De EU en Brazilië sluiten overeenkomsten om het grootste gebied van vrije en veilige gegevensstromen ter wereld tot stand te brengen
Vandaag hebben de Europese Commissie en Brazilië wederzijdse adequaatheidsbesluiten vastgesteld, waarin wordt bevestigd dat hun gegevensbeschermingsniveaus vergelijkbaar zijn. Deze overeenkomsten erkennen de hoge normen voor gegevensbescherming die consumenten en burgers aan beide zijden beschermen en stellen bedrijven, overheidsinstanties en onderzoekers nu in staat vrij gegevens uit te wisselen tussen de EU en Brazilië.
Door ervoor te zorgen dat persoonsgegevens vrij en veilig tussen de EU en Brazilië kunnen stromen zonder aanvullende vereisten, zal de digitale handel tussen de twee rechtsgebieden een impuls krijgen. De besluiten zullen kosten besparen en zorgen voor rechtszekerheid en stabiliteit voor Europese bedrijven die al in Brazilië hebben geïnvesteerd en voor Braziliaanse bedrijven die naar de EU-markt uitbreiden. Zij creëren het grootste gebied van vrije en veilige gegevensstromen ter wereld, waarvan in totaal 670 miljoen consumenten in de EU en Brazilië profiteren.
Deze wederzijdse adequaatheidsbesluiten vinden plaats tegen de achtergrond van de historische partnerschapsovereenkomst (EMPA) en de interim-handelsovereenkomst (iTA) die op 17 januari tussen de EU en Mercosur zijn ondertekend. De besluiten zullen een bouwsteen vormen voor de versterking van de handel tussen de EU en Brazilië en een ander sterk geopolitiek signaal afgeven, waaruit de gezamenlijke inzet van de EU en Brazilië voor multilateralisme en de op regels gebaseerde internationale orde blijkt.
De vaststelling van de besluiten inzake wederzijdse adequaatheid volgt op een advies van het Europees Comité voor gegevensbescherming en het groen licht van de EU-lidstaten in de zogenaamde comitologieprocedure. De Commissie zal de werking van haar adequaatheidsbesluit na een periode van vier jaar evalueren.
Achtergrond
De grondwet van Brazilië beschermt privacy en gegevensbescherming als grondrechten, zoals ook het geval is op grond van het Handvest van de grondrechten van de EU. In 2018 heeft Brazilië de algemene wet inzake gegevensbescherming aangenomen, het equivalent van de algemene verordening gegevensbescherming in de EU. Het heeft vervolgens een onafhankelijke gegevensbeschermingsautoriteit opgericht, de nationale gegevensbeschermingsautoriteit, een fundamenteel beginsel van het EU-kader voor gegevensbescherming. De algemene wet inzake gegevensbescherming in Brazilië biedt een zeer hoge mate van convergentie met het toepassingsgebied, de waarborgen, de rechten, de verplichtingen, het toezicht, het handhavingsmechanisme en de rechtsmiddelen van de AVG.
De Europese Commissie heeft de bevoegdheid om in het kader van de AVG te bepalen of een land of internationale organisatie buiten de EU een passend niveau van gegevensbescherming waarborgt. Hierna kan de Commissie het proces inleiden voor de vaststelling van een adequaatheidsbesluit, dat het vrije verkeer van persoonsgegevens vanuit de EU en de Europese Economische Ruimte naar een derde land of internationale organisatie zonder verdere belemmeringen mogelijk maakt.
De Commissie heeft tot dusver erkend dat Andorra, Argentinië, Canada, de Faeröer , Guernsey, Israël, het eiland Man, Japan, Jersey, Nieuw-Zeeland, de Republiek Korea , Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk in het kader van de algemene verordening gegevensbescherming en de richtlijn rechtshandhaving, de Verenigde Staten, Uruguay en de Europese Octrooiorganisatie passende bescherming bieden.
Voor meer informatie