Disclaimer: deze transcriptie is geautomatiseerd omgezet vanuit audio en dus geen officieel verslag. Om de transcripties verder te verbeteren wordt constant gewerkt aan optimalisatie van de techniek en het intrainen van namen, afkortingen en termen. Suggesties hiervoor kunnen worden gemaild naar info@1848.nl.
Staat van ons Klimaat 2025 door KNMI
[0:00:00] Goedemiddag allemaal, welkom bij deze technische briefing.
[0:00:06] Welkom aan de mensen op de tribune, welkom aan de mensen van het KNMI en ook de diverse Kamerleden aanwezig bij deze technische briefing.
[0:00:13] We gaan met elkaar in gesprek over het rapport staat van ons klimaat 2025.
[0:00:19] Ik heb van een aantal leden begrepen dat zij iets eerder weg moeten vanwege stemmingen die vanmiddag ook plaatsvinden.
[0:00:24] Dus ik zou willen voorstellen dat we de presentatie wat aan de beknopte kant houden, zodat er wel voldoende ruimte is voor interactie en vragen.
[0:00:35] Verder heb ik geen dienstmededelingen, dus dan wil ik eigenlijk gewoon met uw welbevinden gaan starten.
[0:00:42] En dan heb ik begrepen dat ik het woord mag geven aan de heer Van Aalst.
[0:00:48] Ja, hartelijk dank.
[0:00:49] Fijn om hier te kunnen zijn, ook fijn om dit rapport aan u te kunnen toelichten.
[0:00:53] Het is een rapport dat we dit jaar voor het eerst aan de Kamer hebben gestuurd, wat we daarvoor al wel maakten, omdat eigenlijk in een tijd van een al veranderd klimaat belangrijker wordt.
[0:01:01] Je hebt een aantal informatieproducten, onder andere de Jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning, die eigenlijk bijhouden hoe het gaat met de uitstoot van CO2 en de doelstellingen daarin.
[0:01:11] Eigenlijk zit het equivalent de vinger aan de pols van hoe het er nou met het klimaat zelf voor staat, zou je kunnen zeggen.
[0:01:16] Wij doen dat als KNMI natuurlijk voor Nederland.
[0:01:18] Daarnaast dragen we bij aan de wereldwijde analyses die toevallig ook net deze week zijn uitgekomen van de Wereld Meteorologische Organisatie.
[0:01:24] Daar hebben we uiteraard ook aan bijgedragen.
[0:01:26] Dus mocht u daar vragen over hebben, dan kunnen we dat in één keer meenemen.
[0:01:30] Maar dit zijn de cijfers voor Nederland en daar kijken we ook een beetje met een schuin oog natuurlijk naar Europa en de wereld, want dat is ook allemaal met elkaar verbonden.
[0:01:37] En de hoofdlijn is natuurlijk dat het eigenlijk bevestigt wat we al wisten.
[0:01:39] Het wordt warmer en het weer wordt ook gilliger.
[0:01:42] Nou, Peter zal zo even wat nadrukkelijker op alle lijnen voor Nederland ingaan.
[0:01:47] Hittegolf natuurlijk ook vandaag, een enorme hittegolf in Amerika, waar we inmiddels als World Weather Attribution Network, waar was KNMI ook een bijdrage, al hebben kunnen vaststellen dat die zonder klimaatverandering eigenlijk zo niet had kunnen voorkomen.
[0:02:00] En dat is ook een patroon wat we in de wereld steeds vaker zien, dat die extreme buiten de bandbreedtes gaan die we eerder gewend waren en dat we nieuwe extreme zien die we ook in Nederland kunnen verwachten.
[0:02:10] En vandaar ook een korte toelichting op het extreemrapport wat we net voor de kerst hebben uitgebracht en wat we ook in de staat van ons klimaat dit keer hebben meegenomen.
[0:02:18] Dus dat zal Lone met name ook even wat over zeggen.
[0:02:21] Daarmee is dus eigenlijk de conclusie dat er werk te doen is, dat u die rapporten die u ook krijgt over die tolmodel doet er dus toe.
[0:02:26] Maar we hebben ook een opgave om ons aan te passen en ook om voorbereid te zijn, bijvoorbeeld middels sterke early warning-systemen op die extremen die we al kunnen verwachten.
[0:02:34] En dat is natuurlijk ons dagelijkse werk, maar mocht u daar vragen over hebben, dan beantwoorden we die natuurlijk ook heel graag.
[0:02:39] Dus nogmaals dank en we zien uit hoe uw vragen hebben gelopen.
[0:02:41] Dus we zullen het kort proberen te houden.
[0:02:43] Dank.
[0:02:44] Peter.
[0:02:49] De temperatuur van vorig jaar, daar doen we het om in dit rapport.
[0:02:54] Het was een warm jaar.
[0:02:56] Het was niet zo warm als de afgelopen twee jaar, waardoor je al gauw denkt, het viel wel mee, maar het was de zesde van de reeks.
[0:03:00] Je ziet daar de reeks.
[0:03:02] Sinds 1901 meten we dat, de jaargemiddelde temperatuur.
[0:03:05] Ja, je ziet, die is omhoog gegaan.
[0:03:07] De warmste tien jaar zitten allemaal in deze eeuw.
[0:03:09] De koelste tien jaar zitten allemaal in de eerste helft van de vorige eeuw.
[0:03:13] En ja, Nederland is in het orde van 2,6 graad opgewarmd sindsdat wij die metingen doen.
[0:03:19] Maar steken ze wel als de wereld gemiddeld is opgewarmd.
[0:03:23] Het tempo van de wereld is in Nederland hoger omdat wij een land zijn waar sneller op dan zee.
[0:03:31] We hebben vaker westenwinden in de winter, we hebben veel zon gehad.
[0:03:34] Maar we zien vooral dat alle winden worden warmer in Nederland, waar hij ook vandaan komt in alle seizoenen.
[0:03:38] Dus Nederland warmt op omdat het Noordelijke Halffront in de hele wereld opwarmt.
[0:03:41] En dat verklaart wat u daar in die grafiek ziet.
[0:03:46] Als je door het jaar heen kijkt, het is misschien een beetje moeilijk te zien, maar je ziet daar de rode lijntjes, dat waren de maandgemiddelde.
[0:03:54] En vorig jaar waren 10 van de 12 maanden warmer dan wat het huidige langjaar gemiddelde is.
[0:04:00] Van 1991 tot 2020, dat is het huidige klimaat zeg maar, dat we om de 10 jaar updaten.
[0:04:06] Als je het vergelijkt met het begin van de vorige eeuw, toen we begonnen te meten, waren gewoon alle maanden warmer.
[0:04:10] Alle seizoenen zijn opgewarmd, zou je kunnen zeggen.
[0:04:14] Ja, dat is de temperatuur.
[0:04:17] Het is ook goed om naar Caribisch-Nederland te kijken, daar hebben we ook meetstations.
[0:04:20] En de bovenste lijn is Bonaire en de onderste is nog een keer De Bilt.
[0:04:24] Uiteraard is het hier minder warm, maar wat ook opvalt is dat het in Bonaire wat minder varieert.
[0:04:31] Dat heeft gevolgen op de manier waarop je klimaatverandering ervaart, omdat als het hier een klein beetje warmer wordt, ja, dan krijg je weer wat je vroeger had, maar alleen op een ander moment in het jaar, terwijl je daar echt weer krijgt wat nog nooit is voorgekomen, even los van het feit dat het daar natuurlijk standaard warmer is.
[0:04:45] Dus dat is wel goed om te zeggen.
[0:04:47] Bonaire had ook een warm jaar vorig jaar.
[0:04:52] En als je naar de neerslag kijkt, in Bonaire was vorig jaar droog.
[0:04:57] Wat bijzonder is, want we hadden een zogeheten La Nina, en dat zijn juist vaak wat minder droge jaren, maar desondanks droog.
[0:05:05] Het was ook het derde jaar op een rij dat bovengemiddeld droog was vorig jaar, dus bij Bonaire.
[0:05:12] Terug naar Nederland-Europa, de zonnestraling die we ook meten.
[0:05:17] De zon neemt enorm toe in Nederland, iets van 10% meer zon vergeleken met eind vorige eeuw.
[0:05:23] Voor een deel minder luchtfrontreiniging, voor een deel ook vaker gewoon mooi weer, blauwe luchten, minder wolken, meer zon.
[0:05:30] En als je het optelt in de rechtergrafiek over het hele jaar,
[0:05:34] Dan kom je aan het eind van het jaar uit op iets van 1200 kWh per vierkante meter.
[0:05:38] Dat is misschien goed als een gevoel te krijgen, want dat is wat één persoon in Nederland ongeveer aan elektriciteit per jaar verbruikt.
[0:05:43] Dus wat er toevallig evenveel wat er op één vierkante meter aan zonnestraling.
[0:05:47] Dus heel veel zonne-energie uit de gaten.
[0:05:51] Als je kijkt naar Europa, zon en wind, dan was ook West-Europa, oranje daar links, zonniger dan normaal.
[0:05:58] En tegelijkertijd kijken we natuurlijk ook naar windenergie en wind.
[0:06:02] Dat is het rechterplaatje.
[0:06:03] Vorig jaar was juist een relatief windarm jaar.
[0:06:06] Dus het heft elkaar voor een deel ook op.
[0:06:08] Met name de lente was enorm windarm.
[0:06:12] En dat scholt van heel West-Europa.
[0:06:16] Wij kijken ook naar droogte.
[0:06:17] En droogte is dan enerzijds verdamping wat het droger maakt en ook neerslag wat het weer natter maakt.
[0:06:23] Dus wat we doen is we kijken naar hoeveel water er verdampt en hoeveel er terugvalt aan regen.
[0:06:27] Dat verschil tellen we op vanaf 1 april.
[0:06:31] Dat is altijd positief.
[0:06:33] Er gaat altijd vocht de grond uit in dit seizoen.
[0:06:36] Maar het ene jaar is meer dan het andere.
[0:06:38] Vorig jaar was een droog jaar, met name het voorjaar.
[0:06:42] Dat is het middelste lijntje.
[0:06:43] Het is ook hier wat lastig te zien, maar gemiddeld was Nederland vrij droog, wat één keer per twintig jaar voorkomt, zeg maar.
[0:06:48] Maar wat opviel vorig jaar vooral is dat de regionale verschillen zo groot waren.
[0:06:52] Zeeland was enorm droog, terwijl Groningen wat meeviel.
[0:06:57] Dus dat is wat vorig jaar opviel.
[0:06:59] Maar nogmaals een droog jaar.
[0:07:01] We denken overigens dat droogte in de toekomst vaker gaat voorkomen in Nederland.
[0:07:07] Extreme weer, goed.
[0:07:08] Elk jaar heeft zo's een relatieve of extreme.
[0:07:11] Dan geven we code oranje of code rood uit.
[0:07:13] We geven ook code geel uit.
[0:07:15] We hebben vorig jaar vijf keer code oranje, nul keer code rood uitgegeven.
[0:07:18] Vijf keer is vrij weinig.
[0:07:19] Gemiddeld doen we het iets van acht keer.
[0:07:21] Meestal voor gladheid in de winter of hevige neerslag in de zomer of stormen.
[0:07:26] Nu zit het daar per provincie gekleurd.
[0:07:28] Dat is de schaal waarop wij op dit moment codes uitgeven.
[0:07:35] Nou, dan ga ik nu... Mijn laatste slide voordat Lonus overneemt, de link naar de wereldwijde opwarming.
[0:07:42] In het bovenste plaatje ziet u inderdaad, nou ja, de wereldopwarming die nogmaals minder snel gaat dan Nederland.
[0:07:50] Maar we zien ook dat de anderhalve graad van Parijs al vrij snel wordt genaderd.
[0:07:56] Daar gaan we ook waarschijnlijk doorheen.
[0:07:58] Het zal prachtig zijn als die 2 graden wordt voorkomen.
[0:08:04] Er kreeg van de week ook aandacht in de media.
[0:08:07] We zien aan de top van de atmosfeer dat er meer energie ingaat dan eruit.
[0:08:11] Het is een waterkoker, vergelijk het daarmee, en die energie moet ergens naartoe.
[0:08:14] En dat gaat vooral in de oceaan zitten.
[0:08:16] Die waterkoker krijgt nog steeds een hoger vermogen, want de disbalans neemt zich toe.
[0:08:22] Dus je verwacht de versnelling van de opwarming, die we ook terugzien in die oceaantemperatuur.
[0:08:27] Overigens ook in de zeespiegel, die versneld omhoog gaat.
[0:08:29] En we lijken het ook te zien in de luchttemperatuur, die echt ruiziger is door allerlei bijeffecten, waardoor je zo'n trend minder makkelijk ziet.
[0:08:38] Dus dat is een puntje van zorg, een groot punt.
[0:08:41] Ja, dat is de wereldwijde opwarming waar wij als Nederland elke dag gewoon indirect mee te maken hebben.
[0:08:46] Omdat de lucht altijd uit een hoek komt, die is opgewarmd.
[0:08:49] Zo is het gewoon.
[0:08:51] Nou, dan geef ik nu het woord aan Lone.
[0:08:57] Mijn collega heeft wel laten zien, in de staat van het klimaat blikken we jaarlijks terug op het weer van het afgelopen jaar en zetten we dat ook in de context van het klimaat.
[0:09:09] Maar het is natuurlijk ook onze taak om vooruit te kijken als KNMI en dan heb ik het niet alleen over de verre toekomst, maar ook
[0:09:16] de meer nabije toekomst.
[0:09:19] Het is daarbij vooral relevant om te kijken naar extremen, want het zijn juist weer extremen die de meeste impact hebben op de maatschappij.
[0:09:26] Een voorbeeld daarvan was de neerslag in Enschede in 2024.
[0:09:31] Het zal u niet ontgaan zijn dat er vorig jaar ook uiteindelijk is aangegeven dat een aantal woningen in de wijk waar die extreme neerslag viel onbewoonbaar zijn verklaard met alle gevolgen voor de bewoners van die.
[0:09:44] Dat soort extremen nemen toe in frequentie en worden ook steeds heviger.
[0:09:50] En we zien ook dat ze sneller toenemen dan de gemiddelde.
[0:09:54] En dat stelt ons eigenlijk voor een uitdaging in het hele adaptatievraagstuk.
[0:09:58] Want hoe bereid je je voor op een weersextreem dat je nog nooit eerder hebt meegemaakt en waar je nog niet...
[0:10:03] een heel duidelijk beeld van hebt.
[0:10:06] Dat was eigenlijk de aanleiding dat we een extreem rapport hebben uitgebracht vorig jaar, ook genoemd in de staat van ons klimaat.
[0:10:14] In het rapport hebben we negen storylines uitgewerkt met weersituaties, dus eigenlijk een soort weerbericht dat mogelijk zou zijn in het klimaat van nu.
[0:10:24] En die weersituaties, dat zijn extreme die we nog niet eerder hebben gezien, maar die wel plausibel zijn.
[0:10:31] Daarnaast hebben we ook gekeken naar de mogelijke impact van die extreme en daarvoor hebben we samengewerkt met een aantal partners, waar we ook vaker mee samenwerken.
[0:10:40] Een aantal voorbeelden van die storylines, die kan ik even kort benoemen.
[0:10:46] Een daarvan is een koude duisterluwte, dus dat is een situatie waarin de temperaturen laag zijn, dus de energievraag hoog.
[0:10:56] Tegelijkertijd is er sprake van weinig opwek van windenergie, weinig opwek van zonne-energie.
[0:11:02] en dat kan leiden tot een situatie waarin de restvraag aan energie er niet meer aan voldaan kan worden.
[0:11:10] Een ander voorbeeld dat we hebben doorgerekend is een zogenaamde extratropische storm, dus eigenlijk een orkaan die voor de westkust van Afrika ontstaat en in plaats van dat hij...
[0:11:20] netjes westwaarts trekt, zwaait hij af richting het noorden en komt hij aan land in Europa.
[0:11:28] Twee jaar geleden is dat voorgekomen in Frankrijk.
[0:11:32] Het zat toen in onze weermodellen dat er ook een mogelijkheid was dat hij in Nederland aan land had kunnen komen.
[0:11:37] En we hebben eigenlijk in dit rapport bekeken wat dan de consequenties zouden zijn voor Nederland.
[0:11:43] Ik zal een specifieke casus nog voor u uitlichten, ook een beetje vanwege de link met het afgelopen jaar.
[0:11:51] U heeft kunnen lezen dat er vorig jaar meer dan een miljoen hectare aan land verwoest is in Europa, eigenlijk door natuurbranden.
[0:11:59] En ook in Nederland zien we dat dit een actueel risico is.
[0:12:03] Een jaar geleden was er in Ede, op de Edese heide, een grote natuurbrand.
[0:12:08] En die ontstond ook vanwege langdurig aanhoudende droogte al vrij vroeg in het jaar.
[0:12:14] En we zien dat zeker die weersomstandigheden dat die hebben bijgedragen aan het ontstaan en ook het brandgedrag van die brand.
[0:12:23] We kunnen erover discussiëren of dit nou echt een weersextreem is, want een natuurbrand is natuurlijk afhankelijk van heel veel factoren.
[0:12:32] Hoe wordt brand bestreden, wat voor vegetatie is aanwezig, hoe droog is die vegetatie en of die überhaupt wordt aangestoken, die brand.
[0:12:41] Maar we zien dus wel dat het weer een grote invloed heeft op de kans van ontstaan van branden en ook
[0:12:46] hoe zo'n brand zich uiteindelijk gedraagt.
[0:12:49] En om die reden hebben we gekeken naar een specifieke brand in 2018, in de zomer van 2018, in Wateren.
[0:12:59] We hebben bewust gekozen voor een zomerbrand, want we zien dat het natuurbrandseizoen in Nederland langer wordt.
[0:13:08] Normaal gesproken verwacht je de meeste natuurbranden in het voorjaar en we zien eigenlijk dat vanwege de droger wordende zomers dat er steeds vaker sprake is van een tweede piek in de zomermaanden.
[0:13:22] En om die reden hebben we gekeken naar die casus in 2018.
[0:13:29] We hebben gekeken naar een periode rondom het daadwerkelijk optreden van die brand en gekeken of er een dag was waarop het weer nog brandgevaarlijker was dan op die 7 augustus.
[0:13:41] Dan kun je kijken naar droogte, je kunt kijken naar de temperatuur op die dag, de wind- en de luchtvochtigheid.
[0:13:47] En er bleek inderdaad een dag te zijn met een groter risico.
[0:13:50] Vervolgens hebben we de weersomstandigheden van die dag in verschillende modellen gestopt en gekeken naar de invloed van het weer op die brand.
[0:13:59] Een van de resultaten kunt u hier op de slide zien.
[0:14:03] Dat is misschien wel leuk om te benoemen.
[0:14:05] Dit is het KNMI Natuurbrand Impact model.
[0:14:08] en die is vanaf dit brandseizoen ook operationeel.
[0:14:13] Met het model kunnen we... Ja, in dit geval hebben we teruggekeken, maar je kunt dus ook vooruitkijken wat de kans is van het ontstaan van X aantal branden op basis van het weer.
[0:14:23] En wat je dan bijvoorbeeld ziet in dit geval, is dat er 7 augustus was er een kans van 30 tot 40 procent op 15 branden of meer in Nederland, terwijl dat op 27 juli meer dan 75 procent was.
[0:14:36] Dus dit is eigenlijk een heel bruikbaar product.
[0:14:38] dat we samen met het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid hebben ontwikkeld, wat de hulpdiensten kan helpen om te anticiperen op brandgevaarlijk weer.
[0:14:50] We zijn nu ook als KNMI verder aan het onderzoeken met andere partners, zoals terreinbeheerders, Wageningen Universiteit, om te kijken hoe we die dienstverlening rondom natuurbranden verder kunnen opzetten en verbeteren.
[0:15:04] Ook zodat we als maatschappij beter zijn voorbereid op dit soort situaties.
[0:15:09] Dank u wel.
[0:15:14] Ja, mooi, dank u wel voor deze toelichting.
[0:15:16] Als u uw microfoon weer wilt uitzetten, dan ga ik door naar de aanwezige Kamerleden.
[0:15:22] Ik stel voor dat we één à twee rondes vragen doen.
[0:15:27] Mocht u een korte vervolgvraag hebben, dan kan dat.
[0:15:30] Maar ik wil iedereen natuurlijk graag de gelegenheid geven.
[0:15:33] En ik wil beginnen bij mevrouw Venninga.
[0:15:36] Ja, dank u wel, voorzitter, en dank jullie wel voor de presentatie.
[0:15:43] Mooi dat model voor natuurbranden iets vergelijkbaars is natuurlijk ook al wel, vraag ik ook even ter bevestiging, voor hoogwater en dergelijke.
[0:15:52] In hoeverre worden die modellen en jullie data nu al meegenomen in bijvoorbeeld langedurend beleid, dus bijvoorbeeld programmering van een hoogwaterbeschermingsprogramma, deltaplan, woonplannen en dergelijke?
[0:16:10] Ja, dank voor die vraag.
[0:16:12] Dat is een klassieke keten die we in Nederland eigenlijk heel goed op orde hebben.
[0:16:16] Dus onze samenwerking met Rijkswaterstaat met name is heel goed.
[0:16:19] Dus er zijn vanuit onze klimaatscenario's ook deltascenario's bijvoorbeeld al ontwikkeld.
[0:16:23] Maar ook in het proportionaliseren van die infrastructuur wordt al rekening gehouden met die nieuwe klimaatscenario's.
[0:16:30] Wat we wel zien, is dat er grotere uitdagingen zitten als het gaat om wateroverlast op kleinere schaal.
[0:16:37] Dus er wordt nu vaker gekeken, bijvoorbeeld ook naar die Limburgbui.
[0:16:40] Een aantal waterschappen ook, die hebben doorgerekend wat er zou gebeuren als dat op één plek in Nederland, dus niet zoals het nu gebeurd is in die Aervelei en in de Ardennen, maar...
[0:16:51] bijvoorbeeld boven Amsterdam of boven Utrecht, wat er dan zou gebeuren.
[0:16:56] En daar is nog meer werk te doen.
[0:16:58] Dat vergt ook soms werk op kleinere schaal.
[0:17:01] En ook daar de vraag, wat kun je nog doen als je zo'n bui ziet aankomen?
[0:17:04] En hoe ga je ermee om als die helemaal gevallen is?
[0:17:07] Dus dat is het stuk waar, denk ik, nog wat groter huiswerk is.
[0:17:10] Maar over het algemeen hebben we die ketens in Nederland goed op orde.
[0:17:14] Voor een aantal nieuwe risico's, zoals hitte en natuurbranden, geldt eigenlijk dat dat twintig jaar geleden nog nauwelijks op de kaart stond als iets waar we überhaupt wat te doen hadden.
[0:17:23] Dus vandaar dat we die er als voorbeeld meer uitgelicht hadden.
[0:17:31] Dank, voorzitter, en dank voor jullie komst.
[0:17:33] We hebben het in de Klimaatcommissie, waar ik dagelijks in zit, vaak tegenwoordig over energieonafhankelijkheid en een lagere rekening als reden om iets aan het klimaat te doen.
[0:17:41] Maar dat u hier bent en dit zo toelicht, dat komt voor mij ook wel erg binnen.
[0:17:46] We mogen het ook wat vaker hebben over het gewone klimaat en niet alleen maar de nevenargumenten om iets te doen aan zonnepanelen en windmolens.
[0:17:52] Dat zeg ik maar even als inleiding.
[0:17:55] Maar mijn vraag gaat er ook over, want u constateerde
[0:17:58] In 2025 hebben we in Europa heel veel zon gezien en weinig wind.
[0:18:02] Dat heeft ook implicaties voor beleid.
[0:18:04] We moeten heel veel zonnepanelen neerzetten of heel veel windmolens.
[0:18:07] Is dat goed te voorspellen per jaar, wanneer je wind zou zien en wanneer je zon zou zien?
[0:18:12] En zijn dat ook langere termijn trends waarbij er veel meer zon komt en veel minder wind?
[0:18:16] Of juist niet?
[0:18:18] Ja, dat was mijn vraag.
[0:18:23] Nou, hoe een seizoen is, dat kunnen we niet voorzien in dit deel van de wereld.
[0:18:30] Kijk, we zien wel een langjarige trend in zon, een toename.
[0:18:35] In wind hebben we een kleine afname in Nederland, waarschijnlijk vooral gekoppeld aan dat er ruren zijn geworden, meer bebouwing en zo dat soort.
[0:18:43] Dat kunnen we zeggen, maar het weer kun je twee weken vooruit voorspellen en dan houdt het op.
[0:18:58] Ja, dank u wel, meneer Klos.
[0:19:01] En dan gaan we door naar mevrouw Zanin Jan.
[0:19:03] Ja, dank u, voorzitter.
[0:19:04] Ik was op uw toestemming aan het wachten, dus gewoon daar.
[0:19:07] Nee, helemaal goed.
[0:19:08] Dank voor de presentatie.
[0:19:11] Heel verhelderend.
[0:19:12] En waar ik ook vooral naar benieuwd ben, is hitte en droogte.
[0:19:17] En dan met name ook... Vanuit het Rijk zijn we bezig met de Nationale Adaptatiestrategie, maar ook natuurlijk de nood naar ruimte.
[0:19:26] En in hoeverre wilt u reflecteren op de feitelijkheden die hierin staan, op de normen, of die goed over zijn gekomen in al die documenten waar het kabinet mee bezig is?
[0:19:44] Dank voor die vraag.
[0:19:45] Het is natuurlijk uiteindelijk niet aan het KNMI om...
[0:19:49] te beoordelen of iets goed genoeg is gebruikt, maar de dialoog over het gebruik van deze gegevens is intens en intenser geworden ook de afgelopen jaren.
[0:19:59] Waarbij ik denk dat ook het bewustzijn is toegenomen dat het ook gaat om risico's waar we vandaag al mee te maken hebben, in plaats van alleen de risico's waar we ons zeg maar voor 2050 of 2100 op voor te bereiden hebben.
[0:20:13] Dus dat verandert wel de urgentie, verandert ook het soort planning wat je moet doen, bijvoorbeeld in een nationale adaptatiestrategie.
[0:20:20] Daar hebben we, denk ik, te lang in een wereld geleefd dat we dachten dat is een aanpassing die we de komende decennia moeten gaan doen.
[0:20:27] Klassiek gesproken als de zeespiegel langzaam maar zeker stijgt, moeten we zorgen dat we tegen de tijd die wat gestegen is, onze dijken zoveel verhoogd hebben.
[0:20:34] Maar we zien dat we nu al met dingen te maken hebben die we ook vandaag al als een risico te beheersen hebben.
[0:20:42] Ik denk dat dat een mentaliteitverandering is die gaande is.
[0:20:45] Dus nogmaals, we weten elkaar allemaal te vinden, ook bijvoorbeeld voor die nationale adaptatiestrategie, maar het is daar in die ketens vervolgens ook duidelijk dat we werk te doen hebben samen.
[0:20:58] Heeft u nog een vervolgvraag?
[0:20:59] Ja, gaat uw gang.
[0:21:00] Ja, een korte vervolgvraag.
[0:21:02] En die mentaliteitsverandering die zie ik natuurlijk bij de mensen die erover gaan en die er heel veel vanaf weten.
[0:21:10] Maar het vraagt natuurlijk ook wat van de mensen hier buiten die daar niet dagelijks mee bezig zijn.
[0:21:16] En zijn er dingen die u ons mee kunt geven hoe wij die boodschap over kunnen brengen?
[0:21:23] En hoe doet u dat bijvoorbeeld als zo'n onderzoek naar buiten gaat?
[0:21:27] Omdat het ook best wel verlammend kan werken op het moment dat je niet de regie hebt om wel iets te kunnen doen.
[0:21:35] Of hebben we die regie wel en doen we het niet?
[0:21:37] Dus wilt u daar misschien iets over vertellen?
[0:21:43] Dank.
[0:21:45] Een terechte vraag.
[0:21:46] Juist als het gaat over de risico's die we vandaag al hebben, is dat natuurlijk ook een kwestie van bewustzijn.
[0:21:52] Dus daar hebben we klassiek met onze gewone waarschuwingen, bijvoorbeeld die weercodes, natuurlijk ook al mee te maken.
[0:21:57] En ook daar geldt de vraag, hoe krijg je die effectief gecommuniceerd?
[0:22:01] Ik heb wel eens gezegd, mijn grootste nachtmerrie als KNMI-directeur zou ook zoiets zijn als die overstroming in de Aarvallei, waar eigenlijk de regenverwachting heel goed was, maar het niet lukte om dat te vertalen in effectieve waarschuwingen om mensen op tijd...
[0:22:14] best wel dichtbij eigenlijk naar hoger gelegen gebied te krijgen en daarmee hun levens te redden en dan dus te zien dat zoiets zich ontvouwt.
[0:22:21] Dus daar denken we veel over na en besteden we ook veel energie aan.
[0:22:24] In de praktijk kunnen we dat als KNMI natuurlijk nooit alleen.
[0:22:26] Dus het gaat in ons geval heel veel om nauwere samenwerking ook met bijvoorbeeld veiligheidsregio's.
[0:22:31] Dat was ook een...
[0:22:32] Ik noemde eerder de samenwerking met Rijkswaterstaat voor de meer technische systemen.
[0:22:37] Dat is klassiek gesproken al heel goed op orde.
[0:22:40] Maar de hele veiligheidskolom is echt een nieuwe schakel die de afgelopen jaren heel sterk in ontwikkeling is geweest, ook met het ontwikkelen van ons Early Warning Center.
[0:22:49] En dat geldt dan op de korte termijn, maar het geldt eigenlijk ook op de lange termijn.
[0:22:52] Dus die komen ook met dezelfde vragen bij ons.
[0:22:54] Hoe doen wij stresstests voor het soort extremen die we zouden kunnen verwachten nu en in de toekomst?
[0:22:59] Hetzelfde met waterschappen.
[0:23:00] En ook waterschappen en veiligheidsregio's vinden elkaar in toenemende mate om dit goed samen te kunnen doen.
[0:23:06] In termen van onze eigen publiekscommunicatie, dat was uw laatste vraag, geldt daarvoor ook weer dat we dat graag samen met partners doen, die vaak ook voor hun achterbannen dat beter kunnen dan wij dat alleen als instituut zouden kunnen.
[0:23:21] en ook via de media.
[0:23:23] Dus bijvoorbeeld voor rapporten als dit extreemrapport over de staat van ons klimaat, leveren we dat natuurlijk ook breed aan aan de journalisten die deze onderwerpen bespreken.
[0:23:34] En dat wordt over het algemeen ook goed opgepakt.
[0:23:37] Dus dat is fijn om te merken.
[0:23:40] Oké, dank u wel voor uw antwoord.
[0:23:42] Dan ga ik door naar de heer Pikkers.
[0:23:44] Ja, dank u wel.
[0:23:45] Dank ook voor het rapport en ik denk zeer waardevol ook voor het werk wat wij doen, kijken naar de toekomst en hoe gaan we om met de veranderende wereld en in dit geval het klimaat.
[0:23:57] Ik had een vraag en misschien ook wel een mooi bruggetje, u had het over het publiekscommunicatie.
[0:24:02] Als we kijken naar de weercodes die u afgeeft, heb ik daar in mijn omgeving altijd een heleboel discussie hoor ik daarover.
[0:24:09] En ik zou die ook daar in de relatie willen leggen naar de wijze waarop u die communicatie doet en hoe u daar misschien ook wel in samenwerking met andere platforms, want je ziet ook heel veel mensen die gewoon weer apps gebruiken van commerciële aanbieders.
[0:24:24] Hoe is de samenwerking daarmee en kunnen we op die manier ook misschien een groter publiek bereiken waardoor ook de weercodes die u afgeeft misschien beter landen bij de mensen die het aangaat?
[0:24:38] Dank.
[0:24:40] Nou, het goede nieuws is eigenlijk dat die samenwerking met die weercodes echt heel nauw is en ook heel goed gaat.
[0:24:44] Dus voor wij een weercode afgeven is er een heel, met name als we naar code oranje of code rood gaan, een heel proces waarin we dat wegen.
[0:24:52] Dus er zit een stuk...
[0:24:55] puur meteorologische thresholds, hoe zeg je dat, drempels, die drempelwaardes die je moet overschrijden in onze modellen, die dan de verwachtingen voor de komende tijd maken, die bij ons het belletje laten gaan van, hé, we moeten nu gaan kijken of er een code uit zou moeten.
[0:25:11] Maar dan wordt er ten eerste ook al met de commerciële weerbureaus samengekeken of we hetzelfde weerbeeld hebben.
[0:25:18] En dus ook hun oordeel wordt al meegewogen.
[0:25:20] Daarmee hebben zij dus ook meteen een heads-up dat er mogelijk wat aan zit te komen.
[0:25:23] Vervolgens wordt er met impactpartners, als het gaat om extreme regen, bijvoorbeeld ook met Rijkswaterstaat, samen gekeken naar de mogelijke gevolgen, zodat we dat ook mee kunnen wegen in het afgeven van de code.
[0:25:33] En op basis daarvan wordt dan uiteindelijk besloten of er wordt overgegaan tot het afgeven met name van die zwaardere codes, oranje en rood.
[0:25:39] En dan is het algemeen ook zo dat de commerciële weerbureaus dus niet verrast worden en inderdaad vervolgens een heel belangrijk kanaal zijn, waarbij ook die singletonen voice, dat we allemaal hetzelfde beeld geven van het weer en dat ook allemaal op dezelfde manier communiceren, echt superbelangrijk is.
[0:25:54] En om een beeld te geven, het KNMI geeft al heel lang niet meer zelf de informatie in bijvoorbeeld het Achtuurjournaal of in andere grote media.
[0:26:01] Dat zijn allemaal mensen of in dienst van de omroep of in dienst van de commerciële weerbureaus.
[0:26:06] Dus het is voor ons ongelooflijk belangrijk dat zij dan ook
[0:26:08] met vertrouwen diezelfde informatie overal geven.
[0:26:11] Dat gaat over het algemeen ook heel goed.
[0:26:15] Heeft u daar nog een vervolgvraag op?
[0:26:16] Nee?
[0:26:17] Oké.
[0:26:18] Dan heb ik zelf ook nog een vraag, want naast uw voorzitter ben ik ook zelf Kamerlid voor het CDA.
[0:26:23] Ik was wel nieuwsgierig naar die regionale verschillen die werden aangekondigd, met name als het gaat over droogte, dat het in Zeeland zo droog was en dat dat in Groningen eigenlijk wel meeviel.
[0:26:34] Is daar ook al een soort van patroon op te herkennen of was dit iets incidentieels?
[0:26:39] Ik was daar wel benieuwd naar.
[0:26:42] Kijk, die droogte komt door neerslag en door verdamping.
[0:26:46] En verdamping hebben we wel het meest langs de kust.
[0:26:48] Met name in Zeeland, de zondigste provincie van Nederland.
[0:26:52] Dus...
[0:26:53] Maar goed, de neerslag doet er ook toe.
[0:26:54] En de neerslag was in Zeeland vorig jaar ook betrekkelijk weinig, vergeleken met Groningen.
[0:26:59] Maar dat is toeval.
[0:27:01] Dus dat is het grote patroon.
[0:27:04] Een klein beetje misschien net geen toeval, omdat langs de kust ook net iets minder neerslag is dan in Nederland.
[0:27:09] Maar het hoofdverhaal is het...
[0:27:11] de dampingsverhaal van vorig jaar, dus nogmaals de toeval van de neerslag.
[0:27:18] Ik heb een kort vervolgvraag ten aanzien van die droogte.
[0:27:20] Ik kan me herinneren dat 2018 en 2019 ook hele droge zomers waren met name.
[0:27:27] Heeft dat de afgelopen zomers dan ook doorgezet of waren dat dan afwijkende jaren?
[0:27:32] U heeft er wel iets over gezegd in de presentatie, daar ben ik wel benieuwd naar.
[0:27:39] We zien een zwakke, toenemende trend van droogte in Nederland.
[0:27:45] En dat heeft te maken met dat in het zomerseizoen de neerslag lijkt af te nemen.
[0:27:53] Onze klimaatscenarios laten ook een afname in de neerslag zien en de waarnemingen.
[0:27:59] Nou, laten we dat misschien nog net niet zien, maar geen toename in ieder geval op dit moment.
[0:28:03] En de verdamping neemt toe.
[0:28:05] Omdat het warmer wordt.
[0:28:05] Hoe warmer, hoe meer verdamping.
[0:28:06] En ook hoe meer zon, hoe meer verdamping.
[0:28:08] 10 procent meer zon is 10 procent meer verdamping.
[0:28:11] En ja, dat zijn trends.
[0:28:12] Dus het mes snijdt aan drie kanten, zeg maar, als het om droogte gaat.
[0:28:15] En nogmaals, we zien met name in het voorjaar een toenemende trend.
[0:28:20] Ja.
[0:28:22] Misschien nog even als aanvulling erop.
[0:28:23] We hielden dat neerslag tekort altijd bij vanuit 1 april.
[0:28:27] En mede omdat het neerslagtekort eigenlijk al eerder begint te lopen in het jaar en ook omdat sommige planten bijvoorbeeld al eerder beginnen te groeien en dus de gevoeligheid eerder is, hebben we inmiddels ook een neerslagtekort vanaf 1 januari, ook vanuit verschillende sectoren die daarom vroegen, om het dus ook op die manier beter bij te kunnen houden.
[0:28:45] En dat was in zekere zin een reactie al op die eerdere hele droge jaren die u noemde, maar dat werd in zekere zin weer onderschreven, het belang daarvan in het voorjaar van vorig jaar.
[0:28:57] Oké, dank u wel.
[0:28:59] Ik zie dat het twee uur is.
[0:29:00] Dat geeft ons nog in ieder geval vijftien minuten in voltalligheid.
[0:29:04] Dus ik stel voor dat we een tweede vraagronde inzetten en dan kijk ik weer links van mij of mevrouw Vennega een vraag heeft.
[0:29:13] Ja, dank u wel, voorzitter.
[0:29:14] Zijn er nou, dat is ook een beetje een aanvulling op uw eigen vraag van zonet, welke gebieden in Nederland zijn nou qua weersextremen echt de hoogrisicogebieden, voor zover jullie dat nu kunnen zien?
[0:29:29] Ik ben geneigd te zeggen... Kijk, je hebt het klimaat zelf, wat binnen Nederland flink verschilt, en de klimaatverandering.
[0:29:36] De klimaatverandering is over Nederland redelijk uniform.
[0:29:40] Maar goed, in Limburg is het warmer dan in Groningen, dus dat blijft in de toekomst ook zo.
[0:29:45] Ik ben geneigd te zeggen dat het zuidoosten het gevoeligst is voor temperatuur en steden natuurlijk waar het warmer is dan in het buitengebied.
[0:29:53] Als het gaat om extreme neerslag zien wij geen trends die regionaal afhankelijk zijn.
[0:29:59] Net wat Maarten zei, die Limburg bij had ook ergens anders kunnen vallen, wat overigens niet alleen maar een klimaatverandering verhaal is.
[0:30:07] Dus de regionale afhankelijkheid van klimaatverandering is klein, denk ik.
[0:30:14] Los van Caribisch Nederland natuurlijk.
[0:30:18] Nee, dat zou ik onderschrijven.
[0:30:19] Het gaat in toenemende mate in dit soort analyses die we presenteren, niet alleen om what the weather will be, dus dat zijn de cijfers over de variabelen in de atmosfeer, maar what the weather will do, en dan heb je het over de impact.
[0:30:31] En dan gaat het dus eigenlijk over de vraag hoe kwetsbaar zijn verschillende delen van Nederland voor die veranderingen.
[0:30:37] En dan zie je bijvoorbeeld dat de droge zandgronden kwetsbaarder zijn voor verdroging en ook voor natuurbranden, omdat daar zo'n neerslagtekort zich sneller vertaalt in andere problemen.
[0:30:47] dat steden veel kwetsbaarder zijn voor snel toenemende hitte, omdat daar ook een lokaal hitte-effect bijkomt.
[0:30:54] En dat is voor ons als academie ook nog wel een interessante uitdaging, want we hebben eigenlijk ons meetsysteem juist opgezet om zo onverstoord mogelijk te meten.
[0:31:02] Mijn verre voorgangers zijn uit het centrum van Utrecht naar de Bilt verhuisd om daar een mooi meetveld te hebben wat aan de standaarden voldeed die we internationaal aan het afspreken waren om overal op dezelfde manier te kunnen meten en te kunnen vergelijken.
[0:31:14] Maar dat zijn mooie onverstoorde metingen op grote grasveldjes zonder verstoringen, terwijl bijvoorbeeld in de binnensteden, daar moeten we eigenlijk snappen wat er met die trends ook gebeurt.
[0:31:25] Dus we zijn in toenemende mate ook juist verstoorde metingen aan het opzoeken om ook die patronen goed in beeld te krijgen.
[0:31:33] Ja, dank u wel.
[0:31:34] Een korte vervolgvraag, want u zei daarnet van die veiligheidskolom, dat zijn we eigenlijk nog meer aan het ontwikkelen.
[0:31:43] Neemt u dit dan ook mee in die te ontwikkelen werkwijzes met de veiligheidskolom?
[0:31:48] Dat is eigenlijk die regionale verschillen.
[0:31:51] Ja, zeker.
[0:31:52] En dan gaat het natuurlijk aan de ene kant over de patronen in die klimaatverandering.
[0:31:56] En dan werken we juist ook met dat soort partners samen om ook te snappen wanneer...
[0:32:00] Want soms zien wij dat zelf.
[0:32:01] Als je het hebt over... Een heftige storm is aan de kust een groter probleem misschien dan verder in het binnenland.
[0:32:06] In het binnenland wordt de storm vaak door de ruwheid al een beetje verminderd.
[0:32:10] Maar je hebt ook hele andere type gevolgen.
[0:32:11] Dus dat is in de kustprovincie meer een ding.
[0:32:14] Maar er zijn ook allerlei vervolgenvolgen die wij soms heel slecht kunnen inschatten.
[0:32:18] Bijvoorbeeld...
[0:32:21] de zorg in de veiligheidskolom bij extreme hitte.
[0:32:25] Wij dachten aan gezondheidsgevolgen, maar het blijkt ook dat de politie s'nachts meer last heeft van opstootjes.
[0:32:31] Deels omdat terrassen langer vol zitten en mensen misschien langer blijven drinken, maar misschien ook omdat mensen in de hitte wat sneller tot opstandjes komen, zeg maar.
[0:32:41] Dus de politie ziet dat in hun statistieken.
[0:32:42] Dus het bij elkaar brengen van die data met onze data maakt ook dat zij zich beter kunnen voorbereiden.
[0:32:46] als er zo'n hele hete periode aankomt.
[0:32:49] Dus wij worden daar regelmatig door verrast.
[0:32:50] Zouden we ook nooit zelfs als KNMI alleen kunnen doen.
[0:32:53] Dus dat zijn juist ook die samenwerkingen, bijvoorbeeld ook met dit soort partners, die daar heel belangrijk voor zijn.
[0:33:00] Nou, het wordt nog een verhit gesprek hier, mensen.
[0:33:03] Ik zou in de richting de heer Klos willen gaan.
[0:33:05] Dank voorzitter.
[0:33:06] Ja, ik wil het niet hebben inderdaad over de extreme tussen mensen, maar nog steeds meer over het weer.
[0:33:11] Maar ik snap dat het met het weer te maken is.
[0:33:15] U liet dat lijntje zien, dat alarmerende lijntje over hoe snel we richting de 1,5 graden opwarming gaan.
[0:33:21] En in het klimaatdebat gaat het dan vaak over, we moeten in 2050 naar nul.
[0:33:25] En sommige oplossingen die dan worden voorgesteld, die gaan pas over tien, vijftien of twintig jaar daadwerkelijk CO2 reduceren.
[0:33:32] Kunt u iets vertellen over het belang van mitigatie, dus de reductie van CO2, juist op de korte termijn, om dit soort weersextremen te voorkomen?
[0:33:41] Kunnen wij door snel te handelen, snel CO2 te reduceren, ook meer effect hebben op een gematigd leefklimaat in ons land en in Europa?
[...] Tot de volgende!
[0:33:54] Ja, het eerlijke antwoord is wel dat dat effect beperkt is.
[0:33:58] Dus het grootste deel van de toename in extremen die we nu zien, wordt gedicteerd eigenlijk door alle broeikasgassen die we in het verleden al in de atmosfeer hebben gebracht en daarmee de disbalans in de energie die er in komt en die eruit gaat, waar Peter eerder naar verwees, die gewoon bepaalt wat de temperatuur van de komende periode wordt en daarmee, via al die dooreffecten in het klimaat, wat de extremen van nu zullen zijn.
[0:34:22] Als je de uitstoot snel terugbrengt,
[0:34:24] die hele stijging hebben we gehad, dat zit allemaal in de atmosfeer, dan vermijd je dat het nog verder door blijft stijgen, maar dan ga je in eerste instantie... blijf je die broeikasgassen op hetzelfde niveau houden en hou je dus eigenlijk ook die disbalans nog op hetzelfde niveau.
[0:34:39] Dus het is zelfs zo dat de opwarming nog een tijd door zal gaan, zelfs als je die uitstoot al flink naar beneden weet te brengen.
[0:34:45] Je moet dan dus of langer wachten of naar negatieve emissies toe om echt een afbouw te krijgen.
[0:34:53] Tot die tijd hebben we ons dus ook aan te passen en hebben we rekening te houden met die toegenomen extreem.
[0:34:59] Misschien nog een aanvulling.
[0:35:00] Het ene broeikasgas blijft langer in de lucht dan de ander.
[0:35:03] Methaan gaat er relatief snel uit.
[0:35:04] Het heeft een leeftijd van ongeveer tien jaar, CO2 honderden jaren.
[0:35:09] Dus het methaanbeleid heeft op de korte termijn meer effect dan CO2.
[0:35:20] Oké, ik zie dat dat een goed antwoord is voor de heer Klos.
[0:35:24] Dan gaan we door naar mevrouw Sanne Jan.
[0:35:28] Ja, dank, voorzitter.
[0:35:30] Zijn er scenario's waarin eigenlijk de opwarming nog sneller gaat dan dat we nu al zien?
[0:35:40] En zijn er mogelijkheden waarop we dat kunnen kwantificeren en daar ook rekening mee kunnen houden?
[0:35:48] Die vraag gaat natuurlijk verder dan de staat van ons klimaat.
[0:35:54] We kijken hier natuurlijk vooral terug wat we al zien.
[0:35:56] Dus die versnelde opwarming, er lijkt iets versnelling te zijn in een paar patronen, maar het is nog niet een...
[0:36:05] Een hele grote versnelling die je misschien zou verwachten.
[0:36:08] Waar u misschien naar refereert, zijn sommige kantelpunten in het klimaatsysteem die in beeld zouden kunnen komen.
[0:36:14] En daar is wel zorg over, er wordt ook wetenschappelijk onderzoek naar gedaan.
[0:36:18] En daar staat in het laatste IPCC-rapport ook wel een overzicht over wat we daarin zouden kunnen verwachten.
[0:36:23] Dus daar zou ik je dan vooral naar willen verwijzen.
[0:36:25] Er is op dit moment een volgende cyclus van het IPCC bezig, waar we als economie ook aan bijdragen, maar er wordt ook op dit moment vergaderd over die cyclus.
[0:36:35] En dan zullen we er nieuwe inzichten over krijgen.
[0:36:38] Het is op dit moment niet zo dat we nu al kunnen zeggen dat dat op hele korte termijn meer in beeld is dan in het oude IPCC-rapport het geval was.
[0:36:46] Het is wel zo, misschien ook in antwoord op uw collega Kloss, het is niet zo dat we die...
[0:36:52] dat we de extremen van vandaag makkelijk kunnen bestrijden met het terugdringen van uitstoot.
[0:36:58] Dit is natuurlijk wel een van de andere redenen om de uitstoot snel terug te dringen.
[0:37:01] Aan de ene kant het voorkomen van steeds verder toenemende extremen, maar ook het wegblijven bij die kantelpunten.
[0:37:08] Dus dat blijft bijzonder belangrijk.
[0:37:11] Het is niet zo dat er van het afgelopen jaar, van de staat van ons klimaat van nu, opeens een hele grote extra zorg hierover zou zijn.
[0:37:18] Maar de zorg zit er in algemene zin wel in het klimaatsysteem.
[0:37:21] Dank u wel.
[0:37:22] Een korte vervolgvraag.
[0:37:23] Ja, een hele korte.
[0:37:24] We spreken natuurlijk over de Limburgbui en dan zeggen we ja, dat is één keer in de honderd jaar komt dat voor en sommige regenbuien één keer in de tien jaar.
[0:37:33] Kunnen we daar nog steeds wel van spreken of is die honderd jaar niet meer relevant omdat die vaker voor gaat komen?
[0:37:43] Dat verandert zeker.
[0:37:46] Dus als je nu de normbui van de afgelopen honderd jaar pakt, heb je een grote kans dat je dan mis zit.
[0:37:52] Dus we proberen, en bijvoorbeeld voor het geval van die normbuien, ook voor waterschappen doen we dat met het STOA, dat is het kenniscentrum dat dat voor de watersector doet.
[0:38:01] Daar doen we nieuwe berekeningen van die normbuien om inderdaad die aanpassingen te doen.
[0:38:06] Dan kan het nog steeds zijn dat we dingen missen, dat onze modellen niet alle effecten van het klimaat al erin hebben zitten.
[0:38:12] Dus vandaar ook belangrijk om juist ook de recentste waarnemingen er elk jaar weer bij te pakken.
[0:38:16] Dat proberen we ook met die stapels van ons klimaat te doen, om te zorgen dat we dat voor Nederland zo goed mogelijk doen.
[0:38:21] Maar het is wel degelijk zo dat je ze moet aanpassen en dat gebeurt dus ook.
[0:38:26] De heer Bikkers.
[0:38:27] Ja, dank u wel.
[0:38:28] Misschien iets wat technische vragen.
[0:38:30] De heer Sigmund, die vertelde bij slide zes, denk ik, ging over zeer zonnig jaar en toen gaf meneer Sigmund aan dat komt door verschillende dingen gewoon meer beter weer, dus minder wolken, maar ook minder luchtverontreiniging.
[0:38:46] En ik kan die link wel begrijpen en tegelijkertijd kunnen we daarmee ook zeggen dat als we minder luchtverontreiniging hebben, dat we daarmee ook weer harder op aan het warmen zijn.
[0:38:55] Ik wil niet pleiten voor meer luchtverontreiniging, laten we dat alsjeblieft even, maar ik probeer eventjes de techniek daarachter te begrijpen.
[0:39:02] Ja, dat klopt.
[0:39:04] Overigens, die minderluchtverontreiniging, dat heeft vooral eind vorige eeuw gespeeld, maar goed, dat tellen we mee.
[0:39:10] Maar goed, het feit dat nu de aarde zo snel opwarmt, wat ik net deed over een hele aarde, één van de drie oorzaken is schonere lucht wereldwijd.
[0:39:18] Dat is inderdaad het dilemma van schonere lucht.
[0:39:20] Ja, daarnaast ook sneeuw en ijsgesmolten, waardoor er donker ondergrond en minder wolken.
[0:39:26] Maar ja, wat u zegt klopt, schonere lucht is warmere aarde.
[0:39:35] Nee.
[0:39:38] Maar ik kan nog wel een aanvulling doen.
[0:39:40] Ik vertelde eerder over die wetenschap om van huidige weerextremen vast te stellen hoezeer ze al veranderd zijn door klimaatverandering.
[0:39:49] Want dat krijg je vaak als er ergens een extreem is.
[0:39:51] Ligt dat dan aan klimaatverandering?
[0:39:53] Dus daar proberen we dan wetenschappelijk antwoord op te geven.
[0:39:56] En we deden dat onder andere op een gegeven moment in samenwerking met internationale partners voor een paar hele heftige hittegolven in Zuid-Azië, onder andere in India en Pakistan.
[0:40:04] En daar zagen we eigenlijk niet helemaal de trend die we verwacht hadden op basis van de modellen.
[0:40:08] En daar bleek dus inderdaad dat de luchtvervuiling daar de afgelopen tijd nog wel vrij stevig was geweest en daarmee een stuk van de opwarming eigenlijk afgedekt had, dus dat we in de waarneming nog niet helemaal...
[0:40:19] We zagen wel een toename, maar niet zo sterk als we in de modellen verwacht hadden.
[0:40:23] Dat komt dus eigenlijk omdat we de echte opwarming nog niet helemaal gezien hebben.
[0:40:26] En als ze daar dus effectiever worden in het terugdringen van de lokale luchtvervuiling, die daar natuurlijk ook een enorm gezondheidsprobleem is, dan kunnen ze dus nog een heleboel extra gevolgen van die opwarming verwachten.
[0:40:36] In zekere zin zou je kunnen zeggen dat onze lucht al zoveel schoner is geworden, dat wij een groot deel van dat compensatie-effect al gehad hebben.
[0:40:43] Dus we zien het wel in onze lange meetreekse, maar het is niet zo dat het in Nederland de komende jaren dat de lokale luchtvervuiling nog zoveel terug zal gaan dat wij zo'n versnelde opwarming hier hoeven te verwachten.
[0:40:52] Dus dat is in zekere zin misschien voor ons in ieder geval het goede nieuws.
[0:40:59] Dank u wel.
[0:41:00] Ik had zelf nog een laatste vraag en dat is eigenlijk een wat generiekere vraag.
[0:41:03] Ik was benieuwd of u nog meer beleidsmatig ook nog wat aanbevelingen heeft richting de overheid als het gaat ook om bijvoorbeeld budgetten.
[0:41:13] Ik kan me ook voorstellen dat door klimaatverandering en andere extreme dat ook bepaalde budgetten kleiner of juist groter worden.
[0:41:23] Heeft u daar nog suggesties voor vanuit uw onderzoek?
[0:41:30] Het is gelukkig niet onze taak om daarover te adviseren.
[0:41:34] Ik denk dat het heel goed is dat wij gewoon de feiten aanleveren en dat anderen de afwegingen maken over hoe ze met de risico's willen omgaan.
[0:41:39] We signaleren natuurlijk wel dat een aantal risico's aan het veranderen zijn en dat agenderen we, bijvoorbeeld voor die nationale adaptatiestrategie, maar bijvoorbeeld ook in steden en bij veiligheidsregio's.
[0:41:48] En dan is denk ik wel heel duidelijk, het klimaat is aan het veranderen.
[0:41:52] En daar hebben we nu ook al last van.
[0:41:53] Daar zit ook een kostenplaatje aan.
[0:41:54] Dat ziet ook een verbond van verzekeraars bijvoorbeeld.
[0:41:56] Dat ziet de Nederlandse Vereniging van Banken.
[0:41:58] Dat gaat ook over ons vestigingsklimaat.
[0:42:00] Dus het lijkt me verstandig om daar met die risico-bril goed naar te kijken.
[0:42:04] Je ziet ook dat het zowel langetermijnaanpassingen als ook korte termijnvoorbereiding vraagt.
[0:42:12] Dat noemde ik al eerder in die veiligheidskolom.
[0:42:14] Daar hebben we nog een been bij te trekken in Nederland.
[0:42:18] En daar wordt ook door al die partijen die afweging gemaakt, waar de... U moet ervan door, hè?
[0:42:25] Waar de extra investeringen nodig zijn.
[0:42:27] Maar nogmaals, dat zijn hun keuzes.
[0:42:29] We dragen daar alleen heel graag onze risicoinformatie aan bij, zodat die keuzes met de goede gegevens gemaakt kunnen worden.
[0:42:36] Dank u wel.
[0:42:37] Ja, gelet op het feit dat we met stemmingen te maken hebben straks.
[0:42:40] Ik wil eigenlijk het voorstel doen om de technische briefing te gaan afronden.
[0:42:46] Hoewel het natuurlijk hartstikke gezellig is met de heer Kloss hier naast mij.
[0:42:50] Als u dat ook een goed idee vindt.
[0:42:52] We kunnen ook nog een uurtje doorgaan.
[0:42:54] Als u nog een laatste vraag heeft... Dan wil ik u hartelijk bedanken voor alle informatie en toelichting die u heeft meegegeven.
[0:43:03] Er staat op dit moment geen avonddebat gepland, maar het staat natuurlijk de Kamerleden vrij om dit ook te betrekken bij aankomende momenten.
[0:43:11] Dus ja, hierbij wil ik deze vergadering graag sluiten.
[0:43:14] Een prettige dag toegewenst aan iedereen.