Disclaimer: deze transcriptie is geautomatiseerd omgezet vanuit audio en dus geen officieel verslag. Om de transcripties verder te verbeteren wordt constant gewerkt aan optimalisatie van de techniek en het intrainen van namen, afkortingen en termen. Suggesties hiervoor kunnen worden gemaild naar info@1848.nl.
Kinderopvang
[0:00:00] van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
[0:00:02] Vandaag hebben we een technische briefing over de kinderopvang.
[0:00:05] Ik wil de ambtenaren van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid welkom heten, Kamerleden en de mensen op de publieke tribune.
[0:00:14] Ik wil voorstellen om de presentatie door ambtenaren eerst volledig af te gaan en daarna vragen te bewaren en één op één daarna vragen te stellen aan hen.
[0:00:29] Dan geef ik het woord aan mevrouw Frans.
[0:00:33] Goedemorgen en bedankt voor de uitnodiging dat wij vandaag iets mogen vertellen over het beleid rondom de kinderopvang.
[0:00:39] Ik zal ons kort even voorstellen.
[0:00:41] Mijn naam is dus Annarieke Frans en ik werk bij de directie kinderopvang van het ministerie van Sociale Zaken.
[0:00:46] Naast mij zitten mijn collega's die ook voor dezelfde directie werken.
[0:00:49] Job Wielers, Ruud Nouts, Ipe van der Meer en Marita van Gessel.
[0:00:55] Wij gaan ons best doen om onze bijdrage tot 30 minuten te beperken.
[0:00:59] Maar het kan misschien net iets langer duren, maar zodat we ook inderdaad tijd hebben voor vragen van uw kant.
[0:01:06] Ik zal kort even iets zeggen over wat we gaan doen vandaag.
[0:01:10] Ik zal straks kort iets vertellen ter introductie over de kinderopvang.
[0:01:14] Dat gaat onder andere over de verschillende vormen van de kinderopvang, enkele cijfers, de twee hoofddoelen en de drie pijlers van ons beleid.
[0:01:22] Een belangrijk onderdeel, dat beseffen wij ons, is natuurlijk het nieuwe financieringstelsel.
[0:01:26] We hebben er eigenlijk vandaag voor gekozen
[0:01:28] ...daar vandaag wat minder tijd aan te besteden... ...omdat er al een technische briefing over is geweest.
[0:01:35] We willen juist eigenlijk het bredere plaatje rondom de kinderopvang laten zien... ...en de rest van het beleid.
[0:01:40] Maar er komt nog wel iets terug bij betaalbaarheid... ...dus wees niet getreurd in die zin.
[0:01:48] We hopen dat dit ook helpt bij het Kamerwerk aan uw zijde... ...en we hopen ook dat dit een interessante sessie voor u wordt.
[0:01:57] Ik denk dat het wel even goed is om te zeggen, wij hebben het nu over het kinderopvangbeleid, maar wij zijn in Nederland.
[0:02:03] Daar bedoelen wij vandaag mee Europees Nederland, maar wij zijn ook verantwoordelijk voor Caribisch Nederland.
[0:02:08] En ook daar worden grote stappen gezet op dit moment.
[0:02:12] Daar gaan we vandaag om willen van de tijd niet op in.
[0:02:15] Dus we focussen ons even op Europees Nederland.
[0:02:18] Maar dat betekent niet dat dat niet ook een belangrijk aandachtspunt is van onze directie.
[0:02:24] Nou, even over het aanbod.
[0:02:27] Waar hebben we het dan eigenlijk over?
[0:02:29] Nederland kent eigenlijk drie, vier vormen van kinderopvang.
[0:02:32] De kinderdagverblijven van 0 tot 4, de BSO's, dus de buitenschoolse opvang van 4 tot 12 en daarnaast hebben wij de gastouderopvang die van 0 tot 12 opvang voorzien.
[0:02:43] Daarnaast hebben we ook de peuter, nou vroeger waren dat de peuterspeelzalen, tegenwoordig noemen we dat de peuteropvang, dat is van 2,5 tot 4.
[0:02:52] Wat dit plaatje niet laat zien, is natuurlijk dat binnen deze vormen van kinderopvang een grote diversiteit is binnen de kinderopvang.
[0:03:00] De kinderopvang kenmerkt zich door variëteit in aanpak en activiteiten.
[0:03:05] Sommige kinderopvanglocaties hebben een specifieke visie.
[0:03:09] Denk aan de kinderopvang bij de boer, de agrarische kinderopvang of de kinderopvangorganisatie met een meneer-levensbeschouwelijke grondslag.
[0:03:17] Of bijvoorbeeld de antipersovische kinderopvang.
[0:03:21] Ook qua activiteiten en aanbod verschillen ze.
[0:03:24] Iedereen kent wel de verschillen dat bij de een wel de warme maaltijd wordt aangeboden en bij de ander niet.
[0:03:28] Zo verschillen ze dus allemaal en die accenten kunnen ze zelf leggen.
[0:03:35] Ga ik te snel?
[0:03:39] Zo werkt dat ook bij ons.
[0:03:42] Daarnaast hebben we natuurlijk ook verschillen met kinderopvang die veel samenwerken met het onderwijs, maar ook kinderopvangorganisaties die zelfstandig opereren, dus die gewoon een losse organisatie zijn.
[0:03:53] Dan heb je nog een onderscheid, wat hier ook niet duidelijk is.
[0:03:55] Je hebt kleine organisaties van bijvoorbeeld één locatie of twee locaties of landelijke opererende organisaties of regionaal.
[0:04:03] Ik denk dat het goed is om dat er even bij te zeggen.
[0:04:05] Dan komt er nu nog een plaatje.
[0:04:07] om te laten zien dat we natuurlijk niet op zichzelf staan.
[0:04:11] Rondom die kinderen gebeurt meer en er zijn ook meer raakvlakken tussen bijvoorbeeld het onderwijs en de kinderopvang.
[0:04:17] Wij werken dus ook best wel veel samen.
[0:04:19] Voorscholse educatie bijvoorbeeld is OCW-beleid, maar vindt plaats binnen de kinderopvang.
[0:04:25] Maar er zijn wel meer raakvlakken.
[0:04:27] Ik bedoel, buitenschoolse opvang hangt nauw samen met
[0:04:30] Dus dat wilden we op dit plaatje laten zien.
[0:04:33] Dan hebben we nog een onderwerp zoals inclusieve kinderopvang.
[0:04:35] Dan werken we niet alleen samen met OCW, maar bijvoorbeeld ook met VWS.
[0:04:43] Een aantal cijfers.
[0:04:44] Ik weet niet of jullie het goed kunnen lezen.
[0:04:48] Maar goed is het om te beseffen dat inmiddels ongeveer een miljoen kinderen gebruik maken van de kinderopvang in Nederland.
[0:04:54] En dan hebben we het eigenlijk over 900.000 kinderen die via de toeslag hier gebruik van maken en 100.000 die ongeveer via de gemeentelijke regelingen hier gebruik van maken.
[0:05:02] Ter vergelijken, 1,4 miljoen kinderen gaan naar het basisonderwijs.
[0:05:07] En dan gaat ongeveer een groot... Van de BSO gaat ongeveer 500.000.
[0:05:11] Het percentage lijkt wat lager te zijn als je kijkt ten opzichte van de populatie, maar dat heeft er vooral mee te maken dat kinderen vaak tot hun tiende en niet tot hun twaalfde gebruik maken van de BSO.
[0:05:22] Het is dus inmiddels best wel een grote sector geworden.
[0:05:25] Wat de snelle rekenaars ook misschien kunnen zien, is dat het totaal niet precies bij elkaar optelt.
[0:05:31] En dat komt omdat sommige kinderen gebruik maken van twee vormen van kinderopvang.
[0:05:36] Nou, gemiddeld genomen gaan kinderen 2,5 dag per week naar de kinderopvang.
[0:05:41] En om dit te verzorgen, werken er ongeveer 150.000 pedagogisch professionals in deze sector op 32 locaties.
[0:05:53] Wat deze tabel ook een beetje laat zien, is een beetje een saai stap, maar het is wel goed om te melden, is dat we natuurlijk te maken hebben in onze sector met verschillende stekels.
[0:06:00] Je hebt met de houders te maken, je hebt met de ouders te maken, je hebt met de kinderen te maken en de pedagogisch professionals.
[0:06:06] Al die perspectieven proberen wij in ons beleid mee te nemen en proberen we ook echt mee te laten denken over ons beleid en hoe zij dat ervaren of wat we misschien beter kunnen doen.
[0:06:18] Nou, dan wil ik nog heel even kort iets zeggen over de historie.
[0:06:22] Wat wel goed is om te beseffen, is eigenlijk dat de kinderopvangsector een relatief jonge sector is die een grote groei heeft doorgemaakt.
[0:06:29] Als we kijken naar dit plaatje, dan zie je ook dat vanaf 2050 groei enorm toegenomen is.
[0:06:33] Dit komt sinds de wet kinderopvang en de toeslag.
[0:06:39] Dan zie je in 2011 een knik ontstaan.
[0:06:41] Toen zijn er maatregelen genomen om de groei enigszins te remmen omdat de kosten enorm opliepen.
[0:06:50] En is er bijvoorbeeld de koppeling gewerkte uren gekomen?
[0:06:52] Is de hoogte van de toeslag aangepast?
[0:06:53] Is het landelijk register kinderopvang gekomen?
[0:06:56] En zijn er extra regels gekomen voor de gastouderopvang?
[0:07:00] En vanaf 2016 zie je daarnaast weer een extra groei en dat heeft te maken met de harmonisatie van de peutespeelzalen en de kinderopvang.
[0:07:06] Op dat moment worden de peutespeelzalen dus eigenlijk opgenomen in het formele kinderopvangstelsel.
[0:07:12] Dan is er nog de gastouderopvang.
[0:07:13] Nou, die laat een wat afwijkend patroon zien.
[0:07:16] Dat beseffen we ons.
[0:07:17] In 2005 zijn zij ook een onderdeel geworden van de kinderopvangstelsel.
[0:07:20] En in 2011 zijn er maatregelen genomen om dat enigszins te remmen.
[0:07:25] De groei ging vrij hard en er waren weinig kwaliteitseisen voor de gastouderopvang.
[0:07:30] Geen diploma-eisen.
[0:07:31] En die zijn op dat moment ingevoerd, zoals een MBO-II-diploma en een EHBO-diploma.
[0:07:36] Vanaf dat moment zie je dus ook een daling.
[0:07:39] Inmiddels is die daling dusdanig vorst dat we hier ons wel zorgen over maken en we ook aangekondigd hebben, of tenminste onze staatssecretaris, om maatregelen te nemen om de groei te mitigeren.
[0:07:51] Nou, dat is niet het goede woord, maar enigszins te remmen.
[0:07:53] We verwachten dat die groei blijft dalen, omdat toen ze formeel onderdeel werden van de kinderopvang, ook heel veel opa's en oma's, of informele opvang, formele opvang is geworden, omdat zij gewoon op die manier recht konden krijgen op toeslag.
[0:08:08] Dus we verwachten niet dat we de daling helemaal zullen stoppen.
[0:08:11] Wat dit plaatje vooral ook laat zien, is dat het een hele dynamische en responsieve sector is.
[0:08:16] Dus die snel gegroeid is en dat is op zich een knappe prestatie van de kinderopvangsector zelf.
[0:08:26] En dit is ook natuurlijk een van de uitdagingen voor de toekomst.
[0:08:29] De verwachting is dat de vraag naar kinderopvang verder zal toenemen door de invoering van het nieuwe financieringstelsel en de hogere vergoedingen die eraan komen.
[0:08:40] De hoofddoelen zijn het combineren van arbeid en zorg en het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen.
[0:08:56] aanwezig geweest in de kinderopvangbeleid.
[0:08:59] Door hoe de kinderopvang in Nederland is ontstaan en zich heeft ontwikkeld.
[0:09:03] Het stimuleren van de arbeidsparticipatie is op veel momenten een drijfveer geweest voor het overheidsbeleid.
[0:09:09] Maar ook de maatschappelijke behoeften, bijvoorbeeld om het mogelijk te maken dat ook vrouwen meer ruimte voelden om buitenshuis te gaan werken.
[0:09:15] Tegelijkertijd roerde al vanaf ver in de vorige eeuw aandacht voor de pedagogische inzichten die er zijn.
[0:09:21] En hier kwamen bijvoorbeeld de peuterspeelzaal uit voort.
[0:09:25] Tot slot, de drie pijlers waar wij in ons beleid op ons richten, dat zijn namelijk kwaliteit en veiligheid, de toegankelijkheid en ten derde de betaalbaarheid van de kinderopvang.
[0:09:36] Ons kinderopvangbeleid is in de regel steeds gericht om dit goed voor elkaar te krijgen.
[0:09:41] In de volgende slide zullen we hier per pijler kort bij stilstaan.
[0:09:46] Daarvoor geef ik nu allereerst het stokje over aan Job Wielers.
[0:09:55] Goedemorgen.
[0:09:57] Ook van mijn kant bedankt voor de uitnodiging om hier te zijn.
[0:10:06] Ik ga je nu wat over vertellen.
[0:10:08] Ik ga deze slide toelichten.
[0:10:12] Want ik wil het inderdaad hebben over de eerste pijler, dus kwaliteit en veiligheid.
[0:10:16] Dat is natuurlijk een heel belangrijke verantwoordaard eigenlijk voor beide doelen.
[0:10:20] Zowel voor de ontwikkeling van kinderen als dat ouders ook met een gerust hart kunnen gaan werken.
[0:10:25] En als je dan naar de kinderopvang in Nederland kijkt, dan is die gelukkig van een hele goede kwaliteit.
[0:10:29] Dit plaatje laat dat zien, daar ga ik zo wat meer over zeggen.
[0:10:32] We volgen die kwaliteit met de landelijke kwaliteitsmonitor kinderopvang.
[0:10:35] Dat is een wetenschappelijke meting die we periodiek laten uitvoeren.
[0:10:39] Deze grafiek laat de gemiddelde scores zien, vergeleken met andere landen ook.
[0:10:43] Deze hele grafiek gaat over proceskwaliteit.
[0:10:45] Dat is eigenlijk een outputmaat om de kwaliteit van de kinderopvang te meten, die intrasnauw ook het meest gebruikt wordt.
[0:10:52] En die kijkt eigenlijk naar de echte interactie tussen de pedagogische medewerkers en de kinderen.
[0:10:57] En dan zijn er inderdaad twee vormen van proceskwaliteit.
[0:10:59] Daar vroeg mevrouw Moorman net al even naar.
[0:11:02] Emotionele proceskwaliteit is echt, nou ja, de band tussen de medewerkers en de kinderen.
[0:11:07] Een soort van de veilige basis.
[0:11:08] En de educatieve proceskwaliteit is echt stimuleren van de competenties van kinderen.
[0:11:13] Op een spelender wijze uiteraard.
[0:11:16] Maar je ziet dat er best wel een verschil is tussen die twee en dat dat bij alle landen geldt.
[0:11:19] Dus dan zie je ook dat bij de educatieve kwaliteit de kans op ontwikkeling eigenlijk nog het grootste is.
[0:11:25] Maar wat je bij beide vormen ook ziet, is dat Nederland echt in de top zit.
[0:11:30] Niet alleen Europees, maar ook wereldwijd.
[0:11:31] Eigenlijk in een kopgroepje met Italië en nog een paar Scandinavische landen.
[0:11:38] En in Nederland is de kwaliteit ook behoorlijk stabiel op beide vormen eigenlijk, door die jaren heen.
[0:11:48] Ik zou het willen doen via de voorzitter.
[0:11:51] Ja, ik wil niet... Waar komt deze data vandaan?
[0:11:57] Het verbaast mij eigenlijk heel erg.
[0:11:59] Het is anders dan wat ik ken.
[0:12:00] Dit zijn data uit 78 wetenschappelijke studies, waarvan zes uit Nederland en de rest dan uit het buitenland.
[0:12:06] En eigenlijk allemaal volgens hetzelfde meetinstrument als de KLAS, heet dat.
[0:12:10] En dat wordt uitgevoerd door echt observatie op de groepen waarbij dus wetenschappers of onderzoekers kijken naar de interacties tussen de medewerkers en de kinderen en dat dan scoren.
[0:12:23] Het is de wetenschap, juist.
[0:12:28] Dus ik wou eigenlijk met deze grafiek laten zien dat de kwaliteit wel echt een sterk punt is van ons Nederlandse kinderopvangstelsel.
[0:12:34] En natuurlijk vooral dankzij de professionals die daar elke dag aan werken.
[0:12:38] Dan ga ik even naar de volgende slide.
[0:12:41] want we hebben ook een aantal eisen in de wet- en regelgeving om die kwaliteiten ook zo hoog te houden.
[0:12:48] En globaal zijn dat eigenlijk vier kwaliteitseisen.
[0:12:51] De eerste gaat over personeel, dus over wie mag in een kinderopvang werken en hoeveel medewerkers zijn nodig voor hoeveel kinderen.
[0:12:59] De tweede eis gaat over stabiliteit voor kinderen, om te weten dat dat een hele belangrijke randvoorwaarde is, ook uit de wetenschap weten we dat weer, voor de emotionele veiligheid van kinderen en daarmee ook voor kinderomzicht te kunnen ontwikkelen.
[0:13:10] Het derde kwaliteitsijs gaat over de pedagogische aanpak van de organisaties.
[0:13:15] Bijvoorbeeld dat professionals recht hebben op coaching van de werkgever.
[0:13:19] En het laatste, dat is natuurlijk de veiligheid.
[0:13:21] En dat is echt de basis uiteraard.
[0:13:24] En daarvoor ligt de eerste verantwoordelijkheid bij de opvang zelf.
[0:13:27] Maar ook de meeste eisen in de wetgeving zijn daar eigenlijk op gericht.
[0:13:31] We weten natuurlijk dat het helaas niet een waterdicht systeem is.
[0:13:34] Incidenten kunnen altijd voorkomen.
[0:13:36] Maar we hebben in de kinderopvang wel echt een relatief uitgebreid systeem van waarborgen om het zo veilig mogelijk te houden.
[0:13:42] En een voorbeeld licht ik er dan even uit, dat is de VOG, de Verklaring Omtrent Gedrag.
[0:13:47] Medewerkers hoeven die niet alleen aan de start te hebben, wat gebruikelijk is in heel veel sectoren, maar in de kinderopvang wordt het ook continu gescreend, dus dat betekent elke dag wordt opnieuw gekeken of die VOG nog geld zou zijn.
[0:13:56] En de kinderopvang is de enige sector in Nederland die dat heeft, samen met de taxi dan, taxibranche.
[0:14:02] Dus dat zijn vier kwaliteitscijfers die we hebben en daaronder vallen dan steeds twee of drie regels, bij veiligheidscentrum wat meer, die staan er ook genoemd.
[0:14:09] Daar ga ik nu niet al te gedetailleerd op in omwille van de tijd, maar het is misschien goed nog wel om te zeggen dat die regels best wel divers kunnen zijn.
[0:14:15] Dus sommige zijn heel strikt, zoals die linksboven staat, de BKR, beroepskracht-kindratio.
[0:14:20] Ja, dat is een vrij strikte regel, die moet ook gewoon strikt worden nageleefd.
[0:14:23] Dat staat ook best gedetailleerd in de regelgeving.
[0:14:25] En andere regels laten juist veel meer ruimte voor de organisatie om zelf evenementen te geven aan hoe doe je dit, bijvoorbeeld pedagogisch beleid.
[0:14:32] En eigenlijk zijn deze vier aspecten voor heel de kinderopvang belangrijk, dus voor al die opvangvormen die Annarieke net noemde.
[0:14:40] De invulling verschilt soms wel per opvangsoort en een voorbeeldje daarvan noem ik eventjes, is dat voor gastouderopvang, ja, stabiliteit eigenlijk inrent aan de setting, aan de vorm van opvang, want je hebt één begeleider en een relatief stabiele groep.
[0:14:52] Dus daar stel je dan geen eisen aan stabiliteit.
[0:14:57] En voor gastouderopvang, dat is even een bruggetje, veranderen de eisen
[0:15:00] Per 1 juli komend jaar, daar heeft uw Kamer vorig jaar een wetsvoorst over aangenomen.
[0:15:04] Dus wij en ook de sector zijn nu druk bezig met de implementatie van die nieuwe regelgeving en dat gaan we ook monitoren.
[0:15:11] Dan wil ik tot slot bij deze slide nog kort iets zeggen over regeldruk en ook hoe we daarmee bezig zijn.
[0:15:16] Kinderopvang heeft best wel veel regels, vergeleken met sommige andere sectoren.
[0:15:20] Dat is natuurlijk ook omdat we de kwaliteit en de veiligheid zo belangrijk vinden voor jonge kinderen.
[0:15:25] En tegelijkertijd willen we die regeldruk wel verminderen waar dat kan en waar dat mogelijk is.
[0:15:28] Dat is ook een ambitie van het kabinet.
[0:15:30] Vorig jaar hebben we hier best wel uitgebreid over gesproken met alle sectorpartijen eigenlijk, dus zowel de brancheorganisaties, maar ook de ouders en de medewerkers.
[0:15:38] En wat je dan eigenlijk merkt, is dat alle mensen, alle partijen ook het heel belangrijk vinden om allereerst om die kwaliteit en veiligheid te waarborgen.
[0:15:46] En ook dat er best wel consens is dat de meeste regels daarvoor eigenlijk logisch zijn en zelfs noodzakelijk.
[0:15:50] En dat is ook op zich niet gek, want de meeste van die regels zijn in 2018 gekomen op basis van een akkoord van alle sectorpartijen, de wet IKK.
[0:15:58] Maar we hebben in die gesprekken wel een aantal punten opgehaald waar je eigenlijk ziet dat de regel op zich gebedoeld is, maar dat die op een manier uitpakt in de praktijk die we niet bedoeld hebben.
[0:16:05] Nou, dat veroorzaakt dan onnodige regeldruk.
[0:16:08] Dus dat zijn ook dingen waar we nu bij aan de slag gaan om dat te wijzigen.
[0:16:10] Nou, daar hebben we afgelopen november een brief over gestuurd naar uw Kamer, dus dat heeft u misschien al scherp.
[0:16:16] En in de zomer, of rond de zomer, krijgt u daarover weer een update.
[0:16:22] Ja, dus laat ik even voor deze slide.
[0:16:26] Nou, dit is nog een uitgebreidere weergave van de kwaliteitseisen.
[0:16:28] Eigenlijk is het hetzelfde wat u net zag, dus die vier inhoudelijke blokken met daaronder twee of drie specifieke regels.
[0:16:34] En wat ik vooral nu even wil zeggen, de rest kunt u naslaan, maar wil ik even twee dingen uitlichten nog.
[0:16:40] Een is dat er naast die vier inhoudelijke blokken eigenlijk een aantal heel belangrijke randvoorwaarden zijn, zoals de positie van ouders.
[0:16:47] Zeker nu we op de tribune zitten, waar ik dat toch graag gezegd heb.
[0:16:51] De verplichting om een oude commissie te hebben en de ouders echt te betrekken bij het beleid van de organisatie.
[0:16:55] En het tweede is dat kinderopvang ook te maken heeft met regels van buiten de kinderopvang die gewoon domeinoverstijgend zijn.
[0:17:01] Het kan ook voorkomen dat die soms knellen en dan zijn we daar natuurlijk zo goed mogelijk over in gesprek met collega-departementen.
[0:17:12] Dan heb ik nog één laatste slide voor ik collega Ruud het woord geef over de volgende pijler, dat is toegankelijkheid.
[0:17:17] En dat is over toezicht en handhaving in de kinderopvang.
[0:17:21] Dat is een decentraal stelsel, dus gemeenten zijn verantwoordelijk voor de toezicht en de handhaving op de naleving van die kwaliteitswijzen.
[0:17:31] En gemeenten geven vervolgens aan de GGD de opdracht om de inspecties uit te voeren.
[0:17:36] En dat is eigenlijk op twee momenten of twee manieren.
[0:17:38] Altijd voor de start van een nieuwe opvanglocatie moet er geïnspireerd worden door de GGD.
[0:17:42] En pas als het dan is goedgekeurd, dan wordt een locatie ingeschreven in het handelijke giftverkeer in de opvang en dan kan de locatie starten met opvangverlenen.
[0:17:49] En daarna hebben gemeenten eigenlijk de wettelijke taak om jaarlijks elke locatie van kinderdagopvang en van BSO te inspecteren.
[0:17:58] En als er zorgen zijn, dan gebeurt dat natuurlijk nog vaker dan jaarlijks.
[0:18:02] En in gastouderopvang is het net een beetje anders, daar worden de gastouderbureaus ook elk jaar geïnspecteerd en de gastouder zelf, daar wordt de helft van geïnspecteerd per jaar.
[0:18:12] En dan heeft nog de onderwijsinspectie een rol in het stelsel, namelijk als interpersoneel toezichthouder.
[0:18:16] Dus die controleert eigenlijk of gemeenten hun taak om toezicht uit te voeren goed uitvoeren.
[0:18:21] Bijvoorbeeld of ze genoeg bezoeken afleggen, dat soort dingen.
[0:18:24] En de onderwijsinspectie rapporteert ook elk jaar over de uitkomst van toezicht.
[0:18:29] En het belangrijkste beeld daaruit is dat toezicht en handhaving eigenlijk over het algemeen goed functioneert in de kinderopvang, ook best wel effectief is.
[0:18:36] Bijvoorbeeld tekortkomingen, als een toezichthouder ergens komt en die constateert dat iets niet in orde is, dan wordt dat relatief snel hersteld.
[0:18:41] Een groot deel is hersteld bij het volgende bezoek.
[0:18:44] En tegelijkertijd zien we natuurlijk wel enkele kansen om dit toezicht en handhaving nog verder te ontwikkelen.
[0:18:51] En dan noem ik even twee.
[0:18:52] Eentje is dat... Nou, we willen natuurlijk het liefst dat toezicht niet alleen maar de ondergrens van de kwaliteit waarborgt, maar ook daarboven de kwaliteit stimuleert.
[0:19:00] En daar is nog wel verbetering mogelijk.
[0:19:02] En als tweede laat de wetgeving nu heel weinig ruimte voor maatwerk in het toezicht en de handhaving.
[0:19:08] Bijvoorbeeld doordat GGD'en eigenlijk verplicht zijn om elke overtreding die ze tegenkomen altijd in het rapport te noteren als overtreding.
[0:19:13] Ook als ze eigenlijk vinden dat de omstandigheden om een ander aanpak vragen.
[0:19:18] Ze werken nu aan twee wijzigingen om gemeenten en GGD'en meer ruimte te geven voor maatwerken in de toezicht.
[0:19:24] En dat werken we nu uit, samen met de sector ook en met natuurlijk de toezichtpartijen.
[0:19:27] En dat komen we ook op terug in de brief die u rond de zomer krijgt.
[0:19:32] Gezien de tijd ga ik het hier even bijhouden en geef ik het stokje door aan mijn collega Ruud Nouts.
[0:19:42] Ook van mijn kant goedemorgen.
[0:19:44] Ik wil het kort met u hebben over toegankelijkheid.
[0:19:46] Een van de pijlers van ons beleid is toegankelijkheid, maar wat verstaan we daar eigenlijk onder?
[0:19:53] Je zou kunnen zeggen dat toegankelijkheid bestaat uit verschillende dimensies en dat het nogal afhankelijk is door welke bril je kijkt.
[0:20:01] Bijvoorbeeld de dimensiële toegankelijkheid, of een plek die beschikbaar is wanneer je je kind naar de opvang wilt brengen.
[0:20:09] Dan gaat het zowel over het absolute aantal kindplaatsen in Nederland, maar ook over geografische spreiding, bijvoorbeeld, en wachttijden.
[0:20:16] En of een plek beschikbaar is, hangt ook samen met de personeelstekorten in de sector, waar we ook samen met de sector over in gesprek zijn.
[0:20:24] En daar hebben we ook een aanpak erop gericht, eigenlijk op drie hoofdlijnen.
[0:20:29] Het verhogen van de instroom, het behouden van medewerkers die in de sector werken en de medewerkers in de sector meer uren laten werken.
[0:20:39] Dus één van die dimensies is reële toegankelijkheid.
[0:20:42] Een andere dimensie is de administratieve toegankelijkheid.
[0:20:45] Of eigenlijk met andere woorden, hoe eenvouder en hoe zeker is het stelsel voor ouders?
[0:20:50] Is het gebruiksvriendelijk?
[0:20:53] En u kunt zich misschien wel voorstellen dat een lagere administratieve toegankelijkheid de mate van niet-gebruik vergroot en de kans op fouten ook.
[0:21:01] En dat is niet wenselijk.
[0:21:03] Daarom is in 2023 ook onderzoek gedaan naar toegankelijke dienstverlening in relatie tot een lager doenvermogen van burgers.
[0:21:10] De uitkomsten van dat onderzoek worden onder andere binnen diensttoeslagen gebruikt, ook om toegankelijker te zijn.
[0:21:16] Een voorbeeld daarvan is de kinderopvangtoeslag App, die het veel makkelijker maakt voor ouders om hun lopende toeslagenaanvraag in te zien en als het nodig is aan te passen.
[0:21:27] Dat vergroot dan weer de eenvoud en zekerheid voor ouders.
[0:21:32] Dat hangt dan ook weer samen met de financiële toegankelijkheid of de betaalbaarheid voor ouders.
[0:21:37] Want welk bedrag moet een ouder dan onderaan de streep zelf betalen?
[0:21:41] Dus wat is het verschil tussen de overheidsbijdrage en de totale rekening?
[0:21:45] Daar kunnen gemeenten ook een rol in spelen.
[0:21:47] Voor bepaalde doelgroepen mogen zij de oude bijdrage, of met andere woorden de eigen bijdrage, gedeeltelijk of helemaal vergoeden.
[0:21:55] Voor de fijnproevers onder u, dat is artikel 1.13 van de WKO.
[0:22:01] Je kunt ook kijken met de dimensie of de bril van wettelijke toegankelijkheid.
[0:22:04] Dus wie heeft er recht?
[0:22:05] nu op kinderopvangtoeslag, straks op de vergoeding kinderopvang.
[0:22:10] Daar gaat collega Ieper zometeen wat dieper op in.
[0:22:13] En al die dimensies samen, die hebben uiteindelijk invloed op de toegankelijkheid voor een individueel gezin.
[0:22:21] En ze zijn ook niet altijd of de een of de andere, er is eigenlijk altijd een samenspel.
[0:22:26] Denk bijvoorbeeld aan de sociaal-medische indicatie of de SMI.
[0:22:31] Die is erop gericht om ouders die tijdelijk geen recht hebben op kinderopvangtoeslag te ontlasten als of de ouder of het kind of voor beide het wel goed is voor het kind om naar de kinderopvang te kunnen gaan.
[0:22:43] Ook hier speelt de gemeente een hele belangrijke rol in.
[0:22:45] En dat raakt dan zowel aan beschikbaarheid, betaalbaarheid, maar ook aan eenvoud en zekerheid bijvoorbeeld.
[0:22:52] Het protee van wat we hier willen laten zien, is dat maatregelen gericht op toegankelijkheid op de ene vorm of ene dimensie een positieve impact kunnen hebben en tegelijkertijd een andere dimensie onder druk kunnen zetten.
[0:23:07] Dus dat moet je ook in samenhang bezien.
[0:23:09] En over samenhang gesproken gaat het stokje door naar collega Ype over de pijlerbetaalbaarheid.
[0:23:18] Caritatief goede en veilige kinderopvang is natuurlijk van grote waarde, maar daar kleeft dan ook een vrij forse prijskaartje aan.
[0:23:26] In 2025, ter illustratie, was het mediane uurtarief van de dagopvang, dus voor kinderen van 0 tot 4 jaar, 11 euro.
[0:23:34] En een gezin met twee kinderen die allebei twee dagen per week naar de dagopvang gaan, komen op jaarbasis op zo'n 25.000 euro aan kosten uit.
[0:23:43] Om de betaalbaarheid van die opvang te borgen, hebben we de kinderopvangtoeslag.
[0:23:47] En om recht te hebben op die kinderopvangtoeslag moeten ouders voldoen aan hun arbeidseis.
[0:23:52] Ze moeten werken of ze moeten bezig zijn met een traject naar werk, bijvoorbeeld een opleiding.
[0:23:59] Kinderopvangorganisaties bepalen zelf hun eigen uurprijs en met de kinderopvangtoeslag vergoedt de overheid een percentage van die uurprijs tot aan een bepaald wettelijk maximum.
[0:24:12] Het vroedingspercentage is inkomensafhankelijk, dus lagere inkomens krijgen een groter gedeelte vergoed.
[0:24:18] En ouders betalen het restant van de kosten zelf.
[0:24:21] En daaronder vallen dus ook de eventuele kosten boven de maximumuurprijs.
[0:24:25] Als de uurprijs hoger is dan de wettelijk bepaalde maximumuurprijs.
[0:24:30] Ouders zijn zelf verantwoordelijk en financieel aansprakelijk voor de juistheid van de kinderopvangtoeslag.
[0:24:36] Zij krijgen elke maand een voorschot.
[0:24:38] Dat is gebaseerd op het door hun doorgegeven schatting van het inkomen en het doorgegeven aantal opvanguren.
[0:24:44] En met die toeslag betalen ouders elke maand de rekening van de kinderopvangorganisatie.
[0:24:49] Na afloop van het jaar stelt de uitvoerder van de kinderopvangtoeslag dienst toeslagen het werkelijke recht op toeslag vast aan de hand van het werkelijke inkomen en het daadwerkelijke aantal afgenomen uren.
[0:24:59] En dan wordt bepaald of er nog een nabetaling plaatsvindt of dat er wordt teruggevorderd.
[0:25:03] Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld als ouders fouten hebben gemaakt bij het doorgeven van de gegevens voor de toeslag of als ze bepaalde wijzigingen in het inkomen niet hebben doorgegeven of niet op tijd hebben doorgegeven.
[0:25:13] En omdat het bij de kinderopvangtoeslag al snel om grote bedragen gaat, gaat het bij de terugvorderingen ook al snel om grote terugvorderingen.
[0:25:21] En dat kan ouders in financiële problemen brengen.
[0:25:25] Dat risico staat hier mooi weergegeven.
[0:25:28] Links ziet u de huidige situatie en het huidige stelsel met de kinderopvangtoeslag.
[0:25:32] Dit is een ouder met een relatief laag inkomen van ongeveer 2.000 euro per maand netto.
[0:25:37] Die heeft recht op een kinderopvangtoeslag van 2.800 euro per maand en betaalt daarmee een rekening van ongeveer 2.900 euro per maand.
[0:25:45] Het voorschot is een...
[0:25:48] Het voorschot bedraagt 142 procent van het netto loon van deze ouder.
[0:25:51] Dus dat mag duidelijk zijn dat een terugvordering van deze toeslag deze ouder echt in financiële problemen kan brengen.
[0:25:56] En dat is één van de fundamentele problemen van de kinderopvangtoeslag.
[0:26:00] In 2023 waren er 135.000 huishoudens met een terugvordering aan kinderopvangtoeslag, waarvan 30.000 meer dan 1.000 euro bedroegen.
[0:26:11] Om dit op te lossen, werkt de regering aan een nieuw financieringstelsel, waarin niet ouders, maar de kinderopvangorganisaties de verantwoordelijkheid krijgen voor de financiering.
[0:26:20] Die nieuwe situatie ziet u aan de rechterkant.
[0:26:23] De ouder hoeft alleen nog maar de rekening van de kinderopvangorganisatie te betalen en die is gelijk veel lager, omdat de bijdrage van de overheid al is verwerkt aan de achterzijde.
[0:26:32] Er zijn geen complexe geldstromen meer van de overheid naar ouders en vervolgens naar kinderopvangorganisaties.
[0:26:37] Ouders zijn niet langer verantwoordelijk voor de financiering en er kunnen geen terugvorderingen meer plaatsvinden bij ouders.
[0:26:42] Dus dit nieuwe stelsel is veel eenvoudiger en zekerder voor ouders.
[0:26:48] Zoals eerder al gezegd is, heeft al in december 25 al een technische briefing plaatsgevonden over het nieuwe financieringstelsel, dus ik sta hier maar heel kort bij stil.
[0:26:56] Maar hoe werkt dit nieuwe financieringstelsel?
[0:26:59] In de kern, we schaffen de kinderopvangtoeslag af.
[0:27:02] In plaats daarvan komt een subsidiestelsel met directe financiering, dus dat is betalingen direct aan kinderopvangorganisaties.
[0:27:10] De kinderopvangorganisaties zijn dus ook verantwoordelijk voor het aanvragen en het doorgeven van wijzigingen in die subsidie.
[0:27:15] Ouders hebben geen enkele verantwoordelijkheid daarvoor.
[0:27:17] Er lopen dus ook geen risicoterugvorderingen.
[0:27:19] De overheid betaalt voor alle werkende ouders hetzelfde hoge vergoedingspercentage.
[0:27:24] En die hoogte van die subsidie is dus ook niet langer afhankelijk van het inkomen van ouders.
[0:27:29] Dat heeft drie doelen, dat nieuwe stelsel.
[0:27:31] Het vergroten van de eenvoud voor ouders, het vergroten van zekerheid van ouders en het verbeteren van de betaalbaarheid van de kinderopvang.
[0:27:37] En dat past allemaal in de ambities van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van het nieuwe kabinet, waarvan vereenvoudiging een belangrijk spierpunt is.
[0:27:46] Bij deze herziening werken we nauw samen met de uitvoeringsorganisatie van dit nieuwe financieringstelsel weer om dienst toeslagen, zodat we zeker weten dat het beleid ook daadwerkelijk goed uitvoerbaar is.
[0:27:56] Het nieuwe financieringstelsel wordt voorzien om in werking te treden per 1 januari 2029, maar in de jaren daarvoor en ook in de afgelopen jaren zetten we al stappen naar dat nieuwe stelsel en dat doen we binnen het kinderopvangtoeslagstelsel.
[0:28:09] Dat ziet u hier.
[0:28:11] Dit is een grafiek van de vergoedingspercentages waar verschillende huishoudens recht op hebben.
[0:28:17] Op de i-as staat de hoogte van het vergoedingspercentage voor het eerste kind.
[0:28:22] Het tweede kind laten we buiten beschouwing omdat die in de meeste gevallen al veel hoger ligt dan het eerste kind.
[0:28:26] Dus er zijn minder stappen te zetten.
[0:28:29] En wat u hier ziet, is dat we de vergoedingspercentages jaar na jaar stapsgewijs verhogen, totdat in 2029 alle inkomensrechten hebben op dezelfde hoge inkomensonafhankelijke vergoeding.
[0:28:41] En dat doen we omdat een plotseling overgang per 1 januari 2029 naar het nieuwe financieringstelsel met die hoge vergoeding de betaalbaarheid voor heel veel ouders zeer snel zou verhogen.
[0:28:53] Dat zou tot een grote vraag naar opvang kunnen leiden en dat kan leiden tot een marktverstoring.
[0:28:57] Om dat te voorkomen,
[0:28:58] Laten we de markt geleidelijk wennen aan die nieuwe situatie met die hogere vraag.
[0:29:03] En dat doen we dus ieder jaar in stappen.
[0:29:09] Hier zijn we mee begonnen in 2025.
[0:29:11] Dat is de grijze lijn die u ziet.
[0:29:12] Dat was de eerste verhoging.
[0:29:13] Ook in 2026 zijn de vergoedingspercentages omhoog gegaan.
[0:29:18] Het ontwerpbesluit waarmee de verhoging voor 2027 wordt geregeld, komt binnenkort naar uw Kamer voor de voorhangprocedure.
[0:29:24] 2028 staat in deze grafiek, maar dat is slechts een voorbeeld.
[0:29:28] Het besluit daarover wordt volgend jaar pas genomen en wordt ook dan weer voorgehangen bij uw Kamer.
[0:29:33] En de groene lijn toont het jaar daarna, 2029, met de invoering van het nieuwe stelsel.
[0:29:40] Dank u wel.
[0:29:45] Afgelopen half uur hebben we u proberen mee te nemen in een volgevlucht over de volle breedte van de kinderopvang en alle verschillende aspecten die daarbij een rol spelen.
[0:29:59] Mijn collega heeft net toegelicht dat we toewerken naar de herziening van het financieringstelsel, maar we hebben ook laten zien dat er veel andere aspecten ook een rol spelen in de kinderopvang en daar blijven wij ondertussen natuurlijk gewoon aan het doorwerken,
[0:30:15] verbeteringen aan te brengen.
[0:30:18] En dat doen we door in te zetten op de twee doelen van kinderopvang, dus het combineren van arbeid en zorg en het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen.
[0:30:32] En daarbij zetten we in op de drie pijlers die net zijn toegelicht.
[0:30:35] Het zijn kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid.
[0:30:39] En in het overzicht op deze sheet ziet u wat u de komende periode van ons kunt verwachten.
[0:30:47] Dus hier staan een aantal dingen die binnenkort naar uw kamer zullen komen.
[0:30:53] De brief over toezicht is bijvoorbeeld al toegelicht.
[0:30:56] Er komt ook een evaluatie van het arbeidsmarktbeleid aan.
[0:31:01] Het is geen uitput in de lijst, maar het geeft in ieder geval een beeld van de dingen waar we op dit moment aan werken en die ook richting uw commissiedebat op 13 mei aan de orde kunnen komen.
[0:31:17] En dan heb ik hier op deze slide...
[0:31:20] We hebben net in heel kort een hele hoop dingen toegelicht.
[0:31:23] Er is nog veel meer informatie te vinden over de kinderopvang.
[0:31:30] We monitoren een aantal dingen jaarlijks en daar rapporteren we over.
[0:31:35] En die zijn ook goed vindbaar op een aantal sites, zoals de kwartaalrapportage.
[0:31:40] En er is een CBS-dashboard over kinderopvang waar veel informatie te vinden is.
[0:31:46] Ook dit is geen uitputtende lijst, maar geeft wel een goed beeld van... Nou ja, goed, als u meer informatie zoekt, zijn dit de goede plekken om te zoeken.
[0:31:56] En er is ook altijd de mogelijkheid om contact op te nemen met de parlementaire coördinator van SNW als u nog verdere vragen heeft.
[0:32:03] En daarmee rond ik de presentatie van onze kant af.
[0:32:10] Dank voor uw bijdrage en presentatie.
[0:32:13] Ik ga kijken of er nog vragen zijn.
[0:32:15] Ik moet mevrouw Van Arck van het CDA vragen of er nog... Ja, zeker.
[0:32:20] Even kijken... Ja, mijn vraag gaat over de vraag naar de toenemende vraag, zoals jullie ook verwachten.
[0:32:32] We verwachten dat er een toenemende vraag zal zijn, ook met name door de migratuskinderopvang.
[0:32:37] Mijn vraag is hoe het zit met de tekorten.
[0:32:40] Verwachten jullie dat die tekorten dan oplopen?
[0:32:43] En waar zit het dan in?
[0:32:45] Zit het dan voornamelijk in de medewerkers of in het beschikbaar zijn van locaties?
[0:32:50] Kunnen jullie daar wat over zeggen?
[0:32:54] Wie mag het woord geven?
[0:32:57] Doordat de vergoedingen voor de kinderopvang omhoog gaan verwachten we inderdaad dat de vraag stijgt.
[0:33:04] En de eerste knelpunt daarbij is het personeel.
[0:33:08] De ramingen zijn dat het tekorten oploopt tot ongeveer 35.000 mensen over tien jaar.
[0:33:15] Dus dat is heel fors.
[0:33:17] En tegelijkertijd kan huisvesting even goed een knelpunt zijn.
[0:33:22] Voor het arbeidsmarkt hebben we beleid, samen met de sector zijn we in overleg om te kijken wat we daar aan maatregelen kunnen doen.
[0:33:30] We hebben een arbeidsmarktprogramma dat is gericht op drie pijlers.
[0:33:34] Dat zet nu in op het aantrekken van nieuwe medewerkers, het behoud van medewerkers in de sector en het meer uren laten werken van de sector.
[0:33:46] We hebben daar de afgelopen jaren verschillende maatregelen op genomen.
[0:33:50] Daar is een evaluatie op uitgevoerd en die komt binnenkort naar uw Kamer.
[0:33:55] En op basis van die evaluatie gaan we ook kijken
[0:33:59] samen met de sector op welke andere dingen we kunnen inzetten of hoe we bepaalde maatregelen kunnen verbeteren.
[0:34:08] Is dat een voldoende antwoord op je vraag?
[0:34:10] Mevrouw Moorman van GroenLinks Partij van de Arbeid.
[0:34:16] Hoeveel vragen staat u toe?
[0:34:19] Ik doe één per rondje.
[0:34:21] Ik ga gewoon het rondje af... en dan kijken hoe ver we komen tot einde tijd.
[0:34:25] Ja, prima.
[0:34:26] Dan begin ik met de arbeidseis.
[0:34:30] De arbeidseis gaat natuurlijk in vanaf de eerste dag.
[0:34:35] En we weten ook dat in de arbeidseis, ook als je maar één uur per week...
[0:34:40] Nee, zelfs één uur per jaar werkt en dan voldoen je daar in principe al aan.
[0:34:43] Dus er zijn alle manieren om dat te ontwijken.
[0:34:46] We zagen in het Greenfield-traject dat het behoorlijk veel FTE kost om dat dan ook te controleren, te verwerken, tot 550 FTE.
[0:34:58] En mijn vraag is, hoeveel uitvoeringskosten zou het nou besparen als de arbeidseis niet van toepassing zou zijn op de eerste twee dagen?
[0:35:13] Dat is een complexe vraag.
[0:35:17] Het exacte getal heb ik in ieder geval niet voor u.
[0:35:20] Dat zouden we wel kunnen uitzoeken.
[0:35:23] Het is wel zo dat de 550 fte die u net noemde, dat is inderdaad het cijfer uit de Greenfield.
[0:35:29] Dat is een voorloper van het ontwikkeltraject.
[0:35:33] Het nieuwste inzicht van de dienst toeslagen ten aanzien van de uitvoeringslast, voorlopig inzicht,
[0:35:38] is dat het lager uitvalt dan dat, dus geen 550 fte, maar alsnog een significante werklast.
[0:35:45] Die wordt minder zodra de arbeidseis de eerste twee dagen niet van toepassing zou zijn.
[0:35:52] Grofweg, dat is een beetje gevaarlijk, maar ik doe het toch, zou ik inschatten dat de werklast daalt, bij twee dagen niet significant veel daalt, omdat de meeste ouders meer dan twee dagen, twee en een halve dag gemiddeld aan opvang afnemen.
[0:36:05] De werklast zou significanter kunnen dalen als de arbeidseis vanaf drie dagen zou...
[0:36:11] De eerste drie dagen opvang er geen arbeidseis zou zijn.
[0:36:14] Tegelijkertijd blijft er dan nog steeds een uitvoeringscomponent staan die voor een steeds kleiner wordende groep ouders resteert.
[0:36:21] Dus de doelmatigheid van die uitvoering wordt dan kleiner.
[0:36:27] Begrijp?
[0:36:29] Een kleine aanvullende vraag.
[0:36:33] Wat ik niet zag in de overzicht is hoeveel dagen ouders afnemen.
[0:36:37] En ook in uw antwoord hoorde ik dat eigenlijk niet.
[0:36:39] Dus heeft het over de meeste ouders werken meer dan drie dagen.
[0:36:43] Maar regelen natuurlijk ook via grootouders en dat soort dingen.
[0:36:47] Dus daarin moeten we natuurlijk ook verdisconteren hoeveel dagen nemen ouders dan af.
[0:36:53] Want als ze eerst twee dagen gewoon vrijvallen en
[0:36:55] Er zijn ook niet rare constructies als ik werk maar één uur per jaar via de gemeente.
[0:37:01] Dan scheelt dat toch, denk ik, een hele hoop.
[0:37:06] Ja, ik kan wel zeggen dat...
[0:37:10] Dan heb ik me net verkeerd uitgedrukt.
[0:37:12] Ouders die kinderopvang afnemen, doen dat gemiddeld voor 2,5 dag per week, in het geval van dagopvang.
[0:37:19] En er zijn pieken in de aantallen bij 1 dag, bij 2 dagen, bij 3 dagen.
[0:37:23] Gemiddeld komt tussen de 2 en de 3 dagen uit.
[0:37:26] En dat zegt verder niets over hoeveel dagen zij werken.
[0:37:32] De heer Van Houwelingen, Forum voor Democratie.
[0:37:34] Ja, misschien, ik heb ook nog een andere vraag, maar toch aanvullend hierop, want inderdaad, stel nou dat we, we hebben hier ook al over gesproken, dank op het ministerie, stel dat je die arbeidseisen helemaal zou laten vallen, wat mij toen verteld is, en dat zou misschien ook voor de arbeidsparticipatie zelfs een positief effect kunnen hebben, en dan hoef je dat ook helemaal niks meer te controleren, dus is dat overwogen?
[0:37:49] Misschien dat je daar iets over kan zeggen om dat helemaal te laten, wat zou de gevolgen daarvan zijn?
[0:37:53] Dan wordt het natuurlijk nog simpeler, stel zo.
[0:37:56] Ja, dat klopt.
[0:37:58] Het wordt eenvoudiger voor ouders, omdat ze aan minder voorwaarden hoeven te voldoen.
[0:38:02] Het wordt eenvoudiger voor kinderopvangorganisaties, omdat er nog meer zekerheid is over wie voor welke opvang er recht is op subsidie.
[0:38:10] Het wordt ook eenvoudiger voor de uitvoerder, omdat die uitvoeringscomponent, die controle wegvalt.
[0:38:14] Er staat tegenover dat de vraag naar opvang verder zal toenemen, in een situatie waarin de vraag dus toch al verder toeneemt, dus het is een extra krapte in de markt.
[0:38:22] En er staan ook hogere overheidsuitgaven tegenover.
[0:38:27] Dat zijn de gevolgen.
[0:38:32] Mevrouw Michonne Derksen van de VVD.
[0:38:35] Ja, dank u wel.
[0:38:37] Ik wil graag nog doorgaan op dat tekort in personeel.
[0:38:41] Want ik begrijp de drie maatregelen, maar 35.000 mensen meer nodig, terwijl die ook defensie en zorg...
[0:38:50] We hebben overal over tekorten.
[0:38:52] Worden er ook meegenomen dat die randvoorwaarden kunnen verschillen?
[0:39:01] Nu hebben we één pedagogisch medewerker op zoveel kinderen.
[0:39:05] Dat verschilt weer per leeftijd.
[0:39:07] Ik hoor ook administratieve lasten waarvan je denkt, dat lijkt me iets waar je de pedagogisch medewerker zo min mogelijk mee lastig moet vallen.
[0:39:15] Dat kunnen andere mensen ook.
[0:39:16] Dus wordt er ook nagedacht over andere concepten of andere inrichting, zodat we met die personeelskrapte dier zal zijn, dat wordt verwacht ik een van de grote bottlenecks, toch kunnen optimaliseren van inzet en aan die stijgende vraag kunnen voldoen.
[0:39:36] Ja, er wordt breder nagedacht over maatregelen die we kunnen nemen.
[0:39:43] We hebben de afgelopen jaren ook maatregelen genomen die samenhangen met kwaliteitseisen.
[0:39:51] Een van de voorbeelden is bijvoorbeeld de bio-maatregel, waarin beroepskrachten in opleiding gedeeltelijk inzetbaar zijn en zo dus... Nou, in ieder geval dat we het aanbod van de medewerkers kunnen vergroten.
[0:40:05] Dit zijn wel lastige maatregelen omdat die ingrijpen op de kwaliteits- eisen die we hebben in de kinderopvang.
[0:40:14] Die kunnen forse gevolgen hebben voor de kwaliteit.
[0:40:22] Dat is een goede afweging om te maken... of je gaat voor de echte hoge kwaliteit die we nu hebben... en daarmee dus misschien iets meer wachtlijsten.
[0:40:32] Maar er wordt over nagedacht of we daar nog andere dingen in kunnen doen.
[0:40:41] Ik wil hier nog iets over zeggen.
[0:40:42] Een component daarbij is ook wel...
[0:40:44] Het doet ook iets met werkdruk.
[0:40:46] Het is inderdaad een relatief makkelijke knop om aan te draaien, zeker op papier.
[0:40:50] Op het moment dat er natuurlijk meer kinderen bij... of één medewerker voor meer kinderen moet zorgen, doet dat dus ook iets voor de werkdruk.
[0:40:58] Dus wat wij proberen in ons beleid en ook met dit soort maatregelen in onze overwegingen mee te nemen, zijn de verschillende perspectieven.
[0:41:05] Dus wat ik net al zei, je hebt de houder, de medewerker, het kind en het ouder.
[0:41:09] En die belangen proberen we in kaart te brengen.
[0:41:12] Dus deze dingen zijn absoluut af en toe overwogen, maar zijn ook wel overwogen niet ingezet op dat moment.
[0:41:20] Ik wil mevrouw Van Gessel vragen om de microfoon even dicht te doen.
[0:41:25] Omdat mevrouw Van Gessel zei, er wordt over nagedacht, maar loopt er dan iets van een onderzoek waar wij over worden geïnformeerd?
[0:41:31] Ik zou het fijn vinden, en dan zeg ik helemaal niet dat ik het antwoord weet, maar dat we overzicht krijgen van alle opties die dan zijn bekeken en waarop we ons hebben geïnspireerd.
[0:41:44] En dat zou ik ook graag naar de Kamer willen hebben.
[0:41:48] U krijgt heel binnenkort een brief over de arbeidsmarktevaluatie die we gedaan hebben.
[0:41:52] Dat gaat met name over de maatregelen die de afgelopen jaren zijn ingezet.
[0:41:57] En daarin wordt ook ingegaan op het vervolg.
[0:42:04] Dank u wel.
[0:42:08] Ik heb een vraag die ook samenhangt met de kwaliteitsijzer, voornamelijk dat landelijke kwaliteitsmonitor.
[0:42:15] Worden vanaf 2026, zag ik, moet er dan weer een nieuwe monitor komen voor de komende vier jaar.
[0:42:23] Worden daarin dan al de maatregelen die er stapsgewijs worden ingevoerd meegenomen of, wat mevrouw Derksen ook zei, de andere indicatoren om te kijken wat doet het dus met de kwaliteit van de opval?
[0:42:41] Ja, daar kan ik wel iets over zeggen.
[0:42:44] Die monitor hebben we inderdaad recent aanbesteed, dus die wordt uitgevoerd door de Universiteit Utrecht en door Amsterdam.
[0:42:50] En die kijkt eigenlijk los van het beleid, die kijkt toch in de praktijk op een wetenschappelijke manier naar wat is de kwaliteit die ik daar zie, op een manier die ze ook internationaal toepassen.
[0:42:59] Dus die... Ja, daarmee kan je eigenlijk inderdaad wel zien, zo ontwikkelt kwaliteit zich, maar zij zeggen niet dat dat heeft te maken met die of die beleidswijzigingen.
[0:43:12] Ja.
[0:43:14] Is dat een overweging om dan wel mee te nemen?
[0:43:17] Want anders kan je de kwaliteit natuurlijk op de werkvoerder en wat voor effect dat heeft voor de medewerkers en ook voor de ontwikkeling van de kinderen niet meenemen.
[0:43:33] Ja, ik denk, voor een deel kan je dat wel dus in die monitor zien, omdat je eigenlijk juist ziet van, je weet zelf ook blij te wijzigen en in de monitor zie je
[0:43:41] hoe de kwaliteit daar zich ontwikkelt.
[0:43:44] En wat we ernaast doen, is bij belangrijke beleidswijzigingen vaak nog een aparte monitor.
[0:43:48] Dus de afgelopen jaren hebben we Beerderschot een monitor laten uitvoeren die echt gericht gaat over welke wijzigingen hebben we in onze kwaliteitseisen in dit geval gedaan en hoe wordt dat in de praktijk, hoe pakt het uit in de praktijk.
[0:44:00] En dat willen we de komende jaren ook doen met de biomaatregel die Marita net noemde, dus de inzet van studenten.
[0:44:06] Daar hebben we nu een maatregel over aangekondigd om dat blijvend te verruimen.
[0:44:11] En dat willen we ook echt al gaan volgen, ook met een onderzoek van, nou ja, wat doet het dan voor medewerkers, wat doet dat voor de kwaliteit, wat doet het voor organisaties en voor het personeelstekort?
[0:44:21] GESPREKSLEIDER 1.
[0:44:22] Het is heel lastig om een kausaal verband te verstellen.
[0:44:24] Dus we onderzoeken het en we monitoren, maar het is heel lastig om het een en een direct aan elkaar te kopelen.
[0:44:31] Ik ga nog een ronde doen, mevrouw Van Arck.
[0:44:35] Dank u wel.
[0:44:37] De heer Wielers, volgens mij was u het, gaf aan dat er, zo mogelijk mevrouw Van Ganssen, dat er een groei blijft, dat het aanbod van gastouderopvang ook gaat dalen.
[0:44:49] En er werd gezegd, we zijn ook maatregelen aan het nemen om dit te mitigeren.
[0:44:55] Kunt u dat aangeven wat die maatregelen zijn?
[0:45:00] Ja, zeker.
[0:45:01] We hebben vorig jaar een onderzoek gedaan naar die daling.
[0:45:04] Ook een kamerbrief hebben we gestuurd, dus dat kunt u nogal nalezen.
[0:45:07] Maar eigenlijk in het onderzoek komen drie belangrijke redenen naar voren voor de uitstroom van gasthouders.
[0:45:13] En op al die redenen proberen we dan natuurlijk acties te zetten.
[0:45:16] De eerste was, belangrijk zoals ik denk, regeldruk.
[0:45:19] En deels is dat gewoon, we hebben veel regels.
[0:45:22] Samen met die wijziging van de regelgeving schrappen we ook tien regels.
[0:45:27] En tegelijkertijd had die regeldruk ook te maken met onzekerheid over...
[0:45:30] Ze waren al best wel jaren aan het praten over die nieuwe wetgeving.
[0:45:33] En het hangt een beetje boven de markt.
[0:45:35] Dat merkte je ook dat dat meespeelde.
[0:45:36] Dus die duidelijkheid is er nu.
[0:45:37] En we denken dat dat helpt.
[0:45:39] Tweede reden was van financiële aard.
[0:45:43] Het is voor gasthouders best moeilijk om een goede boterham te verdienen, om het even zo plat te zeggen.
[0:45:48] En we hebben een kostprijsonderzoek laten doen.
[0:45:50] En dat helpt, denk ik, ook gasthouders om hun tarief goed te stellen, want we zien dat dat een uitdaging is voor gasthouders, die hebben een heel persoonlijke relatie met ouders.
[0:46:00] Nou ja, dus dat ondersteunt en we zien ook dat het uurtarief wat wij vergoeden, dat dat lager ligt dan de kostprijs van gasthouders.
[0:46:09] Op dit moment hebben we ook een brief overgestuurd, geen budget om dat te verhogen, maar dat staat dus wel echt op dag en dag en daar hebben we ook al gesprekken over.
[0:46:15] En de derde reden van uitstroom was eigenlijk wat abstracter van aard, namelijk hoe kijken we naar de sector gasttuigeropvang en dat het vaak een beetje ondergeschoven kindjes in de kinderopvang ook wordt gezien als veredelde oppas en dat dat niet helpt voor het aanzien van het beroep eigenlijk.
[0:46:28] Dus ik denk ook dat het wetsvoorstel daarvoor helpt om te bevestigen, dit is gewoon een voorwaardige vorm van kinderopvang met een gelijkwaardige kwaliteit.
[0:46:34] En we proberen ook een voorbeeldje in het sociaal domein, hoe krijgen consultatiebureaus naar de gasten uit de opvang, kennisscholengasten uit de opvang, we proberen dat ook te doen.
[0:46:43] En tot slot, en dat wil jij misschien ook gaan zeggen,
[0:46:46] Daarnaast waren er belangrijke redenen, die gaan meer over de privésituatie.
[0:46:49] En deels daarvan, bijvoorbeeld werk privé, dus ja, je valt kinderen op in je eigen huis.
[0:46:54] Dan moet je gezin ook maar zin in hebben, dat kan op een duur een keer ophouden.
[0:46:57] En voor een deel zien we dat veel gasthouders, de beste groot deel van de gasthouders, richting pensioenleeftijd gaat.
[0:47:02] Dus dat is ook waarom Andriek zei, ja, die uitstroom die zal ook wel deels doorzetten, dat kan je niet keren.
[0:47:07] En wat we wel kunnen doen is, nou ja, proberen dat in balans te brengen met instroom en zo goed mogelijk de omstandigheden te verbeteren.
[0:47:16] Mevrouw Moorman.
[0:47:20] Ik heb nog heel wat vragen, maar ik hoop dat ik nog wat rondjes krijg zo meteen.
[0:47:26] Ik wil toch nog heel even door over die personeelstekorten, want ik krijg de indruk dat dat de reden is dat er die arbeidseis in zit, terwijl we eigenlijk allemaal weten dat het wat onfortuinlijk is en dat het heel veel uitvoeringskosten kost en ook heel veel kinderen uitsluit.
[0:47:42] En ik heb toch wat vragen en ik hoor dat er nieuw onderzoek komt en ik hoop dat het daar dan in zit.
[0:47:46] Want je ziet eigenlijk een stelsel wat door de instabiliteit gewend is aan groei en krimp, al die tijd al.
[0:47:53] Er komt juist straks een veel stabieler stelsel, waardoor je dat minder hebt.
[0:47:58] Daarmee vraag ik me dus echt serieus af, overdrijven we het nou niet heel erg?
[0:48:02] Ook omdat we zien dat eigenlijk de vraag op dit moment aan het dalen is.
[0:48:06] Zit dat dan nog wel genoeg in dat stelsel?
[0:48:10] Dus gebruiken we nou niet de verkeerde gegevens om iets waarvan we allemaal denken dat zou eigenlijk heel goed zijn te weren?
[0:48:18] Ik wil het niet politiek maken, dus u hoeft het alleen maar feitelijk te beantwoorden.
[0:48:22] Maar ik vind het wel heel noodzakelijk dat wij de juiste conclusies trekken uit de data die er zijn.
[0:48:28] En ik heb daar echt wel zorg bij.
[0:48:34] Er worden jaarlijks de arbeidsmarkt gemonitord.
[0:48:40] Dat is een bredere monitor die over zorg en welzijn gaat.
[0:48:45] En daar worden prognoses gemaakt met en zonder beleid.
[0:48:48] Daar komen deze cijfers vandaan.
[0:48:51] Dus dat is de inschatting.
[0:48:53] Die maken wij ook niet zelf.
[0:48:56] Dus dat is waar wij van uitgaan.
[0:48:58] En wat ik er wel nog bij wil zeggen, is dat de arbeidsmarkt
[0:49:02] in heel Nederland krap is.
[0:49:04] Dus dat is niet een uniek probleem van de kinderopvang.
[0:49:08] En daarmee kunnen wij met beleid...
[0:49:13] Proberen wij dat te verzachten en daar wat aan bij te dragen, maar wij gaan dat nooit helemaal op kunnen lossen.
[0:49:20] Mevrouw Moorman.
[0:49:21] Ja, daar wil ik dan graag nog wel iets unieks van de kinderopvang aan toevoegen, want juist bij een krappe arbeidsmarkt wil je dat er genoeg kinderopvang is, zodat mensen aan het werk kunnen.
[0:49:31] Dus daar zit wel degelijk een unieke positie en wordt dat dan voldoende daarin meegenomen en wordt ook voldoende meegenomen dat je ook nog combinatiefuncties kan maken.
[0:49:40] Dus juist met een heel stabiel stelsel kan je veel betere combinatiefuncties maken met bijvoorbeeld ook het onderwijs.
[0:49:48] Ik zeg dit niet omdat ik niet de data wil vertrouwen, maar vooral omdat ik denk... we staan hier voor een heel belangrijk moment... waarin we de juiste keuzes moeten maken.
[0:49:58] En die arbeidseis... Nou ja, er zijn dus veel vragen over.
[0:50:01] En nogmaals, hebben we dan wel het volledige stelsel in beeld?
[0:50:10] Ik weet niet helemaal wat uw vraag is.
[0:50:14] Mijn vraag is dus de unieke positie van de kinderopvang, juist ook als u zelf verwijst naar een bredere arbeidsmarkt, dan is juist kinderopvang de oplossing.
[0:50:24] Wordt dat dan voldoende meegewogen?
[0:50:25] Wordt voldoende meegewogen dat er ook verschillende combinatiefuncties zijn?
[0:50:30] Wordt er voldoende meegewogen dat het aantal kinderen afneemt, dus dat er juist minder vraag is?
[0:50:35] Er zijn al dat soort verschillende elementen wel voldoende meegenomen in dit soort analyses die er dan naar ons toe komen op het moment dat we keuzes maken over bijvoorbeeld zo'n arbeidseis, waar we ook andere perverse prikkels van zien.
[0:50:50] Ik wil u meegeven dat het zit wel tegen het politieke aan.
[0:50:54] Nee, ik vraag alleen maar naar data, dus ik vraag geen politieke aanspraak.
[0:51:00] Het zit echt politieke aan, dus u mag geantwoorden, maar staat u vrij om dat op een andere manier te doen?
[0:51:07] In de prognoses die er gemaakt worden zit de ontwikkeling van het aantal kinderen en er zitten algemene aannames in over het arbeidsmarktaanbod, dus dat zit erin.
[0:51:20] Er wordt ook rekening gehouden met beleid, dus voor zover wij beleid voeren wordt dat ook zo goed mogelijk meegenomen, ondanks dat dat wel vaak lastig is.
[0:51:29] En verder hebben wij in onze eigen beleidsmaatregelen doen we bijvoorbeeld, kijken we bijvoorbeeld naar combibanen en kijken we ook naar kinderopvang.
[0:51:44] Het is weer gegeven dat het ook een voorwaarde is voor mensen om te werken en dat is ook een van de pijlers waar het hele beleid op gestoeld is.
[0:51:56] Dan wil ik tot slot nog graag een vraag stellen over die DAAP, want daar maken we ons heel veel zorgen over.
[0:52:03] De kinderopvang wordt een dienst van het algemeen belang.
[0:52:06] Mijn eerste vraag zou zijn, is dat echt het risico?
[0:52:10] Want dat betekent ook veel minder.
[0:52:11] regeldruk voor die kinderopvang die daar zelf helemaal niet blij mee is, het ondernemingsverschapsverdrijf voor een deel, en is het ook echt, en misschien kan ook in die brief die komt iets over vertellen, want dat vraag ik me de hele tijd af ook in gesprekken die ik heb, is het echt nodig?
[0:52:21] Want er gaat natuurlijk ook al heel veel publiek geld toch via de ouders weliswaar naar de kinderopvang, dus is dat nou moeten en kunnen we daar niet omheen werken om die DAAP?
[0:52:29] De kinderopvanger heeft het zelf over via een truc, via een vouchersysteem ofzo, toch via de ouders.
[0:52:35] Daar ben ik heel bezorgd over.
[0:52:36] Wat u nu schetst, het is eigenlijk een hele mooie kinderopvanger.
[0:52:39] Er wordt net ook geschetst en dan gaan we zo'n stelselwijziging doorvoeren, waardoor die kinderopvanger, dat zeggen ze zelf en ik denk dat ze gelijk hebben, deels genationaliseerd wordt en we dat ondernemerschap dus vliezen.
[0:52:49] Want dat krijg je zodra je met overedelijke mensen gaat praten.
[0:52:52] Dus hoe kijkt u daaraan tegen dat risico?
[0:52:55] Ik wil u erop wijzen dat ook dit politiek is, dus...
[0:53:01] Ik zal hem feitelijk beantwoorden.
[0:53:10] Niet alleen wij, maar ook een analyse van de landsadvocaat is erop uitgekomen dat er een risico bestaat op onrechtmatige staatsteun met dit nieuwe stelsel.
[0:53:19] En of dat een acceptabel risico of niet is, is een politieke afweging.
[0:53:24] Maar dat risico is er en dat risico kan gemitigeerd worden met de maatregel het invoeren van een dienst van algemeen economisch belang.
[0:53:33] Dat is wat ik daar denk ik over kan zeggen.
[0:53:36] En het risico is er nu dus niet.
[0:53:37] Dat is toch vreemd?
[0:53:41] Het voornaamste verschil met het huidige stelsel is dat er op dit moment geen directe betalingen aan ondernemers zijn.
[0:53:48] Dus het is een toeslag, een compensatie in de kosten die individuele burgers maken.
[0:53:56] Dat is het grote verschil.
[0:54:01] Ja, dank voorzitter.
[0:54:03] Ik kijk wel echt ook uit naar het debat.
[0:54:06] Daar zult u natuurlijk ook allemaal bij een rol in spelen.
[0:54:10] Dus daar is dit ook rezen nuttig voor.
[0:54:12] Danken wij ook daarvoor.
[0:54:13] Ik zit nog even ook tekort personeel.
[0:54:15] Er is al veel over gezegd, maar dan die huisvesting.
[0:54:18] Want dat lijkt mij... Kijk, u schetst dat boerderijtje.
[0:54:22] Ik zag ook onze minister bij zijn boerderijtje.
[0:54:24] Ik woon in een grote stad.
[0:54:26] Dat is natuurlijk...
[0:54:28] op vakantie bij een boerderijtje, zeg maar.
[0:54:30] Dus hoe zit het gewoon met huisvesting?
[0:54:33] En daarmee vraag ik ook hoe is dan de samenwerking met gemeente?
[0:54:38] Dus dan het personeel lijkt me al een helvertje op, maar vooral waar natuurlijk überhaupt krapte zit op wat openbouwbewoningen en op alles wat gewoon tekort, gewoon te weinig ruimte of teveel ambitie, hoe je het maar wil zeggen.
[0:54:52] Hoe zit het?
[0:54:53] Hoe zit eigenlijk dan in die schaarste ruimte?
[0:54:55] Wat is de rol van gemeente daarbij?
[0:55:05] Goeie vraag, ook een moeilijke vraag.
[0:55:09] Gemeenten kunnen zeker een rol spelen in dat schaarste vraagstuk.
[0:55:14] En er zijn wel verschillen tussen bijvoorbeeld onderwijs en opvang, welke wettelijke taak een gemeente daarin heeft.
[0:55:21] En daar waar de schaarste toeneemt, komt daar natuurlijk ook meer druk op.
[0:55:25] En als er meer kinderen zijn die eerst kinderopvang nodig hebben en daarna onderwijs,
[0:55:30] en er zijn plekken, lokale tekort bijvoorbeeld, dan wringt dat daar wel eens.
[0:55:34] Dat is ook wat we zien in de praktijk.
[0:55:36] De gemeente kan daar wel degelijk een rol in spelen, maar als de druk heel hoog wordt, dan ga je uiteindelijk toch vaak terug naar wat is je taak, wat moet je in ieder geval doen.
[0:55:47] En het verschilt ook enorm lokaal en regionaal, wat de bredere huisvestingsopgave is, of het gaat over nieuwbouwen of herbouwen.
[0:55:57] Dus dat is, wat ik zei, een hele ingewikkelde vraag, een goede vraag die u stelt, maar ook ingewikkeld om te beantwoorden.
[0:56:05] Korte vraag.
[0:56:07] School is een wettelijke taak, kinderopvang niet, begrijp ik.
[0:56:10] Zit het ook in bestemmingsplannen?
[0:56:12] Is een kinderopvang een bedrijfsbestemming of is dat maatschappelijke functie?
[0:56:21] Wat kan je aan gemeenten vragen vanuit een kinderopvangperspectief om maximaal behulpzaam te zijn?
[0:56:32] In alle eerlijkheid overvraagt u in ieder geval mijn kennis op dit terrein.
[0:56:37] Dus ten aanzien van bestemmingsplannen durf ik het u niet te zeggen.
[0:56:42] Wat ik wel weet is dat vanuit het onderwijs de gemeente daar een daak heeft voor de onderwijshuisvesting en dat dat niet het geval is op die manier voor kinderopvang.
[0:56:52] Dan zie ik op de bordjes dat het bijna tijd is.
[0:56:59] Ik wil u hartelijk bedanken voor uw komst aan de Kamer.
[0:57:03] Ik wil de Kamerleden bedanken en de mensen op de publieke tribune.
[0:57:06] Dan sluit ik deze vergadering.