Tweede Kamer, 54e vergadering
- Begin14:00
- Sluiting00:00
- StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 24 maart.
Vragenuur
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Wilders
Vragen van het lid Wilders aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het bericht "Kabinet zet streep door wet die voorrang voor statushouders in sociale huur moest verbieden".
De voorzitter:
Aan de orde is het vragenuur. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan de heer Wilders voor zijn vragen aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Ik heet haar van harte welkom in vak K. Het woord is aan de heer Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Het is ongelofelijk, maar vorige week vrijdag zetten dit kabinet en deze minister een streep door de wet die voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen moest verbieden. Het kabinet-Jetten laat die voorrang voor statushouders dus doodleuk bestaan. Dat is niets anders dan een dolk in de rug van miljoenen Nederlanders die al jaren op een huurwoning wachten en nu dus nog langer moeten wachten, omdat gelukszoekers blijven voorgaan. Dat is een ongekende schande en pure discriminatie van Nederlanders. Het is ook ontzettend laf dat dit kabinetsbesluit twee dagen, twéé dagen, na de gemeenteraadsverkiezingen bekend is gemaakt. Bang voor een politieke afrekening als dit voor de verkiezingen bekend zou worden, hielden het kabinet en deze minister het tot na de verkiezingen onder de pet.
Voorzitter. Als er iets is waar miljoenen Nederlanders nu meteen, vandaag nog, vanaf willen, dan is het die idiote voorrangsregeling voor statushouders. Het is echt geen dag langer te verkopen dat vreemdelingen voorrang krijgen op een huurwoning, terwijl we in dit land kampen met een gigantisch woningtekort.
Voorzitter. Er zijn sinds 2010 al zo'n 200.000 huurwoningen met voorrang aan statushouders weggegeven. Dat gaat nu dus gewoon door. Dan moet de minister in haar brief niet gaan piepen dat er een te hoge instroom van asielzoekers is, want als je dat niet wil, dan moet je maar een asielstop invoeren, zoals mijn partij wil. Doe je dat niet, dan komen er ieder jaar opnieuw zo'n 100.000 asielzoekers Nederland binnen, evenveel als een stad als Alkmaar, Delft of Deventer. Die asielzoekers willen allemaal een woning en die krijgen ze ook van deze regering, en ook nog eens met voorrang. Dat moet nu stoppen. Daarom zeg ik tegen deze minister: maak vandaag nog uw besluit ongedaan om de wet in te trekken die het verbiedt om statushouders voorrang te geven. Met minder nemen wij geen genoegen. Dus niet "zodra het kan" of dat soort onzinteksten, maar nu en wel meteen. Graag een toezegging.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ook ik wil iets doen aan de lange wachttijden voor mensen die wachten op een sociale huurwoning. De groep die hier nu gebruik van maakt, is te groot. Een van deze groepen zijn de statushouders. Dat is de reden dat we de voorrangspositie van statushouders net als u willen laten verdwijnen, maar wel op een manier die uitvoerbaar is en recht doet aan de grondbeginselen die we met elkaar hebben. Dat betekent dat we hier alleen toe kunnen komen als we ook nadenken over de weg ernaartoe. De weg ernaartoe betekent dat je een oplossing moet hebben voor de situatie waarin je het voorrangschap ervanaf haalt en je niet wil dat de azc's nog voller lopen en deze mensen op straat belanden of dat we crisisnoodhuisvesting moeten zoeken die dezelfde maatschappij ongelofelijk veel geld gaat kosten. We willen dus hetzelfde, maar de weg ernaartoe is anders. Ik kies voor een weg die uitvoerbaar is en die ervoor zorgt dat we met tijdelijke huisvesting de statushouders een plek kunnen geven om te wonen en ze vanuit daar een gelijke behandeling krijgen op de lijst om te komen tot een sociale huurwoning.
De heer Wilders (PVV):
We willen helemaal niet hetzelfde! Deze minister wil doorgaan met de discriminatie van Nederlanders, en dat willen wij niet. Wij zijn die discriminatie van onze eigen mensen spuugzat. Nederlandse starters, jongeren, werkende gezinnen, Henk en Ingrid, die soms tien, twaalf, vijftien, vaak zelfs twintig jaar op een wachtlijst moeten staan, hebben nu opnieuw het nakijken, terwijl Mohammed en Fatima, die net ons land zijn binnengedrongen en meteen vooraan in de rij staan, wél met voorrang een huurwoning krijgen. Zet de Nederlanders eindelijk een keer op één, mevrouw de minister! Nederlanders zijn door dit nu al waardeloze kabinet-Jetten niet alleen vreemden in hun eigen land geworden, maar ook een soort tweederangsburgers. Hoe kunt u, zeg ik tegen de minister, uw eigen mensen, Nederlanders, zo behandelen? U moet zich daarvoor kapot schamen. Tijdens de verkiezingen beloofden de coalitiepartijen allemaal minder asiel en meer woningen, maar in de praktijk laten ze onze grenzen gewoon wagenwijd openstaan voor nog meer gelukszoekers. Dit kabinet bouwt geen huizen voor Nederlanders, maar geeft onze woningen gratis cadeau aan gelukszoekers. Dit kabinet is er niet voor de Nederlander, maar is er voor de asielzoeker. Mijn fractie, de PVV, heeft daar meer dan genoeg van. Nederland wil geen asielvoorrang meer. Nederland wil Nederlanders op één. Het zijn nota bene Nederlanders. Het zou logisch zijn als we onze eigen mensen voorrang geven. Waarom geeft u de Nederlander geen voorrang en die asielzoeker wel? Als de minister voet bij stuk houdt — er komt hopelijk nog een debat — zij haar incompetentie op dit dossier laat zien en onze eigen mensen in het moeras laat zakken om statushouders te matsen, kan zij beter vandaag dan morgen haar biezen pakken.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, er moet grip komen op het asielvraagstuk. Volgens mij is dat een debat dat u ook met andere bewindspersonen voert. Zoals in het coalitieakkoord staat, is dat een van de onderwerpen die een hoge prioriteit hebben gekregen en in de taskforce nader worden behandeld.
De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, ik kan het …
De voorzitter:
Neeneenee.
De heer Wilders (PVV):
… niet verstaan.
De voorzitter:
De minister is aan het woord, meneer Wilders.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Hier gaat het over huisvesting. Daarvoor willen we hetzelfde, namelijk dat mensen niet zo lang op een wachtlijst hoeven te staan om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Daarvoor moeten we oplossingen zoeken die uitvoerbaar zijn en waarvan de VNG, de gemeentes en Aedes zeggen: dit kunnen wij in de praktijk uitvoeren. We moeten voorkomen dat mensen op straat of in overvolle daklozencentra belanden, dat we de asielzoekerscentra nog verder vullen en dat we tot noodhuisvesting moeten komen, wat enorm veel zal vragen van het maatschappelijke geld. Ik sta voor het vinden van manieren die uitvoerbaar zijn en recht doen aan de beginselen die we nou eenmaal met elkaar hebben afgesproken in Nederland. Het is een wettelijke verplichting om ook statushouders een dak boven het hoofd te bieden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat een ambtelijk gibberish hoor ik hier. Ik hoor volledig ingestudeerde antwoorden. Het gaat erom dat de wet over het verbod op voorrang voor statushouders ómdat ze statushouders zijn, volledig recht doet aan al onze mensen in Nederland die op een andere manier spoedzoeker zijn. Bij de gemeente wordt wel tegen de gescheiden moeder gezegd: u gaat maar bij uw familie of uw vrienden wonen.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Waarom kunnen we dat niet ook met statushouders doen? Tegen al onze andere mensen in Nederland wordt gewoon gezegd: ga maar ergens anders zoeken, want u bent nog niet aan de beurt. En dan geven we statushouders wel voorrang. Dat kan toch niet?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
U vraagt aan mij of er genoeg huizen zijn, en die zijn er niet. Daarom moeten we vooral huizen bijbouwen, zodat we ervoor zorgen dat al die Nederlanders die bij elkaar intrekken, aan een eigen huis kunnen komen. Daarnaast hebben we de wettelijke verplichting om ervoor te zorgen dat statushouders — daar gaat het hier om — in aanmerking kunnen komen voor een woning. Zij hebben in veel gevallen in Nederland niet de mogelijkheden of het netwerk om daar gebruik van te maken. Daarom zeggen we: we moeten zorgen voor tijdelijke huisvesting waar ze gebruik van kunnen maken, om vervolgens op dezelfde wachtlijst te belanden en dan aan de beurt te komen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb helemaal niet gevraagd of er genoeg huizen zijn. We weten dat er niet genoeg huizen zijn. Dat is helemaal niet mijn vraag. Mijn vraag is als volgt. Andere mensen in Nederland, die ook al jaren op een wachtlijst staan, soms wel tien tot vijftien jaar, zien een huis aan zich voorbijgaan omdat een statushouder voorrang krijgt, puur vanwege het feit dat diegene een statushouder is. Dat is alleen maar omdat diegene een statushouder is! Een statushouder kan prima aan een woning komen als die op een urgentielijst staat, bijvoorbeeld als die een medische aandoening heeft of op een andere manier urgent is. Maar dat moet wel gelijk met alle andere mensen in Nederland. Het is helemaal niet zo dat we statushouders een huis ontzeggen, maar we willen niet dat ze voorrang krijgen puur en alleen op basis van het feit dat ze statushouder zijn. De minister kan dit toch niet ontkennen?
Tot slot. De meeste mensen geven aan hiernaartoe te komen — dat is ook zo bij statushouders — omdat er al vrienden en familie in Nederland wonen. We moeten ze niet gaan behandelen alsof ze allemaal heel kwetsbaar zijn omdat ze hier niemand hebben. Heel veel mensen hebben hier gewoon vrienden en familie. Dan kunnen ze ook daar gaan wonen in de tussentijd.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik blijf erbij: dit gaat over het hebben van voldoende woonruimte zodat mensen een dak boven het hoofd kunnen hebben. Ik ben het er ook mee eens dat die voorrangspositie eraf moet. In mijn brief staat ook dat ik voor de zomer met een convenant kom waar we met Aedes en de VNG over gesproken hebben. Voor het einde van het jaar dien ik een nieuw wetsvoorstel in. Ik wil hetzelfde. Ik ben net zo begaan met al die mensen. De mensen die u spreekt, heb ik ook gesproken. We kennen allemaal de mensen over wie dit gaat. Wel wil ik het graag op een manier doen die uitvoerbaar is, langs de Raad van State komt en waarvan de VNG en de woningcorporaties zeggen: op deze manier kan het ook. Ik wil namelijk graag resultaten boeken op basis van wat we hier met elkaar afspreken of op basis van wat wij vanuit de coalitie inzetten.
De heer Van Leijen (D66):
Ik wil toch zeggen dat ik het heel bijzonder vind om de heer Wilders hier te horen klagen over een tekort van 100.000 betaalbare woningen, terwijl hij toen hij zelf aan de macht was een dubbele bouwbevriezing wilde invoeren, waarmee hij juist een streep door 150.000 betaalbare woningen zette. Dat is dus echt heel apart.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Van Leijen (D66):
Minister, ik ben het volledig met u eens. Volgens mij is het gewoon heel erg belangrijk dat er veel meer woningen bij komen. Dan zou er überhaupt voor niemand meer urgentie nodig zijn. Ik zou dan ook graag van u horen welke acties u gaat ondernemen om ervoor te zorgen dat er op korte termijn meer woningen bij komen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zoals u weet, zijn we bezig met de Wet versterking regie volkshuisvesting. Daarmee moeten we echt regie voeren op hoe we het in Nederland verdelen en hoe het tot stand komt. We gaan het aantal grootschalige woningbouwlocaties verhogen van 21 naar 30. We gaan het woningdelen stimuleren. Dat betekent dat we meer gebruik gaan maken van de bestaande bouw. Ook gaan we aansturen op minder regels en minder bezwaarmomenten. Dat is allemaal al in gang gezet door de vorige minister. Ik zet dat gewoon voort. Ik hoop dat we hier rond de zomer een positief akkoord over hebben gekregen, waardoor we regie kunnen voeren op het hele vraagstuk.
De heer Van Leijen (D66):
Hoor ik de minister nou ook zeggen dat ze tegelijkertijd gaat werken aan een alternatief voor statushouders dat wel werkt?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Jazeker. Voor de zomer komt er een convenant en voor het einde van het jaar een nieuw wetsvoorstel.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Na deze leuke vriendendienst over en weer heb ik toch ook een kritische vraag. Ik heb de antwoorden op de vragen van de heer Wilders gehoord. Niemand in Nederland snapt wat daar het verhaal achter is. Nederland snapt ook niet — daarom ga ik deze vraag stellen — waarom u de Nederlanders haat en waarom u de statushouders knuffelt met dit beleid. Leg het mij en de mensen in Nederland maar uit.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik rond net na 31 jaar en 8 maanden een loopbaan bij Defensie af. Ik werp "haat voor de Nederlanders" verre van mij af.
De heer Flach (SGP):
In een week tijd is de hoop van jonge mensen die nog dachten een huurwoning te kunnen krijgen compleet weggevaagd. Maandag is het amendement-Mooiman verdwenen in een discussie. Woensdag hadden we de verkiezingen. Vrijdag is de alternatieve wet die dat dan zou moeten regelen ook verdwenen. Waarom heeft de minister hier überhaupt voor gekozen, zo kort na de verkiezingen? Waarom heeft de minister er niet voor gekozen om de wet die er al lag, de wet van haar voorganger, zodanig aan te passen? Wat waren dan de grote verschillen waarom die wet niet kon worden omgebouwd? Waarom moest die wet van tafel?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het aanpassen van de wet zoals die er lag versus het indienen van een wet waarin we onmiddellijk de bezwaren kunnen meenemen van de VNG, de wooncorporaties en de Raad van State heeft eenzelfde tijdslijn. Ik kies er dan voor om met een schone lei te beginnen en dat in dezelfde tijdslijn voor elkaar te krijgen. Voor de zomer ligt er dus een convenant en voor het einde van het jaar ligt er een nieuw wetsvoorstel.
De heer Flach (SGP):
De SGP is hier echt heel teleurgesteld over. In de verkiezingscampagne komen we dit als een van de allergrootste ergernissen van de Nederlander tegen. Er ligt een wet die een heel eind gekomen is. Er is al een advies van de Raad van State over. Dan moet je de wet aanpassen of helemaal opnieuw aan een wetstraject beginnen. De minister zegt daarover dat dat even lang duurt. Dat gelooft helemaal niemand hier in de Kamer. Een nieuwe wet maken en het hele traject doorlopen, duurt namelijk per definitie langer. Dat doet toch vermoeden dat er voor de minister elementen in zaten die ze niet voor haar rekening wilde nemen, dat we dus een heel ander soort wet kunnen verwachten en dat daarmee de hoop voor mensen die al tien jaar op een wachtlijst staan opnieuw vervliegt in goede bedoelingen die nergens toe leiden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De voorrang voor de statushouders, ook met het convenant en het wetsvoorstel dat we gaan indienen, heeft dezelfde uitkomst, namelijk dat die status eraf gaat zodat er een gelijk speelveld is voor alle mensen die aanspraak maken op een sociale huurwoning. Dit is een van de groepen die ook aanspraak maakt op deze categorie. Ik heb u zojuist antwoord gegeven op de vraag, namelijk dat het dezelfde tijdslijn is. Ik kan dat antwoord nog een keer herhalen, maar wellicht is dat niet nodig.
De heer Russcher (FVD):
Voor Forum voor Democratie is het ook onacceptabel dat statushouders voorrang krijgen op Nederlanders, die vaak wel vijftien, twintig jaar op een woning moeten wachten. Het heeft mij ook verbaasd dat een optie als woningdelen werd genoemd. We hebben natuurlijk allemaal het voorbeeld van Stek Oost in Amsterdam gezien. Zo zijn er meerdere dingen voorgevallen: Nederlanders die werden bespuugd, geslagen en mishandeld en vrouwen die verkracht werden. Ik wil graag van de minister weten hoe ze gaat voorkomen dat het op de locatie die zij voorstelt, ook gaat gebeuren.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Die voorbeelden ken ik ook, maar ik ken gelukkig ook andere voorbeelden, zoals Stek West. Daar heb ik binnen mogen kijken. Zo zijn er veel meer initiatieven in Nederland waar het goed gaat, waar ze ook geleerd hebben van wat er mis is gegaan, wat overigens verschrikkelijk is, in Stek Oost. Dat zijn niet de voorbeelden die we willen kopiëren; dat willen we wél met de voorbeelden waar het goed gaat. Die willen we opschalen in Nederland. Er zijn verschillende gemeentes die hieraan willen meewerken, waar het ook goed gaat. Daar zit de oplossing voor dit vraagstuk.
De heer Russcher (FVD):
Ik hoor eigenlijk geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was wat ze concreet gaat doen. We zien nu natuurlijk al dat Nederlanders überhaupt geen woning kunnen krijgen door de massale immigratie. U gaf het zelf ook al aan: de Nederlandse bevolking groeit voor 95% door migratie en de helft van de woningen die wij bouwen, is voor migranten. En nu moeten Nederlanders ook nog eens gedwongen gaan samenwonen met statushouders. U noemt een aantal plekjes waar het goed gegaan zou zijn, maar mijn vraag is gewoon: wat gaat u concreet doen om de veiligheid van Nederlanders te waarborgen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De veiligheid van Nederland waarborgen we met elkaar. Ik ga niemand dwingen om in die tijdelijke huisvesting in te trekken. Dat zal een vrijwillige keus zijn, als daar sprake van is. Dit gaat over het vinden van tijdelijke huisvesting, zodat uiteindelijk die voorrangspositie ervan af kan. Dat lukt alleen met oplossingsrichtingen die daaraan bijdragen, en dat is ook het vinden van tijdelijke huisvesting voor statushouders, zodat zij gelijk, net als alle andere inwoners van Nederland, op de wachtlijst komen te staan.
De heer Clemminck (JA21):
Voor heel veel Nederlanders, ook voor JA21, is de voorrang voor statushouders onrechtvaardig. Ik hoor de minister tot nu toe alleen maar ambtelijk, technisch taalgebruik hanteren. Ook in de brief heeft ze het er alleen maar over dat het knelt omdat de wachtlijsten toenemen. Het knelt. Ik zou de minister willen vragen om ook eens een moreel antwoord te geven over het feit dat Nederlanders die jarenlang ingeschreven staan, links worden ingehaald door statushouders.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik leef net zo mee met al die Nederlanders als u dat doet. Ik spreek dezelfde of andere Nederlanders die in dezelfde positie zitten. Ik heb ja tegen dit ambt gezegd, omdat ik geloof dat we op het gebied van wonen echt iets te doen hebben in Nederland. De woningvoorraad is gewoon te klein voor de hoeveelheid mensen die in Nederland recht hebben op een woning. Daar zit mijn inzet.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor in dit vragenuur tot nu toe heel veel frustratie en woede. Om heel eerlijk te zijn, begrijp ik die ook. Er zijn namelijk ontzettend veel Nederlanders die wachten op een betaalbare woning, die daar niet aan toekomen. De vraag is wel: ga je alleen die woede vertalen, of ga je met elkaar zorgen voor een oplossing? Daar heb ik een vraag over aan de minister. De minister gaf zelf in haar eerste debat, over de Staat van de Volkshuisvesting, aan dat we 124.000 woningen meer zouden kunnen bouwen in Nederland als we de winstbelasting van corporaties zouden afschaffen. Ik vraag aan haar: waarom doen we dat dan niet?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik heb het gevoel dat ik nu in een ander debat beland. Dit gaat over de huisvesting van statushouders. Die kunnen we verzorgen door voor hen tijdelijke huisvesting te organiseren. Als we dat doen, dan kunnen we zorgen dat de voorrangspositie van statushouders eraf gaat. We moeten veel meer doen dan alleen maar aan één knop draaien. Er is niet één dominosteentje te vinden dat we een tik kunnen geven waardoor het woonprobleem in Nederland wordt opgelost en iedereen automatisch aan een woning kan komen. Daarvoor zijn er op meerdere vlakken interventies nodig. Dat doen we. Dat doen we met de Wet regie, dat doen we door naar de regelgeving te kijken, dat doen we door naar de bezwaarprocedures te kijken en dat doen we door meer locaties aan te wijzen. Dat is om te kijken op welke manier we de corporaties kunnen helpen om dingen voor elkaar te krijgen. We pakken het allemaal beet en willen met alles aan de slag. Dit is daar een onderdeel van.
Mevrouw Steen (CDA):
Het CDA heeft eigenlijk altijd gepleit voor meer mogelijkheden voor gemeenten om inwoners uit de eigen gemeente voorrang te geven op de urgentieregeling in de Huisvestingswet. De minister heeft nu nieuwe plannen aangekondigd. Kan zij iets vertellen over hoe zij die gelijkwaardigheid in haar nieuwe plannen wil organiseren?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Jazeker. Dat doen we samen. Dat is ook wat we hebben afgesproken. Zowel de corporaties als de VNG hebben laten weten erg dankbaar te zijn voor het intrekken van deze wet, omdat die voor hen niet uitvoerbaar was. We hebben met hen afgesproken dat zij inspraak hebben in het convenant, dat er voor de zomer moet liggen, om samen te komen tot iets wat we daarna ook daadwerkelijk gaan uitvoeren.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Alleen een punt van orde, voorzitter. Iedereen die kritische vragen heeft gesteld, is van harte uitgenodigd om samen met mij het wetsvoorstel als initiatiefwetsvoorstel in te dienen.
De voorzitter:
Dat is geen punt van orde, mevrouw Keijzer.
De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, ik zou via u aan de minister willen zeggen: u zit hier voor de Nederlanders; als u dat niet kan, dan moet u wegwezen. Dat zeg ik via u, meneer de voorzitter. U heeft niet de taak in dit huis om ervoor te zorgen dat, nog langer dan al het geval is, de Nederlander moet wachten. Gezinnen, jonge mensen, oude mensen, mensen die werken, mensen met een uitkering en mensen die een huis willen, komen gewoon niet aan de bak, omdat u het in uw hoofd haalt die Nederlanders te discrimineren en asielzoekers en die statushouders voorrang te geven!
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Wilders (PVV):
Als u dat echt vindt, moet u gaan, opstappen, wegwezen en hoort u niet thuis in vak K!
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Om dit vraagstuk waar de heer Wilders naar verwijst op te lossen is het nodig dat we daadwerkelijk op zoek gaan naar oplossingen. Het is nodig dat we weggaan van voortdurend groepen mensen tegenover elkaar zetten. We hebben een wettelijke verplichting om ook voor de statushouders een dak boven het hoofd te organiseren. Dat is wat we met elkaar moeten doen. Daar moeten we onze aandacht op richten, zodat die wachtlijst naar beneden gaat, die voorrangspositie ervanaf kan en alle Nederlanders die wachten op een huis, in aanmerking komen voor een huis met een kortere wachttijd.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar beantwoording.
Vragen Van Meijeren
Vragen van het lid Van Meijeren aan de minister van Asiel en Migratie over het bericht "Azc Hardenberg blijft open, COA betaalt na dinsdag dwangsom".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Van Meijeren, voor zijn vraag aan de minister van Asiel en Migratie. Ook de minister heet ik van harte welkom in de Kamer. Het woord is aan de heer Van Meijeren.
De heer Van Meijeren (FVD):
Voorzitter. De ongecontroleerde massa-immigratie van de afgelopen decennia heeft ervoor gezorgd dat Nederland volledig uit zijn voegen barst. Er is een woningtekort van 400.000 woningen. De zorgkosten rijzen de pan uit. Schoolklassen worden steeds voller, met rampzalige gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs. Het socialezekerheidsstelsel staat enorm onder druk. Als we het hebben over de bijstand, komt meer dan de helft van alle uitkeringsgerechtigden uit een land buiten Europa. Ondertussen blijft de bevolking explosief groeien met ongeveer 100.000 mensen per jaar, puur en alleen door immigratie.
In plaats van de maatregelen te treffen om die instroom volledig terug te dringen en een asielstop in te voeren, kiest dit kabinet ervoor om Nederland nog verder vol te proppen met immigranten, met alle rampzalige gevolgen van dien. Volgens officiële prognoses van het CBS is het niet de vraag óf maar wannéér Nederlanders een minderheid in eigen land worden. In de grote steden is het al zover, maar als het aan dit kabinet ligt, moeten ieder dorp en iedere stad eraan geloven.
We bespreken vandaag in het bijzonder de situatie in Hardenberg. Tien jaar geleden ging de gemeente akkoord met de afspraak om een azc te plaatsen voor ten hoogste tien jaar. Dat was de afspraak. Die tien jaar zijn inmiddels verstreken; het COA houdt zich er niet aan en kiest ervoor om maar gewoon een dwangsom te betalen die oploopt tot €55.000 per dag. Dat is lekker makkelijk praten voor het COA; die dwangsommen worden betaald uit belastinggeld. De begroting van het COA is al gestegen naar 4,2 miljard, dus er is geen enkele prikkel voor het COA om afspraken na te komen. Wat zegt dit over de betrouwbaarheid van de overheid?
Dat brengt me ook bij de vragen aan deze minister. Wanneer is hij erover geïnformeerd dat de situatie dreigt dat in Hardenberg de deadline niet gehaald wordt? Wat heeft hij concreet gedaan om dit te voorkomen? Hoeveel gemeenten in Nederland zitten op dit moment in een vergelijkbaar conflict met het COA? Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat het COA afspraken gaat nakomen?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van den Brink:
Voorzitter, dank u wel. Fijn om hier weer bij het vragenuur aanwezig te zijn. De gemeente Hardenberg heeft de afgelopen tien jaar veel asielzoekers opgevangen in twee asielzoekerscentra. Daarmee heeft de gemeente meer aan de opvang bijgedragen dan veel andere gemeenten in Nederland. Daarom snap ik de frustratie die er in Hardenberg en ook op andere plekken in Nederland is heel goed, nu de afspraak om op 8 maart te sluiten niet is doorgegaan. Daarom heeft de gemeente besloten een dwangsom op te leggen aan het COA. De afgelopen weken heb ik al op veel plekken buiten deze Kamer toegelicht wat daar de achtergrond van is. Daarom is het goed dat ik dat ook hier in de plenaire zaal doe.
We hebben in Nederland namelijk een groot probleem. We hebben een tekort aan opvangplekken, omdat er door gemeenten onvoldoende nieuwe plekken zijn aangeleverd. Daar is Hardenberg de dupe van. In Ter Apel is het aantal al weken niet onder de 2.000 gekomen, wat het afgesproken maximale aantal is. In meerdere gemeenten kunnen locaties niet sluiten, simpelweg omdat er geen plek is om de mensen naartoe te brengen. Laat ik daarom ook hier zeggen dat dat ook iets betekent voor de mensen ín de asielzoekerscentra. Asielzoekers die vaak al van plek zijn gebracht, moeten met hun koffers klaarstaan en krijgen een seintje om naar een andere plek gebracht te worden. Ook dat is onwenselijk.
Daarom heeft dit kabinet keuzes gemaakt die deze problemen moeten oplossen. Denk aan het beperken van de instroom en het versnellen van de terugkeer. Daarom hebben we gisteren ook een debat gehad over het Migratiepact; dat was met bijna alle partijen. Denk ook aan voldoende financiering voor het COA om daarmee langjarig opvangplekken te realiseren. De vragen die de heer Van Meijeren stelt, gaan over Hardenberg. Daar heb ik al op verschillende plekken toelichting op gegeven. De dag nadat de situatie in Hardenberg duidelijk werd, een paar dagen voor 8 maart, wat ook het moment was dat ik dat hoorde, was er al gelijk contact met de gemeente Hardenberg. De gemeente Hardenberg heeft natuurlijk bezwaar gemaakt en gezegd: wij willen dit niet; wij willen gestand doen aan de afspraak van tien jaar. Ik was daar ook een groot voorstander van geweest, maar er is gewoon geen plek. Er is in Nederland geen plek om die mensen naartoe te brengen. Dat komt doordat we de afgelopen tijd gewoon te weinig opvangplekken aangeleverd hebben gekregen. Vanuit die positie probeer ik dat te herstellen. Daarom vraag ik gemeenten op dit moment om nieuwe noodopvanglocaties beschikbaar te stellen, omdat we dit probleem alleen met elkaar kunnen oplossen. Een landelijk probleem kan niet alleen op Hardenberg worden afgewenteld en kan niet alleen op Ter Apel worden afgewenteld. We zullen dit met elkaar moeten oplossen.
De heer Van Meijeren (FVD):
De minister erkent dat er sprake is van een probleem, maar hij ziet niet de daadwerkelijke oorzaak van dit probleem. Als primaire oorzaak geeft hij aan dat er te weinig opvangplekken zijn. Er zijn te veel immigranten; er zijn te veel asielzoekers. Hoe legt deze minister aan de gemeente Hardenberg uit dat die paar honderd asielzoekers die daar al weg hadden moeten zijn, daar nog steeds zitten, terwijl er alleen in de afgelopen week alweer 1.000 nieuwe asielzoekers naar Nederland zijn gekomen? De oplossing is niet om gemeenten te dwingen om meer opvangplaatsen te realiseren. De oplossing is om die asielstroom aan te pakken. Dat gaat niet met die laffe asielwet die nu in de Eerste Kamer ligt. We moeten een asielstop invoeren. Dat moet vandaag nog, want op deze manier dreigt de situatie volledig uit de hand te lopen. Kinderen die vandaag in Nederland geboren worden, worden een minderheid in eigen land. Daar hou ik deze minister medeverantwoordelijk voor. Ik vraag me af of hij dit überhaupt een probleem vindt. Erkent hij ook dat probleem, ook met het oog op de sociale cohesie en alle spanningen die dit veroorzaakt? En is hij bereid om het probleem echt bij de bron aan te pakken door een asielstop in te voeren, de grenzen te sluiten voor asielzoekers en geen nieuwe aanvragen meer in behandeling te nemen in plaats van alleen maar gemeenten te dwingen om nog meer mensen op te vangen, terwijl die gemeenten dat niet aankunnen? Nederland kan dit niet aan.
Minister Van den Brink:
Ik denk dat het heel goed is dat de heer Van Meijeren zo zijn zorgen uit. Ik denk dat die zorgen de afgelopen jaren al zijn geuit door heel veel mensen, politiek breed, ook bij de aanvaarding van het rapport over demografie, waarin dit ook heel goed is neergelegd. Maar dit is ook de plek waar we met elkaar wetten maken. Ik hoor de heer Van Meijeren weinig aangeven over in welke wet hij dit gaat regelen of op welk moment hij daar zelf bij betrokken zou willen zijn als wij daar een debat over hebben, zoals gisteren over het Europees Migratiepact. Uiteindelijk is dit de plek waar we in Nederland wetten vaststellen die voor heel Nederland gelden. Dat geldt voor de Spreidingswet. Dat geldt voor de wet die nu in de Eerste Kamer ligt. Dat geldt voor het Europees Migratiepact. Dat zijn wetten waarmee we aan Nederland laten zien welke verantwoordelijkheid wij nemen. Op die manier ga ik ook mijn werk doen. Ik zal uitvoering geven aan wetten die hier liggen, als ze de instroom beperken en als ze de opvang mogelijk moeten maken. Maar ik doe het alleen langs die lijn en niet door te zeggen hoe het zou moeten zonder er een wet bij te leveren.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Meijeren (FVD):
Dat roept de vraag op: waarom zouden gemeenten zich aan de Spreidingswet moeten houden als het COA zich niet eens aan de wet houdt? De oplossing van Forum is duidelijk: direct uit het Vluchtelingenverdrag stappen, grenscontroles uitvoeren, asielaanvragen stoppen, het voor lief nemen als de EU boetes wil opleggen, uit de EU, de instroom aanpakken en niet met dit laffe beleid komen waardoor heel Nederland te gronde wordt gericht.
Dank u wel.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik hoor de minister over het beperken van de instroom, maar wat doet de minister nu concreet om de grenzen te sluiten? Er worden meisjes van 17 en 19 jaar … In Hardenberg is er een meisje van 17 van haar fiets gesleurd en aangerand door een asielzoeker. Wat doet u nu om dit tuig uit Nederland te houden?
Minister Van den Brink:
Voor ieder tuig dat dit soort verschrikkelijke dingen doet, is er maar een plek: de cel. Vanuit die cel kan gewerkt worden aan terugkeer en dat is ook wat wij doen als we dit soort mensen aantreffen.
Mevrouw Straatman (CDA):
Er moet mij allereerst wel een ding van het hart. Wij hebben gisteren tien uur lang gedebatteerd over de grootste asielhervorming in 25 jaar tijd. Bijna alle partijen, van rechts tot links, van groot tot klein, waren daarbij aanwezig. Forum voor Democratie schitterde in afwezigheid. Tegelijkertijd hoor ik hier de heer Van Meijeren zijn zorgen uiten over wat er allemaal mis is met het systeem. Ik zou hem willen zeggen: wees dan ook aanwezig wanneer we …
De voorzitter:
Uw vraag aan de minister?
Mevrouw Straatman (CDA):
… een van de grootste asielwetten in Nederland bespreken. Verder heb ik een vraag aan de minister. Ik begrijp de zorgen en de frustraties van de Hardenbergers heel goed. Tegelijkertijd begrijp ik ook de spagaat waarin het COA zit. Mijn vraag is: hoe kunnen we de lokale gemeenschap meenemen in deze beslissingen, zodat zij niet het gevoel hebben dat zij overvallen worden met een asielzoekerscentrum dat eerst zou sluiten en nu toch langer openblijft?
Minister Van den Brink:
Dat is een terechte vraag. Ik weet ook dat er vanuit het COA richting de gemeente Hardenberg is aangegeven dat het in deze situatie niet op een goede wijze is gegaan; het werd pas op zo'n korte termijn voor de sluiting bekend. Ik heb het COA gevraagd in situaties waarin het in overmacht verkeert, dat op een nette manier, op tijd, kenbaar te maken aan gemeenten. Daarnaast proberen we dat natuurlijk ook te voorkomen door nu op zoek te gaan naar nieuwe noodopvanglocaties.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De situatie in Hardenberg baart mij zorgen. Ik heb hier ook Kamervragen over gesteld. Het gaat namelijk veel verder dan wat hier is gebeurd. Een afspraak tussen gemeenten en het COA wordt niet nagekomen. Dit is funest voor de verdere ontwikkeling van bijvoorbeeld de Spreidingswet, waar de minister mee aan de slag wil gaan. Het is funest voor het al lage vertrouwen in de overheid. En het weerhoudt gemeenten om überhaupt zaken te willen doen, nota bene omdat ik begrijp dat er al een persbericht was uitgestuurd dat ze gingen sluiten en de gehele gemeente en de inwoners een paar dagen van te voren overvallen werden met de boodschap dat dat toch niet doorging.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag aan de minister is hoe hij denkt deze situatie op te lossen, maar ook hoe wij voorkomen dat dit bij de uitrol van de Spreidingswet vaker gaat voorkomen. Daarbij wil ik ook graag dat de minister inzoomt op de rol van het COA. Als dit namelijk vaker gebeurt, hebben we gemeenten die het gesprek en het contract met de overheid niet willen aangaan omdat er geen vertrouwen meer is. En dat kan ik ook ergens wel begrijpen.
Minister Van den Brink:
Ik snap heel goed de vraag "als je een afspraak hebt, waarom wordt die dan niet nagekomen?". Dat is in dit geval ook echt een vorm van overmacht. Daarmee is het natuurlijk wel totaal onwenselijk en is de frustratie in Hardenberg totaal begrijpelijk. We moeten, denk ik, ook erkennen dat de gemeente Hardenberg de dupe is geworden doordat er de afgelopen jaren te weinig plekken zijn aangeleverd. Als er in een normale periode voldoende plekken zouden zijn geweest, kunnen we ook wat er is afgesproken gestand doen. Maar zolang we dat opvangprobleem niet beter oplossen en aan de andere kant de instroom niet voldoende beperken, moeten ik roeien met de riemen die we hebben. Maar in de ideale situatie, als de Spreidingswet goed functioneert, komt het COA al zijn afspraken na. Dat is ook wat het COA natuurlijk zelf wil. Het COA is wel de laatste die blij wordt van het afgeven van dit soort berichten.