:07:39] Hoe ziet de groei eruit?

[0:07:40] Een staat van demografie?

[0:07:41] Dat richt zich ook op de vergrijzingskant, maar ook op de kant van wat betekent het dat de bevolking steeds diverser wordt en dat er meer verschillende groepen in Nederland zijn.

[0:07:52] Onze specifieke instrumenten die we inzetten proberen we altijd te evalueren.

[0:07:57] We benutten zoveel mogelijk ervaringskennis van mensen die in de samenleving

[0:08:02] met die vraagstukken geconfronteerd wordt in hun eigen leven of als professional en daar hebben we een methode voor die heet evidence-based werken.

[0:08:11] Dus dat is een methode waarmee we aan het begin van elk traject vastleggen van wat zijn eigenlijk de vragen die we hiermee onderzoeken en die we willen beantwoorden en proberen dan al de kaders waaraan je aan het eind van het traject de evaluatie kunt inzetten om die daarmee vast te leggen.

[0:08:28] Dus die kennisbasis vinden we erg belangrijk en ik denk dat dat ook voor het gesprek met uw Kamer een belangrijk uitgangspunt is.

[0:08:37] En dan gaan we nu naar de verschillende onderdelen en we beginnen met het onderdeeltje inburgering en dan geef ik graag Chris aan het woord.

[0:08:46] Ja, dankjewel.

[0:08:49] Als we het over de inburging hebben, hebben we het in dit geval meestal over de wet inburging 2021.

[0:08:54] Dus ik zal in deze presentatie ook een korte toelichting geven op hoe die wet in elkaar zit en hoe het stelsel werkt en waarna mijn collega Birgit daar wat opvolging op zal geven.

[0:09:06] De wet inburging is in werking gegaan op 1 januari 2022, na een zorgvuldig proces van afstemming en ontwikkeling met maatschappelijke partners, met de uitvoerders en met uw Kamer.

[0:09:19] En het doel van die wet is om nieuwkomers zo snel mogelijk mee te laten doen, liefst via betaald werk.

[0:09:26] Dus die ziet u ook bovenaan.

[0:09:27] In de slide staat uiteindelijk het hoofddoel.

[0:09:29] En die wordt onderverdeeld in een drietal beleidsdoelen, die gelijkwaardig staan aan elkaar.

[0:09:35] En de eerste is

[0:09:36] dat inburgeringsplichtigen een voor hen zo hoog mogelijk taalniveau bereiken, waarbij we als doelstelling hebben B1.

[0:09:44] En B1 kun je vergelijken... Ze zeggen vaak dat het een soort zelfstandig gebruik is in alledaagse situaties.

[0:09:51] Het is te vergelijken met wat wij in vreemde talen, bijvoorbeeld Frans, doen op eindexamen HAVO.

[0:09:56] Dat is een beetje het niveau waar je aan moet denken met B1.

[0:10:01] Naast taal hebben we een stevige inzet op kennis van de Nederlandse maatschappij.

[0:10:06] Dus hoe werken de dingen hier in Nederland en wat vinden we daarin belangrijk?

[0:10:11] En wordt er vanaf het begin ingezet op gericht participeren naar vermogen.

[0:10:19] Dus we zetten in op participatie dan wel werk.

[0:10:24] En dat verdeelt zich weer onder, dan zitten we in de onderste regel, in een drietal uitgangspunten.

[0:10:31] Om die ook kort toe te lichten, beginnend met tijdigheid.

[0:10:35] Tijdigheid betekent dat we zo snel mogelijk, als iemand binnen is en een status heeft, dus weet dat hij mag blijven, beginnen met het onderwijs.

[0:10:43] En voor statushouders begint dat al op het AZC.

[0:10:46] Zetten we in op taalles voor kansrijke asielzoekers, hebben we meedoenbalies

[0:10:51] veel AZC's waar eigenlijk vraag en aanbod van vrijwilligerswerk bij elkaar komt, zodat mensen die eerste stappen kunnen zetten in hun participatie.

[0:11:00] Tweede doel is snelheid.

[0:11:02] Dat is gericht op eigenlijk het zo snel mogelijk afronden van je inburgering, maar in ieder geval binnen de termijn, en de termijn is drie jaar.

[0:11:10] Natuurlijk is het fijn als mensen sneller gaan, maar in ieder geval is het gericht op afronding binnen drie jaar.

[0:11:17] Derde doel is maatwerk.

[0:11:20] Het stelsel is gericht op eigenlijk kijken vanuit de startpositie van een statushouder en iemands ontwikkelvermogen.

[0:11:26] Wat kan iemand bereiken?

[0:11:28] Daar het zo goed mogelijk aanbod bij doen, zodat iemand met maatwerk zo ver mogelijk komt.

[0:11:35] Dat betekent dat we verschillende leerroutes hebben, kom ik zo meteen op, dus verschillend aanbod in lessen bijvoorbeeld, maar ook dat gemeenten een stevige rol hebben daarin.

[0:11:46] Als vierde dualiteit.

[0:11:49] Dat is een term die wij gebruiken om te zeggen, eigenlijk die combinatie tussen taal en werk.

[0:11:54] Om dat liefst zo gelijk op te laten gaan om zo goed mogelijk mee te kunnen doen aan de samenleving.

[0:12:02] En de laatste is kwaliteit.

[0:12:03] Die gaat er eigenlijk een beetje door natuurlijk om die andere vier doelen te kunnen bereiken.

[0:12:06] Heb je een kwalitatief hoogwaardig aanbod nodig?

[0:12:10] En in deze wet is ervoor gekozen om gemeenten dus in de regie te zetten

[0:12:14] bijvoorbeeld het aanbod in te kopen en ook met taalscholen te zorgen voor goede contractering en kwaliteit van het inburgingsaanbod.

[0:12:26] Dus zoals ik net al zei, de inburgingstermijn is drie jaar vanaf het opstellen van de PIP.

[0:12:32] Maar daar kom ik bij de volgende op.

[0:12:35] Mag ik één vraag stellen weer?

[0:12:38] Excuus.

[0:12:39] Het gaat alleen over asielzoekers die een status hebben gekregen.

[0:12:44] Die ga ik nu toelichten.

[0:12:47] Inderdaad, wij verdelen ze onder in drie groepen.

[0:12:51] De eerste is de groep die u noemt, dat zijn de asielzoekers, dat zijn migranten die hier komen met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.

[0:12:58] Daar vallen ook nareizigers onder, dus eigenlijk de groep die voor familie nakomt.

[0:13:04] Dat zijn de mensen die eigenlijk dus ook op het AZC starten.

[0:13:07] Daar al een eerst begin maken met vroege integratie en participatie, afkorting FRIP.

[0:13:13] Eigenlijk beginnen met taalparticipatie, die meedoen balies waar ik het net over had.

[0:13:17] En vanaf dat zij in de gemeente komen begint een stevig inburgingsaanbod.

[0:13:23] Dat is ongeveer 64% van de populatie op dit moment.

[0:13:27] Daarnaast heb je gezinsmigranten.

[0:13:29] Dat zijn mensen die naar Nederland komen voor een familielid.

[0:13:32] Een familielid wat een Nederlandse nationaliteit heeft.

[0:13:36] Dus ofwel een, wij noemen dat de referent, ofwel een Nederlandse liefde of natuurlijk iemand die genaturaliseerd is en daarna iemand overhaalt.

[0:13:44] Interessant is om op te merken dat gezinsmigranten net een andere route lopen.

[0:13:49] Dus gezinsmigranten doen in land van herkomst al een basisexamen buitenland.

[0:13:55] Dus die moeten daar al het taalniveau en ook wat kennis van de Nederlandse samenleving opdoen voordat zij naar Nederland komen.

[0:14:03] En zij staan onder minder strak regie van de gemeente.

[0:14:07] Dus zij betalen hun eigen inburgeringsaanbod en zijn ook vrij om hun eigen aanbod te kiezen.

[0:14:13] En als laatste, dat is een hele kleine groep, drie procent, dat noemen we overig, daar vallen bijvoorbeeld de geestelijke onder, dus de imams en de priesters die naar Nederland komen, maar ook andere mensen, een aantal kleine groepen die hier met een niet-tijdelijk verblijfsvergunning blijven.

[0:14:31] Dat betekent, wat valt er dan niet onder?

[0:14:32] Ik zie hier nog een verheldigde vraag van de heer Poon, PVV.

[0:14:35] Ja, die priesters en imams, doen die ook de voorinburging in het eigen land?

[0:14:39] Nee.

[0:14:41] Nee.

[0:14:48] Ja, ik denk het wel.

[0:14:56] Ja.

[0:14:56] Ja, inderdaad.

[0:14:57] Ja, die volgen hetzelfde regime als de extreemsmigranten.

[0:15:00] Ja, ze doen ook basisexamen buitenland.

[0:15:06] Dus wat valt er niet onder mensen die hier met een tijdelijke verblijfsvergunning komen of met een tijdelijk doel komen, dus arbeidsmigranten, studenten, experts,

[0:15:14] Maar ook de Oekraïners en iedereen die jonger is dan zestien of ouder is dan de pensioengerechtigde leeftijd.

[0:15:22] Daar leggen we geen inburgingsplicht meer op.

[0:15:25] Wat betekent dat?

[0:15:26] In totaal ruim 130.000 mensen op dit moment.

[0:15:30] En we delen het vaak op in cohorten.

[0:15:33] Dus elk jaar heeft een cohort van mensen die in de inburgingsplicht zit.

[0:15:37] En als je kijkt naar het eerste cohort, dus uit 2010,

[0:15:40] dan is 41 procent daar op dit moment van uitgestroomd.

[0:15:44] En uitgestroomd betekent natuurlijk dat je ofwel gewoon je examen hebt gehaald of dat die om bepaalde reden is vervallen, dan wel is ontheven.

[0:15:50] Bijvoorbeeld als mensen al een opleiding doen aan een mbo-instelling of een hbo-instelling, dan word je ontheven van de inburgingsplicht.

[0:16:02] En van deze groep is 23 procent op dit moment een verlenging gekregen van de inburgingsplicht,

[0:16:09] vanwege een reden die hun zelf niet is aan te rekenen, zij de inburgeringstermijn niet hebben gehaald.

[0:16:16] 23?

[0:16:24] 23, ja.

[0:16:24] Dan een schematisch overzicht van hoe het stelsel eruit ziet en dit is dus voor de statushouden.

[0:16:28] Dus zoals ik al zei, de gezinsmigranten die lopen voor een deel hetzelfde route maar hebben dus die wet inburgering buitenland aan de voorkant en hebben een iets minder strakke begeleiding door de gemeente.

[0:16:37] en betalen zelf, maar ik focus even op de statushouders.

[0:16:42] Op het moment dat zij uit het AZC komen, komen zij bij de gemeente terecht en de gemeente nodigt ze uit voor een brede intake.

[0:16:52] Dan wordt eigenlijk breed in kaart gebracht wat is de situatie van deze statushouder, wat is zijn leerpotentieel, wordt er een leerbaarheidstoets afgenomen waarmee dat

[0:17:00] volgens objectieve standaarden wordt vastgelegd en wordt eigenlijk gekeken welk aanbod past bij jou, wat is een goede weging, welke participatie ga je doen.

[0:17:09] En dat wordt allemaal vastgelegd in de PIP, de Plan Inburgering en Participatie.

[0:17:15] En dat is een beschikking, dus op het moment dat het daar niet aan voldaan wordt, dan heeft de gemeente daar handhavingsinstrumenten voor.

[0:17:22] Maar daarmee weet de inburger ook, oké, dit is wat ik de komende drie jaar te doen heb, dus dat is het moment ook dat die driejaarstermijn gaat starten.

[0:17:29] En dan heb je op hoofdlijn drie routes.

[0:17:32] Als eerste de B1-route.

[0:17:38] Dat is een route voor het grootste deel van de mensen... Sorry, ik heb een kriebel in mijn keel.

[0:17:48] Dat is gericht op mensen die in die drie jaar... Sorry, die kriebel zit er nog steeds.

[0:17:53] ...die in die drie jaar A2 of B1 gaan halen.

[0:17:57] Maar het streven is B1 en er ligt geen participatieve verplichting op, maar gemeenten worden wel sterk aangespoord om deze mensen ook te laten participeren via vrijwilligerswerk.

[0:18:09] Of iets dergelijks, die sluit je uiteindelijk af met een examen.

[0:18:12] Dat examen is natuurlijk het streven B1, maar kan ook in sommige gevallen op B2, als het hoger kan, worden afgelegd of na aanzienlijke inspanning afschalen naar A2.

[0:18:25] Dat is 96% van de inburgers, dus totaal van gezinsmigranten en asielstaatshouders doet deze route.

[0:18:35] Dan heb je de onderwijsroute.

[0:18:36] Daar zitten met name jongeren in, want dat is eigenlijk gericht op mensen die in staat zijn om als zij het Nederlands bijspijkeren en een aantal wat we dan noemen deficiënte vakken, dus vakken waarin ze misschien nog wat kennis tekort komen, zouden kunnen instromen in een mbo, hbo of een universitaire opleiding.

[0:18:52] Dus in de praktijk zitten daar veel al jongeren bij.

[0:18:54] Dat is een voltijds opleiding die vaak ook na anderhalf jaar afgerond is.

[0:19:00] Dus daar zit echt een behoorlijke

[0:19:02] compacte inspanning in.

[0:19:07] Dat is eigenlijk duaal in zichzelf, omdat je op die onderwijsinstelling zit.

[0:19:13] En op dit moment volgt 6% actief deze route.

[0:19:17] Dat is een iets vertekend laag percentage, omdat het dus een kortere route is.

[0:19:21] Maar formeel is het 6% van de inburgers op dit moment bezig met de route.

[0:19:26] En dan heb je de zelfredzaamheidsroute, de Z-route.

[0:19:29] Ik zie nog een verelderende vraag vanuit de heer Van den Brink.

[0:19:31] Ja, want net was het 96% plus 6, dan zitten we op 102.

[0:19:36] Hoe kan dat?

[0:19:36] 69.

[0:19:37] 69?

[0:19:38] Oké, excuus.

[0:19:45] Dan hebben we de zelfredzaamheidsroute.

[0:19:48] Die is met name gericht op activering, participatie van mensen waarvan de verwachting is op basis van leerbaarheidstoets en de inschatting van de gemeente dat ze dus niet op A2-niveau komen.

[0:20:01] Er zit dus een duidelijke urenverplichting aan.

[0:20:02] Dus je moet 800 uur taalonderwijs volgen, je moet 800 uur participeren.

[0:20:06] Vaak is dat taalonderwijs nog gericht op alfabetisering.

[0:20:10] en is het de bedoeling dat deze mensen eigenlijk naar hun eigen vermogen zo ver mogelijk komen in die uren.

[0:20:16] In sommige gevallen is dat A1, in sommige gevallen is het alfabetisering.

[0:20:22] En die 800 uur participatie die moet plaatsvinden in een Nederlandstalige context en niet in isolement.

[0:20:30] Dus er zitten bepaalde vereisten aan en de gemeente kan vervolgens in zijn eigen context kijken wat zijn passende activiteiten voor de inburger om te verrichten.

[0:20:40] En dat is ongeveer 25 procent van de mensen die deze route volgt.

[0:20:47] Naast het taal- en participatieaanbod besteden we ook aandacht aan eigenlijk wat wij in Nederland belangrijke waarden, sociale regels, grondrechten vinden.

[0:20:57] Kennis van de Nederlandse samenleving wordt onderwezen in de verschillende leerroutes.

[0:21:04] En mensen moeten verklaren dat ze actief deel gaan nemen aan de Nederlandse samenleving.

[0:21:09] Verder worden natuurlijk mensen begeleid voor arbeidsmarktparticipatie, leren zij over financiën en financiële zelfredzaamheid en worden zij wegwijsgemaakt in de gemeente als onderdeel van de inburging.

[0:21:24] verklaren dat ze actief deel gaan nemen, wat verklaren ze dan?

[0:21:28] Het participatieverklaringstraject bestaat uit een stukje onderwijs en een stukje deelname en uiteindelijk onderteken je echt de participatieverklaring waarin je dus verklaart dat je actief deel zal nemen aan de Nederlandse samenleving.

[0:21:54] Dan pak ik hem over voor het leuke stuk.

[0:21:58] Kost natuurlijk allemaal ook geld.

[0:22:01] Er zijn vier grote grote geldstromen... Mevrouw, uw mic kan uw naam helaas niet heel goed lezen, maar uw microfoon staat nog aan.

[0:22:07] Dit is beter voor de opname ook thuis.

[0:22:09] Dank u. Er zijn vier grote geldstromen in de inburgering.

[0:22:13] Twee daarvan gaan naar gemeenten, die natuurlijk een belangrijke rol hebben.

[0:22:17] Eén naar COA en één naar DUO.

[0:22:21] De eerste geldstroom naar gemeenten gaat via het gemeentefonds.

[0:22:23] Er zit structureel 81 miljoen in voor de uitvoeringskosten.

[0:22:28] Die wordt uitgekeerd via de algemene uitkering in het gemeentefonds dus.

[0:22:34] Die is voor de taken die binnen de regierol passen.

[0:22:36] Dus het afnemen van de brede intake, het voeren van voortgangsgesprekken, handhaving, beleid en inkoop.

[0:22:43] Dat zijn alle onderdelen waar de gemeenten veel beleidsvrijheid hebben over hoe ze het inrichten.

[0:22:49] De tweede belangrijke geldstroom is de specifieke uitkering inburgingsvoorzieningen.

[0:22:54] Dat is een specifieke uitkering die gemeenten krijgen om trajecten in te kopen voor de inburgeraars.

[0:23:01] Dat is de inkoop van de leerroutes, waar Chris het net over had, de MAP, de Module Arbeidsmarkt en Participatie, de participatieverklaring en een stukje tolkenkosten zitten daarin.

[0:23:12] De keuze is gemaakt om die twee verschillende geldstromen te doen, omdat, zoals ik zei, bij de uitvoeringskosten zit er zekere mate van beleidsvrijheid voor gemeenten.

[0:23:21] Daar zit dus ook geen verantwoordingsverplichting op.

[0:23:25] Op de spuk zit een flinke verantwoordingsverplichting en daarvan weet je dan dus ook zeker dat de middelen die je als rijk uitkeert, dat die daadwerkelijk gaan.

[0:23:32] naar de inkoop van inburgingstrajecten en dus naar de inburgeraar.

[0:23:37] Het belangrijkste deel van die 289 miljoen gaat naar de leerroutes voor de statushouders.

[0:23:44] Dan hebben we nog een derde geldstroom.

[0:23:48] Die gaat naar het COA voor de VRIP en de voorinburgering, dus alle taalactiviteiten die op het AZC plaatsvinden.

[0:23:56] En DUO voert een aantal taken uit, zoals het opleggen van de inburgingsplicht, een stuk handhavingen,

[0:24:02] en de leningen voor gezinsmigranten zitten hier ook in.

[0:24:08] Dat betekent dat eigenlijk de meeste middelen op artikel 13 gaan naar inburging.

[0:24:17] Dan is het stelsel opgebouwd als wat we een lerend adaptief stelsel noemen.

[0:24:26] Dat betekent eigenlijk dat we heel veel samenwerking hebben met uitvoeringspartners over hoe werkt het nou in de praktijk, lukt het om de wet uit te voeren zoals die bedoeld is of zoals die opgeschreven is en waar kunnen we verbeteringen aanbrengen, ofwel in de uitvoering ofwel in de wet- en regelgeving.

[0:24:43] Een onderdeel daarvan is een best wel ambitieus monitoring- en evaluatieplan met heel veel deelonderzoeken.

[0:24:51] En eigenlijk vorige week is een heel belangrijk onderzoek daarin opgeleverd.

[0:24:56] Dat is de tussenevaluatie die vorig jaar is uitgevoerd.

[0:24:59] Het is een synthesestudie van eigenlijk alle deelonderzoeken die in dat monitoring- en evaluatieplan zitten.

[0:25:05] En die geeft een eerste beeld van de werking van de wet.

[0:25:09] In 2027 volgt de wetse evaluatie

[0:25:13] die echt wat meer zou kijken naar het doelbereik en de doelmatigheid van de wet.

[0:25:19] Daarnaast, u ook vast niet ontgaan, heeft de Algemene Rekenkamer vorige week een onderzoek gepubliceerd naar met name de arbeidsparticipatie van statushouders onder de wet inburgering en de uitvoering van de wet.

[0:25:35] Wat we zien in beide onderzoeken is dat ze eigenlijk allebei zeggen het is nog wel heel vroeg om echt al conclusies te trekken.

[0:25:43] De eerste inburgeraars, op het moment dat de onderzoeken uit werden gevoerd, stroomden pas net een beetje uit uit het stelsel.

[0:25:52] Dus ze zijn allebei best voorzichtig met het trekken van hele grote conclusies.

[0:25:58] En de Rekenkamer noemde de wet wel een verbetering ten opzichte van de WII 2013.

[0:26:04] Maar er zaten natuurlijk ook flinke aandachtspunten in beide onderzoeken.

[0:26:10] Twee punten die ik hier even uitlicht, die overeenkwamen, waren de tijdigheid en de dualiteit.

[0:26:15] En bij de tussenevaluatie zat een betaalbaarheidsonderzoek voor gemeenten waar de betaalbaarheid wel als een belangrijk aandachtspunt naar voren kwam.

[0:26:25] Om te beginnen bij die laatste... Nou, betaalbaarheid.

[0:26:30] De conclusie van het betaalbaarheidsonderzoek is dat er met name op de uitvoeringskosten een flink tekort zit voor gemeenten, van tussen de 65 tot 80 miljoen op wat er nu in het gemeentefonds zit, gebaseerd op de activiteiten van gemeenten in 2024.

[0:26:48] Dat heeft deels te maken met hogere volumes, er zaten meer mensen in het stelsel dan vooraf geraamd, maar deels ook omdat bepaalde taken meer tijd kosten dan vooraf ingeschat.

[0:26:59] Er gaat bijvoorbeeld best wel veel tijd zitten in afstemming met taalaanbieders om voortgangsgesprekken te kunnen voeren.

[0:27:07] Ja, dat is het belangrijkste eigenlijk.

[0:27:10] En daarnaast zien we dat kleinere gemeenten grotere tekorten hebben dan grote gemeenten die wat schaal voordelen hebben.

[0:27:18] Daarnaast geeft het betaalbaarheidsonderzoek aan dat op de spuk er nu voldoende middelen zijn, maar dat gemeenten en taalanbieders aangeven dat dat de komende jaren onder druk zou kunnen komen te staan door stijgende salariskosten van personeel, verzuim en langere trajecten dan vooraf voorzien.

[0:27:39] Dan als we kijken naar de twee andere aandachtspunten die ze hebben genoemd.

[0:27:44] Het zijn twee van de subdoelen die Chris net heeft uitgelegd.

[0:27:47] Tijdigheid, het gaat over de snelheid waarmee mensen kunnen beginnen met de inburgering.

[0:27:53] Enerzijds waren er wat invoeringsproblemen bij de start van de wet, waardoor het wat langer duurde voordat de inburgeringsplicht goed werd opgelegd.

[0:28:01] Anderzijds heeft de situatie in de opvang, de lange wachttijden die er zitten tussen opvang en huisvesting, en een toch wat langer intakeproces tot gevolg dat het voor asielstatushouders tot een jaar kan duren voordat zij daadwerkelijk kunnen starten met hun inburgingslessen nadat de plicht is opgelegd.

[0:28:21] En voor gezinsmigranten geldt het dat het soms meer dan een half jaar duurt voordat ze kunnen starten.

[0:28:29] De heer Boonen.

[0:28:30] Dus ze kunnen niet dan deelnemen aan die, wat in de COA georganiseerd wordt, die voor-inburgering, voordat die PIP is?

[0:28:35] Ze kunnen daar wel aan deelnemen.

[0:28:37] Dat hebben ze dan soms ook wel of soms niet gedaan.

[0:28:40] Dat verschilt ook een beetje per persoon.

[0:28:46] Maar het gaat hier echt over de start van het formele inburgeringstraject, dus de leerroutes.

[0:28:53] Dat zagen we dus ook net in het uitstroomcijfer wat Chris presenteerde van die 41%.

[0:28:58] Daar zit voor een deel dus die tijdigheid in.

[0:29:00] Mensen zijn gewoon later gestart.

[0:29:02] Dus dan stromen ze ook later uit.

[0:29:05] En daarnaast dualiteit.

[0:29:07] Dat gaat dus over de combineren van werken met inburgeren samen.

[0:29:11] We zien dat gemeenten daar serieuze inspanningen op leveren.

[0:29:14] Dat is tegen een aantal praktische problemen aanlopen.

[0:29:18] Dat kan capaciteitsgebrek zijn om het te organiseren, maar ook een tekort aan geschikte werkplekken bij werkgevers.

[0:29:25] Inburgeraars geven aan dat ze het best lastig vinden om de taalleren en het werken te combineren met praktische obstakels, zoals het afstemmen van werktijden en lestijden.

[0:29:35] of het combineren van werktaal en zorg.

[0:29:40] En wat we in de tussenevaluatie zagen is dat na vestiging in de gemeente 27% van de asielstatushouders en 59% van de gezinsmigranten heeft gewerkt in 2024.

[0:29:50] En mijn collega kan je straks meer vertellen over de positie van statushouders op de arbeidsmarkt.

[0:30:04] Dank je wel, Birgit.

[0:30:05] Ik kom zo inderdaad op via, maar ik wil jullie graag in ieder geval denkbeeldig terugnemen naar het plaatje dat Arjan in het begin heeft laten zien, namelijk van die super diverse samenleving.

[0:30:23] Die samenleving die... Nog eentje terug, alsjeblieft.

[0:30:28] De volgende.

[0:30:31] Die samenleving is niet alleen maar gescheiden naar herkomst, wat in dat plaatje zichtbaar was, maar er zijn meerdere scheidslijnen en de Staatscommissie voor Demografische Ontwikkelingen heeft er een viertal uitgelicht en daarbij zelfs aangegeven dat eigenlijk opleidingsniveau wellicht de belangrijkste is.

[0:30:46] In ieder geval zijn het allemaal scheidslijnen die ook allemaal door elkaar heen lopen.

[0:30:51] Ook heeft de Staatscommissie voor Demografische Ontwikkelingen aangegeven van het zou heel erg goed zijn om te komen tot beleid voor samenleving.

[0:30:59] Omdat een verbonden samenleving, waar scheidsheiders geen rol spelen, sterker is.

[0:31:05] En bovendien blijkt ook uit heel veel scp-onderzoek er onder Nederlanders een groot sociaal verlangen is.

[0:31:11] Er is een wens tot verbinding en een wens om uit de eigen dubbel te komen.

[0:31:17] Daarom hebben we beleid om op lokaal niveau ontmoetingen te stimuleren.

[0:31:22] Maar om het mogelijk te maken dat echt iedereen meedoet.

[0:31:25] zichzelf kan zijn en talenten kan ontplooien, hebben we ook beleid voor zelfbeschikking, tegen discriminatie en voor gelijkwaardigde kansen op de arbeidsmarkt.

[0:31:35] Er kunnen namelijk belemmeringen zijn om voluit deel te nemen aan de samenleving vanuit de eigen gemeenschap.

[0:31:41] Dan heb ik het bijvoorbeeld over... Dan heb ik het met name over zelfbeschikking, waarbij in het uiterste geval ook sprake kan zijn van schadelijke praktijken.

[0:31:49] Ik heb het over belemmeringen vanuit de samenleving, dat is discriminatie bijvoorbeeld.

[0:31:53] Maar er kunnen ook belimmeringen zijn in de persoon zelf, bijvoorbeeld een nieuwkomer die nog onvoldoende de taal spreekt of de werkcultuur niet kent en daarom niet goed mee kan doen.

[0:32:04] Bij zelfbestikking gaat het vooral om het veranderen van ideeën in gesloten gemeenschappen zelf, met voortrekkers vanuit diezelfde gemeenschappen.

[0:32:13] Het gaat om het sterker maken van vrouwen.

[0:32:18] En we gaan ons ook meer richten op de preventie van schadelijke praktijken.

[0:32:22] Schadelijke praktijken in deze context zijn hele extreme zaken als bijvoorbeeld genitale verminking of eergerelateerd geweld.

[0:32:33] Dit gaan we doen door training van professionals in het sociaal domein en bijvoorbeeld dan bij inburgering of in de jeugdzorg om mensen erin te trainen signalen te herkennen, maar dan ook te weten hoe te handelen.

[0:32:50] En verder gaan we een campagne op Schiphol starten om mogelijke slachtoffers een uitweg te bieden voordat ze op het vliegtuig stappen.

[0:32:59] Ik vind het wel goed om hierbij te zeggen dat we een schakel zijn en een keten.

[0:33:02] We zijn de preventieve schakelende keten waarbij we altijd dingen samen met anderen doen en ook altijd strafrecht het ultieme remedium is.

[0:33:11] En dat geldt overigens ook voor het onderwerp discriminatie waar ik nu op ga komen.

[0:33:17] Over discriminatie weten we dat als je elkaar tegenkomt en bijvoorbeeld door inleving en empathie, door het stellen van een sociale norm, door bewustwording, vooral als het gekoppeld is aan objectieve procedures, discriminatie echt minder wordt.

[0:33:33] De meeste mensen willen helemaal niet discrimineren als ze weten hoe het werkt.

[0:33:38] Deze praktische kennis, maar bijvoorbeeld ook over omstanderinterventies, brengen we in het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme.

[0:33:45] Een ander programma als Ons Voetbal is van iedereen.

[0:33:50] We willen heel graag dat iedereen deze praktische kennis toe kan passen.

[0:33:56] Soms kan het zo zijn dat specifieke discriminatiegronden ook vragen om een specifieke aanpak.

[0:34:00] Dan kun je bijvoorbeeld denken aan speciale triggerfactoren.

[0:34:04] Bijvoorbeeld voetbal is een triggerfactor voor antisemitisme.

[0:34:08] Dus het is goed om daar bij voetbal op aan te grijpen.

[0:34:12] Er kan ook een bijzondere geschiedenis van de slavernijverleden aan de orde zijn.

[0:34:15] die een andere aanpak vraagt.

[0:34:17] Een ander recent voorbeeld is de opvolging van Nationaal Onderzoek Moslims en Discriminatie.

[0:34:22] Nu ga ik de overgang maken naar NAVIA, samenwerkingsverband met ruim twintig maatschappelijke stakeholders, waaronder werkgevers, gemeenten en allerlei partijen die een rol kunnen spelen bij het totstand brengen van een inclusieve arbeidsmarkt.

[0:34:39] Een sleutelrol ligt daarbij werkgevers.

[0:34:43] Belangrijker focus ligt op werkgevers,

[0:34:45] Ja, ook op de arbeidsmarkt komt discriminatie voor.

[0:34:52] Dit onderzoek met deze fictieve mevrouw maakt dat op pijnlijke wijze duidelijk.

[0:34:58] Op basis van je naam of een hoofddoek heb je een kleinere kans op een sollicitatie.

[0:35:04] Tegelijkertijd... de meeste werkgevers zijn van goede wil.

[0:35:10] Als wij werkgevers vragen... willen jullie meedoen met objectieve werving en selectie, dan zegt meer dan 70 procent ja, dat willen we.

[0:35:21] Objectieve werving en selectie is een hele goede manier om de invloed van onbewuste vooroordelen van de klik te verminderen.

[0:35:28] Maar er zijn ook nog meer instrumenten.

[0:35:30] Hier zijn dus echt nog wel kansen.

[0:35:34] En die kansen, dat geldt ook voor nieuwkomers.

[0:35:37] Dit is een kansrijke groep.

[0:35:40] Er is geen hard beeld bij het opleidingsniveau, maar als je het nieuwkomer zelf vraagt, en hier gaat het dan bijvoorbeeld over een cohort van Syriërs, maar ook als je het COA vraagt, dan blijkt er gewoon potentie te zijn.

[0:35:57] Als je dan kijkt naar de verschillende cohorten van statushouders in de loop van de tijd, dan zie je dat ze in elke fase werken en ook steeds meer gaan werken.

[0:36:11] En bovendien is het zo dat nieuwkomers, en dan heb ik het in het bijzonder over asielzoekers, sinds de afschaffing van de 24-weken-eis steeds meer te werkstellingsvergunningen daarvoor worden aangevraagd en ook worden toegekend.

[0:36:24] Dus ja, er is wel echt een wens om te werken.

[0:36:26] Ja, en toch komt dat nog onvoldoende van de grond.

[0:36:29] De heer Born.

[0:36:30] Werk, wordt dat beschouwd vanaf één uur per week?

[0:36:33] Sorry?

[0:36:34] Werk, wordt dat beschouwd als je vanaf één uur per week werkt, betaald werk hebt, is het dan al werk?

[0:36:40] Ik kan er geen antwoord op geven, eerlijk gezegd.

[0:36:44] Dat moet ik echt nazoeken.

[0:36:45] Ik kan me tegelijkertijd niet voorstellen dat een werkgever het de moeite waard vindt om een werkstellingsvergunning aan te vragen voor zo'n kleine omvang.

[0:36:52] Maar ik ben nu aan het speculeren hierover, dus dat kan ik misschien beter niet doen.

[0:37:00] Nou, er zijn dus kansen die nog niet verzilverd worden.

[0:37:03] Het komt echt nog onvoldoende van de grond.

[0:37:07] En daarom zetten we in

[0:37:08] Bijvoorbeeld samen met gemeentes om te kijken hoe we toch asielzoekers eerder aan het werk kunnen krijgen, hoe we dualiteit, waar het net al over ging, werken en inburgering, bijvoorbeeld door startbanen, beter van de grond kunnen laten komen, hoe we door werken en leren te combineren op niveau kunnen komen, hoe meer vrouwen aan de slag kunnen en hoe we ook meer goedwillende werkgevers kunnen ondersteunen.

[0:37:32] En wij denken dat het op die manier echt beter kan worden.

[0:37:36] Dank je wel.

[0:37:43] Dank u wel.

[0:37:45] Nu is het mijn beurt.

[0:37:49] Goed, gaat lukken.

[0:37:52] De weerbare samenleving, dat is de afdeling waar wij ons mee bezig houden.

[0:37:56] En dat heeft ook te maken met de opgaven die wij voor ons zien.

[0:38:00] In een diverse samenleving zie je heel vaak dat heel veel dingen ook gewoon goed gaan.

[0:38:04] Maar in sommige gevallen zien we ook ontwikkelingen gaan die ook wel leiden tot spanningen in onze samenleving.

[0:38:10] En dat is ook het terrein waar wij ons in bevinden.

[0:38:15] In een diverse samenleving zie je een diversiteit aan waardoriëntaties en ideologieën en ontwikkelingen en invloeden vanuit het binnenland, maar ook vanuit het buitenland, die kunnen leiden tot spanningen in onze samenleving.

[0:38:26] Een zekere mate van sociale spanningen is niet per definitie problematisch.

[0:38:31] Sterker nog, het kan ook leiden tot vooruitgang.

[0:38:34] Maar sociale spanningen worden problematisch wanneer deze escaleren en leiden tot vijandigheid en onveilige situaties.

[0:38:41] En deze dynamieken ondermijnen de sociale stabiliteit ook van onze samenleving.

[0:38:48] Uit onderzoek wat we hebben laten uitvoeren blijkt dat in een diverse samenleving drie onderling samenhangende fenomenen ontwrichtend zijn voor de sociale stabiliteit.

[0:38:58] Dat is ongewenste polarisatie, al dan niet als oorzaak van het binnenland dan wel vanuit het buitenland.

[0:39:04] Denk aan statelijke actoren.

[0:39:06] Twee radicalisering en extremisme en marginalisatie.

[0:39:10] Deze fenomenen versterken elkaar en kunnen elkaar ook versnellen.

[0:39:14] De opgave die dan ook voor ons ligt is het bevorderen

[0:39:17] en behouden van de sociale stabiliteit van onze samenleving.

[0:39:21] En dat doen wij door middel van het versterken van veerkracht en weerbaarheid in en van onze samenleving.

[0:39:28] En de reden hiervoor is dat veerkrachtige mensen en gemeenschappen beter in staat zijn om spanningen te hanteren, verschillen te overbruggen en ontwrichtende invloeden ook te weerstaan.

[0:39:41] Het vermogen van mensen om beschermende hulpbronnen aan te spreken bepaalt in grote mate hun veerkracht.

[0:39:47] Deze kunnen psychologisch, sociaal, cultureel en materieel van aard zijn.

[0:39:53] En bijzonder aandacht hebben we ook voor mensen in kwetsbare omgevingen met beperkte hulpbronnen.

[0:39:59] Voorbeelden van versterkende hulpbronnen zijn burgerschap, digitale weerbaarheid en een dialoog.

[0:40:07] Voorbeeld, burgerschap versterkt democratische weerbaarheid, gedeelde waarden en normen in een pluriforme samenleving en handelingsperspectief.

[0:40:16] was ook hard nodig in onze pluriforme samenleving.

[0:40:19] Digitale weerbaarheid verkleint de kwetsbaarheid voor desinformatie.

[0:40:24] En daarmee bent ook gelijk weerbaar tegen online polarisatie en radicalisering.

[0:40:29] En de dialoog versterkt verbinding en sociale cohesie en het omgaan ook met spanningen.

[0:40:38] Wat is dan onze werkwijze?

[0:40:40] Eén, we signaleren trends van maatschappelijke spanningen.

[0:40:43] Daar zal mijn collega Maarten van Boekel u zometeen iets meer over vertellen.

[0:40:47] Twee, we proberen te begrijpen wat de onderliggende mechanismen zijn.

[0:40:52] Drie, we proberen dan ook de hulpbronnen te identificeren die ook beschermend werken op verschillende niveaus.

[0:40:58] Micro, meso en macro.

[0:41:00] Vanaf daaruit proberen we ook na te denken over interventies met gemeenschappen en maatschappelijke organisaties wat we kunnen ontwikkelen en ook inzetten.

[0:41:09] Daarvoor gebruiken we ook verschillende instrumenten als onderzoek, financiering van pilots door middel van decentrale uitkeringen bijvoorbeeld voor gemeenten, ook de spruk als het gaat over specifieke uitkeringen, kennisdeling wat we bevorderen tussen gemeenten ook en bewustwordingscampagnes waar we ook over aan nadenken, die we ook inzetten als instrument.

[0:41:29] Dat zijn een aantal voorbeelden van instrumenten die we dan ook inzetten om die weerbaarheid in onze samenleving te vergroten.

[0:41:36] en continu, wat ons werkwijze is, dat het continu evalueren van de instrumenten en ook bijsturen daar waar nodig.

[0:41:47] De afgelopen jaren hebben de actieagenten integratie en openvrije samenleving en dat heeft geleid dat wij op een aantal onderwerpen zijn gaan intensiveren.

[0:41:55] De aanpak op het gebied van preventie radicaliseren en extremisme, aanpak op het gebied van polarisatie en maatschappelijke spanningen en de aanpak op het gebied van weerbaarheid vergroten tegen ongewenste buitenlandse inmenging.

[0:42:06] Overige thema's waar we ook aandacht voor hebben is het thema problematisch gedrag, de imamopleiding en ook de versterkte gebetsoproep.

[0:42:17] Daarnaast is wat heel actueel is zijn ontwikkelingen ook rondom maatschappelijke weerbaarheid tegen hybride en militaire dreigingen.

[0:42:23] Daar is vanuit het Rijk ook een aantal brieven met de Kamer gedeeld.

[0:42:27] Daar nemen wij als SNTW ook deel aan.

[0:42:31] Want hybride en militaire dreigingen raken niet alleen de veiligheid, maar ook de sociale stabiliteit van onze samenleving.

[0:42:38] Daarom ontwikkelen wij samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties weerbeheidswerkplaatsen op lokaal en regionaal niveau.

[0:42:45] En de functie van is in veredenstijd dat we daarmee de sociale samenhang versterken en ook handelingsperspectief.

[0:42:51] En in tijden van crisis of dreiging borgen wij de continuïteit, vertrouwen en ook de sociale stabiliteit.

[0:42:57] Dit doen we vanuit het Rijk door capaciteit beschikbaar te stellen aan gemeenten die deelnemen aan pilots en tegelijkertijd middelen beschikbaar stellen aan lokale maatschappelijke initiatieven door middel van een fonds die we daarvoor beschikbaar stellen.

[0:43:11] Op deze manier sluiten we ook aan bij de rijksbrede aanpak op het gebied van maatschappelijke weerbaarheid en de noodsteunpunten die daar ook voor worden ingericht.

[0:43:22] En dan kan ik nu het woord geven aan mijn collega Maarten van Bekom.

[0:43:29] Ik ga wat vertellen over de expertise unit sociale stabiliteit.

[0:43:34] Dat is een afdeling die het doel heeft om de sociale stabiliteit te versterken.

[0:43:38] Dus ik specifiek richt op maatschappelijke spanningen, polarisatie, radicalisering en ondermijnen criminaliteit.

[0:43:44] Dat doen we wel vanuit het preventieperspectief, dus we zitten ook echt aan de voorkant.

[0:43:49] Op het moment dat spanningen dusdanig zich ontwikkelen, dat het echt veiligheidsvraagstukken zijn, dan is het ook van de veiligheidspartners.

[0:43:56] We zitten echt aan de voorkant om te kijken van hoe kun je spanningen bijvoorbeeld voorkomen en hoe kun je daarmee omgaan.

[0:44:01] En sociale stabiliteit is ook iets wat je als overheid niet alleen kan.

[0:44:05] Daar heb je eigenlijk iedereen in de samenleving voor nodig.

[0:44:08] Gemeenten, maatschappelijke organisaties.

[0:44:10] gemeenschappen, groepen burgers.

[0:44:13] Dus daarin is het belangrijk om met elkaar samen te werken en tegelijkertijd zien we ook dat er veel handelingsverlegenheid is.

[0:44:19] Dus hoe zet je nou eigenlijk een netwerk op als gemeente?

[0:44:22] Hoe ga je om met polarisatie en hoe voer je een constructieve dialoog?

[0:44:28] En daar zetten wij ons dan ook voor in.

[0:44:30] We zijn geen beleidsafdeling.

[0:44:33] Wij versterken en verrijken eigenlijk beleidsteams door in verbinding te staan.

[0:44:38] Dus bewegen ons eigenlijk tussen de overheid en de samenleving, tussen straat en staat.

[0:44:44] Wat zijn dan onze kernfuncties?

[0:44:45] Allereerst signaleren wat er speelt binnen de samenleving.

[0:44:49] Het kan gaan over zorgen en knelpunten die er worden ervaren, die mogelijk kunnen leiden tot dat het onderling vertrouwen tussen groepen burgers of tussen groepen burgers en de overheid minder wordt.

[0:45:00] En wij halen eigenlijk die beelden op.

[0:45:03] Nou, dat kunnen best wel intense gesprekken zijn, omdat mensen ook zich niet meer betrokken voelen tot de samenleving of zich niet volwaardig onderdeel voelen van de samenleving.

[0:45:12] En het is niet dat we gelijk zeggen, nou, dat leidt tot spanningen en polarisatie, maar het is wel belangrijk om daar zicht op te hebben, omdat het wel gaat over voedingsbodems om zicht op te houden.

[0:45:21] Nou, waar gaat het dan bijvoorbeeld om?

[0:45:23] Dat kan bijvoorbeeld gaan over de oorlog in het Midden-Oosten, die veel impact heeft gehad op de samenleving en nog steeds heeft.

[0:45:30] maar ook de komst van een AZC, waar gemeenten ook worstelen met hoe gaan we dit vraagstuk ook met de burgers in de gemeente bespreken.

[0:45:39] Het kan bijvoorbeeld gaan over gemeenten die aangeven van we maken ons zorgen bijvoorbeeld over radicaliserende jongeren.

[0:45:46] Die signalen die agenderen en adresseren we ook binnen het Rijk en binnen gemeenten.

[0:45:54] Zo snel ben ik nog niet.

[0:45:57] De tweede kernfunctie is netwerken.

[0:45:59] Om goed te kunnen signaleren en te weten wat er speelt in de samenleving moet je ook een groot netwerk hebben.

[0:46:04] Dat hebben wij en dat varieert van jongerenwerkers tot burgemeesters, maatschappelijke organisaties, maar ook personen binnen diverse gemeenschappen.

[0:46:12] En we brengen die groepen ook bij elkaar om met elkaar te kijken van hoe kunnen we bepaalde vraagstukken oplossen.

[0:46:19] Ik ben ook de afgelopen jaren enorm onder de indruk geraakt van hoeveel kracht en energie er eigenlijk in de samenleving zit.

[0:46:24] Het is belangrijk om die ook aan te spreken.

[0:46:27] Dat doen we bijvoorbeeld op de ondermijnende criminaliteit waarbij we gemeenten en groepen burgers en gemeenschappen binnen wijken eigenlijk aan elkaar verbinden en met elkaar laten samenwerken op het voorkomen eigenlijk dat jongeren afgeleiden in de ondermijnende criminaliteit.

[0:46:41] Het zijn hele mooie samenwerkingen en wat Youssef net ook vertelde over maatschappelijke weerbaarheid.

[0:46:47] Een heleboel energie is gericht op dit moment natuurlijk op de crisis situaties.

[0:46:52] Maar wat ook een belangrijk onderdeel is van maatschappelijke weerbaarheid is sociale cohesie.

[0:46:56] En dat betekent eigenlijk dat je nu moet investeren om op het moment van crisis daar ook goed dat te kunnen benutten.

[0:47:03] Ik zie een vraag van de heer Bob.

[0:47:04] Ja, ik wil een duidelijke vraag stellen.

[0:47:05] Is dit jaar in nieuws geweest, de campagne voor groepsdruk bij mannen op het platteland, valt die ook onder deze, onder uw richting of is dit een heel ander domein?

[0:47:15] Ja, dat is een ander domein.

[0:47:19] En de laatste kernfunctie is kennisversterking.

[0:47:22] Dus ik had het er straks al even over handelings,

[0:47:26] verlegenheid.

[0:47:27] Dus wat we doen is ook handreikingen opstellen, facties opstellen eigenlijk voor gemeenten, gemeenschappen, voor jeugdprofessionals om te kunnen omgaan met de thema's waarmee ons mee bezighouden.

[0:47:39] Een voorbeeld daarvan is dat we vorig jaar een handreiking hebben opgesteld over predipolarisatie.

[0:47:44] Dus wat kun je nou bijvoorbeeld als gemeente of professional doen en als het gaat om die spanningen die oplopen, met wie kun je daarin betrekken.

[0:47:53] Een ander voorbeeld is dat we

[0:47:55] Er werd ook al net even genoemd over digitale weerbaarheid.

[0:47:58] Dat jeugdprofessionals natuurlijk zien dat jongeren zeker ook op straat zijn, maar steeds meer ook online.

[0:48:03] Dat er veel zorgen zijn over de impact van online beelden op jongeren zelf, op hun identiteitsontwikkeling.

[0:48:10] Dat gaat er ook om van hoe kunnen die jongerenwerkers nou in verbinding komen en blijven met die jongeren en hoe kunnen ze die jongeren ook weerbaar maken.

[0:48:19] en dat alles heeft wel de bedoeling dat het zo duurzaam mogelijk is.

[0:48:24] Daarom zijn we ook een expertisecentrum waarbij we ook evidence-based werken, maar ook gebruik maken van inzichten van kennisinstellingen.

[0:48:33] We zijn ook druk bezig om ons netwerk ook te blijven versterken, om ook de overheid en de samenleving goed aan elkaar te verbinden.

[0:48:40] En die verbinding hebben we ook met verschillende departementen.

[0:48:43] Dus we werken samen met VWS als het gaat om jeugdprofessionals,

[0:48:46] En ook met de JNV bijvoorbeeld op ondermijnen criminaliteit.

[0:48:51] Dus het is ook belangrijk om die verbindingen te hebben, om ook samen voor die departementen te werken.

[0:48:57] Ten slotte is heel belangrijk ook de samenwerking met gemeenten.

[0:49:00] Een heleboel vraagstukken die worden als eerste gevoeld bij gemeenten.

[0:49:04] We investeren ook in de samenwerking tussen de gemeenten, dus regionale samenwerkingen zetten we ook op in bijvoorbeeld Noord-Nederland, in Zeeland en we gaan ook aan de slag nu in Twente.

[0:49:13] Dus het gaat om vijftig gemeenten die met elkaar kijken van hoe kunnen we nou een preventief beleid maken, een preventieve aanpak op polarisatie en radicalisering.

[0:49:23] En bijvoorbeeld als het gaat over de spanning van zo'n AZC's, hebben we zeventig gemeenten geadviseerd over hoe je er nou het beste in kunt omgaan, hoe je het beste kunt communiceren.

[0:49:32] Dus we vinden het ook ontzettend belangrijk dat we naast gemeenten staan, naast burgemeesters staan die met bepaalde vraagstukken te maken hebben.

[0:49:44] Dank u wel.

[0:49:44] Ik denk dat mijn collega's aan de linkerkant blij zijn dat ze een aantal vragen hebben kunnen stellen.

[0:49:49] Er is namelijk niet zo heel veel tijd meer over, maar we hebben nog wat ruimte voor aanvullende vragen.

[0:49:56] Ik kijk of deze er zijn.

[0:49:57] Ja, de heer Boon.

[0:49:59] Ja, ik denk dat u deze nu niet direct kan beantwoorden, maar ook schriftelijk.

[0:50:03] Heeft u een overzicht van hoeveel verwijpbaar mensen niet zijn ingebeurd binnen die drie jaar en welke sancties daarop zijn opgelegd?

[0:50:15] Ik denk dat we daar inderdaad schriftelijk even op terug moeten komen als dat binnen de procedure kan.

[0:50:23] Ik kijk even voor ondersteuning naar de griffie.

[0:50:25] Dit is ook mijn eerste keer in deze sessie.

[0:50:34] Ik hoor net dat het meest handige procedure of voor de hand liggende procedure om dat hier schriftelijk te stellen via een e-mail procedure en dan kunnen we die... Oh, schriftelijke vragen stellen.

[0:50:43] Ja, per e-mail en dan daar een reactie op.

[0:50:46] Wilt u dat doen?

[0:50:47] Wilt u die vraag op de mail zetten?

[0:50:50] Dan kan deze naar de commissie terug met het antwoord.

[0:50:56] Overigens hebben we maandag ook nog een debat, dus dan zou je het ook nog aan de staatssecretaris kunnen vragen.

[0:51:04] De heer Van den Brink.

[0:51:05] Het staat u vrij.

[0:51:07] Ik las iets, ik kreeg iets te horen over inburgeringscursus, die worden aanbesteed en mensen zeggen van dat is een soort van oneerlijke concurrentie tussen allerlei scholen, mbo-instellingen bijvoorbeeld en commerciële partijen.

[0:51:19] Hoe zit dat?

[0:51:20] De hele feitelijke vraag.

[0:51:23] Een van de principes binnen dit inburgingstelsel is marktwerking.

[0:51:28] Dus dat betekent dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de inkoop van de leerroutes voor asielstatushouders en dat is een open markt.

[0:51:34] En daar bewegen zich onder andere commerciële taalaanbieders op, maar ook ROC's.

[0:51:41] Dit is dan wel een aparte tak van de ROC's, dat is de commerciële tak en dus niet de door de OCW gefundeerde tak.

[0:51:53] Ik geef even de ruimte aan de overige collega's en dan kom ik weer bij u terug.

[0:51:57] Ik zou mijn tijd best willen afstaan aan de andere collega's, aangezien ik al wat langer met dit onderwerp bezig ben en we nog vijf minuten hebben.

[0:52:06] Ergin.

[0:52:09] Ik heb wel eigenlijk een vraag die ik eerder heb gesteld, maar ik loop er al een tijdje mee waar ik eigenlijk geen antwoord op krijg, maar ik wil hem toch even stellen, want we hebben nu integratiebeleid, daar is een hele agenda voor opgesteld.

[0:52:23] Ik ben benieuwd hoeveel mensen nou in de definitie van integratie vallen.

[0:52:26] Is dat heel Nederland?

[0:52:27] Is dat een deel van Nederland?

[0:52:29] En zo ja, als dat een deel van Nederland is,

[0:52:32] Welke afbakening hoort daarbij en kan ik daar puur feitelijk over geïnformeerd worden?

[0:52:41] Ik ben bang dat ik daar niet puur feitelijk op kan informeren omdat het een hele politieke vraag is.

[0:52:47] De discussie over de term integratie is natuurlijk ook in de Kamer gevoerd.

[0:52:50] Daar is ook door minister van Gennep nog een brief over gestuurd die dat heeft ingekaderd.

[0:52:57] In het spraakgebruik wordt integratie natuurlijk voor van alles en nog wat gebruikt.

[0:53:02] Ik denk dat dat dus heel vlottend is en dat je het heel erg... Een antwoord op de vraag zal altijd afhangen van in welk kader je het over integratie hebt.

[0:53:11] Maar ja, integratie als tweezijdig proces zou mijn antwoord zijn.

[0:53:15] Dat gaat over iedereen.

[0:53:19] Dank u wel.

[0:53:20] Nu stelt de voorzitter meestal geen vraag, maar ik heb er ook wel een aanvullende vraag die een beetje in het verlengde ligt van de heer Ergin, maar dat gaat met name over de expertise, units, sociale stabiliteit.

[0:53:30] Wat is de rijkwijte daarvan en wanneer valt iets daar wel onder als je het hebt over polarisatie en wanneer valt daar iets niet onder?

[0:53:41] Dan gaat het over de definitie van polarisatie.

[0:53:43] Het gaat mij niet zo per se over de polarisatie, maar de rijkwijte van de unit.

[0:53:47] Het voorbeeld wat de heer Boon noemde valt daar niet onder.

[0:53:50] Er werden voetbalhooligans genoemd.

[0:53:53] Het gaat over maatschappelijke onrust.

[0:53:54] Is dat dan altijd gekoppeld aan nieuwkomers en statushouders of zijn dat brede thema's in de samenleving?

[0:54:00] En wat maakt dat het er wel onder valt of niet onder valt?

[0:54:07] Specifiek houden we ons bezig met vraagstukken die gerediteerd zijn aan migratie.

[0:54:12] Maar in de samenwerking die we ook hebben met BZK, bijvoorbeeld om maatschappelijke onrust bewegen we ons ook wel breder op vraagstukken die te maken hebben met spanning en polarisatie.

[0:54:25] En daarbij is het ook belangrijk dat de inzichten die we ook hebben vanuit de expertise unit, dat die ook wel breder toepasbaar zijn.

[0:54:33] Dus soms zijn er vragen bijvoorbeeld van gemeenten waar we ze niet direct mee kunnen helpen, kunnen ze in ieder geval ook wel verwijzen naar bijvoorbeeld een handreiking die daarin

[0:54:43] die daarin te gebruiken is.

[0:54:47] We hebben nog een paar minuten misschien nog voor de laatste prangende vragen.

[0:54:50] Ik zie in ieder geval bij de heer Boon en de heer Van der Brink.

[0:54:53] Dus als u uw vraag kort houdt en het antwoord misschien ook, dan moet dat nog net lukken.

[0:54:57] Ja, ik hou hem heel kort.

[0:54:58] Ik vraag niet naar waardeoordeel, maar is het mogelijk om de inburging of delen van de inburging te volgen met gezichtsbedekkende kleding of middelen, zoals een boer of niet kaap?

[0:55:14] Er zijn vanuit ons geen voorschriften over wat wel en niet aan kleding toegestaan is in de inburgering.

[0:55:25] De heer Van der Brink.

[0:55:26] Ja, ik heb een vraag van hele andere orde.

[0:55:28] We hebben natuurlijk de oorlog in Gaza gehad.

[0:55:30] Daar lijkt het nu iets rustiger te zijn, voor zover we dat hiervandaan goed kunnen beoordelen.

[0:55:35] Heeft dat ook al geleid tot minder onrust onder groepen moslimjongeren in ons land?

[0:55:40] Is daar iets over te zeggen of de afname van het geweld daar leidt tot minder polarisatie hier?

[0:55:53] Het is niet dat we een thermometer hebben, maar als ik

[0:55:57] terughoren vanuit gemeenten, dan speelt dat wel minder.

[0:56:01] Maar dat komt denk ik ook omdat het minder aanwezig is, ook in de media en de politiek, want daar heeft het natuurlijk ook impact op van in hoeverre daarover wordt gesproken.

[0:56:11] Er zijn ook veel zorgen geweest over spanning en polarisatie.

[0:56:14] Maar ik denk nog wel dat een heleboel mensen zich zorgen maken over de situatie daarin dat de impact in Nederland nog steeds wel aanwezig is.

[0:56:22] En breed horen we wel van dat het

[0:56:26] voor verschillende religieuze stromingen soms lastig is om jezelf te kunnen zijn.

[0:56:33] Dus dat kan te maken hebben met de situatie in het Midden-Oosten, maar dat is ook de situatie in Nederland zelf.

[0:56:47] iedereen evenveel ruimte gegeven.

[0:56:48] Dat is niet zo.

[0:56:50] Dan dank ik onze gasten van SZW voor hun heldere bijdrage.

[0:56:53] En dan kijk ik naar mijn collega's.

[0:56:55] Ik heb er zin in komende maandag.

[0:56:57] Tot dan.