Tweede Kamer, 47e vergadering
- Begin10:15
- Sluiting00:00
- StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 4 maart 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Selibon
Selibon
Aan de orde is het tweeminutendebat Selibon (CD d.d. 12/02).
De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Selibon. Het commissiedebat heeft plaatsgevonden op 12 februari. Ik heet de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat in vak K van harte welkom. Dan is het woord aan de heer Ceder, als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Dat doet hij namens de fractie van de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik feliciteer de nieuwe bewindspersonen. Vanwege de tijd ga ik gelijk over naar de moties. Die lees ik als volgt op.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat bij Selibon verschillende milieunormen aantoonbaar zijn overschreden;
overwegende dat de Kamer ingestemd heeft met de motie van Ceder c.s. op stuk nr. 422 (22343) voor een structurele en toekomstbestendige oplossing voor de afvalproblematiek onder coördinatie van het ministerie van IenW;
overwegende dat omwonenden al langere tijd melding maken van gezondheidsklachten die mogelijk samenhangen met blootstelling aan schadelijke stoffen;
verzoekt de regering:
om te onderzoeken hoe RIVM-monitoring ingericht kan worden zodat er continu luchtkwaliteitsmetingen plaatsvinden in de directe omgeving van Selibon Lagun;
scenario's voor te bereiden om direct te kunnen handelen, waaronder bijvoorbeeld het vervroegd sluiten van Selibon, indien uit de metingen blijkt dat continuering van de situatie onverantwoord is;
de resultaten openbaar te maken en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Heera Dijk, Tijs van den Brink en Tseggai.
Zij krijgt nr. 442 (22343).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de overheid verplicht is het voorzorgsbeginsel toe te passen wanneer ernstige gezondheidsrisico's niet kunnen worden uitgesloten;
verzoekt de regering om het Openbaar Lichaam Bonaire aan te sporen om, zolang onduidelijkheid bestaat over de gezondheidsgevolgen van Selibon Lagun, voor omwonenden een tijdelijk relocatieplan voor te bereiden voor direct getroffen bewoners,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Heera Dijk, Tijs van den Brink, Schilder, Den Hollander, Tseggai en Nanninga.
Zij krijgt nr. 443 (22343).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Nationale ombudsman stelt dat de situatie rond de illegale vuilstort bij Lagun op Bonaire onhoudbaar is en dat ingrijpen noodzakelijk is;
overwegende dat de Ombudsman expliciet stelt dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat niet langer aan de zijlijn kan blijven en moet ingrijpen;
verzoekt de regering de aanbevelingen van de Nationale ombudsman over te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Tseggai en Schilder.
Zij krijgt nr. 444 (22343).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik heb nog twintig seconden, dus ik wil me toch even richten tot de nieuwe bewindspersonen. Ik hoop dat we met het aantreden van uw bewindspersonen er ook echt voor kunnen zorgen dat we dit grote onrecht, zoals ik het noem, eindelijk kunnen oplossen. Ik heb daar groot vertrouwen in. Dat de Kamer hier eensgezind in optrekt, blijkt uit de van links tot rechts breed ondersteunde moties. Ik hoop dan ook dat dit een aansporing is voor de ministeries om in actie te komen.
Dank u wel en bon dia.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Tseggai als tweede spreker van de zijde van de Kamer. Dat doet zij namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ga uw gang.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Goedemorgen, bon dia. Welkom aan de nieuwe bewindspersonen. Ik sluit me van harte aan bij de laatste woorden van de heer Ceder. Ik wens u veel succes met uw mooie portefeuilles.
Ik heb twee moties vandaag, voorzitter. De eerste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er al geruime tijd grote overlast is op Bonaire van branden op de afvalverbranding van Selibon en dat hierdoor de volksgezondheid, het leefmilieu en de natuur op Bonaire ernstig worden aangetast;
constaterende dat de Nationale ombudsman het kabinet oproept om in te grijpen en dat er breed draagvlak is om spoedig adequate maatregelen te nemen om deze onacceptabele situatie te beëindigen, maar dat er onvoldoende financiële middelen zijn voor een structurele oplossing;
van mening dat het zeer onwenselijk zou zijn wanneer een gebrek aan financiële middelen ertoe zou leiden dat de problemen nog langer voortduren;
verzoekt de regering om bij de Voorjaarsnota met voorstellen te komen voor een dekking van de structurele oplossing voor de problemen bij Selibon,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Ceder.
Zij krijgt nr. 445 (22343).
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
De tweede motie, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er ook op Aruba en Curaçao uitdagingen zijn met de toekomstige afvalverwerking;
overwegende dat een goede samenwerking tussen Aruba, Bonaire en Curaçao kan bijdragen aan een structurele en duurzame oplossing voor de verwerking van afval;
verzoekt de regering om bij het vormgeven van een structurele oplossing voor de problemen bij Selibon te bezien hoe er samengewerkt kan worden met de regeringen van Aruba en Curaçao om tot een gezamenlijke toekomstgerichte afvalverwerking te komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Ceder.
Zij krijgt nr. 446 (22343).
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Schilder, die haar inbreng levert namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Voorzitter, dank u wel. U heeft mij nog minder tijd gegeven dan de rest, dus ik moet het helemaal snel doen. Van harte gefeliciteerd aan de nieuwe bewindspersonen. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Inspectie Leefomgeving en Transport vaststelt dat de situatie bij Selibon Lagun onverminderd zorgwekkend is en dat vergunningverlening, toezicht en handhaving structureel tekortschieten;
overwegende dat tijdens de eerdere indeplaatsstelling aantoonbaar voortgang werd geboekt, terwijl na terugkeer van de regie naar het lokale bestuur door bestuurlijk falen en onvermogen de uitvoering opnieuw stagneerde;
constaterende dat rijksfinanciering wordt ingezet zonder duidelijke regie, verantwoordelijkheid en afbakening;
overwegende dat de primaire verantwoordelijkheid voor afvalbeheer bij het Openbaar Lichaam Bonaire ligt en dat structurele rijksfinanciering moet worden voorkomen;
van oordeel dat voortzetting van lichtere interventies, gelet op de jarenlange stagnatie en risico’s voor volksgezondheid en milieu, onverantwoord is;
verzoekt de regering de verantwoordelijkheid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving rond Selibon Lagun, zolang sprake is van rijksfinanciering, onder directe rijksregie te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Schilder, Nanninga en Den Hollander.
Zij krijgt nr. 447 (22343).
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Die anderhalve minuut heeft niets met u persoonlijk te maken, maar met de interne afspraken die we hier met elkaar hebben voor fracties die zich hebben afgesplitst. Het woord is aan de heer Van den Brink voor zijn inbreng namens het CDA.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Goedemorgen, bon dia. Ook namens de CDA-fractie hartelijke felicitaties aan de bewindslieden. Veel succes en wijsheid gewenst.
Meneer de voorzitter. In het debat over Selibon op 19 februari waren we het eigenlijk allemaal wel met elkaar eens: de situatie rond de vuilstort moet zo snel mogelijk worden opgelost. Het kabinet kan niet anders dan het ongeduld van de Kamer hebben gevoeld. Tegelijkertijd was het kabinet ook heel duidelijk: "De verantwoordelijkheden liggen zoals ze liggen. In eerste instantie is het Openbaar Lichaam Bonaire aan zet. De Rijksvertegenwoordiger kan pas weer in stelling worden gebracht als de interventieladder is afgelopen." Ik snap dat het op die manier werkt. Tegelijkertijd is het ongeduld groot en kan er eigenlijk niet langer worden gewacht. Daarom wil ik de regering oproepen om zo snel mogelijk een plan te maken om te doen wat nodig is, zodra de mogelijkheid daarvoor bestaat.
Dat brengt mij tot de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de situatie bij Selibon Lagun al jarenlang ernstig is, maar nu steeds verder verslechtert;
constaterende dat het Rijk een bijzondere verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid, gezondheid en leefomgeving van de inwoners op Bonaire;
constaterende dat nu in actie komen niet kan, omdat de bevoegdheid bij het Openbaar Lichaam Bonaire ligt en de interventieladder nog niet volledig is doorlopen;
verzoekt de regering om alvast concrete plannen te maken om, zodra dat mogelijk is, te komen tot een oplossing, bijvoorbeeld door nu alvast een rijksprogramma op te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tijs van den Brink, Den Hollander en Ceder.
Zij krijgt nr. 448 (22343).
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik heb daarbij één aanvullende vraag. Zou het mogelijk zijn om te onderzoeken of daarbij dan ook Nederlandse expertise van Nederlandse gemeenten en bedrijven kan worden ingezet?
Dat was het, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Brink. Het woord is aan mevrouw Den Hollander, die haar inbreng zal leveren namens de VVD.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant felicitaties voor de nieuwe bewindspersonen. Zoals u nieuw bent in deze taak, ben ik ook nieuw als woordvoerder op dit dossier. Om mij voor te bereiden heb ik dan ook het debat van, volgens mij, 12 februari even teruggekeken. Daarin bleek wel hoe ernstig en ingewikkeld de situatie daar is. Daarbij heb ik ook alle begrip voor de democratische spelregels die er zijn. Als het lokale bestuur echter aantoonbaar zijn taak niet goed uitvoert, lijkt ingrijpen door de Rijksoverheid niet alleen nodig, maar ook onvermijdelijk. Mijn vraag aan het kabinet is dan ook: wat heeft het kabinet nodig om tot een structurele oplossing te komen voor de problemen bij Selibon Lagun? Om te onderschrijven dat de samenwerking met deze Kamer belangrijk is, zijn we vandaag ook mede-indiener van drie moties.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Dijk, als laatste spreker van de zijde van de Kamer.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Bon dia, goedemorgen. Van mijn kant ook welkom en felicitaties aan de nieuwe bewindspersonen. We hebben nu een nieuwe staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid. Dat zou dan toch dé perfecte combinatie in één bewindspersoon moeten zijn die ervoor gaat zorgen dat we de problemen rondom Selibon oplossen. Het hele debat hebben we natuurlijk gevoerd met de vorige staatssecretaris. Nu ben ik benieuwd wat deze bewindspersoon gaat doen. U bent nu verantwoordelijk voor het dossier Selibon. We kijken al jaren aan tegen die afvalberg, die zorgt voor vervuiling en giftige stoffen en ervoor zorgt dat mensen niet veilig kunnen wonen en heel veel overlast hebben. Eigenlijk voldoet het aan geen enkele wet of regel. Ik ben dan ook heel erg benieuwd wat u concreet aan actie gaat ondernemen, zodat we niet elk jaar hetzelfde debat gaan voeren.
Ik heb nog een aanvullende vraag. Ik heb begrepen dat Selibon naar Klimaat en Groene Groei en dus naar een andere bewindspersoon gaat. Ik heb daar nog niemand over gehoord, dus ik vroeg me af of daar kort antwoord op kan worden gegeven.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten. Daarna gaan we naar beantwoording en de appreciaties.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat voor de beantwoording van de vragen en de appreciaties van de moties.
Staatssecretaris Bertram:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de leden voor hun inbreng. Ik weet dat het heel druk is, maar ik zou van tevoren toch het volgende willen zeggen. Het kabinet realiseert zich zeer dat dit een probleem is dat moet worden opgelost. Het betekent ook dat we echt in een heel rap tempo, conform de moties die zijn ingediend, een aantal stappen willen zetten. Dat gaan we uiteraard ook samen met Bonaire doen. Ik plaats er twee kanttekeningen bij. Er zijn drie departementen bij betrokken. Het openbaar lichaam is erbij betrokken. Dat gebeurt uiteraard met ieders verantwoordelijkheid, maar voor ons is het allerbelangrijkste dat er resultaten worden geboekt en dat we in juli kunnen zeggen dat de gezette stappen echt tastbaar zijn. Dat is echt het begin van de oplossing, die hard nodig is.
Er is één vraag gesteld. Dat was de vraag over de relatie tussen IenW en KGG. Zoals u weet, staat in het regeerprogram dat een stukje van de portefeuille van IenW, circulaire economie, naar KGG gaat. We zitten eigenlijk nog midden in de afhechting, in het overbrengen, dus dat duurt nog heel even. We zullen u daar uiteraard op tijd van op de hoogte stellen. Tot dat moment betekent het dat de staatssecretaris van BZK en ikzelf er samen aan trekken en ervoor willen zorgen dat er resultaten worden geboekt.
De voorzitter:
De moties.
Staatssecretaris Bertram:
Dan gaan we naar de moties; precies. De motie op stuk nr. 442 wordt oordeel Kamer. Dat is de motie over RIVM-monitoring. Daarover hebben we inderdaad gezegd dat het heel belangrijk is dat dat gebeurt. We willen dat uiteraard ook met het bestuurscollege bespreken. We willen daar echt concrete resultaten op boeken, dus wat ons betreft krijgt die oordeel Kamer.
Aan de motie op stuk nr. 443, over de Ombudsman, zouden we het oordeel "ontijdig" willen meegeven. We zitten namelijk midden in de gesprekken met de drie departementen en met het openbaar lichaam. We willen daar dus heel even de tijd voor hebben, maar het signaal dat de Ombudsman geeft, is zoals ik net al zei uitermate belangrijk. Geef ons dus heel even de tijd.
De voorzitter:
Wat is "heel even"?
Staatssecretaris Bertram:
We zitten in de komende maanden … Laten we zeggen dat rond de zomer het een en ander moet worden meegenomen in dat plan.
De voorzitter:
Is de heer Ceder bereid om de motie aan te houden? Een korte interruptie, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij vraagt de Ombudsman niet het onmogelijke. De uitgangspunten zijn ook heel redelijk. Ik ga nog even overleggen met de indieners, dus ik houd de motie nog niet aan, vanwege de urgentie.
De voorzitter:
Dan geven we 'm voor nu de appreciatie "ontijdig" en zullen we zien wat u besluit.
Staatssecretaris Bertram:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 446, over een structurele oplossing en toekomstgerichte afvalverwerking, ook voor Curaçao en Aruba. Die geef ik oordeel Kamer. Uiteraard heeft Bonaire daarbij onze topprioriteit, maar daarbij kijken we ook naar de andere eilanden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 446: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
Dan komt de motie op stuk nr. 447: ook oordeel Kamer. Die gaat over de vergunningen, het toezicht en de handhaving. Ik wil 'm zo interpreteren dat we dit in het proces invlechten waaraan we werken met het eilandbestuur. Het wordt dus geen apart instrument, maar krijgt een plek in het totaal van instrumenten.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Schilder non-verbaal instemmen. Met die interpretatie krijgt de motie op stuk nr. 447 oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. O, u heeft nog een interruptie van mevrouw Dijk.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Een hele korte. Ik dacht: ik laat u netjes uitpraten. Als ik het goed begrijp, is er een overdracht tussen de ministeries.
Staatssecretaris Bertram:
Tussen de twee departementen ja, over circulaire economie. Circulaire economie gaat naar KGG. Daar zit afvalverwerking in. We zijn nu aan het bekijken hoe dat zich verhoudt tot toezicht, handhaving et cetera. Dat moet even minutieus bekeken worden, zodat er niks tussen wal en schip geraakt.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Zodat er een soepele overdracht is ...
Staatssecretaris Bertram:
Zeker.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Ik wil ervoor waken dat we helemaal opnieuw beginnen. Het was eigenlijk meer een opmerking.
Staatssecretaris Bertram:
Ja, dat gaan we niet doen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor twee resterende moties.
Staatssecretaris Van der Burg:
In mijn gedachten drie, voorzitter.
De voorzitter:
O, ik dacht dat u "twee" signaleerde naar mij.
Staatssecretaris Van der Burg:
Nee, ik doe de moties op de stukken nrs. 443, 445 en 448. En dan heb ik nog twee vragen waar ik nog even bij stil wil staan, voorzitter. De motie op stuk nr. 443: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 445 zou ik ook ingediend hebben als ik in de oppositie zat, maar u weet dat u daar "ontijdig" op hoort te krijgen, omdat wij dat natuurlijk gewoon bespreken op het moment dat wij als kabinet de Voorjaarsnota gaan bespreken, dus vooralsnog geef ik die het oordeel "ontijdig".
De voorzitter:
Dan moet ik vragen of mevrouw Tseggai de motie wil aanhouden.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp dat het kabinet het moet bespreken, maar de Kamer mag het kabinet toch iets meegeven? Wanneer zouden we deze motie dan moeten indienen volgens de staatssecretaris?
Staatssecretaris Van der Burg:
Het feit dat ik "ontijdig" zeg, betekent niet dat u er niet over kunt stemmen. Als u er een spreekt-uitmotie van had gemaakt, had ik er ook geen oordeel over gehad, maar ik moet 'm hier een oordeel geven, omdat het geen spreekt-uitmotie is. Als er had gestaan "spreekt uit dat de Kamer het kabinet meegeeft dat …", dan had ik er niet over geoordeeld. Maar nu moet ik 'm "ontijdig" noemen, want wij kunnen als kabinet niet vooruitlopen op de uitkomsten van de Voorjaarsnota.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Nee, maar mijn vraag was de volgende. De staatssecretaris vindt het ontijdig. Wanneer kan volgens de staatssecretaris de Kamer dan wel dergelijke verzoeken meegeven aan het kabinet?
Staatssecretaris Van der Burg:
Het komt door de formulering; dat is het ingewikkelde.
De voorzitter:
Neeneenee, mevrouw Tseggai, we doen dit gewoon netjes om de beurt. De staatssecretaris.
Staatssecretaris Van der Burg:
Ik kan deze motie geen ander oordeel dan "ontijdig" geven, omdat het kabinet zich niet kan uitspreken over wat er in de Voorjaarsnota moet komen te staan alvorens het kabinet daar intern in het kabinet over heeft gesproken en aan de Kamer een Voorjaarsnota heeft gepresenteerd.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 445: ontijdig. Dan moet ik formeel vragen: houdt u de motie aan of brengt u 'm in stemming?
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik houd 'm niet aan.
De voorzitter:
Dan krijgt de motie op stuk nr. 445 het oordeel "ontijdig".
Staatssecretaris Van der Burg:
De motie op stuk nr. 448 neem ik over, voorzitter.
De voorzitter:
Dan moet ik eerst even kijken of de Kamer akkoord is met het overnemen van de motie van de heer Van den Brink. Is de heer Van den Brink het daarmee eens? Ik zie dat dat het geval is.
De motie-Tijs van den Brink c.s. (22343, nr. 448) is overgenomen.
Staatssecretaris Van der Burg:
De heer Van den Brink had er ook nog een vraag over gesteld, namelijk over de expertise-inzet. Uiteraard, zou ik haast willen zeggen, doen we dat ook als het gaat om bijvoorbeeld de omgevingsdiensten en de VNG. Uiteraard gaan we dat doen.
Dan lag er ook nog een vraag van mevrouw Den Hollander. Ik ben op dit moment bezig om te kijken wat alle kosten zijn die hierbij horen. Dat is één. Twee: we hebben wel een vergelijk als we kijken naar Sint-Maarten, waar het tussen de 60 en 85 miljoen heeft gekost om dit met elkaar te regelen. Verder ligt er nog de, ik zou bijna zeggen "briljante", motie-Ceder/Van der Burg, die aangeeft dat wij voor de zomer moeten komen met een verhaal, inclusief wat het kost en alle ministeries daarbij.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd.
Begrotingen Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2026
Begrotingen Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026 (36800-IV).
(Zie vergaderingen van 17 en 18 december 2025.)
De voorzitter:
Dan zijn we aanbeland bij de derde termijn van de begroting Koninkrijksrelaties, met twee sprekers van de zijde van de Kamer. Ik wil graag als eerste het woord geven aan mevrouw Tseggai van de fractie van GroenLinks-PvdA. Ik wijs erop dat deze derde termijn vooral is ontstaan door een wisseling vanuit de Kamer en het kabinet, dus laten we niet al te veel interrupties op elkaar plaatsen.
De algemene beraadslaging wordt heropend.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai, u heeft het woord.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad vrij uitzonderlijk dat we een derde termijn doen bij een begroting, maar gelet op het feit dat er veel onduidelijkheid bleek te bestaan na de tweede termijn van de begroting, leek het mij en mijn zeer gewaardeerde toenmalige collega Eric van der Burg een goed idee om een derde termijn aan te vragen, om ervoor te zorgen dat we helderheid krijgen over de afspraken die gemaakt zijn tussen BZK en de BES-eilanden over onder andere de uitbreiding van de eilandsraden.
Ik heb dus een paar concrete vragen aan de nieuwe staatssecretaris. Allereerst heb ik de vraag: wat is er nu precies afgesproken tussen het kabinet en de BES-eilanden bij de inmiddels beruchte bijeenkomst op De Bilt? Ik blijf dat namelijk toch een vreemd verhaal vinden. Wat is er sindsdien gebeurd waardoor het kabinet besloot om eenzijdig de afspraken te wijzigen ten aanzien van de functie van de Rijksvertegenwoordiger? Waarom is ervoor gekozen om het wetsvoorstel over het uitbreiden van het aantal eilandsraadsleden uit het tijdpad te halen dat toen is afgesproken en alvast aan de Kamer te sturen? Is dit alleen maar omdat anders de verkiezingen van 2027 niet worden gehaald of zijn er nog andere redenen? Wanneer worden die andere afspraken die in De Bilt gemaakt zijn dan nagekomen door het kabinet?
Specifiek ten aanzien van de uitbreiding van de eilandsraden heb ik een aantal vragen. Wat is nu het huidige standpunt van Bonaire, Statia en Saba ten aanzien van deze wijziging? Zit er nog verschil tussen de colleges van de eilanden en tussen de standpunten van de eilandsraden zelf? Is er sinds de begrotingsbehandeling in december nog nader overleg geweest met de eilanden en, zo ja, wat heeft dit opgeleverd? Klopt het dat de €300.000 die gereserveerd is voor de drie eilanden te weinig is om de uitbreiding volledig te financieren? Ik zou graag antwoord willen van de staatssecretaris op deze vragen. Ik hoop dat we dan goed geïnformeerd kunnen stemmen over de begroting. Omdat het debat vandaag in één ronde gevoerd wordt, heb ik een motie die ik graag wil indienen, maar ik zie eerst een interruptie, geloof ik. Nee. Oké. Dan ga ik verder met de motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er middelen gereserveerd zijn voor de uitbreiding van het aantal leden van de eilandsraden en de eilandcolleges per 2027;
overwegende dat er signalen van de BES-eilanden zijn die aangeven dat deze middelen onvoldoende zijn om het aantal eilandsraadsleden en leden van de colleges uit te breiden omdat onder andere geen rekening wordt gehouden met het uitbreiden van de ondersteuning en de huisvesting;
verzoekt de regering om voor de plenaire behandeling van de Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden te inventariseren welke middelen precies nodig zijn om deze wet goed uit te kunnen voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Ceder.
Zij krijgt nr. 50 (36800-IV).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Twee dingen. Ik zou graag de motie mee willen ondertekenen, als dat mag.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ja, bij dezen.
De voorzitter:
Dat noteren we.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank. In het verlengde daarvan heb ik nog een vraag. Ik heb ook twee amendementen ingediend, omdat ik heel graag zou willen dat we deze wet gewoon snel behandelen, omdat ik denk dat de eilanden erbij gebaat zijn als wij het democratische mandaat dusdanig uitbreiden dat er meer plekken in de eilandsraad beschikbaar zijn. We zien nu dat het gewoon knelt. U heeft de derde termijn van dit debat aangevraagd. Begrijp ik goed dat u zegt dat als de afspraken die gemaakt zijn tussen de Rijksoverheid en de eilandsraden gewoon worden nagekomen en daar comfort is, u ook bereid bent om die behandeling snel te laten plaatsvinden, waardoor we ervoor kunnen zorgen dat de verkiezingen in 2027 doorgaan met de uitbreiding? Dat is namelijk ook mijn insteek.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik snap deze vraag. GroenLinks-PvdA is zeker niet tegen het uitbreiden van het aantal eilandsraadsleden, maar ik heb in de vorige termijn van deze begroting geprobeerd te achterhalen waarom het per se voor 2027 moet. Zouden we het bijvoorbeeld niet nog een termijn kunnen uitstellen? Ik hoop dat ik daar nu een goed antwoord op krijg van de staatssecretaris. Dan ben ik bereid dat proces te versnellen. Maar ik wil dat het goed geregeld wordt, ook voor de eilanden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Dijk als laatste spreker van de zijde van de Kamer tijdens deze derde termijn. Zij spreekt namens de fractie van D66.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dank u wel. Eigenlijk heb ik dezelfde vragen als mijn collega van GroenLinks-PvdA, dus die zal ik niet herhalen. Voor mij is er ook heel veel onduidelijkheid. Ik weet nog dat ik toen advies heb gevraagd aan mijn collega, de heer Van der Burg. Ik vroeg: wat moeten we doen? Nu ben ik benieuwd wat zijn antwoord wordt, want ik wil het natuurlijk ook zorgvuldig doen en niet onnodig tijd verliezen. Ik probeer ook heel goed te luisteren naar de geluiden van de eilanden. Ik ben eigenlijk op zoek naar een antwoord op de vraag: moeten Bonaire, Saba en Statia nu alle drie of kunnen we ook maatwerk aanbieden? Ik hoop gewoon op wat meer reflectie en tegelijkertijd snelheid.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is er toch nog een spreker van de zijde van de Kamer. Dat is de heer Van den Brink, die ik het woord geef voor zijn inbreng namens de fractie van het CDA.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik had wat willen zeggen over de eilandsraden, maar daar zijn alle vragen al over gesteld, dus dat komt wel goed. Ik heb daarnaast nog één andere vraag. Tijdens ons werkbezoek aan Aruba in het voorjaarsreces constateerden we dat daar onrust is ontstaan rond een zin uit het coalitieakkoord. Dat betreft de zin: "Het Statuut vormt de basis voor de verhoudingen tussen de verschillende landen. Hierin wordt opgenomen dat de eilanden kunnen verklaren onafhankelijk te worden, als zij dat willen." Zou de staatssecretaris ons willen vertellen hoe hij deze zin interpreteert?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Een hele korte interruptie van mevrouw Tseggai. Kort.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik had deze vraag eigenlijk ook, maar ik dacht: ik laat die even voor een andere keer. Het CDA heeft toch ook bij de onderhandelingen gezeten? Het staat toch in het regeerakkoord? Hebben de coalitiepartijen er dan niet goed over nagedacht voordat ze deze zin in het regeerakkoord zetten?
De voorzitter:
Kort dan, meneer Van den Brink.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ja. Daar is ongetwijfeld goed over nagedacht. Ik ben daar niet bij betrokken geweest, dus ik ben heel benieuwd hoe het kabinet dat op dit moment uitlegt.
De voorzitter:
Dank u wel. We schorsen vijf minuten voor de beantwoording van de gestelde vragen en voor de appreciaties.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen en geef het woord aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter. Het is inderdaad wel een beetje vreemd om bij dit debat hier te staan, omdat wij in de tweede termijn aan het bespreken waren hoe we dit met de staatssecretaris zouden gaan doen. Gelukkig heb ik toen geen al te gekke dingen gezegd; dat helpt dan wel. Het ging oorspronkelijk ook over de vraag hoe het zat in het licht van het eventueel controversieel verklaren. Maar goed, controversieel verklaren kan sowieso niet meer, want er is een missionair kabinet ... "Met een uitstekende staatssecretaris", zo meldt GroenLinks-PvdA. Ik zeg dit nog maar even in de microfoon ...
De voorzitter:
Het staat opgenomen in de Handelingen!
Staatssecretaris Van der Burg:
... zodat het ook in de Handelingen is opgenomen; dat is sowieso goed. Kijk, de afspraken die in De Bilt zijn gemaakt, zijn vrij duidelijk en die heeft u als Kamer ook gehad. We zien echter dat mijn voorganger — en daarmee ik, want alles wat mijn voorgangers hebben gedaan, is nu van mij — daar specifieke uitbreiding uit heeft gelicht. Dat is gebeurd in het licht van 2027. We moeten tempo maken, anders kan het niet. Dat speelt ook mee bij de discussie over het controversieel verklaren, want door dat controversieel verklaren had 2027 niet meer gekund. En er was inderdaad discussie over wat te doen met de Rijksvertegenwoordiger. Doordat die discussie er was, is dit er nu uitgelicht. In De Bilt was namelijk de afspraak gemaakt waarbij mijn voorganger zei: daar wil ik het nog een keertje over hebben. Dat is dus de achtergrond van waarom deze wet hier nu specifiek voorligt.
Er wordt verschillend over gedacht door de drie eilanden. Statia is voor. Bonaire geeft aan wel voor te zijn, maar heeft bezwaar tegen het feit dat het in een aparte wet gebeurt, gezien het feit dat dit daarmee wordt uitgelicht. Bij Saba zitten bezwaren die meer inhoudelijk zijn. En dan lag er in dat licht nog een vraag van mevrouw Dijk: zou je niet moeten kijken naar maatwerk? Daar ben ik minder voor. We kennen natuurlijk wel maatwerk als het gaat om bijvoorbeeld gemeentes voor het aantal leden dat de gemeente heeft; Schiermonnikoog heeft er minder dan Amsterdam. En zo kun je ook kijken naar aantallen als het gaat om eilanden. Maar wat je niet moet doen, is zeggen dat we het wel gaan uitbreiden op Saba en niet op Bonaire en Statia, of nu wel op Saba en nu nog niet op die andere. Ik denk dat je daar wel één lijn in zou moeten trekken.
Overigens heb ik zelf nog niet met de eilandsraden gesproken. Ik heb al wel de gezaghebbers gesproken, maar nog niet de eilandsraden zelf. Die wil ik er zelf ook even over horen, ook om te kijken of, en zo ja hoe, ik de wet voortzet. Nu heeft u morgen uw indieningstermijn. Ik zou u in ieder geval ernstig willen vragen om dat in ieder geval wel door te zetten, want als u dit niet morgen zou doen of zegt "ik wacht eerst even af of Van der Burg de wet in deze vorm wil voortzetten", dan is de dodelijke datum van 2027 in gevaar, want dan moet het ook voor de zomer richting de Eerste Kamer. Dus zet u uw proces gewoon door. Ik ga dan zo snel mogelijk met de eilandsraden praten en kom er dan in ieder geval bij u op terug.
Sorry, voorzitter, ik was even aan het ademhalen omdat ik mevrouw Tseggai zag bewegen.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we een korte interruptie toestaan aan het einde van uw beantwoording.
Staatssecretaris Van der Burg:
Ja. Over die €300.000 is inderdaad discussie. Wij zeggen dat dat genoeg is. Daar wordt anders over gedacht op de eilanden, dus daar moeten we nog even goed naar kijken.
De heer Van den Brink stelde nog een specifieke vraag over het voornemen in het regeerakkoord over het wijzigen van het Statuut. Kijk, daar spelen twee dingen. Eén. Voor Aruba is het geregeld. Voor Aruba staat in het Statuut opgenomen dat Aruba kan uittreden, dus in die zin kunt u die zin in het coalitieakkoord zodanig lezen dat we dit gelijktrekken voor de andere twee landen Curaçao en Sint-Maarten. Tegelijkertijd erkennen wij als Nederland gewoon het zelfbeschikkingsrecht in den brede. Mocht een van de twee andere landen zeggen dat het wil uittreden, kan dat nu dus ook al, zelfs met een niet gewijzigd Statuut. Ik zie deze Kamer — beide Kamers, moet ik zeggen — dit niet blokkeren. Als het gebeurt, is het overigens niet alleen een zaak van Nederland, maar van alle landen. Naast Nederland zouden dus ook de andere twee landen moeten instemmen als een van de drie landen wil uittreden. Ik zeg erbij: zij hebben er geen behoefte aan, want zij blijven graag in het Koninkrijk. Dat hebben de drie premiers in hun gesprekken met mij ook al gemeld.
De voorzitter:
De motie.
Staatssecretaris Van der Burg:
Dan de motie op stuk nr. 50. Die krijgt van mij oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zag twee interrupties, één van mevrouw Tseggai en één van de heer Ceder. Mevrouw Tseggai was eerst.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik had even een korte vraag over de gesprekken die de staatssecretaris gaat voeren met de eilandsraden. Zou hij daar misschien per brief op terug willen komen, en ervoor kunnen zorgen dat wij die brief hebben voor de behandeling van de wet?
Staatssecretaris Van der Burg:
Uiteraard.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dat zou heel prettig zijn. Dank u wel.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik vind het ingewikkeld dat de staatssecretaris in de lucht laat hangen of hij de wet gaat intrekken of niet. Als je hem intrekt, betekent dat namelijk de facto dat het aantal eilandsraadleden voor de volgende verkiezingen hetzelfde blijft, terwijl hierover in de Kamer, waar uiteindelijk het mandaat ligt om wetgeving voor te bereiden, anders gedacht wordt. De kans om wetgeving voor te bereiden wordt dus ontnomen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of de staatssecretaris het met mij eens is dat, als het gaat om de inrichting van gemeentelijke overheden, en daarmee ook de BES-eilanden, het niet per se aan de eilandsraad is. Net zoals gemeenteraden kunnen zij wel geadviseerd en geconsulteerd worden, maar uiteindelijk is het aan de wijsheid van de Kamer om te kijken hoe we dat inrichten. Ik wil dit meegeven, omdat ik wil voorkomen dat wij een briefje krijgen dat er na een gesprek met de huidige vertegenwoordigers een keuze gemaakt wordt, waardoor wij vervolgens voor een voldongen feit gesteld worden, terwijl ik graag de behandeling in de Kamer zou willen …
De voorzitter:
Het is helder, meneer Ceder. Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van der Burg:
Uiteraard neem ik, in dit geval vier, democratisch gekozen organen serieus. Ik neem namelijk de drie eilandsraden serieus, maar uiteraard ook de Tweede Kamer. Daar ik staatssecretaris ben, is de Tweede Kamer voor mij daarin het hoogste orgaan, dus ik zal het serieus nemen. Maar ik heb in de tweede termijn van het debat ook gehoord dat ook voor een aantal Kamerfracties de mening van de eilandsraden uitermate belangrijk is. Daarom hadden we toen die discussie over het controversieel verklaren.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor zijn beantwoording. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze derde termijn van de begrotingsbehandeling Koninkrijksrelaties.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors de vergadering tot 11.00 uur, waarna we verdergaan met de begrotingsbehandeling Defensie. De vergadering is geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Begrotingen Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026
Begrotingen Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026 (36800-X);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2026 (36800-K).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en verzoek de leden hun plaatsen in te nemen. Ik vraag ook de staatssecretaris plaats te nemen, in vak K. U zit tegenwoordig aan die kant, meneer Boswijk. Het is nog even wennen misschien. Het staat u goed.
Aan de orde is de eerste termijn van de begroting van Defensie. In de eerste termijn zullen we sprekers van de zijde van de Kamer horen. Ik heet de minister en de staatssecretaris van Defensie van harte welkom. Er zijn veertien sprekers van de zijde van de Kamer. Ik vind het altijd mooi als we bij begrotingshandelingen goed de ruimte bieden voor interrupties en het aantal interrupties niet maximeren, maar ik zeg er wel bij: dat vraagt ook een bepaalde verantwoordelijkheid, namelijk dat we het kort houden. Ik kan u vertellen dat ik afgelopen nacht tot 1.45 uur de begroting van VWS heb voorgezeten. Dat heb ik natuurlijk met liefde gedaan, maar er waren fracties bij die 38 interrupties hadden. Dat hoeft niet, zeg ik er bij voorbaat bij. Enige terughoudendheid is dus prettig. Een onbeperkt aantal interrupties schept een zware verantwoordelijkheid, dus ik vraag u daar rekening mee te houden. Interrupties, vragen en antwoorden zijn kort en bondig, niet meer dan in drieën. Als het echt uit de klauwen loopt, zullen we er met elkaar misschien toch een dakje op moeten zetten, maar ik denk dat dat niet nodig is, omdat we er met elkaar uit gaan komen.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Piri, als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Zij spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Allereerst wil ik de bewindspersonen heel veel succes wensen, met meteen in de eerste week een begroting in de Kamer. Heel specifiek spreek ik de heer Boswijk aan, met wie ik in de Kamer altijd heel fijn heb samengewerkt. Ik hoop vooral dat hij de Afghanistanmotie die we in de Kamer hebben aangenomen, niet vergeet. We hopen dat het nieuwe kabinet die voortvarend zal gaan uitvoeren.
Voorzitter. Ik begin met de investeringen in Defensie. Deze twee bewindspersonen kunnen hier met een grote glimlach zitten, want dit is het enige ministerie in Den Haag waar fors in geïnvesteerd gaat worden. Laat ik duidelijk zijn: mijn fractie steunt de investeringen in Defensie, maar we hebben wel grote problemen met de financiële keuzes die dit kabinet maakt — dat zal de bewindspersonen niet verrassen — omdat wij ervan overtuigd zijn dat het draagvlak dat zo nodig is voor deze investeringen, op deze manier ernstig ondermijnd kan worden. Dan bedoel ik natuurlijk dat tegenover deze investeringen hele, hele zware bezuinigingen staan op zorg en sociale zekerheid. Dat ondermijnt het draagvlak. Denk bijvoorbeeld ook aan de vrijheidsbijdrage. We hebben er al eerder bij stilgestaan, mijn fractie ook, dat die, niet op progressieve manier, alleen maar wordt gevraagd aan de werkende mensen en niet aan de allerrijksten, en ook nog eens op zo'n manier dat de ministers letterlijk minder hoeven bij te dragen dan de conducteur of de schoonmaker.
Laten we eens kijken naar het hele domein van het buitenland. Vroeger waren we als Nederland trots op de 3D's: development, diplomacy en defence. Het lijkt nu slechts één D geworden te zijn: er zijn alleen nog maar investeringen in defensie; de andere takken worden weggelaten. Laat duidelijk zijn dat het voor mijn fractie een prioriteit is om te investeren in Europa. Ik hoor dan ook graag van het kabinet welke keuzes het maakt. Is de keuze het opvullen van de gaten binnen de NAVO of is de keuze — dat hoopt mijn fractie — om fors te investeren in Europese samenwerking? De EU-landen steken per jaar gezamenlijk 381 miljard euro in defensie. Volgens mij zijn we er allemaal van overtuigd dat dat geld efficiënter besteed kan worden. Volgens mij zijn we allemaal op zoek naar Europese autonomie en niet naar nationale autonomie. Wat dat betreft was ik ook enigszins verrast door het voorstel in het coalitieakkoord om te kijken naar het Amerikaanse DARPA-model. Het lijkt me heel goed om dat op Europees niveau te doen, maar wat gaan we daar qua schaal aan doen in Nederland? Als het gaat om 10% van het Defensiebudget, is mijn vraag of die ook uit de Defensiebegroting komt of ergens anders vandaan. Het lijkt me goed om het kabinet om een apart debat en een aparte brief te vragen.
Dan SAFE-2. Nederland heeft besloten om niet deel te nemen aan SAFE-1, terwijl je daarmee, even los van hoe je dat doet met leningen, juist die samenwerking met Europese partners kan vinden. Binnenkort komt SAFE-2 en ik ben benieuwd of het kabinet voornemens is om daar wel aan deel te nemen.
Ook de MFK-discussie speelt in Europa. Von der Leyen heeft gezegd dat ze 131 miljard — ik hoor dat het waarschijnlijk nog hoger wordt — wil investeren in defensie. Ik hoop te horen van dit kabinet dat het daar welwillend tegenover staat.
Het tweede punt dat voor mijn fractie natuurlijk van belang is, is het goed besteden van belastinggeld. Er is een angst dat er vooral een soort bestedingsdrang komt. De vraag die altijd voorop zal moeten staan, is: hoe dragen die extra investeringen in defensie op korte termijn bij aan nationale en Europese capaciteitsversterking en aan die binnen de NAVO?
Daar komt natuurlijk ook het volgende bij. Als we niet opletten met belastinggeld, kan er ook sprake zijn van overmatige winsten in de defensie-industrie. Er is hier in de Kamer eerder een motie aangenomen … Het vorige kabinet heeft die met een net briefje van de minister van Financiën eigenlijk weer opzijgelegd, maar dit blijft wel een zorgpunt. Hoe zorgen we ervoor, als het gaat om belastinggeld dat goed en efficiënt besteed wordt, dat publieke middelen niet alleen maar leiden tot woekerwinsten in de private sector?
Voorzitter. Dan een waarschuwing die we een aantal maanden geleden zagen van de Nederlandse Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst zelf. Zij noemen 2027 een "window of vulnerability". Dat is de kwetsbaarheid van de situatie waar we nu in zitten. Dan doemt de vraag op of alles wat we doen wel snel genoeg gaat. Ik noem het personeelsaantal en het opschalen van defensie. Rusland houdt zich niet aan onze planning. We weten ook dat die afhankelijkheid van de VS vele fracties in dit parlement een doorn in het oog is. Laten we zeggen dat de VS bijvoorbeeld militair ergens anders op de wereld actief zijn. Wat doen we dan met al die strategische afhankelijkheden wat betreft luchttransport en inlichtingen? Gaan we daar nu de komende jaren Europees werk van maken? De doelen in het coalitieakkoord, namelijk 40% gezamenlijke inkoop en 50% inkoop in Nederland of Europa, zijn wat mijn fractie betreft niet ambitieus genoeg. Dit zijn de minimale doelen die we al in Europa hadden gesteld. Mijn vraag is dan ook hoe wij dit vanuit de Tweede Kamer kunnen monitoren. Waar staan we nu? Is dit nou een harde eis of is dit een streven? Is Europees dan ook echt Europees of gaat het dan ook om licenties of joint ventures met de Amerikanen?
Voorzitter, dan Oekraïne en Rusland. Rusland is een dreiging voor het hele continent. Het is belangrijk om nu te werken aan onze afschrikking, het op orde krijgen van de gereedheid en de maximale steun aan Oekraïne. Daar komt de vraag over de motie-Klaver over de 2 miljard bij kijken. Ik vraag de drie fracties in de coalitie, die dit mede hebben geïnitieerd, waar die 2 miljard is gebleven. Vorig jaar besteedden we nog 5,7 miljard aan Oekraïne. Dit jaar staat er 3,5 miljard in de boeken. Het baart mij ook grote zorgen dat er is besloten om hulp voor Oekraïne buiten het uitgavenkader te plaatsen. Dat is ook weer iets wat zorgt voor ondermijning voor het draagvlak.
Over personeel komen we nog te spreken in een apart debat. Voor mijn fractie is dat altijd een heel belangrijk punt. Hoe kwamen we nou aan dat aantal van 122.000? Ik vraag me af hoe dat gaat aan zo'n onderhandelingstafel. "Moeten het er nou 120.000 of 130.000 zijn?" Hoe komen we nou aan die 122.000? Ook de opleidingen lijken steeds meer verkort te worden. De vraag is welke risico's we daarmee lopen.
Voorzitter. Dit is het gevaar als je een tekst niet uitschrijft; ik moet al richting afronding gaan. Ik heb nog een klein punt. Ik hoorde van een vader van twee mariniers die nu deelnemen aan een oefening in Noorwegen dat zij niet kunnen stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen, omdat ze al waren weggegaan voordat de stempas binnenkwam.