Inbreukenpakket voor maart: voornaamste beslissingen

Overzicht per beleidsterrein

Het periodieke pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet nakomen. De beslissingen betreffen diverse EU-beleidsterreinen en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht juist wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij. De voornaamste beslissingen van de Commissie worden hieronder weergegeven, gegroepeerd per beleidsterrein. De Commissie sluit ook 44 zaken waarin de kwesties met de betrokken lidstaten zijn opgelost. In die zaken hoeft de Commissie de inbreukprocedure dus niet voort te zetten. 
Deze interactieve kaarten en aanpasbare grafieken tonen de stand van zaken van de handhaving door de Commissie en de naleving van het EU-recht door de lidstaten. U kunt het register van inbreukbeslissingen raadplegen voor meer informatie over de geschiedenis van een zaak of om toegang te krijgen tot de volledige databank van inbreukbeslissingen. Zie ook de vragen en antwoorden voor meer informatie over de EU-inbreukprocedure.

 

1. Milieu

(Meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen – tel. +32 2 295 75 01; Maëlys Dreux – tel. +32 229-54673)

Ingebrekestellingen

Commissie verzoekt Griekenland nationaal programma ter beheersing van de luchtverontreiniging bij te werken
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door een ingebrekestelling te sturen aan Griekenland (INFR(2026)2006) wegens het niet bijwerken van zijn nationale programma ter beheersing van de luchtverontreiniging op grond van de richtlijn betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen (“de NEC-richtlijn”) (Richtlijn (EU) 2016/2284). De NEC-richtlijn stelt voor elk jaar tussen 2020 en 2029 nationale emissiereductieverbintenissen vast die elke lidstaat voor verscheidene luchtverontreinigende stoffen moet halen, met ambitieuzere reductieverbintenissen vanaf 2030. Ook verplicht ze de lidstaten ertoe nationale programma's ter beheersing van de luchtverontreiniging (“NAPCP's”) op te stellen met daarin maatregelen om die verbintenissen te halen. De NEC-richtlijn schrijft voor dat de lidstaten hun NAPCP's ten minste om de vier jaar moeten actualiseren. Deze actualiseringen laten zien welke vooruitgang de lidstaten hebben geboekt bij het uitvoeren van het programma en hoe ze op koers blijven om hun verbintenissen na te komen. Dit draagt bij aan het reduceren van emissies van luchtverontreinigende stoffen, en dus aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Ondanks verschillende herinneringen heeft Griekenland het vereiste geactualiseerde NAPCP nog niet bij de Commissie ingediend. Daarom stuurt de Commissie Griekenland een ingebrekestelling. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden op de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie roept Frankrijk op naleving van de kaderrichtlijn water te waarborgen  
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door Frankrijk een ingebrekestelling te sturen (INFR(2026)2201) wegens het niet correct omzetten van de kaderrichtlijn water (Richtlijn 2000/60/EG). Zoals in de strategie voor waterweerbaarheid wordt benadrukt, is de volledige omzetting van de waterkwaliteitseisen van de EU cruciaal om de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen en het concurrentievermogen en de weerbaarheid van de EU te versterken. De richtlijn heeft tot doel ervoor te zorgen dat waterlichamen die sterk zijn veranderd, bijvoorbeeld als gevolg van waterkrachtcentrales, tegen 2015 of, in geval van een afwijking, tegen 2021 of 2027 een “goed ecologisch potentieel” bereiken. Om dit te verwezenlijken, verplicht de richtlijn de lidstaten ertoe de ecologische kwaliteit van dergelijke rivieren te definiëren en, naar aanleiding daarvan, te bepalen welke maatregelen eventueel moeten worden genomen om binnen de termijnen een betere kwaliteit te bereiken. Deze beoordelingen zijn cruciaal om de waterweerbaarheid van de EU te waarborgen. Niet alle in de richtlijn vastgestelde kwaliteitsfactoren zijn echter in het Franse recht omgezet. Het Franse recht houdt met name geen rekening met vispopulaties en riviercontinuïteit (bijvoorbeeld oplossingen om trekkende vissen dammen te laten passeren) bij het beoordelen van de kwaliteit van dergelijke rivieren. Bijgevolg waarborgt het Franse recht niet dat de kwaliteit van dergelijke rivieren correct wordt beoordeeld. Daarom stuurt de Commissie Frankrijk een ingebrekestelling. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden op de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt Litouwen kaderrichtlijn afvalstoffen correct om te zetten  
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in leiden door een ingebrekestelling te sturen aan Litouwen (INFR(2026)2004) wegens het niet correct omzetten van de kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn 2008/98/EG  zoals gewijzigd bij Richtlijn 2018/851/EU), waarmee de preventie of beperking van de productie van afvalstoffen wordt beoogd. De gewijzigde richtlijn bevat bindende doelstellingen voor recycling en voorbereiding van stedelijk afval voor hergebruik. Ook voert ze voor de lidstaten verplichtingen in om hun afvalbeheersystemen en hun hulpbronnenefficiëntie te verbeteren. Een en ander is cruciaal voor het concurrentievermogen van de EU en voor de transitie naar een circulaire economie. De uiterste termijn voor de lidstaten om de gewijzigde richtlijn in hun nationale wetgeving om te zetten, was 5 juli 2020. Litouwen heeft verscheidene bepalingen van de gewijzigde richtlijn niet correct omgezet. Het betreft onder meer een aantal vereisten in verband met afvalpreventie, regels voor de berekening van het behalen van de doelstellingen, vereisten voor afgewerkte olie en bioafval, de inhoud van de afvalbeheerplannen en de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Daarom stuurt de Commissie Litouwen een ingebrekestelling. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden op de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt Roemenië Seveso III-richtlijn correct om te zetten
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door Roemenië een ingebrekestelling te sturen (INFR(2026)2003) wegens het niet correct omzetten van de Seveso III-richtlijn (Richtlijn 2012/18/EU). De richtlijn is van toepassing op meer dan twaalfduizend industriële installaties in de Europese Unie, zoals installaties in de chemische en petrochemische industrie en installaties voor de groothandel in en opslag van brandstoffen. Ze heeft tot doel zware ongevallen (bijvoorbeeld een zware emissie, brand of explosie) waarbij gevaarlijke stoffen, met name chemische stoffen, betrokken zijn, te voorkomen en de negatieve gevolgen ervan voor de menselijke gezondheid en het milieu te beperken. De Commissie heeft tekortkomingen geconstateerd in de Roemeense nationale regels tot omzetting van de richtlijn. Ten eerste, hoewel de richtlijn voorschrijft dat bedrijven risico's opnieuw moeten beoordelen bij wijzigingen die van invloed kunnen zijn op gevaren voor ongevallen, dekt de Roemeense wetgeving niet de gevallen waarin de fysische vorm van een gevaarlijke stof verandert, ook al kan het risicoprofiel van een installatie door een dergelijke verandering aanzienlijk worden gewijzigd. Ten tweede zijn de regels inzake inspraak van het publiek niet correct in Roemeens recht omgezet, aangezien de verwijzing naar locatiebeslissingen ontbreekt. Dit beperkt de mogelijkheden van het publiek om te participeren in ruimtelijkeordeningsprocessen in gebieden in de buurt van installaties waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Tot slot voorzien de Roemeense regels niet in specifieke termijnen voor het voorlichten en raadplegen van het publiek, terwijl de richtlijn redelijke en doeltreffende raadplegingstermijnen voorschrijft. Daarom stuurt de Commissie Roemenië een ingebrekestelling. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt Portugal en Roemenië hun zesjaarlijks verslag krachtens verordening invasieve uitheemse soorten in te dienen  
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door een ingebrekestelling te sturen aan Portugal (INFR(2026)2001) en Roemenië (INFR(2026)2002), omdat ze hun respectieve verslagen niet hebben ingediend die krachtens de verordening betreffende invasieve uitheemse soorten (IUS) (Verordening (EU) 1143/2014) uiterlijk op 1 juni 2025 moesten worden bezorgd. De verordening betreffende invasieve uitheemse soorten stelt EU-brede maatregelen vast om de nadelige gevolgen van invasieve uitheemse soorten voor de biodiversiteit en ecosysteemdiensten en gerelateerde gevolgen voor de menselijke gezondheid en de economie te voorkomen, tot een minimum te beperken en te matigen. De lidstaten moeten elke zes jaar door hen geactualiseerde informatie aan de Commissie doorsturen over de nationale surveillance- en officiële controlesystemen, de verspreiding van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten, actieplannen betreffende prioritaire introductieroutes en geaggregeerde informatie over uitroeiings- en beheersmaatregelen, naast andere elementen. Deze verslagen geven een duidelijk beeld van de uitvoering en van de mogelijke uitdagingen van de verordening en dragen bij tot de doelstellingen met betrekking tot de bescherming van het milieu, de gezondheid en de economie. Portugal en Roemenië hebben het vereiste verslag tot op heden niet bezorgd. Daarom stuurt de Commissie ingebrekestellingen aan Portugal en Roemenië. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt Zweden zijn verplichtingen uit hoofde van kaderrichtlijn luchtkwaliteit na te leven
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door Zweden een ingebrekestelling te sturen (INFR(2025)2206) wegens het niet nakomen van zijn verplichtingen uit hoofde van de kaderrichtlijn luchtkwaliteit (Richtlijn 2008/50/EG). In de richtlijn zijn door de lidstaten in acht te nemen grenswaarden vastgesteld voor verschillende luchtverontreinigende stoffen, waaronder fijnstof (PM10). PM10 kan aanzienlijke negatieve gezondheidseffecten veroorzaken, met name voor het ademhalingsstelsel en het hart- en vaatstelsel. In lijn met de ambitie van de EU om alle verontreiniging tot nul terug te dringen, schrijft de lidstaat voor dat, in situaties waarin de PM10-concentraties in de lucht de grenswaarden overschrijden, de lidstaten luchtkwaliteitsplannen moeten vaststellen om zo snel mogelijk aan de grenswaarden te voldoen. In de luchtkwaliteitszone “Noord-Zweden” (zone SW1) worden de grenswaarden voor PM10 al zeven jaar overschreden, met name in Östersund. De in verscheidene steden in de regio Noord-Zweden vastgestelde luchtkwaliteitsplannen bevatten geen toereikende maatregelen om een einde te maken aan de overschrijding van de PM10-waarden in Noord-Zweden. Daarom stuurt de Commissie Zweden een ingebrekestelling. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden op de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen. 

Commissie verzoekt Duitsland drinkwaterrichtlijn correct om te zetten  
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door Duitsland een ingebrekestelling te sturen (INFR(2025)2210) wegens het niet correct omzetten van de drinkwaterrichtlijn (Richtlijn (EU) 2020/2184). Zoals in de strategie voor waterweerbaarheid wordt benadrukt, is de volledige omzetting van de waterkwaliteitseisen van de EU cruciaal om de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen. De herschikte drinkwaterrichtlijn heeft tot doel de menselijke gezondheid te beschermen door voor schoner kraanwater te zorgen, de waterkwaliteitsnormen te actualiseren en zorgwekkende verontreinigende stoffen zoals hormoonverstoorders en microplastics aan te pakken. De richtlijn bevat ook bepalingen om waterlekkages te verminderen, terwijl nu gemiddeld 23 % van het drinkwater in de EU verloren gaat tijdens de distributie. De lidstaten hadden tot 12 januari 2023 de tijd om de richtlijn in nationaal recht om te zetten en aan de bepalingen ervan te voldoen. Duitsland heeft de richtlijn niet correct omgezet wat betreft bepaalde risicobeoordelingsregels en publieke toegang tot bepaalde informatie, onder meer over watermonitoring en corrigerende maatregelen. Daarom stuurt de Commissie Duitsland een ingebrekestelling. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen. 

Met redenen omklede adviezen

Commissie verzoekt Oostenrijk de nodige stappen te zetten om zijn Natura 2000-gebieden te beschermen en te beheren
De Europese Commissie heeft besloten een met redenen omkleed advies te sturen aan Oostenrijk (INFR(2022)2056) wegens het niet naleven van de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) en de vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG). In het kader van de habitatrichtlijn en de vogelrichtlijn moeten de lidstaten speciale beschermingszones aanwijzen. Deze zones worden deel van het Natura 2000-netwerk, een EU-breed netwerk van beschermde gebieden dat is opgezet om de bescherming en het behoud van de meest waardevolle biodiversiteit van Europa te waarborgen. De gebieden moeten worden beschermd op basis van instandhoudingsdoelstellingen en -maatregelen die de beschermde soorten en habitats in een gunstige staat van instandhouding behouden of herstellen. Deze instandhoudingsdoelstellingen en -maatregelen zijn essentiële vereisten voor het beheer van het Natura 2000-netwerk en voor de bescherming van de biodiversiteit in de hele EU. De Commissie heeft Oostenrijk in september 2022 een ingebrekestelling gestuurd. Vervolgens heeft Oostenrijk de gebieden in het kader van de habitatrichtlijn aangewezen als speciale beschermingszones en een aantal van de instandhoudingsdoelstellingen en -maatregelen voor die gebieden verbeterd. In veel gevallen zijn deze instandhoudingsdoelstellingen en -maatregelen echter nog steeds niet voldoende specifiek om te voldoen aan de vereisten van de betrokken habitats en soorten. De situatie is vergelijkbaar in sommige speciale beschermingszones in het kader van de vogelrichtlijn. Als de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied niet specifiek zijn wat betreft de betrokken habitats en soorten, kunnen de autoriteiten niet waarborgen dat de gevolgen van plannen en projecten in het gebied op passende wijze worden beoordeeld voordat ze worden goedgekeurd. Daarom heeft de Commissie besloten Oostenrijk een met redenen omkleed advies te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Commissie verzoekt Italië te voldoen aan richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik en EU-procedureregels inzake transparantie op de interne markt
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Italië een met redenen omkleed advies te sturen (INFR (2024) 2053) omdat het de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik (Richtlijn (EU) 2019/904) niet volledig en correct heeft omgezet en zijn verplichtingen uit hoofde van de richtlijn transparantie op de eengemaakte markt (Richtlijn (EU) 2015/1535) niet is nagekomen. De richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik heeft tot doel de impact van bepaalde kunststofproducten op het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen en te verminderen en de overgang naar een circulaire economie met vernieuwende en duurzame bedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen, en zo ook bij te dragen aan de efficiënte werking van de interne markt. Italië heeft enkele bepalingen van de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik niet of niet correct in nationaal recht omgezet. De belangrijkste kwesties hebben betrekking op: de invoering van een minimumdrempel voor de definitie van “kunststof”, een vrijstelling van biologisch afbreekbare kunststofproducten van sommige bepalingen en de beperking van de verantwoordelijkheid van producenten voor het dekken van de kosten van afvalinzameling. Een dergelijke beperking van het toepassingsgebied dreigt de preventieve benadering van de richtlijn te ondermijnen en leidt er mogelijk toe dat er meer fragmenten van persistente kunststof en microplastics in het milieu terechtkomen. Een uiteenlopend toepassingsgebied van de richtlijn in de lidstaten zou bovendien negatieve gevolgen hebben voor de werking van de eengemaakte markt. Italië heeft de procedureregels van de richtlijn transparantie op de eengemaakte markt niet in acht genomen aangezien het de wetgeving tot omzetting van de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik heeft vastgesteld vóór het verstrijken van de in die richtlijn vastgestelde status-quoperiode van drie maanden. De Commissie heeft Italië in mei 2024 een ingebrekestelling gestuurd. Na beoordeling van het antwoord van Italië heeft de Commissie geconcludeerd dat Italië de richtlijn nog steeds niet correct omzet. Daarom heeft de Commissie besloten Italië een met redenen omkleed advies te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Commissie verzoekt Portugal geregelde toetsing van watervergunningen te waarborgen
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Portugal een met redenen omkleed advies (INFR(2025)2042) te sturen wegens het niet correct omzetten van de kaderrichtlijn water (Richtlijn 2000/60/EG), met name de verplichting om watervergunningen geregeld te toetsen. Zoals in de strategie voor waterweerbaarheid wordt benadrukt, is de volledige omzetting van de waterkwaliteitseisen van de EU cruciaal om de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen en het concurrentievermogen en de weerbaarheid van de EU te versterken. De richtlijn verplicht de lidstaten voor elk stroomgebiedsdistrict een maatregelenprogramma op te stellen om een goede toestand van de Europese waterlichamen, zoals rivieren en meren, te waarborgen. Elk programma moet maatregelen omvatten om verschillende soorten druk op waterlichamen, zoals wateronttrekking en diffuse bronnen van verontreiniging, te beheersen. De lidstaten moeten deze beheersingsmaatregelen, inclusief de verleende vergunningen, geregeld toetsen om na te gaan of ze hun doelstellingen nog steeds bereiken en ze zo nodig bijwerken. De verplichting om de beheersingsmaatregelen voor wateronttrekking, opstuwing en alle andere activiteiten die significante negatieve effecten op de watertoestand hebben, geregeld te toetsen, wordt in Portugal niet correct in het nationale recht omgezet. De Commissie heeft Portugal in mei 2025 een ingebrekestelling gestuurd. In zijn antwoord op de ingebrekestelling heeft Portugal enkele toelichtingen verstrekt, waarvan de beoordeling bevestigde dat de autoriteiten volgens het Portugese recht niet verplicht zijn de beheersingsmaatregelen geregeld te toetsen. Daarom heeft de Commissie besloten Portugal een met redenen omkleed advies te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te treffen. Anders kan de Commissie beslissen de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

 

2. Interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf

(Meer informatie: Siobhan McGarry – tel. +32 2 296 47 98; Rüya Perincek – tel. +32 460 76 25 10)

Aanvullende ingebrekestelling

Commissie verzoekt Luxemburg te voldoen aan EU-regels over vrijheid van vestiging
De Commissie heeft besloten Luxemburg een aanvullende ingebrekestelling (INFR(2024)2216) te sturen in verband met specifieke kwesties met betrekking tot de non-conformiteit van de nationale wetgeving met de EU-voorschriften over vrijheid van vestiging. Sommige van deze kwesties werden reeds aan de orde gesteld in de eerste ingebrekestelling van oktober 2024. De Commissie is van oordeel dat Luxemburg de dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) niet naleeft. De Luxemburgse regelgeving stelt een algemene vestigingsvergunning verplicht voor natuurlijke personen en rechtspersonen die zelfstandige ambachtelijke, handels-, industriële of bepaalde vrije beroepen uitoefenen. Bovendien is een van de voorwaarden voor het verkrijgen van deze vestigingsvergunning dat de bedrijfsleider regelmatig fysiek aanwezig moet zijn in de bedrijfsruimten in Luxemburg. De Commissie benadrukt dat de algemene verplichting tot fysieke aanwezigheid van de manager of van een andere persoon die door de manager of door de entiteit is aangesteld, een ongerechtvaardigde belemmering van de vrijheid van vestiging vormt en in strijd is met de EU-regels. Dit aanwezigheidsvereiste heeft aanzienlijke gevolgen voor de organisatie van bedrijfsactiviteiten en de inzet van leidinggevend of ander aangewezen personeel, waardoor bedrijven moeten zorgen voor fysieke aanwezigheid, zelfs wanneer dit niet nodig is voor de activiteiten. Daarom stuurt de Commissie Luxemburg een aanvullende ingebrekestelling. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden op de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Ingebrekestelling na een arrest (artikel 260 VWEU)

Commissie verzoekt Hongarije arrest van HvJ-EU uit te voeren en uitvoerbeperkingen voor bouwmaterialen te schrappen
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure voort te zetten door Hongarije een ingebrekestelling te sturen (INFR (2021)2158) op grond van artikel 260 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) wegens niet-uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-499/23. In zijn arrest van 13 november 2025 heeft het Hof vastgesteld dat Hongarije de krachtens de Verdragen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door de uitvoer van bouwproducten uit Hongarije naar andere lidstaten te beperken. Uitvoerbeperkingen hebben negatieve gevolgen voor bedrijven die activiteiten willen ontplooien op de Europese markt en daarbuiten. Nationale belemmeringen ontnemen marktdeelnemers kansen, wat ten koste gaat van de groei en welvaart van burgers en bedrijven, ook in Hongarije. De Commissie stuurt een ingebrekestelling op grond van artikel 260 VWEU omdat Hongarije belemmeringen voor het vrije verkeer van goederen heeft gehandhaafd waarvan het Hof reeds heeft vastgesteld dat ze in strijd zijn met het EU-recht. De uitvoerbeperkingen van Hongarije stellen het land in staat grensoverschrijdende leveringen van bouwmaterialen naar andere lidstaten te belemmeren, wat de activiteiten op de eengemaakte markt hindert en mogelijk projecten verstoort waar EU-burgers op rekenen. Hongarije heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd. Als er geen bevredigend antwoord komt, kan de Commissie besluiten deze zaak opnieuw aanhangig te maken bij het Hof van Justitie en om financiële sancties verzoeken. 

 

3. Migratie, binnenlandse zaken en veiligheidsunie

(Meer informatie: Markus Lammert – tel. +32 2 296 75 33; Elettra Di Massa – tel. +32 2 298 21 61)

Met redenen omklede adviezen

Commissie verzoekt Slovenië richtlijn bestrijding seksueel misbruik kinderen correct om te zetten
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een met redenen omkleed advies te sturen aan Slovenië (INFR(2019)2239) wegens het niet correct omzetten in nationaal recht van de richtlijn ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie (Richtlijn 2011/93/EU). EU-regels verplichten de lidstaten om seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en materiaal van seksueel misbruik van kinderen strafbaar te stellen. De richtlijn bevat minimumvoorschriften betreffende de definitie van strafbare feiten en sancties, en bepalingen voor betere preventie van die misdrijven en betere bescherming van minderjarige slachtoffers. De richtlijn bevat ook regels over de rechtsmacht over bepaalde zaken. Slovenië heeft de regels die seksueel misbruik als strafbaar feit kwalificeren niet correct omgezet en onderwerpt de nationale rechtsmacht aan voorwaarden die niet in overeenstemming zijn met de verplichtingen van de richtlijn. De correcte omzetting van de richtlijn is cruciaal voor de bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik, seksuele uitbuiting en kinderpornografie. Omdat bepaalde regels van de richtlijn niet correct zijn omgezet, heeft de Commissie beslist Slovenië een met redenen omkleed advies te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Commissie verzoekt Bulgarije, Frankrijk en Portugal richtlijn betreffende de uitwisseling van informatie tussen rechtshandhavingsinstanties volledig om te zetten
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Bulgarije (INFR(2025)0013), Frankrijk (INFR(2025)0054) en Portugal (INFR(2025)0093) een met redenen omkleed advies te sturen wegens niet-mededeling van alle maatregelen tot omzetting van Richtlijn (EU) 2023/977 betreffende de uitwisseling van informatie tussen rechtshandhavingsinstanties in nationaal recht. De richtlijn moet ervoor zorgen dat de bevoegde rechtshandhavingsinstanties strafbare feiten in de EU efficiënter kunnen voorkomen, opsporen en onderzoeken, door politiefunctionarissen in de ene lidstaat gelijkwaardige toegang te geven tot de informatie die beschikbaar is voor hun collega's in een andere lidstaat. De richtlijn bevat de organisatorische en procedurele regels voor de uitwisseling van informatie tussen de rechtshandhavingsinstanties van de EU-lidstaten, met inbegrip van de oprichting van een centraal contactpunt. De omzetting van de richtlijn vergemakkelijkt een snelle en doeltreffende samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, wat van cruciaal belang is voor de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit als gevolg van digitalisering, en verbetert zo de beveiliging van EU-burgers. Bulgarije, Frankrijk en Portugal hebben de maatregelen tot omzetting van de richtlijn slechts gedeeltelijk meegedeeld. Daarom heeft de Commissie besloten Bulgarije, Frankrijk en Portugal een met redenen omkleed advies te sturen. De landen hebben nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaken aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, met verzoeken om financiële sancties op te leggen.

 

4. Justitie

(Meer informatie: Markus Lammert – tel. +32 2 296 75 33; Antoine Lomba – tel. +32 2 299 32 33)

(Meer informatie over gelijkheid: Eva Hrncirova – tel.+32 2 298 84 33; Anna Gray – tel. +32 2 298 08 73)

Ingebrekestellingen

Commissie verzoekt Roemenië en Slovenië EU-regels over rechtsbijstand correct om te zetten
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door Roemenië (INFR(2026)2007) en Slovenië (INFR(2026)2008) een ingebrekestelling te sturen wegens het niet correct omzetten van de EU-regels voor rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden (Richtlijn (EU) 2016/1919). Het EU-recht waarborgt dat de grondrechten van verdachten en beklaagden worden beschermd, ook voor personen die op grond van een Europees aanhoudingsbevel worden gezocht. Gemeenschappelijke minimumnormen zijn nodig voor de erkenning van rechterlijke beslissingen van een lidstaat door andere lidstaten. Roemenië en Slovenië verlenen alleen rechtsbijstand aan mensen die formeel zijn aangeklaagd voor een strafbaar feit, en niet aan mensen die enkel van een strafbaar feit worden verdacht. Daarnaast zijn er andere kwesties met betrekking tot de omzetting van de richtlijn door Slovenië. In tegenstelling tot de richtlijn voorziet het Sloveense recht alleen in rechtsbijstand op verzoek en garandeert het geen rechtsbijstand in situaties van voorlopige hechtenis. In Slovenië worden beslissingen in bepaalde vroege stadia van de procedure bovendien door de politie genomen, en niet door een bevoegde en onafhankelijke autoriteit, wat niet strookt met het vereiste van onafhankelijkheid krachtens het EU-recht. Daarom stuurt de Commissie een ingebrekestelling aan Roemenië en Slovenië. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden en de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten met redenen omklede adviezen te sturen.

Met redenen omklede adviezen

Commissie verzoekt Duitsland en Kroatië EU-vereisten inzake toegankelijkheid voor producten en diensten volledig op te nemen in nationaal recht
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Duitsland (INFR(2022)0295) en Kroatië (INFR(2022)0306) aanvullende met redenen omklede adviezen te sturen omdat zij de Europese toegankelijkheidsrichtlijn (Richtlijn (EU) 2019/882) niet volledig in hun nationale wetgeving hebben opgenomen. De Europese toegankelijkheidsrichtlijn, die in 2019 is vastgesteld, schrijft voor dat wanneer essentiële producten en diensten op de markt worden gebracht, ze toegankelijk moeten zijn voor mensen met een beperking. Daarbij gaat het onder meer om telefoons, computers, e-books, bankdiensten en elektronische communicatie. De richtlijn beoogt de actieve deelname aan de samenleving, inclusief onderwijs en de arbeidsmarkt, te vergroten en de autonomie en mobiliteit van ongeveer honderd miljoen personen met een beperking in de EU te versterken. De lidstaten moesten de richtlijn uiterlijk in juni 2022 omzetten, terwijl de marktdeelnemers ervoor moesten zorgen dat ze uiterlijk in juni 2025 voldeden aan de reeks gemeenschappelijke EU-toegankelijkheidseisen die in de richtlijn zijn vastgesteld. In juli 2022 heeft de Commissie verscheidene lidstaten, waaronder Duitsland en Kroatië, ingebrekestellingen gestuurd omdat zij geen volledige omzettingsmaatregelen hadden meegedeeld. In juli 2024 heeft de Commissie beide landen een met redenen omkleed advies gestuurd wegens voortdurende niet-naleving. Hoewel Duitsland en Kroatië sindsdien enige vooruitgang hebben geboekt, geeft de beoordeling van de aangemelde maatregelen door de Commissie aan dat de omzetting nog steeds lacunes vertoont. Daarom heeft de Commissie besloten Duitsland en Kroatië een aanvullend met redenen omkleed advies te sturen waarin de resterende grieven worden uiteengezet. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaken aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, met verzoeken om financiële sancties op te leggen.

Commissie verzoekt Hongarije en Polen EU-regels inzake de bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt, correct om te zetten
De Commissie heeft vandaag besloten een met redenen omkleed advies te sturen aan Hongarije (INFR(2022)2012) en Polen (INFR(2023)2011) wegens het onjuist omzetten van de EU-regels betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (Richtlijn (EU) 2017/1371). Deze regels helpen de EU-begroting te beschermen door de definities, sancties en bevoegdheidsregels in verband met fraude en andere strafbare feiten die de financiële belangen van de EU schaden, te harmoniseren. De Commissie heeft in beide lidstaten verscheidene nalevingskwesties geconstateerd met betrekking tot de definitie van strafbare feiten en sancties. De Commissie heeft Hongarije in mei 2022 en Polen in juni 2023 een ingebrekestelling gestuurd. Ondanks de vooruitgang die is geboekt bij het aanpakken van sommige van de klachten, blijven andere vastgestelde tekortkomingen bestaan, bijvoorbeeld op het gebied van de aansprakelijkheid van rechtspersonen in Polen en de doeltreffendheid van sommige sancties in Hongarije. Daarom heeft de Commissie besloten Hongarije en Polen een met redenen omkleed advies te sturen. De landen hebben nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie besluiten de zaken aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Commissie verzoekt België, Bulgarije en Slovenië richtlijn die de schending van beperkende maatregelen van de Unie strafbaar stelt, om te zetten
De Europese Commissie heeft vandaag besloten België (INFR(2025)0196), Bulgarije (INFR(2025)0199) en Slovenië (INFR(2025)0250) een met redenen omkleed advies te sturen wegens niet-kennisgeving van nationale maatregelen om de richtlijn betreffende de strafbaarstelling van de schending van beperkende maatregelen van de Unie (Richtlijn (EU) 2024/1226) in nationaal recht om te zetten. De richtlijn voorziet in gemeenschappelijke regels om de definitie van strafrechtelijke delicten en van sancties met betrekking tot de schending van beperkende maatregelen van de Unie te harmoniseren. Ze heeft tot doel te voorkomen dat beperkende maatregelen van de Unie worden omzeild, met inbegrip van die welke zijn vastgesteld naar aanleiding van de Russische agressie tegen Oekraïne. Harmonisatie van het nationale strafrecht op dit gebied vergemakkelijkt het onderzoek naar en de vervolging van schendingen van beperkende maatregelen van de Unie in alle lidstaten, waardoor ze doeltreffender worden. De lidstaten hadden tot mei 2025 de tijd om de richtlijn in nationale wetgeving om te zetten. In juli 2025 heeft de Commissie besloten inbreukprocedures in te leiden door verscheidene lidstaten een ingebrekestelling te sturen wegens niet-mededeling van volledige omzettingsmaatregelen voor de richtlijn. Tot op heden hebben België, Bulgarije en Slovenië nog steeds geen volledige omzettingsmaatregelen meegedeeld. Daarom heeft de Commissie besloten België, Bulgarije en Slovenië een met redenen omkleed advies te sturen. De landen hebben nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, met verzoeken om financiële sancties op te leggen. 

 

5. Energie en klimaat

(Meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen – tel. +32 2 295 75 01; Cristiana Marchitelli – tel. +32 2 298 94 07; Ana Crespo Parrondo – tel. +32 2 298 13 25)

Ingebrekestellingen

Commissie verzoekt Oostenrijk en Roemenië ontbrekende informatie in hun geïntegreerde nationale energie- en klimaatverslagen over energie en klimaat in te dienen
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door Oostenrijk (INFR(2026)2034) en Roemenië (INFR(2026)2033) een ingebrekestelling te sturen, aangezien deze landen nog steeds niet alle vereiste informatie hebben ingediend voor hun geïntegreerde nationale energie- en klimaatvoortgangsverslagen, die uiterlijk op 15 maart 2025 moesten worden ingediend. Op grond van artikel 17 van de verordening inzake de governance van de energie-unie en klimaatactie (Verordening (EU) 2018/1999) zijn de lidstaten verplicht om de twee jaar aan de Commissie verslag uit te brengen over de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van hun geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen (NECP's) via de NECPR's. Uiterlijk op 15 maart 2025 moesten de lidstaten voor de tweede keer verslag uitbrengen over hun vooruitgang bij de uitvoering van hun NECP's voor de periode 2021-2030, en met name over hun doelstellingen, streefcijfers en bijdragen met betrekking tot de vijf dimensies van de energie-unie (decarbonisatie, energie-efficiëntie, de interne energiemarkt, de continuïteit van de energievoorziening, onderzoek, innovatie en concurrentievermogen). De precieze vereisten voor de inhoud van deze verslagen zijn vastgesteld in verschillende artikelen van Verordening (EU) 2018/1999, in Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2299 van de Commissie en in de Europese klimaatwet (Verordening (EU) 2021/1119). De indiening van de NECPR's wordt als volledig beschouwd wanneer alle vereiste informatie is verstrekt. De NECPR's zijn van cruciaal belang omdat ze laten zien hoe de nationale regeringen hun energie- en klimaatdoelstellingen, zoals uitgedrukt in hun geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen, in alle dimensies van de energie-unie verwezenlijken. Ze zijn essentieel voor de Commissie om de vooruitgang van de Unie bij de verwezenlijking van haar gemeenschappelijke doelen te volgen. Aangezien Oostenrijk en Roemenië hun verplichting niet binnen de wettelijke termijn zijn nagekomen, heeft de Commissie besloten deze landen een ingebrekestelling te sturen met het verzoek hun volledige NECPR onverwijld in te dienen. Deze lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt lidstaten hun ontwerpen van nationale plannen voor de renovatie van gebouwen in te dienen zoals vereist krachtens de richtlijn energieprestatie van gebouwen
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door een ingebrekestelling te sturen aan België (INFR(2026)2014), Tsjechië (INFR(2026)2016), Duitsland (INFR(2026)2017), Estland (INFR(2026)2019), Ierland (INFR(2026)2023), Griekenland (INFR(2026)2020), Frankrijk (INFR(2026)2021), Italië (INFR(2026)2024), Cyprus (INFR(2026)2015), Letland (INFR(2026)2026), Luxemburg (INFR(2026)2025), Hongarije (INFR(2026)2022), Malta (INFR(2026)2027), Nederland (INFR(2026)2028), Oostenrijk (INFR(2026)2013), Polen (INFR(2026)2029), Portugal (INFR(2026)2030), Slowakije (INFR(2026)2032) en Zweden (INFR(2026)2031), aangezien zij hun ontwerp van nationaal plan voor de renovatie van gebouwen (NBRP) niet binnen de termijn van 31 december 2025 bij de Commissie hebben ingediend. De NBRP's zijn een essentieel en strategisch instrument voor de lidstaten om hun gebouwenbestanden tegen 2050 om te vormen tot goed presterende, energie-efficiënte en koolstofvrije activa. Door voorspelbare renovatiepijpleidingen en duidelijke langetermijntrajecten te creëren, zullen deze plannen de volledige uitvoering van de herschikte richtlijn energieprestatie van gebouwen (Richtlijn (EU) 2024/1275) ondersteunen en de nodige stabiliteit en voorspelbaarheid voor investeringen bieden. Deze plannen zijn van groot belang om de energieprestaties van gebouwen te verbeteren en dragen zo bij tot lagere energierekeningen. Tijdige indiening van de ontwerpplannen stelt de Commissie in staat de strategie van elke lidstaat doeltreffend te beoordelen, zodat de voltooide plannen volledig en uitvoerbaar zijn en op de geactualiseerde klimaat- en energiestreefcijfers van de lidstaten en de EU zijn afgestemd. De Commissie vraagt de betrokken lidstaten nu om hun ontwerpplannen zonder verder uitstel in te dienen. Deze lidstaten hebben twee maanden de tijd om op de ingebrekestellingen te antwoorden. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie verzoekt België te voldoen aan de verplichting om kennis te geven van het gewijzigde en bijgewerkte risicoparaatheidsplan in de elektriciteitssector
De Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door België een ingebrekestelling te sturen (INFR(2026)2036) met betrekking tot de ontbrekende kennisgeving van het gewijzigde risicoparaatheidsplan en de ontbrekende kennisgeving van het bijgewerkte risicoparaatheidsplan overeenkomstig Verordening (EU) 2019/941 betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector. Het risicoparaatheidsplan waarborgt maximale paraatheid in de elektriciteitssector en moet worden opgesteld om verstoringen van de elektriciteitsvoorziening te voorkomen of de gevolgen ervan te beperken. In het risicoparaatheidsplan moeten alle geplande of getroffen maatregelen inzake het voorkomen van elektriciteitscrises, het treffen van voorbereidingen om deze tegen te gaan en het beperken ervan worden beschreven. Elektriciteitscrises kunnen zich om vele redenen voordoen, bijvoorbeeld als gevolg van extreme weersomstandigheden, aanslagen of brandstoftekorten. Crisissituaties hebben vaak grensoverschrijdende effecten. Grootschalige incidenten, zoals koudegolven, hittegolven of cyberaanvallen, kunnen verschillende EU-landen tegelijkertijd treffen. Risicoparaatheidsplannen zijn gebaseerd op regionale en nationale crisisscenario's en zorgen ervoor dat in geval van een crisis elektriciteit wordt gestuurd naar de plaatsen waar ze het hardst nodig is. België heeft geen kennis gegeven van zijn gewijzigde risicoparaatheidsplan sinds de ontvangst van het advies dat de Commissie op 3 november 2022 over zijn eerste plan heeft uitgebracht, noch van bezwaren tegen de beoordeling van de Commissie. In haar advies verzocht de Commissie om wijzigingen om de Belgische architectuur voor energiezekerheid te verbeteren en robuuster te maken. België is ook de enige lidstaat die zijn geactualiseerde ontwerp van risicoparaatheidsplan, dat zes maanden voor de in de verordening vastgestelde termijn voor de nieuwe definitieve plannen (5 januari 2026) ter raadpleging aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en aan de Coördinatiegroep voor elektriciteit moest worden voorgelegd, niet overeenkomstig de verordening heeft ingediend.  De lidstaten moeten hun bijgewerkte risicoparaatheidsplannen om de vier jaar vaststellen en publiceren, te rekenen vanaf het eerste plan dat uiterlijk op 5 januari 2022 moest worden ingediend. De Commissie vraagt België nu de verordening onverwijld na te leven. België heeft twee maanden de tijd om op de ingebrekestelling te antwoorden. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen. 

 

6. Belastingen

(Meer informatie: Ricardo Cardoso – tel. +32 2 298 01 00; Kateřina Horáková – tel. +32 229-99310) 

Ingebrekestelling

Commissie roept Frankrijk op een met de moeder-dochterrichtlijn strijdige beperking te schrappen  
De Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door Frankrijk een ingebrekestelling te sturen (INFR(2025)4014) wegens het niet correct omzetten van de moeder-dochterrichtlijn (Richtlijn 2011/96/EU van de Raad). Deze richtlijn bepaalt dat er geen bronbelasting wordt geheven wanneer een dochteronderneming haar winst uitkeert aan haar moedermaatschappij in een andere lidstaat, en dat deze winst ook niet opnieuw wordt belast op het niveau van de moedermaatschappij. Dit zorgt ervoor dat dezelfde winsten slechts eenmaal worden belast, in de lidstaat van de dochteronderneming, en dat Europese ondernemingen niet dubbel worden belast wanneer ze actief zijn op de interne markt. Dit is cruciaal voor hun concurrentievermogen. Frankrijk stelt winst die door een Franse dochteronderneming aan haar moedermaatschappij in een andere lidstaat wordt uitgekeerd echter alleen vrij van bronbelasting indien de “plaats van werkelijke leiding” van de moedermaatschappij in een lidstaat gelegen is. Volgens de moeder-dochterrichtlijn is een moedermaatschappij elke vennootschap die krachtens de fiscale wetgeving van de betrokken lidstaat wordt beschouwd in die staat haar fiscale woonplaats te hebben. Frankrijk mag niet eenzijdig eigen criteria toepassen op buitenlandse moedermaatschappijen om hun status te betwisten en ze de fiscale voordelen van de richtlijn te ontzeggen door een bronbelasting te heffen op overdrachten van een Franse dochteronderneming aan haar in een andere EU-lidstaat gevestigde moedermaatschappij. Daarom stuurt de Commissie Frankrijk een ingebrekestelling. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te antwoorden op de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Verwijzingen naar het Hof van Justitie

De Commissie besluit Spanje voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens het niet omzetten van btw-maatregelen in nationaal recht
De Commissie heeft besloten Spanje (INFR(2025)0047 en INFR(2025)0048) voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens het niet in nationaal recht omzetten van twee afzonderlijke richtlijnen met betrekking tot btw-maatregelen: Richtlijn (EU) 2020/285 van de Raad van 18 februari 2020 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen en Verordening (EU) nr. 904/2010 betreffende de administratieve samenwerking en uitwisseling van inlichtingen voor doeleinden van toezicht op de juiste uitvoering van de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen (INFR(2025)0047), en Richtlijn (EU) 2022/542 van de Raad van 5 april 2022 tot wijziging van Richtlijnen 2006/112/EG en (EU) 2020/285 wat de btw-tarieven betreft (INFR(2025)0048). Alle EU-lidstaten moesten de nodige wetten in werking doen treden om de verplichte bepalingen van Richtlijn (EU) 2020/285 en Richtlijn (EU) 2022/542 uiterlijk op 31 december 2024 om te zetten en de tekst van de relevante nationale maatregelen binnen de termijn aan de Commissie meedelen. Spanje heeft deze nationale maatregelen echter nog steeds niet meegedeeld. De Commissie is van oordeel dat de inspanningen van de Spaanse autoriteiten ontoereikend zijn, en daagt Spanje daarom voor het Hof van Justitie van de Europese Unie met verzoeken om financiële sancties op te leggen. Voor meer informatie, zie het persbericht.

 

7. Mobiliteit en vervoer

(Meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen – tel. +32 2 295 75 01; Anni Juusola – tel. +32 2 296 09 86)

Met redenen omkleed advies

Commissie verzoekt Polen erop toe te zien dat cockpit- en cabinebemanningsleden op alcohol worden getest 
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Polen een met redenen omkleed advies te sturen (INFR(2024)2240) omdat het niet voldoet aan zijn verplichtingen krachtens de verordening betreffende technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering (Verordening (EU) nr. 965/2012). De verordening tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering schrijft voor dat er willekeurige alcoholtests bij cockpit- en cabinebemanningsleden moeten worden uitgevoerd. Polen leeft dit voorschrift niet na. Dit gebrek aan naleving is voor het eerst vastgesteld na een normaliseringsbezoek van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart in september 2022. Aangezien Polen de kwestie nog niet heeft aangepakt, heeft de Commissie besloten Polen een met redenen omkleed advies te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. 

 

8. Werkgelegenheid en sociale rechten

(Meer informatie: Eva Hrncirova – tel.+32 2 298 84 33; Eirini Zarkadoula – tel. +32 2 295 70 65)

Met redenen omkleed advies 

Commissie verzoekt Denemarken regels inzake erkenning van beroepskwalificaties van in een andere lidstaat opgeleide verpleegkundigen volledig om te zetten  
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Denemarken een met redenen omkleed advies (INFR/2025)0183) te sturen wegens niet-kennisgeving van maatregelen tot volledige omzetting in nationaal recht van Richtlijn (EU) 2024/505 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties van verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers die in Roemenië zijn opgeleid. De uiterste termijn voor omzetting was 4 maart 2025. De richtlijn brengt specifieke wijzigingen aan in Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties. De wijzigingen hebben tot doel de erkenning te vergemakkelijken van Roemeense diploma's die vóór de toetreding van het land tot de EU zijn behaald door verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers die een speciaal moderniseringsprogramma hebben gevolgd. Dankzij dit programma konden de deelnemers hun kwalificaties verbeteren en voldoen aan de minimumeisen van Richtlijn 2005/36/EG. Volledige uitvoering van de wetgeving is cruciaal om ervoor te zorgen dat afgestudeerden van het programma hun kwalificaties gemakkelijker in andere lidstaten kunnen laten erkennen. Daarom heeft de Commissie besloten Denemarken een met redenen omkleed advies te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie beslissen de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, met een verzoek om financiële sancties op te leggen.