Tweede Kamer, 64e vergadering

  • Begin10:15
  • Sluiting00:00
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van der Lee

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:

Ik open de vergadering van donderdag 16 april 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Hersteloperatie kinderopvangtoeslag

Hersteloperatie kinderopvangtoeslag

Aan de orde is het tweeminutendebat Hersteloperatie kinderopvangtoeslag (CD d.d. 19/03).

De voorzitter:

We gaan vandaag beginnen met het tweeminutendebat Hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Ik heet de staatssecretaris van Financiën van harte welkom, evenals de leden. Zeven leden hebben zich voor dit debat aangemeld. De heer Dijk heeft een verzoek. Ik geef hem daartoe even de gelegenheid.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik wil verzoeken of ik mag deelnemen aan dit debat. Ik vraag dit, omdat ik niet bij het commissiedebat aanwezig kon zijn.

De voorzitter:

Ik zie instemmend geknik; daarmee is dat geregeld. Meneer Ergin.

De heer Ergin (DENK):

In aanloop naar het tweeminutendebat is er op twee onderwerpen exclusief nieuws naar buiten gekomen. Ik wil vragen om de Kamer meer ruimte te bieden voor interrupties, want er is genoeg gebeurd en er is voldoende aanleiding om het daarover te hebben.

De voorzitter:

Ik zal iets meer ruimte geven voor interrupties. Ik merk wel op dat dit ook raakt aan de Belastingdienst, met een andere staatssecretaris. Ik vermoed ook dat er nog wel een vervolg op komt. Ik zal iets meer ruimte geven voor interrupties, maar de spreektijd blijft twee minuten. Het heet niet voor niets een tweeminutendebat.

De heer Ergin mag beginnen, want hij is de eerste spreker van de zijde van de Kamer. Hij doet dat namens de fractie van DENK.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een digitale kluis met 64 miljoen documenten is opgedoken, waarvan de inhoud niet is betrokken bij onderzoek en besluitvorming;

verzoekt de regering om op de kortst mogelijke termijn de Kamer inzicht te verschaffen in de werking van de digitale kluis en om een eerste analyse van de aard en categorieën van de in de datakluis aanwezige documenten te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ergin en Jimmy Dijk.

Zij krijgt nr. 83 (36708).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 650 zelfstandigen die gedupeerde toeslagenouders hebben geholpen, geconfronteerd worden met naheffingen door de Belastingdienst;

verzoekt de regering om de toezegging om zelfstandigen financieel te ontzorgen bij eventuele naheffingen in de periode tussen 1 januari en 1 april 2025 na te komen en de eerdere communicatie waarin met deze toezegging geen rekening werd gehouden, in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ergin en Jimmy Dijk.

Zij krijgt nr. 84 (36708).

Mag ik u even onderbreken? De eerste motie die u indiende, gaat over een onderwerp dat niet aan de orde is geweest in het debat. Gisteren is daar een brief over geschreven. Ik snap de actualiteit, maar ik weet niet of dit een fatsoenlijke manier voor de Kamer is om het te behandelen.

De heer Ergin (DENK):

Als u mij toestaat: dit onderwerp is wel aan de orde geweest tijdens het debat. Dat debat is gevoerd naar aanleiding van dossiers. Nu blijkt dat er 64 miljoen documenten zijn opgedoken, terwijl de staatssecretaris tijdens dat debat wist dat deze digitale datakluis bestond. De staatssecretaris heeft dat niet gemeld aan de Kamer. De ontwikkeling is nieuw maar de aanleiding, namelijk dat er documenten en dossiers zoekraken en dat die ergens in een digitale doofpot zitten, is gisteren naar buiten gekomen. Het onderwerp is veelvuldig aan de orde geweest.

De heer Ceulemans (JA21):

Even los van wat je er inhoudelijk van vindt, vind ik dat de heer Ergin wel het recht heeft om deze moties in te dienen. De brief over de kluis is niet voor niets gisteren gekomen, voorafgaand aan dit debat. Dat is natuurlijk met het idee dat het bij dit debat betrokken kan worden. Hetzelfde geldt voor de brief die is verschenen naar aanleiding van het verhaal rond de zzp'ers. Ik vind dit dus wel binnen de orde van dit debat passen.

De voorzitter:

Ik constateer dat dit ook geldt voor de andere collega's. Dan is de motie gewoon ingediend. Dat was al zo, maar ik meende dit voor de goede orde toch even te moeten opmerken. Gaat u door met uw betoog.

De heer Ergin (DENK):

U haalt mij wel uit mijn tempo, maar ik ga door.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de DUO-schulden van gedupeerde jongeren in het toeslagenschandaal nog steeds niet worden kwijtgescholden;

overwegende dat gedupeerde jongeren recht hebben op een toekomst zonder schulden en chronische stress;

verzoekt de regering om samen met gemeenten, DUO, de kinderombudsmannen, de Inspectie belastingen, toeslagen en douane, en de bestuurlijk regisseur te onderzoeken of er een maatwerkoplossing mogelijk is voor de kwijtschelding van studieschulden van deze jongeren als er een aannemelijk verband is met het toeslagenschandaal,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ergin en Jimmy Dijk.

Zij krijgt nr. 85 (36708).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er jongeren zijn die worden geconfronteerd met de terugbetaling van hun prestatiebeurs, terwijl zij hun studie juist als gevolg van het toeslagenschandaal niet hebben kunnen afronden of langer hebben gedaan over hun studie;

overwegende dat de huidige werkwijze van het omzetten van de prestatiebeurs naar een gift voor veel jongeren niet werkt;

verzoekt de regering samen met gemeenten, DUO, de kinderombudsmannen, de Inspectie belastingen, toeslagen en douane, en de bestuurlijk regisseur te onderzoeken of er een betere werkwijze mogelijk is voor de omzetting van de prestatiebeurs naar een gift, en de Kamer hierover voor het zomerreces te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ergin en Jimmy Dijk.

Zij krijgt nr. 86 (36708).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat meer dan 3.500 kinderen van gedupeerde toeslagenouders uit huis zijn geplaatst;

verzoekt de regering om voor het zomerreces met een tijdpad te komen waarbinnen 3.500 kinderen op een verantwoorde manier herenigd kunnen worden met hun gezin,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ergin en Jimmy Dijk.

Zij krijgt nr. 87 (36708).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Dienst Toeslagen gedupeerde ouders zelf zou benaderen om de hzk-regeling toe te kennen, en dat er signalen zijn van advocaten dat veel van hun cliënten onvoldoende zijn bereikt;

overwegende dat het herstel voor deze gedupeerde ouders daardoor onvolledig blijft;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe de hzk-regeling alsnog kan worden opengesteld;

verzoekt de regering daarbij te bezien hoe kosteloze rechtsbijstand gedupeerde ouders kan helpen en de aanvraag van de hzk-regeling kan vergemakkelijken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ergin en Jimmy Dijk.

Zij krijgt nr. 88 (36708).

Dank u wel. Ik denk dat de meeste mensen niet hebben kunnen volgen wat u precies heeft ingediend. Ik weet ook niet of het voor de debathygiëne handig is om op deze manier te werken met elkaar, maar dat is meer een neutrale observatie. Het is uitgesproken en de moties zijn ingediend. We gaan nu luisteren naar mevrouw Westerveld. Zij spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. Dit hele onderwerp gaat natuurlijk over vertrouwen. Het is niet voor niets dat gedupeerden, gedupeerde ouders maar ook anderen die zich al lang bezig houden met dit onderwerp, elke keer weer schrikken als ze in de media iets zien wat aan dat vertrouwen raakt. De heer Ergin verwees net al naar de brief die we gisteren kregen, maar we zagen gisteren nog een ander bericht in de media. Dat ging over zzp'ers die zijn ingezet om gedupeerden te helpen. De overheid heeft hun ook een belofte gedaan. Er kwam weer in het nieuws dat de belofte niet nagekomen dreigt te worden. Omdat wij gisteren in het debat over schijnzelfstandigheid daarover al een motie hebben ingediend, zal ik daarop vandaag niet verder ingaan. Ik kan de collega's natuurlijk wel die motie van harte aanbevelen.

Voorzitter. Ik heb ook nog een andere motie. Die gaat over de gedupeerde jongeren en de DUO-schulden. Ik wil meer inzicht hebben in het aantal jongeren waarover het gaat. Voordat we met elkaar kunnen nadenken over oplossingen, moeten we wel weten over hoeveel mensen het gaat. Hierover is al eerder door de heer Van Nispen van de SP een motie ingediend. Die is niet aangenomen, dus wij doen hier samen met de heer Dijk een nieuwe poging.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat nog steeds onbekend is hoeveel gedupeerde jongeren DUO-schulden zijn aangegaan om hun toeslagenouder in het gezinsinkomen te ondersteunen;

constaterende dat de lokale kinderombudsmannen al een eerste onderzoek naar deze problematiek hebben gedaan op basis van zelfrapportage door jongeren;

verzoekt de regering om:

(indicatieve) cijfers te delen, bijvoorbeeld op basis van zelfrapportage of andere methoden, over het aantal gedupeerde jongeren dat een schuld bij DUO is aangegaan om hun toeslagenouder te ondersteunen, en deze cijfers te verstrekken aan de Kamer;

aan te geven hoe hoog de gemiddelde en totale schuld is van deze groep jongeren;

indien nodig hier de benodigde grondslag voor te creëren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Jimmy Dijk.

Zij krijgt nr. 89 (36708).

Hartelijk dank. Wij gaan luisteren naar mevrouw Inge van Dijk. Zij voert het woord namens de CDA-fractie. Gaat uw gang.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dank u wel, voorzitter. De afgelopen maanden hebben wij meerdere keren met elkaar een moeizaam debat gevoerd over de hersteloperatie toeslagen. Eerst was dat over een interne memo waarin de Dienst Toeslagen waarschuwde dat gedupeerde ouders niet alle relevante documenten ontvangen. Daarna was er een uitgebreid debat over de inmiddels 22ste voortgangsrapportage. Op onderdelen zien we vooruitgang, maar de kern van het probleem blijft bestaan: veel ouders en kinderen weten nog steeds niet waar ze aan toe zijn.

Gisteren was er opnieuw een onthutsende ontwikkeling. Dat was het in beeld komen van een datakluis met mogelijke documenten die betrokken hadden moeten worden bij de ... Sorry, ik moet wel correct zijn. Die hadden mogelijk betrokken moeten worden bij de twee parlementaire enquêtes die raken aan deze hersteloperatie. Waarom is de Kamer niet direct geïnformeerd op het moment dat bekend werd dat deze datakluis herontdekt was en mogelijk relevante informatie bevatte? En welke afweging is er gemaakt om de Kamer niet direct te informeren? Was het een bewuste keuze of is het falen?

Het bestaan van die datakluis was overigens algemeen bekende informatie, die in april 2019 door toenmalig staatssecretaris Snel met de Tweede Kamer is gedeeld. Kan de staatssecretaris dit bevestigen?

Voor de vervolgstappen met betrekking tot deze datakluis lijkt het me verstandig de Regeling Grote Projecten in het leven te roepen. Is de staatssecretaris hiertoe bereid?

Ik had eigenlijk nog een heel aantal andere punten willen maken, maar ik kan de brief van gisteren natuurlijk onmogelijk negeren. Toch nog één ander belangrijk onderwerp. Dat zijn de studieschulden die kinderen zijn aangegaan om hun ouders te ondersteunen bij de gevolgen van de toeslagenaffaire. Deze kunnen worden meegenomen in de werkelijke schadebeoordeling van de ouders, maar in de praktijk zien we dat dit niet altijd goed uitpakt, waardoor de compensatie niet terechtkomt bij de kinderen of bij DUO. We moeten het hier niet ingewikkelder maken dan nodig. Als het doel is dat deze kinderen een schuldenvrije nieuwe start krijgen, dan moet het geld daar ook terechtkomen. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat kinderen van gedupeerde toeslagenouders soms (extra) studieschulden zijn aangegaan om hun ouders financieel te ondersteunen;

overwegende dat ouders hun kinderen hierin tegemoet kunnen komen via de compensatie van aanvullende schade aan hun ouders;

constaterende dat de aanvullende schadecompensatie vaak niet terechtkomt bij DUO, terwijl juist dat de kinderen het meest helpt bij het realiseren van een schuldenvrije start;

verzoekt de regering om te faciliteren dat het deel aanvullende schade dat hiervoor bestemd is, rechtstreeks ingezet wordt voor aflossing van het deel van de studielening die het inkomensverlies heeft opgevangen ten tijde van de toeslagenaffaire,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk en Grinwis.

Zij krijgt nr. 90 (36708).

Hartelijk dank. U krijgt nog een interruptie van de heer Dijk, dus als u even blijft staan …

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

O, sorry, zeg ik vooral tegen meneer Dijk!

De voorzitter:

Meneer Dijk, gaat uw gang.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik hoor dat mevrouw Van Dijk het heeft over de grote-projectenprocedure. Ik was zelf aan het zoeken en kwam deze ook tegen. Ik wil u eigenlijk even de gelegenheid geven om kort uiteen te zetten wat dit behelst. Ik heb er zelf ook over zitten nadenken. Ik vind het goed als het voor de kijkers en de mensen die dit volgen duidelijk is waarom wij dit mogelijkerwijs zouden willen doen.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Deze regeling kan de Tweede Kamer eigenlijk in het leven roepen om een extra vinger aan de pols te houden, om het maar even heel simpel te vertalen. Als het gaat om zo veel informatie die mogelijk veel impact heeft, is het volgens mij verstandig om dit te willen als Kamer. Dan kunnen we het goed volgen, wordt er regelmatig over gerapporteerd en kunnen we er strak regie op voeren. Ik zou dat heel goed vinden. Ik zou het ook een goed signaal vinden als het kabinet zou zeggen: "Wij snappen dit. Het lijkt ons verstandig om de Kamer hierin te faciliteren." Vandaar mijn oproep.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik was hier ook naar op zoek. Ik weet niet hoe de staatssecretaris hierop gaat reageren, maar ik begrijp vanuit het CDA dat zij eigenlijk zelf vinden dat we dit moeten gaan doen.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Misschien zijn er betere methodes. Net als de heer Dijk ben ik ook op zoek gegaan. Ik ben deze tegengekomen en ik dacht: dit is wel een mooi moment om hiernaar te vragen. Ik hoop dat de staatssecretaris — waarschijnlijk zal ze zeggen dat ze eerst met haar collega moet overleggen; dat begrijp ik ook — zegt dat we dit gaan doen of dat ze met een voorstel komt waarvan de Kamer het gevoel heeft "dit kunnen wij volgen". Ik hoop ook dat de ouders het gevoel krijgen dat er een transparant proces wordt doorlopen en dat zij goed meegenomen worden in wat er nu gebeurt.

De voorzitter:

Misschien even voor de procedure rond een groot project: in principe moet dat komen vanuit een commissie. Het is namelijk een activiteit die de Kamer zelf initieert, maar er moet dan wel eerst advies worden ingewonnen bij de commissie voor de Rijksuitgaven. Dat is de reguliere procedure. Uiteraard kan de staatssecretaris reageren op de vragen, maar het is, denk ik, goed om dat even te vermelden.

Dan gaan we het woord geven aan mevrouw Van Eijk. Zij voert het woord namens de VVD-fractie.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Dank je wel, voorzitter. Twee actualiteiten vandaag kunnen niet onbesproken blijven: de kwestie van de zzp'ers en de situatie rond de datakluis. De VVD vindt het belangrijk dat de hersteloperatie toeslagen zorgvuldig en voortvarend wordt uitgevoerd. Daar hebben ook de betrokken zzp'ers een belangrijke bijdrage aan geleverd. Juist daarom is het zorgelijk dat er nu onduidelijkheid is ontstaan over naheffingen, terwijl eerder andere verwachtingen zijn gewekt. De VVD begrijpt dat de overheid zich ook aan wet- en regelgeving moet houden. Tegelijkertijd mogen mensen die in opdracht van de overheid hebben gehandeld niet tussen wal en schip vallen. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Dienst Toeslagen heeft beloofd eventuele boetes voor zelfstandigen die aan de afwikkeling van de toeslagenaffaire werken te vergoeden maar dat hier onduidelijkheid over is ontstaan;

overwegende dat de zelfstandigen die aan de hersteloperatie werken hiervan de dupe zouden kunnen zijn;

verzoekt de regering de betrokken partijen zo snel mogelijk aan tafel te zetten en uiterlijk vóór aankomende zomer, maar het liefst eerder, tot een oplossing te komen die duidelijkheid biedt aan de zelfstandigen en ervoor zorgt dat de hersteloperatie geen vertraging oploopt;

verzoekt de regering de Kamer te informeren zodra deze oplossing is bereikt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijk.

Zij krijgt nr. 91 (36708).

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Dan ten aanzien van het tweede punt, de datakluis. De situatie rond de datakluis bij de Belastingdienst is zeer ernstig. Dat belangrijke informatie niet is meegenomen in parlementaire onderzoeken, had nooit mogen gebeuren. Het is cruciaal dat de Tweede Kamer nu snel en volledig wordt geïnformeerd. De VVD steunt het onafhankelijk onderzoek naar de oorzaak. Tegelijk moet de informatiehuishouding bij de overheid structureel verbeteren om herhaling te voorkomen. Voor de VVD staat vast dat dit geen gevolgen mag hebben voor gedupeerde ouders. De hersteloperatie moet onverminderd doorgaan.

Graag een reactie van de staatssecretaris op deze twee punten.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Een ogenblik, mevrouw Van Eijk. Wilt u even teruggaan? Mevrouw Westerveld heeft nog een vraag aan u.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Ik heb een vraag over het eerste punt, over de zelfstandigen die geholpen hebben. Zij hebben de toezegging gehad van het kabinet dat eventuele naheffingen worden betaald. Ik hoor mevrouw Van Eijk daar terechte vragen over stellen. Ze zegt: moet er niet om tafel worden gegaan? Mijn vraag zou zijn: vindt ze niet dat de overheid haar belofte moet nakomen en gewoon moet regelen dat wat er eerder is gezegd, nu wordt waargemaakt?

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Als ik de brief die vanochtend is binnengekomen, goed heb begrepen, wordt die belofte nagekomen. Mijn specifieke punt is dat het gaat over contractpartijen: de Belastingdienst, het ministerie, de uitvoeringsorganisatie en de bemiddelingsbureaus, de detacheerders. Maar de positie van zelfstandigen hierin is voor mij nog onduidelijk. Daar probeer ik hier nadrukkelijk toe op te roepen, zodat we die groep niet vergeten, omdat het niet direct een contractpartij is tussen het ministerie en het bemiddelingsbureau.

De voorzitter:

Dank … O, er is toch nog een interruptie, van de heer Ergin.

De heer Ergin (DENK):

Het is natuurlijk altijd goed als de betrokken partijen met elkaar in gesprek gaan. Ik denk dat niemand daartegen is. Maar het is hier als volgt gegaan. Er is een toezegging gedaan: tussen 1 januari en 1 april. Vervolgens is er communicatie uitgegaan richting zelfstandigen. In die communicatie is gezegd: wij gaan die toezegging niet meer nakomen. Dan is het toch een kwestie van die communicatie intrekken, dus de brief waarin die toezegging im Frage wordt gesteld, en vervolgens die toezegging nakomen? Is dat niet een betere oplossing dan dat er tot de zomer weer gesprekken gevoerd moeten worden? De Kamer kan nu toch gewoon zeggen: "nee, staatssecretaris, u gaat zich gewoon aan die toezegging houden"?

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Ik begrijp de brief als volgt. De toezegging die is gedaan, wordt nagekomen. Alleen, zoals ik net al tegen mevrouw Westerveld zei, zijn er verschillende partijen. De afspraken die er liggen, de contracten, gelden tussen de bemiddelingsbureaus en het ministerie van Financiën. Het gaat mij nu heel expliciet om de positie van zzp'ers. Ik kan niet uit de stukken halen op welke manier zij zijn betrokken in dit proces. Die groep mag niet vergeten worden.

De voorzitter:

Nogmaals dank voor uw inbreng. We gaan luisteren naar de heer Mathlouti. Hij spreekt namens de D66-fractie. Gaat uw gang.

De heer Mathlouti (D66):

Voorzitter, dank. Ik heb naar aanleiding van het commissiedebat twee moties van de hand van D66. Beide moties gaan over kinderen en jongeren. De eerste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat:

onder andere uit het rapport van de commissie-Van Dam (Minder beloven, meer doen) blijkt dat de ondersteuning aan gedupeerden, waaronder jongeren, nog steeds onvoldoende en ongelijk is;

uit verschillende gesprekken met gedupeerden uit verschillende gemeenten en gemeenten zelf blijkt dat de verschillen in hulp op het gebied van zorg, onderwijs, werk, financiën en wonen tussen gemeenten nog steeds aan de orde zijn;

overwegende dat:

deze verschillen tussen gemeenten ertoe leiden dat een deel van de jongeren onvoldoende of te laat wordt geholpen;

het onacceptabel is dat de kwaliteit van ondersteuning afhankelijk is van de woonplaats van jongeren;

verzoekt de regering:

de verschillen in uitvoering tussen gemeenten actief te monitoren en zo snel mogelijk terug te dringen, zodat het niveau van ondersteuning landelijk gelijkwaardiger wordt;

hierbij in samenwerking met de bestuurlijk regisseur en gemeenten op korte termijn te komen tot duidelijke uitgangspunten voor de kwaliteit van de brede ondersteuning, met specifieke aandacht voor de positie van kinderen en jongeren;

te waarborgen dat alle gemeenten deze uitgangspunten daadwerkelijk realiseren, en waar nodig aanvullende ondersteuning, sturing of interventies in te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Mathlouti.

Zij krijgt nr. 92 (36708).

De heer Mathlouti (D66):

Voorzitter. Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat:

het aantal kinderen dat is geraakt door de toeslagenaffaire is opgelopen tot circa 120.000 en nog steeds groeit;

kinderen en jongeren de juiste ondersteuning niet altijd vinden;

een volledig en actueel inzicht ontbreekt;

overwegende dat:

een goed en actueel inzicht in de omvang en situatie van deze kinderen essentieel is om hen passend te kunnen ondersteunen;

goed inzicht in de groep kinderen helpt om deze kinderen te bereiken en effectieve hulp te bieden;

verzoekt de regering:

zich actief in te zetten om op korte termijn te komen tot een doorlopend, landelijk en actueel inzicht in de omvang en ontwikkeling van de groep getroffen kinderen;

zich actief in te zetten om gemeenten structureel van de benodigde informatie te voorzien, zodat zij deze kinderen kunnen bereiken en waar mogelijk kunnen ondersteunen;

de Kamer hierover periodiek en concreet middels de voortgangsrapportage over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Mathlouti.

Zij krijgt nr. 93 (36708).

De heer Mathlouti (D66):

Voorzitter. Er is terecht al heel veel gezegd over de brief van gisteren over de 64 miljoen stukken in de datakluis. Mijn collega van de VVD zei terecht dat het ernstig is. Wat D66 betreft moet er heel snel duidelijkheid komen over wat dit betekent voor de hersteloperatie. We zijn benieuwd.

Heel erg bedankt.

De voorzitter:

Dank voor uw inbreng. We gaan luisteren naar mevrouw Moinat. Zij voert het woord namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Dank, voorzitter. Gisteren kregen wij het nieuws dat 64 miljoen bestanden in een kluis zijn gevonden. Dit was in juli 2025 al het geval. Deze hadden wat ons betreft meegenomen moeten worden door de parlementaire enquêtecommissie. Waarom komt dit nu pas naar de Kamer, vraag ik aan deze staatssecretaris. In de brief staat dat de documenten die gevonden zijn nog onderzocht moeten worden, maar u stelt daarin ook: "Daarom willen we benadrukken dat het aantreffen van deze gegevens geen invloed heeft op eerder genomen besluiten." Hoe kunt u dit nu al stellen als staatssecretaris?

Ik wil dan ook graag een antwoord hebben. Daarom heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Belastingdienst bestanden heeft aangetroffen die niet zijn onderzocht door de parlementaire enquêtecommissie en niet met de Kamer zijn gedeeld;

overwegende dat dit het parlementaire toezicht en het vertrouwen in de overheid ernstig ondermijnt;

verzoekt de regering om voor het meireces volledige openheid te geven over de aard en omvang van deze bestanden, inclusief welke informatie eerder is achtergehouden;

verzoekt de regering tevens om te waarborgen dat alle relevante informatie direct beschikbaar komt voor gedupeerde ouders,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moinat.

Zij krijgt nr. 94 (36708).

Wilt u even blijven staan? U krijgt nog een interruptie van mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Ik denk dat we allemaal openheid willen hebben over deze bestanden en over wat er wel en niet in staat. Tegelijkertijd las ik ook dat het hier gaat over tientallen miljoenen bestanden. Als ik dan een motie zie om daar voor het meireces duidelijkheid over te geven, dan wil ik dat ook wel, maar dan vraag ik me af of het kan. Mijn vraag is of die motie uitvoerbaar is en op welke manier dat dan zou moeten.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Ik heb net gequoot wat de staatssecretaris heeft benoemd in haar brief: "Daarom willen we benadrukken dat het aantreffen van deze gegevens geen invloed heeft op eerder genomen besluiten." Dan stel ik vast dat de staatssecretaris dus weet wat er in die documenten staat en ga ik ervan uit dat ze deze kan delen met de Kamer voor het meireces, want anders kan zij deze passage ook niet in een brief gezet hebben.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Laten we even wachten op het antwoord van de staatssecretaris. Ik wil nogmaals benadrukken: ik ben voor openheid en ik wil dit allemaal ook weten. Tegelijkertijd ben ik ook wel beducht om hier allemaal zaken te beloven, die weer niet worden nagekomen, terwijl het niet kan, waardoor we dan heel boos worden. Ik ben dus heel benieuwd naar het antwoord van de staatssecretaris.

De voorzitter:

Wilt u nog reageren?

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Ja, ik wil nog wel reageren op mevrouw Westerveld, voorzitter. Ik heb dit inderdaad expliciet gedaan omdat ik deze stukken heb gevonden. Ik denk dat we het er allemaal in deze Kamer over eens zijn dat deze stukken zo snel mogelijk en zo transparant mogelijk voor iedereen beschikbaar moeten zijn, maar mijn insteek is: als de staatssecretaris al kan zeggen dat het geen invloed heeft gehad op de genomen besluiten, dan ga ik ervan uit dat de staatssecretaris de documenten ook heeft ingezien.

De voorzitter:

Dank voor uw bijdrage. De heer Dijk staat al klaar, maar hij moet nog even wachten, want de heer Ceulemans heeft zich ook nog ingeschreven. Die was wel bij het commissiedebat, dus die gaat nog even voor. Hij spreekt namens JA21. Meneer Ceulemans, gaat uw gang.

De heer Ceulemans (JA21):

Dank u wel, voorzitter. De afhandeling van de toeslagenaffaire is wat JA21 betreft compleet ontspoord. Dat laat onverlet dat echte gedupeerden goed gecompenseerd moeten worden, maar het is wel de realiteit. In het commissiedebat heb ik daar aan de hand van een aantal aspecten van de hersteloperatie aandacht voor gevraagd. Ik heb een toezegging gehad over de brede ondersteuning, namelijk dat de staatssecretaris in samenspraak met gemeenten toch gaat bekijken hoe in de verantwoording van de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn gesteld onderscheid is gemaakt tussen materiële en immateriële ondersteuning. Ik kijk reikhalzend uit naar die informatie.

Dan de zzp'ers, waar een brief over gekomen is. Ik heb eigenlijk dezelfde vraag als mevrouw Van Eijk-Nagel. Als ik de brief goed lees, dan gaan alle gemaakte afspraken en gedane toezeggingen nagekomen worden. Ik vraag de staatssecretaris dat te bevestigen of te ontkennen. Ik ben ook wel benieuwd naar wat mevrouw Van Eijk-Nagel zei over de manier waarop de rol van de zzp'er zelf daarin gewaarborgd is, omdat het over die bemiddelingsbureaus gaat.

Dan heb ik tot slot een tweetal moties. De eerste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de afhandeling van de toeslagenaffaire een steeds omvangrijkere operatie is geworden, die tot steeds hogere kosten leidt en waarop het zicht en de grip steeds meer verloren zijn gegaan;

overwegende dat het voor alle betrokkenen van belang is dat de afhandeling tot een afronding kan komen;

verzoekt de regering inzake de afhandeling van de toeslagenaffaire geen nieuwe regelingen te starten, bestaande regelingen niet uit te breiden en vast te houden aan gestelde deadlines,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Van Eijk.

Zij krijgt nr. 95 (36708).

De heer Ceulemans (JA21):

Tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit het onderzoek van de Auditdienst Rijk is gebleken dat de aangetroffen database met administratieve vastleggingen vanuit het massale uitvraagproces juist en volledig is;

overwegende dat deze bevinding belangrijke nieuwe informatie verschaft over een compensatiegrond binnen de afhandeling van de toeslagenaffaire;

verzoekt de regering alsnog te pogen in kaart te brengen wat de omvang is van de groep die op deze grond gecompenseerd is;

verzoekt de regering tevens om de aangetroffen vastleggingen maximaal te betrekken bij de beoordeling van nog openstaande dossiers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ceulemans.

Zij krijgt nr. 96 (36708).

Een ogenblik; u heeft nog een interruptie van mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Ja, over de eerste motie, die vraagt om een snelle afhandeling en vraagt om geen nieuwe regelingen meer op te starten. Daarover gaat mijn vraag. Stel nou — dat zou zomaar kunnen, aangezien er gisteren weer een bericht kwam dat er mogelijk ergens nieuwe informatie is — dat er een groep mensen is die ernstig gedupeerd is en tot nu toe niet in beeld is. Lees ik de motie dan goed dat er geen nieuwe regeling mag komen?

De heer Ceulemans (JA21):

Nee, op basis van de informatie die ik op dit moment heb, vind ik dat het nu echt tot een afronding moet komen. Ik vind dat we deze operatie compleet hebben laten ontsporen. Aanvankelijk leek het een overzichtelijke operatie, maar die is in de loop van de jaren helemaal uit de bocht gevlogen, met een kostenoverschrijding waar een paard de hik van krijgt. Het moet ook gewoon een keer tot een afronding komen. Ik zie bij deze Kamer de hele tijd de reflex om steeds maar te vragen om nieuwe regelingen, om uitstel en om een royalere invulling van bestaande regelingen. We hebben niet alleen een verantwoordelijkheid ten aanzien van de gedupeerden in de toeslagenaffaire; we hebben ook een verantwoordelijkheid ten aanzien van de belastingbetaler, die de kosten voor deze hele operatie moet opbrengen. Die is al enorm ontspoord en ik wil met deze motie voorkomen dat die verder gaat ontsporen.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Volgens mij moet hier wel onderscheid gemaakt worden op basis van de vraag of gedupeerden uiteindelijk krijgen waar ze recht op hebben, of er echt gewerkt wordt aan herstel. Je ziet dat regelingen waarvan eerst gedacht werd dat ze voldeden en zorgden voor herstel, later toch onvoldoende bleken. Dat is een van de redenen waarom de Kamer op een aantal punten inderdaad heeft gevraagd om regelingen uit te breiden. Mijn vraag aan de heer Ceulemans is of hij dat ook ziet. Als je zo'n harde knip zet en zegt "er mag nooit meer wat, het moet afgerond worden en er mag geen enkele nieuwe regeling meer bij komen", loop je dan niet de kans dat je een groep mensen waarvan we nu nog niet weten dat ze gedupeerd zijn hiermee toch wellicht ernstig onrecht aandoet?

De heer Ceulemans (JA21):

Ik denk dat als we dat niet doen, we over twintig jaar dit debat nog steeds met elkaar aan het voeren zijn. Je kunt altijd blijven terugkomen op gemaakte afspraken. Je kunt altijd verlenging van regelingen bepleiten. Je kunt altijd zeggen dat er toch weer nieuwe groepen voor in aanmerking moeten komen en dat bestaande regelingen uitgebreid moeten worden. Dat is al die jaren ongetwijfeld met de beste intenties gedaan, maar het heeft ons wel gebracht tot het punt waar we nu staan, namelijk een operatie die miljarden kost, waar we geen enkel zicht meer op hebben en waarbij het einde zoek lijkt. Nogmaals, ik vind het echt belangrijk om die streep een keer te trekken.

De heer Ergin (DENK):

De heer Ceulemans van JA21 zou toch moeten inzien dat de hersteloperatie, die inmiddels al vijf jaar duurt — als het aan mij had gelegen, was die veel eerder klaar geweest — juist niet tot een afronding komt omdat er telkens weer nieuwe ontwikkelingen zijn. De ene keer duikt er een memo op op basis waarvan blijkt dat dossiers niet aan ouders worden verstrekt. De andere keer duiken er even 64 miljoen documenten op. Dan kan de heer Ceulemans van JA21 toch niet hier staan en zeggen: we moeten, zonder dat we al die nieuwe informatie erbij betrekken, nu al de conclusie trekken dat er nooit meer, op geen enkele manier, gesleuteld gaat worden aan regelingen? Dat is toch heel onlogisch en oneerlijk tegenover al die ouders?

De voorzitter:

Het punt is duidelijk.

De heer Ceulemans (JA21):

Wat de heer Ergin en ik delen, is dat alle ouders die gedupeerd zijn als onderdeel van de toeslagenaffaire goed gecompenseerd moeten worden. Dat mag royaal en dat moet ook snel gebeuren, zodat het leed zo snel mogelijk en zo veel mogelijk kan worden weggenomen. Daar zijn we het over eens. Maar ik constateer dat door de manier waarop deze hele operatie is vormgegeven en doordat deze hele operatie totaal uit de kluiten gewassen en ontspoord is, juist het zicht op de echt zwaar gedupeerden verloren gaat. Dat komt ook vaak in debatten terug: dat er bij mensen die licht of in de praktijk eigenlijk niet zijn gedupeerd, heel snel een korte klap wordt gegeven en dat dat veel geld oplevert voor de betrokken personen, terwijl echt zwaar gedupeerden al jarenlang wachten op compensatie. Dat is ook het gevolg van het ontsporen van deze operatie en van het feit dat we het zicht erop totaal verloren zijn. Ik vind het belangrijk dat we daar een einde aan maken — dat is ook in het belang van die echte gedupeerden, die echt snelle compensatie verdienen — en dat we stoppen met telkens maar weer verlengen, telkens maar weer nieuwe regelingen in het leven roepen en telkens maar weer bestaande regelingen uitbreiden. Daardoor groeit het stuwmeer van dossiers waar we geen zicht meer op hebben alleen maar, wat een nadelig gevolg heeft voor de echte gedupeerden, die we snel willen compenseren.

De voorzitter:

Afrondend, meneer Ergin.

De heer Ergin (DENK):

Ik volg de heer Ceulemans tot op een bepaalde hoogte. Op een gegeven moment is het inderdaad een lappendeken van regelingen geworden, maar dat komt doordat de informatie nooit volledig op tafel is gekomen. Er werd altijd wel iets achtergehouden. Er kwam later, na parlementaire ondervragingscommissies of na Woo-verzoeken van journalisten, altijd wel iets naar buiten. De heer Ceulemans moet toch inzien ... Ik zou de heer Ceulemans het volgende willen vragen. Het is inderdaad niet het doel om nieuwe regelingen in te voeren, maar als een regeling helpt om het vertrouwen van al die ouders te herstellen, om ze te helpen en om ze financieel te compenseren, moet dat op z'n minst bespreekbaar zijn. Misschien is het in de vorm van een totaalherstel, maar het moet bespreekbaar zijn dat er een nieuwe regeling komt of dat er een regeling aangepast moet worden.

De voorzitter:

De heer Ceulemans, tot slot.

De heer Ceulemans (JA21):

Ik denk dus dat nieuwe regelingen weer een kettingreactie gaan veroorzaken waardoor, nogmaals, de echte gedupeerden alleen maar verder uit zicht raken. Ik kom dus gewoon tot een andere conclusie dan de heer Ergin.

De voorzitter:

Dank voor uw inbreng. We gaan tot slot in de termijn van de Kamer luisteren naar de heer Dijk. Hij voert het woord namens de Socialistische Partij. Gaat uw gang.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dank u wel, voorzitter. Ik begin met een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er voor gedupeerden van het toeslagenschandaal nieuwe schadeherstelroutes buiten de Wet hersteloperatie toeslagen zijn ingesteld, maar tegelijkertijd mogelijk ook bestuursrechtelijke routes worden gesloten;

overwegende dat nieuwe herstelroutes daardoor minder rechten kennen, zoals bezwaarmogelijkheden en de gang naar de rechtspraak, wat kan leiden tot rechtsongelijkheid;

verzoekt de regering de Afdeling advisering Raad van State te vragen de nieuwe schaderoutes te toetsen op rechtsbescherming en gelijke behandeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jimmy Dijk, Ergin en Westerveld.

Zij krijgt nr. 97 (36708).

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. Er zijn 64 miljoen ongesorteerde bestanden gevonden. Die zijn niet betrokken geweest bij de parlementaire enquête Fraudebeleid en Dienstverlening of bij de parlementaire ondervraging Kinderopvangtoeslag. Op pagina 1 van de brief staat dat er een onafhankelijke partij wordt gevraagd hoe dit allemaal heeft kunnen gebeuren. Ik wil graag weten wie dat is en hoe onafhankelijk dit is. Op pagina 5 staat namelijk dat een externe partij wordt gevraagd om een reconstructie te maken. Ik wil graag weten wie dat is, hoe onafhankelijk die is en hoe extern die is. Ik geef dat aan omdat ik er geen vertrouwen meer in heb dat als dit ook maar enigszins intern zou worden gedaan of als het vanuit een van de ministeries komt ... Het geeft mij geen enkel vertrouwen.

U geeft op pagina 5 aan dat er geen aanwijzingen zijn voor opzet in het achterhouden van deze informatie, staatssecretaris. Ik betwijfel dat. Ik kan niet met zekerheid zeggen dat dat zo is. Ik wil dus graag weten waar deze zin op gebaseerd is. Het was namelijk allang bekend dat die kluis bestond. U wist het negen maanden geleden, maar het is bekend dat de kluis in 2019 al bestond.

Dan over de DUO-schulden. Mevrouw Westerveld heeft daar een goeie motie over ingediend. Er wordt hier door het kabinet geen enkele ruimte gegeven om hier ook maar één stap vooruit te zetten. Dat terwijl we met Kamerleden met jongeren in gesprek zijn geweest en Kamerleden meerdere malen moties hebben aangenomen die hierop aandrongen. Het is naar mijn weten nog nooit eerder vertoond dat een dossier als dit op deze manier verloopt.

Ik ben blij dat mevrouw Van Dijk met het voorstel voor een groteprojectenprocedure kwam. Ik heb daar gisteravond ook over zitten nadenken. Ik weet niet of dat de ideale vorm is, maar de Kamer moet meer grip en meer zicht krijgen. Ze moet meer aan het stuur zitten. Er heerst namelijk echt een vertrouwensvraag, al is die niet per definitie direct aan deze staatssecretaris gericht. Maar als er iedere keer zo slecht wordt omgegaan met mensen en met informatie — ik noem bijvoorbeeld ook de zzp'ers die een naheffing op hun dak gestort krijgen — dan wordt het op een gegeven moment tijd dat wij echt aan het stuur komen. Dat zijn we op dit moment niet.

De voorzitter:

Dank voor uw inbreng. Dit was de termijn van de zijde van de Kamer. We gaan twintig minuten schorsen. Dan krijgen we een reactie van de staatssecretaris op de gestelde vragen, maar ook een appreciatie op maar liefst vijftien in dit tweeminutendebat ingediende moties.

De vergadering wordt van 10.49 uur tot 11.10 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat over de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. We zijn toe aan de termijn van de zijde van de regering. Ik geef het woord aan de staatssecretaris van Financiën.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Dank u wel, voorzitter. We hebben afgelopen 19 maart een uitgebreid commissiedebat met elkaar gevoerd. Er zijn heel wat vragen en onderwerpen besproken. Tegelijkertijd zie ik natuurlijk dat er veel actuele ontwikkelingen zijn; daar kom ik straks nog even op terug. Ik herhaal hier wat ik toen ook heb gezegd: we zijn nu aangekomen in een afrondende fase van de hersteloperatie en we kijken nadrukkelijk wat er nog nodig is om ook die laatste ouders voorbij dat onrecht te helpen. Daar span ik mij samen met uw Kamer tot het uiterste voor in.

Ik heb uw Kamer tijdens dat debat ook een aantal toezeggingen gedaan, waaronder het ruimhartig omgaan met ouders die na de deadline van 31 maart nog een aanvraag indienen voor aanvullende schade. Ik kan u bevestigen dat wij zeker heel ruimhartig omgaan met die verschoonbare termijnoverschrijding. Ik heb D66 destijds toegezegd om voor de zomer te laten weten hoeveel ouders na 31 maart een aanvraag voor compensatie van aanvullende schade hebben ingediend. Dat volgt nog in de voortgangsrapportage, maar ik kan u nu al zeggen dat enkele tientallen ouders een aanvraag hebben ingediend die in behandeling is genomen.

Dan met betrekking tot de datakluis. Daar zijn natuurlijk ook opmerkingen over gemaakt; dat snap ik. U heeft daar gisteravond een brief over ontvangen van mijn collega, de heer Eerenberg, en mijzelf. Het is een datakluis van de Belastingdienst en is ontstaan in 2019. Ik kan mij zo voorstellen dat uw Kamer daar op een nader moment nog over wil spreken en daar dan ook uitgebreider over wil spreken. Het is nog niet duidelijk wat er precies in die datakluis zit. Er is wel een steekproef gedaan. Uit die steekproef kwam naar voren dat er documenten in zitten die eigenlijk hadden moeten worden geleverd aan de parlementaire enquête Fraudebeleid en Dienstverlening. Dat betreuren wij heel erg en dit moet natuurlijk zo snel mogelijk worden opgelost. Natuurlijk besef ik dat deze berichten vragen bij u oproepen, maar ook bij de ouders in het herstelproces. Daarom wil ik benadrukken dat het aantreffen van deze gegevens geen invloed heeft op eerder genomen besluiten waarin ouders als gedupeerden zijn aangemerkt. In de hersteloperatie werkt het namelijk zo dat wij uitgaan van het verhaal van de ouders. Zo zijn ouders alleen aangemerkt als niet-gedupeerden als wij in de bestaande systemen documenten hebben gevonden die dat zouden bewijzen en die dat 100% duidelijk zouden maken. Als die stukken er niet waren, volgden we het verhaal van die ouder en werd de ouder erkend als gedupeerde. Daar verandert niets aan, ook als in de datakluis alsnog informatie zou worden gevonden waaruit blijkt dat ouders niet gedupeerd zouden zijn. Wij hebben immers een toezegging gedaan en die blijft van kracht.

Datzelfde geldt voor de hoogte van de compensatie in die integrale beoordeling. Ook die is afhankelijk van gegevens uit applicaties, uit andere vastgestelde data, niet vanuit de Q-schijven. Ook bij de compensatie van aanvullende schade wordt uitgegaan van het verhaal van de ouder. De aanvullende compensatie is gebaseerd op het civiele letselschadekader, dus op gebeurtenissen in het leven van die ouder, bijvoorbeeld een echtscheiding, het verbreken van gezinsrelaties, het verliezen van je baan. Al die ellende die mensen hebben moeten meemaken, zit niet in de systemen van de Belastingdienst, maar in het leven van die ouders. Die zit dus ook niet in de documenten van die datakluis.

U heeft daar terecht een aantal vragen over gesteld.

De voorzitter:

Nee, ik begrijp het en ik zal ruim zijn met interrupties, maar ik wil eerst dat de gestelde vragen worden beantwoord. Anders gaan we het alleen maar dubbelen en we zijn al een halfuur uitgelopen. De staatssecretaris geeft even de antwoorden en daarna kunt u doorvragen.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Een aantal leden hebben vragen gesteld die min of meer gelijk zijn aan elkaar. U zult begrijpen dat ik de meeste vragen uiteraard samen met mijn collega wil beantwoorden. Maar gezien de urgentie en de ernst van deze brief over de datakluis wil ik u toch alvast een stukje meenemen.

Een van de gestelde vragen was: waarom is de Kamer niet direct geïnformeerd toen die datakluis in beeld kwam? Die datakluis is ontstaan in 2019. Vlak daarvoor heeft de ADR uitleg gegeven over waar de risico's zaten in relatie tot het voldoen aan de AVG. U kunt dat allemaal nalezen in de brief. Zoals gezegd is de datakluis in 2019 ontstaan. Toen is dat ook meteen gemeld aan uw Kamer en heeft de ADR dat ook in de overzichten medegedeeld. Nieuw is dat vorig jaar is ontdekt dat die kluis er nog steeds was. In eerste instantie was die ondoorzoekbaar, dus die moest eerst met een soort sleutel opengebroken worden om te kunnen kijken wat erin zat. Bij zulke grote hoeveelheden documenten kun je natuurlijk nooit volledig zijn. Dus is er een steekproef uitgevoerd. Daaruit kwam naar voren: we zien hier dingen die eigenlijk aan de parlementaire enquête geleverd hadden moeten worden. We zijn daar dus voortvarend mee aan de slag gegaan. Natuurlijk ging daar wat tijd overheen. Ik vind het vervelend dat we überhaupt tijd nodig hebben gehad, maar ik ben wel heel blij dat we uw Kamer zo snel als mogelijk hebben geïnformeerd toen de steekproef duidelijk werd en de conclusies zich begonnen af te tekenen.

Dan is door een aantal leden gevraagd: bent u bereid om de groteprojectenregeling in werking te stellen? Daar gaat uw Kamer over. Ik heb begrepen dat dit via de procedurevergadering aanhangig gemaakt moet worden. Dat lijkt me helemaal prima. Uiteraard houden wij uw Kamer op de hoogte en horen wij ook wat uw Kamer op dat punt wenst te ondernemen.

Dan zijn er een aantal … Ik weet niet of u over het onderwerp datakluis nu nog …

De voorzitter:

Ja, absoluut. Was dit het laatste wat u daarover wilde zeggen? Dan geef ik als eerste mevrouw Moinat het woord, want die was het snelst. Daarna kunnen ook de anderen interrumperen op het punt van de datakluis.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Ik hoor eigenlijk een goed verhaal, lekker kort. En: we doen er eigenlijk niks mee. Ik hoor de staatssecretaris heel veel dingen zeggen. In mijn vraag heb ik u letterlijk gequoot. U geeft nu ook aan dat die dingen niet in de datakluis zitten. Hoe weet u dat dan? En waarom wisten wij dat dan niet?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ik heb geen zicht op wat er nu precies in de datakluis zit. Wat ik wel weet, is hoe het systeem van de hersteloperatie werkt. Wij weten dat de harde informatie afkomstig is uit applicaties: alle beschikkingen, alle bezwaren, alle beroepen. Die zitten in andere applicaties. U kunt het nog eens overlezen in het overzicht van de ADR, die dat helemaal netjes uiteengezet heeft. Aan de hand daarvan abstraherend weet je dat als ouders als gedupeerden zijn aangemerkt, dat gebaseerd is op die formele data uit die applicaties. Als er informatie in de datakluis zou zitten die het tegendeel zou bewijzen — ik vind dat niet aannemelijk, maar stel dat dat zo is — dan hebben we de algemene lijn: de overheid heeft de datahuishouding niet op orde en dat mag nooit in het nadeel werken van burgers, van gedupeerden of van belanghebbenden. Dat mag niet. Wordt er informatie gevonden die ten nadele werkt, dan geldt de gedane toezegging: als u eenmaal een uitkering heeft gekregen, als u eenmaal bent gekwalificeerd of gekenmerkt als gedupeerde, dan blijft dat zo.

De voorzitter:

Afrondend, mevrouw Moinat.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Ik hoor allemaal hele mooie verhalen van deze staatssecretaris. Mevrouw Palmen gaat overal op in en maakt er een mooi verhaal van, maar feitelijk wist u dus al langer dat deze documenten uit de kluis waren. U heeft ernaar gekeken. Er is een steekproef gedaan en aan de hand daarvan heeft u die brief geschreven. U kunt toch niet zomaar zeggen dat deze conclusies zijn getrokken zonder dat u die informatie had? En als u die informatie had, dan hadden wij die informatie toch ook moeten kunnen krijgen?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Met het risico dat ik een klein beetje in herhaling val, zeg ik het volgende. De informatie in de datakluis bestaat uit Q-schijven. Dat zijn samenwerkingsverbanden. Ik weet niet wat daar precies op staat. Wat ik wel weet is dat de data die hebben geleid tot de conclusie over wel of niet gedupeerd zijn daar sowieso niet vandaan komen. Die komen namelijk uit de formele applicaties.

De heer Mathlouti (D66):

Een verduidelijkende vraag van mij, echt even om het te begrijpen. De staatssecretaris zegt twee dingen. Enerzijds zegt ze dat er documenten zijn en dat op basis van een steekproef is gebleken dat die relevant zouden zijn geweest voor de parlementaire onderzoekscommissie. Ik maak even mijn vraag af. Daarmee impliceert ze ook dat die wel degelijk betrokken hadden moeten worden bij de dossiers van gedupeerden. Anderzijds zegt ze dat die niet relevant waren voor deze dossiers. Hoe rijmt dat met elkaar? Kunt u dat verduidelijken?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ik ben blij dat u die vraag stelt, want ik snap dat het echt abracadabra is. We hebben ook echt ons hoofd gepijnigd over de vraag hoe het nu precies zit. Maar dit gaat over Q-schijven. Dat zijn samenwerkingsverbanden. Ik kan niet volledig zijn, want ik weet gewoon niet wat er precies in zit, maar het kenmerk van een Q-schijf is dat hierop bijvoorbeeld samen wordt gewerkt aan beleid. Het zijn vaak beleidsstukken. Individuele dossiers staan niet op Q-schijven. Die komen uit die applicaties. Dus dat zijn verschillende dingen. Die moeten we niet zomaar door elkaar gooien, want dat geeft een heel vertekend beeld. Het gaat er ook niet om dat relevante informatie niet is verzonden. Of informatie relevant is, moet namelijk nog blijken. Het gaat erom dat een parlementaire enquête altijd een enorm brede uitvraag doet. Samengevat wordt eigenlijk gezegd: doe mij alles. Er wordt dus als het ware gezegd: als er foto's zijn van het teamuitje, dan is dat hartstikke mooi; stuur maar toe. Het gaat om dat level. Het is aan een parlementaire enquêtecommissie om te kijken welke informatie relevant is en hoe die is te duiden. Ik weet dat de parlementaire enquête Fraudebeleid en Dienstverlening een paar jaar heeft gelopen. Een groot team aan mensen heeft twee jaar lang constant gewerkt aan die duiding. We hebben gewoon door die steekproef gezien — maar goed, dan loop ik vooruit op het debat dat ongetwijfeld nog gaat volgen — dat daar documenten bij zouden kunnen zitten die bij die hele brede allesomvattende uitvraag hoorden.

De voorzitter:

Afrondend, meneer Mathlouti.

De heer Mathlouti (D66):

Ik wil een beetje uit de techniek blijven van Q-schijven en andere IT-processen, maar ik wil wel vragen of u met zekerheid kunt zeggen dat deze documenten geen invloed hebben op individuele casussen van gedupeerden.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

U zult begrijpen, hoe graag ik het ook zou willen, dat ik u nooit garanties kan geven. Ik kan nooit dingen uitsluiten. Ik kan alleen inschatten wat te verwachten is, wat aannemelijk is en welk beeld we nu hebben.

De heer Ergin (DENK):

Dit is echt een grove schande. Het is echt schandalig dat vijf jaar na de hersteloperatie, na parlementaire ondervragingscommissies, er opeens 64 miljoen documenten opduiken. Het is echt schandalig! We gaan het hier nog heel vaak over hebben. We weten niet hoeveel lijken er nog in de kast zitten. Er is een digitale kluis ingericht in 2019. Dat weten we. Dat zou de staatssecretaris moeten weten. De Kamer vraagt debat na debat aan, met verzoeken om dossiers, om documenten en om informatie. Het ene Woo-verzoek volgt het andere Woo-verzoek op. Maar ik zou toch aan de staatssecretaris willen vragen waarom er niemand op haar departement, ook zijzelf niet, in een eerder verband heeft gedacht: "Weet je wat? Ik duik eens even die digitale kluis in en ga eens even kijken wat er in die digitale kluis zit." De vraag tijdens dit debat is waarom niemand op het departement heeft bedacht eens even in die digitale kluis te gaan kijken.

De voorzitter:

Ja, helder. De staatssecretaris.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Dat vind ik een hele goede vraag. Dat is ook een vraag waarvan we in de brief hebben gezegd dat die onderzocht moet worden. De vraag is inderdaad hoe dat kan.

De voorzitter:

De heer Ergin, afrondend.

De heer Ergin (DENK):

De vraag achter deze vraag gaat erover dat deze staatssecretaris dus bij haar aantreden al wist van een digitale kluis. Er schijnt in 2019 een brief te zijn gestuurd waarin werd gezegd dat hierin documenten werden opgeslagen. De staatssecretaris weet nu, maar wist eigenlijk ook al in het debat dat we hebben gevoerd in aanloop naar dit debat, dat er dus een digitale kluis was, een digitale doofpot met 64 miljoen documenten. De staatssecretaris had dat direct aan de Kamer moeten melden. Zij had direct aan de Kamer moeten melden: "Beste Kamer, we hebben een digitale kluis gevonden met 64 miljoen documenten. Dit is wat we hebben ontdekt. We gaan het natuurlijk allemaal netjes onderzoeken." Maar de vraag is eigenlijk waarom deze staatssecretaris zo lang heeft gewacht met het informeren van de Kamer over de vondst van deze digitale doofpot.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Wederom zeg ik, hoewel ik in herhaling val, dat we weten dat die kluis in 2019 is opgericht om te voldoen aan de AVG. Hij is uit beeld geraakt. Vorig jaar is hij weer in beeld gekomen. Toen was hij ondoorzoekbaar. Hij moest dus eerst doorzoekbaar worden gemaakt, met een sleutel om dat ding überhaupt open te krijgen. Toen is er een steekproef uitgevoerd, want je wil toch weten waar je het over hebt. Daar is wat tijd overheen gegaan. Het was veel beter geweest als dat sneller had gekund, maar dat heeft een bepaald proces doorlopen.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik snap dat we hier nog veel uitgebreider over gaan praten, maar ik heb wel twee vragen die belangrijk zijn, ook om als Kamer ons controlerende werk goed te kunnen doen. Eén. Waarom is de Kamer niet direct geïnformeerd? Ik heb daar nog steeds geen goed antwoord op gekregen en ik zou de staatssecretaris en haar collega toch willen vragen om tijdens een volgend debat met een beter antwoord te komen. En twee. Welke afweging is er gemaakt om ons niet direct te informeren? Ik weet namelijk zeker dat er verschillende momenten zijn geweest waarop er een keuze gemaakt kon worden: ga ik de Kamer nu informeren of doe ik dat niet? Toch is er een hele lange tijd voor gekozen om het niet te doen. Ik kan dat gewoon niet begrijpen, want we hebben gewoon een proces met elkaar waarin informatievoorziening cruciaal is en waarin ouders continu het gevoel hebben dat er dingen worden achtergehouden. En hier zijn we aan het bewijzen dat we dat waarschijnlijk doen, of niet; dat gaan we zien. Stuur gewoon een briefje of bel gewoon. Zorg dat we precies weten wat er speelt. Ik kan gewoon niet begrijpen waarom dat niet gebeurt. Daar zou ik wel iets meer inzicht in willen krijgen.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ik heb uw opmerking gehoord en ik neem die mee.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

En er komt dus ook een antwoord? Daar gaat dus ook een antwoord op komen?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Volgens mij hebben we in de brief al gezegd dat dit sneller had moeten gebeuren en dat we dit uiteraard betreuren. Ja …

De voorzitter:

Mevrouw Van Dijk, tot slot.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dat is geen antwoord. Ik wil gewoon weten welke afwegingen er worden gemaakt om informatie niet met de Kamer te delen. Ik wil het begrijpen. Was het dan totaal niet belangrijk voor jullie? Of dachten jullie: we sussen de Kamer wel in slaap? Dat wil ik gewoon begrijpen, ook voor het vervolg, want we gaan nog vaak over dit dossier praten.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ik neem het heel serieus. Ik vind het ook heel ernstig. Maar nogmaals, het was in eerste instantie niet eens doorzoekbaar.

De heer Ceulemans (JA21):

Ik heb twee vragen hierover. De staatssecretaris zegt dat die database op een gegeven moment uit het zicht is geraakt. Maar het is gewoon gemeld aan de Kamer. Ik heb hier de 23e halfjaarsrapportage van de Belastingdienst. Daarin wordt gewoon gewag gemaakt van een datakluis die is ingericht om achterstanden weg te kunnen werken. Er wordt zelfs gesproken over enkele honderden miljoenen documenten. Het is met de Kamer gedeeld. Er is niet stiekem over gedaan, maar hoe kan zo'n kluis dan alsnog uit het zicht raken, terwijl er actief over is gecommuniceerd?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Dat vind ik zelf ook een hele goede vraag. Dat moet onderzocht worden. Dat is ook een van de onderwerpen die onderzocht worden: hoe kan dat nou?

De voorzitter:

De heer Ceulemans, afrondend.

De heer Ceulemans (JA21):

Inderdaad afrondend. Misschien komt u er dadelijk bij de appreciatie van de moties nog op, maar dit roept inhoudelijk natuurlijk enorm veel vragen op. De lijn van de staatssecretaris is consistent. Dat was het geval bij het ADR-rapport en nu ook weer, namelijk: zelfs als achteraf blijkt dat mensen ten onrechte gecompenseerd zijn, of zelfs gefraudeerd hebben, komen we er alsnog niet op terug, want die belofte is gedaan. Dat roept bij mij allerlei vragen op. Ik snap dat we dat in dit tweeminutendebat niet kunnen ontleden met elkaar. Ik denk wel dat het cruciaal is om hier op korte termijn verder over te spreken, dus wanneer kunnen we die informatie verwachten? Wanneer is er meer duidelijk over de achtergrond van die datakluis, wat erin zit en wat de gevolgen daarvan zijn?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

De eerste stap is nu om de inhoud te indexeren, om in ieder geval meer inzicht te hebben in wat erin zit en waar we aan moeten denken. Dus dat is de eerste stap. Hoelang dat precies gaat duren, durf ik u op dit moment niet te zeggen. Een externe partij gaat dit doen.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Mijn vraag gaat ook over de informatievoorziening aan de Kamer. Bij dit dossier gaat het juist heel erg over vertrouwen. De Kamer heeft ook al heel vaak aangegeven dat wij volledig en juist geïnformeerd willen worden. Daarom vind ik het heel bijzonder dat we in de brief lezen dat de datakluis eigenlijk opnieuw ontdekt is in juli 2025. We horen dat er eigenlijk voortdurend melding van is gemaakt. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of zij, dus deze staatssecretaris, in juli 2025 van het bestaan van deze datakluis wist.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ik ben rond het reces ervan op de hoogte gebracht dat er iets gevonden was, dus dat is iets later geweest. Maar toen was het beeld: we kunnen er nog niet in, dus we moeten er eerst in en dan kunnen we zien wat het is. Wat later in 2025, in het najaar, is er nog een keer een melding gemaakt aan mijzelf en uiteraard ook aan mijn collega van de Belastingdienst, want het is een Belastingdienstkluis. Toen was het idee: we moeten een plan van aanpak maken om te kijken wat er precies in zit en we willen een steekproef doen. Dat heeft wat langer geduurd. Op een gegeven moment denk je: dit gaat gewoon te lang duren.

De voorzitter:

Afrondend, mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

In dezelfde brief van gisteren lezen we ook dat er al in juli 2025 bekend was dat de parlementaire enquêtecommissie onvolledig is geïnformeerd. Ze hebben heel veel documenten opgevraagd, maar kennelijk was toen al bekend dat er ook in deze datakluis documenten zitten die aan de parlementaire enquêtecommissie overgedragen hadden moeten worden. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan: als deze informatie destijds al bekend was en deze staatssecretaris er ook van op de hoogte was, waarom is dan zo lang gewacht met het informeren van de Kamer? Ik wil gewoon de redenen weten. Ik wil de overwegingen weten. Het mag ook uitgebreid in de brief, maar ik wil wel weten wat er precies achter zit, waarom wij niet op de hoogte zijn gesteld van het bestaan hiervan en waarom niet direct aan ons is meegedeeld dat de parlementaire enquêtecommissie kennelijk onvoldoende is geïnformeerd.

De voorzitter:

Helder. De staatssecretaris.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Die steekproef is op een later moment gebeurd. Die eerste berichten waren nog zo onduidelijk. Ik denk dat het verstandig is om er even een tijdlijn van te maken. Dat is sowieso onderdeel van de vraag hoe dit kan. Hoe kan het dat deze datakluis zo lang uit beeld is geraakt? Maar dit is dan een onderwerp dat we daarin mee moeten nemen. Hoe kan dit en welke afwegingen zijn gemaakt? En wanneer is wat gedaan? Op welk moment heb je er genoeg zicht op om iets te kunnen melden? Hoe werkt dat? Hoe kun je dat het beste met elkaar doen?

De voorzitter:

De heer Dijk nog, tot slot.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Deze staatssecretaris zegt net dat ze in de zomer van 2025 op de hoogte was van deze datakluis, waar mogelijk informatie in stond die gedeeld had moeten worden met de parlementaire enquêtecommissie en met de parlementaire onderzoekscommissie. Maar ze geeft in dit debat op dit moment geen enkel antwoord op de vraag wat de afweging is geweest om de Kamer hier niet over te informeren. Waarom? Waarom noemt u niet één argument of afweging? Waarom kunt u die hier niet geven? Het is negen maanden geleden gebeurd.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Deze datakluis is weer in beeld gekomen. Deze moest eerst worden geopend en het moest eerst inzichtelijk worden gemaakt. Daarna is de steekproef pas uitgevoerd. Maar we nemen het mee, ook in het debat dat we nog gaan voeren met mijn collega erbij. Het is immers een Belastingdienstdatakluis, waar wij samen verantwoordelijk voor zijn.

De voorzitter:

Meneer Dijk, afrondend.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik trek de conclusie dat eind 2025 die steekproef al gedaan was, dat er toen een antwoord had kunnen komen en dat het kabinet en deze staatssecretaris veel te lang hebben gewacht. Ik wil heel graag een antwoord hebben op een andere vraag, want anders kom ik vandaag niet vooruit. Wie gaat die onderzoeken doen? Dat is een externe, onafhankelijke partij. Ik wil heel graag vandaag weten wie die onderzoeken gaat doen. Ik wil het echt vandaag weten. We gaan hier binnenkort namelijk vast nog een debat over voeren en dan wil ik niet dat er al een partij is waarvan de Kamer zegt: dat is geen geschikte partij; die is niet onafhankelijk en extern genoeg. Ik wil dus echt vandaag horen wie dat gaat doen.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Dat neem ik mee naar het departement. Ik weet dat het een externe partij is, maar ik ken de naam hiervan niet.

De voorzitter:

Goed. We laten het hierbij wat betreft dit onderwerp. De brief is gisteren gekomen en ik heb ruimte gegeven voor interrupties. De staatssecretaris heeft uitvoerig antwoord gegeven. Volgende week heeft u een procedurevergadering. Nee, meneer Mathlouti, u gaat geen reactie geven op wat de staatssecretaris zegt. We gaan door met de rest van dit tweeminutendebat, want anders lopen we gigantisch uit. Er zijn nog vijftien moties die van een appreciatie moeten worden voorzien. De staatssecretaris gaat door met haar betoog.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Dank u wel. De appreciatie van de moties. De motie op stuk nr. 83 gaat over de datakluis. Daar hebben we het net uitvoerig over gehad. Deze motie is ontijdig, omdat daar nog verder over gesproken gaat worden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 83 is ontijdig.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ook de motie op stuk nr. 84 moet ik de appreciatie "ontijdig" geven. Er is een brief gestuurd door mijn collega van Financiën. De portefeuille is ook overgedragen aan mijn collega. Ik wil niet het risico lopen dat ik hier dingen over ga zeggen, want ik ben niet meer op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. De motie is dus ontijdig.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 84 is ontijdig. Mevrouw Van Eijk op dit punt.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Voordat we dit dadelijk tien keer gaan horen: kan de collega van mevrouw Palmen er dan voor zorgen dat deze moties vóór de stemmingen van dinsdag schriftelijk worden geapprecieerd?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ik ga vragen of hij dat wil organiseren.

De voorzitter:

Dan wordt het verzoek gedaan aan de collega om vóór de stemmingen op dinsdag een appreciatie te geven die misschien anders is dan "ontijdig", maar dat hangt dan af van de inhoudelijke appreciatie.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Dan de motie op stuk nr. 85 over een maatwerkoplossing voor de kwijtschelding van DUO-schulden. We hebben al vaak met elkaar gesproken over de DUO-schulden van de geraakte jongeren. Studieleningen zijn soms aangegaan om het inkomensverlies binnen het gezin op te kunnen vangen. We hebben zo'n zes jaar geleden via het wettelijk kader al vastgesteld dat dit loopt via de aanvragende ouder. Daar zit de compensatie voor de gezinssituatie. Alleen via de gezinssituatie heb je die relatie met DUO-schulden dus inzichtelijk. Ondanks dat we er al zo vaak met elkaar over hebben gesproken, merk ik dat er onduidelijkheid blijft bestaan over de aanpak van die DUO-schulden. Heel graag wil ik uw Kamer alsnog een technische briefing aanbieden over dit onderwerp. Ik denk dat het heel zinvol is om toch nog eens met elkaar door te nemen hoe dit nu precies zit. Maar deze motie moet is dus ontraden.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Sorry, maar dit schiet mij echt in het verkeerde keelgat. Dit is de zoveelste keer dat we het hebben over de DUO-schulden van jonge mensen die inderdaad hun lening omhoog hebben geschroefd omdat er brood op de plank moest komen. Wij komen constant jongeren tegen die daarmee in aanraking zijn geweest en daarvan het slachtoffer zijn geworden. Dan heb ik er niet heel erg de behoefte aan dat de staatssecretaris de Kamer hier toespreekt alsof wij het allemaal niet begrijpen, alsof dit een schoolklas is met kinderen die het niet begrijpen. De regeling is niet goed. Die werkt niet. Jongeren zitten in de shit. Dat moet opgelost worden. De Kamer voert de druk daarvoor op en de staatssecretaris levert niet.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Het gaat erom dat wij deze situaties via de aanvragende ouder meenemen in het schadestelsel. Dat hebben we een aantal jaren geleden in ons democratisch huis met elkaar besloten. Het zou ondoenlijk zijn om nu alles weer opnieuw te heroverwegen en helemaal opnieuw te beginnen met de hersteloperatie. We moeten het wat dat betreft doen met wat er is, en zorgen dat wat er is, beter werkt. Maar ik snap de zorg voor de jongeren en van de jongeren heel goed. Als het inkomen van het gezin onder druk is komen te staan in die gezinssituatie — dat is natuurlijk regelmatig gebeurd — en die jongere op dat moment een DUO-schuld is aangegaan, dan wordt dat inzichtelijk en neem je dat gewoon mee.

De voorzitter:

De heer Dijk, kort.

De heer Jimmy Dijk (SP):

U merkte net wat irritatie en agitatie van mij, omdat het niet prettig is om op zo'n manier aangesproken te worden. Maar het gaat niet om mij of om de Kamerleden die op zo'n manier aangesproken worden; het gaat eigenlijk om de manier waarop u het nu zelf doet. U zegt nou eigenlijk zelf dat die jongeren de weg niet goed genoeg weten te vinden om te doen wat nodig is om hun DUO-schuld kwijtgescholden te krijgen of daarvoor gecompenseerd te worden. Nee, dan is die regeling niet goed! Dan werkt het niet en moet er iets anders komen. Dat probeert deze Kamer heel vaak in meerderheden en in verschillende samenstellingen te doen. Uiteindelijk komt het erop neer dat deze staatssecretaris niet levert. Die jongeren zitten dan nog steeds in de problemen. Dan blijft de vraag om een andere oplossing vanuit de Kamer komen — dat zal steeds meer opgevoerd worden — zodat die jongeren wel geholpen kunnen worden. Geef niet steeds hetzelfde antwoord. Antwoord wat u gaat verbeteren of zeg: goed dat de Kamer met initiatieven komt.

De voorzitter:

U zegt hetzelfde, meneer Dijk.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Dit zit gewoon in het schadestelsel, bij de aanvullende schade. Ik vind het heel vervelend dat dat kennelijk toch niet voldoende gevonden wordt. Wij hebben wat met elkaar te doen om ervoor te zorgen dat het goed gevonden wordt, dat mensen hiervan op de hoogte zijn en dat het op die manier wordt meegenomen. Maar het is voorzien in dat schadekader.

De voorzitter:

We gaan hier niet over door. Ik heb zelf het commissiedebat voorgezeten. Ik ken deze discussie al heel lang. Er is een meningsverschil over een aparte regeling versus hoe het nu meeloopt in de hersteloperatie via de ouder. Daar gaan we niet nog een keer een ronde over doen. De motie is op dit moment ontraden. Uit de stemmingen op dinsdag blijkt of de Kamer iets anders vindt. De staatssecretaris gaat door met haar appreciatie.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

De motie op stuk nr. 86 gaat over het onderzoek naar de samenwerking tussen gemeenten, DUO, de kinderombudsmannen, de Inspectie Belastingdienst, Toeslagen en Douane en de bestuurlijk regisseur. Deze motie is ontijdig, want juist naar aanleiding van het rapport van de kinderombudsmannen zijn wij, samen met alle partners, bezig om ervoor te zorgen dat die telefoonlijn goed gaat werken. Dit is net gestart. Ik wil dat de tijd geven. Uiteraard wordt daar in de volgende voortgangsrapportage op teruggekomen.

Dan de motie op stuk nr. 87, over de hereniging van het gezin met UHP KOT-kinderen. Het spijt me, maar deze motie is ontijdig. Dit is de portefeuille van mijn collega, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Wij geleiden de motie door, met het verzoek aan haar om deze motie te appreciëren.

Dan de motie op stuk nr. 88, over het openstellen van de hzk-regeling. Ik moet deze motie ontraden. De hzk-regeling is een ambtshalve regeling. De groep hzk-gedupeerden is administratief bepaald en volledig in zicht. De meeste mensen — maar nog niet iedereen — hebben inmiddels hun beschikking ontvangen. De laatste batches worden binnenkort verzonden. Met andere woorden: het zelf melden is niet nodig. Het is ook niet nodig dat er nog gratis, gesubsidieerde rechtsbijstand komt. Immers, er is ook nog altijd de reguliere rechtsbijstand voor de mensen die in minimale inkomensposities zitten.

Dan de motie op stuk nr. 89, over inzicht in studieleningen. Ook deze motie moet ik ontraden, omdat het verband tussen de studielening en de toeslagenaffaire alleen via de gezinssituatie naar voren te halen is.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Sorry, voorzitter, maar ik begrijp iets niet van de staatssecretaris. We denken erg mee. We vragen ook niet om de exacte aantallen, terwijl we die wel weten van andere groepen jongeren waarvan de studielening is kwijtgescholden. Maar om na te denken over oplossingen, moeten we wel weten over hoeveel jongeren en over welke bedragen dit ongeveer gaat. Ik begrijp niet de —het lijkt wel — weigering om hier ook maar enig inzicht in te willen geven.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Het gaat hier niet over willen of niet willen, maar over de mogelijkheden. DUO houdt dit gewoon niet bij. Als je de relatie wilt bepalen tussen de gezinnen die echt in financiële nood zijn geraakt en op zoek zijn geweest naar een oplossing, waardoor die jongere een studieschuld is aangegaan, dan kan dat alleen via dat gezin naar voren komen. Ik kan er niets anders van maken en dat spijt mij heel erg.

De voorzitter:

Afrondend, mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Precies daarom hebben we de motie ook wat uitgebreider gemaakt. We zeggen niet dat dit alleen via DUO moet. We geven andere mogelijkheden om dit te doen. Het kan bijvoorbeeld ook via zelfrapportage. Dat hebben de kinderombudsmannen ook gedaan. Ik begrijp dus niet waarom er geen indicatie gegeven kan worden van het aantal jongeren en van de bedragen waarover dit gaat. De motie is vrij ruim en geeft de staatssecretaris alle mogelijkheden om dit in te vullen.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Nogmaals, omdat het alleen maar inzichtelijk gemaakt kan worden via het gezin, gaat het ook via het gezin naar voren komen. Wat ik kan doen om dat meer inzichtelijk te krijgen, is dat wij bij de gesprekken met de ouders over aanvullende schadecompensatie dat soort cijfers goed inzichtelijk gaan maken. Dat is het enige waarmee ik enigszins een indicatie kan geven.

De voorzitter:

En de motie blijft daarmee ontraden?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

De motie blijft ontraden.

De voorzitter:

Dan gaan we door naar de motie op stuk nr. 90.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

De motie op stuk nr. 90 gaat over de compensatie van de ouders en het rechtstreeks overmaken van een deel daarvan aan DUO. Als ik de motie zo mag lezen dat alleen met toestemming van de ouder een dergelijke overboeking kan plaatsvinden, kan ik de motie oordeel Kamer geven.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik ken deze juridische discussie, maar ik heb het bewust niet in de motie gezet omdat ik niet het Kamerlid wil zijn dat zegt dat alleen als de ouder het wil, de kinderen worden geholpen. Ik snap dat je het zo moet inrichten, maar ik zou heel graag geïnformeerd willen worden over hoeveel ouders vervolgens weigeren om geld dat van hun kinderen is, terug te geven aan hun kinderen.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Als ik u goed begrijp, kan ik de motie zo lezen en interpreteren maar wenst u wel op de hoogte te worden gehouden. Wat mij betreft kan dat in de voortgangsrapportages die volgen.

De voorzitter:

Daarmee heeft de motie op stuk nr. 90 oordeel Kamer.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Precies.

De motie op stuk nr. 91 is ontijdig, omdat dat, wederom, gaat via de portefeuille van mijn collega-staatssecretaris van Financiën. Ik geleid ook hier het verzoek door om de motie voor de stemming van dinsdag te appreciëren.

Dan de motie op stuk nr. 92, van D66. Die gaat over duidelijke uitgangspunten voor de brede ondersteuning. De bestaande modelbeleidsregels zijn belangrijke uitgangspunten voor de uitvoering van die brede ondersteuning. Deze regels zorgen ervoor dat ouders en jongeren beter weten wat zij kunnen verwachten. Ik kan gemeentes alleen niet zomaar verplichten om die beleidsregels in te stellen, want de gemeentes gaan daar zelf over. Als ik de motie zo mag interpreteren dat de beleidsregels als uitgangspunt dienen voor de brede ondersteuning maar dat we er samen met de bestuurlijke regisseur op aandringen dat we die zo veel en zo goed als mogelijk instellen, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De heer Mathlouti knikt instemmend. Daarmee heeft de motie op stuk nr. 92 oordeel Kamer.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Dan de motie op stuk nr. 93, over inzicht in de omvang en de ontwikkeling van de groep kinderen. De oproep van de heer Mathlouti om gemeenten van die informatie te voorzien, begrijp ik heel goed. Ik wil onderzoeken of deze informatieverstrekking binnen de bestaande kaders al kan of dat er een andere wettelijke grondslag nodig is. Daarmee kan ik de motie wel oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 93 heeft oordeel Kamer.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Dan hebben we nog de motie op stuk nr. 94, van mevrouw Moinat. Deze motie moet ik ontraden. Dit is feitelijk sowieso onuitvoerbaar voor het meireces. We hebben natuurlijk al de brief gestuurd met daarin het geschetste proces. Daarover hebben we het net uitgebreid gehad. We komen bij ouders niet terug op gedane toezeggingen.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Ik wil aan deze staatssecretaris wel vragen wat de week is waarin zij komt met alle informatie.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ik kan u op dit moment niet zo'n concreet antwoord geven. Zoals ik al heb aangegeven, moet de kluis eerst worden geïndexeerd. Dan moet er nog een plan van aanpak komen. Uw Kamer gaat nog verzoeken doen in een procedurevergadering. Er komen nog debatten. Ik kan hier geen concreet antwoord op geven. Ik kan wel zeggen dat wij hier uiteraard voortvarend mee aan de slag gaan.

De voorzitter:

Afrondend, mevrouw Moinat.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Ik wil deze staatssecretaris echt meegeven dat dit de grootst mogelijke urgentie moet hebben. Ik hoop echt dat deze staatssecretaris zo snel mogelijk deze Kamer informeert. Wat mij betreft gebeurt dat stap voor stap. Dan kunnen wij waar nodig ook bijsturen.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ik heb inderdaad begrepen dat u vanuit uw Kamer een bepaald verzoek gaat indienen. Dat wacht ik dus even af.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 94 is daarmee ontraden.

We gaan door met de motie op stuk nr. 95.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ja, de motie op stuk nr. 94 is ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 95, over de nieuwe regelingen. Deze motie kan oordeel Kamer krijgen.

Dan de motie op stuk nr. 96. We hebben in het commissiedebat al toegezegd dat wij in kaart proberen te brengen hoe dat precies zit, hoewel het niet ontvangen hebben van een brief geen aparte grond is voor vooringenomen handelen. Je kunt het dus niet uit de harde cijfers halen; het moet geabstraheerd worden. We nemen dit wel mee voor de nieuwe besluiten, zoals we dat ook hebben afgesproken.

De voorzitter:

En het oordeel?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Daarmee is het oordeel "overbodig".

De voorzitter:

Oké, overbodig.

Ten slotte de motie op stuk nr. 97.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

De motie op stuk nr. 97 gaat over het toetsen van de nieuwe routes bij de Raad van State. Deze motie moet ik ontraden. De rechtsbescherming is goed geborgd. Er wordt een instrument ingezet dat al jarenlang ook in het civiele recht veel wordt ingezet. Dat is dus staande praktijk. Dat is niet nieuw; dat bestaat al jaren. Nogmaals, de rechtsbescherming is goed geregeld. Wij hebben namelijk voor alle ouders gratis gesubsidieerde rechtsbijstand. We raden ook absoluut aan om de advocaat te betrekken bij het afsluiten van een VSO.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik heb eigenlijk een vraag over de motie op stuk nr. 95, over bestaande regelingen niet uitbreiden. Deze motie is behoorlijk absoluut. Volgens mij staat hier een staatssecretaris die ervoor moet zorgen dat mensen krijgen waar ze recht op hebben. In het geval dat een regeling onvoldoende geschikt zou zijn, zou die toch uitgebreid moeten worden? Ik vind het een beetje gek dat deze "oordeel Kamer" krijgt van een staatssecretaris die er zit om problemen op te lossen.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Dit gaat over de nieuwe regelingen. U doelt op de werking van de bestaande regelingen. Die moeten doen wat er gedaan moet worden, zodat mensen inderdaad krijgen waar ze recht op hebben. Ik ben het helemaal met u eens, maar dat moeten we wel uitvoeren.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik ben er voorstander van om de bestaande regelingen uit te voeren. Ik ben er geen voorstander van dat we er gaandeweg achter komen — dat gebeurt nog weleens — dat bestaande regelingen niet werken of niet goed genoeg zijn, bijvoorbeeld bij de DUO-schulden, en dat we die vervolgens wel uitbreiden of wel aanpassen. Deze motie is superabsoluut in het niet uitbreiden van die regelingen. Ik vind het dus heel raar dat deze staatssecretaris, dit kabinet het oordeel" nou, Kamer, dat is aan u" op deze motie geeft. Ik zou een staatssecretaris verwachten die zou zeggen: "Dat gaan we niet doen. Als het nodig is, trekken we de beurs en zorgen we ervoor dat de regeling uitgebreid wordt, zodat ie wel voldoet." Ik vind het heel raar dat u dit antwoord geeft.

De voorzitter:

Tot slot, de staatssecretaris.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

We hebben vorig jaar natuurlijk het advies van de commissie-Van Dam gehad, die uitdrukkelijk heeft gezegd: ga nu geen nieuwe regelingen maken en laat die hersteloperatie zo veel als mogelijk met rust. Dat is niet alleen in lijn met het kabinetsbeleid van het vorige kabinet, maar ook met het beleid van het huidige kabinet.

De voorzitter:

Punt. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Meneer Ceulemans, liever niet weer terugkomen op die discussie.

De heer Ceulemans (JA21):

Nee, het is helemaal niks inhoudelijks. Het is puur dat de motie op stuk nr. 96 het oordeel "overbodig" kreeg. Ik maak daaruit op dat de staatssecretaris voornemens is te doen wat ik in die motie zet, dus ik hou 'm voorlopig even aan. Dan kan ik daarna kijken wat ik ermee doe, maar dan is die bij dezen aangehouden.

De voorzitter:

Dank.

Op verzoek van de heer Ceulemans stel ik voor zijn motie (36708, nr. 96) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We gaan dinsdag 21 april stemmen over de ingediende moties. We verwachten nog een aantal appreciaties van collega's van de staatssecretaris, dus ik zou zeggen: let even op uw inbox.

Ik schors voor een ogenblik, want we gaan wisselen van bewindspersoon en we gaan door op een onderwerp dat raakt aan Onderwijs. We zijn even geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Leven Lang Ontwikkelen en laaggeletterdheid

Leven Lang Ontwikkelen en laaggeletterdheid

Aan de orde is het tweeminutendebat Leven Lang Ontwikkelen en laaggeletterdheid (CD d.d. 04/03).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Leven Lang Ontwikkelen en laaggeletterdheid. Ik heet de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van harte welkom. Ook een welkom aan de leden, de mensen op de tribune en iedereen die dit debat op afstand volgt. Vijf leden hebben zich ingeschreven voor dit debat. Als eerste geef ik het woord aan mevrouw Tseggai. Zij voert het woord namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties en een vraag. Ik zal beginnen met de vraag. In de Staat van het Onderwijs van afgelopen week lazen wij dat de onderwijsinspectie zich zorgen maakt over diplomafraude in de sector zorg en welzijn, met name via evc's. Dat is natuurlijk al langer bekend, maar het gaat vooral om het toezicht daarop. Op dit moment ligt dat nogal versnipperd bij onderwijsinstellingen, sociale partners en private partijen. De onderwijsinspectie adviseert om regie te nemen, ook in het kader van LLO-beleid. Ik vroeg mij naar aanleiding van deze actualiteit af hoe de minister kijkt naar deze aanbeveling.

Verder heb ik twee moties. Ik begin met de motie over de re-integratiemiddelen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is om 100 miljoen te bezuinigen op re-integratiemiddelen van het UWV;

constaterende dat deze middelen essentieel zijn voor mensen die geen werkgever meer hebben omdat ze bijvoorbeeld gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn of een WW-uitkering hebben;

overwegende dat hulp bij het vinden van werk en scholing voor deze doelgroepen cruciaal is om duurzame uitstroom naar werk te realiseren en de sociale zekerheid uit te stromen;

overwegende dat het stimuleren van Leven Lang Ontwikkelen een breed maatschappelijk doel is, maar dat er voor de mensen die een werkgever hebben, een beroep kan worden gedaan op cao-regelingen en op opleidings- en ontwikkelfondsen;

verzoekt de regering om de 100 miljoen voor Leven Lang Ontwikkelen mede te oormerken voor de doelgroepen van de re-integratiemiddelen en dus mede te besteden aan mensen die werkloos zijn, die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn of een afstand tot de arbeidsmarkt hebben, zodat scholing en hulp bij vinden van werk direct bijdraagt aan hun re-integratieproces, en de Kamer voor de begrotingsbehandeling van SZW te informeren over de vormgeving hiervan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Patijn.

Zij krijgt nr. 163 (30012).

Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):

Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 2,2 miljoen mensen zulke lage taal- en rekenvaardigheden hebben dat zij niet zelfstandig hun weg kunnen vinden in onze samenleving;

overwegende dat er een leer- en groeiplan voor lezen, rekenen en digitale vaardigheden voor volwassen komt en dat het breed gedragen is dat het aantal laaggeletterden moeten worden teruggedrongen;

verzoekt de regering om in dit plan met ambitieuze en meetbare doelstellingen te komen wat betreft het aantal mensen dat wordt bereikt, de kwaliteit van het geboden onderwijsaanbod door gemeenten en nadrukkelijk op te nemen hoe zij mensen gaan bereiken die niet actief zijn op de arbeidsmarkt, en de Kamer tweejaarlijks over de voortgang te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Tseggai.

Zij krijgt nr. 164 (30012).

Hartelijk dank voor uw inbreng. Nu gaan we luisteren naar mevrouw Rooderkerk, die spreekt namens de D66-fractie. Gaat uw gang.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Dank, voorzitter. Ik heb twee moties, dus ik ga meteen van start.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het rapport-Wennink benadrukt dat Nederland alleen economisch en technologisch relevant blijft binnen Europa door te investeren in strategische sectoren zoals digitalisering, energie en klimaat;

constaterende dat er nog altijd tekorten zijn in technische beroepen en dat de aansluiting tussen onderwijs, arbeidsmarkt en bijscholing versterkt kan worden;

constaterende dat de opkomst van AI de arbeidsmarkt in hoog tempo verandert en dat zowel bestaande als nieuwe beroepen steeds vaker vragen om digitale en AI- gerelateerde vaardigheden;

overwegende dat deze transities vragen om voldoende beschikbaarheid van hoogwaardig praktisch geschoold talent, met name in technische en digitale domeinen;

overwegende dat een samenhangende talentstrategie, inclusief Leven Lang Ontwikkelen (LLO), van belang is om zowel huidig als toekomstig personeel toe te rusten met de benodigde vaardigheden;

verzoekt de regering om in de uitwerking van de nationale talentstrategie expliciet prioriteit te geven aan de ontwikkeling van technische, digitale en AI-vaardigheden over de volle breedte van het onderwijs inclusief in het mbo en in LLO-trajecten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rooderkerk, Biekman en De Beer.

Zij krijgt nr. 165 (30012).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat LLO van cruciaal belang is voor het terugdringen van arbeidsmarkttekorten en de transitie naar een hoogwaardige economie;

overwegende dat regionale private samenwerkingen zoals hybride techniekcentra en bedrijfsvakscholen LLO op een vraaggerichte en toegankelijke manier weten te organiseren;

verzoekt de regering regionale publiek-private samenwerkingen expliciet mee te nemen in de beleidsmatige uitwerking van het nieuwe LLO-stelsel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rooderkerk en Neijenhuis.

Zij krijgt nr. 166 (30012).

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Claassen. Hij voert het woord namens Groep Markuszower.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Voorzitter. We hebben drie tweeminutendebatten over onderwijs. Het is leuk om te zien dat dan ook de jongeren, onze toekomst, op de publieke tribune zitten. Ook ik heb hier één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland ondanks tientallen jaren beleid en honderden miljoenen aan investeringen nog steeds circa 3 miljoen laaggeletterden telt, aldus méér dan tien jaar geleden, en dat het actieprogramma Tel mee met Taal 2020-2024 er niet in is geslaagd dit aantal terug te dringen;

overwegende dat beleid zonder concrete, meetbare doelstellingen voor resultaatverbetering leidt tot verspilling van publieke middelen en dat een simpele, effectieve aanpak gericht op bereik en uitstroom meer oplevert dan brede programma's zonder afrekenbare normen;

verzoekt de regering bij de toegezegde Kamerbrief voor de zomer concrete, meetbare doelstellingen te formuleren voor de terugdringing van laaggeletterdheid, uitgedrukt in aantallen bereikte en uitgestroomde cursisten per jaar, en de Kamer jaarlijks te rapporteren over de voortgang hiervan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Claassen en Boomsma.

Zij krijgt nr. 167 (30012).

Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar de heer De Beer. Hij voert het woord namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

De heer De Beer (VVD):

Dank u wel, voorzitter. De arbeidsmarkt verandert snel. Beroepen verdwijnen, nieuwe ontstaan, en vaardigheden verouderen sneller dan ooit. Dat vraagt om een aanpak waarbij mensen zich blijven ontwikkelen, gericht op werk en perspectief. We zien ook dat dat nodig is. Werkgevers staan te springen om personeel, terwijl tegelijkertijd een grote groep mensen moeite heeft om aansluiting te blijven houden. Maar juist de mensen die Leven Lang Ontwikkelen het hardst nodig hebben, maken er nog te weinig gebruik van. Het systeem helpt daar niet altijd bij. Het is versnipperd, complex en voor veel mensen lastig te doorgronden.

Voorzitter. Daar ligt wat de VVD betreft de kern: meer focus en minder versnippering. Als we publieke middelen inzetten, moeten die terechtkomen bij de mensen die nu langs de kant staan of dreigen uit te vallen. Juist daar is de grootste winst te behalen, niet alleen voor henzelf, maar ook voor onze economie. Het moet dan wel gericht zijn op sectoren waarin Nederland mensen tekortkomt, zoals de zorg, de techniek en het onderwijs. Daar liggen de kansen, en daar moeten we dus ook op sturen.

Voorzitter. Tegelijkertijd zien we dat het aanbod nog te onoverzichtelijk is: er zijn veel regelingen, vaak tijdelijke, en ze zijn niet altijd goed op elkaar afgestemd. Dat geldt in het bijzonder voor wat betreft het mkb. Daar ontbreekt vaak de tijd, de capaciteit en het overzicht om de juiste keuzes te maken. Daarom is mijn vraag aan de minister hoe hij ervoor zorgt dat de middelen voor Leven Lang Ontwikkelen daadwerkelijk terechtkomen bij de mensen die nu nog onvoldoende worden bereikt. En hoe wordt geborgd dat scholing zich vooral richt op sectoren waar de tekorten het grootst zijn?

Voorzitter, tot slot. Leven Lang Ontwikkelen werkt alleen als het overzichtelijk is, loont en vooral ook perspectief biedt. Het moet niet versnipperd maar gericht en niet vrijblijvend maar doelgericht.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Tot slot in de termijn van de Kamer geef ik het woord aan mevrouw Raijer. Zij voert het woord namens de PVV-fractie. Gaat uw gang.

Mevrouw Raijer (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Wij hebben één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat middelen voor Leven Lang Ontwikkelen in de praktijk vooral terechtkomen bij hoogopgeleiden, die hun weg naar scholing al weten te vinden;

overwegende dat juist praktisch opgeleiden, laaggeletterden en mensen in kwetsbare posities deze ondersteuning het hardst nodig hebben;

van mening dat publiek geld gericht moet worden ingezet om kansen te vergroten voor deze groepen;

verzoekt de regering om met concrete maatregelen te komen die borgen dat middelen voor Leven Lang Ontwikkelen primair terechtkomen bij de groepen die deze het meest nodig hebben, en de Kamer voor het zomerreces te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Raijer.

Zij krijgt nr. 168 (30012).

Mevrouw Raijer (PVV):

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dat was de termijn van de zijde van de Kamer. We schorsen heel kort, een ogenblikje, een minuut of een, twee. Daarna gaan we door.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat Leven Lang Ontwikkelen en laaggeletterdheid. We zijn toe aan de termijn van de zijde van de regering. Ik geef het woord aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Minister Letschert:

Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik ga meteen beginnen. Ik ga allereerst de vraag van de fractie van PvdA-GroenLinks beantwoorden, van mevrouw Tseggai, over berichten in de Staat van het Onderwijs en de zorgen die er zijn over diplomafraude op het gebied van de erkenning verworven competenties, de evc's. Laat ik vooropstellen dat ik de zorgen daarover deel. Daarom heeft mijn voorganger samen met de ministers van SZW, VWS en JenV gebruikers van de evc's erop gewezen dat de kwaliteit niet altijd kan worden gewaarborgd. Ik kan daar eerlijk gezegd geen regie op pakken, want dat instrument is van de sector zelf. Wij benadrukken bij de examencommissies wel dat zij een belangrijke rol hebben. Ze hebben namelijk een poortwachtersrol bij het checken van de competenties als het gaat over instroom in die opleidingen. Ik ben met ze in gesprek om hun positie daarop te verstevigen. In de uitwerking van het LLO-stelsel zullen wij dit vraagstuk absoluut een plek geven, want ik deel uw zorg.

Dan ga ik naar de moties, meneer de voorzitter, als u mij toestemming geeft.

De voorzitter:

Zeker.

Minister Letschert:

De motie op stuk nr. 163, van de fractie van PvdA-GroenLinks, gaat over de basisvaardigheden van volwassenen. Die wil ik graag overnemen.

De voorzitter:

Een ogenblik. Ik moet checken of de Kamer dat goedvindt, want anders moeten we erover stemmen. Er wordt instemmend geknikt. Nee, toch niet?

Minister Letschert:

De motie gaat over ambitieuze meetbare doelen op het gebied van laaggeletterdheid.

De voorzitter:

O, is er wel instemming? Dan wordt de motie overgenomen.

Minister Letschert:

O, sorry, het is de motie op stuk nr. 164! Ik doe even mijn moties en de minister van SZW doet dadelijk de andere moties.

De voorzitter:

Ja, oké, daardoor ontstond de verwarring. Het gaat dus om de motie op stuk nr. 164.

Minister Letschert:

Van de motie op stuk nr. 164 zouden wij als kabinet dus zeggen: overnemen.

De voorzitter:

We zien instemmend geknik. Dan hoeven we daar dus niet over stemmen.

De voorzitter:

De motie-Tseggai (30012, nr. 164) is overgenomen.