Nederland wil met 7 EU-landen betere regels onderneming in moeilijkheden

Europese regels zorgen dat anders niet-levensvatbare bedrijven geen subsidies, garanties of leningen krijgen. Dat voorkomt oneerlijke concurrentie met staatssteun, maar deze Onderneming in Moeilijkheden (OIM)-definitie pakt ook zéér nadelig uit voor de financiering van innovatieve startups en scale-ups. Groeibedrijven die juist wél kansrijk zijn, vallen er nu toch onder en lopen zo financiering mis. Op initiatief van minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat) stellen Nederland en 7 andere EU-landen (Duitsland, Letland, Luxemburg, Polen, Slowakije, Spanje, Tsjechië) voor om de OIM-definitie daarom te wijzigen.

EU-ministers verantwoordelijk voor economie spreken hierover tijdens de Raad voor Concurrentievermogen in Brussel op donderdag 28 mei. De acht landen hebben hiervoor een gezamenlijk non-paper gestuurd naar de Europese Commissie dat op de agenda van deze Raad staat. Ook veel andere landen steunen individueel dit initiatief om tot een betere definitie te komen.

Verhouding tussen geplaatst aandelenkapitaal en eigen vermogen anders

Groeibedrijven hebben vaak een andere verhouding tussen het geplaatste aandelenkapitaal en het eigen vermogen. In de huidige situatie kunnen bijvoorbeeld achtergestelde leningen en ander quasi-eigen vermogen niet worden meegeteld als volwaardig eigen vermogen. Daardoor vallen startups vaak onder de definitie, terwijl deze juist wel levensvatbaar zijn.

De acht landen stellen daarom voor om deze vormen van eigen vermogen op te nemen in de definitie. En als alternatief om de uitzonderingsperiode voor groeibedrijven in het mkb op te rekken naar 15 jaar.

Minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat): “Juist startups en scale-ups zijn met hun nieuwe innovaties en technologie onmisbaar voor de transitie naar een duurzame economie en minder strategische afhankelijkheden. De huidige Onderneming in Moeilijkheden regels belemmeren hun doorgroei en daarmee de mogelijkheid om als Europa en Nederland concurrerend en innovatief te blijven wereldwijd.”

De minister vervolgt: “Samen met zeven landen stellen we daarom voor dat de Europese Commissie vooral stappen kan zetten door eerst de definitie zelf te verbeteren. Goed om te zien dat nog meer landen dit steunen. Met het huidige voorstel met enkel uitzonderingen, schuiven we immers het probleem voor groeibedrijven alleen met een aantal jaren vooruit. Ik blijf hier in de EU in het belang van onze toekomstige economie bovenop zitten.”