Commissie daagt Frankrijk voor Hof van Justitie van de Europese Unie wegens beperkingen voor veterinaire bedrijven en dierenartsen die EU-wetgeving schenden
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Frankrijk voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens niet-naleving van de regels inzake de vrijheid van vestiging en het vrije verkeer van diensten, zoals vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en de dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG), met betrekking tot nationale voorschriften voor veterinaire bedrijven en dierenartsen.
Volgens de Franse regels moet een meerderheid van de aandelen van veterinaire bedrijven in handen zijn van praktiserende dierenartsen binnen het bedrijf. Ze vereisen ook dat veterinaire aandeelhouders ten minste deeltijds aanwezig zijn in elke inrichting die eigendom is van de onderneming. Samen beperken deze vereisten effectief het aantal inrichtingen dat een dierenarts of veterinair bedrijf kan exploiteren en beperken ze de manier waarop dierenartsen hun werk en het bedrijf kunnen organiseren. Hoewel het nationale recht in het algemeen het vrij verrichten van diensten toestaat, belet Frankrijk bovendien in andere lidstaten gevestigde dierenartsen om in Frankrijk tijdelijke en incidentele diensten te verrichten.
De Commissie is van mening dat de Franse regels die voorschrijven dat een meerderheid van de aandeelhouders dierenartsen binnen de onderneming moet zijn en dat de veterinaire aandeelhouders (of dierenartsen die als natuurlijke personen werkzaam zijn) ten minste deeltijds in elke inrichting aanwezig moeten zijn, ongerechtvaardigde belemmeringen opwerpen voor de vestiging van dierenartsen die in strijd zijn met het EU-recht. De Commissie stelt ook vast dat Frankrijk in andere lidstaten gevestigde dierenartsen belet in Frankrijk tijdelijke en incidentele grensoverschrijdende diensten te verlenen, waardoor het door het EU-recht gewaarborgde vrij verrichten van diensten wordt belemmerd.
De Commissie had eerder een inbreukprocedure ingeleid door Frankrijk in april 2024 een aanmaningsbrief te sturen, gevolgd door een met redenen omkleed advies in juni 2025. Aangezien de Commissie van mening is dat de inspanningen van de nationale autoriteiten tot op heden ontoereikend zijn geweest, daagt zij Frankrijk overeenkomstig artikel 2 58 VWEU voor het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Achtergrond
Overeenkomstig de artikelen 49 en 56 van het VWEU en de dienstenrichtlijn moeten de lidstaten ervoor zorgen dat dienstverrichters zich kunnen vestigen en grensoverschrijdende diensten kunnen aanbieden zonder te worden onderworpen aan ongerechtvaardigde of onevenredige beperkingen. Nationale maatregelen die de uitoefening van de fundamentele vrijheden belemmeren of minder aantrekkelijk maken, moeten worden gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang en in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel. De lidstaten kunnen eisen stellen ter bescherming van de volksgezondheid of ter voorkoming van fraude, maar deze maatregelen mogen niet verder gaan dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.
Voor meer informatie
Inbreukenpakket voor juni: Belangrijkste beslissingen