Wijziging Leegstandwet naar Raad voor State voor advies
Het kabinet legt de wijziging van de Leegstandwet voor aan de Raad van State voor advies. Doel is om de wetswijziging nog voor de zomer naar de Tweede Kamer te sturen. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Gemeenten krijgen door de aanpassing meer mogelijkheden om leegstand aan te pakken en eigenaren te verplichten hun woning of gebouw weer in gebruik te nemen of te geven. Dit past binnen de aanpak van het kabinet om beschikbare woningen en gebouwen beter te benutten. De Leegstandwet helpt voorkomen dat panden leegstaan, zodat alle beschikbare ruimte wordt benut.
De wijziging van de Leegstandwet is afgelopen jaar in internetconsultatie geweest. Op basis van de reacties zijn er verduidelijkingen en verbeteringen doorgevoerd.
Optreden tegen leegstand
Met de wetswijziging kunnen gemeenten een eigenaar dwingen een pand weer in gebruik te (laten) nemen. Ook mogen gemeenten bij vermoedens van leegstand het elektriciteitsverbruik binnen een woonruimte opvragen om te onderbouwen dat er niemand woont.
Tijdelijke verhuur op basis van de Leegstandwet van ‘te koop staande woningen’ wordt aangescherpt: verhuur mag nog maximaal 2 jaar en het Woningwaarderingsstelsel (WWS) wordt verplicht. Een eigenaar moet daarbij aannemelijk maken dat de woning moeilijk verkocht kan worden. Tegelijk wordt het mogelijk om een collectieve vergunning aan te vragen voor het tijdelijk verhuren van woningen die gesloopt of vernieuwd worden. Daardoor hoeven eigenaren en gemeenten niet meer voor elke leegstaande woning apart een vergunning aan te vragen.