Vragen en antwoorden over de herverdeling van middelen in het kader van het cohesiebeleid
Wat was het doel van de tussentijdse evaluatie van de cohesiebeleidsprogramma's?
Aan het begin van de programmeringsperiode 2021-2027 kregen de lidstaten indicatieve nationale financiële middelen toegewezen voor de hele periode. De lidstaten hebben deze middelen toegewezen aan verschillende investeringsgebieden en -programma's. Aangezien de politieke prioriteiten de afgelopen jaren echter ingrijpend zijn veranderd, moesten de EU en de lidstaten hun investeringsplannen heroverwegen. Concurrentievermogen, defensie en civiele paraatheid, betaalbare en duurzame huisvesting, waterbestendigheid en energieconnectiviteit, alsook de noodzaak om vaardigheden op deze gebieden te verbeteren, zijn de afgelopen jaren naar voren gekomen als politieke prioriteiten voor zowel de EU als haar lidstaten.
Het cohesiebeleid omvat een ingebouwd flexibiliteitsmechanisme — de tussentijdse evaluatie van programma's — dat de lidstaten in staat stelt hun investeringsplannen voor de laatste jaren van de uitvoeringsperiode aan te passen om aan de veranderende behoeften te voldoen.
In het kader van de tussentijdse evaluatie 2025 hebben de medewetgevers echter op voorstel van de Commissie van april 2025 nieuwe tussentijdse evaluatiemaatregelen vastgesteld om de lidstaten aan te moedigen een deel van hun cohesiebeleidsmiddelen te herprogrammeren voor de nieuwe politieke prioriteiten. Op basis van deze maatregelen zouden de lidstaten die hun cohesiefondsen aan deze prioriteiten toewijzen, baat kunnen hebben bij betere financiële voorwaarden. De oostelijke regio's van de EU die grenzen aan Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne werden nog gunstiger behandeld.
Welke financiële stimulansen werden de lidstaten geboden om middelen opnieuw toe te wijzen aan de nieuwe prioriteiten?
Een hoger voorfinancieringspercentage (1,5% bovenop de voorgeschreven 0,5%) wordt aangeboden aan programma's die aanzienlijke bedragen herverdelen naar de nieuwe politieke prioriteiten. Dit percentage kan oplopen tot 9,5 % voor geherprogrammeerde fondsen in de oostelijke grensregio's. Nieuwe investeringen profiteren ook van hogere medefinancieringspercentages van de EU (meer dan 10 procentpunten per regiocategorie). Dankzij deze maatregelen hebben de lidstaten een hogere liquiditeit en een lagere druk op de nationale begrotingen.
Ten slotte komen de programma's die een bepaald niveau van middelen aan de nieuwe prioriteiten toewijzen, in aanmerking voor een extra jaar waarin de middelen in aanmerking komen.
Hebben alle EU-landen van de gelegenheid gebruik gemaakt om de middelen van het cohesiebeleid te herprogrammeren voor strategische prioriteiten?
Twee lidstaten – Oostenrijk en Luxemburg – hebben bij de tussentijdse evaluatie van het cohesiebeleid geen financiële middelen opnieuw toegewezen aan nieuwe prioriteiten. Dit besluit vloeide voort uit de reeds vergevorderde besteding van middelen, waardoor minimale ongebruikte bedragen overbleven. Niettemin zijn de investeringsplannen in beide landen nauw afgestemd op de prioriteiten van het cohesiebeleid voor de tussentijdse evaluatie.
Hoe werden de middelen herverdeeld om het concurrentievermogen van Europa te versterken?
15,2 miljard euro werd besteed aan de versterking van het concurrentievermogen van Europa. Dit maakt het mogelijk meer te investeren in het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP), waardoor de belangrijkste kwetsbaarheden en technologische afhankelijkheden van niet-EU-landen worden verminderd. Het zal ook de inspanningen op het gebied van decarbonisatie en de ontwikkeling van relevante vaardigheden voor werknemers en ondernemers opvoeren. Hoewel de nadruk bleef liggen op kleine en middelgrote ondernemingen, werd de steun in het kader van STEP ook uitgebreid tot alle ondernemingen, ongeacht hun omvang, in alle categorieën regio's (minder ontwikkelde regio's, overgangsregio's en ontwikkelde regio's). Dit omvat investeringen in het kader van het belangrijke project van gemeenschappelijk Europees belang en investeringen in verband met het industrieel koolstofvrij maken van productieprocessen en -producten, onder meer in de automobielindustrie.
Hoe werden de middelen herschikt naar de Europese defensie, civiele paraatheid en veiligheid?
Cohesiefondsen ten belope van 11,9 miljard EUR werden besteed aan defensie, civiele paraatheid en militaire mobiliteit, waarbij prioriteit werd gegeven aan investeringen voor tweeërlei gebruik en aan de ontwikkeling van vaardigheden op het gebied van civiele paraatheid en defensie. Een aanzienlijk deel van de herschikkingen op dit gebied zal de militaire mobiliteit versterken, met name in de militaire mobiliteitscorridors van de EU. Ondersteunde vervoersinfrastructuur zal zowel in vredestijd als tijdens conflicten worden gebruikt om connectiviteit te waarborgen en de inzetbaarheid en interoperabiliteit van strijdkrachten en noodhulpdiensten in dringende situaties te verbeteren. Investeringen zullen ook de defensie-industrie en de sector voor tweeërlei gebruik ondersteunen bij de ontwikkeling van technologieën, producten en diensten met toepassingen voor zowel militaire als civiele doeleinden.
Wat civiele paraatheid betreft, zullen investeringen de capaciteit versterken om beter te anticiperen en te reageren op nieuwe crises, noodsituaties en opkomende dreigingen. De EU-steun zal onder meer gericht zijn op het versterken van cyberbeveiliging en cyberveerkracht. Dit zal bijdragen tot het afweren van verstorende aanvallen en het verbeteren van centra voor rampenrisicobeheer, geïntegreerde monitoring van meerdere gevaren en systemen voor vroegtijdige waarschuwing en vroegtijdige preventie – allemaal gericht op het verbeteren van de responstijden en het beperken van de gevolgen van rampen. Vaardigheden die door middel van nieuwe cohesieprogramma's worden versterkt, zijn relevant voor civiele paraatheid, de defensie-industrie en cyberbeveiliging. Ze zijn niet alleen van essentieel belang in militaire context, maar ook bij het beheer van natuurrampen, openbare noodsituaties en verstoringen van de infrastructuur.
Wat betekenen de resultaten van de tussentijdse evaluatie voor investeringen in huisvesting?
De middelen van het cohesiebeleid voor betaalbare en duurzame huisvesting bedroegen 3,3 miljard EUR. Deze financiering is bedoeld om de toegang tot betaalbare huisvesting te vergemakkelijken en de energie-efficiënte renovatie van het bestaande woningbestand te vergemakkelijken, ten behoeve van kwetsbare groepen zoals de Roma-gemeenschap, jongeren en ouderen, personen met een laag en middeninkomen, personen met een handicap en daklozen, alsook mensen in dunbevolkte en plattelandsgebieden. Initiatieven die in het kader van het Nieuw Europees Bauhaus zijn ontwikkeld, kunnen van deze nieuwe financieringsmogelijkheden profiteren. Deze investeringen zijn zowel structureel als op lange termijn en combineren sociale inclusie, energietransitie, economische ontwikkeling, territoriale cohesie en concurrentievermogen, kerncomponenten van de doelstellingen van het cohesiebeleid van de EU.
Hoe werden middelen herverdeeld om de waterbestendigheid te waarborgen?
3,1 miljard EUR werd opnieuw toegewezen in 16 lidstaten, waarbij het grootste deel van de steun werd besteed aan de bouw of modernisering van afvalwater- en drinkwaterinfrastructuur en aan de verbetering van de waterbestendigheid en het duurzame beheer van hulpbronnen. De geplande investeringen omvatten ook de ontwikkeling van nieuwe opslagsystemen en interconnecties tussen watersystemen, de bescherming van aquatische ecosystemen en het herstel van gebieden met een hoge milieuwaarde. Ze omvatten ook systemen voor vroegtijdige waarschuwing voor overstromingspreventie en verbeterde efficiëntie van de watervoorziening door digitalisering, automatisering en optimalisatie.
Hoe zijn de middelen voor de energietransitie herverdeeld?
In elf lidstaten is in totaal 1,2 miljard euro aan steun vrijgemaakt voor de ontwikkeling van energie-interconnectoren en ondersteunende infrastructuur. De geplande investeringen zijn gericht op grensoverschrijdende elektriciteitsleidingen, met inbegrip van onderzeese en ondergrondse interconnecties. Andere investeringen zullen gericht zijn op de bescherming van kritieke energie-infrastructuur, de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen, infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en de ontwikkeling van slimme energiesystemen en bijbehorende opslag. Deze investeringen zullen bijdragen tot de verbetering van de voorzieningszekerheid en tot een betere integratie van hernieuwbare energiebronnen in energiesystemen, waardoor de energieprijzen zullen dalen, de uitstoot van broeikasgassen zal afnemen en het concurrentievoordeel van Europa zal worden versterkt.
Hoe heeft de herprogrammering van de middelen de oostelijke grensregio's geholpen om hun uitdagingen het hoofd te bieden?
Door middel van de tussentijdse evaluatie en ter ondersteuning van de uitvoering van de strategie van de Commissie voor oostelijke grensregio's zullen deze regio's profiteren van specifieke gunstige omstandigheden. Investeringen in de nieuwe strategische prioriteiten worden sterk aangemoedigd via hogere voorfinanciering van programma's en medefinancieringspercentages.
In deze regio's is bijna 5,6 miljard EUR herverdeeld, met bijzondere aandacht voor militaire mobiliteit, de ontwikkeling en productie van kritieke technologieën en de defensie-industrie, naast investeringen in vaardigheden, huisvesting en waterinfrastructuur. Dit moet de oostelijke grens van de EU in staat stellen veilig en concurrerend te blijven en investeerders aan te trekken en tegelijkertijd hun inwoners toekomstige kansen te bieden. Opleiding, bijscholing en omscholing in gespecialiseerde technologieën, ook in de defensiesector, zullen werknemers helpen de toekomst met meer vertrouwen te omarmen.
Deze investeringen zullen via toeleveringsketens en handel overloopvoordelen in de hele EU opleveren. Zij zullen ook de veiligheid en stabiliteit van het hele continent vergroten en bijdragen tot de doelstelling van het cohesiebeleid om geen enkele regio aan zijn lot over te laten.
Was er een limiet aan het bedrag aan middelen dat in het kader van de tussentijdse evaluatie aan de nieuwe prioriteiten had kunnen worden toegewezen?
Herverdelingen naar de nieuwe politieke prioriteiten waren vrijwillig. Om in aanmerking te komen voor de financiële stimulansen en flexibiliteit in het kader van de tussentijdse evaluatie, moest ten minste 10 % van de financiële middelen van de programma's aan een of meer strategische prioriteiten worden toegewezen door middel van wijzigingen die uiterlijk eind december 2025 waren ingediend. Alleen middelen die nog niet voor specifieke projecten waren vastgelegd, waren in beginsel beschikbaar voor herverdeling. Hoewel ook aan de vereisten inzake thematische concentratie en klimaatbijdragen moest worden voldaan, werden deze versoepeld om een grotere mobilisatie van middelen voor strategische prioriteiten te ondersteunen.
Voor meer informatie
Tussentijdse evaluatie van het cohesiebeleid: resultaten en landenfiches
EU-strategie voor regio's die grenzen aan Rusland, Belarus en Oekraïne