Kabinet maakt eerste inventarisatie voor 1,5% van de NAVO-norm richting 2035

Nederland heeft dit jaar voor het eerst gerapporteerd over de bredere veiligheids-en defensie gerelateerde uitgaven. Hierin gaat het dus naast de 3,5% ook om de 1,5% die alle NAVO-landen in 2035 moeten uitgeven aan bredere veiligheidsuitgaven. Voor de 1,5% is onder coördinatie van het ministerie van Justitie en Veiligheid in afstemming met Defensie en Buitenlandse Zaken onderzocht welke huidige uitgaven van alle departementen volgens de NAVO-definitie kunnen worden toegerekend tot de 1,5%-norm. Deze inventarisatie telt op tot 17,45 miljard euro en een percentage van 1,4 conform de Nederlandse berekenwijze.

Minister Van Weel "Tijdens de NAVO-top vorig jaar in Den Haag, is afgesproken dat Nederland doorgroeit naar 5 procent van het bruto binnenlands product voor defensie in 2035. Voor het deel van 1,5 procent voor bredere veiligheid en defensie hebben we vastgesteld welke uitgaven hieronder vallen met de focus op investeringen in de ondersteuning van de krijgsmacht en het weerbaarder maken van de samenleving. Daarover rapporteren we voortaan jaarlijks."

De bondgenoten hebben de groei naar 1,5% van het bruto binnenlands product (bbp) in 2035 afgesproken tijdens de NAVO-top in Den Haag. Onder dit percentage vallen onder andere uitgaven die de maatschappij robuuster moeten maken, uitgaven waarmee de krijgsmacht direct wordt ondersteund. Dit zijn uitgaven van departementen waar de krijgsmacht van mee kan profiteren.

Richting 2035 is nu een eerste inventarisatie gemaakt van wat bij de huidige uitgaven toegerekend kan worden aan de 1,5%. Vanaf dit jaar rapporteert Nederland jaarlijks over het percentage van het bbp dat wordt besteed aan bredere veiligheid- en defensie-gerelateerde maatregelen. De NAVO zal het uiteindelijke percentage nog berekenen. Omdat dit de eerste keer is dat we deze exercitie uitgevoerd hebben, is het van belang dat we samen met NAVO-bondgenoten deze inventarisatie blijven doorontwikkelen.