Tweede Kamer, 79e vergadering

  • Begin14:00
  • Sluiting20:07
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn 148 leden der Kamer, te weten:

El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lahlah, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,

en de heer De Bat, staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, de heer Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer Heinen, minister van Financiën, mevrouw Palmen-Schlangen, staatssecretaris Herstel Toeslagen, en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Armut

Vragen van het lid Armut aan de minister van Justitie en Veiligheid over het bericht "Politie legt schokkend netwerk bloot in Nederland: vrouwen door hun partner bedwelmd, verkracht en gefilmd".

De voorzitter:

Ik open de vergadering van dinsdag 9 juni 2026. Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan mevrouw Armut voor haar vragen namens de fractie van het CDA aan de minister van Justitie en Veiligheid, die ik van harte welkom heet in het parlement. Het woord is aan mevrouw Armut.

Mevrouw Armut (CDA):

Dank, voorzitter. Het is te triest en te walgelijk voor woorden: vrouwen worden in hun eigen huis, in hun eigen slaapkamer, door hun eigen partners gedrogeerd, seksueel misbruikt, en gefilmd. Alsof dat nog niet erg genoeg is, worden de beelden in besloten groepen en op obscure websites verspreid. Eerder onthulde CNN netwerken waarin mannen elkaar tips geven over hoe ze hun vrouw kunnen drogeren en misbruiken. Het CDA heeft hier al vragen over gesteld, onder andere of Nederlandse servers een rol spelen en of er Nederlandse daders zijn. We weten inmiddels dat dat het geval is. De Nederlandse politie heeft acht verdachten geïdentificeerd en meerdere mannen aangehouden. De meest prominente website, Motherless, draait op een server in Steenbergen. Hoe immoreel deze website is, blijkt wel uit het statement op de site: "Als je iemand de inhoud van deze website kwalijk wilt nemen, neem het dan de freaks van de wereld kwalijk, niet ons." Dat is te lezen op de website. Wat het CDA betreft nemen we het Motherless wél kwalijk. Mijn eerste vraag aan de minister is of deze website nu eindelijk op zwart gaat. Hoeveel kansen verdient zo'n site volgens de minister voordat deze definitief offline wordt gehaald?

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Van Weel:

Voorzitter, dank. Dank ook voor deze vraag en de gelegenheid om hierop te reageren. Ik denk dat dit een zaak is die werkelijk iedereen in Nederland heeft geschokt. We kennen allemaal de zaak van Gisèle Pelicot, waar internationaal met afgrijzen naar is gekeken. We kennen de enorme moed die deze vrouw had om in alle openbaarheid de meest verschrikkelijke details te geven. We hebben gehoord over hetgeen haar is aangedaan door haar eigen partner.

Regelmatig kwam de vraag langs of dit nu ook in Nederland gebeurt. Hoewel we dat natuurlijk niet wisten, konden we het ook niet uitsluiten. Helaas zijn nu ook in Nederland een aantal van dit soort zaken aan het licht gekomen. Overigens gebeurde dat in dit geval door tips van diensten uit het buitenland, namelijk uit Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Het is verschrikkelijk. Ik kan me niks ergers voorstellen dan dat dit je aangedaan wordt door je eigen partner, met wie je een leven opbouwt en op wie je echt zou moeten kunnen vertrouwen. Het is bovendien verschrikkelijk dat je daar niet eens van op de hoogte bent en dan ineens dit nieuws te horen krijgt. De haren rijzen mij te berge en mijn maag draait ervan om. Het is verschrikkelijk. We zullen dan ook alles doen om deze slachtoffers te beschermen. De politie heeft specialisten in dienst die in dit soort gevallen de steun kunnen bieden die nodig is om dit trauma te verwerken. Dat staat natuurlijk los van de opsporing en de vervolging in deze zaken. U vertelde dat er acht verdachten in beeld zijn. Er zijn er vier aangehouden, maar het onderzoek stopt daar niet. Het onderzoek begint natuurlijk bij de deelnemers van deze besloten chatgroepen.

Voorzitter. Dat brengt me meteen bij een uitdaging. Die gaat over die besloten chatgroepen. We zien steeds vaker dat juist niet-openbare websites en besloten chatgroepen met end-to-endencryptie, zoals Motherless — ik kom zo meteen terug op het antwoord op die vraag — worden gebruikt voor de meest walgelijke illegale content. In dit geval is dat dus het drogeren van partners en het delen van materiaal. In sommige stukken heb ik ook kunnen lezen dat het verplicht is om eigen materiaal te delen, zodat iedereen gecompromitteerd is en die cirkel van vertrouwen niet breekt. Dit is voor opsporingsdiensten echt een enorme uitdaging. Op dit moment kan de politie daar alleen toegang toe krijgen als iemand melding doet van een strafbaar feit in zo'n groep, dan wel als de politie zelf aanleiding heeft om zo'n strafbaar feit te vermoeden. Dat is niet altijd het geval, zeker niet in dit soort besloten groepen. Ik wil dus absoluut gaan kijken naar wat we daarvoor mogelijk kunnen maken, dus naar hoe we ervoor zorgen dat we veel beter toezicht kunnen houden op dit donkerste en vuilste steegje van het internet, waarin op dit moment dit soort activiteiten plaatsvinden.

Dan kom ik op uw vraag. Die dingen vinden niet alleen daar plaats; de video's worden ook geplaatst op openbare platforms. Motherless is daar een voorbeeld van. Het OM heeft daarop gereageerd. Het heeft die website offline gehaald en het illegale materiaal — het ging hier ook om drogeerporno — offline gehaald en in beslag genomen. Als een website daarna schoon is, dus als er geen illegale content meer op staat, is er juridisch gezien geen reden om die website permanent offline te houden. Maar er zijn natuurlijk wel nieuwe onderzoeken aan het licht gekomen. Het OM zal ook de informatie van de NOS van de afgelopen weken meewegen, die zelfs impliceert dat medewerkers van Motherless betrokken zouden zijn bij strafrechtelijke aspecten. Uiteindelijk kan dat in de stapeling wel degelijk aanleiding zijn om het definitief offline te halen. Wat voorop staat, is dat dit een van de meest verschrikkelijke vormen van misbruik is. Alle steun voor de slachtoffers. We moeten echt zorgen dat we meer grip krijgen op hoe we dit kunnen aanpakken, zeker in die duistere krochten waar we niet makkelijk bij komen.

Mevrouw Armut (CDA):

Dank aan de minister voor de beantwoording. Het is duidelijk dat we hier te maken hebben met een ongekende en juridisch ingewikkelde vorm van misdaad. Maar het is bovenal een nieuw dieptepunt voor de veiligheid van vrouwen. Het is nauwelijks te bevatten dat vrouwen in hun eigen huis misbruikt kunnen worden. Het gaat hier om een digitale infrastructuur waarin seksueel geweld wordt voorbereid, aangemoedigd, vastgelegd en verspreid. Daders wanen zich anoniem. Hosts en platforms kijken weg. Dat hebben we ook in dit geval gezien. Slachtoffers worden getraumatiseerd en de beelden daarvan blijven circuleren. Het gaat hier ook om de vraag wie de wet nou uiteindelijk beschermt.

Onder deze omstandigheden kunnen we niet voldoende doen. Dat zegt de minister eigenlijk ook. Dat is ook gewoon gebleken de afgelopen weken. Voor het Openbaar Ministerie ligt de lat om een site offline te kunnen halen, heel erg hoog. Het OM moet kunnen aantonen dat een site opzettelijk meedoet aan uitbuiting of verkrachting. Is de minister bereid om die lat lager te leggen, zodat het OM sneller kan ingrijpen?

Voorzitter. Als dat juridisch gezien te ingewikkeld is, kunnen we dan een zorgplicht instellen voor sites waarmee nalatigheid kan worden aangetoond? Als een website niet aantoonbaar de verantwoordelijkheid neemt om verkrachtingsfilmpjes, kinderporno en extreem seksueel geweld te bestrijden, kan dan direct en definitief de stekker uit die site worden getrokken?

Minister Van Weel:

We hebben in Europa de Digital Services Act. Daarin is op dit moment niet voorzien in een zorgplicht. Op dit moment moeten die platforms op het moment dat er melding wordt gemaakt van illegaal materiaal, dat zo snel mogelijk offline halen. Dat doen ze ook. Maar als je mij diep in mijn hart kijkt en mij vraagt of dat voldoende is, dan zeg ik dat we klaar zijn voor de volgende stap. We moeten bedenken hoe we ervoor kunnen zorgen dat dit soort platforms niet meer onschendbaar zijn als het gaat om datgene wat uiteindelijk via hun platform wordt gedeeld. Daarin moet iets meer verantwoordelijkheid komen. Ik zal ernaar gaan kijken of dat een vorm van een zorgplicht wordt of anderszins, in overleg met de collega van Economische Zaken. We zullen het ook inbrengen in de evaluatie van de Digital Services Act, die komend jaar gaat spelen. Ik denk dat dat belangrijk is, omdat je uiteindelijk die Europese massa nodig zal hebben om die platforms te dwingen tot ander gedrag.

Mevrouw Armut (CDA):

Ik hoop dat de minister niet gaat wachten om te onderzoeken of dit een mogelijkheid is tot de evaluatie van de Digital Services Act, want we moeten ook de vrouwen beschermen die dit nu overkomt. We moeten dit voorkomen. Ik denk mee over wat de mogelijkheden zouden kunnen zijn. Zou de minister bereid zijn om met de Autoriteit Persoonsgegevens, Offlimits, de politie en het OM te onderzoeken of het mogelijk is om, na de DSA en het strafrecht, de AVG-route actiever te gebruiken tegen websites die structureel seksueel misbruikmateriaal of non-consensueel beeldmateriaal hosten? Dat is al eerder gedaan bij een pornowebsite, dus ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt.

Minister Van Weel:

Ik ben altijd bereid om daarnaar te kijken. Ik denk dat we alle zeilen moeten bijzetten om dit fenomeen een halt toe te roepen. Als dit een route is die eerder behulpzaam is gebleken, dan wil ik daar graag over in overleg treden.

Mevrouw Armut (CDA):

Dan nog even over de slachtoffers. Je ziet bij dit soort zaken namelijk vaak dat slachtoffers zich onterecht ontzettend schamen, dat er een hele hoge drempel is om het überhaupt te melden en dat ze twijfelen om het te melden. Je ziet ook hoe belangrijk het is dat, als ze melden, er opvolging wordt gegeven aan hun meldingen. In de beantwoording van eerdere vragen van het CDA gaf de minister aan dat meldingen op verschillende wijzen worden geregistreerd, waardoor er eigenlijk geen eenduidige cijfers kunnen worden gegeven. Is de minister bereid te zorgen voor een duidelijke laagdrempelige meldroute voor vrouwen die vermoeden dat ze zijn gedrogeerd of misbruikt door hun partner? Hoe gaat die er dan uitzien volgens de minister?

Minister Van Weel:

Ik ben niet echt een voorstander van één route. Dat ligt ook aan het punt dat ieder slachtoffer daar op een andere manier mee omgaat. Zoals u zegt, zijn er slachtoffers die het uit schaamte alleen maar melden aan hun naasten en dat verder niet breder wil delen, of die überhaupt niks zeggen, of die pas na tien jaar wat zeggen. Er zijn ook mensen zoals de enorm dappere Gisèle Pelicot, die gewoon naar de autoriteiten ging en vol in de wind in die rechtszaak ging staan. Voor de een is dus een melding bij de politie aangelegen en voor anderen zijn dat instanties zoals Veilig Thuis of een meldpunt, bijvoorbeeld het meldpunt Onder Controle, waar je dit soort zaken kunt melden. De grote uitdaging met deze verschrikkelijke vorm van porno, is dat mensen het vaak gewoon niet weten. Dat maakt deze vorm zo verschrikkelijk, omdat iemand onbewust, soms jarenlang onwetend uitgebuit wordt en te schande wordt gemaakt, zoals we hebben gezien in het voorbeeld van mevrouw Pelicot.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Deze zaken, waarin sprake is van vrouwen die gedrogeerd worden en van wie de beelden na verkrachting worden gedeeld, zijn geen incidentele zedenzaken. Voor mij is dat gewoon georganiseerd seksueel geweld. Dat vraagt een stevige aanpak. Ik wil het volgende vragen, ook in het licht van de bevoegdheden van de politie en de capaciteit die zij heeft. Wat mag de politie op dit moment doen om in deze onlinechatgroepen te kunnen infiltreren, om daarmee de daders vroegtijdig op te sporen en op te pakken?

Minister Van Weel:

Eén. Je moet weten dat deze chatgroepen er zijn. Ik noemde net al het karakter ervan. Mensen worden na selectie toegelaten en moeten dan zelf compromitterend materiaal maken, anders krijgen ze zelf geen toegang. Dat zorgt, net als bij een normaal crimineel netwerk, voor vertrouwen of eigenlijk niet voor vertrouwen. Het zorgt ervoor dat chantabele personen zo'n groep vormen. De kans dat iemand daaruit melding maakt ... Je leest nu dat een aantal van deze mensen blij zijn dat ze gepakt zijn. Ik mag hopen dat mensen tot inkeer komen als ze in zo'n chatgroep zitten en dit soort materiaal maken, maar dat gebeurt natuurlijk lang niet altijd. Je bent afhankelijk van iemand die daar toevallig langskomt of van een melding van een slachtoffer uit zo'n groep. Als er aanleiding is voor de verdenking van een strafbaar feit, dan kan de politie heel veel. De hele grote uitdaging is: "Hoe zit het voor dat punt? Hoe kom je er dan in?" Dat is niet eenvoudig door end-to-end encryption, door de beperking van de hackbevoegdheid die de politie heeft en door het afgescheiden karakter van dit soort chatgroepen. In dit geval is dat gelukt. Ik denk eigenlijk dat men daarover gestruikeld is en dat men daardoor deze melding heeft kunnen doen, waardoor dit netwerk, deze groep, offline is gehaald, maar ik ben niet zo naïef om te denken dat dit de enige is.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Laten we niet wachten totdat dit vaker gebeurt. Wat ons betreft hebben sites als Motherless geen plek in Nederland. Anders zijn onze wetten gewoon niets waard. Ik wil de minister vragen: waarom gaan de toezichthouders hier niet veel proactiever mee aan de slag? Want dat kunnen ze wel, maar dat gebeurt nu niet.

Minister Van Weel:

Mevrouw Van der Werf is ongetwijfeld ook langs geweest bij onder andere de ATKM en de stichting Offlimits. Zij werken zich een slag in de rondte om illegaal materiaal op te sporen en om de meldingen die zij daarvan krijgen, te verwerken. Ze maken daar bijvoorbeeld verwijderingsbevelen en zorgen ervoor dat die sites daarop reageren. De meeste sites reageren daarop. Een hoop sites modereren gelukkig ook zelf en zorgen ervoor dat dit soort rotzooi er niet op komt te staan. Bij Motherless werd dat niet gedaan. Daar werd inderdaad illegaal materiaal aangetroffen. Het OM heeft besloten om dat illegale materiaal in beslag te nemen en te onderzoeken, en om de site offline te halen. Op het moment dat er verder geen sprake is van een structurele verdenking dat ze daar actief aan meewerken en er geen illegale content meer op staat, wordt het heel lastig om zo'n site blijvend uit de lucht te halen. Ik heb eerder al gezegd: als er andere routes zijn, bijvoorbeeld via de AVG, om daar meer op te doen, dan zullen we dat zeker doen. Ook de recente berichten over Motherless, zoals die door de NOS aan het licht zijn gekomen, worden natuurlijk door het OM meegenomen in de verdere besprekingen.

Mevrouw Faber (PVV):

In de media is te lezen dat de politie een schokkend netwerk heeft blootgelegd. Het is ook internationaal. Tot zover bekend zijn er vier arrestaties verricht; je zou meer arrestaties verwachten in zo'n omvangrijke zaak. Dus hoe omvangrijk is deze zaak? En is er al meer bekend over het daderprofiel en het slachtofferprofiel?

Minister Van Weel:

Ik kan zeker niet uitsluiten dat het nog tot meer aanhoudingen komt, zeker als hier niet alleen sprake is geweest van misbruik in de "huiselijke kring", om het zo maar te noemen, want het duidt erop dat de slachtoffers en de daders zich zo tot elkaar verhouden. Heel veel meer wil ik er vanuit het belang van het onderzoek nu niet over zeggen, maar dat is inderdaad waar we het over hebben. Als er ook sprake is geweest van een zaak zoals bij mevrouw Pelicot, waarbij er ook anderen zijn uitgenodigd om deel te nemen aan het misbruik, dan kan het aantal aanhoudingen natuurlijk nog flink oplopen. Dat is wat we op dit moment weten.

Mevrouw Faber (PVV):

Dank u voor deze beantwoording. Dan heb ik nog een vraag aan de minister. Op het moment dat er meer bekend is en u in de gelegenheid bent om de Kamer in te lichten, bent u dan bereid om dat ook schriftelijk te doen?

Minister Van Weel:

Ja, altijd. Daarbij volg ik dan wel altijd de berichtgeving van het OM en de politie, die natuurlijk als eersten aan zet zijn om te kijken wanneer het in het belang van het onderzoek is om daar verdere mededelingen over te doen. Maar die zal ik dan ook onverkort aan uw Kamer doen toekomen.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Bij de door drugs gefaciliteerde seksuele aanranding of verkrachting wordt het slachtoffer opzettelijk bedwelmd of gedrogeerd om haar weerloos te maken voor seksueel misbruik. Ik ben benieuwd of het kabinet bereid is om te onderzoeken of dit, net als geweld of bedreiging, als een afzonderlijke strafverzwarende omstandigheid in het Nederlands zedenrecht moet en kan worden opgenomen.

Minister Van Weel:

Ik denk dat de Wet seksuele misdrijven in ieder geval veel meer strafbaar heeft gemaakt dan daarvoor strafbaar was, ook waar het gaat om dingen die online plaatsvinden en om slachtoffers die niet wilsbekwaam zijn. Ik ben gaarne bereid om deze vraag nog een keer terug te nemen en te kijken of daar aanleiding is voor meer.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Heel fijn. In Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk bestaan al specifieke systemen voor registratie, monitoring en vroegtijdige signalering van dit soort zaken om patronen en netwerken sneller in beeld te krijgen. De vraag is of de minister bereid is te onderzoeken welke elementen van deze aanpak ook in Nederland kunnen worden toegepast. Denk daarbij aan landelijke protocollen voor signalering en snelle toxicologische screening en het sneller detecteren van verdovende middelen zoals GHB.

Minister Van Weel:

Ik ben gaarne bereid om daarnaar te kijken. Nogmaals, dit is een relatief nieuw fenomeen. Ook de politie is geschrokken, met name van het onlinekarakter en de proliferatie ervan. Dus ik denk dat dat zeker verdient om ook te kijken naar wat andere landen wellicht al doen, waar wij van kunnen leren.

Mevrouw Becker (VVD):

Wat een roofdier ben je, als mannen elkaar onderling in appgroepen gaan ophitsen om hun eigen vrouw te verkrachten en beelden daarvan te delen, en zelf tips geven hoe je dat het beste kunt doen. Dat moeten we echt onmogelijk maken door de politie mee te laten kijken en te laten ingrijpen op die digitale plekken waar dat geweld wordt georganiseerd. Nou kan dat in het Verenigd Koninkrijk voor een deel al, en dat moeten wij hier wat mij betreft ook gaan doen. Daarom zou de VVD eigenlijk willen voorstellen om deze vorm van georganiseerd seksueel geweld niet alleen als een strafverzwaringsgrond maar eigenlijk als een aparte vorm van misdaad apart strafbaar te stellen. We zijn er in Nederland heel goed in om de georganiseerde misdaad aan te pakken. Laten we dit ook zien als een vorm van georganiseerde misdaad, maar dan seksueel, zodat de politie meer bevoegdheden krijgt en deelnemers aan de appgroepen, zonder dat ze iets doen, eigenlijk lid zijn van een criminele organisatie. Wil de minister dat toezeggen?

Minister Van Weel:

Ja, dat wil ik met alle liefde toezeggen. Zoals ik net zei: dit fenomeen verdient gewoon een brede en open blik op dit moment. De suggesties van mevrouw Becker neem ik graag mee, net als die van mevrouw Coenradie.

Mevrouw Dobbe (SP):

Ik denk dat dat heel goed is. Ik las het en vond het zó walgelijk. Het raakt mij als vrouw en een heleboel vrouwen, íédere vrouw in de kern dat er zo'n misdaad tegen je gepleegd kan worden in je eigen huis door je eigen man en door andere mannen, die daartoe worden uitgenodigd. Het is een misdaad tegen vrouwen, tegen hun lichaam, tegen hun veiligheid in hun eigen huis. Het is denk ik ook heel goed dat die platforms worden aangepakt en ook de groepen waarin dit wordt gedeeld. Maar de minister zei net ook dat het ook gaat om opsporing. Natuurlijk, de opsporingsdiensten hebben het moeilijk hiermee omdat het moeilijk is om dit op te sporen en het dan aan te pakken. Maar dit soort georganiseerd seksueel misbruik, verkrachting op deze collectieve schaal, kun je alleen maar aanpakken …

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

Mevrouw Dobbe (SP):

… als je straffeloosheid aanpakt. Mijn vraag is: is er wel genoeg capaciteit bij de opsporingsdiensten? Lopen we daar tegen drempels aan? Het zou namelijk echt verschrikkelijk zijn als er gewoon niet genoeg capaciteit is om dit op te sporen en aan te pakken.

Minister Van Weel:

Het vorige kabinet en het kabinet daarvoor investeerden en ook dit kabinet investeert extra in niet alleen zeden, maar ook in online. En daar ligt nou net de nexus hiervoor. We zien gewoon dat de onlinecriminaliteit toeneemt. Dat geldt dus ook voor deze heftige vorm van criminaliteit. Dus ja, we investeren daar meer in, maar ik wil ook echt kijken naar de bevoegdheden die we hebben. Daar ben ik niet alleen in. Ik merk ook in Europees verband dat we in de worsteling tussen privacy en opsporing continu moeten kijken welk belang er nu zwaarder weegt in bepaalde gevallen. Dat geldt zeker hier, waar het gaat om slachtoffers die vaak niet eens weten dat ze slachtoffer zijn. Zij zijn dan alleen maar afhankelijk van ofwel iemand die wroeging krijgt ofwel iemand die toevallig daarover struikelt en melding doet. Ik zou willen dat we daar proactief veel meer tegen kunnen doen, dat we daar ook achteraan kunnen gaan, dat we ook een laag dieper kunnen, ook in besloten appgroepen op het moment dat er aanleiding is om te veronderstellen dat dit soort praktijken daar plaatsvinden. Dat zal niet eenvoudig zijn. We herinneren ons allemaal de discussie in deze Kamer over de CSAM-verordening, die betrekking heeft op child sexual abuse, en over waar privacy zwaarder weegt en waar het opsporings- of het verwijderingsbelang. Ik wil dat gesprek wel aangaan, want uiteindelijk is deze meest kwetsbare vorm … Ik stel die maar gelijk aan kinderporno, waarbij opsporing als eerste prioriteit heeft om slachtoffers veilig te stellen. Dat is hier ook het geval. Dit zijn weerloze mensen, die zich gewoon vaak nog in een misbruiksituatie bevinden. Prioriteit één van de diensten is om die eruit te halen. Prioriteit twee — politie en OM zitten hier vol bovenop — is om iedereen te pakken die daar schuldig aan is en die voor het gerecht te brengen.

Mevrouw Dobbe (SP):

Kijk, dit is niet zomaar een zedenzaak. Ik ben het eens met de voorgaande sprekers: dit is een georganiseerde vorm van misdaad die wordt gepleegd tegen vrouwen. Maar kijk naar hoe de afhandeling van zedenzaken verloopt. We weten dat er door alle bezuinigingen in het verleden zedenzaken en ook verkrachtingszaken zijn die gewoon nog steeds, ondanks dat er nu investeringen zijn in capaciteit, te lang op de plank blijven liggen.

De voorzitter:

Komt u tot een vraag.

Mevrouw Dobbe (SP):

Daarom dus mijn vraag: zijn er genoeg zedenrechercheurs? Zijn er daadwerkelijk genoeg rechercheurs om deze zaken op te pakken naar aanleiding van alle bezuinigingen die er in het verleden zijn geweest?

Minister Van Weel:

Nogmaals, wij hebben geïnvesteerd — niet alleen dit kabinet heeft dat gedaan, maar ook het vorige kabinet — in het omhoogbrengen van de zedencapaciteit. Het is wel zo dat — de heer Struijs zal dat ook weten — het verloop onder zedenrechercheurs groter is dan in andere vakgebieden, gewoon vanwege de heftigheid van het werk. Deze zaak geeft denk ik heel illustratief weer hoe heftig het is om hierin te moeten duiken en deze ellende te moeten kunnen opsporen. Maar we zullen daarin blijven investeren, in bredere zin. We hebben natuurlijk net het Rekenkameronderzoek gehad naar de doorloop in de strafrechtketen. Daarin zien we dat er ook bij de prioritaire zaken, zoals jeugd en zeden, nog steeds sprake is van achterstanden. Daar zullen we ook met een deltaplan moeten komen om te zorgen dat we afkomen van die voorraad en dat we de juiste prioriteiten stellen in welke zaken snel door die keten heen moeten. Dit is een zaak waarvan ik weet dat politie en OM er nu echt bovenop zitten. Dus daar hoeft u zich in ieder geval geen zorgen om te maken.

Kamerlid Kostić (PvdD):

We hebben het vandaag over één voorbeeld van geweld en haat tegen vrouwen, maar ik wil ook met z'n allen vandaag vaststellen dat dit geen incident is, maar een voorbeeld van een heel groot veiligheidsprobleem voor vrouwen, dat ook een heel groot maatschappelijk probleem is, namelijk dat de meeste vrouwen zich thuis gewoon niet veilig kunnen voelen. Erkent de minister dat dit een enorm groot veiligheidsprobleem is en geen incident, en dat we hier als maatschappij en politiek echt maatregelen voor moeten treffen?

Minister Van Weel:

Ja, dat herken ik absoluut. Dat kun je ook terugzien in de statistieken van rechtszaken, namelijk dat uiteindelijk de meeste onveiligheid voor vrouwen uit een huissituatie of uit een relatie of een verbroken relatie komt, en dat daar ook patronen in zijn te herkennen. Dit is dan weer een nieuw fenomeen. Je kunt dit niet zomaar zien als een opmaat naar femicide. Dit is een compleet andere perverse uitspatting, maar ik ben het er absoluut mee eens dat het bijdraagt aan de onveiligheid van vrouwen, ook in een situatie waar ze eigenlijk het veiligst zouden moeten zijn.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik weet niet of de minister zomaar kan stellen dat dit geen opmaat is naar iets nog veel ergers, maar ik ben blij dat de minister erkent dat dit geen incident is maar dat we te maken hebben met een structureel veiligheidsprobleem. Dan vraag ik de minister toch om met een brief te komen waarin hij aan de Kamer uitlegt welke maatregelen hij gaat treffen. Ik verzoek hem ook breder te kijken, want het begint natuurlijk niet bij seksueel geweld; het begint bij de talkshows, bij de studentenverenigingen en dáár moet ook naar gekeken worden. Is de minister het daarmee eens en wil hij zo'n brief sturen naar de Kamer?

Minister Van Weel:

Ik wil me allereerst even concentreren op dit fenomeen. Ik ben in bredere zin bezig met femicidebeleid. Ik kom ook op hele korte termijn met een brief daarover. Separaat hebben wij het gehad over eergerelateerd geweld; ook daar kom ik op hele korte termijn in een brief op terug. Ik heb een aankondiging gedaan van een verkenning van Clare's Law, zoals die in het VK actief is. Er lopen dus een heleboel sporen. Ik zie dit nu als een nieuw spoor en als een schokkend spoor. Ik heb vandaag, hier in dit debat, al een aantal toezeggingen gedaan om deze specifieke vorm, namelijk seksueel misbruik door je partner, nu aan te gaan pakken. Ik wil me daar even op concentreren en daar wil ik graag een brief over sturen.

De heer Struijs (50PLUS):

Minister, wat mij betreft spreken we hier van structurele en georganiseerde misdaad. We hebben het over een exces, maar het komt helaas heel veel voor. Ik heb twee concrete vragen hierover. Politiemensen in het veld geven aan dat er hele goeie wetgeving aankomt — daar bent u mee bezig en die gaan we van harte steunen — maar dat ze al virtual agents hebben die kunnen worden ingezet bij georganiseerde misdaad.

De voorzitter:

Komt u tot een vraag.

De heer Struijs (50PLUS):

Kunnen we die inzet op korte termijn, in het kader van het georganiseerde karakter van de misdaad, uitbreiden om die platforms bloot te leggen? Een tweede punt dat ik heel graag naar voren breng, is het volgende. Ethische hackers hebben mij het verontrustende beeld laten zien van al deze excessen die zij zien. Dan heb ik het echt over de meest verschrikkelijke dingen, zoals seks met beesten, kinderen en nu dit verschrikkelijke fenomeen. Is er een samenwerkingsverband mogelijk tussen de ethische hackers en politie, justitie of anderszins?

Minister Van Weel:

Beide neem ik mee in de brief. Wat betreft het punt van de virtual agents is de uitdaging, denk ik, inderdaad om in zo'n groep te komen. Dat hebben we ook gezien bij de aanpak van kinderporno. Mensen beseffen wel degelijk dat ze illegaal bezig zijn en werpen dus grote drempels op om binnen te komen in zo'n cirkel. Maar het lukt daar en het moet hier dus ook kunnen. Als virtual agents daarbij helpen, zetten wij die met alle plezier in.

Het tweede beeld herken ik zeer, en ook de samenloop daarvan, waarbij het bekijken en plaatsen van terroristisch materiaal ook over kan gaan in seks met dieren, in dit soort walgelijke porno, in mensen die random in elkaar geslagen worden en in terroristische daden. Er is dus een hoek van ons internet waar al dit vuil bijeenkomt. Ik wil dat de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal gaat bekijken of zij haar mandaat breder moet trekken om ook dit soort content offline te kunnen halen, maar ik ben ook gaarne bereid om te kijken of we ook iets kunnen doen met ethische hackers, dan wel meldingen door hen.

De voorzitter:

Uw tweede vraag.

De heer Struijs (50PLUS):

Tot slot over het laatste. Ik ben echt op zoek naar een loket waar mensen die dit op internet tegenkomen, het gelijk veilig kunnen melden, net als groepen zoals ethische hackers met goede intenties, zodat die dit snel kwijt kunnen aan politie en justitie. Ik wacht met spanning het antwoord in de brief af. Dank u wel.

Minister Van Weel:

Ja, en ten slotte: deels kunnen ze dat al. Ik noem het maar even. Offlimits is een meldpunt voor alle illegale content die mensen willen melden, of dat nou hackers zijn of burgers. Er wordt dan gezorgd dat die content zo snel mogelijk offline wordt gehaald. De ATKM is een ander loket waar dit gedaan wordt, maar nogmaals, ik kom daar in de brief uitgebreider op terug.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid in de Kamer en voor de beantwoording van de gestelde vragen.

Vragen Beckerman

Vragen van het lid Beckerman aan de minister van Financiën over het bericht dat ING de bonusregels voor bankiers omzeilt.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Beckerman voor haar vragen namens de fractie van de SP aan de minister van Financiën, die ik van harte welkom heet in het parlement. Gaat uw gang, mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

Goedemiddag. Weten we het nog: de wereldwijde economische crisis van 2008 en de verwoestende gevolgen daarvan in Nederland? De gevolgen voor Nederlandse huishoudens waren enorm. Veel mensen kregen ontslag en vonden geen baan. Alleen al in de bouw waren dat 230.000 bouwvakkers. Snoeiharde bezuinigingen op onze sociale zekerheid, onze zorg, onze gemeenten. En 32 miljard van óns geld was nodig om de banken te redden. Na deze crisis kwam er een belangrijke maatregel: het inperken van bonussen van bankiers. Die was bedoeld om de graaicultuur tegen te gaan en de stabiliteit van de financiële sector te versterken. Het was alles om niet opnieuw in zo'n economische crisis te komen. En nu? Uit een artikel in De Groene Amsterdammer blijkt dat ING weer riante bonussen mag uitdelen, ook aan de hoogste bankiers. Wat vindt de minister, die ook verantwoordelijk is voor de financiële stabiliteit, hiervan?

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Heinen:

Excuus, voorzitter, ik dacht: er komt nog een betoog aan.

De voorzitter:

Ik eigenlijk ook.

Minister Heinen:

Dank u wel voor deze vragen. Laat me nog een paar inleidende woorden daarbij schetsen. Het is inderdaad zoals mevrouw Beckerman zegt. Na de financiële crisis, en dat is nu bijna twintig jaar geleden, zijn er in Europees verband afspraken gemaakt over de hoogte van variabele beloningen in de financiële sector. Nederland heeft destijds deze regels strenger geïmplementeerd dan andere landen, precies vanwege de redenen die mevrouw Beckerman aangeeft. Tot vandaag de dag behoren de Nederlandse regels ook tot de strengste in Europa. Waar in Europa een maximale beloning geldt van 100% van het vaste salaris, is dat in Nederland 20%. Waar in Europa de regels vooral gericht waren op grote banken en grote beleggingsinstellingen, zijn die in Nederland gericht op álle financiële instellingen.

De beloningswetgeving waar mevrouw Beckerman naar verwijst betreft wetgeving uit 2016. In die wetgeving zit inderdaad een uitzondering voor internationaal opererende bedrijven. Als 75% van het aantal werknemers van de gehele groep drie tot vijf jaar buiten Nederland werkzaam is, dan kunnen werknemers van de moedermaatschappij uitgezonderd worden van de Nederlandse regels. Zij zijn dan gehouden aan de Europese regels. Dat is niet nieuw. Deze mogelijkheid bestaat al sinds 2016, dus al ruim tien jaar sinds de implementatie van de wet. De Nederlandsche Bank houdt toezicht op deze beloningsregels. Banken moeten dat dus ook aan hen verantwoorden, niet aan het ministerie van Financiën.

Recent is door de Tweede Kamer een amendement ingediend bij de Wet chartaal betalingsverkeer om de beloningsregels aan te passen zodat deze beter aansluiten bij de huidige tijd. Dat is dus geen voorstel van het kabinet geweest; dat was een voorstel van de zijde van de Kamer. Hiermee is de reikwijdte van de wet aangepast om deze meer in lijn te brengen met de Europese regels, ook vanuit een breed gedragen wens vanuit deze Kamer om geen koppen op Europese wetgeving te zetten. Deze wet en dit amendement zijn inmiddels ook in alle transparantie zowel in de Tweede als de Eerste Kamer aangenomen. De Nederlandse beloningsregels blijven ook daarna de strengste van Europa.

Nou begreep ik dat er een artikel was in De Groene Amsterdammer. Ik heb dat zelf niet kunnen lezen, want het zit achter een betaalmuur. Maar ik begreep ook dat ING, de bank waar mevrouw Beckerman naar verwijst, heeft aangegeven dat ze geen gebruikmaken van deze uitzondering.

Mevrouw Beckerman (SP):

Hele korte tweede vraag. De minister zegt: in de wet zit een uitzondering. De Kamer is, toen die uitzondering in de wet kwam, beloofd dat die niet gebruikt zou worden door banken en dat er ingegrepen zou worden als die mogelijkheid er toch zou zijn voor banken. Wat gaat de minister daaraan doen?

Minister Heinen:

Ik weet niet of die belofte is gedaan. Dat was denk ik mijn voor-voor-voorganger; de heer Dijsselbloem heeft die wet destijds behandeld. Ik weet wel dat die wet in de tussentijd verder is aangescherpt, ook door mijn voorgangers. En dit kabinet heeft gezegd: we gaan de wet niet aanpassen. Er is ook een motie door uw Kamer ingediend. Dat is de motie-Bushoff. Die riep het kabinet op om de bonuswetgeving niet verder aan te passen. Die motie heb ik oordeel Kamer gegeven. Ik heb nogmaals aangegeven dat het kabinet het ook niet van plan is. We houden het gewoon zoals het is. Maar ik heb de wens van de Kamer natuurlijk te respecteren. En beloftes uit het verleden … Dat weet ik niet. Naar mijn beste weten maakt ING, waar mevrouw Beckerman naar verwijst, geen gebruik van deze uitzondering. Ik wijs er wel op dat als zij daartoe zouden besluiten, dat wettelijk gezien kan. Maar nogmaals, ze hebben geloof ik in dat artikel waar mevrouw Beckerman naar verwijst, aangegeven daar geen gebruik van te maken.

Mevrouw Beckerman (SP):

Het was het eerste wapenfeit van de nieuwe coalitie: het verhogen van de bonussen bij banken. Het was een zeer opmerkelijke keuze dat je dat als eerste wilt doen: hogere bonussen bij banken. Maar wat de coalitie daarna deed, was nog veel pijnlijker, want gewone mensen betalen de prijs. Weer zijn er loeiharde bezuinigingen op zorg, sociale zekerheid, WIA, WW en AOW. Er is wél geld voor bankiers, maar de werkende klasse moet langer doorwerken en wordt gestraft bij pech en ongeluk, bij werkloosheid of bij ziekte. Opmerkelijk genoeg werden de hogere bonussen bij banken hier verdedigd door te stellen dat het alleen zou gaan om functies zoals in de ICT en niet voor functies aan de top. Nu blijkt uit het artikel van De Groene dat er bij ING wel degelijk bonussen aan de top kunnen worden uitgedeeld. Dat gaat dus lijnrecht in tegen de lijn die het kabinet dit jaar nog verdedigde. Is de minister hierop gedraaid of staat de lijn van eerder dit jaar nog? Stelt hij, met andere woorden, de financiële zekerheid voorop of de belangen van bank-CEO's?

Minister Heinen:

De uitzondering waar mevrouw Beckerman naar verwijst, zit in de wet. Die zit al tien jaar in de wet; die is niet aangepast. Ik ben ook niet van plan om die aan te passen. Dit kabinet heeft niet het voornemen om de beloningsregels aan te passen. Door de Kamer is een amendement ingediend. Het is ook aan de Kamer om dat te verdedigen. Ik constateer dat het zowel door de Tweede als door de Eerste Kamer is aangenomen. Als ik terughaal hoe dat debat is verlopen, meen ik mij te herinneren dat de Tweede Kamer — dat waren althans de indieners van het amendement — heeft aangegeven vooral te kijken hoe we de wetgeving meer in lijn kunnen brengen met de Europese wetgeving en kunnen voorkomen dat ook de IT'er of de helpdeskmedewerker binnen de reikwijdte van de wet onder de strengere regels valt, zoals mevrouw Beckerman zegt. De "top", om die zo maar even te noemen — wij noemen die "identified staff" — die invloed uit kan oefenen op het risicoprofiel van financiële instellingen, valt specifiek niet onder de aanpassing. Die blijft dus onder de strengere wetgeving vallen. Ik wijs erop: die is ook echt de strengste in Europa. Het kabinet heeft niet de intentie die aan te passen.

Mevrouw Beckerman (SP):

Het valt me eigenlijk wel op dat de minister heel procesmatig antwoordt, maar niet ingaat op de cruciale vraag die onder de strenge wetgeving ligt. Waarom hebben we die strenge wetgeving? Waarom hebben we die? Omdat we lange tijd in een verwoestende economische crisis zaten. Er was een parlementaire enquête nodig om uit te zoeken hoe dat was gekomen. Heel belangrijk waren die bonussen, omdat die ervoor zorgden ... Ik ga even citeren uit de parlementaire enquête, pagina 79. Daar spreekt de heer Kalff. "Het (de beloningen) is een van de oorzaken van de crisis, maar ze zijn geholpen door de aspecten die we eerder bij de kop hebben gehad: het werken op korte termijn, het koppelen van de resultaten van personen of een afdeling aan het inkomen. Hierdoor raken integriteit en respect natuurlijk heel gauw op de achtergrond." Als dit zo grote gevolgen had voor onze economie en deze maatregel zo hard nodig was, waarom gaat het kabinet daar dan zo laks mee om door weer hoge bonussen mogelijk te maken?

Minister Heinen:

Nogmaals, het kabinet heeft geen aanpassingen gedaan. De regels zijn om goede redenen geïmplementeerd, zowel op Europees niveau als in Nederland. Dat ben ik met mevrouw Beckerman eens. Nederland heeft gezegd: wij gaan die strenger implementeren dan omringende landen. Dit kabinet heeft geen voornemen en is niet van plan om die regels aan te passen. Er is vanuit de Kamer wel de wens geuit om die aan te passen. Dat is uiteraard aan de Kamer. Conform de motie-Bushoff die het kabinet, nogmaals, opriep geen verdere aanpassingen te doen, hebben wij gezegd: dat gaan we dus ook niet doen. Met alle respect voor mevrouw Beckerman moet ik dus heel eerlijk zeggen: dit kabinet heeft geen wijzigingen aangebracht in wetgeving; voor zover er uitzonderingen zijn, worden die niet gebruikt door het bedrijf waar mevrouw Beckerman naar verwijst.

De voorzitter:

Afrondend, heel kort.

Mevrouw Beckerman (SP):

De coalitie van deze minister heeft wel aanpassingen gedaan. Mijn laatste vraag is: gaat het kabinet daar dan ook tegenin, omdat het nu lijkt te kiezen voor de bankiers, terwijl de werkende klasse de prijs keihard aan het betalen is?

Minister Heinen:

Nogmaals, ik ben geen onderdeel van de coalitie; ik ben onderdeel van het kabinet. Het kabinet is dat niet voornemens. Dat kan ik hier nogmaals bevestigen.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Zojuist sprak ik Niels. Hij is vader van twee pubers en heeft een vrouw. Het gaat gewoon om een gezin met een middeninkomen, maar wel met zorg- en inkomensondersteuning. Door de kabinetsplannen zien zij hun zorgkosten door het dak gaan en hun inkomen met honderden euro's afnemen. Mijn vraag aan deze minister is eigenlijk heel simpel: wat is er eerlijk aan dat topbankiers de mogelijkheid krijgen om gewoon nog hogere bonussen uit te reiken, terwijl gewone mensen met de rekenmachine door de supermarkt moeten lopen om te kijken welke boodschappen ze nog kunnen betalen? Vindt de minister dat rechtvaardig? Vindt hij dat uit te leggen?

Minister Heinen:

Nogmaals, zij krijgen die mogelijkheid niet. Die hadden ze al op basis van een wet die al tien jaar hier in het parlement ligt. Nogmaals, dit kabinet heeft daar geen extra ruimte voor geboden.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

De uitleg van de regels door de minister klopt. Mevrouw Beckerman had het volgens mij over de commissie onder leiding van De Wit. Ik weet dat hebzucht daarin een van de discussiepunten is geweest. Daarom heb ik de volgende vraag aan de minister, want de regels zijn helder; daar is weinig aan toe te voegen. Wat vindt de minister hiervan in de huidige tijdspanne, waarin mensen moeilijk rond kunnen komen?

Minister Heinen:

Dat is meer een gewetensvraag. Die kan ik ook wel beantwoorden. Ik zit hier dubbel in, zal ik u eerlijk vertellen. Ik vind ten principale dat het vaststellen van beloningen en het beloningsbeleid aan ondernemers is. Bedrijven gaan zelf over wat ze hun werknemers uitkeren. Tegelijkertijd stel ik mezelf soms ook weleens de vraag: wanneer is iets genoeg? Hoeveel is iets soms extra waard? Kan het niet wat minder? Dat is wel een private mening. Dat zeg ik niet namens het kabinet. Ik denk wel dat anderen in het kabinet dat gevoel delen. Maar ik ben daar voorzichtig in, omdat dat vaak leidt tot extra wet- en regelgeving. Dat staat op gespannen voet met ondernemersvrijheid. Nogmaals, de ondernemer gaat zelf over wat hij de werknemer uitkeert. Dit kan ik erover zeggen. Ik sta ten dienste van de publieke sector. Ik werk al mijn hele carrière in de publieke sector. Wij verdienen hier met elkaar vorstelijk. Dat is meer dan genoeg. Ik streef persoonlijk zelf geen hogere salarissen, hogere inkomens, na. Ik streef vooral gezondheid en heel veel geluk voor mijn kinderen na. Dat is niet altijd in geld uit te drukken.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.

Vragen Ergin

Vragen van het lid Ergin aan de staatssecretaris Herstel Toeslagen over het bericht "De rechter schaft dwangsommen voor toeslagenouders af, omdat die te veel tijd kosten".

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Ergin voor zijn vragen namens de fractie van DENK aan de staatssecretaris van Financiën, die ik van harte welkom heet in het parlement. Het woord is aan de heer Ergin.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Dat voor veel ouders de toeslagenhel inmiddels een herstelhel is geworden, hebben we allemaal gezien. We staan hier heel vaak. De ene keer gaat het hier over dat ouders überhaupt geen dossier krijgen. De andere keer gaat het er hier in het parlement in de plenaire zaal over dat er opeens 64 miljoen documenten opduiken in een digitale kluis. Vandaag moeten we het, helaas, zeg ik daarbij, weer hebben over hoe de hersteloperatie is vastgelopen vanwege de uitspraak van de Raad van State. Ik kan daar heel lang over uitweiden, maar ik heb één simpele vraag aan deze staatssecretaris: hoe gaat het volgens deze staatssecretaris met de hersteloperatie?

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor uw vraag, meneer Ergin. Het is natuurlijk zo dat veel gedupeerde ouders voor een deel gecompenseerd en geholpen zijn, maar helaas is dat nog niet voldoende. Sommige mensen komen in aanmerking voor aanvullende compensatie van schade. We zijn het erover eens dat het te lang duurt. Dat heeft ook de Raad van State aangegeven in de uitspraak. De hoogste bestuursrechter heeft aangegeven dat zelfs dwangsommen niet meer helpen om de overheid te manen tot spoedige beslissingen. Dat is een hele pijnlijke constatering, want die wijst op een heel groot gebrek in de hersteloperatie. Ik kan me ook voorstellen dat het bij ouders emoties oproept, dat het pijn doet. Dat kan ik me helemaal voorstellen.

Dat is mijn eerste antwoord.

De heer Ergin (DENK):

Ik ga de staatssecretaris een beetje helpen met de duiding die de Raad van State, de hoogste bestuursrechter, heeft gegeven. Daarin wordt gesproken over een vastgelopen systeem, een ontluisterend vooruitzicht voor ouders en een situatie die de geloofwaardigheid van de rechtsstaat ondermijnt. Welke van deze drie componenten vindt de staatssecretaris zelf het meest zorgwekkend?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Als ik hierop reflecteer, dan kunt u zich voorstellen dat we de uitspraak uiteraard nog nader gaan bestuderen. Met name de versnelling van die hersteloperatie is een enorm belangrijk punt van mijn aandacht. Dat hebben we al eerder met elkaar geconstateerd. Dat is ook de reden geweest waarom mijn ambtsvoorganger om een spoedadvies heeft gevraagd via de commissie-Van Dam. Daar zijn we natuurlijk volop mee bezig. Het moet namelijk versneld worden. Ik heb gezien dat de Raad van State spreekt van een ontluisterende termijn van achttien jaar. Dat was nog zonder de bezwaar- en beroepsprocedures die daarachter wegkomen. Dan zou het zomaar eens nog vele jaren langer kunnen doen. Ik vind het dus ook belangrijk om dat te blijven benadrukken, dat er een stelselwijziging en een advies nodig was. Dat zijn we nu met elkaar aan het uitvoeren.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Dit is geen uitvoeringskwestie alleen. Het is niet alleen een kwestie van zaken die niet soepel verlopen. Dit gaat om iets heel principieels. Dit gaat er namelijk om dat we het in onze rechtsstaat zo hebben geregeld dat een burger middels dwangsommen de overheid kan dwingen om een besluit te nemen. Dat dat niet meer werkt … Ik ga citeren uit de uitspraak van de Raad van State: de afdeling ziet onder de geschetste omstandigheden geen mogelijkheid om de Dienst Toeslagen tot besluitvorming conform de wet te bewegen. Wat hier staat, is dus geen uitvoeringskwestie meer. Dit is iets heel principieels. Dit gaat over de rechtsbescherming van mensen. Ik zou aan de staatssecretaris willen vragen wat er van die rechtsbescherming overblijft als de burgers, mensen in het land, niet eens via de rechter de overheid in beweging kunnen krijgen. Waar zijn we dan in beland, zou ik aan de staatssecretaris willen vragen.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ik heb inderdaad gelezen dat de Raad van State, onze hoogste bestuursrechter, tot de pijnlijke conclusie is gekomen dat zelfs een dwangsom niet meer werkt als prikkel om het bestuursorgaan in beweging te krijgen. Sterker nog, de Raad van State geeft aan dat de hersteloperatie verzand is, dat de inhoudelijke behandeling van procedures eigenlijk in het gedrang is gekomen. Zij geven ook aan dat het geen zin meer heeft om nog eens een extra financiële prikkel op te leggen. Eigenlijk vind ik dat een hele pijnlijke constatering, zoals gezegd. Het maakt niet uit voor de doorlooptijd. Daarom zien ze ervan af. Dat geeft namelijk enigszins ruimte aan de hersteloperatie om te werken aan de inhoudelijke afhandeling van de zaken die nog liggen, zo schrijft de Raad van State ook.

De heer Ergin (DENK):

Ik verwacht van deze staatssecretaris geen college over wat er in de uitspraak staat. Ik verwacht van deze staatssecretaris geen uitleg over wat er in die uitspraak staat. Die uitspraak is helder. Ik verwacht van deze staatssecretaris dat deze staatssecretaris via dit podium richting de ouders gaat vertellen hoe deze staatssecretaris ervoor gaat zorgen dat de rechtsbescherming, waar ouders recht op hebben, hersteld gaat worden. In plaats daarvan krijg ik alleen maar antwoorden als "we gaan het bestuderen" en dat de staatssecretaris de constateringen die door de Raad van State naar voren zijn gebracht ook erg vindt, maar ik verwacht actie van deze staatssecretaris. Ik wil graag weten hoe de staatssecretaris gaat repareren dat toeslagenouders weer de rechtsbescherming kunnen genieten die we eigenlijk ooit hebben bedoeld in dit huis.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ik begrijp uw zorgen enorm. Ik vind het ook belangrijk dat mensen ook hun rechtsbescherming krijgen door middel van de behandeling van de bezwaren en beroepen die er liggen. Die inhoudelijke behandeling is dus ontzettend belangrijk. Dat is ook de reden waarom we sinds de komst van de Raad van State-uitspraak ambtelijk bezig zijn met een plan van aanpak: hoe gaan we versnellen en hoe gaan we ervoor zorgen dat die prop aan inhoudelijke bezwaren en beroepen die er nog liggen, zo snel en zo zorgvuldig mogelijk wordt afgehandeld?

De heer Ergin (DENK):

De staatssecretaris zegt "zo snel en zo zorgvuldig mogelijk". "Zo snel mogelijk" zou moeten betekenen dat we eind 2027 klaar zijn, maar de Raad van State zegt: het gaat nog achttien jaar duren. "Zo zorgvuldig mogelijk", zegt de staatssecretaris, maar in de uitspraak van de hoogste bestuursrechter staat letterlijk dat de procedures die zijn ingericht, dus de alternatieve herstelroutes, niet deugen, dat de ouders onvoldoende geïnformeerd worden, dat ze onvoldoende rechtsbescherming krijgen. Ik verwacht dus echt meer van deze staatssecretaris dan alleen duiding. Ik verwacht actie en ik verwacht oplossingen vanuit deze staatssecretaris. Ik ga een constatering doen: ik hoor die oplossingen niet. Ik hoor ze gewoon niet.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Die oplossingen proberen we natuurlijk wel degelijk te vinden, al in de eerste plaats doordat we het advies van Van Dam aan het invoeren zijn. We zien dat we daarmee een aanzienlijke versnelling in het kader van de behandeling van aanvullende compensatie aan het realiseren zijn. In die zin betekent het ook, zoals de Raad van State ook aangeeft: als er nu niets gebeurt en als we blijven doorgaan op de weg die we ingeslagen zijn, dan gaat het nog heel lang duren. Maar dat is nou precies de reden waarom we het advies van de commissie-Van Dam aan het uitvoeren zijn. Dit móét ook sneller. Daar hebben ouders recht op. Ik heb nog steeds de harde ambitie om eind '27 het financiële deel van de hersteloperatie te hebben afgerond.

De heer Mathlouti (D66):

Deze toeslagenaffaire heeft, op zijn zachtst gezegd, het vertrouwen van een hele grote groep Nederlanders in de overheid geschaad, het vertrouwen dat de overheid naast mensen staat in plaats van tegenover hen. Dat laatste is natuurlijk wel degelijk gebleken in deze hele affaire. Daar komt deze uitspraak van de Raad van State nog bij. Ik hoorde de staatssecretaris iets zeggen over versnelling, ook naar aanleiding van de commissie-Van Dam, ook in haar betoog zojuist. Ik ben vooral benieuwd wat zij nu precies gaat doen — dit mag ook schriftelijk naar deze Kamer komen — om dit proces te gaan versnellen.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Zoals al aangegeven, hebben we acties om te werken aan versnelling in gang gezet. Maar u begrijpt natuurlijk dat we deze uitspraak ook nader zullen gaan duiden en bestuderen om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat we die plannen van aanpak, ook om die versnelling te gaan realiseren, zo concreet mogelijk kunnen weergeven. Ik wil er dus met alle liefde gehoor aan geven om uw Kamer daar schriftelijk verder over te informeren.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

De Raad van State schetst inderdaad een zorgelijk beeld. We hebben enerzijds de discussie over de dwangsommen, de prikkel eigenlijk om snelheid te maken. Vervolgens is het de vraag of de routes die voor versnelling moeten zorgen, voldoen aan de bedoeling van de wet. Ik hoor iets in de trant van: we gaan interpreteren. Maar wat is nou volgens de staatssecretaris een geloofwaardig pad vooruit voor al die ouders die wachten op herstel? Wanneer horen zij van de staatssecretaris "we hebben het geanalyseerd; dit gaan we doen; dit kunt u van ons verwachten"?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ik sta absoluut voor de adviezen die de commissie-Van Dam heeft gegeven om te komen tot die versnelling. Ik wil daar dus ook heel graag mee verdergaan. Daar komt bij dat er nu een uitspraak is van de Raad van State. Die hebben we een aantal dagen geleden ontvangen. Die wil ik bestuderen en nader duiden. Ik wil ook zo snel als mogelijk de uitkomst van die duiding met uw Kamer delen, zodat we elke onrust die hier mogelijk over zal ontstaan, zo snel mogelijk kunnen wegnemen. Het gaat erom dat mensen goed geholpen worden. Gelukkig zien we nu dat de andere routes, dus Stichting (Gelijk)waardig Herstel en MijnHerstel, al op stoom aan het komen zijn.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Op stoom komen is natuurlijk fijn, maar dan moet de wettelijke basis wel kloppen. Mijn tweede vraag luidt als volgt. Op het moment dat zo'n uitspraak er komt, denk ik dat een hersteloperatie zeker heel goed is. De Kamer moet dan ook proactief worden geïnformeerd over hoe nu verder te gaan. Maar nu staan we hier weer naar aanleiding van mondelinge vragen. Ik had het echt beter gevonden, richting de ouders maar ook richting de Kamer, als dit proactief vanuit het kabinet zelf was gekomen.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Dat begrijp ik, maar we zijn op dit moment nog bezig met de duiding. Het is een uitspraak van een paar dagen oud. Het kost even wat tijd, maar we proberen dat zo snel mogelijk te doen.

De heer Vermeer (BBB):

Snapt de staatssecretaris dat mensen in het land dit totaal niet begrijpen? Bij deze gedupeerden wordt het criterium gehanteerd dat een dwangsom moet helpen om het proces te versnellen. Mensen die bijvoorbeeld permanent een recreatiewoning bewonen, moeten gewoon wel dwangsommen betalen van de overheid. Zij hebben er ook geen enkel perspectief op dat die dwangsom gaat helpen, want er is gewoon helemaal geen woning voor die mensen. Het is toch onuitlegbaar dat dit op deze manier wordt uitgesproken en dat er op deze manier ongelijkheid zit in hoe mensen worden behandeld?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Nee. Zoals ik net al heb aangegeven, vind ik het een uitermate pijnlijke constatering dat die financiële prikkel om het bestuursorgaan in beweging te krijgen volgens de hoogste rechter geen zin heeft.

De heer Vermeer (BBB):

Dit gaat er toch niet alleen om of die prikkel zin moet hebben? Het gaat toch ook om recht doen aan mensen die langer moeten wachten dan eigenlijk menselijk zou zijn? Ik vind het gewoon echt verbijsterend. De IND betaalde het afgelopen jaar wel 79 miljoen aan mensen die in asielprocedures zaten. Mensen die op de afhandeling van de toeslagen zitten te wachten, krijgen te horen: die prikkel helpt toch niet, dus we gaan dat niet meer doen. Hoe zijn wij op dit punt beland? Betekent dit ook — dat is even de vraag — dat de staatssecretaris die dwangsommen niet meer gaat uitkeren? Wat gaat ze doen nu?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Een enorm aantal dwangsommen is natuurlijk reeds verbeurd. Daar zullen we niet op terugkomen. Nogmaals, ik wil een nadere duiding geven aan de uitspraak, maar ik heb u al gezegd dat ik het een uitermate pijnlijke constatering vind.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

De uitspraak heeft inderdaad twee elementen in zich. Enerzijds is dat rondom de dwangsommen, maar anderzijds zijn er ook de zorgen die de Raad van State uit over de vraag of de herstelroutes niet op gespannen voet staan met de Wet hersteloperatie toeslagen. Wanneer heeft de staatssecretaris de analyse klaar? Wordt er dan een wetsvoorstel voorbereid om deze leemte op te vullen?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Om te beginnen met het laatste stukje van uw vraag, dus of er een wetswijziging wordt voorbereid: dat is natuurlijk afhankelijk van de duiding. Die moeten we natuurlijk zo snel mogelijk doen. Nogmaals, ik sta heel erg voor het advies dat is gegeven door de commissie-Van Dam. Ik vind het belangrijk dat we blijven werken binnen de kaders van de Wht. Het is belangrijk dat we het goed duiden en zo snel mogelijk met een nadere toelichting komen.

De heer Ergin (DENK):

Ik vind het zo bijzonder dat er meerdere malen is verwezen naar de commissie-Van Dam. De commissie-Van Dam heeft 502 dagen geleden een advies uitgebracht. We zijn nu 502 dagen verder. Nogmaals, zelfs de hoogste rechter zegt dat dit niet werkt, dat het onder de motorkap niet goed is geregeld en dat de ouders niet goed worden geholpen. Eigenlijk — dat is dan mijn interpretatie — is er sprake van uitholling van rechtsbescherming. De staatssecretaris kan hier dan toch niet met droge ogen blijven zeggen dat het allemaal wel goed gaat komen?

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Ik begrijp uw zorg. Ik begrijp de emotie. Maar we moeten natuurlijk wel verder komen. Het is ook belangrijk dat de Commissie Werkelijke Schade, die zulke lange wachtrijen heeft van mensen die al jaren … Ik hoef het u niet uit te leggen. Mensen die al jaren in de wachtrij staan, moeten nu gewoon geholpen worden. Dat betekent dat we de andere methodieken aan het opschalen zijn. Dat begint op stoom te komen. Het heeft natuurlijk een aanlooptijd gehad. Dat is logisch, maar gelukkig zit er progressie in.

De heer Ergin (DENK):

Ik had vandaag op z'n minst het volgende van de staatssecretaris verwacht. De staatssecretaris wist vanochtend dat ze hiernaartoe zou komen. Ik had verwacht dat ze met de toezegging zou komen dat op z'n minst de capaciteit van de behandelaars op haar departement zou worden vergroot, zodat we op z'n minst snelheid kunnen maken en in de uitvoering dingen sneller zouden kunnen doen. Zelfs dat zegt de staatssecretaris niet. Ik hoop dat de staatssecretaris inziet dat ze richting de Kamer, maar met name richting de ouders, toch echt iets meer moet doen dan alleen uitspraken lezen en naar commissierapporten verwijzen, maar dat er gewoon ook actie moet komen.

Staatssecretaris Palmen-Schlangen:

Zoals ik net ook al heb aangegeven is dit voor mij ook aanleiding geweest om direct richting mijn departement te zeggen: zorg nu voor een goed plan van aanpak, zodat we de prioritering kunnen gaan bijstellen. We hebben nu één kans om de achterstanden inhoudelijk proberen weg te werken en ik vind dat we er alles op alles op moeten inzetten om dat voor elkaar te krijgen.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor haar aanwezigheid en de beantwoording van de gestelde vragen. Ik schors een enkel ogenblik, waarna we zullen gaan stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering.

Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:

Van der Plas, voor de gehele week.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:

Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over twee brieven van het Presidium (36959, nrs. 1 en 2).

Ik begreep dat de heer Boomsma een punt heeft voor de stemmingslijst.

De heer Boomsma (JA21):

Ja, voorzitter, dank. Ik wil onder agendapunt 22 van de stemmingslijst, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Hernieuwbare energie, graag de motie op stuk nr. 451 (31239) over realistische scenario's voor zon en wind aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Boomsma stel ik voor zijn motie (31239, nr. 451) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Ik zie een verzoek van lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter. Ik zou u willen verzoeken om de stemmingen onder agendapunt 9 over het EU-ASEAN-verdrag uit te stellen, omdat er een brief is gekomen van de minister, die grote nieuwe vragen oproept. Daar willen we het eerst bijvoorbeeld via een schriftelijk overleg over hebben, voordat we daarover stemmen. Dus graag wat coulance van de Kamer.

De voorzitter:

Lid Kostić stelt voor om de stemmingen over agendapunt 9 tot nader order uit te stellen. Die staat op pagina 4 van de stemmingslijst. Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Krul (CDA):

Prima om dat een week uit te stellen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Steun.

Mevrouw Beckerman (SP):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Steun.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

De heer Struijs (50PLUS):

Steun.

De heer Köse (D66):

Steun, voorzitter.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Steun.

De voorzitter:

Dan gaan we dat doen. Agendapunt 9 wordt vandaag niet in stemming gebracht en is uitgesteld.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met een nieuwe vergunningplicht bij bepaalde asbestwerkzaamheden

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met een nieuwe vergunningplicht bij bepaalde asbestwerkzaamheden ten behoeve van de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2668 (36843).

(Zie vergadering van 27 mei 2026.)

In stemming komt het amendement-Jimmy Dijk/Patijn (stuk nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met een nieuwe vergunningplicht bij bepaalde asbestwerkzaamheden

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met een nieuwe vergunningplicht bij bepaalde asbestwerkzaamheden ten behoeve van de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2668,

te weten:

de motie-Kisteman over een overzichtelijke tabel van alle afzonderlijke verplichtingen voor ondernemers naar de Kamer sturen (36843, nr. 10);

de motie-Van Ark over minder zware vergunningverplichtingen onderzoeken voor erkende werkmethoden bij laag-risicowerkzaamheden met asbest (36843, nr. 11);

de motie-Van Ark over per vergunningcategorie de noodzaak, proportionaliteit en veiligheid van de eisen onderbouwen (36843, nr. 12);

de motie-Van Ark/Patijn over borgen dat risicogericht toezicht en ketenvolging niet verslechteren door de overgang naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet (36843, nr. 13);

de motie-Neijenhuis/Schoonis over een ambitieuze doelstelling voor vermindering van de regeldruk (36843, nr. 14).

(Zie vergadering van 27 mei 2026.)

De voorzitter:

De motie-Van Ark/Patijn (36843, nr. 13) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Landelijk Asbestvolgsysteem wordt beëindigd en asbestmeldingen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet zullen gaan lopen;

overwegende dat het Landelijk Asbestvolgsysteem nu wordt gebruikt voor risicogericht toezicht en het volgen van het ketenproces van asbestverwijdering;

overwegende dat de Arbeidsinspectie heeft aangegeven dat het onzeker is of risicogericht toezicht na het vervallen van het Landelijk Asbestvolgsysteem op hetzelfde niveau mogelijk blijft;

verzoekt de regering ervoor zorg te dragen dat de periode waarin geen risicogericht toezicht mogelijk is, zo kort mogelijk is, en in die periode het toezicht op asbestsaneringen zo veel mogelijk te borgen via andere vormen van toezicht,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 13 (36843).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Kisteman (36843, nr. 10).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Ark (36843, nr. 11).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Ark (36843, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Ark/Patijn (36843, nr. ??, was nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Neijenhuis/Schoonis (36843, nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerking te verstevigen en enkele andere wijzigingen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b) (36621).

(Zie vergadering van 27 mei 2026.)

De voorzitter:

Er is een stemverklaring van lid Kostić. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dank, voorzitter. De stemverklaring gaat over de motie op stuk nr. 10 (36688) van het lid Ellian over Jos Leijdekkers. Sierra Leone heeft te maken met extreme armoede. Meer dan 70% van de bevolking leeft onder de armoedegrens en het land is nog herstellende van een bloedige burgeroorlog en een ebola-uitbraak. We kunnen een VVD-minister die bereid is om broodnodige ontwikkelingshulp stop te zetten als drukmiddel om Jos Leijdekkers uitgeleverd te hebben, niet los zien van deze motie. Wij zijn voor gerichte sancties tegen de politieke top van Sierra Leone, maar de Partij voor de Dieren kan deze motie niet steunen, omdat het risico te groot is dat de burgerbevolking van Sierra Leone hierdoor geraakt wordt.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel.

In stemming komt het amendement-Maeijer (stuk nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Bushoff (stuk nr. 10, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 10 voorkomende gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Claassen (stuk nr. 18, I) tot het invoegen van een onderdeel 0A.

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, DENK, de SGP, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 18 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Maeijer (stuk nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Bushoff (stuk nr. 19, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 19 voorkomende gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Maeijer (stuk nr. 12) tot het vervallen van onderdeel B.

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Maeijer (stuk nr. 11) tot het vervallen van artikel IV.

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de gewijzigde amendementen-Bushoff (stuk nrs. 10, I en II) en de gewijzigde amendementen-Bushoff (stuk nrs. 19, I tot en met IV).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemming motie Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerking te verstevigen en enkele andere wijzigingen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b),

te weten:

de motie-Bushoff over voorkomen dat gegevens bij zeldzame aandoeningen te herleiden zijn tot individuen (36621, nr. 16).

(Zie vergadering van 27 mei 2026.)

De voorzitter:

De motie-Bushoff (36621, nr. 16) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat deze wet de uitwisseling van gevoelige gezondheidsgegevens bij bevolkingsonderzoeken mogelijk maakt;

constaterende dat herleidbaarheid naar de patiënt gezien de gevoeligheid van de gegevens onwenselijk kan zijn;

overwegende dat uit de memorie van toelichting blijkt dat bij zeer zeldzame aandoeningen volledige onherleidbaarheid niet te garanderen is;

overwegende dat de regering per ministeriële regeling zal uitwerken welke gegevens gedeeld worden en op welke wijze;

verzoekt de regering bij de uitwerking van deze ministeriële regeling ook bij zeldzame aandoeningen zo veel mogelijk te voorkomen dat de gegevens zijn te herleiden tot het betreffende individu,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 16 (36621).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bushoff (36621, nr. ??, was nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake uitlevering

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 18 december 2023 te Rabat tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake uitlevering (Trb. 2024, 1) (36688-(R2205)).

(Zie vergadering van 28 mei 2026.)

De voorzitter:

Er is een stemverklaring van het lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Sorry, voorzitter. Het is een wat drukke dag. Ik heb mijn stemverklaring eigenlijk net al voorgelezen. Die gold dus voor deze stemming.

De voorzitter:

Ik dacht al zoiets. Het is in ieder geval goed in het verslag terechtgekomen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake uitlevering

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 18 december 2023 te Rabat tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake uitlevering,

te weten:

de motie-Faber over vreemdelingen niet gelijkstellen met personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten (36688, nr. 7);

de motie-Faber over nederland niet indirect binden aan de islamitische mensenrechten (36688, nr. 8);

de motie-Ellian over het aantal uitleveringsverzoeken aan Marokko intensiveren en grote criminele samenwerkingsverbanden ontmantelen (36688, nr. 9);

de motie-Ellian over alles in het werk stellen om Jos Leijdekkers zijn gevangenisstraf te laten uitzitten (36688, nr. 10);

de motie-Mohandis over niet uitleveren als er aanwijzingen zijn van vervolging om politieke redenen (36688, nr. 11);

de motie-Mohandis over jaarlijks informeren over de effectiviteit van het uitleveringsverdrag tussen Marokko en Nederland (36688, nr. 12).

(Zie vergadering van 28 mei 2026.)

In stemming komt de motie-Faber (36688, nr. 7).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Faber (36688, nr. 8).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellian (36688, nr. 9).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellian (36688, nr. 10).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mohandis (36688, nr. 11).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mohandis (36688, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden (Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden) (36867).

(Zie wetgevingsoverleg van 1 juni 2026.)

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Ceder/Heera Dijk (stuk nr. 14, I) tot het invoegen van een artikel IVA.

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit nader gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 14 voorkomende nader gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de nader gewijzigde amendementen-Ceder/Heera Dijk (stuk nrs. 14, I en II).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden (Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden),

te weten:

de motie-Ceder/Tseggai over concrete afspraken maken over ondersteuning en huisvesting van de openbare lichamen (36867, nr. 12);

de motie-Ceder/Tseggai over het ARPA-advies over de bezoldiging van politieke gezagsdragers BES spoedig en met een positieve grondhouding behandelen (36867, nr. 13).

(Zie wetgevingsoverleg van 1 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Ceder/Tseggai (36867, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Tseggai (36867, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Wijziging begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2026 samenhangende met de Voorjaarsnota

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota),

te weten:

de motie-Tijmstra c.s. over leegstaande bedden in verpleeghuizen inzetten voor logeerzorg ter ondersteuning van mantelzorgers (36915-XVI, nr. 12);

de motie-Van Brenk/Bushoff over verpleeghuisbewoners met hun Wlz-indicatie aanspraak laten maken op een gordelroosvaccinatie (36915-XVI, nr. 13);

de motie-Van Brenk over bewerkstelligen dat mensen weten hoe hoog de eigen bijdrage is voordat zij een Wlz-indicatie aanvragen (36915-XVI, nr. 14);

de motie-Van Brenk over het mogelijk maken dat een Wlz-indicatie wordt ingetrokken (36915-XVI, nr. 15);

de motie-Dobbe over de automatische verhoging van het eigen risico per 2027 niet door laten gaan (36915-XVI, nr. 16);

de motie-Dobbe over onderzoeken hoeveel zorggeld er jaarlijks wordt uitgegeven aan andere doeleinden dan het leveren van zorg (36915-XVI, nr. 17);

de motie-Dobbe over bezuinigingen op de Wlz verzachten met geld dat overblijft binnen het Wlz-budget (36915-XVI, nr. 18);

de motie-Dobbe over niet bezuinigen op de gehandicaptenzorg en de langdurige ggz (36915-XVI, nr. 19);

de motie-Dobbe over vrouwen met dicht borstweefsel ondersteunen om een MRI te ondergaan wanneer zij dat niet zelf kunnen betalen (36915-XVI, nr. 20);

de motie-Dobbe over de loonkloof tussen de vvt en de rest van de economie verkleinen (36915-XVI, nr. 21);

de motie-Dobbe over niet bezuinigen op pandemische paraatheid (36915-XVI, nr. 22);

de motie-Maeijer over de NVSHA als volwaardig partner laten aansluiten bij gesprekken over de budgetbekostiging SEH (36915-XVI, nr. 23);

de motie-Maeijer over extra ondersteuning voor DemenTalent (36915-XVI, nr. 24);

de motie-Bikker c.s. over een onafhankelijke beoordeling van de Nederlandse pandemische paraatheid (36915-XVI, nr. 25);

de motie-Coenradie over meer regie van de minister op spreiding en concentratie van ziekenhuizen (36915-XVI, nr. 26);

de motie-Coenradie over een afbouwpad voor externe inhuur binnen VWS (36915-XVI, nr. 27);

de motie-Coenradie over de OVV scherper afbakenen (36915-XVI, nr. 28).

(Zie wetgevingsoverleg van 1 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Maeijer stel ik voor haar motie (36915-XVI, nr. 23) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Van Brenk (36915-XVI, nr. 15) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Brenk en Wendel.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 15 (36915-XVI).

De motie-Bikker (36915-XVI, nr. 25) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de eerdere bezuinigingen op de pandemische paraatheid in betekenisvolle mate zijn teruggedraaid en er met deze Voorjaarsnota geïnvesteerd wordt in de voorbereiding op toekomstige pandemieën;

overwegende dat het van groot belang is om tijdig te toetsen of de huidige investeringen, maatregelen en ondersteuning van betrokken partijen voldoende zijn om Nederland voldoende weerbaar te maken tegen toekomstige grootschalige infectie-uitbraken;

overwegende dat het beleid rond infectieziekten en (pandemische) paraatheid nooit klaar is maar constant onderhoud, bijsturing en actualisering vergt;

verzoekt de regering het beleid voor infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid periodiek te laten toetsen door een onafhankelijk publiek instituut, met daarbij in ieder geval de vraag of het kabinet voldoende maatregelen treft om de pandemische paraatheid te versterken en op orde te houden en of daartoe de uitvoerende instanties voldoende zijn toegerust,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 25 (36915-XVI).

De motie-Coenradie (36915-XVI, nr. 26) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet meer regie wil nemen op spreiding en concentratie van zorg, terwijl bereikbaarheid, regionale spreiding en continuïteit van streekziekenhuizen van groot belang blijven;

overwegende dat concentratie van ziekenhuiszorg vaak wordt onderbouwd met verwachte doelmatigheids-, personeels- en kwaliteitswinst, terwijl daarbij nog altijd wordt verwezen naar onder meer het IPSE-onderzoek naar schaal- en synergie-effecten bij de spoedeisende hulp uit 2013;

overwegende dat aannames over de financiële, personele en kwalitatieve effecten van concentratie actueel, toetsbaar, domeinoverstijgend en niet vrijblijvend moeten zijn;

verzoekt de regering om uit te werken hoe de minister meer regie neemt op spreiding van ziekenhuiszorg, en welke bestuurlijke of wettelijke instrumenten daarvoor nodig zijn, en verzoekt het ministerie in samenwerking met veldpartijen concreet, cijfermatig, domeinoverstijgend en actueel te onderzoeken in hoeverre schaalvergroting door concentratie en differentiatie leidt tot lagere kosten, personeelswinst en betere kwaliteit van zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 26 (36915-XVI).

De motie-Coenradie (36915-XVI, nr. 28) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kosten van de OVV oplopen, dat binnen deze regeling fraude is vastgesteld en dat het hierbij voornamelijk gaat om uitgeprocedeerde vreemdelingen;

overwegende dat noodzakelijke zorg beschikbaar moet blijven, maar zorggeld niet mag weglekken door fraude, oneigenlijk gebruik of langdurige afhankelijkheid van de regeling;

overwegende dat de OVV niet mag uitgroeien tot een structureel parallel systeem voor mensen zonder verblijfsrecht;

verzoekt de regering om met behoud van toegang tot noodzakelijke zorg de OVV scherper af te bakenen en maatregelen uit te werken om fraude, oneigenlijk gebruik en langdurige afhankelijkheid van de regeling tegen te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 28 (36915-XVI).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Tijmstra c.s. (36915-XVI, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk/Bushoff (36915-XVI, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

We doen de stemming over de motie opnieuw.

In stemming komt de motie-Van Brenk/Bushoff (36915-XVI, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Mevrouw Van Brenk, meneer Struijs, meneer Bushoff, gaan we er hoofdelijk over stemmen? Dat gaan we horen van de heer Bushoff.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):

Dan houden we 'm even aan, voorzitter.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Brenk stel ik voor haar motie (36915-XVI, nr. 13) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van Brenk (36915-XVI, nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Brenk/Wendel (36915-XVI, nr. ??, was nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe (36915-XVI, nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (36915-XVI, nr. 17).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (36915-XVI, nr. 18).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (36915-XVI, nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe (36915-XVI, nr. 20).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (36915-XVI, nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (36915-XVI, nr. 22).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Maeijer (36915-XVI, nr. 24).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bikker (36915-XVI, nr. ??, was nr. 25).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Coenradie (36915-XVI, nr. ??, was nr. 26).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen ...

We hebben een technisch mankement. We doen de motie op stuk nr. 26 opnieuw. Ik schors voor een enkel ogenblik. Blijft u in de buurt, want we gaan zo gewoon verder met stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Ik verzoek de leden om hun plaatsen in te nemen. Meneer Stoffer, mevrouw Den Hollander, we gaan verder met de stemmingen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Coenradie (36915-XVI, nr. ??, was nr. 26).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36915-XVI, nr. 27).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Coenradie (36915-XVI, nr. ??, was nr. 28).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming brief Verzoek tot naamswijziging van de politieke partij GroenLinks-PvdA naar Progressief Nederland (PRO)

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium inzake het verzoek tot naamswijziging van de politieke partij GroenLinks-PvdA naar Progressief Nederland (PRO) (36959, nr. 2).

De voorzitter:

Er is een stemverklaring van de heer Bontenbal. We wilden de climax eigenlijk een beetje opvoeren, meneer Bontenbal. Gaat uw gang.

De heer Bontenbal (CDA):

Ik had er eigenlijk wel meer verwacht.

Voorzitter. Vandaag mogen we ons als Kamer uitspreken over de nieuwe naam van fusiepartij PRO. We hebben hier vandaag als CDA-fractie lang over vergaderd en we zullen na ampel beraad voor deze wijziging stemmen. De tegenstanders in mijn fractie betoogden dat we met het verlies van de PvdA een oude rivaal kwijtraken en dat je een rivaal moet koesteren. We herinneren ons alle keren dat het CDA en de PvdA in de afgelopen decennia niet alleen de verzorgingsstaat opbouwden, maar elkaar ook flink het leven hebben zuur gemaakt. De voorstanders in mijn fractie hebben het pleit uiteindelijk beslecht met het argument dat uit fusiepartijen ook mooie dingen kunnen ontstaan. We zijn altijd bereid om onze decennialange ervaring daarmee met de fractievoorzitter van PRO te delen en we wensen PRO een behouden vaart en een welgemeend succes.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

En dan nu de stemming, over het voorstel van het Presidium om akkoord te gaan met het verzoek van de fractie van GroenLinks-PvdA om vanaf woensdag 10 juni 2026 de naam Progressief Nederland (PRO) te voeren.

In stemming komt het voorstel van het Presidium (36959, stuk nr. 2).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

(Geroffel op bankjes)

Stemming brief Verzoek tot naamswijziging van de Groep Markuszower

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium inzake het verzoek tot naamswijziging van de Groep Markuszower (36959, nr. 1).

De voorzitter:

In stemming komt het voorstel van het Presidium om níét akkoord te gaan met de door de Groep Markuszower voorgestelde naamswijziging en de naamgeving "Groep Markuszower" te handhaven.

In stemming komt het voorstel van het Presidium (36959, stuk nr. 1).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Verantwoordingsdebat over het jaar 2025

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het Verantwoordingsdebat over het jaar 2025,

te weten:

de motie-Stultiens over aanvullend beleid voor het halen van de kabinetsdoelen (36945, nr. 8);

de motie-Stultiens c.s. over in een verbeterplan opvolging geven aan alle aanbevelingen van de Rekenkamer (36945, nr. 9);

de motie-Stultiens/Oosterhuis over het transitieplan richting meer onafhankelijke controle van de overheidsfinanciën in gang zetten (36945, nr. 10);

de motie-Stultiens/Van Brenk over uitspreken dat het Verantwoordingsdebat weer een gelijkwaardige tegenhanger moet worden van de APB (36945, nr. 11);

de motie-Oosterhuis c.s. over het nalevingstekort structureel verkleinen (36945, nr. 12);

de motie-Tony van Dijck over elke vorm van misbruik en fraude met belasting en/of toeslagen opsporen en vervolgen (36945, nr. 13);

de motie-Tony van Dijck over een plan van aanpak om het aantal ambtenaren fors te verminderen (36945, nr. 14);

de motie-Tony van Dijck over onderzoeken hoe het Nederlandse goud uit New York kan worden teruggehaald (36945, nr. 15);

de motie-Van der Maas c.s. over inzicht in de gestelde doelstelling voor vermindering van het aantal ambtenaren en de maatregelen hiertoe (36945, nr. 16);

de motie-Hoogeveen over expliciet aangeven welke beleidsdoelen worden geprioriteerd en welke doelen worden gematigd, hervormd of geschrapt (36945, nr. 17);

de motie-Hoogeveen/Van den Berg over in Europees verband inzetten op maximale flexibiliteit bij het behalen van klimaatdoelen (36945, nr. 18);

de motie-Inge van Dijk c.s. over in het Financieel Jaarverslag van het Rijk consequent onderscheid maken tussen consumptieve uitgaven en investeringen (36945, nr. 19);

de motie-Inge van Dijk/Grinwis over een nadere toelichting op beleidsthema's en een bredere afvaardiging van het kabinet bij het Verantwoordingsdebat (36945, nr. 20);

de motie-Grinwis c.s. over een financiële paragraaf opnemen die inzicht geeft in de nog niet gedekte vervangingsopgave (36945, nr. 21);

de motie-Grinwis c.s. over de Staatsbalans jaarlijks opnemen als bijlage bij de Miljoenennota (36945, nr. 22);

de motie-Jimmy Dijk over de Defensie-uitgaven niet laten toenemen totdat de door de Rekenkamer geconstateerde onvolkomenheden en risico's zijn verholpen (36945, nr. 23);

de motie-Jimmy Dijk over geld bestemd voor toeslagen altijd reserveren voor koopkrachtondersteuning van lage en middeninkomens in hetzelfde jaar (36945, nr. 24);

de motie-Vermeer over wetgeving voorbereiden voor invoering per 1 januari 2028 van een integraal stelsel van vermogenswinstbelasting voor alle categorieën (36945, nr. 25);

de motie-Markuszower over een bonus-malussysteem realiseren (36945, nr. 26).

(Zie vergadering van 3 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Tony van Dijck (36945, nr. 14) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ondanks de aangekondigde bezuinigingen er in de afgelopen vijf jaar 30.000 ambtenaren bij zijn gekomen en dat er inmiddels 168.000 rijksambtenaren in dienst zijn;

van mening dat de overheid zich in moet zetten voor een kleinere en efficiëntere overheid;

verzoekt de regering met een gericht plan van aanpak te komen om het aantal ambtenaren fors te verminderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 14 (36945).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

De heer Stultiens verzoekt zijn aangehouden motie op stuk nr. 10 alsnog in stemming te brengen.

Er zijn stemverklaringen van de heer Schenk en van de heer Van der Maas. Het woord is aan de heer Schenk voor zijn stemverklaring.

Meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Onder 12, de stemmingen over moties ingediend bij de behandeling van de wijziging van de begroting van VWS samenhangende met de Voorjaarsnota, had Volt bij de motie op stuk nr. 19 vóór moeten stemmen.

De voorzitter:

We hebben het opgetekend. Meneer Schenk, uw stemverklaring.

De heer Schenk (FVD):

Dank, voorzitter. De motie van de heer Vermeer gaat uit van de vraag hóé vermogen belast moet worden, namelijk via een vermogenswinstbelasting, een vermogensaanwasbelasting of een combinatie. Maar daarmee mist wat FVD betreft de fundamentele vraag: waarom wordt er überhaupt voortdurend gezocht naar manieren om bezit te belasten? Het gaat om vermogen waarover al inkomstenbelasting of een andere vorm van belasting is geheven, en vervolgens wordt datzelfde vermogen nogmaals belast omdat iemand ervoor kiest om te sparen, te investeren of iets op te bouwen voor zijn kinderen. Bezit moet niet worden gezien als een probleem. Bezit geeft mensen vrijheid, onafhankelijkheid en zekerheid: de mogelijkheid om een huis te kopen, een onderneming te starten of iets na te laten aan de volgende generatie. FVD is fel tegenstander van het afstraffen van succes en het kunstmatig gelijktrekken van vermogens. De wenselijke situatie is wat ons betreft dan ook een box 3 zónder belasting op vermogen, maar die situatie lijkt in deze Kamer voorlopig ver weg. Om die reden zullen wij de motie van de BBB wel steunen, omdat het in ieder geval een verbetering is ten opzichte van de huidige situatie.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Van der Maas.

De heer Van der Maas (VVD):

Hartelijk dank, voorzitter. Het gaat om een stemverklaring bij de motie op stuk nr. 22. Die motie vraagt om het opnemen van een staatsbalans. Dat is best informatief, maar de minister heeft aangegeven dat dit de inzet van 3 fte aan ambtenaren vergt. Dat klinkt niet heel veel, maar dat is wel belangrijk, want het zijn dit soort moties die mede leiden tot de groei van het aantal ambtenaren, terwijl we dat als VVD juist niet willen. Dus de VVD vindt het nut van de beschikbaarheid van een staatsbalans onvoldoende om het ambtenarenapparaat te laten groeien met 3 fte, en daarom stemmen we tegen.

De voorzitter:

Dank u wel.

In stemming komt de motie-Stultiens (36945, nr. 8).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stultiens c.s. (36945, nr. 9).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stultiens/Oosterhuis (36945, nr. 10).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stultiens/Van Brenk (36945, nr. 11).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Oosterhuis c.s. (36945, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tony van Dijck (36945, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Tony van Dijck (36945, nr. ??, was nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tony van Dijck (36945, nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Maas c.s. (36945, nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hoogeveen (36945, nr. 17).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hoogeveen/Van den Berg (36945, nr. 18).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (36945, nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk/Grinwis (36945, nr. 20).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36945, nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36945, nr. 22).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36945, nr. 23).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36945, nr. 24).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vermeer (36945, nr. 25).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Markuszower (36945, nr. 26).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Rijksvastgoed en renovatie Binnenhof

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Rijksvastgoed en renovatie Binnenhof,

te weten:

de motie-Mooiman over het Presidium een commissie laten samenstellen voor een parlementaire enquête naar de renovatie van het Binnenhof (34293, nr. 151);

de motie-Zalinyan over maatschappelijke opgaven leidend laten zijn bij de strategische inzet van rijksgrond (34293, nr. 152);

de motie-Zalinyan over een realistische, projectspecifieke norm voor de renovatie van het Binnenhof (34293, nr. 153);

de motie-Zalinyan over sloop van het SoZa-gebouw voorkomen (34293, nr. 154);

de motie-Zalinyan over minimaal 50% betaalbare nieuwbouw bij de gebiedsontwikkeling Valkenhorst (34293, nr. 155);

de motie-Flach over ervoor waken dat het gereserveerde budget voor de renovatie van de Grafelijke Zalen niet overschreden wordt (34293, nr. 156);

de motie-Wiersma over gesprekken met de gemeente Den Haag over een eventuele bijdrage van het Rijk aan projecten die de Haagse economie en leefbaarheid versterken (34293, nr. 157).

(Zie vergadering van 3 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Zalinyan stel ik voor haar motie (34293, nr. 154) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Zalinyan (34293, nr. 155) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Zalinyan en Grinwis, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bij de gebiedsontwikkeling Valkenhorst in de gemeente Katwijk 5.600 woningen worden gerealiseerd en de gemeente minstens 50% betaalbaar wil bouwen;

constaterende dat de Kamer eerder in de motie-Grinwis c.s. (35925, nr. 94) heeft uitgesproken dat het Rijksvastgoedbedrijf zich in moet zetten voor het realiseren van 50% betaalbare woningbouw binnen bouwprojecten op haar gronden;

overwegende dat er voor slechts 36% in betaalbare woningen wordt voorzien in de huidige plannen vanwege de huidige aanpak van het Rijksvastgoedbedrijf bij dit project;

verzoekt de regering om in de verkenning te streven naar minimaal 50% betaalbare nieuwbouw bij de gebiedsontwikkeling Valkenhorst en met de gemeente Katwijk te bezien hoe dit gerealiseerd kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 155 (34293).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Mooiman (34293, nr. 151).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Zalinyan (34293, nr. 152).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Zalinyan (34293, nr. 153).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Hoogeveen.

De heer Hoogeveen (JA21):

Voorzitter. JA21 had bij het vorige punt op de stemmingslijst, over het Verantwoordingsdebat over het jaar 2025, voor de motie op stuk nr. 14 (36945) moeten stemmen.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd. Dank u wel.

In stemming komt de gewijzigde motie-Zalinyan/Grinwis (34293, nr. ??, was nr. 155).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Flach (34293, nr. 156).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (34293, nr. 157).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Besluit versterking regie volkshuisvesting

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Besluit versterking regie volkshuisvesting,

te weten:

de motie-Steen/Straatman over de regio van herkomst betrekken bij de huisvestingsbehoefte van ex-gedetineerden (28325, nr. 309);

de motie-Mooiman over lokale woningbouwambities van gemeenten niet laten beperken door regionale doelen (28325, nr. 310);

de motie-Mooiman over een werkwijze voor gemeenten voor informatie over het aantal aanvragen en toekenningen van urgentie (28325, nr. 311);

de motie-Mooiman over gemeenten oproepen om gebruik te maken van de leegstandsverordening (28325, nr. 312);

de motie-Flach over ervoor zorgen dat uitzonderingen op de betaalbaarheidseisen niet onnodig streng zijn (28325, nr. 313);

de motie-Flach over gemeenten en provincies erop aanspreken als die betaalbaarheidseisen voor woningbouw strenger stellen (28325, nr. 314);

de motie-Van Leijen c.s. over onzelfstandige woningen voor studenten realiseren in studentensteden (28325, nr. 315);

de motie-Van Leijen over uitwerken hoe en of vergunningen voor flexwoningen locatie- en tijdsongebonden kunnen worden verleend (28325, nr. 316);

de motie-Wiersma over ruimere toepassing van de vergunningvrije regeling voor mantelzorg- en familiewoningen (28325, nr. 317);

de motie-De Hoop/Van Leijen over duidelijk maken hoe de Wet versterking regie volkshuisvesting nieuwbouw van onzelfstandige eenheden kan stimuleren (28325, nr. 318);

de motie-Ten Hove/Claassen over betaalbaarheidseisen limitatief vormgeven als landelijke norm (28325, nr. 319);

de motie-Ten Hove/Claassen over in de woningbouwprogrammering primair sturen op vergroting van het totale aanbod (28325, nr. 320).

(Zie vergadering van 3 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Steen/Straatman (28325, nr. 309).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman (28325, nr. 310).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman (28325, nr. 311).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman (28325, nr. 312).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Flach (28325, nr. 313).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Flach (28325, nr. 314).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Leijen c.s. (28325, nr. 315).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Leijen (28325, nr. 316).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (28325, nr. 317).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Hoop/Van Leijen (28325, nr. 318).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ten Hove/Claassen (28325, nr. 319).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ten Hove/Claassen (28325, nr. 320).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Leefbaarheid en veiligheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Leefbaarheid en veiligheid,

te weten:

de motie-Mooiman over onderzoeken hoe verspilling en kosten voor particulieren en vve's als gevolg van gewijzigd veiligheidsbeleid tot een minimum kunnen worden beperkt (30995, nr. 113);

de motie-Mooiman over één herkenbaar aanspreekpunt waar ook gebieden terechtkunnen die niet onder het NPLV vallen (30995, nr. 114);

de motie-Mooiman over onderzoeken in hoeverre aangescherpte veiligheidsnormen de realisatie van woningbouwprojecten hinderen (30995, nr. 115);

de motie-Mooiman over een betere informatiepositie teneinde de veiligheid bij organisaties met de status Veilige Publieke Taak beter te waarborgen (30995, nr. 116);

de motie-Moorman c.s. over bezien hoe familiescholen opgenomen kunnen worden in het NPLV (30995, nr. 117);

de motie-Clemminck over in kaart brengen in hoeverre M50-gemeenten vergelijkbare problematiek kennen als de huidige NPLV-gebieden (30995, nr. 119).

(Zie vergadering van 3 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Mooiman (30995, nr. 113).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman (30995, nr. 114).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman (30995, nr. 115).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman (30995, nr. 116).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorman c.s. (30995, nr. 117).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Clemminck (30995, nr. 119).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Waterstof, groen gas en andere energiedragers

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Waterstof, groen gas en andere energiedragers,

te weten:

de motie-Van Oosterhout over vormen van groene vraagcreatie onderdeel maken van de Nederlandse inzet in Brussel (29023, nr. 669);

de motie-Van Oosterhout over amortisatie zo bekostigen dat het niet ten koste gaat van middelen voor hernieuwbare waterstof (29023, nr. 670);

de motie-Van Oosterhout over weerbaarheidsmaatregelen bij het verstrekken van subsidies en andere financiële steun om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verlagen (29023, nr. 671);

de motie-Boomsma/Van den Berg over de Kamer halfjaarlijks informeren over de kostenraming, voortgang en haalbaarheid van het landelijke waterstofnetwerk (29023, nr. 672);

de motie-Boomsma/Van den Berg over de-industrialisering en weglek monitoren (29023, nr. 673);

de motie-Flach over bezien wat de knelpunten zijn bij inzet van ijzerpoeder als duurzame brandstof (29023, nr. 674);

de motie-Flach over een fiscale inputvrijstelling voor productie van groen gas (29023, nr. 675);

de motie-Müller/Jumelet over voorwaarden uitwerken waaronder koolstofarme waterstof een rol kan spelen in de transitie naar groene waterstof (29023, nr. 676);

de motie-Jumelet c.s. over een openbare consultatie over de bij het NPE gehanteerde aannames en scenario's (29023, nr. 677);

de motie-Klos over waarborgen dat voorwaarden en eventuele steunmaatregelen voor blauwe waterstof niet leiden tot extra aardgasimport of -afhankelijkheid (29023, nr. 678).

(Zie vergadering van 3 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Boomsma stel ik voor zijn motie (29023, nr. 673) aan te houden. Op verzoek van de heer Klos stel ik voor zijn motie (29023, nr. 678) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Müller stel ik voor haar motie (29023, nr. 676) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Boomsma/Van den Berg (29023, nr. 672) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Algemene Rekenkamer kritisch is over eerdere kostenramingen, haalbaarheid en de informatievoorziening aan de Kamer;

overwegende dat de Kamer tijdig moet kunnen controleren of publieke middelen doelmatig worden besteed en of de gestelde doelen nog realistisch zijn;

verzoekt de regering de Kamer jaarlijks te informeren over de actuele kostenraming, voortgang en haalbaarheid van het landelijke waterstofnetwerk;

verzoekt de regering daarbij expliciet aan te geven in hoeverre de planning, kosten en doelen (nog) haalbaar en realistisch zijn en, indien dat niet het geval is, voorstellen te doen voor bijsturing van de doelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 672 (29023).

De motie-Flach (29023, nr. 674) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ijzerpoeder een innovatieve, duurzame energiedrager is, omdat verbranding CO2-vrij is en het restproduct na reductie middels inzet van hernieuwbare waterstof opnieuw gebruikt kan worden;

overwegende dat Europese richtlijnen en eisen de inzet van ijzerpoeder in combinatie met hernieuwbare waterstof als duurzame brandstof belemmeren, waardoor dit niet in aanmerking komt voor de SDE++;

verzoekt de regering in overleg met betrokken partijen te bezien wat de knelpunten zijn bij inzet van ijzerpoeder als duurzame brandstof, en op Europees niveau in te zetten op wijziging van betrokken richtlijnen en eisen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 674 (29023).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout (29023, nr. 669).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout (29023, nr. 670).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout (29023, nr. 671).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Boomsma/Van den Berg (29023, nr. ??, was nr. 672).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Flach (29023, nr. ??, was nr. 674).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Flach (29023, nr. 675).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jumelet c.s. (29023, nr. 677).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Energieraad

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Energieraad,

te weten:

de motie-Van den Berg/Boomsma over bij de strategischgasbeleidbrief een uitvoeringstabel voegen (21501-33, nr. 1207);

de motie-Van Oosterhout over zich in Europa inzetten voor het behoud van de bestaande CO2-reductie-eisen voor hernieuwbare waterstof (21501-33, nr. 1208);

de motie-Van Oosterhout over bij de Europese Commissie aandringen op behoud van het moratorium op boren in het Arctisch gebied (21501-33, nr. 1209);

de motie-Van Oosterhout over niet instemmen met afzwakkingen van de methaanverordening (21501-33, nr. 1210).

(Zie vergadering van 3 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Oosterhout stel ik voor haar motie (21501-33, nr. 1208) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Van den Berg/Boomsma (21501-33, nr. 1207) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer moties heeft aangenomen over alternatieven voor strikte Europese vulverplichtingen, extra lng-importcapaciteit, kussengasreserves, het noodwinningsplan voor gasopslag Norg en Europese kostendeling voor leveringszekerheidsmaatregelen;

constaterende dat de minister in het commissiedebat heeft toegezegd deze punten mee te nemen in de EU-inzet en de strategischgasbeleidbrief;

overwegende dat aangenomen moties alleen waarde hebben als de Kamer tijdig kan volgen wat ermee gebeurt;

verzoekt de regering om bij de strategischgasbeleidbrief een uitvoeringstabel te voegen waarin per aangenomen motie staat welke concrete actie nationaal en Europees is ingezet en welke lidstaten of Europese instellingen steun geven of weerstand bieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1207 (21501-33).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Ik zie de heer Krul.

De heer Krul (CDA):

Voorzitter, de CDA-fractie wil worden geacht vóór de motie op stuk nr. 669 (29023) onder punt 19, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Waterstof, groen gas en andere energiedragers, te hebben gestemd.

De voorzitter:

Het is bij dezen genoteerd.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Berg/Boomsma (21501-33, nr. ??, was nr. 1207).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout (21501-33, nr. 1209).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout (21501-33, nr. 1210).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Betaalbare energierekening voor huishoudens

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Betaalbare energierekening voor huishoudens,

te weten:

de motie-Jimmy Dijk over de btw op energie verlagen naar het lage tarief (29023, nr. 679);

de motie-El Abassi over structurele financiering van het Tijdelijk Noodfonds Energie (29023, nr. 681);

de motie-El Abassi over het meewegen van de maatschappelijke kosten op het gebied van gezondheid, onderwijs en welzijn bij toekomstig beleid inzake energiearmoede en energiekosten (29023, nr. 682);

de motie-El Abassi over aanvullende maatregelen voor huishoudens in slecht geïsoleerde huur- en koopwoningen (29023, nr. 683);

de motie-El Abassi over het in kaart brengen van onbenutte middelen binnen het Klimaatfonds en hoe deze kunnen worden ingezet om de energierekening van huishoudens te verlagen (29023, nr. 684);

de motie-El Abassi over het substantieel verlagen van de energiebelasting op gas bij de eerstvolgende fiscale besluitvorming (29023, nr. 685);

de motie-Grinwis c.s. over het eigen verbruik van opgewekte zonnestroom stimuleren en bezien of een btw-nultarief voor thuisbatterijen nuttig en nodig is (29023, nr. 686);

de motie-Van Oosterhout/Kröger over het energiearmoedebeleid jaarlijks actualiseren inclusief de verwachte effecten op energiearmoede (29023, nr. 687);

de motie-Van Oosterhout/Kröger over regelingen, subsidies en middelen bundelen om energie- en warmtegemeenschappen te stimuleren (29023, nr. 688);

de motie-Kops over de "Timmermanstaks" naar de prullenbak verwijzen (29023, nr. 689);

de motie-Kops over de Wet bijmengverplichting groen gas intrekken (29023, nr. 690);

de motie-Kops over geen gedifferentieerde nettarieven invoeren (29023, nr. 691);

de motie-Kops over de btw op energie en de energiebelasting verlagen (29023, nr. 692);

de motie-Van den Berg/Boomsma over uiterlijk 1 oktober 2026 een landelijke gedragscode natuurvriendelijk isoleren vaststellen (29023, nr. 693);

de motie-Van den Berg/Boomsma over een uitvoerbare regeling of voorkeursvariant voor de energiebelasting bij huishoudelijke energieopslag (29023, nr. 694);

de motie-Flach over lastenverzwaringen door stijgende btw-kosten als gevolg van stijgende nettarieven voorkomen (29023, nr. 695);

de motie-Müller c.s. over de Kamer zo spoedig mogelijk informeren over de volume- en tijdsafhankelijke tarieven (29023, nr. 696);

de motie-Müller over landelijke en lokale regelingen bundelen in één loket (29023, nr. 697);

de motie-Jumelet over een analyse van de cumulatieve effecten van klimaat- en energiemaatregelen op de energierekening (29023, nr. 698);

de motie-Klos c.s. over een aanpak voor het versnellen van woningverduurzaming voor kwetsbare huishoudens (29023, nr. 699);

de motie-Heutink over de salderingsregeling niet beëindigen (29023, nr. 700).

(Zie vergadering van 3 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Flach stel ik voor zijn motie (29023, nr. 695) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Jumelet (29023, nr. 698) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Jumelet en Van den Berg, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ontwikkelingen zoals stijgende en tijdsafhankelijke nettarieven, ETS2 en de bijmengverplichting voor groen gas gezamenlijk grote invloed hebben op de energierekening van huishoudens en bedrijven;

overwegende dat inzicht in de stapelingseffecten van klimaat- en energiemaatregelen noodzakelijk is om de betaalbaarheid van energie te kunnen borgen;

overwegende dat een goede balans tussen de betrouwbaarheid, duurzaamheid en betaalbaarheid van het energiesysteem cruciaal is voor het draagvlak voor de energietransitie;

verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk een integrale analyse te presenteren van de cumulatieve effecten van nationale en Europese klimaat- en energiemaatregelen op de energierekening van huishoudens en bedrijven, en inzichtelijk te maken aan welke knoppen er kan worden gedraaid om de energierekening betaalbaar te houden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 698 (29023).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (29023, nr. 679).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29023, nr. 681).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29023, nr. 682).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29023, nr. 683).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29023, nr. 684).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29023, nr. 685).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (29023, nr. 686).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout/Kröger (29023, nr. 687).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout/Kröger (29023, nr. 688).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kops (29023, nr. 689).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops (29023, nr. 690).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops (29023, nr. 691).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops (29023, nr. 692).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Berg/Boomsma (29023, nr. 693).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg/Boomsma (29023, nr. 694).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, DENK, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Müller c.s. (29023, nr. 696).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Müller (29023, nr. 697).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Jumelet/Van den Berg (29023, nr. ??, was nr. 698).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Klos c.s. (29023, nr. 699).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Heutink (29023, nr. 700).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Hernieuwbare energie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Hernieuwbare energie,

te weten:

de motie-Van Oosterhout c.s. over alle betrokken partijen rond de tafel brengen om invulling te geven aan een Noordzeepact (31239, nr. 447);

de motie-Van Oosterhout c.s. over vasthouden aan ambitieuze -ecologische en circulaire criteria voor wind op zee (31239, nr. 448);

de motie-Van Oosterhout over onderzoeken hoe toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht structureel verstevigd kunnen worden (31239, nr. 449);

de motie-Boomsma/Van den Berg over een realistische vergelijking tussen elektriciteitsproductie met steenkolen en die met lng op basis van schaliegas (31239, nr. 450);

de motie-Flach/Grinwis over een strategische agenda voor uitrol van energie uit water (31239, nr. 452);

de motie-Vermeer over geen aanvullende middelen ter beschikking stellen aan mogelijke aanbieders bij komende aanbestedingen voor wind op zee (31239, nr. 454);

de motie-Klos c.s. over het wetsvoorstel Tweewijzige contracten ter verrekening van verschillen voor het zomerreces naar de Kamer sturen (31239, nr. 455);

de motie-Klos c.s. over een brede verkenning naar maatregelen die bijdragen aan het aantrekkelijk houden van investeringen in zonnepanelen (31239, nr. 456).

(Zie vergadering van 3 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Flach/Grinwis (31239, nr. 452) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat "energie uit water"-projecten vanwege de voorspelbare elektriciteitsproductie op duurzame wijze kunnen bijdragen aan verlaging van de kosten van het energiesysteem;

overwegende dat de DEI+- en de SDE++-regeling onvoldoende aansluiten bij de ondersteuning die deze projecten in het stadium tussen demonstratie en grootschalige productie nodig hebben;

verzoekt de regering samen met betrokken partijen als onderdeel van de Integrale Kennis- en Innovatie Agenda een strategische agenda voor uitrol van energie uit water op te stellen, te bezien wat de mogelijkheden zijn voor gerichte steun ten behoeve van opschaling, en de Kamer hierover begin 2027 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 452 (31239).

De motie-Van Oosterhout (31239, nr. 449) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat efficiënter energieverbruik helpt bij het oplossen van netcongestie;

constaterende dat het doel voor energiebesparing volgens de KEV niet gehaald wordt;

constaterende dat in oktober jongstleden meer dan 60.000 maatregelen met een gunstige terugverdientijd nog openstonden;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht structureel verstevigd kunnen worden, en de Kamer daar voor het einde van het jaar over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 449 (31239).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Meneer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Een kleine administratieve verbetering. Onder 20, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Energieraad, willen wij bij de motie op stuk nr. 1209 (21501-33) worden geacht voor te hebben gestemd en onder 21, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Betaalbare energierekening voor huishoudens, bij de motie op stuk nr. 679 (29023) tegen.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd. Dank u wel, meneer Grinwis.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout c.s. (31239, nr. 447).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout c.s. (31239, nr. 448).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Oosterhout (31239, nr. ??, was nr. 449).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boomsma/Van den Berg (31239, nr. 450).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Flach/Grinwis (31239, nr. ??, was nr. 452).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vermeer (31239, nr. 454).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Klos c.s. (31239, nr. 455).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Klos c.s. (31239, nr. 456).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Van Duijvenvoorde.

De heer Van Duijvenvoorde (FVD):

Wij hebben bij punt 21, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Betaalbare energierekening voor huishoudens, voor de motie op stuk nr. 681 (29023) gestemd, maar daar hadden wij tegen moeten stemmen.

De voorzitter:

Dat is bij dezen genoteerd. Dank u wel.

Stemmingen moties Ultimatum vakbeweging inzake bezuinigingen op de sociale zekerheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het ultimatum van de vakbeweging inzake de bezuinigingen op de sociale zekerheid,

te weten:

de motie-Klaver over de bezuinigingen op Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid schrappen (36800-XV, nr. 116);

de motie-Jimmy Dijk over geen bezuinigingen op de AOW (36800-XV, nr. 117);

de motie-Jimmy Dijk over geen bezuinigingen op de sociale zekerheid (36800-XV, nr. 118);

de motie-Jimmy Dijk over het arbeidsongeschiktheidsfonds alleen voor zijn oorspronkelijke doel gebruiken (36800-XV, nr. 119);

de motie-Dassen over een meerjarig breedgedragen akkoord over de toekomst van de sociale zekerheid (36800-XV, nr. 120);

de motie-Dassen over psychosociale arbeidsbelasting op de werkvloer voorkomen (36800-XV, nr. 121);

de motie-Dassen over het principe "sterkste schouders, zwaarste lasten" leidend laten zijn bij de dekkingsopgave (36800-XV, nr. 122);

de motie-Wilders over het vertrouwen opzeggen in het kabinet (36800-XV, nr. 123);

de motie-Vermeer over geen lastenverzwaringen door het niet langer doorvoeren van de snellere verhoging van de AOW-leeftijd (36800-XV, nr. 124);

de motie-Markuszower over migranten pas na vijftien jaar toegang geven tot het socialezekerheidsstelsel (36800-XV, nr. 125);

de motie-Flach over een brede agenda voor de toekomst van onze arbeidsmarkt en economie (36800-XV, nr. 126);

de motie-Keijzer over met sociale partners bespreken hoe we meer werken ook meer laten lonen (36800-XV, nr. 127);

de motie-Schenk over bezuinigingen niet uitsluitend binnen het betrokken beleidsdomein dekken, maar dit rijksbreed bezien (36800-XV, nr. 128);

de motie-Schenk over bij hervormingen van het socialezekerheidsstelsel werken meer laten lonen (36800-XV, nr. 129).

(Zie vergadering van 4 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Klaver (36800-XV, nr. 116).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36800-XV, nr. 117).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36800-XV, nr. 118).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36800-XV, nr. 119).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dassen (36800-XV, nr. 120).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dassen (36800-XV, nr. 121).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dassen (36800-XV, nr. 122).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wilders (36800-XV, nr. 123).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vermeer (36800-XV, nr. 124).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Markuszower (36800-XV, nr. 125).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Flach (36800-XV, nr. 126).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Keijzer (36800-XV, nr. 127).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Schenk (36800-XV, nr. 128).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Schenk (36800-XV, nr. 129).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. Ik heb een bijzonder verzoek over de motie op stuk nr. 119 over het arbeidsongeschiktheidsfonds alleen voor zijn oorspronkelijke doel gebruiken. Een vergelijkbare motie van mij is eerder ook al aangenomen. Toen kwam het kabinet vijf weken daarna met een hele flauwe, lullige reactie, vlak voor het debat van afgelopen week. Ik zou het kabinet willen verzoeken om dit keer binnen een week op een normale manier op deze motie te antwoorden.

De voorzitter:

We doen dit eigenlijk niet meer, maar we geleiden uw informatieverzoek door naar het kabinet. Ze lezen mee.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik weet dat we dit normaal gesproken niet doen; daarom doe ik het nu toch nog even een keer!

De voorzitter:

Maar ik dacht: ik zeg het toch even. Dank u wel.

Stemming motie Toegankelijkheid van de huisartsenzorg

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Toegankelijkheid van de huisartsenzorg,

te weten:

de motie-Dobbe over onderzoeken welke stappen moeten worden gezet om voldoende praktijkruimtes voor huisartsen te waarborgen (33578, nr. 177, was nr. 173).

(Zie vergadering van 26 maart 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Dobbe stel ik voor haar motie (33578, nr. 177, was nr. 173) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Dat waren de stemmingen.

Afscheid mevrouw Lahlah

Afscheid mevrouw Lahlah

Aan de orde is het afscheid van mevrouw Lahlah.

De voorzitter:

Ik vraag uw aandacht voor het afscheid van een collega. Het afscheid van collega Lahlah. Ja, even zoeken. Ik heb een brief gekregen van mevrouw Lahlah. Esmah, ik lees je brief voor.

"Geachte Voorzitter,

Met deze brief deel ik u mee dat ik mijn lidmaatschap van de Tweede Kamer per woensdag 10 juni '26 neerleg. Dat doe ik met dankbaarheid en overtuiging.

De afgelopen jaren heb ik mij ingezet voor bestaanszekerheid, gelijke kansen, armoedebestrijding en een samenleving waarin niemand wordt afgeschreven. Dat werk heb ik altijd gedaan vanuit dezelfde overtuiging: politiek gaat in de eerste plaats niet over systemen, maar over mensen. Over kinderen die opgroeien in onzekerheid. Over ouders die worstelen om rond te komen. Over mensen die gehoord, gezien en serieus genomen willen worden. Ik heb in de Tweede Kamer veel bewogen mensen ontmoet die zich met grote overtuiging inzetten voor ons land. Daar ben ik dankbaar voor.

Maar ik heb ook iets anders gezien. Hoe snel mensen worden beoordeeld op wie zij zijn, in plaats van op wat zij doen. Hoe sommige mensen telkens opnieuw moeten bewijzen dat zij hier thuishoren, terwijl anderen vanzelfsprekend het voordeel van de twijfel krijgen. Hoe gemakkelijk mensen worden teruggebracht tot een beeld, een frame of een etiket.

Kritiek hoort bij de politiek. Dat is niet het probleem. Wat mij zorgen baart, is hoe selectief ons oordeel soms is, niet alleen in de politiek, maar ook daarbuiten. Het zegt iets over de vraag wie wij ruimte geven om zichtbaar te zijn, om fouten te maken, om te groeien en om zichzelf te blijven. Die vraag gaat niet over één persoon. Zij gaat over de kwaliteit van onze democratie. Want een democratie heeft mensen nodig met verschillende ervaringen, perspectieven en verhalen, niet alleen aan de voordeur, maar ook wanneer zij eenmaal binnen zijn.

Juist daarom blijf ik geloven in een politiek die dichtbij mensen staat. Een politiek die luistert voordat zij oordeelt en verbindt voordat zij verdeelt.

Daarom kies ik ervoor terug te keren naar het lokaal bestuur, naar de plek waar politieke keuzes direct voelbaar zijn in het dagelijks leven van mensen en waar ik mijn ervaring en overtuiging het beste kan inzetten. Die keuze maak ik met de hoop dat wij als samenleving blijven nadenken over wie wij ruimte geven, wie wij vertrouwen schenken en welke stemmen wij werkelijk willen horen.

Ik dank de kiezers voor hun vertrouwen, mijn fractie en medewerkers voor hun steun, de ondersteuning van de Kamer voor hun inzet en alle mensen die hun verhaal met mij hebben gedeeld. Hun verhalen neem ik mee als opdracht voor de toekomst.

Ik wens de Tweede Kamer wijsheid, moed en menselijkheid toe.

Hartelijke groet, Esmah Lahlah."

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Geachte mevrouw Lahlah, beste Esmah,

Dat politiek over mensen gaat, hoeft niemand je te vertellen. Je schreef er niet alleen een boek over; in jouw tijd als wethouder in Tilburg leefde jij en je gezin vrijwillig een maand op bijstandsniveau. Je wilde zelf ervaren hoe beleid in de praktijk uitpakt, hoe beleid mensenlevens raakt. Het tekent jouw enorme motivatie.

Drie jaar geleden koos je voor de landelijke politiek. Met 217.789 voorkeurstemmen achter jouw naam — meer dan elke andere niet-lijsttrekker — gaf je een stem aan mensen die aan de zijlijn staan, aan diegenen die niet altijd vanzelfsprekend worden gehoord. Je gebruikte jouw ervaring als wethouder om problemen in de sociale zekerheid op de Haagse agenda te zetten en de Participatiewet te hervormen.

De overstap naar De Haag betekende wel een omschakeling. In een interview met de Volkskrant zei je daarover: "In Tilburg was het: hard op de inhoud, zacht op de relatie. Dat is in Den Haag andersom. Het gaat meestal niet over de inhoud en juist heel veel over de relatie."

Nu neem je afscheid uit de Tweede Kamer en keer je als beoogd wethouder in Amsterdam terug in de gemeentelijke politiek. Je beschrijft jouw periode in Den Haag als "bijzonder, intens en leerzaam". Dat was het ongetwijfeld ook. Want naast het politieke werk kwam je hier ook ongevraagd zelf in het middelpunt van de maatschappelijke en politieke aandacht te staan. Je ging die momenten niet uit de weg en bleef daarbij steeds trouw aan jezelf en aan de mensen die je vertegenwoordigt. Toch voel je je meer thuis in het lokale bestuur — dichter bij de mensen voor wie je het doet.

Een mooie stap voor jou persoonlijk. Tegelijkertijd roept een tussentijds vertrek uit de Kamer onvermijdelijk gemengde gevoelens op. Met name in een tijd waarin het vertrouwen in de politiek onder grote druk staat, is het afmaken van de periode waarvoor men is gekozen van grote waarde. Wij troosten ons daarom met de wetenschap dat jouw kennis en ervaring behouden blijven voor de publieke zaak.

Wij wensen je daarbij heel veel geluk en succes. Dank je wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Er is zo gelegenheid om afscheid te nemen in het Ledenrestaurant. Ik schors een kort ogenblik, waarna we verder zullen gaan met de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.

Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van de Partij voor de Dieren het lid Teunissen op 4 juni 2026 tot fractievoorzitter heeft gekozen.

Ik deel aan de Kamer mee dat voor het debat over de vraag of Nederland is voorbereid op een langdurige verstoring van de energieaanvoer de termijn voor toekenning is verlengd.

Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende debatten zijn komen te vervallen:

het dertigledendebat over het bericht dat het aantal arbeidsongeschikten op wachtlijsten naar 200.000 kan groeien;

het debat over het rapport van de Algemene Rekenkamer over industriële lozingen in oppervlaktewater;

het dertigledendebat over agressie tegen docenten;

het dertigledendebat over de aanval op een jonge vrouw door een Marokkaanse asielzoeker;

het dertigledendebat over de schorsing van een vergadering in de Tweede Kamer voor een iftar;

het dertigledendebat over fraude met kind-erkenningen om aan een verblijfsvergunning te komen.

Ik stel aan de Kamer voor toe te voegen aan de agenda:

het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid (CD d.d. 04/06), met als eerste spreker het lid Van den Berg van JA21;

het tweeminutendebat Onderwijskansen (CD d.d. 03/06), met als eerste spreker het lid Moorman van GroenLinks-PvdA;

het tweeminutendebat Ouderenzorg (inclusief ouderenhuisvesting) (CD d.d. 04/06), met als eerste spreker het lid Van Brenk van 50PLUS;

het tweeminutendebat Iran (CD d.d. 04/06), met als eerste spreker het lid Van der Werf van D66;

het tweeminutendebat Natuur (CD d.d. 04/06), met als eerste spreker het lid Boomsma van JA21;

het tweeminutendebat Sociale media en inmenging (CD d.d. 04/06), met als eerste spreker het lid Ergin van DENK.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan mevrouw Piri voor een vooraankondiging.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Om aan uw lange lijst toe te voegen: het verzoek om een tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken. Aangezien die vergadering op maandag plaatsvindt, is het verzoek om de stemmingen dus ook deze week te doen.

De voorzitter:

Wij gaan daar natuurlijk rekening mee houden. U gaf het zelf al aan: ik wijs erop dat we op dit moment nog 49 tweeminutendebatten op de lijst hebben staan, met drie vergaderweken te gaan. Ik geef u dus alvast mentaal ter overweging dat sommige dingen wellicht ook na het zomerreces kunnen, maar het is natuurlijk uiteindelijk allemaal aan de Kamer. Dit is een Raad, dus dat gaan we deze week natuurlijk doen, maar mevrouw Piri gaf mij hiermee de kans om dit punt toch even te maken.

De heer Van Lanschot (CDA):

Steun, voorzitter.

De voorzitter:

We gaan dat sowieso doen, dus op zich hoeft dat niet te worden gesteund. Maar het is goed dat u zich uitspreekt.

Dan is het woord aan de heer Boomsma.

De heer Boomsma (JA21):

Dank, voorzitter. Wij hebben een buitengewoon interessant debat gevoerd over de natuur. Alleen, het is zaak dat wij een tweeminutendebat organiseren en stemmen voordat het grote stikstofgeweld de 26ste losbarst. Ik wil dus eigenlijk voorstellen om het tweeminutendebat deze of volgende week te organiseren. Dat zal waarschijnlijk volgende week worden, omdat we ook nog wachten op een brief van de minister. Ik wil voorstellen om dan wel meteen de stemmingen volgende week te hebben.

De voorzitter:

U schrijft "deze week" en u zegt "volgende week", dus dat geeft wat ruimte. Er staan vooralsnog 49 tweeminutendebatten op de lijst, met nog drie vergaderweken te gaan, maar het is uiteindelijk aan de Kamer.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. In ieder geval geen steun voor het verzoek zoals dat nu op de lijst staat. Ik vind volgende week op zich prima, maar nu ik gehoord heb dat er 49 tweeminutendebatten op de lijst staan, vind ik het ook prima om de moties van het debat van afgelopen donderdag gewoon toe te voegen aan de stemmingen over de moties bij het stikstofdebat.

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Voorzitter. Wij willen het voorstel om daar volgende week een tweeminutendebat over te voeren, inclusief stemmingen volgende week, graag steunen.

De heer Koorevaar (CDA):

Steun voor volgende week, maar we hebben eerst nog antwoord van de minister te krijgen op een deel van het debat, dat we nog niet hebben gehad.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Ik sluit me aan bij de woorden van collega Den Hollander.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Geen steun voor deze week, wel voor volgende week.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Van Baarle (DENK):

Geen steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Er is een meerderheid voor volgende week, meneer Hoogeveen. Ik tel er 50 op de lijst. Dank u wel.

Het woord is aan meneer Hoogeveen voor een vooraankondiging.

De heer Hoogeveen (JA21):

Voorzitter, dank. Ik doe een vooraankondiging voor een tweeminutendebat inclusief stemmingen ten aanzien van de Ecofin-Raad.

De voorzitter:

Ja. Er is een Raad, dus daar gaan we zeker rekening mee houden.

Het woord is aan de heer Van den Berg voor zijn verzoek namens JA21. Gaat uw gang.

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter. De blokkade van de overname van Solvinity raakt niet alleen aan economische veiligheid, maar ook aan de diplomatieke relatie met de Verenigde Staten. Uit de Kamerbrief blijkt dat de BTI-toets gevolgen heeft gehad voor de relatie, waardoor er ook contact is geweest tussen de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, de minister-president en de Amerikaanse ambassadeur. Dan is het niet uitsluitend een EZK-debat. Daarom wil ik ook de minister van Buitenlandse Zaken uitnodigen voor het debat over de overname van Solvinity.

De voorzitter:

In principe gaat het kabinet over zijn eigen afvaardiging, maar als de Kamer zich erover uitspreekt, kan het altijd context en inbreng geven voor die afweging.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Dan wil ik wel een zetje geven, hoor: steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Even procedureel: het kabinet gaat gewoon altijd, altijd over zijn eigen vertegenwoordiging. Ik zou het fijn vinden, maar procedureel gaat het kabinet er gewoon over, dus ik kan het zo niet steunen. Maar ik deel het verzoek. Het is misschien goed om die informatie door te geven aan het kabinet zelf.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Geen steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Steun, maar het is wat ons betreft niet randvoorwaardelijk om het debat door te laten gaan. Dat laatste is voor ons het belangrijkst.

De heer Van den Berg (JA21):

Eens.

Mevrouw El Boujdaini (D66):

Hetzelfde als het CDA.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Wij zouden het op prijs stellen als de minister van Buitenlandse Zaken erbij is, maar zoals eerder gezegd, gaat het kabinet over zijn eigen afvaardiging. Maar we zouden het zeer op prijs stellen, dus als het op die manier gevraagd wordt, ondersteunen wij dat.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Steun.

De voorzitter:

We geleiden het door, meneer Van den Berg.

Uw volgende verzoek.

De heer Van den Berg (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Mijn tweede verzoek gaat over het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid. Ik zou toch willen verzoeken om dat, ondanks de drukke agenda, voor te zomer in te plannen. Waarom? Omdat het nieuwe seizoen natuurlijk ook weer voor de deur staat. We moeten onze gasopslagen vullen. Dat is heel belangrijk voor onze leveringszekerheid. Als wij nu nog een richting willen meegeven aan het kabinet, moeten we dat toch echt voor het reces plannen.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar een meerderheid voor is.

Mevrouw Müller (VVD):

Steun.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

We lopen gigantisch achter bij het vullen. Dat gaat echt grote problemen opleveren voor de inwoners van Nederland, dus actie! Steun.

De heer Köse (D66):

Voordat we een debat hebben: steun.

De heer Jumelet (CDA):

Ook namens de SGP: steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Steun.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Dat levert niet alleen grote problemen op, maar het wordt ook nog eens onbetaalbaar, dus steun.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

De voorzitter:

Er is een meerderheid, meneer Van den Berg.

Uw volgende verzoek.

De heer Van den Berg (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Dat gaat over een nieuwsbericht over het BCG-rapport Het fundament onder onze welvaart. Dat laat zien dat Nederland vastloopt op het stroomnet en zijn verouderde infrastructuur. Dat raakt woningbouw, industrie, banen en onze welvaart. BCG becijfert dat tot 2040 circa 690 miljard euro nodig is. Het gaat niet alleen om geld, maar ook om keuzes, tempo en uitvoering. Zonder voldoende netcapaciteit bouwen we geen woningen, houden we geen industrie vast …

De voorzitter:

Uw verzoek?

De heer Van den Berg (JA21):

… en blijft economische groei achter. Daarom wil ik het verzoek doen om een debat te houden met de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Jumelet (CDA):

Voorzitter. Er is onlangs een commissiedebat geweest. Geen steun.

Mevrouw Müller (VVD):

Het is belangrijk. Na de zomer moeten we hier snel een commissiedebat over voeren, maar niet nu plenair.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Het probleem van netcongestie komt natuurlijk door het klimaatbeleid. Wie is er verantwoordelijk voor het klimaatbeleid? Dat is de minister van Klimaat. Die wil ik er dus ook graag bij hebben. Als dat kan, dan steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Steun.

De heer Schoonis (D66):

Ik sluit me aan bij het CDA. Geen steun.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Geen steun. Het kan bij het commissiedebat.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Ik kan het niet mooier zeggen dan de heer Heutink. Steun.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Van den Berg.

Dan is het woord aan mevrouw Westerveld voor haar verzoek namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Vanaf morgen spreekt zij namens PRO. Gaat uw gang.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Vorige week kwam er een nieuwe klap voor de slachtoffers van het toeslagenschandaal. Er werd keiharde kritiek geuit in een uitspraak van de Raad van State. Volgens de rechter kan het nog achttien jaar duren voordat de hersteloperatie is afgerond. Ouders worden op een dwingende manier naar alternatieve routes gestuurd, zonder de juiste of volledige informatie. Maar het ergste is dat het niet aan de wet voldoet. Ik weet dat er net tijdens het vragenuur vragen zijn gesteld. Tegelijkertijd duurt het allemaal heel lang en vind ik dat we als Kamer met de staatssecretaris een debat moeten voeren als de overheid zich niet aan de wet houdt. Dat debat vraag ik nu aan.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Steun.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Steun.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):

Van harte steun.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. We zijn inderdaad niet wijzer geworden van het vragenuur, dus ik voer heel graag zo snel mogelijk een debat. We hebben al een meerderheidsdebat staan over de hersteloperatie. Misschien is het zelfs een idee om beide debatten samen te voegen. Maar in ieder geval steun voor dit verzoek.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

De trend van een overheid die zich niet aan de wet houdt ten koste van de meest kwetsbaren, wordt helaas doorgezet. Van harte steun voor het debat.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Fijn, voorzitter.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Jimmy Dijk voor zijn verzoek namens de SP.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dank u wel, voorzitter. In sommige buurten en wijken in ons land wonen kinderen met meer complicaties. Ook is er in die buurten een groter risico op een slecht aflopende zwangerschap. De kinderen hebben ook een grotere kans op gezondheidsproblemen. Ze hebben te maken met een 2-0 achterstand en grote ongelijkheid in de rest van het leven. Dat komt niet door persoonlijke omstandigheden of persoonlijke keuzes, maar door een gebrek aan geboortezorg, een gebrek aan kraamzorg, te veel luchtvervuiling, en slechte woonomstandigheden zoals schimmel, vocht, tocht, kou en hitte. Daarom zou ik hierover graag een debat willen aanvragen. Het gaat namelijk om heel veel kinderen die een ongelijke toekomst hebben en met een 2-0 achterstand starten. Ik zou dus graag een debat willen voeren met de minister van Volksgezondheid en de minister van Sociale Zaken over oplossingen hiervoor.

De voorzitter:

Ik kijk of daar steun voor is.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Waar je wieg staat, mag nooit bepalen hoeveel kansen je krijgt. Dit is het zoveelste onderzoek dat laat zien hoe groot die gezondheidsverschillen zijn, al vanaf de geboorte. Van harte steun dus.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De heer Krul (CDA):

Voorzitter. In de aanvraag ging het specifiek over babysterfte. Ik krijg de indruk dat de heer Dijk het nu wel wat breder maakt. Maar de aanvraag kunnen wij in ieder geval steunen.

Mevrouw Van Groningen (VVD):

Voorzitter. Het is natuurlijk een belangrijk onderwerp. We hebben binnenkort het debat over het IZA en het AZWA. Ik denk dat dat een mooi moment is om dit te bespreken. Ik zou liever eerst een reactie van het kabinet krijgen, want het zijn inderdaad zorgelijke cijfers. Ik wil dus eerst een reactie van het kabinet alvorens het te bespreken. Dus geen steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Ik schrik ook van die cijfers. Ik hecht er alleen wel aan om eerst een brief van het kabinet te krijgen waarin de cijfers worden geduid. Waar komt dit door? Daarna moeten we erover debatteren. Steun.

De heer Köse (D66):

Ik kan me vinden in de woorden van de vorige sprekers, voorzitter. Wellicht kan het sneller bij het debat over het IZA en het AZWA.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Het informatieverzoek steun ik zeker. Er gaat via nationale programma's namelijk al best veel geld naar dit soort zaken toe. Blijkbaar is dat niet voldoende. Het is dus goed als we daar een debat over voeren, maar wel alleen als we van tevoren een brief hebben.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Steun, maar wel graag met een brief voor het debat.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Steun voor het informatieverzoek, maar op dit moment nog geen steun voor het debat.

De voorzitter:

Meneer Köse, steunde u dit debat? Nee, geen steun. U heeft geen meerderheid, meneer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Helaas.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Faber voor haar verzoek namens de PVV. Gaat uw gang.

Mevrouw Faber (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Momenteel is er een leger aan hulpverleners opgetuigd om veroordeelde agressieve criminelen te begeleiden naar een terugkeer in de samenleving. Daar zijn veel te veel organisaties bij betrokken, waardoor er fatale fouten worden gemaakt. Zo werd een 11-jarig meisje op klaarlichte dag doodgestoken door Hamzah L., die geen onbekende is bij justitie. Hij heeft een vuistdik dossier met onder andere gedwongen opnames, ambulante zorg, toezicht door de reclassering en onhandelbaarheid door drugsgebruik. De overheid heeft gruwelijk gefaald inzake de plicht om de maatschappij te beschermen tegen dit soort agressieve verwarde personen. Agressieve veroordeelde criminelen moeten nooit meer losgelaten worden in de maatschappij. Daar wil ik graag een debat over voeren met de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun voor het verzoek.

De heer Van Duijvenvoorde (FVD):

Steun voor het verzoek.

Mevrouw Huizenga (D66):

Geen steun.

Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):

Vorige week vroeg ik naar aanleiding van een soortgelijk incident een debat aan. Dat vond mevrouw Faber toen niet urgent genoeg. Gelukkig vindt ze dat deze week wel; van harte steun.

Mevrouw Straatman (CDA):

We hebben recent heel uitvoerig gedebatteerd over het tbs-stelsel, dus nu geen steun.

De heer Ellian (VVD):

Ik heb een beter idee: morgen om 10.00 uur hebben we een debat over strafrechtelijke onderwerpen, mét een brief over de forensische zorg. Sneller dan dat kan het niet. Geen steun dus.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Ik heb de neiging om me bij de woorden van de heer ehm …

De voorzitter:

Meneer Ellian!

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

De voornaam gaat door mijn hoofd, jongen! Het hemd is nader dan de rok, dan krijg je dat. Ik heb de neiging om me bij zijn woorden aan te sluiten, maar tegelijkertijd moet toch eerst eens duidelijk zijn wat hier aan de hand is. Op dit moment dus geen steun, maar ik heb wel behoefte aan een brief.

De voorzitter:

Ik voelde 'm aankomen. We geleiden het verzoek door naar het kabinet. Maar u heeft geen meerderheid.

Mevrouw Faber (PVV):

Heb ik de steun van 30 leden?

De voorzitter:

Die heeft u zeker.

Mevrouw Faber (PVV):

Graag, alstublieft.

De voorzitter:

Absoluut, bij dezen.

Het woord is aan de heer Claassen voor zijn verzoek namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Ik heb twee verzoeken. Het eerste verzoek. We lezen dat er steeds meer geld is voor gratis zorg voor asielzoekers. Sorry voor mijn stem, voorzitter. Er komen er steeds meer bij, dus ook steeds meer geld. Dat wordt alleen maar meer en meer. Als je vraagt waar dat geld precies naartoe gaat en hoe het besteed wordt, dan blijft dat onduidelijk en krijgen we daar geen inzicht in. We blijven er geld in gooien en we weten niet precies waar het naartoe gaat. We zouden daar dus toch graag een keer een debat over willen hebben met de minister van VWS. Tegen degene die gaan zeggen dat het bij het commissiedebat van morgen kan, zou ik willen zeggen: neen, want er staat al heel veel op de agenda. Ik vind dit onderwerp echt specifiek genoeg …

De voorzitter:

Ja, anders had u het waarschijnlijk ook niet aangevraagd.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

… om er een breed debat over te voeren.

De voorzitter:

Ja. Ik kijk of er steun voor is.

De heer Ceulemans (JA21):

Ik wil het steunen. Ik denk wel dat het het handigst is om het samen te voegen met het geplande plenaire asieldebat, dat al staat. Maar in ieder geval steun voor het verzoek van de heer Claassen.

De heer Van Duijvenvoorde (FVD):

Ik steun het verzoek van de heer Claassen.

De heer Schoonis (D66):

Geen steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Het is buitengewoon oneerlijk wat hier gebeurt. Allerlei zaken die voor Nederlanders niet vergoed zijn, worden dat via een speciale subsidieregeling wel voor asielzoekers. Alleen daarom al steun voor dit verzoek.

Mevrouw Wendel (VVD):

Geen steun.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Voorzitter. Dit is belangrijk. We moeten het hier zeker over hebben. Mijn voorstel zou toch zijn om dat zo snel mogelijk te doen. Dat is morgen, dus voor nu geen steun.

De heer Stoffer (SGP):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Dat is interessant, want volgens mijn gegevens had de PVV hier gestaan, als ik dit debat niet had aangevraagd, maar goed.

De voorzitter:

U heeft nog een verzoek, dus wellicht lukt het daar?

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Het tweede verzoek is misschien wat technischer. We lezen dat met versnelde toegang tot de zorg bloedonderzoek zonder doorverwijzing kan. We lezen dat dat redelijk is en dat het goed en verantwoord kan. Dit kabinet, maar ook wij, zijn groot voorstander van snelle, toegankelijke zorg die ook veilig kan. Toch komt dat niet van de grond. Het zou goed zijn om over dit soort innovatieve ontwikkelingen in de zorg een apart debat te voeren. Ik heb dat volgens mij twee weken geleden ook gedaan over een ander onderwerp. Omdat dit zo specifiek is en niet in de reguliere agenda's past, wil ik ook hiervoor graag een apart debat met de minister van VWS.

De voorzitter:

Ja. We gaan kijken of daar steun voor is.

De heer Krul (CDA):

Het is wel mooi dat de heer Claassen zegt dat het zo'n specifiek onderwerp is dat we het er maar plenair over moeten hebben. Ik denk dat het echt veel sneller bij een commissiedebat kan. Het is wel een heel goed onderwerp.

De heer Schoonis (D66):

Geen steun.

De heer Van Duijvenvoorde (FVD):

Wij steunen dit verzoek.

Mevrouw Wendel (VVD):

Mooier dan de heer Krul kan ik het niet verwoorden, dus ik sluit me bij hem aan.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Ook ik sluit me bij de heer Krul aan.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid. Nee, nee, nee, meneer Claassen. Een toegift kunt u via andere kanalen doen. We gaan dit allemaal niet doen. Geen toegiften meer. Dit kost allemaal tijd.

Het woord is aan de heer Ceulemans. Gaat uw gang.

De heer Ceulemans (JA21):

Voorzitter, dank u wel. De Spreidingswet houdt de gemoederen enorm bezig in de gemeenten in Nederland. We hebben op 23 april een commissiedebat gehad over de tweede cyclus van de Spreidingswet. Het tweeminutendebat dat erop volgde, stond ingepland op 21 mei. Dat is toen komen te vervallen. Vanwege de urgentie wil ik verzoeken om uiterlijk volgende week het tweeminutendebat over de tweede cyclus van de Spreidingswet in te plannen.

De voorzitter:

Ik kijk of daar een meerderheid voor is.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Van harte steun.

De heer Köse (D66):

Steun, voorzitter.

Mevrouw Straatman (CDA):

Steun.

De heer Van Duijvenvoorde (FVD):

Steun.

De heer Ellian (VVD):

Steun, maar om de hardwerkende mensen achter u te helpen: als het een weekje later wordt, vind ik het ook prima.

De voorzitter:

Hogelijk gewaardeerd.

De heer Vermeer (BBB):

Het laatste stukje draagvlak is aan het verdwijnen, dus steun.

De heer Stoffer (SGP):

Steun.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

De heer Ceulemans (JA21):

Dank u zeer.

De voorzitter:

Dan is het woord aan de heer Van Duijvenvoorde voor zijn verzoek namens Forum voor Democratie.

De heer Van Duijvenvoorde (FVD):

Dank u wel, voorzitter. Dit weekend schreef Het Parool over de problemen die er zijn in de stad Amsterdam met Syrische jongeren. In 2025 sprak burgemeester Marcouch van Arnhem hier al over. Burgemeester Dijksma van Utrecht sprak hier al over. Dit geldt ook voor Den Bosch, Nijmegen, Groningen en Amsterdam. Journalist Paul Vugts heeft het over georganiseerde misdaad onder Syrische jongeren. Er begint een probleem te ontstaan. Ik denk dat we het daar zo snel mogelijk over moeten hebben in plaats van dat we twee, drie of vier jaar te laat zijn. We moeten met elkaar in debat gaan over dit probleem, dat momenteel aan het exploderen is in de steden.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Volgens mij hebben we de afgelopen maand tien JenV-debatten gehad. Morgen hebben we het over de nationale veiligheid. Dat is een uitstekend moment om het te doen, dus geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Geen steun. We hebben net het debat Justitiële jeugd gehad en daar was FVD niet bij.

Mevrouw Faber (PVV):

Donderdag is er een asieldebat. Dat lijkt me een mooie gelegenheid. Er is morgen ook nog een commissiedebat.

Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):

Van harte steun.

De heer Vermeer (BBB):

Voorzitter. Dit gaat niet alleen over asiel. Steden en dorpen worden geteisterd door dit soort groepen, dus volle steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Ik moest weer denken aan de opvoedingskampen van Lubbers. Zo langzamerhand zijn we daar weer aan toe. Steun voor dit verzoek.

De voorzitter:

Maar u heeft geen meerderheid, meneer Van Duijvenvoorde.

Het woord is aan de heer El Abassi voor zijn verzoek namens DENK. Gaat uw gang.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. Vorige week was het weer raak. In Wijk bij Duurstede werden stenen uit de grond gerukt waarmee politieagenten werden aangevallen. Afgelopen weekend werd het gemeentehuis opnieuw doelwit van geweld en vernielingen. Er werden spandoeken met beledigende teksten en nazisymbolen opgehangen. Van Loosdrecht tot IJsselstein en van Uithoorn tot Wijk bij Duurstede zien we een terugkerend patroon van intimidatie, vernielingen, brandstichting, geweld tegen politieagenten, bedreigingen van bestuurders en aanvallen op publieke instellingen. Steeds opnieuw wordt de grens verder opgeschoven en steeds opnieuw lijken de daders zich gesterkt te voelen. Dit raakt de veiligheid van de bewoners van azc's, van de agenten, van de burgemeesters, van de raadsleden en van de omwonenden.

De voorzitter:

Wat is uw verzoek?

De heer El Abassi (DENK):

Daarom verzoek ik om een debat met de minister van Justitie en Veiligheid over deze structurele golf van geweld rond azc's, de voedingsbodem hiervan en de kabinetsaanpak om verdere escalatie te voorkomen.

De voorzitter:

Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Voorzitter. Volgens mij zet de heer El Abassi dit elke week op de regeling. We hebben hier anderhalve week geleden een groot debat over gevoerd. Volgens mij moeten we dat niet elke week willen doen. Er staat morgen een debat van JenV gepland, dus ik zou de heer El Abassi willen vragen om het dáár te bespreken.

Mevrouw Faber (PVV):

Geen steun.

Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):

Geen steun.

De heer Köse (D66):

Geen steun.

De voorzitter:

Meneer El Abassi, u heeft geen meerderheid.

De heer El Abassi (DENK):

...

De voorzitter:

Neenee, ook u mag hier geen commentaar op leveren. Wat voor de heer Claassen geldt, geldt ook voor u.

Mevrouw Maeijer krijgt nu het woord, namens de PVV, voor haar verzoek.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Voorzitter. De minister heeft beloofd dat de deuren van de vier zorgvilla's van ExpertCare pas zouden sluiten als voor álle kinderen een passende plek geregeld is. Nu verscheen gisteren het bericht dat er binnen drie weken toch twee villa's sluiten, met alle gevolgen van dien voor ten minste negen zwaargehandicapte kinderen en hun ouders. Ik wil hier heel graag op de korte termijn een debat over, na ommekomst van de brief die gisteren al door de minister van Langdurige Zorg is toegezegd.

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid heeft. Ik zie mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

Zeker. Want er is gewoon een harde belofte gedaan in de Kamer dat er een oplossing gevonden zou worden voor alle kinderen voordat de villa's sluiten. Daar wordt niet aan voldaan. Dus ik vind ook dat wij het kabinet dan opnieuw moeten controleren en moeten zorgen dat aan deze belofte wél wordt voldaan. Dus steun voor dit verzoek.

Mevrouw Dobbe (SP):

Ik denk dat het heel goed is om dit te doen. Mevrouw Maeijer heeft er denk ik geen termijn bij genoemd. Ik hoor haar zeggen: op de korte termijn. Ik denk dat het wel heel snel moet, omdat deze kinderen en hun gezinnen nu echt ernstig in de knel komen. Dus van harte steun en ook graag echt met spoed.

Mevrouw Wendel (VVD):

De VVD steunt dit verzoek.

Mevrouw Huizenga (D66):

Steun voor dit verzoek.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Belofte maakt schuld, dus steun voor dit verzoek.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):

Steun.

Mevrouw Tijmstra (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Steun voor het verzoek, maar er loopt nog een SO op dit moment en er komt nog een brief van het kabinet, dus het lijkt me wel goed om dat erbij te betrekken.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid, mevrouw Maeijer.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Voorzitter, dan zou ik u ook willen vragen om dit debat zo spoedig mogelijk in te plannen.

De voorzitter:

De lijst is lang, maar we gaan zoals altijd ons best doen.

Het woord is aan mevrouw Lammers, die wordt vervangen door de heer Markuszower. Beiden namens de Groep Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Dank u wel, voorzitter. Het is toch eigenlijk te gek voor woorden? Het COA maakt afspraken en die worden dan weer gebroken. Het is dus een totaal onbetrouwbare overheid. Wie moet daar dan weer voor wijken? De gewone Nederlander, want nieuwbouwwijken gaan nu niet door. Het azc gaat door, en nieuwbouwwijken kunnen daardoor niet gebouwd worden. Graag een debat.

De voorzitter:

Ik kijk wie dat steunt.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Het is natuurlijk verschrikkelijk dat al die asielopvang wordt doorgedrukt in de steden, maar donderdag hebben we een commissiedebat met de minmister van Asiel. Laten we het daar bespreken; dan kunnen we het zo doen.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Belofte maakt schuld, ook hier. Het is zo fnuikend voor het vertrouwen in de overheid, dus steun voor dit verzoek.

Mevrouw Straatman (CDA):

Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Vondeling: donderdag in het commissiedebat.

De heer Van Baarle (DENK):

Er staat al een debat op de agenda waar de heer Markuszower aan mee kan doen.

De heer Ceulemans (JA21):

Er staat donderdag een commissiedebat gepland. Het is wel een heel zorgwekkende trend. Het is natuurlijk niet de eerste gemeente waar het COA afspraken schendt. We kennen Hardenberg en noem maar op. Donderdag is het snelst. Het is ook handig om het te voegen bij het plenaire debat, maar ik vind het wel belangrijk, dus ik wil op zich wel steun verlenen aan het verzoek.

De heer Vermeer (BBB):

Voorzitter. De gemeente waar ik woon, heeft tien jaar lang ver boven het gemiddelde gepresteerd op dit gebied. Het is een schande dat omwonenden nu in de steek worden gelaten. Maar het snelst kan dit echt op donderdag.

De heer Schoonis (D66):

Voorzitter. Het snelste is donderdag. Dus geen steun hiervoor.

De heer Schenk (FVD):

Steun voor het verzoek.

De heer Ellian (VVD):

Het snelste is donderdag.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Markuszower. Maar nog wel een verzoek, of is dat ...

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Ja. Wat natuurlijk eigenlijk niet kan wachten, is de screening van mensen die hier binnenkomen. Daar zouden we eigenlijk vanavond over moeten debatteren, want er komen hier dus mensen ons land binnen, en de minister weet gewoon, nu al, dat we die mensen de komende jaren niet kunnen screenen. We kunnen ze niet screenen op terrorisme en we kunnen ze niet screenen op het hebben begaan van oorlogsmisdaden. We weten dus niet wie ons land binnenkomt. De minister geeft toe dat we ze niet kunnen screenen. Het zou eigenlijk te gek voor woorden zijn als we daar niet vanavond al paal en perk aan kunnen stellen door de minister hier naar de Kamer te halen.

De voorzitter:

Wilt u dit debat vanavond? Is dat het voorstel?

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Nou, op de meest korte termijn. Ik wil voorkomen dat Kamerleden zullen zeggen dat we dit toch kunnen betrekken bij een commissiedebatje aanstaande donderdag. Dit is een zeer ernstige kwestie.

De voorzitter:

Ik breng het gewoon in stemming.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Ik ben bezig met een amendement op de eerste de beste wet die voorligt om hier een wettelijke basis voor te organiseren, want alles wat de heer Markuszower zegt, deel ik. Alleen, dát is de snelste manier om het te doen. Dus geen steun voor dit verzoek.

De heer Vermeer (BBB):

Voorzitter. Of iets een "commissiedebatje" is of een debat, bepaalt de heer Markuszower ook zelf. Dat bepalen wij hier zelf. Donderdag kunnen we het hier snel over hebben. Sowieso loopt de screening al twee jaar achter, dus hier moet echt, echt snel actie komen.

De heer Van Baarle (DENK):

Over dit onderwerp is bij afgelopen debatten uitgebreid gesproken. Er zijn ook moties over ingediend. Het snelste debat is donderdag. Dus geen steun.

Mevrouw Vondeling (PVV):

Dit moet snel besproken worden. Donderdag is er een debat. Er is nota bene een motie van de PVV aangenomen om dit snel te regelen, dus dat ga ik donderdag ook zeker tegen de minister zeggen.

De heer Ellian (VVD):

Ik constateer maar even dat de Groep Markuszower dus commissiedebatten over asiel en migratie "debatjes" vindt. Maar wij vinden het een belangrijk debat. Daar gaan we het donderdag bespreken.

De heer Schenk (FVD):

Steun voor het verzoek.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid. Nee, nee, nee, nee, u mag niet reageren, meneer Markuszower. Dat had ik al gezegd!

Het woord is aan meneer Schenk voor zijn verzoek namens FVD. En in reactie op wat u buiten de microfoon zegt, meneer Markuszower: blijven proberen! Gaat uw gang, meneer Schenk.

De heer Schenk (FVD):

Dank, voorzitter. Nergens in Nederland is het ziekteverzuim zo hoog als in de zorg. Volgens nieuwe cijfers is het inmiddels opgelopen tot 8,2%. Tegelijkertijd zien we een stijgende instroom in de WIA, een groeiende druk op de toegankelijkheid van de zorg en toenemende personeelstekorten. Er is sprake van constante druk, waarbij zorgpersoneel voortdurend gevraagd wordt om in te springen, ook als ze eigenlijk vrij zijn. Wat ook niet meehelpt, is het verscherpte toezicht op zzp'ers in de zorg. Dat raakt niet alleen aan arbeidsomstandigheden van zorgmedewerkers, maar ook aan de beschikbaarheid van zorg voor miljoenen Nederlanders. Daarom verzoek ik om een debat met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en die van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De voorzitter:

Ik kijk of u steun heeft.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Vorige week hadden we een soort van zelfde verzoek, maar dat ging over zwangere vrouwen die uitvallen. Nu hebben we het over verpleegkundigen die uitvallen en ziek worden. Er is dus een groot probleem als het gaat over arbeidsongeschiktheid. Nogmaals, ik wil een breed debat over arbeidsongeschiktheid. In dat licht kan ik het steunen.

Mevrouw Wendel (VVD):

Voorzitter. Ik heb hier echt moeite mee. Gisteren zat ik hier in de Kamer, samen met vele collega's van andere partijen om exact over dit onderwerp te debatteren. Daar heb ik Forum voor Democratie niet gezien. Als Forum voor Democratie dit onderwerp echt belangrijk vindt, komen ze bij dit soort debatten. Geen steun.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Voorzitter. Als we de minister vragen of er ook een salarisverhoging in de zorg nodig is, zegt ze: ja, nee, want ze doen dit werk met heel veel plezier en met hun hart. Tegelijkertijd zien we dat alle bezuinigingen, personeelstekorten en dit beleid ervoor zorgen dat de zorg ziek wordt. Dus van harte steun voor dit debat.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Ik sluit me helemaal aan bij mevrouw Wendel.

Mevrouw Van Ark (CDA):

We hebben binnenkort bij Sociale Zaken een rondetafelgesprek over dit onderwerp. Dat gaan we eerst doen. Geen steun voor een apart plenair debat nu.

Mevrouw Dobbe (SP):

Ik heb u gister wel gemist tijdens het debat dat ging over de arbeidsmarkt.

De voorzitter:

Mij?

Mevrouw Dobbe (SP):

Nee, niet u, voorzitter. Sorry. De aanvrager, en de partij.

De voorzitter:

Ah!

Mevrouw Dobbe (SP):

Toch steun ik dit debat, ook in de wetenschap dat het altijd goed is om het hierover te hebben. Maar laten we dan ook daadwerkelijk gaan naar de belangrijke debatten die hierover gaan.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ik sluit me aan bij de VVD. Het is werkelijk waar gênant dat er nu hier een debataanvraag is, terwijl FVD gisteren echt volledig afwezig was toen we het hierover hadden. Dus geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Schenk.

Maar u heeft nog wel een tweede verzoek. Gaat uw gang.

De heer Schenk (FVD):

Zeker. Ik vraag me ook sterk af over welk debat we het dan hebben. Misschien heb ik dan …

De voorzitter:

Nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee. Uw tweede verzoek!

De heer Schenk (FVD):

Ik ben me oprecht van geen kwaad bewust, en het wordt me nu een paar keer hier verteld. Nou ja, ik kom straks wel verhaal halen bij iemand die het daarover had.

De voorzitter:

Het staat allemaal op Debat Direct.

Uw tweede verzoek.

De heer Schenk (FVD):

Voorzitter. Het tweede verzoek. Het kabinet heeft aangekondigd de komende vier jaar 75.000 asielzoekers en statushouders extra aan werk te willen helpen. Daarom wordt gesproken over aangepaste inburgeringsregels, werkbalies in asielzoekerscentra en nieuwe afspraken met werkgevers. Dat betreft een fundamentele koerswijziging op het terrein van integratie en arbeidsmarkt. Juist omdat het kabinet deze plannen nu verder gaat uitwerken, lijkt het mij wenselijk dat de Kamer zich hier eerst over kan uitspreken. Want hoe wenselijk is een dergelijke wijziging? Waarom zou je immigranten die mogelijk nooit asiel krijgen toegang geven tot de arbeidsmarkt, met alle gevolgen van dien? Daarom verzoek ik om een debat met de minister van Werk en Participatie.

De voorzitter:

Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

De heer De Beer (VVD):

Mooi onderwerp, maar er is nog een commissiedebat Arbeidsmarktbeleid en er is ook nog een commissiedebat Asiel deze week, dus alle mogelijkheden om dit te bespreken.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Nou, ik zou zeggen: sterker nog, er komt gewoon wetgeving aan. Die is aangekondigd. Die wetgeving gaan we hier fatsoenlijk behandelen, dus we gaan voordat dat wetsvoorstel hier is niet nog eens een keer een commissiedebat daarover houden.

De heer Boon (PVV):

Voorzitter. De PVV vindt dat asielzoekers bij de grens moeten worden tegengehouden of dat ze moeten worden teruggestuurd. Verder sluit ik me aan bij de woorden van mevrouw Piri.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Ik sluit me ook aan bij mevrouw Piri.

De heer Köse (D66):

Hetzelfde, voorzitter.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Schenk.

Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn verzoek namens DENK. Gaat uw gang.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter, dank. Ik zou graag een debat willen aanvragen met de minister van Binnenlandse Zaken over het eindrapport van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme ná ontvangst van een brief met de reactie van de minister op dat rapport.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u daar een meerderheid voor heeft.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Het spijt mij om dit te zeggen, maar ik vind het een politiek rapport. De definitie van "discriminatie" wordt buitengewoon opgerekt. Ik heb in ieder geval één onjuistheid gezien en die betreft de casus waarin ik belaagd ben doordat ik aan groepsbelediging zou hebben gedaan, waarbij uiteindelijk door het hof gezegd is dat dat niet klopte. Geen duidelijke keuzes ten aanzien van de consequenties …

De voorzitter:

En wilt u erover in debat gaan?

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Nee. … ten aanzien van de consequenties voor de vrijheid van vereniging en de vrijheid van meningsuiting. Ik wil eerst een reactie van het kabinet. Wellicht komen zij tot dezelfde conclusie en hoeven we er ook niet meer over te debatteren.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter. Het is belangrijk dat we eindelijk een plenair debat hebben over discriminatie op basis van een onafhankelijke staatscommissie. Dus van harte steun.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Als we een staatscommissie instellen en die komt met een rapport, dan is het heel goed om daar een brief van de regering over te vragen en om daarna een debat met elkaar te voeren daarover.

De heer Verkuijlen (VVD):

Ik sluit mij graag aan bij de woorden van het CDA.

Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):

Voorzitter. Als we al gaan praten over dit linkse beleidsstuk, dan alleen over de vraag waarom we hier belastinggeld aan besteden. Voor de rest geen steun.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ik weet niet zeker of de heer Van Baarle het verzoek ook mede namens mijn fractie had gedaan. Zo niet, dan uiteraard steun.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Ik sluit me aan bij het CDA.

Mevrouw Dobbe (SP):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid, meneer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):

Excuus, voorzitter, in de richting van de collega's. Ik zou dit verzoek inderdaad mede namens mevrouw Tseggai van PRO of GroenLinks-PvdA doen.

De voorzitter:

Hersteld.

De heer Van Baarle (DENK):

En namens de heer Bamenga van D66.

De voorzitter:

Ja. Het is genoteerd.

Het woord is aan de heer Markuszower, opnieuw namens de Groep Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Voorzitter. Dit kabinet, van D66 onder andere, dat graag matcha wil drinken en havermout en zo ... Dat is allemaal elite die misschien hoge prijzen kunnen betalen. Maar de gewone man en vrouw worden benauwd als ze naar de supermarkt lopen omdat ze de hoge prijzen niet meer kunnen betalen. Door al die belastingen en taksen — dat zijn bijvoorbeeld energieheffingen, suikertaksen, verpakkingstaksen — worden de supermarktprijzen nog duurder volgend jaar, tot wel 10%. De mensen trekken het gewoon niet meer in Nederland. Ze kunnen het nu al niet betalen, behalve misschien die elite van D66; die kan het misschien wel betalen. De gewone man en vrouw kan het allemaal niet meer betalen.

De voorzitter:

U wil een debat.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

En volgend jaar dus nog minder. Graag heel snel een debat daarover.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Meneer Markuszower zegt het zelf al: taksen zijn belastingen. Over twee weken is er een heel groot commissiedebat Fiscaliteit. Daar kan het bij.

Mevrouw Wiersma (BBB):

BBB waarschuwt hier al jaren voor. Als je je eigen voedselproductie afbreekt, dan gaan natuurlijk de voedselprijzen omhoog. Van harte steun voor dit debat.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Ik moet één correctie aanbrengen bij de heer Markuszower: ik heb gisteren met de premier koffie met gewone koeienmelk gedronken. Maar geen steun voor dit debat.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter. Los van het feit dat ik vermeldingen van een "D66-elite" in de regeling van werkzaamheden weinig collegiaal vind, steun ik wel de inhoud van het verzoek om het over de betaalbaarheidscrisis in Nederland te hebben.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Er is niks mis met matcha, zou ik willen meegeven. Maar er is binnenkort volgens mij een commissiedebat, dus geen steun voor een plenair debat, dat vervolgens pas over een paar maanden plaats zou vinden.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Ik ben vooral verbaasd over het feit dat de PVV helemaal niks meer steunt. Watskeburt?

De voorzitter:

Maar wat doet u?

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Steun voor dit verzoek.

Mevrouw Huizenga (D66):

Ik ben een groot fan van bier en koemelk, dus niet zo ... Ik ga hier niet in op wat onze partij wordt verweten. Maar recent zijn er veel koopkrachtdebatten geweest, dus geen steun.

De heer Krul (CDA):

Ik ben opgegroeid met havermout; daar was echt weinig elite aan, kan ik de heer Markuszower verklappen. Daarnaast zijn er gewoon commissiedebatten waar hij de inflatie aan de orde kan stellen. Geen steun.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Geen steun.

Mevrouw Dobbe (SP):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Markuszower.

U heeft echter nog wel een tweede verzoek.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Ja. Als collega-Kamerleden worden bedreigd of als er mensen zijn in Nederland die daartoe ophitsen, dan is dat een groot probleem, zeker als degenen die dat doen, mensen zijn die van onze gastvrijheid gebruik willen maken. Ik zou daar een debat over willen hebben om onze collega te steunen. We doen hier allemaal ons werk. We zetten ons in voor de rechtsstaat. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat mensen die hier van onze gastvrijheid gebruik willen maken, die collega's bedreigen.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar een meerderheid voor is.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Voorzitter. Het bericht op X waar de heer Markuszower naar verwijst, is mij onbekend, maar ik ga ervan uit dat de betrokken diensten hierbovenop zitten als dit zo ernstig is, dus geen steun.

De heer Schoonis (D66):

Wederom geen steun.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. Ik heb zojuist nog een debat aangevraagd over relschoppers, over anti-azc-demonstranten die wekelijks de boel terroriseren en raadsleden bedreigen. Dat zijn dus onze volksvertegenwoordigers. Ik heb nooit steun gehad vanuit de Groep Markuszower, dus geen steun voor dit verzoek.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Markuszower.

Het woord is aan mevrouw Teunissen voor haar verzoek namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. Wordt de watermeloen als symbool voor steun aan de Palestijnen straks strafbaar? We lazen in de krant dat D66 in de achterkamertjes kennelijk groen licht heeft gegeven om door te gaan met een wet die een bedreiging is voor de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht, de Wet strafbaarstelling verheerlijking terrorisme. In de week van 100 dagen kabinet-Jetten was het dus weer buigen voor de VVD. De Partij voor de Dieren vindt dat dit soort achterkamerdeals in de openbaarheid besproken moet worden. De uitruil met geld voor ontwikkelingssamenwerking is nu onnavolgbaar geworden. Daarom wil de Partij voor de Dieren opheldering over de totstandkoming van deze kennelijke deal en een debat met de minister-president, uiterlijk volgende week, zodat er snel openheid komt.

De voorzitter:

Uiterlijk volgende week. Ik kijk of daar een meerderheid voor is.

De heer Ceulemans (JA21):

Donderdag is de hervatting van het wetgevingsoverleg, waarin dit ter sprake kan komen, dus geen steun voor een los debat.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Mede namens de heer Krul: geen steun.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Ik kan gelijk even rechtzetten dat ik veel respect heb voor de commissiedebatten die hier plaatsvinden. Vorige week is hier in een commissiedebat uitgebreid over gesproken, dus geen steun.

De voorzitter:

Dat doet u charmant.

De heer Schoonis (D66):

Voorzitter. Geen steun voor dit verzoek, maar vanaf hier nog wel de felicitaties aan mevrouw Teunissen.

De heer Van Baarle (DENK):

Ook middels deze weg felicitaties aan mevrouw Teunissen en veel succes gewenst in haar rol. Ik zou graag in aanvulling op het verzoek van mevrouw Teunissen om een brief willen vragen, zo snel mogelijk te ontvangen, waarin de minister-president aangeeft of er binnen het kabinet een dergelijke afspraak is gemaakt. Vanzelfsprekend steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Dat verzoek geleiden we door naar het kabinet. Mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Als je terroristisch geweld van Hamas verheerlijkt, dan ben je fout bezig. Geen steun voor dit verzoek. Als die wet er maar heel snel komt.

De heer Vermeer (BBB):

Alle kaarten moeten op tafel rond die afspraak, maar dat kan volgens mij in de tweede termijn deze week.

Mevrouw Dobbe (SP):

Laten we een debat dat over ontwikkelingssamenwerking moet gaan niet belasten met het geval van achterkamertjesdealtjes en zo die hier hebben plaatsgevonden. Wij zijn tegen achterkamertjesdeals en voor dit debat.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Mijn fractie was net zo verrast als de fractie van mevrouw Teunissen, dus steun voor dit verzoek.

De heer Schenk (FVD):

Steun voor het verzoek.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Voorzitter. Het is jammer …

De voorzitter:

Nee, nee.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

… dat de coalitiepartijen geen openheid willen geven.

De voorzitter:

Nee, nee, nee. Dat staan we bij niemand toe, maar ik sluit me wel aan bij de hartelijke felicitaties in uw richting.

Het woord is aan de heer Markuszower. Vijfmaal is scheepsrecht? Gaat uw gang.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Dat weet ik niet, voorzitter, maar ik hoop dat het gaat lukken deze keer. We hebben in Amsterdam nu nog steeds een burgemeester die het niet zo nauw neemt met de feiten, nota bene feiten die ze eerst zelf als feiten naar buiten had gebracht. Dat gaat over de Jodenjacht. Mevrouw Halsema, de burgemeester, verandert het narratief, haar eigen narratief. De ongekozen burgemeester van Amsterdam heeft nota bene ook gezegd dat groepen met wie ze spreekt, bijvoorbeeld het Centraal Joods Overleg, de officiële vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschap, slechts een clubje heren is dat onverstandige dingen zou zeggen. Dan zou de burgemeester wel even aan hen en aan de Joodse gemeenschap vertellen wat dan wel verstandig is.

De voorzitter:

Uw verzoek.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Ik denk dat we te maken hebben met een burgemeester die tot de orde moet worden geroepen. Wie kan dat beter doen dan de minister van Binnenlandse Zaken? Dus graag een debat met hem.

De voorzitter:

Een debat. Ik kijk of daar een meerderheid voor is.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

De heer Van Baarle (DENK):

Het moge duidelijk zijn dat mijn fractie een hele andere duiding heeft van de gebeurtenissen die de heer Markuszower omschrijft. Het feit dat de heer Markuszower hier nu voor de vijfde keer staat, betekent dat ik voor de vijfde keer ga zeggen: geen steun voor zijn verzoek.

De heer Tijs van den Brink (CDA):

Geen steun.

De heer Verkuijlen (VVD):

Geen steun.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Geen steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Ik woon daar vlak in de buurt en moet er steeds doorheen, ook op weg naar Den Haag. Ik maak me wel zorgen. Steun voor dit verzoek.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Het woord is aan mevrouw Vliegenthart voor een verzoek namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. De geplandemegabezuinigingsmaatregelen van het minderheidskabinet op de zorg hebben grote gevolgen voor chronisch zieken en mensen met een beperking. Het Nibud berekende dat de zorgkosten kunnen oplopen tot €300 per maand, en dat terwijl zij nu al te maken hebben met hoge eigen kosten voor noodzakelijke zorg en ondersteuning, terwijl juist deze groep zou moeten kunnen rekenen op zekerheid en toegankelijke zorg. Ook vanmiddag hoorden we weer de schrijnende verhalen bij de aanbieding van de campagne #IkKanNietMeer. Daarom het verzoek tot een debat met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de gevolgen van deze maatregelen en de wijze waarop het kabinet de betaalbaarheid van zorg voor mensen met een chronische ziekte en beperking gaat waarborgen.

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid heeft. Mevrouw Tijmstra was het snelst.

Mevrouw Tijmstra (CDA):

Dank u wel, voorzitter. We hebben zelf als Kamer via de motie-Stoffer om een onderzoek gevraagd door de regering. Dat onderzoek willen we graag eerst afwachten, dus voor nu geen steun.

De heer Köse (D66):

Wij wachten ook graag die analyse af. Geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Van harte steun.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Steun, voorzitter.

Mevrouw Dobbe (SP):

Volgens mij kunnen we het er nu al prima over hebben, want mensen komen anders gewoon in de knel, dus van harte steun.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

Mevrouw Wendel (VVD):

Wij wachten het onderzoek graag af. Geen steun.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Ik wil dat debat uiteraard wel voeren, maar wel nadat mijn motie, die zojuist al werd benoemd, is uitgevoerd. Dus daarna. Eerst uitvoering motie, dan pas debat.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):

Daar sluit ik me bij aan.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Volgens mij is dit het derde verzoek vandaag dat gaat over de portemonnee van mensen: energiekosten, net de stijgende prijzen in de supermarkten en nu de zorgkosten erbij. Ik wil eigenlijk vragen om dat allemaal bij elkaar te doen en daar één debat over te voeren.

De voorzitter:

Dat is een nieuw verzoek.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Dat is een nieuw verzoek. Daar wordt u natuurlijk ontzettend chagrijnig van.

De voorzitter:

Dat kan ik niet aan; dat weet u.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Dat trekt u niet — dat begrijp ik — dus dat ga ik niet doen.

De voorzitter:

Volgende week is er wel weer een nieuwe regeling.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Ik heb net al steun gegeven, dus deze dan niet, maar het is niet dat ik niet vind dat dit betrokken moet worden bij die andere debatten.

De voorzitter:

Dat heeft u duidelijk gezegd.

De heer Ceulemans (JA21):

Ik sluit me aan bij de heer Stoffer.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):

Nou, mooi! Dank u wel.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Hier bij de interruptiemicrofoon, toch, voorzitter?

De voorzitter:

Dat mag.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Het is een beetje een lang verhaal. We hebben een tijd geleden, een paar maanden of weken geleden, een debat gevoerd over de inzet van de minister als het gaat over de omnibussen en de gewasbescherming. Daarbij is een motie aangenomen van de Kamer waarin gezegd werd dat de Kamer nog een keer zou praten over de inzet van de minister in Brussel. Aanstaande donderdag hebben we een commissiedebat over gewasbeschermingsmiddelen, maar de minister moet aanstaande vrijdag al een positie innemen, heb ik net gehoord. Dat betekent dus dat wij, willen wij daar als Tweede Kamer nog invloed op uitoefenen, op donderdag een uitspraak moeten doen over de positie die de minister vrijdag in Brussel moet innemen. Ik heb even contact gehad met beide griffies, de Griffie plenair en de griffie van LVVN, en het is mogelijk om een notaoverleg in te plannen op donderdagochtend, zodat er op donderdagmiddag nog een stemming kan plaatsvinden. Dat is dan ook mijn verzoek hier: om aanstaande donderdag een stemming in te plannen, na een notaoverleg.

De voorzitter:

Dus daarmee geldt hiervoor eigenlijk hetzelfde als wat normaal ook bij Raden geldt: dat proberen we zo veel mogelijk voor de deadline van die Europese besluitvorming in te plannen. Ik kijk of daar een meerderheid voor is. Dan zou het dus een notaoverleg worden met stemmingen bij aanvang van de middagvergadering.

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Voorzitter. Wij begrijpen dat dit een bijzondere situatie is en kunnen dit wel steunen.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Zeker steun.

De heer Lohman (CDA):

Steun voor dit voorstel.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Steun, voorzitter.

Mevrouw Dobbe (SP):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

Het woord is aan mevrouw Van Oosterhout ... Zeg ik dat goed? Ja, mevrouw Van Oosterhout namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Het is soms even zoeken welke afvaardiging er vanuit de fractie komt, maar dit keer is het mevrouw Van Oosterhout. Gaat uw gang.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Ik kan het kort houden. Ik doe graag het verzoek om het tweeminutendebat Mijnbouw nog in te plannen voor het zomerreces.

De voorzitter:

Ik wijs andermaal op de lengte van de lijst, maar de Kamer gaat erover.

De heer Köse (D66):

We zijn ons daar bewust van, voorzitter, maar ik denk, ook gezien de actualiteit, dat dit wel om wat snelheid vraagt. Dus steun voor het verzoek.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Geen steun.

De heer Jumelet (CDA):

Dit is ook namens de VVD. Het debat komt eraan, maar het hoeft wat ons betreft niet per se voor de zomer.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De voorzitter:

Niet per se voor de zomer, nee.

Het woord is aan meneer Vermeer namens de BBB. Gaat uw gang.

De heer Vermeer (BBB):

Voorzitter. Het debat over de wolf in Nederland zou op korte termijn gehouden worden, maar is nog steeds niet ingepland. Maar we hebben deze week weer een incident gehad, waarbij zelfs een zoekactie naar een 73-jarige vermiste man werd gestart. Wij willen dus toch de oproep doen om dit nu echt voor het zomerreces in te gaan plannen.

De voorzitter:

Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Geen steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Zolang wetgeving er niet onder lijdt — dat is de afgelopen weken al een paar keer gebeurd — steun. Steun dus voor het debat, maar of het voor het zomerreces moet, is echt afhankelijk van de vraag of daarvoor niet alle wetten die er in die paar weken voor het reces nog doorheen moeten, moeten wijken.

De voorzitter:

Maar wetgeving gaat hieronder lijden; dat is een feit. Dus steunt u dan het voorstel of niet?

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik steun 'm, mits de Griffier een logistieke werkwijze vindt waarop dit lukt. Maar als ik nu "steun" zeg en over een paar weken kom ik achter de consequenties daarvan ...

De voorzitter:

Maar dat zijn de consequenties, zeg ik hier maar alvast als uw Voorzitter.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik steun 'm, tenzij de Griffier aangeeft dat het botst met wetgeving die voor het reces behandeld dient te worden.

De voorzitter:

Dan tellen we 'm niet mee.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Geen steun, voorzitter.

De heer Ceulemans (JA21):

Wel steun.

De heer Lohman (CDA):

Wij willen een debat voor de zomer, dus wel steun.

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Steun.

De heer Stoffer (SGP):

Steun, voor de zomer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Als je denkt dat het niet gekker kan, lees je dit artikel weer. Moeten er eerst dooien vallen, vraag ik me zo langzamerhand af. Steun voor dit verzoek.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden. Ik schors een heel kort ogenblik, waarna we verdergaan met het tweeminutendebat Invoeringstoets Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen. De vergadering is kort geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen

Voorzitter: Michon-Derkzen

Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen

Aan de orde is het tweeminutendebat Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen (36263, nr. 47).

De voorzitter:

Goedemiddag. Ik open dit tweeminutendebat. We zijn hier bijeen voor het tweeminutendebat over de Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen. Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken van harte welkom. Ik wilde maar direct van start gaan. De eerste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Kathmann namens GroenLinks-PvdA. Ik geef haar graag het woord. Gaat uw gang.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Dank u, voorzitter. De democratische rechtsstaat onderscheidt zich eigenlijk doordat ook de geheime macht controleerbaar blijft. Dat is echt heel mooi en een supergroot goed. Wij leven in tijden waarin we ijzersterke, supersterke veiligheidsdiensten nodig hebben, maar meteen vraagt dat dan ook weer om controleerbaarheid. Die moet ijzersterk zijn. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat belangrijke onderdelen van de tijdelijke wet in de praktijk nauwelijks zijn gebruikt en dat daardoor een onvolledig beeld van de werking van die wet bestaat;

overwegende dat de diensten de werking van de tijdelijke wet in de praktijk monitoren en dat met de uitkomsten daarvan rekening gehouden gaat worden in het wetgevingsproces tot herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;

verzoekt de regering na overleg met de diensten en de toezichthouders de Kamer halfjaarlijks te informeren over de opgedane ervaringen met de tijdelijke wet en de samenhang daarvan met de herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kathmann.

Zij krijgt nr. 48 (36263).

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):

Dat was 'm. Excuses voor al deze moeilijke taal.

De voorzitter:

Dank u wel. De tweede spreker in dit debat is de heer Verkuijlen. Hij spreekt namens de VVD. Gaat uw gang.

De heer Verkuijlen (VVD):

Dank u, voorzitter. De volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit de resultaten van de invoeringstoets van de Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen blijkt dat de diensten door toepassing van het verwervingssysteem van positieve filtering met betrekking tot streaming- en downloadverkeer effectiever onderzoek kunnen doen naar gekende en ongekende dreigingen voor de nationale veiligheid;

overwegende dat het noodzakelijk en wenselijk is dat die uitvoeringspraktijk ook kan worden toegepast voor onderzoeken die door de diensten worden gedaan onder de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017;

overwegende dat dit geen wijziging behoeft van Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 en dat de TIB en CTIVD hebben aangegeven daartegen geen bezwaar te hebben;

verzoekt de regering het mogelijk te maken dat het de AIVD en de MIVD wordt toegestaan om het systeem van positieve filtering zo spoedig als mogelijk toe te gaan passen, ook voor onderzoeken vallende onder de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, en de ervaringen met deze toepassing te betrekken bij de verdere evaluatie van de tijdelijke wet en de herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Verkuijlen en Tijs van den Brink.

Zij krijgt nr. 49 (36263).

De heer Verkuijlen (VVD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank aan de heer Verkuijlen. De laatste spreker in dit tweeminutendebat is de heer Sneller. Hij spreekt namens D66. Aan u het woord.

De heer Sneller (D66):

Dank, voorzitter. Terecht besteden we veel aandacht aan de vraag hoe de inlichtingendiensten ons kunnen beschermen tegen ondermijning uit binnen- en buitenland. Maar de vraag andersom stellen we nog te weinig. Hoe voorkomen we dat onze inlichtingendiensten zelf een instrument van ondermijning worden? Wat als een antidemocratische minister aantreedt die bijvoorbeeld weigert toestemming te geven voor onderzoek naar radicale sympathisanten of juist een aanwijzing geeft voor onderzoek naar een politieke tegenstander? Hoe voorkomen we dat een minister medewerkers van de diensten ontslaat en loyalisten aanstelt? Voorbeelden uit Polen en Hongarije laten zien hoe snel dat kan gaan. In het boek Democratie onder druk, over de geheime diensten in turbulente tijden, laten ook de wetenschappers Jacobs en Jansen zien dat het Nederlandse beleid kwetsbaarheden kent op deze gebieden. Denken dat het wel goedkomt, is wachten tot het misgaat. Daarom roep ik ook de minister op om deze vragen expliciet mee te nemen bij het herzien van de Wiv. Ik zal daar bij de behandeling van die wet t.z.t. dan ook op terugkomen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank aan de heer Sneller. Ik begrijp dat de minister direct kan reageren op de ingediende moties. Ik geef hem daartoe graag het woord. De minister.

Minister Heerma:

Voorzitter, mag de microfoon iets hoger? Bijna direct, is het dan. Ik dank de Kamer voor de moties en eigenlijk ook voor de laatste vraag van de heer Sneller. De motie van mevrouw Kathmann ... Ik geloof dat ik nog geen PRO mag zeggen, want daar is vandaag over gestemd?

De voorzitter:

Vanaf 10 juni noemen we ze zo.

Minister Heerma:

Mevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA dient een motie in die in lijn ligt met vragen die zij al stelde na de brief die mijn voorganger eind vorig jaar stuurde over de invoeringstoets. Ik snap dat zij geen genoegen heeft genomen met het antwoord zoals het tot nu toe gegeven is. Tegelijkertijd wil ik kijken of ik de motie kan beoordelen op een manier die voor mevrouw Kathmann acceptabel is.

Wat ik wil toezeggen, is dat we voor het einde van het jaar een brief sturen en dat we daarna de Kamer binnen het traject van de nieuwe wet minstens twee keer per jaar informeren. De motie vraagt halfjaarlijks, maar wij zoeken dan naar momenten binnen de behandeling van de wet. Dus voor het einde van het jaar komt er een brief — dat is ook een jaar nadat de invoeringstoets geweest is — over wat de stand van zaken is en het jaar daarna, dat is het jaar waarin de wet behandeld wordt, minstens twee keer. Als dat voor mevrouw Kathmann voldoende invulling geeft aan wat zij beoogt met de motie, waar ik begrip voor heb, dan kan ik die motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Ik zie haar knikken, dus daarmee heeft de motie op stuk nr. 48 oordeel Kamer.

Minister Heerma:

Dan de motie op stuk nr. 49 van VVD en CDA. Ik kan daar kort over zijn, want dit volgt vrij direct uit wat ook in december door mijn voorganger in die invoeringstoets gezegd is. Mijn ambtgenoot van Defensie en ik kunnen deze motie onderschrijven. Ik laat deze motie, ook indachtig wat er uit die invoeringstoets is gekomen, oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 49 heeft oordeel Kamer. Daarmee heeft u beide ingediende moties geapprecieerd.

Minister Heerma:

Ja, en dan nog heel kort over de heer Sneller, die het boek dat hij aanhaalt op z'n bureau heeft liggen. Het is voor de heer Sneller een bekend onderwerp. Hij kondigt ook aan dat hij bij de wetsbehandeling hierop terug zal komen. Ik denk dat voor ons allen duidelijk is dat een weerbare democratie en rechtsstaat een zeer belangrijk onderwerp is. Ik ben mij er als minister ten volle van bewust dat dit ook bij deze wetsbehandeling een rol moet spelen. We zullen het dus meenemen in het wetsvoorstel en ik vertrouw er ook op dat we daar tijdens de wetsbehandeling veelvuldig over met elkaar zullen spreken.

De voorzitter:

Dank. Dank, minister, voor de reactie op de ingediende moties. Dank ook aan de leden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We stemmen hier volgende week dinsdag over. Daarmee schors ik dit debat. We gaan om 18.30 uur door met de wijziging van de Kernenergiewet.

De vergadering wordt van 17.11 uur tot 18.32 uur geschorst.

Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele

Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

het wetsvoorstel Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele (36847).

(Zie vergadering van 27 mei 2026.)

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering van vandaag. Aan de orde is de Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele. De eerste termijn van de Kamer heeft al plaatsgevonden. We zijn hier vanavond voor het antwoord van het kabinet op de vragen die gesteld zijn in de eerste termijn. Ook de tweede termijn gaan we vandaag natuurlijk afronden.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

De voorzitter:

Dat gezegd hebbende, heet ik de staatssecretaris van harte welkom en geef ik hem het woord voor de beantwoording van de gestelde vragen in de eerste termijn.

Staatssecretaris De Bat:

Dank u wel, voorzitter. Een groot deel van de antwoorden is schriftelijk toegezonden. Daarmee hebben we, denk ik, een groot deel van hetgeen u aan informatie nodig heeft, verstrekt. Er is nog een aantal vragen die ik graag mondeling beantwoord. Het is op zich wel boeiend dat een debat over splitsing ook in een gesplitste opzet plaatsvindt. Dat past wel bij zo'n onderwerp.

Ik heb drie onderwerpen: kernenergie in het systeem, de rol van bedrijfsduurverlenging in dat systeem en nog iets over een aantal randvoorwaarden waar vragen over gesteld zijn.

Allereerst hebben zowel PRO als de PVV vragen gesteld over de rol van kernenergie in het systeem. Uiteindelijk biedt kernenergie schone, betrouwbare elektriciteit, onafhankelijk van het weer. In oktober 2025 is er al een studie van TNO naar de Kamer gestuurd waaruit blijkt dat een systeem met kernenergie tot vergelijkbare kosten leidt ten opzichte van een systeem zonder kernenergie. Daarin is rekening gehouden met investeringen in centrales, maar bijvoorbeeld ook met investeringen in het net en in opslag. Naast deze vergelijkbare kosten op systeemniveau levert kernenergie andere voordelen, zoals diversiteit in productiebronnen en meer diversiteit in toeleveringsketens.

We zijn druk aan het nadenken over het uitbouwen van de rol van kernenergie. De bedoeling is om nog voor het debat over kernenergie van 2 juli een Kamerbrief te sturen waarin we de routekaart presenteren over hoe we de uitrol van kernenergie richting de toekomst zien. Dat doen we naast het werk dat we nu bespreken, over de bedrijfsduurverlenging.

Het tweede blokje vragen ging over de rol van bedrijfsduurverlenging in het systeem. De SGP heeft heel specifiek gevraagd wat de rol van kerncentrale Borssele is in dat systeem. Je zou kunnen zeggen dat nieuwe centrales per definitie later beschikbaar zijn dan de huidige centrale. Daarmee levert verlenging natuurlijk eerder productie dan de nieuw te bouwen centrales. Ik wil wel benadrukken dat bedrijfsduurverlenging zowel kosteneffectief als CO2-effectief is. De bouw is al klaar en is al gefinancierd. Er komt gewoon langer stroom uit, met lage marginale kosten. Denk ook aan CO2. Er wordt gewoon langer schone elektriciteit mee geleverd. Daarmee heb je op twee fronten winst als je de centrale langer in bedrijf houdt.

De PVV vroeg hoelang de centrale kan openblijven en hoe de werkzaamheden er praktisch uit zullen zien. In de haalbaarheidsstudies voor bedrijfsduurverlenging wordt een periode van twintig jaar onderzocht. Of dit ook de optimale uitkomst is, moet natuurlijk blijken uit het vervolgproces. Er moet ook blijken hoe het zit in relatie tot de investeringen die gedaan moeten worden. Uiteindelijk is het aan de vergunninghouder om in het veiligheidsrapport bij de vergunningaanvraag aan te tonen hoelang de kerncentrale veilig open kan blijven. Dat zit in het vervolgproces. De vergunninghouder moet dat aantonen. De beoordelaar zal dan zeggen of dat wel of niet kan. Het veiligheidsdossier moet worden opgesteld. En de milieueffecten voor de verlenging moeten dan ook in beeld zijn gebracht.

Tot slot nog een paar vragen over de randvoorwaarden die gereed moeten zijn. Wat moet er nou allemaal geregeld zijn om de bedrijfsduurverlenging daadwerkelijk in te zetten? De VVD vroeg of ik in wil zetten op standaardisatie van vergunningaanvragen en een beoordelingskader. De ANVS is daar natuurlijk al mee bezig. Die doet dat in goede samenwerking met allerlei andere buitenlandse ANVS'en. Er is dus sprake van een goede samenwerking binnen de Europese landen. Zij hebben die rol. Zij hebben een publicatie uitgebracht die Handreikingen heet. Daarin kunnen initiatiefnemers heel snel ophalen wat er aan informatie nodig is, zodat ze daarop kunnen inspelen.

De VVD vroeg ook of er voldoende capaciteit is bij provincies om dit soort complexe processen soepel te doorlopen. We hebben met het IPO, het overleg van provincies, afgesproken dat we elkaar daarin steunen. Wij zullen de provincies dus helpen waar nodig. Er is een samenwerkingsagenda opgesteld. Daarbij hebben ze zelf ook de taak en de opdracht om zo veel mogelijk in beeld te brengen. Daar hebben we ook financiële middelen voor beschikbaar gesteld. We zullen u voor de zomer nog nader informeren over die samenwerkingsagenda.

Voorzitter. Daarmee heb ik de vragen die nog niet schriftelijk waren beantwoord, nu mondeling beantwoord.

De voorzitter:

Dat leidt tot een vraag van mevrouw Müller van de VVD. Mevrouw Müller.

Mevrouw Müller (VVD):

Dank aan de staatssecretaris voor zowel zijn schriftelijke als mondelinge beantwoording. Mijn vraag ging echt over SMR's. We gaan hele nieuwe trajecten in en we gaan zien of horen vanuit het veld dat er zorgen zijn over hoelang die trajecten waarschijnlijk gaan duren. ANVS zegt dat het er voor de SMR nu naar uitziet dat het minimaal drie jaar gaat duren, en misschien wel vijf jaar, terwijl de VS en het VK gaan bekijken hoe ze het binnen twee jaar kunnen doen. Ik vind het goed om te horen dat de ANVS met de buitenlandse regulatoren overlegt, maar ik hoop dat wij diezelfde ambitie houden en geen tijd weg laten lopen. Ik hoop niet dat wij er vijf jaar over doen waar andere landen er twee jaar over doen.

Staatssecretaris De Bat:

Dat is een terechte vraag, want waar je parallel kunt schakelen met andere landen, moet je dat ook willen. Daar kunnen we ook van leren. Dat wil de ANVS ook. Er zit dus geen spanning op. We moeten dus bezoeken afstemmen en informatie delen in de hoop dat dat dan leidt tot eenzelfde soort proces. En we moeten natuurlijk, voor elk onderdeel van het komen tot een beslissing, een kritiek tijdspad opstellen. De vraag is wat het meest kritieke tijdspad is: de vergunningsverlening, de investeringsbeslissing, of het vinden van een locatie? Dat willen we in de routekaart uitschrijven. Daarin willen we al die processen zodanig uitschrijven dat we de kritieke tijdspaden weten. Dan kunnen we vervolgens weer op de kritieke tijdspaden gaan duwen om ze te versnellen.

De voorzitter:

Er is een vervolgvraag van mevrouw Müller.

Mevrouw Müller (VVD):

Dat klinkt in principe heel goed. Tegelijkertijd zien we in Nederland natuurlijk bij alle energieprojecten dat de vergunningverlening veel langer duurt dan we verwachten. Met zo'n nieuw project als dit is mijn zorg echt dat we die niet helemaal onder controle gaan krijgen. Maar ik kijk ernaar uit om u daar kritisch op te blijven bevragen de komende tijd. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de capaciteit van de ANVS. U gaf in uw schriftelijke beantwoording aan dat de minister van IenW er vanuit de Kernenergiewet voor verantwoordelijk is om daar voldoende middelen voor vrij te maken, en dat die daarmee geborgd is. Maar dat overtuigt mij er niet meteen van dat dat ook echt gebeurt en dat er echt voldoende mensen zijn die deze hele nieuwe trajecten kunnen starten. Zou u daar toch nog een aantal woorden extra aan kunnen wijden?

Staatssecretaris De Bat:

Jazeker. Ook vanuit ons ministerie zijn er extra middelen beschikbaar gesteld om de ANVS op te lijnen en in staat te stellen om mensen aan te nemen zodat er in deze processen meer daadwerkelijk gedaan kan worden. Dat zullen we kritisch volgen. In de ambitie om alle kritieke tijdspaden zoveel mogelijk naar voren te duwen, hoort dus ook dat je investeert in dit soort processen en Europees gezien dingen met elkaar afstemt en leert van elkaar, in plaats van dat je alles voor jezelf wilt ontwikkelen.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

De staatssecretaris heeft eerder aangegeven dat strategische autonomie een belangrijke rol speelt bij de argumentatie voor het langer openhouden van Borssele. Kan de staatssecretaris bevestigen dat er op dit moment nog een indirecte afhankelijkheid van Rusland bestaat in de uraniumketen?

Staatssecretaris De Bat:

Daar hebben we in de schriftelijke beantwoording al iets over gezegd. Die indirecte afhankelijkheid bestaat.

De voorzitter:

Een vervolgvraag van mevrouw Van Oosterhout.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

De staatssecretaris bevestigt wederom die afhankelijkheid. Kan de staatssecretaris dan garanderen dat het draaiende houden van Borssele niet de Russische staatskas spekt en dus ook niet daarmee de oorlog in Oekraïne financiert?

Staatssecretaris De Bat:

Dit vraagt om een vrij diepgaande analyse van alles wat daaromheen speelt. Allereerst gaat het om de vragen hoe de brandstofketen precies is opgesteld en hoe je datgene wat uiteindelijk als product uit de centrale komt daadwerkelijk weer kunt opwerken. Daarin spelen kennis en kunde nu eenmaal een enorm belangrijke rol. Daarbij speelt ook dat een aantal van die processen op dit moment plaatsvinden bij bedrijven die een relatie met Rusland hebben. Er wordt gezocht naar een manier om daar in de toekomst minder afhankelijk van te worden. Daar kunnen we nu nog geen harde toezegging op doen, maar de bedoeling is wel om, zoals we met alles doen, steeds te blijven zoeken naar hoe we minder afhankelijk kunnen worden van Rusland.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Van Oosterhout.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik constateer dat de staatssecretaris die garantie niet kan geven. Ik concludeer dat dit kabinet dan met belastinggeld van gewone Nederlanders de Russische staatskas spekt.

De voorzitter:

Meneer Flach heeft een vraag aan de staatssecretaris.

De heer Flach (SGP):

Die laatste opmerking nodigt uit om erop in te gaan, maar die was niet aan mij gericht, dus laat ik dat niet doen.

Een ander onderwerp: ik had gevraagd hoe de verschillende rollen van het Rijk inzake besluitvorming over bedrijfsduurverlenging zich tot elkaar verhouden. Die vraag is in de schriftelijke beantwoording beantwoord, maar het is voor mij nog steeds niet helemaal duidelijk. Mijn vraag ziet ook een beetje op hoe je die rollen scheidt en in hoeverre die door elkaar lopen. Het antwoord is als een tijdlijn opgeschreven, maar die rollen hebben ook invloed op elkaar. Zou de staatssecretaris misschien nog eens even kunnen schetsen hoe die verschillende rollen zich tot elkaar verhouden?

De voorzitter:

Ik kijk even naar de staatssecretaris. Is het helder op welke vraag de heer Flach doelt?

Staatssecretaris De Bat:

Nee. Welke rollen bedoelt u precies?

De heer Flach (SGP):

Ik zal het nog even wat preciezer formuleren. Het is een vraag op pagina 3 van de schriftelijke beantwoording. Daar staat "het lid Flach vroeg hoe de verschillende rollen van het Rijk inzake besluitvorming over bedrijfsduurverlenging zich tot elkaar verhouden". Er staat een soort verzamelantwoord op de pagina daarna, maar ik kan niet zeggen dat het voor mij daarmee duidelijk is geworden. Je hebt natuurlijk de rol van mogelijk aandeelhouder; die is ook beschreven. Er zijn ook andere rollen. Hoe verhouden die zich tot elkaar?

Staatssecretaris De Bat:

We zijn één overheid, maar we hebben volgens mij om te beginnen al drie rollen. Je hebt straks de rol van aandeelhouder. Als het allemaal doorgaat, zal die toezien op de entiteit EPZ, die straks voor een deel in handen is van de rijksoverheid en voor een deel in handen is van een andere aandeelhouder. Je hebt de rol van het ministerie van KGG, dat de ambitie heeft om kernenergie daadwerkelijk als een van de opwekbronnen van de toekomst door te voeren. Je hebt ook de rol vanuit IenW, waarbinnen de ANVS een positie heeft. Het is dus heel belangrijk dat die rollen met elkaar spreken, maar ook hun eigenheid behouden, omdat je nu eenmaal ook te maken hebt met die verschillende verantwoordelijkheden. Dan heb ik het ook zeker over de rol van de ANVS op het gebied van veiligheid. Die kan nooit vermengd worden met de rol die te maken heeft met ambitie; die twee dingen moeten gescheiden zijn. Hetzelfde geldt voor de gesprekken met de financieel deskundigen die als aandeelhouder zullen gaan opereren. Ook daarbij zul je natuurlijk onderscheid moeten maken tussen wat kan, mag en moet.

De heer Flach (SGP):

Precies. Dat is eigenlijk de kern van wat ik bedoel: veiligheid, ambitie en financiën lopen door elkaar. Dan ligt het voor de hand dat je snel vermenging van die rollen krijgt. Hoe is geborgd dat je dat op een zuivere manier uit elkaar houdt?

Staatssecretaris De Bat:

Doordat we daar met drie verschillende ministeries een rol in hebben. Dat is zeker met de ANVS gewoon apart georganiseerd, want wat betreft veiligheid zou je natuurlijk op geen enkele manier concessies willen doen. Ook de staatssecretaris van IenW, die daar verantwoordelijk voor is, heeft natuurlijk geen directe invloed op de ANVS om te beoordelen hoe dit werkt. Men heeft daarin een zelfstandige rol.

De voorzitter:

De heer Vermeer heeft een vraag voor de staatssecretaris.

De heer Vermeer (BBB):

Ik wil de staatssecretaris bedanken voor de antwoorden. Het is altijd een voordeel dat je het rustig tot je kunt nemen. Een nadeel is dat je niet echt in een debatdynamiek komt, maar ik denk zeker dat bij deze wet de inhoud het allerbelangrijkste is. Op pagina 2 geeft de staatssecretaris aan: "Nucleaire vergunningshouders zijn verplicht om een actueel ontmantelingsplan en financiële zekerheid te hebben." Iedere vijf jaar wordt zo'n plan geactualiseerd. Wij hebben weleens eerder gevraagd, ook rond vergelijkingen die hier in de Kamer gemaakt worden tussen de verschillende soorten energieopwekking, hoe dit nou eigenlijk geregeld is bij zonneparken en windturbines. Daarbij spelen steeds grotere afvalproblemen toch ook een rol. Wat kan de staatssecretaris daar nu over zeggen?

Staatssecretaris De Bat:

Dat valt een klein beetje buiten de kennis die ik hierover heb. Ik weet wel dat er bij windparken op zee ook zekerheidsstellingen zijn gedaan om de ontmanteling straks daadwerkelijk te organiseren. Als de heer Vermeer precies wil weten hoe dat bij al het andere zit, dan moet ik daar in de tweede termijn op terugkomen.

De heer Vermeer (BBB):

Dat hoeft wat mij betreft niet vanavond nog. Dat mag ook gewoon volgende week een keer in een brief. Ik wil namelijk een keer goed op een rij hebben waarin nou de verschillen en overeenkomsten zitten. Dit is namelijk wel een belangrijk thema waar veel burgers zich zorgen over maken, door allerlei plaatjes van rotorbladen die in woestijnen opgepakt liggen.

De voorzitter:

Laten we het even afhechten, meneer Vermeer. De vraag aan de staatssecretaris is of hij op een ander moment schriftelijk op dit thema, ontmantelen, terug kan komen.

Staatssecretaris De Bat:

Dat doe ik met alle plezier, vanzelfsprekend. We hebben er waarschijnlijk meerdere ministeries voor nodig om daar een antwoord op te geven. Ik denk niet dat het helemaal lukt in de tweede termijn, dus schriftelijk is ook prima.

De voorzitter:

Ja, dat zou ik aanraden.

De heer Vermeer (BBB):

Dan had ik nog een andere vraag, over pagina 5. Mag die erachteraan?

De voorzitter:

Zeker.

De heer Vermeer (BBB):

Die gaat over de stand van zaken rondom het convenant. Dat wordt hier natuurlijk gekoppeld aan de overname van de aandelen en de hele deal die daarbij nog speelt. Is het niet zo dat als dat overgenomen wordt, dan ook de verplichtingen van zo'n convenant overgenomen worden? Ik kan niet helemaal uit de brief opmaken hoe nu precies met dat convenant omgegaan wordt. De staatssecretaris zegt namelijk: "Ik zal met andere partijen van het convenant bezien of aanpassing of beëindiging van het convenant nodig is." Maar als je iets overneemt, dan neem je toch ook alle afspraken over die gelden bij de bedrijfsvoering?

Staatssecretaris De Bat:

Die een-op-eenverplichting is er niet, maar het is natuurlijk wel belangrijk dat er gewoon afspraken in het convenant staan waar je goed naar moet kijken in het vervolg van de onderhandeling. Daarom hebben we gezegd dat dit stap één is. Stap twee is het tegen het licht houden van alle andere verplichtingen die voortvloeien uit de overname, waaronder het convenant. Daar komen we dan later vanzelfsprekend op terug.

De heer Vermeer (BBB):

Als ik het goed begrijp, zijn de convenantpartners niet allemaal bij de onderhandeling betrokken. Die kunnen daar nu dus niet zelf iets over zeggen.

Staatssecretaris De Bat:

Exact. Dat komt dus in het vervolg, nadat we dit besluit hebben genomen.

De voorzitter:

De heer Kops heeft een vraag voor de staatssecretaris.

De heer Kops (PVV):

Dank voor de beantwoording. Ik zou graag willen doorvragen op de aanvraag van de vergunning zelf, namelijk: hoe gaat dat nou? In artikel 15a, lid 3, zoals voorgesteld in dit wetsvoorstel, staat: "De Autoriteit toetst de aanvraag tot wijziging van de vergunning aan de belangen, bedoeld in artikel 15b." De centrale heeft op dit moment uiteraard een vergunning. Die vergunning is hier al aan getoetst en die voldoet hier natuurlijk aan. Als zo'n wijzigingsvergunning wordt aangevraagd, wat materieel niets anders is dan een voortzetting of een verlenging van de vergunning, klopt het dan dat er een totaal nieuwe toets moet plaatsvinden? Moet alles waarvoor de huidige vergunning al verleend is, dan opnieuw getoetst worden? Klopt dat?

Staatssecretaris De Bat:

Daar kom ik in de tweede termijn op terug. Dat is echt juridisch uitspitwerk.

De voorzitter:

Heeft u nog een vervolgvraag?

De heer Kops (PVV):

Dat is prima. Op pagina 7 van de memorie van toelichting staat, als het gaat om de milieueffecten: "De ANVS zal de milieueffecten in de beoordeling van de aanvraag betrekken, ook als deze niet het gevolg zijn van fysieke wijzigingen van de inrichting." Daar ziet mijn vraag op. Als de omstandigheden niet gewijzigd zijn, wordt er dan een totaal nieuwe toets uitgevoerd, dus ook als dingen helemaal niet veranderd zijn? Leidt dat dan niet tot onnodige vertraging en dergelijke?

Staatssecretaris De Bat:

De vraag is helder. Het zal ook gaan om de vraag: is het een verplichting of een keuze om een volledige toets te doen? Daar wil ik heel specifiek op antwoorden en daar heb ik hulp bij nodig.

De voorzitter:

Dat komt in de tweede termijn.

De heer Van den Berg (JA21):

In mijn eerste termijn vroeg ik naar het treinabonnement en de gelden die daarvoor worden vrijgemaakt, wat ten koste gaat van de berging van nucleair afval. Ik las in de brief dat de gevolgen daarvan nog in kaart worden gebracht. Is dat niet wat magertjes, zo vraag ik aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris De Bat:

Dat fonds bevat natuurlijk veel meer. Het gaat om het totale Klimaatfonds, waar een enveloppe voor kernenergie in zit. Daar lijkt het niet op te slaan, maar we willen even goed uitzoeken wat de exacte gevolgen zijn. Daar ga ik met de minister over spreken, want die gaat erover. Maar voor zover mijn informatie strekt, heeft het niet direct gevolgen voor de kernenergie-enveloppe.

De voorzitter:

Een vervolgvraag van de heer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Door andere partijen wordt heel vaak het punt gemaakt dat afval en eindberging een probleem zijn bij kernenergie, dus dan is het wel apart dat er juist uit die gelden geroofd wordt ten behoeve van een treinabonnement. De gevolgen daarvan kunnen we op deze manier nog niet goed overzien. Welke exacte gevolgen heeft dat voor de eindberging van het afval?

Staatssecretaris De Bat:

Het Klimaatfonds heeft een enveloppe kernenergie, en die enveloppe blijft gewoon bestaan. Dus daar gaat geen geld af.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Ja, tot slot. Volgens mij zagen we toch echt staan dat het juist ten koste zou gaan van het onderzoek naar de eindberging van kernenergie. Als dat nog verder uitgezocht moet worden, dan zou ik daar wel graag een brief over willen. Maar hoe zou de staatssecretaris dan duiden dat we de gelden die we hebben voor de eindberging nu gaan weghalen, terwijl we tegelijkertijd partijen hebben die zeggen dat dat juist het probleem is? Hoe duidt de staatssecretaris dat?

Staatssecretaris De Bat:

Er mag gewoon geen misverstand bestaan over hoe belangrijk het vinden van eindberging is. Het is heel belangrijk geweest dat het vorige kabinet het onderzoek daarnaar naar voren heeft gehaald, dus dat we daar nu al mee starten, dat dat ook al wordt uitgewerkt en dat op allerlei manieren nu al in beeld wordt gebracht waar dat mogelijk is en hoe je dat dan regelt. Op geen enkele manier zal aan dat onderzoek worden afgedaan, want dat is ontzettend belangrijk, ook voor het behouden van draagvlak voor het ontwikkelen van kernenergie.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

In de eerste termijn hadden we het al even over de Borselse Voorwaarden. Kan de staatssecretaris benoemen hoeveel van die Borselse Voorwaarden van toepassing zijn op de bedrijfsduurverlenging?

Staatssecretaris De Bat:

Wat betreft de voorwaarden zoals Borsele en de provincie Zeeland die hebben opgesteld: dat proces is begonnen in relatie tot de nieuwbouw van kerncentrales. Daar zijn ook die voorwaarden in de basis aan gekoppeld. Toen er sprake was van bedrijfsduurverlenging — dat is al eerder geweest — is niet die koppeling een-op-een gemaakt. Maar wat natuurlijk wel waar is, is dat die processen gelijk oplopen. De bedrijfsduurverlenging speelt nu ook. De nieuwbouw speelt nu ook. Dan kom je er ook op uit dat een aantal van die voorwaarden prima voor het geheel tellen. Maar als er niet over nieuwbouw was gesproken, was er waarschijnlijk op een heel andere manier over die voorwaarden gesproken.

De voorzitter:

Vervolgvraag, mevrouw Van Oosterhout.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik vind dit toch wel een beetje vreemd. In de brief staat namelijk dat er geen voorwaarden zijn die expliciet zien op de bedrijfsduurverlenging van de kerncentrale van Borssele, maar als ik dan die voorwaarden erbij pak, dan gaan 36 van de 42 expliciet over bedrijfsduurverlenging. Dus hoe rijmt de staatssecretaris dat?

Staatssecretaris De Bat:

Ik weet niet hoe u dan telt, maar dat is gewoon niet waar. Er is natuurlijk te allen tijde wel een relatie, omdat de voorwaarden zien op alles wat met die nieuwbouw gepaard gaat. Daar zijn die voorwaarden aan gekoppeld.

De voorzitter:

Graag via de voorzitter. Mevrouw Van Oosterhout, tot slot.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik vind het jammer om te zien dat de staatssecretaris nu, net als bij de zoutwinning vorige week, de Kamer verkeerd informeert. Er staat 36 keer in die Borselse Voorwaarden expliciet "bedrijfsduurverlenging van Borsele". En zowel in de brief als nu, in dit debat, geeft de staatssecretaris niet thuis. Wat mij betreft geeft dat nogmaals aan dat we hier niet overhaast beslissingen over moeten nemen. Als we een heleboel informatie nog niet blijken te hebben en als de informatie die we wel hebben ook nog eens niet volledig blijkt te zijn, dan lijkt het me toch een heel stevig signaal dat we hier niet overhaast over moeten beslissen.

De voorzitter:

Ik hoor geen vraag, maar ...

Staatssecretaris De Bat:

Nee, maar het is wel goed om daarop te reageren. Wat ik zojuist heb geschetst, is dat de Borselse Voorwaarden én de Zeeuwse Voorwaarden zijn opgestart als proces in relatie tot de nieuwbouw van de kerncentrales. Zo is het gestart. Maar er is een relatie tussen die twee projecten, omdat ze nu in hetzelfde tijdsgewricht spelen en allebei over kernenergie gaan. Zo is de relatie gelegd, maar in de eerste expliciete aanhaking is het echt gekoppeld geweest aan de nieuwbouw. Ik geloof dat ik er enigszins over kan spreken, omdat ik zelf aan de start van het opstellen van de voorwaarden heb gestaan. Dus dat is echt op die manier aan elkaar gehaakt. Ja, ook die nieuwbouw heeft natuurlijk een aantal consequenties; die zijn steeds benoemd in relatie tot de voorwaarden zoals die zijn opgesteld voor de nieuwbouw.

De voorzitter:

Mevrouw Van Oosterhout, ik zou graag naar de tweede termijn willen. Ik denk dat u daar nog uw opmerkingen en vragen kan neerleggen, met uw goedvinden. Kan dat in de tweede termijn? Oké, we hebben nog een interruptie van mevrouw Van Oosterhout naar aanleiding van de reactie van de staatssecretaris.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik vind het wel belangrijk dat we daar ook de tijd voor nemen. De staatssecretaris heeft bij de behandeling van dit wetsvoorstel telkens geschetst dat dit slechts een kleine stap is. Tegelijkertijd weten we ook dat er achter de schermen al wordt onderhandeld over de overname van de kerncentrale. Kan de staatssecretaris bevestigen dat die onderhandelingen al lopen?

Staatssecretaris De Bat:

Dat klopt. Daar is de Kamer ook over geïnformeerd.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

De staatssecretaris bevestigt dus dat de onderhandelingen al lopen, terwijl we niet weten of Borssele veilig kan openblijven, voor hoelang en hoeveel geld dat gaat kosten. Hoe kan de staatssecretaris dan een realistisch bedrag hangen aan die onderhandelingen?

Staatssecretaris De Bat:

Omdat je daar alle informatie die nodig is voor het openhouden van de kerncentrale tot 2033 en alles wat daarna nog komt, uit elkaar trekt en allebei benut om tot een realistisch pad te komen. Dat is een kwestie van goed rekenwerk en allebei die varianten op tafel leggen. Daar heb je het dan over in de onderhandelingen.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt, mevrouw Van Oosterhout.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Dit is eigenlijk precies waar ik al bang voor was. Ik concludeer dat dit rechtse minderheidskabinet keihard aan het bezuinigen is op gewone mensen, op onderwijs, op zorg, op de sociale zekerheid. En tegelijkertijd wordt er wel even een blanco cheque uitgekeerd voor het verlengen van het gebruik van een kerncentrale, waarvan we niet weten hoe duur het is, waarvan we niet weten voor hoelang dat is, waarvan we niet weten of het veilig kan. Dat is wat mijn partij betreft gewoon geen verantwoord bestuur. Dat is gokken met het geld van de Nederlandse belastingbetaler.

Staatssecretaris De Bat:

Ik denk dat dat net iets genuanceerder ligt, omdat alles wat te maken heeft met de verlenging en de financiële consequenties daarvan en het überhaupt beslissen over de verlenging helemaal nog niet op tafel is geweest. Dat komt nog. Dat is pas voor het vervolgproces.

De voorzitter:

De heer Klos heeft nog een vraag aan de staatssecretaris.

De heer Klos (D66):

Nog even door op de Russische route in de splijtstofcyclus. Ik las in de schriftelijke beantwoording van het kabinet op mijn vragen daarover dat het kabinet expliciet niet wil uitsluiten dat die behouden wordt omdat het nog wil wegen wat het belang daarvan is ten opzichte is van het gebruik van andere brandstoffen. Mijn vraag ziet op die beantwoording. Welke criteria hanteert de staatssecretaris nou bij het ofwel in stand houden van de splijtstofcyclus ofwel het gebruiken van andere brandstoffen?

Staatssecretaris De Bat:

Je hebt twee uitersten. Je kunt zeggen "we stoppen gelijk", maar dan heb je een probleem in je brandstofketen. Dan kom je daar tekort en kun je niet datgene doen wat je wilt, namelijk deze CO2-vrije elektronen produceren. En je hebt de andere kant, die is dat je de Russische afhankelijkheid zo snel mogelijk, zo veel mogelijk en helemaal wil afbouwen. Tussen die twee zaken in moeten we een weg zoeken. Daar heeft het vorige kabinet al een eerste zoektocht in gedaan. Die zoektocht zetten we voort.

De voorzitter:

Een vervolgvraag, meneer Klos.

De heer Klos (D66):

Die zoektocht duurt inderdaad al sinds 2023. Ik las ook nog niet welke stappen er concreet zijn gezet. Maar de vraag die ik erbij heb, is: speelt het geld nou ook een rol? In principe zouden we natuurlijk in Europa die faciliteit zelf kunnen ontwikkelen. Is het nou gewoon makkelijk en goedkoop om dat in Rusland te doen of is er echt geen alternatief?

Staatssecretaris De Bat:

Ook dat is een optelsom van heel veel meer dan geld. Het is echt ook kennis en kunde die beschikbaar is, het ontwikkelen van de techniek, het totaal opbouwen van die hele keten. Het is meer dan alleen geld. Het is echt die optelsom van veel. Daarom is die zoektocht ook zo belangrijk en moeten we die ook voortzetten en is ons alles eraan gelegen om daar een antwoord op te vinden. Dat antwoord is er op dit moment gewoon nog niet.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Klos.

De heer Klos (D66):

Ja, tot slot. Ik geloof de juiste intentie van het kabinet op dit punt, maar mijn vraag is: weegt het voor het kabinet nou het zwaarst om die Russische afhankelijkheid af te bouwen of weegt het het zwaarst om zo goedkoop mogelijk de kerncentrale in de lucht te houden?

Staatssecretaris De Bat:

Ik geloof niet dat die weging zo makkelijk is. Ik denk dat het echt net een stuk ingewikkelder ligt en dat je überhaupt zekerheid moet hebben in deze nucleaire keten omdat je anders überhaupt die totale nucleaire keten niet op orde kunt houden. Dus het is zwaarder dan het een of het ander. De bedoeling en de zoektocht zijn dezelfde, maar het antwoord vinden blijkt gewoon veel ingewikkelder dan gedacht.

De voorzitter:

Goed. Ik kijk naar de leden om te checken of we kunnen starten met de tweede termijn aan de kant van de Kamer, die begint met een bijdrage van mevrouw Van Oosterhout. Ik kijk haar kant op. Ja, we kunnen starten. Ik nodig haar dan uit om bij het spreekgestoelte te komen staan. Ik dank ook de staatssecretaris voor zijn toelichting op de schriftelijke beantwoording in eerste termijn. Ik geef het woord aan mevrouw Van Oosterhout voor haar bijdrage in tweede termijn. Mevrouw Van Oosterhout.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris in zijn brief stelt dat geen van de Borselse Voorwaarden expliciet zouden zien op de bedrijfsduurverlenging van de kerncentrale Borssele;

constaterende dat bij 36 van de Borselse Voorwaarden expliciet staat dat die voorwaarde geldt voor een bedrijfsduurverlenging van de bestaande kerncentrale Borssele;

roept het kabinet op publiekelijk te erkennen dat de Borselse Voorwaarden ook expliciet zien op bedrijfsduurverlenging van de kerncentrale Borssele,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 8 (36847).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet een prudent begrotingsbeleid wenst te voeren waarbij geen rekeningen worden doorgeschoven naar de toekomst, zoals vermeld in het coalitieakkoord;

overwegende dat een blanco cheque tekenen wanneer het totaalplaatje van de kosten voor de belastingbetaler nog onvoldoende gekend is, niet getuigt van een verantwoorde omgang met belastinggeld;

overwegende dat het Rijk met meer dan 100 miljoen euro belastinggeld financieel moet bijspringen voor de ontmanteling van de kerncentrale van Dodewaard, waaruit weer maar eens blijkt dat de kosten van kernenergie enorm hoog oplopen;

verzoekt de regering geen grote stappen te zetten in de verlenging van de kerncentrale Borssele voordat er duidelijkheid is over de kosten voor de belastingbetaler, inclusief de kosten van de noodzakelijke investeringen, de ontmanteling en de langetermijnberging van het kernafval;

verzoekt de regering de investeringsbeslissing over een effectieve verlenging eerst aan de Kamer ter stemming voor te leggen met zicht op het volledige kostenplaatje alvorens een vergunning voor die verlenging te verlenen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 9 (36847).

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

En tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet in zijn brief erkent dat er bij een bedrijfsduurverlenging van Borssele mogelijk een afhankelijkheid bestaat van Rusland in de toeleveringsketen van uranium;

overwegende dat we Poetins oorlogskas niet willen spekken;

overwegende dat we voor onze energievoorziening niet afhankelijk willen zijn van bepaalde regimes;

verzoekt de regering de vergunninghouder van kerncentrales te verplichten om ten minste eenmaal per vijf jaar een rapportage op te stellen over de geopolitieke risico's verbonden aan de brandstofketen van de kernenergiecentrale,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 10 (36847).

Dank u wel. Dat leidt nog tot een vraag van de heer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik hoorde mevrouw Van Oosterhout zojuist spreken over kernafval. U vroeg het natuurlijk net ook al even aan de staatssecretaris. Ik hoor mevrouw Van Oosterhout vervolgens grote woorden spreken over goed bestuur. Maar nu heeft dezelfde mevrouw Van Oosterhout van GroenLinks-Partij van de Arbeid dat geld weggehaald van eindberging van nucleair afval en verschoven naar een treinabonnement. Vindt mevrouw Van Oosterhout dat nou goed bestuur?

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Volgens mij is dat niet helemaal waar de dekking op toeziet, maar ik ben niet de woordvoerder op dat dossier, dus dat weet ik niet precies.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik spreek mevrouw Van Oosterhout aan op de partij waar zij uit voortkomt, nu nog GroenLinks-Partij van de Arbeid. Er is geregeld dat die gelden voor het treinabonnement van het onderzoek naar nucleair afval zouden komen. Dat gaat om 49 miljoen euro, een groot bedrag. Het kan toch niet zo zijn dat we aan de ene kant een punt maken van kernafval en aan de andere kant dat geld weghalen en naar treinabonnementjes sturen?

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Volgens mij komt dat geld uit het Klimaatfonds en dat is uiteraard ook bestemd om het openbaar vervoer in Nederland te stimuleren. Daarom ben ik heel blij dat het Nederlandticket er gaat komen. We moeten nog veel meer stappen zetten om het openbaar vervoer toegankelijker te maken, maar dit is een belangrijke eerste stap.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Maar dit gebeurt nou elke keer in dit debat. Mevrouw Van Oosterhout gaat helemaal niet in op de vraag die ik stel. Ik vraag of het verstandig is om geld van nucleair afval en het onderzoek te verschuiven naar een treinabonnement. Is dat nou slim? Mevrouw Van Oosterhout maakt hier zelf een punt over dat kernafval. Het is heel simpel: geef gewoon antwoord op de vraag. Dat kan toch gewoon makkelijk?

De voorzitter:

Mevrouw Van Oosterhout gaat wel over haar eigen antwoorden.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Volgens mij heb ik al antwoord gegeven op de vraag. Het geld komt uit het Klimaatfonds. Het lijkt ons ontzettend belangrijk dat we het openbaar vervoer zo veel mogelijk stimuleren en daar laat ik het bij.

De voorzitter:

De heer Flach heeft ook een vraag aan u naar aanleiding van uw tweede termijn.

De heer Flach (SGP):

Het is natuurlijk geen verkiezingsdebat hier, dus we moeten een beetje op onze woorden letten. Deze staatssecretaris in dit kabinet wordt hier gewoon verweten dat hij de Russische oorlogskas spekt. Ik vind dat echt een hele lompe, lelijke aantijging. We zien allemaal elke dag wat er voor lelijks gebeurt in Oekraïne door Rusland. En om dan zomaar even in de derde termijn van je interruptie dit voor de voeten van het kabinet te gooien, vind ik echt lelijk. Waarom horen we zoiets nooit over China of over landen in het Midden-Oosten, maar wel over Rusland? Wat is dit voor een lelijke vorm van discussiëren?

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik vraag de staatssecretaris naar de afhankelijkheid in de uraniumketen. De staatssecretaris bevestigt dat die afhankelijkheid er is. Het lijkt mij heel belangrijk dat we daar zo snel mogelijk van af komen en dat we daar ook eerlijk over zijn met elkaar. Als het argument om die kerncentrale zo lang mogelijk open te houden strategische autonomie is, dan moeten we ook eerlijk zijn over die afhankelijkheid.

De voorzitter:

Vervolgvraag, meneer Flach.

De heer Flach (SGP):

De halve eerlijkheid is geen eerlijkheid. We zien dit patroon ook bij GroenLinks-PvdA in Amsterdam. Daar wordt een boycot tegen Israël afgesloten binnenkort, terwijl er tegenover China, waar van alles gebeurt tegenover Oeigoeren enzovoorts, nooit zoiets gebeurt. Dus als we dan eerlijk zijn, moeten we zeggen: beste mensen, energie of hernieuwbare energie is gewoon niet mogelijk zonder afhankelijkheid van landen waarmee wij gewoon een heel moeizame relatie hebben, zijnde Rusland, landen in het Midden-Oosten of China. Dat zijn allemaal landen waar grote problemen zijn met mensenrechten. Als je die schone, hernieuwbare energie wil, dan is het ook wel fair om die hele werkelijkheid te vertellen en niet — ik hoef dit kabinet niet te verdedigen — in een verder heel keurig, zakelijk debat het kabinet dit soort lelijke aantijgingen voor de voeten te gooien.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Zonder het op te nemen voor China, want daar vinden inderdaad grove mensenrechtenschendingen plaats, zou ik dat toch niet op een hoop willen gooien met Rusland, waardoor er nog altijd een enorme oorlog woedt aan de directe grens met Europa. Dat vind ik echt van een andere orde. We voeren nu een debat over de bedrijfsduurverlenging en we hebben het dus ook over het langer afhankelijk blijven van Rusland. Daarbij vind ik het wel belangrijk om dat element te noemen. Ik vind het eigenlijk teleurstellend dat er niet meer partijen zijn die daar kritische vragen over stellen.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt, meneer Flach.

De heer Flach (SGP):

Die mag je stellen. We kunnen ook uraniumerts uit andere delen van de wereld halen. Die vraag stellen is op zich niet verkeerd, maar in de opgebouwde interruptie van mevrouw Van Oosterhout ging het in de derde termijn mis door te zeggen: ik constateer dat dit kabinet dus gewoon doorgaat met het spekken van de oorlogskas van Rusland. Dat is iets anders dan vragen stellen. Je kunt niet zeggen: ik zet het niet op één lijn. Wat er aan wreedheden gebeurt in China, in de kampen, richting Tibetanen enzovoorts, is ook onbeschrijflijk. Daar kunnen we een avond mee vullen. Het gaat erom: als je een eerlijk verhaal wil vertellen, moet je ook het hele eerlijke verhaal vertellen. "Beste mensen, dit zijn de schaduwkanten van die alom geroemde hernieuwbare energie waar GroenLinks-PvdA elke dag hard voor loopt." Dan moet je toch ook het hele verhaal vertellen en niet om politiek gewin nu even de Russische kaart trekken?

De voorzitter:

Een reflectie, mevrouw Van Oosterhout?

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik hoor geen vraag. Ik heb vandaag onder andere nog een motie ingediend om nog meer circulair te kijken naar windenergie. Ik denk dat we op dat gebied ook enorm veel stappen zetten. Daar zou ik het bij willen laten.

De heer Vermeer (BBB):

Een groot deel van de onderdelen voor windenergie komt uit China. De accu's komen uit China. De elektrische auto's komen uit China. Ik ben het dus helemaal eens met de heer Flach dat elke keuze nou eenmaal nadelen kent. Wat veel belangrijker is: als GroenLinks-PvdA hier dus echt zo rigoureus in wil zijn en het een groot probleem vindt om de Russische staatskas te spekken, gaat GroenLinks-PvdA dan ook iedere volgende motie steunen waarin staat dat we hier in Nederland zelf gewoon meer dierlijke mest gaan gebruiken en boeren niet gedwongen moeten worden om Russische kunstmest in te zetten?

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Volgens mij wijken we nu wel heel ver af van het thema van dit debat. Het gaat erom dat we hier een debat voeren over de verlenging van het gebruik van een kerncentrale waar duidelijk nog een Russische afhankelijkheid aan zit. Ik heb daar gewoon hele kritische vragen over. Die vragen zijn wat mij betreft nog steeds niet beantwoord.

De heer Vermeer (BBB):

Ieder lid mag hier hele kritische vragen stellen. Wij mogen dan vervolgens dat lid vragen of dat lid dan ook consequent wil zijn in de keuzes die haar partij maakt. Dat lijkt mij ook gewoon heel legitiem. De vraag is nogmaals: gaat u onze volgende motie steunen voor meer dierlijke mest uit Nederland? Daar wordt alleen maar de Nederlandse staatskas mee gespekt. Daar worden alleen maar de Nederlandse voedselprijzen mee gedrukt. Gaat GroenLinks-PvdA dat dan ook steunen, zodat er minder Russische kunstmest in de wereld ingezet hoeft te worden?

De voorzitter:

Ja, dit is ietwat buiten de orde. Mevrouw Van Oosterhout?

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ja, volgens mij is dit compleet buiten de orde van dit debat. Ik nodig de heer Vermeer uit om dat vooral met onze landbouwwoordvoerder te bespreken.

De heer Vermeer (BBB):

Dit is precies waar het misgaat in dit huis. Als we alles als losse silo's gaan benaderen, dan gaan we nooit tot echte oplossingen komen die integraal kloppen. Ik heb dit niet buiten de orde geplaatst; mevrouw Van Oosterhout is zelf begonnen dit debat naar het spekken van de Russische staatskas te trekken. Dat was niet mijn idee.

De heer Jumelet (CDA):

Ik vroeg me even af of ik deze vraag moet stellen, maar ik doe het toch. Is een ander scenario wat betreft de bedrijfsduurverlenging ook voorstelbaar voor mevrouw Van Oosterhout? Ik hoor haar namelijk vooral een aantal argumenten inbrengen waarmee zij vraagt: moet het allemaal op deze manier? Maar is een wellicht ook een ander scenario te bedenken voor de bedrijfsduurverlenging?

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik heb er in dit debat de hele tijd voor gepleit dat we gewoon alle feiten op een rijtje hebben voordat we deze beslissing nemen. Ik vind het toch wel jammer om te zien dat niet meer collega's daarvoor pleiten. Het bedrag voor de overname is daar onderdeel van. De vraag of het veilig kan, is daar onderdeel van. De vraag voor hoelang is daar onderdeel van. Dat zijn allemaal elementen die ik graag helder zou willen hebben voordat we deze stap zetten.

De heer Jumelet (CDA):

Het is op zich wel positief om dat te horen, want ik zat even te denken of GroenLinks-PvdA, inmiddels PRO, voor of tegen kernenergie zou zijn. Die vraag had ik u willen stellen, maar ik hoor u eigenlijk zeggen dat u best wel bereid bent om na te denken over het verlengen van Borssele wat betreft de aanvraag die er uiteindelijk komt te liggen. Daar zegt u eigenlijk mee dat u ook wel voor kernenergie bent.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Volgens mij is dat heel kort door de bocht. In dit debat gaat het over de bedrijfsduurverlenging van de bestaande kerncentrale. Voor PRO is het heel belangrijk dat we alle feiten op een rijtje hebben en dat we dan die afweging kunnen maken. Dat probeer ik de hele tijd in dit debat te doen. Ik vraag: "Hoe zit het met die Russische afhankelijkheid? Hoe zit het met de kosten van de overname? Hoe zit het met de veiligheid?" Voordat we al die dingen weten, voordat we die haalbaarheidsstudies hebben, vind ik het moeilijk om een afweging te maken. Daar gaat dit debat volgens mij over. Ik zou het heel jammer vinden als we dat overhaast doen.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt, meneer Jumelet.

De heer Jumelet (CDA):

Toch moet je je zegeningen tellen, om het zo maar te zeggen. Ik hoor in ieder geval dat die overweging er is. Ik constateer maar dat PRO het serieus wil overwegen om Borssele in de lucht te houden. Daar ben ik dus blij mee. Dank u wel.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik sla toch even aan op wat mevrouw Van Oosterhout net zei over de ingediende motie over circulariteit, want dat heeft eigenlijk best wel raakvlakken met de Russische afhankelijkheid; de staatssecretaris zei het net ook al. Die afhankelijkheid gaat om het verrijken van uranium. Gebruikte brandstof wordt in Rusland opgewerkt om weer terug te kunnen gaan naar Borssele, juist zodat dat proces circulair is. Als het tot een keuze komt, dan kunnen we natuurlijk stoppen met die afhankelijkheid, maar dat betekent gewoon dat we te allen tijde nieuwe grondstoffen gaan gebruiken. Zou dat een optie zijn voor mevrouw Van Oosterhout?

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Is de vraag nu of ik voor circulair uranium ben of niet? Ik begrijp de vraag niet zo goed.

De voorzitter:

Meneer Van den Berg, verklaar u nader.

De heer Van den Berg (JA21):

Het verbaast me eigenlijk dat mevrouw Van Oosterhout de vraag niet begrijpt. We kunnen simpelweg elke keer nieuw uranium in een kerncentrale stoppen. Dat kan. We doen nu het volgende. Met Rusland kunnen we, hoe vervelend dat ook is, gebruikt uranium elke keer weer opwerken, zodat het langer gebruikt kan worden. Dat is heel duurzaam, toch? Als we tussen die twee opties moeten kiezen, wat zou mevrouw Van Oosterhout dan doen?

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Natuurlijk is het altijd beter als we dingen kunnen hergebruiken, maar we moeten tegelijkertijd ook kijken naar het spekken van de Russische staatskas, zoals ik net ook al zei. Ik ben heel benieuwd hoe JA21 daarin staat.

De voorzitter:

We gaan geen vragen aan elkaar stellen. Dit is het antwoord. Tot slot, meneer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Volgens mij stel ik hier inderdaad de vragen, mevrouw Van Oosterhout. Ik constateer vooral dat als het hier echt om gaat, mevrouw Van Oosterhout liever kiest voor alleen maar nieuwe grondstoffen en geen afhankelijkheid van Rusland, en dat dat hele verhaal over circulariteit helemaal niks voorstelt. Dat is waar het hier uiteindelijk om gaat. Zeg dan ook gewoon dat het zo in elkaar zit. Ik vind het namelijk wel heel erg jammer dat we hier continu om de feiten heen draaien, want dat draagt niet bij aan de constructiviteit van dit debat. Ik heb er eigenlijk ook geen vraag bij, maar een beetje reflectie zou goed zijn, denk ik.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Volgens mij is het feit dat wij niet willen dat we de Russische staatskas spekken iets heel anders dan het feit dat wij willen dat we de economie zo circulair mogelijk inrichten. Laten we die twee dingen vooral niet door elkaar gaan halen.

Mevrouw Müller (VVD):

Wat ik moeilijk vind aan het betoog van mevrouw Van Oosterhout en wat net ook in het interruptiedebatje met de heer Jumelet naar voren kwam, is dat mevrouw Van Oosterhout zegt: wij kunnen niet overhaast een besluit nemen, want we moeten eerst alle feiten op een rij hebben. Maar als we kijken naar wat we hier vandaag aan het doen zijn, dan zien we dat we alleen zorgen dat in de wet geregeld wordt dat er een verzoek tot vergunningverlening kan worden ingediend, zodat alles, de veiligheid en dergelijke, goed uitgezocht kan worden. De vragen daarover heeft de staatssecretaris volgens mij ook netjes schriftelijk beantwoord en hij heeft dat ook eerder aangegeven. Ik vind het dus toch lastig dat u hier het frame neerzet alsof we dat hier op een avond overhaast aan het organiseren zijn.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Dat klopt toch echt, want we zijn tegelijkertijd aan het onderhandelen over die overname. Aan de ene kant zeggen we: we halen slechts die datum, het jaartal, uit de wet. Maar tegelijkertijd zijn we aan het onderhandelen. Hoe kunnen we nou aan de ene kant zeggen "we nemen een kerncentrale over" als we aan de andere kant die haalbaarheidsstudies nog niet hebben, nog niet weten voor hoelang dat eventueel zou moeten en nog niet weten hoeveel geld het überhaupt gaat kosten? Wat is dan een realistisch overnamebedrag? Waarom heb je überhaupt die discussie als we al die antwoorden nog niet hebben?

De voorzitter:

Een vervolgvraag van mevrouw Müller.

Mevrouw Müller (VVD):

Nogmaals, volgens mij kijken we hier vandaag alleen of we ervoor kunnen zorgen dat we in de wet regelen dat die vergunningsaanvraag in ieder geval gedaan kan worden. Volgens mij gaf de staatssecretaris in zijn beantwoording net aan dat hij bij de onderhandelingen goed nadenkt over wat voor prijskaartje daaraan komt te hangen. Vandaag zorgen we alleen dat het volgens de wet mogelijk is om Borssele langer open te houden. Volgens mij is dat niet per se een moeilijke vraag om te beantwoorden.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik vind het moeilijk om te zien dat de VVD, die toch heel erg is voor verantwoord bestuur en goed omgaan met de financiën, niet ook het probleem ziet van aan de ene kant onderhandelen over de overname en een realistisch bedrag vaststellen en aan de andere kant al die antwoorden nog niet hebben.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van de heer Van den Berg in de tweede termijn namens JA21. Gaat uw gang.

De heer Van den Berg (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording, in dit geval dus vooral schriftelijk. Ik ben blij dat we deze wetswijziging alsnog netjes hebben kunnen afronden.

Voorzitter. In de eerste termijn heb ik namens JA21 aangegeven waarom wij volmondig voor deze wetswijziging zijn. De kern daarvan is eigenlijk heel eenvoudig: gooi niet weg wat goed werkt. Borssele draait al sinds 1973, levert betrouwbare, stabiele en CO2-vrije stroom en kan mogelijk tot zeker 2053 blijven bijdragen aan onze energievoorziening. Dat is niet een detail; dat is precies het soort duurzaamheid dat Nederland nodig heeft. Het is betaalbaar, zuinig met ruimte, betrouwbaar en vooral technisch haalbaar.

Ik heb er wel een aantal moties bij om dat nog verder kracht bij te zetten. Het ging er net al even over: de vergunningverlening is natuurlijk een heel belangrijk punt. Dank ook voor de beantwoording, waarin we zien dat IenW er zicht op houdt dat er voldoende capaciteit is bij de ANVS. Maar we denken dat er zeker naar de toekomst echt nog wel stappen gezet kunnen worden. Daar heb ik een motie over.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet inzet op SMR's en dat Nederlandse initiatieven al in 2026 locatiekeuzes en vooroverleg voorzien;

constaterende dat de ANVS in de fiches voor het Meerjarenprogramma Klimaat- en energiefonds 2027 al extra capaciteit en middelen raamt voor de uitbreiding van nucleaire activiteiten, waaronder SMR's;

overwegende dat Nederland internationaal alleen kan concurreren op nucleaire innovatie als vergunningverlening voorspelbaar, gecoördineerd en zonder onnodige vertraging verloopt;

overwegende dat versnelling mogelijk is met rijksregie, vroeg vooroverleg, parallelle voorbereiding, termijnbewaking, vaste aanspreekpunten en tijdige borging van uitvoeringscapaciteit;

overwegende dat de nucleaire veiligheid, ANVS-onafhankelijkheid, inspraak en de rechtsbescherming volledig overeind moeten blijven;

verzoekt de regering voor het einde van het zomerreces een praktische versnellingsaanpak voor de eerste SMR-projecten aan de Kamer te sturen, met een concreet tijdpad, een rijkscoördinator of loket, mogelijkheden voor parallelle besluitvoorbereiding en vroeg ANVS-overleg met behoud van de onafhankelijke veiligheidsbeoordeling, en een beoordeling welke onderdelen vanaf een ontvankelijke aanvraag richting circa twee jaar kunnen worden gebracht;

verzoekt de regering daarbij aan te geven hoe de reeds door de ANVS geraamde extra capaciteit en middelen tijdig worden gedekt en beschikbaar komen, ook voor vooroverleg en vergunningsvoorbereiding in de periode 2026-2030,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 11 (36847).

De heer Van den Berg (JA21):

Zo.

De voorzitter:

Nou. Maar er is nog meer, zie ik.

De heer Van den Berg (JA21):

Er is nog meer, voorzitter. Ik ken deze voorzitter van een eerder debat. Er is goed overleg aan deze moties vooraf gegaan, ook met de industrie. Ze moeten ook wel de kern in één keer raken — leuke woordspeling — dus ik zal u niet te lang ophouden.

De voorzitter:

Gaat u door.

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat netcongestie economische ontwikkeling, woningbouw, verduurzaming en industriële investeringen belemmert;

overwegende dat elektriciteits- en warmteproductie dicht bij grote afnemers de druk op het elektriciteitsnet kan verlichten en de leveringszekerheid kan vergroten;

overwegende dat SMR's nabij industrieclusters bijdragen aan CO2-vrije elektriciteit en warmtevoorziening, en netverzwaring kunnen beperken;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe SMR's nabij industrieclusters en andere grote vraagclusters kunnen bijdragen aan het verminderen van netcongestie en het beperken van uitbreiding van de energie-infrastructuur;

verzoekt de regering daarbij een technologie-neutrale vergelijking te maken met scenario's waarin zon en wind dominant zijn, en daarin in ieder geval netverzwaring, opslag- en balanceringskosten, systeemkosten, leveringszekerheid, warmtevoorziening, ruimtebeslag en vergunningstechnische randvoorwaarden mee te nemen;

verzoekt de regering de uitkomsten te betrekken bij de verdere uitwerking van het Nationaal Plan Energiesysteem en het Programma Energiehoofdstructuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 12 (36847).

De heer Van den Berg (JA21):

Ja …

De voorzitter:

Er is nog meer.

De heer Van den Berg (JA21):

Zeker weten, voorzitter. Voorlopig bent u nog niet van mij af.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat innovatieve civiele kernenergie, waaronder SMR's, AMR's, generatie-lV-technologie, nucleaire waardeketens en afvaloplossingen, kan bijdragen aan CO2-arme energie, industriële warmte, energiezekerheid, strategische autonomie en kennisopbouw;

constaterende dat de huidige DEI+ volgens de regering niet goed aansluit op innovatieve kernenergietechnologieën vanwege subsidieplafonds en Europese staatssteunkaders;

constaterende dat de regering de IPCEI-route voor innovatieve nucleaire technologieën verkent, met ruimere staatssteunmogelijkheden tot en met first industrial deployment;

overwegende dat Nederland moet voorkomen dat bedrijven, kennisinstellingen en toeleveranciers achterop raken terwijl andere Europese landen hun nucleaire innovatieketen versterken;

verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze innovatieve civiele kernenergie onderdeel kan worden van de IPCEI en het daarbij behorende staatssteunkader, en daarbij kansrijke Nederlandse projecten, bedrijven en kennisinstellingen, benodigde cofinanciering, budgettaire consequenties en mogelijke dekking, selectiecriteria, tijdpad en eventuele aanvullende nationale instrumenten in kaart te brengen, en de Kamer hierover vóór Prinsjesdag 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 13 (36847).

De heer Van den Berg (JA21):

Bijna, voorzitter. Ik heb ze ook nog in proberen te korten!

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bedrijfsduurverlenging van Borssele, nieuwe kerncentrales en mogelijke SMR's te maken hebben met lange en complexe procedures;

constaterende dat de minister eerder heeft aangegeven stappen in kaart te brengen voor conventionele SMR's en versnelling van innovatieve SMR-ontwikkelingen;

overwegende dat lange doorlooptijden de Nederlandse nucleaire ambitie, leveringszekerheid en concurrentiepositie kunnen ondermijnen;

overwegende dat versnelling mogelijk moet zijn door betere procesregie, parallel schakelen van onderzoeken, standaardisatie, vroegtijdig overleg met bevoegde gezagen en een duidelijk aanspreekpunt, zonder afbreuk te doen aan nucleaire veiligheid, rechtsbescherming en participatie;

verzoekt de regering om voor het einde van 2026 een routekaart voor procedureversnelling bij nucleaire projecten aan de Kamer te sturen, met concrete voorstellen voor parallelle besluitvorming, standaardisatie, termijnbewaking, een loketfunctie en vroegtijdige afstemming met de ANVS;

verzoekt de regering daarbij onderscheid te maken tussen bedrijfsduurverlenging van Borssele, grootschalige nieuwbouw, conventionele SMR's en innovatieve SMR-projecten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 14 (36847).

De heer Van den Berg (JA21):

Even een klein slokje water. Dit betekent overigens ook dat ik bij het commissiedebat een stuk minder moties zal hebben.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat kernenergie CO2-arm, regelbaar en weersonafhankelijk is, en kan bijdragen aan betaalbaarheid, leveringszekerheid, netstabiliteit en strategische autonomie;

constaterende dat de huidige SDE++ volgens de regering niet goed aansluit op kernenergie vanwege onder meer schaal, looptijd, voorinvesteringen, staatssteun en budgetimpact;

overwegende dat dit niet mag leiden tot beleidsmatige achterstelling van kernenergie bij toekomstige ondersteuning van CO2-arme elektriciteitsproductie;

overwegende dat een eerlijke vergelijking naast productiekosten ook systeemwaarde, netimpact, ruimtebeslag, leveringszekerheid, balanceringskosten en publieke risicoafdekking moet meenemen;

verzoekt de regering om bij de financiering van kernenergie de uitgangspunten van de SDE++ of een opvolgend instrument mee te nemen, de instrumenten zo doelmatig en efficiënt mogelijk vorm te geven, en waar mogelijk competitie te creëren;

verzoekt de regering bij de rechtvaardiging van investeringen in kernenergie de kosten, baten en systeemwaarde zodanig weer te geven dat deze vergelijkbaar zijn met hernieuwbare en andere CO2-arme energieprojecten, inclusief systeemkosten, netimpact, regelbaar vermogen, leveringszekerheid, balanceringskosten, ruimtebeslag en publieke risicoafdekking, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 15 (36847).

De heer Van den Berg (JA21):

Ik zie dat mijn spreektijd erop zit, maar ik wilde via deze weg ook nog de voorzitter danken voor haar geduld, maar vooral ook de staatssecretaris voor al het harde werk. Ik zie de laatste tijd namelijk toch wel heel vaak dat de staatssecretaris bij allerlei evenementen is, intentieovereenkomsten tekent, goed het gesprek aangaat met inwoners, internationaal ook z'n relaties kent. Er straalt een ontzettende zorgvuldigheid af van het handelen van deze staatssecretaris. Zeker voor zo'n technisch en complex dossier vind ik dat dat wel een heel groot compliment verdient. Ik heb daar heel veel vertrouwen in. Ik kijk ook uit naar de routekaart van de staatssecretaris. Maar deze wetswijziging en het verloop daarvan geven mij toch wel moed.

Daar laat ik het bij. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van den Berg. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Müller. Die doet zij namens de VVD. Gaat uw gang.

Mevrouw Müller (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Nogmaals dank aan de staatssecretaris voor zijn heldere beantwoording, zowel schriftelijk als mondeling.

In de eerste termijn gaf ik al aan dat de VVD vol overtuiging voor deze wetswijziging zal stemmen, zodat het in ieder geval wettelijk mogelijk wordt dat Borssele langer open blijft.

Maar er zijn nog een aantal stappen te zetten. Het was dan ook goed om te lezen en te horen dat de onderhandelingen met de aandeelhouders voorspoedig verlopen. Ik wens de staatssecretaris hier veel succes mee. Ik ga ervan uit dat hij de Kamer hier goed en netjes over zal informeren.

Voor de iets langere termijn, namelijk de vergunningverlening voor de SMR's, heeft de staatssecretaris net in mijn interruptiedebatje met hem geruststellende woorden gesproken. Maar mijn zorg is niet weg. Ik zou het enorm zonde vinden als Nederlandse bedrijven die op het gebied van SMR's veelbelovend zijn, de boot missen omdat zij door trage vergunningverlening worden tegengehouden. Trajecten duren drie tot vijf jaar — eerlijkheidshalve duurt het in Nederland vaak dan ook nog langer dan we verwachtten — terwijl het in de VS of in het VK twee jaar duurt. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voor een voortvarende uitrol van SMR's in Nederland snelle, zorgvuldige en voorspelbare vergunningstrajecten essentieel zijn;

overwegende dat landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk hun vergunningverlening voor SMR's versnellen en dat de Europese Unie lidstaten oproept procedures voor strategische energieprojecten te versnellen;

constaterende dat bevoegde gezagen nog niet altijd beschikken over voldoende capaciteit om toekomstige vergunningaanvragen voor SMR's tijdig af te handelen;

constaterende dat standaardisatie van procedures en beoordelingskaders kan bijdragen aan snellere en beter voorspelbare vergunningverlening;

verzoekt de regering vergunningstrajecten voor SMR's te versnellen en zo in te richten dat er wordt gestreefd naar het afhandelen van vergunningsaanvragen binnen maximaal drie jaar;

verzoekt de regering daarbij in te zetten op:

voldoende capaciteit en specialistische expertise bij bevoegde gezagen;

vroegtijdige samenwerking tussen Rijk, toezichthouders, decentrale overheden en marktpartijen;

standaardisatie van vergunningstrajecten en beoordelingskaders,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Müller.

Zij krijgt nr. 16 (36847).

Mevrouw Müller (VVD):

Dank.

De voorzitter:

Dank u wel. De volgende spreker is de heer Kops namens de PVV. Gaat uw gang.

De heer Kops (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording. Ik heb begrepen dat de staatssecretaris in de tweede termijn nog terugkomt op de vragen die ik heb gesteld in het interruptiedebatje dat ik met hem had, namelijk als er een aanvraag voor een wijzigingsvergunning wordt gedaan, wat voor toets er dan precies door de autoriteit wordt uitgevoerd. Is dat een complete herbeoordeling, ook bij ongewijzigde omstandigheden? Ik denk, als ik de wettekst zelf zo lees, dat het antwoord op die vraag ja is, maar ik wacht de beantwoording natuurlijk graag af. Maar dit is al de tweede termijn, dus ik heb alvast een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende het voorgestelde artikel 15a, derde lid, van de Kernenergiewet: "De Autoriteit toetst de aanvraag tot wijziging van de vergunning aan de belangen, bedoeld in artikel 15b";

overwegende dat de huidige vergunning reeds is getoetst en dat een volledige herbeoordeling bij ongewijzigde omstandigheden tot onnodige vertraging kan leiden;

verzoekt de regering te regelen dat de Autoriteit de beoordeling van de aanvraag van de wijzigingsvergunning, bij ongewijzigde omstandigheden, laat aansluiten bij de bestaande toetsing van de huidige vergunning, teneinde de aanvraag spoedig af te handelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.

Zij krijgt nr. 17 (36847).

De heer Kops (PVV):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Kops. We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Flach namens de SGP. Gaat uw gang.

De heer Flach (SGP):

Voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de uitgebreide beantwoording, zowel schriftelijk als mondeling. Het zal niet verbazen dat de SGP deze wetswijziging van harte steunt, omdat wij warm voorstander zijn van het uitbreiden van kernenergie als belangrijk en onmisbaar onderdeel van onze energiemix. Ik heb het in de eerste termijn ook al gezegd: de illusie van schone energie bestaat niet. We zijn óf afhankelijk van de ayatollahs uit Iran, óf van de heersers in China óf we hebben dingen nodig uit Rusland, en dat zijn alle drie onwelgevallige regimes. Dat betekent dat volstrekt schone energie gewoon niet bestaat. Dat bedoel ik dan even in geopolitiek opzicht, maar aan elke vorm van energie kleven eigen nadelen. Ik heb de indruk gekregen — die kreeg ik eigenlijk al eerder, maar ik kreeg hem nog eens een keer door dit debat — dat daar in voldoende mate mee wordt omgegaan. Dat moeten we ook blijven doen.

Ik heb nog één vraag die is blijven hangen. Het is misschien een beetje vergezocht, maar in het coalitieakkoord lezen we dat deze coalitie vier nieuwe kerncentrales wil bouwen. In de beantwoording wordt ingegaan op de vergelijking van een bedrijfsduurverlenging versus nieuwbouw. Dan is bedrijfsduurverlenging qua prijs natuurlijk vele malen gunstiger. Ik zou van de staatssecretaris de bevestiging willen hebben dat het niet de bedoeling is dat als Borssele straks wordt verlengd, dat in de plaats komt van een van die nieuwe centrales.

Tot slot. Ook de SGP vindt het heel belangrijk dat de Borselse en Zeeuwse voorwaarden goed worden ingevuld, ook bij het vervolgtraject van de verlenging van deze centrale. Maar laat ik daar nou bij deze staatssecretaris eigenlijk de minste zorg over hebben.

De voorzitter:

Dank aan de heer Flach. We gaan luisteren naar de bijdrage in de tweede termijn van de heer Klos. Hij spreekt namens D66. Gaat uw gang.

De heer Klos (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat delen van de huidige splijtstofcyclus van kerncentrale Borssele indirect afhankelijk zijn van Russische dienstverlening;

overwegende dat Nederland en Europa juist onafhankelijk willen worden van Russische energie- en grondstofketens;

overwegende dat voor een investeringsbeslissing over de levensduurverlenging van Borssele duidelijkheid nodig is over de beschikbaarheid van een alternatief voor de huidige Russische route;

verzoekt de regering de afhankelijkheid van Rusland in de splijtstofcyclus van de kerncentrale in Borssele zo snel mogelijk te beëindigen, en de Kamer uiterlijk eind 2027 te informeren over de voortgang,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Klos.

Zij krijgt nr. 18 (36847).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er op dit moment nog geen specifieke en bindende sancties op Europees niveau zijn tegen de import van Russisch verrijkt uranium;

constaterende dat de Europese Unie beschikt over een substantiële verrijkingsindustrie en dat uitbreidingsplannen zijn aangekondigd door Europese producenten;

overwegende dat alle bestaande en toekomstige afhankelijkheden van Rusland in de energiesector afgebouwd dienen te worden;

verzoekt de regering zich op Europees niveau in te zetten voor een spoedig en bindend afbouwpad voor Russische nucleaire brandstoffen en verrijkingsdiensten via REPowerEU,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Klos.

Zij krijgt nr. 19 (36847).

Dank u wel. Dit leidt tot vragen. Ik geef het woord aan de heer Flach voor zijn vraag.

De heer Flach (SGP):

Ik was iets te vroeg, voorzitter. Dit is bedoeld om de moties goed op waarde te kunnen schatten. Ik ben er voorstander van dat onze afhankelijkheid van Rusland nul is. Laat daar geen misverstand over bestaan. Tegelijkertijd ben ik wel benieuwd hoever D66 daarin wil gaan. Kan dat echt een showstopper zijn als het gaat om de verlenging van de levensduur van Borssele en de bouw van nieuwe kerncentrales, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord?

De heer Klos (D66):

Zoals ik begrijp uit de beantwoording van de staatssecretaris, zowel schriftelijk als nu, lijkt er nu geen alternatief te zijn voor de Russische diensten die worden verleend in die splijtstofcyclus. Dat zou wel ontwikkeld kunnen worden, maar dat brengt mogelijk kosten met zich mee. Daar is het kabinet naar aan het kijken, dus ik zou graag willen dat we het zo snel mogelijk beëindigen en het alternatief realiseren. Wat ook zou kunnen, is dat je vervolgens een weging maakt tussen de Russische afhankelijkheid en het gebruik van andere brandstoffen, die je ook zou kunnen gebruiken. Dat is een weging die ik graag zou willen horen van het kabinet en die voor mijn partij zou kunnen uitslaan naar het gebruiken van andere brandstoffen in plaats van het in de lucht houden van de Russische afhankelijkheid.

De voorzitter:

Een vervolgvraag van de heer Flach.

De heer Flach (SGP):

Dan probeer ik het samen te vatten. De heer Klos vraagt het kabinet eigenlijk er alles aan te doen om die afhankelijkheid te verminderen of naar nul terug te brengen, maar hij gaat niet zo ver dat hij zegt: als het niet lukt om die afhankelijkheid af te bouwen, zou dat wat ons betreft kunnen betekenen dat de centrale straks niet langer opengaat of dat er geen nieuwe bij komen.

De heer Klos (D66):

Ik vraag het realistische. Ik steun ook de levensduurverlenging als dat veilig kan, want het sluiten van een veilige kerncentrale is simpelweg onverantwoord.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik zit de reactie van de heer Klos nog even te verwerken, maar ik heb nog niet helemaal scherp of hij zegt: als wij geen alternatief kunnen vinden, gaan we hoe dan ook door met de bedrijfsduurverlenging van Borssele. Ik hoorde ook een uitspraak over bindende afspraken over dat alternatief. Betekent dat nou dat als we dat alternatief niet vinden, Borssele alsnog moet sluiten?

De heer Klos (D66):

Nee. Zoals ik het begrijp, worden er Russische diensten verleend die we niet noodzakelijkerwijs zouden hoeven te gebruiken. Ik vraag het kabinet om daar een alternatief voor te vinden. Mocht dat alternatief niet gevonden worden, dan kan je ook een alternatief vinden in het gebruik van andere brandstoffen. Ik denk dus dat we niet in een situatie zitten waar we hoe dan ook niet meer uit komen. Ik denk dat we de levensduurverlenging kunnen realiseren en tegelijkertijd de afhankelijkheid van Rusland in deze keten kunnen beëindigen.

De voorzitter:

Een vervolgvraag van de heer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Dan leef ik toch wel op, want nu wordt het echt technisch en dan gaat mijn hart sneller kloppen. Een andere brandstof gebruiken gaat volgens mij niet zomaar. Je hebt te maken met brandstofstaven en met een proces. Hoe is het uranium erin verwerkt? Dat is veel abracadabra voor de meeste mensen, maar je kan niet even een ander jerrycannetje met benzine of zo in de kerncentrale van Borssele gooien. Zo gaat dat niet. Hoe kijkt de heer Klos daarnaar?

De heer Klos (D66):

Dat is terecht, maar dat is wel hoe ik het antwoord van het kabinet begrijp. Ik begrijp dat we niet noodzakelijkerwijs vastzitten aan de Russische route en dat het kabinet dus gaat wegen of het, als het die afhankelijkheid niet kan beëindigen, de kerncentrale op een andere manier in de lucht kan houden. De reden dat dat zo belangrijk is en dat het kabinet dat doet en wil, is dat we niet de leveringszekerheid in gevaar willen brengen. We moeten onszelf niet te zeer afhankelijk maken van één dienstverlener in dat proces. We willen voorkomen dat we de schone elektriciteit die wij uit die kerncentrale willen, niet per definitie kunnen leveren. Ik zie het kabinet dat doen.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van den Berg (JA21):

Ja, ik rond af. Eigenlijk vertaal ik het pleidooi van de heer Klos als volgt. Ik denk dat we nu een litertje benzine in de kerncentrale gooien en dat de heer Klos eigenlijk pleit voor een soort van superbenzine, maar dan uit Europa. Als ik het zo mag uitleggen, dan kan ik rustig slapen. Volgens mij moet dit namelijk geen showstopper zijn voor het openhouden van Borssele.

De heer Klos (D66):

Ik vind het prima als mijn woorden op die manier worden samengevat. Dat klinkt heel aantrekkelijk. Ja.

De voorzitter:

We gaan natuurlijk ook luisteren naar de appreciatie van de staatssecretaris van de ingediende moties, dus dan komen we hier nog over te spreken. Het is leerzaam, zeg ik maar. Dan geef ik het woord aan de heer Jumelet voor zijn bijdrage in tweede termijn.

De heer Jumelet (CDA):

Dank allereerst aan de staatssecretaris voor zijn beantwoording, schriftelijk en mondeling.

Voorzitter. Het CDA stemt in met de wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele; het kan maar duidelijk zijn. Met een motie van Kamerleden Agnes Mulders en Harbers heeft de Kamer de regering in 2020 al gevraagd om deze wetswijziging voor te bereiden. Daarom zijn we blij dat de staatssecretaris voortvarend aan de slag is gegaan en dat we er nu met elkaar over kunnen spreken. Het duurt wel lang, maar we zijn in ieder geval met elkaar op dit punt aangekomen.

Voorzitter. Deze wetswijziging is geen eindpunt, maar een verstandige en noodzakelijke tussenstap, die wat ons betreft bijdraagt aan onze klimaatdoelen, die onze energiezekerheid versterkt, en die ervoor zorgt dat Nederland de nucleaire kennis en ervaring behoudt voor de toekomst. Ik heb zelf geen motie — dat mag geruststellen — maar met het oog op de vandaag ingediende moties zien we ook uit naar de routekaart. Ik denk namelijk dat die belangrijk is om te kunnen duiden wat hier door de collega's is ingebracht. Gaat het niet over de grote centrales, dan gaat het wel over de SMR's. Ik denk dat een routekaart daarvoor belangrijk is.

Voorzitter, ik rond af. Dank in ieder geval voor alles wat de staatssecretaris tot nu toe heeft gezegd. We vinden dit besluit in ieder geval belangrijk voor het energiesysteem van de toekomst.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. De laatste spreker in de tweede termijn is de heer Vermeer. Aan u het woord, meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag de staatssecretaris en zijn team bedanken voor de antwoorden die we gekregen hebben. Voor Nederland draait het om het volgende. Nederland heeft behoefte aan betrouwbare, betaalbare en schone energie. Kernenergie hoort daar wat BBB betreft bij. Het werkt gewoon. Het is stabiel. Het heeft de extreem lage CO2-uitstoot die heel veel mensen hier zo graag willen en het levert een belangrijke bijdrage aan leveringszekerheid. Wij kijken in de basis dus positief naar dit wetsvoorstel. Voor ons is het logisch dat ook Borssele na 2033 een rol blijft spelen in ons energiesysteem. In een regio als Zeeland is draagvlak cruciaal, omdat hier meerdere grote energieprojecten samenkomen. Dat gaf ik ook al aan in de eerste termijn. De mensen moeten wel ervaren dat er eerlijk wordt omgegaan met hun omgeving. Daarom roep ik ook op om de convenantpartners tijdig te betrekken als er spanning lijkt te komen op de afspraken die eerder gemaakt zijn. Ik denk dat iedereen daar recht op heeft. Wat ons betreft gaan we in volle vaart verder met dit project. Ik denk dat de stemmingen volgende week zijn?

De voorzitter:

We gaan eerst nog naar de tweede termijn van de staatssecretaris luisteren.

De heer Vermeer (BBB):

U wilt die dus eerst afwachten voordat u zegt wanneer de stemmingen zijn?

De voorzitter:

Daarna rond ik af met het aankondigen van de stemmingen. Zo gaat dat altijd.

De heer Vermeer (BBB):

Oké. Dank u.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Dank aan de heer Vermeer. Ik schors voor een kwartier, dus ik stel voor dat we om 19.55 uur verder gaan met de beantwoording van de staatssecretaris. Het debat is geschorst tot 19.55 uur.

De vergadering wordt van 19.38 uur tot 19.55 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele. We hebben net de tweede termijn van de zijde van de Kamer gehad. Er zijn een aantal moties ingediend en er is nog een enkele openstaande vraag. Ik geef de staatssecretaris het woord voor de beantwoording daarvan en de appreciatie van de moties.

Staatssecretaris De Bat:

Dank, voorzitter. Er zijn inderdaad nog drie vragen. Allereerst de vraag van de heer Kops over de nieuwe toets. Er wordt bij de beoordeling van een wijziging van de vergunning geen volledig nieuwe toets uitgevoerd. In het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen is opgenomen hoe die aanvraag precies moet lopen. Er is dus geen volledig nieuwe toets nodig. De vergunninghouder moet natuurlijk aantonen dat de veiligheid bij langere bedrijfsduurverlenging ook gewaarborgd is, maar dat is logisch.

Dan de vraag van de heer Vermeer over het afval van zon en wind. Ik had beloofd daar eventueel op terug te komen. De vraag is zo veel breder dan alleen dit debat, dat het kabinet met een brief zal komen om deze vraag te beantwoorden.

De heer Flach vroeg of de bedrijfsduurverlenging van Borssele in de plaats komt van nieuwbouw. Dat is niet zo. De verlenging van de huidige kerncentrale staat los van alle andere ontwikkelingen.

Voorzitter. Dan de moties, te beginnen met de motie op stuk nr. 8. Het lijkt me niet wijs om aan woordenspelletjes te gaan doen. Ik vind dat dat hier wel gebeurt. Ik ben glashelder geweest over hoe die voorwaardes tot stand zijn gekomen. Ik was er namelijk bij betrokken, in ieder geval bij de Zeeuwse en in samenloop daarmee bij de Borsselse Voorwaarden. Het opstellen van die voorwaarden is gedaan in het kader van de komst van de mogelijke nieuwbouw van kerncentrales. Ja, er zijn natuurlijk voorwaarden, bijvoorbeeld dat je altijd veilig om moet gaan met afval, die een relatie hebben met de huidige kerncentrale, maar daar gebeurt dat nu ook al. Mevrouw Van Oosterhout heeft het over "expliciet", maar dan krijgen we dus een woordenspel. De voorwaarden zijn opgesteld in het kader van de nieuwbouw. En ja, er is een relatie — dat is ook aangegeven met sterretjes en soms met 1 en een 2 — bij de voorwaarden als het gaat om de bedrijfsduurverlening. Maar heel vaak zijn het voorwaarden over een veilig fietspad in het kader van de bouw, het leggen van een groene long in het kader van het kiezen van de locatie. Dat soort voorwaarden zijn het. Ik ga dit woordenspelletje dus niet meemaken. Wat mij betreft heeft de motie oordeel Kamer. Wij zijn heel expliciet: deze voorwaarden nemen we serieus. Ze zien vooral op de nieuwbouw en zullen zeker ook betrokken worden bij de bedrijfsduurverlenging, zeker als het gaat om afval bijvoorbeeld. En verder zijn het gewoon voorwaarden die het kabinet heel serieus zal nemen. Die van Terneuzen en Vlissingen overigens ook, want die liggen ook op tafel.

De voorzitter:

Daarmee is het oordeel van het kabinet op de motie op stuk nr. 8 oordeel Kamer.

Staatssecretaris De Bat:

Ja. Ik vind die motie volstrekt overbodig, maar ze mag ook oordeel Kamer hebben.

De voorzitter:

Goed. Mevrouw Van Oosterhout nog.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Ik ben er natuurlijk niet op uit om woordenspelletjes te spelen. Het gaat mij erom of de staatssecretaris die voorwaarden gaat toepassen, ja of nee. Als ik dan in de brief moet lezen, en ook al eerder te horen kreeg, dat ze niet van toepassing zijn, terwijl ik hier duidelijk zie dat 36 van de 42 wel van toepassing zijn, dan kan de staatssecretaris zich toch iets voorstellen van mijn verbazing daarover?

De voorzitter:

Mevrouw Van Oosterhout, ik wil eigenlijk niet het debat opnieuw doen. Dat hebben we net gevoerd. U rondt dat af met een motie. Die heeft oordeel Kamer. Overbodig, maar oordeel Kamer. U kunt daarover stemmen en dan gaan we verder. Ik wil het dus niet helemaal opnieuw doen. Meneer Flach en mevrouw Müller met een reactie hierop.

De heer Flach (SGP):

Even over het oordeel van de minister. Ik gun iedereen "oordeel Kamer" op z'n motie, maar als de staatssecretaris zegt dat een motie "volstrekt overbodig" is, dan is dat ook een appreciatie. Dan helpt het niet om daar achter te zetten dat het oordeel Kamer is, want dan krijgen we allerlei moties die dan toch worden aangenomen. Als een motie overbodig is, is dat volgens mij een van de vijf geldende appreciaties. Dat kan het hier ook zijn.

De voorzitter:

Dat klopt, maar ja, het kabinet gaat over de appreciatie. Dat is aan u, staatssecretaris.

Staatssecretaris De Bat:

Wat ik jammer vind, is dat dit dan gaat leiden tot iets wat het totaal niet waard is, namelijk een rare discussie over of die voorwaarden dan wel of niet gelden. Die voorwaarden liggen er in het kader van de nieuwbouw van kerncentrales, en ja, daar staan voorwaarden in die ook impact hebben op de huidige kerncentrale, zoals veiligheid. De motie is in die zin volstrekt overbodig en ik zeg ook maar gewoon: die motie is overbodig.

De voorzitter:

Oké. Dan is het oordeel over de motie op stuk nr. 8 gewijzigd in "overbodig". Bij de stemming is het allemaal aan u. We gaan naar de motie op stuk nr. 9.

Staatssecretaris De Bat:

Ja, voorzitter. De motie op stuk nr. 9 is ook van mevrouw Van Oosterhout en verzoekt om geen grote stappen te zetten in de verlenging en ook de investeringsbeslissing eerst voor te leggen met een volledig kostenplaatje. Ook de motie op stuk nr. 9 is overbodig, omdat de beslissing pas genomen wordt nadat alles in beeld is gebracht. Het gaat nu feitelijk en alleen maar om het wijzigen van dat ene jaartal, waardoor dat gesprek over de verlenging mogelijk wordt.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Tegelijkertijd wordt er natuurlijk wel onderhandeld over de overname en wordt er ook een bedrag vastgesteld. Daar gaat het natuurlijk ook over.

Staatssecretaris De Bat:

Ja, maar dat gaat over de huidige kerncentrale met de huidige geldende bedrijfsduur. Daar onderhandelen we over. Het moment waarop die bedrijfsduur wordt verlengd, zit pas nadat je de aandelen hebt overgenomen. Dat zit in een ander traject.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Maar er wordt toch wel onderhandeld met het oog op die bedrijfsduurverlenging? Of op welke manier wordt daar dan een prijskaartje aan gehangen?

Staatssecretaris De Bat:

Dat prijskaartje is gebaseerd op de huidige bedrijfsduur. Je kunt moeilijk een prijskaartje baseren op een toekomstige, nog niet geldende vergunning. Dat kan niet.

De voorzitter:

Goed. De motie op stuk nr. 9 heeft als appreciatie "overbodig". We gaan naar de motie op stuk nr. 10.

Staatssecretaris De Bat:

Die gaat over de woorden die al zijn aangehaald in het debat. De motie verzoekt de regering om de vergunninghouder te verplichten een rapportage op te stellen. Er zijn twee redenen waarom ik deze motie wil ontraden. Eén is dat het de vergunninghouder EPZ is die dat dan zou moeten doen. Dat kun je moeilijk afdwingen. En de tweede is dat het uiteindelijk ook wel heel erg veel vraagt. Wat je allemaal vraagt van de vergunninghouder om dit te gaan doen, is bijna disproportioneel. De vergunninghouder heeft ook zelf helemaal geen invloed op de geopolitieke risico's, dus je vraagt iets aan iemand die daar zelf eigenlijk helemaal niet bij betrokken is.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 10 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 11?

Staatssecretaris De Bat:

De motie op stuk nr. 11 is van de heer Van den Berg. Die krijgt het oordeel "ontijdig". Wat er staat, vinden we zeer relevant en zullen we ook in de routekaart opnemen. We komen daar later deze maand op terug en op 2 juli zouden we daar nog goed over kunnen spreken. Daarom is de appreciatie "ontijdig".

De voorzitter:

Ik kijk even naar de heer Van den Berg om te zien of hij bereid is om deze motie met dit oordeel aan te houden.

De heer Van den Berg (JA21):

Jazeker, voorzitter. Zeker naar aanleiding van wat de staatssecretaris zegt over het lanceren van de routekaart ga ik daar nu in mee. We houden de motie voor nu aan.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Van den Berg stel ik voor zijn motie (36847, nr. 11) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 12.

Staatssecretaris De Bat:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 12, die ons verzoekt om het een en ander te betrekken bij het Nationaal Plan Energiesysteem en het Programma Energiehoofdstructuur, krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 12: oordeel Kamer.

Staatssecretaris De Bat:

Ook de motie op stuk nr. 13 krijgt oordeel Kamer. Misschien kan ik het gewoon zo doen. Dat gaat snel.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 13: oordeel Kamer.

Staatssecretaris De Bat:

Ook de motie op stuk nr. 14 krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 14: oordeel Kamer.

Staatssecretaris De Bat:

De motie op stuk nr. 15 krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 15: oordeel Kamer.

Staatssecretaris De Bat:

Dan de motie op stuk nr. 16. Er staat dat er "wordt gestreefd". Ook hierbij geldt: de ANVS is natuurlijk degene die hierover gaat, dus daar kunnen wij niet in treden. Maar er staat dat ernaar moet worden gestreefd. Dat is iets wat ANVS al doet. Omdat dat er staat, krijgt de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

Met die uitleg krijgt de motie op stuk nr. 16 oordeel Kamer, met een akkoord van mevrouw Müller. Dan de motie op stuk nr. 17.

Staatssecretaris De Bat:

Voorzitter. Dat is de motie waar ik zojuist al op heb geantwoord dat er geen volledige toets plaatsvindt. Daarmee is die motie overbodig.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 17: overbodig.

Staatssecretaris De Bat:

In de motie op stuk nr. 18 van de heer Klos staat nu nog "zo snel mogelijk te beëindigen". We hebben het in het debat steeds gehad over "zo snel mogelijk afbouwen". Dat is wel net iets anders. Dat geeft net iets meer houvast. Daarmee is het een inspanningsverplichting. Als we het mogen lezen als "een afbouwpad", zoals ook in de volgende motie staat, dus als "afbouwen" in plaats van "beëindigen", zou ik 'm oordeel Kamer kunnen geven.

De voorzitter:

Ik kijk even naar meneer Klos. Ik denk dat het verstandig is om de motie te wijzigen. Bent u daartoe bereid?

De heer Klos (D66):

Ja, daar ben ik toe bereid. Afbouwen doe je om iets uiteindelijk te kunnen beëindigen. Ik geloof ook dat dat de intentie van het kabinet is. Misschien is het semantiek, maar als dat helpt om de motie oordeel Kamer te geven, vind ik dat prima.

De voorzitter:

Oké. Dan zien we gewijzigde motie tegemoet. Met die wijziging krijgt de motie oordeel Kamer van de staatssecretaris. Dan de motie op stuk nr. 19.

Staatssecretaris De Bat:

Voorzitter. Ook de laatste motie, die op stuk nr. 19, krijgt oordeel Kamer.

Voorzitter. Tot slot wil ik opmerken dat we werken aan twee brieven, namelijk aan een brief over de voortgang met betrekking tot de huidige kerncentrales en aan een brief over de routekaart. Die zullen voor het debat van 2 juli beschikbaar zijn.

De voorzitter:

Oké. Helder. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We stemmen — ik kijk even naar rechts — dus niet aanstaande dinsdag over deze wet, maar op de dinsdag daarna. We hebben nu een verplichte rustpauze met elkaar ingelast. Tenzij u anders besluit, stemmen we over twee weken over deze wet. Dan stemmen we over zowel de moties als de wet zelf. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat, maar ik zie de heer Van den Berg bij de interruptiemicrofoon staan.

De heer Van den Berg (JA21):

Ja, voorzitter, meer als punt van orde, om in te gaan op wat u net voorstelde met betrekking tot de stemmingen. Ik kijk om mij heen. Ik heb natuurlijk niet de andere Kamerleden gehoord, maar als ik het debat en de beantwoording van de staatssecretaris zo hoor, zouden wij best aanstaande dinsdag kunnen stemmen, denk ik. Dat zal later in het parlementaire proces ook verlichting geven, gezien de drukte die we nog gaan krijgen.

De voorzitter:

Oké. Dat kan met voldoende steun vanuit de Kamer. Mag ik daar even een reactie op van de Kamerleden?

De heer Vermeer (BBB):

Van harte steun om dat dinsdag te doen.

De heer Flach (SGP):

Steun, voorzitter.

Mevrouw Müller (VVD):

Steun.

De heer Jumelet (CDA):

Steun.

De heer Klos (D66):

Voorzitter, steun.

De heer Kops (PVV):

Steun.

De voorzitter:

Daarmee is er een ruime meerderheid om over precies een week te stemmen over deze wet en de ingediende moties.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de beraadslaging. Ik wens u allen een hele fijne avond. Ik dank de staatssecretaris voor zijn aanwezigheid.

Sluiting

Sluiting 20.07 uur.