Commissie besluit Bulgarije, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Polen, Spanje en Zweden voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens niet-omzetting van de richtlijn betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten
De Europese Commissie heeft besloten Bulgarije, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Polen, Spanje en Zweden voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen omdat zij de richtlijn betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten niet hebben omgezet of geen nationale maatregelen tot omzetting van die richtlijn hebben meegedeeld.
Deze richtlijn waarborgt de doorlopende verlening van diensten die van essentieel belang zijn voor de samenleving en de economie van de EU in belangrijke sectoren als energie, vervoer, gezondheid, water, het bankwezen en digitale infrastructuur. De lidstaten moeten regelmatig risicobeoordelingen uitvoeren om kritieke entiteiten in kaart te brengen en te waarborgen dat die entiteiten passende maatregelen treffen om de ononderbroken verlening van essentiële diensten te beschermen. De richtlijn volgt een alle gevaren-benadering, die zowel natuurlijke als door de mens veroorzaakte risico's omvat, zoals terroristische aanslagen, cyberdreigingen, criminele infiltratie en sabotage. Kritieke entiteiten die uit hoofde van de richtlijn zijn aangewezen, moeten regelmatig risicobeoordelingen uitvoeren en maatregelen treffen om hun weerbaarheid te waarborgen. De richtlijn bevat ook maatregelen die de identificatie en de beperking van grensoverschrijdende risico's mogelijk maken.
De richtlijn betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten maakt deel uit van een bredere inspanning om de EU beter in staat te stellen het hoofd te bieden aan stelselmatige verstoringen en de continuïteit van essentiële diensten te waarborgen. De snelle omzetting van de richtlijn is van essentieel belang om deze belangrijke gemeenschappelijke doelstelling te verwezenlijken.
De lidstaten hadden tot 17 oktober 2024 de tijd om de richtlijn betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten in nationaal recht om te zetten. De meeste lidstaten hebben inmiddels kennisgegeven van volledige omzetting van de richtlijn. Dit is echter niet het geval voor Bulgarije, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Polen, Spanje en Zweden.
De Commissie heeft deze lidstaten in november 2024 ingebrekestellingen en vervolgens op 25 juli 2025 met redenen omklede adviezen gestuurd. Omdat zij geen kennis hebben gegeven van nationale omzettingsmaatregelen, daagt de Commissie deze lidstaten voor het Hof van Justitie van de Europese Unie en verzoekt zij het Hof aan elk ervan financiële sancties op te leggen.
Achtergrond
Zoals uiteengezet in de Europese strategie voor interne veiligheid, ProtectEU, moet de EU haar weerbaarheid tegen hybride dreigingen vergroten door kritieke infrastructuur te beschermen, de cyberbeveiliging te versterken en onlinedreigingen te bestrijden.
Deze richtlijn maakt deel uit van een pakket wetgevingsmaatregelen ter verbetering van de weerbaarheid en het reactievermogen bij incidenten van publieke en private entiteiten in de EU op het gebied van de bescherming van kritieke infrastructuur en cyberbeveiliging.
De Raad kwam in december 2022 ook met een aanbeveling betreffende een Uniebrede gecoördineerde aanpak ter versterking van de weerbaarheid van kritieke infrastructuur.
Meer informatie
Database van inbreukbesluiten en kaart en grafieken van inbreuken
Cyclus van inbreukbeslissingen per april 2026
Inbreukprocedures: Bulgarije (INFR(2024)0258), Frankrijk (INFR(2024)0275), Luxemburg (INFR(2024)0283), Nederland (INFR(2024)0289), Polen (INFR(2024)0291), Spanje (INFR(2024)0271) en Zweden (INFR(2024)0297)