Vragen en antwoorden over het voorjaarspakket van het Europees Semester 2026
Wat staat er in het voorjaarspakket van het Europees Semester van dit jaar?
Het voorjaarspakket van het Europees Semester 2026 omvat:
- een Chapeau-mededeling over de belangrijkste elementen van het voorjaarspakket van het Europees Semester;
- landenverslagen waarin de belangrijkste economische, structurele, werkgelegenheids- en sociale uitdagingen van de lidstaten worden vastgesteld;
- landspecifieke aanbevelingen (LSA's) voor hervormingen en investeringen;
- Een verslag uit hoofde van artikel 126, lid 3, waarin wordt beoordeeld of de EU-lidstaten voldoen aan de tekort- en schuldcriteria. Op basis van de in dit verslag opgenomen beoordeling stelt de Commissie de Raad voor ten aanzien van Bulgarije een buitensporigtekortprocedure in te leiden;
- Aanbeveling van de Commissie voor een besluit van de Raad op grond van artikel 126, lid 12, VWEU tot intrekking van Besluit (EU) 2024/2128 van de Raad betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Malta.
- werkdocument van de diensten van de Commissie met statistische begrotingstabellen met achtergrondgegevens die relevant zijn voor de beoordeling van het begrotingsbeleid van de lidstaten;
- Verslagen over het postprogrammatoezicht waarin de terugbetalingscapaciteit wordt beoordeeld van de lidstaten die hebben geprofiteerd van programma's voor financiële bijstand. Het doel is de economische, fiscale en financiële situatie van de lidstaten te evalueren om ervoor te zorgen dat zij in staat blijven hun schulden af te lossen;
- Beoordeling van het herziene Nationaal budgettair structureel plan voor de middellange termijn (MTFSP) van Nederland. De MTFSP's bevatten de toezegging van de lidstaten om plafonds voor netto-uitgaven vast te stellen, alsook prioritaire overheidsinvesteringen en hervormingen. Na de algemene verkiezingen heeft Nederland een herzien plan ingediend. Vandaag presenteert de Commissie haar beoordeling en publiceert zij haar aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad voor de vaststelling van een dergelijk plan;
- De werkgelegenheidsrichtsnoeren bevatten gemeenschappelijke prioriteiten voor het nationale werkgelegenheidsbeleid en vormen de rechtsgrondslag voor landenspecifieke aanbevelingen op sociaal en werkgelegenheidsgebied.
Wat zijn de belangrijkste prioriteiten voor het Europees Semester in 2026?
Het voorjaarspakket van het Europees Semester 2026 bevat de prioriteiten voor gecoördineerd EU-optreden ter versterking van het concurrentievermogen, de veerkracht, de sociale cohesie en de strategische autonomie van de EU.
Op basis van het kompas voor het concurrentievermogen is het gericht op de belangrijkste prioriteiten van de Unie: het volledige potentieel van de eengemaakte markt ontsluiten, de innovatiekloof dichten, de decarbonisatie versnellen, strategische afhankelijkheden verminderen en banen en vaardigheden bevorderen.
In het pakket worden de lidstaten opgeroepen om besparingen te kanaliseren naar productieve investeringen, onder meer door middel van nationale maatregelen om de spaar- en investeringsunie op te bouwen. Om het concurrentievermogen te stimuleren, zijn de landenspecifieke aanbevelingen voor 2026 ook gericht op het dichten van de innovatiekloof in Europa en het stimuleren van investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D). De lidstaten wordt aangeraden optimaal gebruik te maken van de eengemaakte markt om de rechtsstaat te versterken en te zorgen voor doeltreffende institutionele kaders.
In het pakket wordt verder benadrukt dat de administratieve efficiëntie moet worden verhoogd, de administratieve lasten moeten worden verminderd en digitale overheidsdiensten moeten worden bevorderd. De Commissie wijst ook op de noodzaak van paraatheid op defensiegebied, ondersteund door initiatieven zoals de Veiligheidsactie voor Europa (SAFE).
Er wordt veel aandacht besteed aan de noodzaak om de betaalbare transitie naar schone energie te versnellen, de energiezekerheid te vergroten en af te stemmen op de klimaatdoelstellingen voor 2030. De aanbevelingen variëren van de noodzaak om subsidies voor fossiele brandstoffen die niet gericht en tijdelijk zijn, geleidelijk af te schaffen en infrastructuur te ontwikkelen door de industrie en het vervoer koolstofvrij te maken, tot duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen.
In de aanbevelingen worden de lidstaten ook opgeroepen te investeren in menselijk kapitaal om de productiviteit en het concurrentievermogen te stimuleren en hoogwaardige banen te bevorderen. In het pakket wordt verder benadrukt dat de crisis in verband met de kosten van levensonderhoud moet worden aangepakt door de sociale inclusie te stimuleren, de langdurige zorg te versterken en de pensioen- en gezondheidszorgstelsels te versterken.
Tot slot komt dit jaar ook een versterkte territoriale dimensie tot uiting in de landspecifieke aanbevelingen, evenals de noodzaak om de territoriale cohesie en het aanbod en de betaalbaarheid van huisvesting te vergroten.
Hoe pakt het Europees Semester de huidige betaalbaarheid van de huisvestingscrisis in Europa aan?
Voor het eerst bevat elk landverslag een specifieke bijlage over huisvesting met een uitgebreide analyse van de woningmarkt in elk van de 27 EU-lidstaten. Via het Europees Semester wil de Commissie de lidstaten helpen bij het ontwerpen van doeltreffende hervormingen voor betaalbare en sociale huisvesting, rekening houdend met de specifieke context van elk land. De aanbevelingen omvatten een aantal verschillende maatregelen, waaronder het vergroten van het bestand van sociale en betaalbare huisvesting, het vergroten van het totale woningaanbod, het vereenvoudigen en versnellen van de vergunningsprocedures om het landgebruik en de planningsprocedures te stroomlijnen.
Deze werkzaamheden maken integraal deel uit van het in december 2025 aangenomen Europees plan voor betaalbare huisvesting en vormen een aanvulling op een aantal andere initiatieven, zoals de onlangs gelanceerde Europese Alliantie voor huisvesting en de komende wet inzake betaalbare huisvesting.
Wat is het verband tussen het voorjaarspakket van het Europees Semester en het nieuwe meerjarig financieel kader (2028-2034)?
Overeenkomstig het voorstel van de Commissie voor het volgende meerjarig financieel kader voor de jaren 2028-2034 zou het Europees Semester dienen als het belangrijkste referentiekader voor de nationale en regionale partnerschapsplannen (NRPP's).
Overeenkomstig het voorstel pakt het NHP alle of een aanzienlijk deel van de uitdagingen die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, doeltreffend aan.
Daartoe biedt het Europees Semester 2026 een alomvattend kader om nationale en regionale hervormingen en investeringen af te stemmen op de EU-prioriteiten. Het dient ook als een belangrijke analytische basis voor het vaststellen en prioriteren van specifieke hervormings- en investeringsbehoeften voor belangrijke beleidsterreinen in elke lidstaat.
De concrete voorstellen voor hervormingen, investeringen en andere interventies die in de NHP-plannen moeten worden opgenomen, zullen door het nationale en/of regionale niveau worden gedaan, rekening houdend met die vereisten en de constitutionele en institutionele opzet en verantwoordelijkheden binnen elke lidstaat.
Wat is het verband tussen het voorjaarspakket van het Europees Semester en de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit?
Het voorjaarspakket van het Europees Semester speelt een cruciale rol bij het toezicht op de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, aangezien het een beoordeling bevat van de vooruitgang die de lidstaten hebben geboekt bij de uitvoering van hun herstel- en veerkrachtplannen. Dit zal ertoe bijdragen dat de lidstaten op schema liggen om hun toezeggingen na te komen en de doelstellingen van de herstel- en veerkrachtfaciliteit te verwezenlijken.
Aangezien de herstel- en veerkrachtfaciliteit in 2026 afloopt, is de cyclus van het Europees Semester vorig jaar verschoven naar een geconsolideerde reeks landspecifieke aanbevelingen, waarmee de aanpak die tijdens de eerdere fasen van de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit is ingevoerd, geleidelijk wordt afgeschaft.
Het voorjaarspakket 2026 biedt richtsnoeren voor hervormings- en investeringsprioriteiten in elke lidstaat op basis van een bredere analyse om de relevante structurele uitdagingen in kaart te brengen. Dit zal bijdragen tot een soepele transitie na de sluiting van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en de verdere uitvoering ondersteunen van hervormingen en investeringen die van cruciaal belang zijn voor de versterking van het concurrentievermogen en de economische groei van de EU op lange termijn.
Wat is het effect van de naderende termijn voor de herstel- en veerkrachtfaciliteit en wat gebeurt er wanneer de herstel- en veerkrachtfaciliteit afloopt?
Aangezien de RRF in 2026 moet worden afgerond, heeft de Commissie op 4 mei richtsnoeren voor de lidstaten gepubliceerd over operationele aspecten in verband met de eindfase en afsluiting ervan. Zij informeert de lidstaten over de laatste stappen van de uitvoering van het programma tot eind 2026 en de toepasselijke procedures en verplichtingen na 2026.
De prioriteit in 2026 is de succesvolle voltooiing van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en het halen van de respectieve termijnen:
- 31 augustus 2026 om alle mijlpalen en streefdoelen te voltooien;
- 30 september 2026 voor de lidstaten om het laatste betalingsverzoek in te dienen;
- 31 december 2026 voor de Commissie om uitbetalingen te verrichten.
Hoewel de herstel- en veerkrachtfaciliteit een tijdelijk instrument is om de lidstaten te helpen herstellen van de economische crisis als gevolg van COVID-19 en om hun structurele hervormingen en investeringen te ondersteunen, zal de impact van de herstel- en veerkrachtfaciliteit ook na 2026 aanhouden.
De voordelen van de door de herstel- en veerkrachtfaciliteit ondersteunde hervormingen zullen de komende jaren steeds zichtbaarder worden, terwijl bepaalde investeringen in de herstel- en veerkrachtfaciliteit, met name die via financieringsinstrumenten, pas in 2027 en daarna gevolgen zullen hebben voor de reële economie.
Wat zijn de belangrijkste thema's in de LSA's voor de lidstaten?
Net als vorig jaar wordt in de landenspecifieke aanbevelingen de nadruk gelegd op de pijlers en horizontale randvoorwaarden van het kompas voor het concurrentievermogen en worden de lidstaten derhalve opgeroepen beleidsmaatregelen te nemen om het concurrentievermogen van de EU te versterken. Daarnaast hebben de lidstaten ook een aanbeveling ontvangen om te zorgen voor een snelle uitvoering van de fondsen van het cohesiebeleid.
Zoals elk jaar bevatten de landspecifieke begrotingsaanbevelingen de richtsnoeren van de Commissie voor het begrotingsbeleid dat de lidstaten naar verwachting zullen voeren.
Nu de uitvoeringsperiode van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF) in volle gang is, worden de lidstaten in de landspecifieke aanbevelingen van dit jaar niet opgeroepen om de uitvoering van hun herstel- en veerkrachtplannen te versnellen. Niettemin blijft het van essentieel belang de hervormingen en investeringen die in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit worden ondersteund en uitgevoerd, te ondersteunen, met name de hervormingen en investeringen waarmee de in de landspecifieke aanbevelingen vastgestelde uitdagingen worden aangepakt. Daartoe is aan alle lidstaten een algemene aanbeveling gedaan: “Zorgen voor continuïteit van de hervormingen en investeringen die in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit worden uitgevoerd.”.
Hoe houdt het voorjaarspakket van het Europees Semester rekening met de crisis in het Midden-Oosten, met name op energiegebied?
Het bevorderen van de transitie naar schone energie in de EU blijft de meest doeltreffende manier om het concurrentievermogen te versterken en onze economie en burgers te beschermen tegen hoge energieprijzen als gevolg van crises zoals in het Midden-Oosten. Het vervangen van dure invoer van fossiele brandstoffen door schone energie van eigen bodem is van cruciaal belang om de strategische autonomie van de EU te versterken. Het is ook van essentieel belang te zorgen voor betaalbare energie voor de economie van de toekomst.
In het voorjaarspakket worden de lidstaten daarom opgeroepen de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te blijven verminderen en de transitie naar schone energie te versnellen. Dit vereist een snellere uitvoering van het REPowerEU-plan en energiegerelateerde landspecifieke aanbevelingen. Daartoe moedigt het Europees Semester de lidstaten aan de uitrol van schone energie van eigen bodem te versnellen, de elektriciteitsnetten te versterken en de opslagcapaciteit voor elektriciteit te vergroten. Het Europees Semester bevordert ook energie-efficiëntie en elektrificatie in gebouwen, vervoer en industrie. Samen zullen deze inspanningen de afhankelijkheid van ingevoerde fossiele brandstoffen verminderen en de blootstelling aan volatiele mondiale energiemarkten beperken.
De Connecting Europe Facility heeft bijgedragen tot de financiering van kritieke grensoverschrijdende energie-infrastructuur, waardoor interconnecties zijn versterkt en de ontwikkeling van een geïntegreerde en duurzame Europese energiemarkt en een echte energie-unie is ondersteund. In het komende actieplan voor elektrificatie zullen een ambitieus streefcijfer voor elektrificatie en maatregelen worden vastgesteld om belemmeringen in de industrie, het vervoer en de bouwsector aan te pakken. De Commissie zal ook een wetgevingsvoorstel indienen over nettarieven en belastingen, om ervoor te zorgen dat elektriciteit onder meer minder wordt belast dan aardgas.
De Europese Commissie erkent dat de economische en sociale gevolgen van de energiecrisis op korte termijn moeten worden beperkt, met name omdat huishoudens met een lager inkomen onevenredig zwaar worden getroffen. In het voorjaarspakket wordt echter benadrukt dat noodmaatregelen om de economische en sociale gevolgen van de energiecrisis aan te pakken tijdelijk, gericht en budgettair houdbaar moeten zijn. Belangrijk is dat dergelijke maatregelen zodanig moeten worden ontworpen dat prijsprikkels behouden blijven om de vraag naar fossiele brandstoffen te verminderen.
Wat is het standpunt van de Commissie over het vergroten van de begrotingsflexibiliteit binnen het kader voor economische governance, gezien de economische gevolgen van de recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten?
De Commissie is zich bewust van de economische en sociale gevolgen van de huidige energieschok en van het belang om kwetsbare huishoudens en bedrijven te ondersteunen en tegelijkertijd het concurrentievermogen en de economische veerkracht van Europa te waarborgen.
Gezien de noodzakelijke investeringen in de energiezekerheid van Europa op lange termijn en op verzoek van de lidstaat stelt de Commissie voor om het de lidstaten mogelijk te maken te verzoeken het toepassingsgebied van de bestaande nationale ontsnappingsclausule (NEC) voor defensie tijdelijk en beperkt uit te breiden tot maatregelen voor energieveerkracht.
Deze mogelijke verlenging zal maatregelen omvatten die sinds februari 2026 zijn genomen om de afhankelijkheid van ingevoerde fossiele brandstoffen te verminderen en zo de veiligheid en veerkracht van Europa te vergroten.
Binnen het bestaande plafond (1,5 % van het bbp) voor extra defensie-uitgaven in het kader van de NEC zullen een specifiek jaarlijks plafond voor de periode 2026-2028 (0,3 % van het bbp) en een cumulatief plafond (0,6 % van het bbp) voor dezelfde periode specifiek van toepassing zijn op maatregelen voor energieveerkracht. Belangrijk is dat deze aanpak ervoor zorgt dat alle waarborgen voor budgettaire houdbaarheid volledig van kracht blijven.
Om gelijke behandeling te waarborgen, kunnen lidstaten die de flexibiliteit in het kader van het NEC al volledig hebben benut om de defensie-uitgaven te verhogen, tijdelijke en beperkte extra flexibiliteit krijgen onder dezelfde voorwaarden als de andere lidstaten. De Commissie zal in deze gevallen opnieuw moeten beoordelen of de afwijkingen de houdbaarheid van de begroting niet in gevaar zouden brengen.
In hoeverre verhogen de lidstaten hun defensie-uitgaven en hoe wordt hiermee rekening gehouden in het hervormde begrotingskader?
Als onderdeel van het ReArm Europe Plan/Readiness 2030 heeft de Commissie een kader vastgesteld voor de toepassing van flexibiliteit voor defensie-uitgaven in het kader van het hervormde begrotingskader.
De activering van de nationale ontsnappingsclausule (NEC) stelt de lidstaten in staat tijdelijk af te wijken van het door de Raad aanbevolen netto-uitgaventraject, waardoor een overgang naar hogere defensie-uitgaven op nationaal niveau wordt vergemakkelijkt en tegelijkertijd de houdbaarheid van de schuld wordt gewaarborgd. Het biedt flexibiliteit voor maximaal 1,5 % van het bbp aan extra defensie-uitgaven tot 2028. Tot dusver hebben 18 lidstaten verzocht om activering van de clausule. Het gebruik van deze flexibiliteit moet aanzienlijk bijdragen tot de versterking van de defensie- en veiligheidscapaciteiten van de Europese Unie en tot de bescherming van haar burgers.
De begrotingsregels van de EU blijven normaal functioneren, afgezien van de extra speelruimte voor defensie-uitgaven. Gedurende de gehele periode van activering van het NEC zal de Commissie blijven toezien op de naleving van de door de Raad aanbevolen netto-uitgaventrajecten. Afwijkingen van de aanbevolen netto-uitgaventrajecten die niet onder het NEC voor defensie vallen, zullen verder worden geregistreerd in de controlerekening die afwijkingen van het aanbevolen netto-uitgaventraject bijhoudt.
Dankzij de activering van de NEC voor defensie-uitgaven en andere EU-initiatieven, zoals SAFE, zullen de defensie-uitgaven in de EU naar verwachting aanzienlijk aantrekken en volgens de COFOG-methode in 2027 uitkomen op 2,0 % van het bbp (tegenover 1,5 % in 2024).
Welke lidstaten hebben tot dusver verzocht om activering van de nationale ontsnappingsclausule?
Tot op heden hebben 18 lidstaten verzocht om activering van de nationale ontsnappingsclausule (NEC) in het kader van het stabiliteits- en groeipact.
De NEC is op aanbeveling van de Commissie door de Raad geactiveerd voor 17 lidstaten: België, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Estland, Griekenland, Kroatië, Letland, Litouwen, Hongarije, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije en Finland.
Voor Spanje heeft de Commissie op 22 mei een positieve beoordeling gepubliceerd van het Spaanse verzoek om de NEC te activeren. De Raad dient zijn aanbeveling binnen vier weken aan te nemen.
Hoe beoordeelt de Commissie de begrotingsprestaties van de lidstaten in 2025 en 2026?
In het kader van het voorjaarspakket van het Europees Semester 2026 beoordeelt de Commissie de begrotingsprestaties voor alle lidstaten in het kader van het hervormde kader voor economische governance, dat nu een gestage uitvoering heeft bereikt.
Tegen 2025 hadden alle lidstaten hun budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn ingediend, terwijl Ierland en Nederland in 2026 herziene plannen hadden ingediend naar aanleiding van de vorming van nieuwe regeringen.
De beoordeling is gebaseerd op verschillende belangrijke inputs: De jaarlijkse voortgangsverslagen van de lidstaten die eind april zijn ingediend, de economische voorjaarsprognoses 2026 van de Commissie en de uitvoeringsgegevens van Eurostat voor 2024 en 2025. Aan de hand van deze elementen kan de Commissie beoordelen of de aanbevolen maximale groeipercentages worden nageleefd en, in voorkomend geval, of hervormingen en investeringen worden uitgevoerd die ten grondslag liggen aan een verlenging van de begrotingsaanpassingsperiode.
Dit voorjaar heeft de beoordeling betrekking op zowel 2025 als 2026. De beoordeling voor 2026, op basis van de economische voorjaarsprognoses 2026 van de Commissie, zal in het najaar van 2026 en opnieuw in het voorjaar van 2027 worden bijgewerkt op basis van de uitvoeringsgegevens voor 2026.
De kern van de beoordeling is de vergelijking tussen de waargenomen en verwachte netto-uitgavengroei enerzijds en de door de Raad aanbevolen maximale netto-uitgavengroeipercentages anderzijds. Voor lidstaten die de nationale ontsnappingsclausule voor defensie-uitgaven hebben geactiveerd, wordt de naleving cumulatief beoordeeld, waarbij rekening wordt gehouden met de vraag of een positieve afwijking van de aanbevolen maxima kan worden verklaard door overeenkomstige stijgingen van de defensie-uitgaven.
Welke stappen heeft de Commissie genomen in het kader van de buitensporigtekortprocedure als onderdeel van het voorjaarspakket?
Voor lidstaten waartegen momenteel een buitensporigtekortprocedure loopt, heeft de Commissie de maatregelen beoordeeld die naar aanleiding van de aanbevelingen van de Raad zijn genomen.
Voor Malta heeft de Commissie de Raad aanbevolen de BTP in te trekken, aangezien het tekort in 2025 onder 3 % van het bbp is gebracht en naar verwachting in 2026 en 2027 onder deze drempel zal blijven.
Voor de andere lidstaten in het kader van de procedure (België, Frankrijk, Italië, Hongarije, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slowakije en Finland), in voorkomend geval rekening houdend met de flexibiliteit van de nationale ontsnappingsclausule, heeft de Commissie ook geoordeeld dat in dit stadium doeltreffende maatregelen zijn genomen. Daarom wordt de BTP opgeschort.
beveelt de Commissie aan een nieuwe buitensporigtekortprocedure in te leiden?
De Commissie heeft op grond van artikel 126, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie een verslag opgesteld om na te gaan of de in het Verdrag vastgelegde tekortreferentiewaarde van 3% van het bbp in acht is genomen. Dit betreft vijf lidstaten die de referentiewaarde van 3 % van het bbp in 2025 en/of 2026 hebben overschreden of voornemens zijn te overschrijden: Bulgarije, Duitsland, Estland, Letland en Slovenië.
In het licht van de beoordeling in het verslag is de inleiding van een buitensporigtekortprocedure (BTP) voor Bulgarije in dit stadium gerechtvaardigd. Na bestudering van het advies van het Economisch en Financieel Comité over het verslag zal de Commissie overwegen voor te stellen de BTP voor Bulgarije in te leiden door de Raad aan te bevelen vast te stellen dat er sprake is van een buitensporig tekort en een netto-uitgaventraject om dit te corrigeren.
Voor de andere landen waarop het verslag betrekking heeft, zal de Commissie de ontwikkelingen nauwlettend blijven volgen en, indien nodig, hun situatie ten opzichte van de referentiewaarde voor het tekort in het najaar opnieuw onderzoeken.
Hoe beoordeelt de Commissie de recente ontwikkeling van macro-economische onevenwichtigheden?
Sommige reeds lang bestaande kwetsbaarheden in verband met de particuliere schuld zijn blijven afnemen, terwijl de risico's voor de overheidsschuld en de buitenlandse schuld, het concurrentievermogen en de huisvesting in een aantal lidstaten moeten worden gemonitord. De belangrijkste conclusies van de diepgaande evaluaties zijn als volgt:
- In sommige lidstaten is de inflatiedruk blijven aanhouden tegen de achtergrond van stijgende voedselprijzen en verhogingen van indirecte belastingen en ondanks een zwakke economische dynamiek. De prijsdruk in sommige lidstaten vergroot de in het verleden gecumuleerde prijsverschillen, waardoor het risico bestaat dat het kostenconcurrentievermogen wordt gedrukt. De meest recente stijgingen van de energieprijzen dreigen de prijsdruk te vergroten.
- De lopende rekeningen zijn verder verbeterd, maar de bezorgdheid over grote tekorten blijft bestaan. In sommige lidstaten worden de tekorten op de lopende rekening veroorzaakt door grote overheidstekorten en leiden zij tot een verslechtering van de externe schuldposities.
- De schuldquotes van huishoudens en bedrijven bleven dalen, maar in een trager tempo, aangezien de kredietverlening over het algemeen aantrok, terwijl de lagere nominale bbp-groei de verlaging van de schuldquotes minder ondersteunde. De schuldquote van de overheid is over het algemeen gestegen.
- De huizenprijzen zijn in 2025 verder versneld als gevolg van de stijgende reële inkomens en het beperkte woningaanbod, en zullen naar verwachting blijven stijgen.
- De banksector is gezond gebleven, met een over het algemeen stabiele winstgevendheid en kapitalisatie.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen van het kader voor sociale convergentie? Wat zijn de belangrijkste risico's en uitdagingen voor opwaartse sociale convergentie in de lidstaten?
Het kader voor sociale convergentie omvat een analyse in twee fasen om de risico's in de lidstaten te beoordelen. In de eerste fase werden arbeidsmarkt-, vaardigheden- en sociaal beleid geanalyseerd en gepubliceerd in het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid 2026, als onderdeel van het najaarspakket van het Europees Semester 2026, dat in maart 2026 door de Raad werd aangenomen.
Vervolgens heeft de Commissie in april 2026 een meer gedetailleerde evaluatie in de tweede fase uitgevoerd van negen lidstaten waarvan is vastgesteld dat zij mogelijk risico's voor de sociale convergentie lopen (Bulgarije, Griekenland, Spanje, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Roemenië en Finland). In het verslag werden verschillende uitdagingen aan de orde gesteld:
- Armoede en sociale uitsluiting: in alle negen lidstaten moeten sociale overdrachten doeltreffender worden gemaakt om de armoede terug te dringen. Ondanks de bestaande steun blijven veel mensen in gevaar.
- Tekorten op het gebied van onderwijs en vaardigheden: sommige lidstaten kampen met een laag volwassenenonderwijs, slechte digitale vaardigheden en hoge percentages voortijdig schoolverlaten. Het blijft van cruciaal belang om investeringen in menselijk kapitaal te stimuleren en de vaardigheden van mensen beter af te stemmen op de behoeften van de arbeidsmarkt.
- Problemen op de arbeidsmarkt: sommige lidstaten hebben te maken met een hoog percentage jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen. Vier landen worden geconfronteerd met uitdagingen in verband met lage werkgelegenheid en hoge werkloosheidscijfers. Er zijn verdere inspanningen nodig om ondervertegenwoordigde groepen beter te integreren.
Hoe wordt de aanbeveling inzake menselijk kapitaal weergegeven in het landverslag en de landspecifieke aanbevelingen?
De nieuwe aanbeveling over menselijk kapitaal is gericht tot de EU als geheel en bevat richtsnoeren voor gemeenschappelijke uitdagingen in verband met onderwijs en opleiding, productiviteit en concurrentievermogen, met bijzondere aandacht voor strategische EU-sectoren.
De in de aanbeveling geschetste prioriteiten vormden de basis voor de landenverslagen en landspecifieke aanbevelingen die in het voorjaarspakket zijn gepubliceerd.
Dit jaar heeft elke lidstaat ten minste één landspecifieke aanbeveling over onderwijs en opleiding ontvangen.
De lidstaten krijgen met name aanbevelingen over het aanpakken van tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden, het versterken van basisvaardigheden, het bevorderen van deelname aan beroepsonderwijs en -opleiding en aan STEM op alle onderwijsniveaus, en het stimuleren van volwasseneneducatie.
Wat zijn de nieuwe elementen in de werkgelegenheidsrichtsnoeren voor 2026? Wat zijn de volgende stappen?
De voorgestelde richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten in 2026 bevatten gemeenschappelijke prioriteiten voor een eerlijker en inclusiever nationaal werkgelegenheids- en sociaal beleid. De geactualiseerde richtsnoeren voegen nieuwe elementen toe met betrekking tot:
- Vaardigheden, onderwijs en opleiding en het verband met productiviteit en concurrentievermogen, in overeenstemming met de aanbeveling van de Raad Menselijk Kapitaal.
- De kwaliteit van banen en het verband met tekorten aan arbeidskrachten, in overeenstemming met de routekaart voor hoogwaardige banen en het monitoringkader van het Comité voor de werkgelegenheid (EMCO).
- De crisis in verband met de kosten van levensonderhoud en de gevolgen voor armoede en sociale inclusie, in overeenstemming met de armoedebestrijdingsstrategie.
De Raad zal onderhandelen over de voorgestelde werkgelegenheidsrichtsnoeren en het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en het Comité van de Regio's (CvdR) zullen adviezen uitbrengen. Vervolgens zal de Raad de richtsnoeren formeel moeten aannemen.
Voor meer informatie
Voorjaarspakket van het Europees Semester 2026 - Documenten
Economische voorjaarsprognoses 2026