Commissie publiceert richtsnoeren voor verordening buitenlandse subsidies

De Europese Commissie heeft richtsnoeren voor de verordening buitenlandse subsidies gepubliceerd die moeten zorgen voor meer voorspelbaarheid en transparantie voor ondernemingen. Ze verduidelijken verscheidene concepten, zoals de wijze waarop de Commissie concludeert of er sprake is van een door een buitenlandse subsidie veroorzaakte verstoring van de mededinging, de wijze waarop verstorende effecten tegen eventuele positieve effecten van een buitenlandse subsidie worden afgewogen, en de bevoegdheid van de Commissie om te verzoeken om voorafgaande aanmelding van zaken onder de drempel.

Belangrijkste elementen van de richtsnoeren

In de richtsnoeren worden verscheidene aspecten van de verordening buitenlandse subsidies verduidelijkt:

  • Beoordeling van verstoringen (artikel 4, lid 1, van de verordening buitenlandse subsidies). In de richtsnoeren wordt verduidelijkt dat de Commissie, nadat zij heeft vastgesteld dat een onderneming die een economische activiteit binnen de interne markt uitoefent een buitenlandse subsidie heeft ontvangen, in twee stappen beoordeelt of er sprake is van een verstoring. Ten eerste onderzoekt de Commissie of de buitenlandse subsidie de concurrentiepositie van de onderneming in de EU versterkt. Voor subsidies die niet op economische activiteiten in de EU zijn gericht, wordt een nadere analyse uitgevoerd van het risico dat die worden gebruikt voor de kruissubsidiëring van economische activiteiten in de EU. Ten tweede zal de Commissie de gevolgen voor de mededinging onderzoeken door te analyseren of de subsidie naar verwachting het concurrentiegedrag en de marktdynamiek van de onderneming wijzigt ten nadele van andere marktdeelnemers. De richtsnoeren bevatten een niet-uitputtende lijst van voorbeelden van subsidies die als verstorend kunnen worden beschouwd.
  • Beoordeling van een verstoring in met name openbare aanbestedingsprocedures (artikel 27 van de verordening buitenlandse subsidies). Indien een ondernemer deelneemt aan een openbare aanbestedingsprocedure op de interne markt en de Commissie over informatie beschikt dat een buitenlandse subsidie de voorwaarden van de inschrijving kan hebben beïnvloed, beoordeelt zij of er sprake is van een verstoring. Ten eerste beoordeelt de Commissie of de ondernemer de buitenlandse subsidie kan hebben gebruikt bij het opstellen van de voorwaarden van zijn inschrijving. Zo ja, dan beoordeelt de Commissie of de ingediende inschrijving onrechtmatig voordelig is door die te vergelijken met de andere inschrijvingen in de procedure en de ramingen van de aanbestedende dienst. Indien de inschrijving onrechtmatig voordelig is, beoordeelt de Commissie of het voordeel in aanzienlijke mate voortvloeit uit de buitenlandse subsidie of uit andere, gerechtvaardigde factoren.
  • Afwegingstoets (artikel 6 van de verordening buitenlandse subsidies). In de richtsnoeren wordt toegelicht hoe de Commissie de negatieve effecten van een verstorende buitenlandse subsidie afweegt tegen eventuele positieve effecten. De Commissie houdt alleen rekening met positieve effecten die eigen zijn aan de te beoordelen buitenlandse subsidie. Bij de afweging wordt rekening gehouden met de ernst van de verstoring en met de vraag of de positieve effecten zonder de verstoring kunnen worden bereikt. Indien de positieve effecten opwegen tegen de negatieve, maakt de Commissie geen bezwaar. Zo niet, dan kan de Commissie verbintenissen aanvaarden of herstelmaatregelen opleggen. De richtsnoeren bevatten voorbeelden van het relevante bewijsmateriaal dat kan worden overgelegd en ze bevatten een beschrijving van de uitvoering van een afwegingstoets door de Commissie.
  • Gebruik van een aanmeldingsmechanisme voor concentraties en openbare aanbestedingsprocedures (artikel 21, lid 5, en artikel 29, lid 8, van de verordening buitenlandse subsidies). De Commissie kan om voorafgaande aanmelding van niet aan te melden concentraties en van buitenlandse financiële bijdragen in openbare aanbestedingsprocedures verzoeken indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan, met name indien zij vermoedt dat in de afgelopen drie jaar buitenlandse subsidies aan relevante ondernemingen zijn toegekend. De Commissie beoordeelt of een toetsing vooraf gerechtvaardigd is op basis van factoren zoals de gevolgen van de concentratie voor de mededinging of de openbare aanbestedingsprocedure, de vraag of het een strategische economische activiteit betreft en de mogelijkheid van een verstoring. De richtsnoeren omvatten nieuwe veilige havens: openbare aanbestedingsprocedures van geringe waarde, subsidies van minder dan 4 miljoen EUR en subsidies voor bepaalde buitengewone omstandigheden zijn van aanmelding vrijgesteld. In ieder geval moet de Commissie optreden voordat de concentraties volledig tot stand zijn gebracht of de opdrachten zijn toegekend.

Achtergrond

Alvorens de richtsnoeren aan te nemen, heeft de Commissie verscheidene raadplegingen gehouden om te waarborgen dat de standpunten van alle belanghebbenden in aanmerking werden genomen. In maart 2025 is een verzoek om input over het toepassingsgebied van de richtsnoeren uitgebracht. Tegelijkertijd heeft de Commissie gerichte raadplegingen gestart met de lidstaten en geselecteerde belanghebbenden uit het bedrijfsleven, beoefenaars van juridische en economische beroepen, de academische wereld, en consumenten. Tussen juli en september 2025 heeft de Commissie een openbare raadpleging over de ontwerprichtsnoeren gehouden, waarbij zij feedback van belanghebbenden heeft ontvangen.

De verordening buitenlandse subsidies is op 13 juli 2023 in werking getreden. Deze verordening stelt de Commissie in staat verstoringen als gevolg van buitenlandse subsidies op de interne markt aan te pakken. Op die manier kan de EU zorgen voor een gelijk speelveld voor alle ondernemingen, terwijl zij open blijft staan voor handel en investeringen. Bij elke economische activiteit en in elke sector kan sprake zijn van buitenlandse subsidies met gevolgen voor de interne markt. Hierbij kan het gaan om verwerving van zeggenschap, deelname aan overheidsopdrachten of andere vormen van directe investeringen.

Overeenkomstig artikel 46 van de verordening buitenlandse subsidies moet de Commissie de richtsnoeren uiterlijk 13 januari 2026 bekendmaken. Op grond van de verordening buitenlandse subsidies moet de Commissie uiterlijk 14 juli 2026 bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indienen met een evaluatie van haar praktijk inzake de uitvoering en de handhaving van de verordening. Dat verslag kan zo nodig vergezeld gaan van relevante wetgevingsvoorstellen.

Meer informatie

Meer informatie vindt u op de website van de Commissie over mededinging en op de website van DG GROW.