Leegstandsheffing nieuw instrument in aanpak leegstand

Gemeenten krijgen op initiatief van de Tweede Kamer een nieuw instrument om langdurige leegstand van woningen aan te pakken: de leegstandsheffing. Hiermee kunnen gemeenten een belasting opleggen aan eigenaren van woningen die langer dan een jaar leegstaan. Doel is om ervoor te zorgen dat alle beschikbare woonruimte gebruikt wordt om in te wonen. Leegstand is onwenselijk in tijden van woningnood, waarin veel mensen op zoek zijn naar een huis.

Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft het besluit op 20 maart gepubliceerd. Gemeenten kunnen de leegstandsheffing vanaf nu opnemen in een lokale belastingverordening. Vanaf dat moment begint de periode van een jaar te lopen dat een woning leeg moet staan, voordat de heffing kan worden opgelegd. De VNG werkt aan een model belastingbesluit voor gemeenten. Hierin wordt de precieze vormgeving uitgewerkt.

Gemeenten kunnen de leegstandbelasting inzetten in combinatie met de bestaande instrumenten uit de Leegstandwet. Het kabinet werkt momenteel aan wijziging van de Leegstandwet. Het wetsvoorstel lag afgelopen zomer in consultatie en gaat binnenkort voor advies naar de Raad van State.

Met de gewijzigde Leegstandwet krijgen gemeenten effectievere bevoegdheden om leegstand aan te pakken. Zo kan een gemeente een collectieve vergunning afgeven voor tijdelijke verhuur. Dit geldt alleen voor woonruimtes in een gebouw en bij sloop en (ver)nieuwbouw. Ook mag de gemeente straks het elektriciteitsverbruik van een pand opvragen om te controleren of het pand leegstaat. Gemeenten kunnen daarnaast een verplichting opleggen om een langdurig leegstaand pand weer in gebruik te nemen of geven.