Tweede Kamer, 39e vergadering
- Begin10:15
- Sluiting00:00
- StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Michon-Derkzen
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Goedemorgen. Ik open de vergadering van woensdag 4 februari.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
De voorzitter:
We hadden even een kleine hiccup voor de bemensing van deze voorzittersstoel, maar het is opgelost.
Versterking lokaal bestuur
Versterking lokaal bestuur
Aan de orde is het tweeminutendebat Versterking lokaal bestuur (CD d.d. 10/09).
De voorzitter:
We beginnen met het tweeminutendebat Versterking lokaal bestuur. De eerste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Tseggai. Ze spreekt namens GroenLinks-PvdA. Ik nodig haar uit om haar bijdrage te doen.
Pardon, ik heb de minister nog helemaal niet welkom geheten. Hij is natuurlijk bij ons te gast. Welkom aan de minister van Binnenlandse Zaken.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank. Eén motie van onze zijde, over de versterking van de positie van raadsleden met een uitkering. Die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er voor mensen met een uitkering vaak onnodige financiële en administratieve belemmeringen zijn om raadslid, Statenlid of algemeen bestuurslid in een waterschap te worden;
constaterende dat in het rapport Uitkeringsgerechtigden en de raadsvergoeding aanbevelingen worden gedaan en dat het kabinet informatie over de bestaande regelgeving opnieuw breder onder de aandacht brengt;
van mening dat het hebben van een uitkering geen belemmerende factor zou mogen zijn om volksvertegenwoordiger te zijn;
verzoekt het kabinet met de decentrale overheden en de beroepsvereniging van decentrale volksvertegenwoordigers in gesprek te gaan en te bezien hoe bestaande belemmeringen weggenomen kunnen worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Westerveld.
Zij krijgt nr. 35 (36800-VII).
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Deze motie is medeondertekend door mijn collega Westerveld, maar ik wil ook even de aandacht vestigen op het feit dat mijn collega Chakor al heel lang bezig is geweest met dit punt. Ik wil haar daarvoor bedanken vanaf deze plek.
De voorzitter:
Dat is heel vriendelijk. Dank u wel. Mevrouw Boelsma-Hoekstra is de tweede spreker in het tweeminutendebat. Aan u het woord.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Van mijn kant komen er geen moties, maar naar aanleiding van het verslag heb ik wel enkele vragen aan de minister. Ten eerste werd het mij niet helemaal duidelijk of alleen de omvang van de gemeenteraad in grote gemeenten uitgebreid gaat worden of ook die in kleine. In de brief van uw ambtsvoorganger staat immers dat er alleen naar gemeenten met 200.000 inwoners of meer wordt gekeken, maar in het debat gaf de minister aan dat het ook voor kleine gemeenteraden ging gelden. Kan de minister hier helderheid over geven?
Verder werd er tijdens het debat over de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden, oftewel de UDO, gesproken. Die zou een antwoord moeten zijn om op realistische wijze takenpakketten bij gemeenten neer te leggen. Dat sluit ook goed aan bij waar mijn voorganger, Inge van Dijk, vaak op hamerde: geen taken zonder knaken. Mijn vraag is hoe dit in de praktijk werkt. Zijn decentrale overheden hiermee geholpen en is dit nou dé werkbare methodiek? Daar zou ik graag een antwoord op willen hebben.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De derde spreker is mevrouw Den Hollander. Die ziet af van haar spreektijd. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer in dit tweeminutendebat. Ik kijk even naar de minister. Zullen we voor een paar minuten schorsen? Ja. Ik schors voor een enkel moment. We gaan met een minuut of drie luisteren naar de beantwoording.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. We gaan luisteren naar de beantwoording van een paar vragen en de appreciatie van een motie door de minister van Binnenlandse Zaken. Ik geef hem daartoe het woord. De minister van Binnenlandse Zaken.
Minister Rijkaart:
Voorzitter, dank u wel. Ik begin even met de appreciatie van de motie op stuk nr. 35 over mensen met een uitkering en de eventuele belemmeringen die er dan zijn om raadslid te worden. Deze motie krijgt de appreciatie "overbodig". We zijn in gesprek over de rechtspositie van decentrale politieke ambtsdragers, maar ook over ambtsdragers met een uitkering. Het is natuurlijk een sympathiek idee en we snappen het ook, maar vanwege de belemmeringen van de fiscaliteit kunnen we hier niets anders mee dan deze motie overbodig verklaren. De oplossingen zijn namelijk niet uit te voeren in de praktijk. Dat is het probleem.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 35 heeft de appreciatie "overbodig". Dat leidt tot een interruptie van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de minister zeggen dat hij al in gesprek is — dat is natuurlijk heel erg fijn — maar waar het natuurlijk vooral om gaat in het dictum van deze motie is dat we bezien hoe die bestaande belemmeringen weggenomen kunnen worden. Als de minister de motie zo leest dat hij of zijn opvolger de Kamer daarover informeert of daar nog even op terugkomt, kan hij er misschien wel mee leven.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai begint hier een hele onderhandeling over hoe u de motie ook zou kunnen appreciëren.
Minister Rijkaart:
De appreciatie blijft staan, maar ik ben wel bereid om … We hebben 6 maart weer een overleg met de belangenverenigingen en ik stel voor dat we het daar dan ook op de agenda zetten. Dan kunnen we kijken hoe we deze belemmeringen eventueel weg kunnen nemen en vanaf daar het vervolgproces opstarten.
De voorzitter:
Oké. De motie op stuk nr. 35 kreeg en krijgt daarmee de appreciatie "overbodig". Dan kunt u nu antwoord geven op de gestelde vragen.
Minister Rijkaart:
Ja. Mevrouw Boelsma-Hoekstra stelde een vraag over de gemeenteraad en over hoe die in omvang toenam. Dat gebeurt in principe alleen in de grote gemeenteraden, maar gaande het proces zijn we wel bereid om te kijken of er ook knelpunten zitten in de kleine gemeenteraden.
Dan de vraag over de UDO: is dit een werkbare methodiek? Tot op heden is dit een goede, werkbare methodiek. We merken wel dat deze nog wat meer bekend moet worden. Dat gaat al steeds beter. We zien dan ook dat de uitwerking daarvan ook al goed vorm krijgt en dat dit voor de diverse decentrale overheden dus inderdaad goed werkt. Het is echter ook wel een lerend proces. Als we daar gaandeweg knelpunten of verbeteringen zien, zullen we het zeker niet nalaten om die dan ook te implementeren. We hebben nog wel een evaluatie van de UDO; die vindt plaats in 2028. Dan ziet u mij hier waarschijnlijk niet meer staan, maar ik vertrouw erop dat een van mijn opvolgers u die evaluatie wel kan doen toekomen.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Boelsma-Hoekstra.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dat er al lerende gekeken wordt of het aangepast kan worden is mooi, maar mijn interruptie ging eigenlijk over die gemeenteraden. In het verslag las ik toch dat ook de wat kleinere gemeenteraden werden meegenomen en dat is wezenlijk iets anders. Ik ben dus een beetje in verwarring over wat het nu is. U zegt: gaande het proces kunnen ze er misschien bij komen. Ik krijg graag een iets duidelijker antwoord, als dat zou kunnen.
De voorzitter:
Minister, u krijgt van mij het woord en ik wil tegen mevrouw Boelsma ook zeggen: graag via de voorzitter. Dus: mevrouw Boelsma vraagt aan de minister … De minister antwoordt.
Minister Rijkaart:
Ik verviel in dezelfde fout, voorzitter. Nou, nee — via de voorzitter uiteraard — het is in principe voor grote gemeenteraden. Daar starten we mee. Dat wil echter niet zeggen dat we kleine gemeenteraden helemaal uit het oog verliezen. Gaandeweg het proces kijken we dus ook naar de positie van die kleine gemeenteraden, die toch ook een bepaalde mate van druk ervaren. Dat is niet onbekend bij ons. Die nemen we dus ook wel mee in het proces, maar in principe beginnen we bij de grote.
De voorzitter:
Daarmee bent u aan het einde gekomen van de beantwoording in deze termijn.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan dinsdag over de ingediende moties stemmen. Daarmee ronden we dit tweeminutendebat af.
Regio's en grensoverschrijdende samenwerking
Regio's en grensoverschrijdende samenwerking
Aan de orde is het tweeminutendebat Regio's en grensoverschrijdende samenwerking (CD d.d. 02/10).
De voorzitter:
We gaan direct door met het Tweeminutendebat Regio's en grensoverschrijdende samenwerking. Daar hebben zich drie sprekers voor gemeld. De eerste spreker is mevrouw Bikker van de ChristenUnie. Ik nodig haar uit om haar bijdrage te doen in dit tweeminutendebat.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Goedemorgen, ook aan de minister. Dank voor de goede en mooie brief die de minister heeft gestuurd. Ook het commissiedebat nam een aantal vragen weg. Als ik naar het geheel kijk van hoe we omgaan met de regio en alles buiten de Randstad, zie ik wel een lijn. Ik denk dat we daar als Kamer iets meer achteraan moeten zitten. Daarom deze motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet-Schoof ervoor gekozen heeft om het programma Elke regio telt!, inclusief de succesvolle Regio Deals, te vervangen door het Nationaal Programma Vitale Regio's, waarbij slechts enkele regio's in aanmerking kwamen voor intensieve samenwerking met het Rijk;
overwegende dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn gesteld om die gestelde ambities waar te maken;
overwegende dat in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA wordt gesteld dat er samen met de regio's gewerkt wordt om grote opgaven in een gebied integraal en gezamenlijk te realiseren en dat wordt voortgebouwd op de aanbevelingen uit het rapport Elke regio telt!, maar dat er nog geen geld beschikbaar is gesteld voor deze ambitie;
overwegende dat niemand wil dat dit aanstaande kabinet een Randstadkabinet wordt;
verzoekt de regering op de kortst mogelijke termijn inzichtelijk te maken met welke financiën vorm wordt gegeven aan de gestelde ambities,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bikker.
Zij krijgt nr. 180 (29697).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Ik nodig mevrouw Tseggai uit voor haar bijdrage. Zij ziet daarvan af. Ik kijk naar mevrouw Den Hollander voor haar bijdrage in deze termijn. Zij ziet daar ook van af. Dan zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. Er is één motie ingediend, maar ik denk dat de minister die nog niet heeft, dus ik schors voor een minuut of twee.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. Ik zie de minister staan. Hij is klaar om de motie die is ingediend door mevrouw Bikker te appreciëren. Ik nodig hem daar van harte toe uit. Het woord is aan de minister.
Minister Rijkaart:
Voorzitter, dank u wel. De motie op stuk nr. 180 krijgt de appreciatie "ontijdig". Dat heeft ermee te maken dat op dit moment nog niet inzichtelijk is waar de regio's precies om vragen. Het komende jaar werken we met die regio's samen om de plannen verder uit te werken. Dat moet dan uiteindelijk leiden tot een uitvoeringsagenda, waarmee we meer inzicht zullen krijgen in de uitvoeringskosten. Als je dan eenmaal zover bent dat die kosten inzichtelijk zijn, moet ik toch zeggen dat het aan het volgende kabinet en de Kamer is om daar een oordeel over te vellen.
De voorzitter:
Deze motie heeft het oordeel "ontijdig". Daarmee ligt de vraag voor of mevrouw Bikker bereid is om de motie aan te houden. Het woord is aan mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik denk altijd heel graag mee met het kabinet, maar om dit nu "ontijdig" te verklaren is iets anders. We zijn al heel lang bezig met het regiobeleid. Ik heb allerlei mensen uit verschillende regio's gesproken die al goede plannen hebben opgesteld die in de wacht zitten. Ook zijn er andere regio's die weten dat ze nu niet meedoen, maar misschien in de toekomst wel. Dit verzoek is heel eenvoudig. Het gaat er niet om dat we precies weten welke plannen in welke regio worden toegekend; dat staat er niet. Er staat wel: maak nou inzichtelijk met welk budget we het gaan doen, zodat we hooggespannen verwachtingen die we niet waarmaken kunnen voorkomen. Aan de andere kant moeten we wel helder hebben wat het pad wordt. Ik begrijp heel goed dat dat voor deze minister in de huidige termijn wat lastig is. Ik hoorde de heer Bontenbal ooit spreken over "ministers van buiten", dus wie weet. Anderszins zal daar iemand anders zitten straks. Maar ik denk wel dat dit een steun in de rug is voor de nieuwe bewindspersoon van Binnenlandse Zaken.
De voorzitter:
Begrijp ik hieruit dat u niet voornemens bent om de motie aan te houden, mevrouw Bikker? Dat is het geval. Minister, wijzigt u uw appreciatie na het pleidooi van mevrouw Bikker?
Minister Rijkaart:
Nee, want eigenlijk vraagt mevrouw Bikker een beetje het onmogelijke. Ik moet dan namelijk in een glazen bol gaan kijken om te zien waar die elf regio's — inmiddels zijn er al heel wat regio's bij die elf aangesloten — mee gaan komen. Dan wordt het een enorm nattevingerwerk, waar ik mijn opvolger echt niet mee op wil zadelen. Het klinkt heel eenvoudig, maar dat is het helaas niet.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, laatste maal op dit punt.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Het gaat er niet om wat die regio's aanleveren; het gaat erom wat het kabinet op de plank legt op het gebied van financiën en welke ambities er zijn. We kunnen regio's namelijk eindeloos plannen laten maken, maar als daar geen geld voor is in Den Haag, dan heeft dat niet zo veel nut.
De voorzitter:
Uw pleidooi is helder. De minister heeft deze motie geapprecieerd met het oordeel "ontijdig".
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan er dinsdag over stemmen. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van het tweeminutendebat Regio's en grensoverschrijdende samenwerking.
Advies Fryske taal en kultuer 2024-2028 en Advies Friestalige Journalistiek
Advies Fryske taal en kultuer 2024-2028 en Advies Friestalige Journalistiek
Aan de orde is het tweeminutendebat Advies Fryske taal en kultuer 2024-2028 en Advies Friestalige Journalistiek (33335, nr. 25).
De voorzitter:
Ik wil direct door naar het volgende tweeminutendebat. Dat is het tweeminutendebat Advies Fryske taal en kultuer 2024-2028 en Advies Friestalige Journalistiek. Ik wijs de leden erop, voor zover dat nog niet bekend was, dat het natuurlijk mogelijk is om een enkele zin in de Friese taal uit te spreken. Ik zie ook leden van wie ik weet dat ze de taal ook machtig zijn. Maar ik hecht er ook aan te zeggen dat de voertaal hier in het parlement Nederlands is. Als u in het Fries praat, geef dan ook even aan wat dat in het Nederlands is. We voeren het debat natuurlijk in het Nederlands.
Dat gezegd hebbende, kijk ik of ik de heer Vermeer zie. Nee, die zie ik niet zitten. De tweede spreker in dit tweeminutendebat is de heer De Hoop. Die is er wel. Het woord is aan u.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Tige tank, foarsitter. Dank u wel, voorzitter.
In bytsje Fries hie hjoed reedride wollen, want it is koade read yn Fryslân en dan hast it leafst redens ûnder. Mar it is ek bysûnder om hjir yn de plenêre seal Frysk prate te meien. It is in skoftke lyn dat de nije bestjoersôfspraak Fryske taal oannommen is troch de Twadde Keamer. Dat gie om 18 miljoen. Dat hat soarge foar in oantal belangryke saken, byfoarbyld de bachelor Frysk.
Het is een tijdje geleden dat we hier in de Kamer de nieuwe bestuursafspraak voor de Friese taal hebben aangenomen. Dat ging om 18 miljoen euro. Dat heeft bijvoorbeeld ook gezorgd voor de bachelor Frysk, waar mijn fractie heel erg blij mee is.
Eat oars wat wy wichtich fûnen, wie dat de Fryske taal sichtber is yn it ferkear.
Iets anders wat wij belangrijk vonden, was dat de Friese taal zichtbaar is in het verkeer. Daar heb ik toentertijd met mevrouw Bikker een motie over ingediend. We zullen vandaag nog een extra motie indienen om het nog een beetje te versterken, maar er worden ook al mooie stappen gezet.
Ik haw dêrneist noch twa fragen oan dizze minister. Alderearst soe ik graach fan him witte wolle hoe't de Fryske taal dochs in noch steviger plak krije kin yn it Europeesk Hânfêst. Dêr haw ik noch in moasje oer mei mefrou Vellinga fan D66.
Allereerst, hoe kan de Friese taal toch nog een stevigere plek krijgen in het Europese Handvest? Daar heb ik nog een motie over met mevrouw Vellinga van D66.
Eigentlik is de alderwichtichste fraach de folgjende. As in minister dan dochs Frank Rijkaart hjit, dan soe ik him dochs freegje wolle — dit is foar alle Friezen ek wichtich — hoe't hy der mei syn ynfloed foar soargje sil dat sc Hearrenfean hjoed winne sil yn de kwartfinale fan de beker tsjin PSV. Graach dêr in tasizzing op.
Voorzitter. Ten slotte heb ik natuurlijk de vraag hoe deze minister, die toch Frank Rijkaart heet, ervoor kan zorgen dat sc Heerenveen vandaag in de kwartfinale van het bekertoernooi gaat winnen van PSV.
Tot zover, voorzitter. Dank.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Hoop, voor uw mooie bijdrage. Het woord is aan mevrouw Boelsma-Hoekstra voor haar bijdrage in dit tweeminutendebat. Het woord is aan u.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Tankjewol, foarsitter. Dat wie in moaie bydrage fan kollega De Hoop. Hy referearde ek al oan in oantal moasjes wêroan wy as CDA meidwaan sille. As Frysk Keamerlid praat ik noch altyd it leafst Frysk en tink ik ek yn it Frysk. Ik tink dat as ik hjir oan it praten bin yn it Nederlânsk, de measten dat ek oan my hearre sille.
Als Fries Kamerlid praat en denk ik in het Fries. Als ik mijn bijdrage in het Nederlands doe, denk ik dat de meesten dat ook zullen horen.
Mei dy bril op haw ik de beäntwurding fan de fragen dy skriftlik steld binne, lêzen. Dêr wol ik aanst efkes op yngean.
Met die bril op heb ik ook de antwoorden van de minister op de vragen gelezen en met die bril op wil ik daarop ingaan.
Ik lês yn de beäntwurding fan de minister dat hy fynt dat bern yn Fryslân in goede basis fertsjinje yn sawol de Fryske as de Nederlânske taal en dat in goede behearsking fan it Frysk helpt om it Nederlânsk te learen, en oarsom.
Ik lees in de beantwoording van de minister dat hij vindt dat kinderen in Friesland een goede basis verdienen in zowel de Friese als de Nederlandse taal en dat een goede beheersing van het Fries helpt om het Nederlands te leren, en andersom.
Tagelyk lêze wy dat de minister yn de beäntwurding seit dat it logysk is dat it Nederlânsk ferplicht is mar it Frysk in opsje is yn de foarskoalske edukaasje. Eins seit de minister dus dat yn de foarskoalske perioade it Nederlânsk en it Frysk net itselde gewicht hawwe.
Even kort vertaald: het Nederlands en het Fries hebben niet hetzelfde gewicht in de voorschoolse educatie. Myn fraach oan de minister is: kin de minister yn oerlis mei de provinsje ynsichtlik meitsje hokker moaie foarbylden der binne yn de foarskoalske edukaasje dy it Frysk boargje en stimulearje, inisjativen dy ek oandacht hawwe foar it ynrinnen fan de efterstân op de Nederlânske taal? Want neffens my hoecht it inoar net te biten.
Eigenlijk zoek ik dus naar mooie voorbeelden van Fries in de voorschoolse educatie waarin het Nederlands en het Fries elkaar niet bijten maar versterken.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het is ook heel prettig dat het tweetalig is, wil ik u maar zeggen. Meneer Bevers, ik geef u het woord voor uw bijdrage in het tweeminutendebat.
De heer Bevers (VVD):
Voorzitter. Taal is mear as de wurden dy'tst brûkst. Taal is ûnderdiel fan wa'tst bist, hoe'tst tinkst en hoe'tst útdrukking joust oan dyn gefoel. Dyn memmetaal is de basis fan dyn kulturele identiteit. It is gelokkich in rjocht om dy yn it Frysk út te sprekken, hjoed ek hjir.
Voorzitter. Taal is meer dan de woorden die je gebruikt. Taal is onderdeel van wie je bent, hoe je denkt en hoe je uitdrukking geeft aan je gevoel. Je moedertaal is de basis van je culturele identiteit. Het is gelukkig een recht om je in het Fries uit te spreken, vandaag ook hier. U hoorde al aan mijn uitspraak dat ik geen geboren Fries ben, dus ga ik in het Nederlands verder. Ik heb twee vragen aan de minister. De minister heeft aangegeven in gesprek te zijn over de situatie van de rechtbanktolken Friese taal. Kan hij ons kort een update geven van de stand van zaken? Wat is er eventueel nog nodig om verdere stappen te zetten? Hoe kunnen we de inzet, positie en beschikbaarheid van de tolken verbeteren? Hun rol is immers essentieel voor de uitoefening van het recht om Frysk in de rechtszaal te spreken.
Mijn tweede vraag gaat over het advies van DINGtiid uit 2023 — nu wordt het even technisch — om artikel 8.1d III van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden te ondertekenen. De minister van OCW gaf eind mei, juni 2024 al nadrukkelijk aan hier positief tegenover te staan en zei dat hij met de minister van BZK wilde verkennen of en hoe tot ondertekening kon worden overgegaan. DINGtiid heeft dit advies in 2025 herhaald in het adviesrapport over de positie en versterking van het Fries in het middelbaar beroepsonderwijs. U voelt mijn vraag al aankomen. We zijn bijna twee jaar verder, maar de ondertekening heeft nog steeds niet plaatsgevonden. Kan de minister aangeven wat de stand van zaken is?
Tige tank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bevers. De volgende spreker op mijn lijst is mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Aan u het woord.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Tankjewol, foarsitter. Wat moai dat wy hjoed ek ús twadde rykstaal efkes hearre litte kinne yn de plenêre seal. Wat mooi dat wij onze tweede rijkstaal vandaag ook kunnen laten horen in de plenaire zaal.
Ik haw Frysk leard doe't ik al folwoeksen wie. It is dus net myn memmetaal of de taal fan myn hert, sa as it dat foar oaren yn dizze seal en yn it lân wol is. Ik heb Fries geleerd toen ik al volwassen was. Het is niet mijn moedertaal en ook niet de taal van mijn hart, maar dat is voor heel veel mensen in deze zaal, maar vooral ook in het land wel zo.
Mar ik wol sjen litte: dat hoecht ek net om it likegoed wichtich te finen en dysels yn te setten foar it Frysk. Het hoeft ook niet je moedertaal te zijn om het heel belangrijk te vinden en je in te zetten voor het Fries.
Ik sis dit ek as oanmoediging foar eltsenien dy't no tinkt: is dat Frysk gewoan te learen? Jawis, kinst it gewoan leare. Ik zeg dit ook als aanmoediging voor iedereen die denkt: is dit leerbaar dan? Ja, dit is gewoon te leren.
En omdat profesjonele oandacht foar it Frysk hiel wichtich is, haw ik in moasje, dy't ik foarlêze sil yn it Hollânsk. Ik heb een motie die ik in het Nederlands zal voorlezen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister heeft ingestemd met een overleg-kennistafel;
constaterende dat er genoeg overlegstructuren zijn bij DINGtiid;
overwegende dat het instellen van een adviserende kennistafel al langer een wens is;
overwegende dat een adviserende kennistafel kan bijdragen aan de gedeelde zorgplicht van het Rijk en de provinsje Fryslân;
verzoekt de regering de Landelijke Kennistafel Fries zo in te richten dat er wordt geadviseerd over de implementatie van de gedeelde zorgplicht van Rijk en provincie voor de Friese taal, met vertegenwoordigers van alle in het handvest genoemde domeinen;
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vellinga-Beemsterboer, Bevers, Boelsma-Hoekstra, De Hoop en Goudzwaard.
Zij krijgt nr. 27 (33335).
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Vellinga. De laatste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Bikker. Iedereen vraagt zich af: zou mevrouw Bikker zich de Friese taal hebben aangeleerd? Mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Nee, voorzitter, ik heb van Piet Adema alleen "oant sjen" geleerd. Maar daar zijn we nog niet; dat komt aan het eind van mijn bijdrage. Ik sluit me trouwens van harte aan bij de prachtige bijdrages van de collega's. Dank ook voor het vertalen als ik het Friese woord af en toe net niet helemaal weet. Wat is het prachtig om het Fries hier te horen. Het is immers gewoon een rijkstaal en die moet hier dus ook voluit kunnen klinken.
Voorzitter. Ik sprak vorige week met Carlijn Niesink, onze lijsttrekker in Leeuwarden. Zij kwam aan met allerlei Friese lekkernijen. Ik dacht dat dat misschien iets is voor bij het volgende plenaire debat. De Friese taal én cultuur laat zich namelijk niet alleen goed horen, maar ook goed smaken: van de Friese dúmkes tot de sûkerbôle tot de oranjekoek en dan ook nog alle dingen die we niet op de vroege ochtend nuttigen, zoals de beerenburg.
Voorzitter. Ik heb een ander type motie, die over het deelnemen aan het verkeer gaat. Want was is het belangrijk, ook als je gewoon door je eigen provincie rijdt, dat je verkeersborden ziet in je eigen taal in plaats van alleen in het Nederlands. Ik had daar eerder met collega De Hoop al een initiatief voor, maar we zien dat het her en der nog een klein beetje spaakt loopt. Daarom heb ik een extra aanmoediging in de vorm van een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in de Bestuursafspraak Friese taal en cultuur 2024-2028 afspraken zijn gemaakt over permanente meertaligheid in het verkeer in Fryslân;
overwegende dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in de implementatiefase tegenstribbelt, terwijl de dagelijkse praktijk in talloze Europese regio's laat zien dat meertaligheid in het verkeer (veilig) kan;
verzoekt de regering zich te houden aan de gemaakte afspraken, de benodigde obstakels weg te nemen en ervoor te zorgen dat in permanente meertaligheid in het verkeer in Fryslân voorzien wordt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en De Hoop.
Zij krijgt nr. 28 (33335).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Dank ook inderdaad aan alle leden voor de mooie bijdrages, veel ook in de Friese taal. Ik kijk even naar de minister. Zullen we schorsen voor tien minuten? Dan gaan we strak om 11.05 uur luisteren naar de beantwoording van de minister. Ik schors voor tien minuten.
De vergadering wordt van 10.54 uur tot 11.05 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. We gaan luisteren naar de beantwoording van de minister van Binnenlandse Zaken in het tweeminutendebat Advies Fryske taal en kultuer en het Advies Friestalige Journalistiek. We hebben prachtige bijdrages gehoord van de Kamerleden. Ik geef het woord aan de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen en de appreciatie van de moties.
Minister Rijkaart:
Voorzitter, dank u wel. Ik ga me toch echt niet aan het Fries wagen. Ik heb hier een aantal mensen in de Kamer zien zitten die mij dan direct voor de cursus op gaan geven. We hebben inmiddels namelijk begrepen: je kan het leren. Ik wil dat toch een beetje voorkomen.
Ik begin met de rechtbanktolken. Het ministerie van JenV heeft inmiddels meerdere overleggen gevoerd met vertegenwoordigers van zelfstandig werkende tolken. In het komende jaar worden er ook verder gesprekken gevoerd over hoe dat verder kan gaan en versterkt kan worden. Ik heb begrepen dat de staatssecretaris van JenV in de jaarlijkse Kamerbrief in Q2 een update gaat sturen over de tolkdienstverlening. Die komt dan deze kant op.
Dan de ondertekening van artikel 8, lid 1, sub d onder III van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Dat heeft nog steeds niet plaatsgevonden. Inmiddels weet ik wel dat het ministerie van OCW in gesprek is met DINGtiid. In de zomer van 2025 zijn die gesprekken verder opgestart, ook met de provincie Friesland, over de mogelijke aanvaarding van dit artikel. Er wordt nader uitgewerkt hoe dat allemaal plaats kan vinden binnen dat handvest. De minister van OCW zal de Kamer voor de zomer van 2026 via een Kamerbrief over taal in het mbo informeren over de uitkomsten van deze gesprekken en de mogelijke vervolgstappen.
Dat brengt mij dan al bij de motie op stuk nr. 27 over de Landelijke Kennistafel Fries. Die krijgt oordeel Kamer. We zijn het eens met de indieners van de motie over het geven van een brede basis aan de Landelijke Kennistafel Fries. Daar hoort een zo breed mogelijke betrokkenheid vanuit het Friese veld bij. Derhalve onderschrijven we een en ander en geven we de motie oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 28 over het wegnemen van belemmeringen om te voorzien in meertaligheid op verkeersborden. Ook deze krijgt oordeel Kamer, want uit de analyse van de minister van IenW blijkt dat het uitvoerbaar is om de borden meertalig te maken. Ik vermoed dat dat ook gefaseerd gaat gebeuren. Op het moment dat zo'n bord aan vervanging toe is, wordt daar dan naar gekeken. Tegelijkertijd is dat ministerie verantwoordelijk voor dat stelsel en ligt de toepassing bij de decentrale wegbeheerders. Dat moeten we dus wel even in het achterhoofd houden.
Dan had ik volgens mij nog één vraag openstaan: hoe ga ik ervoor zorgen dat Heerenveen wint? Ik was recent aanwezig bij Heerenveen-Groningen. Dat hielp niet echt, moet ik heel eerlijk zeggen. Maar als we er nu met z'n allen voor zorgen dat deze minister en zijn team een beetje op tijd klaar zijn na de begrotingsbehandeling, dan wil ik wel m'n uiterste best doen om te gaan staan juichen voor het scherm. Die bereidheid heb ik dan wel.
De voorzitter:
Nou, aan die toezegging houden we u. Hiermee zijn we aan het einde gekomen ... O, u heeft nog een openstaande vraag. Ik geef het woord aan mevrouw Boelsma.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik heb nog de vraag gesteld om mooie voorbeelden te delen waarbij voorschoolse opvang of educatie wel lukt met oog voor het Fries.
De voorzitter:
Ja, ik herinner me die gestelde vraag.
Minister Rijkaart:
Ik herinner me nu dat ik het antwoord op die gestelde vraag in de app had staan. Daar kom je dan later achter.
Inmiddels heeft er een onderzoek plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat er steeds meer vroegtijdig gebruik wordt gemaakt van het Fries, ook op scholen, en dat jonge gezinnen het Fries ook steeds vaker omarmen. Dat hebben we gezien. Ik noem even wat voorbeelden. Helaas heb ik ze niet allemaal zelf ondervonden, maar ik moet ze even voordragen. De "one teacher, one language"-aanpak wordt vaak gebruikt. Dat is de Engelse term, maar u komt er wel uit wat dat in het Fries is, denk ik. Er worden Friese en Nederlandse zaken aangeboden op scholen. Het gaat dan om dingen die in de klas hangen, materialen en liedjes. Het Fries en het Nederlands worden ook naast elkaar neergezet, zodat er uitwisseling plaatsvindt. Dan kunnen de kinderen makkelijker verbanden leggen. De SFBO gaat langs bij locaties voor kinder- en peuteropvang om te helpen bij het creëren van een taalrijke omgeving. Voor locaties die deelnemen aan het certificeringstraject — ja, dan moet ik er toch aan — Boartsjendewei in taal derby, zijn themamaterialen beschikbaar.
De voorzitter:
Minister, u doet uw best, zou ik zeggen. U doet uw best.
Minister Rijkaart:
Ik ga nu toch echt opgegeven worden voor die cursus Fries, vrees ik.
Het kenniscentrum SFBO voor de meertaligheid van jonge kinderen ondersteunt de Friestalige kinderopvang in Friesland. Het adviseert de locaties, bijvoorbeeld door vorm te geven aan de tweetalige ontwikkeling.
Voorzitter. Dit is mijn laatste tweeminutendebat. Met enig gevoel voor drama zeg ik dan: in het hart van mijn gevoel zal ik u nooit vergeten. Ik dank u voor de prettige samenwerking.
De voorzitter:
Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We stemmen aanstaande dinsdag over de moties. Ik schors voor een enkel moment. Om 11.10 uur gaan we beginnen met het debat over de begroting van Binnenlandse Zaken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Begroting Binnenlandse Zaken 2026
Begroting Binnenlandse Zaken 2026
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (36800-VII).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik vraag de leden om plaats te nemen, zodat we kunnen beginnen met het debat over de begroting van Binnenlandse Zaken. De minister was al aanwezig; nogmaals welkom. We hebben maar liefst vijftien sprekers en vier maidenspeeches, dus het wordt een mooi debat. Natuurlijk hebben we, zoals vaker, een vrij strak tijdschema.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Dat allemaal gezegd hebbende wil ik direct de eerste spreker in deze eerste termijn uitnodigen. Dat is mevrouw Huizenga van D66. Dit is tevens haar maidenspeech. Volgens goed gebruik wordt zij dan ook niet geïnterrumpeerd. We gaan naar haar luisteren.
Mevrouw Huizenga (D66):
Voorzitter, collega's en iedereen die meekijkt. Wat is het bijzonder om hier mijn eerste speech te houden. Eerlijk is eerlijk: het voelt soms nog alsof ik per ongeluk een andere deur ben binnengelopen, alsof ik naar de sportkantine wilde, maar ineens hier stond. Hup Zwolle!
Voorzitter. Van sportief, avontuurlijk en een tikje rebels naar nuchtere politica. Ik groeide op in Leeuwarden, in het Friese, dat nu zelfs afgesloten is van de rest van Nederland. Mijn vader was ondernemer en mijn moeder was lerares. Zij moest nog stoppen met werken omdat ze trouwde, terwijl ze veel meer wilde doen, ook voor anderen. Ik was vrij en blij. Ik kwam te laat en als er grenzen waren, dan was het mijn hobby om eroverheen te denderen. Dat was mijn wereld.
En nu? Ik ben al jaren serieus aan de slag. In mijn hoofd ben ik nog steeds die jonge godin die de wereld verovert, maar dan een die post krijgt van een beddenfabrikant speciaal voor 50-plussers: "zodat u makkelijker uit bed komt". Het ondernemerschap nam ik van mijn vader over. Dat heb ik de afgelopen 21 jaar dan ook gedaan: risico's nemen en keihard werken. De zelfredzaamheid en er zijn voor een ander, nam ik van mijn moeder over. Dat uitte zich in vrijwilligerswerk, onder andere als skidocent voor mensen met een beperking.
Ik weet inmiddels door mijn Statenlidmaatschap: de politiek is een avontuur. Dit is een van de plekken waar je écht verschil kunt maken. Toch voelt de politiek voor mij regelmatig als een toneelstuk. Soms kijk ik naar debatten die geen zoektocht zijn naar oplossingen, maar naar de beste oneliner. Boosheid wordt aangewakkerd en ophef wordt beloond. Maar boosheid bouwt geen huizen. Boosheid regelt geen goed bestuur en samenwerking. Intimidatie ondermijnt dat.
Voorzitter. Daarom ben ik hier. Het moet anders en het kan anders. Mensen willen bestuurders die problemen oplossen, punt. Mensen willen bestuurders die problemen oplossen, nu. Mijn missie is samenwerkingspolitiek. Geen vorm, maar inhoud en aan het werk. "Aan de slag", zou ik kunnen zeggen. Zoeken naar de gemeenschappelijke grond, want consensus is geen zwakte; het is de basis van onze besluitvorming. Dat geldt ook voor hoe we ons verhouden tot het decentraal bestuur. We moeten beleid maken en uitvoeringsorganisaties betrekken bij de totstandkoming van beleid. Nu meer dan ooit moeten we samenwerken, in de Kamer, maar ook in het land. Ik kijk ernaar uit om met alle overheden, partners en mensen in het land aan de slag te gaan.
Dan lachen en bewegen. Niets verbindt mensen sneller dan samen lachen en bewegen. Vanochtend zag ik op het nieuws dat The Muppet Show eenmalig terugkomt. Ik kreeg meteen een glimlach op mijn gezicht. Sport en bewegen — kijk naar sport of een festival: het maakt ons gelijkwaardig, gezond en vrolijk. Ik heb het over dat gevoel als je bij de Olympische Spelen of een WK met een vlag om je schouders het Wilhelmus uit volle borst meezingt: wij zijn TeamNL. Zo zie ik ook de politiek: naast mensen staan, niet tegenover hen. Empathie is geen zwakte. Het is de sleutel tot oplossingen, want als je echt luistert naar iemand die niet op jou lijkt, ontstaat er begrip.
En lachen. Politiek hoeft niet bloedserieus te zijn om effectief te zijn. Een beetje relativering helpt ons. Ik ben veranderd van een avonturier in een nuchtere politica. Ik geloof in een Kamer die zichzelf iets minder serieus neemt en de problemen van het land juist uitermate serieus neemt.
Dan naar Binnenlandse Zaken. Goed bestuur begint bij een overheid die doet wat ze belooft en tegen een stootje kan, een overheid die weerbaar is tegen druk, desinformatie, intimidatie en haar eigen neiging om alles ingewikkelder te maken dan nodig. Weerbaar bestuur betekent: duidelijke regels, transparante besluitvorming en bestuurders die hun rug rechthouden. Dat betekent dat ambtenaren, maar ook volksvertegenwoordigers en bestuurders veilig hun werk moeten kunnen doen. De gemeenteraadsverkiezingen komen er weer aan. We weten uit onderzoek dat veel mensen lang twijfelen of ze zich wel moeten kandideren, dat ze stoppen vanwege bedreigingen en intimidatie, die politici soms over zich heen krijgen.
Dat geldt in het bijzonder voor vrouwen, niet alleen in en rond de raadszaal, hier en in de Statenzaal, maar ook juist online. Er is geen structurele monitoring van haat, en zeker niet van onlinehaat. Bovendien wordt bij onderzoek naar onlinehaat vaak gefocust op het slachtoffer en niet op de dader. Wij moeten beter in beeld krijgen waar deze onlinehaat vandaan komt. Daarom verzoek ik de minister om onlinehaat op te nemen als specifieke categorie in de Monitor Integriteit en Veiligheid. Momenteel wordt in de monitor gevraagd naar de ervaringen van politici met agressie en intimidatie. Een opsplitsing in online en offline biedt meer inzicht in het probleem. Ik dien dan ook een amendement in om het onderzoek naar daderprofielen mogelijk te maken, zodat we dit gerichter kunnen aanpakken.
Weerbaarheid zit echter ook in doelmatigheid. Een overheid die verdrinkt in regels, formulieren en uitvoeringsproblemen is immers kwetsbaar, voor fouten, voor wantrouwen en voor mensen die afhaken. Veel beleid is goedbedoeld, maar slecht uitvoerbaar. Energie die verloren gaat aan controle, verantwoording en vinklijstjes gaat niet naar oplossingen. Dat kan anders. Doelmatig bestuur is geen kil boekhouden. Het is respect voor belastinggeld en voor de tijd en het vertrouwen van mensen. Het is beleid dat werkt in de praktijk, niet alleen op papier in Den Haag, maar ook in de regio.
Juist daarom is het problematisch als beleid waarvoor wel middelen beschikbaar zijn, geen scherpe doelen kent. De Algemene Rekenkamer wijst er dan ook terecht op dat de BZK-begroting nog te vaak doelen bevat die niet concreet of meetbaar zijn. Hoe gaat de minister dit op orde brengen? Binnenlandse Zaken gaat voor mij over dát fundament: een sterke democratische rechtsstaat, een betrouwbare overheid en een bestuur dat met een duidelijk doel voor ogen problemen oplost in plaats van verplaatst.
Voorzitter. Tot slot mijn belofte. Ik zet mij in om te luisteren. Ik ga op zoek naar overeenkomsten, ook als je een andere politieke overtuiging hebt. En ik zet mij in voor een betere wereld, ook voor mensen van wie de wieg niet op dit kleine stukje aarde stond. Ik zal eerder doen dan roepen en ik maak het werk van mijn ouders af: bijdragen aan een samenleving met gelijke kansen. Als iemand onderweg valt, zal ik mij ervoor inzetten om diegene op te rapen, zoals ik dat jaren als skidocent heb gedaan. En struikel ik, dan hoop ik dat u mij helpt opstaan.
Als woordvoerder sport moet ik daarmee natuurlijk ook afsluiten. Voorzitter, collega's: ook wij zijn hier TeamNL.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Mevrouw Huizenga, blijft u hier alstublieft even staan. Ik wil u als eerste feliciteren met uw maidenspeech, maar aan het geroffel te horen zijn er meer mensen die dat willen. Ik schors voor een moment, zodat u de felicitaties in ontvangst kunt nemen. Ik wens u heel veel succes.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat, vraag de leden plaats te nemen en geef het woord aan de tweede spreker van D66 voor zijn bijdrage in dit debat: de heer Sneller. Meneer Sneller, aan u het woord.
De heer Sneller (D66):
Dank, voorzitter. Mevrouw Huizenga, gefeliciteerd met de prachtige maidenspeech.
Voorzitter. Net als miljoenen anderen nemen wij thuis, tijdens het ontbijt op zaterdagochtend meestal, de weekendplannen door. Eerst de basics: wassen, strijken, het oud papier wegbrengen. En er is ook altijd nog wel wat werk te doen. Een verjaardagsfeestje van de kinderen hier of daar, en ze willen meestal dan ook op zondagochtend naar het zwembad, en knutselen, en voetballen en met de poes spelen. Dan wil ik zelf graag nog een rondje hardlopen en mijn vriendin wil tijd om aan haar boek te werken. Enfin, u snapt het: veel meer wensen dan in de agenda passen. En dus geldt zoals bij iedereen: niemand krijgt helemaal zijn zin; het is geven en nemen, we schikken allemaal een beetje in. Soms gaat dat soepel en soms geeft het wat gedoe, maar elk weekend komen we er samen uit en maken we een schemaatje — dat vervolgens natuurlijk helemaal niet volgens plan verloopt. Want het zou toch een mooie boel zijn als we iedere keer dat we er niet direct uit komen, zouden besluiten om dat weekend dan maar helemaal niets te doen. Of dat een van ons zegt: ik bepaal voortaan in mijn eentje wel de huishoudagenda! Nee, voorzitter, het is democratie in het klein.
Maar in de wereld in het groot zie ik eigenlijk dezelfde twee risico's voor onze democratische manier van samenleven. Aan de ene kant het risico van impasse, van besluiteloosheid en stilstand, en aan de andere kant dat van politici die zeggen: u kunt het allemaal krijgen. Politici die mensen op de mouw proberen te spelden dat ze, anders dan thuis of in hun vriendengroep, op de voetbalclub of op welke andere plek in de samenleving in het echte leven dan ook, in de politiek opeens wel alles kunnen krijgen wat ze willen zonder rekening te hoeven houden met anderen. Het is de stem van de autoritaire verleiding, die zegt: geef mij uw vertrouwen en ik schakel al die lastige tegenkrachten voor u uit, goedschiks en anders kwaadschiks. Beide bedreigingen kunnen onze democratische rechtsstaat ondergraven. Daarom moeten we in actie komen, enerzijds door te werken aan de slagvaardigheid van onze overheid en de besluitvaardigheid van onze politiek, en anderzijds door kanalen te graven naar de macht en de democratische rechtsstaat weerbaarder te maken.
Voorzitter. Het beeld is namelijk bij sommigen ontstaan dat de democratie niet in staat is om de grote uitdagingen van onze tijd het hoofd te bieden. En dat is, helaas, niet helemaal zonder reden. Te lang heeft de nationale politiek de aanpak van een aantal grote problemen voor zich uit geschoven en een werkwijze ontwikkeld met enorme schaduwzijden. In de afgelopen twee decennia is het aantal wetten en regels ruim verdubbeld. En hoewel het aantal ambtenaren fors is gegroeid, bleef de productiviteit van de overheid achter bij die groei. Dat merken mensen in hun dagelijks leven, want ze kampen als burger met onbegrijpelijke brieven of ondoenbare regels. Ze merken toenemende regeldruk en afnemende autonomie, als ondernemer of als professional in de uitvoering. En tegelijkertijd zien zij de woningnood toenemen en de klimaatcrisis verergeren. Als er dan iemand voorbijkomt die zegt "ik zal met mijn vuist op tafel slaan en het oplossen", dan klinkt dat misschien aantrekkelijk, maar is dat geen eerlijk en duurzaam antwoord.
Maar aan de andere kant is simpel zeggen "zo simpel werkt het niet" ook onvoldoende; dan dreigt stilstand. Dus moet wat mij betreft onze houding zijn: we gaan het beter doen. Het is hoognodig om de slagkracht van de overheid te vergroten door te vereenvoudigen, door te digitaliseren, door de Haagse departementale kokers te doorbreken en door minder afhankelijk te worden van externe inhuur. In de afgelopen tijd zijn hiervoor gelukkig ook veel bruikbare bouwstenen aangedragen: het rapport van de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, over de deskundige overheid; de adviezen van de Hoge Colleges van Staat over een realistische overheid; en de brief van de Raad voor het Openbaar Bestuur van eerder deze week aan de formateur. Allemaal nuttige wenken. Als we die gezamenlijk in de praktijk brengen, kunnen we zorgen dat de overheid ook echt levert op de grote uitdagingen van onze tijd.
Voorzitter. Ervoor zorgen dat de democratie gaat presteren ten aanzien van die grote kwesties zal ook iets vragen van de Kamer. Vooruitgang vraagt om bewuste keuzes maken en die dan ook volhouden, maar het vraagt ook om geven en nemen. Want als 225 parlementariërs allemaal blijven hangen in hun eigen gelijk, gebeurt er niets. Dan biedt een minderheidscoalitie misschien een uitgelezen gelegenheid om daarmee te beginnen.
Daarnaast hoop ik ook dat we als Tweede Kamer vasthouden aan een aantal van onze eigen goede voornemens. Zo zei de parlementaire ondervragingscommissie over uitvoeringsorganisaties, onder leiding van André Bosman: meer vertrouwen in de uitvoering en minder micromanagement vanuit de politiek. De werkgroep Grip op informatie, onder leiding van Inge van Dijk, zei: een meer ontspannen omgang tussen Kamerleden en ambtenaren is nodig, om daarmee ook meer lucht te geven aan de rijksdienst. De aanbeveling van de werkgroep Meer dan de som der delen, onder leiding van Kees van der Staaij, was: beperk het aantal moties. Dit jaar zijn het er alweer 450, na één maand. Diezelfde werkgroep zei: besteed meer aandacht aan onze wetgevende taak. Dat zeg ik tegen de voorzitter/rapporteur wetgevingskwaliteit.
Laten we als Kamer ook serieus meer aandacht hebben voor al die evaluaties die wij krijgen, zoals we zelf hebben uitgesproken met de motie-Van Vroonhoven/Vermeer. Want we moeten niet vergeten soms ook te stoppen met beleid, of niet vergeten om inefficiënt beleid aan te passen. Het begin van een nieuwe kabinetsperiode is volgens mij een mooie kans voor een nieuwe start met deze voornemens en om ze in de praktijk te brengen.
Voorzitter. Naast stilstand is de tweede bedreiging voor onze democratie de opkomst van autoritair leiderschap. Wereldwijd winnen autocraten immers terrein. In 2018 al verscheen het eindrapport van de staatscommissie parlementair stelsel. Nou kun je niet zeggen dat die in de volksmond "de commissie-Remkes" wordt genoemd, maar hier in de wandelgangen is dat in ieder geval wel het geval. Dat had de treffende titel: Lage drempels, hoge dijken. Het was een doorwrochte voorzet voor noodzakelijk onderhoud van de democratische rechtsstaat. Maar net als bij veel te veel staatscommissies de afgelopen 60 jaar, is er tot nu toe weinig terechtgekomen van de aanbevelingen. Er is mij veel aan gelegen om de aanbevelingen uit dat rapport niet van tafel te laten rollen. Onder opeenvolgende ministers van Binnenlandse Zaken is sinds 2018 veel voorbereidend werk verricht. Soms is er helaas ook een stap teruggezet, omdat het eigen gelijk het won van de wens om vooruitgang te boeken. Het is nu 2026. Ik zeg: het is tijd voor een democratisch offensief. De bal ligt op de stip; tijd voor de afronding.
De heer Flach (SGP):
Ik deel de liefde voor de democratische rechtsstaat met de heer Sneller, omdat ik denk dat dat een staatsvorm is die al die verschillen in Nederland nog kan verbinden en die verschillen enigszins kan overbruggen. Maar toch maak ik mij daar wel wat zorgen om. Ik ben benieuwd naar de reflectie van de heer Sneller daarop. Je zou kunnen zeggen dat de rechtsstaat best wel stevig is, ook gezien een aantal verregaande rechterlijke uitspraken, bijvoorbeeld op het terrein van stikstof of klimaat. Dan moet je zeggen dat het deel "rechtsstaat" best wel in orde is. Ik maak me wat meer zorgen over het vermogen van de democratie om bij te sturen middels wetgeving. Volgens mij hebben we toch beide pijlers nodig om te kunnen spreken van een gezonde democratische rechtsstaat. Hoe kijkt de heer Sneller daarnaar?
De heer Sneller (D66):
Ten eerste maak ik mij meer zorgen over de weerbaarheid van onze rechtsstaat. Ik kom nu bij het deel "kanalen graven naar de macht". Dat gaat juist over ervoor zorgen dat mensen meer invloed hebben op hun bestuur en op de regelgeving die geldt in Nederland. Ik denk dat daar nog het een en ander te doen is.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Dan wacht ik sowieso met belangstelling dat deel van het betoog van de heer Sneller af. Het gaat mij om het volgende. Als wij als democratie niet in staat zijn om bij te sturen ten aanzien van datgene wat er leeft in ons land, omdat er bepaalde juridische constructies of verplichtingen zijn waarop we ons hebben vastgelegd, verliest de democratie ook een stuk van haar legitimiteit onder de bevolking. Mijn vraag aan de heer Sneller is: wat zegt dat dan over de kwaliteit van de wetten die we hebben gemaakt? Want rechters baseren zich nu eenmaal op wetten die ze voorgelegd krijgen.
De heer Sneller (D66):
De Grondwet is in Nederland notoir moeilijk aan te passen. Dat geldt nog meer voor internationale verdragen. Ik heb wel het gevoel dat een aantal van de voorbeelden die vaak genoemd worden in deze context, gewoon gaan over de rechter die zegt: ja, politiek, u heeft een afspraak gemaakt; daar moet u zich zelf aan houden. Dat is gewoon het legitimiteitsbeginsel, de basis waarop een democratische rechtstaat kan bestaan. Als wij het oneens zijn met een regel, dan moeten wij daar als politiek naar handelen en hem aanpassen. Anders moeten we ons eraan houden of zorgen dat in ieder geval de uitvoerende macht zich eraan houdt. Als het gaat om rechtszaken — over de SGP zelf, over stikstof, over Urgenda — en wij daar iets van vinden, dan moeten wij dat met een tweederdemeerderheid aanpassen, zoals opgenomen in de waarborgen. Daarbij is de democratie dan vervolgens aan zet.
De voorzitter:
Ik doe interrupties in drieën. Het kan ook iets korter, maar de heer Flach heeft een derde.
De heer Flach (SGP):
Daar ben ik het mee eens. Die taak ligt bij het parlement, en daar zit juist mijn punt: zouden we bij het opstellen van wetten niet meer rekening moeten houden met de effecten die ze hebben, zoals rechterlijke uitspraken, en het vermogen van de democratie om dan bij te sturen? Met andere woorden: moeten we jaartallen, percentages en dergelijke wel altijd in wetten willen vastleggen? Daarmee creëer je een soort juridisch betonblok, wat onvermogen geeft binnen de democratie.
De heer Sneller (D66):
Op één abstractieniveau hoger zou ik inderdaad zeggen: we moeten vaker doelen en minder vaak middelen afspreken in de politiek. Tegelijkertijd willen we ook consistentie en voorspelbaarheid. Als het bijvoorbeeld over de Vogel- en Habitatrichtlijn of over afbouwpaden voor de circulaire economie gaat, willen juist ook ondernemers langeretermijnzekerheid hebben over wat we precies gaan doen en wat ze kunnen verwachten van de overheid, niet zo van: er is een nieuwe meerderheid en volgende week is mijn investering weer overbodig geworden. Soms kan het dus ook juist heel nuttig zijn. Dat is per keer zoeken, denk ik. Het is wel belangrijk om dat vooraf, voordat we stemmen over die wet, goed af te wegen en om ook te leren van wat we hebben gezien op andere onderwerpen.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker met ook een interruptie over dit punt.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Eigenlijk over een iets ander punt uit de mooie bijdrage van collega Sneller, waar ik met veel belangstelling en ook wel instemming naar luisterde. Het is inderdaad belangrijk dat we hier zorgen voor goede wetten. Ik geloof dat het Willem Witteveen was die ooit zei dat de wet ook een kunstwerk is en dat dat ook wel iets van ons als Kamer vraagt. Maar daarna noemde collega Sneller de staatscommissie-Remkes. Een van de dingen die de staatscommissie-Remkes volgens mij adresseerde, was de bedreiging die de opkomst van AI inhoudt voor de politiek. De algoritmes maken het zo makkelijk dat je, als je bij YouTube een zoekterm intikt, hele andere filmpjes te zien krijgt dan die welke bij je zoekvraag horen. Ik geloof dat in een van de bijlagen als voorbeeld werd genoemd: je tikt GroenLinks in — die partij bestaat niet meer op zichzelf — en krijgt verwijzingen naar Forum voor Democratie. O, die partij bestaat nog wel, wordt gezegd.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, uw vraag graag.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Je tikt GroenLinks in en je krijgt er een filmpje van Forum voor Democratie voor terug. Ik vind dat ergens een zoektocht, omdat het onze democratie ondermijnt wat mensen dan zien van onze zaal en van de dingen die wij doen.
De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik zou heel graag van collega Sneller horen hoe hij reflecteert op dat deel van het rapport-Remkes.
De heer Sneller (D66):
In mijn herinnering ging het niet zozeer over AI, dat in 2018 nog niet echt een ding was, maar ging het over microtargeting, waar mevrouw Bikker inderdaad terecht aandacht voor vraagt. Dat ondergraaft namelijk het publieke debat, omdat er verschillende werkelijkheden ontstaan voor kiezers en er geen gezamenlijk gesprek meer is. Daar maak ik mij veel zorgen om. Dat is uiteindelijk uit de Wet op de politieke partijen gehaald door het kabinet, omdat daar ook Europese regelgeving voor is gekomen. Ik vind wel dat de Europese regelgeving, of het nou de Digital Services Act of de Digital Markets Act is, nog onvoldoende heeft laten zien te functioneren, terwijl hierover bij mij heel grote zorgen zijn.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik vind dat we momenteel te vaak het paard achter de wagen spannen, dus als de ontwikkelingen al gaande zijn. Collega Sneller heeft gelijk: het ging met name over de microtargeting en daarna hebben we het AI-vervolg gezien. Ik zou heel graag willen dat een kabinet juist op dit punt meer vooruit gaat denken: hoe kunnen we onze democratie beschermen, juist met die snelle ontwikkelingen? Hoe ziet D66 dat?
De heer Sneller (D66):
Honderd procent eens. Ook in de aanloop naar de verkiezingen van oktober heb ik daarover vragen gesteld aan het kabinet. We zien gewoon dat AI-nepfilmpjes in allerlei vormen en ook in politieke campagnes een grotere rol gaan spelen. Er wordt op gewezen dat er Europese regelgeving komt en dat het dan wordt gewatermerkt. Ik denk dat we daar meer bovenop moeten zitten, ook vanuit Nederland.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Goed om te horen, dan vinden we elkaar daarin. Ik heb er ook zin in daar de komende tijd werk van te maken. Terug naar de commissie-Remkes. Een ander onderdeel dat zij onderzochten, was de kiesdrempel. Eigenlijk zei de commissie-Remkes daarvan: doe dat nou niet, want dat lost het probleem niet op. Er zijn ook andere problemen zoals afsplitsingen of partijen die op enig moment weglopen; de heer Sneller had het erover aan het begin van zijn bijdrage. Waarom wordt het stevig overwogen advies van de commissie-Remkes niet overgenomen in de plannen van de huidige coalitie? Waarom wordt er opnieuw onderzoek gedaan naar de kiesdrempel? Dat brengt allerlei goedwillende, zeer mooi bijdragende partijen die een stem geven aan zo veel mensen, meteen weer in de onzekerheid.
De heer Sneller (D66):
Ten eerste even over wat de staatscommissie-Remkes adviseerde om verdere versplintering van het politieke landschap tegen te gaan. Ik vind het echt een gemiste kans dat dingen zoals waarborgsommen en meer handtekeningen nodig hebben als nieuwe partij nog steeds niet zijn omgezet. Dat zit ergens verstopt in een wetsvoorstel over een nieuw kiesstelsel dat op het ministerie klaarligt. Laten we zorgen dat dat in ieder geval wel gebeurt. Verder denk ik dat het voor mevrouw Bikker geen geheim is waar dat vandaan is gekomen, want we hebben het vorig jaar, twee jaar geleden ook bij de begroting Binnenlandse Zaken besproken. Ik denk dat het goed is om die discussie nog een keer fundamenteel te voeren, ook in de Kamer, ook bezien vanuit de vraag voor welk probleem de kiesdrempel dan een oplossing is, volgens voorstanders.
De heer Clemminck (JA21):
De heer Sneller had het over het opnemen van doelstellingen in de wet. Ik kom hier eigenlijk bepleiten om dat vaker te doen. Dat is goed voor de lange termijn en het geeft zekerheid aan bedrijven, inwoners en organisaties. Het gaat ook over politieke termijnen heen. Ik ben dus eigenlijk wel benieuwd of het in de logica van de heer Sneller dan misschien ook wenselijk is om het aantal asielzoekers bij wet te regelen.
De heer Sneller (D66):
Nee.
De voorzitter:
Dit is enigszins buiten de orde.
De heer Sneller (D66):
Vanmiddag kan de heer Clemminck het daar geloof ik uitgebreid over hebben, maar mijn korte antwoord is nee.
De voorzitter:
Precies. De heer Clemminck, vervolgvraag.
De heer Clemminck (JA21):
Ik snap uw opmerking, maar ik probeerde de logica te begrijpen achter het pleidooi van de heer Sneller om vaker doelstellingen in de wet op te nemen. De heer Flach zei volgens mij net in zijn interruptie terecht dat dat de democratische mogelijkheden vermindert om veranderingen aan te brengen in de samenleving. Ik probeer te achterhalen waarom het in de ogen van de heer Sneller in het ene geval blijkbaar wel wenselijk is om doelstellingen in de wet op te nemen en in een ander geval niet. Ik gaf een voorbeeld, maar het kan ook een ander voorbeeld zijn.
De heer Sneller (D66):
Ten eerste omdat voor mij een specifiek vastgepind aantal asielzoekers geen doelstelling is die ik zou willen vastleggen. Overigens geeft de heer Clemminck mijn antwoord aan de heer Flach ook onvolledig weer, want ik zei juist ook dat we er vaker naartoe moeten om doelen meer abstract vast te leggen en minder in allerlei jaartallen en tussendoelen.
De voorzitter:
De heer Sneller vervolgt zijn betoog.
De heer Sneller (D66):
Voorzitter. Ik kwam bij het versterken en vieren van de kracht van onze democratie en het graven van kanalen naar de macht. Dat vieren kunnen we over een aantal weken doen als we weer naar de stembus mogen, maar democratie gaat over veel meer dan af en toe verkiezingen. Het is een manier van leven, onlosmakelijk verbonden met hoe we met elkaar omgaan. De laatste tijd benadrukt Klaas Dijkhoff vaak dat het belangrijkste ambt in een democratie dat van de burger is. De burger moet de eigenaar zijn van de democratie en ik denk dat burgerschapsonderwijs daarin een rol te spelen heeft, zodat alle jongeren leren wat democratie betekent en hoe je dat doet, in het klein en in het groot, via de kerndoelen op scholen, via ProDemos en wat mij betreft ook vaker met de inzet van mensen die na hun pensioen hun kennis over de rechtsstaat overdragen aan volgende generaties. Ik hoor op dat punt graag een reactie van de minister op mijn amendement.
Het is ook onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat mensen zich blijven herkennen in de politiek en in hun bestuur. Dat vraagt om het graven van kanalen naar de macht, met een nieuw kiesstelsel — we hadden het er al over — een andere manier om de Grondwet te herzien, burgerberaden en een correctief bindend referendum en met andere manieren om de democratie toegankelijker te maken. Naast die lagere drempels zijn dus ook hogere dijken nodig. Dan gaat het bijvoorbeeld over het invoeren van constitutionele toetsing, door onze Kamer vooraf maar ook door rechters achteraf, om een wet op de politieke partijen met strakkere waarborgen en om een update van de Algemene wet bestuursrecht, die mensen beter bedient en beschermt tegen willekeur, en om meer onafhankelijkheid van benoemingen bij belangrijke democratische instituties.
Voorzitter. Terwijl de democratische rechtsstaat wereldwijd onder druk staat, beginnen wij hier aan een bijzondere periode in de onze. We kunnen er volgens mij samen voor zorgen dat we tussen stilstand en de autoritaire lokroep de ruimte vinden voor democratische daadkracht en dijkverhoging.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Sneller. Dat leidt tot een hele beweging richting de interruptiemicrofoon. Ik geef mevrouw Tseggai het woord voor een vraag aan de heer Sneller.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik heb het even opgeschreven. De heer Sneller had het in zijn betoog over departementale kokers doorbreken en over inefficiënt beleid. De concrete doelen vind ik op zich allemaal heel goed. Eén beleidsterrein waar dat volgens mij heel erg misgaat, bespreken wij hier vandaag. Dat is discriminatie en racisme en de aanpak daarvan. In Den Haag houden maar liefst vijf departementen zich daarmee bezig. Het vorige kabinet had een nationaal programma beloofd. Waarom heeft D66 dat in het nieuwe regeerakkoord niet teruggehaald?
De heer Sneller (D66):
Dat antwoord moet ik u schuldig blijven. Ik ga ervan uit dat mijn collega Bamenga daar maandag aandacht aan zal besteden bij het wetgevingsoverleg.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik haal dit even aan omdat uw partijleider gisteren in het debat expliciet benoemde dat het nieuwe kabinet discriminatie en racisme zal aanpakken. Concrete maatregelen daarvoor ontbreken echter en dat geldt ook voor het tegengaan van verkokering van het beleid. De heer Sneller verwijst naar een wetgevingsoverleg op maandag. Er is volgens mij maandag geen wetgevingsoverleg over dit onderwerp, dus ik zou daar toch graag een antwoord op willen.
De heer Sneller (D66):
Het antwoord dat ik u schuldig moet blijven, betreft het nationaal programma en waarom dat niet wordt voortgezet, ook omdat ik er net op wees dat mijn collega Bamenga woordvoerder is op het onderwerp discriminatie en hij ook de commissiedebatten met mevrouw Tseggai daarover doet. Volgens mij is dit een prachtig onderwerp dat zich ervoor leent om die verkokering te doorbreken en te kijken hoe je de vaak coördinerende rol van Binnenlandse Zaken steviger kan verankeren.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik ben het helemaal met de heer Sneller eens dat het een prachtig onderwerp is, maar ik had het graag teruggezien in het regeerakkoord. Maar ik ga dit debat vervolgen met de heer Bamenga.
De heer Sneller (D66):
Ik nodig mevrouw Tseggai uit om ook nog de paragrafen hierover in het coalitieakkoord te lezen en ook haar voorstellen naar voren te brengen om dat verder te versterken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb een hele simpele vraag. Wat verdient een schoonmaker bij het Rijk?
De voorzitter:
Dat is ietwat buiten de orde.
De heer Sneller (D66):
Dat hangt er ook van af in welke trede van de schaal een schoonmaker zit, maar mevrouw Beckerman weet het ongetwijfeld beter dan ik.
Mevrouw Beckerman (SP):
De reden dat ik de vraag stel, is dat alle rijksambtenaren op de nullijn zijn gezet. Dat betekent heel veel voor mensen in de lagere salarisschalen, want terwijl zij op de nullijn staan, stijgen de kosten voor energie. De huren gaan omhoog. Als het aan D66 ligt, gaat het eigen risico omhoog.
De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn vraag is eigenlijk heel simpel. D66 weet het antwoord niet op de vraag wat schoonmakers verdienen. Vindt u het dan reëel, vraag ik via de voorzitter, dat zij op de nullijn worden gezet, met al die stijgende kosten?
De heer Sneller (D66):
Het is een beetje flauw wat mevrouw Beckerman nu zegt. Ik zei ook dat het afhankelijk is van de trede in de schaal waarin een schoonmaker zit. Het is goed dat mevrouw Beckerman de nullijn aanhaalt. We kregen gisteren de beantwoording van het schriftelijk overleg dat we daarover gehad hebben. Ik denk dat ik die vragen ook deels via mevrouw Beckerman aan de minister wil stellen, want daarin staat: ik heb een bod gedaan, maar dat is geen eindbod. Specifiek voor de lagere schalen zouden toeslagen een oplossing kunnen bieden, want het is natuurlijk een groot verschil of jij in schaal 16 of in schaal 8 bij de Rijksoverheid zit. Die zitten nu allemaal in hetzelfde regime. Het lijkt erop dat de minister een opening biedt, dus ik hoor graag wat hij zelf voor zich ziet om de onderhandelingen te openen. Die onderhandelingen gaan niet alleen over 2026, maar ook over 2027. Ik vond die nullijn altijd al ongelukkig en onverstandig, maar ik zie dat er nu ook wordt gekeken naar 2027 en eventueel een langere looptijd, om te zien welke ruimte er is om te compenseren.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
De reden dat ik de vraag aan D66 stel, is dat ik vrijdag ook dat akkoord heb gelezen. Wat mij echt raakte, omdat ik weet wat het betekent voor mensen in de lagere salarisschalen met al die stijgende kosten, is dat er geen uitgestoken hand in zat, maar dat er alleen maar stond dat ze de topsalarissen willen gaan verhogen. Sterker nog, er werd gezegd: naar voorbeeld van Singapore. Daar zijn de salarissen van de hoogste ambtenaren de hoogste ter wereld.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn vraag aan D66 is niet om de vraag door te geleiden naar het kabinet, maar om de vraag te beantwoorden of dit wel reëel is: een nullijn, met misschien nog wel extra toeslagen. Dat vind ik geen manier om mensen te belonen, een nullijn met extra toeslagen aan de onderkant, terwijl u, naar analogie van Singapore, pleit voor topsalarissen voor een soort overheidselite.
De voorzitter:
Uw vraag is helder.
De heer Sneller (D66):
Mevrouw Beckerman gooit ze ook hier weer allemaal op dezelfde hoop. Volgens mij is het "topsalarissendeel", zoals mevrouw Beckerman het noemt, er juist om als overheid specialisten aan te kunnen trekken, bijvoorbeeld in de ICT, om ervoor te zorgen dat we de Roemernorm, van de oud-partijleider van mevrouw Beckerman zelf, kunnen gaan halen en niet afhankelijk zijn van consultants die we moeten inhuren, waardoor de overheid kwetsbaarder wordt en we niet de capaciteit hebben om het zelf te regelen. Dat hoeft dus helemaal niet voor de top van het ministerie te zijn, maar juist voor de specialisten. Vervolgens geeft ze mij selectief weer als ik de minister vraag: wat is nou de ruimte de komende jaren voor ingroei? Niet voor niks zegt het Centraal Planbureau over de nullijn altijd: structureel levert het niks op, want uiteindelijk zal het ernaartoe moeten groeien. Ik denk dat daarin de hand veel meer uitgestoken is dan mevrouw Beckerman ziet.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, we doen interrupties in drieën. We gaan naar de interruptie van de heer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
De heer Sneller had het over "kanalen graven naar de macht". Dat is natuurlijk een referentie aan Hans van Mierlo. De heer Sneller heeft het over een democratisch offensief. Een van de kroonjuwelen van D66 is natuurlijk de gekozen burgemeester. Toen de kroonbenoeming in 2018 uit de Grondwet werd gehaald, kenschetste de heer Jetten dat dat een historische overwinning voor D66 was. Is de partij van de heer Sneller nog steeds voorstander van de gekozen burgemeester?
De heer Sneller (D66):
Er zitten twee vragen in de interruptie van de heer Bosma. Overigens, welkom terug in de commissie voor Binnenlandse Zaken; hij werd gemist. De leden hebben dit inderdaad uit het verkiezingsprogramma geamendeerd.
De voorzitter:
De leden.
De heer Martin Bosma (PVV):
De heer Sneller zei dat ik twee vragen stelde, dus dan verwacht ik ook twee antwoorden, maar dit antwoord is voor mij akkoord.
De voorzitter:
Ik was ook wat in verwarring.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ziet u nou wel. Fijn dat u mij een beetje bijvalt.
De heer Sneller (D66):
Ik zie nog steeds veel redenen om het wel te doen.
De voorzitter:
Maar de leden.
De heer Martin Bosma (PVV):
Maar D66 is er dus geen voorstander van? Ik probeer een beetje te begrijpen hoe het dan werkt met die leden.
(Hilariteit)
De heer Martin Bosma (PVV):
De gekozen burgemeester was een van de kroonjuwelen van D66. Dat geldt ook voor het referendum. Hans van Mierlo was daar ook een groot voorstander van. Het raadplegend referendum is gesneuveld door een D66-minister. Daar ging dus het ene kroonjuweel. Het andere kroonjuweel is de gekozen burgemeester. De heer Sneller heeft daar in het verleden vaak voor gepleit en zich daar sterk voor gemaakt. Nu mag hij dat niet meer vinden. Hij had dus een mening, maar de leden hebben nu bepaald dat, nadat het kroonjuweel een tijdje in de etalage lag, zoals de heer Pechtold zei, het kroonjuweel bij het grofvuil is gezet. De mening van D66 is dus niet langer: de gekozen burgemeester moet er komen?
De voorzitter:
De vraag is helder.
De heer Sneller (D66):
De heer Bosma blijft wel in het verleden hangen, maar kent zijn geschiedenis slecht. Het was geen raadplegend referendum, maar een raadgevend referendum. Daar was de heer Van Mierlo toen overigens ook al tegen. Dat hoef ik de heer Bosma misschien niet uit te leggen. Ik mag het nog steeds vinden en de leden hebben niet gezegd: wij zijn nu tegen een gekozen burgemeester. Ik zeg richting de heer Bosma, als hij vraagt welk standpunt in het verkiezingsprogramma staat: daar staat het niet meer in. De andere vraag die hij stelde, is wat ik vind. Ik denk nog steeds dat het een goed idee is.
De voorzitter:
Meneer Bosma is nog niet helemaal tevreden. Hij wil nog even doorgaan op de interne partijsystematiek.
De heer Martin Bosma (PVV):
Het wordt wel heel ingewikkeld. Om te beginnen wilde Hans van Mierlo een referendum over de Betuwelijn en over het Maastrichtverdrag. Dat komt op mij dus niet over alsof hij tegen het referendum was. Gaan we in de komende jaren dat we hier gezellig met z'n allen vergaderen, de heer Sneller zich dan horen uitspreken voor het goede ouwe kroonjuweel van D66, namelijk de gekozen burgemeester? Of is dit kroonjuweel ook gewoon gesneefd en gesneuveld? Is het voorbij? Is it history? Dat is namelijk historisch gezien wel van groot belang.
De heer Sneller (D66):
Dit zijn wel krokodillentranen van de heer Bosma. In geen enkel akkoord dat de heer Bosma heeft gesloten, heeft hij ook maar de geringste moeite gedaan om hier iets mee te doen. De keren dat ik hier heb voorgesteld om bijvoorbeeld een gekozen formateur in te voeren, heeft dat voorstel nog niet eens 50 zetels gehaald. Ik denk dus dat de energie van de heer Sneller de komende tijd inderdaad op een ander onderwerp zal zitten.
De heer Van Baarle (DENK):
Mevrouw Bikker stelde net een vraag aan de heer Sneller over de kiesdrempel die in het coalitieakkoord is opgenomen. Het moet mij toch wel van het hart dat het wat mij betreft echt getuigt van je reinste vorm van antidemocratisch handelen als er een kiesdrempel wordt ingevoerd.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Van Baarle (DENK):
Mijn vraag. Misschien kan ik even in staat gesteld worden om een inleiding te houden?
De voorzitter:
U kwam iets later binnen, maar we hebben afgesproken, meneer Van Baarle, dat de interrupties weliswaar niet in aantal beperkt zijn, maar wel in tijd, zodat we op tijd kunnen afronden. We moeten stemmen en we hebben ook nog een Asielbegroting. Dat is dan mijn werk; neemt u mij niet kwalijk dat ik wel een beetje stuur op de lengte van een interruptie. Daarmee stuur ik dus niet op het aantal interrupties. 30 seconden is de norm.
De heer Van Baarle (DENK):
Goed, voorzitter. Ik zou graag aan de heer Sneller willen vragen of hij beseft hoe dit overkomt op heel veel politieke partijen die nu van de coalitie horen "wij willen met u samenwerken", terwijl diezelfde coalitie voorstelt om iets door te voeren waardoor de SP, 50PLUS, de ChristenUnie, de SGP en andere politieke partijen misschien uit het parlement geweerd gaan worden in de toekomst.
De heer Sneller (D66):
Eén. Ik denk dat "democratisch" een beetje sterk gesteld is. Ook de Kiesraad heeft zich immers op het standpunt gesteld dat een verhoging van de kiesdrempel prima mogelijk is binnen de grenzen van onze eigen Grondwet, zonder dat dit tegen de Grondwet ingaat. We hebben nu zo ongeveer het meest evenredige stelsel ter wereld. Ik denk dus dat dat wel meevalt. De heer Van Baarle hoeft mij niet uit te leggen hoe dat voelt. Ik werkte jarenlang voor onze fractie van drie zetels in dit parlement, dus ik snap heel goed wat daar de bezwaren tegen zijn.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Als de heer Sneller heel goed beseft wat de bezwaren daartegen zijn, blijft het de vraag waarom hij namens een partij met de naam Democraten 66 zoiets gaat doen als het invoeren van een kiesdrempel, waarmee kleine politieke partijen, die van meerwaarde zijn voor het parlement omdat ze onderwerpen naar voren brengen die grote politieke partijen laten liggen, worden geweerd. Dat is toch iets wat alleen maar ten dienste staat van de status quo, van de grote politieke partijen en van de bestaande macht? Daar mag een politieke partij als D66 toch eigenlijk nooit voor zijn?
De heer Sneller (D66):
Ook hier geldt dat er hele andere redenen kunnen zijn die veel revolutionairder zijn, juist in stelsels die minder proportioneel zijn. Ik denk dat een evenredig stelsel de schokken juist meer kan absorberen, terwijl je ziet dat stelsels met een hogere kiesdrempel soms juist leiden tot grotere veranderingen en grotere swings. Tegelijkertijd denk ik: we gaan dat onderzoeken. Ik denk dat de argumenten die de heer Van Baarle nu naar voren brengt een belangrijke plek verdienen in die discussie. Ik denk dat er in zo'n onderzoek ook een belangrijke uitnodiging ligt: wat is het probleem nou precies en wat zijn de afwegingen die we daarin maken? Dan hebben we daarover, volgens mij heel democratisch, hier een goed debat over. Er staat niet: wij gaan dat invoeren. Dat moet de heer Van Baarle er dus ook niet van maken.
De voorzitter:
De heer van Baarle tot slot.
De heer Van Baarle (DENK):
Ja, tot slot, voorzitter. DENK is niet voor niets opgericht. Dat geldt voor meer politieke partijen in dit huis. DENK is opgericht omdat wij gezien hebben dat er bij onderwerpen zoals discriminatie, racisme, moslimhaat en het integratiedebat gewoon een gebrek is aan een bepaald perspectief dat wel in de samenleving speelt, maar geen weerklank krijgt in dit parlement. Met een kiesdrempel hou je dat geluid buiten het parlement en concentreer je de macht bij grote partijen. Ik zeg dus nogmaals in de richting van de heer Sneller: D66 zou dit nooit mogen doen.
De voorzitter:
Ik hoor geen vraag maar een standpunt van de heer Van Baarle, meneer Sneller.
De heer Sneller (D66):
Nogmaals, ik denk dat de heer Van Baarle een aantal argumenten om het niet te doen of om de toegankelijkheid van het stelsel hoog te houden, goed naar voren brengt. Ik luister daar graag verder naar en zal de discussie met hem, maar ook met anderen blijven voeren.
De voorzitter:
Wordt vervolgd. Daarmee bent u aan het einde van uw bijdrage. Dan geef ik het woord aan de heer Erkens, die spreekt namens de VVD.
De heer Erkens (VVD):
We gaan nog niet lunchen, zegt de voorzitter.
De voorzitter:
Nee. Aan u het woord.
De heer Erkens (VVD):
Dank u, voorzitter. De Nederlandse overheid kan en moet beter gaan werken: effectiever, efficiënter en moderner. Dat is geen ideologische wens maar een praktische noodzaak, want we zien een overheid die groter is dan ooit, maar ook op steeds meer dossiers vastloopt. Vergunningen blijven jaren liggen, waardoor er geen woningen gebouwd kunnen worden. Burgers en ondernemers verdwalen in loketten en regelingen. We hebben de uitvoering verdronken in te gedetailleerd beleid en daarmee onwerkbaar gemaakt, ook hier vanuit de Kamer, ook wijzelf. De overheid is daardoor groter en duurder dan ooit, maar levert tegelijkertijd steeds minder goed op haar kerntaak. Dat zie je terug in het vertrouwen van mensen in politiek en bestuur. Dat vertrouwen is laag en komt niet vanzelf terug; dat moet worden terugverdiend. Vertrouwen wordt hersteld wanneer de politiek samenwerkt in plaats van ruzie maakt. Vertrouwen wordt hersteld wanneer moeilijke keuzes niet worden ontweken. Vertrouwen wordt hersteld wanneer de overheid doet wat zij belooft en levert wat zij moet leveren.
Voorzitter. Daarom is het goed dat er een akkoord ligt voor een nieuw kabinet dat deze opgave onderkent. De tijd waarin we leven, van technologische versnelling en geopolitieke onzekerheid, vraagt om fundamentele hervormingen. De oplossing is niet meer van hetzelfde, in de vorm van een almaar uitdijende overheid, maar een overheid die weer werkt en prestaties levert: effectiever, efficiënter en moderner. Andere landen met een kleine overheid laten zien dat een kleine overheid tegelijkertijd ook een beter functionerende overheid kan zijn. Nederland kan dat ook. Juist in deze uitdagende tijd hebben we iedereen nodig die wil bijdragen aan die beter functionerende overheid: ambtenaren die elke dag hun werk doen en mensen van buiten de overheid die hun expertise willen inzetten om ons land vooruit te helpen. De afgelopen jaren heb ik gesproken met experts in binnen- en buitenland over deze overheidshervormingen. Ik heb een tijd terug hierover een initiatiefnota ingediend. Ik zie uit naar de behandeling daarvan in de Kamer.
Dat kan door vakmanschap centraal te stellen, te sturen op prestaties, strategisch te krimpen waar het kan en de afhankelijkheid van externe inhuur terug te dringen. Onze overheid moet weer tot de top vijf van de wereld gaan behoren. Ik ben dan ook trots dat veel van de plannen ook in het coalitieakkoord zijn beland. Dat vergt veel uitwerking, maar ik heb al een aantal vragen hierover aan de bewindspersonen. Dat betreft allereerst de afhankelijkheid van externe inhuur. Het kabinet heeft uitgesproken dat de Roemernorm van maximaal 10% aan uitgaven aan externe inhuur gehaald moet worden. Een belangrijke oorzaak dat het huidige percentage zo hoog is, is het ontbreken van een aantrekkelijk en concurrerend salarispad voor experts in onder andere het IT-domein binnen de overheid. Hierdoor wordt expertise niet binnenshuis gehouden en moeten dure externe krachten worden ingehuurd. Dat kost de belastingbetaler uiteindelijk een heel stuk meer geld. Hoe kan het kabinet ervoor zorgen dat specialistische expertise structureel binnen de rijksdienst wordt beloond en behouden? Voor welke andere specialistische functies geldt deze situatie, zo vraag ik de minister.
Dan de Algemene Bestuursdienst. Deze dienst speelt een sleutelrol …
De voorzitter:
Voordat u daaraan begint, heeft u een interruptie van mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
De heer Erkens sprak over de waardering voor mensen die werken voor het Rijk. Daarom heb ik voor hem een simpele vraag. Ik denk dat hij namens de VVD als law-and-orderpartij ook gevangenispersoneel heel erg waardeert. Wat verdient een gevangenbewaarder of, laten we zeggen, een penitentiair inrichtingswerker? Wat verdienen zij?
De heer Erkens (VVD):
Ik weet welk pad we gaan afwandelen, dus laten we gewoon naar de discussie over de nullijn gaan, want waarschijnlijk is dat de vraag die mevrouw Beckerman wil stellen. Ik heb natuurlijk niet elke functieschaal en -indeling van elke werknemer binnen de overheid scherp voor mezelf. Het kabinet geeft in de brief aan dat het een openingsbod is. Ik vind zelf de route van de nullijn niet de meest verstandige om een taakstelling binnen de overheid te behalen. De hele hervorming die ik voor me zie betekent dat de overheid kleiner en effectiever wordt, maar betekent ook dat je de juiste mensen goed beloont en kan behouden, met name ook in de uitvoering. Wat ik dadelijk aan de minister ga vragen, is om in gesprek met de vakbonden te kijken of je ook op een andere manier de taakstelling kan bewerkstelligen, juist om deze belangrijke mensen in de uitvoering perspectief te geven.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, vervolgvraag.
Mevrouw Beckerman (SP):
Aan D66 stelde ik de vraag over de schoonmakers, aan de VVD over de gevangenbewaarders. De reden dat ik die vraag stel is dat heel veel politici geen idee hebben wat die salarissen zijn, terwijl ze tegelijkertijd wel pleiten voor hogere waardering voor anderen. Wat zou de VVD dan een reële beloning vinden? We zien nu, en uit onderzoek blijkt, dat deze salarissen lager liggen dan elders. Juist in de lagere salarisschalen zien mensen de kosten enorm stijgen.
De heer Erkens (VVD):
Ik ga niet vanuit de Kamer voor elke functie een salaris bepalen en bepalen wat daar eerlijk en fair voor is. Volgens mij moet dat gewoon goed onderzocht worden door het kabinet en moet dat in de uitwerking met de vakbonden vastgesteld worden, zoals deze processen altijd lopen. Ik snap dat mevrouw Beckerman deze interruptie op deze manier heeft voorbereid, maar ik heb net al een antwoord gegeven op de vraag waar zij naartoe gaat, namelijk de vraag over de nullijn en het feit dat mensen er niet op vooruitgaan. Mij lijkt het logisch dat de minister in de gesprekken ook de ruimte voelt om te kijken of hij de besparing op andere manieren kan realiseren. Wij willen als VVD een kleinere overheid, maar die moet wel effectiever zijn. Dat betekent dat je de juiste mensen, met name ook in de uitvoering of met een bepaalde expertise, bijvoorbeeld op het gebied van IT, dat ik net noemde, waardoor we veel externe inhuur hebben, ook goed kan belonen. Ik hoop dat mevrouw Beckerman ook hoort dat wij best wel nader tot elkaar komen, als ik goed ingeschat heb waar zij naartoe wil met deze interrupties.
De voorzitter:
Ik zat al op drie vragen, mevrouw Beckerman. Of tel ik niet goed?
De heer Erkens (VVD):
Het waren er twee.
De voorzitter:
Laatste keer, mevrouw Beckerman. Excuus, ik moet beter tellen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb die interruptie inderdaad voorbereid. Ik neem aan dat we allemaal het debat voorbereiden. Dit punt is heel urgent, want er worden acties aangekondigd door deze essentiële ambtenaren. Die zijn heel essentieel. In mijn provincie is het vandaag code rood. We hebben Rijkswaterstaat heel hard nodig. Maar deze mensen zijn wel op de nullijn gezet. Ook aan de heer Erkens is mijn vraag de volgende. In het coalitieakkoord van vrijdag worden wel hoge salarissen aangekondigd voor echt hoogbetaalde ambtenaren. Die mogen omhoog. De heer Erkens zegt nu echt wel ruimte te willen zoeken, ook voor lagere salarisschalen. Is dit dan niet de hele logische route, om te gaan kijken of we deze beroepen niet moeten gaan herwaarderen bij de overheid, omdat zonder deze mensen Nederland echt stilstaat? Waarom wel voor de top voor hoger pleiten en niet duidelijk willen zijn over al deze essentiële beroepen?
De heer Erkens (VVD):
Ik pleit ook niet voor hogere salarissen voor de hele ambtelijke top. Wat er in het akkoord staat, is dat er gekeken wordt hoe we ervoor kunnen zorgen dat de juiste expertise binnen de overheid gehaald kan worden, zodat we niet hele dure externe krachten moeten inhuren. Ook gaf ik net aan dat het bij ons met name erom gaat dat de overheid effectiever en kleiner wordt. En dat betekent dus dat je de juiste mensen goed kan belonen en dat je de mensen in de uitvoering ook goed kan belonen. Ik heb al tweemaal aangegeven dat de minister wat mij betreft ook de ruimte heeft om in zijn gesprekken met die vakbonden de alternatieve routes te zoeken. Volgens mij vinden mevrouw Beckerman en ik elkaar hier eigenlijk dus best wel goed in. Ik zie haar ook instemmend knikken.
De heer Flach (SGP):
Ja, ik wil het over een heel ander onderwerp hebben. Bij de vorige behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken, op 9 oktober 2024, hebben we het gehad over de kiesdrempel. Ik heb dat toen een oude ballon genoemd die voor de zoveelste keer werd opgeblazen. We waren allemaal getuige van de roemloze ondergang van de motie-Erkens, louter gesteund door zijn eigen fractie. Nu komt datzelfde idee bij het CDA vandaan, dat toen nog maar net bekomen was van een terugval naar vijf zetels. Mijn vraag aan de heer Erkens is of hij ze niet verteld heeft hoe het is verlopen op 9 oktober 2024.
De heer Erkens (VVD):
Ik zag bij die motie zelfs dat een aantal fractiegenoten van mij toch beschaamd hun hand omlaag deden, waardoor ik daar op dat moment eigenlijk in mijn eentje zat. Uiteindelijk is het probleem, zoals ik het zie, dat de politiek vrij versnipperd is. Je ziet dat je daardoor eigenlijk op bepaalde onderwerpen vaak toch meer ondersteuning nodig hebt om de diepte in te kunnen gaan. De heer Flach loopt heel veel debatten af en doet dat uitstekend. Ik denk wel dat er een discussie gaande is, ook in de maatschappij, over hoe je ervoor zorgt dat onze democratie goed kan functioneren. De kiesdrempel is daar een mogelijke route voor. Maar ik zie natuurlijk ook de weerstand en het verzet dat het uiteindelijk oproept bij partijen die aan de kant van de discussie zitten, of ze daarmee terugkomen of niet, en die een hele mooie parlementaire traditie hebben. Er staat daarom ook enkel in dat het een onderzoek is en dat we hierover met elkaar in discussie gaan in het parlement. Ik denk dat de heer Flach en ik de komende tien jaar bij deze begroting steeds dezelfde discussie met elkaar kunnen voeren.
De voorzitter:
De heer Flach heeft een vervolgvraag.
De heer Flach (SGP):
Ik ben blij om te zien dat het enthousiasme bij de heer Erkens ook tot het nulpunt gedaald is; dat geeft moed wat dat betreft. We hebben toen namelijk ook gewisseld dat 1,5 miljoen mensen dan niet vertegenwoordigd zouden zijn in deze Kamer. Dat versterkt niet de democratie, maar vergroot eerder de tegenstellingen. We horen nog steeds bij de vijf gelukkigste volkjes van de wereld, ondanks, of misschien wel dankzij, dat versnipperde stelsel. Ik zou dus op z'n minst willen meegeven, als dat onderzoek dan toch gaat plaatsvinden, om ook eens te kijken naar de mooie effecten die het heeft. Natuurlijk kost zo'n begrotingbehandeling iets meer tijd, maar iedere Nederlander weet zich hier vertegenwoordigd in deze zaal. Ik ben dus blij dat u dat idee in ieder geval ook aanhangt.
De voorzitter:
Goed. Ik hoor geen vragen meer, meneer Erkens, dus we gaan …
De heer Erkens (VVD):
Even een hele korte reflectie, voorzitter. Ik vind dat de heer Flach het wel mooi verwoordt. We hebben volgens mij een heel mooi parlementair systeem in Nederland. Zoals de heer Sneller zei, zie je dat het ook wel veel beter tegen een stootje kan als je het vergelijkt met andere landen. We moeten dus volgens mij ook niet het kind met het badwater weggooien. We gaan hier tegen die tijd gewoon een inhoudelijke discussie over voeren.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Volgens mij is de kern van onze Nederlandse democratische rechtsstaat dat we ook altijd de minderheden in het oog houden, omdat we weten dat we allemaal op een dag een minderheid zijn. Dat laten we juist ook mooi in ons representatieve stelsel zien, maar dat gaat natuurlijk wel tot aan de 150 Kamerzetels. Niet iedere burger kan hier zomaar komen spreken, want we hebben wel allemaal kiezersmandaat. Ik zie, net als collega Erkens, dat de versplintering absoluut ook negatieve gevolgen heeft. Mijn vraag is of we het dan niet veel meer zouden moeten hebben over afsplitsing en bijvoorbeeld kiezersmandaat?
De heer Erkens (VVD):
Dat is wat mij betreft ook een onderdeel van die discussie. Je moet het in het bredere plaatje zien. Ik denk dat, tegen de tijd dat dit onderzoek naar een kiesdrempel uitkomt, je met elkaar moet gaan bespreken welke problemen we met elkaar willen oplossen in het bredere geheel en of dit een deel van die oplossing daarvoor is of niet. Dan kunnen een heleboel andere aspecten natuurlijk ook aan bod komen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik wil niet telkens dezelfde beeldspraak gebruiken, maar opnieuw wordt het paard achter de wagen gespannen. Eerst wordt er een middel gepakt, namelijk het verhogen van de kiesdrempel. Dat gaat onderzocht worden. Maar het doel is bevorderen dat de politiek beter werkt. We moeten in het kader van alle afsplitsingen en alle versplintering kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat de gewortelde stromingen het ideologische debat hier met elkaar kunnen voeren. Is collega Erkens het met mij eens dat je dan veel beter die onderzoeksopdracht zou kunnen veranderen in hoe je de politiek kunt versterken op deze punten en de versplintering op verschillende manieren tegen kan gaan?
De heer Erkens (VVD):
Ik vind zelf een onderzoek naar een kiesdrempel niet onlogisch, met alle voor- en nadelen die daarbij komen kijken. Mevrouw Bikker geeft aan: ik denk dat die discussie beter gevoerd kan worden als we die opdracht verbreden. Ik vind dat geen gekke gedachte.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik ben blij dat te horen, want ik ben altijd met collega Erkens opgetrokken op het gebied van onnodige onderzoeken en allerlei advies- en consultantbureaus die goudgeld verdienen aan ideeën waarvan we eigenlijk zelf al wisten dat die slecht waren. Daar zijn we tegen. Ik moedig collega Erkens dus van harte aan om samen met mij te kijken wat we beter kunnen doen zonder dat we allerlei advies- en consultantbureaus aan het werk zetten met belastinggeld.
De heer Erkens (VVD):
Ik vind dit een mooi voorstel. Mevrouw Bikker en ik zullen elkaar buiten dit interruptiedebatje opzoeken. Volgens mij willen we een probleem oplossen met elkaar en kun je daar een bredere discussie over voeren.
De voorzitter:
Meneer Vermeer, welkom. U heeft een vraag aan de heer Erkens.
De heer Vermeer (BBB):
Sorry dat ik wat later was in verband met een box 3-debat.
De voorzitter:
Dat is helemaal niet erg.
De heer Vermeer (BBB):
Mijn vraag aan de heer Erkens hierover is: vindt de heer Erkens dat de grote crisissen in dit land veroorzaakt zijn door kleine of grote partijen?
De heer Erkens (VVD):
Veel van de problemen die wij in dit parlement ondervinden, hebben we ook deels met elkaar veroorzaakt in dit parlement. Dat heeft niet te maken met de grootte van partijen.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dan is mijn vervolgvraag: als we dan toch een onderzoek doen, moeten we dan niet naast een kiesdrempel ook nog een kiesplafond instellen om te voorkomen dat er nog meer grote partijen zijn die grote problemen veroorzaken?
De heer Erkens (VVD):
Ik zie het voorstel van de heer Vermeer voor een kiesplafond wel tegemoet, maar ik denk dat een verbreding van deze discussie in de commissie voor Binnenlandse Zaken heel logisch zou zijn. Die discussie had ik net ook met mevrouw Bikker. Volgens mij proberen we met elkaar een probleem op te lossen, namelijk: hoe zorg je dat een parlement met 150 leden effectief zijn werk kan uitvoeren en zijn er op dat gebied meerdere routes die naar Rome leiden? Ik ben niet per se fan van het voorstel voor een kiesplafond, maar die bredere discussie lijkt mij hier wel logisch.
De voorzitter:
Tot slot. O, meneer Vermeer loopt terug. Meneer Erkens, vervolgt u uw betoog.
De heer Erkens (VVD):
Dan gaan we door naar de Algemene Bestuursdienst. Deze dienst speelt een sleutelrol in het functioneren van de overheid en gaat over het topkader van onze overheid. Wat ons betreft wordt er echter nog te weinig gestuurd op expertise. Ook wordt er vaak in dezelfde netwerken gerekruteerd. Toppers vanuit het bedrijfsleven, de onderzoekswereld, de uitvoering, het onderwijs of wat dan ook maken te weinig de overstap naar deze functies. Daarom pleiten we voor langere zittingstermijnen, dus niet te veel rouleren tussen departementen, maar echt expertise opbouwen. Ook pleiten we voor fors meer extern werven, vanuit al die organisaties en velden die ik net noemde. Ik vraag aan de minister: welke concrete stappen kunnen er gezet worden om de ABD zodanig te hervormen?
Voorzitter. Een professionele overheid vraagt ook om duidelijke verwachtingen en het belonen van prestaties. Op dit moment stuurt de overheid te weinig op meetbare productiviteit en resultaten, met als gevolg dat het werk van hardwerkende ambtenaren onvoldoende wordt beloond en er in sommige organisaties een cultuur van middelmatigheid kan ontstaan. Daarbij zie je: als je extra stappen zet, wordt dat niet erkend. Dat is zonde.
Wie hard werkt, moet sneller kunnen doorgroeien en moet dat sneller kunnen terugzien, ook in de vorm van een beloning, zoals ik net in mijn interruptiedebat met mevrouw Beckerman ook aangaf. Het gaat echt niet alleen om topfuncties; het gaat om de hele ambtelijke organisatie. Daarom zijn we benieuwd — ik heb het al gezegd — of de minister alternatieven zag of ziet voor de nullijn in de salarisontwikkeling om de taakstelling te halen. Er kon immers ook gekozen worden voor een hervorming waarbij de overheid inkrimpt, maar we goede mensen wel blijven belonen. Graag een reactie van de minister hierop. Hoe borgt de minister dat de Rijksoverheid een aantrekkelijke werkgever blijft en hiermee geen demotiverend signaal afgeeft, waardoor juist de goede krachten vertrekken?
De heer Struijs (50PLUS):
Even een vraag over de ABD. Voor 50PLUS is die een doorn in het oog. Er wordt in de ABD-top, en zeker in de uitvoerende organisaties, veel gesproken over "regenwormmanagement". Dat wil zeggen: als je een regenworm doormidden slaat, heb je er twee. Er wordt niet voldoende geselecteerd aan de hand van diversiteit en de universiteit van het leven. Daarbij kijk ik vooral naar wetenschappelijke achtergronden. Wij zeggen weleens: geef wat meer ruimte aan de socioloog en de filosoof. Bent u het eens met deze stelling? Zo ja, wilt u daarin dan samen met 50PLUS optrekken?
De heer Erkens (VVD):
Ik ben het hier volledig mee eens. Ik denk dat er breder geworven moet worden. Op dit moment vissen we met name uit dezelfde vijver en waarderen we dezelfde kenmerken. Volgens mij zou het heel gezond zijn als we dat zouden verbreden, onder andere naar de voorbeelden die de heer Struijs noemde, maar ik heb er ook nog een aantal. Ik trek daar graag samen in op.
De voorzitter:
Een vervolgvraag, meneer Struijs?
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb eigenlijk een vraag op een ander terrein, namelijk AI. Momenteel lopen er vele pilots met AI onder rijksambtenaren en gemeenteambtenaren. Die zijn zeer succesvol. Het is geen wondermiddel, maar de kwaliteit en de efficiëntie neemt toe. We zien echter dat die uitkomsten toch een beetje worden gedempt, omdat mensen ook een beetje bang zijn voor hun baan. Ik denk dat dat niet nodig is. Bent u het met mij eens dat de regulering van AI, met positieve en negatieve dingen, onderdeel moet zijn van het hele ambtenarenapparaat, als we er toch naar gaan kijken?
De heer Erkens (VVD):
Daar ben ik het volledig mee eens. De heer Struijs wist misschien hoe mijn inbreng zich ging vervolgen, want ik heb daar dadelijk ook nog een uitgebreid stuk over. Althans, dat dacht ik. Het biedt grote kansen en we hebben een krappe arbeidsmarkt. We zien dat een groot deel van de mensen bij de overheid, met name in de uitvoering, in de komende jaren met pensioen gaat. De heer Struijs kent de situatie bij de politie natuurlijk heel goed. Ik denk dat AI een kans biedt om bureaucratische activiteiten inderdaad deels te automatiseren, zodat we juist mensen vrijspelen voor de uitvoering, dus zeker, het moet in het DNA van de hele overheid komen.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Struijs.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb twee keer ja; ik ga snel zitten!
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai, op dit punt.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik was even aan het luisteren naar de inbreng van de heer Erkens. Ik ging een beetje terug naar de jaren tachtig. Toen was ik trouwens nog niet geboren.
De heer Erkens (VVD):
Ik ook niet.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Toen speelde heel erg de discussie over New Public Management, een efficiëntere overheid, maar we weten toch eigenlijk al dat dat leidt tot meer administratie, een verlies van politieke controle, doorgeschoten verantwoording, want meten is weten, en ook het verlies van publieke waarde bij de overheid?
De voorzitter:
En uw vraag is?
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dat gaat toch ook niet helpen bij dat gebrek aan vertrouwen in de politiek, dat de heer Erkens aan het begin van zijn betoog noemde?
De heer Erkens (VVD):
Deze interruptie is terecht. Als we doorslaan en alles proberen te vatten in cijfers, dan krijg je een ander probleem. Dan gaan we een nieuw administratief circus optuigen met elkaar. Waar ik heen zou willen, is dat we ambtenaren en mensen in de uitvoering minder vanuit de beleidsdepartementen in Den Haag zouden voorschrijven hoe ze hun werk moeten doen, dat dat meer op hoofdlijnen wordt vastgelegd en dat er aan de hand van het resultaat getoetst wordt of het werk goed uitgevoerd wordt. Dat zou in de praktijk betekenen dat mensen in de uitvoering soms ook meer ruimte krijgen om zelf een besluit te nemen als ze zien dat het in de praktijk knelt. We proberen hier in Den Haag de regels dusdanig gedetailleerd te maken dat we eigenlijk elke uitzondering daar ook in vatten. Ik zou het mooi vinden als we die voor 80% van de situaties, de meest voorkomende gevallen, uitwerken en dat voor die 20% van de gevallen die niet in al die gedetailleerde regels wordt gevat, de ambtenaren in de uitvoering de ruimte krijgen om daar zelf een besluit over te nemen. Alleen, dat betekent wel dat je moet meten wat de uitkomsten zijn van de ruimte die je biedt. Dat kan ook best hoog over.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Op zich ben ik het daar wel mee eens, maar voor die menselijke maat is het dan toch ook belangrijk dat je genoeg capaciteit hebt bij de overheid en dat er genoeg beslissingen door mensen worden genomen? Ik zag ook het amendement van de heer Erkens over AI. Daar maak ik me dan toch zorgen over als ik dit allemaal hoor, ook met bijvoorbeeld de toeslagenaffaire in het achterhoofd. Deelt de heer Erkens die zorgen?
De heer Erkens (VVD):
Als een besparing op de overheid zou betekenen dat je met name in de uitvoering goede mensen verliest, dan steken we het inderdaad niet goed in met elkaar. Ik zie AI als kans om juist veel van de administratieve taken te automatiseren, zodat je mensen vrijspeelt om die menselijke maat toe te passen. Ik denk dat dat de toekomst is van deze technologie. Het zorgt er juist voor dat heel veel taken die geautomatiseerd kunnen worden, geautomatiseerd worden, waardoor we mensen en hun tijd vrijspelen om direct contact met de burger te hebben. Alleen, dat betekent dus ook dat wij als politiek niet alles moeten dichtregelen, zodat ze wel zelf een besluit kunnen nemen en mensen kunnen helpen. Het is allemaal nog hoog over en abstract. Dit zijn belangrijke discussies. Ik denk dat we in de uitwerking hiervan zeker een goede, inhoudelijke discussie kunnen voeren om nader tot elkaar te komen. Volgens mij willen we hierin namelijk hetzelfde bereiken.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai, tot slot.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dat denk ik ook, maar ik vind die taakstelling van 1 miljard extra die in het nieuwe regeerakkoord staat en die boven op de taakstelling van 22% uit het vorige regeerakkoord komt, toch wat visieloos. Ik denk namelijk dat als deze gedachte erachter zit, je eerst moet kijken naar wat daarvoor nodig is, in plaats van al aan het begin een bedrag op te leggen in een taakstelling. Ik help de heer Erkens dus hopen dat het goedkomt. Ik kijk uit naar leuke inhoudelijke discussies, maar er is ook meer voor nodig, zou ik de heer Erkens willen meegeven.
De heer Erkens (VVD):
Dat neem ik mee. Wat betreft de taakstelling en het akkoord denk ik zelf dat je uiteindelijk ook niet gaat hervormen en geen keuzes gaat maken aan de voorkant als er geen prikkel is om dat te doen. Daar geloof ik wel heel erg in. Maar ik ben het wel eens dat we er met elkaar voor moeten waken dat het niet ten koste gaat van de kwaliteit van de uitvoering. Volgens mij willen we met deze hervormingen juist zorgen dat we de ambtenaren in de praktijk vrijspelen om mensen beter te helpen en willen we alle complexe regelgeving waar mensen in vastlopen, versimpelen. Ik zie uit naar dat debat.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Erkens (VVD):
Dan ga ik door. Tegelijkertijd vergt samenwerking en kennisoverdracht ook weer meer fysieke aanwezigheid op kantoor. De thuiswerkcultuur bij de overheid lijkt op sommige vlakken wel ver te gaan. Het is uiteraard heel logisch als je een dag thuiswerkt om het te kunnen combineren met een gezin of mantelzorg. Die ruimte moet er altijd blijven. Daar is geen discussie over. Maar dat is wat anders dan ambtenaren die voltijds in het buitenland wonen en alleen kunnen inbellen via Teams. Teams en samenwerkingsverbanden worden in de praktijk gevormd door elkaar te zien, door informeel ideeën op te doen bij de koffieautomaat. De productiviteit ligt ook hoger als je die focus kan hebben met elkaar. Graag hoor ik van de minister wat de impact is van het huidige thuiswerkbeleid op de productiviteit. Wordt dit gemeten en, zo nee, is de minister van plan dit te doen? Klopt het dat het thuiswerkbeleid uit de coronaperiode — dat was toentertijd een noodmaatregel — binnen de overheid in veel gevallen is voortgezet en ook niet is veranderd of afgebouwd? Is het correct dat het deels daardoor een mooie secundaire arbeidsvoorwaarde is geworden? Is dat gebeurd op basis van evaluaties en onderzoek of is het na de epidemie eigenlijk gewoon doorgezet omdat we het nou eenmaal hadden?
Voorzitter. Ambtenaren hebben dit werk gekozen om hun steentje bij te dragen aan de samenleving, niet om de hele dag formulieren in te vullen of gegevens handmatig door te akkeren. Dat is bijvoorbeeld het geval bij tijdsintensieve Woo-processen. Juist daar kan AI ondersteunend in zijn, om verzoeken sneller en met minder fouten af te handelen, zodat we daarvoor minder mensen nodig hebben en zij voor andere taken ingezet kunnen worden. We zien ook grote kansen om met de gerichte inzet van AI de productiviteit te verhogen. Zonder deze inzet dreigt de overheid vast te lopen in stijgende kosten zonder daar resultaat voor terug te zien. Bij welke concrete processen wil de minister AI inzetten om de productiviteit te vergroten? Zou een pilot bij de Woo misschien een logisch begin zijn? We zien immers dat de ministeries en de gemeentes heel veel mankracht kwijt zijn met het handmatig afdoen van al die verzoeken.
Voorzitter. Onze overheid is onnodig complex en groot geworden. Daarom ben ik benieuwd of de minister ook aan de voorkant naar alle taken en verantwoordelijkheden heeft gekeken. Welke gerichte keuzes zou je daarin nog kunnen maken? Waar moet de overheid sterk staan en waar gaan we te veel in detail? In het verleden is op andere onderwerpen vaak een interdepartementaal beleidsonderzoek uitgevoerd. Dan wordt alles helemaal doorgelicht om alle opties te inventariseren. Gelet op de besparing die in het coalitieakkoord is opgenomen voor 2028, lijkt het mij niet gek om ook hierop zo'n onderzoek uit te zetten. Dan kunnen we in de Kamer aan de voorkant een gericht debat met elkaar voeren: welke keuzes willen we wel maken, welke keuzes willen we niet maken en wat zijn de implicaties van die keuzes? Is de minister bereid na te gaan of hiervoor zo'n ibo gestart kan worden, zodat je gericht een taakstelling kan invoeren en niet, zoals in het verleden vaak gebeurde, de kaasschaaf hanteert, waardoor we uiteindelijk het probleem dat we willen oplossen, niet oplossen en toch teruggaan naar de oude patronen?
Voorzitter. Tot slot wil ik mijn waardering uitspreken voor al die goede, gemotiveerde mensen die de overheid rijk is en die elke dag weer proberen om Nederland een tikkeltje beter te krijgen. Zij verdienen een overheid die hun minder in de weg zit en hun prestaties beter waardeert.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Erkens. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van mevrouw Tseggai. Zij spreekt namens GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Tseggai, er is wat onrust over de lunch. Zal ik het even delen? Dat is altijd goed voor de mentale voorbereiding. In de ideale wereld ronden we de eerste termijn af, waarna we gaan lunchen — om 14.00 uur — en vervolgens gaan stemmen. Misschien moet je dat nooit delen — ik kijk nu even naar de voormalig Voorzitter — maar ik zit op schema: deze termijn in twee uur afronden.
Dat gezegd hebbend, geef ik het woord aan mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik hoop dat iedereen zich ondanks de lage bloedsuikerspiegel toch kan concentreren op mijn inbreng.
Voorzitter. We bespreken deze begroting vandaag in een best wel gekke setting. Het jaar is al begonnen, de begroting is gemaakt door een dubbeldemissionair kabinet en we hebben net de plannen van het aankomende kabinet gezien. Het is dus een beetje gek, maar ik geloof dat we allemaal ons best gaan doen om er een zo goed mogelijk debat van te maken. In mijn inbreng wil ik graag bij vier punten stilstaan.
Allereerst ga ik in op de medeoverheden. Een discussie over interbestuurlijke verhoudingen komt al snel een beetje saai over, maar gezien de belangrijke taken die provincies, waterschappen en gemeenten allemaal uitvoeren, is zij dat allerminst. De gemeente is de overheid die het dichtst bij mensen staat. Iedereen heeft ermee te maken, of het nu gaat om het aanvragen van een paspoort, een bouwvergunning of een uitkering, of dat je gebruik wilt maken van voorzieningen zoals het buurthuis, de bibliotheek of de sportclub. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het onderhoud van de straat of over afval. Voor al deze cruciale voorzieningen staan gemeenten aan de lat. We zien dat gemeenten steeds meer financiële druk ervaren bij het in stand houden van deze voorzieningen. Dat speelt al vele jaren.
Het kabinet heeft het ravijnjaar wel tijdelijk opgelost, maar eigenlijk vooral vooruitgeschoven naar 2028. In het nieuwe coalitieakkoord staan mooie woorden over samenwerken met gemeenten, maar daarvoor is niet echt extra structureel geld gereserveerd, alleen incidenteel geld via een gemeenschapsfonds. We weten allemaal dat, als er geen afspraken worden gemaakt, gemeenten en daarmee dus de hele samenleving zich in 2028 voor een groot probleem gesteld zien. Ik ben benieuwd of de huidige minister kan bevestigen dat extra geld nodig is om dat ravijnjaar in 2028 af te wenden.
Voorzitter. Ik kom bij mijn tweede onderwerp. Het ging er net al even over: het Rijk als werkgever. Ook hier maak ik mij zorgen over. Zoals de heer Erkens net al zei, werken bij de Rijksoverheid inderdaad veel deskundige en toegewijde mensen: beleidsambtenaren en mensen van de Rijksschoonmaakorganisatie, maar ook ambtenaren bij uitvoeringsorganisaties. Er wordt keihard gewerkt om de dienstverlening van de overheid zo goed mogelijk vorm te geven. Mijn fractie zou het goed vinden als wij hier ook politiek waardering voor uitspreken en niet alleen maar meegaan met het frame dat ambtenaren onproductief en inefficiënt zouden zijn. Het huidige kabinet lijkt de Rijksoverheid vooral als een sluitpost te zien voor de financiën. Er moest 22% bezuinigd worden, maar daar lag niet echt een visie aan ten grondslag op wat de overheid dan niet meer of heel anders zou moeten gaan doen. De nieuwe coalitie wil er dan ook nog een keer op bezuinigen met maar liefst 1,5 miljard euro. En de overheid moet misschien wel slagvaardiger zijn en efficiënter, maar er wordt ook fors bezuinigd op subsidies. Wat er dan precies gaat gebeuren, anders dan dat er minder regels en minder externe inhuur zou moeten komen, is mij niet helemaal duidelijk. Deze minister stuurde niet zo lang geleden een brief aan de Kamer, waaruit bleek dat het nog allerminst gelukt is om de taakstelling te behalen. Daarom de vraag aan deze minister: is hij het met ons eens dat eerst een bezuiniging inboeken en daarna pas kijken hoe je die kunt behalen, toch een beetje de verkeerde volgorde is? En welke risico's ziet de minister voor de Rijksoverheid als er nog een keer zo fors bezuinigd wordt?
Wat mij in het coalitieakkoord verbaasde, is dat er enerzijds fors gesneden moet worden in het aantal ambtenaren, maar dat anderzijds de Wet normering topinkomens voor topambtenaren wordt versoepeld om die externe inhuur terug te dringen. Ik ben benieuwd of de huidige minister denkt dat hiermee de externe inhuur daadwerkelijk kan worden teruggedrongen. Ik noemde net al de mensen bij de Rijksschoonmaakorganisatie, maar ik zou ook de mensen bij de Dienst Justitiële Inrichtingen willen noemen. Dat zijn ambtenaren die tegen relatief lage salarissen enorm belangrijk werk doen. Bij de DJI is de werkdruk enorm. Zij verdienen ontzettend veel waardering, niet alleen in woord, maar ook in een fatsoenlijk salaris. En het zijn deze ambtenaren in de lagere salarisschalen die stevig getroffen worden door de nullijn die dit kabinet dit jaar hanteert. Wat mijn fractie betreft is dat heel onverstandig. Een generieke nullijn betekent volgens mij juist dat de personeelstekorten nog verder zullen oplopen. Uit onderzoek van de FNV blijkt juist dat de uitvoeringsinstanties extra worden geraakt door de nullijn. Ik zou graag een reactie van de minister hierop zien. Welke risico's ziet hij? Erkent hij ook dat de nullijn bijdraagt aan de verdere uitstroom van medewerkers bij cruciale uitvoeringsorganisaties en dat dit die uitvoeringsorganisaties qua slagkracht eigenlijk terug kan duwen? En kan hij toelichten, of eigenlijk een update ervan geven, waar we bij de nieuwe cao nu zijn aanbeland? Hoe zet hij zich ervoor in dat er alsnog op korte termijn een cao kan worden afgesloten?
Voorzitter. Dan kom ik bij onze democratische rechtsstaat. Ik heb genoten van de beschouwingen die ik daar net over heb gehoord. We zien om ons heen dat de democratische rechtsstaat in omliggende landen steeds meer wordt ondermijnd, dus dat is iets wat we moeten onderhouden. In deze Kamer debatteren we vaak over de antidemocratische ontwikkelingen in andere landen, maar ook in ons eigen land zien we dat de onafhankelijke rechtspraak, vrije media en democratische instituties het steeds vaker te verduren hebben. Ook politici hebben steeds vaker te maken met bedreigingen. Dit alles helpt niet om onze democratische rechtsstaat goed te onderhouden, of goed te houden. Ik ben blij met een aantal nieuwe maatregelen in het coalitieakkoord, bijvoorbeeld constitutionele toetsing, het niet inperken van de Wet open overheid en het invoeren van een lobbyregister. Maar wat ik wel een beetje mis, is aandacht voor de sociale weerbaarheid. Als mensen in de samenleving niet meer het gevoel hebben dat de overheid er voor hen is en als we niet voorkomen dat wie veel geld heeft invloed kan kopen, dan kunnen we op papier onze democratische rechtsstaat wel heel goed hebben geregeld, maar dan erodeert de democratie uiteindelijk toch wel. Bij deze begroting gaan we misschien al deze zorgen niet weg kunnen nemen, maar de minister kan ervan verzekerd zijn dat GroenLinks-PvdA hier de komende tijd voorstellen over zal doen, en ook langs de weg van de sociale weerbaarheid de democratische rechtsstaat zal proberen te versterken.
Dan, voorzitter, kom ik bij mijn laatste onderwerp: discriminatie en racisme. Ik had daar net al even een interruptiedebatje over. Ik ben eigenlijk ontzettend teleurgesteld over wat ik de afgelopen twee jaar in deze Kamer op dit onderwerp heb gezien, namelijk totale stilstand. Er zou een nationaal programma komen. Ik was daar erg hoopvol over, maar de minister heeft besloten om dit te beëindigen. Ik zou graag willen weten waarom. Betekent dat dat er geen gecoördineerde aanpak meer zal zijn op het gebied van discriminatie en racisme in een volgend kabinet? De versnipperde verantwoordelijkheid in Den Haag helpt niet, dus een nationaal programma over departementen heen lijkt mij erg belangrijk. Ik heb hier in de vorige periode ook een motie over ingediend met mijn oud-collega Koops van NSC, omdat die versnippering een probleem is waar we al langere tijd tegenaan lopen in deze Kamer. Zou de minister daarop kunnen reflecteren?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Tseggai, voor uw bijdrage. Dan geef ik het woord aan de heer Vermeer voor zijn bijdrage in eerste termijn. Hij spreekt namens de BBB. Aan u het woord.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. BBB is opgericht om de stem van en voor het platteland en de regio te laten klinken in Den Haag. Te lang zijn het platteland en de regio onderbelicht geweest bij de totstandkoming van beleid. Er is een kloof ontstaan tussen Den Haag en de regio, een kloof die zijn oorsprong al decennia geleden kent. De mensen op het platteland voelen die afstand al lang, maar in plaats van te luisteren had Den Haag eerst een onderzoek nodig om dat te erkennen en te herkennen. Dat onderzoek is er gekomen: Elke regio telt! In het regeerprogramma van het demissionaire kabinet is uitgesproken dat er uitvoering zal worden gegeven aan de conclusies van dit rapport. BBB was en is er trots op dat dit is gelukt. Want precies daarvoor zijn wij opgericht.
Inmiddels zijn de gesprekken met de regio's volop gaande en worden er plannen besproken. We horen daar ook positieve signalen over. Maar plannen zijn pas iets waard als ze ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Daarom mijn eerste vraag aan de minister: kan de minister op korte termijn inzichtelijk maken wat de uitvoeringskosten zullen zijn van het Nationaal Programma Vitale Regio's? Net als bij de programma's in Groningen moeten we er namelijk voor zorgen dat we de kosten laag houden en dat zo veel mogelijk van het te besteden geld op de juiste plek terechtkomt. Net zoals we Groningen koste wat het kost blijven steunen, zijn ook andere regio's van groot belang voor de toekomst van ons land. Daarom zal ik namens mijn fractie in de tweede termijn een motie indienen om de regering te verzoeken de benodigde middelen zo ruimhartig als nodig is beschikbaar te stellen om het Nationaal Programma Vitale Regio's daadwerkelijk tot uitvoering te brengen.
Voorzitter. Dan het Gemeentefonds. Knaken moeten taken volgen. Gemeenten krijgen steeds meer verantwoordelijkheden, maar het financiële plaatje blijft daarbij achter. Daarom vraag ik de minister of hij alsnog bereid is om te onderzoeken welk deel van het Gemeentefonds daadwerkelijk opgaat aan medebewindstaken en welk deel resteert voor autonome taken van gemeenten.
Over gemeenten gesproken: ik wil ook graag iets zeggen over lokale politieke partijen. BBB ziet lokale partijen als de ruggengraat van onze lokale democratie. Niet voor niets zijn het feitelijk de grootste partijen van Nederland. Het is niet uitlegbaar dat landelijke partijen wel subsidie ontvangen, terwijl lokale partijen zonder landelijke evenknie die niet krijgen. Collega Clemminck van JA21 heeft een amendement ingediend om al gereserveerde middelen eerder een bestemming te geven. Wij staan in principe welwillend tegenover dat amendement. Graag hoor ik ook van de minister hoe hij daartegen aankijkt. Overigens hebben die partijen ook zonder subsidie vaak vele verkiezingen gewonnen. Ik kan er zelf over meepraten. Het gaat niet alleen om geld, maar het moet wel eerlijk verdeeld worden.
Voorzitter. Tot slot de burgemeester. Mijn fractie is een groot voorstander van het moderniseren van ons staatsbestel. Wij hebben daar meerdere ideeën over. Maar ik licht er vandaag eentje uit: de gekozen burgemeester. De rol van de burgemeester is in de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Waar het ooit vooral een administratieve en ceremoniële functie betrof, is het uitgegroeid tot een zware bestuurlijke en maatschappelijke rol, met grote verantwoordelijkheden op het gebied van veiligheid, orde én verbinding in de lokale gemeenschap. BBB is van mening dat bij zulke verantwoordelijkheden ook democratisch mandaat hoort, dus dat inwoners hun burgemeester rechtstreeks moeten kunnen kiezen én hem of haar op die manier er ook op kunnen afrekenen. Graag hoor ik van de minister hoe hij tegen de invoering van een gekozen burgemeester aankijkt. In tweede termijn zal ik namens BBB hierover een motie indienen met het verzoek aan het kabinet om een wetsvoorstel voor te bereiden dat de gekozen burgemeester mogelijk maakt.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Ik kijk naar de heer Bosma. Gaat hij voor een interruptie? Nee, hij was zich letterlijk even aan het warmlopen. We gaan het trouwens iets anders doen. Ik wil naar de bijdrage van de heer Bosma en daarna naar de bijdragen van de beide sprekers van het CDA. Daarna wil ik schorsen voor de lunch.
De heer Martin Bosma (PVV):
Kijk eens aan. Ik wist wel dat u voor rede vatbaar was.
De voorzitter:
Ik heb vooral zelf natuurlijk ook lichte trek.
De heer Martin Bosma (PVV):
O, het is gewoon weer eigenbelang?
De voorzitter:
Dat gezegd hebbende, is het woord aan de heer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
Als mijn bijdrage overstemd wordt door vreemde geluiden, is dat mijn maag die rommelt. Het is mijn maidenspeech, maar interrupties zijn altijd welkom. Complimenten aan de maidenspeecher van hedenochtend, mevrouw Huizenga. Ik heb met veel plezier naar haar geluisterd. Zij gaat een gouden parlementaire toekomst tegemoet. Het was ook een invoelbare speech, want mevrouw Huizenga zei dat ze zich voelt als een jonge godin. Ik voel me ook als een jonge god. We zitten dus op dezelfde pagina, zal ik maar zeggen.
We moeten het vandaag doen zonder de staatssecretaris. Dat is vanwege kommervolle redenen. Ik sprak hem vorige week even. Ik heb de afgelopen jaren met heel veel plezier met hem samengewerkt. Ik denk dat ik misschien wel namens de hele Kamer spreek als ik zeg dat ik hoop dat de minister onze steun wil overbrengen aan de staatssecretaris en dat hij hem het allerbeste wil wensen. Ik heb een aantal weken geleden iets soortgelijks meegemaakt, dus ook dit is invoelbaar.
Het is toch een onwerkelijk debat vandaag. We hebben namelijk te maken met een minister, die wij vandaag de nieren mogen proeven, die niet één maar twee keer demissionair is. Staatsrechtelijk klopt het niet wat ik zeg, maar de minister begrijpt dat ik wil zeggen dat er twee partijen uit het kabinet gesprongen zijn. Gisteren hebben we natuurlijk het debat over het kabinet in de grondverf meegemaakt. Ik kan me dus voorstellen dat deze minister op het ministerie al bezig is met het inpakken van de familiefoto's en het bijeenschrapen van de herinneringen. Het is toch raar om met een minister in deze positie een debat te moeten voeren. Maar dat kan ook zijn voordelen hebben. Deze minister valt namelijk niks meer te verwijten, want over een paar weken is hij toch weg.
Daarom wil ik beginnen met een hele open vraag, namelijk: hoe is het hem bevallen? Wat is hem opgevallen? Hij was iemand van buiten de Haagse politiek, een zijinstromer, die ineens bewindspersoon werd. Wat heeft die frisse blik, die hij ongetwijfeld moet hebben, ook omdat hij er nog niet zo lang zit, hem opgeleverd? Hij komt zo'n ministerie binnen, het moederdepartement, zo'n olietanker, die al een kleine 200 jaar vaart. Wat vindt hij daar nou van? Hoe heeft hij dat als buitenstaander beleefd? Ik ben daar heel erg benieuwd naar. Iets breder: heeft hij enige invloed kunnen hebben? Nog iets breder gesteld: wat vindt hij van de staat van de democratie? Hoe gaat het daarmee, is mijn bescheiden vraagstelling. Het zijn hele open vragen. Hij kan ermee doen wat hij wil. Ik ben gewoon erg benieuwd naar zijn mening.
Het kabinet-Schoof — ik zou bijna zeggen "het vorige kabinet", maar het is het huidige kabinet — wilde geen kiesdrempel. Daar is weleens een motie over ingediend, maar die heeft het heel erg niet gehaald. Als een duveltje-uit-een-doosje is dit in het regeerakkoord terechtgekomen. Wat vindt de minister daarvan? Ik ben erg benieuwd naar zijn mening. Het stond niet in het regeerakkoord van Schoof, maar wel in het komende regeerakkoord. Wat vindt hij daarvan? Wat vindt hij van het argument, dat vandaag ook weer te berde werd gebracht, dat als je overgaat tot een kiesdrempel, je — noem eens wat — 1,5 miljoen mensen uitsluit en die dus eigenlijk buiten de democratie houdt? Vindt hij dat een valide argument of denkt hij dat de democratie er beter van gaat werken als we minder partijen hebben in de Tweede Kamer?
Een ander interessant onderwerp is het grondwettelijk hof. Mijn fractie is daar nooit een voorstander van geweest, maar het is wel in het vorige regeerakkoord terechtgekomen. Toen NSC uit het kabinet stapte, is het onderwerp eigenlijk volledig kaltgestellt, maar nu is het weer terug. Ik ben erg benieuwd wat de minister vindt van die ontwikkeling. Draagt een grondwettelijk hof bij aan een betere democratie?
Een ander onderwerp is — en dat is vaak ter sprake gebracht — de enorme kloof ...
De voorzitter:
De heer Sneller heeft een vraag voor u.
De heer Sneller (D66):
Bij wijze van interruptie een kleine correctie: het grondwettelijk hof is volgens mij niet terug.
De voorzitter:
Goed.
De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter. Dan een onderwerp dat vaker ter sprake is gekomen: de diplomademocratie, zoals dat genoemd wordt. Dat is een onjuiste betiteling. Dat gaat over de enorme kloof tussen praktisch en theoretisch opgeleide mensen. De heer Vermeer leek daar in zijn bijdrage ook aan te refereren, maar hij vloog het vooral regionaal aan. De heer Wouter Schakel heeft zeer belangwekkend politicologisch onderzoek verricht. Ik ben van huis uit politicoloog, en volgens mij is dat echt een van de allerbelangrijkste politicologische onderzoeken. Daaruit is gebleken dat er één groep in Nederland is die altijd zijn zin krijgt, linksom of rechtsom, en dat zijn hoogopgeleiden. Sterker nog, iets scherper geformuleerd: universitair gevormde mensen. Die krijgen vrijwel altijd hun zin in Nederland. Dat is onderzocht, dat is het briljante van het onderzoek, door een kleine 300 onderwerpen te nemen — 291 om precies te zijn — en te kijken wat er met meningen gebeurt. Worden die meningen beleid, of blijven die meningen plakken aan de toog van het café of de opiniepagina van de krant? Welke meningen worden er daadwerkelijk beleid? Wouter Schakel heeft dat uitgezocht en zegt: de meningen die beleid worden, zijn de meningen van de hoogopgeleiden in Nederland.
De voorzitter:
Ik zit even te kijken. Doet uw klokje het nog? U bent het een tijdje niet meer gewend, maar u bent behoorlijk door de tijd heen aan het gaan.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik heb dat klokje in geen jaren gezien, dus daar moet u ...
De voorzitter:
Ik dacht: ik help u even. Er staat daaronder zo'n klein klokje.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik zit midden in een re-integratieproces; u moet me wel een beetje helpen.
De voorzitter:
Daarom dacht ik ook: niet te streng zijn. Maar u schiet er nu toch wel doorheen en u staat daar zo ontspannen, dat dit nog uren kan duren.
De heer Martin Bosma (PVV):
Er komt nu twee jaar aan agressie uit, dat begrijpt u wel. Dat heeft zich in al die jaren behoorlijk opgehoopt.
De voorzitter:
Goed, maar in alle ernst, kunt u afronden?
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik brei er heel snel een eind aan. Uit politicologisch onderzoek blijkt dus dat de wereld, althans Nederland, er anders uit had gezien als niet hoogopgeleiden hun zin zouden krijgen, maar het brede Nederlandse volk. Dat gaat dan om immigratie, verschillen tussen rijk en arm, sociale voorzieningen, criminaliteit en Europese integratie. Hoe staat de minister daartegenover?
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Omdat dit een buitengewoon boeiend onderwerp is. Als SGP-fractie hebben wij ons onlangs gelaafd aan de inzichten van de hoogleraren Bovens en Wille naar aanleiding van hun boek Diplomademocratie. Dus wij herkennen ook veel van wat de heer Bosma zegt. Ik ben benieuwd naar zijn opvatting over wat de oplossing daarvoor zou kunnen zijn. Het is natuurlijk onwenselijk als alleen hoger opgeleiden hun zin zouden krijgen en de rest van Nederland niet. Welke oplossingen ziet hij daarvoor?
De heer Martin Bosma (PVV):
Om te beginnen is die kreet "diplomademocratie" niet juist, want die gaat ervan uit dat het hoogopgeleiden zijn en dat het dus om personen gaat. Het gaat echter niet om personen, maar om denkbeelden en dat maakt het veel interessanter. Dus bepaalde denkbeelden worden beleid en andere denkbeelden weer niet. Daarom is dat dus niet een goede term. Als oplossing moet je bijvoorbeeld denken aan het referendum. De heer Flach zal er ongetwijfeld heel blij mee zijn dat ik dat noem. Dan kun je dus dwars door al die barrières die gebouwd zijn heen gaan. Je kunt bijvoorbeeld ook denken aan de gekozen burgemeester. Dat is een heel belangrijk onderwerp. Ik begrijp dat we daarvoor een motie krijgen.
Laten we ook eens praten over het kiezen van rechters. We zien nu een rechterlijke beslissing inzake Bonaire. Deze rechter is zelf klimaatactivist en baseert zich op Greenpeace. Dat zijn toch hele gevaarlijke dingen. Het ging net over een kleinere overheid. Dat is ook heel belangrijk. Een lobbyregister speelt hier ook een rol in. We moeten ervoor zorgen dat politieke partijen vrij kunnen zijn en dus niet aan de ketting worden gelegd door de overheid, zoals dreigt te gebeuren met allerlei maatregelen die we nu zien. Ik noem maatregelen die, weliswaar nog niet op beleidsniveau, maar toch informeel, worden aangeprezen om bijvoorbeeld de SGP aan te pakken omdat die bepaalde dingen vindt. Dus zorg er gewoon voor dat er maximale vrijheid is.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Dit lokt heel veel meer vragen uit. Die zal ik niet stellen, voorzitter, maar het boek Diplomademocratie laat ook zien dat hoogopgeleid wel degelijk verband houdt met denkbeelden. Dat ontstaat. Het is eigenlijk een nieuw soort klasse aan het worden, zo laten de beide hoogleraren zien, waarin mensen in hun eigen bubbel eigen denkbeelden ontwikkelen. Omdat de Kamer eigenlijk ook een onevenredige vertegenwoordiging is van het opleidingsniveau, noemen zij dat problematisch. Het mooie is dat ze zichzelf dat als hoogleraren ook aantrekken, van: wij hebben die mensen hoog opgeleid, maar ze kennelijk niet de denkbeelden meegegeven die het grootste gedeelte van Nederland heeft. In hoeverre ziet de heer Bosma ook oplossingen binnen het onderwijsstelsel?
De heer Martin Bosma (PVV):
Het zou goed zijn als het onderwijsstelsel wat diverser zou zijn en als universiteiten niet alleen maar linkse feestjes zouden zijn. Ik was op de opening van het academisch jaar van de Leidse universiteit. Dan hoor je daar een speech van een van de leiders van die universiteit, waarin allemaal linkse talking points worden afgevinkt: kolonialisme, slavernij, diversiteit, duurzaamheid. Het hele rijtje komt langs. Dan denk ik: vanuit hier geobserveerd zie ik twee taartpunten, waarbij de mensen van de Rijksuniversiteit ook een kleine buiging in de andere richting zouden kunnen maken. Maar dat doen ze niet. Blijkbaar moeten ze die linkse talking points allemaal afvinken omdat het instituten zijn die in belangrijke mate links zijn. De heer Flach heeft het over de bubbel van hoogopgeleiden. Die gaat nog veel verder. Een van de kenmerken van die hoogopgeleiden is dat ze heel erg conformistisch zijn. Er zijn dus meningen waar je aan moet voldoen, en waag het niet om daarvan af te wijken, anders lig je eruit. Dat gaat over heel veel dingen, over Zwarte Piet, over het klimaat et cetera.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai heeft ook een vraag voor u.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
De discussie over diplomadiscriminatie wekte ook mijn interesse. Nu blijkt uit onderzoek, een peiling van EenVandaag, dat de PVV 47 zetels zou halen als alleen hoogopgeleiden in Nederland zouden stemmen.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ah, dat klinkt goed.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dus we weten ...
De heer Martin Bosma (PVV):
Dan kunnen we nog een paar scheidingen hebben!
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
We weten dat praktisch opgeleiden fan zijn van de partij van de heer Bosma. Zou het niet leuk zijn voor die mensen als ze lid zouden kunnen worden van de PVV?
De heer Martin Bosma (PVV):
Nee, dat zou helemaal verkeerd zijn. Nee, juist niet. Als je die diplomademocratie wilt versterken, moet je inderdaad toegaan naar een ledenpartij, een ledenconstructie. De reden waarom hoogopgeleiden altijd hun zin krijgen, is dat het bijvoorbeeld vergadertijgers zijn. Zij weten wegen te vinden om beleid te beïnvloeden, want zij zitten bij universiteiten, bij media, zij zijn die rechters en die officieren van justitie. Zij komen dus wel aan hun trekken. Als je geen vergadertijger bent, dan heb je het heel moeilijk. Wat nu allerlei partijen willen, is dat die vergadertijgers ook bij de PVV de macht kunnen grijpen.
Mevrouw Tseggai is van de Partij van de Arbeid en daar kun je zien hoe dat is misgegaan. Vroeger zaten die praktisch opgeleiden waar mevrouw Tseggai het net over had, bij de Partij van de Arbeid; nu niet meer. Want wat is er gebeurd met de Partij van de Arbeid? Die had een ledenconstructie — hoe dom kun je zijn? — en wat is er gebeurd? Allerlei doctorandussen, allerlei hoogopgeleiden hebben de macht overgenomen bij de Partij van de Arbeid. Die hoogopgeleiden, die doctorandussen, die heetten Nieuw Links. Daardoor is de Partij van de Arbeid geen arbeiderspartij meer, maar een partij voor linkse doctorandussen. Daar ben ik wel blij om, want de kiezers van de PvdA, de kiezers van mevrouw Tseggai, zitten nu bij de PVV.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het heel vriendelijk van de heer Bosma dat hij mij een lesje Nederlandse sociaaldemocratie geeft. Daar was ik nog niet van op de hoogte. Anyway, we hadden het over lid worden van de PVV. Als je als praktisch opgeleide meer betrokken wilt zijn bij de politiek, je mening wilt geven — want welke meningen er blijven plakken, is inderdaad heel erg belangrijk — dan is lid worden van een politieke partij bij uitstek een goede manier om dat te doen. En dan hebben we het niet alleen over vergaderen. We hebben het over politieke cafés waar je zaken met een biertje in de hand kunt bespreken.
De voorzitter:
En uw vraag is?
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Waarom is de heer Bosma daar zo bang voor?
De voorzitter:
Het is een beetje een herhaling van een eerder gestelde vraag.
De heer Martin Bosma (PVV):
Politieke cafés kun je organiseren zonder ledenconstructie. Wij drinken veel biertjes in onze partij, met heel veel plezier. Schokkend dat mevrouw Tseggai niet weet hoe dat is gegaan bij Nieuw Links, want dat is een heel belangrijk moment geweest in de geschiedenis van de sociaaldemocratie. Ik heb er een boek over geschreven; dat is gratis te downloaden.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Het was een grapje.
De voorzitter:
Graag in de microfoon. Wat is uw antwoord op de vraag van mevrouw Tseggai?
De heer Martin Bosma (PVV):
O, u bent wel op de hoogte ... Mijn antwoord is dat een ledenstructuur helemaal niets toevoegt en dat ledenstructuren juist een aantasting zijn van de parlementaire democratie. Je hebt dat niet alleen gezien in het voorbeeld dat ik net noemde, maar bij het CDA ook. Dat schreef bijvoorbeeld Onno Ruding ook in zijn autobiografie. Hij zei dat het kader van het CDA veel linkser is dan de leden. De kiezers van het CDA willen rechts beleid, maar wat krijgen ze door die linkse kaders, door die linkse bestuurders? Een veel linkser CDA dan zij zelf zouden willen! Dat is een aantasting van de parlementaire democratie. Dus nee, we moeten niet toe naar een ledenstructuur en het moet helemaal niet van bovenaf worden opgelegd.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik concludeer dat de heer Bosma zich er zorgen over maakt of de meningen van praktisch opgeleiden wel blijven plakken voor beleid, maar dat hij niet wil dat die meningen blijven plakken bij zijn eigen partij, om de koers van zijn eigen partij te bepalen. Ik zou hem willen uitdagen om daar nog eens goed over na te denken.
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik zou mevrouw Tseggai willen uitnodigen om kennis te nemen van de parlementaire democratie, want Thorbecke wilde helemaal geen politieke partijen. Het huis van Thorbecke is een huis zonder politieke partijen. Als je kijkt naar de geschiedenis van bijna alle traditionele partijen hier, dan zie je dat het partijen waren die helemaal geen partijstructuur wilden. Waarom heette de voorganger van de VVD de "Liberale Unie" en niet de "Liberale Partij"? Dat was omdat ze de dwang van een politieke partij niet wilden. Waarom heette een van de voorgangers van het CDA, de CHU, de "Christelijk-Historische Unie"? Waarom scheidde De Savornin Lohman zich af? Dat was omdat hij tabak had van Abraham Kuyper, die een partij wilde …
De voorzitter:
Meneer Bosma.
De heer Martin Bosma (PVV):
… die zou gaan opleggen wat parlementariërs moesten stemmen.
De voorzitter:
Meneer Bosma!
De heer Martin Bosma (PVV):
Ik heb wel gelijk, mevrouw.
De voorzitter:
Het is goed dat u weer terug bent op de plek waar u nu staat. Is het essentieel om hier nog een vraag over te stellen, meneer Vermeer, of zullen we naar de bijdrage van het CDA gaan luisteren?
De heer Martin Bosma (PVV):
Er staan allemaal mensen te dringen om mij te interrumperen!
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter, in dit huis zou iedere vraag die iemand wil stellen als essentieel bestempeld moeten worden, dus ook deze.
De voorzitter:
Zeker. Ga uw gang, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Aangezien de heer Bosma hier met zo veel passie over spreekt, wil ik van hem horen of hij ook nog een verschil ziet tussen een volksvertegenwoordiger en een ledenvertegenwoordiger. Kan hij daarover filosoferen?
De voorzitter:
Nu wordt de heer Bosma op een nieuw onderwerp uitgenodigd om daar eens breeduit over te filosoferen.
De heer Martin Bosma (PVV):
Kijk, Burke hield ooit een fameuze rede, "To the Electors of Bristol". Burke is de grondlegger van het conservatisme. Er waren mensen in Bristol die op hem stemden en zeiden: we hebben op u gestemd, beste meneer Burke, en nu moet u ook doen wat wij van u willen. Burke heeft gezegd: nee, u heeft voor mij gekozen en nu moet u mij vertrouwen, want dat is het mandaat dat ik van u heb gekregen. De ledenconstructie is de pest voor de parlementaire democratie. Het is een enorme belediging voor ons dat we ons de les laten lezen door leden. Dat kan toch niet zo zijn? Het is toch tragisch dat D66 zich altijd sterk heeft gemaakt voor de gekozen burgemeester? Dat was een van de kroonjuwelen. Hans van Mierlo was daar trots op. Vervolgens wordt de kroonbenoeming uit de Grondwet gehaald. Dat is een van de grote dingen van D66 geweest. Nu zijn er leden — hoezo, leden? — en die gaan dan zeggen: "Nee, we willen het niet langer. Nu moeten we het inslikken." Dat is toch een vernedering van de fractie van D66 zoals die geschiedt door leden? Daar moeten wij toch met z'n allen tegen zijn? Bovendien zei de Grondwet: zonder last of ruggespraak. We moeten dus volledig maling hebben aan wat leden over ons denken te kunnen vinden.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Het weggeven van kroonjuwelen en het niet doen wat je belooft, is natuurlijk heel slecht, ook voor het vertrouwen in de overheid en de politiek. Dat ben ik met de heer Bosma eens. Maar op welke manier zorgt de PVV dat het programma gevoed wordt en dat er feedback komt op het programma? Kan de heer Bosma daar even wat toelichting op geven?
De heer Martin Bosma (PVV):
Heel simpel. Wij zijn burgers en wij praten met iedereen. Je hoeft geen lid te zijn van een clubje of contributie betaald te hebben. In het Amsterdamse café praat ik met mensen en die komen met input. Als ik van hen dingen hoor waar ik het mee eens ben, dan veranderen wij van fractiestandpunt. Dat is heel simpel. Maar je hebt geen partij nodig. Verenigingen zijn ouderwets. Wie is er nog lid van een vereniging? Vroeger had je een bloeiend verenigingsleven. Dat is helemaal passé. Mensen die terug willen naar die verenigingen, willen terug naar de jaren vijftig. We leven in een tijd van Facebook en TikTok.
De voorzitter:
Tot slot de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Zonder verenigingsleven zouden heel veel buurten en wijken niet kunnen functioneren, dus die structuur helpt zeker. Het helpt ook zeker bij een voetbalwedstrijd om te kunnen zien wie er tegen wie speelt, kan ik als scheidsrechter zeggen. Dat heeft dus zeker nut.
De heer Martin Bosma (PVV):
Het heeft zeker nut — daar ben ik het wel mee eens — maar de praktijk is dat het verenigingsleven zwaar is teruggelopen in de afgelopen decennia. Kijk eens bij voetbalverenigingen. Die hebben minder leden, minder vrijwilligers et cetera. Dat is de realiteit van vandaag. Het is dan raar om te zeggen: nee, de vereniging is helemaal de toekomst van de Nederlandse democratie. Het is juist niet de toekomst van de Nederlandse democratie; het is ons verleden.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bosma, en goed dat u er weer bent. We gaan luisteren naar mevrouw Boelsma-Hoekstra. Zij spreekt namens het CDA en houdt haar maidenspeech. De tweede spreker van het CDA, de heer Van den Brink, houdt eveneens zijn maidenspeech. Daarbij is het een goed gebruik om niet te interrumperen. Ik zou, als u dat beiden goedvindt, willen voorstellen om dan na beide maidenspeeches te schorsen voor felicitaties. Dat gezegd hebbende: mevrouw Boelsma.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin met mijn maidenspeech: ik heb een lesje gehad hoe je door interrupties je spreektijd goed kunt verruimen. Dank daarvoor dus, meneer Bosma.
Ik lees hier iets voor dat ik vond op de Engelse Wikipediapagina. Ik heb het even vrij vertaald naar onze beide rijkstalen, namelijk: "Eens in de vijftien jaar wordt ons land niet bestuurd vanuit Den Haag, maar door 22 rayonhoofden in Fryslân. Ons land is dan in goede handen." In onze tweede rijkstaal is dat: "By genôch iis leit it bestjoer net yn Den Haag, mar by de 22 Fryske rayonhaden. En dat giet bêst goed." Voordat me verweten wordt dat ik de feitjes omtrent het aantal rayonhoofden niet helemaal op orde heb: het is een wat ouder citaat.
Zonder gekheid: zo simpel kan het leven zijn. De waan van alledag beheerst vaak ons leven, totdat er iets ingrijpends of iets bijzonders gebeurt. Het ingrijpende verlies in mijn leven heeft mij laten inzien dat het leven ons gegeven is en dat niets planbaar of maakbaar is. Hoe belangrijk we vaak de waan van de dag vinden, vooral hier in de politiek, het is altijd te relativeren als je het in het perspectief van een ingrijpende gebeurtenis zet. Dan is alles bijzaak en dan is familie meer dan hoofdzaak.
Datzelfde geldt voor dat bijzondere. In mijn voorbeeld, voorzitter, gaat het om, zoals u het denk ik noemt, "de tocht der tochten" en zoals wij het noemen, de "Alvestêdetocht". Dat van die vijftien jaar klopt al lang niet meer, maar wat waren we er dichtbij in 2012. Volgens mij was er in Den Haag al bijna een nationale feestdag afgekondigd. Ik lees nu op dit moment op de sociale media dat erover nagedacht wordt om een Elfstedentocht op de weg te schaatsen, omdat er zo veel ijzel ligt. Daarom zijn er ook zo weinig mensen uit Fryslân vandaag. Bij de laatste Elfstedentocht was er gekte en drukte, maar bovenal heel veel plezier en saamhorigheid. Hoe zou het vandaag de dag gaan?
Voorzitter, ik schets hier even mijn verwachtingen: hysterie op X en ook een beetje ruzie over wanneer "it oan giet", volgeboekte hotels, influencers die de tocht alvast schaatsen voor de likes en voor de views, talkshows vol speculaties, en deskundigen die over elkaar heen buitelen. Ik denk dat, hier in Den Haag, een aantal moties worden ingediend — ik denk meer dan één — die de minister oproepen om er alles aan te doen om de tocht door te laten gaan, bijvoorbeeld door een snelle warmteonttrekking aan het knelpunt bij de tocht die de vorige keer bijna doorging, namelijk De Luts in Balk. Maar gelukkig — u hoorde het net in het citaat van een bekend politicus — ligt het besluit bij het bestuur, geadviseerd door de rayonhoofden en verwoord door de voorzitter van de Elfstedentocht. Die rayonhoofden laten zich niet sturen en gaan niet mee in de hypes, maar nemen op het juiste moment het juiste besluit. Daarom gaat dat best goed.
Die verantwoordelijke Friese rayonhoofden staan voor mij symbool voor hoe het ook kan: niet meegaan in de waan van de dag, verantwoordelijkheid nemen, relativeren, nuchter blijven, samen de schouders eronder zetten en het hele land laten genieten van het mooiste sportevenement in de wereld. We zullen zien hoe het allemaal gaat lopen. Het was een bespiegeling van mijn kant. Stiekem dromen velen met mij over de dag dat de legendarische woorden "it giet oan" weer klinken.
Maar nu de sprong naar de werkelijkheid. In de politiek gaan we vaak wél mee in de waan van de dag, is verantwoordelijkheid nemen lastig, lukt relativeren niet, gebruiken we te weinig ons nuchtere boerenverstand en proberen we allemaal onze schouders eronder te zetten, maar laten we daarbij het woord "samen" vaak achterwege. Hoe mooi zou het zijn als wij, als 150 Kamerleden, de klus klaren met als voorbeeld de rayonhoofden uit Fryslân. Samen de schouders eronder om het beste voor Nederland te doen. Voor mij als CDA'er betekent dat een Nederland waarin we wat meer omzien naar elkaar, verantwoordelijkheid willen nemen en uitstralen dat we pal achter onze democratische waarden staan.
Voorzitter. Dat brengt me bij het onderwerp waar we het vandaag over hebben, namelijk de begroting Binnenlandse Zaken, en voor mij specifiek alles wat met de medeoverheden te maken heeft. Tot voor kort was ik zelf werkzaam in gemeenteland. Ik weet hoeveel invloed ons handelen in Den Haag heeft op het werk van raadsleden, Statenleden, wethouders, gedeputeerden en waterschapsbestuurders.
Ik wil beginnen met de democratische waarden. Als eerste een belangrijk onderwerp in deze begroting, namelijk weerbaar bestuur. Er wordt geld vrijgemaakt voor de beveiliging van volksvertegenwoordigers en raadszalen. Op zich is dat goed, maar voorkomen is in mijn optiek beter dan genezen. Hierbij moeten we onszelf in de spiegel kijken. Decentrale overheden zijn gebaat bij helder beleid dat na democratisch besluit niet ter discussie wordt gesteld. Dat geldt voor zowel het kabinet als de Kamerleden. We hebben hier eerder vragen over gesteld naar aanleiding van de oproep van bestuurders uit de zuidelijke provincies naar aanleiding van bedreigingen en intimidatie. De antwoorden van de minister waren politiek correct, maar het gaat erom dat het kabinet en de Kamer verantwoordelijkheid nemen en laten zien pal achter onze bestuurders te staan. Dat geldt ook voor situaties waarin een democratisch genomen besluit je soms politiek gezien niet zo goed uitkomt. Als CDA'er zal ik mij de komende vier jaar inzetten voor een politieke cultuur waarin we laten zien dat we pal achter onze democratische waarden staan en intimidatie en bedreigingen niet accepteren.
Dan omzien naar elkaar. Ook in deze begroting ontbreekt de verwijzing naar de brede welvaart. U kent vast de Friese paradox: inwoners van Fryslân scoren relatief lager op de economische welvaart, maar juist hoger op de brede welvaart. De inwoners zijn gelukkiger dan in andere delen van Nederland, maar deze brede welvaart staat onder druk. Demografische trends en economische uitdagingen tasten de leefbaarheid aan. Dat geldt voor heel veel regio's. Als CDA willen we inzetten op een brede investeringsafweging om recht te doen aan het rapport Elke regio telt!, dat al eerder is genoemd, zodat de leefbaarheid op het platteland niet onder druk komt te staan. Kan de minister toezeggen dat er eindelijk uitvoering wordt gegeven aan dit rapport?
Als derde: verantwoordelijkheid nemen. Nieuwe taken richting medeoverheden moeten volgens de Financiële-verhoudingswet gepaard gaan met voldoende financiële middelen. Mijn vraag aan de minister is: kunt u aangeven of de Financiële-verhoudingswet altijd wordt opgevolgd?
Voorzitter. Verantwoordelijkheid nemen is ook vertrouwen geven. Het CDA kiest voor minder regels en meer vertrouwen. Welke ambitie heeft deze minister van Binnenlandse Zaken, of zijn opvolger, wat betreft het schrappen van regels? Op hoeveel geschrapte regels kunnen we dit jaar rekenen vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken?
Dan wil ik als laatste het volgende zeggen. Het demissionaire kabinet heeft bij aanvang van deze regeerperiode ingezet op goed bestuur. De medeoverheden moesten in staat gesteld worden om hun taken uit te voeren. De praktijk is echter weerbarstig. Mijn vraag aan de minister is: wat zijn de leerpunten uit de agenda voor goed bestuur?
Afsluitend, voorzitter. Deze begroting heb ik langs de lat van verantwoordelijkheid nemen, omzien naar elkaar en democratische waarden gelegd, met als voorbeeld handelen als de rayonhoofden en als doel een nog beter Nederland voor onze toekomstige generatie. Ik wil afsluiten met een bekend Fries gezegde: sizzen is neat, mar dwaen is in ding. U mag mij daaraan houden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dat is wel heel spannend.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel. Ik feliciteer u van harte met uw maidenspeech. Het was prachtig. We schorsen voor de officiële felicitaties na de bijdrage van uw collega. Ik nodig de heer Van den Brink uit om naar het spreekgestoelte te komen en dan gaan we naar zijn maidenspeech luisteren. Ga uw gang.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik wil graag beginnen met de complimenten aan het adres van mevrouw Huizinga en mevrouw Boelsma voor hun mooie verhalen. Mijn ervaring tot nu toe is dat een maidenspeech een prachtige manier is om elkaar snel te leren kennen.
Ik wil het vandaag tijdens mijn maidenspeech over twee onderwerpen hebben: onze grondrechten en de democratie. Beide zijn van groot belang en beide staan onder druk. Als eerste wil ik het hebben over de grondrechten, onze vrijheden die in de Grondwet zijn vastgelegd. Ik wil vandaag niet pathetisch doen, maar die vrijheden hebben mij gemaakt tot wie ik ben. De eerste ruim 30 jaar van mijn werkzame bestaan heb ik hartstochtelijk gebruikgemaakt van de persvrijheid. Ik heb met ongelofelijk veel plezier, overtuiging en vrijheid journalistiek mogen bedrijven. Ik kan me niet herinneren dat die vrijheid ooit door iets of iemand van buiten is ingeperkt. Dat is een groot goed en dat moet zo blijven.
De negentien jaar daarvoor bracht ik door in het onderwijs, het bijzonder onderwijs in mijn geval. Ik zat op een protestants-christelijke basisschool, een reformatorische middelbare school en een evangelische hogeschool. Ik geloof niet dat die scholen ooit iets in de weg is gelegd om het onderwijs te geven op een manier zoals zij dachten dat dat moest. Ook dat is een groot goed. Al heel mijn leven profiteer ik van de vrijheid van godsdienst. Mijn ouders maakten van die vrijheid gebruik om mij te vertellen over God en geloof. Daar ben ik ze dankbaar voor. Ik maak zelf van die vrijheid gebruik door elke zondag een kerk te bezoeken. Mijn ouders en mij is geen strobreed in de weg gelegd. Zonder die vrijheden was ik niet geweest wie ik ben. Ik gun volgende generaties, onze kinderen en kleinkinderen, die vrijheden dan ook zeer. De tijd die mij hier in Den Haag wordt gegeven, wil ik heel graag gebruiken om die vrijheden in stand te houden, want er is wel werk aan de winkel.
De journalistiek ligt met enige regelmaat onder vuur. De winnaar van de vorige verkiezingen noemde journalisten "tuig van de richel". Gelukkig antwoordde het CDA-bestuur daarop met het op de kandidatenlijst zetten van een vertegenwoordiger van dat tuig. Ik dank het partijbestuur daar zeer voor. Dat de vrijheid van onderwijs vandaag de dag ook discussie oproept, is ons bij het CDA niet geheel ontgaan. Het kan niet anders of de honderdduizenden moslims in ons land hebben zich de afgelopen kabinetsperiode regelmatig afgevraagd: hoelang geldt die vrijheid van godsdienst eigenlijk nog voor ons? Ik zei het al, deze vrijheden liggen mijn fractie en mij na aan het hart, net als de vrijheid van vereniging en de vrijheid van meningsuiting. Niet omdat wij van het CDA vrij, vrijer, vrijst willen zijn; nee, het hebben van die vrijheden geeft de mogelijkheid en zelfs de verplichting om die vrijheid en verantwoordelijkheid te beleven.
De persvrijheid geeft de journalistiek de grote verantwoordelijkheid om de waarheid en daarmee de samenleving te dienen. Als dat niet gebeurt, mag en moet ze daarop worden aangesproken, het liefst door de samenleving zelf, desnoods door de rechter. De vrijheid van onderwijs is de vrijheid om jongeren en kinderen te vormen naar jouw beste inzicht, maar geen vrijbrief om groepen of mensen uit te sluiten of te discrimineren. Scholen die dat wel doen, moeten daarop worden aangesproken of zelfs gecorrigeerd, het liefst door de ouders, desnoods door de inspectie. De vrijheid van godsdienst is de vrijheid om te geloven op een manier die bij jou past en daar vorm aan te geven, maar geen vrijbrief om haat te zaaien tegen mensen die anders- of niet gelovig zijn. Als dat wel gebeurt, moet er worden ingegrepen, opnieuw, het liefst door de gelovigen zelf, desnoods door de overheid.
Ik wil me heel graag ervoor inzetten om die vrijheden de komende jaren overeind te houden, want deze vrijheden onderscheiden ons van andere, niet-democratische landen. Nederland is een fantastisch land. Je mag hier zeggen wat je vindt, je mag schrijven wat je wilt, je mag zijn wie je wilt zijn, je mag geloven, je geloof belijden op een manier die bij jou past, je mag opvoeden zoals je wilt. Dat moet zo blijven.
Ik kan een vergelijkbaar verhaal houden over onze democratie. Ook die onderscheidt zich van autocratische of nog minder vrije landen. Ook die moet bij de tijd worden gebracht, want dat de verkiezingen gelukkig goed zijn verlopen, betekent niet dat het echt lekker gaat. De kiezer verandert in korte tijd vaak van partij. Wij bieden de kiezer vervolgens ook nog weer de gelegenheid om wel heel vaak zijn of haar stem uit te brengen door er samen niet uit te komen. We moeten er met elkaar goed over nadenken hoe we onze democratie gezond en overeind houden in een tijd waarin om ons heen autocratische bewinden in opmars zijn. Er is de CDA-fractie alles aan gelegen om dat in ons land te voorkomen.
Daarom moeten we aan de bak. Dat begint met betrokkenheid, met burgers die mee willen doen, die lid willen worden van een politieke partij en die bereid zijn een partij te vertegenwoordigen in de gemeenteraad, in de Provinciale Staten of hier in de Tweede Kamer. Daarom staat mijn fractie positief tegenover het voorstel om in de Wet op de politieke partijen op te nemen dat partijen democratisch georganiseerd moeten zijn. Ik ben uiteraard benieuwd wat de minister alsook de Raad van State daarvan vinden. Eén element uit die wet, namelijk de financiering van lokale partijen, willen we alvast naar voren halen. Het geld dat daarvoor nodig is, is al gereserveerd voor dit jaar, dus in de tweede termijn zal ik samen met collega Boelsma een motie indienen om dat geld ook daadwerkelijk dit jaar al uit te geven.
Het gaat ons ook om democratisch ethos, een democratische gezindheid. Mijn partijleider zegt het vaak. Zien we elkaar als vertegenwoordigers van een deel van de bevolking die tot taak hebben om met andere vertegenwoordigers, van andere delen van de bevolking, samen tot een compromis te komen en dat ook uit te voeren? Of zien we elkaar sowieso als tegenstander? U raadt het al: mijn partij kiest voor dat eerste. Ik denk dat u in de komende jaren als het gaat om democratische vernieuwing, een iets progressievere CDA-fractie zult zien. We zijn voor een andere manier om de Eerste Kamer te kiezen en we zijn voor mooie vormen van burgerberaden.
Om de versnippering in deze Kamer tegen te gaan, wordt gesproken over een kiesdrempel. Het is er vandaag al eerder over gegaan. Het nieuwe kabinet gaat erop studeren. Veel eenvoudiger is het om het aantal ondersteuningsverklaringen dat nodig is om mee te kunnen doen aan de verkiezingen, te verhogen. Dat ligt nu op 580, plus 10 op de Caribische eilanden. Dat is echt heel weinig. De drempel om mee te doen aan verkiezingen is wel heel laag. Als we daar nou eens een paar duizend van maken, dan krijgen we vast in ieder geval een kleiner stembiljet. Ik vraag de minister om een reactie op dat idee. Wat mijn partij betreft past daar ook bij dat we af moeten van de gewoonte om altijd als een kabinet valt, meteen nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Verstandiger is het om na de val van zo'n kabinet te kijken of er andere mogelijkheden zijn. De kiezer verwacht van ons dat we ons werk doen en niet iedere keer om nieuw vertrouwen vragen.
Voorzitter. Er is werk aan de winkel, veel meer dan ik nu heb geschetst. Er ligt werk om het vreedzaam samenleven in ons land in stand te houden. Er ligt werk om Nederland dat prachtige land te laten blijven dat we al zo lang zijn. Mijn fractie en ik zetten ons daar de komende tijd met veel inzet voor in.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel. Mag ik ook mevrouw Boelsma vragen naar voren te komen? Ik feliciteer ook de heer Van den Brink van harte met zijn maidenspeech. Ik schors voor de felicitaties en direct voor de lunch. Ik wil met u afspreken om om 13.45 uur het debat te vervolgend. Het debat is geschorst.
De vergadering wordt van 13.11 uur tot 13.45 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. Met de vaste Kamercommissie van Binnenlandse Zaken bespreken we de begroting van Binnenlandse Zaken. We hebben al naar een heel aantal sprekers geluisterd en zijn aangekomen bij de bijdrage van de heer Clemminck. Hij doet dat namens JA21. Als ik goed ben geïnformeerd, meneer Clemminck, is dit tevens uw maidenspeech. Daar kijken we erg naar uit. Dan geef ik u graag het woord voor uw maidenspeech. Meneer Clemminck.
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Het is wel de derde keer dat ik hier in de plenaire zaal sta, maar de onderwerpen hiervoor waren niet echt geschikt voor een maidenspeech. Maar het is een mooie traditie, dus ik maak er graag gebruik van. De heer Bosma refereerde er al aan: ook van deze plaats sterkte aan de staatssecretaris. Dat is ook goed om te zeggen. Mag ik dan ook mijn eigen partijleider, Joost Eerdmans, beterschap wensen? Hij kijkt als het goed is, maar hij is helaas niet in staat om hier te zijn.
Voorzitter. Het beeld staat in mijn geheugen gegrift. Ik was 16 jaar. Zoals altijd zat ik voor de televisie samen met mijn vader het zesuurjournaal te kijken, thuis in mijn ouderlijk huis in Tilburg. Dan, om 18.14 uur: een spoedbericht van Harmen Siezen. Hilversum. Mediapark. Pim Fortuyn. De moord op Pim Fortuyn, door een linkse milieuactivist, maakte op mij diepe indruk en zorgde ervoor dat ik van iemand die geïnteresseerd was in de actualiteit, iemand werd die geïnteresseerd raakte in de politiek. Het maakte dat ik na een stapelaarsroute via het vmbo koos voor een studie politieke geschiedenis en politicologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Voorzitter. Het is eervol om lid te mogen zijn van deze Kamer. Het maakt mij trots om dit te mogen doen voor een partij die onlosmakelijk verbonden is met het gedachtegoed van Pim. Met de winst van JA21 is het fortuynisme weer sterk terug in de Kamer. Ik wil dan ook mijn partij, van bestuur tot vrijwilligers en van fractiegenoten tot medewerkers, danken voor deze kans en eer.
Voorzitter. Wie ben ik, bij wie hoor ik en wie zijn wij? Voor iemand die geadopteerd is zijn dat vragen die wellicht nog wat explicieter leven dan voor een ander. Maar het zijn ook vragen die wij als Nederlanders onszelf veel meer moeten stellen. Ons land mag geen land worden van 18 miljoen burger-zzp'ers.
Voorzitter. Het is mijn diepe overtuiging dat wij in Nederland een culturele gemeenschap vormen, een culturele gemeenschap die niet gebaseerd is op etniciteit, maar op gedeelde waarden en normen. Fortuyn schreef in zijn boek De verweesde samenleving dat elke generatie de opdracht heeft om haar kernwaarden te formuleren, te behouden, te herijken en over te dragen aan de volgende generatie. Het is als een schakel. Maar wee de gemeenschap waarin die schakel ontbreekt, als een generatie het niet lukt of niet de wilskracht heeft om haar cultuur over te dragen aan de volgende generatie. Wat zouden wij zijn zonder inbedding in gemeenschappen? Wat zou ik zijn zonder mijn Zeeuwse en Brabantse familie, zonder de gemeenschap van mijn vriendengroep, zonder mijn clubje Willem II, zonder Nederland? "Wat wij in Nederland al eeuwen hebben opgebouwd, mogen we niet in enkele decennia laten afbreken", zei Pim. Een zorg, maar voor mij ook een motivatie om dit Kamerlidmaatschap te mogen vervullen.
Voorzitter. Sri Lanka, 1986. Een land in diepe ellende en armoede. Een burgeroorlog die al aan tienduizenden het leven heeft gekost. Een gemeenschap niet gebaseerd op cultuur, maar op etniciteit. Een lelijke geschiedenis. Zonder Nederland had ik op geen enkele manier de persoon kunnen zijn die ik nu ben. Ik leef in veiligheid en welvaart, had de kans om te studeren en om lief te hebben wie ik wil. Adoptie was een lot uit de loterij. Dat besef zit sterk in mij. Dat brengt een sterk plichtsbesef met zich mee: wat kan ik terugdoen, wat kan ik teruggeven aan Nederland? Voor mij was een van de manieren om dat te doen via mijn werk voor diverse Brabantse gemeenten, als ambtenaar, en later als ondernemer in de publieke sector daar.
Voorzitter. Ambtenaren dienen het algemeen belang, maar definiëren dit niet. De laatste jaren lijkt dit basisprincipe door een deel van de ambtenarij losgelaten te zijn. We zagen verdeeldheid, lekken en misschien wel ronduit muiterij. Een aantal voorbeelden. Ambtenaren die meewerken aan reconstructies in de media bij minister Faber en minister Wiersma, honderden ambtenaren die een brandbrief ondertekenen over een traag klimaatbeleid en dan hebben we nog de affaire rondom de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Veldkamp en Israël. Neem dit laatste voorbeeld. Hoe kan het nou zo zijn dat in de Kamerbrief rondom dit lek aan de ene kant werd gesteld dat de gelekte brief uitsluitend voor intern gebruik was, maar aan de andere kant geen actie werd ondernomen, omdat er geen gerubriceerde of vertrouwelijke informatie is gelekt? Hiermee is toch iedere toekomstige minister vogelvrij? We accepteren en legitimeren hiermee dat ambtenaren hun bewindspersoon voor de bus kunnen gooien. Wat JA21 betreft is het simpel: scherpe ambtelijke adviezen zijn altijd goed, maar ambtelijk lekken en muiterij is onacceptabel. Ik hoor hier graag een reflectie op van de minister. Ik vraag daarbij specifiek op welke wijze binnen de ambtenarij aandacht wordt besteed aan het staatsrechtelijke begrip van hun positie en rol. Ten slotte vraag ik hierover aan de minister of hij van mening is dat de Ambtenarenwet nog actueel is en voldoende handvatten biedt om op te treden tegen publieke ambtelijke ongehoorzaamheid.
Dan kom ik op mijn amendement. Lokale partijen zijn steeds populairder bij verkiezingen. We ontvingen laatst ook een brief van meer dan 100 lokale partijen over hun financiering. Het geld is er; het is nu alleen nog wachten op Den Haag tot de wetgeving is afgerond. Daarom kom ik met dit amendement. Ik hoop dat wij lokale partijen op deze manier nog dit jaar van financiële middelen kunnen voorzien.
Voorzitter. De minister van Binnenlandse Zaken is de hoeder van de democratie en de rechtsstaat. Er is, denk ik, terecht veel aandacht in deze begroting voor de beïnvloeding van statelijke actoren en desinformatie op sociale media. Maar de olifant in deze kamer blijft toch onbesproken: de vergaande juridisering van de bestuurlijk ruimte en daarmee de inperking van de politieke ruimte. Democratie betekent ook dat de burgers van Nederland via hun stem invloed kunnen uitoefenen op hoe ze willen leven. Een democratische meerderheid moet ook de mogelijkheid hebben om dingen te veranderen. Stemmen wordt anders een ritueel, symboliek zonder betekenis. Juridisering is als een sluipmoordenaar voor onze democratie. Het is gevaarlijk voor het draagvlak, vertrouwen en geloof in de parlementaire democratie. Er zijn voorbeelden genoeg. Denk uiteraard aan de Urgendazaak, de uitspraak over Shell en de CO2-uitstoot, het verbod op de uitvoer van F35-onderdelen naar Israël, het oordeel dat de bouwvrijstelling stikstof in strijd is met de Europese natuurbescherming en recent nog de uitspraak van de rechtbank Den Haag over Bonaire en klimaatverandering. We zullen de politieke ruimte en het politieke primaat terug moeten pakken, zodat de democratische wensen van Nederlanders ook de realiteit kunnen worden. Hoe reflecteert de minister hierop? En beziet de minister in dat licht bijvoorbeeld een constitutionele toetsing aan de klassieke grondrechten door afschaffing van artikel 120 van de Grondwet?
Voorzitter. Mijn entree in de Nederlandse politiek heeft mij twee dingen geleerd. Ten eerste heeft het me geleerd dat je niet van de verkeerde diversiteit moet zijn om bij sommige clubs te mogen horen. Ten tweede heeft het me geleerd dat veel mensen denken: zou hij zo hoog op de lijst van een rechtse partij hebben gestaan omdat hij van kleur is en omdat hij getrouwd is met een man? Een blanke Nederlander van over de 50 wordt ongeacht zijn kwalificatie en kwaliteit afgeschreven, alleen om zijn uiterlijke en culturele kenmerken. We hebben daar een woord voor. Hoe noemen we het ook alweer? Volgens mij is dat woord "discriminatie". Positieve discriminatie is een gruwel. Je wordt gereduceerd tot dat ene labeltje, dat ene hokje. Je bent van kleur, dus ben je voor herstelbetalingen voor het slavernijverleden. Je bent lhbti, dus ben je pro-Palestina. Je bent beide, dus ben je progressief links. En kan je nog vertrouwen op je eigen kunnen, als je tot de zogenaamde minderheid behoort? Hij zou wel hoog op die lijst hebben gestaan, las ik ergens, als excuus-allochtoon; hij is een bounty.
Voorzitter. Als ik ergens ook maar het lichte vermoeden zou hebben gehad dat mijn positie op de lijst van JA21 te maken zou hebben gehad met positieve discriminatie, dan had ik mijn zetel onmiddellijk teruggeven aan de partij. Maar het antwoord daarop is natuurlijk nee: bij ons, bij JA21, is er geen enkele plek voor discriminatie, ook niet voor positieve.
Voorzitter. Elke revolutie eet uiteindelijk z'n eigen kinderen op. Dat geldt ook voor het inclusie- en diversiteitsbeleid van dit ministerie. Uit schriftelijke vragen van JA21 bleek dat er miljoenen over de balk worden gesmeten voor verschillende cursussen, zoals de unconscious bias workshop en de advanced unconscious bias workshop. "Advanced" kan betekenen dat je de goede kant op gaat, of misschien is dat juist een probleem; ik heb geen idee. Ik ben ook wel even benieuwd of de minister tot die advanced-groep behoort of niet.
Een heuse inclusie-industrie. Alleen het afgelopen jaar gaf deze minister al €700.000 uit aan inclusiecursussen. Maar daarmee houdt het niet op, want voor het komende jaar staat er weer zo'n 3,5 miljoen euro in de boeken op de post "diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie". Ik citeer: "Een team dat het Rijk ondersteunt om diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusief denken en handelen op de werkvloer te bevorderen". Dat gaat over het team DGI. Graag een reflectie van de minister. Hoe rijmt hij de jacht op discriminatie aan de ene kant met quota die het voor bevolkingsgroepen oneerlijk, onmogelijk en ongelijk maken aan de andere kant?
Voorzitter, ik rond af. Laten we ons niet laten afleiden door een cursusje hier en een workshopje daar. Veiligheid is voor de lhbti-gemeenschap de basis. Toen ik met mijn Italiaanse man van Tilburg naar Utrecht verhuisde enkele jaren geleden, zeiden vrienden tegen mij: "In die en die wijk in Utrecht kun je niet wonen" en "Daar, daar en daar in Utrecht kun je eigenlijk niet hand in hand over straat". We zijn niet vrij tot we allemaal vrij zijn. Dat is een leus die we de afgelopen jaren veel op straat hebben gehoord. En inderdaad, de lhbti-gemeenschap is nog lang niet vrij in onze Nederlandse straten, net zomin als bijvoorbeeld onze Joodse gemeenschap. In alle bescheidenheid zeg ik: het zou mij een trots gevoel geven als ik een bijdrage kan leveren aan die vrijheid.
Dank u wel.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Clemminck. Ik wil u van harte feliciteren met uw maidenspeech. U had een mooi persoonlijk verhaal. Ik schors voor een enkel moment zodat u de felicitaties in ontvangst kunt nemen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
De heer Van Baarle is de volgende spreker op de sprekerslijst. Hij spreekt namens DENK. Ik wil hem uitnodigen voor zijn bijdrage in het debat.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, ik zal iets over mijn tijd heen gaan, want ik ga wat van onze tijd voor de AenM-begroting gebruiken. Dan weet u dat. Volgens mij wordt het ook netjes bijgehouden.
Uiteraard allereerst mijn complimenten aan iedereen die een maidenspeech heeft gehouden. Ik heb mooie en persoonlijke verhalen gehoord. Alle succes in dit huis.
Voorzitter. Het ministerie van Binnenlandse Zaken gaat over de overheid zoals mensen die elke dag ervaren, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een paspoort of ID en het inloggen met DigiD, en zorgt ervoor dat mensen erop kunnen vertrouwen dat verkiezingen goed verlopen. Daarom is deze begroting zo belangrijk: mensen ondervinden er direct het effect van wanneer het systeem faalt. De komende tijd gaan we graag met de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken het debat aan over alle nieuwe beleidsvoornemens op deze vlakken. Deze minister heeft nog drie weken, maar we wensen hem in ieder geval veel succes met de overdracht.
Het is in ieder geval goed dat het juk van de PVV van de regering af is geschud. De PVV is eigenlijk verworden tot een niet meer serieus te nemen romppartij, waar niet alleen kiezers, maar inmiddels ook Kamerleden van weglopen. Ik zou vooral willen zeggen: ga zo door. De destructie van de PVV is eigenhandig ingezet. Die implosie kunnen wij alleen maar toejuichen.
DENK gelooft in een weerbare democratie. Dat betekent dat een democratie zich moet verweren tegen gedachtegoed dat antidemocratisch is en ingaat tegen onze rechtsstaat. Wat ons betreft was de deelname van de PVV aan de regering een directe aanval op de democratie en de rechtsstaat. Dat bewindspersonen met racistische denkbeelden, antirechtsstatelijke denkbeelden, antimoslimdenkbeelden en xenofobe denkbeelden in het kabinet plaatsnamen, was een frontale aanval op onze Grondwet en alles waar we voor staan.
In de politicologie worden soms veertien karakteristieken aan het fascisme verbonden. Een daarvan is sterk en voortdurend nationalisme; dan denk ik bijvoorbeeld aan een politieke partij waar mensen met de prinsenvlag zwaaien. Een ander is minachting voor mensenrechten; dan denk ik aan een politieke partij die voortdurend voorstellen indient om bijvoorbeeld de Koran te verbieden of moskeeën te sluiten. Weer een ander is zondebokpolitiek; dan denk ik aan de retoriek die hiervandaan komt, waarin vluchtelingen worden vergeleken met ziektes, met plagen, met natuurrampen, met tsunami's. Nog een voorbeeld is militarisme; dan denk ik aan een woordvoerder die het had over rollende tanks door het prachtige weidelandschap van Nederland. Seksisme, controle van de vrije pers, obsessie met nationale veiligheid: als je strikt kijkt naar politicologische definities, hebben we eigenlijk gewoon een fascistische partij in de regering gehad. Wat zegt dat over de staat van onze democratie? Wat zegt dat over de weerbaarheid van onze democratie? Ziet de minister niet dat we eigenlijk een enorme bedreiging van onze democratische rechtsstaat hebben gehad en nog steeds hebben?
Voorzitter. Onze democratie wordt ook bedreigd door buitenlandse inmenging. Dieptepunten in de afgelopen tijd waren bijvoorbeeld de BBB ...
De voorzitter:
Aardig dat u even met me meedenkt, meneer Van Baarle. De heer Flach heeft een interruptie voor u.
De heer Flach (SGP):
Ik wil even de lofzang op de democratie onderbreken. Is democratie wat de heer Van Baarle betreft overal in de wereld de beste staatsvorm?
De heer Van Baarle (DENK):
Wat mij betreft onderschrijven we hier in Nederland met z'n allen de democratische en parlementaire rechtsstaat, maar ik denk dat we het allemaal eens zijn dat we aan de parlementair-democratische rechtsstaat hier in Nederland flink wat kunnen sleutelen en verbeteren. Filosofisch en politicologisch gezien is dit ook een lange discussie. Iemand zei weleens: de parlementaire democratie is niet altijd in alle opzichten optimaal, maar het is het beste systeem dat we op dit moment kunnen bedenken. Dat is ook gewoon zo. Dat moeten we met elkaar uitdragen. Dat moeten we onderschrijven. Dat moeten we koesteren. Wat DENK betreft is dat dus zeker zo. De parlementaire democratie moeten we altijd onderschrijven en uitdragen.
De voorzitter:
De heer Flach heeft een vervolgvraag.
De heer Flach (SGP):
Dat laatste ben ik zeker met de heer Van Baarle eens, maar hij had het ook over het weren van antidemocratische tendensen. Ik hoorde van de week op onze publieke omroep iemand die alle ruimte kreeg om uit te weiden over waarom hij vond dat de enige democratie in het Midden-Oosten ontmanteld zou moeten worden. Daarom stel ik ook de vraag: is dat overal op de wereld de beste staatsvorm? In feite is dat antidemocratisch. Hoe kijkt de heer Van Baarle daarnaar?
De heer Van Baarle (DENK):
Nou, kijk, ik pleeg met de heer Flach van inzicht te verschillen over de vraag of de staat die hij benoemt, namelijk de staat Israël, een democratie is. Ik vind dat je de staat Israël, die een apartheidsbeleid voert in de richting van Palestijnen — het Israëlische leger heeft laatst toegegeven dat er meer dan 71.000 Palestijnen zijn vermoord in Gaza — geen "rechtsstaat" kan noemen. Ik vind dat je dat geen "democratie" kan noemen. Dat noem je een "genocidale apartheidsstaat". Het standpunt van DENK is wat dat betreft altijd klip-en-klaar geweest: vormen van misdaad zoals apartheid, genocide en onderdrukking dienen plaats te maken voor een toekomst waarin iedereen gelijke rechten heeft, of het nou gaat om moslims, joden, christenen of wie dan ook. Daarin heeft het apartheidsbestel van Israël wat ons betreft geen plek.
De voorzitter:
Meneer Flach, tot slot.
De heer Flach (SGP):
Dat een bevriende natie als Israël een democratie is, behoeft eigenlijk geen betoog. Ze hebben gewoon een volksvertegenwoordiging. Er zijn daar mensen op dezelfde manier aan het werk als wij. Wat de heer Van Baarle hier eigenlijk zegt, is: antidemocratische tendensen wil ik vooral weren als ze niet voldoen aan mijn eigen standaarden. Dat is geen democratie. Als je antidemocratische tendensen wil weren, moet je ook consequent zijn. Dan zou je eigenlijk moeten zeggen: dan hoor je democratische structuren elders op de wereld dus ook niet te ondermijnen. Dit laat toch wel een bepaalde discrepantie zien.
De heer Van Baarle (DENK):
Welnee. Ik heb bepleit dat we onszelf moeten houden aan de principes in onze Grondwet en van onze rechtsstaat. Die principes gelden voor iedereen. Als een politieke partij het bij haar oprichting tot haar missie maakt om artikel 1 van de Grondwet uit te hollen voor meer dan 1 miljoen Nederlandse moslims en daar ook nog eens voorstellen toe doet, kun je onderschrijven dat dat een bedreiging is voor alles waar we voor staan. Maar dat geldt ook als het gaat om het internationaal recht. Als we een staat hebben die een genocide pleegt, apartheidsbeleid voert en allerlei dingen doet die in strijd zijn met het internationaal recht, kunnen we met elkaar zeggen dat het daarmee in strijd is en dat het geen plek dient te hebben in een wereld met een internationale rechtsorde. Dus welnee, meneer Flach, het is niet selectief shoppen. Het is gewoon keihard staan voor onze Grondwet en de principes die daaruit volgen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Het dieptepunt in de afgelopen tijd — ik had het over inmenging — was het zwaaien met een Israëlisch rapport door een politieke partij hier in de Kamer. Er is ook onderzoek waaruit blijkt dat politieke partijen een-op-een de teksten van de zionistische lobbyorganisatie CIDI oplepelen in dit parlement. Bij een andere politieke partij is er volgens de Israëlische krant Haaretz zelfs sprake van geweest dat medewerkers van de Israëlische ambassade in Den Haag een motie voor die politieke partij hebben geschreven. De PVV kreeg geld van zionistische clubs uit Amerika. Wie betaalt, bepaalt. Israël bespioneert instituten in ons land en Israëlische bewindspersonen mengen zich in de Nederlandse politiek. Het staat zelfs klip-en-klaar in het laatste Dreigingsbeeld Statelijke Actoren van de NCTV. Wat doet deze minister nou eigenlijk tegen deze vormen van inmenging door de regering-Netanyahu? Wat vindt de minister ervan dat politieke partijen in dit huis aan de leiband lopen — daar heeft het alle schijn van, gezien de voorbeelden die ik net opnoemde — van Israëlische beïnvloedingscampagnes?
Voorzitter. Dit ministerie is ook het coördinerend departement voor de aanpak van discriminatie en racisme, maar helaas ervaren nog te veel mensen in ons land discriminatie en racisme. Het is het vijfde jaar op rij dat het aantal meldingen hiervan in Nederland toeneemt. Het aantal meldingen bij het landelijk meldpunt voor discriminatie is verdubbeld. Dit is slechts het topje van de ijsberg, want uit onderzoek blijkt dat maar een op de tien mensen die discriminatie ervaren, er melding van maakt. Maar een op de tien. Wat gaat de minister doen om de meldingsbereidheid te verhogen? Het instituut dat hierin een cruciale rol kan spelen, is de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Dankzij een motie van DENK en D66 is deze nationaal coördinator in 2021 ingesteld. Sinds kort is diens rol eigenlijk geminimaliseerd tot slechts adviseren. Het is goed om in het coalitieakkoord te lezen dat er sprake moet zijn van een wettelijke verankering. Om die een handje te helpen, zal DENK op korte termijn een initiatiefwetsvoorstel presenteren om de NCDR wettelijk te verankeren en te versterken. We bereiden dat al een tijd voor. We zullen het dus binnenkort indienen.
Voor de tussentijd heeft de fractie van DENK twee amendementen ingediend, eentje over extra budget voor de nationaal coördinator en een over extra geld voor de algemene versterking van de bestrijding van discriminatie en racisme. Natuurlijk ontvangen wij graag een positief oordeel van de minister op onze amendementen.
DENK vindt dat de rol van gemeenten in de strijd tegen discriminatie niet onderschat mag worden. Van alle gemeenten voeren slechts 37 gemeenten een actief beleid tegen discriminatie. Vooral kleinere gemeenten hebben hier moeite mee. Hoe kunnen die kleinere gemeenten beter geholpen worden? Is het niet tijd om gemeenten te verplichten een actief antidiscriminatiebeleid te voeren en hen daarbij structureel te ondersteunen? Dat vragen wij al langer. Ik vraag de minister of hij bereid is dat te doen. Volgens mij werd dit onderzocht. Wat is daarvan de stand van zaken?
We lezen ook dat de minister bezig is met een nieuwe rijksinkoopstrategie. Hoe gaat hij hierbij maximaal de ruimte benutten om discriminatie als uitsluitingsgrond vast te leggen? Dat betekent gewoon dat een overheid die een contract afsluit, in alle gevallen niet samenwerkt met discriminerende bedrijven. Hoe zal dat worden doorgevoerd?
Dan de antidiscriminatievoorzieningen. Begin 2025 hoorden we dat er een nieuwe landelijke organisatie zou komen. Inmiddels zijn we in 2026, maar wat dit betreft lijkt het nog stil te zijn. Wat is de actuele stand van zaken? Is er een wetsvoorstel? Wanneer gaat dat in internetconsultatie? DENK wil echt dat meer vaart achter deze wet wordt gezet.
Voorzitter, tot slot. Moslimdiscriminatie is nog steeds een heel erg groot probleem in onze samenleving. Meer dan de helft van de moslims in Nederland geeft aan weleens discriminatie te hebben ervaren. Dames met een hoofddoek worden tot zeven keer minder uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Moskeeën in Den Haag, Waalwijk, Emmeloord en Middelburg zijn het afgelopen jaar opgeschrikt door intimidatie, haatincidenten en vernielingen, en dan zijn al die haatbrieven die verstuurd zijn naar vrijwel alle moskeeën in Nederland nog niet eens meegerekend. Het moet tijd zijn voor actie. Na onderzoek op onderzoek is de vraag hoeveel bewijs er nog nodig is voordat we kunnen erkennen dat moslimdiscriminatie gewoon een gerichte aanpak verdient, een eigen plan, een eigen aanpak. We zien een stevige inzet tegen andere specifieke vormen van discriminatie. Die is terecht, maar wanneer krijgt de discriminatie van moslims, een groep van meer dan 1 miljoen Nederlandse burgers, diezelfde aandacht? Op dit punt zullen we dus wederom een motie indienen.
Dan helemaal tot slot, voorzitter. Ik was één punt vergeten: de bewustwording rondom het slavernijverleden. Ik heb brieven en vragen gekregen vanuit maatschappelijke initiatieven. Zij geven aan dat het Aziatische deel van het Nederlandse slavernijverleden buiten de regelingen valt en onvoldoende aandacht krijgt. Ik zou graag aan de minister willen vragen of dat klopt en, als dat klopt, of hij bereid is om dat aan te passen.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Baarle. We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Flach. Hij spreekt namens de SGP. Overigens, meneer Van Baarle: de administratie laat ik even over aan de Griffie, want met uw tijd gaat het inderdaad iets anders.
Meneer Flach, we gaan naar u luisteren.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. "Jullie rechtsorde is de onze niet." Met deze leus trokken de krakers in Amsterdam in de jaren tachtig ten strijde tegen de overheid. Ze gebruikten zelfs grof geweld tegen de politie. Hun optreden was een dieptepunt in onze geschiedenis. Er is alle reden om hun gedrag en hun leus af te kraken. Je kunt niet zomaar afstand nemen van de rechtsstaat, en al helemaal niet met geweld. Onze rechtsorde verdient bescherming.
Inmiddels is onze rechtsorde helaas in een omgekeerde toestand beland: de overheid valt vreedzame burgers lastig en sluit ze zelfs op omdat hun opvatting haar niet bevalt. Ik heb het niet over Rusland, maar over Nederland. Als eerste voorbeeld noem ik het misplaatste optreden van de gemeente Tilburg tegen Tom de Wal. Een raadslid van de PvdA zei daar: Tilburg moet geen podium bieden aan gevaarlijke onzin die mensen uitsluit en valse hoop verkoopt. Kennelijk leeft zelfs bij volksvertegenwoordigers de gedachte dat de gemeente mag bepalen welke inhoud wel of geen podium krijgt. Hoezeer je ook bezwaren kunt hebben tegen het optreden van De Wal, daar gaat de overheid gelukkig niet over, net zomin trouwens als de overheid linkse onzin op een kieslijst mag belemmeren. Wat vindt de minister ervan dat klassieke vrijheden steeds vaker onder vuur komen? Wil hij het standpunt van het Openbaar Ministerie over deze casussen onder de aandacht van gemeenten brengen, zo vraag ik hem. De gemeente Utrecht maakt het zo mogelijk nog bonter. In november werden wakers bij een abortuskliniek aangehouden omdat ze overlast zouden bezorgen. En dat was niet de eerste keer. Inmiddels blijkt echter uit openbaar gemaakte stukken dat de aantijgingen nergens op slaan. De toezichthouders van de gemeente stonden met de neus boven op de wakers en stelden vast dat deze niemand hebben aangesproken. De reuring ontstond juist door de dolle mina's — ja, ze zijn weer terug. Toch negeert de politie het oordeel van de toezichthouders en arresteert de wakers op grond van de laster door de dolle mina's. Hoe is dit in een rechtsstaat mogelijk, minister? Wordt dit soort obstructie door tegendemonstranten betrokken bij de beoogde wetswijziging? Het is heel begrijpelijk dat dit soort situaties leidt tot vervreemding en verontwaardiging. "Is dit nog mijn rechtsorde?", vragen burgers zich vertwijfeld af, zeker als we zien dat vernielers en bekladders geregeld fluitend wegkomen.
Dan een ander onderwerp, voorzitter. Niet alleen elke burger, maar ook elke regio telt. Ondanks dit prachtige motto signaleert de SGP echter nog steeds het risico van een kansenkloof tussen regio's in ons land. Sommige regio's vallen in de prijzen doordat ze in meerdere landelijke programma's zitten, andere vallen overal buiten de boot. Denk bijvoorbeeld aan Rivierenland. De kloof tussen regio's kan hierdoor toenemen. Het is belangrijk dat de minister aangeeft dat elke regio recht heeft op een aanspreekpunt bij het Rijk, ook als men niet onder een landelijk programma valt. Kan de minister toezeggen dat dit aanspreekpunt ook een overleg kan organiseren tussen Rijk en regio om over een langjarige agenda te spreken? Dat zou helemaal passen bij de aanbeveling van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen om regionale kansenagenda's op te stellen. De SGP vindt het mooi om te lezen dat de minister inmiddels enkele keren een locatiekeuze heeft kunnen beïnvloeden bij de verdeling van rijkswerkgelegenheid. Tegelijk blijft het eerlijke verhaal dat onderbedeelde provincies er nog niet allemaal op vooruitgaan. Sommige gaan zelfs tijdelijk achteruit. Ook ontbreekt een duidelijk en concreet perspectief. Heeft de minister op basis van de inventarisatie binnen de regio's inmiddels voldoende gegevens om een tijdpad met concrete doelstellingen te maken? Dat is belangrijke informatie om verdere stappen te kunnen zetten in de nieuwe kabinetsperiode.
In de relatie tussen de overheden is de zuurgraad de afgelopen jaren behoorlijk opgelopen. Arbitrages en rechtszaken lijken het nieuwe normaal. De handelwijze rond het overdragen en korten op specifieke uitkeringen staat symbool voor een gebrek aan respect voor medeoverheden. Dat moet echt anders, en dat begint, heel eenvoudig, bij voldoende inzicht en transparantie. Als het gaat om de bestaande taken constateert de ROB dat het kabinet helaas niet of nauwelijks beweging laat zien. De SGP begrijpt dat we de taken en middelen niet in detail kunnen beschrijven, maar er moet wel meer inzicht komen in of beide nog steeds in balans zijn. Is dat de inzet van het gesprek van de minister?
Ik eindig mijn bijdrage niet bij de krakers in Amsterdam, maar bij de burgers van Moerdijk. Deze Brabantse Galliërs verzetten zich tegen de Romeinse reuzen van windmolens en waterstofcentrales. Het opheffingsbesluit van de gemeente roept diepe emoties op. Je denkt je als inwoner bijvoorbeeld al in dat je niet meer naar het graf van je geliefde zou kunnen gaan. Of denk aan de rijksmonumentale kerk uit 1815. Dit soort plekken kunnen we niet zomaar wegvagen met een sloopkogel en een graafmachine. In Groningen zijn bij het opheffen van dorpen de begraafplaatsen van Weiwerd en de kerk van Heveskes blijven staan. Wil de minister uitdrukkelijk leren van zulke voorbeelden? Ik zal dat ondersteunen met een motie in tweede termijn.
De voorzitter:
En daarmee bent u gekomen aan het einde van uw bijdrage? Dank u wel, dank aan de heer Flach. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Bikker in deze eerste termijn. Zij spreekt namens de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Voordat ik begin natuurlijk eerst de felicitaties aan collega Huizenga voor haar prachtige speech, waarin ik ook echt iets hoorde van een kloppend hart voor ons hele land. Dank je wel, ik kijk uit naar de samenwerking. Mijn felicitaties aan collega Boelsma-Hoekstra, die mij net al liet kennismaken met alle mooie dingen die Friesland kent. Ik denk eerlijk gezegd dat we eerder een Elfstedentocht hebben dan de tien steden van D66. Dat hoop ik in ieder geval, al moet de woningnood ook snel opgelost worden. Ik hoor iemand zeggen dat het een metafoor is, maar ik wil wel die Elfstedentocht. Felicitaties aan collega Van den Brink, die prachtig sprak over de vrijheden die hem gevormd hebben en die wat mij betreft ook onze toekomstige generaties mogen vormen. Ik kijk ernaar uit om daarin samen op te trekken. Ook mijn felicitaties aan collega Clemminck, die prachtig sprak over wat de identiteit van een land is en welke normen en waarden je deelt. Volgens mij is dat juist een gesprek dat hier moet plaatsvinden. Dat belooft wat voor de komende Kamerperiode.
Voorzitter. We leven in een sterke democratische rechtsstaat, maar toch voelt onze manier van samenleven soms kwetsbaar. We kunnen die zomaar kwijtraken; kijk naar de Verenigde Staten. Een stevige verankering van onze grondrechten en een fysieke, digitale en inhoudelijke bescherming van onze rechtsstaat zijn dus cruciaal. Daarom is het goed om dat bij deze begroting te bespreken. De weerbaarheid van onze democratie staat in deze tijden van nepnieuws en polarisatie onder druk. In de begroting schrijft de minister daarover: "Agressie, intimidatie en bedreiging ondermijnen het bestuur en zijn onacceptabel." Mooie woorden.
Tegelijkertijd heeft ook dit kabinet het lokale bestuurders wel razend ingewikkeld gemaakt, want het kabinet zei dat het de Spreidingswet wilde afschaffen, maar deed dat niet. Lokale bestuurders stonden daardoor vaak extra in de wind en worden soms zelfs bedreigd. Ik vind dat het kabinet, de minister van Binnenlandse Zaken voorop, burgemeesters en wethouders onvoorwaardelijk moet steunen in het uitvoeren van hun wettelijke taken. Ik vind dat deze minister en dit kabinet zich veel fermer moeten uitspreken voor de rechtsstaat en voor uitvoering van de wet, in plaats van steeds alleen maar te zeggen dat lokale bestuurders niet bedreigd mogen worden. De wet is hier vastgesteld. Daarom moet er onvoorwaardelijke steun zijn voor mensen die nu vol in de wind staan doordat we het hier in Den Haag niet goed hebben geregeld. Het tweede gebeurt telkens opnieuw doordat het eerste wordt nagelaten. Een veilige publieke taak is niet alleen een kwestie van instrumenten of protocollen, zou ik willen zeggen. Het gaat ook om houding, om gedrag: hoe staan we achter die lokale bestuurders? Die rugdekking is de afgelopen jaren, pijnlijk genoeg, uitgebleven. Ik ben benieuwd hoe de minister, die pas kort hier zit, hiernaar kijkt. Welke adviezen geeft hij hierin?
Voorzitter. Dan over de regio's. In Den Haag wordt veel gesproken over hoe we ervoor zorgen dat het fijn is om in elk dorp en in elke wijk te wonen. Na het rapport Elke regio telt! werd duidelijk dat er te weinig is geïnvesteerd om de leefbaarheid op een heel aantal plaatsen op peil te houden en de verschraling tegen te gaan. De Regio Deals, mét geld, waren daar het eerste succesvolle antwoord op. Toen kwam het kabinet-Schoof, dat hét kabinet van de regio zou worden. Dat is helaas geen waarheid geworden. Wel woorden, geen daden, geen middelen, geen concrete stappen, geen boter bij de vis.
Voorzitter. Wat zou het jammer zijn als het aanstaande kabinet ook een Randstadkabinet wordt, zonder investeringen in de Lelylijn, in infrastructuur of in betaalbare woningbouw. Vanochtend nog werd uit cijfers van het CBS duidelijk dat in 51% van alle buurten en dorpen essentiële voorzieningen uit beeld raken. Kernen en plattelandsgemeenten hebben daar last van. Neem bijvoorbeeld Oldebroek. Of neem het dorpje Varik, waar het café sluit, of een eindje verderop Ophemert, waar de supermarkt dichtgaat. Het leidt tot een spiraal van verschraling. Na het verdwijnen van dit soort voorzieningen dreigt het einde van de lokale basisschool en dan gaat het hard met het hele dorp. De ziel gaat eruit. Dat kunnen we keren, juist door beleid hier, juist door geld te regelen voor de woningbouw, juist door de procedures te vereenvoudigen, zodat jongeren een huis kunnen kopen of huren in hun eigen dorp, hun kinderen naar de basisschool om de hoek kunnen gaan en de sportvereniging in leven blijft. Daar zet de ChristenUnie zich voor in. Ik vraag de minister waarom dit kabinet nog steeds geen geld heeft kunnen vrijmaken voor dorpen als Varik en Ophemert.
Een ander treffend voorbeeld is de spreiding van de rijkswerkgelegenheid over het land. Dit is al jaren een breed gedeelde wens, ook door dit kabinet. Ik zie de inspanningen, maar de praktijk komt zo langzaam van de grond. Kan de minister uitleggen hoe dit komt? Welk stevig advies geeft hij mee, ook aan zijn opvolger en het opvolgende kabinet? Hoe gaan we dit anders doen?
Voorzitter. Dan de gemeentefinanciën. Als trouwe woordvoerders Binnenlandse Zaken zeggen wij allemaal: geen taken zonder knaken. Dat is erin geramd door al die wethouders Financiën. De verhoudingen tussen Rijk en gemeente staan namelijk onder druk. Dat moet anders. De magere reactie op de adviezen van de ROB helpt niet. De minister schuift ze grotendeels terzijde. Waarom is dat? Hoe gaat de herijking van het gemeentefonds plaatsvinden? Ik wil ook tegen de nieuwe coalitie zeggen: geef de gemeente alsjeblieft een langjarig, duurzaam perspectief. Begroten op incidenteel geld is namelijk niet te doen.
Ik rond af, voorzitter. Dit gaat over staatsrechtelijke vernieuwing. Dat had u al verwacht van de ChristenUnie. Ik word eigenlijk gewoon een beetje boos van de hele tijd dat gefilosofeer over die kiesdrempel, met als enig argument dat ons land daardoor beter bestuurbaar zou worden. Dat is een kulargument! Het feit dat ons land af en toe onbestuurbaar lijkt, ligt echt niet aan die kiesdrempel. Dat ligt aan mensen die weglopen, aan persoonlijke blokkades en aan afsplitsingen. Remkes heeft klip-en-klaar die kiesdrempel afgewezen, dus waarom zouden we dan weer dat pad opgaan? Het is arrogantie van de macht om zoiets voor te stellen, nota bene door partijen die zelf ooit drie of vijf zetels hebben gehad. Toevallig ben ik bezig met een initiatiefnota op dit thema. Daarmee zetten we het om in positieve energie. Ik maak namelijk heel graag, heel vaak en hopelijk met velen werk van een weerbare democratie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Bikker. We kijken uit naar uw initiatiefnota. Daarmee zijn we toegekomen aan de bijdrage van mevrouw Beckerman. Zij spreekt namens de SP. Mevrouw Beckerman heeft het woord.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. Mijn felicitaties aan al die mensen die hun maidenspeech hebben gehouden.
Wat voor samenleving willen we zijn, en welke overheid hoort daar dan bij? Dat is in essentie waar deze begroting om draait. Wij vinden deze begroting schraal. We zien ook dat de nieuwe coalitie er nog weer een schep bovenop doet. Een meritocratie op steroïden, is dat wat het komende kabinet wil? Een samenleving waarin de zogenaamd hoogste diploma's worden gezien als verdienste, waarin er zelfgenoegzaam wordt neergekeken en snoeihard wordt bezuinigd op de mensen die deze samenleving draaiende houden, en waarin er steeds meer ongelijkheid, competitie tegen elkaar en individualisering is. Het huidige demissionaire kabinet zette de rijksambtenaren al op de nullijn. Dat raakt juist de mensen met de laagste salarisschalen hard. Denk aan schoonmakers in dienst van het Rijk, gevangenispersoneel, douane-inspecteurs, beveiligers, mensen hier in het restaurant en de mensen die voor Rijkswaterstaat vandaag wél de weg op moeten. Zij zitten allemaal op de nullijn, terwijl hun salaris vaak al lager is dan wanneer ze niet voor de Rijksoverheid zouden werken en terwijl de kosten voor levensonderhoud oplopen. De huren stijgen, evenals de prijzen voor boodschappen, energie, vervoer en straks misschien ook nog het eigen risico. De nullijn is toch niet vol te houden, vraag ik aan het kabinet.
Maar daar kwam vrijdag ook nog het coalitieakkoord. En wat gebeurt er? Komen er nu, na hogere bonussen voor bankiers als eerste daad, hogere topsalarissen voor ambtenaren? In het vrijdag gepresenteerde akkoord staat het als volgt: "We houden de Wet normering topinkomens tegen het licht, geïnspireerd op Singapore." Singapore is een machomeritocratie, waar de overheidselite van topambtenaren en politici de hoogste salarissen ter wereld verdienen. Het is een meedogenloos systeem. Is dat de overheid die we willen: riante salarissen aan de top, maar het uitknijpen van de uitvoerders?
Voorzitter. Dan de bezuinigingen op de gemeenten. 70% van de gemeenten verwacht op termijn tekorten, die gezamenlijk oplopen tot circa 3,4 miljard euro. Een structurele bezuiniging van 2 miljard hangt nog steeds als zwaard van Damocles boven gemeenten. Dit is door het zittende kabinet tijdelijk afgezwakt, maar met tijdelijk geld kun je ook geen structurele taken financieren. Bovendien zorgt al het tijdelijke geld dat capaciteit van ambtenaren naar het schrijven van aanvragen en andere bureaucratie gaat, in plaats van naar de gemeenschap. De financiële klap komt alsnog.
Daarbovenop komt het kabinet-Jetten met nieuwe klappen, want ook gemeenten krijgen een deel van de snoeiharde bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid direct of indirect op hun bord. Zo wordt huishoudelijke hulp niet meer vergoed. Mensen die huishoudelijke zorg nodig hebben, worden aan de markt overgeleverd. Voor de mensen die die hulp niet zelf kunnen regelen, blijven de gemeenten daarin voorzien. Maar wat dat betekent, is onduidelijk. Ik noem ook het inkorten van de WW naar maximaal één jaar, waarna mensen vaak in andere uitkeringen zoals de bijstand komen. Bovendien wordt er onvoldoende geld vrijgemaakt voor de noodzakelijke bouw van echt betaalbare woningen.
En dan is er jeugdzorg, een wettelijke taak die gemeenten moeten uitvoeren, maar waar ze onvoldoende geld voor krijgen. Een structureel ontwrichtend element binnen de gemeentelijke begrotingen. Dat zegt niet de SP, dat zegt BDO, dat dit onderzocht heeft. Op deze taak heeft dit kabinet bezuinigingen ingepland die oplopen tot 1,8 miljard in 2028, en we zien het komende kabinet niet met een structurele oplossing komen. Wel komt er — hoe wrang — een eigen bijdrage in de jeugdzorg, iets waar D66 overigens eerder nog tegen was. En ja, jeugdzorg moet anders; de marktwerking en de bijbehorende bureaucratie moeten eruit. In plaats daarvan worden de problemen nu simpelweg doorgeschoven naar het sociaal domein, zodat ze alsnog op het bord van de gemeenten liggen, terwijl die al onvoldoende geld hebben. De harde bezuinigingen van het aankomende kabinet op zorg en sociale zekerheid zijn al een snoeiharde aanval, en als we niets doen aan de financiële positie van gemeenten, kunnen daar nog meer bezuinigingen op volgen.
Voorzitter. Wat voor samenleving willen we zijn en wat voor overheid hoort daarbij? In de afgelopen decennia is de overheid steeds meer ten dienste gaan staan van bedrijven en ontstond naar inwoners juist een gestold wantrouwen. Dat had het toeslagenschandaal, de ellende in Groningen en tal van crises tot gevolg. Juist nu zou het moment zijn om te bouwen aan een andere overheid, ten dienste van mensen. Geen diplomademocratie, maar een die alle inwoners op waarde schat. En juist nu keert het kabinet-Jetten I weer terug naar het oude: een opleving van het neoliberalisme, een meritocratie waarin vooral theoretische diploma's worden gezien als verdienste en de werkende klasse harde klappen krijgt.
In Nederland mag je op heel veel gronden niet discrimineren, maar een letterlijk discriminatieverbod op basis van klasse kennen wij niet. Op initiatief van de SP zou de minister onderzoeken of discriminatie op basis van sociaal-economische status kon worden toegevoegd. Hoe staat het met dat onderzoek? Het kan wel eens heel hard nodig zijn. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman. We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Struijs. Hij spreekt namens 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank allen, voor de maidenspeeches. Dat maakt je trots om hier te mogen werken. Het is ook een handreiking aan de samenwerking. Daar ben ik echt heel blij mee, fijne collega's.
Ik sta hier toch ook een beetje met een ander gemoed, omdat ik voel dat ik de kalkoen word die met de kerst wordt opgegeten. Je krijgt een uitnodiging van de nieuwe coalitie om vooral constructief te zijn, maar vervolgens is de vraag of je wel echt welkom bent met deze kiesdrempel. Laat ik duidelijk zijn: ik vind de samenwerking met groot of klein, bijvoorbeeld met DENK of de ChristenUnie, noem allemaal maar op, een verrijking voor de democratie. Nou, u kunt maar weten hoe wij erin zitten, en dat is vrij fanatiek.
Maar goed, dat gezegd hebbende: een compliment aan deze minister voor zijn openheid, zijn kennis en zijn toegankelijkheid. Ik hoop dat wij dit terug kunnen zien in het nieuwe kabinet. In de korte tijd dat u dit doet, vind ik het echt van grote klasse. Dat heb ik ook maar even gezegd.
Dan nog even waar het hier om gaat: de begroting. Wij maken ons zorgen over de disbalans. Er is al meer over gesproken, maar laten wij even inzoomen op een paar dingen. 350 miljoen herverdelen voor chronisch zieken, die extra gedupeerd worden: hoe dan en waar dan? Hoe is die verdeelsleutel en waar zitten de meeste zieken? Ik zou hierop graag een reflectie willen van de minister. Hoe gaat hij dat dadelijk doorgeven aan de toekomstige minister?
Dan de ROB. Ook deze spreekt van een disbalans. Daar maken wij ons zorgen om. Ik weet dat er al wat schrale antwoorden zijn, maar ik zou iets meer verrijkende taal willen horen. Hoe gaan we het voor elkaar krijgen dat die disbalans eruit gaat, op basis van gelijkwaardigheid met de gemeenten? Er liggen veel voorbeelden onder, maar ik zou toch een beschouwing van deze minister willen horen op dit domein. Wat zet hij in zijn memo voor de toekomstige minister? Er is sprake van disbalans als het gaat om de Wmo, de Jeugdwet, veiligheid, klimaat, woningbouw en noem maar op. Die moeten we opheffen. Er zijn veel problemen die we in deze democratie kunnen oplossen in samenwerking met de gemeenten. Dit blijft wel een zorgpunt voor ons.
Dan ondermijning. Ik ben enorm geschrokken van de gesprekken die ik heb met mensen die in gemeenteraden zitten, met wethouders, met eenieder die de democratie op lokaal niveau een warm hart toedraagt. Ik hoor van politiemensen maar ook van anderen dat bedreigingen een verdienmodel zijn geworden in onze democratie. Wat ik ook hoor, is dat ze het bewaken en beveiligen niet meer aankunnen. Dan heb ik het over de dynamische beveiliging, maar ook over de statische beveiliging. We zien namelijk dat er steeds meer druk komt om panden of instellingen te beveiligen, of het nou gaat om instellingen met een religieuze achtergrond, moskeeën of joodse instellingen, of noem allemaal maar op. Ze kunnen het niet meer waarmaken. Ik ben het van harte eens met wat de VNG zegt: die samenwerking tussen het landelijke stelsel bewaken en beveiligen en het lokale stelsel moet verbeteren. We hebben het hier namelijk wel over de hoeders van onze democratie en die moeten fatsoenlijk hun werk kunnen doen. Dus graag een reactie op mijn vraag over deze vorm van beveiligen, met name de samenwerking tussen landelijk en lokaal, via het stelsel bewaken en beveiligen, en op de vraag waar we kansen zien om die te verbeteren.
Ik wil ook even stilstaan bij de zorgfraude. Ik weet dat de minister gaat verwijzen naar VWS, maar het is te gek voor woorden dat gemeentes weten waar de dubieuze bureautjes zitten, die landelijk echt voor meer dan 10 miljard aan het frauderen zijn, maar dat als zo'n frauduleus bureautje gaat vertrekken van de ene gemeente naar de andere, die informatie niet gedeeld mag worden. Ziet de minister de mogelijkheid om dit vanuit zijn functie in samenwerking met onder andere VWS en Justitie en Veiligheid te verbeteren? Dit is namelijk een gemeenschappelijk probleem, vind ik.
Misschien ga ik met iets raars eindigen. Ik ben de Kamer in gekomen met de grap dat ik zo dicht mogelijk bij de wc's wil zitten, omdat ik van 50PLUS ben. Nou, dat heb ik geweten! Maar ja, het had ook iets profetisch. Mensen die ernstige medische aandoeningen hebben, durven namelijk de straat niet meer op omdat er geen publieke toiletten meer zijn. Mensen vereenzamen omdat ze de boodschapjes niet meer durven te doen, omdat ze weten dat daar geen publieke toiletten zijn. Ik weet dat dit ook bij VWS hoort, maar ik wil toch deze minister aanmoedigen — ik verzoek hem om dat te doen — om dit zo snel mogelijk samen met VWS en de gemeenten op te lossen, zodat we allemaal van het publieke domein gebruik kunnen maken. Ik als 50PLUS'er wil aan deze demissionaire minister een belofte doen. Zo gauw hij dit voor elkaar krijgt, wordt het eerste publieke toilet naar hem vernoemd. Daar gaan wij van 50PLUS ons hard voor maken.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank aan de heer Struijs. We komen bij de laatste bijdrage in deze eerste termijn van de zijde van de Kamer. Die is van mevrouw Lammers van de Groep Markuszower. Het is ook haar maidenspeech, begrijp ik. Ik geef haar daartoe graag het woord. Mevrouw Lammers.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Bij deze begroting Binnenlandse Zaken gaat het formeel over cijfers, maar het zou moeten gaan om iets fundamentelers, namelijk hoe deze regering omgaat met lokale democratie, met gemeenschappen en met de rechtsstaat.
Voorzitter. Allereerst de voorgenomen gemeentelijke herindeling in de Liemers: Duiven, Westervoort, Zevenaar en Doesburg moeten opgaan in één gemeente. Dat wordt gepresenteerd als vanzelfsprekend en noodzakelijk, maar dat is het niet. Daar willen wij dan ook zeer terughoudend mee zijn. Dit lijkt namelijk schaalvergroting om de schaalvergroting, met als gevolg meer afstand tot het bestuur en verlies van lokale identiteit. Neem de Hanzestad Doesburg, een eeuwenoude stad die al in 1237 stadsrechten kreeg, die het geweld van de Tachtigjarige Oorlog meemaakte, inclusief inname door de geuzen. Een herkenbare, trotse stad, waarvoor mensen hun leven hebben gegeven. Haar voortbestaan staat hier op het spel. Inwoners worden voor een voldongen feit gesteld.
Voorzitter. Ik wil ook aandacht besteden aan het dorp Moerdijk. Het plan om een dorp van ongeveer 1.100 inwoners te laten verdwijnen, een besluit dat mensen raakt in hun bestaan, in hun tradities, in hun sociale netwerken, in hun toekomst, en dat onder het mom van industriële uitbreiding en energietransitie. Dan wil ik toch vragen: van wie zijn die gemeenten eigenlijk, van bestuurders of van inwoners? Dat moet hier toch centraal staan? Het is toch van groot belang dat als het gaat om existentiële vragen over het voortbestaan van een dorp of stad, inwoners zelf direct hierover zeggenschap hebben? Nu wordt er over hen geregeerd, in Moerdijk zelfs door gemeenteraadsleden die zelf niet eens in Moerdijk wonen. Daarom moet dit besluit van tafel worden geveegd. Wij dienen daarom een motie in die voorstelt dat inwoners zich via een verplicht referendum kunnen uitspreken over fusies of opheffing van hun gemeente of delen daarvan.
Voorzitter. Dan even over Extinction Rebellion. We kennen het patroon inmiddels. Wegen worden geblokkeerd, infrastructuur wordt platgelegd en de wet wordt bewust overtreden. Dat wordt weggezet als activisme, ook onlangs nog door deze BBB-minister in het commissiedebat IVD-aangelegenheden. Maar laten we eerlijk zijn. Dit is links-extremisme. Het demonstratierecht is namelijk geen vrijbrief om de samenleving te ontwrichten of hulpdiensten te hinderen. Meerdere deelnemers aan deze acties zijn reeds veroordeeld voor hun criminele gedrag. Misschien wordt het vandaag ook tijd om vast te stellen dat de misdrijven die deze XR-extremisten begaan, bijna net zo ernstig zijn als het handelen van bestuurders, de burgemeesters die niet optreden. Wij zullen de minister verzoeken op te treden wanneer burgemeesters die door hem zijn aangesteld, niet handhaven.
Voorzitter. De kern is simpel. Democratie betekent dat je mensen serieus neemt en dat je inwoners een grote stem geeft bij existentiële vragen over hun dorp, hun gemeente en hun stad. Eeuwenoude gemeenschappen kunnen we niet zomaar laten verdwijnen. Daarnaast is het van groot belang dat eenieder die zich schuldig maakt aan strafbare feiten en de leefomgeving van mensen aantast, misschien zelfs wel levens verwoest, onmiddellijk wordt aangepakt. Iedereen die hier gemakzuchtig mee omgaat en weigert in te grijpen, moet hiervoor verantwoordelijk worden gehouden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Lammers. U zei in alle bescheidenheid dat u geen felicitaties hoeft, maar ik feliciteer u toch met uw maidenspeech. Mooi. Ik schors voor tien minuten. We gaan om 14.50 uur stemmen. Dan hebben we tevens de gelegenheid om in de schorsing mevrouw Lammers te feliciteren.
De algemene beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Ik schors tot 14.50 uur. Dan gaan we over tot de stemmingen. Dank u wel.
De vergadering wordt van 14.40 uur tot 14.50 uur geschorst.