Tweede Kamer, 74e vergadering
- Begin10:15
- Sluiting00:00
- StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van der Lee
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 27 mei 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Raad Buitenlandse Zaken Gymnich d.d. 27 en 28 mei 2026
Raad Buitenlandse Zaken Gymnich d.d. 27 en 28 mei 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Gymnich d.d. 27 en 28 mei 2026 (21501-02, nr. 3396).
De voorzitter:
We beginnen vandaag met een tweeminutendebat over de Raad Buitenlandse Zaken. Ik heet de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die de minister van Buitenlandse Zaken vervangt, van harte welkom. Ook de aanwezige leden en de mensen die dit debat in de zaal of elders volgen, heet ik welkom. Als eerste zal de heer Van Baarle spreken. Dat doet hij namens de fractie van DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Europese landen de behandeling van de opvarenden van de Flotilla hebben afgekeurd;
overwegende dat meerdere opvarenden aangeven dat er geweld tegen hen is gepleegd;
verzoekt de regering om in Europees verband een onafhankelijk onderzoek naar de behandeling van de opvarenden van de Flotilla te bepleiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 3420 (21501-02).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Europese landen de behandeling van de opvarenden van de Flotilla hebben afgekeurd;
overwegende dat meerdere opvarenden uit de EU aangeven dat er geweld tegen hen is gepleegd;
verzoekt de regering een gezamenlijke EU-veroordeling van de behandeling van de opvarenden van dẹ Flotilla te bepleiten alsmede het gezamenlijk eisen van excuses,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 3421 (21501-02).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regering een vierde sanctiepakket tegen gewelddadige Israëlische kolonisten en hun organisaties voorbereidt;
overwegende dat de illegale nederzettingen in strijd zijn met het internationaal recht, het kolonistengeweld toeneemt ẹn er sprake is van straffeloosheid;
verzoekt de regering om voor het nieuwe sanctiepakket conform de aangenomen motie op stuk nr. 2386 (21501-20) van het lid Van Baarle in te zetten op sancties tegen entiteiten die aantoonbaar activiteiten ontplooien om illegale nederzettingen in Palestijnse gebieden te vestigen, alsmede in te zetten op ruimere toepassing van het instrumentarium voor persoonsgerichte sancties tegen gewelddadige kolonisten dan alleen inreisverboden en het bevriezen van tegoeden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 3422 (21501-02).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om te bepleiten dat Israëlische defensiebedrijven uitgesloten worden van EU-programma's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 3423 (21501-02).
De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om Netanyahu tot persona non grata te verklaren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 3424 (21501-02).
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Het derde sanctiepakket tegen gewelddadige Israëlische kolonisten is aangenomen. Begrijp ik goed dat er drie of vier mensen en drie of vier organisaties op een lijst zijn geplaatst? Dan kan de minister toch niet anders zeggen dan dat dit een buitengewoon karig sanctiepakket is, gezien de misstanden?
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Dan Mevrouw Maes. Zij spreekt namens de VVD-fractie.
Mevrouw Maes (VVD):
Dank u, voorzitter. Dank aan de minister voor de antwoorden die we zojuist binnen hebben gekregen. Die waren al heel verhelderend.
We willen één motie indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de trans-Atlantische relatie de hoeksteen is van onze veiligheid en dat het daarom belangrijk is dat de VS betrokken blijven bij de verdediging van Europa;
overwegende dat het uiten van anti-Amerikaanse of polariserende sentimenten door Europese bondgenoten de diplomatieke verhoudingen onnodig onder druk zet;
verzoekt de regering om bondgenoten er in Europees en bilateraal verband actief op te wijzen hoe essentieel de betrokkenheid en bijdrage van de Verenigde Staten zijn voor de veiligheid van Europa,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maes en Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 3425 (21501-02).
Dank u wel. Echt één interruptie, want we hebben heel weinig tijd vandaag, gelet op de andere debatten.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat begrijp ik, voorzitter. Voor mijn duiding van de motie vind ik het van belang om te weten wat mevrouw Maes ziet als anti-Amerikaanse sentimenten die tegengegaan moeten worden. Kan ze daar voorbeelden van geven? Riekt dat niet naar enorme censuur en het wegkijken van je uitspreken tegen schendingen van het internationaal recht?
Mevrouw Maes (VVD):
Wat ons betreft zullen we moeten erkennen, of u het wilt of niet — ik denk dat u daar anders over denkt dan wij — dat de Amerikaanse veiligheidsgaranties gewoon nodig zijn om ons eigen continent veilig te houden. Ik denk dat we dat Kamerbreed moeten doen. U vraagt mij nu naar dingen, maar ik ben niet van mening dat wij gepolariseerd zijn in onze motie. Ons standpunt is dat de Amerikaanse veiligheidsgaranties nodig zijn. Het is belangrijk om daar landen in Europa maar ook daarbuiten op aan te spreken.
De voorzitter:
Dan mevrouw Van der Werf nog voor één interruptie.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Collega Maes heeft het hier over polariseren, maar ze heeft het in de motie zelf ook over polariserende sentimenten. Is mevrouw Maes het wel met mij eens dat wij elkaar in een volwassen relatie publiekelijk moeten kunnen aanspreken, juist ook als er dingen gebeuren met de Verenigde Staten die ons als bondgenoten onderling niet aanstaan?
Mevrouw Maes (VVD):
Dat zijn natuurlijk kwesties die we ook vorige week in het debat hebben besproken. Er zijn ook een aantal moties over ingediend. Die hebben wij niet allemaal gesteund. Dat zult u ongetwijfeld gezien hebben. Wij vinden het uiteraard belangrijk om landen in het diplomatieke verkeer aan te spreken als dat aan de orde is. Dat zou de minister ook moeten doen. Het ministerie moet dat doen. De ministers moeten dat doen, maar ik zie niet per se de noodzaak om hier antipolariserend … Ja, het staat in de motie; daar ben ik me van bewust. Wat we vooral mee willen geven, is dat de minister daar op zijn niveau iets mee doet. Dat hoeft niet per se publiekelijk te gebeuren.
De voorzitter:
Dank. Dat was de eerste en enige termijn, want het is een tweeminutendebat. We gaan even vijf minuten schorsen en dan krijgen we een reactie van de minister en een appreciatie op de zes ingediende moties. We zijn tot 10.30 uur geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken. Ik geef het woord aan de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die de minister van Buitenlandse Zaken vervangt.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank. Ik vervang inderdaad de minister van Buitenlandse Zaken, die nu onderweg is naar de Gymnichbijeenkomst. Ik dank de Kamer voor het geduld met de beantwoording van de schriftelijk gestelde vragen. De ambtenaren hebben echt keihard gewerkt in het pinksterweekend. Het is alsnog net op tijd gekomen. Ik dank u voor uw geduld en bereidheid om daar op deze manier kennis van te nemen.
Er is één vraag gesteld. Die wil ik als eerste beantwoorden. De heer Van Baarle vroeg mij naar de samenstelling van het derde sanctiepakket. Ik snap de teneur van zijn vraag, maar de inhoud van het sanctiepakket is op dit moment niet publiek. Dat houden we ook graag zo, omdat een verrassingseffect bij deze sancties cruciaal is. Ik snap zijn inhoudelijke boodschap. Die heb ik ook in mijn oren geknoopt voor het vierde sanctiepakket, maar ik zal geen mededelingen doen over de reikwijdte van het derde sanctiepakket, over het "hoeveel", over het "wie" of over welke entiteiten in dat sanctiepakket zijn opgenomen.
Dan de moties. De motie op stuk nr. 3420 van de heer Van Baarle geef ik oordeel Kamer, met een kleine duiding. De duiding is als volgt. De Canadese minister-president heeft het voortouw genomen wat betreft het instellen van een onderzoek naar de behandeling van de aangehouden Flotilla-opvarenden. Wij scharen ons daar graag achter. Wij steunen dat. Maar het is ook wel belangrijk om soms de leiding en de lead bij anderen te laten. Als ik de motie zo mag duiden dat wij de oproep tot het onderzoek steunen en dat wij ook bij andere Europese landen bepleiten zich daarbij aan te sluiten, dan krijgt de motie van mij oordeel Kamer.
De voorzitter:
De heer Van Baarle knikt instemmend. De motie op stuk nr. 3420 krijgt oordeel Kamer.
Minister Sjoerdsma:
Ik dank de heer Van Baarle.
De motie op stuk nr. 3421 krijgt oordeel Kamer, met één winstwaarschuwing. Gezamenlijke EU-veroordelingen zijn altijd afhankelijk van de medewerking van andere EU-lidstaten.
Dan de motie op stuk nr. 3422. In alle eerlijkheid zeg ik in de richting van de heer Van Baarle dat dit niet het helderste dictum aller tijden is. Ik ga proberen te kijken of we hem kunnen helpen of tot overeenstemming kunnen komen. Het eerste deel van het dictum, "inzetten op sancties tegen entiteiten die aantoonbaar activiteiten ontplooien", is onderdeel van de inzet van Nederland in het vierde sanctiepakket. Als het gaat over het inzetten op een ruimere toepassing van het instrumentarium, zeg ik hem dat wij binnen dat instrumentarium willen blijven. Daarbinnen kunnen we bewegen. Daarbuiten is er niks. Als er gevraagd wordt naar het bevriezen van tegoeden en het opleggen van reisverboden, dan zeg ik hem dat transactieverboden al onderdeel zijn van deze listings. Als de motie op transactieverboden ziet, dan kan ik haar oordeel Kamer geven. Als de motie ziet op een ruimere toepassing van het instrumentarium, dan moet ik haar ontraden.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik wil de ambtenaren bedanken, die hard werken aan de beantwoording, maar de beantwoording kwam inderdaad vrij laat. Ik kon dus ook niet bepalen wat de insteek van de motie zou zijn in relatie tot de antwoorden.
Minister Sjoerdsma:
Oké.
De heer Van Baarle (DENK):
Wellicht is het een idee dat ik de motie voor nu gewoon even aanhoud. Het ligt volgens mij niet in de rede dat er bij de komende Raad al overeenstemming komt over een vierde sanctiepakket. Nederland gaat wel de komende tijd zijn inzet bepalen. Wellicht kunnen we de komende tijd gebruiken om die inzet met Kamer en kabinet gezamenlijk te bepalen. Wellicht is dat de goede modus. Dan hou ik de motie even aan. Ik wil namelijk ook de antwoorden van de minister beoordelen.
Minister Sjoerdsma:
Dat snap ik. Ik dank ook de heer Van Baarle voor zijn geduld met de beantwoording. Ik denk dat het in algemene zin goed is om te zeggen dat het Nederlandse kabinet bij het opstellen van de sanctiepakketten alle aangenomen moties die daarop zien uiteraard meeweegt en gebruikt als zeer belangrijke input. Maar tijdens het opstellen van die sanctiepakketten kunnen we niet uitwisselen welke personen en entiteiten daarop komen te staan, vanwege het verrassingseffect dat ik net benoemde. Je wilt niet dat mensen zich kunnen voorbereiden op dergelijke persoonsgerichte of entiteitsgerichte sancties.
De voorzitter:
Maar de heer Van Baarle is bereid om de motie even aan te houden. Dan doen we dat voor vandaag.
De heer Van Baarle (DENK):
Volgende week is er nog een RBZ, dus ik houd de motie voor nu even aan, zodat we er nog even over kunnen wisselen.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Baarle stel ik voor zijn motie (21501-02, nr. 3422) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Sjoerdsma:
De motie op stuk nr. 3423 is ontijdig. Daar is nu geen draagvlak voor en Nederland wil ook focussen op stappen rondom het associatieverdrag en op het gebied van nederzettingenproducten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3423 is ontijdig.
Minister Sjoerdsma:
De motie op stuk nr. 3424 moet ik ontraden. Er loopt een arrestatiebevel tegen Netanyahu. Veel duidelijker dan dat gaat het niet worden.
De motie op stuk nr. 3425 van mevrouw Maes en de heer Hoogeveen kan ik oordeel Kamer geven, maar wel met de duiding dat niet elke kritiek op een bondgenoot automatisch betekent dat er sprake is van anti-Amerikaanse sentimenten of polariserende sentimenten. Kritiek kan ook terecht zijn. Daarbij geldt ook de duiding dat dit niet betekent dat wij vervolgens al onze bondgenoten de maat gaan nemen als zij niet precies doen wat wij voor ogen hebben. Ook daar is natuurlijk sprake van een ruime mate van soevereiniteit. Maar de algemene teneur, namelijk het belang van de Amerikaanse betrokkenheid bij onze veiligheid, kan het kabinet zeer onderstrepen.
De voorzitter:
Mevrouw Maes knikt instemmend op die duiding bij deze motie. Dan krijgt de motie op stuk nr. 3425 oordeel Kamer.
Dank aan de minister. Dank aan de leden.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan enkele minuten schorsen. Over de ingediende moties wordt vanmiddag gestemd, na de lunchpauze. Dat geldt ook voor de andere Raad waarover straks een tweeminutendebat wordt gehouden. Wij zijn geschorst tot 10.45 uur.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Netcongestie en elektriciteitsnet
Netcongestie en elektriciteitsnet
Aan de orde is het tweeminutendebat Netcongestie en elektriciteitsnet (CD d.d. 22/04).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. We zijn toe aan het tweeminutendebat Netcongestie en elektriciteitsnet. Ik heet de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van harte welkom. Ik heet de leden welkom, maar ook hun ondersteuning en anderen die dit debat volgen. Tien leden hebben zich ingeschreven. Als eerste geef ik het woord aan de heer Van den Berg namens JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat netcongestie woningbouw in diverse regio's belemmert en ontwikkelaars kan doen uitwijken naar locaties waar wel netcapaciteit beschikbaar is;
constaterende dat netneutrale wijken kunnen helpen om woningbouw in congestiegebieden toch door te laten gaan;
overwegende dat de meerkosten hiervan niet mogen worden afgewenteld op woningzoekenden, gemeenten of lokale belastingbetalers;
verzoekt de regering om samen met decentrale overheden, netbeheerders en marktpartijen de meerkosten van netneutrale woningbouw in beeld te brengen, vast te stellen wie deze redelijkerwijs moet dragen en welke bijdrage van het Rijk nodig is;
verzoekt de regering de Kamer voor Prinsjesdag 2026 verschillende uitvoerings- en dekkingsopties voor te leggen, zodat de Kamer hierover kan besluiten bij de behandeling van de rijksbegroting 2027,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Grinwis.
Zij krijgt nr. 648 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat circa 15.000 bedrijven en instellingen wachten op transportcapaciteit;
constaterende dat prognoses van de elektriciteitsvraag direct doorwerken in netcongestie, wachttijden, investeringsbeslissingen en nettarieven;
constaterende dat het finale elektriciteitsgebruik volgens het CBS in 2024 rond 105 TWh lag, terwijl de KEV 2025 uitgaat van 136 TWh in 2030 en het TenneT-pad richting 2035 circa 190 TWh veronderstelt;
overwegende dat deze ramingen sterk uiteenlopen en daarom doorlopend moeten worden getoetst aan feitelijk elektriciteitsgebruik, netcongestie en beschikbare netcapaciteit;
verzoekt de regering om met ACM, TenneT, regionale netbeheerders, PBL en Netbeheer Nederland prognoses en scenario's voor de elektriciteitsvraag doorlopend bij te stellen en inzichtelijk te maken in hoeverre en wanneer netbeheerders groeiende elektriciteitsvraag kunnen faciliteren, inclusief de gevolgen voor nettarieven, netcongestie en wachttijden;
verzoekt de regering hierover uiterlijk in Q4 2026 een concreet plan te maken en de Kamer vervolgens periodiek te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Grinwis en Müller.
Zij krijgt nr. 649 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat netcongestie leidt tot wachtrijen voor bedrijven, instellingen en woningbouw, en dat cruciale transformator- en hoogspanningsstations bepalend zijn voor het vrijspelen van netcapaciteit;
overwegende dat vergunningen, ruimtelijke procedures, onderzoeken en bezwaar- en beroepsprocedures de realisatie van deze projecten nog te vaak vertragen;
verzoekt de regering, aanvullend op de reeds lopende generieke versnellingsmaatregelen, binnen het wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojecten een aparte versnellingsroute uit te werken voor uitbreiding, verzwaring en nieuwbouw van transformator- en hoogspanningsstations die bijdragen aan het oplossen of voorkomen van netcongestie;
verzoekt de regering daarbij te bezien hoe vergunningplichten kunnen worden vereenvoudigd, gebundeld of vervangen door algemene regels, hoe procedures parallel en sneller kunnen verlopen met behoud van rechtsbescherming, en hoe cruciale stations als projecten van groot en urgent maatschappelijk belang onder rijksregie of provinciale regie kunnen worden gebracht;
verzoekt de regering de Kamer hierover uiterlijk 1 oktober 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Grinwis.
Zij krijgt nr. 650 (29023).
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank. We gaan nu over naar de heer Grinwis. Hij voert het woord namens de ChristenUnie. Ga uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Vorige maand verscheen het rapport "Zoveel kan met lokale flex!" Is de staatssecretaris bereid om een kabinetsreactie op dit rapport te formuleren en dat met de Kamer te delen? Dat was mijn eerste vraag.
Mijn tweede vraag: is er inmiddels een eenvoudige oplossing voor het Prinsentheater in Delft gevonden? Zomaar een kleine, concrete vraag.
Dan drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een aansluitstop in de FGU-regio helaas niet volledig is voorkomen en dat in de toekomst zo veel mogelijk voorkomen moet worden dat dergelijke scenario's zich herhalen;
verzoekt de regering te evalueren hoe de huidige situatie de afgelopen jaren kon ontstaan en hoe de daaropvolgende crisisaanpak is verlopen, waarbij nadrukkelijk wordt ingegaan op de invulling van de rollen van het Rijk, netbeheerders en medeoverheden, daarbij expliciet de geleerde lessen en succesvolle maatregelen in kaart te brengen, en deze lessen actief toe te passen bij de aanpak van netcongestie in andere regio's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Klos, Van den Berg en Jumelet.
Zij krijgt nr. 651 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat jaarlijks middels monitoren wordt gerapporteerd over het geïnstalleerde vermogen van zon-PV en wind op land, maar dat er geen monitor energieopslag bestaat;
verzoekt de regering om voor het einde van het jaar een monitor energieopslag te ontwikkelen en te implementeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Klos, Van den Berg, Müller en Jumelet.
Zij krijgt nr. 652 (29023).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ten slotte.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de ACM al sinds 2020 achterblijvende investeringen bij netbeheerders constateert, maar niet zodanige actie onderneemt richting netbeheerders dat wordt geborgd dat netbeheerders voldoende investeren en sneller meer transportcapaciteit realiseren;
overwegende dat de ACM wel degelijk netbeheerders zou kunnen instrueren om verbeterplannen op te stellen om sneller te voldoen aan de vraag naar transportcapaciteit en dat netbeheerders, ondanks externe beperkingen, zelf maatregelen kunnen nemen om projecten sneller te realiseren, bijvoorbeeld door toepassing van nieuwe technieken, optimalisatie van de eigen werkprocessen en betere afstemming tussen TenneT en regionale netbeheerders;
verzoekt de regering om de ACM te vragen investeringsplannen nadrukkelijker te toetsen op onderinvesteringen, netbeheerders te bevragen of alles op alles wordt gezet om zo snel mogelijk te voorzien in benodigde transportcapaciteit en te monitoren dat de netbeheerders de relevante verbeteringen en acties ook daadwerkelijk implementeren;
verzoekt de regering tevens om in overleg met de netbeheerders en de ACM zo nodig acties hierover op te nemen in (lopende) actieprogramma's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Jumelet.
Zij krijgt nr. 653 (29023).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Tot zover. Hartelijk dank.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Van Oosterhout. Zij spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank. Van mij drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat netcongestie het verdienvermogen van Nederland ondermijnt;
overwegende dat uitbreiding van opslagcapaciteit ertoe kan bijdragen dat meer woningen en bedrijven een aansluiting kunnen verkrijgen;
constaterende dat nieuw batterijnoodvermogen op rijkslocaties kan helpen netcongestie te verminderen;
verzoekt de regering om tegen Prinsjesdag budget vrij te maken voor meerdere proefopstellingen met nieuw batterijnoodvermogen;
verzoekt de regering daarbij dat bijkomend vermogen prioritair in te zetten om die regio's te ondersteunen die het zwaarst door netcongestie getroffen zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 654 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat netcongestie is geconcentreerd in "slechts" 30% van de tijd;
overwegende dat het voor de oplossing van netcongestie essentieel is lokaal vraag en aanbod van alle energiebronnen, inclusief buffers en integratie met warmte, beter op elkaar af te stemmen in samenwerking met burgers en bedrijven;
overwegende dat energiescans voor een betere kennis van zowel vraag als aanbod naar stroom en warmte op lokaal niveau een onmisbare voorwaarde zijn voor gemeenten om gerichter energiebeleid te voeren;
verzoekt de regering provincies, gemeenten en netbeheerders opdracht te geven tot het opstellen van energiebeelden waarin vraag, aanbod, opslag en buffers van alle energiebronnen worden meegenomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 655 (29023).
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat energiebesparing ervoor zorgt dat minder elektriciteit door het net moet en zo ruimte vrijgemaakt kan worden voor nieuwe aansluitingen;
overwegende dat er in Nederland nog een groot onbenut potentieel aan energiebesparing is;
verzoekt de regering energiebesparing integraal onderdeel te maken van de weging van maatregelen voor de aanpak van netcongestie en hier sterker op in te zetten in de communicatie richting ondernemers en de gebouwde omgeving,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 656 (29023).
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Müller. Zij voert het woord namens de VVD-fractie. Gaat uw gang.
Mevrouw Müller (VVD):
Voorzitter. De netcongestieproblematiek is enorm. Daar hebben we in het commissiedebat uitgebreid bij stilgestaan.
Wat de VVD betreft heeft de Crisiswet netcongestie de allergrootste prioriteit. De heer Klos zal daar straks een gezamenlijke motie over indienen.
Ik heb zelf een motie over het beter benutten van het net, maar eerst nog een vraag aan de staatssecretaris. Warmte-krachtkoppelingen, installaties die zowel elektriciteit als warmte opwekken uit aardgas, vormen een van de snelst beschikbare manieren om de netcongestie te verlichten. Tegelijkertijd staan de warmte-krachtkoppelingen onder druk. Welke stappen zet de staatssecretaris om ervoor te zorgen dat we de huidige warmte-krachtkoppelingen in bijvoorbeeld de tuinbouw beter benutten? Hoe staat het met de verkenning van het contracteren van gasgestookte opwek? Kan hierin ook versneld worden?
Dan de motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat door beter gebruik te maken van flexibiliteit bij industriële bedrijvigheid extra ruimte op het elektriciteitsnet kan worden gecreëerd;
overwegende dat in de FGU-regio decentrale overheden een belangrijke rol hebben gespeeld bij het identificeren en benaderen van geschikte partijen om flexibiliteit beschikbaar te stellen;
overwegende dat de decentrale overheden hierbij onvoldoende concreet inzicht hebben in de kansen en daadwerkelijke contracteringsmogelijkheden bij bedrijven;
verzoekt de regering met de netbeheerders de beschikbare flexibiliteitspotentie en de mogelijkheden voor contractering in kaart te brengen;
verzoekt de regering om vervolgens met netbeheerders, decentrale overheden en ondernemers samen te werken om zo veel mogelijk van de beschikbare flexibiliteitspotentie daadwerkelijk te contracteren, de (juridische) belemmeringen daarvoor weg te nemen, en de Kamer hier voor het einde van het jaar over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Müller, Klos, Jumelet, Van den Berg en Grinwis.
Zij krijgt nr. 657 (29023).
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Kops. O, hij heeft nul minuten spreektijd. Zonder bril had ik dat niet gezien, sorry.
De heer Vermeer is al bijna bij het spreekgestoelte. Hij voert het woord namens de BBB-fractie.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat netbewuste nieuwbouw kan bijdragen aan het verlagen van piekbelasting op het elektriciteitsnet;
constaterende dat onzekerheid over de beschikbaarheid en timing van netaansluitingen een belangrijk knelpunt vormt voor woningbouwprojecten;
overwegende dat het flexibel gebruik van het net als gevolg van netbewuste bouw niet mag leiden tot extra ontwikkelrisico's voor woningbouw;
verzoekt de regering om samen met ACM, netbeheerders, provincies, gemeenten en marktpartijen te komen tot een systeem van vroegtijdige capaciteitsreservering met aansluitzekerheid voor woningbouwprojecten en experimenteerruimte voor netbewuste gebiedsontwikkelingen, gericht op opschaalbare werkwijzen;
verzoekt de regering hierbij te zorgen voor duidelijke afspraken over voorwaarden, fasering, beschikbare capaciteit, uitvoerbaarheid en betaalbaarheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 658 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat netbewuste nieuwbouw vraagt om extra investeringen in flexibiliteit, zoals opslag, slimme sturing en collectieve systemen;
constaterende dat deze extra investeringen maatschappelijke baten opleveren, maar niet altijd terug te verdienen zijn op projectniveau en deze meerkosten zich moeilijk verhouden tot de politieke wens om meer betaalbaar te bouwen;
verzoekt de regering om te komen tot een structurele financierings- of stimuleringsregeling voor netbewuste nieuwbouw;
verzoekt de regering hierbij te borgen dat meerkosten voor flexibiliteit niet volledig bij ontwikkelaars of bewoners terechtkomen, maar mede worden gedragen vanuit de maatschappelijke systeembaten, zoals efficiënter netgebruik, beperking van netverzwaring en versnelling van woningbouw,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 659 (29023).
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Klos. Hij voert het woord namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. De file op het stroomnet is een nationale crisis. Het ontzegt mensen een woning, dwarsboomt de groei van ondernemers en maakt ons afhankelijk. Dit is niet het moment om nog eens een studie aan te vragen, dit is het moment om door roeien en ruiten te gaan. Meer ruimte op het net betekent meer schone energie van Nederlandse bodem, een betaalbare energierekening en meer ruimte om op te staan in de wereld voor onze waarden. Ik hoor vaak: het kan niet, het is ingewikkeld en het duurt lang. Maar laten we vandaag juist zeggen: het kan wél en het kan snel. Nederland is groot geworden door creativiteit, daadkracht en samenwerking. Met de Crisiswet netcongestie kunnen we bouwen aan het energienet van de toekomst. Daarom dien ik, mede namens mevrouw Müller, de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat netcongestie Nederland miljarden kost doordat investeringen stilvallen, woningbouw vertraagt en bedrijven niet kunnen verduurzamen;
constaterende dat snelle uitbreiding van de elektriciteitsinfrastructuur noodzakelijk is voor een sterk, duurzaam en onafhankelijk Nederland;
overwegende dat de Crisiswet netcongestie bedoeld is om doorbraken mogelijk te maken en onnodige vertraging tegen te gaan;
verzoekt de regering de Crisiswet netcongestie uiterlijk deze zomer te presenteren, met voorstellen voor onder andere versnelde beroepsprocedures, ruimere mogelijkheden voor vergunningsvrije activiteiten, het centraliseren van bevoegd gezag bij alle projecten van nationaal belang en snellere implementatie van Europese wet- en regelgeving, en daarbij ook de voor- en nadelen van het invoeren van een lex silencio positivo (oftewel, wie zwijgt stemt toe) bij vergunningsprocedures voor energie-infrastructuur inzichtelijk te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klos en Müller.
Zij krijgt nr. 660 (29023).
Hartelijk dank. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Moinat. Zij voert het woord namens de Groep Markuszower.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ons elektriciteitsnet komt steeds verder in de knel. Op dit moment wachten 14.000 bedrijven op een stroomaansluiting in Nederland. Ondernemers die willen uitbreiden of starten, worden gewoon tegengehouden. Dit is het handelsland Nederland onwaardig en daar moet snel verandering in komen. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het elektriciteitsnet in Nederland vastloopt vanwege een tekort aan regelbaar vermogen;
overwegende dat energiebronnen zoals wind- en zonne-energie afhankelijk zijn van weersomstandigheden en daardoor niet continu beschikbaar zijn;
overwegende dat stabiele en regelbare energiebronnen zoals kernenergie noodzakelijk zijn om heel Nederland te kunnen voorzien van stabiele en betaalbare stroom;
verzoekt de regering alleen te investeren in energiebronnen die niet afhankelijk zijn van wind of zon en kunnen bijdragen aan het tekort aan regelbaar vermogen, zoals kernenergie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moinat en Heutink.
Zij krijgt nr. 661 (29023).
Hartelijk dank. Dan is nu de beurt aan de heer Flach namens de fractie van de SGP. Hij is de een-na-laatste spreker in deze termijn.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. We kijken terug op een constructief debat en ik onderstreep graag nog mijn waarschuwing die ik heb gedaan. Onze verduurzamingsambities moeten passen bij wat het energiesysteem aankan, anders rijden we op een muur af.
Ik heb gevraagd om juridische ruimte voor tijdelijke flexibiliteitsoplossingen in congestiegebieden. De staatssecretaris verwees naar concepten waar in de FGU-regio aan wordt gewerkt. Dat vind ik te vaag en te mager. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de ruimte om middels tijdelijke flexibiliteitsoplossingen in congestiegebieden alsnog woningbouwprojecten, bouwplaatsvoorzieningen of laadpleinen voor transportbedrijven aan te sluiten op het net beperkt is;
overwegende dat flexibele contractvormen en groepscontracten nu niet goed toepasbaar zijn op genoemde projecten, en dat geen ruimte gegeven wordt voor het beoordelen van tijdelijke netondersteunende oplossingen, zoals batterijen, wkk's of laadvoorzieningen, als congestiemaatregel in plaats van een reguliere netaanvraag;
van mening dat alles op alles gezet moet worden om met behulp van tijdelijke flexibiliteitsoplossingen ook in congestiegebieden (woning)bouw- en verduurzamingsprojecten zo veel mogelijk door te kunnen laten gaan, binnen en buiten de FGU-regio;
verzoekt de regering in overleg met ACM, netbeheerders en marktpartijen te verkennen welke juridische knelpunten er zijn voor tijdelijke flexibiliteitsoplossingen ten behoeve van woningbouwprojecten, bouwplaatsvoorzieningen en laadpleinen in congestiegebieden, deze knelpunten op te lossen zodat netbeheerders dergelijke flexibele en netondersteunende oplossingen kunnen toelaten of contracteren, mits deze aantoonbaar congestieverzachtend werken, en de Kamer hierover binnen vier maanden te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 662 (29023).
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. Tot slot nog twee onbeantwoorde vragen. De flexcontracten van TenneT richten zich nu op zodanige flexibiliteit dat de storingsreserve vrijgehouden kan blijven worden. Je zou kunnen kiezen voor contracten waarbij er alleen teruggeschakeld moet worden als er daadwerkelijk sprake is van een storing. Nogmaals de vraag: wordt dit opgepakt?
Tot slot wil ik opnieuw aandringen op versnelling van ruimtelijke procedures. Hoe worden in de praktijk de krachten gebundeld om de verschillende processtappen voor de bouw van transformatorstations zo veel mogelijk parallel in plaats van achter elkaar af te lopen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Tot slot in deze termijn is het woord aan de heer Jumelet namens de CDA-fractie.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter. "Help, mijn man is klusser." Zo begon Remco de Boer van Studio Energie zijn bijdrage in de technische briefing onlangs. Hij verwees naar dat programma, maar hij had het ook over de staat van de energietransitie. Zijn oproep was duidelijk: laten we voortgaan met de verbouwing. Het is altijd goed om consistent te zijn en het resultaat voor ogen te houden. Daarom heb ik vanochtend een praktische motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aanpakken van netcongestie de hoogste prioriteit heeft;
overwegende dat soepele vergunningseisen kunnen zorgen voor versnelling van energieprojecten en netcongestie sneller op kunnen lossen;
verzoekt de regering om vergunningsvrije netuitbreiding binnen de grenzen van bestaande transformatorstations mogelijk te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jumelet, Müller, Klos en Grinwis.
Zij krijgt nr. 663 (29023).
Hartelijk dank. Dat was de termijn van de Kamer. We gaan vijf minuten schorsen. Daarna krijgen we een appreciatie van de zestien ingediende moties. We zijn even vijf minuten geschorst.
De vergadering wordt van 11.02 uur tot 11.09 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat over netcongestie en het elektriciteitsnet. Ik geef het woord aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.
Staatssecretaris De Bat:
Dank, voorzitter. Dank voor alle inbreng. Ik zal de moties als eerste doorlopen. Daarna zal ik nog een aantal vragen beantwoorden.
De eerste motie, van de heer Van den Berg en medeondertekend door de heer Grinwis, over het verzoek om met decentrale overheden de meerkosten in beeld te brengen en voor Prinsjesdag uitvoeringopties op tafel te leggen, geef ik oordeel Kamer. Dat is de motie op stuk nr. 648.
Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 649, ook van de heer Van den Berg. Wat betreft de inhoud: we moeten dat doen om onnodige wachtrijen te voorkomen.
Aan de motie op stuk nr. 650, ook van de heer Van den Berg, geef ik wel een kleine interpretatie. Als ik die motie als volgt mag interpreteren, kan die oordeel Kamer krijgen. De interpretatie is dat u mij oproept om het te verkennen. Dat staat wel bij het tweede verzoek. Daar staat namelijk "te bezien". Bij het eerste verzoek staat "uit te werken", maar als ik het in beide gevallen mag zien als "dat verkennen", dan zullen we dat doen en komen we daarop terug. De motie kan dan oordeel Kamer krijgen.
De voorzitter:
De heer Van den Berg knikt instemmend. Daarmee heeft de motie op stuk nr. 650 oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Bat:
De motie op stuk nr. 651, van de heer Grinwis, gaat over de leerlessen van de FGU. Het lijkt me ontzettend waardevol om die leerlessen door te vertalen, dus ik zeg graag: oordeel Kamer. We moeten dit namelijk doen.
De motie op stuk nr. 652, ook van de heer Grinwis, verzoekt om voor het eind van het jaar een monitor te presenteren. Die motie krijgt idem oordeel Kamer. Energieopslag speelt een belangrijke rol in ons systeem, dus laten we die zeker gaan monitoren. Ik geef 'm dus oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 653, van de heer Grinwis, verzoekt om de ACM te vragen wat te doen, het toetsen goed op te pakken en daarover in gesprek te gaan. Waarom zouden we dat niet doen? Wat mij betreft krijgt die motie dus ook oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 654, van mevrouw Van Oosterhout, gaat over een proefproject met batterijnoodvermogen. Als ik de motie zo mag lezen dat ik daarvoor mijn best moet doen, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven. Het vrijmaken van budget regel je natuurlijk niet even per motie, maar ik ga er wel mijn best voor doen. Ik zoek daarnaar. Ik hoop vanzelfsprekend ook iets te vinden. Als dat de uitleg en de interpretatie mag zijn, dan kan ik 'm wat mij betreft oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout knikt instemmend. De motie op stuk nr. 654 heeft oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Bat:
De andere motie van mevrouw Van Oosterhout, de motie op stuk nr. 655, over de energiescan geef ik ook oordeel Kamer.
Over de motie op stuk nr. 656, over energiebesparing als onderdeel van de aanpak van netcongestie, zeg ik: ja, want dat moeten we zeker doen. Het begint bij besparen en daarna komt pas de vraag. Wat mij betreft krijgt die dus ook oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 657, van mevrouw Müller, verzoekt de beschikbare flexpotentie in beeld te brengen in het kader van de contractering en om samen te werken met netbeheerders en decentrale overheden om die potentie in te zetten. Die krijgt ook oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 658 gaat over de bevordering van netbewuste nieuwbouw. Als we de motie iets eerder gekend hadden, dan hadden we misschien tot een dictum kunnen komen waardoor we het eens konden zijn met deze motie. Het gaat om het volgende. We pakken de capaciteitsreservering nu anders aan. Het gaat meer over het op tijd aanvragen van capaciteit. We zijn bezig met gemeenten en provincies om dat goed te organiseren. De netbeheerders spelen daar ook een rol in. Wat de motie nu vraagt, is om eigenlijk iets meer terug te gaan naar het oude systeem. Ik moet de motie dan eigenlijk ontraden. Dat moet ik dus ook doen, want dat is wat er nu staat. Maar als we daarover in gesprek kunnen, denk ik wel dat we een deel van wat u vraagt, absoluut kunnen doen.
De heer Vermeer (BBB):
Het is mij niet helemaal duidelijk waar de staatssecretaris een probleem ziet in mijn verzoeken.
Staatssecretaris De Bat:
Waar het om gaat, is dat we een nieuw prioriteringskader van de ACM hebben gekregen. Dat prioriteringskader geldt. Binnen het prioriteringskader — dat is in categorie 3 — komt woningbouw aan de orde. De gemeenten en provincies moeten nu tot aanvragen komen voor projecten in de toekomst. Dat is hoe het systeem nu is, dus feitelijk gebeurt dat al. Als je vroegtijdige capaciteitsreservering daarnaast zet, ga je in tegen het geldende kader. Dat kan niet de bedoeling zijn, want de ACM heeft dit nou eenmaal vastgesteld. De gemeenten en provincies zorgen ervoor dat ze de aanvragen en de projecten kennen, zodat ze bij de netbeheerders bekend zijn en aangesloten kunnen worden.
De heer Vermeer (BBB):
Volgens mij staat dat hier, maar als de staatssecretaris dit zo interpreteert, mag hij dat zo interpreteren. Het gaat er vooral om dat er experimenteerruimte beschikbaar gesteld wordt. Volgens mij is dat nu geen onderdeel van de hele prioritering.
Staatssecretaris De Bat:
We zijn het eens over het feit dat we woningbouw willen aansluiten zodra we weten dat die projecten bestaan. Met het nieuwe prioriteringskader verschuift er iets en moet er afgewogen worden. We vragen ontwikkelaars, gemeenten en provincies om in beeld te brengen wat de projecten voor de komende jaren zijn, zodat de netbeheerders daarop kunnen reserveren, maar om de jaren daarna, dus tussen de vijf en tien jaar, ook in beeld te brengen, zodat de netbeheerders weten welke projecten eraan komen. Zo werkt het systeem op dit moment. Als je daar nog een systeem van vroegtijdige capaciteitsreservering naast zet, dan maak je er een dubbel systeem van. Volgens mij moeten we dat niet doen, want dan hebben we twee systemen.
De voorzitter:
Goed ...
De heer Vermeer (BBB):
Helaas moet ik het dan zo interpreteren dat het vroegtijdig melden dan geen zin heeft, omdat er geen capaciteit gereserveerd wordt. Als dit de uitleg van de staatssecretaris is, dan blijven we dus dezelfde problemen houden.
Staatssecretaris De Bat:
Volgens mij legde ik het positiever uit, namelijk dat we juist bezig zijn om het systeem binnen het geldende prioriteringskader op orde te brengen, zodat we weten welke projecten er zijn. We zorgen ervoor dat we die projecten vroegtijdig kunnen aanmelden bij de netbeheerders, zodat men, als men gaat bouwen, zeker is van stroom.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 658 is ontraden in deze vorm.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik wil nog even kort terugkomen op de motie op stuk nr. 652 van de heer Grinwis, die ik mede heb ondertekend. Ik wil daar toch eigenlijk een verzoek bij doen. Een monitor energieopslag is natuurlijk uitstekend, maar is het niet slim om daarin ook gelijk de mogelijkheden voor opwek mee te nemen? Die zijn namelijk ook juist weer van toepassing op de congestiemarkt.
Staatssecretaris De Bat:
Zeker, maar die monitoren we al. Die monitor bestaat al. Het gaat juist om de vraag naar de toevoeging van opslag. Dat is een goede vraag.
De voorzitter:
Dan gaan we door naar de motie op stuk nr. 659.
Staatssecretaris De Bat:
De motie op stuk nr. 659, van de heer Vermeer, over netbewuste nieuwbouw. Deze motie is eigenlijk ontijdig, in die zin dat het ministerie van VRO op dit moment, ook in overleg met gemeenten, aan het kijken is hoe ze dit kunnen doen en hier een oplossing voor kunnen vinden. Ik zou u dus willen vragen om de motie nog even aan te houden totdat VRO dit heeft uitgedacht en u hierover geïnformeerd heeft.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind die verschillende silo's van de verschillende ministeries, waar we het in dit huis steeds over hebben, lastig. Feitelijk ondersteunt deze motie hetgeen VRO naar op zoek is. Hoe kan iets ontijdig zijn als ze nog aan het praten zijn? Als de Kamer dit signaal geeft en voor deze motie stemt, dan is dat toch een ondersteuning van iets waar VRO mee bezig is? Dat is dan toch een duidelijk signaal vanuit de Kamer? De motie is dan juist supertijdig, want het heeft geen zin om dit te doen als er al oplossingen en regelingen zijn bedacht.
Staatssecretaris De Bat:
Ja, maar de nuance is dat de rekening met deze motie volledig bij het Rijk wordt gelegd. VRO zoekt naar hoe je de kosten van het hele systeem van netbewust bouwen zodanig kan inrichten dat ook ontwikkelaars, gemeenten en misschien zelfs provincies en het Rijk meebetalen aan het geheel. Geef VRO dus even de tijd en ruimte om dat met al die partijen, bouwende partijen en ontwikkelaars, te doordenken. Wij komen zeker nog met brieven over netcongestie, ook nog voor de zomer. We gaan proberen om dit dan ook specifiek mee te nemen in de brief voor de zomer over netcongestie of in de eerste brief na de zomer over netcongestie.
De voorzitter:
Meneer Vermeer, bent u eventueel bereid om … Ja?
De heer Vermeer (BBB):
De staatssecretaris legt precies de vinger op de zere plek, want deze motie roept juist op om de kosten niet bij bewoners en bedrijven neer te leggen. Dan is de motie niet ontijdig, maar ontraadt de staatssecretaris 'm, denk ik. Maar dit is wel een signaal van wat de Kamer wil.
Staatssecretaris De Bat:
Het gaat niet alleen om ondernemers en bewoners; er zijn ook nog steeds ontwikkelaars, gemeenten en provincies in dit land. Je wilt dat die kosten op de plek terechtkomen waar ze het beste horen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 659 krijgt het oordeel ontijdig.
Staatssecretaris De Bat:
Ja. Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 660, over de Crisiswet netcongestie. Daar hebben we over nagedacht, want het begrip "crisiswet" heeft ondertussen een eigen betekenis gekregen. Ik geef de motie op dit moment graag oordeel Kamer. We komen in de zomer terug met informatie. De zomer duurt in ons land nog steeds tot 30 september, dus we hebben enige tijd om dat op te lossen. Maar ik wil de verwachtingen daarbij niet te hoog maken. Het proces dat we nu hebben ingericht, is een proces waarin we met een wetgevingstraject komen. Dat zal heel snel leiden tot ingrepen op bepaalde wetten, waarin nu de klem zit. Dan is een beetje de gedachte "met één wet los je alles op", maar ik denk dat je juist sneller tot resultaat zult komen met verschillende ingrepen op verschillende plekken. Dat zullen we op dat moment, in september, bij u neerleggen.
De voorzitter:
Volgens mij duurt de zomer tot 21 september, toch? Die duurt niet tot 30 september. Maar goed, dat maakt niet zoveel uit.
Staatssecretaris De Bat:
Ik kom uit Zeeland. Daar is de zomer altijd langer.
De voorzitter:
Ja, daar hebben ze lange zomers.
De heer Klos (D66):
Ik wil inderdaad geen debat over de duur van de zomer gaan voeren. Volgens mij staat de kern overeind: voor de Kamer zou dit een prioriteit moeten zijn en voor het kabinet ook. Dat betekent misschien ook dat je ergens nog iets weg moet halen en prioriteiten van andere wetgeving af moet halen om dit voor elkaar te krijgen, juist omdat het zo'n flessenhals is voor eigenlijk alle andere problematiek. Zolang die kern overeind staat en die urgentie wordt gevoeld — die proef ik ook wel bij het kabinet — ben ik tevreden met deze uitleg.
Staatssecretaris De Bat:
Dat kan ik alleen maar bevestigen. Dit heeft de hoogste prioriteit.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 660 krijgt dus oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 661.
Staatssecretaris De Bat:
De motie op stuk nr. 661 ontraad ik. Dit is in strijd met het beleid dat we voeren. Wij denken genuanceerder over de brede energiemix.
De motie op stuk nr. 662 van de heer Flach krijgt oordeel Kamer, mits ik die zo mag lezen dat we daar in oktober, als we weer een update over netcongestie sturen in een Kamerbrief, over terugkoppelen. Dan gaat dat lukken.
De voorzitter:
De heer Flach knikt instemmend. De motie op stuk nr. 662 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Bat:
Dan de motie op stuk nr. 663 van de heer Jumelet, de laatste. Ook die krijgt oordeel Kamer. Dat is inderdaad ook wat we graag willen: de vergunningsvrije grenzen zo goed mogelijk oprekken om te zorgen dat we tempo kunnen maken.
Dat waren de moties. Dan heb ik nog een aantal vragen. De appreciatie van het onderzoek van CE Delft zullen we u zeker sturen, meneer Grinwis. Dat doen we voor de zomer. Dat krijgt u dus.
Er is nog geen oplossing voor het theater. Er worden wel goede gesprekken gevoerd. Daar zitten we bovenop. We hebben deze casus bijna tot nationale proefcasus benoemd, dus in die zin zijn we er druk mee bezig.
Dan de vraag van mevrouw Müller over de wkk's. Er is op dit moment een sectorale aanpak op dit thema. We zijn daar heel druk mee. We zien inderdaad op veel plekken waar een wkk is dat die ook echt helpt bij het oplossen van netcongestie in dat gebied. We zijn het dus met u eens. We zullen er alles aan doen om, daar waar het kan, de wkk's als onderdeel van de oplossing te presenteren. In een van de volgende brieven zullen we daar ook nog wat nader op ingaan, maar het is absoluut een route naar de oplossing.
Dan de vraag van de heer Flach of er gekeken wordt naar de contracten voor het benutten van de storingsreserve. Ja, ook daar kijken we naar. We hebben daar wel het gesprek met netbeheerders en de ACM voor nodig, want dan moet je een aantal criteria loslaten. Maar dat is nou net wat we in dit traject vaker moeten doen: bestaande afspraken en grenzen net even loslaten omdat je het wilt oplossen. Dus ja, we zijn ermee bezig.
Dan de vraag over het versnellen van de ruimtelijke procedures. Dat is ook een beetje wat in de motie op stuk nr. 663 werd gevraagd. We moeten meer parallel doen. We moeten soms ook procedures gelijktijdig durven voeren, bijvoorbeeld door het bevoegd gezag eerder vast te stellen, dan al die ruimtelijke procedure te starten en in je ruimtelijke procedure ook gelijk je aankoop- en aanbestedingsproces te starten. Dat zijn wel manieren om parallel te versnellen. Daar kijken we absoluut naar. Sterker nog, op een aantal plekken doen we dat nu ook al. Ik zie dat dus ook als een oproep om daarmee door te gaan.
Ik heb alles beantwoord, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan volgende week dinsdag, op 2 juni, over de ingediende moties stemmen. Ik schors een ogenblik en dan wisselen we van bewindspersoon.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Raad Concurrentievermogen d.d. 28 en 29 mei 2026
Raad Concurrentievermogen d.d. 28 en 29 mei 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Concurrentievermogen d.d. 28 en 29 mei 2026.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Concurrentievermogen. Ik heet de minister van Economische Zaken van harte welkom. Er hebben zich vier leden ingeschreven voor dit debat. Ik wil het woord geven aan mevrouw Bühler als eerste spreekster. Zij loopt nog even naar de griffier om de sprekerslijst te tekenen. Mevrouw Bühler gaat het woord voeren namens de CDA-fractie. Er is één termijn, van twee minuten. Gaat uw gang.
Mevrouw Bühler (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Voor het CDA geldt: een sterk en weerbaar Europa is belangrijker dan ooit. Dank aan de minister voor de uitgebreide beantwoording van het SO. Fijn om te lezen dat we in Nederland vaker samen optrekken met de Benelux op diverse thema's.
Voorzitter. Vandaag focussen we op de chemische industrie. De signalen uit de chemiesector zijn duidelijk: goedkope Aziatische producten met lage prijzen door staatssteun worden gedumpt op de Europese markt, terwijl deze producten een grotere CO2-voetafdruk achterlaten. De chemische industrie vormt een stevig fundament onder onze economie en dat is van strategisch belang voor hightech, defensie, zorg en bouw. Als deze industrie verdwijnt, verdwijnen ook de kennis, innovatie en werkgelegenheid.
Ik heb een aantal vragen aan de minister. Wat is concreet uw inzet om dit tegen te gaan? Ten aanzien van vraagcreatie: wat wordt de Nederlandse inzet om de productie van duurzame en Europese chemische producten beter te stimuleren? Ten aanzien van handelsbescherming: is de minister ook bereid zich actief hard te maken voor effectieve handelsbeschermende maatregelen voor de chemiesector? Kan de minister toezeggen zich binnen de EU hard te maken voor snelle en effectieve maatregelen voor handelsbescherming, zoals vrijwaringsmaatregelen, maatregelen voor antidumping en antisubsidieonderzoeken door de Europese Commissie?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u. U heeft een interruptie van de heer Schenk. Graag kort.
De heer Schenk (FVD):
Ik hoor het CDA eigenlijk een paar terechte constateringen doen over oneerlijke concurrentie vanuit Aziatische landen. Die heeft natuurlijk voor een heel groot deel te maken met het feit dat in Azië niet met ETS-systemen gewerkt wordt. Europese bedrijven hebben last van het klimaatbeleid dat wordt gevoerd door Nederland en door de Europese Unie als zodanig. Is dat voor het CDA geen aanleiding om te zeggen: misschien moeten we een tandje minder doen en wat minder regels maken in het kader van het klimaatbeleid? Misschien kunnen we de chemische sector, in dit geval, dan weer de juiste richting op krijgen.
Mevrouw Bühler (CDA):
Ten aanzien van dat onderdeel niet, maar we vinden het wel heel belangrijk dat er voor het beleid binnen Europa gelijke spelregels zijn binnen de Europese grenzen. Dat betekent ook dat wij echt een voorstander zijn van de verlenging van de CO2-heffing en vinden dat we die optopping moeten doortrekken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Schenk (FVD):
Aan een gelijk speelveld binnen de Europese grenzen hebben de chemische bedrijven binnen Europa niet zo heel veel, omdat bedrijven in de Verenigde Staten, het Midden-Oosten en Azië niet met die drastische regelgeving te maken hebben. Ik hoop dus echt dat de CDA-fractie dat nog een keer in overweging wil nemen en dat ze daarbij ook haar oordeel over het klimaatbeleid, dat desastreuze gevolgen heeft voor de chemische sector, gaat heroverwegen.
Mevrouw Bühler (CDA):
Dat gaan we niet doen. De lijn die we hebben ingezet in Europa, moeten we vasthouden. Dat wil niet zeggen dat we niet kritisch zijn op wat er buiten de grenzen van Europa gebeurt; we vragen om maatregelen om daar zaken te reduceren.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. We gaan luisteren naar de heer Kisteman. Hij voert het woord namens de VVD-fractie. Gaat uw gang.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat ondernemers, verenigingen en instellingen aan Videma in opdracht van de NOS hoge tarieven moeten betalen voor het uitzenden van het aankomende WK voetbal, oplopend tot duizenden euro's per wedstrijd;
overwegende dat het uitzenden van sporttoernooien op de publieke omroep al met publiek geld is bekostigd;
overwegende dat hoge tarieven voor de uitzendrechten voor ondernemers en instellingen niet bijdragen aan de Oranjebeleving;
overwegende dat het uitzenden van WK-wedstrijden in veel andere EU-landen voordeliger is;
verzoekt de regering in samenwerking met de NOS het uitzenden van een groot sportevenement als het WK voetbal gratis te maken tot een evenement met maximaal 5.000 bezoekers, en dit nog voor aanvang van het aankomende WK voetbal te regelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kisteman, Krul, Claassen, Mohandis, Nanninga, Keijzer, Vermeer, Struijs, Jimmy Dijk, Prickaertz, Dassen, Grinwis en Schoonis.
Zij krijgt nr. 698 (21501-30).
De heer Kisteman (VVD):
Ik heb nog een motie. Zal ik die nog even snel indienen?
De voorzitter:
De heer Schoonis heeft een interruptie. Kort graag.
De heer Schoonis (D66):
Wij willen natuurlijk ook een feestje. Dit kan ook namens ons.
De voorzitter:
De heer Schoonis wil meetekenen. Dat vindt de heer Kisteman goed, dus zijn naam komt erbij.
De heer Kisteman (VVD):
Hoe meer mensen in deze vreugde kunnen delen, des te beter, voorzitter.
De voorzitter:
Uw tweede motie.
De heer Kisteman (VVD):
Mijn tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er tijdens het aankomende WK voetbal mannen wedstrijden in de nacht gespeeld worden;
overwegende dat het kabinet met relevante partners als de Vereniging Nederlandse Gemeenten of de G40 kan zorgen voor langere openingstijden voor horecaondernemers en evenementen en hier ook een publiekelijke oproep toe kan doen, zodat meer mensen kunnen genieten van het WK;
overwegende dat het kabinet de openingstijden voor ondernemers tijdens dit WK op zijn beloop laat en momenteel circa 60% van de gemeenten niet kiest voor ruimere openingstijden;
verzoekt de regering samen met gemeenten nog voor de start van het aankomende WK voetbal ervoor te zorgen dat ondernemers ten minste bij de wedstrijden van het Nederlands elftal langer open mogen blijven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kisteman, Claassen, Nanninga, Keijzer, Vermeer, Jimmy Dijk, Prickaertz, Bühler en Schoonis.
Zij krijgt nr. 699 (21501-30).
De heer Schenk (FVD):
Op zich mooie moties, maar ik baal er een beetje van dat ik de VVD niks heb horen zeggen over de chemische sector, wat toch best een fundamenteel onderwerp is op die Raad Concurrentievermogen. Ik citeer even uit een artikel in De Telegraaf van onlangs: "De chemische industrie verdwijnt geruisloos uit Nederland. Ieder jaar verdubbelt het aantal bedrijfssluitingen: wat weg is, komt nooit meer terug." Ik vraag aan de VVD: hoe beoordelen zij deze realiteit en wat willen zij doen om deze schadelijke ontwikkelingen te stoppen?
De heer Kisteman (VVD):
Wij hebben in dit debat gekozen voor deze twee moties, om vlak voor het WK nog iets te kunnen doen aan het samen kunnen beleven van het WK. Daar pakken wij nu dit moment voor. Wij hebben twee mooie moties ingediend. Ik had ook aan collega's van de heer Schenk gevraagd of zij deze mede willen indienen. Volgens mij kan dat nog steeds. Mocht hij daartoe bereid zijn; deel in de vreugde, zou ik zeggen.
De voorzitter:
Afrondend, meneer Schenk.
De heer Schenk (FVD):
Dat is totaal geen antwoord op mijn vraag. Laat ik het zo zeggen: we delen de zin in het WK. Maar ik vroeg iets over de chemische sector, en er wordt compleet om mijn vraag heen gedraaid. Dus ik zou de vraag eigenlijk nogmaals willen stellen. Wat wil de VVD doen om die schadelijke ontwikkelingen voor de chemische sector die gaande zijn door Europees beleid te stoppen?
De heer Kisteman (VVD):
Volgens mij vroeg de heer Schenk waarom wij ervoor kozen om daar in onze inbreng niks over te zeggen. Daarom leg ik uit dat wij in dit debat voor deze twee moties hebben gekozen en dat wij ervoor kiezen het daar verder niet over hebben.
De voorzitter:
Nee, sorry, meneer Schenk. Zo werkt het soms. U heeft niet meer het woord. De heer Schoonis is de volgende spreker. Hij gaat het woord voeren namens de D66-fractie. Gaat uw gang.
De heer Schoonis (D66):
Voorzitter. Ruimtevaart is vitale infrastructuur, voor onze economische veiligheid, voor innovatie en voor defensie. Wij kunnen als Nederland en als Europa veel meer dan wij vaak denken. De minister erft een uitgewerkte agenda, de langetermijnruimtevaartagenda en de inschrijvingen bij CM25. Ik heb drie vragen aan de minister. Een. Hoe kijkt de minister naar de langetermijnruimtevaartagenda en de daarin uitgesproken ambitie om toe te groeien naar de ESA-norm? Het vorige kabinet schoof die besluitvorming expliciet door naar zijn opvolger. Is deze minister bereid na te denken over een concreet uitvoeringsplan?
Twee. Het coalitieakkoord biedt allerlei instrumenten: launching customer, NADI, de nationale instelling en dual use. Hoe gaat de minister deze instrumenten benutten voor de Nederlandse ruimtevaartsector?
Drie. Nederland heeft een internationale koploperspositie en unieke kennis in huis. Het rapport-Wennink onderstreept dat zulke posities staan of vallen met sterke ecosystemen. Hoe gaat de minister deze positie niet alleen behouden, maar uitbouwen?
Ik ben benieuwd naar de antwoorden en zou hier graag eens een apart commissiedebat over willen houden met de minister. Dat verdient de Nederlandse ruimtevaartsector, dus dat gaan we regelen. Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank voor uw inbreng. Tot slot is het woord aan de heer Schenk in deze termijn. Hij voert het woord namens de fractie van Forum voor Democratie.
De heer Schenk (FVD):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet binnen de Industrial Accelerator Act inzet op gradueel toenemende productnormen per strategische sector;
constaterende dat het kabinet tegelijkertijd erkent dat de definitie van "koolstofarm" nog onvoldoende duidelijk is;
overwegende dat nieuwe productnormen kunnen leiden tot extra regeldruk, hogere productiekosten en verdere verslechtering van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven;
verzoekt de regering in de Raad Concurrentievermogen geen steun uit te spreken voor nieuwe of aangescherpte productnormen zolang niet per sector inzichtelijk is gemaakt wat de gevolgen zijn voor regeldruk, productiekosten, concurrentiepositie en risico op verplaatsing van productie buiten Europa,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 700 (21501-30).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese chemische sector tussen 2022 en 2025 37 miljoen ton productiecapaciteit heeft verloren;
constaterende dat Nederland met 7,2 miljoen ton verantwoordelijk is voor circa 20% van deze Europese afname;
constaterende dat het kabinet erkent dat hoge energiekosten en concurrentie uit derde landen belangrijke oorzaken zijn;
overwegende dat koolstofbeprijzing en ETS-kosten de internationale concurrentiepositie van energie-intensieve industrie verder onder druk zetten;
verzoekt de regering in de Raad Concurrentievermogen te pleiten voor verlichting van ETS- en koolstofkosten voor strategische energie-intensieve industrieën zolang sprake is van aantoonbaar risico op sluiting of verplaatsing van productie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 701 (21501-30).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet bij het voorstel voor EU Inc zorgen heeft over fraude, witwassen en misbruik;
constaterende dat het voorstel directe werking heeft en dus niet eerst nationaal hoeft te worden geïmplementeerd;
overwegende dat het kabinet zelf aangeeft dat controle na oprichting en nationale notariële controle op aandelenoverdracht mogelijk worden beperkt;
verzoekt de regering niet in te stemmen met het 28ste regime/EU Inc zolang niet juridisch bindend is vastgelegd dat lidstaten voldoende bevoegdheden behouden voor notariële controle, cliëntonderzoek, fiscale controle, toezicht op aandelenoverdrachten en ontbinding of verbod van ondermijnende EU Inc's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 702 (21501-30).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet inzet op Europese vraagcreatie, productnormen, mandaten en labels voor "schone" industrie;
overwegende dat industriebeleid dat de kosten verhoogt contraproductief kan zijn voor behoud van productie, banen en strategische autonomie;
verzoekt de regering voorafgaand aan mogelijke Nederlandse steun voor nieuwe Europese industrie- en klimaatmaatregelen telkens een nationale industrie-effectrapportage aan de Kamer te sturen, waarin ten minste de gevolgen voor energieprijzen, regeldruk, productiekosten, investeringsbereidheid, werkgelegenheid en risico op de-industrialisatie worden beoordeeld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 703 (21501-30).
De heer Schenk (FVD):
Ik had er nog eentje, maar ik zie dat mijn tijd op is, dus dat gaat 'm niet meer worden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. We zijn klaar met de termijn van de Kamer. We gaan tien minuten schorsen en dan krijgen we een appreciatie van de zes ingediende moties en een antwoord op enkele vragen. We zijn geschorst.
De vergadering wordt van 11.36 uur tot 11.44 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat Raad Concurrentievermogen. Ik geef het woord aan de minister van Economische Zaken.
Minister Herbert:
Dank, voorzitter. Het lijkt mij goed om eerst in te gaan op de vragen die aan mij gesteld zijn. Ik begin met de vragen van mevrouw Bühler over de chemiesector. Zij vroeg wat mijn concrete inzet is om mij teweer te stellen tegen alles waar de energiesector onder lijdt. De chemiesector is van groot strategisch belang voor Nederland en Europa. Het kabinet is bekend met de door u geschetste problematiek en maakt zich ook zorgen over een aantal ontwikkelingen in de sector. Daarom zet het kabinet zich op verschillende manieren in om de concurrentiekracht van de chemische industrie te versterken. Het kabinet heeft bijvoorbeeld de IKC vanaf 2025 uitgebreid met 22 subsectoren die door hoge elektriciteitskosten in zwaar weer verkeren, zoals de chemie. Om het gelijke speelveld verder te verbeteren, wordt de nationale CO2-heffing afgeschaft. Verder werkt het kabinet voortdurend aan het verbeteren van de randvoorwaarden voor duurzame productie en zet het in op het stimuleren van de vraag naar toekomstbestendige producten en productiemethoden.
Dan de vraag wat de Nederlandse inzet is om vraagcreatie te stimuleren. De vraagcreatie specifiek voor de chemie wordt momenteel uitgewerkt binnen de Europese Critical Chemicals Alliance. Nederland maakt zich hier al langere tijd hard voor in Europees verband. Verschillende initiatieven hebben ertoe geleid om tot een dergelijke alliantie te komen. Nederland is voorzitter van de werkgroep waarin specifiek aan vraagcreatie wordt gewerkt. Ik kan op dit moment niet vooruitlopen op de conclusies die daaruit zullen voortvloeien, maar de adviezen worden nog deze zomer verwacht.
De laatste vraag van mevrouw Bühler ging over handelsbescherming. Het kabinet zet zich in Europees verband in voor het bevorderen van een mondiaal gelijk speelveld, waar handelsmaatregelen tegen concurrentievervalsing en marktverstorende praktijken onderdeel van zijn. Dit geldt voor elke sector en dus ook voor de chemiesector. Zo neemt de EU al langer en regelmatig maatregelen tegen marktverstorende praktijken, bijvoorbeeld door inzet van het handelsdefensieve instrumentarium. In Brussel worden momenteel gesprekken gevoerd over de modernisering van dit instrumentarium, waaraan Nederland een actieve bijdrage levert.
Voor verdere vragen op dit onderwerp verwijs ik u graag naar mijn collega, de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, maar ik kan toezeggen dat ik mij hard inspan voor snelle en effectieve handelsbeschermende maatregelen binnen de EU.
De voorzitter:
Een korte vraag van de heer Schenk.
De heer Schenk (FVD):
Gezien het zwaar weer waarin de chemische industrie in Nederland en in Europa verkeert, haal ik graag een NOS-artikel van onlangs aan met als titel "Betere concurrentiepositie of klimaatdoelen halen: overheid staat voor dilemma". Hoe beoordeelt de minister deze titel? Ziet zij ook dat daar spanning tussen ontstaat en dat die twee dingen heel lastig naast elkaar kunnen bestaan?
Minister Herbert:
Ik herken dat er eigenlijk een heleboel thema's in de huidige samenleving zijn waar spanning op bestaat en dat het continu een kwestie is van balans vinden tussen zaken. Ik herken dus dat die twee thema's die de heer Schenk noemt in balans gebracht moeten worden. Daarom zetten we, naast de inzet op het klimaatbeleid, waar we heel duidelijk beleid voor gekozen hebben, ook in op een aantal beschermende zaken, zoals ik net in mijn beantwoording heb toegelicht.
De voorzitter:
Afrondend. De heer Schenk.
De heer Schenk (FVD):
Als we ook kijken naar de signalen vanuit de sector, denk ik dat bij uitstek dat klimaatbeleid, met als gevolg daarvan netcongestie en hoge energieprijzen, de oorzaak is van het zwaar weer waarin de chemische sector in Nederland en Europa verkeert. Ik zou de minister er dus echt toe op willen roepen dat klimaatbeleid te heroverwegen, want dit betekent echt de afbraak van de chemische sector in Nederland. Ik heb in alle moties even gewezen op hoeveel miljoen ton er is verdwenen uit Nederland en Europa. Als we op deze wijze doorgaan, gaat het alleen maar verder. Dan verdwijnt alle chemische industrie uit Nederland en uit Europa en dan is er helemaal geen concurrentiepositie meer om over te spreken. Ik hoop dus echt dat dat de inzet zal gaan worden van de minister, ook straks in de Raad van de Europese Unie.
Minister Herbert:
Ik zal straks bij de beantwoording van de motie van de heer Schenk ingaan op deze materie.
De voorzitter:
Ja. De minister vervolgt haar betoog.
Minister Herbert:
Ik stel voor om door te gaan met de vragen die meneer Schoonis van D66 gesteld heeft. Die gaan over de ruimtevaartagenda, iets waar ik ook met enthousiasme naar kijk. Ik deel namelijk de ambitie en de wens om tot een uitvoeringspad te komen. Tegelijkertijd herken ik ook dat er vele projecten en ambities zijn in bijvoorbeeld ons brede industriebeleid die middelen vereisen. Maar ik zeg toe dat ik mij ook in de budgettaire onderhandelingen hard zal maken om ruimte te verwerven voor die ruimtevaartagenda.
Er was een specifieke vraag over de inzet van bepaalde investeringsinstrumenten, zoals het launching customership — ik weet eigenlijk niet welk woord je daaraan zou moeten geven, als je dat zelfstandig maakt — en dual-use-innovatie. Eigenlijk zou ik alle passende investeringsinstrumenten willen gebruiken om te stutten wat er op die lange-termijn ruimtevaartagenda nodig is. Ik ben dus ook hierbij bereid elk instrument dat kan dienen in te zetten. Dat zal ik zeker verder bekijken.
De laatste vraag was hoe ik als minister van Economische Zaken de sterke positie die Nederland heeft niet alleen ga behouden maar ook uit ga uitbreiden. Allereerst, om daarover expliciet te zijn: ik deel die ambitie. Ik zie dat voor me door de koploperspositie vooral samen met de sector te behouden en verder uit te bouwen. Ik zal de Kamer daar verder over informeren in een voortgangsbrief over de langetermijnagenda. Die brief kunt u verwachten voor de zomer. Overigens zie ik ernaar uit om daarover in gesprek te gaan met u, zoals u zelf ook voorstelde.
Dan zou ik door willen gaan naar de moties. Ik start met de motie op stuk nr. 699 van de VVD, de heer Kisteman, met zijn oproep om het mogelijk te maken dat de horeca langer openblijft tijdens het WK voetbal. Ik laat het oordeel over aan de Kamer. Ik denk dat ik namens iedereen spreek, in ieder geval iedereen hier, als ik zeg dat we ontzettend uitkijken naar de start van het WK voetbal. Sport is iets wat mensen samenbrengt. Het zorgt voor trots en verbinding. Ik kijk ook uit naar de gezelligheid op veel plekken waar de wedstrijden gekeken worden. Wat de openingstijden van de horeca betreft: uw Kamer weet natuurlijk dat dit in de eerste plaats een gemeentelijke aangelegenheid is. Ik kan hun niet voorschrijven hoe ze daarmee om moeten gaan. Dat is maar goed ook. Maar de motie roept ertoe op om met gemeenten in gesprek te gaan en hen te stimuleren om ruimhartig om te gaan met openingstijden. Daar ben ik samen met mijn collega van Binnenlandse Zaken zeker toe bereid. Ik kan de motie dus oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Dat betreft, voor alle duidelijkheid, de tweede motie van de heer Kisteman, dus de motie op stuk nr. 699.
Minister Herbert:
Ja, want dan ga ik nu naar de motie op stuk nr. 698. Deze motie is wat ingewikkelder. Deze gaat over de kosten voor het vertonen van wedstrijden van het WK voetbal. Deze motie apprecieer ik namens de minister van OCW, die hier natuurlijk over gaat. De NOS heeft voor Nederland de uitzendrechten voor het WK voetbal. Daaronder vallen ook de rechten voor de zogenaamde public viewing. In de Mediawet staat dat de NOS geen gratis diensten mag leveren aan commerciële partijen als die daar geld mee kunnen verdienen. Dat wordt ook wel het "dienstbaarheidsverbod" genoemd. Daarom moeten cafés een marktconforme vergoeding betalen als ze WK-wedstrijden willen laten zien op grote schermen, bijvoorbeeld op een marktplein. Voor veel kleinere horecazaken die hun scherm binnen hebben staan, geldt dat zij genoeg hebben aan de reguliere doelgroepenlicentie. Zij hebben dus geen extra kosten bij het WK voetbal. Dit geldt ook voor zorginstellingen. Deze motie van meneer Kisteman vraagt om evenementen tot 5.000 bezoekers, bijvoorbeeld op een marktplein, vrij te stellen van een vergoeding. Dan hebben we het over grote evenementen, waar ook veel geld mee verdiend kan worden. Als de NOS zou doen wat meneer Kisteman voorstelt, is het sterk de vraag of dit in overeenstemming is met de Mediawet en de Europese staatssteunregels. Daarom moet ik de motie op stuk nr. 698 ontraden.
De voorzitter:
Meneer Kisteman, ik ben rekkelijk op dit onderwerp bij dit agendapunt. Het is een heel debat op het beleidsterrein van de minister die over cultuur en media gaat. Maar goed, de heer Kisteman, kort.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter, dank u wel voor uw coulance. Het gaat uiteindelijk ook om de concurrentie van onze ondernemers in Europa. In België is het wel gewoon gratis tot 5.000 bezoekers. Het maakt niet heel veel uit dat deze minister of de minister van OCW dit zegt, want een ruime meerderheid van de Kamer, ongeveer 134 zetels, staat hier al achter. Er moet nog over gestemd worden. Ik denk dat de allerbelangrijkste vraag is hoe de minister deze motie straks samen met haar collega gaat uitvoeren.
Minister Herbert:
De oproep van de Kamer is helder. Overigens heb ik ook een warm hart voor ondernemers die ideeën hebben om gezelligheid te entameren rondom het WK voetbal. Hopelijk ziet u ook de complexiteit van de situatie. Ik kan wel toezeggen dat collega-minister Letschert, de minister van OCW, die hier verantwoordelijk voor is, deze motie nog bij de NOS onder de aandacht kan brengen, want zoals de Kamer weet, is het uiteindelijk niet aan het kabinet, maar aan de NOS.
De voorzitter:
Wat is het oordeel over de motie?
Minister Herbert:
Mijn oordeel is "ontraden".
De voorzitter:
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 700.
Minister Herbert:
Dan gaan we naar de eerste motie van meneer Schenk van Forum voor Democratie. Die gaat over aangescherpte productnormen. Ik ontraad deze motie. Dat is niet omdat ik de zorgen niet begrijp. Die deel ik zelfs. Ik voel ook verantwoordelijkheid voor alle zaken die u benoemt in de motie. Maar allereerst vindt het kabinet, net als veel bedrijven overigens, dat productnormen ook een goed instrument zijn om investeringszekerheid te creëren en zo de toekomstbestendigheid van de industrie in Europa te versterken. Tijdens de Raad waar ik aan deel zal nemen, worden nog geen besluiten genomen over de tekst, omdat deze nog in beweging is. Lidstaten zullen de komende tijd onderhandelen over de vormgeving van de maatregelen in de Industrial Accelerator Act. Hierbij zal het kabinet conform het BNC-fiche inzetten op productnormen en daarbij rekening houden met uitvoerbaarheid, regeldruk en kosten, zoals door meneer Schenk wordt verzocht in de motie.
Dan de motie over ETS. Ook deze motie ontraad ik. Het kabinet erkent overigens wel de zware omstandigheden voor de Europese energie-intensieve industrie, vooral in sectoren met een hoog risico op verplaatsing van de productie, zoals de chemie. Daarom kijkt het kabinet naar manieren om deze sectoren beter te beschermen, zoals het versterken van de koolstofheffing aan de grens, de zogenaamde CBAM-maatregelen in de Industrial Accelerator Act. Dat gebeurt ook in de Critical Chemicals Alliance, waar ik al eerder over sprak. Tegelijkertijd blijft verduurzaming van de energie-intensieve industrie belangrijk voor onze strategische autonomie, voor onze weerbaarheid en voor het behalen van klimaatdoelen. Een sterk en stabiel ETS biedt daarbij investeringszekerheid en stimuleert juist investeringen in schone productie. Het kabinet kijkt daarom uit naar de ETS-herziening in juli, die met gerichte aanpassingen ons concurrentievermogen moet versterken en ons tegelijkertijd op koers moet houden om de klimaatdoelen te behalen. Daarmee hoop ik een uitleg te geven bij die gezochte balans waar ik het eerder over had in mijn gesprek met meneer Schenk.
Dan de motie over het 28ste regime.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 702.
Minister Herbert:
Ja, de motie op stuk nr. 702. Dank u wel, voorzitter. Ook deze motie ontraad ik. Het kabinet ondersteunt overigens ook bij deze motie weer volmondig de zorgen die uitgelicht worden. Het kabinet start met de ambitie om opschaling van met name start- en scale-ups in Europa makkelijker te maken. Daar kan nou net dat 28ste regime aan bijdragen. Dat is de upside van het 28ste regime. Daar kiezen we voor. Tegelijkertijd herken ik de zorgen van de indieners, waar we goed rekening mee moeten houden bij het finetunen van het 28ste regime. Dan gaat het bijvoorbeeld om het versterken van de waarborgen om fraude tegen te gaan. Dat is een prioriteit in de onderhandelingen. Voor het succes van het 28ste regime is het noodzakelijk dat fragmentatie tussen de lidstaten wordt tegengegaan, om te voorkomen dat ondernemingen binnen het 28ste regime uitwijken naar lidstaten met de minste waarborgen. Het kabinet zet er daarom op in dat waarborgen zo veel mogelijk op EU-niveau worden geregeld in plaats van verschillend per lidstaat, zoals de motie verzoekt. De onderhandelingen over dit voorstel zijn nog in volle gang. Die voeren wij ook langs de lijn zoals ik net uitlegde. Besluitvorming is op dit moment nog niet aan de orde. Juist daarom ontraad ik ook deze motie.
Dan gaan we over naar de motie op stuk nr. 703. Dat is de laatste. Daarin verzoekt de heer Schenk om een nationale effectrapportage voor de industrie op te stellen. Ik zou deze motie als overbodig willen betitelen en appreciëren, want de motie is in lijn met het coalitieakkoord, waarin is aangegeven dat het kabinet voortaan standaard gaat kijken naar de effecten op het gelijke speelveld bij het invoeren van nieuw beleid. De Europese Commissie voorziet maatregelen reeds van impactassessments. Nederland analyseert in de BNC-fiche ook zaken als impact op concurrentievermogen en regeldruk en de financiële impact, zoals door de heer Schenk ook aangegeven. Daarbij maakt het kabinet actief gebruik van de expertise van verschillende organen, zoals het PBL en het CBS, voor de analyse van verschillende beleidsmaatregelen. In de BNC-fiche wordt ook het advies van het Adviescollege toetsing regeldruk opgenomen. Een extra analyse zoals verzocht, zou ik daarom willen kenmerken als iets met beperkte toegevoegde waarde en vooral als onnodige vertraging en extra regeldruk. Dat is juist iets waar ik mij hard voor wil maken: voorkomen dat dat ontstaat.
De voorzitter:
Dank. Meneer Schenk, ik wil wel even een opmerking maken. We lopen nu een halfuur achter op de plenaire agenda. Ik meen toch te moeten zeggen dat er allerlei onderwerpen worden besproken bij dit agendapunt die eerlijk gezegd, op zijn minst qua tijd, niet helemaal passen bij dit agendapunt. Er is ook een schriftelijk overleg gevoerd. De commissie had ook kunnen kiezen voor een mondeling overleg. We kunnen op deze manier de plenaire agenda niet zo zwaar blijven belasten. U mag nog een echt korte interruptie plegen, maar we moeten door.
De heer Schenk (FVD):
Dat was exact de reden waarom ik gewoon een commissiedebat hierover had willen voeren. Dank voor de beantwoording en de appreciatie van de motie op stuk nr. 703. Ik ben bereid om die motie na deze beantwoording in te trekken.
De voorzitter:
Aangezien de motie-Schenk (21501-30, nr. 703) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.
Tot slot mevrouw Bühler.
Mevrouw Bühler (CDA):
Ik wil nog heel even op iets terugkomen. We hebben geen motie ingediend over de handelsbeschermende maatregelen. Ik vraag mij af of ik goed heb gehoord dat de minister zegt dat we dit met de minister van Buitenlandse Handel moeten bespreken en dat hij ons daarnaar verwijst. Want dan gaan we daar een motie indienen, omdat wij graag een toezegging willen dat u zich hiervoor sterk maakt binnen Europa en binnen de gesprekken die nu plaatsvinden.
Minister Herbert:
Wat ik heb proberen te zeggen, is dat ik mij hardmaak voor het inzetten van de nu al besproken maatregelen in EU-verband. Ik heb daarbij verwezen naar het handelsdefensieve instrumentarium dat er al is. Daar levert Nederland ook een actieve bijdrage aan. Ik heb gezegd dat ik voor verdere vragen over dit onderwerp — dus meer verdiepend over de precieze werking en dergelijke — moet verwijzen naar mijn collega, de minister van Buitenlandse Handel.
De voorzitter:
Dank aan de minister.
Minister Herbert:
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Tot zover.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan straks, na de lunchpauze, stemmen over de ingediende moties. We schorsen een ogenblik en daarna gaan we door met het volgende onderwerp.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele
Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele (36847).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. We gaan door met een wetsbehandeling: de wijziging van de Kernenergiewet, ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele. Wederom een welkom aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, aan de leden, de mensen in de zaal en iedereen die dit debat op afstand volgt.
Er zijn negen leden die zich hebben ingeschreven. Als eerste geef ik het woord aan mevrouw Van Oosterhout. Zij voert het woord namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ga uw gang.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Deze tijd stelt ons op de proef. Het dagelijks leven wordt onbetaalbaar. Onze aarde raakt uitgeput. En wat doet dit rechtse minderheidskabinet? Het vraagt vandaag om een blanco cheque te tekenen voor de kerncentrale Borssele. Ze weten niet wat het kost, ze weten niet wie betaalt, ze weten niet of het veilig is, en dan willen ze dat wij als Kamer, zonder dat wij de antwoorden hierop weten, ook nog instemmen. Dat is geen energiebeleid; dat is onverantwoord gokken met het geld van de Nederlandse belastingbetaler.
Voor PRO is de keuze duidelijk: een toekomst waarin gewone mensen betaalbare energie hebben, zonder dat ze zich zorgen moeten maken om hun gezondheid of de toekomst van onze prachtige planeet. Voor PRO betekent dat dat we kiezen voor goedkope wind en zon van eigen bodem, échte vooruitgang voor portemonnee en voor de planeet.
Volgens sommigen in deze Kamer is kernenergie de heilige graal, ondanks dat voorbeelden uit het buitenland bewijzen dat ze een dure fata morgana is, met torenhoge kosten waar de gewone mensen uiteindelijk voor opdraaien. Frankrijk heeft zijn begroting doen ontsporen om kernenergiebedrijf EDF te nationaliseren. België heeft het miljardenrisico van het opruimen van kernafval op zich genomen, zonder dat het precies weet hoeveel dat allemaal zal gaan kosten. Dure kernenergiesubsidies.
De heer Flach (SGP):
Best een cynisch begin van de woordvoerder van PRO in dit geval. Alle pijlen worden gezet op wind en zon, maar we weten dat we ook stabiele bronnen nodig hebben. Vervolgens gaat mevrouw Van Oosterhout naar het buitenland en noemt ze daar wat voorbeelden van. Zou zij ook eens willen reflecteren op hoe in Duitsland die keuzes zijn gemaakt, waar ze juist afscheid hebben genomen van de kerncentrales en waar nu bruinkoolcentrales gewoon volop moeten draaien om aan de energievraag te voldoen?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Wat we heel duidelijk zien, is dat er in landen waar ze volop hebben ingezet op wind en zon duidelijk lagere energieprijzen zijn, zoals bijvoorbeeld in Spanje. Dat is de koers die wij ook voor ons zien voor Nederland.
De heer Flach (SGP):
Kernenergie is inderdaad niet de heilige graal, maar is wel een van de meest schone vormen van duurzame energie. En als je ziet dat Duitsland rücksichtslos die centrales gesloten heeft en daar nu eigenlijk een soort spijt van heeft omdat ze daar nu, met veel meer CO2-uitstoot bruinkool moeten verstoken, zou ik hopen dat, naast de prijs, toch ook de effectiviteit een criterium zou zijn voor mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Wat voor ons heel belangrijk is, is goedkope groene energie. Wat voor ons ook heel belangrijk is, is dat we goed kijken hoe we met ons belastinggeld omgaan. Wat voor ons ook belangrijk is, is veiligheid en de bescherming van de natuur. Dan kom je al snel uit bij zonne- en windenergie.
De heer Flach (SGP):
Mijn laatste vraag dan, voorzitter. Wat doen we dan in november, als de zon niet schijnt en er geen wind is?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
In alle scenario's zie je dat opslag een hele belangrijke rol speelt. Je hebt ongeveer 200 uur per jaar waarin er dunkelflaute is, waarin de zon niet schijnt en de wind niet waait. Wat we moeten doen, is aan de ene kant ervoor zorgen dat we goede connecties hebben met andere Europese landen — er is altijd wel een land in Europa waar dat wel het geval is — en aan de andere kant ook volop investeren in opslag. In alle scenario's, ook in de scenario's waarin kernenergie wordt meegenomen, speelt opslag een hele belangrijke rol. Dat zijn dus de factoren waarop we moeten inzetten.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoor mevrouw Van Oosterhout spreken over de lage energieprijzen in Spanje. Dat klopt inderdaad. Maar kan mevrouw Van Oosterhout mij dan vertellen wat de energiemix in Spanje is qua zon, wind en andere bronnen?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het klopt inderdaad dat kernenergie daar ook een onderdeel van is. Maar wat je heel duidelijk ziet, is dat ze daar de afgelopen jaren volop hebben ingezet op wind en zon, dat ze daarop echt een verdubbeling hebben ingezet. Dat is wat heeft geleid tot die enorme daling van de kosten, en dat is heel duidelijk wat we ook in Nederland zouden moeten doen.
De heer Van den Berg (JA21):
Nou, ik ben wel blij dat mevrouw Van Oosterhout erkent dat we hier ook minstens 20% kernenergie in de energiemix moeten hebben. En ik ben blij dat ze nu erkent dat Spanje inderdaad die kerncentrales heeft staan en dat die bijdragen aan dat systeem. Als mevrouw Van Oosterhout die lage energieprijs wil en die stabiliteit, en als we Spanje zouden moeten volgen, moeten wij dan niet veel meer inzetten op kernenergie?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Als er iets is wat als een paal boven water staat, is het dat we heel duidelijk weten dat de kosten van wind en zon jaar, na jaar, na jaar, na jaar dalen. Als er iets is wat we ook weten, is het dat voor kernenergie de trend precies omgekeerd is. Wat we ook weten, is dat bij kernenergie elke centrale die je bouwt, vier keer zo duur is en de bouw drie keer zo lang duurt als gepland. Je hebt kernenergie niet nodig. Het is een politieke keuze om daarmee door te gaan.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb niet de illusie dat ik haar hier in één keer van standpunt kan doen veranderen, maar ik ga het toch proberen. Ook windenergie komt hier namelijk de afgelopen jaren niet meer van de grond. Windenergie wordt duurder. Het is lastig om te implementeren. Er komen subsidies bij. De netwerkkosten rijzen de pan uit. Er zijn allemaal beren op de weg die het een stuk lastiger maken. Ik wil gewoon aan mevrouw Van Oosterhout vragen om daar nou eens een keer eerlijk over te zijn. Een politieke keuze is het net zo goed, of je nou voor kernenergie bent of voor zon en wind. Volgens mij moeten wij veel meer kijken naar het uiteindelijk doel en energiebronnen zijn maar een middel. Kan ik mevrouw Van Oosterhout daarin vinden?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Wat voor ons het uitgangspunt is — daar begon ik mee en dat zal ik nog een keer herhalen — is dat wij willen dat we goedkope, groene energie hebben van eigen bodem, zodat we ook onafhankelijk zijn, dat die energie veilig is en dat die energie schoon is. Kernenergie voldoet gewoon niet aan die voorwaarden. Het is niet zo dat ik dogmatisch ben; daar kom ik straks ook nog op. Maar het is wel zo dat wind en zon op dit moment de beste optie is. Wat betreft wind die niet van de grond zou komen: dat komt ook heel duidelijk doordat rechtse kabinetten niet de keuze hebben gemaakt om de industrie verder te elektrificeren. Dat is iets waar wij wel voorstellen voor hebben gedaan.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik vind het toch een beetje lastig dat mevrouw Van Oosterhout doet voorkomen alsof kernenergie niet veilig en niet schoon is. Waarom niet?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Er zitten nog altijd hele grote risico's aan, ook met het afval. We hebben gezien wat dat kan doen. Dat is dus zeker iets wat we moeten meenemen. Dat is ook iets wat ik vandaag in dit debat steeds aan de orde wil stellen. Het is iets wat we niet uit het oog moeten verliezen.
Mevrouw Müller (VVD):
De kerncentrales in Nederland horen bij de veiligste kerncentrales die we hebben in de wereld. Inzake het afval zetten we hele goede stappen. Ik begrijp gewoon niet waarom u doet voorkomen alsof kernenergie niet veilig is.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Waar het debat vandaag over gaat, is de verlenging van Borssele. We weten niet wat dat gaat betekenen voor de veiligheid, want die onderzoeken lopen allemaal nog. Dat zijn allemaal onderzoeken waar we hopelijk straks nog veel meer over te weten komen van de staatssecretaris. Dat is wel heel belangrijk om mee te nemen, en ook wat het gaat kosten om ervoor te zorgen dat de veiligheid blijft zoals die is en zoals mevrouw Müller net schetste, of dat die misschien nog wel beter wordt. We hebben het hier immers wel over een sterk verouderde centrale.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Mevrouw Van Oosterhout weet ook dat we het met deze wetswijziging alleen mogelijk maken om die centrale langer open te houden, maar dat de vergunning en de MER daarna nog moeten volgen. Alle zorgen die mevrouw Van Oosterhout aanstipt, worden gewoon in dat proces goed behandeld.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het een hele rare gang van zaken dat we hier eerst de einddatum uit de wet halen en dan pas gaan kijken of het veilig is, wat het gaat kosten, wat het precies gaat behelzen, wat de gevolgen zijn voor de natuur. Ik vind dat een hele vreemde volgorde en dat is ook iets wat de Commissie mer heeft vastgesteld. Daar kom ik straks in mijn bijdrage ook nog op.
De voorzitter:
Nee, nee, nee, mevrouw Müller. U heeft net drie interrupties geplaatst. We gaan mevrouw Van Oosterhout nog even aanhoren en dan mag u straks weer verder. Dit gaat anders veel te lang duren. Ja? Mevrouw Van Oosterhout vervolgt haar betoog.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Wij zijn niet tegen de technologie van kernenergie, als die veilig zou zijn, geen giftig afval achterlaat, niet de gezondheid of de natuur schaadt en als die betaalbaar is. Maar juist op dat punt lijkt het erop dat het kabinet niet weet waar het mee bezig is. Het is namelijk helemaal niet duidelijk hoeveel de verlenging van Borssele de belastingbetaler gaat kosten.
Voorzitter. Alleen al de kosten voor de haalbaarheidsstudies voor deze verlenging zijn geëxplodeerd van 11 miljoen naar 33 miljoen euro. 33 miljoen euro puur voor een onderzoek, en het antwoord kennen we nog steeds niet.
De heer Vermeer (BBB):
Mevrouw Van Oosterhout noemt een aantal voorwaarden en zegt: als die goed ingevuld zijn, dan ben ik vóór kernenergie. Dat gaf zij net aan, alleen twijfelt zij over de betaalbaarheid. Is dat het enige wat nog openstaat voor GroenLinks-PvdA?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Er zijn nog een hele hoop voorwaarden. Daar kom ik straks in mijn bijdrage nog op.
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout vervolgt haar betoog.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het antwoord op de vraag naar de kosten van de haalbaarheidsstudies kennen we nog steeds niet, en dat mag geen verrassing zijn, want we weten uit Europa hoe dit gaat. Hinkley was begroot op 18 miljard pond, maar de kosten zijn nu al opgelopen naar 46 miljard, meer dan anderhalf keer ons hele Klimaatfonds. Flamanville in Frankrijk: begroot op 3 miljard, maar kwam uiteindelijk op 19 miljard uit. Dat is het patroon bij nucleaire projecten: de kosten lopen altijd op en uiteindelijk betaalt de gewone belastingbetaler. Heeft de staatssecretaris een kosten-batenanalyse gemaakt van de verlenging van Borssele en die vergeleken met alternatieven als zon, wind en opslag? Kan hij toezeggen van de verlenging af te zien als de financiële businesscase voor de alternatieven beter blijkt? Heeft hij een maximumbedrag vastgesteld waarbij automatisch een herbeoordeling volgt, zodat we niet in een sunk cost fallacy belanden, waarin we blijven doorgaan puur omdat we al begonnen zijn. Uiteindelijk is de belangrijkste vraag: is dit wel de meest verstandige manier om ons belastinggeld uit te geven? Hoe staat de uitbater tegenover een verdere verlening? Welke financiële verwachtingen hebben RWE en de Zeeuwse lokale besturen van het Rijk? Willen ze dat het Rijk de financiële verantwoordelijkheid voor de nodige investeringen op zich neemt? Hoe staat het met het financiële risico voor de berging van kernafval en de ontmanteling van de centrale? Hoe staat het met de plannen van het Rijk om de centrale over te nemen? Kan de staatssecretaris hier duidelijkheid over scheppen? Zo niet, kan de staatssecretaris dan toezeggen om de Kamer steeds transparant en zo snel mogelijk te informeren wanneer nieuwe informatie over het kostenplaatje van de kernenergiesubsidies beschikbaar is?
Los van de kernenergiesubsidies roept een verlenging van Borssele nog heel wat andere vragen op. Er is veel onduidelijkheid. Volgens de milieueffectrapportage doet aandeelhouder EPZ onderzoek naar de noodzakelijke modernisering van de centrale. Dat onderzoek is zes jaar geleden aangekondigd, maar we hebben nog geen resultaten gezien. Hans Mommaas, voorzitter van de Commissie mer, zegt dat het logisch is om eerst nut en noodzaak af te wegen en dan pas de wet te veranderen, en niet andersom. Kan de staatssecretaris daar duidelijkheid over verschaffen? In de memorie schrijft het kabinet dat er geen integrale visie komt op de samenhangende rijksprojecten in het Sloegebied. Zo'n visie is echter zeer noodzakelijk omdat de domino-effecten op externe veiligheid nog onvoldoende bekend zijn. Het kan dat de kerncentrale Borssele de gewenste ontwikkeling van bijvoorbeeld waterstof in de weg staat. Wat gaat de staatssecretaris hieraan doen? Zijn alle ambities van het Rijk in het Sloegebied wel onderling verenigbaar gezien de nodige ruimte?
Dan wil ik het hebben over de Borselse voorwaarden. Inwoners van de gemeente Borsele hebben 42 concrete voorwaarden opgesteld. Wat doet dit kabinet? Het schuift die voorwaarden opzij. De nota stelt dat de Borselse voorwaarden niet gelden voor de bedrijfsduurverlenging. Ze zouden alleen relevant zijn voor nieuwbouw. Wie de 42 voorwaarden leest, ziet dat die vrijwel allemaal ook rechtstreeks van toepassing zijn op een verlenging. Het gaat dan om bijvoorbeeld veiligheid, ruimte, overlast, natuur en gezondheid. Het is pijnlijk om te lezen hoe deze staatssecretaris voorwaarden behandelt als een wensenlijstje waaruit naar believen geshopt kan worden. De staatssecretaris komt zelf uit Zeeland. Hij weet als geen ander wat het betekent als Den Haag over de hoofden van Zeeuwen heen beslissingen neemt. Toch schuift hij de voorwaarden van zijn eigen streekgenoten opzij. Ik zou van hem verwachten dat hij juist de eerste is die opstaat voor die voorwaarden en niet de eerste is die ze wegstreept. Kan de staatssecretaris per voorwaarde en met een reden uitleggen welke hij wel en welke hij niet zal inwilligen voor de bedrijfsduurverlening?
Kernenergie is niet per definitie uitgesloten als de problemen rondom onder andere afval, gezondheid en milieu worden opgelost en de kosten niet exploderen. Zolang dit kabinet niet kan aantonen dat Borssele goedkoper en veiliger is dan de alternatieven, zie ik echter niet in waarom we dit nu overhaast zouden moeten besluiten. Voor PRO is het duidelijk: wij kiezen voor zon en wind van eigen bodem. Dat is betaalbaar voor gewone mensen, veilig voor onze kinderen en een echt eerlijke koers. Zo kan iedereen vooruit.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan krijgt u nog een interruptie van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik wil toch nog even terugkomen op de wetswijziging die we hier vandaag behandelen. Het proces is simpelweg zo dat de ANVS geen vergunningsvraag in behandeling kan nemen zolang wij de wet niet aangepast hebben. Alle zorgvuldige stappen die zij moeten doorlopen, zoals die wat betreft milieu, de MER en de veiligheid van de centrale, kunnen zij vervolgens ook niet doorlopen. Ik hoor mevrouw Van Oosterhout het punt maken dat dat zo belangrijk is en dat het raar is dat we hier dan deze wetswijziging behandelen, maar volgens mij zorgt precies dat ervoor dat aan al die voorwaarden wordt voldaan. Hoe kijkt mevrouw Van Oosterhout daarnaar?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik herhaal wat de voorzitter van de Commissie mer daarover zegt: "Het is logisch om eerst nut en noodzaak goed af te wegen en dan pas de wet te veranderen, en niet andersom". Dat is ook hoe wij ertegen aankijken. Het is heel raar om eerst het jaartal eruit te halen en dan pas duidelijkheid te krijgen over überhaupt een bandbreedte van wat het gaat kosten, überhaupt een idee van de veiligheid en überhaupt een idee van de impact op de natuur. Daar gaat het wat ons betreft over.
De heer Van den Berg (JA21):
Maar nut en noodzaak is toch heel iets anders dan veiligheid, milieu of de ruimte daar? Nut en noodzaak is evident aanwezig. We hebben een centrale die volgens mij al 60 jaar draait. Die kan nog doordraaien. Die levert CO2-vrije elektriciteit en regelbaar vermogen. Die staat er. Volgens mij is het goed dat we in het energiesysteem juist een centrale hebben die dit kan blijven doen. Dat is het nut en de noodzaak. We gaan daarna kijken naar de randvoorwaarden en of het ook echt kan.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Als je kijkt naar nut en noodzaak, dan is het wel degelijk belangrijk om het financiële kostenplaatje ook mee te wegen: is dit wel het beste dat we kunnen doen met ons belastinggeld, dat we toch maar één keer kunnen uitgeven? Je moet je afvragen of er andere alternatieven meegewogen kunnen worden. Dat weten we op dit moment niet, omdat de kosten-batenanalyse er gewoon nog niet ligt.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, afrondend. Ik blijf het gewoon proberen, al duurt het vier of tien jaar. Volgens mij staat hier een centrale, die 60 jaar geleden gebouwd is, die al elektriciteit aan het netwerk levert. Er is toch niets duurzamers dan die centrale te laten staan en te laten doorproduceren? Dat is toch duurzamer dan iets nieuws bouwen, zoals windturbines? Het is toch bizar als we dat zouden doen?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
We moeten heel duidelijk kijken wat het gaat kosten als we die centrale moeten vernieuwen. Omdat die centrale er al zo lang staat, moeten we extra stappen nemen en investeringen doen om ervoor te zorgen dat die nog een tijdje meekan. Zonder duidelijkheid over de kosten, het afval en alle andere zaken waar ik het net over had, moeten we als Kamer heel duidelijk een afweging maken.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik hoor steeds allerlei argumenten over de kosten, een aantal miljoen hier en een aantal miljoen daar, maar als je kijkt wat de windturbines hebben gekost, dan zie je dat we al ver de miljarden in gaan. Het is ook risicovol, omdat we niet weten of die turbines kunnen voldoen. We zitten natuurlijk met een enorm elektriciteitsprobleem. Ik vraag me af welk bedrag acceptabel zou zijn om door te blijven investeren in kernenergie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
We vragen heel duidelijk om een kosten-batenanalyse van de staatssecretaris. Geef ons nou dat overzicht. Laat nou zien hoe verlenging van de kerncentrale opweegt tegen al die andere alternatieven. Pas dan kunnen we die afweging maken. Het is belangrijk om daarin mee te nemen dat we weten dat de kosten van kernenergie alleen maar stijgen. Daar staat tegenover dat de kosten van wind en zon jaar na jaar na jaar dalen. Het is belangrijk om dat allemaal mee te wegen in dit verband.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Al zou dat zo zijn, we weten wel zeker dat de zekerheid van kernenergie toeneemt en dat we daarmee gewoon geen elektriciteitsproblemen meer krijgen, terwijl dat bij wind- en zonne-energie veel onzekerder blijft. We moeten op een gegeven moment toch gewoon een innovatieve economie zijn? Het moet open kunnen en bedrijven moeten kunnen innoveren. We kunnen dit toch naast elkaar blijven onderzoeken?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dat argument van die onzekerheid hoor ik vaak, maar het gaat echt om een heel beperkt aantal uren dat de wind niet waait of de zon niet schijnt. Daar moeten we inderdaad een oplossing voor vinden. Dat is opslag. Dat zie je ook heel duidelijk terug in de scenario's waarin kernenergie een prominente rol speelt. Daarnaast moeten we investeren in het uitbreiden van het netwerk met andere Europese landen, zodat we als de zon bij ons niet schijnt, maar in een ander land wel, dat met elkaar kunt uitwisselen.
De voorzitter:
Afrondend, meneer Van Duijvenvoorde.