Tweede Kamer, 61e vergadering

  • Begin10:15
  • Sluiting00:00
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van der Lee

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:

Ik open de vergadering van woensdag 8 april 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Mededeling Apply AI-strategie

Mededeling Apply AI-strategie

Aan de orde is het tweeminutendebat Mededeling Apply AI-strategie (22112, nr. 4279).

De voorzitter:

We beginnen met het tweeminutendebat over het fiche Mededeling Apply AI-strategie. Ik heet de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van harte welkom. Ik heet ook de leden, de mensen op de tribune en iedereen die dit debat op afstand volgt van harte welkom. Drie leden hebben zich aangemeld om te spreken in de eerste, en enige, termijn in dit tweeminutendebat. Als eerste is mevrouw Kathmann. Zij voert het woord namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. De impact van AI op de arbeidsmarkt is nu al gigantisch, maar gaat écht gigantisch zijn. Als de eerste ontmoeting met AI voor veel Nederlanders gaat zijn dat ze hun baan verliezen, doen we iets gigantisch verkeerd. Daarom deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de adoptie van kunstmatige intelligentie (AI) grote gevolgen heeft voor economie, werk en inkomen;

overwegende dat het gebruiken van AI niet ten koste mag gaan van baanzekerheid en het gebruik altijd met medezeggenschap van werknemers moet plaatsvinden;

verzoekt de regering om in overleg te treden met de SER en vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, en onder leiding van de betrokken vakministers per sector uit de Apply Al-strategie een plan op te stellen waarin beschreven staat:

1. hoe AI een waardevolle bijdrage aan werk kan leveren met gebruik van ethische Europese toepassingen;

2. welke randvoorwaarden er verbonden zijn aan het gebruiken van AI, zoals het bijscholen van bestuursleden en medewerkers;

3. welke toepassingen van AI momenteel onwenselijk of disruptief zijn en geweerd moeten worden;

4. hoe de medezeggenschap van werknemers georganiseerd moet worden bij keuzes over AI binnen een werkplaats;

verzoekt de regering uiterlijk in Q4 2026 deze sectorplannen te presenteren, met duidelijke vervolgacties voor welke afspraken nodig zijn om AI waardevol in deze sectoren toe te passen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Patijn.

Zij krijgt nr. 4303 (22112).

Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Zwinkels. Zij voert het woord namens de CDA-fractie. Gaat uw gang.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Het CDA steunt de ambitie om AI in Europa sneller te ontwikkelen en toe te passen. Maar juist omdat AI een essentiële technologie is, moeten we ook eerlijk zijn: Nederland kan niet overal koploper in zijn, en Europa ook niet. De Europese Commissie heeft elf strategische sectoren geformuleerd. Tegelijkertijd zegt het kabinet dat Europa niet in alle geavanceerde AI-toepassingen leidend kan zijn en dat we scherpe keuzes moeten maken. Ook het rapport-Wennink benadrukt dit en vraagt om langjarige keuzes in sleuteltechnologieën. Het rapport vraagt dus om een interdepartementale uitwerking en niet om losse projecten naast elkaar. Het CDA vindt dat Nederland zich moet richten op waar we echt uniek en onderscheidend in zijn. Denk aan de halfgeleiderketen, waar Nederland koploper in is. Daarnaast zijn er een aantal strategische opgaven waar we gericht in moeten investeren, zoals AI-infrastructuur en Europese datacentra. Dat vraagt om open standaarden, publiek-private samenwerking en toegang tot talent en financiering. Lidstaten moeten zelf prioriteren waar ze waarde toevoegen en Europa moet zorgen voor samenhang en schaal.

Uit de stukken blijkt dat het nu onduidelijk is hoe Nederland die scherpe keuzes precies wil maken in Brussel. Wij zien graag nationale verantwoordelijkheid voor individuele lidstaten en Europese samenwerking waar het kan. Een goed voorbeeld daarvan is de European Frontier AI Initiative met Frankrijk en Duitsland, waar krachten gebundeld worden. Kan de staatssecretaris toezeggen dat Nederland zich in verdere Europese samenwerking rond de Apply AI-strategie inzet voor scherpere prioritering in plaats van spreiding en dat de Kamer wordt geïnformeerd over de criteria die Nederland daarbij inbrengt?

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank voor uw inbreng. Tot slot in deze termijn van de Kamer is het woord aan mevrouw El Boujdaini. Zij spreekt namens de D66-fractie. Gaat uw gang.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Dank u, voorzitter. AI is allang geen abstract begrip meer. Het heeft nu al impact op hoe mensen werken en hoe beslissingen worden genomen. Bedrijven gebruiken het op grote schaal om processen te versnellen. Daarnaast bepaalt de enorme rekenkracht steeds vaker welke inzichten we krijgen en welke keuzes we maken. Omdat deze ontwikkelingen razendsnel gaan, kunnen we het ons niet veroorloven om achterover te leunen. Mijn fractie onderstreept daarom het belang van duidelijke regie op verantwoorde AI. Het is goed dat de Apply AI-strategie inzet op die verantwoorde toepassing, met aandacht voor publiek-private samenwerking, want alleen als overheid en bedrijven nu samen optrekken, houden we grip op deze technologie en zorgen we dat die in dienst staat van onze economie en onze publieke waarden.

Naar aanleiding van de beantwoording van het schriftelijk overleg heb ik nog twee vragen voor de staatssecretaris. Hoe borgt de staatssecretaris dat nationale initiatieven, zoals Apply AI, daadwerkelijk complementair zijn aan Europese programma's, zoals InvestAI en de European Innovation Council? Zijn hierover concrete afspraken gemaakt om versnippering en inefficiëntie te voorkomen? Op welke manier zorgt het kabinet ervoor dat Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen optimaal toegang krijgen tot deze AI-middelen, zodat Nederland niet alleen bijdraagt, maar ook daadwerkelijk profiteert van de opschaling van AI in Europa?

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dat was de termijn van de zijde van de Kamer. We gaan vijf minuten schorsen en dan krijgen we een antwoord op de gestelde vragen en een appreciatie van de motie die is ingediend.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het vervolg van het tweeminutendebat Mededeling Apply AI-strategie. Ik geef het woord aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.

Staatssecretaris Aerdts:

Dank, voorzitter. Direct na dit tweeminutendebat spreek ik ook met de commissie Digitale Zaken over het onderwerp digitale infrastructuur en economie. Ik beperk me daarom tot de beantwoording van de vragen en de appreciatie van de motie.

Ik begin met de motie van mevrouw Kathmann. Ik voel zeker ook de urgentie van AI voor onze economie, voor ons werk en inkomen. Ik moet de motie wel ontraden, want ik vind het niet verstandig als het eigenaarschap voor eventuele sectorale plannen bij het kabinet komt te liggen. Ik zie wel mogelijkheden om vanuit mijn coördinerende rol het gesprek hierover een stimulans te geven. Het benutten van het immense potentieel van AI is voor een groot deel afhankelijk van de bereidheid op de werkvloer om met die nieuwe technologie aan de slag te gaan. Dit wordt ook benadrukt in het adviesrapport "AI en werk" van de SER. Het eigenaarschap dient dan ook in de sector te liggen, maar ik ben bereid om met de SER in gesprek te gaan om te verkennen wat er mogelijk is. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid komt naar verwachting op korte termijn met een Kamerbrief, mede namens mij, met een uitgebreide kabinetsreactie op het SER-adviesrapport. In deze reactie worden ook een aantal elementen geadresseerd die in de motie staan, zoals medezeggenschap van werknemers.

In een deel van de motie wordt gevraagd om duidelijk te maken welke AI zou moeten worden geweerd. Dat doen we wat mij betreft via generiek beleid, zoals de AI-verordening en de AVG, die hier al regels voor stellen.

Dan de vraag …

De voorzitter:

Een ogenblik. Er is een reactie van mevrouw Kathmann.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Het is natuurlijk altijd een teleurstelling als een motie ontraden wordt. In de motie vraag ik de regering ook om in gesprek te treden met de SER.

Staatssecretaris Aerdts:

Ja.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Ik zou daar dan wel wat meer houvast op willen. Ik vind het heel erg zonde dat het kabinet niet optimaal zijn regiefunctie wil pakken, maar dan zou ik in ieder geval willen dat er, als die gesprekken zijn geweest, een brief komt van u als coördinerend bewindspersoon. We hebben namelijk wel één plek nodig waar alles landt, waar in ieder geval het AI-plan ligt. Er is niet voor niets een AI Deltaplan gepresenteerd door dit kabinet. Daar hoort dit ook bij. Het zou fijn zijn als we naar aanleiding van de gesprekken en het plan dat er dan komt, in ieder geval een brief aan de Kamer kunnen verwachten.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik kan inderdaad toezeggen dat de Kamer erover wordt geïnformeerd als wij in gesprek zijn geweest met de SER.

De voorzitter:

De staatssecretaris vervolgt haar betoog.

Staatssecretaris Aerdts:

Dan de vragen van mevrouw Zwinkels. Zij vroeg: kan de staatssecretaris toezeggen zich in te zetten voor scherpe prioritering in plaats van spreiding? Zij vindt mij aan haar zijde als het gaat om het maken van scherpe keuzes voor investeringen in AI. Dit is fundamenteel voor een daadwerkelijke impact op het verdienvermogen. In het coalitieakkoord staan vier prioritaire domeinen: digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie en lifesciences en biotechnologie. In het najaar komt het kabinet met een uitwerking van de sectorplannen in het kader van industriebeleid met focus, waaronder een uitwerking van AI en digitalisering. Ook in de NTS-Actieagenda AI & Data wordt juist ingezet op die specifieke domeinen in combinatie met de technologieontwikkeling die daarvoor nodig is. Hier worden specifiek zorg, energie, maakindustrie, mobiliteit, voedselproductie, veiligheid en defensie genoemd.

Dan de twee vragen van mevrouw El Boujdaini. Hoe borgt de staatssecretaris dat nationale initiatieven daadwerkelijk complementair zijn aan de Europese programma's? Eigenlijk zijn al die Europese programma's voor AI onderdeel van dezelfde Europese strategie en van het AI Continent Action Plan. Bij de nationale initiatieven houden we dan ook altijd rekening met de Europese kapstok die er is. Ik ben het namelijk met mevrouw El Boujdaini eens dat het natuurlijk altijd aanvullend moet zijn.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ik ben ten aanzien van die prioritering toch wel benieuwd naar het volgende. De staatssecretaris ging niet helemaal mee in mijn voorstel. Het is mooi dat er scherpe keuzes komen ten aanzien van die AI-investeringen, maar ik ben wel benieuwd of daar ook een prioritering vanuit het kabinet uit spreekt. Wat doen we bijvoorbeeld op nationaal niveau en wat kunnen we beter Europees aanpakken, in samenwerking met andere lidstaten? Daar heb ik nog niet helemaal een antwoord op gekregen.

Staatssecretaris Aerdts:

Dan begreep ik de vraag verkeerd. De Europese Unie noemt elf prioritaire gebieden. Nederland brengt daar al een keuze in aan. We zullen de Kamer informeren, juist ook over die prioriteiten waar we nog binnen onze inzet in Europa aan werken.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ik kijk daarnaar uit. Ik ben ook benieuwd op welke termijn we als Kamer dan worden geïnformeerd over die prioriteiten, want ik ben juist ook benieuwd naar de prioritering binnen de vier thema's die in het coalitieakkoord staan en naar wat voor gerichte investeringen we straks dan gaan doen.

Staatssecretaris Aerdts:

In het najaar komen we met de plannen voor industriebeleid met focus. Daar zal het in worden meegenomen. Ook als we de Tweede Kamer op de hoogte brengen van de NTS-actieagenda komen we daar specifiek op terug.

De voorzitter:

De staatssecretaris vervolgt haar betoog.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik heb nog de laatste vraag van mevrouw El Boujdaini. Hoe borgen we nou dat Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen optimaal toegang krijgen tot de Europese AI-middelen? De RVO brengt deze partijen actief op de hoogte via bijeenkomsten en bijvoorbeeld via de website. Daar wordt ook kenbaar gemaakt voor welke Europese initiatieven we nationaal cofinanciering beschikbaar stellen om optimaal aanspraak te kunnen maken op de Europese middelen. Ook de AI Coalitie brengt partijen actief op de hoogte.

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank aan de staatssecretaris.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We zullen over de ingediende motie, die ontraden is, op 14 april aanstaande, volgende week dinsdag, stemmen. Dank u. We schorsen een heel kort ogenblik, want we gaan ook wisselen van bewindspersoon en beleidsterrein. We zijn dus heel even geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende nadeelcompensatie pelsdierhouderijen - uitvoering uitspraken en financiële gevolgen. Er hebben zich twee leden aangemeld, maar de heer Koorevaar wil, geloof ik, het verzoek doen of hij mee mag doen. Gaat uw gang.

De heer Koorevaar (CDA):

Bij dezen het verzoek of ik mee mag doen.

De voorzitter:

Is daar bezwaar tegen? Nee. Dan mag u meedoen.

Ondertussen heet ik ook nog even de staatssecretaris van LVVN van harte welkom. Ik geef mevrouw Van der Plas, die al klaarstaat, het woord namens de BBB-fractie.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. In 2020 werden de pelsdierhouders gedwongen om allemaal hun bedrijven te beëindigen. Gedwongen. Familiebedrijven waren generaties lang opgebouwd. Het ging om ondernemers die niets verkeerd hadden gedaan, maar die van de een op de andere dag hun toekomst in rook zagen opgaan. Ze kregen een compensatie opgelegd, met kortingen die inmiddels door de rechter onterecht zijn verklaard. Zij kregen dus onterecht te weinig geld. Nu worden alleen de ondernemers gecompenseerd die tegen de overheid zijn gaan procederen, alsof het normaal is dat je eerst moet vechten tegen de Staat en de machtige advocaten om te krijgen waar je recht op hebt. De staatssecretaris heeft hierover recent gezegd dat hij niet wil dat dit als voorbeeld genomen gaat worden. Ik ben daar echt verbijsterd over. Mensen moeten een rechtszaak aanspannen om te krijgen waar ze recht op hebben, iets wat de overheid nagelaten heeft ze te geven. Daar ligt gewoon een rechterlijke uitspraak. Ik vind het zó'n groot onrecht.

Voorzitter. Ik heb daarom ook een motie. Ik hoop dat de Kamer goed nadenkt over hoe ondernemers en burgers in Nederland gemangeld worden door de overheid en dat de Kamer hier uiteindelijk zegt — dat is bij het laatste amendement gebeurd — "wij gaan dit niet steunen". Het is echt gewoon een groot schandaal.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft geoordeeld dat toegepaste kortingen in het kader van de nadeelcompensatie voor pelsdierhouders onterecht waren;

overwegende dat van ondernemers die door een wettelijk besluit gedwongen werden hun bedrijf te beëindigen, niet verlangd mag worden dat zij tegen de overheid moeten vechten om rechtvaardig te worden behandeld;

overwegende dat de overheid betrouwbaar en rechtvaardig hoort te handelen en gemaakte fouten richting burgers volledig behoort te herstellen;

verzoekt de regering om alle uitgekochte pelsdierhouders, ook degenen die geen juridische procedures hebben gevoerd, alsnog rechtvaardig te compenseren voor de eerder door de overheid onterecht toegepaste kortingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 26 (35633).

Hartelijk dank.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Alstublieft.

De voorzitter:

Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Den Hollander. Nee, die heeft geen behoefte aan haar spreektijd; die luistert gewoon. Dan geef ik wél het woord aan de heer Koorevaar, die het woord zal voeren namens de CDA-fractie. Gaat uw gang.

De heer Koorevaar (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank dat ik deel mag nemen aan dit debat.

Dit onderwerp schreeuwt erom dat wij er een aantal vragen over stellen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft geconstateerd dat de schadevergoeding die door het ministerie is uitgekeerd aan 150 pelsdierhouderijen juridisch houdbaar was, maar dat de korting op de vergoedingen vanwege het maatschappelijk risico en de aftrek van €38 per fokteef onjuist zijn vastgesteld. Voor ondernemers die in hoger beroep zijn gegaan, is er een mogelijkheid tot extra compensatie. Dit geldt tot op heden nog niet voor ondernemers die hetzelfde hebben meegemaakt, maar niet in hoger beroep zijn gegaan. Dat is in mijn ogen niet eerlijk en dat moeten we in mijn ogen zo veel mogelijk voorkomen.

Ik heb daarom drie vragen. Heeft de staatssecretaris zicht op het aantal pelsdierhouders die geen bezwaar of beroep hebben aangetekend en wat zijn de kosten als die pelsdierhouders ook gecompenseerd worden, zoals de groep die wel in hoger beroep ging? Mijn tweede vraag: kan de staatssecretaris een inschatting maken van de juridische kosten die ermee gemoeid zijn als alle ondernemers zonder extra compensatie een procedure starten? De derde vraag: is de staatssecretaris met mij van mening dat de overheid er alles aan moet doen om ondernemers binnen eenzelfde sector gelijk te behandelen en zo onnodige maatschappelijke kosten te voorkomen?

Tot zover.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dat was de termijn van de Kamer. O, u krijgt nog een interruptie van mevrouw Van der Plas; blijf nog even staan.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik ben blij dat heer Koorevaar hier staat en dat mevrouw Den Hollander, hoewel ze geen vragen heeft gesteld, wel aanwezig is bij dit debat. Dit is namelijk groot onrecht. Ik hoorde de heer Koorevaar praten over wat het gaat kosten voor de ondernemers en voor de regering om een procedure te starten, maar het gaat hier gewoon over onrecht. De overheid heeft hier een fout gemaakt. Ik kan gewoon niet begrijpen dat een overheid die een fout maakt, nu zegt: ja, maar als we dit óók gaan doen, scheppen we wel een precedent. Het mag toch niet zo zijn dat ondernemers, burgers die gewoon recht hebben op een vergoeding — een rechter heeft daar een uitspraak over gedaan — tegen de Staat moeten procederen om te krijgen waarvan al is uitgesproken dat ze er recht op hebben? Het is prima dat we weten wat de kosten zijn, maar dat mag nooit een overweging zijn om te zeggen: dan gaan we het maar niet doen, want het gaat een beetje te veel kosten. Deze mensen zijn gedwongen om met hun bedrijf te stoppen. Ze hebben dat gedaan, maar ze hebben niet de vergoeding gekregen die ze moesten krijgen.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Vindt de heer Koorevaar ... Ja, sorry, het zit mij zo hoog!

De voorzitter:

Dat is duidelijk.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Vindt de heer Koorevaar ook dat wat het kost geen reden mag zijn? Het moet gewoon vergoed worden.

De heer Koorevaar (CDA):

Allereerst vind ik het heel prettig dat mevrouw Van der Plas aangeeft dat zij het op prijs stelt dat er meer Kamerleden naar dit korte debat zijn gekomen. Dat ten eerste. Ten tweede heeft mevrouw Van der Plas, misschien niet in die mate waarin zij dat zelf heeft gezegd, van mij ook gehoord dat ik het niet eerlijk vond. Daarom vind ik ook dat dit zo veel als mogelijk moet worden voorkomen. Ik stel daarom aan de staatssecretaris een aantal verduidelijkende vragen, omdat ik hoop te begrijpen hoe het kabinet hierin zit. Ik vind het dus oneerlijk en ik hoop dat er een oplossing gaat komen, omdat ik het oneerlijk vind.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dat is goed om te horen, maar ik heb toch een klein beetje het vermoeden dat mensen denken "Pelsdierhouders? Die nertsen in zo'n hok, dat is toch allemaal zielig en zo?" en dat dit een overweging is dat dit niet hoeft. Maar dit zijn ook burgers van Nederland. Dit zijn ook ondernemers van Nederland. Zij zijn ook het slachtoffer geworden van een fout van de overheid en moeten nu gewoon krijgen waar zij recht op hebben. Ik hoop echt dat het CDA dit goed in de overwegingen gaat meenemen bij het beoordelen van de motie die ik zojuist heb ingediend.

De heer Koorevaar (CDA):

Ik zal zeker de beantwoording van het kabinet meewegen. Ik heb de overweging van mevrouw Van der Plas gehoord. Ik sluit aan bij het eerste dat ik zei: mevrouw Van der Plas heeft gezien dat ik hier sta, zij staat hier en mevrouw Den Hollander is hier in de zaal, dus dat onderstreept dat we graag antwoorden willen hebben. Die zullen we meewegen in ons uiteindelijke oordeel.

De voorzitter:

Dank u wel. We schorsen vijf minuten. Dan krijgen we antwoorden op de vragen en een appreciatie op de ingediende motie. We zijn even geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.