Tweede Kamer, 32e vergadering

  • Begin14:00
  • Sluiting19:15
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Paulusma

Aanwezig zijn 147 leden der Kamer, te weten:

Aartsen, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, Belhirch, Van den Berg, Van Berkel, Bevers, Biekman, Bikker, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Boswijk, El Boujdaini, Brekelmans, Bart van den Brink, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Van der Burg, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Erkens, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heinen, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Chris Jansen, Frederik Jansen, Jetten, Jumelet, Karremans, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lahlah, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Martens-America, Van Meetelen, Van Meijeren, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vermeer, Vervuurt, Vijlbrief, Vliegenthart, Vondeling, De Vos, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Yeşilgöz-Zegerius, Zalinyan en Zwinkels,

en de heer Aartsen, staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu, de heer Brekelmans, minister van Defensie, mevrouw Pouw-Verweij, staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, mevrouw Tielen, staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, en de heer Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat.

De voorzitter:

Ik open de vergadering.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Struijs

Vragen van het lid Struijs aan de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg over het bericht "Mantelzorgers overbelast maar overheid vraagt hen meer te doen".

De voorzitter:

Aan de orde zijn de mondelinge vragen. Ik heet de leden van de Kamer welkom. Ik heet ook de staatssecretaris in vak K van harte welkom. Wij beginnen met de eerste collega, de heer Struijs van 50PLUS, met zijn mondelinge vragen aan de staatssecretaris. Gaat uw gang.

De heer Struijs (50PLUS):

Dank u, voorzitter. In Nederland is ongeveer het ongelofelijke aantal van 5 miljoen mensen mantelzorger. We hebben het bij 50PLUS al eerder gezegd: zonder mantelzorgers en vrijwilligers stort de samenleving in elkaar. Zij zijn het cement dat de boel bij elkaar houdt. Een groot deel van hen zijn 50-plussers die voor hun ouder of ouders zorgen, maar ik wil hier zeker ook de jonge mantelzorgers benoemen. Ook op hun schouders rust namelijk een enorme last. Ook de werkende vrouwen in de zorg, die ook nog eens kinderen hebben, mogen niet vergeten worden. Zij worden driedubbel uitgewoond.

Een op de drie mantelzorgers werkt in de zorg. Vorige week bleek uit een onderzoek van de FNV dat de situatie van mantelzorgers steeds penibeler wordt. Bijna 50% geeft aan steeds vermoeider te raken. 10% geeft aan op omvallen te staan. Dit is erg zorgwekkend, en zelfs alarmerend te noemen. Je kunt niet én bezuinigingen op de zorg én ouderen langer thuis laten wonen, en dan verwachten dat de mantelzorgers als een duizenddingendoekje de klappen blijven opvangen. De balans is wat 50PLUS betreft weg. Met de toenemende vergrijzing zal de druk op mantelzorgers alleen maar toenemen. Daarom de volgende vragen.

Realiseert de staatssecretaris zich dat de rek er bij de inzet van mantelzorgers nu wel uit is? Langer thuis wonen en het te veel leunen op mantelzorgers zorgen ervoor dat niet alleen mensen, maar ook het systeem door het ijs zakken. Erkent zij het probleem en wat doet zij met dit gegeven?

Mantelzorgondersteuning, de Wmo, is nu belegd bij gemeenten, dus verschilt enorm. Is de staatssecretaris het eens met de stelling dat overbelasting van mantelzorgers een nationaal probleem is, dat veel meer met een ondergrens aan beleid landelijk zou moeten worden opgepakt?

In het bijzonder is er een probleem voor mantelzorgende werkende vrouwen in de zorg. Als zij omvallen, treft dit hun inkomen en pensioenopbouw, maar ook de inzet in de zorg. Hoe kunnen we zorgen voor een vangnet voor deze groep?

Als vervolg wil ik ook weten of er echt een brede erkenning is binnen het kabinet, omdat wij dit als een zeer cruciaal probleem zien.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag de staatssecretaris het woord. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Pouw-Verweij:

Dank u wel, voorzitter. Heel hartelijk dank voor de vragen. Als allereerste zou ik willen zeggen dat ik het helemaal met de heer Struijs eens ben dat mantelzorgers het cement zijn. Ze zijn van onschatbare waarde. Ik denk bovendien dat mantelzorg eigenlijk de mooiste vorm van zorg is die je kunt krijgen. Het is zorg die je ontvangt van een geliefde, die als een warme mantel — daarom wordt het wellicht ook zo genoemd — om je heen gelegd wordt. Deze mantelzorgers zijn van onschatbare waarde en die moeten we waar mogelijk ondersteunen.

Ik zal nu de vragen adresseren. Is de rek eruit en erken ik het probleem? Ik herken de signalen dat er steeds meer mantelzorgers in de knel komen. Met name de opmerking over vrouwen in de zorg is er een die ik herken. Daarbij zie je ook dat er spanning is tussen verschillende soorten beleid die gevoerd worden. Aan de ene kant zie je dat er veel ingezet wordt op maximale arbeidsparticipatie, onder andere vanuit het ministerie van SZW. Tegelijkertijd zien wij bij VWS bepaalde ontwikkelingen op ons afkomen. Het aantal werknemers in de zorg stijgt niet gigantisch, terwijl we wel een stijging van de zorgvraag zien, onder andere door de vergrijzing. Dat zijn dingen die heel erg lastig te combineren zijn. We zien inderdaad dat heel veel mantelzorgers in de knel komen. Hierbij noemde de heer Struijs onder andere het langer thuis wonen. Daarbij wil ik ook wel noemen dat een deel hiervan het effect is van een maatschappelijke beweging. We zien dat steeds meer ouderen zelf de keuze maken om langer thuis te wonen. Toen ik zelf Kamerlid was, heb ik heel vaak gepleit voor de terugkomst van het verzorgingshuis. Inmiddels heb ik als staatssecretaris moeten erkennen dat uit onderzoek onder ouderen blijkt dat zij daar zelf eigenlijk veel minder behoefte aan hebben dan ik dacht. Ouderen willen ook liever niet naar het verpleeghuis. We zien de wachtlijsten daar teruglopen. Ook ouderen zelf kiezen er dus steeds vaker voor om minder formele zorg af te nemen en lang thuis te blijven wonen. Ze maken daardoor meer aanspraak op informele zorg. Dit is dus niet alleen een politieke beweging; hieraan ligt ook een maatschappelijke beweging ten grondslag.

Dat gezegd hebbende erken ik dat er steeds meer mensen in de knel komen. Ik heb daar absoluut oog voor. Ik zet dan meteen de stap naar uw laatste vraag, zeg ik via de voorzitter, over de erkenning door het kabinet. Die is er absoluut. We zijn niet voor niets afgelopen week gestart met de campagne ZIEN dat zij er voor iemand ZIJN. Die gaat heel specifiek over mantelzorgers en de erkenning die zij nodig hebben. Daarbij kijken we ook specifiek naar jonge mantelzorgers en werkende mantelzorgers, groepen die hier ook werden genoemd, en werken we samen met Mantelzorg.nl, sociaal werk, Alzheimer Nederland en nog veel meer ketenpartners.

Dan de vraag hoe we dit regelen. Ik herken dat dit een landelijk probleem is. We zien dat dit voorkomt in alle delen van Nederland en onder alle bevolkingsgroepen. Daarom doen we er ook landelijk dingen aan, onder andere vanuit het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg en vanuit de Mantelzorgagenda. Samen met OCW, SZW en Fin hebben we de SER gevraagd om met een onderzoek te komen over de combinatie mantelzorg en werk. Dat is allemaal landelijk beleid. Dat gezegd hebbende blijkt ook uit het FNV-onderzoek dat er juist behoefte is aan erkenning en ondersteuning dichtbij, onder andere op het werk maar ook in lokale kring. Ik denk dus dat het juist goed is dat er ook op een zo lokaal mogelijk niveau ondersteuning wordt geboden. Daarbij kijk ik naar werkgevers, maar ook naar de gemeenten, omdat die het beste maatwerk kunnen bieden dat past bij de lokale behoeften.

Ten slotte de vraag over het vangnet voor werkende vrouwen in de zorg. Ook dat herken ik. Zoals ik al aangaf, komt het SER-advies eraan. Naar verwachting wordt dat in het eerste kwartaal van 2026 gepubliceerd. Daarbij is de SER expliciet verzocht om in het advies oog te hebben voor eventuele ingrepen in wettelijke stelsels, zoals de sociale zekerheid. Ik verwacht dat zij het nieuwe kabinet van concrete aanbevelingen zullen voorzien om de combinatie werk en mantelzorg beter te faciliteren. Aangezien mijn tijd hier helaas beperkt is, kijk ik daarvoor nadrukkelijk naar het volgende kabinet.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik weet dat Kamerleden vaak een frisse wind zijn, maar ik ga de heer Struijs toch vragen om hier te gaan staan, want dan kunnen we uw tijd ook een beetje in de gaten houden en is er ook ruimte voor andere collega's. Gaat uw gang.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik dacht: ik probeer dit trucje even om wat meer … Nee hoor.

De voorzitter:

Het is mislukt. Gaat uw gang.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik ben blij met de erkenning, maar ik ben in deze periode toch op zoek naar een ondergrens die we vanuit de Tweede Kamer kunnen leggen. Ik zie te veel differentiatie bij werkgevers, zoals u terecht zegt, maar met name ook bij gemeenten. Ik ben zelf enorm geschrokken door wat ik in ons eigen empirische onderzoek las over die differentiatie. Sommige gemeenten doen aantoonbaar veel te weinig. Ik ben er dus naar op zoek om als Kamer, samen met dit kabinet maar ook het toekomstige kabinet, toch een ondergrens van zorg te bepalen waarmee gemeenten en werkgevers in de cao rekening moeten houden. Is dat een richting die u zelf al wilt inslaan, of is dat voor het volgende kabinet? Misschien zit ik daar zelf wel in; ik weet ook niet hoe de toekomst eruitziet. Kunt u het ondersteunen om die weg toch in te slaan? Natuurlijk hebben wij ook oog voor het SER-rapport, want daar zijn we met z'n allen heel erg nieuwsgierig naar. Mijn concrete vraag is dus of u bereid bent om de eerste stappen te zetten om gewijde grond te maken voor een stevige basis bij zowel gemeenten als werkgevers, en dan niet met een te vrijblijvend karakter.

Staatssecretaris Pouw-Verweij:

Ja, daar ben ik zeker toe bereid. Wat mij betreft zou de variatie tussen gemeenten moeten gaan tussen goed, beter en best en moet iedereen in Nederland vanuit zijn gemeente een goed aanbod krijgen. Dit hebben we al wel opgepakt. Onder andere vanuit het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg zijn we bezig met de gelijkgerichtheid tussen gemeentes. We zijn ook nadrukkelijk bezig om de geboden ondersteuning aan mantelzorgers per gemeente zo veel mogelijk overeen te laten komen tussen gemeentes, zodat er niet te grote verschillen tussen gemeentes zijn. Daarnaast financieren we vanuit VWS het Adviesteam Mantelzorg, dat specifiek voor gemeentes is ingericht. Daar kunnen gemeentes terecht als zij tegen dingen aanlopen met de mantelzorgondersteuning. Wij kunnen daarbij dan hulp bieden. Er worden dus verschillende dingen gedaan en daar gaan we mee bezig, ook binnen het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg.

De heer Struijs (50PLUS):

Ja, wij gaan er zeker achteraan. Dank u voor de beantwoording. Dank u, voorzitter. Mijn laatste oproep aan de staatssecretaris, en eigenlijk aan eenieder, gaat over het kopje "ik zie u staan". Ik wil ertoe oproepen dat wij alle mantelzorgers af en toe eens een warm hart toedragen in het debat. Ik dank u wel.

Staatssecretaris Pouw-Verweij:

Daar sluit ik me graag van harte bij aan.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik heb even niet goed gezien wie eerder was, mevrouw Bikker of mevrouw Dobbe. O, jullie laten elkaar voor. Dat is galant. Ik ga kiezen. Mevrouw Bikker, ga uw gang.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Dank aan collega Struijs voor het naar voren halen van al die mantelzorgers die dag in, dag uit belangeloos zorgen voor hun naasten en zichzelf heel vaak geen mantelzorger noemen, maar het gewoon doen. Het geluid dat we deze keer hoorden via Omroep MAX klinkt natuurlijk al een heel aantal jaren. Ik weet dat mijn partij twee jaar geleden een meldpunt had. Daar kon men aangeven waar tegenaan wordt gelopen als mantelzorger. Wij stonden ervan te kijken hoe de brievenbus continu bleef klepperen. Men had het over de regelbrij, hoe moeilijk het is om telkens opnieuw passende zorg te vinden, hoe je door een doolhof heen moet en over het vinden van goede respijtzorg om even op adem te komen. Ik hoor van de staatssecretaris heel veel goede bedoelingen en heel veel inzet, maar we wachten vaak op de stevige vuist die nodig is om hierbij nog meer resultaat te krijgen. Nu wachten we op het SER-advies. Ik hoop dat zij nog heel lang politiek actief is, maar mogelijk kan ze wel een beetje reflecteren: wat zou de staatssecretaris het allermeest aan haar opvolger willen meegeven dat we wel op korte termijn voor elkaar zouden kunnen krijgen om mantelzorgers echt te helpen?

Staatssecretaris Pouw-Verweij:

Pfoe. Ik zou mijn opvolger meegeven om hierin nadrukkelijk samen te werken met Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ik denk namelijk dat daar uiteindelijk het meeste te behalen valt. Zoals ik aangaf, doen we van alles vanuit VWS. We hebben de Mantelzorgagenda. Met het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg doen we niet alleen ons best voor de gelijkgerichtheid, maar ook voor het beter toegankelijk maken van respijtzorg. Ik hoor van mantelzorgers dat zij heel erg vaak aan lopen tegen onbegrip op de werkplek en dat dat het meeste pijn doet. Ze worden daarin niet gezien en krijgen niet de erkenning en ondersteuning die nodig is. Wij zetten enerzijds in op 2.0 fte arbeidsparticipatie per huishouden en anderzijds verwachten we dat mensen een rol van betekenis in hun gemeenschap spelen. Ouders dragen vaak zorg voor hun kinderen en voor hun naasten binnen de familie en daarbuiten. Op een gegeven moment houdt het wel op. Er zit 24 uur in een dag. Ik denk dus dat het belangrijk is om goed te kijken naar wat onze verwachtingen precies zijn. Laten we dus ook kijken naar de verhouding tussen betaald en onbetaald werk. Dat zou ik dus graag mee willen geven.

Mevrouw Dobbe (SP):

Bedankt voor de beantwoording. Dank aan collega Struijs voor het agenderen, want volgens mij is dit inderdaad een heel belangrijk onderwerp. Volgens mij hebben we het hier wel over een symptoom, namelijk dat mantelzorgers moeten oppakken wat de overheid laat vallen. Dat betekent dat het op dit moment gewoon niet goed gaat in de zorg, naar aanleiding van beleid. Dat is geen natuurwet, maar het gevolg van het beleid dat wordt gevoerd door dit kabinet en de voorgaande kabinetten. We hebben het dan niet alleen over de bezuinigingen die zijn doorgevoerd, maar ook over het vermarkten van de zorg. Daardoor vallen er nu gaten, die dichtgelopen moeten worden door mantelzorgers. Die raken daardoor extra overbelast.

Ik mis in de beantwoording van deze staatssecretaris toch de erkenning dat dit een resultaat is van die bezuinigingen. Ik mis een erkenning dat je kan bezuinigen op de zorg, maar dat het niet betekent dat de zorgvraag afneemt. Als mensen zorg nodig hebben, moet het ergens vandaan komen. Dus als de overheid dat laat liggen, dan moeten mantelzorgers het gaan doen. Dat kan dus niet. Zowel de bezuinigingsplannen van dit kabinet, die nog steeds worden doorgevoerd, als die van de komende kabinetten moeten echt van tafel. Ik mis dat volledig in de analyse van deze staatssecretaris. Ik zou wel graag willen horen dat ze dat in ieder geval erkent en wil oplossen.

Staatssecretaris Pouw-Verweij:

Ik ben het daar ten dele mee eens. Tegelijkertijd zie ik ook dat er door het huidige kabinet, waar ik deel van uitmaak, geen nieuwe bezuinigingen zijn ingevoerd als het aankomt op de ouderenzorg, om maar eens wat te noemen. Er is juist een deel van de bezuinigingen van de vorige kabinetten teruggedraaid. Toch zien we geen grote verlichting onder de groep mantelzorgers. Het is niet zo dat ik dagelijks dankbare brieven ontvang van mensen die zeggen dat het fijn is dat we dat niet hebben gedaan en dat ze nu weer makkelijk kunnen ademhalen. Ook als we er dus als kabinet voor kiezen om daar geen geld weg te halen, zien we desondanks dat we nog steeds een periode hebben van een stijgende zorgvraag en chronische tekorten in de zorg. Dit leidt tot chronische overbelasting.

Ik stipte daarom net ook even die maatschappelijke ontwikkeling aan. Voor een deel is het ook een keuze van mensen zelf. Zij kiezen minder voor formele zorg, ook als die wel aangeboden wordt. Ik heb met mevrouw Dobbe ook weleens gesprekken gehad over de onderuitputting in de Wlz. Die onderuitputting komt niet allemaal door sturing vanuit het ministerie van VWS. Natuurlijk is het fijn als er geld overblijft, maar dat geld is daar wel degelijk gereserveerd en mag dus ook besteed worden. Voor een heel groot deel wordt er ook geen aanspraak op gedaan door de zorgontvangers zelf. Daar gebeurt dus ook van alles. Dat gezegd hebbende zullen verdere bezuinigingen op de zorg hier natuurlijk niet bij helpen. Daar ben ik het meteen mee eens.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik wil even doorgaan op die laatste zin van de staatssecretaris. Dit inmiddels dubbel-demissionaire kabinet heeft ervoor gezorgd dat er juist structureel 600 miljoen extra kwam voor de ouderenzorg. Wij hebben er juist voor gezorgd dat er geïnvesteerd werd in de ouderenzorg. Nu komt er een nieuw kabinet aan, dat al heeft aangekondigd dat er flink bezuinigd kan gaan worden op de zorg. Ik zou graag van de staatssecretaris een soort van visie krijgen op de situatie nu. Ze zegt daar al van dat de druk nog steeds hoog is, ook al heb je erin geïnvesteerd. Wat gaat het nou betekenen voor de extra druk op de mantelzorg als het volgende kabinet flinke bezuinigingen gaat doorvoeren?

Staatssecretaris Pouw-Verweij:

Dat is een lastige vraag. Ik heb natuurlijk geen glazen bol waar ik in kan kijken en precies kan zeggen wat er gaat gebeuren. Ik kan wel één dossier aanstippen, ook omdat mevrouw Van der Plas dat potje voor de ouderenzorg noemt. Ik noemde dat eerder ook al even. Dat was oorspronkelijk het plan voor de verzorgingshuizen. Ik ben daar als staatssecretaris mee aan de gang gegaan. Op basis van de vraag vanuit de ouderen zijn we nu eigenlijk een plan voor moderne verzorgingshuizen aan het maken, waarin we inzetten op laagdrempelige zorg in wooninstellingen en zorgzame gemeenschappen. Zo hopen we de stap naar de verpleeghuiszorg zo lang mogelijk, of helemaal, uit te stellen.

Ik denk dat die beweging echt essentieel is om op die manier laagdrempelig zorg te bieden aan de mensen op de plekken waar zij wonen. Dat kan ook een middel zijn waarmee je uiteindelijk kunt besparen op veel duurdere verpleeghuiszorg. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Volgens mij zijn er best vernieuwingen en aanpassingen in de zorg mogelijk die uiteindelijk tot besparingen zullen leiden. Als je echter geleid door een bezuiniging naar de zorg kijkt en zegt dat er een aantal miljard vanaf moet en dat je het beleid daar dus maar op aan moet passen, dan is het risico op brokken heel groot. Ik denk dat dan het risico heel groot is dat de prijs uiteindelijk bij de mantelzorgers terechtkomt. Het komende kabinet en alle kabinetten daarna zou ik willen adviseren om daarvoor te waken.

Mevrouw Tijmstra (CDA):

Het rapport laat een aantal punten zien waar mantelzorgers tegenaan lopen, onder andere in de combinatie met werk. Een van de dingen die mij opviel, was dat mantelzorgers aangaven dat de mantelzorgondersteuning vanuit de gemeenten niet altijd aansluit bij de behoefte die er is, terwijl gemeenten daar natuurlijk wel een ongelofelijk belangrijke taak in hebben. Gemeenten zijn het eerste aanspreekpunt voor mantelzorgers. Is de staatssecretaris bereid om met de VNG in gesprek te gaan om dit punt te adresseren? Kan zij enerzijds aandacht vragen voor de vindbaarheid van de ondersteuningsmogelijkheden die er zijn en anderzijds ervoor zorgen dat de behoefte goed aansluit bij de ondersteuning die gemeenten bieden?

Staatssecretaris Pouw-Verweij:

Zeker. Dit is een van de speerpunten van het HLO, dus meer de gelijke gerichtheid tussen gemeenten en ook de samenwerking tussen het Rijk en de gemeenten via de VNG. We willen ervoor zorgen dat het mantelzorgondersteuningsaanbod zo goed mogelijk aansluit bij wat mantelzorgers nodig hebben. Ten dele doen wij dit al. Hier zijn ook al periodieke overleggen voor en daar gaan we uiteraard mee door.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dat is een heel goed punt van mijn collega. De vraag hoe we ervoor zorgen dat het aanbod beter aansluit op de vraag lag inderdaad op het puntje van mijn tong. Ik heb nog een andere vraag. Ik kan me heel erg goed vinden in de opmerkingen van de staatssecretaris. Zij zegt: zoek de samenwerking met SZW, want daar ligt natuurlijk wel een groot probleem. SZW zegt tegen iedereen: ga allemaal de arbeidsmarkt op! VWS zegt daarentegen: ga allemaal voor elkaar zorgen! Als de staatssecretaris toch nog iets wil nalaten voor een volgend kabinet, dan vraag ik haar: hoe zouden wij dit patroon kunnen doorbreken? Hoe zouden we ervoor kunnen zorgen dat deze twee ministeries elkaar niet tegenwerken op dit terrein, maar versterken?

Staatssecretaris Pouw-Verweij:

Ja, als ik daar toch eens het antwoord op had ... Als er een heel makkelijk antwoord op die vraag was, had iemand dat eerder al bedacht, denk ik. Ik moet zeggen: het is niet zo dat ik nu tegenwerking van SZW ervaar. Als ik dat beeld geschetst heb, dan wil ik dat graag terugnemen, want we hebben een hele fijne samenwerking op allerlei dossiers, ook op dit dossier. Ik denk dat het essentieel is dat we niet alleen samen met SZW, maar ook samen met OCW en het ministerie van Financiën het verzoek voor een advies bij de SER hebben neergelegd. We hebben daarbij ook nadrukkelijk aangegeven: kijk daarin ook naar stelselwijzigingen; kom echt met diepgravende, maar ook concrete aangrijpingspunten. Ik denk dat dat heel erg gaat helpen. Die aanvraag is samen gedaan, dus er zal ook samen naar het advies gekeken worden. Hopelijk kan men dan ook samen tot oplossingen komen.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik dank deze staatssecretaris voor haar aanwezigheid en beantwoording.

Vragen Synhaeve

Vragen van aan de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport over het bericht "Sara danste door het leven, maar verzweeg donkere gedachten: 'Elke maand sterft een klas vol jongeren'".

De voorzitter:

Ik nodig de volgende staatssecretaris uit achter de microfoon in vak K en ik nodig mevrouw Synhaeve van de fractie van D66 uit voor haar mondelinge vragen over het bericht "Sara danste door het leven, maar verzweeg donkere gedachten: 'Elke maand sterft een klas vol jongeren'".

Mevrouw Synhaeve (D66):

Dank u wel, voorzitter. Gisteren, op Blue Monday, lanceerde 113 een nieuwe campagne om zelfdoding onder jongeren bespreekbaar te maken. Het is een dag die vaak wordt neergezet als de meest sombere dag van het jaar, maar voor veel van deze jongeren is die somberheid helaas niet iets van één dag. Die somberheid dragen ze elke dag met zich mee, in hun hoofd en in hun hart. Elke maand verliezen we in Nederland gemiddeld een klas van 26 jongeren door zelfdoding. Dat zijn geen statistieken; dat zijn lege stoelen in klaslokalen, gezinnen die nooit meer hetzelfde zijn, vriendengroepen die hun maatje missen en onze samenleving die een toekomstig talent verliest.

Een klas per maand betekent ook één klas deze maand. Dat onderstreept hoe groot de urgentie is en dat dit geen dossier is om te parkeren tot een volgend kabinet. Gezien de ernst van het nieuws over de grote aantallen zelfdoding onder jongeren wil ik de staatssecretaris als eerst vragen om te delen hoe zij dit nieuws gisteren tot zich heeft genomen.

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris, die een grote promotor is van bewegen, dus het komt u vast goed uit.

Staatssecretaris Tielen:

Dank u wel, voorzitter. Dank aan mevrouw Synhaeve voor het aanmelden van deze vraag. Dank ook aan u, voorzitter, voor het agenderen ervan. Zoals mevrouw Synhaeve in haar inleiding al zei: spreken over suïcide en suïcidepreventie is enorm belangrijk. Alleen al de gedachte met elkaar delen en bespreekbaar maken is een belangrijke bijdrage om te voorkomen dat suïcide voorkomt. Elke suïcide is verdrietig. Gisteren was het verhaal over Saar in het nieuws, maar we kennen allemaal een Saar, een Indy, een Elias, een Brechje. Mevrouw Synhaeve zei het al goed: het gaat om zo veel jonge mensen, zo veel jonge vrouwen, die ouders, naasten en vrienden nalaten met zo veel verdriet. Zo heb ik het nieuws gisteren ook tot mij genomen. Ik ben de afgelopen maanden veel in contact geweest met onder andere 113 Zelfmoordpreventie. Ik ben ook heel veel in contact geweest met nabestaanden. Elke keer dat één persoon het leven niet meer ziet zitten en voor zichzelf die daad moet plegen, suïcide begaat, is een keer te veel. Dat levert verdriet op.

Mevrouw Synhaeve (D66):

De staatssecretaris gaf al aan dat het bespreken heel belangrijk is, maar meer grip krijgen op de oorzaken is net zo belangrijk. Zelfdoding is namelijk de nummer één doodsoorzaak onder jongeren tot 30 jaar, maar we weten er eigenlijk nog te weinig over. Zo weten we niet waarom het aantal suïcides blijft stijgen onder jongeren, specifiek onder jonge vrouwen. Kan de staatssecretaris toezeggen hier onderzoek naar te gaan doen?

Staatssecretaris Tielen:

Ik denk dat mevrouw Synhaeve ook daar weer een terecht punt aangrijpt. Er is ook niet één oorzaak of één rode draad te vinden. We zien allemaal wel de cijfers over de mentale gezondheid van onze jongeren, die onder druk staat. Veel jongeren kampen met mentale problematiek, maar dat zegt niet alles over de oorzaken van suïcide. Momenteel ben ik in overleg met ZonMw, onze verlengde arm voor het organiseren van wetenschappelijk onderzoek, om een aanvullend onderzoeksprogramma te maken voor suïcide. Dat programma zou moeten gaan lopen vanaf 2027. We proberen daar nu criteria, lijnen in aan te brengen. We nemen daarin de berichtgeving over het aantal suïcides onder jonge mensen mee. Ook heeft 113 zelf een programma om te achterhalen welke onderliggende factoren er zijn. We zien daar grote verschillen en diversiteit, maar we proberen ook mee te denken over hoe we daarmee aan de slag kunnen.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Super. Dank voor deze belangrijke toezegging over extra onderzoek. Dat is ook waar 113 om vraagt. 113 zegt: ga nou dieper in die oorzaken duiken, want er is niet maar één oorzaak. Er zijn natuurlijk ook een aantal dingen die we wél weten. Ik heb daar twee vragen over. We weten dat het risico op suïcide toeneemt op het moment dat jongeren uitvallen op school. Als die structuur en begeleiding wegvallen, verergeren de problemen. Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat minder jongeren uitvallen op school en, als dat dan toch gebeurt, dat zij beter in beeld blijven? Dat was de eerste vraag. Dan mijn tweede vraag. We weten ook dat kinderen die in gesloten jeugdzorg hebben gezeten extra kwetsbaar zijn. Welke stappen zet de staatssecretaris nu om te zorgen voor zorgvuldige hersteltrajecten voor de jongeren die in gesloten jeugdzorg hebben gezeten?

Staatssecretaris Tielen:

Dan wil ik de vraag eigenlijk ietsje breder trekken. Je ziet dat er zo veel verschillende oorzaken zijn. Die worden, denk ik, terecht door mevrouw Synhaeve samengebracht in een paar. We hebben heel veel beleidsdomeinen, om het maar in jargon te zeggen, nodig om mee te werken aan de preventie van suïcide. Vorig jaar hebben uw Kamer en de Eerste Kamer een initiatiefwet aangenomen, de Wet integrale suïcidepreventie — die is van kracht vanaf 1 januari dit jaar — waarbij gemeenten, het Rijk, het ministerie van VWS, het ministerie van OCW en het minister van BZK meedenken over hoe we suïcidepreventie kunnen verbeteren. Gemeenten zijn nu bezig met plannen om deze wet toepasbaar te maken.

Als het gaat om scholen, is dit typisch iets waar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap meer mee bezig is. Uitval is een belangrijk element. Daarbij hebben de lokale teams in de gemeenten — denk aan wijkteams en buurtteams — een belangrijke rol om mee te kijken met kinderen en gezinnen naar wat er aan de hand is en om eventueel hulp en bijstand aan te bieden en in gang te zetten als dat nodig is.

Als het gaat om de gesloten jeugdzorg, zijn we nu nog bezig met een specifiek traject over de erkenning van kinderen die in gesloten jeugdzorg hebben gezeten. We zijn daarmee bezig in gesprek met de ervaringsdeskundigen, om te kijken wat zij nodig hebben voor zichzelf en voor al die anderen die in de gesloten jeugdzorg hebben gezeten. Ik verwacht dat wij tegen de zomer een concreet antwoord hebben op de vraag van mevrouw Synhaeve.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Fijn dat de vraag eerst breder werd beantwoord en daarna meer specifiek. Er valt mij iets op. Ik zei het ook al in mijn inleiding. Ook deze maand is het wéér een schoolklas. Hoe doorbreken we dat nou? Hoe komen we niet alleen met allerlei plannen, maar ook met concrete stappen die ook hier met elkaar besproken en verdedigd kunnen worden?

Staatssecretaris Tielen:

Ik denk dat die plannen heel belangrijk zijn, juist om het contact tussen alle potentiële hulpverleners, de naasten en de samenleving te maken en om elkaar alert te houden. Zo begon ik ook mijn antwoord. Het begint met het bespreekbaar maken. Het durven vragen aan iemand van wie je denkt "hoe somber is die eigenlijk en welke worstelingen heeft die?" is enorm belangrijk. Er is een training, de VraagMaar-training, die mede met hulp van 113 is opgesteld, om dat gesprek te kunnen openen. Het is natuurlijk ook gewoon een heel ingewikkeld onderwerp, maar dat moet het niet blijven, juist door met elkaar in gesprek te zijn. Er is PRAATPOWER, een programma voor jongeren om met elkaar dit gesprek te voeren onder begeleiding. Er is een digitaal platform, injebol.nl, dat ik afgelopen najaar heb gelanceerd samen met Hare Majesteit Koningin Máxima, vanuit MIND, om jongeren ook laagdrempelig en digitaal de mogelijkheid te geven om hun gedachten te delen en hulp te vinden.

Dus ja, er zijn heel veel plannen, maar er zijn ook heel veel concrete handvatten om daar met elkaar aan te werken en te zorgen dat de suïcidecijfers omlaaggaan. Juist omdat het een probleem is met zo veel oorzaken, is er ook niet één toverstokje dat je ergens op kunt houden waardoor het dan opgelost is. Het is dus gewoon een work in progress, om het in goed Nederlands te zeggen. Ik denk dat er heel veel goede stappen zijn gezet. Ik denk ook dat er elke dag door heel veel mensen keihard wordt gewerkt. Maar we hebben hier ook als samenleving een rol in te spelen.

Mevrouw Synhaeve (D66):

De staatssecretaris had het al over "vanaf het begin bespreekbaar maken". Ik was gisteren in gesprek met een aantal jongeren over hun dromen, hun zorgen en gezond opgroeien. Op een bepaald moment zei een van hen: er is eigenlijk niemand die mij ooit vraagt hoe mijn dag online is geweest, terwijl ik daar toch best veel tijd doorbreng. Hoe kijkt de staatssecretaris daarnaar, ook in het kader van de voorbeelden die net gegeven werden? Het zijn natuurlijk allemaal voorbeelden waarbij wij nieuwe platforms maken en dan verlangen dat de jongeren daarnaartoe gaan. Misschien kunnen wij ook iets meer moeite doen om zelf naar die jongeren toe te gaan.

Staatssecretaris Tielen:

Dat is zeker zo. We hebben in deze Kamer overigens ook vaak debatten over de vraag wat de onlinewereld wel en niet kan brengen. Er zijn namelijk heel veel mooie dingen aan social media, maar er zijn ook heel veel dingen waar we ons zorgen over maken. Ik verwees al een paar keer naar 113. Die hebben zelf ook een Landelijke Agenda Suïcidepreventie. Een van de lijnen daarin heeft te maken met de onlinewereld: hoe zorgen we ervoor dat we die veilig houden en dat die een positieve manier van verbinding is in plaats van een negatieve? Maar ook daar hebben we met elkaar wat in te doen.

Vanuit het ministerie van VWS zijn er richtlijnen rondom schermgebruik en social media, maar ik denk dat we de handen ook ineen moeten slaan om ervoor te zorgen dat de onlinewereld voelt als een veilige wereld waarin je je gedachten kan delen. Die moet je bespreekbaar kunnen maken, ook thuis. Dat suggereerde mevrouw Synhaeve eigenlijk al een beetje.

De voorzitter:

Afrondend, mevrouw Synhaeve.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Afrondend. Ik ben geraakt door de verhalen, de kwetsbaarheid en de moed van alle nabestaanden die hun ervaringen hebben gedeeld, onder andere in deze campagne. Ik ben er ook van overtuigd dat die lessen voor andere jongeren het verschil zullen maken. Vanuit de Tweede Kamer zullen we ook het verschil blijven maken. Dat is een van de redenen waarom we bijna Kamerbreed, met heel veel partijen, het initiatief hebben genomen voor een rondetafelgesprek over dit onderwerp.

Staatssecretaris Tielen:

Mooi.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Hamstra.

De heer Hamstra (CDA):

Allereerst dank aan collega Synhaeve voor het bespreekbaar maken van het onderwerp en het aanvragen van het rondetafelgesprek; dat voorstel heeft ook de steun van het CDA gekregen. Het feit dat wij hier in dit huis over praten, draagt volgens mij bij aan het doorbreken van het taboe. De vragen van net gingen ook even over de wet die per 1 januari in is gegaan en waarin gemeenten een belangrijke rol spelen. Gemeenten zijn er in allerlei verschillende groottes. Zeker voor kleine gemeenten is het soms lastig om voldoende toegerust te zijn om die wet ook daadwerkelijk uit te kunnen voeren. Concreet is mijn vraag aan de staatssecretaris: kunt u aangeven op welke manier u de vinger aan de pols houdt in gesprek met de gemeenten om ervoor te zorgen dat de plannen die we gemaakt hebben, die waar mevrouw Synhaeve het ook al over had, daadwerkelijk effect gaan sorteren?

Staatssecretaris Tielen:

Ik ben uiteraard veel in gesprek met gemeenten. Ik kom ook graag op werkbezoek in gemeenten. De Landelijke nota gezondheidsbeleid, die ik afgelopen najaar naar uw Kamer, maar ook naar de gemeenten heb gestuurd, zal een houvast bieden. Daarin zit ook een lijn over mentale gezondheid. Gemeenten kunnen gebruikmaken van alle kennis en expertise die bijvoorbeeld bij 113 en bij de verschillende patiëntenverenigingen, zoals MIND en MIND Us, aanwezig is. Gemeentes kunnen dus een heleboel bronnen gebruiken.

Wat de wet betreft … Mevrouw Bikker staat achter u. Zij is een van de pleegmoeders — eigenlijk is ze een van de moeders — van de wet. Zij weet dit dus nog beter dan ik. Er ligt voldoende. De bedoeling is natuurlijk vooral om gemeentes de energie en motivatie te geven om het probleem op de agenda te zetten en urgent te maken. Dat is inmiddels gebeurd. Vervolgens moet je er handen en voeten aan geven. Ik denk dat er heel veel ligt om dat te kunnen doen. Uiteraard ga ik in gesprek. Ik hoor het ook graag als gemeenten zeggen: we weten niet waar we terechtkunnen, want we vinden het ingewikkeld. Het is en blijft een ingewikkeld onderwerp. Daarom moet het bespreekbaar blijven.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ik ga graag door op de vraag van mijn collega over de implementatie van de Wet integrale suïcidepreventie. Het is goed dat de staatssecretaris de vinger aan de pols houdt. Doet ze dat ook op het terrein van het budget? Zorgt ze ervoor dat gemeenten voldoende financiële armslag hebben om deze wet op een goede manier te implementeren?

Staatssecretaris Tielen:

De rol van VWS daarin is vooral om voldoende bronnen aan te bieden, zodat gemeenten op gang kunnen komen. Zij moeten met die kennis, ervaring en deskundigheid vanuit verschillende hoeken hun plan kunnen vormen. Ik geloof dat wij jaarlijks ruim 30 miljoen euro beschikbaar hebben voor onder andere 113 en de Landelijke Agenda Suïcidepreventie. Er is ook 10 miljoen specifiek voor gemeenten beschikbaar. Dus ik denk dat er voldoende ligt, zodat ook de daad bij het woord gevoegd kan worden.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Elke zelfmoord is natuurlijk een tragedie, zeker als het onverwacht komt en zeker als het jongeren betreft. Er zijn natuurlijk heel veel oorzaken hiervoor; dat zegt de staatssecretaris net terecht. Eén potentiële oorzaak zou ik graag tegen het licht willen houden. Jongeren komen natuurlijk op sociale media. Dat is net al genoemd. De hele tijd wordt daar natuurlijk een perfecte wereld geschetst. Dat gebeurt vaak. Wij weten natuurlijk dat de echte wereld, het echte leven, vaak heel moeilijk is. Zou het niet goed zijn om in die aanpak en in die gesprekken meer voor het licht te houden dat het beeld dat jongeren bijvoorbeeld op sociale media vaak voorgeschoteld krijgen, niet de echte wereld is? Dat is eigenlijk mijn open vraag aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Tielen:

Misschien heeft meneer Van Houwelingen mijn Versterkingsagenda Mentale gezondheid & ggz ook gelezen. Dat hoop ik, want daarin besteden we inderdaad ook aandacht aan die mentale veerkracht. Hoe belangrijk is die? Hoe ga je om met teleurstellingen? Als meneer Van Houwelingen dit hoort, denkt hij: ja, maar daarmee komt ze niet helemaal op wat er op sociale media staat. Maar het heeft wel te maken met hoe het leven eruitziet en hoe je omgaat met dat en met wat je op sociale media ziet. Dat moet zeker het gesprek van de dag blijven in klaslokalen, in buurtteams, thuis en onder jongeren zelf.

De voorzitter:

Dit is uw laatste vraag, meneer Van Houwelingen.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Ja, laatste vraag. Dit zal ook op scholen moeten gebeuren. Er is een aanpak op scholen, de STORM-aanpak. Daar heeft mevrouw Westerveld nog een motie over ingediend. Ik begrijp van degenen die dat promoten dat die aanpak nog steeds niet wordt uitgerold. Ik weet dat het bij het ministerie van OCW ligt, maar het heeft natuurlijk ook met zorg te maken. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of het ministerie van Volksgezondheid hier ook iets mee doet. Misschien is het ministerie zelfs bereid om het mede te financieren. Het ligt natuurlijk weer vast op de financiën, denk ik. Dat is mijn vraag.

Staatssecretaris Tielen:

Volgens mij gaat meneer Van Houwelingen nu heel snel vanuit een aantal aannames naar een vraag. Wat in scholen en klaslokalen gebeurt, is aan scholen en onderwijzers. We hebben daar een aantal handreikingen voor. Meneer Van Houwelingen verwijst terecht naar de STORM-aanpak: Strong Teens and Resilient Minds, in goed Nederlands. Ik hoor het graag van de staatssecretaris van OCW als hij belemmeringen heeft waar ik iets aan kan doen, maar ik wil zorg ook niet te veel in de klaslokalen hebben. Wat mij betreft gaat het over mentale veerkracht en mentale gezondheid. Daar zijn een aantal aanpakken vanuit mijn ministerie op ingericht. Scholen spelen daar een rol in, maar we moeten ook niet in elkaars rollen treden. Hoe noem je dat?

De voorzitter:

Vaarwater. Initiatiefnemer mevrouw Bikker, gaat uw gang.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

De wet om suïcidepreventie veel meer overal gangbaar te maken is echt net van kracht, sinds 1 januari. En wat is die hard nodig. Dat zien we ook als we naar de cijfers kijken, waarin we zien dat helaas steeds meer jonge vrouwen het afgelopen jaar suïcide hebben gepleegd. Juist daarom zou ik aan de staatssecretaris willen vragen om nu die wet van kracht is enorm goed de vinger aan de pols te houden voor wat gemeenten daarin nodig hebben. Als we uit de uitvoeringstoets nu al de eerste signalen krijgen dat het best wel krap is qua budget, dan hoop ik dat de staatssecretaris nadrukkelijk doorgeeft aan haar opvolgers, als ze niet zelf doorgaat, dat we op dit punt echt niet in het eerste jaar vast moeten lopen, maar de beweging nu juist in gang kunnen zetten. Kan de staatssecretaris een klein inkijkje geven in hoe zij dit voor zich ziet?

Staatssecretaris Tielen:

Ik denk dat mevrouw Bikker terecht zegt dat we nog geen drie weken bezig zijn met de wet in de hand. Ik vind het ook wel goed om gemeenten even te laten wennen, om het zo maar te zeggen, aan het hebben van de verantwoordelijkheid voor een plan rondom suïcide en suïcidepreventie. Ik heb in het najaar een landelijke nota uitgestuurd waarin een aantal elementen zitten. Er ligt een versterkingsagenda, die ze daarbij ook kunnen gebruiken, waarin vrouwengezondheid specifiek benoemd is, juist omdat we zo veel verschillen zien tussen met name jongens en meisjes in geestelijke gezondheid en mentale veerkracht. Ik kan me dus voorstellen dat we over een paar maanden, als gemeentes hopelijk op stoom zijn, ook aan uw Kamer laten weten wat mijn beeld is van wat er in het land aan de hand is en waar eventueel knelpunten dan wel drijfveren liggen om het in elke gemeente voldoende van de grond te krijgen.

Mevrouw Wendel (VVD):

Het praten over mentale gezondheid gaat steeds meer uit de taboesfeer. Ik denk dat dat heel belangrijk is en dat we dat zullen moeten blijven stimuleren. Tegelijkertijd blijkt nu uit wetenschappelijk onderzoek dat er ook meisjes zijn die zo veel met elkaar over problemen praten dat ze elkaar juist alleen maar naar beneden trekken, waardoor ze juist steeds meer problemen krijgen. Ik zou graag aan de staatssecretaris het volgende willen vragen. Hoe zorgen we ervoor dat die gesprekken over mentale gezondheid, die zo belangrijk zijn, op een juiste manier worden gevoerd door jongeren, door kinderen, zodat ze elkaar daadwerkelijk helpen in plaats van verder de problemen in trekken?

Staatssecretaris Tielen:

Ik denk dat we allemaal wel iets herkennen in die stelling, als je je een beetje op social media begeeft. Het belangrijkste is dat we ook als mede-Nederlanders meiden maar ook jongens verwijzen naar de websites, naar de socialmediaplatforms, naar de bronnen die betrouwbaar zijn en waar mensen op een goede manier met elkaar in gesprek kunnen. Ik denk bijvoorbeeld aan In je bol en aan wat 113 aanbiedt: een gratis telefoonnummer waar je 24 uur per dag, zeven dagen per week met iemand kan praten over dingen die je bezighouden. Ik denk dat het met name aan ons is om mensen te geleiden naar die goede bronnen waar echt deskundige mensen zitten die niet alleen een luisterend oor hebben, maar ook goed in gesprek komen.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Ik heb specifiek een vraag over de jeugdzorg. In 2019 hadden wij hier een debat, specifiek over de relatie tussen suïcides en jongeren die in behandeling waren bij de jeugdzorg. De inspectie had daar destijds onderzoek naar gedaan en de hele Kamer gaf aan dat we dat belangrijk vonden. Minister De Jonge, die toen op de plek van de staatssecretaris stond, gaf aan dat hij dat ook een prioriteit vond. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: is er nu een actueel beeld van de relatie tussen jongeren die in behandeling zijn bij de jeugdzorg en suïcides? Zo nee, is de staatssecretaris bereid om daar meer onderzoek naar te doen, zodat we daar weer inzicht in kunnen krijgen?

Staatssecretaris Tielen:

Ik herinner me dat debat inderdaad ook heel goed. Toen stond ik aan dezelfde zijde als mevrouw Westerveld. Ik kan daar nu niet acuut antwoord op geven, maar ik ben zeker bereid om daar nadere informatie over te verzamelen en die te delen met uw Kamer.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Dan mijn volgende vraag. Een paar weken geleden stond er in de Volkskrant een heel aangrijpend interview met Indra, die niet meer leeft, en met Jason. Jason kennen we omdat hij onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen van de gesloten jeugdzorg en Indra was een van die jongeren. Er zijn meer jongeren overleden vanwege — dat wordt door henzelf gezegd — schade die ze hebben opgelopen in de gesloten jeugdzorg. Dan hoor en lees ik dat we in de zomer verder geïnformeerd worden over het hele traject van herstel en van excuses aanbieden. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: hoe kan dat als we vanaf 2019 weten dat dit een groot probleem is, als er de afgelopen jaren voortdurend aan de bel is getrokken, als ook de Kamer aangeeft dit belangrijk te vinden en als we weten dat dit een risicogroep is? Waarom duurt het dan nog steeds zo lang en moeten we zo lang wachten?

Staatssecretaris Tielen:

We willen natuurlijk vaak heel veel dingen snel, soms het liefst gister. Het erkenningstraject rondom de gesloten jeugdzorg is het afgelopen jaar van start gegaan. We nemen echt de tijd om daarover in gesprek te gaan met veel jongeren en met ervaringsdeskundigen uit die groep. Wij moeten juist niet gaan bepalen wat het beste antwoord is, maar we moeten samen met hen tot een antwoord kunnen komen. Je denkt dan dat je in een paar weken een paar gesprekken kan voeren, maar in de praktijk gaat het toch altijd weer wat anders. Ook in navolging van rapporten die daarover zijn verschenen, nemen we rustig de tijd om gesprekken te laten beklijven en eventueel terug te komen op dingen die gezegd zijn. We komen er voor de zomer op terug, maar ik denk wel dat we dat proces op een hele goede manier doen. Ik hoop dat als we daarmee terugkomen naar de Kamer, mevrouw Westerveld zal herkennen dat de kwaliteit van dat traject daadwerkelijk tot uiting is gekomen.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording.

Vragen Piri

Vragen van het lid Piri aan de minister van Defensie, bij afwezigheid van de minister van Buitenlandse Zaken, over de 10% importheffing die Trump onder andere Nederland oplegt.

De voorzitter:

Ik heet de minister welkom. We gaan luisteren naar onze collega Piri, die een mondelinge vraag heeft over het bericht "10% importheffing die Trump onder andere Nederland oplegt". Gaat uw gang.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Afgelopen weekend kwam president Trump met een ongekende escalatie. Nederland en de andere landen die militairen sturen naar Groenland ter verkenning van een mogelijke missie, krijgen importheffingen opgelegd van 10%. Dat is chantage pur sang, en wordt ook zo gekwalificeerd door het kabinet.

Vanmorgen was minister Van Weel op tv en kreeg hij de vraag of wat hem betreft het antidwanginstrument op tafel ligt. Met dit instrument kan Europa de toegang van Amerikaanse bedrijven tot de Europese markt ernstig inperken. Dat is een optie die inmiddels meerdere landen, waaronder Frankrijk en Duitsland, openlijk bepleiten. Maar op de vraag of de minister dit machtige verdedigingswapen wil inzetten, zei de minister geen ja. Sterker nog, hij waarschuwde juist uitgebreid voor de mogelijke terugslag van de zogeheten handelsbazooka. Mijn vraag aan de minister is dus: is dit nog steeds het standpunt van het kabinet?

De voorzitter:

De minister.

Minister Brekelmans:

Dank, voorzitter. Dank aan mevrouw Piri voor deze belangrijke vraag over dit belangrijke onderwerp. De minister van Buitenlandse Zaken heeft eerder gezegd dat alle opties op tafel liggen. Wat we nu met name aan het doen zijn — minister Van Weel en de premier zijn daar op dit moment mee bezig in Zwitserland, waar ik later vandaag ook naartoe ga — is ervoor zorgen dat we met Europese landen op één lijn komen. Volgens mij heeft het niet zo heel veel zin als het ene land zegt "wij willen dit instrument" en het andere land zegt "wij willen dat instrument". We willen met een eensluidende reactie daarop komen. Daar is de Europese Raad van aankomende donderdag ook voor.

Daarbij proberen we wel een balans te vinden. Aan de ene kant willen we president Trump en de Amerikanen duidelijk maken dat we niet zomaar over ons heen laten lopen. Als zij tarieven instellen, zal daar dus een reactie op komen. Aan de andere kant willen we ook de uitgestoken hand bieden dat we dat pad helemaal niet met elkaar op willen. Een handelsoorlog of verdere escalatie is namelijk niet in het belang van de Verenigde Staten en ook niet in het belang van Nederland en Europa. We moeten uitkijken met de retoriek die we in de tussentijd gebruiken, tot 1 februari, zodat we verdere escalatie niet in de hand werken. Die balans zoeken we dus. Maar ik zeg expliciet tegen mevrouw Piri: alle opties liggen op tafel en daar wordt de komende dagen in Europa verdere overeenstemming over gezocht.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

De minister zegt dat alle opties op tafel liggen en benadrukt dat hij verdere escalatie wil voorkomen. Maar de vraag is natuurlijk: wat is daar de juiste strategie voor? Ik denk dat de minister moet erkennen dat de Fransen en Duitsers daar gewoon veel explicieter in zijn dan het Nederlandse kabinet. Zij zeggen dat dat instrument nu moet worden voorbereid en moet worden ingezet als de importheffingen niet van tafel gaan. Zij staan voor de lijn om nu duidelijk te maken, in de gesprekken die deze minister van de week ongetwijfeld ook gaat voeren met de Amerikanen, wat de consequenties zullen zijn als ze dit doorzetten. Waarom wil het Nederlandse kabinet zich hier dan niet volledig bij aansluiten?

Minister Brekelmans:

Omdat wij het op dit moment belangrijk vinden dat de 27 EU-lidstaten niet allemaal iets anders zeggen. Overigens gaat het om meer landen, want het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen worden hier natuurlijk ook door getroffen. We willen er juist voor zorgen dat we die landen op één lijn brengen. Die rol speelt Nederland ook. Je hebt — dat schetst mevrouw Piri terecht — landen die hier heel fel op reageren, landen die hier minder door worden geraakt en juist helemaal niet reageren en landen die daar nu niet zo uitgesproken een standpunt over innemen. Wij vinden het juist zo belangrijk dat Europa meer met één mond spreekt en niet iedereen zijn eigen standpunt vormt. Volgens mij helpen verschillende standpunten niet als signaal richting de Verenigde Staten en helpen die uiteindelijk ook niet om op het pad van de-escalatie terecht te komen. Dat is ook waarom er aankomende donderdag een extra informele Europese Raad is ingelast, dus om ervoor te zorgen dat die 27 landen één koers hanteren.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

"Landen op één lijn brengen" klinkt natuurlijk leuk en goed, maar ik verwacht van Nederland dat wij in de kopgroep zitten. Laten we eerlijk zijn. In Europa zijn nu drie groepen. Je hebt Orbán en de zijnen, die eigenlijk staan te klappen bij alles wat Trump doet. Dan heb je Meloni, die wel heeft gezegd "dit kan echt niet", maar daar geen enkele consequentie tegenover wil zetten. En je hebt de landen die traditioneel onze bondgenoten zijn. Zowel de noordelijke landen, waaronder Denemarken, Zweden en Finland, als de Fransen en de Duitsers zijn nu gewoon explicieter. Ik vraag expliciet aan de minister: in welk kamp zit Nederland nou? Ik hoop echt dat dit het kamp van de kopgroep is, samen met de Fransen en de Duitsers, die nu gewoon een rechte rug houden.

Minister Brekelmans:

Nee, want er is ook nog een vierde groep, die daartussenin zit en zegt: ja, we moeten niet over ons heen laten lopen en als de Amerikanen per 1 februari tarieven instellen, dan moet daar een Europese reactie op volgen. Daar zijn verschillende instrumenten en mogelijkheden toe. Maar laten we nu eerst — we hebben daar nog tien dagen voor — volop inzetten op het überhaupt van tafel krijgen van dit onzalige plan, want het is in niemands belang. En laten we ervoor zorgen dat we als Europese landen niet 30 verschillende geluiden met Europa, Noorwegen en de Commissie erbij laten horen, maar dat we meer met één mond spreken. In die categorie, die mevrouw Piri niet noemt, zit Nederland, maar daar zitten ook nog een heleboel andere Europese landen in.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Ik kan niet anders dan constateren dat het echt teleurstellend is, en eigenlijk tekenend voor de afgelopen twee jaar, dat wanneer er een as is tussen Berlijn en Parijs, een as waar al onze traditionele bondgenoten bij aansluiten, wij ergens onderaan bungelen. Als één ding duidelijk is geworden de afgelopen tijd, dan is het dat slijmen en vlijen bij Trump niet werkt. Hij chanteert, intimideert en bedreigt zijn bondgenoten. Een zwakke reactie van de EU nu schept ook een gevaarlijk precedent voor alles wat er nog gaat komen. Is de minister het dan met mij eens dat het de hoogste tijd is om af te stappen van de gênante daddy-diplomatie en dat we nu met een rechte rug moeten gaan staan voor onze eigen waarden en belangen?

Minister Brekelmans:

Met het beeld dat mevrouw Piri schetst, ben ik het niet eens. Er zijn een heleboel momenten waarin Nederland vooroploopt en waarbij wij tot de kopgroep behoren, bijvoorbeeld als het gaat om steun aan Oekraïne. Aan de andere kant is het ook heel vaak zo — daar trekken we ook met de Duitsers, met de Engelsen en met heel veel anderen in op — dat het verder oplopen van de spanningen met de Verenigde Staten niet in ons belang is. Ook bij president Trump geldt: als je hele grote woorden terug gebruikt, kan dat ook weer tot een tegenreactie leiden.Dat hebben we niet alleen bij Europa, maar ook bij anderen gezien.

Er zijn allerlei scenario's denkbaar, maar het is ook van enorm belang dat we de Amerikanen aan boord houden als het gaat om Oekraïne. Dat is mevrouw Piri met mij eens. Binnen de NAVO is het van belang dat we de Amerikanen aan boord houden. Economische tegenmaatregelen kunnen een enorme invloed op ons hebben, economisch en ook technologisch. Dus ja, we moeten heel duidelijk maken dat we niet over ons heen laten lopen, dat we het niet accepteren dat zomaar tarieven worden ingesteld en dat wanneer de Amerikanen dat doen er ook tegenmaatregelen zullen volgen. Aan de andere kant is het ook echt in ons belang, zowel in het belang van Nederland als in het belang van Europa, om ervoor te zorgen dat we niet de negatieve spiraal ingaan. Dan is het ook van belang dat we met de Amerikanen in gesprek blijven en niet alleen maar met de grootst mogelijke woorden dreigen. We weten namelijk ook dat dat weer tot een tegenreactie leidt. Dan wordt het moeilijker om tot een oplossing te komen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Met alle respect, er is hier maar één iemand die escaleert, dreigt, chanteert en bedriegt. Dat zijn wij niet. Dat is onze traditionele bondgenoot, de VS, en specifiek de president. Dat zagen we eerder met defensie-uitgaven. Toen werd er gedreigd: als je niet ophoogt, staan we niet meer aan jouw kant mocht je bedreigd worden. Vervolgens kwam de tarievenoorlog en kregen we eenzijdig 15% opgelegd. Vervolgens stopten ze met inlichtingendiensten en wapenleveranties aan Oekraïne. Nu gaat het om de soevereiniteit van Groenland. We zijn het eens over het doel, maar niet over de strategie. Het is nu echt tijd om een hele duidelijke streep in het zand te trekken. Vooral met een dubbeldemissionair kabinet, leunend op 26 zetels, is het van belang dat ook deze Kamer dat meegeeft aan het kabinet. Ik ben ervan overtuigd dat er in de Kamer een meerderheid is voor een progressievere lijn. Vandaar dat ik bij de regeling daarover een speciaal debat ga aanvragen.

De heer Van Baarle (DENK):

Dit kabinet laat al heel erg lang over zich heen lopen door het gevaar voor de wereld Trump. Trump kan de president van Venezuela ontvoeren. Dat wordt niet veroordeeld door dit kabinet. Hij kan weerloze mensen op bootjes en in het water executeren. Dat wordt niet keihard veroordeeld door dit kabinet. Hij kan dreigen met een aanval op Iran. Dat wordt niet veroordeeld. Hij kan dreigen Groenland militair in te nemen. Er komt maar geen hele stellige reactie waarin dit kabinet zegt: dit wordt allemaal keihard veroordeeld als schending van het internationaal recht en wij gaan handelsmaatregelen en diplomatieke maatregelen voorstellen. Waarom elke keer weer over je heen laten lopen en dat niet duidelijk veroordelen?

Minister Brekelmans:

Ik ga even terug naar het onderwerp waarover we het hier vandaag hebben, namelijk Groenland. Zowel de minister van Buitenlandse Zaken als de premier als ikzelf hebben direct gezegd dat dit onnodig, ongepast en contraproductief is. De minister van Buitenlandse Zaken heeft zelfs het woord "belachelijk" gebruikt. Dat heb ik in de jaren dat ik hier in het parlement rondloop de minister van Buitenlandse Zaken nooit eerder over de Verenigde Staten horen zeggen. Er zijn nog veel meer van dat soort kwalificaties gebruikt. Dus volgens mij hebben wij ons daar heel duidelijk over uitgesproken. We zeggen nu als Europa dat alle opties op tafel liggen. Daar zitten ook zware handelsinstrumenten bij. Dat gebeurt ook niet vaak. Dus het beeld dat de heer Van Baarle schetst, namelijk dat wij nu zomaar over ons heen laten lopen, is leuk om neer te zetten, maar het klopt gewoon niet met de feiten. Tegelijkertijd zeg ik er ook weer bij dat het gegeven alle dreigingen die op ons afkomen in ons belang is dat we de Amerikanen aan boord houden, dat we niet in een handelsoorlog komen, dat we niet wederzijdse sancties en tarieven gaan opleggen, en dat we niet de militaire samenwerking en de steun aan Oekraïne stopzetten. Als we dat pad opgaan, zijn we allemaal slechter af. Ik denk dat de heer Van Baarle dat met me eens is.

De heer Van Baarle (DENK):

Ik vind het toch wel echt lachwekkend. President Trump dreigt om het land van een bondgenoot van ons militair in te nemen en dan zegt de Nederlandse regering: dat vinden we onnodig en misschien een beetje belachelijk. Amerika ontvoert de president van een ander land en schiet mensen op bootjes in de zee gewoon dood, en dan zegt de Nederlandse regering: we hebben iets meer informatie nodig om dat te beoordelen. In het licht van die Trump die op dit moment misdaad na misdaad pleegt, kan deze minister zichzelf niet meer serieus nemen als hoeder van het internationaal recht.

De voorzitter:

Uw vraag, meneer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):

Dus nogmaals: alstublieft, als het internationaal recht nageleefd moet worden, veroordeel dan Trump en bepleit harde maatregelen tegen de Verenigde Staten.

Minister Brekelmans:

Aan grote woorden is er bij de heer Van Baarle zoals gebruikelijk geen gebrek. Het is heel duidelijk dat wij bijvoorbeeld meteen hebben gezegd dat wij staan voor de soevereiniteit en zelfbeschikking van Groenland en Denemarken. Wij hebben heel duidelijk met andere Europese landen direct onze steun aan Denemarken en Groenland uitgesproken en we hebben ook heel duidelijk aangegeven hoe wij hierin staan. We hebben hele kritische woorden gebruikt richting de Verenigde Staten als het gaat om hun uitingen over Groenland. We hebben ook gezegd dat alle instrumenten die we kunnen inzetten op tafel liggen als de Amerikanen hiermee doorgaan. Dat zijn stevige stappen, zeker in de omgang met onze belangrijkste bondgenoten, waarmee zo veel verwevenheid is. Laten we met z'n allen onze eigen belangen vooropstellen: ons veiligheidsbelang, ons economisch belang en ons technologisch belang, maar ook de principes waar we met z'n allen voor staan, namelijk soevereiniteit en het principe van zelfbeschikking. Laten we ervoor zorgen dat we dat in stand houden en dat we dat ook kunnen verdedigen, samen met de Amerikanen.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Het risico van de tariefaankondigingen van dit weekend is dat dit vaker gaat gebeuren. Trump zei vanochtend ook al even tussen neus en lippen door tegen Macron: misschien krijgt u wel 200% als u niet doet wat wij zeggen. Hoe gaan we ervoor zorgen dat we met alle Europese partners afspraken maken waar ze echt van onder de indruk zijn aan de andere kant van de oceaan? Ik bedoel daarmee niet dat we als Nederland een soort vierde smaakje worden in allerlei verschillende kopgroepen, zoals de minister net aangaf in zijn antwoord aan mevrouw Piri.

Minister Brekelmans:

Wat er volgens mij net werd geschetst, is dat ... President Trump doet deze uitspraken, maar het is niet zo dat alle 27 landen, plus Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Commissie daardoor automatisch op één lijn zitten in de reactie daarop. De enige manier om hier krachtig op te reageren, is meer eensgezindheid en meer eenheid. Dat vindt in de komende dagen plaats in Davos, omdat iedereen daar toevallig is. Daar is donderdag een Europese Raad, waar ook Noorwegen en het VK bij betrokken worden. We willen daar tot een eensgezind standpunt komen, maar de afweging blijft nog steeds: maak je al op voorhand heel concreet wat je gaat doen na 1 februari, met het risico dat dat al voor 1 februari tot een tegenreactie leidt waardoor het alleen maar moeilijker wordt om tot een oplossing te komen, of laat je het boven de markt hangen? Die afweging zal in de komende dagen verder worden gemaakt richting 1 februari. Dat is ook afhankelijk van de gesprekken die daarover plaatsvinden met de Amerikanen.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Tot nu toe is het allebei niet gebeurd, dus het is goed dat daarover in ieder geval wordt nagedacht. Ik zou graag nog het volgende aan de minister willen vragen. Hij zei dat alles op tafel ligt. Betekent dat dat zowel het antidwanginstrument als het al dan niet sluiten van een handelsakkoord met de VS nog open liggen? Gaat Nederland deze maatregelen in Europa bepleiten, zodat we dit via gekwalificeerde meerderheid kunnen doen? Dan hoeven we ons niet te laten chanteren door iemand als Orbán, want met 27 gaat het natuurlijk sowieso een heel lastig verhaal worden.

Minister Brekelmans:

Voor het antidwanginstrument geldt sowieso dat besluitvorming plaatsvindt met een gekwalificeerde meerderheid. Even technisch gezien: het antidwanginstrument moet eerst worden geactiveerd. Dat gebeurt via gekwalificeerde meerderheid. Vervolgens doet de Commissie een voorstel voor de specifieke maatregelen die je kunt nemen. Binnen het antidwanginstrument kun je een hele set aan potentiële maatregelen nemen. De keuze welke dat uiteindelijk gaan worden, gebeurt ook via gekwalificeerde meerderheid. Voor andere maatregelen geldt ook dat ze in de meeste gevallen niet met unanimiteit worden genomen, maar met een meerderheid of een gekwalificeerde meerderheid. Het is niet hetzelfde als bij sancties, waarmee alle 27 landen moeten instemmen.

De heer Hoogeveen (JA21):

Laat ik beginnen met een compliment aan het kabinet, in tegenstelling tot sommige andere collega's hier in de Kamer. Het is niet makkelijk. Dit is een ongekende geopolitieke situatie. Wat wij ook doen, zowel op het gebied van collectieve veiligheid als op economisch gebied, zal ons raken. Een handelsoorlog zal vooral onze consumenten raken. Wij van JA21 zijn blij met de opstelling van het kabinet. Ten aanzien van het handelsakkoord met de VS zei de minister dat alle opties op tafel liggen. Er wordt ook geopperd om het handelsakkoord op te schorten tot nader order. Hoe kijkt het kabinet hiernaar?

Minister Brekelmans:

Dat is een van de opties die op tafel liggen. Voor iedere optie geldt een zekere zwaarte. Het voorstel voor de tegenmaatregelen van 93 miljard is heel zwaar. Het Anti-Coercion Instrument is qua symboliek ook heel zwaar, omdat het nog nooit eerder is ingezet. Het niet door laten gaan van de handelsvoordelen is in die zin qua bedragen minder zwaar, maar omdat we in een lang traject zitten met de Amerikanen, zal dit wel als een zware tegenreactie worden opgevat. Kijk, zo moet dat uiteindelijk allemaal worden afgewogen. Welke weging we daar als 27 landen in maken, zal ook afhangen van wat er de komende dagen gebeurt. Als we weer in een constructief vaarwater met de Amerikanen komen, kan ik me zomaar voorstellen dat er minder neiging is om iets zwaars boven de markt te laten hangen dan wanneer iedereen met z'n voeten in het zand blijft steken. De komende dagen zullen we moeten zien hoe dat verdergaat.

De voorzitter:

Ik zou aan alle collega's willen vragen om het iets minder rumoerig te laten zijn in de zaal. En zeker aan de mensen die achter in de gang nu veel plezier hebben: het mag wat rustiger! De heer Hoogeveen.

De heer Hoogeveen (JA21):

Helder antwoord. Wij van JA21 zien het ook als een sterk signaal om nu te laten zien, zoals Canada ook doet, dat je je leveringsketens gaat diversificeren, dus dat je handelsverdragen gaat sluiten met andere delen van de wereld. Het handelsakkoord met Zuid-Amerika heeft nu 25 jaar geduurd. De vraag is hoe we dat sneller kunnen doen. Eind deze maand is er in India een EU-top met de voorzitter van de Europese Raad, Costa. Is het kabinet bereid om er volle bak op in te zetten om daar al een handelsakkoord te beklinken?

Minister Brekelmans:

Dat is een zeer terecht punt van de heer Hoogeveen. Dat moeten we sowieso doen. Dus even los van de opties voor tegenmaatregelen, waar nu over wordt gesproken, moeten we zorgen dat we minder afhankelijk worden, dat we meer zelfstandig zijn, dat we zowel qua invoer als qua export meer diversificeren, dat we meer handelsakkoorden sluiten. Daar ben ik allemaal voor. Wat er de afgelopen tijd is gebeurd, is wat mij betreft alleen een extra impuls om daar met nog meer energie aan te werken.

Mevrouw Dobbe (SP):

We zien een VS van Trump waarbij er, nog los van de mensenrechtenschendingen die nu plaatsvinden in het land zelf, een buitenlandpolitiek is waarin Venezuela is aangevallen: een illegale aanval waarbij de president is gegijzeld. We zien dat Groenland, een NAVO-bondgenoot, en een EU-land worden bedreigd. We zien dat de heer Trump vandaag heeft uitgesproken zich niet meer zo geroepen te voelen om zich in te zetten voor vrede omdat hij de Nobelprijs voor de Vrede niet heeft ontvangen.

De voorzitter:

En uw vraag, mevrouw Dobbe?

Mevrouw Dobbe (SP):

En we zien dat wij in Europa nu worden gechanteerd met importtarieven. Mijn vraag aan deze minister is: vindt hij deze Verenigde Staten nog een betrouwbare bondgenoot en is het niet tijd om nu te stoppen met het lopen aan de leiband van de VS, om stelling te nemen, om handelsmaatregelen te nemen en om te stoppen met de verplichtingen van de NAVO en de 3,5%? Dat laatste was immers alleen maar een toezegging aan daddy Trump, om te investeren in de …

De voorzitter:

Mevrouw Dobbe! De minister.

Mevrouw Dobbe (SP):

… Amerikaanse wapenindustrie.

Minister Brekelmans:

We lopen aan niemands leiband. Ik kan er ook tegenover stellen dat er op dit moment 80.000 Amerikanen in Europa zijn die bijdragen aan onze veiligheid en dat wij iedere dag satellietinformatie krijgen vanuit Amerikaanse technologie die wij ontzettend hard nodig hebben om onze verdediging op orde te houden. Ook is de luchtverdediging die Oekraïne dagelijks nodig heeft tegen vreselijke luchtaanvallen alleen mogelijk met Amerikaanse luchtverdediging, omdat er geen Europees alternatief is. Zo kan ik als minister van Defensie een hele lijst van dingen noemen die ook allemaal waar zijn. Dus ja, op een aantal voorbeelden die mevrouw Dobbe noemt moeten we kritisch zijn. Dat heb ik net gezegd. Dat zijn we ook richting de Amerikanen. Het is niet voor niks dat er over tegenmaatregelen wordt gesproken. Aan de andere kant is het ook in het belang van onze veiligheid dat we zelf meer verantwoordelijkheid nemen en dat we volop in onze eigen defensie investeren, want de Russische dreiging is enorm. Maar we moeten daarbij ook de Amerikanen aan boord houden, want anders wordt het leven hier in Nederland en in de rest van Europa direct onveiliger.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Het wordt hoog tijd dat de Nederlandse regering Trump ziet voor wat hij is, namelijk een enorme bedreiging, een enorm gevaar voor de democratie, voor de rechtsstaat en voor de soevereiniteit van landen. Dan hoor ik de minister zeggen dat alle opties op tafel liggen. Maar het is toch juist een teken van zwakte als het kabinet zegt dat alle opties op tafel liggen, maar we ons niet duidelijk uitspreken voor het initiatief van Duitsland en Frankrijk, terwijl dat een heel stevige reactie is richting Trump? Is het dus niet juist een teken van zwakte als we nu zeggen dat alle opties openliggen?

Minister Brekelmans:

Nee. Volgens mij is het vooral van belang dat we ervoor zorgen dat 27 Europese landen samen met het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen in ieder geval na de Europese Raad op donderdag meer met één mond spreken. Wat in het Witte Huis en door de Amerikanen juist als teken van zwakte wordt gezien, is dat zij, als zij een Europese reactie of wat dan ook willen horen, 30 keer iets anders horen en het ene land het ene zegt en het andere land het andere. Volgens mij is het een hele krachtige houding dat wij er als Nederland nu voor kiezen om te zeggen dat we bijdragen aan een eensgezinde reactie en dat we niet over ons heen laten lopen, maar dat we wel die uitgestoken hand houden omdat we dat pad van de-escalatie op willen. Dat is overigens ook een houding die door heel veel andere Europese landen wordt gedeeld.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Maar dan kan het niet zo zijn dat Nederland straks degene is die tegen het antidwanginstrument stemt bij de informele Raad. Ik hoop echt dat we dat niet gaan zien.

De voorzitter:

De minister.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Nee, voorzitter. Dan mijn vraag, die gaat over het handelsverdrag waarover nu wordt onderhandeld tussen de VS en de EU. Mijn vraag is: wil het Nederlandse kabinet zich bij die informele Raad inzetten om dit verdrag op te schorten?

Minister Brekelmans:

Ik ga mijn antwoord herhalen. Ik heb gezegd: alle opties liggen op tafel. Ik zei net in reactie op de heer Hoogeveen dat bijvoorbeeld het al dan niet opschorten van het handelsverdrag of tegenmaatregelen allemaal voorstellen zijn die nu de ronde doen. Wat uiteindelijk het standpunt van de Europese landen zal worden en welke positie Nederland zal innemen, hangt echt af van wat er de komende dagen nog gebeurt. De komende dagen zijn alle diplomatieke inspanningen erop gericht om de boel weer enigszins tot bedaren te brengen en ervoor te zorgen dat we met elkaar weer op een constructief pad komen. Dat is volgens mij in het belang van Europa en van de Verenigde Staten.

De voorzitter:

Ik begrijp dat de heer Vermeer een hele korte vraag gaat stellen. Gaat uw gang.

De heer Vermeer (BBB):

De mondelinge vraag ging over importheffingen. Er ligt een pakket klaar om te kunnen reageren als we er niet uitkomen met de VS. Mijn vraag aan de minister is: is inzichtelijk welke sectoren in Nederland door dat mogelijke pakket getroffen kunnen worden? Ligt er ook een plan klaar om deze sectoren te steunen? En dan zonder gezeur over staatssteunregels et cetera.

Minister Brekelmans:

Sommige pakketten waarover gesproken wordt, hebben al eerder op tafel gelegen, omdat er eerder al handelsperikelen met de Verenigde Staten waren. Toen is er natuurlijk ook per land, ook in Nederland, gekeken wat dat dan eventueel zou betekenen. Op dit moment ligt alles op tafel, zoals ik al zei. Er is niet één scenario of één tegenmaatregel zo waarschijnlijk dat je nu al kunt zeggen: daar moeten we ons concreet op voorbereiden. Toen deze tegenmaatregelen zijn vormgegeven, is er natuurlijk ook gekeken naar welke tegenmaatregelen Europese landen zo min mogelijk raken en welke andere juist wel hard raken. Daar is eerder ook naar gekeken.

De heer Dassen (Volt):

De minister zei net dat het als een teken van zwakte wordt gezien als er 30 of 27 verschillende geluiden naar buiten komen. Dat ben ik volledig met hem eens. De vraag is dan ook wat de minister gaat bepleiten om dit te veranderen. Wat gaat hij doen om ervoor te zorgen dat we in de toekomst juist weer met één stem op het wereldtoneel gaan spreken en ook richting de Amerikanen of de Chinezen — het maakt eigenlijk niet uit — duidelijk en daadkrachtig kunnen zijn?

Minister Brekelmans:

Ik denk dat de heer Dassen doelt op afschaffen van het veto als het gaat om buitenlandbeleid. Als je dat zou doen, zou dat bijvoorbeeld helpen met sancties. Er ligt vaak één land dwars. Dan heb je een probleem vanwege het veto. Dat geldt veel minder voor de tegenmaatregelen op het gebied van handel, want dat gaat vaak met een gekwalificeerde meerderheid.

Dan over de tegenreactie. Hoe reageer je hier nou op qua formulering, bewoording? We hebben mevrouw Kallas en mevrouw Von der Leyen met hun reactie gezien. Daar zat een zekere mate van eensgezindheid in, maar daar zaten toch ook behoorlijk wat verschillen in, zoals net ook al aan de orde is gekomen. Volgens mij is het nu gewoon van belang — daar is de Europese Raad donderdag ook voor; dat is uiteindelijk toch het instrument — dat we ervoor zorgen dat we tot één lijn komen en dat we die gezamenlijk uitdragen.

De heer Dassen (Volt):

Nu spreekt de minister zichzelf een beetje tegen. Het beeld van al die verschillende geluiden die vanuit de Europese Unie komen … Dat is koren op de molen van Trump, die niks liever wil dan ons allemaal tegen elkaar uitspelen. Als wij vast blijven houden aan de manier waarop we met elkaar reageren op dit soort gebeurtenissen, namelijk met al die verschillende stemmen in plaats van met één krachtige stem — wat mij betreft gaan we nog veel verder en krijgen we op Europees niveau een minister van Buitenlandse Zaken die dat kan doen — zullen we door de Verenigde Staten als zwak worden gezien. Ik hoop dat de minister en het kabinet straks niet alleen maar naar Europa, naar Brussel gaan …

De voorzitter:

Wat is uw vraag, meneer Dassen?

De heer Dassen (Volt):

… om te kijken wat de tegenreacties zijn op deze aankondiging van Trump, maar ook om na te denken over hoe we de Europese Unie klaarmaken voor de toekomst. Wat mij betreft is dat met één stem op het wereldtoneel, met een minister van Buitenlandse Zaken, zodat we snel en slagvaardig kunnen reageren.

Minister Brekelmans:

Dat standpunt van de heer Dassen en van Volt begrijp ik vanuit zijn idealen. Laat ik even teruggaan naar het voorbeeld van deze week. Onze eerste reactie toen Trump die 10% aankondigde, was ook: laten we niet direct reageren, maar eerst met andere landen afstemmen wat onze gezamenlijke reactie wordt. Dat was ook de eerste reactie van de minister van Buitenlandse Zaken, die in die zin, zo heeft hij zelf ook gezegd, wat procesmatig was. "We hebben dit gehoord en we komen met een reactie." Dat was ook de intentie van een aantal Europese landen, maar je ziet dan dat er toch bepaalde presidenten en premiers zijn die het niet kunnen laten om dezelfde avond nog te reageren, terwijl wij een Hoge Vertegenwoordiger en verschillende Europese officials voor buitenlandbeleid hebben. Ik vrees dat zelfs als je dat institutioneel wat anders zou inrichten in Europa, er nog steeds presidenten en premiers in Europa zijn die zich niet altijd aan die lijn zullen houden en ook namens hun land zullen blijven spreken. Dat leidt inderdaad tot een beeld dat de heer Dassen schetst, van veel verschillende Europese stemmen en geluiden. Dat betekent hard werken om dat weer op één lijn te brengen.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid. Ik schors voor enkele ogenblikken. Daarna gaan we verder met de stemmingen.

De vergadering wordt van 15.14 uur tot 15.18 uur geschorst.

Mededelingen

Voorzitter: Van Campen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:

El Abassi.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat de leden Markuszower, Claassen, Heutink, Ten Hove, Lammers, Moinat en Schilder mij hebben laten weten dat zij zich met ingang van heden hebben afgescheiden van de fractie van de PVV. Zij gaan met ingang van heden verder als Groep Markuszower. De fractie van de PVV bestaat nu uit negentien leden. De Groep Markuszower heeft plaatsgenomen in het tweede vak van — voor mij — rechts, achterin.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:

Dan zijn we aangenomen bij de stemmingen, maar ik zie de heer Dassen bij de interruptiemicrofoon. De heer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Ik zou onder punt 10, de stemmingen over moties ingediend bij de behandeling van de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor 2026, de motie op stuk nr. 55 graag willen aanhouden.

De voorzitter:

De motie zal worden aangehouden. Meneer Diederik van Dijk.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank, voorzitter. Ook onder nummer 10 willen we graag de motie-Stoffer op stuk nr. 44 aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Stoffer stel ik voor zijn motie (36800-XVII, nr. 44) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen moties Actuele ontwikkelingen in Venezuela en de veiligheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Actuele ontwikkelingen in Venezuela en de veiligheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk,

te weten:

de motie-Boswijk c.s. over het steunen van Denemarken betreffende de status en positie van Groenland (29653, nr. 82);

de motie-Ceder c.s. over zowel bilateraal als in Europees verband de samenwerking met Australië, het Verenigd Koninkrijk en Canada bestendigen (29653, nr. 83);

de motie-Ceder/Vermeer over de samenwerking versterken met landen die in het Caribisch gebied aanwezig zijn (29653, nr. 84);

de motie-Dassen over een verzoek indienen bij de president van de Europese Raad voor een buitengewone bijeenkomst (29653, nr. 85);

de motie-Dobbe c.s. over de inval van de VS in Venezuela ondubbelzinnig veroordelen (29653, nr. 86);

de motie-Diederik van Dijk c.s. over zich binnen de NAVO inzetten voor een versterkte Europese bijdrage aan de militaire aanwezigheid in het Arctische gebied (29653, nr. 87);

de motie-Teunissen/Dassen over een afbouwplan voor Amerikaans gas en olie (29653, nr. 88);

de motie-Teunissen over een verkenning naar een alternatief samenwerkingsverband voor de NAVO (29653, nr. 89);

de motie-Van der Werf c.s. over zich blijven inzetten voor de onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen in Venezuela (29653, nr. 90).

(Zie vergadering van 13 januari 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Dassen stel ik voor zijn motie (29653, nr. 85) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Boswijk c.s. (29653, nr. 82).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder c.s. (29653, nr. 83).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Vermeer (29653, nr. 84).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (29653, nr. 86).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (29653, nr. 87).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Teunissen/Dassen (29653, nr. 88).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Teunissen (29653, nr. 89).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Werf c.s. (29653, nr. 90).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Ontwerpbesluit Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Ontwerpbesluit Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie,

te weten:

de motie-Flach over ten minste voor kwetsbare afnemers het "niet meer dan anders"-principe van toepassing laten zijn (36387, nr. 51);

de motie-Kröger over het schrappen van het verbod op fossiel uit de Bgiw terugdraaien (36387, nr. 53);

de motie-Kröger over bij de Voorjaarsnota middelen vrijmaken voor nieuwe warmtenetten (36387, nr. 54);

de motie-Vermeer over inzichtelijk maken wat de gevolgen van de aanwijsbevoegdheid zijn voor plattelandsgemeenten en hun inwoners (36387, nr. 56).

(Zie vergadering van 13 januari 2026.)

De voorzitter:

De motie-Flach (36387, nr. 51) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in het Ontwerpbesluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie als instructieregel wordt aangegeven dat bij de beoordeling van de gevolgen voor de woonlasten rekening gehouden moet worden met kwetsbare afnemers (artikel 5.131f), maar dat deze instructieregel niet verder uitgewerkt is;

overwegende dat de Kamer in het amendement-Erkens c.s. (36387, nr. 20) heeft gevraagd om vergaande instructieregels ten aanzien van onder meer de betaalbaarheid, in het bijzonder voor kwetsbare afnemers, en dat deze instructieregels uitvoerbaar, transparant, rechtvaardig en uitlegbaar dienen te zijn;

van mening dat aanscherping van de genoemde instructieregel nodig is om kwetsbare afnemers beter te beschermen;

verzoekt de regering de genoemde instructieregel zo aan te passen dat ten minste voor de groep kwetsbare afnemers het "niet meer dan anders"-principe als uitgangspunt genomen wordt, zowel wat betreft investeringskosten als de maandelijkse woonlasten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 51 (36387).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Flach (36387, nr. ??, was nr. 51).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger (36387, nr. 53).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger (36387, nr. 54).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vermeer (36387, nr. 56).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Wapenexportbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Wapenexportbeleid,

te weten:

de motie-Van Baarle/Dobbe over verdere beperking van het risico op doorlevering van vanuit Nederland geëxporteerde militaire goederen en dual-usegoederen naar Sudan (22054, nr. 470);

de motie-Van Baarle/Dobbe over een volledig en permanent wapenembargo tegen Israël (22054, nr. 471);

de motie-Van Baarle/Dobbe over het instellen van nationale aanvullende exportrestricties voor dual-usegoederen richting Israël (22054, nr. 472);

de motie-Dobbe c.s. over niet toetreden tot het Verdrag van Aken totdat kan worden gegarandeerd dat dit niet zal leiden tot minder strenge exportcriteria dan Nederland nu toepast (22054, nr. 473);

de motie-Dobbe c.s. over maatregelen om wapenstromen richting strijdende partijen in Sudan te stoppen (22054, nr. 474);

de motie-Teunissen/Dobbe over zich in de EU inzetten voor het uitsluiten van wapenexport naar landen waar een risico bestaat op inzet bij mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden (22054, nr. 475);

de motie-Teunissen over de Nederlandse afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie beëindigen (22054, nr. 476);

de motie-Kröger/Ceder over exportvergunningen met als eindgebruiker de Indonesische regering opnieuw toetsen aan de criteria van het Europees Gemeenschappelijk Standpunt (22054, nr. 477).

(Zie vergadering van 14 januari 2026.)

De voorzitter:

De motie-Teunissen (22054, nr. 476) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland in de afgelopen jaren voor 2 miljard aan militair materieel heeft aangekocht bij de Israëlische wapenindustrie;

overwegende dat het onwenselijk is dat Nederland afhankelijk is van militaire industrieën die betrokken zijn bij oorlogsmisdaden;

van mening dat Europa strategisch onafhankelijk moet worden van landen die zich schuldig maken aan militaire dreiging en agressie;

verzoekt de regering om de Nederlandse afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie af te bouwen;

verzoekt de regering tevens om de afhankelijkheid van Israëlische spionage-, surveillance- en inlichtingentechnologieën af te bouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 476 (22054).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Baarle/Dobbe (22054, nr. 470).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle/Dobbe (22054, nr. 471).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle/Dobbe (22054, nr. 472).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (22054, nr. 473).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (22054, nr. 474).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Teunissen/Dobbe (22054, nr. 475).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Teunissen (22054, nr. ??, was nr. 476).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger/Ceder (22054, nr. 477).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):

Excuses voor de verwarring, maar ik zou graag onder 9 de moties op de stukken nrs. 52 en 53 willen aanhouden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 53 …

Mevrouw Dobbe (SP):

... en de motie op stuk nr. 52.

De voorzitter:

Die bestaan niet, mevrouw Dobbe. U bedoelt onder 10, denk ik.

Mevrouw Dobbe (SP):

O, bedoel ik dat? Onder 10 inderdaad. Excuses, voorzitter. Ik weet niet wiens moties ik per ongeluk wilde aanhouden, maar ik zou dus graag onder 10, de stemmingen over moties ingediend bij de behandeling van de begroting Vaststelling van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor 2026, de moties op de stukken nrs. 52 en 53 willen aanhouden.

De voorzitter:

Onder 10, de moties op de stukken nrs. 52 en 53, zegt u. Is dat het geval? Dat zijn inderdaad moties-Dobbe, dus dat gaat helemaal goed!

Op verzoek van mevrouw Dobbe stel ik voor haar moties (36800-XVII, nrs. 52 en 53) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen moties Humanitaire hulp

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Humanitaire hulp,

te weten:

de motie-Bamenga c.s. over daadkrachtige diplomatieke actie richting Israël om de humanitaire toegang voor Nederlandse hulporganisaties te herstellen (36180, nr. 190);

de motie-Ceder over de extra bestedingen voor humanitaire crises maximaal besteden via lokale partners (36180, nr. 191);

de motie-Kröger over zich stevig uitspreken tegen het delegitimeren en criminaliseren van humanitaire organisaties door statelijke en andere actoren (36180, nr. 192);

de motie-Diederik van Dijk over blijven bijdragen aan het verlichten van de humanitaire situatie in Haïti (36180, nr. 194).

(Zie vergadering van 14 januari 2026.)

In stemming komt de motie-Bamenga c.s. (36180, nr. 190).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (36180, nr. 191).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger (36180, nr. 192).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (36180, nr. 194).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Begrotingsproces

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Begrotingsproces,

te weten:

de motie-Van der Lee/Van Berkel over een transitieplan op basis van het advies-Slootweg (31865, nr. 294);

de motie-Van Eijk over periodieke rapportages als instrument om politieke keuzes af te dwingen (31865, nr. 295).

(Zie vergadering van 14 januari 2026.)

In stemming komt de motie-Van der Lee/Van Berkel (31865, nr. 294).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Eijk (31865, nr. 295).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026,

te weten:

de motie-Mooiman over maatregelen om de gemeentelijke taakstelling voor de opvang van statushouders af te schaffen (36800-XXII, nr. 15);

de motie-Mooiman over provinciaal omgevingsbeleid de woningbouwdoelstellingen niet nadelig laten beïnvloeden (36800-XXII, nr. 16);

de motie-Mooiman over een plan van aanpak om alle doorbraaklocaties en regionale grootschalige woningbouwlocaties van ondersteuning te voorzien (36800-XXII, nr. 17);

de motie-Mooiman over de provincie Zuid-Holland bewegen om de woningbouw in Koudekerk doorgang te laten vinden (36800-XXII, nr. 18);

de motie-Mooiman over binnen twee maanden met relevante partners in gesprek te gaan om tot een inzichtelijk, uniform en controleerbaar biedproces te komen (36800-XXII, nr. 19);

de motie-Mooiman over de huren voor 2026 bevriezen en corporaties tegemoetkomen door de vennootschapsbelasting te schrappen (36800-XXII, nr. 20);

de motie-De Hoop c.s. over geborgde financiering van middenhuurwoningen door corporaties mogelijk maken (36800-XXII, nr. 21);

de motie-De Hoop/Beckerman over een richtlijn die het verbiedt om tussentijds naar biedingen te kijken (36800-XXII, nr. 22);

de motie-Zalinyan/Beckerman over verkennen hoe de rijksgrondfaciliteit wooncoöperaties kan ondersteunen bij de risicodeling van grondaankopen (36800-XXII, nr. 25);

de motie-Zalinyan over de toepassing van de gebruikswaarde van grond zo spoedig mogelijk juridisch borgen (36800-XXII, nr. 26);

de motie-Steen c.s. over een ondersteuningsprogramma studentenhuisvesting inrichten (36800-XXII, nr. 28);

de motie-Clemminck over een actieplan woonfraude opstellen (36800-XXII, nr. 29);

de motie-Clemminck over een registratiesysteem woonfraude instellen (36800-XXII, nr. 30);

de motie-El Abassi over sloop van sociale huurwoningen alleen toestaan bij terugbouw van gelijkwaardige sociale huur (36800-XXII, nr. 31);

de motie-El Abassi over de maximale huurverhoging in de sociale huursector vaststellen op uitsluitend het gemiddelde inflatiecijfer (36800-XXII, nr. 32);

de motie-El Abassi over schimmel- en vochtproblematiek aanmerken als acute gezondheidsdreiging (36800-XXII, nr. 33);

de motie-Diederik van Dijk/Flach over extra budget voor de Woningbouwimpuls zo veel mogelijk gebruiken voor starterswoningen (36800-XXII, nr. 34);

de motie-Grinwis c.s. over de inbrengwaarde van grond baseren op de residuelewaardemethodiek (36800-XXII, nr. 35);

de motie-Grinwis c.s. over woningbouwprojecten die volledig passen binnen het geldende omgevingsplan in de uitvoeringsfase alleen toetsen aan technische bouwregels en welstand (36800-XXII, nr. 36);

de motie-Grinwis c.s. over uitspreken dat in het volgende kabinet de coördinatie van de bestrijding van dakloosheid allereerst ligt bij Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (36800-XXII, nr. 37);

de motie-Beckerman/Bushoff over een programma voor het realiseren van veilige en betaalbare woningen voor Groningse jongeren (36800-XXII, nr. 38);

de motie-Beckerman/De Hoop over huurverhogingen beperken en/of huurders compenseren (36800-XXII, nr. 39).

(Zie vergadering van 15 januari 2026.)

De voorzitter:

De motie-De Hoop c.s. (36800-XXII, nr. 21) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie de staatssteunregels voor de middenhuur heeft versoepeld;

overwegende dat corporaties hierdoor veel meer middenhuurwoningen kunnen bouwen, mits de Nederlandse wetgeving daarop snel wordt aangepast;

verzoekt de minister voor de zomer met een plan van aanpak naar de Kamer te komen om geborgde financiering van middenhuurwoningen door corporaties mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 21 (36800-XXII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Op verzoek van de heer De Hoop stel ik voor zijn motie (36800-XXII, nr. 22) aan te houden. Op verzoek van de heer Grinwis stel ik voor zijn motie (36800-XXII, nr. 35) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Mooiman (36800-XXII, nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman (36800-XXII, nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Mooiman (36800-XXII, nr. 17).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman (36800-XXII, nr. 18).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman (36800-XXII, nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman (36800-XXII, nr. 20).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-De Hoop c.s. (36800-XXII, nr. ??, was nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Zalinyan/Beckerman (36800-XXII, nr. 25).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Zalinyan (36800-XXII, nr. 26).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Steen c.s. (36800-XXII, nr. 28).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Clemminck (36800-XXII, nr. 29).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, de SGP, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Clemminck (36800-XXII, nr. 30).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (36800-XXII, nr. 31).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (36800-XXII, nr. 32).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fractie van DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (36800-XXII, nr. 33).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Flach (36800-XXII, nr. 34).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36800-XXII, nr. 36).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36800-XXII, nr. 37).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman/Bushoff (36800-XXII, nr. 38).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman/De Hoop (36800-XXII, nr. 39).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Krul.

De heer Krul (CDA):

Voorzitter, wij zijn er niet zeker van of wij genoemd zijn bij de motie op stuk nr. 25, maar de CDA-fractie wil geacht worden voor te hebben gestemd.

De voorzitter:

Wij hebben dat genoteerd.

Stemmingen moties Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026,

te weten:

de motie-Bamenga c.s. over succesvolle programma's in het Grote Merengebied zo veel mogelijk voortzetten (36800-XVII, nr. 32);

de motie-Bamenga c.s. over onderwijs onderdeel maken van de respons in humanitaire crisissituaties (36800-XVII, nr. 33);

de motie-Markuszower/Wilders over direct stoppen met alle vormen van ontwikkelingshulp (36800-XVII, nr. 34);

de motie-Markuszower/Wilders over de financiering van terroristische organisaties per direct stoppen (36800-XVII, nr. 35);

de motie-Kröger/Ceder over de OESO-richtlijnen invoeren als standaard voor subsidies, aanbestedingen en handelsbevordering (36800-XVII, nr. 36);

de motie-Kröger c.s. over steun uitspreken voor UNRWA (36800-XVII, nr. 37);

de motie-Van Ark c.s. over met schuldverlichting bijdragen aan de zelfredzaamheid van Afrikaanse landen (36800-XVII, nr. 38);

de motie-Van Baarle over een aanvullende bijdrage voor de wederopbouw van Gaza (36800-XVII, nr. 39);

de motie-Van Baarle c.s. over de rol van de VAE in de oorlog in Sudan bespreekbaar maken (36800-XVII, nr. 40);

de motie-Van Baarle/Bamenga over zich voorbereiden op het weren van producten die met Oeigoerse dwangarbeid tot stand zijn gekomen (36800-XVII, nr. 41);

de motie-Van Baarle over actief inzetten op verbetering van de positie van de Rohingya (36800-XVII, nr. 42);

de motie-Stoffer c.s. over de actoren in de Dutch Diamond zo faciliteren dat ze hun rol kunnen vervullen (36800-XVII, nr. 43);

de motie-Stoffer over de koppeling van het ODA-budget aan 0,7% van het bni herstellen (36800-XVII, nr. 44);

de motie-Teunissen/Kröger over kwaliteits- en impactcriteria voor klimaatfinanciering (36800-XVII, nr. 45);

de motie-Teunissen over met het internationale zaaizaadbeleid de biodiversiteit bevorderen (36800-XVII, nr. 46);

de motie-Teunissen over een opbouwpad voor de Nederlandse adaptatiefinanciering tot 2035 (36800-XVII, nr. 47);

de motie-Teunissen/Dobbe over een jaarlijkse rapportage over de Nederlandse ontbossingsvoetafdruk (36800-XVII, nr. 48);

de motie-Ceder over afdoende financiële middelen reserveren om geloofsvervolging te voorkomen en tegen te gaan met religieuze geletterdheid (36800-XVII, nr. 49);

de motie-Ceder/Van Ark over een brief over de voortgang bij de Rijksbrede Afrikastrategie (36800-XVII, nr. 50);

de motie-Ceder c.s. over inzichtelijk maken in hoeverre de sectorale beleidsprioriteiten het welzijn van kinderen ten goede komen (36800-XVII, nr. 51);

de motie-Dobbe over extra ondersteuning voor Iraanse vrouwenrechten- en mensenrechtenorganisaties (36800-XVII, nr. 54);

de motie-Dassen over een Europese strategie voor ontwikkelingssamenwerking (36800-XVII, nr. 55);

de motie-Dassen over verkennen hoe een Europese digitaledienstenbelasting kan worden ingevoerd (36800-XVII, nr. 56).

(Zie vergadering van 15 januari 2026.)

De voorzitter:

De motie-Ceder/Van Ark (36800-XVII, nr. 50) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Ceder, Van Ark en Bamenga.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 50 (36800-XVII).

De motie-Dassen (36800-XVII, nr. 55) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het terugtrekken van de Verenigde Staten uit mondiale samenwerkingsverbanden en hulporganisaties kansen biedt voor een versterkte internationale positie van Europa;

overwegende dat een hoge mate van Europese coördinatie nodig is binnen de ontwikkelingssamenwerking om die kansen te benutten;

overwegende dat die coördinatie momenteel te wensen overlaat, omdat lidstaten te vaak hun eigen stempel willen drukken op de geleverde hulp, wat voor inefficiëntie en onnodige kosten zorgt;

verzoekt de regering om zich in te zetten voor een Europese ontwikkelingssamenwerkingsstrategie, waarbij ontwikkelingssamenwerking vanuit de Europese Unie zo veel mogelijk Europees gecoördineerd wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 55 (36800-XVII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Op verzoek van de heer Dassen stel ik voor zijn gewijzigde motie (36800-XVII, nr. ??, was nr. 55) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (36800-XVII, nr. 36) aan te houden. Op verzoek van de heer Van Baarle stel ik voor zijn motie (36800-XVII, nr. 42) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Bamenga c.s. (36800-XVII, nr. 32).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bamenga c.s. (36800-XVII, nr. 33).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Markuszower/Wilders (36800-XVII, nr. 34).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Markuszower/Wilders (36800-XVII, nr. 35).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (36800-XVII, nr. 37).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Ark c.s. (36800-XVII, nr. 38).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-XVII, nr. 39).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle c.s. (36800-XVII, nr. 40).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle/Bamenga (36800-XVII, nr. 41).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (36800-XVII, nr. 43).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Teunissen/Kröger (36800-XVII, nr. 45).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Teunissen (36800-XVII, nr. 46).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Teunissen (36800-XVII, nr. 47).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Teunissen/Dobbe (36800-XVII, nr. 48).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceder (36800-XVII, nr. 49).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ceder c.s. (36800-XVII, nr. ??, was nr. 50).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder c.s. (36800-XVII, nr. 51).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De motie-Dobbe op stuk nr. 52 is aangehouden. De motie-Dobbe op stuk nr. 53 is ook aangehouden.

In stemming komt de motie-Dobbe (36800-XVII, nr. 54).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De motie-Dassen op stuk nr. 55 is aangehouden.

In stemming komt de motie-Dassen (36800-XVII, nr. 56).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze stemmingen. Ik schors een ogenblik, waarna we verdergaan met de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering.

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer het debat over de Europese top van 19 en 20 maart en daarbij spreektijden te hanteren van vier minuten per fractie.

Ik stel voor toestemming te verlenen aan de vaste commissie voor Defensie voor het houden van een notaoverleg met stenografisch verslag op maandag 22 juni 2026 van 14.00 uur tot 18.00 uur over Veteranenbeleid.

Ik deel aan de Kamer mee dat de contactgroep Frankrijk tot haar voorzitter heeft gekozen het lid Schoonis.

Op verzoek van de fractie van Forum van Democratie benoem ik:

in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het lid Russcher tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

in de vaste commissie voor Asiel en Migratie het lid Russcher tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid Russcher tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

in de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport het lid Russcher tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Frederik Jansen;

in de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp het lid Russcher tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

in de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het lid Russcher tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Meijeren;

in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken het lid Russcher tot lid in de bestaande vacature;

in de contactgroep België het lid Russcher tot lid;

in de contactgroep Frankrijk het lid Russcher tot lid in de bestaande vacature;

in de contactgroep Duitsland het lid Russcher tot lid;

in de contactgroep Verenigde Staten het lid Russcher tot lid;

in de contactgroep Verenigd Koninkrijk het lid Russcher tot lid;

in de Kunstcommissie het lid Van Duijvenvoorde tot lid in de bestaande vacature.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

het tweeminutendebat Uitkomsten van de COP30 (CD d.d. 15/01), met als eerste spreker het lid Van Oosterhout van GroenLinks-Partij van de Arbeid;

het tweeminutendebat Dieren buiten de veehouderij en dierproeven (CD d.d. 02/10), met als eerste spreker het lid Kostić van de Partij voor de Dieren.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Dan is aan de orde de regeling van werkzaamheden. Ik verzoek om wat rust in de plenaire zaal, want ik wil als eerste het woord geven aan mevrouw Westerveld voor haar eerste verzoek.

U heeft het woord, mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ik stond hier vorige week ook, want het lijkt me de allerhoogste tijd om een plenair debat te voeren over dakloosheid. Kabinetten hebben ons namelijk jarenlang voorgehouden dat in 2030 niemand meer dakloos zou zijn. Die doelstelling wordt niet gehaald. Het lijkt mij een hele belangrijke taak om het kabinet in dezen te controleren. Ik hoorde vorige week natuurlijk ook de collega's die zeiden dat we dat in een commissiedebat kunnen doen. Als ik naar de agenda van dat commissiedebat kijk, dan staan daar ook allerlei andere hele belangrijke onderwerpen op: femicide, geweld tegen vrouwen en geweld achter de voordeur. Dat lijkt me niet het debat om ook nog eens dit belangrijke onderwerp in te bespreken. Bovendien is de minister van Wonen niet bij dat commissiedebat aanwezig. Daarom doe ik nogmaals het verzoek om een plenair debat over dakloosheid met de staatssecretaris van VWS en de minister van VRO.

De heer Van Baarle (DENK):

Wij steunen het verzoek, voorzitter.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Mede namens de ChristenUnie: steun.

Mevrouw Tijmstra (CDA):

Voorzitter. In de pv van vorige week is besloten om dit belangrijke onderwerp te agenderen in het commissiedebat Maatschappelijk domein. Daar willen we het graag bespreken, dus geen steun voor dit voorstel.

Mevrouw Wendel (VVD):

Ik sluit me aan bij het CDA. Er is niets veranderd ten opzichte van vorige week.

De heer Vervuurt (D66):

Ik sluit me ook aan bij de woorden van het CDA.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):

Van harte steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Struijs (50PLUS):

Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Geen steun.

De heer Mooiman (PVV):

Steun, maar het kan ook in een commissiedebat.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Ik vond het vorige week al een pijnlijk schouwspel dat mensen probeerden het te verplaatsen naar een commissiedebat. Nu gebeurt dat weer. Er was net nog een mooie motie van de ChristenUnie in stemming waarin stond dat juist de minister van Wonen hierbij betrokken moet worden. Dat gaat niet in de commissie, dus van harte steun voor dit debat. Maar het is ook wel heel pijnlijk om dit te zien. Als we hier met z'n allen dakloosheid niet eens kunnen oplossen, dan weet ik het ook niet meer.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Jammer. Ik wens ons veel succes om in vier minuten in een commissiedebat zo veel onderwerpen te bespreken waarvan we allemaal zeggen dat we ze belangrijk vinden.

De voorzitter:

Dank u wel.

Mevrouw Mutluer krijgt het woord voor een verzoek.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. Ik doe dit verzoek mede namens collega Ellian. Wij wensen als rapporteurs van de begroting van Justitie en Veiligheid vier minuten spreektijd als rapporteurs. Dat is een uitzondering op de regel. Het gaat over de problematiek bij de strafrechtketen. Wij denken dat onze bijdrage onze collega's toch wel gaat helpen bij deze complexe wetgeving.

De voorzitter:

Ik wijs op eerdere brieven van het Presidium: dit wordt echt gezien als een uitzondering bij zeer complexe wetgeving. U geeft dat zelf ook al aan. Ik kijk rond of er een bezwaar is tegen het verzoek van mevrouw Mutluer. Ik zie dat dat niet het geval is. Akkoord; dan gaan we dat zo doen.

Dan is het woord aan de heer Struijs van 50PLUS voor zijn verzoek.

De heer Struijs (50PLUS):

Voorzitter. Naar aanleiding van het rapport van de FNV en de uitzending van MAX met het bericht dat 5 miljoen mantelzorgers in de problemen aan het komen zijn en het dieptepunt hebben bereikt, vragen wij om een debat met de staatssecretaris.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):

Ja, hoor. Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

De heer Vervuurt (D66):

Voorzitter. Wij zijn van mening dat dit onderwerp beter past in een commissiedebat, dus geen steun.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Mede namens de ChristenUnie: steun.

De heer Van Baarle (DENK):

Steun voor het verzoek.

Mevrouw Wendel (VVD):

Dank dat u dit ook in het vragenuur al aan de orde heeft gesteld, zeg ik via de voorzitter, maar wij behandelen dit liever in een commissiedebat.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Tijmstra (CDA):

Wij willen het ook graag in een commissiedebat behandelen.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Struijs.

De heer Struijs (50PLUS):

Ach!

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Vondeling voor haar verzoek.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Voorzitter. In Amsterdam, in wooncomplex Stek Oost, zijn Nederlandse studenten en medewerkers jarenlang bedreigd, aangerand en verkracht door statushouders. Door het hele land is overlast en criminaliteit door Syrische asielzoekers. Er is geweld en intimidatie door asielzoekers in het ov. Het loopt volledig uit de klauwen. Daders worden overgeplaatst in plaats van dat ze het land uit worden geknikkerd. Daarom wil ik een debat met beide ministers van Asiel en Migratie over het toenemende geweld door asielzoekers en statushouders.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Ceulemans (JA21):

Jazeker, steun.

De heer Russcher (FVD):

Van harte steun.

De heer Oosterhuis (D66):

Geen steun. Dit kan veel sneller bij de begroting van Asiel en Migratie.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Steun.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Struijs (50PLUS):

Steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Voorzitter. Wij zouden dit graag in een commissiedebat doen, dat in een procedurevergadering ingericht zou kunnen worden. Geen steun.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Vondeling.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Nee, maar wel 30 leden, begrijp ik.

De voorzitter:

Dat wel.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Dan wil ik 'm graag op de rol.

De voorzitter:

Ja, we zetten 'm op de lijst.

Het woord is aan mevrouw Tseggai voor haar verzoek.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, dank. Na de tweede termijn van de begroting Koninkrijksrelaties bleef de Kamer eigenlijk met meer vragen dan antwoorden achter, met name wat betreft de uitbreiding van het aantal eilandsraadsleden op de BES-eilanden. Ik geef de Kamer graag de gelegenheid om hierover nog een keer met elkaar van gedachten te wisselen, met de staatssecretaris vooral, in een derde termijn.

De heer Van der Burg (VVD):

Steun, voorzitter. Dit is ook tijdens het debat al benoemd, omdat de minister toen de informatie niet kon leveren. Steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik vind het ingewikkeld, want een derde termijn betekent dat het van de begrotingstijd af gaat.

De voorzitter:

Dat is waar.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voor kleine fracties zoals die van ons is dat ingewikkeld. Ik ondersteun en onderschrijf het punt dat we het goed moeten hebben over de eilandsraden, maar ik zou eerder willen voorstellen om gewoon te starten met de plenaire behandeling. Dat betekent niet automatisch dat je moet stemmen over de wet. Je kan meerdere malen een plenaire behandeling hebben. Je kan ook schriftelijke overleggen hebben. Daardoor kan alles nog naar boven komen. Ik ben dus geneigd geen steun te geven, niet omdat ik het er niet mee eens ben dat die informatie boven tafel moet komen, maar omdat dit de begrotingstijd raakt. Ik ben dan in ieder geval genoodzaakt om me voor nul minuten in te schrijven, terwijl ik juist ook hierover het debat zou willen voeren. Daarom geen steun, omdat ik voor een andere vorm zou willen opteren.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter. Het is altijd kijken of er met coulance kan worden omgegaan met kleine fracties die geen tijd meer hebben, maar steun voor het verzoek.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Steun voor het verzoek.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Net als bij de heer Ceder is dat ook mijn eerste vraag. Ik wil het natuurlijk van harte steunen, maar als kleine fractie hebben we weinig minuten. Is het niet mogelijk om daar een kleine uitbreiding op te doen — is dat echt een no-go? — of moet je dan voor een andere vorm gaan?

De voorzitter:

We hebben die spreektijden met elkaar vastgesteld. Er zijn fracties die een hoop tijd overhouden aan het einde van de behandeling van alle begrotingen en er zijn fracties waarvoor dat minder geldt. Als we daar weer van afwijken, denk ik dat dit niet de laatste begroting zal zijn waarbij dat zal plaatsvinden. Het kan dus helaas niet.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Dan blijf ik het steunen, maar het is voor ons wel heel lastig om er dan minuten voor vrij te maken.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik begrijp beide kanten. Toch maar steun.

De heer Oosterhuis (D66):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid, mevrouw Tseggai.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Dank aan de collega's die toch steunden.

De voorzitter:

Het is genoteerd.

Het woord is aan de heer Klaver voor zijn verzoek.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, dank. Vorige week werden denk ik velen van ons verrast. Uit het niets kwam er bij een wetsvoorstel dat hier niet over ging een voorstel tot versoepeling van de bonusregels voor de financiële sector. Ik moest in een keer denken aan de formatietafel in 2017; toen is het hier ook weleens over gegaan. Eigenlijk is mijn vraag heel simpel. Ik zou graag een brief willen van de informateur, waarin wordt ingegaan op de vraag of hierover gesproken is aan de formatietafel. Is hiervoor gelobbyd? Zijn hier brieven over gestuurd? Zijn hier gesprekken over geweest met de financiële sector? Waar komt dit vandaan? Uit het niets de bonusregels versoepelen is het eerste wat deze coalitie doet. Ze doen niet iets op wonen, stikstof of het betaalbaar maken van het leven, maar hebben het over de bonusregels versoepelen. Die brief zou ik graag voor morgenochtend 10.00 uur ontvangen.

De voorzitter:

Wij gaan uw verzoek doorgeleiden aan het Bureau Kabinetsformatie. We gaan kijken hoe zij daarmee zullen omgaan.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, heel fijn. De onderhandelende partijen hebben aangegeven graag een nieuwe en andere politieke cultuur te willen, dus ik ga ervan uit dat we antwoord krijgen. Dank u wel.

De voorzitter:

Akkoord.

Het woord is aan mevrouw Kathmann voor haar verzoek over een bestaand debat. We gaan ernaar luisteren.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Ja, voorzitter, dat klopt. Ik zou bijna zeggen: daar ben ik weer. Terwijl Trump fantaseert over het overnemen van Groenland en eigenlijk is overgegaan tot chantagepolitiek, worden wij steeds afhankelijker van zijn favoriete techbureaus. Wij zitten als Nederland eigenlijk volledig in hun houdgreep. We moeten ons daaruit judoën. Dat kan alleen maar door vol in te zetten op digitale strategische autonomie. Met "wij" bedoel ik trouwens de Kamer; wij moeten echt in actie komen. Daarom het verzoek, mede namens de SGP trouwens, om het nog ongeplande debat over het feit dat het cloudbedrijf achter DigiD en MijnOverheid wordt overgekocht door een buitenlandse techgigant om te zetten naar een breder debat over cloudmigraties naar Amerikaanse techgiganten. Ik verzoek ook om de spreektijd van dit debat met een minuut uit te breiden, omdat de technische details ertoe doen. Ook verzoek ik om dit debat zo spoedig mogelijk, het liefst nog voor het voorjaarsreces, in te plannen.

De voorzitter:

Dat is nogal wat.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Ik was bij dat Venezueladebat waarvoor we in het reces zijn teruggekomen. Toen zei bijna iedereen, van links tot rechts: we moeten veel minder afhankelijk zijn van Amerika. Dit is nou precies zo'n voorbeeld van iets waarbij we onze onafhankelijkheid meteen moeten terugkrijgen. Van harte steun dus. Ik vind "voor het voorjaarsreces" eigenlijk nog rijkelijk laat. Ik zou dat debat eigenlijk wel binnen twee weken willen houden.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik wil mijn collega allereerst bedanken voor het trekken van de kar. Van harte steun.

De heer Ergin (DENK):

Van harte steun, voorzitter.

De heer Erkens (VVD):

Steun voor de verbreding van het bestaande debat.

De heer Oosterhuis (D66):

Steun voor het verzoek. We zouden wel graag zien dat dit debat voorafgegaan wordt door een brief vanuit het ministerie van SZW waarin staat wat nu precies het plan is bij de SVB.

De heer Vermeer (BBB):

Steun.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank, voorzitter. We gaan dit jaar trouwens ook nog de CLOUD Act bespreken. Maar voor nu steun voor het pleidooi en het verzoek.

De heer Struijs (50PLUS):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Ook voor de brief en het nog sneller inplannen van het debat?

De voorzitter:

Ja, ik heb dat wel gehoord, mevrouw Kathmann. U heeft de buit binnen!

Mevrouw Piri, we gaan kijken of het u ook lukt.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ik verzoek een debat met de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken over de extra Europese Raad van donderdagavond inzake Amerikaanse importheffingen. Daarbij heb ik een paar opmerkingen. Ik weet dat de premier en de minister van Buitenlandse Zaken al in Davos zitten. Het is uiteraard aan het kabinet om te kijken wie het naar dit debat stuurt. Ik begrijp dat dat mogelijk de minister van Defensie wordt. Dat is wat mijn fractie betreft prima. Ik vind het essentieel dat een demissionair kabinet dat rust op 26 zetels over zulke belangrijke kwesties vanuit de Kamer meekrijgt hoe die daar in meerderheid in staat. Ik ben ervan overtuigd dat wij in meerderheid een scherpere lijn willen van dit kabinet; vandaar het verzoek.

De voorzitter:

Voordat ik de interruptiemicrofoon open, schets ik even een logistiek dilemma. De plenaire agenda zit ook heel vol. Ik geef de Kamer ter overweging mee dat een notaoverleg natuurlijk ook de ruimte biedt voor het indienen van moties. We hebben ook begrotingen, die al rijkelijk laat worden behandeld in de Kamer, en een debat over geweld tegen politie, waarvan de Kamer ook in meerderheid heeft gezegd dat we dat snel plenair met elkaar moeten voeren. Dat is dus een logistiek dilemma waar ik mee zit, maar ik zou eerst de collega's het woord willen geven om te horen hoe zij dat wegen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Misschien degene die het verzoekt ook even?

De voorzitter:

Nou, mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Oké. Ik snap het. Volgens mij behandelen we hier alleen maar belangrijke onderwerpen, maar het zou heel raar om niet deze week in ieder geval tijd te vragen voor iets wat echt wereldnieuws is. Ik zeg dus toch echt: collega's, laten we het in ieder geval plenair doen. Het is aan de collega's om te bepalen op welke manier, zolang het maar voor donderdagavond is.

De voorzitter:

Ik verontschuldig mij als ik mij verkeerd heb uitgedrukt. Ik heb niet gezegd dat ik een inhoudelijk bezwaar heb tegen het deze week inplannen van dit debat. Alleen is het logistiek even de vraag of het in de plenaire zaal past. Een notaoverleg elders in het gebouw biedt ook ruimte voor het indienen van moties en het voeren van het debat. Maar u gaat erover als Kamer. Het lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer Erkens (VVD):

Steun, mits we het kabinet dan inderdaad flexibiliteit geven over de afvaardiging, gezien alle verplichtingen.

De heer Krul (CDA):

Ik vond eigenlijk de variant van de voorzitter ook een hele goede, als ik eerlijk ben, als je echt per se wil dat het deze week plaatsvindt. Ik denk dat het gaat om het resultaat, namelijk een boodschap mee kunnen geven aan het kabinet, dat rust op een zeer beperkt aantal zetels, en om het belang van die boodschap. De vorm is voor mij dan minder relevant. Wat ons betreft kan het dus ook in een commissiezaal bij een notaoverleg. Daar had ik steun voor gegeven, maar voor een plenair debat deze week niet, denk ik.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Echt waar? Ongelofelijk.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Steun voor het verzoek.

De heer Stöteler (PVV):

Eens met het CDA.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Steun om snel het debat te hebben, maar dat mag inderdaad ook in een notaoverleg.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik begrijp de lijn van het CDA. Ik heb geen bezwaar tegen plenair, maar als dat onmogelijkheden met zich meebrengt, geef ik er wel de voorkeur aan om een boodschap mee te kunnen geven aan het kabinet. Dat kan ook in een commissiezaal. Dus als het past: steun. Als het niet past: commissiezaal.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun. In welke zaal maakt ons niet zo veel uit.

De heer Van Baarle (DENK):

Wij steunen een plenair debat.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Het politiedebat moet absoluut doorgaan. We kunnen het niet maken om dat te schrappen. Als het een notaoverleg moet zijn, dan steun daarvoor. Als het wel gewoon past in de plenaire agenda zonder dat die andere debatten eruit gehaald worden, dan steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Struijs (50PLUS):

Steun.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid. We gaan dus proberen het in deze zaal in te passen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Heel fijn.

De voorzitter:

Ik hoor ook steun voor eventuele uitwijkruimte, maar we gaan proberen het in de plenaire zaal in te plannen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Volgens mij was daar een meerderheid voor. Ik hoop dat dat lukt, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:

Die puzzel gaan wij proberen te leggen, mevrouw Piri. Dank u wel.

Ik wil mevrouw Van der Plas het woord geven voor een vooraankondiging.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Er is een schriftelijk overleg gaande over de Landbouw- en Visserijraad in Brussel. Ik wil graag een vooraankondiging doen van een tweeminutendebat, inclusief stemmingen, deze week.

De voorzitter:

Prettig dat u het aangeeft. We gaan daar zeker rekening mee houden.

Het woord is aan de heer Stultiens voor zijn debatverzoek.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Gisteren verscheen het nieuwe Oxfamrapport met als duidelijke conclusie: de elite wordt rijker, machtiger en politieker dan ooit. De Quote 500 is in tien jaar tijd drie keer zo rijk geworden in Nederland. Door donaties neemt ook de invloed op de politiek toe. Daarom is het de hoogste tijd voor een debat met de staatssecretaris van Financiën en de minister van Binnenlandse Zaken.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Geen steun. Er is een commissiedebat op 25 februari.

De heer Vermeer (BBB):

Geen steun. Dit kan in het commissiedebat.

De heer Oosterhuis (D66):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Geen steun. Dit is voor het commissiedebat.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. Blijkbaar gebeurt er veel te weinig op internationaal en ook nationaal niveau om vermogensongelijkheid aan te pakken. Als we alleen al zien dat de vermogens hier in tien jaar tijd inderdaad met drie zijn vermenigvuldigd naar 273 miljard euro — laat het even op u inwerken — dan is het absurd als er een Tweede Kamer zou zitten die niet aan herverdelingspolitiek wil doen en hier geen debat over wil voeren.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Stultiens.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Ik zet 'm toch graag op de lijst met dertigledendebatten.

De voorzitter:

Ja, dat gaan we doen.

Mevrouw Patijn krijgt het woord voor haar verzoek.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. Ik wil graag een debat aanvragen met de ministers van Sociale Zaken en VRO. Onlangs was in het nieuws dat er 600 arbeidsmigranten gehuisvest gaan worden op het industrieterrein in Venlo, onder de wieken van de windmolen naast de werkgever, waar zij vaak veel te lang en veel te hard moeten werken. Het grote probleem van de huisvesting van arbeidsmigranten wordt veel te weinig besproken. Ik zou graag een debat willen hebben om in brede zin te spreken over hoe we dit probleem gaan oplossen.

De heer Vermeer (BBB):

Ik ben blij met de aandacht voor de overlast van windmolens die mevrouw Patijn naar voren brengt. Maar over deze debataanvraag: er is binnenkort al een commissiedebat hierover. Geen steun dus.

De heer Boon (PVV):

Steun, voorzitter. Nederland wordt daar op de tweede plek gezet en arbeidsmigranten op de eerste plek. Dat moet niet kunnen.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Geen steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Geen steun voor een plenair debat, maar voor wel spoedig een commissiedebat wat mij betreft.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. Het mag niet en toch gebeurt het. Dat is eigenlijk wel tekenend voor hoe er met arbeidsmigranten wordt omgegaan, hoe zij gehuisvest worden, hoe arbeidsmigranten daar zelf last van hebben en de gemeenschap een enorme druk voelt. Volop steun voor dit debat dus. Want wederom, zolang dit probleem niet is opgelost, moet dat ook hier in deze plenaire zaal uitgebreid uitgemeten en uitgediscussieerd worden en moeten er oplossingen komen in plaats van dat we doorkabbelen op de manier waarop het al 40, 50 jaar gaat.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun voor het verzoek.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Geen steun. In een commissiedebat.

De heer Struijs (50PLUS):

Steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Patijn.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Wel een dertigledendebat?

De voorzitter:

Ja, dat wel.

Het woord is aan meneer Ceder voor zijn verzoek.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. De afgelopen jaren heb ik het kabinet herhaaldelijk gevraagd wanneer de Koerden ondersteund zouden worden in het gevangenhouden van Europese ISIS-strijders, en de ontwijkende antwoorden volgden. We hebben ook herhaaldelijk gevraagd om de minderheden in Syrië te ondersteunen, en sinds dat moment zijn de alawieten, druzen en christenen aangevallen en ook de Koerden. De laatste aanval is niet alleen problematisch omdat er een bestand is afgekondigd, maar ook omdat deze escalatie inmiddels een nationaal veiligheidsprobleem is op het moment dat Europese IS-strijders vrijkomen en zich weer in Europa melden. Je daar niet op voorbereiden middels een debat zou onverantwoord zijn. Daarom wil ik hier graag over in debat met de ministers van Buitenlandse Zaken en Justitie. Ik reken ook op steun van de Kamer.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Vermeer (BBB):

Steun.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Steun.

De heer Stöteler (PVV):

Steun.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Steun.

De heer Krul (CDA):

Steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Steun. Het kan ook in een notaoverleg, maar dit is ook prima.

De voorzitter:

Fijn dat u zo meedenkt, mevrouw Piri. Dat waarderen we vaak hier.

De heer Van der Burg (VVD):

Steun, al heeft mevrouw Piri gelijk.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer Struijs (50PLUS):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

Tot slot geef ik mevrouw Moorman graag het woord voor haar verzoek.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Dank u, voorzitter. Onze fractie maakt zich ernstig zorgen over het welzijn van jongeren. We zagen gisteren het afschuwelijke bericht dat het aantal zelfdodingen onder jongeren aan het stijgen is. Inmiddels gaat het al om een schoolklas per maand. Een op de zeven kinderen krijgt een vorm van jeugdzorg. Vorige week kwam de Onderwijsraad met een heel goed rapport, Welzijn en onderwijs, waarin de Onderwijsraad zegt: onderwijs moet niet alleen leiden tot welzijn; welzijn is ook een voorwaarde van onderwijs. Ze zijn dus echt met elkaar verbonden.

We zagen dat er eigenlijk geen enkel debat is gepland over het mentale welzijn van jongeren. We zouden hier heel graag over willen spreken met de staatssecretaris van OCW. We zouden ook voorafgaand aan het debat een brief willen vragen, waarin wordt ingegaan op het rapport van de Onderwijsraad. Ik hoop op steun van de Kamer.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Kisteman (VVD):

Voorzitter. Het is goed om hier een debat over te voeren, maar niet plenair. Daarvoor dus geen steun. Ik wil mevrouw Moorman graag meegeven dat wij komende donderdag bij de procedurevergadering alle commissiedebatten gaan bepalen die de commissie gaat voeren tot en met de zomer. Misschien zouden we dit nog kunnen meenemen. Dat gaat sneller dan plenair.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Steun.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Steun. Ik wil inderdaad ook graag een kabinetsreactie vooraf.

Mevrouw Armut (CDA):

Geen steun, voorzitter. Ik kan me vinden in de woorden van de VVD. We zouden dit eventueel ook kunnen meenemen in de begrotingsbehandeling die eraan komt.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Dit is een belangrijk onderwerp. Volgens mij past dit wat meer bij de OCW-begroting of een commissiedebat. Om die reden geef ik geen steun voor een plenair debat.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Dat vind ik heel jammer. Jongeren die mentaal in de knel zitten lijkt me een ontzettend belangrijk onderwerp. Maar goed, we gaan het bij de procedurevergadering bekijken.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik schors de vergadering tot 16.30 uur, waarna we verdergaan met de behandeling van de begroting van Infrastructuur en Waterstaat en het Mobiliteitsfonds. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden. De vergadering is geschorst tot 16.30 uur.

De vergadering wordt van 16.09 uur tot 16.30 uur geschorst.

Begroting Infrastructuur en Waterstaat 2026 en begroting Mobiliteitsfonds 2026

Begroting Infrastructuur en Waterstaat 2026 en begroting Mobiliteitsfonds 2026

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026 (36800-XII);

het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026 (36800-A).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de behandeling van de begrotingen van Infrastructuur en Waterstaat en het Mobiliteitsfonds. Het gaat vandaag om de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik heet van harte welkom in vak K de minister en de staatssecretaris. Zij zullen aanstaande donderdag aan het woord komen bij de beantwoording. Het is een bijzondere dag, want we hebben twee maidenspeeches vandaag, van de heer Huidekooper van de fractie van D66 en van de heer Schutz van de fractie van de VVD. Dat zijn altijd mooie momenten. We zullen daarna even schorsen, zodat u uw felicitaties kunt overbrengen.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Allereerst geef ik het woord aan de heer Van ... U ook? U houdt ook uw maidenspeech? Uitstekend. Dan hebben we vandaag ook een maidenspeech van de heer Jumelet van de fractie van het CDA. Dat zijn dus drie maidenspeeches. Extra bijzonder. Allereerst is het woord aan de heer Van Asten namens de fractie van D66. Hij heeft zijn maidenspeech al gegeven, dus u mag gerust interrumperen. Gaat uw gang, meneer Van Asten.

De heer Van Asten (D66):

Geen bloemen vandaag, zou ik willen zeggen.

De voorzitter:

Wie weet, wie weet; de avond is nog lang.

De heer Van Asten (D66):

Ze zijn zeker welkom.

Voorzitter. Om maar gelijk met de deur in huis te vallen en de open deur in te trappen: de begroting is natuurlijk beleidsarm. Dat is verklaarbaar. De formatie van een nieuw kabinet verloopt voorspoedig — volgens alle berichten, zeg ik daarbij — en nieuwe plannen zullen we dan ook snel krijgen. We gaan daar binnenkort dus verder over in debat. Tegelijkertijd laat de begroting al wel zien waar de kwetsbaarheden zitten. Programma's die incidenteel zijn gefinancierd krijgen na 2027 of 2028 geen vervolg. Misschien is dat logisch binnen deze begroting, maar het legt een structureel probleem bloot. Verkeersveiligheid en fietsbeleid hangen te vaak af van tijdelijke impulsen. Dat is kwetsbaar beleid, terwijl we weten dat investeren in verkeersveiligheid menselijk leed voorkomt, maatschappelijke kosten bespaart en juist vraagt om een lange adem, zeker als het gaat om gedragsverandering. Daar komt bij dat de onderhoudsopgave voor wegen, het spoor en de vaarwegen de komende decennia enorm is. Bruggen, sluizen, tunnels en viaducten slokken een steeds groter deel van het budget van deze begroting op en dat zien we hier terug.

Voorzitter. Afgelopen vrijdag was ik in Groningen bij de Gerrit Krolbrug. Daar werd mij opnieuw duidelijk hoe groot de impact is als zo'n verbinding wegvalt. Tienduizenden dagelijkse gebruikers, waaronder veel fietsers, zullen kilometers om moeten fietsen naar sport, school, werk of woning. De commissie heeft de minister verzocht om een reactie op deze casus. Die brief had er gisteren moeten liggen, maar is er nog niet, dus die zouden wij graag zo spoedig mogelijk krijgen. Ik hoop ook dat de minister komende donderdag in de eerste termijn van het kabinet op deze situatie in kan gaan.

Mobiliteit gaat over mensen én over veiligheid. Als voormalig wethouder Mobiliteit in Den Haag heb ik van dichtbij gezien wat mobiliteit betekent voor het leven van mensen. Dit geldt voor de forens die betrouwbaar naar het werk wil, voor de scholier die veilig wil fietsen en voor opa's en oma's die met de tram op pad gaan, al dan niet met de kleinkinderen. Alledaags vervoer moet gewoon goed geregeld zijn. Ik heb ook fietslessen bezocht voor ouderen op een e-bike en voor vrouwen met een migratieachtergrond in Zuidwest. Zulke lessen bepalen hoe groot iemands leefwereld is, maar dat werkt alleen als mensen zich ook daadwerkelijk veilig voelen. Je kunt prachtige fietsroutes aanleggen, maar als één kruising als onveilig wordt ervaren, haken mensen af. En terecht, want als het misgaat in het verkeer is het leed enorm voor slachtoffers en hun families.

Voor mij is verkeersveiligheid daarom een kernpunt. Nul verkeersslachtoffers is het doel. Het debat daarover volgt in maart, maar bij deze begroting wil ik alvast twee concrete vragen stellen. De SWOV schat de maatschappelijke kosten van verkeersongevallen op 19 tot 44 miljard euro per jaar. Elke euro die we effectief investeren, verdient zich dan ook meer dan terug. Maar dan moeten we wel weten waar we op moeten sturen. De huidige ongevallenregistratie is daarvoor onvoldoende. Bij veel eenzijdige fietsongevallen weten we bijvoorbeeld niet of de oorzaak ligt bij de staat van de weg, gladheid of voertuigbeheersing. Dat vraagt om verschillend beleid. Deelt de minister en/of de staatssecretaris dat we geen eenduidige landelijke en voldoende verfijnde ongevallenregistratie hebben? Is hij bereid die registratie te verbeteren en welke concrete stappen zijn daarbij op korte termijn te zetten?

Voorzitter. Tijd voor een compliment aan vak K. In september diende D66 samen met de ChristenUnie een amendement in om middelen vrij te maken voor de Merwedelijn. Het gaat om bijna 600 miljoen euro voor de ontsluiting van Utrecht Rijnenburg of Groot Merwede. Dat is goed voor circa 75.000 woningen. In november zagen we dat het kabinet het geld heeft toegekend. Dat is een doorbraak voor Utrecht en voor Nederland. Wij hebben dat amendement ingediend en voordat we daar iets mee kunnen doen, wil ik graag van de minister horen of de Merwedelijn er dan nu ook daadwerkelijk echt gaat komen.

Tegelijkertijd zijn er projecten die deze ronde niet zijn toegekend. Welk perspectief biedt de minister andere gemeenten met een grootschalige woningopgave, zoals Alkmaar, Helmond, Apeldoorn, Hengelo, Almelo en de gemeenten die nu in de wachtkamer zijn gezet, zoals Oss, waar kruisingen met het spoor woningbouw nu verhinderen?

Voorzitter. Ik sluit af met een onderwerp dat, naast verkeersveiligheid, mijn grote belangstelling heeft, namelijk het oeroude wondermiddel de fiets. De fiets is gezond, schoon, betaalbaar en voor veel mensen de sleutel tot werk, school en sociale contacten. Bij deze begroting heb ik één concrete vraag. Er is tot 2030 verdeeld in tranches 46 miljoen beschikbaar voor doorfietsroutes. Kan de staatssecretaris bekijken of deze middelen versneld kunnen worden ingezet? Of lopen we dan tegen knelpunten in de uitvoerbaarheid aan?

Voorzitter. De opgaven voor de komende jaren zijn helder: intensiever onderhoud, betere verkeersveiligheid en bereikbare nieuwe woongebieden. Dat is niet eenvoudig, maar wel noodzakelijk. Ik heb er vertrouwen in dat we als Kamer een nieuw kabinet hierin scherp kunnen aansturen en controleren, want, en dat meen ik oprecht: het kan wél.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Er is een interruptie van de heer De Hoop. Ik stel de leden voor het aantal interrupties niet te maximeren, maar dan moeten deze wel echt onder de 30 seconden per keer blijven. En dan ook niet vaker dan drie keer een interruptie plegen.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Ik wil de heer Van Asten een vraag stellen over Amelisweerd. Wat mij betreft staat die plek symbool voor de keuze die een volgend kabinet maakt. Ga je wegen verbreden, zonder voldoende winst? Of kies je voor verstandig mobiliteitsbeleid, investeren in ov en natuurbehoud, wat ook kan voldoen aan de mobiliteitsvraag die er is? Ik zou de heer Van Asten willen vragen hoe hij op dit moment tegen Amelisweerd aankijkt.

De heer Van Asten (D66):

Het gebied zelf is natuurlijk een mooi en waardevol natuurgebied. Als we kijken naar de A27, dan zien we dat het alternatief van de Ring Utrecht een hele goede oplossing biedt. Het project ligt niet voor niks stil. Qua stikstof is het nu niet te bereiken, dus volgens mij kunnen we beter doorgaan met het plan van de provincie en de gemeente, en het alternatieve plan uitwerken.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Daar ben ik het geheel mee eens, maar dat zei Sigrid Kaag ook na de verkiezingen in 2021. Nog geen twee of drie maanden later stond in het geschreven akkoord door Jetten en Hermans dat Amelisweerd toch door mocht gaan. Ik wil de heer Van Asten vragen of D66 zich nu wel aan zijn woord gaat houden en we Amelisweerd niet gaan asfalteren. Ik vind echt dat Utrecht beter verdient en dat we het geld dat we hebben bovendien veel beter kunnen besteden dan aan wegverbreding.

De heer Van Asten (D66):

Ja. Ik denk dat de Merwedelijn onder andere belangrijk is om de druk van de Ring af te halen. U vindt in mij een warm voorstander van veel investeringen in andere vormen van vervoer, bijvoorbeeld het ov of de fiets. We willen alles doen om ervoor te zorgen dat we de wegcapaciteit vrijspelen voor mensen die daar echt moeten zijn. U kent het standpunt van D66 over Amelisweerd in het verkiezingsprogramma. Daarmee gaan we op dit moment de onderhandelingen in.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Daar ga ik de heer Van Asten en D66 aan houden. Het kost meer dan een miljard minder als je het alternatief van de provincie Utrecht uitvoert. De minister moet zelfs nog stikstofruimte vinden, dus het kost tijd en ontzettend veel geld. Maak nu al een verstandige keuze op de korte termijn, zou ik tegen D66 willen zeggen, want dan kun je dat geld besteden aan al dat broodnodige onderhoud. Ik hoop dat de heer Van Asten en D66 zich nu echt aan hun woord gaan houden als het gaat om Amelisweerd.

De heer Van Asten (D66):

Dat is een mooie aanmoediging.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Asten. Er is nog een interruptie van het lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Zoals mijn collega misschien weet, komen er grote beslissingen aan als het gaat om de luchtvaart. Dit dubbeldemissionaire kabinet probeert allerlei belangrijke beslissingen er nog snel doorheen te drukken. Maar een belangrijke beslissing, namelijk over nachtsluiting, zit nog niet in het pakket van dit dubbeldemissionaire kabinet. Mijn vraag aan D66 is: staan jullie nog steeds achter datgene wat in jullie eigen verkiezingsprogramma staat, namelijk dat die nachtsluiting er nu moet komen?

De heer Van Asten (D66):

Het lid Kostić kan ervan uitgaan dat wij nog steeds volledig achter ons verkiezingsprogramma staan. Dat is ook nog niet zo lang geleden, dus dat zit nog redelijk vers in het geheugen.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dat is goed om te horen. Dus als wij straks een voorstel indienen om werk te maken van die nachtsluiting, dan kunnen we D66 aan onze zijde vinden om daar een bepaalde uitwerking aan te geven?

De heer Van Asten (D66):

Vanuit ons verkiezingsprogramma zijn wij daar zeker voor, maar u weet ook dat er onderhandelingen plaatsvinden. Daar ligt ook de luchtvaart op tafel. Het is van groot belang dat daar goede knopen over worden doorgehakt. Iedereen verdient duidelijkheid en die duidelijkheid zullen we geven.

De voorzitter:

Tot slot.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik ben nu een beetje confuus. In het eerste antwoord was D66 duidelijk: wij staan nog steeds achter ons verkiezingsprogramma en we gaan gewoon voor die nachtsluiting. In het tweede antwoord leek dat onderhandelbaar aan de onderhandelingstafel. Er is dus geen zekerheid dat D66 voor die nachtsluiting gaat?

De heer Van Asten (D66):

Ons standpunt staat duidelijk in het verkiezingsprogramma, waar net al aan werd gerefereerd. We proberen op dit moment een onderhandelingsresultaat te bereiken. Daarbij ligt de luchtvaart natuurlijk ook op tafel, want er is een hoop te besluiten. Er liggen bij ons geen breekpunten. Wij werken hard om zo veel mogelijk uit ons eigen verkiezingsprogramma te realiseren.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Asten.

De heer Van Asten (D66):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan is het woord aan de heer Huidekooper, die ik uitnodig voor … Nee, nog niet, want de heer Grinwis heeft nog een interruptie voor de heer Van Asten.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik stond inderdaad te wachten totdat de vorige interruptie was afgelopen. Ik had een vraag aan collega Van Asten. Hij heeft lang aan de andere kant gezeten, als wethouder. Hij heeft toen gezien hoe krap de IenW-begroting was. Daar hadden niet alleen zijn en mijn stad last van, maar daar heeft het hele land last van. De Algemene Rekenkamer heeft vorig jaar becijferd wat het tekort is: alleen al voor het beheer en onderhoud van de wegen en vaarwegen betreft het 20,5 miljard tot 2038. De vraag is: wat is de inzet van de D66-fractie om dat in te lopen? We kunnen dit wel allemaal blijven constateren met elkaar, maar het tekort wordt alleen maar groter. Hoelang zijn we nog geloofwaardig als we zeggen dat we onze prachtige wegen en vaarwegen en ons prachtige spoornetwerk in de smiezen en gaten houden en goed onderhouden?

De heer Van Asten (D66):

Ik snap dat de hele Kamer snakt naar duidelijkheid over hoe de onderhandelingen over een nieuw kabinet verlopen. Ik ben daar zelf ook erg benieuwd naar. U kent de inzet. Wij allebei, en eigenlijk de hele Kamer, hebben kennisgenomen van de enorme opgave die er ligt op alle punten die u noemde. Die nemen we uiteraard mee naar de onderhandelingstafel. Dat doen we natuurlijk in de hoop dat we daarvan zo veel mogelijk zo snel mogelijk op kunnen gaan lossen, want we zien dat er nu wordt geïnvesteerd op een manier die niet goed is. We hebben vandaag nog samen met veel collega's een petitie in ontvangst genomen. Daarin wordt daadwerkelijk gezegd: er wordt nu puur ter vervanging geïnvesteerd in spoorwegemplacementen en er worden niet de noodzakelijke extra uitgaven gedaan om verbeteringen door te voeren. Dat doet mij pijn, want het gaat daadwerkelijk over miljarden of honderden miljoenen. Dat is verschrikkelijk veel geld. We zijn verplicht om dat goed te besteden.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Het algemene antwoord spreekt mij natuurlijk aan. Tegelijkertijd hebben we de afgelopen jaren geconstateerd dat IenW, als het uiteindelijk aankwam op politieke prioriteitstelling en urgentie, een beetje onderaan de lijst van politieke prioriteiten in Den Haag terechtkwam. Het is niet alleen maar denkbeeldig dat dat weer gebeurt, want we hebben defensie, we hebben woningbouw — althans, zonder bereikbaarheid kom je ook niet bij die woningen — we hebben ik weet niet wat voor grote vraagstukken en we hebben tekorten van een vorig kabinet, die allemaal moeten worden opgelost.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Hoe hoog staat het op de prioriteitenlijst van D66 om op IenW met een financieel geloofwaardig pakket te komen zodat we niet over een paar jaar zeggen: het is jammer, maar we hebben te weinig uitgetrokken, want die andere onderwerpen waren net wat meer prioritair dan thuiskomen en de wegen?

De heer Van Asten (D66):

Het is een heldere vraag van de heer Grinwis. De heer Grinwis en ik kennen elkaar van de Haagse periode waarin ik wethouder Mobiliteit en Stedelijke Ontwikkeling was, met ook nog een heleboel mobiliteitsprojecten in die portefeuille. Ik zou de overstap van het ene naar het andere Den Haag niet maken als ik niet geloofde dat er met D66 juist hier, vanuit deze positie, precies op dit front goede stappen te maken zijn. Ik zei het in de vorige begrotingsbehandeling van VRO al: geen rails, geen woning. Dat blijft nog steeds mijn motto, of dat nou in die commissie is, of in deze commissie hier.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Daar ga ik de heer Van Asten en zijn fractie aan houden.

De voorzitter:

Waarvan akte. Dank u wel, meneer Van Asten. Dan is nu toch echt het woord aan de heer Huidekooper voor zijn maidenspeech. Ik wijs de leden erop dat we daarbij geen interrupties toestaan.

De heer Huidekooper (D66):

Hartelijk dank, voorzitter. Politiek gaat voor mij niet over systemen, normen of nota's. Politiek gaat voor mij in de kern over levenskwaliteit, over de vraag of mensen ervaren dat hun leven vooruitgaat of dat het vastloopt, of je snel en zonder gedoe bij vrienden en familie kunt komen, of de lucht die je inademt schoon is, of je kunt vertrouwen op water uit de kraan of de stroom uit het stopcontact, en vooral of wat we vandaag besluiten ook morgen nog standhoudt. Daar zit mijn drijfveer.

Voorzitter. We leven in een tijd waarin de wereld om ons heen ontzettend snel verandert. Te vaak wordt daar nog op gereageerd met kortetermijnoplossingen of het uitvergroten van tegenstellingen, alsof vooruitgang altijd betekent dat iemand anders moet inleveren. Ik weiger dat te geloven. Nederland is namelijk groot geworden door vooruit te denken, door te handelen voordat het urgent werd, door te bouwen aan kwaliteit van onze infrastructuur tot aan onze leefomgeving en door die niet te ruilen voor snelle winst. De grote kwesties van deze tijd vragen niet om een politiek van angst of stilstand. Ze vragen om het vertrouwen dat we dit kunnen, samen, met verstand en met lef. Ze vragen om te investeren in wat ons verbindt en verantwoordelijkheid te nemen voordat de rekening wordt doorgeschoven.

Voorzitter. Mensen proberen mij vaak te duiden: ben je die nuchtere tukker of die milieubewuste D66'er? Mijn antwoord is: allebei. Wie opgroeit in Twente, zoals ik, leert namelijk drie dingen. Eén. Je ruimt je eigen rommel op. Dat doe je niet omdat iemand dat zegt, maar gewoon omdat dat zo hoort. Twee. Goede verbindingen zijn geen luxe. Als je even moet trappen om ergens te komen, weet je dat je zonder bereikbaarheid nergens komt. Drie. Je gooit niets weg wat nog waarde heeft. Dat maakt je niet direct een wereldverbeteraar, maar dat is gewoon verstandig omgaan met wat je hebt. Precies die drie principes staan vandaag voor mij centraal. Ik zie namelijk dat ze in ons beleid te vaak worden losgelaten, met grote gevolgen voor onze economie, onze veiligheid en onze levenskwaliteit.

Ik begin met de verspilling van schaarse grondstoffen. Anno 2026 zijn grondstoffen veiligheid. In een tijd waarin het recht van de sterkste helaas terug is op het wereldtoneel, is circulariteit geen groene hobby meer. Het is een veiligheidsstrategie. Voor onze technologie, van windturbines en batterijen tot defensiemateriaal en chips, zijn we nu voor bijna 90% afhankelijk van China, als het gaat om kritieke grondstoffen en raffinage. Als die kraan plotseling dichtgaat, zoals ooit al gebeurde, staan fabrieken stil, vertragen energieprojecten en gaan de prijzen voor mensen thuis omhoog. We hebben bij het Russische gas gezien wat er gebeurt als je afhankelijk wordt van één machtsblok: we worden kwetsbaar en de rekening komt bij ons terecht.

Voorzitter. Helaas komt de dreiging niet alleen meer uit het oosten. We zien hoe president Trump aan de andere kant van de oceaan een agressieve grondstoffenpolitiek voert en handelstarieven inzet om toegang tot kritieke grondstoffen en materialen af te dwingen. Als we niet opnieuw de grip willen verliezen, moeten we onze waardeketens urgent gaan sluiten. Dat begint bij de bron: producten die goed repareerbaar zijn, ontworpen met hergebruik in gedachte en gemaakt van materialen die we uit onze eigen afvalberg terugwinnen. Daarmee kunnen we over onze eigen toekomst blijven beslissen en dat is in deze tijd allesbehalve een luxe, want wie controle heeft over grondstoffen, heeft invloed. Daarom zou de circulaire economie niet alleen moeten gaan om ecologie, maar ook om macht en weerbaarheid. Daarom mijn eerste vraag. Is de staatssecretaris bereid de doelstelling onder artikel 21 van de begroting te verbreden, zodat strategische autonomie naast planetaire grenzen een expliciet anker wordt van circulair beleid? Ik hoor graag zijn reactie.

Voorzitter. Ik besef dat "strategische autonomie" abstract klinkt, maar als je een tweedehands auto koopt of je laptop laat repareren, draag je er al aan bij. Juist daarom is het moeilijk te verteren dat de staatssecretaris de subsidie aan repaircafés schrapt. Dat zijn plekken in de buurt waar vrijwilligers je helpen om kapotte spullen te repareren in plaats van weg te gooien. Je leert dingen te herstellen. Dat scheelt geld en afval en het brengt mensen samen. Met een heel klein beetje steun houden we daar heel veel waarde mee in stand. Daarom heb ik een amendement ingediend dat precies dat regelt.

Voorzitter. Dat brengt mij bij mijn tweede punt, de balans tussen milieu en economie. Ik geloof dat een sterke economie en een gezonde leefomgeving geen tegenpolen zijn. Ze zijn elkaars voorwaarden. Het kan niet zo zijn dat drinkwater onbetaalbaar wordt omdat we eerst de gifstoffen van een ander eruit moeten filteren, of dat mensen geen eitje van hun eigen kip durven eten omdat ze bang zijn voor de pfas-vervuiling, waar nooit op is gehandhaafd. D66 staat voor vertrouwen in de miljoenen bedrijven die het wél goed doen, die innoveren, investeren en het geld verdienen waarmee we onderwijs, zorg en sociale zekerheid kunnen blijven betalen. Maar juist om dat vertrouwen te beschermen, moeten we streng en effectief optreden tegen rotte appels, want zonder handhaving is milieubeleid geen norm, maar een suggestie. Daar wringt het. Het toezicht- en handhavingsstelsel kraakt. Berenschot laat zien dat digitalisering enorme kansen biedt, maar in de praktijk te langzaam van de grond komt. Daarom is mijn vraag aan de staatssecretaris: welke concrete stappen zijn het afgelopen jaar gezet om digitalisering van toezicht te versnellen? Tegen welke concrete knelpunten loopt hij nu aan?

Dat brengt me bij mijn laatste punt, voorzitter. Nederland staat wereldwijd bekend om onze fietsinfrastructuur, onze openbaarvervoernetwerken en onze ruimtelijke ordening. Delegaties uit de hele wereld komen naar ons kleine kikkerlandje om te kijken hoe je bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid met elkaar verbindt. Dat is iets om trots op te zijn. Maar juist omdat we hier zo goed in zijn, mogen wij onze infrastructuur niet laten verslechteren. Dat dreigt te gebeuren. Wat D66 betreft hoeven mensen niet te kiezen tussen hun auto, die duur is voor het milieu, en de trein, die duur is voor hun portemonnee. De ambitie moet zijn dat het openbaar vervoer zo goed wordt dat het voor heel veel Nederlanders de logische reiskeuze wordt. Het afgelopen kabinet heeft daar, moet ik helaas constateren, niet helemaal de juiste afslag genomen. Er wordt nog steeds gestuurd op voertuigverliesuren. In de rekenmodellen die het ministerie gebruikt, wordt elke seconde winst voor de auto vertaald in euro's, terwijl de reiziger in de praktijk vaststaat. Maar geen mens denkt in voertuigverliesuren. Mensen denken in vragen als: kan ik op tijd op mijn werk komen, kan mijn kind zelfstandig naar school of kan ik zonder stress naar de dokter? Dát is bereikbaarheid. Daarom is mijn vraag: is de staatssecretaris bereid om de MIRT-rekenmodellen open te breken en de focus zwaarder te leggen op bereikbaarheid in plaats van asfalt en voertuigverliesuren?

Voorzitter, collega's, ik rond af. Als we weer politiek durven te bedrijven vanuit levenskwaliteit, vanuit verantwoordelijkheid voor wat we gebruiken en doorgeven, en vanuit het vertrouwen dat vooruitgang niet ten koste hoeft te gaan van elkaar, maken we Nederland echt sterker, eerlijker en toekomstvaster. Dat vraagt om andere keuzes, een lange adem en een bereikbaar en verbonden land. Nederland is namelijk te klein voor grote afstanden en te groot voor kleine ambities. Aan het werk!

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Huidekooper. Het is een genoegen om u als eerste te mogen feliciteren met het houden van uw maidenspeech. Ik verzoek u de felicitaties voor het rostrum in ontvangst te nemen. Ik schors de vergadering een enkel ogenblik.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de heer Peter de Groot voor zijn inbreng in de eerste termijn namens de fractie van de VVD.

De heer Peter de Groot (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de felicitaties doen aan de heer Huidekooper met zijn maidenspeech. Ik wens natuurlijk ook alvast de heren Schutz en Jumelet veel plezier zo meteen. Daar wil ik mee beginnen.

Voorzitter. Mobiliteit is voor de VVD geen luxe, maar een randvoorwaarde voor vrijheid en welvaart voor mensen die naar hun werk willen, voor ondernemers die willen groeien, voor gezinnen die hun leven willen inrichten zoals zij dat graag willen en voor een economie die draait op bereikbaarheid. Nederland is een open economie en een handelsland. Dat vraagt om infrastructuur die betrouwbaar is, die meegroeit met de vraag en die ruimte biedt om vrij te bewegen. Onze wegen, bruggen, spoorlijnen, vaarwegen en luchthavens vormen het fundament onder ons dagelijks leven, onder onze veiligheid en onder onze internationale concurrentiekracht. Daar mogen we best trots op zijn. Sterker nog, daar moeten we trots op zijn.

Maar die positie staat wel onder druk. De realiteit is namelijk dat de filedruk structureel toeneemt, steeds vaker ook buiten de spits. Dat kost mensen tijd en levert hun frustratie op. De toenemende filedruk schaadt de productiviteit van bedrijven en kost de samenleving veel geld. Tegelijkertijd zien we dat het onderhoud van onze infrastructuur achteropraakt. Bruggen, viaducten en sluizen worden intensiever gebruikt dan ooit, terwijl uitstel van onderhoud leidt tot hogere kosten, meer storingen en grotere veiligheidsrisico's. Mijn eerste vraag aan de minister is daarom de volgende. Erkent de minister dat uitstel van onderhoud niet alleen leidt tot hogere kosten, maar ook tot concrete veiligheidsrisico's en economische schade? Kan hij aangeven welke keuzes hij maakt om te voorkomen dat we steeds meer structureel achter de feiten aan lopen? Voor de VVD is de boodschap namelijk helder: we moeten op orde brengen wat we al hebben. Beheer en onderhoud is namelijk geen bijzaak, maar de basis.

Maar ook het uitbreiden van het wegennet blijft noodzakelijk bij fileknooppunten, maar ook zeker bij nieuwe woningbouw. Mensen moeten kunnen rijden: forenzen, ondernemers, maar ook mensen buiten de Randstad. Daar is de auto vaak geen keuze, maar een noodzaak. De VVD kiest daarom ook voor doorstroming en voor slimme benutting en het aanpakken van knelpunten, in een aanpak die mobiliteit niet duurder en ingewikkelder maakt.

Voorzitter. Verzorgingsplaatsen zijn een onmisbare schakel in ons mobiliteitsnetwerk. Dat zijn de plekken waar je tankt, waar je laadt en waar je ontspant, en voor logistiek Nederland, dus voor vrachtwagenchauffeurs, zijn het de plekken waar je overnacht. Cruciaal voor de inrichting zijn verkeersveiligheid, de doorstroming en comfort. Daarvoor is een integrale benadering hard nodig. Het mag niet uitmaken hoe je auto, bestelbus of vrachtwagen op dit moment wordt aangedreven, dus door benzine, diesel of elektriciteit; je moet hiervoor, inclusief een kop koffie of thee, gewoon welkom zijn onder één kap. Je zou bijna "onestopshopping" kunnen zeggen, zoals in vele andere landen. De huidige versnipperde regelgeving werkt dat echter tegen. Daarom heeft de VVD ook de motie-Heutink mede ingediend. Wij willen integrale voorzieningen onder één kap. Wij willen laden, tanken en basisvoorzieningen in samenhang aanbesteden. Dat is ook belangrijk voor die familiebedrijven die dat uitbaten. Het is namelijk logisch, efficiënt en toekomstgericht. Ik vraag daarom aan de minister of hij nog eens uiteen kan zetten waarom dat nu niet zo geregeld is.

Voorzitter. Ik kom bij het laatste punt van mijn bijdrage. Mijn collega, de heer Schutz, zal zo meteen op ov, spoor en milieu een bijdrage leveren, maar ik wil het graag nog hebben over luchtvaart.

De voorzitter:

Maar allereerst heeft u nog een interruptie van de heer Heutink.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Meneer De Groot refereerde net al even aan de aangenomen motie waar het ging over verzorgingsplaatsen. Dank daarvoor. Ik snap de vraag die hij aan het kabinet stelt ook. Er komt een wet. We weten nog niet precies wat de inkleuring daarvan gaat zijn, maar kan de VVD in ieder geval beloven, aan al die mensen die werken bij die pompstations, om alles op alles te gaan zetten, ook bij de formatie, om ervoor te zorgen dat die wet gewoon ten gunste komt van al die mkb'ers die nu moeten meedingen bij al die verschillende veilingen?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik kan daarop ja zeggen tegen de heer Heutink. Dat is onze inzet. Wij willen graag dat het onder één kap geregeld wordt. Ik zag vandaag toevallig zelfs in het nieuws dat laadstations die apart op de verzorgingsplaats laden aanbieden, nu ook een shop willen gaan aanbieden. Nou, ik zou bijna zeggen: het moet niet gekker worden. We hebben straks een shop bij een laadstation en dan 100 meter verderop een shop bij een fossiel tankstation met een fossiele pomp, terwijl we weten dat die shops nu al heel moeilijk uit te baten zijn. Het moet dus echt bij elkaar, en ik zal er namens de VVD op inzetten om dat onder die kap te realiseren.

De heer Stoffer (SGP):

Voordat de heer De Groot over luchtvaart begint, heb ik een vraag. Hij heeft al een paar behartigenswaardige dingen gezegd over het onderhoud van de infrastructuur en over het oog hebben voor een stukje nieuwe aanleg. We hebben gezien dat de bewindslieden van het afgelopen kabinet, dus deze bewindslieden maar ook de twee die het hiervoor hebben gedaan, bij de onderhandelingen te strak in het pak genaaid waren. Ik snap goed dat de heer De Groot hier niet kan zeggen … Ja, daarom. U maakt er zelf weleens opmerkingen over, staatssecretaris. De staatssecretaris maakt er zelf weleens opmerkingen over, voorzitter, dus ik dacht: dit kan wel.

De voorzitter:

Dit valt echt buiten de orde van de vergadering, maar ik stel voor dat de staatssecretaris hier donderdag mee begint!

De heer Stoffer (SGP):

Dat lijkt me een goede afspraak. Voorzitter, ik zal verdergaan met de inhoud. Het komt neer op het volgende. Onder het vorige kabinet, waar de VVD toch onderdeel van was, is infrastructuur toch een beetje het kind van de rekening geworden. Ik snap hoe dat allemaal gekomen is, maar mijn vraag is wel of de VVD zich in het kabinet dat straks met een akkoord komt, volop inzet om te zorgen dat we infra niet weer het kind van de rekening laten worden. Dat gaat namelijk veel verder dan alleen een weg die het misschien af en toe niet helemaal doet. Dit raakt ook onze economie echt in de haarvaten. Mijn vraag is dus of de inzet vanuit de VVD straks ook echt te zien is in dit akkoord. Zien we daarin het stempel van een echte inzet op onze infra, dus op onderhoud en hopelijk ook op een stukje nieuwe aanleg?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik begreep overigens van de staatssecretaris dat het een maatpak is. Dat zei hij buiten de microfoon, dus dan hebben we dat hier maar alvast gezegd. De rest komt donderdag wel, denk ik.

De heer Stoffer stelt eigenlijk de omgekeerde vraag van wat het belang ervan is: hoe kan het de economie schaden als we dat niet met elkaar zouden doen? Ik sluit me ook aan bij de woorden die de heer Van Asten sprak namens D66: we zitten met elkaar om de tafel en we doen op dit moment geen uitspraken over wat er aan de formatietafel gebeurt; dat gaat u allemaal wel zien. Maar ook in dit verhaal blijkt dat wij dat belangrijk vinden. Onderhoud is belangrijk, want anders stapelt zich dat alleen maar op, maar ook uitbreiding is belangrijk, niet alleen op het gebied van wegen, maar ook op het gebied van spoor. Dat is wat ik u op dit moment als antwoord kan geven. Wij doen ons best. De VVD ziet het belang daarvan heel erg. Daarmee wil ik afsluiten, voorzitter.

De heer Stoffer (SGP):

Dat doet me deugd. Collega Grinwis haalde het zojuist ook aan richting D66, dat wat dat betreft ook behartenswaardige woorden sprak. Ik snap de positie waarin de partijen nu zitten heel goed. Ik verwacht nu dus ook geen uitspraken over wat er moet gebeuren, maar ik denk dat het goed is dat we hier met elkaar dat belang benadrukken. Dat ligt namelijk breder dan de partijen die nu aan het onderhandelen zijn. We zien met meerdere partijen dat we hier echt iets mee moeten. Ik zou dus zeggen: met elkaar de schouders eronder. Ik hoop dat we straks, als we bij de volgende begroting van IenW zitten, niet hoeven te constateren dat dat pak nog steeds veel te strak zit, maar wellicht gaan we daar donderdag al iets over horen. Wat mij betreft is dit antwoord van de collega voldoende.

De voorzitter:

Wenst u daar nog op te reflecteren?

De heer Peter de Groot (VVD):

Nee. Een mooie, brede uiteenzetting, zou ik zeggen. Mooi dus.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Peter de Groot (VVD):

Dank, voorzitter. Ik was gebleven bij luchtvaart. De luchtvaart staat in Nederland op een kantelpunt. Andere Europese landen investeren in hun luchtvaartnetwerk en lage belastingen. In plaats van dat wij dat ook doen, stapelen wij beperkingen en heffingen. We moeten ons wel realiseren dat Schiphol een kostbare hub is, die in decennia is opgebouwd en niet vanzelfsprekend behouden blijft. De VVD staat achter de koers van de minister om een nieuw luchthavenverkeerbesluit te maken, waarin doelstellingen zijn opgenomen voor de reductie van geluid, minder vluchten, minder vluchten in de nacht en stiller vliegen in de nacht, want we moeten iets doen aan geluidsreductie. Daarmee wordt het dus stiller en schoner. Er is een mogelijkheid om deze verstilling in te zetten voor het sterk houden van het netwerk van Amsterdam.

Tegelijkertijd laten we kansen liggen bij regionale luchthavens, natuurlijk doordat Lelystad Airport nog niet open is, terwijl de regio dit heel graag wil, en doordat andere regionale luchthavens onder druk staan door concurrentie net over de grens in Duitsland en België, waar vliegen veel goedkoper is. Dat leidt — dat weten we — tot het weglekken van passagiers, banen en economische activiteit. Bovendien zijn regionale luchthavens juist broedplaatsen voor innovatie en verduurzaming. De VVD stelt daarom een gerichte concurrentiekorting voor via een amendement — dat heeft u ontvangen — om specifieke grensluchthavens te ondersteunen in hun levensvatbaarheid. Dan gaat het om Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport. Want dit versterkt hun positie, ondersteunt regionale werkgelegenheid en draagt bij aan een robuust en evenwichtig luchtvaartsysteem. Ik hoor overigens ook graag van de minister hoe het staat met de opvolging van mijn eerdere motie daarover.

Voorzitter. De keuze is duidelijk. De VVD kiest voor vrijheid van bewegen, voor economische kracht en voor verantwoordelijkheid, niet door weg te kijken of dingen uit te stellen, maar door te investeren, te onderhouden en keuzes te maken, want een land dat vastloopt, staat stil. Dat is voor de VVD geen optie.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer De Groot. Dan is het woord aan de heer Schutz voor zijn inbreng in eerste termijn van de Kamer. Het is zijn maidenspeech. Ik wijs er nogmaals op dat interrupties daarbij niet zijn toegestaan. Meneer Schutz, u heeft het woord, als u zover bent.

De heer Schutz (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Vandaag is voor mij de gelegenheid mij voor te stellen en te schetsen waarom deze portefeuille mij raakt. Mijn verkiezing voor de Tweede Kamer is iets waar ik enorm trots op en dankbaar voor ben. Het is een grote gebeurtenis, te vergelijken met andere bepalende momenten in een mensenleven: afstuderen, trouwen, de komst van je kinderen.

Voorgangers duiden vaak waar ze vandaan komen. Waar ik vandaan kom, is niet eenvoudig met één plaats te duiden. Is dat Antwerpen, waar ik in 1971 ben geboren? Of is dat de Bijlmermeer, waar ik in 1974 naartoe verhuisde met mijn vader en moeder, omdat mijn vader daar toen — toen ook — werk en een woning kon vinden? Of is dat Lelystad, waar we op advies van mijn longarts gingen wonen vanwege de schone lucht en waar ik opgroeide? Of is het Amsterdam, waar ik mijn rechtenstudie aan de VU afrondde, mijn eerste baan vond en mijn vrouw leerde kennen? Of is het Zeeland, waar wij ons vestigden, nadat we begin 2002 terugkeerden uit Chicago en opnieuw begonnen, en waar we inmiddels 25 jaar wonen?

Voorzitter. Ik kies voor Zeeland. Hoewel al die andere plekken mij dierbaar zijn, is Zeeland de plek waar ik mij nu thuis voel. Zoals oud-commissaris van de Koning Han Polman ooit zei: je hoeft er niet geboren te zijn om er vandaan te komen.

In Zeeland werd ik ook politiek actief, in de Provinciale Staten, met infrastructuur en openbaar vervoer in mijn portefeuille, vandaar mijn betrokkenheid bij IenW. Deze portefeuille kent grote opgaven. We werken onder andere aan waterkwaliteit, bodem, lucht en circulariteit, terwijl we een sterke economie en concurrerende industrie moeten behouden. Dat vraagt niet om een of-of-, maar om een en-enbenadering. Daarnaast liggen er grote onderhoudsopgaven voor onze spoor-, wegen- en vaarwegennetten. Rijkswaterstaat en ProRail spreken over circa 50 miljard euro in tien jaar. Ook vervoerders waarschuwen dat verder uitstel niet verantwoord is.

Voorzitter. Kan de minister aangeven hoe hij deze investeringsopgave beziet binnen de huidige begrotingsruimte? Tijdens het begrotingsonderzoek spraken we over efficiëntieslag, productieverhoging en bundeling. In welke mate verwacht de minister hiermee nog een additionele slag te kunnen slaan op het totaal?

Voorzitter. Tegen deze achtergrond maak ik vandaag graag twee punten en een opmerking op een ander vlak. Allereerst het belang van samenwerking. Deze opgave draagt de Rijksoverheid niet alleen. Infrastructuur houdt immers niet op bij bestuurlijke grenzen. Hoe ziet de minister de rolverdeling tussen Rijk, provincie, gemeente en waterschappen? Hoe wordt voorkomen dat plannen en investeringen langs elkaar heen lopen in dit tijdvlak?

Voorzitter. Een voorbeeld van hoe samenwerking kan werken, zie je in Zeeland. De provincie werkt aan Zeeland 2050, een langetermijnvisie die inzet op groei om leefbaarheid en voorzieningen te behouden. Dat vraagt niet alleen om meer woningen, maar juist ook om een robuuste infrastructuur om Zeeland en bestemmingen erbuiten bereikbaar te houden. De A58 zit al tegen de maximale capaciteit aan en verdere groei zal daar knellen. Tegelijkertijd raakt de Zeeuwse infrastructuur nationale belangen. Denk aan de haven van Vlissingen, onderdeel van North Sea Port, dat fungeert als host nation support, en Borssele, dat genoemd is als voorkeurslocatie voor nieuwe kerncentrales. Dat zal tot aanvullende en substantiële infrabehoeften en -opgaven leiden.

Zeeland pakt die opgaven graag samen op met het Rijk, bijvoorbeeld door samen de Midden-Zeelandroute te ontwikkelen, waarvan beide deeltrajectbeheerders zijn, tot een tweede hoofdontsluiting naast de A58. Samen kom je daarin verder. Is de minister bereid regionale toekomstvisies zoals Zeeland 2050, maar ook van andere provincies, expliciet te betrekken bij MIRT-besluiten, juist waar regionale opgaven ook nationale belangen hebben?

Voorzitter. Ook elders zien we dat samenwerking tot betere oplossingen kan leiden. Naast de grote bekende projecten, zoals de hsl, de Noord/Zuidlijn, de Schipholtunnel en de Lelylijn, kan dit ook voor minder omvangrijke projecten. Ik wil toch nog een keer Haarlem aanstippen. In Haarlem wil de gemeente financieel bijdragen om de kapitaalvernietiging van belastinggeld bij een spoorwegknooppunt te voorkomen, waar door budgetgebrek eerst renovatie en pas later uitbreiding zal plaatsvinden, met hogere kosten tot gevolg. Als VVD snappen we dat we niet meer uit kunnen geven dan we beschikbaar hebben, maar de renovatie-investering er straks weer uithalen is eigenlijk zonde. Doe dingen samen.

In Groningen laat de Gerrit Krolbrug zien wat er op het spel kan staan. Na een aanvaring door een schip in 2021 raakte de brug zo zwaar beschadigd dat die vervangen moet worden, precies op die plek waar nu een tijdelijke brug ligt. De 20.000 fietsers en voetgangers die per dag passeren, moeten de komende drie jaar omfietsen, nu er geen andere tijdelijke brugvoorziening lijkt te komen. Over de lengte van de omrijroutes en de impact is men het nog niet helemaal eens. Van de partijen die de petitie kwamen aanbieden en van het ministerie horen we verschillende dingen over de impact. Welke oplossingen zouden het Rijk en de gemeente samen alsnog kunnen vinden? Deze langdurige belemmering leidt voor Groningen tot ingrijpende keuzes met langdurig effect.

Zo zullen er in het land nog vele andere situaties zijn. Samenwerking is niet dé oplossing voor alle problemen, maar het brengt oplossingen wel eerder dichterbij; dat is mijn pleidooi. Daarvan moeten we wat mij betreft met overheden, gelet op de omvang van infra-uitdagingen die we voorgespiegeld krijgen, meer bewust zijn en we moeten samen eerder de mogelijkheid van samenwerking verkennen. Is de minister bereid om maatschappelijke hinder zwaarder mee te wegen bij projectbesluiten en om meer samen met provincies, gemeenten en andere partijen actief te zoeken naar alternatieve oplossingen?

Daarmee kom ik bij mijn tweede punt: de hinderimpact van infrawerkzaamheden en de manier waarop die wordt meegewogen. Werken aan infrastructuur brengt onvermijdelijk hinder met zich mee — dat begrijpt iedereen — maar bij een groeiende onderhoudsopgave wordt die hinder wel steeds structureler, op de weg, op het spoor en op de vaarwegen.

Uit mijn eigen werkervaring, tot voor kort in de watersport- en recreatiesector, weet ik hoe dit in de praktijk uitwerkt. Werkzaamheden worden vaak gepland in hoogseizoenen of in vakantieperioden, met grote financiële gevolgen voor watersportondernemers. Hoewel er op uitvoerend niveau regelmatig begrip was voor dit punt, ontbrak het te vaak aan integrale afwegingen. Het gevolg was dat wegen en vaarwegen binnen één traject soms opeenvolgend werden gestremd, en dat dezelfde regio's en sectoren telkens opnieuw werden geraakt. Met een toenemende onderhoudsopgave volstaat een incidentele hinderaanpak daarom niet. Dat vraagt om structureel hindermanagement. Graag hoor ik de visie van de minister daarover.

Dan mijn slotpunt. We werken toe naar een volledig circulaire economie in 2050. Daarvoor zetten we nu stappen. Naar voorbeeld van de Plastic Tafel kan de Metaal Tafel een belangrijke bijdrage leveren aan de circulaire economie. Ik hoor dat er vanuit de bewindspersonen medewerking is toegezegd. Klopt dat? Als dat zo is, is het wat mijn fractie betreft nu zaak om tempo te maken. Kan de staatssecretaris aangeven wanneer de Metaal Tafel daadwerkelijk van start gaat?

Dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Schutz. Ik wil u heel graag van harte feliciteren met uw mooie maidenspeech, en u verzoeken om voor het rostrum te gaan staan om de felicitaties in ontvangst te nemen. De vergadering is voor een kort ogenblik geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de heer De Hoop voor zijn inbreng in de eerste termijn namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. Hoe kwetsbaar onze infrastructuur en hoe belangrijk onze bereikbaarheid zijn, hebben we afgelopen maand nog heel erg goed kunnen zien met het koude weer. Als de trein niet rijdt, hoe kom je dan op je werk? Op het moment dat je een dag niet over de weg kunt, hoe kun je dan meedoen? Dat laat voor mij zien hoe belangrijk onze bereikbaarheid is. Dan vind ik het heel erg pijnlijk dat juist dit kabinet die bereikbaarheid eigenlijk toch wel verwaarloosd heeft. Een partij als de VVD zegt altijd dat infrastructuur ontzettend belangrijk is, maar heeft veel te weinig uitgetrokken voor onderhoud en nieuwe aanleg. Een partij als de BBB zegt elke keer hoeveel geld er naar de regio's zou moeten gaan, maar bezuinigt zelf kei-, kei-, keihard op het regionale openbaar vervoer, en ook op het openbaar vervoer in de grote steden.

We hebben daar de afgelopen jaren echt de consequenties van ondervonden. We zagen weer een forse tariefstijging bij de NS. We zagen bezuinigingen in de grote steden. De BDU-gelden werden, eerst dankzij een motie uit deze Kamer maar daarna ook door de inzet van deze staatssecretaris, gelukkig teruggedraaid. We zagen ook bezuinigingen in de provincies en op het studenten-ov. Gelukkig heeft de Kamer ook die bezuinigingen teruggedraaid, met een amendement van de heer Grinwis, waar GroenLinks-Partij van de Arbeid natuurlijk vóór was.

Ondanks de matige inzet voor infrastructuur van het vorige kabinet heeft de Kamer dus gelukkig nog een aantal dingen kunnen keren, maar dat hebben we veel te weinig kunnen doen. Ik hoop echt dat een volgend kabinet daar belangrijke keuzes in maakt. Ik ben er ook blij mee dat het parlement, de Tweede en Eerste Kamer, de afgelopen periode het wetsvoorstel dat ik samen met collega Olger van Dijk heb ingediend, heeft aangenomen om de inbesteding van provinciaal openbaar vervoer mogelijk te maken. Elke week zien we weer berichten dat het misgaat als concessies overgaan, nu weer in Utrecht, waar dat tot grote problemen leidt, maar we hebben het ook in Zuid-Holland en Friesland gezien. Reizigers hebben recht op een betrouwbaar en bereikbaar openbaar vervoer.

Voorzitter. Ik zou ook iets over de luchtvaart willen zeggen, waar mijn collega Suzanne Kröger zich voor inzet namens onze fractie. Lelystad Airport is wat onze fractie betreft een symbool dat laat zien welke keuze een volgend kabinet maakt. Kies je voor milieu en gezondheid, of ga je nog een nieuwe luchthaven openen? Kies je bij Schiphol voor de krimp die nodig is om te voldoen aan de rechten van omwonenden, of ga je weer groeien?

Het was nota bene minister Mark Harbers van de VVD die heel duidelijk liet zien dat het echt nodig is om de luchtvaart in Nederland deels te laten krimpen. Ook hebben we nieuwe infrastructuur nodig. Bij het MIRT-debat van volgende week gaan we daar natuurlijk uitgebreider over spreken, maar ik zou wat betreft openbaar vervoer toch drie treinlijnen expliciet willen noemen. D66 benoemde terecht dat er nu meer geld uitgetrokken wordt voor de Merwedelijn. Die moet zo snel mogelijk aangelegd worden, want die biedt zo veel kansen, ook voor woningbouw in Utrecht. In de hele Kamer is daar breed op ingezet. Ik moet daarbij de heer De Groot noemen, die daar vanuit de VVD-fractie ook altijd op wijst.

Daarnaast wil ik de Lelylijn noemen. Dit kabinet heeft daar ontzettend veel geld bij weggehaald. Ik vind nog steeds dat wij een verplichting hebben richting Noord-Nederland om ervoor te zorgen dat de Lelylijn wordt aangelegd. Ook in Amsterdam zien we met het Zuidasdok en de IJmeerverbinding dat er ontzettend veel nodig is. Ik zou dit kabinet dus echt willen vragen om voor de OV-infrastructuur te kiezen en af te stappen van de asfaltfetisj die we de afgelopen jaren hebben gezien.

Voor mij is het grote symbool daarvan echt Amelisweerd. Het kost ontzettend veel geld. Ik kijk echt naar het CDA en D66. Ook in deze campagne is er vanuit die kant gezegd dat het ontzettend onverstandig is om de bomen in Amelisweerd te kappen. Het kost heel veel geld. Er is een alternatief in de regio. Ga die bomen niet kappen. Zorg ervoor dat Amelisweerd niet wordt geasfalteerd.

Dank, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer De Hoop. Dan is het woord aan mevrouw Zalinyan voor haar inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid in de eerste termijn.

Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. Deze begroting zou in de kern moeten gaan om de gezondheid van mensen en van onze leefomgeving, de lucht die we inademen, het water dat wij gebruiken en de bodem waarop we wonen. Als inwoner van de gemeente Haarlemmermeer, onder de rook van Schiphol, en als wethouder van Heemskerk zag ik de directe impact die industrie en drukke snelwegen hebben en de zorgen die mensen hebben over hun gezondheid. Op veel plekken in Nederland staat de leefomgeving zichtbaar onder druk. De ruimtelijke keuzes die we moeten maken, zijn direct verbonden met gezondheid, vervuiling, geluidsoverlast en luchtkwaliteit. In recente rapporten van het RIVM lezen we dat inwoners van plekken rondom zware industrie structureel ongezonder zijn. Dat onderstreept dat milieubeleid en gezondheidsbeleid niet los van elkaar kunnen staan. Tegelijkertijd zien we dat vergunningverlening en de normen afhankelijk zijn van de juridische toelaatbaarheid, in plaats van wat medisch verantwoord is, als er al een normstelling is voor schadelijke stoffen. Dat hebben we ook gezien bij de vergunningverlening in Weert. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: hoe wordt het voorzorgsbeginsel toegepast wanneer gezondheidseffecten negatief zijn, maar er geen normstelling is voor schadelijke stoffen? Hoe staat het met de uitvoering van de aangenomen motie uit 2023 van mijn fractiegenoot De Hoop over het voorzorgsprincipe?

Dat brengt mij bij het functioneren van het VTH-stelsel. Uit verschillende evaluaties blijkt dat toezicht en handhaving onder druk staan. Dat heeft directe gevolgen voor de bescherming van onze gezondheid en leefomgeving. Wil de staatssecretaris hierop reflecteren?

Die gevolgen zien we scherp terug bij pfas. Ondanks dat het RIVM herhaaldelijk heeft gewezen op risico's blijven vergunningen voor lozingen verleend worden. Hoe kijkt de staatssecretaris naar deze kloof tussen wetenschappelijke inzichten en vergunningverlening? Hoe staat het met de uitwerking van het pfas-lozingsverbod, zoals toegezegd door minister Tieman in de commissievergadering Water van september 2025? Weert zou in die uitwerking als casus worden meegenomen.

Een vergelijkbaar en zeer concreet dossier betreft de staalslakken van Tata Steel. In onderzoeken is gewezen op mogelijke milieueffecten. Tegelijkertijd liggen er nog steeds ontzettend grote hoeveelheden restmateriaal in de leefomgeving, zoals we ook zien bij Spijk. Er is op dit moment geen duidelijk perspectief. Wat is op dit moment de risico-inschatting? Wat is het concrete plan voor sanering en veilige afvoer van deze staalslakken? Hoe gaat de samenwerking tussen de verschillende overheidslagen zorgen voor een oplossing voor de situatie in Spijk? Hoe gaan we dit in de toekomst voorkomen?

Deze dossiers hangen nauw samen met de manier waarop wij omgaan met grondstoffen. Nederland is in hoge mate afhankelijk van geïmporteerde grondstoffen, terwijl tegelijkertijd veel materialen hun waarde verliezen in afval en reststromen. Dat maakt ons kwetsbaar, zowel economisch als ecologisch. Het Planbureau voor de Leefomgeving laat in recente analyses zien dat de circulaire economie grote kansen biedt om deze afhankelijkheid te verminderen, maar dat de transitie zonder concreet en consistent beleid niet van de grond komt. Er is veel kennis en innovatie, maar circulaire bedrijven en start-ups lopen vast door onzekerheid, lineaire regelgeving en een gebrek aan investeringszekerheid. Welke concrete maatregelen neemt de staatssecretaris om circulaire grondstoffenketens te versterken? Hoe zorgt hij ervoor dat circulaire toepassingen in bouw en infrastructuur daadwerkelijk de norm worden, in plaats van de uitzondering?

Tot slot noem ik ruimtelijke adaptatie. In de nationale adaptatiestrategie en het Deltaprogramma wordt gewezen op de gevolgen van klimaatverandering voor gezondheid, zoals hittestress, wateroverlast en droogte. Toch zien we dat deze inzichten nog onvoldoende doorwerken in ruimtelijke keuzes en infrastructuurprojecten. Water en bodem moeten weer sturend zijn in. Mijn vraag aan de minister is hoe hij borgt dat de kennis uit onder andere de RIVM-analyse en het Deltaprogramma structureel vertaald wordt naar uitvoering. GroenLinks-PvdA wil dat gezondheid altijd vooropstaat en dat milieuruimte wordt ingezet voor de grootste maatschappelijke baten. Het is absurd dat er normen bestaan die onze gezondheid onvoldoende beschermen en dat we soms geen normen hebben, terwijl we weten dat bepaalde stoffen schadelijk zijn. En als we het wel weten, kunnen we niet altijd handhaven. Dat moet echt anders.

Gezondheid beschermen betekent sterke en goed toegeruste omgevingsdiensten, betere samenwerking tussen overheidslagen en duidelijke preventieve normen. Tegelijkertijd moeten we de circulaire economie opschalen, materialen langer gebruiken, grondstoffenketens sluiten en investeren in zekerheid, zodat circulaire start-ups en bedrijven kunnen opschalen. Bij ruimtelijke adaptatie moeten keuzes over waterveiligheid, hitte, luchtkwaliteit en leefomgeving consequent worden meegenomen, met heldere monitoring en verantwoording. Alle keuzes die we vandaag maken, hebben directe impact op de toekomst van onze gezondheid, op onze leefomgeving en op de veerkracht van onze samenleving. GroenLinks-PvdA wil dat die impact positief is.

Dank, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Zalinyan. Dan is het woord aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng in eerste termijn namens de BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Of ik er zin in heb, wordt mij gevraagd vanuit vak K. Ik heb altijd zin in debatten, en zeker in dit debat.

De voorzitter:

Ga uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ja, dank u wel, voorzitter. Altijd leuk zo'n gesprekje van tevoren. De aanwezigen zitten de ministers zo een beetje in de papieren te kijken, maar even socializen is ook leuk.

De voorzitter:

Wat belangstelling vooraf.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Zeker. Dat wordt zeer gewaardeerd.

Voorzitter. Vandaag spreken we over de ruggengraat van Nederland, want infrastructuur is zo veel meer dan alleen maar lijntjes op de kaarten. Het gaat erom of mensen op tijd op hun werk kunnen komen, of ondernemers spullen kunnen leveren, of mensen hun familie kunnen bezoeken en of scholieren en studenten hun school kunnen bereiken. Voor BBB begint beleid niet in Den Haag maar in de regio, in dorpen, wijken, woonkernen, op bedrijventerrein en zeker ook in de grensgebieden, want juist daar merken mensen als eerste of beleid werkt of niet. Onderhoud en vervanging van infrastructuur zijn noodzakelijk. Onze infrastructuur veroudert sneller dan we kunnen bijhouden, mede door de toename van het verkeer in de afgelopen decennia. Dat leidt niet alleen tot potentieel gevaarlijke situaties, maar ook tot grote frustratie bij gebruikers. We zullen steeds vaker te maken krijgen met afgesloten tunnels, bruggen en wegen. Dan is het maar de vraag of er een alternatief is. Achterstallig onderhoud en verminderde bereikbaarheid zijn bovendien schadelijk voor onze economie.

Nederland en onze regio's draaien op goede bereikbaarheid. Juist de regionale infrastructuur heeft onderhoud hard nodig. Toch is onderhoud in de politiek vaak geen aantrekkelijk onderwerp. Als er geld verdeeld moet worden, staat het zelden bovenaan, omdat de effecten niet direct zichtbaar zijn en je er niet snel mee scoort. Dat zagen we ook bij de onderhandelingen over de Voorjaarsnota: niemand, behalve de BBB, had infrastructuur echt in het vizier. BBB regelde 1,9 miljard euro voor de aanleg van de Nedersaksenlijn. Daarnaast regelde BBB honderden miljoenen voor de aanpak van de N36 in Overijssel, voor de flessenhals Meppel-Zwolle en voor de verbreding van de sluis bij Kornwerderzand. Dat zijn projecten die al járen op de plank lagen. Dankzij BBB is er daadwerkelijk geïnvesteerd in de bereikbaarheid van de regio. Waren wij niet in de coalitie geweest, dan had dit geld daar waarschijnlijk nog jaren gelegen.

Ik zie een interruptie.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Ik heb wel een hele andere interpretatie van de werkelijkheid dan mevrouw Van der Plas. Ik heb weleens gedacht in de afgelopen periode dat een van de "B's" van BBB voor "Bezuinigen" stond. Als je kijkt hoe het in de afgelopen periode met het openbaar vervoer is gegaan, heeft de BBB daar namelijk behoorlijk hard op bezuinigd. Ik zou daar graag een reflectie van mevrouw Van der Plas op willen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Als je in een coalitie zit — dat zeg ik via de voorzitter tegen de heer De Hoop — dan heb je gesprekken met vier partijen. Mogelijk gaat dat ook voor GroenLinks-PvdA ooit nog een keer gebeuren. De PvdA-mensen van de oude garde weten ook hoe dat werkt. In die gesprekken worden allemaal keuzes gemaakt. Als BBB 150 zetels zou hebben, dan zouden wij een heleboel keuzes maken die niet direct deze keuzes waren. Zo gaat dat in een onderhandeling. Ik geef niemand de schuld. Ik zeg niet: die heeft dit gedaan en die heeft dat gedaan. Wij hebben in de Voorjaarsnota juist de keuze gemaakt om ook nog substantieel veel geld te reserveren voor regionale projecten die al jarenlang op de plank lagen. Een deel van de bezuinigingen op het ov is inmiddels al teruggedraaid. Het gaat dan om die 110 miljoen voor de grote steden. Dat heeft het kabinet in september besloten. Dus ja, zijn dat dan keiharde bezuinigingen op het ov? Wij vinden bereikbaarheid heel erg belangrijk. Ik heb inmiddels begrepen dat de situatie van de bereikbaarheid in Drenthe en Groningen ondanks bezuinigingen licht gaat verbeteren. Dat staat in het ov-plan van de Provinciale Staten. Ik ben het er dus niet mee eens dat de tweede "B" voor "Bezuinigen" staat. Wij hebben juist heel veel geld weten te investeren in de regionale bereikbaarheid.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Mevrouw Van der Plas had het over de 1,9 miljard voor de Nedersaksenlijn. Mevrouw Van der Plas weet ook waar dat van betaald is, namelijk het …

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ja. Ja, zeker.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Ik zou graag zelf spreken in mijn interruptie.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

O, sorry.

De voorzitter:

De heer De Hoop heeft het woord.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Dat is natuurlijk betaald door het geld dat in het Lelylijnpotje zat. Daar zat 3,4 miljard in. Er is nu minder dan een miljard over. Er is 1,9 miljard naar de Nedersaksenlijn gegaan. Dat betekent dat er minder geld voor het ov was. Het was wel het akkoord waar u voor tekende, dat 110 miljoen in de grote steden bezuinigde. Het was het akkoord waar u voor tekende, dat 225 miljoen bezuinigde op het regionale openbaar vervoer. Mevrouw Van der Plas kan dan toch niet ontkennen dat het openbaar vervoer er de afgelopen periode op achteruit is gegaan, onder andere ook met een minister van IenW van de BBB?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Wat betreft de Lelylijn kan ik de heer De Hoop het volgende vertellen: tijdens de onderhandelingen over de Voorjaarsnota was de BBB de enige partij die nog geld in de pot hield voor de Lelylijn. Wij hadden toen ook nog ander geld kunnen regelen voor bijvoorbeeld regionale voorzieningen. Wij zeiden juist dat er wel geld in de pot moet blijven voor de Lelylijn, omdat die anders helemaal weg is straks. Dan is er helemaal niks meer. Daarnaast waren er vijf grote projecten: de Lelylijn, de Nedersaksenlijn, de flessenhals Meppel-Zwolle, de aanpak van de N36 en de Kornwerderzandsluis. Je kunt ervoor kiezen om helemaal niks te doen met het geld dat we nu bij de Lelylijn weggehaald hebben. Dat betekent dat vijf projecten stilliggen, want de Lelylijn zal de komende jaren niet worden aangelegd. De kosten van de Lelylijn staan nu op 13,8 miljard. Er was oorspronkelijk 3,4 miljard voor nodig, maar nu is dat 13,8 miljard. De kosten kunnen zelfs oplopen tot 18 miljard. Als wij deze keuze niet hadden gemaakt, dan had dat betekend dat er nog steeds vijf projecten op de plank lagen. Wij hebben vier projecten van de plank gehaald. Wij hebben bovendien nog ongeveer 600 miljoen bewaard voor de Lelylijn, want als de pot leeg is, dan is die weg. Dan is er niks meer.

Dat is de keuze die wij hebben gemaakt. Hadden wij die niet gemaakt, dan hadden vijf projecten nog jarenlang op de plank gelegen en was er voor de regio's van de Nedersaksenlijn, voor Overijssel en voor de regio rond de Kornwerderzandsluis niets gebeurd.

De voorzitter:

Ja, u heeft ze genoemd.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dat is dus de keuze die we hebben gemaakt.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Dat is een keuze waar ze in Friesland en Groningen nog steeds heel erg boos over zijn en heel erg veel last van hebben. Dat gezegd hebbende is er nog iets wat ik mevrouw Van der Plas voor zou willen houden. Mevrouw Van der Plas levert net als de minister van Infrastructuur ook de minister van Woningbouw. Die ministers hebben een potje met geld, namelijk het geld voor de woningbouwmobiliteit. Daar gaan ook miljarden naartoe. Van dat geld gaat minder dan 1% naar Friesland, Groningen en Drenthe bij elkaar. Zelfs als je Zeeland erbij optelt, kom je nog niet aan 2%. Is mevrouw Van der Plas het met mij eens dat een verdeling van het geld op deze manier zorgt voor onrechtvaardigheid en dat het de leefbaarheid in de provincies juist achter doet blijven? Zou dat de komende periode niet anders moeten?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Alle goede voorstellen die daarvoor komen, ga ik serieus bekijken. Ik zou het liefst willen dat er in elke stad of elk dorp een trein aankomt of een bus rijdt. Natuurlijk, dat is wat ik het allerliefste zou willen. Ik ben dus heel benieuwd. Als de heer De Hoop met voorstellen voor die verdeling komt, dan ga ik daar zeker serieus naar kijken.

De heer Van Asten (D66):

Ik sloeg even aan op het ov en de bezuiniging van 10% op de BDU-middelen door dit kabinet, aan de basis waarvan ook mevrouw Van der Plas heeft gestaan. Nu hoor ik mevrouw Van der Plas zeggen: we hebben het toch maar weer mooi gefikst om die bezuiniging van tafel te halen. Ik hoop dat mevrouw Van der Plas dan ook aangeeft: het was een hele grote fout om dit te doen. Als voormalig wethouder in deze regio weet ik wat voor ongelofelijke gevolgen het zou hebben gehad als die 10% echt werd bezuinigd. Maar we zijn er natuurlijk nog lang niet. Het is nu eigenlijk voor één jaar gedekt. Het jaar erop neemt het Rijk een derde voor zijn rekening, maar de vervoerregio zelf ook. Dat is geld dat dus niet naar verkeersveiligheid of de aanleg van weginfrastructuur kan gaan.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Van Asten (D66):

Een derde wordt alsnog betaald door alle reizigers, dus ook door alle mensen die dit nauwelijks kunnen gaan betalen. Dan kunnen we toch niet zeggen dat het hier gaat om een bezuiniging die nu van tafel is geveegd? Laat ik het positief formuleren: wat gaat mevrouw Van der Plas voorstellen om daar iets aan te doen?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik zie goede voorstellen tegemoet. Ik ga eerst afwachten waar het nieuwe kabinet mee komt. Daar ben ik benieuwd naar. Op basis van wat het nieuwe kabinet gaat doen als we straks een coalitieakkoord hebben, zullen wij voorstellen doen. Op dit moment en in de korte tijd die we hier nog hebben, heeft het weinig zin om met concrete voorstellen te komen. Dat gaan wij doen bij het nieuwe kabinet. Ik kijk er heel erg naar uit waar dat mee komt.

De heer Van Asten (D66):

Ik ben in ieder geval erg blij dat er nu wordt geconstateerd dat die bezuiniging nog steeds niet van tafel is, maar dat mevrouw Van der Plas er zeer welwillend in staat om te zorgen dat het ov ook in de grote steden overeind blijft.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Maar mevrouw Van der Plas kan in de tussentijd wél wat doen. Er ligt namelijk al een voorstel, een amendement van mijn hand om aan deze begroting in de jaren 2026 en 2027 twee keer 224 miljoen toe te voegen om de provincies en de vervoersregio's te compenseren voor het geld dat ze zijn kwijtgeraakt met het studentenreisproduct. Mevrouw Van der Plas kent dit verhaal. Dat houdt in dat er in provincies als Friesland, Drenthe en Groningen echt een enorme kaalslag voor het ov dreigt. Dat kunnen we dus voor dit jaar en volgend jaar compenseren.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik weet dat mevrouw Van der Plas niet blij was met de dekking die we hebben georganiseerd bij het Belastingplan, maar die is toch aangenomen. Mag ik erop rekenen, nu die dekking klaarligt om ingekopt te worden, dat mevrouw Van der Plas wél voor het amendement stemt om het ov in de provincie wat te stutten?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Wij kijken naar alle amendementen en moties heel serieus. Dat weet de heer Grinwis ook en dat zou ook zijn antwoord zijn als ik hem een vraag zou stellen over een motie of een amendement. Dat zeg ik niet om het af te doen; we kijken er echt serieus naar. Natuurlijk kijken we ook naar dekking. De dekking, waar het geld vandaan gehaald wordt, moet in lijn lopen met wat er in het amendement staat. Wij gaan daar zeker serieus naar kijken, maar ik doe in het debat zelf nooit uitspraken over of wij voor of tegen een amendement of een motie zullen stemmen. Dat doen we bij de stemming.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Nou, dat zie ik vol belangstelling tegemoet. Ik weet echter dat mevrouw Van der Plas niet blij was met deze dekking. Die houdt namelijk in dat de automobilist voor het ov in de regio betaalt. We hebben die dekking als Kamer nu eenmaal aangenomen, dus je zou van de nood een deugd kunnen maken door de provincies die geld voor het ov zijn kwijtgeraakt, dat geld de komende jaren wél weer te gunnen. Ik nodig mevrouw Van der Plas dus van harte uit om bij de stemming over haar hart te strijken en te denken: oké, we zijn niet blij met de dekking, maar die is nou eenmaal geregeld, dus dan gaan we maar voor de aanwending, namelijk een beter ov in de regio.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

De heer Grinwis weet dat ik er niet voor ben dat de automobilist hier constant gepakt wordt. De automobilist is gewoon de melkkoe: "Haal het maar bij de automobilist vandaan. Verhoog de benzineaccijnzen maar. Zorg maar dat zij meer gaan betalen." Wij weten echter dat het grootste deel van Nederland gewoon afhankelijk is van autovervoer. Als we het hebben over het betaalbaar houden van bereikbaarheid voor de burgers, dan staat de betaalbaarheid voor de automobilist bij ons natuurlijk hoog in het vaandel. Het is namelijk heel makkelijk om hier constant de automobilist te pakken en te zeggen dat die het anders moet doen. De aanwending, datgene wat de heer Grinwis wil doen met het amendement, is natuurlijk hartstikke sympathiek, maar het zijn altijd afwegingen.

De voorzitter:

U vervolgt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel. Eens even kijken. Ik was gebleven bij de fantastische projecten waar wij meer dan 2 miljard voor hebben geregeld waardoor de bereikbaarheid in de regio echt wordt verbeterd. Ik wil van de minister graag een update over deze projecten hebben. Ik heb het over de Nedersaksenlijn, de aanpak van de N36, de flessenhals Meppel-Zwolle en de verbreding van de sluis bij Kornwerderzand. Ik wil ook graag een statusupdate over de N50 bij Kampen.

Voorzitter. De oproep aan de formerende partijen is om onderhoud aan onze infrastructuur en investeren in bereikbaarheid serieus te nemen. Je scoort daar politiek gezien misschien niet direct mee, maar verder uitstel leidt tot grote problemen. Bereikbaarheid is geen luxe, maar een basisvoorziening. In dat licht moeten we dus ook kijken naar de Lelylijn. Flevoland krijgt een steeds belangrijkere rol voor Defensie en daarmee voor onze veiligheid. Goede logistieke verbindingen zijn dus geen beleidskeuze, maar een noodzaak. Voor BBB blijft de Lelylijn daarom belangrijk, zoals ik net ook al zei, maar we moeten ook realistisch zijn. Het geld om het volledige traject in één keer aan te leggen, is er gewoon niet. Maar de lijn is ook te belangrijk om alleen in woorden te blijven bestaan. BBB stelt daarom voor om de Lelylijn gefaseerd aan te leggen en te beginnen met het traject Groningen-Drachten. Dat is overzichtelijk en zou met elkaar toch haalbaar moeten zijn. Is de minister het met BBB eens dat een gefaseerde aanleg een realistische manier is om de Lelylijn van de grond te krijgen, en is de minister bereid om serieus werk te maken van een start met het traject Groningen-Drachten?

Voorzitter. Voor heel veel mensen in de regio is de auto geen keuze, maar noodzaak. Er is geen metro om de hoek en er is vaak geen volwaardig openbaar vervoer. Door het verdwijnen van regionale voorzieningen moeten mensen bovendien steeds verder reizen voor basale zaken. De voorgenomen verhoging van de benzineaccijnzen raakt juist deze mensen. Dat is geen verduurzaming, maar het via de portemonnee afbreken van de bereikbaarheid. BBB vindt dat onacceptabel. Wie wil dat mensen mobiel blijven, zeker in de regio, kan niet blijven stapelen met lasten zonder alternatieven te bieden. Daarom roepen wij het kabinet en de formerende partijen op om de benzineaccijnzen niet verder te verhogen en de bevriezing structureel te maken. Mobiliteit is geen luxe, maar een basisvoorwaarde om mee te kunnen doen in de samenleving.

Voorzitter … O, ik stop even.

De heer Van Asten (D66):

Ik hoor mevrouw Van der Plas nu aangeven: buslijnen zijn verdwenen uit de gemeentes, dus we moeten de auto extra geld geven, want dat hebben ze nodig. Was het dan niet een goed idee geweest om te investeren in de bestaande buslijnen die er waren, in plaats van in een kabinet een probleem te creëren en vervolgens dit probleem via deze weg weer proberen op te lossen?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Nou, er zijn wel meer kabinetten geweest, waaronder het kabinet van uw eigen partij. Uw partij heeft jarenlang in een kabinet gezeten. Welke problemen er eventueel ook zijn, die zijn natuurlijk niet in de afgelopen anderhalf, twee jaar ontstaan. Ik heb uw vraag zonet gehoord. Ik heb ook gezegd dat ik serieus kijk naar goede voorstellen. Dat zeg ik hier ook.

De heer Van Asten (D66):

Nu gebeuren er eigenlijk twee dingen. Nu wordt er aangegeven: we kijken naar goede voorstellen. Dat waardeer ik natuurlijk heel erg. Maar we hebben eerst te maken gehad met "we hebben in het afgelopen kabinet en coalitie eigenlijk alle keuzes gemaakt die ervoor gezorgd hebben dat we extra hebben bezuinigd op openbaar vervoer en geen extra middelen hebben vrijgemaakt voor onderhoud". Als je dan nu zegt "we staan open voor goede voorstellen", dan is dat toch in tegenspraak met elkaar?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Zo werkt dat in een kabinet. Zo werkt dat gewoon. Je maakt gewoon keuzes met elkaar. U gaat dat zelf ook meemaken. Nogmaals, ik ben ook heel benieuwd waar dit nieuwe minderheidskabinet zo meteen mee komt en hoe dat de investeringen ziet. Dat is geen excuus; zo werkt dat in een kabinet. Het zijn niet altijd de keuzes … Je hebt altijd verschillende partijen in een kabinet met verschillende visies, maar je moet met elkaar tot een compromis komen. Uiteindelijk is dat een kabinetsbesluit. Het kabinet spreek met één mond. Zo gaat dat.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Asten (D66):

Ik ben bekend met hoe coalitievorming werkt. Ik heb in Den Haag in korte tijd vier coalities mogen vormen. Ik weet ook dat je keuzes moet maken over de investering van middelen. Als we dat niet hoefden te doen, hadden we hier niet met z'n 150'en in een zaal hoeven komen. Maar dan is het natuurlijk wel zo dat je niet daar kan gaan staan en zeggen: we hebben nu echt een oplossing nodig voor een probleem dat net hiervóór is gecreëerd. Dan zou je je natuurlijk eigenlijk wel op moeten stellen met: we hebben iets verkeerd gedaan; daar moeten we een oplossing voor gaan bedenken. Maar die twee horen dan wel samen. Je kan niet met droge ogen zeggen: we hebben een grote bezuiniging op openbaar vervoer ingevoerd; nu moeten we proberen het via de auto weer op te lossen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

De woorden worden wel een beetje verdraaid. "Wij hebben een fout gemaakt en nu wil ik oplossingen." Ik sta vijf jaar in deze Kamer. Ik ben bij heel veel IenW-debatten geweest en heb heel veel voorstellen gedaan om bereikbaarheid en alles te verbeteren, om de wegen te verbeteren, om de infrastructuur te verbeteren, om de vaarwegen en de bereikbaarheid van de eilanden te verbeteren. Daar heb ik altijd voor gestaan, juist omdat ik dat belangrijk vind. Inderdaad, in een coalitie moet je bepaalde keuzes maken. Dat is duidelijk. Maar ook als je in een kabinet zit, kan je in de Kamer het kabinet kritisch bevragen over de keuzes die het maakt. Ik heb dat altijd proberen te doen, in welk debat dan ook, of ik nou in een coalitie zat of in de oppositie. Daarin zult u mij altijd aan uw zijde kunnen vinden. Maar ik blijf erbij dat je keuzes moet maken. Het is voor mij te makkelijk om constant maar de automobilist aan te pakken. Dat heb ik in het interruptiedebatje met de heer Grinwis net ook gezegd. Het grootste deel van de mensen heeft gewoon een auto nodig om ergens te komen.

De voorzitter:

U vervolgt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. De sneeuw is inmiddels verdwenen, maar ik heb nog een aantal onbeantwoorde vragen over de chaos die enkele weken terug door de sneeuw is ontstaan op Schiphol. Welke draaiboeken liggen op dit moment klaar bij Schiphol en KLM? Wordt bij KLM nog steeds gewerkt met de Icemanprocedure? Waarom is deze niet toegepast in die sneeuwperiode? Acht de minister het wenselijk dat Schiphol slechts één centrale de-icing-locatie heeft, in plaats van locaties bij de startbanen, zoals op veel andere luchthavens? Is dit een wettelijke beperking of is dit een keuze van Schiphol zelf? Vindt de minister het terecht dat buitenlandse concurrenten, dus buitenlandse vliegtuigmaatschappijen, voorrang kregen bij het de-icen? De weermodellen voorspelden al twee weken vooraf een uitzonderlijke sneeuw-en-ijssituatie. Zijn deze signalen voldoende serieus genomen? Zo nee, waarom niet?

Tot slot, voorzitter. Vandaag hebben wij een petitie ontvangen van de gemeente Terschelling, ondersteund door de Terschellinger ondernemers, de bruine zeilvaart en Stichting Ons Schellingerland. De haven van Terschelling verkeert in erbarmelijke staat. Dat heeft ook gevolgen voor de verdere bereikbaarheid. Bussen en vrachtauto's kunnen mogelijk deze zomer al grote problemen krijgen met toegang. Dit betekent dan ook dat de aanvoer van spullen zoals voedsel in gevaar komt. Maar ook het toerisme komt in gevaar. Dat is de grootste inkomstenbron van Terschelling. Het totale eiland kan op slot komen te staan. Bereikbaarheid van de eilanden is geen lokaal luxeprobleem, maar een nationale verantwoordelijkheid. Dat zeggen deze mensen. Is de minister het daarmee eens? Gaat de minister Terschelling helpen? De gemeente zelf heeft al 15 miljoen euro bijeen gekregen. Is het misschien mogelijk om een gesprek met de provincie Fryslân te krijgen om ervoor te zorgen dat die ook bijdraagt? Als die havenkade instort, dan zijn de problemen echt enorm.

Mijn laatste vraag aan de minister: deze commissie gaat binnenkort, 6 en 7 februari, op werkbezoek naar de Waddeneilanden. De minister had toegezegd om mee te gaan, maar nu hebben we begrepen dat de minister niet meegaat. Ik zou willen vragen waarom de minister niet meegaat met dit werkbezoek.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Het woord is aan de heer Jumelet voor zijn inbreng in de eerste termijn namens de fractie van het CDA en om zijn maidenspeech als bijdrage te houden. Ook hierbij worden interrupties niet toegestaan. Meneer Jumelet, als u zover bent, dan heeft u het woord.

De heer Jumelet (CDA):

Dank, voorzitter. Vernoemd naar de oudste broer van mijn vader sta ik hier nu, en dat is een grote eer. Zijn naam: Hendrik Gabriël Jumelet. Hij is omgekomen met 53 medebemanningsleden op 24 juni 1941 toen het koopvaardijschip de Schie, waarop hij voer, werd geraakt door een torpedo, afgeschoten door een Duitse onderzeeboot. Hij werd 19 jaar.

Heel mijn leven lang leef ik vanuit het besef dat het leven je gegeven is en geen bezit en dat je wegen mag vinden om er samen met anderen iets van te maken. Het was de basis voor mijn opvoeding in een warm christelijk gezin en het hielp later mij en mijn vrouw Alina, toen onze zoon Jan-Paul in 2009 plotseling op 20-jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand, om uiteindelijk de draad weer op te pakken met lieve en goede mensen om ons heen.

Van huis uit ging het erom iets te doen voor andere mensen, in kerk en samenleving, in jeugd- en ouderenwerk, altijd in het besef dat het niet om jou gaat, niet om mij gaat. Sta op en doe het werk dat gedaan moet worden, en dat is niet altijd makkelijk. Het is je opdracht en je verantwoordelijkheid voor mensen in de samenleving.

Voorzitter. Dan, na wethouder in de gemeente Emmen en gedeputeerde van de provincie Drenthe namens het CDA te zijn geweest, nu Tweede Kamerlid. Nogmaals, wat een eer en wat een mooie opdracht, voor mij met het adagium: ieder mens telt en iedereen moet mee kunnen doen.

Vandaag bespreken we, wel later dan gebruikelijk, de begroting van Infrastructuur en Waterstaat. Dan gaat het over onderwerpen die iedereen raken, waar wij onze verantwoordelijkheid in moeten nemen. Mijn collega Jantine Zwinkels zal straks in haar bijdrage ingaan op luchtvaart, een gezonde en schone leefomgeving en ook verduurzaming, bijvoorbeeld van onze mobiliteit. Uiteraard zal ze het ook hebben over circulaire economie. In mijn bijdrage zal ik stilstaan bij het openbaar vervoer, bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Nu denkt u wellicht: ik mis nog onderwerpen als water en de maritieme sector, maar ook de harde infrakant van spoor- en wegprojecten en de grote instandhoudingsopgaven van onze infrastructuur in de breedste zin van het woord. En dat klopt. Die onderwerpen zal mijn collega Luciënne Boelsma bij andere debatten inbrengen. Dat heb je met zo'n grote fractie. We hebben de taken goed verdeeld. Precies deze week staan er verschillende nota- en wetgevingsoverleggen alsmede een commissiedebat over deze onderwerpen gepland.

Voorzitter. Mobiliteit en ook openbaar vervoer gaan voor het CDA over meer dan alleen van A naar B kunnen reizen. De infrastructuur vormt de ruggengraat van onze samenleving en economie. Goede verbindingen zijn nodig om mee te kunnen doen, of je nu van de auto, de fiets of het ov gebruikmaakt. Voor het CDA staat voorop dat je verplaatsen voor iedereen betaalbaar en toegankelijk moet zijn. Echter, vanuit verschillende gemeenten en regio's krijgen we steeds opnieuw signalen dat verschraling van het ov toeslaat. De constatering dat de financiering van het ov aandacht vraagt, is niet nieuw. Want eerder was er de motie-Bikker, het amendement-Krul en recent het amendement-Grinwis, gesteund door het CDA, om de financiën voor 2026-2027 van het ov op peil te houden en het kaartje betaalbaar.

Deze begroting geeft wat ons betreft nog onvoldoende richting aan de mobiliteitsvraagstukken van de toekomst, want hoe gaan we om met een groeiende bevolking en bereikbaarheid? Kenmerkend was de opmerking bij de vorige begrotingsbehandeling, al even geleden, maar toch: het ov moet voor iedereen beschikbaar zijn, zei een van de bewindspersonen, maar er moeten nu eenmaal keuzes gemaakt worden. Maar pleisters plakken zouden we niet meer moeten willen. Als we Nederland echt bereikbaar willen houden, ook voor de toekomstige generaties, moeten we misschien weer terug naar de tekentafel. Het huidige stelsel is niet ondersteunend, horen we ook, aan de grote maatschappelijke opgaven op de lange termijn. Misschien is het een goed idee om à la het rapport-Wennink een advies te vragen hoe slimmer en innovatiever bereikbaarheid en in het bijzonder ons ov te organiseren in combinatie met publiek vervoer. Neem daarbij wat ons betreft ook de op 17 december jongstleden gepresenteerde tien hoofdaanbevelingen mee van de Coalitie Anders Reizen. Dat wil zeggen: 70 werkgevers in ons land met samen ruim 550.000 medewerkers die de hand uitsteken en willen meewerken aan de mobiliteitstransitie. Wellicht kan er ook een reactie komen van het kabinet.

Dan bereikbaarheid. In de brief van het kabinet van 14 maart 2025 lezen we dat het kabinet een aanpak presenteert om de bereikbaarheid van voorzieningen, banen en goederen op peil te houden, en waar mogelijk te verbeteren. Het kabinet introduceert daarin een nieuw beleidsinstrument, namelijk het bereikbaarheidspeil, dat nog uitgewerkt moet worden. Mijn vraag aan de minister is: hoe staat het daarmee? Het CDA blijft aandacht vragen voor bereikbaarheid en investeringslogica. Een transparante en navolgbare spreiding van investeringen voorkomt dat we alleen investeren waar het al druk is. Het bevordert ook brede welvaart in alle regio's.

Dan verkeersveiligheid. We krijgen steeds weer opnieuw berichten over slachtoffers in het verkeer. Dat zorgt voor veel leed en verdriet. Dat is al eerder gezegd door een van de collega's. We zetten via het Strategisch Plan Verkeersveiligheid in op educatie, infrastructurele maatregelen en innovatie, maar wat het CDA betreft ontbreekt de aandacht voor handhaving nog in dat rijtje. Verkeershandhaving is belegd bij het Openbaar Ministerie. Wat ons betreft kan die niet ontbreken als sluitstuk om verkeersveiligheid te bevorderen. Het CDA zou graag zien dat de pakkans bij verkeersovertredingen vergroot wordt. Een wethouder verzuchtte onlangs: "Weer een drempel of wegversmalling? Kunnen we niet gewoon camera's neerzetten?" Misschien kan de minister daarop ingaan.

Dan fatbikes en overlast, in het bijzonder illegale fatbikes. We komen daar nog over te spreken bij het commissiedebat Verkeersveiligheid. Het CDA steunt gemeenten en wethouders die vragen om landelijk beleid. Kan de minister een stand van zaken geven? Zijn voorgangers hebben een aantal maatregelen voorgesteld, maar het echte beleid blijft vooralsnog uit. Het is goed dat we er op korte termijn uitgebreider over kunnen spreken. Ik kan niet wachten.

Hetzelfde geldt voor onveiligheid in het ov, waar intimidatie en agressie de spuigaten uitlopen. Het CDA vindt het belangrijk dat de boa's in het ov beschikken over de middelen die zij nodig hebben om hun werk goed en veilig te doen. In de Kamer is daar al vaker aandacht voor geweest. Een van de wensen is om de boa's toegang te geven tot de strafrechtketendatabank. Dat is een heel groot woord, met een flinke woordwaarde, maar het is ook heel erg belangrijk. De Kamer zou vorig jaar geïnformeerd worden over een lopende verkenning hiernaar. Daar wachten we nog steeds op. De vraag is dan ook: wanneer kunnen we een brief hierover verwachten? Of beter nog: wanneer is het geregeld?

Voorzitter. Ik eindig met het bekende gezegde: waar een wil is — en met een beetje hulp van anderen, want ik heb zelf ervaren dat dat belangrijk is — is een weg.

Dank, voorzitter.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Jumelet, voor uw aangrijpende, persoonlijke maidenspeech. Ik wil u daar van harte mee feliciteren. Ik schors even zodat u de felicitaties in ontvangst kunt nemen.

De vergadering wordt van 17.58 uur tot 18.01 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan mevrouw Zwinkels voor haar inbreng in de eerste termijn namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Het is een bijzondere behandeling van de begroting, omdat we te maken hebben met een dubbeldemissionair kabinet en we midden in een formatieproces richting een nieuw kabinet zitten. Daar kan en wil ik niet op vooruitlopen. Tegelijkertijd willen we ook een goed debat voeren met elkaar. Ik ga beginnen.

Allereerst een gezonde en schone leefomgeving. Ik wil hierbij aandacht vragen voor emissieloos bouwen en pfas. Het is belangrijk voor ons welzijn, voor toekomstige generaties en voor de natuur. We zien de budgetten voor de Regeling schoon en emissieloos bouwen onder de posten "bronmaatregelen stikstof" en "KF: laadinfra bouw" op pagina 79. De kernvraag is bij deze budgetten dan niet alleen hoeveel budget er is, maar ook hoe we ervoor zorgen dat het toereikend is. Kan de minister inventariseren bij bouw- en infrabedrijven of het toereikend is, wat er beter kan en welke obstakels er nog zijn?

De gevolgen van pfas zijn ingrijpend. Dat zien we rond Chemours en bij mensen rond de Westerschelde, waar het letterlijk in het bloed van mensen is aangetroffen. Dit is het geval op meer plekken in het land. We moeten hard optreden tegen illegale lozingen, strikt toezien op bestaande vergunningen en waar het kan alternatieven stimuleren en het gebruik van pfas ontmoedigen. In de begroting lees ik dat er in 2026 een nieuw op te zetten centrum, Safe and Sustainable by Design, van start gaat. Ik vraag de staatssecretaris: wat gaat dit centrum doen en hoe zetten we vol in op het creëren van prikkels die de vraag naar pfas-producten laat afnemen? Ik denk ook aan bepaalde productontwerpen op Europees niveau.

Voorzitter. Mijn collega Boelsma zal in het wetgevingsoverleg Water volgende week verder ingaan op de aanpak van watervervuiling, maar ik wil toch ook een pfas-onderwerp in haar Fryslân aanstippen, namelijk die rondom vliegbasis Leeuwarden. Ruim 1.000 hectare is daar vervuild geraakt door pfas-houdend blusschuim. Kan de staatssecretaris aangeven wat de voortgang is in de aanpak hiervan?

Dan kom ik bij mijn tweede onderwerp en dat is circulaire economie. Ik wil aandacht vragen voor statiegeld en duurzame bouwmaterialen. Het statiegeldsysteem helpt om afval te verminderen, maar in de praktijk zien mensen ook de knelpunten: storingsgevoelige automaten en te weinig innamepunten. Dat ondermijnt het draagvlak. Tegelijkertijd zitten er in het systeem middelen die nu nog maar beperkt worden benut. Die middelen zouden ook kunnen bijdragen aan een schonere openbare ruimte en een sterkere circulaire keten. Daarom heb ik een paar vragen aan het kabinet. Ten eerste: is het bereid om samen met Verpact te onderzoeken hoe beschikbare statiegeldmiddelen effectiever kunnen worden ingezet? Ten tweede: kan daarbij expliciet worden gekeken naar verbeteringen van innamepunten en naar ondersteuning van gemeenten bij de aanpak van zwerfafval en graffiti? Dit kan bijdragen aan een schonere en nettere openbare ruimte. Tot slot: wil het kabinet ook verkennen of deze middelen kunnen bijdragen aan het versterken van de businesscase voor gerecyclede en biobased verpakkingen, zodat circulariteit echt loont?

Voorzitter. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid, maar ook strategische autonomie en competitiviteit is het van belang dat we anders omgaan met onze grondstoffen en dat we kiezen voor een verantwoorde productie, waardebehoud en meer onafhankelijk zijn in deze wereld van onzekere geopolitiek en toenemende grondstoffenschaarste. In de begroting lees ik dat voor duurzame bouwmaterialen eenmalig zo'n 3 miljoen euro is gereserveerd in 2026 en 2028. Ten eerste: waarom is hiervoor gekozen? Is dat logisch, incidenteel voor twee niet-opeenvolgende losse jaren? En ten tweede: de RVO gaat blijkbaar iets nieuws opzetten, namelijk een Business Innovation Research, SBIR. Als ik daarop googel, dan is dat al gestopt in 2023 of 2024 en is het vervangen door een Innovation Impact Challenge. Dan is mijn vraag: is hier nou echt vraag naar vanuit de samenleving of zijn andere zaken nodig? Ik denk aan het dekken van het prijsverschil in onze aanbestedingen, dus launching customer voor deze bouwmaterialen zijn als overheid, landelijk, maar ook als provincie en gemeente. Hoe is daar nu geld voor gereserveerd en vrijgemaakt? Wij lezen dat niet terug.

Ook zouden financiële instrumenten, zoals exportkredietverzekeringen, maatwerksubsidies voor duurzame handel en bankfinanciering voor circulaire economie ingezet kunnen worden. Dat draagt bij aan een eerlijk speelveld. Daarom als derde vraag: hoe slaagt het kabinet hier tot nu toe in? Is het kapitaal ook echt toegankelijker en zijn die circulaire verdienmodellen echt aan het ontstaan? Kijkend naar de begroting zijn dit vaak kleine en incidentele regelingen en subsidies. Kunnen we niet gezamenlijk nadenken over de kansen voor bijvoorbeeld een grote, robuuste SDE++-regeling? Welke kansen zou dat kunnen bieden?

Ik kom bij het blokje luchtvaart. Ik had mevrouw Van der Plas beloofd om het vandaag met haar te hebben over de chaos die is ontstaan op Schiphol door de winterse omstandigheden. Ik wil het daar dus kort met u over hebben. We begrijpen dat in de operatie alle mogelijke capaciteit is ingezet, van de-icing middelen, waar het net al over ging, tot personele capaciteit. We zijn als land niet ingericht op zulke omstandigheden; we hebben daar niet in geïnvesteerd. Tegelijkertijd hebben wij ons wel gestoord aan de gebrekkige communicatie richting reizigers en de mate waarin zij tegemoet gekomen zijn. Ze zijn teveel aan hun lot overgelaten ondanks het harde werk van het aanwezige personeel. Daarom de vraag aan het kabinet: hebben vliegtuigmaatschappijen aan de verplichtingen voldaan die gelden bij zulke omstandigheden en bij de uitval van vluchten? Welke lessen zijn er geleerd? Hoe kunnen we binnen de bestaande capaciteit van Schiphol beter voorbereid zijn?

Dan kom ik bij mijn laatste onderwerp en dat betreft onze uitvoeringsinstantie. Denk daarbij aan het VTH-stelsel en de robuustheidscriteria voor onze omgevingsdiensten. Vanuit zowel ILT, VNG als IPO hebben wij in aanloop naar dit begrotingsdebat signalen ontvangen over de te krappe budgetten voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het werk van de omgevingsdiensten en dat van uitvoerders is ontzettend waardevol, maar zij komen in de praktijk veel uitdagingen tegen. De vraag aan het kabinet is: is er een inschatting gemaakt van het benodigde extra budget om de ICT, de digitale weerbaarheid en de bijbehorende kennisdeling op orde te brengen? Dan kan het nieuwe kabinet direct keuzes maken. Kunt u ILT verzoeken om het initiatief te nemen om gesprekken aan te gaan over denkbare alternatieven en innovaties om te voorkomen dat we door de toenemende complexiteit elk jaar het budget zullen moeten verhogen? Denk aan een zorgplicht voor bedrijven zelf en de mogelijkheden van AI. En tot slot: wat gaat de minister doen om omgevingsdiensten in staat te stellen om in 2026 aan de robuustheidscriteria te voldoen, zodat zij slagvaardig, onafhankelijk en kosteneffectief hun werk kunnen doen?

Dank u wel.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Allereerst was ik net vergeten om diegenen die hun maidenspeech hebben gehouden plenair te feliciteren. Dat realiseerde ik me net na de mooie maidenspeech van de heer Jumelet. Voor hem, maar ook voor de heer Schutz en de heer Huidekooper de felicitaties namens onze fractie.

Ik zou mevrouw Zwinkels wat voor willen houden. Het ligt een beetje op het snijvlak van de portefeuilles, maar omdat mevrouw Zwinkels ook een Utrechter is, kan ik deze vraag wel aan haar stellen. Ik heb gelezen dat mevrouw Zwinkels als fractievoorzitter van het CDA in Utrecht zei dat ze als lokale fractie tegen de verbreding van de A27 zijn. Daarmee willen ze een duidelijk signaal geven aan de landelijke CDA-fractie, namelijk dat de natuur bij Amelisweerd onbetaalbaar is. Dat ben ik heel erg met haar eens. Wat betekent dat voor het standpunt van de CDA-fractie?

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Het is natuurlijk altijd mooi als het hier in Den Haag over Utrecht gaat; dat zult u begrijpen. Het was voor mij een hele grote eer om als fractievoorzitter actief te zijn in Utrecht en om het CDA op die manier te vertegenwoordigen en die koers te varen. Ik heb nu de grote eer om volksvertegenwoordiger te zijn voor het hele land. Dit is inderdaad een nieuwe omgeving voor mij. U heeft het prachtig voorgelezen: Amelisweerd gaat mij nauw aan het hart. Het ligt op dit moment op de formatietafel. Daar wil ik naar verwijzen. Ik verwacht dat u daar begrip voor heeft. U heeft prachtig verwoord hoe ik ernaar kijk. Ik zal me constructief opstellen in de gesprekken richting de formatie.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Ik begrijp dat het niet alleen de inzet van mevrouw Zwinkels is, maar ook die van de landelijke CDA-fractie in de onderhandelingen om Amelisweerd niet te kappen. Dat geeft mij in ieder geval enigszins vertrouwen in wat eruit mag komen.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ik heb nog een korte reactie daarop. Ik denk dat het belangrijk is om te realiseren dat we in gesprek zijn met andere partijen, die er soms anders naar kijken. We willen tot elkaar komen en er echt samen uit komen. Dat vraagt dat ik daar niet op vooruitloop, maar dat ik de collega's aan de formatietafel de ruimte laat om samen tot een oplossing en een antwoord op deze vraag te komen.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Zwinkels. Het woord is aan de heer Goudzwaard voor zijn inbreng in de eerste termijn namens JA21. Gaat uw gang.

De heer Goudzwaard (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Vandaag behandelen we een enorm belangrijke begroting, eentje die essentieel is voor het draaiende houden van onze economie, voor onze veiligheid in de breedste zin van het woord en daarmee ook voor de veerkracht van onze samenleving. Helaas zien wij dat vele facetten van reizen steeds verder onder druk komen te staan, want ons land rijdt letterlijk op versleten infrastructuur. Ik heb het al meermalen gehoord. Rijkswaterstaat werkt momenteel aan een onderhoudsopgave van ruim 41 miljard tot 2038. De Algemene Rekenkamer heeft berekend dat daar eigenlijk nog eens 34,5 miljard bij moet. Bruggen, sluizen, wegen en het spoor naderen het einde van hun technische levensduur. Structurele investeringen zijn onontkoombaar.

Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met het feit dat grote infrastructurele projecten vastlopen op langdurige vergunningstrajecten, Europese aanbestedingsregels en natuurwetgeving. Wat JA21 betreft moet in dergelijke gevallen serieus gekeken worden naar de inzet van crisis- of herstelwetgeving wanneer de bereikbaarheid of de veiligheid dreigt vast te lopen. Hoe ziet de minister dit? Is de inzet van crisis- of herstelwetgeving op korte termijn een realistisch scenario?

Voorzitter. Dan het spoor. In het afgelopen commissiedebat Spoor vroegen ik, de heer Grinwis en de heer Heutink extra aandacht voor de spoorwegpolitie. Op initiatief van de motie-Eerdmans is er een pilot gestart op het probleemtraject Zwolle-Emmen. Die pilot is succesvol afgerond. De resultaten zijn meer dan positief. De staatssecretaris stelde dat er vanuit het ministerie van JenV een voorstel komt in het eerste kwartaal van 2026. De staatssecretaris wekte in dat commissiedebat enigszins de indruk dat hij niet betrokken is bij de verdere uitwerking, terwijl juist een structurele herintreding van de spoorwegpolitie zijn domein raakt. Is de staatssecretaris bereid om persoonlijk aan te sluiten bij de lopende overleggen en zich daar expliciet in te zetten voor een structurele herinvoering van de spoorwegpolitie, inclusief de daarbij behorende middelen en mankracht?

Voorzitter. Terwijl wij hier spreken over veiligheid op het spoor, blijkt dat de veiligheid op de Noordzee grotendeels een ietwat papieren werkelijkheid is. Vorige week liet een artikel in de NRC zien dat onze Kustwacht door geld- en personeelstekort tot minstens 2027 niet in staat is om vitale infrastructuur op zee te beschermen tegen sabotage en spionage. Kabels, leidingen en verbindingen waar ons dagelijks leven van afhankelijk is, liggen er feitelijk onbewaakt bij. De reden is eigenlijk pijnlijk simpel: niemand wil de rekening betalen voor het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur. Deze bestuurlijke afschuifsoap duurt al jaren. Pas na persoonlijk ingrijpen van toenmalig premier Rutte werd er in 2024 incidenteel 17 miljoen euro vrijgemaakt en in 2025 25 miljoen. Maar degene die zich heeft ingelezen weet: dat is lapwerk. Er is tot 2030 structureel 45 miljoen per jaar nodig. Dit kabinet loopt hierbij weg voor een van zijn meest basale taken: het beschermen van vitale nationale infrastructuur. De vraag aan de minister is dan ook of hij bereid is om vanaf 2026 structureel 45 miljoen per jaar vrij te maken voor het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur. En als niemand betaalt, wie legt het dan aan de Kamer uit wanneer er wél sabotage plaatsvindt?

Voorzitter. Dan de auto. Het aantal personenauto's nam in 2024 met 2% toe tot ruim 9,2 miljoen, begin 2025. Die stijging is geen toeval. De auto is voor miljoenen Nederlanders geen luxe, maar de manier waarop zij hun leven organiseren. Wie zich geen auto meer kan veroorloven, verliest geen gemak, maar verliest zeggenschap over zijn eigen tijd, werk en contact met het gezin. Voor een verpleegkundige met nachtdiensten, een mantelzorger, een agent, een bouwvakker of een koerier is de auto geen comfort, maar het verschil tussen op tijd zijn of falen. Laat staan wanneer je dan ook nog een keer woonachtig bent in onze landelijke gebieden, waar IenW-investeringen zijn gereduceerd tot kruimeltjeswerk. Daarom vindt JA21 het verontrustend dat de auto sinds enige jaren een bijna georkestreerde transformatie lijkt te ondergaan, namelijk die van heilige koe naar het zwarte schaap. Vraag aan de minister: waarom kiest het kabinet ervoor om juist dat laatste stukje persoonlijke vrijheid, de auto, steeds zwaarder te belasten? Wij hebben de hoogste accijnzen van Europa. Vraag aan de staatssecretaris. Nederlandse automobilisten betalen nu al zo'n €450 per jaar meer dan onze buren. Over twee jaar, met de komst van ETS2, betalen we met gemak €2,70 per liter benzine en zal de wekelijkse tankbeurt voor een automobilist aanvoelen als een koortsdroom. Welke concrete maatregelen neemt de minister om deze stapeling van lasten te stoppen?

Tot slot de luchtvaart, een heel belangrijk onderwerp. Schiphol is geen marktproduct dat toevallig is ontstaan. Het begon in 1916 als militair vliegveld en werd na de oorlog doelbewust uitgebouwd tot nationale luchthaven. Met enige nostalgie denk ik nog weleens terug aan het jet-agetijdperk, waarin straalvliegtuigen de wereld transformeerden. Luchtvaart stond symbool voor vooruitgang. De oorlog lag achter ons en nieuwsgierigheid dreef ons naar een wereld die opeens openlag. Luchtvaart werd een instrument van wederopbouw, vooruitgang en internationale verbondenheid. Hoe anders zag de wereld er in 2022 uit, toen toenmalig IenW-minister Mark Harbers kwam met plannen om het aantal vliegbewegingen terug te brengen naar 440.000. Welnu, die blinde ambities zijn inmiddels ingehaald door de realiteit. Na vele waarschuwingen vanuit de Europese Commissie en talloze juridische missers stelde het kabinet een plafond vast van circa 480.000 vliegbewegingen. Geluidsreductie is het doel, maar het beleid werd in die donkere jaren gedreven door krimpideologie. Als kers op de taart besloot het kabinet toch geen knoop door te hakken over burgerluchtvaart op Lelystad Airport.

Overigens besloot het demissionaire kabinet eind 2025 wel in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie dat Lelystad Airport de voorkeurslocatie wordt voor de stationering van F-35's. JA21 pleit voor de zogeheten dual-use. Het nieuwe minderheidskabinet moet stoppen met het hinderlijke gedraal. Onze verantwoordelijkheid ligt dan ook hier en nu. Laat uitstel niet eindigen in afstel. Ik hoor ook graag wat de zienswijze van de minister hierop is.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Goudzwaard. Het woord is aan de heer Van Duijvenvoorde voor zijn inbreng namens de fractie van Forum voor Democratie.

De heer Van Duijvenvoorde (FVD):

Dank u wel, voorzitter. Ten eerste wil ook ik even de heren Jumelet, Huidekooper en Schutz feliciteren met hun prachtige maidenspeeches.

In Nederland is infrastructuur altijd kritiek geweest. We hebben haar gevormd en ze heeft ons gevormd. Anno 2026 is het moeilijk te beseffen dat de Zeeuwse eilanden vroeger amper bereikbaar waren, Almere slechts het IJsselmeer was, Wieringen geheel omringd werd door water en Drenthe grotendeels bestond uit uitgestrekte heide- en veengebieden. We hebben eigenlijk een onbegrijpelijke geschiedenis. Is er een land dat van zo veel onbereikbaarheid naar zo veel bereikbaarheid is gegaan? De veenkoloniën, de polders, ontginning, sluizen, dijken, Deltawerken: het is allemaal kenmerkend voor Nederland. Met je poten in de klei staan. Wij hebben gevochten met de natuur en we hebben gewonnen. Dit unieke succesverhaal lijkt echter omgeslagen te zijn in verval. De cijfers laten een duidelijke lijn zien: meer storingen, meer incidenten, meer uitgesteld onderhoud en toenemende onveiligheid.

Voorzitter. Bij ProRail ligt het totaal aantal storingen in 2024 bijna 21% hoger dan in 2019. Het aantal technische storingen is in een jaar tijd met ruim 6% gestegen. Op het water zien we eenzelfde patroon. In het beheergebied van Rijkswaterstaat waren er in 2024 bijna twee keer zo veel scheepsongevallen als in de jaren daarvoor. Op het hoofdvaarwegennet is de norm voor ongeplande niet-beschikbaarheid inmiddels zes keer overschreden. Bij bruggen en sluizen scoort 60% tot 77% van de automatiseringssystemen niet hoger dan matig. Dit is geen reeks losse incidenten. Dit is het resultaat van structurele keuzes. Waar ligt voor het kabinet de grens waarop veiligheid of beschikbaarheid niet langer acceptabel is? Waarom wordt die grens pas zichtbaar wanneer storingen en incidenten zich al hebben voorgedaan?

Misschien nog zorgwekkender is de explosieve groei van het uitgesteld onderhoud. Het totaal hiervan bij Rijkswaterstaat steeg in vier jaar tijd van 1,1 miljard euro naar 2,1 miljard euro. Dat is een toename van meer dan 80%. Dit raakt alle netwerken: wegen, vaarwegen en het hoofdwatersysteem. Dit is het bewust doorschuiven van risico's naar de toekomst. Illustratief voor deze ontwikkeling is de Schipholtunnel: een enorme bijdrage aan de doorstroming op het hoofdwegennet en van groot belang voor de verbinding tussen onze hoofdstad, onze regeringsstad en onze havenstad. Die is dus van direct politiek en economisch belang.

De minister onderstreept zelf dat een incident in een tunnel vanwege strengere veiligheidseisen sneller leidt tot een rijstrook- of rijbaanafsluiting dan een incident op een regulier wegvak. Een eenvoudig pechgeval leidt daarom al snel tot een rijstrookafsluiting en in het uiterste geval tot een volledige sluiting. Dit kan grote negatieve gevolgen hebben voor de doorstroming op het hoofdwegennetwerk. De planning is, afhankelijk van de nog benodigde financiële dekking, om de Schipholtunnel in 2031 te vernieuwen, maar voor deze vernieuwing is volgens de minister geen budget beschikbaar. Daar kunnen we heel veel woorden aan vuil gaan maken, maar het houdt hier dan ook wel een beetje mee op. Er is geen financiële dekking, dus moeten we het maar laten verslonzen.

De minister erkent dat de Schipholtunnel cruciaal is voor zowel het hoofdwegennet als de bereikbaarheid van Schiphol. Hoe rechtvaardigt de minister het ontbreken van budget voor de vernieuwing van zo'n vitaal knooppunt? Kan de minister een inschatting geven van de totale kosten van de noodzakelijke renovatie van de Schipholtunnel in 2031, waarvoor momenteel geen budget is gereserveerd, en kan hij tevens de jaarlijkse economische schade kwantificeren die ontstaat bij uitstel, gezien het cruciale belang van de tunnel en de hoge maatschappelijke kosten van capaciteitsverlies? Welke concrete risico's accepteert het kabinet door de vernieuwing van de tunnel mogelijk uit te stellen tot voorbij 2031? En waar ligt voor de minister de grens van wat nog verantwoord is? Graag een reactie.

Voorzitter. Terwijl voor een vitaal knooppunt als de Schipholtunnel geen budget beschikbaar is, maakt het kabinet wel keuzes. Er is 183 miljoen gereserveerd voor schoon en emissieloos bouwen op het hoofdwegennet. Er is 100 miljoen gereserveerd voor klimaatneutrale en circulaire infrastructuur. Bijna 200 miljoen gaat naar elektrificatie van regionale spoorlijnen. Tientallen miljoenen worden uitgetrokken voor emissieloze spoorbouw en elektrische Waddenveren.

Voorzitter. Terwijl het fundament van onze infrastructuur langzaam maar onmiskenbaar verzwakt, gaat het kabinet door met de peperdure energietransitie. We richten onze blik op doelen die pas in 2050 gerealiseerd zouden moeten worden, terwijl de concrete realiteit ons nú inhaalt. Dagelijks wordt de Nederlander geconfronteerd met doemscenario's over mogelijke toekomstige risico's en fiasco's. Intussen staat onze alledaagse omgeving, de basis die dit leven met elkaar mogelijk maakt, onder druk. Kunnen we nog op weg met de auto? Rijden de treinen nog? Zijn de tunnels nog wel functioneel en veilig? Kunnen de schepen nog wel door de sluizen varen? Alle ogen van het kabinet zijn gericht op luchtkastelen, terwijl onze wereld van steen en staal op instorten staat.

Tot slot. Erkent de minister dat veiligheid en bereikbaarheid geen tegenpolen zijn van toekomstbeleid, maar de voorwaarden daarvoor? Waarom handelt het kabinet daar steeds niet naar? Een visie voor 2050 is niets waard als de infrastructuur die die toekomst moet gaan dragen, vandaag al faalt.

Dank je wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Duijvenvoorde. Dan is het woord aan de heer Stoffer voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. In de eerste plaats wil ik de heren Huidekooper, Schutz en Jumelet van harte feliciteren met hun maidenspeeches, ook vanaf deze plaats.

Voorzitter. Dan naar de inhoud. Laat ik maar met de deur in huis vallen: Infrastructuur en Waterstaat is financieel vel over been. Het gat tussen de benodigde en de beschikbare budgetten voor de instandhouding van bruggen, wegen en spoorlijnen groeit zienderogen. Voor de komende vijftien jaar gaat het al om een tekort van ruim 50 miljard euro. Denk je dat maar eens in. Dat gat groeit, want de standaardindexatie spoort niet met de kostenontwikkeling in de markt. De SGP maakt zich hier, overigens al veel langer, grote zorgen over. Denk even mee. De gemalen bij IJmuiden en de Afsluitdijk houden Nederland droog, maar moeten nu met lapwerk in de benen gehouden worden. Dat was soms kantje boord. Binnenvaartschippers moeten om de haverklap omvaren of uren stilliggen. De norm voor onverwachte storingen wordt nu al met een factor zes overgeschreden. Ik weet niet hoeveel vrachtwagenchauffeurs en treinreizigers kunnen hier ook over meepraten. Laten we constateren dat uitstel duurkoop is. Mijn vraag is: delen de bewindslieden de urgentie?

Voorzitter. Er ligt een Meerjarenplan Instandhouding om marktpartijen langjarige zekerheid te geven. Het meerjarenplan geldt echter maar voor vijf jaar en rolt niet mee. Wil de minister kijken hoe het plan omgeturnd zou kunnen worden in een meerjarenplan dat tien jaar vooruitkijkt en jaarlijks geactualiseerd wordt? Daar kan de markt namelijk op investeren.

Niet de maakbaarheid, maar budget is inmiddels de beperkende factor. Jaarlijks is er 2 miljard euro extra nodig voor instandhouding. Mijn vraag is: delen de bewindslieden mijn oproep aan de formerende partijen om onze infrastructuur niet opnieuw het kind van de rekening te laten zijn? Dan heb ik het nog niet eens gehad over de noodzaak van aanlegprojecten. Onderuitputting wordt nu zelfs aangepakt door budget te korten in plaats van extra projecten. In het coalitieakkoord mogen projecten als knooppunt Hoevelaken, de A2 Deil-Vught, de A27 Houten-Hooipolder, de A15 Papendrecht-Gorinchem en de N50 toch niet ontbreken?

Ik noem ook verkeersveiligheid. Hier zijn momenteel nauwelijks structurele middelen voor beschikbaar. Slechts een handvol van de honderden projecten kan nu opgepakt worden. De Investeringsimpuls Verkeersveiligheid verdient echt een vervolg, wil ik hier nogmaals benadrukken.

Voorzitter. De SGP vindt het onbevredigend hoe het kabinet omgaat met de boeteregen bij de Blankenburgtunnel. Ja, het gaat beter dan eerst; dat moet gezegd worden. Maar als de helft van de inkomsten niet bestaat uit tolheffing, maar uit in rekening gebrachte boetes en betalingsherinneringen, dan loopt er vanuit mijn optiek echt iets scheef. Ik vraag de minister alsnog mee te gaan in bijvoorbeeld het gratis houden van de eerste betalingsherinnering. Een jaar langer tol heffen is beter dan rekeningen stapelen bij een grote groep mensen voor wie het systeem gewoonweg niet duidelijk is.

Voorzitter. De kosten voor de binnenvaart stijgen door de Europese duurzaamheidseisen fors. Tegelijkertijd willen we minder transport over de weg en meer over het water. Maar die modal shift vlot niet en de SGP wil daarom meer ondersteuning van de binnenvaart bij verduurzaming. Er zijn subsidieregelingen voor scheepsaanpassingen, maar wordt er ook gekeken naar ondersteuning in de exploitatiefase? Die is vooralsnog evenmin goedkoop. Komt er een ondersteuningsregeling voor vervanging van kleine schepen die elektrisch gaan varen, met verschillende laadstations langs het vaarwegennet? We hebben die kleine schepen keihard nodig.

De Kaderrichtlijn Water is een ander zorgenkind. Met het oog op het komende Waterdebat heb ik alvast een vraag. Bij de landbouw worden de duimschroeven via mest- en natuurbeleid aangedraaid, maar dit wordt gebaseerd op inadequate waterkwaliteitsnormen. Waterlichamen die in Brussel groen kleurden omdat de biologie op orde is, kleurden hier rood omdat de afgeleide nutriëntennorm nog overschreden wordt. De directe bijdrage van de landbouw aan de nutriëntenbelasting blijkt minder groot te zijn dan gedacht, en die van onder andere nutriëntrijke kwel groter. Sommige waterschappen en provincies passen normen hierop aan, maar andere niet. Kijk naar Utrecht, waar de landbouw aangepakt wordt, terwijl waternormen niet up-to-date zijn. Eerder heeft de Kamer via een SGP-motie gevraagd om KRW-doelen zo snel en zo veel als mogelijk te actualiseren, rekening houdend met de natuurlijke achtergrondbelasting en ook met de historische belasting. Graag hoor ik voor het komende wetgevingsoverleg hoe dit opgepakt wordt en niet geparkeerd wordt tot 2027.

Voorzitter. "Circulariteit" is een toverwoord, maar helaas niet in de rijksbegroting. De budgetten voor het Nationaal Programma Circulaire Economie zijn gehalveerd en het budget op de IenW-begroting daalt met 20%. Het bedrijfsleven heeft inmiddels de noodklok geluid. Het is niet goed voor het milieu en het is ook strategisch onverstandig. China draait de export van zeldzame aardmetalen steeds verder terug en verschillende Europese fabrieken hebben hun productie inmiddels stilgelegd. We moeten onze afhankelijkheid van schaarse grondstoffen echt omlaag brengen, mede door in te zetten op circulariteit. Er wordt nu te veel geconcurreerd met goedkope import op basis van ruwe grondstoffen zonder faire beprijzing. Het zou goed zijn als er bijvoorbeeld vanuit het Klimaatfonds een SDE-achtige regeling komt voor de onrendabele top bij hergebruik van materialen en bouwstoffen. Gemeenten en bedrijven moeten gestimuleerd worden om in de Restwaarde Index voor gebouwen te werken. Zo hoeft er minder afgeschreven te worden en wordt investeren in circulair bouwen interessanter. En waar blijft de verkenning van de reparatiebonus? Een nieuwe coalitie moet hier direct een klap op kunnen geven. Kortom, welke ballen gaan de bewindslieden op de stip leggen voor hun opvolgers?

Tot slot onze Noordzee. Tal van kabels liggen namelijk open en bloot voor Russische schepen. De Kustwacht krijgt volstrekt onvoldoende middelen voor adequaat toezicht. Op de IenW-begroting wordt het al beperkte budget voor het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur de komende jaren weer geminimaliseerd. Ministeries blijven naar elkaar wijzen en luisteren niet naar het advies van ABDTOPConsult. Mijn vraag is waar het urgentiebesef is. Tegelijkertijd zie ik namelijk honderden miljoenen euro's naar Defensie gaan en in het Mobiliteitsfonds staat zelfs 180 miljoen gereserveerd voor het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur. Waarom ligt dit geld in de ijskast terwijl de Russische dreiging realiteit is? Dit kan niet wachten. Ik heb amendementen ingediend om geen gat te laten vallen. Ik reken bij de Voorjaarsnota op een plan voor structurele financiering.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Stoffer. Het is 18.30 uur. Er zijn nog vier sprekers aan de zijde van de Kamer. Ik zou willen voorstellen de eerste termijn af te ronden, omdat we anders drie kwartier schorsen en daarna de eerste termijn afronden. Ik zie dat dat kan rekenen op instemming, dus geef het woord aan lid Kostić voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren in de eerste termijn.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Het gaat de afgelopen tijd terecht veel over veiligheid. Het is goed om te beseffen dat de begroting van vandaag daar eigenlijk ook over gaat. Dat is veiligheid in de zin dat je kinderen veilig in de tuin kunnen spelen zonder gevaar van giftige stoffen. Het is veiligheid in de zin van in je bed kunnen slapen zonder dat vliegtuigen jou de hele nacht wakker houden. Maar het is ook veiligheid in de zin van het niet afhankelijk zijn van allerlei onbetrouwbare overheden van buiten Europa voor onze grondstoffen. Daarom is het zo belangrijk om te toetsen of de voorliggende begroting voldoende aandacht heeft voor aan de ene kant die gezonde leefomgeving voor mens en dier en aan de andere kant die belangrijke transitie naar een economie waarin we geen nieuwe grondstoffen hoeven te gebruiken maar we alles in Europa kunnen hergebruiken. Dat is de zogenaamde circulaire economie.

Gewone burgers die hun gezondheid en hun leefomgeving willen beschermen, hebben geen leger van lobbyisten tot hun beschikking, zoals grote bedrijven wel hebben. Ze hebben ook het 06-nummer van de minister niet, zoals de CEO's van bedrijven wel hebben. De economische belangen voor de korte termijn zijn zwaar vertegenwoordigd in de politiek. Dat is gewoon een feit. Maar we zijn voor ons voortbestaan en voor onze veiligheid juist allereerst afhankelijk van al die andere belangen, die niet zo goed worden vertegenwoordigd. Dat zou het kabinet meer moeten leren waarderen, en dat zou het kabinet moeten laten zien in de keuzes voor de begroting. Voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat onder andere over een gezonde leefomgeving gaat, zou het algemene belang van een gezonde omgeving centraal moeten staan.

In de afgelopen drie jaar heb ik als Kamerlid namens de Partij voor de Dieren actief samenwerking gezocht met verschillende partijen hier in de Kamer, van links tot rechts. Het doel was steeds om als Kamer aan de burgers thuis te laten zien dat we verenigd kunnen optreden om een gezonde leefomgeving voor burgers waar te maken, en dat we dat voor de verandering ook nog eens met wat tempo kunnen doen, anders dan de burgers van ons gewend zijn als het gaat om dit soort onderwerpen. Een gezonde leefomgeving is namelijk geen kwestie van links of rechts. Het is iets waar we allemaal afhankelijk van zijn. Het was fijn om te zien dat die samenwerking inderdaad resultaat opleverde, dat we samen het kabinet tot meer actie konden aansporen. Het is jammer — dat moet ik ook bekennen — dat veel van mijn collega's er nu niet meer zijn, maar ik hoop dat we de samenwerking, gericht op die gezonde leefomgeving, met de nieuwe Kamer kunnen voortzetten. Als ik de stukken van het kabinet lees, zal gezamenlijke actie van ons als Kamer helaas hard nodig zijn. Ik zal toelichten waarom door dieper in te gaan op de twee aspecten van veiligheid die ik noemde: ten eerste een gezonde leefomgeving, oftewel milieu, en ten tweede grondstoffenafhankelijkheid, en dus de circulaire economie.

Ik begin met het milieu. De uitstoot van milieuverontreinigende stoffen kost Nederland 46 miljard euro per jaar, als we het PBL mogen geloven. Dat is 4,6% van het Nederlands bruto binnenlands product. De bescherming van gezondheid en milieu bespaart ons uiteindelijk geld, maar als de begroting wordt opgesteld en er keuzes moeten worden gemaakt, lijkt het alsof dat allemaal vergeten wordt, schiet men weer in de taal van economische kortetermijnbelangen en ziet men die weer als gids. Ondertussen dreigen regels die mensen en hun omgeving beschermen, juist afgezwakt te worden. Daar betaalt de belastingbetaler uiteindelijk de rekening voor.

Ik ben overigens wel blij dat dit kabinet naar aanleiding van het verzoek van de Partij voor de Dieren erkent dat het goed is om de kosten en de schade aan het milieu mee te nemen en daarnaar te kijken. Het is één ding om naar het PBL te wijzen, maar het is iets anders om het ook expliciet mee te wegen. Ik wil graag van het kabinet horen hoe het het gegeven dat er zo veel financiële schade door milieuvervuiling is, meeweegt in de keuzes die in de begroting worden gemaakt. Kunnen de bewindspersonen toezeggen om dat in het vervolg explicieter te maken in de begrotingen?

Ondertussen spelen er rechtszaken van bezorgde burgers tegen grote vervuilers als Schiphol, Tata Steel en Chemours, niet omdat die burgers het zo leuk vinden om rechtszaken te voeren, maar juist omdat ze merken dat ze geen andere keuze hebben, omdat wij hier in de politiek hen onvoldoende beschermen. Helaas wordt dat ook bevestigd door wetenschappers en instanties als de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Die laatste kwam in 2023 met de duidelijke conclusie dat belangen van burgers onvoldoende worden beschermd ten opzichte van het belang van de industrie. De Onderzoeksraad adviseerde snelle maatregelen en een aanscherping van de regelgeving.

Wat er vervolgens gebeurde, is tekenend voor hoe de politiek omgaat met zulke kwetsbare belangen. Dat advies van de raad lag er in 2023. We hebben als Kamer een jaar lang moeten wachten op enige soort van actie. In 2024 kwam er een Actieagenda Industrie en Omwonenden. Toen zat ik hier ook, aan de andere kant, samen met de VVD, D66 en GroenLinks-PvdA. We zeiden allemaal, in onze eigen woorden: dit is geen actieagenda, maar een doorschuifagenda; dit is gewoon nog meer onderzoeken en verkennen. De boodschap aan het kabinet was duidelijk: dit moet veel beter; we willen concrete acties en niet nog meer verkenningen.

Er werd toen ook een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen waarin staat dat we echt aan de slag moeten en dat er een concrete tijdlijn moet komen voor wanneer die acties echt zouden worden uitgevoerd. Het is nu twee jaar later en die motie is nog steeds niet uitgevoerd. Zo'n tijdlijn waarin wordt geschetst wanneer welke actie wordt gestart en afgerond is er nog steeds niet. Kan de staatssecretaris toezeggen uiterlijk voor het volgende debat over de leefomgeving alsnog met kwantificeerbare doelen, bijbehorende acties en, niet te vergeten, een tijdlijn te komen, gericht op de bescherming van de gezondheid van burgers en hun leefomgeving, zoals eerder gevraagd?

Nu, twee jaar na die laatste slappe uitwerking van de Actieagenda Industrie en Omwonenden, krijgen we opnieuw een langverwachte brief van de staatssecretaris. Wat zien we daarin? Het is zó tekenend. Het begint er al mee dat de industrie zo essentieel voor ons is. De ambtelijke nota bij de brief van de staatssecretaris laat zien dat er achteraf nog veel formuleringen zijn aangepast om de economische belangen van de industrie maar goed te blijven borgen. Er staat gewoon: we hebben door de hele brief heen meer aandacht voor concurrentievermogen en verdienvermogen van de industrie verwerkt. Dat terwijl de aanleiding voor het opstellen van de actieagenda juist de conclusie van de onafhankelijke Onderzoeksraad voor Veiligheid was dat de belangen van de burgers onvoldoende werden beschermd en geborgd. Dan is het echt wel schandalig — ik wil niet al te kritisch zijn — dat het kabinet dan met zo'n briefje komt. Dan heb je je prioriteiten niet op orde. Het is veelzeggend dat de VNO-NCW-lobby heel tevreden is met het beleid van de staatssecretaris dat er nu ligt, maar dat verder bijna iedereen kritisch is, zoals medeoverheden, toezichthouders, omwonenden en maatschappelijke organisaties. Ziet de staatssecretaris ook dat hier iets niet helemaal goed gaat?

De staatssecretaris schrijft dat hij op zoek is naar balans tussen de verschillende belangen. Dat is hem voorlopig dus nog niet gelukt. Medeoverheden willen meer en verdergaande maatregelen, waaronder wijziging van de regelgeving. In de brief doet de staatssecretaris alsof de maatregelen die hij neemt in lijn zijn met het advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond, terwijl de ambtelijke nota duidelijk stelt: de maatregelen die de Expertgroep adviseert, gaan veel verder dan wat in de brief wordt voorgesteld. Ook dat is kwalijk. Het is kwalijk dat de staatssecretaris eigenlijk de Expertgroep Gezondheid gebruikt om zijn gebrek aan beleid te groenwassen. Kan de staatssecretaris toezeggen opnieuw te kijken naar die scheve balans en voor het eerstvolgende debat met een brief te komen waarin hij uitlegt hoe hij medeoverheden, maatschappelijke organisaties en burgers meer tegemoet kan komen, zoals optie vier uit de ambtelijke nota adviseert?

Voorzitter. Na jarenlange onderzoeken ligt er nu wel een lijstje van wat we echt concreet zouden kunnen doen om die gezondheid goed te borgen. Dat is verwerkt in die factsheets. Echter, daar wordt bijna niets mee gedaan. Mijn verzoek aan het kabinet is dus nog steeds om daar nog een keer naar te kijken en de uitvoering van de actieagenda serieuzer in te richten.

De pilot over de metingen blijft nog steeds vaag, ondanks aangenomen moties van de Partij voor de Dieren hierover. In de actieagenda staat dat er wordt gewerkt om snel betere toegang tot milieugegevens te regelen voor burgers. Bedrijven zouden mogelijk worden verplicht om bijvoorbeeld continue metingen openbaar te maken. Ik was benieuwd hoe het daarmee staat. Dat vraag ik ook even aan de staatssecretaris.

Voorzitter. De vervuiler zou meer moeten betalen in plaats van bepalen, maar we zien toch nog steeds dat de kosten voor vervuiling worden afgewenteld op burgers. Er ligt een motie-Kostić/Soepboer, die het kabinet aanspoort om daar beter naar te kijken. Het kabinet zegt dan tegen ons: maar de huidige regelgeving is erop ingericht dat de vervuiler betaalt, dus we doen eigenlijk niks met jullie motie. Echter, we zien in de praktijk dat dat niet zo is. We zien dat milieuschade heel vaak wordt afgewenteld. Gemeenten moeten het oplossen. Provincies moeten het oplossen. Soms moet het Rijk het oplossen. En dat terwijl de vervuiler niet hoeft te betalen. Dat betekent dat de burger moet betalen. Ik verzoek de staatssecretaris om hier toch nog een keer goed naar te kijken.

Voorzitter. Ik ga nog even naar de luchtvaart. Dat onderwerp is een onderdeel van de gezonde leefomgeving, zou je zeggen. Daar is al heel veel over gezegd. Er is ook een uitspraak geweest van de rechter. Die zei: ook hier worden de belangen van de omwonenden van Schiphol structureel genegeerd. Mensenrechten worden overtreden en dat moet meer in balans komen. Ondanks alle mooie woorden van dit kabinet op sommige punten, zien we dat niet gebeuren. Er wordt nu weer een beeld geschetst waarbij er een mogelijkheid bestaat dat Schiphol gewoon weer kan groeien, terwijl we allemaal weten dat de grenzen voor de gezondheid, voor een gezonde leefomgeving, voor het klimaat en voor de natuur allang zijn overschreden.

Gisteren stuurde het kabinet ons nog een brief over het Luchthavenverkeerbesluit, dat het kabinet nog even snel door de Kamer heen wil drukken. Dat is zo ontzettend complex, met meerdere bijlagen en door de voornemens die daarin worden vermeld. Dat is niet goed voor de omwonenden. Het zou op z'n minst goed zijn om de Kamer echt goed de kans te geven om daar goed naar te kijken. Ik wil het kabinet dus toch verzoeken — anders kom ik met een motie — om hierin geen onomkeerbare stappen te zetten totdat de Kamer er goed naar heeft kunnen kijken, er een debat over heeft gehad en er vervolgens een uitspraak over heeft gedaan. Dat vraag ik aan de minister.

Een laatste gedeelte van het milieuaspect betreft het vuurwerkverbod. We weten allemaal dat vuurwerk helaas veel milieuschade en maatschappelijke kosten met zich meebrengt. Het is dus goed dat het vuurwerkverbod er komt. Maar ik wil graag van de staatssecretaris horen wat er nog moet gebeuren en hoe het staat met het regelen van de compensatie van de vuurwerkbranche. Ik vraag hem ook er toch op te letten dat er niet zo veel maatschappelijk draagvlak is om die financiële compensatie heel hoog te maken. Ten eerste wist de branche al heel lang dat het vuurwerkverbod eraan zat te komen. Ten tweede zijn de milieukosten en -impact jarenlang afgewenteld op de samenleving, op de burgers dus. Ik zou zeggen: let daar goed op.

Het laatste wat ik wilde benadrukken als het gaat om veiligheid, is de circulaire economie. Het is al eerder gezegd, maar ik wil het graag benadrukken omdat het niet in de begroting naar voren komt. Weer zijn er woorden versus daden. De staatssecretaris zegt dat de circulaire economie heel belangrijk is voor onze veiligheid, onafhankelijkheid, economie, een gezonde leefomgeving, voor van alles en nog wat. Maar wat zien we gebeuren? Er werd vorig jaar iets van 92 miljoen euro gereserveerd voor de circulaire economie. Nu is dat 65 miljoen euro geworden en dat wordt de komende paar jaar met nog 30% verder verminderd. Om dat een beetje in de context te plaatsen: statiegeldbedrijf Verpact heeft nog 140 miljoen op de plank liggen aan nog te innen statiegeld. Als je dat vergelijkt met ons budget voor een circulaire economie, waarvan zelfs de staatssecretaris zegt dat het cruciaal is voor onze onafhankelijkheid van andere regimes, voor onze economie en voor onze gezondheid, dan slaat het helemaal nergens op. Ik zou dus toch een reflectie hierop willen van de staatssecretaris. Daarnaast wil ik de Kamer oproepen om dit te corrigeren, of in ieder geval een hele duidelijke boodschap af te geven aan een nieuw kabinet. Dit valt namelijk niet met elkaar te rijmen.

Tot slot. Misschien is het van een geheel andere orde, maar het is wel iets wat te maken heeft met de veiligheid van mens en dier. De leerindustrie houdt een systeem in stand waarin dieren worden uitgebuit voor winst, terwijl de productie gepaard gaat met gifvervuiling en ontbossing. De huid van dieren hoeft geen onderdeel te zijn van onze kleding. We hebben een aangenomen motie om een plan te maken om producten met dons en bont van levend geplukte dieren, angorawol en angoraleer in Nederland te weren. Het onderzoek dat het ministerie naar aanleiding daarvan heeft laten uitvoeren, laat zien dat de productie van angorawol, kangoeroeleer en dons van levend geplukte dieren gepaard gaat met ernstig dierenleed. Het onderzoek laat ook zien dat 72% van de mensen negatief staat tegenover het gebruik van die producten als ze weten wat voor dierenleed erachter staat. Er is dus enorm veel draagvlak voor maatregelen van dit kabinet. Het onderzoek biedt volgens het ministerie zelf aanknopingspunten voor beleid dat gericht is op regulering van de verkoop en import van materialen met ernstige dierenwelzijnsproblemen. We hebben echter nog geen maatregelen gezien. Is de staatssecretaris bereid om alsnog maatregelen te treffen in de geest van de al aangenomen motie?

Voorzitter, ik rond af. Ik snap dat er onderhandelingen bezig zijn, maar ik zeg nogmaals dat ik ook ooit gewoon een burger ben geweest die naar de politiek keek en dacht: kom op lieve mensen, dit kan toch sneller. We hebben zo veel waardevols om te beschermen. Dat kan inderdaad met het bedrijfsleven, maar we moeten keuzes maken. Die gezondheid is ons zo waardevol. Laten dus wel stappen vooruit nemen, ook al zijn die onderhandelingen nog bezig.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, lid Kostić. Het woord is aan de heer Grinwis voor zijn inbreng namens de ChristenUnie in de eerste termijn. Gaat uw gang.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Proficiat met de maidenspeech, zeg ik aan collega's Huidekooper, Schutz en Jumelet, met opnieuw mooie inzichten: "je hoeft er niet geboren te zijn om er vandaan te komen" en "waar een wil is, is een weg". Dank.

Voorzitter. Vandaag gaat het over een verbonden land. Dan doel ik niet alleen op het overbruggen van de figuurlijke afstanden in onze samenleving, maar ook op de fysieke. Dan gaat het ook over bruggen, sluizen, tunnels en viaducten, over dammen, duinen en dijken, en over 141.000 kilometer wegen, 7.000 kilometer spoor en 5.700 kilometer vaarwegen, zo zagen we zojuist nog bij de petitie, waarbij we met z'n allen met de neus op het feit werden gedrukt dat zonder onderhoud Nederland vastloopt. Er is een tekort van tientallen miljarden in de komende tien jaar. Dat betekent dat het volgende kabinet naast 1 à 2 miljard euro per jaar voor de aanleg van nieuwe infrastructuur structureel ook 2 à 3 miljard per jaar voor onderhoud en vervanging zal moeten reserveren. Delen de bewindspersonen deze inschattingen, en wat is hun dringende advies aan hun opvolgers om niet hetzelfde mee te maken als wat zij hebben meegemaakt?

Om de grote onderhouds- en vervangingsopgave concreet te maken, leg ik de vinger even bij het Spui- en Gemaalcomplex IJmuiden. U hoort het al vanuit vak K. Dank voor de brief in reactie op de motie van collega Schutz en mij over de o zo noodzakelijke vernieuwing van dat complex in IJmuiden. De kans dat dit complex faalt, wordt groter en groter. We staan erbij en kijken ernaar, samen met 4 miljoen mensen, bewoners van ons land, die worden beschermd door dit cruciale kunstwerk. Waar zijn de gevraagde jaartallen? Waar is de urgentie? We kunnen dit besluit wel aan een volgend kabinet laten, maar wat kan en wil de minister nog doen om te borgen dat het vervangingsbesluit daadwerkelijk snel genomen gaat worden?

Voorzitter. Hoe belangrijk goed en veilig reizen is, ontdek je vooral op momenten dat dat even niet zo vanzelfsprekend is, zoals een paar weken terug. Er was flinke uitval van treinen en bussen. Ook was er gladheid op de wegen, die met man en macht werd bestreden. Dat verdient een compliment. In de antwoorden op de door mij gestelde vragen over dit weer lees ik weinig over wat er de volgens de staatssecretaris de volgende keer anders zou moeten gaan. De staatssecretaris geeft bijvoorbeeld aan hoeveel geld het deels uitzetten van de wisselverwarming bespaart, maar het gaat dan niet over de vraag welke maatschappelijke kosten dat met zich meebrengt. Natuurlijk moeten we weinig voorkomende verstoringen niet gaan overdrijven met een enorme hoeveelheid aan geld dat we daaraan spenderen, maar toch: worden de maatschappelijke kosten ook meegenomen in de evaluatie en bij toekomstige wijzigingen van het basiskwaliteitsniveau spoor?

Belangrijker dan deze incidenten is dat ons openbaar vervoer tussen onze dorpen en steden gewoon goed en betaalbaar is. Helaas waren de woorden van de vorige coalitie mooi, maar de bezuinigingen keihard. Het leidde er zelfs toe dat ik vorig jaar bij de begrotingsbehandeling dreigde tegen de volgende begroting te stemmen als de bezuinigingen niet zouden worden teruggedraaid. Gelukkig heeft de staatssecretaris ingegrepen. De BDU-bezuiniging van 110 miljoen op het ov in en rond grote steden is voor één jaar teruggedraaid en voor één jaar voor een klein deel, maar de bezuiniging van meer dan 200 miljoen per jaar op ons ov door de herijking van het studentenreisproduct staat nog. Dat laat mijn fractie niet over haar kant gaan. Zoals we eerder in de nasleep van de gevolgen van corona voor het ov zijn gekomen met de motie-Bikker over 300 miljoen per jaar, zo hebben we nu een amendement klaarliggen waarin in 2026 en 2027 224 miljoen opzij gezet wordt voor het vervoeren van reizigers per bus, tram, metro en trein. Dan kan de NS ook mooi de dierbare jongerendagkaart herinvoeren. Graag een reactie daarop. Ik hoop en reken op mijn collega's bij de stemmingen binnenkort.

Ten slotte wil ik heel kort nog iets zeggen over circulariteit. Ik sluit me aan bij de woorden van collega Stoffer. Ik ben benieuwd of de staatssecretaris kan toezeggen dat de doelen voor productgroepen zo hoog mogelijk op de ladder komen te staan. Kan hij dus toezeggen dat hij ook doelen maakt voor hergebruik en reparatie? Hoe staat het met de uitvoering van de motie over vraagcreatie die ik samen met collega Rooderkerk heb ingediend? Er moet namelijk een markt komen voor circulariteit. Als we dat niet doen, dan gaat het gewoon niet goed.

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Er is een interruptie van de heer De Groot.

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik wil de bijdrage van de heer Grinwis van de ChristenUnie via u best wat verlengen. Ik hoorde in de opsomming van de heer Grinwis over het belang van infrastructuur niet de luchthavens. Die hoorde ik ook niet toen hij had het over het ijsvrij maken, terwijl er tijdens de sneeuwstorm toch echt een heel aantal vliegtuigen zijn uitgeweken naar Groningen. Ik stel de vraag dan maar zo, via u, voorzitter: hoe kijkt de heer Grinwis aan tegen het belang van luchtvaartsystemen en regionale luchthavens in Nederland? Wat vindt hij ervan als we daar op die manier naar kijken en als we die een beetje ondersteunen? We zien nu namelijk toch dat heel veel vakantievliegers naar Weeze of Brussel gaan, allebei net over de grens. Hoe kijkt de heer Grinwis aan tegen de visie van één luchtvaartsysteem en het belang van de regionale luchthavens?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Het is fijn dat de heer De Groot terug is en dank dat hij mij de gelegenheid geeft om mijn spreektijd wat te verlengen. Ik moet met de paar minuten die ik heb inderdaad keuzes maken. Ik heb ervoor gekozen om het belang van het openbaar vervoer te onderstrepen en de vinger te leggen op de verstoring van het openbaar vervoer door het winterweer. Collega Van der Plas heeft uitgebreid stilgestaan bij het vliegverkeer, en zo hebben deze zeven zetels samen toch een heel evenwichtig verhaal over de verstoringen neergelegd. Alle gekheid op een stokje, natuurlijk is het luchtvaartsysteem, inclusief luchthavens zoals we die kennen, hartstikke belangrijk voor ons land. Dat geldt voor zowel de nationale, grote luchthavens als Schiphol, als voor het systeem van regionale luchthavens. Tegelijkertijd is het voor de heer De Groot geen geheim dat wij anders denken over de prijzen van vliegen en dat wij vinden dat het een tandje minder mag met vliegen.

Dat neemt niet weg dat het van belang is dat regionale luchthavens in de toekomst een bestaan hebben. Collega De Groot heeft eerder ingegrepen in de begroting, met een voorstel om Eelde infrastructureel gezien daadwerkelijk een kans te geven. Ik zag nu een nieuw amendement van hem langskomen. Ik ga dat met belangstelling bestuderen. Ik zeg nu niet toe dat ik voor ga stemmen. Ik let ook altijd goed op de dekking en die vond ik er nog niet heel jofel uitzien. Ik snap heus wel dat de heer De Groot zegt dat we ons niet alleen bijziend op één vorm van vervoer — in mijn geval is dat het openbaar vervoer — moeten focussen, maar dat we ook oog moeten hebben voor de luchtvaart. Ik nodig van de weeromstuit collega De Groot dan uit om ook liefde te hebben voor die andere vormen van vervoer; die hebben zijn steun namelijk ook heel hard nodig.

De heer Peter de Groot (VVD):

Daar zal ik zeker naar kijken. Dat is zeker waar. Ik kan de heer Grinwis via de voorzitter ook alvast geruststellen dat ik nog even goed naar de dekking van mijn amendement zal kijken. U zult dus denk ik morgen in ieder geval een gewijzigd amendement ontvangen. Dat kan ik alvast toezeggen. Kijk, de luchthavens hier ploeteren gewoon ten opzichte van luchthavens van dezelfde omvang in bijvoorbeeld Duitsland. De luchthavens in Nederland ploeteren gewoon om hun hoofd boven water te houden, om het rond te krijgen.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ze ploeteren — dat hebben we bijvoorbeeld met het weer van de afgelopen weken ook gezien — terwijl ze een ontzettend belangrijke rol spelen in dat luchthavensysteem. We zien dat ook als het gaat over de vracht bij Maastricht. Dat is economisch van groot belang. Ik ben dus blij om te horen dat de heer Grinwis daar nog met een warme blik naar gaat kijken. Ik zou graag op zijn steun rekenen om dat luchthavensysteem wat verder te stutten in Nederland.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik ga er welwillend naar kijken. Ik ga ook wel luisteren naar wat de bewindspersonen daarover en over het amendement te zeggen hebben. We kunnen het geld namelijk maar één keer uitgeven. Ik snap heel goed wat de heer De Groot zegt. We leven niet op een eiland. Er liggen ook vliegvelden net over de grens, die zich ook mogen verheugen in Nederlandse bezoekers. Als zij dan toch gaan vliegen, dan natuurlijk liever vanuit Nederland. Ik begrijp dat helemaal. Dat neemt niet weg dat wij in algemene zin mensen ook de mogelijkheid willen laten zien dat het dicht bij eigen huis soms ook heel mooi is. Je hoeft dus niet per se heel ver te vliegen. Ik erken dat er ook veel noodzakelijke vluchten zijn, bijvoorbeeld naar een Waddeneiland zoals Terschelling. Daar moet de haven worden opgeknapt. Ik sluit me daarmee mooi aan bij collega Van der Plas.

De voorzitter:

Nou, wat een intermodale benadering. Dank u wel, meneer Grinwis. Dan is het woord aan mevrouw Beckerman voor haar inbreng namens de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter, goedenavond.

De voorzitter:

Gaat uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Door politieke keuzes is ons ov een blamage. Eerst werd het door het blinde geloof in marktwerking en privatisering, dat zou zorgen voor efficiëntie en dalende kosten, uitgekleed met een veel te kleine bijdrage van de overheid. Daar is vervolgens nog weer verder op bezuinigd. Honderden bushaltes verdwenen de afgelopen jaren. Steeds meer dorpen, wijken en voorzieningen zijn steeds slechter bereikbaar. Ondertussen betaal je als reiziger veel en veel meer. Laten we het hebben over die ticketprijzen. Tussen 2008 en 2024 werden de tickets voor het openbaar vervoer 40% duurder. Dit jaar komt er bij de NS weer 6,25% bij. En wat zegt het kabinet dan in antwoord op de vragen bij deze begroting? Het kabinet zegt dat het ook veel erger had kunnen zijn. Vervolgens wordt er niks meer aan gedaan.

Het is op sommige plekken helaas ook nog veel erger. Arriva gooit ook nog eens €0,02 per kilometer boven op de stijging van die 6,25%. Dat kan oplopen tot een stijging van 17,7%. Arriva is inmiddels in handen van een Amerikaans private-equitybedrijf. Een dienst van zo groot belang als openbaar vervoer! Zo ver hebben opeenvolgende kabinetten het laten komen. De allereerste kleine stap moet toch zijn om deze prijsstijgingen te blokkeren. De SP wil toe naar gratis ov. Betaalbaar of zelfs gratis en goed ov, zeg ik ook even in de richting van D66, kan immers wél. In Luxemburg is het ov gratis. In Duitsland heb je voor €63 per maand vrij reizen. In Wenen kun je elke dag onbeperkt overal heen voor €1,25 per dag. Maar in Nederland kost zo'n kaart €4.800. Het goedkoper en op termijn gratis maken van het ov en het zorgen voor betere bereikbaarheid zou nou echt goed klimaatbeleid zijn.

Er is allerlei klimaatbeleid waar je last van hebt als inwoner. Er is allerlei klimaatbeleid waar je alleen wat aan hebt als je veel geld hebt. Dat is leuk voor een groene elite, maar beleid maken waar inwoners en het klimaat echt van zouden profiteren, doen opeenvolgende kabinetten niet. Ik doel dan op fors investeren in de bereikbaarheid van het platteland en de stad met het ov en ervoor zorgen dat het ov voor iedereen betaalbaar of zelfs gratis wordt. Een nieuw kabinet moet daar wat de SP betreft direct mee aan de slag. Maak het ov weer publiek en maak het tot iets waar we trots op kunnen zijn. Vooralsnog kunnen we daar niet wachten. De eerste stap moet echt zijn om de ticketprijs op zijn minst alsnog te bevriezen. Graag een reactie. Dit geldt voor de NS en ook voor de regionale trein-, bus- en metrovervoerders.

Voorzitter. Terwijl steeds meer mensen last hebben van de betaalbaarheidscrisis, stijgen ook de kosten voor ons drinkwater. Mede doordat de overheid haar milieubeleid niet op orde heeft, betalen inwoners de rekening. Tot twee jaar geleden deed ik de portefeuille milieu. Nu moest ik me opnieuw inlezen, maar daar was ik heel snel klaar mee. Het is wel pijnlijk dat we zo weinig zijn opgeschoten. Een nationaal verbod op pfas is er bijvoorbeeld nog steeds niet. Bedrijven krijgen nog steeds vergunningen om te lozen. Illegale lozingen komen aan het licht. Zo loosde Sabic 25 jaar lang illegaal pfas op de Westerschelde. Ook het Limburgse afvalbedrijf CFS loosde illegaal pfas. Dat bedrijf krijgt nu een vergunning om een grote hoeveelheid te blijven lozen, terwijl daar ook voor 4 miljoen huishoudens drinkwater moet worden gewonnen. Die huishoudens draaien op voor de kosten.

Het huidige kabinet kenmerkt zich door het eeuwige zoeken naar mogelijkheden om de kool en de geit te sparen. De verantwoordelijkheid voor een gezonde leefomgeving en een hoge milieukwaliteit wordt vooral afgeschoven naar lagere overheden, waterschappen, omgevingsdiensten, de EU en vooral naar de verschillende sectoren zelf. Alleen als zaken na jaren onderhandelen uiteindelijk niet lukken, grijpt het kabinet in.

Voorzitter. Een aantal vragen. Hoe zorgt het kabinet dat huishoudens niet de rekening van vervuilers betalen? Erkent het kabinet dat er tekorten zijn bij gemeenten en provincies voor het uitvoeren van hun toezichttaken? Wordt het niet alsnog tijd voor een nationaal verbod op het lozen van pfas? Wil het kabinet komen tot een samenhangende interdepartementale nationale pfas-aanpak tegen de vervuiling?

Dan heb ik nog tien seconden om de mensen te feliciteren die hun maidenspeech hebben gehouden.

Dank u.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Beckerman. Tot slot geef ik het woord aan de heer Heutink als laatste spreker van de zijde van de Kamer in de eerste termijn, die zijn bijdrage zal doen namens de Groep Markuszower.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. U zult begrijpen dat ik hier vandaag met een dubbel gevoel sta, maar het Kamerwerk gaat altijd door. Nederland kan niet wachten. De kiezer kan niet wachten. Daarom behandelen wij vandaag gewoon de begroting van Infrastructuur en Waterstaat.

Voorzitter. Nederland is echt een prachtig land; ik zeg het maar even. Onze infrastructuur was de beste van de wereld. Ze is zo'n 70 jaar geleden door de politiek aangebracht en bracht ons welvaart, rijkdom en vrijheid. Van oost naar west of van zuid naar noord: het was allemaal te doen binnen afzienbare tijd. Hoewel we een klein landje zijn, is het verbluffend om te zien wat we in al die jaren hebben weten klaar te spelen. Mobiliteit heeft de afgelopen 70 jaar ook een enorme technologische vooruitgang meegemaakt. Zo werd 70 jaar geleden bijvoorbeeld de Citroën 2CV nog gemaakt. Ik weet niet of iedereen weet welke auto dat is, maar de kenners onder ons weten: dat is de lelijke eend. Ik zie meneer Jumelet lachen. Wie nu in een nieuwe auto stapt, waant zich bijna in een ruimteschip: ze zitten vol met technologie, foefjes en andere slimmigheden om autorijden veiliger dan ooit te maken.

Al die technologische vooruitgang hebben we kunnen boeken omdat er 70 jaar geleden politici waren die de moed en het lef durfden te tonen om massaal te investeren in onze infrastructuur, omdat zij zagen dat onze infrastructuur het fundament is voor een sterke economie. Laten we heel eerlijk zijn tegen elkaar: zonder infrastructuur zijn er geen woningen, zonder infrastructuur kom je niet naar een ziekenhuis en zonder infrastructuur kun je het vergroten van onze weerbaarheid vergeten. Daarbovenop waren onze wegen ooit zo vlak als biljartlakens. We hebben ze met elkaar laten verloederen. We hebben ze laten verslonzen, met alle gevolgen van dien. Het is zo ongelofelijk zonde.

Maar ook de vrijheid van autorijders staat onder druk, want ook op onze wegen sta je vaker stil dan je lief is. De fileproblematiek in Nederland wordt alsmaar groter. Hoe kan het ook anders? Met een migratiesaldo van meer dan 100.000 mensen per jaar, die allemaal vervoer nodig hebben, is het niet zo gek dat onze wegen voller en voller worden. Het aantal mensen en het aantal auto's in dit land nemen alsmaar toe, ieder jaar opnieuw. We zijn maar een klein landje, maar ook afgelopen jaar werden er weer 388.000 nieuwe auto's geregistreerd.

In plaats van dat het kabinet de wegen verbreedt, zet men zonder succes in op een campagne die Spitsmijden heet. Verspreid over twee keer vier weken werd er maar liefst €350.000 aan uitgegeven. De helft ging naar radio- en tv-spotjes en de andere helft ging naar onlinefilmpjes en socialmediabedrijven. En wat blijkt? Het heeft dus nul komma nul effect gehad. De campagne heeft volgens onderzoeksbureau Verian-Validators nog geen aantoonbaar effect gesorteerd op de doelstellingen. Mensen zien het nut van spitsmijden wel in, maar het is allemaal wat ingewikkelder om het in het dagelijks leven in te passen. Bovendien ervaren sommige mensen nog de druk om op tijd op kantoor te zijn. Dit had bijna mijn bijdrage van vorig jaar kunnen zijn. Toen classificeerde ik dat als pure, pure armoede, en dat is het ook.

Voorzitter. Ook andere soorten infrastructuur zijn aan het einde van hun levensduur. Dat is voor de directe veiligheid van ons land misschien nog wel veel gevaarlijker. Ik heb het hier over al die bouwwerken die ervoor zorgen dat wij hier vandaag de dag nog met droge voeten kunnen staan, al die dammen, sluizen en, niet te vergeten, Deltawerken. Ik zei het net al: ongeveer 70 jaar geleden nam de politiek de beslissing om belangrijke stappen te zetten binnen de infrastructuur. Dat die Deltawerken ons vandaag de dag nog steeds droge voeten bezorgen, geeft aan hoe belangrijk die investeringen in infrastructuur zijn. Daarom hebben wij vandaag opnieuw politici nodig die door muren gaan, die zeggen: infrastructuur is het fundament van onze economie. We hebben politici nodig die de keuze durven te maken om te investeren in infrastructuur, ook al is dat niet altijd sexy. Het eerlijke verhaal is dat investeren in infrastructuur weinig nieuwe stemmen oplevert. Dat is de realiteit. Dat is ook precies de reden dat heel veel politici het niet aandurven, maar ik denk dat we het allemaal met elkaar eens zijn dat het heel erg goed is voor ons land om het wel te doen.

Voorzitter. Ik ben hier vandaag helemaal niet om de hele infrastructuursector af te zeiken, heus niet. Bij Rijkswaterstaat, bij ProRail en bij de NS werken allemaal mensen, stuk voor stuk met hart voor de Nederlandse infrastructuur. Ik heb echt diep respect voor al die mensen die elke dag hun bed uit komen om Nederland bereikbaar te houden. Tegelijkertijd kunnen we er niet meer omheen dat het al heel erg lang één voor twaalf is als het gaat om de staat van onze wegen, onze dijken, ons spoor en alle andere infrastructuur. Keer op keer — dat zien we in deze begroting ook weer — wordt nagelaten om genoeg geld uit te trekken voor onze infrastructuur. De vraag is heel simpel: waarom ontbreekt bij het kabinet iedere vorm van urgentie als het gaat om de staat van onze infrastructuur? Horen zij de noodkreten uit de diverse sectoren dan niet? Ik hoor het graag van de minister.

Voorzitter. Daarom sta ik hier vandaag met dit pleidooi. Deze problemen moeten allemaal gewoon worden opgelost. De Nederlander verdient dat. De prijs van een treinkaartje moet omlaag. De files op de wegen moeten worden verminderd. De risico's op wateroverlast moeten we aanpakken door te blijven investeren. Ik kan nog wel even doorgaan, maar ik zie dat meneer Schutz leuke dingen gaat doen.

De voorzitter:

Of het leuk is, gaan we zien, maar ik geef hem het woord voor een interruptie.

De heer Schutz (VVD):

Ja, ik ga een vraag stellen. Ik hoor een stevig pleidooi voor de sectoren. Dat ziet met name op de aanleg en het onderhoud van al die infrastructurele werkzaamheden. Ik heb in mijn bijdrage een verhaal gehouden over hindermanagement. Van af en toe eens een incident gaan we eigenlijk naar een structurele hinder omdat er aan de weg gewerkt wordt. Als je werkt, heb je hinder. Dat begrijpt iedereen.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Schutz (VVD):

Zou de heer Heutink ook daar aandacht voor kunnen hebben? Kan hij aangeven wat hij daarvan vindt en of er meer structurele aandacht zou moeten zijn voor hindermanagement bij het plannen en organiseren van al dat werk dat wij samen noodzakelijk vinden?

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Ik denk dat als je hinder kunt beperken, je dat zeker moet doen. Heel eerlijk gezegd kan ik mij niet voorstellen dat een organisatie als Rijkswaterstaat het nalaat om hinder voldoende te beperken. Je kunt maar zoveel doen. Denk bijvoorbeeld aan omleidingen. Maar op het moment dat zo'n weg eruit ligt, dan ligt die er gewoon uit. Dan moet je omrijden. Natuurlijk steun ik de oproep om te kijken hoe je hinder nog verder kunt beperken. Daar ga ik helemaal in mee. Maar ik wil wel van het kabinet horen of Rijkswaterstaat überhaupt bij kracht is om daar extra op in te zetten.

De heer Schutz (VVD):

Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat die intentie er bij Rijkswaterstaat zeker is, maar met name bij het vaarwegverkeer is het niet zo makkelijk om een stukje om te varen. Dat zijn vaak grote stukjes. Daar moet je het af en toe toch hebben van maatregelen als bloktijden of één kolk openen en de ander niet. Rijkswaterstaat denkt daarin best mee. Maar de uitkomst daarvan wordt door de natte sector nog weleens als bedroevend ervaren. Is de heer Heutink het met mij eens dat daar meer aandacht voor zou moeten zijn zijdens het ministerie en Rijkswaterstaat?

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Meer aandacht daarvoor is altijd goed, maar dan wil ik toch even een voorbeeld aanhalen van vorig jaar, als ik het goed heb, namelijk het Julianakanaal en de drooglegging daarvan. We hebben gezien hoe enorm de effecten waren van die omleidingsroute. Toen ging er ook nog een ander waterwerk kapot, wat ook weer problemen opleverde. Dus ik denk dat ik heel goed begrijp waar de bottleneck zit. Als we daar meer aandacht voor kunnen vragen met elkaar, dan kan ik dat alleen maar toejuichen.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Schutz (VVD):

In Noord-Holland denken ze daar wel heel anders over. Daar is gewoon sprake van een structurele stremming op de westelijke en de oostelijke Staande Mastroute. Bij de Algerabrug vindt het werk met name precies in het hoogseizoen plaats, als al die bootvaarders op een veilige manier het land doorkruisen, op zoek naar een jachthaven waar mensen hun brood verdienen. Dat gaat altijd op plaatsen en tijden waar het knelt voor bepaalde sectoren. Ik zou meneer Heutink, en natuurlijk ook de bewindslieden, willen vragen om daar toch meer aandacht voor te hebben dan we nu zien.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Point taken. Meneer Schutz zegt terecht dat hij de aandacht nu beter zou kunnen focussen op het kabinet, maar ik neem het mee. Dank voor de suggestie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik wil eerst even zeggen dat ik het goed vind dat de heer Heutink vandaag hier staat. Er is nogal wat gebeurd.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Ja, dat kun je wel zeggen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Maar nu hij er toch staat, stel ik ook gelijk een vraag. Ik hoorde de heer Heutink in zijn bijdrage uitgebreid pleiten voor investeringen in onze infrastructuur, want dat is broodnodig. Dat heb ik de afgelopen jaren weleens gemist. Toen ging het toch vooral over alles wat er misging bij de NS. Over investeringen ging het heel weinig. Daar stond ook bijna geen geld voor in het vorige coalitieakkoord. Is dit het nieuwe geluid van de Groep Markuszower dan wel de Nederlandse Vrijheids Alliantie, de NVA?

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Ik hoop dat meneer Grinwis eraan kan wennen.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Ik wil nog door over de Nederlandse luchtvaart. De ontwikkeling van de Nederlandse luchtvaart is een van de meest prachtige dingen uit onze geschiedenis en moeten we koesteren. In 1919 wordt de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij, de KLM, opgericht. KLM is de enige luchtvaartmaatschappij die nog onder haar originele naam fungeert. Alleen dat al is geschiedenis op zich. Op 17 mei 1920, meer dan 100 jaar geleden, opent KLM de eerste geregelde vliegroute tussen Amsterdam en Londen. Op Schiphol landt die dag vlieger Jerry Shaw met een geleasede De Havilland DH.16 met, jawel, maar liefst twee passagiers, een pak kranten en een brief van de burgemeester van Londen voor zijn ambtsgenoot in Amsterdam.

Hoe anders is het nu? In het kalenderjaar 2025 verwerkte Schiphol meer dan 477.000 vliegbewegingen. 477.000! Dat zijn gemiddeld 1.130 vluchten per dag. Er zijn het afgelopen jaar bijna 70 miljoen reizigers via Schiphol vervoerd. De effecten op onze economie zijn weergaloos. Hoeveel welvaart onze luchtvaartsector ons wel niet heeft gebracht, is niet in een simpele beleidsnotitie weg te schrijven. Maar natuurlijk zien we ook dat er mensen zijn die overlast ervaren. Daarom moeten we ook de inzet van KLM om de vloot te vervangen met stillere vliegtuigen volledig steunen. Maar om nu onze hele geschiedenis en de economische effecten de nek om te draaien, gaat ons echt veel te ver. We zijn daarom tegen een nachtsluiting, simpelweg omdat dat kapitaalvernietiging is.

Voorzitter. Dat geldt niet alleen voor Schiphol. Kijk naar Lelystad, een hagelnieuwe, fonkelnieuwe luchthaven die morgen open zou kunnen. En we doen er helemaal niets mee. Het is werkelijk onbestaanbaar. Gooi dat ding toch open, zeggen we tegen de minister. Of wilt u er een natuurgebied van maken, net als van Twente Airport, nog een triest voorbeeld? Ik zeg het opnieuw: het is kapitaalvernietiging in drievoud. Het is heel simpel. Niet de plantjes en bloemetjes moeten floreren op zo'n luchthaven. Nee, onze economie, onze welvaart en onze vrijheid moeten floreren op al die luchthavens.

Voorzitter, ik rond af. De tijd van wegkijken is voorbij. Wij moeten met elkaar opstaan voor een sterke en een gezonde infrastructuur. Daarom zeggen wij: gebruik de mogelijkheden binnen de extra miljarden die we mogen lenen voor defensie om ook te investeren in onze infrastructuur. Want er is gewoon geld; er gaat gewoon geld komen. Laten we dan nu ook die slag gaan maken, want zonder een stabiele en robuuste infrastructuur is er ook geen defensie.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel, meneer Heutink, voor uw bijdrage als laatste spreker van de zijde van de Kamer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer bij deze behandeling van de begrotingen van Infrastructuur en Waterstaat en het Mobiliteitsfonds.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

De voortzetting hiervan vindt plaats aanstaande donderdagochtend, waarna het woord is aan de leden van het kabinet.

Daarmee zijn we ook gekomen aan het einde van de vergaderdag van dinsdag 20 januari 2026. Ik sluit de vergadering.

Sluiting

Sluiting 19.15 uur.