Tweede Kamer, 41e vergadering

  • Begin14:00
  • Sluiting23:26
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn 146 leden der Kamer, te weten:

Aartsen, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, Belhirch, Van den Berg, Van Berkel, Bevers, Biekman, Bikker, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Boswijk, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Bart van den Brink, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Van der Burg, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Erkens, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heinen, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Chris Jansen, Frederik Jansen, Jumelet, Karremans, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lahlah, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Martens-America, Van Meetelen, Van Meijeren, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vermeer, Vervuurt, Vijlbrief, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Yeşilgöz-Zegerius, Zalinyan en Zwinkels,

en mevrouw Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei, viceminister-president, de heer Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mevrouw Tielen, staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, en mevrouw Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

De voorzitter:

Ik open de vergadering van dinsdag 10 februari 2026.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Coenradie

Vragen van het lid Coenradie aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij afwezigheid van de minister van Justitie en Veiligheid, over het bericht "Agent met gezin ondergedoken na ophef over arrestatie onder Bollendak in Utrecht".

De voorzitter:

Aan de orde zijn de mondelinge vragen. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Coenradie voor haar mondelinge vraag namens JA21 aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die ik van harte welkom heet in ons midden. Het woord is aan u, mevrouw Coenradie.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Voorzitter. Een politieagent in Nederland die simpelweg zijn werk doet en een aanhouding verricht in het centrum van Utrecht, zit vandaag ondergedoken met zijn gezin. Dat is niet vanwege criminele dreiging en niet vanwege een fout van zijn kant, maar mede omdat zijn eigen werkgever hem keihard voor de bus gooide. Dit is geen incident, maar keihard systeemfalen. Een agent die handhaaft in een wetteloos geworden gebied wordt publiekelijk neergezet als dader. Zijn naam lekt uit en zijn gezin wordt bedreigd, en wat krijgt hij van de politietop? Geen rugdekking, geen duidelijkheid en geen bescherming. Wel horen we: begrip voor de ophef. We horen afstandelijke, procedurele verklaringen die vooral bedoeld lijken om politieke schade te beperken en niet om een agent te beschermen.

Voorzitter. Dit incident legt iets heel dieps bloot, namelijk een diepgewortelde angstcultuur onder agenten. Dat hoor ik iedere dag weer vanuit hen. Dit is het gevolg van jarenlang politiek wegkijken, het pamperen van relschoppers, een elite die sneller buigt voor online verontwaardiging dan dat die pal staat voor hun eigen mensen en een politietop die meer bezig is met de politieke arena dan met blijk geven van goed werkgeverschap. Ik mis leiderschap. Dat mis ik niet alleen bij de politietop, maar ook bij de VVD-minister van Justitie en Veiligheid. Een leidinggevende die zijn mensen namelijk niet beschermt in de eerste uren, beschermt ze nooit. Vertrouwen is de zuurstof van handhaving. Zonder vertrouwen is er geen gezag, zonder gezag is er geen orde en zonder orde kun je dag zeggen tegen de rechtsstaat. Mijn vraag aan de minister is: kan hij heel duidelijk aangeven waarom deze agent ondergedoken zit en uit welke hoek of hoeken deze dreiging volgens hem komt? Waarom is er niet onmiddellijk publiek en ondubbelzinnig rugdekking gegeven door de politieleiding en de minister? Waar waren ze toen ze nodig waren? Welke concrete maatregelen neemt de minister vandaag, niet morgen, om deze agent en zijn gezin nu en eventueel in de toekomst te beschermen? Hoe gaat de minister herstellen dat agenten zich veilig voelen om hun werk te doen zonder angst om bij de eerste mediastorm te worden opgeofferd voor beeldvorming? Tot slot: heeft het lokale gezag in Utrecht volgens de minister de situatie wel op orde, of wordt handhaving beïnvloed door maatschappelijke en politieke druk?

Tot zover.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Rijkaart:

Voorzitter, dank u wel. We hadden al afscheid genomen van elkaar, maar ik ben hier namens de minister en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, omdat zij afwezig zijn vanwege het uitvoeren van hun werkzaamheden in de Eerste Kamer, ten bate van het Wetboek van Strafvordering. Ik heb nog geprobeerd om een van de twee hier te krijgen, maar mijn meedenken werd helaas niet beloond.

De voorzitter:

We zijn blij met uw aanwezigheid, minister.

Minister Rijkaart:

Ik ga proberen de vragen van mevrouw Coenradie toch zo goed mogelijk te beantwoorden. Zij vraagt of ik duidelijk kan aangeven waarom deze agent ondergedoken zit en uit welke hoek de bedreigingen komen. Indien bedreigingen richting politiemedewerkers van deze aard zijn, die zeer ernstig zijn, kan er overgegaan worden tot veiligheidsmaatregelen. Die veiligheidsmaatregelen zijn inmiddels dus genomen. Ik kan niet ingaan op de individuele casuïstiek en de aard en omvang van deze maatregelen, natuurlijk ook vanuit het oogpunt van de veiligheid van deze politiemedewerker en zijn gezin. Wel kan ik zeggen dat er een strafrechtelijk onderzoek is gestart naar het doxen van deze agent.

Mevrouw Coenradie vroeg ook waarom er dan niet onmiddellijk publiek en ondubbelzinnig rugdekking is gegeven door de politieleiding en de minister van Justitie en Veiligheid. Zowel de politiechef als de korpschef hebben verklaard dat de bedreigingen richting politiemedewerkers ontoelaatbaar en onverteerbaar zijn. Als minister van Binnenlandse Zaken en ex-medewerker van de politie kan ik niet anders dan mij daar heel erg bij aansluiten. Ik weet uit eigen ervaring wat de impact is als je in je huiselijke situatie bedreigd wordt. Ik wil dan ook mijn steun uitspreken voor de politiemedewerker en zijn naasten. De minister van Justitie en Veiligheid heeft diverse keren, ook laatst nog, in een debat over geweld tegen hulpverleners, in zijn algemeenheid uitgesproken dat geweld tegen politieagenten, tegen alle hulpverleners, ontoelaatbaar is. Daar dient wel bij opgemerkt te worden dat een minister zich in principe nooit uitspreekt over individuele casuïstiek.

Welke concrete maatregelen neemt de minister vandaag om de agent te beschermen? Dat is primair een werkgeversverantwoordelijkheid. Ik weet dat de werkgever, in dit geval de politie, de bedreigde medewerker sociale, emotionele en juridische hulp biedt in deze casus, naast de eerder genoemde beveiligingsmaatregelen, natuurlijk. Verder kan ik geen uitspraken doen over de veiligheidsmaatregelen rondom die politiemedewerker.

Hoe ga ik voorkomen dat politiemedewerkers zich onveilig voelen rondom doxing, in dit geval, nu en in de toekomst? Doxing is strafbaar geworden per 1 januari '24, kan ik daarvan zeggen. Dat wil niet zeggen dat je dan direct maatregelen hebt. Het is aan de medewerker, in samenwerking met het korps en de juridische hulp die daarbij zit, om aangifte te doen om op die manier over te kunnen gaan tot strafvervolging.

Dan vroeg u of de leiding van de politie Utrecht — dat is zelfs Midden-Nederland, uit mijn hoofd gezegd — een en ander op orde heeft, meen ik. Ik moet u heel eerlijk zeggen dat ik daarvan als minister van Binnenlandse Zaken op dit moment eigenlijk geen beeld heb. Dat laat uw vraag wellicht onbevredigend onbeantwoord.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Hier was ik al een beetje bang voor. Dit staat namelijk echt wel af van wat daar daadwerkelijk aan de hand is. De eerste reactie van politie Midden-Nederland, wat de minister goed zei, was echt wel anders. Zij snapten de ophef, was de primaire reactie: "Wij snappen de ophef en gaan dit verder onderzoeken." Dat is toch geen vorm van rugdekking? Daar spreekt toch geen vertrouwen uit? Dat is toch niet achter je mensen gaan staan? Dat is toch ontzettend koorddansen in plaats van gewoon direct staan voor je mensen? Dat is allereerst.

Daarnaast wil ik graag weten of het kabinet bereid is om het gesprek aan te gaan met politie Midden-Nederland. Ik krijg namelijk aan alle kanten duizenden reacties van politie door heel Nederland heen dat het mis is met de cultuur, dat er een angstcultuur heerst. Zeker als het gaat om politie Midden-Nederland, krijg ik door dat echt heel veel zaken niet op orde zijn. Ik wil echt meer duidelijkheid. Ik wil concretere antwoorden. Ik wil meer toezeggingen. Ik wil meer het gevoel krijgen dat de politie deze agent maar ook alle agenten verder op straat niet alleen laat staan en dat ze worden omarmd door het kabinet.

Minister Rijkaart:

Over de ophef die is ontstaan: het is mij natuurlijk wel duidelijk geworden dat er ophef in de samenleving is ontstaan. Daarbij wil ik wel aantekenen dat die ophef vanuit twee kanten komt, zowel in negatieve zin naar de agent waar we het hier over hebben toe als in positieve zin naar de agent toe om hem te steunen en rugdekking te geven. Kunnen wij met de politie Midden-Nederland in gesprek gaan? Die vraag stelt u aan mij als bijna afscheidnemend minister van Binnenlandse Zaken. Die moet ik echt doorgeleiden naar mijn collega, zodat u er bij hem echt op aandringt dat dat vanuit uw punt zeer gewenst is, natuurlijk met de inhoud en de duiding die u daar zojuist bij heeft gegeven, want u heeft wel een boodschappenlijstje meegegeven. Dat zijn de vragen die ik even genoteerd heb.

De voorzitter:

Afrondend, mevrouw Coenradie.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Afrondend. Ik wil toch echt graag de toezegging dat het kabinet dat er nu nog zit — daar zitten we nu ook in — gewoon simpelweg de moeite doet om richting het volgende kabinet te zeggen: luister eens, jullie gaan heel snel met politie Midden-Nederland om tafel om hier deze wanorde aan de kaak te stellen.

Minister Rijkaart:

Die toezegging krijgt u van me.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik wil beginnen met de politieagent in kwestie en zijn gezin heel veel sterkte te wensen. De politieagenten in Nederland doen vaak onder heel moeilijke omstandigheden hun werk, moeten snel beslissingen nemen en zijn er gewoon voor om mensen die stelen, zoals in dit geval, op te pakken. Wat hier gebeurd is, is echt een groot drama voor het gezin en voor de politieagent in kwestie, maar ook voor andere politieagenten, die zien dat een collega inderdaad gewoon voor de bus wordt gegooid.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Mijn vraag is: wie wil er nog in Nederland politieagent worden — die hebben we kei- en keihard nodig — als je op deze manier eigenlijk voor de bus gegooid wordt door je eigen baas? Kan de minister daarop antwoorden? Dit is toch een heel slecht signaal voor nieuwe mensen die wij willen werven als politieagent?

Minister Rijkaart:

Dat is eigenlijk een oproep aan de samenleving van Nederland en niet zozeer aan de minister, maar het is natuurlijk wel een zeer relevante vraag: wie wil er nog politieagent worden? Het gaat dan niet alleen over deze casus, maar het gaat in de volle algemeenheid over hoe men in de samenleving naar de politie kijkt en wat de agenten allemaal te verduren staat in de uitvoering van hun dagelijkse taak. Dat is een zorgwekkend iets. Ik beschouw dit dan ook als een algemene vraag die ik om daar goede nota van te nemen doorgeleid naar de opvolger van de minister van JenV, want het is een zorg in zijn algemeenheid.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Ook ik zeg eerst even inleidend: dat een agent en zijn gezin moeten onderduiken, is echt onacceptabel. Dat er, wat de aanleiding ook is, vervolgens persoonsgegevens worden gedeeld en zelfs misbruikt om iemand te bedreigen, kan niet. Ik wil ook mijn medeleven uitspreken naar de agent, zijn gezin en kinderen thuis. Dat delen van gegevens, oftewel doxing, is in 2024 strafbaar gesteld; dat hebben wij hier in de Kamer gedaan. Maar ik vraag me af wanneer dit nou daadwerkelijk leidt tot een veroordeling. Lukt het nu om mensen daadwerkelijk goed voor de rechter te krijgen en op te sporen?

Minister Rijkaart:

Dat is een vraag van technische aard, waarvan ik eerlijk gezegd moet zeggen dat ik het antwoord zo niet paraat heb. De wetgeving bestaat pas sinds kort, dus daar moeten cijfers van te vinden zijn, maar uit mijn hoofd, zo even ad hoc, durf ik die niet te geven.

Mevrouw Faber (PVV):

Weet u, het is een opstapeling van getreiter en gesar tegen agenten. Dan treedt een keer een agent op en dan laat de politiechef Midden-Nederland de agent gewoon keihard vallen. Dit terwijl heel Nederland — heel Nederland — het gewoon spuug- en spuugzat is, die haat in de straat en al dat gedoe en dat tuig. Denkt u nou echt dat deze vrouwen dit hadden geflikt bij een agent in Verweggistan? Ik denk het niet. Wat moet er nou eens een keer gaan gebeuren voordat de minister zich niet hult in allerlei mooie taal van medeleven en zegt "we gaan een onderzoek doen" en "we doen toezeggingen", maar eens een keertje echt ingrijpt? Dan moet de minister niet komen met "ja, ik weet het niet". De regering spreekt met één mond, dus ik verwacht een concreet antwoord van deze minister.

Minister Rijkaart:

Eigenlijk is het antwoord daarop zeer eenvoudig: een afspraak staat totdat we een nieuwe afspraak hebben. De politie houdt zich aan de wet- en regelgeving die haar gegeven is, de ambtsinstructie die daarbij hoort en de protocollen die daarvoor staan. Als wij als samenleving — daar zijn wij hier met z'n allen bij; het kabinet, maar ook u als Kamer — zeggen dat er een steviger kader moet komen voor de politie om op te treden, dan is het aan u allen, vooral na de 23ste, om daarover samen in gesprek te gaan om te komen tot concrete voorstellen om die verankering steviger weg te zetten.

Mevrouw Faber (PVV):

Kijk, dat bedoel ik nou. Er komt weer een heel verhaal met allerlei woorden over protocollen en weet ik veel wat, maar er moet wat gebeuren. U kunt niet zeggen, zeg ik u via de voorzitter, dat deze Kamer hier niet over begint elke keer. Elke keer als er gedoe is met de politie — we hebben het bijvoorbeeld gehad over de jaarwisseling — uiten we ons ongemak, wat we ervan vinden en "dit kan zo niet". Dat hebben wij tig keer naar voren gebracht. Maar dit kabinet doet niets! Wij geven dit signaal, maar waarom doet u nu gewoon niks, zeg ik u via de voorzitter. Dit kabinet kan toch ook een keer de handschoen oppakken. U kunt niet zeggen dat de Kamer dat niet doet. Het is het kabinet dat alles van zich afschuift en zegt "ja, openbare orde valt onder de burgemeester en we hebben protocollen", maar een minister kan ook iets. U zit er toch niet voor Pietje Snot? Dat bedoel ik niet beledigend.

Minister Rijkaart:

"De minister kan toch ook wat doen." Nou ja, in de beperkte dagen die er nog zijn, wordt dat wel heel lastig. De minister van JenV heeft terdege diverse maatregelen aangekondigd, ook naar aanleiding van casussen in de afgelopen periode, onder andere rondom de rellen in Den Haag, waar geroepen werd om meer uitrusting en dergelijke. U kunt zeggen dat het een beetje een procesantwoord is, maar als iemand die nog niet zo gek lang geleden politieagent was, weet ik als geen ander dat ook zij zich op straat aan gewoon die protocollen en processen hebben te houden. Dan kunnen we wel zeggen "dat moet meer" en "dat moet steviger" en dergelijke, maar dan zeg ik: ja, ik denk dat ze dat op straat misschien ook wel willen, maar binnen de wet- en regelgeving waaraan zij zich moeten houden is het hun niet gegeven om dat te doen. Daar moet u toch in de komende periode als Kamer en nieuw kabinet samen over in debat.

De heer Stoffer (SGP):

Een van de grootste theologen aller tijden, Maarten Luther, zei ooit: als ik zou weten dat morgen de wereld vergaat, zou ik vandaag nog een boom planten. Als je minister bent en je hebt nog twee weken te gaan, verwacht ik wel dat je denkt "ik doe die twee weken er nog alles aan om dit land beter te maken" en niet "over twee weken zien we wel weer wat mijn opvolger doet". Deze agent heeft te maken met heel veel narigheid. Zijn privégegevens worden gedeeld, foto's gaan over het internet — nu nog steeds; die gaan gewoon rond. Mijn vraag is: wat doet dit kabinet, wat doet deze minister om dat te voorkomen? Dan wil ik niet het antwoord "over twee weken ziet mijn opvolger dat wel", maar ik wil weten wat er nú gedaan wordt. We hebben nog twee weken te gaan en dit gezin zit nog twee weken in de narigheid. Dat kunnen we niet toelaten.

Minister Rijkaart:

Ten aanzien van het nog twee weken in de narigheid zitten heb ik net uitgelegd dat die procedures lopen en onder de werkgeversverantwoordelijkheid vallen. Wat heeft deze minister nou concreet gebracht? Nou, dat kan ik u vertellen. In de afgelopen zes maanden is de politiepraktijk nog nooit zo dicht in het kabinet verwoord geweest als met de aanwezigheid van deze minister. Deze minister heeft meermaals en op ondubbelzinnige wijze de ruwe en rauwe werkelijkheid onder ogen gebracht van de minister van JenV, die daar goed nota van heeft genomen. Wat hij daarmee doet, is echter aan hem en zijn opvolger. Maar ik weet zeker dat hij goed tussen zijn oren heeft geknoopt wat de rauwe werkelijkheid van de dagelijkse politiepraktijk met zich meebrengt. Dat daar maatregelen uit moeten volgen, heeft hij in beperkte mate ook aangekondigd. Dat zal zijn opvolger ook in verdere mate moeten doen.

De heer Stoffer (SGP):

Ik geloof dat ongetwijfeld, dat iemand die uit de praktijk komt, zijn dingen naar voren brengt. Dat doe ik ook hier in de Kamer met de praktijk waar ik zelf uit kom. Maar we moeten wel constateren dat deze agent met zijn gezin gewoon al ik weet niet hoelang in de narigheid zit. Als iemand dat aan kan voelen, denk ik inderdaad dat dat deze minister is. Wat heeft het kabinet nu concreet gedaan om te zorgen dat deze man, met zijn gezin, gewoon weer zijn normale leven kan leiden? En wanneer kan dat dadelijk? Hij zit immers nog steeds ondergedoken en het gaat niet goed. Er is toch echt wel wat aan de hand. Ik verwacht wel te horen wat er de afgelopen tijd is gedaan en wat er de komende twee weken nog bovenkomt. Wat de opvolger doet, zien we dan wel weer. De minister is een instituut, niet een persoon. De minister is een instituut en dat gaat gewoon door. Het is een doorgaande lijn. We hebben altijd een minister.

Minister Rijkaart:

Die ervaring heb ik helaas zelf ook. Wat heeft het kabinet nu concreet gedaan? Nou, dat durf ik niet te zeggen. Ik weet wel dat er protocollen in werking zijn gesteld om deze agent, en ook zijn naasten, in veiligheid te brengen. Hoelang duurt dat? Zolang als nodig is. Dat is heel vervelend om te zeggen, maar ik weet uit eigen ervaring dat er intensief aan wordt gewerkt om dat zo kort mogelijk te laten duren. Over de specifieke details van hoe, wat, wanneer en op welke wijze deze agent weer zijn normale leven kan hervatten, kan ik helaas geen uitspraken doen. Dat is enerzijds omdat ik dat niet weet en anderzijds omdat het uit het oogpunt van het onderzoek en de veiligheid gewoon niet verantwoord is om dat te delen in de Kamer.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Ik wil de minister graag vragen wie de baas is op straat in Utrecht. Zijn dat de criminelen en de straatterroristen of is dat de politie? Uit de uitzending van Bureau Utrecht bleek al dat de politie in bepaalde wijken in Utrecht überhaupt niet meer kan komen door de totale chaos en het geweld. Nu moet de politie zelfs onderduiken. Mijn vraag aan de minister is dan ook hoe hij de slappe rol van de burgemeester in dit geheel beoordeelt en wat hij daar dan aan gaat doen.

Minister Rijkaart:

Er wordt hier een heel specifieke casus in combinatie met een televisie-uitzending met de vragen van mevrouw Coenradie verbonden. Daar kan ik gewoon geen antwoord op geven in deze constructie.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Politie is een prachtig vak. Dat hoef ik deze minister niet te zeggen. Het is ook een heel zwaar vak en het wordt zwaarder en zwaarder. Wat deze agent is overkomen gun je werkelijk je ergste vijand niet. Dat wil ik hier echt gezegd hebben. Dat gaat alle perken te buiten. Ik vraag de minister of hij ons kan informeren over hoe de politie omgaat met bedreigingen van agenten, want dat komt meer en meer voor. Ik begrijp goed dat dit een werkgeversaangelegenheid is, maar ik wil dat als volksvertegenwoordiger graag weten en er ook met de minister over in debat gaan. Kan hij dat geven?

Minister Rijkaart:

Ik denk dat het goed is om daar even schriftelijk op terug te komen, zodat u wat tastbaars in handen heeft om dat debat verder te voeren.

De voorzitter:

Dat noteren we als een toezegging.

De heer El Abassi (DENK):

Laat ook ik beginnen met zeggen dat het verschrikkelijk is dat een agent moet onderduiken. Tegelijkertijd is het verschrikkelijk dat de twee dames in kwestie bedreigingen naar hun hoofd geslingerd krijgen en dat ook de advocaat bedreigingen krijgt. Het is allemaal verschrikkelijk. Dat brengt mij misschien ook bij mijn vraag. Ik hoor dat hier vragen worden gesteld over dat de politiechef niet achter de mensen staat, dat de collega voor de bus gegooid wordt, dat collega's hem keihard laten vallen. Vindt de minister niet dat juist de politiechef hier voor de bus gegooid wordt?

Minister Rijkaart:

Die indruk heb ik niet. De politiechef heeft gereageerd op hetgeen is gepresenteerd op dit moment. Daar volgt nog nader onderzoek naar. Zoveel mensen, zoveel meningen overigens. De casus die u schetst, dat ook de dames in kwestie en de advocaat inmiddels bedreigd zijn, was mij nog niet bekend. Dat vind ik overigens evenzeer ontoelaatbaar.

De heer El Abassi (DENK):

De advocaat heeft dat gewoon publiekelijk gedeeld, dus dat is gewoon te achterhalen. Ik heb het over: vanuit de politiek. Er wordt hier door verschillende politici beweerd dat de politieagent door de politiechef voor de bus gegooid wordt, terwijl we een onderzoek hebben. Dat is niet onafhankelijk; ik had gepleit voor een onafhankelijk onderzoek, maar goed. Uit dat onderzoek is naar voren gekomen: disproportioneel geweld als het gaat om die trap en om die wapenstok, precies datgene waarvan mensen rillingen kregen. Dan is het toch niet gek dat een politiechef aangeeft dat de politiechef heel goed begrijpt dat deze situatie gevoelig ligt bij de mensen? We gooien de politiechef toch juist voor de bus door te zeggen dat hij niet genuanceerd moet doen?

Minister Rijkaart:

Volgens mij heeft de politiechef zich zeer genuanceerd uitgelaten in de media. De uitspraak van de politiechef was — ik zal die niet tot op de letter nauwkeurig citeren — dat het geweld proportioneel was, deels niet proportioneel. Met de verdere inhoud van welk deel dat dan was, ben ik helaas niet bekend. Dat zal later nog bekend worden, gok ik zo.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik kom maar gelijk ter zake. Het protocol bewaken en beveiligen omschrijft veel dingen voor personen die op basis van een systeem en van punten in aanmerking komen voor statische en dynamische bewaking, maar de incidenten bij politiemensen zijn niet beschreven in het stelsel bewaken en beveiligen. Ik wil heel graag een reflectie van de minister op de vraag of het stelsel bewaken en beveiligen kan worden aangescherpt, zodat er niet elke keer na een incident heel snel een oplossing moet worden gevonden in een of ander vakantiepark of een safehouse en zodat de kinderen naar school kunnen et cetera, et cetera. Mijn vraag aan de minister is dus of hij bereid is om met zijn opvolging en de minister van Justitie te kijken naar een aanscherping, zodat we dit veel professioneler kunnen oppakken. Ik weet als geen ander dat dat niet gebeurd is.

Een tweede vraag die ik hier echt even kwijt moet, is of we er niet ook eens over moeten nadenken of de politiechef in Utrecht of de korpschef van Nederland een onafhankelijke rol moet krijgen. Zij moeten namelijk nu ook de eindbeoordeling doen.

Minister Rijkaart:

Dan vraagt de heer Struijs eigenlijk enerzijds of we politiemensen kunnen onderbrengen onder het stelsel bewaken en beveiligen. Die vraag moet ik echt doorgeleiden naar de minister van Justitie, die natuurlijk verantwoordelijk is voor dat stelsel. De heer Struijs doet ook de suggestie dat de politiechef een meer onafhankelijke rol moet krijgen. Er zitten in het protocol al diverse onafhankelijke beoordelaars, dus mijn eerste indruk is dat de onafhankelijkheid daarmee voldoende geborgd is.

De voorzitter:

Meneer Struijs, uw tweede vraag.

De heer Struijs (50PLUS):

Dat laatste deel ik niet, want de reactie is, zoals ik zelf als politiechef heb meegemaakt: reageer maar niet. Ik wil dat elke politiechef een zelfstandige professionele beoordeling kan maken en zo achter zijn mensen kan staan en dat hij niet nog een keer naar een commissie moet voor een eindbeoordeling. Geef politiechefs dus de ruimte om sneller achter hun mensen te gaan staan. Dat is mijn oproep aan de minister en ik hoop dat hij die wil doorgeleiden.

Minister Rijkaart:

Dat wil ik zeker.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Hier ontstaat natuurlijk weer ruis over de vraag of iets proportioneel is of niet. Dat heb je op het moment dat je gewoon geen goede politiewoordvoering doet. Ik heb begrepen dat een afhoudtrap in deze zaak hartstikke proportioneel is. Dat mag gewoon; het is een van de technieken die worden geleerd. Is de minister het nou met me eens dat dit gewoon hoort bij het politievak of gaan we hier nou toch weer ruis creëren?

Minister Rijkaart:

Een politieagent die handelt in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, zoals dat zo mooi heeft, heeft conform het geweldsmonopolie het recht om geweld te gebruiken. Dat is hier overduidelijk het geval geweest. Of dat proportioneel is, wordt dan inderdaad later beoordeeld. Je moet dat sowieso melden en dan treden daarvoor de nodige protocollen in werking. Laat daar dus geen ruis over bestaan. Hoort een afhoudtrap in een voorkomend geval bij het werk? Ja, dat kan dus het geval zijn. Is dat dan per definitie proportioneel? Dat wordt aan de achterzijde beoordeeld.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Dat is beoordeeld door een geweldscommissie, die overigens niet de publieke opinie dient maar gewoon bedoeld is voor een intern lerende organisatie. Daar is volgens mij duidelijkheid over, maar het wordt elke keer met heel veel ruis omgeven. Dat brengt me in ieder geval wel bij de volgende vraag. Politieagenten hebben ook wel behoefte aan bodycams; die worden wel ingezet maar worden bij lange na niet door iedereen gedragen. Ik begrijp uit interne informatie dat dat met een gebrek aan geld te maken heeft. Leve de nieuwe coalitie die daar heel veel geld in steekt. We moeten afwachten waar dat dan weer ergens blijft, maar zou deze minister voor de tijd dat hij hier zit, ook richting het nieuwe kabinet, in ieder geval kunnen kijken of dat geld daadwerkelijk naar de agenten op straat gaat die hier gewoon behoefte aan hebben?

Tot slot ben ik erg benieuwd of deze minister misschien nog een boodschap heeft voor de betreffende agent in Utrecht.

Minister Rijkaart:

Dat is eigenlijk een oproep om dit, uiteraard met mijn collega van JenV, als warme aanbeveling door te geleiden naar het nieuwe kabinet en zijn opvolger.

Voordat ik terugkom op uw laatste vraag heb ik nog een cijfer over het aantal doxinggevallen die we hebben binnengekregen. Er waren in 2024 23 doxingzaken, maar ik heb helaas geen cijfer van het aantal veroordelingen, waar concreet om gevraagd werd.

Heb ik een boodschap voor die agent? Die heb ik al in mijn eerste inleiding gegeven. Ik heb mijn medeleven betuigd. Ik weet wat het is en wat de impact is. Ik kan niet anders dan hem in deze moeilijke tijd heel veel sterkte wensen voor hem én zijn naasten, want dit raakt ook zijn naasten.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.

Vragen Beckerman

Vragen van het lid Beckerman aan de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport over het bericht "Asbest in speelzand voor kinderen: 'Dit is echt heel ernstig'".

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Beckerman voor haar vragen namens de fractie van de Socialistische Partij aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ik heet de staatssecretaris van harte welkom. Het woord is aan mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

Goedemiddag. Er is asbest aangetroffen in speelzand voor kinderen. Het Algemeen Dagblad liet twaalf producten met speelzand onderzoeken in een laboratorium. In zes daarvan zat asbest. Veel kinderen spelen of hebben gespeeld met dit zand, thuis of op een kinderdagverblijf, op de opvang of op school. Decennia nadat je vezels hebt ingeademd, kun je longkanker of asbestkanker krijgen. Hoe groot het risico is voor kinderen die met het zand hebben gespeeld, is vooralsnog moeilijk te zeggen, maar de onderzoekers zijn zeer geschrokken. Heel veel ouders, medewerkers en leraren maken zich nu grote, grote zorgen, en terecht. Asbest in kinderspeelgoed is verontrustend.

In andere landen is de vondst van asbest in speelzand heel voortvarend opgepakt. In Australië moesten scholen dicht, zodat het asbest kon worden verwijderd. België hoorde via het nieuws in Nederland over de vondst van asbest. Daar is inmiddels een crisiscel gevormd met vier ministers. Er is ook direct een verkoopverbod ingesteld, het zand wordt weggehaald uit klaslokalen, ouders krijgen duidelijke instructies over wat ze moeten doen met het zand dat ze thuis hebben, en er is een zwarte lijst. Zojuist werd ook duidelijk dat fabrikanten van het zand de aanwezigheid van asbest hebben bevestigd. Het is dus vervuild. In Nederland hebben wij tot nu toe eigenlijk niks gezien, behalve vooral een staatssecretaris die onderzoeken wil afwachten. Neemt u het zekere voor het onzekere, vragen we haar. Wat gaat u nu doen?

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris. Ik verzoek de leden via de voorzitter te spreken.

Mevrouw Beckerman (SP):

Excuus.

Staatssecretaris Tielen:

Dank u wel, voorzitter. Speelgoed moet veilig zijn. Al onze producten moeten veilig zijn, maar speelgoed al helemaal. Kleine kinderen zitten er namelijk inderdaad aan en eten het soms op, of nemen het in ieder geval in hun mond. Speelgoed kent dus de hoogste veiligheidswaarborgen, ook in de wet. Volgens de wet is asbest verboden in speelgoed.

Ik snap heel goed wat mevrouw Beckerman vraagt, aangezien we hebben gezien dat er in Australië, en ook in België, inderdaad actie is ondernomen. In België gebeurt er overigens eigenlijk hetzelfde als in Nederland; in België praten ze er alleen meer over. Zodra er vanuit Australië signalen waren, is de NVWA begonnen met het voorbereiden van een onderzoek om aan de ene kant analyses te doen en aan de andere kant in te schatten hoe groot de risico's daadwerkelijk zijn. Mevrouw Beckerman verwees daar al naar.

Na het artikel van vorige week, van journalisten van het Algemeen Dagblad, is er ook direct contact opgenomen met de brancheorganisatie om afspraken te maken met de bedrijven, handelaren en speelgoedimporteurs die te maken hebben met dit soort producten. Met die afspraken werden zij nog maar eens gewezen op hun verantwoordelijkheid dat hun producten de wet moeten volgen, en dat ze dus geen asbest mogen bevatten. Ik heb overigens nog een stap overgeslagen. Via het Europees meldsysteem is in december al direct gekeken of de in Australië verkochte producten ook in Europa en in Nederland op de markt waren, en zo ja, wat daar dan mee moest gebeuren. Daaruit bleek dat overigens niet. Vandaar dat de NVWA toen begonnen is om een onderzoek op te zetten, daarbij vorige week door het AD tot snelheid gemaand.

Mevrouw Beckerman (SP):

Poeh, voorzitter. Dit is wel heel mager. In België ondernemen ze actie, maar ik zie hier een staatssecretaris die wil doen alsof we dingen doen maar die vooral wil afwachten. De zorgen bij ouders en medewerkers zijn echt heel groot. Juist doordat België de druk heeft opgevoerd, erkennen fabrikanten nu dat hun product vervuild is. Ik wil de staatssecretaris dan maar gewoon heel concrete suggesties doen voor maatregelen die ze zou kunnen nemen. Als ze wil, kan ze slechts met ja of nee antwoorden. Eén. Bent u bereid om het voorzorgsbeginsel toe te passen met een onmiddellijke verkoopstop en terugroepactie?

Staatssecretaris Tielen:

De NVWA heeft vorige week met de brancheorganisatie en alle aangesloten speelgoedimporteurs afgesproken dat zij geen producten verkopen die niet aan de wet voldoen. Zoals mevrouw Beckerman inmiddels heeft kunnen constateren, zijn op een aantal onlineverkoopplatforms alsook in speelgoedwinkels de producten niet meer te koop.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dat is dus gebeurd omdat platforms zelf verantwoordelijkheid nemen, en niet omdat dit hun wordt opgedragen, terwijl we veel meer het zekere voor het onzekere nemen als het kabinet die opdracht geeft.

Voorzitter. Dan ons tweede voorstel. Bent u bereid te borgen dat dit zand uit klaslokalen en kinderopvangen verdwijnt, dus niet alleen wanneer scholen of opvangen zelf het initiatief nemen, maar ook gewoon door centraal te zorgen dat dit verdwijnt, zoals België ook doet?

Staatssecretaris Tielen:

Volgens mij is uiteindelijk het belangrijkste dat kinderen niet in aanraking kunnen komen met potentieel gevaarlijk speelzand. Volgens mij is het daarvoor belangrijk dat de juiste partijen en de juiste erbij betrokken organisaties de acties nemen die daarbij horen. Zoals ik al zei, heeft de NVWA vorige week met de brancheorganisatie, en via hen met alle speelgoedimporteurs, afspraken gemaakt over de verkoop en import van de producten. Aan kinderopvangbedrijven, scholen en vooral ook ouders is al de oproep gedaan om het zekere voor het onzekere te nemen, en als zij zeker willen zijn gewoon af te zien van speelzand.

Mevrouw Beckerman (SP):

"Als zij het zekere willen nemen?" Daarvoor zou het kabinet zich toch ook verantwoordelijk moeten voelen? Dan doe ik maar mijn derde suggestie: bent u bereid om net als België een nationale crisisstructuur in te richten, zodat wij al deze acties beter kunnen coördineren?

Staatssecretaris Tielen:

Dat is al aan de hand. Dat is wat ik net al zei in mijn eerste antwoord op de vragen van mevrouw Beckerman. In Nederland en België lopen ongeveer dezelfde acties. Alleen, ik praat er minder hard over, omdat ik vind dat we niet paniek moeten zaaien maar gewoon actie moeten ondernemen. Ik weet niet hoe vaak, maar ik heb veel contact met de NVWA. Die zit hier bovenop. De NVWA is ervoor verantwoordelijk om de wetten over productveiligheid en zeker ook over speelgoedveiligheid te handhaven, daar toezicht op te houden en waar nodig de acties te nemen die nodig zijn.

Mevrouw Beckerman (SP):

Juist als je paniek wil voorkomen, is het goed om daadkrachtig in te grijpen.

Staatssecretaris Tielen:

En dat doen we dus.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dat zien wij gewoon niet. We zien dat België dat wel doet en dat fabrikanten daar ook duidelijk en in het openbaar op reageren. Een van de ministers in België zei: koop geen Chinese brol! Dat was heel duidelijk. Er is ook een instructie voor ouders. Wil het kabinet ook met zo'n instructie komen over hoe ouders hiermee om moeten gaan?

Staatssecretaris Tielen:

Volgens mij zijn er al handreikingen gemaakt door verschillende expertorganisaties die aan de ene kant verstand hebben van productveiligheid en aan de andere kant van kinderen en plekken waar kinderen zijn. Ik wil best bekijken of ik daar nog iets aan toe moet voegen. Maar nogmaals, volgens mij zit daadkracht in dingen doen en niet zozeer in er heel hard over praten.

Mevrouw Beckerman (SP):

Daadkracht zit in dingen doen. Wij zien een staatssecretaris die vooral naar anderen wijst, terwijl er in België een crisisteam is dat daadwerkelijk dingen doet en daardoor dus ook dingen in beweging krijgt. We horen ook van België dat door de relaxte houding van Nederland bedrijven in België moeilijk meewerken. Is de minister bereid om samen met België in Europa te pleiten voor een invoerstop voor speelzand?

Staatssecretaris Tielen:

Ook daar geldt weer dat je er heel hard over kunt praten, maar dat je gewoon dingen moet doen. Ik ben al in contact met België om aan de ene kant te kijken wat er in de Europese systemen mist waardoor we niet al na de signalen van Australië hebben kunnen zien wat er precies op ons afkomt. Daarnaast ben ik zeker bereid om samen met België op te trekken. Nogmaals, dat heb ik al met België besproken. Het gaat om samen optrekken om te zorgen dat producten waar onze kinderen mee spelen, speelgoed — daar gaat het hier om — voldoen aan de veiligheidsnormen die we met elkaar hebben afgesproken om de gezondheidsrisico's te verlagen.

De voorzitter:

Afrondend, mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dit is dan mijn laatste concrete actie. Ik zie dat de staatssecretaris heel laconiek is.

Staatssecretaris Tielen:

Nee, helemaal niet. Nee.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik zie dat ze heel laconiek is. Wanneer kan ze de Kamer precies informeren? In november is dit al aangetroffen in Australië. Daar zijn al scholen gesloten. Wij moeten echt nog wachten op onderzoeken. Wanneer kan de staatssecretaris ons informeren, inclusief over welke acties er dan wél worden ondernomen?

Staatssecretaris Tielen:

Nogmaals, de kwalificaties van mevrouw Beckerman werp ik echt verre van mij. Laat mij toezeggen dat voordat een beoogd iemand anders deze rol overneemt, ik nog een brief naar de Kamer stuur met de stand van zaken van wat wij de afgelopen weken al gedaan hebben en dat ik uw Kamer ook informeer over wat er uit het nu lopende onderzoek van de NVWA komt. Laat mij inderdaad zeggen dat ik het van groot belang vind dat we zowel ouders als andere opvangorganisaties en scholen, die veel met kinderen en met speelgoed voor kinderen te maken hebben, zo goed mogelijk informeren over hoe zij gezondheidsrisico's zo klein mogelijk kunnen houden.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Vooropgesteld, de gezondheid van onze kinderen is natuurlijk een heel groot goed. Precies daarom dient speelgoed gewoon veilig te zijn. Je hoeft geen paniek te zaaien, maar je moet wel het zekere voor het onzekere nemen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of de huidige regelgeving precies dat doet, dus het zekere voor het onzekere nemen. Of zouden we ervoor moeten zorgen, vraag ik de staatssecretaris, dat je ten tijde van een onderzoek naar de veiligheid van dit soort producten, dit soort speelgoed voor kinderen ook de mogelijkheid hebt om te zeggen dat het in de tussentijd gewoon niet verkocht mag worden?

Staatssecretaris Tielen:

Ik wil niet in een juridisch steekspel komen, maar dat is precies waarom de NVWA vorige week met de brancheorganisatie contact heeft opgenomen om alle bij haar aangesloten speelgoedhandelaren en speelgoedimporteurs te wijzen op de risico's die er vanuit Australië en het AD-onderzoek zijn opgegeven, wat betekent dat producten niet aan de wet voldoen en dat de bedrijven daar actie op moeten ondernemen en dus de verkoop moeten stoppen zolang ze niet kunnen bewijzen dat hun producten veilig zijn. Dat is gebeurd.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ook wij maken ons zorgen over de berichtgeving ten aanzien van het speelzand. Duidelijk moet zijn dat de gezondheid van kinderen vooropstaat. Het kan echt niet zo zijn dat we dit op deze manier toelaten op de Nederlandse markt. Ik hoop wel echt dat er nog extra inspanningen worden gedaan vanuit het kabinet om ervoor te zorgen dat we deze producten op korte termijn uit de schappen gaan halen. Ik wil bij dezen ook de vraag aan de staatssecretaris stellen wat zij gaat doen richting de NVWA om hen nog meer in staat te stellen de handhaving op te pakken. Ik weet dat de NVWA wat onderzoek heeft verricht in de afgelopen tijd, maar op dit moment zien we dit product gewoon op de Nederlandse markt. Dat is onacceptabel.

Staatssecretaris Tielen:

Ik heb heel veel contact met de NVWA, precies hierover, om ervoor te zorgen dat zij zo goed mogelijk maar ook zo snel mogelijk kunnen komen met daadwerkelijke resultaten. Dat zijn aan de ene kant analyses van de producten; daar hebben we al een en ander over in het nieuws kunnen lezen naar aanleiding van het onderzoek van AD-journalisten. Daarnaast gaat het om het kunnen inschatten van de risico's, dus om wat het betekent. Asbest is een gevaarlijke stof. Tegelijkertijd is het ook een stof die overal wel een beetje voorkomt. We hebben normen over asbest: dat mag gewoon niet in speelgoed zitten. Tegelijkertijd moeten we ook weten wat het betekent qua gezondheidsrisico's, hoe die eruitzien en wat we ermee moeten doen. Daarvoor is de NVWA nu dingen op een rijtje aan het zetten. Ik heb daarover heel erg veel contact met hen. Dat loopt heel snel door. Nogmaals, voordat ik het stokje overdraag, zorg ik dat uw Kamer daarover goed wordt geïnformeerd.

Mevrouw Wendel (VVD):

Ik begrijp dat de staatssecretaris zegt dat de NVWA de kwaliteit controleert. Ik vind het echt belangrijk dat dat snel gebeurt, want het gaat om de gezondheid van onze kinderen. Ik vind de nieuwsberichten echt zorgwekkend. Ik wil de staatssecretaris dus vragen wat ze concreet gaat doen om ervoor te zorgen dat dit met de aller-, aller-, allerhoogste prioriteit wordt opgepakt zodat het bovenaan de stapel ligt, er dag en nacht gewerkt wordt om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven en het speelgoed voor onze kinderen echt veilig is.

Staatssecretaris Tielen:

Dat gebeurt. De NVWA heeft daar een rol in, maar ook de bedrijven zelf. Dat is waarom de NVWA al bij de eerste signalen vorige week, of eigenlijk al naar aanleiding van de situatie in Australië, contact heeft opgenomen met de bedrijven. We hebben een hele duidelijke wet. Bedrijven moeten zelf bewijzen dat hun producten veilig zijn. Dat moeten ze zelf doen. Ondertussen maakt de NVWA een analyse van de producten waar het om gaat en via welke kanalen die verkocht worden. Ondertussen worden bedrijven er ook, nogmaals, op gewezen dat zij geen producten mogen verkopen die niet aan de wet voldoen. Daarbij trek ik samen op met mijn Belgische collega. Er komen dagelijks duizenden containers de havens van zowel Rotterdam als Antwerpen binnen met allerlei producten uit China. Die kunnen we niet 100% controleren. We moeten dus ook proberen om te kijken of we meer toegangsgarantie kunnen krijgen. Dat is echt iets wat we op Europees niveau moeten doen. Dat heeft dus niet zozeer iets met deze zaak te maken, maar daar zijn we wel mee bezig.

Mevrouw Beckerman (SP):

Of we moeten minder Chinese troep importeren …

Staatssecretaris Tielen:

Of kopen.

Mevrouw Beckerman (SP):

… maar dat is eigenlijk niet de vraag die ik wilde stellen. Ik wil nog één keer terugkomen op die hele simpele maatregel: nu een verkoopstop, oftewel het toepassen van het voorzorgsprincipe. Wat is nou de reden dat de staatssecretaris die maatregel niet wil nemen? Ik hoor haar over juridische risico's en over dat bedrijven het zelf moeten inschatten, maar wat nou als we er over een paar weken achter komen dat ze echt niet aan de wet voldoen?

Staatssecretaris Tielen:

Bedrijven hebben de verantwoordelijkheid om producten te verkopen die volgens de wet veilig zijn. Dat is hun verantwoordelijkheid. Als ik niet kan bewijzen dat die producten daaraan niet voldoen, dan kan ik ze niet zomaar uit de schappen halen. Zo simpel is het. Bedrijven moeten dus zelf bewijzen dat het veilig is. Dat zijn we nu aan het doen. Heel veel bedrijven hebben op basis van de signalen die er nu liggen, al gezegd: we kunnen dat niet bewijzen, dus dan verkopen we het niet.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dit is natuurlijk wel heel lastig, want dan gaan we door met het verkopen van producten die mogelijkerwijs asbest bevatten en waar kinderen ernstig ziek van kunnen worden. Ik zal straks bij de regeling van werkzaamheden een debat aanvragen, want ik vind dat we nu en in de toekomst veel harder moeten kunnen optreden, ook met onze toezichthouder. Erkent de staatssecretaris dat de toezichthouder hierin eigenlijk een veel grotere taak zou moeten kunnen krijgen om te voorkomen dat dit soort producten überhaupt op onze markt komen, in plaats van dat we achteraf zeggen "ja, dat is hun eigen verantwoordelijkheid"?

Staatssecretaris Tielen:

Ik voel heel goed mee met wat mevrouw Beckerman wil en wenst. Ik had het net al over al die containers met spullen die er dagelijks binnenkomen. Tegelijkertijd doen we nu wat we kunnen met de NVWA en verwacht ik dat we zorgen dat er geen speelgoed bij kinderen komt dat volgens de normen niet veilig is. Dat houden we nu echt wel tegen.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor haar beantwoording.

Vragen Podt

Vragen van het lid Podt aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht "NVWA: zorgen om lage naleving toepassing gewasbeschermingsmiddelen in snijbloemen".

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Podt voor haar vragen namens de fractie van D66 aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, die ik van harte welkom heet. Het woord is aan mevrouw Podt.

Mevrouw Podt (D66):

Voorzitter. Valentijnsdag staat weer voor de deur. Veel mensen verrassen dan iemand die ze liefhebben met een mooie bos rozen of andere bloemen, iets dat voor hen staat voor aandacht, zorg en liefde. Maar achter dat bosje bloemen gaat ook een andere werkelijkheid schuil. Je haalt er ongemerkt ook een heleboel bestrijdingsmiddelen mee je huis in. Dat raakt niet alleen consumenten, maar vooral de mensen die dagelijks met deze bloemen werken, in de kas, op het land en in de verwerking. Zij staan direct bloot aan deze middelen. Uit onderzoek van de NVWA blijkt dat bij een groot deel van de gecontroleerde snijbloementelers de regels voor gewasbeschermingsmiddelen niet worden nageleefd. Middelen worden te vaak, te zwaar of zelfs verboden gebruikt. De naleving van regels is de afgelopen tijd niet verbeterd, maar juist verslechterd. Voor D66 is dit onbegrijpelijk en staat de gezondheid van telers, werknemers, consumenten en bloemisten voorop. Daarom heb ik hierover een aantal vragen aan de minister.

Allereerst over naleving en handhaving. Hoe verklaart de minister dat onder haar bewind de naleving van de regels met een derde is verminderd? Erkent zij dat het huidige handhavingsbeleid niet werkt? Wat heeft de minister de afgelopen twee jaar gedaan om de naleving wel op orde te krijgen? Ik neem aan dat de minister, net zoals ik, geschrokken is van de berichtgeving van de NVWA. Welke stappen heeft zij genomen sinds dit bericht naar buiten is gekomen?

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Wiersma:

We zijn er bijna, voorzitter. Ik heb het spreekgestoelte altijd graag wat hoger staan.

Dank, voorzitter. Dank ook aan het lid Podt voor het indienen van deze vraag. De NVWA heeft inderdaad de gegevens gepubliceerd van de inspecties die zijn uitgevoerd in de jaren 2024 en 2025. Die gegevens gaan over snijbloemen onder glas. Van de 71 inspecties die zijn uitgevoerd, bleken 43 gevallen niet in orde. Dat is die 39% waar mevrouw Podt aan refereerde. Ik ben het helemaal eens met de NVWA, die communiceerde dat dit zorgwekkend is. U kent mij als een minister die gezegd heeft dat naleving van de voorschriften van het grootste belang is om veilig gebruik voor mens en dier en wat betreft het milieu te kunnen garanderen; dat is ook de reden waarom het Ctgb de voorschriften opstelt. Ik vind dat we die met elkaar echt in stand moeten houden.

Ik vind ook dat de sector hierin meer verantwoordelijkheid moet nemen. De NVWA gaat op dit moment al het gesprek hierover aan met de sector en gaat ook stappen zetten om de naleving in deze sectoren te verhogen. Een onderdeel daarvan is bijvoorbeeld het zwaarder sanctioneren van overtredingen. Dat geldt in algemene zin, maar zeker voor bedrijven die herhaaldelijk de fout in gaan. Er wordt gekeken of er iets aan dat sanctieregime kan gebeuren. Die maatregelen onderschrijf ik overigens van harte.

We hebben hier eerder een debat gehad over het niet naleven als het gaat om middelen waarvoor een vrijstelling gegeven is. Ik heb recent in een Kamerbrief aangegeven dat het helaas niet mogelijk is om bedrijven die niet naleven als het gaat om die vrijstellingen, in de toekomst van deze vrijstellingen uit te sluiten. Dat kan niet. Ik ben het van harte met de NVWA eens dat je dat sanctieregime moet opschroeven, juist voor het draagvlak voor het wel kunnen toepassen van middelen die van belang zijn.

De NVWA kijkt ook of zij, wat betreft de openbaarmaking, de inspectieresultaten kan uitbreiden. Zij wil ook de samenwerking met andere toezichthouders vergroten, om daarmee het aantal overtredingen dat wordt opgespoord, te vergroten. Daarin trekken wij samen met de NVWA op. Daar sta ik ook van harte achter.

Daarnaast is men in de afgelopen "bewindstijd" — zo noem ik het maar — gestart met het uitwerken van een benchmarksysteem. Dat is een eerste aanzet. Dat is volgens mij heel belangrijk om zicht te kunnen krijgen op het gebruik en de toepassing binnen de verschillende sectoren, ook op bedrijfs- en perceelniveau. In de sector van sierteelt onder glas zit het natuurlijk net anders in elkaar, maar dit is iets waar ik groot voorstander van ben.

Het volgende idee is aan mijn opvolger, want over twee weken staat hier een ander bewindspersoon. Ik kan me voorstellen dat we uiteindelijk toegaan naar een ander systeem. Dat zou beginnen met dat benchmarksysteem, dat veel meer inzicht geeft in de individuele toepassing als het gaat om bedrijven. Maar in de diergeneeskunde is het bijvoorbeeld heel gebruikelijk om een registratie van middelen te hebben waarbij ook de eindgebruiker, de boer … Ik kom zo tot een einde, voorzitter, maar dit is volgens mij een heel belangrijk punt, dat ik graag aan deze Kamer wil meegeven. Ik denk dus aan een soortgelijk systeem als in de diergeneeskunde, want daar is het heel gebruikelijk dat middelen die toegepast worden, wel verantwoord en geregistreerd worden; soms gebeurt dat op dierniveau. Ik kan me heel goed voorstellen dat een soortgelijk systeem, in de opmaat van het benchmarksysteem, ook voor gewasbeschermingsmiddelen zou kunnen gaan gelden, juist om in de toekomst veilig te stellen dat die middelen veilig voor mens, dier en milieu gebruikt kunnen blijven worden.

Mevrouw Podt (D66):

Ik vind het toch wat ingewikkeld dat de minister spreekt over het benchmarksysteem in de context van de vragen die ik heb gesteld. Een benchmarksysteem is prima voor bedrijven die goed bezig zijn, maar voor bedrijven die er zo'n puinhoop van maken kan een benchmarksysteem natuurlijk nooit de oplossing zijn. Ik hoop dat de minister dat met mij eens is. Ik hoop ook dat als zij zegt "we willen dat de sector meer verantwoordelijkheid neemt" er misschien niet alleen een gesprek met de NVWA volgt, maar de minister zelf ook de telefoon oppakt om eens tegen de sector te zeggen: "Dit kan niet op deze manier. Dit is onverantwoord naar consumenten. Het is onverantwoord naar medewerkers die op deze bedrijven werken en het is onverantwoord naar bloemisten."

Ik wilde vraag ook nog wat breder stellen. Vorige maand kwam er een onderzoek uit waaruit blijkt dat geïmporteerde snijbloemen van buiten de EU vaak te veel bestrijdingsmiddelen bevatten. Soms gaat het zelfs over middelen die in de EU verboden zijn. Het advies is duidelijk: we moeten beter reguleren wat er op deze bloemen zit. Er wordt nu zelfs geadviseerd om de bloemen niet bij het gft-afval te gooien, omdat ze te giftig zijn voor de bodem. Welke stappen heeft de minister in Brussel gezet om te regelen dat dit soort gifboeketjes niet zomaar Nederland binnen kunnen komen? Zolang het niet Europees geregeld is, zijn er ook in Nederland maatregelen nodig om de veiligheid en gezondheid van bloemisten, van veilingmedewerkers en van inspecteurs te beschermen. Wat heeft de minister concreet gedaan om hun gezondheid te waarborgen?

Minister Wiersma:

Ik wil even vooropstellen, omdat ze nu in een vragenuur betrokken worden, dat er bij de overtredingen die door de NVWA in Nederland zijn vastgesteld, niet is vastgesteld dat er een overschrijding is van de residulimieten op de bloemen. Dat weten we dus niet. Dat is iets wat we niet kunnen vergelijken. Dat is anders dan bij de geïmporteerde bloemen waar het lid Podt het nu over heeft. In algemene zin is mijn inzet erop gericht, in de Europese Unie, maar ook als lidstaat op zichzelf, om ervoor te zorgen dat de producten — of dat nou voedingsmiddelen zijn of snijbloemen, dat maakt niet uit — onder dezelfde productiestandaarden worden geproduceerd als in Nederland of in Europa. In Nederland kennen wij zeer hoge productiestandaarden en gaan die in sommige gevallen, bijvoorbeeld in de dierhouderij, soms nog verder dan Europese richtlijnen ons verplichten. De inzet is er altijd op gericht dat we niet importeren wat we hier niet mogen produceren en dat geldt ook op dit punt.

Mevrouw Podt (D66):

Dat was niet nog echt het begin van een antwoord op de vraag. Volgens mij heb ik heel duidelijk aangegeven dat er voor mij een knip zit tussen de bloemen die hier worden geproduceerd en die daar worden geproduceerd, maar de kern van het betoog is natuurlijk wel dat we ook hebben gezien dat het hier gewoon niet goed gaat. Hoe frustrerend ook, het is duidelijk dat de naleving niet van vandaag op morgen geregeld zal zijn. Mensen krijgen dus voorlopig nog te maken met bloemen die een te hoog residu hebben en dat schaadt hun gezondheid. Kan de minister toezeggen om vanaf nu actief te gaan communiceren richting bloemisten, medewerkers van sierteeltbedrijven en consumenten over hoe ze moeten omgaan met bloemen uit de reguliere sierteelt om zo risico's te verminderen?

Minister Wiersma:

Ik wil nogmaals benadrukken dat wij niet hebben geconstateerd op dit moment dat er sprake is van residuoverschrijding. Daar kan ik dus geen uitspraak over doen. Ten aanzien van de geïmporteerde bloemen hebben we dat wel gedaan en dat is natuurlijk terecht. Punt, zou ik zeggen. We voeren hier veel beleid op. We vinden het ook belangrijk dat we heel zorgvuldig met gewasbeschermingsmiddelen omgaan. Dat is iets waar ook onder mijn bewind mijn departement echt geen misverstand over laat bestaan. Voor de vervolgstappen die ik zojuist in mijn introductie noemde, die ik van wezenlijk belang vind juist voor de toekomst van deze sectoren, is dat aan mijn opvolger. Dit is een heel belangrijk onderwerp dat wij — ik ook zeker niet — niet schuwen.

Mevrouw Podt (D66):

Ja, we moeten er in Nederland ook zorgvuldig mee omgaan en dat betekent dus, zoals ik net zei, dat we niet gaan benchmarken in de sector, een sector waarin het zo verschrikkelijk misgaat. Dat lijkt me niet de bedoeling. Het stelt me in ieder geval gerust dat een nieuwe ploeg bewindspersonen hier binnenkort voortvarend mee aan de slag zal gaan. Er is duidelijk werk aan de winkel om de gezondheid en veiligheid van telers, bloemisten en consumenten te beschermen. Voor deze Valentijnsdag raad ik iedereen aan om een boeket te nemen van de vele goede biologische alternatieven. Zo hoef je je geen zorgen te maken en steun je de sector die serieus werk maakt van een veilige teelt. Voor volgend jaar moeten we alles op alles zetten om van een veilig boeket de norm te maken.

Dank u wel.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

39% van de Nederlandse bloemtelers houdt zich niet aan de wet. Dat vind ik choquerend, helemaal in het licht van de zaak die we hier ook een keer bespraken. In Frankrijk kreeg een dochter van een bloemiste leukemie. Zij was 11 jaar. Dat werd gelieerd aan de bestrijdingsmiddelen die gebruikt werden. Als 39% zich niet aan de wet houdt, wat veroorzaken zij dan? De minister zegt: ik weet niet of er residuen van die bestrijdingsmiddelen op de bloemen zitten. Daarmee brengt ze de bloemisten en consumenten in gevaar. Tenminste, ze weet het niet. Het is interessant dat de minister het had over transparantie. Als bloemist wil je weten dat je bij een teler koopt die zich aan de voorschriften houdt.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Mijn vraag is: wanneer kunnen we die transparantie verwachten?

Minister Wiersma:

Dat is in ontwikkeling. Het is aan mijn opvolger om dat uiteindelijk verder te brengen. Er wordt nu met de sectoren gewerkt aan dat benchmarksysteem. Mijn opvolger zal dat hopelijk snel verder brengen. Wat betreft dat andere: ik wil even de stelling corrigeren dat 40% van de telers zich niet aan de wet- en regelgeving houdt. Soms betreft het een administratieve fout of het toepassen van een verkeerde spuitkop. U stelt dat de hele sector er voor een groot deel een potje van maakt, maar dat wil ik hier rechtzetten, want dat kun je niet uit deze cijfers halen. Dat geeft de NVWA zelf ook toe. We zijn hiermee bezig. Ik vind naleving ook van het grootste belang, juist voor het draagvlak. Maar je kunt op basis van dit onderzoek niet zomaar stellen dat mensen hiermee in gevaar gebracht worden.

Kamerlid Kostić (PvdD):

De wetgeving over landbouwgif beschermt onze gezondheid al niet goed genoeg. Mensen worden ziek en er wordt landbouwgif aangetroffen in de luiers van baby's. Nu blijkt weer dat de meeste telers zich niet houden aan de minimale regels. Er is jarenlang vriendelijk gesproken met de sector, maar we zien in de praktijk alleen maar achteruitgang in de naleving. De NVWA spreekt al jaren over een zorgwekkend slechte naleving. Mijn vraag aan de minister is: erkent zij dat die vrijblijvende afspraken met de sector niet het juiste effect hebben gehad?

Minister Wiersma:

Ik heb daar op dit moment te weinig informatie over. Ik heb de NVWA een aantal vervolgvragen gesteld op basis van de cijfers die zij aanleveren, bijvoorbeeld: wat behelzen die percentages exact? Het lid Kostić stelt dat het om het merendeel van de sector gaat, maar het gaat om 71 bedrijven die gecontroleerd zijn. In 39% van de gevallen is een misstand gevonden. Dat kan te maken hebben met heel uiteenlopende zaken. Dus om dan te zeggen dat het merendeel van de sector ... De sector is een stuk groter. Het is een belangrijke sector voor Nederland, die een grote economische waarde vertegenwoordigt, ook voor Nederland. Ik wil ze niet over één kam scheren. Desalniettemin ben ik van mening dat de voorschriften moeten worden nageleefd. Punt.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Zo kennen we de minister van de BBB weer. Ze bagatelliseert …

De voorzitter:

Neenee, de minister zit hier namens de Kroon.

Kamerlid Kostić (PvdD):

We kennen de minister namens de Kroon op deze manier. Ze bagatelliseert het niet naleven van de wet. Ze doet niks om de gezondheid en het milieu te beschermen. De sierteeltsector neemt veel ruimte in beslag, die we goed kunnen gebruiken, bijvoorbeeld voor wonen. Die sector draagt niks bij aan de voedselzekerheid en die schaadt onze gezondheid en het milieu. Alleen handhaven gaat niet helpen. We moeten echt actief werken aan het afbouwen van de giftige sierteeltsector. Ik verwacht helaas niks van deze minister, maar ik roep het nieuwe kabinet wel op om echt werk te maken van de afbouw van de sierteeltsector en om de gezondheid voorop te stellen.

Minister Wiersma:

Ik wil daar nog wel even op reageren. Het is namelijk echt niet zo dat de sierteeltsector op al die locaties plaatsvindt waar de gemeentes lokaal omgevingsplannen voor woningbouw hebben verordend. Die patstelling is er in mijn ogen dus niet.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dit is nou precies een probleem dat komt door de import van buitenaf. De coalitiepartijen, CDA, VVD en D66, hebben de poort van Europa wagenwijd opengezet voor buitenlandse producten die niet aan onze standaarden voldoen. Mevrouw Podt vroeg wat eraan gedaan wordt, maar het is allang duidelijk dat er bij de import helemaal niet genoeg capaciteit is om te controleren of producten wel aan onze standaarden voldoen. Precies dat hebben wij in al die debatten over Mercosur naar voren gebracht. Mijn vraag aan de minister is: wil zij straks aan haar opvolgers, die haar fantastische werk gaan overnemen en het hopelijk ook zo goed gaan doen, vragen of zij hier nog extra aandacht aan kunnen geven, en wil zij hen wijzen op de risico's van dit soort handelsverdragen, die we sluiten met landen die niet aan onze voorwaarden voldoen?

Minister Wiersma:

Ja, ik wil dat natuurlijk meegeven aan mijn opvolger. Ik zou zeggen: bij dezen. Wel denk ik dat je binnen handelsverdragen juist afspraken kunt maken over de productiewijze. Dat is ook onderdeel van handelsverdragen. Uiteraard is het van het grootste belang dat er bij de import voldoende capaciteit is om controles uit te voeren, zodat gekeken kan worden of er aan de standaarden voldaan wordt. Ik ben het in dat kader helemaal met u eens. Binnen Europa en zeker binnen Nederland hebben we hele hoge standaarden en we moeten er wel voor zorgen dat de import zo veel mogelijk aan die standaarden voldoet.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ook vanuit het CDA hebben we natuurlijk kennisgenomen van de berichten over de naleving. Als dat percentage daadwerkelijk zo hoog ligt, is het een kwalijke zaak. Het mag niet zo zijn dat de goeden lijden onder de kwaden. Ik snap dat de minister nu in haar laatste dagen van dit kabinet zit, maar ik zou haar toch willen vragen om de toezegging te doen dat alles op een rij wordt gezet. Hoe kunnen we hierop ingrijpen, zodat de nalevering echt op orde komt, eventueel onbedoeld niet-naleven ook snel wordt gecorrigeerd en we echt hard optreden tegen de ondernemers die het verpesten voor de anderen en daar eigenlijk mee weg lijken te komen?

Minister Wiersma:

Ik denk dat de NVWA dat op dit moment doet. De NVWA heeft de verantwoordelijkheid hierover en ze hebben een aantal concrete voorstellen gedaan. Die heb ik zojuist ook in het sanctieregime genoemd en we staan van harte achter die voorstellen. Volgens mij is dat de lijn die ik steun. De NVWA zet goede stappen om juist tegemoet te komen aan dit verzoek.

Mevrouw Podt (D66):

Ten slotte. We hadden het al even over het onderzoek naar geïmporteerde bloemen. In de brief daarbij schreef de minister dat er wordt gekeken of bloemisten moeten gaan werken met persoonlijke beschermingsmiddelen. Dat is nogal wat. Bovendien hebben we nog dit onderzoek dat laat zien dat het ook in Nederland echt nog verre van op orde is. Is de minister het met mij eens dat er meer spoed moet komen achter de persoonlijke beschermingsmiddelen en dat zij met haar collega van SZW zou moeten kijken of minderjarigen nog wel bij bloemisten en in deze sector mogen werken?

Minister Wiersma:

Dit lijkt me iets voor mijn opvolger. Ik zal die vraag dus doorgeleiden.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor haar beantwoording. Ik schors een kort ogenblik. Na de schorsing gaan we stemmen. De vergadering is kort geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering.

Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:

Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Van Asten (31305, nr. 531).

Mag ik enige orde in de zaal? Het woord is aan de heer Van den Brink.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Wij willen de motie op stuk nr. 42 (36800-VII) aanhouden.

De voorzitter:

Kunt u dat nog een keer herhalen?

De heer Tijs van den Brink (CDA):

De motie op stuk nr. 42 … Nee, de motie op stuk nr. 43 (36800-VII) willen we aanhouden.

De voorzitter:

Dat staat al zo op de stemmingslijst. Meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ja, voorzitter. Ik wil graag twee moties aanhouden onder punt 14, de stemmingen over moties ingediend bij de Vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Asiel en Migratie. Het gaat om de moties op de stukken nrs. 32 en 33.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Ceder stel ik voor zijn moties (36800-XX, nrs. 32 en 33) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan is het woord aan de heer Hoogeveen, die een voorstel heeft. Meneer Hoogeveen.

De heer Hoogeveen (JA21):

Ja, voorzitter. Wij zouden graag wat betreft de Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (36748) vandaag over de moties willen stemmen, maar donderdag pas over de amendementen, omdat we nog niet genoeg informatie hebben van het ministerie van Financiën ten aanzien van onze dekking. Dus donderdag stemmen over de amendementen en dan daarna gesplitst over het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Het gaat dus om uitstel van agendapunt 11 tot donderdag. Dat is geen regulier stemmingsmoment, zeg ik erbij. Is daar steun voor? Meneer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ja. Ik onderstreep het tweede punt dat de heer Hoogeveen maakte, namelijk dat we donderdag graag gesplitst willen stemmen over de amendementen en de wet. Zo is er tijd voor beraad voor de fracties om na de stemmingen over de amendementen te kijken hoe ze over de wet stemmen.

De voorzitter:

U wilt dus vandaag over de amendementen stemmen?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Nee, voorzitter. Ik sluit me aan bij het verzoek van collega Hoogeveen om de stemmingen onder punt 11, over de amendementen en de wet, uit te stellen naar donderdag, maar om dan op die donderdag een splitsing aan te brengen tussen de stemmingen over de amendementen enerzijds en de wet anderzijds.

De voorzitter:

Helder. Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Oosterhuis (D66):

Steun voor dit gecombineerde verzoek.

De heer Vermeer (BBB):

Steun. Zo is het ook besproken in het commissiedebat.

De voorzitter:

Mevrouw … Wendy, sorry. Mevrouw Van Eijk.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Steun.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Steun.

De heer Stoffer (SGP):

Ik heet Chris. Steun.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

De heer Vlottes (PVV):

Steun.

De voorzitter:

Meneer …

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Was u nou mijn naam vergeten? Jeetje.

De voorzitter:

Nooit! Uw voornaam niet, meneer … Heutink.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Steun.

De voorzitter:

Ga uw gang.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Ja, steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

De heer Struijs (50PLUS):

Steun.

De voorzitter:

Ik denk dat we het zo gaan doen. We gaan het zo doen.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Ik heb nog een aanvullend verzoek. We zouden graag onder punt 14, de stemmingen over moties ingediend bij de Vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Asiel en Migratie, de motie op stuk nr. 35 (36800-XX) willen aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Heutink stel ik voor zijn motie (36800-XX, nr. 35) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen moties Begrotingsonderdeel Water

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Water,

te weten:

de motie-Vellinga-Beemsterboer over gemeentelijke noodplannen voor het operationeel houden van vitale functies bij extreme regenval (36800-J, nr. 8);

de motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. over wachten met de voorgenomen herziening van de dijknormeringen (36800-J, nr. 9);

de gewijzigde motie-Heutink/Stoffer over direct starten met het versoepelen van de nationale normen van de Kaderrichtlijn Water (36800-J, nr. 23, was nr. 10);

de motie-Heutink over een noodscenario Kaderrichtlijn Water voorbereiden (36800-J, nr. 11);

de motie-Van der Plas over klei- en veengebieden niet langer aanwijzen als kwetsbare zone onder de Nitraatrichtlijn (36800-J, nr. 12);

de motie-Van der Plas over onverminderd uitvoering geven aan het schrappen van nationale koppen op Europese regelgeving (36800-J, nr. 13);

de motie-Van der Plas over maximaal gebruikmaken van uitzonderingsgronden bij het realiseren van de doelen uit de Kaderrichtlijn Water (36800-J, nr. 14);

de motie-Kostić over wetenschappers advies laten geven over een passende ondergrens voor meldingen van onttrekkingen van grond- en oppervlaktewater (36800-J, nr. 15);

de motie-Kostić over extra maatregelen om kwetsbare gebieden te beschermen tegen vervuiling door bestrijdingsmiddelen (36800-J, nr. 16);

de motie-Kostić over in Europa pleiten voor een verbod op pfas-bestrijdingsmiddelen (36800-J, nr. 18);

de motie-Kostić over een verkenning naar de mogelijkheden en de voor- en nadelen van een pfas-taks (36800-J, nr. 17);

de gewijzigde motie-Kostić over een voorstel waarmee aantoonbaar voldoende waterbesparing wordt gerealiseerd (36800-J, nr. 24, was nr. 19);

de motie-Bromet over het gebruik van pfas-houdende middelen in de landbouw verbieden (36800-J, nr. 20);

de motie-Bromet over "water en bodem sturend" weer leidend maken voor ruimtelijke ordening (36800-J, nr. 21);

de motie-Bromet over burgers instrueren over wat ze moeten doen bij een ramp (36800-J, nr. 22).

(Zie wetgevingsoverleg van 2 februari 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Heutink stel ik voor zijn motie (36800-J, nr. 11) aan te houden. Op verzoek van het lid Kostić stel ik voor de motie (36800-J, nr. 17) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. (36800-J, nr. 9) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Vellinga-Beemsterboer, Boelsma-Hoekstra, Bromet en Schutz.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 9 (36800-J).

De motie-Van der Plas (36800-J, nr. 14) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van der Plas en Heutink.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 14 (36800-J).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Vellinga-Beemsterboer (36800-J, nr. 8).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. (36800-J, nr. ??, was nr. 9).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Heutink/Stoffer (36800-J, nr. 23, was nr. 10).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-J, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-J, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Plas/Heutink (36800-J, nr. ??, was nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić (36800-J, nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić (36800-J, nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kostić (36800-J, nr. 18).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kostić (36800-J, nr. 24, was nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet (36800-J, nr. 20).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bromet (36800-J, nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bromet (36800-J, nr. 22).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Begrotingsonderdeel Jeugd

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Jeugd,

te weten:

de motie-Wendel c.s. over vaart maken met de reikwijdtewet (36800-XVI, nr. 35);

de motie-Westerveld over het voorkomen van budgettaire belemmeringen om de aanbevelingen van de deskundigencommissie voor de Hervormingsagenda Jeugd uit te voeren (36800-XVI, nr. 36);

de motie-Westerveld over een onafhankelijk onderzoek naar ZIKOS-afdelingen en juridische instrumenten om de benodigde informatie boven water te krijgen (36800-XVI, nr. 37);

de motie-Van Meetelen over onderzoeken hoe ernstig falen van jeugdzorginstellingen en bestuurders kan worden bestraft (36800-XVI, nr. 38);

de motie-Van Meetelen over de eindverantwoordelijkheid voor de veiligheid van kinderen ondubbelzinnig vastleggen (36800-XVI, nr. 39);

de motie-Hamstra/Wendel over een plan voor de werving van nieuwe pleegouders en het behoud van bestaande pleegouders (36800-XVI, nr. 40);

de motie-Coenradie over een grondslag voor gegevensdeling van Filomena of soortgelijke organisaties met het OM en de rechtspraak (36800-XVI, nr. 41);

de motie-Coenradie over een onderzoek naar afkoelhuizen voor daders (36800-XVI, nr. 42);

de motie-Coenradie over een onderzoek naar zwaardere, dwingende vormen van heropvoeding (36800-XVI, nr. 43);

de motie-Coenradie over in kaart brengen welke privacyregels en -interpretaties effectieve informatie-uitwisseling belemmeren (36800-XVI, nr. 44);

de motie-Coenradie over maatregelen om administratieve lasten in de jeugdzorg substantieel te verminderen en professionele ruimte te vergroten (36800-XVI, nr. 45);

de motie-Van Houwelingen over contra-expertise bij de behandeling door de kinderrechter van een gedwongen uithuisplaatsing (36800-XVI, nr. 46);

de motie-Van Houwelingen over zorgen dat kinderen in pleeggezinnen of gezinshuizen hetzelfde geslacht hebben (36800-XVI, nr. 47);

de motie-Van Houwelingen/Stoffer over rechtstreeks toezicht van de IGJ op pleeggezinnen en gezinshuizen (36800-XVI, nr. 48);

de motie-Stoffer c.s. over structurele financiering van een sterke sociaalpedagogische basis (36800-XVI, nr. 49);

de motie-Stoffer/Ceder over bij de toeleiding naar jeugdhulp rekening houden met godsdienstige gezindheid en levensovertuiging (36800-XVI, nr. 50);

de motie-Ceder over met stakeholders in de gezinshuiszorg en gemeenten in gesprek gaan over aanvullende kwaliteitseisen (36800-XVI, nr. 51);

de motie-Ceder/Stoffer over in gesprek gaan met de opstellers van het rapport van Agenda voor het Hart over de rol en inzet van het Rijk (36800-XVI, nr. 52);

de motie-Ceder/Stoffer over met partijen uit het veld werken aan actieve vaderbetrokkenheid (36800-XVI, nr. 53);

de motie-Dobbe over met werkgevers en werknemers in de jeugdzorg in gesprek gaan over de cao (36800-XVI, nr. 54);

de motie-Dobbe over een commissie aanstellen om een jeugdzorg zonder marktwerking te onderzoeken (36800-XVI, nr. 55);

de motie-Moinat c.s. over in beginsel jeugdigen voor jeugdhulp in Nederland plaatsen (36800-XVI, nr. 56).

(Zie wetgevingsoverleg van 2 februari 2026.)

In stemming komt de motie-Wendel c.s. (36800-XVI, nr. 35).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (36800-XVI, nr. 36).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld (36800-XVI, nr. 37).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (36800-XVI, nr. 38).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (36800-XVI, nr. 39).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hamstra/Wendel (36800-XVI, nr. 40).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36800-XVI, nr. 41).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36800-XVI, nr. 42).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36800-XVI, nr. 43).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36800-XVI, nr. 44).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36800-XVI, nr. 45).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-XVI, nr. 46).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-XVI, nr. 47).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fractie van FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen/Stoffer (36800-XVI, nr. 48).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (36800-XVI, nr. 49).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer/Ceder (36800-XVI, nr. 50).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (36800-XVI, nr. 51).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van BBB ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Stoffer (36800-XVI, nr. 52).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van BBB ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Stoffer (36800-XVI, nr. 53).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe (36800-XVI, nr. 54).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (36800-XVI, nr. 55).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Moinat c.s. (36800-XVI, nr. 56).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming motie Versterking lokaal bestuur

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Versterking lokaal bestuur,

te weten:

de motie-Tseggai/Westerveld over belemmeringen voor mensen met een uitkering om volksvertegenwoordiger te worden wegnemen (36800-VII, nr. 35).

(Zie vergadering van 4 februari 2026.)

In stemming komt de motie-Tseggai/Westerveld (36800-VII, nr. 35).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Regio's en grensoverschrijdende samenwerking

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Regio's en grensoverschrijdende samenwerking,

te weten:

de motie-Bikker over inzichtelijk maken met welke financiën de ambities voor de regio worden vormgegeven (29697, nr. 180).

(Zie vergadering van 4 februari 2026.)

In stemming komt de motie-Bikker (29697, nr. 180).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Advies Fryske taal en kultuer 2024-2028 en Advies Friestalige Journalistiek

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Advies Fryske taal en kultuer 2024-2028 en Advies Friestalige Journalistiek,

te weten:

de motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. over de Landelijke Kennistafel Fries zo inrichten dat er wordt geadviseerd over de implementatie van de gedeelde zorgplicht van Rijk en provincie voor de Friese taal (33335, nr. 27);

de motie-Bikker/De Hoop over voorzien in permanente meertaligheid in het verkeer in Fryslân (33335, nr. 28).

(Zie vergadering van 4 februari 2026.)

In stemming komt de motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. (33335, nr. 27).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikker/De Hoop (33335, nr. 28).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Onder punt 4, de stemmingen over de moties ingediend bij het begrotingsonderdeel Jeugd, hadden wij voor de motie op stuk nr. 41 moeten stemmen.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd. Dank u wel.

Stemmingen moties Vreemdelingen- en asielbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid,

te weten:

de motie-Vondeling over asielzoekers die zich niet gedragen straffen en bij overlast en criminele feiten uitzetten (19637, nr. 3506);

de motie-Vondeling over een onderzoek naar fraudepraktijken met woningen rond geclaimde scheidingen door statushouders (19637, nr. 3507);

de motie-Vondeling over een actief terugkeerbeleid voor alle Oekraïners in Nederland (19637, nr. 3508);

de motie-Ceulemans/Clemminck over op geen enkele wijze medewerking verlenen aan de totstandkoming van aparte azc's voor lhbti'ers (19637, nr. 3509);

de motie-Ceulemans/Van der Plas over extra maatregelen tegen de overlast in Budel (19637, nr. 3510);

de motie-Van der Plas over tijdelijke verblijfsvergunningen van een jaar met automatische verlenging verstrekken aan Oekraïense ontheemden (19637, nr. 3511);

de motie-Diederik van Dijk/Rajkowski over een pilot starten waarbij IND-gehoren via een digitale verbinding live worden vertaald (19637, nr. 3513);

de motie-Diederik van Dijk over samen met de IND met aanvullende maatregelen komen die leiden tot een aanzienlijke vereenvoudiging en versnelling van de asielbeoordelingsprocedure (19637, nr. 3514);

de motie-Westerveld over geen nieuwe kinderen meer plaatsen op (crisis)noodopvangplekken (19637, nr. 3515).

(Zie vergadering van 4 februari 2026.)

De voorzitter:

De motie-Vondeling (19637, nr. 3507) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er signalen zijn dat statushouders fraude plegen door te claimen dat ze gescheiden zijn, waardoor ze dubbele woningen toegewezen krijgen;

overwegende dat het onacceptabel is dat Nederlanders jaren moeten wachten op een woning, terwijl asielstatushouders die fraude plegen voorrang krijgen en zelfs meerdere woningen tegelijk kunnen bemachtigen;

verzoekt de regering een diepgaand onderzoek in te stellen naar deze fraudepraktijken en bij geconstateerde fraude de verblijfsvergunning in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 3507 (19637).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3506).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Vondeling (19637, nr. ??, was nr. 3507).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3508).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):

Bij de motie op stuk nr. 3506 willen wij geacht worden voorgestemd te hebben.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd. Dank u wel.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Clemminck (19637, nr. 3509).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Van der Plas (19637, nr. 3510).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (19637, nr. 3511).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Rajkowski (19637, nr. 3513).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (19637, nr. 3514).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (19637, nr. 3515).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Struijs.

De heer Struijs (50PLUS):

Wij willen voor de motie op stuk nr. 3509 stemmen.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd. Dank u wel.

Stemming brief Wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie voor 2026

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Europese Zaken over het wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie voor 2026 (22112, nr. 4255).

De voorzitter:

Ik stel voor conform het voorstel van de vaste commissie voor Europese Zaken te besluiten en in stemmen met de lijst van prioritaire voorstellen uit het wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie voor 2026.

Daartoe wordt besloten.

Stemming brief Instellen van een tijdelijke commissie Wet op de parlementaire enquête

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over het voorstel van de werkgroep Voor een Kamer die Werkt om een tijdelijke commissie Wet op de parlementaire enquête in te stellen (36673, nr. 7).

De voorzitter:

Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten en in te stemmen met het instellen van een tijdelijke commissie Wet op de parlementaire enquête voor de duur van zes maanden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan bladeren we verder naar de stemmingen op pagina 6.

Stemmingen moties Wet werkelijk rendement box 3

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3),

te weten:

de motie-Grinwis c.s. over de structurele budgettaire meeropbrengsten in kaart brengen van een vermogenswinstbelasting in box 3 (36748, nr. 13);

de motie-Grinwis c.s. over de consequenties in kaart brengen van de doorwerking van het volatieler wordende box 3-inkomen op het verzamelinkomen (36748, nr. 14);

de motie-Grinwis c.s. over het vastgoedbijtellingspercentage zo snel mogelijk actualiseren op basis van de meest recente en representatieve data (36748, nr. 15);

de motie-Van Eijk c.s. over een tegenbewijsregeling voor het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken (36748, nr. 16);

de motie-Van Eijk/Martens-America over een ruimhartige en investeringsvriendelijke toepassing van de fiscale regeling voor aandelen in startende ondernemingen (36748, nr. 18);

de motie-Van Eijk c.s. over een brede fiscale regeling om langetermijnbeleggen in Nederlandse en Europese ondernemingen aantrekkelijker te maken (36748, nr. 19);

de motie-Vlottes over enkel gerealiseerde winsten belasten op basis van een vermogenswinstbelasting (36748, nr. 20);

de motie-Stoffer c.s. over een invoeringstoets op de Wet werkelijk rendement box 3 (36748, nr. 21);

de motie-Stoffer c.s. over in de Wet werkelijk rendement box 3 een passende en afgebakende definitie opnemen van familiebedrijven (36748, nr. 22);

de motie-Stoffer c.s. over oplossingen ten aanzien van de vererving of schenking van verpachte landbouwgronden (36748, nr. 23);

de motie-Stultiens over bij het komende Belastingplan toewerken naar een progressief belastingstelsel (36748, nr. 24);

de motie-Oosterhuis c.s. over bij grote vermogenswinstheffingen bij ingrijpende persoonlijke gebeurtenissen de mogelijkheid tot een betalingsregeling actief onder de aandacht brengen (36748, nr. 25);

de motie-Inge van Dijk c.s. over een aanvullend onderzoek naar rendementen op vakantiewoningen (36748, nr. 26);

de motie-Inge van Dijk c.s. over in kaart brengen hoe het hybride stelsel kan worden doorontwikkeld naar een volledige vermogenswinstbelasting (36748, nr. 27);

de motie-Grinwis/Vermeer over een regeling uitwerken waarin bij vererving of schenking de papieren waardestijging van NSW-landgoederen niet wordt belast (36748, nr. 33);

de motie-Grinwis/Vermeer over de nadelen onderzoeken van de leegwaarderatiocorrectie bij de beginwaarde van een woning bij inwerkingtreding van het nieuwe box 3-stelsel (36748, nr. 34);

de motie-Vermeer over uiterlijk bij het Belastingplan 2029 een box 3-stelsel gebaseerd op vermogenswinstbelasting presenteren (36748, nr. 35);

de motie-Van Eijk c.s. over de verschuldigde belasting voor oude kapitaalverzekeringen in box 1 pas invorderbaar maken bij daadwerkelijke uitkering van de kapitaalverzekering (36748, nr. 17).

(Zie wetgevingsoverleg van 19 januari 2026.)

De voorzitter:

Aangezien de motie-Van Eijk (36748, nr. 17) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

De motie-Van Eijk c.s. (36748, nr. 16) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in het voorgestelde box-3-stelsel het eigen gebruik van onroerende zaken forfaitair wordt belast tegen 3,35% van de WOZ-waarde, uitgaande van een volledig jaar;

overwegende dat dit kan leiden tot belastingheffing over een voordeel dat niet of slechts gedeeltelijk is genoten, met name bij vakantiewoningen met een deels consumptief karakter;

overwegende dat de WOZ-waarde een onvolmaakte grondslag vormt en de voorgestelde systematiek juridisch kwetsbaar is;

verzoekt de regering een verkenning te doen naar een uitvoerbare tegenbewijsregeling voor (i) het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken, en (ii) de openingsbalanswaarde van vastgoed in box 3, en de Kamer voor 1 juli 2026 te informeren over de uitkomsten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 16 (36748).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

De heer Vlottes verzoekt om een hoofdelijke stemming over zijn motie op stuk nr. 20.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36748, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36748, nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36748, nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Eijk (36748, nr. ??, was nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Eijk/Martens-America (36748, nr. 18).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Eijk c.s. (36748, nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vlottes (36748, nr. 20).

Vóór stemmen de leden: Struijs, Vermeer, Vlottes, Vondeling, Wiersma, Wilders, Van den Berg, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Van Brenk, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Heutink, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Frederik Jansen, Kops, Lammers, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schilder, Stoffer en Stöteler.

Tegen stemmen de leden: Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Vijlbrief, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Yeşilgöz-Zegerius, Zalinyan, Zwinkels, Aartsen, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, Belhirch, Van Berkel, Bevers, Biekman, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boswijk, El Boujdaini, Brekelmans, Bart van den Brink, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Van der Burg, Bushoff, Van Campen, Ceder, Dassen, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Eijk, Ellian, Ergin, Erkens, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heinen, Den Hollander, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jumelet, Karremans, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lahlah, Van Lanschot, Van der Lee, Martens-America, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen en Straatman.

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met 48 stemmen voor en 97 stemmen tegen is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (36748, nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (36748, nr. 22).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (36748, nr. 23).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stultiens (36748, nr. 24).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Oosterhuis c.s. (36748, nr. 25).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (36748, nr. 26).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (36748, nr. 27).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Vermeer (36748, nr. 33).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Vermeer (36748, nr. 34).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vermeer (36748, nr. 35).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026,

te weten:

de motie-Kröger/Tseggai over een aanzet voor een nationaal programma tegen discriminatie (36800-VII, nr. 38);

de motie-Vermeer over het volledig en voortvarend tot uitvoering brengen van het Nationaal Programma Vitale Regio's (36800-VII, nr. 39);

de motie-Vermeer/Lammers over een wetsvoorstel voor de rechtstreekse verkiezing van burgemeesters (36800-VII, nr. 40);

de motie-Martin Bosma over een einde maken aan de subsidie voor politieke partijen (36800-VII, nr. 41);

de motie-Tijs van den Brink over verkennen of en hoe het aantal vereiste ondersteuningsverklaringen voor verkiezingsdeelname kan worden verhoogd (36800-VII, nr. 42);

de motie-Tijs van den Brink/Boelsma-Hoekstra over subsidiëring voor decentrale politieke partijen mogelijk maken (36800-VII, nr. 43);

de motie-Van Baarle over verkennen op welke wijze het voeren van antidiscriminatiebeleid voor gemeenten kan worden verplicht (36800-VII, nr. 44);

de motie-Van Baarle over een landelijk actieplan tegen moslimhaat ontwikkelen (36800-VII, nr. 45);

de motie-Van Baarle over het model voor de aanpak van racisme en discriminatie rijksbreed implementeren (36800-VII, nr. 46);

de motie-Van Baarle over de antidiscriminatiebepaling opnemen in de rijksinkoopstrategie (36800-VII, nr. 47);

de motie-Van Baarle over na de beëdiging van het nieuwe kabinet het met prioriteit oppakken van de behandeling van het wetsvoorstel voor een landelijke antidiscriminatievoorziening (36800-VII, nr. 48);

de motie-Flach over het aanspreekpunt voor regio's ook een bestuurlijke dialoog laten faciliteren tussen departementen en de regio (36800-VII, nr. 49);

de motie-Flach over waarborgen dat de begraafplaatsen van Moerdijk toegankelijk blijven (36800-VII, nr. 50);

de motie-Bikker c.s. over geen nieuw onderzoek naar een verhoging van de kiesdrempel (36800-VII, nr. 52);

de motie-Bikker over burgemeesters en andere lokale bestuurders actief en zichtbaar steunen bij de uitoefening van wettelijke taken (36800-VII, nr. 53);

de motie-Bikker over de plannen voor de regio voorzien van een financiële onderbouwing (36800-VII, nr. 54);

de motie-Beckerman over de nullijn voor overheidspersoneel niet langer hanteren (36800-VII, nr. 55);

de motie-Struijs c.s. over het aantal goede openbare toiletten op logische plekken substantieel uitbreiden (36800-VII, nr. 56);

de motie-Struijs over mogelijk maken dat gemeenten informatie over frauderende zorgorganisaties aan elkaar mogen doorgeven (36800-VII, nr. 57);

de motie-Lammers over burgemeesters opdragen de openbare orde te handhaven tegen Extinction Rebellion en daaraan gelieerde organisaties (36800-VII, nr. 58);

de motie-Lammers over een verplicht referendum als voorwaarde voor gemeentelijke fusies of het opheffen van gemeenten (36800-VII, nr. 59).

(Zie vergadering van 5 februari 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Tijs van den Brink stel ik voor zijn motie (36800-VII, nr. 43) aan te houden. Op verzoek van de heer Vermeer stel ik voor zijn motie (36800-VII, nr. 40) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Flach (36800-VII, nr. 50) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet en de regio in de komende maanden een voorkeur willen ontwikkelen voor de toekomst van het dorp Moerdijk en het omliggende gebied;

overwegende dat het bezoeken van begraafplaatsen een diep emotioneel belang is dat de overheid dient te respecteren;

verzoekt de regering bij de ontwikkeling van een voorkeur zich ervoor in te spannen dat de begraafplaatsen van het dorp Moerdijk toegankelijk blijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 50 (36800-VII).

De motie-Bikker c.s. (36800-VII, nr. 52) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bikker, Flach, Vermeer, Lammers, Clemminck, Van Baarle, Struijs, Beckerman, Kröger, Kostić en Dassen.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 52 (36800-VII).

De motie-Bikker (36800-VII, nr. 53) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bikker en Boelsma-Hoekstra.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 53 (36800-VII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Voordat we gaan stemmen, is er een stemverklaring van de heer Erkens. Gaat uw gang.

De heer Erkens (VVD):

Dank u, voorzitter. Een korte stemverklaring over de motie op stuk nr. 55. We hebben hierover in het debat van gedachten gewisseld. We staan sympathiek tegenover de gedachte, ook gezien onze agenda, van een kleinere overheid waarbij je de goede mensen goed beloont. We stemmen toch tegen de motie, aangezien de Kamer niet over cao-onderhandelingen gaat.

De voorzitter:

Dank u wel.

In stemming komt de motie-Kröger/Tseggai (36800-VII, nr. 38).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vermeer (36800-VII, nr. 39).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Martin Bosma (36800-VII, nr. 41).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Michon-Derkzen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Voorzitter. De VVD heeft tegen de motie op stuk nr. 39 gestemd.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd. Dank u wel.

In stemming komt de motie-Tijs van den Brink (36800-VII, nr. 42).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Heutink.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Bij de motie op stuk nr. 41 staken wij onze hand op, maar wij werden niet genoemd. Wij worden dus graag geacht voor te hebben gestemd.

De voorzitter:

Dat hebben we genoteerd. Dank u wel.

In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-VII, nr. 44).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-VII, nr. 45).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-VII, nr. 46).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-VII, nr. 47).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-VII, nr. 48).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Flach (36800-VII, nr. 49).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Flach (36800-VII, nr. ??, was nr. 50).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bikker c.s. (36800-VII, nr. ??, was nr. 52).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bikker/Boelsma-Hoekstra (36800-VII, nr. ??, was nr. 53).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikker (36800-VII, nr. 54).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (36800-VII, nr. 55).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Struijs c.s. (36800-VII, nr. 56).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Struijs (36800-VII, nr. 57).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Lammers (36800-VII, nr. 58).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Lammers (36800-VII, nr. 59).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Begroting Asiel en Migratie 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2026,

te weten:

de motie-Rajkowski over geen onomkeerbare stappen zetten betreffende het gebruik van biometrische gegevens in de vreemdelingenketen (36800-XX, nr. 14);

de motie-Westerveld/Ceder over uitspreken dat de strafbaarstelling van ongedocumenteerden ongewenst is (36800-XX, nr. 16);

de motie-Westerveld/Ceder over een plan van aanpak om de achterstanden bij de IND weg te werken (36800-XX, nr. 17);

de motie-Van der Plas over personen uit het Al-Hol-kamp de toegang tot Nederland weigeren (36800-XX, nr. 18);

de motie-Vondeling over een totale asielstop (36800-XX, nr. 19);

de motie-Vondeling over alle tijdelijke asielvergunningen van Syriërs intrekken (36800-XX, nr. 20);

de motie-Vondeling over criminele Syriërs gedwongen uitzetten (36800-XX, nr. 21);

de motie-Vondeling over de intrekking van de Spreidingswet nog voor de beëdiging van het kabinet-Jetten naar de Raad van State sturen (36800-XX, nr. 22);

de motie-Vondeling over jonge mannelijke statushouders niet langer samen met Nederlandse jongeren huisvesten (36800-XX, nr. 23);

de motie-Vondeling over overlastgevende asielzoekers niet belonen maar het land uitzetten (36800-XX, nr. 24);

de motie-Boomsma/Diederik van Dijk over de Dublinoverdrachten naar België zo snel mogelijk hervatten (36800-XX, nr. 25);

de motie-Boomsma c.s. over mogelijkheden om een amv gezinshereniging te laten aanvragen in het land waar het gezin zich bevindt (36800-XX, nr. 26);

de motie-Boomsma/Diederik van Dijk over afspraken met derde landen over terugname en opvang van asielzoekers (36800-XX, nr. 27);

de motie-Boomsma/Ceulemans over een taskforce terugkeer Syriërs (36800-XX, nr. 28);

de motie-Russcher over illegaal verblijf in Nederland nooit belonen met een verblijfsvergunning (36800-XX, nr. 29);

de motie-Diederik van Dijk/Ceder over rekening houden met de kwetsbare positie van Syrische christenen (36800-XX, nr. 30);

de motie-Diederik van Dijk/Boomsma over vervolging als gevolg van banden met ISIS geen grond laten zijn voor asiel (36800-XX, nr. 31);

de motie-Heutink/Lammers over onmiddellijk stoppen met gezinshereniging (36800-XX, nr. 34);

de motie-Heutink/Lammers over structureel en onvoorwaardelijk IND-dossiers delen met justitie en veiligheidsdiensten (36800-XX, nr. 35).

(Zie vergadering van 5 februari 2026.)

De voorzitter:

De motie-Heutink/Lammers (36800-XX, nr. 35) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Heutink, Lammers en Diederik van Dijk, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het voor de nationale veiligheid en de openbare orde essentieel is dat veiligheidsdiensten en justitie een goed beeld hebben van wie ons land binnenkomt;

constaterende hoe belangrijk dit is gebleken in zaken zoals de moord op Lisa en de Syrische terrorismeverdachte in het azc in Dronten;

constaterende dat, ondanks de cruciale informatiepositie van de IND, deze dossiers momenteel slechts in beperkte mate worden gedeeld met justitie en de veiligheidsdiensten;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat deze IND-dossiers zo veel mogelijk worden gedeeld met justitie en de veiligheidsdiensten, en dat zij in elk geval bij ieder signaal dat de nationale veiligheid of de openbare orde kan bedreigen onmiddellijk worden gedeeld, en waar nodig de wet hiervoor aan te passen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 35 (36800-XX).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Voordat we gaan stemmen, is er een stemverklaring van de heer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):

Dank u wel, voorzitter. Wij verklaren graag onze stem bij de motie-Westerveld/Ceder op stuk nr. 16. In die motie wordt gesteld dat strafbaarstelling van illegaal verblijf ongewenst is. Daar is D66 het mee eens. Het is een lelijke symboolmaatregel, die helemaal niets goeds brengt. Tot zover kunnen wij de motie dus onderschrijven. Maar er staat nog iets anders in die motie, namelijk dat dit element van de Asielnoodmaatregelenwet niet mag worden uitgevoerd, ook niet als die wet wel zou worden aangenomen door de Eerste Kamer. Dat gaat niet, want een wet is een wet. Of het nou de Spreidingswet of de Asielnoodmaatregelenwet is: als die wet is aangenomen, wordt die uitgevoerd, of wij het er nou mee eens zijn of niet. Met een motie moeten we niet voor een staatsrechtelijke modderpoel zorgen. Daarom zullen wij tegen deze motie stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Geen interruptie op de heer Paternotte. De ChristenUnie wil bij de stemming over motie op stuk nr. 59 (36800-VII) zojuist geacht worden tegen te hebben gestemd.

De voorzitter:

Genoteerd. Dank u wel, meneer Grinwis.

We gaan stemmen.

In stemming komt de motie-Rajkowski (36800-XX, nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Ceder (36800-XX, nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Ceder (36800-XX, nr. 17).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-XX, nr. 18).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vondeling (36800-XX, nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (36800-XX, nr. 20).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (36800-XX, nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (36800-XX, nr. 22).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (36800-XX, nr. 23).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (36800-XX, nr. 24).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boomsma/Diederik van Dijk (36800-XX, nr. 25).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boomsma c.s. (36800-XX, nr. 26).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boomsma/Diederik van Dijk (36800-XX, nr. 27).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boomsma/Ceulemans (36800-XX, nr. 28).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Russcher (36800-XX, nr. 29).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Ceder (36800-XX, nr. 30).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Boomsma (36800-XX, nr. 31).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Heutink/Lammers (36800-XX, nr. 34).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Duurzaam vervoer

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Duurzaam vervoer,

te weten:

de motie-Van Asten over deelmobiliteit betrouwbaar aanbieden binnen grootschalige gebiedsontwikkeling en de lokale context (31305, nr. 531).

(Zie vergadering van 22 januari 2026.)

In stemming komt de motie-Van Asten (31305, nr. 531).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de stemmingen. Ik schors kort voor de regeling van werkzaamheden. De vergadering is kort geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering.

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Aan de orde is de regeling van werkzaamheden. Ik verzoek u uw plaatsen in te nemen.

Ik stel toe te voegen aan de agenda het tweeminutendebat Voorhang wijziging Postbesluit 2009 (35423, nr. 15), met als eerste spreker het lid Prickaertz van de PVV.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan wil ik in deze regeling van werkzaamheden als eerste het woord geven aan de heer Van den Berg voor zijn verzoek namens de fractie van JA21. Meneer Van den Berg. Meneer Ceulemans, neemt u het over? Gaat uw gang.

De heer Ceulemans (JA21):

Ik heb geen idee wat hij wil, dus mijn verzoek is eigenlijk of dit verzoek verplaatst kan worden naar het einde.

De voorzitter:

Vooruit!

Dan is het woord aan de heer Jimmy Dijk van de SP voor zijn verzoek.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. "Mijn moeder kon de huur niet meer betalen. Ik kon niet mee op schoolreisje of op kamp. Elke dag was het afwachten wat we 's avonds zouden eten. Soms had ik geen eten om mee naar school te nemen en ook geen geld om daar iets te kopen. Ik gebruikte mijn studiefinanciering om mijn moeder te helpen overleven en rekeningen te betalen. We leefden twee jaar zonder elektriciteit thuis." Jongeren die door het toeslagenschandaal beroofd zijn van een fijne jeugd, dragen nog altijd de littekens die de Staat hun en hun ouders heeft aangedaan. Het landelijk meldpunt voor gedupeerde jongeren van het toeslagenschandaal heeft dat hier uitgebreid in verwerkt. 40% kon de studie niet afmaken en minstens de helft gebruikte de studiefinanciering ook om het gezin in leven en overend te houden. Nu zitten ze met een stuk hogere studieschulden dan het gemiddelde door een schandaal dat de Staat hun heeft aangedaan. Eerder werd een SP-motie aangenomen om hier iets aan te doen, maar het kabinet weigert die uit te voeren.

De voorzitter:

Wat is uw voorstel?

De heer Jimmy Dijk (SP):

Nog belangrijker: de huidige regelingen bieden geen oplossingen. Daarom moet er nu een debat komen over de DUO-schulden van jongeren en de gevolgen daarvan door toedoen van het toeslagenschandaal.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Op 19 maart is er een commissiedebat Hersteloperatie toeslagen. We kunnen het daarbij behandelen. Geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Mede namens Volt: steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Eens met mevrouw Van Eijk: geen steun.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Al die verhalen over hoe kinderen, nu jongvolwassen, kapot zijn gemaakt, zijn verschrikkelijk. Wat mij betreft voeren we zo snel mogelijk een debat. Er staat als het goed is al een debat gepland specifiek over de dossiers. Misschien is het een idee om dit onderwerp ook daarbij te betrekken, want vroeg of laat komen we toch uit bij deze studieschulden.

De heer Van Meijeren (FVD):

Steun.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Het lijkt me ook goed om het bij het geplande debat te betrekken en om dan ook extra spreektijd toe te voegen. Die hebben we dan namelijk hard nodig.

De heer Vlottes (PVV):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Graag bij een gepland debat of een commissiedebat.

De heer Vervuurt (D66):

Geen steun, voorzitter.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Graag betrekken bij het geplande debat dat hier specifiek over gaat. Ik doe wel het verzoek voor extra spreektijd. Ik weet niet of dat hier moet of bij de procedurevergadering.

De voorzitter:

Dat moet later.

U heeft geen meerderheid, meneer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. Dan kom ik later met dat verzoek, want dat was stap twee.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer El Abassi krijgt het woord voor zijn verzoek namens de fractie van DENK.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. Tien gemeenten hebben illegaal informatie verzameld over islamitische inwoners. Mensen zijn gevolgd, geprofileerd, geregistreerd en bespioneerd vanwege hun geloof. Dit gebeurde onder leiding van de toenmalige NCTV-chef en huidige minister-president de heer Schoof. Dat is enorm pijnlijk voor Nederlandse moslims.

Voorzitter. Deze spionagepraktijken raken aan fundamentele rechtsstatelijke beginselen. Moslims zijn opnieuw onderwerp van institutioneel wantrouwen en religieus profileren, met ernstige gevolgen voor hun privacy en het vertrouwen in de overheid. Natuurlijk wil niemand dat groepen Nederlanders vanwege hun religie worden bespioneerd. Niemand wil dat hier. Daarom vraag ik een debat aan met de minister van Justitie en Veiligheid.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is. Mevrouw Tseggai.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Steun, voorzitter.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Geen steun, voorzitter. Hier hebben we het in het verleden ook al uitgebreid over gehad.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Mede namens Volt: steun.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Geen steun.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Steun, voorzitter.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

25 maart is er een commissiedebat. Dan kunnen we het er goed over hebben.

De heer Ceulemans (JA21):

Geen steun.

De heer Van Meijeren (FVD):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer El Abassi.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. Dat is heel jammer. Tegelijkertijd heb ik wel 30 leden geteld, dus ik zou het graag willen aanvragen als dertigledendebat.

De voorzitter:

Uw tweede verzoek. U heeft nog een tweede verzoek, toch? Dat hoeft niet meer?

De heer El Abassi (DENK):

Sorry, voorzitter. Ik bespaar je het tweede verzoek.

De voorzitter:

Dank u wel.

Het woord is aan mevrouw Faber voor haar verzoek namens de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Gaat uw gang.

Mevrouw Faber (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Vooral in de grote steden moeten agenten veel incasseren. Ze worden gesard, bespuugd en bedreigd. Van hun bestuur moeten zij vooral begripvol en vriendelijk blijven. En nu is het zover gekomen dat een Utrechtse agent met zijn gezin moet onderduiken. Oorzaak: de agent deed zijn werk. Onverlaten zetten druk op zijn werk en daarmee op de politie door zijn privégegevens wereldwijd te delen. Gasten uit Verweggistan krijgen met voorrang een woning en soms wel twee, en onze eigen agent moet zijn huis ontvluchten. Als wij zo doorgaan, dan wil geen agent meer de straat op. Hiermee komt de democratische rechtsstaat onder vuur. Tijd om een duidelijke streep te trekken: genoeg is genoeg.

De voorzitter:

En u wilt daarover een debat voeren, denk ik.

Mevrouw Faber (PVV):

Exact.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Goed om het hierover te hebben. We hebben er net in het vragenuur natuurlijk ook uitgebreid over gesproken. Inderdaad, wie wil nog politieagent worden als je op deze manier belaagd, bedreigd en voor de bus gegooid wordt door je eigen organisatie? Steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Voorzitter. We hebben er inderdaad net al iets over gezegd in het vragenuurtje. We krijgen informatie vanuit het kabinet. Die informatie zou ik mee willen nemen naar het volgende commissiedebat Politie, waarin we het er inderdaad over moeten hebben hoe we agenten maximaal beschermen tegen deze vreselijke dingen die zij tegenkomen.

De heer Ceulemans (JA21):

We zien die toegezegde informatie graag tegemoet. Die kunnen we vervolgens betrekken bij het debat, dus steun voor het verzoek.

De heer Stoffer (SGP):

Mede namens de ChristenUnie: wat ons betreft zou dit ook bij een commissiedebat Politie aan de orde kunnen komen. Het is een belangrijk onderwerp, maar ik denk dat het daar ook heel goed past.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Steun.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Het is inderdaad een zeer belangrijk onderwerp. Zo snel mogelijk bij het commissiedebat.

De heer Vervuurt (D66):

Het kan in het commissiedebat, voorzitter.

De heer Van Meijeren (FVD):

Steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Mevrouw Hamstra. Nee, mevrouw Straatman.

Mevrouw Straatman (CDA):

Dank u wel. Wat ons betreft kan het ook in het commissiedebat.

De heer El Abassi (DENK):

Helemaal vanuit Verweggistan. Graag wil ik het verzoek steunen. Ik zou de minister willen vragen om het onderzoek dat gedaan is voorafgaand aan het debat met ons te delen.

De heer Struijs (50PLUS):

Steun.

De heer Dassen (Volt):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Faber.

Mevrouw Faber (PVV):

Wel 30 leden, denk ik.

De voorzitter:

Ja.

Mevrouw Faber (PVV):

Dan doen we dat. Dank u.

De voorzitter:

We zetten het erbij.

De heer Markuszower nodig ik uit voor zijn verzoek namens de Groep Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Bedankt, voorzitter. Met de Digital Services Act in de hand schijnt het zo te zijn — dat zegt een commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden; niet de minste — dat verkiezingen in Europese landen, waaronder Nederland, zijn beïnvloed. Mocht dat waar zijn, dan is dat een ernstige zaak. Ik zou daarover graag een debat willen met de minister-president, zodat hij aan zijn EU-collega's kan vragen: what is going on?

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Stöteler (PVV):

Voorzitter. De PVV wil dit debat ook, maar ik zou het graag vooraf laten gaan door een brief van het kabinet waarin het uitlegt welke afspraken er precies zijn gemaakt met platforms, hoe het ministerie van Binnenlandse Zaken de trustedflaggerstatus heeft gebruikt, hoe die is ingezet en hoe vaak die is ingezet en welke content in welke mate is verwijderd van social media.

De heer Vermeer (BBB):

Volledige steun. Dit moet uitgezocht worden.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Geen steun. Dit had recent besproken kunnen worden in het commissiedebat Verkiezingen.

De heer Erkens (VVD):

Voorzitter. Dit gaat over het feit dat algoritmes objectief worden toegepast en dat er inderdaad geen beïnvloeding plaats kan vinden. Een debat is wat ons betreft niet de plek. Wel steun voor een brief.

De heer Van Meijeren (FVD):

Steun.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Geen steun, voorzitter.

De heer Ceulemans (JA21):

Dit kan betrokken worden bij een aantal commissiedebatten, maar specifiek bij het overleg over de Raad BuZa van 23 februari. Geen steun voor een los debat.

De heer Krul (CDA):

Wat de heer Erkens zei.

De heer Dassen (Volt):

Geen steun.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter. Ook de fractie van DENK maakt zich zorgen om inmenging, bijvoorbeeld als het gaat over Kamerleden van wie gezegd wordt dat ze banden hebben met de Mossad.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Kijk, die is nieuw! Pam!

De heer Van Baarle (DENK):

Dus als we het daarover kunnen hebben bij dat debat, dan steun ik het verzoek.

De voorzitter:

Ik weet niet wat u net deed, maar u heeft geen meerderheid.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Dat was een roffeltje, voorzitter. Ik wilde wel vragen — dan kan DENK nog een keer hetzelfde punt herhalen — of dit op de dertigledenlijst mag staan.

De voorzitter:

Vooruit dan maar! We zetten het erbij, meneer Markuszower.

De heer Heutink krijgt het woord voor zijn verzoek, tevens namens de Groep Markuszower.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Moet ik dan ook beginnen met een roffeltje?

De voorzitter:

Doet u dat maar niet, want dat is me zojuist niet zo goed bevallen.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Waar in Nederland de gemiddelde landelijke adviesprijs voor een liter benzine op dit moment €2,24 is, staat er in België €1,40 op de borden. Dat is een verschil van bijna €0,85. Pomphouders zien hun klanten de grens oversteken. De effecten zijn gigantisch, niet alleen voor de portemonnee van de overheid, maar ook vooral voor de Nederlandse inwoners. Er moet iets gebeuren, want we prijzen onszelf de markt uit. Daarom wil ik een groot debat met de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister van Financiën en de minister van Economische Zaken over de prijs aan de pomp en de bijbehorende grenseffecten. Wat mij betreft nemen we daarin ook direct de hoogte van de tabaksaccijnzen en de prijzen van de boodschappen mee.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Hartstikke goed initiatief om dit debat aan te vragen. We hebben vandaag ook een petitie aangenomen van ondernemers in de grensregio's. Van harte steun voor dit debat.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Het vervoer is voor veel mensen te duur. Daar legt de heer Heutink de vinger op de zere plek. Maar dat geldt niet alleen voor de auto, maar ook voor het openbaar vervoer. Mijn suggestie zou zijn om een breder debat te voeren over vervoerskosten en het effect daarvan op de betaalbaarheid van het leven. Dan zouden wij het debat steunen. Als het alleen over de auto gaat, steunen wij het verzoek niet.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. Mensen in het land voelen haarfijn aan dat er de laatste tijd steeds meer cadeautjes zijn gekomen voor vermogenden; die betalen minder belasting. De mensen aan de pomp betalen daar de rekening voor. Ik zou dit debat heel graag willen steunen, in de breedte over vervoerskosten, maar ook over de accijnzen op de brandstof; die kunnen omlaag als we de meest vermogenden wat meer gaan belasten. Maar dan moet dat debat wel gevoerd worden met de minister van Financiën erbij, want anders wordt het een beetje een karig debat.

De heer Peter de Groot (VVD):

Het originele verzoek van de heer Heutink over de prijzen aan de pomp kunnen we steunen. Dat zou dan met de minister van IenW zijn.

De voorzitter:

We hebben het ook over het voorstel dat hier voorligt. Als we daarvan afwijken, wordt het heel ingewikkeld.

De heer Van Meijeren (FVD):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun voor het verzoek.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Geen steun.

De heer Jumelet (CDA):

Steun, voorzitter.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Mooi!

De voorzitter:

O, ik hoor de heer Struijs ook nog steun zeggen. Die kunt u ook nog in uw zak steken!

Dan is het woord aan mevrouw Beckerman, die al onderweg is, voor haar verzoek namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Er is asbest aangetroffen in speelzand voor kinderen. Ondertussen is speelzand nog steeds te koop. Het kabinet wil geen verkoopstop opleggen. Ook andere maatregelen worden niet toegezegd, bleek zojuist in het vragenuur. Daarom vragen wij een debat aan met de staatssecretaris VWS.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ik hoop eigenlijk dat er al eerder duidelijkheid komt over de veiligheid van dit speelgoed. Ik hoop dat er, als het inderdaad onveilig is, al gehandeld wordt voordat er een debat plaatsvindt hier in de Kamer, want dat kan weleens lang duren. Desalniettemin op zich steun. Mocht er een debat nodig zijn, dan denk ik wel dat de begrotingsbehandeling van VWS misschien de eerste mogelijkheid gaat zijn.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Ik sluit me eigenlijk aan bij de woorden van de heer Bushoff.

Mevrouw Beckerman (SP):

Die steunde het wel, dus dat is mooi!

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Ik steun het ook, maar we zouden het inderdaad misschien wel sneller kunnen behandelen, bij de begroting. Dat zou wel mooi zijn, want dan weten we eerder hoe het ervoor staat.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik denk dat beide zaken tegelijk kunnen.

De voorzitter:

We noteren het als steun, mevrouw Beckerman. Geen zorgen. Het komt goed, denk ik.

De heer Struijs (50PLUS):

Steun.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Voorzitter. Wat ons betreft gaat het speelzand per direct de schappen uit. We willen graag een brief van het kabinet. Laten we het inderdaad betrekken bij het begrotingsdebat.

De heer El Abassi (DENK):

Vanwege de urgentie zo snel mogelijk een debat. Hoe eerder, hoe beter.

Mevrouw Wendel (VVD):

Hier is echt haast bij nodig en ik denk niet dat een debat hiervoor nu echt gaat helpen. Er is eerder actie nodig, dus wij willen dit gewoon bespreken bij de begroting. Dat is sneller dan een plenair debat. Maar ik wil wel mevrouw Beckerman danken voor de aandacht hiervoor, want het is echt heel belangrijk.

De heer Vervuurt (D66):

Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Wendel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

De snelste manier is bij het begrotingsdebat, dus geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Dit kan in het begrotingsdebat, dus geen steun voor een los debat.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank voor de aandacht hiervoor. We hebben het vandaag ook in het vragenuur besproken. Voor nu kan ik me aansluiten bij de woorden van de VVD, dus geen steun.

De heer Stoffer (SGP):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Beckerman (SP):

Nee, voorzitter. Toch laat ik het op de dertigledenlijst zetten. Ik denk dat de leden er gelijk in hebben dat we dit zo snel mogelijk moeten bespreken, maar ik wijs er ook op dat dit gaat over verschillende beleidsterreinen. Ik denk dus dat het ook zinnig is om hier apart een debat over te voeren, want er moet veel gebeuren.

De voorzitter:

Ja, ja. We zetten het erbij.

Mevrouw Lammers krijgt het woord voor haar verzoek namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Dank u wel, voorzitter. Er zijn al zo'n 190.000 sociale huurwoningen met voorrang aan statushouders weggegeven in de afgelopen vijftien jaar. Nog eens 53.000 nareizigers zitten in de procedures. Kinderen worden vooruitgestuurd en een gezin van acht, tien of zelfs twaalf mensen komt over. Zij moeten in enorme huizen gevestigd worden terwijl de Nederlander nog niet eens een flatje kan vinden. Dit moet nu afgelopen zijn. We willen onmiddellijk na de aanstelling van een kabinet met de nieuwe minister van Asiel en Migratie een plenair debat over dit onderwerp. Dit is onhoudbaar voor Nederland. Hier kunnen wij niet tegenop bouwen.

De voorzitter:

Ik kijk even of daar steun voor is.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Inhoudelijk geen steun, maar het kan ook prima betrokken worden bij debat Staat van de Volkshuisvesting op 11 maart.

De heer Mooiman (PVV):

Steun voor het verzoek.

De heer Ceulemans (JA21):

Inhoudelijk helemaal eens, maar we hebben net de asielbegroting gehad en het kan nu het snelst behandeld worden in een ander debat. Er is dus niet een los debat nodig.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Steun voor het verzoek.

De heer Peter de Groot (VVD):

Geen steun. Kan bij het commissiedebat Staat van de Volkshuisvesting worden betrokken.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Ik sluit me bij mijn voorganger aan.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Het woord is aan de heer Van der Lee voor een vooraankondiging.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):

Dat klopt, voorzitter. Voor de Europese Raad en dan wel deze week te houden inclusief stemmingen.

De voorzitter:

We gaan er rekening mee houden.

Dan is het woord aan mevrouw Dobbe voor haar verzoek namens de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank u wel, voorzitter. Twee verzoeken. Vorige week berichtte het Jeroen Bosch Ziekenhuis dat er elke week verwaarloosde ouderen binnenkomen in het ziekenhuis die thuis wonen, maar met wie het thuis niet goed gaat. Elke week. Vandaag berichte Omroep Brabant dat ze het ook in andere ziekenhuizen zien: in Tilburg en Geldrop, door de hele provincie. De verwaarlozing die ze tegenkomen, is extreem: mensen die in hun eigen ontlasting zitten, onderkoeld zijn, doorligplekken hebben of luizen of een infectie hebben. Het is een kaartenhuis dat instort, zegt het Anna Ziekenhuis. De nieuwe coalitie wil miljarden bezuinigen op de zorg, wat het nog veel erger gaat maken. Maar het kaartenhuis dat instort is ook hoe we de zorg in Nederland hebben georganiseerd. Daarom is het belangrijk dat wij een debat hebben over hoe wij omgaan met de zorg voor onze ouderen.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Mijn collega Ten Hove heeft een debat aangevraagd over dit soort zaken, over het "zorggat" voor ouderen zoals dat wordt genoemd. Het is schandalig dat dat gebeurt. Dus dat debat ligt er al. Mijn voorstel is dat we het er daarin over hebben en we hebben natuurlijk nog het begrotingsdebat in maart. Dus geen steun voor dit debat, maar de zorgen delen we zeker.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Steeds langer thuis moeten blijven wonen, maar kan je er dan ook blijven wonen? Dus zeker steun voor dit debat.

De heer Vermeer (BBB):

Volle steun. Dit is echt in alle provincies aan de gang op dit moment, dus opschieten met dat debat.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Van harte steun.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Steun.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Vorige week vroeg ik al een plenair debat aan over een van de berichten. Helaas haalde dat toen geen meerderheid. Er staat een dertigledendebat hierover, maar van harte steun natuurlijk. Hopelijk wordt het gewoon een meerderheidsdebat.

Mevrouw Wendel (VVD):

Geen steun. Dit kan bij de begroting.

De heer Vervuurt (D66):

Voorzitter. Het kan bij de begroting en het kan ook bij het commissiedebat Ouderenzorg dat al is ingepland, dus geen steun.

De heer Van Meijeren (FVD):

Van harte steun.

Mevrouw Tijmstra (CDA):

Ik sluit me aan bij de woorden van D66.

De heer Ceulemans (JA21):

Bij de begroting is echt het snelst.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. Het kan inderdaad tijdens de begroting, maar toch steun, want dit is superbelangrijk.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dat is jammer, voorzitter.

De voorzitter:

Uw tweede verzoek.

Mevrouw Dobbe (SP):

Ja. In december zijn meer dan 1.000 patiënten in Gaza doodgegaan terwijl ze op een wachtlijst stonden voor medische evacuatie. Meer dan 4.000 kinderen staan nog steeds op een wachtlijst voor medische evacuatie omdat er geen medische voorzieningen zijn voor hen in Gaza of in de regio. Ondertussen mogen 37 internationale hulporganisaties niet meer werken in Gaza. Zij kunnen geen medische hulp geven aan kinderen die dat nodig hebben en kunnen niet zorgen voor voedsel of medicijnen. Dit kabinet heeft een brief gestuurd aan de Kamer — we hebben er zes weken op moeten wachten — over of ze de levens gaan redden van de kinderen voor wie geen andere plek is, maar waarvoor wel plek is in ziekenhuizen hier, zonder dat het ten koste gaat van andere kinderen. Dit kabinet heeft dus weken genomen om te besluiten dat het nieuwe kabinet hierover moet gaan besluiten. Daarom willen wij binnen twee weken na aantreden van het nieuwe kabinet een brief en een debat over hoe het nieuwe kabinet omgaat met medische evacuaties van kinderen uit Gaza en humanitaire hulp in Gaza.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dit kabinet laat Palestijnen zó hard vallen, zelfs kinderen. Ik heb er geen woorden meer voor. Van harte steun voor dit debat.

De heer Vervuurt (D66):

Voorzitter. Dit is vreselijk, dus steun. Maar ik heb begrepen dat er op 12 maart mogelijk ook nog een Raad Buitenlandse Zaken is. Mogelijk is dat sneller, dus ik zou die overweging graag mee willen geven.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Geen steun.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Er staan al twee plenaire debatten gepland. Eentje gaat specifiek over de Palestijnse gebieden, volgens mij kwam dat verzoek van de heer Van Baarle. Eentje gaat over het Midden-Oosten, met mijn steun. Wat mij betreft kunnen we een van die twee gewoon vervroegd inplannen.

Mevrouw Tijmstra (CDA):

Geen steun.

De heer Van den Berg (JA21):

Geen steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Steun.

De heer Van der Burg (VVD):

Geen steun, voorzitter. Zoals in de bijdrage van GroenLinks-PvdA werd gezegd, kun je je aansluiten bij die andere debatten.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter. Als de lijn van het vorige kabinet, het huidige kabinet, dat straks een nieuw kabinet wordt, is dat het nieuwe kabinet het moet gaan uitvoeren, zou ik hier het verzoek willen doen dat het nieuwe kabinet zo spoedig mogelijk een brief stuurt naar de Tweede Kamer over hoe ze daar uitvoering aan willen geven. En van harte steun voor het verzoek om daar zo snel mogelijk een debat over te voeren.

De heer Stöteler (PVV):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):

Kan ik dan wel het volgende verzoek doen? Mensen zeggen hier: er staan andere debatten gepland. Kan ik verzoeken om die dan wel binnen twee weken na aantreden van het kabinet in te plannen?

De voorzitter:

We kunnen overal proberen rekening mee te houden, maar we proberen zo veel mogelijk mensen gelukkig te maken hier in het huis.

Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn verzoek namens de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter, dank. Vandaag is het rapport Opgroeien als moslimjongere in een polariserende samenleving verschenen van het KIS, waaruit blijkt dat moslimjongeren in Nederland dagelijks te maken krijgen met discriminatie, met grote gevolgen. Dit is niet het eerste rapport en het zal ook niet het laatste rapport zijn dat aantoont dat veel moslims te maken hebben met discriminatie in ons land. Een tijd geleden heb ik een debat aangevraagd over de bestrijding van moslimdiscriminatie. Dat kreeg een meerderheid van de toenmalige Kamer. Dat debat is inmiddels vervallen. Daarom zou ik graag opnieuw het verzoek willen doen om een plenair debat te houden over moslimdiscriminatie met de minister van Binnenlandse Zaken.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

De heer Van den Berg (JA21):

Geen steun, voorzitter.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Steun, voorzitter. Ik zou willen voorstellen om daar ook de staatssecretaris van SZW voor uit te nodigen, aangezien moslimdiscriminatie daarbij hoort.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Geen steun.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Steun, voorzitter.

De heer Van Meijeren (FVD):

Geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Moslimdiscriminatie is iets verwerpelijks, wat we moeten aanpakken. Dat zou ik graag doen tijdens het commissiedebat van 25 maart, dus geen steun voor een plenair debat.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):

Volgens mij telde ik wel 30 leden, dus ik zou het graag op de lijst van dertigledendebatten willen zetten. Met uw welnemen zou ik graag een informatieverzoek willen doen. Ik zou graag voor aanvang van het commissiedebat een schriftelijke reactie van het kabinet wensen op het door mij genoemde rapport, zodat we die bij het commissiedebat kunnen betrekken.

De voorzitter:

Ja. Dat geleiden wij door naar het kabinet.

De heer Van Baarle (DENK):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Baarle.

Dan is het woord aan de heer Van Meijeren voor zijn verzoek namens Forum voor Democratie.

De heer Van Meijeren (FVD):

Dank u, meneer de voorzitter. Het bestaan van elitenetwerken die zich structureel en op grote schaal schuldig maken aan ernstig kindermisbruik werd lange tijd ontkend en gemakzuchtig naar het rijk der fabelen verwezen. Maar inmiddels kan het bestaan van ten minste één zo'n netwerk niet langer worden ontkend. Ik heb het dan natuurlijk over het netwerk rond Jeffrey Epstein. Dat heeft in tal van landen al geleid tot een politiek debat, maar hier in dit huis blijft het vooralsnog muisstil, terwijl uit de vrijgegeven documenten blijkt dat ook Nederlandse personen of organisaties hierbij betrokken zijn, ofwel als dader, ofwel als slachtoffer, ofwel als facilitator ofwel anderszins. Dat moet deugdelijk onderzocht worden. Daarom wil ik graag een brief van het kabinet met een reactie op de onthullingen, gevolgd door een debat met de minister van Justitie en Veiligheid.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Het is hier helemaal niet muisstil. We hebben in een e-mail ontdekt dat onder anderen een 9-jarig meisje betrokken was bij de dingen van Epstein. Daar hebben we vandaag Kamervragen over gesteld, dus dat wil ik hier even rechtgezet hebben. Maar steun voor een debat.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. Ook ik vraag hier wekelijks debatten aan over kindermisbruik. Dat wil ik ook even rechtgezet hebben. Tegelijkertijd steun voor een debat.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik zag dat er Kamervragen waren gesteld. Ik denk dat het belangrijk is dat er een brief komt. Die heeft de heer Van Meijeren ook aangevraagd. Ik wil dat eerst allemaal afwachten en de antwoorden bekijken om te bezien of we hierover een plenair debat moeten voeren. Dus voor nu geen steun, maar ik steun wel het verzoek om een brief te krijgen met een reactie van het kabinet.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid voor een debat, maar we geleiden uw informatieverzoek door naar het kabinet.

De heer Van Meijeren (FVD):

Ik wil nog wel even iets zeggen in de richting van de heer Heutink. Als hij hierover vandaag Kamervragen heeft gesteld, dan heb ik die nog niet gezien. Heel goed. Ik wacht de beantwoording ook met veel belangstelling af, net als de brief van het kabinet. Ik hoop dat er dan alsnog steun is voor een debat over dit ernstige onderwerp.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Meijeren.

Dan is tot slot het woord aan de heer Van den Berg. De eersten zullen de laatsten zijn en de laatsten de eersten. Gaat uw gang.

De heer Van den Berg (JA21):

Wat een stichtelijke woorden, voorzitter. Dank.

Ik sta hier vandaag om de kwestie van een SMR-rapport in Zeeland te agenderen. Vorige week heeft de minister een brief naar de Kamer gezonden over small modular reactors. Er blijkt dat er veel meer potentie is voor deze kleinere kerncentrales dan tot nu toe werd gedacht. Het is dus belangrijk dat we ons niet alleen focussen op elektriciteit, maar juist ook op warmte uit hoge temperatuur, bijvoorbeeld voor Dow Chemical of Yara. Daarom vraag ik een debat aan om de mogelijkheden verder te onderzoeken en vooral om de versnelling van SMR's daadwerkelijk in gang te zetten, zodat we daar als Nederland de vruchten van kunnen plukken.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Meneer Van den Berg wordt op zijn wenken bediend, want daar zit de minister van Klimaat en Groene Groei. We hebben zo meteen het begrotingsdebat over klimaat, dus ik hoop het dan met meneer Van den Berg te kunnen hebben over kleine kernreactoren.

De heer Van Meijeren (FVD):

Voorzitter. Vanzelfsprekend kan hier straks over gesproken worden, maar ik vind dit onderwerp toch wel dermate urgent en belangrijk dat het een separaat plenair debat verdient, dus van harte steun voor het debat.

De heer Vervuurt (D66):

Geen steun, voorzitter. Het kan in het begrotingsdebat en in een commissiedebat over kernenergie, dus geen steun.

De heer Jumelet (CDA):

Voorzitter, daar sluit ik me bij aan. Geen steun.

De heer Peter de Groot (VVD):

SMR's zijn voor de VVD net zo veel een hobby als voor de heer Van den Berg van JA21. We spreken er graag over. Het kan straks of, zoals de collega's zeggen, in een commissiedebat over kernenergie, dus geen steun voor een plenair debat.

De heer Vermeer (BBB):

Dit gaat niet over hobby's, maar over belangrijke zaken. Provincies en gemeentes willen echt dat er meer vaart uitgeoefend wordt, dus van harte steun.

De heer Dassen (Volt):

Laten we die vaart dadelijk uitvoeren bij het plenaire debat over de begroting van Klimaat en Groene Groei.

De heer Kops (PVV):

Het kan bij de begroting. Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter, u dwingt mij om het bij de begroting heel veel over SMR's te hebben, dus dat wordt vervolgd.

De voorzitter:

We gaan het volgen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze regeling van werkzaamheden. Ik schors kort. Na de schorsing gaan we verder met een tweeminutendebat. De vergadering is geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Kernenergie

Kernenergie

Aan de orde is het tweeminutendebat Kernenergie (CD d.d. 17/12).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Kernenergie. Ik heet de minister van harte welkom en ik geef graag het woord aan de heer Flach, die spreekt namens de SGP. Ga uw gang.

Voorzitter: Moorman

De heer Flach (SGP):

Voorzitter, dank u wel. We kijken terug op een mooi debat. Daarin is het ook veel gegaan over de positie van Zeeland en over de vraag hoe we voorkomen dat Zeeland het wingewest van de energie wordt. Ik denk dat dat belangrijk is. Tegelijkertijd liggen er ook wel heel veel kansen in Zeeland, omdat de Zeeuwen beter dan inwoners van elke andere provincie in staat zijn om te gaan met bijvoorbeeld kernenergie en de aanwezigheid daarvan in hun provincie. Dat vraagt tegelijkertijd heel veel van die provincie, bijvoorbeeld wat betreft wonen, arbeidskrachten, bereikbaarheid enzovoorts. Ik zou dat debat willen afronden met één motie. Die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de komst van nieuwe kerncentrales grote impact heeft op de omgeving, zeker wanneer er sprake is van twee centrales op dezelfde locatie;

van mening dat zorgvuldige inpassing van grote kerncentrales bijdraagt aan regionaal draagvlak en voortvarende ruimtelijke procedures;

verzoekt de regering

koeltorens te vermijden;

bij de locatiekeuze zo veel mogelijk te kijken naar gronden met industrie als bestemming;

de voorwaarden en adviezen vanuit de Zeeuwse samenleving en overheden als uitgangspunt te nemen voor het Rijk-Regiopakket,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.

Zij krijgt nr. 165 (32645).

Dank u wel, meneer Flach. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van Oosterhout, die spreekt namens de fractie van GroenLinks-PvdA. Ook u heeft twee minuten. Ga uw gang.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. De positie van mijn fractie wat betreft kernenergie is helder, maar het is wel erg belangrijk dat we in ieder geval omwonenden en de natuur goed beschermen. Daarom heb ik de volgende twee moties en een vraag voor de minister.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gemeente Borsele, de dorpsraad Biervliet en de provincie Zeeland via een participatief proces voorwaarden hebben vastgesteld ten aanzien van de vestiging van kerncentrales op hun grondgebied;

overwegende dat draagvlak in de regio essentieel is voor de legitimiteit en uitvoerbaarheid van ingrijpende ruimtelijke en infrastructurele projecten, zoals kerncentrales;

overwegende dat het niet integraal overnemen van deze voorwaarden afbreuk doet aan het vertrouwen tussen Rijk, provincie, gemeente en inwoners;

overwegende dat eerder door het Rijk is uitgesproken dat regionale voorwaarden serieus worden betrokken bij besluitvorming;

verzoekt de regering bij een besluit tot de bouw van kerncentrales in de betrokken gebieden de Borselse voorwaarden, het voorwaardenpakket Biervliet 2026 en de Zeeuwse provinciale voorwaarden integraal en onverkort over te nemen en als bindend kader te hanteren voor verdere planvorming, vergunningverlening en uitvoering,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 166 (32645).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Westerschelde en de omliggende natuurgebieden van grote ecologische waarde zijn en onder meer vallen onder nationale en Europese natuur- en milieubescherming;

constaterende dat de natuur in de Westerschelde en omgeving reeds sterk onder druk staat;

constaterende dat een slecht beheer van koelwater leidt tot opwarming van oppervlaktewater en negatieve effecten op ecosystemen, met schadelijke gevolgen voor biodiversiteit, visstanden en waterkwaliteit;

overwegende dat het behoud van gezonde vis- en schaaldierbestanden essentieel is voor een duurzame visserij;

verzoekt de regering strikte, afdwingbare milieunormen te hanteren om te zorgen dat de inzet of uitbreiding van kernenergie niet leidt tot verdere opwarming van, noch tot andere ecologische schade aan, de Westerschelde en de omliggende natuurgebieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 167 (32645).

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Tot slot heb ik nog een technische vraag aan de minister. Volgens een zienswijze bij de MER-procedure voor kernenergie zijn technologische alternatieven onvoldoende meegenomen in de MER. Hoe kijkt de minister hiernaar? Klopt dat? Zo ja, waarom zijn deze technologische alternatieven niet meegenomen?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Oosterhout. Dat was keurig binnen de tijd. Dan geef ik graag het woord aan de heer Peter de Groot, die spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

De heer Peter de Groot (VVD):

Dank u wel, voorzitter. We hebben met elkaar een mooi debat over kernenergie gehad. Dat is belangrijk voor ons toekomstige energiesysteem. De heer Van den Berg heeft net geprobeerd om een debat aan te vragen over SMR's, small modular reactors. Ik heb daarover nu zelfs een motie meegenomen, omdat wij het belang daarvan, dat JA21 dus ook ziet, onderstrepen. De minister heeft in het debat toegezegd naar de ruimtelijke inpassing te gaan kijken en daar regie op te voeren, maar met deze motie zouden wij dat graag willen onderstrepen en nog één klein stapje verder willen gaan.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat small modular reactors (SMR's) een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de verduurzaming van meer afgelegen gebieden en van locaties waar sprake is van netcongestie;

constaterende dat het daarom van belang is inzichtelijk te maken welke locaties het meest gebaat zijn bij de systeemvoordelen van de SMR's;

overwegende dat de minister heeft toegezegd regie te nemen op de ruimtelijke inpassing van SMR's;

verzoekt de regering parallel met de sector te onderzoeken hoe de SMR's zo efficiënt mogelijk kunnen worden ingepast in het energiesysteem, met publiek-private samenwerking als uitgangspunt;

verzoekt de regering de conclusies van dit onderzoek samen met de routekaart voor de realisatie van SMR's uiterlijk in Q3 2026 met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Flach en Van den Berg.

Zij krijgt nr. 168 (32645).

De heer Vermeer (BBB):

Ik ben het helemaal eens met wat de heer De Groot hier stelt. Is de heer De Groot ook van mening dat er in het coalitieakkoord zoals dat er nu ligt voldoende gebeurt? Of vindt hij de aantallen die daarin genoemd zijn over kerncentrales in het algemeen, in het totaal, dan niet aan de magere kant, gezien wat hij hier net inbrengt?

De heer Peter de Groot (VVD):

Wij staan natuurlijk volledig achter de afspraken in het nieuwe coalitieakkoord over de vier grote conventionele kerncentrales die moeten worden gerealiseerd. Maar wij zien ook graag dat het ministerie meer met de sector aan de slag gaat om te bekijken hoe de private investeringen voor SMR's kunnen landen in Nederland en wat de overheid aan de zijde van ruimtelijke inpassing, vergunningprocedures en dergelijke te doen heeft om ook echt het aantal, dus niet één, maar meerdere, SMR's in Nederland van de grond te krijgen. Wij zien het dus ook zo in die verdeling. Zo staat het naar mijn weten ook in het coalitieakkoord. Daar staan we achter, maar we willen dat graag ook concreet maken voor het vervolg met elkaar.

De voorzitter:

Dank u wel. Meneer Vermeer, ik nodig u uit om naar het spreekgestoelte te komen namens de fractie van de BBB.

De heer Vermeer (BBB):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat meerdere decentrale overheden werken aan plannen voor het ontwikkelen van SMR's;

overwegende dat snel investeren in SMR's het Nederlandse bedrijfsleven een goede uitgangspositie geeft voor innovatie;

overwegende dat meerdere organisaties, waaronder VNO-NCW, het kabinet hebben opgeroepen om de SMR-strategie te versnellen;

verzoekt de regering gemeenten en provincies te ondersteunen en te faciliteren bij de ontwikkeling, planvorming en uiteindelijke realisatie van SMR's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 169 (32645).

De heer Vermeer (BBB):

In het algemeen wil ik het volgende stellen. Er wordt nog steeds gezegd: ja, maar het ontwikkelen van kernenergie en kerncentrales in het algemeen duurt veel te lang. Aangezien we daar al meer dan tien jaar over praten, hadden wij maar zo met z'n allen hier vandaag ergens een kerncentrale kunnen openen. We moeten dus stoppen met praten en starten met bouwen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Vermeer. Dan zou ik graag de heer Van den Berg van de fractie van JA21 willen uitnodigen achter het spreekgestoelte. Gaat uw gang.

De heer Van den Berg (JA21):

Dank, voorzitter. Ook aan de minister.

Ik heb er een paar, dus ik steek gelijk van wal.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de RES-regio's richting geven aan regionale keuzes in de energievoorziening;

verzoekt de regering om te verkennen hoe SMR's als langetermijnoptie kunnen worden betrokken bij de RES-cyclus vóór 2030, door de RES-regio's te betrekken in de provinciale verkenningen voor SMR's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 170 (32645).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat kernenergie een belangrijke rol kan gaan spelen in de toekomstige energiemix;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe we het vlootverband en de synergie tussen reactorleveranciers, bouw, nijverheid en de Nederlandse industrie kunnen versterken, en de Kamer hierover uiterlijk eind 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 171 (32645).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ontwikkeling en eventuele inzet van SMR's meerdere stappen kent die tijdig moeten worden voorbereid;

verzoekt de regering om binnen zes maanden een versnellingsagenda SMR's aan de Kamer te sturen met concrete mijlpalen en belemmeringen per spoor (zoals regelgeving, locatie- en ruimtelijke inpassing, netaansluiting en financiering), inclusief een indicatief tijdspad tot 2040,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 172 (32645).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor de energietransitie grootschalige CO2-arme energiebronnen en innovatieve technologieën nodig zijn;

overwegende dat first-of-a-kindprojecten kunnen bijdragen aan kennisopbouw, ketenvorming en kostenreductie;

verzoekt de regering om kansrijke (Nederlandse) first-of-a-kind-SMR-technologieën te identificeren, en daarbij pilotopties uit te werken, inclusief mogelijke locatietypen, vergunningsroute, financierings-/risicodelingsinstrumenten en tijdpad, en de Kamer hierover uiterlijk in Q3 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 173 (32645).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat nieuwe kerncentrales hoge aanvangsinvesteringen kennen en lange looptijden hebben;

overwegende dat pensioenfondsen langetermijnbeleggingen zoeken met stabiele kasstromen, binnen de kaders van prudent beleggen;

verzoekt de regering om binnen zes maanden in kaart te brengen welke juridische, toezichts- en marktbelemmeringen pensioenfondsen ervaren bij het investeren in nieuwe Nederlandse kernenergieprojecten, en welke financierings- en risicodelingsinstrumenten daarbij passend en uitvoerbaar zijn binnen nationale en Europese regels, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 174 (32645).

De heer Van den Berg (JA21):

Excuus voor de tijd.

De voorzitter:

Nou, dank u wel. Het waren maar een paar seconden. Tot slot mevrouw Teunissen namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang, mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat uit het rapport van Haskoning blijkt dat small modular reactors op zijn vroegst pas operationeel kunnen zijn in hetzelfde jaar dat het Europese klimaatdoel van 90% CO2-reductie behaald moet zijn, namelijk in 2040;

overwegende dat de inzet op SMR's niet aantoonbaar bijdraagt aan dit doel voor 2040, en juist middelen weghaalt bij maatregelen die wel bijdragen aan dit doel;

verzoekt de regering inzichtelijk te maken hoe het doel van 2040 gehaald wordt, en een scenario uit te denken met een verschuiving van de middelen voor SMR's naar wind op zee en grootschalige energieopslag,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 175 (32645).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de staat van de natuur in Nederland zorgwekkend is en dat de natuurgebieden die nog over zijn onder druk hoge druk staan door stikstof, klimaatverandering en versnippering;

overwegende dat het kabinet zoekt naar locaties voor kerncentrales en small modular reactors;

verzoekt de regering Natura 2000-gebieden uit te sluiten als potentiële locaties voor grote kerncentrales en SMR's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 176 (32645).

De heer Vermeer (BBB):

Ik zou graag van mevrouw Teunissen weten hoe middelen die weggehaald worden en naar wind op zee gaan, kunnen bijdragen aan de doelen van 2040 als er vervolgens bij die projecten voor wind op zee geen enkele inschrijving komt.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Gelukkig gaat het nieuwe kabinet wind op zee weer stimuleren, waardoor er wel inschrijvingen komen. Kernenergie is, zoals ik meerdere malen heb betoogd, geen oplossing om de klimaatdoelen te halen, want dat is veel te laat klaar en veel te duur. De middelen die je nu in kernenergie steekt, kun je dus veel beter steken in échte oplossingen voor het klimaatprobleem.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan zijn we aan het einde van het tweeminutendebat gekomen aan de kant van de Kamer. Ik schors de vergadering voor vijf minuten, zodat de minister de beantwoording en de appreciatie van de moties kan voorbereiden.

De vergadering wordt van 16.40 uur tot 16.46 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Ik geef graag het woord aan minister Hermans voor de beantwoording van de vragen en voor de appreciatie van de moties. Er zijn in totaal twaalf moties.

Minister Hermans:

Voorzitter, dank.

De voorzitter:

Sorry, gaat uw gang. Ik moest nog even uw microfoon aanzetten.

Minister Hermans:

Dank, voorzitter. Ik begin met de twaalf moties en dan zal ik tot slot de vraag van mevrouw Van Oosterhout beantwoorden.

De motie op stuk nr. 165 van de heer Flach geef ik oordeel Kamer. Ik zal het daar kortheidshalve bij laten.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 165 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 166 van mevrouw Van Oosterhout om de Borselse voorwaarden integraal over te nemen, moet ik ontraden. Ik neem die voorwaarden uitermate serieus. Ik heb gisteren ook nog voorwaarden van Sluis en Terneuzen in ontvangst genomen. Die gebruiken we ook echt als startpunt om de gesprekken te voeren. Nogmaals, we nemen die voorwaarden serieus, maar ik kan niet zonder meer op voorhand zeggen dat ik ze integraal overneem. Daarom ontraad ik de motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 166 krijgt de appreciatie ontraden.

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 167, ook van mevrouw Van Oosterhout, die gaat over het garanderen dat er geen natuurschade aan de Westerschelde optreedt, moet ik ook ontraden. Wij zullen de natuureffecten natuurlijk in beeld brengen en die ook serieus nemen bij een locatiekeuze, maar er is natuurlijk altijd een mogelijkheid om compenserende maatregelen te nemen. Deze formulering moet ik dus ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 167 van mevrouw Van Oosterhout is ontraden.

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 168 van de heer De Groot, de heer Flach en de heer Van den Berg geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 168 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:

Ook de motie op stuk nr. 169 van de heer Vermeer over het ondersteunen van provincies bij de SMR's kan ik oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 169 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:

Voor de motie op stuk nr. 170 van de heer Van den Berg en de heer Flach geldt hetzelfde.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 170 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 171 van de heer Van den Berg en de heer Flach krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 171 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 172 van de heer Van den Berg en de heer Flach geef ik ook oordeel Kamer. Die motie zie ik eigenlijk als een aanscherping van de toezegging die ik in het commissiedebat gedaan heb. Als ik de motie op die manier mag interpreteren, dan geef ik haar oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 172 krijgt oordeel Kamer. Ik zie dat u dat inderdaad zo mag interpreteren.

Minister Hermans:

In de motie op stuk nr. 173 van de heer Van den Berg en de heer Flach kan ik voldoen aan het verzoek tot het laatste stukje, waar de deadline komt. Dat is net als bij de vorige motie ook een onderdeel van de toezegging uit het commissiedebat, maar aan deze deadline kan ik me echt niet committeren. We werken ook aan het IPCEI en ik weet niet exact hoe dat er in de loop der tijd uit gaat zien. Het inhoudelijke deel kan ik oordeel Kamer geven, maar aan de deadline kan ik mij niet committeren. Als de heer Van den Berg daarop staat, moet ik de motie dus ontraden.

De voorzitter:

We kijken even naar de heer Van den Berg; die komt naar de interruptiemicrofoon. Kunt u de termijn aanpassen, meneer Van den Berg?

De heer Van den Berg (JA21):

Even voor alle zekerheid: klopt het dat dit gaat over de "first of a kind"-motie?

De voorzitter:

Dit gaat over de motie op stuk nr. 173.

Minister Hermans:

Ja, dit gaat over de motie op stuk nr. 173.

De heer Van den Berg (JA21):

Exact, ja; voor alle zekerheid. Wij vinden het inderdaad heel belangrijk dat wij gaan werken aan zo'n first of a kind. Er zijn verschillende Nederlandse aanbieders die daarmee aan de slag willen gaan. Laten we dat vooral aanjagen. Als dat wellicht wat langer duurt, oké, maar het punt is dat we vaart moeten maken. Dan is het oké.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 173 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:

Ook de motie op stuk nr. 174 van de heer Van den Berg en de heer Flach krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 175 van mevrouw Teunissen over inzichtelijk maken hoe het doel van 2040 gehaald wordt en, kortheidshalve, over het verschuiven van middelen moet ik ontraden. Mevrouw Teunissen zegt terecht dat dit langetermijnprojecten zijn, maar kenenergie is nodig in de energiemix van de toekomst. Het is geen of-of, maar en-en: kernenergie én wind op zee. Daar heeft dit kabinet in geïnvesteerd. Ook het volgende kabinet zal dat blijven doen, zoals mevrouw Teunissen ook zegt.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 174 kreeg oordeel Kamer en de motie op stuk nr. 175 wordt ontraden.

Minister Hermans:

Zeker. De motie op stuk nr. 176 van mevrouw Teunissen geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 176 tot slot: oordeel Kamer. Dan gaat u door met de beantwoording van de vragen.

Minister Hermans:

Ja, de vraag van mevrouw Van Oosterhout waarom we de alternatieve technologieën niet hebben meegenomen in de MER. In de systematiek werkt het zo dat alternatieve technologieën niet in de MER worden onderzocht of meegenomen. Een MER, gericht op de locatiekeuze, is daar niet voor bedoeld, maar die overwegingen moeten we natuurlijk wel maken. Die krijgen een plek in het PEH, het Programma Energiehoofdstructuur, en in de NPE, het Nationaal Plan Energiesysteem. Mede op verzoek van de Commissie m.e.r. hebben we de milieueffecten van een energiesysteem met en zonder kernenergie onderzocht. Dat laatste ontbrak nog, maar dat is nu wel onderzocht en wordt dus ook betrokken bij bijvoorbeeld de actualisatie van het NPE.

De voorzitter:

Dank u wel. Bent u daarmee aan het einde van uw beantwoording gekomen?

Minister Hermans:

Zeker.

De voorzitter:

Dan wil ik dit tweeminutendebat graag afsluiten.

De beraadslaging wordt gesloten.

Gasmarkt en leveringszekerheid

Gasmarkt en leveringszekerheid

Aan de orde is het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid (CD d.d. 14/01).

De voorzitter:

Dan gaan we door met het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid. Meneer Dijk, u heeft een verzoek aan de Kamer.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dat klopt, voorzitter. Ik zou graag aan dit debat willen deelnemen, ondanks dat ik niet aan het commissiedebat heb kunnen deelnemen. Als jullie daarvoor toestemming verlenen, zou ik dat erg fijn vinden.

De voorzitter:

Ik kijk naar de Kamer. Er is geen bezwaar, dus ik noteer uw naam voor twee minuten. Dan ga ik naar de heer Jumelet, namens de fractie van het CDA.

De heer Jumelet (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Het zorgen voor leveringszekerheid van energie is een kerntaak voor de overheid. Er zijn terechte zorgen over de leveringszekerheid in de toekomst. Dit thema verdient wat het CDA betreft meer prioriteit in een tijd met geopolitieke spanningen. De voorraad aan gas die Nederland de koude maanden door moet helpen, staat op een erg laag niveau. Op Kroatië na staan we op het laagste niveau van de hele EU. Vrijdag stonden we op 23,5%. Bij de huidige temperaturen neemt dat elke dag met 0,6% af. Er is een overheid nodig die nu de maatregelen neemt waardoor de leveringszekerheid ook in de toekomst hoog wordt gehouden. Geen reden tot paniek, zegt de directeur van de branchevereniging van de sector. Maar hoe voorkomen we discussies op dit punt? Voor het CDA zijn beschikbaarheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid hier aan de orde.

Voorzitter. Kan de minister toezeggen dat er snel serieus werk wordt gemaakt van een strategische voorraad — lees: noodvoorraad — zodat we deze discussies volgende winter niet hoeven te voeren? Ik heb geen motie, maar ik vraag wel om een toezegging.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Jumelet. Er is een interruptie van de heer Van den Berg, namens JA21.

De heer Van den Berg (JA21):

De heer Jumelet en ik zijn het helemaal eens over de noodzaak van voldoende gas. We zijn erover uit. Die noodvoorraad zal in heel beperkte mate kunnen voorzien in onze gasbehoefte. Waarom denkt u dat dit een goede manier is om daarin te voorzien?

De heer Jumelet (CDA):

Het is, denk ik, van belang, maar ik hoor het graag ook zo meteen van de minister, dat we strategisch nadenken over onze energievoorraad in brede zin, maar ook over gas en de leveringszekerheid. Daar hebben we in een mooi debat met elkaar over gesproken. Ik denk dat het goed is om daar aandacht voor te vragen. Wat ons betreft is het goed als we daar een toezegging op krijgen en we daar echt mee aan het werk gaan, zodat we de komende winter niet dezelfde winter hebben als die zich nu voordoet.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan wil ik graag de heer Kops uitnodigen, namens de fractie van de PVV.

De heer Kops (PVV):

Voorzitter, dank u wel. Onze gasvoorraden zijn momenteel voor minder dan 20% gevuld. Dat is niet veel. Daarom allereerst de vraag aan de minister wat zij daarvan vindt. Maakt zij zich zorgen over onze leveringszekerheid?

In het afgelopen commissiedebat hebben we het uitgebreid gehad over het voornemen om een noodvoorraad gas aan te leggen. Daarover heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende het voornemen om een noodvoorraad gas aan te leggen;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de aan te leggen noodvoorraad gas louter de leveringszekerheid van de Nederlanders zal dienen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.

Zij krijgt nr. 629 (29023).

De heer Kops (PVV):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Kops. Dat leidt tot een interruptie van de heer Van den Berg. Meneer Kops, u moet even terug naar het spreekgestoelte.

De heer Van den Berg (JA21):

Hoe denkt de heer Kops dat dit uitvoerbaar is? We leven in een Europese gasmarkt, dus hoe ziet hij dat precies voor zich? Hoe kan die gasvoorraad alleen voor Nederland bestemd zijn?

De heer Kops (PVV):

Ik heb het daar in het commissiedebat uitgebreid over gehad, ook met de minister. Dus ik vraag me een beetje af waarom de heer Van den Berg die vragen daar niet heeft gesteld. Dan hadden we het er uitgebreid over kunnen hebben.

De voorzitter:

Ja, het is hier niet … U kreeg een vraag en u gaat zelf over het antwoord. Als dit uw antwoord is, dan …

De heer Kops (PVV):

Heel simpel, wij vinden dat wij, als wij gasvoorraden aanleggen in Nederland, en nota bene ook een noodvoorraad gas gaan aanleggen, dit voor onze eigen mensen moeten doen, voor onze eigen leveringszekerheid. Dan moeten we het niet linksom of rechtsom gaan exporteren naar bijvoorbeeld Duitsland, zodat de Nederlanders er niets aan hebben.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan wil ik graag doorgaan met de volgende spreker. Dat is mevrouw Oosterhout, namens de fractie van GroenLinks-PvdA.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Namens mijn fractie heb ik twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat verschillende Europese en internationale rechtszaken overheden verplichten de scope 3-uitstoot van nieuwe gas- en oliewinning mee in overweging te nemen bij het verlenen van vergunningen;

constaterende dat de minister van Klimaat en Groene Groei in het kader van het winningsplan F06-IJssel de aanvrager reeds verzocht heeft de scope 3-uitstoot te berekenen;

overwegende dat goed bestuur vereist dat beslissingen over vergunningen worden genomen met inachtname van alle mogelijke negatieve effecten op mens en milieu, en dat daarvoor de kennis van scope 3-uitstoot essentieel is;

verzoekt de regering om bij ieder nieuw winningsproject voor fossiele brandstoffen de te verwachten scope 3-uitstoot mee in overweging te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 630 (29023).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat energie-efficiëntie een directe en kosteneffectieve bijdrage levert aan het verminderen van emissies, het terugdringen van importafhankelijkheid en het verlagen van energiekosten voor huishoudens en bedrijven;

constaterende dat Nederland niet op koers ligt om de Europese energie-efficiëntiedoelen te halen;

overwegende dat een verruiming van de terugverdientijd van de energiebesparingsplicht investeringen in energiebesparende maatregelen aantrekkelijker en beter uitvoerbaar maakt;

verzoekt de regering de terugverdientijd van de energiebesparingsplicht te verruimen naar tien jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 631 (29023).

Dank u wel. De heer Vermeer staat al klaar voor zijn twee minuten. Gaat uw gang, meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):

Dank u wel, voorzitter. Geen motie, maar wel nog een aantal vragen, zeker naar aanleiding van de laatste cijfers over de actuele gasvoorraad en de weersverwachting, die toch wel enige zorgen baren.

Voorzitter. Nederland kent enkele belangrijke gasbergingen, zoals Norg, Grijpskerk en Alkmaar. Wie is de eigenaar van die bergingen? Wie heeft de regie op het opereren, vullen en produceren van de bergingen? Is het kabinet, net als BBB, van mening dat de marktwerking inzake het vullen van de gasbergingen in Nederland door overheidsingrijpen is verstoord, waardoor de commerciële prikkel voor marktpartijen om de bergingen te vullen, is weggevallen? Hoe denkt het kabinet dit te herstellen?

BBB ziet het liefst dat zaken die door de markt kunnen worden opgepakt, ook aan de markt worden overgelaten. Ziet het kabinet een meerwaarde in meer overheidsregie inzake onze strategische energievoorziening? Dat kan bijvoorbeeld door bergingen van commerciële partijen over te nemen en daar nationale bergingen van te maken. Zo ja, hoe denkt het kabinet die regie te kunnen pakken? Vormen de verschillende juridische conflicten met de NAM en haar aandeelhouders hiervoor een barrière? Welke export van gas en lng vindt er op dit moment plaats en om welke hoeveelheden ging dit in de afgelopen zes maanden? Welke mogelijkheden zijn er om die export te beperken? Is bijvoorbeeld de export naar buurlanden in gevallen van nood met een druk op de knop of een draai aan de hendel te beperken? Zo niet, wat is er nodig om dat wel te kunnen? Heeft het kabinet gepoogd om met buurlanden tot een gezamenlijke strategie te komen om leveringszekerheid te verzekeren, en dat niet alleen maar via het afspreken van nationale normen voor de vulgraad? Zo ja, wat is hiervan het resultaat? Zo nee, waarom niet?

De heer Jimmy Dijk (SP):

De heer Vermeer stelt hele nuttige vragen, maar ik ben ook wel benieuwd naar het antwoord van BBB over meer overheidsregie op de gasvoorraden zodat we kunnen garanderen dat het ook voor elkaar komt.

De heer Vermeer (BBB):

U kunt uit mijn vragen eigenlijk wel opmaken dat wij vinden dat het op deze manier niet werkt en dat het gewoon een middel is voor speculatie op de gasmarkt, terwijl het bedoeld is om leveringszekerheid te geven aan de Nederlandse burgers en bedrijven. Wij vinden dat we er, gezien hoe het nu gaat, hoe de structuur nu in elkaar zit en hoe de regels voor de commerciële partijen zijn, dan maar beter een nationale reserve van kunnen maken.

De voorzitter:

Meneer Dijk, ik sta er nog eentje toe.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Het is één zin. Ik ben het helemaal eens met de heer Vermeer. Daarom doe ik ook mee aan dit debat en zal ik aan het eind een voorstel doen.

De heer Vermeer (BBB):

Dank u.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan wil ik graag de heer Van den Berg, die al onderweg is, namens de fractie van JA21 het woord geven. Gaat uw gang.

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter, dank u wel. De fractie van JA21 is juist voor meer marktwerking op de gasmarkt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland en de EU in steeds hogere mate afhankelijk zijn van de import van lng, zoals van Amerika of Qatar;

overwegende dat lng-importcapaciteit vergroten voordelen met zich meebrengt zoals flexibiliteit in import en prijsstabiliteit;

verzoekt de regering te onderzoeken waar in Nederland de importcapaciteit vergroot kan worden en wat hier de voordelen van zouden kunnen zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 632 (29023).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de financiering van kussengasreserves en leveringszekerheidsmaatregelen EU-breed nog niet is geregeld;

overwegende dat het de keuze van een lidstaat kan zijn om de kussengasreserves op een voordeligere manier te gebruiken;

verzoekt de regering een voorstel te doen in de EU-Raad om de financiering van kussengasreserves en leveringszekerheidsmaatregelen te koppelen aan consumptie of import van gas per lidstaat,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 633 (29023).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering een noodwinningsplan op te stellen voor het in noodsituaties beschikbaar maken van 4,5 tot 6 miljard kuub kussengas uit gasopslag Norg, inclusief afspraken over eigendom, compensatie en terugvulling, en hierover de Kamer binnen zes maanden te informeren;

verzoekt de regering voorts met NAM (Shell/Exxon) en andere relevante rechthebbenden/contractspartijen te onderhandelen over het beschikbaar stellen van dit kussengas, en de Kamer te betrekken bij de resultaten en de kostenverdeling, inclusief de inzet en afstemming met de EU,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 634 (29023).

Dank u wel. De heer Dijk kondigde al aan dat hij graag wil deelnemen aan dit debat, dus ik wil hem graag naar voren roepen voor zijn twee minuten. Meneer Dijk namens de Socialistische Partij, gaat uw gang.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde net het debat aan en dat heb ik ook bij het commissiedebat gedaan. Het viel me op dat er niet wordt gesproken over de oorzaken, de redenen en de belangen die spelen bij de gasopslag, en hoe het komt dat we nu op slechts 20% zitten of daar juist onder. Daarom heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de gasopslag voor slechts 20% gevuld is terwijl de winter nog niet voorbij is;

constaterende dat onze gasopslagen in private handen zijn waardoor we te weinig grip hebben op de vulgraad;

spreekt uit dat we voldoende gasvoorraad moeten hebben;

verzoekt de regering voor komend jaar een plan uit te werken voor voldoende vulgraad en daarin verschillende opties, waaronder het nationaliseren van opslagen, mee te nemen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.

Zij krijgt nr. 635 (29023).

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. Ik dien dit voorstel in met twee redenen. Ten eerste omdat mensen zich zorgen maken over de gasvoorraden. Er komt nog een hele winterperiode aan, waardoor zij minder gas gaan verbruiken en vaak in de kou zitten. Ten tweede, niet geheel onbelangrijk, geven deze onzekerheid en deze zorgen bij mensen bepaalde partijen in deze zaal de gelegenheid om te bepleiten het Groningenveld weer te openen. We moeten ophouden met Shell en Exxon überhaupt te betrekken in dit model. Als het gaat om onze gaswinning en onze gasvoorraden: weg daarmee, weg daaruit. Het is bewezen dat het niet werkt, dus laten we het inderdaad zo snel mogelijk nationaliseren en volledige publieke regie hebben over iets wat zo ontzettend belangrijk is, namelijk onze energie- en gaslevering.

De voorzitter:

U kunt hele lange zinnen maken.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik snap dit niet. De heer Dijk heeft altijd de mond vol van betaalbaarheid voor gezinnen in Nederland. Nu hoor ik tegelijkertijd dat hij hier een voorstel doet voor het nationaliseren van die gasopslagen, terwijl uit alle onderzoeken blijkt dat de gasprijs dan alleen maar veel en veel en veel hoger zal worden. Hoe verklaart u het dan dat u pleit voor lage lasten voor inwoners, maar dat het tegelijkertijd aan deze kant de prijs alleen maar omhoogdrijft?

De heer Jimmy Dijk (SP):

Zoals heel veel zaken in de politiek is alles een verdelingsvraagstuk. Als u het een goed idee vindt om Shell en Exxon te laten speculeren met gas, te gaan mijden om in de zomermaanden gas in te kopen en onze voorraden te vullen, dan vind ik dat een zeer slecht idee, temeer van een partij die de gaswinning in Groningen wil hervatten. Ik vind het nogal ongeloofwaardig dat u dan begint over betalingszekerheid. Ik heb het over bestaanszekerheid en veiligheid. Ik weet zeker dat onze productie, winning en levering van gas een stuk goedkoper zouden kunnen als we daar minder belasting op zouden heffen, maar ook dat het nóg goedkoper zou kunnen als we op dit moment niet de winsten van grote olie- en gasleveranciers aan het spekken waren.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee is de termijn van de zijde van de Tweede Kamer in dit tweeminutendebat afgerond. Ik schors voor vijf minuten voor de beantwoording en de appreciatie van de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik begrijp dat de heer Klos nog een inbreng wil leveren. Ik zie de minister teruglopen naar vak K, dus ik ben best bereid om u nog twee minuten te geven, als de Kamer dat ook goedvindt. U stond op mijn lijst ingeschreven voor nul minuten spreektijd, dus excuus, meneer Klos. Ik weet niet waar dit mis is gegaan, maar we zijn flexibel. Ga uw gang, namens de fractie van D66.

De heer Klos (D66):

Het is vast mijn eigen schuld. Het zou wat zijn geweest als de heer Dijk hier nu bezwaar tegen had aangetekend.

Net als de heer Dijk maak ik me zorgen over de gasprijzen en de effecten die ze hebben op hoe mensen omgaan met hun gasverbruik en hoe ze dat thuis beleven. Ik vind dat Nederland zich beter moet voorbereiden op situaties die zich kunnen voordoen, zeker gezien de geopolitiek, die daar juist een extreem effect op heeft. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat we leven in een periode van geopolitieke instabiliteit en de vorige energiecrisis grote gevolgen had voor Nederlandse huishoudens;

overwegende dat energieprijzen grote effecten hebben op bedrijven in Nederland en onze economische groei;

van mening dat we de mogelijke effecten van onvoorziene ontwikkelingen bij gasimport onvoldoende meenemen in onze keuzes voor het energiesysteem van Nederland;

verzoekt de regering om scenario's in kaart te brengen van de gevolgen van het (deels) stoppen van gasexport van grote exporteurs aan Nederland in 2026 en 2027 voor Nederlandse huishoudens en bedrijven, een inschatting te maken van de gevolgen hiervan en dit onderzoek in 2026 naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Klos.

Zij krijgt nr. 636 (29023).

Dank u wel, meneer Klos. Dan schors ik nu alsnog voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 17.08 uur tot 17.13 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de beantwoording van de minister en de appreciatie van de moties in het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid. De minister begint met de beantwoording van de vragen. Ga uw gang.

Minister Hermans:

Dank, voorzitter. Ik begin met de vraag van de heer Jumelet over een strategische voorraad. In het commissiedebat hebben we daar vrij uitvoerig over gesproken. Ik begrijp de vragen daarover ook heel goed. Ik heb aangegeven dat het kabinet in dit jaar, 2026, voor het eerst op grond van de wetgeving de mogelijkheid heeft om zo'n noodvoorraad aan te leggen. We onderzoeken wat de definitieve omvang daarvan moet zijn. Dat zal ook onderdeel uitmaken van het strategisch gasbeleid. Het kabinet zal daarvoor voor de zomer een voorstel doen, naar aanleiding van de motie-Grinwis.

Ik hecht er wel aan om ook nu, in dit tweeminutendebat, nog een keer te zeggen dat die strategische voorraad echt bedoeld is voor het geval van een crisis. Als je dan op grond van het Bescherm- en Herstelplan Gas maatregelen moet gaan nemen, kun je de noodvoorraad inzetten om op een gedoseerde manier te kunnen gaan afschakelen, wat we allemaal natuurlijk het liefst willen voorkomen. Zo'n voorraad is er niet voor bedoeld om die in te zetten om bijvoorbeeld de prijs te dempen. Ik hecht eraan om dat te blijven benadrukken, maar de toezegging die de heer Jumelet vraagt, kan ik doen. In het voorstel voor het strategisch gasbeleid zullen we daar verder op ingaan.

Voorzitter. De heer Kops vroeg mij of er zorgen zijn over de leveringszekerheid, ook vanwege de dalende voorraden in de gasopslagen. Ik heb al een aantal keer gezegd — dat herhaal ik hier graag — dat wij de vulling van de voorraden heel nauwlettend in de gaten houden. We zien dat die omvang afneemt. Dat hoort wel bij het seizoen waar wij in zitten, want het is winter, dus dan gebruik je die opslagen om een hogere gasvraag aan te kunnen vullen. Maar het is niet de enige manier waarop we in de vraag voorzien. Dat doen we natuurlijk ook met de import van lng. We zien dat de schepen nog steeds gewoon een stabiele toevoer leveren naar Nederland en Europa. Natuurlijk is er de toevoer door de pijpleidingen en tot slot de eigen productie. Maar ik herhaal: ik blijf hier de vinger aan de pols houden.

Voorzitter. Dan een hele serie vragen van de heer Vermeer. Die gaan over het borgen van leveringszekerheid in een geopolitiek instabiele wereld en over welke mitigerende maatregelen we hebben genomen om ons minder kwetsbaar te maken ten aanzien van energie-import. We weten dat we gas nog een aantal jaar nodig hebben. Dat betekent dat we ook van de import ervan afhankelijk zullen blijven. Leveringszekerheid heeft natuurlijk prioriteit. We brengen dat in balans met een zo klein mogelijke afhankelijkheid door langs een aantal sporen te werken: het verminderen van de gasvraag door energiebesparing, de opschaling van duurzame energieproductie, het optimaliseren van onze eigen productie, het zo divers mogelijk maken van de import van energie door uitbreiding van de importcapaciteit die door een diverse groep van importeurs kan worden benut en natuurlijk het hebben van voldoende gasopslagcapaciteit.

Voorzitter. Dan vroeg de heer Vermeer of het klopt dat het belangrijkste deel van de Nederlandse aardgas- en lng-import uit een beperkt aantal landen komt. Gas wordt geïmporteerd via pijpleidingen en door middel van lng via Rotterdam en de Eemshaven. Van al het geïmporteerde gas in Nederland kwamen de meeste volumes het afgelopen jaar uit de Verenigde Staten, Noorwegen, België en Duitsland. Daarbij benadruk ik dat Nederland onderdeel is van een Europees gasnetwerk en dat geïmporteerd gas, dat bijvoorbeeld uit Duitsland afkomstig is, ook weer uit verschillende bronnen kan komen. Dan komen er nog beperkte hoeveelheden Nederland binnen, onder andere via het Verenigd Koninkrijk en nog een klein beetje via Rusland. De lng-volumes uit Rusland zullen uiterlijk eind dit jaar helemaal afgebouwd zijn. Dat zijn al die Europese afspraken die we gemaakt hebben. Er komt nog geen gas rechtstreeks uit Qatar. Mogelijk verandert dat in de komende jaren. Qatar levert bijvoorbeeld wel aan België en het Verenigd Koninkrijk, dus via die routes kan het natuurlijk ook Nederland binnenkomen.

Voorzitter. Dan een vraag van de heer Vermeer over het risico dat pijpleidingen worden gesaboteerd en dat energie-export wordt ingezet als een geopolitiek drukmiddel; zijn we dan niet te kwetsbaar? Eigenlijk heb ik daar net al een aantal opmerkingen over gemaakt. Wij hebben dat gas nodig en zien ook dat je van die import niet te afhankelijk wil worden. Daarom zetten we in op energiebesparing, het opschalen van hernieuwbare energieproductie, de eigen gasproductie en het diversificeren van de import.

Dan het belang van de gasbergingen en hoe we aankijken tegen de vulgraden. De gasopslagen zijn belangrijk voor de leveringszekerheid. Dat is zeker zo in de winter, als de vraag groter is, zoals ik zojuist in de richting van de heer Kops zei. Daarvoor hebben we natuurlijk ook de import en de eigen productie. Wij vragen altijd advies aan GTS, Gasunie Transport Services, over wat er nodig is in die opslagen. We vragen ook hoe GTS naar de situatie kijkt: kunnen we ook voldoen aan de vraag op koude dagen, wanneer er natuurlijk een piekvraag is? GTS heeft aangegeven dat er voldoende volume is om de winter door te komen. Zoals gezegd, worden de gasopslagen ingezet. Op basis van de huidige inzichten, de weersverwachtingen en de prijssituatie is er geen reden om ons nu zorgen te maken over de leveringszekerheid. Maar ik blijf benadrukken dat we dit natuurlijk blijven monitoren en dat we de vinger aan de pols blijven houden.

Voorzitter. De heer Vermeer vroeg wie de eigenaren zijn van die gasbergingen, zoals Norg, Grijpskerk en Alkmaar. De NAM is eigenaar van Grijpskerk en Norg. EnergyStock is eigenaar van Zuidwending. TAQA en EBN zijn samen eigenaar van Bergermeer, voor respectievelijk 60% en 40%. Alkmaar is in handen van de Alkmaar partners. Dat zijn TAQA, Dana Petroleum, RockRose en EBN. De gasopslagen worden dus beheerd door marktpartijen. Zij gaan over de werking, de toegang, de injectie en de productie van gas uit de opslagen. In een bijlage van een brief van 15 april van het afgelopen jaar hebben we op verzoek van de heer Vermeer uitgebreid toegelicht hoe dat verder precies werkt. Als u het mij toestaat, verwijs ik naar die brief voor een uitgebreide toelichting daarop.

Voorzitter. Dan nog een vraag van de heer Vermeer: door overheidsingrijpen wordt de marktwerking inzake het vullen van de bergingen verstoord; wat betekent dat nou voor de prikkel aan marktpartijen om bergingen te vullen? Op het moment dat je daar als overheid een rol in neemt, dan zie je veranderingen optreden. We zien überhaupt dat de markt voor het vullen van gasopslagen verandert en dat de businesscase onder druk staat. Een van de factoren daarvoor is de dalende gasprijs: het aanbod neemt toe, de vraag neemt af. Ook overheidsingrijpen, bijvoorbeeld het vullen van gasopslagen, kan een verstorende werking hebben. Dat is een van de redenen waarom wij, Nederland, samen met een aantal andere landen ook in Europa gepleit hebben voor een aantal aanpassingen, bijvoorbeeld het minder rigide en meer flexibel maken van de vulverplichtingen, juist ook om dat vullen aantrekkelijker te maken. Bij het nemen van nationale maatregelen wegen wij natuurlijk altijd de verschillende belangen.

Voorzitter. Dan een vraag van … Ik denk dat ik hier al op heb gereageerd.

Dan vraagt de heer Vermeer nog of er een soort noodknop is waar je op kan drukken om de export naar omliggende landen te kunnen beperken. Marktpartijen exporteren vanuit Nederland geen lng. Er vindt wel via Nederland doorvoer van gas naar buurlanden plaats. Dat is die belangrijke gasrotonde, de spilfunctie die Nederland heeft in de Europese gasmarkt. De doorvoer van gas kunnen wij dus ook niet met een druk op de knop zomaar beperken. Op grond van Europese wetgeving mogen lidstaten geen maatregelen nemen die gasstromen binnen de interne markt beperken of die de gasleveringszekerheid in een andere lidstaat in gevaar brengen. Ook moet de grensoverschrijdende toegang tot infrastructuur, bijvoorbeeld gasopslagen, gehandhaafd blijven.

De heer Vermeer (BBB):

Ik heb eigenlijk twee vragen, eentje over het laatste wat de minister zei en eentje over wat ze daarvoor zei.

De voorzitter:

Doet u het snel, want u heeft al heel veel vragen gesteld en we zitten in een tweeminutendebat. Daar zijn we nu al best een tijd mee bezig.

De heer Vermeer (BBB):

Dat klopt. Daarom had ik twee minuten vragen gesteld. Het ging net over die vulverplichtingen die volgens haar de markt kunnen verstoren. Is de minister het met mij eens dat dat net zo goed kan gelden voor de speculatie van commerciële partijen, dus dat ook die de markt kunnen verstoren?

De voorzitter:

Dat is uw eerste vraag. Stelt u ook maar meteen uw tweede vraag. Dan hebben we die meteen gehad.

De heer Vermeer (BBB):

Mijn tweede vraag is de volgende. Volgens de EU-wetgeving kunnen we niet met een druk op de knop de export naar een ander land beperken, maar we kunnen toch wel met een druk op de knop de invoer in het systeem beperken?

Minister Hermans:

Eerst even over het vullen van de gasopslagen. Ik heb geschetst wie de eigenaren zijn van die gasopslagen en dat het ook marktpartijen zijn die de verantwoordelijkheid hebben om die gasopslagen te vullen. Dat doen zij op grond van contracten die ze hebben en leveringsverplichtingen die zij gedurende het jaar, in het bijzonder in de winter, te vervullen hebben. Dat is een spel van vraag en aanbod. De prijs speelt daarin een belangrijke rol. We hebben ook gezien dat de prijs zodanig was in oktober dat het aantrekkelijker was om al gas uit de opslagen te gaan halen dan om het nog te produceren of te importeren en het nog even in de opslag te laten zitten. Zo zal er altijd gezocht worden naar een balans. Op het moment dat je als overheid zegt "wij nemen een deel van de vultaak op ons", dan heeft dat een effect op hoe die markt zich beweegt en, nogmaals, ook op de hele situatie met de prijzen. Dat maakt a dat wij heel voorzichtig zijn in wanneer wij instappen en b dat wij dat ook niet zomaar niet doen, omdat wij zien dat de situatie in de afgelopen jaren veranderd is. Het is dus een situatie waarin marktpartijen eigendom zijn van die gasopslagen, maar de overheid ook een publiek belang te borgen heeft van leveringszekerheid en overigens ook van betaalbaarheid.

Voorzitter. Dan de tweede vraag. Die ging over een druk op de knop. Ik zei het volgens mij in het commissiedebat ook al: Nederland is netto importeur van gas op dit moment. We verbruiken in Nederland ook meer gas dan we zelf produceren. We zijn dus ook voor een groot deel van ons gasverbruik afhankelijk van de import. Zomaar op een knop drukken om import of export te stoppen, daar zullen we zelf ook ongelofelijk veel last van hebben. Het mag niet volgens Europese regelgeving. Ik kom er zo ook op bij de motie van de heer Kops: het beschermen van wat wij hier in Nederland hebben lijkt heel mooi en sympathiek te klinken voor het Nederlandse gasverbruik, maar wij maken juist ook heel veel gebruik van het in- en uitgaan van gas naar bijvoorbeeld Duitsland.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik hoop dat u nu door kunt gaan met de appreciatie van de moties. Meneer Vermeer, dit is echt de laatste interruptie. We zitten al meer dan een halfuur in dit tweeminutendebat en we hebben er nog twee te gaan voordat we een dinerpauze hebben, en we hebben ook nog een hele begrotingsbehandeling vanavond. Ik sta u nog een héle korte interruptie toe, en dan wil ik de minister verzoeken om die ook heel kort te beantwoorden en daarna echt door te gaan naar de appreciatie van de moties. Meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):

Voorzitter, ik stel voor dat de minister de vraag die nog niet beantwoord is, schriftelijk afdoet. Dat is de vraag of het mogelijk is om van de bergingen van commerciële partijen nationale bergingen te maken. Vormen de verschillende juridische conflicten met de NAM en haar aandeelhouders een barrière? Die vraag is nog onbeantwoord. Ik zou graag schriftelijk een antwoord ontvangen.

Minister Hermans:

Die vraag zal ik beantwoorden in de eerste termijn van de begrotingsbehandeling, donderdag. Het lijkt me niet echt nodig daar nog een brief over te sturen. Overigens ga ik die vraag deels beantwoorden in mijn reactie op de motie van de heer Dijk.

De voorzitter:

Prima. Dat is een heldere routebeschrijving. Gaat u dan verder met de moties.

Minister Hermans:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 629 van de heer Kops verzoekt mij om de noodvoorraad gas alleen voor Nederlands gebruik aan te leggen. Ik heb het net eigenlijk al in de richting van de heer Vermeer gezegd: op grond van EU-wetgeving mag ik geen maatregelen nemen die de gasstromen binnen de interne markt beperken. Wij als netto importeur zouden daar ook veel last van hebben, dus ik moet deze motie ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 629 krijgt de appreciatie "ontraden".

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 630 van mevrouw Van Oosterhout gaat over de scope 3-emissies. Ik begin even te twijfelen aan de kwalificatie die ik kan geven. Ik zou willen vragen of mevrouw Van Oosterhout de motie wil aanhouden, maar dan moet ik 'm misschien "ontijdig" geven. Ik weet het nooit precies. Dat doe ik om de volgende reden. Ik heb mevrouw Van Oosterhout in het commissiedebat al toegezegd dat wij de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over scope 3 en wat dat precies betekent voor de Nederlandse situatie nog aan het bestuderen zijn. Ik zou mevrouw Van Oosterhout willen vragen de motie aan te houden tot ik die uitspraak heb bestudeerd.

De voorzitter:

Helder. De motie heeft nu de appreciatie "ontijdig". Ik kijk richting mevrouw Van Oosterhout of zij 'm dan zou willen aanhouden. Dat is het geval.

Op verzoek van mevrouw Van Oosterhout stel ik voor haar motie (29023, nr. 630) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 631 van mevrouw Van Oosterhout met de vraag om de energiebesparingsplicht op te rekken van vijf naar tien jaar. Per 2027 wordt de terugverdientijd opgehoogd van vijf naar zeven jaar. Een verdere ophoging gaat echt voorbij aan de investeringshorizon van bedrijven en instellingen, dus die moet ik ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 631 krijgt de appreciatie "ontraden".

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 632 van de heer Van den Berg over het onderzoeken waar in Nederland de importcapaciteit vergroot kan worden en wat hier de voordelen van zouden kunnen zijn. Het gaat dan over lng-importcapaciteit. Het kabinet op dit moment onderzoek naar uitbreiding en aanvulling. In dat licht geef ik 'm oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 632: oordeel Kamer.

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 633 verzoekt om in de Europese Raad een voorstel te doen voor de financiering van kussengasreserves. Zoals ik gezegd heb, kom ik met strategisch gasbeleid. Daarbij zal ik ook ingaan op een kussengasreserve, zoals in een CE Delft-rapport ook geadviseerd is. Ik sta nu niet op het punt om in de Energieraad met een voorstel te komen. Nederland pleit wel al langere tijd voor kostendeling. Daar ga ik ook mee door. Dat zal ik ook mijn opvolger in het volgende kabinet aanraden. Dus als dat de lijn is waar ik op door kan gaan en ik op de kussengasreserve in kan gaan in het strategisch gasbeleid, kan ik de motie oordeel Kamer geven. Als de heer Van den Berg echt wil dat ik nu ergens voor ga pleiten in Europa, dan kan ik dat niet toezeggen.

De voorzitter:

Ik kijk in de richting van de heer Van den Berg om te zien of hij deze lezing van de motie accepteert.

De heer Van den Berg (JA21):

Dank dat de minister dat wil meenemen. Het gaat ons er inderdaad om dat de kostenverdeling over de Europese lidstaten te allen tijde wordt meegenomen. Dus als u die strategische verkenning gedaan heeft met de kussengasreserves, dan vertrouwen wij erop dat de regering die gaat meenemen naar de EU-Raad.

De voorzitter:

Dan krijgt de motie op stuk nr. 633 oordeel Kamer.

Minister Hermans:

Sterker nog, ik heb dat al een paar keer ingebracht in de EU-Raad. Het wachten is nu op een voorstel van de Europese Commissie. Daarna zullen we ons daar weer toe moeten verhouden.

De voorzitter:

Minister, is het nou overbodig of oordeel Kamer?

Minister Hermans:

Oordeel Kamer.

De voorzitter:

Oké.

Minister Hermans:

Dan de motie op stuk nr. 634. Daar zit een tweetal verzoeken in van de heer Van den Berg. Die kan ik ook oordeel Kamer geven. Even heel precies. Er loopt een aantal juridische procedures tussen de Staat en Shell en Exxon over gasopslagen. Parallel daaraan zijn we in overleg om daar samen uit te komen. Dat doe ik hier natuurlijk niet openbaar, want dat zou die onderhandelingen in de weg staan. Maar als ik de motie zo mag lezen dat ik in dat kader die gesprekken met de partijen voortzet, dan kan ik haar oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 634: oordeel Kamer.

Minister Hermans:

Dan de motie op stuk nr. 635 van de heer Dijk over een voldoende vulgraad, maar ook over het nationaliseren van de opslagen. Die motie moet ik ontraden. Wij hebben al een aantal vulmaatregelen genomen, ook voor volgend seizoen. Er komt een strategisch gasbeleid. Ik refereerde daar net al een paar keer aan. Voor de volledigheid voeg ik toe dat het nationaliseren van de opslagen an sich niet een oplossing is of een meerwaarde heeft voor het vullen van de opslagen en ook niet leidt tot lagere prijzen.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 635 krijgt de appreciatie ontraden.

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 636 geef ik oordeel Kamer, met wel de winstwaarschuwing dat ik niet zeker weet of we de deadline gaan halen die mij in de motie gesteld wordt.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 636: oordeel Kamer. Ik zie dat de heer Klos er geen bezwaar tegen heeft als het eventueel wat langer gaat duren.

Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

Uitkomsten van de COP30

Uitkomsten van de COP30

Aan de orde is het tweeminutendebat Uitkomsten van de COP30 (CD d.d. 15/01).

De voorzitter:

Dan gaan we verder met het volgende tweeminutendebat, over de COP30, aangevraagd door het lid Van Oosterhout. Ik wil haar ook als eerste uitnodigen om het woord te nemen bij het spreekgestoelte. Gaat uw gang, mevrouw Van Oosterhout, namens de fractie van GroenLinks-PvdA.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. We hebben in de context van het debat over de uitkomsten van de COP ook gesproken over de top die in april zal plaatsvinden in Colombia. Het is heel goed om te zien dat er eindelijk een initiatief komt dat het afbouwen van fossiele brandstoffen in gang gaat zetten, maar het is daarbij wel cruciaal dat de partij die deze onderhandelingen in de afgelopen decennia op de COP heeft vertraagd, niet wordt uitgenodigd. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland samen met Colombia op 28 en 29 april een internationale klimaatconferentie over de transitie weg van fossiele brandstoffen organiseert;

constaterende dat vertegenwoordigers van fossiele energiebedrijven in groten getale aanwezig waren bij de laatste klimaattop in Brazilië;

overwegende dat de lobby van fossiele bedrijven internationale samenwerking en afspraken over de transitie weg van fossiele brandstoffen vertraagt;

verzoekt de regering als medevoorzitter geen vertegenwoordigers van de fossiele industrie uit te nodigen voor de klimaatconferentie in Colombia,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 290 (31793).

Dank u wel. Daar is nog een interruptie over van de heer Van den Berg namens JA21.

De heer Van den Berg (JA21):

Hoor ik dit nou goed? Er mag zo meteen geen lobby aanwezig zijn van olie- en gasbedrijven, maar enkel van windturbinefabrikanten of zonnepanelenfabrikanten, dus alleen van de juiste kant. Hoor ik dat nou goed?

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Dat klopt inderdaad. Het is heel belangrijk dat bij een top over het uitfaseren van fossiele brandstoffen niet de partij wordt uitgenodigd die de onderhandelingen decennialang heeft vertraagd. Dat is hetzelfde als een wolf vragen om mee te denken over een schaapomheining. Dat moeten we absoluut niet doen.

De voorzitter:

Meneer Van den Berg, een hele korte tweede interruptie.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik wil alleen maar meegeven dat als u een transitie wilt maken van olie en gas naar andere bronnen — dat mag u zeker vinden, hoe onverstandig dat ook is — u juist die bedrijven nodig heeft, omdat zij uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor de afschaling van die brandstoffen. Wat u doet, gaat tegen uw eigen ideeën in. Dat wil ik even meegeven.

De voorzitter:

Mevrouw Van Oosterhout, bent u het daarmee eens?

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel dat u mij dit meegeeft. Ik ben al mijn hele carrière bezig met de energietransitie. De enige partij die de energietransitie continu vertraagt, is de fossiele industrie. Het is cruciaal dat zij daarom geen plek krijgen bij deze conferentie en elke andere conferentie die gaat over de energietransitie.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik wil graag door met mevrouw Teunissen namens de fractie van de Partij voor de Dieren. Ook u heeft twee minuten spreektijd. Gaat uw gang.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ik ga mijn best doen, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de voorzitter van de Braziliaanse COP30 twee roadmaps ontwikkelt, gericht op concrete strategieën en acties voor het implementeren van de uitkomsten van de Global Stocktake, waaronder de Transitioning Away From Fossil Fuels Roadmap;

overwegende dat Nederland samenwerkt met Colombia en indirect Brazilië aan de Eerste Internationale Conferentie over de rechtvaardige afbouw van fossiele brandstoffen;

overwegende dat deze conferentie een uitgelezen kans biedt om de roadmaps inhoudelijk te versterken en bij te dragen aan ambitieuze klimaatactie;

verzoekt de regering om zich actief in te zetten voor samenwerking met Brazilië, zodat de uitkomsten van de conferentie in Colombia worden opgenomen in de Transitioning Away From Fossil Fuels Roadmap,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 291 (31793).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er wereldwijde afspraken liggen om ontbossing tegen te gaan, zoals de toezegging om in 2030 een einde te maken aan ontbossing (COP21), maar dat ontbossing nauwelijks afneemt;

constaterende dat er tijdens COP30 verschillende initiatieven zijn gestart om wereldwijde ontbossing tegen te gaan, zoals de Deforestation Roadmap en het Tropical Forest Forever Facility;

overwegende dat andere landen zoals Noorwegen, Portugal, Indonesië en Brazilië al investeringen hebben toegezegd;

overwegende dat het ministerie van Financiën samen met het ministerie van Klimaat en Groene Groei een grote rol speelt in het financieren van het Tropical Forest Forever Facility via zogenaamde garanties of directe investeringen;

verzoekt de regering om een structurele bijdrage aan het Tropical Forest Forever Facility voor te bereiden, en hier de Kamer ruim voor Prinsjesdag over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 292 (31793).

Dank u wel. Dan wil ik de heer Vermeer graag uitnodigen voor zijn twee minuten namens de fractie van de BoerBurgerBeweging. Gaat uw gang.

De heer Vermeer (BBB):

Dat klopt helemaal. Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland samen met Colombia een nieuwe klimaattop wil organiseren over het uitfaseren van fossiele brandstoffen om hier alsnog internationale afspraken over te maken;

overwegende dat nieuwe afspraken, processen en klimaattoppen niet bijdragen aan haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar klimaatbeleid;

verzoekt de regering af te zien van het organiseren van een klimaattop,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Vermeer en Van den Berg.

Zij krijgt nr. 293 (31793).

De heer Vermeer (BBB):

Ik wil het nog even hebben over het vermeende aantal lobbyisten. Er wordt gezegd: 1 op de 25, 1.600 lobbyisten. Maar daar wordt natuurlijk van alles bij gehaald. Ik raad degenen die dat soort claims hier brengen en toch tegen desinformatie zijn aan om even goed het bericht van onderzoeker Remco de Boer te raadplegen. Daarin staat dat iedereen die maar een relatie heeft met een fossiele industrie al meegeteld wordt. Ook bedrijven zoals Van Oord uit Nederland, dat zich druk maakt om wind op zee maar toevallig ook af en toe een gasleiding ergens neergelegd heeft, wordt aangemerkt als lobbyist voor fossiele industrie. Als dit soort sprookjes wijdverspreid worden, gaan we dit debat niet verder voeren.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Vermeer. Tot slot is het woord aan de heer Van den Berg, die spreekt namens de fractie van JA21.

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter, dank. Ook dank aan de heer Vermeer. Twee zielen, één gedachte, zo bleek. We hadden namelijk exact dezelfde motie over de fossielvrije bijeenkomst, dus dank daarvoor.

Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister tijdens COP30 heeft uitgesproken zo snel mogelijk van fossiele brandstoffen af te willen stappen;

overwegende dat leveringszekerheid en betaalbaarheid randvoorwaarden zijn voor een succesvolle energietransitie;

verzoekt de regering in (inter)nationaal beleid te kiezen voor een realistisch en uitvoerbaar tijdpad richting klimaatneutraliteit, en niet verkrampt te sturen op zo snel mogelijke afbouw van fossiele energie zonder dat alternatieven en de infrastructuur op orde zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 294 (31793).

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat betaalbaarheid en betrouwbaarheid centraal moeten staan in de energietransitie en dat kernenergie een stabiele, CO2-arme optie is;

verzoekt de regering om in de (internationale) opvolging van COP30 expliciet in te zetten op kernenergie als volwaardig onderdeel van een CO2-arme energiemix,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 295 (31793).

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter. Ik wil afronden met het feit dat deze top 800 miljoen dollar heeft gekost — 800 miljoen dollar! — zonder dat die ook maar enige impact op het klimaatbeleid heeft gehad. Ik zou er hier sterk voor willen pleiten dat we stoppen met dit soort geldverslindende toppen en simpelweg met elkaar — dat zijn de Kamer en wellicht ook de Europese Unie — aan beleid gaan werken dat wél werkt, in plaats van dat we geld gewoon nodeloos over de balk smijten. Het is een schande.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik schors de vergadering voor vijf minuten. Daarna gaan we naar de beantwoording en de appreciaties van de minister van Klimaat en Groene Groei.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Wij hervatten het debat over de uitkomsten van de COP30, als gevolg van het commissiedebat van 15 januari. Aan de orde is de beantwoording van de minister en de appreciaties van de moties.

Minister Hermans:

Voorzitter. Ik begin met de motie op stuk nr. 290, van mevrouw Van Oosterhout, die verzoekt om geen vertegenwoordigers van de fossiele industrie uit te nodigen voor de klimaatconferentie in Colombia. We hebben het hier in het debat ook met elkaar over gehad. De inzet van zowel Colombia als van Nederland is om landen en belanghebbenden uit te nodigen die op een constructieve manier willen bijdragen, en willen meedenken over het verder brengen van de energietransitie en het echt handen en voeten geven aan de afbouw van het gebruik van fossiele brandstoffen. Het gaat dus om landen die aantoonbaar bezig zijn om praktische stappen te zetten. Die criteria hanteren we ook voor bedrijven, maatschappelijke instellingen, maatschappelijke organisaties en denktanks die we gaan uitnodigen. Met het kiezen voor deze focus ben ik dus niet zo bezorgd dat daar bedrijven komen die juist willens en wetens zand in de raderen willen gaan gooien. We streven dus hetzelfde doel na. Ik zeg er tegelijkertijd bij dat we natuurlijk ook in gesprek zijn met een aantal grote koepelorganisaties, nogmaals, op basis van de criteria die ik net noemde. Ik kan bij die grote koepelorganisaties niet garanderen dat daar geen lid tussen zit dat ook fossiele belangen heeft. Daarom moet ik de motie zoals die geformuleerd is, ontraden, terwijl ik wel goed snap wat mevrouw Van Oosterhout nastreeft. Ik heb datzelfde doel en, nogmaals, wij hanteren die criteria dus ook echt bij wie we uitnodigen.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 290 krijgt het oordeel "ontraden".

Minister Hermans:

Voorzitter. Dan vervolg ik met de motie op stuk nr. 291, van mevrouw Teunissen, over de samenwerking met Brazilië. Die motie geef ik oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 292 …

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 291 krijgt oordeel Kamer. Excuus. Gaat u verder.

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 292 is ook van mevrouw Teunissen en gaat over een structurele bijdrage aan de Tropical Forest Forever Facility. Die motie is eigenlijk ontijdig. Wij hebben als Nederland besloten om een bijdrage te leveren aan de opstartkosten, van 5 miljoen. We zijn nu ambtelijk aan het verkennen wat er nog meer mogelijk is en wat voor vormen daarvoor denkbaar zijn, maar het is nu nog te vroeg om ook een structurele bijdrage te overwegen of in elk geval om die via deze motie toe te zeggen.

De voorzitter:

Ik kijk even in de richting van mevrouw Teunissen om te zien of zij de motie wil aanhouden of akkoord gaat met de appreciatie ontijdig.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ik houd de motie aan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Teunissen stel ik voor haar motie (31793, nr. 292) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Gaat u verder met de motie op stuk nr. 293.

Minister Hermans:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 293 is van de heer Vermeer en de heer Van den Berg en verzoekt om de conferentie niet te organiseren om allerlei redenen. Daar ben ik het echt hartgrondig mee oneens. Ik ontraad deze motie dan ook. Juist als je wil dat we deze energietransitie op een haalbare en betaalbare manier doen, waar de heren Vermeer en Van den Berg zo voor pleiten, moet je dit in internationaal verband doen. Dan moet je met landen om tafel gaan zitten voor een gelijk speelveld, om dit in een rustig en ordentelijk tempo te doen, en niet van vandaag op morgen. Juist om die reden organiseren we deze conferentie. Ik ontraad dus deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 293 wordt ontraden.

Minister Hermans:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 294, van de heer Van den Berg.

De voorzitter:

Voordat u verdergaat, is er een vraag van de heer Van den Berg; ik neem aan over de motie op stuk nr. 293.

De heer Van den Berg (JA21):

Ja, over de motie op stuk nr. 293. Ik begrijp dat u ermee door wil gaan als minister. Mag ik u dan wel vragen om de toezegging dat de kosten van het organiseren van die top niet zo ontzettend uit de klauwen gaan lopen als in Brazilië, maar dat het prudent plaatsvindt?

Minister Hermans:

Uiteraard zullen we dat met prudentie doen. Ik zeg even tegen de heer Van den Berg dat er een gigántisch groot verschil is tussen de tweedaagse conferentie die wij in Colombia organiseren en de klimaatconferentie die bijna, alles bij elkaar opgeteld, drie weken besloeg en waar een regeringsleiderstop aan vastzat. Kortom, deze vergelijking gaat ook niet op.

De voorzitter:

Meneer Van den Berg, wordt met deze toezegging de motie op stuk nr. 293 ingetrokken? Nee, zegt de heer Vermeer. Oké, dan blijft de motie staan met de appreciatie "ontraden".

De motie op stuk nr. 294.

Minister Hermans:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 294, van de heer Van den Berg, die verzoekt om in internationaal beleid te kiezen voor een realistisch en uitvoerbaar tijdpad en niet verkrampt te sturen op zo snel mogelijke afbouw zonder alternatieven en zonder dat de infrastructuur op orde is. Dit zijn wij aan het doen, namelijk op een realistische manier, maar wel met ambities en doelen vormgeven aan de energietransitie. Maar gelet op de toelichting en de vragen van de heer Van den Berg erbij, denk ik dat we hier echt iets anders mee bedoelen. Daarom ontraad ik deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 294 wordt ontraden.

Minister Hermans:

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 295, van de heer Van den Berg en de heer Flach, om op de COP30 expliciet in te zetten op kernenergie als volwaardig onderdeel van de CO2-arme energiemix. Daar zet het kabinet zich op verschillende manieren en momenten voor in, in Europa en ook tijdens de COP. Daar gaan we dus gewoon mee door. Ik wil niet zeggen dat het altijd op die manier in de conclusies een plek krijgt, maar het is wel onze inzet, dus daarmee krijgt de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 295: oordeel Kamer.

Daarmee komen we aan het einde van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

Mijnbouw

Mijnbouw

Aan de orde is het tweeminutendebat Mijnbouw (CD d.d. 29/01).

De voorzitter:

We gaan door met het laatste tweeminutendebat voor de dinerpauze. Dat is het tweeminutendebat over mijnbouw, ook aangevraagd door het lid Van Oosterhout namens de fractie van GroenLinks-PvdA. Zij krijgt daarmee ook als eerste het woord. Het woord is aan u. U heeft twee minuten de tijd, mevrouw Van Oosterhout.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. De positie van mijn fractie over de mijnbouw is helder: we moeten zo snel mogelijk van fossiele brandstoffen af en we moeten in ieder geval stoppen met het aanboren van nieuwe olie- en gasvelden in Nederland. Daar gaan we nog vaker over spreken, ook straks bij de begroting, maar ik heb nu alvast de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er door TNO en Deltares in opdracht van het ministerie van KGG onderzoek wordt gedaan naar de gevolgen van gaswinning onder veenweidegebieden;

constaterende dat de integrale houdbaarheid van veenweidegebieden onder grote druk staat, waarbij de fysieke kwetsbaarheid van de bodem leidt tot een onhoudbare stapeling van onbeheersbare maatschappelijke kosten voor infrastructuur en funderingen, een onherstelbaar verlies aan unieke biodiversiteit en cultuurlandschap en het niet halen van klimaatdoelen;

constaterende dat er geen volledig en gedeeld inzicht beschikbaar is in de effecten van bodemdaling op locaties waar deze op verschillende diepten in de ondergrond optreedt;

constaterende dat er daarom door TNO en Deltares in opdracht van het ministerie van KGG onderzoek wordt gedaan naar de gevolgen van gaswinning onder veenweidegebieden;

constaterende dat op grond van het voorzorgsprincipe de overheid maatregelen moet nemen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor milieu of gezondheid en dat ook de effecten op waterkwaliteit onduidelijk zijn;

verzoekt de regering om in het kader van het voorzorgsprincipe een standstill in te lassen en geen gaswinning onder veenweidegebieden toe te staan zolang het onderzoek van TNO en Deltares naar gaswinning en veenweidegebieden niet is afgerond,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 299 (32849).

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Tot slot nog een vraag voor de minister. Het Werelderfgoedcomité gaf Nederland recent aanbevelingen voor het behoud van de UNESCO-status van de Waddenzee, waaronder het beter beschermen van de bufferzone. Zal de minister daaraan navolging geven door specifiek voor gas- en oliewinning de impact in en om die bufferzone nader te bestuderen?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan wil ik graag de heer Kops vragen om naar het spreekgestoelte te komen voor de bijdrage namens de Partij voor de Vrijheid. Meneer Kops.

De heer Kops (PVV):

Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met het sectorakkoord gaswinning op land gaswinningsbedrijven bij nieuwe projecten tot 2 miljard m3 5% van de netto-omzet per project zullen afdragen aan de regio;

verzoekt de regering te regelen dat deze afspraak ook geldt voor bestaande projecten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.

Zij krijgt nr. 300 (32849).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met de regeling tegemoetkoming mijnbouwschade Limburg schades tot €10.000 worden vergoed als het verband met mijnbouw voldoende aannemelijk is;

constaterende dat bij schades boven €10.000 het verband met mijnbouw bouwkundig wordt onderzocht, waarbij de mogelijkheid bestaat dat de uiteindelijke vergoeding niet hoger, maar lager dan €10.000 uitvalt;

overwegende dat de Commissie Mijnbouwschade daarom stelt dat het "accepteren van een vergoeding tot €10.000 wellicht de beste keuze" is;

verzoekt de regering te regelen dat bouwkundig onderzoek naar schades boven €10.000 niet leidt tot een vergoeding lager dan €10.000,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.

Zij krijgt nr. 301 (32849).

De heer Kops (PVV):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Teunissen namens de Partij voor de Dieren. Ook u krijgt twee minuten spreektijd. Gaat uw gang.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat natuurgebieden en hun omgeving extra gevoelig zijn voor de schadelijke effecten van mijnbouw en bijbehorende infrastructuur;

verzoekt de regering natuurgebieden uit te sluiten van gaswinning en dit vast te leggen in wet- en regelgeving,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 302 (32849).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veenweidegebieden kwetsbare ecosystemen zijn die essentieel zijn voor biodiversiteit, CO2-opslag en waterhuishouding;

overwegende dat gaswinning in deze gebieden bijdraagt aan bodemdaling, inklinking van veen en verstoring van de lokale waterstand, met onomkeerbare schade tot gevolg;

verzoekt de regering veenweidegebieden expliciet uit te sluiten voor gaswinning, bestaande winning stop te zetten en deze gebieden te beschermen tegen verdere schade,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 303 (32849).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland zich heeft gecommitteerd aan het beperken van de mondiale opwarming tot maximaal 1,5 graden;

constaterende dat gaswinning, zowel op land als op de Noordzee, meer CO2-uitstoot veroorzaakt en langjarige investeringen in fossiele infrastructuur vastlegt;

verzoekt de regering om voor zowel gaswinning op land als op de Noordzee een zo vroeg mogelijke einddatum vast te stellen voor gaswinning in Nederland die in lijn is met het 1,5 gradendoel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 304 (32849).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat investeringen in nieuwe gaswinning een fossiele lock-in veroorzaken;

overwegende dat hiermee de kans dat Nederland niet aan de wettelijke klimaatdoelen voldoet nog groter wordt;

overwegende dat er geen alternatief scenario ligt om onafhankelijk te worden van andere landen voor de Nederlandse energievoorziening waarmee tevens de klimaatdoelen worden gehaald;

verzoekt de regering om een afbouwpad voor gaswinning in Nederland op te stellen, inclusief scenario's met energiebesparing en alternatieve energieopwek en -opslag, en dit uiterlijk vóór de begroting van 2027 aan de Kamer voor te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 305 (32849).

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Peter de Groot namens de fractie van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. U krijgt twee minuten.

De heer Peter de Groot (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie meegenomen. Die gaat over het beroep dat de provincie Groningen tegen de zoutwinning heeft ingesteld.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister verlengingsvergunningen voor zoutwinning bij Zuidwending en Heiligerlee heeft afgegeven;

constaterende dat de provincie Groningen, ondanks gedegen veiligheidsadviezen van de Mijnraad, TNO en SodM, tegen de verlenging in beroep is gegaan;

overwegende dat door dit beroep een maatwerkafspraak met Nobian, met bijbehorende investeringen en toekomstig gebruik van de zoutcavernes voor waterstofopslag, on hold is komen te staan;

verzoekt de regering met de provincie Groningen in gesprek te gaan om deze ongewenste situatie tussen medeoverheden op te lossen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot en Jumelet.

Zij krijgt nr. 306 (32849).

Dank u wel. Dan de heer Van den Berg namens de fractie van JA21. Gaat uw gang.

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter. Ook dank aan de minister voor het goede debat hierover. Ik denk dat we daarin ook wel duidelijk hebben gemaakt dat gaswinning voor JA21 heel erg belangrijk is, vooral ook om onze strategische autonomie te verzekeren. Nederland is, zo werd net al gezegd, op dit moment voor 70% afhankelijk van het buitenland. Daardoor zijn we ook afhankelijk van het buitenland en kwetsbaar. Wij zouden dat heel graag anders zien door de kleine gasvelden die we hebben nu wel in te gaan zetten voor de productie. Daarmee kunnen we internationaal ook weer met de vuist op tafel slaan.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat binnenlandse gasproductie op de Noordzee kan bijdragen aan leveringszekerheid, lagere importafhankelijkheid en het dempen van de prijsvolatiliteit;

overwegende dat versnelling van vergunningverlening en investeringszekerheid noodzakelijk is om tijdig effect te sorteren richting de aanstaande winter van 2026 en 2027;

verzoekt de regering om een concreet pakket versnelling gaswinning Noordzee aan de Kamer te sturen, waarin wordt ingegaan op voorstellen voor versnelde vergunningverlening voor (nieuwe) Noordzeegasvelden, de praktische inbedding en het effect op leveringszekerheid en prijsvolatiliteit,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 307 (32849).

De heer Van den Berg (JA21):

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Tot slot de heer Jumelet namens het Christen Democratisch Appèl. Ook u heeft twee minuten spreektijd.

De heer Jumelet (CDA):

Voorzitter, dank u wel. Het mijnbouwcommissiedebat was inderdaad een goed debat. Ook daar is al aandacht gevraagd voor de situatie in Ekehaar. Daar is een motie over.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister in het overleg met inwoners van Ekehaar en de burgemeester van Aa en Hunze heeft aangegeven dat een aanpassing van de schaderegeling ook met terugwerkende kracht op Ekehaar zal worden toegepast;

verzoekt de regering om bij de aanpassing van de regeling voor de afhandeling van mijnbouwschade expliciet aandacht te besteden aan het opnemen van een terugwerkendekrachtbepaling waarmee mensen die onder de oude regeling vielen ook worden geholpen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jumelet en Peter de Groot.

Zij krijgt nr. 308 (32849).

Dank u wel. Daarmee komen we aan het einde van de indiening van moties en de termijn van de Kamer. Ik schors voor vijf minuten, zodat de minister de vragen kan beantwoorden en de moties van een appreciatie kan voorzien.

De vergadering wordt van 18.00 uur tot 18.05 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de beraadslaging. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat Mijnbouw. Ik geef het woord graag aan de minister van Klimaat en Groene Groei, minister Hermans. Gaat uw gang.

Minister Hermans:

Voorzitter, dank. Ik begin met de eerste motie, de motie op stuk nr. 299 van mevrouw Van Oosterhout, die vraagt om een standstill voor gaswinning in veenweidegebied op grond van het voorzorgsprincipe. Ik meen dat we het daar in het debat over hebben gehad. Ik heb vandaag op verzoek van de Kamer ook nog een brief gestuurd met een reactie op een brief van onder andere de provincie Fryslân met eigenlijk eenzelfde soort verzoek. Ik moet de motie ontraden. Ik moet het heel precies zeggen: het is niet proportioneel om op grond van het voorzorgsprincipe op voorhand één activiteit uit te sluiten, in dit geval gaswinning, zonder daarbij ook naar alle andere activiteiten te kijken die van invloed zijn op bodemdaling in de veenweidegebieden. Ik zeg daar wel bij dat we natuurlijk hebben toegezegd om die aanvullende onderzoeken te doen, ook in samenwerking met de provincie en het waterschap. Dat doe ik vanzelfsprekend, maar de motie op stuk nr. 299 moet ik ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 299 krijgt de appreciatie ontraden. De motie op stuk nr. 300.

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 300 van de heer Kops om de batendeling ook van toepassing te verklaren op bestaande projecten moet ik ontraden. Het sectorakkoord ziet echt op nieuwe projecten; dat is een vrijwillige afspraak met de sector. Ik kan dat niet zomaar ook op bestaande projecten van toepassing verklaren.

De voorzitter:

Ook de motie op stuk nr. 300 krijgt de appreciatie ontraden.

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 301 komt voort uit een advies. Daarvan heb ik gezegd dat we nu net zijn begonnen met die schadevergoeding in Limburg. We gaan kijken hoe die uitpakt. Het advies, dat ook ingaat op wat deze motie vraagt, zullen we bestuderen, maar we gaan nu eerst ervaring opdoen. Besluitvorming hierover is aan een volgend kabinet. Ik moet deze motie nu dus ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 301 krijgt de appreciatie ontraden.

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 302 van mevrouw Teunissen gaat over geen gaswinning in natuurgebieden en vastlegging daarvan in wetgeving. Die motie moet ik ontraden. In de vergunningverlening zitten allerhande waarborgen die ook zien op significante gevolgen voor de natuur. Ik kan dan ook niet zomaar gaswinning toestaan. Wat de motie vraagt, is dus niet nodig. Daarmee ontraad ik deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 302 krijgt de appreciatie "ontraden".

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 303 gaat over het uitsluiten van veenweidegebieden. Ik denk dat ik daar net bij de motie op stuk nr. 299 op ben ingegaan, dus deze motie moet ik met dezelfde toelichting ontraden.

De voorzitter:

De appreciatie van de motie op stuk nr. 303 is "ontraden".

Minister Hermans:

De motie op stuk nr. 304, van mevrouw Teunissen, gaat over een einddatum voor gaswinning. Deze motie moet ik ook ontraden. Ik heb hier veelvuldig met mevrouw Teunissen over gedebatteerd. We werken aan het afbouwpad. Daarom hebben we ook dat sectorakkoord gesloten. In de vergunningverlening hanteer ik al een einddatum van 2045. Maar wat er in de motie wordt gevraagd, gaat echt een stap verder, dus die moet ik ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 304 is ontraden.

Minister Hermans:

Dan de motie op stuk nr. 305, van mevrouw Teunissen, over een afbouwpad inclusief scenario's met energiebesparing en alternatieve energie-opwek en -opslag, met het verzoek om dit uiterlijk voor de begroting van 2027 aan de Kamer voor te leggen. Ook hierover heb ik volgens mij al een paar keer met mevrouw Teunissen van gedachten gewisseld. Het kabinet komt met Prinsjesdag met een geactualiseerd NPE, Nationaal Plan Energiesysteem. Daarin wordt het totaalplaatje van de Nederlandse energievoorziening in de toekomst geschetst, ook wat dat betekent voor het gebruik van gas of aardgas daarin. Dus ik zou mevrouw Teunissen willen vragen om de motie aan te houden tot die actualisatie.

De voorzitter:

Mevrouw Teunissen, wilt u de motie aanhouden?

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Voorzitter, ik hou de motie niet aan, want het NPE is echt iets anders dan wat ik hier vraag. Ik vraag echt om een afbouwpad. Dat betekent dat er ook een einddatum is. Dat is echt iets anders dan wat de minister nu zegt.

Minister Hermans:

Ik zocht naar een manier om toch tegemoet te komen aan het verzoek van mevrouw Teunissen. Met de uitleg en de vraag die mevrouw Teunissen mij stelt, moet ik de motie op stuk nr. 305 ontraden.

De voorzitter:

De appreciatie van de motie op stuk nr. 305: ontraden.

Minister Hermans:

Dan de motie op stuk nr. 306, van de heer De Groot en de heer Jumelet, over in gesprek gaan met de provincie Groningen over de ongewenste situatie die is ontstaan. Zoals ik in het mijnbouwdebat heb geschetst, heb ik het gesprek gevoerd met de provincie. Dit gesprek gaat natuurlijk ook door. Het college van Provinciale Staten zal zich de komende tijd beraden. De vervolgstap ligt dus echt bij de provincie. Het is aan hen om te bepalen hoe zij met het ingestelde beroep willen omgaan en wat zij nodig hebben aan informatie daarvoor. Vanuit het ministerie is er en blijft er uiteraard de bereidheid om extra toelichting te geven op het besluit. Er is ook betrokkenheid van de provincie om tot een afsluitstrategie te komen. Begin maart is er een gesprek voorzien met de nieuwe gedeputeerde. Dus de motie krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 306 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:

Dan de motie op stuk nr. 307, van de heer Van den Berg en de heer Flach. Wij hebben een sectorakkoord gesloten. Dat bevat een heel aantal maatregelen om gaswinning op de Noordzee te versnellen. Dat ziet onder andere op vergunningverlening, maar er zijn ook maatregelen die gaan over samenwerking. Voor de zomer stuurt het kabinet een voortgangsrapportage over hoe het staat met de uitvoering en de uitwerking van die maatregelen. Het is een beetje overbodig om daar nu weer een pakket bovenop te leggen. Er komt dus een voortgangsrapportage.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 307 is overbodig.

Minister Hermans:

Ik ontraad … Ja, die is overbodig. Ik weet niet wat …

De voorzitter:

"Overbodig" is ook een appreciatie.

Minister Hermans:

Nou, dan doen we overbodig, voorzitter.

De motie op stuk nr. 308, van de heer Jumelet en de heer De Groot, over een terugwerkendekrachtbepaling voor mensen die onder de oude regeling vallen. Dit betreft de situatie in Ekehaar. Dit is, zoals de heer Jumelet ook zei, aan een volgend kabinet. Maar de motie vraagt om echt aandacht te besteden aan zo'n terugwerkendekrachtbepaling. Daar ben ik het heel erg mee eens. Dat ondersteun ik ook, dus daarmee krijgt de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 308 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hermans:

Voorzitter. Voor ik het vergeet: ik had nog een vraag van mevrouw Van Oosterhout.

De voorzitter:

Ga uw gang.

Minister Hermans:

Zij vraagt of ik nog een bufferzone ga inrichten voor gas- en oliewinning rond UNESCO-gebieden. Het Werelderfgoed is beschermd via de Omgevingswet, dus een bufferzone instellen is niet aan de orde. Maar bij het verlenen van vergunningen wordt via de Omgevingswet natuurlijk wel rekening gehouden — nou, meer dan dat, er is echt aandacht voor — met de impact op het UNESCO Werelderfgoed.

Mevrouw Van Oosterhout vroeg in het debat ook heel specifiek aandacht voor de Koloniën van Weldadigheid. Operator Vermilion heeft in dit verband vrijwillig besloten om de effecten van de omliggende gasvelden te beoordelen in een zogenaamd Heritage Impact Assessment.

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, minister. Daarmee zijn we aan het einde van dit tweeminutendebat gekomen. Ik wil de minister, alle Kamerleden, de toeschouwers op de publieke tribune en alle mensen die meekijken van harte danken voor hun aanwezigheid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering tot 19.00 uur voor een dinerpauze. Om 19.00 uur gaan we verder met de begroting van Klimaat en Groene Groei.

De vergadering wordt van 18.13 uur tot 19.01 uur geschorst.

Begrotingen Klimaat en Groene Groei 2026 en Klimaatfonds 2026

Voorzitter: Van Campen

Begrotingen Klimaat en Groene Groei 2026 en Klimaatfonds 2026

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 (36800-XXIII);

het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Klimaatfonds voor het jaar 2026 (36800-M).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van de zijde van de Kamer aangaande de begroting Klimaat en Groene Groei.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik heet de minister van harte welkom in ons midden. Het is een bijzondere avond, want er zijn maar liefst twee maidenspeeches, van mevrouw Van Oosterhout en de heer Van den Berg, dus daar gaan we natuurlijk uitgebreid bij stilstaan. Maar zover is het nog niet, want eerst geef ik het woord aan de heer Klos voor zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van D66. Als u zover bent, heeft u het woord.

De heer Klos (D66):

Dank u wel, voorzitter. Het is een wat vreemd moment voor een begrotingsdebat, diep in blessuretijd, met een minister die zich moet voorbereiden op een verhuizing. Laat ik beginnen met minister Hermans te danken voor haar inzet, want in de korte tijd dat we hier debatteerden, werd me duidelijk dat we het best vaak oneens waren over de koers van het demissionaire kabinet, maar dat dit niet aan de werklust of de richting van de minister lag. Als zij zich met haar groenste veren kan tooien in het zorgveld, met 7% een van de grote vervuilende sectoren, dan kan zij ons als buitenboordklimaatminister de komende jaren vanaf een andere plek gaan helpen. Als de minister daar een toezegging op wil geven, dan zou dat heel prettig zijn, maar als de voorzitter dat een beetje buiten de orde vindt, begrijp ik dat ook.

Voorzitter. Twee ontwikkelingen maken aandacht voor het klimaat extra urgent. De wereld is de afgelopen jaren drastisch veranderd. De naoorlogse wereld van vrede en recht, waarin Europa kon floreren, wordt hardhandig kapotgeslagen door grootmachten die een herschikking nastreven op basis van macht en kracht. Het dwingt Europa, met Nederland in een leidende rol, tot geopolitieke volwassenwording. De overgang naar schone en betaalbare energie van eigen bodem is nu niet langer de hoop van enkelen, maar noodzaak voor velen. Het is de absolute voorwaarde voor onze veiligheid en voor onze onafhankelijkheid.

Tegelijkertijd zijn de consequenties van extremer weer door klimaatverandering niet langer meer weg te redeneren als abstracte risico's of denkbeeldige gevaren. Een enkele extreme hagelbui zorgde al voor 70 miljoen euro schade in de glastuinbouw. De overstroming in Valkenburg beschadigde de woningen van meer dan 2.000 gezinnen. Na een strijd van jaren kregen de Bonairianen van de rechter gelijk dat tekortschietend klimaatbeleid ten grondslag ligt aan het verdwijnen van unieke natuur en de kosten van levensonderhoud.

Dat roept de vraag op wat wij op dit moment het beste kunnen doen. Ik ben zelf ten diepste gemotiveerd om de komende jaren met het nieuwe kabinet en met de oppositie te zorgen dat we de aanpak van klimaatverandering tot een succes gaan maken. Dat is niet alleen een zware verantwoordelijkheid, maar ook een geweldige kans. We kunnen wonen in een land waar schone energie in overvloed beschikbaar en betaalbaar is voor alles wat het leven mooi maakt. We kunnen nieuw werk en groei vinden bij de ontwikkeling van de kennis en technologie van morgen. We kunnen onze lucht schoner maken, onze steden groener en onze huizen comfortabeler.

De voorzitter:

Ik maximeer het aantal interrupties niet, maar houdt u ze wel kort en in niet meer dan drie keer.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Klimaatbeleid, klimaatbeleid en nog eens klimaatbeleid. Ik begrijp dat meneer Klos daar ongelofelijk enthousiast over is. Maar tegelijkertijd was het oud-minister Rob Jetten die zei dat al dat klimaatbeleid en al die miljarden die we daaraan uitgeven, ertoe gaan leiden dat de wereld 0,000036 graden minder warm zal worden.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Wat vindt meneer Klos daarvan? Is dat dan geen weggegooid geld?

De heer Klos (D66):

In eerste instantie vind ik dat deze karakterisering, waar toch een soort scepsis onder zit, miskent dat Nederland een unieke positie heeft, een kans en een verantwoordelijkheid om iets te doen. Historisch gezien is de uitstoot van Nederland heel hoog. Die behoort tot de allerhoogste in de wereld. We hebben als rijk land met heel veel innovatie en kennis ook een krachtige positie om iets te doen aan het bevechten van klimaatverandering. Ik zie de positie van Nederland dus niet zo somber in. Sterker nog, ik ben er heel optimistisch en positief over.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

We hebben miljarden en miljarden aan klimaatbeleid uitgegeven en een oud-minister van Klimaat heeft toegegeven dat het eigenlijk totaal verwaarloosbaar is. Hoe kan meneer Klos hier dan nog zo enthousiast staan en zeggen dat we de wereld gaan redden, terwijl we zien dat het nul effect heeft?

De heer Klos (D66):

De heer Heutink het nu over abstracte ideeën, maar het gaat ook over de concrete toekomst voor mensen. Uiteindelijk gaan wij onze verslaving aan fossiele brandstoffen moeten afbouwen, omdat die er op een gegeven moment niet meer zijn, omdat die duurder worden. Als wij het leven veiliger, comfortabeler en goedkoper willen maken voor mensen, moeten we nu de omslag maken naar groene energie. Dat heeft niks met klimaatidealisme te maken; dat heeft met realiteitszin te maken.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Wat met realiteitszin te maken heeft, is dat meneer Klos doelt op de energietransitie. Dat is heel wat anders dan het klimaatbeleid waar wij hier met z'n allen blijkbaar druk mee bezig zijn. Feit is dat meneer Klos niet ontkent en ook niet kan ontkennen dat al die miljarden die we uitgeven aan klimaatbeleid, als je sec kijkt naar de temperatuur van deze aarde, totaal en totaal te verwaarlozen zijn.

De heer Klos (D66):

Ik ontken dat wel. Nederland speelt namelijk een leidende rol in de Europese Unie. Met 450 miljoen mensen is dat een van de krachtigste spelers die iets kan doen aan klimaatverandering. Ik vind dat wij dat met volle kracht moeten doen, en deze coalitie gaat dat ook doen.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik ben heel blij om te horen dat mijn collega van D66 het heeft over de uitspraak ten aanzien van Bonaire, over de energietransitie en over het belang daarvan. Toch zag ik tot mijn grote schrik in het coalitieakkoord staan dat het halen van die doelen in 2030 lastig gaat worden. Ik zag dan ook amper beleid om die doelen in 2030 te gaan halen. Ik vraag me af of D66 het doel van 2030 heeft losgelaten.

De heer Klos (D66):

Zeker niet. We hebben in ons akkoord ook opgeschreven dat we alles op alles moeten zetten om dat doel te halen. Ik denk dat je wel moet constateren dat er door het beleid van de afgelopen jaren, van een kabinet dat met name geleid werd door de input van de heer Wilders, heel weinig gebeurd is. Dan wordt het moeilijker, zoals alle experts ook zeggen. Daarom moet dit niet alleen een samenwerkingskabinet worden, maar ook een reparatiekabinet. Daarom zetten we de versnelling in.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik begrijp heel goed dat u een hoop achterstand in te halen heeft na de stilstand van dit kabinet. Tegelijkertijd zien we dat er in dit coalitieakkoord een hele hoop fossiele voorstellen staan. Zo gaat Lelystad Airport open, komen er extra fossiele subsidies bij en worden er nieuwe gasvelden aangeboord. Hoe rijmt D66 die ontwikkelingen met elkaar?

De heer Klos (D66):

Ik denk dat het goed is voor het parlementaire debat om eerlijk te zijn dat wat er in het coalitieakkoord staat, niet 100% het verkiezingsprogramma van D66 is. Dat kenschetst de inzet van onze partij voor het klimaat. Wij proberen altijd mee te doen, omdat we altijd onze idealen willen realiseren en altijd dichter bij een wereld willen komen waar wij in willen wonen. Als je naar het coalitieakkoord kijkt, zie je dat daarin dramatische stappen worden gezet om onze economie te verbouwen. We gaan namelijk kilometers aan windparken op zee bouwen en gigantische investeringen doen in de duurzame pioniers van morgen. Daar zitten ook beslissingen bij die ik niet zelf heb bedacht, maar onder de streep is de groene koers weer ingezet en daar ben ik heel erg trots op.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik begrijp dat je, als je over zo'n coalitieakkoord aan het onderhandelen bent, niet alles binnenhaalt, maar toch mis ik wat D66 dan wél heeft binnengehaald. Als we heel eerlijk zijn, zullen de klimaatdoelen voor 2030 met dit beleid niet gehaald worden. Ik was wel heel blij om te horen dat u net begon over Bonaire. Gaat de heer Klos erop toezien, ja of nee, dat er niet enkel een plan wordt opgesteld met de doelen voor 2030 en 2040, maar dat er ook effectief maatregelen worden uitgevoerd om die doelen te halen?

De heer Klos (D66):

Daar kan ik heel kort over zijn: volgens mij moeten we de nieuwe minister er heel scherp op gaan bevragen om dat te doen.

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik was het in het begin heel erg eens met de heer Klos, toen hij warme woorden richting de minister sprak, maar ik hoorde hem net toch zeggen dat er heel veel stilstand is geweest op dit dossier. Dat rijmt niet helemaal met elkaar. Mijn vraag aan de heer Klos is: heeft u de afgelopen periode gezien dat het vooral deze minister is geweest die voor de torenhoge doelen en klimaatambities zaken naar de praktijk heeft gebracht, terwijl dat best wel moeizaam gaat? Kunt u daar misschien iets meer over zeggen?

De heer Klos (D66):

Zeker. Ik begrijp de vraag heel goed en ik wil die inzet ook zeker niet bagatelliseren. Tegelijkertijd moet je, denk ik, realistisch concluderen dat onder de vorige minister de klimaatdoelen binnen bereik kwamen en dat onder deze minister die kans nog maar heel klein werd. Dat heeft ook te maken met de beperkingen die haar werden opgelegd in het coalitieakkoord en met de beperking van fondsen die er was. Dat is dus geen verwijt, maar meer een constatering.

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik wil daar verder niet zozeer op ingaan, maar ik zie wel in de praktijk dat de netcongestie heviger dan ooit is. Tegelijkertijd leggen we natuurlijk windparken aan. Ik zou dus graag die kant willen belichten: er zitten daar heel veel moeilijkheden in de uitvoering. Deze minister heeft er heel hard aan getrokken om dat los te trekken. Daar ging mijn vraag over en daarop zou ik graag nog een beschouwing willen van de heer Klos.

De heer Klos (D66):

Dat is zeer terecht. In het coalitieakkoord dat wij nu met onze partijen hebben gesloten, proberen wij een aantal van die knelpunten aan te pakken. Voor de elektrificatie van de economie gaan we drie dingen doen. We gaan proberen het transport te verbeteren door de netcongestie op te lossen, we gaan proberen het gebruik te stimuleren door de kosten voor de industrie een beetje te drukken en we gaan de productie enorm opschakelen door die enorme windparken op zee. Een aantal van de problemen die we zijn tegengekomen, proberen we met het coalitieakkoord juist op te lossen. Ik denk dus dat dat een hele terechte vraag is.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Waar is toch het D66 gebleven dat zich tooide met de geuzennaam "klimaatdrammers"? Ik zie dat dat vergeten en eigenlijk begraven is. Collega Klos zegt: het is niet 100% een D66-programma. Nee, het is op z'n best 10%. Kijk bijvoorbeeld naar de hoeveelheid normeringsmaatregelen. Op z'n best zijn dat er drie of vier in het hele coalitieakkoord. De lijst uit de doorrekening bevat er meer dan twintig. D66 heeft dan toch wel verrekte slecht onderhandeld op klimaat en energie. Ze hebben incidenteel wat bezuinigingen van het vorige kabinet weten terug te draaien. Voor de SDE is dat incidenteel, niet eens structureel. Durft D66 hier echt mee thuis te komen?

De heer Klos (D66):

Ja, zeker. Ik denk dat dit een schromelijke onderschatting is van de onderhandelingscapaciteiten van Rob Jetten en ook van zijn uitvoeringscapaciteiten als de eerste klimaatpremier van Nederland. Ik denk dat Nederland hele forse stappen gaat zetten naar het halen van de doelen in 2030, 2040 en 2050. Onze hele partijgeschiedenis wordt gekenschetst door het idee dat wij iets willen doen aan klimaatverandering. Het was Hans van Mierlo die dat nota bene op de politieke agenda zette en het was Jan Terlouw die het daar hield. U kunt ons daaraan houden. Een nieuwe D66-minister zal met evenveel ambitie en voortvarendheid als de heer Grinwis te werk gaan.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dat hoop ik, maar ik twijfel er nog een beetje aan, want in de praktijk zien we eigenlijk alleen dat de bezuinigingen van het vorige kabinet op de SDE incidenteel zijn teruggedraaid. Voor wind op zee moest het kabinet, met de contracts for difference, het financiële been wel bijtrekken. Verder is D66 gewoon gevallen voor de IKC-subsidie. Daar is allemaal best over te praten, maar wat is er aanvullend? Ik zie echt mondjesmaat iets aan nieuw beleid, aan nieuwe voorstellen om het doel in 2030 of 2040 binnen handbereik te brengen, wat D66 heel belangrijk vindt. Is de heer Klos hier écht tevreden mee?

De heer Klos (D66):

Ik denk dat we die twijfel zouden moeten omzetten in samenwerking. Als de heer Grinwis, die ik ken als een zeer constructieve partner, zeker op dit vlak, ideeën heeft om dat nog te verbeteren, dan ga ik die hier vandaag omarmen en dan gaan we daar de komende jaren en maanden verder aan werken. Wel kan ik van ganser harte verdedigen wat wij nu in het coalitieakkoord hebben opgeschreven, omdat het ervoor gaat zorgen dat de Noordzee het stopcontact wordt van onze economie, de klimaatpioniers met gigantische subsidies op gang komen en wij die doelen gaan halen. Ik zie het dus wat minder somber in dan de heer Grinwis.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Deal. Dan ga ik collega Klos daar graag op uitdagen de komende jaren. Ik reken dan op de steun van D66.

De heer Flach (SGP):

De heer Klos noemde elektrificatie van de economie. Daar maken veel ondernemers zich echt zorgen om, omdat de netkosten gewoon ontzettend hard oplopen. We weten dat deze minister geen voorstander is van het uitsmeren, de amortisatie, van die kosten. We zien ook niet dat deze coalitie dit vanuit algemene middelen wil dempen. Wat rest zijn gewoon verder stijgende netkosten voor particulieren, maar vooral ook voor bedrijven, die nu toch al en masse over de grens trekken. Wat zijn de plannen van D66 om dat tegen te gaan?

De heer Klos (D66):

In dit coalitieakkoord maken we een envelop vrij om de elektriciteitsprijzen voor grote bedrijven te dempen. Ik denk dat dat verstandig is. Daar zullen wel voorwaarden aan gesteld moeten worden. Dat kan niet zomaar een blinde subsidie zijn voor bedrijven die heel veel energie gebruiken. Het krachtigste wat we in het coalitieakkoord voorstellen, denk ik, is dat we over de crisis met netcongestie zeggen: ga er nou voor zorgen dat dat net op extreem tempo wordt uitgebreid, zodat transport van elektriciteit veel sneller gaat. Ik heb de heer Flach in de debatten die we tot nu toe hebben gehad, hele goede voorstellen horen doen om dat verder uit te werken in de komende tijd.

De heer Flach (SGP):

Ik heb de heer Klos ook een aantal keer het woord "realisme" horen noemen. Als we zien in welk tempo bedrijven op dit moment vertrekken, dan is de vraag of zo'n envelop uiteindelijk voldoende is. Wat zou erop tegen zijn om die kosten voor infrastructuur, die je toch voor generaties aanlegt, ook wat meer uit te smeren over die generatie? Dan zou je dus wel die amortisatie toepassen en nu niet die hele hoge lasten bij het bedrijfsleven neerleggen. Straks verliezen we namelijk inderdaad megatonnen CO2, maar komt dat doordat ze over de grens zijn gegaan. We willen toch met behoud van onze industrie zaken aanpakken, mag ik aannemen?

De heer Klos (D66):

Die gedachte ondersteun ik wel. Ik denk eerlijk gezegd dat het coalitieakkoord die gedachte ook uitstraalt. Als de heer Flach daar voorstellen voor heeft, dan ben ik zeker bereid om daarover met hem mee te denken en die vragen ook mede in te dienen bij de minister.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Flach (SGP):

Dan zeg ik ongeveer hetzelfde als de heer Grinwis, namelijk: ik kom in de loop van deze periode met voorstellen en ik hoop op een welwillende bejegening vanuit D66.

De heer Klos (D66):

Uitstekend, dank u wel.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

In het coalitieakkoord staat ook dat Lelystad Airport weer opengaat voor vakantievluchten. Hoe kan D66 instemmen met het openen van een extra vliegveld voor vakantievluchten midden in de klimaatcrisis?

De heer Klos (D66):

Daar wil ik een paar dingen over zeggen. In de klimaatcrisis gaat het uiteindelijk om wat je onder de streep doet voor het klimaat. Wij hebben nu in het coalitieakkoord afgesproken dat de uitstoot van de luchtvaart van Schiphol en Lelystad samen in 2030 lager moet zijn dan dat die in 2024 voor Schiphol was. Oftewel, we hebben afgesproken dat de uitstoot van de luchtvaart omlaag moet. Dat is een van de middelen waarmee we de doelen van 2030 proberen te halen. De vorige coalitie durfde zich daar niet aan te branden. Ik zeg daar nog twee meer randvoorwaardelijke dingen bij. Om dat te doen zal Lelystad Airport ook een natuurvergunning nodig hebben. We moeten nog maar kijken hoe dat gaat. Er ligt natuurlijk ook de afspraak met de provincie en de gemeente dat je als je Defensie toestaat daar F-35's te laten vliegen, ook de civiele luchtvaart moet toestaan. Daar zit ook een stukje betrouwbaarheid van bestuur bij.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Het klinkt als een mooie uitleg. De heer Klos zegt: onder de streep moet je de CO2-uitstoot naar beneden brengen. Maar iedereen snapt toch dat een extra vliegveld openen, dus meer vluchten toestaan, tot meer CO2-uitstoot leidt? We moeten al heel hard werken voor het draagvlak voor klimaatmaatregelen. Vindt de heer Klos ook niet dat je met een extra vliegveld openen het draagvlak ondermijnt?

De heer Klos (D66):

Ik denk toch dat ik moet terugvallen op het antwoord dat ik net gaf. Als de afspraak is dat de uitstoot van de luchtvaart naar beneden moet, dan moet dat dus juist een bijdrage leveren en kan dat onder de streep iets opleveren voor het klimaat. Ik snap wel dat het symbool van Lelystad zelf je de wenkbrauwen doet fronsen als je daar in eerste instantie over nadenkt — want dat kan toch niet? — maar de structurele afspraak is dat de uitstoot omlaag moet. Ik denk dat wij daar samen voor vechten.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

De uitstoot moet zeker omlaag, maar dat is natuurlijk niet het enige. Eerlijk gezegd had ik van D66 als zelfbenoemde klimaatpartij echt meer verwacht, namelijk ook die integrale aanpak. Het gaat niet alleen maar over de CO2-uitstoot omlaag brengen. Het gaat ook om de omwonenden van Lelystad Airport. Ik las gisteren nog in de krant dat een akkerbouwer zei: ik zie alweer het aantal vliegtuigen en de geluidsoverlast over mijn akkers toenemen. Als je iets aan het klimaat doet, doe je ook meteen iets aan de natuurcrisis. Je moet maatregelen nemen die ook iets aan de gezondheid doen, bijvoorbeeld door de ziekmakende industrie af te bouwen en juist iets moois op te bouwen, zoals een duurzame economie. Dat doe je niet door een extra vliegveld te openen.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Mijn vraag is: is D66 het ermee eens dat we het klimaatbeleid als integraal beleid moeten zien, dat we ook de gezondheid van omwonenden mee moeten nemen en dat het daarom zeer onverstandig is, ook op dat gebied, dat we een extra vliegveld openen?

De heer Klos (D66):

Dat was een vraag in twee delen. Met het eerste gedeelte ben ik het eens. Op het tweede deel heb ik, denk ik, heel duidelijk antwoord gegeven met wat de doelen van deze coalitie zijn voor de luchtvaart: de uitstoot moet omlaag.

De heer Dassen (Volt):

Het PBL heeft eerder aangegeven dat als we op deze manier doorgaan zoals we de afgelopen jaren hebben gedaan, de kans 5% is dat we de klimaatdoelen voor 2030 halen. Als ik nu naar het coalitieakkoord kijk van D66, het CDA en de VVD, heb ik niet het idee dat daar nu veel maatregelen in staan die dat percentage flink omhoog gaan krikken. Hebben deze drie partijen afspraken met elkaar gemaakt dat er op het moment dat het PBL aangeeft dat het eigenlijk onvoldoende is, aanvullende maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de klimaatdoelen in 2030 gehaald worden?

De heer Klos (D66):

Wat in het coalitieakkoord staat, staat in het coalitieakkoord. Er valt niets extra's te lezen. Maar wat daarin staat, is zeker: in 2027, als de Commissie straks maatregelen heeft gepresenteerd voor de verdere aanscherping van het Europese klimaatbeleid, worden er aanvullend nationale maatregelen genomen als dat niet genoeg blijkt voor Nederland.

De heer Dassen (Volt):

Als het goed is, gaat dat over 2040 en niet over 2030. Ik heb het nu over die 2030-doelstelling. Ik ben benieuwd of deze drie partijen, ook gezien de opmerking dat het lastig gaat worden, het eigenlijk al losgelaten hebben. Mijn vraag is eigenlijk heel simpel: komt er aanvullend beleid op het moment dat het PBL zegt dat we die 2030-doelstelling met dit beleid niet gaan halen? Is dat een "ja", of is dat een "nee, dan gaan we eigenlijk focussen op de 2040-doelstelling en gaan we schuilen achter wat de Europese Commissie gaat voorstellen"?

De heer Klos (D66):

Het lijkt mij heel reëel om te verwachten, mede na de uitspraak in de zaak van Greenpeace en de Bonairianen, die heel duidelijk is, en toch ook met de inzet van de coalitie om de doelen van 2030 te halen, dat wij de minister gaan vragen om maatregelen te nemen om die doelen te halen en dat dat ook haar uitgangspunt zal zijn. Dat is dan de opdracht die de coalitie aan de minister geeft. Ik vind dit dus een heel reëel verhaal van meneer Dassen.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Dassen (Volt):

Als ik het goed begrijp van de heer Klos, zijn er met het CDA en de VVD afspraken gemaakt dat er aanvullend beleid moet komen als het onvoldoende is. Dat is natuurlijk het lastige. De VVD gaat dadelijk zeggen: we doen al heel veel; zorg eerst maar dat we dat op een goede manier uitvoeren. Dat is het verhaal dat we al heel lang horen en dat is ook wat ik terugzie in het regeerakkoord. Of moet ik concluderen dat die afspraak er niet is en dat we vasthouden aan wat we hier hebben staan, wetende dat het onvoldoende gaat zijn?

De heer Klos (D66):

De afspraak in het coalitieakkoord is dat wij alles op alles gaan zetten om de doelen van 2030 te halen. Daar kunnen wij als Kamer de minister op controleren.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik hoor de heer Klos spreken over hoe belangrijk het is om de klimaatdoelen te halen. Ik zag ook in het vorige coalitieakkoord van de huidige regering dat we zouden gaan voor vier grote kerncentrales. Ik zag tot mijn verbazing dat dat is afgeschaald naar vier centrales; klein of groot, dat is even irrelevant. Wat mij betreft past dat helemaal niet bij het behalen van die klimaatdoelen. Ik vraag mij af: hoe heeft dit nou op deze manier in het akkoord kunnen komen en hoe gaat u nou op deze manier die klimaatdoelen halen die u zo belangrijk vindt?

De heer Klos (D66):

Volgens mij is dat een heel forse ambitie, vier kerncentrales, en staat er ook iets in waar JA21 vaak om vraagt, namelijk aandacht voor de SMR's, de kleine modulaire reactoren. Ik denk dat dat ook heel belangrijk en noodzakelijk is, omdat die misschien ook op een kortere termijn kunnen bijdragen aan het halen van de doelen. Ik vind dat je daar realistisch naar moet kijken. We gaan een mix nodig hebben van zon, wind, groen gas — alles wat je nodig hebt, en kernenergie hoort daar ook bij. Maar laten we niet doen alsof kernenergie zaligmakend is en de enige oplossing is om de klimaatcrisis op te lossen. Ik geloof ook niet dat het helemaal de intentie is van JA21 om dat op die manier te doen.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik denk niet dat het zaligmakend is, maar wel dat het de oplossing is. Ik wil vooral het volgende vragen. Nogmaals, het vorige akkoord ging uit van vier grote centrales. Eigenlijk hebben we de facto een vermindering van ambitie ten opzichte van het vorige kabinet. Nu zijn het vier centrales, klein of groot. Beter zelfs: in het vorige akkoord stond ook een ambitie voor die SMR's. Kortom, moet de heer Klos niet veel meer doen om de ambitie voor kernenergie veel verder te verhogen, zodat zijn eigen doelen dichterbij komen?

De heer Klos (D66):

Ik wil best praten met JA21 over de SMR's, want ik denk dat die, zeker voor de industrie, heel specifieke toepassingen kunnen hebben die heel goed zijn. Maar laat ik namens D66 zeggen: wij vinden dat je met zon en wind heel ver kan komen. Dit coalitieakkoord zet daarom ook in op kilometers aan windparken op de Noordzee.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van den Berg (JA21):

Dan vraag ik als laatste aan de heer Klos: hoe gaan we dan werken aan de betaalbaarheid, die u ook noemt in uw verhaal? Want voor de oplossingen die u voorstelt is opslag nodig, batterijen dus. Die kosten onnoemelijk veel geld. Studies bewijzen dat ook. De systeemkosten, en dus de kosten voor huishoudens en bedrijven, zullen daardoor alleen maar stijgen. Ik wil de heer Klos vragen hoe we dat beetpakken als u die route blijft volgen?

De heer Klos (D66):

De belangrijkste route daarvoor is subsidiëring. Je zou klimaatbeleid kunnen maken waarbij je enkel beprijst of normeert. Dan laat je eigenlijk alles aan de markt over en stel je beperkingen. Dat zou bijvoorbeeld ook zo zijn als we alleen uit zouden gaan van het Europese klimaatbeleid, waardoor we met het Europese handelssysteem het uitstoten van CO2 steeds duurder maken. Wij zeggen eigenlijk: we gaan tot 2035 22 miljard euro uitgeven om ervoor te zorgen dat burgers en bedrijven dat ook kunnen meemaken. Laat ik daarbij noemen wat ik persoonlijk heel belangrijk vind, namelijk het Noodfonds Energie. In de vorige kabinetsperiode moesten we steeds een beetje plakken en vroegen we steeds: gaat het wel lukken om dat voor elkaar te krijgen? Dat maken we nu structureel. Daarvoor zit er gewoon geld bij. Daardoor creëer je ook draagvlak bij mensen die nu al hun energierekening niet kunnen betalen. Ik wil dus absoluut met JA21 kijken naar die betaalbaarheid. Ik denk dat wij daar als coalitie ook voorstellen voor doen.

De heer Vermeer (BBB):

Je weet bijna niet waar je moet beginnen door wat hier allemaal gezegd wordt. Het Noodfonds Energie is natuurlijk een lapmiddel. Waar we overal proberen in te zetten op preventie, moeten we hier ineens pleisters inzetten. Maar vooruit. Ik werd eerder getriggerd door wat de heer Klos zei, namelijk dat onder de vorige minister de klimaatdoelen dichterbij kwamen. Maar het enige dat dichterbij kwam, was toch de datum van de doelstelling en niet de klimaatdoelen? Uit alle rapportages die we zien, blijkt dat al in het eerste jaar van de huidige coalitie duidelijk was dat we nog geen 5% kans hadden om de doelen te halen. Het enige wat dichterbij komt is dan toch het jaartal, en niet de realisatie van de doelen?

De heer Klos (D66):

Ik snap de behoefte van de heer Vermeer om zijn eigen coalitie hier ferm te verdedigen heel goed. Ik begrijp dat. Maar ik denk dat je gewoon moet constateren dat onder Rob Jetten de klimaatdoelen in zicht kwamen — dat concludeerde PBL — op basis van heel ambitieus beleid, en dat dat onder de vorige coalitie niet lukte. Dat heeft deels te maken, zoals de heer De Groot aangaf, met de hobbels die u bent tegengekomen, maar ook met het coalitiebeleid en de beperkte middelen die werden gereserveerd voor het klimaatbeleid. Dat keren we nu om. Daarom is de groene koers nu terug. Dat is het voornemen van deze coalitie.

De heer Vermeer (BBB):

Ik heb geen enkele behoefte om het beleid van de afgelopen jaren te verdedigen, want ik had liever de pauzeknop ingedrukt, zoals de heer Klos weet. Wat hij zegt, klopt gewoon niet. Eén ding wat hij zei klopte wel, namelijk: onder Rob Jetten, de heer Jetten, minister Jetten, werd het klimaatbeleid uitgewerkt. Echter, we zitten nu volop in de uitvoering en nu blijkt dat dat beleid leidt tot het niet halen van de doelen. Is de heer Klos dat met me eens of leeft hij in een totaal andere realiteit?

De heer Klos (D66):

Misschien leef ik in een totaal andere realiteit, maar ik denk dat de energietransitie en het klimaatbeleid zeer sterk met elkaar verbonden zijn en dat we, om onze klimaatdoelen te halen, onze economie totaal moeten overzetten naar een andere manier van productie, gebruik en omgang met natuur en milieu. Die omslag willen we nu gaan maken.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Vermeer (BBB):

Ik kan niet anders dan concluderen dat de heer Klos nu ineens begint over de noodzaak van de energietransitie, die ik ook volledig onderschrijf, maar dat hij totaal niet in wil gaan op zijn eigen stelling dat niet de klimaatdoelen dichterbij kwamen, maar slechts de jaartallen, en dus niet de realisatie van haalbare doelen.

De heer Klos (D66):

Ja. Ik heb volgens mij de feiten uitgeserveerd. Het is prima zo.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik hoor de heer Klos een aantal keer vol trots spreken over de legacy van Rob Jetten als klimaatminister. Een van de dingen die Rob Jetten inderdaad heeft bereikt, is het oprichten van een internationale coalitie voor het afbouwen van fossiele subsidies. Dat is heel mooi. Maar tot mijn grote schrik zag ik in het coalitieakkoord dat er meer fossiele subsidies bij komen. In de tabel zien we een verhoging van twee fossiele subsidies van opgeteld 1 miljard per jaar. Hoe rijmt u dit met elkaar?

De heer Klos (D66):

Die heb ik uiteraard niet zelf bedacht, maar ik hecht er wel waarde aan om te zeggen dat het iets te kort door de bocht is om ze pure fossiele subsidies te noemen. Ik denk dat mevrouw Van Oosterhout dat ook weet. We gaan ervoor zorgen dat we grote bedrijven die heel veel energie gebruiken niet alleen maar over de grens jagen, maar ze juist gaan vergroenen. Dat is noodzakelijk. Daarom schetste ik de veranderde wereld. We willen er in de wereld van vandaag voor zorgen dat we fabrieken hebben waar we zelf dingen kunnen maken en dat we toeleveringsketens opzetten, zodat we niet alleen maar afhankelijk zijn van het buitenland. Ik denk dat Nederland en Europa in brede zin er heel veel baat bij hebben om heel snel voor vergroening te zorgen. Een van de voorwaarden daarvoor is dat bedrijven hun energiekosten betalen. Bij een van de regelingen die we voortzetten, zit ook een verduurzamingscomponent. De helft van het geld dat wordt gebruikt, moet je steken in verduurzaming. Ik vind het dus iets te kort door de bocht om te zeggen dat dat een pure fossiele subsidie is.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Het is inderdaad heel goed dat er aandacht wordt besteed aan de industrie. Er ligt een enorme opgave om die te verduurzamen, maar het is wel heel erg belangrijk dat we stevige voorwaarden stellen voordat er ook maar één cent naar die bedrijven gaat. Ik hoorde de heer Klos net iets zeggen over die envelop. Ik vroeg me af of de heer Klos iets meer kan zeggen over de voorwaarden die aan die envelop gesteld zouden kunnen worden.

De heer Klos (D66):

Zoals de envelop nu in het coalitieakkoord staat, is dat nog niet beschreven. Het is helemaal aan de nieuwe minister om dat in te vullen. Ik vind het heel logisch dat je gaat kijken naar de voorwaarden voor verduurzaming, omdat je anders geld aan het geven bent aan bedrijven die vervolgens niks doen voor de verbetering van het klimaat. Dat vind ik niet logisch. Ik denk dat wij daar als Kamer een hele stevige rol in kunnen gaan spelen.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

U weet dat mijn fractie een groot voorstander is van een klimaatplan. Kan ik de heer Klos aan mijn zijde vinden als we dat als voorwaarde stellen, voordat bedrijven ook maar één cent krijgen van die fossiele subsidies?

De heer Klos (D66):

Daar wil ik me nu niet direct op vastleggen, maar daar wil ik zeker over nadenken en daar wil ik zeker met u over praten.

De heer Dassen (Volt):

Ik wilde graag een vraag stellen over de vier kerncentrales. Er staat nu iets heel vrijblijvends over wat voor kerncentrales dat kunnen zijn: conventionele of SMR's. Is het de bedoeling dat we twee grote kerncentrales gaan bouwen en twee SMR's? Of kan het ook zo zijn dat we dadelijk vier SMR's gaan neerzetten?

De heer Klos (D66):

Volgens mij is het nu al het voornemen van het kabinet om twee grote kerncentrales te bouwen en wordt dat beleid ook voortgezet. Maar als je het heel nauw leest, dan staat er: vier kerncentrales. Dat kunnen ook SMR's zijn, maar ik weet niet of dat logisch is. Daar zullen we de minister op moeten bevragen.

De heer Dassen (Volt):

De heer Klos heeft het opgeschreven, dus ik ben benieuwd waarom hij deze woorden heeft gekozen en niet heeft gezegd: we gaan twee grote kerncentrales bouwen, want dat waren we al van plan, maar wellicht kunnen het ook vier kleine zijn. Daar zal een gedachtegang achter zitten, die ik misschien wel begrijp. Ik hoor natuurlijk graag van de heer Klos waarom het zo is opgeschreven, want dan hoef ik er zelf geen invulling aan te geven.

De heer Klos (D66):

Er is ruimte gemaakt voor nieuwe technieken, die ook van Nederlandse bedrijven kunnen komen. Ik denk dat dat heel verstandig is, omdat daar ook nog iets te weinig aandacht voor was en iets te weinig push achter zat. Ik denk samen met Volt dat kernenergie absoluut deel kan uitmaken van de energiemix en een rol kan spelen in het werken naar klimaatneutraliteit. Maar of dat vier kerncentrales zijn en welke vorm die zullen hebben, zal in de komende jaren moeten blijken.

De heer Dassen (Volt):

Dit is nog een beetje een ontwijkend antwoord. Het gaat heel snel. In China staat nu een SMR die deels goedgekeurd is, dus het kan heel snel gaan. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat het in Nederland tot 2040 kan duren. Als ik de heer Klos goed beluister, dan zegt hij eigenlijk: "De innovaties gaan zo snel dat we misschien niet meer moeten beginnen aan twee grote kerncentrales. We gaan straks gewoon voor vier kleine. Wellicht worden dat er meer, maar dan breken we onze nek in ieder geval niet meer over die grote kerncentrales."

De heer Klos (D66):

Ik zal mij geen woorden in de mond laten leggen door de heer Dassen. Ik loop hier nog niet zo lang rond, maar lang genoeg om te begrijpen dat dat geen goed idee is.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Klos (D66):

Dank u wel. Zoals ik zei, ben ik ten diepste gemotiveerd om met een nieuw kabinet en de oppositie ervoor te zorgen dat we de aanpak van klimaatverandering tot een succes maken. Dat gaat allemaal niet binnen één dag. Dat is een lange weg. De kosten die we vandaag maken, zijn de baten van morgen. Met die Hollandse nuchterheid moet je ernaar kunnen kijken. Eerlijk gezegd waardeer ik dat ook wel in de aanpak van de heer Vermeer.

Dat brengt me bij de boodschap die voor mij vandaag centraal staat. Er gaat een nieuw hoofdstuk beginnen. Na zware jaren is er weer ruimte om vooruit te gaan. Samen met het CDA en de VVD leggen wij een plan voor dat Nederland weer op de groene koers brengt. We gaan de Nederlandse economie helemaal laten draaien op groene energie van eigen bodem, met windparken op de Noordzee, massale subsidies voor klimaatpioniers en duurzame ondernemers, kernenergie, warmtepompen, meer elektrische auto's en een doorbraak op het elektriciteitsnet. Alle seinen op groen voor de groene industrie. Nederland heeft als rijk land een historische verantwoordelijkheid en een kans om het voortouw te nemen, maar in de woorden van Johan Cruijff: alleen kun je niks, je moet het samen doen. Dat is ook waarom we kiezen voor een slimme Europese aanpak. De vergroening van een continent van 450 miljoen mensen tegelijk betekent samen opgaan en samen naar de hoogste standaarden. Als het nodig is, zal ik hoogstpersoonlijk nog wat gele sterren tekenen op de blauwe trui van Rob Jetten voor zijn vergaderingen in Brussel. Waar Europa achterblijft, gaan wij zelf in Nederland aan de slag om de doelen te halen. Dat ligt al vast.

Voorzitter. Dat is de basis van waaruit wij handelen. We hopen dat er steun zal zijn in het parlement voor de groene koers, die we met overtuiging zullen uitdragen. In de beste Nederlandse traditie hebben we de soms ook grote verschillen tussen onze partijen overbrugd en nu heeft het parlement het laatste woord over die plannen. Nu is ook het moment om te luisteren en die samenwerking dus te verbreden. Ik zie uit naar de voorstellen over en weer, de onderhandelingen binnen en buiten de Kamer en de grote beslismomenten op weg naar een schoon land. Dit zijn de jaren om niet voorbij te laten gaan. Daarvoor zijn de gevolgen en de kansen te groot. Maar omdat er haast is geboden, en omdat minister Hermans hier vanavond is, wil ik de kans die deze begrotingsbehandeling biedt om het beleid te bevragen niet stilletjes laten passeren. Er zijn drie punten in de begroting waar ik specifiek aandacht voor vraag. Ten eerste is dat het gebruiken van klimaatgeld voor het klimaat, ten tweede de relatie tussen klimaat en nationale veiligheid en ten derde de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen.

Ten eerste geldt er voor de middelen binnen het Klimaatfonds een eindejaarsmarge van 100%. Dat is jargon voor: als we het geld niet uitgeven, dan blijft het bij het klimaat. Zodra het geld gaat naar een van de onderaannemers van de klimaatminister, bijvoorbeeld de minister van Wonen of die van Infrastructuur, ontstaat er een probleem. Als het geld daar niet wordt uitgegeven, dan gaat het niet terug naar het Klimaatfonds, maar naar de algemene pot. Hoe kijkt de minister naar de consequenties van deze systematiek voor het klimaatbeleid, misschien ook gezien de afstand en de reflectie van de afgelopen jaren? Hoe heeft dat impact gehad op het werk?

Voorzitter. Klimaatverandering wordt steeds beter in kaart gebracht als gevaar voor de nationale veiligheid. Het rapport van de Britse inlichtingendiensten werd weggestopt door de Britse regering vanwege alarmerende conclusies, maar lekte toch uit. Grote ecosystemen, zoals het Himalayagebergte, de regenwouden in het Amazonegebied en het rivierbekken van de rivier de Congo in Centraal-Afrika, staan onder druk. De desintegratie daarvan leidt tot een grotere kans op internationaal conflict, pandemieën en migratiestromen. We zien nu al meer mislukte oogsten, extreem weer en besmettelijke ziektes. Het is nog niet gedetailleerd in kaart gebracht wat de mogelijke effecten hiervan zijn in en voor Nederland. Voor een land onder de zeespiegel, dat prat gaat op goede en precieze planning en een vooruitziende blik, is dat onwenselijk. Hoe kijkt de minister hiernaar? Is zij het met mij eens dat we de veiligheidsrisico's scherper in beeld moeten hebben om wat betreft dreigingen Nederland veilig en weerbaar te kunnen houden? Is zij misschien bereid om een jaarlijkse, grootschalige briefing op touw te zetten, met een rol voor experts van Defensie en de veiligheidsdiensten die daar in Groot-Brittannië mee aan de slag zijn gegaan?

Voorzitter. Onder meer vanwege de grote veiligheidsrisico's gaat Nederland zo snel mogelijk van het gas af. Een van de goede regelingen die we daarvoor hebben, is de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen. Dat is een subsidie die doet op de verpakking staat, en ook nog eens uitermate effectief. Toch loopt die dit jaar af. Dat zouden we kunnen afwenden. Er was al geld vrijgemaakt uit het Klimaatfonds voor het subsidiëren van warmtepompen, maar met warmtepompen wilde het demissionaire kabinet op een gegeven moment niet meer zo heel veel te maken hebben. Om mensen die een huis huren toch de kans te geven om afscheid te nemen van de onzekerheid, kosten en vervuiling door het gas, kunnen we het geld dat al gereserveerd stond, inzetten voor de reeds genoemde stimuleringsregeling. Met dat budget kunnen we misschien wel 20.000 huishoudens blij maken met duurzame warmte. Dat is een verdubbeling van wat er vorig jaar is gelukt. Hoe kijkt de minister naar die oplossing?

Tot slot, voorzitter. Dit is voor mijn partij een bijzonder moment. Hans van Mierlo zette het milieu op de politieke agenda, Jan Terlouw hield het daarop en Sigrid Kaag bouwde het groenste kabinet ooit. Rob Jetten bracht als eerste Nederlandse klimaatminister de klimaatdoelen binnen bereik en nu zal hij als klimaatpremier weer een geheel nieuwe fase dienen. Het is voor mij onbeschrijfelijk eervol om juist op dit moment samen met u het Kamerwerk te doen, maar ik sta hier vooral met het besef dat het klimaat geen boodschap heeft aan partijkleur of politieke tradities. De keuzes die we maken als land zijn afhankelijk van de overeenstemming die wij onderling in het parlement kunnen vinden, onafhankelijk van onze grote verschillen, en van wat wij doen. Niet alles zal een succes zijn, maar dat ontslaat ons niet van de plicht om het te proberen. Zo keer ik vanzelf terug bij de klimaatfilosoof Johan Cruijff: je moet schieten, anders kun je niet scoren.

Dank u wel.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Na deze charmante zelffelicitatie — zo mag ik het toch wel noemen — kom ik toch met een wat kritische vraag, als collega Klos dat niet erg vindt.

De heer Klos (D66):

Helemaal niet.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Die gaat over het punt dat hij maakte over aardgas. Ik denk dat we aardgas nog veel langer gaan gebruiken dan we in allerlei voorspellingen en vooruitblikken zelf onder ogen hebben willen zien. Warmtenetten zijn daarin cruciaal. Daarover lees ik wel warme teksten en over eventueel binnen huidige financiële kaders met een staatsdeelneming mee gaan doen, maar ik lees daarover niks in de financiële bijsluiter. Hoe zit dat?

De heer Klos (D66):

Een van de dingen die we doen, is ervoor zorgen dat de medeoverheden, die vaak over dit beleid gaan, toch tot heel lang in de tijd weer geld gaan krijgen. Dat dreigde te stoppen, maar met 800 miljoen per jaar gaan we ervoor zorgen dat het wel kan. Ik denk dat een deel van de opdracht die we hebben met die warmtenetten daarmee gefinancierd kan worden. Ik constateer wel dat hier ook financieel nog een opgave ligt. Ik denk dat dit ook echt lastig wordt voor de nieuwe minister, want die warmtenetten kunnen niet alleen een cruciale rol spelen bij van het gas afgaan, maar ook bij dat waar de heer Flach net om vroeg, namelijk het dempen van netcongestie. Ik zie daar dus een grote rol voor, maar ik denk dat wij daarin als Kamer ook nog wat werk te doen hebben.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Helder. Dan houden we daarbij de vinger aan de pols. Over netcongestie gesproken, ik heb nog één vraag, voorzitter. Dat is de volgende. Ik lees allerlei teksten over netcongestie. De heer Flach vroeg er al naar, maar ook daar is de financiële bijlage een beetje mager. Ik lees niks over opslag als oplossing om netcongestie op te lossen. Met deze minister heb ik best wel vaak het debat gevoerd, zo van: moet we daar niet een apart doel op stellen en moeten we niet meer aan planologie doen van waar welke opslag nodig is? Gisteren hadden we een uitzending van Nieuwsuur die ons weer met de neus op de feiten drukte: het gaat niet goed in Nederland.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Welke rol ziet collega Klos voor opslag in het aanpakken van netcongestie?

De heer Klos (D66):

Die is volgens mij cruciaal. Daar kan ik heel kort over zijn.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Klos (D66):

Dank u.

De voorzitter:

Dan is het woord aan de heer Köse als tweede spreker namens de fractie van D66 in de eerste termijn. Ga uw gang.

De heer Köse (D66):

Dank u wel, voorzitter. De diepe ondergrond is de fundering onder onze energievoorziening, onze strategische autonomie en ons klimaatbeleid. De ondergrond is belangrijk voor het hier en nu, omdat we nog gas gebruiken, maar vooral voor de toekomst. Diezelfde ondergrond biedt namelijk ruimte voor een duurzame transitie naar geothermie, waterstof en CO2-opslag. De manier waarop we met die ondergrond omgaan, is van doorslaggevend belang. De veiligheid van omwonenden moet altijd vooropstaan. Tegelijk bouwen we aan een betrouwbaar en duurzaam energiesysteem.

Twee weken geleden hebben we al uitvoerig over het mijnbouwdossier gesproken. Ik heb toen drie dingen benadrukt: dat we de lessen uit Groningen serieus moeten nemen, dat we moeten werken aan een rechtvaardige schadeafhandeling voor heel Nederland en dat de diepe ondergrond een sleutelrol speelt in een duurzaam energiesysteem.

Inmiddels ligt er een nieuw coalitieakkoord. Dat is een hoopvol startpunt, omdat het laat zien dat het kabinet keuzes maakt voor de lange termijn, voor verduurzaming, voor zekerheid en voor een betrouwbare energievoorziening. Vandaag wil ik het er daarom over hebben hoe we vooruit kunnen met deze plannen.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik hoorde de heer Köse het net hebben over "een hoopvol startpunt". Ik haal even het verkiezingsprogramma van D66 erbij: "Gaswinning in de overige kleine velden op land en onder de Waddenzee wordt volledig afgebouwd en niet uitgebreid." Ik zou dan wat er in het coalitieakkoord staat ook echt niet willen formuleren als "een hoopvol startpunt", maar eigenlijk als "een enorm dieptepunt". Gaat D66 de verkiezingsbelofte echt intrekken?

De heer Köse (D66):

Ik denk dat we die belofte volledig waargemaakt hebben. In het coalitieakkoord staat letterlijk dat we "op een verantwoorde manier samen met de sector" gaan afbouwen. Als mevrouw Van Oosterhout zou kijken in het sectorakkoord dat nog recent door deze minister is gesloten met de sector, dan ziet ze dat daarin het afbouwpad genoemd staat. Mevrouw Van Oosterhout heeft ook gehoord dat ik daar wel mijn kritische punten bij had en dat ik dat nog concreter wil. Daar kom ik zo meteen nog op, want daar heb ik nog een motie over. Maar ik herken niet het idee dat we dat afbouwpad hebben losgelaten. Sterker nog, we hebben dat in twee zeer belangrijke documenten verankerd.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Het gaat om het uitbreiden van nieuwe velden. Als u het coalitieakkoord leest, dan kunt u niet ontkennen dat er duidelijk in staat dat er weer nieuwe velden bij komen. Ik hoorde de heer Köse onlangs in het mijnbouwdebat zeggen dat hij samen met Rob Jetten in Zeerijp langs was geweest bij de slachtoffers in het aardbevingsgebied. Er zijn op dit moment een hele hoop mensen in het Noorden die in een enorme onzekerheid aan het afwachten zijn wat dit kabinet gaat doen met nieuwe velden. Er worden op dit moment enorm veel vergunningen verleend. Het lijkt me toch echt sterk dat D66 niet terugkomt op de verkiezingsbelofte als er alleen een afbouwpad is en als er ondertussen wel volop ruimte wordt gegeven aan al die nieuwe velden.

De heer Köse (D66):

Ik vind het jammer om te horen, juist in deze context, dat er toch zo pessimistisch gekeken wordt. We hebben eindelijk perspectief. We hebben nu een coalitieakkoord neergelegd waarbij we eindelijk praten over batendeling, over een verantwoorde afbouw en over het samen met de regio's oppakken; op een heel aantal zaken komt nu eindelijk tractie. We hebben een kabinet dat gaat komen met een verkiezingsbelofte die ook in het coalitieakkoord is verankerd, waarbij we zeggen dat we doorbraken gaan realiseren en dat we ervoor gaan zorgen dat een heleboel zaken doorgang gaan vinden, zoals de warmtenetten, zodat we van het gas af kunnen. Ook de netcongestie gaan we aanpakken. Er komt straks een kabinetsploeg die daar zijn best voor gaat doen en de idealen waard gaat maken. Dit is juist, denk ik, wat ons gaat helpen om daar te komen. Zoals ik al zei, gaan we concreet wat doen met het afbouwpad. Daar zit nu al concreet wat op.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

De heer Köse heeft het hier over "perspectief", maar ik hoop dat de heer Köse zich dan ook het perspectief van de mensen in Friesland kan inbeelden, die op dit moment in enorme onzekerheid zitten, die enorm bang zijn voor wat er gaat gebeuren, die zelf nulmetingen aan het uitvoeren zijn, die advocaten inschakelen om bezwaarprocedures te voeren, die niet serieus worden genomen en die niet worden gehoord. Het perspectief voor al die mensen is dat er in een heel rap tempo allerlei nieuwe vergunningen worden afgegeven. Dan kan de heer Köse mij "pessimistisch" noemen, maar wat ik hier vooral lees, is dat D66 loskomt van de verkiezingsbelofte. Dat vind ik heel spijtig en heel jammer. Ik hoop dat de heer Köse opnieuw zou kunnen nadenken en toch ook het perspectief van deze Friezen zou kunnen meenemen.

De heer Köse (D66):

Ik kan erop terugkomen. Met het sectorakkoord dat een paar weken geleden is neergezet, zijn deze vergunningen niet uit de lucht komen vallen. Deze vergunningen liepen al. In het verleden had het kabinet daar wat aan kunnen doen; dat is niet gebeurd. Wat we nu geven, is wat ik al zei: het perspectief om ervoor te zorgen dat we die transitie gaan maken en we die nieuwe velden helemaal niet meer nodig gaan hebben, want dat past daarbij. Daarvoor heb je een afbouwpad nodig, wat we ook in het akkoord hebben staan. Ik snap de kritiek dus niet zo goed.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ik wil wel even doorgaan op dit punt, want in het verkiezingsprogramma van D66 staat heel duidelijk dat de kleine velden niet opengaan. Het sectorakkoord laat alle ruimte om in kleine velden gas te winnen. Mijn vraag is dus: wat is het nou voor D66? Gaan we nou die kleine velden dichthouden en sluiten of gaan we de mogelijkheid openhouden om daar toch gas te winnen?

De heer Köse (D66):

Dezelfde vraag blijft gesteld worden en ik zal hetzelfde antwoord geven, maar als dat helpt misschien in iets andere woorden. Dat is dat we nu in het coalitieakkoord spreken over "een afbouwpad". Dat is voorheen nooit gebeurd. Door die energietransitie te realiseren en een afbouwpad concreet op papier neer te zetten, gaan we nu het perspectief geven dat we geen nieuwe gasvelden meer nodig hebben. U leest ook dat er met de sector gesproken gaat worden over dat afbouwpad. Samen met hen kunnen we er dus voor zorgen dat we die afbouw ook daadwerkelijk gaan realiseren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

In het coalitieakkoord staat dat wordt doorgegaan met de sectorakkoorden. Als je het sectorakkoord over gaswinning op land goed leest, zie je dat daar geen afbouwpad in staat. Er staat niks in over het afbouwen van gas. Er staat alleen maar dat we op termijn een keer gaan stoppen met gaswinning. Dat kan ook over honderd jaar zijn. Ik probeer het dus positief te benaderen, maar begrijp ik dan goed dat de heer Köse wel bereid is om zich in te zetten voor een concreet afbouwpad voor gaswinning?

De heer Köse (D66):

Zeker. Op dat punt vinden we ons aan elkaars zijde. Daarop zou ik graag willen samenwerken. Zoals ik al zei, kom ik met een motie om dat concreter te maken. Datzelfde punt heb ik gezien. Er wordt nu transparantie getoond. De partijen en de sector zullen laten zien hoe die afbouw er nu uitziet. Ik wil dat die een stuk concreter wordt. Ik wil dus dat we met elkaar gaan zien wat die afbouw precies inhoudt. Daarvoor kom ik met een motie. Ik zie uw steun dus graag tegemoet.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ik ga natuurlijk kijken naar de motie, maar ik wil wel alvast zeggen dat het niet allebei waar kan zijn. Ofwel het kabinet zegt door te gaan met het sectorakkoord; dat akkoord is gesloten en daar staat in dat er gewoon in de kleine velden wordt doorgegaan met gaswinning. Ofwel D66 doet vandaag een concreet voorstel voor een afbouwpad of laat dat uitwerken door het kabinet. Als dat laatste het geval is, dan staat de Partij voor de Dieren er positief tegenover. Het kan niet allebei. Kan de heer Köse daar nog wat verheldering over geven? Is het nou zo dat D66 achter dat sectorakkoord staat of gaan we straks een alternatief plan zien?

De heer Köse (D66):

Ik zal deze vraag positief beantwoorden. Volgens mij is het en-en. Wij staan uiteraard achter het sectorakkoord, want dat biedt ons perspectief, maar tegelijkertijd zal ik inderdaad met een motie komen om dat afbouwpad nog concreter te maken. Dat we nu een sectorakkoord hebben, betekent niet dat dat de heilige graal is. Wij zien daar ook verbeterpunten in, maar ik sta er toch een stuk positiever in: dit geeft ons daadwerkelijk een goede eerste stap vooruit. Tegelijkertijd zeggen we in het coalitieakkoord dat we geen gaswinning meer op het Waddenveld zullen realiseren, dat het Groningenveld dicht blijft en dat we zullen inzetten op waar dat veilig kan, bijvoorbeeld op gaswinning op de Noordzee. U leest niet in het coalitieakkoord terug dat we op de kleine velden iets gaan doen. We vinden elkaar dus aan elkaars zijde.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Als D66 begint over "perspectief", is dat meestal een teken dat je echt heel hard moet wegrennen, want welk perspectief geeft D66 eigenlijk aan die vissers, zodra het de hele Noordzee gaat volplempen met die lelijke windmolens? Welk perspectief geeft D66 dan aan de Nederlandse belastingbetaler, wetende dat de nieuwe coalitie straks 8 miljard euro per jaar gaat uitgeven aan subsidies voor windmolens en andere energiebronnen? Welk perspectief geeft u die mensen, als u dit in ogenschouw neemt?

De heer Köse (D66):

Ik en mijn partij geven daarmee perspectief aan ons allemaal hier, aan onze kinderen, aan de volgende generatie, aan de generaties die gaan komen, aan onze economie en aan iedereen die daar baat bij heeft, ook aan die visser. We gaan toe naar een nieuwe, duurzame economie. Daarvoor moeten we vooraanstaande investeringen doen; daar moeten we de eersten in zijn. Dat gaat ons allemaal helpen. Als u vraagt welk perspectief wij geven, denk ik dus dat dat een perspectief is voor het algemeen belang. Daarbij moeten wij keuzes maken. Die maken wij in dit akkoord.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Maar die vissers moeten ergens vissen. Waar moeten die vissers naartoe op het moment dat D66 de hele Noordzee volgooit met die verschrikkelijk lelijke windmolens? Het perspectief dat D66 aan al die vissers gaat geven, is dus: in Nederland is er voor u geen plaats meer. Dát is volgens mij het perspectief dat D66 geeft aan al die mensen. Ik wil wel dat D66 daar vandaag, hier en nu, eerlijk over is.

De heer Köse (D66):

Er wordt gedaan alsof er nul ruimte op de Noordzee zal overblijven als wij daar windmolens plaatsen. Ik denk dat en-en kan. Ik denk dat we daar niet pessimistisch over moeten zijn en dat we ook naar de toekomst moeten kijken en dappere beslissingen moeten nemen.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Köse (D66):

Dank u wel, voorzitter. De weg naar morgen begint vandaag. Daarom wil ik het eerst hebben over de gaswinning op land. We hadden het er zojuist al over. Voor D66 is het uitgangspunt helder: zolang we nog gas nodig hebben voor leveringszekerheid en strategische autonomie ligt winning uit eigen land meer voor de hand dan de import van lng uit de VS of Qatar. Maar de keuze voor Nederlandse gaswinning kent duidelijke grenzen. Het Groninger gasveld blijft dicht. Dat is voor ons vanzelfsprekend, maar het is goed om dat hier opnieuw te kunnen bevestigen. Ook onder de Waddenzee gaan we geen gas meer winnen, maar gaan we werken aan natuurherstel. We hebben een voorkeur voor nieuwe gaswinning op de Noordzee, waar de ruimte beschikbaar is en waar mensen geen directe overlast ervaren. Op land gaan we verantwoord afbouwen met de sector.

Gaswinningsprojecten moeten passen binnen onze klimaatdoelen en binnen de lessen die we in Groningen hebben geleerd. Vorige week hebben we hier uitgebreid gesproken over het sectorakkoord gaswinning op land. Daarbij bleef één vraag nadrukkelijk hangen: hoe zorgen we voor een echt en geloofwaardig afbouwpad? Een helder en afdwingbaar afbouwpad is immers onmisbaar om omwonenden en regio's zekerheid te geven én om onze klimaatdoelen binnen bereik te houden. Hiervoor zal ik een motie indienen in mijn tweede termijn, zoals ik zojuist al heb aangegeven.

Voorzitter. Dan de blik op de toekomst, waar ik het liever over heb. De diepe ondergrond is cruciaal voor een succesvolle energietransitie. Lege zoutcavernes kunnen we benutten voor de opslag van waterstof en daarmee voor de flexibiliteit en betrouwbaarheid van ons toekomstige energiesysteem. Maar juist daar dreigt het nu mis te gaan. Opnieuw zien we dat het vastloopt op gebrekkige bestuurlijke afstemming, waardoor maatwerkafspraken onder druk staan. Nobian heeft inmiddels besloten investeringen stop te zetten, omdat de provincie Groningen een zaak heeft aangespannen tegen de zoutwinning bij Heiligerlee en Zuidwending. Dat is zorgelijk, want zo komen onze klimaatambities direct onder druk te staan.

Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Hoe kijkt zij naar deze situatie? Heeft er voldoende afstemming plaatsgevonden met de provincie? En vooral: hoe zorgt zij ervoor dat deze impasse wordt doorbroken, zodat waterstofopslag niet opnieuw strandt op bestuurlijke stilstand?

De heer Vermeer (BBB):

Ik heb een vraag aan de heer Köse over het niet afgeven van vergunningen voor zoutwinning. Weet de heer Köse ook wat de nadelen van die zoutwinning zijn en waarom de provincie het heeft afgewezen?

De heer Köse (D66):

Zeker. Daar gaan we ook heel goed mee om. U doelt natuurlijk op de bodeminzinking, neem ik aan.

De heer Vermeer (BBB):

Ja. Dat is niet zomaar iets, want dat heeft grote gevolgen. Bodemdaling kan zelfs gevolgen hebben voor waterstromen en zoetwatervoorraden in Nederland. Dus dat is niet een "klein probleempje". Hoe kijkt de heer Köse daartegen aan? Vindt hij een opslag voor waterstof, die er nog niet eens is, dus een potentiële opslag voor potentiële waterstof, belangrijker dan het voorkomen van bodemdaling op korte termijn?

De heer Köse (D66):

Goede vraag. Ik kijk daarnaar via de toekomst, namelijk dat we juist die transitie kunnen maken. Momenteel hebben we gewoon zout nodig. Het is echt de basis van de basis qua grondstoffen voor onze medicijnen en allerlei productie in de chemische industrie. Dus dat is wel gewoon nodig. Dat gaat ook goed, hoor ik van de regio. Qua economie is het echt een plus voor de regio. We moeten inderdaad kijken naar de uitbreidingen. Dus u vindt D66 aan uw zijde als we gaan kijken waar het veilig kan. Als het niet veilig kan, zal D66 daar natuurlijk ook niet achter staan. Dus daar houden we wel degelijk rekening mee.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Vermeer (BBB):

De heer Köse gaat niet in op het punt in mijn vraag dat het gaat om potentiële waterstofproductie. Die productie is er nog helemaal niet. We hebben het rapport van de Algemene Rekenkamer gezien over wat er allemaal speelt rond de waterstofproductie en transportleidingenprojecten. Dat begint eigenlijk op een kaartenhuis te lijken dat al plat op de grond ligt. Dus hoe kijkt de heer Köse aan tegen dit soort problematiek? Hij stelt nu namelijk iets voor wat nog een totaal luchtkasteel is. Hoe kijkt de heer Köse daartegen aan?

De heer Köse (D66):

Als ik 100 jaar geleden zou hebben gezegd dat we internet, een heel elektriciteitsnetwerk en een snelwegennetwerk zouden hebben, dan hadden we dat ook niet voor ons gezien. Maar we zien wel degelijk dat we ergens naartoe moeten. We zien ook marktpartijen die staan te springen om ons daarbij te helpen. Dus dat het er nog niet honderd procent is, is vanzelfsprekend. Maar we staan er wel achter dat dit iets is waar we naartoe kunnen en dat we die visie moeten hebben.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Er ontstaat toch nog wat onduidelijkheid over wat er nou wel of niet in het coalitieakkoord zou staan over kleine velden. In het coalitieakkoord staat dat alle bestaande sectorakkoorden worden doorgezet. In het sectorakkoord staat dat de bestaande en voorgenomen nieuwe winning uit kleine velden op land doorgaat. Als D66 zegt dat er geen nieuwe vergunningen worden afgegeven voor kleine velden op land, klopt dat dus niet, tenzij de heer Köse nu zegt dat hij toch niet achter dat sectorakkoord staat.

De heer Köse (D66):

Er wordt nu heel selectief uit dat akkoord gegraaid. De zin die daarna komt, is dat we samen met de sector gaan kijken naar verantwoorde afbouw. Dat afbouwpad staat ook in het sectorakkoord waar u aan refereert. Er is zelfs een kop die "afbouwpad" als titel heeft. Het is dus vrij evident dat we ernaar gaan toewerken dat we uiteindelijk helemaal geen gas meer nodig hebben. Daar zijn we nu nog niet, maar dat is wel een eindstation waar we naartoe willen. Dat zult u zo meteen ook in mijn betoog horen.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Uiteraard vindt u mijn fractie aan uw zijde als u het heeft over een afbouwpad. Het is heel belangrijk dat we zo snel mogelijk van fossiele brandstoffen af gaan. Voor mijn fractie is het alleen ook heel duidelijk dat we in de tussentijd geen nieuwe gasvelden gaan aanboren. Dat hoor ik de heer Köse niet zeggen. Klopt dat?

De heer Köse (D66):

Ik denk dat we bij elk nieuw gasveld moeten kijken waar dat kan en of dat veilig kan. D66 is bijvoorbeeld voor winning op de Noordzee. Dat staat ook in ons verkiezingsprogramma en daar zijn we altijd al voor geweest. Daar kan het namelijk veilig. U vindt ons dus niet aan uw zijde om alles uit te sluiten, maar wel als we gaan kijken naar waar we veilig kunnen winnen. Dat is ook om autonomie te behouden, de gasprijs laag te houden en duurzamer te zijn. Als we het namelijk hier niet winnen, gaan we het ergens anders vandaan importeren. Dat is nog minder duurzaam. Dat lijkt me ook niet de bedoeling.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik hoor de heer Köse allemaal dingen zeggen over de Noordzee. Het gaat hier over de kleine velden op land. Gaat D66 nog nieuwe velden op land goedkeuren, ja of nee?

De heer Köse (D66):

Dat gaat heel erg van de situatie afhangen. Als dat niet veilig kan, zult u ons niet horen zeggen dat wij daarachter staan. Zo simpel is het.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Köse (D66):

Dank u wel, voorzitter. Dan CO2-opslag. De opslag van CO2 is cruciaal voor het halen van onze klimaatambities. Het is noodzakelijk voor de verduurzaming van onze industrie en voor het realiseren van negatieve emissies. Daarom ben ik blij om te zien dat dit onderwerp een duidelijke plek heeft gekregen in het coalitieakkoord. De opslag van fossiele CO2 is daarbij geen eindstation maar een noodzakelijk tussenmiddel in de klimaattransitie. Zolang we nog emissies hebben die niet direct te voorkomen zijn, is het antwoord om die veilig af te vangen en op te slaan.

In een bredere systeemaanpak zal CO2 niet alleen onder de grond verdwijnen, maar ook worden hergebruikt. Denk aan boeren die er planten mee laten groeien of industrie die het inzet als grondstof. Dat vraagt om goede afstemming tussen marktpartijen en om doorbraken op bestaande CCS-projecten, zodat duurzaamheid en innovatie hand in hand gaan. De laatste brief die we over CCS hebben gehad, is alweer van maart vorig jaar. Ik vraag de minister: wat is het harde en haalbare pad richting 2030 voor de lopende CCS-projecten, en welk CO2-volume is daarmee nu daadwerkelijk zeker? Waar ligt op dit moment de regie over de totale CO2-infrastructuur en kan de minister concreet maken welke risico's zij ziet voor tijdige realisatie? Welke knelpunten op het gebied van tijd, vergunningen en financiering zijn nog niet weggenomen? Wat betekent dat voor de haalbaarheid van het 2030-doel?

Voorzitter. Tot slot. We kunnen het ons niet langer permitteren om keuzes vooruit te schuiven of onduidelijkheid te laten bestaan. Of het nu gaat om gaswinning op land of om CO2-opslag: voorspelbaarheid, veiligheid en draagvlak moeten leidend zijn. Dat vraagt om duidelijke kaders, transparante besluitvorming en een overheid die niet achteraf reageert, maar vooruit stuurt. Ook dank aan de minister voor haar bijdrage hieraan de afgelopen jaren. We hopen dat nog verder te gaan trekken met dit akkoord.

De heer Van den Berg (JA21):

Laat ik beginnen met een compliment te geven aan de heer Köse voor zijn bijdrage. Dat meen ik oprecht. Ik hoorde in het debat over mijnbouw ook al een stukje realisme over wat we nodig hebben in onze energievoorziening, dus dat de weg van aardgas niet zomaar gemaaid is, maar dat het in de transitie nodig is. Ik snap dan niet dat ook in het coalitieakkoord staat dat we waterstof willen gaan produceren, desnoods blauwe waterstof. Voor de mensen thuis: dan gaan we die CO2 afvangen. Dat kan, maar in dat geval gooi je wel 70% tot 80% van je energie weg, omdat die omzetting ontzettend inefficiënt is. Ik wil de heer Köse vragen waarom een partij als D66 hiermee akkoord zou gaan. Het is veel beter om dan maar gewoon direct aardgas te verbranden.

De heer Köse (D66):

Dan wordt het wat technischer, want dit is eigenlijk een technische vraag, die ik met liefde beantwoord. Er is natuurlijk een reden dat we inzetten op waterstof. Dat heeft niet te maken met de productie, die inderdaad een stuk inefficiënter is, maar met de eigenschappen van waterstof zelf. Het is niet zoals een batterij. De energie die je daarmee opslaat, kan voor hele lange tijd opgeslagen worden en weer gebruikt worden. Zonder het al te technisch te maken: in bepaalde omgevingen, situaties of bedrijfstakken is het superinteressant, en dus ook voor die transitie.

De heer Van den Berg (JA21):

Als ik naar uw verhaal luister, meneer Köse, kan ik eigenlijk denken: zolang u waterstof niet noemt, denk ik dat u het over aardgas heeft. Alleen gooien we in dit geval zo'n twee derde van de energie weg, want die gaat verloren in het hele omzettingsproces. Ik vraag het nogmaals. De heer Köse is van de klimaatpartij D66. Waarom zou u voor waterstof kiezen? Kunt u niet veel beter direct aardgas verbranden en de CO2 daarvan opslaan?

De heer Köse (D66):

Het antwoord werd volgens mij al gegeven. Er werd gezegd: "U bent van de klimaatpartij. Waarom zou je geen gas verbranden?" Ik denk dat het antwoord daarmee al gegeven is: omdat dit een duurzaam alternatief is.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Köse. Dan is het woord aan de heer Peter de Groot voor zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

De heer Peter de Groot (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik zou dit debat graag willen beginnen door, via u, voorzitter, de minister hartelijk te danken voor de afgelopen ruim anderhalf jaar. Ik sluit me aan bij de woorden die de heer Klos daarover heeft gesproken. Ik dank de minister ook zeker voor de inzet die zij heeft gepleegd om het dossier vlot te blijven trekken. Er is namelijk een hoop tegenwind. We zien ook dat de uitvoering stokt. De reden dat ik dat vooraf wil benoemen, is dat ik daar namens mijn fractie graag onze waardering voor wil uitspreken.

Voorzitter. De behandeling van deze begroting staat niet alleen in het teken van deze begroting. Kijk eens, de heer Grinwis is er al.

De voorzitter:

Ja, ik zie het ook.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik hoor collega De Groot beginnen en denk: ja, hij schetst het een beetje als een natuurfenomeen. Deze minister heeft anderhalf jaar het schip van staat recht proberen te houden. Dat viel niet mee, want er was heel veel tegenwind. Maar die tegenwind stak niet op buiten deze zaal, maar in deze zaal. Daar heeft de VVD een poosje dapper weerstand tegen geboden, maar niet zoals het dorpje in Gallië, want het viel binnen korte tijd omver. Hoe reflecteert de heer De Groot daarop? Een deel van de tegenstand en een deel van het gebrek aan resultaat dat in deze kabinetsperiode geboekt kon worden, had te maken met het feit dat de VVD-fractie een beetje de handen van deze minister aftrok.

De heer Peter de Groot (VVD):

Nou, daar ben ik het helemaal niet mee eens. Ik zou niet weten op welke manier dat het geval zou moeten zijn. Ik ben gisteren nog in de mooie provincie Gelderland geweest. Dat is een prachtige provincie. Ik zou u aanraden om er ook eens heen te gaan. Als we niet uitkijken, wordt er straks helemaal geen aansluiting meer uitgedeeld in de provincie Gelderland, in de provincie Flevoland, in de provincie Utrecht, in de provincie Brabant. En hoe komt dat? Omdat die netverzwaring die nodig is, heel moeizaam gaat. Dat bedoel ik met die tegenwind die deze minister te verduren heeft. Ondanks het feit dat de productie van wind op zee bijvoorbeeld gebeurt, zal dat ook moeten worden getransporteerd. We moeten ervoor zorgen dat we de schouders eronder blijven zetten wat betreft die woningen. Daar voeren wij soms ook debatten over en daar is soms ook een beetje tegenwind. Dat is ook geen natuurverschijnsel; daar ben ik het overigens mee eens. Ik bepleit hier ook — deze minister volgt dat ook op — dat we ervoor moeten zorgen dat we sneller kerncentrales in Nederland krijgen. Het is dus niet zo makkelijk van "het gebeurt hier in de Kamer". Het is ook wat wij buiten deze Kamer daadwerkelijk met elkaar te realiseren hebben.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dat is absoluut waar. Daar ging mijn interruptie ook niet over. Het ging in eerste instantie over een afspraak in het coalitieakkoord zelf, over de hybride warmtepomp. Dat weet de heer De Groot heel goed. Later wilde de VVD de CO2-heffing aanvankelijk niet zomaar bij het oud vuil zetten, maar deed dat ten langen leste toch, ondanks dat deze minister zei: "Wees nou verstandig. Ga niet over één nacht ijs. Doe dat nou niet." Maar ook toen bijvoorbeeld in de coalitietijd, zonder dat de minister het wist, een greep werd gedaan uit het Klimaatfonds voor allerlei andere plannen dan het financieren van de energietransitie. Deze minister is dus wel degelijk ook door de VVD-fractie iets aangedaan. Mijn vraag is: gaat de VVD-fractie de komende jaren wel loyaal zorgen dat het coalitieakkoord wordt uitgevoerd, ook op het gebied van klimaat en energie?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik zie niet waarom wij daar de vorige coalitieperiode, waar we nu eigenlijk nog in zitten, in het staartje, niet loyaal aan zijn geweest. Wij hebben alleen wat met elkaar gesoebat over vragen als hoe je de industrie in Nederland houdt en hoe je dat doet op een verstandige manier, zodat je die bedrijven niet de grens over jaagt met je klimaatbeleid of met de energietransitie die bij die bedrijven moet plaatsvinden. Ja, daar hebben we wel debatten over gevoerd hier, maar altijd met het doel om die bedrijven uiteindelijk hier te verduurzamen, om ervoor te zorgen dat de CO2-winst hier behaald wordt en dat we daarmee de klimaatdoelen hier in Nederland halen, niet door afbouw, maar door ombouw. Het goede nieuws over de hybride warmtepomp is tweeledig. Eén: die staat weer in het akkoord. Twee: er zijn de afgelopen tijd hele goede berichten geweest over het aantal hybride warmtepompen dat al verkocht wordt. Het is dus niet allemaal kommer en kwel, zoals u het voorstelt. Ik denk dat we met elkaar de schouders eronder hebben gezet om ervoor te zorgen dat het klimaat- en energiebeleid in het afgelopen jaar een uitvoeringsbeleid zou worden.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Zeker, het is gelukkig niet allemaal kommer en kwel. Er is genoeg om van te genieten. Maar ik sprak de VVD niet aan op kommer en kwel; ik sprak de VVD erop aan om een betrouwbare bestuurspartij te zijn. Gaat zij de komende jaren een betrouwbare partij zijn? Staat zij voor de afspraken die zijn gemaakt in het coalitieakkoord? Staat zij voor het verder brengen van de energietransitie op een betaalbare, houdbare en duurzame wijze?

De heer Peter de Groot (VVD):

Wij staan voor onze handtekening, in welk coalitieakkoord dan ook.

De heer Dassen (Volt):

Er was toch ook veel kommer en kwel de afgelopen jaren, denk ik, maar ik ben benieuwd naar de toekomst, als we kijken naar dit coalitieakkoord en naar wat het PBL eerder heeft gezegd, namelijk dat de kans om het doel voor 2030 te halen heel klein is: minder dan 5%. Als blijkt dat deze maatregelen ervoor zorgen dat we de 2030-doelen niet gaan halen, is de VVD dan net als D66 van mening dat er aanvullende maatregelen genomen moeten worden om te zorgen dat we die doelen voor 2030 halen?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik heb de heer Dassen dit net ook al horen zeggen; hij noemde die 5% al eerder. Uit de doorrekening van het PBL blijkt dat we bijna 53% kunnen halen met elkaar. Dan zijn we bijna bij die 55%. Daarom is het extra hard nodig om die ambitie vast te houden, maar de focus te verleggen van de discussie of er extra maatregelen en doelen bij moeten naar de vraag hoe we ervoor zorgen dat we versnelling in de uitvoering krijgen. Want alleen als we de uitvoering geregeld krijgen met elkaar — dan heb ik het niet over de afbouw, maar echt over de ombouw van bedrijven, dus over het oplossen van de netcongestie, over zaken die in de praktijk het verschil maken — en ons daarop focussen, komen we dichter bij die 55%. Dat is beter dan nu nieuwe maatregelen bedenken die nog jaren van uitvoering vergen.

De heer Dassen (Volt):

Ik ben het helemaal met de heer De Groot eens dat de maatregelen die er liggen, zo snel mogelijk uitgevoerd moeten worden. Sterker nog, het is een van mijn grote ergernissen dat dat op dit moment niet in volle vaart gedaan wordt. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je er genoegen mee moet nemen als blijkt dat dat onvoldoende zal zijn. Dan zul je daar ook kritisch met elkaar naar moeten kijken: oké, we zijn bezig met maatregelen, maar die zijn onvoldoende. Is de VVD dan ook bereid om extra stappen te zetten? Of zegt zij: nee, wij houden vast aan de maatregelen die we hebben; daar gaan we op inzetten en over extra maatregelen, in ieder geval voor 2030, wordt met ons niet meer gesproken?

De heer Peter de Groot (VVD):

Wij nemen die maatregelen, alleen doen wij dat wat anders dan de heer Dassen hier wil horen. Ik heb het vanmiddag in het tweeminutendebat Mijnbouw gehad over de investeringen van bijna een half miljard die Nobian vanuit de maatwerkafspraken wil doen, voor de verdere elektrificatie van het bedrijf, voor een schone toekomst van het bedrijf. Die staan nu on hold. Daar moeten wij naar kijken, want zoals het nu bij Nobian gaat, gaat het ook bij heel veel andere bedrijven die in de industrie actief zijn, of dat nu Chemelot is of een industrie in Rotterdam. Als de knop om de investeringen te doen niet wordt ingedrukt, halen we die 55% niet, halen we die 53% niet en halen we die 50% niet eens. Daar focust de VVD zich op, zodat alles wat in de steigers staat om die 55% te halen, succesvol is. Dat is een heel ander antwoord dan nu nadenken over nieuwe maatregelen die pas na 2030 effectief worden. Zo ziet de praktijk er namelijk uit. Dat wil ik via u, voorzitter, echt meegeven aan de heer Dassen. We kunnen hier nog heel lang discussiëren over extra maatregelen, maar de meeste zullen pas na 2030 actief worden. We kunnen dus beter focussen op versnelling en op wat nu nodig is.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter, tot slot dan. Ik zie ook dat er gekeken wordt naar de Europese plannen die in de maak zijn. Een van de zorgen die ik daarbij heb, is dat je ook juist in Europa ziet dat er heel veel afgezwakt wordt op dit moment. Gelukkig staat er in het regeerakkoord dat er extra maatregelen genomen worden richting 2040. Tegelijkertijd weten we dat dat nog wel een hele lange tijd richting de toekomst is. Ik ben benieuwd hoe de VVD daarnaarkijkt. Is dat dan de focus die de VVD heeft, dus minder op 2030 en meer op 2040?

De heer Peter de Groot (VVD):

Nee, dat is niet zo. Wij focussen op 2030, op 2040 én op 2050. Alleen, voor 2030 gaat het echt over versnelling en uitvoering, kan ik namens de VVD zeggen. Voor 2040 zijn wij ook bereid om te bekijken wat er eventueel extra gedaan zou moeten worden als blijkt dat we die 2040-doelen niet zouden kunnen halen. Ik heb zelf nog bij deze minister een motie ingediend over hoe je die doelstelling in 2040 nou kan halen. We kijken dus even wat er uit Europa komt. 2050 is voor ons nog steeds dé datum waarop het geregeld moet zijn. Het is dus niet: waar kijkt u naar? We kijken naar alles, maar wel met een realistische blik.

De heer Flach (SGP):

Ik wil de heer De Groot van de VVD eigenlijk dezelfde vraag stellen als ik aan D66 heb gesteld. Ik kan D66 het antwoord eigenlijk niet kwalijk nemen, want in de top tien van prioriteiten van D66 komt het bedrijfsleven eigenlijk niet voor. Bij de VVD heb ik nog goede hoop dat het bedrijfsleven ergens in de top drie wel een plekje heeft gevonden. Als we dan kijken naar wat er op stapel staat op het gebied van netverzwaring, en we niet gaan uitsmeren, dus niet die amortisatie doen, en we ook geen algemene middelen gaan inzetten, dan moeten we toch constateren dat die kosten voor het bedrijfsleven alleen maar verder omhooggaan en dat onze industrie nog meer over de grens gedrongen zal worden? Hoe kijkt de heer De Groot daarnaar?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik vind dit een mooie vraag. Het bedrijfsleven staat namelijk zeker hoog in de prioritering bij de VVD, zeg ik via de voorzitter tegen de heer Flach. Het is de enige manier om ons land te laten groeien in de economische activiteit, waardoor we onze voorzieningen kunnen blijven betalen. We moeten grote investeringen doen in Defensie; die moeten opgebracht worden. Dat bedrijfsleven moeten we dus echt koesteren. Ik denk dat een schoon en vitaal bedrijfsleven dat klaar is voor de toekomst het meeste waard is. Dat wil ik gelijk maar even gezegd hebben tegen de heer Flach. U vindt mij aan uw zijde in het zoeken naar hoe we dat op een goede manier kunnen doen. D66 heeft terecht al gezegd dat we daarvoor een envelop in het coalitieakkoord hebben gebracht, maar dat is maar een deel van het antwoord daarop. Ik heb mij in de debatten ook steeds ingezet om door te gaan en te kijken of er eventueel een vorm van het uitsmeren van die kosten mogelijk is. Dat zal ik blijven doen. Wellicht kunnen we daar samen in optrekken.

De heer Flach (SGP):

Zo ken ik de VVD gelukkig weer. Ik denk dat dat heel verstandig zou zijn. We leggen nu een netwerk aan c.q. we verzwaren het netwerk voor de komende generaties. Die gaan daar ook de vruchten van plukken. Wij doen dat misschien nog wel het minst. Het is dus ook heel logisch om die kosten wat uit te smeren in de tijd. Dat neemt de acute druk nu weg en voorkomt dat je straks de CO2-doelen haalt doordat er heel veel bedrijven weg zijn. Als dit ook de inzet van de VVD wordt in deze nieuwe kabinetsperiode, dan zullen we dat vanuit de SGP ook van harte steunen.

De heer Peter de Groot (VVD):

Dat is fijn om te horen. Ik wil daar nog één ding aan toevoegen, namelijk dat wij natuurlijk ook niet blind kijken of al die kosten zomaar gemaakt moeten worden. Daarom kwam ik vandaag ook met een motie over de regie op de small reactors en kijken hoe je dat op een energie-efficiënte manier kunt doen, zodat je wellicht niet al die investeringen in netverzwaringen moet doen, maar je het gewoon plaatselijk kan maken. Ik denk dat wij nog veel meer uit de kast moeten trekken om ervoor te zorgen dat dit allemaal te betalen valt, dat we het op een hele nuttige, efficiënte en goede manier doen en dat we die verduurzaming doorzetten. Ik denk namelijk dat dat samen heel erg goed kan.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Flach (SGP):

Afrondend, ja. Ik ben het daar van harte mee eens, want juist in de provincies Gelderland, Flevoland en Utrecht is dat zo ontzettend hard nodig. Er is nog veel meer te bedenken. We zouden het bestaande net nog zwaarder kunnen belasten. Laten we samen, toch een beetje als de realistische partijen in deze Kamer, kijken hoe we daar stappen in kunnen zetten.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Ik wil even met de VVD door op de energietransitie, want ik hoorde meneer De Groot net ook zeggen dat het allemaal realistisch moet blijven. Dat brengt mij tot de eerste vraag. Op zijn spreekgestoelte zie ik zijn iPhone liggen. Mijn vraag is: weet meneer De Groot van de VVD welke grondstof er in de batterij van die iPhone zit?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik ben geen iPhonespecialist of -maker, maar ik vermoed dat het om de accu gaat, waar lithium in zit, denk ik. Maar goed, de heer Heutink en ik doen wel vaker spelletjes, in de zin van: wie weet heel goed wat waarin zit? Maar die gaan niet over iPhones. Die gaan soms over andere dingen. Misschien kan hij mij een beetje helpen.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

We weten dat meneer De Groot groot fan is van elektrificeren. We kennen de VVD natuurlijk niet voor niets als: van een vroemvroempartij naar een zoefzoefpartij. Elektrificatie staat bovenaan het wensenlijstje. Er zit kobalt in, zeg ik tegen de VVD. Kobalt wordt voor het grootste gedeelte gewonnen in Congo, waar onder anderen kinderen deze grondstof onder erbarmelijke omstandigheden uit de grond moeten halen. Deze grondstof gaat opraken. Als je het hebt over realistisch beleid met de neus de goede kant op, maar tegelijkertijd vol gaat inzetten op elektrificatie van het wagenpark en boten, dan vraag ik mij het volgende af. Straks krijgen we ook allemaal de thuisbatterij. Die dingen hebben allemaal een li-ionbatterij. Is dat dan straks niet ook een doodlopende weg? Moeten we daar niet slimmer mee omgaan?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik ben niet zo'n zwartkijker als de heer Heutink. Daar zit misschien ook wel het verschil tussen ons twee in dit debat. Je ziet welke technologische ontwikkelingen de batterijtechnologie, ook met andere grondstoffen, de afgelopen jaren heeft gemaakt en wat er nog in de kinderschoenen staat. Ik denk dat batterijopslag onlosmakelijk onderdeel moet zijn van ons nieuwe energiesysteem. Dat kan niet anders. Ik kijk daar dus niet zo zwart naar. Ik denk dat daar zeker grote kansen liggen, ook voor de technologische ontwikkeling. Ik denk dat we daar in Nederland een graantje van zouden kunnen meepikken.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Die technologische ontwikkeling kunnen we alleen maar toejuichen. Daar is niks mis mee. Maar als je het hebt over realistisch beleid en je gaat nu vol inzetten op a terwijl je weet dat a er straks niet meer is of vervangen gaat worden, dan is dat gewoon kapitaalvernietiging. Dat is toch enorm jammer van al die belastingcenten die we daaraan uitgeven terwijl we weten dat het straks ophoudt?

De heer Peter de Groot (VVD):

Daarom kijken we ook naar een breder palet in de energiemix — dat is nodig — en bijvoorbeeld ook naar kernenergie. Dan kijken we niet alleen naar de conventionele centrales, maar ook naar de SMR's en naar de oplossingen uit de onderzeewereld. Er is hele nieuwe technologie die ons veel verder kan brengen, ook rondom die industriële verduurzaming, dan we misschien vorig jaar of twee jaar geleden hadden kunnen bedenken. Ik kan zo nog wel even doorgaan met voorbeelden van die energiemix. Laat ik dan dit tegen de heer Heutink zeggen en hem dit ook geven: als blijkt dat het een doodlopende weg is, gaan we daar met elkaar een oplossing voor zoeken.

De heer Van den Berg (JA21):

Allereerst is het goed om te constateren dat de VVD en JA21 allebei sterk staan voor het bedrijfsleven. Dat willen we ook alleen maar verder ondersteunen. Maar als ik dan kijk naar de begroting, dan zie ik dat er voor de komende twee jaar, in aanvulling op het coalitieakkoord, best veel geld gaat naar de industrie en de indirecte kostencompensatie. Ik heb daar even in zitten tellen, en het viel mij wel op dat we in 2026 zo'n 300 miljoen euro compenseren bij die industrie en volgend jaar 400 en een beetje, en dat het uiteindelijk oploopt naar een half miljard. Waarom wachten we zo lang met het compenseren van die industrie? Ze hebben het nu heel erg zwaar. Vorig jaar is 20% van de industrie weggegaan uit Nederland. De wolk hangt boven Nederland dat dit jaar nog eens 20% gaat verdwijnen.

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik denk dat het te maken heeft met de hoeveelheid industrie die we nog moeten verduurzamen met elkaar. Er zit gelukkig nog meer voor ons. Er zijn meer bedrijven hier gebleven dan er weg zijn gegaan. We hebben tussen 2020 en 2024 toch ook bedrijven gezien die de deur op slot hebben gedaan en weg zijn gegaan. Dat is ook CO2-winst. Dat is niet wat de VVD graag wil; de VVD wil ze graag hier houden en verduurzamen. Het heeft een oploopje nodig, als je kijkt naar hoe die kostencompensatie uitgekeerd kan worden. Ik denk dat het daarmee te maken heeft. Ik zie het hier ook staan. Het is uiteindelijk wel een mooie envelop die ervoor zorgt dat die bedrijven geholpen worden.

De heer Van den Berg (JA21):

Dat ben ik helemaal met u eens. Ik ben blij dat de heer De Groot ziet dat de urgentie bij die industrie heel groot is. Maar ik vraag me nogmaals af: waarom kunnen we nou niet eerder beginnen met het compenseren van die industrie? Als we nou zeggen dat we dit jaar zo'n 200 miljoen euro erbij zouden stoppen — dat is een schijntje vergeleken met de subsidies voor wind — en volgend jaar 100 miljoen euro, voor zo'n belangrijke sector in Nederland, kan ik u daarbij dan aan mijn zijde vinden?

De heer Peter de Groot (VVD):

Er gaan ineens wel heel snel heel veel honderden miljoenen over de tafel. Het zou goed zijn als we daarover in discussie gaan met het nieuwe kabinet. Ik ga er straks nog iets over zeggen. Ik vind dat er een mooi akkoord ligt, met maatregelen die we de afgelopen periode niet konden nemen. Denk aan die volumecorrectie voor de industrie. Ik denk dat er een mooi pakket ligt, waarin de balans is gevonden tussen het steunen van de industrie en bedrijven en het zorgen dat zij ook die verduurzaming mee kunnen maken.

De voorzitter:

Tot slot. Nee. U begint met uw betoog.

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik heb wel het gevoel dat ik lekker bezig ben, voorzitter.

De voorzitter:

Dat vond ik ook, dus dubbelingen mogen wel achterwege worden gelaten.

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik ga er zeker naar kijken. Ik wilde eigenlijk zeggen dat het nieuwe coalitieakkoord voor de VVD een belangrijk ankerpunt is. Er staan namelijk heel veel keuzes in waar wij al langer voor pleiten. Denk aan meer regie op kernenergie, gerichte steun voor onze industrie — daar ging het net ook al over — een realistische koers in het klimaatbeleid en een koers die niet wegloopt voor ambitie, maar wel oog heeft voor de praktijk van bedrijven, huishoudens en onze economie.

Voorzitter. Ik wil aangeven dat de VVD klimaat- en energiebeleid benadert op een realistische en strategische manier. Voor ons is niet de vraag óf we moeten verduurzamen, maar hoe we dat verstandig doen, met oog voor veiligheid, economische kracht en onze positie in Europa. Klimaatbeleid is namelijk ook veiligheidsbeleid en economisch beleid. Een weerbaar energiesysteem maakt ons minder afhankelijk van instabiele regio's. Een slimme energietransitie biedt kansen voor de chemie in Rotterdam, de levensmiddelenindustrie en de maakindustrie in de Achterhoek.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

De heer De Groot had het net over het coalitieakkoord en alle dingen die daarin stonden. Ik ben heel erg benieuwd naar de lezing van de VVD met betrekking tot het sectorakkoord en de nieuwe velden op land. Zullen er, als het aan de VVD ligt, nog nieuwe vergunningen worden verleend voor die kleine velden op land, ja of nee?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik hoorde mevrouw Van Oosterhout daar wat over zeggen. Ik heb even het sectorakkoord erbij gepakt. Daarin zijn afspraken gemaakt tussen verschillende partijen over de gaswinning op land en de geleidelijke afbouw richting 2050. Het kan dus zomaar zijn dat in dat sectorakkoord inderdaad afspraken zijn gemaakt over velden die er nu nog niet zijn. Dat kan. Tegelijkertijd kijken we in dat akkoord ook hoe we richting 2050 die afbouw kunnen realiseren. Ik vind het belangrijk om dat te zeggen — de VVD staat erachter; dat heeft u ook gezien, want wij hebben jarenlang gepleit voor een versnelling van de gaswinning op de Noordzee — dat we tijdens deze energietransitie, waar we middenin zitten, het gas van eigen land echt nog nodig hebben. Dat is ook het geval omdat we zo'n beetje twee derde van het gas dat we nu gebruiken, importeren, wat nog veel vervuilender is. Gedurende die energietransitie hebben we die gaswinning dus nodig, ten meeste en ten beste vanaf de Noordzee, maar ook nog vanaf land.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Dat vroeg ik niet. Ik heb het sectorakkoord zelf uiteraard ook gelezen, van a naar b. Mijn vraag was de volgende. Er worden nu in rap tempo allerlei nieuwe vergunningen aangevraagd. Worden die vergunningen, als het aan de VVD ligt, ook verleend voor al die nieuwe, kleine velden op land?

De heer Peter de Groot (VVD):

Dat is steeds ons standpunt geweest. Als het veilig kan — dat is een voorwaarde — en als er meegedeeld kan worden, staat er wat de VVD betreft niets in de weg om dat te doen.

De heer Kops (PVV):

De heer De Groot noemde net een lijstje uit het coalitieakkoord. Ik miste iets in dat lijstje. Ik denk trouwens dat hij dat bewust weglaat. Ik miste namelijk de verplichte warmtepomp. De verplichte hybride warmtepomp, die zou ingaan per 2026, is geschrapt. De VVD, een liberale partij, heeft daarvoor getekend. Wat heeft de VVD bezield om in dit nieuwe coalitieakkoord weer terug te gaan naar die verplichte warmtepomp en die gewoon op te dringen aan de mensen? Als er iets is waar mensen thuis een hekel aan hebben, zijn het die verplichtingen, dwang en drang, vooral als het gaat om klimaat en de energietransitie. Waarom heeft de VVD dat gedaan? Hoe gaan de mensen thuis, die nu al in energiearmoede leven, dat in hemelsnaam betalen?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik heb een aantal antwoorden voor de heer Kops. Eén. Is een verplichte warmtepomp de hobby van de VVD? Nee. Maar ja, je onderhandelt over een akkoord en dan komen er weleens dingen uit — dat weet u ook, want wij hebben ook een akkoord met elkaar gesloten — waarvan je denkt: "Is het mijn hobby? Nou, nee, ik vind het niet fijn, maar op zich is het oké." Als je dan een maatregel moet treffen, zou ik zeggen: neem er een waarvan je nu ziet ... De cijfers over de verkoop van hybride warmtepompen stijgen weer. Het is een hele effectieve manier om je huis te verwarmen. Het is een hele effectieve manier om de investering die je erin stopt, terug te verdienen. Als je ergens voor moet kiezen, zou ik zeggen: kies voor de maatregel die het minst pijn doet en doe daar subsidie bij, zodat die investering terugverdiend kan worden.

De heer Kops (PVV):

Subsidie klinkt natuurlijk leuk, maar die dekt natuurlijk maar een gedeelte van de kosten. We moeten niet doen alsof dat gratis geld is, want die subsidies moeten ook ergens vandaan komen. Je zult maar in een oud, slecht geïsoleerd huis wonen dat helemaal niet geschikt is voor een warmtepomp. Sterker nog, als je daar een warmtepomp van een aantal duizenden euro's gaat installeren, moet je ook gaan isoleren en dergelijke. Er zijn zelfs berekeningen van het Economisch Instituut voor de Bouw die zeggen dat je dan kan uitkomen op tienduizenden euro's per woning. Daar ging mijn vraag over. Hoe moeten mensen dat in hemelsnaam gaan betalen als die verplichting, waar de VVD voor heeft getekend, eraan gaat komen?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik zou de heer Kops willen uitnodigen om eens naar Intergas in Culemborg te gaan. Daar laten ze zien dat een warmtepomp in woningen van bouwjaren 1960 tot 2000 — daar hebben ze pilots gedaan — overal werkt en overal opbrengst heeft, en dat de warmtepomp het heel goed doet. Ze laten ook zien dat het niet om tienduizenden euro's gaat, zoals de heer Kops zegt. Het gaat over de hybride variant, waarbij uiteraard een deel geëlektrificeerd wordt, maar ook nog een deel op gas werkt. Dat is eigenlijk een hele kostenefficiënte manier om een warmtepomp te installeren. Nogmaals, in de afgelopen decennia hebben we ook een keer gezegd "we gaan een hr-cv-ketel normeren". Dat werkt heel effectief. Wij hebben hier "2029" neergezet. Ik ga ervan uit dat de warmtepompen dan een stuk duurder zijn in de productie. Sorry, ik moet het andersom zeggen. Ik ga ervan uit dat ze dan een stuk goedkoper zijn in de productie, waardoor we een heel goed, energie-efficiënt en betaalbaar pakket voor huishoudens kunnen neerleggen.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Kops (PVV):

Meer dan een half miljoen huishoudens leven nu al in energiearmoede. Dat heeft natuurlijk direct te maken met de energiebelasting op aardgas, want die belasting wordt jaar na jaar verhoogd. De bedoeling daarvan is om mensen te verleiden — beter gezegd: te dwingen — om van het gas af te gaan en om uiteindelijk te verduurzamen door een dure warmtepomp te kopen. Maar mijn vraag was: wat als die mensen die warmtepomp toch niet kunnen betalen? Dan zitten ze vast aan een torenhoge gasbelasting. Die mensen gaan linksom of rechtsom gewoon de hoofdprijs betalen bij de VVD. Mijn vraag is: waarom doet de VVD niets aan die torenhoge energiebelasting op gas om de mensen die het geld niet hebben om al die verduurzamingsgekkigheid te betalen, ietsje tegemoet te komen? Want een half miljoen huishoudens in energiearmoede; dat kan toch niet?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik ga niet mee in het frame van al die verduurzamingsgekkigheid. In dat frame ga ik niet mee. Ik denk dat wij een oplossing hebben gevonden voor hoe je je huis energie-efficiënt kunt verduurzamen en hoe je dat op korte termijn kunt terugverdienen. De hybride warmtepomp is echt een goede oplossing. Wij ondersteunen die huishoudens ook daarin, dus ik ga niet mee in dit frame.

De heer Vermeer (BBB):

Ik vind deze discussie interessant. De heer De Groot zegt dat hij en zijn coalitie, en het toekomstige kabinet, die huishoudens daarbij gaan ondersteunen, maar in de hele financiële plaat die achter het coalitieakkoord zit, kan ik geen cent daarvoor vinden. Hoe gaat de heer De Groot garanderen dat dit gecompenseerd wordt voor de bijna 9 miljoen huishoudens die niet op het warmtenet zullen zitten? Want dat zijn er nogal wat.

De heer Peter de Groot (VVD):

Als het gaat over die 9 miljoen huishoudens ... Dat is iets voor de langere termijn, want het is niet zo dat al die cv-ketels per 2029 vervangen moeten worden door een verplichte hybride warmtepomp. Dat is niet zo. Daar zit natuurlijk een vervangingsschema aan vast. Dat duurt veel langer. Het is niet verboden om nog dit jaar of volgend jaar een cv-ketel te installeren. Er zijn nog heel veel nieuwe installaties. Er zit natuurlijk een vervangingsschema achter. De heer Vermeer weet uit eigen ervaring — dat heeft hij al heel vaak verteld — bij het aanschaffen van zijn eigen hybride warmtepomp dat er een subsidie tegenover staat. Ik heb het over de ISDE. Ik snap de vraag van de heer Vermeer dus niet zo goed.

De heer Vermeer (BBB):

Dan zal ik het nog een keer uitleggen. Op het moment dat er nu normering en stimulering komt van een niveau dat er nu nog niet is — dit wordt namelijk gebracht als nieuw beleid — dan moet daar geld voor zijn, maar daar staat €0 voor in de financiële plaat. Zelfs al zou ik er rekening mee houden dat die 9 miljoen huishoudens dat in twintig jaar gaan doen — dan houd ik het ruim aan, want lang niet iedere cv-ketel redt dat — dan heb je het nog over 450.000 tot 500.000 huishoudens per jaar bij wie het vervangen moet worden. Dat kan niet als er €0 is om dat te stimuleren. Wat is stimuleren en normeren dan?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik vind het heel lastig dat de heer Vermeer het heel absoluut maakt, alsof al die 9 miljoen huishoudens, alle huur- en koopwoningen, naar hybride warmtepompen gaan. Dat is natuurlijk helemaal niet zo. Ze gaan ook over naar warmtenetten en naar andere bronnen. Er moeten niet 9 miljoen hybride warmtepompen komen vanaf 2029. Dat is niet zo. Ik weet zeker dat als dit in 2029 verplicht wordt, deze coalitiepartijen zullen kijken: hoe kunnen we dat op een goede manier doen, wat is de prijs op dat moment van die warmtepompen en hoe kan dat terugverdiend worden? Is er een redelijke terugverdientijd? Als dat niet het geval is, dan weet ik zeker dat het volgende kabinet daar goed naar zal kijken, want deze coalitie gaat niemand in energiearmoede storten. Dat weet ik honderd procent zeker.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Vermeer (BBB):

Ik ga het hier wel absoluut maken, want we moeten af van de tekentafeltoestanden hier in Den Haag. Het is gewoon absoluut. Op dit moment zijn er zo'n 700.000 huishoudens in een warmtenet. Ik reken er al op dat 300.000 huishoudens de komende tijd ook nog overgaan. Ik ben dus heel optimistisch; zo kent u mij. In het coalitieakkoord staat gewoon: "Op plekken waar een warmtenet niet de meest geschikte oplossing is, stimuleren en normeren we, per 2029, de uitrol van hybride, slimme warmtepompen." Het is gewoon een simpele rekensom: we moeten 9 miljoen mensen voor €0 aan de warmtepomp hebben. Dan hou ik nog niet eens rekening met al die extra huishoudens die er jaarlijks bij komen. Hoe gaat de heer De Groot dit in vredesnaam doen?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik doe dat door tegen de heer Vermeer te zeggen, via u, voorzitter, dat het er geen 9 miljoen zijn. Er zijn heel veel aardgasvrije woningen op dit moment, die geen hybride warmtepomp hoeven te hebben. Dat is dus niet zo. Er zijn andere energiebronnen waar woningen op aangesloten worden. Ik ga dus gewoon niet mee in het frame dat het gaat om 9 miljoen woningen.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Peter de Groot (VVD):

Voorzitter. Ambities hebben alleen maar waarde als ze uitvoerbaar en betaalbaar zijn en kunnen rekenen op draagvlak. De VVD wil dat dat beleid werkt in de fabriekshal en op het mkb-terrein. Dat is ook de lijn uit ons verkiezingsprogramma en uit het coalitieakkoord. Groen groeien kan alleen als economie en klimaat hand in hand gaan. Daarom is het zo belangrijk dat deze begroting en het coalitieakkoord inzetten op een gelijk speelveld in Europa. Onrealistische en nationaal geïsoleerde eisen zetten onze industrie op achterstand en dan verdwijnt productie naar Duitsland, waar het net al over ging, of zelfs naar de VS en Azië, terwijl de wereldwijde uitstoot niet daalt. Dat kan echt nooit de bedoeling zijn.

Voorzitter. Verduurzaming van de industrie is de grootste economische verbouwing sinds de opbouw van de industrie. Dat vraagt om stabiel langetermijnbeleid en echte samenwerking. De afgelopen jaren zagen we best wel veel overlegtafels, maar die waren ook te vaak ad hoc en versnipperd. De VVD wil daarom een structurele overlegtafel tussen industrie en het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Die moet niet vrijblijvend zijn, maar wederzijdse verplichtingen hebben. Bedrijven die investeren in CCS in de haven, in waterstof in Zeeland of in de elektrificatie in de Brainport, moeten kunnen rekenen op duidelijkheid over vergunningen, infrastructuur en energieprijzen. Andersom mag de overheid eisen stellen aan tempo en resultaat. De energietransitie is namelijk niet lineair. Daarom zijn maatwerk en flexibiliteit wel nodig, maar mag er niemand verzaken.

Is de minister bereid om zo'n structurele overlegtafel in te richten, die een duidelijk mandaat heeft en waaraan afspraken worden gemaakt over energiekosten, infrastructuur, CCS en waterstof? Kan de minister toezeggen dat dit geen praatclub wordt, maar een plek waar echt knopen worden doorgehakt? Klimaatbeleid wordt namelijk te vaak gemeten in modellen. Vergunningen duren jaren, regels stapelen zich op en investeringscycli zijn langer dan kabinetsperiodes. Is de minister daarom ook bereid om bij grote maatregelen standaard een uitvoerbaarheidstoets met het bedrijfsleven en de regio te doen? Dat kan wellicht ook via die tafel. Kan de minister garanderen dat Europese afstemming leidend is bij het vormgegeven van dit beleid?

Voorzitter. Als we willen dat de industrie blijft verduurzamen, moeten we af van het beleid dat iedereen over één kam scheert. Vandaar dat ik die tafel opbreng. De VVD ziet aanvullend daarop de maatwerkafspraken als het instrument dat nodig is voor bedrijven met een specifieke aanpak en de bedrijven die van groot belang zijn om de transitie te laten slagen. De bestaande maatwerkafspraken met Nobian en Tata Steel laten zien waarom dit zo belangrijk is. De collega van D66 had het net al over Nobian, waar met elektrificatie en waterstof een cruciale schakel in de Nederlandse chemieketen wordt gemaakt. Ondanks de afspraak staat op dit moment een investering van ruim een half miljard onder druk. Dat moet echt anders. Bij Tata gaat het om een transitie die niet alleen klimaatwinst oplevert, maar ook tienduizenden banen en strategische industrie voor Nederland behoudt. Zulke trajecten zijn complex, kapitaalintensief en soms ook onzeker. Dat regel je dus niet met alleen generieke normen, maar met afspraken per bedrijf en per cluster. Voor de VVD is daarbij essentieel dat het maatwerk twee kanten op werkt: geen blanco cheque, maar harde mijlpalen, tussen transparantie en afdwingbare prestaties. Tegelijkertijd moet het Rijk leveren op netaansluitingen, vergunningen en betaalbare energie, want anders vragen we het onmogelijke.

Voorzitter. Dan Gelderland. Laat ik het concreet maken voor mijn eigen provincie. De Gelderse steen- en papierfabrieken willen graag verduurzamen, maar ze hebben op dit moment nauwelijks handelingsperspectief. Hun processen vragen om hoge temperaturen en continue energie. Elektrificatie is onzeker door netcongestie, waterstof is nog niet beschikbaar en CCS ligt vaak buiten bereik. Deze bedrijven weten wat er van hen wordt gevraagd, maar ze weten niet hoe ze er moeten komen. Hoe gaat de minister juist deze traditionele sectoren helpen aan een realistisch transitiepad? Komt er per cluster, zoals de Gelderse papier- en baksteenindustrie, een concreet stappenplan met infrastructuur, beschikbare technieken en een betaalbaar tijdpad? Zien we dat dus terug in dat NPE of waarin komt dat terug? Is de minister bereid deze sectoren expliciet te betrekken bij de structurele overlegtafel? Zonder duidelijkheid voor hen dreigen we de iconische maakindustrie in Nederland te verliezen, terwijl de vraag naar hun producten gewoon blijft bestaan.

Voorzitter. Dan zeg ik nog iets over betaalbare energie als randvoorwaarde. Een gelijk speelveld begint namelijk bij betaalbare energie. De VVD heeft hier in het debat vaker gepleit voor de IKC, de kostencompensatie, en een vorm van volumecorrectie. Het is goed dat in het coalitieakkoord extra middelen worden vrijgemaakt om de elektriciteitskosten van de industrie te verlagen. Dat is geen luxe maar een harde voorwaarde om de transitie goed te laten verlopen. Het is zonde dat waardevolle bedrijven vertrekken. Ik spreek ondernemers in Delfzijl en Moerdijk, maar ook in Gelderland die willen elektrificeren maar vastlopen op de businesscase. Als stroom duurder is dan gas, blijft verduurzaming namelijk gewoon theorie.

Voorzitter. Ik wil het hebben over netcongestie. Dat is toch wel het grootste struikelblok voor de verduurzaming op dit moment, want zelfs als het geld en de wil er zijn, lopen de trajecten vast op het net. Netcongestie is hét kantelpunt van de transitie. Bedrijven in Gelderland en in Brabant kunnen niet uitbreiden, laadpleinen worden niet aangesloten en warmtepompen wachten op capaciteit. De VVD ziet flexibel gebruik van het net daarom als belangrijke oplossing om het net minder te belasten. Het is de belangrijke schakel die hier vaak vergeten wordt. We zijn dan ook blij dat het offensief is ingezet voor het aantrekkelijker maken van flexconctracten. Het is de VVD alleen niet duidelijk wat hier precies gaat veranderen en wanneer. Het lijkt namelijk nog wat vrijblijvend. Welke afspraken zijn gemaakt met de netbeheerders? Wanneer, is de verwachting, worden de contractvoorwaarden aangepast en aan welke aanpassingen wordt hier dan gedacht? Ik hecht eraan te benadrukken dat hier samen met de sector naar moet worden gekeken.

Tevens worden er middelen vrijgemaakt voor flexibiliteit. Dat is goed, maar het is in dit kader niet logisch als de overheid een rol krijgt in het aantrekkelijk maken van die flexibiliteit. Deze verantwoordelijkheid ligt nu grotendeels bij de netbeheerders, terwijl ze van groot maatschappelijk belang is. In hoeverre wordt er door het ministerie of de ACM meegekeken bij de flexibele contracten die worden aangeboden? Is er hier ruimte om erover mee te denken?

Voorzitter. Ik heb wat dingen overgeslagen. Het laatste stukje van mijn bijdrage gaat erover dat een toekomstig energiesysteem natuurlijk niet kan zonder kernenergie. Ik heb het mooiste voor het laatst bewaard, zou ik willen zeggen. Nederland heeft een energiesysteem nodig dat betrouwbaar en onafhankelijk is. Dat vraagt om een brede mix: zon en wind waar het kan, gas zolang het moet en zo snel mogelijk kernenergie als ruggengraat. Kernenergie is voor de VVD een strategische keuze. Daarom moet de bouw van de centrales worden doorgezet. We zijn dan ook blij dat het coalitieakkoord hieraan vasthoudt. Ook SMR's moeten een volwaardige plek in het toekomstige energiesysteem krijgen. Het gaat hier om regie en tempo.

De VVD heeft eerder vandaag gevraagd naar de routekaart voor de SMR's, dus de locatie, de planning en de rol van het Rijk. De locaties van de SMR's of zelfs kleine centrales, de minicentrales, moeten niet alleen vanuit het gebied worden gekozen. Ze moeten vooral komen waar de grootste vraag naar elektriciteit is, waar we daarmee enorme netverzwaringen kunnen voorkomen — ik had het er al over met de heer Flach — en waar de overheid zelf een bijdrage kan leveren. Ik zag de minister gisteren in Zeeland. Mijn vraag is eigenlijk: zijn de eerste stappen daar al gezet? Is de grondverwerving eigenlijk al opgestart? Zijn er al deals gemaakt? Zijn er onomkeerbare stappen gezet? Of kan de minister misschien toezeggen dat in het tweede kwartaal de eerste grond voor de kerncentrales echt wordt opgekocht?

Voorzitter. Ik sluit af. De VVD gelooft in een Nederland dat schoon en sterk is, in een industrie die hier kan blijven produceren, ook de steen- en papierfabriek in Gelderland, en in een energiesysteem dat ons onafhankelijker maakt. Dat is de lijn van het coalitieakkoord en van deze begroting. Ik overweeg daarom nog een motie die de regering verzoekt om die structurele overlegtafel met de industrie in te richten, met wederzijdse verplichtingen en duidelijke doelen voor energiekosten, CCS, waterstof, elektrificatie en netcapaciteit. Ik hoor graag de reactie van de minister.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik inventariseer twee interrumpanten. Allereerst is het woord aan de heer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Een korte vraag. Ik hoor de heer De Groot iets duidelijker dan collega Klos net over de kerncentrales spreken. Is de VVD van mening dat er dan in het coalitieakkoord staat dat we doorgaan met die twee grote kerncentrales en dat er twee kleinere komen, of is er ook voor de VVD geen keiharde ja op dat die twee grotere kerncentrales gebouwd gaan worden?

De heer Peter de Groot (VVD):

Voor ons is het een no-brainer dat die er moeten komen. We duwen tegelijkertijd ook op de SMR's als een mogelijke oplossing voor in dat net. Maar ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat we die twee grote niet bouwen. Dat is hartstikke hard nodig. Het liefst moeten we er misschien wel vier bouwen, zodat je een robuuster energiesysteem krijgt, doordat je voldoende baseload krijgt in het systeem. Aanvullend daarop, ook voor de flexibiliteit van het net, of misschien wel voor de investeringen die we niet moeten doen, komen die SMR's. We hebben het nog niet eens gehad over de oplossing van de echt kleine Allseas-centrales. Zo veel ruimte als een tennisbaan heb je daarvoor nodig; dat is een heel andere configuratie. Die kunnen ook een heel waardevolle toevoeging daarvoor zijn. Maar ik weet wat wij met elkaar hebben opgeschreven in het coalitieakkoord. We zullen zien hoe de uitwerking daarvan is van de nieuwe staatssecretaris die daar straks over gaat. Voor de VVD blijft als belangrijkste paal boven water staan dat het belangrijk is om door te gaan met de uitrol van die kerncentrales, naar ik denk in Zeeland; daar vraagt de minister ook naar. Ik denk dat het het belangrijkste is om daarmee door te gaan.

De heer Dassen (Volt):

"Ik kan het me eigenlijk niet voorstellen", zegt de heer De Groot, maar de manier waarop het opgeschreven is, laat er heel veel ruimte voor open dat er helemaal geen twee grote komen, maar bijvoorbeeld vier kleine. Maar als ik de heer De Groot zo beluister, dan zegt hij: nee, dat is eigenlijk onbespreekbaar voor de VVD.

De heer Peter de Groot (VVD):

Omdat het in de zin heel duidelijk is dat er "en" staat: het kunnen conventionele én SMR's zijn. Het laat dus niet veel ruimte, omdat ze allebei nodig zijn. De heer Dassen heeft net de vraag gesteld: kunnen dat ook alleen maar SMR's zijn? Ik kan me dat niet voorstellen als je kijkt naar de afspraken die wij met elkaar gemaakt hebben. Wat betreft de VVD gaan we dus door met het plannen van die conventionele kerncentrales. Die zijn heel hard nodig voor de baseload in Nederland; die hebben we hard nodig. Die SMR's zijn echt gericht op waar de opgave decentraal ligt.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Dassen (Volt):

Dan is het standpunt van de VVD duidelijk: die twee grote kerncentrales moeten er dus komen en eventueel worden er additioneel SMR's gebouwd, maar voor de VVD is het onbespreekbaar om die grote kerncentrales niet te gaan bouwen. Heb ik de heer De Groot goed begrepen?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik lees het ook zo. We hebben het met elkaar opgeschreven, dus ik ga ervan uit dat we daar met elkaar uit komen. Daar hoeft u niet ongerust over te zijn, zou ik u willen zeggen.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Meneer De Groot en ik zijn het denk ik samen heel erg eens over kernenergie. Kernenergie is schoon en stabiel. Dat moeten we gewoon gaan realiseren met elkaar. Maar tegelijkertijd zien we dat dezelfde VVD van de heer De Groot volgens mij al decennialang zegt dat die kerncentrales er moeten komen. Diezelfde tijd, ook decennialang, zit de VVD al in het kabinet. De VVD heeft het nu opnieuw opgeschreven in het coalitieakkoord, maar hoe weten we nou dat die dingen daadwerkelijk gebouwd gaan worden in deze kabinetsperiode?

De heer Peter de Groot (VVD):

Daarvoor moet je een aantal dingen doen. De heer Heutink zegt: decennialang. Nou, volgens mij is in Rutte IV opgeschreven dat die kerncentrales er komen. Overigens pleit de VVD er al langer voor, maar het is in Rutte IV opgeschreven. Als je ervoor pleit, betekent het echter nog niet dat het beleid is, zeg ik er ook maar even bij. Laten we even die tijdshorizon er even bij pakken. Er gebeurt natuurlijk heel veel. Het is niet dat er niets gebeurt. Alleen, in het debat pleit ik er namens de VVD voor dat het tempo richting de uitvoering omhoog moet. Dat is precies de reden waarom ik de vragen aan de minister stel: wat is de minister gisteren precies in Zeeland wezen doen, zijn daar alweer mooie afspraken met elkaar gemaakt om de volgende stap te kunnen zetten? Ook dien ik elke keer moties in om bijvoorbeeld voor de SMR's te zeggen: oké, pak de regie, kijk waar ze moeten komen, ga in gesprek met de sector. Ik kan eigenlijk niks anders doen dan de motie ondersteunen van de heer Van den Berg van JA21, die zegt: doe dat ook op een manier waarop we als Nederland als producent er ook nog wat aan hebben.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Nog even doorgaand op de vraag van de heer Dassen. In het coalitieakkoord staat: "Met het beschikbare budget uit het Klimaatfonds en in samenwerking met marktpartijen wordt doorgewerkt aan de bouw van ten minste vier nieuwe kerncentrales. Dit kunnen conventionele en ook modulaire reactoren zijn." Misschien is tekstexegese niet of wel het sterkste onderdeel van collega De Groot, maar ik lees dit als: het kunnen in theorie ook vier of meer SMR's worden. Het hoeft niet per se twee en twee te zijn, want zo staat het niet opgeschreven. In eerdere coalitieakkoorden stond het er heel duidelijk: uitsluitend. Maar nu niet. Als ik dan denk aan hoeveel ruimte er fysiek is in Zeeland en in Borsele voor twee grote centrales op die postzegel bij Borsele, biedt die SMR misschien wel een uitkomst in de toekomst, ook voor de ruimtelijke puzzel.

De heer Peter de Groot (VVD):

Laten we het eens omdraaien: ik lees hier niet dat we geen conventionele centrale doen. In reactie op wat de heer Grinwis buiten de microfoon zegt: nou, dan zijn we het erover eens. Ik interpreteer het zo dat we die kerncentrales doen die zo snel mogelijk de base load van Nederland met elkaar kunnen versterken. Dat zijn de conventionele — dat heb ik net ook al aangegeven — maar ook de modular reactors kunnen daar met snelheid een goede rol in spelen. Dat is bedoeld met wat hier opgeschreven is. Volgens de VVD staat hier gewoon een hartstikke mooie paragraaf over kernenergie, waarbij we met de twee andere partijen de handen in mekaar hebben gedaan. Ik hoop dat we daar ook meerderheden voor in de Kamer kunnen vinden met elkaar. Maar wat de VVD betreft horen daar zowel de conventionele als de SMR's alsook de Allseas-achtige kerncentrales gewoon in, want die hebben we in Nederland gewoon keihard nodig voor een robuust en goed energiesysteem.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

We zijn beiden al meerdere keren in Borsele geweest. We weten hoe weinig ruimte er is op die locatie, naast het Sloegebied, om twee conventionele centrales in te passen. Als die interpretatie wordt opgerekt, waarbij er kan worden gekeken of het kan worden opgelost met SMR's op die locatie — en dan zijn het er misschien meer dan twee; dat zou zomaar kunnen — is dat dan niet iets wat je open moet houden naar de toekomst toe? Iedereen maakt zich namelijk best wel zorgen hoeveel centrales of hoeveel opwekcapaciteit, die we inderdaad heel breed in de Kamer willen, vaststaat op die postzegel, terwijl we weten dat er in andere gebieden in Zeeland, bijvoorbeeld aan de kant van Terneuzen bij Biervliet, toch wat meer verzet is. Dus het is misschien wat lastig om het daar te doen.

De heer Peter de Groot (VVD):

Het risico is natuurlijk dat we gaan debatteren over een specifieke locatie en casus, terwijl we de precieze details niet goed weten met elkaar, niet goed kunnen doorgronden. Dat is ook de reden waarom ik net de vraag aan de minister heb gesteld hoe het daar eigenlijk is. Mijn eigen plaats, de gemeente Harderwijk, heeft ook gezegd: dat is een mooie plek voor een SMR. Dan denk ik bij mezelf: ja, maar er zit niet zo heel veel industrie, dus dat vinden ze waarschijnlijk omdat het aan de Randmeren is waardoor er water is of iets dergelijks. Elke plek heeft zo zijn eigen karakteristieken. Ik denk dat we vooral de regietaken bij het ministerie moeten laten, maar voor ons gaat het over snelheid: zo snel mogelijk en zo goed mogelijk en ook uiteindelijk met goed maatschappelijk draagvlak.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Van den Berg. Daarna is het woord aan mevrouw Van Oosterhout.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik hoor bij de heer De Groot allemaal goede zaken over versnellen; dat zie ik ook in het programma staan. Ik denk alleen wel dat voor het versnellen daadwerkelijk meer geld nodig is. Dat staat niet in dit akkoord. Het blijft bij het huidige budget dat in het Klimaatfonds staat gereserveerd, en er komt geen cent bij. Hoe kunnen we op die manier volgens de heer De Groot versnellen?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik zou tegen de heer Van den Berg willen zeggen: laten we dat geld dan eerst maar eens even uitgeven. Er staat een grote pot geld; die staat er al een tijdje. Als je niet uitkijkt, wordt er soms bedacht om die aan andere dingen uit te geven; zo werkt het hier ook. Laten we die pot dus conserveren en zo snel mogelijk uitgeven aan die kernenergie. Dat zou het beste zijn.

De heer Van den Berg (JA21):

Die pot met geld wordt ook uitgegeven. We zien de komende jaren ook onttrekkingen uit dat Klimaatfonds, maar ik ben een realist in dezen. Ik zie dat er vier centrales gebouwd moeten worden en ik zie de maritieme ambities en de industriële clusters enzovoort. Ik ondersteun deze zaken van harte — kernenergie is me op het lijf geschreven — maar er is ook geld voor nodig. Ik denk dat we daar de komende jaren veel meer in moeten stoppen. Hoe kijkt de heer De Groot daarnaar?

De heer Peter de Groot (VVD):

Misschien nog even over de maritieme ontwikkelingen en ook de small reactors. Ik zie wel dat het privaat geld is wat er in de small reactors gestoken moet worden. Het doel is natuurlijk om die industriële clusters te ondersteunen. Natuurlijk kunnen die industriële bedrijven aanspraak maken op de SDE++. Dat geld is bedoeld voor verduurzaming, maar ik zie dat met name de investeringen in de small reactors vanuit de private kant moeten komen. Vanuit de publieke kant moeten die vergunningen en regelgeving echt worden gestroomlijnd om dat voor elkaar te krijgen. Zo kijk ik eigenlijk een beetje naar die SMR's: die zijn echt wat anders dan de conventionele kerncentrales.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer De Groot. Het woord is aan mevrouw Van Oosterhout voor haar maidenspeech namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Bij maidenspeeches wordt niet geïnterrumpeerd. U heeft het woord, mevrouw Van Oosterhout.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Het begon voor mij allemaal in Borgercompagnie, een karakteristiek lintdorp in Oost-Groningen: één straat, geen supermarkt en meer koeien dan inwoners. Het is wel een plek waar iedereen naar elkaar omkijkt. Als kind voelde ik me er op mijn plek. Ik werd omringd door de talen van het Noorden: thuis Fries, op school Gronings en later kwam daar ook Drents bij. Ik ging naar de dorpsschool. Daar waren niet meer dan 50 leerlingen. Ik herinner me goed dat de minister van Onderwijs langs zou komen, maar op het moment suprême bleek dat niet in persoon te zijn. Er was een videoverbinding geregeld, want Oost-Groningen bleek toch wel wat ver. Ik noem dit voorbeeld omdat het illustratief is voor de afstand die wij ook toen al voelden met Den Haag. Toen aardbevingen ons gebied begonnen te tekenen, toen huizen begonnen te scheuren en toen mensen hun zekerheid kwijtraakten, duurde het jaren voordat we serieus genomen werden. We wisten wat de oorzaak was, maar we wisten ook dat er zwaardere belangen in het spel zijn, belangen van machtige fossiele bedrijven die voorrang kregen op de veiligheid van mensen. Dat voelde ik toen en dat voel ik nog steeds: het gevoel dat je er niet toe doet, dat je klein bent tegenover een machtige reus, te klein. In het Noorden leerden we al heel jong een pijnlijke les: de afstand van Den Haag naar Groningen is altijd verder dan van Groningen naar Den Haag.

Voorzitter. Mijn strijd voor een leefbare planeet en tegen grote vervuilers is daar geboren, in Oost-Groningen. Ik heb van dichtbij gezien wat er gebeurt als grote vervuilende bedrijven vrij spel krijgen en als gewone mensen de dupe worden en zich niet beschermd weten. Dat gevoel van strijdbaarheid en machteloosheid, dat gevoel van je klein voelen terwijl je wil knokken voor wat je dierbaar is, heb ik omgezet in daadkracht, opkomen voor anderen.

Twaalf jaar geleden werd ik gekozen om twee jaar lang de Nederlandse jongeren te vertegenwoordigen in Brussel. Ik sprak met duizenden jongeren over hun zorgen voor de toekomst, zorgen die ikzelf ook had. Ik probeerde een spreekbuis te zijn van hun stemmen op de plekken van de macht, daar waar de besluiten worden genomen. In die gesprekken met al die jongeren werd mij één ding heel snel duidelijk: klimaatverandering is dé strijd van onze generatie én van de generaties na ons. We zagen ook toen al overstromingen in Nederland, bosbranden in Zuid-Europa en extreme hitte. Terwijl wetenschappers jaar op jaar nieuwe hitterecords vaststellen, blijven wij hier doen alsof we alle tijd hebben. Ik weet nog dat in Brussel vaak tegen mij werd gezegd: "Ik doe het voor mijn kinderen". Maar die kinderen zijn geen kinderen meer. Zij dragen vandaag de gevolgen van uitstel en half werk en zij zitten nu zelf in deze Kamer.

Tegelijkertijd weet ik dat het nog niet te laat is. Mijn motivatie om me in te zetten in de strijd tegen klimaatverandering is juist ook de overtuiging dat we er nog wel iets aan kunnen doen, maar dan moeten we wel nú alles op alles zetten. En dus deed ik in Brussel twaalf jaar geleden een belofte aan mezelf: ik zou altijd blijven zoeken naar de plek waar ik de meeste impact kon maken. Ik deed dat in the City als consultant, waar ik probeerde verandering van binnenuit te realiseren bij bedrijven. Daarna deed ik dat als lobbyist richting overheden, om beleid en regels te veranderen. Maar ik zag hoe moeilijk het was om grote bedrijven of overheden echt van koers te laten veranderen.

Voorzitter. Toen ik de kans kreeg om te werken aan een rechtszaak tegen een van de grootste fossiele bedrijven ter wereld, wist ik één ding: dit moet ik doen, want dit is het nieuwe strijdtoneel. In de rechtszaal draait het niet om wie de grootste portemonnee heeft, niet om wie de beste lobby heeft en niet om wie de juiste mensen kent. In de rechtszaal draait het om de feiten van de zaak, om inzicht uit de wetenschap. Maar natuurlijk was ook in de rechtszaal de strijd niet gelijkwaardig. Wij waren met een team van twintig tegenover een leger aan advocaten. Maar wij hadden iets wat zij niet hadden: de waarheid, de wetenschap en niet te vergeten, de steun van een generatie, van tienduizenden jonge mensen die tijdens klimaatprotesten de straat op gingen voor hun toekomst. De rechter heeft destijds een fundamenteel punt gemaakt. Het is een mensenrecht om beschermd te worden tegen gevaarlijke klimaatverandering. Bedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid om hun uitstoot naar beneden te brengen, los van wat overheden en consumenten doen. Het openen van nieuwe olie- en gasvelden is niet te rijmen met de afspraken die we internationaal hebben gemaakt.

Voorzitter. In de rechtszaal boekten we successen, lieten we zien dat je, als je samen opstaat, het zelfs van de grootste vervuilers kunt winnen. Maar waarom dan toch de stap naar Den Haag? Omdat rechters geen beleid maken. Hun taak is rechtspreken. Rechters houden ons een spiegel voor: doen overheid en bedrijfsleven wat de wet van hen vraagt? Helaas is het antwoord nog te vaak nee. Dat bleek opnieuw in de Bonairezaak tegen de Nederlandse Staat. In deze Kamer worden de wetten gemaakt die levens raken en toekomsten vormen. Daarom ligt de verantwoordelijkheid hier.

Voorzitter. Mijn grootste drijfveer komt nog steeds voort uit hetzelfde gevoel dat ik in Oost-Groningen had: het gevoel van onrecht bij wat er gebeurt als vervuilende bedrijven mogen doen en laten wat ze willen; het gevoel van onrecht als gewone mensen niet worden beschermd. Het gaat om rechtvaardigheid, om klimaatrechtvaardigheid. Op dit moment is die rechtvaardigheid er niet. De zwaarste lasten van de klimaatcrisis worden gedragen door degenen die er het minst aan hebben bijgedragen. Vandaag leven steeds meer mensen in energiearmoede, mensen die hun huis niet warm krijgen, die de verwarming lager zetten en in tochtige huizen moeten leven. Tegelijkertijd blijven we miljarden aan fossiele subsidies uitkeren aan bedrijven die recordwinsten boeken. En daar verzet ik mij tegen. Wie de gevolgen van klimaatverandering het eerst voelt, mag nooit als laatste aan het woord komen. En wie de schade als eerste ondervindt, mag nooit het minst beschermd worden. Als we de klimaatcrisis willen oplossen, moeten we dat rechtvaardig doen.

Voorzitter. Mijn eerste werkbezoek als Kamerlid was naar Friesland. Ik sprak daar met onder anderen inwoners uit Top en Twel, dorpen waar de voorbereidingen voor nieuwe gasboringen in volle gang zijn. Uit pure noodzaak voeren bewoners zelf metingen uit. Ze huren advocaten in uit eigen zak om bezwaarprocedures te voeren. Ze gaan naar Den Haag, om vervolgens te horen te krijgen dat zij als bewoners niet ontvankelijk zijn, waarna ze teruggestuurd worden naar Friesland. Het is ongelofelijk. U zult begrijpen dat mijn gedachten meteen teruggingen naar Groningen. Mensen voelen zich even machteloos en zien opnieuw dat financiële belangen structureel zwaarder wegen dan hun veiligheid, hun huizen en de kwaliteit van hun leefomgeving. Het raakt ook onze natuur, bijvoorbeeld het kwetsbare veenweidegebied. Wat we hier op het spel zetten, krijgen we nooit meer terug.

Voorzitter. Dat geldt evengoed voor Bonaire, letterlijk verder weg maar voor mij emotioneel heel dichtbij. Vorige week sprak ik met de inwoners van Bonaire die met Greenpeace naar de rechter zijn gestapt. Om met hun woorden te spreken: "Klimaatverandering is voor ons geen dreiging van de toekomst, in de verte. Zij is hier. Zij ademt in onze nek, brandt op onze huid en dringt binnen in onze huizen." Onderzoek bevestigt dat het zuiden van het eiland tegen het einde van de eeuw permanent kan onderstromen. En wederom gaat dit om klimaatrechtvaardigheid. Bonaire betaalt de prijs, terwijl de uitstoot vooral elders plaatsvindt. Onlangs stelde de rechter vast dat Nederland veel meer had kunnen en moeten doen om Bonaire te beschermen. Sterker nog, het verbod op discriminatie is geschonden. Nederland moet van de rechter alles op alles zetten om klimaatdoelen aan te scherpen en te halen. We verwachten dat er snel een plan komt, maar omdat we geen tijd te verliezen hebben, komen we vandaag met een voorstel om 4 miljoen euro extra vrij te maken voor duurzame energieproductie op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.

Voorzitter. Wat verbindt Borgercompagnie, Friesland en Bonaire met elkaar? Dat is de gedeelde ervaring van mensen. Mensen die zien dat besluiten die ver weg genomen worden, leiden tot gevolgen dichtbij. Mensen die zien dat winst voorop wordt gesteld en dat fossiele belangen zwaarder wegen dan hun toekomst. Deze mensen worden te vaak door Den Haag in de steek gelaten.

Voorzitter, tot slot. Deze begroting is niet los te zien van het coalitieakkoord van het nieuwe minderheidskabinet. U weet dat mijn fractie kiest voor verantwoordelijke politiek. Wij willen Nederland vooruithelpen, want helemaal als het om klimaat gaat, is stilstand achteruitgang. Het is goed dat de coalitie fouten uit het verleden herstelt, maar wij zouden fundamenteel andere keuzes maken. Eerlijk klimaatbeleid begint bij de grootste vervuilers, en dit akkoord doet precies het tegenovergestelde. Wij zouden fossiele subsidies afbouwen. Wij zouden stoppen met nieuwe gasvelden, Lelystad Airport niet openen en de energierekening bij mensen thuis verlagen. Wij zouden kiezen voor de industrie van de toekomst en klimaatdoelen niet zien als een suggestie.

Dan terug naar het noorden van het land. Daar waar het voor mij allemaal begon, en waar veel mensen met spanning wachten op wat het nieuwe kabinet gaat doen. Gaan we echt opnieuw boren naar gas op land? Vorige week kondigde deze dubbeldemissionaire minister nog aan dat er in Drenthe op vijf nieuwe plekken geboord mag worden. Dit weekend hoorde ik nog van Jan van 73 uit Noord-Drenthe, die ondanks 120 scheuren in zijn huis nog altijd niet wordt geloofd. Ik zei u al dat de weg van Den Haag naar de noordelijke provincies altijd langer is dan van deze provincies naar Den Haag. Ik kan u uit ervaring vertellen dat dit niet zo hoeft te zijn. In Borgercompagnie kijken we naar elkaar om. Het is nu tijd dat Den Haag dat ook doet. Daarom kom ik vandaag met een motie die het aanboren van nieuwe gasvelden op land stopt. Om mensen te beschermen, om natuur te beschermen en om te luisteren naar de klimaatwetenschap, want elk nieuw gasveld is er een te veel. Het aankomende kabinet staat voor een cruciale keuze: blijven we treuzelen of gaan we écht aan de slag? Voor mij is die keuze snel gemaakt. Ik sta hier voor mensen, van Friesland tot Bonaire, die zich soms machteloos voelen tegenover de grote vervuilers, maar die allemaal hetzelfde willen: een schone, leefbare planeet voor iedereen.

Dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Oosterhout. Ik heb het genoegen u als eerste te feliciteren met uw mooie maidenspeech. Ik verzoek u daarna voor het rostrum de felicitaties in ontvangst te nemen. Ik schors een kort ogenblik.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de heer Vermeer voor zijn inbreng in eerste termijn namens BBB. Hij krijgt elf minuten, maar hij hoeft ze niet allemaal op te maken; dat is aan hem. Gaat uw gang, meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):

Dank u wel, voorzitter. Het klimaat- en energiebeleid raakt de basis van ons land, onze economie, onze leefbaarheid en het vertrouwen van mensen in de overheid. Precies daar gaat het de afgelopen jaren mis. We hebben gezien wat er gebeurt als Den Haag grote plannen stapelt zonder eerst de fundamenten op orde te hebben. Stroomnetten raken vol, gezinnen en ondernemers betalen de rekening en regio's worden overvraagd terwijl de resultaten achterblijven.

BBB kiest voor realisme, niet voor mooi verpakte luchtkastelen maar voor beleid dat werkt in de praktijk, want voor elk luchtkasteel dat in Den Haag bedacht wordt, betalen burgers in de regio en op het platteland de rekening. Die rekening is hoger dan ooit tevoren. Door het beleidsmatige wensdenken van de afgelopen jaren is de energiemix van Nederland onbetrouwbaar, niet houdbaar en instabiel. Daarnaast kampt Nederland met een gigantisch probleem in de vorm van netcongestie. De overheid heeft die problemen zelf gecreëerd. Er is namelijk willens en wetens ingezet op vormen van energieopwekking die onbetrouwbaar en instabiel zijn. Windturbines leveren namelijk alleen energie als het waait en zonnepanelen alleen als de zon schijnt. Er is op een verkeerde manier in de verkeerde prioriteiten geïnvesteerd, want je kunt geen fulltime economie en maatschappij runnen met een parttime energievoorziening. De minister zei onlangs in een interview met WNL dat dit de ruggengraat van onze economie moet worden. Maar wat heb je aan een instabiele en onzekere ruggengraat?

Voorzitter. Wat blijft er over als je alle luchtkastelen al gehad hebt? Nou, dat zien we nu in Amsterdam. Daar zijn ze begonnen met het verbieden van alles wat leuk is. Vanaf 1 mei 2026 heeft de hoofdstad namelijk een verbod op reclame voor vleesproducten en fossiele reclame, zoals vliegvakanties en andere koolstofintensieve producten. Kijk maar eens goed om u heen en kijk wat er niet gemaakt is van koolstofintensieve producten. Met dit verbod heeft Amsterdam de aanval geopend op het vrije verkeer van goederen en diensten. Dit verbod rammelt aan alle kanten. Een adverteerder moet namelijk zelf bepalen of een reclame valt onder de definitie van fossiele reclame of vleesreclame. Als het college van burgemeester en wethouders het daar niet mee eens is, wordt er een boete uitgedeeld. Wat er allemaal onder deze definitie valt, is puur speculeren. In vrijwel alle gangbare merken hondenvoer is bijvoorbeeld vlees verwerkt. Bij een enkeltje met de trein naar Londen wordt al gauw 9 kilo CO2 uitgestoten. IKEA heeft bij de productie vorig jaar 21 miljoen ton CO2 uitgestoten. Is de reclame voor onze trouwe viervoeter nog veilig? Mogen we nog een trein afbeelden in de openbare ruimte? Worden de billboards van IKEA verboden? Wie zal het zeggen? In Amsterdam staat dit in elk geval allemaal ter discussie.

BBB denkt dat de mensen in Nederland de gemeente Amsterdam niet nodig hebben om keuzes te maken in hun dagelijks leven. De overheid heeft niks te maken met waar iemand zijn boodschappen doet, waar iemand zijn meubels koopt of welk voer iemand zijn huisdier geeft. De betutteling die de gemeente Amsterdam tentoonspreidt met dit verbod, is tekenend voor hoe hoogopgeleid, progressief Nederland naar de problemen van dit land kijkt. In plaats van de belasting op gezonde voeding te verlagen of de energierekening omlaag te krijgen, kijken ze naar het verbieden van reclame. Als er niks anders meer overblijft, dan verbieden we het maar. Dat is het failliet van iedere vorm van beleid. Dat een gemeente een dergelijk verbod invoert, is al erg genoeg. Maar de inkt van de handtekening van burgemeester Halsema was nog niet droog, of partijen in de Tweede Kamer vroegen het kabinet al om dit verbod nationaal over te nemen. Het kabinet heeft zelfs al gereageerd op een aantal wetenschappelijke publicaties over hoe dit verbod vorm te geven is. Dat is natuurlijk een vorm van betutteling, juridische onzekerheid en regeldruk waar niemand op zit te wachten. Daarom zal ik later, in het vervolg van dit debat, namens BBB een motie indienen om de mogelijkheid tot dit verbod van tafel te vegen.

Dan wind op zee. Helaas moet BBB constateren dat de nieuwe coalitie en het minderheidskabinet op het punt staan om dezelfde fouten te maken waardoor eerder het vertrouwen in de overheid al geschaad is. Wat voor BBB de kroon spant in de onrealistische klimaatparagraaf van het coalitieakkoord, is de verhoogde ambitie voor wind op zee. In oktober 2025 presenteerde het kabinet een kaartje met alle huidige plannen voor windturbines op de Noordzee. Bij elkaar opgeteld moeten deze windparken 21,5 gigawatt aan energie opwekken. Dat is goed voor ongeveer 16% van alle energie die we in Nederland nodig hebben. Deze ambitie was al onrealistisch. Recent moest er namelijk nog 2,5 miljard aan subsidie bijgelegd worden voor één windproject. Ook publiceerde TU Delft onlangs een rapport waaruit blijkt dat Nederland de opbrengst van wind op zee met 50% overschat. Maar alsof de opgave voor wind op zee nog niet genoeg was, besloot de coalitie deze ambitie met een pennenstreek te verhogen van 21,5 gigawatt in de huidige plannen naar 40 gigawatt in totaal. Die stap heeft grote gevolgen voor onze visserij, onze scheepvaart, onze ruimte op de Noordzee, onze kustgemeenten en onze economie.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik ben net zo goed geschrokken van het coalitieakkoord als de heer Vermeer, zoals hij net stelt, maar in de energie- en klimaatparagraaf in dat akkoord zie ik dat er eigenlijk niet zo heel veel extra geld naar windturbines op zee gaat. Kan dat kloppen?

De heer Vermeer (BBB):

Ja, maar dat is precies dezelfde discussie die ik net al met de heer De Groot had in een interruptie. Er zijn allerlei ambities opgeschreven, maar die zijn niet voorzien van extra geld. Er is alleen wat extra geld voor de SDE-subsidie, maar er komt niet substantieel extra geld.

De heer Van den Berg (JA21):

Dat ben ik wel met de heer Vermeer eens. Op dit moment is er al heel veel geld beschikbaar voor die windturbines op zee, namelijk zo'n 8 miljard. Ik kan het mis hebben, maar volgens mij komt dat geld uit de huidige begroting en die was onderdeel van uw regeringscoalitie. Dat klopt, toch?

De voorzitter:

Niet mijn regeringscoalitie, maar die van de heer Vermeer.

De heer Van den Berg (JA21):

Ja, die van de heer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):

Dat klopt. Zoals de heer Van den Berg weet, of in ieder geval zou kunnen weten, heb ik tijdens die hele periode gepleit voor het indrukken van de pauzeknop. Wij hebben bij zowel de begrotingsbehandelingen als de laatste Voorjaarsnota voorstellen gedaan om die hele SDE-subsidie te stoppen, omdat die wat ons betreft een bodemloze put is. Op dit moment investeren wij al dat geld in met name het bevorderen van de export van elektriciteit naar het Ruhrgebied, waarvoor wij als burgers en ondernemers de netwerkkosten betalen, terwijl de opbrengsten naar de producenten gaan. Er zit dus een gigantische weeffout in dat systeem. Als de heer Van den Berg zelf misschien ooit in een coalitie zit of een coalitie steunt — als ik naar het stemgedrag kijk, zie ik dat hij de nieuwe coalitie al veelvuldig steun verleent op allerlei trajecten — dan zal hij meemaken dat hij soms iets moet doen waar hij helemaal niet gelukkig mee is, maar wat hij dan toch staat te verdedigen. Tenminste, als hij ruggengraat heeft, verdedigt hij dat ook.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik moet alleen maar heel hard lachen om die persoonlijke frames. Daar ga ik ook helemaal niet in mee. Het enige wat ik de heer Vermeer wil meegeven, is het volgende. De komende jaren worden een probleem, zeker, maar ik hoop wel dat ik de heer Vermeer en de BBB aan mijn zijde vind als wij het ingezette klimaatbeleid van de afgelopen jaren een beetje kunnen temperen, want als ik het zo zie, zitten daar toch wel de meeste uitgaven. Daar moeten we echt mee aan de slag.

De heer Vermeer (BBB):

Een beetje temperen is mij lang niet goed genoeg. Die pauzeknop moet ingedrukt worden. Zoals ik vaak heb betoogd: als er een rood lampje op je dashboard brandt, moet je de auto langs de weg zetten en niet extra gas geven. Dus niks temperen; nee, we moeten op een heel aantal punten stoppen totdat de boel op orde is.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Vermeer (BBB):

We hadden het over de gevolgen van deze investeringen. Daar wil BBB het over hebben: over de maakbaarheid, over de realiteit. We zien namelijk te vaak dat Den Haag grote plannen stapelt zonder de fundering op orde te hebben. Dan betalen regio's, vissers en Nederlandse huishoudens en bedrijven de prijs. De Noordzee is geen kaartje waar je windparken op kunt intekenen. Het is een werkgebied, een voedselbron en een natuurgebied. Het is een plek waar vissers al generaties hun brood verdienen, waar scheepvaartroutes liggen. Het is een van de drukst gebruikte zeeën ter wereld en nu lijkt de coalitie te doen alsof we daar zonder problemen een paar industrieterreinen extra kunnen neerzetten.

Voorzitter. Windturbines leveren alleen stroom als het waait. Er moeten miljarden aan subsidies bij, de opbrengsten worden overschat met 50% en er blijft steeds minder ruimte over voor de visserij. We weten ook nog niet eens wat de invloed op het klimaat zelf is, want de eerste tekenen zijn dat dit niet alleen invloed heeft op de temperatuur in de zee, maar ook op windontwikkelingen en andere zaken.

Voorzitter. Dit is geen klimaatbeleid; dit is wensdenken. BBB wil eerst de gevolgen overzien en daarna pas praten over de ambitie, laat staan over de realisatie. Eerst willen we overzien wat de gevolgen zijn voor de ambitie. Dat geldt niet alleen voor wind op zee; dat geldt voor al het klimaatbeleid. Het Nederlandse landschap is namelijk geen tekentafel, maar de plek waar mensen wonen, werken, recreëren, ons voedsel maken en generatieslang een leven hebben opgebouwd. Daarom raakt het huidige klimaatbeleid BBB diep. Het tast ons landschap en ons platteland namelijk aan, zonder dat er goed wordt nagedacht over de gevolgen voor leefbaarheid, boeren, vissers, dorpen en regio's, die nu al onder druk staan. Een compleet dorp moet er zelfs voor weggevaagd worden. En dat is pas de eerste.

Overal in Nederland zien we hetzelfde: hoge doelen, hoge haast en lage aandacht voor de omgeving. We zien zonneweides die vruchtbare landbouwgrond opslokken, hoogspanningsleidingen dwars door weilanden, natuur en leefomgeving, en windturbines in het landschap. Het zijn plannen die vanachter de tekentafel bedacht zijn, zonder oog voor de regio en de mensen waar het om gaat. We hebben in Moerdijk gezien dat de energietransitie belangrijker wordt gemaakt dan Nederlandse burgers en bedrijven. Met een pennenstreek wordt een dorp van de kaart geveegd en moet een gemeenschap van agrariërs, mkb'ers, gezinnen, verenigingen en eeuwen aan Brabantse tradities wijken voor de energietransitie. Dat is voor BBB onbestaanbaar.

Voor ons gaat het namelijk om zo veel meer dan alleen een economische ontwikkeling. Het willen opheffen van een dorp als Moerdijk is tekenend voor de minachting van de overheid voor de regio, het platteland en de mensen die er wonen. Want maak u geen illusie: wat er in Moerdijk gebeurt, kan op veel meer plekken gaan gebeuren. Als we niet voor ogen houden dat de mens centraal hoort te staan, zullen doelen, ambities, beleid en wensdenken overal belangrijker zijn dan het platteland, de regio, gemeenschappen en dorpen. Dan is Moerdijk het eerste, maar zeker niet het laatste dorp dat van de kaart geveegd wordt voor de energietransitie.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Vermeer. U heeft nog een interruptie van de heer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik heb een andere vraag aan de heer Vermeer, namelijk over de vraagkant van energie. Je ziet dat er een enorme aanslag op de netcapaciteit wordt gedaan, terwijl er enorme problemen zijn met netcongestie. Kijk naar de grote datacenters, de hyperscales. Die kwalificeren zich formeel, volgens de definitie van én meer dan 70 megawatt én meer dan 10 hectare, niet als zodanig, maar ondertussen zijn ze de facto wel een hyperscale, zoals in Amsterdam en ook in Lelystad, zo kwam vandaag in het nieuws. Wat vindt de heer Vermeer daarvan? Moeten we die datadozen niet veel beter aanpakken? Pasgeleden stond minister Keijzer hier bij het vragenuur, in vak K. Ze stond erbij en keek ernaar, want ze kon niks. Hoe kijkt de heer Vermeer daartegen aan?

De heer Vermeer (BBB):

Ik vind dat we hier met de grootste spoed actie op moeten ondernemen en aangescherpt beleid voor moeten neerleggen. Ondernemers zijn altijd heel handig om ergens op in te spelen, om te kijken wat ze binnen de spelregels kunnen doen. Als er een norm van 10 hectare is, dan gaan ze hoogte in en halen ze die hectares niet. Maar de kern is hier natuurlijk dat het belachelijk is dat er een datacentrum komt dat evenveel stoom verbruikt als Haarlem of heel Lelystad, terwijl vervolgens in de hele regio Utrecht, Gelderland en Flevoland allerlei bedrijven niet aangesloten kunnen worden en woningbouwprojecten niet doorgaan. Wat mij betreft kan een datacentrum ook in de Sierra Nevada staan. Dan heeft niemand er last van en zijn de zon en de wind misschien zelfs nog beter beschikbaar dan hier in Nederland. Ondanks dit soort ontwikkelingen stijgt ons energieverbruik tot nog toe niet eens. Dat is heel kwalijk, want dat betekent gewoon dat heel veel bedrijven aan het stoppen zijn of de productie aan het verlagen zijn. Dit is dus heel kwalijk voor het verdienvermogen. Daar gaan die datacenters bar weinig aan toevoegen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dan zijn we het helemaal eens. Ik ben van plan om hier in de tweede termijn een motie over in te dienen, want ik denk echt dat we de definitie die we een paar jaar geleden met elkaar hebben vastgesteld, binnen de kortste keren moeten aanscherpen. Dit gaat namelijk niet goed. We laten inderdaad gigantisch veel ruimte op het net opslurpen door Amerikaanse techgiganten, terwijl onze woningzoekenden en onze bedrijven achter het net vissen. Dus helemaal eens.

De heer Vermeer (BBB):

Ik zou de heer Grinwis graag steunen. Ik wil graag die motie zien om te bekijken of we dat samen kunnen doen. Ik heb het zelf in mijn gemeente, Harderwijk, eerder meegemaakt met het datacentrum dat in Zeewolde gepland was. Dat was mede de aanleiding voor die nieuwe normen. Het is gewoon schandalig dat alle extra, nieuwe duurzame energie die geproduceerd wordt, linea recta in nieuw verbruik gaat in plaats van in bestaand verbruik. Ik vind dat een kwalijke zaak.

De heer Klos (D66):

De heer Vermeer heeft forse kritiek op de groene koers van de coalitie. Hij gebruikt nog net niet de krachttermen die de heer Wilders vorige week in het debat gebruikte, maar het komt een beetje op hetzelfde neer. Hij kan JA21 daar ook goed in vinden. In het interruptiedebatje zojuist liet hij zich ontlokken dat er te weinig geld gaat naar wind op zee. Kan de heer Vermeer, ook om een beetje te zien waar we zaken in kunnen doen de komende jaren, hoeveel extra geld er naar wind op zee zou moeten, boven op de plannen die de coalitie nu heeft neergelegd?

De heer Vermeer (BBB):

Er moet helemaal geen extra geld naar wind op zee, maar minder geld. Leegtrekken, dat fonds! Het is helemaal niet nodig. We gaan toch geen stroomopwekking toevoegen aan een net dat al vol zit? Dat is toch hetzelfde als auto's doorgeleiden naar een file die er al staat? Dat is toch het domste wat je kunt doen?

De heer Klos (D66):

Ik denk dat ik mijn kruistocht om de heer Vermeer te rekruteren als bondgenoot in de groene koers hier moet staken. Ik denk dat dat niet gaat lukken.

De heer Vermeer (BBB):

Ik denk dat u dan eindelijk enig politiek inzicht toont.

De heer Klos (D66):

Dat is dan dus heel vroeg in mijn politieke carrière; dat is een groot compliment van de heer Vermeer!

De heer Vermeer (BBB):

Daarom!

De voorzitter:

We gaan u volgen, meneer Klos.

De heer Vermeer (BBB):

Het gaat prima!

De voorzitter:

Was u aan het einde gekomen van uw betoog?

De heer Vermeer (BBB):

Ja, wat mij betreft wel.

De voorzitter:

Dat is het geval.

De heer Vermeer (BBB):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan is het woord aan de heer Kops voor zijn inbreng in de eerste termijn namens de Partij voor de Vrijheid.

De heer Kops (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Er is een nieuw kabinet in aantocht, en dat belooft niet veel goeds. Meer windturbines, meer miljardensubsidies, verplichte warmtepompen en warmtenetten die bij de mensen thuis door de strot zullen worden geduwd tegen hele hoge kosten; noem het allemaal maar op. Het is verschrikkelijk. Maar ondertussen kan deze VVD-klimaatminister er natuurlijk ook iets van, en dat is niet bepaald een compliment.

Voorzitter. Dat hele klimaatbeleid, die hele energietransitie … Laten we ons eens afvragen: waar is dat nu eigenlijk allemaal voor bedoeld? Nou, om de CO2-uitstoot terug te dringen en om de opwarming van de aarde tegen te gaan. In eerdere debatten heeft de PVV heel vaak gezegd dat Nederland verantwoordelijk is voor slechts 0,35% van de totale wereldwijde CO2-uitstoot. Mijn excuses, want dat moet ik dan even corrigeren: volgens de meest recente cijfers is dat nu 0,32%. Het wordt dus alleen maar minder. Feit is: dat wat Nederland in één jaar uitstoot, stoot een land als China uit in minder dan vier dagen. Hoe dan ook is het Nederlandse klimaateffect totaal verwaarloosbaar. Dan kun je met miljarden blijven smijten en nog zo hysterisch doen, maar het Nederlandse klimaateffect wordt er echt niet groter op. Het is een soort klimaatgrootheidswaan. Dit is de laatste klimaatbegroting van deze minister. Kan de minister misschien aangeven hoeveel geld zij de afgelopen jaren tijdens haar ministerschap aan klimaat heeft uitgegeven en aangeven wat daarvan het klimaateffect is geweest? Daar is het namelijk — laten we eerlijk zijn — uiteindelijk toch allemaal om te doen. Graag een reactie.

Voorzitter. Die klimaatdoelen zijn zinloos en ook nog eens volstrekt onhaalbaar. Niet dat ons dat veel kan schelen, integendeel, maar de gevolgen voor de mensen thuis, de huishoudens, kunnen ons des te meer schelen. De klimaatgekkigheid is één slecht voor de betaalbaarheid, twee slecht voor de leveringszekerheid, drie slecht voor onze onafhankelijkheid en zelfs, vier, slecht voor de gezondheid. Dat ga ik toelichten. In 2018 was het nieuws dat Nederland het eerste subsidieloze windmolenpark op zee ter wereld zou krijgen. In 2023 was het nieuws dat het eerste subsidievrije windpark op zee werd geopend. Wat een feest. Feit is nu dat de uitrol van windenergie op zee voor geen meter loopt, omdat ontwikkelaars zich massaal terugtrekken omdat ze er geen brood meer in zien. Wij zouden dan zeggen "mooi", ware het niet dat de minister de subsidiekraan weer flink opendraait.

In september vorig jaar verscheen het bericht: actieplan wind op zee, 1 miljard subsidie. Afgelopen januari verscheen het bericht: nee, maar liefst 4 miljard subsidie voor windenergie op zee. Die windturbines moeten natuurlijk ook worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Daarvoor ontvangt TenneT ook nog eens 4 miljard. Het is haast niet meer bij te houden; de miljarden vliegen je om de oren. En dan te beseffen dat de mensen thuis hun energierekeningen niet meer kunnen betalen. Maar die vreselijke windturbines moeten er komen, koste wat het kost. Het zijn totaal verkeerde prioriteiten. Die subsidiekraan moet niet open-, maar juist dichtgedraaid worden.

Voorzitter. Wat die windturbines betreft zijn wij als PVV vrij helder: wij moeten die niet, niet op zee en al helemaal niet op land. Maar wat betreft die turbines op land: hoe staat het ondertussen eigenlijk met die afstandsnormen voor de afstand tussen windturbines en omwonenden? Het gaat er al jaren over. Jarenlang wordt gezegd: jajaja, we werken er aan. Zo moeilijk hoeft het helemaal niet te zijn. Wij hebben het al zo vaak gezegd: windturbines kunnen omwonenden letterlijk ziek maken. Een jaar geleden nog waarschuwde dokter Gommers voor slaapstoornissen, concentratieproblemen, verminderde afweer en zelfs depressie. Terwijl er allerlei afstanden de ronde doen, zoals twee keer de tiphoogte — dat is een paar honderd meter afstand — adviseert dokter Gommers een gezonde norm van maar liefst 2 kilometer afstand. Kun je nagaan dus hoe ziekmakend die dingen eigenlijk zijn.

Dit is de laatste klimaatbegroting van deze minister. De PVV draagt dus graag een concrete oplossing aan: voer gewoon een afstandsnorm in van pakweg 10 kilometer of voor mijn part 100 kilometer, zodat er nergens op land ook maar één windturbine kan worden bijgebouwd. Dat is een hele gezonde, hele concrete en ook nog eens hele werkbare norm. Omwonenden blij, minister blij, PVV blij. Gaan we de windturbines, waar omwonenden nu al letterlijk ziek van worden of overlast van ervaren, nu dan eigenlijk afbreken?

Voorzitter. Besef dat netcongestie een heel groot probleem is. Besef dat inmiddels 14.000 bedrijven op de wachtlijst staan voor een elektriciteitsaansluiting. Besef dat die bedrijven inmiddels naar dieselaggregaten grijpen. Besef dat zelfs deze minister erkent dat al die problemen rondom netcongestie, ik citeer, vooral worden veroorzaakt door de snelle toename van duurzaam opgewekte energie. Dus de conclusie is: als die duurzame energie het probleem is, waarom gaat de minister daar dan mee door? Sterker nog, ze drukt het door. Nog sterker, drukt ze het met miljardensubsidies door. Dat is toch tegenstrijdig? Dat is toch niet uit te leggen? Graag een reactie.

Waarschijnlijk zal de minister iets antwoorden als: ja, maar we hebben doelen en die doelen moeten we halen. Echter, die doelen zijn allesbehalve geruststellend. Twee weken geleden lazen we nog het bericht dat een tekort aan duurzame energie Nederland miljarden kan kosten. Dat is een déjà vu. Laten we teruggaan naar 2020. Wat zagen we toen? Nederland haalde toen het doel van 14% duurzame energie niet. Om dat op te lossen kocht de toenmalige minister voor maar liefst 200 miljoen euro duurzame- energiepapieren op in Denemarken, dat toen een overschot had. Nee, we kregen die gekochte energie niet werkelijk; het diende alleen om te kunnen meerekenen in onze eigen klimaatstatistieken, zodat we hier konden zeggen: kijk, doel gehaald. Feitelijk was het niets anders dan een boekhoudkundige truc. Nu dreigt hetzelfde te gebeuren voor nog meer geld. Als Nederland het doel in 2030 niet haalt, kan dat namelijk een rekening betekenen, zo blijkt uit onderzoek, oplopend tot 2,6 miljard euro. Dat toont alleen maar aan in wat voor pervers systeem we eigenlijk zijn beland. Linksom of rechtsom wordt er heel veel geld over de balk gesmeten, hetzij door miljarden aan subsidies voor windturbines en dergelijke, hetzij door miljarden aan duurzame-energiepapieren als we de doelen niet halen, en als het tegenzit aan allebei. Deelt de minister die mening? Kan zij uitspreken dat het opkopen van dergelijke papieren niet meer gaat gebeuren?

Voorzitter. Wat doen al die miljarden eigenlijk concreet met de energierekening? Want we weten dat de huishoudens daar uiteindelijk altijd voor opdraaien. Even concreet. We zien de afschaffing van de CO2-heffing voor bedrijven. We zien de verhoging van de indirecte kostencompensatie voor bedrijven. Allemaal leuk en aardig, maar wat doet de minister eigenlijk voor de huishoudens en hun energierekening? Want uit de cijfers blijkt dat het aantal energiearme huishoudens stijgt. Vorig jaar waren dat er meer dan een half miljoen. Een op de twaalf kinderen groeit op in energiearmoede. Dat is heel ernstig. De Nederlanders betalen voor hun gas, op Zweden na, het meeste van heel Europa. Kortom, de Nederlanders worden continu gepakt. Dus nogmaals de vraag: wat doet de minister voor hen?

Dan nu het volgende punt. De energiebelasting op gas gaat verder omhoog. De nettarieven gaan verder omhoog. De vermindering van de energiebelasting, een soort korting, een vast bedrag per jaar, gaat juist omlaag. De hogere energiebelasting op gas is bedoeld om mensen te verleiden — beter gezegd: te dwingen — om te verduurzamen en van het gas af te gaan, als het tegenzit voor tienduizenden euro's. Maar wie dat geld niet heeft, betaalt de hoofdprijs voor gas. De conclusie is: die mensen zijn linksom of rechtsom de pineut. Lang verhaal kort: de bedrijven worden geholpen, maar de huishoudens worden steeds verder uitgeknepen. Er gaan miljarden en miljarden naar windturbines, maar een klein beetje lagere energierekening om de energiearmoede tegen te gaan, kan er blijkbaar niet vanaf. Daarom stel ik toch de vraag: wat gaat de minister nu concreet doen zodat het aantal energiearme huishoudens dit jaar afneemt?

Terwijl de huishoudens de hoofdprijs betalen voor hun energie worden ze ook nog eens opgeroepen om tussen 16.00 uur en 21.00 uur zo min mogelijk elektriciteit te verbruiken om zo de netcongestie tegen te gaan. Dat gebeurt via de klimaatcampagne Zet ook de knop om. Dat is een klimaatcampagne met de meest wezenloze oproepen. Als je op de website kijkt, dan lees je dingen als — echt waar! — "gebruik wasbare luiers", "ruil je kleding", "maak je eigen minibieb", "kook met seizoensgroente", "kies vaker voor groente en fruit uit blik", "eet vaker vega", "maak je eigen compost", "douche korter", "ga autodelen" en "fiets voor het goede doel". Het staat er allemaal op. Het is om gek van te worden. Waar bemoeit de overheid zich mee? Maar dat terzijde. Zoals gezegd, wordt de oproep aan huishoudens gedaan om minder elektriciteit te verbruiken. Hoeveel effect heeft deze oproep tot dusver gehad? Ik vraag dat omdat het niet alleen bij een oproep zal blijven. De minister werkt namelijk aan gedifferentieerde tarieven, oftewel: een hoger tarief tijdens piekmomenten en een lager tarief tijdens dalmomenten. Maar hoe moet je dat zien? Gaat het tarief op dalmomenten omlaag zodat huishoudens die hun elektriciteitsverbruik daadwerkelijk verplaatsen worden beloond of gaat het tarief op piekmomenten omhoog zodat huishoudens die hun verbruik niet willen of niet kunnen verplaatsen worden gestraft? Graag een reactie.

Voorzitter. Nogmaals, terwijl de huishoudens de hoofdprijs voor hun energie betalen, wordt het hebben van energie überhaupt steeds minder vanzelfsprekend. Bijna een jaar geleden verscheen het bericht: netbeheerders vrezen rampscenario. Zoals in Utrecht, waar 200.000 huizen zomaar zonder elektriciteit kunnen komen te zitten. Wat te denken van netbeheerder Stedin, die in Utrecht nu gasgeneratoren gaat plaatsen om stroom op te wekken op piekmomenten? Hoe hypocriet wil je het hebben? We moeten allemaal van het gas af, maar door de ellende op het elektriciteitsnet gaan we juist extra gas verbruiken. Het is de klimaatgekte in een notendop. Het hangt van hypocrisie en tegenstrijdigheid aan elkaar. Of wat te denken van netbeheerder TenneT, die waarschuwt dat de leveringszekerheid van elektriciteit na 2030 onder druk komt te staan, mede omdat dan alle kolencentrales zijn gesloten en de alternatieven, zoals zonne- en windenergie, onvoldoende zullen zijn? Opnieuw die notendop: tegenstrijdig, ondoordacht en hypocriet. Of wat te denken van de Gasunie, die stelt dat elektriciteitscentrales in het afgelopen jaar 17% meer gas hebben verbruikt om — jawel! — de schommelingen van zonne- en windenergie op te vangen? Want de zon schijnt niet altijd en het waait ook niet altijd. Wederom: tegenstrijdiger ga je het allemaal niet krijgen. Conclusie: de betaalbaarheid en de leveringszekerheid van energie worden stelselmatig kapotgemaakt ten behoeve van onhaalbare en onbetaalbare klimaatdoelen.

Voorzitter. Wat betreft de leveringszekerheid van gas wil ik het volgende zeggen. Gisteren verscheen in De Telegraaf het bericht: "Winterse kou in aantocht: zorgen over krappe gasvoorraad en energieprijs". Ook was er het bericht dat Duitsers azen op onze reserves. Het zal toch zeker niet? Vandaag zijn onze gasopslagen nog maar voor 19,2% gevuld. We lezen dat de voorraad met zo'n 0,6% per dag daalt door "minder energie uit wind en zon". Klopt dit? Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. In Duitsland schijnt er momenteel ophef te zijn over de geringe vulling van de Duitse gasopslagen. Dat moeten de Duitsers natuurlijk helemaal zelf weten. Daar hebben wij niets mee te maken, totdat zij ons gas willen hebben. Ik zei het al: ze azen mogelijk op ons gas. Daarom vraag ik of de minister ervoor gaat zorgen dat de Duitsers ons gas niet krijgen. Het kan namelijk toch zeker niet zo zijn dat wij voor heel veel geld met pijn en moeite onze gasopslagen moeten vullen om het vervolgens te exporteren, met als gevolg dat wij voor onze eigen mensen veel minder gas over hebben, en ook nog steeds voor een hogere prijs? Dat kan toch niet? Nee, ons gas is van ons. Energie is namelijk een basisbehoefte. We kunnen niet zonder, dus minister: zorg er alstublieft voor dat onze mensen niet in de kou komen te zitten en verhoog de energierekening niet continu, maar maak die betaalbaar. Doe dat niet alleen voor de bedrijven, maar juist ook voor de huishoudens. Zij hebben het namelijk al zo ontzettend zwaar.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik luister met veel interesse naar het verhaal van de heer Kops van de PVV. Ik hoor een ontzettende opsomming van alle zaken die inderdaad misgaan in het klimaatbeleid, maar eerlijk gezegd denk ik ook wel het volgende. Volgens mij bestaat de PVV over twaalf dagen zo'n twintig jaar. Waarom heb ik in die twintig jaar — zo lang volg ik zeker al de politiek — nog nooit echt een alternatief plan gezien van de PVV, bijvoorbeeld op het gebied van kernenergie, terwijl wij en andere partijen dat nu onderhand wel bijna klaar hebben? Waarom is dat zo?

De heer Kops (PVV):

Verwacht de heer Van der Berg nu ter plekke van de PVV een compleet plan over wat wij willen op energiebeleid? Begrijp ik dat? Ik kan het wel toelichten. Wij zijn uiteraard groot voorstander van meer kerncentrales. Wij zijn ook voor het openhouden van kolencentrales. Wij zijn er ook groot voorstander van om meer gas te winnen, bijvoorbeeld op de Noordzee. Wij zijn er ook groot voorstander van om in ieder geval te stoppen met het klimaatbeleid en de energietransitie. Zoals ik net al heb aangegeven, zijn er vele voorbeelden die zo tegenstrijdig zijn dat je het haast niet kunt geloven. Zo verbruiken we dus meer gas door de energietransitie om de schommelingen van zonne- en windenergie op te vangen. Als we nou eens stoppen met die hele energietransitie, dan scheelt dat stroomstoringen, dieselaggregaten door bedrijven, gasgeneratoren die van ellende moeten worden ingezet, gasverbruik en ook nog eens de investeringen in netcongestie. Er zijn rapporten verschenen die zeggen dat we 195 miljard moeten uitgeven om dat hele net op te krikken, maar als je goed gaat kijken, dan zie je dat 88 miljard daarvan bedoeld is voor het net op zee, oftewel wederom voor die vreselijke windturbines. Nou, stop daar dan eens effe mee, want dan scheelt dat ook weer.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik denk dat er een hele hoop punten zijn waar ik het helemaal mee eens ben, maar dat is niet wat ik vraag aan de heer Kops. Ik vraag eerder het volgende. De PVV bestaat al twintig jaar. Ik heb nog nooit een initiatiefvoorstel van de PVV gezien om bijvoorbeeld meer kerncentrales te bouwen, waarin staat hoe we dat gaan doen, hoe we aan de financiering komen, waar ze komen te staan en hoe we zorgen voor voldoende geschoold personeel. Niks daarvan! Het is een van de redenen waarom ik hier nu in de politiek zit. Ik snap het gewoon werkelijk niet. We moeten iets doen aan al die problemen. Waarom is er nog nooit een plan geweest van de PVV om die aan te pakken?

De heer Kops (PVV):

Met alle respect naar de heer Van den Berg. Hij heeft zojuist zijn maidenspeech hier gehouden. O, die komt nog. Excuses. Die komt hierna. Ik begrijp dus dat hij vrij nieuw is in deze Kamer, maar wat hij nu zegt, dat de PVV nooit een plan heeft aangedragen, is gewoon een belediging. Ik zou tegen de heer Van den Berg willen zeggen: bereid je dan beter voor. We hebben hier in dit huis een systeem dat Parlis heet, waarin je kunt zoeken op moties, amendementen en in nota's. Ik zou de heer Van den Berg willen adviseren om daarin eens te gaan kijken en de moties en de amendementen op te zoeken die de PVV allemaal heeft ingediend in de afgelopen jaren. Dat was bijvoorbeeld om iets te doen aan meer kerncentrales. Ik zou zeggen: zoek ze op en ga dan al die andere partijen in de Kamer maar verwijten dat zij tegen hebben gestemd.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik volg deze politiek al zeker twintig jaar, dus daar heb ik geen Parlis voor nodig. Nu ik hier in de Kamer zit, is mij dat alleen maar bevestigd. Kijk, moties en amendement zijn een ding, maar dat is allemaal klein bier. Er had allang een andere koers ingezet kunnen worden. Nogmaals, ik snap gewoon niet waarom de PVV in al die jaren dan niet een uitgekiend plan heeft gepresenteerd om hier weerstand aan te bieden. Ik heb zo'n plan wel. Ik werk daar heel graag met u in samen, maar nogmaals, ik blijf met onbegrip zitten over waarom dat na twintig jaar nog steeds niet is gebeurd.

De heer Kops (PVV):

Dat is onzin! Dat is echt klinkklare onzin. Wij hebben zo veel plannen gepresenteerd de afgelopen jaren, zo ontzettend veel, om die kerncentrales maar te versnellen, continu. Iedere keer zijn die verworpen, ja. Touché. Wij hebben zo veel ideeën aangedragen en dan durft de heer Van den Berg — met alle respect, maar hij is nieuw in de Kamer — tegen mij te zeggen: u heeft niks gedaan. Zeker op het gebied van kernenergie is dat flauwekul.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Uit het betoog van de heer Kops blijkt dat hij zich zorgen maakt over de kostenstijging voor Nederlandse burgers door de energietransitie. Ik ben ter voorbereiding op dit debat nog eens gedoken in iets waar ik me over verbaas. Hoe is het nou gegaan met die besluitvorming achter dat Europese systeem ETS2 voor uitstoot in de gebouwde omgeving, in de binnenvaart of bij een tankbeurt. Dat gaat om meer dan 4 miljard euro per jaar aan lastenverzwaring.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik begreep dat is besloten om dat tijdens de formatie van het kabinet-Schoof toe te voegen aan de algemene middelen. Mijn vraag is: hoe kan dat? Er is namelijk nooit een fatsoenlijk debat over geweest, maar het is nu wel onderdeel van de algemene middelen. Zie het nu maar weer eens weg te fietsen.

De heer Kops (PVV):

Ik heb echt geen idee waar de heer Grinwis op doelt, maar hij heeft het over ETS2, begrijp ik. Hij knikt ja. Nou, daar kan ik wel over zeggen: wij als PVV hebben er in dit huis gewoon tegengestemd. Wij zijn volstrekt tegen ETS2; tegen ETS1 trouwens ook. Wij moeten dat allemaal niet. Van die CO2-heffingen moeten we af. Daar kan de heer Grinwis gerust op zijn.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ja, maar ze zijn een feit; ze zijn ingevoerd. Er is niet één Europese lidstaat die het onderdeel heeft gemaakt van de algemene middelen, behalve Nederland. Dat is besloten tijdens de formatie van het vorige kabinet. Ik kan er met mijn pet niet bij. Dit terwijl uit het hele betoog van de heer Kops een enorme zorg spreekt over de toename van energiearmoede en de enorme stapeling van kosten. Dat gaat allemaal over posten die bij wijze van spreken honderden miljoenen per jaar zijn. Die ETS2 betreft meer dan 4 miljard per jaar. Dat is een gigantische lastenstijging. Er is een geringe compensatie voor burgers, voor de glastuinbouw en voor nog een enkele sector in het vooruitzicht gesteld, maar dat is peanuts vergeleken bij de lastenverzwaring van ruim 4 miljard euro. Ik vraag me dus echt af: hoe kan het dat we hiermee zitten opgezadeld?

De heer Kops (PVV):

Hoe dat kan? Waarom we opgezadeld zitten met ETS2? Omdat een meerderheid van de partijen in deze Kamer daarvoor heeft gestemd. Daarom zitten we er nu mee opgezadeld. Wij als PVV hebben ertegen gestemd, natuurlijk omdat wij de bui toen al voelden hangen. De energierekening is al torenhoog; die gaat dan nóg verder omhoog. Dat moeten we niet doen. Wij zijn daar fel op tegen. Dus dan kan de heer Grinwis zeggen: waarom is het dan naar de algemene middelen gegaan, of niet, of wel? Ik zou zeggen: vraag dat lekker aan de minister van Financiën. Ik heb oprecht geen idee, maar ik zeg wel tegen de heer Grinwis: wij waren altijd op die ETS2 tegen en wij zijn er nog steeds op tegen; we moeten ervan af, want die energierekening moet omlaag en niet steeds verder omhoog.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik vraag dit natuurlijk aan de minister van Financiën, maar die wijst terug naar een politiek besluit tijdens de formatie. Het punt is: we hebben er nooit een fatsoenlijk debat over gehad. We zitten nu wel opgezadeld met een lastenverzwaring van meer dan 4 miljard euro, terwijl die 4 miljard ook geoormerkt had kunnen worden als inkomsten die werden gebruikt om burgers en bedrijven te compenseren. Dat is in Nederland niet gebeurd. Dat is gebeurd terwijl de PVV er gewoon bij zat als onderhandelende partij. Daarom stel ik dat hier aan de orde, want u maakt zich zo ongelofelijk druk over energiearmoede en aan de andere kant worden, zonder dat er ook maar één debat is geweest, de lasten voor burgers en bedrijven met 4 miljard per jaar verzwaard door ETS2; dat vind ik ongehoord.

De heer Kops (PVV):

Begrijp ik dus uit de woorden van de heer Grinwis dat de ChristenUnie nu ook tegen ETS2 is? Want ik kan me volgens mij herinneren dat de ChristenUnie gewoon voor de invoering heeft gestemd, toch?

De voorzitter:

We gaan geen vragen terug stellen, meneer Kops.

De heer Kops (PVV):

Ja, maar dat is natuurlijk een beetje het hypocriete. Want de heer Grinwis kan mij aanvallen, maar hij heeft zelf voor ETS2 gestemd. Hij heeft daar zelf voor gestemd. Het gevolg is dus dat de lasten voor de mensen in het land omhooggaan; dat is gewoon het gevolg. Maar als ik dan uit zijn woorden mag opmaken dat hij er nu op tegen is, laten we er dan nu voor gaan zorgen dat we het weer gaan afschaffen. Kan ik er dan dus op rekenen dat als de PVV nu een motie of een amendement indient — het maakt allemaal niet uit — om ETS2 af te schaffen, zodat die lasten niet omhooggaan, maar omlaag, de ChristenUnie dat gaat steunen?

De voorzitter:

De heer Grinwis zegt dat hij er in zijn bijdrage op terugkomt. Heel goed, we kijken ernaar uit. Meneer De Groot.

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik hoor de heer Kops van de PVV zich terecht, denk ik, op sommige momenten zorgen maken over de energiekosten voor huishoudens en voor de industrie. We vinden elkaar aan elkaars zijde als het gaat over bijvoorbeeld de inzet op kernenergie of gaswinning op de Noordzee. Maar de beste energie en de goedkoopste energie is natuurlijk de energie die je niet verbruikt. Je moet dus ook wat doen aan het verminderen van het verbruik en ook gebruikmaken — daarin vinden we elkaar dan minder — van gratis energie uit bijvoorbeeld zonne-energie. We importeren nu nog wel heel veel gas, duur gas, uit bijvoorbeeld Amerika.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik ben eigenlijk benieuwd hoe de heer Kops aankijkt tegen de manier waarop we vooral de import van gas, dat dure gas, waar huishoudens dus duur aan moeten, juist kunnen verminderen.

De heer Kops (PVV):

In de eerste plaats natuurlijk door de gaswinning in eigen land, op de Noordzee, zo veel mogelijk op te krikken; dat is natuurlijk het allerbeste. Feit is dat Nederland nog steeds zwaar afhankelijk is van gas, dus we hebben gas nodig en we blijven gas nodig hebben. Het beste is natuurlijk om dat zelf te gaan winnen; touché. Ten tweede zal er natuurlijk geïmporteerd moeten worden. Ja, gas is duur, inderdaad. Dan zegt de heer De Groot: ja, maar — wat zei hij nou? — gratis energie uit wind, of zon, of goedkope energie. Dat is natuurlijk klinkklare onzin, want het is dit kabinet, het huidige kabinet, waar de VVD nog onderdeel van is, dat 4 miljard aan subsidies beschikbaar wil gaan stellen voor een windpark op zee. Voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet op zee, om de netcongestie tegen te gaan, is 88 miljard euro nodig. Voor wind op zee is dat, hè, voor die windturbines. Hoe kun je dan zeggen dat mensen windenergie moeten hebben omdat dat gratis of goedkoop is? Dat gaat er bij mij niet in.

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik had het ook over zon, waarbij de prijzen op sommige momenten nagenoeg nul zijn. Dus in die zin, zeker in de zomer, is dat een hartstikke goed en efficiënt energiesysteem. Laten we even teruggaan naar de productie van gas in Nederland. Die is nu zo'n beetje een derde van wat we verbruiken. Dit betekent dat we nog steeds twee derde moeten importeren. De weg van de VVD is natuurlijk ook dat we ervoor zorgen dat we daar minder afhankelijk van worden. Daar moet je wat voor doen. Toch hoor ik de heer Kops zeggen: alles wat we daarvoor moeten doen, is een beetje onzin. Ik weet dat u anders naar wind kijkt, maar zijn er niet delen, bijvoorbeeld zonne-energie, waar we het toch beter met elkaar zouden kunnen vinden om dat beleid goed voort te zetten?

De heer Kops (PVV):

Wat betreft zonne-energie. Als bijvoorbeeld huishoudens of bedrijven zelf beslissen om vrijwillig, zonder verplichting, ergens zonnepanelen aan te leggen, moet iedereen dat natuurlijk zelf weten. Wij zijn er dan weer geen voorstander van om complete zonneparken aan te leggen op bijvoorbeeld landbouwgrond. Daar zijn we dan weer niet voor. Maar als we dan ook heel eerlijk naar de cijfers kijken, bijvoorbeeld van het CBS, uit 2024, blijkt dat het aandeel duurzame energie, zonne-energie, toen 3,4% was. Windenergie was 6,4%. Het is natuurlijk leuk als bedrijven en huishoudens een beetje met die zonnepanelen hun extra energie opwekken. Als ze dat wat oplevert, is dat hartstikke mooi, maar laten we niet net doen alsof we het met die percentages gaan redden.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Peter de Groot (VVD):

Tot slot. Ik probeer overeenkomsten te vinden en hoe we elkaar kunnen helpen om van dat dure importgas af te komen. Maar daar hoor ik nog niet echt iets over. Ja, de energiemix moet veranderen, is het standpunt van de VVD. Ik hoorde de heer Kops terecht zeggen dat het nog een klein aandeel is. Maar ik hoor ook niet heel veel vooruitgang. We weten — daar zou ik graag een antwoord van de heer Kops op willen hebben — dat er heel makkelijk aan die knop van dat importgas kan worden gedraaid. Die prijs kan zo omhoogschieten. Daar moeten we toch minder afhankelijk van worden? Dat is de heer Kops toch met de VVD eens?

De heer Kops (PVV):

Ja, absoluut. Daarom zeg ik ook dat we de gaswinning, bijvoorbeeld op de Noordzee, flink moeten gaan opschroeven. Ik zeg ook dat we vaart moeten maken met het bouwen van kerncentrales. Tegelijkertijd mag dat er niet toe leiden dat we dan maar zeggen "ja, we moeten meer windturbines gaan bouwen en overal zonneparken gaan aanleggen", want met de percentages die ik net noemde, gaan we het in ieder geval niet redden.

De voorzitter:

De heer Klos. Daarna is het woord aan de heer Jumelet.

De heer Klos (D66):

De vraag van de heer De Groot is natuurlijk vrij valide. De heer Kops wijst ernaar dat we dan maar alles onder de Noordzee vandaan moeten gaan trekken. Daar zit nog zo'n 100 miljard kubieke meter. Dat is zo ongeveer wat we in Nederland in drie jaar gebruiken. Dus over drie jaar levert de heer Kops Nederland uit aan Trump, Poetin. Of hij wil opnieuw het Groningenveld gaan openen. Ik ben benieuwd of hij eerlijk aan de Nederlanders kan vertellen welke van die opties het gaat worden.

De heer Kops (PVV):

Dat zal ik zeker doen, als de heer Klos van D66 misschien ook een beetje eerlijk zal zijn. Ten eerste wat betreft Groningen. Ik kan er niet zo heel goed tegen dat de heer Klos dat nota bene over Groningen tegen mij zegt, want al jaren zegt de PVV dat de gaswinning uit het Groningenveld moet stoppen, dat we daar totaal mee moeten kappen omdat de mensen daar in Groningen de vernieling in zijn geholpen. Al jarenlang zegt de PVV dat. Dus die aanval accepteer ik niet. Daarna zegt de heer Klos: willen wij dan misschien afhankelijk worden van Rusland? Nou, déjà vu. Zullen we even teruggaan naar februari 2023? Het was toen uw eigen D66'er meneer Jetten, die toen al zei: "Nederland is niet meer afhankelijk van Russische brandstoffen. Voor bijna alle energiebronnen is de import naar nul teruggebracht: kolen, olieproducten, diesel en kerosine én ruwe olie." Dat zei uw eigen D66'er meneer Jetten over de afhankelijkheid van Rusland. En dan wilt u mij nu verwijten "ja, u wilt afhankelijk zijn van Rusland". Wat is dit voor onzin?

De heer Klos (D66):

Fantastisch dat de PVV zo trots is op onze klimaatminister Rob Jetten, die straks premier wordt.

De heer Kops (PVV):

Ik ben op de hoogte; u niet.

De heer Klos (D66):

Het probleem is eerlijk gezegd, denk ik, dat de heer Kops niet helemaal uit zijn spagaat kan komen. Hij zegt namelijk: we gaan met gas door en over drie jaar zijn we klaar, dus dan moet er iets anders komen. Dus of hij gaat zich weer verlaten op Poetin of hij gaat zich weer verlaten op Trump. Ik ben best bereid om te zeggen dat de PVV een normale positie in het Groningendebat heeft ingenomen, anders dan andere partijen ter rechterzijde.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Klos (D66):

De vraag is: welke gaat het worden? Wordt het Groningen, wordt het Poetin of wordt het Trump? In Nederland is het gas straks namelijk op.

De heer Kops (PVV):

Is het een meerkeuzequiz geworden? Ik moet blijkbaar kiezen. Dan ga ik voor D: geen van alle. Ik ga niet mee in die spelletjes van de heer Klos. Ik kan natuurlijk wel zeggen: de heer Klos is een groot voorstander van het doorduwen van die energietransitie, met overal windturbines en zonnevelden. We zien de gevolgen. Zelfs deze minister erkent dat daardoor de grootste problemen rond netcongestie zijn ontstaan. De gevolgen daarvan zijn dat bedrijven die op de wachtlijst staan, naar dieselaggregaten grijpen, wat door D66 komt, dat er zelfs duurzame wijken zijn die op dieselaggregaten draaien en dat elektriciteitscentrales daardoor juist méér gas zijn gaan verbruiken, omdat de schommelingen in zonne- en windenergie moeten worden opgevangen. Dat is allemaal het gevolg van het beleid van de heer Klos. De conclusie is dat we door die energietransitie en het klimaatbeleid van de heer Klos alleen maar meer gas zijn gaan verbruiken. Wat dat betreft wordt juist híj alleen maar meer afhankelijk van Trump, Poetin en wie hij in dat rijtje verder nog meer heeft genoemd.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Klos (D66):

De conclusie is dat het antwoord D is: de Nederlanders zitten in de kou. Het is helder dat dat het antwoord van de PVV is.

De heer Kops (PVV):

Daar wil ik dan wel even op reageren. "Mensen in de kou"… Weet u wat het is? Het klopt: mensen zitten nu letterlijk in de kou. Meer dan een half miljoen huishoudens zitten inderdaad in de kou. Ik kan de heer Klos vertellen hoe dat komt: dat komt door de gasbelasting, de energiebelasting op gas, die jaar na jaar na jaar omhooggaat, om mensen zogezegd maar te dwingen van het gas af te gaan en te gaan verduurzamen. Tienduizenden euro's kan dat kosten. Mensen hebben dat geld niet, meneer Klos, maar zij betalen dan wel een torenhoge gasbelasting, na Zweden het meest van heel Europa. Daar doet u niets aan. Nee, u van D66 heeft die gasbelasting alleen maar verhoogd en verhoogd en heeft de mensen daarmee de energiearmoede in gedrukt. Het is dus dankzij u dat die mensen, zoals u net zei, in de kou zitten.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Kops. Het woord is aan de heer Jumelet voor zijn inbreng namens het CDA.

De heer Vermeer (BBB):

Voorzitter, mag ik nog even een persoonlijk feit maken?

De voorzitter:

Altijd, meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):

Ik moet mijn excuses aanbieden aan de heer Klos, want ik had hem na zijn laatste interruptie gewoon moeten zeggen dat hij de juiste conclusie trok en had daar verder geen waardeoordeel aan moeten geven.

De voorzitter:

Waarvan akte. Het woord is aan de heer Jumelet. Gaat uw gang.

De heer Jumelet (CDA):

Dank u wel, voorzitter. We werken door aan de klimaatdoelen en bouwen aan een schone en veilige toekomst. Ik mag nu een aantal weken meelopen in dit mooie werk en ik heb de minister geëngageerd bezig gezien op al die thema's die in onze portefeuille aan de orde komen. Ik wil daar mijn waardering voor uitspreken. Ook al is het nog maar een korte tijd, ik zeg het toch maar: waardering, zeker ook voor de inzet.

Voorzitter. Er zijn nog wel wat hobbels te beslechten. Een van de grootste vraagstukken van de energietransitie in Nederland is de netcongestie, zoals al door een aantal collega's is opgemerkt en zoals ook al eerder voorbij is gekomen. Onze elektriciteitsnetten zijn decennia geleden niet ontworpen en aangelegd voor de variabele stroomproductie van duurzame elektriciteitsbronnen en ook niet voor de sterke toename van het elektriciteitsverbruik door huishoudens en bedrijven. De netten raken daardoor overbelast en moeten worden uitgebreid. Veel bedrijven, inmiddels zo'n 14.000, lopen aan tegen het feit dat de netbeheerder geen capaciteit meer kan vrijmaken voor nieuwe projecten. Ook bij nieuwbouwprojecten voor woningbouw doet zich steeds vaker de vraag voor of een aansluiting mogelijk is. Het aanpakken van de netcongestie heeft in het coalitieakkoord de hoogste prioriteit. Dat is niet voor niets. Door de Crisiswet netcongestie worden procedures voor vergunningen ingekort, maar dan moet die wet wel snel worden ingevoerd. Laten we dan ook zelf het tempo erin houden. Misschien geldt dat juist ook voor ons. Daarom roept het CDA op om daaraan mee te werken.

Voorzitter. In de tussentijd wordt er hard doorgewerkt. Ik wil de minister een compliment maken voor het gezamenlijke plan om de wachtrij voor het volle stroomnet stevig aan te pakken. Met het onlangs gepresenteerde aansluitoffensief committeerden de overheid, netbeheerders, toezichthouder en het bedrijfsleven zich aan acht acties.

De heer Dassen (Volt):

Acht acties. Ik wil even doorgaan op netcongestie. Veel collega's hebben het daar vandaag al over gehad, ook over de crisiswet die er aankomt. Een van de andere oplossingen is ervoor zorgen dat wij Europees een beter stroomnetwerk met elkaar opbouwen, waarin wij veel met elkaar investeren zodat er binnen Europa veel meer interconnectiviteit is. Daar hoor ik eigenlijk bijna niemand over. Nederland loopt ver achter op de doelen die voor 2030 gesteld zijn. Ik vraag de minister om daar veel meer haast mee te maken. Ik ben benieuwd hoe het CDA daarnaar kijkt.

De heer Jumelet (CDA):

Ik eindigde met die acht acties. Die hebben de potentie om die wachtrij van 14.000 bedrijven perspectief te bieden, zo hebben we begrepen. Dat is goed nieuws. Er wordt dus aan gewerkt om die kwestie waar het om draait, echt op te lossen. Partijen als netbeheerders, toezichthouders en het bedrijfsleven willen wel, maar dan moeten we daar wel de mogelijkheid toe bieden. In het totaalverhaal van Europa denk ik dat het heel goed is om daarin te investeren. Ik heb in ieder geval gezien dat de minister daar goede voorstellen voor doet. Maar het moet wel op korte termijn worden uitgewerkt. Het begin is er. Ik zeg weleens: de eerste helft komt eerst. Ik kom er zo meteen ook nog op terug. Dat geldt voor de hele aanpak van klimaat en energie. Maar ik denk dat het goed is om dat te constateren.

De heer Dassen (Volt):

Ik constateer wel dat wij als Nederland best wel ver achterlopen in de doelen die we onszelf gesteld hebben en ook in de vaart die wij daarmee moeten maken. Ik zou de minister en ook de coalitie meer willen uitdagen om hier werk van te maken, juist omdat dit ervoor zorgt dat de kosten verlaagd worden. Daar profiteren we gezamenlijk van, met als bijvangst dat het netwerk in Europa minder kwetsbaar wordt voor sabotage. Dus volgens mij is dat ook een win, ten aanzien van iets waar wij ons grote zorgen over maken. Dus ik ben benieuwd of de CDA-fractie van mening is dat we hier in Europa veel grotere en snellere stappen in moeten zetten.

De heer Jumelet (CDA):

Ik constateerde zelf dat dat aansluitoffensief aan de orde is op dit moment, met de partijen die ik net noemde, maar buiten Nederland ziet dat natuurlijk ook op de Europese aanpak. Dus ik denk dat het heel terecht is om die vraag te stellen. Ik kan me voorstellen dat we met een staatssecretaris die met die versnelling aan de gang gaat, een gesprek hebben over die versnelling. Hoe ga je dat dan doen in Europa? Hoe gaat dit leiden tot een betere aansluiting van al die bedrijven maar zeker ook van consumenten, ook als het gaat om woningbouw?

De heer Dassen (Volt):

Ik zal het kort houden. Ik kom met een motie en ik hoop dat de CDA-fractie die zal steunen.

De heer Flach (SGP):

In de vorige periode heb ik met de heer Bontenbal opgetrokken om de CO2-heffing af te schaffen, net zolang totdat uiteindelijk ook de VVD daarin meeging. Vindt de heer Jumelet dat het CDA voldoende resultaat heeft gehaald om het beheersbaar houden van de kosten voor onze industriebedrijven goed verankerd te krijgen in dit programma? Ik wil daar zelf wel een eerste oordeel over geven, maar ik hoor graag eerst het antwoord van de heer Jumelet.

De heer Jumelet (CDA):

Ik zal daar zo in mijn bijdrage nog verder op ingaan. Maar ik denk dat het goed is dat die CO2-heffing weg is voor de industrie en bedrijven. We spreken met elkaar over een gelijk speelveld in Europa. Ik denk dat dat goed is, zeker voor de concurrentiepositie van Nederland. Als u mij die vraag stelt, zeg ik: ik zie goede elementen. De SDE++-regeling is er weer en wordt ook verlengd. Er zijn meer zaken die helpen om de positie van het bedrijfsleven te versterken. Dat neemt niet weg dat we vanavond hier met elkaar constateren dat het nog niet echt makkelijk is voor bedrijven om daadwerkelijk te kunnen concurreren als het gaat om de energiekosten. Daar moet dus nog wel wat aan gebeuren. Maar ik ben ook wel erg benieuwd wat dit betekent voor bedrijven, juist als het gaat om wat er nog op stapel staat. Maar vanuit het CDA kunnen we zeker zeggen dat er voor een deel goede voorstellen in het akkoord staan, maar dat die ook nog verder moeten worden uitgewerkt.

De heer Flach (SGP):

Een van de dingen waar ik me, als het gaat om bedrijven, zorgen over maak, is stijgende nettarieven. Die zijn al hoog, en met de ambities zullen die alleen maar hoger worden. Het woord "nettarieven" kom ik maar één keer tegen in het akkoord. Dan gaat het over extra prikkels in de nettarieven. Dat maakt ze niet lager, maar eerder hoger. Welke oplossing ziet de heer Jumelet om te zorgen dat de kosten van het net voor bedrijven gewoon beheersbaar blijven c.q. heel fors naar beneden gaan?

De heer Jumelet (CDA):

Een heel terechte vraag, zeker als het gaat om het beheersbaar houden. Ik hoorde u net ook een vraag stellen over het over meer jaren uitsmeren. Ik denk dat dat een van de oplossingen zou kunnen zijn. Ik denk dat het goed is om daarover te blijven nadenken en het gesprek te voeren over wat dat dan betekent. Uiteindelijk moet dat wat wij met elkaar aan het bedrijfsleven bieden ook concurrerend zijn. Het moet de kosten ook beheersbaar houden. Ik denk dat dat een goede manier is om, ook samen met het bedrijfsleven, te kijken naar wat kan helpen om die concurrentiepositie staande te houden.

De voorzitter:

De heer Flach, tot slot.

De heer Flach (SGP):

Ja, afrondend. Mooi om te constateren dat ik zowel bij de VVD als bij het CDA openingen zie om aan de amortisatie van die kosten te gaan werken. Wat mij betreft gaan we daar in de komende periode dan ook mee aan de slag.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ik heb ook een vraag over de CO2-heffing. Het CDA is gezwicht voor de industriële lobby, net als de SGP. Ik zie het CDA toch een beetje als de hoofdverantwoordelijke voor het afschaffen van de CO2-heffing. Er is een overlegtafel aan ons beloofd die alternatieven zou gaan uitzoeken voor de CO2-heffing. Die overlegtafel is geweest en concludeert dat er geen alternatief nationaal beleidsinstrument is dat de klimaatdoelen binnen bereik brengt, en tegelijkertijd de concurrentiepositie niet verslechtert, zonder een beroep te doen op extra subsidiemiddelen.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Mijn vraag is: ik zie in het coalitieakkoord niet dat er extra geld is vrijgekomen. Er is nu feitelijk dus geen alternatief voor de CO2-heffing. Wat stelt het CDA dus voor?

De heer Jumelet (CDA):

Volgens mij is het vooral bedoeld om met elkaar een gelijk speelveld te hebben in Europa. Er wordt via ETS al bijgedragen aan de hele opgave die er ligt. Ik constateer dat dit het uitgangspunt was, uiteindelijk ook om industrie in Nederland te houden en die mogelijkheid te bieden. Op uw vraag heb ik nu het antwoord niet. Ik kan wel zeggen dat onze insteek was om het in ieder geval naar een gelijk speelveld te brengen. Ik denk dat dit ook de bedoeling is van het akkoord dat er nu ligt. We kunnen met elkaar wel zien dat bedrijven weggaan, maar dat helpt ons niet bij de opgave die we met elkaar hebben.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ik hoor de heer Jumelet zeggen dat hij een gelijk speelveld eigenlijk belangrijker vindt dan de klimaatdoelen, terwijl in het coalitieakkoord ook duidelijk staat dat het wel lastig wordt om 2030 te halen. Dat vind ik een understatement. Feitelijk staat er in het coalitieakkoord: we gaan nog steeds voor 2030. Ik vraag aan het CDA, een van de architecten achter het neerhalen van de CO2-heffing: oké, maar wat gaan we dan doen om 2030 daadwerkelijk te halen?

De heer Jumelet (CDA):

Op het gevaar af dat ik uitweid, voorzitter, doe ik dit toch maar: het is natuurlijk niet alleen een nationale opgave, maar ook een Europese en internationale opgave om de klimaatdoelen te halen. Ik denk dat het goed is dat wij met elkaar constateren dat we een gelijk speelveld willen hebben. Vervolgens weten we ook dat bedrijven zullen vertrekken als ze niet kunnen produceren of kunnen werken in de industrieclusters die we hebben. De vraag is wat belangrijker is. Vind je het dan goed dat het hier blijft en dat je probeert bij te dragen aan de klimaatopgave? Of stel je vast dat die bedrijven dan ergens anders gaan produceren, waar de klimaatschade misschien wel groter is dan we hier op dit moment moeten constateren? Dat is de afweging die je met elkaar maakt. Het afschaffen van de CO2-heffing heeft in ieder geval bijgedragen aan het inzetten op werkgelegenheid, op industrie hier houden, maar wel met de opgave om zo snel mogelijk de klimaatdoelen te realiseren. Een van de collega's heeft net volgens mij gezegd dat we dichtbij zitten als het gaat om 2030, maar dat laat onverlet dat we 2040 en 2050 gewoon als doelen zien met elkaar. Die afspraken staan.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

We hebben ons nationaal verplicht aan het klimaatakkoord van Parijs en we hebben wettelijke klimaatdoelen. Daar moeten we aan voldoen. Dat is dus een nationale verplichting. Bovendien concludeer ik helaas dat het CDA daar niet voldoende maatregelen tegenoverstelt, omdat er geen alternatief is voor de CO2-heffing. De vraag blijft: hoe geloofwaardig is het dat er in het coalitieakkoord staat "we willen het klimaatdoel van 2030 halen", als daar geen maatregelen tegenover staan?

De heer Jumelet (CDA):

De klimaatdoelen die wij met elkaar hebben afgesproken, staan. We werken er, ook met dit pakket, hard aan om die te halen. Ik ben het met mevrouw Teunissen eens dat dat best lastig is voor 2030. Dat maakt ook dat we voor 2040 en 2050 volop aan de bak moeten. Daarom moeten we het pakket dat er nu ligt, ook inzetten.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Over de klimaatdoelen valt nog een hoop te zeggen, maar ik zou even terug willen naar het onderwerp waar de heer Jumelet het over had, namelijk netcongestie. Dat is een enorm urgent probleem. Wij horen zelfs geluiden dat TenneT dreigt met een aansluitingsstop voor de provincies Utrecht, Flevoland en Gelderland. Ik vroeg me af hoe het CDA ervoor gaat zorgen dat dergelijke stops niet zullen voorkomen.

De heer Jumelet (CDA):

Ik begon over het aansluitoffensief met acht acties. Ik heb dat "goed nieuws" genoemd. Ik heb hier opgeschreven: "De effecten zullen wel per regio verschillen, lees ik." Vervolgens had ik een paar vragen geformuleerd. Die vragen gaan nou juist over hetgeen u aan mij vraagt. Misschien mag ik die vragen ook aan de minister stellen. Kan de minister een inschatting geven van het aantal bedrijven dat aangesloten kan worden in die genoemde twee jaar? Wat betekent dat voor andere sectoren, zoals woningbouw? In de prioritering verdient woningbouw namelijk de volle aandacht te houden. Wat gebeurt er met regio's — ik kijk even naar mevrouw Van Oosterhout — die op rood blijven staan of komen? Welke afspraken zijn daarvoor gemaakt of te verwachten? Dat is volgens mij de kwestie en de vraag die we samen hebben.

De voorzitter:

Uw zestiende interruptie, meneer Van den Brink.

De heer Van den Berg (JA21):

Dat zie ik dan maar als een compliment, maar ik zal erop letten.

De voorzitter:

Ik zou het anders interpreteren, maar goed. Ik zou u allen willen oproepen enige terughoudendheid te betrachten omwille van de tijd.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik zal het bondig houden, voorzitter. Mijn vraag aan de heer Jumelet is als volgt. Het CDA heeft het oog op het versterken van de elektriciteitsinfrastructuur. Dat is hartstikke mooi, maar tegelijkertijd zien we de lasten voor de huishoudens alleen maar stijgen. Kortom, ik zie in dit pakket geen lastenverlichting voor de huishoudens. Wanneer gaat die er komen?

De heer Jumelet (CDA):

Volgens mij staat in het akkoord dat gesloten is, geschreven dat we willen inzetten op isolatie. Er is ook een energiefonds, dat doorgaat. Zo zijn er een aantal maatregelen die denk ik aangeven dat we er echt oog voor hebben. Het is ontzettend belangrijk dat we het ook betaalbaar houden. We kunnen het hebben over doelen, maar het gaat ook over het betaalbaar houden voor de industrie, voor het bedrijfsleven, maar ook voor onze inwoners. Ik denk dat uw opmerking heel terecht is, maar in het akkoord staan volgens mij ook een aantal maatregelen genoemd.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Jumelet (CDA):

Ik zei het al: in de tussentijd wordt er hard doorgewerkt aan het energiesysteem van de toekomst. Er zijn talloze initiatieven, innovaties, afspraken en plannen van inwoners, kennisinstellingen, bedrijven en overheden. Die zijn los van elkaar belangrijk en goedbedoeld. De opgave en de urgentie vragen echter regie om vooruit te komen en niet te verzanden, regie om het grotere verhaal waar we deel van uitmaken, ook uit te dragen. Voor het CDA is het daarbij belangrijk dat we verantwoordelijkheid nemen. Wat kan ik en wat kunnen wij doen binnen de mogelijkheden die we hebben? Hoe kunnen wij als samenleving bijdragen naar vermogen om de wereld mooier, rechtvaardiger en duurzamer te maken? Maar het gaat ook om regie op het niveau van de praktijk van alledag. Gemeenten en provincies werken aan de Regionale Energiestrategieën. Er zijn in de regio's energyboards. Provincies werken met energievisies. We kennen het NMIEK en voor iedere provincie een zogenaamd PMIEK. De grote vraag is: hoe houden we inzicht, overzicht en afstemming? Een recent voorbeeld: wat in het PMIEK was opgeschreven, sluit niet aan bij de investeringsplannen, de IP's, van de netbeheerder. Ook ontbreekt het nog steeds te vaak aan actuele data bij netbeheerders. Wij hebben daarover eerder een motie ingediend. Is de minister het met ons eens dat, als we willen of moeten versnellen, meer regie nodig is op dit dossier?

Voorzitter. Bij het klimaat- en energiebeleid staan voor het CDA drie punten centraal. Het eerste, ook wel weer met drie woorden, is: ambitieus, realistisch en sociaal klimaatbeleid, met de focus op Europese samenwerking. Het is essentieel om nieuwe, groene bedrijvigheid te stimuleren en vraag en aanbod van duurzame producten te versterken. Maar iedereen moet ook mee kunnen doen in die transitie. Tegelijkertijd zijn we wel beland in een fase van het klimaatbeleid en de energietransitie waarin de focus moet liggen op de uitvoering, in plaats van op de discussies over de doelen. Ook wij doen dat vanavond weer met elkaar, maar het zou vooral over de uitvoering moeten gaan. Juist in de uitvoering loopt het momenteel namelijk vast, door netcongestie, maar bijvoorbeeld ook door het tekort aan arbeidscapaciteit. Bij het maken van plannen voor het verbouwen van ons energiesysteem moeten we daarom veel meer rekening houden met de uitvoerbaarheid. Realisme is in deze fase geen gebrek aan urgentiebesef, maar juist de beste manier om het urgentiebesef om te zetten in concrete resultaten.

Het tweede dat voor het CDA belangrijk is, is stabiel en voorspelbaar overheidsbeleid. Dat is nodig om vertrouwen te geven aan bedrijven en investeerders. U verwacht het natuurlijk: rust, reinheid en regelmaat zijn nodig. We zijn content met het voorstel in het coalitieakkoord om de SDE++ te verlengen, zoals ik al zei. We willen er wel op aandringen om de regeling slimmer in te zetten, zodat innovatie en ontwikkeling van nieuwe, schone technologie meer wordt gestimuleerd. Mijn vraag aan de minister, en misschien ook wel aan haar opvolger, is hoe daarnaar wordt gekeken. Er liggen namelijk grote kansen voor Nederland om uit te blinken in de ontwikkeling van nieuwe, schone technologie. Om dat te kunnen doen, zal ook de overheid meer moeten durven investeren in nieuwe technologie en innovatie. Nederland heeft toponderzoeksinstellingen die we wat ons betreft beter in stelling kunnen brengen om innovatie aan te jagen. We zien grote kansen op het gebied van technologieën zoals die in de groene chemie, waterstof, synthetische brandstoffen, betere windmolens, efficiëntere CO2-vrije opslag en flexibiliteit, negatieve emissies en kleine modulaire kernreactoren.

Ik noem ook CO2-verwijdering, oftewel carbon management. Het realiseren van negatieve emissies, het onttrekken van CO2 aan de atmosfeer, zal hard nodig zijn om onze klimaatdoelen te halen. Het ontwikkelen en opschalen van deze technologie gaat niet vanzelf. Daar moeten we nu in investeren, want wachten betekent achterlopen. Daarom moet zo snel mogelijk begonnen worden met het bouwen van de infrastructuur die nodig is om negatieve emissies te realiseren. We stellen voor dat we daarvoor in ieder geval de locatie benutten van een van de kolencentrales die in 2030 geen kolen meer mogen verbranden. Graag een reactie van de minister op dat voorstel.

Dan als derde het gelijke speelveld. Dat noemde ik net al. Groene industriepolitiek, de verduurzaming van onze industrie, staat of valt met het creëren en behouden van een gelijk speelveld in Europa. Dat betekent voor het CDA dat de kosten voor onder andere stroom en grondstoffen en normerende, beprijzende maatregelen vanuit de overheid gelijk moeten lopen met die van de rest van Europa. Bij het proces van de maatwerkafspraken met de industrie staat niet het behouden van wat er nu is voorop; het is juist een methode om samen met die industrie te kijken naar wat er in Nederland kan en belangrijk is in het kader van onze geopolitieke positie: hoe groene industrie kan worden aangetrokken en welke activiteiten wellicht elders in Europa beter passen.

Voorzitter. Een heel verhaal, maar tot slot had ik nog drie punten. Inmiddels is er één punt afgevallen; dat kan helpen. Dat ging namelijk over leveringszekerheid en dat was al aan de orde in het tweeminutendebat. Dat ga ik niet herhalen. Bij het commissiedebat op 27 november vorig jaar heb ik aandacht gevraagd voor de vertraging van de bouw door TenneT van het hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk. De minister houdt de vinger aan de pols. Maar vanochtend kopte het Dagblad van het Noorden: "Vertraging Veenoord door kapitale fout." Een forse vertraging bij de bouw van het hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk is het gevolg van een kapitale inschattingsfout bij TenneT. Meer dan 170 bedrijven in Emmen en Coevorden wachten op een stroomaansluiting. De oplevering van het station schuift op van 2029 — dat stond in het IP, het investeringsprogramma — naar 2031 en mogelijk zelfs 2033. De oorzaak is onder meer dat het personeel dat voor Veenoord-Boerdijk was ingepland, elders is ingezet omdat de procedure van de Raad van State sneller ging dan verwacht werd; dat kan ook gebeuren. Voor de 170 bedrijven kan dit onverwachte uitstel van twee tot vier jaar grote gevolgen hebben, ook op het gebied van verduurzaming. Heeft de minister deze gevolgen in beeld? Wil de minister bevorderen dat TenneT echt alles in het werk zal stellen om de schade in ieder geval zo veel mogelijk te beperken, is mijn vraag namens het CDA.

De voorzitter:

Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw inbreng?

De heer Jumelet (CDA):

Ik heb nog één punt, voorzitter. En ik heb nog ...

De voorzitter:

Laten we dat maar even afmaken. Daarna geef ik mevrouw Van Oosterhout het woord voor haar zeventiende interruptie. Gaat uw gang.

De heer Jumelet (CDA):

Het laatste punt, voorzitter. Ik vraag hier aandacht voor koeling. De warmte van de zomer geeft tot nu toe nog onvoldoende aanleiding om meer beleid te voeren op het toenemende koelingsvraagstuk. Ik kom het niet tegen. We krijgen signalen dat ook gemeenten dit vraagstuk nog onvoldoende in het vizier hebben of geen prioriteit geven, en dat terwijl gemeenten bijvoorbeeld bezig zijn met het opstellen van hun warmteprogramma's. Niet alleen de verduurzaming van de warmtevraag moet daar onderdeel van zijn, maar de toekomstige koelingsvraag net zo goed. Overigens zit koeling ook nu niet in de warmteprogramma's die gemeenten moeten maken. In de herziene startanalyse van PBL wordt het wel genoemd, maar is het niet in de cijfers opgenomen. Koudevraagproductie zit daarnaast ook niet in de KEV-, CBS-, NPE- en TNO-scenario's, om een paar afkortingen te noemen. Het zit hooguit impliciet in de ontwikkeling van de elektriciteitsvraag van de gebouwde omgeving. Als de koelingsvraag door gemeenten wordt meegenomen, leidt dat misschien tot andere keuzes omtrent de techniek dan wanneer enkel wordt gekeken naar de warmtevraag. Ook dient de impact van de toenemende koelbehoefte op het elektriciteitsnet in ogenschouw te worden genomen.

Voorzitter. De vraag is als volgt: kan de minister toezeggen het initiatief te nemen om een visie te vormen op het toekomstige koelingsvraagstuk in de gebouwde omgeving en hieraan beleidsmaatregelen te koppelen die ervoor zorgen dat koeling een integrale plek krijgt in ons energiesysteem van de toekomst?

Voorzitter, ik ben precies op tijd. Dank u wel.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

In zijn betoog ging de heer Jumelet in op het belang van een betrouwbare overheid. Ik ben het daar helemaal mee eens. Het is ook heel erg belangrijk dat we als betrouwbare overheid heel goed luisteren naar andere overheden. Collega Jumelet heeft misschien ook de krantenkop van zijn CDA-collega Friso Douwstra in de NRC gezien: "Friesland wil het niet." Dat ging over de gaswinning die op dit moment gepland staat in Friesland. Ik ben toch heel erg benieuwd hoe de heer Jumelet in het kader van betrouwbaar bestuur en dat uitstralen richting andere bestuurders aankijkt tegen deze uitspraak.

De heer Jumelet (CDA):

Ik ken het standpunt van de provincie Fryslân en ook die van de geachte collega daar. Ik heb hem ook horen zeggen, als ik dat toch ook hier mag delen, dat dat natuurlijk vooral ziet op veenweidegebieden. Ik denk dat dat helder is. In zijn totaliteit wil het niet, maar als het uiteindelijk moet, dan moet er ook een schaderegeling zijn, met de lusten en de lasten, die ook in het sectorakkoord werd benoemd. Ik denk dat het goed is om te constateren dat wat wij hier met elkaar bespreken, ook erover gaat dat gaswinning veilig moet zijn voor mens en milieu. U hebt het namelijk over gaswinning. Ik denk dus dat het goed is om te constateren dat we verschillende verantwoordelijkheden hebben. Ik heb dat ook zelf als gedeputeerde mogen doen in mijn provincie. Toen zei ik ook: nee, tenzij. Je moet juist binnen de randvoorwaarden het proberen duidelijk te maken en hier nu misschien het onderste uit de kan halen. Het moet wel kunnen. Het moet ook wel veilig zijn. Dan wil je daar ook iets tegenover hebben staan. Ik snap de positie van de provincie Fryslân. Ik snap ook de positie van de provincie Drenthe. Maar ik maak hier in ieder geval de opmerking dat wij met elkaar constateren dat we gas ook nodig hebben in die hele transitie. Daar hebben we eerder over gedebatteerd. Dat is volgens mij wat het nu is.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Laten we de positie van Friesland dan heel duidelijk maken. Friesland wil het niet in veenweidegebied, maar Friesland wil het ook niet in de rest van de provincie. Als het dan toch moet, dan komt er later een gesprek over batendeling. Maar het uitgangspunt is dat Friesland het niet wil, dus dat is wel echt heel erg belangrijk. Niet alleen de overheid wil het niet, ook inwoners zitten er niet op te wachten. Die starten nu al allerlei bezwaarprocedures. Dan stel ik nogmaals de vraag wat de heer Jumelet zegt tegen al die mensen daar.

De voorzitter:

Meneer Jumelet, kort.

De heer Jumelet (CDA):

Best lastig. Tegelijkertijd weten we dat de makkelijke weg soms niet voorhanden is. We hebben met elkaar geconstateerd dat we zeker geopolitiek onafhankelijk willen zijn. Daar hebben we alles voor nodig, ook binnen de context van de energiemix. Daar zullen we ook de gaswinning voor nodig hebben, die op dit moment ook gewoon aan de orde is. Dat geldt dus ook voor de kleinere velden. Ik denk dat dat het eerlijke antwoord is. Soms is een eerlijk antwoord ook een antwoord.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Wil de heer Jumelet dan in ieder geval wel kijken naar het beschermen van kwetsbare natuur zoals het veenweidegebied en daar in ieder geval geen gaswinning starten, en ook heel goed bij die andere gasvelden kijken naar de risico's voor de mensen daar?

De heer Jumelet (CDA):

Dat is steeds het uitgangspunt. Ik heb de minister daar ook waardevolle en zwaardere woorden over horen spreken. Ik denk dat het goed is om dat met elkaar te wegen, maar ik denk niet dat we op voorhand met elkaar gebieden kunnen uitsluiten. Dat was ook het antwoord. Maar het moet altijd veilig zijn voor mens en milieu; dat lijkt me heel helder.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Jumelet. Dan is nu het woord aan de heer Van den Berg voor zijn maidenspeech. De heer Van den Berg heeft aangegeven interrupties toe te staan aan het einde van zijn bijdrage. Hij levert zijn bijdrage natuurlijk namens de fractie van JA21. Als u zover bent, heeft u het woord.

De heer Van den Berg (JA21):

Nou, leden van de Staten-Generaal, voorzitter. Hard werken moet beloond worden. Onthoud die zin; die is heel belangrijk. Hard werken moet lonen, niet omdat dat beter is, maar omdat inzet de motor is waarop we samen vooruitkomen. Wie vroeg opstaat of tot laat doorgaat, verantwoordelijkheid draagt en blijft doorgaan, draagt lasten voor ons allemaal — tijd, energie, zorg en risico — en daar mag iets tegenover staan. Perspectief, zekerheid en de ruimte om een stap vooruit te zetten, niet alleen in geld, maar ook in waardigheid; gezien worden voor wat je bijdraagt.

Voorzitter. Ik sta hier als een van de weinige — welgeteld drie! — mbo'ers in dit huis. Dat maakt mij trots en dankbaar. Die route naar de Tweede Kamer was als mbo'er geen gemakkelijke. Ik weet niet waar u 24 jaar geleden in geloofde, maar ik wist het heel zeker: elke vezel in mijn lijf zei dat ik Nederland en deze samenleving wilde dienen, ook in roerige tijden. De afronding van de scheiding van mijn ouders was nog in volle gang, de vliegtuigen die zich in de Twin Towers boorden zaten nog vers in het geheugen, maar een gymnasiumschooladvies lag voor mij toch ook weer in het verschiet. Ik voelde dat ik iets terug moest doen, zeker geïnspireerd door de opofferende liefde van mijn moeder. Wie kon die roep beter beatwoorden dan Pim Fortuyn, letterlijk met de woorden "at your service"? Niet lang daarna, aan de keukentafel, was ik stellig. "Ik ga dit land dienen. Ooit sta ik hier, in de Tweede Kamer." Gedreven door een passie voor techniek, gemotiveerd door een stiefvader bij de politie, ondertussen met dat gymnasiumadvies op zak, leken de mogelijkheden voor mij eindeloos. Maar het liep anders.

De zeven jaren daarna, zo'n beetje mijn hele pubertijd, zat mijn vader in een afkickkliniek. Wellicht kijk je mee, pap. Het is oké, en dat weet je. Ik raakte mijn geloof kwijt en gleed af naar vmbo-kader. Na het vmbo meldde ik me bij het Korps Mariniers. Ondanks een jaar voorbereiding viel ik uit met een blessure. De weg naar boven bleek eindeloos lang, maar ik pakte het opnieuw beet, en na mijn mbo 2 tot beveiliger kreeg ik een nieuwe kans om militair te worden. Ik haalde mijn felbegeerde baret, werd onderofficier bij de Koninklijke Marechaussee en mijn hoogst behaalde kwalificatie was een feit: mbo 3 militair opsporingsambtenaar. Dus ja, hard werken wordt beloond, maar ik leerde nog iets veel belangrijkers. Behalve discipline en doorzettingsvermogen, leer je als militair opofferingsbereidheid. Voor elkaar door het vuur gaan, juist als je zelf niet meer kunt. Van Den Haag tot Nieuw-Amsterdam en tot Uden: kameraden werden vrienden. Voor die gasten durfde ik mijn nek uit te steken. Dan leer je dat echte verbinding niet zit in diploma's, afkomst of woonplaats, maar in wat je samen draagt. Dat is ook zo in de samenleving.

Voorzitter. Dat is precies wat we nu nodig hebben. Kijk om u heen. Spreek eens met de buschauffeur, de bode, de schoonmaker en de beveiliger. Kent u hun namen? Ook dat is waardigheid. We dragen allemaal bij aan dit land. We zouden hier niet kunnen staan zonder al deze mensen, die ons op al die manieren ondersteunen. Als we de scheuren willen lijmen, dan begint dat klein: met respect, met nieuwsgierigheid, met het gesprek, ook met iemand van een totaal andere politieke kleur. Ga het gesprek eens aan en laat je oprecht verrassen. Hard werken moet beloond worden. Niet alleen met woorden, maar met perspectief en waardigheid voor iedereen die bijdraagt. Dat is mijn belofte. Daar sta ik voor. Laat dit dus de norm zijn: wie bijdraagt, wordt gezien en gaat vooruit.

Voorzitter. Dan nu maar naar de inhoud. Ik zou via u willen zeggen dat ik altijd wel hou van een klein debatje. Ik sta dus open voor interrupties. Ik kom bij de inhoud. Ik vertrouw erop dat ik met mijn persoonlijke verhaal duidelijk heb gemaakt dat ik iemand ben die van het aanpakken is: doen wat er gedaan moet worden, maar wel op basis van de realiteit. Wat niet gaat, dat gaat niet en wat niet kan, dat kan niet.

Dat zien we ook bij de klimaatdoelen. Omdat de praktijk achterblijft, grijpen overheden naar creatieve schijnoplossingen. In totale paniek verbieden ze fossiele reclames. In mijn eigen provincie, Noord-Holland, plaatsen ze op achttien bushokjes sedumdaken, voor een bedrag van — schrik niet! — €400.000. We organiseren ook nog eens vleesvrije dagen. Het is onvoorstelbaar dat we het hardverdiende geld van inwoners op deze wijze over de balk smijten. Dat kan toch niet?

Tegelijkertijd lijkt Nederland kampioen te zijn geworden in het maken van hele dure oplossingen: we gooien geld naar windturbines op zee, warmtenetten en waterstof. Neem bijvoorbeeld wind op zee. Dat valt elke keer duurder uit. Waar het ooit als subsidievrij werd verkocht, blijkt het tegendeel nu waar: windturbines draaien op subsidie. Punt. We zien nu weer dat garanties en steun nodig zijn en dat de rekening uiteindelijk bij mensen en bedrijven terechtkomt. Het laatste windpark kost zo'n 4 miljard euro. Even concreet — daar hou ik van — is dat €500 per huishouden.

Warmtenetten kennen structurele risico's. Denk aan afhankelijkheid van één bron en technische problemen. Bewoners zitten in de kou als het misgaat. Den Haag is daar een pijnlijk voorbeeld van. Ik vraag de minister hoe het zit met die windturbinenormen. Ik zag daarover geen woord in het coalitieakkoord staan. Betekent dit dat we alsnog windturbinenormen gaan krijgen, of blijven ze helemaal buiten schot en moeten we elke windturbine apart gaan behandelen, zoals nu het geval is?

Dan nog een voorbeeld over waternetten, in Nijmegen. Daar bedacht de gemeenteraad om zelfs de afvalcentrale te sluiten waar de gemeente haar eigen warmtenet mee voedt.

Als laatste waterstof. We raken simpelweg heel veel energie kwijt in die keten, soms wel 80%. Dan kan je nog zo veel ambitie hebben, maar het is gewoonweg vergooide energie. Punt. En wie mag de rekening betalen? Drie keer raden.

Voorzitter. Voor JA21 is het onbegrijpelijk dat we hierop blijven inzetten alsof geld geen rol speelt. Energie wordt duurder, maar ondertussen doen we alsof het normaal is dat er een netverzwaring van richting de 200 miljard euro aankomt. Dat komt grofweg neer op zo'n €20.000 per huishouden. Ik krijg het aan de mensen thuis gewoon niet uitgelegd. Ik ben benieuwd hoe de minister dat wel gaat doen. Ik weet dat het via de nettarieven loopt, maar toch: mensen en bedrijven betalen het toch.

Voorzitter. Voor JA21 is het helder: we moeten naar een realistisch tijdspad toe.

Voorzitter. Energie is geen ideologisch vraagstuk, maar een fundament voor een welvarende economie. JA21 wil naar een energiesysteem dat werkt, met betaalbaarheid en betrouwbaarheid voorop. Wij van JA21 kiezen daarom voor kernenergie. Dat is efficiënt, betrouwbaar, heel erg schoon en is het perspectief dat Nederlanders nodig hebben: betaalbare stroom en warmte. Namens JA21 zal ik u spoedig een kernenergieplan presenteren, een plan van aanpak voor Nederland, dat onze energievoorziening weer op de rit krijgt. Dat plan zal realistisch, uitvoerbaar en betaalbaar zijn. Ik zei het eerder in een debat: als kernenergie een kind zou zijn, zou ik er niet drie hebben, maar toch vier. Ik nodig de Kamer uit om samen te werken. Laten we vooral de handen ineenslaan om dit wel voor elkaar te krijgen.

Tot slot, voorzitter. Als de Kamer echt wil inzetten op energieonafhankelijkheid, moeten we ook nuchter blijven over aardgas. De komende jaren hebben we gas gewoon nodig. Je kunt er niet morgen mee stoppen. Ik kijk even naar links, naar de Partij voor de Dieren en GroenLinks-Partij van de Arbeid. Word wakker! Verkrampt uitfaseren brengt ons simpelweg in de problemen door hogere prijzen, grotere afhankelijkheid en een instabieler systeem. Volgens mij willen we dat allemaal niet. Daarom is mijn vraag aan de minister: is zij bereid om de belastingdruk op energie, in het bijzonder de energiebelasting — nogmaals, die is de hoogste van heel Europa — te herzien en te verlagen, of in ieder geval te bevriezen, zodat werkenden, de middenklasse en het mkb niet de rekening blijven betalen?

Dan kom ik tot mijn einde, voorzitter. Ik dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van den Berg. Het is een genoegen om ook u als eerste te mogen feliciteren met uw maidenspeech. Ik verzoek u de felicitaties voor het rostrum in ontvangst te nemen. Ik schors daarvoor de vergadering een enkel ogenblik.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen. Ik geef het woord aan de heer Flach voor zijn inbreng in de eerste termijn namens de Staatkundig Gereformeerde Partij, maar niet voordat de minister weer terug is in vak K.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Dan is nu toch echt het woord aan de heer Flach voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.

De heer Flach (SGP):

Dank, voorzitter. Na het genieten van een aantal maidenspeeches toch ook een korte bijdrage van de SGP. Gefeliciteerd aan de collega's die hun maidenspeech hadden, overigens.

Voorzitter. Het is spannend. Windparken en zonnepanelen rukken op, maar de rentabiliteit staat onder druk omdat er steeds meer afgeschakeld moet worden en de elektrificatie van de economie onvoldoende meebeweegt. Bedrijven willen verduurzamen, maar lopen vast in het volle elektriciteitsnet. We moeten dus aan de slag, vooral met de knelpunten in ons energiesysteem.

Wat helpt, is het aansluitoffensief, met netbeheerders en het bedrijfsleven, zeker als ook gemeenten kunnen meedoen. Wil de minister hiervoor zorgen?

Wat helpt, is het benutten van de aardwarmtepotentie voor duurzame verwarming van gebouwen en kassen. Dit vlot nu niet. De financiële regelingen matchen niet met wat projecten nodig hebben. Het gaat niet eens over extra geld, maar kies voor een investeringssubsidie, zoals Frankrijk en Duitsland. Die bespaart productiesubsidie. Ga door met de garantieregeling voor aardwarmte, maar dan met een makkelijkere instap. Wil de minister dit oppakken?

Wat helpt, is ondersteuning van energiehubs. Aansprakelijkheid is voor hen een heel belangrijk knelpunt. Kan bijvoorbeeld Invest-NL hier rugdekking geven? Wat ook helpt, is meer budget voor de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen. Die regeling was binnen een dag overtekend. Warmtebedrijven kregen wel subsidie voor de netten, maar visten hier achter het net. Dat werkt niet. Ondertussen is elders op de begroting 118 miljoen euro niet uitgegeven en teruggegaan naar de algemene middelen. Eenzelfde bedrag is teruggeboekt naar het Klimaatfonds. Wat gaat hier mis en waar is het benodigde budget voor aardgasvrije huurwoningen?

Wat niet helpt, is een nieuwe discussie over de CO2-doelen. Toch dwingt de Haagse rechtbank die kant op. Het gaat eerlijk gezegd wel duizelen. De rechter gaat uit van het zwartste scenario voor zeespiegelstijging, terwijl dat gezien het huidige beleid geen realistisch scenario is. De rechter vraagt om absolute emissiedoelen, zoals bedoeld in het Parijsakkoord. Hij vertaalt "absoluut" evenwel als juridisch bindend, maar in de context van Parijs gaat het om "absoluut" in de zin van een hard doel voor de totale CO2-uitstoot in plaats van een relatief bewegend CO2-doel. Verder verbaast het mij dat we afgerekend worden op niet-juridisch bindende en niet met de Kamer afgestemde afspraken, zoals het Glasgow Climate Pact, en op het Europese 2030-doel, dat alleen bindend is op EU-niveau. We moeten doorgaan met een stevig energie- en klimaatbeleid, maar ik wil niet in een juridische wervelwind terechtkomen. Het lijkt de SGP dus verstandig om in hoger beroep te gaan.

De SGP blijft zich grote zorgen maken over de gevolgen van ETS2 en de bijmengverplichting voor de glastuinbouw, boven op de fiscale lastenverzwaringen. De sector wordt afgerekend op een doel dat onder meer door de netcongestieproblematiek net niet wordt gehaald. De energierekening kan zomaar verdrievoudigen. De compensatie is onzeker en onvolledig. De buurlanden houden de tuinbouw buiten ETS2. Onderzoek bevestigt dat deze sector bij uitstek de noodzakelijke flexibiliteit op de elektriciteitsmarkt kan bieden. Daar zijn voorbeelden van beschikbaar. Die businesscase verdwijnt uit beeld. Hoe gaat de minister deze kracht benutten in plaats van belasten?

Tot slot, voorzitter. We leven niet op een eiland. Import wordt aangeslagen via het CBAM. Bedrijven uit met name de hoek van de zogenaamde fasteners, de moeren en bouten, trekken aan de bel over de uitvoering. Er zijn onvoldoende door Europa geaccrediteerde certificeerders aangewezen. Bedrijven worden daardoor niet afgerekend op de daadwerkelijke CO2-uitstoot in de keten, maar op forfaitaire waarden. Sommige gaan zo voor honderdduizenden euro's het schip in, terwijl het milieu er niks mee opschiet. Sterker nog, er wordt uitgeweken naar fabrikanten die de zaken minder goed voor elkaar hebben. Is dat de bedoeling? Daarom sluit ik af met de vraag: komt er ruimte voor bedrijven om in dit soort gevallen zelf een derde onafhankelijke partij in te schakelen?

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Flach. Het woord is aan mevrouw Teunissen voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst van harte gefeliciteerd aan mevrouw Van Oosterhout en de heer Van den Berg met hun maidenspeeches.

Voorzitter. De Britse inlichtingendiensten zijn overduidelijk. Hoeveel alarmbellen hebben we nog nodig? Klimaatverandering is een bedreiging voor de nationale veiligheid. De Britse regering probeerde dit rapport zelfs onder het tapijt te vegen, omdat ze de conclusies te negatief vond. Het rapport waarschuwt voor de ineenstorting van ecosystemen op korte termijn. In 2030 kunnen al onherstelbare kantelpunten optreden voor de noordelijke bossen en de koraalriffen. Herstel is dan niet meer mogelijk.

Voorzitter. We leggen deze begroting ernaast. Als je het in dit perspectief bekijkt, dan is deze begroting geen natuur- en klimaatbeleid. Deze begroting is bedoeld om een verouderde fossiele industrie zo lang mogelijk in de benen te houden. Deze sector heeft welbewust klimaatverandering aangejaagd en is verantwoordelijk voor een kwart van de Nederlandse uitstoot. Die uitstoot is al vijftien jaar nauwelijks afgenomen. De Partij voor de Dieren mist in de begroting normering, beprijzing en gedragsverandering. Kortom, echt klimaatbeleid. Geen energiemix maar een beleidsmix is hard nodig. De coalitie blijft inzetten op het afvangen en opslaan van CO2, wat letterlijk CO2 onder het tapijt vegen is, terwijl de grote uitstoters doorgaan met uitstoten en er geen enkele verplichting of garantie tegenover staat om daadwerkelijk die uitstoot naar beneden te brengen. De CO2--heffing was een uitkomst: de opbrengsten zouden ten goede komen aan het Klimaatfonds. De enige betekenisvolle, verplichtende maatregel is vakkundig door de lobby van tafel geveegd. De overlegtafel zelf zegt dat er geen enkele significante reductie mogelijk is zonder extra subsidies. De klimaatdoelen raken nog verder uit zicht. Zonder prijsprikkels is elke subsidie voor de industrie water naar de zee dragen, en de belastingbetaler draait ervoor op.

Dit is zo tekenend voor het klimaatbeleid van de afgelopen decennia: uit angst voor ingrijpende beslissingen de noodzakelijke keuzes niet maken. Wat dan overblijft, is de industrie geld geven zonder enige garantie dat het daadwerkelijk helpt om het klimaatprobleem op te lossen. Dat terwijl de rapporten en uitspraken van de rechter zich opstapelen en we zien dat klimaatverandering alleen maar erger wordt. Dat baart ons grote zorgen, want een echte systeemverandering is nodig. Scherpe keuzes zijn nodig voor een rechtvaardige economie, die niet uitput en mensen uitbuit, en een gezonde economie binnen de grenzen die de aarde aankan. Daarvoor zijn die keuzes nodig die al decennia vooruitgeschoven worden. Rechtszaak na rechtszaak zien we dat regeringen zich niet aan hun wettelijke plicht houden. De Hoge Colleges van Staat zeggen niet voor niets: wel doelen stellen en beloven dat het kan en vervolgens die beloftes niet waarmaken, ondermijnt het vertrouwen van burgers in de overheid.

Voorzitter. De oplossing is dan niet om de doelen af te zwakken, zoals nu in Europa gebeurt. Die zijn er namelijk niet voor niets. De doelen stellen feitelijk de bescherming voor van de natuur, een stabiel klimaat, een schone lucht en een goede omgang met onze omgeving, en zorgen ervoor dat niet alleen wij maar ook onze kinderen en kleinkinderen nog een leefbare wereld hebben. Kortom, het is de basis van ons bestaan. Ik heb het dan dus niet over 80 jaar later als ik het heb over de gevolgen van klimaatverandering. Nee, het is nu. We lazen afgelopen week ook over de extreme stormen in Spanje waardoor nu de voedselvoorziening in gevaar komt, waardoor broccoli onder water staat. Dat heeft ook effect op de prijzen in de Nederlandse supermarkten. We zien het met koffie. Chocola is duurder geworden. Dat wordt allemaal duurder doordat het moeilijker wordt om voedsel te oogsten. Dat zijn de gevolgen van extreem weer, de gevolgen van klimaatverandering.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren zegt dus: maak die keuzes nu. Maak een einde aan de vee-industrie, verantwoordelijk voor 11% van de uitstoot in Nederland. In 2018 zei de Raad voor de leefomgeving al: "We kunnen alleen aan het Akkoord van Parijs voldoen als de bio-industrie fors krimpt." Je pakt hier zo veel probleem tegelijk mee aan: minder watervervuiling, minder mest, minder luchtvervuiling, minder ontbossing en natuurlijk ook minder dierenleed. Maak ook een einde aan de fossiele industrie en de fossiele subsidies. Zet in op een duurzame industrie die ons niet langer ziek maakt met pfas, landbouwgif en andere zeer schadelijke stoffen, maar beprijs wat schadelijk is en investeer in natuurherstel en hergebruik. Erken dat Nederland onafhankelijk kan worden van andere landen, zoals de VS voor onze energievoorziening, maar alleen als we niet eindeloos ruimte geven aan hyperdatacenters en techgiganten en volop inzetten op energiebesparing. Belast grote vervuilers en de superrijken en isoleer met de opbrengsten woningen, zodat mensen niet langer in tochtige schimmelwoningen zitten en minder energie gebruiken.

Voorzitter. Dan ben ik bij die blinde vlek in de CO2-opslag. Waar de begroting wel miljarden uittrekt voor technische opslag in de bodem, doet het kabinet nauwelijks iets aan bosaanplant. Dat is onbegrijpelijk, want natuurlijke CO2-opslag versterkt ook de biodiversiteit en de waterkwaliteit. Daarom dient de Partij voor de Dieren ook een amendement in om Klimaatfondsgelden voor kernenergie, een klein deel daarvan, te herverdelen naar deze bewezen kosteneffectieve oplossing. We hebben vier jaar geleden een rapport gezien van de universiteit van Wageningen met scenario's van hoe ons land eruitziet en hoe we klimaatbestendig kunnen worden over 100 jaar. Je ziet dat er meer bos nodig is in Nederland om klimaatbestendig te zijn, maar het kan tegelijkertijd ook een oplossing zijn om CO2 af te vangen. Daar hoeven we dus niet miljarden aan overheidssubsidies in te stoppen.

Maar zelfs een energiebesparingsplicht voor bedrijven effectief handhaven lukt dit kabinet niet, terwijl dit juist een bijdrage kan leveren in het aanpakken van de netcongestie. Ook levert die structurele kostenbesparing voor bedrijven op door lagere energielasten en verlaagt het risico's in de stijgende energieprijzen. Is de minister bereid om extra middelen vrij te maken voor een effectieve handhaving van de energiebesparingsplicht?

Met onze afhankelijkheid van de VS voor gas en olie en de netcongestie is het des te noodzakelijker dat het kabinet nu eindelijk komt met een nationaal energiebesparingsplan. Dit is ook in lijn met onze aangenomen motie om mogelijkheden te verkennen om onafhankelijk te worden van olie en gas uit de VS. Mijn vraag aan de minister is: hoe staat het met de uitvoering van deze motie?

Voorzitter. Per 1 mei 2026 geldt een verbod op fossiele reclames en vleesreclames in de openbare ruimte in Amsterdam. Eerder werden fossiele reclames in Den Haag, Haarlem, Utrecht en Delft al verboden via de gemeenteraad. Ik snap dat mensen die houden van vliegreizen, auto's en vlees eten het allemaal niet leuk vinden, maar een verbod op fossiele reclames is noodzakelijk om de klimaatcrisis te bestrijden, aangezien deze advertenties de vraag naar vervuilende producten normaliseren en aanwakkeren. Een verbod verlaagt de CO2-uitstoot, doorbreekt de lobby van de fossiele industrie en schept ruimte voor schoon vervoer en gezond eten. Het is een noodzakelijke normverschuiving richting een duurzame samenleving, vergelijkbaar met het reclameverbod op tabak.

Dan hoor ik mensen die zeggen: o, het is allemaal niet effectief. Ook het kabinet zegt dat. Nou, er is een reden dat bedrijven 5% tot 15% van hun omzet besteden aan reclame, namelijk dat die werkt. Hoeveel onderzoekt denkt de minister dat er nog nodig is voordat zij kan erkennen dat een nationaal verbod op fossiele reclames en vleesreclames noodzakelijk is om tot die gedragsverandering te komen? Is zij bereid om in ieder geval een nationaal verbod te verkennen?

Voorzitter. Tot slot. De rechter heeft weer geoordeeld dat Nederland heel veel meer moet doen om de klimaatdoelen te halen. Dat is een kwestie van rechtvaardigheid en van veiligheid. We verwachten dan ook dat de minister hier als de wiedeweerga werk van gaat maken, een analyse maakt van de emissieruimte die Nederland nog heeft om binnen de 1,5 graad te blijven en serieus werk maakt van klimaatbeleid. Gelukkig zijn er organisaties die blijven strijden voor rechtvaardigheid. De rechter maakte duidelijk dat burgers op Bonaire slechter worden beschermd tegen klimaatverandering dan burgers in Europees Nederland; dat is discriminatie. Wij roepen de minister op om de bescherming voor burgers van Caribisch Nederland zo snel mogelijk recht te zetten.

Voorzitter. Tot slot wil ik nog een paar woorden richten tot de minister. Ik wil de minister bedanken voor alle debatten, want dit is waarschijnlijk het laatste plenaire debat dat wij voeren. We waren het zeker niet met elkaar eens, maar de minister heeft altijd laten zien dat je een hele andere visie kunt hebben, terwijl het debat toch op een prettige manier gevoerd blijft worden. Daar wil ik haar hartelijk voor bedanken. De minister wordt nu minister van Zorg. Dan denkt ze dat ze van mij en van de Partij voor de Dieren af is! Maar dat is niet waar, want de klimaat- en natuurcrisis is een urgente bedreiging voor de gezondheid, door de toename van hittestress, infectieziekten, voedsel- en watertekorten en psychische klachten. Dus nee, ze is nog niet van ons af, maar ik wens haar wel heel veel succes en wijsheid toe.

De voorzitter:

We zijn ook nog niet af van de heer Van den Berg, die ik nu de ruimte geef voor een interruptie.

De heer Van den Berg (JA21):

Mevrouw Van Oosterhout staat op dit moment voor, begrijp ik. Ik heb een vraag voor mevrouw Teunissen. Heeft u de uitspraak van de rechter gelezen inzake Bonaire en daarbij ook het IPCC-rapport waaraan gerefereerd wordt?

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Jazeker.

De heer Van den Berg (JA21):

Waarom maakt u hier dan claims dat het om 1,5 graden gaat? Het IPCC-rapport spreekt over 2 graden. Het verdrag van Parijs spreekt over 2 graden. Ik snap het wel: die rechter gaat ook ontzettend de mist in doordat hij zegt dat we hebben afgesproken dat het binnen 1,5 graad moet blijven. Maar dat is gewoon pertinent onjuist. Ik denk dat we hier een verkeerde afslag nemen als we dit soort feiten hier verkeerd gaan uitleggen. Kortom, mijn vraag is: zullen we het gewoon bij de echte IPCC-rapporten houden, zodat we hier een inhoudelijk debat kunnen voeren, gebaseerd op feiten?

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dan heb ik me, denk ik, te onduidelijk uitgedrukt. Als ik het heb over de 1,5 graad, dan refereer ik aan het Akkoord van Parijs. Dat is als het ware de hoofdafspraak die we met landen hebben gemaakt. Daarin staat dat landen af hebben gesproken dat ze de opwarming beperken tot 1,5 graad en in ieder geval ver onder de 2 graden.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van den Berg (JA21):

Nogmaals, het streefdoel was binnen 1,5 graad en de harde afspraak was binnen 2 graden. Dit is precies wat er telkens misgaat in dit debat. Die rechter gaat daar ook de mist in. Er worden allerlei cijfers bij elkaar geveegd die dan weer tot een uitspraak leiden waar wij volgens mij als parlement helemaal niks mee opschieten. Ik denk dat we vooral het debat over waar we heen moeten gaan als maatschappij hier in deze plenaire zaal moeten voeren met elkaar en niet via een rechtszaak. Ik vind het ook moeilijk als we aan die uitspraken dan weer een nieuw recht ontlenen om daar dan weer nieuw beleid op te gaan maken. Kortom, laten we het bij de feiten houden en het debat vooral hier voeren. Daartoe zou ik u willen oproepen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ik heb er een beetje moeite mee dat JA21 eigenlijk een beetje mijn verhaal in twijfel trekt en suggereert dat ik mij niet baseer op feiten. Dat terwijl het de Partij voor de Dieren is die steeds met wetenschappelijke rapporten aankomt. Ik heb bijvoorbeeld het rapport uit 2018 van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Dat is een adviesrapport, dat is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Wij baseren ons daar continu op. En dan gaat JA21 hier veronderstellen dat wij ons niet baseren op de wetenschap. Dat terwijl ik JA21 regelmatig de rapporten die verschijnen gewoon zie negeren, naast zich neer zie leggen en tegenovergestelde voorstellen zie doen. Dus ja, laten we echt beginnen bij onszelf, zou ik zeggen.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Grinwis voor zijn inbreng namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Felicitaties aan mijn beide collega's met hun prachtige maidenspeech.

Voorzitter. In 2004 startte het kabinet van CDA, VVD en D66 een publiekscampagne voor de Europese grondwet, met als slogan "Europa. Best belangrijk." Het vervolg kennen we. De Nederlandse bevolking keerde zich in ruime meerderheid tegen deze grondwet. Wat wil je ook, met zo'n vrijblijvende en van alle urgentie gespeende slogan. Hieraan moest ik terugdenken toen ik zat te lezen in de teksten over en budgetten voor klimaat en energie in het coalitieakkoord. "Klimaat. Best belangrijk." Het klimaat als moetje. Maar het elan en de urgentie van een paar jaar terug lijken verdwenen. Het zijn nu wat plichtmatige teksten over klimaatdoelen, gedrenkt in een technocratisch Europees sausje, met verder best verstandige maatregelen, hoor, op het gebied van energie opwekken en energienetten. De bezuinigingen die door de vorige coalitie werden doorgevoerd, worden incidenteel teruggedraaid, maar het vuur waar Klimaatminister Jetten nog mee begon, en ook deze minister, mis ik. Ik mis het zowel in de voorliggende begroting als in het coalitieakkoord. De klimaatdrammerkleding is door Jetten uitgetrokken, maar of de nieuwe keizer nog klimaatkleren draagt, is de vraag. Vergis u niet: ik houd van realisme, maar het kon toch wel? Waarom dan gaat het meer over het stutten van het investeringsklimaat dan over de zorg voor de aarde, voor ons gemeenschappelijk huis, dat kostbaar en kwetsbaar tegelijk is? Ik zie uit naar de debatten met de nieuwe kabinetsploeg en zie ernaar uit om hen uit te dagen echt de omslag te maken naar een rentmeestereconomie, waarin we op creatieve wijze leren leven van de vrucht en niet ten koste van de boom.

Dan ook nog een enkel vraagstuk voor deze minister. Allereerst het overvolle stroomnet. Netcongestie klinkt misschien technisch, maar raakt woningzoekenden in het hart. Het net moet verzwaard worden en de prijs daarvan is hoog. Ik zie noch van dit kabinet noch van de volgende coalitie enig voorstel om de stijging van de nettarieven voor burgers en bedrijven te voorkomen. Waarom geen kapitaalstorting, waarom geen langere afschrijvingstermijnen of desnoods een subsidie op de nettarieven? Is het terecht dat dit soort maatregelen ontbreken? Graag een reactie. Het is in de tussentijd zaak de schaarste rechtvaardig te verdelen. Dat gebeurt nog niet. Vorige maand nog stond ik hier in het vragenuur met de minister van VRO, nadat Microsoft een vergunning kreeg voor de facto een hyperscale in Amsterdam, met een stroomvraag gelijk aan die van alle huishoudens in Haarlem. En vandaag kwam het datacenter bij Lelystad in het nieuws, dat twee keer zo veel elektriciteit gaat verbruiken dan de stad zelf doet. Het moet toch niet mogelijk zijn dat Amerikaanse techreuzen via juridische slimmigheidjes alsnog netcapaciteit opslurpen, terwijl woningzoekenden achter het net vissen en ondernemers, bijvoorbeeld in het Amsterdamse havengebied, waar de hyperscale komt, tussen de wal en het schip vallen? Hoe wil de minister beter paal en perk stellen aan deze enorme datadozen en ervoor zorgen dat als er toch een datacenter komt, de impact daarvan op het net zo klein mogelijk is? Wat heeft netbewust bouwen voor zin als we onze netcapaciteit welbewust zó verbrassen? Ik overweeg een motie op dit punt.

Ik dacht een interruptie te zien.

De voorzitter:

Ik wilde voorstellen dat u uw bijdrage afmaakt, maar als u zegt dat dit een natuurlijk moment is …

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dit was een natuurlijk moment.

De voorzitter:

Dan gaan we luisteren naar de interruptie van de heer Flach.

De heer Flach (SGP):

Ik weet niet wat ik meemaak: de ChristenUnie die D66 de klimaatmaat neemt! Toen ik het akkoord las, moest ik best wel even slikken: 40 gigawatt op zee erbij, alles wat nodig is om de klimaatdoelen van 2040 en 2050 te halen. Ik hield eerlijk gezegd mijn hart vast voor de consequenties hiervan voor zowel consumenten als vooral ook bedrijven. Maar wat de heer Grinwis hier doet, is eigenlijk het aanjagen van de nieuwe premier en zijn ploeg om er nog een schepje bovenop te doen. Waar is het realisme van de ChristenUnie gebleven?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Het is vooral de vinger leggen bij het feit dat D66 in het verleden de naam "klimaatdrammer" als geuzennaam heeft gehanteerd. De klimaatdoelen konden niet hoog genoeg, niet snel genoeg en niet hard genoeg. Nu wordt 2030 eigenlijk min of meer opgegeven en wordt daarom uit nood geboren gekozen voor de vlucht naar voren, naar 2040 en 2050. Als je kijkt naar de aard van de maatregelen en naar de budgettaire bijlage, zie je dat structurele bezuinigingen van het huidige kabinet, bijvoorbeeld op de SDE, de Stimulering Duurzame Energieproductie, slechts incidenteel worden hersteld. Aan structureel herstel gebeurt er niks. Incidenteel zijn er wat lapmiddelen en herstelmaatregelen. Daar ben ik op zich positief over. Als ik al die maatregelen optel, ben ik daar ook helemaal niet zo negatief over, maar het ambitieniveau ervan is zo ongelofelijk veel lager dan twee kabinetten terug.

De heer Flach (SGP):

Eerder op de avond hebben we de term "zelffelicitatie" gehoord. Hier zie ik toch ook enige zelffelicitatie richting het kabinet waar de ChristenUnie toen zelf onderdeel van was. Naast het feit dat dit natuurlijk een plagerijtje richting D66 is, zou ik de heer Grinwis willen oproepen om vooral ook naar onze industrie te kijken. Die piept en kraakt in haar voegen. Kijk naar de familiebedrijven die aan een touwtje hangen en niet de luxe hebben om weg te gaan naar landen elders in Europa of op de wereld. De maatregelen die voorgesteld worden, hangen al als loden last aan ons bedrijfsleven. Kijk daar toch ook vooral naar, zou ik de heer Grinwis willen meegeven c.q. vragen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ja, dat doe ik ook. Sterker nog, daar ben ik ook gevoelig voor. Ik zie ook heus wel dat in een paar jaar tijd de wind danig is gedraaid en dat heel veel bedrijven die wilden verduurzamen in het Rotterdamse havengebied, de nettarieven nu al ervaren als een loden last om hun nek. Ik vind wel dat we tegelijkertijd heel goed moeten opletten: wat is een terechte lobby? Waar moet je soms even tot tien tellen voordat je in een lobby meegaat? We hebben hier een enorme strijd gehad over de nationale CO2-taks, de nationale CO2-heffing die we er bovenop hebben gelegd, aan de marge. Ik snap heus wel dat je moeite kunt hebben met nationale koppen boven op een Europees systeem. Tegelijkertijd zat dat stelsel zo in elkaar dat het ook de mogelijkheid bood om maatwerkafspraken te maken met bedrijven, met enerzijds dus de wortel van de maatwerksubsidie en anderzijds de stok van zo'n heffing aan de marge, die je daarmee kon vermijden. Dat kind moeten we niet met het badwater weggooien. Dat is wel wat dreigt. Cosun, de Suikerunie, heeft bijvoorbeeld nog met de oude spelregels een maatwerkafspraak gemaakt met het kabinet. En de inkt is nog niet droog of de spelregels wijzigen. Ik vind dat we naar twee kanten toe heel goed moeten opletten bij wat we doen.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Flach.

De heer Flach (SGP):

De heer Grinwis haalt zelf de CO2-heffing aan. Een van de kernbezwaren die de heer Bontenbal en ik hadden toen we daarover spraken, was dat bedrijven die het zouden willen niet eens kúnnen voldoen aan de eisen die worden opgelegd, en dus verplicht een CO2-heffing moeten betalen terwijl ze die elektrificatie niet kunnen doorvoeren. Dat was een van de kernbezwaren. Ik zou willen afsluiten met: blijf niet in de vermeende romantiek van Rutte IV hangen, maar keer terug naar het heden en kijk met realisme naar de staat van ons bedrijfsleven op dit moment.

De voorzitter:

De heer Grinwis, bondig.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Daar ben ik graag toe bereid. Sterker, ik doe niet anders. Tegelijkertijd mag ik mijn collega's die in het verleden een grote broek hebben aangetrokken, best wel eventjes op scherp stellen. Als ze daar niet tegen kunnen, verwelkom ik ze aan de interruptiemicrofoon. Kijk, je kunt op twee manieren omgaan met een nationale CO2-heffing. Je kunt 'm in één keer schrappen, zoals nu gebeurt, of je kunt denken: die is in 2019 weloverwogen ingevoerd door Eric Wiebes. Daar was de partij van Henri Bontenbal ook bij. Als de randvoorwaarden niet op orde zijn, zet je het effectieve tarief even een aantal jaren op nul, tot de randvoorwaarden wel op orde zijn. Zo kun je ermee omgaan. Of je verandert van koers en zegt: "Jongens, we hebben Europees ETS-beleid. We hadden er nooit aan moeten beginnen. Laten we het nu alsnog maar afvoeren." Ik heb het gevoel dat wij een beetje aan het zwabberen zijn geweest de afgelopen jaren. Zodra die maatregel gaat bijten, schaffen we 'm gelijk maar af. Daar is best wel het nodige over te zeggen, want daarmee laten we bedrijven zoals Cosun in de kou staan.

De voorzitter:

Ik zou u wel willen vragen, meneer Grinwis, om de vragen te beantwoorden en niet zozeer van die zijpaden te bewandelen. Daar bent u zeer goed in, maar houd u bij de vraag, zou ik willen zeggen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Het had wel met het onderwerp te maken.

De heer Vermeer (BBB):

Zonder al die zijpaden weet de heer Grinwis ook totaal niet wat hij hierover moet zeggen, denk ik. Wat wij hier niet horen, behalve dan dat hij ex-coalitiegenoten de maat neemt, dus wees gewaarschuwd als u met deze man in zee gaat, zou ik zeggen … De heer De Groot stond hier ook, maar die heeft het goed door. Die gaat weer even zitten. Maar mijn vraag is: wat wil de heer Grinwis nou? Van mij is wel bekend dat ik zelfs een afgezwakt D66-beleid nog verschrikkelijk vind voor Nederland, maar ik wil graag weten wat de heer Grinwis eigenlijk wil. Waar wil hij naartoe in de toekomst?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dit is een hele uitgebreide vraag. We willen voor het donker thuis zijn. Nee, dat lukt niet meer, maar in ieder geval voordat de nieuwe dag begint.

De voorzitter:

Blijf op de hoofdweg!

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Zo is het! Veel maatregelen die in dit coalitieakkoord staan opgenomen, met name in de budgettaire bijlage, zijn verstandig en ook heel erg nodig, denk ik. Denk aan wind op zee. Wil je daar enige ambitie overeind houden, dan moet je met contracts for difference gaan werken. Dat weten we eigenlijk al vijf jaar. We hebben dat nooit ingevuld. Dat hadden we moeten doen. Dat wordt nu in dit coalitieakkoord alsnog gedaan. Dat is nodig. Het vorige kabinet, waar de heer Vermeer in zat, heeft 1 miljard structureel wegbezuinigd op SDE, zogenaamd omdat het reserve was. Het blijkt toch hartstikke hard nodig, dus het is verstandig dat het weer voor een aantal jaren in de financiële plaat wordt gezet. Uiteindelijk gaat het dan deels om verstandig investeren in aanbod, om in de tussentijd keihard werken om de randvoorwaarden op orde te brengen, zoals stikstof, netcongestie en drinkwaterbeschikbaarheid, en om tegelijkertijd te bekijken welke vraag je wel of niet wilt accommoderen. Dat gaat om consumentenvragen, maar bijvoorbeeld ook over datacenters. Als we daar niet op sturen en ons alleen maar druk maken over het aanbod en de netten, dan vergeten we dat een heel belangrijk onderdeel, namelijk de vraag, niet wordt aangepakt. Ik zou alle drie die zaken goed op het netvlies willen houden en daarop beleid willen voeren.

De heer Vermeer (BBB):

Dit zijn wederom alleen zijpaden die niets zeggen over de keuzes die de ChristenUnie zelf wil maken. De heer Grinwis stelt zich hier op als een soort columnist die even beschouwt wat er in het akkoord staat, of er voldoende geld bij zit en wat er in het verleden gebeurd is. Nou, die historie kennen we allemaal. Maar waar wil de heer Grinwis naartoe? Vindt hij dat er meer wind op zee moet komen? Vindt hij dat er normering moet plaatsvinden? "Normering" is een heel verhullend woord voor het verplichten van warmtepompen en dat soort zaken. Wat wil hij? Welke keuzes maakt hij zelf? En waar gaat hij het geld vandaan halen om dat te doen? Dat geld staat nu namelijk niet in de boeken.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voor wind op zee staat het wel in het coalitieakkoord. Ik denk dat de nieuwe coalitie daarin verstandige keuzes maakt. Nederland heeft weinig comparatieve voordelen voor hernieuwbare energie. De enige die we hebben, is een continentaal plat voor de deur dat relatief ondiep is en waar je makkelijk wind op zee kunt neerzetten. Ik zou dat wel combineren met een project als Delta21, waardoor je minder windturbines hoeft te plaatsen en meer opslagcapaciteit genereert voor de kust, met een omgekeerd valmeer. Dat is een voorbeeld, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Er zijn genoeg oplossingen waar de ChristenUnie in tal van energiedebatten concrete voorstellen voor heeft aangedragen. Daar verwijs ik de heer Vermeer graag naar terug. Ik heb daar concrete ideeën over en concrete voorstellen voor. Als het moet, stoppen we daar ook het geld bij. Zie onze doorrekening.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Vermeer (BBB):

Tot slot. Waar is de steun gebleven die er bij de ChristenUnie altijd was voor de vissers?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Nou, dat geef ik net aan de heer Vermeer aan. Wij denken dat er voldoende ruimte voor visserij kan blijven door een slimme combinatie van opslag via zo'n project als Delta21, dat ertoe leidt dat er minder windturbines op zee hoeven te worden gezet. Bovendien zijn wij altijd voorstander geweest van dubbelgebruik. Wij vinden het echt onuitlegbaar dat je gigantische ruimtes op zee onbenut laat omdat er nou eenmaal windturbines staan. Ik zou dus zeggen: dubbelgebruik. Denk ook aan nieuwe teelten, zoals zeewier en schelpdieren. Maar we moeten op zee absoluut ruimte houden voor onze vissers. Op dit moment is de teruggang van het aantal kotters trouwens een grotere zorg dan de hoeveelheid beschikbare visgronden en vis op zee. Je kunt bij wijze van spreken — dat zeg ik een beetje spottend en uitdagend richting de Partij voor de Dieren — over de vis naar Engeland lopen.

De heer Peter de Groot (VVD):

Ik wil tegen de heer Grinwis van de ChristenUnie eigenlijk zeggen dat ik hem niet ken zoals hij vanavond tekeergaat. Hij deelt flinke tikken uit aan D66. Het coalitieakkoord, waar volgens de VVD best uitvoeringskracht in zit en waar ambitieuze plannen in staan, gooit hij eigenlijk in de prullenbak. Vervolgens stelt hij een paar vragen aan de minister. Ik ga dan maar gewoon aan de heer Grinwis vragen wat hij voor eigen ideeën heeft. Laat ik daar gewoon mee beginnen. Er staan in de bijgesloten tabel toch echt heel mooie reeksen, die doorlopen tot 2035-2040. Wat mankeert daar eigenlijk aan? Dat is langjarig geld.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Allereerst, het viel allemaal best wel mee. Ik heb de nieuwe coalitie gekieteld met de leus "Europa, best belangrijk", oftewel "klimaat, best belangrijk". Dat is een beetje de sfeer die eruit opstijgt. Ik kan me voorstellen dat de VVD-fractie zich daar heel wel bij thuis voelt. Ik zie ook dat de VVD-fractie goed heeft onderhandeld en dat de prioriteiten op het gebied van klimaat en energie behoorlijk aansluiten bij de prioriteiten van de heer De Groot. Ik zou dus zeggen: gefeliciteerd. Dat ten eerste.

De heer Peter de Groot (VVD):

Laat ik dan een concrete vraag stellen aan de heer Grinwis, want ik heb nog niet zo veel plannen van hemzelf gehoord over wat er dan mist in dit coalitieakkoord. Laten we even inzoomen op de industrie. Er staan een aantal maatregelen in om de industrie de verduurzaming te kunnen laten meemaken. Dat vindt de VVD heel belangrijk, en de ChristenUnie volgens mij ook. Maar wat mist u dan in het coalitieakkoord? Wat is daarin niet ambitieus genoeg om de industrie over de hobbel van de verduurzaming heen te helpen?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Mijn zorg zit er meer in dat ik bepaalde onderdelen van de energietransitie mis. Denk aan opslag. Denk aan zo'n mooi project van Nederlandse bodem, van een Nederlands consortium, zoals Delta21. Dat staat niet genoemd. Maar dat zijn wel grootschalige projecten waarmee je een heel groot deel van de opslagbehoefte in Nederland en een deel van de opwek die nu in de Noordzee wordt gepland, zou kunnen vermijden. Zo'n project had ik graag omarmd gezien, maar dat is niet gebeurd. Het komt ook moeizaam van de grond. Dat ligt niet aan deze minister en haar ministerie. Andere ministeries, zoals IenW en LVVN, werken zeer beroerd mee. Dat is een voorbeeld. De olifant in deze kamer is toch de vraagkant van de economie. Daar wordt in dit coalitieakkoord nauwelijks op ingegaan. Er zijn een paar normeringsmaatregelen, zoals de hybride warmtepomp, maar de ambitie is erg gering. Dat snap ik ook, want het is een behoorlijk ideologisch debat over de vraag of je vindt dat de bomen tot in de hemel groeien of dat we een economie van het genoeg zouden moeten nastreven, of alle smaken daartussen. Daarop zou de ChristenUnie wat normatiever zijn geweest als wij aan tafel hadden gezeten.

De voorzitter:

Tot slot, meneer De Groot.

De heer Peter de Groot (VVD):

De heer Grinwis van de ChristenUnie snijdt nu twee onderwerpen aan waar mijn vraag niet over ging. Mijn vraag ging over industrie. Ik zou graag één concreet punt van de ChristenUnie willen horen: wat wilt u in dit coalitieakkoord invoeren zodat het beter wordt? Dan kan ik kijken of ik het daar wel of niet mee eens ben.

De voorzitter:

Eén concreet punt.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik heb wel degelijk concrete punten genoemd, alleen niet de punten waar de heer De Groot op zat te wachten. Het volgende concrete punt is door de heer Flach en mij eerder op deze avond ingebracht. Voor de nettarieven en de netcongestie, wat op dit moment de grootste zorg is voor heel veel burgers en bedrijven, staat er geen enkele concrete maatregel waar je uit kunt afleiden dat die in de toekomst de tarieven dempt. U had het net en marge over amortisatie, over het langer afschrijven van de enorme investeringen die nodig zijn om onze netten weer op kracht te krijgen. Daar staat niks over in het coalitieakkoord. Dat bevreemdt mij zeer. Dat is alleen op basis van een wankele financiële redenering vanuit het ministerie van Financiën dat het allemaal ingewikkeld is en niet zo veel effect zou hebben. Dat vind ik nou bij uitstek een maatregel die ontbreekt en die ik toegevoegd zou willen zien.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Meneer Grinwis mag meneer Vermeer en meneer De Groot bedanken dat hij zo veel extra spreektijd heeft gekregen. Ik ben wel heel benieuwd wat hij daarvoor in de aanbieding heeft gedaan.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Door een paar collega's een beetje uit te dagen, kwamen ze naar voren. Verder niks, als de heer Heutink dat bedoelt. Dit is een zeer serieus onderwerp. Ik vind dat er een aantal verstandige maatregelen in het coalitieakkoord staan, maar het staat best wel ver af van de ambitie die sommige onderhandelende partners in hun verkiezingsprogramma en hun doorrekening hadden staan. Maar dat even terzijde.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. ETS2. We weten dat deze maatregel een lastenverzwaring van ruim 4 miljard per jaar voor burgers en bedrijven betekent. Dat is enorm. Er heeft hierover nooit een fatsoenlijk politiek debat plaatsgevonden. Ik zei het in mijn interruptie al: het is in de vorige formatie in één keer toegevoegd aan de algemene middelen, naar ik begreep. Compensatie is echter volstrekt onzeker, onvolledig of onhelder. Denk aan burgers die meer moeten gaan betalen voor hun energie. Vervoersarmoede en energiearmoede nemen toe door ETS2. We staan erbij en kijken ernaar. En vooruit, er is ons een publiek noodfonds in het vooruitzicht gesteld, maar dat is er op zijn vroegst over een klein jaar. Gaat dat overigens lukken, is mijn vraag aan de minister. Ik denk ook aan de glastuinbouw — collega Flach zei het ook al — die met een enorme stapeling van de lasten te maken gaat krijgen. Tegelijkertijd zijn de randvoorwaarden om te verduurzamen niet op orde. De nationale CO2-heffing voor de grote industrie wordt na een effectieve lobby afgeschaft. Waar is de zorg voor het gelijke speelveld voor deze bedrijven en het mkb? Wat vindt de minister hiervan? Hadden de ETS2-middelen wel zonder slag of stoot toegevoegd mogen worden aan de algemene middelen? Ik ben benieuwd naar haar reactie.

Tot slot wijs ik op het amendement dat ik met collega's Ceder en Van Oosterhout heb ingediend om de nettarieven in Caribisch Nederland even hoog te maken als in Europees Nederland. Nu zijn deze namelijk nog veel hoger. Ik zie uit naar een positieve appreciatie.

De heer Vermeer (BBB):

De heer Grinwis doet voor minimaal de tweede keer in zijn betoog in een tussenzinnetje alsof de CO2-heffing eraf gaat vanwege een effectieve lobby. Daarmee suggereert hij dat Kamerleden aan de leiband van bedrijven lopen, terwijl de meeste Kamerleden — in ieder geval als ik voor mezelf spreek — het een heel onverstandige actie vinden om een nationale kop te zetten op Europees beleid en er dan ook nog voor te zorgen dat er geen handelingsperspectief voor die bedrijven is. Dat heeft he-le-maal niets te maken met lobbyen, maar gewoon met gezond verstand. Als de heer Grinwis net zo voor de bedrijven is als hij betoogt, moet hij dit niet aan de lobby toeschrijven, maar moet hij zien dat dit gewoon een heilloze weg was.

De voorzitter:

Waarvan akte, zou ik willen zeggen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik ontken helemaal niet dat de heer Vermeer misschien wel dat standpunt heeft gehad. Dat zeg ik helemaal niet. Ik constateer alleen wel dat de lobby die er was, effectief was. Daarmee heb ik geen kwaad woord gezegd over die lobby of over de heer Vermeer. Maar volgens mij kunnen we hier vrij objectief vaststellen dat het een effectieve lobby was en dat het toponderwerp nettarieven binnen een jaar tijd werd ingehaald door een onderwerp dat eerst buiten de top tien van zorgen van de grote bedrijven viel, of in ieder geval buiten de top vijf, namelijk de CO2-heffing. Er is in een jaar tijd dus wel wat gebeurd, terwijl die CO2-heffing al jaren bestond maar, inderdaad, afgelopen jaar pas voor het eerst effectief ging bijten.

De voorzitter:

Kort nog, meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):

Dit is gewoon feitenvrij gedoe. Dit is gewoon een mening: dat een lobby effectiever is dan het gezond verstand van Kamerleden. We zullen het nooit weten. De stelling van de heer Grinwis is feitelijk: als die lobby er niet geweest was, was niemand erover begonnen. Dat is flauwekul.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik onderschat de heer Vermeer geenszins. Sterker, ik acht hem heel wel in staat deze mening zelfstandig te hebben en ik denk dat er effectief met een meerderheid van de Kamer een verandering van beleid had kunnen worden gerealiseerd. Feit is dat er een lobby is geweest die tot een verandering van standpunt heeft geleid, inderdaad samen met een aantal Kamerleden. Die lobby is vrij effectief geweest.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Grinwis. Het woord is aan de heer Dassen voor zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van Volt.

De heer Dassen (Volt):

Dank, voorzitter. Allereerst gefeliciteerd aan de collega's met hun maidenspeech. Inspirerend, mooi. Veel succes! Mooi om te zien dat er nu al een kleine competitie gaande is in wie de meeste interrupties pleegt. De voorzitter kan daar zijn hart nog aan ophalen!

De voorzitter:

Nou, u doet het ook goed, hoor, meneer Dassen!

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Gisteren hebben we allemaal genoten van Jutta Leerdam en Femke Kok, goud en zilver op de 1.000 meter. Dat was een geweldige race. Een duidelijk doel, volharding en keihard werken: zo maakten zij het onmogelijke waar, van droom naar olympisch kampioen. De vraag is natuurlijk: wie worden de toekomstige Leerdam en Kok, in bijvoorbeeld 2042? Want door de opwarming van de aarde zullen steeds minder landen in staat zijn om straks de Olympische Winterspelen te organiseren.

Maar de winterspelen zijn misschien wel onze minste zorg, als je het hebt over klimaatverandering. Denk maar aan de bosbranden, de overstromingen en de voedseltekorten. Terwijl wij hier met elkaar debatteren, is Trump vandaag weer bezig geweest met het verder slopen van het klimaatbeleid in de Verenigde Staten, waardoor de industrie- en autosector straks hun uitstoot niet meer hoeven te meten en rapporteren. Experts noemen dit dan ook een van de grootste dereguleringen in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Dit is precies het moment waarop Europa zou moeten laten zien dat het wél koersvast blijft en niet meegaat in een race waarin de lat steeds lager komt te liggen. Dat is in ons eigen belang, voor onze eigen welvaart en onze eigen veiligheid.

En juist daar wringt het, voorzitter. D66, CDA en VVD houden namelijk vast aan het klimaatdoel voor 2030, maar heel eerlijk: ze lijken er zelf niet in te geloven. Dat is begrijpelijk, want het huidige beleid schiet tekort. Als je dan de CO2-heffing afschaft, de vervuilende bedrijven een subsidie geeft en Lelystad Airport opent, gaat het niet de goede kant op. Ook in Europa zie je dat de klimaatdoelen en de milieunormen worden afgezwakt. Het PBL schatte de kans dat we de doelen in 2030 halen eerder op minder dan 5%. Met deze opstelling word je in ieder geval geen olympisch kampioen. Nu is het het moment om te kiezen: blijven we vasthouden aan een systeem waarvan we weten dat uitstel de kosten alleen maar vergroot, of investeren we nu in schone oplossingen die goed zijn voor het klimaat, voor onze leefomgeving en juist ook voor ons toekomstig verdienvermogen?

Voorzitter. Het goede nieuws is dat gewone Nederlanders al laten zien dat het kan. Er zijn gedurfde plannen en moedige keuzes die tot wel 17 megaton uitstoot kunnen besparen in 2030. Dan heb ik het over het Nationaal Burgerberaad Klimaat. Hoe kijkt de minister naar deze aanbevelingen? Wat wil zij hierover meegeven aan haar opvolger? Ik vraag het ook omdat de minister natuurlijk van dichtbij het proces heeft meegemaakt en ons het rapport uiteindelijk ook in ontvangst heeft gegeven. Als zij straks naar een andere positie zal gaan, zal zij de brief misschien niet meer direct naar de Kamer sturen, maar ik ben wel heel benieuwd naar haar reflectie daarop.

Voorzitter. De Britse veiligheidsdiensten onderzochten de gevolgen van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. De conclusies waren zo alarmerend dat de regering, zoals enkele collega's ook al aangaven, het rapport uit de openbaarheid wilden houden. Natuurrampen, mislukte oogsten, besmettelijke ziekten, conflicten, water, voedsel, toenemende migratie: de klimaatcrisis kent geen paspoortcontrole. Ik vraag aan de minister of zij deze zorgen deelt. Is zij bereid de Nederlandse veiligheidsdiensten een vergelijkbare analyse te laten maken en dit onderwerp in Europa te laten agenderen om te zorgen dat er Europabreed eenzelfde analyse wordt gemaakt?

Voorzitter. Dan de balans van deze minister zelf. Maatwerkafspraken en kernenergie waren in het begin de paradepaardjes van deze minister van Klimaat en Groene Groei. Nu zien we dat Nobian tijdelijk stopt met verduurzamen. Bij Tata Steel blijkt de klimaatwinst zeer onzeker. Hoe kijkt de minister nu naar deze maatwerkafspraken? Wat zou zij haar opvolger mee willen geven? Hoelang moeten we hiermee doorgaan? Wanneer is dit nog een succes, vraag ik. Als je nu kijkt hoelang we al bezig zijn met die maatwerkafspraken, dan zie je namelijk dat die niet het resultaat boeken waar we volgens mij allemaal op hoopten. Ik hoor graag hoe deze minister daarnaar kijkt.

Als we de Europese samenwerking serieus nemen, dan moeten we keuzes maken. Wat produceren we in Nederland en wat in andere Europese landen? Want zoals de Wetenschappelijke Klimaatraad waarschuwt: als je geen keuzes maakt, loop je het risico om alles te verliezen. Is de minister dan ook van mening dat die keuzes nodig zijn of is zij van mening dat nog steeds alles kan in Nederland? Als zij echt zou moeten kiezen, wat waren dan de keuzes geweest als zij hiermee door was gegaan?

Voorzitter. Veelbelovende sectoren, zoals biobased materialen en groene chemie, krijgen nu niet de steun die nodig is. We hebben alle oplossingen nodig: elektrificatie, groene waterstof, circulaire plastics, maar ook CO2-verwijdering en bijmengverplichtingen voor groene grondstoffen. We hebben daar eerder moties over ingediend. Ik ben benieuwd wat de aanbeveling van de minister zou zijn om juist nu die nieuwe markten te stimuleren. Het gaat dus specifiek om CO2-verwijdering, maar ook om dingen waar we het eerder over hebben gehad, zoals recyclaat en groen staal. Wat zijn andere mogelijkheden waarvoor we nu nieuwe markten kunnen gaan opzetten, juist om te zorgen dat we die groene vraag stimuleren?

Voorzitter. Dan kernenergie. Het SMR-rapport laat zien dat uitrol pas in 2040 mogelijk is, met beperkte locaties en geringe investeringsbereidheid. Wat acht de minister hier realistisch in? Dat vraag ik ook omdat het coalitieakkoord aangeeft dat we mogelijk van de hele grote kerncentrales af stappen en enkel en alleen op de SMR's gaan inzetten. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt, zeker ook omdat dit jaar de eerste SMR geopend zal worden, ik geloof in China.

Voorzitter. Netcongestie kwam vandaag al veel langs. Ook Draghi benadrukte het: het integreren van de Europese infrastructuur is cruciaal. Ik weet dat de minister inzet op het EU Grids Pakket, maar we lopen achter op de doelen. Daarom ben ik benieuwd of we haar kunnen uitdagen: wat kunnen we nou beter of meer doen om te zorgen dat we het Europese stroomnet versterken, om de interconnectiviteit te verbeteren en juist ook om te versnellen? Er is hier namelijk veel meer mogelijk. Ik geloof dat de Universiteit van Dublin in 2020 al berekend heeft dat de kosten 30% lager zouden zijn als we een echt goed Europees stroomnetwerk zouden hebben. Ik had het net al over sabotageacties die dan veel minder makkelijk uit te voeren zijn. Kortom, we krijgen als Europa een krachtiger netwerk.

Voorzitter, ik zie overigens dat ik uit de tijd loop. Dat is niet erg, want ik heb nog meer dan voldoende minuten om te spreken. We kunnen de klok dus gewoon rustig laten lopen. Ik kom later niet in de problemen. Ik zie dat dat de voorzitter tevreden stemt.

De voorzitter:

Ergens wordt er afgerekend, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. De aanstaande coalitie wijst vooral naar Europa, terwijl we zien dat het Draghirapport ook daar af en toe verkeerd geïnterpreteerd dreigt te worden. Juist milieuwetgeving wordt afgezwakt en de concurrentie wordt ingenomen in plaats van dat er wordt geïnvesteerd in duurzame oplossingen, waar Draghi juist toe oproept om te zorgen dat we versnellen. Zie bijvoorbeeld wat er nu weer gebeurt met de Duitse auto-industrie. Die blijft achter omdat zij vasthoudt aan het oude, terwijl we links en recht ingehaald worden door Chinese fabrikanten die juist wel hebben ingezet op innovatie en elektrisch rijden. Dat is een probleem waar we voor moeten waken. Als we nu niet bereid zijn om te investeren in de innovaties van de toekomst, zijn we straks overgeleverd aan landen en bedrijven die dat wel doen en die wel die stappen durven te zetten.

Voorzitter. Europa telt enorm veel innovatieve groene start-ups, veel meer dan China of de Verenigde Staten. Zij zijn de toekomst van ons verdienvermogen en hebben de oplossingen voor het klimaatvraagstuk. Geef hun dus de ruimte om uit te groeien tot een nieuwe industrie. Doe het Europees, want samen kunnen we groener en welvarender worden, juist ook met het oog op de generaties na ons.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dassen. Dan is het woord aan de heer Heutink als laatste spreker van de zijde van de Kamer in de eerste termijn. Hij spreekt namens de Groep Markuszower.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Gezien de tijd zal ik het kort houden. Laat ik beginnen met iets waar we het allemaal over eens kunnen zijn. Fossiele brandstoffen raken ooit op. Het is dus logisch dat we nadenken over alternatieven, maar dat zijn geen batterijen die kobalt bevatten, want ook die stof raakt op en nota bene wordt deze stof vooral in Congo gewonnen door middel van kinderarbeid. We moeten dat niet willen.

We moeten nadenken over hoe we energie opwekken in de toekomst, maar logisch nadenken is iets anders dan doordenderen zonder oog voor de gevolgen. Precies daar gaat het vandaag mis. We zien een energietransitie die te snel, te duur en te dwingend wordt opgelegd, alsof Nederland morgen vergaat als we nu niet alles omgooien. Maar laten we eerlijk zijn: we gaan morgen niet dood aan klimaatverandering. Wat wel gebeurt, is dat mensen nu al moeite hebben om hun energierekening, boodschappen en huur te betalen. En dan wordt er elk jaar 8 miljard euro aan subsidies voor duurzame energie uitgegeven. 8 miljard euro per jaar. Dat is geld dat volgens ons gewoon weggegooid wordt, omdat het beleid niet aantoonbaar effectief is. Dat is geen mening; dat is gewoon rekenen. Sterker nog, het was voormalig minister Rob Jetten zelf die ooit zei dat het Nederlandse klimaatbeleid zou leiden tot 0,00036 graden minder opwarming van de aarde. Dat is verwaarloosbaar. Dat is niet klein, dat is niet weinig; dat is verwaarloosbaar. En daar geven we dan miljarden aan uit. Dan mag je toch op z'n minst de vraag stellen of we hier het juiste doen?

Voorzitter. Daar komt nog iets bij wat veel mensen niet begrijpen en eerlijk gezegd ook niet meer vertrouwen. We zien rechterlijke uitspraken waarbij klimaatbeleid wordt afgedwongen, terwijl blijkt dat diezelfde rechter klimaatactivist is en in zijn onderbouwing stukken gebruikt die zijn opgesteld in opdracht van Greenpeace. Dan raakt de scheiding tussen activisme en rechtspraak zoek. Dat schaadt het vertrouwen van mensen. De rechtspraak moet onafhankelijk zijn, en geen verlengstuk van actiegroepen. Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, wil het nieuwe kabinet de warmtepomp opnieuw verplicht stellen. Alsof mensen zitten te wachten op weer een dure maatregel die hen wordt opgelegd. Hoe zit het dan met die warmtenetten? Die worden straks ook uitgerold, tegelijk, met miljarden aan subsidies. Ik vraag aan de minister: moet iemand dan straks verplicht aan een nieuwe warmtepomp én aan een warmtenet? Wie gaat dat dan betalen? Hebben de inwoners daar zelf ook nog iets over te zeggen? Wij vinden dit totale betutteling. Mensen moeten zelf keuzes kunnen maken. Niet iedereen kan tienduizenden euro's investeren in een verbouwing, ook niet met subsidies. Wie dat wel kan, moet dat vooral doen, maar dwingen is iets anders dan stimuleren.

Voorzitter. We zijn niet tegen verandering, integendeel. Maar verandering moet haalbaar, betaalbaar en eerlijk zijn, met oog voor de Nederlander die elke maand puzzelt om rond te komen, en met beleid dat werkt, in plaats van symboolpolitiek die vooral heel erg lekker voelt. Wat zouden we allemaal wel niet kunnen doen met die miljarden? We kunnen wegen aanleggen, we kunnen het openbaar vervoer goedkoper maken, we kunnen de energiezekerheid verbeteren of we kunnen het leven gewoon weer wat betaalbaarder maken.

Tot slot. Als we écht vooruit willen kijken, laten we dan ook eerlijk zijn over energiebronnen. Wind en zon zijn wisselvallig en vragen enorme subsidies. Kernenergie daarentegen is stabiel, schoon en toekomstgericht. Daarop zouden we volop moeten inzetten, in plaats van het landschap vol te zetten met molens en mensen op kosten te jagen. Ik vraag aan de minister: hoeveel vaart gaan we nu maken met de kerncentrales?

Voorzitter. De energietransitie mag geen ideologisch project zijn. Het moet een verstandig plan zijn, met nuance, met realisme en vooral, vooral met respect voor de mensen die het moeten betalen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Heutink. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer bij deze behandeling van de begroting van Klimaat en Groene Groei.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

De voortzetting hiervan zal aanstaande donderdagochtend om 10.25 uur plaatsvinden. Dan gaan we luisteren naar de beantwoording van de zijde van het kabinet in eerste termijn. Daarmee is er ook een einde gekomen aan deze vergaderdag. Ik sluit de vergadering van 10 februari 2026.

Sluiting

Sluiting 23.26 uur.