Tweede Kamer, 41e vergadering

  • Begin14:00
  • Sluiting00:00
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:

Ik open de vergadering van dinsdag 10 februari 2026.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Coenradie

Vragen van het lid Coenradie aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij afwezigheid van de minister van Justitie en Veiligheid, over het bericht "Agent met gezin ondergedoken na ophef over arrestatie onder Bollendak in Utrecht".

De voorzitter:

Aan de orde zijn de mondelinge vragen. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Coenradie voor haar mondelinge vraag namens JA21 aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die ik van harte welkom heet in ons midden. Het woord is aan u, mevrouw Coenradie.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Voorzitter. Een politieagent in Nederland die simpelweg zijn werk doet en een aanhouding verricht in het centrum van Utrecht, zit vandaag ondergedoken met zijn gezin. Dat is niet vanwege criminele dreiging en niet vanwege een fout van zijn kant, maar mede omdat zijn eigen werkgever hem keihard voor de bus gooide. Dit is geen incident, maar keihard systeemfalen. Een agent die handhaaft in een wetteloos geworden gebied wordt publiekelijk neergezet als dader. Zijn naam lekt uit en zijn gezin wordt bedreigd, en wat krijgt hij van de politietop? Geen rugdekking, geen duidelijkheid en geen bescherming. Wel horen we: begrip voor de ophef. We horen afstandelijke, procedurele verklaringen die vooral bedoeld lijken om politieke schade te beperken en niet om een agent te beschermen.

Voorzitter. Dit incident legt iets heel dieps bloot, namelijk een diepgewortelde angstcultuur onder agenten. Dat hoor ik iedere dag weer vanuit hen. Dit is het gevolg van jarenlang politiek wegkijken, het pamperen van relschoppers, een elite die sneller buigt voor online verontwaardiging dan dat die pal staat voor hun eigen mensen en een politietop die meer bezig is met de politieke arena dan met blijk geven van goed werkgeverschap. Ik mis leiderschap. Dat mis ik niet alleen bij de politietop, maar ook bij de VVD-minister van Justitie en Veiligheid. Een leidinggevende die zijn mensen namelijk niet beschermt in de eerste uren, beschermt ze nooit. Vertrouwen is de zuurstof van handhaving. Zonder vertrouwen is er geen gezag, zonder gezag is er geen orde en zonder orde kun je dag zeggen tegen de rechtsstaat. Mijn vraag aan de minister is: kan hij heel duidelijk aangeven waarom deze agent ondergedoken zit en uit welke hoek of hoeken deze dreiging volgens hem komt? Waarom is er niet onmiddellijk publiek en ondubbelzinnig rugdekking gegeven door de politieleiding en de minister? Waar waren ze toen ze nodig waren? Welke concrete maatregelen neemt de minister vandaag, niet morgen, om deze agent en zijn gezin nu en eventueel in de toekomst te beschermen? Hoe gaat de minister herstellen dat agenten zich veilig voelen om hun werk te doen zonder angst om bij de eerste mediastorm te worden opgeofferd voor beeldvorming? Tot slot: heeft het lokale gezag in Utrecht volgens de minister de situatie wel op orde, of wordt handhaving beïnvloed door maatschappelijke en politieke druk?

Tot zover.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Rijkaart:

Voorzitter, dank u wel. We hadden al afscheid genomen van elkaar, maar ik ben hier namens de minister en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, omdat zij afwezig zijn vanwege het uitvoeren van hun werkzaamheden in de Eerste Kamer, ten bate van het Wetboek van Strafvordering. Ik heb nog geprobeerd om een van de twee hier te krijgen, maar mijn meedenken werd helaas niet beloond.

De voorzitter:

We zijn blij met uw aanwezigheid, minister.

Minister Rijkaart:

Ik ga proberen de vragen van mevrouw Coenradie toch zo goed mogelijk te beantwoorden. Zij vraagt of ik duidelijk kan aangeven waarom deze agent ondergedoken zit en uit welke hoek de bedreigingen komen. Indien bedreigingen richting politiemedewerkers van deze aard zijn, die zeer ernstig zijn, kan er overgegaan worden tot veiligheidsmaatregelen. Die veiligheidsmaatregelen zijn inmiddels dus genomen. Ik kan niet ingaan op de individuele casuïstiek en de aard en omvang van deze maatregelen, natuurlijk ook vanuit het oogpunt van de veiligheid van deze politiemedewerker en zijn gezin. Wel kan ik zeggen dat er een strafrechtelijk onderzoek is gestart naar het doxen van deze agent.

Mevrouw Coenradie vroeg ook waarom er dan niet onmiddellijk publiek en ondubbelzinnig rugdekking is gegeven door de politieleiding en de minister van Justitie en Veiligheid. Zowel de politiechef als de korpschef hebben verklaard dat de bedreigingen richting politiemedewerkers ontoelaatbaar en onverteerbaar zijn. Als minister van Binnenlandse Zaken en ex-medewerker van de politie kan ik niet anders dan mij daar heel erg bij aansluiten. Ik weet uit eigen ervaring wat de impact is als je in je huiselijke situatie bedreigd wordt. Ik wil dan ook mijn steun uitspreken voor de politiemedewerker en zijn naasten. De minister van Justitie en Veiligheid heeft diverse keren, ook laatst nog, in een debat over geweld tegen hulpverleners, in zijn algemeenheid uitgesproken dat geweld tegen politieagenten, tegen alle hulpverleners, ontoelaatbaar is. Daar dient wel bij opgemerkt te worden dat een minister zich in principe nooit uitspreekt over individuele casuïstiek.

Welke concrete maatregelen neemt de minister vandaag om de agent te beschermen? Dat is primair een werkgeversverantwoordelijkheid. Ik weet dat de werkgever, in dit geval de politie, de bedreigde medewerker sociale, emotionele en juridische hulp biedt in deze casus, naast de eerder genoemde beveiligingsmaatregelen, natuurlijk. Verder kan ik geen uitspraken doen over de veiligheidsmaatregelen rondom die politiemedewerker.

Hoe ga ik voorkomen dat politiemedewerkers zich onveilig voelen rondom doxing, in dit geval, nu en in de toekomst? Doxing is strafbaar geworden per 1 januari '24, kan ik daarvan zeggen. Dat wil niet zeggen dat je dan direct maatregelen hebt. Het is aan de medewerker, in samenwerking met het korps en de juridische hulp die daarbij zit, om aangifte te doen om op die manier over te kunnen gaan tot strafvervolging.

Dan vroeg u of de leiding van de politie Utrecht — dat is zelfs Midden-Nederland, uit mijn hoofd gezegd — een en ander op orde heeft, meen ik. Ik moet u heel eerlijk zeggen dat ik daarvan als minister van Binnenlandse Zaken op dit moment eigenlijk geen beeld heb. Dat laat uw vraag wellicht onbevredigend onbeantwoord.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Hier was ik al een beetje bang voor. Dit staat namelijk echt wel af van wat daar daadwerkelijk aan de hand is. De eerste reactie van politie Midden-Nederland, wat de minister goed zei, was echt wel anders. Zij snapten de ophef, was de primaire reactie: "Wij snappen de ophef en gaan dit verder onderzoeken." Dat is toch geen vorm van rugdekking? Daar spreekt toch geen vertrouwen uit? Dat is toch niet achter je mensen gaan staan? Dat is toch ontzettend koorddansen in plaats van gewoon direct staan voor je mensen? Dat is allereerst.

Daarnaast wil ik graag weten of het kabinet bereid is om het gesprek aan te gaan met politie Midden-Nederland. Ik krijg namelijk aan alle kanten duizenden reacties van politie door heel Nederland heen dat het mis is met de cultuur, dat er een angstcultuur heerst. Zeker als het gaat om politie Midden-Nederland, krijg ik door dat echt heel veel zaken niet op orde zijn. Ik wil echt meer duidelijkheid. Ik wil concretere antwoorden. Ik wil meer toezeggingen. Ik wil meer het gevoel krijgen dat de politie deze agent maar ook alle agenten verder op straat niet alleen laat staan en dat ze worden omarmd door het kabinet.

Minister Rijkaart:

Over de ophef die is ontstaan: het is mij natuurlijk wel duidelijk geworden dat er ophef in de samenleving is ontstaan. Daarbij wil ik wel aantekenen dat die ophef vanuit twee kanten komt, zowel in negatieve zin naar de agent waar we het hier over hebben toe als in positieve zin naar de agent toe om hem te steunen en rugdekking te geven. Kunnen wij met de politie Midden-Nederland in gesprek gaan? Die vraag stelt u aan mij als bijna afscheidnemend minister van Binnenlandse Zaken. Die moet ik echt doorgeleiden naar mijn collega, zodat u er bij hem echt op aandringt dat dat vanuit uw punt zeer gewenst is, natuurlijk met de inhoud en de duiding die u daar zojuist bij heeft gegeven, want u heeft wel een boodschappenlijstje meegegeven. Dat zijn de vragen die ik even genoteerd heb.

De voorzitter:

Afrondend, mevrouw Coenradie.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Afrondend. Ik wil toch echt graag de toezegging dat het kabinet dat er nu nog zit — daar zitten we nu ook in — gewoon simpelweg de moeite doet om richting het volgende kabinet te zeggen: luister eens, jullie gaan heel snel met politie Midden-Nederland om tafel om hier deze wanorde aan de kaak te stellen.

Minister Rijkaart:

Die toezegging krijgt u van me.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik wil beginnen met de politieagent in kwestie en zijn gezin heel veel sterkte te wensen. De politieagenten in Nederland doen vaak onder heel moeilijke omstandigheden hun werk, moeten snel beslissingen nemen en zijn er gewoon voor om mensen die stelen, zoals in dit geval, op te pakken. Wat hier gebeurd is, is echt een groot drama voor het gezin en voor de politieagent in kwestie, maar ook voor andere politieagenten, die zien dat een collega inderdaad gewoon voor de bus wordt gegooid.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Mijn vraag is: wie wil er nog in Nederland politieagent worden — die hebben we kei- en keihard nodig — als je op deze manier eigenlijk voor de bus gegooid wordt door je eigen baas? Kan de minister daarop antwoorden? Dit is toch een heel slecht signaal voor nieuwe mensen die wij willen werven als politieagent?

Minister Rijkaart:

Dat is eigenlijk een oproep aan de samenleving van Nederland en niet zozeer aan de minister, maar het is natuurlijk wel een zeer relevante vraag: wie wil er nog politieagent worden? Het gaat dan niet alleen over deze casus, maar het gaat in de volle algemeenheid over hoe men in de samenleving naar de politie kijkt en wat de agenten allemaal te verduren staat in de uitvoering van hun dagelijkse taak. Dat is een zorgwekkend iets. Ik beschouw dit dan ook als een algemene vraag die ik om daar goede nota van te nemen doorgeleid naar de opvolger van de minister van JenV, want het is een zorg in zijn algemeenheid.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Ook ik zeg eerst even inleidend: dat een agent en zijn gezin moeten onderduiken, is echt onacceptabel. Dat er, wat de aanleiding ook is, vervolgens persoonsgegevens worden gedeeld en zelfs misbruikt om iemand te bedreigen, kan niet. Ik wil ook mijn medeleven uitspreken naar de agent, zijn gezin en kinderen thuis. Dat delen van gegevens, oftewel doxing, is in 2024 strafbaar gesteld; dat hebben wij hier in de Kamer gedaan. Maar ik vraag me af wanneer dit nou daadwerkelijk leidt tot een veroordeling. Lukt het nu om mensen daadwerkelijk goed voor de rechter te krijgen en op te sporen?

Minister Rijkaart:

Dat is een vraag van technische aard, waarvan ik eerlijk gezegd moet zeggen dat ik het antwoord zo niet paraat heb. De wetgeving bestaat pas sinds kort, dus daar moeten cijfers van te vinden zijn, maar uit mijn hoofd, zo even ad hoc, durf ik die niet te geven.

Mevrouw Faber (PVV):

Weet u, het is een opstapeling van getreiter en gesar tegen agenten. Dan treedt een keer een agent op en dan laat de politiechef Midden-Nederland de agent gewoon keihard vallen. Dit terwijl heel Nederland — heel Nederland — het gewoon spuug- en spuugzat is, die haat in de straat en al dat gedoe en dat tuig. Denkt u nou echt dat deze vrouwen dit hadden geflikt bij een agent in Verweggistan? Ik denk het niet. Wat moet er nou eens een keer gaan gebeuren voordat de minister zich niet hult in allerlei mooie taal van medeleven en zegt "we gaan een onderzoek doen" en "we doen toezeggingen", maar eens een keertje echt ingrijpt? Dan moet de minister niet komen met "ja, ik weet het niet". De regering spreekt met één mond, dus ik verwacht een concreet antwoord van deze minister.

Minister Rijkaart:

Eigenlijk is het antwoord daarop zeer eenvoudig: een afspraak staat totdat we een nieuwe afspraak hebben. De politie houdt zich aan de wet- en regelgeving die haar gegeven is, de ambtsinstructie die daarbij hoort en de protocollen die daarvoor staan. Als wij als samenleving — daar zijn wij hier met z'n allen bij; het kabinet, maar ook u als Kamer — zeggen dat er een steviger kader moet komen voor de politie om op te treden, dan is het aan u allen, vooral na de 23ste, om daarover samen in gesprek te gaan om te komen tot concrete voorstellen om die verankering steviger weg te zetten.

Mevrouw Faber (PVV):

Kijk, dat bedoel ik nou. Er komt weer een heel verhaal met allerlei woorden over protocollen en weet ik veel wat, maar er moet wat gebeuren. U kunt niet zeggen, zeg ik u via de voorzitter, dat deze Kamer hier niet over begint elke keer. Elke keer als er gedoe is met de politie — we hebben het bijvoorbeeld gehad over de jaarwisseling — uiten we ons ongemak, wat we ervan vinden en "dit kan zo niet". Dat hebben wij tig keer naar voren gebracht. Maar dit kabinet doet niets! Wij geven dit signaal, maar waarom doet u nu gewoon niks, zeg ik u via de voorzitter. Dit kabinet kan toch ook een keer de handschoen oppakken. U kunt niet zeggen dat de Kamer dat niet doet. Het is het kabinet dat alles van zich afschuift en zegt "ja, openbare orde valt onder de burgemeester en we hebben protocollen", maar een minister kan ook iets. U zit er toch niet voor Pietje Snot? Dat bedoel ik niet beledigend.

Minister Rijkaart:

"De minister kan toch ook wat doen." Nou ja, in de beperkte dagen die er nog zijn, wordt dat wel heel lastig. De minister van JenV heeft terdege diverse maatregelen aangekondigd, ook naar aanleiding van casussen in de afgelopen periode, onder andere rondom de rellen in Den Haag, waar geroepen werd om meer uitrusting en dergelijke. U kunt zeggen dat het een beetje een procesantwoord is, maar als iemand die nog niet zo gek lang geleden politieagent was, weet ik als geen ander dat ook zij zich op straat aan gewoon die protocollen en processen hebben te houden. Dan kunnen we wel zeggen "dat moet meer" en "dat moet steviger" en dergelijke, maar dan zeg ik: ja, ik denk dat ze dat op straat misschien ook wel willen, maar binnen de wet- en regelgeving waaraan zij zich moeten houden is het hun niet gegeven om dat te doen. Daar moet u toch in de komende periode als Kamer en nieuw kabinet samen over in debat.

De heer Stoffer (SGP):

Een van de grootste theologen aller tijden, Maarten Luther, zei ooit: als ik zou weten dat morgen de wereld vergaat, zou ik vandaag nog een boom planten. Als je minister bent en je hebt nog twee weken te gaan, verwacht ik wel dat je denkt "ik doe die twee weken er nog alles aan om dit land beter te maken" en niet "over twee weken zien we wel weer wat mijn opvolger doet". Deze agent heeft te maken met heel veel narigheid. Zijn privégegevens worden gedeeld, foto's gaan over het internet — nu nog steeds; die gaan gewoon rond. Mijn vraag is: wat doet dit kabinet, wat doet deze minister om dat te voorkomen? Dan wil ik niet het antwoord "over twee weken ziet mijn opvolger dat wel", maar ik wil weten wat er nú gedaan wordt. We hebben nog twee weken te gaan en dit gezin zit nog twee weken in de narigheid. Dat kunnen we niet toelaten.

Minister Rijkaart:

Ten aanzien van het nog twee weken in de narigheid zitten heb ik net uitgelegd dat die procedures lopen en onder de werkgeversverantwoordelijkheid vallen. Wat heeft deze minister nou concreet gebracht? Nou, dat kan ik u vertellen. In de afgelopen zes maanden is de politiepraktijk nog nooit zo dicht in het kabinet verwoord geweest als met de aanwezigheid van deze minister. Deze minister heeft meermaals en op ondubbelzinnige wijze de ruwe en rauwe werkelijkheid onder ogen gebracht van de minister van JenV, die daar goed nota van heeft genomen. Wat hij daarmee doet, is echter aan hem en zijn opvolger. Maar ik weet zeker dat hij goed tussen zijn oren heeft geknoopt wat de rauwe werkelijkheid van de dagelijkse politiepraktijk met zich meebrengt. Dat daar maatregelen uit moeten volgen, heeft hij in beperkte mate ook aangekondigd. Dat zal zijn opvolger ook in verdere mate moeten doen.

De heer Stoffer (SGP):

Ik geloof dat ongetwijfeld, dat iemand die uit de praktijk komt, zijn dingen naar voren brengt. Dat doe ik ook hier in de Kamer met de praktijk waar ik zelf uit kom. Maar we moeten wel constateren dat deze agent met zijn gezin gewoon al ik weet niet hoelang in de narigheid zit. Als iemand dat aan kan voelen, denk ik inderdaad dat dat deze minister is. Wat heeft het kabinet nu concreet gedaan om te zorgen dat deze man, met zijn gezin, gewoon weer zijn normale leven kan leiden? En wanneer kan dat dadelijk? Hij zit immers nog steeds ondergedoken en het gaat niet goed. Er is toch echt wel wat aan de hand. Ik verwacht wel te horen wat er de afgelopen tijd is gedaan en wat er de komende twee weken nog bovenkomt. Wat de opvolger doet, zien we dan wel weer. De minister is een instituut, niet een persoon. De minister is een instituut en dat gaat gewoon door. Het is een doorgaande lijn. We hebben altijd een minister.

Minister Rijkaart:

Die ervaring heb ik helaas zelf ook. Wat heeft het kabinet nu concreet gedaan? Nou, dat durf ik niet te zeggen. Ik weet wel dat er protocollen in werking zijn gesteld om deze agent, en ook zijn naasten, in veiligheid te brengen. Hoelang duurt dat? Zolang als nodig is. Dat is heel vervelend om te zeggen, maar ik weet uit eigen ervaring dat er intensief aan wordt gewerkt om dat zo kort mogelijk te laten duren. Over de specifieke details van hoe, wat, wanneer en op welke wijze deze agent weer zijn normale leven kan hervatten, kan ik helaas geen uitspraken doen. Dat is enerzijds omdat ik dat niet weet en anderzijds omdat het uit het oogpunt van het onderzoek en de veiligheid gewoon niet verantwoord is om dat te delen in de Kamer.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Ik wil de minister graag vragen wie de baas is op straat in Utrecht. Zijn dat de criminelen en de straatterroristen of is dat de politie? Uit de uitzending van Bureau Utrecht bleek al dat de politie in bepaalde wijken in Utrecht überhaupt niet meer kan komen door de totale chaos en het geweld. Nu moet de politie zelfs onderduiken. Mijn vraag aan de minister is dan ook hoe hij de slappe rol van de burgemeester in dit geheel beoordeelt en wat hij daar dan aan gaat doen.

Minister Rijkaart:

Er wordt hier een heel specifieke casus in combinatie met een televisie-uitzending met de vragen van mevrouw Coenradie verbonden. Daar kan ik gewoon geen antwoord op geven in deze constructie.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Politie is een prachtig vak. Dat hoef ik deze minister niet te zeggen. Het is ook een heel zwaar vak en het wordt zwaarder en zwaarder. Wat deze agent is overkomen gun je werkelijk je ergste vijand niet. Dat wil ik hier echt gezegd hebben. Dat gaat alle perken te buiten. Ik vraag de minister of hij ons kan informeren over hoe de politie omgaat met bedreigingen van agenten, want dat komt meer en meer voor. Ik begrijp goed dat dit een werkgeversaangelegenheid is, maar ik wil dat als volksvertegenwoordiger graag weten en er ook met de minister over in debat gaan. Kan hij dat geven?

Minister Rijkaart:

Ik denk dat het goed is om daar even schriftelijk op terug te komen, zodat u wat tastbaars in handen heeft om dat debat verder te voeren.

De voorzitter:

Dat noteren we als een toezegging.

De heer El Abassi (DENK):

Laat ook ik beginnen met zeggen dat het verschrikkelijk is dat een agent moet onderduiken. Tegelijkertijd is het verschrikkelijk dat de twee dames in kwestie bedreigingen naar hun hoofd geslingerd krijgen en dat ook de advocaat bedreigingen krijgt. Het is allemaal verschrikkelijk. Dat brengt mij misschien ook bij mijn vraag. Ik hoor dat hier vragen worden gesteld over dat de politiechef niet achter de mensen staat, dat de collega voor de bus gegooid wordt, dat collega's hem keihard laten vallen. Vindt de minister niet dat juist de politiechef hier voor de bus gegooid wordt?

Minister Rijkaart:

Die indruk heb ik niet. De politiechef heeft gereageerd op hetgeen is gepresenteerd op dit moment. Daar volgt nog nader onderzoek naar. Zoveel mensen, zoveel meningen overigens. De casus die u schetst, dat ook de dames in kwestie en de advocaat inmiddels bedreigd zijn, was mij nog niet bekend. Dat vind ik overigens evenzeer ontoelaatbaar.

De heer El Abassi (DENK):

De advocaat heeft dat gewoon publiekelijk gedeeld, dus dat is gewoon te achterhalen. Ik heb het over: vanuit de politiek. Er wordt hier door verschillende politici beweerd dat de politieagent door de politiechef voor de bus gegooid wordt, terwijl we een onderzoek hebben. Dat is niet onafhankelijk; ik had gepleit voor een onafhankelijk onderzoek, maar goed. Uit dat onderzoek is naar voren gekomen: disproportioneel geweld als het gaat om die trap en om die wapenstok, precies datgene waarvan mensen rillingen kregen. Dan is het toch niet gek dat een politiechef aangeeft dat de politiechef heel goed begrijpt dat deze situatie gevoelig ligt bij de mensen? We gooien de politiechef toch juist voor de bus door te zeggen dat hij niet genuanceerd moet doen?

Minister Rijkaart:

Volgens mij heeft de politiechef zich zeer genuanceerd uitgelaten in de media. De uitspraak van de politiechef was — ik zal die niet tot op de letter nauwkeurig citeren — dat het geweld proportioneel was, deels niet proportioneel. Met de verdere inhoud van welk deel dat dan was, ben ik helaas niet bekend. Dat zal later nog bekend worden, gok ik zo.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik kom maar gelijk ter zake. Het protocol bewaken en beveiligen omschrijft veel dingen voor personen die op basis van een systeem en van punten in aanmerking komen voor statische en dynamische bewaking, maar de incidenten bij politiemensen zijn niet beschreven in het stelsel bewaken en beveiligen. Ik wil heel graag een reflectie van de minister op de vraag of het stelsel bewaken en beveiligen kan worden aangescherpt, zodat er niet elke keer na een incident heel snel een oplossing moet worden gevonden in een of ander vakantiepark of een safehouse en zodat de kinderen naar school kunnen et cetera, et cetera. Mijn vraag aan de minister is dus of hij bereid is om met zijn opvolging en de minister van Justitie te kijken naar een aanscherping, zodat we dit veel professioneler kunnen oppakken. Ik weet als geen ander dat dat niet gebeurd is.

Een tweede vraag die ik hier echt even kwijt moet, is of we er niet ook eens over moeten nadenken of de politiechef in Utrecht of de korpschef van Nederland een onafhankelijke rol moet krijgen. Zij moeten namelijk nu ook de eindbeoordeling doen.

Minister Rijkaart:

Dan vraagt de heer Struijs eigenlijk enerzijds of we politiemensen kunnen onderbrengen onder het stelsel bewaken en beveiligen. Die vraag moet ik echt doorgeleiden naar de minister van Justitie, die natuurlijk verantwoordelijk is voor dat stelsel. De heer Struijs doet ook de suggestie dat de politiechef een meer onafhankelijke rol moet krijgen. Er zitten in het protocol al diverse onafhankelijke beoordelaars, dus mijn eerste indruk is dat de onafhankelijkheid daarmee voldoende geborgd is.

De voorzitter:

Meneer Struijs, uw tweede vraag.

De heer Struijs (50PLUS):

Dat laatste deel ik niet, want de reactie is, zoals ik zelf als politiechef heb meegemaakt: reageer maar niet. Ik wil dat elke politiechef een zelfstandige professionele beoordeling kan maken en zo achter zijn mensen kan staan en dat hij niet nog een keer naar een commissie moet voor een eindbeoordeling. Geef politiechefs dus de ruimte om sneller achter hun mensen te gaan staan. Dat is mijn oproep aan de minister en ik hoop dat hij die wil doorgeleiden.

Minister Rijkaart:

Dat wil ik zeker.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Hier ontstaat natuurlijk weer ruis over de vraag of iets proportioneel is of niet. Dat heb je op het moment dat je gewoon geen goede politiewoordvoering doet. Ik heb begrepen dat een afhoudtrap in deze zaak hartstikke proportioneel is. Dat mag gewoon; het is een van de technieken die worden geleerd. Is de minister het nou met me eens dat dit gewoon hoort bij het politievak of gaan we hier nou toch weer ruis creëren?

Minister Rijkaart:

Een politieagent die handelt in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, zoals dat zo mooi heeft, heeft conform het geweldsmonopolie het recht om geweld te gebruiken. Dat is hier overduidelijk het geval geweest. Of dat proportioneel is, wordt dan inderdaad later beoordeeld. Je moet dat sowieso melden en dan treden daarvoor de nodige protocollen in werking. Laat daar dus geen ruis over bestaan. Hoort een afhoudtrap in een voorkomend geval bij het werk? Ja, dat kan dus het geval zijn. Is dat dan per definitie proportioneel? Dat wordt aan de achterzijde beoordeeld.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Dat is beoordeeld door een geweldscommissie, die overigens niet de publieke opinie dient maar gewoon bedoeld is voor een intern lerende organisatie. Daar is volgens mij duidelijkheid over, maar het wordt elke keer met heel veel ruis omgeven. Dat brengt me in ieder geval wel bij de volgende vraag. Politieagenten hebben ook wel behoefte aan bodycams; die worden wel ingezet maar worden bij lange na niet door iedereen gedragen. Ik begrijp uit interne informatie dat dat met een gebrek aan geld te maken heeft. Leve de nieuwe coalitie die daar heel veel geld in steekt. We moeten afwachten waar dat dan weer ergens blijft, maar zou deze minister voor de tijd dat hij hier zit, ook richting het nieuwe kabinet, in ieder geval kunnen kijken of dat geld daadwerkelijk naar de agenten op straat gaat die hier gewoon behoefte aan hebben?

Tot slot ben ik erg benieuwd of deze minister misschien nog een boodschap heeft voor de betreffende agent in Utrecht.

Minister Rijkaart:

Dat is eigenlijk een oproep om dit, uiteraard met mijn collega van JenV, als warme aanbeveling door te geleiden naar het nieuwe kabinet en zijn opvolger.

Voordat ik terugkom op uw laatste vraag heb ik nog een cijfer over het aantal doxinggevallen die we hebben binnengekregen. Er waren in 2024 23 doxingzaken, maar ik heb helaas geen cijfer van het aantal veroordelingen, waar concreet om gevraagd werd.

Heb ik een boodschap voor die agent? Die heb ik al in mijn eerste inleiding gegeven. Ik heb mijn medeleven betuigd. Ik weet wat het is en wat de impact is. Ik kan niet anders dan hem in deze moeilijke tijd heel veel sterkte wensen voor hem én zijn naasten, want dit raakt ook zijn naasten.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.

Vragen Beckerman

Vragen van het lid Beckerman aan de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport over het bericht "Asbest in speelzand voor kinderen: 'Dit is echt heel ernstig'".

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Beckerman voor haar vragen namens de fractie van de Socialistische Partij aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ik heet de staatssecretaris van harte welkom. Het woord is aan mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

Goedemiddag. Er is asbest aangetroffen in speelzand voor kinderen. Het Algemeen Dagblad liet twaalf producten met speelzand onderzoeken in een laboratorium. In zes daarvan zat asbest. Veel kinderen spelen of hebben gespeeld met dit zand, thuis of op een kinderdagverblijf, op de opvang of op school. Decennia nadat je vezels hebt ingeademd, kun je longkanker of asbestkanker krijgen. Hoe groot het risico is voor kinderen die met het zand hebben gespeeld, is vooralsnog moeilijk te zeggen, maar de onderzoekers zijn zeer geschrokken. Heel veel ouders, medewerkers en leraren maken zich nu grote, grote zorgen, en terecht. Asbest in kinderspeelgoed is verontrustend.

In andere landen is de vondst van asbest in speelzand heel voortvarend opgepakt. In Australië moesten scholen dicht, zodat het asbest kon worden verwijderd. België hoorde via het nieuws in Nederland over de vondst van asbest. Daar is inmiddels een crisiscel gevormd met vier ministers. Er is ook direct een verkoopverbod ingesteld, het zand wordt weggehaald uit klaslokalen, ouders krijgen duidelijke instructies over wat ze moeten doen met het zand dat ze thuis hebben, en er is een zwarte lijst. Zojuist werd ook duidelijk dat fabrikanten van het zand de aanwezigheid van asbest hebben bevestigd. Het is dus vervuild. In Nederland hebben wij tot nu toe eigenlijk niks gezien, behalve vooral een staatssecretaris die onderzoeken wil afwachten. Neemt u het zekere voor het onzekere, vragen we haar. Wat gaat u nu doen?

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris. Ik verzoek de leden via de voorzitter te spreken.

Mevrouw Beckerman (SP):

Excuus.

Staatssecretaris Tielen:

Dank u wel, voorzitter. Speelgoed moet veilig zijn. Al onze producten moeten veilig zijn, maar speelgoed al helemaal. Kleine kinderen zitten er namelijk inderdaad aan en eten het soms op, of nemen het in ieder geval in hun mond. Speelgoed kent dus de hoogste veiligheidswaarborgen, ook in de wet. Volgens de wet is asbest verboden in speelgoed.

Ik snap heel goed wat mevrouw Beckerman vraagt, aangezien we hebben gezien dat er in Australië, en ook in België, inderdaad actie is ondernomen. In België gebeurt er overigens eigenlijk hetzelfde als in Nederland; in België praten ze er alleen meer over. Zodra er vanuit Australië signalen waren, is de NVWA begonnen met het voorbereiden van een onderzoek om aan de ene kant analyses te doen en aan de andere kant in te schatten hoe groot de risico's daadwerkelijk zijn. Mevrouw Beckerman verwees daar al naar.

Na het artikel van vorige week, van journalisten van het Algemeen Dagblad, is er ook direct contact opgenomen met de brancheorganisatie om afspraken te maken met de bedrijven, handelaren en speelgoedimporteurs die te maken hebben met dit soort producten. Met die afspraken werden zij nog maar eens gewezen op hun verantwoordelijkheid dat hun producten de wet moeten volgen, en dat ze dus geen asbest mogen bevatten. Ik heb overigens nog een stap overgeslagen. Via het Europees meldsysteem is in december al direct gekeken of de in Australië verkochte producten ook in Europa en in Nederland op de markt waren, en zo ja, wat daar dan mee moest gebeuren. Daaruit bleek dat overigens niet. Vandaar dat de NVWA toen begonnen is om een onderzoek op te zetten, daarbij vorige week door het AD tot snelheid gemaand.

Mevrouw Beckerman (SP):

Poeh, voorzitter. Dit is wel heel mager. In België ondernemen ze actie, maar ik zie hier een staatssecretaris die wil doen alsof we dingen doen maar die vooral wil afwachten. De zorgen bij ouders en medewerkers zijn echt heel groot. Juist doordat België de druk heeft opgevoerd, erkennen fabrikanten nu dat hun product vervuild is. Ik wil de staatssecretaris dan maar gewoon heel concrete suggesties doen voor maatregelen die ze zou kunnen nemen. Als ze wil, kan ze slechts met ja of nee antwoorden. Eén. Bent u bereid om het voorzorgsbeginsel toe te passen met een onmiddellijke verkoopstop en terugroepactie?

Staatssecretaris Tielen:

De NVWA heeft vorige week met de brancheorganisatie en alle aangesloten speelgoedimporteurs afgesproken dat zij geen producten verkopen die niet aan de wet voldoen. Zoals mevrouw Beckerman inmiddels heeft kunnen constateren, zijn op een aantal onlineverkoopplatforms alsook in speelgoedwinkels de producten niet meer te koop.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dat is dus gebeurd omdat platforms zelf verantwoordelijkheid nemen, en niet omdat dit hun wordt opgedragen, terwijl we veel meer het zekere voor het onzekere nemen als het kabinet die opdracht geeft.

Voorzitter. Dan ons tweede voorstel. Bent u bereid te borgen dat dit zand uit klaslokalen en kinderopvangen verdwijnt, dus niet alleen wanneer scholen of opvangen zelf het initiatief nemen, maar ook gewoon door centraal te zorgen dat dit verdwijnt, zoals België ook doet?

Staatssecretaris Tielen:

Volgens mij is uiteindelijk het belangrijkste dat kinderen niet in aanraking kunnen komen met potentieel gevaarlijk speelzand. Volgens mij is het daarvoor belangrijk dat de juiste partijen en de juiste erbij betrokken organisaties de acties nemen die daarbij horen. Zoals ik al zei, heeft de NVWA vorige week met de brancheorganisatie, en via hen met alle speelgoedimporteurs, afspraken gemaakt over de verkoop en import van de producten. Aan kinderopvangbedrijven, scholen en vooral ook ouders is al de oproep gedaan om het zekere voor het onzekere te nemen, en als zij zeker willen zijn gewoon af te zien van speelzand.

Mevrouw Beckerman (SP):

"Als zij het zekere willen nemen?" Daarvoor zou het kabinet zich toch ook verantwoordelijk moeten voelen? Dan doe ik maar mijn derde suggestie: bent u bereid om net als België een nationale crisisstructuur in te richten, zodat wij al deze acties beter kunnen coördineren?

Staatssecretaris Tielen:

Dat is al aan de hand. Dat is wat ik net al zei in mijn eerste antwoord op de vragen van mevrouw Beckerman. In Nederland en België lopen ongeveer dezelfde acties. Alleen, ik praat er minder hard over, omdat ik vind dat we niet paniek moeten zaaien maar gewoon actie moeten ondernemen. Ik weet niet hoe vaak, maar ik heb veel contact met de NVWA. Die zit hier bovenop. De NVWA is ervoor verantwoordelijk om de wetten over productveiligheid en zeker ook over speelgoedveiligheid te handhaven, daar toezicht op te houden en waar nodig de acties te nemen die nodig zijn.

Mevrouw Beckerman (SP):

Juist als je paniek wil voorkomen, is het goed om daadkrachtig in te grijpen.

Staatssecretaris Tielen:

En dat doen we dus.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dat zien wij gewoon niet. We zien dat België dat wel doet en dat fabrikanten daar ook duidelijk en in het openbaar op reageren. Een van de ministers in België zei: koop geen Chinese brol! Dat was heel duidelijk. Er is ook een instructie voor ouders. Wil het kabinet ook met zo'n instructie komen over hoe ouders hiermee om moeten gaan?

Staatssecretaris Tielen:

Volgens mij zijn er al handreikingen gemaakt door verschillende expertorganisaties die aan de ene kant verstand hebben van productveiligheid en aan de andere kant van kinderen en plekken waar kinderen zijn. Ik wil best bekijken of ik daar nog iets aan toe moet voegen. Maar nogmaals, volgens mij zit daadkracht in dingen doen en niet zozeer in er heel hard over praten.

Mevrouw Beckerman (SP):

Daadkracht zit in dingen doen. Wij zien een staatssecretaris die vooral naar anderen wijst, terwijl er in België een crisisteam is dat daadwerkelijk dingen doet en daardoor dus ook dingen in beweging krijgt. We horen ook van België dat door de relaxte houding van Nederland bedrijven in België moeilijk meewerken. Is de minister bereid om samen met België in Europa te pleiten voor een invoerstop voor speelzand?

Staatssecretaris Tielen:

Ook daar geldt weer dat je er heel hard over kunt praten, maar dat je gewoon dingen moet doen. Ik ben al in contact met België om aan de ene kant te kijken wat er in de Europese systemen mist waardoor we niet al na de signalen van Australië hebben kunnen zien wat er precies op ons afkomt. Daarnaast ben ik zeker bereid om samen met België op te trekken. Nogmaals, dat heb ik al met België besproken. Het gaat om samen optrekken om te zorgen dat producten waar onze kinderen mee spelen, speelgoed — daar gaat het hier om — voldoen aan de veiligheidsnormen die we met elkaar hebben afgesproken om de gezondheidsrisico's te verlagen.

De voorzitter:

Afrondend, mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dit is dan mijn laatste concrete actie. Ik zie dat de staatssecretaris heel laconiek is.

Staatssecretaris Tielen:

Nee, helemaal niet. Nee.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik zie dat ze heel laconiek is. Wanneer kan ze de Kamer precies informeren? In november is dit al aangetroffen in Australië. Daar zijn al scholen gesloten. Wij moeten echt nog wachten op onderzoeken. Wanneer kan de staatssecretaris ons informeren, inclusief over welke acties er dan wél worden ondernomen?

Staatssecretaris Tielen:

Nogmaals, de kwalificaties van mevrouw Beckerman werp ik echt verre van mij. Laat mij toezeggen dat voordat een beoogd iemand anders deze rol overneemt, ik nog een brief naar de Kamer stuur met de stand van zaken van wat wij de afgelopen weken al gedaan hebben en dat ik uw Kamer ook informeer over wat er uit het nu lopende onderzoek van de NVWA komt. Laat mij inderdaad zeggen dat ik het van groot belang vind dat we zowel ouders als andere opvangorganisaties en scholen, die veel met kinderen en met speelgoed voor kinderen te maken hebben, zo goed mogelijk informeren over hoe zij gezondheidsrisico's zo klein mogelijk kunnen houden.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Vooropgesteld, de gezondheid van onze kinderen is natuurlijk een heel groot goed. Precies daarom dient speelgoed gewoon veilig te zijn. Je hoeft geen paniek te zaaien, maar je moet wel het zekere voor het onzekere nemen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of de huidige regelgeving precies dat doet, dus het zekere voor het onzekere nemen. Of zouden we ervoor moeten zorgen, vraag ik de staatssecretaris, dat je ten tijde van een onderzoek naar de veiligheid van dit soort producten, dit soort speelgoed voor kinderen ook de mogelijkheid hebt om te zeggen dat het in de tussentijd gewoon niet verkocht mag worden?

Staatssecretaris Tielen:

Ik wil niet in een juridisch steekspel komen, maar dat is precies waarom de NVWA vorige week met de brancheorganisatie contact heeft opgenomen om alle bij haar aangesloten speelgoedhandelaren en speelgoedimporteurs te wijzen op de risico's die er vanuit Australië en het AD-onderzoek zijn opgegeven, wat betekent dat producten niet aan de wet voldoen en dat de bedrijven daar actie op moeten ondernemen en dus de verkoop moeten stoppen zolang ze niet kunnen bewijzen dat hun producten veilig zijn. Dat is gebeurd.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ook wij maken ons zorgen over de berichtgeving ten aanzien van het speelzand. Duidelijk moet zijn dat de gezondheid van kinderen vooropstaat. Het kan echt niet zo zijn dat we dit op deze manier toelaten op de Nederlandse markt. Ik hoop wel echt dat er nog extra inspanningen worden gedaan vanuit het kabinet om ervoor te zorgen dat we deze producten op korte termijn uit de schappen gaan halen. Ik wil bij dezen ook de vraag aan de staatssecretaris stellen wat zij gaat doen richting de NVWA om hen nog meer in staat te stellen de handhaving op te pakken. Ik weet dat de NVWA wat onderzoek heeft verricht in de afgelopen tijd, maar op dit moment zien we dit product gewoon op de Nederlandse markt. Dat is onacceptabel.

Staatssecretaris Tielen:

Ik heb heel veel contact met de NVWA, precies hierover, om ervoor te zorgen dat zij zo goed mogelijk maar ook zo snel mogelijk kunnen komen met daadwerkelijke resultaten. Dat zijn aan de ene kant analyses van de producten; daar hebben we al een en ander over in het nieuws kunnen lezen naar aanleiding van het onderzoek van AD-journalisten. Daarnaast gaat het om het kunnen inschatten van de risico's, dus om wat het betekent. Asbest is een gevaarlijke stof. Tegelijkertijd is het ook een stof die overal wel een beetje voorkomt. We hebben normen over asbest: dat mag gewoon niet in speelgoed zitten. Tegelijkertijd moeten we ook weten wat het betekent qua gezondheidsrisico's, hoe die eruitzien en wat we ermee moeten doen. Daarvoor is de NVWA nu dingen op een rijtje aan het zetten. Ik heb daarover heel erg veel contact met hen. Dat loopt heel snel door. Nogmaals, voordat ik het stokje overdraag, zorg ik dat uw Kamer daarover goed wordt geïnformeerd.

Mevrouw Wendel (VVD):

Ik begrijp dat de staatssecretaris zegt dat de NVWA de kwaliteit controleert. Ik vind het echt belangrijk dat dat snel gebeurt, want het gaat om de gezondheid van onze kinderen. Ik vind de nieuwsberichten echt zorgwekkend. Ik wil de staatssecretaris dus vragen wat ze concreet gaat doen om ervoor te zorgen dat dit met de aller-, aller-, allerhoogste prioriteit wordt opgepakt zodat het bovenaan de stapel ligt, er dag en nacht gewerkt wordt om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven en het speelgoed voor onze kinderen echt veilig is.

Staatssecretaris Tielen:

Dat gebeurt. De NVWA heeft daar een rol in, maar ook de bedrijven zelf. Dat is waarom de NVWA al bij de eerste signalen vorige week, of eigenlijk al naar aanleiding van de situatie in Australië, contact heeft opgenomen met de bedrijven. We hebben een hele duidelijke wet. Bedrijven moeten zelf bewijzen dat hun producten veilig zijn. Dat moeten ze zelf doen. Ondertussen maakt de NVWA een analyse van de producten waar het om gaat en via welke kanalen die verkocht worden. Ondertussen worden bedrijven er ook, nogmaals, op gewezen dat zij geen producten mogen verkopen die niet aan de wet voldoen. Daarbij trek ik samen op met mijn Belgische collega. Er komen dagelijks duizenden containers de havens van zowel Rotterdam als Antwerpen binnen met allerlei producten uit China. Die kunnen we niet 100% controleren. We moeten dus ook proberen om te kijken of we meer toegangsgarantie kunnen krijgen. Dat is echt iets wat we op Europees niveau moeten doen. Dat heeft dus niet zozeer iets met deze zaak te maken, maar daar zijn we wel mee bezig.

Mevrouw Beckerman (SP):

Of we moeten minder Chinese troep importeren …

Staatssecretaris Tielen:

Of kopen.

Mevrouw Beckerman (SP):

… maar dat is eigenlijk niet de vraag die ik wilde stellen. Ik wil nog één keer terugkomen op die hele simpele maatregel: nu een verkoopstop, oftewel het toepassen van het voorzorgsprincipe. Wat is nou de reden dat de staatssecretaris die maatregel niet wil nemen? Ik hoor haar over juridische risico's en over dat bedrijven het zelf moeten inschatten, maar wat nou als we er over een paar weken achter komen dat ze echt niet aan de wet voldoen?

Staatssecretaris Tielen:

Bedrijven hebben de verantwoordelijkheid om producten te verkopen die volgens de wet veilig zijn. Dat is hun verantwoordelijkheid. Als ik niet kan bewijzen dat die producten daaraan niet voldoen, dan kan ik ze niet zomaar uit de schappen halen. Zo simpel is het. Bedrijven moeten dus zelf bewijzen dat het veilig is. Dat zijn we nu aan het doen. Heel veel bedrijven hebben op basis van de signalen die er nu liggen, al gezegd: we kunnen dat niet bewijzen, dus dan verkopen we het niet.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dit is natuurlijk wel heel lastig, want dan gaan we door met het verkopen van producten die mogelijkerwijs asbest bevatten en waar kinderen ernstig ziek van kunnen worden. Ik zal straks bij de regeling van werkzaamheden een debat aanvragen, want ik vind dat we nu en in de toekomst veel harder moeten kunnen optreden, ook met onze toezichthouder. Erkent de staatssecretaris dat de toezichthouder hierin eigenlijk een veel grotere taak zou moeten kunnen krijgen om te voorkomen dat dit soort producten überhaupt op onze markt komen, in plaats van dat we achteraf zeggen "ja, dat is hun eigen verantwoordelijkheid"?

Staatssecretaris Tielen:

Ik voel heel goed mee met wat mevrouw Beckerman wil en wenst. Ik had het net al over al die containers met spullen die er dagelijks binnenkomen. Tegelijkertijd doen we nu wat we kunnen met de NVWA en verwacht ik dat we zorgen dat er geen speelgoed bij kinderen komt dat volgens de normen niet veilig is. Dat houden we nu echt wel tegen.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor haar beantwoording.

Vragen Podt

Vragen van het lid Podt aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht "NVWA: zorgen om lage naleving toepassing gewasbeschermingsmiddelen in snijbloemen".

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Podt voor haar vragen namens de fractie van D66 aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, die ik van harte welkom heet. Het woord is aan mevrouw Podt.

Mevrouw Podt (D66):

Voorzitter. Valentijnsdag staat weer voor de deur. Veel mensen verrassen dan iemand die ze liefhebben met een mooie bos rozen of andere bloemen, iets dat voor hen staat voor aandacht, zorg en liefde. Maar achter dat bosje bloemen gaat ook een andere werkelijkheid schuil. Je haalt er ongemerkt ook een heleboel bestrijdingsmiddelen mee je huis in. Dat raakt niet alleen consumenten, maar vooral de mensen die dagelijks met deze bloemen werken, in de kas, op het land en in de verwerking. Zij staan direct bloot aan deze middelen. Uit onderzoek van de NVWA blijkt dat bij een groot deel van de gecontroleerde snijbloementelers de regels voor gewasbeschermingsmiddelen niet worden nageleefd. Middelen worden te vaak, te zwaar of zelfs verboden gebruikt. De naleving van regels is de afgelopen tijd niet verbeterd, maar juist verslechterd. Voor D66 is dit onbegrijpelijk en staat de gezondheid van telers, werknemers, consumenten en bloemisten voorop. Daarom heb ik hierover een aantal vragen aan de minister.

Allereerst over naleving en handhaving. Hoe verklaart de minister dat onder haar bewind de naleving van de regels met een derde is verminderd? Erkent zij dat het huidige handhavingsbeleid niet werkt? Wat heeft de minister de afgelopen twee jaar gedaan om de naleving wel op orde te krijgen? Ik neem aan dat de minister, net zoals ik, geschrokken is van de berichtgeving van de NVWA. Welke stappen heeft zij genomen sinds dit bericht naar buiten is gekomen?

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Wiersma:

We zijn er bijna, voorzitter. Ik heb het spreekgestoelte altijd graag wat hoger staan.

Dank, voorzitter. Dank ook aan het lid Podt voor het indienen van deze vraag. De NVWA heeft inderdaad de gegevens gepubliceerd van de inspecties die zijn uitgevoerd in de jaren 2024 en 2025. Die gegevens gaan over snijbloemen onder glas. Van de 71 inspecties die zijn uitgevoerd, bleken 43 gevallen niet in orde. Dat is die 39% waar mevrouw Podt aan refereerde. Ik ben het helemaal eens met de NVWA, die communiceerde dat dit zorgwekkend is. U kent mij als een minister die gezegd heeft dat naleving van de voorschriften van het grootste belang is om veilig gebruik voor mens en dier en wat betreft het milieu te kunnen garanderen; dat is ook de reden waarom het Ctgb de voorschriften opstelt. Ik vind dat we die met elkaar echt in stand moeten houden.

Ik vind ook dat de sector hierin meer verantwoordelijkheid moet nemen. De NVWA gaat op dit moment al het gesprek hierover aan met de sector en gaat ook stappen zetten om de naleving in deze sectoren te verhogen. Een onderdeel daarvan is bijvoorbeeld het zwaarder sanctioneren van overtredingen. Dat geldt in algemene zin, maar zeker voor bedrijven die herhaaldelijk de fout in gaan. Er wordt gekeken of er iets aan dat sanctieregime kan gebeuren. Die maatregelen onderschrijf ik overigens van harte.

We hebben hier eerder een debat gehad over het niet naleven als het gaat om middelen waarvoor een vrijstelling gegeven is. Ik heb recent in een Kamerbrief aangegeven dat het helaas niet mogelijk is om bedrijven die niet naleven als het gaat om die vrijstellingen, in de toekomst van deze vrijstellingen uit te sluiten. Dat kan niet. Ik ben het van harte met de NVWA eens dat je dat sanctieregime moet opschroeven, juist voor het draagvlak voor het wel kunnen toepassen van middelen die van belang zijn.

De NVWA kijkt ook of zij, wat betreft de openbaarmaking, de inspectieresultaten kan uitbreiden. Zij wil ook de samenwerking met andere toezichthouders vergroten, om daarmee het aantal overtredingen dat wordt opgespoord, te vergroten. Daarin trekken wij samen met de NVWA op. Daar sta ik ook van harte achter.

Daarnaast is men in de afgelopen "bewindstijd" — zo noem ik het maar — gestart met het uitwerken van een benchmarksysteem. Dat is een eerste aanzet. Dat is volgens mij heel belangrijk om zicht te kunnen krijgen op het gebruik en de toepassing binnen de verschillende sectoren, ook op bedrijfs- en perceelniveau. In de sector van sierteelt onder glas zit het natuurlijk net anders in elkaar, maar dit is iets waar ik groot voorstander van ben.

Het volgende idee is aan mijn opvolger, want over twee weken staat hier een ander bewindspersoon. Ik kan me voorstellen dat we uiteindelijk toegaan naar een ander systeem. Dat zou beginnen met dat benchmarksysteem, dat veel meer inzicht geeft in de individuele toepassing als het gaat om bedrijven. Maar in de diergeneeskunde is het bijvoorbeeld heel gebruikelijk om een registratie van middelen te hebben waarbij ook de eindgebruiker, de boer … Ik kom zo tot een einde, voorzitter, maar dit is volgens mij een heel belangrijk punt, dat ik graag aan deze Kamer wil meegeven. Ik denk dus aan een soortgelijk systeem als in de diergeneeskunde, want daar is het heel gebruikelijk dat middelen die toegepast worden, wel verantwoord en geregistreerd worden; soms gebeurt dat op dierniveau. Ik kan me heel goed voorstellen dat een soortgelijk systeem, in de opmaat van het benchmarksysteem, ook voor gewasbeschermingsmiddelen zou kunnen gaan gelden, juist om in de toekomst veilig te stellen dat die middelen veilig voor mens, dier en milieu gebruikt kunnen blijven worden.

Mevrouw Podt (D66):

Ik vind het toch wat ingewikkeld dat de minister spreekt over het benchmarksysteem in de context van de vragen die ik heb gesteld. Een benchmarksysteem is prima voor bedrijven die goed bezig zijn, maar voor bedrijven die er zo'n puinhoop van maken kan een benchmarksysteem natuurlijk nooit de oplossing zijn. Ik hoop dat de minister dat met mij eens is. Ik hoop ook dat als zij zegt "we willen dat de sector meer verantwoordelijkheid neemt" er misschien niet alleen een gesprek met de NVWA volgt, maar de minister zelf ook de telefoon oppakt om eens tegen de sector te zeggen: "Dit kan niet op deze manier. Dit is onverantwoord naar consumenten. Het is onverantwoord naar medewerkers die op deze bedrijven werken en het is onverantwoord naar bloemisten."

Ik wilde vraag ook nog wat breder stellen. Vorige maand kwam er een onderzoek uit waaruit blijkt dat geïmporteerde snijbloemen van buiten de EU vaak te veel bestrijdingsmiddelen bevatten. Soms gaat het zelfs over middelen die in de EU verboden zijn. Het advies is duidelijk: we moeten beter reguleren wat er op deze bloemen zit. Er wordt nu zelfs geadviseerd om de bloemen niet bij het gft-afval te gooien, omdat ze te giftig zijn voor de bodem. Welke stappen heeft de minister in Brussel gezet om te regelen dat dit soort gifboeketjes niet zomaar Nederland binnen kunnen komen? Zolang het niet Europees geregeld is, zijn er ook in Nederland maatregelen nodig om de veiligheid en gezondheid van bloemisten, van veilingmedewerkers en van inspecteurs te beschermen. Wat heeft de minister concreet gedaan om hun gezondheid te waarborgen?

Minister Wiersma:

Ik wil even vooropstellen, omdat ze nu in een vragenuur betrokken worden, dat er bij de overtredingen die door de NVWA in Nederland zijn vastgesteld, niet is vastgesteld dat er een overschrijding is van de residulimieten op de bloemen. Dat weten we dus niet. Dat is iets wat we niet kunnen vergelijken. Dat is anders dan bij de geïmporteerde bloemen waar het lid Podt het nu over heeft. In algemene zin is mijn inzet erop gericht, in de Europese Unie, maar ook als lidstaat op zichzelf, om ervoor te zorgen dat de producten — of dat nou voedingsmiddelen zijn of snijbloemen, dat maakt niet uit — onder dezelfde productiestandaarden worden geproduceerd als in Nederland of in Europa. In Nederland kennen wij zeer hoge productiestandaarden en gaan die in sommige gevallen, bijvoorbeeld in de dierhouderij, soms nog verder dan Europese richtlijnen ons verplichten. De inzet is er altijd op gericht dat we niet importeren wat we hier niet mogen produceren en dat geldt ook op dit punt.

Mevrouw Podt (D66):

Dat was niet nog echt het begin van een antwoord op de vraag. Volgens mij heb ik heel duidelijk aangegeven dat er voor mij een knip zit tussen de bloemen die hier worden geproduceerd en die daar worden geproduceerd, maar de kern van het betoog is natuurlijk wel dat we ook hebben gezien dat het hier gewoon niet goed gaat. Hoe frustrerend ook, het is duidelijk dat de naleving niet van vandaag op morgen geregeld zal zijn. Mensen krijgen dus voorlopig nog te maken met bloemen die een te hoog residu hebben en dat schaadt hun gezondheid. Kan de minister toezeggen om vanaf nu actief te gaan communiceren richting bloemisten, medewerkers van sierteeltbedrijven en consumenten over hoe ze moeten omgaan met bloemen uit de reguliere sierteelt om zo risico's te verminderen?

Minister Wiersma:

Ik wil nogmaals benadrukken dat wij niet hebben geconstateerd op dit moment dat er sprake is van residuoverschrijding. Daar kan ik dus geen uitspraak over doen. Ten aanzien van de geïmporteerde bloemen hebben we dat wel gedaan en dat is natuurlijk terecht. Punt, zou ik zeggen. We voeren hier veel beleid op. We vinden het ook belangrijk dat we heel zorgvuldig met gewasbeschermingsmiddelen omgaan. Dat is iets waar ook onder mijn bewind mijn departement echt geen misverstand over laat bestaan. Voor de vervolgstappen die ik zojuist in mijn introductie noemde, die ik van wezenlijk belang vind juist voor de toekomst van deze sectoren, is dat aan mijn opvolger. Dit is een heel belangrijk onderwerp dat wij — ik ook zeker niet — niet schuwen.

Mevrouw Podt (D66):

Ja, we moeten er in Nederland ook zorgvuldig mee omgaan en dat betekent dus, zoals ik net zei, dat we niet gaan benchmarken in de sector, een sector waarin het zo verschrikkelijk misgaat. Dat lijkt me niet de bedoeling. Het stelt me in ieder geval gerust dat een nieuwe ploeg bewindspersonen hier binnenkort voortvarend mee aan de slag zal gaan. Er is duidelijk werk aan de winkel om de gezondheid en veiligheid van telers, bloemisten en consumenten te beschermen. Voor deze Valentijnsdag raad ik iedereen aan om een boeket te nemen van de vele goede biologische alternatieven. Zo hoef je je geen zorgen te maken en steun je de sector die serieus werk maakt van een veilige teelt. Voor volgend jaar moeten we alles op alles zetten om van een veilig boeket de norm te maken.

Dank u wel.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

39% van de Nederlandse bloemtelers houdt zich niet aan de wet. Dat vind ik choquerend, helemaal in het licht van de zaak die we hier ook een keer bespraken. In Frankrijk kreeg een dochter van een bloemiste leukemie. Zij was 11 jaar. Dat werd gelieerd aan de bestrijdingsmiddelen die gebruikt werden. Als 39% zich niet aan de wet houdt, wat veroorzaken zij dan? De minister zegt: ik weet niet of er residuen van die bestrijdingsmiddelen op de bloemen zitten. Daarmee brengt ze de bloemisten en consumenten in gevaar. Tenminste, ze weet het niet. Het is interessant dat de minister het had over transparantie. Als bloemist wil je weten dat je bij een teler koopt die zich aan de voorschriften houdt.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Mijn vraag is: wanneer kunnen we die transparantie verwachten?

Minister Wiersma:

Dat is in ontwikkeling. Het is aan mijn opvolger om dat uiteindelijk verder te brengen. Er wordt nu met de sectoren gewerkt aan dat benchmarksysteem. Mijn opvolger zal dat hopelijk snel verder brengen. Wat betreft dat andere: ik wil even de stelling corrigeren dat 40% van de telers zich niet aan de wet- en regelgeving houdt. Soms betreft het een administratieve fout of het toepassen van een verkeerde spuitkop. U stelt dat de hele sector er voor een groot deel een potje van maakt, maar dat wil ik hier rechtzetten, want dat kun je niet uit deze cijfers halen. Dat geeft de NVWA zelf ook toe. We zijn hiermee bezig. Ik vind naleving ook van het grootste belang, juist voor het draagvlak. Maar je kunt op basis van dit onderzoek niet zomaar stellen dat mensen hiermee in gevaar gebracht worden.

Kamerlid Kostić (PvdD):

De wetgeving over landbouwgif beschermt onze gezondheid al niet goed genoeg. Mensen worden ziek en er wordt landbouwgif aangetroffen in de luiers van baby's. Nu blijkt weer dat de meeste telers zich niet houden aan de minimale regels. Er is jarenlang vriendelijk gesproken met de sector, maar we zien in de praktijk alleen maar achteruitgang in de naleving. De NVWA spreekt al jaren over een zorgwekkend slechte naleving. Mijn vraag aan de minister is: erkent zij dat die vrijblijvende afspraken met de sector niet het juiste effect hebben gehad?

Minister Wiersma:

Ik heb daar op dit moment te weinig informatie over. Ik heb de NVWA een aantal vervolgvragen gesteld op basis van de cijfers die zij aanleveren, bijvoorbeeld: wat behelzen die percentages exact? Het lid Kostić stelt dat het om het merendeel van de sector gaat, maar het gaat om 71 bedrijven die gecontroleerd zijn. In 39% van de gevallen is een misstand gevonden. Dat kan te maken hebben met heel uiteenlopende zaken. Dus om dan te zeggen dat het merendeel van de sector ... De sector is een stuk groter. Het is een belangrijke sector voor Nederland, die een grote economische waarde vertegenwoordigt, ook voor Nederland. Ik wil ze niet over één kam scheren. Desalniettemin ben ik van mening dat de voorschriften moeten worden nageleefd. Punt.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Zo kennen we de minister van de BBB weer. Ze bagatelliseert …

De voorzitter:

Neenee, de minister zit hier namens de Kroon.

Kamerlid Kostić (PvdD):

We kennen de minister namens de Kroon op deze manier. Ze bagatelliseert het niet naleven van de wet. Ze doet niks om de gezondheid en het milieu te beschermen. De sierteeltsector neemt veel ruimte in beslag, die we goed kunnen gebruiken, bijvoorbeeld voor wonen. Die sector draagt niks bij aan de voedselzekerheid en die schaadt onze gezondheid en het milieu. Alleen handhaven gaat niet helpen. We moeten echt actief werken aan het afbouwen van de giftige sierteeltsector. Ik verwacht helaas niks van deze minister, maar ik roep het nieuwe kabinet wel op om echt werk te maken van de afbouw van de sierteeltsector en om de gezondheid voorop te stellen.

Minister Wiersma:

Ik wil daar nog wel even op reageren. Het is namelijk echt niet zo dat de sierteeltsector op al die locaties plaatsvindt waar de gemeentes lokaal omgevingsplannen voor woningbouw hebben verordend. Die patstelling is er in mijn ogen dus niet.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dit is nou precies een probleem dat komt door de import van buitenaf. De coalitiepartijen, CDA, VVD en D66, hebben de poort van Europa wagenwijd opengezet voor buitenlandse producten die niet aan onze standaarden voldoen. Mevrouw Podt vroeg wat eraan gedaan wordt, maar het is allang duidelijk dat er bij de import helemaal niet genoeg capaciteit is om te controleren of producten wel aan onze standaarden voldoen. Precies dat hebben wij in al die debatten over Mercosur naar voren gebracht. Mijn vraag aan de minister is: wil zij straks aan haar opvolgers, die haar fantastische werk gaan overnemen en het hopelijk ook zo goed gaan doen, vragen of zij hier nog extra aandacht aan kunnen geven, en wil zij hen wijzen op de risico's van dit soort handelsverdragen, die we sluiten met landen die niet aan onze voorwaarden voldoen?

Minister Wiersma:

Ja, ik wil dat natuurlijk meegeven aan mijn opvolger. Ik zou zeggen: bij dezen. Wel denk ik dat je binnen handelsverdragen juist afspraken kunt maken over de productiewijze. Dat is ook onderdeel van handelsverdragen. Uiteraard is het van het grootste belang dat er bij de import voldoende capaciteit is om controles uit te voeren, zodat gekeken kan worden of er aan de standaarden voldaan wordt. Ik ben het in dat kader helemaal met u eens. Binnen Europa en zeker binnen Nederland hebben we hele hoge standaarden en we moeten er wel voor zorgen dat de import zo veel mogelijk aan die standaarden voldoet.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ook vanuit het CDA hebben we natuurlijk kennisgenomen van de berichten over de naleving. Als dat percentage daadwerkelijk zo hoog ligt, is het een kwalijke zaak. Het mag niet zo zijn dat de goeden lijden onder de kwaden. Ik snap dat de minister nu in haar laatste dagen van dit kabinet zit, maar ik zou haar toch willen vragen om de toezegging te doen dat alles op een rij wordt gezet. Hoe kunnen we hierop ingrijpen, zodat de nalevering echt op orde komt, eventueel onbedoeld niet-naleven ook snel wordt gecorrigeerd en we echt hard optreden tegen de ondernemers die het verpesten voor de anderen en daar eigenlijk mee weg lijken te komen?

Minister Wiersma:

Ik denk dat de NVWA dat op dit moment doet. De NVWA heeft de verantwoordelijkheid hierover en ze hebben een aantal concrete voorstellen gedaan. Die heb ik zojuist ook in het sanctieregime genoemd en we staan van harte achter die voorstellen. Volgens mij is dat de lijn die ik steun. De NVWA zet goede stappen om juist tegemoet te komen aan dit verzoek.

Mevrouw Podt (D66):

Ten slotte. We hadden het al even over het onderzoek naar geïmporteerde bloemen. In de brief daarbij schreef de minister dat er wordt gekeken of bloemisten moeten gaan werken met persoonlijke beschermingsmiddelen. Dat is nogal wat. Bovendien hebben we nog dit onderzoek dat laat zien dat het ook in Nederland echt nog verre van op orde is. Is de minister het met mij eens dat er meer spoed moet komen achter de persoonlijke beschermingsmiddelen en dat zij met haar collega van SZW zou moeten kijken of minderjarigen nog wel bij bloemisten en in deze sector mogen werken?

Minister Wiersma:

Dit lijkt me iets voor mijn opvolger. Ik zal die vraag dus doorgeleiden.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor haar beantwoording. Ik schors een kort ogenblik. Na de schorsing gaan we stemmen. De vergadering is kort geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering.

Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:

Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Van Asten (31305, nr. 531).

Mag ik enige orde in de zaal? Het woord is aan de heer Van den Brink.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Wij willen de motie op stuk nr. 42 (36800-VII) aanhouden.

De voorzitter:

Kunt u dat nog een keer herhalen?

De heer Tijs van den Brink (CDA):

De motie op stuk nr. 42 … Nee, de motie op stuk nr. 43 (36800-VII) willen we aanhouden.

De voorzitter:

Dat staat al zo op de stemmingslijst. Meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ja, voorzitter. Ik wil graag twee moties aanhouden onder punt 14, de stemmingen over moties ingediend bij de Vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Asiel en Migratie. Het gaat om de moties op de stukken nrs. 32 en 33.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Ceder stel ik voor zijn moties (36800-XX, nrs. 32 en 33) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan is het woord aan de heer Hoogeveen, die een voorstel heeft. Meneer Hoogeveen.

De heer Hoogeveen (JA21):

Ja, voorzitter. Wij zouden graag wat betreft de Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (36748) vandaag over de moties willen stemmen, maar donderdag pas over de amendementen, omdat we nog niet genoeg informatie hebben van het ministerie van Financiën ten aanzien van onze dekking. Dus donderdag stemmen over de amendementen en dan daarna gesplitst over het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Het gaat dus om uitstel van agendapunt 11 tot donderdag. Dat is geen regulier stemmingsmoment, zeg ik erbij. Is daar steun voor? Meneer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ja. Ik onderstreep het tweede punt dat de heer Hoogeveen maakte, namelijk dat we donderdag graag gesplitst willen stemmen over de amendementen en de wet. Zo is er tijd voor beraad voor de fracties om na de stemmingen over de amendementen te kijken hoe ze over de wet stemmen.

De voorzitter:

U wilt dus vandaag over de amendementen stemmen?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Nee, voorzitter. Ik sluit me aan bij het verzoek van collega Hoogeveen om de stemmingen onder punt 11, over de amendementen en de wet, uit te stellen naar donderdag, maar om dan op die donderdag een splitsing aan te brengen tussen de stemmingen over de amendementen enerzijds en de wet anderzijds.

De voorzitter:

Helder. Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Oosterhuis (D66):

Steun voor dit gecombineerde verzoek.

De heer Vermeer (BBB):

Steun. Zo is het ook besproken in het commissiedebat.

De voorzitter:

Mevrouw … Wendy, sorry. Mevrouw Van Eijk.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Steun.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Steun.

De heer Stoffer (SGP):

Ik heet Chris. Steun.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

De heer Vlottes (PVV):

Steun.

De voorzitter:

Meneer …

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Was u nou mijn naam vergeten? Jeetje.

De voorzitter:

Nooit! Uw voornaam niet, meneer … Heutink.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Steun.

De voorzitter:

Ga uw gang.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Ja, steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

De heer Struijs (50PLUS):

Steun.

De voorzitter:

Ik denk dat we het zo gaan doen. We gaan het zo doen.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Ik heb nog een aanvullend verzoek. We zouden graag onder punt 14, de stemmingen over moties ingediend bij de Vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Asiel en Migratie, de motie op stuk nr. 35 (36800-XX) willen aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Heutink stel ik voor zijn motie (36800-XX, nr. 35) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen moties Begrotingsonderdeel Water

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Water,

te weten:

de motie-Vellinga-Beemsterboer over gemeentelijke noodplannen voor het operationeel houden van vitale functies bij extreme regenval (36800-J, nr. 8);

de motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. over wachten met de voorgenomen herziening van de dijknormeringen (36800-J, nr. 9);

de gewijzigde motie-Heutink/Stoffer over direct starten met het versoepelen van de nationale normen van de Kaderrichtlijn Water (36800-J, nr. 23, was nr. 10);

de motie-Heutink over een noodscenario Kaderrichtlijn Water voorbereiden (36800-J, nr. 11);

de motie-Van der Plas over klei- en veengebieden niet langer aanwijzen als kwetsbare zone onder de Nitraatrichtlijn (36800-J, nr. 12);

de motie-Van der Plas over onverminderd uitvoering geven aan het schrappen van nationale koppen op Europese regelgeving (36800-J, nr. 13);

de motie-Van der Plas over maximaal gebruikmaken van uitzonderingsgronden bij het realiseren van de doelen uit de Kaderrichtlijn Water (36800-J, nr. 14);

de motie-Kostić over wetenschappers advies laten geven over een passende ondergrens voor meldingen van onttrekkingen van grond- en oppervlaktewater (36800-J, nr. 15);

de motie-Kostić over extra maatregelen om kwetsbare gebieden te beschermen tegen vervuiling door bestrijdingsmiddelen (36800-J, nr. 16);

de motie-Kostić over in Europa pleiten voor een verbod op pfas-bestrijdingsmiddelen (36800-J, nr. 18);

de motie-Kostić over een verkenning naar de mogelijkheden en de voor- en nadelen van een pfas-taks (36800-J, nr. 17);

de gewijzigde motie-Kostić over een voorstel waarmee aantoonbaar voldoende waterbesparing wordt gerealiseerd (36800-J, nr. 24, was nr. 19);

de motie-Bromet over het gebruik van pfas-houdende middelen in de landbouw verbieden (36800-J, nr. 20);

de motie-Bromet over "water en bodem sturend" weer leidend maken voor ruimtelijke ordening (36800-J, nr. 21);

de motie-Bromet over burgers instrueren over wat ze moeten doen bij een ramp (36800-J, nr. 22).

(Zie wetgevingsoverleg van 2 februari 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Heutink stel ik voor zijn motie (36800-J, nr. 11) aan te houden. Op verzoek van het lid Kostić stel ik voor de motie (36800-J, nr. 17) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. (36800-J, nr. 9) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Vellinga-Beemsterboer, Boelsma-Hoekstra, Bromet en Schutz.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 9 (36800-J).

De motie-Van der Plas (36800-J, nr. 14) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van der Plas en Heutink.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 14 (36800-J).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Vellinga-Beemsterboer (36800-J, nr. 8).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. (36800-J, nr. ??, was nr. 9).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Heutink/Stoffer (36800-J, nr. 23, was nr. 10).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-J, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-J, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Plas/Heutink (36800-J, nr. ??, was nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić (36800-J, nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić (36800-J, nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kostić (36800-J, nr. 18).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kostić (36800-J, nr. 24, was nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet (36800-J, nr. 20).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bromet (36800-J, nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bromet (36800-J, nr. 22).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Begrotingsonderdeel Jeugd

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Jeugd,

te weten:

de motie-Wendel c.s. over vaart maken met de reikwijdtewet (36800-XVI, nr. 35);

de motie-Westerveld over het voorkomen van budgettaire belemmeringen om de aanbevelingen van de deskundigencommissie voor de Hervormingsagenda Jeugd uit te voeren (36800-XVI, nr. 36);

de motie-Westerveld over een onafhankelijk onderzoek naar ZIKOS-afdelingen en juridische instrumenten om de benodigde informatie boven water te krijgen (36800-XVI, nr. 37);

de motie-Van Meetelen over onderzoeken hoe ernstig falen van jeugdzorginstellingen en bestuurders kan worden bestraft (36800-XVI, nr. 38);

de motie-Van Meetelen over de eindverantwoordelijkheid voor de veiligheid van kinderen ondubbelzinnig vastleggen (36800-XVI, nr. 39);

de motie-Hamstra/Wendel over een plan voor de werving van nieuwe pleegouders en het behoud van bestaande pleegouders (36800-XVI, nr. 40);

de motie-Coenradie over een grondslag voor gegevensdeling van Filomena of soortgelijke organisaties met het OM en de rechtspraak (36800-XVI, nr. 41);

de motie-Coenradie over een onderzoek naar afkoelhuizen voor daders (36800-XVI, nr. 42);

de motie-Coenradie over een onderzoek naar zwaardere, dwingende vormen van heropvoeding (36800-XVI, nr. 43);

de motie-Coenradie over in kaart brengen welke privacyregels en -interpretaties effectieve informatie-uitwisseling belemmeren (36800-XVI, nr. 44);

de motie-Coenradie over maatregelen om administratieve lasten in de jeugdzorg substantieel te verminderen en professionele ruimte te vergroten (36800-XVI, nr. 45);

de motie-Van Houwelingen over contra-expertise bij de behandeling door de kinderrechter van een gedwongen uithuisplaatsing (36800-XVI, nr. 46);

de motie-Van Houwelingen over zorgen dat kinderen in pleeggezinnen of gezinshuizen hetzelfde geslacht hebben (36800-XVI, nr. 47);

de motie-Van Houwelingen/Stoffer over rechtstreeks toezicht van de IGJ op pleeggezinnen en gezinshuizen (36800-XVI, nr. 48);

de motie-Stoffer c.s. over structurele financiering van een sterke sociaalpedagogische basis (36800-XVI, nr. 49);

de motie-Stoffer/Ceder over bij de toeleiding naar jeugdhulp rekening houden met godsdienstige gezindheid en levensovertuiging (36800-XVI, nr. 50);

de motie-Ceder over met stakeholders in de gezinshuiszorg en gemeenten in gesprek gaan over aanvullende kwaliteitseisen (36800-XVI, nr. 51);

de motie-Ceder/Stoffer over in gesprek gaan met de opstellers van het rapport van Agenda voor het Hart over de rol en inzet van het Rijk (36800-XVI, nr. 52);

de motie-Ceder/Stoffer over met partijen uit het veld werken aan actieve vaderbetrokkenheid (36800-XVI, nr. 53);

de motie-Dobbe over met werkgevers en werknemers in de jeugdzorg in gesprek gaan over de cao (36800-XVI, nr. 54);

de motie-Dobbe over een commissie aanstellen om een jeugdzorg zonder marktwerking te onderzoeken (36800-XVI, nr. 55);

de motie-Moinat c.s. over in beginsel jeugdigen voor jeugdhulp in Nederland plaatsen (36800-XVI, nr. 56).

(Zie wetgevingsoverleg van 2 februari 2026.)

In stemming komt de motie-Wendel c.s. (36800-XVI, nr. 35).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (36800-XVI, nr. 36).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld (36800-XVI, nr. 37).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (36800-XVI, nr. 38).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (36800-XVI, nr. 39).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hamstra/Wendel (36800-XVI, nr. 40).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36800-XVI, nr. 41).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36800-XVI, nr. 42).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36800-XVI, nr. 43).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36800-XVI, nr. 44).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36800-XVI, nr. 45).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-XVI, nr. 46).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-XVI, nr. 47).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fractie van FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen/Stoffer (36800-XVI, nr. 48).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (36800-XVI, nr. 49).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer/Ceder (36800-XVI, nr. 50).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (36800-XVI, nr. 51).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van BBB ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Stoffer (36800-XVI, nr. 52).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van BBB ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Stoffer (36800-XVI, nr. 53).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe (36800-XVI, nr. 54).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (36800-XVI, nr. 55).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Moinat c.s. (36800-XVI, nr. 56).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming motie Versterking lokaal bestuur

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Versterking lokaal bestuur,

te weten:

de motie-Tseggai/Westerveld over belemmeringen voor mensen met een uitkering om volksvertegenwoordiger te worden wegnemen (36800-VII, nr. 35).

(Zie vergadering van 4 februari 2026.)

In stemming komt de motie-Tseggai/Westerveld (36800-VII, nr. 35).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Regio's en grensoverschrijdende samenwerking

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Regio's en grensoverschrijdende samenwerking,

te weten:

de motie-Bikker over inzichtelijk maken met welke financiën de ambities voor de regio worden vormgegeven (29697, nr. 180).

(Zie vergadering van 4 februari 2026.)

In stemming komt de motie-Bikker (29697, nr. 180).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Advies Fryske taal en kultuer 2024-2028 en Advies Friestalige Journalistiek

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Advies Fryske taal en kultuer 2024-2028 en Advies Friestalige Journalistiek,

te weten:

de motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. over de Landelijke Kennistafel Fries zo inrichten dat er wordt geadviseerd over de implementatie van de gedeelde zorgplicht van Rijk en provincie voor de Friese taal (33335, nr. 27);

de motie-Bikker/De Hoop over voorzien in permanente meertaligheid in het verkeer in Fryslân (33335, nr. 28).

(Zie vergadering van 4 februari 2026.)

In stemming komt de motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. (33335, nr. 27).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikker/De Hoop (33335, nr. 28).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Onder punt 4, de stemmingen over de moties ingediend bij het begrotingsonderdeel Jeugd, hadden wij voor de motie op stuk nr. 41 moeten stemmen.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd. Dank u wel.

Stemmingen moties Vreemdelingen- en asielbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid,

te weten:

de motie-Vondeling over asielzoekers die zich niet gedragen straffen en bij overlast en criminele feiten uitzetten (19637, nr. 3506);

de motie-Vondeling over een onderzoek naar fraudepraktijken met woningen rond geclaimde scheidingen door statushouders (19637, nr. 3507);

de motie-Vondeling over een actief terugkeerbeleid voor alle Oekraïners in Nederland (19637, nr. 3508);

de motie-Ceulemans/Clemminck over op geen enkele wijze medewerking verlenen aan de totstandkoming van aparte azc's voor lhbti'ers (19637, nr. 3509);

de motie-Ceulemans/Van der Plas over extra maatregelen tegen de overlast in Budel (19637, nr. 3510);

de motie-Van der Plas over tijdelijke verblijfsvergunningen van een jaar met automatische verlenging verstrekken aan Oekraïense ontheemden (19637, nr. 3511);

de motie-Diederik van Dijk/Rajkowski over een pilot starten waarbij IND-gehoren via een digitale verbinding live worden vertaald (19637, nr. 3513);

de motie-Diederik van Dijk over samen met de IND met aanvullende maatregelen komen die leiden tot een aanzienlijke vereenvoudiging en versnelling van de asielbeoordelingsprocedure (19637, nr. 3514);

de motie-Westerveld over geen nieuwe kinderen meer plaatsen op (crisis)noodopvangplekken (19637, nr. 3515).

(Zie vergadering van 4 februari 2026.)

De voorzitter:

De motie-Vondeling (19637, nr. 3507) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er signalen zijn dat statushouders fraude plegen door te claimen dat ze gescheiden zijn, waardoor ze dubbele woningen toegewezen krijgen;

overwegende dat het onacceptabel is dat Nederlanders jaren moeten wachten op een woning, terwijl asielstatushouders die fraude plegen voorrang krijgen en zelfs meerdere woningen tegelijk kunnen bemachtigen;

verzoekt de regering een diepgaand onderzoek in te stellen naar deze fraudepraktijken en bij geconstateerde fraude de verblijfsvergunning in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 3507 (19637).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3506).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Vondeling (19637, nr. ??, was nr. 3507).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3508).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):

Bij de motie op stuk nr. 3506 willen wij geacht worden voorgestemd te hebben.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd. Dank u wel.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Clemminck (19637, nr. 3509).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Van der Plas (19637, nr. 3510).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (19637, nr. 3511).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Rajkowski (19637, nr. 3513).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (19637, nr. 3514).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (19637, nr. 3515).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Struijs.

De heer Struijs (50PLUS):

Wij willen voor de motie op stuk nr. 3509 stemmen.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd. Dank u wel.

Stemming brief Wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie voor 2026

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Europese Zaken over het wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie voor 2026 (22112, nr. 4255).

De voorzitter:

Ik stel voor conform het voorstel van de vaste commissie voor Europese Zaken te besluiten en in stemmen met de lijst van prioritaire voorstellen uit het wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie voor 2026.

Daartoe wordt besloten.

Stemming brief Instellen van een tijdelijke commissie Wet op de parlementaire enquête

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over het voorstel van de werkgroep Voor een Kamer die Werkt om een tijdelijke commissie Wet op de parlementaire enquête in te stellen (36673, nr. 7).

De voorzitter:

Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten en in te stemmen met het instellen van een tijdelijke commissie Wet op de parlementaire enquête voor de duur van zes maanden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan bladeren we verder naar de stemmingen op pagina 6.

Stemmingen moties Wet werkelijk rendement box 3

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3),

te weten:

de motie-Grinwis c.s. over de structurele budgettaire meeropbrengsten in kaart brengen van een vermogenswinstbelasting in box 3 (36748, nr. 13);

de motie-Grinwis c.s. over de consequenties in kaart brengen van de doorwerking van het volatieler wordende box 3-inkomen op het verzamelinkomen (36748, nr. 14);

de motie-Grinwis c.s. over het vastgoedbijtellingspercentage zo snel mogelijk actualiseren op basis van de meest recente en representatieve data (36748, nr. 15);

de motie-Van Eijk c.s. over een tegenbewijsregeling voor het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken (36748, nr. 16);

de motie-Van Eijk/Martens-America over een ruimhartige en investeringsvriendelijke toepassing van de fiscale regeling voor aandelen in startende ondernemingen (36748, nr. 18);

de motie-Van Eijk c.s. over een brede fiscale regeling om langetermijnbeleggen in Nederlandse en Europese ondernemingen aantrekkelijker te maken (36748, nr. 19);

de motie-Vlottes over enkel gerealiseerde winsten belasten op basis van een vermogenswinstbelasting (36748, nr. 20);

de motie-Stoffer c.s. over een invoeringstoets op de Wet werkelijk rendement box 3 (36748, nr. 21);

de motie-Stoffer c.s. over in de Wet werkelijk rendement box 3 een passende en afgebakende definitie opnemen van familiebedrijven (36748, nr. 22);

de motie-Stoffer c.s. over oplossingen ten aanzien van de vererving of schenking van verpachte landbouwgronden (36748, nr. 23);

de motie-Stultiens over bij het komende Belastingplan toewerken naar een progressief belastingstelsel (36748, nr. 24);

de motie-Oosterhuis c.s. over bij grote vermogenswinstheffingen bij ingrijpende persoonlijke gebeurtenissen de mogelijkheid tot een betalingsregeling actief onder de aandacht brengen (36748, nr. 25);

de motie-Inge van Dijk c.s. over een aanvullend onderzoek naar rendementen op vakantiewoningen (36748, nr. 26);

de motie-Inge van Dijk c.s. over in kaart brengen hoe het hybride stelsel kan worden doorontwikkeld naar een volledige vermogenswinstbelasting (36748, nr. 27);

de motie-Grinwis/Vermeer over een regeling uitwerken waarin bij vererving of schenking de papieren waardestijging van NSW-landgoederen niet wordt belast (36748, nr. 33);

de motie-Grinwis/Vermeer over de nadelen onderzoeken van de leegwaarderatiocorrectie bij de beginwaarde van een woning bij inwerkingtreding van het nieuwe box 3-stelsel (36748, nr. 34);

de motie-Vermeer over uiterlijk bij het Belastingplan 2029 een box 3-stelsel gebaseerd op vermogenswinstbelasting presenteren (36748, nr. 35);

de motie-Van Eijk c.s. over de verschuldigde belasting voor oude kapitaalverzekeringen in box 1 pas invorderbaar maken bij daadwerkelijke uitkering van de kapitaalverzekering (36748, nr. 17).

(Zie wetgevingsoverleg van 19 januari 2026.)

De voorzitter:

Aangezien de motie-Van Eijk (36748, nr. 17) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

De motie-Van Eijk c.s. (36748, nr. 16) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in het voorgestelde box-3-stelsel het eigen gebruik van onroerende zaken forfaitair wordt belast tegen 3,35% van de WOZ-waarde, uitgaande van een volledig jaar;

overwegende dat dit kan leiden tot belastingheffing over een voordeel dat niet of slechts gedeeltelijk is genoten, met name bij vakantiewoningen met een deels consumptief karakter;

overwegende dat de WOZ-waarde een onvolmaakte grondslag vormt en de voorgestelde systematiek juridisch kwetsbaar is;

verzoekt de regering een verkenning te doen naar een uitvoerbare tegenbewijsregeling voor (i) het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken, en (ii) de openingsbalanswaarde van vastgoed in box 3, en de Kamer voor 1 juli 2026 te informeren over de uitkomsten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 16 (36748).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

De heer Vlottes verzoekt om een hoofdelijke stemming over zijn motie op stuk nr. 20.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36748, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36748, nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36748, nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Eijk (36748, nr. ??, was nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Eijk/Martens-America (36748, nr. 18).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Eijk c.s. (36748, nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vlottes (36748, nr. 20).

Vóór stemmen de leden: Struijs, Vermeer, Vlottes, Vondeling, Wiersma, Wilders, Van den Berg, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Van Brenk, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Heutink, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Frederik Jansen, Kops, Lammers, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schilder, Stoffer en Stöteler.

Tegen stemmen de leden: Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Vijlbrief, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Yeşilgöz-Zegerius, Zalinyan, Zwinkels, Aartsen, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, Belhirch, Van Berkel, Bevers, Biekman, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boswijk, El Boujdaini, Brekelmans, Bart van den Brink, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Van der Burg, Bushoff, Van Campen, Ceder, Dassen, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Eijk, Ellian, Ergin, Erkens, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heinen, Den Hollander, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jumelet, Karremans, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lahlah, Van Lanschot, Van der Lee, Martens-America, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen en Straatman.

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met 48 stemmen voor en 97 stemmen tegen is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (36748, nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (36748, nr. 22).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (36748, nr. 23).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stultiens (36748, nr. 24).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Oosterhuis c.s. (36748, nr. 25).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (36748, nr. 26).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (36748, nr. 27).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Vermeer (36748, nr. 33).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Vermeer (36748, nr. 34).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vermeer (36748, nr. 35).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026,

te weten:

de motie-Kröger/Tseggai over een aanzet voor een nationaal programma tegen discriminatie (36800-VII, nr. 38);

de motie-Vermeer over het volledig en voortvarend tot uitvoering brengen van het Nationaal Programma Vitale Regio's (36800-VII, nr. 39);

de motie-Vermeer/Lammers over een wetsvoorstel voor de rechtstreekse verkiezing van burgemeesters (36800-VII, nr. 40);

de motie-Martin Bosma over een einde maken aan de subsidie voor politieke partijen (36800-VII, nr. 41);

de motie-Tijs van den Brink over verkennen of en hoe het aantal vereiste ondersteuningsverklaringen voor verkiezingsdeelname kan worden verhoogd (36800-VII, nr. 42);

de motie-Tijs van den Brink/Boelsma-Hoekstra over subsidiëring voor decentrale politieke partijen mogelijk maken (36800-VII, nr. 43);

de motie-Van Baarle over verkennen op welke wijze het voeren van antidiscriminatiebeleid voor gemeenten kan worden verplicht (36800-VII, nr. 44);

de motie-Van Baarle over een landelijk actieplan tegen moslimhaat ontwikkelen (36800-VII, nr. 45);

de motie-Van Baarle over het model voor de aanpak van racisme en discriminatie rijksbreed implementeren (36800-VII, nr. 46);

de motie-Van Baarle over de antidiscriminatiebepaling opnemen in de rijksinkoopstrategie (36800-VII, nr. 47);

de motie-Van Baarle over na de beëdiging van het nieuwe kabinet het met prioriteit oppakken van de behandeling van het wetsvoorstel voor een landelijke antidiscriminatievoorziening (36800-VII, nr. 48);

de motie-Flach over het aanspreekpunt voor regio's ook een bestuurlijke dialoog laten faciliteren tussen departementen en de regio (36800-VII, nr. 49);

de motie-Flach over waarborgen dat de begraafplaatsen van Moerdijk toegankelijk blijven (36800-VII, nr. 50);

de motie-Bikker c.s. over geen nieuw onderzoek naar een verhoging van de kiesdrempel (36800-VII, nr. 52);

de motie-Bikker over burgemeesters en andere lokale bestuurders actief en zichtbaar steunen bij de uitoefening van wettelijke taken (36800-VII, nr. 53);

de motie-Bikker over de plannen voor de regio voorzien van een financiële onderbouwing (36800-VII, nr. 54);

de motie-Beckerman over de nullijn voor overheidspersoneel niet langer hanteren (36800-VII, nr. 55);

de motie-Struijs c.s. over het aantal goede openbare toiletten op logische plekken substantieel uitbreiden (36800-VII, nr. 56);

de motie-Struijs over mogelijk maken dat gemeenten informatie over frauderende zorgorganisaties aan elkaar mogen doorgeven (36800-VII, nr. 57);

de motie-Lammers over burgemeesters opdragen de openbare orde te handhaven tegen Extinction Rebellion en daaraan gelieerde organisaties (36800-VII, nr. 58);

de motie-Lammers over een verplicht referendum als voorwaarde voor gemeentelijke fusies of het opheffen van gemeenten (36800-VII, nr. 59).

(Zie vergadering van 5 februari 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Tijs van den Brink stel ik voor zijn motie (36800-VII, nr. 43) aan te houden. Op verzoek van de heer Vermeer stel ik voor zijn motie (36800-VII, nr. 40) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Flach (36800-VII, nr. 50) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet en de regio in de komende maanden een voorkeur willen ontwikkelen voor de toekomst van het dorp Moerdijk en het omliggende gebied;

overwegende dat het bezoeken van begraafplaatsen een diep emotioneel belang is dat de overheid dient te respecteren;

verzoekt de regering bij de ontwikkeling van een voorkeur zich ervoor in te spannen dat de begraafplaatsen van het dorp Moerdijk toegankelijk blijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 50 (36800-VII).

De motie-Bikker c.s. (36800-VII, nr. 52) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bikker, Flach, Vermeer, Lammers, Clemminck, Van Baarle, Struijs, Beckerman, Kröger, Kostić en Dassen.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 52 (36800-VII).

De motie-Bikker (36800-VII, nr. 53) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bikker en Boelsma-Hoekstra.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 53 (36800-VII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Voordat we gaan stemmen, is er een stemverklaring van de heer Erkens. Gaat uw gang.

De heer Erkens (VVD):

Dank u, voorzitter. Een korte stemverklaring over de motie op stuk nr. 55. We hebben hierover in het debat van gedachten gewisseld. We staan sympathiek tegenover de gedachte, ook gezien onze agenda, van een kleinere overheid waarbij je de goede mensen goed beloont. We stemmen toch tegen de motie, aangezien de Kamer niet over cao-onderhandelingen gaat.

De voorzitter:

Dank u wel.

In stemming komt de motie-Kröger/Tseggai (36800-VII, nr. 38).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vermeer (36800-VII, nr. 39).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Martin Bosma (36800-VII, nr. 41).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Michon-Derkzen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Voorzitter. De VVD heeft tegen de motie op stuk nr. 39 gestemd.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd. Dank u wel.

In stemming komt de motie-Tijs van den Brink (36800-VII, nr. 42).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Heutink.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Bij de motie op stuk nr. 41 staken wij onze hand op, maar wij werden niet genoemd. Wij worden dus graag geacht voor te hebben gestemd.

De voorzitter:

Dat hebben we genoteerd. Dank u wel.

In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-VII, nr. 44).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-VII, nr. 45).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-VII, nr. 46).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-VII, nr. 47).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (36800-VII, nr. 48).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Flach (36800-VII, nr. 49).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Flach (36800-VII, nr. ??, was nr. 50).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bikker c.s. (36800-VII, nr. ??, was nr. 52).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bikker/Boelsma-Hoekstra (36800-VII, nr. ??, was nr. 53).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikker (36800-VII, nr. 54).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (36800-VII, nr. 55).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Struijs c.s. (36800-VII, nr. 56).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Struijs (36800-VII, nr. 57).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Lammers (36800-VII, nr. 58).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Lammers (36800-VII, nr. 59).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Begroting Asiel en Migratie 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2026,

te weten:

de motie-Rajkowski over geen onomkeerbare stappen zetten betreffende het gebruik van biometrische gegevens in de vreemdelingenketen (36800-XX, nr. 14);

de motie-Westerveld/Ceder over uitspreken dat de strafbaarstelling van ongedocumenteerden ongewenst is (36800-XX, nr. 16);

de motie-Westerveld/Ceder over een plan van aanpak om de achterstanden bij de IND weg te werken (36800-XX, nr. 17);

de motie-Van der Plas over personen uit het Al-Hol-kamp de toegang tot Nederland weigeren (36800-XX, nr. 18);

de motie-Vondeling over een totale asielstop (36800-XX, nr. 19);

de motie-Vondeling over alle tijdelijke asielvergunningen van Syriërs intrekken (36800-XX, nr. 20);

de motie-Vondeling over criminele Syriërs gedwongen uitzetten (36800-XX, nr. 21);

de motie-Vondeling over de intrekking van de Spreidingswet nog voor de beëdiging van het kabinet-Jetten naar de Raad van State sturen (36800-XX, nr. 22);

de motie-Vondeling over jonge mannelijke statushouders niet langer samen met Nederlandse jongeren huisvesten (36800-XX, nr. 23);

de motie-Vondeling over overlastgevende asielzoekers niet belonen maar het land uitzetten (36800-XX, nr. 24);

de motie-Boomsma/Diederik van Dijk over de Dublinoverdrachten naar België zo snel mogelijk hervatten (36800-XX, nr. 25);

de motie-Boomsma c.s. over mogelijkheden om een amv gezinshereniging te laten aanvragen in het land waar het gezin zich bevindt (36800-XX, nr. 26);

de motie-Boomsma/Diederik van Dijk over afspraken met derde landen over terugname en opvang van asielzoekers (36800-XX, nr. 27);

de motie-Boomsma/Ceulemans over een taskforce terugkeer Syriërs (36800-XX, nr. 28);

de motie-Russcher over illegaal verblijf in Nederland nooit belonen met een verblijfsvergunning (36800-XX, nr. 29);

de motie-Diederik van Dijk/Ceder over rekening houden met de kwetsbare positie van Syrische christenen (36800-XX, nr. 30);

de motie-Diederik van Dijk/Boomsma over vervolging als gevolg van banden met ISIS geen grond laten zijn voor asiel (36800-XX, nr. 31);

de motie-Heutink/Lammers over onmiddellijk stoppen met gezinshereniging (36800-XX, nr. 34);

de motie-Heutink/Lammers over structureel en onvoorwaardelijk IND-dossiers delen met justitie en veiligheidsdiensten (36800-XX, nr. 35).

(Zie vergadering van 5 februari 2026.)

De voorzitter:

De motie-Heutink/Lammers (36800-XX, nr. 35) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Heutink, Lammers en Diederik van Dijk, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het voor de nationale veiligheid en de openbare orde essentieel is dat veiligheidsdiensten en justitie een goed beeld hebben van wie ons land binnenkomt;

constaterende hoe belangrijk dit is gebleken in zaken zoals de moord op Lisa en de Syrische terrorismeverdachte in het azc in Dronten;

constaterende dat, ondanks de cruciale informatiepositie van de IND, deze dossiers momenteel slechts in beperkte mate worden gedeeld met justitie en de veiligheidsdiensten;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat deze IND-dossiers zo veel mogelijk worden gedeeld met justitie en de veiligheidsdiensten, en dat zij in elk geval bij ieder signaal dat de nationale veiligheid of de openbare orde kan bedreigen onmiddellijk worden gedeeld, en waar nodig de wet hiervoor aan te passen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 35 (36800-XX).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Voordat we gaan stemmen, is er een stemverklaring van de heer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):

Dank u wel, voorzitter. Wij verklaren graag onze stem bij de motie-Westerveld/Ceder op stuk nr. 16. In die motie wordt gesteld dat strafbaarstelling van illegaal verblijf ongewenst is. Daar is D66 het mee eens. Het is een lelijke symboolmaatregel, die helemaal niets goeds brengt. Tot zover kunnen wij de motie dus onderschrijven. Maar er staat nog iets anders in die motie, namelijk dat dit element van de Asielnoodmaatregelenwet niet mag worden uitgevoerd, ook niet als die wet wel zou worden aangenomen door de Eerste Kamer. Dat gaat niet, want een wet is een wet. Of het nou de Spreidingswet of de Asielnoodmaatregelenwet is: als die wet is aangenomen, wordt die uitgevoerd, of wij het er nou mee eens zijn of niet. Met een motie moeten we niet voor een staatsrechtelijke modderpoel zorgen. Daarom zullen wij tegen deze motie stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Geen interruptie op de heer Paternotte. De ChristenUnie wil bij de stemming over motie op stuk nr. 59 (36800-VII) zojuist geacht worden tegen te hebben gestemd.

De voorzitter:

Genoteerd. Dank u wel, meneer Grinwis.

We gaan stemmen.

In stemming komt de motie-Rajkowski (36800-XX, nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Ceder (36800-XX, nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Ceder (36800-XX, nr. 17).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-XX, nr. 18).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vondeling (36800-XX, nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (36800-XX, nr. 20).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (36800-XX, nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (36800-XX, nr. 22).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (36800-XX, nr. 23).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (36800-XX, nr. 24).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boomsma/Diederik van Dijk (36800-XX, nr. 25).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boomsma c.s. (36800-XX, nr. 26).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boomsma/Diederik van Dijk (36800-XX, nr. 27).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boomsma/Ceulemans (36800-XX, nr. 28).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Russcher (36800-XX, nr. 29).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Ceder (36800-XX, nr. 30).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Boomsma (36800-XX, nr. 31).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Heutink/Lammers (36800-XX, nr. 34).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Duurzaam vervoer

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Duurzaam vervoer,

te weten:

de motie-Van Asten over deelmobiliteit betrouwbaar aanbieden binnen grootschalige gebiedsontwikkeling en de lokale context (31305, nr. 531).

(Zie vergadering van 22 januari 2026.)

In stemming komt de motie-Van Asten (31305, nr. 531).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de stemmingen. Ik schors kort voor de regeling van werkzaamheden. De vergadering is kort geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering.

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Aan de orde is de regeling van werkzaamheden. Ik verzoek u uw plaatsen in te nemen.

Ik stel toe te voegen aan de agenda het tweeminutendebat Voorhang wijziging Postbesluit 2009 (35423, nr. 15), met als eerste spreker het lid Prickaertz van de PVV.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan wil ik in deze regeling van werkzaamheden als eerste het woord geven aan de heer Van den Berg voor zijn verzoek namens de fractie van JA21. Meneer Van den Berg. Meneer Ceulemans, neemt u het over? Gaat uw gang.

De heer Ceulemans (JA21):

Ik heb geen idee wat hij wil, dus mijn verzoek is eigenlijk of dit verzoek verplaatst kan worden naar het einde.

De voorzitter:

Vooruit!

Dan is het woord aan de heer Jimmy Dijk van de SP voor zijn verzoek.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. "Mijn moeder kon de huur niet meer betalen. Ik kon niet mee op schoolreisje of op kamp. Elke dag was het afwachten wat we 's avonds zouden eten. Soms had ik geen eten om mee naar school te nemen en ook geen geld om daar iets te kopen. Ik gebruikte mijn studiefinanciering om mijn moeder te helpen overleven en rekeningen te betalen. We leefden twee jaar zonder elektriciteit thuis." Jongeren die door het toeslagenschandaal beroofd zijn van een fijne jeugd, dragen nog altijd de littekens die de Staat hun en hun ouders heeft aangedaan. Het landelijk meldpunt voor gedupeerde jongeren van het toeslagenschandaal heeft dat hier uitgebreid in verwerkt. 40% kon de studie niet afmaken en minstens de helft gebruikte de studiefinanciering ook om het gezin in leven en overend te houden. Nu zitten ze met een stuk hogere studieschulden dan het gemiddelde door een schandaal dat de Staat hun heeft aangedaan. Eerder werd een SP-motie aangenomen om hier iets aan te doen, maar het kabinet weigert die uit te voeren.

De voorzitter:

Wat is uw voorstel?

De heer Jimmy Dijk (SP):

Nog belangrijker: de huidige regelingen bieden geen oplossingen. Daarom moet er nu een debat komen over de DUO-schulden van jongeren en de gevolgen daarvan door toedoen van het toeslagenschandaal.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is. Mevrouw Wendy van Eijk.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Op 19 maart is er een commissiedebat Hersteloperatie toeslagen. We kunnen het daarbij behandelen. Geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Mede namens Volt: steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Eens met mevrouw Van Eijk: geen steun.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Al die verhalen over hoe kinderen, nu jongvolwassen, kapot zijn gemaakt, zijn verschrikkelijk. Wat mij betreft voeren we zo snel mogelijk een debat. Er staat als het goed is al een debat gepland specifiek over de dossiers. Misschien is het een idee om dit onderwerp ook daarbij te betrekken, want vroeg of laat komen we toch uit bij deze studieschulden.

De heer Van Meijeren (FVD):

Steun.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Het lijkt me ook goed om het bij het geplande debat te betrekken en om dan ook extra spreektijd toe te voegen. Die hebben we dan namelijk hard nodig.

De heer Vlottes (PVV):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Graag bij een gepland debat of een commissiedebat.

De heer Vervuurt (D66):

Geen steun, voorzitter.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Graag betrekken bij het geplande debat dat hier specifiek over gaat. Ik doe wel het verzoek voor extra spreektijd. Ik weet niet of dat hier moet of bij de procedurevergadering.

De voorzitter:

Dat moet later.

U heeft geen meerderheid, meneer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. Dan kom ik later met dat verzoek, want dat was stap twee.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer El Abassi krijgt het woord voor zijn verzoek namens de fractie van DENK.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. Tien gemeenten hebben illegaal informatie verzameld over islamitische inwoners. Mensen zijn gevolgd, geprofileerd, geregistreerd en bespioneerd vanwege hun geloof. Dit gebeurde onder leiding van de toenmalige NCTV-chef en huidige minister-president de heer Schoof. Dat is enorm pijnlijk voor Nederlandse moslims.

Voorzitter. Deze spionagepraktijken raken aan fundamentele rechtsstatelijke beginselen. Moslims zijn opnieuw onderwerp van institutioneel wantrouwen en religieus profileren, met ernstige gevolgen voor hun privacy en het vertrouwen in de overheid. Natuurlijk wil niemand dat groepen Nederlanders vanwege hun religie worden bespioneerd. Niemand wil dat hier. Daarom vraag ik een debat aan met de minister van Justitie en Veiligheid.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is. Mevrouw Tseggai.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Steun, voorzitter.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Geen steun, voorzitter. Hier hebben we het in het verleden ook al uitgebreid over gehad.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Mede namens Volt: steun.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Geen steun.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Steun, voorzitter.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

25 maart is er een commissiedebat. Dan kunnen we het er goed over hebben.

De heer Ceulemans (JA21):

Geen steun.

De heer Van Meijeren (FVD):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer El Abassi.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. Dat is heel jammer. Tegelijkertijd heb ik wel 30 leden geteld, dus ik zou het graag willen aanvragen als dertigledendebat.

De voorzitter:

Uw tweede verzoek. U heeft nog een tweede verzoek, toch? Dat hoeft niet meer?

De heer El Abassi (DENK):

Sorry, voorzitter. Ik bespaar je het tweede verzoek.

De voorzitter:

Dank u wel.

Het woord is aan mevrouw Faber voor haar verzoek namens de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Gaat uw gang.

Mevrouw Faber (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Vooral in de grote steden moeten agenten veel incasseren. Ze worden gesard, bespuugd en bedreigd. Van hun bestuur moeten zij vooral begripvol en vriendelijk blijven. En nu is het zover gekomen dat een Utrechtse agent met zijn gezin moet onderduiken. Oorzaak: de agent deed zijn werk. Onverlaten zetten druk op zijn werk en daarmee op de politie door zijn privégegevens wereldwijd te delen. Gasten uit Verweggistan krijgen met voorrang een woning en soms wel twee, en onze eigen agent moet zijn huis ontvluchten. Als wij zo doorgaan, dan wil geen agent meer de straat op. Hiermee komt de democratische rechtsstaat onder vuur. Tijd om een duidelijke streep te trekken: genoeg is genoeg.

De voorzitter:

En u wilt daarover een debat voeren, denk ik.

Mevrouw Faber (PVV):

Exact.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Goed om het hierover te hebben. We hebben er net in het vragenuur natuurlijk ook uitgebreid over gesproken. Inderdaad, wie wil nog politieagent worden als je op deze manier belaagd, bedreigd en voor de bus gegooid wordt door je eigen organisatie? Steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Voorzitter. We hebben er inderdaad net al iets over gezegd in het vragenuurtje. We krijgen informatie vanuit het kabinet. Die informatie zou ik mee willen nemen naar het volgende commissiedebat Politie, waarin we het er inderdaad over moeten hebben hoe we agenten maximaal beschermen tegen deze vreselijke dingen die zij tegenkomen.

De heer Ceulemans (JA21):

We zien die toegezegde informatie graag tegemoet. Die kunnen we vervolgens betrekken bij het debat, dus steun voor het verzoek.

De heer Stoffer (SGP):

Mede namens de ChristenUnie: wat ons betreft zou dit ook bij een commissiedebat Politie aan de orde kunnen komen. Het is een belangrijk onderwerp, maar ik denk dat het daar ook heel goed past.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Steun.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Het is inderdaad een zeer belangrijk onderwerp. Zo snel mogelijk bij het commissiedebat.

De heer Vervuurt (D66):

Het kan in het commissiedebat, voorzitter.

De heer Van Meijeren (FVD):

Steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Mevrouw Hamstra. Nee, mevrouw Straatman.

Mevrouw Straatman (CDA):

Dank u wel. Wat ons betreft kan het ook in het commissiedebat.

De heer El Abassi (DENK):

Helemaal vanuit Verweggistan. Graag wil ik het verzoek steunen. Ik zou de minister willen vragen om het onderzoek dat gedaan is voorafgaand aan het debat met ons te delen.

De heer Struijs (50PLUS):

Steun.

De heer Dassen (Volt):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Faber.

Mevrouw Faber (PVV):

Wel 30 leden, denk ik.

De voorzitter:

Ja.

Mevrouw Faber (PVV):

Dan doen we dat. Dank u.

De voorzitter:

We zetten het erbij. De heer Markuszower nodig ik uit voor zijn verzoek namens de Groep Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Bedankt, voorzitter. Met de Digital Services Act in de hand schijnt het zo te zijn — dat zegt een commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden; niet de minste — dat verkiezingen in Europese landen, waaronder Nederland, zijn beïnvloed. Mocht dat waar zijn, dan is dat een ernstige zaak. Ik zou daarover graag een debat willen met de minister-president, zodat hij aan zijn EU-collega's kan vragen: what is going on?

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Stöteler (PVV):

Voorzitter. De PVV wil dit debat ook, maar ik zou het graag vooraf laten gaan door een brief van het kabinet waarin het uitlegt welke afspraken er precies zijn gemaakt met platforms, hoe het ministerie van Binnenlandse Zaken de trustedflaggerstatus heeft gebruikt, hoe die is ingezet en hoe vaak die is ingezet en welke content in welke mate is verwijderd van social media.

De heer Vermeer (BBB):

Volledige steun. Dit moet uitgezocht worden.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Geen steun. Dit had recent besproken kunnen worden in het commissiedebat Verkiezingen.

De heer Erkens (VVD):

Voorzitter. Dit gaat over het feit dat algoritmes objectief worden toegepast en dat er inderdaad geen beïnvloeding plaats kan vinden. Een debat is wat ons betreft niet de plek. Wel steun voor een brief.

De heer Van Meijeren (FVD):

Steun.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Geen steun, voorzitter.

De heer Ceulemans (JA21):

Dit kan betrokken worden bij een aantal commissiedebatten, maar specifiek bij het overleg over de Raad BuZa van 23 februari. Geen steun voor een los debat.

De heer Krul (CDA):

Wat de heer Erkens zei.

De heer Dassen (Volt):

Geen steun.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter. Ook de fractie van DENK maakt zich zorgen om inmenging, bijvoorbeeld als het gaat over Kamerleden van wie gezegd wordt dat ze banden hebben met de Mossad.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Kijk, die is nieuw! Pam!

De heer Van Baarle (DENK):

Dus als we het daarover kunnen hebben bij dat debat, dan steun ik het verzoek.

De voorzitter:

Ik weet niet wat u net deed, maar u heeft geen meerderheid.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Dat was een roffeltje, voorzitter. Ik wilde wel vragen — dan kan DENK nog een keer hetzelfde punt herhalen — of dit op de dertigledenlijst mag staan.

De voorzitter:

Vooruit dan maar! We zetten het erbij, meneer Markuszower. De heer Heutink krijgt het woord voor zijn verzoek, tevens namens de Groep Markuszower.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Moet ik dan ook beginnen met een roffeltje?

De voorzitter:

Doet u dat maar niet, want dat is me zojuist niet zo goed bevallen.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Waar in Nederland de gemiddelde landelijke adviesprijs voor een liter benzine op dit moment €2,24 is, staat er in België €1,40 op de borden. Dat is een verschil van bijna €0,85. Pomphouders zien hun klanten de grens oversteken. De effecten zijn gigantisch, niet alleen voor de portemonnee van de overheid, maar ook vooral voor de Nederlandse inwoners. Er moet iets gebeuren, want we prijzen onszelf de markt uit. Daarom wil ik een groot debat met de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister van Financiën en de minister van Economische Zaken over de prijs aan de pomp en de bijbehorende grenseffecten. Wat mij betreft nemen we daarin ook direct de hoogte van de tabaksaccijnzen en de prijzen van de boodschappen mee.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Hartstikke goed initiatief om dit debat aan te vragen. We hebben vandaag ook een petitie aangenomen van ondernemers in de grensregio's. Van harte steun voor dit debat.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Het vervoer is voor veel mensen te duur. Daar legt de heer Heutink de vinger op de zere plek. Maar dat geldt niet alleen voor de auto, maar ook voor het openbaar vervoer. Mijn suggestie zou zijn om een breder debat te voeren over vervoerskosten en het effect daarvan op de betaalbaarheid van het leven. Dan zouden wij het debat steunen. Als het alleen over de auto gaat, steunen wij het verzoek niet.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. Mensen in het land voelen haarfijn aan dat er de laatste tijd steeds meer cadeautjes zijn gekomen voor vermogenden; die betalen minder belasting. De mensen aan de pomp betalen daar de rekening voor. Ik zou dit debat heel graag willen steunen, in de breedte over vervoerskosten, maar ook over de accijnzen op de brandstof; die kunnen omlaag als we de meest vermogenden wat meer gaan belasten. Maar dan moet dat debat wel gevoerd worden met de minister van Financiën erbij, want anders wordt het een beetje een karig debat.

De heer Peter de Groot (VVD):

Het originele verzoek van de heer Heutink over de prijzen aan de pomp kunnen we steunen. Dat zou dan met de minister van IenW zijn.

De voorzitter:

We hebben het ook over het voorstel dat hier voorligt. Als we daarvan afwijken, wordt het heel ingewikkeld.

De heer Van Meijeren (FVD):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun voor het verzoek.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Geen steun.

De heer Jumelet (CDA):

Steun, voorzitter.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Mooi!

De voorzitter:

O, ik hoor de heer Struijs ook nog steun zeggen. Die kunt u ook nog in uw zak steken!

Dan is het woord aan mevrouw Beckerman, die al onderweg is, voor haar verzoek namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Er is asbest aangetroffen in speelzand voor kinderen. Ondertussen is speelzand nog steeds te koop. Het kabinet wil geen verkoopstop opleggen. Ook andere maatregelen worden niet toegezegd, bleek zojuist in het vragenuur. Daarom vragen wij een debat aan met de staatssecretaris VWS.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ik hoop eigenlijk dat er al eerder duidelijkheid komt over de veiligheid van dit speelgoed. Ik hoop dat er, als het inderdaad onveilig is, al gehandeld wordt voordat er een debat plaatsvindt hier in de Kamer, want dat kan weleens lang duren. Desalniettemin op zich steun. Mocht er een debat nodig zijn, dan denk ik wel dat de begrotingsbehandeling van VWS misschien de eerste mogelijkheid gaat zijn.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Ik sluit me eigenlijk aan bij de woorden van de heer Bushoff.

Mevrouw Beckerman (SP):

Die steunde het wel, dus dat is mooi!

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Ik steun het ook, maar we zouden het inderdaad misschien wel sneller kunnen behandelen, bij de begroting. Dat zou wel mooi zijn, want dan weten we eerder hoe het ervoor staat.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik denk dat beide zaken tegelijk kunnen.

De voorzitter:

We noteren het als steun, mevrouw Beckerman. Geen zorgen. Het komt goed, denk ik.

De heer Struijs (50PLUS):

Steun.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Voorzitter. Wat ons betreft gaat het speelzand per direct de schappen uit. We willen graag een brief van het kabinet. Laten we het inderdaad betrekken bij het begrotingsdebat.

De heer El Abassi (DENK):

Vanwege de urgentie zo snel mogelijk een debat. Hoe eerder, hoe beter.

Mevrouw Wendel (VVD):

Hier is echt haast bij nodig en ik denk niet dat een debat hiervoor nu echt gaat helpen. Er is eerder actie nodig, dus wij willen dit gewoon bespreken bij de begroting. Dat is sneller dan een plenair debat. Maar ik wil wel mevrouw Beckerman danken voor de aandacht hiervoor, want het is echt heel belangrijk.

De heer Vervuurt (D66):

Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Wendel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

De snelste manier is bij het begrotingsdebat, dus geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Dit kan in het begrotingsdebat, dus geen steun voor een los debat.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank voor de aandacht hiervoor. We hebben het vandaag ook in het vragenuur besproken. Voor nu kan ik me aansluiten bij de woorden van de VVD, dus geen steun.

De heer Stoffer (SGP):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Beckerman (SP):

Nee, voorzitter. Toch laat ik het op de dertigledenlijst zetten. Ik denk dat de leden er gelijk in hebben dat we dit zo snel mogelijk moeten bespreken, maar ik wijs er ook op dat dit gaat over verschillende beleidsterreinen. Ik denk dus dat het ook zinnig is om hier apart een debat over te voeren, want er moet veel gebeuren.

De voorzitter:

Ja, ja. We zetten het erbij.

Mevrouw Lammers krijgt het woord voor haar verzoek namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Dank u wel, voorzitter. Er zijn al zo'n 190.000 sociale huurwoningen met voorrang aan statushouders weggegeven in de afgelopen vijftien jaar. Nog eens 53.000 nareizigers zitten in de procedures. Kinderen worden vooruitgestuurd en een gezin van acht, tien of zelfs twaalf mensen komt over. Zij moeten in enorme huizen gevestigd worden terwijl de Nederlander nog niet eens een flatje kan vinden. Dit moet nu afgelopen zijn. We willen onmiddellijk na de aanstelling van een kabinet met de nieuwe minister van Asiel en Migratie een plenair debat over dit onderwerp. Dit is onhoudbaar voor Nederland. Hier kunnen wij niet tegenop bouwen.

De voorzitter:

Ik kijk even of daar steun voor is. Meneer De Hoop.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Inhoudelijk geen steun, maar het kan ook prima betrokken worden bij debat Staat van de Volkshuisvesting op 11 maart.

De heer Mooiman (PVV):

Steun voor het verzoek.

De heer Ceulemans (JA21):

Inhoudelijk helemaal eens, maar we hebben net de asielbegroting gehad en het kan nu het snelst behandeld worden in een ander debat. Er is dus niet een los debat nodig.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Steun voor het verzoek.

De heer Peter de Groot (VVD):

Geen steun. Kan bij het commissiedebat Staat van de Volkshuisvesting worden betrokken.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Ik sluit me bij mijn voorganger aan.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Het woord is aan de heer Van der Lee voor een vooraankondiging.

De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):

Dat klopt, voorzitter. Voor de Europese Raad en dan wel deze week te houden inclusief stemmingen.

De voorzitter:

We gaan er rekening mee houden.

Dan is het woord aan mevrouw Dobbe voor haar verzoek namens de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank u wel, voorzitter. Twee verzoeken. Vorige week berichtte het Jeroen Bosch Ziekenhuis dat er elke week verwaarloosde ouderen binnenkomen in het ziekenhuis die thuis wonen, maar met wie het thuis niet goed gaat. Elke week. Vandaag berichte Omroep Brabant dat ze het ook in andere ziekenhuizen zien: in Tilburg en Geldrop, door de hele provincie. De verwaarlozing die ze tegenkomen, is extreem: mensen die in hun eigen ontlasting zitten, onderkoeld zijn, doorligplekken hebben of luizen of een infectie hebben. Het is een kaartenhuis dat instort, zegt het Anna Ziekenhuis. De nieuwe coalitie wil miljarden bezuinigen op de zorg, wat het nog veel erger gaat maken. Maar het kaartenhuis dat instort is ook hoe we de zorg in Nederland hebben georganiseerd. Daarom is het belangrijk dat wij een debat hebben over hoe wij omgaan met de zorg voor onze ouderen.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is. De heer Claassen.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Mijn collega Ten Hove heeft een debat aangevraagd over dit soort zaken, over het "zorggat" voor ouderen zoals dat wordt genoemd. Het is schandalig dat dat gebeurt. Dus dat debat ligt er al. Mijn voorstel is dat we het er daarin over hebben en we hebben natuurlijk nog het begrotingsdebat in maart. Dus geen steun voor dit debat, maar de zorgen delen we zeker.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Steeds langer thuis moeten blijven wonen, maar kan je er dan ook blijven wonen? Dus zeker steun voor dit debat.

De heer Vermeer (BBB):

Volle steun. Dit is echt in alle provincies aan de gang op dit moment, dus opschieten met dat debat.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Van harte steun.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Steun.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Vorige week vroeg ik al een plenair debat aan over een van de berichten. Helaas haalde dat toen geen meerderheid. Er staat een dertigledendebat hierover, maar van harte steun natuurlijk. Hopelijk wordt het gewoon een meerderheidsdebat.

Mevrouw Wendel (VVD):

Geen steun. Dit kan bij de begroting.

De heer Vervuurt (D66):

Voorzitter. Het kan bij de begroting en het kan ook bij het commissiedebat Ouderenzorg dat al is ingepland, dus geen steun.

De heer Van Meijeren (FVD):

Van harte steun.

Mevrouw Tijmstra (CDA):

Ik sluit me aan bij de woorden van D66.

De heer Ceulemans (JA21):

Bij de begroting is echt het snelst.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. Het kan inderdaad tijdens de begroting, maar toch steun, want dit is superbelangrijk.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dat is jammer, voorzitter.

De voorzitter:

Uw tweede verzoek.

Mevrouw Dobbe (SP):

Ja. In december zijn meer dan 1.000 patiënten in Gaza doodgegaan terwijl ze op een wachtlijst stonden voor medische evacuatie. Meer dan 4.000 kinderen staan nog steeds op een wachtlijst voor medische evacuatie omdat er geen medische voorzieningen zijn voor hen in Gaza of in de regio. Ondertussen mogen 37 internationale hulporganisaties niet meer werken in Gaza. Zij kunnen geen medische hulp geven aan kinderen die dat nodig hebben en kunnen niet zorgen voor voedsel of medicijnen. Dit kabinet heeft een brief gestuurd aan de Kamer — we hebben er zes weken op moeten wachten — over of ze de levens gaan redden van de kinderen voor wie geen andere plek is, maar waarvoor wel plek is in ziekenhuizen hier, zonder dat het ten koste gaat van andere kinderen. Dit kabinet heeft dus weken genomen om te besluiten dat het nieuwe kabinet hierover moet gaan besluiten. Daarom willen wij binnen twee weken na aantreden van het nieuwe kabinet een brief en een debat over hoe het nieuwe kabinet omgaat met medische evacuaties van kinderen uit Gaza en humanitaire hulp in Gaza.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dit kabinet laat Palestijnen zó hard vallen, zelfs kinderen. Ik heb er geen woorden meer voor. Van harte steun voor dit debat.

De heer Vervuurt (D66):

Voorzitter. Dit is vreselijk, dus steun. Maar ik heb begrepen dat er op 12 maart mogelijk ook nog een Raad Buitenlandse Zaken is. Mogelijk is dat sneller, dus ik zou die overweging graag mee willen geven.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Geen steun.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Er staan al twee plenaire debatten gepland. Eentje gaat specifiek over de Palestijnse gebieden, volgens mij kwam dat verzoek van de heer Van Baarle. Eentje gaat over het Midden-Oosten, met mijn steun. Wat mij betreft kunnen we een van die twee gewoon vervroegd inplannen.

Mevrouw Tijmstra (CDA):

Geen steun.

De heer Van den Berg (JA21):

Geen steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Steun.

De heer Van der Burg (VVD):

Geen steun, voorzitter. Zoals in de bijdrage van GroenLinks-PvdA werd gezegd, kun je je aansluiten bij die andere debatten.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter. Als de lijn van het vorige kabinet, het huidige kabinet, dat straks een nieuw kabinet wordt, is dat het nieuwe kabinet het moet gaan uitvoeren, zou ik hier het verzoek willen doen dat het nieuwe kabinet zo spoedig mogelijk een brief stuurt naar de Tweede Kamer over hoe ze daar uitvoering aan willen geven. En van harte steun voor het verzoek om daar zo snel mogelijk een debat over te voeren.

De heer Stöteler (PVV):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):

Kan ik dan wel het volgende verzoek doen? Mensen zeggen hier: er staan andere debatten gepland. Kan ik verzoeken om die dan wel binnen twee weken na aantreden van het kabinet in te plannen?

De voorzitter:

We kunnen overal proberen rekening mee te houden, maar we proberen zo veel mogelijk mensen gelukkig te maken hier in het huis.

Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn verzoek namens de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter, dank. Vandaag is het rapport Opgroeien als moslimjongere in een polariserende samenleving verschenen van het KIS, waaruit blijkt dat moslimjongeren in Nederland dagelijks te maken krijgen met discriminatie, met grote gevolgen. Dit is niet het eerste rapport en het zal ook niet het laatste rapport zijn dat aantoont dat veel moslims te maken hebben met discriminatie in ons land. Een tijd geleden heb ik een debat aangevraagd over de bestrijding van moslimdiscriminatie. Dat kreeg een meerderheid van de toenmalige Kamer. Dat debat is inmiddels vervallen. Daarom zou ik graag opnieuw het verzoek willen doen om een plenair debat te houden over moslimdiscriminatie met de minister van Binnenlandse Zaken.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

De heer Van den Berg (JA21):

Geen steun, voorzitter.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Steun, voorzitter. Ik zou willen voorstellen om daar ook de staatssecretaris van SZW voor uit te nodigen, aangezien moslimdiscriminatie daarbij hoort.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Geen steun.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Steun, voorzitter.

De heer Van Meijeren (FVD):

Geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Moslimdiscriminatie is iets verwerpelijks, wat we moeten aanpakken. Dat zou ik graag doen tijdens het commissiedebat van 25 maart, dus geen steun voor een plenair debat.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):

Volgens mij telde ik wel 30 leden, dus ik zou het graag op de lijst van dertigledendebatten willen zetten. Met uw welnemen zou ik graag een informatieverzoek willen doen. Ik zou graag voor aanvang van het commissiedebat een schriftelijke reactie van het kabinet wensen op het door mij genoemde rapport, zodat we die bij het commissiedebat kunnen betrekken.

De voorzitter:

Ja. Dat geleiden wij door naar het kabinet.

De heer Van Baarle (DENK):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Baarle.

Dan is het woord aan de heer Van Meijeren voor zijn verzoek namens Forum voor Democratie.

De heer Van Meijeren (FVD):

Dank u, meneer de voorzitter. Het bestaan van elitenetwerken die zich structureel en op grote schaal schuldig maken aan ernstig kindermisbruik werd lange tijd ontkend en gemakzuchtig naar het rijk der fabelen verwezen. Maar inmiddels kan het bestaan van ten minste één zo'n netwerk niet langer worden ontkend. Ik heb het dan natuurlijk over het netwerk rond Jeffrey Epstein. Dat heeft in tal van landen al geleid tot een politiek debat, maar hier in dit huis blijft het vooralsnog muisstil, terwijl uit de vrijgegeven documenten blijkt dat ook Nederlandse personen of organisaties hierbij betrokken zijn, ofwel als dader, ofwel als slachtoffer, ofwel als facilitator ofwel anderszins. Dat moet deugdelijk onderzocht worden. Daarom wil ik graag een brief van het kabinet met een reactie op de onthullingen, gevolgd door een debat met de minister van Justitie en Veiligheid.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Het is hier helemaal niet muisstil. We hebben in een e-mail ontdekt dat onder anderen een 9-jarig meisje betrokken was bij de dingen van Epstein. Daar hebben we vandaag Kamervragen over gesteld, dus dat wil ik hier even rechtgezet hebben. Maar steun voor een debat.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. Ook ik vraag hier wekelijks debatten aan over kindermisbruik. Dat wil ik ook even rechtgezet hebben. Tegelijkertijd steun voor een debat.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik zag dat er Kamervragen waren gesteld. Ik denk dat het belangrijk is dat er een brief komt. Die heeft de heer Van Meijeren ook aangevraagd. Ik wil dat eerst allemaal afwachten en de antwoorden bekijken om te bezien of we hierover een plenair debat moeten voeren. Dus voor nu geen steun, maar ik steun wel het verzoek om een brief te krijgen met een reactie van het kabinet.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid voor een debat, maar we geleiden uw informatieverzoek door naar het kabinet.

De heer Van Meijeren (FVD):

Ik wil nog wel even iets zeggen in de richting van de heer Heutink. Als hij hierover vandaag Kamervragen heeft gesteld, dan heb ik die nog niet gezien. Heel goed. Ik wacht de beantwoording ook met veel belangstelling af, net als de brief van het kabinet. Ik hoop dat er dan alsnog steun is voor een debat over dit ernstige onderwerp.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Meijeren.

Dan is tot slot het woord aan de heer Van den Berg. De eersten zullen de laatsten zijn en de laatsten de eersten. Gaat uw gang.

De heer Van den Berg (JA21):

Wat een stichtelijke woorden, voorzitter. Dank.

Ik sta hier vandaag om de kwestie van een SMR-rapport in Zeeland te agenderen. Vorige week heeft de minister een brief naar de Kamer gezonden over small modular reactors. Er blijkt dat er veel meer potentie is voor deze kleinere kerncentrales dan tot nu toe werd gedacht. Het is dus belangrijk dat we ons niet alleen focussen op elektriciteit, maar juist ook op warmte uit hoge temperatuur, bijvoorbeeld voor Dow Chemical of Yara. Daarom vraag ik een debat aan om de mogelijkheden verder te onderzoeken en vooral om de versnelling van SMR's daadwerkelijk in gang te zetten, zodat we daar als Nederland de vruchten van kunnen plukken.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Meneer Van den Berg wordt op zijn wenken bediend, want daar zit de minister van Klimaat en Groene Groei. We hebben zo meteen het begrotingsdebat over klimaat, dus ik hoop het dan met meneer Van den Berg te kunnen hebben over kleine kernreactoren.

De heer Van Meijeren (FVD):

Voorzitter. Vanzelfsprekend kan hier straks over gesproken worden, maar ik vind dit onderwerp toch wel dermate urgent en belangrijk dat het een separaat plenair debat verdient, dus van harte steun voor het debat.

De heer Vervuurt (D66):

Geen steun, voorzitter. Het kan in het begrotingsdebat en in een commissiedebat over kernenergie, dus geen steun.

De heer Jumelet (CDA):

Voorzitter, daar sluit ik me bij aan. Geen steun.

De heer Peter de Groot (VVD):

SMR's zijn voor de VVD net zo veel een hobby als voor de heer Van den Berg van JA21. We spreken er graag over. Het kan straks of, zoals de collega's zeggen, in een commissiedebat over kernenergie, dus geen steun voor een plenair debat.

De heer Vermeer (BBB):

Dit gaat niet over hobby's, maar over belangrijke zaken. Provincies en gemeentes willen echt dat er meer vaart uitgeoefend wordt, dus van harte steun.

De heer Dassen (Volt):

Laten we die vaart dadelijk uitvoeren bij het plenaire debat over de begroting van Klimaat en Groene Groei.

De heer Kops (PVV):

Het kan bij de begroting. Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter, u dwingt mij om het bij de begroting heel veel over SMR's te hebben, dus dat wordt vervolgd.

De voorzitter:

We gaan het volgen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze regeling van werkzaamheden. Ik schors kort. Na de schorsing gaan we verder met een tweeminutendebat. De vergadering is geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.