Uit onderzoek van de Commissie en de consumentenautoriteiten blijkt dat een op de drie handelaren tijdens Black Friday en Cyber Monday ten onrechte online kortingen weergeeft.

Vandaag hebben de Europese Commissie en consumentenbeschermingsautoriteiten uit 23 lidstaten, IJsland en Noorwegen de resultaten bekendgemaakt van een screening (“sweep”) van onlinekortingen tijdens de verkoop op Black Friday en Cyber Monday. 

“Sweeps” worden gecoördineerd door de Europese Commissie en tegelijkertijd uitgevoerd door nationale handhavingsautoriteiten. Het doel van deze sweep was om te beoordelen of kortingen en prijspraktijken tijdens grote verkoopevenementen, zoals Black Friday en Cyber Monday, in overeenstemming waren met de EU-consumentenwetgeving.

De consumentenbeschermingsinstanties controleerden 314 onlinehandelaren en stelden vast dat 30 % tijdens dergelijke verkopen ten onrechte naar kortingen verwees. Volgens de richtlijn prijsaanduidingen moet, wanneer een bedrijf een korting aankondigt, de referentieprijs de laagste prijs zijn die in de afgelopen 30 dagen is toegepast.

De autoriteiten beoordeelden ook andere verkooptactieken die van invloed kunnen zijn op de aankoopbeslissingen van consumenten. Van de onderzochte handelaren:

  • 36% probeerde optionele items toe te voegen aan de manden van consumenten. Daarvan deden vier op de tien dit zonder duidelijk toestemming te vragen;
  • 34% toonde prijsvergelijkingen. 6 op de 10 daarvan hebben de referentie voor hun prijsvergelijking niet duidelijk toegelicht.
  • 18% gebruikte drukverkopende technieken, zoals het claimen dat een product opraakt of het gebruik van countdown timers. De CPC heeft vastgesteld dat meer dan de helft van deze gevallen misleidend was. Een drukverkooptechniek kan als misleidend worden beschouwd, bijvoorbeeld wanneer de claim van schaarste nep is.
  • 10 % gebruikte “druppelprijzen”, waarbij extra kosten werden aangerekend of te laat in het aankoopproces werden toegevoegd, zoals verzendkosten of servicekosten.

Het toevoegen van artikelen zonder toestemming van de consument, het op misleidende wijze weergeven van prijzen, het ten onrechte beweren dat een product opraakt of het verbergen van extra kosten tot het einde van het proces zijn illegale praktijken in het kader van het EU-consumentenrecht. Na de sweep kunnen de nationale consumentenautoriteiten actie ondernemen tegen de betrokken bedrijven.

Achtergrond

De samenwerking op het gebied van consumentenbescherming (CPC) is een netwerk van nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de EU-wetgeving inzake consumentenbescherming. Onder coördinatie van de Europese Commissie werken zij samen om inbreuken op het consumentenrecht op de interne markt aan te pakken.

De verplichtingen van handelaren met betrekking tot prijsverlagingen zijn vastgelegd in de richtlijn prijsaanduidingen. De prijsbevordering wordt ook geregeld door de richtlijn oneerlijke handelspraktijken.   

De volgende EU-lidstaten namen deel aan de sweep: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Slovenië, Spanje, Tsjechië en Zweden. IJsland en Noorwegen namen ook deel aan de sweep.

Voor meer informatie

Eerdere sweeps

Samenwerkingsnetwerk voor consumentenbescherming

Richtlijn consumentenrechten

Richtlijn oneerlijke handelspraktijken

Richtlijn inzake de verkoop van goederen

Duurzame consumptie