Tweede Kamer, 49e vergadering

  • Begin14:00
  • Sluiting00:00
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:

Ik open de vergadering van dinsdag 10 maart 2026.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Ergin

Vragen van het lid Ergin aan de staatssecretaris van Financiën, bij afwezigheid van de minister van Financiën, over het bericht "Dieselprijs richting record, 'gaat ons allemaal pijn doen'".

De voorzitter:

Aan de orde is het vragenuur. Als eerste geef ik het woord aan de heer Ergin voor zijn vragen aan de staatssecretaris van Financiën namens de fractie van DENK. Ik heet de staatssecretaris van harte welkom in ons midden. Het woord is aan de heer Ergin.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter, dank je wel. Het leven in Nederland is in de afgelopen jaren duurder geworden. De prijzen lopen uit de klauwen en mensen hebben moeite om aan het einde van de maand alle rekeningen te betalen. Brandstof is in Nederland al jarenlang peperduur. Zeker als we het vergelijken met buurlanden, betalen mensen aan de pomp echt de hoofdprijs. We weten dat die prijsstijging sinds de illegale oorlog van Trump en Netanyahu gigantisch is toegenomen. Iedereen heeft dat in de afgelopen dagen gemerkt. Inmiddels kost een liter benzine gemiddeld €2,45 en een liter diesel €2,52. Als de regering niet ingrijpt, als we hier niks aan doen, gaan mensen binnenkort €3 betalen per liter brandstof. €3 per liter! Gekker moet het niet worden.

Het gaat nu over de prijs die mensen aan de pomp betalen, maar we weten hoe dat werkt: dat gaat binnenkort in de hele keten doorwerken. We gaan dat merken bij de boodschappen. Mensen gaan dat merken bij de pizzakoerier. Mensen gaan dat merken bij de bakker om de hoek. Mensen gaan dat merken bij het pakketje dat wordt thuisbezorgd. We weten nu al dat dat uiteindelijk een enorme impact gaat hebben op de koopkracht in Nederland. Daarom vraag ik aan de staatssecretaris: gaat het kabinet ingrijpen in deze torenhoge prijzen? Wat gaat het kabinet doen? De accijnzen zijn nu torenhoog en vormen, als je alle belastingen bij elkaar optelt, 70% van de literprijs. Gaat de staatssecretaris daarop ingrijpen?

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Eerenberg:

Voorzitter, dank u wel. Ook dank aan de steller van de vragen. Allereerst is het goed om te memoreren dat ook deze vragen uiteindelijk hun oorsprong vinden in een verschrikkelijke situatie in het Midden-Oosten. Dat wil ik hier ook gezegd hebben.

Dan naar de pomp, want dat veel mensen in het land die nu staan te tanken, schrikken van de prijs en van het effect dat dat heeft op hun leven, is iets wat het kabinet onderkent en ziet. Je zal maar afhankelijk zijn van die auto, in sommige gevallen van een oude diesel, voor je werk of voor het bezoeken van je naasten. Dat willen we zeker niet aan de kant schuiven. We snappen die zorgen. Tegelijkertijd is de vraag: waar kijken we naar? Kijken we naar een piek in de prijs of kijken we naar een structurele prijsverhoging? We gaan dat heel erg goed monitoren. We zijn dat aan het monitoren. Maar het kabinet is niet blind voor de mogelijke gevolgen. Daarom bereiden we ons voor. U heeft een debat staan over de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten. Het kabinet was al voornemens om u voor dat debat een brief te sturen over die economische gevolgen. Wij zullen in die brief ook nadrukkelijk ingaan op de koopkrachteffecten. Dat is natuurlijk iets breder dan wat er bij de pomp gebeurt. Ook de vraagsteller refereert daaraan. Maar in die brief zullen wij ook schetsen wat de impact zou kunnen zijn op de koopkracht, afhankelijk van hoe de situatie zich de komende tijd gaat ontwikkelen, en welke maatregelen er dan te overwegen zijn. Die brief kunt u tegemoetzien, zodat u daar tijdig het debat over kunt voeren. Ik heb begrepen dat uw Kamer dat debat ook snel wenst te voeren. Daar zullen we als kabinet aan meewerken.

De heer Ergin (DENK):

Eigenlijk hebben Nederlanders die zich rot zijn geschrokken van de prijzen en weten dat het de komende dagen, de komende periode, steeds duurder gaat worden, niks aan dit antwoord. Dit antwoord gaat over het monitoren van de ontwikkelingen. Dat doen we altijd. We monitoren altijd ontwikkelingen in dit land. Waar het hier om gaat, is het volgende. Ja, van de laatste gigantische prijsstijging is de illegale oorlog die door Trump en Netanyahu in Iran is begonnen natuurlijk de aanleiding. Maar eigenlijk is de staatssecretaris de echte aanleiding. De politieke keuzes die hier gemaakt worden zijn de echte aanleiding, want al jaren vormen accijns en belasting 70% van de kosten van een liter benzine en diesel. De staatssecretaris kan de oplossing buiten het kabinet plaatsen, maar het kabinet is aan zet om met een oplossing te komen. Daarom stel ik eigenlijk nogmaals de vraag. Nederlanders hebben niks aan dit antwoord. Wat gaat dit kabinet concreet doen om de pijn die mensen letterlijk voelen als ze aan het tanken zijn, te verlichten?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik zei het net al: zowel het kabinet als ik zien wat mensen merken aan de pomp. Dat betekent dat het ook mijn verantwoordelijkheid is om, samen met het kabinet, daar serieus naar te kijken. Dat betekent scenario's voorbereiden en huiswerk maken. En ja, dat doen we ook vanuit de verantwoordelijkheid om te kijken of we nou naar een piek in de huidige prijsontwikkeling kijken of naar een structurele prijsontwikkeling. Als die structureel is, dan vindt het kabinet ook dat we moeten handelen en dat moet ook snel kunnen. Daarom komt er in die brief, waar ik net aan refereerde — dat is echt de verantwoordelijkheid van het kabinet — een overzicht van maatregelen die je met elkaar kunt nemen die bijdragen aan het beheersbaar houden van de koopkracht.

De heer Ergin (DENK):

Een brief! Een brief is toch niet de oplossing? Als de staatssecretaris zo gevoelig is voor de stijgende prijzen, als de staatssecretaris er daadwerkelijk werk van wil maken en als de staatssecretaris er serieus werk van wil maken, dan kan de staatssecretaris toch nu hier in dit debat waar alle collega's aanwezig zijn, aangeven: ja, dit gaat hoe dan ook effect hebben op de koopkrachtplaatjes en wij gaan als kabinet mensen compenseren en het niet toestaan dat mensen zich blauw betalen bij de pomp; wat het effect ook is, we gaan het compenseren? Wat belet de staatssecretaris om dat hier in dit debat te zeggen?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik vrees dat het mijn werk en misschien zelfs ook een beetje mijn lot is om de zorgen van de mensen, waar ik nogmaals niks aan af wil doen, te verbinden met hoe we het hier met elkaar besluiten. Die verbinding betekent dat we ons moeten voorbereiden, dat we scenario's moeten maken en dat die ook alleen zinvol zijn op het moment dat wij naar een structurele situatie kijken. U zou het ook niet goed vinden als het kabinet met u in gesprek kwam over maatregelen die achteraf niet nodig zouden zijn gebleken. We doen het dus alleen als het nodig is. De voorbereiding van de scenario's vergt ook even denkwerk. Het kabinet wil die buitengewoon snel aan u doen toekomen, ook omdat ik heb begrepen dat uw Kamer dit debat snel wenst te voeren.

De heer Ergin (DENK):

Tot slot. Nederlanders betalen al jaren de piek als het gaat om brandstof. Al jaren is Nederland bijna het duurste land van Europa. De oplossing ligt dus niet in het monitoren of in het onderzoeken, maar de oplossing ligt in het aanpassen van de accijnzen, want die vormen 70% van de literprijs. Ik verzoek de staatssecretaris, de regering, nogmaals om hier werk van te maken. Stel het niet uit. Schuif het niet naar voren. Neem een besluit en zorg ervoor dat mensen gewoon fatsoenlijk het bedrag aan de pomp kunnen betalen.

Staatssecretaris Eerenberg:

We hebben vandaag ook weer even zitten rekenen met de accijnzen op diesel. Die vormen nu 42% van de dieselprijs. Dat neemt niet weg dat het effect heeft op mensen als zij staan te tanken en zien dat het €0,50 per liter duurder is dan voor de oorlog in het Midden-Oosten. Dat neemt ook niet weg dat we ons moeten voorbereiden op scenario's hoe daarmee om te gaan. Dat gaan we nu doen. Dat gaan we in kaart brengen, zodat we juist ook met uw Kamer in gesprek kunnen komen over wat we te doen hebben. Maar we doen dat alleen als er ook noodzaak is, want we gaan geen maatregelen nemen op het moment dat het niet nodig blijkt te zijn.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Staatssecretaris, het is wél nodig. Het is wél nodig, want de mensen kunnen het allemaal niet meer betalen. Ik sta hier tegenover een staatssecretaris die inhalig is en zich ten onrechte verrijkt over de ruggen van de Nederlanders. De accijnzen moeten nu omlaag. De btw ook, maar die daalt ook mee als je de accijnzen verlaagt. U hoeft daar niet over te rekenen. U hoeft geen brieven te sturen. De accijnzen moeten nu omlaag. Doet de staatssecretaris dat niet, dan hebben we hier een soort omgekeerde Robin Hood: hij pakt van de mensen af en geeft het alleen aan zichzelf terug. Doe dat niet, staatssecretaris. Ik verzoek u vriendelijk: doe vandaag nog die accijnzen, en daardoor ook de btw, naar beneden, zodat de mensen wat lucht krijgen de komende week.

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik begrijp goed dat velen van u hier zullen zeggen: het is een noodzaak; het moet snel. Ik zeg daar tegenover dat we het echt goed moeten bekijken. We zien dat de situatie alweer iets stabiliseert na de uitspraken van Trump. Als er een beetje stabilisatie is, dan zullen maatregelen minder hard nodig zijn. Dan mag u ook ervan uitgaan dat het kabinet geen dingen introduceert of maatregelen neemt die niet nodig blijken te zijn en die de schatkist uiteindelijk onterecht geld zouden kosten, want daar doe ik dit eigenlijk voor. Dat is één. Twee. Als het wél nodig blijkt te zijn, dan hebben we echt wat huiswerk te maken, want dan moet de Kamer de goede besluiten kunnen nemen. Laat ik u dit zeggen: ik begrijp uw ongemak. Ik begrijp dat u een beetje zegt: kom op, aan de slag! Het kabinet is voornemens om die brief rond het weekend aan u te versturen. Dat is toch relatief snel?

De heer Hoogeveen (JA21):

We kennen dit kabinet als een kabinet dat het liefste zegt: we kunnen een euro maar één keer uitgeven, dus als er niet genoeg binnenkomt, kunnen we ook geen geld uitgeven. Op zich is dat goed. Als de prijzen zo stijgen, dan zullen ook de btw-inkomsten enorm stijgen. Is de staatssecretaris bereid om in zijn brief en in zijn overwegingen mee te nemen dat hij de stijging van de inkomsten van de btw die boven de ramingen zit, door laat werken naar het mitigeren van de accijnzen om daarmee uiteindelijk de prijsstijgingen te dempen?

Staatssecretaris Eerenberg:

U bent al bij de dekking aanbeland, meneer Hoogeveen. Hartstikke goed! Ik zeg hier eigenlijk hetzelfde op, namelijk dat we de komende dagen even moeten kijken hoe de situatie is. Stabiliseert die zich, ja of nee? Op basis van die situatie moeten we in de brief die ik u net noemde, maatregelen schetsen. En, ja, bij maatregelen zullen ook dekkingsmaatregelen horen. U suggereert er nu een. Die zou onderdeel van die brief kunnen zijn, maar ik wil daar nu niet op vooruitlopen.

De heer Hoogeveen (JA21):

Dan wil ik de staatssecretaris er toch op wijzen dat er ook wel enige haast bij geboden is. We zien dat de prijzen omhooggaan bij een crisis. Dat gebeurde destijds ook bij de invasie van Rusland in Oekraïne. Uiteindelijk werden de boodschappen duurder. Later zijn de prijzen ook niet meer gedaald. Ik denk dat het belangrijk is om de brandstofprijzen meteen te mitigeren om de stijgingen te dempen en ook om ervoor te zorgen dat het een dempend effect heeft op inflatie. Hoe reflecteert de staatssecretaris daarop?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik ben blij met deze interruptie. Eigenlijk zegt u namelijk dat het over bredere koopkrachteffecten gaat dan alleen over wat er aan de pomp gebeurt. Dit wordt precies de inslag in die brief. Het zal een beetje grof moeten, omdat dit weekend ook nog maar een paar dagen van dit moment verwijderd is. Het gaat nadrukkelijk om het bredere koopkrachtplaatje en de inschatting die we daar nu van kunnen geven.

De voorzitter:

Staatssecretaris, u spreekt via de voorzitter.

Staatssecretaris Eerenberg:

Excuus.

De heer Vermeer (BBB):

De staatssecretaris zegt: als het structureel is, dan kunnen we snel handelen. Dat an sich is een contradictio in terminis. Dat kan gewoon niet, want het is pas structureel te constateren als je al een poos verder bent. Snel handelen als het structureel is, kan gewoon niet. Ik vind dus dat de staatssecretaris dat niet aan de mensen moet voorhouden. Kan hij niet zeggen dat we gewoon een maximaal bedrag aan accijns en btw binnen gaan halen, bijvoorbeeld op benzine? Dan maakt het niet meer uit wat Trump wel of niet doet. Dan weten de mensen gewoon waar ze aan toe zijn, welke omstandigheid er ook plaats gaat vinden, want morgen zit er weer ergens een container of een tanker vast en is er weer wat anders aan de hand.

Staatssecretaris Eerenberg:

Het is interessant dat u inderdaad ook het pad opent ... U is de voorzitter; excuus, voorzitter. Het is interessant dat het pad wordt geopend naar een structurele oplossing, want die zit natuurlijk ook nog op twee andere punten. Die zit op leveringszekerheid. De minister van KGG is ook in Europees verband bezig om die te verbeteren. Het gaat bovendien om minder afhankelijkheid van deze energiebronnen. Als wij meer energie van eigen bodem weten te benutten, dan hebben we het probleem dat we nu zien, structureel veel beter in grip dan in het hier en nu. Alleen, als ik dat zeg — dat besef ik — dan zeg ik niks tegen de mensen die nu aan de pomp schrikken van de literprijs. Daarom verwijs ik naar het aangevraagde debat over de economische effecten van de nu ontstane situatie in het Midden-Oosten en naar de brief die rond dit weekend komt. Daar zullen maatregelen in staan, maar ja, die zullen we wel moeten afwegen tegen het beeld dat zich de komende dagen ontwikkelt.

De heer Vermeer (BBB):

Hier wordt weer een bestuurlijk rookgordijn opgeworpen door er in een keer leveringszekerheid van gas en allemaal andere dingen in mee te nemen. Dit gaat over de prijzen aan de pomp nú. Mensen kunnen niet betalen met een brief. Ze moeten betalen met euro's. Er is geen antwoord gekomen op de vraag, dus ik stel hem nogmaals. Kan de staatssecretaris niet gewoon met een regeling komen waarin staat: per direct is er maximaal zo veel accijns en btw en anders passen wij dat gewoon aan op dat moment? Het kwartje van Kok hebben we ook nog steeds niet terug, dus er is haast bij.

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik denk toch echt dat wij, gegeven de situatie, toch relatief snel maatregelen in kaart kunnen brengen als u een brief van het kabinet ontvangt rond dit weekend, wat doorwerken wordt. Die maatregelen zullen we moeten toetsen aan niet alleen de vraag of ze echt nodig zijn — dat heb ik nu een paar keer beargumenteerd — maar bijvoorbeeld ook de vraag of ze uitvoerbaar en effectief zijn en of ze wel de mensen helpen die ze het hardst nodig hebben; dat is het verhaal van JA21 over de gehele koopkracht, denk ik. Dat is wat het kabinet nu voorbereidt. Daar werken we keihard aan. U heeft bij mijn weten binnen enkele weken het debat over de effecten. Dan kunt u, met die brief in de hand, samen met het kabinet de besluiten nemen die u te besluiten heeft.

De heer Vlottes (PVV):

Ik hoor "een brief", "dit weekend" en "over een aantal weken", maar de mensen hebben nu hulp nodig. De mensen lopen nu leeg aan de pomp. De benzine en de diesel zijn onbetaalbaar door de accijnzen en de btw. De mensen zitten niet te wachten op een weekend met een brief. De accijnzen moeten nu naar beneden. De dekking kan prima gevonden worden in het Klimaatfonds; roof dat maar leeg, want dan kan de accijns naar beneden. Waarom deze onwil bij het kabinet? De accijnzen moeten nu naar beneden. De mensen moeten nu geholpen worden.

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik onderken helemaal dat mensen die nu bij de pomp staan, nu schrikken van de prijs, zeker die van diesel. Tegelijkertijd is het ook onze verantwoordelijkheid om zorgvuldige besluitvorming met u voor te bereiden. Die zorgvuldigheid zit 'm erin dat wij ons afvragen: zijn de maatregelen die we nemen nodig? Maatregelen zullen namelijk ook snel in de papieren lopen; dat gaat ook om onze gezamenlijke schatkist. Dat is één. Ten tweede vragen wij ons af: zijn de maatregelen dan ook effectief om het probleem aan te pakken? Dat zit dan eerder in de hoek van de koopkracht en de effecten van de stijgende olieprijzen op de gehele koopkracht dan in de hoek van louter en alleen de huidige prijs aan de pomp. Ik weet dat ik, als ik dit zeg, niks zeg voor de mensen die vandaag en morgen schrikken bij de pomp; dat weet ik. Tegelijkertijd mogen diezelfde mensen van het kabinet verwachten dat wij aan zorgvuldige besluitvorming doen.

De heer Oosterhuis (D66):

Ik denk inderdaad dat heel veel mensen heel erg geschrokken zijn, vooral van de hele snelle prijsstijging aan de pomp in de afgelopen week. De situatie is ook erg onzeker. We weten niet hoe dit verder gaat: is het inderdaad een korte piek of blijft het langdurig onrustig en blijven de prijzen langdurig hoog? Ik zou het kabinet dus willen vragen om zich ook op dat meest ongunstige, meest zwarte scenario voor te bereiden, zodat er in ieder geval maatregelen liggen, mocht het toch een langdurig hoge prijs zijn. Ik vind het ook niet gek dat er ook naar de accijnzen wordt gekeken als het over de brandstofprijzen gaat. Tegelijkertijd zou ik het kabinet wel willen vragen om, als er naar maatregelen wordt gekeken, die vooral te richten op de mensen die ze het hardst nodig hebben: de mensen met de laagste inkomens.

Staatssecretaris Eerenberg:

Kortheidshalve zou ik kunnen zeggen dat ik het met beide elementen uit de interruptie eens ben. We moeten ons op alle scenario's voorbereiden, zowel scenario's die meevallen als scenario's die tegenvallen. Dat is precies wat het kabinet nu aan het doen is. Ik ben het verder zeer met u eens: we moeten ook leren van de maatregelen die we in de situatie rondom Oekraïne hebben genomen, dus als je een bepaalde groep wenst te helpen, dan moeten de maatregelen op die groep gericht zijn. Dat zei de vragensteller ook heel mooi.

De heer Russcher (FVD):

Ik denk inderdaad dat alle Nederlanders zich doodschrikken wanneer ze moeten afrekenen na het tanken, maar dat zij zich mogelijk ook doodschrikken aan het einde van de maand, wanneer zij hun reiskosten gaan declareren. Op dit moment is de maximale onbelaste reiskostenvergoeding namelijk €0,23 per kilometer. Er kan dus een scenario gaan ontstaan waarin mensen straks extra geld kwijt zijn voor een ritje naar hun werk, omdat de reiskostenvergoeding boven die €0,23 als loon belast gaat worden. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of hij het als een optie overweegt om het te verhogen naar bijvoorbeeld €0,25 of €0,27. Als dat nu nog niet tot de opties behoort, wanneer dan wel?

Staatssecretaris Eerenberg:

Daarom denk ik dat het goed is dat we inderdaad met die brief werken, want dan kunnen juist dit soort creatieve suggesties van uw Kamer daarin landen. Ik zeg u dus toe dat we concreet op deze suggestie zullen reflecteren in de brief.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Het is huilen bij de pomp voor mensen. Ze hebben de afgelopen dagen te zien gekregen dat de minister-president en de minister van Financiën zeiden: het is allemaal nog te vroeg. Ik vind dat u veel te laat bent. Veel te laat! Ik vraag me af wanneer u eindelijk eens een keertje op tijd bent. Dan kom ik bij mijn vraag over die brief. We doen dit vragenuurtje niet als een soort rituele dans waarin u komt met een brief en de rest zegt: schiet op, schiet op, schiet op.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Jimmy Dijk (SP):

Wat kan ik van die brief verwachten? Kom er een prijsplafond voor brandstof? Gaan de accijnzen naar beneden? Wat kan ik uit die brief verwachten?

Staatssecretaris Eerenberg:

Het flauwe antwoord, maar eerlijk gezegd ook een beetje waar, is dat als ik nu zou weten wat er in die brief zou staan, ik een ander antwoord had gegeven. Nogmaals, het kabinet kijkt langs twee lijnen. De eerste lijn sluit aan bij wat de minister-president en collega Heinen hebben gezegd: het moet wel echt nodig zijn. Wij moeten dus kijken hoe de ontwikkeling de komende dagen is. Als het nodig blijkt te zijn, is er een breed scala aan maatregelen die we zouden kunnen overwegen. Wij zijn ervoor verantwoordelijk dat die maatregelen betaalbaar zijn en terechtkomen bij de doelgroepen die ze het hardst nodig hebben, maar ze moeten ook uitvoerbaar zijn. Dat is precies het huiswerk dat het kabinet nu aan het maken is.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Hier zit wel het probleem. Tijdens de regeringsverklaring hebben we een kabinet gezien dat lage en middeninkomens volle bak een NAVO-taks laat betalen. We zien dat Trump een land binnenvalt, wat invloed heeft op de energie- en brandstofprijzen hier. In een week tijd zegt het kabinet dan: wij komen met een brief en met maatregelen. U kunt een maximumprijs invoeren, zoals België die heeft. U kunt de btw en de accijnzen verlagen. U kunt zoveel meer doen! U kunt ook zeggen: de olies, met hun dikke winsten, gaan we pakken. Die maken nú al dikke winsten; dat is nu al problematisch. Ik vind het echt niet te verkopen dat hier een staatssecretaris staat die weet dat dit speelt, die naar een vragenuur komt en, terwijl Nederlanders bij de pomp staan te huilen, niet verder komt dan: "Ik heb een brief." U kunt toch wel een típje van de sluier oplichten, staatssecretaris?

De voorzitter:

De staatssecretaris.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Het kabinet heeft toch wel iet van een idee over wat er moet gebeuren?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik snap dit. Ik snap waar uw vraag vandaan komt. Ik snap ook wat mensen die bij de pomp staan en die de rekening betalen nu denken. Dat snap ik, maar ik vind dat diezelfde mensen ook van het kabinet mogen verwachten dat wij heel zorgvuldig kijken wat wij kunnen doen om hen te helpen. Dat begint nogmaals bij de vraag: is het echt nodig? Ik weet niet wat er de komende dagen gaat gebeuren. Dat weet volgens mij niemand in deze zaal. We willen niet op korte termijn dure maatregelen implementeren die achteraf niet nodig blijken te zijn geweest. Ten tweede — daar hebben we dus die brief voor nodig — moeten we de maatregelen nemen die landen bij precies die doelgroep waarvan u zegt dat die zich het meeste zorgen maakt.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Ik heb eerst een compliment en dan iets waarover ik eigenlijk meer verwacht van het kabinet. Allereerst is het heel verstandig om te zeggen: we moeten de situatie nu goed in de gaten houden. Wat gebeurt er nu precies in het Midden-Oosten? Iedereen die niet in het hoofd van Donald Trump kan kijken, zou graag willen horen wat er gaat gebeuren. We weten het niet en we weten dus ook niet wat het effect is op de economie. Maar een brief met een opsomming van de maatregelen die zouden kunnen? Die weten we wel. Het geheugen van het parlement en ook van het kabinet is vaak kort, maar in 2022 hebben we eenzelfde situatie aan de hand gehad. Alle opties lagen toen op tafel. Dat rijtje met opties is er dus wel. De vraag is welke maatregelen het kabinet gaat voorbereiden. Komt dat in de brief te staan?

Staatssecretaris Eerenberg:

Als het deze week nodig blijkt te zijn — áls dat zo is — dan kunt u van het kabinet verwachten dat er in de brief ook een doorkijk wordt gegeven naar wat er dan te doen is. Ik denk dat het geheugen van het kabinet het dit weekend nog wel vol gaat houden.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Dit is iets te makkelijk. Ik begrijp heel goed dat je niet nu iets gaat aankondigen. Ik vind ook dat er niet alleen naar de accijnzen moet worden gekeken, maar ook naar de boodschappen en naar de energieprijzen thuis. Ik herinner mij nog van 2022 dat wij in maart het voorstel deden van een energieprijsplafond. Twee dagen voor Prinsjesdag belde ik de minister van Financiën. Het was toen: "Kun je toch nog eens langskomen? We willen dit gaan doen." Tot op de ochtend van Prinsjesdag stond dit in de troonrede geschreven. Dit soort scenario's wil ik voorkomen. De ellende die we toen hebben uitgestrooid over mensen en bedrijven is ongekend. Ik vraag dus niet om volgende week het prijsplafond opnieuw in te voeren. Ik vraag om alle voorbereidingen te treffen om het, op het moment dat het nodig is, gelijk te kunnen doen. Dat geldt voor alle maatregelen waarvan het kabinet zegt: dit zouden we misschien kunnen inzetten. Is de staatssecretaris bereid om toe te zeggen dat in de brief komt te staan welke maatregelen concreet worden voorbereid voor het moment dat het nodig is?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik denk dat de heer Klaver en ik het eens zijn. In de brief moet er geen theoretische exercitie van scenario's zijn. Wat daarin staat, moet ook uitvoerbaar zijn. Als er een noodzaak is om ze uit te voeren, moeten ze ook daadkrachtig ingezet kunnen worden.

De voorzitter:

De heer Ergin.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, ik had nog een vraag. Nee, ik heb niets aan de staatssecretaris … Ik heb maar twee vragen, dus ik ga met mijn rug naar hem toe staan. Dat is helemaal niet onbeleefd bedoeld.

De voorzitter:

U heeft een vraag aan mij?

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Nee. Er is toegezegd — dat is nieuw — dat er een brief komt, nog rond het weekend. Een meerderheid heeft gezegd dat het debat moet worden ingepland na ommekomst van deze brief. Nu deze is toegezegd, hoop ik ook dat u als Voorzitter dat debat zo snel mogelijk inplant.

De voorzitter:

Dat gaan we wegen en bekijken. Meneer Ergin.

De heer Ergin (DENK):

Ik heb even gemonitord voor de staatssecretaris. Ik heb begrepen dat de staatssecretaris het heel belangrijk vindt dat het kabinet monitort. Als we kijken naar de bijdrages en naar de vragen die de staatssecretaris heeft gekregen, kunnen we nu al de conclusie trekken dat er in de Kamer een meerderheid is voor het eventueel toepassen van een koopkrachtreparatie. Ziet de staatssecretaris die meerderheid nu ook?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ja, voorzitter. Ik denk dat dit misschien wel bijna een mooie conclusie zou kunnen zijn van het gesprek dat wij hier met elkaar hebben gehad. Dat is nou precies de reden dat ik denk dat een brief met de maatregelen en de daadkracht waar ook GroenLinks-PvdA om vroeg, u kan helpen om in meerderheid met dit minderheidskabinet bij het volgende debat te doen wat nodig is.

De heer Ergin (DENK):

We hoeven hier geen discussies te voeren over de inhoudsopgave van die brief. Daar gaat het kabinet zelf over. Natuurlijk kan de Kamer daar altijd vragen over stellen. Maar het gaat erom dat heel veel politieke partijen, heel veel fracties in dit huis nu al hebben gezegd: ja, wij willen best wel kijken naar koopkrachtreparaties. Alleen zegt de staatssecretaris dat niet. De staatssecretaris zegt "wij gaan monitoren, wij gaan onderzoeken en wij gaan nog een keer kijken naar alle maatregelen", terwijl hij een voor de samenleving verlichtende uitspraak kan doen door te zeggen: wij gaan daadwerkelijk aan de slag met de koopkracht, alleen weten we nog niet hoe, maar dat hoort u later van ons. Maar zelfs dat minimale wordt door de staatssecretaris niet gezegd. Waarom, zou ik aan de staatssecretaris willen vragen.

Staatssecretaris Eerenberg:

Volgens mij zeg ik namens het kabinet dat we zien wat er aan de hand is. De eerste vraag die wij te beantwoorden hebben, is of dit iets tijdelijks is of dat het iets is wat zich blijvend zal ontwikkelen. Als wij het begin van een antwoord op die vraag hebben, hebben wij maatregelen klaarliggen om te nemen, om te implementeren. Juist om het gesprek in uw Kamer te faciliteren komt er op korte termijn een hartstikke goede brief, zodat u bij het volgende debat uw werk als volksvertegenwoordiger kunt doen.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris.

Vragen Dassen

Vragen van het lid Dassen aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht "Meta's verbod op politieke reclame werkt niet, partijen adverteren gewoon door".

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Dassen voor zijn vragen aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties namens de fractie van Volt. Ik heet ook de minister van harte welkom in de Kamer. Het woord is aan de heer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Dank, voorzitter. Ons leven speelt zich grotendeels online af. We moeten dan ook eisen dat die online wereld veilig is. Dat betekent dat we de regels van die wereld niet moeten overlaten aan bedrijven die een heel andere taal spreken dan wij. Wij hebben het over veiligheid en over democratie, en zij spreken over maximale scrolltijd en interactie. Dat is immers waar hun verdienmodellen op draaien.

Gisteren kwam er wederom een bericht dat op Facebook en Instagram nog volop advertenties van Nederlandse politieke partijen verschijnen, in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Experts waarschuwen, niet voor de eerste keer, dat het speelveld voor partijen ondoorzichtig is terwijl schadelijke content onder de radar blijft circuleren. Wie houdt de Zuckerbergs van deze wereld verantwoordelijk als ze zelf scheidsrechter mogen spelen? Dit is het zoveelste voorbeeld dat big tech in goed vertrouwen gemaakte afspraken niet nakomt, want niet alleen bij de platformen van Meta speelt dit probleem, maar ook bij andere platformen: X, Google, TikTok. Nog steeds zien we dat binnenlandse en buitenlandse actoren op die manier invloed kunnen uitoefenen op onze democratie. Dat is een extra groot risico bij de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen, omdat het voor een niet-transparant en ongelijk speelveld zorgt.

Mijn vraag aan de minister is dan ook hoe hij van plan is te waarborgen dat onze verkiezingen betrouwbaar kunnen verlopen, ongehinderd door buitenlandse en binnenlandse verstoringen. Hoe kunnen wij erop vertrouwen dat deze bigtechbedrijven, die niet eens in staat zijn om zulke duidelijke politieke advertenties te weren, in staat zijn om de sluikcampagnes van bijvoorbeeld de Russen te weren?

Dank u wel.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Heerma:

Dank u, voorzitter, en dank aan de heer Dassen voor zijn vraag met betrekking tot de reclames. Het is misschien goed om hierbij enige context te geven. Er is onlangs, afgelopen najaar, een nieuwe verordening vanuit de Europese Unie ingegaan die toeziet op transparantie, specifiek rondom politieke reclames. Die verordening ziet erop toe — wellicht hebben mensen dat al gezien — dat er een potloodje bij staat waarbij duidelijk is: dit is een politieke reclame. Het moet duidelijk zijn wie de financier daarvan is en er zijn ook regels rondom targeting: dat mag daarbij niet plaatsvinden. In reactie op deze regelgeving heeft onder andere Meta, het moederbedrijf van platformen als Instagram en Facebook, besloten om niet langer betaalde politieke advertenties toe te staan: een totaalverbod. Dit betreft echter het beleid van Meta zelf en dit volgt niet uit de Europese verordening.

Aangezien dit soort grote platformen ook een belangrijk kanaal zijn voor politici en politieke partijen, is mijn ministerie, voordat dit beleid van Meta inging, met het bedrijf in contact getreden en heeft het benadrukt dat het van belang is dat de verordening wordt nageleefd. Meta heeft daarbij echter aangegeven de verordening onduidelijk te vinden en om die reden te besluiten alle politieke advertenties te weren. Als private partij staat hun dat vrij, al vind ik het wel onwenselijk. Dan is het nu helemaal kwalijk om in de berichtgeving waarover de heer Dassen deze vraag stelt, te zien dat Meta het verbod, het eigen beleid waarvoor Meta heeft gekozen en dat dus niet volgt uit de Europese verordening, onevenwichtig handhaaft. Je moet namelijk óf iedereen gelijke toegang geven, óf alles weren. Nu is er sprake van een soort tussenweg. Dat is niet wenselijk.

De hoofdvestiging van Meta bevindt zich echter in Ierland. Daarom valt de handhaving van de verordening formeel onder de Ierse toezichthouder. Dat maakt de handelingsopties die wij hier hebben beperkt. Tegelijkertijd is het belangrijk dat dit aanhangig wordt gemaakt, zeker omdat het om een nieuwe verordening gaat. Naar aanleiding van het gesprek dat heeft plaatsgevonden met Meta, hebben wij daarom contact opgenomen met de Europese Commissie. We hebben een brief gestuurd waarin we hebben gewezen op het belang van het goed handhaven van die verordening. We hebben inmiddels een schrijven terug, waarin aangegeven wordt dat er met Meta gesproken gaat worden. We staan ook in contact met de Ierse toezichthouder. Ambtenaren van mijn ministerie zijn daar onlangs nog geweest. Wij zullen naar aanleiding van deze berichtgeving opnieuw contact opnemen met de Europese Commissie en de Ierse toezichthouder om ervoor te zorgen dat er aandacht blijft bestaan voor het feit dat Meta zich te houden heeft aan deze verordening.

De heer Dassen (Volt):

Er hebben inmiddels heel veel gesprekken plaatsgevonden, er zijn heel veel moties aangenomen en er zijn heel veel beloftes uitgesproken. Afgelopen week nog hadden we als commissie hier in de Tweede Kamer de socialmediabedrijven op bezoek. Daar werd eigenlijk tegen ons gezegd: "Ga maar rustig slapen. Er is niks aan de hand. Wij zorgen dat alles goed geregeld wordt. Wij zorgen dat die verkiezingen veilig verlopen. Sterker nog, wij doen veel meer dan nodig is om te waarborgen dat alles online veilig gaat." Alle zorgen die wij als Kamerleden adresseerden, werden niet herkend. Daar zit precies het probleem. Deze bedrijven hebben lak aan wat wij zeggen, aan de zorgen die wij continu kenbaar maken. Waarom? Omdat hun verdienmodel hierop draait. De minister heeft ook met ze gesproken. Ik ben dan ook benieuwd wat daar dan precies uit gekomen is. Zijn er mooie beloftes herhaald? We zien in de berichtgeving weer hoe die herhaald worden. Biedt de uitvoeringswet voor het Commissariaat voor de Media, waar de minister het net over had, voldoende handvaten om hier wel wat aan te kunnen doen? Of zijn we in Nederland totaal overgeleverd aan de wil van deze bedrijven en moeten we hopen dat de Europese Commissie daadwerkelijk gaat handhaven? Volgens mij laten namelijk genoeg onderzoeken zien dat dat moet gebeuren.

Minister Heerma:

Ik begrijp de zorg van de heer Dassen heel goed. Toch wil ik even scherp zijn wat betreft de volgorde der dingen. Juist omdat er zorgen zijn over onlinebeïnvloeding, is die verordening afgelopen najaar in werking getreden, dus er is sprake van een Europese verordening die voor transparantie moet zorgen. Gelukkig zien we in Nederland in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen bij brancheorganisaties en marktpartijen brede bereidheid om deze regels na te leven. Het Commissariaat voor de Media heeft daar gisteren nog over gecommuniceerd. In het gesprek dat onder mijn ambtsvoorganger heeft plaatsgevonden, heeft Meta aangegeven de regels onduidelijk te vinden en daarom te kiezen voor een totaalverbod, dat dus niet volgt uit die verordening. Omdat daar zorg over is, is daarover contact opgenomen met de Europese Commissie — daar is een brief naartoe gestuurd — en staan wij in contact met de Ierse toezichthouder. Ierland is namelijk in dit geval de toezichthouder, omdat het hoofdkantoor van Meta daar gesitueerd is. Dat is dus niet omdat er allerlei mooie beloftes gedaan zijn, waar de heer Dassen naar vraagt. Nee, Meta heeft juist aangegeven de regels onduidelijk te vinden en daarom te kiezen voor een totaalverbod, waarvan nu blijkt dat dat selectief wordt toegepast. Dat is dus juist reden tot zorg. Dat is reden om opnieuw met zowel de Ierse toezichthouder als de Europese Commissie contact te hebben; dat doet het Commissariaat voor de Media ook. Die geven beide aan hier aandacht voor te hebben.

Dan misschien het volgende als afronding. Juist omdat dit om een nieuwe verordening gaat en Nederland een van de eerste landen is waar nu zowel landelijke als gemeenteraadsverkiezingen zijn, is het heel belangrijk om de informatie die wij opdoen over wat wel en niet werkt, weer terug te geven aan de Europese Commissie.

De heer Dassen (Volt):

Ik hoop ook dat dat gebeurt. Ik heb een heel korte vraag. Het gaat natuurlijk niet alleen om Meta, het gaat ook om al de andere bedrijven waar continu dit soort dingen gevonden worden. Ik had de vraag of de uitvoeringswet voor het Commissariaat voor de Media, die naar de Kamer wordt gestuurd, ook echt de handvatten heeft die we nu nodig hebben.

Minister Heerma:

Heel goed. Het is een terecht punt van de heer Dassen. Deze vraag had ik niet meegenomen naar aanleiding van zijn tweede ronde. Omdat de uitvoeringswet er nog niet is, is er eind oktober een aanwijzingsbesluit genomen, zodat het Commissariaat voor de Media op dit moment al als bevoegde autoriteit kan optreden. In dat kader hebben zij gisteren aangegeven dat zij in Nederland grote bereidheid zien om de nieuwe regels na te leven. Zodra de uitvoeringswet er is — ik verwacht dat die over enkele weken naar de Kamer toe gaat — is dit, ook voor de toezichthouder bij het commissariaat, wettelijk geborgd voor Nederland. De Autoriteit Persoonsgegevens en de Autoriteit Consument & Markt hebben hier overigens ook een rol. Maar voor bedrijven die hun hoofdvestiging elders hebben, zoals Meta, dat in Dublin zit, blijft het zo dat de toezichthouder in dit geval de Ierse toezichthouder is. De uitvoeringswet gaat het dus, in aanvulling op het aanwijzingsbesluit dat in oktober is genomen, voor Nederland goed regelen. Het commissariaat geeft gelukkig aan dat de nalevingsbereidheid nu al heel groot is. Het commissariaat krijgt geen rol in het vraagstuk rondom Meta, want dat ligt bij de Ierse toezichthouder.

De heer Dassen (Volt):

Ik hoop dat het dan in Ierland ook snel geïmplementeerd gaat worden. Ik hoop ook dat we niet alleen op de blauwe ogen van bedrijven gaan vertrouwen, maar dat we daadwerkelijk gaan handhaven. Dat is volgens mij wat belangrijk is. Deze grote techbedrijven bepalen namelijk helemaal wat wij zien, horen en voelen. Hun verdienmodellen zijn hierin leidend, en niet wat wij belangrijk vinden, niet onze democratie en niet onze vrijheid. Sterker nog, ze zitten samen met de Amerikaanse regering in hetzelfde schuitje. Zij hebben duidelijk aangegeven dat de Europese Unie en deze wetgeving censuur zijn, en dat zij daar niks mee te maken willen hebben. Ik hoop dus van harte dat de minister zich hier in Nederland, maar zeker ook in Europa, blijft inzetten om te zorgen dat deze bedrijven zich aan onze wet- en regelgeving gaan houden.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dassen. Wenst de minister nog te reageren?

Minister Heerma:

Het was niet echt een vraag, maar ik wil nogmaals benadrukken dat de verordening rondom transparantie over politieke reclames afgelopen najaar is ingegaan om dezelfde reden als waarover hier nu zorgen zijn. We zijn in Nederland druk bezig met de implementatie daarvan. Het is ook heel nadrukkelijk in het vizier van de Europese Commissie.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Het is natuurlijk enorm kinderachtig dat een bedrijf als Meta meteen zulke extreme maatregelen neemt als het het niet eens is met de regels. Het noemt het dan "onduidelijk". Ondertussen gebeurt bij mensen thuis het volgende. We hebben nog een week tot de gemeenteraadsverkiezingen. Als mensen een filmpje te zien krijgen, op welk socialmediaplatform dan ook, moeten ze er toch van uit kunnen gaan dat het duidelijk is of er reclame of een politieke boodschap achter zit of niet? Die duidelijkheid is er nu niet. U heeft net al wat antwoorden gegeven op de vragen van de heer Dassen. Stel dat dit soort desinformatiecampagnes plaatsvinden en dat dit wordt gemeld aan de Europese Commissie. Kunt u er dan ook voor zorgen dat Nederland deze informatie zo snel mogelijk krijgt, zodat wij kunnen acteren, mocht er sabotage van onze verkiezingen plaatsvinden?

Minister Heerma:

Op het moment dat in Nederland geconstateerd wordt dat men zich niet aan de regels houdt, wordt er contact opgenomen met de toezichthouder in Ierland. U vraagt nu of signalen zo snel mogelijk aan Nederland kunnen worden doorgegeven zodra die elders aanwezig zijn. Ik zal er de check op doen of dat gebeurt, maar ik heb de indruk dat dat al staande praktijk is.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Sommige partijen slagen er nu dus wél in reclames te maken op sociale media. Is de minister ervan overtuigd dat er in aanloop naar deze verkiezingen sprake is van een gelijk speelveld voor alle lokale partijen en lokale afdelingen van landelijke partijen?

Minister Heerma:

Het Commissariaat voor de Media heeft gisteren laten weten dat men in Nederland, bij brancheorganisaties en marktpartijen, een heel grote bereidheid ziet om de nieuwe regels na te leven. Tegelijkertijd laat het onderzoek dat nu gedaan is zien dat Meta de regels die men zelf heeft opgesteld selectief handhaaft — ik moet "beleid" zeggen, want dit volgt niet uit Europese regels. Dit is dus absoluut reden tot zorg. Wij hebben op dit moment geen aanwijzingen dat dit ook daadwerkelijk een verstoring van de verkiezingen is, maar we zullen dit vraagstuk absoluut meenemen in de evaluatie van de verkiezingen. Nogmaals, dit gaat om een nieuwe verordening. Het feit dat Nederland op zo'n korte termijn twee verkiezingen heeft, levert ook informatie op over hoe het in de praktijk werkt en over of op Europees niveau eventueel op termijn aanscherpingen nodig zijn.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Onze democratie is het grootste goed dat we hier hebben. Vorige week was onder andere Meta op bezoek bij de rondetafelgesprekken. Eigenlijk gaven zij niet echt antwoorden op de vragen die wij hadden. Dat baart me enorm veel zorgen, met name omdat het onderwerp van die tafelgesprekken socialemedia-inmenging in de verkiezingen was. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen zeggen ook experts dat dit een ongelijk speelveld kan creëren voor de politieke partijen en het tegelijkertijd ook een risico vormt voor meer buitenlandse inmenging in onze verkiezingen.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Mijn vraag aan de minister is dus of hij kan toezeggen dat hij Meta hierop aanspreekt. Naar ons luisteren ze namelijk niet, wellicht naar u wel.

Minister Heerma:

De reden dat hier zorgen over zijn, is ook de reden dat de verordening afgelopen najaar van kracht is geworden. Ik heb zojuist ook al aangegeven dat het beleid dat Meta zelf toepast niet uit de verordening volgt. Ik vind het ook onwenselijk. Als ze het daarvoor doen, moeten ze het niet selectief toepassen. Dat levert namelijk het risico van ongelijke behandeling van partijen op. Wij hebben hier in de aanloop van die verordening zowel vanuit het ministerie van BZK als het ministerie van Algemene Zaken gesprekken over gevoerd met Meta. Meta heeft daarin aangegeven de regelgeving onduidelijk te vinden en daarom hun eigen beleid toe te passen. We staan daarover in contact met de Europese Commissie — zij hebben in antwoord hierop al aangegeven hier met Meta over in gesprek te gaan — en met de Ierse toezichthouder, die toezicht houdt op hetgeen Meta doet. Dat ligt niet bij Nederland.

De heer Dassen (Volt):

Volgens mij is het ministerie zelf ook een trusted flagger. Daar zijn ook afspraken over gemaakt. Ik was benieuwd of er een samenwerking is tussen het ministerie en andere trusted flaggers om ervoor te zorgen dat ze dit beter bij Meta en andere bedrijven onder de aandacht kunnen brengen.

Minister Heerma:

Als er zaken naar voren komen die niet voldoen aan de regels, dan wordt er zowel vanuit het ministerie als het Commissariaat contact opgenomen met de toezichthouders, in dit geval dus met de Ierse toezichthouder. Er worden door trusted flaggers dus inderdaad ook signalen doorgegeven aan de betreffende platforms.

De heer Dassen (Volt):

Mijn laatste vraag. Vorige week waren er ngo's, die ook trusted flagger zijn, bij een rondetafel. Zij worden in het rapport van Jordan uit de Verenigde Staten aangemerkt als problematisch. Ik hoop dat de minister een manier vindt om hen in ieder geval te steunen en om ervoor te zorgen dat zij niet door druk vanuit de Verenigde Staten te maken krijgen met een chilling effect, waardoor zij hun werk niet meer kunnen doen. Verder wil ik de minister danken voor zijn antwoorden. Ik hoop dat hij zijn inzet in Europa verder voortzet.

Minister Heerma:

We werken in het kader van trusted flaggers goed samen, omdat dat van belang is. Zoals ik in verschillende antwoorden al aangaf, zijn wij in contact met zowel de Europese Commissie als met de Ierse toezichthouder. Dat was al zo en dat zetten we ook door.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor zijn beantwoording.

Vragen Boomsma

Vragen van het lid Boomsma aan de minister van Asiel en Migratie over het bericht "Fraude met kind-erkenning levert vreemdelingen verblijfsvergunning op: ongrijpbaar web van 'nepvaders'".

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Boomsma voor zijn vragen namens de fractie van JA21 aan de minister van Asiel en Migratie, die ik ook van harte welkom heet in de Kamer. Het woord is aan de heer Boomsma.

De heer Boomsma (JA21):

Dank, voorzitter. In Nederland wordt massaal gefraudeerd met kind-erkenningen, zo meldde De Telegraaf vanochtend. Mannen melden zich vaak tegen betaling aan als vader van een kind van wie ze niet de biologische vader zijn, met wie ze geen enkele band hebben, dat ze nauwelijks kennen en dat ze soms zelfs nooit hebben gezien. Dit doen ze alleen zodat het kind en de moeder dan een verblijfsvergunning in Nederland kunnen krijgen. Via zo'n web van nepvaders zijn sinds 2017 mogelijk maar liefst 20.000 mensen naar Nederland gekomen — 20.000 via deze route! In 2024 bleek al dat één man maar liefst 25 kinderen had erkend van 17 vrouwen. Het is onbegrijpelijk dat wij dit laten gebeuren.

Voorzitter. Dat hiermee wordt gefraudeerd, is al bekend, met name sinds het Chavezarrest. We hebben al eerder een rapport van de IND gezien en er zijn al vragen over gesteld vanuit deze Kamer door de heer Van Dijk en mevrouw Rajkowski. Maar het wordt dus elk jaar erger. Nog steeds is het blijkbaar kinderlijk eenvoudig: je meldt je bij het gemeenteloket, overhandigt een paar documenten, geeft een verklaring en hoppa. Zelfs als gemeenteambtenaren het niet vertrouwen en aan de bel trekken, blijkt het door jurisprudentie vrijwel onmogelijk geworden om er iets aan te doen. De bewijslast om het af te wijzen moet namelijk extreem hoog zijn. Dat stelt ook de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken. Het gevolg is dat ambtenaren van de burgerlijke stand maar gewoon akkoord gaan omdat ze denken dat het toch geen zin heeft omdat ze anders toch worden teruggefloten bij de rechter.

Voorzitter. Dit is een van de talloze manieren waarop ons asielsysteem wordt misbruikt. Jaar in, jaar uit blijft dit doorgaan. Dat moet gewoon stoppen. Je mag niet toelaten dat mensen hiermee weg blijven komen. Daarom de volgende vragen. Wanneer gaat dit kabinet eindelijk actie ondernemen om dit te stoppen? Kan de minister ervoor zorgen dat de bewijslast wordt omgedraaid, zodat ambtenaren die fraude vermoeden daarnaar kunnen handelen? Kan de minister toezeggen dat hij z.s.m. maatregelen neemt?

Dank u wel.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Van den Brink:

Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de heer Boomsma voor zijn vragen. Ik deel de emotie, de verontwaardiging en de woorden die hij hierover gebruikt. Het is misbruik van ons systeem, en dat op een schaal die we onacceptabel vinden. We weten dat er zo'n 20.000 erkenningen per jaar worden gedaan. Dat zijn gewoon de erkenningen die we allemaal ook uit onze eigen omgeving zouden kunnen kennen. Maar mogelijk zijn daarvan honderden per jaar frauduleus. Het vorige kabinet is hierop gewezen en ermee aan de slag gegaan. Ook nu al kan een gemeenteambtenaar in beginsel bij de signalen van fraude een schijnerkenning weigeren. Ook kan die nietig worden verklaard.

De heer Boomsma noemt ook al de problemen die we daarmee zien. Daarom heeft het huidige kabinet in het coalitieakkoord afspraken gemaakt om daarbovenop meer te doen dan we tot nu toe van plan waren. In het coalitieakkoord is opgenomen dat erkenning van buitenlandse kinderen straks alleen nog bij een aantal gemeenten met relevante kennis en expertise mogelijk is en dat de schijnerkenners strafrechtelijk zullen worden vervolgd. Daarmee gaan we dus volop aan de slag. Die maatregelen worden op dit moment uitgewerkt. Ik verwacht begin april uw Kamer te informeren over hoe we daarmee aan de slag gaan.

Dat komt boven op wat we al van plan waren. Er zijn een aantal dingen die we nu al in gang hebben gezet. De Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken zet samen met de IND in op het vergroten van de kennis en expertise van gemeenteambtenaren. We moeten ons namelijk wel realiseren dat dit gaat over mensen die bij een loket van een gemeente komen en dan een erkenning doen, dus van de mensen die daar werken vergt het op alle niveaus bij alle gemeenten een soort expertise en kennis om dit te kunnen herkennen en daarop in te grijpen. Daarom komt er een expertiseteam van de IND, waar gemeentes contact mee kunnen opnemen voor ondersteuning bij het herkennen van de signalen van schijnerkenning.

Wanneer die erkenning eenmaal tot stand is gekomen en aan de voorwaarden is voldaan, kan de IND niets anders dan overgaan tot het verlenen van een verblijfsrecht. Daarom zet ik ook in op maatregelen om die erkenning weer nietig te verklaren. Als ik die namelijk door de IND nietig heb laten verklaren, kan ook het verblijfsrecht worden ingenomen en kan er gewerkt worden aan terugkeer en uitzetting. Samen met de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken, de IND en het OM wordt uitgewerkt hoe dit sneller, eenvoudiger en vaker kan gebeuren. We zetten dus alles op alles om de sluitende aanpak van schijnerkenning op poten te zetten. Het is goed dat u hier nogmaals aan refereert, want het kan ook de urgentie onderstrepen die we hiervoor nodig hebben.

Dank u wel.

De heer Boomsma (JA21):

Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik ben blij dat er een plan van aanpak komt. Ik begrijp dat dat begin april komt. Maar goed, een plan op papier is natuurlijk niet voldoende. We moeten nu echt resultaten gaan boeken. Ik begreep dat er in België aparte wetgeving is ontwikkeld om deze vorm van fraude strafbaar te stellen. Heeft het kabinet gekeken of zulke wetgeving ook in Nederland kan worden doorgevoerd? De minister gaf aan dat hij wil dat het leidt tot vervolging, maar moet daarvoor een wetswijziging komen?

Ik ben ook blij dat de minister aangaf dat men ook gaat terugkijken en gaat kijken hoeveel nepvaders er alsnog kunnen worden vervolgd. Begrijp ik dat inderdaad goed? Hoeveel gevallen worden er dan opnieuw onderzocht? Kan de overheid dan ook de kosten verhalen? Ik begrijp namelijk dat veel moeders met kinderen vaak op kosten van de samenleving in een noodopvang terechtkomen. Wordt dan ook onderzocht of die nepouders zich inderdaad niet houden aan de onderhoudsplicht? Zijn er op dit moment überhaupt al zaken bekend waarbij het vermoeden van een schijnerkenning achteraf tot beëindiging van de verblijfsvergunning heeft geleid? Als dat niet is gebeurd, wat gaat de minister dan concreet doen om dat daadwerkelijk zover te krijgen?

Zoals ik net al aangaf, is het nu dus zo dat zonder een wetswijziging de burger alleen maar hoeft te stellen dat hij ouder voor het kind wil zijn. De ambtenaar van de burgerlijke stand moet vervolgens bewijzen dat dat niet klopt. De bewijslast moet dus worden omgedraaid, maar volgens mij vergt dat een wetswijziging. Wordt die wetswijziging dan ook voorbereid? En, zo ja, wanneer wordt die dan voorgelegd aan de Kamer?

Minister Van den Brink:

U noemt nog een aantal nieuwe punten. Dat geeft aan dat we met elkaar alle creativiteit nodig hebben om dit aan te pakken. Het is heel goed dat u hier een aantal voorstellen doet. Ik zal er een aantal gelijk toezeggen. U vraagt om een strafbaarstelling waar wij ook op zien met dit kabinet om daar een wetswijziging voor in te dienen, zodat die strafbaarstelling er ook komt. We hebben gezien dat dat in België al wordt gedaan, dus waarom zouden we dat in Nederland niet ook kunnen? Het is namelijk echt misbruik op vele fronten. Dat misbruik hebben we ook al gezien in het verleden. We hebben in het verleden Kamervragen van de heer Van Dijk beantwoord door het vorige kabinet over een man die wel zo'n 25 erkenningen op zijn naam had staan. Ik weet dat daarover een zaak loopt, dus er is aangifte gedaan. Dat is een aangifte van mensenhandel geworden, want dit gaat op zo'n grote schaal dat het om mensenhandel gaat. Die zaak loopt op dit moment, dus ik kan daar geen uitspraken over doen. Mocht die zaak voorkomen, dan zal ik de Kamer daarover informeren.

Ik ga het kostenverhaal even mee terugnemen, want ik weet niet precies hoe dat zit. Dat is een kostenverhaal dat je moet herleiden op de degene die er aanspraak op heeft gemaakt, op het moment dat we ook al bezig zijn om diegene uit te zetten. Dat voegt wel wat complexiteit toe. Het omdraaien van de bewijslast wil ik zeker meenemen in het onderzoek en in het plan van aanpak dat wij u begin april zullen toesturen.

De heer Boomsma (JA21):

Dank aan de minister. Ik ben heel blij dat hij dit zo serieus oppakt. Ik hoop dat we dan nu ook heel snel de stappen kunnen zetten die nodig zijn om hier een einde aan te maken. Ik zie uit naar het plan van aanpak en de brief waarin hij op die andere routes en opties ingaat.

Tot slot nog de vraag of er nog andere dingen zijn die wij kunnen leren van andere landen in de EU. Die hadden immers ook te maken met dat Chavezarrest. Hoe zijn die hiermee omgegaan?

Minister Van den Brink:

De internationale vergelijking doe ik hier nu ter plekke niet even uit mijn hoofd, maar ook daarin zie ik een opgave waaraan wij waar mogelijk een invulling zullen geven als wij uw Kamer informeren.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Het is natuurlijk onbegrijpelijk dat deze vorm van massale fraude al jarenlang aan de gang is en dat er tot nu toe helemaal niets aan gedaan is. Ik hoor dat de minister nu maatregelen gaat nemen. Dat is goed, maar wat gaat hij doen met alle vergunningen die in het verleden zijn verleend? Jarenlang zijn er verblijfsvergunningen verleend waarbij mogelijk gefraudeerd is. Is de minister bereid om grondig onderzoek in te voeren naar al die verleende verblijfsvergunningen en om als er sprake is van fraude die verblijfsvergunningen in te trekken of als er al een Nederlandse nationaliteit is gegeven, die af te pakken.

Minister Van den Brink:

Het is heel goed dat mevrouw Vondeling dit vraagt. Boven op wat het vorige kabinet heeft gedaan, neemt dit kabinet een aantal maatregelen die in het vorige kabinet nog niet overwogen zijn. We gaan dus strafrechtelijke vervolging mogelijk maken. Wij gaan het aantal gemeentes dat hiervoor beschikbaar is, beperken. Dat zijn de maatregelen die dit kabinet neemt. Daarbovenop zullen we zeker bij aangifte en bij bewijs dat er sprake is van schijnerkenning de verblijfsvergunning intrekken. Dat is niet gelimiteerd in de tijd. Dus ook als het op een later moment kenbaar wordt of uit onderzoek blijkt, kunnen we de verblijfsvergunning intrekken. Daarmee vervalt dus ook het recht op verblijf en kunnen mensen uitgezet worden.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ik deel met de vraagsteller, de heer Boomsma, dat het ontzettend frustrerend is dat we zo lang moeten wachten op de aanpak van een vorm van misbruik die al zo lang bekend is, terwijl omliggende landen, zoals Duitsland en België, allang maatregelen genomen hebben. Geeft dat niet een ontzettende aanzuigende werking? Kan de minister daar iets over zeggen? Had dat ook niet de aanleiding moeten zijn om dit met veel meer spoed op te pakken?

Minister Van den Brink:

In het vreemdelingenrecht zien we natuurlijk vaker dat er sprake is van misbruik en van mensen die op zoek zijn naar de gaten in de wet. Tegelijkertijd hebben we hierbij natuurlijk te maken met een erkenning van, vaak, het vaderschap die natuurlijk op heel veel manier plaatsvindt in onze samenleving, ook buiten de groep die echt gebruikmaakt van schijnerkenning. Die mensen wil je natuurlijk ook niet allemaal extra belasten met allerlei maatregelen die op zichzelf gezien niet echt proportioneel zouden zijn. We zoeken dus naar de meest effectieve manier om schijnerkenning aan te pakken en dat is aan de bron. We proberen bij de gemeenten de expertise op te bouwen. De gevolgen zie je namelijk in de "vreemdelingenketen", zoals ze dat dan noemen, of in de asielketen, waardoor mensen het verblijfsrecht verkrijgen. Maar op het moment dat we de erkenning hebben ingetrokken, gaan we het zeker terugdraaien.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Het aanpakken van de schijnerkenners, en zo hard mogelijk, steunen we van harte. Wat ons betreft laten we ze ook opdraaien voor die opvangkosten. Ik wil nog de vinger bij de wond leggen — dit gaat om een andere groep, waar het soms te weinig over gaat — namelijk het belang van het kind.

Minister Van den Brink:

Zeker.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Hoe is dat belang in die erkenning geborgd en behoeft dat ook nog verbetering?

Minister Van den Brink:

Even uit mijn hoofd. Het belang van het kind in de zin dat het daar echt bij betrokken wordt, ligt natuurlijk echt op een hogere leeftijd. Dus bij lagere leeftijd is daar geen sprake van. Dan is alleen de moeder betrokken en is er de erkenning van, in dit geval, de vader. Maar het is natuurlijk wel schrijnend als daar gevolgen aan zitten, want als die erkenning vervalt, heeft dat natuurlijk ook direct effect voor het kind. In soort gevallen is het kind vaak echt de dupe van het misbruik door ouders, waaraan mensen medewerking verlenen. Dat zal dus zeker ook een onderdeel zijn van de aanpak, in de zin dat als er gewerkt moet worden aan terugkeer, dat op een manier gaat die zo veel mogelijk rekening houdt met het belang van het kind.

Mevrouw Straatman (CDA):

Mijn vraag gaat over de veelerkenners. Zoals de minister zei, zijn er individuele gevallen waarin iemand al tientallen kinderen heeft erkend. Ziet de minister ook dat er problemen zijn met de informatiedeling, waardoor die informatie onvoldoende terechtkomt bij individuele ambtenaren, zodat zij daar niet eerder op kunnen acteren?

Minister Van den Brink:

Dat is precies de vraag die ik ook stelde toen ik over deze zaak las. De Gemeentelijke Basisadministratie is daar niet aan gekoppeld. Het erkennen van iemand gebeurt echt op het individuele niveau in een gemeente, maar de gevolgen daarvan zien we wel bij de IND. Als de IND een erkenning binnenkrijgt die leidt tot een verblijfsrechtelijke aanspraak, zien ze natuurlijk wel of die persoon dat al meerdere keren heeft gedaan. Om die reden heeft de IND in het verleden dus ook aan de bel getrokken. Daarom is er bij een groot aantal meldingen van erkenning nu ook een zaak gestart over mensenhandel. Dat is een zwaar delict en het is heel goed dat daar op dit moment onderzoek naar wordt gedaan door het OM.

De heer Ellian (VVD):

Er ontgaat mij toch iets. Het Openbaar Ministerie kan vernietiging van de erkenning vorderen op basis van het tweede lid van artikel 205 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Valsheid in geschrifte is strafbaar, op basis van artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Ik snap dus niet waarom er zo weinig voortgang is geboekt, terwijl de wet wel degelijk mogelijkheden biedt. En wat ik helemaal niet begrijp, is het volgende. Tussen 2017 en 2024 waren er 400 signalen van valse erkenning. Nu zijn het er volgens De Telegraaf 800. Dat is een verdubbeling in een jaar tijd. Wat heeft de minister of wat heeft het kabinet dan gemist?

Minister Van den Brink:

In het vorige kabinet is erop gewezen. Het vorige kabinet is gestart met een aantal maatregelen, maar was ook nog aan het onderzoeken hoe het die vorm en inhoud ging geven. Deze coalitiepartijen hebben niet meer willen wachten op de maatregelen die getroffen moesten worden en hebben dit kabinet en daarmee mij als minister de opdracht gegeven om de maatregelen te treffen die ik net heb genoemd. Die gaan we dus treffen. Ik zal in de brief die ik in april zal sturen, zo goed mogelijk inzichtelijk proberen te maken over welke cijfers we het hebben. De heer Ellian heeft helemaal gelijk dat het nu, op basis van de wet, al wel degelijk mogelijk is om een erkenning in te trekken. Er zijn overigens wel — dat zei de heer Boomsma terecht — een aantal gemeenten met hun neus tegen de deur gelopen, dus we zullen gemeenten ook moeten helpen om het makkelijker en beter voor elkaar te krijgen, om ervoor te zorgen dat hier een einde aan komt.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor zijn beantwoording en ik schors de vergadering voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 14.57 uur tot 15.04 uur geschorst.

Herdenking van de heer Take Collaris (medewerker Griffie plenair/Bureau Wetgeving)

Herdenking van de heer Take Collaris (medewerker Griffie plenair/Bureau Wetgeving)

Aan de orde is de herdenking van de heer Take Collaris (medewerker Griffie plenair/Bureau Wetgeving).

De voorzitter:

Aan de orde is de herdenking van onze collega Take Collaris. Graag verzoek ik u allen, voor zover dat gaat, te gaan staan.

Wie 25 jaar voor de Tweede Kamerorganisatie werkt, krijgt een zilveren koetsje, als blijk van waardering voor al het werk, vaak achter de schermen, dat ons werk als volksvertegenwoordigers mogelijk maakt. Als iemand dat zilveren koetsje verdiende, dan was dat Take Collaris. U kent hem wellicht als een van de collega's achter de vele Parlismails, als altijd opgewekte vraagbaak bij de Griffie plenair of, voor de beter ingevoerde collega's, op zijn tweede werkplek, namelijk voor de deur van het Tweede Kamergebouw. Daar stak hij graag een sigaretje op en onderhield hij zijn hele netwerk van Kamerleden en Kamerbewoners. Totdat hij op donderdag 12 februari, vlak voor het voorjaarsreces, aan het einde van de werkdag afscheid nam van zijn collega's, zoals altijd met een grap. Onderweg naar huis gebeurde het onvoorstelbare, toen hij vlak bij het Centraal Station volkomen onverwacht overleed.

Zojuist heb ik het zilveren koetsje, zíjn zilveren koetsje, postuum mogen overhandigen aan zijn moeder José, en nu eren wij hem hier in de plenaire zaal, in het bijzijn van zijn dierbaren, in het hart van de democratie, waar hij al die jaren met veel liefde en overgave aan heeft bijgedragen. Tijdens zijn uitvaart zei zijn zus daarover: ik ken niemand die met zo veel plezier naar zijn werk ging en zo oprecht van zijn werk hield. En als u zich afvraagt wat dat betekent, besef dan dat Take vanaf 1 september 2008 tot aan de dag van zijn overlijden 109.552 documenten, veelal brieven van het kabinet, heeft geregistreerd en in uw postvak heeft bezorgd.

Naast deskundig Griffiemedewerker was Take ook lid van verdienste van de "Xerox Follow Me-printer probleemoplossingsclub": een schopje hier, een blaadje verwijderen daar. Bij problemen riepen collega's eerst heel hard "Take!" over de gang; pas daarna schakelden ze door naar de helpdesk, als het dan toch niet lukte.

Het zijn mensen als Take die de Tweede Kamer draaiende houden, achter de schermen, voor de democratie. Ik spreek dan ook namens de vele collega's die door de jaren heen met hem hebben samengewerkt als ik zeg dat we hem enorm gaan missen. We wensen zijn naasten veel sterkte in de komende periode. Ik vraag u allen om een kort moment van stilte.

(De aanwezigen nemen enkele ogenblikken stilte in acht.)

De voorzitter:

Dank u wel. In het Ledenrestaurant is gelegenheid om de aanwezige familie te condoleren. Ik schors de vergadering daarom voor vijftien minuten.

De vergadering wordt van 15.07 uur tot 15.23 uur geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en verzoek u uw plaatsen in te nemen voor de stemmingen.

Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:

Becker.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:

Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Bikker (36848, nr. 49) en de aangehouden motie-Struijs/Dobbe (36800-VI, nr. 123).

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen moties Begrotingsonderdelen Digitalisering

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de begrotingsonderdelen Digitalisering,

te weten:

de motie-Kathmann over het beheer en onderhoud van de btw-systematiek van de Belastingdienst binnen Europa houden (36800-VII, nr. 68);

de motie-Kathmann/Ceder over een basispakket digitale veiligheid ontwikkelen (36800-VII, nr. 69);

de motie-Kathmann c.s. over publieke financiering voor ontwikkelaars van lespakketten voor de digitale veiligheid van jongeren (36800-VII, nr. 70);

de motie-Kathmann/Van den Berg over ondubbelzinnig opkomen voor het recht op end-to-endencryptie en onlineprivacy (36800-VII, nr. 71);

de motie-Kathmann/Ceder over een meerjarige digitaliseringsagenda (36800-VII, nr. 72);

de motie-Kathmann/Van den Berg over met Prinsjesdag 2026 een voorstel presenteren over de financiële bijdrage van de Rijksoverheid aan de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (36800-VII, nr. 73);

de motie-El Boujdaini c.s. over verkennen hoe de digitale soevereiniteit van het Caribisch deel van het Koninkrijk het beste versterkt kan worden via zeekabels (36800-VII, nr. 74);

de motie-El Boujdaini c.s. over bestaande publieke data beter bundelen ten behoeve van initiatieven zoals GPT-NL (36800-VII, nr. 75);

de motie-El Boujdaini c.s. over de kosten voor digitale diensten en producten inzichtelijker maken door in nieuwe projecten en programma's een financiële paragraaf op te nemen (36800-VII, nr. 76);

de motie-Emiel van Dijk over de Autoriteit Persoonsgegevens instrueren een spoedig en volledig onderzoek te doen naar de naleving van de AVG door Odido (36800-VII, nr. 77);

de motie-Rajkowski c.s. over een duidelijk handelingskader voor slachtoffers van datalekken (36800-VII, nr. 78);

de motie-Van den Berg c.s. over het zo snel mogelijk verkennen van de realisatie van de pan-Arctische zeekabel met aanlanding in Nederland (36800-VII, nr. 79);

de gewijzigde motie-Van den Berg over het versnellen van de realisatie van de trans-Atlantische zeekabel (36800-VII, nr. 87, was nr. 80);

de motie-Ceder over het Online Outreach Programma voor 2026 voortzetten met als dekking onderuitputting op de begroting van JenV (36800-VII, nr. 81);

de motie-Ceder over uitspreken dat het wenselijk is dat alle overheidssites naar één domeinextensie overgaan (36800-VII, nr. 82);

de motie-Ceder over maatregelen verkennen voor de aanpak van onlinemisbruik via verdachte financiële transacties (36800-VII, nr. 83);

de motie-Ceder over het standpunt uitdragen dat het niet veilig is om TikTok te gebruiken (36800-VII, nr. 84);

de motie-Beckerman over deepfakeporno zo snel mogelijk offline halen (36800-VII, nr. 85);

de motie-Beckerman over een bevoegde instantie aanwijzen om ook deepfakeporno en andere onrechtmatige seksuele beelden offline te halen (36800-VII, nr. 86).

(Zie wetgevingsoverleg van 2 maart 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Ceder stel ik voor zijn motie (36800-VII, nr. 84) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Kathmann stel ik voor haar moties (36800-VII, nrs. 68, 69 en 70) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Ceder (36800-VII, nr. 83) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Denemarken momenteel een onderzoek loopt om te verkennen hoe financiële dienstverleners kunnen investeren in de aanpak van verdachte transacties die kunnen duiden op betalingen voor misbruik dat via livestreams plaatsvindt;

verzoekt de regering om in overleg met relevante partijen als banken, politie en maatschappelijke organisaties te verkennen welke maatregelen genomen kunnen worden om via verdachte financiële transacties onlinemisbruik aan te pakken, en de Kamer hier uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 83 (36800-VII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik zou bij dit punt ook graag de motie op stuk nr. 81 willen aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Ceder stel ik voor zijn motie (36800-VII, nr. 81) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Kathmann/Van den Berg (36800-VII, nr. 71).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kathmann/Ceder (36800-VII, nr. 72).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kathmann/Van den Berg (36800-VII, nr. 73).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Boujdaini c.s. (36800-VII, nr. 74).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-El Boujdaini c.s. (36800-VII, nr. 75).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-El Boujdaini c.s. (36800-VII, nr. 76).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Emiel van Dijk (36800-VII, nr. 77).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de SGP, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Rajkowski c.s. (36800-VII, nr. 78).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg c.s. (36800-VII, nr. 79).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Berg (36800-VII, nr. 87, was nr. 80).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (36800-VII, nr. 82).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ceder (36800-VII, nr. ??, was nr. 83).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman (36800-VII, nr. 85).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman (36800-VII, nr. 86).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming motie Verkoop cloudbedrijf dat DigiD en MijnOverheid host aan een buitenlandse techgigant en cloudmigraties naar Amerikaanse techgiganten

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over het bericht dat het cloudbedrijf dat DigiD en MijnOverheid host is verkocht aan een buitenlandse techgigant en over cloudmigraties naar Amerikaanse techgiganten,

te weten:

de motie-Stoffer/Kathmann over inzichtelijk maken welke stappen er nodig zijn om de afhankelijkheden in cloud, data en cruciale systemen af te bouwen (26643, nr. 1465).

(Zie vergadering van 11 februari 2026.)

De voorzitter:

Ik verzoek de griffier om de namenlijst op te lezen.

In stemming komt de motie-Stoffer/Kathmann (26643, nr. 1465).

Vóór stemmen de leden: Stöteler, Struijs, Stultiens, Teunissen, Tseggai, Vermeer, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, De Vos, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan, El Abassi, Abdi, Van Baarle, Beckerman, Bikker, Boon, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Bushoff, Ceder, Claassen, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Ergin, Faber, Flach, Graus, Grinwis, Heutink, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Frederik Jansen, Kathmann, Keijzer, Klaver, Kops, Kostić, Kröger, Lahlah, Lammers, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Van Oosterhout, Ouwehand, Patijn, Piri, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schilder en Stoffer.

Tegen stemmen de leden: Straatman, Synhaeve, Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Wendel, Van der Werf, Zwinkels, Van Ark, Armut, Van Asten, Bamenga, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Bevers, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen, Ceulemans, Clemminck, Coenradie, Heera Dijk, Inge van Dijk, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Goudzwaard, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kisteman, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Krul, Van Lanschot, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Müller, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Oosterhuis, Oualhadj, Paternotte, Paulusma, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller en Steen.

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met 75 stemmen voor en 74 stemmen tegen is aangenomen.

Mevrouw Coenradie.

Mevrouw Coenradie (JA21):

De volgende motie op de lijst wil ik graag aanhouden tot volgende week.

De voorzitter:

Akkoord. Dat wordt hogelijk gewaardeerd.

Op verzoek van mevrouw Coenradie stel ik voor haar motie (36800-VI, nr. 106) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen moties PALLAS (groot project)

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat PALLAS (groot project),

te weten:

de motie-Ten Hove over inzicht in de ontmanteling van de HFR in Petten (33626, nr. 37);

de motie-Ten Hove over uitspreken dat JRC financieel en organisatorisch verantwoordelijk blijft voor de ontmanteling van de HFR (33626, nr. 38);

de motie-Krul over voor de zomer van 2026 een reactie op het SEO-rapport "Bouwen op ervaring" aan de Kamer sturen (33626, nr. 39);

de motie-Krul over de kennis en ervaring over ontmanteling van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen maximaal kenbaar maken bij de Europese Commissie (33626, nr. 40);

de motie-Vervuurt over de aansturings- en begrotingsverantwoordelijkheid voor PALLAS mede beleggen bij de ministeries van Financiën en van EZK (33626, nr. 41).

(Zie vergadering van 3 maart 2026.)

De voorzitter:

Ik verzoek om rust in de zaal.

In stemming komt de motie-Ten Hove (33626, nr. 37).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ten Hove (33626, nr. 38).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van het CDA ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Krul (33626, nr. 39).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Krul (33626, nr. 40).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vervuurt (33626, nr. 41).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, Volt, DENK, de SGP, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Voortgang van het vape- en tabaksbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Voortgang van het vape- en tabaksbeleid,

te weten:

de motie-Vliegenthart over een wettelijk verbod op het bezit van grote hoeveelheden vapes (32011, nr. 129);

de motie-Vliegenthart over een "three strikes out"-maatregel voor de verkoop van illegale vapes (32011, nr. 130);

de motie-Synhaeve over ondersteuning om jongeren in residentiële jeugdzorg rookvrij te laten opgroeien (32011, nr. 131);

de motie-Van Meetelen over de handhaving primair richten op het opsporen en ontmantelen van illegale netwerken achter de handel in vapes en rookwaren (32011, nr. 132).

(Zie vergadering van 3 maart 2026.)

In stemming komt de motie-Vliegenthart (32011, nr. 129).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart (32011, nr. 130).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Synhaeve (32011, nr. 131).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (32011, nr. 132).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Vrouwengezondheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Vrouwengezondheid,

te weten:

de motie-Vliegenthart/Dobbe over het structureel inbedden van de betrokkenheid van vrouwen bij de gezondheidszorg (31765, nr. 964);

de motie-Dobbe over aanbestedingsregels geen prioriteit geven boven het doel om vrouwen met dicht borstweefsel zo snel mogelijk een MRI-scan aan te bieden (31765, nr. 965);

de motie-Dobbe over in kaart brengen wat ervoor nodig is om weer meer testlocaties te krijgen voor het bevolkingsonderzoek borstkanker (31765, nr. 966);

de motie-Dobbe over de Nationale Strategie Vrouwengezondheid op z'n minst verlengen tot 2035 (31765, nr. 967);

de motie-Dobbe over mensen beter informeren over de kans dat zij te maken krijgen met erfelijke kanker (31765, nr. 968);

de motie-Paulusma c.s. over binnen het bevolkingsonderzoek borstkanker vrouwen er actief over informeren of bij hen sprake is van zeer dicht borstweefsel (31765, nr. 970).

(Zie vergadering van 3 maart 2026.)

In stemming komt de motie-Vliegenthart/Dobbe (31765, nr. 964).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe (31765, nr. 965).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (31765, nr. 966).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe (31765, nr. 967).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (31765, nr. 968).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Paulusma c.s. (31765, nr. 970).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Het woord is aan de heer Stöteler.

De heer Stöteler (PVV):

Wij maakten een foutje bij de motie op stuk nr. 964 en zouden graag geacht worden voor te hebben gestemd.

De voorzitter:

Wij noteren het in de Handelingen. Dank u wel.

Stemmingen moties Selibon

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Selibon,

te weten:

de motie-Ceder c.s. over RIVM-monitoring inrichten voor continue luchtkwaliteitsmetingen in de directe omgeving van Selibon Lagun (22343, nr. 442);

de motie-Ceder c.s. over een tijdelijk relocatieplan voorbereiden voor direct getroffen bewoners (22343, nr. 443);

de motie-Ceder c.s. over de aanbevelingen van de Nationale Ombudsman overnemen om in te grijpen bij de vuilstort bij Selibon Lagun (22343, nr. 444);

de motie-Tseggai/Ceder over voorstellen voor een dekking van de structurele oplossing voor de problemen bij Selibon (22343, nr. 445);

de motie-Tseggai/Ceder over samenwerking tussen Bonaire, Aruba en Curaçao voor een gezamenlijke toekomstgerichte afvalverwerking (22343, nr. 446);

de motie-Schilder c.s. over de verantwoordelijkheid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving rond Selibon Lagun onder directe rijksregie brengen (22343, nr. 447).

(Zie vergadering van 4 maart 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Ceder stel ik voor zijn motie (22343, nr. 444) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Ceder c.s. (22343, nr. 442).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder c.s. (22343, nr. 443).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tseggai/Ceder (22343, nr. 445).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Tseggai/Ceder (22343, nr. 446).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Schilder c.s. (22343, nr. 447).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Begrotingen Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2026

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026,

te weten:

de motie-Tseggai/Ceder over inventariseren welke middelen nodig zijn om de Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden goed uit te kunnen voeren (36800-IV, nr. 50).

(Zie vergadering van 4 maart 2026.)

In stemming komt de motie-Tseggai/Ceder (36800-IV, nr. 50).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Toeslagenouders die benadeeld worden omdat hun dossiers niet worden verstrekt door de Belastingdienst

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over toeslagenouders die benadeeld worden omdat hun dossiers niet worden verstrekt door de Belastingdienst,

te weten:

de motie-Ergin over een einde maken aan de werkwijze waarbij stukken over de beoordeling van opzet of grove schuld niet worden gedeeld (36708, nr. 68);

de motie-Ergin over extra capaciteit vrijmaken bij CAP (36708, nr. 69);

de motie-Jimmy Dijk over een werkinstructie om betrokkenen de gevraagde dossierinformatie te laten overhandigen aan de ouders en hun advocaten (36708, nr. 70);

de motie-Jimmy Dijk over uiterlijk eind maart 2026 een einddatum van de hersteloperatie en een tijdpad aan de Kamer zenden (36708, nr. 71);

de motie-Inge van Dijk/Van Eijk over een kleine commissie instellen waar belanghebbenden terechtkunnen wanneer stukken ontbreken die minimaal noodzakelijk zijn (36708, nr. 73);

de motie-Moinat over een nationaal coördinator toeslagenouders aanstellen (36708, nr. 74);

de motie-Moinat over zorgen dat alle dossiers per direct worden vrijgegeven (36708, nr. 75);

de motie-Moinat over in rechtszaken van toeslagenouders nooit meer in hoger beroep gaan (36708, nr. 76);

de motie-Vlottes over toeslagenouders voor zomer 2026 volledige en onbeperkte inzage geven in hun dossier (36708, nr. 77).

(Zie vergadering van 4 maart 2026.)

In stemming komt de motie-Ergin (36708, nr. 68).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ergin (36708, nr. 69).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

We doen 'm opnieuw.

In stemming komt de motie-Ergin (36708, nr. 69).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

We gaan verder.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36708, nr. 70).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36708, nr. 71).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk/Van Eijk (36708, nr. 73).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moinat (36708, nr. 74).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Moinat (36708, nr. 75).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Moinat (36708, nr. 76).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vlottes (36708, nr. 77).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026,

te weten:

de motie-Bushoff c.s. over voor 2027 ten minste 1% van het totale bedrag aan zorgfraude behouden voor de zorg (36800-XVI, nr. 100);

de motie-Bushoff c.s. over het tijdelijk uit de verkoop halen van producten waarnaar door de NVWA een lopend onderzoek wordt verricht (36800-XVI, nr. 101);

de motie-Bushoff c.s. over alternatieve maatregelen die de zorg beter maken en geld opleveren (36800-XVI, nr. 102);

de motie-Westerveld c.s. over alle locaties van ExpertCare open laten blijven (36800-XVI, nr. 103);

de motie-Westerveld/Bikker over alle aanbevelingen uit de tussentijdse evaluatie van het Nationaal Actieplan Dakloosheid opvolgen (36800-XVI, nr. 104);

de motie-Vliegenthart c.s. over in 2030 ten minste 80% van de kinderen voor hun 15de levensjaar volledig vaccineren tegen HPV (36800-XVI, nr. 105);

de motie-Synhaeve c.s. over het opknippen en het verhogen van het eigen risico bundelen in één wetsvoorstel (36800-XVI, nr. 106);

de motie-Maeijer over de envelop ouderenzorg structureel investeren in de ouderenzorg (36800-XVI, nr. 107);

de motie-Maeijer over het afschaffen van het eigen risico in de zorg (36800-XVI, nr. 108);

de motie-Maeijer/Wilders over het volwaardig open laten blijven van het Zuyderlandziekenhuis (36800-XVI, nr. 109);

de motie-Maeijer over meevallers in de Zorgverzekeringswet inzetten voor lastenverlichting via een verlaging van de premies (36800-XVI, nr. 110);

de motie-Maeijer/Diederik van Dijk over niet tornen aan de keuzevrijheid voor het pgb (36800-XVI, nr. 111);

de motie-Van Meetelen over leefstijlpreventie strikt beperken tot voorlichting en informatievoorziening (36800-XVI, nr. 112);

de motie-Van Meetelen over stoppen met betuttelend beleid gericht op volwassen Nederlanders (36800-XVI, nr. 113);

de motie-Wendel/Van Brenk over met het OM spreken over de inzet van het strafrecht bij de bestrijding van zorgfraude (36800-XVI, nr. 114);

de motie-Wendel/Van Brenk over informatiedeling over zorgfraude mogelijk maken tussen het IKZ en relevante partners (36800-XVI, nr. 115);

de motie-Coenradie c.s. over een afbouwplan om de structurele verstopping in de strafrechtketen op te lossen (36800-XVI, nr. 116);

de motie-Coenradie/Claassen over bij het preferentiebeleid uitgaan van de feitelijke leverbaarheid van geneesmiddelen (36800-XVI, nr. 117);

de motie-Coenradie c.s. over meer transparantie over prijsafspraken tussen farmaceutische bedrijven en zorgverzekeraars (36800-XVI, nr. 118);

de motie-Coenradie c.s. over een plan van aanpak voor een pilot met lichte ggz-interventies (36800-XVI, nr. 119);

de motie-Van Houwelingen over zorgen dat ook in Nederland zonder verwijsbrief een total body scan kan worden aangeboden (36800-XVI, nr. 120);

de motie-Van Houwelingen over een overzicht van de begrotingsposten waarop de komende jaren bezuinigd zal worden om de voorgenomen bezuinigingen op de apparaatskosten te realiseren (36800-XVI, nr. 121);

de motie-Van Houwelingen over signalen over gedwongen uithuisplaatsingen met spoed onderzoeken (36800-XVI, nr. 122);

de motie-Van Houwelingen over een onderzoek naar het percentage voor kindermishandeling veroordeelde of vervolgde ouders bij gedwongen uithuisplaatsingen (36800-XVI, nr. 123);

de motie-Van Houwelingen over een onderzoek naar de rol van financiële prikkels bij uithuisplaatsingen (36800-XVI, nr. 124);

de motie-Van Houwelingen over uitspreken dat de hechting van een kind aan het pleeggezin nooit een overweging mag zijn tegen terugplaatsing in diens oorspronkelijke gezin (36800-XVI, nr. 125);

de motie-Van Houwelingen over de brief van de heer Koornstra over het middel lidocaïne en het antwoord hierop naar de Tweede Kamer sturen (36800-XVI, nr. 126);

de motie-Van Houwelingen over het vertrouwen in de minister van VWS opzeggen (36800-XVI, nr. 127);

de motie-Wiersma/Kostić over zorgen dat tranchering van toepassing wordt op het volledige zorgtraject van een individuele zorgvraag (36800-XVI, nr. 128);

de motie-El Abassi c.s. over fiscale maatregelen ter ondersteuning van werkende mantelzorgers (36800-XVI, nr. 129);

de motie-El Abassi c.s. over mantelzorgers recht geven op acht -weken betaald mantelzorgverlof (36800-XVI, nr. 130);

de motie-El Abassi c.s. over uitspreken dat zorg toegankelijk en betaalbaar moet blijven voor iedereen (36800-XVI, nr. 131);

de motie-El Abassi/Kostić over racisme in de sport als structureel probleem erkennen (36800-XVI, nr. 132);

de motie-Diederik van Dijk c.s. over een gelijkwaardig, gevarieerd en dekkend aanbod van respijtzorgvoorzieningen in heel Nederland (36800-XVI, nr. 133);

de motie-Diederik van Dijk c.s. over aanvullende financiering voor de vernieuwing van Herinneringscentrum Kamp Westerbork (36800-XVI, nr. 134);

de motie-Kostić c.s. over een plan voor preventie en voorlichting rond infectieziektes en postinfectieuze aandoeningen (36800-XVI, nr. 135);

de motie-Kostić c.s. over rapporteren over de voortgang op het gebied van een gezonde leefomgeving (36800-XVI, nr. 136);

de motie-Kostić c.s. over oplossingen voor het op korte termijn verkorten van de wachtlijsten in de transgenderzorg (36800-XVI, nr. 137);

de motie-Bikker c.s. over een onderzoek naar kraamzorg voor kwetsbare gezinnen (36800-XVI, nr. 138);

de motie-Bikker c.s. over het budget van 113 mee laten groeien met de vraag (36800-XVI, nr. 139);

de motie-Dobbe c.s. over het eigen risico afschaffen en de premie inkomensafhankelijk maken (36800-XVI, nr. 140);

de motie-Dobbe c.s. over geen eigen bijdrage invoeren in de wijkverpleging (36800-XVI, nr. 141);

de motie-Dobbe c.s. over niet bezuinigen op de huishoudelijke zorg (36800-XVI, nr. 142);

de motie-Dobbe c.s. over de arbeidsvoorwaarden van kraamverzorgenden verbeteren (36800-XVI, nr. 143);

de motie-Dobbe c.s. over de marktwerking in de kraamzorg terugdringen (36800-XVI, nr. 144);

de motie-Dobbe c.s. over een onderzoek naar de gevolgen van het sluiten van de geboortezorg, de ic en de SEH in Heerlen (36800-XVI, nr. 145);

de motie-Dobbe c.s. over de financiering van C-support en Q-support voor de ondersteuning van patiënten door laten lopen (36800-XVI, nr. 146);

de motie-Dobbe c.s. over bezuinigingen niet verwerken in zorgbudgetten voordat de beoogde besparingen zijn gerealiseerd (36800-XVI, nr. 147);

de motie-Dobbe c.s. over commerciële ketens in de mondzorg terugdringen (36800-XVI, nr. 148);

de motie-Dobbe c.s. over een uitwerking van de denkrichtingen A en B uit het ibo-rapport Mentale gezondheid en ggz (36800-XVI, nr. 149);

de motie-Van Brenk over uitspreken dat de meest kwetsbaren voorrang zullen krijgen bij het maken van keuzes over wie er gevaccineerd wordt tegen gordelroos (36800-XVI, nr. 150);

de motie-Van Brenk/Wendel over signalen van fraude in de mond- en tandzorg onder de aandacht van de IGJ brengen (36800-XVI, nr. 151);

de motie-Van Brenk/Wendel over onderzoeken hoe zorgverzekeraars informatie over frauderende zorgorganisaties met elkaar kunnen delen (36800-XVI, nr. 152);

de motie-Van Brenk c.s. over erkennen dat welzijnswerk van onschatbare waarde is om zorgzame buurten tot stand te brengen (36800-XVI, nr. 153);

de motie-Claassen c.s. over de Kamer informeren over de stand van onderzoek en implementatie van minimaal invasieve dementiediagnostiek (36800-XVI, nr. 154);

de motie-Claassen over binnen de VT een aanvullende subcategorie voor langetermijnbewijs-weesgeneesmiddelen ontwikkelen (36800-XVI, nr. 155);

de motie-Claassen over borgen dat zorgverzekeraars zorg voor zeldzame aandoeningen landelijk en meerjarig inkopen bij erkende expertisecentra (36800-XVI, nr. 156);

de motie-Ten Hove over afzien van de eigen bijdrage in de wijkverpleging (36800-XVI, nr. 157);

de motie-Keijzer c.s. over de verkenning naar verzorgingshuizen nieuwe stijl voortzetten (36800-XVI, nr. 158).

(Zie vergadering van 5 maart 2026.)

De voorzitter:

De motie-Bushoff c.s. (36800-XVI, nr. 100) is in die zin gewijzigd (36800-XVI, nr. ??) en nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat jaarlijks naar schatting 10 miljard euro aan kostbaar gemeenschapsgeld voor de zorg weglekt naar zorgfraude;

verzoekt de regering in de begroting van 2027 een concrete doelstelling op te nemen om zo veel mogelijk maar ten minste 1% van het totale bedrag aan zorgfraude te behouden voor de zorg, en halfjaarlijks te rapporteren over de voortgang en het behouden budget,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. ?? (36800-XVI).

De motie-Kostić c.s. (36800-XVI, nr. 136) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet zegt in te zetten op preventie en de gezondste generatie ooit, en stelt dat gezondheid begint in een gezonde leefomgeving;

overwegende dat gebrek aan groen in de omgeving en blootstelling aan schadelijke stoffen uit industrie en landbouw de gezondheid van burgers schaadt, druk legt op de zorg en de maatschappij miljarden euro's kost;

overwegende dat effectieve preventie vraagt om een samenhangende aanpak;

verzoekt de regering om in het kader van preventiebeleid aan de Kamer te rapporteren over de voortgang op het gebied van gezonde leefomgeving,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 136 (36800-XVI).

De motie-Bikker (36800-XVI, nr. 139) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bikker, Wiersma, Kostić, Diederik van Dijk, Dobbe en Westerveld.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 139 (36800-XVI).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Op verzoek van mevrouw Bikker stel ik voor haar gewijzigde motie (36800-XVI, nr. ??, was nr. 139) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Er zijn twee stemverklaringen. Als eerste geef ik daarvoor het woord aan de heer Van Houwelingen.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Dank u, voorzitter. Het betreft de motie op stuk nr. 142 van de SP over niet bezuinigen op de huishoudelijke zorg. Wij zijn het helemaal eens met het dictum. Alleen staat er in de overwegingen ook dat de marktwerking uit de zorg moet worden gehaald. Daar kunnen we helaas niet voor stemmen. Als dat de volgende keer eruit wordt gehaald, kunnen we voorstemmen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan de stemverklaring van mevrouw Wendel, die daarvoor het woord krijgt.

Mevrouw Wendel (VVD):

De bestrijding van zorgfraude is al jarenlang topprioriteit voor de VVD-fractie. Zorggeld moet aan zorg besteed worden. Daarom hebben wij voorgesteld om geld vrij te maken voor de bestrijding van evc-fraude. Daarnaast hebben we voorstellen ingediend om opsporingsinstanties beter informatie te laten delen en met het OM te kijken welke mogelijkheden er zijn voor meer strafrechtelijke vervolging. Een doelstelling kan echter negatieve gevolgen hebben, juist voor de mensen die zorg zo hard nodig hebben. Daarom stemmen wij tegen de motie op stuk nr. 100 van het lid Bushoff c.s.

De voorzitter:

Dank u wel. We gaan stemmen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Bushoff c.s. (36800-XVI, nr. ??, was nr. 100).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bushoff c.s. (36800-XVI, nr. 101).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bushoff c.s. (36800-XVI, nr. 102).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (36800-XVI, nr. 103).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Bikker (36800-XVI, nr. 104).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart c.s. (36800-XVI, nr. 105).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Synhaeve c.s. (36800-XVI, nr. 106).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, Volt, het CDA, de VVD en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer (36800-XVI, nr. 107).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Maeijer (36800-XVI, nr. 108).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Maeijer/Wilders (36800-XVI, nr. 109).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Maeijer (36800-XVI, nr. 110).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer/Diederik van Dijk (36800-XVI, nr. 111).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (36800-XVI, nr. 112).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (36800-XVI, nr. 113).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wendel/Van Brenk (36800-XVI, nr. 114).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wendel/Van Brenk (36800-XVI, nr. 115).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie c.s. (36800-XVI, nr. 116).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie/Claassen (36800-XVI, nr. 117).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Coenradie c.s. (36800-XVI, nr. 118).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie c.s. (36800-XVI, nr. 119).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-XVI, nr. 120).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De heer Krul.

De heer Krul (CDA):

Volgens mij werden wij niet genoemd bij de motie op stuk nr. 118, maar de CDA-fractie wil geacht worden voor te hebben gestemd.

De voorzitter:

U bent genoemd, meneer Krul, maar voor de Handelingen: dubbel genoteerd.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-XVI, nr. 121).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-XVI, nr. 122).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-XVI, nr. 123).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-XVI, nr. 124).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-XVI, nr. 125).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-XVI, nr. 126).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-XVI, nr. 127).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Kostić (36800-XVI, nr. 128).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi c.s. (36800-XVI, nr. 129).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-El Abassi c.s. (36800-XVI, nr. 130).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi c.s. (36800-XVI, nr. 131).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi/Kostić (36800-XVI, nr. 132).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (36800-XVI, nr. 133).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (36800-XVI, nr. 134).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić c.s. (36800-XVI, nr. 135).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kostić c.s. (36800-XVI, nr. ??, was nr. 136).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić c.s. (36800-XVI, nr. 137).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA en de VVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikker c.s. (36800-XVI, nr. 138).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-XVI, nr. 140).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-XVI, nr. 141).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-XVI, nr. 142).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-XVI, nr. 143).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-XVI, nr. 144).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-XVI, nr. 145).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-XVI, nr. 146).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-XVI, nr. 147).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-XVI, nr. 148).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36800-XVI, nr. 149).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (36800-XVI, nr. 150).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk/Wendel (36800-XVI, nr. 151).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk/Wendel (36800-XVI, nr. 152).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk c.s. (36800-XVI, nr. 153).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Claassen c.s. (36800-XVI, nr. 154).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Claassen (36800-XVI, nr. 155).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

In stemming komt de motie-Claassen (36800-XVI, nr. 155).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Claassen (36800-XVI, nr. 156).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ten Hove (36800-XVI, nr. 157).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Keijzer c.s. (36800-XVI, nr. 158).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Begroting Defensie 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026,

te weten:

de motie-Piri c.s. over halfjaarlijks rapporteren over de realisatie van de doelen voor gezamenlijke en Europese inkoop (36800-X, nr. 32);

de motie-Piri c.s. over de toetreding van Nederland tot OCCAR (36800-X, nr. 33);

de motie-Piri c.s. over elke voorgenomen verwerving van defensiematerieel bij leveranciers van buiten de EU melden aan de Kamer (36800-X, nr. 34);

de motie-Piri/Dassen over licentieproductie van niet-Europese systemen niet meerekenen in de doelen voor Europese inkoop (36800-X, nr. 35);

de motie-Belhirch c.s. over voorstellen voor strategische capaciteiten die op Europees niveau gezamenlijk kunnen worden aangeschaft en beheerd (36800-X, nr. 36);

de motie-Belhirch c.s. over uiterlijk voor de zomer met wetswijzigingen komen om harder op te treden tegen de Russische schaduwvloot (36800-X, nr. 37);

de motie-Boon/Wilders over stoppen met het organiseren en faciliteren van iftars bij Defensie (36800-X, nr. 38);

de motie-Boon/Wilders over stoppen met de islamitische geestelijke verzorging bij Defensie (36800-X, nr. 39);

de motie-Boon/Wilders over militairen en reservisten inzetten voor het sluiten van de landsgrenzen voor asielzoekers en illegale migranten (36800-X, nr. 40);

de motie-Boon/Wilders over investeren in hightechgrensbewakingsmaterieel voor het sluiten van de landsgrenzen voor asielzoekers en illegale migranten (36800-X, nr. 41);

de motie-Boon over het nieuwe tankbataljon tevens in Nederland stationeren (36800-X, nr. 42);

de motie-Boon over bij de aanstelling voor manschappenfuncties primair toetsen op fysieke en mentale geschiktheid (36800-X, nr. 43);

de motie-Peter de Groot c.s. over de Wet op de defensiegereedheid na ontvangst van het advies van de Raad van State onverwijld aan de Kamer aanbieden (36800-X, nr. 44);

de motie-Peter de Groot c.s. over innovatie en opschaling van onderscheppingsdrones onderdeel uit laten maken van het APOS (36800-X, nr. 45);

de motie-Nanninga over de ontwikkeling van Nederlandse munitieproductie met prioriteit voortzetten (36800-X, nr. 46);

de motie-Nanninga over uitspreken in te stemmen met toepassing van de rijkscoördinatieregeling voor het radarstation bij Herwijnen (36800-X, nr. 47);

de motie-Van Lanschot c.s. over de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie herzien (36800-X, nr. 48);

de motie-Van Baarle c.s. over een spoedige totstandkoming van een permanente herdenkingsplek voor de genocide in Srebrenica (36800-X, nr. 49);

de motie-Van Baarle/Dobbe over uitsluiten dat Franse kernwapens op Nederlands grondgebied gestationeerd zullen worden (36800-X, nr. 50);

de motie-Van Baarle/Dobbe over alle contracten met Israëlische defensiebedrijven per direct beëindigen (36800-X, nr. 51);

de motie-Diederik van Dijk c.s. over bevorderen dat de Franse nucleaire garanties worden afgestemd op de NAVO-structuur (36800-X, nr. 52);

de motie-Diederik van Dijk c.s. over samenwerken met Israël bij de uitwerking van een Europees lucht- en raketverdedigingssysteem (36800-X, nr. 53);

de motie-Bikker c.s. over de gemeente Nijkerk betrekken bij het gebiedsproces rondom de Defensie-uitbreidingen op de Veluwe en in Zeewolde (36800-X, nr. 54);

de motie-Bikker/Struijs over investeringsbesluiten binnen Defensie baseren op aantoonbare operationele noodzaak en doelmatigheid (36800-X, nr. 55);

de motie-Dobbe/Van Baarle over een algeheel wapenembargo op Israël (36800-X, nr. 56);

de motie-Dobbe/Van Baarle over geen verboden wapens leveren aan Oekraïne of andere landen (36800-X, nr. 57);

de motie-Dobbe/Van Baarle over afzien van een opkomstplicht (36800-X, nr. 58);

de motie-Dobbe/Van Baarle over het Franse aanbod voor kernwapensamenwerking afslaan (36800-X, nr. 59);

de motie-Struijs c.s. over onderzoeken hoe oud-militairen structureel ingezet kunnen worden voor Defensie (36800-X, nr. 60);

de motie-Dassen c.s. over het woord "minstens" opnemen ten aanzien van de doelen voor inkoop van Europees materieel (36800-X, nr. 61);

de motie-Dassen/Peter de Groot over partijen betrekken bij het inrichten van processen en beleid voor het DARPA-instituut (36800-X, nr. 62);

de motie-Dassen/Van Lanschot over samenwerking stimuleren tussen het DARPA-instituut en andere kennisinstellingen (36800-X, nr. 63);

de motie-Dassen over de huidige binnengrenscontroles beëindigen (36800-X, nr. 64);

de motie-Ten Hove c.s. over het interne toezicht bij Defensie versterken (36800-X, nr. 65);

de motie-Ten Hove over het Nederlandse leger voorbereiden en beschikbaar stellen ter ondersteuning van optreden tegen Iraanse agressie (36800-X, nr. 66).

(Zie vergadering van 5 maart 2026.)

De voorzitter:

De motie-Van Baarle c.s. (36800-X, nr. 49) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Baarle, Piri, Belhirch, Van Lanschot, Dassen, Struijs, Bikker, Kostić en Teunissen.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 49 (36800-X).

De motie-Diederik van Dijk c.s. (36800-X, nr. 53) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Rusland in de afgelopen jaren Pools en Ests luchtruim geschonden heeft en Iran recentelijk een militaire basis in Cyprus aanviel;

overwegende dat:

deze dreiging de roep om een pan-Europees luchtverdedigingssysteem versterkt;

dit project kostbaar, complex en tijdrovend is om te ontwikkelen;

Israël met de Iron Dome beschikt over bewezen operationele expertise op het gebied van raket- en luchtverdediging;

van mening dat Europa bij de ontwikkeling van een dergelijk systeem optimaal gebruik moet maken van beschikbare internationale kennis en praktijkervaring;

verzoekt de regering om bij de uitwerking van een Europees lucht- en raketverdedigingssysteem actief samenwerking te zoeken met Israël om daarbij waar mogelijk gebruik te maken van Israëlische technologische en operationele expertise op dit terrein, met het oog op versnelling, kwaliteitsverbetering en doelmatige besteding van middelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 53 (36800-X).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Piri c.s. (36800-X, nr. 32).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Piri c.s. (36800-X, nr. 33).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Piri c.s. (36800-X, nr. 34).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Piri/Dassen (36800-X, nr. 35).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Belhirch c.s. (36800-X, nr. 36).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Belhirch c.s. (36800-X, nr. 37).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boon/Wilders (36800-X, nr. 38).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon/Wilders (36800-X, nr. 39).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon/Wilders (36800-X, nr. 40).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon/Wilders (36800-X, nr. 41).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon (36800-X, nr. 42).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon (36800-X, nr. 43).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peter de Groot c.s. (36800-X, nr. 44).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peter de Groot c.s. (36800-X, nr. 45).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nanninga (36800-X, nr. 46).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nanninga (36800-X, nr. 47).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Lanschot c.s. (36800-X, nr. 48).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Baarle c.s. (36800-X, nr. ??, was nr. 49).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle/Dobbe (36800-X, nr. 50).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle/Dobbe (36800-X, nr. 51).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (36800-X, nr. 52).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Diederik van Dijk c.s. (36800-X, nr. ??, was nr. 53).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikker c.s. (36800-X, nr. 54).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikker/Struijs (36800-X, nr. 55).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe/Van Baarle (36800-X, nr. 56).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe/Van Baarle (36800-X, nr. 57).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe/Van Baarle (36800-X, nr. 58).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe/Van Baarle (36800-X, nr. 59).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Struijs c.s. (36800-X, nr. 60).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dassen c.s. (36800-X, nr. 61).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dassen/Peter de Groot (36800-X, nr. 62).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dassen/Van Lanschot (36800-X, nr. 63).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dassen (36800-X, nr. 64).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ten Hove c.s. (36800-X, nr. 65).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ten Hove (36800-X, nr. 66).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fractie van Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Eindverslag van de informateur

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over het eindverslag van de informateur,

te weten:

de motie-Bikker c.s. over uitspreken niet te bezuinigen op de gehandicaptenzorg (36848, nr. 49).

(Zie vergadering van 3 februari 2026.)

De voorzitter:

De motie-Bikker c.s. (36848, nr. 49) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bikker, Klaver, Jimmy Dijk en Diederik van Dijk, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gehandicaptenzorg een kwetsbare sector is, waarin continuïteit van zorg, persoonlijke aandacht en vertrouwen essentieel zijn voor mensen met een beperking;

overwegende dat mensen met een beperking en hun naasten niet de dupe mogen worden van generieke bezuinigingsmaatregelen;

overwegende dat bezuinigingen in de gehandicaptenzorg directe gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit, beschikbaarheid en toegankelijkheid van zorg en ondersteuning, en dit niet de bedoeling kan zijn;

overwegende dat deze bezuinigingen voorkomen kunnen worden door andere keuzes;

verzoekt de regering niet te bezuinigen op de gehandicaptenzorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 49 (36848).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bikker c.s. (36848, nr. ??, was nr. 49).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

We stemmen nogmaals.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bikker c.s. (36848, nr. ??, was nr. 49).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Daar zullen we hoofdelijk over stemmen. Ik verzoek absolute stilte in de zaal, zodat we het maar één keer hoeven te doen. Ik verzoek de griffier om de namenlijst voor te lezen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bikker c.s. (36848, nr. ??, was nr. 49).

Vóór stemmen de leden: Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Ergin, Faber, Flach, Graus, Grinwis, Heutink, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Frederik Jansen, Kathmann, Keijzer, Klaver, Kops, Kostić, Kröger, Lahlah, Lammers, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Van Oosterhout, Ouwehand, Patijn, Piri, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schilder, Stoffer, Stöteler, Struijs, Stultiens, Teunissen, Tseggai, Vermeer, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, De Vos, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan, El Abassi, Abdi, Van Baarle, Beckerman, Bikker, Boon, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Bushoff, Ceder, Claassen, Dassen, Dekker, Tony van Dijck en Jimmy Dijk.

Tegen stemmen de leden: Inge van Dijk, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Goudzwaard, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kisteman, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Krul, Van Lanschot, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Müller, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Oosterhuis, Oualhadj, Paternotte, Paulusma, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Synhaeve, Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Wendel, Van der Werf, Zwinkels, Van Ark, Armut, Van Asten, Bamenga, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Bevers, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen, Ceulemans, Clemminck, Coenradie en Heera Dijk.

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met 75 stemmen voor en 74 stemmen tegen is aangenomen.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Ik verzoek de leden om nog even de concentratie te behouden voor de laatste stemming.

Stemming motie Begroting Justitie en Veiligheid 2026

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026,

te weten:

de motie-Struijs/Dobbe over een expliciete wettelijke definitie van (36800-VI, nr. 123).

(Zie vergadering van 29 januari 2026.)

In stemming komt de motie-Struijs/Dobbe (36800-VI, nr. 123).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Dat waren de stemmingen. Ik schors een enkel ogenblik, waarna we verder zullen gaan met de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en verzoek de leden hun plaatsen in te nemen.

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer de Wijziging van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor het aanmerken van de Verdragenbank als openbare bron van verdragsgegevens en enkele andere wijzigingen (36838-R2212).

Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van de Partij voor de Dieren bij de stemmingen op 5 maart jongstleden over de motie-Hoogeveen (21501-07, nr. 2169) geacht wenst te worden tegen deze motie te hebben gestemd.

Ik deel aan de Kamer mee dat voor een aantal debatten de termijn voor toekenning is verlengd:

het debat over stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken;

het dertigledendebat over de aanpak van rechtsextremistische radicalisering;

het dertigledendebat over de bescherming van moskeeën en Nederlandse moslims;

het dertigledendebat over het bericht dat het aantal arbeidsongeschikten op wachtlijsten naar 200.000 kan groeien.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 21501-20-2332; 29653-80; 21501-20-2340.

Voorts is een tweetal moties komen te vervallen: 21501-08-1018; 32637-736.

Op verzoek van de fractie D66 benoem ik:

in de vaste commissie voor Defensie het lid Jagtenberg tot lid in plaats van het lid Podt;

in de vaste commissie voor Financiën de leden Schoonis en Mathlouti tot lid in de bestaande vacatures;

in de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties het lid Jagtenberg tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid Van Leijen tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid het lid Mathlouti tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

in de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het lid Van Leijen tot lid in de bestaande vacature;

in de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei het lid Van Leijen tot lid in de bestaande vacature;

in de vaste commissie voor Asiel en Migratie het lid Huizenga tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature.

Op verzoek van de fractie CDA benoem ik:

in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid Koorevaar tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Lanschot;

in de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking het lid Hamstra tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Armut.

Op verzoek van de fractie van de VVD benoem ik:

in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het lid Kisteman tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Nobel;

in de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking het lid Den Hollander tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Schutz;

in de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei het lid Nobel tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Bevers;

in de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het lid Meulenkamp tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid De Kort;

in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken het lid Bevers tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature.

Op verzoek van de fractie PVV benoem ik:

in de vaste commissie voor Europese Zaken het lid Van Meetelen tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Graus;

in de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid het lid Prickaertz tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Bosma;

in de vaste commissie voor Economische Zaken het lid Raijer tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Mooiman.

Op verzoek van de fractie GroenLinks-Partij van de Arbeid benoem ik in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid Stultiens tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Patijn.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

het tweeminutendebat Energieraad d.d. 16 maart 2026 (CD d.d. 05/03) met als eerste spreker het lid Van den Berg van JA21;

het tweeminutendebat Medische capaciteit in de Gazastrook (23432, nr. 629).

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan het lid Kostić voor haar eerste verzoek van drie verzoeken bij deze regeling van werkzaamheden.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter. De dierenartskosten stijgen hard. Steeds meer mensen die bij de dierenarts komen, kunnen de kosten eigenlijk niet betalen. Mensen worden voor afschuwelijke dilemma's geplaatst en kunnen hun dieren niet de nodige zorg bieden. Als dit kabinet de armoede ook nog eens laat stijgen, loopt het al helemaal uit de hand. De Kamer roept al jaren om maatregelen, maar kabinetten blijven maatregelen voor zich uit schuiven. Het is onacceptabel dat dieren moeten lijden en dat mensen die dieren houden, in onzekerheid blijven. Het is tijd dat …

De voorzitter:

Uw verzoek?

Kamerlid Kostić (PvdD):

... dieren de zorg krijgen die ze verdienen. Mijn verzoek is om het debat dat al op de lijst staat, voor het zomerreces in te plannen.

De voorzitter:

Ik dacht even dat u al aan uw spreektekst begon. Ik ga kijken of er steun voor is.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, goed idee, dus steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik wil even markeren dat dit debat destijds door de Partij voor de Dieren van de agenda is gehaald omdat er een ander debat over een niet-bestaande ruzie moest komen, dus …

Kamerlid Kostić (PvdD):

Nou, kom op. Nee, dat …

De voorzitter:

Mevrouw Van der Plas heeft het woord.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

De urgentie was er toen dus al heel erg — dat wil ik wel even gezegd hebben — en …

De voorzitter:

Steunt u het verzoek of niet?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

… die urgentie is er nog steeds, dus ik steun dit.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Nee, voorzitter, ik …

De voorzitter:

Mevrouw Den Hollander.

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Voorzitter. We zijn er niet op tegen, maar we zouden wel graag het definitieve ACM-rapport willen afwachten om dat te kunnen meenemen in het debat. Dat rapport komt ergens in deze weken.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):

Van harte steun.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

De heer Vervuurt (D66):

Steun, voorzitter.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

De heer Stöteler (PVV):

Steun.

De heer Lohman (CDA):

Steun.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

Uw tweede verzoek.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik wil een persoonlijk feit maken, want …

De voorzitter:

Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. Het debat was vorige keer gewoon ingepland, maar omdat een BBB-minister, mevrouw Wiersma, weigerde …

De voorzitter:

Maar dat is geen persoonlijk feit.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ja, dat is een correctie op …

De voorzitter:

Nee, nee, nee, nee, nee, ik stel voor dat we naar uw volgende verzoek gaan, de vooraankondiging.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dan zou ik de voorzitter willen verzoeken …

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

Kamerlid Kostić (PvdD):

… om in het vervolg te handhaven hierop, want dit is een rare opmerking van BBB.

De voorzitter:

Uw tweede verzoek.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dank u wel!

De voorzitter:

En dan moet u de hele avond nog!

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ja, ik laat me geen rare dingen in de schoenen schuiven.

Dit verzoek is volgens mij heel simpel. Volgende week is er een bijeenkomst van de Milieuraad en wij zouden graag deze week …

(Onrust op de publieke tribune.)

De voorzitter:

Ik zou toch om wat rust op de publieke tribune willen vragen.

Ik stel voor dat u uw verzoek even herhaalt, want het was een beetje onrustig.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ja. Volgende week is dus de Milieuraad, op 17 maart. Wij zouden graag een vooraankondiging willen doen voor een tweeminutendebat, nog deze week in te plannen.

De voorzitter:

Mevrouw Van der Plas, en niet uitlokken dit keer, hè? Nee? Toch niet. Het was een vooraankondiging; daar gaan we rekening mee houden.

Dan het derde verzoek.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ja, voorzitter. De overheid heeft jarenlang toegestaan dat staalslakken, het giftige afval van de staalfabrieken, werden gedumpt in onze leefomgeving. De Kamer heeft een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen om een totaalverbod in te stellen op de toepassing van staalslakken. Deze opdracht van de Kamer wordt niet volledig uitgevoerd en ondertussen blijven gemeenten met die troep zitten. Zij willen terecht hun bewoners en hun milieu beschermen. Daarom grijpen ze in en stellen ze lokale verboden in. Nu begrijpen we dat het ministerie probeert om gemeenten op te dringen die staalslakken alsnog te accepteren en dus probeert te verbieden dat er een lokaal verbod komt. Ik vind dat onacceptabel. Wat de Partij voor de Dieren betreft laten we gemeenten met rust en gaan wij vooral hier aan de slag om de motie voor het instellen van een totaalverbod uitgevoerd te krijgen, maar een debat hierover is in ieder geval wel terecht. Daarom …

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik hoor het lid Kostić in de slipstream van haar verzoek nog zeggen dat ze het debat voor het meireces wil. Dat kan, bij het commissiedebat Leefomgeving op 2 april. Geen steun dus voor een plenair debat, maar wel om dit te agenderen voor het commissiedebat.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Steun voor dit debat.

De heer Chris Jansen (PVV):

Steun.

De heer Bikkers (VVD):

Wat mij betreft kan het in het commissiedebat Leefomgeving. Geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):

Steun voor dit debat.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Geen steun.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

De voorzitter:

U heeft weer een meerderheid. U doet goede zaken vandaag.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Nou, geweldig! Dank.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Claassen, voor zijn verzoek namens de Groep Markuszower.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Voorzitter. Wist u dat uit een onderzoek van CNV en EenVandaag onder 451 docenten blijkt dat 43% van de leraren te maken heeft met fysiek geweld van leerlingen of ouders? 85% kreeg te maken met bedreiging of verbaal geweld en meer dan 60% zegt dat de agressie de afgelopen vijf jaar is toegenomen. Dat zijn geen incidenten meer; dit is een ernstig veiligheidsprobleem op scholen. Ondertussen zegt een kwart van de docenten dat zij daarom geen leraar meer willen zijn. Dat is met het huidige lerarentekort natuurlijk een groot probleem. Daarom wil ik een debat met de minister van OCW om helder te krijgen wat er nu echt concreet wordt gedaan om deze problemen in het onderwijs te stoppen.

De voorzitter:

We gaan kijken of u daar steun voor krijgt.

Mevrouw Armut (CDA):

Voorzitter. Het is ongelofelijk schrijnend wat de heer Claassen hier omschrijft. Het is ook heel belangrijk dat we daar snel over praten. Dat kan op 25 maart bij het commissiedebat Leraren. Wat het CDA betreft, doen we dat dan.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik denk dat dit een groot probleem is, dus aan dit verzoek om een plenair debat wil ik wel steun geven.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Het is zeker belangrijk dat we dit bespreken. Dat kan binnen twee weken bij het commissiedebat, dus geen steun voor dit verzoek.

De heer Flach (SGP):

Steun.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Het zijn verschrikkelijke cijfers. Wat mij betreft zijn die het ook waardig dat we daar een apart debat over voeren. Steun.

Mevrouw Raijer (PVV):

Voorzitter, steun, maar vooraf aan het debat wil ik wel graag dat de schriftelijke vragen die ik vorige week op dit onderwerp heb ingediend, beantwoord worden.

De heer Kisteman (VVD):

Ik sluit me graag aan bij de woorden van de collega's van het CDA en D66. Geen steun.

De heer Dekker (FVD):

Van harte steun, voorzitter.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Ik denk dat we het zo snel mogelijk moeten behandelen, en het commissiedebat is snel. Dat lijkt me dus de snelste weg.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Claassen.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Nee, maar ik ben even aan het tellen. Dat gaat niet zo snel, maar volgens mij zit ik wel op 30 leden. Ik zou het dus op de lijst van dertigledendebatten willen hebben.

De voorzitter:

We zetten het erop.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Bij het lerarendebat zou ik het eigenlijk willen hebben over alle goede dingen die er gebeuren en hoe we het beter kunnen maken, en niet over dit trieste verhaal.

De voorzitter:

Dank u wel.

Ik geef het woord aan het lid Lammers van de Groep Markuszower. Mevrouw Lammers krijgt het woord voor haar verzoek.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Voorzitter. In de nacht van vrijdag 27 op zaterdag 28 februari heeft een 22-jarige asielzoeker een jonge vrouw mishandeld en geprobeerd haar te verkrachten. Chris Jude is nog niet eens veroordeeld of de volgende dient zich al aan. Niet-westerse migranten zijn tot drieënhalf keer vaker verdachte van seksuele misdrijven. Wanneer gaan de alarmbellen rinkelen? Ik wil daarom een debat met de minister van Asiel en Migratie over hoe hij deze asielzoekers uit ons land denkt te krijgen en hoe hij gaat garanderen dat dit soort gekken nooit meer een stap op Nederlandse bodem gaat zetten.

De voorzitter:

We gaan kijken of daar steun voor is.

De heer Russcher (FVD):

Een van de zovele slachtoffers van de massale immigratie. Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Het verzoek is naar aanleiding van één incident in Rotterdam. Ik hoor nu dat het verzoek eigenlijk veel breder is en gaat over geweldsincidenten met asielzoekers, om een breed debat te voeren over geweld tegen vrouwen, in dit geval door een Marokkaanse asielzoeker. Ik vraag me dus even af: wat is het verzoek nou? Moet het debat gaan over het incident dat in het voorstel staat, over die vrouw die is aangevallen in Rotterdam? Of is het een breed debat? Want dan …

De voorzitter:

Nee, nee, nee. Het voorstel is leidend. Uiteindelijk melden we dat met elkaar aan. Daar kunnen we ons op voorbereiden. Steunt u dat?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Het voorstel is dus een debat over deze ene aanval op die vrouw.

De voorzitter:

Zo heb ik het ingezonden gekregen, met de collega's.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Oké. Dan is het voor mij duidelijk, want dat bepaalt wel of ik wel of geen steun geef. Voor een breder debat zou ik wel steun geven, maar ik vind niet dat we op elk incident … Dan kunnen we hier elke dag honderden debatten aanvragen.

De voorzitter:

Helder. Helder. U geeft geen steun. Meneer Flach.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Maar ik wil het dus wel in het commissiedebat meenemen.

De voorzitter:

Ja. Flach.

De heer Flach (SGP):

Voorzitter. De verdachte verbleef in mijn woonplaats. Het betrof een veiligelander. Met name daar moeten we het een keer over hebben. Als dat ook de strekking van het debat is, dan geef ik steun.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Ik sluit me aan bij de heer Flach, dus steun.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Ik denk dat het bij de aanvraag met name gaat om de achtergrond van de verdachte. Ik vind het een verschrikkelijke situatie. Wat zich heeft voorgedaan, is echt verschrikkelijk. Dat gun je niemand. Maar de agenda waarbij we het over de achtergronden van daders gaan hebben, wil ik niet steunen. Alleen daarom steun ik dit verzoek niet.

De heer Ellian (VVD):

Voorzitter. Het is altijd gepast om het slachtoffer eerst even sterkte te wensen. Volgens mij moeten we dat eerst doen hier. Dan wil ik even in algemene zin … Ik doe het heel kort. U kijkt me al streng aan, maar ik ga u tijd besparen, want ik ga in één keer reageren op alle asieldebatverzoeken. Alle debatverzoeken over asiel zijn wat ons betreft belangrijk. We maken ons als VVD-fractie ook zorgen. Maar we vergaderen elke zes weken in de commissie en hebben dan een debat. Ik ga vandaag dus geen verzoeken steunen.

De voorzitter:

Ja, dank u wel. U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Maar wel 30 leden, toch?

De voorzitter:

Ja, die heeft u. We zetten het erbij.

Het woord is aan de heer Dassen voor zijn verzoek namens Volt. Gaat uw gang.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Het eerste verzoek laat ik gaan. Ik zal daar geen debatverzoek voor indienen, omdat we al een debat hebben staan over de veiligheidsstrategie van de Verenigde Staten. Ik hoop dat dat spoedig ingepland zal worden.

De voorzitter:

Dat is uw eerste verzoek. Dat doet u niet.

De heer Dassen (Volt):

Dat klopt.

De voorzitter:

Uw tweede verzoek.

De heer Dassen (Volt):

Het tweede verzoek gaat over een debat over de investeringsbank. Dat debat is al een tijd geleden aangevraagd. We wachten nog op een brief van het kabinet, maar ik wil wel vragen om dat debat in te gaan plannen, het liefst voor het meireces.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u daar steun voor heeft.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Nee, geen steun. En ook geen steun voor het volgende verzoek van de heer Dassen, als dat doorgaat.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Belangrijk onderwerp. We hebben het debat ook gesteund. Ik zie de spoed niet, ook omdat we nog wachten op een brief.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Steun.

De heer Vervuurt (D66):

Voorzitter, geen steun. Het kan bij de Voorjaarsnota.

Mevrouw Bühler (CDA):

Ook geen steun. Ik volg hetgeen mijn voorgaande spreker zei.

De heer Dekker (FVD):

Belangrijk onderwerp. Veel steun, ja.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Steun voor het debat over de oprichting van de investeringsbank. Voor het andere voorstel geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Nee, klopt. Er is natuurlijk al een meerderheid voor het debat. Het verzoek was dus om het spoedig in te plannen. De reacties over de Voorjaarsnota zijn eigenlijk niet zo relevant, maar goed.

De voorzitter:

Uw volgende verzoek.

De heer Dassen (Volt):

Het volgende verzoek gaat over de aanbestedingsregels van de Rijks ICT. Het gaat binnen deze Kamer veel over digitale autonomie, maar de vraag is natuurlijk hoe we die met elkaar gaan bereiken. We spreken veel over individuele casussen, maar we zien nu ook dat de overheid tegen heel veel obstakels aanloopt op het moment dat zij graag onafhankelijker wil worden van de Amerikaanse techbedrijven. Ik zou naar aanleiding van deze berichtgeving graag een brief van het kabinet willen over wat de mogelijke vervolgstappen zijn. Ik zou hier graag ook een debat willen voeren met de minister van Economische Zaken en de staatssecretaris van Digitale Zaken.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Steun.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Steun voor het informatieverzoek, niet voor een plenair debat. Maar mocht de heer Dassen morgen in een pv DiZa een voorstel doen om een huidig commissiedebat te verbreden met bewindspersonen of iets nieuws in te plannen, dan zullen we daarnaar kijken. Mede namens CDA en D66.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Ik sluit me aan bij wat de voorganger van de VVD zei.

De heer Prickaertz (PVV):

Steun, voorzitter.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Dit gaat over 3 miljard aan belastinggeld. Het lijkt me heel raar om een debat niet te steunen. Van harte steun.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De heer Dekker (FVD):

Van mijn kant steun.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Wel 30 leden, dus ik zet het graag op de lijst.

De voorzitter:

Zeker. We zetten het erbij.

Het woord is aan de heer Dekker voor zijn verzoek. Gaat uw gang.

De heer Dekker (FVD):

Voorzitter. We lezen in de krant dat er is besloten Oekraïne vanuit Nederland te helpen met de wederopbouw van hun gasinfrastructuur door belangrijke infrastructuurcomponenten te gebruiken van onze Groningse gasvoorzieningen, die we blijkbaar al aan het ontmantelen zijn. Dat is naar de mening van FVD om verschillende redenen ongewenst. Allereerst zou het, gezien de spanningen in het Midden-Oosten, goed kunnen dat we ons Gronings gas op korte termijn weer moeten activeren voor eigen gebruik. We hebben die infrastructuur dan zelf hard nodig. Bovendien verkeert Oekraïne in een oorlogssituatie waarbij door Rusland onder andere de energie-infrastructuur wordt bestookt.

De voorzitter:

Uw verzoek.

De heer Dekker (FVD):

De kans is groot dat de componenten die Nederland als het ware uit de mond spaart, na korte tijd worden vernield als gevolg van die oorlogshandelingen. Hierover willen we graag een debat met de ministers van Defensie en KGG.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Steun.

Mevrouw Müller (VVD):

Geen steun.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ook geen steun.

De heer Kops (PVV):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid. Dank u wel.

Het woord is aan mevrouw Moinat voor haar verzoek namens de Groep Markuszower.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Voorzitter. Ik sta hier naar aanleiding van het nieuws dat de top van het UWV zich actief bemoeide met Kamerbrieven van voorgangers van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om het eigen straatje schoon te vegen. Dat is onacceptabel en een regelrechte aantasting van de informatiepositie van deze Kamer. Wij moeten deze regering grondig kunnen controleren en kunnen vertrouwen op de inhoudelijke juistheid van brieven van het kabinet. Daar hoort geen bestuurder van het UWV dwars doorheen te fietsen. Graag wil ik daarover dan ook een debat met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Dit is belangrijk, maar we hebben morgen zowel een debat over de WIA-problematiek, precies dit onderwerp, als over de SZW-begroting, waar dit onderwerp ook besproken kan worden. Geen steun dus, want morgen zijn er twee gelegenheden om dit onderwerp bij te betrekken.

De heer De Beer (VVD):

Daar sluit ik me graag bij aan. Geen steun.

De heer Stöteler (PVV):

Voorzitter, steun. Maar mijn collega Van Meetelen wil graag een schriftelijke reactie van het kabinet met een feitenrelaas voordat zo'n debat plaatsvindt.

De voorzitter:

Dat geleiden we door naar het kabinet.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. Ik zou het debat héél graag willen steunen, maar er staat ook een debataanvraag van mijzelf op de lijst met dertigledendebatten met eigenlijk precies dezelfde aanvraag. Misschien kunnen we die samenvoegen. Ik zal dit steunen, maar ik ben wel voor samenvoegen.

De voorzitter:

U heeft het weer even opgefrist. Dank u wel.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Steun.

De heer Krul (CDA):

Geen steun.

Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA):

Steun.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Geen steun, want er komen veel debatten aan waar dit bij kan.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik wil ook nog een informatieverzoek doen om inderdaad een schriftelijke reactie hierop te geven voor het tweeminutendebat morgen en dat is om 10.15 uur.

De voorzitter:

Dat verzoek geleiden we door naar het kabinet. U heeft geen meerderheid, mevrouw Moinat.

Het woord is aan mevrouw Kröger voor haar verzoek.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Afgelopen zaterdag publiceerde de NRC een reconstructie over hoe de vorige minister van IenW tegen alle ambtelijke adviezen en ook tegen alle juridische en wetenschappelijke adviezen in, maar onder grote druk van een zeer agressieve luchtvaartlobby een Luchthavenverkeersbesluit Schiphol erdoor duwde. Omwonenden, de rechtsstaat en goed bestuur staan allemaal aan de zijlijn. Schiphollen in optima forma! Dit nieuwe kabinet mag dat nu uitvoeren. Ik wil graag een kabinetsreactie op deze reconstructie, inclusief een feitenrelaas en een tijdlijn. Ook wil ik een debat met de minister van IenW over de totstandkoming van het voorliggende luchthavenverkeersbesluit, over de juridische en praktische implicaties ervan, over de rol van de lobby van Schiphol en KLM en over de vraag welke gevolgen we hieraan moeten verbinden.

De voorzitter:

Uw informatieverzoek geleiden we door naar het kabinet. Ik ga kijken of er steun is voor het debat.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Voorzitter. Het is onacceptabel hoe machtig de luchtvaartlobby is, dus van harte steun voor een debat namens de Partij voor de Dieren. Ook heel veel steun voor het informatieverzoek.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Minister Madlener heeft nu al zo veel complimenten gekregen via dat artikel dat we hem niet nog meer veren in zijn derrière hoeven te stoppen, dus geen steun voor het verzoek.

De heer Peter de Groot (VVD):

Het snelste is om dit te bespreken in het commissiedebat Luchtvaart binnenkort, dus mede namens het CDA: geen steun.

De heer Flach (SGP):

Ik ken de reconstructie niet, maar het is op zichzelf niet ongebruikelijk dat de minister tegen een aantal adviezen in een ander besluit neemt. Dar is hij ook minister voor. Om die reden dus geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Geen steun.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Voorzitter. Ik wilde ook zeggen: ambtenaren adviseren en ministers nemen besluiten. Binnenkort, volgens mij op 7 april, is er een luchtvaartdebat, dus geen steun voor het verzoek.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter, steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

De heer Vervuurt (D66):

Geen steun. Dit kan bij het commissiedebat Luchtvaart.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Steun.

De heer Stöteler (PVV):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Geen meerderheid. Ik hoor wel veel steun voor het informatieverzoek en om dat te betrekken bij het debat op 8 april. Wij willen die informatie dan ook voor dat debat ontvangen.

De voorzitter:

Wij geleiden dat verzoek door.

Het woord is aan mevrouw Vondeling, voor haar verzoek namens de fractie van de Partij van de Vrijheid.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Voorzitter. Er wordt massaal gefraudeerd met kinderkenningen om aan verblijfsvergunningen te komen. We hebben het er net bij het mondelinge vragenuur al over gehad, maar om ervoor te zorgen dat de minister snel met maatregelen komt, wil ik toch ook nog een debat hierover aanvragen met de minister van Asiel en Migratie.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Ceulemans (JA21):

Er zijn net inderdaad vragen geweest van collega Boomsma, uit mijn fractie. Wij steunen het debat, maar dan willen we wel eerst het aangekondigde plan van aanpak ontvangen. Steun voor het debat daarna.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Van harte steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Ook steun, voorzitter.

De voorzitter:

Mevrouw Rajkowski. Nee? Mevrouw Straatman.

Mevrouw Straatman (CDA):

Geen steun, voorzitter. Er zijn veel commissiedebatten over asiel en migratie waar we dit kunnen bespreken.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Vondeling.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Heb ik 30 leden? Ik heb even niet mee kunnen tellen.

De voorzitter:

Ja, die heeft u.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Oké, dan mag het op de lijst.

De voorzitter:

Ja, we zetten 'm erbij.

Het woord is aan de heer Ceder, voor zijn verzoek namens de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Mijn verzoek is procedureel van aard. Ik heb uit collegialiteit tot tweemaal toe het plenaire debat verschoven, omdat er actualiteiten van geopolitieke orde waren. Dat maakt echter dat het debat nu vervalt, tenzij ik een nieuw verzoek. Wij hebben dit verzoek al twee keer gesteund. Als ik het debat nu niet opnieuw aanvraag, vervalt het definitief, vandaar het verzoek om het debat vóór 31 maart of in de week van 31 maart in te plannen, zodat het in die week gevoerd kan worden. De aanleiding kent u al. Die heb ik namelijk al twee keer zeer uitvoerig toegelicht. Deze samenstelling van de Kamer heeft al ingestemd om dit debat plenair met elkaar te voeren, dus ik hoop op steun voor deze procedurele stap.

De voorzitter:

We gaan inventariseren.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. We hadden het er net bij de procedurevergadering van Buitenlandse Zaken over. Er staan nu zes voltijdsdebatten gepland, onder andere over vier jaar oorlog in Oekraïne. Er staat ook nog een debat Midden-Oosten gepland en er is een debat over Iran deze week. De heer Ceder probeert dit, maar ik kan moeilijk verantwoorden dat dit meer prioriteit zou hebben dan de oorlogssituaties waar we het over hebben, dus geen steun.

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. Het debat dat hier wordt aangevraagd, gaat over honderden miljoenen mensen. Het is al vele malen vooruitgeschoven en het is nu echt zaak dat het wél gaat plaatsvinden, dus ik steun het verzoek.

De heer Flach (SGP):

Uit collegialiteit met de heer Ceder zouden we dit allemaal moeten steunen, maar ík kan het niet verantwoorden als we dit debat níet voeren. Er zijn wereldwijd 380 miljoen vervolgde christenen. Ik zou zeggen: hoe belangrijk wil je het hebben?

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Van harte steun.

De heer Van Lanschot (CDA):

Voorzitter. Dit is een belangrijk onderwerp. We zien nu niet de urgentie om dit debat op korte termijn te voeren, dus voor nu geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Voorzitter, dit is een heel redelijk verzoek van de heer Ceder, dus steun.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Als een collega zo lang om een debat vraagt, lijkt het me verstandig om dat debat in te plannen. Ik zou alleen al uit collegialiteit dit debat willen steunen.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Dit is een heel belangrijk debat. Van harte steun.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ik sluit me aan bij mevrouw Piri. Geen steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Vervuurt (D66):

Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Van Lanschot. Geen steun, voorzitter.

Mevrouw Maes (VVD):

Het is al heel vaak verschoven. Ik wil het dus van harte steunen.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid, meneer Ceder.

Het woord is aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer, voor haar verzoek namens de fractie van D66.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Dank u wel, voorzitter. Volgend jaar moet Nederland voldoen aan de Kaderrichtlijn Water; dat doen we nu nog niet. Uit een rapport van de Rekenkamer bleek kortgeleden dat op veel plekken die doelen nog ver weg zijn, maar ook dat een totaaloverzicht van vergunningen en lozingen ontbreekt. Als we niet weten wat erin gaat en hoe we daar grip op houden, is het moeilijk om die doelen te gaan halen. De tijd dringt, want die deadline van volgend jaar zit ons aan te staren. Daarom willen wij voorstellen hier een debat over te voeren.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. U bent wat voorbarig, maar het klopt. GroenLinks-PvdA vindt het heel belangrijk om dit debat op korte termijn te voeren.

De heer Bikkers (VVD):

Voorzitter. Ik snap het verzoek, maar op 2 april hebben wij een commissiedebat Leefomgeving. Volgens mij kunnen we het daar ook heel goed bespreken en dan zijn we waarschijnlijk zelfs sneller.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dit is een heel belangrijk debat. Van harte steun.

De heer Kops (PVV):

Geen steun.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):

Steun.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Geen steun, voorzitter.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Dank u wel.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Kathmann, voor haar verzoek namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Een waarschuwing van de geheime diensten moeten we volgens mij altijd serieus nemen. Gisteren kregen we dit bericht: "Uit inlichtingen blijkt dat Russische statelijke actoren wereldwijd op grote schaal Signal- en WhatsAppaccounts compromitteren en dat Nederlandse overheidsmedewerkers ook doelwit zijn geworden." Het laat maar weer zien hoe politiek onze techniek inmiddels geworden is. De keuze van de app waarmee we met elkaar praten, welke mailserver we gebruiken, maar ook of we een profiel hebben op een datingwebsite of hardloopapp, maakt ons heel erg kwetsbaar. Het is hoog tijd dat we als Tweede Kamer de informatiebeveiliging van de overheid bespreken. Daarom nodig ik héél graag de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken uit om hier met ons over in debat te gaan. Daarbij heb ik ook het volgende informatieverzoek. Ik ontvang graag een brief met meer informatie over de acties van de Russische Federatie en of er inderdaad ambtenaren zijn getroffen. Zo ja, hoe worden zij geholpen om weer cyberveilig te zijn? Ook ontvang ik graag een actuele risicoanalyse van de communicatiemiddelen die nu binnen de Rijksoverheid worden gebruikt. Tot slot wil ik eindelijk dat het onderzoek naar de dataweglek uit de Digitale Werkplek Rijk 2.0 zo spoedig mogelijk openbaar wordt gemaakt, waarbij er zo min mogelijk is weggelakt.

De voorzitter:

Uw informatieverzoek geleiden we door naar het kabinet. Ik ga kijken of er steun is voor het debat.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Steun.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Steun.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Na dat verzoek is er bijna geen debat meer nodig, want het was zo lang, maar wel van harte steun.

Mevrouw Rajkowski (VVD):

Geen steun. Dit kan bij het commissiedebat AIVD worden betrokken. Wij geven wel steun aan het informatieverzoek, maar dan zou ik willen vragen om in de brief niet alleen mee te nemen of apps wel of niet veilig zijn maar ook dit specifieke incident dat volgens mij wat meer op phishing leek. Dus ook dat graag in die brief.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Kathmann.

Het woord is aan mevrouw Coenradie. De heer Ceulemans neemt waar, namens de fractie van JA21.

De heer Ceulemans (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Afgelopen week was er veel commotie rondom de politie. De uitspraken van de minister en de korpsleiding hebben namelijk de indruk gewekt dat mogelijk honderden of zelfs duizenden agenten uit sensatie in een dossier hebben gekeken. Dat is een zware aantijging richting politiemensen die dagelijks hun werk doen. Het is ook terecht dat de minister en de korpsleiding hun excuses hebben aangeboden, maar dat is wat ons betreft slechts een eerste stap. Ik wil daarom namens collega Coenradie een debat aanvragen over dit onderwerp, waarin we ook nadrukkelijk stilstaan bij de vraag hoe we het beschadigde vertrouwen tussen de agenten en de politietop gaan herstellen. Wat mevrouw Coenradie betreft is het onderwerp ook te groot om in een commissiedebat te behandelen.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

We hebben gelukkig al iemand uit die politietop kunnen wegwerken onlangs ...

De voorzitter:

Nounounounou.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

... maar geen steun voor het debat, want dit kan worden betrokken bij een commissiedebat.

De voorzitter:

Dat was niet nodig, meneer Markuszower.

De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, steun voor het debat. Wat ons betreft ook voorafgaand aan dat debat, als daar een meerderheid voor is, een brief met een feitenrelaas en alle informatie die wij als Kamer nog niet hebben. Dus steun.

De heer Flach (SGP):

Wat de SGP betreft hoeft dit niet in een apart plenair debat, maar kan het heel goed in het commissiedebat Politie.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Flach.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

Mevrouw Faber (PVV):

Steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Ik vind het netjes dat er excuses aangeboden zijn. Laten we het daar dan bij houden met elkaar.

Mevrouw Straatman (CDA):

Eens, geen steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Steun voor dit debat, want voor de zoveelste keer zijn agenten voor de bus gegooid. Dat is al eerder gebeurd, dus van harte steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Het woord is aan de heer Markuszower. Gaat uw gang.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Dank u wel, voorzitter, want ik wil heel graag een debat met ú.

De voorzitter:

O!

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Ja, want "islam" betekent "onderwerping". Deze Kamer is gisteren onderworpen aan een ideologie die niks heeft met democratie, vrijheid en tolerantie. De vergadering is gisteren geschorst, onderbroken, voor een iftar. We zijn gisteren dus tolerant geweest voor de intoleranten en dat is de eerste stap naar islamisering van dit parlement. We moeten die stap terugdringen. Daarom wil ik graag een debat met u en dat graag op korte termijn, want die iftar is nog wel even bezig. Dit kan niet nog een keer gebeuren.

De voorzitter:

Ik zou bijna zelf naar de microfoon rennen. Dat doe ik maar niet. Ik …

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Dat mag!

De voorzitter:

Dat dacht ik al. Ik wijs er voor de orde op dat het voorzitters, of het nou hier in deze zaal of in commissiezalen is, vrijstaat om werkafspraken te maken over het verloop van het debat. Maar democratisch als we hier met elkaar zijn, ga ik kijken hoe daar door de leden naar wordt gekeken.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Voorzitter, wat u doet, is niet helemaal correct, want u neemt een voorschot op de discussie. Dat vind ik niet helemaal eerlijk, want u moet hier onpartijdig …

De voorzitter:

Nee. Ik ga kijken of u steun heeft voor uw verzoek, want daar ben ik nu inmiddels wel nieuwsgierig naar.

De heer Flach (SGP):

Voorzitter. Ik ben het wel eens met de heer Markuszower. Dat dit gisteren gebeurd is, moet eens maar nooit weer zijn. Ik vind het ook ongepast dat u als Voorzitter hier al een voorschot op neemt, want het is heel goed om hier een debat over te hebben. Morgen is de biddag voor gewas en arbeid. Ik kies ervoor om zelf, in eigen tijd, naar de kerk te gaan. Daar hoeft de vergadering hier niet voor verschoven te worden. Zo hoort het, denk ik, dus steun voor dit debat.

De voorzitter:

Een kleine correctie, meneer Flach, want ik heb hier geen voorschot genomen op welk debat dan ook. Ik heb gekeken hoe dit is gegaan in de betreffende commissie. De voorzitter van dienst heeft vooraf aangegeven op welk moment er zou worden geschorst. Daar hebben alle deelnemers aan het debat in meerderheid mee ingestemd. Zo doen we het altijd. We besluiten hier als voorzitters niet politiek, we besluiten hier bij meerderheden. Zo is dat gisteren gegaan. Nu doet de heer Markuszower een voorstel voor een debat met mij. Dat mag. Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Boon (PVV):

Voorzitter. We hebben allemaal gezien dat Nederland gisteren een stukje verder geïslamiseerd is, met steun van het CDA en de VVD. Het was eigenlijk een zwarte dag voor Nederland. Ik vind het dus heel goed dat wij …

De voorzitter:

Punt gemaakt.

De heer Boon (PVV):

… een debat hierover gaan steunen.

De voorzitter:

Punt gemaakt.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Volgens mij was gisteren een bedrijfsongeval, trouwens ook gezien de reactie van de vertegenwoordiger van DENK. Ik vond dat vrij respectloos. Er zijn wel meer individuele religieuze momenten in het leven van alle aanwezigen hier, maar het kan niet zo zijn dat dat betekent dat we dan debatten gaan schorsen. Ik denk dat het verstandig is om in het Presidium met elkaar een afspraak te maken over hoe we hiermee omgaan. 2 april is bijvoorbeeld Witte Donderdag. Dan zijn er hier in Den Haag om 19.30 uur allerlei missen bij te wonen, maar daarvoor vraag ik op dat moment ook geen schorsing. Ik denk dus dat het verstandig is als u, voorzitter, dit mee terugneemt en hier in het Presidium met elkaar een lijn over afspreekt. Als u dat nu aanbiedt, hoef ik de heer Markuszower niet te steunen. Als u dat niet doet, steun ik hem wel, want dan moeten we het hier in den brede over hebben met elkaar.

De voorzitter:

Ik beschouw het als een verzoek dat u doet in de richting van het Presidium. Dat kan ik natuurlijk altijd bespreekbaar maken in het Presidium, maar ik hecht er ook aan elkaar te wijzen op de werkafspraken die we hier hebben. Ik heb even gekeken hoe dat gisteren is gegaan. Dat is gewoon zoals we dat doen. De voorzitter van dienst heeft gewoon in de vergadering aangegeven hoe de werkwijze met elkaar plaatsvindt. Maar, mevrouw Keijzer, als u het verzoek doet dit mee terug te nemen naar het Presidium, neem ik dat van harte mee en bespreek ik dat met de collega's aldaar.

De heer Krul (CDA):

Voorzitter. De uitdrukking "spijkers op laag water zoeken" krijgt staande deze vergadering een volledig nieuwe lading, want wat wordt hier van niks iets groots gemaakt! Er is een ordevoorstel gedaan door een Kamerlid. Dat staat alle Kamerleden vrij. Daar is vervolgens een besluit over genomen. Daarmee is wat ons betreft ook gewoon de kous af, dus absoluut geen steun voor een apart debat. Dat zou zonde zijn van de plenaire zaal, die we voor hele belangrijke dingen kunnen inzetten in plaats van voor dit soort onzin.

De heer Ceulemans (JA21):

Voorzitter. Alle respect voor u, maar ik heb hier wel moeite mee. U mengt zich namelijk gewoon inhoudelijk in dit debat. Zoals u het zegt, is het in mijn beleving gisteren ook niet gelopen. De woordvoerder van DENK was de laatste die nog aan het woord zou komen en daarna was de dinerpauze, maar er moest demonstratief een kwartier geschorst worden zodat meneer dadeltjes kon gaan eten. Wat er gisteren gebeurd is, is wat ons betreft stuitend. Het verzoek komt van een fractie die er zelf gisteren niet bij was. Collega Nanninga en de heer Boon hebben protest aangetekend. Het was ook totale aandachttrekkerij van DENK. Wat ons betreft is het heel triest dat het gehonoreerd is. Tegelijkertijd is dit wat ons betreft zo fundamenteel dat we steun aan het debat geven, al is het maar omdat mevrouw Nanninga haar betoog van gisteren dan kan herhalen.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik vond het voorstel van mevrouw Keijzer eigenlijk wel een goed idee. Gisteren heeft de Kamer namelijk gewoon ingestemd, dus het is een beetje gek om een debat te voeren met een andere partij terwijl wij hier zelf mee hebben ingestemd. Ik was er niet bij, maar ik heb het teruggezien. Er is een ordevoorstel gedaan. Als de Kamer in meerderheid had gezegd "dat willen we niet", dan was het niet doorgegaan. Ik vind het dus een beetje een gekke situatie om nu in debat te gaan met een andere entiteit terwijl wij als Kamer gewoon dit gesprek met elkaar moeten voeren. Daarom steun ik het voorstel van mevrouw Keijzer om dit in het Presidium te hernemen. Daarom geen steun voor het debat.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Ik wil me van harte aansluiten bij de woorden van de heer Flach. Er zit ook veel in het voorstel van mevrouw Keijzer. Maar ik wil het debat wel steunen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Voorzitter. Er wordt hier door heel veel mensen gesproken over een debat gisteren waar ook heel veel mensen niet bij waren. Het begon met een reguliere schorsing na de eerste termijn van de Kamer. Dat is natuurlijk voor allerlei politiek gewin als "iftarschorsing" bestempeld. Laat ik heel helder zijn, en dat was ik overigens in de tweede termijn van het debat gisteren ook: wij als VVD zijn tegen een iftarschorsing. Dat was gisteren ook niet het geval. Ik hoef daar ook geen debat over. Ik vind ook dat we daar met elkaar de scherpte in moeten hebben. Dat doen we inderdaad bij elk debat. Dat moeten we dus nog scherper met elkaar doen, omdat we zo'n situatie als gisteren niet meer mee willen maken. Mijn fractie en ik willen dat niet meer meemaken.

De heer Vervuurt (D66):

Geen steun, voorzitter.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Ik was gisteren aanwezig bij het debat. Ik heb netjes aan het begin van het debat een ordevoorstel gedaan. Aan dit verzoek, en eigenlijk ook aan wat de collega's hier doen, vind ik het volgende heel naar. In dit land houden we rekening met elkaar. We houden rekening met onze medewerkers. We geven elkaar de ruimte. Tijdens het kerstreces hebben we bijvoorbeeld drie weken lang geen vergaderingen in dit huis. We hebben in dit huis ook een chanoekaviering. DENK juicht dat alleen maar toe. Maar ik wil hier echt mijn punt maken, want ik word nu ook door collega's persoonlijk weggezet. Het enige dat ik heb gedaan, is aan de voorzitter van de commissie vragen of de schorsing, die al bestond, een kwartier vervroegd kon worden. En dan hier op uw achterste poten staan en een debat aanvragen! En al die partijen die hier een nummertje van maken!

De voorzitter:

Geen steun.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Ik vind dat gewoon oncollegiaal en ronduit onbeschoft.

De voorzitter:

Waarvan akte. U heeft uw punt gemaakt.

De heer Ergin (DENK):

Daarom steun ik dit verzoek zeker niet. Honderd procent niet!

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Waar zijn we mee bezig in de Tweede Kamer? Van alle verzoeken die er liggen, van de hoge energieprijzen tot oorlogen, is dit nu waar we als Tweede Kamer bij de regeling het langst bij stilstaan! Ik vond dat de heer Krul namens het CDA hele wijze woorden sprak. Absoluut geen steun dus. Ook steun aan u, voorzitter, want volgens mij verdedigt u gewoon de werkwijze hier in de Kamer.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Piri. U heeft geen meerderheid, meneer Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Ik wil twee dingen toevoegen. Eén: ik heb wel steun voor een dertigledendebat, dus ik zou het graag op de lijst willen zetten. Ik neem ook heel graag het voorstel van mevrouw Keijzer over. Ik denk dat dat ook gesteund werd door mevrouw Van der Plas, en misschien nog door iemand anders …

De voorzitter:

Ja, dank u wel.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Ik wil dus heel graag een brief en een reactie van het Presidium, waarin een heldere lijn wordt weergegeven. Wellicht kan ik dan het dertigledendebat van de lijst halen, zoals mevrouw Keijzer zei.

De voorzitter:

Het dertigledendebat gaat op de lijst. Uw verzoek geleiden we door naar het Presidium.

Het woord is aan de heer Ceulemans voor zijn verzoek namens JA21.

De heer Ceulemans (JA21):

Voorzitter, dank u wel. De gemeente Hardenberg en haar inwoners voelen zich belazerd. Dan druk ik het nog heel netjes uit. Er is al jaren geleden met het COA overeengekomen dat het azc in Hardenberg en de noodopvanglocatie bij Loozen op 8 maart van dit jaar zouden sluiten. Die afspraak werd twee weken geleden nog eens door het COA bevestigd. Omwonenden werden eind vorige week ineens overvallen met de boodschap dat het azc en de noodopvang toch openblijven. Dat heeft heel begrijpelijk tot heel veel onrust en boosheid geleid bij inwoners van Hardenberg, en ook bij de gemeente, die inmiddels een last onder dwangsom aan het COA heeft opgelegd …

De voorzitter:

En uw verzoek?

De heer Ceulemans (JA21):

Dat er op het laatste moment wordt teruggekomen op zo'n duidelijke afspraak, kan wat JA21 betreft echt niet. Deze discussie draait niet alleen om asielopvang, maar ook om behoorlijk bestuur en het vertrouwen in de landelijke overheid. Ik wil daarom graag op korte termijn een debat met de minister van Asiel en Migratie.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is. Meneer Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik zou het debat inderdaad breder willen trekken. Dan kan ik het ook steunen.

De heer Stöteler (PVV):

Steun.

De heer Krul (CDA):

Geen steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Vervuurt (D66):

Voorzitter. Er is elke zes weken een asieldebat. Daar kan het prima bij. Dus geen steun.

De heer Ergin (DENK):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Het woord is aan de heer Klaver voor zijn verzoek.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ik heb een verzoek namens de commissie Buitenlandse Zaken. Er is een artikel 100-brief binnengekomen. Het is belangrijk dat de Kamer die snel doch zorgvuldig behandelt. Er komen een technische briefing en een commissiedebat aan. Ik zou u graag willen vragen om rekening te houden met een plenaire afronding, morgen tussen 18.00 uur en 19.00 uur, met de mogelijkheid van aansluitende stemmingen.

De voorzitter:

Ik zeg u dat toe, meneer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dat was de regeling van werkzaamheden. Ik schors tot 16.40 uur, waarna de eerste termijn van de begroting Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur zal aanvangen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen voor een kleine correctie. Ik schors enkele ogenblikken voor de aanvang van de eerste termijn van de zijde van de Kamer, want we wachten even op de bewindspersonen in vak K. Daarna zal de eerste termijn van de begroting Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aanvangen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Begroting Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur 2026

Begroting Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur 2026

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026 (36800-XIV).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Ik verzoek de leden, alsook de minister en de staatssecretaris, hun plaats in te nemen. Aan de orde is de eerste termijn van de behandeling van de begroting Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Ik heet de minister en de staatssecretaris van harte welkom in vak K. De drop wordt al op tafel gezet, zie ik. Met maar liefst zestien sprekers van de zijde van de Kamer belooft het inderdaad een lange, maar inhoudelijke avond te worden.

Even de spelregels vooraf: ik stel voor het aantal interrupties niet te maximeren. Dat schept wel een verantwoordelijkheid, namelijk dat de interrupties korte en bondige vragen of opmerkingen betreffen, en niet vaker dan in drie keer.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Dan geef ik nu als eerste het woord aan mevrouw Bromet, als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Dat doet zij namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Het is mij een eer en genoegen om me als allereerste Kamerlid in dit allereerste debat tot de nieuwe minister en staatssecretaris van LVVN te richten. In de kennismakingsgesprekken met deze bewindspersonen heb ik tegen allebei gezegd: ik hoop op een constructieve samenwerking met de Tweede- en Eerste Kamerfracties van GroenLinks-PvdA. Wij zullen zoals altijd het kabinet kritisch volgen, maar ook meewerken aan een mooier en beter Nederland.

Na jarenlange stilstand op dit dossier is dat ook hard nodig. Hierbij zijn daadkracht en visie nodig. Den Uyl zei: als visie ontbreekt, komt het volk om. Boeren merken al jaren: als visie ontbreekt, komt de sector om. De afgelopen jaren hebben de leden van GroenLinks en PvdA samengewerkt aan een visie voor de landbouw. Ter inspiratie wil ik die graag overhandigen aan de minister en de staatssecretaris.

De voorzitter:

De bode zal dat voor u in orde maken.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ik heb duizend-en-een vragen aan het nieuwe kabinet. Dit is gelukkig niet het enige debat dat wij met deze twee heren zullen voeren, dus ik beperk me deze begrotingsbehandeling tot een paar thema's. Die thema's zijn: stikstof, hoe kan het wel en de grutto.

Allereerst noem ik het grootste dossier van de minister, namelijk stikstof. Het is elke dag mijn ambitie om een fris Kamerlid te blijven, maar op dit dossier kost het me af en toe wel moeite. Met bijna acht jaar ervaring ben ik inmiddels de nestor van de commissie. Ik heb eigenlijk alles al langs zien komen. Zo zag ik een hele rij ministers langskomen: Schouten, Staghouwer, Van der Wal, Adema en Wiersma. Ik zeg het maar even tegen de minister, want als je niet uitkijkt, zit er zo weer iemand anders op je stoel. Ook waren er honderden uren debat, ook over de vraag of we wel een probleem hebben, een lange rij adviezen van diverse commissies-Remkes, een ministeriële commissie met het halve kabinet, tientallen rapporten en voorstellen uit de samenleving, en dat allemaal met als resultaat dat het stikstofprobleem nog steeds levensgroot aanwezig is. Naast de natuurorganisaties zijn op dit dossier VNO-NCW en Bouwend Nederland inmiddels de natuurlijke partners van GroenLinks-PvdA.

Voorzitter. U snapt dus dat wij met heel veel belangstelling naar het coalitieakkoord van 66 zetels hebben gekeken. Ik heb hierover vooral veel vragen aan de minister. In de Greenpeacezaak heeft de rechter de voor de hand liggende uitspraak gedaan dat de Staat zich aan de wet moet houden. Uw voorganger ging hiertegen in beroep; zij had geen zin om de wet uit te voeren, alsof de wet ook maar een mening is. Zit deze minister net zo in de wedstrijd? Onderzoeken laten zien dat de wettelijke doelen haalbaar zijn. Onderschrijft de minister dat? Heeft hij de ambitie om deze doelen te halen? Hoe verhouden de emissiedoelen uit het coalitieakkoord zich tot de depositiedoelen uit de wet? De roep om tempo vanuit de samenleving zie ik onvoldoende vertaald in het coalitieakkoord. Tussen het coalitieakkoord en bijvoorbeeld de voorstellen van VNO-NCW, Bouwend Nederland, Natuur & Milieu en Natuurmomenten zit veel licht. Als het gaat over ambitie en borging, lopen ondernemers, bouwers en natuurclubs voor op het kabinet. Hoe verklaart de minister deze verschillen? Waarom lijkt zijn beleid meer op het wensenlijstje van LTO dan op de voorstellen van de partijen die ik net noemde?

Het coalitieakkoord bevat geen concrete maatregelen. Er komen akkoorden, afspraken en convenanten. Samenwerking juich ik enorm toe, maar er zijn ook moeilijke besluiten nodig. Hoe garandeert de minister dat hierin voldoende resultaten worden geboekt? Is hij ook bereid om maatregelen aan provincies en de sector op te leggen als de gesprekken onvoldoende opleveren? Hoe ziet hij de samenwerking met de Kamer? Hoe denkt hij dat fracties reageren als hij een landbouwakkoord sluit en wij hier mogen tekenen bij het kruisje? Kunnen we met de minister afspreken dat hij geen akkoorden sluit zonder goedkeuring vooraf van een meerderheid van de Kamer?

Net als in het vorige kabinet wordt stikstof weer belegd bij een clubje ministers onder leiding van de premier. Deze keer heet het een "taskforce". De minister heeft aangekondigd in april met een planning te komen, maar dat is mij te mager. Ik mag toch hopen dat we niet weer die hele stoet aan organisaties uit gaan nodigen bij de taskforce. Er liggen duizend-en-een oplossingen en het kabinet heeft maar één opdracht, en dat is kiezen. GroenLinks-PvdA verwacht tempo. Graag een reactie van de minister hierop.

Om deze bewindspersonen te inspireren met enkele praktische oplossingen en voorstellen, zal ik voorbeelden geven van hoe het wel kan. Allereerst noem ik twee rapporten ter inspiratie. Er is een rapport dat "Nederland Veganland?" heet. In het gedachte-experiment Nederland Veganland? laten onderzoekers zien wat het voor de inrichting van Nederland zou betekenen als we allemaal veganist zouden worden. Let op: het is een gedachte-experiment en geen pleidooi dat iedereen nu veganist moet worden. Wat blijkt? Ons ruimtegebrek is dan verleden tijd. Een plantaardige landbouw kan Nederland voeden met 41% minder landbouwgrond. Zo ontstaat er ruimte voor bijvoorbeeld woningbouw en extra natuur en is de milieuproblematiek grotendeels opgelost. Het scenario van Nederland Veganland? is extreem, maar er zijn allerlei tussenvarianten mogelijk. De kern is: de eiwittransitie draagt bij aan een gezonder milieu en schept ruimte. Hoe kijkt de minister hiernaar?

Een ander interessant recent rapport is dat van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. De raad schrijft dat de overheid te bang is om grondpolitiek te bedrijven. Dat verergert de problemen met grond en de schaarse ruimte. Een voorbeeld. Een boer maakt gebruik van de stoppersregeling en beëindigt zijn bedrijf, maar mag de grond houden. In veel gevallen verhuurt of verkoopt de boer dat land aan de hoogste bieder, vaak een grote, intensieve boer. Zo schiet de overheid zichzelf in de voet. De raad zegt: koop ook de grond, zodat die gebruikt kan worden voor duurzame landbouw, natuur en woningen, of als ruilmiddel voor boeren die niet op de juiste plek zitten. Soms moet een boer in de buurt van Natura 2000 wijken, terwijl een schonere, duurzamere boer daar misschien wel past.

Een ander voorbeeld van een regeling waarmee de overheid zichzelf dwarszit, is de besteding van de Brusselse landbouwsubsidies. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur adviseert dit geld volledig in te zetten voor duurzame landbouw, zoals agrarisch natuurbeheer, in plaats van voor premies voor de hectares die je bezit als boer. Hoe staat de minister tegenover het advies van de Raad voor de leefomgeving om Europese landbouwsubsidies volledig te richten op verduurzaming? Wat vindt de minister ervan dat bij uitkoop van boeren de grond niet wordt opgekocht? Misschien wel de belangrijkste vraag: waarom kiest het kabinet ervoor fors te bezuinigen op agrarisch natuurbeheer?

Naast de twee rapporten die ik beschreven heb, laat de markt ook zien dat verduurzaming gewoon kan. Ik zie keer op keer dat ondernemers, boeren met oog voor de uitdagingen van de toekomst ook gelukkige boeren zijn. Voor GroenLinks-PvdA zijn de Caring Farmers echte voorbeeldboeren, maar in de huidige praktijk ervaren met name duurzame, niet gangbare landbouwbedrijven een relatief hoge administratieve en controlelast. Naarmate de bedrijven afwijken van gangbare productiemodellen, neemt de verantwoordingsdruk vaak toe. De door dit kabinet gewenste transitie naar doelsturing vraagt niet alleen om aanpassing van agrariërs, maar ook van de wijze waarop overheden en toezichthoudende instanties sturen, controleren en handhaven. Caring Farmers stelt voor om ervaring op te doen met doelsturing, deregulering en het versterken van wederzijds vertrouwen gericht op een betere beloning voor duurzame boeren en ecosysteemdiensten. Wij komen met een voorstel voor een pilot met een afgebakende groep biodynamische landbouwbedrijven.

Dan de bioboeren. Nederland is hekkensluiter als het gaat om biologisch. In vier jaar tijd, dus tot 2030, moet het van 4% nu naar 15% biologisch gaan. Dat gaat niet vanzelf. Bij de amendementen heeft u vijf voorstellen gezien en ik hoop dat wij daarvoor steun krijgen van de minister en de Tweede Kamer.

LTO en Urgenda laten zien dat als je boeren korting geeft voor zaaigoed er heel veel meer kruidenrijk grasland ontstaat, er groenbemesters ingezaaid worden en er bufferstroken en voederhagen worden aangeplant. Boeren zijn enthousiast en natuur en bodem varen er wel bij. Enkele medeoverheden betalen nu mee, maar in veel gebieden komt de korting van bijdragen van burgers. Als het Rijk meebetaalt, kan er nog veel harder opgeschaald worden. Daarvoor komen wij met een amendement. We hebben dat de vorige keer ook ingediend en daar is heel veel kruidenrijk grasland door ingezaaid. Ik heb dat toen samen met de heer Grinwis, van de ChristenUnie, gedaan.

Tot slot over de grutto. Brussel heeft een inbreukprocedure tegen Nederland in gang gezet over de grutto, omdat sinds de jaren zeventig de populatie grutto's daalde van 120.000 naar minder dan 25.000 broedparen. Nederland is het belangrijkste land voor de grutto qua broedsucces. Dat is dus een zware verantwoordelijkheid. De overheid heeft onvoldoende gedaan om dit tegen te gaan. Voor het herstel zijn grote open kruidenrijke graslanden, hoge waterstanden, gezond bodemleven en late maaidata noodzakelijk. Dit vraagt langdurig intensief beheer. De Vogelbescherming stelt daarom voor om afspraken uit de intentieverklaring voor het Aanvalsplan Grutto met de provincies te borgen in een nationaal omgevingsprogramma. Is de minister hiertoe bereid? Welk deel van het geld voor agrarisch natuurbeheer gaat het kabinet inzetten voor weidevogelgebieden? Wil de minister afzien van het onzalige plan van de vorige staatssecretaris om gruttofarms, gruttobroedmachines, in te richten om grutto-eieren uit te broeden? Niemand vindt dat verder een goed idee.

Tot slot, voorzitter. Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de minister. Ik wens de minister en de staatssecretaris oprecht heel veel succes met alle uitdagingen. Ik hoop op een constructieve samenwerking voor het herstel van de natuur en voor meer gelukkige boeren.

De heer Boomsma (JA21):

Ik herken het passievolle betoog van GroenLinks voor het behoud van de grutto. Dat delen wij ook zeker wel. Een van de problemen bij de grutto's is dat die worden opgegeten door vossen, steenmarters en andere predatoren. Is GroenLinks-PvdA dan ook van mening dat erop ingezet moet worden dat we meer doen aan predatiebeheer en dat het vergunningsstelsel ervoor moet worden vergemakkelijkt?

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Deze vraag wordt heel vaak gesteld. Ik snap die vraag ook wel, want het aantal predatoren is toegenomen. In een gezonde populatie is er echter ook plek voor predatoren. Het probleem is eigenlijk dat er te weinig leefgebied is voor deze vogels. Niet alleen Brussel en natuurliefhebbers, maar eigenlijk iedereen bevestigt dat. Als je een gruttopaar in een weiland hebt waar voor de rest geen andere vogels zijn, hebben predatoren vrij spel. Ik woon zelf naast zo'n weidevogelgebied en ik zie wat er gebeurt als er een kraai overvliegt of als er soms zelfs een vos verschijnt. Als er een heleboel weidevogels zitten, kunnen ze samen die predatoren verjagen. Als het leefgebied voor de grutto op orde is en er dan nog steeds een probleem is met de predatoren, dan wil ik best praten over de inzet op predatorenbestrijding. Wel moet dat in de juiste volgorde gebeuren: eerst het leefgebied en kijken wat dat oplevert, daarna verder praten.

De heer Boomsma (JA21):

Het is natuurlijk zo dat het probleem dat de predatoren vormen minder groot is als je heel veel leefgebied hebt met heel veel plekken waar de grutto's kunnen schuilen, maar het antwoord van mevrouw Bromet vind ik toch wel zorgelijk. We hebben nu wel een groot probleem en we hebben die inbreukprocedure. Zegt GroenLinks-PvdA nou dat we eerst maar eens moeten wachten tot al dat leefgebied is gerealiseerd, met al die stappen die daarvoor nodig zijn, voordat we gaan kijken naar predatiebeheer? Ik denk namelijk dat we er niet komen als dat zo is.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Het is niet zo ingewikkeld. Ik heb net al iets gezegd over het herstel van de gruttopopulatie. De grutto is maar een voorbeeldvogel, want een heleboel andere vogels profiteren ook van de voorwaarden waaronder de grutto het prettig vindt om in Nederland te verblijven. Die voorwaarden zijn onder andere laat maaien en hoge waterpeilen. Dat kan je allemaal bij wijze van spreken morgen doen. Je hebt daar geen jarenlange voorbereiding voor nodig. Je moet dat gewoon belonen. Je moet boeren zware beheerpakketten geven in agrarisch natuurbeheer, wat ik ook in mijn betoog vertel. Er zijn best veel boeren die dit ook willen, maar die zeggen dat het wel heel veel werk is. Je moet namelijk opletten waar de nesten zitten, je moet later maaien en je hebt iets minder opbrengst. Dat moet gecompenseerd worden door de gelden voor agrarisch natuurbeheer. Maar goed, we betogen dit al jarenlang. Wat mij betreft doen we het gewoon heel snel, zeker omdat we geen boetes van Brussel willen en omdat we die vogel willen redden. Dat kan eigenlijk al dit voorjaar. Die vogels zijn net over komen vliegen uit Afrika. Als je nu de waterpeilen omhoog laat komen en half maart niet gaat maaien, dan zal het broedsucces groter worden.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Boomsma (JA21):

Ik denk zeker dat het goed is om beheermaatregelen te nemen, maar ik vrees toch dat het voor de korte termijn niet voldoende zal zijn. Dat vind ik jammer, want ik denk dat de grutto de dupe is van deze weigerachtige houding van GroenLinks.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Ik weet het niet. Als je voor een vogel bent, moet je dan tegen een vos zijn? Zo zitten wij er niet in. Wij zijn voor een bloeiende natuur. Alle dieren horen daarbij.

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Dank aan mevrouw Bromet voor haar betoog. Ook wij hebben een kleine vraag over de predatie van de weidevogels, waar de grutto een mooi voorbeeld van is. Dat komt ook nog eens een keer ten goede van dierenwelzijn. Ik begrijp het voorbehoud dat mevrouw Bromet maakt ten aanzien van verjagen best. Een heel groot probleem is de boerderijkatten die veel op vogeljongen jagen. De VVD zal later met een inbreng komen om daar iets aan te doen. We zijn benieuwd of mevrouw Bromet er iets voor voelt om daarin mee te denken.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Zeker, maar ik zou wel willen voorkomen dat het probleem met de grutto nu teruggebracht wordt tot een probleem veroorzaakt door huiskatten. Het is zeker een probleem, maar dat is ook best wel makkelijk op te lossen met een belletje. Ik ben benieuwd met welke voorstellen de VVD komt, maar ik wil er zeker over praten.

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Wij delen met mevrouw Bromet dat er meer beheerfactoren nodig zijn, maar het gaat echt om de verwilderde katten, die je niet zo makkelijk een belletje ombindt. Wij gaan daar straks heel graag verder het gesprek over aan met de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Ik had niet begrepen dat het ook over verwilderde katten ging, maar dat is inderdaad een groot probleem en dat moet aangepakt worden.

Mevrouw Podt (D66):

Ik was even in de war, voorzitter, want ik dacht dat u het rijtje af zou gaan. Ik ben het zeer met mevrouw Bromet eens als zij zegt dat deze minister niet weer eindeloos in gesprek moet gaan met alles en iedereen. Het is natuurlijk wel belangrijk om een hoop mensen te betrekken. Volgens mij hoorde ik haar zeggen: ik ga u vertellen hoe het wel kan. Nou, daar word ik natuurlijk heel enthousiast van. Daaronder kwam een aantal eigenlijk heel mooie voorbeelden van allerlei koplopers en scenario's van Caring Farmers tot aan Urgenda. Is mevrouw Bromet het met mij eens dat het heel goed zou zijn als die organisaties wel de kans krijgen om deze minister en deze staatssecretaris … "Lastig te vallen" wilde ik zeggen, maar ik bedoel "van input te voorzien". Volgens mij zitten daar heel veel mooie aangrijpingspunten om mee aan de slag te gaan.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Natuurlijk moet de minister naar alles kijken. Het is alleen al honderd keer opgeschreven en al honderd keer verteld. Ik weet ook wel van de organisaties die langsgekomen zijn bij diverse kabinetten, adviesorganen, taskforces en ministeriële commissies, dat ze er gek van worden. Ik heb nog nooit zo veel initiatieven gezien die uit de samenleving komen. Dat komt juist doordat het kabinet niks doet. Ik zou dus tegen alle organisaties die goede plannen hebben, zeggen: stuur ze op naar het kabinet en dan kan het kabinet er volgende week mee aan de slag.

Mevrouw Podt (D66):

Daar kan ik me alleen maar bij aansluiten.

De heer Flach (SGP):

De liefde van mevrouw Bromet voor de grutto en andere weidevogels is bekend. Die liefde deelt zij met veel boeren, denk ik. Ik was gisteren bij een boer in Friesland, die zich eigenlijk op een bepaalde manier ook wel opwond over dat er in zijn gebied een natuurgebied werd omgeploegd of aangelegd om te komen tot een andere vorm van natuur, terwijl dat een gebied was waar zich ontzettend veel grutto's en andere weidevogels gehuisvest hadden. Het was echt een weidevogelgebied. Zouden we niet moeten stoppen met het aanpassen van de natuur op plekken waar die grutto's zich erg comfortabel voelen? Zouden we dat niet veel meer moeten laten meewegen bij aanpassingen?

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Ik ken het voorbeeld niet. Ik weet dat juist in de weidevogelprovincies ontzettend veel gedaan wordt om het landschap open te houden en de grutto- en andere weidevogelpopulaties te laten groeien. Ik denk wel dat er een grens zit aan het steeds verder proberen te bereiken van de natuurdoelen in de natuurgebieden zelf. Ik denk echt dat we het boerenland nodig hebben in Nederland en dat er veel meer in harmonie met de natuur geboerd moet worden. Dat is ook precies mijn pleidooi voor agrarisch natuurbeheer met zware pakketten, zodat boeren gecompenseerd worden voor de opbrengstenderving in die gebieden. Als je namelijk eerlijk bent, is de natuur in Nederland ook voor een heel groot deel het gevolg van het beheer door mensen. We hebben weinig wilde natuur. We hebben de Wadden, maar daar houdt wel zo'n beetje mee op. Dat betekent dat als je het belangrijk vindt dat die weidevogels blijven, je ook de boeren, de grote beheerders, in staat moet stellen om dit naast hun bedrijfsvoering rendabel te kunnen doen.

De heer Flach (SGP):

Het is een heel interessante discussie: wie bepaalt wat natuur is? Afgelopen week was ik op een stukje kunstmatig aangelegd trilveen, verre van natuurlijk, maar met alle gevolgen van dien. Ik hoor niet echt een antwoord op mijn vraag. Aan open vlaktes in Friesland geen gebrek, dus als die weidevogel zo belangrijk is, zouden we dan niet bij het aanpassen van de natuur die prioriteiten juist daar moeten leggen en niet de gebieden om zeep moeten helpen waar die grutto nu gehuisvest is?

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Ik zei al dat ik dit voorbeeld niet ken. Ik kan er dus heel moeilijk inhoudelijk op ingaan. Wat ik wel weet — we hebben daarover gisteren in de Volkskrant een fantastisch mooi artikel kunnen lezen — is dat steeds meer sloten verdwijnen en dat de waterpeilen, om opbrengsten te kunnen maximaliseren, nog steeds veel te laag staan. Mijn pleidooi is dus: ga nou voor iets minder opbrengst op die boerderijen, zodat de natuur ook een kans krijgt. De afgelopen jaren zijn de gruttopopulatie en de hele weidevogelpopulatie niet voor niets kleiner geworden. Dat heeft ermee te maken dat boeren steeds meer opgejaagd zijn in de strijd om meer, meer, meer: meer dieren, meer mest, minder sloten, vaker maaien. Dat is iets wat we moeten keren. Dat is het pleidooi dat ik houd. Als ergens een natuurgebied wordt aangelegd ten koste van de grutto, betreur ik dat, maar ik ken dat voorbeeld niet. Ik denk ook niet dat dat heel vaak gebeurt in Nederland.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Flach (SGP):

Afrondend, inderdaad. Dat de sloten verdwijnen zal ook alles met bufferstroken te maken hebben, maar dat terzijde. Ik ga proberen dat voorbeeld bij mevrouw Bromet te krijgen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Ik heb de bufferstroken niet ingesteld. Er zijn ook andere manieren om de enorme mesttoediening te beperken.

De heer Koorevaar (CDA):

Mevrouw Bromet is vol verwachting. Als ik haar betoog hoor, denk ik: oké, u kijkt vol verwachting naar vak K en naar de Kamer. U noemt ook een aantal ideeën van organisaties; u somt er een aantal op. Ook in het land wordt er gewerkt aan ideeën. Ik merk dat in het land ook lokale overheden niet stil hebben gezeten, bijvoorbeeld ten aanzien van de Veluwe en de Peel. Ik vraag me af hoe belangrijk u de plannen vindt die in de afgelopen tijd zijn ontwikkeld en hoe u zou willen dat de minister daarnaar kijkt.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Ik ben blij dat het kabinet ervoor kiest om de gebiedsprocessen nieuw leven in te blazen. Het was natuurlijk een enorme fout van het vorige kabinet om die stil te zetten. Er zat heel veel energie in die gebieden en plots werd er een streep doorheen gezet en werd het budget weggehaald. Ik vind het belangrijk dat juist op decentraal niveau besloten wordt wat er in een bepaald gebied nodig is. Ik denk dat decentrale overheden, provincies, dat het beste kunnen. Maar ik heb in de hele stikstofdiscussie wel gemerkt dat er de hele tijd geschoven wordt met verantwoordelijkheden: de provincies roepen dat het Rijk meer generieke maatregelen moet nemen en het Rijk zegt dat de provincies harder aan de slag moeten. Ik ben heel nieuwsgierig naar hoe het kabinet dat ziet.

Dat is ook precies waarom ik kritiek heb op het weghalen van de gelden voor agrarisch natuurbeheer. Het was best een hele goede inbreng van het vorige kabinet, de vorige coalitie, om structureel 500 miljoen voor agrarisch natuurbeheer beschikbaar te stellen. Nu wordt er weer een zogenaamd stikstoffonds ingericht, of er wordt in ieder geval een groot bedrag vrijgehouden om het stikstofprobleem op te lossen, maar daar is voor een groot gedeelte wel het geld voor agrarisch natuurbeheer naartoe gegaan. Dan denk ik: wat is de bedoeling van dit kabinet? Wil het kabinet agrarisch natuurbeheer stimuleren of wil het kabinet het geld uitgeven aan gebiedsprocessen zonder dat het daar een vingerafdruk op heeft?

De heer Koorevaar (CDA):

Als ik u goed begrijp, zegt u: ja, ik kijk vol goede moed naar de gebiedsprocessen en de energie die daarvandaan komt. Specifiek de Veluwe en de Peel hebben ver uitgewerkte plannen. Heeft u daar ook een intrinsiek gevoel bij?

De voorzitter:

Ík heb daar geen gevoelens bij, meneer Koorevaar. Ik wijs er nogmaals op dat we hier via de voorzitter spreken, zeker bij een begrotingsdebat.

De heer Koorevaar (CDA):

Excuses.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

De Veluwe en de Peel zijn twee zwaar overbelaste, stikstofgevoelige gebieden, waar grote ingrepen nodig zijn. Ik denk dat je er daar niet komt met wat generieke maatregelen vanuit het Rijk. Daar zal echt een herstructurering van de agrarische sector moeten plaatsvinden, van een intensieve niet-grondgebonden sector naar een natuurinclusieve grondgebonden sector. Dat gaat heel veel betekenen, ook voor de samenlevingen daar. Ik hoop dus van de minister te horen hoe hij daar met structuurbeleid de boel in goede banen gaat leiden. Maar in die gebieden gaat het echt over ingrepen die bijna vergelijkbaar zijn met het sluiten van de mijnen in Limburg. We zitten al zeven jaar te wachten op plannen. Ik ben superongeduldig. Ik denk dat het heel goed zou zijn als de minister begint met de Veluwe en de Peel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Bromet. Dan is het woord aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer voor haar bijdrage namens de fractie van D66. Dat is een bijzonder moment, want het betreft vanavond haar maidenspeech. Ik wijs erop dat we daarbij geen interrupties toestaan. Mevrouw Vellinga-Beemsterboer, gaat uw gang.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Dank u wel, voorzitter. In de maidenspeeches die ik de afgelopen maanden heb mogen beluisteren, heb ik veel mensen horen zeggen: ik had niet verwacht hier ooit te mogen staan. Dat geldt ook voor mij. Het lag voor mij niet per se in de lijn der verwachting om een politieke carrière na te jagen. Dat ik hier nu wel sta, is te danken aan een samenloop van omstandigheden. Op sommige daarvan had ik invloed en op sommige niet. Ik had invloed op de leerschool die ik heb doorlopen als docent in het middelbaar onderwijs, als Statenlid, gemeenteraadslid en wethouder. Ik had invloed op de momenten dat ik mijn hand opstak of mijn mond opentrok. Maar ik ben me er ook van bewust dat ik buiten mijn invloed om heel veel geluk heb gehad, op het juiste moment op de juiste plek was, het geluk heb gehad in een warm en stabiel nest op te groeien en zonder voorbehoud een opleiding kon volgen. Dat maakt de opdracht om hier in deze Kamer meer dan je best te doen des te dringender. Doe je best. Dat is de opdracht die ik van huis uit heb meegekregen. Van niemand heb ik die opdracht sterker meegekregen dan van mijn oma Corrie, over wie ik u vandaag graag meer wil vertellen.

Mijn oma werd geboren in 1924 in Zeeland als oudste dochter in een heel groot rooms-katholiek gezin. Als jonge vrouw maakte zij de Tweede Wereldoorlog in volle heftigheid en van dichtbij mee. Het was haar taak om in de schuilkelder haar vijftien jaar jongere zusje vast te houden. Na de oorlog liet zij vrienden en familie achter om bij mijn opa in de kop van Noord-Holland in West-Friesland te gaan wonen om samen een melkveehouderij te runnen. In die tijd was de route Zeeland-Noord-Holland nog een hele fikse afstand, die ervoor zorgde dat ze zonder veel contact met thuis op een nieuwe plek een nieuwe sociale kring moest opbouwen, iets waar ze ontzettend goed in was. Samen kregen opa en oma zeven kinderen, dicht op elkaar.

Het moeten soms moeilijke jaren zijn geweest. Toch heeft ze ons daar door de jaren heen maar weinig over verteld of van laten merken. Maar wat zij wel met ons deelde, door het voor te leven, was wat zij van die jaren had geleerd. Oma was namelijk elke dag van haar leven vastberaden positief, bijna op het verbetene af. In elke dag, hoe grijs en donker ook, wist zij een gouden rand te vinden. Dat onderstreepte ze graag met spreekwoorden als "geen zaterdag zo kwaad of de zon schijnt vroeg of laat" of het zelfbedachte "wie gooit je met stênen?", wat zoveel betekent als "wie doet je wat?" en "wat zitten we hier mooi". Op zaken waar zij geen invloed meer op had, bleef ze niet zo lang broeden. "Met wat achter me zit heb ik niks te maken". Het was een instelling die haar trouwens ook tot een gevaar op de weg maakte.

(Hilariteit)

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Niet dat ze niet wilde leren van het verleden, maar de duidelijke boodschap was: je kan niet achteruit leven; je kan alleen maar vooruit, dus neem mee wat je kan gebruiken, koester wat je wil bewaren en laat als je kan de onnodige ballast achter. Oma was ook van aanpakken. Stilzitten vond ze maar moeilijk. Toen ze in de laatste jaren van haar leven steeds meer aan anderen moest overlaten, vond ze dat heel lastig, hoewel ze het trouwens wel leuk vond om andere mensen aan het werk te zetten. Maar het liefst hield ze waar mogelijk zelf de regie.

Die regie, het vasthouden van autonomie, iets zelf kunnen doen, is belangrijk, niet alleen voor mijn oma, maar voor vrijwel alle mensen, is mijn ervaring. Mijn leerlingen in havo 2 en 3 werkten het beste als zij wisten dat er niet alleen verantwoordelijkheid van hen werd verwacht, maar dat ze ook invloed hadden op hoe die verantwoordelijkheid moest worden ingevuld. De taalambassadeurs, met wie ik een paar jaar geleden mocht werken, mensen die moeite hadden met basisvaardigheden, noemden standaard als grootste winst dat ze niet meer zonder meer afhankelijk waren van anderen.

Voorzitter. Ik zei in het begin al dat je niet op elk aspect van je leven invloed kan hebben. Maar over die zaken waar je invloed op hebt, wil je ook daadwerkelijk iets kunnen besluiten. Je hebt daarbij de verantwoordelijkheid om je best te doen, keuzes te maken en niet te blijven hangen in wat was, maar je te richten op wat kan zijn. Met die bril op kijk ik naar het debat van vandaag. Samen met de kersverse minister en staatssecretaris wil ik aan de slag om ons land groener en sterker te maken. Ik zal daarbij in deze commissie het woord gaan voeren over natuur, water, tuinbouw en visserij. In de komende maanden en jaren zullen soms ook stevige keuzes moeten worden gemaakt. Er zullen sterke samenwerkingen moeten worden gesmeed. En er zullen vooral kansen moeten worden gepakt waar die kansen zich voordoen.

Want sterke, toegankelijke natuur is belangrijk. Nederlanders houden van de natuur. De natuur is belangrijk voor onze economie, voor onze gezondheid en voor ons welzijn. Daarom is het goed dat wij inzetten op meer en verbonden natuur, binnen en buiten de stad, en op herstel van de Noord- en Waddenzee. We hebben hier de verantwoordelijkheid om natuurherstel in samenhang met andere thema's aan te vliegen, anders zijn de keuzes van vandaag morgen alweer achterhaald. Die samenhang biedt ook heel veel kansen, want als het gaat over natuuruitbreiding, de stikstofaanpak of natuurherstel in het kader van de natuurherstelwet is een stap op het ene punt een versterking van het andere. De voorganger van de minister presenteerde daarentegen een natuurherstelplan waar de ambitie niet echt van afspatte, maar dat wel in september naar Brussel moet worden gestuurd. Met de benodigde samenhang in mijn achterhoofd ga ik ervan uit dat deze minister het plan zal herzien. Mijn vraag is: kan hij toelichten op welke punten hij het natuurherstelplan zal aanpassen en op welke termijn hij dat zal doen?

Voorzitter. Als we het hebben over koppelkansen, moet ik ook denken aan windparken op zee. Naast duurzame energie bieden windparken kansen voor nieuwe en schonere natuur, koolstofvastlegging en kansen voor sectoren als zeewierboerderijen en mosselkweek. Daarmee kunnen we voedsel voor onze mensen maken. We kunnen het gebruiken als diervoeder. Dat is duurzamer dan wanneer we het uit de Amazone halen. Of we zetten het in voor een van de vele andere toepassingen, zoals in medicijnen, brandstof en nog veel meer. In het Noordzeeakkoord en het Programma Noordzee staan plannen om ervoor te zorgen dat deze sectoren voet aan het water krijgen, maar ik hoor graag wat de stand van zaken is met alle pilots. Kan de minister een overzicht geven van de resultaten van de pilots voor medegebruik? Kan hij toelichten dat er bij medegebruik nadrukkelijk wordt gekeken naar schaalbaarheid van de projecten?

Voorzitter. Voor mijn laatste onderwerp blijf ik op het thema van koppelkansen. Ik denk dat het ook een onderwerp is waar de staatssecretaris, als voormalige woordvoerder energie, warm van kan worden, namelijk het oplossen van netcongestie met de glastuinbouw. De glastuinbouw is enorm flexibel als het gaat om energiegebruik. Zij kunnen snel en simpel veel warmte of licht inzetten voor hun planten, maar kunnen ook hun energieaanvraag snel afschalen als dat nodig is. Dat maakt hen een hele nuttige partner als het aankomt op het oplossen van netcongestie. Ik hoop dan ook dat de staatssecretaris bereid is om nauw te gaan samenwerken met de minister van Klimaat en Groene Groei om te zorgen dat de glastuinbouw de ruimte krijgt om de congestie op het net wat te verminderen. Daarover heb ik alvast de volgende aanmoedigende vragen. Herkent de staatssecretaris dat de glastuinbouwsector een essentiële rol kan spelen in het flexibele energiesysteem van de toekomst? Welke rol ziet hij om met netbeheerders deze initiatieven te stimuleren?

Voorzitter. Het is mijn ambitie om de komende tijd te leren van de lessen uit het verleden, maar wel altijd vooruit te kijken. De komende maanden en jaren zullen er ook besluiten moeten worden genomen die soms pijn doen, die ons dwingen om afscheid te nemen van datgene wat we gewend waren, en die ruimte maken voor een nieuwe toekomst. Als we maar durven!

Voorzitter. Mijn oma overleed op 8 maart 2023, één dag voor haar 99ste verjaardag. Vrijwel tot het einde was zij een zorgzame gangmaker, een huiselijke matriarch, maar vooral een oneindig positieve en krachtige vrouw wiens voorbeeld ik zeker ook in deze Kamer elke dag hoop na te volgen.

Dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Het is een genoegen om u als eerste te mogen feliciteren met uw prachtige persoonlijke maidenspeech. Ik schors voor enkele ogenblikken om felicitaties voor het rostrum in ontvangst te nemen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan mevrouw Podt voor haar inbreng. Zij spreekt eveneens namens de fractie van D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Podt (D66):

Dank u wel, voorzitter. Enkele weken geleden zat ik aan tafel bij een studiegroep van melkveehouders in de Peel. Een van de boeren had recent van de provincie Noord-Brabant de vraag gekregen om voor de zomer te komen met een plan om de stikstofemissies op zijn bedrijf te laten dalen. Hoewel het in zijn ogen niet onlogisch was dat ook de provincie worstelde met het gebrek aan voortgang van het Rijk, had hij slechts één simpele vraag: de provincie wil een plan en jullie komen straks met je eigen plannen, dus wat willen jullie nou eigenlijk? Dat is in een notendop de vraag die voor ons ligt. Of je nou een boer in een studiegroep bent, een boswachter op de Veluwe, een jong stel op zoek naar een huis, een PAS-melder of een ondernemer, je hebt duidelijkheid nodig!

Voorzitter. Ik denk dat het vandaag weinig zal gaan over de begroting, maar vooral over wat mensen van het nieuwe kabinet en van de Tweede Kamer mogen verwachten. Laat ik beginnen met wat ik zelf de komende tijd verwacht. Nederland moet van het slot. De natuur moet herstellen. Boeren hebben nieuw perspectief nodig en dat moet met snelheid. Ik verwacht dat het kabinet niet bang is voor lastige maatregelen, maar ik verwacht ook dat dat met uitgestoken hand gaat. Juist bij dit soort grote stappen moet een overheid naast mensen staan en ondersteuning bieden. Ik verwacht dat de maatregelen niet alleen op stikstof zien. De enige manier om met een echte oplossing te komen, is als we ook kijken naar de maatregelen die nodig zijn op het vlak van water, klimaat en biodiversiteit. Tot slot verwacht ik dat we de opgave zo veel mogelijk aanpakken met iedereen die zich de afgelopen tijd betrokken heeft getoond. Er ligt enorm veel maatschappelijke energie en commitment op dit onderwerp, zoals mevrouw Bromet ook al zei, en ik zie die graag terug in de uitwerking van de plannen. Ook het Nationaal Burgerberaad Klimaat, 175 burgers met heel verschillende achtergronden, zei pas al: zorg voor duidelijkheid en voorspelbaar langetermijnbeleid voor de boer voor de komende twintig jaar.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Even een korte vraag. Ik ben het heel erg eens met mevrouw Podt als ze zegt dat de maatregelen niet alleen moeten zien op stikstof, maar ook op al die andere doelen, zoals water, klimaat en biodiversiteit. Ik hoorde echter niet de dieren. Misschien vergat mevrouw Podt de dierwaardigheid te noemen.

Mevrouw Podt (D66):

Ja. Daar ben ik het mee eens. Ja, ook!

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Fijn, dank u wel.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Op het gevaar af dat ik te vroeg ben met mijn interruptie ... Ik ben het ermee eens dat er maatregelen moeten volgen, maar het woord "maatregelen" is heel vaag. Waar denkt mevrouw Podt zelf aan? Wat is haar advies? Met wat voor maatregelen zou het kabinet dit jaar nog aan de slag moeten gaan?

Mevrouw Podt (D66):

Dat is inderdaad wat aan de vroege kant. Wil mevrouw Bromet mij de gelegenheid geven om iets verder te komen in mijn spreektekst? Ik wil het antwoord ook nu wel geven, maar dan wordt het zo'n rommeltje.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Dan kom ik zo weer terug.

Mevrouw Podt (D66):

Heel goed.

De voorzitter:

U vervolgt.

Mevrouw Podt (D66):

Voorzitter. Er ligt in mijn ogen een coalitieakkoord dat een antwoord biedt op veel van deze zaken. Met stevige maatregelen en een budget van 20 miljard hebben we een kans om duidelijkheid en daadkracht te bieden, om snelheid te maken en om integraal te werken aan de opgave die er ligt. Vanwege de grootte van de opgave en omdat we een minderheidscoalitie zijn, is samenwerking de enige weg. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. In de opdrachtbrief die we afgelopen vrijdag ontvingen, is de urgentie zeer duidelijk. Is de minister het met mij eens dat de integraliteit met andere opgaven ook onderdeel zou moeten zijn van de aanpak? Namens mevrouw Ouwehand voeg ik hieraan toe dat het dan ook over dierwaardigheid gaat. Hoe kijkt de minister naar het aanhaken van kennisinstanties zoals PBL en WUR, zodat we de maatregelen ook in één keer goed doen.

Voorzitter. Ik zou het vandaag nog graag over twee andere onderwerpen hebben. Ik begin met bestrijdingsmiddelen.

De voorzitter:

Maar eerst is er een interruptie van mevrouw Bromet.

Mevrouw Podt (D66):

Nu wordt ze toch te ongeduldig. Dat snap ik.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Ik wil toch even naar die maatregelen.

Mevrouw Podt (D66):

Helemaal goed.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Mevrouw Podt zegt zelf dat er stevige maatregelen in het coalitieakkoord staan. Welke maatregelen bedoelt ze dan? Want ik heb eigenlijk weinig maatregelen gezien in het coalitieakkoord.

Mevrouw Podt (D66):

Volgens mij zit er een soort knip tussen de meer generieke maatregelen en de zonering. Ik denk zelf dat we met name heel hard aan de slag moeten met de zonering. Daarnaast zitten er maatregelen in die bijvoorbeeld zien op de afroming van dierrechten en op het invoeren van dierrechten bij andere dieren, waar we dat nu bijvoorbeeld nog niet doen. Ik denk ook dat er dingen tegen bestrijdingsmiddelen in staan die gaan helpen om de waterkwaliteit en de natuur in Natura 2000-gebieden te verbeteren. Volgens mij heb ik er nog een paar die ik nu vergeet. Voor mij is een van de allerbelangrijkste die zonering. Ik denk dat die ons de kans geeft om heel gericht erop toe te zien dat het beter gaat, juist in die gebieden waar het allemaal zo moeizaam gaat.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Interessant. Sommige provincies zijn natuurlijk al aan de slag met die zonering. Ook de vorige minister had het er wel eens over. Er is natuurlijk wel een verschil tussen een zonering van 50 meter en een zonering van 2 kilometer. Waar denkt mevrouw Podt dan aan?

Mevrouw Podt (D66):

Dat vind ik ingewikkeld. Ik snap de vraag wel heel goed. We hebben natuurlijk ook een aantal scenariostudies liggen die een soort indicatie geven. Ik was vorige week op de Veluwe. Je kunt hele lange gesprekken hebben over of de zonering waarvoor ze daar hebben gekozen genoeg is. Ik denk namelijk dat het nogal uitmaakt wat je vervolgens in die zone nog wel en niet meer doet. Een van de belangrijkste dingen die ik daar heb meegenomen, is dat zij zeiden dat je zelfs tussen de ene en de andere kant van de Veluwe verschillen zou moeten maken. Ik denk dus dat dat iets is waar deze minister, in samenwerking met die medeoverheden, mee aan de slag moet en dat we echt moeten kijken hoe we dat op een zo goed mogelijke manier kunnen doen.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Dat snap ik. Ik heb net zelf ook betoogd dat dat soort processen op gebiedsniveau moeten plaatsvinden, maar ik zou wel alvast willen zeggen: het gaat niet over 250 meter. Het gaat over een veel grotere zonering en zones als je echt effectief wilt zijn. Een van de voorstellen, om die zones een overgang te laten zijn tussen reguliere landbouw en natuur, is bedoeld om vooral de biologische landbouw te stimuleren in deze zones. Denkt D66 daar ook aan?

Mevrouw Podt (D66):

Ik snap deze vraag heel goed. Ik denk dat mevrouw Bromet gelijk heeft. Die 250 meter zal op heel veel plekken waarschijnlijk niet genoeg zijn, zeker daar waar het zo dramatisch is, zoals op sommige plekken op de Veluwe. Dat moeten we gaan zien. Ik denk dat die overgang naar biologisch heel erg voor de hand ligt. Dat lijkt mij wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

In het coalitieakkoord en bij het debat over de regeringsverklaring kwam het al even aan de orde. De doelen die daarin zijn opgeschreven liggen niet in lijn met het in Europa afgesproken verslechteringsverbod en de gerechtelijke uitspraken die we hebben gezien. Mijn vraag aan D66 is dus: onderschrijft zij dat we die wettelijke bepalingen en de rechterlijke uitspraken daarover wél moeten halen? Dat betekent bijvoorbeeld dat in 2030 om en nabij 50% van de kwetsbare natuur onder de kritische depositiewaarde moet zitten.

Mevrouw Podt (D66):

Ja.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Fijn.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Hier zit dan wel gelijk mijn zorg. De toon van het coalitieakkoord is opvallend voor een kabinet waar D66 aan deelneemt. Het vertoont namelijk opvallend veel continuïteit met het beleid van het vorige kabinet met minister Wiersma. Het is prettig in die zin dat het het stikstofprobleem wil oplossen. Ik ben nog niet zolang als mevrouw Bromet, maar toch wel al een aantal jaren landbouw-, stikstof-, en natuurwoordvoerder, en zo langzamerhand bekruipt mij echter het volgende gevoel. Leidt dit daadwerkelijk tot het van het slot gaan van Nederland? Leidt dit ertoe dat we weer vergunningen gaan uitgeven en dat vergunningen standhouden voor de rechter? Daarvoor heb je niet alleen iets nodig om de emissies geborgd en wel te laten dalen, daarvoor heb je niet alleen geborgd natuurherstel nodig, maar daarvoor heb je ook een stelsel nodig waarbij je zeker weet dat je vergunningen kan verstrekken. Hoe ziet mijn collega Podt van D66 dit?

Mevrouw Podt (D66):

Ik heb heel snel meegeschreven, maar ik weet niet of ik 'm helemaal heb. Ik vind dit een heel belangrijke vraag, met name omdat ik de afgelopen twee jaar vrij lang met de heer Grinwis aan de interruptiemicrofoon heb gestaan om vergelijkbare vragen te stellen. Dus ik snap dat. Ik denk dat de vraag of dit er nu toe leidt dat we van het slot af gaan, ook ligt bij de oplossingen die we gaan zoeken in die zonering. Het zijn natuurlijk knoppen waaraan je kunt draaien. We hebben dus de generieke maatregelen waar we wat mee gaan doen, die inderdaad ook moeten zorgen voor een geborgde daling, maar daarnaast gaan we natuurlijk aan de slag met wat er in die zones moet gebeuren om echt te zorgen dat die natuur op die meest kwetsbare plekken overeind blijft. Dan komen we hopelijk tot die situatie waarin we inderdaad van het slot af gaan.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

De ChristenUnie heeft veel met hoop. Wij zouden hier alles over hoop met elkaar kunnen delen, maar alleen op basis van hoop kun je niet een verstrekkend stikstofbeleid inrichten. Het gaat om heel veel belastingeuro's. Het gaat om verstrekkende ingrepen, die boeren, natuurgebieden en woningbouwprojecten raken. Mijn vraag is dus nogmaals: je kunt nog zoveel doen aan emissiereductie en natuurherstel — beide is nodig, geborgd — maar biedt D66 de garantie dat als de minister en de staatssecretaris die afspraken uit het coalitieakkoord gaan uitvoeren, Nederland weer van het slot komt, vergunningen uitgegeven gaan worden en die standhouden bij de rechter?

Mevrouw Podt (D66):

Volgens mij is dat de meest cruciale vraag, want we hebben in de afgelopen jaren natuurlijk veel te veel geitenpaadjes gezien. We hebben veel te vaak gedacht "dat is de oplossing", waarna die dan toch niet kwam. Ik kan me ook heel goed voorstellen dat de heer Grinwis, en natuurlijk ook een aantal andere mensen die net bij de microfoon stonden, sceptisch zijn. We hebben net twee jaar stilstand gehad. We hebben daarvoor een kabinet gezien waar u en ik allebei deel van uitmaakten. Dat heeft ook niet gedaan wat het heeft beloofd. We hebben wel stappen gezet, maar het heeft natuurlijk niet geleid tot een oplossing. Ik snap die scepsis dus wel. Ik heb ook niet voldoende aan hoop, zeker niet na de afgelopen twee jaar. Ik wil gewoon dat het gebeurt. Ik denk dus dat het antwoord op de vraag van de heer Grinwis misschien zit in wat volgens mij de laatste vraag was die ik net aan de minister stelde. Laten we zorgen dat we instellingen als de WUR en het PBL betrekken bij de uitwerking van die zonering, die generieke maatregelen, om echt te zorgen dat we het in één keer goed doen.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dat ben ik met collega Podt eens. Ik denk dat we best een eind komen als het gaat om emissiereductie, natuurherstel, betere beheerplannen en zo, maar mijn zorg zit bij dat laatste punt, de vergunningverlening. Zolang we AERIUS blijven gebruiken om individuele projecten af te rekenen op een bepaalde depositie in een Natura 2000-gebied, komt Nederland niet van het slot. Dan blijf je namelijk met het additionaliteitsvereiste zitten. Juist dat zit, alle mooie pagina's in het coalitieakkoord ten spijt, in de weg om de vergunningverlening weer op gang te krijgen als we het blijven doen zoals we het nu doen. Moeten we dus niet ook kijken naar de omgang van met name artikel 6, lid 3 van de Vogel- en Habitatrichtlijn met het additionaliteitsvereiste? Moeten we daar niet nog eens heel goed naar kijken? Als jij een reducerende maatregel treft, bijvoorbeeld als PAS-melder, en je evident de uitstoot in Nederland omlaag brengt en dus de problematiek in een natuurgebied niet verergert, dan moet je toch een vergunning kunnen krijgen? Dan moet dat nooit leiden tot stilstand en het niet toepassen van een bepaalde reducerende maatregel.

De voorzitter:

Meneer Grinwis, denk aan de lengte van uw interrupties.

Mevrouw Podt (D66):

Ik snap waar dit vandaan komt, omdat ik natuurlijk ook aan tafel heb gezeten met onder meer energieorganisaties die zeiden: wij willen eenmalig wat meer stikstof uitstoten en dan gaan we uiteindelijk allerlei dingen doen die ervoor gaan zorgen dat we permanent minder stikstof uitstoten. Er is volgens mij niemand in deze Kamer te vinden die daarop tegen is. Ik denk dat het lastige is dat ik wat sceptischer ben over tweaks aan AERIUS en in hoeverre die ons gaat helpen. Ik denk dat uiteindelijk de kern van de zaak, de focus van deze minister en staatssecretaris, echt de emissiereductie en het natuurherstel moet zijn. Ik ben altijd bereid naar allerlei dingen te kijken. Ik ken de heer Grinwis als iemand die hele mooie, uitgebreide moties schrijft. Laten we dus vooral samen kijken wat er eventueel nog extra moet gebeuren, maar ik denk dat die eerste twee dingen voor mij echt de kern zijn.

De heer Goudzwaard (JA21):

Ik onderschrijf de zorgen die de heer Grinwis hier net neerlegde ook. Ik heb, via de voorzitter, een vraag aan mevrouw Podt. Toen ik klein was, een jaartje of 5 à 6, gingen we naar een pretpark. Dan ging ik in zo'n klein autootje zitten, op van die rails. Dan zei mijn moeder: doe maar je best en haal je zusje in! Maar wat ik ook deed, ik kwam erachter: er gaat niks veranderen, want het tempo, de eindbestemming en de route liggen vast. Dan nu mijn vraag, voorzitter. Nu wordt doelsturing een beetje als de heilige graal gepresenteerd, maar laten we eerlijk zijn: hoe kan u, mevrouw Podt, nou zeggen "de boer zit aan het stuur", terwijl net zoals in dat pretpark de route en de eindbestemming vastliggen? Kunt u daar even op reflecteren? Ik zie 'm namelijk niet.

Mevrouw Podt (D66):

Nou, volgens mij gaat het om een aantal dingen. Ik denk dat het erom gaat dat we op dit moment niet de luxe hebben om bepaalde maatregelen naast ons neer te leggen. Als ik op boerenerven zit — dat heb ik de afgelopen twee jaar behoorlijk veel gedaan — merk ik ook dat verreweg de meeste boeren dat ook onderkennen. Zij zien natuurlijk graag dat doelsturing onderdeel is van de oplossing, maar zij zien ook wel dat we meer dingen nodig hebben als we snel van het slot af willen.

De heer Goudzwaard (JA21):

Helder, helder. Dank voor die reactie. Dan heb ik een vervolgvraag aan mevrouw Podt. Ik hoorde mevrouw Podt zeggen dat er emissiereductie plaats moet vinden. Ik hoop dat mevrouw Podt dat wil zoeken in innovatie. De vraag is dan hoe we daar een setje geborgde maatregelen voor gaan klaarspelen. Mijn vraag aan mevrouw Podt is de volgende. Gaat u dat meten in een gesloten stalsysteem? Gaat u dat meten in een halfopen stalsysteem? Ik mag namelijk hopen dat er nog steeds ruimte in Nederland blijft om gewoon koeien in de wei te zien. Als u dat alleen in gesloten stalsystemen gaat testen, snap ik dat, maar dat is niet de realiteit. We willen namelijk ook gewoon koeien in de wei zien. Hoe gaat mevrouw Podt daarmee om? Ik zie daar gewoon een hele hoop beren op de weg.

Mevrouw Podt (D66):

Ja, dat merk ik. Ik vind het in de eerste plaats wel lastig als we emissiereductie gaan terugbrengen tot alleen innovaties. Ik ben een ingenieur uit Delft, dus er kunnen mij geen innovaties genoeg zijn in de wereld. Maar als wij denken dat we ons hier een weg uit kunnen innoveren, zijn we, denk ik, een beetje in de aap gelogeerd. Dat gaat gewoon niet lukken.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Goudzwaard (JA21):

Ik onderschrijf dat. Ik denk dat we middels innovatie inderdaad een hele grote uitdaging hebben. Maar als ze zegt dat wij het alleen daarmee niet gaan redden, vraag ik aan mevrouw Podt om te reflecteren op een peiling van Nieuwe Oogst die ik laatst heb gezien. Daarin staat dat 9% van de agrariërs de plannen die uw coalitie heeft gepresenteerd ziet zitten.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Goudzwaard (JA21):

Ja, voorzitter, ik kom inderdaad tot een vraag. Hoe reflecteert mevrouw Podt erop? Met dit soort uitspraken denk ik niet dat het percentage heel erg gaat stijgen. Hoe gaat u ernaartoe werken dat u die ondernemers wel mee gaat krijgen?

Mevrouw Podt (D66):

Dat is wel grappig. Ik heb gisteren — ik zie mevrouw Den Hollander al zwaaien — met mevrouw Den Hollander en meneer Koorevaar bij Nieuwe Oogst gezeten. Toen zijn er een aantal polls de deur uit gegaan. Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik de percentages niet meer precies weet, maar ze waren een stuk hoger dan de 9% waar u het nu over heeft. Desalniettemin ben ik — dat heb ik gisteravond ook gezegd — niet zo verbaasd dat mensen sceptisch zijn. Zoals ik hierover net al zei, hebben wij ons nog te bewijzen in de Kamer. Mensen hebben jarenlang aan moeten kijken tegen een Tweede Kamer en verschillende kabinetten die onvoldoende hebben gedaan om dit op te lossen. We hebben dus heel wat te bewijzen met elkaar.

De heer Flach (SGP):

Ik schrok toch wel even toen mevrouw Podt net zei: de kern van de zaak is voor mij niet AERIUS tweaken, maar emissiereductie. Halen we dan doel en middel niet door elkaar? Geen enkele Europese richtlijn zegt toch: gij zult emissies reduceren? We worden geacht te kijken naar de staat van de natuur. We hebben er zelf voor gekozen om stikstof daar de vrijwel enige drukfactor bij te laten zijn. Zou dat niet de kern van het beleid en de keuzes moeten zijn?

Mevrouw Podt (D66):

Als je puur naar stikstof kijkt, dan heeft meneer Flach misschien nog ergens een beetje een punt, maar emissies reduceren gaat natuurlijk niet alleen maar om stikstof. Het gaat bijvoorbeeld ook over mest. We hebben ons te houden aan het mestplafond. We hebben bijvoorbeeld ook emissies te reduceren omdat we CO2 willen verminderen in Nederland. Er zijn dus nog heel veel andere redenen om dit te doen. Het gaat mij erom dat ik een beetje bang ben dat we elkaar de afgelopen jaren steeds een beetje voor de gek hebben gehouden door te zeggen: dan gaan we hier of daar een beetje tweaken. Ik ben er heel blij mee dat we met dit coalitieakkoord hebben gezegd dat we ambitieuze stappen gaan zetten. Zo kunnen we tegen al die boeren en al die mensen die op zoek zijn naar een woning, die willen ondernemen of verzin het allemaal maar, en die nu allemaal tegen dat slot aankijken, echt weer zeggen: u krijgt weer perspectief.

De heer Flach (SGP):

Hier zijn we het dan nadrukkelijk niet eens. Mevrouw Podt laat zien waar ik al voor vreesde: ik lees tussen de regels van het akkoord door toch vooral "minder, minder, minder". Daarin verschillen we echt duidelijk van mening. Dan wil ik even naar de zones, waar het net al over ging. Het kwam net al even aan de orde in het interruptiedebat. Mevrouw Bromet zei zelfs dat er misschien grotere zones zouden moeten zijn. Zijn er dan ook onderzoeken die laten zien dat de buitenste randen van die Natura 2000-gebieden er slechter aan toe zijn dan de binnenste gedeeltes? Met andere woorden, hebben die zones zin?

Mevrouw Podt (D66):

Ik begin even bij dat eerste. De heer Flach constateert "minder, minder, minder", maar ik wil eigenlijk "meer, meer, meer". Ik zou bijvoorbeeld graag meer boeren zien, niet minder boeren. Op dit moment zijn er natuurlijk heel veel boeren die op het gebied van mest of vergunningverlening het loodje leggen, omdat wij maar niet met oplossingen komen. Kijk daar dus naar zoals u zelf wilt. Wat betreft uw tweede punt zou ik werkelijk niet weten of er onderzoeken over die buitenste rand zijn. Ik denk wel dat er in allerlei onderzoeken en gerechtelijke uitspraken wordt gezegd: focus je nou. Professor Erisman is bijvoorbeeld zo'n onderzoeker die altijd heeft gezegd dat als je niet alleen de meeste winst wil boeken op het gebied van vooruitgang van de natuur, maar ook je geld het allerbest en het meest doelmatig wil uitgeven, je je moet focussen op de gebieden direct rond die meest kwetsbare zones.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Flach (SGP):

Ik moet even kiezen waar ik op reageer. Het interessantst vind ik toch wel dat mevrouw Podt zegt dat ze eigenlijk niet gelooft dat we het met alleen innovaties gaan redden. Dat betekent dat er dus minder vee moet komen. Tegelijkertijd hoor ik mevrouw Podt zeggen dat ze graag meer boeren wil. Dat is een teller-noemerdiscussie; het gaat dus twee keer de verkeerde kant op. Hoe gaat mevrouw Podt garanderen dat we in Nederland nog betaalbaar voedsel krijgen voor ons eigen land, voor grote delen van West-Europa en verder? Hoe gaan we er met minder vee, meer boeren én een verdienmodel, want geen boer gaat dat voor niks doen, nog voor zorgen dat we voldoende betaalbaar voedsel houden?

Mevrouw Podt (D66):

Volgens mij staan er in het coalitieakkoord een hele hoop dingen die gaan helpen met het verdienvermogen van de boeren. Dit komt even uit de losse pols, maar denk in ieder geval aan alles wat we gaan doen wat betreft grondprijzen. Dat lijkt mij een hele belangrijke voorwaarde voor veel boeren om ook te kunnen extensiveren, bijvoorbeeld. Ik zie dat dus wel. Ik zie dat ook echt als voorwaarde. De heer Flach zei net dat wij enorm verschillen. U vindt mij aan uw zijde als het gaat om het verdienvermogen van de boer. Als u dat wil, kunnen we dat ook samen richting deze minister doen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Ik ben blij met de woorden die mevrouw Podt spreekt, want daar spreekt inderdaad daadkracht en ambitie uit. Zij zegt dat ze ook blij is met het coalitieakkoord, want daar staat in dat er ambitieuze stappen gezet gaan worden. Over de maatregelen blijft ze nog een beetje vraag, want dat valt dan onder de noemer van emissiereductie, natuurherstel en die zones. Tegelijkertijd worden in het coalitieakkoord de doelen van het kabinet-Schoof overgenomen. Het gaat dan om het doel voor 2030; dat is over vier jaar. Pas in 2035, over negen jaar, gaat er ingegrepen worden als er onvoldoende wordt geleverd. Dat kun je dan toch niet ambitieus noemen? Dat is toch gewoon weer de bal voor je uit schoppen?

Mevrouw Podt (D66):

Volgens mij moeten wij het volgende doen. 2030 is over vier jaar, dat is echt al heel snel. Ik snap de zorg van mevrouw Bromet dus wel. Er is mij ook veel aan gelegen om ervoor te zorgen dat we tussentijds natuurlijk goed monitoren welke kant het op gaat en dat we dan inderdaad ook bijsturen op het moment dat dat nodig is. We willen namelijk allemaal dat we de komende tijd van het slot af gaan. Dat betekent dat wij het voor iedereen in Nederland aannemelijk moeten maken dat we daar in 2035 ook staan.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Maar als het nou allemaal niet zo gaat als mevrouw Podt hoopt, dan gaat er pas over negen jaar ingegrepen worden. We kunnen toch niet nu de PAS-melders negen jaar laten wachten? We kunnen toch niet nu de bouw negen jaar laten wachten? Spreekt mevrouw Podt weleens met VNO-NCW of met Bouwend Nederland en weet zij ook wat zij voor zorgen hebben?

Mevrouw Podt (D66):

Ja. Dat zal mevrouw Bromet niet verbazen, want we hebben natuurlijk verschillende keren gezamenlijk in allerlei sessie gezeten, onder meer met VNO-NCW en Bouwend Nederland, met al die dingen die ze ons op het hart hebben gedrukt. Ik wil mevrouw Bromet wel even corrigeren, want het gaat natuurlijk niet over negen jaar. In het coalitieakkoord staat ook heel duidelijk dat we in 2030 natuurlijk wel kijken of het genoeg is en, zo nodig, extra maatregelen nemen. Wat mij betreft is dat iets wat we doorlopen moeten doen. We moeten niet tot 2030 wachten en dan kijken of er nog iets gebeurt. Dat moet een doorlopend verhaal zijn.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Ja, afrondend, voorzitter. 2030 is als er een nieuwe minister van Landbouw op die stoel zit. Dat duurt dus nog wel even, hoop ik.

Mevrouw Podt (D66):

Nou, ik vind 2030 echt wel heel erg snel. We kijken natuurlijk aan tegen toch wel enige achterstand die we in de afgelopen twee jaar hebben opgelopen. Ik hoop dus dat ik mevrouw Bromet naast mij vind om dit kabinet heel scherp te houden om te zorgen dat we in 2030 een stuk verder zijn dan nu en dat we op koers liggen om 2035 gewoon te halen, en dat als dat niet zo is, we dan ook wat anders gaan doen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Mevrouw Podt zei: ik wil niet minder boeren, ik wil eigenlijk meer boeren hebben. Onder het bewind van D66, voor het vorige kabinet, zijn er al duizenden boeren gestopt. Er zijn gewoon veel minder boeren gekomen onder het beleid van D66. Dat komt onder meer door de hyperfocus op het uitkoopbeleid. Mijn vraag gaat over één specifiek ding dat ik afgelopen week heb gezien bij een bezoek aan Noordoost-Twente. Daar heb je een natuurgebied met hoogveen erin. Dat hoogveen moet worden hersteld. Dat is een van de opdrachten. Dat groeit 0,5 tot 1 millimeter per jaar. Voordat dat is hersteld zijn we 600 tot 1.000 jaar verder, zeg ik hier maar even. 600 tot 1.000 jaar verder! Daarvoor worden heel veel boeren in de buurt uitgekocht, want het hoogveen moet worden hersteld.

De voorzitter:

Uw vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Hoe ziet mevrouw Podt dat er ooit meer boeren komen — sterker nog: wíllen komen — met dit soort belachelijke wetgeving, belachelijke regelgeving?

Mevrouw Podt (D66):

Ik denk dat mevrouw Van der Plas gelijk heeft als ze zegt dat er minder boeren zijn gekomen, onder meer terwijl D66 ook in het kabinet zat. Dat is helaas iets wat al sinds de jaren vijftig aan de gang is. Dat is niet omdat er een hyperfocus is op uitkoop, maar omdat er een hyperfocus is op steeds meer produceren en omdat steeds grotere boeren het de kleintjes moeilijk maken om nog te overleven. Dat is volgens mij het eerlijke verhaal. We kunnen elkaar blijven bezighouden en steeds zeggen "dat kan niet", "het is heel erg moeilijk" en "het duurt heel erg lang", maar ik wil heel snel aan de slag. Dat heb ik in het begin van mijn spreektekst ook naar voren gebracht. Ik wil niet dat we net zoals de vorige keer weer alles weggooien. Ik wil echt aan de slag met die gebiedsplannen en de opgaven die er generiek liggen, zodat we de boeren perspectief bieden en we niet iedere keer terug hoeven om te zeggen: we hebben weer wat getweakt en het schoot weer niet op.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ondertussen zie ik in de nieuwe coalitieplannen dat er gewoon honderden miljoenen van agrarisch natuurbeheer af gaan. Dat geld was juist bedoeld om specifieke maatregelen te nemen die echt de natuur zouden helpen. Er zijn gewoon honderden miljoenen uit verdwenen, maar daarop kom ik zelf nog wel terug in mijn eigen inbreng. Mevrouw Podt roept toch wel een beetje een romantisch beeld op, zo van: ik wil meer boeren en dan wat kleinschaliger en gezelliger en leuker, misschien zoals het in de jaren vijftig was. Maar hoe gaan die boeren overleven? Met heel kleinschalig red je het niet. Je moet wel moderne technieken, stallen en uitrusting hebben. Dat kost geld en je hebt dus ook koeien nodig om geld te verdienen.

Mevrouw Podt (D66):

Ik denk dat we veilig kunnen stellen dat mevrouw Van der Plas al iets langer op boerenerven komt dan ik, maar we spreken allebei heel, heel erg veel mensen. Het is mij ontzettend opgevallen dat we het vaak hebben over hoe de boerensector in Nederland sinds de jaren vijftig steeds professioneler, innovatiever is geworden tot de sector die die nu is. Over de hele wereld wordt de sector gezien als heel slim en innovatief. Ik ben ervan overtuigd dat we dat weer kunnen, maar dan wel op een wat andere manier, binnen de milieugebruiksruimten en de leefruimten die we in Nederland hebben. Ik ben ervan overtuigd dat we dat kunnen met elkaar.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Mevrouw Podt leeft echt in een droomwereld. Kijk hoe de wereld is ontwikkeld. Wij worden aan alle kanten ingehaald door andere landen. Waar de productie hier wegvalt, wordt die in een ander land overgenomen, op een veel grotere schaal. We maken ons de komende jaren steeds meer afhankelijk van import. Volgens deze staatssecretaris maakt ons dat juist weerbaar. Nou, ik snap dat niet helemaal. Volgens mij moet je juist niet afhankelijk zijn van import om weerbaar te zijn. Je moet juist je eigen productie hebben. Dat is toch een droom die u heeft? Ik vind dat prima hoor — u mag dromen — maar we worden echt aan alle kanten ingehaald. Wij hebben de meest vruchtbare landbouwgrond van de hele wereld. We hebben goud in handen hier!

Mevrouw Podt (D66):

Een paar weken geleden zaten mevrouw Van der Plas en ik samen in Berlijn bij een presentatie van onder meer de WUR. Die ging over wat de toekomst is van de landbouw en over hoe we daarnaar moeten kijken. Ik vond het heel interessant dat ook de WUR tot op zekere hoogte zei wat mevrouw Van der Plas nu zegt, namelijk: als we niet oppassen, worden we ingehaald. Maar de WUR gaf daar wel een heel andere draai aan dan mevrouw Van der Plas. De WUR zei eigenlijk: we moeten minder afhankelijk worden, maar dat begint bijvoorbeeld bij minder afhankelijk worden van kunstmest. Die komt namelijk uit landen waar we op dit moment liever zo min mogelijk contact mee willen hebben. De weg vooruit, werd daar ook gezegd, zit dus in die duurzame hoek. Nederland moet zorgen dat het niet alleen een van de meest productieve landen maar ook een van de meest innovatieve landen op het gebied van duurzaamheid wordt, en daar sta ik graag voor.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Podt (D66):

Dan moet ik even kijken waar ik was gebleven, voorzitter, want ik sta hier al even. Ja, ik ben er weer.

Voorzitter. Ik heb nog twee andere onderwerpen waar ik het vandaag graag over heb. Ik begin met bestrijdingsmiddelen en de noodzaak om ons gebruik van chemische middelen te beperken. Ook dit moet met urgentie worden opgepakt om mens, dier, bodem, water en natuur gezond te houden. Ook hier geldt dat we niet alleen snel, maar ook slim moeten werken. Met de oude aanpak hebben we gezien hoe veehouders in de buurt van kwetsbare natuurgebieden voor veel geld werden uitgekocht, om vervolgens hetzelfde land in te zetten voor sierteelt met gebruik van veel chemische middelen. Daarom moeten we nu al anticiperen op die neveneffecten in de zonering, om ervoor te zorgen dat ondernemers later niet geconfronteerd worden met onverwachtse regelgeving. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat we weten hoeveel chemische middelen er in de natuur neerslaan. Dat betekent dus dat er goede monitoring en registratie moet zijn. Ik hoor graag van de minister hoe hij er met de staatssecretaris en provincies voor gaat zorgen dat de aanpak van bestrijdingsmiddelen een volwaardige plek krijgt in de zonering. Van de staatssecretaris hoor ik graag hoe hij gaat inzetten op een meet- en registratienetwerk, zodat we weten hoeveel middelen overwaaien naar de natuur. Ook buiten de zonering willen we werken aan meer duurzame middelen en teeltmethodes. Dat is een breedgedragen wens binnen en buiten de sector en ook hiervoor heeft het burgerberaad voorstellen gedaan, zodat ons eten transparant en met respect voor het milieu wordt geproduceerd.

Voorzitter. Het coalitieakkoord is duidelijk: we sluiten bindende convenanten om schadelijke middelen te verminderen en geven meer ruimte aan geïntegreerde gewasbescherming. Dat vraagt om een grote gereedschapskist met verschillende teeltmethoden en voldoende duurzame middelen. Daarom heb ik een amendement ingediend om de toelatingsautoriteit extra capaciteit te geven voor de toelating van groene middelen.

Voorzitter. Ik wil graag afsluiten met de breedst gedragen aanbeveling van het Nationaal Burgerberaad Klimaat. Die gaat over voedselverspilling, maar ik zie dat we daar nog niet naartoe gaan.

De voorzitter:

Eerst heeft u een interruptie van de heer Flach.

De heer Flach (SGP):

Een amendement om de toelatingsautoriteit meer middelen te verstrekken is interessant. Volgens mij willen we dat allemaal, maar er zit wel nog iets aan vast. Kunnen we ook afspreken dat er geen reguliere middelen verdwijnen voordat er een volwaardig groen alternatief is?

Mevrouw Podt (D66):

Ik denk dat we daar voorzichtig mee moeten zijn. Ook denk ik dat we heel voorzichtig moeten zijn met onze bodem, onze gezondheid en ons water. Ik ben bang dat dat elkaar soms bijt. Ik denk ook dat we de innovatie van de bestrijdingsmiddelen kunnen stimuleren door af en toe te zeggen: op een gegeven moment houdt het op met dit middel. Zeker als het gaat om hele schadelijke middelen vind ik het legitiem om op een gegeven moment te zeggen: dit stopt. Ik heb het daar in verkiezingsdebatten en op andere plekken natuurlijk wel vaker met u over gehad.

De heer Flach (SGP):

Deze discussie is erg gebaat bij het gebruik van feiten. Ik hoorde een deskundige laatst zeggen dat fruit schoongespoeld wordt met glyfosaat, maar dan jaag je mensen gewoon ten onrechte angst aan. Dat hoor ik heel vaak terug in het debat. Ik zeg dat niet rechtstreeks tegen mevrouw Podt, maar ik hoor dat vaak terug. Naast dat ik me zorgen maak over de gezondheid van mensen — daar verschillen we niet over van inzicht — maak ik me zorgen over het verdwijnen van teelten. Als we een gat laten tussen het verdwijnen van het ene en het al dan niet ontdekken van andere middelen, gaan er teelten verdwijnen.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Flach (SGP):

Wat zegt mevrouw Podt daarover?

Mevrouw Podt (D66):

Ik wil nog even benadrukken dat ik dit soort uitspraken nooit heb gedaan. Ik vind het inderdaad heel belangrijk dat we ons bij de feiten houden, maar ik denk dat ook meneer Flach zich moet verhouden tot heel erg veel mensen in Nederland die dicht op teeltgebieden wonen en soms echt te maken krijgen met telers die niet altijd heel veel rekening houden met de buurt. Ik denk dat dat deze discussie niet helpt. Ik hoop dat we daarin samen kunnen optrekken. Ik vind het alleszins goed om te kijken hoe we op een goede manier heel veel groene teelten en heel veel van die alternatieven — het zijn niet alleen groene teelten — kunnen stimuleren, om er zo voor te zorgen dat er voor zo veel mogelijk teelten alternatieven en oplossingen komen.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Flach (SGP):

Er lopen discussies door elkaar. Ik denk dat telers ook gebaat zijn bij onderscheid daarin. Het naleven van voorschriften is echt iets anders dan het verbieden van middelen voordat er alternatieven zijn. Dat is echt een groot risico. Als teelten gaan verdwijnen en er geen alternatieven zijn, komen ze ook niet meer terug. Met andere woorden: laten we heel zorgvuldig zijn. Enerzijds moeten we wel de capaciteit verhogen, maar anderzijds moeten we geen oude schoenen weggooien voordat we nieuwe hebben, zeker niet met alle mogelijkheden die er nu al zijn. Dat is mijn oproep aan mevrouw Podt.

Mevrouw Podt (D66):

Volgens mij is de kern zorgvuldigheid. Ik ben altijd bereid om zorgvuldig te kijken naar wat het doet met teelten, maar ik wil ook altijd zorgvuldig kijken naar wat het doet met de omwonenden, de bodem en het water.

De heer Chris Jansen (PVV):

Ik vind de opmerking dat de telers niet altijd oog hebben voor de buurt eigenlijk not done. Dat kan je gewoon niet zeggen. Telers hebben wel degelijk oog voor de buurt. Ik noem een voorbeeld. Pfas is ook schadelijk, maar daarbij is op dit moment wel de regeling, vanuit Europa nota bene, dat op het moment dat er geen alternatief is, het middel nog gebruikt mag worden. Ik hoor nou mevrouw Podt van D66 zeggen: op een gegeven moment is het klaar en moet je ook kijken naar de effecten. Hoe gaat u daar dan mee om? Het betekent dus eigenlijk dat je de telers gewoon vertelt: "Je mag het niet meer gebruiken. Nee, er is geen alternatief. Helaas. Sorry." Hoe gaat u daarmee om?

Mevrouw Podt (D66):

Ik ben wel blij met deze vraag, want dit geeft me de gelegenheid om iets meer te zeggen over de telers. Meneer Jansen heeft natuurlijk gelijk: er zijn heel veel telers in Nederland die het uitstekend doen. Daar heb ik ook helemaal geen commentaar op, maar ik heb wel heel veel omwonenden gesproken die heel slecht contact hebben met de telers in hun omgeving. Daar wordt op allerlei random momenten gespoten met middelen waarvan de omwonenden niet weten wat het is. Ze krijgen slecht contact over de vraag of ze afspraken kunnen maken over wanneer er wel en niet gespoten wordt, bijvoorbeeld misschien maar even niet op de momenten dat al die kinderen in de speeltuin zitten. Ondertussen wordt hun door de GGD aangeraden om ramen en deuren dicht te doen als er gespoten wordt. Ik vind dat wij ons als Kamer daar ook toe te verhouden hebben, hoe je verder ook denkt over bestrijdingsmiddelen. Ik denk dat wij een opdracht hebben om iets te doen aan schadelijke middelen, of het nou om pfas of om chemische bestrijdingsmiddelen gaat. Ik heb net ook tegen de heer Flach gezegd dat je daar natuurlijk over in gesprek moet gaan en goed moet bekijken hoe dat gaat, maar je kunt natuurlijk niet tegen mensen zeggen: we zijn op allerlei vlakken nog onderzoek aan het doen, over acht jaar bent u de eerste en ja, misschien bent u dan niet meer gezond, maar helaas that ship has sailed. Dat gaat niet.

De heer Chris Jansen (PVV):

Die discussie over wanneer de gezondheid in het geding komt en wanneer je perspectief biedt, in dit geval aan een teler, heb je natuurlijk altijd. Helaas loopt dat niet altijd gelijk op. Dat is gewoon het lastige aan deze situatie. Ik vind alleen wel het volgende. Telers gaan echt niet bewust op een verkeerd moment het middel gebruiken. Ze gebruiken het op het moment dat het gewas het nodig heeft. Misschien is er wel een een school of een kinderspeelplaats in de buurt, dus ik snap dat je dan probeert daarover met je omgeving afspraken te maken, zo van: kun je het misschien in de weekenden minder doen? Maar je kunt toch niet van een teler verwachten dat hij zijn gewas risico laat lopen op het moment dat hij het middel moet gebruiken omdat het anders fout gaat met het gewas? Je kunt dan toch niet zeggen: ja, maar je moet ook rekening houden met de omgeving?

Mevrouw Podt (D66):

Ik nodig meneer Jansen van harte uit om een keertje mee te gaan naar Haarlem of Sint-Michielsgestel, waar ik verschillende keren aan tafel heb gezeten, want dan kan meneer Jansen ook horen waar de bezwaren precies zitten. Dat zijn helemaal geen mensen die ingewikkelde gevoelens hebben richting telers, maar wel over de manier waarop het nu gaat. Ik denk dat als wij daar als overheid veel meer een antwoord op bieden, het beter is voor telers, omdat ze dan niet in de clinch liggen met hun omgeving. Het is ook gezonder voor onze hele omgeving. Als we het hebben over perspectief voor telers, dan denk ik dat dat betekent dat je soms ook normeert wat er niet meer kan, want dingen zijn soms zo schadelijk dat het gewoon niet meer kan. Op het moment dat wij met elkaar zeggen dat het over een poosje niet meer kan, kunnen er alternatieven ontwikkeld worden.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Chris Jansen (PVV):

Ik vind het natuurlijk altijd heel gezellig om met mevrouw Podt ergens op bezoek te gaan, maar laat ik dan hier wel neerleggen dat ik in een vorige functie veelvuldig op bezoek ben geweest bij mensen, ook bij mensen die inderdaad vragen hadden over telers in hun omgeving. Ik weet niet of het mijn blik nog meer gaat verruimen, maar nogmaals: ik ben natuurlijk altijd zeer open naar mevrouw Podt en ik vind het gezellig om samen een keer op stap te gaan.

Mevrouw Podt (D66):

Kijk eens aan! Die heb ik dan maar binnen.

De voorzitter:

Dat is mooi meegenomen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Wij Kamerleden reizen wat af. Ik was zaterdag in Ansen in Drenthe. Daar waren een heleboel burgers die bezorgd zijn over de lelieteelt. Het gaat in dit debat de hele tijd over middelen en telers, maar ik zou het ook graag willen hebben over teelten. In de lelieteelt zijn namelijk aanzienlijk meer schadelijke middelen nodig om ziektes te bestrijden dan bijvoorbeeld bij voedselproductie. Hoe kijkt mevrouw Podt daarnaar?

Mevrouw Podt (D66):

Mevrouw Bromet en ik hebben, zoals ik net al tegen de heer Grinwis zei, daar vaak samen gestaan om dit aan te kaarten. Het gaat dan namelijk niet alleen over teelten waarin heel veel middelen worden gebruikt. Het komt natuurlijk ook een beetje door de manier waarop we het hebben ingericht. Die teelten komen nu heel vaak snel op een bepaalde plek op het moment dat daar grond vrijkomt, omdat het nu eenmaal een teelt is die veel oplevert. Dan hebben mensen die soms ineens in hun achtertuin. Ik kan me voorstellen dat je daar niet blij van wordt. Ten slotte gaat het ook nog om een teelt die … Dat vind ik zelf ook wel ingewikkeld. Als je het over aardappelen hebt, vinden we het gebruik van bepaalde middelen soms ook ingewikkeld, maar van die aardappelen eten we nog met elkaar. Dat vind ik ergens nog wel een ander verhaal dan de sierteelt, moet ik heel eerlijk zeggen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Wat zijn dan de consequenties die D66 daaruit trekt? In het regeerakkoord heb ik namelijk heel vaak de woorden "bedrijven" en "deregulering" gelezen. Het lijkt wel alsof de vrije markt zijn werk moet doen, maar juist in de lelieteelt gaat het om follow the money: wat levert het meeste geld op? Dat zijn die lelies. En wie is de lachende derde? Dat is de bestrijdingsmiddelenindustrie, terwijl de bewoners achterblijven met hele grote zorgen over de volksgezondheid. Moet de overheid daarin niet gewoon streng optreden als marktmeester?

Mevrouw Podt (D66):

Ja. Eén antwoord op die vraag betreft bijvoorbeeld de grondbanken, waar we het eerder over hadden. Je moet hier veel slimmer naar gaan kijken. Wanneer een boer bijvoorbeeld geen opvolging heeft en zich laat uitkopen of wanneer een boer in een bepaald gebied niet verder kan en zich laat uitkopen, moet je de mogelijkheid hebben om te zorgen dat die grond niet massaal wordt ingenomen door de lelieteelt. Dus ja, in zo'n geval is de overheid inderdaad de marktmeester. Ik denk dat het ook goed is om nog even te zeggen dat in het coalitieakkoord staat dat we echt gaan werken aan zo'n convenant en dat dat bindend wordt. Daar komt een forse vermindering van het aantal chemische bestrijdingsmiddelen in.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik had hier ook wel een iets helderdere conclusie verwacht van D66. We horen de nieuwe minister in de media steeds zeggen: we moeten af van het polariseren. Juist over het gebruik van bestrijdingsmiddelen heeft de Rijksoverheid gezegd: we laten dat toetsen door het Ctgb. Dan komt er een pak met spuitvoorschriften en dan moet het maar goed gaan in die omgeving, waar mensen grote zorgen hebben over hun gezondheid en over de kinderen die langs die velden fietsen. De samenleving mag het daar oplossen. Als jij je zorgen maakt en je buurman die giftige middelen gebruikt daarop aanspreekt, mag je niet meer meedoen met de carnavalsvereniging. Je moet vechten voor het recht om jouw gezondheid leidend te laten zijn. Dus …

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dus mijn vraag is de volgende. Waarom is de conclusie niet: we moeten af van het polariseren, dus dat betekent dat wij hier er de verantwoordelijkheid voor dragen dat de volksgezondheid op één staat en dat wij die telers gaan helpen om over te schakelen naar biologische teelten? Dus geen lelies meer en ook niet al die andere dingen waarvan we weten dat de risico's gewoon te groot zijn. Waarom is dat niet de conclusie?

Mevrouw Podt (D66):

Voor een deel is dat inderdaad wel de conclusie, denk ik. Ik heb in deze zaal al vaker gezegd dat de vele rechterlijke uitspraken die we nu zien op het gebied van de lelieteelt en waar wel en niet gespoten mag worden — denk nu, recent, aan alle dingen in Gelderland — niet spontaan ontstaan. Die zijn een gevolg van het feit dat wij hier in deze zaal te weinig antwoord geven op de vragen uit de samenleving. Ik ben het zeer eens met mevrouw Ouwehand dat dat leidt tot polarisatie, waarbij mensen tegenover elkaar komen te staan. Omwonenden van teelten en telers komen tegenover elkaar te staan.

Overigens ben ik het zeer eens met de effecten op mensen. Overigens spreek ik ook telers die zeggen: ik probeer het heel goed te doen, maar ik krijg soms gewoon een middelvinger als ik over straat ga. Volgens mij zijn dat twee kanten van dezelfde medaille. Wij moeten hier een antwoord op bieden. Dat betekent inderdaad gewoon minder middelengebruik; dat gaan we ook doen met dit kabinet. Ik heb eerder voorstellen gedaan om mensen wat meer onmiddellijk te kunnen helpen, mensen met vragen over wat er nu precies in hun wijk gebeurt en wat ze daarmee moeten. Ik kan me heel goed voorstellen dat je, als je thuis aan de eetkamertafel zit, informatie van de GGD leest en ondertussen ziet dat die spullen over je was en je barbecue heen waaien, daar wel wat vraagtekens bij hebt. Laten we die mensen daar dus alsjeblieft bij helpen.

De voorzitter:

De vragen en antwoorden mogen iets korter.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, ik begon heel kort, maar deze was toch wat langer. Kijk, het is er vandaag al vaker over gegaan hoelang we deze discussie al voeren. Stel dat je op het platteland woont en zorgen hebt over die middelen. Als je naar Den Haag kijkt, is het antwoord weer "we doen nog een onderzoek", terwijl de Gezondheidsraad al lang en breed heeft gewaarschuwd dat er risico's aan zitten. Dan móét het voorzorgsbeginsel gelden. Als we niet weten of we de volksgezondheid daadwerkelijk kunnen beschermen, dan moeten we de keuze durven maken: deze middelen niet, of deze teelten niet. Natuurlijk help je telers met de omschakeling, maar we kunnen niet blijven zeggen … Daar zit mijn zorg. Nu komt er wéér een convenant, een bindend convenant. Wie gaat dat bepalen? We hebben toch allang gezien wat de risico's zijn waar wetenschappers ons voor waarschuwen? Dan moet het voorzorgsbeginsel toch doorslaggevend zijn? Bij twijfel kan dit middel — ik noem glyfosaat; ik noem al die andere middelen die gevaarlijk kunnen zijn — dan even niet gebruikt worden.

Mevrouw Podt (D66):

Over glyfosaat is D66 natuurlijk altijd heel helder geweest. Voor mij gaat het niet om "we doen nog onderzoek", want ik denk dat het heel verstandig is om onderzoek te blijven doen. We hebben nog heel veel vragen over wat deze middelen op de lange termijn doen op het gebied van neurodegeneratieve ziekten zoals parkinson. We hebben heel veel vragen over het gebruik van combinaties van middelen. Ik weet dat mevrouw Ouwehand die ook heeft. Maar het gaat er ook om wat je in de tussentijd doet. Van middelen waar twijfels over zijn, moet je natuurlijk sowieso af. Volgens mij is het hele idee dat we de komende tijd met elkaar gaan bepalen waarin 'm dat zit. Ik ben het woord even kwijt, maar daar zijn allemaal mooie milieupunten voor. Je wil er natuurlijk voor zorgen dat dat drastisch naar beneden gaat, want we hebben het nu heel veel over de gezondheid, maar het gaat inderdaad ook om het water en de bodem.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Mijn vraag is: wat betekent een bindend convenant en wie gaat dat bepalen? Ik hoor de D66-fractie zeggen — mevrouw Podt moet me maar corrigeren als ik dat niet goed gehoord heb — dat daar ook bij hoort dat het voorzorgsbeginsel en de bescherming van de volksgezondheid als leidend beginsel worden verankerd. Daarna gaan we kijken wat we nog kunnen doen, maar bij twijfel gaat het voorzorgsbeginsel dus bepalend zijn bij de maatregelen die de minister moet treffen.

Mevrouw Podt (D66):

Ja. Ik wil daar wel bij zeggen: ik vind het wel belangrijk dat wij met elkaar afspreken waar die twijfel dan zit. Er zijn middelen die op dit moment gebruikt worden … Dat zijn soms ook groene middelen. Die teler waar ik het net over had, zei: ik gebruik groene middelen, maar ik krijg nog steeds een middelvinger, want mensen zien dat natuurlijk niet. Volgens mij zijn er dus ook middelen in omloop die geen kwaad kunnen, waar geen twijfels over zijn. Ik kan me voorstellen dat mensen nog steeds denken: wat gebeurt daar? Ik denk dus dat we er wel zuiver over moeten zijn hoe we bepalen dat er twijfel is. Maar ja, natuurlijk gaat volksgezondheid voorop.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik hoorde mevrouw Podt net zeggen: ja, dan zul je maar zien dat al die spullen over je barbecue en je was heen waaien terwijl je thuis zit te eten. Dit is nou juist die framing waar we echt mee moeten stoppen. Een paar weken geleden zei een lid van de Partij voor de Dieren: het gif klotst tegen de ramen op in Noord-Holland. Nu is het weer "het waait maar over je barbecue heen", terwijl mevrouw Podt heel goed weet dat heel veel akkerbouwers en telers werken met precisiebemesting en precisielandbouw en dat het hier geen Brazilië is, waar ze met scootertjes door de velden rijden en er zomaar wat op los spuiten. Daar heeft een boer ook niks aan, want gewasbeschermingsmiddelen zijn duur. Mevrouw Podt is vorige week ook bij een bijeenkomst van AVB geweest, waar een boerin zei: het kost me €180.000 per jaar; als ik ervan af kan, is dat helemaal prima, maar dan moet er wel wat anders zijn. Wat vindt mevrouw Podt er zelf van om weer met dit soort terminologie te komen van "je zal maar aan het eten zijn en je ziet het over je was en je barbecue waaien"? Wat is dat?

Mevrouw Podt (D66):

Nee, we moeten er wel even precies over zijn in welke context ik dit heb gezegd. Ik zei: stel dat jij in Sint-Michielsgestel woont. Je woning is aanpalend aan een lelieveld en je weet niet wat daar gebeurt. Je weet dat je op het moment dat er gespoten wordt, en ook als het soms wat meer waait of weet ik veel wat, geen contact krijgt met de teler. Op de site van de GGD staat: "Op het moment dat er gespoten wordt, moet u alle ramen en deuren dichtdoen, moet u de was naar binnen halen en moeten de kinderen en de huisdieren naar binnen." Dat staat op de site van de GGD. Daar kunnen we van alles van vinden, maar dat is wel wat het is. Ik kan mij voorstellen dat mensen daar vragen bij hebben en zich er zorgen over maken. En ik hoop dat mevrouw Van der Plas zich dat ook kan voorstellen. In dit geval vond ik wel dat de teler verkeerd zat, maar het wil helemaal niet zeggen dat een teler het altijd verkeerd doet. Dat heb ik ook niet gezegd. Maar in de context van dit geval snap ik heel goed dat mensen zich daar zorgen over maken. We moeten het dan niet hebben over frames. We moeten telers niet wegzetten, maar we moeten ook omwonenden niet wegzetten.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dat ben ik met mevrouw Podt eens, maar het geval is natuurlijk wel — dat geeft mevrouw Podt zelf al aan — dat mensen niet weten wat het is. Dat is nou exact het probleem; ze weten niet wat het is. Het kan ook vloeibare kali zijn. Dat is een volkomen onschuldige, plantaardige meststof. Er kan op dat moment kalk worden gestrooid op een akker. Het kan een andere vloeibare meststof zijn waardoor de planten sterk worden en wij uiteindelijk ons voedsel hebben. Dat kan allemaal. Ik vind het zo gevaarlijk om hier dan toch steeds in die superlatieven te praten, want dat maakt mensen juist bang. Als je met een machine het land op gaat, dan krijg je tegenwoordig al de middelvinger. Een grote oorzaak daarvan is het frame: kijk die machine gaat jullie allemaal doodmaken nu, omdat er gespoten wordt. Ik zou mevrouw Podt willen vragen om daar ook in haar bewoordingen echt op te letten. De halvering van de veestapel hebben we allemaal al gehad. Dat heeft ook veel leed veroorzaakt. Doe dat niet. Het werkt niet en het helpt allemaal niks.

Mevrouw Podt (D66):

Ik denk dat er op dit thema veel is waarover BBB en D66 van mening verschillen. Ik hoorde één aanknopingspunt. Ik hoop dat mevrouw Van der Plas en ik daarin samen kunnen optrekken. Mevrouw Van der Plas zei: het is lastig als mensen niet weten wat het is. Ik heb eerder weleens een poging gedaan om te kijken of we wat er nou gespoten wordt niet transparanter kunnen maken voor mensen. Ik denk namelijk dat dat voor heel veel mensen een geruststelling is. Ik hoop eigenlijk dat mevrouw Van der Plas samen met mij wil optrekken om te kijken hoe we meer transparantie vanuit telers naar omwonenden meer kunnen borgen.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Als ik op het platteland ben en over wat paadjes ga, dan staan daar ik weet niet hoeveel bordjes bij boerenbedrijven met plaatjes en pictogrammen over wat ze doen. Boeren communiceren heel veel op sociale media over wat ze aan het doen zijn. De situatie met die teler kan gebeuren. Ik denk dan ook: waarom gaat zo'n teler dan niet even in gesprek en waarom lukt dat niet? Maar echt het merendeel van de boeren is supertransparant en wil altijd communiceren met de burger. Dat is namelijk tegelijkertijd ook de consument. En dat bedoel ik dus. Er wordt hier een voorbeeld aangehaald en daarmee wordt het beeld gecreëerd dat boeren zich hebben opgesloten achter hun deuren en lekker niet willen vertellen wat ze allemaal aan het doen zijn. Dat is echt helemaal niet zo. Ik zou liever willen dat mevrouw Podt dát deel van het verhaal eerder promoot. Ik zeg niet dat mevrouw Podt de incidenten uitvergroot, maar die worden in de beeldvorming wel uitvergroot.

Mevrouw Podt (D66):

Ik heb volgens mij eerder in dit debat al gezegd dat ik denk dat heel veel telers het goed doen. Ik denk alleen dat de telers die het goed doen ook lijden onder de telers die het niet goed doen. Dat zou juist een reden moeten zijn waarom we meer transparantie moeten borgen. Op die manier lijden de goeden niet onder de kwaden.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u uw bijdrage afrondt.

Mevrouw Podt (D66):

Het allerlaatste stukje, voorzitter. Ik denk dat dat minder controversieel is.

Ik wil graag afsluiten met de breedst gedragen aanbeveling van het Burgerberaad Klimaat over voedselverspilling. Hun oproep is: halveer de hoeveelheid voedselverspilling in 2035. Die verantwoordelijkheid ligt bij producenten, ketenpartijen zoals supermarkten, en bij consumenten — en ik zou bijna willen zeggen: ook bij ons. Dit is een opgave die we volgens mij samen kunnen aanvliegen, bijvoorbeeld door groenten en fruit niet te beoordelen op hun uiterlijk — ik zie meneer Grinwis al staan — maar op hun smaak. Ik ging eerder op pad met No Waste Army, een bedrijf uit Breda dat zorgt dat prima producten niet worden afgedankt, maar ook nog hun weg vinden naar consumenten, met een goede prijs voor de boer. Het burgerberaad doet veel andere goede aanbevelingen tegen voedselverspilling. Die lijken mij het overnemen waard. Zo zorgen we ervoor dat boeren meer van hun producten kunnen verkopen en het levert ook nog eens klimaatwinst op.

De afgelopen jaren heeft het samenwerkingsverband Samen Tegen Voedselverspilling al grote stappen gezet om verspilling te verminderen, maar er blijven een aantal onderdelen over waarop veel winst te behalen valt. Is de minister bereid om de komende tijd actief werk te maken van juist die punten? Kan hij bijvoorbeeld focussen op afspraken met supermarkten om meer in te zetten op total use, het overnemen van de volledige productie van de boeren waar ze mee werken? Kan hij duidelijke doelen stellen voor de vermindering van verspilling in de foodservicesector, die nu achterblijft? Kan hij ervoor zorgen dat de primaire sector aangehaakt wordt bij de afspraken, omdat die nu geen deel uitmaakt van de Europese regelgeving op het vlak van verspilling?

Voorzitter. Ik gaf aan dat ik van het kabinet duidelijkheid, snelheid, daadkracht, integraliteit en samenwerking verwacht. Natuurlijk is dat ook een meetlat voor mezelf. Wat betreft die samenwerking zie ik er enorm naar uit om verder aan de slag te gaan met al die maatschappelijke partners en natuurlijk ook met partijen in deze Kamer die al hebben laten zien dat ze bereid zijn om ambitieuze stappen te zetten. Ik wens de nieuwe minister en staatssecretaris enorm veel succes en wijsheid toe op deze uitdagende, maar vooral ook heel mooie portefeuille.

Dank u wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Inderdaad is het een niet-controversiële bijdrage over het aanpakken van voedselverspilling, waar we het allemaal mee eens zijn, maar toch zou ik er een vraag over willen stellen. Erkent D66 dat de grootste voedselverspiller het maag-darmkanaal van dieren is? Als we er niet voor zorgen dat de veehouderij in deze vorm slinkt, dan verspillen we kostbare eiwitten, terwijl we daar veel meer mensen mee zouden kunnen voeden. Voedselverspilling vraagt dus ook om een veel plantaardiger dieet en om maatregelen om die kant op te bewegen.

Mevrouw Podt (D66):

Ik moest heel even nadenken waar dit heen ging, maar ik begrijp de vraag nu. Ik heb namens D66 eigenlijk altijd al gezegd dat wij het belangrijk vinden om die doelen inderdaad na te streven. Volgens mij hebben we daar ook afspraken over gemaakt met allerlei organisaties. Ik ben altijd bereid om te kijken hoe we op dat vlak stappen kunnen blijven zetten, zeker!

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat vind ik fijn om te horen, want in het coalitieakkoord ontbrak dit. Het leek in de Kamer nog steeds een groot taboe of de olifant in de kamer te zijn, waarover we het niet zouden mogen hebben. Juist in het belang van dierenwelzijn, voedselzekerheid en herstel van natuur is het noodzakelijk dat we met z'n allen plantaardiger gaan eten. Ik ben blij dat mevrouw Podt vandaag zegt: o, ja, dat had eigenlijk ook wel in het coalitieakkoord moeten staan.

Mevrouw Podt (D66):

Ik kan mevrouw Ouwehand beloven dat ik haar een heel lange lijst met dingen kan geven die ook allemaal niet in het coalitieakkoord staan, want dan werd het een beetje dik.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik kijk nu al uit naar het eten van gras, als de koeien dat niet meer doen. U ook? Ik heb een vraag over een ander punt, namelijk agrarisch natuur- en landschapsbeheer. In het coalitieakkoord staat: "met het oog op een eerlijke vergoeding voor agrarisch natuurbeheer zetten we in op langjarige contracten en uitbreiding van agrarische natuur." Vervolgens blader ik door naar de budgettaire bijlage en dan zie ik dat er voor de eerste jaren iets van geld is toegevoegd aan agrarisch natuurbeheer, maar structureel zie ik maar een bedrag van 165 miljoen. Het beste besluit van het vorige kabinet was dat structureel 500 miljoen beschikbaar zou zijn voor agrarisch natuurbeheer. Ik weet dat dat niet per se helemaal hetzelfde was als agrarisch natuur- en landschapsbeheer, maar het zou daar wel grotendeels gaan landen. Maar, ja, die pot heeft deze coalitie grotendeels ingenomen, want ik zie dat de post "onverdeeld, artikel 51" eigenlijk helemaal is ingenomen om die 20 miljard te kunnen dekken.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Hoe gaan we dat nou oplossen, mevrouw Podt?

Mevrouw Podt (D66):

Laten we eerlijk zijn: we trekken de komende jaren, volgens mij tot 2030, anderhalf miljard uit voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Dat is niet niks. De heer Grinwis en ik waren natuurlijk heel blij met wat het vorige kabinet hiervoor uittrok. We hebben ook wel onze zorgen gehad over de vraag of dat nou allemaal wel op een goede, verstandige manier weggezet kon worden, want dat was bepaald geen kleine opgave. Ik denk eigenlijk dat dat nog steeds niet zo is. Ik denk dat het heel verstandig is dat we dit blijvend doen. Ik denk dat we nog steeds hartstikke veel geld daarvoor reserveren en dat geeft ons heel veel ruimte om dat te doen. Ik denk ook dat we het nog veel gerichter moeten inzetten dan de vorige keer de bedoeling was. We hebben van het PBL prachtige aanbevelingen gehad over zware pakketten en een geconcentreerde aanpak, zodat we er inderdaad voor zorgen dat we dit op de allerbeste manier voor zowel de boeren als de natuur inzetten.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

We kunnen er hier in deze budgettaire bijlage geen geld bij toveren. Wel kunnen we afspreken dat die 165 miljoen structureel, die staat achter agrarisch natuurbeheer, écht helemaal naar Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer gaat. Dat zijn dus die boerencollectieven. Kunnen we dat met elkaar afspreken?

Mevrouw Podt (D66):

Ik ben een beetje in de war over wat meneer Grinwis dan verwacht dat we ermee zouden gaan doen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik ben blij met deze reactie, want die betekent eigenlijk een ja. Strikt genomen is agrarisch natuurbeheer nog niet per se helemaal hetzelfde als Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. De minister zou namelijk ook kunnen besluiten om het geld niet bij de collectieven neer te leggen, maar aan andere dingen te besteden. Ik zie de reactie van zojuist als die van een bondgenoot.

Mijn laatste vraag gaat over het volgende. Er zit nog een addertje onder het gras bij Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer, namelijk dat we die zonering wel goed moeten gaan inrichten. Stel je voor dat je wettelijke eisen stelt — Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer is naar zijn aard een bovenwettelijke vergoeding voor vrijwillige inspanningen — hoe gaan we dat dan goed richten? Hoe gaan we voorkomen dat we uitkomen bij een Utrechts scenario, waarin je wettelijke zonering inricht en niks meer kunt met Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer? We moeten een voorbeeld nemen aan Gelderland, waar die zones beter zijn ingericht en er een kans is voor die boeren om aan Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer mee te doen.

Mevrouw Podt (D66):

Ik merk dat ik me weer totaal laat overbluffen door de heer Grinwis, met al zijn kennis van Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. Ik vrees dat ik hierin nog een beetje tekortkom. Als hij zegt "ik zie hier een bondgenoot" dan heeft hij gelijk. Ik zei al eerder dat ik inspiratie heb gehaald uit het PBL om te kijken hoe we dat zo goed mogelijk kunnen inzetten. Volgens mij zegt de heer Grinwis nog een aantal dingen waarmee we ervoor kunnen zorgen dat dat zo goed mogelijk wordt ingezet. Laten we er gewoon samen naar kijken hoe we dat op een goede manier kunnen doen.

De voorzitter:

Ik zie nog een interruptie van mevrouw Bromet en de heer Koorevaar. Is dat correct? Alleen nog mevrouw Bromet. Gaat uw gang. Ik stel voor dat we dan naar de heer Jansen gaan.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Ik hoorde mevrouw Podt in een korte zin even zeggen dat ze hoopte samen te werken met partijen die bereid zijn stappen te zetten. GroenLinks-PvdA is zo'n partij. Ik zou wel iets meer willen weten over de manier waarop zij denkt samen te werken met partijen als de onze. Ikzelf denk namelijk dat het heel belangrijk is dat initiatieven van partijen in de Kamer dan ook steun kunnen verwachten van D66 en dat niet elke keer, zoals bij meerderheidskabinetten, de rijen zich sluiten en al is besloten hoe alles wordt geregeld. Ik heb zelf vijf amendementen ingediend over de biologische landbouw. Hoe kijkt mevrouw Podt daar dan naar, in het kader van die samenwerking?

Mevrouw Podt (D66):

Ik kan me dit gevoel heel goed voorstellen. Laten we wel wezen: we zijn een minderheidskabinet; we kunnen het ons helemaal niet veroorloven om er op die manier mee om te gaan.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Jansen. Ik stel de leden voor om uiterlijk rond de klok van halfacht te schorsen voor de dinerpauze. Maar eerst is het woord aan de heer Jansen voor zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Gaat uw gang.

De heer Chris Jansen (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Nederland heeft boeren, tuinders en vissers net zo hard nodig als zorgmedewerkers, brandweerlieden en politieagenten. Ik plaats deze ondernemers juist ook in dit rijtje, omdat voedsel een primaire levensbehoefte is. Daarmee zijn ze onmisbaar voor Nederland. Iedereen weet dit, en toch zijn er steeds meer ontwikkelingen die het voor hen onmogelijk maken om op een normale manier door te gaan. Kinderen twijfelen vanwege die onzekerheid of ze het stokje van hun ouders wel willen overnemen.

Het is goed om te benadrukken dat boeren hun werk met liefde doen. Ze zijn goed voor hun dieren en hebben hart voor hun land en omgeving. Linkse activisten betitelen boeren soms als criminelen. Ik ben ervan overtuigd dat deze redenatie verkeerd is, en dat het eigenlijk andersom is. Boeren blokkeren namelijk niet weekenden achtereen illegaal de A12 bij Den Haag. Ze bezetten ook niet een universiteit. Nee, het zijn harde werkers, die 365 dagen per jaar vroeg opstaan en zwaar werk verrichten. Dat doen ze voor ons allemaal. Mijn vraag aan de minister is dan ook: staat u naast de boeren of tegenover hen?

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Over die demonstraties. Kan de heer Jansen zich nog herinneren dat er boeren waren die asbest op de snelweg gooiden? En weet de heer Jansen dat er boeren waren die mijn hele tuin vol met rotzooi hebben gegooid? Dat even tussendoor.

De heer Chris Jansen (PVV):

Een aantal boeren hebben die acties gedaan, maar ik zie heel breed dat heel veel activisten echt week na week na week de A12 illegaal hebben bezet en daarmee ook gewoon hulpdiensten het passeren onmogelijk hebben gemaakt. Dat vind ik een criminele activiteit.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Chris Jansen (PVV):

Mijn vraag was: minister, staat u naast de boeren of tegenover hen? Is de minister bereid om de stikstofnonsens naast zich neer te leggen en de boeren weer de ruimte te geven, ook voordat de reductie geborgd of bewezen is? Is hij dus bereid om niet te meten met rekenkundige modellen zoals AERIUS, die volstrekt de plank misslaan en de hele sector om zeep helpen? Heeft de minister al een afspraak gemaakt met Stichting Stikstofclaim? Zij kunnen hem haarfijn uitleggen waar AERIUS de mist ingaat. Graag een reactie daarop.

Voorzitter. Het gaat helemaal niet slecht met de natuur. Sommige soorten bomen en planten gedijen juist heel goed bij stikstof, terwijl andere soorten daarbij minder goed gedijen. Dat is nu juist de natuur, die zichzelf vaak reguleert. Verzuring van de bodem vindt ook via natuurlijke weg plaats. Denk bijvoorbeeld aan de verzuring van de bodem in bossen met veel eiken en beuken.

Voorzitter. Ik zie op de begroting een bedrag van 3 miljard euro voor PAS-melders. De uitspraak van de rechtbank over de PAS-melders betekent in de kern dat de overheid haar eerdere toezegging moet nakomen. Dat kan grote financiële gevolgen hebben voor de rijksbegroting. Deze mensen verdienen duidelijkheid, en wel snel. U kunt ze niet langer in onzekerheid laten, zeg ik via u, voorzitter. Hoe gaat de minister dit regelen? Is die 3 miljard euro wel genoeg? Laat één ding helder zijn: gedwongen uitkoop is voor de PVV geen optie.

Helaas heeft Brussel geen nieuwe uitzondering toegestaan met betrekking tot het uitrijden van mest, een zogenaamde derogatie. Nederland is weer eens het braafste jongetje van de klas. Waarom gebruiken we niet vaker ons vetorecht om slechte besluiten te dwarsbomen? Is de minister bereid om aan de EU-Commissaris door te geven dat wij hier onze eigen koers varen en dat ze het in Brussel maar lekker zonder ons moeten uitzoeken?

Voorzitter. Wat een verschil is dit alles met vroeger! Als kind genoot ik als ik uitkeek over het mooie boerenland. De koeien, paarden en schapen graasden in de wei, de varkens rolden lekker door de modder en de kippen liepen vrolijk rond op het erf: oer-Hollandser kon bijna niet. Dat is voor mij iets vanzelfsprekends, net zoals dat iedere dag de zon weer opkomt en ondergaat. Zo vanzelfsprekend is dat nu niet meer.

De heer Flach (SGP):

Ik hoor de heer Jansen terugkijken naar zijn jeugd, toen er allerlei schapen in de wei graasden. Dat zou nu veel minder zijn. Zou dat ook te maken kunnen hebben met de komst van de wolf? Dat is iets waarover de PVV echt een bepaalde positie heeft ingenomen.

De heer Chris Jansen (PVV):

Ik begrijp de vraag van de heer Flach heel goed, maar ik wil die parkeren bij mijn collega Graus.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Chris Jansen (PVV):

De rode draad is dat veel belangenorganisaties hopen dat het allemaal wel mee zal vallen als ze meebewegen met het antiboeren- en antivisserijbeleid van dit kabinet. Wij kunnen nu al voorspellen dat het zeker niet zal meevallen, want dit kabinet zet in op meer natuur, open grenzen en meer EU. Maar Nederland is vol, overvol. Iedere week komen er bijna 1.000 asielzoekers naar ons land, die van alles en nog wat gratis krijgen. De ruimte die zij nodig hebben, is er helemaal niet. Dat is de hoofdreden dat boeren worden uitgerookt met vals beleid. Voor het bouwen van woningen is ruimte nodig. De boeren zijn daarvan de dupe. Zij moeten wijken van dit kabinet.

Dan de Kaderrichtlijn Water. Hoe gaat de minister uitleggen dat het water in een beekje aan onze kant van de grens veel te hoge waarden heeft, terwijl er met datzelfde beekje in aangrenzende buurlanden geen enkel probleem is? Dit is illustratief voor de doorgeslagen gekte in ons land. Sterker nog, ik vraag me af of dit kabinet de landbouwsector wel echt wil helpen. Het lijkt er verdacht veel op dat het streven is om het aantal boeren hoe dan ook fors terug te dringen door steeds meer regels en beperkingen. Zelfs als een ondernemer alles heeft gedaan wat mogelijk is, met de meest geavanceerde technieken om zijn uitstoot te beperken, dan nog is hij er niet zeker van dat het voldoende is. Doelsturing wordt de nekslag voor de sector.

Voorzitter. Ook de visserij verkeert in zwaar weer. Van structurele overbevissing door onze Nederlandse vissers is geen sprake. Zij werken binnen de strenge vastgestelde quota van de Europese Unie, gebaseerd op wetenschappelijk advies van de International Council for the Exploration of the Sea. Onze vissers houden zich aan de regels en investeren in duurzame en selectieve technieken. De PVV staat pal achter onze visserij. Zij zorgen voor voedsel, banen en economische kracht in onze kustregio's. Onze kottervisserij is in enkele jaren tijd vrijwel verdwenen. Van de circa 350 grote schepen zijn er nu nog maar zo'n 35. Meer dan 90% van de vloot is dus weg, terwijl rapporten van Wageningen Marine Research en ICES laten zien dat het met veel visbestanden in de Noordzee juist steeds beter gaat.