Tweede Kamer, 45e vergadering
- Begin10:15
- Sluiting00:00
- StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van donderdag 26 februari 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Hamerstukken
Hamerstukken
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met de invoering van een meld- en vergewisplicht bij arbeidsongevallen voor degene die een werknemer ter beschikking heeft gesteld aan een werkgever voor het verrichten van arbeid (Wet invoering meld- en vergewisplicht arbeidsongevallen voor uitleners) (36781);
het wetsvoorstel Uitvoering van verordening (EU) 2022/1031 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juni 2022 over toegang van ondernemers, goederen en diensten uit derde landen tot de aanbestedings- en concessiemarkten van de Unie en procedures ter ondersteuning van onderhandelingen over toegang van ondernemers, goederen en diensten uit de Unie tot de aanbestedings- en concessiemarkten van derde landen (Instrument voor Internationale Overheidsopdrachten - IIO) (PbEU 2022, L 173) (36810);
het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/927 tot wijziging van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG wat betreft delegatieregelingen, liquiditeitsrisicobeheer, toezichtrapportage, verlening van bewaar- en bewaarnemingsdiensten en leninginitiëring door alternatieve beleggingsfondsen (Implementatiewet gewijzigde AIFM-richtlijn en icbe-richtlijn) (36833).
Deze wetsvoorstellen worden zonder beraadslaging en, na goedkeuring van de onderdelen, zonder stemming aangenomen.
Debat regeringsverklaring
Debat regeringsverklaring
Aan de orde is de voortzetting van het debat over de regeringsverklaring.
(Zie vergadering van 25 februari 2026.)
De voorzitter:
De felicitaties voor de heer Paternotte kunnen ook nog in de schorsing worden gegeven. Nee, niet nu, meneer Mohandis. Als we op tijd zijn, zal er voor u worden gezongen, meneer Paternotte.
Aan de orde is het debat over de regeringsverklaring. We zijn toe aan het antwoord in de eerste termijn van de minister-president. Voordat ik hem daartoe het woord geef, wil ik vooraf toch weer even de spelregels met u bespreken. We hebben geen maximumaantal interrupties, maar we doen de interrupties net als gisteren wel in reeksjes van drie. Ik wijs u er andermaal op dat interrupties dienen te bestaan uit een korte vraag of een bondige opmerking. Zoals ik gisteren al zei: ik hoor liever u spreken dan mijzelf, maar als interrupties te lang duren, zal u mij toch op uw pad vinden.
Het woord is aan de minister-president.
Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter. Ik wil vandaag via vier thema's ingaan op alle vragen die gister zijn gesteld. Allereerst sociaal-economisch; ik denk dat daar gister ook vanuit uw Kamer de meeste aandacht aan is besteed. Het tweede blok is fysieke leefomgeving: stikstof, klimaat, woningbouw. Het derde blok is veiligheid, defensie en internationaal. Tot slot zijn er in het vierde blok nog een aantal overige thema's.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij dat de minister-president met het blokje sociaal-economisch wil beginnen. Er is zojuist echt vrij explosief nieuws binnengekomen: de bonden zeggen het overleg op, ook naar aanleiding van het debat en alles wat hier is gewisseld. Over de AOW staan er niet mis te verstane bewoordingen in het persbericht van de bonden, bijvoorbeeld: "Dit kabinet combineert een uitgestoken hand en warme koffie met ijskoud gedrag."
De voorzitter:
Doet u een ordevoorstel?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nou, ik zou graag willen dat de minister-president hiermee begint en hierop reageert, temeer omdat zijn bijdrage, zijn mooie regeringsverklaring, gisteren juist ging over het belang van samenwerking, vooral ook met maatschappelijke partners. De bonden zijn daarin cruciaal. Ik zou hem dus graag willen uitnodigen om daarmee te beginnen.
De voorzitter:
Ik heb hem horen zeggen dat zijn eerste deel bestaat uit sociaal-economisch beleid. Ik kan mij zo voorstellen dat dat hierover gaat. Ik zie dat hij daarmee instemt. Ik kan mij ook voorstellen dat hij nog een inleiding heeft.
Minister Jetten:
Ja, voorzitter, ik heb een hele korte, meer algemene inleiding over samenwerking. Binnen het sociaal-economische blok zal ik dan meteen beginnen met de AOW.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Minister Jetten:
Voorzitter. Ik wil u allen allereerst bedanken voor de waardevolle inbreng gister. Zoals ik ook al zei bij de regeringsverklaring: dit kabinet realiseert zich dat we op 66 zetels van coalitiepartijen kunnen rekenen en dat samenwerking de komende tijd daarom cruciaal zal zijn. Velen van u hebben gevraagd hoe we die prioriteiten precies gaan stellen, hoe we die plannen de komende maanden concreet gaan uitwerken en hoe we steeds per thema en per onderwerp ook naar steun gaan zoeken in de Kamer en in de samenleving. Het lijkt mij goed om daar kort een aantal dingen over te zeggen.
Wij hebben gister goed gehoord welke zorgen er zijn over de uitwerking en de effecten van een aantal van onze plannen. Ik hoor tegelijkertijd ook en ik proef ook bij een deel van de Kamer de oprechte bereidheid om samen te kijken hoe we die uitdagingen te lijf kunnen gaan. Mevrouw Bikker en de heren Stoffer, Struijs, Klaver, Eerdmans, Markuszower en Dassen gaven daar ook hele concrete hints over, en gaven aan bij welke thema's die bereidheid er is. De rode draad daardoorheen is: grote keuzes maken is nu nodig om een aantal thema's echt los te trekken, maar ook om ervoor te zorgen dat ook onze kinderen en kleinkinderen nog kunnen rekenen op een goede toekomst, maar de vraag is dan hoe je dat doet op een rechtvaardige manier, waarin iedereen kan meekomen. Ik zou richting de heer Struijs net als de vorige keer willen zeggen: mijn vader liet weten dat de heer Struijs weer helemaal gelijk had. In de regeringsverklaring had ik ook nog wat explicieter stil kunnen staan bij de enorme rol die vitale ouderen spelen in onze samenleving. De suggestie om dat ook in een generatiepact samen te vatten vinden we een hele mooie. Dat pakken we graag met u op.
Hoe gaan deze ministers en staatssecretarissen de komende tijd te werk? Dat is wat mij betreft eigenlijk heel erg simpel. Als we deze twee dagen van debat over de regeringsverklaring hebben gehad, dan gaan deze 28 bewindslieden snel aan het werk om de afspraken uit het coalitieakkoord zo concreet mogelijk uit te werken. Dat betekent dat zij per onderwerp gesprekken zullen gaan voeren met bedrijven, maatschappelijke organisaties en medeoverheden om te kijken welke ideeën en plannen daar op het betreffende thema leven en dat ze vervolgens kijken hoe ze het gesprek met de oppositie aangaan. Als oppositiepartijen bereid zijn om plannen van het kabinet te steunen, en als die wellicht op een aantal punten moeten worden bijgesteld, dan is het aan de minister of staatssecretaris om dat met de coalitiefracties af te stemmen en vervolgens aan de ministerraad een voorstel voor te leggen dat kan rekenen op voldoende steun in de Kamer.
Dat doen we eigenlijk nu al. Zo zijn de bewindslieden op LVVN, de heren Van Essen en Erkens, al volop bezig met gesprekken met landbouworganisaties, natuurorganisaties en medeoverheden om op heel korte termijn te komen tot concrete maatregelen voor perspectief voor boeren, voor natuurherstel en voor een gebiedsgerichte aanpak. Ik kom daar straks uitgebreider op terug. De ministers op het ministerie van Volksgezondheid, mevrouw Hermans en mevrouw Sterk, gaan op korte termijn in gesprek over hoe we van zorg naar gezondheid kunnen gaan, en welke maatregelen daarbij horen. De ministers Vijlbrief, Aartsen en Herbert, die verantwoordelijk zijn voor Sociale Zaken en Economische Zaken, plannen de komende weken — ik kom daar zo uitgebreider op terug — veel kennismakingsgesprekken met werkgevers en werknemers in om al die belangrijke thema's beet te pakken waarbij u gisteren zo uitgebreid stil hebt gestaan. Zo kent elke opgave een eigen aanpak en een eigen planning. In de zomer, bij de begroting, komt dat natuurlijk allemaal samen, omdat we dan ook met elkaar de vraag moeten beantwoorden hoe we de rekening dan gaan betalen, met degelijke overheidsfinanciën. We zullen daarbij steeds in de volle breedte, van rechts tot links, op zoek gaan naar steun om de begroting aan een meerderheid in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer te helpen.
De heer Wilders (PVV):
Ik zou de minister-president willen vragen of hij snapt dat heel veel Nederlanders zijn kabinet niet bij voorbaat het vertrouwen geven. Integendeel, zelfs. Ik heb twee peilingen gezien in de afgelopen week. Dat was nog voordat u aantrad, moet ik erbij zeggen: Hart van Nederland gaf aan dat 66% van de mensen geen vertrouwen had in uw kabinet en EenVandaag zei dat slechts 41% vertrouwen in uzelf als minister-president heeft, een percentage dat lager is dan het percentage dat de vorige twee premiers hadden bij het begin van hun minister-presidentschap. Mijn eerste vraag is: snapt u dat wantrouwen, snapt u dat mensen u en uw kabinet niet vertrouwen?
Minister Jetten:
Het vertrouwen in de politiek is er de afgelopen jaren alleen maar slechter op geworden. Ik geef al die mensen groot gelijk, want wat hebben we hier nou gedaan met z'n allen behalve ruziemaken, bekvechten en dingen voor ons uit schuiven? Wat is er nou echt opgelost de afgelopen paar jaar? Bijna niks. We staan nu aan de start van een nieuw kabinet. Heel eerlijk: waar het mij om gaat is wat de vertrouwenscijfers over een paar jaar zijn, welke problemen we dan wél met elkaar hebben beetgepakt en welke concrete resultaten we voor mensen hebben geboekt. Dat is de opdracht die ik voel en die iedereen hier in vak K voelt. Daarvoor gaan we aan het werk.
De heer Wilders (PVV):
Ik snap die mensen die geen vertrouwen in uw kabinet hebben. Zij hebben natuurlijk kennisgenomen van uw plannen. Ze hebben gezien waar u voor staat. Ik snap die mensen heel erg goed. Aan de ene kant zien ze hun land veranderen. Ze zien dat er in hun stad of in hun dorp allemaal vreemdelingen binnenkomen, die eigenlijk als prinsjes worden behandeld, die alles gratis krijgen: gratis woningen, gratis gezondheidszorg, uitkeringen. Zelf krijgen ze dat niet. Sterker nog, ze zien dat u heeft getekend voor een pakket waarmee u Nederland eigenlijk kaalplukt. Het gaat om 15 miljard. Dat raakt de mensen enorm, van hun pensioen, waar we het zo over gaan hebben, tot hun uitkering en tot hun thuiszorg. Noem maar op. Ik zeg weleens: het is het kabinet-Jetten, maar het zou beter het kabinet-Jatten kunnen heten als je ziet wat u doet. Mensen hebben daar geen vertrouwen in. Denkt u ook niet met mij dat zolang u die kaalslag op Nederland toepast en iedereen maar binnenlaat en alles gratis geeft, dat vertrouwen niet terugkomt, dat dat er niet komt en dat u uw plannen zal moeten wijzigen, wil daar iets van terugkomen?
Minister Jetten:
Vorige zomer stond het vertrouwen in de Nederlandse politiek op een absoluut dieptepunt, omdat mensen kort daarvoor naar de stembus waren gegaan, er een totaal andere uitslag was geweest, de hoop er was dat alles anders en beter zou worden, maar daarop geen geslaagd kabinet volgde. We hebben daar in deze coalitieonderhandelingen ook met elkaar over gesproken. Wat leren we daar dan van? Gaan deze drie partijen elkaar opnieuw de hersens inslaan op asiel en migratie of gaan ze ook een keer over hun eigen gelijk heen stappen om een akkoord te sluiten waarin we alles beet durven te pakken? Dan zijn woorden op papier mooi en komt het nu aan op de uitvoering. Krijgen we dan grip op migratie? Krijgen we een beter werkend asielsysteem? Zorgen we dat mensen de taal leren, aan het werk gaan en meedoen in onze samenleving?
Dus dat vertrouwen heb je niet van de ene op de andere dag terugverdiend. Dat vraagt gewoon hard werken, bloed, zweet en tranen en laten zien dat het beter wordt. Ik denk dat heel veel mensen in Nederland heel goed begrijpen dat je niet van vandaag op morgen met een toverstafje alles hebt opgelost, maar ze willen wel zien dat we hier in de Kamer en in het kabinet oprecht ons best doen om er wat van te maken in plaats van eindeloos onze eigen politieke piketpaaltjes te blijven slaan en te blijven hangen in het verhaaltje dat we al zo veel jaren hebben afgedraaid zonder iets te verbeteren.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Wilders (PVV):
Het gaat niet om anderen. Het gaat nu om u. Het gaat niet om de afgelopen jaren of de afgelopen tien jaar. Het gaat om nu. Het gaat om uw plannen. Mensen hebben uw plannen gezien. Mensen hebben gezien dat u nauwelijks wat doet aan asiel. Mensen hebben gezien dat er iedere dag opnieuw een azc, vaak bij hen in de buurt, bij komt. Ze hebben gezien hoe die mensen worden gepamperd. En ze zien hoe u met 15 miljard euro hun zorg afpakt, hun WW afpakt, hun arbeidsongeschiktheidsvoorziening afpakt en bezuinigt op de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg. Er is sprake van lastenverzwaringen van honderden euro's per jaar, soms wel van €500 of €600 voor tweeverdieners. Ze zien dat u de mensen alles afpakt. Ik zeg u, dat ligt aan u. Dat ligt niet aan vorige kabinetten. Dat ligt aan uw plannen, die slecht zijn voor de Nederlanders.
Wij gaan u ook niet helpen. Ik heb het in mijn eerste termijn gezegd. Mijn fractie zal niet ú helpen, maar mijn fractie zal de Nederlanders helpen. Wij zullen achter al die Nederlanders staan die zeggen: "Dit is niet mijn premier. Dit is niet mijn kabinet. Wij vinden dat wij weer op één moeten staan. Wij vinden dat er een lastenverlichting moet komen." Dat kán ook. Al die miljarden kunnen anders worden besteed. Ik kan u dus ook geen succes wensen. Ik hoop dat het feest snel voorbij is. Ik voorspel u ook dat als u doorgaat met die kaalslag en die open grenzen, dit kabinet er niet lang zal zitten.
Minister Jetten:
We zijn net begonnen en we kunnen niet wachten om aan de slag te gaan. We hebben gister de inbreng van de Kamer gehoord, met kritiek op plannen en voorstellen om plannen aan te passen. Daar ga ik vandaag de hele dag op reageren. Vervolgens is het aan ons om dat verder uit te werken. Dan zien we over een tijd wel of we dat vertrouwen van mensen hebben kunnen terugwinnen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel en goedemorgen. Goedemorgen ook aan vak K. Dank ook aan de minister-president voor zijn eerste schets van de dingen die er allemaal gaan gebeuren de komende tijd. We gaan natuurlijk een hele dag in van beantwoording. Ik kijk daarnaar uit. Ik hoop ook dat een aantal pijn- en zorgpunten herkend gaan worden en opgepakt gaan worden. Maar wat niet pas aan het eind van de dag de vraag moet zijn is: hoe nu verder? Ik ben heel benieuwd of de minister-president daar iets meer van kan schetsen. Collega Bontenbal had het er namelijk al terecht over. Collega Eerdmans had het er terecht over in de eerste termijn. Wat gaat nou dat vervolg worden?
Minister Jetten:
Dat zal per onderwerp denk ik verschillen, maar er zijn een aantal onderwerpen die heel urgent om actie vragen. Zoals ik net al aangaf, wil het kabinet ten aanzien van de stikstofaanpak echt voor de zomer een aantal grote besluiten nemen, nadat we daar met landbouw-, natuurorganisaties en de provincies over hebben gesproken. Maar dan is het ook wel aan het kabinet om op een gegeven moment de knoop door te hakken en dat te doen in afstemming ook met partijen hier in de Tweede Kamer.
Op de terreinen waarover ik het de komende uren vooral zal hebben, dus het sociale domein en de volksgezondheid, gaat er nu een heel intensief traject starten, waarbij de ministers voor de uitwerking van de plannen uitgebreid langs zullen gaan bij uw fractie en de andere fracties, en ook gesprekken zullen voeren met belangenorganisaties, patiëntenorganisaties en professionals in het zorgveld. Die barsten ook allemaal van de ideeën over hoe het beter kan, hoe we onnodige regels kunnen schrappen, hoe we geld beter kunnen inzetten en hoe we zorgfraude kunnen aanpakken. Op basis van die uitwerkingen zullen de ministers en staatssecretarissen steeds met hele concrete plannen en voorstellen bij u terugkomen. In de zomer zullen we dan integraal met elkaar de afweging moeten maken of dit aanpassingen zal vragen aan het financiële kader dat er nu ligt vanuit het coalitieakkoord, en hoe we dat op een manier kunnen doen waardoor het in allebei de Kamers op een meerderheid kan rekenen. Het lijkt me verstandig als we daarbij in een heel vroegtijdig stadium die gesprekken met de partijen in de Kamer gaan voeren. Dat moet dus niet pas op het allerlaatste moment gebeuren, heel kort op Prinsjesdag. De komende weken en maanden moeten de concrete uitwerkingen komen en voor de zomer moeten de gesprekken starten over de begroting.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Eerlijk gezegd is dat wel mijn zorg. Er liggen heel veel grote vraagstukken op tafel, waar nog geen meerderheden voor zijn. Ik denk dat het onverstandig is dat we nu allemaal een proces ingaan en dan in augustus over al die dingen in één klap moeten beslissen, omdat we daarmee geen recht doen aan de problemen die voorliggen. Ik wil ook memoreren aan wat we gisteren nog met box 3 hebben meegemaakt. Dat was niet zo lekker: onder tijdsdruk grote beslissingen nemen en die weer terugdraaien. Dat moeten we niet nog een keer hebben. Juist daarom ben ik wel benieuwd of het kabinet iets meer kan specificeren op die verschillende terreinen. Wanneer verwacht u nu dat de oppositie aan tafel zit? Wanneer zijn de beslismomenten? Dat is toch niet alleen in augustus?
Minister Jetten:
Neenee.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Kan de minister-president daar meer inzicht in geven?
Minister Jetten:
Dat is een heel goed punt van mevrouw Bikker, want het zou echt zonde zijn om daar zo lang op te wachten. U kunt van elk ministerie op korte termijn een beleidsbrief verwachten, met een concrete planning van welke thema's wanneer worden opgepakt, wat dat betekent voor de wetgevingsagenda, en wanneer er dus ook voorstellen vanuit het kabinet naar de Kamer komen. Wat mij betreft vinden de gesprekken met de oppositiefracties dan vaak ook plaats voordat zo'n wetsvoorstel naar de Kamer moet, want hoe eerder u kunt meepraten en kunt bijsturen in de plannen, hoe beter dat is, ook voor het brede draagvlak. Er zijn een aantal onderwerpen. Gisteravond ging het in een aantal actualiteitenprogramma's uitgebreid over het schrappen van overbodige regels die woningdelen in de weg zitten. Dat is de snelste manier om heel veel mensen aan een passende woning te krijgen. Ik zou niet weten waarom we daarmee moeten wachten tot de zomer. Dus u kunt ervan op aan dat we op een aantal onderwerpen veel tempo gaan maken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik vind het natuurlijk goed en fantastisch. In procedures kun je niet wonen, dus hoe eerder het kabinet meters maakt zodat mensen wel kunnen wonen: top! Mijn zorg zit bij het volgende. Er zijn heel veel wetsvoorstellen die je inderdaad stuk voor stuk met deze Kamer kunt behandelen. Maar er zijn ook wat overstijgende afwegingen. Neem bijvoorbeeld mijn kritiek dat de rekening voornamelijk bij de middeninkomens en de lagere inkomens terechtkomt. Ik denk dat ook bedrijven en de gegoede burgerij hun bijdrage hebben te leveren op de momenten dat het moeilijk is. Dan zal ik het bijvoorbeeld hebben — schrik niet, VVD'ers — over de hypotheekrenteaftrek. Dat zal de VVD niet willen. Dat snap ik heel goed. Dat is hun inzet geweest in de verkiezingen. Ieder billboard herinnert me daar wel aan. Maar als ik stuk voor stuk die beleidsvoornemens langs moet lopen, betekent dat niet dat we die gesprekken niet gaan voeren. Uiteindelijk wil de coalitie de rekening die er ligt misschien wel op die manier betalen, maar eigenlijk heeft de minister-president een gat, een gat om een meerderheid te vinden. Daar zit mijn zoektocht. De heer Klaver kwam terecht al naar voren met het punt over de bonden. Mijn grote zorg is dat de verhoudingen verharden en meer gestold raken, in plaats van dat we het gesprek voeren. De AOW is momenteel wel het slechtste voorbeeld daarvan. Mooi dat er een tussenoplossing is en dat er tijd gekocht wordt, maar het grote gevaar is dat de boel verder in de fik gaat.
Minister Jetten:
Op dat punt ga ik zo meteen uitgebreider in. Dan het meer algemene punt van mevrouw Bikker over de koopkracht: hoe zorgen we ervoor dat werkenden en middengroepen erop vooruitgaan? Hoe voorkomen we dat mensen aan de onderkant, die al te maken hebben met armoede, daar nog meer mee geconfronteerd worden? Dat was gisteren unisono, van links tot rechts, een heel duidelijke oproep aan het kabinet, ook van de drie coalitiefracties. We zien ook mogelijkheden om de plannen bij te stellen. De eerste doorrekening van het CPB laat zien wat de effecten zijn van de plannen die in het coalitieakkoord zijn afgesproken. Straks bij de begroting in augustus kunnen we echt één keer goed een totale afweging met elkaar maken, waarin we ook de zorgen van de oppositie kunnen meenemen, evenals de zorgen van de coalitiefracties.
De heer Van Baarle (DENK):
De minister-president heeft het in zijn eerste blok over samenwerken. Samenwerken betekent ook samenwerken in de volle breedte van de samenleving. We hebben hiervoor een kabinet gehad onder leiding van premier Schoof, dat op het gebied van samenwerken in de samenleving ontzettend veel kapot heeft gemaakt, bijvoorbeeld door verschrikkelijke uitspraken te doen over Nederlandse moslims. Zo'n beetje op de eerste dag zeiden twee bewindspersonen in de richting van dames met een hoofddoek: doe die hoofddoek af en kies voor vrijheid. Er waren verschrikkelijke uitspraken over vluchtelingen en over moslimjongeren in Nederland. Deze minister-president is daar niet persoonlijk voor verantwoordelijk, maar is als ambtsopvolger verantwoordelijk voor het vorige kabinet. Ik zou een reflectie van hem willen op het gebied van samenwerken: hoe kijkt hij hiernaar?
Minister Jetten:
Ja, ik ben ambtsopvolger, maar ik ga hier niet reflecteren op twittergedrag uit vak K in het vorige kabinet. Volgens mij heeft u de afgelopen 24 uur gezien dat deze 28 mensen zich fatsoenlijk gedragen. Dat gaan we de komende vier jaar ook zo blijven doen. In het coalitieakkoord leest u ook — dat heb ik gisteren ook in de regeringsverklaring uitgesproken — heel heldere teksten over dat dit land sterker wordt als iedereen meedoet en als we mensen in dit land beoordelen op hun daden, en niet op huidskleur, geloof, op wie je verliefd bent of op waar je woont. Dat is onacceptabel. Hier zitten drie partijen die zich echt verenigd voelen in het geloof dat iedereen meetelt. Daar staan wij ook voor. Als mensen zich buitengesloten voelen, mag er ook af en toe een overheid zijn die normeert en optreedt, die discriminatie tegengaat en die zorgt dat mensen met onderwijs en goede kansen alles van het leven kunnen maken. Dat is de inzet van dit kabinet. Dat is denk ik de grootste breuk in stijl en in daden die we kunnen laten zien ten opzichte van voorgaande jaren.
De heer Van Baarle (DENK):
Het spijt me, met alle respect, maar dit vind ik echt een gemiste kans. Het was premier Schoof die zei: Nederland heeft een integratieprobleem. Het was staatssecretaris Nobel die in het kabinet zei: Nederlands-islamitische jongeren onderschrijven de Nederlandse normen en waarden niet. Het waren ministers Faber en Agema die zeiden: Nederlandse moslimdames, doe je hoofddoek af en kies voor vrijheid. Deze minister-president heeft nu de mogelijkheid om daar afstand van te nemen en ook excuses te maken voor die grievende uitspraken die er vanuit het Nederlandse kabinet zijn gedaan. Als het gaat om samenwerken, vraag ik hem om dat te doen, want er heeft een kabinet gezeten dat verschrikkelijke uitspraken heeft gedaan over Nederlandse minderheden, over Nederlandse moslims. Daar is herstel voor nodig.
Minister Jetten:
Dat doe ik als minister-president door me de komende tijd in te zetten voor alle Nederlanders. Ik denk dat dit geldt voor vele anderen in dit kabinet. Als kabinet zullen wij, en als minister-president zal ik, op bezoek gaan bij Nederlanders van alle kleuren en geloven. Op belangrijke momenten zoals feestdagen en vieringen zullen we er als kabinet zijn. Als minister-president zal ik me samen met de minister van Binnenlandse Zaken inzetten om discriminatie in dit land keihard aan te pakken, met een versterkte positie voor de nationaal coördinator en alle plannen die daarbij horen. We zullen daarbij niet met een dubbele maat te werk gaan, maar zullen artikel 1 van de Grondwet voor iedereen gelijk toepassen. Dat is de manier waarop ik dat doe. Ik ga hier nu niet, met alle respect, in deze rol excuses maken. Dat zou echt een heel rare figuur zijn, want ik stond een halfjaar geleden aan die kant samen met de heer Van Baarle op precies dezelfde punten het debat te voeren met het vorige kabinet. Het gaat erom met welke daden wij met dit kabinet laten zien hoe we er voor alle Nederlanders zijn.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Baarle (DENK):
Die uitspraken zijn allemaal gedaan door leden van het kabinet, door de minister-president. Zolang deze minister-president die uitspraken niet terugneemt, staan ze nog. De laatste uitspraak van het Nederlandse kabinet hierover is dat er een integratieprobleem zou zijn in Nederland en dat Nederlands-islamitische jongeren de normen en waarden niet zouden onderschrijven. Dat zijn allemaal uitspraken die gedaan zijn. Als die uitspraken hier niet gewoon teruggenomen en hernomen worden, dan mis ik, met alle respect, van deze minister-president op dit moment echt leiderschap. Ik mis een boodschap van de premier. Tegen al die mensen die door die uitspraken keihard geraakt zijn omdat we een kabinet hadden waarin mensen zaten die artikel 1 van de Grondwet gewoon niet onderschreven, zou hij moeten zeggen: hier nemen we afstand van en we hernemen het, want dát is niet wat we als kabinet gaan doen.
Minister Jetten:
Die afstand is al genomen, want er ligt een nieuw coalitieakkoord, met een hele duidelijke inzet van drie coalitiepartijen en dit kabinet om discriminatie in dit land keihard aan te pakken, niet te accepteren en ervoor te zorgen dat iedereen in dit land kan meedoen. Dat is waar ik me voor inzet. Dat is volgens mij kraakhelder voor iedereen die meekijkt.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik geloof oprecht — zo kennen we hem; we hebben hem natuurlijk jaren hier in de Kamer gezien — dat de heer Jetten heel goed begrijpt hoe belangrijk het is om racisme en discriminatie te bestrijden. We hebben op heel veel verschillende momenten gezien dat hij dit ook altijd goed weet te benoemen. Maar ik moet me wel aansluiten bij de zorgen die we ook voelen in de samenleving, zeker toen ik de heer Jetten net hoorde zeggen: maakt u zich maar geen zorgen; we zitten nu met een ploeg van 28 mensen die het allemaal goed gaan doen. Hij is natuurlijk wel in zee gegaan met een partij die hij zelf terecht "behoorlijk geradicaliseerd" heeft genoemd. De Kamer heeft in elk geval geen enkele reflectie op of verantwoording gezien over hoe in de afgelopen periode de moslimhaat en de vreemdelingenhaat zijn toegenomen in ons land.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is wel mede veroorzaakt door de partij die is gaan meeregeren en behoorlijk veel dingen heeft mogen bepalen. Mensen denken: hoor ik er nog bij, wordt daar nog verantwoording over afgelegd en wordt er nog iets mee gedaan voordat zo'n partij weer mag meeregeren?
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat gevoel snap ik wel.
Minister Jetten:
Ik denk dat er de afgelopen jaren breed in de samenleving gewoon sprake is van een enorme verharding en verdere uitsluiting. Het gevoel bestaat dat je daar helemaal geen gesprek meer over kan voeren met elkaar en dat je elkaar de hele dag zit te beoordelen. Heb je wel de juiste woorden gebruikt? Heb je iets wel voldoende veroordeeld? In plaats daarvan kan je ook even naar iemand luisteren en goed begrijpen wat die persoon bedoelde en waarom hij er zo tegen aankijkt. Dat hebben we ook gedaan in de coalitieonderhandelingen. Over de passage over het bestrijden van discriminatie, racisme en antisemitisme hebben we, heel eerlijk gezegd, helemaal niet lang hoeven onderhandelen of discussiëren, omdat we het daar heel snel over eens waren. Wat artikel 1 van de Grondwet ons voorschrijft, is namelijk heel simpel: iedereen die zich in Nederland bevindt, wordt gelijk behandeld. Het is een taak voor de overheid om dat te bevorderen. Daarom staan er ook een aantal heel concrete afspraken in om dat de komende tijd te gaan doen.
Wat helpt, denk ik, is als er in debatten in de Kamer — daar gaat u zelf over — ook onderling wordt gedebatteerd en genormeerd, en als iemand wordt aangesproken als u vindt dat iets niet door de beugel kan. Daarnaast helpt het als de leden van het kabinet ook de verantwoordelijkheid voelen om zich uit te spreken als er dingen gebeuren of worden gezegd die niet door de beugel kunnen. Dat is ook wat we met elkaar hebben afgesproken. Ik wil daarmee niet bagatelliseren dat er heel veel Nederlanders zijn die toch wel heel sceptisch zijn. Dat kan gaan om een Joodse student op een universiteit die het gevoel heeft dat hij zich daar niet meer veilig kan uiten of kan studeren. Of het kan gaan om iemand die er voor de zoveelste keer achter komt dat hij vanwege een Arabisch klinkende achternaam wordt afgewezen bij een sollicitatie voor een stage of een baan. Of het kan gaan om iemand die vanwege zijn huidskleur, bijvoorbeeld bij het uitgaan of op een vliegveld, elke keer uit de rij wordt gepikt. Er zijn heel veel mensen in Nederland die daar elke dag mee worden geconfronteerd. Zij hebben niks aan een coalitieakkoord en een leuk debat; zij hebben iets aan heel concrete resultaten.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zij hebben ook iets aan leiderschap dat daar echt op aansluit. De heer Jetten is al vergeleken met de heer Rutte, maar ik wil echt zeggen dat hij op dat gebied echt anders is. De heer Jetten zal niet een soort PVV-corvee doen en een beetje stoere, hatelijke dingen zeggen over mensen met een migratieachtergrond omdat hij denkt dat hij daar electoraal belang bij heeft. Dat is echt goed. Daar heb ik alle vertrouwen in. Maar de heer Jetten zit hier met de VVD, die in aanloop naar het experiment met de PVV natuurlijk al heel lang een soort PVV-corveeachtige strategie had, die ook niet heeft geholpen om mensen met een migratieachtergrond het gevoel te geven dat ze erbij horen in Nederland en niet worden gediscrimineerd. Toen werden de sluizen opengezet voor de PVV en kwam dat hele gevaarlijke experiment. Daar wordt op geen enkele manier verantwoording over afgelegd, en nu moeten we allemaal in de modus zitten van: als we met elkaar samenwerken en weer vriendelijk tegen elkaar zijn, dan gaat het toch goedkomen in ons land. Ik denk dat die verantwoording daar ook bij hoort. We zien allemaal dat de VVD gewoon zonder rekenschap en zonder te zeggen "dat moeten we inderdaad anders gaan doen", huppakee weer lekker met al die mensen in het kabinet zit.
Minister Jetten:
Met alle respect, maar dit debat heeft mevrouw Ouwehand gehad met de partijleider van de VVD na de verkiezingen. Toen heeft u met elkaar hierover gewisseld en is er verantwoording afgelegd. Die is overigens ook aan de kiezers afgelegd op de datum waarop zij een nieuwe Tweede Kamer kozen. Daar heeft u als Kamer gisteren ook onderling over kunnen wisselen. Ik sta hier nu als de minister-president van een kabinet dat stoelt op D66, CDA en VVD. Ik herhaal nogmaals dat wij er in de coalitieonderhandelingen met drieën heel snel uit waren: artikel 1 van de Grondwet geldt voor iedereen, meedoen is voor iedereen belangrijk en je moet normeren op het moment dat het niet goed gaat. Dat betekent ook dat je soms moet normeren als er sprake is van extremere of geradicaliseerde ideologieën die de Nederlandse normen en waarden bedreigen. Daar zijn ook afspraken over gemaakt. Als het nodig is, gaan we daar hard tegen optreden. Dat is de andere kant van het normeren: het is voor heel veel minderheidsgroepen belangrijk dat zij in hun eigen gemeenschap zichzelf kunnen zijn en niet worden beïnvloed door invloeden van buitenaf. Ik denk dat er daarmee een heel gebalanceerd coalitieakkoord ligt. Daar kunt u deze drie partijen en dit kabinet aan houden, want dat is waar we onze handtekening onder hebben gezet.
De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, denk een beetje om de lengte van uw interruptie. We houden het voor alle zestien deelnemers netjes bij.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ga mijn best doen, voorzitter.
De voorzitter:
Fijn, dank u wel.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar ik moet toch eerst even een opmerking maken. De heer Jetten zegt dat wij hier een debat hebben gehad met mevrouw Yeşilgöz. Wij zijn niet gaan regeren met de VVD en wij hebben niet gezegd: prima, alles wat jullie willen komt in het coalitieakkoord terecht. Dat is toch echt de verantwoordelijkheid van D66 zelf. Maar laat ik er dan een concrete vraag over stellen. Zijn er afspraken gemaakt over de zogenaamde "kleur op de wangen"? Want de partijleider van de VVD is nu vicepremier geworden. We kennen de eerdere ervaringen als een partij het moeilijk krijgt. Ik kan me zomaar voorstellen dat de druk van radicaal rechts de VVD noopt om te denken: maar nou moeten we toch ook wat stoere dingen gaan zeggen. Is daarover afgesproken dat de VVD dat wel of niet mag doen?
Minister Jetten:
Het eindigt natuurlijk in een hele vriendelijke vraag, maar er gaan wel een hele hoop insinuaties aan vooraf. Dat is wel slim gevonden. De afspraken die we hebben gemaakt, staan in het coalitieakkoord. Er zijn geen side letters, over niks. Het mooie van een minderheidskabinet met 66 zetels en een nieuwe politieke cultuur is dat die drie fractievoorzitters en die drie fracties die daar zitten, ook gewoon heel herkenbare eigen politiek zullen bedrijven, omdat dat ook leidt tot een meer open debat. De coalitiefracties mogen ook weleens onderling met elkaar van mening verschillen. Daarmee ontstaat er ook veel meer ruimte voor de inbreng van oppositiepartijen.
De voorzitter:
De minister-president vervolgt zijn beantwoording.
Minister Jetten:
Dan kom ik nu allereerst, zoals ik de heer Klaver beloofde, bij het sociaal-economische blok. Ik begin dan bij de AOW.
De voorzitter:
Maar de heer Eerdmans heeft nog een interruptie op uw inleiding.
De heer Eerdmans (JA21):
Ik had eigenlijk een algemene vraag gesteld over de heer Sjoerdsma. Die zal dan toch nu beantwoord moeten worden?
Minister Jetten:
Die komt in het blokje …
De heer Eerdmans (JA21):
Zit die in een ander blokje? Het blokje internationaal?
Minister Jetten:
Ja.
De heer Eerdmans (JA21):
Oké. Mag ik wel nog een vraag stellen over het hoe? Want dat is nu denk ik ook behandeld.
De voorzitter:
De heer Sjoerdsma krijgt zijn eigen blokje, tot jolijt van vak K.
De heer Eerdmans (JA21):
Blijft hij in het blokje zitten of gaat hij eruit?
(Hilariteit)
De voorzitter:
Hij blijft in vak K zitten, maar het onderwerp zit in het blokje.
De heer Eerdmans (JA21):
Heel goed. We blijven het volgen.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Eerdmans (JA21):
Op de vraag van mevrouw Bikker. Mag ik een gewoon een hele duidelijke vraag stellen? Kan het coalitieakkoord worden opengebroken, ja of nee?
Minister Jetten:
Kijk, het coalitieakkoord stoelt op 66 zetels. Het is gisteren wel duidelijk geworden dat de Kamer over een aantal van die plannen denkt: dat moet anders of dat moet beter. Er zullen dan aanpassingen moeten worden gemaakt in de afspraken tussen de coalitiefracties.
De heer Eerdmans (JA21):
Dan lijkt het me zinvol dat daar ook met de coalitieleiders over wordt gesproken, in plaats van dat we alleen maar kunnen reageren op een brief van de minister. Dat is denk ik een groot verschil. Ga je met oppositiepartijen zitten om overstijgend te kijken wat hun wensen zijn? Ik denk dan aan een belastingplan, waar wij best wel wat van vinden. Je zou dan bij de minister van Financiën gaan aankloppen. Je gaat dan eens kijken wat de contouren en kaders zijn. Dat vind ik een bredere ingang dan alleen kijken naar een brief van een vakminister waar wij een maand van tevoren even wat van mogen vinden.
Minister Jetten:
Zeker, een maand van tevoren is dan vaak wat kort dag. Maar de heer Eerdmans heeft zelf — wat is het? — een jaar geleden laten zien hoe het kan, door bij de Onderwijsbegroting aan te geven: die vinden we niet goed genoeg; die willen we vanuit JA21 op een aantal punten aanpassen. Daar heeft u toen ook over onderhandeld met de toenmalige coalitiefracties en een aantal andere oppositiepartijen. Wat ik toen zelf wel opvallend vond, is dat de toenmalige minister van Onderwijs wel een hele passieve rol aannam in die gesprekken. Ik verwacht toch van de bewindslieden hier in vak K dat ze dan ook wat actiever meedoen en meedenken over hoe het kan.
De heer Stoffer (SGP):
Ik sprong toch in één keer even op toen ik hoorde hoe dat ging met die onderwijsonderhandelingen. De heer Jetten is op een gegeven moment weggegaan. Dat begreep ik overigens. De heer Eerdmans, mevrouw Bikker, de heer Bontenbal en ik zijn gebleven. Wij waren bijna overspannen van hoe vaak wij aan tafel moesten. Als dit het voorbeeld wordt, dan weet ik niet of we het vol gaan houden. Ik hoop dus wel dat het iets toegespitster zou kunnen. Kan de premier dat toezeggen?
Minister Jetten:
Zeker. Dat is ook de reden waarom ik vind dat ook de leden van het kabinet een actieve rol te vervullen hebben in die gesprekken. Zij moeten namelijk gewoon aan u verschillende scenario's voorleggen op basis van de ideeën of de kritiek die u heeft. Dan kunt u ook wat makkelijker kiezen waar u ja en nee tegen zegt.
De voorzitter:
Sociaal-economisch beleid, minister-president.
Minister Jetten:
Voorzitter. Er is gister, heel terecht, door veel fracties uitgebreid stilgestaan bij de voorgenomen plannen van de coalitie om de AOW-leeftijd een-op-een te koppelen. De AOW, de Algemene Ouderdomswet, is een belangrijke verworvenheid en het kabinet hecht daar ook grote waarde aan. Die is ook door velen van u onderstreept. We worden in dit land gelukkig steeds ouder en steeds gezonder ouder. De vraag is hoe we ook op termijn die oudedagsvoorzieningen voor iedereen goed toegankelijk en betaalbaar kunnen houden, zodat ook onze toekomstige generaties van die AOW kunnen blijven genieten. In het coalitieakkoord is het voorstel opgenomen om over zeven jaar, vanaf 2033, de AOW-leeftijd te verhogen en een-op-een te koppelen aan de stijging van de levensverwachting, die dan ruim 86 jaar is. We begrijpen de gevoeligheid van dit voorstel natuurlijk heel goed, omdat de AOW elke Nederlander aangaat en er ook in het verleden hele belangrijke afspraken over zijn gemaakt in het pensioenakkoord.
Wij vinden als kabinet echter dat dat ons niet ontslaat van de plicht om na te blijven denken over de toekomst en over de vraag hoe dat dan eventueel beter kan. Daarbij hechten we grote waarde aan overleg met iedereen die het aangaat. Dat zijn de sociale partners, de werkgevers en de werknemers, die mede-eigenaar zijn van die oudedagsvoorzieningen en die ook hun handtekening onder dat pensioenakkoord hebben staan. We hebben u gister erg goed gehoord. De heer Klaver, de heer Stoffer, de heer Markuszower en vele anderen gaven aan dat er een opening vanuit dat coalitieakkoord nodig zal zijn om hier met elkaar uit te komen, want anders zal dat niet op voldoende steun kunnen rekenen. Ik wil ook benadrukken dat we ons heel goed realiseren dat verschillende sociale partners en politieke partijen in het verleden hun nek hebben uitgestoken om die afspraken van dat pensioenakkoord aan een meerderheid te helpen en die uit te werken in wetgeving; dat heeft hier in de Kamer regelmatig tot veel debat geleid.
Wij hebben nu dit voorstel, het een-op-een koppelen van de AOW-leeftijd aan de stijging van de levensverwachting, maar we zullen daar de komende tijd het gesprek met werkgevers en werknemers en met veel partijen in deze Kamer over moeten aangaan. Dan heel specifiek de vraag die de heer Klaver net al stelde. Wij gaan graag op hele korte termijn kennismaken met de sociale partners en vanuit daar kijken hoe we het vervolg met hen kunnen vormgeven.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
De werkelijkheid heeft deze premier toch op dag twee van de regeringsverklaring ingehaald. Vanochtend klonk er namelijk echt een nogal ronkend statement. Het is echt lang geleden dat ik dit van de bonden heb gezien. Er staat gewoon in dat ze niet met het kabinet aan tafel gaan zolang deze plannen op tafel liggen. Er staat ook dat deze mededeling ook nog in persoon aan het kabinet wordt gedaan, maar dat het daarbij blijft en er verder niet over de inhoud wordt gesproken. De verschillenden bonden, zowel FNV als CNV en VCP, geven in niet mis te verstane bewoordingen aan dat deze maatregel van tafel moet. Eigenlijk wordt dit gezegd door iedereen die bij dat pensioenakkoord betrokken was. Zelfs de werkgevers zeggen dat dit een schending is van de afspraken die er liggen. Hoe kan de minister-president hier nou zeggen dat hij graag met iedereen wil samenwerken en met hen aan tafel gaat, terwijl de gesprekspartners met wie hij aan tafel wil zeggen: zoek het maar uit, want dat gaan we niet doen?
Minister Jetten:
Ik ben voornemens om samen met de ministers van Sociale Zaken en van Economische Zaken de komende tijd die uitgebreide kennismaking met alle sociale partners te doen. Dat is niet onderhandelen en dat zijn geen formele gesprekken. Ik begrijp heel goed dat de partijen daar nog niet aan toe zijn. Het begint met een formele kennismaking. We hebben ook de afgelopen weken en maanden tijdens de kabinetsformatie al regelmatig met elkaar gewisseld over de grote opgaven die wij op het sociale domein zien. We hebben ook al gehoord dat vakbonden en werkgevers daar ook een aantal andere thema's heel belangrijk bij vinden. Daar liggen voor hen ook een aantal rode lijnen als het gaat om voorstellen van de coalitie, dingen die de coalitie voornemens is te doen. Maar het begint toch eerst bij een kennismaking om van daaruit te kijken hoe we verder kunnen gaan.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik vraag me af of de mp het bericht van vanochtend heeft gezien. Daarin staat gewoon "een kennismakingsgesprek", met de ijskoude mededeling dat alle gesprekken opgeschort worden. Er staat dus iemand die heel graag het gesprek wil aangaan, maar de gesprekspartner zegt: "We gaan alle gesprekken opschorten, want we voelen ons in hemd gezet. We voelen ons volstrekt in ons hemd gezet door dit kabinet. Deze maatregel moet van tafel; wij gaan niet praten." Dit is een valse start als je je hele bijdrage ermee begint dat het zo belangrijk is dat we breed samenwerken, dat we maatschappelijke partners erbij betrekken … De bijdrage van de mp begint hier vandaag mee, en die gesprekpartners zeggen: dat gaan we helemaal niet doen; we gaan dat gesprek niet aan, want deze maatregel moet van tafel. Wat gaan we vandaag doen om dat vertrouwen te herstellen?
Minister Jetten:
Er hebben gister denk ik vijf, zes partijen aangegeven dat deze plannen voor hen als oppositie gewoon simpelweg niet goed genoeg zijn. Dat sluit voor een heel groot deel aan bij de inhoudelijke kritiek die ook de vakbonden hebben bij het voorstel om die een-op-eenkoppeling vanaf 2033 te gaan toepassen. Ik hoor verschillende invalshoeken. Er zijn een aantal partijen die zeggen dat het gewoon überhaupt onacceptabel is om die een-op-eenkoppeling op tafel te hebben liggen. Er zijn andere partijen die aangeven dat ze vooral willen kijken hoe die plannen kunnen worden verzacht of aangepast, bijvoorbeeld door veel meer aandacht te hebben voor zware beroepen, of bijvoorbeeld door te kijken naar een ander soort koppeling dan de een-op-eenkoppeling. Zo zou ervoor gezorgd kunnen worden dat we ons werkzame leven überhaupt veel gezonder kunnen doorlopen richting het pensioen. Er is dus een heel breed scala aan allerlei verschillende opties en alternatieven om met elkaar te werken aan een houdbare oudedagsvoorziening, zonder te landen op de uitkomst zoals die in het coalitieakkoord is verwoord. Ik heb gisteren de hele dag de zorgen van de Kamer aangehoord. Het lijkt mij ook gewoon heel netjes en fatsoenlijk als ik met de betrokken ministers die van de werkgevers en de werknemers ook even ga aanhoren, zodat we op basis daarvan als kabinet kunnen besluiten hoe we hier mee verder willen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik weet niet of … Ik weet gewoon even niet hoe ik dit moet duiden. Heeft de mp door wat hier gebeurt? Hij blijft maar zeggen: ik wil praten met de bonden. De bonden hebben vanochtend gezegd: zoek het maar uit; wij gaan niet in gesprek. De bonden hebben niet gezegd "er moeten misschien wat aanpassingen komen". Sterker nog, in het bericht van vanochtend zeggen ze: het kabinet denkt dat het met een paar aanpassingen aan dit voorstel te lijmen is, maar dat is een schoffering van de afspraken die we hebben gemaakt. Het wetsvoorstel is pas op 1 januari 2025 ingegaan en een jaar later komen er al aanpassingen. Ik zeg daarom nogmaals: doe dit niet, kom erop terug. En wat gaan we vandaag doen om de relaties te herstellen? Welk signaal geven we naar die bonden? Hoe zorgen we er wel voor dat ze aan tafel komen? Er worden acties aangekondigd. Ik steun ze daar absoluut in, maar ik hoop dat we die kunnen voorkomen. We hebben nu niet per se actie nodig, maar overleg en samenwerking om snel grote stappen te kunnen zetten, om tempo te kunnen maken. Je kan hier niet staan en zeggen "we gaan samenwerken" terwijl je de vakbonden en de partijen hier die het pensioenakkoord hebben gesteund gewoon een klap in het gezicht geeft. Ik snap niet dat de minister-president hier gewoon op doordendert.
Minister Jetten:
Dat doe ik niet, want ik heb net gezegd: ik hoor heel goed dat er echt een opening vanuit het kabinet nodig is. Die is nodig, niet alleen vanwege de kritiek vanuit de bonden maar ook vanwege de kritiek vanuit een aantal fracties in deze Kamer. Ik realiseer me heel goed wat voor leiderschap het heeft gekost van een aantal personen hier of van uw voorgangers om destijds een handtekening onder het pensioenakkoord te zetten. Elke keer als de uitwerking in wetgeving ingewikkeld was of als partijen dat hier echt volledig overhoop wilden halen, vergde het veel gesprekken, overleg en moed om te zeggen: toch gaan we door met de uitwerking, omdat het gewoon nodig is om voor iedereen een goed pensioen te kunnen garanderen. Daar ga ik niet lichtzinnig mee om. Het is ook duidelijk dat die regel in het coalitieakkoord niet verder gaat tellen dan 66 zetels. We zullen ons huiswerk hier dus beter moeten doen. Dan vind ik ook dat ik met de betrokken ministers in ieder geval een kennismakingsgesprek met die sociale partners moet inplannen en die zorgen van hen direct moet aanhoren, zodat we op basis daarvan kunnen kijken hoe verder. Daar hoort bij — dat is ook de reden dat we dit voorstel hebben gedaan — dat ik ook gewoon graag van anderen wil horen: hoe gaan we dit vanaf 2033 en verder met elkaar houdbaar houden? Toen de AOW werd ingevoerd, hadden we zeven werkenden op één AOW-gerechtigde. In 2040 is dat één AOW-gerechtigde voor twee werkenden. Dat gaat op die manier niet meer. Dat wisten we, dat weten we en het wordt alleen maar urgenter met de dubbele vergrijzing. Het ontslaat ons dus ook niet van de plicht om te blijven nadenken over hoe de oudedagsvoorziening goed kan. De probleemanalyse, heb ik de afgelopen weken gemerkt, wordt door velen gedeeld, evenals het probleem dat zwaar werk echt wat anders is dan hetgeen wij hier elke dag staan te doen. Vanuit die volle breedte gaan we die kennismakingsgesprekken voeren. Van daaruit zullen wij u ook laten weten hoe we hiermee verdergaan.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
De minister-president geeft nu aan dat hij een kennismakingsgesprek wil inplannen met de bonden. Maar zoals het er nu uitziet, gaan die bonden dus helemaal niet komen. Er is een motie ophanden die hoogstwaarschijnlijk wordt aangenomen. De coalitie heeft inmiddels haar steun uitgesproken, dus er is een meerderheid. Dat betekent dat de minister-president die bonden ook gerust kan stellen. Hij moet daarvoor wel iets meer doen dan hij nu lijkt te doen. Mijn vraag aan de minister-president is: waarom zegt hij hier vandaag niet gewoon tegen de bonden, voordat hij dat kennismakingsgesprek inplant, dat die een-op-eenkoppeling, met die motie in de hand, van tafel gaat, dat die van tafel is? Als dat gebeurt, gaan we samen met die bonden bekijken hoe we het op een andere manier kunnen doen, op een manier die goed is voor iedereen in Nederland. Waarom doet de minister-president dat niet en kan hij dat alsnog wel doen?
Minister Jetten:
Ik weet dat er een aangepaste motie gaat komen. Die aangepaste motie is alleen nog niet ingediend. Daarom antwoordde ik net een beetje met de rem erop, want ik vind het een rare figuur dat ik nu ga verwijzen naar een motie die er eigenlijk nog niet is. Maar dat doe ik toch, omdat u mij nu uitdaagt. De SGP en de Groep Markuszower vragen het kabinet om heel nadrukkelijk te kijken naar een verzachting van de voorstellen rondom de AOW. Er worden een aantal suggesties gedaan voor hoe je op andere manieren die oudedagsvoorziening goed overeind en betaalbaar kan houden. Dat lijkt me een hele duidelijke opdracht aan het kabinet om dit mee te nemen in de gesprekken met de bonden. Daarmee kunnen we de bonden voor een heel groot deel geruststellen: we gaan dus niet als een kip zonder kop door met het voornemen zoals dat in het coalitieakkoord staat, maar we zullen met een gewijzigd voorstel moeten komen op basis van de gesprekken die we met de Kamer en met de sociale partners gaan voeren.
De voorzitter:
Ik denk wel dat het goed is om als we spreken over moties die nog gaan komen dat mee te nemen in de interrupties, want de mensen thuis hebben geen moties gezien en misschien hier aanwezige partijen die er niet over meeonderhandelen ook niet. Als u dat wilt meenemen in uw interrupties, dan weten we allemaal waarover het gaat.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Zeker, zeker, voorzitter. Ik begrijp dat meneer Klaver 'm ook graag wil hebben, dus misschien dat hij 'm dan toch gaat steunen. Iedereen heeft natuurlijk gewoon de media kunnen zien de afgelopen periode, maar we gaan ervoor zorgen dat dat geregeld wordt.
De voorzitter:
Ik zie een punt van orde van de heer Klaver.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Punt van orde, want ik word hierop aangesproken. Het gaat hier namelijk al de hele tijd over. De motie zoals ik 'm kende zei: kom met verzachtende maatregelen. Daar zijn wij niet voor. Onze motie zei: doet dat niet; houd die een-op-eenkoppeling. Als blijkt dat dat die motie is, als dat het is en als daarvoor steun is van de zijde van het kabinet, dan kan dit een heel kort debat zijn. Blijkbaar is er een motie uitonderhandeld met het kabinet. Daar staat in dat die een-op-eenkoppeling eruit gaat. Dus ik zou zeggen: deel 'm even rond hier, dan weten we ook waar we aan toe zijn.
De voorzitter:
De heer Klaver maakte een punt van orde. Ik ben het eigenlijk wel met hem eens. Net als de mensen thuis kent uw voorzitter geen motie. Wij gaan geen debat met elkaar achter de schermen voeren. Het debat op inhoud voeren we hier met elkaar. Dus als u voornemens bent om in tweede termijn een motie in te dienen, dan denk ik dat het goed is dat u in het interruptiedebat met de minister-president de inhoud daarvan meeneemt. We gaan dus geen gesprek voeren over informatie die we hier plenair niet met elkaar hebben en die de mensen thuis ook niet kennen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dat is heel mooi, voorzitter, maar ik wil toch van de minister-president weten hoe hij nu en vandaag de bonden gerust gaat stellen, dus op welke manier hij nu die stap naar voren gaat zetten om te zeggen: wij gaan daadwerkelijk iets doen aan het verzachten van die een-op-eenkoppeling; wij gaan iets doen om ervoor te zorgen dat die een-op-eenkoppeling dus minder wordt dan die nu is. En ik wil weten hoe de minister-president ook de bonden gaat betrekken bij een gesprek, zodat we bijvoorbeeld gaan kijken naar 45 gewerkte dienstjaren, bijvoorbeeld met betrekking tot mensen met een zwaarder beroep. Ik wil weten hoe de minister-president dat gaat doen.
De voorzitter:
Helder.
Minister Jetten:
Volgens mij is dit wel de crux. De heer Heutink noemt nu namelijk allerlei opties om de AOW op een andere manier ook op lange termijn houdbaar en betaalbaar te houden. Dat zijn allemaal opties die we daarin heel serieus gaan meewegen. Ik kan me zomaar voorstellen dat werkgevers en werknemers daar nog een aantal andere ideeën bij hebben. Laten we dat nou eerst inventariseren met elkaar en op basis daarvan de drie betrokken ministers vragen om met een verbeterd voorstel te komen. Dat is volgens mij de route die recht doet aan alle emoties en gevoelens die er nu hierover zijn. Ik denk dat we niet in dit debat met elkaar de bonden gerust gaan stellen. We kunnen hier wel met elkaar uitspreken dat we de zorgen van die bonden heel serieus nemen en dat we daarom juist met hen om tafel willen, zodat we hun input daarbij kunnen betrekken.
De voorzitter:
Als de non-verbale communicatie goed functioneert, zie ik twee punten van orde. Mevrouw Bikker, heeft u een punt van orde of een inhoudelijke interruptie? De heer Vermeer heeft namelijk een punt van orde, dus dat wil ik voorrang geven. Gaat uw gang, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dat klopt, voorzitter. Er is gisteren door de SGP al wel iets gepubliceerd wat een motie zou zijn. We hebben zelfs van de Groep Markuszower gehoord dat de champagne ontkurkt werd, omdat die een deal met het kabinet had. Ik wil dus gewoon echt meer weten dan alleen de tekst van een motie. Wij willen weten wat hierover afgesproken is en met wie. Het heeft namelijk geen zin om hier een discussie te voeren zonder dat wij de juiste informatie hebben.
De voorzitter:
Meneer Vermeer, ik ben het inhoudelijk volstrekt met u eens. Dat is exact de reden waarom ik zeg tegen de leden die in tweede termijn een opdracht willen meegeven aan het kabinet, dat zij ons hier allemaal in interruptiedebatten op inhoud mee moeten nemen. We gaan nu namelijk niet praten over moties die er nog niet zijn. Daar hebben we nou net een tweede termijn voor bedacht. Anders kunnen we die net zo goed niet doen.
De heer Vermeer (BBB):
Met alle respect, voorzitter: het gaat dus niet alleen om die motie; het gaat om wat voor afspraken er liggen.
De voorzitter:
Ja, maar daarover kunnen we het debat met elkaar voeren en daarvoor geef ik u ruimschoots de tijd vandaag.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Toch een punt van orde. Gisteren is door twee fracties gedeeld dat er afspraken zijn gemaakt met het kabinet én dat er een motie is, die dat bevestigt. Als die afspraken er zijn met het kabinet, dan kan de minister-president volgens mij wel keurig inzicht geven ...
De voorzitter:
Zo is dat.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
... in wat die afspraken zijn. Dan hoeven we het niet te hebben over de zwevende motie, maar wel over de afspraken die er kennelijk gemaakt zijn.
De voorzitter:
Ik stel voor dat u hen daar dan ook op bevraagt, als u dat wenst te weten.
Minister Jetten:
Ik kan daar meteen op reageren, voorzitter.
De voorzitter:
Minister-president, help ons uit de brand.
Minister Jetten:
In die zin werkt het vrij simpel. Er zijn namelijk heel veel fracties met voorgenomen moties, dus er wordt hier af en toe aan een minister gevraagd: wat voor oordeel zou deze motie kunnen krijgen? Die afstemming is er dus geweest. Er is feedback gegeven vanuit het kabinet over een voorgenomen motie rondom de AOW-plannen. Ik heb ook gisteren vernomen dat de coalitiefracties voornemens zijn om die motie-Stoffer aan een meerderheid te helpen door 'm te steunen. Dat is wat ik nu weet. Maar het helpt inderdaad als de conceptmotie met iedereen kan worden gedeeld, want dat is niet mijn taak; dat is echt de taak van Kamerleden onderling. Dan weet u ook waar de heer Stoffer op aanstuurt.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we doorgaan met de inhoudelijke interrupties, tenzij er nog een punt van orde is. Ik zie twee punten van orde.
De heer Vermeer (BBB):
Ik blijf hier echt wel op drukken. Nu wordt er weer iets gezegd over een "appreciatie" van een motie die dan als voorstel gegeven is, maar die mensen zelf zeggen dat ze een "deal" hebben. Die hebben geen appreciatie, want een appreciatie is helemaal niks. Het moet ons eigenlijk helemaal niets interesseren wat een kabinet van een motie vindt. Nee, nee, tenzij ze argumenten hebben dat iets juridisch niet kan, maar de Kamer hier bepaalt wat er gebeurt, neem ik aan.
De voorzitter:
En uiteindelijk, meneer Vermeer, weten we ook allemaal dat we dat pas definitief weten na de stemmingen van vanavond.
De heer Vermeer (BBB):
Dat klopt, maar de premier praat er wel een beetje omheen op dit moment. Want hij doet net alsof het over een appreciatie gaat, maar die mensen hebben de champagne al geopend, want die zeggen: het hele pakket is van tafel. Dat is toch wel iets anders, hè.
De voorzitter:
Meneer Stoffer, op hetzelfde punt?
De heer Stoffer (SGP):
Laat ik misschien wat licht in de duisternis geven. Dat doe ik altijd graag trouwens. Dat heb ik gisteren ook gedaan met het aanbieden van een bijbel aan de minister-president. Dat vond ik eigenlijk nog veel belangrijker. Deze motie is drie weken geleden door ons ingediend bij het debat over het coalitieakkoord. We hebben de motie gisteren aangepast. Die is ingediend en wordt ergens in de loop van vandaag in Parlis ingebracht. Ik zal in tweede termijn aangeven dat ik die gewijzigde motie in stemming wil brengen. Even voor het beeld: wat is er gebeurd? Het betreft een motie-Stoffer/Markuszower, die overigens ook door JA21, zo heeft men aangegeven, zal worden gesteund. De coalitiepartijen hebben de motie gezien. Ik schat in dat de minister-president vanavond wellicht een "oordeel Kamer" zou kunnen geven. Maar dat gaan we vanavond zien.
De voorzitter:
Meneer Dijk heeft ook nog een punt van orde.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Twee dingen. Dit is de chaos die je dus moet voorkomen de komende tijd. Deel die motie even. Dat was één.
De voorzitter:
Eens.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Twee: is er nou een deal met het kabinet, ja of nee?
De voorzitter:
Nee, wacht even. Twee punten. Eén: er is een appreciatieverzoek aan de minister-president en ik verzoek hem echt hier duidelijk op in te gaan. Ten tweede zou ik de indieners van de betreffende motie willen verzoeken om er met de Griffie zo snel mogelijk voor te zorgen dat iedereen er deelgenoot van wordt gemaakt en dezelfde informatie en kennis heeft. Want zo valt er geen debat te voeren.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter, de motie is gisteren om 1.15 uur opnieuw ingediend. Die zit in de pijplijn en die komt ergens in de komende uren. Daar kan ik verder niks meer aan doen.
De voorzitter:
Nee. Wij gaan het volgende doen ...
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nee, sorry, een punt van orde!
De voorzitter:
Meneer Klaver, een punt van orde.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Nu lijkt het alsof het de schuld van de Griffie is dat dit nog niet in het systeem is gezet. Zo werkt het hier niet. Op het moment dat wij iets opsturen, komt het gewoon in het systeem te staan. Dit is nonsens. Dus ik zou zeggen: deel het gewoon, stuur het naar de Griffie. Dan weet ik zeker dat het binnen vijf minuten gewoon in het systeem staat. Dit is gewoon niet waar, zeg ik tegen de heer Stoffer. Dat weet u dondersgoed.
De voorzitter:
Meneer Stoffer, het is nu klaar. We gaan verder met de inhoudelijke interrupties. Ik vraag alleen de minister-president nog in te gaan op het ordedebat als het gaat om de inhoud en de appreciatie. Dan stel ik voor dat we het debat gewoon op de inhoud voeren en dat de leden die de motie hebben ingediend, de motie zo snel mogelijk verspreiden onder de leden. Dan zien we daarover in tweede termijn het debat tegemoet.
Minister Jetten:
Het is heel simpel. Er is contact geweest met leden van het kabinet in de zin van: als de motie zo wordt gewijzigd, kan die dan op "oordeel Kamer" rekenen? Nou, daar is positief op gereageerd. Vervolgens zijn het de coalitiefracties geweest die in afstemming met andere oppositiefracties hebben gezegd: nou, dan kunnen wij die motie waarschijnlijk ook steunen. Verder ga ik niet over de woorden die fracties gebruiken bij het twitteren over hun motie.
De voorzitter:
Ja. Indieners worden nogmaals verzocht heel snel die motie in te dienen, zodat wij deze kunnen verspreiden onder alle 150 leden en iedereen dezelfde informatiepositie heeft. Een inhoudelijke interruptie van mevrouw Bikker; gaat uw gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik kijk uit naar de motie. Ik concludeer nu: wat een chaos. Maar terug naar waar we het over hadden, de AOW en de een-op-eenkoppeling. Heeft de coalitie in de onderhandelingen voorafgaand aan de totstandkoming van het coalitieakkoord bij de bonden gecheckt of dit ervaren zou worden als het openbreken van het pensioenakkoord?
Minister Jetten:
Nee, niet zo specifiek.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dit is precies waar mijn grote zorg zit. Er loopt hier een paard achter de wagen, telkens opnieuw. Als we telkens, ook weer met die nieuwe motie zoals die aangekondigd is en waarschijnlijk zal luiden, politiek al gaan dicteren hoe het pensioenakkoord anders ingevuld moet worden, dan wordt het pensioenakkoord opengebroken zonder de belangrijkste spelers. Die hebben daar destijds heel veel voor ingeleverd, omdat ze wisten dat dit goed is voor de lange termijn voor Nederland, maar die worden nu gepasseerd. Dat gebeurt hier op dit moment opnieuw. Mijn oproep aan deze premier is: stop met dat paard achter de wagen te spannen, pak de teugels op de goede manier en ga op tijd in gesprek in plaats van achteraf, want het enige wat u dan kunt doen, is damagecontrol.
Minister Jetten:
Mevrouw Bikker wijst wel terecht op twee verantwoordelijkheden die hier spelen. Je hebt de politieke kant. Wat schrijven partijen in hun verkiezingsprogramma's? Wat brengen partijen in coalitieonderhandelingen in? Wat voor afspraken maak je in het coalitieakkoord? Wat voor opdrachten krijg je dan vervolgens weer met Kamermoties mee? Maar wij moeten hier niet vandaag denken dat we met 150 Kamerleden en 28 kabinetsleden alleen over deze pensioenafspraken gaan. Dat zijn afspraken tussen politiek én polder. Daarom hecht ik ook zo veel waarde aan het kennismakingsgesprek en aan het ophalen van de ideeën, de input en de kritiek die bij werkgevers en werknemers leven, want die zijn minstens zo belangrijk als hetgeen wat wij hier vandaag met elkaar aan het wisselen zijn. Voor een uiteindelijk voorstel dat het kabinet zal doen, niet alleen over de AOW, maar ook over een aantal van die andere onderwerpen in het sociaal domein, waar ik zo meteen op terugkom, geldt ook dat we met de polder daar dan afspraken over zullen moeten maken. Het zijn dus twee gesprekken, die eigenlijk gelijk opgaan en op een gegeven moment bij elkaar moeten komen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Bij mij is een afspraak een afspraak. Als je een deal sluit — eigenlijk is het pensioenakkoord veel groter dan dat — dan heb je met elkaar een hele zware verantwoordelijkheid genomen, ook voor heel veel mensen voor wie dat veel betekent. Ik zie wat er in de afgelopen weken al in mijn mailbox is gekomen van bezorgde mensen, die op hun 16de zijn begonnen met werken en die denken: "Wat gebeurt er hier? Ik kon toch rekenen op die mensen in Den Haag? Die hebben toch juist ook goed nagedacht over wat dit voor mij betekent?" Vervolgens horen die nu dat er niet voorafgaand gesproken is met de bonden om te checken of het pensioenakkoord hiermee opengebroken zou worden. Die merken dat het kabinet eigenlijk nu al terugkrabbelt. Er wordt tijd gewonnen met de motie-Stoffer/Markuszower, maar de aanpassing zal moeten komen. Er gaat zo veel kapot door deze manier van werken. Span dat paard niet meer achter de wagen en werp geen handgranaten in de polder, maar geniet van de polder, want het is een unieke traditie die wij in Nederland hebben, waar we trots op kunnen zijn, die ons land verder kan brengen en die doorbraken kan brengen. Die hebben we heel hard nodig; dat ben ik van harte eens met de minister-president. Maar ga dan niet door op dit spoor. Wees ruiterlijk. Bied excuses aan. U had gewoon in gesprek moeten zijn met de polder hierover.
Minister Jetten:
Dit gaat me te ver. Wij hebben in de coalitieonderhandelingen, in eerste instantie tijdens de fase waarin D66 en CDA de gezamenlijke agenda maakten, en ook in de tweede fase, waarin we met drie partijen aan het onderhandelen waren, op meerdere momenten allerlei partijen uitgenodigd: medeoverheden, jongerenorganisaties, werkgevers, werknemers, landbouworganisaties en natuurorganisaties. In al die gesprekken werd met enige opluchting uitgesproken: wat fijn dat we weer met elkaar om tafel zitten. Hoe belangrijk is het om dit weer normaal te laten zijn? Want polderen is niet een vies woord; polderen is iets prachtigs, wat we weer in ere moeten herstellen, omdat dat dé manier is om allerlei gevoelens en stromingen in de samenleving bij elkaar te brengen en om tot breed maatschappelijk draagvlak te komen voor een aantal héle grote opgaven waar we voor staan. Maar op veel onderwerpen begint het ook wel bij politici die weer eens een keer het lef tonen om een keuze te maken en een richting aan te geven. Dat je vervolgens weer discussie met elkaar krijgt over het aanpassen van die politieke keuzes, hoort bij het proces dat nu moet volgen. Wij hebben er heel bewust voor gekozen om op sociaal-economisch vlak, op het gebied van landbouw en bouwen en op een paar andere onderwerpen een coalitieakkoord op te leveren dat niet kleurloos is, maar richting geeft, in de wetenschap dat dat ook reacties zou oproepen en dat het weer inspanningen van ons vraagt om daar steun voor te krijgen bij andere partijen. Dat is precies waar we nu in zitten. Dat is ook de reden waarom niet alleen ik, maar meerdere kabinetsleden nu al zelf het initiatief hebben genomen voor de formele kennismakingsgesprekken. De bal ligt bij ons en niet bij de polder. Ik hoop dat we dat de komende weken verder vorm kunnen geven.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Er moet me eventjes één ding van het hart. Ik heb net de motie gezien die de partijen gaan indienen. Er gaat helemaal niets veranderen aan de plannen van dit kabinet. Het is gewoon: ga nog een keer met elkaar in gesprek om de AOW alsnog af te breken. Ik heb een vraag aan de heer Jetten. Was het een fout om de verhoging van de AOW-leeftijd en de bijbehorende miljardenbezuinigingen gewoon in het regeerakkoord op te schrijven? Wat dat een fout?
Minister Jetten:
Nee, dat is een keuze die we met elkaar hebben gemaakt. We hadden er wellicht iets meer tekst en uitleg bij kunnen geven over waarom we dat doen. Dat is omdat we ons zorgen maken dat er op termijn zo weinig werkenden zijn, namelijk twee werkenden op één AOW-gerechtigde. Die context is wellicht een beetje naar de achtergrond verdwenen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik stel de vraag omdat de heer Jetten net een heel verhaal hield over het belang van samenwerken en hoe dit kabinet dat wil gaan doen. Maar ik vind dit exemplarisch. Je geeft iemand eerst een klap in zijn gezicht. Je schrijft op dat je tegen heel werkend Nederland gaat zeggen: "Jullie moeten allemaal langer gaan doorwerken. Daarmee gaan wij miljarden besparen, omdat we dat nodig hebben." Vervolgens moeten de mensen die daar verantwoordelijk voor zijn, de vakbonden, mee gaan helpen aan die afbraak. Dat geldt niet alleen voor de AOW. We hebben het daar vandaag wel over, en gisteren ook, maar het geldt ook voor de zorg. "Wij gaan 10 miljard bezuinigen op de zorg en 6,5 miljard op de sociale zekerheid. Wilt u allemaal even met ons gaan samenwerken aan die sociale afbraak?" Als dit is … Voor de kijker thuis: er ging hier bijna iemand op z'n muil.
(Hilariteit)
De voorzitter:
Het was de heer Stöteler en het ging gelukkig goed.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Gelukkig staat diegene nog en zit hij nu.
De voorzitter:
Hij maakt het goed. Toch? Ja, hij knikt.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Als u het goedvindt, begin ik even opnieuw; anders is het een beetje gek. Dan staat er "er gaat iemand op z'n muil" tussen mijn interrupties.
De voorzitter:
Ja, dat is inderdaad wat onparlementair taalgebruik. We gaan daar weer naar terug.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Nou blink ik natuurlijk doorgaans uit in parlementair taalgebruik; dat weet ik.
De voorzitter:
Dat is waar.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Maar ik probeer het toch even anders in te leiden, als u dat goedvindt.
Als dit de manier van samenwerken van dit kabinet is, eerst mensen een klap in het gezicht geven met miljardenbezuinigingen en dan zeggen "kom bij ons aan tafel om even met ons te overleggen hoe we de gehandicaptenzorg kapot gaan bezuinigen, hoe we de AOW gaan verhogen, hoe wij de ouderenzorg kapot gaan bezuinigen en hoe we ervoor gaan zorgen dat iedereen een hoger eigen risico betaalt" … Dat is toch geen manier van samenwerken? Daarmee gaat u de komende tijd heel veel weerstand krijgen, niet alleen wat betreft de AOW, waar we het gisteren over hebben gehad en waar we het vandaag weer over hebben, maar ook wat betreft de WIA en de WW. Dat zijn namelijk nog twee dossiers die zeer doen bij de vakbonden en waarvan zij zeggen: dat gaan wij niet meemaken. Is dit de manier waarop dit kabinet wil gaan samenwerken? Een klap in het gezicht geven, miljardenbezuinigingen aankondigen en zeggen "werk even met ons mee om die miljardenbezuinigingen voor elkaar te krijgen"?
Minister Jetten:
Nee. Iedereen gaat er zelf over waar hij aan meewerkt en waaraan niet. Ik heb in alle gesprekken wel gemerkt dat er hele brede zorgen zijn over het feit dat er zo veel mensen langs de kant staan op de arbeidsmarkt. Zij worden niet goed van werk naar werk begeleid. Ze krijgen geen goede omscholing, omdat het leven-lang-leren-systeem nog onvoldoende functioneert. Ze moeten maanden wachten voordat ze een keer een gesprek bij het UWV hebben voor een keuring. Vervolgens worden ze helemaal gek gedraaid met allerlei bureaucratische systemen waarin ze elke keer opnieuw door de molen moeten, omdat de overheid ze wantrouwt en er niet op vertrouwt dat ze de juiste indicatie hebben gekregen. Het is een schande dat we de systemen zo ingewikkeld hebben gemaakt dat zo veel mensen die dat wel willen, niet mee kunnen doen. Die probleemanalyse wordt volgens mij heel breed gedeeld. We zullen nog heel veel discussie gaan krijgen over de maatregelen die we willen nemen om dat op te lossen. Dan zal niet iedereen het altijd eens zijn met de keuzes die we daarin maken, maar of het nou ging over de arbeidsmarkt of over de zorg, ik heb de afgelopen anderhalf jaar vooral mensen gesproken die willen dat er wat verandert.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Hier zit hét probleem van dit kabinet, maar ook het probleem dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking heeft met dit kabinet. U breekt de zorg en de sociale zekerheid totaal af, u belast enkel en alleen de lagere inkomens en de middeninkomens en u legt de rekening enkel en alleen bij hen. Vervolgens vraagt u niets, maar dan ook niets van grote bedrijven en van grote vermogens, maar u maakt met hangende pootjes wél 19 miljard euro over naar de oorlogsindustrie. Vervolgens vraagt u al die werkende mensen die de rekening gepresenteerd krijgen: werk met ons samen aan deze afbraak. Dat is geen samenwerking. Dat is een beetje leuk verpakt over het spel gaan praten. Ik heb dat vandaag ook in de krant gezien: het gaat alleen maar over het spel. Het moet niet over het spel gaan. Het moet gaan over de gevolgen voor mensen. Het moet gaan over de mensen die in de gehandicaptenzorg werken en het niet volhouden en over de ouderen die zo meteen te lang thuis in een nat bed liggen omdat er geen zorg meer is. U vraagt aan hen om samen te gaan werken aan afbraak. Dat kan toch niet waar zijn?
Minister Jetten:
Er worden hier wel heel veel dingen aan elkaar verbonden. Mensen in Nederland begrijpen volgens mij heel goed dat wij de komende jaren fors gaan investeren in onze eigen veiligheid, omdat Nederland en Europa … Het is echt een schande dat we ons eigen continent nu niet kunnen verdedigen. Daar gaan we in investeren. Het is tegelijkertijd ook onacceptabel dat onze arbeidsmarkt in een snel veranderende economie dat helemaal niet kan bijbenen en dat er dus miljoenen Nederlanders zijn die nu niet de competenties hebben om straks ook nog goed aan het werk te kunnen. Daar moeten we ze bij gaan helpen. In de zorg … Ik kom daar straks ook nog op terug, maar wat is er precies sociaal aan dat mensen die het voor een heel groot deel zelf kunnen betalen of zelf kunnen organiseren, nu vooraan in de rij staan, terwijl mensen die het hardst zorg nodig hebben, nu vaak aan het kortste end trekken? Daar kiezen we dus heel nadrukkelijk voor een veel gerichtere inzet voor hulp in de wijk, zodat juist de mensen die het niet kunnen organiseren, die niet kunnen terugvallen op een sociaal vangnet en die wel elke dag een wijkverpleegkundige nodig hebben, daar ook over een paar jaar nog op kunnen rekenen. Dat vraagt een aantal harde keuzes en wij zijn bereid om die te maken. Daar sta ik ook echt pal achter.
De heer Struijs (50PLUS):
Hier voor u staat een kroongetuige. Ik was onderdeel van de deal. Ik heb hier in Den Haag nachten mogen doorbrengen. Ik heb de achterkamertjes bevochten. Die deal … Vanmorgen ben ik ermee opgestaan en gisteravond ben ik ermee naar bed gegaan. Alle mensen die toen aan tafel zaten, ook van de toenmalige regering, zeggen: dit is een verkeerd startmoment. Ik begrijp de vakbonden. Die willen niet aan tafel met dit startmoment. Het startmoment had moeten zijn: geen verhoging van de AOW-leeftijd, en dan gaan we praten. Dat had ook in uw voorbereiding duidelijk moeten zijn, maar we hebben een heel ander startmoment gecreëerd. Het hele pensioenstelsel wordt opengebroken. Ik snap de boosheid van de bonden. Ik ga ook gewoon op het Malieveld staan. Ik was voornemens om niet meer te veel op het Malieveld te komen, maar ik ga daar echt staan. Dit kan je niet maken. Het startmoment is verkeerd. Neem het terug en ga in gesprek. Ik doe dit vanuit een groot gebaar, omdat ik Nederland vooruit wil helpen. Dus pak het moment nu alsjeblieft, want anders gaat het bij de start echt mis. Gaarne een reflectie.
Minister Jetten:
Dank voor deze indringende oproep, ook van de heer Struijs, die destijds namens heel veel werknemers inderdaad betrokken was bij de onderhandelingen. Zo zie ik dus ook de opdracht die in deze motie aan dit kabinet wordt gegeven: maak even een pas op de plaats en bied een opening om met elkaar tot een ander soort gesprek te komen. Dat gesprek gaat wat mij betreft dus ook helemaal niet om "wij willen van acht maanden koppeling van de stijging van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting naar een een-op-eenkoppeling van twaalf maanden". Dat is niet het gesprek. Het gesprek is: hoe kijken we met elkaar naar een houdbare oudedagsvoorziening, welke problemen zien we daarbij op ons afkomen, wat zijn de eventuele oplossingen die we daarvoor zien en hoe kunnen we met elkaar tot een ordentelijk gesprek of misschien zelfs onderhandelingen komen om daar met elkaar ook langetermijnafspraken over te maken?
De heer Struijs (50PLUS):
Dit is teleurstellend. Ik doe namelijk een andere oproep. De oproep is: ga aan tafel zitten met als startmoment de deal van destijds over de AOW. Ik ga deze motie niet steunen. Ik ga de motie nog een keer goed lezen, maar geloof me: ik ga hem niet steunen, want daarin wordt al ruimte gezocht en een opening gecreëerd waar ik niet op zit te wachten.