Verslag over de staat van het digitale decennium 2026 laat vooruitgang zien, maar dringt aan op het dichten van structurele lacunes om de doelstellingen voor 2030 te halen
De Europese Commissie heeft het vierde verslag over de staat van het digitale decennium gepubliceerd, waaruit blijkt dat Europa vooruitgang heeft geboekt met zijn streefcijfers voor de digitale transformatie voor 2030, zoals veilige en duurzame digitale infrastructuren en de digitalisering van overheidsdiensten, maar de uitdaging is nu om resultaten te boeken op schaal, snelheid en consistentie.
Het verslag komt op het moment dat de Commissie de laatste speciale Eurobarometer heeft gepubliceerd, waaruit blijkt dat een overweldigende meerderheid van de Europeanen digitaal beleid als een topprioriteit van de EU beschouwt en een autonomere Europese digitale toekomst stevig steunt.
Het beleidsprogramma voor het digitale decennium dient als strategisch kompas van de EU voor het bevorderen van en investeren in het digitale concurrentievermogen en de digitale soevereiniteit van Europa. In het verslag wordt de vooruitgang geëvalueerd die de EU op het gebied van digitalisering over de hele linie heeft geboekt, onder meer op het gebied van kritieke infrastructuur, digitalisering van het bedrijfsleven, digitale vaardigheden en digitalisering van overheidsdiensten. Dit jaar gaat het verslag verder dan inventarisatie, waarbij prioritaire hervormingen en investeringen op het niveau van de EU en de lidstaten worden geschetst in een poging om de toewijzing van digitale financiering in het volgende meerjarig financieel kader van de EU te sturen.
2026: vooruitgang en resterende lacunes
Uit het verslag blijkt dat op de volgende gebieden vooruitgang is geboekt: wat de uitrol van basisconnectiviteitsinfrastructuur betreft, heeft 96,8 % van de huishoudens nu een basisdekking van 5G. Bepaalde banden met hoge capaciteit en de uitrol van “Fibre-to-the-Premises” blijven echter achter.
Wat de basistoepassing van geavanceerde digitale technologieën door bedrijven betreft, maakt 46,7 % van de EU-ondernemingen gebruik van cloudcomputing, past 39,9 % gegevensanalyse toe en zet bijna 20 % kunstmatige intelligentie in (de invoering is in 2025 met 48 % gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar). Een voorbeeld is in de gezondheidszorg, waar het leidt met AI-aangedreven medische beeldvorming, het verbeteren van vroege detectie, snellere diagnoses en betere patiëntresultaten.
Tot slot beschikt meer dan 60 % van de Europeanen nu over ten minste digitale basisvaardigheden.
Er blijven echter lacunes bestaan. Op het gebied van halfgeleiders is de EU goed voor slechts 9 % van de mondiale halfgeleidermarkt – ver van de doelstelling van 20 % voor 2030. Hetzelfde kan gezegd worden over de rekencapaciteit. Hoewel de uitrol van edge node op schema ligt om de doelstelling van het digitale decennium voor 2030 te halen, blijft de computercapaciteit nog steeds aanzienlijk achter bij de vraag.
Bovendien blijft Europa, ondanks aanzienlijke vooruitgang op het gebied van cyberbeveiliging, structureel afhankelijk van cyberbeveiligingsleveranciers van buiten de EU, waarbij Europese bedrijven ondervertegenwoordigd zijn in het mondiale leiderschap op het gebied van cyberbeveiliging.
Er is ook een tekort aan ICT-vaardigheden. Specialisten vertegenwoordigden slechts 5 % van de werkgelegenheid in 2025 – de helft van de doelstelling van 10 % voor 2030. Vrouwen waren goed voor minder dan 20 % van de werkzame ICT-specialisten, een cijfer dat sinds 2024 niet is veranderd, ondanks de stijgende vraag – met name op het gebied van cloudbeveiliging, cyberbeveiliging, gegevensbeheer en softwareontwikkeling.
Wat ten slotte de invoering van geavanceerde technologie betreft, worden kmo's geconfronteerd met hardnekkige belemmeringen op het gebied van gegevens, vaardigheden, integratie en middelen, waardoor het voor hen moeilijker wordt om geavanceerde digitale oplossingen in te voeren en op te schalen.
Uit een studie van de Commissie blijkt dat gecoördineerd EU-optreden op digitaal gebied een hoog rendement oplevert. Elke euro die in het kader van NextGenerationEU aan digitaal beleid wordt besteed, genereert tot eind 2030 1,50 euro aan economische output binnen de EU en 2 euro voor de wereldeconomie als geheel (met inbegrip van de EU). Dit ligt ver boven het gemiddelde op andere beleidsterreinen. Deze investeringen in digitalisering hebben overloopeffecten, zowel over de grenzen heen als over sectoren van de economie heen.
Aanbevelingen: het dichten van structurele lacunes en het mobiliseren van investeringen voor 2030 en daarna
Het verslag bevat duidelijke aanbevelingen voor zowel de EU als de lidstaten om de inspanningen op te schalen, in een tijd waarin bijna de helft van de overheidsbegroting die is opgenomen in de nationale routekaarten voor het digitale decennium tegen 2026 geleidelijk zal worden afgeschaft. Om te voorkomen dat de vooruitgang wordt vertraagd, wordt er in het verslag op aangedrongen de continuïteit van de financiering na 2026 te waarborgen om de kloof te dichten, succesvolle projecten op te schalen (bv. Europese consortia voor digitale infrastructuur (EDIC's), belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (IPCEI's) en de coördinatie op EU-niveau te versterken (bv. via meerlandenprojecten) om marktversnippering en ongelijke uitvoering te voorkomen.
Eurobarometer: Overheidssteun voor het digitale beleid van de EU
Uit een speciale Eurobarometer-enquête, uitgevoerd tussen februari en maart 2026, blijkt dat 79 % van de Europeanen digitaal beleid als een topprioriteit van de EU beschouwt bij het vormgeven van de toekomst. De Eurobarometer onderzoekt hoe de houding van de burgers is geëvolueerd in een jaar dat wordt gekenmerkt door snelle technologische veranderingen en intense beleidsdebatten over digitale rechten.
De burgers staan sterk achter een autonomere Europese digitale toekomst, waarbij prioriteit wordt gegeven aan investeringen in door de EU ontwikkelde infrastructuur (85 %) en een verminderde afhankelijkheid van technologie uit derde landen (82 %). 80% vindt het belangrijk om van de EU een wereldleider op het gebied van technologische infrastructuur te maken. Bovendien zou 58 % van de Europeanen zelfs tegen hogere kosten naar een EU-aanbieder overstappen. De vijf belangrijkste factoren die de overstap naar een in de EU gevestigde aanbieder aanmoedigen, zijn onder meer: grotere veiligheid en betrouwbaarheid (50 %), betere bescherming van persoonsgegevens (49 %), duidelijkere regels en consumentenbescherming (39 %), minder afhankelijkheid van niet-EU-landen (33 %), ondersteuning van de economie en het concurrentievermogen van de EU (30 %).
Europeanen zijn van mening dat digitale gezondheid (55 %), groene technologieën (50 %), snellere connectiviteit (42 %) en AI (39 %) het meest positieve effect zullen hebben voor het komende decennium.
Ongeveer vier op de tien burgers gebruikt minstens wekelijks generatieve AI, en onder degenen die dat doen, rapporteert bijna zeven op de tien dat het gebruik het afgelopen jaar is toegenomen. 80% vindt dat de ontwikkeling van AI zorgvuldig moet worden gereguleerd, zelfs als dit betekent dat AI-ontwikkelaars met een aantal beperkingen worden geconfronteerd.
De bezorgdheid over het schadelijke gebruik van digitale technologieën is wijdverbreid en neemt toe: 92 % van de burgers wil betere bescherming voor kinderen online, 87 % is het ermee eens dat onlinemanipulatie (desinformatie, deepfakes, door AI gegenereerde inhoud, buitenlandse inmenging) een bedreiging vormt voor de democratie en zich persoonlijk getroffen voelt door nepnieuws en desinformatie (53 %), misbruik van persoonsgegevens (47 %) en onvoldoende bescherming op platforms (41 %).
Volgende stappen
In het verslag over de staat van het digitale decennium 2026 roept de Commissie de lidstaten op hun nationale stappenplannen voor het digitale decennium te actualiseren met concrete maatregelen, en tegelijkertijd te zorgen voor een sterkere afstemming op het volgende meerjarig financieel kader, met name in het kader van de voorbereiding van de nationale en regionale partnerschapsplannen en het toekomstige EU-fonds voor concurrentievermogen. De eerste besprekingen met de lidstaten zullen plaatsvinden tijdens de vergadering van de Raad voor de digitale dag en het digitale decennium die op 18 en 19 juni door het Cypriotische voorzitterschap van de Raad van de EU in Nicosia wordt georganiseerd.
In 2027 zal de Commissie de doelstellingen van het beleidsprogramma voor het digitale decennium evalueren om ervoor te zorgen dat deze de vastgestelde wetgeving weerspiegelen, in overeenstemming zijn met het veranderende digitale landschap en voldoen aan de prioriteiten en ambities van de EU. De herziening zal het kader moderniseren, vereenvoudigen en uitbreiden tot na 2030.
Voor meer informatie
Verslag over de staat van het digitale decennium 2026
Verslag over de staat van het digitale decennium 2026 – algemene factsheet
Speciale Eurobarometer over het digitale decennium 2026
2026 lidstaatspecifieke aanbevelingen voor het digitale decennium – warmtekaart