Inbreukenpakket voor juni: voornaamste beslissingen

Overzicht per beleidsterrein

Het periodieke pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen diverse EU-beleidsterreinen en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij. De voornaamste beslissingen van de Commissie worden hieronder weergegeven, per beleidsterrein. De Commissie sluit ook 59 zaken waarin de kwesties met de betrokken lidstaten zijn opgelost. In die zaken hoeft de Commissie de inbreukprocedure dus niet voort te zetten. 
Deze interactieve kaarten en aanpasbare grafieken tonen de stand van zaken van de handhaving door de Commissie en de naleving van het EU-recht door de lidstaten. U kunt het register van inbreukbeslissingen raadplegen voor meer informatie over de geschiedenis van een zaak of om toegang te krijgen tot de volledige database van inbreukbeslissingen. Zie ook de vragen en antwoorden voor meer informatie over de EU-inbreukprocedure.

 

1. Milieu

(meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen – tel. +32 2 295 75 01; Maëlys Dreux – tel. +32 229 54673)

Met redenen omkleed advies en aanvullend met redenen omkleed advies

Commissie verzoekt Spanje de Seveso III-richtlijn correct om te zetten
Vandaag heeft de Europese Commissie besloten een met redenen omkleed advies te sturen aan Spanje (INFR(2025)2029) wegens het niet correct omzetten van de Seveso III-richtlijn (Richtlijn 2012/18/EU). De richtlijn is van toepassing op meer dan twaalfduizend industriële installaties in de Europese Unie, zoals installaties in de chemische en petrochemische industrie en installaties voor de groothandel in en opslag van brandstoffen. Ze heeft tot doel zware ongevallen (bijvoorbeeld zware emissies, branden of explosies) waarbij gevaarlijke stoffen, met name chemische stoffen, betrokken zijn, te voorkomen en de negatieve gevolgen ervan voor de menselijke gezondheid en het milieu te beperken. In juni 2025 heeft de Commissie Spanje een aanmaningsbrief gestuurd waarin zij verschillende tekortkomingen bij de omzetting van de richtlijn heeft aangekaart. Hoewel Spanje duidelijkheid heeft verschaft over een aantal punten van zorg, zijn er nog steeds lacunes met betrekking tot de verplichtingen voor de parameters waarmee rekening moet worden gehouden bij het herzien van noodplannen; de richtsnoeren voor gevaarlijke stoffen; en de minimumgegevens en -informatie die in het veiligheidsrapport aan de orde moeten komen. Deze verplichtingen zijn belangrijk om ervoor te zorgen dat er op samenhangende wijze op noodsituaties wordt gereageerd. Spanje heeft zich weliswaar bereid verklaard om er door middel van nieuwe wetgeving voor te zorgen dat aan de richtlijn wordt voldaan, maar heeft geen voorlopige planning voor de vaststelling van de vereiste wetgeving verstrekt, noch een ontwerptekst ingediend. Daarom heeft de Commissie besloten Spanje een met redenen omkleed advies te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten de zaak bij het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangig te maken.

Commissie verzoekt Oostenrijk zijn wetgeving over de toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden te verbeteren
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Oostenrijk een aanvullend met redenen omkleed advies te sturen (INFR(2014)4111) wegens het niet correct omzetten in nationale wetgeving van alle vereisten van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Verdrag van Aarhus). Het Verdrag van Aarhus versterkt de milieudemocratie door ervoor te zorgen dat regeringen de nodige administratieve, juridische en praktische structuren ter beschikking stellen en in stand houden om het recht op toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden te waarborgen. Het ligt ten grondslag aan de inspanningen van de EU voor de milieurechtsstaat. Aangezien Oostenrijk niet-gouvernementele organisaties (ngo's) onvoldoende inspraakrechten en onvoldoende toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden had verleend, heeft de Commissie het land in juli 2014 een aanmaningsbrief gestuurd. Vervolgens heeft zij in juni 2021 een aanvullende aanmaningsbrief, en in november 2023 een met redenen omkleed advies gestuurd. Ondanks enkele wetswijzigingen en ontwikkelingen in de jurisprudentie, waarborgt Oostenrijk nog steeds niet in alle relevante gevallen het recht van ngo's op een doeltreffende rechterlijke toetsing van alle relevante handelingen of nalatigheden binnen het toepassingsgebied van het milieurecht van de EU. Dit betreft met name regelgevingshandelingen (Verordnungen) die voorzien in de bescherming van Natura 2000-gebieden, die het doden van strikt beschermde soorten toestaan of die voorzien in beheersmaatregelen voor soorten van communautair belang. Daarom heeft de Commissie besloten Oostenrijk een aanvullend met redenen omkleed advies te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten de zaak bij het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangig te maken.

Verwijzingen naar het Hof van Justitie

Commissie besluit Ierland voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens niet-naleving van de richtlijn milieueffectbeoordeling bij turfwinningsprojecten
De Europese Commissie heeft besloten Ierland (INFR(2019)4007) voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens het niet naleven van de richtlijn milieueffectbeoordeling (MEB-richtlijn) (Richtlijn 2011/92/EU zoals gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU). Ierland heeft zijn wetgeving gewijzigd om uitvoering te geven aan het arrest van het Hof van Justitie van 1999 (C-392/96) betreffende de onjuiste omzetting van de eerste MEB-richtlijn van 1985. Na deze wetswijzigingen zijn geen handhavingsmaatregelen genomen. De Commissie heeft Ierland in juli 2019 een aanmaningsbrief gestuurd en in juli 2020 een met redenen omkleed advies. Op dat moment waren er aanzienlijke turfwinningsactiviteiten aan de gang die niet het onderwerp van een vergunningsprocedure of een milieueffectbeoordeling waren geweest. Sinds juli 2020 heeft Ierland aanzienlijke maatregelen genomen om een einde te maken aan de turfwinning door staatsbedrijf Bord Na Móna. De locaties die eigendom zijn van Bord Na Móna, waar eerder turf industrieel was gewonnen zonder dat er een milieueffectbeoordeling was uitgevoerd, worden momenteel gesaneerd. Deze sanering wordt grotendeels door de EU gefinancierd via haar herstel- en veerkrachtfaciliteit. Bovendien heeft het Ierse agentschap voor milieubescherming sinds juli 2020 handhavingsmaatregelen getroffen tegen exploitanten op particuliere commerciële locaties van meer dan 50 hectare. Dit heeft ertoe geleid dat sommige commerciële turfexploitanten hun activiteiten hebben stopgezet. Het is echter bekend bij de Commissie dat er nog steeds omvangrijke turfwinningactiviteiten gaande zijn, die niet aan een bouwvergunning of milieueffectbeoordeling zijn onderworpen, met name op locaties van minder dan 50 hectare. Ondanks bewijs van deze aanhoudende illegale activiteiten, worden er op lokaal niveau geen handhavingsmaatregelen genomen. De Commissie is van mening dat de inspanningen van de Ierse autoriteiten tot op heden ontoereikend zijn, en daagt Ierland daarom voor het Hof van Justitie van de Europese Unie. Voor meer informatie, zie het persbericht.

Commissie besluit Slovenië voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens niet-naleving van de vogelrichtlijn
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Slovenië (INFR(2021)2068) voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens het niet naleven van de vereisten van de vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG), op grond waarvan de lidstaten speciale beschermingszones moeten aanwijzen om wilde vogels te beschermen. Slovenië heeft verzuimd de meest geschikte gebieden in zijn mariene wateren (en in het bijzonder Osrednji Tržaški zaliv) aan te wijzen als speciale beschermingszones voor de bescherming van de mediterrane aalscholver. In beschermde gebieden in het mariene milieu, zoals die welke in het kader van de vogelrichtlijn zijn aangewezen, worden belangrijke broed-, foerageer- of migratiegebieden voor zeevogels beschermd, waardoor deze een belangrijke rol spelen bij het in stand houden van hun goede toestand. De Commissie heeft Slovenië in juni 2021 een aanmaningsbrief gestuurd en in juli 2022 een met redenen omkleed advies. De Commissie heeft benadrukt dat in het kader van het SIMARINE LIFE-project, dat in 2015 is afgerond, geschikte gebieden voor de bescherming van de soorten in het Sloveense kustgebied zijn vastgesteld en bevestigd, waaronder Osrednji Tržaški zaliv. Na verschillende vergaderingen en uitwisselingen heeft Slovenië nog steeds niet voldoende gebieden van zijn mariene grondgebied aangewezen als speciale beschermingszones, in termen van aantal en omvang, om bescherming te kunnen bieden aan de mediterrane aalscholver. De Commissie is van mening dat de inspanningen van de Sloveense autoriteiten tot op heden ontoereikend zijn, en daagt Slovenië daarom voor het Hof van Justitie van de Europese Unie. Voor meer informatie, zie het persbericht.

Aanmaningsbrief na de uitspraak (artikel 260 VWEU)

Commissie verzoekt Spanje uitspraak van Hof van Justitie van de Europese Unie over nitraten na te leven
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Spanje een aanmaningsbrief te sturen (INFR(2018)2250) wegens niet-uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie van 14 maart 2024 (C-576/22) over niet-nakoming van de nitratenrichtlijn (Richtlijn van de Raad 91/676/EEG). De richtlijn heeft tot doel de waterkwaliteit in heel Europa te beschermen door te voorkomen dat nitraten uit agrarische bronnen grond- en oppervlaktewateren vervuilen en door goede landbouwpraktijken te bevorderen. In zijn arrest oordeelde het Hof van Justitie dat Spanje zijn wateren niet beschermde tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen. In het bijzonder had Spanje op het moment van het arrest de lijst van voor nitraten kwetsbare gebieden niet herzien, noch bepaalde verplichte maatregelen in actieprogramma's vastgesteld, en had het in bepaalde Comunidades Autónomas geen aanvullende of verscherpte maatregelen genomen. Twee jaar na het arrest van het Hof van Justitie heeft Spanje de uitspraak over de aanwijzing van voor nitraten kwetsbare gebieden in de regio's Islas Baleares, Madrid en Comunidad Valenciana uitgevoerd en de nodige verplichte maatregelen vastgesteld in Aragón, Castilla-La Mancha, Extremadura en Madrid. Spanje heeft echter nog niet de nodige verplichte maatregelen vastgesteld in het actieprogramma van Castilla y León inzake de voorwaarden voor het op of in de bodem brengen van meststoffen op steile hellingen. Spanje heeft evenmin de vereiste aanvullende maatregelen genomen met betrekking tot de nitraatverontreiniging in Aragón, Castilla-La Mancha, Castilla y León en Murcia. Volgens de meest recente beschikbare gegevens is de kwaliteit van de wateren in deze vier autonome gemeenschappen niet verbeterd ten opzichte van de vorige periode, wat erop wijst dat de genomen maatregelen niet doeltreffend zijn geweest. Daarom stuurt de Commissie Spanje een aanmaningsbrief op grond van artikel 260 VWEU. Spanje heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en te antwoorden op de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten Spanje opnieuw voor het Hof van Justitie van de EU te dagen, met een verzoek om financiële sancties op te leggen.

 

2. Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf

(meer informatie: Siobhan McGarry – tel. +32 2 296 47 98; Rüya Perincek – tel. +32 460 76 25 10)

Aanmaningsbrief

Commissie verzoekt Duitsland de EU-regels inzake de vrijheid van vestiging na te leven
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door Duitsland een aanmaningsbrief (INFR(2026)2056) te sturen omdat de nationale wetgeving niet voldoet aan de EU-voorschriften over de vrijheid van vestiging. De Commissie is van mening dat Duitsland Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt (de dienstenrichtlijn) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) niet naleeft. Op grond van de dienstenrichtlijn en de artikelen 49 en 56 VWEU kunnen bedrijven en beroepsbeoefenaars uit elke lidstaat hun diensten in een andere lidstaat aanbieden of zich in een andere lidstaat vestigen zonder ongerechtvaardigde of onevenredige beperkingen. In Noordrijn-Westfalen moeten aanbieders van bepaalde ambachtelijke diensten (zoals metselaars of timmerlieden) die bouwvergunningen voor kleinere gebouwen willen aanvragen, in die Duitse staat woonachtig, gevestigd of werkzaam zijn. Dit belet dienstverleners, met inbegrip van dienstverleners uit andere EU-lidstaten, die zich in andere Duitse staten willen vestigen of daar gevestigd zijn, om dergelijke diensten in Noordrijn-Westfalen aan te bieden. De Commissie merkt op dat Noordrijn-Westfalen reeds verschillende voorwaarden oplegt om een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen, zoals eisen inzake werkervaring en opleiding. Noordrijn-Westfalen is de enige Duitse staat met een dergelijke verblijfsvoorwaarde. Daarom stuurt de Commissie Duitsland een aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Verwijzing naar het Hof van Justitie

Commissie besluit Frankrijk voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen vanwege beperkingen voor dierenartsenpraktijken en dierenartsen die in strijd met het EU-recht zijn
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Frankrijk (INFR(2024)4005) voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens niet-naleving van de EU-regels over de vrijheid van vestiging en het vrije verkeer van diensten voor dierenartsenpraktijken en dierenartsen, zoals vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en Richtlijn 2006/123/EG (de dienstenrichtlijn). Volgens de Franse regels moet een meerderheid van de aandelen in dierenartsenpraktijken in handen zijn van dierenartsen die binnen de praktijk in kwestie werkzaam zijn en moeten aandeelhouders van dierenartsenpraktijken ten minste deeltijds in elke vestiging aanwezig zijn. Deze regels beperken in feite het aantal instellingen en dierenartsenpraktijken dat dierenartsen kunnen besturen, evenals hun mogelijkheden om hun werk en praktijk te organiseren. Bovendien beperkt Frankrijk de mogelijkheid voor in andere lidstaten gevestigde dierenartsen om tijdelijke en incidentele diensten in Frankrijk te verlenen. De Commissie heeft Frankrijk in april 2024 een aanmaningsbrief gestuurd en vervolgens in juni 2025 een met redenen omkleed advies. De Commissie is van mening dat de inspanningen van de Franse autoriteiten tot nu toe ontoereikend zijn en daagt Frankrijk daarom voor het Hof van Justitie van de Europese Unie. Voor meer informatie, zie het persbericht.

 

3. Migratie en Binnenlandse Zaken

(meer informatie: Markus Lammert – tel. +32 2 296 75 33; Elettra Di Massa – tel. +32 2 298 21 61)

Aanmaningsbrieven

Commissie verzoekt Griekenland, Luxemburg en Zweden bepalingen van de richtlijn bestrijding van witwassen van geld correct om te zetten 
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door Griekenland (INFR(2026)2072), Luxemburg (INFR(2026)2073) en Zweden (INFR(2026)2074) een aanmaningsbrief te sturen wegens het niet correct omzetten van een aantal bepalingen van de richtlijn inzake de bestrijding van het witwassen van geld (Richtlijn (EU) 2018/1673), onder andere wat betreft sancties en witwasdelicten. De richtlijn biedt een definitie van strafbare feiten en sancties voor het witwassen van geld en voorkomt zo dat criminelen profiteren van uiteenlopende rechtsstelsels in de EU. De richtlijn vergemakkelijkt ook de politiële en justitiële samenwerking tussen de EU-lidstaten bij de bestrijding van het witwassen van geld en verhoogt de doeltreffendheid van het onderzoek naar en de vervolging van financiële misdrijven. Wegens de onjuiste omzetting van de richtlijn, met inbegrip van sancties en witwasdelicten, stuurt de Commissie Griekenland, Luxemburg en Zweden een aanmaningsbrief. De lidstaten hebben nu twee maanden tijd om te reageren en de door de Commissie geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten elk van de lidstaten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

4. Justitie

(meer informatie: Markus Lammert – tel. +32 2 296 75 33; Antoine Lomba — tel.: +32 2 299 32 33)

(meer informatie over gelijkheid: Eva Hrncirova – tel.+32 2 298 84 33; Anna Gray – tel.: +32 2 298 08 73)

Aanmaningsbrief

Commissie verzoekt Spanje naleving van EU-regels inzake gegevensbescherming te waarborgen wat betreft de verzameling van reizigersgegevens
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door Spanje een aanmaningsbrief te sturen (INFR(2026)4005) wegens niet-naleving van de richtlijn gegevensbescherming bij rechtshandhaving (Richtlijn (EU) 2016/680). De richtlijn regelt de verwerking van persoonsgegevens door rechtshandhavingsinstanties zodat zij bij het uitvoeren van hun taken, het grondrecht op gegevensbescherming naleven. Spanje verplicht aanbieders van accommodatie, onlineplatforms en autoverhuurbedrijven om persoonsgegevens van reizigers te verzamelen, te bewaren en door te geven aan een gecentraliseerde overheidsdatabank die toegankelijk is voor rechtshandhavingsinstanties. Dit voldoet niet aan de voorschriften van de richtlijn. De Commissie is van mening dat de categorieën persoonsgegevens die worden verzameld en opgeslagen buitensporig zijn vanwege de verscheidenheid aan datasets, waaronder betalings- en GPS-gegevens. Bovendien is de toegang van rechtshandhavingsinstanties niet beperkt tot specifieke en expliciete doeleinden, zoals vereist door de richtlijn. De Spaanse autoriteiten bewaren ook alle verzamelde gegevens gedurende drie jaar, wat volgens de Commissie onevenredig is. Daarom stuurt de Commissie Spanje een aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Aanmaningsbrief en met redenen omklede adviezen

Commissie verzoekt Bulgarije, Polen en Portugal EU-regels over rechtsbijstand correct om te zetten
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door Portugal een aanmaningsbrief te sturen (INFR(2026)2071) en Bulgarije (INFR(2025)2165) en Polen (INFR(2025)2164) een met redenen omkleed advies te sturen wegens het niet correct omzetten van de EU-regels voor rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden (Richtlijn (EU) 2016/1919). Het EU-recht waarborgt dat de grondrechten van verdachten en beklaagden worden beschermd, ook voor personen die op grond van een Europees aanhoudingsbevel worden gezocht. In Bulgarije en Polen wordt toegang tot rechtsbijstand alleen verleend aan beklaagden, dat wil zeggen personen die formeel van een strafbaar feit worden beschuldigd, en niet aan verdachten. Dat is in strijd met het toepassingsgebied van de richtlijn. In Polen en Portugal waarborgt het nationale recht niet dat rechtsbijstand zonder onnodige vertraging wordt verleend voorafgaand aan het verhoor van verdachten of beklaagden, of specifieke daarmee verband houdende handelingen. De richtlijn schrijft ook voor dat de toegang tot rechtsbijstand wordt gewaarborgd ongeacht staatsburgerschap of nationaliteit. Het Portugese recht stelt echter onrechtmatige voorwaarden voor toegang tot rechtsbijstand voor buitenlanders zonder geldige verblijfsvergunning in een EU-lidstaat. Bovendien waarborgt het Portugese recht niet duidelijk het recht op rechtsbijstand voor mensen die in een andere EU-lidstaat zijn gearresteerd op grond van een door Portugese autoriteiten afgegeven Europees aanhoudingsbevel. Daarom stuurt de Commissie een aanmaningsbrief aan Portugal en een met redenen omkleed advies aan Bulgarije en Polen, na haar aanmaningsbrief aan Polen in december 2025 en aan Bulgarije in november 2025. De drie lidstaten hebben nu twee maanden tijd om te reageren en de door de Commissie geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Als er geen bevredigend antwoord komt, kan de Commissie beslissen Portugal een met redenen omkleed advies te sturen en Bulgarije en Polen voor het Hof van Justitie te dagen.

Commissie verzoekt Spanje, Frankrijk en Oostenrijk de richtlijn die de schending van beperkende maatregelen van de Unie strafbaar stelt, volledig om te zetten
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Spanje (INFR(2025)0217), Frankrijk (INFR(2025)0221) en Oostenrijk (INFR(2025)0194) een met redenen omkleed advies te sturen wegens niet-kennisgeving van maatregelen om de richtlijn betreffende de strafbaarstelling van de schending van beperkende maatregelen van de Unie (Richtlijn (EU) 2024/1226) volledig om te zetten. De richtlijn voorziet in gemeenschappelijke regels om de definitie van strafrechtelijke delicten en van sancties met betrekking tot de schending van beperkende maatregelen van de Unie te harmoniseren. Ze heeft tot doel te voorkomen dat beperkende maatregelen van de Unie worden omzeild, met inbegrip van die welke zijn vastgesteld naar aanleiding van de Russische agressie tegen Oekraïne. Harmonisatie van het nationale strafrecht op dit gebied vergemakkelijkt het onderzoek naar en de vervolging van schendingen van beperkende maatregelen van de Unie in alle lidstaten, waardoor ze doeltreffender worden. De lidstaten hadden tot mei 2025 de tijd om de richtlijn in nationale wetgeving om te zetten. In juli 2025 heeft de Commissie besloten inbreukprocedures in te leiden door verscheidene lidstaten een aanmaningsbrief te sturen wegens niet-mededeling van volledige omzettingsmaatregelen voor de richtlijn. Tot op heden hebben Spanje, Frankrijk en Oostenrijk nog steeds geen volledige omzettingsmaatregelen meegedeeld. Daarom heeft de Commissie besloten deze drie lidstaten een met redenen omkleed advies te sturen. De landen hebben nu twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie besluiten de zaken aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, met een verzoek financiële sancties op te leggen.   

 

5. Energie en Klimaat

(meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen – tel. +32 2 295 75 01; Ana Crespo Parrondo – tel. +32 2 298 13 25; Cristiana Marchitelli – tel. +32 2 298 94 07)

Met redenen omklede adviezen en aanvullende met redenen omklede adviezen

Commissie dringt bij Hongarije en Roemenië aan op volledige omzetting EU-regels inzake energie-efficiëntie
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een met redenen omkleed advies te sturen aan Hongarije (INFR(2025)0331) en aan Roemenië (INFR(2025)0358) omdat zij de bepalingen van de herschikte richtlijn energie-efficiëntie (Richtlijn (EU) 2023/1791) niet volledig in nationaal recht hebben omgezet. De herziene richtlijn werd in 2023 vastgesteld ter vervanging van de vorige Richtlijn 2012/27/EU en de lidstaten moesten de omzettingsmaatregelen uiterlijk op 11 oktober 2025 meedelen, met uitzondering van een aantal specifieke bepalingen waarvoor specifieke termijnen golden. Door middel van de herziene richtlijn zijn ambitieuzere maatregelen voor energie-efficiëntie ingevoerd, die het totale energieverbruik in de EU zullen helpen verminderen en zo zullen bijdragen tot de verwezenlijking van de klimaatambitie van de Unie en de energiezekerheid en de betaalbaarheid van energie zullen verbeteren. De herziene richtlijn bevat streefcijfers voor energieverbruik en energiebesparingen, met bijzondere aandacht voor maatregelen om energiearmoede terug te dringen, alsook streefcijfers voor het verbruik van overheidsinstanties en de renovatie van gebouwen die eigendom zijn van overheidsinstanties. Ook is bij de richtlijn het beginsel “energie-efficiëntie eerst” geïntroduceerd, dat als grondbeginsel moet dienen voor het EU-energiebeleid en erop neerkomt dat de EU-landen bij alle beleidsbeslissingen en bij belangrijke investeringen, al dan niet in de energiesector, rekening moeten houden met energie-efficiëntie. In november 2025 heeft de Commissie 26 EU-landen een aanmaningsbrief gestuurd omdat ze de richtlijn niet volledig in nationaal recht hadden omgezet. Tot op heden hebben Hongarije en Roemenië de Commissie nog steeds niet in kennis gesteld van omzettingsmaatregelen. Daarom heeft de Commissie besloten Hongarije en Roemenië een met redenen omkleed advies te sturen. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te reageren en de omzetting af te ronden. Anders kan de Commissie besluiten de zaken aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, met een verzoek financiële sancties op te leggen.

Commissie dringt bij Roemenië aan op kennisgeving van zijn uitgebreide beoordelingen inzake hoogrenderende warmtekrachtkoppeling        
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Roemenië een met redenen omkleed advies te sturen (INFR(2022)2161) om de lidstaat te verzoeken de richtlijn energie-efficiëntie (Richtlijn 2012/27/EU) na te leven, die inmiddels is vervangen door Richtlijn (EU) 2023/1791 (herschikking), waarin bepaalde verplichtingen voor de verwarmings- en koelingssector zijn behouden. De lidstaten moeten met name een verwarmings- en koelingsinfrastructuur ontwikkelen en/of de ontwikkeling van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en het gebruik van energie voor verwarming en koeling uit afvalwarmte en hernieuwbare energiebronnen mogelijk maken. De lidstaten moeten een uitgebreide beoordeling van het potentieel voor de toepassing van een hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en efficiënte stadsverwarming maken en de Commissie daarvan op de hoogte stellen. De uitgebreide beoordeling moet om de vijf jaar worden geactualiseerd en aan de Commissie worden meegedeeld. Deze beoordelingen zijn cruciaal om te bepalen hoe de verwarmings- en koelingssector, die in veel lidstaten nog steeds sterk afhankelijk is van ingevoerde fossiele brandstoffen, efficiënter en geleidelijk koolstofvrij kan worden gemaakt. In januari 2023 heeft de Commissie Roemenië een aanmaningsbrief gestuurd. Tot dusver is het de enige lidstaat die nog steeds geen geactualiseerde beoordeling heeft meegedeeld vóór de uiterste termijn van 31 december 2020. De lidstaat heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de door de Commissie vastgestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten Roemenië voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen.

Commissie dringt er bij Cyprus opnieuw op aan EU-regels voor snellere vergunningsprocedures voor hernieuwbare-energieprojecten volledig om te zetten
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een aanvullend met redenen omkleed advies te sturen aan Cyprus (INFR(2024)0213) omdat het land de bepalingen van de herziene richtlijn hernieuwbare energie (Richtlijn (EU) 2023/2413) met betrekking tot het vereenvoudigen en versnellen van vergunningsprocedures niet volledig in nationaal recht heeft omgezet. De herziene Richtlijn (EU) 2023/2413 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001 is in november 2023 in werking getreden en sommige bepalingen moesten door de lidstaten uiterlijk op 1 juli 2024 in nationaal recht zijn omgezet. Deze bepalingen omvatten maatregelen om de vergunningsprocedures te vereenvoudigen en te versnellen voor zowel hernieuwbare-energieprojecten als infrastructuurprojecten om de extra capaciteit in het elektriciteitssysteem te integreren. Ze bevatten ook duidelijke termijnen voor vergunningsprocedures die gericht zijn op specifieke technologieën of soorten projecten en voorzien in een versterking van de rol van het centrale contactpunt voor aanvragen en het vermoeden dat hernieuwbare-energieprojecten en de bijbehorende netwerkinfrastructuur van hoger openbaar belang zijn. In september 2024 heeft de Commissie 26 lidstaten een aanmaningsbrief gestuurd omdat ze de richtlijn niet volledig hadden omgezet in nationaal recht. In februari 2025 heeft Cyprus een met redenen omkleed advies ontvangen wegens volledige niet-omzetting, aangezien het land geen enkele omzettingsmaatregel had meegedeeld. De Commissie heeft de daarna meegedeelde omzettingsmaatregelen en de toelichtingen van Cyprus in de concordantietabel waarvan het land haar in kennis had gesteld, onderzocht en is tot de conclusie gekomen dat Cyprus de richtlijn nog niet volledig heeft omgezet. Daarom heeft de Commissie besloten om Cyprus een aanvullend met redenen omkleed advies te doen toekomen, waarin zij aangeeft welke specifieke bepalingen als niet omgezet worden beschouwd. Cyprus heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de omzetting af te ronden. Anders kan de Commissie beslissen de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, met een verzoek om financiële sancties op te leggen.

Verwijzingen naar het Hof van Justitie

Commissie daagt Spanje en Polen voor Hof van Justitie van de Europese Unie wegens niet-omzetting van overeengekomen regels om EU-emissiehandelssysteem te versterken
De Europese Commissie heeft vandaag besloten Spanje(INFR(2024)0051) voor Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens niet-omzetting in het nationaal recht van de richtlijn betreffende het EU-emissiehandelssysteem (EU-ETS) (Richtlijn 2023/959), hoewel de uiterste datum voor omzetting 31 december 2023 was. De Commissie heeft ook besloten Spanje (INFR (2024) 0050) en Polen (INFR (2024) 0114) voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen omdat zij Richtlijn 2023/958 betreffende de herziene EU-ETS-regels voor de luchtvaartsector, die uiterlijk op 31 december 2023 moest zijn omgezet, niet in nationaal recht hebben omgezet. Door de herziening van de EU-ETS-richtlijn zijn de EU-ETS-regels aangescherpt, is het ETS uitgebreid tot maritiem vervoer, zullen emissierechten versneld worden afgebouwd, zijn de regels inzake kosteloze toewijzing herzien en zijn het innovatiefonds en het moderniseringsfonds, die de transitie naar een klimaatneutrale economie ondersteunen, versterkt. Met de herziening van de ETS-luchtvaartregels wordt de bijdrage van de luchtvaartsector aan de klimaatdoelstellingen van de EU versterkt en wordt de regeling voor koolstofcompensatie en -reductie voor de internationale luchtvaart uitgevoerd. Door de volledige omzetting van deze richtlijnen wordt de goede werking van het EU-ETS gewaarborgd, waarbij de interne markt niet wordt verstoord, en wordt het systeem in overeenstemming gebracht met de EU-klimaatdoelstellingen voor 2030 die zijn vastgesteld in de Europese klimaatwet. In januari 2024 heeft de Commissie 26 lidstaten een aanmaningsbrief gestuurd omdat zij de twee richtlijnen niet volledig hadden omgezet in nationaal recht. In mei 2025 heeft de Commissie 12 lidstaten een met redenen omkleed advies gestuurd omdat zij deze richtlijnen niet of slechts gedeeltelijk hadden omgezet. Spanje heeft geen omzettingsmaatregelen voor de herziene ETS-richtlijn en delen van de herziene ETS-luchtvaartregels meegedeeld, terwijl Polen geen omzettingsmaatregelen voor de herziene ETS-luchtvaartregels heeft meegedeeld. De Commissie is dan ook van mening dat de inspanningen van de autoriteiten tot op heden ontoereikend zijn, en daagt Spanje en Polen daarom voor het Hof van Justitie van de Europese Unie met een verzoek om financiële sancties op te leggen. Voor meer informatie, zie het persbericht.

 

6. Belastingen  

(meer informatie: Louise Bogey – tel. +32 2 296 97 76; Bridget Moylan – tel. +32 2 298 28 44)

Aanmaningsbrieven en aanvullende aanmaningsbrief

Commissie verzoekt Duitsland discriminerende voorwaarden voor een investeringsaftrek voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) die in het buitenland investeren, te schrappen 
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan Duitsland (INFR(2026)4006) omdat het de EU-regels over de vrijheid van vestiging niet naleeft (artikel 49 VWEU en artikel 31 EER). De Commissie is van mening dat de Duitse investeringsaftrek (Investitionsabzugsbetrag — IAB) een discriminerende werking heeft op grensoverschrijdende investeringen binnen de EU en de EER, waardoor ondernemingen onrechtmatig worden beperkt in hun mogelijkheden om overal op de interne markt actief te zijn. Volgens de Duitse belastingwetgeving (§7g Einkommensteuergesetz) kunnen kmo's tot 50 % van de verwachte investeringskosten voor roerende activa aftrekken. Dit is alleen het geval wanneer deze activa uitsluitend in een binnenlandse vestiging worden gebruikt. Indien de activa binnen drie jaar worden overgeplaatst naar een vaste vestiging in een ander EU-/EER-land, wordt het belastingvoordeel met terugwerkende kracht ingetrokken. Dit benadeelt bedrijven die activa of activiteiten naar het buitenland verplaatsen, zelfs wanneer hun wereldwijde inkomsten in Duitsland belastbaar blijven. De automatische intrekking van belastingvoordelen bij verplaatsing van activa naar het buitenland heeft onevenredig grote gevolgen voor kmo's, die vaak niet over de middelen beschikken om wegwijs te worden in de complexe fiscale gevolgen van grensoverschrijdende activiteiten. Dit heeft negatieve gevolgen voor de economische dynamiek, met name in sectoren die afhankelijk zijn van mobiele activa of internationale toeleveringsketens. In haar beoordeling concludeert de Commissie dat deze regels grensoverschrijdende economische activiteiten ontmoedigen en in strijd zijn met de vrijheid van vestiging. De Duitse regels zijn ook in strijd met de EER-overeenkomst, die dezelfde vrijheden uitbreidt tot de lidstaten van de EER. Daarom stuurt de Commissie Duitsland een aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.   

Commissie verzoekt Polen een inbreuk van de richtlijn administratieve samenwerking op belastinggebied weg te nemen wat betreft rapportageregels voor buitenlandse exploitanten van digitale platforms 
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door Polen een aanmaningsbrief te sturen (INFR(2026)2070) wegens onjuiste uitvoering van Richtlijn (EU) 2021/514 van de Raad van 22 maart 2021 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (DAC 7). De richtlijn voorziet in verplichte automatische uitwisseling van door platformexploitanten verstrekte inlichtingen. In het kader van DAC 7 kan een niet-Unierechtsgebied een vigerende adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten (EQCAA) met EU-lidstaten ondertekenen waarin de gelijkwaardigheid tussen het niet-Unierechtsgebied en de rapportagestandaarden van de EU (DAC 7) wordt bevestigd. Indien een niet-Unierechtsgebied een EQCAA ondertekent met alle relevante EU-lidstaten, kan een platformexploitant uit dat rechtsgebied volledig worden ontheven van de registratie- en rapportageverplichtingen in de EU – dit geldt voor een “gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied”. Polen ontheft echter platformexploitanten waarvan de activiteiten onder een EQCAA vallen die alleen met Polen is ondertekend, van hun registratie- en rapportageverplichtingen. Polen heeft DAC 7 derhalve onjuist omgezet, hetgeen een belemmering vormt voor de goede inpassing van het EU-systeem in het mondiale systeem van OESO-modelregels voor rapportage door platformexploitanten met betrekking tot verkopers in de deeleconomie en de kluseconomie (MRDP), waarin de richtlijn voorziet. Daarom stuurt de Commissie Polen een aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen. 

Commissie verzoekt Spanje een einde te maken aan discriminatie van niet-ingezetenen wat betreft belastingverlagingen voor inkomsten uit woningverhuur 
De Commissie stuurt Spanje een aanvullende aanmaningsbrief betreffende discriminatie jegens niet-ingezetenen die geen recht hebben op een belastingverlaging voor inkomsten uit woningverhuur in Spanje. Op 8 maart 2019 is een eerste aanmaningsbrief over deze kwestie aan Spanje gestuurd (INFR(2018)4085). Ingezeten belastingplichtigen hebben recht op een vermindering van maximaal 60 % van de heffingsgrondslag die overeenkomt met de verkregen inkomsten. Niet-ingezetenen hebben hier geen recht op. Dit verschil in fiscale behandeling vormt een beperking van het vrije verkeer van kapitaal (artikel 63 VWEU). Ondanks verdere uitwisselingen met de Commissie heeft Spanje deze discriminerende behandeling niet geschrapt via een wetswijziging en heeft het deze belastingregeling met nieuwe elementen uitgebreid. Op grond van deze wijzigingen van de desbetreffende belastingwetgeving uit 2025 hebben alleen ingezetenen recht op een vermindering van 20 % tot 90 % van de heffingsgrondslag voortkomend uit de verhuur van woningen en worden niet-ingezetenen nog altijd gediscrimineerd. Daarom stuurt de Commissie Spanje een aanvullende aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen. 

 

7. Mobiliteit en vervoer

(meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen – tel. +32 2 295 75 01; Annie Juusola – tel. +32 2 296 09 86)

Aanmaningsbrieven

Commissie roept België, Kroatië, Roemenië, Slowakije en Zweden op om de EU-regels over het gebruik van gehuurde vrachtvoertuigen correct om te zetten
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan België (INFR(2026)2079), Kroatië (INFR(2026)2080), Roemenië (INFR(2026)2083), Slowakije (INFR(2026)2084) en Zweden (INFR(2026)2085) wegens incorrecte omzetting van Richtlijn (EU) 2022/738, tot wijziging van Richtlijn 2006/1/EG betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg. In de gewijzigde richtlijn zijn de EU-regels voor het gebruik van gehuurde voertuigen voor goederenvervoer gemoderniseerd en geharmoniseerd: de resterende beperkingen op het gebied van internationaal vervoer zijn opgeheven en er is een uniform regelgevingskader vastgesteld om vervoerders in de hele EU een gelijkere toegang tot de markt voor gehuurde voertuigen te bieden. Op grond van de gewijzigde richtlijn kunnen in de EU gevestigde vervoersondernemingen in elke lidstaat gehuurde voertuigen gebruiken, mits zij voldoen aan de toepasselijke wetgeving en veiligheidsvoorschriften. Op grond van de gewijzigde richtlijn is het ook eenvoudiger om relevant bewijsmateriaal te verstrekken en worden elektronische documenten als bewijs van naleving erkend. De Commissie is van mening dat België, Kroatië, Roemenië, Slowakije en Zweden artikel 1, lid 1, onder a), van Richtlijn (EU) 2022/738 niet correct hebben omgezet. Op grond van deze bepaling is elke lidstaat verplicht om het gebruik van voertuigen die zijn gehuurd door ondernemingen die op het grondgebied van een andere lidstaat zijn gevestigd, op zijn grondgebied toe te staan. Daarom stuurt de Commissie deze lidstaten een aanmaningsbrief. De landen hebben nu twee maanden de tijd om te reageren en de door de Commissie vastgestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten de landen een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie roept België, Duitsland, Ierland, Spanje, Kroatië, Cyprus, Letland, Luxemburg, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië en Slowakije op nationale sanctieregelingen in te voeren in het kader van ReFuelEU Luchtvaart
De Europese Commissie heeft besloten inbreukprocedures in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan België (INFR(2026)2058), Duitsland (INFR(2026)2060), Ierland (INFR(2026)2063), Spanje (INFR(2026)2061), Kroatië (INFR(2026)2062), Cyprus (INFR(2026)2059), Letland (INFR(2026)2065), Luxemburg (INFR(2026)2064), Oostenrijk (INFR(2026)2057), Polen (INFR(2026)2066), Portugal (INFR(2025)2067), Slovenië (INFR(2026)2068) en Slowakije (INFR(2026)2069) wegens het niet vaststellen van nationale regels inzake sancties voor schendingen van Verordening (EU) 2023/2405 (ReFuelEU Luchtvaart). Het ReFuelEU Luchtvaart-kader biedt rechtszekerheid op lange termijn om de productie en het gebruik van duurzame luchtvaartbrandstoffen in de hele EU op te schalen. Under the ReFuelEU Aviation, Member States are required to lay down the rules on penalties for aviation fuel suppliers, aircraft operators and EU airport managing bodies in the event of non-compliance, and to adopt necessary measures to ensure full implementation. Ondanks aanhoudende oproepen van de Commissie aan de autoriteiten van de lidstaten hebben België, Duitsland, Ierland, Spanje, Kroatië, Cyprus, Letland, Luxemburg, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië en Slowakije deze informatie niet uiterlijk op 31 december 2024 bij de Commissie ingediend, zoals vereist door de verordening. Daarom stuurt de Commissie deze lidstaten een aanmaningsbrief. De landen hebben nu twee maanden de tijd hebben om te reageren en de tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten de landen een met redenen omkleed advies te sturen.

 

8. Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie

(meer informatie: Siobhan McGarry – tel. +32 2 296 47 98; Saul Louis Goulding – tel. +32 229-64735)

Aanmaningsbrief en aanvullende aanmaningsbrieven

Commissie verzoekt Spanje te voldoen aan bancaire EU-regelgeving en fundamentele vrijheden eengemaakte markt
De Europese Commissie stuurt Spanje een aanvullende aanmaningsbrief (INFR(2025)2121) wegens niet-nakoming van de verordening gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad), de richtlijn kapitaalvereisten (Richtlijn 2013/36/EU) en de artikelen 49 en 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Sinds de aanmaningsbrief van de Commissie van 17 juli 2025 is Richtlijn (EU) 2024/1619 (RKV VI) in werking getreden en de termijn voor de omzetting ervan is op 10 januari 2026 verstreken. Als gevolg daarvan heeft de Commissie de juridische beoordeling die aan deze procedure ten grondslag ligt, geactualiseerd en heeft zij de voor de vastgestelde inbreuken relevante bepalingen van RKV VI toegevoegd. De Commissie is met name van mening dat de Spaanse maatregelen in kwestie onverenigbaar zijn met de nieuwe RKV VI-kaderregeling inzake overnames, fusies, splitsingen en andere structurele veranderingen waarbij kredietinstellingen betrokken zijn, hetgeen de reeds in de aanmaningsbrief van 2025 uiteengezette bezorgdheden verder versterkt. Consolidaties in de banksector komen de EU-economie als geheel ten goede en zijn van essentieel belang voor de verwezenlijking van de bankenunie. Dit soort fusies zorgen er ook voor dat kapitaal in de EU efficiënt wordt toegewezen en dat burgers en bedrijven tegen concurrerende prijzen toegang hebben tot financiële producten – een sleuteldoelstelling van de spaar- en investeringsunie. Daarom stuurt de Commissie Spanje vandaag een aanvullende aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen. 

Commissie roept Frankrijk op uitvoeringsmaatregelen voor de verordening betreffende instantovermakingen aan te nemen en mee te delen
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een inbreukprocedure in te leiden door een aanmaningsbrief te sturen aan Frankrijk (INFR(2026)2077) wegens niet-aanneming en niet-kennisgeving aan de Commissie voor de uiterste termijn van 9 april 2025 van uitvoeringsmaatregelen inzake sancties voor schendingen van de voorschriften van de verordening betreffende instantovermakingen (Verordening (EU) 2024/886). De verordening betreffende instantovermakingen is in 2025 in de eurozone ten uitvoer gelegd en de bevoegde autoriteiten kunnen betalingsdienstaanbieders sancties opleggen wanneer dit noodzakelijk is om te voldoen aan de verordening, die ervoor moet zorgen dat instantbetalingen in euro's in de hele EU betaalbaar en veilig zijn en zonder belemmeringen worden verwerkt. Frankrijk heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en te antwoorden op de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.   

Commissie roept Polen en Roemenië op de wijzigingen in de vijfde richtlijn kapitaalvereisten om te zetten en de uitvoering van andere bij de MICA-verordening ingevoerde maatregelen te voltooien 
De Europese Commissie heeft besloten de inbreukprocedure voort te zetten door een aanvullende aanmaningsbrief te sturen aan Polen (INFR(2025)2038) en Roemenië (INFR(2025)2040) omdat zij de bij de MICA-verordening (Verordening (EU) 2023/1114) ingevoerde wijzigingen in de vijfde richtlijn kapitaalvereisten (Richtlijn 2013/36/EU) niet hebben omgezet en omdat zij de Commissie niet in kennis hebben gesteld van de regels inzake bestuurlijke geldboeten voor inbreuken. De MICA-verordening heeft betrekking op cryptoactiva en aanverwante diensten en activiteiten die niet onder andere wetgevingshandelingen van de Unie inzake financiële diensten vallen. Dit specifieke en geharmoniseerde kader voor cryptoactivamarkten ondersteunt innovatie en voorziet in een evenredige behandeling van uitgevers van cryptoactiva en aanbieders van cryptoactivadiensten die hun activiteiten naar andere EU-landen willen uitbreiden, met behoud van beleggersbescherming, marktintegriteit en financiële stabiliteit ten behoeve van de EU-burgers. De twee lidstaten hebben de omzetting van de wijzigingen in de vijfde richtlijn kapitaalvereisten niet gemeld voor de termijn van 30 december 2024, zoals vermeld in de aanmaningsbrief van de Commissie van 7 mei 2025. De twee lidstaten hebben ook de uitvoering van de verordening betreffende bestuurlijke geldboeten niet voltooid vóór de uiterste datum van 30 juni 2025 — zoals ingevoerd bij de MICA-verordening. Daarom stuurt de Commissie aanvullende aanmaningsbrieven aan Polen en Roemenië. De landen hebben nu twee maanden de tijd hebben om te reageren en de door de Commissie vastgestelde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord van deze lidstaten, dan kan de Commissie besluiten elk van hen een met redenen omkleed advies te sturen. 

Met redenen omkleed advies

Commissie verzoekt Spanje wijzigingen van finaliteitsrichtlijn en tweede richtlijn betalingsdiensten om te zetten en haar in kennis te stellen van uitvoeringsmaatregelen van verordening betreffende instantovermakingen
De Europese Commissie heeft vandaag besloten een met redenen omkleed advies te sturen aan Spanje (INFR(2025)2140) wegens het niet vaststellen van en het niet aan de Commissie meedelen van maatregelen tot omzetting in het nationaal recht van de wijzigingen van de finaliteitsrichtlijn (Richtlijn 98/26/EG) en de tweede richtlijn betalingsdiensten (Richtlijn (EU) 2015/2366), die zijn ingevoerd bij de verordening betreffende instantovermakingen (Verordening (EU) 2024/886), en van uitvoeringsmaatregelen betreffende sancties die van toepassing zijn op schendingen van in die verordening opgenomen vereisten. De verordening betreffende instantovermakingen is in 2025 in de eurozone ten uitvoer gelegd en de bevoegde autoriteiten kunnen betalingsdienstaanbieders sancties opleggen wanneer dit noodzakelijk is om te voldoen aan de verordening.  De richtlijn moet ervoor zorgen dat instantbetalingen in euro's in de hele EU betaalbaar en veilig zijn en probleemloos worden verwerkt. De wijzigingen van de twee richtlijnen zou bepaalde niet-bancaire betalingsdienstaanbieders (zoals betalingsinstellingen en instellingen voor elektronisch geld) in staat stellen rechtstreeks deel te nemen aan betalingssystemen die in het kader van de finaliteitsrichtlijn zijn aangewezen. Zo zouden deze aanbieders betalingen binnen die systemen efficiënter en op een meer concurrerende basis kunnen afwikkelen, ter ondersteuning van de verlening van diensten zoals instantbetalingen aan hun klanten. Spanje heeft twee maanden de tijd om te reageren en de nodige maatregelen te nemen. Anders kan de Commissie besluiten de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU).   

 

9. Werkgelegenheid en sociale rechten

(meer informatie: Eva Hrncirova – tel.+32 2 298 84 33; Eirini Zarkadoula – tel. +32 2 295 70 65)

Aanmaningsbrief

Commissie verzoekt Italië zijn wetgeving inzake arbeidsvoorwaarden voor honoraire belastingrechters af te stemmen op EU-recht
De Commissie heeft vandaag besloten een inbreukprocedure in te stellen door Italië een aanmaningsbrief te sturen (INFR(2026)4004) wegens het niet afstemmen van zijn wetgeving betreffende honoraire belastingrechters op het Europese arbeidsrecht. Naar Italiaans recht wordt de fiscale bevoegdheid uitgeoefend door zowel beroepsbelastingrechters als honoraire belastingrechters, die in deeltijd rechterlijke functies uitoefenen. Een recente hervorming regelt de geleidelijke vervanging van honoraire rechters door beroepsmagistraten, maar degenen die momenteel in dienst zijn, kunnen in functie blijven tot zij de pensioenleeftijd van 70 jaar bereiken. Hoewel honoraire belastingrechters dezelfde rechterlijke functies uitoefenen en bevoegd zijn in zaken van dezelfde aard en waarde, gelden voor hen minder gunstige arbeidsvoorwaarden. Aangezien honoraire belastingrechters niet worden geacht een arbeidsverhouding te hebben, worden zij met name anders behandeld dan belastingrechters op het gebied van vakantie, pensioen en socialezekerheidsrechten, zoals ziekteverlof en zwangerschapsverlof. Bovendien ontvangen honoraire belastingrechters een salaris dat verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan dat van belastingrechters. De Commissie is van mening dat deze gedifferentieerde behandeling onverenigbaar is met de arbeidswetgeving van de EU, met name Richtlijn 97/81/EG van de Raad inzake deeltijdarbeid, Richtlijn 2003/88/EG (arbeidstijdenrichtlijn) en Richtlijn 92/85/EEG van de Raad (richtlijn zwangere werkneemsters). Daarom heeft de Commissie besloten Italië een aanmaningsbrief te sturen. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de door de Commissie gesignaleerde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

 

10. Fraudebestrijding

(meer informatie: Balazs Ujvari – tel. +32 229-54578; Isabel Otero Banderas – tel. +32 229-66925)

Aanmaningsbrief

Commissie roept Ierland op nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met de OLAF-verordening
De Europese Commissie heeft besloten een inbreukprocedure in te leiden door Ierland een aanmaningsbrief te sturen (INFR(2025)2238) wegens het niet nakomen van zijn verplichtingen uit hoofde van de verordening betreffende het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) [(EU, Euratom) nr. 883/2013]. De verordening regelt de onderzoekswerkzaamheden van OLAF ter bescherming van de begroting van de Europese Unie. In 2020 is de OLAF-verordening gewijzigd om er specifieke bepalingen in op te nemen die de verplichtingen van de lidstaten verduidelijken wat betreft het bijstaan van OLAF door het doorgeven van informatie over bankrekeningen en gegevens van banktransacties. Ierland heeft bevestigd dat uitsluitend in het kader van strafrechtelijke onderzoeken informatie over bankrekeningen en gegevens van banktransacties aan OLAF zouden kunnen worden verstrekt. OLAF heeft hier dus geen toegang toe in het kader van zijn administratieve onderzoeken, wat deze onderzoeken aanzienlijk belemmert. Daarom stuurt de Commissie Ierland een aanmaningsbrief. Het land heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de door de Commissie geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. Komt er geen bevredigend antwoord, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.