Tweede Kamer, 42e vergadering

  • Begin10:15
  • Sluiting00:00
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Paulusma

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:

Ik open de vergadering van woensdag 11 februari 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Vertrouwelijke informatiedeling voor de cao-onderhandelingen

Vertrouwelijke informatiedeling voor de cao-onderhandelingen

Aan de orde is het tweeminutendebat Vertrouwelijke informatiedeling voor de cao-onderhandelingen (27923, nr. 517).

De voorzitter:

Wij starten vandaag met het tweeminutendebat Vertrouwelijke informatiedeling voor de cao-onderhandelingen. Ik heet de leden van de Kamer van harte welkom, ik heet de staatssecretaris in vak K van harte welkom en ik geef mevrouw Moorman van de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid als eerste het woord. Gaat uw gang.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter, en goedemorgen allemaal. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs zijn gedecentraliseerd en dat het enkel delen van de ruimtebrief aan onderwijswerkgevers de vakbonden in een ongelijkwaardige positie plaatst tegenover de onderwijswerkgevers met betrekking tot informatiedeling vanuit OCW;

overwegende dat het van belang is dat geld voor arbeidsvoorwaarden ook daadwerkelijk aan arbeidsvoorwaarden wordt besteed en dat het delen van de ruimtebrief aan onderwijsvakbonden transparantie biedt over de besteding van deze middelen voor arbeidsvoorwaarden;

verzoekt de regering om vakbonden en werkgevers bij de cao-onderhandelingen in een gelijkwaardige positie te plaatsen door voortaan de brief kabinetsbijdrage arbeidsvoorwaardenontwikkeling ook direct te delen met de onderwijsvakbonden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.

Zij krijgt nr. 520 (27923).

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

En motie twee.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de motie-Van den Hul c.s. over de ruimtebrieven inzichtelijk maken voor alle sociale partners, die de Kamer in 2019 heeft aangenomen, tevens betrekking had op mbo en hoger onderwijs;

verzoekt de regering om in gesprek te gaan met MBO Raad, VH en UNL over de informatiedeling van de kabinetsbijdrage arbeidsvoorwaardenontwikkeling met de onderwijsvakbonden bij de bekendmaking van deze kabinetsbijdrage, en de Kamer vóór het najaar te informeren over de resultaten van dit gesprek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.

Zij krijgt nr. 521 (27923).

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Dat was het, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Kisteman. Nee, wij gaan vandaag niet luisteren naar de heer Kisteman.

Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de inbreng vanuit de Kamer. Ik kijk even naar de staatssecretaris. Hij gaat meteen door; daar houd ik van.

Staatssecretaris Becking:

Dank u wel, voorzitter. De eerste motie over de kabinetsbijdrage moet ik ontraden vanwege het financiële belang van de Staat. Het openlijk delen van deze brief over de kabinetsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling zou namelijk effecten hebben op een heleboel andere cao-tafels. Het vertrouwelijke karakter van die brief beschermt de onderhandelingspositie van werkgevers in de onderwijssectoren, maar ook in andere sectoren zoals Rijk, politie, Defensie en rechterlijke macht. Dat is de eerste reden waarom ik die motie ontraad. De tweede reden is dat er nog een rechtszaak loopt over de vertrouwelijkheid in dezen. Dat moet ik dus afwachten.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 520 wordt ontraden. Dat geeft aanleiding tot één korte vraag.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

De vertrouwelijkheid staat ter discussie. Daarom is die rechtszaak er ook. Ik snap dat we de uitspraak van de rechter moeten afwachten. Dan zou ik die motie graag willen aanhouden voor dit moment.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Moorman stel ik voor haar motie (27923, nr. 520) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Gaat u verder met de motie op stuk nr. 521.

Staatssecretaris Becking:

De tweede motie geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 521 krijgt oordeel Kamer.

Dan zijn wij aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij gaan wat mij betreft direct verder met het tweeminutendebat Onderzoek naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen.

Onderzoek naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen

Onderzoek naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen

Aan de orde is het tweeminutendebat Onderzoek naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen (30420, nr. 438).

De voorzitter:

Ik heet opnieuw de leden van de Kamer en de staatssecretaris welkom. Ik ga als eerste het woord geven aan mevrouw Van der Plas, die spreekt namens de fractie van BBB. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ja, dank u wel. Ik ga maar gelijk van start.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris erkent dat lhbti-discriminatie hard moet worden bestreden, maar aangeeft dat het Rijk geen aanvullende maatregelen neemt;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met gemeenten via de VNG over de aanpak van lhbtiq+-discriminatie en -acceptatie onder jongeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 440 (30420).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de acceptatie van lhbtiq+-personen onder jongeren in grote steden sterk daalt, zoals in Amsterdam, waar nog maar 43% homoseksualiteit normaal vindt;

constaterende dat de staatssecretaris weigert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) aanvullend onderzoek te laten doen gericht op de groepen waar deze daling het sterkst is;

verzoekt de regering het SCP opdracht te geven tot een verdiepend onderzoek naar de specifieke groepen en gebieden waar de acceptatie het meest terugloopt, inclusief beleidsopties voor effectieve interventies,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 441 (30420).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris aangeeft dat het geplande vervolgonderzoek naar verklarende factoren van dalende lhbtiq+-acceptatie onder jongeren niet kan worden uitgevoerd, omdat er geen wettelijke grondslag bestaat voor het uitvragen en verwerken van bijzondere persoonsgegevens van minderjarigen;

overwegende dat hierdoor slechts één factor onderzocht kan worden, terwijl belangrijke factoren buiten beschouwing blijven;

verzoekt de regering te komen met een wettelijk kader dat het mogelijk maakt om, binnen de AVG en met passende waarborgen, doelgericht onderzoek te doen naar de opvattingen van jongeren over lhbti-acceptatie en de verwerking van bijzondere persoonsgegevens,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 442 (30420).

Dank u wel. Dan gaan we nu eerst luisteren naar mevrouw Moorman, van de fractie GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Laat ik beginnen met benadrukken dat het hier gaat over mensenrechten, het recht om te zijn wie je bent, om te houden van wie je wilt houden. Het is zorgelijk dat we nog zo veel verhalen horen van personen die nog steeds niet altijd veilig zijn of zich veilig voelen. Als we spreken over acceptatie, dan hebben we het niet over abstracte zaken maar over de dagelijkse realiteit voor velen van ons. Daarom moeten we concrete stappen zetten om die realiteit te verbeteren, zoals de verbetering van de gelijkheidswetgeving en het verbreden van de gronden voor groepsbelediging zodat gender hier ook onder gaat vallen. GroenLinks-PvdA zal dan ook aanstaande donderdag bij de procedurevergadering van Binnenlandse Zaken een verzoek doen om zo spoedig mogelijk de nota voor dit wetsvoorstel naar de Kamer te zenden.

Voorzitter. Juist omdat het de dagelijkse realiteit is voor velen, is het extra belangrijk dat we oog hebben voor het complexe samenspel van de factoren die van invloed zijn op de acceptatie van lhbtiq+'ers. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit onderzoek naar opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen blijkt dat sociale media een rol kunnen spelen in het versterken van schadelijke stereotypen;

overwegende dat er in de manosphere vaak expliciet lhbtiq+- en vrouwenhaat wordt verspreid, maar dat er geen onderzoek is verricht naar de invloed van de manosphere op de opvattingen van jongeren;

verzoekt de regering om nader onderzoek te laten verrichten naar de invloed van de manosphere op de opvattingen van jongeren over lhbtiq+'ers en gendergelijkheid, en dit proces voor het meireces in gang te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.

Zij krijgt nr. 443 (30420).

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Martens, die spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Iedereen moet verliefd kunnen zijn op wie hij of zij wil en vrij en veilig over straat kunnen lopen, op het platteland of in de grote stad. Dat staat te vaak onder druk. Uit de ggz-monitor bleek dat slechts 43% van de jongeren lhbti'ers accepteert. Laat dat even op je inwerken: slechts 43% van de jongeren is van mening dat een vrouw verliefd mag worden op een vrouw en accepteert dat. Dat is zorgwekkend. Er ligt een rapport. Als het goed is komt er nog een gedeelte van dat rapport. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: wat wordt daarin meegenomen?

Voorzitter. Gelijk een leuke aftrap: ik loop al even mee op dit onderwerp; ik heb in Amsterdam het prachtige debat mogen voeren over het verdwenen rapport in de la van de wethouder. In dat rapport zouden de uitkomsten wellicht onwelgevallig zijn. Kan de staatssecretaris reflecteren op het feit dat alle groeperingen, of het nou gaat over de manosphere of over jongeren met een migratieachtergrond, worden meegenomen in dit vervolgonderzoek? Ik kan me voorstellen dat er weer een roep komt om een extra onderzoek. Wat zou dat dan gaan toevoegen?

Tot slot. Heeft de staatssecretaris nu ook al contact gehad met bijvoorbeeld grote steden, waarin dit een nog grotere uitdaging is? En welke vervolgstappen zullen daar worden gezet? Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan schors ik voor vijf minuten voor de appreciatie van de ingediende moties en de beantwoording van de vragen. Ik schors voor vijf minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Onderzoek naar de opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen. We zijn toegekomen aan de appreciaties van de ingediende moties en de beantwoording van de gestelde vragen. Ik geef daartoe graag het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Becking:

De eerste motie gaat over in gesprek gaan met de VNG. Ik zou willen zeggen: als we het landelijke beeld hebben, dan kan mijn ambtsopvolger in gesprek gaan met de VNG en dan kan ik 'm ook oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 440 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Becking:

De tweede motie: ontijdig. Ik wil namelijk eerst graag de volledige resultaten van het onderzoek afwachten. Dan zal ik ook met een beleidsreactie bij uw Kamer terugkomen.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 441 krijgt de appreciatie ontijdig. Ik kijk even naar Mevrouw Van der Plas. De motie wordt niet aangehouden, maar ingediend.

Staatssecretaris Becking:

De motie op stuk nr. 442 moet ik ontraden. De Gezondheidsmonitor Jeugd zou de opvattingen van jongeren over lhbtiq+-personen onderzoeken en daar is reeds een wettelijk kader voor.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 442 wordt ontraden. De vierde motie.

Staatssecretaris Becking:

Overbodig. De Universiteit van Amsterdam heeft aangegeven aanvullend onderzoek te gaan uitvoeren naar opvattingen van jongeren, met daarin specifiek aandacht voor de manosfeer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 443 krijgt de appreciatie overbodig. Ik kijk even naar mevrouw Moorman. U mag ook knikken als zijnde het signaal dat u 'm indient. U gaat er wat over zeggen. Ga uw gang.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

We hebben het nog echt nagezocht in de opdracht, zeg maar, en daar staat expliciet dat de manosphere zou moeten worden onderzocht, maar dat die nog niet is onderzocht. Dat roept toch de vraag op: is het overbodig als het nog niet eerder is onderzocht?

De voorzitter:

De staatssecretaris.

Staatssecretaris Becking:

Dank, voorzitter. Wat ik daarover kan toezeggen is dat ik ervoor zorg dat die onderzoeksopdracht daar ook nadrukkelijk in wordt meegenomen.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Dan ben ik tevreden en kan de motie worden ingetrokken.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 443 wordt bij dezen ingetrokken.

Aangezien de motie-Moorman (30420, nr. 443) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Dan zijn we aan het einde gekomen van …

Staatssecretaris Becking:

Ik had nog een paar vragen, voorzitter.

De voorzitter:

O, excuus. Ik ga te snel. Ga uw gang.

Staatssecretaris Becking:

Ik had nog een vraag van mevrouw Martens. Zij vroeg wat er wordt meegenomen in het onderzoek. Dat zijn de opvattingen van jongeren over de tijd heen en alle factoren die een rol spelen bij de acceptatie van lhbtiq+-personen. Er is geen sprake van allerlei subgroepen, maar van de groep als geheel. Er is inderdaad ambtelijk contact hierover met de gemeente Amsterdam.

De voorzitter:

Dat klonk als een punt. Dat geeft aanleiding tot een vraag van mevrouw Moorman. Ik ga ervan uit dat het een hele korte is.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Heel kort. Ik weet dat er in veel meer gemeentes en gebieden een behoorlijke daling is. Is daar dan ook contact mee?

Staatssecretaris Becking:

Eerder zei ik daarover dat we dat graag via de VNG willen doen, omdat het voor ons ambtelijk bijna onmogelijk is om met alle gemeenten daarover in contact te treden, maar uiteraard streven we naar een zo groot mogelijk bereik.

De voorzitter:

Dank u wel. Het was één vraag. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

Onderwijsagenda's voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

Onderwijsagenda's voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

Aan de orde is het tweeminutendebat Onderwijsagenda's voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius (36800-VIII, nr. 13).

De voorzitter:

Dan gaan we, wat mij betreft, door met het tweeminutendebat Onderwijsagenda's voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius. Ik heet nog steeds de leden van de Kamer van harte welkom en nu, naast de staatssecretaris, ook de minister. Dan zou ik graag mevrouw Tseggai van de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid uitnodigen voor haar bijdrage.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. In 2024 heeft de Kamer de motie-White aangenomen en de toenmalige staatssecretaris Szabó heeft deze toen oordeel Kamer gegeven. Deze motie heeft ook een duidelijke Kamermeerderheid gekregen. Deze motie vroeg om een plan van aanpak om het onderwijs en de voor- en naschoolse opvang in Caribisch Nederland te verbeteren. De minister reageert in het verslag van het schriftelijk overleg alsof met een brief over de voor- en naschoolse opvang deze hele motie is afgedaan, terwijl het onderwijs in Caribisch Nederland veel meer betreft. Daar baal ik van. Ik wil dus als eerste vragen wat het vervolg wordt op de uitvoering van deze motie, om deze gewoon goed af te doen. Daarnaast heb ik nog één motie over de CXC-examens. Die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de CXC-examens Nederlands op Caribisch Nederland voor leerlingen met Engels of Spaans als thuistaal een onnodige drempel kunnen opwerpen;

overwegende dat deze leerlingen zich meestal voorbereiden op een vervolgstudie op de Cariben, in de VS of Canada en slechts een beperkt deel in Europees Nederland de opleiding vervolgt;

van oordeel dat bijvoorbeeld de staatsexamens Nederlands die op Sint-Maarten worden afgenomen, wellicht een bereikbaar en volwaardig alternatief kunnen vormen;

verzoekt de regering om te onderzoeken of het voor scholieren op Caribisch Nederland en hun toekomst het beste is om het vak Nederlands af te sluiten met een staatsexamen, terug te gaan naar een regulier schoolexamen of vast te houden aan het CXC-examen, en de Kamer hierover te informeren vóór het debat over de Onderwijsbegroting voor 2027,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Tseggai.

Zij krijgt nr. 80 (36800-VIII).

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. De bewindspersonen hebben aangegeven twee minuten nodig te hebben, dus ik schors exact twee minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Onderwijsagenda's voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius. Wij zijn toegekomen aan de beantwoording en de appreciatie van de ingediende motie. Ik geef daartoe graag het woord aan de staatssecretaris. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Becking:

Dank u wel, voorzitter. Wat betreft de vraag kan ik zeggen dat dat via de onderwijsagenda's is geregeld, op de thema's toereikendheid, taal, leraren en de ondersteuningsstructuur.

De motie op stuk nr. 80 geef ik graag oordeel Kamer.

Dank u wel.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 80 krijgt oordeel Kamer. Dat gaat op applaus rekenen van mevrouw Tseggai. Gaat uw gang.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Wat betreft de appreciatie uiteraard wel, ja. Maar mijn interruptie gaat over het antwoord op de vraag. Ik begrijp natuurlijk dat er onderwijsagenda's zijn en dat daarin een aantal dingen zijn geregeld. Maar het gaat mij om de uitvoering van een motie die door mijn voorganger is ingediend. Zou u anders schriftelijk even uiteen kunnen zetten hoe u die motie heeft afgedaan?

Staatssecretaris Becking:

Ja, dat kan ik toezeggen. Dat is geen probleem.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan zijn we nu wel aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

Kabinetsreactie advies Onderwijsraad "Onderwijs als investering"

Kabinetsreactie advies Onderwijsraad "Onderwijs als investering"

Aan de orde is het tweeminutendebat Kabinetsreactie advies Onderwijsraad "Onderwijs als investering" (36800-VIII, nr. 21).

De voorzitter:

We gaan door met het tweeminutendebat Kabinetsreactie advies Onderwijsraad "Onderwijs als investering". Nog steeds heet ik iedereen van harte welkom, net als de bewindspersonen in vak K. We gaan nu als eerste luisteren naar mevrouw Moorman, die spreekt namens de fractie GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Ook bij dit punt heb ik twee moties. Er ligt een heel goed rapport van de Onderwijsraad dat zegt dat we onderwijs als investering moeten zien. Dat zouden we ook inderdaad graag zien in onze verschillende financiële producten — ik vind dat altijd een verschrikkelijk woord, maar goed — en in de verslaglegging daarover.

Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Onderwijsraad in zijn advies "Onderwijs als investering" stelt dat onderwijs niet alleen moet worden gezien als een kostenpost, maar dat onderwijs ook veel individuele en maatschappelijke opbrengsten produceert;

constaterende dat onderwijs kan bijdragen aan economische groei, arbeidsmarktkansen, innovatie, duurzaamheid, sociale cohesie, burgerschap, kansengelijkheid en persoonlijke ontwikkeling;

overwegende dat het ministerie van OCW niet vertegenwoordigd is in de Studiegroep Begrotingsruimte, terwijl de ministeries van AZ, BZK, EZK, FIN, SZW en VWS dat wel zijn;

verzoekt de regering om het ministerie van OCW ook toe te voegen aan de Studiegroep Begrotingsruimte, om zo het belang van goed onderwijs te laten doorklinken in de studiegroep,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.

Zij krijgt nr. 81 (36800-VIII).

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de waardering van onderwijsuitgaven niet alleen de bijdrage aan het bruto binnenlands product, maar ook het brede welvaartsbegrip van groot belang is;

overwegende dat de regering met de bevindingen van de tijdelijke commissie-Grashoff uit 2016 een beter beeld kan schetsen van de risico's en kansen van bezuinigingen en investeringen in onderwijs;

verzoekt de regering om de gevolgen van de onderwijsparagraaf in het coalitieakkoord in termen van het bredewelvaartsbegrip voortaan jaarlijks in beeld te brengen, en de Kamer hierover vóór Prinsjesdag te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.

Zij krijgt nr. 82 (36800-VIII).

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Dat was het, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik kijk even naar de bewindspersonen. Die kunnen in één keer door, begrijp ik. Ik hoor dat dat moet lukken. Daar heb ik alle vertrouwen in. Gaat uw gang.

Minister Moes:

Dank u wel. Ik begin met de motie op stuk nr. 81 over het toevoegen van OCW aan de Studiegroep Begrotingsruimte. Ik heb begrip voor deze overweging. Dit is echter een onafhankelijk ambtelijk orgaan. De politiek gaat niet over een onafhankelijk orgaan. Het is dus een beetje lastig om als politiek te besluiten wie daar wel en niet aan zou moeten deelnemen. Wat wel kan, is dat het kabinet het verzoek meeneemt in de adviesaanvraag bij de voorzitter van dat orgaan. De motie zou ook een spreekt-uitmotie kunnen worden. Dan kan ik 'm meer zien als een oproep. Dan nemen we de motie op die manier mee. Maar de motie die er nu ligt, moet ik echt ontraden. Het is namelijk een onafhankelijk orgaan.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Ik begrijp wat de minister hier zegt. Wij zullen de motie omvormen naar een spreekt-uitmotie. Ik denk namelijk dat het heel belangrijk is dat de Kamer laat zien dat wij het heel belangrijk vinden dat OCW daar, als het gaat om het bredewelvaartsbegrip, ook aan tafel zit. Ik ben heel blij dat de minister ook aangeeft dat dat belangrijk is. Ik zou dus heel graag willen dat dit doorgeleid wordt.

De voorzitter:

Dan wordt de motie op stuk nr. 81 aangepast naar een spreekt-uitmotie. Gaat u verder.

Minister Moes:

Ik heb al aangegeven hoe wij dit dan gaan oppakken in het kabinet.

De motie op stuk nr. 82 verzoekt de gevolgen van de onderwijsparagraaf in het coalitieakkoord in termen van het bredewelvaartsbegrip jaarlijks in beeld te brengen en de Kamer daarover te rapporteren. Ik voel daar enigszins ongemak bij, omdat het gaat over het coalitieakkoord van het volgende kabinet. Ik onderschrijf wel het belang van het meenemen van het bredewelvaartsbegrip ten aanzien van onderwijsmaatregelen. Hier zijn we in principe ook al mee bezig. Er gebeurt op dit punt ook al het een en ander, onder andere door middel van de Factsheet Brede Welvaart bij de begroting van het ministerie van OCW, die het CBS opstelt. Planbureaus reflecteren natuurlijk jaarlijks in een bredewelvaartsanalyse op de rijksbegroting. Al met al zou ik 'm dus als overbodig willen appreciëren.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 82 krijgt de appreciatie "overbodig".

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Ik begrijp dat de minister het wat ongemakkelijk vindt, want dit gaat natuurlijk vooral over wat zijn opvolger zal gaan doen, maar de Kamer is op dit moment niet op de hoogte van het feit dat dit gebeurt. De minister zegt dat de motie overbodig is, maar wij weten niet wat er dan is. Ik zou dan dus wel aan de minister willen vragen of hij in ieder geval aan zijn opvolger kan doorgeven dat dit zo snel mogelijk aan ons toegestuurd moet worden. Zoals wij de informatie nu kennen, lijkt de motie mij dus niet overbodig.

De voorzitter:

Het is aan mevrouw Moorman zelf wat ze met deze motie doet.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Dat begrijp ik, maar de minister zegt hier dat die overbodig is, terwijl wij deze informatie niet kenden. Dan lijkt de motie mij dus niet overbodig. Ik vraag de minister daarop te reflecteren.

De voorzitter:

We gaan geen hele lange discussie voeren over de appreciatie. Als de minister bij deze appreciatie blijft, dan wil ik graag van mevrouw Moorman weten of ze de motie aanhoudt of indient.

Minister Moes:

Ik zou in elk geval wel toe kunnen zeggen dat wij schriftelijk aan de Kamer laten weten op welke manieren er al onderzoek gedaan wordt, hoe het begrip "brede welvaart" binnen het onderwijs meegenomen wordt en hoe dat gemonitord wordt. Dat is volgens mij de informatievraag die ik hier hoor. Volgens mij kunnen we daaraan voldoen.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Dat vind ik een hele prettige toezegging. Als we die informatie inderdaad krijgen, dan hou ik voor dit moment de motie aan, of trek ik 'm in.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Moorman stel ik voor haar motie (36800-VIII, nr. 82) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Wij zijn aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

Uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties

Uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties

Aan de orde is het tweeminutendebat Uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties (32820, nr. 562).

De voorzitter:

We gaan door met het tweeminutendebat Uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties. Ik heet de leden van de Kamer en de bewindspersonen nog steeds welkom. Ik ben wel even zoekende. Ik zie namelijk de heer Mohandis als eerste spreker op dit lijstje staan, maar hij is er nog niet. Ik ga vragen of mevrouw … O, er komt nu iemand heel sportief aanrennen. Als woordvoerder Sport stelt u niet teleur, meneer Mohandis. Ga uw gang.

De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Nog niet zo lang geleden hebben we het cultuurdebat gehad. Dat ging ook over het rijksmonument het Prinsenhof in Delft. Er is eerder een motie van GroenLinks-Partij van de Arbeid en de SP aangenomen die verzoekt om te kijken naar de unieke situatie die hier speelt. Het gaat om een monument waarover ook minister Bruins eerder al liet weten dat er een regeling voor zou worden uitgewerkt, met de situatie daar en de cofinanciering in het achterhoofd. Daar hebben we een reactie op gekregen. Het blijkt dat het volgens de systematiek van deze specifieke regeling niet zou kunnen. Wij denken daar nog steeds anders over, want ze waren al begonnen met de restauratie en een enorme cofinanciering van meerdere overheden en particulieren. We vinden nog steeds dat hiernaar gekeken moet worden. Ik vind dat het ministerie zich een beetje verschuilt achter het gelijkheidsbeginsel. Daarom willen wij dat er breder wordt gekeken naar een oplossing. Er zijn namelijk ook gewoon verwachtingen gewekt. Die zijn misschien niet gewekt door deze minister, maar zeker wel door zijn voorgangers. Daarom blijven wij onze motie overeind houden. We doen nogmaals een oproep om heel serieus te kijken naar de situatie die zich daar nu voordoet. Vandaar dat ik de volgende motie heb.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Prinsenhof telkens als voorbeeld werd genoemd voor de subsidieregeling voor grote restauraties, maar nu, mede door traagheid van het ministerie bij uitwerking van de nieuwe regeling, achter het net vist;

overwegende dat het Prinsenhof meer dan driekwart van de gelden zelfstandig heeft opgehaald om de financiering van de restauratie en renovatie te dekken, maar er geen andere financieringsmogelijkheden meer bestaan;

overwegende de aangenomen motie-Mohandis/Beckerman (32820, nr. 548);

verzoekt de regering om met spoed een passende oplossing voor Museum Prinsenhof Delft te realiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.

Zij krijgt nr. 566 (32820).

De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):

Goed?

De voorzitter:

Ik had nog geen punt gehoord, excuus.

De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):

Om even in herinnering te roepen: het is niet zo dat wij als Kamer in het verleden niet specifiek hebben gekeken naar een bepaalde situatie. Zo is Thialf vaak geholpen, terwijl ook andere schaatsbanen in problemen waren. Laten we alsjeblieft kijken naar deze heel specifieke situatie en ook naar de verwachtingen die zijn gewekt rondom het Prinsenhof.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Heera Dijk, die spreekt namens de fractie van D66.

Mevrouw Heera Dijk (D66):

Dank u wel, voorzitter. Even voortbordurend op wat mijn collega zei: de subsidieregeling voor grote restauratieopgaven gaat in en de verwachting is dat deze wordt overvraagd. Mijn vraag is heel concreet. Je wilt niet eenzelfde situatie krijgen als rondom Museum Prinsenhof. Kan de minister toezeggen dat als de eerste ronde van de regeling wordt geopend, hij de Kamer informeert over het verloop? Dan kunnen we zien wat er nodig is en kijken of de regeling nog voldoet voor de komende jaren. Ik vraag dus om een toezegging dat de minister laat zien of de regeling in de praktijk werkt.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik probeer een heel klein beetje tijd te rekken, maar vanuit mijn rechterooghoek zie ik dat dat niet nodig is. Daarmee was dit de laatste spreker van de zijde van de Kamer. Ik schors voor drie minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Uitgangspunten voor de subsidieregeling voor grote restauraties. We zijn toegekomen aan de appreciatie van de ingediende motie. Ik geef daartoe graag het woord aan de minister. Gaat uw gang.

Minister Moes:

Dank, voorzitter. Als eerste wil ik graag even antwoord geven op de vraag van mevrouw Dijk en ingaan op die gevraagde toezegging. De verwachting is inderdaad dat de regeling overvraagd gaat worden. Ik heb daarom ook in de voorwaarden van die regeling proberen te sturen op het zo effectief mogelijk inzetten van die middelen. Als de regeling overvraagd wordt, selecteren we daarom onder andere ook op de hoeveelheid cofinanciering. De hefboom van die financiering wordt daardoor zo groot mogelijk, waardoor er zo veel mogelijk gerestaureerd kan worden bij grote opgaven. Maar de verwachting is inderdaad dat die regeling overvraagd wordt. Ik zeg toe dat we de Kamer na de eerste ronde gaan informeren. Er is voor deze regeling financiering tot 2027. Het zou aan het nieuwe kabinet zijn om eventueel extra middelen te vinden om de regeling door te zetten.

De voorzitter:

Dat geeft aanleiding tot één korte vraag.

Mevrouw Heera Dijk (D66):

Ik had een vervolgvraag, omdat het over die cofinanciering ging. Ik vroeg me af of u er dan ook rekening mee kunt houden dat iedereen een beetje in dezelfde vijver vist en dat het voor de regio's soms ook moeilijker is. Kunnen we daar dan ook nog iets over terugkrijgen?

De voorzitter:

De staatssecretaris. Nee, sorry. De minister, excuus.

Minister Moes:

Je zult wat betreft de voorwaarden van zo'n regeling altijd één specifieke subgroep iets bevoordelen ten opzichte van de andere. Dat is nou eenmaal wat je doet als je ergens op selecteert. Je kunt door de jaren heen ook met wisselende kaders werken bij zo'n regeling. We hebben hierbij ook zeker gekeken naar de regionale rol. Dat is ook zeer belangrijk. Maar in dit geval heb ik gekozen voor het zo effectief mogelijk besteden van de middelen voor deze regeling.

Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 566; die moet ik ontraden. Op verzoek van de Kamer heb ik de mogelijkheid om een bijdrage te leveren aan de verbouwing van het Prinsenhof reeds verkend. Ik ben daarbij tot de conclusie gekomen dat het verstrekken van die eenmalige bijdrage die dan gevraagd wordt, strijdig is met het gelijkheidsbeginsel. Dat zou geen doelmatige inzet zijn van belastinggeld. Eerlijkheidshalve levert het ook zorgen op over de juridische houdbaarheid van zo'n actie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 566 wordt ontraden. De heer Mohandis, één korte vraag.

De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):

Het gelijkheidsbeginsel gaat hier gewoon niet op. Ik vraag niet om een oplossing binnen de regeling die nu gecreëerd is, maar om ook breder te kijken. Het gelijkheidsbeginsel gaat al helemaal niet op als we kijken naar hoe we in de Kamer in het verleden moties hebben aangenomen, die ook uitgevoerd zijn. Denk bijvoorbeeld aan het helpen van een specifieke schaatsbaan ten opzichte van andere schaatsbanen. Ik vind dat dus een gezocht argument. U kunt echt wel breder kijken naar de mogelijkheden, ook omdat er door uw voorganger verwachtingen zijn gewekt. Het is politieke onwil.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):

Mijn vraag is of het politieke onwil is. Het gaat niet om een gelijkheidsargument. Want dat doen we vaker in de Kamer: hele specifieke instellingen helpen ten opzichte van andere instellingen. Ik noem Thialf en er ligt een amendement voor het Onderwijsmuseum. Zo kan ik nog wel even doorgaan; ik heb een hele lijst.

Minister Moes:

Ik begrijp de frustratie heel goed. Als we middelen besteden aan dit soort opgaven, dan doen we dat vaak via een regeling. Dat is nu eenmaal zo. Dat doen we juist omdat we de instellingen allemaal gelijk willen behandelen en zodat iedereen kansen heeft. Als de Kamer daarbij een uitzondering wil maken, dan is dat uiteindelijk natuurlijk aan de Kamer. Maar deze motie als zodanig ontraad ik. Als mij gevraagd wordt om buiten de middelen van deze regeling om nog iets extra's te vinden, dan moet ik de motie alsnog ontraden. Want die extra middelen heb ik niet. Zelfs als ik her en der musea extra wil helpen buiten regelingen om, dan heb ik daar niet nog ergens een potje voor. Al met al blijft het oordeel dus ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 566 blijft ontraden. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van het tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik schors tot 11.10 uur. Dan gaan wij verder met de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De vergadering wordt van 10.56 uur tot 11.11 uur geschorst.