Tweede Kamer, 36e vergadering

  • Begin10:15
  • Sluiting00:00
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:

Ik open de vergadering van woensdag 28 januari 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:

Dassen.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Onlinefraude

Onlinefraude

Aan de orde is het tweeminutendebat Onlinefraude (CD d.d. 17/12).

De voorzitter:

Dan is aan de orde het tweeminutendebat Onlinefraude. Daarvoor heet ik de minister van Justitie en Veiligheid van harte welkom aan de zijde van het kabinet. Ik geef het woord aan mevrouw Mutluer als eerste spreker van de zijde van de Kamer, namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. We gaan het zo meteen bij de begroting natuurlijk uitgebreid hebben over criminaliteitsbestrijding. Onlinefraude zal daar geheid in terugkomen. Desondanks dien ik, om recht te doen aan het rondetafelgesprek dat we hebben gehad en aan de 2,4 miljoen mensen die hiermee van doen hebben, de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat slachtoffers van onlinefraude te maken hebben met een versnipperd meldpuntenlandschap en dat de huidige aanpak grotendeels berust op vrijwillige samenwerking van private partijen;

verzoekt de regering:

expliciet uit te werken hoe kan worden toegewerkt naar één centraal meld- en registratiepunt voor onlinefraude;

daarbij tevens mee te nemen welke wettelijke verplichtingsscenario's voor banken, telecombedrijven en onlineplatforms mogelijk zijn, inclusief de consequenties van niets doen, en de Kamer hierover dit jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Mutluer.

Zij krijgt nr. 496 (29911).

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Ik zat even goed te luisteren. We hebben juist een integraal plan van aanpak voor onlinefraude. Dat is per definitie publiek-privaat. Welke verplichtingen zouden de private partijen die mevrouw Mutluer noemt, hebben? Gaat het om een verplichting om te melden of om te voorkomen dat er fraude wordt gepleegd? Kan zij daar iets meer over zeggen? Dit is namelijk wel heel breed.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Volgens mij was het mevrouw Michon-Derkzen die tijdens het debat refereerde aan landen als het Verenigd Koninkrijk en Australië, waar verplichtingen voor banken en telecombedrijven veel nadrukkelijker aanwezig zijn dan bij ons. Je kan het zo breed maken als je wilt: gaat het alleen om melden of ook om voorkomen? Ik denk dat dat beide kan en daarom verzoek ik deze minister om de scenario's uit te werken. Het moet natuurlijk wél binnen de kaders van onze wet- en regelgeving. Ik snap dat we veel vragen, maar ik vind 2,4 miljoen slachtoffers van onlinefraude ook veel. Ik vind dat er wat dat betreft ook een verantwoordelijkheid rust op banken, onlineplatforms en telecombedrijven. Ik hoop dus dat de minister die scenario's à la Verenigd Koninkrijk en Australië kan uitwerken.

De voorzitter:

U vervolgt.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ik wil ook een toezegging. We hebben het in het debat ook gehad over gegevensdeling. Dat is supergevoelig. Ik vind dat je daar de Autoriteit Persoonsgegevens zeker bij moet blijven betrekken. Ik vond het echter wel een interessant idee om een pilot te lanceren, om experimenteerruimte, sandboxes, voor gegevensdeling te zoeken. Ik ben heel erg benieuwd of de minister ons daar zo snel mogelijk over kan informeren. Wat is er wel en niet mogelijk, uiteraard de Autoriteit Persoonsgegevens daarbij betrekkend? Ik kijk daar heel erg naar uit, want ik denk dat dit een heel belangrijk punt wordt voor de komende periode.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Mutluer. Het woord is aan mevrouw Straatman voor haar inbreng namens het CDA.

Mevrouw Straatman (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Later vandaag, bij de begroting JenV, zal ik spreken over het belang van voldoende middelen, capaciteit en kennis voor de aanpak van onlinevormen van criminaliteit. Een onderdeel daarvan is dat het CDA samen met GroenLinks-Partij van de Arbeid en andere partijen komt met een amendement op de begroting om de bezuinigingen bij de Fraudehelpdesk terug te draaien voor 2026. Maar in plaats van incidenteel pleisters te plakken, zoek je natuurlijk liever naar een structurele inbedding van de aanpak van onlinefraude. Het CDA kijkt daarom met grote interesse uit naar de resultaten van het onderzoek naar de fraudehub, dat afgelopen zomer is aangekondigd.

Tijdens het commissiedebat is uitvoerig gesproken over het belang van goede gegevensdeling tussen publieke en private partners en over de knelpunten die er nog zijn, waar mevrouw Mutluer net ook over sprak. De minister heeft aangegeven dat er binnen de bestaande regelgeving meer kan dan vaak wordt gedacht. Hij heeft toegezegd de Kamer hierover structureel te informeren in de voortgangsrapportage. Mijn vraag aan de minister gaat over de handelingsverlegenheid. Kan de minister toezeggen dat hij de Kamer uiterlijk voor de zomer van 2026 en gelijktijdig met de resultaten van het onderzoek naar de fraudehub ook informeert over een aanpak om AVG-gerelateerde handelingsverlegenheid weg te nemen?

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer. Ik schors een ogenblik voor de appreciatie van de ingediende motie.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Van Oosten:

Voorzitter, dank u wel. Mevrouw Mutluer vraagt in haar motie op stuk nr. 496 om ook scenario's uit te werken ten aanzien van een mogelijke wettelijke context. Ik wil die motie oordeel Kamer geven, maar ik wijs uw Kamer wel op het volgende. U zegt nu dat het in de loop van '26 mag verschijnen. Ik heb echt wat meer tijd nodig dan ik in het commissiedebat met u heb gewisseld voor het in kaart brengen van hoe de publiek-private samenwerking in de vorm van een fraudecentrum of een fraudehub, of geef het een term, ook aan de hand van het buitenland theoretisch kan worden georganiseerd voor Nederland. Daar wijs ik u dus op. Als ik dat in één bulk ga doen, wat ik op zichzelf wil doen, heb ik meer tijd nodig. Als uw Kamer dat akkoord vindt, wil ik dat zeker oppakken. Dat voor wat betreft de motie.

Mevrouw Mutluer had ook een vraag — die pak ik dan gelijk even mee — over de experimenteerruimte. Daarvan heb ik al toegezegd dat ik voor de zomer een terugkoppeling zal geven. Ik weet even niet of ik dat in de reguliere halfjaarbrief doe of dat ik een andere brief op dit punt had toegezegd, maar dat gaat gebeuren.

Daarin neem ik ook de vraag van mevrouw Straatman mee. Ik vind dat daar meer over te zeggen valt dan alleen maar een toezegging, of het niet willen doen van een toezegging, over het vraagstuk hoe bedrijven ermee om kunnen gaan, want het handelingsverlegenheidsvraagstuk vergt echt wat meer aandacht. Ik ga dat dus niet zomaar toezeggen, zeg ik nu tegen mevrouw Straatman, maar ik zeg wel toe dat ik erop terug ga komen. Dan kunnen we daar met elkaar over discussiëren.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Zolang de urgentie er maar op blijft, want de formerende partijen hebben al gezegd dat ze eruit zijn en voor je het weet, heb je een nieuwe minister en gaat dit letterlijk verzanden. Ik wil dus wel de concrete toezegging: met urgentie, zo snel als mogelijk. Ik snap de zorgvuldigheid die deze minister of de komende minister in acht wenst te nemen, maar het moet wel gebeuren.

Minister Van Oosten:

De toezegging blijft gewoon staan. U krijgt dus ook dit jaar het antwoord daarop, als uw Kamer daar tenminste in meerderheid mee instemt, want er is oordeel Kamer gegeven. Maar ik zeg u wel dat het meer tijd neemt, omdat dus de uitwerking van die wettelijke scenario's erbij moet worden genomen, dan wanneer je ervoor zou kiezen dat later te doen. Die opmerking heb ik gemaakt.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording?

Minister Van Oosten:

Ja.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat Onlinefraude.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende motie zal aanstaande dinsdag worden gestemd.

Politie

Politie

Aan de orde is het tweeminutendebat Politie (CD d.d. 18/12).

De voorzitter:

We gaan meteen door met het tweeminutendebat Politie, tevens met deze minister. Ik geef daarvoor het woord aan mevrouw Faber van de PVV als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Gaat uw gang.

Mevrouw Faber (PVV):

Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de politie het gezag op straat dient terug te krijgen;

overwegende dat uit angst om beticht te worden van etnisch profileren er allerlei ridicule maatregelen worden genomen, zoals het inzetten van de selectiepaal, waar zowel binnen als buiten de politie om wordt gelachen;

overwegende dat het inclusiebeleid bij de politie is doorgeslagen en er niet altijd met gelijke maten wordt gemeten;

overwegende dat het beleid niet altijd eenduidig wordt uitgevoerd door onder andere verschillende opvattingen over proportioneel optreden binnen de lokale driehoek;

overwegende dat het beroep van politieagent te belangrijk is om geridiculiseerd te worden;

verzoekt de regering het bestuur van de politie aan te zetten te stoppen met politiek correcte spelletjes die het aanzien en respect van de politie schaden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.

Zij krijgt nr. 1304 (29628).

Mevrouw Faber (PVV):

Dan de volgende.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat boa's neutraliteit dienen uit te stralen en zich dienen te onthouden van religieuze uitingen;

constaterende dat er een AMvB klaarligt die voorziet in een verbod op religieuze uitingen voor boa's;

constaterende dat de minister deze AMvB niet wil bekrachtigen terwijl daar geen wettelijke belemmering voor is;

constaterende dat de minister niet tegen het verbod is, maar dit wettelijk wil vastleggen;

verzoekt de regering de AMvB die voorziet in een verbod op religieuze uitingen in werking te laten treden tot de beoogde wet die ook voorziet in een verbod op religieuze uitingen van kracht is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.

Zij krijgt nr. 1305 (29628).

Mevrouw Faber (PVV):

Binnen de tijd!

De voorzitter:

Uitstekend, mevrouw Faber. Het belooft een mooie dag te worden. Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Werf. Zij spreekt namens D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Commissie Monitoring Waarborgen Heimelijk Werk in haar eindrapport concludeert dat het nieuw opgerichte undercoverteam (UCT) van de Nationale Politie door grote tijdsdruk een valse start heeft gemaakt;

constaterende dat de commissie wijst op risico's op het gebied van kennisoverdracht, leiderschap en het terugkeren van een ongewenste organisatiecultuur;

overwegende dat eerdere tekortkomingen binnen het voormalige stelsel WOD hebben geleid tot ernstige gevolgen, waaronder risico's voor de mentale gezondheid van medewerkers;

verzoekt de regering om het functioneren, de organisatiecultuur en het personeelswelzijn binnen het nieuwe undercoverteam structureel te monitoren, en de Kamer hierover periodiek te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Struijs, Michon-Derkzen, Mutluer, Straatman, Coenradie en Schilder.

Zij krijgt nr. 1306 (29628).

Dank u wel.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Ik zou aan mevrouw Van der Werf willen vragen of ik deze motie mede kan indienen.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Zeker.

De voorzitter:

Dan zullen we dat in orde maken. Kijk aan! Mevrouw Mutluer, doet u mee?

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Ja, heel graag, want volgens mij hebben we heel nadrukkelijk om die monitoring gevraagd, ook naar aanleiding van het gesprek. Wij steunen de motie van harte en willen die medeondertekenen.

De voorzitter:

Ook de naam van mevrouw Mutluer komt erbij.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Heel goed. Ik zag mevrouw Straatman een opstaande beweging maken.

De voorzitter:

Ja, ik zie het ook. Ik zie mevrouw Straatman ook.

Mevrouw Straatman (CDA):

Dat klopt. Ik twijfelde, maar ik doe ook graag mee.

De voorzitter:

Het is soms net een markt, hè.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Mevrouw Coenradie? Mevrouw Faber?

De voorzitter:

Nou, mevrouw Coenradie?

Mevrouw Coenradie (JA21):

Welja.

De voorzitter:

Mevrouw Coenradie tekent ook mee. Mevrouw Faber?

Mevrouw Van der Werf (D66):

Mevrouw Schilder komt eraan.

Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):

Ik teken mee.

De voorzitter:

Ook de naam van mevrouw Schilder zullen we meenemen.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Geweldig, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van der Werf. Tot slot is het woord aan mevrouw Coenradie als laatste spreker van de zijde van ... O, ik zie de heer El Abassi binnenkomen. Hij stond op de sprekerslijst, dus het kan net. Gaat uw gang, meneer El Abassi.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter, dank. Ik zal meteen beginnen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het WODC-rapport Samen sterker benadrukt dat herkenbaarheid en representatie essentieel zijn voor vertrouwen in de politie;

overwegende dat aanwezigheid van de politie op maatschappelijke evenementen bijdraagt aan zichtbaarheid en werving;

verzoekt de regering te bevestigen dat de aanwezigheid van de politie op verbindende maatschappelijke en culturele evenementen past binnen haar neutraliteit en publieke taak,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 1307 (29628).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zowel de Raad van State als het College voor de Rechten van de Mens ernstige bezwaren hebben geuit tegen een verbod op religieuze uitingen voor boa's;

verzoekt de regering inzichtelijk te maken hoe deze adviezen zijn meegewogen en het beleid hierop te heroverwegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 1308 (29628).

De heer El Abassi (DENK):

Dan mijn laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Raad van State en het College voor de Rechten van de Mens hebben gewaarschuwd dat een verbod op religieuze uitingen voor boa's strijdig is met grondrechten en stigmatiserend werkt;

overwegende dat inconsistent beleid rond inclusie en neutraliteit het vertrouwen in de rechtsstaat ondermijnt;

verzoekt de regering af te zien van het aanpassen van wetgeving om een verbod op religieuze uitingen voor boa's mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 1309 (29628).

De heer El Abassi (DENK):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer El Abassi. Dan nu toch tot slot: de laatste spreker van de zijde van de Kamer, mevrouw Coenradie, die spreekt namens JA21. Gaat uw gang.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat geweldsincidenten met wapens toenemen, met name onder jongeren;

overwegende dat schaarse politiecapaciteit effectief en gericht moet worden ingezet;

overwegende dat handhaving het meest effectief is wanneer die plaatsvindt op basis van objectieve risico-indicatoren, zoals locatie, gedrag, bezit en bekende geweldspatronen;

verzoekt de regering te bezien hoe, binnen bestaande of nieuwe wettelijke kaders, gerichter doelgroepenbeleid kan worden toegepast bij handhaving, zodat politiecapaciteit doelgericht kan worden ingezet en agenten duidelijke kaders en rugdekking krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.

Zij krijgt nr. 1310 (29628).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer de op 2 september 2025 ingediende motie-Michon-Derkzen c.s. met een ruime meerderheid heeft aangenomen waarin de korpsleiding wordt verzocht te stoppen met de controlepaal;

overwegende dat het verzoek van de Kamer naast zich neer is gelegd;

verzoekt de regering desnoods via regelgeving af te dwingen dat er gestopt wordt met de inzet van de controlepaal,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.

Zij krijgt nr. 1311 (29628).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de politie kampt met ernstige operationele uitdagingen;

overwegende dat beschikbare middelen primair moeten worden ingezet voor de kerntaken van de politie;

verzoekt de regering te stoppen met diversiteitsbeleid binnen de politie en de vrijvallende middelen en capaciteit in te zetten voor de versterking van de operationele slagkracht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Schilder.

Zij krijgt nr. 1312 (29628).

Dank u wel. Ik schors tien minuten tot 10.40 uur voor de appreciaties van de ingediende moties.

De vergadering wordt van 10.30 uur tot 10.40 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.

Minister Van Oosten:

Dank, voorzitter. Er zijn negen moties ingediend. Ik loop er met uw welnemen snel doorheen.

De motie op stuk nr. 1304 is van mevrouw Faber. Zij verzoekt eigenlijk de politie te stoppen met politieke spelletjes. Ik ontraad deze motie. Ik herken me ook niet in de motie zoals die daar ligt.

Mevrouw Faber (PVV):

Ik heb in mijn motie aangegeven wat ik vind van de selectiepaal. De dienders in Amsterdam geven zelf aan dat ze eigenlijk voor paal staan met die paal op straat. Er wordt ook om gelachen, zowel binnen als buiten de politie. Die paal is in feite in het leven geroepen door de leiding, omdat men niet beticht wilde worden van etnisch profileren. Dat is natuurlijk gewoon onzin, want je kunt die paal beter maar thuislaten als je in de Bijlmer gaat controleren. Mijn vraag is natuurlijk wel: is de minister het ermee eens dat je in feite gewoon voor gek staat met zo'n paal? Dat is toch ook een motie van wantrouwen naar je eigen diender toe; alsof die zelf niet in staat is om op de juiste manier te controleren.

Minister Van Oosten:

Ik heb geen reden om te twijfelen aan de professionele inschatting die de politie kan maken als het gaat om de inzetbaarheid die op dat ogenblik gevraagd wordt. Mevrouw Coenradie vraagt ook specifiek naar de paal als zodanig. Ik kom daar dadelijk bij de appreciatie nog even op terug. Ik deel de zorgen van mevrouw Faber op dat punt niet. Ik acht de politie zeer wel in staat om geen "spelletjes" — zo zegt de politie het zelf — te spelen met de veiligheid in dit land.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1305.

Minister Van Oosten:

De motie-Faber op stuk nr. 1305 ziet op de AMvB rondom religieuze uitingen bij boa's. Ik ontraad deze motie. De Raad van State heeft namelijk het advies gegeven — daar hecht ik waarde aan — om dit op het niveau van de formele wet te organiseren. Als ik dat niet doe, dan zie ik gebeuren dat het besluit bij de eerste de beste keer door de rechter onderuit wordt gehaald. Dat lijkt me zeer onverstandig. Ik ontraad de motie dus om die reden.

Mevrouw Faber (PVV):

Ja, maar het is niet bij wet verboden om deze AMvB te bekrachtigen. Dat mag wettelijk gezien wel. Ik zie niet in waarom je door de rechter teruggefloten zou worden. Dat is mijn vraag.

Minister Van Oosten:

Klopt, maar het is wel zo dat ik dat als hoog risico taxeer. Daarnaast vind ik het ook waardevol om wat te doen met het advies dat ik van de Raad van State krijg. Ik ben ook bij machte om daar wat aan te doen. Daarom ontraad ik uw motie.

Mevrouw Faber (PVV):

Maar in feite laat de minister dan dus wel zijn oren hangen naar de Raad van State. Wettelijk gezien mag dit namelijk. Het is helemaal geen gek voorstel om de AMvB te bekrachtigen tot de wet er is.

Minister Van Oosten:

Daar zijn mevrouw Faber en ik het dan niet over eens. Ik lees het advies van de Raad van State zo dat de Raad van State mij adviseert: organiseer dat in een formele wet en zorg dat daar een discussie over kan plaatsvinden in dit Kamerhuis. Dat is dan ook de weg die we wat mij betreft zouden moeten bewandelen. Daarom ontraad ik deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1306.

Minister Van Oosten:

De motie op stuk nr. 1306 is een motie van mevrouw Van der Werf, en vele anderen, kan ik inmiddels ook zeggen. Die motie wil ik oordeel Kamer geven, want die ligt in het verlengde van de discussie die we kortgeleden met elkaar gevoerd hebben. Het is goed voor de Handelingen, denk ik, dat ik wel even expliciteer hoe ik dit dan doe, in navolging van wat ik toen al gezegd heb. Er is een visitatiecommissie ingesteld. Die commissie bestaat uit externe experts met kennis van zaken van het domein heimelijk werk. Dat onderwerp blijf ik ook actief bespreken met de korpschef. Ik informeer uw Kamer in eerste instantie in het halfjaarbericht politie, dat we binnenkort weer gaan krijgen. Langs die weg gaan we het volgen. Ik reken daarbij op mevrouw Van der Werf om dat uitdrukkelijk te doen. Deze motie krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:

Ik zie een non-verbale instemming van mevrouw Van der Werf. De motie op stuk nr. 1307.

Minister Van Oosten:

De motie op stuk nr. 1307, van de heer El Abassi, vraagt eigenlijk of de politie aanwezig kan zijn bij momenten die ertoe doen, laat ik het zo zeggen. De politie doet dit al. Die motie is overbodig. De politie overweegt wel per keer, vanuit de verantwoordelijkheid die ze heeft om een benaderbare politie te zijn, of het wel of niet passend is.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1307: overbodig. De motie op stuk nr. 1308.

Minister Van Oosten:

De motie op stuk nr. 1308, ook van de heer El Abassi, is ook overbodig. De overwegingen wat betreft het verbod op de religieuze uitingen voor boa's dienen dan te worden uitgelegd in de memorie van toelichting bij het wetstraject. Dan kunnen we op dat moment er met elkaar de discussie over voeren.

De motie op stuk nr. 1309, ook van de heer El Abassi, ontraad ik eveneens. Die ziet specifiek op de neutraliteit als zodanig, niet in het bijzonder op een al dan niet wetstraject. De neutraliteit acht ik belangrijk voor de taakuitvoering en daarom moet niet worden afgezien van een wetstraject. Ik ontraad de motie.

De motie op stuk nr. 1310, van mevrouw Coenradie, ziet op bestaande of nieuwe wettelijke kaders rondom beleid dat kan worden toegepast bij handhaving. Als ik 'm niet begrijp, dan hoor ik dat van mevrouw Coenradie, maar ik lees de motie zo dat het specifiek gaat over situaties rondom preventief fouilleren. Als dat zo is, dan vind ik de motie overbodig. Het is namelijk een lokale aangelegenheid, die onder het lokale gezag plaatsvindt. Preventief fouilleren gebeurt in aangewezen veiligheidsrisicogebieden op basis van zorgvuldige analyses en niet specifiek op basis van doelgroepenbeleid. Met andere woorden: er vindt een aselectieve controle plaats in de veiligheidsrisicogebieden. Daarom beschouw en apprecieer ik de motie als overbodig.

De motie op stuk nr. 1311, van mevrouw Coenradie, ziet op de paal waar mevrouw Faber het net ook al over had. Het verzoek is om via regelgeving af te dwingen dat daarmee wordt gestopt. Kort en goed komt het op het volgende neer. Ik heb de afwegingen net al bij mevrouw Faber aangeven. Wat betreft de inzet van de politie en de mogelijkheden die de politie heeft om zich in te zetten daar wat dat past en nodig is, vertrouw ik op de professionele afweging. Ik vind het niet proportioneel om een wetstraject te starten, zoals mevrouw Coenradie voorstelt. Ik ontraad deze motie.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Ik kan me er wel iets bij voorstellen dat de minister een heel wetgevingstraject buitenproportioneel vindt. Ik vind het nog erger dat er gewoon geen uitvoering wordt gegeven aan een motie van mevrouw Michon-Derkzen die hier ligt. De vraag is hoe we hier vervolgens mee om kunnen gaan. Nu wijst men namelijk toch elke keer naar elkaar. De lokale overheid, in dit geval de driehoek, wijst naar de minister en andersom. Ondertussen wordt het handelingskader van de politie steeds dikker en vreemder.

Minister Van Oosten:

Het past nu om even terug te grijpen op de discussie die toen gevoerd is. In de appreciatie op de motie van mevrouw Michon-Derkzen is aangegeven dat de inzet van de paal facultatief is en dat het aan het lokale gezag is om wel of niet tot de inzet ervan te besluiten. Er is toen toegezegd om het te bespreken met het LOVP, dat gezelschap van regioburgemeesters en de korpsleiding. Dat is gebeurd; dat heb ik zelf nog gedaan. Ook daaruit is gekomen dat het uiteindelijk aan het lokale gezag is om het wel of niet te doen. Volgens mij heb ik dat ook aan u teruggekoppeld. Dan kom ik uiteindelijk bij uw dictum, namelijk het verzoek om dat vast te leggen in een formele wet. Ik zeg u hoe ik ben omgegaan met die motie. Volgens mij is dat in lijn daarmee, maar ik vind het buitenproportioneel om daar een wet van te maken. Daarom ontraad ik 'm.

De laatste motie is de motie op stuk nr. 1312, ook van mevrouw Coenradie. Die ziet op diversiteitsbeleid et cetera en in het bijzonder het stoppen daarmee. Die ontraad ik. Om voor iedere burger een effectieve en benaderbare politie met slagkracht te zijn, is een diverse politieorganisatie van belang. Ook draagt een diverse politieorganisatie bij aan het vertrouwen van de samenleving.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat Politie.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd. Ik schors de vergadering tot 10.55 uur. Daarna zullen we verdergaan met het de behandeling van de begroting Justitie en Veiligheid. De vergadering is geschorst tot 10.55 uur.

De vergadering wordt van 10.48 uur tot 10.56 uur geschorst.

Begroting Justitie en Veiligheid 2026

Begroting Justitie en Veiligheid 2026

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (36800-VI).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de begroting van Justitie en Veiligheid. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid, die al in ons midden verkeerde, opnieuw van harte welkom en ik heet ook de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, die zich aansluit in vak-K, welkom. We hebben negentien sprekers van de zijde van de Kamer. Het is een heuglijke dag, want er zijn maar liefst drie maidenspeeches: van mevrouw Abdi, mevrouw Straatman en mevrouw Schilder. Dat belooft dus heel wat voor vandaag, maar voordat we gaan luisteren naar de eerste spreker van de zijde van de Kamer, is het woord aan de heer Ellian, die samen met mevrouw Mutluer als rapporteur fungeerde op deze begroting. Zij zullen gezamenlijk een verslag uitbrengen, hetgeen u vanzelfsprekend kunt betrekken bij de behandeling van de begroting. Het woord is aan de heer Ellian als rapporteur.

De heer Ellian (VVD):

Dank, voorzitter. Dank dat de collega's ons deze mogelijkheid geven. De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft collega Mutluer en mij benoemd als rapporteurs over de begroting van 2026. Namens de commissie vragen wij in deze bijdrage aandacht voor de problemen in de strafrechtketen, problemen waar wij als rapporteurs inmiddels al vier jaar lang, denk ik, aandacht voor vragen. We bespreken dit onderwerp dus niet voor het eerst.

Drie jaar geleden voerde de Kamer de parlementaire verkenning Prestaties in de Strafrechtketen uit. Daarop volgden scherpe conclusies en aanbevelingen in de Kamerbreed gesteunde motie-Ellian c.s. om de knelpunten in de vastgelopen strafrechtketen te doorbreken. Het kabinet beloofde beterschap, maar het oordeel van de Algemene Rekenkamer was vorig jaar bij de jaarverantwoording zeer kritisch. Met de motie-Mutluer c.s. verbond de Kamer voorwaarden aan de dechargeverlening over het jaarverslag, vanwege vele onvolkomenheden. Dat gebeurde niet lichtvoetig, want voorwaardelijke dechargeverlening is een zwaar middel. Maar het gaat ook echt ergens om. Lange doorlooptijden ondermijnen het strafrecht. Criminelen lopen vrij rond, slachtoffers zijn de dupe en ondertussen nemen de uitgaven in de strafrechtketen alleen maar toe: tussen 2013 en 2024 van 9,7 miljard naar, let op, 14,8 miljard. En dat terwijl er nog altijd capaciteitsproblemen zijn en de digitalisering nog moet plaatsvinden.

Dan de modernisering van het Wetboek van Strafvordering, voorzitter. De implementatiedatum staat op 2029, maar is dat echt realistisch, gezien alle problemen in de keten? Ook het Openbaar Ministerie en de politie hebben hier zelf twijfels bij. Wij vragen de minister dan ook: is deze datum nog haalbaar, is er een alternatief scenario?

Tijdens het debat over de jaarverantwoording zagen we begrip en ernst bij de minister over onze zorgen. Dat gaf ons vertrouwen dat er nu echt wat ging gebeuren. En ja, verbeteringen zien we, bijvoorbeeld bij de slachtofferrechten en foutieve tenaamstellingen, maar de beloftes over de keten blijven ver achter. Op drie van de niet nagekomen beloftes gaan wij hierna in: het plan van aanpak en de aanwijzingsbevoegdheid, het kunnen volgen van een strafzaak door de hele keten en de informatievoorziening aan de Kamer.

Voorzitter. De eerste belofte betreft de doorlooptijden en het inlopen daarvan ten behoeve van slachtoffers. Waarom lukt het niet om inzicht te geven in de ketenbrede doorlooptijden? Zijn de data er niet of mogen data niet gekoppeld worden door wetstechnische knelpunten? Met de motie-Mutluer c.s. riep de Kamer op desnoods nieuwe wetgeving te ontwikkelen. De minister zou hierop terugkomen, maar dat is nooit gebeurd. Wat nu?

De tweede belofte is het plan van aanpak en de aanwijzingsbevoegdheid. Hoe staat het nu met de inzet hiervan? Wordt die serieus overwogen en, zo nee, waarom niet? We begrijpen de complexiteit en benadrukken nogmaals dat het gaat om aanwijzingen waarmee de minister niet op de stoel van de ketenpartners gaat zitten, maar aanwijzingen met betrekking tot de inhoud, de prioritering en de bedrijfsvoering. Denk bijvoorbeeld aan het hanteren van standaarddefinities.

Voorzitter. De keten werkt alleen als dit soort aspecten ook aandacht krijgen. Daarvoor is een overkoepelende instantie nodig die toezicht houdt en doorzettingsmacht heeft. Deelt de minister dit? Kan de minister scenario's uitwerken over de manier waarop de aanwijzingsbevoegdheid kan worden ingezet?

Mijn collega Mutluer doet het laatste deel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ellian. Het woord is aan mevrouw Mutluer, als tweede begrotingsrapporteur.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. Ik wil graag nog even ingaan op een ander onderdeel: de informatievoorziening aan de Kamer. Wij zouden een helder plan van aanpak krijgen met hele duidelijke doelstellingen, maar wat we krijgen is de zoveelste voortgangsbrief en een Factsheet strafrechtketenmonitor. Het blijft gewoon een zoekplaatje en het is lastig om een meerjarig beeld te krijgen. Het is niet duidelijk voor welk specifiek probleem de afzonderlijke maatregelen een oplossing zijn en wanneer resultaten bereikt moeten zijn. Ook missen we informatie over de digitalisering van de strafrechtketen en de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Daarnaast lezen we dat de doelstellingen naar beneden zijn bijgesteld. Hoe kan de Kamer nou een goed beeld krijgen als de normen tussentijds veranderen en dit niet duidelijk wordt vermeld? Kan de minister deze punten meenemen in de volgende informatie aan de Kamer en de informatievoorziening duidelijker, vollediger en meetbaarder maken?

Ik rond af. Einstein zei ooit: "De definitie van waanzin is steeds hetzelfde doen en dan een ander resultaat verwachten." Of, in gewoon Nederlands: als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. Dat is precies het gevoel dat de commissie heeft bij de aanpak van de strafrechtketen. De keten piept en kraakt. Doorlooptijden lopen op, mensen haken af en de samenleving verliest het vertrouwen. Dat vraagt om regie, om richting en om lef. Een cultuurverandering is daarvoor dringend noodzakelijk. Anders is het wachten op het volgende probleem. Daarom vragen we het volgende aan de bewindspersonen. Kan de Kamer voor de zomer een echt deltaplan krijgen, met daarin de gevraagde informatie, de scenario's voor de aanwijzingen en de informatie over het kunnen volgen van een zaak voor de hele keten? Kunnen de bewindspersonen aangeven hoe zij nu echt gaan zorgen voor een cultuurverandering, zodat de keten de aandacht krijgt die hij verdient? Wij horen graag de reactie van de bewindspersonen. Het is volgens mij een van de laatste keren dat de heer Ellian en ik nu even de begroting samen doen, maar we laten het graag aan andere collega's over om dat in de toekomst te doen. Ik sluit niet uit dat wij straks met een motie komen.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Mutluer. Ik dank de rapporteurs voor het uitgebrachte verslag.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Dan is nu het woord aan de heer Sneller als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Hij zal zijn inbreng leveren namens de fractie van D66 in de eerste termijn van deze begrotingsbehandeling. U heeft het woord.

De heer Sneller (D66):

Dank, voorzitter. De beste uitvinding van de mens is niet het wiel, maar de democratische rechtsstaat. Oftewel, een samenleving waarin mensen gezamenlijk bepalen welke regels zij willen volgen en waarin degenen die die wetten moeten handhaven en uitvoeren, zelf ook gebonden zijn aan die regels. Het is de meest zekere bescherming tegen willekeur, tegen eigenrichting en tegen het recht van de sterkste.

Voorzitter. Onze democratische rechtsstaat ontstond niet door een eurekamoment. Het was geen geniale ingeving op een achternamiddag, maar eeuwen- en eeuwenlang zwoegen. Twee stappen vooruit en weer eentje terug. Nog steeds is onze rechtsstaat verre van volmaakt, maar laten we ons goed realiseren dat onze rechtsstaat zoals we die vandaag in Nederland kennen historisch gezien niet de norm is, maar de positieve uitzondering. Niet alleen in onze geschiedenis is deze rechtsstaat uitzonderlijk. Ook in onze eigen tijd zijn wij dat als Nederland. In landen als Myanmar of Venezuela kunnen mensen daar slechts van dromen. Sterker nog, slechts 6,6% van de wereldbevolking leeft in een volwaardige democratie. 6,6%.

Toch gedragen we ons hier alsof wij die rechtsstaat voor lief nemen, alsof het altijd zo zal blijven. Hoe kan het toch dat we iets wat zo zeldzaam is, zo vanzelfsprekend zijn gaan vinden? Misschien komt het doordat "de rechtsstaat" voor velen voelt als een vaag begrip, terwijl het de basis is voor hele concrete zekerheden. Het betekent dat je als inwoner een vergunning krijgt, omdat je daar volgens de regels recht op hebt, niet omdat je voldoende bankbiljetten in een envelop hebt gestopt. Het betekent dat je als burger een rechter of minister kunt bekritiseren, zonder angst om 's nachts van je bed gelicht te worden. Het betekent dat je als ondernemer een eerlijke kans maakt op een overheidsopdracht, omdat je het beste product maakt voor de laagste prijs, ook als je openlijk lid bent van een oppositiepartij. Zo'n rechtsstaat is niet alleen rechtvaardig en een verdedigingsmuur voor individuele vrijheden. Het is ook verstandig economisch beleid. Waar de rechtsstaat afbrokkelt, verdwijnt de welvaart. Dan betaalt uiteindelijk iedereen de prijs, behalve de inner circle van het regime.

Voorzitter. Net als elders staat onze rechtsstaat vandaag onder druk, van binnenuit en van buitenaf. Van binnenuit vanuit de politiek, met politici die lonken naar het staatsnoodrecht als quick fix voor hun politieke problemen, alsof democratische waarborgen optioneel zijn. Vanuit de georganiseerde misdaad, die advocaten intimideert, corrumpeert of zelfs liquideert. Maar de pogingen om onze rechtsstaat te ondergraven, komen ook van buiten, als directe acties of via binnenlandse actoren. Steun voor radicaal rechts in Europa is nu de officiële veiligheidsstrategie van Trump. Het online trollenleger van Poetin toonde zich tijdens de campagne fan van Forum voor Democratie.

Voorzitter. Onze rechtsstaat kan zichzelf moeilijk verdedigen tegen dergelijke aanvallen. We kunnen het de hoeders van onze rechtsstaat, van de politieagent tot de rechter, niet alleen laten opknappen. Daarom zijn waakzame burgers en moedige politici nu keihard nodig. De rechtsstaat vereist voortdurend onderhoud. Om in de woorden van John Morijn te spreken: "We hebben een mooiweerrechtsstaat in Nederland, terwijl de verwachtingen ronduit slecht zijn." Daarom moeten we onze rechtsstaat weerbaarder maken, onder andere door de onafhankelijkheid van instituties zoals het OM en de rechterlijke macht te vergroten. Richting vak K zeg ik: de aangenomen Kamermoties daarover blijven veel te lang liggen zonder dat er iets mee gebeurt.

Voorzitter. Een rechtsstaat die op papier bestaat, maar in de praktijk niet werkt, verliest gezag. Een rechtsstaat zonder gezag is extra kwetsbaar voor ondermijning. Dus is het onvoldoende om te zorgen dat de wetten kloppen, maar moeten we er ook voor zorgen dat mensen hun rechten daadwerkelijk kunnen uitoefenen. De rechtsstaat is alleen dan een levende realiteit als de belofte wordt waargemaakt dat het sterkste recht wint, in plaats van het recht van de sterkste. Ook dat klinkt abstract, maar is voor veel mensen vandaag pijnlijk concreet: voor wie verdwaalt in regels en procedures en daardoor zijn recht niet kan halen, voor wie tegenover een overheid staat met veel meer middelen, meer tijd en meer macht, voor journalisten en activisten die grote bedrijven met intimiderende intenties tegenover zich vinden. Daar zullen we later dit jaar bij de wetgeving over strategische rechtszaken tegen publieke participatie nog explicieter op terugkomen.

Maar ik denk ook aan de mensen die onvoldoende toegang hebben tot de rechter, omdat de kosten te hoog zijn of omdat zij geen sociaal advocaat kunnen vinden, bijvoorbeeld in Noord-Nederland, waar het aantal sociaal advocaten per inwoner zorgwekkend laag is. We mogen niet berusten in het feit dat bijna negen op de tien Nederlanders vindt dat het voor sommige mensen, vanwege de kosten, moeilijker is om een rechtszaak te beginnen dan voor anderen.