Tweede Kamer, 65e vergadering
- Begin14:00
- Sluiting00:00
- StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 21 april 2026.
Vragenuur
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen De Hoop
Vragen van het lid De Hoop aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het bericht "Kabinet wil huurwet versoepelen: hogere huren worden toch weer mogelijk".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan de heer De Hoop voor zijn vragen aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Hij spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ik heet de minister van harte welkom in vak K. Het woord is aan de heer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Een woning is voor gewone mensen onbetaalbaar geworden. Het was de belofte van dit nieuwe kabinet om dat op te lossen, met ook een nieuwe minister op Wonen. We waren allemaal ontzettend benieuwd naar haar plannen. Die zijn er nu, maar tot mijn verbazing kiest het rechtse minderheidskabinet ervoor om exact dezelfde maatregelen als die van het vorige kabinet, het PVV-kabinet, voort te zetten: het versoepelen van de Wet betaalbare huur. Dat zorgt ervoor dat gewone mensen veel meer huur moeten gaan betalen en dat pandjesbazen flink gaan profiteren. Mijn eerste vraag aan de minister is waar dit plan vandaan komt en bij welke partij dit in het verkiezingsprogramma stond.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik denk dat het belangrijkste op dit hele vraagstuk is dat er geen gouden oplossing is te vinden om het goed te doen voor de huurder en de verhuurder. In de Wet betaalbare huur, waar ik ook gewoon voor sta en waarover we met elkaar hebben afgesproken dat die in juli 2027 wordt geëvalueerd, spreken we nu van een hele gerichte maatregel die is gericht op iets wat eigenlijk niet zou moeten gebeuren. Dat is dat de voorraad van middenhuurwoningen kleiner wordt en dat we het risico lopen dat mensen straks geen toegang meer hebben tot een middenhuurwoning, die bedoeld is voor mensen met een middeninkomen, omdat die huizen er gewoon niet meer zijn. De reden om nu een hele gerichte aanpassing aan de Wet betaalbare huur te doen, is enkel en alleen voorkomen dat er straks voor mensen met een middenhuurinkomen helemaal geen huis meer is om te kunnen huren.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
De minister geeft geen antwoord op mijn vraag, maar ik kan het antwoord wel geven: het plan stond niet in het verkiezingsprogramma van D66, overigens wel in dat van de VVD, net als het verruimen van de hypotheekrenteaftrek in plaats van het verlagen ervan en net als het afschaffen van vaste huurcontracten. Dat zijn allemaal zekerheden waar de Kamer de afgelopen jaren als een leeuw voor heeft moeten vechten. Ik moet toch zeggen: die worden door deze minister in twee maanden bij het grofvuil gezet. Ik vind dat heel erg bezwaarlijk. Toen het vorige kabinet exact deze maatregelen voorstelde, werden ze weggestemd door een meerderheid van de Kamer, ook door het CDA en ook door D66, maar er was één partij die het ontzettend graag wilde: de VVD. Waarom kopieert de minister nu precies deze plannen van het vorige kabinet, het PVV-kabinet, en waarom heeft ze zelf geen enkel ander idee toegevoegd?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat we gedaan hebben en wat ik gedaan heb, is het coalitieakkoord volgen, waarin gewoon staat dat we de Wet betaalbare huur gaan optimaliseren, simpelweg omdat mensen met een middeninkomen toegang moeten blijven houden tot een middenhuurwoning. Wat betreft de vraag of ik daar dan zelf geen aanvullende ideeën over heb: ik heb de Kamer gisteren een Kamerbrief gestuurd met daarin de plannen voor de taskforce en wat we daarbij gaan doen. Dat is een breed pakket. Daaruit komt in december een actieplan. Daar zitten die ideeën in. Nogmaals, er is geen oplossing waarbij je het voor iedereen in het hele woondomein goed doet. Je zult dus heel gericht voor iedereen iets moeten doen, zonder dat je ervoor zorgt dat er mensen zijn die geen dak meer boven hun hoofd kunnen hebben.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
De minister heeft zelf geen enkel ander idee toegevoegd aan de maatregelen voor de Wet betaalbare huur. Ook het uitponden was al bekend; bij de invoering van de wet wist de Kamer dat. Er was een bewuste keuze gemaakt om huurders toch te beschermen. Ik zou de minister dus toch willen vragen waarom ze er niet eerst voor kiest om de wet te evalueren.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat hier een rol speelt, is dat er wel maatregelen zijn toegevoegd. De nieuwbouwopslag is eraan toegevoegd. Ik wacht op de evaluatie in 2027. Ik sta ook voor deze wet. Tegelijkertijd zie ik ongewenste effecten van de wet door het uitponden en de hoeveelheid woningen die daardoor niet meer beschikbaar zijn voor mensen met een middeninkomen. Dat is de reden waarom ik er nu voor kies om heel gericht iets te doen, zodat er huizen beschikbaar blijven voor mensen met een middeninkomen die op zoek zijn naar een huis in het middensegment.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Hoeveel huizen komen er dan extra beschikbaar door deze maatregel?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dit gaat om het voorkomen dat nog meer verhuurders ervoor kiezen de woningen te verkopen. Verkoop is natuurlijk goed voor de volgende groep mensen die daardoor hun starterswoning kunnen kopen, maar gaat ten koste van de groep die met een middenhuursalaris een middenhuurwoning zoekt.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dat is wederom geen antwoord op mijn vraag over een maatregel waar de minister blijkbaar heel veel vertrouwen in heeft. Ik vraag de minister wat een middenhuurwoning nu kost binnen het WWS.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ken het puntenaantal: 184 punten in het WWS. Maar ik durf het precieze bedrag nu niet te zeggen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dit heel pijnlijk. Het puntenaantal is 186 punten en het bedrag is €1.228,07. Hoeveel duurder zouden deze woningen volgens de minister worden door de maatregelen van dit kabinet?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat is afhankelijk van de maatregel. Er zijn maatregelen waardoor de huurprijs €30 per maand omhooggaat en er zijn maatregelen die kunnen leiden tot een stijging met €70 per maand. Dat zijn natuurlijk grote bedragen; dat realiseer ik me terdege. Het is een afweging die we moeten maken tussen geen beschikbare woningen versus de huur omhoog doen voor een aantal woningen binnen dit segment.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het pijnlijk om te constateren, maar ook dit antwoord klopt niet. Met deze aanpassing kan die huurprijs in bijvoorbeeld de grote steden door de WOZ-waarde oplopen tot meer dan €1.300 per jaar. Deze minister heeft zelf nog niet eens door wat de consequenties zijn voor hele gewone mensen, voor hele gewone mensen die de rekening nu al niet kunnen betalen, van de maatregel die zij treft. In dezelfde week waarin dit kabinet maatregelen aankondigt om de bestaanszekerheid van mensen te waarborgen en in een tijd van een oliecrisis weet de minister niet eens wat de consequenties zijn van de maatregelen en hoeveel extra geld die mensen gaan kosten. Ze kan niet eens benoemen hoeveel punten een woning in de middenhuur is en wat de huur daarvan is. Dat is €1.228,07. Hoeveel van hun netto-inkomen zijn jongeren tot en met 35 jaar kwijt aan die €1.228,07, denkt de minister?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ben het met de heer De Hoop eens dat het belangrijk is dat we zorgen dat huizen betaalbaar blijven. Ik ben het ook met u eens dat het woningwaarderingsstelsel ons daar houvast bij geeft en dat dat maximum van 186 punten een belangrijk element is om daarin betrouwbaar en transparant te kunnen zijn. Het klopt wat u zegt; het wordt duurder. Zoals ik zei leidt het ene element tot €30 in de maand meer en het andere tot €70 in de maand meer. Met de WOZ zal het inderdaad meer zijn dan deze bedragen. Tegelijkertijd is het uitgangspunt hierbij dat er middenhuurwoningen beschikbaar moeten blijven. Dat is volgens mij het allerbelangrijkste, want als er geen middenhuurwoningen beschikbaar zijn, dan hebben mensen geen dak boven hun hoofd. Volgens mij is dat nog veel zorgelijker.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik concludeer dat deze minister of geen enkel idee heeft wat de consequenties zijn van de maatregelen die zij wil treffen, of heel bewust de keuze maakt om pandjesbazen te laten prevaleren boven mensen die in die dure huurwoningen zitten. Ik weet eerlijk gezegd niet wat ik erger zou vinden. Dat doen, in een tijd waarin de prijzen zo stijgen door de crisis dat mensen de boodschappen al bijna niet meer kunnen betalen, en terwijl het kabinet nota bene gisteren nog met een crisispakket kwam om ervoor te zorgen dat mensen hopelijk de komende tijd de maanden nog door kunnen komen, is niet alleen onnavolgbaar, maar ook onrechtvaardig. Dan begrijp je niet hoe groot de zorgen van mensen zijn. Als de minister hier niet eens kan vertellen hoe het WWS in elkaar zit en hoe hoog die huren worden, dan hoop ik dat deze minister heel goed te rade gaat of dit nu wel een verstandig idee is.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik hoor de heer De Hoop goed. Ik ben het geheel met hem eens dat het ongelofelijk ingewikkeld is om het op de woningmarkt zoals die nu is voor alle partijen goed te doen. Dit gaat met name om een hele gerichte actie om iets te stoppen wat aan de hand is, namelijk het uitponden ván. We hebben verhuurders die in de meeste gevallen vol eer en geweten huizen verhuren in het middensegment, soms zelfs voor minder dan wat ze ervoor zouden kunnen krijgen als ze dat in de particuliere sector zouden doen. We hebben daar het een en ander voor ingeregeld. Ik doe nu een heel gericht voorstel om daar een aanpassing in aan te brengen. Die moet ertoe leiden dat er woningen beschikbaar blijven voor het middenhuursegment.
Mevrouw Beckerman (SP):
De minister wil de wooncrisis oplossen met precies die maatregelen die de wooncrisis hebben veroorzaakt, namelijk nog meer markt. Eerst was het minister Stef Blok die met hoge huren en flexibele huurcontracten de woningmarkt op kwam, en nu is het deze minister: een Blok-alike. Hoe denkt de minister de wooncrisis te gaan oplossen met maatregelen die de huidige wooncrisis juist veroorzaakt hebben?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Nogmaals, ik geloof niet in een gouden oplossing voor de hele woonmarkt. Ik begrijp de wens om het nu te hebben over de Wet betaalbare huur en wat die moet doen in het kader van de zorg voor alle mensen die huren, maar de markt is groter dan dat. We hebben ook verhuurders nodig. We hebben corporaties nodig. We hebben zo ongelofelijk veel nodig van dat hele segment om te komen tot oplossingen voor al die categorieën mensen die op zoek zijn naar een woning. Het gaat hier over de Wet betaalbare huur. Ik doe een hele gerichte aanpassing aan deze wet, waarbij ik zeg: op deze manier kunnen we ervoor zorgen dat er überhaupt nog huizen zijn voor het middenhuursegment. Ze moeten ook bijgebouwd worden — dat ben ik helemaal met u eens — maar daar kunnen deze mensen niet op wachten.
Mevrouw Beckerman (SP):
De markt faalt. Zo simpel is het. De vastgoedlobby heeft u misschien wijsgemaakt dat nog hogere huren de oplossing zijn, maar die kunnen mensen niet betalen. We zien al die ministers kiezen voor óf meer markt óf een onsje markt minder, terwijl de echte oplossing uitblijft. De echte oplossing is namelijk dit niet aan de markt over te laten. Is deze oplossing überhaupt in beeld bij de minister? Ik doel dan op de oplossing om te zorgen dat er meer woningen zijn voor middeninkomens en dat eens een keer niet aan de markt over te laten.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De oplossing die we voor ogen hebben, is dat er 100.000 huizen per jaar bij moeten. Om dat te realiseren hebben we met elkaar gesproken over de Wet versterking regie volkshuisvesting. Daar zitten allerlei maatregelen in waarmee we gaan reguleren dat er voldoende huizen komen voor de verschillende categorieën. Ik denk dat dat iets is waar we met volle vaart en vol vertrouwen achteraan moeten gaan, zodat de woningen die gebouwd worden een oplossing vormen voor het vraagstuk dat er ligt. Het heeft in mijn beleving geen zin om alleen maar te kijken naar wie hier rijker of armer van wordt. Uiteindelijk gaat het erom dat we ervoor moeten zorgen dat de mensen met een middeninkomen een middenhuurwoning kunnen krijgen, zodat ze hun leven daarin kunnen voortzetten.
De heer Van Leijen (D66):
We hebben veel meer middenhuurwoningen nodig, anders vist de politieagent, de verpleegkundige of de onderwijzer continu achter het net. Dus ik denk dat het goed is dat er nu gelijk maatregelen genomen worden die ervoor zorgen dat die middenhuur een boost krijgt. Mijn fractie denkt wel dat naast de Wet betaalbare huur er nog wel heel veel meer nodig is om die boost echt te realiseren. Dus mijn vraag aan de minister is welke maatregelen zij concreet de komende maanden gaat nemen om te zorgen dat er meer middenhuurwoningen bij komen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat we in ieder geval gaan doen — los van wat we in de taskforcebrief hebben geschreven, op weg naar september, over wanneer er een actieplan moet liggen waarin we ook iets met fiscaliteit gaan doen — is de verruiming van de staatssteun voor het bouwen van middenhuur in lijn met DAEB benutten. Dat gaan we uitwerken in de Woningwet. Vervolgens gaan we ook kijken naar het investeringsklimaat voor marktpartijen als het gaat om fiscaliteit.
De voorzitter:
Uw tweede vraag, meneer Van Leijen.
De heer Van Leijen (D66):
Ik denk ook dat woningcorporaties in die middenhuur een enorme rol te spelen hebben. Het is mooi dat die ruimte er komt en dat die door de minister benut gaat worden. Kan ze daar wat specifieker over zijn? Hoeveel extra woningen komen erbij als woningcorporaties aan middenhuur kunnen gaan doen, als dat DAEB wordt?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat zou moeten leiden tot 5.000 woningen per jaar.
De heer Mooiman (PVV):
Allereerst is het natuurlijk belangrijk dat de huren zo betaalbaar mogelijk blijven. Tegelijkertijd is het ook belangrijk dat er woningen zijn die betaalbaar zijn, zodat mensen ook daadwerkelijk ergens terechtkunnen. Maar goed, om juist die bijsturing in een eventuele wetswijziging, of hoe je het wil noemen, plaats te laten vinden, hadden we ook met elkaar afgesproken om die Wet betaalbare huur te gaan evalueren. Tegelijkertijd zien we dat de minister daarop vooruitlopend met allerlei voorstellen komt. Dan vind ik het toch wel lastig dat de minister geen antwoord heeft op de vraag hoeveel woningen er dan bij komen met de wijzigingen en de voorstellen die de minister nu doet. In hoeverre gaat dit voor mensen tot hogere huren leiden? Ik zou daar toch van de minister wel een antwoord op willen hebben.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik begrijp de vraag en het is ook een terechte vraag, maar dit gaat nadrukkelijk niet over iets terugkrijgen wat al weg is. De huizen die verkocht zijn, zijn verkocht. Dit gaat over het stoppen van het verder uitponden van de huizen. Ik kan u niet aangeven hoeveel mensen dat dan niet gaan doen. Wat ik u wel kan aangeven is dat het door deze maatregelen minder aantrekkelijk wordt om dat te doen en het juist aantrekkelijker wordt om te blijven verhuren, met het oog op beschikbaarheid van huizen voor mensen met een middeninkomen in de middenhuur.
De heer Mooiman (PVV):
Dat begrijp ik. Toch lijkt mij dat de minister voordat ze deze keuzes maakte, wel inzichtelijk heeft wat de effecten van de keuzes zijn. Hoe gaan we er uiteindelijk voor zorgen dat er voldoende betaalbare huurwoningen zijn en wat betekent dat voor mensen voor de huurprijs? Die effecten moet de minister toch duidelijk hebben? Je kan toch geen beleid maken zonder dat je dat scherp hebt?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
We hebben de effecten inzichtelijk als het gaat over de vraag tot welke huurstijging deze gerichte maatregelen uiteindelijk leiden. Deze gerichte maatregelen gaan over het stoppen van iets wat disproportioneel aan de hand was, namelijk het uitponden van woningen in het middenhuursegment. Natuurlijk moeten we bekijken wat daar verder de consequenties van zijn. We hebben ook de evaluatie; die wordt in juli volgend jaar opgeleverd. Daar gaan we dan met u over in gesprek. Deze specifieke handeling is echt gericht op het stoppen van het uitponden, zodat er huurwoningen beschikbaar blijven voor mensen met een middeninkomen. Dat staat voor mij voorop. Het feit dat ik dit doe en dat ik hiervoor heb gekozen, moet leiden tot minder uitponden en meer beschikbaarheid zodat mensen met een middeninkomen überhaupt een huis kunnen huren.
De heer Nobel (VVD):
Allereerst denk ik dat het ontzettend goed is dat dit kabinet de eerste stappen heeft gezet om de negatieve effecten van de Wet betaalbare huur tegen te gaan. Complimenten daarvoor. Tegelijkertijd hoor ik de minister zeggen dat we ervoor moeten zorgen dat het uitponden stopt. Er is een uitvraag gedaan onder verhuurders of zij denken dat ze met deze maatregelen nog steeds in het middenhuursegment zullen blijven verhuren. Daaruit blijkt dat slechts 6% voornemens is dat te doen. Denkt de minister dat deze maatregelen, deze eerste stap, met betrekking tot de Wet betaalbare huur afdoende zijn?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Nee, dat denk ik niet. Ik denk dat het een eerste stap is. Ik heb die onderzoeken ook gelezen. Ik heb de reacties natuurlijk ook gelezen. Ik heb de percentages van het vertrouwen dat dit genoeg gaat zijn ook gezien. Ik ben me ervan bewust dat dit op zichzelf niet genoeg is om het hele tij te keren. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat het genoeg is om nu een dempende werking op het uitponden te hebben. Daarnaast heeft u in de Kamerbrief van de taskforce kunnen lezen dat we fiscaliteit echt op de agenda van de taskforce gaan zetten en dat we in september met een actieplan komen waarin we die fiscaliteit meenemen als onderdeel van de hele sector.
De heer Nobel (VVD):
Ik denk dat het ontzettend verstandig is om ook naar de fiscaliteit te kijken, want daarin moet ontzettend veel gebeuren, maar ik hoorde de minister zojuist ook zeggen: ik wacht tot de evaluatie; ik denk dat dit afdoende is om het effect van het uitponden nu te dempen. Dat denkt de VVD in ieder geval niet. Dat blijkt ook uit de uitvraag die is gedaan bij verhuurders. Het goede nieuws is dat vijf op de zes verhuurders zegt: wij willen wel blijven verhuren, maar dan zal de minister echt meer stappen moeten zetten dan zij nu van plan is, ook wat betreft de Wet betaalbare huur. Mijn vraag aan de minister is dus: wanneer komt zij met vervolgstappen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De evaluatie is volgend jaar juli afgerond. Dan komt die uw kant op. Dat is het eerstvolgende moment.
Mevrouw Steen (CDA):
Dank aan het kabinet voor het sturen van deze twee uitvoerige brieven, waarin een aantal maatregelen zijn opgenomen. Ik denk dat wij allemaal weten dat voor zowel de betaalbaarheid als de beschikbaarheid van middenhuurwoningen het versnellen van de bouw van woningen uiteindelijk de allerhoogste prioriteit heeft. Ik heb gelezen dat de minister daar wat over heeft opgeschreven. Mijn vraag is: gaat parallel plannen nou in elke gemeente uitgerold worden en kan dat dan ook digitaal? Dat is namelijk wat je uiteindelijk wilt: sneller huizen bouwen met ambtenaren die daar tijd voor hebben.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel voor uw vraag. Het antwoord is ja. Zoals ik in de taskforcebrief heb geschreven, zit de grootste tijdwinst in het proces tussen het ontwerp en de vergunningen. Daar zit nu ongeveer acht jaar tussen. Dat moeten we terugbrengen naar vier jaar. Dat kan alleen door digitalisering en door gebruik te maken van AI. Ik ben gisteren in Almelo geweest. Ook Groningen zat daarbij aan tafel. Daar hebben mensen laten zien hoe zij dat doen en hoe zij tijd gaan winnen door tegelijkertijd te plannen in plaats van achter elkaar te plannen. Dit zijn allemaal initiatieven die gemeentes vooral met elkaar moeten delen om ervoor te zorgen dat die versnelling er komt. Op de vraag hoe we gemeentes daar dan bij gaan helpen, zeg ik het volgende. In dezelfde brief stond dat we een pool van tussen de 200 en 220 medewerkers gaan samenstellen. Die gaan dat dus niet voor iedere individuele gemeente doen; de bedoeling is dat zij er met elkaar voor gaan zorgen dat het lerende effect heel snel leidt tot versnelling, dus terug van acht naar vier jaar.
Mevrouw Steen (CDA):
Voor die flexpool heeft het CDA natuurlijk al jarenlang gepleit, dus we zijn blij dat die er nou eindelijk komt. Kan de minister aangeven wanneer zij iets naar de Kamer terug kan laten komen? Wanneer zien we dat het ook daadwerkelijk effect heeft?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Daar kom ik in september met het actieplan op terug. Dan kan ik, denk ik, het beste in een commissiedebat terugkoppelen waar we staan.
De heer Russcher (FVD):
We hebben in de afgelopen periode gezien dat de Wet betaalbare huur ervoor gezorgd heeft dat bijna de complete middenhuur verdwenen is. De minister komt nu met een kleine ingreep. Ze gaf net al aan dat ze denkt dat die wellicht niet afdoende is en dat we moeten wachten tot de evaluatie van volgend jaar juli. Wat Forum voor Democratie betreft gaat de Wet betaalbare huur nu al door de shredder en stoppen we daarmee, zodat er weer woningen beschikbaar komen in het middenhuursegment. Mijn vraag aan de minister is welke tweede set aan maatregelen zij nodig acht om de situatie op de huurmarkt te verbeteren.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik wacht verder de evaluatie over de Wet betaalbare huur af, die in juli volgend jaar aan uw Kamer wordt gestuurd. In de tussentijd gaan we vooral aan de slag met de elementen die ik in de taskforcebrief heb opgenomen. Daarin staat ook een heel deel over wat we met fiscaliteit willen doen. Daar ga ik me op richten.
De heer Russcher (FVD):
De heer Nobel van de VVD gaf net ook al aan dat maar 6% van de verhuurders deze maatregelen voldoende acht om te blijven verhuren. Dan kunnen we toch niet gaan wachten tot volgend jaar juli om deze situatie op te lossen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik denk dat we met deze sector vooral het gesprek moeten voeren dat wij nodig hebben dat zij dat wel blijven doen. We moeten in gesprek blijven over de manier waarop we de fiscaliteit kunnen verbeteren om dit toch mogelijk te maken.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik sta me toch wel een beetje te ergeren. Opgewarmde prak van de ambtsvoorganger van deze minister, onze collega Keijzer, wordt hier verkocht als een soort panacee waarmee de uitponding van allerlei huurwoningen zou gaan stoppen. Het zijn marginale wijzigingen. Tegelijkertijd weten we heel goed dat we niet hoeven te wachten op een evaluatie om er in de tussentijd wat aan te doen, namelijk door allerlei regels in box 3 te veranderen, zoals de leegwaarderatio en regels met betrekking tot de inbrengwaarde in dat nieuwe box 3-stelsel.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Wat gaat de minister tussen nu en die evaluatie al doen om niet alleen in gesprek te gaan? Want we weten drommels goed wat er verbeterd moet worden in box 3. Met welke voorstellen gaat ze daadwerkelijk komen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel voor die vraag. Er moet een heleboel gebeuren op het gebied van fiscaliteit, voor de hele bouwsector en om de opgave van 100.000 woningen voor elkaar te krijgen. Dat lukt alleen als we hier breder naar kijken, niet alleen gekoppeld aan de Wet betaalbare huur, vandaar mijn bredere brief vanuit de taskforce en vandaar ook mijn belofte dat ik in september met een actieplan kom waarin ook de lijn fiscaliteit is geborgd.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
De minister komt woningcorporaties tegemoet en komt de verhuurders tegemoet, maar wat doet ze nu voor de huurders? We hoorden net van meneer De Hoop dat je op jaarbasis ruim €1.300 meer huur moet gaan betalen. Niet iedereen kan dat betalen. Wat doet de minister nu voor de huurders?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat is een terechte vraag. Wat we proberen te doen voor de huurders, is het volgende. Dit geldt niet voor alle middenhuurwoningen. Niet van alle middenhuurwoningen gaat de huur €1.300 omhoog. Dat is afhankelijk van het woningwaardestelsel en waar die WOZ-cap op zit. Dat is met name van toepassing in grote steden en dan met name in Amsterdam. Voor de huurders zorgen we er in ieder geval voor dat de delen die leiden tot een huurverhoging niet in één keer toegevoegd worden aan de verhoging van de huur, maar dat dat in een stappenplan gaat, behalve op de WOZ, die inderdaad mee omhooggaat. We moeten daar met elkaar over in gesprek, zodat niemand hierdoor onder water belandt.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik heb het idee dat pandjesbazen een betere lobby hebben bij de minister dan huurders. Ik zou eigenlijk wel aan de minister willen vragen of zij aan de verpleegkundige en de politieagent die al die dure woningen moeten huren, wat net gezegd is, kan uitleggen hoe zij daartegen aankijkt.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat ik het allerbelangrijkste vind, is dat de verpleger, de politieagent, de militair en al die anderen in staat zijn om ergens een woning te huren. Daarvoor moet er voorraad zijn en moet die voorraad verhuurd worden door iemand. Dat kan door een corporatie zijn, maar dat kan ook door particulieren zijn. We moeten de mensen niet tegenover elkaar zetten, want er zijn ook een heleboel mensen die hun hart echt op de goede plek hebben zitten en huizen verhuren omdat ze ergens aan willen bijdragen. Het belangrijkste in dit hele narratief is de beschikbaarheid van woningen voor mensen die daar aanspraak op willen maken, zoals u zegt. Maar dan moeten die huizen er wel zijn en hebben we wel mensen nodig die willen blijven verhuren.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik zie een minister die heel veel vertrouwen heeft in de plannen die ze voorstelt, die vooral uit het kopieerapparaat van het vorige kabinet komen, maar niet kan schetsen wat het nou oplevert, hoeveel woningen het nou oplevert. Ik zou nog één keer voor de minister willen schetsen wat de consequenties zijn. Voor 25.000 woningen in de grote steden wordt de huur veel duurder, voor 10.000 monumentale woningen. Voor tienduizenden studenten verdwijnt hun vaste contract mogelijk. Wil de minister nog één keer heel goed overwegen of het toch niet verstandig is dat er een evaluatie komt voordat deze wet uitgevoerd wordt, omdat ze zelf blijkbaar de consequenties ook nog niet helemaal scherp heeft?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ben van mening dat wij ervoor moeten zorgen dat er voldoende middenhuurwoningen zijn voor mensen met een middeninkomen. Daar ligt onze verantwoordelijkheid.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Vragen Lohman
Vragen van het lid Lohman aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht "Waterschap gaat strijd aan met rivierkreeft en legt rekening bij Rijk".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Lohman voor zijn vragen aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, die ik van harte welkom heet in vak K. De heer Lohman stelt zijn vraag namens de fractie van het CDA. U heeft het woord.
De heer Lohman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Het verbaast me eigenlijk dat de rivierkreeft weer in het nieuws is, want de problematiek rondom rivierkreeften is al jaren bekend. Inmiddels is er een ecologische ramp ontstaan. Het lukt ons maar niet om die onder controle te krijgen.
Mijn eerste vraag aan de minister in dit kader is: hoe beoordeelt de minister de impact van de Amerikaanse rivierkreeft op biodiversiteits- en waterkwaliteitsdoeleinden, zoals de KRW?
De voorzitter:
De minister.
Minister Van Essen:
Voorzitter. Ik ben het met de heer Lohman eens dat de uitheemse rivierkreeft een groot probleem vormt voor onze Nederlandse wateren. Die rivierkreeften planten zich snel voort en vreten alles wat in het water leeft. Zo vormen ze een probleem, zowel voor de waterschappen als voor IenW, als je het hebt over waterkwaliteit, en voor LVVN, als het gaat om natuur en biodiversiteit. Vanuit die verantwoordelijkheden wil ik ook graag met die partijen samenwerken om "het rode gevaar", zoals sommigen deze noemen, te bestrijden. Ik moet eigenlijk zeggen: beheersen.
De heer Lohman (CDA):
De minister geeft zelf in het artikel van NOS aan dat uitroeien eigenlijk niet meer lukt. Beheer en bevissen zijn dus de enige oplossing. Wat zijn volgens de minister de belemmeringen voor het opschalen van de visserij? Wat kan de minister wellicht doen om deze weg te nemen?
Minister Van Essen:
Wat belangrijk is, is dat we ruimhartig zijn — dat is de RVO ook — in het verlenen van ontheffingen aan waterschappen, zodat zij met hun eigen medewerkers de rivierkreeft weg kunnen vangen. De staatssecretaris bereidt ook een wijziging van regelgeving voor, zodat waterschappen zonder ontheffingen die selectieve vistuigen mogen gebruiken. Het streven is om dat op 1 januari 2027 in werking te hebben. Momenteel loopt er ook een onderzoek naar selectieve vistuigen die aanvullend kunnen worden toegestaan. Hierdoor wordt op termijn de gereedschapskist van waterschappen steeds verder gevuld om rivierkreeften te kunnen wegvissen. Dat is belangrijk.
De heer Lohman (CDA):
Dat lijkt me een mooie ontwikkeling, want het is een totaal absurde situatie dat de supermarkt hier vol ligt met de staartjes van precies dezelfde rode rivierkreeft, maar dan gekweekt en geïmporteerd vanuit China. En dat terwijl ze hier letterlijk de sloot uit komen lopen. Dat schreef culinair journalist Joël Broekaert al in 2022. De rekening voor beheer wordt als een hete aardappel heen en weer geschoven, terwijl er wel degelijk een businesscase te maken is waardoor niet alle kosten terechtkomen bij de belastingbetaler. Het probleem is dat er geen goede, stabiele, georganiseerde en rendabele keten is. Die is ook moeilijk op te bouwen als de aanvoer onzeker is en het beleid versnipperd blijft.
In dat kader heb ik nog een vraag voor de minister. Is hij bekend met het onderzoek van Wageningen University & Research, ook uit 2022, waaruit blijkt dat er wel degelijk kansen zijn voor het opschalen van een rivierkreeftenketen?
Minister Van Essen:
Ik ben bekend met het onderzoek van de WUR dat net werd aangehaald. In het kader van de uitvoeringsagenda visserij ligt dit bij de staatssecretaris om verder op te pakken. Dat doet hij ook. In algemene zin — dat is wel goed om te zeggen — wordt dit soort onderzoeken altijd betrokken bij de beleidsvorming van LVVN.
De heer Lohman (CDA):
Dan haal ik nog een keer Joël Broekaert aan: "Rivierkreeftjes zijn net als hun zoutwaterneven aangenaam zoet. De structuur van het vlees is, mits niet te lang gekookt, lekker verend knapperig bij het kauwen. Je kan er dus een heerlijke bisque van trekken." Dat zal ook wel moeten, want een essentieel probleem is dat alleen de grote rivierkreeften op dit moment aftrek vinden. We moeten dus een oplossing vinden voor de kleintjes.
Ik heb nog een vraag voor de minister: is hij bekend met het Zeeuwse bedrijf Crustalicious?
Minister Van Essen:
Het begin van de vraag klinkt heel smakelijk. Ik ben bekend met dat bedrijf. We werken met al dat soort stakeholders samen, ook aan de uitvoeringsagenda visserij, die ik al noemde. In dat kader lopen al gesprekken met de visserijsector, maar zeker ook met de verwerkende partijen. Er is ook al een bezoek gebracht aan dit bedrijf namens LVVN. Er wordt ook gezocht naar concrete mogelijkheden om de afzetmarkt verder te vergroten, want dat is ook een probleem voor de rivierkreeft.
De heer Lohman (CDA):
Ik ben blij om dat te horen. Het bedrijf heeft inderdaad een machine ontwikkeld om ook de kleine rivierkreeftjes te kunnen verwerken tot een smakelijke, eiwitrijke massa. Die machine heeft een output van 500 kilo per uur. Dat zet wat meer zoden aan de dijk dan alleen het verwerken van de grote vissen.
U raakt inderdaad een belangrijk punt aan: er zijn gesprekken geweest. Ik begrijp dat er ook gesprekken zijn geweest tussen provincie, waterschappen en dit bedrijf. Mijn laatste informatie is dat dat wel een beetje stokt. Mijn laatste twee vragen aan de minister zijn dus de volgende. Kan het Rijk meer regie nemen in het opzetten van de businesscase, zodat uiteindelijk niet de belastingbetaler voor de kosten opdraait, maar dat een deel daarvan — het zal niet alles zijn — ook via de verkoop betaald wordt? Welke rol ziet de minister voor zichzelf en voor het Rijk om een goed functionerende keten te faciliteren?
Minister Van Essen:
Wat ik voor mezelf zie, is met name de impact van deze rivierkreeft op de kwetsbare natuur en biodiversiteit. Zoals gezegd, komt de staatssecretaris met een uitvoeringsagenda visserij, waarin ook de vragen van de heer Lohman verder vormgegeven kunnen worden. Volgens mij heeft u waardevolle suggesties gedaan, met een mooi Nederlands bedrijf dat hier een oplossing kan bieden. Ik wil uw suggesties dus graag meenemen, niet alleen naar mijn collega, maar ook naar de gesprekken die ik heb met de Unie van Waterschappen en met IenW. We willen namelijk graag voor de zomer nog met een brief komen in het kader van de rivierkreeft. Het is dus tweeledig: het debat Visserij dat u 16 juni heeft, zo heb ik mij laten informeren, maar ook mijn eigen gesprekken in het kader van die kwetsbare natuur.
De heer Lohman (CDA):
Ter afronding. Ik hoop inderdaad dat er een smakelijke oplossing gevonden kan worden, waarbij de rekening niet enkel bij de burger komt te liggen. Ik wil nog benoemen dat dezelfde ketenproblematiek ook bij andere kleinschalige vormen van visserij speelt. Wellicht kunnen we deze rivierkreeftjescrisis dus aangrijpen als kans om hier ook strategisch over na te denken.
Minister Van Essen:
Ik wil de heer Lohman danken voor de suggesties. Zoals gezegd, neem ik deze graag mee naar de twee genoemde plekken.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Er zijn veel grotere crisissen in Nederland op dit moment, maar de problematiek met de rivierkreeften is aanzienlijk. De vorige staatssecretaris, Jean Rummenie, heeft zich heel erg ingezet voor het wijzigen van de wet- en regelgeving rond het aanpassen van vistuigen voor de rivierkreeft. In januari is daarover een consultatie geweest. Nu hebben we een nieuw kabinet, van VVD, D66 en CDA, maar duidelijkheid blijft uit. Mijn vraag aan de minister is: wanneer komt het kabinet nou met de verwerking en uitkomsten van de consultatie die al is geweest? Er moet namelijk zo snel mogelijk duidelijkheid komen, zodat vissers en waterschappen hiermee aan de slag kunnen.
Minister Van Essen:
Het klopt wat mevrouw Van der Plas zegt: die consultatie is geweest. Dat moet ook opleveren dat we dit vraagstuk beter beet kunnen pakken. Ik heb zojuist al toegezegd met een Kamerbrief te komen over dit vraagstuk, zowel het natuurvraagstuk als wat hier wordt meegegeven. Daarin zal ik mevrouw Van der Plas hopelijk duidelijkheid bieden.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen. Ik stel voor dat we ook recepten met elkaar gaan uitwisselen naar aanleiding van de vragen van de heer Lohman.
Vragen Vellinga-Beemsterboer
Vragen van het lid Vellinga-Beemsterboer aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht "Start droogteseizoen: lage grondwaterstanden en eerste beperkingen op watergebruik".
De voorzitter:
Dan is het woord aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer voor haar vragen namens de fractie van D66 aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat, die er nog niet is. Maar hij is ongetwijfeld aanstonds, dus laten we even een kort ogenblik wachten en schorsen. Zodra de minister plaatsneemt in vak K, krijgt mevrouw Vellinga-Beemsterboer het woord. De vergadering is heel kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Dat ging heel snel. Het woord is aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Water is de basis van alles wat we doen. We drinken het, we verbouwen er ons voedsel mee en onze natuur kan er niet zonder. En toch merken we steeds vaker dat er tekorten zijn, zoals in de zomer. Van de afgelopen acht jaar waren er vijf lentes en zomers te droog. Dat zorgt voor grote problemen: droge akkers en tuinen, lage waterstanden en een verbod op sproeien. Het is nu pas half april en zelfs nu merken we de watertekorten al op veel plekken in het land. Dat raakt mensen thuis, dat raakt boeren en dat raakt bedrijven. We mogen dus niet afwachten, maar we moeten vooruitkijken, innoveren, besparen en voorkomen dat er tekorten ontstaan. We weten namelijk dat het anders kan. Nederland is hét waterland. Wij zijn kampioen watermanagement en we zijn al decennialang koploper als het gaat om innovaties op het gebied van water. Ook het droogteseizoen kunnen wij het hoofd bieden. Dat vraagt om keuzes, maar vooral ook om tempo en actie.
Ik heb drie blokjes vragen voor de minister. Ik begin met deze. Wat doet de minister nu om het dreigende tekort aan water te voorkomen? Zijn er scenario's uitgewerkt en ligt er een plan klaar? Wat doet de minister als er toch grote watertekorten ontstaan? Hoe zorgt hij ervoor dat mensen nooit zonder water komen te zitten?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Karremans:
Dank u wel, voorzitter. Twee weken geleden stond ik hier nog vanwege kerosinetekorten en nu om watertekorten; het kan verkeren, zou ik bijna willen zeggen. Het is niet … Het is wel een ontzettend belangrijk onderwerp. Ik wilde natuurlijk zeggen: het is niet een minder belangrijk onderwerp dan de kerosine.
Ten aanzien van de schaarste met betrekking tot water is het natuurlijk belangrijk om schaarste zo veel mogelijk te voorkomen. Daartoe beginnen we in juni weer een campagne richting mensen om zo min mogelijk drinkwater te gebruiken. We werken daarbij nauw samen met de waterschappen om te kijken wat we hierop kunnen doen. Alle overheden en alle watergebruikers hebben daar een rol in. Om beter voorbereid te zijn op droge periodes zijn we nu bezig met het Nationaal Water Programma, waarin een samenhangend pakket zit met beleidsinstrumenten, waaronder het optimaliseren van de nationale waterverdeling en het instellen van grondwateronttrekkingsplafonds, juist om schaarste te voorkomen. Er komt ook een voorkeursvolgorde in het geval dat er schaarste ontstaat. Overigens is die er voor een deel al, want in geval van extreme droogte en daarmee dus schaarste aan water komt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling bij elkaar. Zij kijken dan hoe het water het beste kan worden verdeeld zodat in ieder geval alle vitale functies in Nederland die afhankelijk zijn van water, door kunnen blijven gaan.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik ben blij om te horen dat de minister het ook een belangrijk onderwerp vindt en iedereen bij elkaar brengt om dit samen het hoofd te bieden. Ik wil ook even vooruitkijken. Er zijn heel veel grote woningbouwplannen voor gebieden waar het drinkwater nu al onder druk staat, zoals Utrecht en Den Haag. De minister zit ook in de Taskforce Wonen. Hoe gaat hij ervoor zorgen dat de beschikbaarheid van drinkwater en waterbesparing vanaf het begin worden meegenomen in deze plannen, zodat we niet nu bouwen en straks tegen waterproblemen aanlopen?
Minister Karremans:
Dat is een hele goede vraag, waarvoor ook de drinkwaterbedrijven aandacht vragen, zeker de drinkwaterbedrijven die het beheer hebben over drinkwater op zandgronden. Daar is het nog ingewikkelder dan in bijvoorbeeld veengebieden. Daarover is heel veel contact en overleg tussen overheden. Het is ook aan de regionale en lokale overheden om daar in een vroeg stadium contact over te hebben met de drinkwaterbedrijven en er afspraken over te maken. Ik zie ook dat dat gebeurt. Maar het is wel van ontzettend groot belang dat dat blijft gebeuren, want drinkwater is vanzelfsprekend van groot belang voor de woningbouw in Nederland.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
De minister zei daarnet al: we moeten hier eigenlijk samen de schouders onder zetten. Voor veel bedrijven zijn watertekorten nu al een groot probleem. In sommige steden en dorpen zijn er bedrijven die niet aangesloten kunnen worden op het waternet, omdat de levering simpelweg niet gegarandeerd kan worden. Kan de minister concreet toelichten wat er nu gedaan wordt om te zorgen dat dit soort bedrijven niet vastlopen? Kan hij ook uitweiden over hoe er dan wordt gekeken naar grootverbruikers zoals industrie en landbouw? Wat verwacht hij nu van hen, ook in de komende periode, en welke afspraken worden er gemaakt?
Minister Karremans:
Er is een verdringingsreeks en die is ook wettelijk opgenomen. Zoals ik net al even zei, beginnen we zo om te zorgen dat vitale functies in dit land door kunnen blijven gaan. Denk dan bijvoorbeeld aan veendijken: als die droog komen te staan, vormen ze een direct gevaar voor de waterveiligheid in Nederland. Vervolgens zijn het de nutsvoorzieningen, dus de drinkwater- en energievoorziening, die als eerste aan de beurt komen. Daarna komt de kleinschalige hoogwaardige landbouw en daarna de overige behoeften zoals scheepvaart, grootschalige landbouw en recreatie. In die wettelijke volgorde wordt dat afgewerkt. Wat de commissie in geval van schaarste doet, is bekijken wat de prognoses zijn en wat het probleem is. Langs die volgorde wordt dan bepaald waar het water naartoe gaat. Zo proberen we dat in gevallen van schaarste op een goede manier te doen.
Zoals ik aan het begin al zei, proberen we schaarste natuurlijk altijd te voorkomen. Daarvoor is meer nodig dan we nu doen. Door klimaatverandering is er gewoon ook minder beschikbaarheid en zijn er langere, grotere en hevigere droge periodes. Daar werken we ook aan, onder andere met de nationale adaptatiestrategie die nu in ontwikkeling is.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik ben blij dat de minister ook aangeeft dat de urgentie heel groot is en dat het heel goed is dat we dit met elkaar oppakken. Gisteren nog stond er een hele grote groep maatschappelijke partners op: gemeentes, provincies, waterbedrijven, banken. Zij roepen allemaal op om in actie te komen en om meer te doen om met name het aanbod van drinkwater te vergroten en de vraag te temperen. Wat ons betreft mag water niet het volgende slot op Nederland worden. Dat dreigt nu wel te gebeuren, dus ook ik roep de minister hier op om heel goed te kijken naar wat de partners meebrengen en daadkrachtig aan de slag te gaan. We weten dat het droogteseizoen eraan komt. Dit is wat ons betreft het moment om te handelen, dus versnel de boel, maak duidelijke afspraken met grootverbruikers en help mensen om water vast te houden. Volgens mij kunnen wij dit samen voor elkaar krijgen.
Minister Karremans:
Helemaal mee eens. Het is een beetje gek om dit zo vlak voor Koningsdag te zeggen, maar laten we vooral hopen dat het weer gaat regenen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De voedselproductie. Een van onze eerste levensbehoeften, naast water en zuurstof, is voedsel. Als we een van die drie dingen niet hebben, gaan we dood. Het is natuurlijk heel erg belangrijk om watergebruik voor de voedselproductie te hebben. Heeft de minister dit goed in het vizier? Er schijnt een zoetwateropslag te liggen onder de olietank in de Botlek, van 500 hectare groot, met gefilterd water. Dat is schoner dan de Maas en misschien zelfs dan het water uit de kraan zelf. Is de minister bereid om te onderzoeken of deze 500 hectare zoetwateropslag eventueel gebruikt kan worden?
Minister Karremans:
Ik neem aan dat mevrouw Van der Plas dan bedoelt: om die voor de landbouw in te zetten? Daar ga ik maar van even uit.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Niet zozeer voor de … Ja, ook voor de landbouw, maar om die in te zetten omdat er droogte is.
De voorzitter:
Nee, nee, nee, mevrouw Van der Plas. Twee vragen! Twee vragen, mevrouw Van der Plas! Minister, nooit vragen terugstellen! Dat is altijd gevaarlijk.
Minister Karremans:
Nee, nee, maar ik wil de vraag natuurlijk goed beantwoorden.
De voorzitter:
Gaat uw gang. Gaat uw gang.
Minister Karremans:
Dat is natuurlijk het punt hier. Daar moet ik naar kijken. Ik weet niet welke kwaliteit dat water heeft. Het meest schone water is natuurlijk niet per se nodig voor de besproeiing van akkerbouw. Daar worden natuurlijk andere vormen van water voor gebruikt. Ik weet dus niet of dat nou de beste bestemming is om daarvoor te kiezen.
Ten aanzien van die verdringingsreeks: die is wettelijk vastgesteld. Ik denk dat mevrouw Van der Plas het ook met mij eens dat allereerst waterveiligheid het allerbelangrijkst is en vervolgens energie en daarna drinkwatervoorziening. Vervolgens komt ook al hoogwaardige landbouw in het vizier. Die zit bijvoorbeeld voor de scheepvaart in deze verdringingsreeks. Dat is altijd het lastige met schaarste: je moet kiezen wat eerst en wat daarna. Maar goed, het wil ook niet zeggen dat de voedselvoorziening in één keer stil komt te vallen. Dat is natuurlijk ook niet het geval. Daar kijkt die commissie ook naar. Die weegt dat allemaal mee. Ze leggen de verdeling langs deze lat. Zij komen daarbij onafhankelijk tot een besluit.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Goed dat de minister begint over die verdringingsreeks, de volgorde waarin schaarse watervoorraden verdeeld gaan worden. Maar om dat te kunnen doen, moet je natuurlijk ook eerst weten waar er precies water opgepompt wordt. Er zijn nog een heleboel vergunningsvrije putten, waarvan we helemaal geen idee hebben dat ze überhaupt geslagen worden en ook niet hoeveel water eruit gehaald gaat worden. Is er niet gewoon wetgeving nodig om dat te allen tijde vergunningsplichtig te maken, zodat dat inzicht er wel komt?
Minister Karremans:
We zijn bezig met dat Nationaal Water Programma, dat mevrouw Bromet noemde. Daar zit dit in. Zo krijgen we veel beter zicht op de onttrekking die nu buiten het zicht plaatsvindt. Waar nodig maken we de mensen die dat doen meldingsplichtig. Daar werken we aan, en we hopen dat zo snel mogelijk richting de Kamer te brengen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het vragenuur. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur, waarna we gaan stemmen.
De vergadering wordt van 14.46 uur tot 15.00 uur geschorst.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Wilt u uw plaatsen innemen zodat we kunnen gaan stemmen? Het is weer een hele lijst, dus we hebben iedere minuut nodig.
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
De voorzitter:
Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over een brief van de commissie voor de Rijksuitgaven (31865, nr. 300) en over de aangehouden motie-Dobbe (33578, nr. 173).
Dan zijn we aangekomen bij de stemmingen.
Stemmingen
Stemmingen
Stemmingen Uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (36836).
(Zie vergadering van 8 april 2026.)
In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Beckerman/Bushoff (stuk nr. 55, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit nader gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 55 voorkomende nader gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Beckerman/Bushoff (stuk nr. 33).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Groep Markuszower en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Kops (stuk nr. 27).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Bushoff/Beckerman (stuk nr. 32).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Beckerman/Bushoff (stuk nr. 28).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Beckerman/Bushoff (stuk nr. 56) tot het invoegen van een onderdeel La.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Beckerman/Bushoff (stuk nr. 29).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komen de gewijzigde amendementen-Bushoff/Beckerman (stuk nrs. 37, I en II).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Groep Markuszower en de PVV voor deze gewijzigde amendementen hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij zijn verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van deze gewijzigde amendementen de overige op stuk nr. 37 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Bushoff/Beckerman (stuk nr. 38).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Bushoff/Beckerman (stuk nr. 35).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Bushoff/Beckerman (stuk nr. 57).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Bushoff/Beckerman (stuk nr. 54) tot het invoegen van een onderdeel Qa.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Beckerman/Bushoff (stuk nr. 34).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Dan hebben we een stemverklaring van de heer Clemminck. Hij krijgt het woord.
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter. JA21 onderschrijft de conclusie van de parlementaire enquêtecommissie dat de inwoners van het aardbevingsgebied in de steek zijn gelaten. De politiek is te lang blind en doof geweest voor de problemen en de schade als gevolg van de gaswinning. Voor mijn fractie staat daarom buiten kijf dat gedupeerden recht hebben op herstel en compensatie. Het uitgangspunt moet daarbij helder zijn en blijven: wie schade veroorzaakt, is verantwoordelijk voor herstel en compensatie. Binnen die causaliteit steunt JA21 een aanpak die menselijker, makkelijker en milder is. Voorstellen die echt gedupeerden sneller en ruimhartiger helpen, kunnen daarom op onze steun rekenen. Dat geldt ook voor vandaag.
De fractie van JA21 werkt ook aan een initiatiefwetsvoorstel om het Groningenveld als strategische reserve te gebruiken. Op de lange termijn, als de herstel- en versterkingsoperaties zijn afgerond, wil mijn fractie op een verantwoorde manier gaswinning hervatten. Omdat die volgorde erin ontbreekt, stemt mijn fractie tegen de motie op stuk nr. 53.
Wat JA21 vandaag niet kan steunen, is het loslaten van de causaliteit. Dat is niet in het belang van gedupeerden, die de wachttijden zien oplopen, en evenmin van de belastingbetaler, die zal opdraaien voor de miljardenrekening. Het rechtsprincipe "wie schade veroorzaakt, is verantwoordelijk voor herstel en compensatie" wordt in deze wet losgelaten. Daarom zal mijn fractie tegen de wet stemmen.
De voorzitter:
Dank u wel.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Kops (stuk nr. 27), het amendement-Bushoff/Beckerman (stuk nr. 32), het gewijzigde amendement-Bushoff/Beckerman (stuk nr. 38), het gewijzigde amendement-Bushoff/Beckerman (stuk nr. 35), het gewijzigde amendement-Bushoff/Beckerman (stuk nr. 57) en het gewijzigde amendement-Bushoff/Beckerman (stuk nr. 54).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat het is aangenomen.
De fractie van Forum voor Democratie wordt aantekening verleend dat zij geacht wenst te worden tegen het in artikel I onderdeel O voorgestelde hoofdstuk 5b te hebben gestemd.
Stemmingen moties Uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen,
te weten:
de motie-Beckerman/Bushoff over de Staat van Groningen verbeteren met mogelijkheden om te monitoren en bij te sturen (36836, nr. 39);
de motie-Beckerman/Bushoff over borgen dat het toezicht op externe inhuur door IMG en NCG wordt versterkt (36836, nr. 40);
de motie-Beckerman/Bushoff over stoppen met causaliteitsonderzoeken in het kerngebied (36836, nr. 41);
de motie-Beckerman/Bushoff over een zodanige opschortingstermijn dat gedupeerden niet eindeloos hoeven te wachten (36836, nr. 42);
de motie-Bushoff over bij de inwerkingtreding van het wetsvoorstel maatregel 29 toetsen aan artikel 19c van de wet Groningen (36836, nr. 43);
de motie-Bushoff/Beckerman over een winstnormbepaling in de aanbesteding (36836, nr. 44);
de motie-Bushoff/Beckerman over geen perverse financiële prikkel voor schadebureaus (36836, nr. 45);
de motie-Clemminck over rapporteren over de toegekende en uitgekeerde schadevergoedingen en over het bedrag dat op de NAM is verhaald (36836, nr. 46);
de motie-Clemminck over rapporteren over de geografische spreiding van schadevergoedingen en de samenhang met grondbewegingen (36836, nr. 47);
de motie-Vermeer over onderzoek naar langetermijneffecten op de bodem in het voormalig gaswinningsgebied intensiveren (36836, nr. 48);
de motie-Vermeer over de doorlooptijden van schadeafhandeling en versterking inzichtelijk maken in de Staat van Groningen en Noord-Drenthe (36836, nr. 49);
de motie-Köse over borgen dat finale kwijting nimmer in de weg staat aan noodzakelijk schadeherstel (36836, nr. 50);
de motie-Köse over zorgen dat het uitvoeringsprogramma leidt tot concrete resultaten voor bewoners (36836, nr. 51);
de motie-Den Hollander/Köse over advies van de regeringscommissaris over de afhandeling van de meest complexe casussen (36836, nr. 52);
de motie-De Vos over ruimhartige compensatie van de Groningers en hervatting van de gaswinning (36836, nr. 53).
(Zie vergadering van 8 april 2026.)
De voorzitter:
De motie-Beckerman/Bushoff (36836, nr. 39) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in deze wet veel aandacht wordt besteed aan schade, versterking, brede welvaart en verduurzaming, en veel minder aan het realiseren van een "betere overheid", een van de zes centrale pijlers van de Staat van Groningen;
constaterende dat het kabinet jaarlijks verantwoording aflegt in de Staat van Groningen en dit document daarom zo goed mogelijk moet zijn om te kunnen monitoren en bijsturen;
verzoekt de regering:
ook wetenschappelijk advies te betrekken in dit proces, zoals uitgewerkt door het Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen;
duidelijkheid te geven over de voorwaarden waaronder het consortium dat de Staat van Groningen moet opstellen en opleveren opereert om te waarborgen dat er gedegen onderzoek wordt gedaan;
te borgen dat er integraal wordt gekeken naar de resultaten en effecten van schadeherstel, versterking, verduurzaming en brede welvaart;
brede betrokkenheid van de regio, bewoners en maatschappelijke organisaties te borgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 39 (36836).
De voorzitter:
De motie-Beckerman/Bushoff (36836, nr. 42) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat gedupeerden soms streng worden gehouden aan termijnen opgelegd door het IMG en de NCG;
constaterende dat de wet aan de andere kant de mogelijkheid biedt dat de overheid zich niet aan de termijnen houdt door de opschortingsmogelijkheid opgenomen in artikel I onder d;
verzoekt de regering:
te voorzien in een redelijke termijn van opschorting zodat de overheid gedupeerden niet eindeloos kan laten wachten;
daadwerkelijk milder, menselijker en makkelijker om te gaan met gedupeerden die termijnen niet halen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 42 (36836).
In stemming komt de gewijzigde motie-Beckerman/Bushoff (36836, nr. ??, was nr. 39).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman/Bushoff (36836, nr. 40).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman/Bushoff (36836, nr. 41).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Beckerman/Bushoff (36836, nr. ??, was nr. 42).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bushoff (36836, nr. 43).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bushoff/Beckerman (36836, nr. 44).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bushoff/Beckerman (36836, nr. 45).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Clemminck (36836, nr. 46).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Clemminck (36836, nr. 47).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Vermeer (36836, nr. 48).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Vermeer (36836, nr. 49).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Köse (36836, nr. 50).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Köse (36836, nr. 51).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Den Hollander/Köse (36836, nr. 52).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-De Vos (36836, nr. 53).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen Wet toekomstbestendige huurcommissie
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het optimaliseren van procedures bij de huurcommissie (Wet toekomstbestendige huurcommissie) (36791).
(Zie vergadering van 9 april 2026.)
In stemming komt het amendement-De Hoop/Beckerman (stuk nr. 8, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 8 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Mooiman (stuk nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Grinwis/Steen (stuk nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Beckerman/De Hoop (stuk nr. 16) tot het invoegen van een artikel IIA.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Grinwis/Steen (stuk nr. 10) en het gewijzigde amendement-Beckerman/De Hoop (stuk nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Wet toekomstbestendige huurcommissie
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het optimaliseren van procedures bij de huurcommissie (Wet toekomstbestendige huurcommissie),
te weten:
de motie-Beckerman/De Hoop over onderzoeken welke knelpunten er zijn bij collectieve servicekostengeschillen bij de Huurcommissie (36791, nr. 11);
de motie-Beckerman over onderzoek doen naar een Nederlandse variant op de Britse Awaab's Law (36791, nr. 12);
de motie-Mooiman c.s. over in geplande evaluatiemomenten zo veel als mogelijk rekening houden met de positie van huurders (36791, nr. 13);
de motie-Mooiman c.s. over in kaart brengen in hoeverre de uitspraken van de Huurcommissie leiden tot terugbetaling of herstel van gebreken (36791, nr. 14);
de motie-Mooiman c.s. over gemeenten zonder huurteam aansporen om capaciteit voor handhaving van wetgeving en ondersteuning te realiseren (36791, nr. 15).
(Zie vergadering van 9 april 2026.)
In stemming komt de motie-Beckerman/De Hoop (36791, nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman (36791, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mooiman c.s. (36791, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mooiman c.s. (36791, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mooiman c.s. (36791, nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen Wet meer zekerheid flexwerkers
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) (36746).
(Zie vergadering van 9 april 2026.)
De voorzitter:
Vandaag zullen wij alleen over de ingediende amendementen en de artikelen stemmen. De eindstemming over het wetsvoorstel zal op dinsdag 12 mei aanstaande plaatsvinden.
In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 19).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Ceulemans (stuk nr. 23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 22, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 22 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 28).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Ceulemans (stuk nr. 24).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Patijn (stuk nr. 29, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 29 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Michon-Derkzen (stuk nr. 42, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 42 voorkomende gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Michon-Derkzen (stuk nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Neijenhuis (stuk nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Michon-Derkzen (stuk nr. 43).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Neijenhuis (stuk nr. 16, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, D66, Volt, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 16 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Patijn/Neijenhuis (stuk nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, BBB en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Patijn (stuk nr. 11) tot het invoegen van een onderdeel Paa.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Neijenhuis (stuk nr. 25).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Patijn (stuk nr. 40, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 40 voorkomende gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Neijenhuis (stuk nr. 26).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Neijenhuis/Patijn (stuk nr. 27) tot het invoegen van een onderdeel Aa.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Wet meer zekerheid flexwerkers
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers),
te weten:
de motie-Patijn/Neijenhuis over onderzoeken of en hoe de ketenbepaling kan worden toegepast op urenuitbreiding (36746, nr. 30);
de motie-Patijn over uitzendkrachten informeren over hun rechten, bijvoorbeeld via WorkinNL (36746, nr. 31);
de motie-Patijn over uitzonderingen op de ketenbepaling in kaart brengen, uniformeren en wegen (36746, nr. 32);
de motie-Neijenhuis/Ceulemans over de loonheffingsverklaring als bewijs dat iemand student of scholier is voor toepassing van de uitzonderingsbepaling (36746, nr. 33);
de motie-Van Ark/Tijmstra over uitvoeringsknelpunten in beeld brengen vóór inwerkingtreding van de wetsonderdelen die zien op oproepcontracten en het bandbreedtecontract (36746, nr. 34);
de motie-Michon-Derkzen c.s. over het resterende arbeidsmarktpakket zo gelijktijdig mogelijk in werking doen treden (36746, nr. 35);
de motie-Michon-Derkzen/Ceulemans over het meenemen van het effect van de wet op de werkgelegenheid en het vestigingsklimaat in de arbeidsmonitor (36746, nr. 36);
de motie-Wiersma/Van Houwelingen over de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte voor het kleinbedrijf verkorten naar één jaar (36746, nr. 37);
de motie-Van Houwelingen over rapporteren of de 130%-bandbreedte voldoende aansluit bij sectoren met fluctuerende vraag naar arbeid (36746, nr. 38);
de motie-Van Houwelingen over een onderzoek naar ruimte voor afwijking van de voorgestelde regels voor sectoren met een aantoonbaar fluctuerende arbeidsvraag (36746, nr. 39).
(Zie vergadering van 9 april 2026.)
In stemming komt de motie-Patijn/Neijenhuis (36746, nr. 30).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Patijn (36746, nr. 31).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Patijn (36746, nr. 32).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Neijenhuis/Ceulemans (36746, nr. 33).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Ark/Tijmstra (36746, nr. 34).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Michon-Derkzen c.s. (36746, nr. 35).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Michon-Derkzen/Ceulemans (36746, nr. 36).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Wiersma/Van Houwelingen (36746, nr. 37).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36746, nr. 38).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36746, nr. 39).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie,
te weten:
de motie-Jagtenberg c.s. over een regiegroep instellen om de publiek-private samenwerking rondom testgebieden voor drones verder vorm te geven (36592, nr. 62);
de motie-Diederik van Dijk c.s. over vervolgonderzoek naar de structurele invulling van de behoefte aan een tweede springterrein (36592, nr. 64);
de motie-Diederik van Dijk c.s. over een duidelijk doel en tijdpad per locatie in het NPRD (36592, nr. 65);
de motie-Boon over bij Defensieprojecten naar redelijkheid voorrang geven aan het lokale mkb (36592, nr. 66);
de motie-Boon/Emiel van Dijk over voor het transport van militair materieel Defensie naar redelijkheid prioriteit geven op het spoor (36592, nr. 67);
de motie-Boon over bij de ontwikkeling en aanpassing van kazernes structureel rekening houden met moderne en hybride dreigingen (36592, nr. 68);
de motie-Boon/Chris Jansen over alle stikstofregels schrappen (36592, nr. 69);
de motie-Boon/Vondeling over het azc in Budel op 1 juli 2026 sluiten (36592, nr. 70);
de motie-Boon/Wilders over islamitische gebedsruimtes op kazernes verbieden (36592, nr. 71);
de motie-Dobbe c.s. over structurele inspraak van bewoners en omwonenden in de volgende fases van het NPRD (36592, nr. 72);
de motie-Dobbe/Wiersma over niet overgaan tot gedwongen onteigening (36592, nr. 73);
de motie-Dobbe/Wiersma over geen voorrangs- of uitzonderingspositie voor Defensie ten opzichte van maatschappelijke belangen (36592, nr. 74);
de motie-Dobbe/Wiersma over schaduwschade meenemen in de schadeloosstelling (36592, nr. 75);
de motie-Wiersma/Van der Plas over uitbreiding van de pilot voor hybride gebruik met landbouw (36592, nr. 76);
de motie-Peter de Groot c.s. over één samenhangend tijdpad voor het gehele NPRD (36592, nr. 77);
de motie-Peter de Groot c.s. over het aanwijzen van een grootschalig droneoefenterrein (36592, nr. 78);
de motie-Peter de Groot over het aanwijzen van vliegveld Twente als uitwijkluchthaven (36592, nr. 79);
de motie-Van Lanschot c.s. over een fast track in het MIRT-proces voor NPRD-infra (36592, nr. 81);
de motie-Ten Hove over een uitzondering voor stikstofregels voor de uitbreiding van Defensielocaties (36592, nr. 82);
de motie-Ten Hove over diersoorten beschermen zonder de ontwikkeling en onderhoudsplannen van Defensie vertraging op te laten lopen (36592, nr. 83).
(Zie notaoverleg van 13 april 2026.)
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Peter de Groot stel ik voor zijn motie (36592, nr. 79) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie-Van Lanschot c.s. (36592, nr. 81) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Lanschot, Peter de Groot, Jagtenberg, Nanninga, Piri, Diederik van Dijk, Bikker en Ten Hove, en luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanleg en het onderhoud van infrastructuur essentieel zijn voor het realiseren van het NPRD en civiele koppelkansen bieden voor infrastructuur ter versterking van woningbouw en de regionale economie;
overwegende dat de infrastructurele opgave en de middelen van Defensie voor het NPRD daarom ook via het MIRT-proces ingezet zouden moeten kunnen worden voor de aanleg en het onderhoud van infrastructuur;
constaterende dat het MIRT-proces niet altijd de snelheid biedt die nodig is voor het voortvarend realiseren van de noodzakelijke versterking van de krijgsmacht;
overwegende dat voor NPRD-koppelkansen met civiele infra een financieel kader voor (co)financiering van decentrale overheden (verdeelsleutels aanleg en onderhoud) leidt tot snellere besluitvorming en consistentie tussen regio's;
verzoekt de regering om in het MIRT-proces een fast track in te richten voor NPRD-infra, een kader voor (co)financiering van NPRD-koppelkansen met decentrale overheden uit te werken, en beide uiterlijk in Q3 2026 met de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 81 (36592).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Jagtenberg c.s. (36592, nr. 62).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (36592, nr. 64).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (36592, nr. 65).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boon (36592, nr. 66).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boon/Emiel van Dijk (36592, nr. 67).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boon (36592, nr. 68).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boon/Chris Jansen (36592, nr. 69).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Boon/Vondeling (36592, nr. 70).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Boon/Wilders (36592, nr. 71).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36592, nr. 72).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe/Wiersma (36592, nr. 73).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe/Wiersma (36592, nr. 74).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, de PvdD, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe/Wiersma (36592, nr. 75).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, DENK, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Wiersma/Van der Plas (36592, nr. 76).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Peter de Groot c.s. (36592, nr. 77).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Peter de Groot c.s. (36592, nr. 78).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Lanschot c.s. (36592, nr. ??, was nr. 81).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ten Hove (36592, nr. 82).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21 en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ten Hove (36592, nr. 83).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Gevangeniswezen
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Gevangeniswezen,
te weten:
de motie-Dobbe over de voorgestelde nullijn voor rijksambtenaren van tafel halen (24587, nr. 1100).
(Zie vergadering van 2 april 2026.)
In stemming komt de motie-Dobbe (24587, nr. 1100).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Participatiewet
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Participatiewet,
te weten:
de motie-Lahlah c.s. over het voor de bijstand opnieuw beschikbaar stellen van eerder gereserveerde structurele middelen voor proactieve dienstverlening (34352, nr. 352);
de motie-Lahlah/Jimmy Dijk over het in drie jaar afbouwen van het garantiebedrag voor Wajongers (34352, nr. 353);
de motie-Lahlah over een overgangsregeling van zes maanden voor mensen met een bijstandsuitkering die willen samenwonen (34352, nr. 354);
de motie-Ceder/Flach over een apart wettelijk regime voor chronisch zieken (34352, nr. 355);
de motie-Ceder over het inventariseren van knelpunten rondom de loonkostensubsidie (34352, nr. 356);
de motie-Van Meetelen over in kaart brengen hoe groot de regionale verschillen in toegang tot en uitvoering van beschut werk zijn (34352, nr. 358);
de motie-Hamstra c.s. over in kaart brengen welke ruimte de Participatiewet reeds biedt voor tijdelijke, ontwikkelingsgerichte interventies voor kwetsbare jongeren (34352, nr. 359);
de motie-Biekman c.s. over in de verkenning rond de indicatie voor beschut werk kijken naar het potentieel van de praktijkroute via de gemeenten (34352, nr. 360);
de motie-Biekman c.s. over werkontwikkelbedrijven nauwer betrekken bij de re-integratie van Wajongers (34352, nr. 361);
de motie-Biekman c.s. over maatwerk toepassen rond het beëindigen van het garantiebedrag bij dringende redenen (34352, nr. 362);
de motie-Van Brenk/Lahlah over alles op alles te zetten om de banenafspraak te realiseren (34352, nr. 363);
de motie-Jimmy Dijk c.s. over in kaart brengen wat er moet gebeuren om de banenafspraak in 2027 te halen (34352, nr. 364).
(Zie vergadering van 15 april 2026.)
De voorzitter:
De motie-Lahlah c.s. (34352, nr. 352) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er structurele middelen voor proactieve dienstverlening in de bijstand waren gereserveerd, oplopend tot 30,1 miljoen in 2030;
constaterende dat deze middelen in de huidige begroting niet langer beschikbaar zijn;
constaterende dat naar schatting circa 150.000 mensen recht hebben op bijstand maar daar geen gebruik van maken;
overwegende dat proactieve dienstverlening eraan bijdraagt dat mensen die recht hebben op bijstand tijdig in beeld komen en niet onnodig onder het bestaansminimum leven;
overwegende dat juist de bijstand het laatste vangnet vormt voor mensen zonder andere inkomsten;
verzoekt de regering alternatieven in kaart te brengen voor de bezuinigingen op de bijstand in de Wet proactieve dienstverlening en deze voor de wetsbehandeling met de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 352 (34352).
Op verzoek van mevrouw Lahlah stel ik voor haar gewijzigde motie (34352, nr. ??, was nr. 352) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie-Biekman c.s. (34352, nr. 361) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Biekman, Hamstra, Ceder en Lahlah.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 361 (34352).
De motie-Biekman c.s. (34352, nr. 362) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Biekman, Hamstra, Ceder en Lahlah.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 362 (34352).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
Er is een stemverklaring van mevrouw Van Brenk. U heeft het woord.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter. Wij hebben een stemverklaring over de motie op stuk nr. 353, de motie-Lahlah/Jimmy van Dijk over het in drie jaar afbouwen van het garantiebedrag voor Wajongers, niet omdat wij die mensen dat niet gunnen, maar omdat de uitvoeringsorganisatie daar gewoon grote moeite mee heeft en dat niet kan uitvoeren. In onze motie die in deze Kamer drie weken geleden is aangenomen, staat dat Wajongers altijd recht hebben op minimumloon; wij hopen dat dat in ieder geval zal helpen.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Brenk.
In stemming komt de motie-Lahlah/Jimmy Dijk (34352, nr. 353).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Lahlah (34352, nr. 354).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ceder/Flach (34352, nr. 355).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder (34352, nr. 356).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Meetelen (34352, nr. 358).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Hamstra c.s. (34352, nr. 359).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Biekman c.s. (34352, nr. 360).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Biekman c.s. (34352, nr. ??, was nr. 361).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Biekman c.s. (34352, nr. ??, was nr. 362).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van BBB ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Brenk/Lahlah (34352, nr. 363).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk c.s. (34352, nr. 364).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.