Disclaimer: deze transcriptie is geautomatiseerd omgezet vanuit audio en dus geen officieel verslag. Om de transcripties verder te verbeteren wordt constant gewerkt aan optimalisatie van de techniek en het intrainen van namen, afkortingen en termen. Suggesties hiervoor kunnen worden gemaild naar info@1848.nl.

Kabinetsreactie op het onderzoek ‘A theoretical upper limit for offshore wind energy extraction’

[0:00:00] Goedemiddag, dames en heren.

[0:00:02] Ik heet u van harte welkom bij de technische briefing over de kabinetsreactie op het onderzoek Theoretical Upper Limit for Offshore Wind Energy Extraction.

[0:00:11] Een hartelijk welkom aan alle gasten die de briefing voor ons verzorgen en ook een hartelijk welkom aan alle Kamerleden.

[0:00:17] Met uw welbevinden stel ik u ook even kort voor.

[0:00:19] Ik heb van Klimaat en Groene Groei, of EZK, Marielle Heethem, Tygo Smit, Oefhoek Kielink,

[0:00:27] Als ik het goed uitspreek, hoop ik.

[0:00:29] Kielings.

[0:00:30] En van Wiffel, Peter Baas.

[0:00:32] En van TNO hebben we de heer Joris Korneef en de heer Berndard Wilder.

[0:00:38] Van harte welkom.

[0:00:40] Ik zou graag het woord willen geven aan de woordvoerders van Klimaat en Groene Groei.

[0:00:47] Heel veel dank ook voor de uitnodiging.

[0:00:50] Ik zal een korte introductie doen en vervolgens ook het woord geven aan de experts.

[0:00:57] De aanleiding is inderdaad het onderzoek wat gepresenteerd is en daarop is een eerdere technische briefing geweest en ook een kabinetsreactie gevraagd.

[0:01:07] Die kabinetsreactie heeft u inmiddels ontvangen vanuit de minister begin januari.

[0:01:12] En nu hebben wij er in ieder geval voor gezorgd dat we jullie meenemen vanaf de onderzoeken op het systeem door TNO, langs de onderzoeken van Wiffel echt over de routekaart wind op zee die het kabinet heeft lopen, naar eigenlijk de beleidsstukken die er vanuit EZK liggen over de uitrol wind op zee vanuit het systeem en vanuit de routekaart.

[0:01:36] En we hopen jullie daarmee ook mee te nemen in de laatste stand van de wetenschap waar wij op varen als ministerie.

[0:01:45] En ook wat we daar tot nu toe mee hebben gedaan en hoe we ook naar de toekomst, de samenwerking tussen wetenschap en ons beleid kijken.

[0:01:53] Dus dat even heel kort.

[0:01:53] Ik ben zelf verantwoordelijk voor Wind op zee binnen het ministerie en in die hoedanigheid ook hier.

[0:01:59] Maar ik zou het woord dus heel graag willen geven aan de collega's, te beginnen bij de collega's van TNO.

[0:02:19] Zoals u ziet, de aanleiding van het onderzoek is...

[0:02:24] De directe aanleiding was het artikel van professor Freire uit Delft.

[0:02:36] Ik heb een verhaal over hoe capaciteitsfactoren worden bepaald en Joris heeft uiteindelijk de andere stukken over het energiemodel opera en over de capaciteitsfactoren uit de recente studies die zijn uitgevoerd en de TNO-scenario's.

[0:02:58] De capaciteitsfactor is een factor waarmee je kunt aangeven hoeveel energie er door het windpark wordt opgewekt in vergelijking tot het nominale vermogen van het windpark.

[0:03:12] Het is een maat voor het gemiddelde vermogen wat het park doet en het is een belangrijke factor waarmee je onder andere de elektriciteitsprijs kunt bepalen, want de kosten van het windpark zijn bekend en de opbrengst is dan uiteindelijk de factor waarmee je bepaalt wat uiteindelijk de levelized cost of energy gaat worden.

[0:03:31] En het wordt ook gebruikt in energiesysteemstudies als een maat voor hoe het park presteert.

[0:03:39] Alleen in energiesysteemstudies kijken ze op uurbasis wat het doet.

[0:03:46] De factoren waarmee de capaciteitsfactor wordt bepaald,

[0:03:50] ...zijn de windcondities ter plaatse en de windturbine karakteristieken.

[0:03:56] Windturbine karakteristieken die daarvoor met name van belang zijn... ...dat is de verhouding tussen het rotoroppervlak en het vermogen van de generator.

[0:04:04] Daarmee bepaal je in feite wat je vermogenskrommer wordt.

[0:04:10] Aan de rechterkant, aan de onderkant, zie je een figuur waarmee...

[0:04:16] Wij noemen dat de vermogenskrommer van de windturbine.

[0:04:18] Langs de horizontale as staat de windsnelheid.

[0:04:20] Langs de verticale as het vermogen van de turbine.

[0:04:23] Van lage windsnelheid tot een bepaalde windsnelheid zie je dat het met een derde macht toeneemt, het vermogen van de turbine.

[0:04:29] Daarna, door de regeling van de turbine, wordt die afgeregeld op een bepaald vermogen.

[0:04:34] En boven een bepaalde windsnelheid, meestal in de orde van 25 meter per seconde, neemt hij geleidelijk af om bij 30 meter per seconde stil te komen staan.

[0:04:43] Althans, geen vermogen mee te leveren.

[0:04:46] De windcondities worden vaak weergegeven door middel van een windroost.

[0:04:50] Dat is de figuur die bovenaan staat.

[0:04:52] En dat is in feite een figuur waarmee je aangeeft per windrichting en per windsnelheidsinterval.

[0:04:59] En de windrichting, dat zijn gewoon de richtingen die je ziet in deze grafiek.

[0:05:04] De windsnelheid is een afstand ten opzichte van het centrum van de figuur.

[0:05:12] De kleur geeft aan hoeveel procenten of delen van procenten van het jaar dat het waait uit die richting en met die windsnelheid.

[0:05:22] En daarmee kan je in feite bepalen, samen met die twee figuren, kan je bepalen wat de opbrengst van de windturbine wordt.

[0:05:29] En als je dan weet wat het nominale vermogen van de windturbine is, kan je dus ook bepalen wat de capaciteitsfactor van de turbine is.

[0:05:37] Als je dat voor alle windturbines in het park doet, waarbij je dan rekening houdt dat de windsnelheid natuurlijk niet voor alle turbines verschilt, omdat je zogeffecten hebt binnen een park en je telt het niks bij elkaar op, kan je uiteindelijk de capaciteitsfactor van het totale windpark

[0:05:52] berekenen.

[0:05:55] De zorgeffecten die uiteindelijk de capaciteitsfactor verlagen, een solitaire turbine, een turbine die alleen staat op de windzee in het klimaat van, het windklimaat van de windzee.

[0:06:08] Noordzee zou bij wijze van spreken een capaciteitsfactor van boven de 60% kunnen hebben.

[0:06:12] Zie je dat je door allerlei zogeffecten die intern uit het park komen dat dat reduceert tot misschien onder de 55% en daarna komen er nog allerlei andere verliezen door parken die in de omgeving staan.

[0:06:29] Tot na enige tijd terug hadden we de indruk dat zogverliezen eigenlijk vrij snel uitdemden en binnen een paar kilometer dat de windsnelheid weer op zijn originele windsnelheid zat.

[0:06:43] Maar wij hebben intussen ook gezien en gemeten dat zogeffecten soms wel af tot 40, 50 kilometer achter een windpark voelbaar kunnen zijn.

[0:06:53] Dus dat betekent dat je ook naast de zorgeffecten in het park zelf eigenlijk ook zorgeffecten hebt die door clusters van windparken ontstaan.

[0:07:05] Daarnaast heb je verliezen in het park.

[0:07:08] Nadat de energie is opgewekt in de generator, de elektriciteit is opgewekt in de generator, krijg je elektrische verliezen.

[0:07:16] Dat wil zeggen in de turbine heb je een transformator en je hebt de kabels tussen de windturbines

[0:07:23] En het offshore substation, wat Fontanet is, heb je verliezen.

[0:07:28] Je hebt daarnaast beschikbaarheidsverliezen, bijvoorbeeld door onderhoud, of doordat er een systeem gefaald is, waardoor je moet wachten totdat die gerepareerd is.

[0:07:40] En daarnaast heb je ook afschakelverliezen door marktopstandigheden, bijvoorbeeld...

[0:07:48] Nou, als de zon hard schijnt, is er misschien helemaal geen wind op zee nodig, omdat zonne-energie alleen elektriciteit kan leveren.

[0:07:56] Of door technische omstandigheden, omdat er congestie is in het net.

[0:08:01] Of bijvoorbeeld ook wat gebeurt door milieueisen.

[0:08:03] Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld door vogelvluchten er besloten wordt om een turbine af te schakelen, om te voorkomen dat een vogel door een rotoblad zou worden geraakt.

[0:08:17] En hiermee wilde ik het woord overgeven aan Joris.

[0:08:21] Ja, heel goed.

[0:08:23] Als de heer Bulder zijn microfoon uit zou willen doen, heel graag.

[0:08:29] Dank u wel.

[0:08:30] Ik zoom met jullie graag een beetje uit naar het systeem.

[0:08:35] Dus Bernard Bulde heeft nu net verteld hoe die capaciteitsfactoren en welke factoren daarbij belangrijk zijn.

[0:08:40] Ik wil even nu terug naar het scenario, het energiesysteem van Nederland.

[0:08:44] Ga ik wat dingen over uitleggen, over hoe we dat hebben gemodelleerd.

[0:08:48] ...voor onder andere het windenergie infrastructuurplan op de Noordzee.

[0:08:53] Daar hebben we scenario's voor ontwikkeld.

[0:08:55] En we hebben ook een model gebruikt voor de systeemkostenanalyse voor kernenergie.

[0:09:00] Daar is dit model voor gebruikt.

[0:09:01] Dat is een energiemodel, dat heet OPRA.

[0:09:03] En eigenlijk wat we daarin doen is we definiëren veel sectoren, dus vraagsectoren in onze economie en dus in het energiesysteem.

[0:09:13] We hebben ook allemaal energiedragers, dus elektriciteit, waterstof, warmte en andere moleculen, aardgas en koolstof hebben we ook nodig in onze chemie, petrochemie.

[0:09:23] Dus al die sectoren samen hebben we vraag, die hebben energiedragers.

[0:09:26] En wat we dan doen, is we schetsen toekomstscenario's voor hoe Nederland er en de omgeving uit kan zien over een aantal jaren of decennia.

[0:09:36] En binnen die verhaallijnen, binnen die scenario's, vragen we dan aan het model, kun je dan voor ons nu de technologie mix optimaliseren, zodat je tot het laagste, zeg maar, systeemkosten kan komen in dat toekomstscenario.

[0:09:48] Dus u kunt zich voorstellen, daar zitten heel veel technologieën in dat model, honderden, heel veel belangrijke parameters en aannames en die capaciteitsfactor die Bernard net noemde, dat is een belangrijke in relatie tot offshore wind.

[0:10:01] Wat dat model ook, zeg maar, in het model heeft, is dat voor verschillende energieketens of verschillende eindgebruikers maakt eigenlijk het model de keuze.

[0:10:09] Dus het model maakt bijvoorbeeld de keuze, gaat een industrie over op elektrificatie of gaan ze biomassa stoken

[0:10:16] of gaan ze CO2 afvangen en opslaan in de ondergrond.

[0:10:18] Dus dat gebeurt allemaal in het model.

[0:10:20] En wat ook heel belangrijk is, bijvoorbeeld voor wind op zee, kan je dan in die toekomstbeelden die je schetst, kan je dan ook de potentiële veranderen, dus hoeveel maximaal wind op zee past in dat toekomstbeeld, en kan je die parameters variëren om te kijken hoe robuust zijn nou die uitkomsten wanneer ik mijn aannames verander.

[0:10:41] En een van die belangrijke aannames, en daarom zitten we natuurlijk vandaag samen, is die capaciteitsfactor voor offshore wind.

[0:10:47] Wat we hier hebben gedaan, is eigenlijk de capaciteitsfactoren die uit recente studies zijn gekomen, hebben we in één grafiek geplaatst.

[0:10:55] En van links naar rechts hebben we een model van Wiffel, en daar gaat de collega naast mij in meer detail op in.

[0:11:03] En die heeft voor windparken op zee die capaciteitsfactor berekend, onder verschillende scenario's, en ook voor alle parken samen.

[0:11:09] En dan zie je dat er ongeveer rond de 46 procent, tussen de 44 en 48 procent is, wat de vollasturen dan per jaar, wat een windpark oplevert.

[0:11:19] Het Duitse onderzoeksinstituut, Fraunhofer, hebben ook een model gedraaid voor de Nederlandse Noordzee, maar ook de hele Noordzee.

[0:11:25] Er komen ook gelijksoordige getallen uit, wat dan de capaciteitsfactor kan zijn voor al die windparken samen.

[0:11:31] Voor de individuele windparken heb ik ook balken neergezet.

[0:11:34] En dan kun je ook meteen zien dat het per windpark heel erg kan variëren.

[0:11:38] Van waar is de locatie, hoe zien die windturbines eruit, hoe ver op zee ligt zo'n windpark.

[0:11:43] Dus dat is heel belangrijk om te weten.

[0:11:46] Aan de rechterkant van de grafiek hebben we de studie van Ferreiraad al, die eerder hier in deze sessie is geweest, neergezet om aan te geven

[0:11:55] wat zij hebben gerapporteerd in hun studie aan productiedata, dus dat is zeg maar de productiedata van echte windparken, en hoe zij de Nederlandse en de totale Noordzee hebben gemodelleerd.

[0:12:05] In het midden heb ik expres TNO gezet, want wij hebben een range gebruikt aan capaciteitsfactoren in onze scenario's die we hebben gedraaid, voor die studies die ik net noemde, waaronder dus het wind.

[0:12:16] De conclusie uit deze slide moet in ieder geval zijn... er is niet zoiets als één capaciteitsfactor.

[0:12:21] Je verantwoordt altijd met aannames.

[0:12:24] Welke verliezen worden wel of niet meegenomen?

[0:12:26] Wat neem je aan voor het windpark, voor de windturbine?

[0:12:29] En dat is heel erg belangrijk om te begrijpen.

[0:12:32] Dus daarom rekenen wij ook altijd met ranges.

[0:12:37] Nu zoomen we nog iets verder uit, want dat heb ik nodig voor mijn laatste slide.

[0:12:42] Namelijk, hoe is het elektriciteitssysteem de afgelopen 10 jaar veranderd en waar gaat het naartoe?

[0:12:47] Wat we hier in een slide hebben gezet zijn CBS-data en dan kan je heel duidelijk zien hoe wind op zee is gegroeid in de afgelopen tien jaar.

[0:12:56] Naast ook de andere duurzame die nu ongeveer de helft maken van onze totaal elektriciteitsproductie.

[0:13:03] Dat bouwt verder op met een groot deel aardgas gebruik in de elektriciteitssector.

[0:13:09] Nog een klein deel kolen wat afneemt en een stabiele stroom kernenergie in de afgelopen tien jaar.

[0:13:14] Dit is wel belangrijk om te weten.

[0:13:16] Het is ongeveer 130 miljard kilowattuur.

[0:13:20] Wind op zee maakt daar ongeveer 16 miljard kilowattuur van goed, met 4,7 gigawatt aan windparkvermogen.

[0:13:27] En dat is ongeveer 14 procent van het netoverbruik, om even wat ordegrote getallen te kunnen begrijpen.

[0:13:36] Maar hoe kan dat nou in de toekomst zich ontwikkelen?

[0:13:38] Dat hebben we natuurlijk in die scenario modellen gedraaid voor het win.

[0:13:43] Links is zeg maar 2025 hoe het nu is.

[0:13:46] Dus eigenlijk de einde van mijn vorige grafiek, alleen in een staafdiagram.

[0:13:50] En dat kan dan zich ontwikkelen naar twee grafieken die ik rechts heb gezet.

[0:13:54] En daarvan hebben wij veertien scenario's gedraaid en ook gerapporteerd voor KGG om in het wind te gebruiken.

[0:14:03] Daar hebben wij ook gevarieerd tussen, bijvoorbeeld dingen als elektriciteitsvragen uit de industrie, import- en exportbehoeften, vollasturen van die windparken, dus de capaciteitsfactor hebben we daarin gevarieerd.

[0:14:15] En ook gaan we meer naar een toekomst met echt veel duurzaam opwek of hebben we een andere strategie

[0:14:22] met bijvoorbeeld iets meer CO2-opslag, import van fossiele dragers en biomassa.

[0:14:27] Dus daarin varieert het eindbeeld ook tussen die scenario's.

[0:14:31] En ik heb eigenlijk alleen maar nu de eindbeelden, de hoekpunten van die scenario's laten zien.

[0:14:35] En dan zie je dat in allebei die hoekpuntscenario's de wind op zee significant groeit in de komende vijftien jaar.

[0:14:43] Nou, zelfs wel bijna een factor 2... Sorry, een factor 10 hoger.

[0:14:49] En dat het ook in die scenario's, ook al ben je wat pessimistischer over hoe ons energiesysteem ontwikkelt, is het altijd een hele belangrijke en dominante bron in onze elektriciteitsvoorziening.

[0:15:00] En altijd samen in een mix met zon, onshorewind en kernenergie.

[0:15:04] Dus dat is een trend die heel belangrijk is en ook dat het dus allemaal omhoog gaat.

[0:15:10] Dus al die bronnen gaan omhoog, maar het aandeel wind op zee is wel heel robuust en groeit ook wel het hardst.

[0:15:20] Kortom, wat die griep laat zien, duidelijke groei van vraag en aanbod van elektriciteit.

[0:15:25] Dat is wel echt robuust in die toekomstscenario's die wij voor het win hebben aangeleverd.

[0:15:29] Twee keer tot drie keer de huidige vraag van wat we zien aan stroom in 2040 en een groeiend aandeel wind op zee.

[0:15:39] En wat wij dus eigenlijk met onze slide willen concluderen... ...en wat echt belangrijk is om te onthouden... ...is niet iets als één capaciteitsfactor.

[0:15:48] Dus in dat soort toekomstenaars reken altijd met een range... ...met een goede range, zodat je de invloed kan zien.

[0:15:55] En wees er ook heel transparant over welke verliezen wel en niet zijn meegenomen... ...en hoe je die hebt bepaald.

[0:16:00] Desondanks, in alle runs die we hebben gedaan... ...zie je wel terug dat wind op zee een heel belangrijke bron is... ...en de dominante bron in onze elektriciteitsmix, zeg maar, voor de komende decennia.

[0:16:11] Dat is ons verhaal namens TNO.

[0:16:18] Dan resteert volgens mij nog het bureau Wiffel.

[0:16:23] Zeker.

[0:16:24] Mijn naam is Peter Baas.

[0:16:26] Ik ben onderdeel van het onderzoeksteam van Wiffel.

[0:16:31] Wiffel is een weerbedrijf in Delft dat zich richt op de hernieuwbare energiesector.

[0:16:36] Met ons eigen weermodel maken wij verwachtingen voor energieopbrengst voor windparken voor de dag van morgen, aan de ene kant.

[0:16:44] Aan de andere kant doen we eigenlijk studies naar de verwachte energieopbrengst en zorgeffecten voor toekomstige nog aan te leggen windparken.

[0:16:53] Dat doen we dan voor ontwikkelaars van windparken.

[0:16:55] En enkele partijen waar wij mee samenwerken als voorbeeld zijn Shell, RWE, Eneco en General Electric.

[0:17:05] Ja, dat was ik vergeten.

[0:17:09] Ja, vorig jaar hebben wij in opdracht van KGG een modelstudie gedaan naar de te verwachte energieopbrengsten en zogeffecten in de 21 gigawatt routekaart wind op zee.

[0:17:20] In deze presentatie zal ik de werkwijze toelichten, dus wat en hoe we gedaan hebben.

[0:17:26] Ik zal de belangrijkste resultaten samenvatten en tenslotte zal ik duiden hoe de resultaten van onze studie zich verhouden tot andere recente modelstudies die gedaan zijn.

[0:17:38] Het doel van onze modelstudie was dus om beter in kaart te brengen wat die opbrengsten en zogeffecten zijn voor de 21 gigawatt routekaart.

[0:17:48] En wij hebben dit gedaan door middel van een modelstudie met ons eigen weermodel.

[0:17:54] Zo hebben we verschillende uitrolscenario's van de 21 gigawatt routekaart gemodelleerd, beginnend bij een soort van huidige situatie, en dat hebben we stap voor stap dan uitgebreid tot de volledige routekaart.

[0:18:05] En aan de rechterkant het kaartje, de verschillende kleuren, geven we dan die fases aan die we doorgerekend hebben.

[0:18:13] Om extra inzichten te verkrijgen, hebben we ook wat gevoeligheidsexperimenten nog gedaan, bijvoorbeeld door

[0:18:18] het turbinetype te variëren en we hebben bijvoorbeeld ook gekeken wat is nou de invloed van de buitenlandse parken op de energieopbrengst van de Nederlandse parken.

[0:18:29] En deze hele set aan modelleerscenario's is vastgesteld ook na marktconsultatie door RVO, dus de industrie heeft laten we zeggen zeggenschap gehad in wat wij doorgerekend hebben en natuurlijk ook in samenspraak met KGG.

[0:18:47] Ja, wil ik nu graag ons weermodel toelichten.

[0:18:50] Dus hoe hebben we eigenlijk die berekeningen van die energieopbrengsten gedaan?

[0:18:56] En dat wil ik doen aan de hand van deze animatie.

[0:18:58] Ik hoop dat die werkt.

[0:19:00] Nee, hij werkt niet.

[0:19:01] Nou, dat is jammer.

[0:19:02] Dan doen we het hiermee.

[0:19:05] Het weermodel van Wiffel berekent eigenlijk hoe de toestand van de atmosfeer, dus dat is eigenlijk het weer, hoe die verandert in de tijd.

[0:19:15] De kleuren aan de rechterkant zouden dus bewegen, omdat het een animatie in de tijd zou zijn, waarbij dus verschillende gebieden van hoge windsnelheid en lage windsnelheid, kortom de hele complexiteit van het weer, zou passeren als de animatie gewerkt zou hebben.

[0:19:31] Wat we ook kunnen doen in het model is op elke gewenste plek een windturbine toevoegen.

[0:19:36] We hebben er heel veel toegevoegd om die routekaart door te rekenen.

[0:19:40] En het model berekent dan voor elke individuele turbine wat de energieopbrengst is, maar ook wat de zogeffect van die turbines op elkaar is.

[0:19:51] En de twee grafieken aan de linkerkant van het scherm geven aan hoe dan die energieproductie zich in de tijd ontwikkelt.

[0:19:57] Dus je ziet soms is het laag, dan waait het niet hard en soms is het hoog en dan waait het veel harder.

[0:20:07] Dit model hebben we uitgebreid gevalideerd met waarnemingen, windwaarnemingen op de Noordzee, maar ook op heel veel andere plekken, maar ook met productiedata van operationele windparken.

[0:20:21] Het figuurtje aan de rechterkant is daar een voorbeeld van als het gaat om interne zogverliezen binnen windparken.

[0:20:27] Elk rood puntje is een ander windpark.

[0:20:31] Je ziet dat de rode punten vlakbij de diagonale zwarte lijn liggen, wat aangeeft dat het model goed in staat is

[0:20:37] om die interne zorgverliezen te berekenen.

[0:20:41] En een van de redenen dat dit zo goed gaat, is dat wij een heel fijnmazig rekenrooster gebruiken, een grote 100 meter, zodat we echt die effecten van individuele turbines kunnen berekenen als het ware, en ook hoe die turbines elkaar dan beïnvloeden, dat ze in elkaar een windschaduw staan en productie afnemen, zogezegd.

[0:21:03] Voor de routekaartstudie hebben we eigenlijk een heel jaar aan weer doorgerekend.

[0:21:09] En dan kunnen we naar de resultaten kijken, hoe bijvoorbeeld de jaargemiddelde zocheffecten eruitzien.

[0:21:16] De kaartjes hier geven bijvoorbeeld voor twee verschillende windrichtingen, dus een soort van noordwestenwind en voor een zuidwestenwind, geven ze dat gemiddelde zocheffect weer wat je krijgt als je windparken gaat toevoegen.

[0:21:29] Nou, de kaartjes geven het verschil in windsnelheid wat je krijgt als je in dit geval de grijze windparken gaat toevoegen.

[0:21:37] Nou, wat je duidelijk ziet, is dat stroomafwaarts van die grijze windparken en de windsnelheid lager wordt, is afgenomen.

[0:21:44] Je ziet een duidelijke blauwe kleur in de kaartjes.

[0:21:47] En je ziet ook, wat net ook al gezegd werd, dat die effecten zomaar tientallen kilometers stroomafwaarts van de windpark

[0:21:55] dat je die nog ziet.

[0:21:57] Dus kun je je voorstellen, als daar een ander windpark staat, zou die een lagere windsnelheid ervaren dan als die stroomopwijzende windparken er niet zouden zijn.

[0:22:08] Als we voor al die turbines en windparken die we in het model gestopt hebben de productie bij elkaar optellen, dan komen we voor de totale 21 gigawatt routekaart uit op een jaaropbrengst van 84 terawattuur, zoals aangegeven.

[0:22:23] En die 84 terawattuur is een...

[0:22:27] representatief voor een langjarig gemiddelde.

[0:22:30] We hanteren een onzekerheidsmarge van 5 procent op dat getal.

[0:22:35] Als je die opbrengst van 84 tera wat u vertaalt naar een capaciteitsfactor,

[0:22:40] kom je op 46 procent en in termen van vollasturen is het iets meer dan 4000 uur.

[0:22:45] Belangrijk om op te merken, in deze getallen zijn alleen zocheffecten meegenomen en niet, zoals net ook al besproken, systeemverliezen, bijvoorbeeld kabelverliezen of beschikbaarheidsverliezen, dat turbines kapot zijn of dat stilgelegd moet worden vanwege vogeltrek.

[0:23:02] Allemaal dat soort dingen die in totaal ervoor kunnen zorgen dat de werkelijke productie zo'n 10,

[0:23:09] 10 procent lager zullen uitvallen dan wat uit deze studie komt.

[0:23:15] Ook goed om op te merken, die 84 terawattuur is een langjarig getal.

[0:23:20] Van jaar op jaar heb je jaren waarin de wind sterker is, heb je meer productie.

[0:23:24] Jaren waarin de wind minder sterk is, heb je minder productie.

[0:23:28] En wat ook al genoemd is, de capaciteitsfactoren zullen verschillen per individueel windpark, afhankelijk waar die ligt, of er naburige windparken zijn, et cetera.

[0:23:39] Een gedetailleerd eindrapport van deze studie is beschikbaar via de website van RVO.

[0:23:47] Tot slot, hoe verhouden onze resultaten uit onze modelstudie zich nou met de resultaten van andere, recente modelstudies?

[0:23:56] Zijn er grote verschillen tussen beschikbare studies?

[0:23:59] Of valt het eigenlijk best wel mee?

[0:24:03] We hebben best veel informatie op deze slide.

[0:24:05] Ik zal proberen er zo duidelijk mogelijk doorheen te gaan.

[0:24:08] Wat je ziet in deze grafiek zijn berekende capaciteitsfactoren van een aantal modelstudies voor verschillende modellen dus en ook voor verschillende wind-op-zee-uitrolscenario's.

[0:24:19] De drie blokken geven elk een verschillend...

[0:24:22] Wind op zee scenario weer.

[0:24:24] Het eerste scenario betreft de 21 gigawatt routekaart.

[0:24:27] Dat is het linkerblok.

[0:24:28] Het middelste blok geeft het scenario voor het jaar circa 2040.

[0:24:34] Dat is niet mijn telefoon.

[0:24:40] Het rechterblok staat voor een hypothetisch 10 gigawatt scenario, voor een enkel 10 gigawatt windpark, voor een gegeven dichtheid aan geïnstalleerd vermogen en de windklimaat.

[0:24:54] En dat laatste scenario is relevant in deze hele discussie, omdat het door de studie van Simao Ferreira als representatief wordt genomen voor de 2040 ongeveer toekomst Nederlandse scenario.

[0:25:08] Wat is nu de essentie van deze grafiek?

[0:25:11] Dat is dat hij duidelijk maakt dat voor een gegeven scenario, dus binnen eenzelfde blok, verschillende modellen vergelijkbare resultaten geven.

[0:25:22] Als we bijvoorbeeld naar het rechterblok kijken, het hypothetisch 10 gigawatt windpark, zien we daar in oranje het resultaat van de studie van Simao Ferreira.

[0:25:31] Als wij met ons model van Wiffel hetzelfde windpark onder dezelfde omstandigheden doorrekenen, komen wij op een zeer vergelijkbare capaciteitsfactor uit.

[0:25:42] Die waarde ligt overigens duidelijk lager dan de waarde voor de 21 gigawatt routekaart, maar ook voor een situatie rond het jaar 2040.

[0:25:52] Omgekeerd,

[0:25:54] Twee hoogleraren van de TU Delft hebben het eenvoudige model, wat ook Ferreira gebruikt, toegepast op de 21-gigawatt-routekaart.

[0:26:02] Zij vinden een vergelijkbaar getal wat wij vinden in onze studie voor de 21-gigawatt-routekaart en dat is het rode balkje in het linker blok.

[0:26:10] Dit is te lezen in het wetenschappelijk memo wat is toegevoegd bij de Kamerbrief over dit onderwerp die in januari verstuurd is.

[0:26:19] En de resultaten van onze studie zijn ook consistent met de Duitse studie die net al genoemd is door het Fraunhofer-instituut.

[0:26:25] Dat zijn de paarse balkjes.

[0:26:28] De conclusie op basis van deze grafiek is dat verschillende modellen consistente resultaten geven.

[0:26:35] En verschillen in gerapporteerde getallen, die komen eigenlijk met name doordat verschillende scenario's beschouwd worden.

[0:26:46] Dan kom ik bij mijn conclusies die hier samengevat zijn.

[0:26:50] Als eerste de 21-gigawatt-routekaartstudie.

[0:26:53] De schatting van de energieopbrengst is 84 terawattuur uit onze studie.

[0:26:58] Nogmaals, alleen zochtverliezen, geen overige verliezen.

[0:27:01] Ik denk dat we dat niet genoeg kunnen benadrukken.

[0:27:04] Duidelijk is waar we het over hebben.

[0:27:07] In vergelijking met andere studies, wat ik net zei, verschillende modellen leveren consistente resultaten op.

[0:27:13] Het is heel belangrijk om in de gaten te houden dat verschillen ontstaan door het bekijken van verschillende wind-op-zee-uitrolscenario's.

[0:27:25] Wil ik graag het woord geven aan...

[0:27:31] Yes, dan willen wij graag nog even toelichten hoe we vanuit EZK gebruik maken van dit soort studies in het beleidsproces voor wind op zee en het bredere energiesysteem.

[0:27:45] Ik zal jullie hiervoor even eerst meenemen in hoe nemen we nou onder andere dat soort systeemstudies zoals Joris die besprak.

[0:27:52] mee in de bredere systeemplanning en vervolgens zal Oefhoek nog het een en ander toelichten over hoe dit wordt meegenomen in de huidige routekaart wind op zee en ook hoe we eigenlijk een factor zoals de capaciteitsfactor nou wegen in de bredere set aan afwegingen die je hebt als je aan het optimaliseren en plannen bent voor die windparken op zee.

[0:28:15] en vervolgens wat conclusies van onze kant uit wat we geleerd hebben uit deze studies en ook de vervolgstappen die we nog verder zullen zetten om ons inzicht op dit thema verder te verbeteren.

[0:28:32] Dan even één slide.

[0:28:33] Het sluit eigenlijk heel mooi aan op wat Joris al vertelde.

[0:28:37] Dus we horen gelukkig de laatste tijd allemaal mooie nieuwsberichten van CBS.

[0:28:41] Van we zijn al een heel eind en meer dan 50% van de elektriciteit komt uit duurzame bronnen.

[0:28:49] Dat zie je in het linker kleine blokje.

[0:28:51] Half groen, half grijs.

[0:28:53] Maar in het bredere energiesysteem zie je dat elektriciteit nu nog maar 20% van het hele energiesysteem is.

[0:29:00] En dat willen we natuurlijk ook verduurzamen.

[0:29:02] Dus daaraan zie je in het plaatje helemaal onderin, dat uit veel systeemstudies komt dat echt een aanzienlijk deel van de energievraag geëlektrificeerd moet worden, omdat dat een van de meest efficiënte routes is om te verduurzamen.

[0:29:19] En dat betekent dus dat we niet alleen het bestaande aanbod moeten vergroenen, maar ook nog dat hele aanbod wat we moeten creëren voor die groeiende vraag.

[0:29:28] ook duurzaam moeten invullen en daardoor hebben we eigenlijk een hele grote groei aan CO2-vrije bronnen in het systeem nodig.

[0:29:37] En zoals Joris al zei, daarbij kijken we eigenlijk vanuit het Nationaal Plan Energiesysteem ook naar breed palet en dus dat gaat zowel om hernieuwbaar op land als op wind, op zee, als kernenergie.

[0:29:49] En wat we vanuit het MPE echt veel doen, is ook kijken naar wat zijn nou die effecten van nieuwe inzichten rondom capaciteitsfactoren, maar ook investeringskosten voor waterstof, voor kernenergie, voor allerlei technieken op die optimale mix.

[0:30:07] En dat proberen we voortdurend mee te nemen in het systeem waar we naartoe werken.

[0:30:14] Geef ik hem door en dan hoef ik hem.

[0:30:19] Dank.

[0:30:21] Ik wil beginnen bij de routekaart windenergie op zee.

[0:30:25] Die is al enkele malen genoemd.

[0:30:27] Rechts ziet u daar een afbeelding van.

[0:30:30] In donkerblauw, dat zijn de windparken dichterbij de kust.

[0:30:34] Die zijn al operationeel, zo'n 4,7 gigawatt.

[0:30:39] In lichtgroen ziet u een aantal windparken die nog in aanbouw zijn.

[0:30:44] Die zijn al wel vergund, dat is zo'n 5,5 gigawatt.

[0:30:48] Dan kom je op zo'n 10 gigawatt uit en dan hebben we nog ongeveer 11,5 gigawatt gepland staan om vergund te worden.

[0:30:57] Samen kom je dan uit op de routekaart 21 gigawatt.

[0:31:03] Ja, en het regeerprogramma is ook aangegeven dat er een verdere groei richting 40 gigawatt wordt voorzien.

[0:31:11] Daarvoor moeten nog nieuwe windenergiegebieden worden aangewezen.

[0:31:16] Die ziet u niet rechts op de afbeelding, maar ik zal u kort door dit proces heen praten hoe wij dat ongeveer doen.

[0:31:25] Rechts ziet u een afbeelding van een drukke Noordzee.

[0:31:30] ...zit u onder andere natuurgebieden, ook windenergiegebieden... ...maar ook mogelijke toekomstige windenergiegebieden.

[0:31:38] Er gebeurt heel wat op de Noordzee.

[0:31:41] Dat proberen we zo goed mogelijk in balans te brengen met elkaar.

[0:31:45] En dat doen we met de volgende vier factoren... ...waaronder het vermogen in megawatt.

[0:31:50] Dat zegt iets over het aantal turbines...

[0:31:55] We willen niet alleen weten hoeveel windturbines er staan, maar ook hoeveel ze daadwerkelijk opleveren.

[0:32:03] We willen niet alleen dat ze energie opleveren, maar ook nog tegen zo laag mogelijke kosten.

[0:32:08] Vandaar dat de energiekosten ook belangrijk zijn.

[0:32:10] En daarnaast is de beschikbare ruimte ook van belang en daarbij ook de energiekosten.

[0:32:15] de efficiënte ruimtegebruik.

[0:32:18] Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat als je het vermogen verhoogt, daarmee de energieopbrengsten hoger worden, maar ook de energiekosten daarmee stijgen.

[0:32:28] Aan de andere kant kan je bijvoorbeeld ook de beschikbare ruimte vergroten.

[0:32:33] En daarmee dalen de energiekosten en stijgen de energieopbrengsten.

[0:32:39] Maar dat gaat dan weer ten koste bijvoorbeeld van, nou ja, ander gebruik.

[0:32:44] Dus die aspecten raken elkaar ook allemaal.

[0:32:47] En daar proberen we zo goed mogelijk een balans in te vinden.

[0:32:51] En dat doen we eigenlijk in alle stappen van het ruimtelijke proces voor aanwijzen van de windenergiegebieden tot en met de kabels aan toe.

[0:33:00] Bovenaan ziet u zoekgebieden.

[0:33:04] Daar kijken we eigenlijk waar is ruimte voor wind op zee?

[0:33:07] Welke belangen zitten er nog meer in de buurt?

[0:33:10] En hoe ontwikkelen die belangen zich in de toekomst?

[0:33:14] Dat noemen we allerlei berekeningen.

[0:33:16] Hoeveel vermogen past er in het gebied?

[0:33:18] Wat zijn de energieopbrengsten in zo'n gebied?

[0:33:21] En wat zijn de energiekosten in dat gebied?

[0:33:23] Volgens komen de volgende stap, dat zijn de windenergiegebieden.

[0:33:28] Ook in deze stap gaan we bijvoorbeeld met stakeholders in gesprek, kijken wat zijn de belangen in het gebied en dat leidt tot een aantal verschillende gebiedsindelingen.

[0:33:40] Ook die gebiedsindelingen, daar doen we weer allerlei berekeningen voor als het gaat om de energieopbrengsten, die proberen we zo hoog mogelijk te krijgen en de energiekosten zo laag mogelijk.

[0:33:51] Uiteindelijk leidt dit tot een politiek besluit over de windenergiegebieden met welke we door kunnen gaan.

[0:33:58] En dan komen we in het verkavelingsproces.

[0:34:00] Het verkavelingsproces is niets minder dan dat we het windenergiegebied in stukjes opknippen.

[0:34:06] En ook daar proberen we zo goed mogelijk te kijken naar zo hoog mogelijke energieopbrengsten en zo laag mogelijke energiekosten.

[0:34:14] En ook in deze stap kijken we welke belangen er nog meer in het gebied aanwezig zijn.

[0:34:19] Zo hebben we in het verleden bijvoorbeeld gaswinning in windenergiegebieden mogelijk kunnen maken door te zoeken naar maatwerkoplossingen met mijnbouwoperators.

[0:34:32] Uiteindelijk hebben we dan een kavel, wat eigenlijk ook geoptimaliseerd is voor de energiekosten en de energieopbrengsten, maar ook zo goed mogelijk rekening gehouden met alle belangen die er zijn op de Noordzee.

[0:34:44] En dat is ook het startpunt voor de windpowerontwikkelaars.

[0:34:47] De windparkontwikkelaars krijgen dan een kavel en allerlei andere randvoorwaarden.

[0:34:51] En binnen die randvoorwaarden mogen zij verder optimaliseren voor de energiekosten en ook de energieopbrengsten.

[0:34:58] Door bijvoorbeeld het aantal windturbines te variëren, maar ook bijvoorbeeld de type turbines en de locatie van die windturbines kunnen ze die energieopbrengsten nog verder verhogen.

[0:35:08] Om dit goed te kunnen doen, hebben wij zo goed mogelijk kennis nodig over die energieopbrengsten en die verliezen.

[0:35:15] De collega's rechts van mij hebben daar al een en ander over verteld.

[0:35:19] En vooral die zorgeffecten bij de rotor zijn van groot belang.

[0:35:24] En met steeds meer windparken op de Noordzee, maar ook in het buitenland, is het steeds belangrijker om die zorgeffecten te begrijpen.

[0:35:33] Dat is ook precies de reden geweest dat wij aan Wiffel hebben gevraagd... kunnen jullie voor ons de routekaart 21 gigawatt doorrekenen?

[0:35:40] Hoeveel energie kunnen wij daarvan uit verwachten?

[0:35:43] Dat is ook de reden geweest waarom wij aan TNO hebben gevraagd... kunnen jullie ook die inzichten meenemen, die energiesysteemstudies?

[0:35:53] Dan enkele conclusies.

[0:35:57] Ja, nogmaals, we proberen zo'n goed mogelijk balans te vinden tussen die aspecten die ik net heb genoemd, het vermogen, de energieopbrengsten, de energiekosten en daarbij ook efficiënt ruimtegebruik.

[0:36:08] Dit resulteert in een gemiddelde langjarige capaciteitsfactor voor de roetkaart, 21 gigawatt, van zo'n 46 procent bij de rotor.

[0:36:17] Even ter illustratie, dat is ongeveer als je beschikbaarheidverliezen et cetera wel zou meenemen, dan kom je op zo'n tweederde van het totale huidige netto-elektriciteitsverbruik.

[0:36:29] Als laatste, het onderzoek van Simao Freira, daar kunnen we natuurlijk wel van leren.

[0:36:33] Het is een hypothetisch scenario, maar uiteindelijk is de energieopbrengst baseren wij op de daadwerkelijke scenario en dat is dus voor ons de routekaart 21 gigawatt.

[0:36:43] wat uiteindelijk tot stand komt na de optimalisatieproces die ik zo net heb beschreven.

[0:36:50] Dan mis je hier één slide.

[0:36:53] maar die kan ik wel uit m'n hoofd doen.

[0:36:56] Ja, dus dat waren de conclusies.

[0:36:58] En dan voor het vervolg.

[0:37:00] We blijven actief in ieder geval in contact met allerlei windexperts.

[0:37:04] Nieuwste inzichten nemen we altijd mee in het klimaat- en energiebeleid.

[0:37:09] We ontwikkelen zelf ook kennis als het gaat om die zorgeffecten en ook dat nemen we weer volgens mij in het beleid.

[0:37:15] En het Nationaal Plan Energiesysteem biedt hiervoor het eerstvolgende moment waarop we dat kunnen doen.

[0:37:22] En daarmee zijn we tot het einde gekomen van de technische briefing, althans de presentatie.

[0:37:29] Ja, dan wil ik alle bijdragers van harte danken.

[0:37:32] En dan wil ik het woord geven aan de Kamerleden voor het stellen van vragen.

[0:37:36] En zou ik bij mevrouw Müller willen beginnen van de VVD.

[0:37:40] Dank jullie wel voor deze hele technische briefing.

[0:37:45] Heel technisch.

[0:37:47] Mijn vraag gaat ook een beetje technisch zijn, maar met meer verduidelijking.

[0:37:50] De eerste is vrij makkelijk, maar heel even voor mezelf.

[0:37:53] Het effect.

[0:37:55] Je zei dat het capaciteitsfactor beïnvloedt de kostprijs van elektriciteit.

[0:38:00] Ik ga dan even vanuit dat de relatie hierin is... hoe lager de capaciteitsfactor, hoe hoger de elektriciteitsprijs.

[0:38:07] Ik zie al iemand klikken.

[0:38:08] Oké, dat is fijn voor mezelf.

[0:38:10] En dan de meerweldtechnische vraag, die ging over de 10 gigawatt scenario.

[0:38:16] Daar is de capaciteitsfactor lager en daar stond mijn vraag weer in de aanname.

[0:38:20] Is dat dan omdat in zo'n hele grote 10 gigawatt, omdat ze er allemaal dichter op elkaar staan en in het 21 gigawatt liggen verschillende over de zee?

[0:38:31] En ik vraag dit denk ik maar eventjes aan Peter Baas straks.

[0:38:36] Meneer Baas.

[0:38:37] Ja, dank u wel.

[0:38:38] Dat is inderdaad een goede constatering.

[0:38:41] Als je kijkt naar de 21 gigawatt-routekaart, zie je een stuk of, uit mijn hoofd, 14 windparken verspreid over de Noordzee liggen.

[0:38:51] Het 10 gigawatt windparkscenario waar het over gaat, zijn al die windturbines dicht bij elkaar in één cluster, als het ware.

[0:39:01] En dat maakt inderdaad nogal een verschil uit.

[0:39:03] Dus dat is correct, inderdaad.

[0:39:09] Oké, de heer Vermeer van de BBB.

[0:39:14] Dank u wel, voorzitter.

[0:39:15] Bedankt voor de informatie.

[0:39:16] Ik weet niet helemaal aan wie ik die vraag moet stellen.

[0:39:21] Maar er wordt meerdere keren gezegd dat het ook gaat om systeem- en beschikbaarheidsverliezen.

[0:39:26] En beschikbaarheid wordt ons ook vaak gemeld door vissers die bijvoorbeeld parken stilzitstuin terwijl er volop wind is.

[0:39:34] Uiteindelijk gaat het er gewoon om, netto onderaan de streep, hoeveel procent die parken nou beschikbaar zijn.

[0:39:42] Naast de zocheffecten, want dit is maar één van de zaken die een rol speelt.

[0:39:47] Maar met welk percentage wordt nou gerekend?

[0:39:50] Is dat die zonder systeem- en beschikbaarheidsverliezen of met systeem- en beschikbaarheidsverliezen?

[0:39:59] Dan wil ik het woord geven aan de heer Kielins.

[0:40:03] In ieder geval wordt er met beide gerekend, zowel de ZOG-verliezen als de beschikbaarheidverliezen.

[0:40:10] Peter Baas heeft het zo net ook genoemd dat als je al dat soort verliezenbaken optelt, dat dat zo'n 10 procent is.

[0:40:17] Zou je dat bovenop de 46 procent tellen, dan is dat ongeveer 42 procent bij het Tennet-platform.

[0:40:26] Dus het stopcontact op zee.

[0:40:29] Ja, en we hebben ook nog aanvullend onderzoek laten doen, dus na aanleiding van de Wiffel-studie hebben we ook gevraagd aan een consultant om uit te rekenen wat zijn nu al die verliezen als je dat bij elkaar optelt.

[0:40:42] En ja, dat onderzoek loopt nog.

[0:40:49] GESPREKSLEIDER Ja, gaat te gang, heer Vermeer.

[0:40:52] Ja, dank u wel.

[0:40:53] Dus als u praat over 10% verliezen door systeem- en beschikbaarheidsverliezen, dan is dat weer 10% op die netto 46.

[0:41:04] En die niet 46 min 10.

[0:41:09] En waarom kiezen jullie voor deze benadering?

[0:41:12] Ja, de heer Kielings.

[0:41:15] Ja, goed, u moet onderscheid maken.

[0:41:19] Bij de rotor is het dan ongeveer 46 procent.

[0:41:23] Nou, er zijn allerlei verliezen.

[0:41:25] Bij het tennetplatform, dat heb ik net genoemd, is dat zo'n 42 procent.

[0:41:30] En in systeemstudies worden dit soort verliezen ook weer meegenomen, zodat vraag en aanbod goed bij elkaar kan worden gebracht.

[0:41:39] Wellicht kunnen jullie daar nog op aanvullen.

[0:41:43] Ja, dan hier...

[0:41:46] Volgens mij is het een belangrijk aspect en ik hoop dat ik dat in mijn presentatie heb laten zien.

[0:41:51] Wij rekenen in die systeemmodellen juist ook met ranges, omdat per jaar bijvoorbeeld ook de capaciteitsfactor nogal kan verschillen en dat heeft Peter Baas ook net verteld.

[0:42:01] Dus wij willen ook heel graag weten, als je nou een wat beter of wat slechter windjaar hebt, wat zijn dan de uitkomsten?

[0:42:07] En daarom hebben wij ook met een range gewerkt.

[0:42:09] En we hebben ook aan de bovenkant een range.

[0:42:12] Dat is een optimistisch scenario voor een goed windjaar, waar de windparken wat ruimer zijn opgesteld.

[0:42:19] En aan de onderkant van de range

[0:42:21] waarin je dichter komt bij scenario's met een wat slechter windjaar en lagere vollasturen per jaar.

[0:42:28] Zo kan je testen in zo'n scenariostudie hoe robuust zijn je uitkomsten van die scenariostudies.

[0:42:37] Oké dan, dan geef ik het woord aan de heer Jumelet van het CDA.

[0:42:42] Dank u wel, voorzitter.

[0:42:44] Fijn deze presentatie te mogen horen en nog eens even wat toegedicht te krijgen.

[0:42:48] Als het gaat om die kwestie die we toch wel wat opmerkelijk vonden, namelijk het opbrengsel van de windparken voorzien, hoe ziet dat eruit?

[0:42:57] Ik heb met veel belangstelling net ook even naar de sheets gekeken en ook gezien dat u het Frauhofer-IWS-model aanhaalt.

[0:43:04] Dat is een Duitse onderzoek, dacht ik, dat u zei.

[0:43:07] U zei ook volgens mij in zoveel woorden

[0:43:09] Dat betreft het deel van het Nederlandse Noordzee, maar ook de hele Noordzee.

[0:43:15] Ik begrijp ook dat de Duitsers onderzoek hebben gedaan.

[0:43:18] Kunt u daar nog iets over toelichten?

[0:43:20] Want het onderzoek heeft, denk ik, in Duitsland ook een aantal conclusies opgeleverd.

[0:43:25] En misschien zijn er ook oplossingen daar bekend geworden.

[0:43:27] Dus dat zou mijn vraag zijn op dit punt.

[0:43:32] Zeker.

[0:43:32] De heer Rabaas.

[0:43:34] Ik kan wel iets vertellen over de Duitse studie, over de impact die de studie in Duitsland zelf heeft gehaald.

[0:43:41] Daar weet ik eigenlijk niet zoveel van.

[0:43:44] Vorig jaar tussen opdracht van het Duitse ministerie, van de Duitse overheid, heeft een windenergieinstituut

[0:43:49] Ook een aantal scenario's doorgerekend, beginnend in 2025, meen ik.

[0:43:54] In ieder geval de huidige situatie.

[0:43:56] In stappen van, ik weet niet, vijf of tien jaar helemaal tot en met 2050.

[0:44:00] Met, laten we zeggen, de beste inschattingen van hoe de situatie er dan uitziet.

[0:44:05] Want dat is ook nog best onzeker natuurlijk, hoe het er over 25, 30 jaar op de Noordzee uitziet.

[0:44:12] Nou, zij hebben met een weermodel dus al die verschillende scenario's ook doorgerekend.

[0:44:17] daar een mooi rapport over opgesteld, waarin de uitkomsten per land ook en per doorgerekende scenario genoemd staan.

[0:44:33] Dat is gedaan voor de hele Noordzee, dus alles bij elkaar.

[0:44:36] Dus ze hebben goed gekeken, wat zijn nou de plannen in Nederland, wat zijn de plannen in Duitsland, in Denemarken, in Engeland.

[0:44:41] En zo hebben ze al die scenario's opgesteld en daar dat onderzoek mee gedaan.

[0:44:47] Dat is wat ik er eigenlijk over weet en wat ik erover kan zeggen.

[0:44:53] Plus het feit, wat ik net al aanhaalde, dat de resultaten van onze studie consistent zijn met de resultaten die uit die Duitse studie volgen.

[0:45:02] Nog één aanvulling daarop?

[0:45:03] Ja, zeker, de heer Kielitsch.

[0:45:06] Overigens is het ook goed om te vermelden dat dit soort studies uitgaan van de huidige standaardtechnieken.

[0:45:11] Daar worden bijvoorbeeld bepaalde aannames gemaakt als het gaat om de windturbines.

[0:45:16] Maar ja, de techniek blijft niet stil.

[0:45:18] Die ontwikkelt zich ook.

[0:45:19] Innovaties kunnen plaatsvinden.

[0:45:21] Dat hebben we ook in het verleden gezien.

[0:45:23] Het is snel ontwikkeld allemaal, offshore windenergie sector.

[0:45:26] Dus daar kunnen nog allerlei innovaties plaatsvinden die ook bijvoorbeeld de zolgefengte kunnen verminderen.

[0:45:33] Dat wilde ik nog even aanvullen.

[0:45:36] Hartelijk dank.

[0:45:37] Ja, zeker, de heer Sjoerds.

[0:45:38] Op dit punt, mijn gedachten zijn ook nog, hebben we, als de uitkomsten dan dezelfde zijn, zijn er ook nog leerpunten van het Duitse onderzoek te noemen?

[0:45:52] Bent u daarvan op de hoogte?

[0:45:53] Zijn er zaken die voor ons ook relevant zijn op dit punt?

[0:46:01] Dank u wel, de heer Baas.

[0:46:07] Dat vind ik een ingewikkelde vraag.

[0:46:09] Ik heb daar niet zo'n antwoord op.

[0:46:12] Ik weet niet of iemand anders daar iets over kan zeggen.

[0:46:17] Laten we zeggen, de gevolgde aanpak is redelijk hetzelfde als hoe wij de studies ook opgezet hebben.

[0:46:24] En eigenlijk vind ik het wel...

[0:46:27] bemoedigend om te zien dat... Kijk, dit soort studies zijn de afgelopen jaren door best wel veel landen en instituten opgezet, juist omdat de offshorewind behoorlijk aan het groeien is.

[0:46:41] Dus iedereen komt erachter, die zogeffecten worden sterker, die moeten we goed zien te begrijpen.

[0:46:47] En wat je eigenlijk ziet de laatste jaren, dat veel van die studies verschenen zijn en wat die eigenlijk ook wel lijken te convergeren, wat aangeeft dat die studies eigenlijk best betrouwbare zijn.

[0:46:58] Ja, zeker.

[0:46:59] Gaat uw gang, mevrouw Hest.

[0:47:02] Ik denk wel goed.

[0:47:03] Onderzoekers hebben veel contact onderling, dus kijken ook naar elkaars modellen en wat kan daarvan geleerd worden.

[0:47:09] En die tenderen dus naar dezelfde resultaten.

[0:47:12] Maar wij als landen werken ook in samenwerkingsverband voor de Noordzee.

[0:47:17] Precies ook wat net verteld werd, de parken in verschillende landen hebben ook impact op elkaar.

[0:47:22] Dus er lopen ook gesprekken met Duitsland onder andere, maar ook de andere landen, om te kijken...

[0:47:27] Wij optimaliseren op ons eigen grondgebied, dat doen zij ook.

[0:47:31] En hoe kunnen we dan ook daarin van elkaar leren?

[0:47:34] Dus ambtelijk zijn die contacten er en in het Noord-Zeeverband zijn die contacten er natuurlijk ook tussen ministers.

[0:47:44] Hartelijk dank.

[0:47:44] Dan wil ik het woord geven aan de heer Klos van D66.

[0:47:48] Dank, voorzitter.

[0:47:49] Ik heb een vraag voor de heer Corneef.

[0:47:50] U vertelde wat over het modelleren van een optimaal energiesysteem, ook naar de laagste systeemkosten.

[0:47:57] Ik zag inderdaad in die plaatjes, volgens mij was het een range van 29 gigawatt tot 45, waarop wordt gerekend van wind op zee, die hoekpunten noemde u dat.

[0:48:05] Hoe komt het dat wind op zee daar zo goed uitkomt ten opzichte van andere technieken, kernenergie, zon, in dat optimale plaatje?

[0:48:13] Heeft dat te maken met de enorme...

[0:48:16] ...productie die er mogelijk is, überhaupt op de Noordzee... ...of is het omdat er zulke lage systeemkosten aan verbonden zijn?

[0:48:22] Waarom is er zo'n grote rol voor wind op zee in uw model?

[0:48:26] Dank u voor de vraag.

[0:48:27] De rol van wind op zee is heel robuust, inderdaad, tussen de 29 gigawatt en de 45 die ik op sluit liet zien voor de scenario's die we hebben gedraaid voor het wind.

[0:48:40] Dat komt mede doordat bijvoorbeeld wind op zee ten opzichte van zon, we hebben het over de vollastduren van wind op zee, maar de vollastduren voor zon zijn natuurlijk vele malen lager, factor 4 lager.

[0:48:51] Dus dat is gewoon een heel belangrijke factor uiteindelijk in

[0:48:54] in de productie die je krijgt per gigawatt opgesteld vermogen.

[0:48:59] Daar hangt natuurlijk ook een kostprijs bij.

[0:49:01] De schaalbaarheid van het opschalen van wind op zee en hoe snel dat kan ten opzichte van andere technologieën.

[0:49:09] Misschien één sidestep, dus in zo'n energiemodel kan je ook maximale potentielen aangeven.

[0:49:15] Wat is nou het maximale potentieel van zo'n technologie?

[0:49:18] En dat is ook belangrijk van hoe dat systeemmodel het optimum zoekt.

[0:49:22] Dus het is kosten, maar houd ook rekening met wat is nou het maximum potentieel, hoe snel kan zo'n technologie uitrollen en al die factoren samen, ook wanneer energie wordt opgewekt, bijvoorbeeld wind op zee is veel,

[0:49:33] heeft een redelijk veel productie in de winter.

[0:49:36] Bij de zon op land en zon op dak, dat is natuurlijk veel productie in de zomer.

[0:49:40] Dus die technologieën zijn samen ook nog compatibel.

[0:49:43] Dus het model zoekt naar dat soort optimum tussen zon, wind, kernenergie, wat redelijk baseloot is, dus stabiel over het hele jaar.

[0:49:50] En daar zoekt het model het optimum tussen.

[0:49:54] Het is moeilijk om dat te zeggen, er is één factor die belangrijk is daarvoor, het zijn eigenlijk meerdere samen en dan ook nog eens een keer de eigenschappen van die andere technologieën die zeer gunstig zijn voor Nederland.

[0:50:09] Dan met uw welbevinden, dan wil ik zelf ook nog even een vraag stellen als voorzitter.

[0:50:13] Eigenlijk gaat het nog niet heel veel over de modellen, onder andere van Wiffel, maar als ik kijk naar de afgelopen jaren, naar de werkelijke opbrengst van windenergie op zee,

[0:50:23] Dan zie ik verschillende getallen van 2020.

[0:50:25] 41 procent aan capaciteitsfactor tot 2024.

[0:50:29] Zelfs maar 38 procent.

[0:50:31] Die zitten dan vrij dicht in de buurt van de studie van Simoa.

[0:50:36] En dan zie ik ook nog eens een keer dat in het windenergieplan Infrastructuur Noordzee, als ik het goed zeg, zelfs er wordt uitgegaan van een capaciteitsfactor van 56 procent.

[0:50:47] En dat zie ik dan weer ook in de TNO-studie van... Die ging over systeemkosten, kernenergie, staat die ook op 56 procent.

[0:50:56] En daardoor komt er natuurlijk een hele andere vergelijking uit dan die overeenkomt met de werkelijkheid.

[0:51:02] En waarom zit er zoveel verschil tussen deze data van de werkelijkheid en die modellen en de studies?

[0:51:10] Wie durft het maar?

[0:51:13] Ja, die durf ik wel aan.

[0:51:15] Ja, goed, over de getallen, de werkelijke getallen, inderdaad is dat goed om daarvan te leren.

[0:51:21] Het is ook goed om te weten dat een groot deel van de windparken, bijna de helft, is in de afgelopen twee jaren operationeel geworden.

[0:51:30] Meestal kost dat even wat tijd voordat die windparken op de juiste condities draaien.

[0:51:36] Meestal zijn die windturbines ook wat groter geworden, dus bevatten ze ook nog wat kinderziektes.

[0:51:41] die in het begin ook moeten worden opgelost.

[0:51:43] Dus dat zie je in die eerste twee jaar vaak terug.

[0:51:48] Dus dat is in ieder geval de verklaring voor de afgelopen twee jaar.

[0:51:52] We zien ook dat daar een slecht windjaar tussen zat.

[0:51:56] En zoals collega's hier hebben aangegeven, kan het weer fluctueren.

[0:52:00] In één jaar waait het meer, andere jaar waait het minder en dan zie je dat de productie meer of minder is.

[0:52:06] Waar we het net over hebben gehad, is inderdaad gemiddeld.

[0:52:09] Langjarig gemiddeld.

[0:52:10] Maar dat kan wel verschillen van jaar op jaar.

[0:52:16] Ik denk dat het goed is als de TNO zoiets zegt over de systeemstudies, maar dus ook nog los van de windparken op zee zelf, hier ook gewoon een effect van de elektriciteitsmarkt zichtbaar.

[0:52:27] Dus de capaciteitsfactor die net besproken is, is vooral hoeveel kan een windpark technisch opleveren, terwijl als we terugkijken naar de data, dan zie je ook hoeveel is er economisch geleverd.

[0:52:40] Dus zo'n windpark kan ook besluiten

[0:52:43] om een moment niet te leveren en dat kan bijvoorbeeld ook komen doordat er nog bijvoorbeeld zonneparken of windparken zijn die draaien bijvoorbeeld ook omdat ze subsidie krijgen in die uren terwijl die windparken op zee dat niet krijgen die schakelen dan als eerst af terwijl ze wel hadden kunnen leveren dus in die zin had de capaciteitsfactor dan hoger kunnen zijn maar was het een economische beslissing om af te schakelen

[0:53:09] En dit is ook niet altijd negatief, dus het kan ook betekenen dat Tennet bijvoorbeeld schaarste heeft in transportcapaciteit in het net en dan tegen zo'n windpark op zee zegt jullie hadden eigenlijk wel klanten, maar wij betalen jullie nu even om af te schakelen zodat iemand anders die stroom kan leveren en wij geen knelpunt hebben in het net.

[0:53:32] Zou ik graag willen toevoegen waarom die capaciteitsfactor van 57% die u noemde, dat is terecht de observatie dat het een optimistisch getal is voor windparken op zee.

[0:53:45] Daarbij wil ik meteen toevoegen dat wij ook met een range hebben gerekend hier, dus dat 57% is niet onze

[0:53:52] enige waarde die wij in het energiesysteemmodel hebben gebruikt.

[0:53:56] En toen deze scenario's werden uitgevoerd voor zowel het WIN als kernenergiesysteemstudie kosten, toen werd ook de studie van Wiffel uitgevoerd.

[0:54:07] Dus wij hebben ten tijde van de studie dat we dat hebben, ook onze range aangepast aan die nieuwste inzichten die kwamen uit wat die

[0:54:15] iets meer realistische zorgeffecten zouden kunnen bijdragen aan die capaciteitsfactor.

[0:54:21] En nog één ding bij die 57% is wel goed om te weten dat de modellen, ook waar ik de resultaten van liet zien op slide, die een capaciteitsfactor rapporteren, die hebben niet altijd hetzelfde windjaar als basis.

[0:54:33] Dus vorig jaar, 2025, was niet zo'n best windjaar.

[0:54:37] We zaten ongeveer 3% qua windsaanheid onder het gemiddelde, 48 jaren gemiddelde.

[0:54:43] Het jaar wat wij standaard in TNO als parameter hebben is het jaar 2015.

[0:54:49] Dat is zo gegroeid om zoveel mogelijk parameters consistent te houden.

[0:54:53] U kunt zich voorstellen, je moet dan wind weten, de windprofiel, maar ook voor datzelfde uur of datzelfde tijdspak moet je weten hoeveel zon in stralingen was en hoe koud het was of hoe warm het was.

[0:55:02] Dus wat voor energievraag er in het systeem ook nodig was.

[0:55:05] Daarom hebben we 2015 nog gebruikt.

[0:55:08] Dat wordt verbreed, dat spectrum.

[0:55:10] Dus we gaan meer windjaren ook meenemen.

[0:55:13] En dat was een positief windjaar.

[0:55:15] Dus er zijn een paar factoren die eigenlijk die factor, zeg maar, best wel hoog maken.

[0:55:20] Dat hebben we ook erkend.

[0:55:21] En daarom hebben we ook die scenario-studies verbreed, de aanname voor de capaciteitsfactor, om die range ook naar die andere studies toe te brengen, zodat je...

[0:55:31] goed die consistente resultaten kan uitzien.

[0:55:36] Als ik dan een kort en vol vraag mag stellen.

[0:55:40] Volgens mij zei de heer Smit het dan zo, en dat wordt volgens mij dan bevestigd in die studie van Simoa, dat dus de momenten dat er dan windenergie wordt opgewekt, er ook automatisch vrij snel een overschot aan energie bestaat.

[0:55:52] of ontstaat en waardoor die windparken ook worden afgeschakeld en die energie verloren gaat.

[0:55:57] Dus dat vind ik wel een opvallende, maar ik hoor ook eigenlijk van TNO inderdaad, die range die gaat uit van 57% en pessimistisch 47%.

[0:56:09] Maar dan nog, kunnen we nu wel stellen dat windenergie op zee gewoon veel duurder is dan oorspronkelijk werd berekend?

[0:56:17] En klopt het dan ook dat die scenario's die het kabinet tot nu toe aanhoudt, hoe wij in 2040 gaan eindigen qua opwek, niet passen bij de werkelijkheid?

[0:56:26] Klopt dat?

[0:56:31] Eerst even een korte reactie op die percentages.

[0:56:34] Wij rekenen in zowel WIN als in kernenergiestudie met 42% tot met 47%.

[0:56:40] En dat gaat het model in.

[0:56:42] En dan zoekt het model een optimalisatieuitkomst.

[0:56:44] En dat is dan inclusief dan of de parken worden ingeschakeld of afgeschakeld.

[0:56:54] Volgens mij is het goed te weten dat er steeds ontwikkeling zit, zowel in de wetenschap, in de techniek, als natuurlijk in de systeemontwikkeling.

[0:57:04] En elke keer als er nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn, dan proberen wij die als ministerie ook zoveel mogelijk te plotten op wat zijn de plannen die wij hebben.

[0:57:15] Dus hoe is dat geoptimaliseerd?

[0:57:18] En dat is inderdaad een proces waar we ook in zitten.

[0:57:21] En waardoor we dus ook die percentages hebben aangepast naar de nieuwste wetenschappelijke inzichten.

[0:57:28] En die inzichten die kunnen natuurlijk wijzigen.

[0:57:30] Dus die optimalisatie kan ook leiden tot een betere benutting.

[0:57:34] Overigens die optimalisaties doen we ook met Tennet samen in hoe kun je nou die systeemverliezen zo klein mogelijk maken.

[0:57:41] een van de lessen die we ook geleerd hebben in de afgelopen tijd, waarin we zeggen, daar willen we nog verdieping op.

[0:57:47] En dat wil Tennent ook.

[0:57:49] Dus daar kijken we heel nadrukkelijk aan.

[0:57:50] En elke keer als daar een nieuw inzicht in zit, dan verwerken we dat in onze nieuwe beleidsplan.

[0:57:56] Dus in het MPE en in de routekaart, et cetera.

[0:57:59] Dus dat is, denk ik, wel goed in het licht van hoe kijken we naar de toekomst en naar waar we nu zitten en waar we zaten.

[0:58:06] Dat we die ontwikkeling, denk ik, met deze presentatie ook hebben geprobeerd te schetsen.

[0:58:11] Als ik het kort mag verduidelijken, het is meer van, ik snap het, maar klopt het inderdaad dat de resultaten van de studie duurder is dan oorspronkelijk werd begroot?

[0:58:23] Dat is eigenlijk mijn hoofdvraag.

[0:58:31] Het is dan misschien wel iets duurder dan als je... Natuurlijk is een windpark duurder per kilowattuur als de capaciteitsfactor lager is, maar in vergelijking met concurrerende energiebronnen nog steeds goedkoper.

[0:58:45] En dat is denk ik ook de reden waarom in de scenario-studies er toch ook bij de lage capaciteitsfactor nog steeds een groot aandeel wind in zit.

[0:58:54] Ik wilde nog heel even ingaan op de andere vraag van de windparken die stilstaan, omdat we dat wel degelijk ook als EZK als probleem zien, niet zozeer windparken en zonneparken die stilstaan, maar dat is eigenlijk

[0:59:09] heeft dat meer te maken met de vraagontwikkeling en dus wij zien systeembreed dat het belangrijk is dat we nu meer beleid gaan ontwikkelen om ook bijvoorbeeld de industrie en andere partijen voldoende investeringszekerheid te geven om ook die vraagontwikkeling te kunnen doen zodat in dat blokje schema wat ik liet zien hebben we niet alleen hard doorgaan met het doorbouwen van de CO2 vrij aanbod maar dat ook partijen voldoende

[0:59:36] de randvoorwaarden op orde hebben om te kunnen elektrificeren.

[0:59:41] Dus dat is ook inderdaad een belangrijk aandachtspunt waar we aan werken.

[0:59:45] Hartelijk dank.

[0:59:46] Dan krijg ik maar mevrouw Müller verlicht voor een tweede vraag.

[0:59:52] Mijn vraag zit meer toe op de toekomst.

[0:59:56] In ieder geval wil er eerst nog 11,4 gigawatt dat gepland moet worden.

[1:00:01] Ik denk dat de ministerie deze vraag het beste kan beantwoorden.

[1:00:04] En daarvoor zijn de kabels nog niet gevonden, dus daar moet nog beschikbare ruimte voor gevonden worden.

[1:00:08] Daar komt bovenop volgens mij dan nog het plannen tot 40 gigawatt, wat hartstikke goed is.

[1:00:13] Maar mijn vraag is, is er voldoende ruimte, beschikbare ruimte in de Noordzee om die zochteffecten zo wel laag te houden dat je je capaciteitsfactor hoog genoeg houdt?

[1:00:24] Ja, de heer de Kielings gaat erom.

[1:00:26] Ja, laten we onderscheid maken tussen de roetkaart 21 gigawatt, dat is de 11,5 gigawatt waar u naar verwijst, daar is ruimte voor.

[1:00:34] Die windenergiegebieden zijn al aangewezen en dat is zoals het proces wat ik beschrijf, daar wordt zo goed mogelijk rekening gehouden met die energiekosten en energieopbrengsten.

[1:00:44] Dan heb je de nieuwe gebieden, dat is voor de ambitie van 40 gigawatt, die moeten nog worden aangewezen.

[1:00:50] En ook daar wordt gekeken, zoals ik in het proces net beschreef, hoe dat werkt van zoekgebieden naar winterenergiegebieden en de verkaveling.

[1:00:58] In alle stappen van dat proces wordt gekeken naar de energieopbrengst, het vermogen, de energiekosten, maar ook zitten er nog andere belangen in het gebied en hoe raakt dat elkaar?

[1:01:10] De vraag die makkelijk te stellen is misschien niet te beantwoorden, maar er is voldoende ruimte voor dit allemaal?

[1:01:18] Ja, dat is misschien goed om te weten.

[1:01:19] Kijk, we hebben het programma Noordzee tot en met 2027.

[1:01:22] Daar zit die eerste routekaart in.

[1:01:24] En we hebben eigenlijk in het vorige kabinet ook gekeken naar een partiële erziening daarop.

[1:01:29] Dus waar kunnen we verder gebieden aanwijzen?

[1:01:32] En daar is het ontwerp ook al van vastgesteld.

[1:01:34] En daar werken we toe naar ook de vaststelling van de gebieden.

[1:01:37] In het proces wat daarna komt, in de optimalisatie, kijken we hoeveel er precies uit kan komen.

[1:01:42] Dus daar zitten we nog wel te zoeken van hoeveel we precies halen uit die windgebieden.

[1:01:46] Maar de ruimte om de stap te kunnen zetten, die voorzien we nu wel.

[1:01:55] Als dan eenmaal weer een windenergiegebied is aangewezen in dat verkavelingsproces, wanneer je het in stukjes knipt, ook daar kan je zorgen door dat slim te kiezen, dat die energieopbrengsten ook hoger worden en daarmee ook die energiekosten ook weer lager.

[1:02:14] Dan geef ik het woord aan de heer Gimlet van CDA.

[1:02:17] Voorzitter, u wilt het niet geloven, maar ik heb zoveel antwoorden gehoord, dus ik heb geen vragen meer.

[1:02:22] Dank u wel.

[1:02:22] Nou, dat horen we natuurlijk graag.

[1:02:24] Dat is een compliment voor alle gasten.

[1:02:27] De heer Kloss, kijken of hij het ook zo goed begrijpt.

[1:02:30] Nooit, voorzitter.

[1:02:32] Mijn vraag gaat ook nog over de toekomst.

[1:02:34] Misschien minder over de ruimte, maar meer over die zocheffecten.

[1:02:37] Misschien zei de heer Baas daar al wat over en ging dat iets te snel voor mij, maar stel dat je dus naar 40 gigawatt gaat met 1 gigawatt windparken, dus niet dat Simone-model van zo'n 10 gigawatt windpark.

[1:02:50] Hoe ontwikkelen die zorgeffecten zich dan?

[1:02:51] Hebben jullie daar al een beeld van wat dat voor effect heeft op de capaciteit?

[1:02:59] Nou, ik geef het zelf al aan, er is nog veel onzekerheid in een, laten we zeggen, 40 gigawatt scenario.

[1:03:05] Een 40 gigawatt scenario was wel al onderdeel van de Duitse studie, waar er al een paar keer aan gerefereerd is.

[1:03:13] We hebben er zelf bij binnen Wiffel ook al wat berekeningen aan gedaan.

[1:03:20] Als we zeggen, zo'n capaciteitsfactor,

[1:03:24] Alleen zorgverliezen, geen beschikbaarheidsaffeindend.

[1:03:26] Dat weten we nou wel.

[1:03:28] Ligt op 46 procent voor de 41-gigawatt-routekaart.

[1:03:31] Als je er nog 20 gigawatt bij zal zetten, laten we zeggen, in het zoekgebied 6, 7... Laten we zeggen, twee of drie windparkclusters daar, dan zal die 46 procent misschien nog een paar procent afgaan.

[1:03:48] Die orde van grootte zit ik aan te denken.

[1:03:54] Ja, gaat te gangen, ja.

[1:03:56] Een hele korte vervolgvraag.

[1:03:57] Zitten daar... Neem je daar dan ook bij de ontwikkeling van de windparken van andere omringende Noordzeelanden?

[1:04:03] Ja, die zitten in die berekeningen.

[1:04:04] Oké, helder.

[1:04:06] Mag ik één aanvulling bellen?

[1:04:07] Ja, zeker.

[1:04:08] Gaat te gang.

[1:04:09] Dus nogmaals, dit soort berekeningen, ook richting de toekomst, dat gaat nog steeds uit van de huidige stand der techniek.

[1:04:19] Als die windturbines groter worden, efficiënter worden of beter om kunnen gaan met die zog-effecten, kan dat weer een andere uitkomst hebben op die resultaten.

[1:04:31] Dan heb ik zelf nog wel wat vragen.

[1:04:33] Ik hoor ook enerzijds wel met vertrouwen in de toekomst dat de techniek nog beter zou kunnen worden.

[1:04:38] Het valt mij wel op dat dat niet iets was wat gebruikt wordt bij alle technieken, bijvoorbeeld kernenergie.

[1:04:47] En dat zie je dus ook in de systeemkosten terugkomen, dat daar wat mij betreft volgens mij een ongelijkwaardige vergelijking uitkomt die niet

[1:04:54] overeenkomt met de werkelijkheid.

[1:04:57] Maar wat vooral mijn vraag is... Kijk, als we nu kijken naar dat windenergieplan Infrastructure Noordzee.

[1:05:03] Die ging uit van een vollastpercentage van zo'n 54 procent.

[1:05:08] En daar zijn ook de plannen op gebaseerd voor onder andere de 21 gigawatt aan vermogen.

[1:05:14] Ik zie knikkende hoofden, dus volgens mij zit ik nog goed.

[1:05:18] Komen die plannen nou nog overeen met de werkelijkheid?

[1:05:21] Het staande beleid van het kabinet, de verwachtingen die ze hebben gemaakt, komen die overeen met waar we nu zitten met de realiteit?

[1:05:34] Even ter controle.

[1:05:37] Is de vraag...

[1:05:39] aan TNO in het model, van het model wat we net gepresenteerd hebben gekregen, gaat die uit van de eerdere boven de 50% capaciteitsfactor of van de nieuwe capaciteitsfactor en zou dat een groot verschil opleveren in het model?

[1:05:53] Want anders zou ik misschien ook een politieke vraag voordeel vinden, van wat doet vervolgens de minister met de consequenties of conclusies?

[1:06:00] Maar die vragen zijn denk ik het handigste voor TNO om te beantwoorden.

[1:06:04] Ja, ik ben het wel eens, ik kan hem wel wat verduidelijken.

[1:06:09] Concreet is mijn vraag.

[1:06:10] Kijk, het Wind Energy Plan Infrastructuur Noordzee, dat heeft bij ons voorgelegen.

[1:06:15] Die gaat uit van vollastpercentages van 54 procent en soms zelfs 58 procent.

[1:06:22] Ik kijk naar de afgelopen jaren.

[1:06:24] Ik zie dat het rondom de 40 procent ligt.

[1:06:27] En we hebben de studie van Shimoa.

[1:06:29] kunnen we nou inderdaad stellen dat die verwachtingen gewoon niet gaan uitkomen en dat we met lagere percentage moeten gaan rekenen dan we tot nu toe hebben gedaan?

[1:06:38] Misschien aan TNO dan.

[1:06:43] Ik kan misschien niet alle delen van deze vraag beantwoorden.

[1:06:46] Ik kan wel beschrijven enigszins welk proces wij nu de komende maanden hanteren over de capaciteitsfactoren.

[1:06:53] En ik kan een deel van de...

[1:06:55] Ik denk een deel van de vraag over de kernenergiestudie beantwoorden.

[1:06:58] Dan begin ik met de laatste, dus in die kernenergie studie hebben wij ook verschillende scenario varianten berekend.

[1:07:08] Dat zijn varianten die variëren, bijvoorbeeld de kosten voor wind op zee, maar ook de kosten voor kernenergie.

[1:07:15] De capaciteitsfactor was daar een factor in.

[1:07:19] Dat noemden we daar wat-if-analyses.

[1:07:23] Daar is gerekend met een variatie van 42 tot 57 procent om die bandbreedte te laten zien.

[1:07:29] En wederom een aantal verschillende toekomstbeelden van hoe Nederland zich kan ontwikkelen.

[1:07:33] En daarin zag je dat wind op zee in de twee belangrijkste scenario's die ervan uitgaan dat bijvoorbeeld de industrie in Nederland blijft en dus

[1:07:42] vragen ontwikkeld in de toekomst die CO2-neutraal is in vorm van elektriciteit of via elektriciteit naar waterstof naar de industrie, dat daar allebei die bronnen, dat je daar het potentieel van gaat benutten.

[1:07:53] Dat zijn de uitkomsten van die studie.

[1:07:55] Als je extremere scenario's kiest waarbij een deel van de industrie Nederland vertrekt, dan zie je andere uitkomsten met lagere potentielen die worden benut.

[1:08:05] Dat zijn de uitkomsten van die studie.

[1:08:07] waar we dus met een brede range ook van kosten hebben gerekend, die zowel positief als negatief voor beide bronnen, dus windenergie op zee en kernenergie, hebben gevarieerd.

[1:08:18] En dan het tweede deel, natuurlijk met de lessen die we hebben geleerd, ook in de afgelopen maanden, over de aangepaste capaciteitsfactoren of de nieuwe inzichten over capaciteitsfactoren, zijn wij binnen TNO ook bezig om te kijken, kunnen we de aannames in het operamodel, wat ik kort heb gepresenteerd, kunnen we die verfijnen?

[1:08:36] En kunnen we die voor de huidige windparken updaten?

[1:08:38] En ook voor de toekomstige windparken, kunnen we die beter representeren?

[1:08:43] Ook voor meerdere windjaren bijvoorbeeld.

[1:08:45] En die uitkomsten van die analyses zijn voor de zomer,

[1:08:48] en dan kunnen we daarna kijken of er een nieuwe analyse gewenst is voor die kernenergie-studie.

[1:08:55] Dat is het proces waar we nu mee bezig zijn.

[1:09:01] Een vraag over het win?

[1:09:02] Ja, dan had u ook nog een vraag over het win.

[1:09:06] Ja.

[1:09:08] Ja, over het win...

[1:09:10] Zoals ook Joris heeft aangegeven, daar is een hele range berekend, waaronder ook 42% gebaseerd op de Wiffel-studie.

[1:09:19] Dus daar is met een range gerekend, zoals Joris ook eerder heeft aangegeven, omdat er niet één capaciteitsfactor is.

[1:09:26] Bijvoorbeeld in dat hogere scenario die u aanhaalt, daar is zoals gerefereerd, is daar gebruik gemaakt van een bepaald jaar.

[1:09:35] Daar is net context aan gegeven.

[1:09:38] Dus dat is ook goed om mee te nemen.

[1:09:40] Dus we nemen altijd rangers mee en ook in het winnen.

[1:09:47] Nog een korte volgvraag.

[1:09:49] Dan de heer Baas, dan wil ik zeker weten dat ik het goed zeg.

[1:09:55] Kunnen we stellen dat...

[1:09:57] We werken nu met vrij kleinere kavels, van een gigawatt, soms groter.

[1:10:01] Inderdaad, in het scenario van Shimoa gaan we uit van een kavel van 10 gigawatt.

[1:10:07] Kunnen we niet stellen dat als je al die kavels bij elkaar optelt, en volgens mij zei de heer Kloss het net ook al,

[1:10:12] dat je dan effectief uitkomt op dat scenario wat wordt geschetst in die hypothetische studie.

[1:10:17] Juist omdat ze aan elkaar verweven zijn.

[1:10:20] Ja, dat is dus inderdaad een goede vraag.

[1:10:23] Je ziet, als je kijkt naar de regio waar nu IJmuiden-Ver en Nederwijk gebouwd worden, dat als je al die parken die in dat gebied gebouwd worden, kom je ook wel op zo'n 10 gigawatt uit.

[1:10:35] Alleen is het dan nog steeds niet één massief 10 gigawatt cluster, maar er zitten nog steeds gebieden tussen.

[1:10:48] Bijvoorbeeld, als wij de getallen presenteren of berekenen voor IJmuiden-Fernheden-Wiek, precies dat cluster, en vergelijken met een één 10 gigawatt cluster aan 10 megawatt per vierkante kilometer, dan zie je daar toch een duidelijk verschil in, wat ik ook liet zien op mijn laatste slide.

[1:11:08] Er zijn wel, denk ik, gebieden, in ieder geval op de tekentafel, die zo'n soort clusteren... Hoe zeg je dat?

[1:11:18] Nou ja, weergeven.

[1:11:20] En dan denk ik aan hoe de situatie in de Duitse bocht eruitziet.

[1:11:24] Als je kijkt wat daar gepland staat en dat vergelijkt met wat er in de regio en bij de VER gebouwd wordt, zie je daar nog wel een verschil in de hoeveelheid windturbines en windparken die op elkaar staan.

[1:11:37] Richting 2040 is het de vraag of je inderdaad zo'n 10 gigawatt bij elkaar moet gaan willen zetten.

[1:11:45] Ja.

[1:11:48] Gaat uw gang.

[1:11:49] Want wij luisteren dus heel goed ook naar wat de bureaus hierin zeggen.

[1:11:53] En eigenlijk zeggen ze hierin, optimaliseer nou in het design wat je doet.

[1:11:58] Dus als we naar onze huidige routekaart kijken, dan is daar dus echt optimalisatie geweest.

[1:12:03] Hoe positioneren die parken zich tot elkaar?

[1:12:06] En kunnen we daar nog weer wat winst uit halen?

[1:12:10] Vandaar ook dat we die specifieke studies doen.

[1:12:12] En dus de parken, als ik je goed heb begrepen, zoals je die refereert over Duitsland, zo zien die parken er in ieder geval in ons design nu niet uit.

[1:12:20] Toch?

[1:12:24] Klopt dat?

[1:12:24] Als u nou kijkt wat er in de Duitse bocht gepland staat, staat er 20 gigawatt vrij dicht op elkaar, zonder al te veel tussen, zeg je dat?

[1:12:34] Corridors.

[1:12:38] Dus dat is nog net een andere situatie.

[1:12:44] Dank u wel.

[1:12:47] Dan is volgens mij iedereen voorzien.

[1:12:51] Dan denk ik dat we hem daarbij gaan laten.

[1:12:53] Ik wil vooral alle insprekers hartelijk bedanken voor jullie komst en voor de toelichting op alle ingewikkelde en ook technische vragen.

[1:13:00] Ik denk dat we hiermee heel erg geholpen zijn als commissie.

[1:13:03] En ik wil jullie allemaal veel succes, mensen, met het specifieke werk wat jullie doen, of het voor de studiesysteem of het ministerie.

[1:13:10] Welkemaals, hartelijk dank.