Tweede Kamer, 66e vergadering
- Begin10:15
- Sluiting00:00
- StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Peter de Groot
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 22 april 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Marktordening en consumentenbescherming
Marktordening en consumentenbescherming
Aan de orde is het tweeminutendebat Marktordening en consumentenbescherming (CD d.d. 19/03).
De voorzitter:
We beginnen met het tweeminutendebat Marktordening en consumentenbescherming. Hartelijk welkom aan de minister van Economische Zaken en Klimaat. Welkom ook aan de leden. Ik zou graag allereerst het woord willen geven aan de heer Prickaertz van de PVV. Gaat uw gang.
De heer Prickaertz (PVV):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor het debat.
We hebben over veel onderwerpen gesproken, waaronder colportage. Daaruit blijkt dat de overheid en de Kamer weinig tot geen zicht hebben op waar donaties precies terechtkomen en hoeveel daarvan verdwijnt naar commerciële marketingbureaus. Uit onderzoek blijkt namelijk dat het twee jaar kan duren totdat het geld daadwerkelijk bij het goede doel terechtkomt. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij colportage voor goede doelen vaak commerciële marketingbureaus worden ingezet;
constaterende dat het in sommige gevallen 15 tot 23 maanden duurt totdat donaties daadwerkelijk bij het goede doel terechtkomen;
verzoekt de regering om inzichtelijk te maken welk deel van donaties via colportage bij goede doelen terechtkomt en welk deel bij commerciële bureaus blijft hangen, en te onderzoeken of aanvullende maatregelen nodig zijn om misleiding en buitensporige kosten te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 439 (24036).
De heer Prickaertz (PVV):
Nog twee moties, voorzitter.
De voorzitter:
Eén moment, alstublieft. Deze motie leidt tot een interruptie. Ik zou één interruptie willen voorstellen. Gaat uw gang, meneer Van der Lee.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dit toch wel een rare motie, hoor. Waarom moeten wij ons als politiek bemoeien met de wijze waarop goede doelen aan hun inkomsten komen? Er worden ongeveer een half miljoen donateurs geworven via huis-aan-huiswerving, door 50 goede doelen. Die geven rapportages af over welk deel van hun inkomsten aan de missie wordt besteed. Dat ligt gemiddeld boven de 90%. Ook vanuit een liberaal denkende, marktwerkingbevorderende partij gezien lijkt mij het toch echt heel vreemd om ons als overheid hiermee te bemoeien. Ik vraag de PVV om dit even te heroverwegen. Laat dit nou eens gewoon met rust en laten we ons eens met belangrijkere issues bezighouden.
De heer Prickaertz (PVV):
Dit heeft te maken met het feit dat heel veel mensen in Nederland — ik denk dat dit de overgrote meerderheid is — een beetje klaar zijn met al die toch vaak agressieve commerciële marketingbureaus die aan de deur komen. Dit gebeurt niet alleen voor energiecontracten en dergelijke, maar dit gebeurt ook namens goede doelen. Dat willen wij graag in kaart laten brengen en wij willen kijken naar wat er blijft hangen bij de commerciële marketingbureaus en wat er uiteindelijk naar de goede doelen gaat. De cijfers die meneer Van der Lee noemt, blijken na onderzoek namelijk toch heel anders te liggen; vandaar.
De heer Kisteman (VVD):
Ik denk dat het niet vaak gebeurt dat ik het met de heer Van der Lee eens ben, maar ik vind dit echt een hele bizarre motie. De goede doelen schakelen die bedrijven in om dit werk te doen. Nou zegt de PVV: wij gaan als overheid bepalen welke bedrijven en marketingbureaus die goede doelen mogen inschakelen. Volgens mij is de heer Prickaertz zelf ondernemer. Dit moet de PVV echt niet willen, hoor. Ik zou adviseren om deze motie gewoon niet in te dienen, want dit gaat echt veel te ver.
De heer Prickaertz (PVV):
Nou, we gaan de motie alsnog indienen. Dat is gewoon vanwege het eenvoudige feit, dat ik net al uitlegde, dat een groot deel van Nederland klaar is met al die mensen die aan de deur komen om om donaties te vragen. Wij vinden het misleidend dat het tot twee jaar kan duren totdat er überhaupt geld naar het goede doel gaat, omdat eerst die commerciële bureaus betaald moeten worden; vandaar.
De voorzitter:
Vervolgt u uw inbreng.
De heer Prickaertz (PVV):
Dan ga ik naar mijn tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) nu alleen kan ingrijpen bij fusies en overnames boven de omzetdrempel;
overwegende dat ook onder deze drempel ongewenste (regionale) marktconcentraties ontstaan;
verzoekt de regering om de ACM de bevoegdheid te geven om ook onder de huidige omzetdrempels in te grijpen bij onwenselijke marktconcentraties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 440 (24036).
De heer Prickaertz (PVV):
Dan de laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de overheid bij aanbestedingen steeds vaker de true pricing-methodiek toepast, waardoor kosten stijgen;
overwegende dat belastinggeld doelmatig en efficiënt moet worden besteed;
verzoekt de regering om te stoppen met het toepassen van true pricing bij aanbestedingen en primair aan te sturen op efficiënte bestedingen van belastinggeld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 441 (24036).
Dat leidt tot een interruptie van de heer Kisteman. Gaat uw gang.
De heer Kisteman (VVD):
Ik dacht dat de heer Prickaertz hier vanuit een ondernemersachtergrond naartoe was gekomen. Ik ben stomverbaasd wat voor moties hij indient! We hebben die drempel ooit bedacht — sterker nog, het voorstel was om hem te verhogen — en nu zegt de PVV: joh, ga gewoon bij elk bedrag maar kijken of de ACM kan ingrijpen. Waar zijn we dan mee bezig? Als een bakker ooit zijn collega wil overnemen, zegt de heer Prickaertz: nou, laat de ACM maar even controleren of dat wel volgens de regels gaat en of er niet een bepaalde marktconcentratie gaat plaatsvinden.
De heer Prickaertz (PVV):
Dat is absoluut niet de bedoeling. Waarom hebben wij deze motie ingediend? Dat heeft te maken met het feit dat er ook beneden de huidige grens van 30 miljoen en de nieuwe grens van 50 miljoen heel veel marktconcentratie kan plaatsvinden. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de overnames in een bepaalde regio van dierenartspraktijken, waardoor opeens één grote speler in de regio de prijzen bepaalt. Daar wordt het nooit goedkoper op, maar alleen maar duurder.
De heer Schoonis (D66):
Mij gaat het eigenlijk meer om de true pricing; daar sloeg ik even op aan. Dat zijn de werkelijke kosten en die werken heel goed in de bouwbestedingen, waardoor je uiteindelijk minder kosten krijgt. Daardoor ga je true pricing of de werkelijke kosten berekenen. Het levert dus juist iets op voor de mensen in Nederland. Daarom zou D66 daar natuurlijk vóór pleiten. Deze motie is dus onnodig.
De heer Prickaertz (PVV):
Dat vinden wij niet. Deze motie is juist nodig omdat door true pricing eigenlijk het hele aanbestedingsverhaal overbodig wordt. We hebben ooit met elkaar besloten dat er aanbesteed moet worden om te voorkomen dat we te veel betalen voor de goederen, zeker de goederen die de overheid aanschaft. Met true pricing ga je in feite niet meer kijken naar wie het goedkoopst de beste kwaliteit kan leveren, maar kijk je naar allerlei andere neveneffecten zoals klimaat, milieu en zelfs sociale ontwikkelingen. Wij denken dat dat een heel slecht verhaal is.
De voorzitter:
Meneer Schoonis, ik had aangegeven één interruptie per ingediende motie. Eén interruptie per keer.
De heer Schoonis (D66):
Nou, heel kort.
De voorzitter:
Nee hoor, meneer Schoonis. Eén interruptie heb ik gezegd, per keer. We moeten snel door omdat hierna nog een tweeminutendebat gepland staat en daarna het debat over de ...
De heer Schoonis (D66):
Goedkoop is duurkoop.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng, meneer Prickaertz. Ik nodig de heer Van der Lee uit namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Dank ook nog aan de minister voor het debat.
Mevrouw Bühler zal mede namens mij een motie indienen over de discussie die we al langer hebben over de definitie van ondernemen in moeilijkheden en, breder, dat de regels die Nederland aanhoudt voor staatssteun misschien iets te strikt zijn. In dat kader heb ik nog twee vragen.
Eén gaat over de Competitiveness Compass, de reactie van de Europese Commissie op het rapport van Draghi. In die reactie wordt minder ingezet op publieke investeringen, waarschijnlijk ook omdat het moeilijk is om aan geld te komen, maar wordt er nationaal meer ruimte gegeven voor staatssteun. Daar zitten ook risico's aan en daarom wordt er bepleit om een competitiveness coordination tool in te zetten. Nu was ik toevallig in Brussel en heb daar eens navraag gedaan wat dat nu eigenlijk is en hoe het daarmee staat. Mensen konden mij daar geen antwoord op geven. Ik hoop dat de minister wijzer is dan de mensen die ik daar sprak en dat zij mij kan vertellen hoe het daarmee staat en wat dat eigenlijk wordt. Ik krijg graag die informatie, en als dat niet in dit debat kan, dan graag voorafgaand aan het debat over het rapport van Wennink.
Een andere vraag die ik heb: tijdens de begrotingsbehandeling is een motie van mijn hand aangenomen om ook vanuit strategisch oogpunt meer te sturen op de wijze van aanbesteden, wat natuurlijk ook weer impact heeft op de mededinging. Ik vraag aan de minister om mij te vertellen hoe het staat met de uitvoering van die motie.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Ik kijk naar mevrouw Bühler namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Bühler (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik kijk terug op een interessant debat over marktordening. We hebben nog één vraag en één motie.
Allereerst over colportage. Tijdens het EZ-begrotingsdebat is een motie van mijn fractiegenoot Van Lanschot aangenomen. Deze motie gaat over colportage en roept op om opties in kaart te brengen om dit te beperken. Mijn vraag is of we deze verkenning voor de zomer kunnen ontvangen?
Onze motie — de heer Van der Lee noemde 'm al — gaat over staatssteun bij innovatie. Tijdens de laatste commissiedebatten hebben we stilgestaan bij staatssteun. Er komt een brief over het begrip "onderneming in moeilijkheden". Het lijkt me goed als we breder onderzoeken hoe het zit met staatssteun. Daarom dienen we samen met GroenLinks-PvdA een motie in. De motietekst is als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat staatssteun onder voorwaarden kan bijdragen aan het adresseren van marktfalen en het versterken van het vestigingsklimaat, strategische autonomie en verdere verduurzaming;
constaterende dat de toepassing van staatssteunregels binnen de Europese Unie ruimte laat voor nationale interpretatie en uitvoering;
overwegende dat er aanwijzingen zijn dat Nederland terughoudender is in de interpretatie en toepassing van staatssteunregels;
verzoekt de regering om mede op basis van een uitvraag onder bedrijven, experts en (decentrale) overheden te onderzoeken in hoeverre de Nederlandse interpretatie en toepassing van Europese staatssteunregels, waaronder de beoordeling van ondernemingen in moeilijkheden en andere relevante criteria, afwijkt van die in andere lidstaten, en daarbij aan te geven hoe eventuele knelpunten kunnen worden geadresseerd, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bühler en Van der Lee.
Zij krijgt nr. 442 (24036).
De heer Kisteman (VVD):
Mevrouw Bühler begon met een vraag over de motie van haar collega. Is mevrouw Bühler zich ervan bewust dat deze motie ertoe kan leiden dat de SRV-wagen, de kaasboer of de tiener die eieren verkoopt in de straat dit werk straks dan niet meer kan doen? Vanwaar deze haast? Is mevrouw Bühler het met mij eens dat deze motie veel verdergaat dan het idee van haar collega dat er eigenlijk achter zat?
Mevrouw Bühler (CDA):
Ik begrijp dat u die vraag stelt, want u heeft de motie ook niet gesteund. We zien dat heel veel mensen last hebben van colportage, de vervelende verkoop aan de deur. Wij hebben gezegd dat we dat heel graag willen onderzoeken, maar we willen wel dat er nog ruimte blijft voor bijvoorbeeld goede doelen en kleinschalige activiteiten. De vraag is om dat te onderzoeken. Wij wachten heel graag af wat de bevindingen van het kabinet daarover zijn.
De voorzitter:
Dank u wel.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de Kamer. Ik schors het debat voor tien minuten, waarna we doorgaan met de beantwoording door de minister.
De vergadering wordt van 10.27 uur tot 10.37 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen het tweeminutendebat Marktordening en consumentenbescherming. Het woord is aan de minister voor de beantwoording namens het kabinet.
Minister Herbert:
Dank, voorzitter. Dank voor alle moties en vragen. Ik heb vier moties en drie vragen. Ik zal eerst de moties doen en dan de vragen.
Ik begin met de motie-Prickaertz op stuk nr. 439, over de colportage bij goede doelen. In de goededoelensector is een uitgebreide zelfregulering voor werving aan de deur. Dat doet het CBF, het Centraal Bureau Fondsenwerving. Dat is een private toezichthouder voor die goede doelen. Die houdt toezicht. Ik zal met het CBF in gesprek gaan; daar zal ik ook mijn collega van Justitie en Veiligheid bij betrekken, want hij is eigenlijk verantwoordelijk voor het CBF. Ik zal u natuurlijk informeren over mijn bevindingen.
De voorzitter:
Kunt u specifiek het oordeel nog even noemen?
Minister Herbert:
Sorry, dat vergeet ik inderdaad. Dat is oordeel Kamer.
De voorzitter:
Oordeel Kamer. Dat leidt tot een interruptie. In deze ronde graag ook weer één interruptie per lid.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Het is terecht dat het CBF wordt genoemd, maar dit wordt allemaal geregistreerd. De klachten worden bijgehouden. Het gaat om minder dan 1% van de gevallen. Waarom krijgt deze motie oordeel Kamer? Waarom gaan wij ons hiermee bemoeien als politiek? Dat is toch volstrekt onnodig? Gewoon ontraden, die motie. Wij zullen 'm graag wegstemmen.
Minister Herbert:
Ik doe er graag alles aan om vertrouwen en transparantie uit te stralen. Daarom wil ik graag inzicht geven in dingen. Ik wacht het oordeel van de Kamer af.
De heer Kisteman (VVD):
Ik overweeg de minister te vragen om het dictum nog een keer te lezen, want ik snap echt niet waarom hier oordeel Kamer voor wordt gegeven. Vertrouwen moeten wij volgens mij geven aan onze bedrijven en ondernemers. Daar gaat het om. We hebben goede doelen. Die zetten marketingbureaus in. Laat ze hun gang gaan. Volgens mij moet de minister de ondernemers vertrouwen geven en moet ze niet zo'n motie oordeel Kamer geven, want die slaat echt helemaal nergens op.
Minister Herbert:
Ik ben er heel erg op gebrand om er, zeker waar het over goede doelen gaat, geen misverstand over te laten bestaan dat dat geld op de goede plek terechtkomt. Ik herken het beeld dat daar slechts voor 1% klachten over zijn. Ik wil graag uit de wereld helpen dat het geld bij de verkeerde partijen zou blijven hangen.
De voorzitter:
Dank u wel. Vervolgt u uw beantwoording.
Minister Herbert:
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 440 van de heer Prickaertz met het verzoek om de ACM de bevoegdheid te geven om ook onder de huidige omzetdrempels in te grijpen bij onwenselijke marktconcentraties. Deze motie acht ik overbodig, omdat er een initiatiefwetsvoorstel is ingediend door Kamerlid Bushoff dat juist over deze bevoegdheid gaat. Dit voorstel is op 16 april jongstleden ingediend bij de Kamer. Ik heb in het commissiedebat al aangegeven dat ik hier positief tegenover sta. Ik wil ook graag samenwerken met de heer Bushoff en heb daar met hem over gesproken. Wanneer het initiatiefvoorstel in de Kamer behandeld zal worden, zullen wij een kabinetsreactie geven. Gelet op het initiatiefwetsvoorstel ben ik op dit moment niet voornemens om parallel daaraan een eigen wetsvoorstel in te dienen.
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 441 over true pricing. De heer Prickaertz verzoekt de regering om te stoppen met de toepassing van true pricing. Die motie wil ik ontraden, omdat ik het eigenlijk eens ben met de heer Prickaertz dat het belangrijk is om te kiezen voor een effectieve besteding van overheidsgeld. Ook ben ik ervan overtuigd dat true pricing juist helpt om dat doel te halen. Het is een instrument om bij te dragen aan bijvoorbeeld duurzame doelen, zoals een van u al inbracht. Het klopt dus niet dat aanbestedingen duurder worden; ze zien op meer soorten kosten, die zeker relevant zijn voor de maatschappij.
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 442. Daarin wordt gevraagd de toepassing van de Europese staatssteunregels nog eens te bekijken en of die afwijkt van de toepassing in andere Europese lidstaten. Die wil ik oordeel Kamer geven. Op dit moment ben ik niet bekend met gevallen waarin Nederland strikter is dan andere EU-lidstaten. Als hier zorgen over leven, wil ik die zeker wel serieus nemen. Ik zal daarom met stakeholders in gesprek gaan over de vraag of het Nederlandse staatssteunbeleid afwijkt. Ik heb al een Kamerbrief toegezegd die specifiek gaat over de ondernemingen in moeilijkheden. In die brief ga ik in op de mogelijkheden die er zijn voor ondernemers. Die brief komt er snel aan; ik kreeg daar net informatie over. Omdat deze motie over meer gaat dan alleen over ondernemingen in moeilijkheden, geef ik 'm oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat leidt tot een interruptie van de heer Schoonis. Gaat uw gang.
De heer Schoonis (D66):
Ik heb nog even een vraag namens mijn collega Oualhadj: kan de minister ons geruststellen dat deze onderzoekende motie niet tot vertraging leidt bij de tussenoplossing voor ondernemers in moeilijkheden, waar de minister zo snel mogelijk op terug zou komen?
Minister Herbert:
Ja, dat herken ik. Daar ben ik mee bezig. Dit speelt op Europees niveau ook. Nee, dit staat elkaar niet in de weg. Juist omdat deze motie breder ziet, maak ik het los van elkaar.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Minister Herbert:
Zal ik doorgaan naar de vragen?
De voorzitter:
Ja, alstublieft.
Minister Herbert:
De heer Van der Lee had een vraag over de Competitiveness Coordination Tool. Dat woord had ik inderdaad ook nog niet eerder opgepikt, maar inmiddels weet ik dat dit op de agenda staat van de komende Raad Concurrentievermogen. Daarvoor komt in mei een geannoteerde agenda bij u terug. Ik hoop dat die uw behoefte aan meer inzicht hierover snel bevredigt.
De volgende vraag ging over strategisch aanbesteden. Meneer Van der Lee vroeg zich af hoe het zit met de uitvoering van de motie die vraagt om het inkoop- en aanbestedingssubsidiebeleid in te zetten om maatschappelijke en strategische doelen te verwezenlijken. Dat heeft mijn volle aandacht. Ik zet me in voor de herziening van de aanbestedingsrichtlijnen in Europa, zodat we daarin meer ruimte krijgen voor maatschappelijke en strategische doelen. Ik zal kort na het meireces uw Kamer een brief sturen met de ontwikkelingen rondom de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen. Dan zal ik ook uitgebreider ingaan op het verzoek uit de motie waar de heer Van der Lee aan refereerde.
De laatste vraag die openstaat, is van mevrouw Bühler en gaat over colportage. Zij vraagt wanneer we de verkenning over een nieuw wetsvoorstel hierover kunnen verwachten. Ik ga die verkenning na de zomer naar de Kamer sturen. Graag zou ik in deze verkenning met de Kamer bespreken hoe de samenhang met het wetsvoorstel zit waaraan ik momenteel werk. Zo krijgt u een integraal beeld van de gekozen route. Het wetsvoorstel waaraan gewerkt wordt, gaat in op de afkoelperiode. Dat betekent dat mensen niet direct tekenen voor een contract, maar dat pas na drie dagen doen. Dit wetsvoorstel moet nog door mij voorgelegd worden aan de Raad van State. Daarna zal ik het natuurlijk naar de Kamer sturen. Ik verwacht dat aan het eind van dit jaar te kunnen doen. Maar de verkenning stuur ik dus na de zomer.
Ik ben hiermee aan het einde gekomen van mijn beantwoording.
De voorzitter:
Ik dank u voor de beoordeling van de moties en de beantwoording van de vragen. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors kort voordat wij doorgaan naar het tweeminutendebat Werknemersverzekeringen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Werknemersverzekeringen
Werknemersverzekeringen
Aan de orde is het tweeminutendebat Werknemersverzekeringen (CD d.d. 08/04).
De voorzitter:
We gaan verder met het tweeminutendebat Werknemersverzekeringen. Hartelijk welkom aan de leden en aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. We beginnen met de heer Grinwis, die namens de ChristenUnie de eerste spreker van de kant van de Kamer in dit tweeminutendebat is. Ga uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, goedemorgen. De arbeidsongeschiktheidspremie, de Aof-premie, is zo langzamerhand het duizenddingendoekje van Den Haag. Vallen de zorgkosten niet mee? Hup, de Aof-premie omhoog. Moet er iets worden gevonden voor een vrijheidsbijdrage voor Defensie? Hup, de Aof-premie omhoog. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het spaaroverschot in de sociale fondsen steeds groter wordt en dit jaar circa 60 miljard bedraagt, waarbij het Arbeidsongeschiktheidsfonds met 40 miljard het grootste overschot voor zijn rekening neemt en dit overschot met vele miljarden per jaar aanzwelt;
overwegende dat implementatie van de voorgenomen maatregelen in het coalitieakkoord leidt tot nog grotere overschotten;
overwegende dat de Wfsv (Wet financiering sociale verzekeringen) duidelijk regelt voor welk doel er premies worden geheven, maar dat er ondertussen een kloof is ontstaan tussen doel en praktijk, die niet los kan worden gezien van het onderscheid tussen het inkomsten- en uitgavenkader in het begrotingsbeleid en de politieke keuzes die het afgelopen decennium zijn gemaakt;
verzoekt de regering de juridische houdbaarheid en maatschappelijke wenselijkheid te analyseren van de huidige praktijk van een veel sneller stijgende Aof-premie dan noodzakelijk voor de arbeidsongeschiktheidsuitgaven, waar nodig consequenties aan deze analyse te verbinden, en de Kamer hierover uiterlijk voor de eerstvolgende begrotingsbehandeling van SZW te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Patijn.
Zij krijgt nr. 57 (32716).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Dan heb ik nog een tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet de WIA wil versoberen, maar dat de nu voorgenomen maatregelen de veelbesproken problemen in de uitvoering niet oplossen;
overwegende dat er nood is aan een visie op een toekomstbestendig arbeidsongeschiktheidsstelsel;
verzoekt de regering een samenhangende aanpak te ontwikkelen inzake de WIA-hervorming, en daarbij de uitkomsten van het OCTAS-rapport te betrekken, en te komen met een hervorming die de regeling beter uitvoerbaar maakt en tegelijkertijd een goed vangnet biedt, en de Kamer hierover binnen een jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Ceder.
Zij krijgt nr. 58 (32716).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Eigenlijk had de tweede indiener, de heer Ceder, hier vandaag moeten staan. Ik mag hem vandaag vervangen. Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Kijk eens aan, dank u wel. Dan nodig ik mevrouw Patijn uit namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik moet iets kwijt. We rennen hier van het ene naar het andere relletje. Soms lossen we iets op wat fout is gegaan. Maar echt iets opbouwen, hoop bieden en het gevoel geven dat het kabinet zoekt naar oplossingen waar mensen beter van worden? Dat gebeurt niet. Ik ben bang dat het ook zo gaat met de werknemersverzekeringen. Relletjes en nieuwsberichten. Gaat de 6 miljard aan bezuinigingen op het inkomen van mensen erdoor komen? Is de minister handig? Krijgen ze een meerderheid? Welke partijen doen mee en wat krijgen ze ervoor terug? Daarmee verdwijnt de kernvraag die we hier moeten beantwoorden: hoe maken we onze werknemersverzekeringen beter voor de mensen die werkloos of ziek zijn? Met de aangekondigde bezuinigingen gebeurt dat niet: geen visie, geen investering in hulp voor mensen die nog kunnen werken, maar gewoon een platte bezuiniging op inkomens van mensen die hierdoor duizenden euro's aan inkomen kwijtraken. Daarom heb ik twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet gaat bezuinigen op de WIA en de WW, terwijl er meer Aof-premie en Awf-premie binnenkomt dan er uitgaat;
verzoekt de regering de bezuinigingen op de WIA en de WW van tafel te halen, met sociale partners te onderzoeken hoe de werknemersverzekeringen verbeterd kunnen worden, in kaart te brengen welke premie daarvoor nodig is en alternatieve manieren uit te werken om de benodigde bezuinigingen neer te leggen waar het wel gemist kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.
Zij krijgt nr. 59 (32716).
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering het maximum dagloon wil verlagen, waardoor 260.000 mensen die nu een uitkering krijgen tot 20% van hun inkomen verliezen;
constaterende dat dit tot grote onzekerheid leidt;
verzoekt de regering om de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon direct van tafel te halen voor alle bestaande gevallen in alle uitkeringen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.
Zij krijgt nr. 60 (32716).
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is mevrouw Van Ark namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Voorzitter. We hebben onlangs het debat met elkaar gevoerd over werknemersverzekeringen. Er zijn dingen waarover we van mening verschillen, maar volgens mij zijn we het over een aantal zaken ook met elkaar eens. Ten eerste willen we dat het UWV beter en uniformer gaat werken. In het debat hebben wij gewezen op best practices binnen regiokantoren, zoals het medisch team rondom de verzekeringsarts bij het UWV Heerlen waardoor veel meer dossiers kunnen worden afgehandeld. Het mag niet meer zo zijn dat het uitmaakt of je ziek wordt in Leeuwarden, met vijftien maanden wachttijd, of in Amsterdam. Daarom heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er grote regionale verschillen bestaan in wachttijden, werkwijzen en uitkomsten van beoordelingen van het UWV, waardoor het voor mensen verschil maakt in welke regio zij ziek worden;
constaterende dat het UWV zelf aangeeft dat dit komt door onduidelijke werkstandaarden, beperkte sturingsinformatie en decentrale uitvoering;
overwegende dat de inzet van het kabinet en UWV op meer centrale sturing, uniformering en prioritering met urgentie moet worden uitgevoerd en gemonitord;
verzoekt de regering om bij de uitvoering van de verbeterplannen expliciet in te zetten op het terugdringen van regionale ongelijkheid, door landelijke uniforme werkprocessen en prioriteringskaders versneld in te voeren en periodiek aan de Kamer te rapporteren over regionale verschillen met betrekking tot de gemiddelde wachttijd en daarbij expliciet aan te geven welke interventies worden ingezet in regio's die achterblijven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Ark.
Zij krijgt nr. 61 (32716).
Mevrouw Van Ark (CDA):
Voorzitter. Wij zijn het ook met elkaar eens dat we tot een duurzaam, houdbaar WIA-stelsel moeten komen. Dat vraagt om schaken op meerdere borden tegelijk, namelijk het beperken van de instroom, het verbeteren van de uitvoering door het UWV en het bevorderen van de uitstroom. De minister gaf aan op onderdelen bezig te zijn, maar om het nou het door ons gevraagde "masterplan" te noemen, ging hem een beetje te ver. Dat terwijl wij juist denken dat zo'n goed doordacht en integraal samenhangend plan nodig is. We zouden de minister daarom graag vragen om een toezegging om hier toch mee aan de slag te gaan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Grinwis. Ik stel voor dat we één interruptie doen. Gaat uw gang, meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, voorzitter. Met betrekking tot die laatste vraag denk ik dat mevrouw Van Ark zich dan wat minder kan vinden in de motie die ik net heb ingediend. Ik heb echter een andere vraag. Die gaat eigenlijk over de vrijheidsbijdrage. De Aof-premie is daarin opgenomen als het onderdeel dat bedrijven zouden moeten bijdragen. Het is een verzekeringspremie die bedoeld is voor arbeidsongeschiktheid, maar in dit geval is die bedoeld voor defensie. Is mevrouw Van Ark van het CDA bereid om dit te heroverwegen en te kijken of er niet gewoon een normale belasting in de plaats van die Aof-premie neergezet zou moeten worden als bijdrage van het bedrijfsleven, dus in plaats van zo'n werkgeverspremie die bedoeld is voor arbeidsongeschiktheid?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Wij vragen ons net als de ChristenUnie af of de Aof op dit moment niet te complex is geworden en of het niet transparanter moet. We zien natuurlijk ook de discussie die hier in dit huis en online is ontstaan over de Aof-premie. Ik denk dat het voor heel veel mensen belangrijk is dat het inzichtelijk is. Nu lijkt het misschien alsof er een goudpot is. Dat is niet zo; er is geen goudpot. Dat betekent wel dat het belangrijk is om die complexiteit weg te nemen. Wij zijn er wel voor om daarover na te denken, maar dat gaat niet van de ene op de andere dag. We hebben nu dus niet voor niets voorgesteld om die vrijheidsbijdrage via de Aof te dekken. Daarvoor is ook niet zomaar een alternatief gevonden. Ik ga dat nu ook niet zomaar toezeggen, want dan moet je het ergens anders gaan dekken en het is een heel complex systeem. De vraag is ook of dat beter is. Wat mij betreft moeten we wel een keertje naar de Aof kijken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Mevrouw Van Ark vraagt om een masterplan van het kabinet. Ook na het afgelopen commissiedebat vraag ik me af waar uw masterplan is. Ik zie nu vooral bezuinigingen, maar geen masterplan voor het hervormen van de WIA. Ik vind dat daar de discussie over zou moeten gaan in plaats van over megabezuinigingen. Wat zijn uw ideeën daarover en wat moet er gebeuren?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik denk dat we met z'n allen ook geconcludeerd hebben dat het heel complex is. Ik heb vorige keer in het debat aangegeven dat we naar drie dingen moeten kijken, niet zozeer alleen naar de instroom, maar ook naar het UWV zelf en naar de uitstroom. Voor het UWV zijn er natuurlijk al een aantal maatregelen genomen. Daar heeft de minister ook brieven over gestuurd. Daarbij willen wij graag de vinger aan de pols houden. Maar wij vinden ook dat we echt naar de instroom moeten kijken. Daar hebben we ook een motie van de heer Neijenhuis over gesteund. Op dit moment stromen ook heel veel vrouwen de WIA in, zoals u weet. Ik denk dat niemand in dit huis dat een gewenste situatie vindt. Wij willen daar ook graag meer duidelijkheid over en wij willen meer onderzoek naar hoe dat komt en hoe we echt gaan zorgen dat we de instroom beperken. Dit betekent ook gewoon dat je een soort integraal plan nodig hebt om zowel naar de instroom als naar het UWV als naar de uitstroom te kijken.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
De uitstroom is belangrijk, hè. Dat betekent dat je mensen moet begeleiden. Nou is er 100 miljoen door dit kabinet bezuinigd op de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Is dat dan een goede keus geweest?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Die 100 miljoen waar mevrouw Patijn het over heeft, hebben we gemarkeerd voor een leven lang leren. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we daar meer geld aan gaan besteden, want dit betekent dat we kunnen zorgen dat mensen die nu misschien niet op de goede plek zitten, straks wel op de goede plek komen. Ik vind ook dat we echt gericht moeten kijken waar we die middelen gaan inzetten, om te zorgen dat dit uiteindelijk ook gaat helpen bij de instroombeperking voor de WIA. Het is dus wel een hele bewuste keuze waar je dat geld aan gaat besteden. In dit geval hebben we gekozen voor het leven lang ontwikkelen.
De voorzitter:
U was aan het einde van uw termijn?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ja.
De voorzitter:
Dan nodig ik de heer Mulder uit, die spreekt namens de PVV-fractie. Gaat uw gang.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Voorzitter. In het debat bleek heel duidelijk dat er geen tekort is van 1 miljard. Er is een enorm overschot in het fonds. Het is zelfs zo erg dat de rente op het overschot bijna net zo veel is als het zogenaamde tekort van 1 miljard. Dus er is een overschot en de rente daarop is per jaar bijna net zo hoog als het zogenaamde tekort. Dit is echt ongelofelijk. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat jaarlijks miljarden euro's meer aan premie-inkomsten worden gegenereerd dan aan uitgaven voor de WIA plaatsvinden;
constaterende dat er zelfs enorme overschotten zijn aan premie-inkomsten;
verzoekt de regering niet te bezuinigen op de arbeidsongeschiktheidsregelingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Edgar Mulder.
Zij krijgt nr. 62 (32716).
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Michon-Derkzen namens de VVD. Gaat uw gang.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Het debat over werknemersverzekeringen spitst zich al snel toe op de WIA, omdat we in de WIA gewoon een heel groot probleem zien. Dat zien we ook in het jaarverslag, dat we vorige week kregen van de voorzitter van het UWV, die de noodklok luidt. Herbeoordelingen lopen op, mensen wachten te lang, veel te lang, op zekerheid: krijg ik nu wel of niet een uitkering, waar ben ik aan toe? Werkgevers staan daarmee in de wacht. Kortom, ik zou heel graag met elkaar een actieagenda maken op die herbeoordeling en op het functioneren van de WIA op dit systeem. Want het kent dus alleen maar verliezers. Ik hoorde dat ook in het debat al langskomen. We moeten daar met elkaar wat aan doen. Ook wij als Kamer hebben een taak, wil ik hier zeggen. Wij moeten helpen om knellende wetgeving snel weg te werken. We moeten kijken wat ook bijvoorbeeld de verzekeraars kunnen doen. We moeten het UWV ondersteunen. Ik ben het overigens ook eens met de oproep van mevrouw Van Ark om daar uniforme werkwijzen toe te passen. Kortom, maak een brede actieagenda waar we allemaal een rol in hebben. Daar komen we tot de zomer nog heel veel over te spreken. Met de volgende motie doe ik alvast één voorstel om nu op te pakken.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er een gigantische achterstand is bij het UWV in de taak van herbeoordeling ten behoeve van de WIA;
overwegende dat dit tot onduidelijkheid leidt voor de mensen die het betreft;
overwegende dat dit de werkgever onnodig belast met extra kosten;
overwegende dat in 2026 is gestart met een pps-proeftuin sociaal-medisch beoordelen;
van mening dat de herbeoordelingsaanvragen die goed gedocumenteerd en gemotiveerd zijn, prioriteit moeten krijgen, in lijn met het overeengekomen convenant herbeoordelingen;
verzoekt de regering waar mogelijk deze proeftuin maximaal uit te breiden en met werkgevers en verzekeraars afspraken te maken over het screeningsproces zoals het aanleveren van juiste stukken en zorgvuldige onderbouwing bij aanvragen van herbeoordelingen, zodat meer mensen de uitkering krijgen waar ze recht op hebben,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Michon-Derkzen, Van Ark en Neijenhuis.
Zij krijgt nr. 63 (32716).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik deel de zorgen van collega Michon over de toenemende instroom in de WIA, maar deelt zij ook mijn zorgen over het toenemende misbruik van een verzekeringspremie, namelijk de arbeidsongeschiktheidspremie? Ik stel deze vraag omdat ik meerdere malen met de VVD heb mogen onderhandelen. Dat was altijd leuk, hoor, maar keer op keer dat er uiteindelijk onvermijdelijk een bijdrage van werkgevers moest komen, was de winstbelasting, de vpb, een verboden woord en werd het uiteindelijk maar via de Aof lekker technisch en voor de mensen onzichtbaar verschmerzt. Zijn we niet aan het einde van dat Latijn gekomen?
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Meneer Grinwis laat zien dat hij nog hele warme herinneringen heeft aan onderhandelen met de VVD. Dat vind ik goed om te horen. Ik heb in het debat gezegd: wat mij betreft hadden we de voor mijn fractie noodzakelijke investering in Defensie gedragen door de broekriem aan te halen. In de kern hou ik en houdt mijn partij er niet van om de rekening bij iemand anders neer te leggen als er extra uitgaven nodig zijn, en die zijn nu nodig voor Defensie. Je kunt dan nog kiezen waar en hoe: doe je dat bij mensen of bij bedrijven en hoe doe je dat dan? Er is inderdaad gekozen voor de Aof-premie. Dat staat overigens ook gewoon in de toelichting bij de tabel, dus dat wisten we eigenlijk op het moment dat we het regeerakkoord met z'n allen konden lezen. Dat had inderdaad ook anders gekund. Daar is nu niet voor gekozen. In algemene zin wil ik natuurlijk een minimale lastenverzwaring. Alles wat nodig is, zal ik altijd proberen te doen door zelf slimmer en efficiënter met overheidsgeld om te gaan.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Slimmer en efficiënter met overheidsgeld omgaan zullen we allemaal goedvinden. De vraag is dan: leg je dat nou opnieuw neer bij werkgevers? We zien dat de premie echt gigantisch veel gaat stijgen door de plannen. Was het niet logischer geweest om toch te kijken of je het wel bij bedrijven weg kan halen, maar specifiek niet bij mensen die actief bezig zijn om mensen aan het werk te houden?
De voorzitter:
Mevrouw Michon, graag een kort antwoord.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik hoop dat ik de vraag goed begrijp. De fractie van mevrouw Patijn en mijn fractie verschillen eigenlijk al van mening over de vraag of deze investering in Defensie nodig was. Dan zullen we ook van mening verschillen over de vraag hoe je extra kosten dekt. Daar kun je de verkiezingsprogramma's op naslaan. Daar hebben wij andere opvattingen over. Hier is nu voor gekozen. De minister heeft een brief toegezegd voor de zomer. Ik vind het heel goed om dat hele stelsel van premie-inkomsten en -uitgaven en die fondsen, waar dus heel veel vragen over waren, nog eens toe te lichten. Dan komen we daarover te spreken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Het woord is aan de heer Dijk namens de SP. Gaat uw gang.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel. We hebben het commissiedebat over werknemersverzekeringen gehad. Wat mij daarvan is bijgebleven, is vooral dat er een uitgebreide brief komt deze zomer over het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Dat was het doekje tegen het bloeden voor ongeveer alles wat we in deze commissie behandeld hebben. Dat gaf een wat onvoldaan gevoel. Maar eigenlijk vond ik het nog problematischer dat naarmate we doorvroegen, bleek dat er helemaal geen plan is voor de WIA. Er zijn geen ideeën. Er komt ergens dit jaar pas een plan, maar er zijn wel forse bezuinigingen. Dus er is geen plan, maar er zijn wel forse bezuinigingen. Daar zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn en in de WIA zitten of zich daarvoor aanmelden, de dupe van. De onzekerheid onder die mensen groeit, terwijl de onbetaalbaarheid van het leven van deze mensen ook toeneemt. Daarvoor heb ik twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering arbeidsongeschiktheidsregelingen wil korten;
constaterende dat de regering de middelen in het Arbeidsongeschiktheidsfonds wil inzetten voor de vrijheidsbijdrage;
verzoekt de regering de middelen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds in te zetten om arbeidsongeschiktheidsregelingen te verbeteren en nergens anders voor in te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 64 (32716).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Tot slot, voorzitter. Er zijn heel veel mensen die in de WIA zitten die heel graag willen werken. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een groot deel van de mensen die in de WIA zitten graag wil werken;
overwegende dat er zowel bij de overheid als bij werkgevers onvoldoende passend werk wordt georganiseerd;
constaterende dat hierdoor veel mensen thuiszitten die graag zouden willen werken;
overwegende dat mensen die in de WIA zitten en willen werken ook moeten kunnen werken;
verzoekt de regering om voor de zomer van 2026 met een plan te komen voor meer passend werk bij de overheid en werkgevers voor mensen in de WIA, en daarbij in elk geval het invoeren van quota mee te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 65 (32716).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is namelijk een goede oplossing voor mensen die in de WIA zitten en wel graag willen werken, maar nu helaas thuiszitten.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Hiermee zijn we gekomen aan het einde van de eerste termijn van de kant van de Kamer. Ik schors voor vijf minuten. Dan gaan we door met de beantwoording van de kant van het kabinet.
De vergadering wordt van 11.04 uur tot 11.09 uur geschorst.