Inbreukenpakket voor januari: voornaamste beslissingen

Overzicht per beleidsterrein

Het periodieke pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie tegen EU-landen die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen diverse EU-beleidsterreinen en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht juist wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij. De voornaamste beslissingen van de Commissie worden hieronder weergegeven, gegroepeerd per beleidsterrein. De Commissie sluit ook 72 zaken waarin de problemen met de betrokken EU-landen zijn opgelost. In die zaken hoeft de Commissie de inbreukprocedure dus niet voort te zetten.

Tegelijk onderneemt de Commissie ook actie tegen diverse EU-landen die geen kennis hebben gegeven van maatregelen die ze hebben genomen om EU-richtlijnen in hun nationale recht om te zetten. De termijn voor het omzetten van tien richtlijnen is onlangs verstreken. De Commissie zendt deze EU-landen een aanmaningsbrief en geeft hun twee maanden de tijd om te antwoorden en de omzetting van de richtlijnen af te ronden. Doen ze dat niet, dan kan de Commissie een volgende stap zetten en een met redenen omkleed advies uitbrengen. De Commissie dringt bij deze landen aan om onmiddellijk actie te ondernemen om hun wetgeving in overeenstemming te brengen met EU-vereisten.

Deze interactieve kaarten en aanpasbare grafieken tonen de stand van zaken van de handhaving door de Commissie en de naleving van het EU-recht door de EU-landen. U kunt het register van inbreukbeslissingen raadplegen voor meer informatie over de geschiedenis van een zaak of om toegang te krijgen tot de volledige databank van inbreukbeslissingen. Zie ook de vragen en antwoorden voor meer informatie over de EU-inbreukprocedure.

 

1. Milieu

(Meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen – tel.: +32 2 295 75 01; Maëlys Dreux – tel.: +32 2 295 46 73)

Aanmaningsbrieven

Commissie verzoekt Denemarken, Italië en Luxemburg naleving kaderrichtlijn water te waarborgen  
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door aanmaningsbrieven te sturen aan Denemarken (INFR(2025)2209), Italië (INFR(2025)2207) en Luxemburg (INFR(2025)2216) wegens het niet correct omzetten van de kaderrichtlijn water (Richtlijn 2000/60/EG), onder meer de verplichting om periodieke evaluaties van watervergunningen uit te voeren. Volledige toepassing van de Europese waterkwaliteitsnormen is van cruciaal belang om de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen. De richtlijn verplicht EU-landen voor elk stroomgebiedsdistrict een maatregelenprogramma op te stellen om een goede toestand van Europese wateren, zoals rivieren en meren, te waarborgen. Elk maatregelenprogramma moet basismaatregelen omvatten om verschillende soorten druk op waterlichamen – zoals wateronttrekking, puntbronlozingen en diffuse bronnen van verontreiniging – te beheersen. EU-landen moeten deze controlemaatregelen (ook de verleende vergunningen) periodiek evalueren, en zo nodig bijwerken, om na te gaan of de doelstellingen nog steeds worden bereikt. In Denemarken worden de vergunningen om water te onttrekken niet geëvalueerd, ook al kunnen ze een looptijd van tot 30 jaar hebben. Dit is niet in overeenstemming met de doelstellingen van de richtlijn. Voorts stelt Deense wetgeving eigenaren van rivieroevers vrij van de verplichting om een vergunning voor het onttrekken van water aan te vragen om hun vee van rivierwater te voorzien. Ten slotte, 215 installaties voor watervoorziening beschikken niet over een geldige onttrekkingsvergunning. In Italië biedt nationale wetgeving geen garanties dat elke vergunning voor het onttrekken en/of opstuwen van water, zoals voor het opstuwen van water door het bouwen van een dam, wordt geregistreerd. Bovendien worden concessies niet periodiek geëvalueerd, ook al kunnen ze een looptijd van 30 of 40 jaar hebben. Dit is niet in overeenstemming met de doelstellingen van de richtlijn. Luxemburg heeft de verplichting van een periodieke evaluatie van vergunningen voor het onttrekken van water niet correct omgezet. In Luxemburg gelden de vergunningen voor het onttrekken van grondwater die sinds 2015 worden afgegeven, voor slechts zeven jaar. De vergunningen die echter vóór 2015 zijn afgegeven, blijven onbeperkt geldig en er is geen verplichting deze periodiek te evalueren, met het oog op het behalen van de doelstellingen van de richtlijn. Evenmin is er een periodieke evaluatie van vergunningen van onbeperkte duur voor de onttrekking van oppervlaktewater en van lozing op oppervlaktewateren. Daarom stuurt de Commissie aanmaningsbrieven aan Denemarken, Italië en Luxemburg. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt Spanje en Roemenië hun uitvoeringsverslagen voor de habitat- en vogelrichtlijnen in te dienen  
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door aanmaningsbrieven te sturen aan Spanje (INFR(2025)2214) en Roemenië (INFR(2025)2215) wegens het niet nakomen van hun rapportageverplichtingen op grond van de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) en de vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG). EU-landen moeten volgens de habitatrichtlijn en de vogelrichtlijn om de zes jaar uitvoeringsverslagen bij de Commissie indienen in een overeengekomen formaat. Die verplichte verslagen geven een beoordeling van de staat van instandhouding van habitats en soorten die onder de habitatrichtlijn vallen, op basis van de status en trends van populaties en habitats, alsmede de belangrijkste belastende factoren en bedreigingen waaraan ze blootstaan. Ze bevatten ook informatie over de daarvoor genomen instandhoudingsmaatregelen en de bijdrage van het Natura 2000-netwerk aan de in de richtlijnen geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen.  Voor de cyclus 2019-2024 heeft Spanje geen uitvoeringsverslag ingediend voor de habitatrichtlijn, terwijl Roemenië het verslag voor de vogelrichtlijn niet heeft ingediend. De termijn voor deze rapportagecyclus was 31 juli 2025. Daarom stuurt de Commissie aanmaningsbrieven aan Spanje en Roemenië. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie geconstateerde tekortkoming aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt Italië zijn nationale programma's ter beheersing van luchtverontreiniging bij te werken om emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen terug te dringen  
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan Italië (INFR(2025)2198) wegens het niet bijwerken van zijn nationale programma ter beheersing van luchtverontreiniging op grond van de richtlijn betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen (“de NEC-richtlijn”) (Richtlijn (EU) 2016/2284). De NEC-richtlijn stelt voor elk jaar tussen 2020 en 2029 voor verscheidene luchtverontreinigende stoffen nationale emissiereductieverbintenissen vast die ieder EU-land moet halen, samen met ambitieuzere reducties vanaf 2030. Ook eist zij dat EU-landen nationale programma's ter beheersing van de luchtverontreiniging (“NAPCP's”) opstellen met daarin maatregelen om die reductieverbintenissen te halen. De NEC-richtlijn eist dat EU-landen hun NAPCP's ten minste om de vier jaar bijwerken. Deze updates laten zien welke vooruitgang EU-landen hebben geboekt bij het uitvoeren van het programma en hoe ze op koers blijven om hun toezeggingen na te komen. Dit draagt bij aan het reduceren van emissies van luchtverontreinigende stoffen – en dus aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Ondanks verschillende herinneringen heeft Italië tot dusver het vereiste geactualiseerde NAPCP nog niet bij de Commissie ingediend. Daarom stuurt de Commissie Italië een aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt Letland kaderrichtlijn afvalstoffen correct om te zetten  
De Europese Commissie heeft besloten een aanmaningsbrief te sturen aan Letland (INFR(2025)2205) wegens het niet correct omzetten van de kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn 2008/98/EG  zoals gewijzigd bij Richtlijn 2018/851/EU), die inzet op preventie of beperking van de productie van afvalstoffen. Een en ander is van cruciaal belang voor het EU-concurrentievermogen en de transitie naar een circulaire economie. De gewijzigde richtlijn bevat bindende doelstellingen voor recycling en voorbereiding van stedelijk afval voor hergebruik. Ook voert zij voor EU-landen verplichtingen in om hun afvalbeheersystemen en hun hulpbronnenefficiëntie te verbeteren. De uiterste termijn voor EU-landen om de gewijzigde richtlijn in hun nationale wetgeving om te zetten, was 5 juli 2020. De niet-correcte omzetting door Letland betreft verplichtingen met betrekking tot nuttige toepassing van afval, het verbod op het mengen van gevaarlijke afvalstoffen, de regels voor bioafval, de inhoud van afvalbeheerplannen en de regeling uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Daarom stuurt de Commissie Letland een aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Met redenen omklede adviezen

Commissie verzoekt Tsjechië richtlijn storten afval na te komen en zijn afvalverwerking te verbeteren
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een met redenen omkleed advies te sturen aan Tsjechië (INFR(2022)2017) wegens onjuiste toepassing van de richtlijn storten van afvalstoffen (Richtlijn 1999/31/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/850) en de kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn 2008/98/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/851). De richtlijn storten van afvalstoffen legt normen voor stortplaatsen vast om negatieve gevolgen voor menselijke gezondheid, water, bodem en lucht te voorkomen. EU-landen moeten krachtens deze richtlijn maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat alleen behandeld afval wordt gestort. Volgens de kaderrichtlijn afvalstoffen moeten EU-landen afvalstoffen op zodanige wijze nuttig toepassen en verwijderen dat de gezondheid van de mens en het milieu niet in gevaar worden gebracht. De Commissie heeft Tsjechië in april 2022 een aanmaningsbrief gestuurd. De vastgestelde tekortkomingen zijn echter nog niet verholpen. Allereerst heeft Tsjechië de verplichting om afval vóór het storten te behandelen, niet correct omgezet. Tsjechische wetgeving laat namelijk toe dat afval wordt gestort indien er een systeem voor gescheiden inzameling voorhanden is, terwijl de richtlijn voorschrijft dat alleen behandeld afval mag worden gestort. Voorts komen recycleerbare stoffen en biologisch afbreekbaar afval op stortplaatsen terecht waar er voor het verwijderde afval vóór het storten geen adequate selectie van verschillende afvalfracties plaatsvindt. Ook wordt de organische fractie van het verwijderde afval niet gestabiliseerd vóór het storten. Dit betreft alle 118 stortplaatsen voor stedelijk afval die momenteel in Tsjechië in bedrijf zijn. De Commissie stipt aan dat al te sterk vertrouwen op oplossingen om de behandelcapaciteit voor gemengd afval op te voeren – zoals biomechanische behandeling of verbrandingscapaciteit – contraproductief zou kunnen zijn. Tsjechië heeft nog niet alle geplande maatregelen genomen om gescheiden inzameling van stedelijk afval te ondersteunen, zoals een verhoging van de stortvergoedingen en de invoering van het beginsel van gedifferentieerde afvaltarieven (diftar). De Commissie heeft ook op diverse uitdagingen en kansen gewezen in het vroegtijdig waarschuwingsverslag 2023. Daarom heeft zij besloten Tsjechië een met redenen omkleed advies te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaak bij het EU-Hof van Justitie aanhangig te maken.

Commissie verzoekt België nodige stappen te zetten voor bescherming en herstel van zijn Natura 2000-gebieden
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een met redenen omkleed advies te sturen aan België (INFR(2015)2007) omdat het land habitats en soorten van EU-belang niet beschermt. In de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) en de vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG) is een van de sleutelvereisten dat EU-landen zijn overeengekomen een coherent Natura 2000-netwerk uit te bouwen door aan de Commissie geschikte gebieden van communautair belang voor te stellen. Nadat een gebied door de Commissie is goedgekeurd, heeft het EU-land zes jaar de tijd om het als speciale beschermingszone aan te wijzen en de nodige instandhoudingsdoelstellingen en -maatregelen vast te stellen, die zouden moeten helpen om de beschermde soorten en habitats te behouden of terug in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Op 27 maart 2015 heeft de Commissie België een aanmaningsbrief gestuurd omdat België diverse gebieden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Waals Gewest niet had aangewezen als speciale beschermingszone, net zomin als twee mariene gebieden die onder federale verantwoordelijkheid vallen. De Commissie moest ook constateren dat België voor die gebieden geen gebiedsspecifieke instandhoudingsdoelstellingen heeft vastgesteld. Sindsdien heeft België aanzienlijke vooruitgang geboekt door alle betrokken gebieden als speciale beschermingszone aan te wijzen, algemene instandhoudingsdoelstellingen vast te leggen en een aantal van de vereiste maatregelen te nemen. Hoewel het Waals Gewest instandhoudingsdoelstellingen en maatregelen om verslechtering te voorkomen heeft vastgesteld, heeft het tot dusver voor deze gebieden nog geen specifieke doelstellingen en maatregelen vastgesteld om soorten en habitats te herstellen. Wat de twee Belgische mariene speciale beschermingszones betreft (Vlaamse Banken en Vlakte van de Raan), zijn er nog steeds geen instandhoudingsmaatregelen genomen met betrekking tot visserij, en met name bodemtrawlvisserij. Daarom heeft de Commissie besloten België een met redenen omkleed advies te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaak bij het EU-Hof van Justitie aanhangig te maken.

Verwijzing naar het EU-Hof van Justitie

Commissie besluit Roemenië voor het EU-Hof van Justitie te dagen wegens het niet sluiten en rehabiliteren van stortplaatsen
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Roemenië (INFR(2020)2276) voor het EU-Hof van Justitie te dagen wegens het niet naleven van zijn verplichtingen inzake het storten van afval op grond van het toetredingsverdrag met Roemenië en de richtlijn storten van afvalstoffen (Richtlijn 1999/31/EG zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/850). Onder de tijdelijke afwijking die Roemenië in zijn toetredingsverdrag had gekregen, mocht een aantal stortplaatsen tot en met 16 juli 2017 open blijven, waarna alle stortplaatsen die niet voldeden, moesten worden gesloten en gerehabiliteerd. Volgens Roemeense informatie zijn 92 stortplaatsen gesloten en gerehabiliteerd, maar 15 stortplaatsen zijn nog steeds in bedrijf, zonder duidelijke rehabilitatieplannen. Daarom heeft de Commissie Roemenië in oktober 2020 een aanmaningsbrief gestuurd en in februari 2024 een met redenen omkleed advies. Ondanks enige vooruitgang zijn de Roemeense autoriteiten niet volledig aan de bezwaren tegemoetgekomen, omdat negen stortplaatsen nog steeds niet gerehabiliteerd zijn. De Commissie is van mening dat de inspanningen van de Roemeense autoriteiten tot nu toe ontoereikend zijn, en daagt Roemenië daarom voor het EU-Hof van Justitie. Zie, voor meer informatie, het persbericht.

Aanmaningsbrief na een arrest (artikel 260 VWEU)

Commissie verzoekt Polen arrest EU-Hof van Justitie ten uitvoer te leggen en toegang tot de rechter te garanderen wat betreft bosbeheerplannen
De Europese Commissie heeft besloten een aanmaningsbrief te sturen aan Polen (INFR(2018)2208) wegens niet-nakoming van het arrest van het EU-Hof van Justitie van 2 maart 2023 (zaak C-432/21). Het Hof van Justitie oordeelde dat Polen zijn verplichtingen uit hoofde van de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG), het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag van Aarhus niet is nagekomen. Polen zorgde er namelijk niet voor dat milieuorganisaties materiële en procedurele tekortkomingen van bosbeheerplannen voor de nationale rechter kunnen aanvechten, hetgeen van invloed kan zijn op Natura 2000-gebieden. Toegang tot de rechter is van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat het publiek inspraak kan hebben in milieugovernance en milieubesluitvorming. Bijna drie jaar na het arrest komt Polen het arrest nog steeds niet na. Milieu-ngo's hebben geen juridische mogelijkheden om bosbeheerplannen voor de nationale rechter aan te vechten. Daarom stuurt de Commissie Polen een aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie beslissen Polen voor het EU-Hof van Justitie te dagen, met het verzoek financiële sancties op te leggen.

 

2. Interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf

(Meer informatie: Siobhan McGarry – tel.: +32 2 296 47 98; Rüya Perincek – tel.: +32 460 76 25 10)

Aanmaningsbrieven

Commissie vraagt Duitsland te voldoen aan EU-regels inzake vrij verkeer van diensten en legaal verblijvende onderdanen van derde landen
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan Duitsland (INFR(2025)4025) omdat het land de EU-regels inzake het vrij verkeer van diensten en het vrij verkeer van legaal verblijvende onderdanen van derde landen niet nakomt, met name wat betreft bepaalde detacheringen van onderdanen van derde landen die bij EU-ondernemingen in dienst zijn. De EU-regels inzake het vrij verkeer van diensten moeten een eengemaakte markt tot stand brengen waar dienstverrichters zonder buitensporige lasten en obstakels in de hele EU actief kunnen zijn, zonder dat een en ander ten koste gaat van de rechten van werkenden. Artikel 56 van het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU), gelezen in samenhang met artikel 21 van de Overeenkomst van 1990 ter Uitvoering van het Akkoord van Schengen (SUO), voorziet in het vrij verkeer van diensten en laat dienstverrichters toe om onderdanen van derde landen die legaal in een EU-land verblijven en werken, naar een ander EU-land te detacheren. In Duitsland schrijven nationale maatregelen echter voor dat onderdanen uit derde landen die al immigratiecontroles hebben ondergaan en beschikken over een door een ander EU-land afgegeven verblijfsvergunning of visum voor lang verblijf, bij diplomatieke vertegenwoordigingen een extra, zgn. Vander Elst-visum moeten aanvragen om voor maximaal 90 dagen binnen een periode van 180 dagen naar Duitsland te worden uitgezonden. De Commissie is van oordeel dat dit extra visumvereiste een beperking is van de vrijheid van dienstverrichting op grond van artikel 56 VWEU, in samenhang met artikel 21 SUO, dat voorziet in visumvrij reizen voor maximaal 90 dagen binnen een periode van 180 dagen. Duitsland heeft nu twee maanden de tijd om op de bezwaren van de Commissie te reageren. Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten Duitsland een met redenen omkleed advies te zenden.

Commissie dringt er bij Polen op aan om arrest EU-Hof van Justitie betreffende verbod op reclame voor apotheken na te komen
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een aanmaningsbrief te sturen aan Polen (INFR(2018)4028) op grond van artikel 260 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) wegens niet-nakoming van het arrest van het EU-Hof van Justitie van 19 juni 2025 (zaak C-200/24). Het Hof had geoordeeld dat Polen inbreuk had gemaakt op de e-commerce-richtlijn (Richtlijn 2000/31/EG) en op artikel 49 en artikel 56 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) doordat de Poolse geneesmiddelenwet reclame voor apotheken, farmaceutische verkooppunten en hun activiteiten verbiedt. Deze actie past binnen de ruimere inspanningen van de Commissie in het kader van de strategie voor de eengemaakte markt om ongerechtvaardigde barrières op te ruimen en de eengemaakte markt goed te laten functioneren. Reclame speelt voor bedrijven een sleutelrol om op de markt te komen en te groeien, maar is ook een belangrijke informatiebron voor consumenten. De Commissie erkent weliswaar dat Polen met voorbereidende wetgevingswerkzaamheden is begonnen, maar is van oordeel dat Polen nog steeds niet de nodige maatregelen heeft vastgesteld om het verbod op reclame voor apotheken op te heffen. Polen heeft nu twee maanden de tijd om op de bezwaren van de Commissie te reageren. Anders kan de Commissie beslissen de zaak aanhangig te maken bij het EU-Hof van Justitie, met een verzoek financiële sancties op te leggen.

Commissie verzoekt EU-landen richtlijn betreffende vereenvoudiging van rapportagevereisten voor voedsel en voedselingrediënten, geluidsemissies buitenshuis, patiëntenrechten en radioapparatuur na te komen
De Europese Commissie heeft besloten om inbreukprocedures in te leiden door een aanmaningsbrief te zenden aan twaalf EU-landen omdat deze geen kennis hebben gegeven van nationale maatregelen tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/2839. Deze richtlijn wijzigt diverse EU-richtlijnen en moet rapportagevereisten vereenvoudigen op het gebied van voedsel en voedselingrediënten, geluidsemissies buitenshuis, patiëntenrechten en radioapparatuur. Wat betreft Richtlijn 2000/14/EG inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis, vereenvoudigt en stroomlijnt de richtlijn de rapportageverplichtingen, vermindert ze de regeldruk, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande niveau van milieubescherming. Tsjechië, Denemarken, Estland, Spanje, Kroatië, Italië, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Slovenië en Zweden hebben van hun nationale maatregelen tot omzetting van de maatregelen met betrekking tot Richtlijn 2000/14/EG geen kennis gegeven binnen de omzettingstermijn of hebben slechts gedeeltelijke maatregelen meegedeeld. Daarom stuurt de Commissie aanmaningsbrieven aan de betrokken EU-landen. Deze hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden, de volledige omzetting te voltooien en de Commissie kennis te geven van die maatregelen. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Met redenen omkleed advies en aanvullend met redenen omkleed advies

Commissie verzoekt Slovenië erop toe te zien dat staatsapotheken EU-aanbestedingsregels voor medicijnen volgen
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een met redenen omkleed advies te sturen aan Slovenië (INFR(2025)4011) wat betreft de inkoop van geneesmiddelen door staatsapotheken. Overeenkomstig Richtlijn 2014/24/EU inzake overheidsopdrachten, moeten de aanbestedende diensten de open standaardaanbestedingsprocedures gebruiken voor al hun aankopen boven een bepaald bedrag. De procedure van gunning door onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking mag alleen in bijzondere situaties worden gebruikt wanneer dat goed onderbouwd is, zoals het EU-Hof van Justitie in zijn rechtspraak steeds weer heeft bevestigd. In december 2024 heeft Slovenië zijn wetgeving inzake apotheken gewijzigd en het gebruik van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking uitgebreid voor de aankoop van medicijnen door staatsapotheken. De Commissie is van mening dat deze wijziging een inbreuk is op de verplichtingen van het betrokken EU-land uit hoofde van Richtlijn 2014/24/EU en dat de argumenten die Slovenië heeft aangevoerd in zijn antwoord op de aanmaningsbrief, geen oplossing bieden voor de probleempunten die de Commissie in haar initiële beoordeling aan de orde had gesteld. Slovenië heeft nu twee maanden de tijd om op de bezwaren van de Commissie te reageren. Doet het dat niet, dan kan de Commissie beslissen Slovenië voor het EU-Hof van Justitie dagen.

Commissie verzoekt Roemenië zich te houden aan betalingstermijnen in sector zorgverzekering
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een aanvullend met redenen omkleed advies te sturen aan Roemenië (INFR(2024)4004) omdat het land er niet voor zorgt dat apotheken tijdig betaald krijgen voor medische producten die ze in het kader van de nationale zorgverzekering aan patiënten afleveren. Betalingsachterstanden hebben negatieve gevolgen voor de liquiditeit, groei en veerkracht van bedrijven. Ze beperken ook de mogelijkheden van een bedrijf om te vergroenen en de digitale transformatie te omarmen. In de huidige economische context zijn bedrijven, en met name het mkb, afhankelijk van regelmatige betalingen om te kunnen functioneren en hun werknemers te betalen. Artikel 4 van Richtlijn 2011/7/EU verplicht overheidsinstanties hun facturen binnen 30 dagen (of 60 dagen voor zorginstellingen) te betalen. De richtlijn verplicht overheidsinstanties hun leveranciers tijdig te betalen en zo het goede voorbeeld te geven bij de bestrijding van slechte betalingspraktijken in de particuliere sector. De Commissie heeft een aanvullend met redenen omkleed advies uitgebracht wegens aanhoudende en stelselmatige achterstand van de nationale zorgverzekering (“CNAS”) bij het vergoeden van apotheken voor in het kader van de nationale zorgverzekering afgeleverde medische producten. Uit informatie van de Roemeense autoriteiten blijkt dat in ten minste drie op negen categorieën apotheken gemiddeld na 65 tot 73 dagen vergoed krijgen – een overschrijding van de termijn van 60 dagen. Aangezien data alleen in het stadium van het met redenen omklede advies zijn verstrekt, achtte de Commissie het noodzakelijk om een aanvullend met redenen omkleed advies te sturen zodat deze informatie formeel kan worden beoordeeld met het oog op eventuele verdere acties. De reden daarvoor zijn de procedurele vereisten in inbreukprocedures. Roemenië heeft nu twee maanden de tijd om op de bezwaren van de Commissie te reageren. Doet het dat niet, dan kan de Commissie beslissen Roemenië voor het EU-Hof van Justitie dagen.

 

3. Migratie, binnenlandse zaken en veiligheidsunie

(Meer informatie: Markus Lammert – tel.: +32 2 296 75 33; Cristina Dumitrescu – tel.: +32 2 296 60 91)

Aanmaningsbrieven

Commissie verzoekt Griekenland en Roemenië bepalingen vuurwapenrichtlijn correct om te zetten   
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door aanmaningsbrieven te sturen aan Griekenland (INFR(2025)2218) en Roemenië (INFR(2025)2219) omdat deze landen een aantal bepalingen van de vuurwapenrichtlijn (Richtlijn (EU) 2021/555) niet correct hebben omgezet wat betreft de registratie en veilige opslag van vuurwapens. De vuurwapenrichtlijn stelt gemeenschappelijke minimumnormen vast voor de verwerving, het voorhanden hebben en de commerciële uitwisseling van civiele vuurwapens, zoals vuurwapens die worden gebruikt voor schietsport en jacht. De regels van deze richtlijn maken het legale gebruik en verkeer van vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie voor civiel gebruik binnen de EU mogelijk. Tegelijkertijd handhaaft de richtlijn hoge normen op het gebied van veiligheid en bescherming tegen strafbare feiten en illegale handel in vuurwapens. Daarom stuurt de Commissie aanmaningsbrieven aan Griekenland en Roemenië. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt EU-landen kennis te geven van nationale maatregelen tot omzetting van richtlijn die regels voor informatie-uitwisseling over strafbare feiten van terroristische aard afstemt op EU-regels inzake gegevensbescherming   
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan acht EU-landen omdat deze geen kennis hadden gegeven van nationale maatregelen tot omzetting van Richtlijn (EU) 2023/2123 tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad met het oog op de aanpassing daarvan aan de EU-regels inzake de bescherming van persoonsgegevens. De richtlijn zorgt ervoor dat EU-landen informatie over strafbare feiten van terroristische aard effectief en veilig kunnen uitwisselen, maar met stevige garanties voor de bescherming van persoonsgegevens en grondrechten. EU-landen hadden tot 1 november 2025 de tijd om Richtlijn (EU) 2023/2123 om te zetten. Besluit 2005/671/JBZ van de Raad legt specifieke regels vast betreffende informatie-uitwisseling en samenwerking in verband met strafbare feiten van terroristische aard. De richtlijn is een herziening en bijwerking van dat besluit om het af te stemmen op Richtlijn (EU) 2016/680, die EU-brede regels vaststelt voor de bescherming van persoonsgegevens die bij rechtshandhaving worden gebruikt, zoals de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. Bulgarije, Estland, Griekenland, Spanje, Cyprus, Nederland, Portugal en Slovenië hebben de Commissie niet meegedeeld dat ze richtlijn volledig hebben omgezet.  Daarom stuurt de Commissie aanmaningsbrieven aan de betrokken EU-landen. Deze hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden, de volledige omzetting te voltooien en de Commissie kennis te geven van hun maatregelen. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.  

Met redenen omkleed advies

Commissie verzoekt Griekenland richtlijn bestrijding seksueel misbruik kinderen correct om te zetten
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een met redenen omkleed advies te sturen aan Griekenland (INFR(2019)2230)) wegens het niet correct omzetten in nationaal recht van de richtlijn ter bestrijding van seksueel misbruik, seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie (Richtlijn 2011/93/EU). De EU-regels verplichten EU-landen om seksueel misbruik, seksuele uitbuiting van kinderen en materiaal van seksueel misbruik van kinderen strafbaar te stellen. De richtlijn bevat minimumvoorschriften betreffende de definitie van strafbare feiten en sancties en voert bepalingen in voor een betere preventie van die misdrijven en een betere bescherming van minderjarige slachtoffers. Ook eist de richtlijn dat EU-landen regelmatige opleidingen voor ambtenaren bevorderen en er ook voor zorgen dat doeltreffende interventieprogramma's of -maatregelen beschikbaar worden gesteld aan daders. Griekenland heeft een aantal bepalingen met betrekking tot de bijstand aan minderjarige slachtoffers, andere slachtoffers en preventieve interventieprogramma's niet correct omgezet. Omdat die regels niet correct zijn omgezet, heeft de Commissie beslist Griekenland een met redenen omkleed advies te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaak bij het EU-Hof van Justitie aanhangig te maken.

 

4. Justitie

(Meer informatie: Markus Lammert – tel.: +32 2 296 75 33; Yuliya Matsyk – tel.: +32 2 296 27 16)

(Meer informatie over gelijkheid: Eva Hrncirov – tel.: +32 2 298 84 33; Ana Gray – tel.: +32 2 298 08 73)

Aanmaningsbrieven

Commissie verzoekt Slowakije EU-regels inzake bescherming klokkenluiders na te komen
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan Slowakije (INFR(2026)2012) voor inbreuken op de EU-regels inzake de bescherming van klokkenluiders. De klokkenluidersrichtlijn (Richtlijn (EU) 2019/1937) eist dat EU-landen klokkenluiders doeltreffende, onafhankelijke kanalen bieden om inbreuken op EU-regels vertrouwelijk te melden, dat die meldingen grondig worden onderzocht en dat daaraan gevolg wordt gegeven, en dat klokkenluiders tegen represailles worden beschermd.  Volgens de richtlijn moeten EU-landen bevoegde instanties oprichten die autonoom en onafhankelijk zijn en de vertrouwelijke behandeling van meldingen van klokkenluiders verzekeren. In december 2025 heeft het Slowaakse parlement een amendement van de wetgeving inzake de bescherming van klokkenluiders aangenomen via een versnelde procedure waarmee het Slowaakse bureau voor de bescherming van klokkenluiders (ÚOO) zou worden opgeheven en daardoor het mandaat van de voorzitter en vicevoorzitter van het bureau vervroegd zou worden beëindigd. De wet voerde ook een “toetsingsmechanisme” in, waarmee autoriteiten en openbaar aanklagers de bescherming van klokkenluiders te allen tijde kunnen intrekken, zelfs indien dezen bescherming genieten onder de vorige versie van de Slowaakse wetgeving inzake bescherming van klokkenluiders. Deze toetsing kan ook gebeuren op initiatief van de werkgever, die dan wordt geïnformeerd over het feit dat bescherming is toegekend, waardoor klokkenluiders aan represailles worden blootgesteld.  De beslissing om de bescherming van een klokkenluider in te trekken kan evenmin worden getoetst door de rechter. Dit kan negatief uitwerken op het grondrecht van een doeltreffende voorziening in rechte zoals dat is vastgelegd in het EU-Handvest van de grondrechten.  De Commissie heeft haar bezwaren in detail en bij herhaling kenbaar gemaakt aan de Slowaakse autoriteiten. Het Slowaakse parlement heeft deze wijzigingen aangenomen, ondanks de bezwaren die de Commissie had geformuleerd. Inmiddels heeft het Slowaakse Grondwettelijk Hof de inwerkingtreding van de wet opgeschort totdat het een beslissing ten gronde heeft genomen over de naleving van de Slowaakse grondwet. Aangezien de Commissie van mening is dat deze wet in strijd is met EU-regels, stuurt zij Slowakije een aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt Tsjechië en Slowakije EU-regels over rechtsbijstand correct om te zetten
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan Tsjechië (INFR(2025)2211) en Slowakije (INFR(2025)2212) wegens het niet omzetten van de richtlijn rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden (Richtlijn (EU) 2016/1919). Het EU-recht waarborgt dat de grondrechten van verdachten en beklaagden worden beschermd. Gemeenschappelijke minimumnormen zijn nodig voor de erkenning van rechterlijke beslissingen van een EU-land door andere EU-landen. Tsjechië kent alleen een recht op rechtsbijstand toe aan beklaagden, d.w.z. mensen aan wie een strafbaar feit ten laste is gelegd – en niet aan verdachten, d.w.z. mensen die door rechtshandhavers van een misdrijf worden verdacht, maar niet formeel zijn aangeklaagd. Tsjechië garandeert ook geen rechtsbijstand in bepaalde omstandigheden waarin iemand voor de rechter wordt gebracht om te beslissen over voorlopige hechtenis. De Commissie constateerde dezelfde problemen in Slowakije. Bovendien biedt Slowakije geen toegang tot rechtsbijstand voor mensen die in een ander EU-land zijn gearresteerd op grond van een door Slowaakse autoriteiten afgegeven Europees aanhoudingsbevel. Daarom stuurt de Commissie een aanmaningsbrief aan Tsjechië en Slowakije. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie vastgestelde tekortkoming aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt EU-landen richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten volledig om te zetten 
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan 21 EU-landen (België, Bulgarije, Tsjechië, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Kroatië, Ierland, Cyprus, Letland, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Finland en Zweden) omdat zij geen volledige omzetting van de richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten (Richtlijn (EU) 2023/2673) hebben meegedeeld. De richtlijn stelt regels vast die het niveau van consumentenbescherming moeten verhogen voor financiële diensten die op afstand – zoals telefonisch of online worden verkocht –, met name door een “herroepingsknop” in te voeren waarmee consumenten met één klik een contract kunnen herroepen. EU-landen hadden tot 19 december 2025 de tijd om de richtlijn in nationale wetgeving om te zetten. Momenteel hebben de 21 betrokken EU-landen de Commissie nog niet meegedeeld dat ze de richtlijn volledig hebben omgezet. Daarom stuurt de Commissie aanmaningsbrieven aan de 21 betrokken EU-landen. Deze hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de Commissie kennis te geven van hun maatregelen voor een volledige omzetting. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen. 

Commissie verzoekt EU-landen om richtlijn kredietovereenkomsten voor consumenten volledig om te zetten 
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan 23 EU-landen (België, Bulgarije, Tsjechië, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Kroatië, Ierland, Cyprus, Litouwen, Luxemburg, Letland, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Finland en Zweden) omdat zij geen volledige omzetting van de richtlijn kredietovereenkomsten voor consumenten (Richtlijn (EU) 2023/2225) hebben meegedeeld. Deze richtlijn wil de consumentenbescherming op de kredietmarkt versterken door te zorgen voor transparante en eerlijke krediettransacties in alle EU-landen.  EU-landen hadden tot 20 november 2025 de tijd om de richtlijn in nationale wetgeving om te zetten. Momenteel hebben de 23 betrokken EU-landen de Commissie nog niet meegedeeld dat ze de richtlijn volledig hebben omgezet. Daarom stuurt de Commissie aanmaningsbrieven aan de betrokken EU-landen. Deze hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de Commissie kennis te geven van hun maatregelen voor een volledige omzetting. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen. 

Met redenen omklede adviezen en aanvullende met redenen omklede adviezen

Commissie verzoekt België, Tsjechië, Frankrijk, Cyprus, Letland, Nederland, Slovenië, Finland en Zweden toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten na te komen
De Europese Commissie heeft vandaag beslist om met redenen omklede adviezen te sturen aan België (INFR(2022)0287), Tsjechië (INFR(2022)0293), Frankrijk (INFR(2022)0305), Letland (INFR(2022)0313) en Finland (INFR(2022)0303) voor de onvolledige omzetting van de Europese richtlijn toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten in de EU (Richtlijn (EU) 2019/882). Daarnaast heeft de Europese Commissie besloten om aanvullende met redenen omklede adviezen te sturen aan Cyprus (INFR(2022)0291), Nederland (INFR(2022)0315), Slovenië (INFR(2022)0324) en Zweden (INFR(2022)0322). De Europese toegankelijkheidsrichtlijn is in 2019 vastgesteld. Zij eist dat wanneer essentiële producten en diensten op de markt worden gebracht, deze toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Daarbij gaat het onder meer om telefoons, computers, e-books, bankdiensten en elektronische communicatie. De richtlijn moet voor mensen met een beperking – die met meer dan 100 miljoen zijn in de EU – de actieve participatie in de samenleving, onder meer in het onderwijs en op het werk, vergroten en hun meer autonomie en mobiliteitskansen geven. De uiterste datum voor de omzetting van de richtlijn door EU-landen was 28 juni 2022 en marktdeelnemers moesten ervoor zorgen dat ze uiterlijk 28 juni 2025 voldeden aan de in de richtlijn vastgestelde gemeenschappelijke EU-toegankelijkheidsvereisten. De Commissie had in 2022 al aanmaningsbrieven aan deze EU-landen gezonden omdat ze geen volledige omzettingsmaatregelen hadden meegedeeld. Ook al hebben deze EU-landen sindsdien meer omzettingsmaatregelen meegedeeld en hebben ze enige vooruitgang geboekt, toch is de Commissie van mening dat de omzetting nog steeds een aantal lacunes vertoont. Deze lacunes zijn aanzienlijk en verschillen van land tot land. Een aantal terugkerende lacunes betreffen bepalingen over toegankelijkheidseisen bij het beantwoorden van noodoproepen, maar ook het toepassingsgebied, de definities en de handhavingsbepalingen. Daarom heeft de Commissie besloten een met redenen omkleed advies te sturen aan de landen die een aanmaningsbief hadden ontvangen. Landen waaraan al een met redenen omkleed advies was gestuurd, ontvangen een aanvullend met redenen omkleed advies. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaken aanhangig te maken bij het EU-Hof van Justitie, met een verzoek financiële sancties op te leggen.

 

5. Energie en klimaat

(Meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen – tel.: +32 2 295 75 01; Cristiana Marchitelli – tel: +32 2 298 94 07; Ana Crespo Parrondo – tel.: +32 2 298 13 25)

Aanmaningsbrieven

Commissie roept EU-landen op om zich uit het Verdrag inzake het Energiehandvest terug te trekken
De Europese Commissie heeft vandaag besloten aanmaningsbrieven te sturen aan 16 EU-landen die nog steeds verdragsluitende partij zijn bij het Verdrag inzake het Energiehandvest nadat de Europese Unie en Euratom zich op 28 juni 2025 uit dat verdrag hadden teruggetrokken. De EU-landen in kwestie zijn: België (INFR(2026)2222), Bulgarije (INFR(2026)2223), Tsjechië (INFR(2025)2225), Estland (INFR(2025)2226), Ierland (INFR(2025)2231), Griekenland (INFR(2025)2227), Kroatië (INFR(2025)2229), Cyprus (INFR(2025)2224), Letland (INFR(2025)2232), Hongarije (INFR(2025)2230), Malta (INFR(2025)2233), Oostenrijk (INFR(2025)2221), Roemenië (INFR(2025)2234), Slowakije (INFR(2025)2236), Finland (INFR(2025)2228) en Zweden (INFR(2025)2235). Het Verdrag inzake het Energiehandvest beregelt in de energiesector de handels- en investeringsrelaties tussen de verdragsluitende partijen. Volgens de EU-Verdragen zijn handel en investeringen exclusieve bevoegdheden van de Europese Unie en mogen EU-landen deze bevoegdheid alleen uitoefenen indien ze door de Unie daartoe gemachtigd worden. Na de terugtrekking van de Unie en Euratom uit het Verdrag inzake het Energiehandvest hebben de betrokken EU-landen niet deze machtiging gekregen. Evenmin hebben zij stappen gezet om zich uit dat verdrag terug te trekken. De Commissie roept de betrokken EU-landen nu op om zich zonder verder uitstel uit dat verdrag terug te trekken. Deze EU-landen hebben nu twee maanden de tijd om op de aanmaningsbrief te antwoorden. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Met redenen omklede adviezen en aanvullende met redenen omklede adviezen

Commissie dringt er bij Frankrijk op aan EU-regels voor snellere vergunningsprocedures voor hernieuwbare-energieprojecten volledig om te zetten
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een aanvullend met redenen omkleed advies te sturen aan Frankrijk (INFR(2024)0227) omdat het land de bepalingen van de herziene richtlijn hernieuwbare energie met betrekking tot het vereenvoudigen en versnellen van de vergunningsprocedures niet volledig in nationaal recht heeft omgezet. De herziene Richtlijn (EU) 2023/2413 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001 is in november 2023 in werking getreden en sommige bepalingen moesten door de EU-landen uiterlijk 1 juli 2024 in nationaal recht zijn omgezet. Deze bepalingen omvatten maatregelen om de vergunningsprocedures te vereenvoudigen en te versnellen voor zowel hernieuwbare-energieprojecten als infrastructuurprojecten om de extra capaciteit in het elektriciteitssysteem te integreren. Ze bevatten ook duidelijke termijnen voor vergunningsprocedures die gericht zijn op specifieke technologieën of soorten projecten, het versterken van de rol van het centrale aanspreekpunt voor aanvragen en het vermoeden dat hernieuwbare-energieprojecten en de daarbij behorende netwerkinfrastructuur van hoger openbaar belang zijn. In september 2024 heeft de Commissie 26 EU-landen aanmaningsbrieven gestuurd omdat ze de richtlijn niet volledig hadden omgezet in nationaal recht. In februari 2025 heeft Frankrijk een met redenen omkleed advies ontvangen omdat het land geen voldoende duidelijke en precieze informatie heeft verstrekt over de vraag hoe de omzettingsmaatregelen elk van de bepalingen van de richtlijn implementeert. De reden daarvoor was dat Frankrijk niet duidelijk en precies de nationale maatregelen had toegelicht waarmee volgens het land de verschillende door de richtlijn opgelegde verplichtingen zijn omgezet. Na onderzoek van de omzettingsmaatregelen en de door Frankrijk meegedeelde concordantietabel, moest de Commissie concluderen dat Frankrijk de richtlijn nog niet volledig had omgezet. Daarom heeft de Commissie besloten om een aanvullend met redenen omkleed advies uit te brengen, dat aangeeft welke specifieke bepalingen als niet omgezet worden beschouwd. Frankrijk heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de omzetting af te ronden. Anders kan de Commissie beslissen de zaak aanhangig te maken bij het EU-Hof van Justitie, met een verzoek financiële sancties op te leggen.

Commissie dringt er bij Bulgarije en Oostenrijk op aan om methaanverordening na te komen
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een met redenen omkleed advies te sturen aan Bulgarije (INFR(2025)2115) en Oostenrijk (INFR(2025)2116) wegens inbreuk op de methaanverordening (Verordening (EU) 2024/1787) omdat deze landen geen bevoegde instantie hebben aangewezen die verantwoordelijk is voor het toezicht op en de handhaving van de toepassing van de regels en die niet aan de Commissie hebben meegedeeld. De methaanverordening pakt methaanemissies aan in de sectoren ruwe olie, aardgas en steenkool. Ze moet de meting en rapportage van methaanemissies in de EU verbeteren, de reductie van die emissies bevorderen en zorgen voor meer transparantie in de EU en wereldwijd. Ook stimuleert ze de internationale partners van de EU om hun methaanemissies te meten, te rapporteren en te reduceren. De EU-landen moesten de Commissie uiterlijk 5 februari 2025 de namen en contactgegevens van hun bevoegde instanties meedelen. De Commissie constateert dat Bulgarije en Oostenrijk deze verplichting nog steeds niet zijn nagekomen. Daarom stuurt de Commissie aanmaningsbrieven aan deze beide EU-landen. Ze hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Anders kan de Commissie beslissen de zaak bij het EU-Hof van Justitie aanhangig te maken.

  

6. Belastingen

(Meer informatie: Olof Gill – tel.: +32 2 296 59 66, Paula Clara Ritter-Moschütz – tel.: +32 2 296 40 83)

Aanmaningsbrieven

Commissie verzoekt EU-landen de nieuwe regels inzake fiscale transparantie en informatie-uitwisseling voor cryptoactiva volledig uit te voeren
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan twaalf EU-landen (België, Bulgarije, Tsjechië, Estland, Griekenland, Spanje, Cyprus, Luxemburg, Malta, Nederland, Polen en Portugal) omdat ze Richtlijn (EU) 2023/2226 niet volledig hebben omgezet. Deze richtlijn wijzigt de richtlijn administratieve samenwerking op gebied van belastingen (Richtlijn 2011/16/EU) om fiscale transparantie en informatie-uitwisseling voor cryptoactiva mogelijk te maken en om de informatie-uitwisseling over financiële rekeningen te verbeteren. Om de fiscale transparantie te vergroten en belastingontwijking en -ontduiking voor beleggingsinkomsten te bestrijden, is het van cruciaal belang dat alle EU-landen de regels van de richtlijn tijdig en volledig omzetten. Daarom zendt de Commissie een aanmaningsbrief aan België, Bulgarije, Tsjechië, Estland, Griekenland, Spanje, Cyprus, Luxemburg, Malta, Nederland, Polen en Portugal. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden, hun omzetting te voltooien en de Commissie daarvan kennis te geven. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt EU-landen nieuwe regels voor informatie-uitwisseling inzake administratieve samenwerking op belastinggebied volledig te implementeren
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan tien EU-landen (België, Bulgarije, Tsjechië, Griekenland, Cyprus, Malta, Nederland, Portugal, Roemenië en Zweden) omdat ze Richtlijn (EU) 2025/872, die de richtlijn administratieve samenwerking op gebied van belastingen (Richtlijn 2011/16/EU) wijzigt, niet volledig hebben omgezet. Deze richtlijn verplicht EU-landen de nieuwe regels voor informatie-uitwisseling inzake administratieve samenwerking op belastinggebied volledig te implementeren. Daarom zendt de Commissie een aanmaningsbrief aan België, Bulgarije, Tsjechië, Griekenland, Cyprus, Malta, Nederland, Portugal, Roemenië en Zweden. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden, hun omzetting te voltooien en de Commissie daarvan kennis te geven. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Met redenen omklede adviezen

Commissie verzoekt Denemarken en Slowakije hun verplichtingen na te leven om douanegegevens door te sturen via SURV3-systeem
De Europese Commissie heeft vandaag besloten met redenen omklede adviezen te sturen aan Denemarken (INFR(2025)2011) en Slowakije (INFR(2025)2058) omdat deze landen hun verplichtingen niet naleven om douanegegevens door te sturen naar de Commissie via het SURV3-systeem, zoals bepaald in artikel 16, lid 1, van het douanewetboek van de Unie (DWU) (Verordening (EU) nr. 952/2013) en artikel 55, lid 1, en artikel 56, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie en bijlage 21-03 bij die verordening. EU-landen moeten de Commissie via SURV3 data over in- en uitvoeraangiften toezenden die uit hun nationale systemen zijn gehaald en betrekking hebben op 57 gestandaardiseerde data-elementen. Dit zal zorgen voor een eenvormige toepassing van het EU-douanerecht, maar ook helpen om handelsstromen te monitoren, fraude te voorkomen en op EU-niveau beslissingen inzake douanebeleid te ondersteunen. De desbetreffende EU-landen verstrekken slechts een beperkt deel van die elementen en blijven verouderde formaten gebruiken. Dat maakt het voor de Commissie moeilijker om EU-handelsstromen te monitoren en een uniforme toepassing van de douaneregels te waarborgen. Ondanks de aanmaningsbrieven die tussen mei, juni en juli 2025 zijn verzonden, hebben deze beide EU-landen nog niet volledig aan hun verplichtingen voldaan, zoals blijkt uit de in SURV3 gerapporteerde data. Daarom heeft de Commissie besloten Denemarken en Slowakije een met redenen omkleed advies te sturen. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen deze zaken aanhangig te maken bij het EU-Hof van Justitie.

Commissie verzoekt België systeem voor tijdelijke opslag voor luchtvervoer (TS Air) uit douanewetboek van de Unie volledig te implementeren
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een met redenen omkleed advies te sturen aan België (INFR(2025)2016) omdat het land het systeem voor tijdelijke opslag voor luchtvervoer (TS Air) niet volledig implementeert, zoals vereist door het douanewetboek van de Unie (DWU), Verordening (EU) nr. 952/2013, gelezen in samenhang met artikel 2, lid 2, van Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2879 van de Commissie en punt II.13 van de bijlage bij dat besluit. Dit systeem is een sleutelonderdeel van het digitale douanekader van het DWU. EU-landen moesten dat systeem uiterlijk 31 december 2023 volledig operationeel hebben. Ondanks een eerdere aanmaningsbrief heeft België dit systeem nog niet uitgerold en heeft het evenmin een geloofwaardig implementatieplan verstrekt. Daarom heeft de Commissie besloten België een met redenen omkleed advies te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaak bij het EU-Hof van Justitie aanhangig te maken.

 

7. Mobiliteit en vervoer

(Meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen – tel.: +32 2 295 75 01; Annie Juusola – tel.: +32 2 296 09 86)

Aanmaningsbrieven

Commissie verzoekt Polen EU-regels voor certificering machinisten correct om te zetten 
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan Polen (INFR(2025)2148) wegens het niet correct omzetten van de machinistenrichtlijn (Richtlijn 2007/59/EG). Die richtlijn stelt de certificeringsvoorwaarden en -procedures vast voor machinisten die locomotieven en treinen op het EU-spoorwegnet besturen. Volgens de Commissie bevat Poolse wetgeving voorwaarden voor het verkrijgen van een bevoegdheidsbewijs als machinist die strijdig zijn met de richtlijn. Daarom stuurt de Commissie Polen een aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie geconstateerde tekortkoming aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt Spanje, Frankrijk en Italië te voldoen aan EU-regels inzake havendiensten
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door aanmaningsbrieven te sturen aan Spanje (INFR(2025)4021), Frankrijk (INFR(2025)2180) en Italië (INFR(2025)2181) wegens het niet nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van artikel 4, leden 3 en 4, van de verordening havendiensten (Verordening 2017/352/EU). Die bepalingen laten EU-landen toe om een vlagvereiste op te leggen aan vaartuigen die sleep- of meeractiviteiten verrichten in havens op hun grondgebied. Een en ander is wel afhankelijk van strikte voorwaarden als transparantie, non-discriminatie en evenredigheid, en voor zover dit nodig is om naleving van hun sociale en arbeidswetgeving te verzekeren, met inbegrip van arbeidsinspecties. Spanje, Frankrijk en Italië hebben vaartuigen die in hun havens voor sleep- of meeractiviteiten worden ingezet, verplicht hun respectieve nationale vlag te voeren. Deze EU-landen maken zich zorgen dat hun nationale sociale wetgeving niet van toepassing is indien de sleepboot niet hun nationale vlag voert. Zoals de Commissie in de aanmaningsbrief heeft uitgelegd, klopt dit niet. De verordening havendiensten geeft EU-landen namelijk nu al de bevoegdheid om die nationale sociale en arbeidswetgeving te handhaven, ongeacht de vlag van het vaartuig dat wordt geïnspecteerd. Mochten EU-landen toch beslissen om een vlagvereiste op te leggen, dan moet dit worden gedefinieerd als een vlag van een EU-land – niet als een nationale vlag van een bepaald EU-land. Een verplichting om de nationale vlag te voeren, zoals geformuleerd door Spanje, Frankrijk en Italië, is dus niet in overeenstemming met de EU-verplichtingen uit hoofde van artikel 4, leden 3 en 4, van de verordening havendiensten en de vrijheid van vestiging van artikel 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Daarom stuurt de Commissie aanmaningsbrieven aan Spanje, Frankrijk en Italië. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt EU-landen gewijzigde richtlijn intelligente vervoerssystemen om te zetten
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door aanmaningsbrieven te sturen aan België, Tsjechië, Duitsland, Estland, Ierland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Kroatië, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië en Finland omdat ze Richtlijn (EU) 2023/2661, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2010/40/EU inzake intelligent vervoerssystemen (ITS), niet volledig hebben omgezet. De gewijzigde richtlijn wil een antwoord bieden voor de opkomst van nieuwe opties voor wegmobiliteit, zoals mobiliteitsapps en verbonden en geautomatiseerde mobiliteit. Diverse nieuwe verplichtingen zijn ingevoerd wat betreft coöperatieve intelligente vervoerssystemen (C-ITS), voorlopige maatregelen in noodsituaties, verplichte samenwerking tussen EU-landen en stakeholders, de beschikbaarheid van data en de uitrol van diensten, en de vereenvoudiging van rapportage voor zowel de richtlijn als de delegeerde handelingen daarvan, met inbegrip van het vaststellen van een gemeenschappelijke template en gemeenschappelijke kritische prestatie-indicatoren (KPI's). Twee bijlagen zijn toegevoegd, met daarin lijsten van datasets en van diensten die van cruciaal belang worden geacht voor de uitrol van ITS. Ook werd de rol van nationale toegangspunten bij het toegankelijk maken van data erkend. Momenteel hebben de twintig genoemde EU-landen niet gemeld dat de omzetting van de gewijzigde ITS-richtlijn voltooid was tegen de wettelijke termijn van 21 december 2025. Daarom stuurt de Commissie deze landen aanmaningsbrieven. Ze hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden, hun omzetting te voltooien en de Commissie daarvan kennis te geven. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

8. Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie

(Meer informatie: Siobhan McGarry – tel.: +32 2 296 47 98; Marta Perez-Cejuela Romero – tel.: +32 2 296 37 70)

Aanmaningsbrieven

Commissie verzoekt Spanje en Oostenrijk richtlijn hypothecair krediet correct om te zetten
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door aanmaningsbrieven te sturen aan Spanje (INFR(2025)2196) en Oostenrijk (INFR(2025)2237) omdat ze de richtlijn hypothecair krediet (Richtlijn (EU) 2014/17) niet correct hebben omgezet. Doel van die richtlijn is het om voor hypothecair krediet een efficiënte en concurrerende eengemaakte markt te creëren voor consumenten, kredietgevers en kredietbemiddelaars, met een hoog niveau van consumentenbescherming. Richtlijn (EU) 2014/17 laat kredietbemiddelaars met een vergunning in een EU-land toe om ook in andere EU-landen actief te zijn, hetzij grensoverschrijdend, hetzij via een lokaal bijkantoor. Dat kunnen zij doen op basis van hun vergunning in hun EU-land van herkomst, één maand nadat zij de bevoegde autoriteiten in hun land van herkomst daarover hebben geïnformeerd en zonder dat zij een verdere vergunning of registratie nodig hebben van de autoriteiten in het EU-land van ontvangst. Ook schrijft Richtlijn (EU) 2014/17 voor dat het toezicht wordt uitgeoefend door het EU-land van herkomst – en beperkt zij zo het toezicht door het EU-land van ontvangst op kredietbemiddelaars die diensten verrichten. De Commissie is van mening dat Spanje en Oostenrijk deze aspecten van Richtlijn (EU) 2014/17 niet correct hebben omgezet. Verder geeft de richtlijn alle kredietgevers uit alle EU-landen toegang tot databases die in dat EU-land worden gebruikt om consumenten op hun kredietwaardigheid te beoordelen. Volgens de Commissie heeft Spanje dit aspect van Richtlijn (EU) 2014/17 hypothecair krediet niet correct omgezet. Ten slotte bevat de richtlijn specifieke regels voor de vergoeding van medewerkers van kredietbemiddelaars, onder meer wanneer kredietbemiddelaars adviesdiensten leveren. Een en ander moet ervoor zorgen dat dit niet ten koste gaat van hun mogelijkheden om in het beste belang van de consumenten te handelen. De Commissie is van mening dat Oostenrijk dit aspect van Richtlijn (EU) 2014/17 niet correct heeft omgezet. Daarom stuurt de Commissie aanmaningsbrieven aan Spanje en Oostenrijk. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt Hongarije de verordening cryptoactivamarkten (MiCA) na te komen
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan Hongarije (INFR(2025)2174) omdat het land Verordening (EU) 2023/1114 betreffende cryptoactivamarkten (MiCA) niet volledig nakomt na de vaststelling van wet LXVII van 2025, tot wijziging van de Hongaarse cryptowet (wet VII van 2024). MiCA is een sleutelonderdeel van de EU-strategie voor het digitale geldwezen. Dit moet een eenvormig en rechtstreeks toepasselijk raamwerk tot stand brengen dat zorgt voor rechtszekerheid, consumenten- en beleggersbescherming, financiële stabiliteit en het soepele functioneren van de eengemaakte markt voor cryptoactiva. Met de wijziging van 2025 wordt in Hongaarse wetgeving een nieuwe regeling voor vergunningverlening voor “diensten voor het valideren van de uitwisseling van cryptoactiva” met strafrechtelijke aansprakelijkheid ingevoerd. Bepalingen in die zin ontbreken in MiCA. Een en ander zou er al toe geleid hebben dat aanbieders van cryptoactivadiensten bepaalde diensten opschorten of stopzetten, wat nadelig is voor cliënten en zorgt voor rechtsonzekerheid. Hoewel Hongarije hiermee zegt in te zetten op stevigere garanties tegen witwassen (AML/CFT), moeten dit soort maatregelen wel nog steeds stroken met MiCA. Daarom stuurt de Commissie Hongarije een aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de bezwaren van de Commissie te verhelpen. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Verwijzing naar het EU-Hof van Justitie

Commissie besluit Spanje en Malta voor het EU-Hof van Justitie te dagen wegens niet-omzetting van de gedelegeerde richtlijn voor de aanpassingen van de groottecriteria voor micro-, kleine, middelgrote en grote ondernemingen of groepen   
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Spanje (INFR(2025)0050) en Malta (INFR(2025)0077) voor het EU-Hof van Justitie te dagen omdat ze de gedelegeerde richtlijn voor de aanpassingen van de groottecriteria voor micro-, kleine, middelgrote en grote ondernemingen of groepen (Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2023/2775) niet hebben omgezet.  Deze richtlijn wil de criteria uit de jaarrekeningrichtlijn voor het bepalen van de grootte van een onderneming actualiseren en aanpassen aan de impact van de inflatie sinds 2013. Een en ander moet voorkomen dat micro-ondernemingen en mkb-bedrijven ten onrechte onder EU-bepalingen voor financiële rapportage en duurzaamheidsrapportage vallen die op grotere ondernemingen van toepassing zijn, en is van cruciaal belang om de regeldruk verder te verminderen. EU-landen moesten deze richtlijn uiterlijk 24 december 2024 volledig hebben omgezet. Tot dusver hebben de meeste EU-landen aangegeven dat zij de richtlijn volledig hebben omgezet. Spanje en Malta hebben echter nog steeds geen nationale uitvoeringsmaatregelen meegedeeld. De Commissie heeft deze landen op 31 januari 2025 aanmaningsbrieven gestuurd en nadien op 17 juli 2025 een met redenen omkleed advies. De Commissie is van mening dat de inspanningen van de nationale autoriteiten van deze landen tot nu toe ontoereikend zijn geweest, aangezien ze de Commissie nog steeds niet in kennis hebben gesteld van de volledige omzetting van de richtlijn in hun nationale wetgeving. Daarom heeft de Commissie beslist deze zaken voor te leggen aan het EU-Hof van Justitie. Zie, voor meer informatie, het persbericht.

  

9. Digitale economie

(Meer informatie: Thomas Regnier - tel: +32 2 299 10 99, Patricia Poropat – tel: + 32 2 298 04 85)

Aanmaningsbrief

Commissie verzoekt Slovenië EU-regels inzake auteursrechten na te leven
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan Slovenië (INFR(2025)4023) omdat het land de richtlijn betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (Richtlijn 2001/29/EG) en de richtlijn collectief beheer van auteursrechten (Richtlijn 2014/26/EU) niet correct toepast. Het EU-auteursrecht verleent auteurs de exclusieve rechten om de mededeling van hun werken aan het publiek toe te staan of te verbieden. Dit omvat de keuze voor auteurs om hun rechten individueel uit te oefenen of om het (volledige of gedeeltelijke) beheer ervan toe te vertrouwen of over te dragen aan een collectieve beheerorganisatie of aan onafhankelijke beheerentiteiten. In het Sloveense recht hebben auteurs echter geen andere keuze dan het beheer van hun rechten over te laten aan een collectieve beheerorganisatie. Hierdoor wordt auteurs hun exclusieve rechten ontnomen. Ook is een en ander in strijd met de vrijheid die rechthebbenden door het EU-recht wordt gegarandeerd, om hun rechten aan collectief beheer te onttrekken. De regeling voor verplicht collectief beheer uit de Sloveense wetgeving vormt een beperking van de in de richtlijnen vastgelegde rechten. Daarom stuurt de Commissie Slovenië een aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten Slovenië een met redenen omkleed advies te sturen.

 

10. Werkgelegenheid en sociale rechten

(Meer informatie: Eva Hrncirov – tel.: +32 2 298 84 33; Eirini Zarkadoula – tel.: +32 2 295 70 65)

Aanmaningsbrief

Commissie verzoekt Italië te goeder trouw met de Europese Centrale Bank te onderhandelen over overdracht pensioenrechten
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een inbreukprocedure in te leiden tegen Italië (INFR(2025)4022) door een aanmaningsbrief te sturen wegens inbreuk op het beginsel van loyale samenwerking krachtens het EU-recht. Bij deze inbreuk gaat het erom dat Italië niet te goeder trouw met de Europese Centrale Bank (ECB) onderhandelt over de overdracht van pensioenrechten van EU-ambtenaren. Een overeenkomst tussen een EU-land en een EU-instelling is nodig om EU-ambtenaren hun nationale pensioenrechten aan de pensioenregeling van de EU-instelling te laten overdragen. Volgens de Commissie heeft Italië de onderhandelingen over deze overeenkomst met de ECB belemmerd en schendt het derhalve het beginsel van loyale samenwerking, zoals neergelegd in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Italië heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Komt er geen adequaat antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt EU-landen nieuwe regels voor een betere bescherming van werknemers tegen asbest volledig om te zetten
De Europese Commissie heeft besloten om inbreukprocedures in te leiden door een aanmaningsbrief te zenden aan tien EU-landen omdat deze geen kennis hebben gegeven van hun maatregelen tot volledige omzetting van Richtlijn (EU) 2023/2668 betreffende de bescherming van werknemers tegen asbest. De uiterste termijn voor omzetting was 21 december 2025. De richtlijn wijzigt Richtlijn 2009/148/EG door lagere grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling en aanvullende maatregelen in te voeren om de risico's van werknemers als gevolg van asbest, een zeer gevaarlijke, kankerverwekkende stof, te verminderen. Dit is onderdeel van een alomvattende aanpak van de Commissie om mens en milieu beter tegen asbest te beschermen en te zorgen voor een asbestvrije toekomst. Tot dusver hebben Cyprus, Estland, Griekenland, Spanje, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal en Slowakije de Commissie geen kennis gegeven van de respectieve maatregelen tot volledige omzetting van de nieuwe regels in nationaal recht. Daarom stuurt de Commissie aanmaningsbrieven aan de betrokken EU-landen. Deze hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden, de volledige omzetting van de richtlijn te voltooien en de Commissie kennis te geven van hun maatregelen. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

11. Economische en financiële zaken

(Meer informatie: Balazs Ujvari – tel.: +32 2 295 45 78; Francisca Marçal Santos – tel.: +32 2 299 72 36)

Commissie verzoekt EU-landen voorschriften vereisten voor nationale begrotingskaders volledig om te zetten
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan Oostenrijk, België, Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Finland, Frankrijk, Ierland, Letland, Luxemburg, Malta, Portugal, Roemenië en Slovenië omdat ze Richtlijn (EU) 2024/1265 niet volledig hebben omgezet. Deze richtlijn wijzigde de richtlijn betreffende voorschriften voor de begrotingskaders van de EU-landen (Richtlijn 2011/85/EU) om de naleving te verzekeren van de verplichtingen uit hoofde van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op het gebied van het begrotingsbeleid, met name wat betreft het vermijden van buitensporige overheidstekorten. Voortbouwend op het bewijs van de uitvoering van Richtlijn 2011/85/EU gaat het in de wijzigingsrichtlijn om transparantie, statistieken, statistische gegevens, prognoses en budgettering op middellange termijn om tekortkomingen aan te pakken die tijdens de vorige uitvoering aan het licht zijn gekomen. De richtlijn verplicht EU-landen om systemen voor overheidsboekhouding in te voeren die voor het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen benodigde gegevens op transactiebasis genereren. Ook verplicht zij EU-landen alle relevante begrotingsgegevens openbaar te maken, onafhankelijke begrotingsinstellingen op te richten en in de jaarlijkse en meerjarige begrotingsplannen zoveel mogelijk rekening houden met de macrobudgettaire gevolgen van klimaatverandering. Volledige uitvoering draagt bij tot sterkere nationale begrotingskaders, meer transparantie en nationaal draagvlak. EU-landen had tot 31 december 2025 de tijd om Richtlijn (EU) 2024/1265 in nationaal recht om te zetten. Daarom stuurt de Commissie aanmaningsbrieven aan deze vijftien EU-landen. Deze hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden, de volledige omzetting te voltooien en de Commissie kennis te geven van hun maatregelen. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

12. Landbouw en plattelandsontwikkeling

(Meer informatie: Balazs Ujvari – tel.: +32 2 295 45 78; Francisca Marçal Santos – tel.: +32 2 299 72 36)

Aanmaningsbrieven

Commissie verzoekt EU-landen regels bij te werken over samenstelling, etikettering en benaming van honing, vruchtensappen, vruchtenjam en gedehydrateerde melk
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan elf EU-landen (België, Tsjechië, Ierland, Frankrijk, Cyprus, Luxemburg, Malta, Oostenrijk, Polen, Slovenië en Slowakije ) omdat ze Richtlijn (EU) 2024/1438 niet volledig hebben omgezet. Deze richtlijn wijzigde de zogenaamde “ontbijtrichtlijnen”, die gemeenschappelijke regels vastleggen voor de samenstelling, verkoopbenamingen, etikettering en presentatie van honing (Richtlijn 2001/110/EG), vruchtensappen (Richtlijn 2001/112/EG), jam of confituur, gelei, marmelade en kastanjepasta (Richtlijn 2001/113/EG) en gedehydrateerde melk (Richtlijn 2001/114/EG). Deze regels moeten het vrije verkeer van die producten binnen de interne markt waarborgen en consumenten helpen geïnformeerde keuzes te maken. Deze richtlijn verplicht EU-landen onder meer de regels inzake verplichte oorsprongsetikettering voor honing te wijzigen, extra categorieën vruchtensappen (vruchtensappen met verlaagd suikergehalte) in te voeren en toe te staan dat het etiket “vruchtensap met alleen natuurlijke suikers” vermeldt. Ook voorzien zij in de mogelijkheid om het verplichte fruitgehalte in jam (confituur) te verhogen, de term “marmelade” als synoniem van “jam (confituur)” toe te staan en de etikettering van gedehydrateerde melk te moderniseren. De volledige uitvoering van de regels inzake de samenstelling en etikettering van sommige ontbijtproducten waarborgt het vrije verkeer daarvan binnen de interne markt en helpt consumenten geïnformeerde keuzes te maken. EU-landen had tot 14 december 2025 de tijd om Richtlijn (EU) 2024/1438 in nationaal recht om te zetten. Daar waar Tsjechië, Ierland en Polen hebben verklaard dat hun wetgeving de richtlijn slechts gedeeltelijk omzet, hebben de andere genoemde EU-landen geen omzettingsmaatregelen meegedeeld. Daarom stuurt de Commissie aanmaningsbrieven aan de EU-landen die de richtlijn niet of slechts gedeeltelijk hebben omgezet. Ze hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden, hun omzetting te voltooien en de Commissie daarvan kennis te geven. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.