Tweede Kamer, 85e vergadering

  • Begin14:00
  • Sluiting22:15
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn 147 leden der Kamer, te weten:

El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rooderkerk, Russcher, Schenk, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,

en de heer Aartsen, minister van Werk en Participatie, de heer Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mevrouw Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en mevrouw Tielen, staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie.

De voorzitter:

Ik open de vergadering van dinsdag 23 juni 2026.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Rooderkerk

Vragen van het lid Rooderkerk aan de staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie over het bericht "Eén op de drie scholen heeft tropenrooster, werkende ouders met handen in het haar: 'Mag dat zomaar?'".

De voorzitter:

Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik heet de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van harte welkom in vak K. Ik geef het woord aan mevrouw Rooderkerk voor haar vragen aan de staatssecretaris namens de fractie van D66.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Dank, voorzitter. De komende dagen stijgt de tempratuur naar 35 graden. Dat betekent dat het ontzettend heet is in schoolgebouwen, dat kinderen en leraren zich niet goed kunnen concentreren en dat ze hoofdpijn en duizelingen hebben. Het is heel moeilijk om bij de les te blijven met zulke hitte op school. Als ouder weet ik hoe het is om plotsklaps een bericht te krijgen dat je kind van school moet worden gehaald, omdat de school dicht moet vanwege de hitte.

Met de klimaatverandering die we nu zien, moeten we ervoor zorgen dat we onze schoolgebouwen toekomstbestendig maken. Weersextremen en hitte gaan namelijk vaker voorkomen. Daarnaast vinden wij dat er een nationaal hitteplan moet komen, zodat we zorgen dat we voorbereid zijn op dit soort situaties. Als D66 pleiten we er sowieso al jaren voor dat er veel meer aandacht moet zijn voor betere schoolgebouwen. Daarom stel ik de volgende vragen aan de staatssecretaris. Als eerste: wanneer komt er een nationaal hitteplan voor scholen?

Staatssecretaris Tielen:

Dank u wel, voorzitter. Ik herken heel goed wat mevrouw Rooderkerk zegt over het geconfronteerd worden met beslissingen van de school, waar je als ouder van denkt: o jee. Gelukkig hebben de scholen onderling afgesproken dat ze dat niet van uur één op uur twee doen, maar tijdig. Wat betreft deze week staat in de voorspelling dat het vrijdag maar liefst 35 of 36 graden kan worden. Heel veel scholen hebben ouders al geïnformeerd over de manier waarop daarmee vrijdag overdag wordt omgegaan. Er zijn allerlei afspraken over gemaakt. Mevrouw Rooderkerk vraagt of er een nationaal hitteplan kan komen. Er zijn hitterichtlijnen vanuit bijvoorbeeld het RIVM en de GGD'en per regio. Er is nu geen nationaal hitteplan voor scholen, omdat de meeste scholen dat zelf hebben afgesproken met hun medezeggenschapsraden op basis van de adviezen van bijvoorbeeld de GGD'en.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

De staatssecretaris zegt dat de schoolbesturen hier zelf verantwoordelijk voor zijn. Wat doet zij dan voor ouders die nu, vandaag, iets moeten regelen en niet weten waar ze aan toe zijn? Ik heb het niet over vrijdag. Het betekent gewoon dat ouders de komende dagen van scholen te horen krijgen dat kinderen moeten worden opgevangen. Wat doet zij voor leraren met hoofdpijn en duizeligheid in steeds warmere klaslokalen?

Staatssecretaris Tielen:

In de Arbowet, de wetgeving die we met elkaar hebben voor alle gebouwen waar werkgevers en werknemers samen hun dagen doorbrengen, zijn afspraken gemaakt over wat er wel en niet in onder andere schoolgebouwen mag zijn. Daarnaast is het, zoals ik zei, aan werkgevers en schoolleiders om vanuit de PO-Raadadviezen aan de slag te zijn met hoe leerlingen en docenten het beste hun schooldag kunnen besteden. Daarbij is afgesproken dat tropenroosters mogen, als daar binnen de medezeggenschapsraad in het schoolbeleid afspraken over zijn gemaakt en mits dat op tijd met ouders wordt besproken. Daarbij is ook afgesproken dat, als het voor ouders onmogelijk is om kinderen elders op te laten vangen, de school een aanbod doet om te zorgen dat er overdag op de kinderen wordt toegezien; laat ik het zo zeggen.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

De staatssecretaris begon over het tropenrooster. Herkent zij het beeld dat volgens Ouders & Onderwijs een op de drie scholen nu een tropenrooster invoert vanwege de hitte in klaslokalen?

Staatssecretaris Tielen:

Daar heb ik nu geen zicht op, maar ik geloof het meteen. Ook ik begeef mij uiteraard onder allerlei ouders met kinderen op verschillende vormen van scholen en ook op verschillende scholen. Ook ik hoor dat scholen inderdaad bezig zijn met zich voor te bereiden op het eind van de week, waarin de temperaturen zo hoog worden dat het voor kinderen heel moeilijk wordt om in de klas geconcentreerd te zijn bij de taal- of rekenles. We weten namelijk dat het boven een temperatuur van ongeveer 25 graden best wel ingewikkeld wordt om je echt te concentreren op wat de juf of de meester zegt. Ik weet niet of de cijfers kloppen, maar ik geloof het zo, omdat scholen zich wat mij betreft op een professionele manier aan het voorbereiden zijn op de warme temperaturen van vrijdag.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Het gaat niet alleen om het einde van de week. Heel veel ouders moeten morgen al voor opvang zorgen. De staatssecretaris geeft aan dat een op de drie scholen hiermee te maken krijgt. Dit is dus geen uitzondering meer, maar iets waarop we moeten worden voorbereid. In Frankrijk laten ze zien hoe dat kan, met een nationaal hitteplan. Daar hebben ze per regio en per alarmfase een norm gesteld voor wanneer maatregelen genomen moeten worden. Zou de staatssecretaris daar ook mee aan de slag willen gaan?

Staatssecretaris Tielen:

Uiteraard. Ik wil altijd overal mee aan de slag en ik wil overal mee in gesprek. Zoals ik al zei, hebben de GGD'en, de gemeentelijke gezondheidsdiensten, over het algemeen op advies van het RIVM protocollen liggen, ook voor andere instanties waar kinderen zijn, bijvoorbeeld kinderopvangcentra. Ik vind het prima om samen met de schoolbesturen en de GGD'en te kijken wat er nog meer nodig is om ervoor te zorgen dat schoolleiders en schoolbesturen weten waar ze aan toe zijn bij bepaalde temperaturen en ook op een goede manier afspraken kunnen maken met ouders, zodat ouders niet verrast zijn maar weten wat eraan komt bij bepaalde weersvoorspellingen.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Dank. Ik hoop dat we daar per brief een terugkoppeling over krijgen, want ik hoorde een toezegging. Het lijkt ons inderdaad ook van belang om dit gelijk te trekken met de kinderopvang. Het is fijn als ook voor scholen duidelijk is wanneer een nationaal hitteplan gaat gelden.

Ik wil door naar de schoolgebouwen zelf. Inmiddels is de website schoolgebouwenschaamte.nl in de lucht. Het is heel treurig om te zien dat 80% van de schoolgebouwen in Nederland een slecht binnenklimaat heeft. Wat vindt de staatssecretaris ervan dat het in de meeste kantoren, en ook hier in de Tweede Kamer, prima te doen is, maar op deze scholen niet?

Staatssecretaris Tielen:

Er zijn duizenden schoolgebouwen. Die behoren niet tot het rijksvastgoed. Met uw Kamer heb ik in de afgelopen maanden een debat gevoerd over de Wet planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting, waarin we heel duidelijk hebben vastgelegd wat de verantwoordelijkheid is van de gemeenten en van de schoolbesturen als het gaat over onderwijshuisvesting. Zowel gemeenten als schoolbesturen krijgen geld dat ze kunnen besteden aan de bouw en het onderhoud van schoolgebouwen.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Dat is hoe het is. We hebben echter ook de cijfers gezien van de AOb. Die zegt dat we 1,3 miljard extra nodig hebben om onze schoolgebouwen goed te kunnen verduurzamen en ze hittebestendig en klaar voor de toekomst te maken. Nou hebben we in het akkoord ook een voorstel staan, waar D66 voor pleit, voor een publiek-private samenwerking naar Vlaams voorbeeld. Daar heeft Scholen van Morgen in korte tijd 180 nieuwe schoolgebouwen weten neer te zetten en te verduurzamen. Kan de staatssecretaris aangeven hoe ze hiermee aan de slag gaat?

Staatssecretaris Tielen:

We hebben nu een Nationaal Groeifondsprogramma voor innovatie in onderwijshuisvesting. Daar zit ongeveer een half miljard euro in. We kijken hoe we dat binnen de regelgeving, maar vooral ook binnen de wensen die er zijn rondom schoolgebouwen, op een vernieuwende manier kunnen inzetten. Het lijkt mij verstandig om te kijken wat er uit dat Groeifondsproject voortkomt, voor we weer met nieuwe initiatieven komen.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Nou ja, het lijkt mij verstandig om de initiatieven die in het akkoord staan welzeker gelijktijdig uit te werken. Dit is een mooi project, maar ik hoor graag meer urgentie. We moeten niet nog een zomer die hitte hebben voordat we voor verandering zorgen. Wanneer kunnen wij uitkomsten van dat Groeifondsproject verwachten, bijvoorbeeld ten aanzien van standaardisatie? Daarmee kunnen we schoolgebouwen sneller op dezelfde manier van airco's en dergelijke voorzien. En wanneer zien we voortgang op het voorstel dat we eerder deden naar voorbeeld van Vlaanderen?

Staatssecretaris Tielen:

Ik wil daar iets aan toevoegen. Mevrouw Rooderkerk noemt hele warme temperaturen, maar we zien soms diep in de winter ook dat schoolgebouwen tekortschieten voor een plezierig leerklimaat bij hele koude temperaturen. Dat zou ik daar graag in meenemen. In het najaar — "het derde kwartaal" heet dat dan mooi — kom ik met een brief in reactie op de voorstellen die mevrouw Rooderkerk eerder deed. Dan kunnen we er wat concretere antwoorden op geven.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Het lijkt me in ieder geval van belang dat we breed in de Kamer pleiten voor betere schoolgebouwen, maar ook dat we echt voor verandering gaan zorgen. Daar is meer actie voor nodig. Ik hoop dat meer partijen daarvoor staan. We moeten er namelijk met elkaar voor zorgen dat kinderen beter naar school kunnen en dat dit ook leidt tot betere leerprestaties. Dit is wat mij betreft echt een basisvoorwaarde voor goed onderwijs.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Rooderkerk.

Staatssecretaris Tielen:

Eens. Ik denk dat we een aantal voorwaarden kunnen benoemen, waaronder het onderwijsklimaat — letterlijk en figuurlijk! Het gaat dus om zowel veiligheid in alle vormen als fijne schoollokalen waar kinderen optimaal kunnen leren, om uiteindelijk met voldoende bagage verder te kunnen in het leven. Helemaal eens.

De heer Kisteman (VVD):

De ouders van deze kinderen hebben gewoon een baan. Ze zijn overdag aan het werk. Ze worden eigenlijk een beetje voor het blok gezet. Er is recent nog 150 miljoen extra uitgetrokken voor meer ventilatie in onderwijsgebouwen. Eigenlijk zou het dus gewoon niet nodig moeten zijn dat deze kinderen nu naar huis worden gestuurd. Ze zouden gewoon op school moeten kunnen zijn. Wat is er met die 150 miljoen euro gebeurd?

Staatssecretaris Tielen:

Meneer Kisteman stelt eigenlijk twee vragen. Wat is er met die 150 miljoen euro gebeurd? Die was bestemd voor ventilatie, mede naar aanleiding van de pandemie waar we een aantal jaar geleden mee te maken hebben gehad. Het is voor het grootste deel ook geïnvesteerd in ventilatie, maar alleen ventilatie is niet genoeg om een plezierige temperatuur in de klas te hebben. Misschien is het met de temperaturen die we in de voorspellingen voor het einde van deze week zien, ook wel bijna onmogelijk om zomaar alle klassen op een plezierige temperatuur te hebben. De scholen zijn er volgens mij op een hele professionele manier mee bezig om te kijken hoe ze ervoor kunnen zorgen dat ze kinderen vandaag hetzij onderwijs kunnen geven hetzij op een andere manier opvang kunnen bieden. Daar nemen ze over het algemeen tijd voor. Als het ouders echt niet lukt om hun kinderen op een andere plek te hebben als de school op die dag geen onderwijs geeft, dan kunnen ze terecht bij de school om te zorgen dat dat opgelost wordt.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Dat hitteplan is natuurlijk symptoombestrijding. Recent, volgens mij gister nog, stond in de Volkskrant dat in Europa de meeste doden vallen ten gevolge van de hitte. Waarom? Omdat er een stigma heerst op het plaatsen van airco's. De vraag aan de minister is als volgt. Ik bedoel: de staatssecretaris. Mevrouw Tielen weet waarom ik haar "minister" noem! Kan de staatssecretaris met de minister van Klimaat en Groene Groei het erover hebben dat dat stigma weg moet? Ook moeten we ervoor zorgen dat die scholen dan aangesloten kunnen worden op het net. We kunnen het wel over meer airco's hebben, maar ja, dan kunnen ze niet op het net. Wil de minister er dus alles aan doen om het stigma van airco's ...

De voorzitter:

Ja, u heeft het gezegd.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

… vanwege duurzaamheid, wat steeds maar een probleem is, eraf te halen en de airco's aan te sluiten en te zorgen dat het ook lukt?

Staatssecretaris Tielen:

Ik weet niet of ik dat stigma helemaal herken, maar het kan natuurlijk nooit kwaad om na te denken en in gesprek te zijn over de vraag hoe we nou zorgen dat er in die schoolgebouwen, waar we het over hebben, een plezierig leerklimaat is, zowel figuurlijk als letterlijk. Dat is onderdeel van onder andere dat Groeifondsprogramma voor innovatie in onderwijshuisvesting, alsook een aantal andere klimaatgerelateerde budgetten en subsidies die er zijn voor scholen.

Mevrouw Moorman (PRO):

Mijn vraag aan de staatssecretaris is toch hoeveel verantwoordelijkheid zij nou voelt voor het feit dat kinderen niet gewoon kunnen leren in scholen, want als ik de staatssecretaris hoor zeggen dat dit niet onder het rijksvastgoed hoort, zeg ik: dit zijn onze scholen, waar kinderen leren. We weten al heel erg lang dat het binnenklimaat niet op orde is. Dat wisten we al tien jaar geleden, toen werd geconstateerd dat het binnenklimaat slechter is dan in varkensstallen en gevangenissen. We hebben het gezien tijdens corona; toen was dit niet goed. Nou horen we net van een investering van 150 miljoen, terwijl de VNG het heeft over een tekort van 1,3 miljard. Iedereen die in die scholen goed heeft leren rekenen, weet dat er een enorm gat zit. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus wanneer we nou eindelijk niet deze incidentenpolitiek gaan voeren, dus als het heet wordt of als er een pandemie is, maar wanneer we daadwerkelijk wat gaan doen aan de schoolgebouwen, zodat kinderen goed kunnen leren. Wanneer gaat de staatssecretaris ons daarover informeren?

Staatssecretaris Tielen:

Mevrouw Moorman noemt een aantal bedragen en maakt daar een rekensom van, maar ik mis nog een heleboel bedragen die naar onderwijshuisvesting en huisvestingsonderhoud gaan. Dat hele rijtje is volgens mij waar mevrouw Rooderkerk ook naar verwees in haar vraag naar aanleiding van het debat over de onderwijshuisvesting dat we hebben gevoerd. In het najaar zetten we al die bedragen op een rijtje, met daarbij ook wanneer we kunnen zien in hoeverre die ook daadwerkelijk effectief zijn. Want zoals ik in antwoord op de vraag van mevrouw Rooderkerk al zei, is het natuurlijk belangrijk om een goed klimaat te hebben, dus zodanig dat als je op school zit, je je aan de ene kant veilig weet — daar hebben we een hele wetsbehandeling over gehad — maar je ook in een plezierige omgeving bent, want daar kan je het beste leren. Dat is zeker een belangrijk aspect. In het najaar zullen we op een rijtje zetten wat er nu allemaal loopt. Dan hebben het vast weer over wat er nog meer nodig zou zijn.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik sluit even aan bij wat mevrouw Moorman zei. Er is onderzoek gedaan door de Universiteit Maastricht. Leerlingen die in klaslokalen met een hoog CO2-gehalte zitten, scoren slechter. Ze hebben bijvoorbeeld 13% minder kans op een havo/vwo-advies. We doen leerlingen gewoon tekort met dit soort slechte schoolgebouwen. Je kunt van alles op een rijtje gaan zetten, maar de Kamer vraagt ook om duidelijkheid. Is de staatssecretaris dan ook bereid om te zorgen dat dat gat gedicht wordt en dat er echt een plan komt, onder regie van ook het Rijk, om te zorgen dat al die schoolgebouwen beter zijn?

Staatssecretaris Tielen:

We gaan nu wel een beetje hink-stap-sprong van de vragen naar de antwoorden. Er gaat namelijk ook 1,2 miljard euro per jaar via het gemeentefonds naar gemeenten, om te zorgen dat ze de schoolgebouwen in hun gemeenten op orde houden. Er gaat ook geld via de lumpsum naar de schoolbesturen om dat op orde te hebben. Het is dus echt wel belangrijk om te zien wat we nu eigenlijk allemaal al vanuit het Rijk uitgeven aan de verschillende betrokken verantwoordelijken voor de onderwijshuisvesting. CO2 is een probleem — dat hebben we zeker toe zien nemen, zeg maar, tijdens de pandemie — maar het gaat nu vooral over warmte. In de winter zal het ook gaan over kou en isolatie et cetera. Dat hoort dus echt weer bij elkaar. Daar hebben we net een paar weken geleden nog een uitgebreid debat met elkaar over gevoerd.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Miljoenen kinderen krijgen geen of minder school. De rest zit in snikhete klaslokalen. Ik wil wel markeren wat het échte probleem is: we hebben te maken een klimaatcrisis, waarbij dit het nieuwe normaal wordt. We hebben het nu over de gevolgen, maar eigenlijk gaat het ook over het feit dat we al jarenlang te weinig doen aan de klimaatcrisis. Dat geldt onder andere voor dit kabinet, dat midden in de klimaatcrisis een nieuw vliegveld wil openen. Is de staatssecretaris het met ons eens dat het ongepast is, zeker nu ze de gevolgen voor kinderen van de klimaatcrisis ziet, dat het kabinet zegt: jongens, meisjes en anderen, we gaan gewoon een nieuw vliegveld openen?

Staatssecretaris Tielen:

Het is mijn verantwoordelijkheid en mijn kernopdracht dat jonge mensen in dit land het beste onderwijs krijgen dat nodig is, namelijk het beste. Daar is aardig wat aan kwaliteitsverbetering te doen. Dat heeft met omstandigheden te maken, maar vooral ook met de kern van de onderwijskwaliteit, en daar mag u mij op aanspreken.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Het is de verantwoordelijkheid van deze staatssecretaris om ook te zorgen voor de gezondheid van en een veilige omgeving voor deze kinderen. Die worden bedreigd door de klimaatcrisis, die wordt verergerd door dit kabinet. Maar goed, iets concreets wat deze staatssecretaris kan doen, is het volgende. We hebben heel lang aangedrongen op groene schoolpleinen. Het ging net over airco's: die zijn hartstikke duur en werken uiteindelijk averechts. Het is veel efficiënter en goedkoper om meer groen en meer bomen op die schoolpleinen te brengen. Kan de staatssecretaris toezeggen dat zij daar dit jaar nog een plan voor gaat maken en dat naar de Kamer stuurt?

Staatssecretaris Tielen:

Ook daar geldt een beetje dat de schoolpleinen altijd naast de schoolgebouwen liggen en dat ik niet kan bepalen wie wat in welk schoolgebouw of daaromheen wel of niet doet. Wat ik wel kan doen, en daarover hebben we het ook gehad in de debatten over onderwijshuisvesting, is ervoor zorgen dat met name schoolbesturen, gemeenteraden en gemeentebesturen met elkaar goede plannen maken voor goede schoolgebouwen. Ik herken heel goed wat het lid Kostić zegt: als er meer bomen staan, is er meer schaduw en is het beter toeven. Ik hoop dat er vrijdag ook heel veel kinderen zijn die gewoon buiten kunnen spelen en het daar enigszins plezierig hebben, maar dat zal onderdeel zijn van hoe we omgaan met het onderwijshuisvestingsplan. Ik vermoed dat we daar een aantal zinnen aan zullen wijden in de brief die ik tijdens dat debat heb toegezegd, en dat heb ik nu herbenoemd.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Dat lijkt mij goed, want de manier waarop wij het stelsel hebben ingericht is juist ook een groot probleem, dus dat het aan de gemeente is en dat het bij verbouw of nieuwbouw juist weer gaat om schoolbesturen. Die regels verschillen. De schoolpleinen liggen soms juist weer bij de gemeente. Sommige zaken zitten weer bij het ministerie. In het voorjaar hebben we een wet aangenomen die daar meer duidelijkheid in moet scheppen, maar ook meer zicht moet geven op hoe het staat met onze schoolgebouwen. Wanneer verwacht de staatssecretaris ons daar verder over te kunnen informeren?

Staatssecretaris Tielen:

De wet moet nog door de Eerste Kamer worden aangenomen, dus daar wachten wij nu op. Het is deels ingewikkeld en deels ook niet. We komen uit een tijd waarin de conciërge als er een bovenlichtje kapot was gewaaid — ik noem maar iets — ongeveer naar het ministerie moest bellen met de vraag of hij een nieuw bovenlichtje moest kopen. Gelukkig zijn we echt een stukje verder. Volgens mij hebben wij in die wet, die nog in de Eerste Kamer moet worden vastgesteld, goed afgesproken wat de verantwoordelijkheden van de gemeentes zijn en wat de verantwoordelijkheden van de onderwijsbesturen zijn. We hebben ook vastgelegd dat ze daarover gezamenlijk langetermijnplannen maken.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Die gezamenlijke plannen lijken me goed. Ik hoop ook op echte regie vanuit het ministerie, die we kunnen pakken als die wetten zijn aangenomen. De echte vraag is wat mij betreft ook wat de kosten zijn van niets doen. Ouders moeten acuut iets regelen omdat hun kinderen opvang nodig hebben, leraren staan met duizelingen voor de klas en voor leerlingen is het leren gewoon heel erg moeilijk. Wat dat betreft is nu investeren in schoolgebouwen altijd nog een betere oplossing dan de kosten betalen van niets doen. Ik hoop dat de staatssecretaris dat beaamt en hier ook echt mee aan de slag wil gaan.

Staatssecretaris Tielen:

Beide zijn nodig. Verbouw, nieuwbouw en isolatie kosten ook allemaal heel veel tijd, terwijl we deze week te maken hebben met temperaturen waarmee scholen in mijn ogen op een professionele manier aan de slag zijn. Ze hebben ook afspraken gemaakt over wat dat betekent in de communicatie en informatie naar ouders, over het ingaan op adviezen van bijvoorbeeld de GGD's en over hoe het gaat met de opvang deze week. Want nogmaals, ik herken heel goed hoe het is als de school ineens een brief stuurt met: zo ziet de planning eruit eind deze week. Overigens was ik positief onder de indruk van de school waar mijn kind naartoe gaat, maar ik moet er eerlijk bij zeggen dat het een middelbare school is en dat ze daar iets makkelijker een veranderend rooster aankunnen.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor haar aanwezigheid in het parlement.

Vragen Tseggai

Vragen van het lid Tseggai aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht "Afrikaanse en Caribische leiders willen excuses van landen voor trans-Atlantische slavenhandel".

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Tseggai voor haar vragen namens de fractie van PRO aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die ik ook van harte welkom heet in de Tweede Kamer. Het woord is aan mevrouw Tseggai.

Mevrouw Tseggai (PRO):

Voorzitter, dank. Ik wil graag beginnen met het vertellen van het verhaal van Elisabeth Samson. Elisabeth Samson was een zwarte vrouw en in 1715 vrijgeboren in Paramaribo, Suriname. Zij wilde op een zeker moment in het huwelijk treden met een witte man. Dat mocht in die tijd niet, dus dat werd haar in Suriname geweigerd. Elisabeth Samson vergaarde bekendheid, omdat zij die weigering tot aan de Staten-Generaal, dus hier, aanvocht. Haar verhaal laat zien dat je, zelfs als je vrijgeboren was in die tijd, als zwarte persoon niet vrij was om je eigen keuzes te maken.

Dat herdenken we de komende weken ook weer. We herdenken dan Ketikoti, het afschaffen van de slavernij. In dat licht vind ik het belangrijk om hier te benoemen dat mijn fractie het pijnlijk vindt dat Nederland niet meegestemd heeft met de resolutie van Ghana bij de VN en dat Sint-Maarten, Curaçao en Aruba hier niet bij betrokken zijn. Deze resolutie kreeg afgelopen week een vervolg. Op initiatief van de president van Ghana was er een conferentie. Mijn eerste vraag aan het kabinet is dan ook: waarom was ons kabinet daar niet bij aanwezig? Frankrijk was dat namelijk, hoewel online, wel. Ik vraag mij in het licht van deze gebeurtenis ook af waar deze terughoudende houding van dit kabinet vandaan komt. Ik kan me eigenlijk bijna niet voorstellen dat het desinteresse is. Wat zegt dit allemaal over de kijk van dit kabinet op ons koloniale verleden en de verhoudingen binnen ons Koninkrijk? Ziet de minister concrete gevolgen van ons slavernijverleden in onze huidige samenleving?

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Heerma:

Ik wil mevrouw Tseggai bedanken voor de vragen die zij gesteld heeft. Laat ik beginnen met benadrukken dat er sinds de excuses eind 2022 en in juli 2023 belangrijke stappen zijn gezet om bewustwording, erkenning en aandacht voor de doorwerking van het slavernijverleden te versterken. Op verschillende terreinen zijn er ook resultaten geboekt, waaronder op het gebied van herdenken. Dit gebeurde onder andere door de oprichting van het Herdenkingscomité Slavernijverleden, in het onderwijs, door onderzoek en door een subsidieregeling voor maatschappelijke initiatieven voor Europees Nederland en de Cariben. Daarmee worden verhalen en perspectieven beter zichtbaar gemaakt, wordt nieuwe kennis ontwikkeld en gedeeld, en wordt er geïnvesteerd in de kracht van gemeenschappen. Mevrouw Tseggai liet aan het begin van haar vragen zien hoe belangrijk het is om de verhalen met elkaar te delen en te doorleven.

Wij blijven ons als kabinet en dus als regering ook inzetten voor het verder versterken van de partnerschappen, gebaseerd op wederzijds respect, gelijkwaardigheid en open dialoog. Daarbij erkennen we tegelijkertijd onze gedeelde geschiedenis en dat die ook pijnlijke hoofdstukken kent. De rol van Nederland in de trans-Atlantische slavenhandel is een historische realiteit die niet ongedaan gemaakt kan worden en de gevolgen daarvan zijn voor velen tot op de dag van vandaag voelbaar. Dat was een van de vragen van mevrouw Tseggai.

Nederland onderschrijft dan ook ten volle het belang van aandacht voor de geschiedenis van slavernij en voor de doorwerking daarvan in het heden. Dat vraagt om blijvende inzet, herdenking, educatie, onderzoek, dialoog en het bestrijden van racisme en discriminatie. De oproep van de Afrikaanse en Caraïbische leiders raken aan een geschiedenis die voor miljoenen nog steeds van grote betekenis is. Nederland heeft erkend dat slavernij een misdaad is tegen de menselijkheid en dat de gevolgen daarvan generaties lang doorwerken. We luisteren daarom ook met respect naar de signalen die vanuit Afrika en het Caribisch gebied worden afgegeven. Het gesprek over hoe samenlevingen omgaan met dit verleden is belangrijk en verdient ook een open houding.

Mevrouw Tseggai ging ook in op de VN-resolutie, waar ze eerder ook schriftelijke vragen over gesteld heeft. Ik zal nogmaals de positie van de Nederlandse regering hierbij benadrukken. Ik begrijp namelijk dat de onthouding bij de stemming over de resolutie ook vragen heeft opgeroepen en teleurstelling heeft veroorzaakt, in het bijzonder onder de betrokken gemeenschappen. Het is daarom belangrijk om duidelijk te zijn over de redenen daarvoor. Onze onthouding doet geen afbreuk aan onze erkenning van de ernst van de trans-Atlantische slavenhandel, noch aan onze inzet voor herdenking, dialoog, culturele restitutie en de bestrijding van racisme en discriminatie.

Nederland kon zich echter niet vinden in bepaalde onderdelen van de resolutie. Daarbij gaat het specifiek om de verwijzingen die een retroactieve toepassing van het internationaal recht impliceren, waaronder de suggestie van juridische verplichtingen ten aanzien van handelingen die destijds niet in strijd waren met het internationaal recht. Daarnaast hebben wij principiële bezwaren tegen de introductie van een hiërarchie in misdrijven tegen de menselijkheid, waaronder de kwalificatie van één misdrijf als het ernstigste. Met mijn collega, de minister van Buitenlandse Zaken, heb ik uw Kamer, zoals ik zojuist heb aangegeven, al antwoorden gegeven op eerdere schriftelijke vragen hierover.

Omdat hierover geen consensus bereikt kon worden, heeft Nederland zich destijds samen met alle andere lidstaten van de Europese Unie en een bredere groep van landen onthouden van stemming. Om dezelfde reden heeft het Koninkrijk der Nederlanden zich niet aangesloten bij het outcome document van de afgelopen conferentie, waar mevrouw Tseggai naar verwees. Tegelijkertijd is het kabinet van mening dat erkenning, dialoog en een concrete inzet voor bewustwording, educatie en maatschappelijke verwerking essentieel zijn. Wij zijn met de Caribische delen van het Koninkrijk in contact geweest over de afgelopen conferentie, over onze deelname en inzet. Nederland heeft niet gekozen voor wegkijken, maar voor erkennen. Daarom zijn excuses aangeboden, investeren we in educatie en herdenking en voeren we het gesprek met betrokken gemeenschappen. De oproepen die nu vanuit Ghana en andere landen komen, nemen we serieus en zullen we zorgvuldig bestuderen.

Mevrouw Tseggai (PRO):

Ik dank de minister voor dit antwoord, maar het kabinet had er ook voor kunnen kiezen om in gesprek te gaan bij die conferentie in Ghana, zoals Frankrijk dat bijvoorbeeld ook heeft gedaan. President Macron was online aanwezig bij een deel van de conferentie. Nu staan we als Nederland aan de zijlijn. Ik vind dat toch jammer, want zelfs als je het niet eens bent met de uitkomst van die conferentie, had je ervoor kunnen kiezen om in gesprek te gaan. Is hij dan bereid om los van die conferentie wel in gesprek te gaan met een aantal landen die relevant zijn op dit dossier en ook met de gemeenschappen, hier in Europees Nederland en in Caribisch Nederland, die het betreft, en dan in het bijzonder Curaçao, Aruba en Sint-Maarten?

Minister Heerma:

Mevrouw Tseggai vraagt in het vervolg om een aantal zaken. Misschien is het goed om als eerste te zeggen: Nederland was in brede zin wel degelijk aanwezig bij de conferentie. De ambassadeur in Accra was aanwezig en heeft daar ook gesproken over de teruggave van cultureel erfgoed dat in de koloniale tijd op onrechtmatige wijze verworven is, zoals we dat ook doen met landen als Indonesië, Sri Lanka en Nigeria. We waren dus aanwezig en hebben daarover gesproken. Ik heb in mijn eerste beantwoording net ook aangegeven dat we de oproepen vanuit Ghana en andere landen serieus nemen en zorgvuldig bestuderen en dus ook kijken op welke wijze we met die landen in gesprek blijven.

Wat betreft het Caribisch deel van het Koninkrijk heeft de minister van Buitenlandse Zaken eerder al het nodige gezegd over de wijze waarop er niet met het Caribisch deel gecommuniceerd is voor het stemmen over de resolutie. Daarom hebben we voorafgaand aan deze conferentie ook nadrukkelijk wel contact gehad met het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Mevrouw Tseggai (PRO):

Ik begrijp dat de ambassadeur daar aanwezig was, maar als Frankrijk de president stuurt, dan sta je er als Nederland toch een beetje lelijk op, vind ik, als er geen deelname vanuit het kabinet is. Misschien kan de minister toezeggen dat hij voor de begroting van Binnenlandse Zaken een terugkoppeling aan de Kamer geeft over die gesprekken die hij aangaat met onder andere Ghana, maar ook andere relevante partijen op dit dossier.

Minister Heerma:

Ik denk dat ik iets concreters toe kan zeggen. Dat heeft ook met de timing te maken. Ik meen dat er op dit moment een commissiedebat over het slavernijverleden gepland staat voor oktober. Ik wil toezeggen dat ik voorafgaand aan dat debat met een brief kom over de stand van zaken.

De voorzitter:

Ik denk dat mevrouw Tseggai nog niet helemaal was uitgesproken.

Minister Heerma:

Excuus, voorzitter!

Mevrouw Tseggai (PRO):

Ik was wel uitgesproken, maar de tijd liep door. Dat probeerde ik in te seinen richting de voorzitter.

De voorzitter:

O, dat probeerde u in te seinen.

Mevrouw Tseggai (PRO):

Dank aan de minister voor dit antwoord. Ik kijk uit naar dat debat en naar de toezegging die de minister zojuist heeft gedaan.

Dan wil ik als laatste even terugkomen op het deel van de beantwoording van de minister dat ging over discriminatie en racisme. Hij noemt dat terecht een gevolg van ons slavernijverleden. In het kader van "geen punt, maar een komma" is het dan natuurlijk wel een beetje gek dat dit kabinet geen extra geld heeft uitgetrokken voor de aanpak van discriminatie en racisme. Hoe reflecteert de minister hierop? Kan hij toezeggen dat hij in aanloop naar de begroting concrete plannen presenteert met de daarvoor benodigde middelen?

Minister Heerma:

Volgens mij heb ik niet zo lang geleden in het tweeminutendebat over dit onderwerp ook al aangegeven dat er op dit moment ongeveer bij elk debat dat ik voer, gevraagd wordt om toezeggingen voor extra geld of het uitsluiten van bezuinigingen. Ik heb op dit moment niet meer geld dan er is. Dat geldt voor alle onderwerpen. Ik vind het ook niet realistisch om dat toe te zeggen.

Tegelijkertijd vraagt mevrouw Tseggai naar plannen. Daar hebben we ook in het commissiedebat uitgebreid met elkaar over gesproken. Er zijn best veel plannen. Er zijn ook al stappen gezet in het serieus nemen van het bestrijden van racisme en discriminatie. Ik noem er een aantal. Het gaat om het verbreden van de Algemene wet gelijke behandeling met eenzijdig overheidshandelen, waar jaren over gesproken is. Het gaat om de versterking van de antidiscriminatievoorzieningen, waar een wetsvoorstel voor loopt. Het gaat om de invoering van de discriminatietoets, volgend op de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme, maar ook om de rijksbrede aanpak waar vanuit de Kamer om is gevraagd via de motie van de fractie van DENK bij het debat over de regeringsverklaring. Dit najaar komen we met die aanpak. Het gaat om de wettelijke verankering van de NCDR. Er zijn dus veel voorstellen waar we op dit moment aan werken en waarover we met de Kamer in gesprek zijn, soms zelfs op expliciet verzoek van de Kamer, om invulling te geven aan de kabinetsambities rondom het bestrijden van discriminatie en racisme.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Tseggai (PRO):

Ja, afrondend. Ik zie dat de minister maatregelen heeft, maar zonder geld zullen die niet goed tot stand kunnen komen. Geld uitgeven is in Den Haag altijd een politieke keuze, dus ik zou hem richting de begroting willen vragen om nog eens goed over zijn keuzes na te denken.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Russcher (FVD):

In Ghana kwamen meer dan 80 landen bijeen om te praten over hoe schuldig het Westen zich nog moet voelen over het slavernijverleden. Uiteraard ging het daarna over een reparation fund, klimaatschadebetalingen en allerlei vormen van herstelbetalingen. Mijn vragen aan de minister zijn als volgt. Hoe gaat Nederland hiermee om? Gaat Nederland meewerken aan het reparation fund? Gaat Nederland in op die klimaatschadebetalingen of andere herstelbetalingen die daar geëist worden? Klopt het dat Nederland al heeft toegezegd aan Ghana dat Nederland meer dan 2.000 voorwerpen aan Ghana terug gaat geven?

Minister Heerma:

Om met het laatste te beginnen: er wordt met Ghana nu gesproken over culturele restitutie, net zoals in andere landen die ik noemde. Die gesprekken zijn gaande; die contacten zijn er. Over de juridische verplichtingen die uit de resolutie spreken, zijn al verschillende Kamervragen gesteld. Dat is een van de overwegingen waarom Nederland zich onthouden heeft van stemming over deze resolutie.

De heer Struijs (50PLUS):

Ik heb even een bijzonder verzoek en een vraag aan de minister. Wil de minister in de brief voorafgaand aan het commissiedebat over het slavernijverleden, dat we na het reces hebben, ook aandacht besteden aan Suriname? Wij krijgen heel veel vragen over het koloniale verleden en het slavernijverleden in Suriname. Zou u een stand van zaken willen geven over inzichten en wat u daar in de toekomst mee wil?

Minister Heerma:

Dit is een zeer terecht punt en daar zullen we vanzelfsprekend zowel in de brief als in het debat aandacht aan besteden.

De heer Van Baarle (DENK):

De manier waarop Nederland zich zonder overleg met de andere landen binnen het Koninkrijk heeft onthouden van die stemming en de manier waarop deze minister ook aangeeft "we hebben gehoord wat die andere landen zeggen", maar eigenlijk met niks komt, zorgen dat heel veel mensen die in het heden met de gevolgen van het slavernijverleden leven en die ervaren, aan deze regering vragen: wat bent u nou bereid om extra te leveren? Als er dan weer verwezen wordt naar een andere brief, blijft mijn vraag aan de minister de volgende. De afgelopen tijd heeft de regering gezien dat er heel veel gevoeligheden zijn ontstaan rond die resolutie. Waarom komt de regering nou niet met iets concreets om te laten zien dat ze dit serieus neemt en wat doet? Waarom moeten mensen weer wachten?

Minister Heerma:

Ik weet niet of de heer Van Baarle helemaal recht doet aan het antwoord dat ik heb gegeven. Ik ben de beantwoording op de vraag van mevrouw Tseggai begonnen met wat wij allemaal doen sinds de excuses en wat we doen om het serieus te nemen, met herdenken, educatie, onderwijs en onderzoek, en de subsidies voor maatschappelijke initiatieven. Tegelijkertijd heeft de vraag die hier gesteld wordt, betrekking op een resolutie waar al door verschillende fracties schriftelijke vragen over zijn gesteld. Daarom verwees ik naar een eerdere brief. Ik heb verwezen naar de beantwoording van de vragen over wat de redenen waren dat wij niet in konden stemmen met deze resolutie en ons dus onthouden hebben van stemming.

Waar de heer Van Baarle verder naar verwijst, is de onrust die er in het Caribisch gebied over is ontstaan dat er vooraf aan het stemmen over deze resolutie in maart geen contact is opgenomen. Daar is op verschillende niveaus contact over opgenomen. Zowel de minister van Buitenlandse Zaken als de minister-president hebben al laten weten dat de communicatie daarover met betrokkenen uit het hele Koninkrijk beter had gekund en dat hier in de toekomst meer oog voor zal moeten zijn. Daarom is er, ten behoeve van deze conferentie, wel contact hierover geweest.

De heer Ceder (ChristenUnie):

De minister kondigt een brief aan. Ik vroeg mij af of hij daarin ook de gevolgen kan meenemen rond de onafhankelijkheid van Suriname, waarmee toen de Toescheidingsovereenkomst is gesloten. Kan de naleving van dat verdrag, dat nog steeds geldig is, in die brief worden meegenomen? Er zitten een paar losse eindjes in en ik vroeg me af of u die erbij kunt betrekken, zodat we het in het debat daarover kunnen hebben met elkaar.

Minister Heerma:

Als ik heel eerlijk ben, twijfel ik eraan of dit niet een ander onderwerp is, dat op een andere tafel besproken hoort te worden, maar ik wil wel toezeggen dat ik daar in de brief aandacht aan zal besteden. Dan is vervolgens wel de vraag in welk debat dat het beste aan de orde kan komen.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.

Vragen Michon-Derkzen

Vragen van het lid Michon-Derkzen aan de minister van Werk en Participatie over het bericht "Helft statushouders gestart in 2022 binnen drie jaar ingeburgerd".

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Michon-Derkzen voor haar mondelinge vragen aan de minister van Werk en Participatie, die ik van harte welkom heet in het parlement. Zij stelt haar vraag namens de fractie van de VVD.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Eind vorige week publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek zeer zorgelijke resultaten over onze inburgeraars. Slechts de helft van de inburgeraars spreekt na drie jaar Nederlands op het meest basale niveau. Van deze groep werkt nog niet een derde. Dat is echt onvoldoende. Het kan niet zo zijn dat je hier al jaren bent, maar de taal niet spreekt en niet werkt, want dan sta je aan de zijlijn, in plaats van dat je vol meedoet met de samenleving. Dat druist precies in tegen de doelstellingen van deze nog relatief nieuwe inburgeringswet. We hebben namelijk afgesproken dat werk hoort bij inburgeren en dat een taaleis wordt nageleefd. De hamvraag van vandaag is dus: hoe beoordeelt de minister deze cijfers?

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Aartsen:

Dank, voorzitter. Dank ook aan het lid Michon voor de gestelde vragen. Het kabinet werkt met man en macht aan meer grip op migratie. Dat behelst de instroom naar beneden brengen. Dat behelst de opvang in orde brengen. Het behelst ook zeker — en daar ligt mijn verantwoordelijkheid — ervoor zorgen dat iedereen die in Nederland mag blijven, volwaardig meedoet in Nederland. Om volwaardig mee te doen in Nederland moet je volgens het kabinet twee dingen doen: de Nederlandse taal leren en zo snel mogelijk Nederlands spreken, en zo snel mogelijk meedoen in de samenleving door middel van betaald werk. Dat is uiteindelijk de norm.

Mevrouw Michon vroeg mij wat deze cijfers zeggen en hoe het kabinet de cijfers beoordeelt. Voor mij zeggen deze cijfers een drietal dingen. Laat ik optimistisch beginnen. Hoewel ik de mening deel van mevrouw Michon dat de cijfers zorgelijk zijn, zijn die wel een stuk beter dan in het systeem dat we daarvoor hadden. Onder de oude wet zagen we dat slechts 2% het taalniveau B1 of zelfs B2 haalde. Inmiddels zien we dat bijna de helft van de inburgeraars het hogere niveau B1 haalt. Tot zover de positieve punten. De cijfers zeggen ook dat 2022 een opstartjaar was. We weten dat er in het eerste jaar problemen waren bij de gemeenten met het opstarten van bijvoorbeeld de PIP's en het snel kunnen verwerken van een groep mensen. Dat toont dit aan. Het toont ook aan dat er werk aan de winkel is. We zien een aantal positieve dingen, maar we zien ook dat te weinig mensen binnen die drie jaar op het juiste niveau de inburgering afronden.

We zien ook dat te weinig statushouders aan het werk gaan, terwijl dit een belangrijke prioriteit is voor het kabinet. Het aantal mensen dat niet werkt, is veel en veel te hoog. Dit zijn mensen die kunnen werken. Werken is ook belangrijk om mee te doen in de samenleving. De Nederlandse arbeidsmarkt en de Nederlandse samenleving staan ook te springen om deze mensen. Ik geloof er ook heilig in dat niemand een beter mens wordt van jarenlang in een asielzoekerscentrum zitten of jarenlang een asielstatus hebben en niets doen, niet meedoen in de samenleving met betaald werk. Om drie redenen vinden wij het dus belangrijk dat deze mensen sneller aan het werk gaan. Daarom heeft het kabinet in zijn eerste drie maanden ook een groot en stevig plan gepresenteerd rondom "nieuwkomers aan het werk", om een extra tandje bij te zetten op de verbetering in het inburgeringsstelsel.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Ik focus me bij mijn vraag op de statushouders. Dat zijn mensen die hier mogen blijven en een status hebben, en dus door de asielprocedure heen zijn. In de publicatie valt op dat er in 2022 ruim 17.000 statushouders waren, mensen die hier mogen blijven en dus inburgeringsplichtig zijn, maar dat er voor slechts 5.000 van deze groep een plan is waardoor ze überhaupt aan de inburgeringsplicht kunnen voldoen. Dat is natuurlijk onbegrijpelijk, want wat gebeurt er dan met die 12.000 mensen die geen plan hebben? Ontlopen zij dan de inburgeringsplicht? Zitten zij te wachten totdat ze wel een keer mogen? Juist omdat ze afhankelijk zijn van het plan, wil ik aan de minister vragen: dat kan toch niet de bedoeling zijn? Hoe spreekt hij hier nu over met gemeenten, die hiervoor aan de lat staan zoals hij terecht zei? Het kan niet zo zijn dat mensen geen plan krijgen en dus niet eens kúnnen inburgeren. Graag een reactie daarop.

Minister Aartsen:

Ik kan mevrouw Michon geruststellen: deze mensen zijn niet uit de systemen verdwenen. We weten dat de mensen die in 2022 geen PIP hebben ontvangen, dat in 2023 wel hebben gehad. Je ziet dus dat 2022, nu drie jaar geleden vanaf de eerste metingen, een opstartjaar was. We wisten dat het de gemeenten de eerste vier maanden niet lukte om dit goed in hun systemen te krijgen. Ook de instroom was fors in 2022, fors hoger dan verwacht. Vandaar dat het niet is gelukt om deze mensen in 2022 een plan te geven, maar ze hebben in 2023 wel degelijk een plan gekregen. Er hebben in de tussentijd ook een aantal acties plaatsgevonden om dat te versnellen, maar ik gaf al aan dat dit volgens het kabinet onvoldoende is. We zien namelijk twee dingen. We zien dat het onvoldoende lukt om mensen binnen drie jaar de inburgeringsplicht te laten afhandelen en we zien dat het aantal mensen dat werkt echt substantieel lager ligt. Daar wil het kabinet iets aan gaan doen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Daar ziet eigenlijk mijn volgende vraag op. Ik hoor de minister zeggen dat we al blij mogen zijn dat de helft van de groep die in 2022 is gestart met inburgeren, na drie jaar dat basale Nederlands beheerst. Ik vind dat echt de ondergrens. Dat is een succes volgens de minister, maar ik vind die 50% echt nog te weinig. Het is nog belangrijker dat ze werken. Nu hoor ik heel veel uit de verhalen die ik terugkrijg op dit dossier dat het onmogelijk is om zowel taallessen te volgen als te werken. Die opleiding past dus gewoon niet in een programma waarin gewerkt wordt. Wat doet de minister daaraan? Het volgende is belangrijker, en daarom vraag ik dit ook. We hebben een recente publicatie van het CBS, ik meen van vorig jaar, over 2024. Daarin zie je dat van die hele groep die wij hier in Nederland in de bijstand hebben zitten — dat zijn er ruim 400.000 — er 55% geboren is in het buitenland. Dat bevestigt eigenlijk ook het beeld dat er te weinig gewerkt wordt door statushouders. Wat gaat de minister hieraan doen? Hoe krijgen we statushouders aan het werk en hoe zorgen we ervoor dat de combinatie van taal en werk gewoon beter gaat, dat het beter op elkaar aansluit?

Minister Aartsen:

Ik deel inderdaad de urgentie die mevrouw Michon hier neerzet. Als je ernaar kijkt, dan zie je dat na drie jaar slechts 25% van de statushouders werkt. Na vijf jaar — dan meten we vanaf het moment van statusverlening; vaak zitten mensen daarvoor nog twee, tweeënhalf of drie jaar in een asielzoekerscentrum — werkt nog slechts 40%. Dat is gewoon te weinig. Als na acht jaar nog maar 40% van de mensen hier werken, dan is dat gewoon veel en veel te weinig. Vandaar dat wij, zeg ik nogmaals, in de eerste drie maanden van het kabinet een groot en stevig plan van aanpak hebben gepresenteerd met een drietal doorbraken. Allereerst komt werk centraal te staan in de inburgering maar ook in de Participatiewet. We zien dat ons hele stelsel gericht is op taal. De uitkomst van dat stelsel is eigenlijk: niet werken. We hebben gezegd dat we op al die onderdelen gaan kijken of de prikkels nou op de juiste plek staan. Hoe zorg je er nou voor dat mensen bijvoorbeeld vier dagen kunnen werken en één dag les krijgen? Ik hoor te vaak terug dat mensen zeggen: ik heb een baan gevonden, maar ik moet op dinsdag van 13.00 uur tot 15.00 uur mijn taallessen volgen en daardoor kan ik niet werken. Daar willen we een einde aan maken. Het tweede is een werkgeversaanpak. Ik spreek daar morgen over met een groot aantal branches, om te kijken hoe we mensen aan het werk kunnen krijgen. Drie: we zorgen dat we mensen, kansrijke asielzoekers, al in de opvang — vaak zitten mensen drie jaar in een opvang — sneller aan het werk kunnen helpen en al vanaf dag één mee laten doen met taal en werk.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Tot slot, voorzitter. Ik steun de minister ook in deze aanpak om werk meer centraal te zetten. Tegelijkertijd zijn de gemeenten aan zet om te voldoen aan de eisen uit de inburgeringswet. Je ziet gewoon hele grote verschillen tussen gemeenten. Hoe gaat de minister er nou voor zorgen dat elke gemeente ook echt doet wat die moet doen en dat ook maximaal doet, zodat zowel taal als werk, de belangrijke eisen uit de inburgeringswet, voldoende worden nageleefd? En wat als ze het niet doen? Die verhalen kennen we namelijk, die voorbeelden zijn er. Als je statushouders niet laat inburgeren, dan betekent dat gewoon op termijn: extra mensen in de bijstand. Daar geldt trouwens ook een taaleis voor. Is de minister bereid om gemeenten te sanctioneren als ze niet handhaven op die wettelijke taken, zowel die van de inburgeringswet als — later — die van de Participatiewet?

Minister Aartsen:

We hebben in Nederland de afspraak dat wetten worden uitgevoerd als ze door het parlement worden aangenomen. Daar heeft het kabinet dus van gezegd dat het dat gaat doen. Daar zullen we vervolgens gemeenten op aanspreken. Ik probeer er vooral voor te zorgen dat we dat in goed overleg met gemeenten voor elkaar weten te krijgen. Gemeenten hebben positief gereageerd op ons plan van aanpak als het gaat om nieuwkomers aan het werk helpen. Gemeenten zitten ook aan tafel bij de taskforce waarin we dat ministerieel bespreken. We zijn op dit moment bezig om te kijken of we met de gemeenten tot een akkoord kunnen komen over hoe je ook daar werk centraal kunt stellen. Ik krijg namelijk juist van heel veel gemeenten terug dat ze niks liever willen dan deze mensen aan het werk helpen. Je ziet dat bijvoorbeeld in de asielzoekersfase. Nogmaals, van drie jaar lang niks doen wordt niemand een beter mens. Je kunt mensen beter aan het werk hebben dan hangend en wachtend. De VNG heeft zelf al gezegd dus met een eigen plan te komen. Dat hebben we omarmd en samen met de gemeenten gaan we daarmee aan de slag om het voor elkaar te krijgen.

De heer Boon (PVV):

Statushouders krijgen een uitkering, voorrang op een woning en vaak nog veel meer: alles krijgen ze cadeau, betaald door de Nederlandse belastingbetaler. En wat krijgen wij ervoor terug? De helft is na drie jaar nog niet eens ingeburgerd. Dan is mijn vraag aan deze minister: wanneer stopt dit kabinet met het verzinnen van excuses en begint het met het trekken van conclusies? Deelt deze minister de mening van de PVV, namelijk dat wie na jaren in Nederland zich nog steeds niet ingeburgerd heeft, niet verder hoeft in te burgeren, maar juist moet uitburgeren en moet gaan vertrekken?

Minister Aartsen:

Wij hebben spelregels met elkaar afgesproken en die spelregels houden in dat je binnen drie jaar inburgert. Daar is ook een hoge exameneis aan verbonden. Die spelregels gelden voor iedereen en dus ook zeker voor de inburgeraars van dit moment. We werken er hard aan om ervoor te zorgen dat de mensen die in Nederland mogen blijven, meedoen in de samenleving, dat die mensen de Nederlandse taal leren en dat die mensen werken.

De heer Boon (PVV):

Slappe hap. Er gaat dus niemand teruggestuurd worden. Dan heb ik een andere vraag. In de inburgering zitten ook heel veel Syriërs. Syrië is nu veilig. Gaat deze minister zeggen: stoppen jullie maar met de inburgering en gaan jullie terug naar Syrië, waar het veilig is?

Minister Aartsen:

Dat is een ander debat, volgens mij. Dat moet u met mijn collega van Asiel en Migratie voeren. Die gaat over het migratiebeleid. Wij hebben tot doel dat mensen die op basis van de spelregels die we nu hebben, in Nederland mogen blijven, inburgeren en dat niet het overgrote deel van die mensen wachtend niets zit te doen en langs de kant van de maatschappij staat, maar dat zij erbij worden getrokken, dat zij de Nederlandse taal leren en dat zij meedoen en werken.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik hoor allemaal taskforces, gesprekken met gemeentes en overlegtafels. Iemand die naar Nederland komt ... Laat ik het voorbeeld noemen van mijn eigen moeder, God hebbe haar ziel. Zij komt in 1961 in Nederland. Ze maakt zich de taal helemaal zelf machtig, door schapkaartjes te lezen, stripboekjes te lezen, met buren te praten. Ze heeft vervolgens een carrière, gaat aan het werk en is na een aantal jaren volledig ingeburgerd. In 1961. Geen Google Translate, geen cursussen, geen taskforces.

De voorzitter:

Uw vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Helemaal zelf. Het is toch een intrinsieke motivatie van iemand die hier in Nederland komt, of die nou uit Ierland komt of dat die uit Syrië komt, om hier gewoon zo snel mogelijk mee te kunnen doen? Dat moet de minister toch erkennen? Dan moeten we toch gaan stoppen met al die taskforces en zo en tegen de mensen die hiernaartoe komen, gewoon zeggen: je gaat de taal leren en anders word je gekort op bijvoorbeeld de bijstand? Ik noem maar wat.

Minister Aartsen:

Dat doen we door plannen te maken. Het is fantastisch als mensen op basis van de eigen, intrinsieke motivatie inburgeren, de Nederlandse taal leren en werken. Als we één ding hebben geleerd uit de jaren negentig, Pim Fortuyn voorop, dan is het dat een laat-maar-lopenbeleid — "iedereen doet het vanuit zichzelf wel" — niet werkt. Vandaar dat wij sinds die periode hebben gezegd: we moeten een inburgeringsbeleid voeren, we moeten mensen verplichten om de Nederlandse taal te leren, want die doen dat niet vanzelf. Die trekken naar elkaar toe. We moeten mensen verplichten om te gaan inburgeren, om de Nederlandse taal te leren en dus ook om te gaan werken, en voor die verplichting staat dit kabinet. Mensen die hier komen, leren de Nederlandse taal, doen mee in de samenleving en werken in Nederland.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik vind het echt een gotspe dat hier gezegd wordt dat het Pim Fortuynbeleid niet werkte. Zoals we weten is Pim Fortuyn ... Het laat-maar-lopenbeleid, hoor ik u zeggen.

Minister Aartsen:

Dat was daarvoor.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Nou ja, mijn concrete vraag aan de staatssecretaris ...

De voorzitter:

De minister.

Minister Aartsen:

De staatssecretaris heeft promotie gemaakt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

... of aan de minister — sorry, ik haal alles door elkaar. Mijn concrete vraag aan de minister is eigenlijk heel simpel. Welke partij heeft hier de afgelopen twintig jaar zo'n beetje aan het roer gestaan en waardoor is wat de VVD nu zegt te willen, dan allemaal mislukt?

Minister Aartsen:

Volgens mij moeten wij plannen maken die werken. Wat we zagen, is dat we een tijdlang een systeem hebben gehad dat in 2013, onder de oude wet, ervoor zorgde dat slechts 2% van de inburgeraars het B1-taalniveau haalde. Inmiddels hebben we een systeem waarbij de eerste lichting ervoor zorgt dat 50% het B1-taalniveau haalt. Dan kun je wel meer dan alleen maar een brood bestellen bij de bakker. Dan kun je echt meedoen in de samenleving en werken. Op zichzelf is dat dus positief nieuws en we gaan nu een volgende stap zetten door te zeggen: u gaat niet alleen maar de Nederlandse taal leren, maar we verwachten ook dat u gaat werken en een bijdrage levert aan de samenleving.

De heer Ergin (DENK):

Jarenlang zijn statushouders in dit huis weggezet als mensen die niet willen werken, alsof statushouders de hele dag thuis op hun bank zitten en aan het netflixen zijn. Maar als we gewoon kijken naar de cijfers, dan zien we dat heel veel statushouders niet eens de kans hebben gekregen om een inburgeringstraject te starten. Het ligt dus niet aan onwil. Ziet de minister in dat het niet ligt aan de onwil van mensen, maar aan een trage overheid en aan jarenlang falend overheidsbeleid, waarbij mensen niet eens een PIP-plan kregen? Vindt de minister het dan eerlijk dat hier nu collega's opstaan en de volledige verantwoordelijkheid in de schoenen van statushouders schuiven, terwijl de overheid jarenlang te traag was en falend overheidsbeleid heeft gevoerd?

Minister Aartsen:

Het antwoord daarop is "ja" en "nee" tegelijkertijd. Ik vind dat mensen ook als zij geen PIP-plan hebben, een eigen verantwoordelijkheid hebben om zelf de Nederlandse taal te leren; mevrouw Van der Plas noemde al een voorbeeld. Dat moet ook zonder dat de overheid ze ertoe verplicht. Ik vind ook dat mensen zelf, zonder dat de overheid dat verplicht, de verantwoordelijkheid hebben om deel te nemen aan de samenleving en te werken. De heer Ergin heeft zeker een punt als het erom gaat dat we een systeem hebben gebouwd dat op dit moment het combineren van werken en inburgeren heel erg moeilijk maakt. Vandaar dat we hebben gezegd dat we in onze eerste drie maanden een groot plan presenteren met drie doorbraken, om er zo voor te zorgen dat die belemmeringen worden weggehaald en dat werk centraal komt te staan in de inburgering.

De heer Ceulemans (JA21):

Meer dan de helft burgert niet in binnen de termijn van drie jaar. Dat toont volgens mij twee dingen aan, namelijk dat we op heel grote schaal mensen in het land toelaten die ons heel weinig te bieden hebben, maar ook dat in financieel opzicht de teugels strak aangehaald moeten worden bij de mensen die hier zijn. Ik kijk bijvoorbeeld naar België, waar de hoogte van het leefloon, onze bijstand, veel nadrukkelijker gekoppeld gaat worden aan de mate en snelheid van integratie van statushouders. Hoe kijkt de minister daartegen aan? Vindt hij dat iets om ook in Nederland navolging aan te geven?

Minister Aartsen:

Wij zijn aan het kijken naar die doorbraak: werk centraal op alle aspecten die bijdragen aan werk of werk juist tegenwerken. Dat betekent ook dat we naar de Participatiewet kijken en naar de manier waarop wij het hebben georganiseerd. Ik noem als voorbeeld de vergoeding die wij geven aan statushouders om hun huis in te richten. Iemand die niet werkt, krijgt die vergoeding wel, gebaseerd op de individuele bijstand, maar iemand die wel werkt, krijgt die vergoeding niet. Dat is een vraagstuk waarvan je je kunt afvragen of je het eerlijk vindt. Wij zijn dat soort zaken, dat soort knelpunten, dat soort oneerlijkheden, nu allemaal aan het verzamelen en gaan kijken of we plannen kunnen presenteren om ze weg te halen. Nogmaals, de doorbraak moet het centraal stellen van werk zijn.

De heer Ceulemans (JA21):

Dan vraag ik de minister toch om wat concreter in te gaan op wat er nu in België gebeurt. Het leefloon in België is vergelijkbaar met onze bijstand. Het nieuwe beleid daar is dat als je niet snel genoeg integreert en inburgert, je wordt gekort op je leefloon. De minister gaf een aantal concrete kleinere voorbeelden, maar is hij ook bereid om in de stappen die hij gaat zetten dit punt heel nadrukkelijk mee te nemen?

Minister Aartsen:

Wij kijken taboeloos naar alle onderwerpen, dus ook zeker naar de bijstand en de Participatiewet. We zien nu alleen dat de inburgeringswet en de Participatiewet tegen elkaar in werken. Vandaar dat we zeggen: laten we die combineren en laten we daarin dan werk centraal stellen. We zijn daarbij bereid om te kijken naar alles wat eraan in de weg staat om mensen te helpen om te werken.

De heer Schenk (FVD):

De titel van de publicatie van het CBS waaraan gerefereerd werd, luidt: helft statushouders gestart in 2022 binnen drie jaar ingeburgerd. Dat geeft natuurlijk een heel vertekend beeld, want de feiten zijn zo dat van de ruim 17.000 statushouders die in 2022 inburgeringsplichtig werden, slechts ongeveer een kwart een persoonlijk plan had aan het eind van dat jaar. Van die groep was minder dan de helft binnen drie jaar ingeburgerd. Hetzelfde geldt voor de arbeidsparticipatie en het taalniveau, dat ver achterloopt op het gewenste niveau. Deelt de minister mijn conclusie dat wanneer je zo veel mensen uit Afrika en het Midden-Oosten naar Nederland laat komen, die aantallen niet meer bij te houden zijn en dat inburgeren dan gewoon een illusie wordt? Het gros van die immigranten blijft gewoon achter bij de rest van de Nederlandse bevolking. Als de minister deze conclusie deelt, is hij dan van mening dat dit een nieuwe aanleiding vormt om eindelijk paal en perk te stellen aan immigratie en te zeggen: mensen die hier niet aarden, zullen moeten remigreren?

Minister Aartsen:

De heer Schenk tovert nu wel met heel veel cijfers dwars door elkaar heen. Ik heb net geprobeerd om aan te geven dat het overgrote deel van de mensen uit de instroom van 2022 in 2023 hun inburgeringsverplichting, hun PIP, heeft gekregen. Laten we de feiten wel een beetje zuiver houden. De hoge instroom is daar zeker een probleem, daarom werkt het kabinet ook aan een strakke instroombeperking en instroombeperkende maatregelen en tegelijkertijd ook aan een inburgeringssysteem dat ervoor zorgt dat mensen op een hoog niveau de Nederlandse taal leren. Het gaat dan om een hoger niveau dan het systeem daarvoor; het is een verbetering die ervoor zorgt dat mensen meedoen in de samenleving en aan het werk gaan.

De heer Bolhuis (PRO):

We hebben het hier over mensen die naar Nederland komen en asiel aanvragen, mensen die hiernaartoe komen en met hun gezin door willen gaan. Dat zijn mensen die willen meedoen aan de samenleving en aan de economie. We delen, denk ik, dat we allemaal willen dat deze mensen werk krijgen en de Nederlandse taal leren. Het grote probleem zit echter al op het moment dat zij in de asielzoekerscentra zijn: geen toegang tot werk, geen toegang tot taal. Wat kan de minister doen om ervoor te zorgen dat dat eerder en sneller gaat? Dan gaan deze cijfers sterk verbeteren. Wat gaat de minister concreet doen om ervoor te zorgen dat vanaf de eerste dag dat deze mensen hier binnenkomen, zij toegang krijgen tot taal en werk?

Minister Aartsen:

We zijn nu dus bezig met die drie doorbraken. De eerste is "werk centraal", de tweede is "werkgevers" en de derde is "actief in de opvang". Daar is dit zeker een onderdeel van, want we willen dat in die eerste drie maanden duidelijk wordt of iemand kansrijk is of niet. We willen dat iemand die kansrijk is, zo snel mogelijk onze taal leert door middel van een taalboost. Dan gaan we ervoor zorgen dat diegene zo snel mogelijk, dus na drie maanden — nu is het nog zes, maar het wordt dan drie — mee kan doen in onze samenleving en aan het werk kan. Dat wetsvoorstel ligt volgens mij nog bij uw Kamer. We proberen dat groots aan te pakken en ervoor te zorgen dat mensen die in het azc zitten en kansrijk zijn om hier in Nederland te mogen verblijven, direct Nederlands leren en direct mee kunnen werken in de samenleving. Uiteindelijk gaat dat ook voordelen opleveren bij de inburgering. Ons geloof is dat de beste manier om in te burgeren niet via een boekje is, maar gewoon op de werkvloer en in de bedrijfskantine.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Taal is cruciaal voor het bouwen van een gemeenschappelijke gemeenschap. Werk is dat ook. Het houdt ons land draaiende. Het is erg goed als we ervoor zorgen dat mensen vanaf dag één de taal kunnen leren en dat ze vanaf dag één waar mogelijk, met een beetje begeleiding, aan het werk en aan de slag kunnen. Maar ik wil één punt uitlichten dat cruciaal is om de taal te leren: onderdeel zijn van een gemeenschap.

De voorzitter:

Uw vraag.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik vraag mij af of deze minister het met de SP-fractie eens is dat dat betekent dat je ook een actief spreidingsbeleid moet gaan voeren als het gaat om het huisvesten van statushouders. Als mensen allemaal bij elkaar komen te wonen, bijvoorbeeld in buurten en wijken met een lage sociaaleconomische status, is de kans op werk en op het snel leren van de taal een stuk kleiner. Is het kabinet met de SP van mening dat we omwille van de taal leren en aan het werk kunnen, toe moeten naar een actief spreidingsbeleid?

Minister Aartsen:

Het kabinet voert netjes de Spreidingswet uit. Dat doet mijn collega Bart van den Brink van Asiel en Migratie. Ten aanzien van woonafspraken maakt mijn collega Boekholt-O'Sullivan afspraken met gemeenten tijdens de Woontop over hoe je die op een goede manier kan nakomen. Ik ben het met de heer Dijk eens dat het enorm belangrijk is dat mensen uit die gemeenschap komen en onderdeel worden van de samenleving. Dat doen ze door middel van werk en door middel van meedoen. Inderdaad, taal is daarin ook van belang. In de praktijk is het leren van de Nederlandse taal uiteindelijk de beste manier om mee te kunnen doen in de samenleving.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Ik zou de minister graag nog op één punt willen aanmoedigen. In zijn hele agenda over meedoen, zo snel mogelijk werken en geen bureaucratische belemmeringen zou ik in het bijzonder aandacht willen vragen voor het meedoen en het werk van vrouwelijke statushouders. De aantallen liggen al laag, maar je ziet dat die voor vrouwelijke statushouders nog veel lager liggen, omdat er allerlei factoren zijn waardoor zij niet werken. Ik zou zo graag willen dat ook voor deze groep specifieke maatregelen worden genomen, zodat zij mee kunnen doen en net zoals alle vrouwen in Nederland volwaardig deel kunnen nemen aan het arbeidsproces. Wat gaat de minister daaraan doen?

Minister Aartsen:

Het punt dat mevrouw Michon-Derkzen hier maakt, is heel belangrijk. Ook hier zie je dus weer dat beide wetten tegen elkaar in werken. De Participatiewet zegt: als één iemand, dus de kostwinner van het gezin, aan het werk is — dat is vaak de man — dan ontslaan we het volledige gezin van de verplichting om te werken. We zien dus vaak dat gemeenten de mannen aan het werk helpen, zodat ze van de verplichting af zijn. Daarom hebben we ook samen met gemeenten gezegd dat er een apart plan moet komen voor vrouwelijke statushouders. We willen dat ook vrouwen die naar Nederland komen, volwaardig meedoen in de samenleving. Dat doen we door middel van betaald werk.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het vragenuur. Ik schors heel kort. Dan gaan we stemmen.

De vergadering wordt van 15.00 uur tot 15.08 uur geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:

Keijzer, voor de vergadering van vandaag en morgen.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

De voorzitter:

Voordat we verdergaan met de stemmingen, wil ik kort stilstaan bij een naderend afscheid. Velen van u zullen het wel herkennen: werken in politiek Den Haag, in welke rol dan ook, gaat gepaard met een zeker "Hotel California"-gevoel: you can check out any time you like, but you can never leave. Sommige Kamerbewoners maken het in dat opzicht wel heel erg bont. Een van hen zit nu op de publieke tribune. Hij zette zijn eerste stappen op het Binnenhof in 1988, toen hij bij Elsevier begon als politiek analist. Later stapte hij over naar De Volkskrant en uiteindelijk naar het Algemeen Dagblad. Daarnaast schreef hij boeken, natuurlijk over politiek, maar ook over ons Koningshuis. In totaal is hij, jawel, maar liefst 32 jaar werkzaam geweest als politiek verslaggever! Ik heb het over niemand minder dan Jan Hoedeman.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Komende vrijdag zwaai je af, maar ik heb begrepen dat jouw pen nog niet in de la gaat. We kijken uit, misschien wel met angst en beven, naar de verhalen die dus nog komen gaan. Binnenkort wordt nog uitgebreider stilgestaan bij jouw vertrek, maar voor iemand met jouw staat van dienst is het passend om ook hier in de plenaire zaal even stil te staan bij jouw afscheid.

Jan, het ga je goed. Dank je wel.

(Geroffel op bankjes)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:

Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over:

de moties ingediend bij het wetgevingsoverleg over de jaarverslagen en slotwetten voor het jaar 2025 voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering;

de moties ingediend bij het wetgevingsoverleg over jaarverslag en slotwet voor het jaar 2025 van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp;

de aangehouden motie-Kathmann c.s. (36800-VII, nr. 70);

een brief van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat (36915-XII, nr. 19).

Op mijn lijstje staat dat ik als eerste het woord ga geven aan mevrouw Moorman, maar ik zie het lid Kostić staan. Dan beginnen we met het lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik heb twee punten. Onder punt 20, stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Energieraad (formeel), wil ik graag de motie op stuk nr. 1225 aanhouden. En onder punt 25, stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Leefstijlpreventie, wil ik graag de motie op stuk nr. 892 aanhouden.

De voorzitter:

Dank u. Deze moties zullen worden aangehouden.

Mevrouw Maeijer.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Onder punt 24, stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Zorgverzekeringsstelsel (inclusief Pakketbeheer), zou ik graag mijn motie op stuk nr. 1338 willen aanhouden.

De voorzitter:

Dank u wel.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Maeijer stel ik voor haar motie (29689, nr. 1338) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik zou graag onder punt 18, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Arbeidsmigratie, de motie op stuk nr. 192 willen aanhouden.

De voorzitter:

Onder punt 18, motie … Ja, het is een hele lijst! Dat heeft u in de fracties vanochtend wel gemerkt. Het was onder punt 18, en welk nummer?

De heer Ceder (ChristenUnie):

192.

De voorzitter:

Deze motie zal worden aangehouden.

Mevrouw Coenradie.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Onder motie 24 wil ik graag 1348 aanhouden.

De voorzitter:

Onder punt 24, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Zorgverzekeringsstelsel (inclusief pakketbeheer), wilt u de motie op stuk nr. 1348 aanhouden. Dat bedoelt u, denk ik. Die is al aangehouden. Ik zie dat meneer Claassen bij de interruptiemicrofoon staat.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Voorzitter. Ik heb een voorstel. Als de moties van het onderwijsdebat over de Wet vrij en veilig onderwijs ook nog in stemming waren gekomen, hadden we 24 pagina's aan moties en amendementen. Ik zou bijna gaan geloven in het voorstel van de heer Bontenbal om daar iets mee te gaan doen. Het loopt uit de klauwen. Omdat het zo veel moties zijn en omdat het buiten heel erg heet is, stel ik voor om, zoals ze ook bij het WK doen, ergens halverwege een hydration break te doen.

(Hilariteit)

De voorzitter:

Dat is op zich een leuk idee, maar ik denk dat het de lengte van de pagina's niet gaat verminderen. Minder indienen zou een beter voorstel kunnen zijn.

Mevrouw Moorman (PRO):

Voorzitter. Ik heb een verzoek naar aanleiding van de amendementen die straks in stemming komen over de Wet vrij en veilig onderwijs. Maar ik heb eerst een vraag aan u als voorzitter. Ik leer hier namelijk ook elke dag. Ik dacht: na die amendementen ga ik een derde termijn aanvragen, omdat die amendementen de wet fundamenteel wijzigen. Dat is met name het geval voor één amendement, dat gisteren na de beraadslaging nog is ingediend en dat echt een fundamentele wijziging van deze wet is. Het leek mij dus verstandig om daar nog een keer met elkaar over te debatteren. Maar nou heb ik begrepen dat op het moment dat je eenmaal over amendementen hebt gestemd, je de beraadslaging niet meer kan openen. Dat is de reden waarom ik hier vóór de stemming sta. Klopt het dat als wij hierover nog met elkaar van gedachten willen wisselen, wij dat dus moeten doen voordat die amendementen in stemming komen?

De voorzitter:

Het klopt inderdaad dat er na stemming over de amendementen niets meer gewijzigd kan worden in het wetsvoorstel zoals het dan gewijzigd is. Alleen technische wijzigingen kunnen dan gedaan worden, geen inhoudelijke. Dat is ook zo bevestigd door de Kamer in haar vorige periode.

Mevrouw Moorman (PRO):

Voorzitter. Dan is mijn verzoek aan de Kamer helder. Dit is een fundamentele wijziging die ons nog na de beraadslaging is toegekomen. Wij moeten, ook als medewetgever, ons werk hier natuurlijk gewoon op een hele ordentelijke manier doen. Mijn verzoek aan de Kamer, en ik hoop dat al mijn collega's daarmee instemmen, is dus om de stemming over deze amendementen uit te stellen, zodat wij met elkaar nog een derde termijn kunnen krijgen.

De voorzitter:

Dat gaat om de stemmingen onder agendapunt 5, in verband met de Wet vrij en veilig onderwijs. Ik kijk naar de leden.

De heer Kisteman (VVD):

Voorzitter. Het debat heeft al twee weken geduurd. Het vervolg kwam twee weken later dan de eerste termijn. Volgens mij hebben we ruim stilgestaan bij de behandeling van deze wet, dus geen steun voor het verzoek van mevrouw Moorman.

De heer Boomsma (JA21):

Voorzitter. Het betreffende amendement is van mij. Ik wil even toelichten dat het gaat om een amendement dat de wet in die zin sterk vereenvoudigt. Het haalt alleen iets uit de wet — het is niet iets dat eraan wordt toegevoegd — juist op het thema dat uitgebreid is behandeld bij de wetsbehandeling. Het gaat namelijk om de meldingsplicht. Ik denk dus dat we er in die zin wel gewoon over kunnen stemmen, en ik steun …

De voorzitter:

U steunt het voorstel van mevrouw Moorman dus niet.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Volgens mij geeft de indiener van het amendement in zijn uitleg net ook aan dat dit een behoorlijke wijziging is. Dan is het wel zo netjes om daar als Kamer met elkaar over te spreken, dus ik steun het voorstel van mevrouw Moorman.

Mevrouw Beckerman (SP):

Eens, dus ik steun het ook.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Voorzitter. De huidige staatssecretaris kan er niks aan doen dat hem een ontiegelijk slechte wet in de schoenen is geschoven. We hebben er voldoende over gedebatteerd. Geen steun voor het voorstel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Daar sluit ik me bij aan. Geen steun.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Diegenen die wel aanwezig waren bij de twee debatten die we hierover hebben gevoerd, kunnen zien dat wat hier wordt voorgesteld juist uitgebreid naar voren is gekomen in het debat. Wat mij betreft is dit dus juist afdoende besproken en moeten we er gewoon over gaan stemmen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Steun voor het voorstel van mevrouw Moorman.

Mevrouw Armut (CDA):

Geen steun.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Het zou zomaar kunnen dat er gisteravond een deal is gesloten. Het lijkt me verstandig dat we weten wat die deal is en onder welke omstandigheden die deal is gesloten. Dus steun voor het voorstel voor een derde termijn.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. Ik vind dat je zaken ordelijk moet laten verlopen. Als er na dat debat nog allerlei wijzingen zijn geweest, vind ik dat je daarover moet kunnen praten. Wij steunen het voorstel van mevrouw Moorman.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik heb nog nooit zo'n lang wetstraject meegemaakt. O nee, dat heb ik wel, de pensioenen, sorry. Dit is de tweede. Maar volgens mij is het goed om hierover te spreken. Er is namelijk ook "oordeel Kamer" gegeven aan een amendement dat volgens mij de inzet van de minister dusdanig wijzigt. Maar goed, steun. Maar volgens mij constateer ik dat er al een meerderheid is om niet voort te gaan …

De heer Stoffer (SGP):

Wij steunen ook het voorstel van mevrouw Moorman.

Mevrouw Raijer (PVV):

Geen steun.

De voorzitter:

Er is geen meerderheid, mevrouw Moorman.

Mevrouw Moorman (PRO):

Nee, ik heb het geconstateerd. Daarmee gaat er straks dus een hele slechte wet naar de Eerste Kamer. Dan zal de Eerste Kamer haar werk moeten doen en zullen we het wel weer horen. Maar ik vind het toch echt een schande voor de Tweede Kamer, die gewoon goede wetten moet maken.

De voorzitter:

We gaan stemmen.

De heer Boomsma (JA21):

Voorzitter.

De voorzitter:

Meneer Boomsma.

De heer Boomsma (JA21):

Er werd net gesuggereerd dat er een deal zou zijn gesloten en ik hecht er toch aan om daar nog even op in te gaan, want dat zou dan over mij gaan. Er is geen deal gesloten.

De voorzitter:

Oké, dank u wel.

De heer Boomsma (JA21):

We hebben een uitgebreid debat gevoerd over die registratieplicht.

De voorzitter:

Waarvan akte.

De heer Boomsma (JA21):

Daarvan hebben wij uiteindelijk geconstateerd dat het verstandig is om die eruit te halen. Er is verder geen deal. Ik heb alleen aangegeven dat wij dat belangrijk vinden voor het aannemen van de wet.

De voorzitter:

Ja. U heeft het gezegd. Dank u wel. Mevrouw Coenradie.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Excuus voor de verwarring net over de motie waar ik over sprak bij agendapunt 24. Ik bedoelde niet "aanhouden"; ik wil 'm graag intrekken. Excuus voor de verwarring.

De voorzitter:

En dat betreft de motie …

Mevrouw Coenradie (JA21):

De motie op stuk nr. 1348 bij agendapunt 24.

De voorzitter:

Dank u wel.

Aangezien de motie-Coenradie (29689, nr. 1348) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

We gaan stemmen.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen moties Natuur

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Natuur,

te weten:

de motie-Boomsma over de beoordelingssystematiek voor vogelsoorten betrekken bij het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende diersoorten (33576, nr. 489);

de motie-Boomsma c.s. over bij de volgende AERIUS-update een verhoging van de rekenkundige ondergrens doorvoeren (33576, nr. 490);

de motie-Wiersma c.s. over het wetsvoorstel om de op de KDW gebaseerde omgevingswaarden uit de wet te halen gelijktijdig met het stikstofpakket aanhangig maken bij de Tweede Kamer (33576, nr. 491);

de motie-Vellinga-Beemsterboer/Koorevaar over terreinbeherende organisaties en natuurbeheer volwaardig voortzetten (33576, nr. 492);

de motie-Beckerman over verkennen hoe uitbreiding van de zoutwinning onder de Waddenzee kan worden voorkomen (33576, nr. 493);

de motie-Beckerman over een groennorm voor stedelijke gebieden om hittestress tegen te gaan (33576, nr. 494);

de motie-Kostić over subsidies met een negatief effect op de biodiversiteit biodiversiteitsvriendelijk maken (33576, nr. 495);

de motie-Kostić over maatregelen om egels te beschermen en de negatieve populatietrend te keren (33576, nr. 496);

de motie-Grinwis c.s. over een deel van de aanvullende ANLb-middelen alsnog inzetten voor andere ecologisch belangrijke opgaven (33576, nr. 497);

de motie-Grinwis c.s. over bij de verdeling van ANLb-middelen aandacht besteden aan alle doelen en soorten waarvoor het ANLb relevant is (33576, nr. 498);

de motie-Bromet over de mogelijkheden verkennen om bermen, dijken en spoorwegen natuurvriendelijk te beheren (33576, nr. 499);

de motie-Bromet over erop inzetten dat natuur natuur blijft (33576, nr. 500);

de motie-Chris Jansen over het instrument van sturende zones definitief verwerpen (33576, nr. 501);

de motie-Koorevaar c.s. over bij de herziening van het stelsel van jacht en faunabeheer expliciet aandacht besteden aan de beheersing en bejaging van ganzenpopulaties (33576, nr. 502);

de motie-Den Hollander c.s. over natuurbrandbeheersing onderdeel maken van de structurele financiering voor natuurherstel en natuurbeheer (33576, nr. 503);

de motie-Den Hollander c.s. over een landelijk kader voor beverbeheer over het preventief ingrijpen bij risico’s voor waterveiligheid, woningveiligheid, waterkwaliteit en infrastructuur (33576, nr. 504);

de motie-Flach c.s. over afspraken met provincies over meer inzet op adequaat natuurbeheer in bestaande gebieden (33576, nr. 505);

de motie-Flach over het definitieve Natuurplan niet vaststellen of indienen dan nadat het met de Kamer is besproken (33576, nr. 506).

(Zie vergadering van 16 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Boomsma stel ik voor zijn motie (33576, nr. 490) aan te houden. Op verzoek van het lid Kostić stel ik voor de motie (33576, nr. 495) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Bromet (33576, nr. 499) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat natuurvriendelijk beheer van bermen, spoorwegen en dijken kan bijdragen aan een rijk netwerk aan ecologische linten;

verzoekt de regering om de betrokken ministers gezamenlijk en met provincies, gemeenten, waterschappen en ProRail de mogelijkheden te laten verkennen om hun bermen, dijken en spoorwegen natuurvriendelijk te beheren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 499 (33576).

De motie-Flach c.s. (33576, nr. 505) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Flach, Grinwis, Boomsma, Wiersma, Keijzer en Ten Hove.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 505 (33576).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Boomsma (33576, nr. 489).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD en DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma c.s. (33576, nr. 491).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de VVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vellinga-Beemsterboer/Koorevaar (33576, nr. 492).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman (33576, nr. 493).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (33576, nr. 494).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kostić (33576, nr. 496).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van het CDA, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (33576, nr. 497).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PvdD, DENK, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (33576, nr. 498).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PvdD en DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bromet (33576, nr. ??, was nr. 499).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van BBB, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet (33576, nr. 500).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Chris Jansen (33576, nr. 501).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Koorevaar c.s. (33576, nr. 502).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt en de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Hollander c.s. (33576, nr. 503).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Hollander c.s. (33576, nr. 504).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP en de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Flach c.s. (33576, nr. ??, was nr. 505).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Volt, de PvdD, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Flach (33576, nr. 506).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Onderwijskansen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Onderwijskansen,

te weten:

de motie-Moorman over instrumenten in kaart brengen om te borgen dat elk kind op schoolreisje kan (36800-VIII, nr. 159);

de motie-Ergin over initiatieven zoals de grab-and-gokast breder uitrollen in het land (36800-VII, nr. 161);

de motie-Ergin over schoolmaaltijden tijdens de zomervakantie en kerstvakantie behouden (36800-VIII, nr. 162);

de motie-Raijer over afzien van een verlaging van de leerplichtige leeftijd naar 4 jaar (36800-VIII, nr. 163);

de motie-Raijer over een onafhankelijk onderzoek naar de doelmatigheid en effectiviteit van de maatschappelijke diensttijd (36800-VIII, nr. 164);

de motie-Raijer over geen extra opvoedkundige verantwoordelijkheden bij scholen neerleggen (36800-VIII, nr. 165);

de motie-Raijer over bij nieuw beleid stoppen met het structureel overnemen van ouderlijke verantwoordelijkheden (36800-VIII, nr. 166);

de motie-Boomsma over er zorg voor dragen dat het Nederlands de leer- en instructietaal blijft in het reguliere funderend onderwijs (36800-VIII, nr. 167);

de motie-Rooderkerk over toewerken naar een samenwerking tussen kinderopvang, voorschoolse voorzieningen en onderwijs met één doorgaande ontwikkellijn voor kinderen (36800-VIII, nr. 168);

de motie-Armut c.s. over bewezen effectieve methoden voor de aanpak van online pesten actief onder de aandacht brengen van scholen (36800-VII, nr. 170).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

De motie-Boomsma (36800-VIII, nr. 167) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat leerlingen die van huis uit een andere taal spreken dan Nederlands bij het leren van het Nederlands, gebaat zijn bij een duidelijke aanpak en vooral heel veel blootstelling aan Nederlands;

constaterende dat er een risico is dat leerkrachten worden overvraagd wanneer zij de thuistaal van leerlingen moeten inzetten bij het leren van Nederlands en dat ook voorstanders van het benutten van talige diversiteit toegeven dat meertaligheid in de klas "tijd opslorpend" kan zijn;

constaterende dat er geen grootschalig causaal bewijs is dat meertalige didactiek leidt tot betere prestaties;

verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat het Nederlands de leer- en instructietaal blijft in het reguliere funderend onderwijs en voor het vak Nederlands en voorlopig geen nieuwe stappen te zetten richting het stimuleren van talige diversiteit op school,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 167 (36800-VIII).

De motie-Rooderkerk (36800-VIII, nr. 168) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Rooderkerk, Moorman en Armut.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 168 (36800-VIII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Moorman (36800-VIII, nr. 159).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ergin (36800-VIII, nr. 161).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ergin (36800-VIII, nr. 162).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Raijer (36800-VIII, nr. 163).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Raijer (36800-VIII, nr. 164).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Raijer (36800-VIII, nr. 165).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Raijer (36800-VIII, nr. 166).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Boomsma (36800-VIII, nr. ??, was nr. 167).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Rooderkerk c.s. (36800-VIII, nr. ??, was nr. 168).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van BBB, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Armut c.s. (36800-VIII, nr. 170).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen Wet vrij en veilig onderwijs

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs) (36777).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

De voorzitter:

Is er een stemverklaring van mevrouw Moorman? Er is geen stemverklaring van mevrouw Moorman.

Vandaag zullen wij alleen over de ingediende amendementen en artikelen stemmen. De eindstemming over het wetsvoorstel zal op dinsdag 30 juni aanstaande plaatsvinden.

In stemming komt het amendement-Van Houwelingen (stuk nr. 31, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 31 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Van Houwelingen (stuk nr. 32, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 32 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Ceder/Kostić (stuk nr. 10, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SGP en FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 10 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Boomsma (stuk nr. 22, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de VVD ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 22 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Ceder (stuk nr. 15, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP en BBB ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 15 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Ceder (stuk nr. 38, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO en de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 38 voorkomende gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Stoffer (stuk nr. 35, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 35 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Boomsma (stuk nr. 26, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 26 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

Ingevolge artikel 9.11, eerste lid, onderdeel a, van ons Reglement van Orde komt nu eerst het subamendement dat is ingediend op het amendement op stuk nr. 54 in stemming.

In stemming komt het subamendement-Rooderkerk (stuk nr. 55, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor dit subamendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, DENK, de SGP, de PVV en FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit subamendement het andere op stuk nr. 55 voorkomende subamendement als aangenomen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Boomsma (stuk nr. 54, II).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 54 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

NB: Aangezien 54, II is aangenomen komen niet in stemming: het amendement-Ergin (25, I), het amendement-Rooderkerk/Kisteman (24, I), het amdendement-Ergin/Rooderkerk (33, I), het amendement-Ceder c.s. (30, I), het amendement Ceder/Rooderkerk (14, I) en het amendement-Ergin (18, I).

NB: Aangezien 10 en 54 zijn aangenomen, wordt geen uitvoering gegeven aan 10, II, onder 1.

In stemming komt het amendement-Rooderkerk/Ergin (stuk nr. 29, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, D66, Volt en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 29 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Ceder c.s. (stuk nr. 34, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP en de PVV ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 34 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Ceder c.s. (stuk nr. 28, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en BBB ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 28 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Ceder (stuk nr. 11, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, het CDA, de VVD, JA21 en BBB ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

We stemmen er nog een keer over.

In stemming komt het amendement-Ceder (stuk nr. 11, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, het CDA, de VVD, JA21 en BBB ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

We gaan hoofdelijk stemmen over dat amendement. Ik verzoek om stilte in de zaal. Ik verzoek de griffier om de namenlijst op te lezen. Graag stilte in de zaal, zodat het maar één keer hoeft. Het woord is aan de griffier.

In stemming komt het amendement-Ceder (stuk nr. 11, I).

Vóór stemmen de leden: Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Vlottes, Vondeling, De Vos, Van der Werf, Wilders, El Abassi, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Beckerman, Belhirch, Biekman, Bikker, Boon, Martin Bosma, Ceder, Claassen, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Ergin, Faber, Flach, Graus, Grinwis, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Klos, Kops, Köse, Kostić, Lammers, Van Leijen, Maeijer, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Neijenhuis, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Paulusma, Podt, Prickaertz, Raijer, Rooderkerk, Russcher, Schenk, Schilder, Schoonis, Sneller, Stoffer, Stöteler, Synhaeve en Teunissen.

Tegen stemmen de leden: Tseggai, Verkuijlen, Vermeer, Vliegenthart, Wendel, Westerveld, Wiersma, Zalinyan, Zwinkels, Abdi, Van Ark, Armut, Becker, De Beer, Van den Berg, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, Boomsma, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceulemans, Clemminck, Coenradie, Inge van Dijk, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Goudzwaard, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Jumelet, Kathmann, Kisteman, Klaver, Koorevaar, De Kort, Kröger, Krul, Van Lanschot, Van der Lee, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Müller, Mutluer, Nanninga, Nobel, Van Oosterhout, Patijn, Piri, Van der Plas, Poortman, Schutz, Steen, Straatman, Struijs, Stultiens en Tijmstra.

De voorzitter:

Ik constateer dat dit amendement met 71 stemmen voor en 74 stemmen tegen is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 11 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

We bladeren wat door, naar pagina 8.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Ceder (stuk nr. 36).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, de PvdD, JA21 en FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Tweede cyclus van de Spreidingswet

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Tweede cyclus van de Spreidingswet,

te weten:

de motie-Ceulemans/Diederik van Dijk over de Spreidingswet intrekken (19637, nr. 3572);

de motie-Ceulemans/Diederik van Dijk over geen dwang richting gemeenten die niet voldoen aan het verdeelbesluit (19637, nr. 3573);

de motie-Ceulemans/Diederik van Dijk over geen opvangplekken opleggen aan gemeenten (19637, nr. 3574);

de motie-Ceulemans/Diederik van Dijk over communiceren dat gemeenten het recht hebben om geen opvangplekken aan te bieden (19637, nr. 3575);

de motie-Ceulemans/Diederik van Dijk over uitspreken dat het aan de gemeenten zelf is of ze asielopvang willen (19637, nr. 3576);

de motie-Ceulemans/Diederik van Dijk over concrete voorwaarden formuleren voor het intrekken van de Spreidingswet (19637, nr. 3577);

de motie-Vondeling over geen enkele gemeente dwingen tot het opvangen van asielzoekers (19637, nr. 3578);

de motie-Vondeling over de Spreidingswet intrekken (19637, nr. 3579);

de motie-Vondeling over illegaal opengehouden azc's per direct sluiten (19637, nr. 3580);

de motie-Vondeling over uitspreken dat geweldloos verzet tegen azc's te allen tijde mogelijk moet zijn (19637, nr. 3581);

de motie-Vermeer over politiegegevens en COA-cijfers over overlast en criminaliteit in en rond opvanglocaties per locatie openbaar, actueel en eenvoudig vindbaar maken (19637, nr. 3582);

de motie-Straatman c.s. over best practices rondom maatwerkopvang breder verspreiden om een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak te creëren (19637, nr. 3583);

de motie-Westerveld/Ceder over onderzoeken of rijksvastgoedlocaties ingezet kunnen worden als langjarige opvanglocatie zodat kinderen niet in de (crisis)noodopvang terechtkomen (19637, nr. 3584);

de motie-Russcher over bij welke gemiddelde wekelijkse asielinstroom de regering voornemens is de Spreidingswet op te schorten of in te trekken (19637, nr. 3585);

de motie-Ceder/Diederik van Dijk over incidenten van religieus gemotiveerd geweld tegen asielzoekers binnen opvanglocaties registreren (19637, nr. 3586).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Vermeer stel ik voor zijn motie (19637, nr. 3582) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De fractie van de PVV verzoekt om een hoofdelijke stemming over de motie op stuk nr. 3579. Voordat we gaan stemmen, is er een stemverklaring van de heer Ellian. Gaat uw gang, meneer Ellian.

De heer Ellian (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb een stemverklaring bij de motie op stuk nr. 3581. Die motie gaat over uitspreken dat geweldloos verzet altijd is toegestaan. Iedereen mag van alles vinden van de komst van een asielzoekerscentrum en daartegen ook democratische middelen gebruiken. We hebben echter gezien dat het woord "verzet" totaal verkeerd kan worden begrepen. Daarom stemmen wij tegen deze motie.

De voorzitter:

Dank u wel.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Diederik van Dijk (19637, nr. 3572).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Diederik van Dijk (19637, nr. 3573).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Diederik van Dijk (19637, nr. 3574).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Diederik van Dijk (19637, nr. 3575).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Diederik van Dijk (19637, nr. 3576).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Diederik van Dijk (19637, nr. 3577).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3578).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

Dan een hoofdelijke stemming over de motie op stuk nr. 3579. Ik verzoek de griffier opnieuw de namenlijst op te lezen. Ik verzoek de leden tot stilte.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3579).

Vóór stemmen de leden: Chris Jansen, Kops, Lammers, Maeijer, Van Meetelen, Van Meijeren, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, Russcher, Schenk, Schilder, Stoffer, Stöteler, Vermeer, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wiersma, Wilders, Van den Berg, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Hoogeveen, Van Houwelingen en Ten Hove.

Tegen stemmen de leden: Jumelet, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Müller, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Zwinkels, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Dassen, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Eijk, Ellian, Ergin, Grinwis, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, De Hoop, Huidekooper, Huizenga en Jagtenberg.

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met 45 stemmen voor en 100 stemmen tegen is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3580).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3581).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Straatman c.s. (19637, nr. 3583).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Ceder (19637, nr. 3584).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Russcher (19637, nr. 3585).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceder/Diederik van Dijk (19637, nr. 3586).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Vreemdelingen- en asielbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid,

te weten:

de motie-Westerveld over het COA en gemeenten bijstaan bij het waarborgen van de veiligheid en privacy van asielzoekers en vrijwilligers (19637, nr. 3588);

de motie-Boomsma over dublinclaimanten uit Griekenland en Italië waarvan de termijn nog niet is verstreken overdragen (19637, nr. 3589);

de motie-Boomsma c.s. over het uitlezen van gegevensdragers zoals mobiele telefoons voortzetten (19637, nr. 3590);

de motie-Vondeling over het altijd uitlezen van gegevensdragers van asielzoekers (19637, nr. 3591);

de motie-Vondeling over het sluiten van de grenzen en geen asielzoekers meer toelaten (19637, nr. 3592);

de motie-Vondeling over informeren over het aantal naar de verantwoordelijke lidstaat teruggestuurde asielzoekers (19637, nr. 3593);

de motie-Vondeling over het uitzetten van vreemdelingen bij wangedrag (19637, nr. 3594);

de motie-Diederik van Dijk over nationale en Europese kaders aanpassen zodat weigering van antisemitische of extremistische personen mogelijk wordt (19637, nr. 3595);

de motie-Diederik van Dijk c.s. over het onderzoeken van de situatie van Syrische christenen (19637, nr. 3596);

de motie-Straatman over terrorismeveroordeelden in vreemdelingenbewaring plaatsen (19637, nr. 3597);

de motie-Ergin/Van Baarle over intimidatie van asielzoekers tegengaan (19637, nr. 3598);

de motie-Ergin/Van Baarle over de gevolgen van terugkeerhubs voor de fysieke en psychische gezondheid, veiligheid en rechtspositie van kinderen in kaart brengen (19637, nr. 3599);

de motie-Ergin/Van Baarle over de terugkeer van Syriërs en herbeoordeling van asielvergunningen in geen enkel geval versnellen (19637, nr. 3600);

de motie-Ellian over bij de beoordeling van mvv-aanvragen meenemen of er een reële verwachting is dat een vreemdeling Nederland wil of kan verlaten (19637, nr. 3601);

de motie-Russcher over de invoering van een meldplicht voor overheidsinstanties bij een vermoeden van illegaal verblijf onderzoeken (19637, nr. 3602);

de motie-Struijs over streven naar het realiseren van vaste reguliere opvanglocaties (19637, nr. 3603).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Ergin/Van Baarle (19637, nr. 3599) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese terugkeerwet het mogelijk maakt om uitgeprocedeerde minderjarige asielzoekers over te brengen naar terugkeerhubs in derde landen;

verzoekt de regering om bij de uitvoering van het Migratiepact specifiek in kaart te brengen welke gevolgen terugkeerhubs hebben voor de fysieke en psychische gezondheid, veiligheid en rechtspositie van kinderen, en de Kamer zo spoedig mogelijk te informeren welke aanvullende waarborgen Nederland hanteert om schending van kinderrechten in terugkeerhubs te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 3599 (19637).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

De fractie van de PVV verzoekt om een hoofdelijke stemming over de moties op de stukken nrs. 3591 en 3592.

Er is opnieuw een stemverklaring van de heer Ellian. Gaat uw gang.

De heer Ellian (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Dit is een stemverklaring over de motie van de PVV op stuk nr. 3591, die de regering verzoekt om gegevensdragers van asielzoekers altijd te laten uitlezen en onderzoeken. De VVD-fractie vindt dat de regering dit zo snel mogelijk moet regelen. Daarom zullen we voorstemmen.

In stemming komt de motie-Westerveld (19637, nr. 3588).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boomsma (19637, nr. 3589).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boomsma c.s. (19637, nr. 3590).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is aangenomen.

We gaan hoofdelijk stemmen over de motie-Vondeling op stuk nr. 3591.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3591).

Vóór stemmen de leden: Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Müller, Nanninga, Nobel, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, Russcher, Schenk, Schilder, Schutz, Stoffer, Stöteler, Struijs, Verkuijlen, Vermeer, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Wiersma, Wilders, Becker, De Beer, Van den Berg, Bikkers, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Brekelmans, Van Brenk, Van Campen, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Van Groningen, Peter de Groot, Den Hollander, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Kisteman, Kops, De Kort, Lammers, Van der Maas, Maeijer, Maes, Martens-America, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp en Michon-Derkzen.

Tegen stemmen de leden: Moorman, Mutluer, Neijenhuis, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Rooderkerk, Schoonis, Sneller, Steen, Straatman, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Vliegenthart, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Zwinkels, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Beckerman, Belhirch, Biekman, Bikker, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Ceder, Dassen, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Ergin, Grinwis, Hamstra, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kathmann, Klaver, Klos, Koorevaar, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Mathlouti en Mohandis.

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met 69 stemmen voor en 76 stemmen tegen is verworpen.

De voorzitter:

We gaan eveneens hoofdelijk stemmen over de motie-Vondeling op stuk nr. 3592.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3592).

Vóór stemmen de leden: Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Faber, Goudzwaard, Graus, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Kops, Lammers, Maeijer, Van Meetelen, Van Meijeren, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Prickaertz, Raijer, Russcher, Schenk, Schilder, Stöteler, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wilders, Van den Berg, Boomsma, Boon en Martin Bosma.

Tegen stemmen de leden: Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Dassen, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Eijk, Ellian, Ergin, Flach, Grinwis, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Müller, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Zalinyan, Zwinkels, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis en Bontenbal.

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met 39 stemmen voor en 106 stemmen tegen is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3593).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vondeling (19637, nr. 3594).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (19637, nr. 3595).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, Groep Markuszower en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (19637, nr. 3596).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Straatman (19637, nr. 3597).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ergin/Van Baarle (19637, nr. 3598).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ergin/Van Baarle (19637, nr. ??, was nr. 3599).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ergin/Van Baarle (19637, nr. 3600).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ellian (19637, nr. 3601).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Russcher (19637, nr. 3602).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Struijs (19637, nr. 3603).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Digitale infrastructuur en economie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Digitale infrastructuur en economie,

te weten:

de motie-El Boujdaini c.s. over verkennen hoe bij de vergunningverlening voor datacentra het vergroten van Europees-autonome datacentercapaciteit kan worden gestimuleerd (26643, nr. 1523);

de motie-El Boujdaini c.s. over inventariseren hoeveel rekenkracht de overheid de komende tien jaar nodig heeft en hoe de overheid als launching customer optreedt inzake de ontwikkeling van Al-infrastructuur (26643, nr. 1524);

de motie-El Boujdaini/Kathmann over als launching customer optreden voor GPT-NL (26643, nr. 1525);

de motie-Kathmann/Dassen over middelen reserveren voor publieke investeringen in zeekabelprojecten (26643, nr. 1526);

de motie-Kathmann over scenario's uitwerken voor de benodigde ruimte en rekenkracht om Nederland strategisch te positioneren op het gebied van AI (26643, nr. 1527);

de motie-Verkuijlen c.s. over een risicobeoordeling voor de digitale infrastructuur opmaken en vertrouwelijk delen (26643, nr. 1528);

de motie-Van den Berg over in het Programma Noordzee 2028-2033 voldoende ruimte, voorkeurstracés en beschermingszones voor nieuwe telecom- en datakabels borgen (26643, nr. 1529);

de motie-Van den Berg over het sturen van een besluitnota binnen drie maanden na afronding van het Europese haalbaarheidsonderzoek (26643, nr. 1530).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Kathmann stel ik voor haar motie (26643, nr. 1526) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-El Boujdaini c.s. (26643, nr. 1523).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, de PvdD, JA21 en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-El Boujdaini c.s. (26643, nr. 1524).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, de PvdD en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-El Boujdaini/Kathmann (26643, nr. 1525).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kathmann (26643, nr. 1527).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Verkuijlen c.s. (26643, nr. 1528).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg (26643, nr. 1529).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PvdD en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg (26643, nr. 1530).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Kathmann.

Mevrouw Kathmann (PRO):

Voorzitter. Bij de stemmingen onder agendapunt 10, over de moties ingediend bij het tweeminutendebat Verordening betreffende digitale netwerken, wil ik graag de motie op stuk nr. 4379 (22112) aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Kathmann stel ik voor haar motie (22112, nr. 4379) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Verordening betreffende digitale netwerken

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Verordening betreffende digitale netwerken,

te weten:

de motie-Van den Berg over de gevolgen van de Verordening betreffende digitale netwerken voor kleinere telecomaanbieders expliciet toetsen (22112, nr. 4380);

de motie-Van den Berg over de invoering van een singlepassportprocedure alleen onder voorwaarden steunen (22112, nr. 4381).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

De voorzitter:

Aangezien de motie-Van den Berg (22112, nr. 4380) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit. Aangezien de motie-Van den Berg (22112, nr. 4381) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

Stemmingen moties Bonaire, Sint-Eustatius en Saba

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Bonaire, Sint-Eustatius en Saba,

te weten:

de motie-Tseggai/Ceder over de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer opvolgen voor een weerbaarder Caribisch Nederland (36800-IV, nr. 64);

de gewijzigde motie-Ceder c.s. over een visie over openbare veerverbindingen tussen de eilanden in Caribisch Nederland (36800-IV, nr. 67);

de motie-Ceder/Tseggai over een integraal investerings- en uitvoeringsvoorstel voor een toekomstbestendige havenontwikkeling op Sint-Eustatius (36800-IV, nr. 66).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Tseggai/Ceder (36800-IV, nr. 64).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ceder c.s. (36800-IV, nr. 67).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Tseggai (36800-IV, nr. 66).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Omgang met productiemiddelen in de aanbesteding van de nieuwe concessies voor de Friese Waddenveren

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Omgang met productiemiddelen in de aanbesteding van de nieuwe concessies voor de Friese Waddenveren,

te weten:

de motie-Wiersma over borgen dat inschrijvers beschikken over een kostenbeeld van alle benodigde productiemiddelen (23645, nr. 901);

de motie-Wiersma over de doorwerking van kostenontwikkelingen voor bewoners en ondernemers in kaart brengen (23645, nr. 902);

de motie-Grinwis c.s. over nog deze maand aangeven wat de status, aard en voortgang van de gesprekken met de rederijen is (23645, nr. 903).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Wiersma (23645, nr. 901).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (23645, nr. 902).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD en de SGP ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (23645, nr. 903).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Spoorveiligheid en ERTMS

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Spoorveiligheid en ERTMS,

te weten:

de motie-De Hoop/Boelsma-Hoekstra over afspraken met ProRail, aannemers en vervoerders over de veiligheid van onderhoudsmedewerkers (33652, nr. 114);

de motie-Van Leijen c.s. over met België overleggen over continuïteit op het traject Roosendaal-Belgische grens (33652, nr. 115);

de motie-Goudzwaard over spoorblokkades voorkomen en strafrechtelijk vervolgen (33652, nr. 116);

de motie-Prickaertz/Vondeling over reisverboden voor overlastgevers in het ov (33652, nr. 118);

de motie-Prickaertz/Vondeling over openstaande boetes van niet-betalende asielzoekers alsnog innen (33652, nr. 119);

de motie-Prickaertz over de subsidie aan Rover opschorten zolang de huidige voorzitter aanblijft (33652, nr. 120).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

In stemming komt de motie-De Hoop/Boelsma-Hoekstra (33652, nr. 114).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Leijen c.s. (33652, nr. 115).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Goudzwaard (33652, nr. 116).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de VVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Prickaertz/Vondeling (33652, nr. 118).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Prickaertz/Vondeling (33652, nr. 119).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA en DENK ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

In stemming komt de motie-Prickaertz/Vondeling (33652, nr. 119).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA en DENK ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Daar moeten we hoofdelijk over stemmen. Gaan we dat doen? Dat gaan we doen. Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen … Voordat we dat gaan doen, krijgt meneer Prickaertz het woord.

De heer Prickaertz (PVV):

We houden 'm even aan, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, zeer erkentelijk.

Op verzoek van de heer Prickaertz stel ik voor zijn motie (33652, nr. 119) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Prickaertz (33652, nr. 120).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Spoor

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Spoor,

te weten:

de motie-El Abassi over verdere prijsstijgingen bij de NS voorkomen (29984, nr. 1291);

de motie-El Abassi over treinkaartjes bij NS ook na 2027 betaalbaar houden (29984, nr. 1292);

de motie-El Abassi over het effect van de verdeling van de gereserveerde middelen op de betaalbaarheid voor treinreizigers inzichtelijk maken (29984, nr. 1293);

de motie-El Abassi over de hoogte van de beloning van bestuurders van de NS (29984, nr. 1294);

de motie-De Hoop c.s. over een voortrekkersrol bij het verbeteren van internationale treinen (29984, nr. 1295);

de motie-De Hoop/Grinwis over het aantal internationale treinen verder opschalen (29984, nr. 1296);

de motie-Grinwis c.s. over de dienstregeling van de EuroCity Brussel-Breda (29984, nr. 1297);

de motie-Goudzwaard over uitbreiding van de capaciteit van de Eurostar UK Terminal op Amsterdam Centraal (29984, nr. 1299).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

In stemming komt de motie-El Abassi (29984, nr. 1291).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29984, nr. 1292).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29984, nr. 1293).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de ChristenUnie en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29984, nr. 1294).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21 en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Hoop c.s. (29984, nr. 1295).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Hoop/Grinwis (29984, nr. 1296).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (29984, nr. 1297).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Goudzwaard (29984, nr. 1299).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Uitkomsten Actieagenda Industrie en Omwonenden

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Uitkomsten Actieagenda Industrie en Omwonenden,

te weten:

de motie-Kostić c.s. over omwonenden volwaardig en evenwichtig betrekken bij de landelijke gesprekstafel gezondheid en industrie (28089, nr. 355);

de motie-Kostić/Zalinyan over in de verkenning naar positieve financiële instrumenten ook varianten van emissiebeprijzing betrekken (28089, nr. 356);

de motie-Zalinyan/Kostić over het Schone Lucht Akkoord uitvoeren en een aanvullend maatregelenpakket voor betere luchtkwaliteit in IJmond en Rijnmond (28089, nr. 357);

de motie-Zalinyan/Kostić over de capaciteit, expertise en taken binnen de keten van omgevingsdiensten, milieurecherche en Openbaar Ministerie versterken (28089, nr. 358);

de motie-Zalinyan/Kostić over BBT-regels en -technieken implementeren in algemene nationale regels (28089, nr. 359);

de motie-Zalinyan/Kostić over voldoende capaciteit voor uitvoeringsinstanties als Rijkswaterstaat, omgevingsdiensten en waterschappen (28089, nr. 360);

de motie-Vellinga-Beemsterboer over financiële prikkels in kaart brengen die uitstoot en maatschappelijke kosten van schadelijke stoffen kunnen terugdringen (28089, nr. 361).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Zalinyan stel ik voor haar moties (28089, nrs. 358, 359 en 360) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Vellinga-Beemsterboer (28089, nr. 361) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er in de Actieagenda Industrie en Omwonenden ingezet wordt op het stimuleren van bedrijven via subsidies om gezondheidswinst te behalen voor omwonenden van industrie;

overwegende dat er aanzienlijke maatschappelijke kosten gebonden zijn aan de uitstoot van schadelijke stoffen in de vorm van gezondheidsschade en publieke saneringskosten;

overwegende dat het eerlijk verdelen van deze kosten kan bijdragen aan een schonere leefomgeving zonder dat er strengere normen voor bedrijven opgelegd hoeven worden;

verzoekt de regering om in de aangekondigde verkenning in kaart te brengen op welke wijze met andere vormen van financiële prikkels de uitstoot van schadelijke stoffen en de maatschappelijke kosten daarvan kunnen worden teruggedrongen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 361 (28089).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Kostić c.s. (28089, nr. 355).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić/Zalinyan (28089, nr. 356).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Zalinyan/Kostić (28089, nr. 357).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Vellinga-Beemsterboer (28089, nr. ??, was nr. 361).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Externe veiligheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Externe veiligheid,

te weten:

de motie-Zalinyan/Kostić over alles in het werk stellen om te voorkomen dat er een nieuwe vergunning wordt afgegeven voor het lozen van TFA door Chemours (28089, nr. 362);

de motie-Zalinyan/Kostić over etikettering voor consumentenproducten die pfas bevatten (28089, nr. 363);

de motie-Zalinyan/Kostić over het uitwerken van een pfas-verbod voor kleding (28089, nr. 364);

de motie-Zalinyan over onderzoek naar gebruik of toepassing van pfas waarvoor geen alternatieven bestaan (28089, nr. 365);

de motie-Zalinyan/Kostić over invoeren van een productieverbod op pfas-stoffen (28089, nr. 366);

de motie-Goudzwaard over geen nationale koppen op Europese pfas-regelgeving en pleiten voor een risicogebaseerde Europese pfas-aanpak (28089, nr. 367);

de motie-Chris Jansen over de huidige nationale koppen op EU-veiligheidsrichtlijnen in kaart brengen (28089, nr. 368);

de motie-Van Duijvenvoorde over een inventarisatie van de verschillende soorten pfas en hun maatschappelijke toepassingen (28089, nr. 369);

de motie-Van Duijvenvoorde over bij verdere uitwerking van pfas-maatregelen een kosten-batenanalyse aan de Kamer sturen (28089, nr. 370);

de motie-Van Groningen/Vellinga-Beemsterboer over in kaart brengen of het huidige wettelijk instrumentarium voldoende mogelijkheden biedt tot effectief ingrijpen bij structurele milieuovertredingen (28089, nr. 371);

de motie-Van Groningen c.s. over onderzoek naar veilige en circulaire toepassing van staalslakken (28089, nr. 372);

de motie-Kostić/Zalinyan over zich met medestanders in de EU inzetten voor een verbod op pfas-houdende bestrijdingsmiddelen (28089, nr. 373);

de motie-Kostić/Zalinyan over meetgegevens van Rijkswaterstaat over de kwaliteit van het oppervlaktewater actief openbaar maken (28089, nr. 374).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

De voorzitter:

Aangezien de motie-Zalinyan/Kostić (28089, nr. 364) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

Op verzoek van mevrouw Zalinyan stel ik voor haar motie (28089, nr. 365) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Goudzwaard (28089, nr. 367) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Goudzwaard en Van Groningen.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 367 (28089).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Voordat we gaan stemmen, is er een stemverklaring van het lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dank, voorzitter. Ik heb een stemverklaring over de motie op stuk nr. 371. Iedereen weet hoe ongelofelijk schadelijk pfas is. Het is vernietigend voor alles wat leeft. Mensen kunnen er kanker van krijgen en zelfs kinderen in de buik van hun moeder kunnen erdoor beschadigd raken. Deze motie wil nog meer onderzoek om te kijken of de huidige wet- en regelgeving wel voldoende is. Dat is een vertragingstechniek om de vervuilers te ontzien, terwijl we het antwoord al weten: de huidige regelgeving is onvoldoende. Alle experts, waterschappen, gemeenten en toezichthouders zeggen dat. Ze zeggen juist: stop met treuzelen, verbied pfas nationaal en scherp de regelgeving aan om mensen, dieren en ons water beter tegen vervuilers te beschermen. Daarom stemmen wij tegen de motie op stuk nr. 371.

De voorzitter:

Dank u wel.

In stemming komt de motie-Zalinyan/Kostić (28089, nr. 362).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Zalinyan/Kostić (28089, nr. 363).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Zalinyan/Kostić (28089, nr. 366).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Goudzwaard/Van Groningen (28089, nr. ??, was nr. 367).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Chris Jansen (28089, nr. 368).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Duijvenvoorde (28089, nr. 369).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Duijvenvoorde (28089, nr. 370).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de SGP ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Groningen/Vellinga-Beemsterboer (28089, nr. 371).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de PvdD en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Groningen c.s. (28089, nr. 372).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, de PvdD en DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić/Zalinyan (28089, nr. 373).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić/Zalinyan (28089, nr. 374).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Armoede- en schuldenbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Armoede- en schuldenbeleid,

te weten:

de motie-Flach c.s. over nog dit jaar voorstellen doen om de vindbaarheid, effectiviteit en reikwijdte van de schuldpauzeknop te vergroten (24515, nr. 825);

de motie-Jimmy Dijk over de dubbele heffingskorting niet afschaffen (24515, nr. 826);

de motie-Jimmy Dijk over de kostendelersnorm afschaffen (24515, nr. 827);

de motie-Jimmy Dijk over tot een publiek systeem van bewindvoering komen (24515, nr. 828);

de motie-Patijn c.s. over voor een basisniveau van regelingen gemeenten met een succesvol en toereikend schulden- en armoedebeleid volgen (24515, nr. 829);

de motie-Patijn c.s. over in kaart brengen welke mogelijkheden er zijn om jongeren beter te informeren over hun financiële situatie (24515, nr. 830);

de motie-Wiersma/Hamstra over onderzoek naar aanvullende beperkingen voor 18- tot 24-jarigen om hen tegen overcreditering te beschermen (24515, nr. 831);

de motie-Ceder c.s. over de huidige ondergrens van €75 voor het treffen van een betalingsregeling schrappen (24515, nr. 832);

de motie-Ceder over het huidige stelsel van materiewetten op het terrein van inning en incasso vereenvoudigen (24515, nr. 833);

de motie-Ceder/Flach over succesvolle initiatieven voor financiële educatie op scholen stimuleren (24515, nr. 834);

de motie-Ceder over private schuldeisers die deelnemen aan het collectieve afbetalingsplan financieel laten bijdragen aan de uitvoeringskosten van de schuldregeling (24515, nr. 835);

de motie-Biekman over een verkenning naar goede voorbeelden van toegang tot armoede- en schuldhulp op mbo-instellingen (24515, nr. 836);

de motie-Biekman/Bolhuis over ervaringskennis structureel betrekken bij evaluaties van armoede- en schuldenbeleid (24515, nr. 837);

de motie-Hamstra c.s. over een verkenning naar juridische en praktische knelpunten voor banken om klanten bij signalen van geldzorgen actief te wijzen op hulp (24515, nr. 838);

de motie-Hamstra c.s. over een praktische werkgeversroute voor vrijwillige en vertrouwelijke doorverwijzing naar hulp (24515, nr. 839);

de motie-Van Brenk over de bekendheid en de bruikbaarheid van de AIO vergroten (24515, nr. 840);

de motie-Edgar Mulder over niet bezuinigen op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (24515, nr. 841);

de motie-Ceulemans/Van den Berg over aanpassing van de verdeelsleutel zodat Nederland niet minder uit het Sociaal Klimaatfonds ontvangt dan dat het bijdraagt (24515, nr. 842).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Flach c.s. (24515, nr. 825).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (24515, nr. 826).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, Volt, het CDA, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (24515, nr. 827).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (24515, nr. 828).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Patijn c.s. (24515, nr. 829).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, JA21, BBB, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Patijn c.s. (24515, nr. 830).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SGP, Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Hamstra (24515, nr. 831).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de VVD, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceder c.s. (24515, nr. 832).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (24515, nr. 833).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Flach (24515, nr. 834).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (24515, nr. 835).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van het CDA, de VVD, JA21, Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Biekman (24515, nr. 836).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Biekman/Bolhuis (24515, nr. 837).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hamstra c.s. (24515, nr. 838).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hamstra c.s. (24515, nr. 839).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (24515, nr. 840).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Edgar Mulder (24515, nr. 841).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Van den Berg (24515, nr. 842).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA en de ChristenUnie ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

In stemming komt de motie-Ceulemans/Van den Berg (24515, nr. 842).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA en de ChristenUnie ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Daar moet hoofdelijk over worden gestemd. Maar ik zie meneer Ceulemans bewegingen maken.

De heer Ceulemans (JA21):

Dan houd ik 'm een weekje aan.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Ceulemans stel ik voor zijn motie (24515, nr. 842) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen moties Arbeidsmigratie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Arbeidsmigratie,

te weten:

de motie-Neijenhuis over een plan om misstanden bij arbeidsmigranten in de langdurige zorg beter in beeld te brengen (29861, nr. 190);

de motie-Ceder over een uiteenzetting van de toekomst op arbeidsmigratie langs de lijnen van het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen (29861, nr. 191);

de motie-Ceder over met VNO-NCW en MKB-Nederland in gesprek gaan over hoe gewortelde kinderen die in Nederland geschoold worden, kunnen bijdragen op de arbeidsmarkt (29861, nr. 192);

de motie-Patijn over verkennen of de NLA de bevoegdheid kan worden gegeven om een individueel uitzendverbod op te leggen (29861, nr. 194);

de motie-Patijn over gemeenten als partner betrekken bij de samenwerkingsafspraken tussen NAU, NLA en Belastingdienst (29861, nr. 195);

de motie-Tijs van den Brink over uitwerken hoe een richtinggevende bandbreedte voor arbeidsmigratie kan bijdragen aan meer grip op arbeidsmigratie (29861, nr. 196);

de motie-Tijs van den Brink over vrijwillige bijdragen van bedrijven inzetten voor onder meer begeleiding en het voorkomen van dakloosheid in regio's met veel arbeidsmigranten (29861, nr. 197);

de motie-Flach over bij beleid enkel in het uiterste geval de inzet van arbeidsmigranten van buiten de EU overwegen (29861, nr. 198);

de motie-Flach over hoge prioriteit geven aan de opvolging van het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen (29861, nr. 200);

de motie-Wiersma over de economische en maatschappelijke afhankelijkheid van arbeidsmigratie nadrukkelijk meewegen in de besluitvorming (29861, nr. 201);

de motie-Boon over werkvergunningen invoeren voor werknemers uit andere EU-lidstaten die in Nederland arbeid willen verrichten (29861, nr. 202);

de motie-Boon over een werkgeversheffing invoeren waarbij werkgevers voor iedere arbeidsmigrant een jaarlijkse bijdrage betalen (29861, nr. 203);

de motie-Ceulemans over onderzoek naar bespoediging en vereenvoudiging van verplichte terugkeer van overlastgevende dakloze EU-migranten (29861, nr. 204);

de motie-Ceulemans over bij rijksfinanciering van opvang van niet-rechthebbende dakloze EU-migranten inzet op terugkeer als voorwaarde hanteren (29861, nr. 205);

de motie-Nobel c.s. over bredere uitrol van de Rotterdamse aanpak Meer grip op arbeidsmigratie in Nederland (29861, nr. 206);

de motie-Jimmy Dijk/Ceder over onderzoeken hoe, met welk tijdspad en voor welke sectoren een tewerkstellingsvergunning ingevoerd kan worden (29861, nr. 207);

de motie-Jimmy Dijk over de taaleis uitbreiden zodat iedereen die langer dan drie maanden in Nederland komt werken of studeren, Nederlands moet leren (29861, nr. 208);

de motie-Jimmy Dijk over volledige uitvoering geven aan het advies van de commissie-Roemer (29861, nr. 209).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Ceder (29861, nr. 192) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een grote krapte is op de arbeidsmarkt in essentiële sectoren als de zorg en techniek;

overwegende dat naar aanleiding van de motie-Van der Plas (29861, nr. 102) en de motie-Ceder (19637, nr. 3488) de regering onderzoekt hoe gewortelde kinderen die in Nederland geschoold zijn en worden, kunnen bijdragen op de arbeidsmarkt;

overwegende dat dit een deel van de arbeidsvraag kan oplossen in plaats van het aantrekken van vakkrachten uit het buitenland;

verzoekt het kabinet hierover met VNO-NCW en MKB-Nederland in gesprek te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 192 (29861).

Op verzoek van de heer Ceder stel ik voor zijn gewijzigde motie (29861, nr. ??, was nr. 192) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Neijenhuis (29861, nr. 190).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (29861, nr. 191).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PvdD, DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Patijn (29861, nr. 194).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SGP, BBB en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Patijn (29861, nr. 195).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tijs van den Brink (29861, nr. 196).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PvdD, DENK, BBB, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tijs van den Brink (29861, nr. 197).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Flach (29861, nr. 198).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, Volt, de PvdD en DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Flach (29861, nr. 200).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, Volt, de PvdD, DENK en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (29861, nr. 201).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, de SGP, de ChristenUnie, Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boon (29861, nr. 202).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, BBB en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon (29861, nr. 203).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceulemans (29861, nr. 204).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, D66, Volt, de PvdD en DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceulemans (29861, nr. 205).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Volt, de PvdD en DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nobel c.s. (29861, nr. 206).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de PvdD en DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk/Ceder (29861, nr. 207).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, BBB en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (29861, nr. 208).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, de ChristenUnie, JA21 en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, BBB, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (29861, nr. 209).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SGP, BBB en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen Wijziging begroting Economische Zaken 2026 samenhangende met de Voorjaarsnota

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36915-XIII).

In stemming komt het amendement-Dassen c.s. (stuk nr. 7).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van de SGP en de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Dassen c.s. (stuk nr. 7).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, de PvdD en FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Energieraad (formeel) d.d. 26 juni 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Energieraad (formeel) d.d. 26 juni 2026,

te weten:

de motie-Van Oosterhout/Teunissen over inzetten op een internationale voorzorgpauze op diepzeemijnbouw (21501-33, nr. 1216);

de motie-Van Oosterhout over pleiten voor afschaffing van de IKC en, tot de afschaffing, voor een hogere investeringsplicht (21501-33, nr. 1217);

de motie-Van Oosterhout over enkel pleiten voor een 2040-doel voor hernieuwbare energie (21501-33, nr. 1218);

de motie-Van Oosterhout over pleiten voor bindende minimale elektrificatiedoelen (21501-33, nr. 1219);

de motie-Van den Berg over diepzeemijnbouw meenemen in de Nederlandse inzet voor strategische autonomie en maritieme innovatie (21501-33, nr. 1220);

de motie-Van den Berg over zich verzetten tegen nieuwe bindende EU-energie- en klimaatdoelen voor 2040 (21501-33, nr. 1221);

de motie-Van den Berg over inzetten op het volwaardig meenemen van kernenergie in alle Europese doelen en financieringsinstrumenten (21501-33, nr. 1222);

de motie-Van den Berg over de strategische gasbrief vóór het zomerreces naar de Kamer sturen (21501-33, nr. 1223);

de motie-Müller c.s. over zich ervoor inspannen dat de Nederlandse leveringszekerheid niet in gevaar komt door de Methaanverordening (21501-33, nr. 1224);

de motie-Teunissen/Van Oosterhout over het aanspreken van Allseas op plannen die in strijd zijn met het VN-Zeerechtverdrag (21501-33, nr. 1225);

de motie-Russcher/Schenk over inzetten op het pas invoeren van de Methaanverordening nadat is aangetoond dat die niet ten koste gaat van leveringszekerheid, betaalbaarheid en de industrie (21501-33, nr. 1226);

de motie-Russcher/Schenk over een nationale impactanalyse van de economische gevolgen van de Methaanverordening op de Nederlandse raffinagesector, de Rotterdamse haven, energieprijzen en leveringszekerheid (21501-33, nr. 1227);

de motie-Russcher over duidelijk maken dat voor Nederland leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie, benzine en diesel zwaarder wegen dan het terugdringen van methaanemissies (21501-33, nr. 1228);

de motie-Klos/Oualhadj over een inventarisatie van de mogelijke rol van de ECB in het aanjagen van groene investeringen (21501-33, nr. 1229).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Van den Berg stel ik voor zijn motie (21501-33, nr. 1220) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Van Oosterhout stel ik voor haar motie (21501-33, nr. 1216) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Klos/Oualhadj (21501-33, nr. 1229) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat duurzame energieprojecten kapitaalintensief zijn, waardoor de hoogte van de rente in sterke mate bepaalt of zij rendabel zijn;

overwegende dat hoge kapitaalkosten investeringen afremmen en juist in de opschalingsfase, ook wel de valley of death, veelbelovende projecten doen stranden;

overwegende dat een gerichte verlaging van de kapitaalkosten, zoals een groene rentekorting, de transitie versnelt en de afhankelijkheid van fossiele energie verkleint;

verzoekt de regering om te inventariseren wat de mogelijke rol is van de ECB in het aanjagen van groene investeringen, bijvoorbeeld via een groene rentekorting, met inachtneming van de onafhankelijkheid van de ECB,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1229 (21501-33).

Op verzoek van de heer Klos stel ik voor zijn gewijzigde motie (21501-33, nr. ??, was nr. 1229) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Teunissen/Van Oosterhout (21501-33, nr. 1225) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Nederlands-Zwitserse bedrijf Allseas betrokken is bij een vergunningsaanvraag voor diepzeemijnbouw in de VS en daarmee het VN-Zeerechtverdrag probeert te omzeilen;

overwegende dat Nederland gehouden is aan het internationaal recht en een verantwoordelijkheid heeft om naleving daarvan door Nederlandse bedrijven te bevorderen;

verzoekt de regering om Allseas aan te spreken en te benadrukken dat naleving van het internationaal recht vereist is;

verzoekt de regering tevens alle beschikbare juridische instrumenten, waaronder een civielrechtelijke procedure, in kaart te brengen;

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1225 (21501-33).

Op verzoek van mevrouw Teunissen stel ik voor haar gewijzigde motie (21501-33, nr. ??, was nr. 1225) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout (21501-33, nr. 1217).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout (21501-33, nr. 1218).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout (21501-33, nr. 1219).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Berg (21501-33, nr. 1221).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Berg (21501-33, nr. 1222).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD en het CDA ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg (21501-33, nr. 1223).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, de PvdD, het CDA en de VVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Müller c.s. (21501-33, nr. 1224).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt en de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Russcher/Schenk (21501-33, nr. 1226).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, BBB en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Russcher/Schenk (21501-33, nr. 1227).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Russcher (21501-33, nr. 1228).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Voortgang bedrijfsgerichte doelsturing

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Voortgang bedrijfsgerichte doelsturing,

te weten:

de motie-Wiersma/Vermeer over borgen dat gegevens van agrarische ondernemers worden beschermd (30252, nr. 217);

de motie-Wiersma/Vermeer over geen bedrijfsspecifieke normen vaststellen zonder vooraf inzichtelijk te maken of deze technisch haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn (30252, nr. 218);

de motie-Wiersma/Vermeer over inzichtelijk maken welke middelvoorschriften, generieke regels of administratieve verplichtingen worden verminderd, vervangen of geschrapt (30252, nr. 219);

de motie-Wiersma/Vermeer over in het achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn opnemen hoe goed presterende boeren kunnen worden vrijgesteld van onnodige generieke voorschriften (30252, nr. 220);

de motie-Grinwis/Den Hollander over lessen trekken uit de succesvolle aanpak van het antibioticagebruik in de veehouderij (30252, nr. 221).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Wiersma/Vermeer (30252, nr. 217) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat doelsturing vraagt om het delen van bedrijfsgegevens, meetgegevens en andere gevoelige data;

overwegende dat agrarische ondernemers erop moeten kunnen vertrouwen dat deze gegevens niet via Woo-verzoeken onnodig openbaar worden gemaakt;

verzoekt de regering bij de uitwerking van doelsturing expliciet te borgen dat bedrijfsgegevens, persoonsgegevens en concurrentiegevoelige gegevens van agrarische ondernemers maximaal worden beschermd binnen de kaders van de Woo, AVG en Awb, bij die borging de negatieve impact die de Woo heeft op de (sociale) veiligheid van boeren zwaarder te laten wegen dan het belang van openbaarheid, en de Kamer daar in de voortgangsbrieven over te blijven informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 217 (30252).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Er is een stemverklaring van mevrouw De Vos. Gaat uw gang.

Mevrouw De Vos (FVD):

Dank, voorzitter. Ik heb een stemverklaring bij de motie-Wiersma/Vermeer op stuk nr. 220. Deze motie gaat over doelsturing. Forum voor Democratie is daartegen, omdat dat meegaat in de aanname dat stikstofbeleid nodig is en alleen de manier waarop dat beleid gevoerd wordt, verandert. Hoewel wij dus tegen deze doelsturing an sich zijn, lezen wij deze motie wel zo dat doelsturing, als die er eenmaal komt, voor een deel van de boeren wordt versoepeld zonder dat het voor anderen wordt verzwaard, en de huidige situatie dus een beetje verbetert. Daarom zullen we alsnog voor deze motie stemmen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel.

In stemming komt de gewijzigde motie-Wiersma/Vermeer (30252, nr. ??, was nr. 217).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Vermeer (30252, nr. 218).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Vermeer (30252, nr. 219).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, de PvdD en DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Vermeer (30252, nr. 220).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de VVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Den Hollander (30252, nr. 221).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de PvdD, DENK, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Dieren in de veehouderij en NVWA

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Dieren in de veehouderij en NVWA,

te weten:

de motie-Den Hollander over regels versoepelen die innovaties voor het verbeteren van dierenwelzijn in de weg staan (28286, nr. 1438);

de motie-Den Hollander over de voorgenomen beleidsregel over dierentransport niet generiek toepassen op paarden (28286, nr. 1439);

de motie-Beckerman over de wet dusdanig aanpassen dat toezichthouders kunnen handhaven op basis van onderzoek van derden (28286, nr. 1441);

de motie-Beckerman over aanpassing van Europese wetgeving om fabrikanten en importeurs te laten aantonen dat hun producten daadwerkelijk asbestvrij zijn (28286, nr. 1442);

de motie-Beckerman over landen buiten de EU met gelijkaardige wet- en regelgeving voor asbest aansluiten op het EU-meldsysteem (28286, nr. 1443);

de motie-Podt over een juridische basis om cameratoezicht bij veeverzamelplaatsen te verplichten (28286, nr. 1444);

de motie-Podt over wettelijke criteria voor veeverzamelplaatsen ter voorkoming van misstanden (28286, nr. 1445);

de motie-Wiersma over maatregelen om de inzetbaarheid en flexibiliteit van OMT te vergroten (28286, nr. 1446);

de motie-Wiersma over maatregelen om de continuïteit van NVWA-keuringen te waarborgen (28286, nr. 1447);

de motie-Wiersma over advisering door de Autoriteit Dierwaardige Veehouderij voordat nieuwe verplichtingen in werking treden (28286, nr. 1448);

de motie-Ouwehand over een nationaal verbod op verzamelplaatsen (28286, nr. 1449);

de motie-Graus over een importverbod van jonge kalfjes uit Ierland (28286, nr. 1452);

de motie-Graus over het uitfaseren van slachtdiertransporten (28286, nr. 1453);

de motie-Graus over een verbod op het ritueel en/of religieus martelen van dieren (28286, nr. 1455);

de motie-Graus over NVWA-dierenartsen laten vergezellen door bewapende algemene opsporingsambtenaren (28286, nr. 1456);

de motie-Flach/Den Hollander over meerjarige prestatieafspraken met de NVWA maken (28286, nr. 1457);

de motie-Koorevaar/Den Hollander over verschillen in dierenwelzijnseisen tussen Nederland en andere lidstaten relateren aan de European Livestock Strategy (28286, nr. 1458);

de motie-Ten Hove c.s. over de besluitvorming in Brussel afwachten en een passende overgangsperiode hanteren (28286, nr. 1459).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Den Hollander (28286, nr. 1438).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Hollander (28286, nr. 1439).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, de VVD, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en de PVV ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (28286, nr. 1441).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21 en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, BBB, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (28286, nr. 1442).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (28286, nr. 1443).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Podt (28286, nr. 1444).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de ChristenUnie, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van het CDA, de SGP, JA21, BBB en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Podt (28286, nr. 1445).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SGP, BBB en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (28286, nr. 1446).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (28286, nr. 1447).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (28286, nr. 1448).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, Volt, de PvdD, DENK en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ouwehand (28286, nr. 1449).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, Volt, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus (28286, nr. 1452).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21 en BBB ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus (28286, nr. 1453).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van 50PLUS, D66, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus (28286, nr. 1455).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus (28286, nr. 1456).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Flach/Den Hollander (28286, nr. 1457).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koorevaar/Den Hollander (28286, nr. 1458).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP en de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ten Hove c.s. (28286, nr. 1459).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en de PVV ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Gezondheidsraadadvies over gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Gezondheidsraadadvies over gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen,

te weten:

de motie-Wiersma over afstandsnormen rond geitenhouderijen heroverwegen zodra is aangetoond dat er effectieve maatregelen geïmplementeerd zijn (28973, nr. 301);

de motie-Wiersma over onderzoeken hoe de aanpak van het sectorplan fijnstof uit de pluimveehouderij kan worden toegepast binnen de geitenhouderij (28973, nr. 302);

de motie-Den Hollander/Grinwis over toegang voor onafhankelijke onderzoekers tot relevante data van VGO-onderzoeken (28973, nr. 303).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Wiersma (28973, nr. 301).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en de PVV ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Onder het vorige stemmingspunt hadden wij tegen de motie-Graus op stuk nr. 1455 (28286) moeten stemmen.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd.

In stemming komt de motie-Wiersma (28973, nr. 302).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Volt, de PvdD, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Hollander/Grinwis (28973, nr. 303).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Lammers.

Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):

Volgens mij zijn wij bij de motie op stuk nr. 302 niet genoemd, maar daar zijn wij voor.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd. Dank u wel.

Stemmingen moties Zorgverzekeringsstelsel (inclusief pakketbeheer)

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Zorgverzekeringsstelsel (inclusief pakketbeheer),

te weten:

de motie-Van Brenk over geen eigen bijdrage bij de wijkverpleging (29689, nr. 1333);

de motie-Jimmy Dijk/Dobbe over ervoor zorgen dat machtigingsvoorwaarden niet meer in de weg staan van het geven van noodzakelijke zorg aan kinderen (29689, nr. 1334);

de motie-Jimmy Dijk/Dobbe over ervoor zorgen dat bij het samenvoegen van de SOV- en OVV-regeling zorgverleners die onverzekerden helpen geen lagere tarieven krijgen (29689, nr. 1335);

de motie-Jimmy Dijk/Dobbe over onderzoeken welke behandelingen voor vrouwspecifieke en -sensitieve aandoeningen moeten worden toegevoegd aan het basispakket (29689, nr. 1336);

de motie-Jimmy Dijk/Dobbe over initiatieven om kinderen naar de tandarts te krijgen, uitbreiden naar wijken waar weinig kinderen naar de tandarts gaan (29689, nr. 1337);

de motie-Maeijer over een aparte route voor weesgeneesmiddelen onderzoeken (29689, nr. 1339);

de motie-Bushoff/Vliegenthart over analyseren hoe verloskundigen in spoedsituaties meer ruimte kunnen krijgen (29689, nr. 1340);

de motie-Bushoff over een einde maken aan het koppelen van aanvullende verzekeringen aan duurdere basisverzekeringen (29689, nr. 1341);

de motie-Bushoff over een oplossing voor patiënten die door tekorten extra moeten betalen voor een alternatief geneesmiddel (29689, nr. 1342);

de motie-Van Houwelingen over gezondheidsaanbieders ook zonder verwijsbrief preventief gezondheidsonderzoek laten aanbieden (29689, nr. 1343);

de motie-Vervuurt over knelpunten en belemmeringen voor het -herbestemmen van geneesmiddelen wegnemen (29689, nr. 1344);

de motie-Vervuurt over relevante veldpartijen betrekken bij de ontwikkeling van een effectieve route voor gecontroleerde toegang van weesgeneesmiddelen (29689, nr. 1345);

de motie-Coenradie/Diederik van Dijk over de behandeling van het wetsvoorstel inzake de verhoging van het eigen risico aanhouden tot na het zomerreces (29689, nr. 1346);

de motie-Coenradie over een tijdelijke en beperkte hogere vergoeding voor bestaande geneesmiddelen met een bewezen nieuwe indicatie (29689, nr. 1347);

de motie-El Abassi over financiële drempels in de zorg verlagen (29689, nr. 1349);

de motie-El Abassi over voorkomen dat mensen met een chronische ziekte of beperking financieel worden benadeeld wanneer zij gaan werken (29689, nr. 1350);

de motie-El Abassi over geen verdere stapeling van kosten voor mensen met een beperking of chronische ziekte (29689, nr. 1351);

de motie-El Abassi over geen verdere stapeling van kosten voor mensen met een beperking of chronische ziekte, tenzij volledige compensatie is gegarandeerd (29689, nr. 1353);

de motie-Straatman over terrorismeveroordeelden in vreemdelingenbewaring plaatsen (19637, nr. 3597).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Bushoff stel ik voor zijn motie (29689, nr. 1341) aan te houden. Op verzoek van de heer Jimmy Dijk stel ik voor zijn motie (29689, nr. 1334) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Er zijn stemverklaringen van de heren Jimmy Dijk en Bushoff. Het woord is aan de heer Jimmy Dijk. Gaat uw gang.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dank u wel, voorzitter. Dit is een stemverklaring bij de motie op stuk nr. 1346. In die motie vragen JA21 en de SGP om het wetsvoorstel over de verhoging van het eigen risico naar €455 van volgend jaar, later te gaan behandelen. Het zou namelijk nu onduidelijk zijn wat de gevolgen van dit wetsvoorstel zijn. Ze willen dus dat het eerst onderzocht wordt. Wij weten al precies wat het effect is als dit wetsvoorstel doorgaat, namelijk dat mensen straks een hoger eigen risico hebben, namelijk een van €455. Als ze dat krijgen, is dat omdat ze de pech hebben om ziek te worden. Dat betekent dus hoge rekeningen voor mensen, een grotere drempel om zorg te krijgen en meer zorgmijding. Daarom lijkt het vooral een manier voor deze partijen om voor te sorteren op steun voor dit asociale plan. De SP hoeft niet te onderzoeken wat de gevolgen zijn van een hoger eigen risico en van het wetsvoorstel. Die zullen namelijk rampzalig uitpakken voor gewone mensen. Daarom stemmen wij tegen deze motie.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Bushoff namens PRO.

De heer Bushoff (PRO):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb bij dezelfde motie ook een stemverklaring. Al voor de zomer had duidelijk moeten zijn wat er gebeurt met het al dan niet verhogen van het eigen risico. Sterker nog: de meerderheidsoppositie had dat voorstel voor de zomer gewoon naar de prullenbak kunnen verwijzen. Maar nu is het aan JA21 en de SGP, die weer een dealtje lijken te sluiten met het kabinet.

De voorzitter:

Die was op het randje.

De heer Bushoff (PRO):

Daarmee blijft de verhoging van het eigen risico nog steeds boven het hoofd van gewone mensen hangen.

De voorzitter:

Uw stemverklaring.

De heer Bushoff (PRO):

Daarom is het heel duidelijk dat wij vinden dat dat lange getreuzel moet stoppen, en daarom stemmen wij tegen de motie op stuk nr. 1346. Geef gewoon duidelijkheid. Trek dat voorstel voor het verhogen van het eigen risico in. Behandel het óf breng het in stemming, maar dit treuzelen moet nu een keer kappen. Daarom stemmen wij tegen het voorstel van JA21 en de SGP.

De voorzitter:

Dat was een rijkelijke interpretatie van een stemverklaring. We gaan stemmen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (29689, nr. 1333).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk/Dobbe (29689, nr. 1335).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, JA21, Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk/Dobbe (29689, nr. 1336).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk/Dobbe (29689, nr. 1337).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, Groep Markuszower en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Maeijer (29689, nr. 1339).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, D66, Volt, het CDA, de VVD, de ChristenUnie en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bushoff/Vliegenthart (29689, nr. 1340).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bushoff (29689, nr. 1342).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (29689, nr. 1343).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vervuurt (29689, nr. 1344).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vervuurt (29689, nr. 1345).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie/Diederik van Dijk (29689, nr. 1346).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (29689, nr. 1347).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29689, nr. 1349).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, Volt, het CDA, de VVD, JA21 en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29689, nr. 1350).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29689, nr. 1351).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, JA21 en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29689, nr. 1352).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, JA21, BBB en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29689, nr. 1353).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Stöteler.

De heer Stöteler (PVV):

Voorzitter. Wij hebben onze naam niet gehoord bij de motie op stuk nr. 1345. Daar wilden wij wel vóór zijn.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd.

Stemmingen moties Leefstijlpreventie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Leefstijlpreventie,

te weten:

de motie-Kostić/Lohman over de eiwittransitie opnemen in het preventiebeleid (32793, nr. 891);

de motie-Kostić/Lohman over het aantrekkelijk maken van de gezonde voedselkeuze als doel opnemen in het wetsvoorstel op de voedselomgeving (32793, nr. 892);

de motie-Jimmy Dijk/Dobbe over de btw op gezond voedsel afschaffen (32793, nr. 893);

de motie-Jimmy Dijk/Dobbe over plannen om het aantal nieuwe hiv-infecties in 2040 naar nul te brengen (32793, nr. 895);

de motie-Jimmy Dijk/Dobbe over een wettelijke bevoegdheid voor de NVWA om sites die illegaal vapes verkopen snel te blokkeren (32793, nr. 896);

de motie-Jimmy Dijk/Dobbe over onderzoeken hoeveel extra geld nodig is om de gehele ASG-doelgroep te kunnen testen bij de CSG's (32793, nr. 897);

de motie-Wiersma over adviezen van het Voedingscentrum uitsluitend baseren op gezondheidskundige en voedingswetenschappelijke inzichten (32793, nr. 898);

de motie-Van Meetelen over de financiering van het Voedingscentrum beëindigen (32793, nr. 899);

de motie-Van Meetelen over geen maatregelen die sturen op een door de overheid gewenste levensstijl (32793, nr. 900);

de motie-Vliegenthart c.s. over een plan van aanpak voor het terugdringen van de illegale verkoop van vapes op Snapchat (32793, nr. 901);

de motie-Vliegenthart/Kathmann over een landelijk leernetwerk voor het delen van inzichten tussen jongerenwerkers en jongerenwerkorganisaties (32793, nr. 902);

de motie-Synhaeve c.s. over zich in EU-verband inzetten voor een zwaardere belasting van verhitte tabak (32793, nr. 903);

de motie-Van Groningen c.s. over onderzoek naar de strafbaarstelling van het online verspreiden van medische desinformatie (32793, nr. 904);

de motie-Van Groningen/Lohman over in de communicatie rondom de Schijf van Vijf helderder maken dat gezondheid leidend is (32793, nr. 905);

de motie-Van Brenk over ervoor zorgen dat wasbaar incontinentiemateriaal beschikbaar is voor alle mensen die dat nodig hebben (32793, nr. 906);

de motie-Coenradie over de Schijf van Vijf primair baseren op gezondheid, voedingswaarde en voedselveiligheid, en niet op klimaat- of duurzaamheidsdoelen (32793, nr. 907).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Kostić/Lohman (32793, nr. 892) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door het lid Kostić.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 892 (32793).

Op verzoek van het lid Kostić stel ik voor de gewijzigde motie (32793, nr. ??, was nr. 892) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Voordat we gaan stemmen, is er een stemverklaring van mevrouw Wiersma. Gaat uw gang.

Mevrouw Wiersma (BBB):

Dank, voorzitter. Het gaat om de motie-Van Meetelen op stuk nr. 900. Jullie kennen BBB: wij zijn niet van de betutteling. In zoverre is de BBB het hartgrondig eens met de geest van deze motie. Mensen mogen van ons gewoon lekker hun gehaktballetje eten. De overheid moet zich daar niet mee bemoeien. Maar we steunen de inzet van zorg naar gezondheid wél. Deze motie zou bijvoorbeeld ook maatregelen gericht op preventie, zoals kinderen stimuleren om te gaan sporten of te bewegen, tegen kunnen gaan. Daarom is deze motie wat ons betreft te breed. We zullen dus tegen de motie stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Wiersma.

In stemming komt de motie-Kostić/Lohman (32793, nr. 891).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk/Dobbe (32793, nr. 893).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, JA21 en de PVV ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk/Dobbe (32793, nr. 895).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower en de PVV ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk/Dobbe (32793, nr. 896).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk/Dobbe (32793, nr. 897).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wiersma (32793, nr. 898).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (32793, nr. 899).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (32793, nr. 900).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart c.s. (32793, nr. 901).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Groep Markuszower en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart/Kathmann (32793, nr. 902).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Synhaeve c.s. (32793, nr. 903).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Groningen c.s. (32793, nr. 904).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21 en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SGP, BBB, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Groningen/Lohman (32793, nr. 905).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, D66, Volt, de PvdD, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (32793, nr. 906).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (32793, nr. 907).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Ggz/Suïcidepreventie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Ggz/Suïcidepreventie,

te weten:

de motie-Synhaeve over sturen op proactieve wachtlijstbemiddeling vanuit zorgverzekeraars (25424, nr. 788);

de motie-Synhaeve over de Kamer na het afsluiten van de nieuwe contracten informeren over het gebruik van exclusiecriteria (25424, nr. 789);

de motie-Synhaeve over een scale-upaanpak voor een select aantal mentalegezondheidsinitiatieven (25424, nr. 790);

de motie-Jimmy Dijk/Dobbe over de vergoeding van ongecontracteerde zorg niet afschaffen (25424, nr. 792);

de motie-Jimmy Dijk/Dobbe over niet bezuinigen op de langdurige ggz (25424, nr. 793);

de motie-Vliegenthart/Westerveld over de marktwerking in de gehele cruciale ggz afschaffen (25424, nr. 794);

de motie-Vliegenthart c.s. over voor 2027 alsnog het aantal opleidingsplaatsen voor gz-psychologen vaststellen op 1.240 (25424, nr. 795);

de motie-Wiersma over onderzoek naar de organisatie van zorg voor jongeren met complexe multiproblematiek (25424, nr. 796);

de motie-Tijmstra over een eenduidig normenkader voor HIC's en IHT-teams (25424, nr. 797);

de motie-Van Meetelen over in kaart brengen in welke mate patiënten niet-passend worden geplaatst vanwege een gebrek aan passende capaciteit (25424, nr. 798);

de motie-Coenradie over borgen dat toegankelijkheid leidend is bij zorginkoop (25424, nr. 799);

de motie-Coenradie over een plan voor de brede landelijke uitrol van mentalegezondheidsnetwerken (25424, nr. 800).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Synhaeve (25424, nr. 788).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Synhaeve (25424, nr. 789).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van BBB ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Synhaeve (25424, nr. 790).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk/Dobbe (25424, nr. 792).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de ChristenUnie en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk/Dobbe (25424, nr. 793).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart/Westerveld (25424, nr. 794).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, Volt, het CDA, de VVD, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart c.s. (25424, nr. 795).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (25424, nr. 796).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, D66, Volt, het CDA, de VVD, de ChristenUnie en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Tijmstra (25424, nr. 797).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (25424, nr. 798).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (25424, nr. 799).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (25424, nr. 800).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Rapporten "Discriminatie in de zorg, welzijn en sport", "Is allemaal mooi, op papier", en "Professionaliteit te allen tijde"

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Rapporten "Discriminatie in de zorg, welzijn en sport", "Is allemaal mooi, op papier", en "Professionaliteit te allen tijde",

te weten:

de motie-Vliegenthart over het voortzetten van de VWS-brede aanpak tegen discriminatie en voor gelijke kansen (36800-XVI, nr. 201);

de motie-Vliegenthart over een landelijk kader voor onafhankelijke meldstructuren, bescherming van zorgprofessionals en melders, en bevordering van representativiteit (36800-XVI, nr. 202);

de motie-Vliegenthart over inclusieve zorg verankeren in het landelijke kwaliteitsbegrip van zorg (36800-XVI, nr. 203).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Vliegenthart (36800-XVI, nr. 201).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart (36800-XVI, nr. 202).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart (36800-XVI, nr. 203).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Jaarverslagen en slotwetten EZK, BZK en JenV 2025 inzake digitalisering

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel over jaarverslagen en slotwetten van de ministeries van Economische Zaken, Binnenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid 2025 voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering,

te weten:

de motie-Zwinkels over een duidelijk bestuurlijk mandaat en voldoende bevoegdheden voor de Nederlandse digitale dienst (36945-VII, nr. 9);

de motie-Kathmann over bij Prinsjesdag middelen beschikbaar stellen voor de digitale ambities uit het coalitieakkoord (36945-VII, nr. 10);

de motie-Kathmann over een groeiend percentage van de ICT-diensten afnemen van autonome Nederlandse en Europese aanbieders (36945-VII, nr. 11);

de motie-El Boujdaini over een plan van aanpak voor de cyberweerbaarheid van Nederland (36945-VII, nr. 12);

de motie-Verkuijlen over een plan om de productiviteitsontwikkelingen bij overheidsorganisaties aan te jagen met kunstmatige intelligentie (36945-VII, nr. 13);

de motie-Vermeer over een Friese vertaling van DigiD (36945-VII, nr. 14);

de motie-Vermeer over afspraken met gemeenten over hulp bij digitale overheidszaken (36945-VII, nr. 15);

de motie-Vermeer over de Kamer voor Prinsjesdag nader informeren over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (36945-VII, nr. 16).

(Zie wetgevingsoverleg van 18 juni 2026.)

De voorzitter:

Eerst is het woord aan de heer Krul.

De heer Krul (CDA):

Onder punt 17, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Armoede- en schuldenbeleid, had het CDA voor de motie op stuk nr. 835 (24515) willen stemmen.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd. Dank u wel.

In stemming komt de motie-Zwinkels (36945-VII, nr. 9).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kathmann (36945-VII, nr. 10).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de PvdD, het CDA, de VVD, JA21 en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kathmann (36945-VII, nr. 11).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21 en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-El Boujdaini (36945-VII, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Verkuijlen (36945-VII, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van PRO, de SP en de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vermeer (36945-VII, nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de ChristenUnie en JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vermeer (36945-VII, nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vermeer (36945-VII, nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is aangenomen.

De Friese taal, hè, meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

De Friese taal, voorzitter. Wij willen worden geacht voor de motie op stuk nr. 14 te hebben gestemd.

De voorzitter:

Ik dacht het al. We hebben het genoteerd.

Stemmingen moties Jaarverslag en slotwet Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2025

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2025,

te weten:

de motie-Kröger over het internationaal positioneren van Nederland als voorvechter van vrouwenrechten (36945-XVII, nr. 9);

de motie-Kröger over een beleidsagenda voor het tegengaan van krimpende maatschappelijke ruimte (36945-XVII, nr. 10);

de motie-Verkuijlen c.s. over zich er in EU-verband hard voor maken dat handelsakkoorden sneller kunnen worden toegepast op basis van de geaccordeerde Engelse tekst (36945-XVII, nr. 11);

de motie-Verkuijlen c.s. over zich inzetten om handelsbelemmeringen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk zo snel mogelijk weg te nemen (36945-XVII, nr. 12).

(Zie wetgevingsoverleg van 18 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Kröger (36945-XVII, nr. 9).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de VVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger (36945-XVII, nr. 10).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Verkuijlen c.s. (36945-XVII, nr. 11).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Verkuijlen c.s. (36945-XVII, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Begrotingen van BZK, EZ en JenV betreffende digitale zaken

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de begrotingen van BZK, EZ en JenV voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitale zaken,

te weten:

de motie-Kathmann c.s. over publieke financiering voor ontwikkelaars van lespakketten voor de digitale veiligheid van (36800-VII, nr. 70).

(Zie wetgevingsoverleg van 2 maart 2026.)

De voorzitter:

De motie-Kathmann c.s. (36800-VII, nr. 70) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Kathmann, Van den Berg, Dassen, Beckerman, Teunissen, Vermeer en Struijs, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ruim de helft van jongeren negatieve ervaringen heeft online;

overwegende dat jongeren geholpen zijn bij speelse manieren om digitaal weerbaar te worden die aansluiten bij hun leefwereld;

overwegende dat verschillende ministeries verantwoordelijk zijn voor de onlineveiligheid van jongeren, maar een centrale financiering voor publiek-private samenwerkingen in dit domein ontbreekt, zoals ook gesteld in de initiatiefnota Veilig Online;

overwegende dat bekende organisaties nu al lespakketten voor jongeren ontwikkelen die invulling geven aan de beleidsdoelen van de betrokken ministeries, maar zij hiervoor geen publieke financiering ontvangen;

verzoekt de regering om ontwikkelaars van lespakketten voor de digitale veiligheid van jongeren financieel tegemoet te komen en vanuit bestaande departementale budgetten te komen tot een publieke financiering van minstens één jaar;

verzoekt de regering om hierbij rekening te houden met de financieringsopties voorgesteld in de initiatiefnota Veilig Online, en de Kamer over dit voorstel te informeren in de verzamelbrief Digitalisering in Q3 van 2026,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 70 (36800-VII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kathmann c.s. (36800-VII, nr. ??, was nr. 70).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SGP, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming brief Beroep op artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016 ten behoeve van de suppletoire begroting Infrastructuur en Waterstaat

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat over een beroep op artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016 ten behoeve van de suppletoire begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) (36915-XII, nr. 19).

De voorzitter:

In stemming komt het voorstel van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat om uit te spreken dat de Kamer zich deugdelijk geïnformeerd acht over het beroep dat de minister van Infrastructuur en Waterstaat op 11 juni 2026 heeft gedaan op artikel 2.27, tweede lid van de Comptabiliteitswet 2016 ten behoeve van een uitgave die is opgenomen in de eerste suppletoire begrotingswet Infrastructuur en Waterstaat samenhangende met de Voorjaarsnota.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dat waren de stemmingen. Ik dank u wel. Ik schors een enkel ogenblik.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering.

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.

Ik stel voor de volgende wetsvoorstellen toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

Wijziging van de Plantgezondheidswet in verband met het opnemen van regels over een spoedige bekendmaking en inwerkingtreding van beschermende maatregelen tegenplaagorganismen bij planten (36901);

Wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2842 over visserijcontrole met betrekking tot de maximaal op te leggen bestuurlijke boete (36899).

Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van JA21 bij de stemmingen op donderdag 18 juni jongstleden over het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het jaar 2026 (36915-VIII) geacht wenst te worden vóór het wetsvoorstel te hebben gestemd.

Aangezien alle sprekers zich hebben teruggetrokken, wordt het tweeminutendebat Verdienvermogen van Nederland van de agenda afgevoerd.

Op verzoek van de fractie van PRO benoem ik:

in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het lid Mohandis tot lid in plaats van het lid Kröger en het lid Kröger tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

in de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid het lid Mohandis tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Bromet;

in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid Bolhuis als plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

in de vaste commissie voor Digitale Zaken het lid Bolhuis als plaatsvervangend lid in plaats van het lid Bromet;

in de commissie voor de Rijksuitgaven het lid Zalinyan als plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

in de commissie voor de Werkwijze het lid Bromet tot lid in de bestaande vacature en het lid Moorman tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Kathmann.

Ik deel aan de Kamer mee dat voor de volgende debatten de termijn voor toekenning is verlengd:

het debat over het bericht dat Amerikaanse wetgevers bij tien techbedrijven gevoelige data van EU-ambtenaren hebben uitgevraagd;

het debat over de gevolgen van online verslavingen van kinderen voor de samenleving;

het dertigledendebat over de brief van de Europese Commissie waarin het kabinet wordt gemaand tot maatregelen om het verbruik van energie en brandstof te beperken;

het debat over de toename van eergerelateerd geweld in Nederland;

het debat over asiel en migratie;

het dertigledendebat over de oplopende inflatie en stijgende kosten van basisbehoeften in Nederland;

het dertigledendebat over ouderen die werkloos raken.

Op verzoek van het lid Van der Plas stel ik voor haar motie op stuk nr. 831 (28684) opnieuw aan te houden.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

het tweeminutendebat Toekomstagenda "zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking" (24170, nr. 398), met als eerste spreker het lid Wiersma van BBB;

het tweeminutendebat Staatsdeelnemingen (CD d.d. 18/06), met als eerste spreker het lid Kostić van de Partij voor de Dieren;

het tweeminutendebat Voedselveiligheid (26991, nr. 597), met als eerste spreker het lid Wiersma van BBB;

het tweeminutendebat Besluit statusverlening Nationaal Park Hollandse Duinen (33576, nr. 507), met als eerste spreker het lid Van der Plas van BBB;

het tweeminutendebat Uitvoering amendement-Stoffer/Rooderkerk over het verhogen van het bedrag voor het Nationaal Onderwijsmuseum (36800-VIII, nr. 172), met als eerste spreker het lid Stoffer van de SGP.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Ik wijs de leden er, na de stemmingen van zojuist, op dat een toezegging van het kabinet net zoveel waard is als een motie. Meneer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):

Maar bij een aangenomen amendement kun je daar nog discussie over krijgen, voorzitter. Daarom vragen mevrouw Rooderkerk, de heer Mohandis en ik of dat laatste tweeminutendebat, Uitvoering amendement Stoffer en Rooderkerk, nog voor de zomer ingepland kan worden. Anders is het museum namelijk gewoon dicht.

De voorzitter:

U heeft het niet van tevoren aangekondigd, dus daar moeten we toch een beetje strak in zijn.

De heer Stoffer (SGP):

Jazeker wel, voorzitter, en ik heb meegekregen dat ik het hier moest melden.

De voorzitter:

Het staat niet op de lijst van de regeling van werkzaamheden. Maar ik kijk even rond of er een meerderheid is om dit te doen. Wie steunt het voorstel van de heer Stoffer?

De heer Krul (CDA):

In bredere zin ben ik eigenlijk wel benieuwd wat onze ambitie is als het gaat om al die tientallen tweeminutendebatten die we voor de zomer gaan doen. Als u zegt "ik ben niet van plan ze allemaal te gaan doen", dan ben ik ook niet zo genegen om bij deze te zeggen dat we het wel moeten doen.

De voorzitter:

Het voornemen is echt niet om alles voor de zomer te behandelen. Dat hoeft ook niet. Er komen nog Europese Raden, zoals u weet, en die hebben deadlines, dus die plannen we zeker nog wel in, maar als we alles wat er nog staat, gaan inplannen, dan denk ik dat we nog twee of drie keer zulke stemmingen krijgen als de afgelopen twee uur. Dat is niet mijn ambitie, maar alles is uiteindelijk aan de Kamer, natuurlijk.

De heer Krul (CDA):

Dan geen steun.

De heer Vermeer (BBB):

Hier staat een museum op het spel en dat is een keiharde deadline, dus steun.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Hetzelfde. Steun.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter. Ik hoor inderdaad dat het spoedeisend is vanwege het museum daar, dus dan moeten we het volgende week gewoon doen, denk ik. Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

De heer Stöteler (PVV):

Steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Geen steun.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Steun.

De voorzitter:

Geen meerderheid. Maar met mevrouw Rooderkerk erbij is er toch een meerderheid. En meneer Van der Lee? Mijn verontschuldigingen, meneer Stoffer, maar we moeten het wel even op deze manier met elkaar doen om een beetje orde in de chaos te houden.

Het woord is aan mevrouw Zwinkels voor een verzoek namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Ik zou u willen verzoeken om het debat over Solvinity na de bezwaar- en beroepsperiode te voeren, zodat het kabinet meer openheid kan geven en wij een volwaardig debat kunnen hebben. Deze periode eindigt op 6 juli. Daarom zou ik willen voorstellen om dit debat na de zomer zo snel mogelijk te voeren. Dit verzoek doe ik mede namens de VVD, mijn collega El Boujdaini van D66 en, zo begreep ik, ook mede namens PRO.

De voorzitter:

De urgentie voor het inplannen is dus na het zomerreces.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Na het reces: altijd prima.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Steun.

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter. De beroepstermijn loopt op 17 augustus af, dus ik zou willen voorstellen om het niet "snel", maar direct in de eerste week na het zomerreces te doen. Ik wil daarbij ook een Kamerbrief vragen van het kabinet met een reactie op de uitslag van het kort geding, want de uitslag van de Kamervragen van ons, komt gewoon niet overeen met de gelekte BTI-toets.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Steun.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

De voorzitter:

Er is een meerderheid.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank u wel.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Neijenhuis … Meneer Van den Berg?

De heer Van den Berg (JA21):

Heel kort, voorzitter. Er zit nog wel discrepantie tussen "snel" en "de eerste week na het zomerreces". Ik wil toch even checken of daar draagvlak voor is omdat dit debat meerdere keren is uitgesteld, toen heel snel naar voren moest …

De voorzitter:

Ja, ja. Het verzoek zegt "snel na het zomerreces" en daar is een meerderheid voor. Dit is wat het is, meneer Van den Berg. Wat u vraagt is een nieuw verzoek, dus dat gaan we niet doen.

De heer El Abassi zal zijn verzoeken als laatste van de lijst doen, dus ik geef het woord nu aan de heer Neijenhuis namens D66. Gaat uw gang.

De heer Neijenhuis (D66):

Voorzitter, dank u wel. Vaak gaan debatten hier over het gedoe van de week, terwijl ze zouden moeten gaan over de grote opgaven van Nederland. Zo'n grote opgave is bijvoorbeeld dat veel mensen graag meer zouden willen werken, juist op de plekken waar nu mensen de gevolgen merken van tekorten. Ik noem lege klassen, sluitende horecabedrijven of overwerkte verpleegkundigen vanwege te weinig collega's. Over dat soort complexe en ingrijpende problemen zouden we als Kamer vaker grondig van gedachten moeten wisselen, omdat ik werkelijk geloof dat we dan eindelijk die doorbraken kunnen realiseren voor al die mensen. Daarom verzoek ik mede namens collega Michon-Derkzen om een plenair debat hierover.

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid heeft.

De heer Schenk (FVD):

Belangrijk onderwerp, steun.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. We hebben morgen een debat over de arbeidsmarkt, dus daar kan dit prima terechtkomen. Geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Terecht onderwerp, maar ik denk dat het het snelst morgen bij het commissiedebat kan.

Mevrouw Patijn (PRO):

Daar sluit ik me bij aan. Geen steun.

De heer Krul (CDA):

Daar sluit ik me bij aan.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ondanks dat ik het er heel erg mee eens ben dat het een van de grote opgaven is, sluit ik me ook aan bij de vorige sprekers. Geen steun.

Mevrouw Raijer (PVV):

Daar sluiten wij ons ook bij aan.

De heer Vermeer (BBB):

Insgelijks.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Geen steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Kan morgen. Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid. Een dertigledendebat? Ja, we zetten 'm op de lijst.

Het woord is aan mevrouw Kröger namens PRO. Gaat uw gang.

Mevrouw Kröger (PRO):

Voorzitter. Al jaren wordt de situatie bij Schiphol gedoogd. De rechter was duidelijk: de rechten van omwonenden op een gezonde leefomgeving moeten beter worden beschermd en daarom moet er snel een nieuw luchthavenverkeerbesluit komen. Nu ligt er een concept-LVB in de Kamer en de milieueffectrapportage moet nog worden aangepast. Het is van groot belang dat dit LVB echt robuust is, voldoende bescherming biedt en deze keer wél standhoudt bij de rechter.

We hebben een dubbel verzoek. Het eerste verzoek is aan de minister om het LVB na ommekomst van het advies van de Raad van State eerst in concept nog met de Kamer te delen voordat het definitief wordt vastgesteld. Het tweede verzoek is om daar als Kamer dan een plenair debat over te voeren.

De voorzitter:

Zo staat het inderdaad in de aanvraag.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Steun.

De heer Peter de Groot (VVD):

Geen steun.

De heer Köse (D66):

Ja, voorzitter, belangrijk dat we dit nog gaan zien.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Het is heel belangrijk dat we dit zorgvuldig doen, dus van harte steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Nee, het traineren moet juist stoppen. Geen steun.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Geen steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Kröger (PRO):

Dan wil ik graag een dertigledendebat.

De voorzitter:

Ja, we zetten 'm erbij.

Het woord is aan de heer Claassen namens de groep Markuszower. Gaat uw gang.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Ik heb twee debatverzoeken. Het eerste. De Rekenkamer is vernietigend over de politie en deze minister. 10.000 aangiftes zijn blijven liggen, waaronder honderden ernstig gewelds- en zedenzaken. Terwijl de slachtoffers wachten op recht, legt dit kabinet de prioriteit bij onlinecriminaliteit. Wat ons betreft is dit onacceptabel. Slachtoffers zijn door deze minister volledig in de steek gelaten. We zouden daarom graag een debat willen met de minister van Justitie en Veiligheid.

De voorzitter:

Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Een belangrijk onderwerp, maar op 9 september is het commissiedebat Politie en daar kan het worden ingebracht. Dat gaat echt veel sneller en dan doen we hier veel meer recht aan dan door nu een debat aan te vragen. Geen steun.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Er is echt nú een wetgevingsoverleg van zes uur bezig van Justitie en Veiligheid, waar dit onderwerp besproken kan worden. Collega Coenradie gaat op dit moment, geloof ik, ook los over dat onderwerp, dus dat kan uitstekend daar.

Mevrouw Patijn (PRO):

Steun.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Steun.

Mevrouw Jagtenberg (D66):

Steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

De heer Stöteler (PVV):

Ja, in de Troelstrazaal is een wetgevingsoverleg gaande. Daar kan het bij.

De heer Krul (CDA):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

Uw tweede verzoek.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Dan gaan we kijken of het tweede ook gaat lukken. Dat is eigenlijk net zo erg, misschien wel erger. Nederland wordt er helemaal gek van dat vermeende statushouders, asielzoekers, deze kant opkomen en dan onder valse voorwendselen proberen hier een status te krijgen. De overheid trapt daar gewoon keihard in. Wij vinden dat ons asielsysteem daardoor wordt misbruikt door gelukszoekers. Het is ongekend. Dat moet stoppen en daarom vinden wij dat we daarover heel snel, althans na het zomerreces, in gesprek moeten met de minister van Asiel en Migratie.

De voorzitter:

Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Geen steun.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

De heer Van Baarle (DENK):

Er wordt met zeer grote regelmaat over dit onderwerp gesproken, dus geen steun.

Mevrouw Jagtenberg (D66):

Geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Ja, steun om het hierover te hebben. Ik denk alleen wel dat het het snelste is om het toe te voegen aan het plenaire asieldebat dat al gepland staat. Het lijkt me goed om dat op zo kort mogelijke termijn in te plannen. Maar in ieder geval wel steun om over dit onderwerp te spreken.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik wil me daarbij aansluiten, want het is natuurlijk verschrikkelijk wat er gebeurt. Er komt mogelijk ook nog een tweeminutendebat Asiel- en vreemdelingenbeleid voor het zomerreces. Daar kunnen we het ook inbrengen. Dus voor nu even geen steun.

Mevrouw Patijn (PRO):

Volgens mij worden mensen maar van één ding gek. Dat zijn al die asieldebatten, terwijl de echte dingen niet aan de orde komen. Geen steun.

De heer Stöteler (PVV):

Laten we het betrekken bij dat al geplande debat.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Het woord is aan mevrouw Oualhadj namens de fractie van D66.

Mevrouw Oualhadj (D66):

Yes, dank u wel, voorzitter. Gisteren stuurden vrijwel alle Nederlandse universiteiten, onderzoekers, kennisinstellingen, ruim 80 investeerders, waaronder Invest-NL, en bedrijven zoals Philips een brief aan de Kamer over het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie, ook wel NADI genoemd. Hun boodschap is helder: de ambitie is goed, maar met de nu voorziene vorm en schaal kan NADI niet geloofwaardig van start. Dat raakt Nederlanders, want het raakt een fundamentele keuze over ons toekomstig verdienvermogen. Die keuze moeten wij maken. De beloofde brief van het kabinet laat wel erg lang op zich wachten.

De voorzitter:

Uw verzoek?

Mevrouw Oualhadj (D66):

Daarom wil ik graag een plenair debat met de minister van Economische Zaken over de oprichting en de inrichting van NADI, zodat geen tijd verloren gaat.

De voorzitter:

Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Voorzitter, steun. Maar ik wil wel eerst een brief voordat dit wordt ingepland.

De heer Van der Lee (PRO):

Mede namens het CDA ook steun van PRO, maar ik wil wel graag dat mijn Kamervragen beantwoord zijn voordat we het debat hebben. Waarschijnlijk wordt het toch na de zomer, dus dat gaat hopelijk lukken, maar die antwoorden heb ik wel nodig.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Morgen is het debat Innovatie. Dat is echt snel, dus misschien kan het daarin meegenomen worden. Geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Geen steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen ... U heeft wel een meerderheid. Ja, een meerderheid.

Het woord is aan meneer Boon. O, daar bent u. Ik zag u niet. Gaat uw gang.

De heer Boon (PVV):

Voorzitter. Het CBS kwam met schokkende cijfers: de helft van de statushouders is na drie jaar nog steeds niet ingeburgerd. Inburgering is geen recht maar een gunst. In de praktijk blijkt dat inburgeren totaal niet serieus wordt genomen. We moeten in deze Kamer nu echt debatteren over wat we doen met mensen die na jaren in Nederland nog steeds weigeren te integreren. De PVV vindt dat het tijd is voor uitburgering en remigratie in plaats van eindeloze excuses of extra geld. Daar wil ik graag een debat over.

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid heeft.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

We hebben decennialang VVD-beleid gehad hierop. Nu hoorde ik de VVD bij het vragenuur zeggen: o, erg, erg, erg. Volgens mij komt dat door het gevoerde beleid van de afgelopen decennia. Ik vind het belangrijk dat dit debat gevoerd wordt. Ik zou ook willen vragen of de minister van Asiel en Migratie erbij komt. Ondanks dat er een vragenuur is geweest, wil ik toch ook een brief met uitleg hoe dit kan.

De heer Ceulemans (JA21):

Voorzitter. Goed om hier een keer een groot los debat over te hebben, dus steun voor het verzoek.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Voorzitter. Ik vind het goed dat we dit in het vragenuurtje hebben besproken. Die brief die mevrouw Van der Plas voorstelt, steun ik ook zeer.

De voorzitter:

En het debat?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Ik zou willen voorstellen om dit te doen in het commissiedebat dat in oktober staat gepland, want ik denk dat we niet sneller plenair staan. Dus geen steun voor plenair, oktober commissiedebat.

Mevrouw Biekman (D66):

Geen steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Dit kwam tijdens het vragenuur aan bod, maar wat niet aan bod kwam, was de aanleiding hiertoe. Dit komt doordat we te lang mensen niet hebben laten werken, waardoor je nu de situatie hebt dat deze mensen moeite hebben om aan te haken, wat al voorspeld was. Het is ook goed om de politieke verantwoordelijkheid daarvoor te bespreken, dus steun om dit apart verder te bespreken.

De heer Van Baarle (DENK):

Racistische oproepen tot deportaties steunen wij niet.

De heer Schenk (FVD):

Van harte steun voor dit belangrijke verzoek.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Maar zeker steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid. Dertig leden wel; we zetten 'm op de lijst.

Het woord is aan mevrouw Beckerman namens de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Een paar weken geleden vroeg ik om een plenair debat over Groningen. Een meerderheid zei toen: nee, dat gaat sneller in het commissiedebat. En nu is het commissiedebat uitgesteld omdat de minister plenair moet staan. Nu dreigen we niet te kunnen debatteren, terwijl er 8.000 versterkingsrapporten zijn met potentiële fouten, er 329 schaderapporten kwijt zijn en er snoeiharde kritiek is van de Ombudsman, het ACVG en maatschappelijke organisaties. Ik vind het echt onbestaanbaar dat we daar niet over zouden kunnen debatteren. Daarom vraag ik om mijn staande dertigledendebat om te zetten naar een meerderheidsdebat en dat nog voor het zomerreces in te plannen.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u daar een meerderheid voor heeft.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter. De Groningers zijn al vaak genoeg in de steek gelaten, dus van harte steun voor dit debat.

De heer Bushoff (PRO):

Het commissiedebat is nota bene al twee keer uitgesteld. Ik denk dat het heel hard nodig is dat we hierover spreken, over alles wat er in Groningen gaande is, zeker na het nieuws van de afgelopen weken, dus van harte steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Geen steun.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Steun.

De heer Köse (D66):

Het is belangrijk om ook de reactie van de provincie af te wachten. Daarom geen steun, om het zo snel mogelijk na het reces te doen.

De heer Krul (CDA):

Daar sluit ik me bij aan.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Steun.

De heer Stöteler (PVV):

Voor ons hoeft dit niet voor het reces, voorzitter.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid. Geen nabeschouwingen meer, mevrouw Beckerman. De tijd is echt op.

Het woord is aan de heer Schenk voor zijn verzoek namens Forum voor Democratie. O, een vooraankondiging. Gaat uw gang.

De heer Schenk (FVD):

Ik had begrepen dat dat vanaf hier bij de interruptiemicrofoon moet.

De voorzitter:

Ja.

De heer Schenk (FVD):

Bij dezen een vooraankondiging voor een tweeminutendebat Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, met het verzoek dat deze week in te plannen, inclusief stemmingen.

De voorzitter:

Dat gaan wij zo doen.

Dan nodig ik u nu wel hier uit bij het spreekgestoelte, want u heeft ook nog een ander verzoek.

De heer Schenk (FVD):

Dank, voorzitter. Uit een recente peiling van Het Financieele Dagblad blijkt dat Nederlandse ondernemers dit kabinet beoordelen met een 4.6, een dikke onvoldoende dus. Bijna de helft van de ondernemers stelt investeringen uit vanwege onzekerheid over meerdere dingen, zoals stikstofbeleid en netcongestie. Een op de zeven ondernemers overweegt activiteit naar het buitenland te verplaatsen als deze onzekerheid aanhoudt. Dit zijn buitengewoon zorgwekkende signalen. Ondernemers vormen de motor van onze economie. Een verslechterde situatie voor hen betekent een verslechterde situatie voor Nederland als geheel. Daarom verzoek ik een debat met de premier, de minister van EZK en de minister van SZW, want het wordt tijd dat we het kabinet een andere richting op gaan sturen betreffende dit uitermate belangrijke onderwerp.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.

De heer Van der Lee (PRO):

Ik ben geen voorstander van debatten over peilingen en er is volgende week een mkb-debat waarbij dit prima kan worden ingebracht. Geen steun dus.

De heer Stöteler (PVV):

Wij wilden ook naar dat mkb-debat verwijzen. Als dat onvoldoende blijkt, zien we meneer Schenk hier graag terug na het reces.

De heer Vermeer (BBB):

Steun.

Mevrouw Biekman (D66):

Geen steun.

De heer De Beer (VVD):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Schenk. Meneer Ceulemans nog?

De heer Ceulemans (JA21):

Ik wilde me aansluiten bij de heer Stöteler.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Het woord is aan meneer De Hoop, of iedere andere afvaardiging namens de PRO-fractie, mevrouw Patijn in dit geval, die een vooraankondiging doet.

Mevrouw Patijn (PRO):

Ja, voorzitter. Dank. Ik wil namens de heer De Hoop de vooraankondiging doen voor een tweeminutendebat Strategische keuzes bereikbaarheid, in te plannen vóór het zomerreces.

De voorzitter:

Dit betreft een tweeminutendebat niet in aanloop naar een raad, dus ik wens daar wel een meerderheid voor te hebben, aangezien de tweeminutendebattenlijst onnoemelijk lang is. Dat hebben we vanmiddag in de stemmingen gezien en dat gaan we nog heel vaak merken als we onszelf niet een klein beetje beteugelen in het inplannen van tweeminutendebatten. Maar u weet het, u kent me: u gaat daarover als Kamer.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik wil dat wel graag steunen, want het hele land staat op slot en dat lijkt mij dringend genoeg.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Met dezelfde argumentatie: helemaal mee eens. Het gaat over ons spoor, over onze wegen, over onze bruggen, en dan wordt er ook nog een keer gezegd dat we voor heel Noord-Nederland geen geld meer hebben om daar iets aan het asfalt te gaan doen. Sommige mensen vragen zich dan ook af: hoe kom je nog veilig thuis?

De heer Ceulemans (JA21):

Steun om het vóór het reces te doen.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

De heer Köse (D66):

Steun.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Ik moet het namens mijn woordvoerder die erover gaat, steunen.

De voorzitter:

Dan zie je eens hoe u zich erbij voelt.

De heer Krul (CDA):

Geen steun.

De heer Stöteler (PVV):

Steun.

De heer De Beer (VVD):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft desondanks een meerderheid, mevrouw Patijn. Van harte gefeliciteerd.

Het woord is aan mevrouw Coenradie, of iedere andere afvaardiging namens JA21. Meneer Ceulemans van JA21.

Ik blijf gewoon vasthouden aan mijn lijst.

De heer Ceulemans (JA21):

Voorzitter, dank. Ik ben multi-inzetbaar; dit keer namens mevrouw Coenradie, die op dit moment een debat heeft. JA21 is zeer geschrokken van het Volkskrantartikel over ouderverstoting: kinderen van gescheiden ouders worden vaak gedwongen om bij de ouder te gaan wonen waar ze juist niet willen wonen, een omstreden methode die door SAVE wordt gebruikt en waar ook de politie ernstige twijfels over heeft. We moeten hier met spoed naar kijken, want er zijn meerdere uithuisplaatsingen aanstaande die in onze ogen onnodig zijn als ze gefundeerd zijn op die methode. Ik weet dat de agenda erg vol zit, maar ik heb tegelijkertijd van collega Coenradie begrepen dat hier best breed draagvlak voor is. Vandaar het verzoek om dit debat vóór het reces in te plannen.

De voorzitter:

Dat is niet het verzoek waar alle fracties zich op hebben voorbereid in de fractievergaderingen.

De heer Ceulemans (JA21):

Even kijken. Dan staat hij ...

De voorzitter:

Nee.

De heer Ceulemans (JA21):

O.

De voorzitter:

Dus een debat.

De heer Ceulemans (JA21):

Een debat, dan, ja.

De heer Schenk (FVD):

Steun voor een debat en ook steun om het eventueel vóór de zomer te doen.

De heer Krul (CDA):

Geen steun.

Mevrouw Patijn (PRO):

Steun.

Mevrouw Jagtenberg (D66):

Steun. Dit zijn ernstige signalen, waar we ook schriftelijke vragen over hebben gesteld. Wel is het fijn als vóór het debat die schriftelijke vragen beantwoord kunnen zijn.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Het is absoluut belangrijk om dit debat te houden, maar niet vóór het zomerreces.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Steun voor mevrouw Coenradie.

De heer El Abassi (DENK):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid voor het debat, maar niet voor het inplannen vóór het zomerreces.

Het woord is aan meneer Claassen namens Groep Markuszower.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

We hadden het net in het mondeling vragenuur over hitte in de klas. Ik zie overigens dat er een omissie zit in de aanvraag van dit debat, want dat moet ook met de minister van VRO zijn. De klassen zijn heet. Er is een wet, een uitvoeringsplicht, de GACS-verplichting, waarin staat dat openbare gebouwen aan een bepaalde norm moeten voldoen. Die norm wordt nog een keer verlaagd, waardoor het bijna totaal onhaalbaar wordt, zeker voor de lagere overheden, om te zorgen dat klassen, scholen et cetera gaan voldoen, om te zorgen dat die klassen allemaal een aircootje kunnen ophangen.

De voorzitter:

Uw verzoek?

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Om te voorkomen dat we hier volgend jaar weer staan, met de volgende mondelinge vraag over sluitende scholen, is het verzoek om hierover een debat te voeren om te horen wat de voortgang met de GACS-verplichting is.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar een meerderheid voor is.

De heer Krul (CDA):

De uitgebreide en technische uitleg van de heer Claassen doet mij even twijfelen, maar ik ga hiervoor toch geen steun uitspreken.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dit onderwerp kan werkelijk bij bijna alle commissiedebatten — er zijn ook drie ministers genoemd — worden ingebracht de komende tijd. Dat zou ik dan ook doen, dus geen steun voor een plenair debat.

Mevrouw Biekman (D66):

Ook van D66 geen steun voor dit debat.

Kamerlid Kostić (PvdD):

We zien dat onze kinderen niet meer normaal naar school kunnen door de klimaatcrisis, dus van harte steun om daar een debat over te voeren.

De heer De Beer (VVD):

Geen steun, voorzitter.

De heer Van Baarle (DENK):

Het is er tijdens het vragenuur uitgebreid over gegaan, maar het is wel zorgelijk dat de staat van onze schoolgebouwen niet op orde is, dus in die zin: steun.

De voorzitter:

Maar u heeft geen meerderheid, meneer Claassen.

Dan nodig ik mevrouw Rooderkerk uit. Nee, dat verzoek is van de agenda. De Griffier had mij daar goed over geïnformeerd.

Dan is het woord aan mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren, voor een verzoek om een debat voor het zomerreces.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Voorzitter. Extreme hitte teistert Nederland en Europa. Grote delen van Frankrijk hebben zelfs code rood. Dat betekent: gevaarlijk en extreem weer. Mensen en dieren lijden onder de hitte. De Nederlandse overheid heeft de plicht om de eigen bevolking tegen de levensgevaarlijke klimaatverandering te beschermen, maar dat doet het kabinet niet. Sterker nog, het gooit alleen maar extra olie op het vuur. Het kabinet draait maatregelen voor het klimaat terug en midden in de klimaatcrisis wil het kabinet ook nog eens een vliegveld openen. Ik wil dus nog voor het zomerreces hierover een debat met de minister-president, tevens voormalig klimaatdrammer, en met de minister van Klimaat. Heel snel, dus voor het zomerreces.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u daar een meerderheid voor heeft.

De heer Van der Lee (PRO):

Wij willen graag het debat steunen. Ik hoop dat de Voorzitter nog een gat vindt. Ik denk dat het lastig wordt, maar we steunen het wel.

De voorzitter:

Dat denkt u?

De heer Van der Lee (PRO):

Ja, maar we steunen het toch.

De heer Vermeer (BBB):

We hebben hier ontzettend veel debatten over klimaat. Daar kan het allemaal in worden ondergebracht. We moeten "weer" ook niet verwarren met "klimaat".

De heer Köse (D66):

We hebben na de zomer bijvoorbeeld een debat over klimaatbeleid. Ik denk dat het daar kan, dus geen steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Voorzitter. We willen allemaal die kindertjes in de klas. We kunnen de klimaatcrisis aanpakken, wat heel lang duurt. We kunnen ook airco's gaan ophangen; dat zou mijn voorstel zijn, dus geen steun.

De heer Dassen (Volt):

Steun.

De heer Stöteler (PVV):

Geen steun.

De heer De Beer (VVD):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

De voorzitter:

Nee, nee, nee, geen toegiften meer. Daar hebben we helemaal geen tijd voor.

Meneer Dassen heeft nog een verzoek, ook voor vóór het zomerreces. Gaat uw gang.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Vandaag kwamen de inlichtingendiensten, de zogenaamde Five Eyes, naar buiten met een gezamenlijk statement, iets wat zelden voorkomt. Het Verenigd Koninkrijk, Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en ook Canada zeiden met elkaar: politiek, kom nu in actie, want de AI-modellen breken binnen maanden door de overheid en door bedrijven heen. Het lijkt mij heel verstandig dat we hier nog voor het reces over debatteren met de minister-president, de minister van Defensie en de minister van Economische Zaken. Ik zou graag voor dat debat een brief ontvangen — als er geen steun is, ontvang ik graag in ieder geval een brief — met een reactie op het artikel en antwoorden op de volgende vragen. Wat gaat het kabinet de komende maanden hieraan doen? Is de minister-president bereid om een extra Europese Raad in te lassen om samen met Europese collega's een actieplan op dit punt te krijgen en ervoor te zorgen dat er nu daadwerkelijk wat gaat gebeuren? Anders lopen wij straks achter deze dreiging aan. Die komt nu vanuit Amerika, maar ook China heeft inmiddels modellen die dit snel kunnen.

De voorzitter:

Uw informatieverzoek geleiden we door naar het kabinet. Ik ga kijken of er steun is.

Mevrouw Kathmann (PRO):

Steun, want na het reces zijn we echt te laat.

De heer Van Baarle (DENK):

Ik twijfelde eerlijk gezegd of we dit nog voor het reces zouden moeten doen, maar de heer Dassen heeft mij op zijn eloquente wijze overtuigd.

De heer Schenk (FVD):

Steun voor het debat.

De heer Stöteler (PVV):

Voorzitter. Een debat hierover is goed, maar dat hoeft wat ons betreft niet voor het reces.

De heer Krul (CDA):

Geen steun.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Ik was aan het twijfelen. Ik heb aan AI gevraagd wat te doen en die zei: niet steunen.

Mevrouw Jagtenberg (D66):

Geen steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Een goed onderwerp om over te praten, maar we gaan met een debat hier echt niet ervoor zorgen dat we het in een paar weken oplossen. Het kan dus na het zomerreces.

De heer De Beer (VVD):

Geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Geen steun voor een debat voor het reces.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, maar ik zal het informatieverzoek doorgeleiden naar het kabinet.

De heer Dassen (Volt):

Heb ik wel 30 leden, voorzitter?

De voorzitter:

Ja. We zetten het op de lijst van dertigledendebatten. Zeker, bij dezen.

Het woord is aan meneer Jimmy Dijk voor zijn verzoek namens de SP.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dank u wel, voorzitter. Voor steeds meer Nederlanders wordt ons land onbetaalbaar. We zien dat mensen in de financiële problemen komen. De problemen van mensen zijn steeds verder toegenomen. Mensen kunnen hun rekeningen niet meer betalen. Dat geldt op dit moment al voor 38% en onder jongeren is dat zelfs meer dan 50%. Er zijn stijgende huren, een hoger eigen risico, een stijgende energierekening, onbetaalbare brandstof en ga zo maar door. Daarom zou het erg goed zijn om een debat te voeren over de financiële problemen waarin mensen in dit land zitten. Daar hebben we het in deze Kamer veel te weinig over, zeker in de plenaire zaal. Het zou erg goed zijn om niet voor het zomerreces, maar daarna een debat erover te voeren. Een van de debatten over mensen met problematische schulden, een meerderheidsdebat, staat al op mijn naam en vervalt helaas op 1 september. Daarom doe ik deze aanvraag opnieuw, omdat de problemen sindsdien veel groter zijn geworden.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.

Mevrouw Patijn (PRO):

Steun, en zeker ook omdat het gaat over jonge mensen die onzeker werk hebben en vaak veel te hoge huren.

De heer Van Baarle (DENK):

Steun. Er staan al wat meer debatten over dit onderwerp gepland. Als het samengevoegd kan worden en snel ingepland, dan zou dat goed zijn. Steun dus.

De heer Krul (CDA):

Overtuigend verhaal ter vervanging van een debat dat komt te vervallen. Misschien samenvoegen met het andere al ingeplande debat en dan wel na het zomerreces, dus steun.

Mevrouw Raijer (PVV):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

Mevrouw Biekman (D66):

Ik sluit mij aan bij de woorden van het CDA. Ik was in de veronderstelling dat er na de zomer een commissiedebat over armoede en schulden is, maar als we alles op één hoop kunnen gooien, dan steun ik dit verzoek.

De heer Schenk (FVD):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Ja, met de heer Krul eens.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Wat meneer Krul zei.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid, meneer Dijk.

Het woord is aan lid Kostić voor een vooraankondiging.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ja, dank. 25 juni is er een Milieuraad en wij zouden graag een tweeminutendebat inclusief stemmingen deze week willen.

De voorzitter:

En daar zit een deadline op, dus dat gaan we doen. Dank u wel.

Het woord is aan meneer El Abassi voor zijn verzoeken namens DENK.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. Het tellen gaat door en ondertussen staat de teller op meer dan één moskee per week. Moslimorganisaties luiden de noodklok. In die moskeeën zijn kinderen aanwezig, zijn vrouwen aanwezig, zijn ouderen aanwezig. Wij kunnen hier vanuit de Kamer voorkomen dat hen iets ernstigs overkomt. Om dat te voorkomen wil ik graag in debat met de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Binnenlandse Zaken. Ik vraag dit ook namens Bamenga en Dassen.

De voorzitter:

D66 en Volt. Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.

De heer Krul (CDA):

Steun.

Mevrouw Tseggai (PRO):

Steun namens PRO.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Van harte steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

Mevrouw Biekman (D66):

Steun namens D66.

De voorzitter:

We hebben nog geen meerderheid.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Sorry, voorzitter. Ik zag de heer El Abassi niet op de lijst staan. Ik kan dit wel steunen.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

De heer El Abassi (DENK):

Dank u wel, voorzitter.

Ik hou het andere verzoek heel kort. Ook hierover heb ik vaak debatten aangevraagd. Het gaat om azc-demonstranten. We hebben gezien hoe vaak het verkeerd gaat en we hebben nu ook in het onderzoekje dat door de NOS gedaan is, kunnen lezen dat er binnen die demonstranten een groepje is dat ervoor zorgt dat ze de rest ophitsen. Volgens mij kunnen we hier echt samen voorkomen dat het vaker verkeerd gaat. Daarom vraag ik nog een keer een debat aan met de minister van Justitie en Veiligheid.

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid heeft.

Mevrouw Biekman (D66):

Steun, maar wel met de opmerking dat er na de zomer al een commissiedebat gepland staat. De vraag is dus of u daarop wilt wachten. Maar in ieder geval steun.

Mevrouw Patijn (PRO):

Er loopt een onderzoek door de veiligheidsdiensten. Dat zouden wij graag afwachten, en daarna zeker een plenair debat.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Morgen hebben we een debat over de Staat van de rechtsstaat. Volgens mij kan dat daarin ook ingebracht worden. Anders is er op 10 september een commissiedebat over het demonstratierecht. Daar past het prima in, dus geen steun voor een plenair debat.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer De Beer (VVD):

Ik sluit mij graag aan bij de collega links, geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid voor een plenair debat, meneer El Abassi, maar we zetten 'm erbij op de lijst van dertigledendebatten.

Dat was de regeling van werkzaamheden. Ik dank u voor uw medewerking en schors een kort ogenblik, alvorens we de vergadering hervatten met het tweeminutendebat Mbo en studiefinanciering.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mbo en studiefinanciering

Mbo en studiefinanciering

Aan de orde is het tweeminutendebat Mbo en studiefinanciering (CD d.d. 28/05).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Mbo en studiefinanciering. Ik heet de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van harte welkom in het parlement. Ik geef allereerst het woord aan mevrouw Van der Plas als eerste spreker van de Kamer in dit tweeminutendebat.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Ik ga maar gelijk van start. We hebben een goed debat gehad. Daaruit volgen voor mij drie moties, die als volgt luiden.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet werkt aan een nationale talentstrategie, gericht op een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt;

overwegende dat een succesvolle studiekeuze vraagt om keuzevrijheid, goede informatie over kansen en perspectieven en betrokkenheid van studenten zelf bij beleid dat hen raakt;

verzoekt de regering om mbo-studenten en hun vertegenwoordigers uit verschillende regio's, leerwegen en sectoren actief te betrekken bij de talentstrategie en daarbij in kaart te brengen wat studenten zelf nodig hebben voor een gemotiveerde en succesvolle studiekeuze,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Tseggai.

Zij krijgt nr. 696 (31524).

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik lees een beetje moeilijk, want ik heb mijn bril vergeten.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat mbo-studenten een opleiding volgen waarmee zij een onmisbare bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse samenleving;

constaterende dat mbo-studenten dezelfde kosten voor levensonderhoud hebben als andere studenten;

constaterende dat discriminatie op basis van opleiding onacceptabel is;

verzoekt de regering mbo-studenten dezelfde studiefinancieringsopties en studentenreisopties te geven als hbo- en wo-studenten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Tseggai.

Zij krijgt nr. 697 (31524).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat goed bereikbaar onderwijs essentieel is voor studenten, in het bijzonder in de regio;

overwegende dat aanvullende vervoersmogelijkheden, zoals ov-fietsen, deelfietsen, deelscooters en andere vormen van gedeelde mobiliteit, kunnen bijdragen aan de bereikbaarheid van onderwijsinstellingen;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe het studentenreisproduct kan worden doorontwikkeld tot een bredere mobiliteitskaart, waarbij ook aanvullende vervoersvormen worden betrokken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Tseggai.

Zij krijgt nr. 698 (31524).

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik bedank mijn bijna 60-jarige oogjes dat ze het toch hebben gedaan. Dank u wel.

De voorzitter:

Het ging uitstekend, mevrouw Van der Plas. Dank u wel. Het woord is aan meneer Boomsma voor zijn inbreng namens JA21.

De heer Boomsma (JA21):

Dank u wel, meneer de voorzitter. Dank voor het debat. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland goed opgeleide vakmensen dringend nodig heeft en dat voldoende mogelijkheden voor stages hierbij cruciaal zijn;

overwegende dat de huidige systematiek voor de accreditatie van stages zoals die wordt toegepast door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) ervoor zorgt dat geaccrediteerde stageplaatsen die verbonden zijn met een bepaalde opleiding, niet toegankelijk zijn voor mbo'ers van een verwante opleiding;

overwegende dat een goede verdeling van de verantwoordelijkheden tussen opleiding, bedrijf en SBB noodzakelijk is om de kwaliteit van leren op de werkplek goed te kunnen borgen;

verzoekt de regering de goedkeuring van stageplaatsen voor mbo-opleidingen door SBB te versoepelen en te versnellen, in ieder geval door geaccrediteerde stageplekken ook voor aanverwante opleidingen toe te staan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.

Zij krijgt nr. 699 (31524).

De heer Boomsma (JA21):

Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sommige mbo-opleidingen voor beroepen waar ernstige personeelstekorten bestaan, de toegang tot die opleidingen moeten beperken wegens een tekort aan stageplekken;

constaterende dat juist in sectoren met een personeelstekort bedrijven en instellingen minder tijd hebben om stagiairs te begeleiden;

constaterende dat het Stagefonds Zorg vanaf 2028 wordt beëindigd vanwege het tekort aan stagebegeleiders;

overwegende dat de personeelstekorten verder dreigen toe te nemen door het tekort aan stageplekken;

verzoekt de regering in overleg met mbo-opleidingen en de betreffende tekortsectoren te inventariseren op welke manieren meer stageplaatsen kunnen worden gerealiseerd voor studierichtingen die opleiden voor tekortsectoren en die nu de instroom van studenten noodgedwongen moeten beperken, bijvoorbeeld door betere ondersteuning te bieden, en de Kamer hierover voor de behandeling van de begroting 2027 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.

Zij krijgt nr. 700 (31524).

De heer Boomsma (JA21):

Tot slot, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een goede beheersing van het Nederlands een absolute voorwaarde is om goed te kunnen functioneren in de Nederlandse samenleving en dat mbo-studenten zonder stevige basis in het Nederlands op achterstand staan;

overwegende dat een duidelijk taalniveau in het mbo, dat is verankerd in een centraal examen dat de niveaus 2F en 3F toetst, van belang is voor de doorstroom naar het hbo en dat bij het vervallen hiervan de waarde van het mbo-diploma zou verwateren;

overwegende dat moet worden voorkomen dat mbo-instellingen zelf kunnen bepalen hoe ze het Nederlands gaan toetsen, omdat er dan grote niveauverschillen kunnen ontstaan tussen regio's;

overwegende dat als veel studenten zakken voor het examen Nederlands, de oplossing niet kan zijn om de lat lager te leggen waardoor het onderliggende probleem als het ware wordt verstopt;

verzoekt de regering niet mee te gaan in de roep om afschaffing van het centraal examen Nederlands,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.

Zij krijgt nr. 701 (31524).

De heer Boomsma (JA21):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Tseggai namens PRO. Gaat uw gang.

Mevrouw Tseggai (PRO):

Voorzitter, dank u wel. Recent was ik op werkbezoek bij het Jeugdeducatiefonds. Dat was een zeer indrukwekkend werkbezoek, maar ik realiseerde me ook dat als deze kinderen meerderjarig worden of naar het mbo gaan, er geen jeugdeducatiefonds meer is voor hulp bij leermiddelen. We hebben het hier ook over gehad tijdens het debat. Ik wil er graag een motie over indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit de recente JOB-monitor blijkt dat 20% van de mbo-studenten moeite heeft met rondkomen en dat voor 45% van de mbo-studenten de schoolkosten hoger uitvallen dan aanvankelijk gedacht;

overwegende dat de aanschaf van onderwijsbenodigdheden zoals boeken, licenties en kleding een grote kostenpost is voor mbo-studenten en soms zelfs de directe aanleiding vormt om de mbo-opleiding voortijdig te beëindigen;

van mening dat mbo-onderwijs voor álle studenten kosteloos moet zijn;

verzoekt de regering bij het mbo-bekostigingsbesluit hierin een eerste betekenisvolle stap te zetten, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai, Kostić en Biekman.

Zij krijgt nr. 702 (31524).

Mevrouw Tseggai (PRO):

Voorzitter. Dan de tweede motie. We hebben het tijdens het debat veel gehad over het rechttrekken van de positie van mbo-, hbo- en wo-studenten, maar intussen maken we nog steeds veel wetgeving waarbij het mbo wordt betrokken bij het p.o. en vo. Dat lijkt mij dweilen met de kraan open en een beetje onhandig. Ik heb daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het kabinetsbeleid wordt gestreefd naar een gelijkwaardiger behandeling van verschillende onderwijstypen, waarbij vooral de positie van het middelbaar beroepsonderwijs een focuspunt is;

van mening dat gelijkwaardige behandeling van onderwijstypen met zich meebrengt dat daarvoor de aansluiting van mbo bij hoger en wetenschappelijk onderwijs méér voor de hand ligt dan aansluiting bij primair en voortgezet onderwijs, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de in belang toenemende mbo-h.o.-samenwerkingsvormen rond praktijkgericht onderzoek;

verzoekt de regering om in beleid en wetgeving het mbo bij voorkeur niet samen te trekken met p.o. en vo, maar te laten aansluiten bij h.o. en wo,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Kostić.

Zij krijgt nr. 703 (31524).

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Raijer namens de PVV. Gaat uw gang.

Mevrouw Raijer (PVV):

Dank, voorzitter. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat mbo-studenten vaak honderden euro's kwijt zijn aan verplichte leermiddelen, licenties, werkkleding, gereedschappen, laptops en veiligheidsmiddelen;

constaterende dat steeds meer Nederlandse gezinnen moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen en deze kosten voor veel ouders een zware financiële last vormen;

overwegende dat jongeren die kiezen voor een vakopleiding, niet mogen worden geconfronteerd met financiële belemmeringen die hun studiekeuze of toekomstperspectief beperken;

overwegende dat Nederland juist afhankelijk is van goed opgeleide vakmensen in de zorg, techniek, bouw en veiligheidssector;

verzoekt het kabinet uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 met concrete maatregelen te komen om de verplichte schoolkosten in het mbo aanzienlijk te verlagen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Raijer.

Zij krijgt nr. 704 (31524).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat mbo-studenten vaak veel uren stage moeten lopen en hiertegenover niet altijd een stagevergoeding staat;

constaterende dat stageplaatsen voor mbo'ers al onder druk staan;

overwegende dat een verplichte stagevergoeding ook kan leiden tot minder stageplaatsen omdat de vergoeding voor sommige ondernemers niet haalbaar is;

verzoekt de regering om in samenwerking met studenten en mkb-bedrijven te onderzoeken welk bedrag aan stagevergoeding haalbaar is en of een stagefonds een oplossing kan bieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Raijer.

Zij krijgt nr. 705 (31524).

Mevrouw Raijer (PVV):

Dan de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat mbo-instellingen steeds vaker basisvaardigheden moeten repareren die eerder in het onderwijs onvoldoende zijn aangeleerd;

overwegende dat mbo-scholen primair bedoeld zijn voor vakonderwijs en beroepsopleiding;

verzoekt het kabinet ervoor te zorgen dat achterstanden in taal en rekenen zo veel mogelijk in het funderend onderwijs worden weggewerkt en het mbo niet langer als reparatieonderwijs wordt ingezet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Raijer.

Zij krijgt nr. 706 (31524).

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer De Beer namens de VVD.

De heer De Beer (VVD):

Voorzitter. Ik houd het heel kort. Ik heb geen moties. Het is duidelijk dat Nederland echt een tekort heeft aan vakmensen, dat we veel in vakmensen moeten investeren en dat het mbo daar een cruciale rol in speelt. Met name de bbl-variant is heel erg belangrijk om die aansluiting verder vorm te geven. Ik zou de minister willen vragen of zij verder wil onderzoeken of de mogelijkheid om makkelijk te switchen van bol naar bbl een variant is die zij verder zou willen bekijken bij de uitwerking van de talentstrategie, het bekostigingsmodel en alle onderwerpen die op dit moment spelen rondom het mbo.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is tot slot het woord aan mevrouw Biekman. Zij is de laatste spreker van de zijde van de Kamer in deze termijn.

Mevrouw Biekman (D66):

Voorzitter. Tijdens het debat over het mbo en de studiefinanciering hebben we aangegeven dat we het belangrijk vinden dat mbo'ers niet alleen gelijk gewaardeerd worden, maar ook gelijk behandeld worden. Daarom willen we dat het kabinet haast maakt met gelijke toegang tot sport en studentenhuisvesting en de mogelijkheid om een bestuursjaar te doen, zoals we in het regeerakkoord hebben afgesproken.

Maar het kan niet blijven bij het benoemen dat we studenten gelijk willen behandelen. Daarom wil D66 dat mbo-studenten die zich inzetten voor hun medestudenten en het mbo-onderwijs, daar net als in het hbo en wo voor betaald krijgen. In 2023 constateerde de onderwijsinspectie dat de medezeggenschap in het mbo echt beter moet. In 2024 werd onder leiding van OCW een akkoord gesloten tussen hbo- en wo-instellingen en de studenten daarvan. Dat ging onder andere over hoeveel de studenten in de medezeggenschap betaald moeten krijgen. Dat is echter nog niet gebeurd voor het mbo.

Voorzitter. Ik vind het echt belangrijk dat we dit ook voor het mbo gaan regelen. In het rapport van het Kohnstamm Instituut, dat gisteren verscheen in opdracht van OCW, wordt dit door mbo-studenten als belangrijk punt genoemd.

Voorzitter. Daarom heb ik geen motie, maar een vraag aan de minister. Kan de minister aangeven of ze bereid is hier werk van te maken?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik schors voor vijf minuten voor de beantwoording van het kabinet.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen en geef het woord aan de minister.

Minister Letschert:

Goedenavond, meneer de voorzitter. Goedenavond, Kamerleden.

De voorzitter:

Goedenavond.

Minister Letschert:

Ik kijk net als u allen terug op een heel fijn debat. Dank ook voor deze moties over een voor ons heel belangrijke en geliefde sector.

Ik ga beginnen met de motie op stuk nr. 696, waarin de vraag werd gesteld of wij bij de uitwerking van de nationale talentstrategie zo veel mogelijk partijen kunnen betrekken. Die geef ik oordeel Kamer. Dat is ook precies wat we aan het doen zijn, dus dank daarvoor.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 696: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 697.

Minister Letschert:

De motie op stuk nr. 696: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 697 ga ik ontraden. Daarin verzoeken twee Kamerleden mij om de studiefinancieringsopties en de studentenreisopties gelijk te trekken. Daar hebben we in het debat veel over gesproken. Die dekking is op dit moment niet beschikbaar, dus ik ga deze moeten ontraden.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 698 over goed bereikbaar onderwijs en de mobiliteitskaart. Ook die moet ik helaas ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 698: ontraden.

Minister Letschert:

Even kijken. Misschien is het goed om ook toe te lichten waarom. Er zijn veel aanvullende regelingen beschikbaar, bijvoorbeeld voor studenten die verder dan 10 kilometer van hun opstapplaats wonen. Het toevoegen van extra vormen van mobiliteit vraagt ook weer om een onderhandeling met de huidige contractpartijen, en mogelijk ook met de toekomstige. Dat vraagt ook weer extra financiële middelen en die heb ik op dit moment niet beschikbaar. Daarom vind ik 'm nu niet opportuun.

De voorzitter:

Ja. De motie op stuk nr. 699.

Minister Letschert:

Dan de motie op stuk nr. 699 over de goedkeuring van de stageplaatsen voor mbo-opleidingen door de SBB versoepelen. Ook die ga ik ontraden, met name vanwege het argument dat over versnelling en aanvragen tot erkenning al binnen tien dagen een besluit wordt genomen. Ik heb naar aanleiding van de evaluatie die wij in mei met u gedeeld hebben, geen signalen dat dit sneller zou moeten. Ik zit morgen wel rond de tafel met de SBB, dus ik ga dat misschien nog wel even bij ze checken. Het tweede deel ging over de aanverwante opleidingen: de SBB heeft ook de mogelijkheid om stagebedrijven te erkennen voor een deel van de opleiding. Hierdoor kunnen studenten van een aanverwante opleiding stagelopen bij dit bedrijf, mits ze daar in het kader van hun opleiding ook voldoende kunnen leren.

De voorzitter:

Ik sta een enkele interruptie toe per lid op de eigen moties.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

De minister doet bij de motie op stuk nr. 698 net alsof ik zeg "voer zo'n mobiliteitskaart in", maar ik vraag daarin om te onderzoeken hoe dat studentenreisproduct kan worden doorontwikkeld. Er lijkt mij op zich niets mis mee om gewoon te kijken of dit überhaupt kan. Als dat niet kan, dan kan de minister weer bij ons terugkomen en dan kunnen we het daar weer over hebben. Daarom vind ik het raar dat de motie is ontraden, want die vraagt gewoon: bekijk even of dit kan.

Minister Letschert:

Het is zoals ik net zei: op het moment dat je gaat kijken naar mogelijkheden om zaken toe te kennen en daarmee dus ook opties gaat verruimen, gaat dit per definitie meer financiële voorzieningen vragen. Dan zou ik verwachtingen creëren die ik op dit moment gewoon niet kan waarmaken.

De heer Boomsma (JA21):

De minister zegt dat stages binnen tien dagen worden goedgekeurd. Dan zou ik zeggen: "Wauw, fantastisch. Dan kan ik de motie meteen intrekken." Maar ik heb met allerlei mbo-instellingen gesproken. Die geven aan hier tegenaan te lopen. Ze geven aan dat het in sommige gevallen gewoon maanden, zo niet een jaar duurt, waardoor allerlei studenten niet kunnen beginnen met hun stage en die opleiding niet goed kunnen afronden. Die signalen krijgen wij wel degelijk uit de praktijk.

Minister Letschert:

Wat ik kan toezeggen, is dat ik morgen, als ik met de SBB zit, aan hen ga vragen of dit een breed patroon van signalen is. Dat bleek namelijk niet uit de evaluatie. Dit moet meer zijn dan n=10. U vraagt of ik het wil versoepelen en versnellen. Ik heb nu geen signalen dat daar een groot probleem zit. Als dat zo zou zijn, wil ik daar uiteraard ook iets van kunnen vinden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 700.

Minister Letschert:

De motie op stuk nr. 700 pakt de stagetekorten aan. Die geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 701.

Minister Letschert:

De motie op stuk nr. 701. U wil heel snel, meneer de voorzitter.

De voorzitter:

Ja.

Minister Letschert:

Die motie verzoekt de regering niet mee te gaan in de roep om afschaffing van het landelijke examen. Die motie is overbodig, omdat wij in de toets die we hebben gedaan ook vinden dat er een centraal examensysteem met waarborging voor examenkwaliteit moet blijven. Ik zal de Kamer hier in het derde kwartaal over informeren. In die zin is de motie dus overbodig.

De voorzitter:

Heel kort.

De heer Boomsma (JA21):

Dan trek ik die motie in.

De voorzitter:

Ik ben u zeer erkentelijk, dank u wel.

Aangezien de motie-Boomsma (31524, nr. 701) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Dan de motie op stuk nr. 702.

Minister Letschert:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 702 verzoekt de regering … Ik hoef 'm niet voor te lezen. Oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 702: oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 703.

Minister Letschert:

Die ga ik ontraden. Daar wil ik toch een paar woorden bij geven. Wij staan ervoor dat we het mbo nadrukkelijk willen positioneren als een volwaardig onderdeel van het vervolgonderwijs. Tegelijkertijd is er ook een vrij grote groep minderjarigen die soms profijt heeft van aansluiting bij voorzieningen en structuren die in het funderend onderwijs voorhanden zijn. Wij ontraden 'm dus vanuit die motivering. We zijn geen voorstander van een generieke regel om het altijd te laten aansluiten op het hbo of het wo. Vandaar dat ik deze motie ontraad. Maar overall zijn wij natuurlijk wel voor het volwaardig positioneren van het mbo, het hbo en het wo in die zogenoemde waaier. Maar ik wil ook nog wel echt oog kunnen hebben voor die vrij grote groep minderjarigen.

De voorzitter:

Eén interruptie van mevrouw Tseggai.

Mevrouw Tseggai (PRO):

Eén interruptie, voorzitter. Ik heb begrip voor wat de minister hier zegt. Toevallig ben ik ook woordvoerder Koninkrijksrelaties. Daar kennen we het "comply or explain"-principe voor het Caribische deel van Nederland. Zou dat niet interessant zijn? Als ik nou als uitgangspunt erbij zet … Indien nodig kan de minister altijd nog beslissen om ervan af te wijken, maar laten we in ieder geval als uitgangspunt nemen dat als het niet nodig is, we het mbo wel betrekken bij hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs.

Minister Letschert:

Met die toevoeging kan ik 'm oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Dat vereist een wijziging van het dictum. Ik stel voor dat de motie op stuk nr. 703 in de huidige vorm wordt ontraden en dat de motie oordeel Kamer krijgt als mevrouw Tseggai conform het gevoerde debat het dictum wijzigt.

Dan de motie op stuk nr. 704.

Minister Letschert:

Die ga ik ontraden. Wij zullen de Kamer binnenkort wel informeren over tegemoetkoming in het kader van de discussie rondom de bekostiging van het mbo, maar "verlagen", zoals het hierin staat, moet ik ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 705.

Minister Letschert:

Die is ontijdig. Ik kom namelijk voor de zomer met de contouren van de wetgeving voor de stagevergoedingen.

De voorzitter:

Is mevrouw Raijer bereid om daarop te wachten en de motie aan te houden, of brengt zij deze toch graag in stemming?

Mevrouw Raijer (PVV):

Ik houd de motie aan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Raijer stel ik voor haar motie (31524, nr. 705) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 706.

Minister Letschert:

Meneer de voorzitter. De motie op stuk nr. 706 ga ik de appreciatie "overbodig" geven, omdat het beleid al gericht is op het stimuleren van de basisvaardigheden.

Meneer de voorzitter. Dan heb ik nog twee vragen. Ten eerste de vraag van de heer De Beer over de switch van bol naar bbl. Hierin is al heel veel mogelijk. Scholen kunnen dit namelijk zelf bepalen en zelf inrichten.

De laatste vraag, van de fractie van D66, is om te inventariseren hoe wij rondom medezeggenschap meer kunnen betekenen voor het mbo, ook in het licht van hoe dat binnen het hbo en het wo geregeld is. Ik wil zeker kijken welke punten uit de monitor actie vereisen en hoe dit past binnen de wensen die daarbij horen. We gaan daar dus zeker naar kijken. Na de zomer komen we met een inhoudelijke reactie. Dan bespreek ik ook graag de keuzes die ik daarin gemaakt heb. Op dit moment is dat wat ik u kan toezeggen.

De voorzitter:

Kort en bondig, mevrouw Biekman.

Mevrouw Biekman (D66):

Ik heb één korte, verhelderende vraag. U heeft het erover dat u kijkt naar welke aanbevelingen er in het Kohnstammrapport staan. Bij een van de aanbevelingen op het gebied van medezeggenschap zou ik toch wel ietsje meer willen hebben dan dat u er alleen naar kijkt. Ik hoop dus dat als u met de brief komt, ik daar wel een uitgebreide toelichting in zie.

De voorzitter:

"U" verwijst naar de minister en niet naar mij. Ik doe namelijk niks.

Mevrouw Biekman (D66):

Sorry, meneer de voorzitter.

Minister Letschert:

U doet niks, meneer de voorzitter?

De voorzitter:

Nou ja ...

Minister Letschert:

We hebben u de monitor medezeggenschap toegestuurd, waar inderdaad aanbevelingen in staan. Ik wil graag met de mbo-sector en met JOBmbo in gesprek over hoe zij kijken naar die aanbevelingen. Vervolgens kom ik na de zomer met een inhoudelijke reactie. Dat is wat ik daarin toezeg. Ik zeg dus niet alleen "ik kijk ernaar en dat was het".

De voorzitter:

Oké.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zal volgende week dinsdag worden gestemd. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik schors een enkele minuut. De minister blijft bij ons, want daarna gaan we verder met de Wijziging van de Mediawet 2008. De vergadering is een kort ogenblik geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau

Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (36917).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de behandeling van de Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (36917). De minister was al in ons midden en ik heb haar al welkom geheten.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Er zijn acht sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste geef ik het woord. Dat is de heer Ceder, die spreekt namens de fractie van de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Weinig media staan zo dicht bij mensen als de lokale publieke omroep. Zij controleren de lokale politiek, doen verslag van evenementen en brengen het nieuws letterlijk vanuit de straat. Dat wordt voor een belangrijk deel gedaan door vrijwilligers, met hart voor hun gemeente, de regio en het omroepwerk.

Voorzitter. Er zijn zo veel voorbeelden. In de uitzending van RTW-radio uit Waddinxveen wordt Annabella geïnterviewd als een van de organisatoren van de kerstviering voor het hele dorp. Ze is toevallig ook een van de beste ambtelijk secretarissen van dit huis, bij de ChristenUnie, maar dat terzijde. Of denk aan Studio Rheden, dat geregeld de enige media-instelling is die fysiek aanwezig is bij de raadsvergaderingen in Rheden en Rozendaal. Of denk aan de WOS, de lokale omroep voor Hoek van Holland en de gemeenten Maassluis, Midden-Delfland en Westland. Medewerkers van hulpdiensten kijken bewust naar wegafsluitingen die door de WOS worden gerapporteerd. Het is op-en-top lokaal nieuws en op zo veel manieren cruciaal voor de lokale gemeenschappen.

Het wetsvoorstel dat we vandaag bespreken, gaat veel impact hebben op het reilen en zeilen van de omroep. Het vormt immers een ingrijpende stelselherziening van het lokale publieke omroepbestel. Twee belangrijke stelselwijzigingen zijn de verplaatsing van de financieringsstroom van gemeenten naar het Rijk en een schaalvergroting van meer dan 200 lokale omroepen nu naar maximaal 80. Dat is fors.

In algemene zin proef ik veel steun voor de stelselherziening. Zo is het verstandig om de financiering via het Rijk te laten lopen. Op deze manier is de waakhond van de lokale democratie voor het budget niet meer afhankelijk van diezelfde lokale democratie. Daarnaast is de gedachte dat schaalvergroting tot verdere professionalisering leidt. Mijn fractie kan de richting van het wetsvoorstel steunen. We begrijpen die ook.

Toch hebben we ook zorgen. Die gaan precies over die financiering en de lokale verankering van de omroepen. De lokale omroepen moeten namelijk nog steeds lokaal hun functie behouden. Ik maak me zorgen over de financiering van de lokale omroepen. Samen met PRO, CDA en BBB diende ik daarom afgelopen januari al een motie in. We vonden dat voorkomen moest worden dat bij inwerkingtreding van het nieuwe stelsel lokale omroepen per saldo minder te besteden hebben dan nu. Een derde van de lokale omroepen heeft immers al geen gezonde financiële positie.

In een brief naar aanleiding van de motie schrijft de minister: "Ik wil enkel rekenen met structurele en niet met tijdelijke financiering." Ook tijdelijke centen zijn echter harde centen. Als tijdelijke middelen wegvallen, heeft dat gevolgen voor de omroepen. Al met al moet de discussie niet zijn of er nu meer of minder geld is, maar de vraag moet zijn of het geld dat we met elkaar vrijmaken voldoende is.

Kan de minister daarom onderbouwen hoe met dit wetsvoorstel en de financiering wordt geborgd dat elke lokale omroep straks wel financieel gezond is? Acht zij het risico aanwezig dat lokale omroepen straks moeten afschalen in plaats van afbouwen door gebrek aan financiering? Is een onafhankelijk advies niet op zijn plaats om te bezien hoeveel geld er nodig is voor een lokale publieke omroep die in staat is om op goede wijze vorm te geven aan de publieke mediaopdracht op lokaal niveau?

De financieringssystematiek zoals geregeld in het wetsvoorstel maakt dit namelijk des te urgenter. De vrees is niet alleen dat gemeenten straks niet met meer financiering willen bijspringen, maar dit wetsvoorstel maakt het hen ook moeilijker om te kunnen bijspringen. Straks kunnen ze namelijk slechts voorafgaand aan elke aanwijzingsperiode van de lokale omroep, dus eens in de vijf jaar, aangeven hoe hoog de aanvullende bijdrage vanuit de gemeente gaat zijn. Dat betekent dat het gemeentebestuur financiële toezeggingen over de eigen coalitieperiode heen moet doen.

Voorzitter. Als voormalig gemeenteraadslid in Amsterdam kan ik u zeggen dat dat knap lastig is en dat het ook de dynamiek van de lokale politiek miskent. Het zal waarschijnlijk ook ten koste gaan van de lokale omroepen. Erkent de minister dat het nu moeilijker wordt voor gemeenten om aanvullende subsidie te verlenen en dat de kans nog kleiner is dat ze dit daadwerkelijk gaan doen?

De minister meent dat het straks niet meer mogelijk kan zijn voor gemeenten om jaarlijks bij te dragen, omdat dat in strijd zou zijn met Europese staatssteunregels. De provincies werken echter met dezelfde systematiek. Waarom is er dan geen risico op overcompensatie en is dit niet in strijd met de staatssteunregels, zo vraag ik aan de minister. Heeft de minister ook om extern en onafhankelijk juridisch advies gevraagd op dit punt? Is er een route mogelijk om het wetsvoorstel zo aan te passen dat een jaarlijkse gemeentelijke bijdrage, met de nodige waarborgen, mogelijk blijft? Om deze reden heb ik samen met de heer Mohandis een amendement ingediend dat regelt dat gemeenten juist tijdens de eerste spannende aanvraagperiode kunnen bijspringen. Dat had ik gedaan met de hoop dat dit beter juridisch zou standhouden, maar een oplossing voor daarna zou natuurlijk beter zijn.

Voorzitter. Mijn tweede punt is de lokale verankering. Mijn tweede belangrijke zorg ziet op het punt van de lokale herkenbaarheid van de omroepen. Volgens mij is het de uitdaging om de voordelen van schaalvergroting te benutten en om de negatieve effecten zo veel mogelijk te ondervangen. Hoe wil de minister bijvoorbeeld voorkomen dat lokale redacties met gedreven vrijwilligers het onderspit delven binnen een lokale omroep die straks een stuk groter is? Blijft er onder de paraplu van de lokale omroepen wel ruimte voor lokale redacties om het nieuws van de gemeente te brengen? Kan de minister dit borgen? Hoe wordt voorkomen dat vrijwilligers straks mogelijk afhaken?

Mijn zorgen zijn ook puur praktisch. Stel dat er straks slechts één tv-zender en één radiozender zijn, terwijl de lokale omroep meerdere gemeenten beslaat. Het risico bestaat dan dat kleinere gemeenten het onderspit delven en dat een inwoner van Rheden straks op de televisie wel de gemeentelijke politiek van Arnhem kan volgen, maar niet of minder die van de eigen gemeente, of dat een inwoner uit Nunspeet die de radio aanzet, vooral veel hoort over het nieuws uit Elburg of Barneveld, maar veel minder over de eigen gemeente. Erkent en herkent de minister dit risico en hoe wordt voorkomen dat kleine gemeenten worden ondergesneeuwd door de grote gemeenten als ze straks door dezelfde streekomroep worden bediend? Hoe gemakkelijk is het straks voor lokale omroepen om alsnog meerdere tv- en radiokanalen in stand te houden, zodat ze de mogelijkheid hebben om te differentiëren? De minister benoemt deze ruimte in de nota naar aanleiding van het verslag. Ik ben benieuwd hoe die er praktisch uitziet en op welke manier de lokale omroepen hierbij zo nodig worden ondersteund. Kan de minister monitoren of de stelselherziening daadwerkelijk zorgt voor versterking van de lokale journalistiek in elke gemeente van een verzorgingsgebied? Hier zit onze grootste zorg en daar zullen we dit wetsvoorstel uiteindelijk ook op toetsen.

Ik steun overigens wel de lijn van de minister dat we toe moeten werken naar veel minder verzorgingsgebieden, want dat hoort bij de opschaling en de schaalvergroting. De minister noemt daarin het aantal van 80. Ik ben niet getrouwd met het getal, maar tegelijkertijd vind ik het wel onverstandig om dit maximumaantal van 80 in de wet vast te leggen. Ik heb geen glazen bol — de minister heeft die volgens mij ook niet — en ik weet dus ook niet welke ontwikkelingen zich in de toekomst zouden kunnen voordoen die het noodzakelijk zouden maken om eventueel naar meer verzorgingsgebieden te gaan, of minder. Om die reden heb ik het amendement ingediend, samen met de heer Mohandis, die ook zeer gepassioneerd is over dit onderwerp, om het maximumaantal niet in de wet, maar in een AMvB vast te leggen. Ik zou willen voorkomen dat als wij er allemaal niet meer zijn, onze opvolgers over tien jaar geconfronteerd worden met de situatie waarvan gedacht zal worden: waarom heb je dit niet opengelaten en waarom heb je niet het advies van de Raad van State gevolgd? Volgens mij kunnen we dat oplossen door dat in een AMvB te ondervangen en tegelijkertijd nu wel de ruimte aan de minister te geven om de keus te maken, die dan natuurlijk voor de komende jaren zal gelden. Ik ben benieuwd naar de appreciatie van de minister van het amendement.

Voorzitter. Ik heb nog een aantal andere punten waar ik kort bij stil wil staan. Allereerst het toezicht. Het is de taak van het Commissariaat voor de Media om toezicht te houden op de uitvoering van de publiekemediaopdracht, inclusief die op lokaal niveau. Hoe de NLPO vormgeeft aan de publiekemediaopdracht, wordt vastgelegd in het concessiebeleidsplan, maar hierbij is de toezichthoudende rol van het commissariaat beperkt. Ik vraag de minister waarom hiervoor is gekozen. Het commissariaat moet straks advies uitbrengen over het concessiebeleidsplan, maar dan is het plan al vastgesteld. Wat is dan de toegevoegde waarde van dit advies? Ik heb ook om die reden een amendement ingediend, met — u raadt het al — de heer Mohandis, om de toezichthoudende taak van het commissariaat bij het concessiebeleidsplan te versterken. Ik ben benieuwd naar de appreciatie van de minister.

Voorzitter. Een ander punt. Enkele leden van het College van Omroepen mogen straks nieuwe leden van het college kiezen. Het college kiest dus zijn eigen opvolging en dat wringt ergens. Ziet de minister hierbij niet het risico van een gesloten systeem, dus van een ons-kent-onswereldje? Waarom koos ze niet voor meer mogelijkheden om leden van het college aan te dragen? Ook daar heb ik een amendement op voorbereid. Dat heb ik samen gedaan — u raadt het al — met de heer Mohandis.

Voorzitter, tot slot. Het huidige artikel 2.70 van de Mediawet regelt dat regionale en lokale omroepen een samenwerkingsovereenkomst met elkaar kunnen sluiten. Dat verdwijnt. Mijn vraag is of het dan nog wel mogelijk blijft om deze overeenkomst te kunnen sluiten. Blijft het voortbestaan van de bestaande samenwerkingsverbanden dan nu voldoende gewaarborgd?

Voorzitter, tot slot. Welke risico's ziet de minister verder bij de overgang naar het nieuwe stelsel, bijvoorbeeld dat bestaande netwerken en financiering verdwijnen? Hoe monitort de minister dat? Hoe monitort de minister dat de motie-Ceder naar letter en geest wordt uitgevoerd? Welke keuzes brengt zij daarvoor in kaart en welke keuzes maakt ze?

Voorzitter, tot slot. Hoe zorgen we met dit wetsvoorstel ook dat bij de lokale omroepen de zorgen worden weggenomen? Het gaat niet om veel omroepen, maar ze zijn er wel. Het gaat dan om zorgen die zij hebben dat dit betekent dat zij op termijn opgeheven zullen worden en dat zij hun vrijwilligers en ook het bereik kwijtraken, juist daar in een perifeer gebied of waar zij een bron van journalistieke waarde zijn.

Voorzitter, tot slot. In lijn met de vele adviezen zijn wij positief over de denkrichting van het wetsvoorstel. U heeft in mijn bijdrage gehoord dat we echt nog wel een aantal punten hebben waarover we nog graag van gedachten zouden wisselen, en dat we een aantal voorstellen hebben gedaan om het wetsvoorstel nog beter te maken. Ik kijk uit naar de beantwoording.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan — zijn naam viel al — de heer Mohandis voor zijn inbreng namens de fractie van PRO.

De heer Mohandis (PRO):

Voorzitter, dank u wel. Hoe zorgen we ervoor dat in een veranderend medialandschap ook de lokale media toegankelijk, zichtbaar en relevant blijven? Verantwoordelijke politiek vereist namelijk stevige democratische controle, ook op lokaal niveau. Voor onze fractie is het van belang dat ook gewone mensen kunnen rekenen op toegankelijke en hoogwaardige journalistiek, ook zonder betaalmuur als het gefinancierd wordt uit publieke middelen.

Voorzitter. Aan onderzoeken geen gebrek. Wij hebben als Kamer al tig onderzoeken gehad naar het belang van het versterken van lokale media. Ik ga al die onderzoeken niet voorlezen — dat heeft niks met mijn spreektijd te maken — maar ik wil een paar onderzoeken aanhalen. Een onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, een later onderzoek van de Raad voor het Openbaar Bestuur en een onderzoek van de Raad voor Cultuur zeggen eigenlijk eensluidend: vooral in kleinere gemeenten is het heel lastig om er als lokale omroep voor te zorgen dat de democratie wordt gecontroleerd en dat politici worden gecontroleerd. Dat vinden wij een hele slechte zaak, om nog maar niet te spreken over de afhankelijkheid van lokale omroepen van vaak gemeentelijke financiering. We willen juist een sterke lokale omroep, die onafhankelijk journalistiek bedrijft. Vandaar dat we in ieder geval de richting van dit wetsvoorstel, om dit nu landelijk te organiseren en de koepel van lokale omroepen landelijk te borgen, goed vinden.

De oprichting van een koepel van de dertien regionale omroepen — daar hebben we het nu dus niet over — is in 2016 geregeld. Ik heb dat debat meegemaakt, en het is interessant dat het kabinet aangeeft dat het veel van hoe dat toen is gegaan, nu ook probeert te regelen in de wet. Dan is één punt heel belangrijk. Ook toen ging het hier in de Kamer over het volgende. Ik deed dat debat, samen met collega Elias van de VVD. Ik weet dat ook andere leden bij dat debat aanwezig waren. Ik weet dat de heer Bosma daarbij vertegenwoordigd was. Het ging toen heel erg over het punt dat we, als we de regionale publieke omroepen een wettelijke basis geven, ook goed moeten kijken naar hoe zij die taken kunnen vervullen op een manier waarbij de dertien regionale omroepen kunnen floreren met de taakopdracht. Toen heeft ene Mohandis samen met de heer Elias een motie ingediend en gezegd: om deze operatie, de transitie en de overgang te laten slagen, willen wij eenmalig 17 miljoen euro uittrekken. De Kamer nam dat aan.

Waarom maak ik deze opmerking? Onze grootste zorg wat betreft dit wetsvoorstel heeft te maken met de ingangsdatum van eind dit jaar, met als feitelijke omschakeling naar het nieuwe systeem 1 januari 2028. Volgens mij heeft de heer Ceder daar ook goede dingen over gezegd. De weg daarnaartoe kan heel veel onzekerheden met zich meebrengen, maar zal ook laten zien dat sommige lokale omroepen nu bijvoorbeeld rekenen met incidentele middelen en daarvoor journalisten in dienst hebben. Als straks alle plussen en minnen tegen elkaar worden weggestreept, kan het niet zo zijn dat sommige lokale omroepen eerder mensen moeten ontslaan dan aannemen omdat deze wet ingaat. Ik ben heel erg benieuwd hoe de minister reflecteert op deze zorg. Deze zorg komt niet alleen van mij. Ik haalde al de ervaringen uit 2016 aan. Ook vandaag komen die zorgen vanuit bijvoorbeeld de VNG. Volgens mij heeft ook de Raad van State er wat over gezegd. Wat mij betreft is dit dus een belangrijk punt waarop de minister moet reflecteren.

Dan maak ik een sprongetje naar de ingediende voorstellen. Ik heb nog een vraag over de vergelijking met de regionale publieke omroepen. Er wordt door de minister beweerd dat veel overgenomen is van hoe het in 2016 is gegaan, maar er wordt gekozen voor een rechtspersoon met een wettelijke taak. De Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen wordt geen zbo, oftewel een zelfstandig bestuursorgaan in het kader van de Kaderwet zbo. Ik ben benieuwd waarom daarvoor gekozen is en wat hierachter zit.

Dan maak ik een sprongetje naar de voorstellen. De heer Ceder heeft er al het nodige over gezegd, dus ik ga proberen niet alles opnieuw voor te lezen. Er ligt dus een voorstel, samen met de ChristenUnie, om gemeenten na de aanwijzingsprocedure de mogelijkheid te geven bij te dragen aan de lokale omroep. Wij horen graag van de minister hoe zij daarnaar kijkt.

Ik ben ook benieuwd hoe de minister dit gaat borgen. Er zijn heel veel goede voorbeelden te noemen van samenwerkingen tussen lokale omroepen, landelijke omroepen en regionale omroepen. Dat zijn allerlei dwarsverbanden die nu gewoon staande praktijk zijn. Wij zijn benieuwd of de minister met deze operatie in het vooruitzicht ervoor gaat zorgen dat dit type samenwerking — ik noem maar even de samenwerking tussen FunX en de G4-gemeenten — een jongere populatie beter gaat bereiken. Ik kan nog veel meer voorbeelden noemen; die zijn er echt. Hoe gaan we dat borgen? Hoe zorgen we ervoor dat in de transitie niet alles wat is opgebouwd door lokale omroepen aan samenwerking tussen de drie bekende lagen, gaat sneuvelen? Ik zou dat heel zonde vinden. Ik ben heel erg benieuwd hoe de minister daarop reflecteert.

Voorzitter. Een belangrijk punt bij dit debat is de streekindeling, ofwel de vraag hoe we omgaan met de bekende 80 streekomroepen. Voordat ik daarnaartoe ga, wil ik het hebben over de kerntaken. Voor ons is van belang dat als omroepen de krachten gaan bundelen, dat ook leidt tot een verbetering en niet tot een verslechtering. We zien prachtige voorbeelden. Toevallig is het voorbeeld van WOS in Westland, Maassluis en Midden-Delfland, al door Ceder genoemd; we hadden onze spreekteksten niet op elkaar afgestemd. Ik ben daar op werkbezoek geweest. Door deze krachtenbundeling zie je dat alle gemeenteraden die onder dit verzorgingsgebied vallen, met een betaalde kracht worden gecontroleerd. Ze zijn door samenwerking en de aanschaf van een autootje dat tussen deze gemeenten rijdt, veel beter in staat om grote evenementen te brengen en te verslaan. Wij zien dus echt wel prachtige voorbeelden van streekvorming. Het is ook niet gek dat best veel lokale omroepen al over zijn gegaan naar de voorbereiding hierop als de wet zes jaar geleden al is aangekondigd. Ik kan me voorstellen dat het overgrote deel zoiets heeft van: politiek, maak dan een keer die keuze. Maar als we die keuze maken, laten we die dan ook goed maken en deze wet in één keer goed inrichten. Vandaar dat er heel veel amendementen zijn, waar ik straks wat sneller doorheen zal gaan; ik weet dat ik de voorzitter daar heel blij mee maak.

Voorzitter. Dan kom ik op de verbeteringen die wij zien als we dit goed zouden doen. Dat zien we in ieder geval aan de voorbeelden waarbij men al vooruitloopt op de wet, om het maar even zo te zeggen. Onderzoek laat ook zien dat het 24/7-bereik kan worden versterkt, dat er naast vrijwilligers meer betaalde krachten kunnen komen om elkaar te versterken en dat medewerkers onder een cao kunnen vallen. Ik ben heel erg benieuwd of de minister dit soort verbeteringen ook ziet en hoe ze daarop gaat sturen, zodat het daadwerkelijk iets gaat doen zoals het is bedacht. Dat is vaker zo: we bedenken iets en hopen dat het zo uitpakt.

Daarom dienen wij de volgende amendementen in. Samen met de ChristenUnie dienen we het amendement op stuk nr. 21 in, om het aantal van 80 niet in de wet vast te leggen, maar bij algemene maatregel van bestuur. Het richtsnoer van 80 kan worden aangehouden, maar als je het in de wet regelt, dan breek je alle flexibiliteit. Dat zouden wij een hele slechte zaak vinden, omdat Nederland continu verandert, ook als het gaat om de verzorgingsgebieden, gemeentelijke fusies enzovoorts, enzovoorts.

Het amendement op stuk nr. 20 …

De voorzitter:

Eerst een interruptie van mevrouw Oualhadj. Ik stel voor om niet te maximeren, maar interrupties wel kort en bondig te houden en maximaal in drieën.

Mevrouw Oualhadj (D66):

Super. Het is een vraag die ik ook aan de heer Ceder had kunnen stellen, want het gaat inderdaad over die 80, maar aangezien u allebei dezelfde spreektekst houdt, maakt het ook niet uit. Nee, dat is een flauw grapje. De vraag gaat over die 80. Ik hoor u zeggen dat ook voor u, zeg ik even via de voorzitter, die 80 niet heilig is. Bent u er wel voorstander van om dan te maximeren op een ander aantal? Ik maak me er namelijk wel zorgen over dat we, als we het helemaal loslaten, over een aantal jaar misschien wel met het getal 90 zitten, terwijl het bedrag hetzelfde blijft.

De heer Mohandis (PRO):

Dat is een hele terechte vraag. Ik zie twee ontwikkelingen. De allereerste ontwikkeling noemde ik net al. De meeste lokale omroepen zien dit al zes jaar aankomen. Alle kabinetten vanaf Rutte IV hebben gezegd dat deze richting, met alle hoofdlijnen die ook in het wetsvoorstel staan, niet meer anders gaat zijn. Ik heb hierover nog een mooie brief van kabinet-Schoof waar alle ministers handtekeningen onder hebben gezet als het naar de Kamer komt. Wat dat betreft is het dus een ingeslagen weg. We zien dat heel veel lokale omroepen al over zijn gegaan in die streekvorming en dat ze daarop aan het voorbereiden zijn. Het kan zo zijn dat er een paar moeilijker meegaan en daar heb ik ook geen oplossing voor; daar zal ik heel eerlijk over zijn. Hoe je daarmee omgaat, is nog best ingewikkeld. We zien bij het overgrote deel dat ze zien dat dit een verbetering is ten opzichte van het nu, laat ik het dan zo zeggen. Als we het gaan maximeren, dan krijg je aantallen. Als ik 85 zeg, krijg ik een discussie over 85. Als we 87 zeggen … Wat wij in ieder geval beogen, is dat het niet hard in de wet wordt vastgelegd. Regel het in een AMvB, met een nahang. Het proces hoeft niet verstoord te worden, maar neem de Kamer erin mee en bouw zelf ruimte in om te kijken of je ergens in Nederland nog wellicht iets kan doen om iedereen mee te krijgen in het proces. Dat zit hierachter, maar het richtsnoer van 80 lijkt ons interessant en goed.

De voorzitter:

Mevrouw Oualhadj, via de voorzitter, alstublieft.

Mevrouw Oualhadj (D66):

Ja, via de voorzitter ditmaal. Oké, dan hebben we het in de AMvB zo vastgelegd en staat die 80 in ieder geval niet in de wet. Maar in de AMvB zouden we dan opschrijven dat er een mogelijkheid is om te schuiven? Begrijp ik het zo goed? Ik probeer het even goed te begrijpen.

De heer Mohandis (PRO):

Dat ligt eraan hoe je de AMvB opschrijft. Het kan op heel veel manieren. Je kunt nog een keer kijken met de stichting: "Goh, dit is nu de indeling. Wie doen er nog niet mee? Wie doen er wel mee? Wat wordt de vrijwillige bijdrage van gemeenten?" Je moet dus alles meewegen in het totaal en dan kijken of je uitkomt op 80 of 81. Maar als je dat heel hard vastlegt, terwijl ergens een soort geografische knip veel logischer is … Ik zal één voorbeeld noemen, van een streekomroep waar acht of tien gemeenten onder vallen. Stel dat ze zeggen "we doen toch liever zij met z'n vijven en wij met z'n vieren", dan hou je een beetje ruimte over om daarnaar te kijken. Maar die ruimte heeft de minister wat mij betreft. Laten we het niet hard in de wet regelen. Dat zegt ook de Raad van State. Dat zegt ook het Commissariaat voor de Media. Dat zeggen ook anderen die ons brieven hebben geschreven. Dat is wat wij beogen. We hebben dat, dus de aantallen niet exact in de wet vastleggen, in het verleden ook wel vaker gedaan, omdat je anders een hele wetswijziging moet optuigen als het op 81 uitkomt.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Oualhadj (D66):

Tot slot. Heel fijn, dit antwoord. Ik ben dan een beetje op zoek naar of we misschien iets van een bandbreedte kunnen aanmerken, zodat we niet per se op 80 uitkomen, maar misschien van 75 tot 85. Dan weten al die omroepen in de toekomst wel waar ze aan toe zijn — dat is ook wel fijn — omdat het bedrag niet te veel schommelt. Want als het er straks 90 zijn — dat kan namelijk met uw voorstel — terwijl de taart even groot blijft, dan worden de stukjes wel steeds kleiner. Ik ben een beetje op zoek naar een oplossing voor waar u naartoe wilt bewegen. Want ik wil graag meebewegen, maar ik hecht er wel aan dat er aan de bovenkant in elk geval een maximumaantal is.

De heer Mohandis (PRO):

Laten we kijken hoe de AMvB eruitziet. In de toelichting bij het amendement met de heer Ceder wordt gesproken over een richtsnoer van 85. We hadden ook een ander aantal. Ik vind "richtsnoer" iets meer ruimte geven dan een exact aantal. Maar nogmaals, daar kunnen we met elkaar het debat over voeren. Volgens mij is die ruimte wel noodzakelijk om dit goed in te regelen, wetende wat er nog af gaat komen op de minister richting 2028.

De heer Van der Maas (VVD):

Ik heb eigenlijk een heel simpele vraag. Als we gaan werken met een AMvB — ik zie ook wel de noodzaak van een bepaalde flexibiliteit — welke criteria hangt u daar dan aan? De heer Mohandis zegt dat dat aan de minister is, maar wil hij dat dan ook meegeven aan de minister?

De heer Mohandis (PRO):

We kunnen daar heel veel criteria aan ophangen. In de laatste versie van het amendement zit volgens mij — ik kijk even naar de heer Ceder — een nahang, als ik het goed heb. Dan heb ik de mogelijkheid, en u ook, meneer Van der Maas, om daar als Kamer nog een keer naar te kijken als dat komt. Dat hoeft geen debat te zijn, maar dat kun je bespreekbaar maken met elkaar. Je kunt vragen: is dit het nou en geeft dit voldoende ruimte om aan de ene kant de doelstelling van de wet te halen en aan de andere kant ook met elkaar te kijken of we iedereen zo veel mogelijk meekrijgen in het proces? Volgens mij zijn dat de twee dingen die samen moeten komen.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Mohandis (PRO):

Voorzitter. Ik was bij het amendement op stuk nr. 20, met ene heer Ceder, die hier ook in de zaal aanwezig is. Voor dit amendement hebben we best wel lang alle wetsartikelen moeten doorakkeren, maar het komt in de kern op neer dat als we willen dat het doel van dit wetsvoorstel is dat we de lokale journalistieke taak echt versterken, dat wel concreter in de wet moet. Dan geldt ook dat als we een verzorgingsgebied hebben met meerdere gemeenten, alle gemeenten zichzelf ook moeten herkennen. Ik noemde het voorbeeld van de streekomroep WOS, in onder andere Westland en Maassluis. Die hebben, doordat ze de krachten hebben gebundeld, een heel mooie app ontwikkeld waarin je het lokale nieuws ook kunt uitsplitsen naar de gemeente waarin je woont: een soort NU.nl, maar dan NUGouda, waar ik zelf vandaan kom. Dat heeft geen app met het harde nieuws erop, en dat geldt denk ik voor heel veel gemeenten, waar je, als er iets gebeurt, vaak naar een betaalde krant moet om te kijken wat er is gebeurd in je straat of wat er is gebeurd in de wijk. Maar dat moet dan wel explicieter in de wet, via het amendement op stuk nr. 20.

Voorzitter. Het amendement op stuk nr. 18 gaat over het Programmabeleid bepalend orgaan; dat sluit hierop aan. Laat dan ook alle gemeenten onderdeel zijn van degenen die het plan maken voor de vergunningaanvraag, om het zo maar even te zeggen. Op het moment dat er een vergunning wordt aangevraagd door een groep die zegt "wij willen de omroeplicentie hebben in deze streek", moet zo'n Programmabeleid bepalend orgaan — ik had ook een andere term kunnen bedenken, maar zo heet dat gewoon, pbo — ook een brede vertegenwoordiging kennen; alle gemeenten moeten dus een stem hebben in dat orgaan.

Voorzitter. Dat was het amendement op stuk nr. 18. Dan kom ik bij de zorgen over het potentieel aan vrijwilligers dat nu jaarlijks betrokken is, en over hoe we dat meenemen. Ook dat valt onder de eerdere vraag over het borgen van wat er nu al is opgebouwd. Graag een reflectie.

Voorzitter. Dan kom ik bij het versterken van het toezicht. Dat is het amendement op stuk nr. 12. Dat heeft te maken met het echt tanden geven aan het Commissariaat voor de Media. Ik heb een paar jaar geleden in deze Kamer al wat gezegd over de kan-bepaling, dus dat het commissariaat kán optreden als een omroep over de schreef gaat; dat ging over de landelijke publieke omroep. Die kan-bepaling zie ik nu weer terug. Dan denk ik: je kunt niet alleen maar aan kan-bepalingen doen. Als de minister het ook lastig vindt om in te grijpen — zo hebben we de wet opgesteld, hè; we kunnen het ook anders organiseren — dan denk ik: dan laten we de politiek een beetje op afstand. Dan kán je na twee overtredingen een omroeplicentie intrekken, de kan-bepaling, maar waarom niet gewoon de "three strikes out"-benadering? Dat is het voorstel hier. Het amendement ligt er; het is het amendement op stuk nr. 12.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Ik heb een vraag over het al dan niet kunnen ingrijpen door het Commissariaat voor de Media. Is de heer Mohandis het niet met ons eens dat de ingrijpbevoegdheid idealiter moet liggen bij de minister en niet bij een of ander commissariaat?

De heer Mohandis (PRO):

Daar denk ik principieel echt anders over. Dat is niet nu alleen; dit roep ik al best wel lang. We hebben hier in 2022 een uitgebreid debat gehad over hoe je omgaat met het hele sanctiebeleid, ook binnen de publieke omroep. Dan moet je denken aan de rol van de NPO-Ombudsman, het Commissariaat voor de Media, de NPO en de minister. Wij vinden het juist gezond als de minister niet gaat over het toelaten of ontslaan van een omroep. Dat is wel hoe het nu in de wet is geregeld. Wij zouden dat bij een onafhankelijk toezichthouder willen houden. Ik ben best bereid om te praten over een ander soort commissariaat of een ander soort waakhond, maar die bevoegdheid bij de politiek laten, vind ik gewoon kwetsbaar, omdat je heel snel terechtkomt in een discussie over politieke bemoeienis et cetera, et cetera.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Natuurlijk waardeer en respecteer ik een meningsverschil tussen onze fracties, maar het fijne van een minister is dat hij politiek afrekenbaar is op beslissingen en daden, en een commissariaat niet. De crux zit 'm in het woordje "onafhankelijk", dat de heer Mohandis hier noemt. De vraag is natuurlijk of dat Commissariaat voor de Media wel zo onafhankelijk is. Met een extreemlinkse activist als bestuurder heb ik daar m'n twijfels bij, maar díé wordt nergens op afgerekend bij verkiezingen en in de politiek, en een minister wel.

De heer Mohandis (PRO):

U mag alles vinden van iedereen en u gebruikt daarvoor uw eigen woorden, maar ik vind dat we instituten, ook al vinden we de voorzitter of de directeur niet de juiste persoon, niet te makkelijk moeten wegsabelen als links of rechts. Ik vind dat ik daar altijd terughoudend in moet zijn. Ik vind het dus juist in politieke handen heel kwetsbaar, maar goed, volgens mij komen we niet tot een ander inzicht. Om even bij het punt te blijven: ik vind dat het toezicht op de media in ieder geval niet in handen moet zijn van de minister, welke minister dan ook. Het gaat mij om het instituut minister, want dat is nu degene die een omroep toelaat of ontslaat. Ik vind het zuiver om dat niet bij de politiek te leggen.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Ik deel de constatering dat PRO en JA21 het hierover niet eens worden. Dat zit vooral in het verschil van inzicht over of iets wel of niet neutraal is en derhalve politiek afrekenbaar zou moeten zijn.

De heer Mohandis (PRO):

Ik weet zeker dat mevrouw Nanninga en ik hierover nog komen te spreken, niet nu maar straks, als we het gaan hebben over de landelijke hervorming van de publieke omroep. Of je het er nu mee oneens bent of niet: het sanctiebeleid zoals het nu is geregeld, werkt in ieder geval niet in de praktijk. Ik noem het voorbeeld van Ongehoord Nederland, zonder af te wijken van het debat. Als er dan sancties liggen, wat je ook van die sancties vindt, is het op een gegeven moment aan de NPO of aan het Commissariaat en uiteindelijk aan de minister. In de praktijk zie je dat ze naar elkaar wijzen. Even los van waar je staat, wijst iedereen in the end naar elkaar en gebeurt er niks. Maar goed, dat debat gaan we met elkaar hebben. Daar ben ik van overtuigd.

Voorzitter. Ik kom bij het amendement op stuk nr. 17 met de ChristenUnie, dat erover gaat dat het Commissariaat voor de Media in een eerdere fase in het ontwikkelen van het concessiebeleid moet adviseren. Hierover is een vraag gesteld door de heer Ceder en ik sluit mij daarbij aan.

Voorzitter. Tot slot — ik kom richting het einde — nog over governance en integer bestuur. Ik had al eerder mijn zorgen geuit over de toch beperkte financiële middelen in relatie tot de transitie en of die ten goede komen aan de journalistiek. Daar zijn ze uiteindelijk wel voor bedoeld. We willen uiteindelijk zien dat er bij veel meer gemeenteraden in Nederland, het liefst allemaal, een betaalde journalist rondloopt die de lokale democratie controleert. Naast vrijwilligers moeten betaalde krachten ervoor zorgen dat het nieuws wordt gebracht aan mensen, omdat dat verbindt en omdat het mensen ontroert. Gezien de beperkte middelen maken wij ons er zorgen over dat het salarisgebouw van toekomstige bestuurders nog moet worden uitgewerkt. Wij zouden een veel lagere normering willen hanteren dan de WNT-grens. Ik ben heel erg benieuwd hoe de minister dat ziet en maak daarbij de simpele opmerking dat de beperkte middelen naar journalistiek moeten gaan en niet naar hoge salarissen. We hebben hierover een motie voorbereid, maar ik hoor graag eerst een reflectie.

Dan het amendement van de ChristenUnie over integer bestuur. Het is terecht dat het zijn van bestuurder onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Tweede Kamer, een gemeentebestuur of een provinciebestuur. Wij denken dat hier sprake is van een technische fout en hebben toegevoegd dat het waterschapsbestuur ook een politiek orgaan is. Soms vergeten we dat weleens. Het is een vierde politiek orgaan binnen het land. Ik zou het ook onwenselijk vinden als dijkgraven bestuurders worden van een streekomroep. U kunt zich daar iets bij voorstellen.

Het amendement op stuk nr. 19 met de ChristenUnie gaat over het breder organiseren van het College van Omroepen. De heer Ceder heeft daar al het nodige over gezegd. Ik zal niet in herhaling vallen.

Voorzitter. Tot slot heb ik de vraag hoe het straks gaat met het redactiestatuut van een streekomroep. Wij vinden dit wel belangrijk. We hebben het opgezocht en niet alle lokale omroepen hebben een professioneel … Ik zeg het even anders, want het is maar wat je "professioneel" noemt. Sommige omroepen hebben geen redactiestatuut dat voldoet aan de gewenste normen van de NVJ; laat ik het zo zeggen, zonder een lokale omroep tekort te doen. Hoe gaat dat straks? Voor ons is dit een must om te starten. Graag een reactie.

Tot slot, voorzitter. Mijn fractie ziet dus de noodzaak om de lokale omroepen verder te versterken, maar vindt het wetsvoorstel nog niet compleet. Vandaar dat we al die amendementen hebben ingediend. We vinden het ook niet scherp genoeg om de beoogde doelen te bereiken. Daarom heb ik alle voorstellen gedaan die ik heb gedaan. Ik zie uit naar de beantwoording van de minister, die eerder is dan gepland.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Mohandis. Het woord is aan de heer Krul voor zijn inbreng namens het CDA.

De heer Krul (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Ik zal eerst iets vertellen over de achtergrond, dan over de governance, daarna over de financiering en dan licht ik de 42 amendementen toe die ik met de heer Mohandis in voorbereiding heb. Nee, zonder gekheid: credit where credit is due. De heer Mohandis heeft meer dan zijn tanden in dit wetsvoorstel gezet. Dat blijkt wel uit de amendementen die hij heeft ingediend.

Voorzitter. Lokale media zijn van groot belang voor onze democratie, want het zijn lokale omroepen die verslag doen van gemeenteraadsvergaderingen en misstanden, die inwoners informeren en die lokale bestuurders controleren. Juist nu gemeenten steeds meer verantwoordelijkheden hebben gekregen, neemt het belang van een sterke lokale nieuwsvoorziening toe. Mijn eerste ervaring met een lokale omroep was al in groep 7. De radio van de lokale omroep, de Lokale Omroep Stichting Den Helder, kwam verslag doen van de voorleeswedstrijden bij ons in de klas, en even waanden wij ons wereldberoemd, want de radio ging ons volgen terwijl wij gingen voorlezen. Dat is precies de kracht van de lokale omroep: midden in de samenleving, letterlijk vanaf de straat, dicht bij de leefwereld van mensen.

Tegelijkertijd moeten we ook concluderen dat de lokale omroep, de lokale media en de lokale journalistiek onder druk staan. De zorgen zijn niet nieuw. De Raad voor Cultuur, de Raad voor het Openbaar Bestuur, het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en de WRR hebben de afgelopen jaren meermaals aan de bel getrokken. De WRR schrijft zelfs: "Het is slecht voor de lokale democratie als de lokale journalistiek in kwaliteit achteruitgaat. Bewoners blijven dan achter in hun informatiepositie en de lokale macht krijgt vrij spel." Het CDA deelt die analyse. De huidige situatie kent namelijk knelpunten. Lokale omroepen hebben moeite om voldoende journalistieke capaciteit op te bouwen. De financiering verschilt sterk per gemeente en gemeenten financieren soms de journalistiek, die hen tegelijkertijd moet controleren.

Voorzitter. De wet die wij vandaag behandelen, komt dus niet uit de lucht vallen. Er wordt al jarenlang gezocht naar manieren om de lokale omroep, de lokale journalistiek te versterken. In 2019 adviseerden de Raad voor het Openbaar Bestuur en de Raad voor Cultuur al om te komen tot een toekomstbestendig lokaal mediabestel. Hun analyse was helder: de democratische betekenis van lokale media neemt toe, terwijl de organisatorische en financiële basis juist onder druk staat. Daarna volgden nog meerdere onderzoeken, adviezen en pilots rondom streekomroepvorming. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wees in zijn rapport Aandacht voor media op het belang van sterke lokale nieuwsvoorziening voor het functioneren van de democratische rechtsstaat. De rode draad in al die adviezen was steeds dezelfde: meer samenwerken, meer professionaliteit, meer journalistieke capaciteit en stabiele financiering.

Met dit wetsvoorstel kiest het kabinet ervoor om die adviezen grotendeels te vertalen naar wetgeving. De financiering verschuift van gemeenten naar het Rijk, en dat is goed nieuws. Lokale omroepen worden samengebracht in een groter verzorgingsgebied en de NLPO krijgt een centrale rol binnen het nieuwe bestel. Dat zijn wel ingrijpende keuzes. Dat zijn keuzes die grote gevolgen hebben voor honderden lokale omroepen, duizenden vrijwilligers en uiteindelijk dus ook voor miljoenen Nederlanders, die afhankelijk zijn van een goed functionerende lokale nieuwsvoorziening.

Voorzitter. Juist daarom is het van belang dat wij niet alleen maar kijken naar de ambities van deze wet, maar ook kritisch toetsen of de gekozen instrumenten daadwerkelijk leiden tot het beoogde resultaat. Dat er iets moet gebeuren, staat voor het CDA daarbij echt niet ter discussie, maar de vraag die vandaag voorligt, is of de keuzes die in dit wetsvoorstel worden gemaakt, ook altijd leiden tot sterkere lokale nieuwsvergaring.

Voorzitter. Het kabinet kiest voor schaalvergroting. Het aantal lokale publieke omroepen wordt teruggebracht tot maximaal 80 verzorgingsgebieden en de gedachte daarachter is best begrijpelijk: grotere organisaties kunnen professioneler werken, kunnen journalisten in dienst nemen, kunnen een stabiele organisatie opbouwen. Professionalisering mag echter niet ten koste gaan van lokale binding.

Dat is niet alleen de zorg van het CDA, maar ook van de Raad van State, die waarschuwt dat grotere omroepen verder van de lokale gemeenschap kunnen komen te staan en dat dit risico's met zich meebrengt voor het vervullen van hun publieke functie. Ik vraag de minister hoe zij de lokale verankering van deze nieuwe streekomroepen gaat bewaken. Welke concrete eisen worden bijvoorbeeld gesteld aan de aanwezigheid in afzonderlijke gemeenten binnen een verzorgingsgebied? Hoe wordt voorkomen dat kleinere gemeenten en dorpskernen structureel minder aandacht krijgen dan grotere centrumgemeenten? Hoe wordt straks gemeten of de lokale binding daadwerkelijk behouden blijft?

Voorzitter. In dat kader wil ik specifiek stilstaan bij vrijwilligers. Wie een lokale omroep bezoekt, ziet dat veel organisaties draaien op betrokken inwoners die zich vrijwillig inzetten voor hun gemeenschap en hun omroep. Vrijwilligers verzorgen uitzendingen, maken reportages, doen verslag van sportwedstrijden en brengen het lokale nieuws. Ze vormen niet alleen een aanvulling op de lokale omroep; ze zijn het fundament ervan. Het CDA onderschrijft de wens om de journalistieke kwaliteit te versterken, maar hoe voorkomt de minister dat de professionalisering van het bestel gaat leiden tot het verlies van die lokale vrijwillige betrokkenheid? Welke verwachting heeft de minister ten aanzien van de ontwikkeling van het aantal vrijwilligers na invoering van de wet? Wordt in de evaluatie expliciet meegenomen hoe het met de vrijwilligers gaat? Wanneer zou de minister zelf concluderen dat de hervorming op dit punt voldoende of onvoldoende succesvol is geweest?

Voorzitter. Dan wil ik ingaan op de verhouding tussen lokale en regionale omroepen. Het CDA ziet kansen, kansen in samenwerking, zeker waar het gaat om onderzoeksjournalistiek, kennisdeling en ondersteuning. Maar samenwerking is iets anders dan vervaging. Lokale journalistiek heeft een eigen functie binnen ons bestel. Kan de minister schetsen hoe zij de verhouding tussen lokale en regionale publieke media over vijf of pak 'm beet tien jaar ziet? Hoe wordt voorkomen dat lokale identiteiten van streekomroepen bijvoorbeeld langzaam verdwijnen in de grotere regionale structuren?

Voorzitter. Dan de verzorgingsgebieden. De wet legt vast dat Nederland wordt verdeeld in maximaal 80 lokale gebieden. Op dit punt plaatst de Raad van State wel een fundamentele kanttekening. De Raad van State adviseert expliciet om dat maximum niet zo in de wet vast te leggen, omdat dit toekomstige aanpassingen bemoeilijkt wanneer blijkt dat gebieden te groot zijn of onvoldoende samenhang kennen. We begrijpen die kritiek, maar het is ook een worsteling. Ik heb dat net ook gehoord in een interruptiedebatje met de heer Mohandis. Hoe gaan we hier nou mee om? Ik ben heel benieuwd hoe de minister daar zelf naar kijkt. Wat gebeurt er bijvoorbeeld over enkele jaren als blijkt dat een bepaald verzorgingsgebied simpelweg niet logisch functioneert? Dat kan. Dat kan je nu ook nog niet weten. Moet dan de wet opnieuw worden gewijzigd of zijn er toch mogelijkheden om het bijvoorbeeld via een AMvB te doen?

Voorzitter. Daarmee samenhangend wil ik aandacht vragen voor de gebieden die achterblijven. Ze zullen vast ook in uw mailbox terechtgekomen zijn. Op papier lijkt de vorming overzichtelijk. We weten eigenlijk al dat die samenwerking in de praktijk niet overal vanzelfsprekend tot stand komt. Het laaghangend fruit was eigenlijk vrij snel op. De hele ingewikkelde kwesties liggen nog steeds op tafel. Het zijn er nog maar een paar. De minister heeft zelf aangegeven dat uitstel van deze wet leidt tot grote onzekerheid en dat dat echt niet kan. Tegelijkertijd stel ik dan de vraag wat er nu gaat gebeuren met die gebieden. Wat gebeurt er wanneer er meerdere kandidaten zijn voor één verzorgingsgebied of als een samenwerkingsproces toch nog vastloopt? En hoe wordt voorkomen dat inwoners in dergelijke gebieden uiteindelijk de dupe worden van die vertraging?

Voorzitter. Tot slot iets over de financiën, uiteraard. Het CDA steunt de keuze om de financiering van lokale publieke omroepen weg te halen bij gemeenten en onder te brengen bij het Rijk. Dat versterkt de lokale onafhankelijkheid van de lokale journalistiek. Tegelijkertijd is hier wel pittige kritiek op geleverd door de Raad van State, die stelt dat onvoldoende inzichtelijk is of de voorgestelde financiering toereikend is om de doelstellingen in de wet te realiseren. Ook is onvoldoende duidelijk welk deel van de middelen terechtkomt bij de journalistieke praktijk. Kan de minister aangeven hoe zij daarop reflecteert? Kan zij aangeven hoeveel middelen er bijvoorbeeld precies beschikbaar moeten komen voor journalistiek?

Voorzitter. Tot slot een vraag van de Raad van State als het gaat om de financiële onderbouwing. De VNG heeft aangegeven dat veel gemeenten waarschijnlijk geen gebruik zullen maken van het middel om een aanvullende bijdrage te leveren. Ik ben benieuwd waar de minister eigenlijk op baseert dat gemeenten dat wél zouden gaan doen. Wat betekent het voor de doelstelling van deze wet als die aanvullende bijdragen achterblijven?

De NLPO krijgt in dat nieuwe stelsel een belangrijke positie. Dat is goed. De organisatie krijgt taken op het gebied van samenwerking, coördinatie, financiering en advisering. Dat is ook goed. We begrijpen de wens om het lokale bestel beter te organiseren, maar een sterk lokaal bestel vraagt ook om gespreide verantwoordelijkheid. Kan de minister toelichten welke waarborgen zijn ingebouwd om te voorkomen dat te veel invloed bij één organisatie terechtkomt? Waarom is er gekozen voor de combinatie van taken bij de NLPO? Hoe wordt voorkomen dat de NLPO speler, adviseur en stelselbewaker wordt? Welke ruimte blijft bestaan voor zelfstandige keuzes van lokale publieke omroepen?

Voorzitter. Volgens mij zitten we allemaal … Het gebeurt niet allemaal in de nacht, maar ik probeer af en toe een wedstrijdje van het WK voetbal mee te pakken. Ik was dit debat aan het voorbereiden. Dat moet je niet 's nachts doen, maar dat gaat op zich best goed samen als je naar het WK kijkt. Ik kon de vergelijking eigenlijk vrij snel maken. In de aanval staan de minister en de NLPO. Hun doel is duidelijk: we moeten professionaliseren, we moeten sterkere streekomroepen maken en we moeten meer journalistieke bases leggen. In de verdediging — dat moet gezegd worden — staan de gemeenten en de VNG. Ze willen hun rol behouden, ze willen hun middelen behouden en ze vrezen verlies van hun lokale zeggenschap. Op het middenveld staan de vrijwilligers. Zij vormen al jaren het hart van de lokale omroepen. Zij vragen zich af welke plek zij straks nog hebben in die grotere streekomroepen. De Raad van State was de grensrechter. Die floot voor buitenspel en dwong het kabinet tot aanpassingen.

Wat ons betreft is die wedstrijd na vanavond nog lang niet gewonnen. Dat moment komt pas wanneer de professionele journalistiek en lokale betrokkenheid hand in hand gaan, als er straks sterke streekomroepen zijn én vrijwilligers zich daar thuis voelen. Het succes van deze wet wordt dus niet bepaald door de vraag hoeveel organisaties straks zijn samengevoegd of hoeveel bestuurslagen er zijn ingericht. De echte vraag is of inwoners straks beter geïnformeerd worden over wat er gebeurt in hun gemeente, dorp en wijk. Dat is de lat waarlangs het CDA dit wetsvoorstel beoordeelt. Op die punten zien wij uit naar de beantwoording van de minister.

Tot slot, voorzitter. Ik kan het debat helaas niet afmaken. Dat is wat het is. Het wordt ongetwijfeld heel laat, maar ik meld mij op een bepaald moment bij u af.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van der Maas voor zijn inbreng namens de VVD. Voor het spoorboekje: ik zou willen koersen op een dinerschorsing rond 19.30 uur. Gaat uw gang, meneer Van der Maas.

De heer Van der Maas (VVD):

Hartelijk dank, voorzitter. Wij spreken vandaag over de wijziging van de Mediawet. Veel inwoners hebben niet dagelijks te maken met de landelijke politiek, maar ze hebben wel te maken met de lokale politiek. Juist daar worden besluiten genomen die invloed hebben op hun kern, hun dorp, hun stad en dus op hun dagelijks leven. Maar wanneer inwoners niet weten waarom bepaalde politieke keuzes die hen direct aangaan, worden gemaakt, ontstaat er ruimte voor wantrouwen, voor speculatie en voor polarisatie. Juist dan is het van groot belang dat er journalisten zijn die uitleg geven, verschillende perspectieven laten zien en bestuurders kritisch blijven volgen. Lokaal worden er immers besluiten genomen over woningbouw, veiligheid, opvanglocaties, jeugdzorg en de besteding van belastinggeld. Dan moet er iemand zijn die onafhankelijk en objectief meekijkt, vragen stelt en verantwoording afdwingt. Die rol vervullen lokale publieke omroepen. De lokale journalistiek vervult daarmee een zeer belangrijke publieke taak, die verder gaat dan alleen het brengen van nieuws. Ze draagt bij aan de betrokkenheid van inwoners, aan transparantie en uiteindelijk ook aan het vertrouwen in de democratische rechtsstaat.

Juist omdat die taak zo belangrijk is, moeten we er ook voor zorgen dat het publieke geld dat hiervoor beschikbaar wordt gesteld, zo effectief mogelijk wordt ingezet. De VVD wil daarom een stelsel dat ruimte biedt aan professionele journalistiek, maar tegelijkertijd oog houdt voor doelmatigheid, flexibiliteit en een gezond medialandschap waarin publieke en private partijen naast elkaar kunnen bestaan en elkaar kunnen versterken.

Het is belangrijk te constateren dat lokale journalistiek niet alleen een kwestie van geld is; het is ook een kwestie van vertrouwen, en van onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Lokale journalistiek is dan ook onmisbaar voor een goed functionerende democratie. De VVD hecht daarom veel waarde aan sterke en onafhankelijke lokale omroepen.

De afgelopen jaren hebben de lokale omroepen stappen gezet. Er is geïnvesteerd in professionalisering, samenwerking en streekvorming. Maar tegelijkertijd zien we dat veel omroepen toch financieel kwetsbaar zijn. Te veel hangt nog af van tijdelijke middelen en van verschillen tussen gemeenten. De VVD begrijpt daarom de keuze om de basisbekostiging landelijk te regelen. Onafhankelijke journalistiek moet immers niet afhankelijk zijn van de lokale overheid die zij kritisch moet volgen.

Voorzitter. De VVD ziet dus goede dingen in deze wetswijziging. Wij hebben nog wel een aantal vragen. Publiek geld is bedoeld voor journalistiek, niet voor extra bestuurslagen, niet voor bureaucratie en niet voor groeiende overhead. De VVD wil daarom van de minister weten hoe wordt geborgd dat extra middelen daadwerkelijk terechtkomen bij verslaggevers, redacties en journalistieke kwaliteit. Hoe gaat het Commissariaat voor de Media hierop toezien? Een onderliggende vraag hierbij is welke normen straks worden opgenomen in het Handboek Financiële Verantwoording.

De VVD kijkt ook kritisch naar de mogelijkheid voor reclame-inkomsten. Lokale commerciële media hebben het al moeilijk genoeg; we moeten voorkomen dat publiek gefinancierde omroepen ook nog eens een keer concurreren om dezelfde advertentie-euro's. De minister zegt dat reclame niet wordt aangemoedigd, maar als dat zo is, waarom wordt er dan niet gekozen voor het opnemen in de wet van een expliciet verbod?

Dan schaalvergroting. Schaalvergroting is begrijpelijk; sterkere streekomroepen kunnen zorgen voor meer kwaliteit en meer continuïteit. Maar laten we vooral oppassen dat we geen stelsel bouwen dat meteen in beton wordt gegoten. De regering kiest voor een maximum van 80 verzorgingsgebieden; we hebben er anderen ook over gehoord. De VVD vraagt zich af of dat niet iets te star is. Nederland verandert; gemeenten groeien, fuseren, ontwikkelen zich. Het bestel moet daarin mee kunnen bewegen. Zo ontvingen wij al een beroep van een streek genaamd de Langstraat, die zich buitengesloten voelt en zich als 81ste verzorgingsgebied ziet. Waarom kiest de regering voor een harde grens? Wat gebeurt er als er een stad bij komt of wanneer er tussentijds grote herindelingen plaatsvinden?

Hetzelfde geldt voor de vijfjaarlijkse verdeling van de middelen. Is er voldoende ruimte om binnen die vijf jaar bij te sturen, om te evalueren of een omroep wel voldoet?

De VVD heeft ook vragen over de rol van NLPO. De wet legt belangrijke taken op het gebied van techniek en infrastructuur bij deze organisatie neer, maar veel voorzieningen worden nu al naar tevredenheid door marktpartijen geleverd. Waarom kiest de regering voor zo'n sterke concentratie van taken? Is het niet beter om ruimte te bieden voor samenwerking met private partijen? De VVD gelooft namelijk dat publieke middelen doelmatig worden besteed en dat we gebruik moeten maken van kennis en innovatie als die beschikbaar zijn, juist ook bij private partijen.

Dan kom ik bij de aanvullende financiering door gemeenten. Een belangrijk argument voor dit wetsvoorstel is juist dat het de afhankelijkheid van gemeenten verkleint. Indachtig het bekende gezegde "wie betaalt, bepaalt", vraag ik me af hoe we voorkomen dat vrijwillige bijdragen alsnog leiden tot een nieuwe afhankelijkheidsrelatie of een andere invloedsrelatie.

Voorzitter. In een tijd waarin desinformatie zich razendsnel verspreidt en het vertrouwen in instituties onder druk staat, is betrouwbare, lokale journalistiek belangrijker dan ooit. Mensen moeten kunnen vertrouwen op een herkenbare bron van feiten en duiding. Sterke journalistiek vraagt echter niet alleen om geld, maar ook om onafhankelijkheid, doelmatigheid en de ruimte om mee te bewegen. Dat is precies de balans waar de VVD in dit wetsvoorstel naar zoekt. Sterke lokale journalistiek is ook belangrijk voor het vertrouwen van mensen in de overheid en in onze democratische instanties.

Voorzitter. Dan ga ik naar een heel ander belangrijk onderwerp, waar de heer Krul net ook al aan refereerde. Dat is het WK voetbal, waarop het Nederlands elftal zulk mooi spel liet zien tegen Zweden. Wat een goals van Brobbey, Gakpo en Summerville! Het was echt een feestje. Omdat bijna deze hele Kamer wil dat voetbalwedstrijden van het Nederlands elftal een feestje blijven en dat we dat met zijn allen samen kunnen beleven, het liefst op grote pleinen in dorpen met veel bezoekers, werd de motie van mijn collega Kisteman door een grote meerderheid van onze Kamer aangenomen. In die motie wordt de regering verzocht om in samenwerking met de NOS het uitzenden van een groot sportevenement zoals het WK voetbal gratis te maken voor evenementen met maximaal 5.000 bezoekers, en om dit nog voor aanvang van dit WK voetbal te regelen. Maar helaas, dat is de regering niet gelukt.

De voorzitter:

Meneer Mohandis, denk ik. Of wordt het meneer Krul? Het ging zo snel.

De heer Mohandis (PRO):

Het is geen wedstrijdje, absoluut niet, al vraag ik me wel af wie er beter kan voetballen, want ik begreep dat u ook een voetbalverleden hebt. Ik heb dat ook, maar dat terzijde.

Voorzitter. Ik heb het amendement gelezen. Wij hebben de motie van de heer Kisteman gesteund. Die oproep is helder. Dat moet je ook goed willen regelen en dat zul je ook goed moeten uitzoeken. Maar het amendement vraagt om een uitzondering op het dienstbaarheidsverbod. Dat is nogal wat. Dat is echt een groot voorstel. Ik kijk ook even naar de collega's. Ik vind het ook buiten de orde van dit debat. Ik had namelijk ook nog wel andere amendementen willen indienen over de hervorming van de landelijke omroep. Dit gaat over de lokale omroepen, dus ik was even benieuwd of dit wel een geëigend moment was. U kunt dit helemaal niet regelen vóór dit WK. Dit zou mogelijk, als het snel kan, voor het volgende EK kunnen. Waar komt dit dus vandaan? Ik had andere amendementen verwacht, over de kern van dit wetsvoorstel.

De voorzitter:

Meneer Van der Maas.

De heer Van der Maas (VVD):

Deze hele sessie gaat over de wijziging van de Mediawet in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau. Dit amendement gaat over de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht, want het gaat over het WK en het uitzenden daarvan. Dat is een "publieke mediaopdracht". We kunnen het "lokaal niveau" er ook aan vastplakken. Het gebeurt op pleinen en in kroegen, dus ook op dat gebied klopt het. Wat dat betreft past het perfect in dit debat.

De heer Krul (CDA):

Ik ga toch naar de inhoud. Ik stond onder de motie. Ik vond het ook belangrijk. Ik heb de uitleg van de minister gehoord en nog een keer gehoord. Die was eigenlijk vrij duidelijk. We komen elke keer op hetzelfde punt uit, namelijk dat het gewoon niet mag volgens de Europese staatssteunregels. Hoe gaan we daar dan mee om?

De heer Van der Maas (VVD):

Het verbaast mij inderdaad dat dat argument op tafel komt. In België kan het wel. Daar is men onderworpen aan dezelfde regels. Dat verbaast mij. Ik denk dat we het hier ook mogelijk moeten kunnen maken, als we de Belgische redenering volgen.

De heer Krul (CDA):

We vermoeden dat België zich niet houdt aan de Europese staatssteunregels, maar goed. Ik ben heel benieuwd naar de appreciatie van de minister hierop, maar ik geef alvast een winstwaarschuwing. Het moet wel kúnnen. Ik vind het sympathiek, maar het moet wel kúnnen.

De heer Van der Maas (VVD):

Weet u wat zo mooi is aan het Nederlands elftal? Dat is dat het aanvallend speelt, dat het agressief speelt, dat het niet het braafste team van het wereldkampioenschap is. Nederland moet hier niet het braafste jongetje van de klas zijn. We moeten aanvallend zijn. We moeten niet zeggen dat het niet kan en dat het niet mag en al dat soort dingen. Het kan wel, want in België kan het ook.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Sorry hoor, maar ik krijg hier echt gewoon een beetje buikkrampen van. Ik krijg helemaal de kriebels hiervan. Omdat er nu een WK is, wordt Brobbey genoemd en is het ineens zo van: "O ja, dan gaan we ervoor zorgen dat dat gratis uitgezonden mag worden en daar gaan we dan even deze wet voor gebruiken, want ja, een plein ís lokaal, dus daar kan een lokale omroep ook naartoe. Zo gaan we even een haakje vinden." Het is gewoon meeliften op het WK, op de 5-1 tegen Zweden, op de wedstrijd van donderdagnacht. Is de heer Van der Maas het niet met me eens dat dit echt om kriebelig van te worden is? Dit past hier toch gewoon helemaal niet? Dit is gewoon effe leuk populair doen en dan maar hopen dat heel Nederland dat superleuk vindt. Ik kan u vertellen dat de helft van Nederland hier ook met pijn in de buik naar zit te kijken.

De heer Van der Maas (VVD):

Ik vind het heel vervelend dat u hier pijn in de buik van krijgt.

De voorzitter:

Ik niet hoor, maar mevrouw Van der Plas wel.

De heer Van der Maas (VVD):

O ja, "dat mevrouw Van der Plas hier kriebels van krijgt". Ik krijg die kriebels ook, maar dan vooral van het mooie spel van het Nederlands elftal! Maar ik wil er wel op wijzen dat mijn collega Kisteman hier al maandenlang mee bezig is. Dit is dus niet een toevallige eendagsvlieg. Het is niet zo dat we dit ineens nu geregeld willen hebben. Nee. Hij is er al maanden mee bezig. Maar het ijzer is nu heet, en als het ijzer heet is, dan moeten we het smeden.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Echt, ik voel Nederland gewoon meekriebelen! Echt, hou op hiermee. Hou op hiermee en doe gewoon een serieus voorstel. Zeg niet: waar ik de kriebels van krijg, is het mooie spel van het Nederlands elftal. Bleh, zeg ik daarvan. Sorry, maar dat moet me echt van het hart. Puntje bij paaltje: dit amendement past niet in zo'n debat over lokale omroepen, over bestaansrecht, over financiering en over de binding met de lokale bevolking. Dit is echt een heel goedkoop amendement.

De heer Van der Maas (VVD):

Natuurlijk heeft mevrouw Van der Plas recht op haar eigen mening, maar we hebben het hier — dat heb ik net ook al voorgelezen — over de wijziging van de Mediawet. Dit past daar perfect in. Het zou dus eigenlijk niemand moeten verbazen dat ik heb besloten om dit nu in te brengen, zeker niet gegeven het verleden.

De heer Mohandis (PRO):

Het zou wel moeten verbazen, want er zijn ook mede-indieners van de motie, waaronder ondergetekende. Als u dit echt wilt regelen, dan had u dit niet zo gedaan en zou u niet dit contrast hier gemaakt hebben, alsof wij minder zouden hebben met het Nederlandse elftal of dat niet leuk vinden. Dat is gewoon nonsens. Dit wetsvoorstel gaat over de hervorming van de lokale omroepen. Als u het echt wil regelen, doe ik een handreiking. Laten we dat samen regelen bij de hervorming van de landelijke omroep. Dat gaat ook nog eind dit jaar of begin volgend jaar plaatsvinden. Dan hebben we het geregeld voor het komende EK en WK. Dan hebben we het ook serieus geregeld. Maar dit amendement heeft zo veel complicaties … Ik ga nu niet in op de techniek, dienstbaarheidsverbod moderniseren, noem maar op. Niet doen op deze manier. Laten we het zorgvuldig doen. Laten we het echt doen. Dit is toch geen samenwerken, meneer Van der Maas? Dit is toch niet de manier waarop je dit doet?

De heer Van der Maas (VVD):

Dit is een heel zorgvuldig amendement. Dat heeft u ook kunnen lezen. Het zit goed in elkaar. Meneer Mohandis heeft heel veel tijd besteed aan verschillende andere aspecten van de Mediawet in verband met de versterking van de uitvoering op lokaal niveau. Ik en de collega de heer Kisteman hebben ons op iets anders gericht. Het is een beetje jammer dat daar nu geen ruimte voor is. Het is een serieus voorstel, dat we heel graag erdoorheen zien komen, waarbij we het meteen hebben geregeld voor de toekomst. Dat is het allerbelangrijkste.

De heer Martin Bosma (PVV):

Dit gratisbiervoorstel … Is dit nou wat ze "populisme" noemen, waar ik wel vaker over hoor?

De heer Van der Maas (VVD):

Ik denk dat ieder zijn eigen definitie heeft van populisme. De heer Bosma weet dat ongetwijfeld als beste. Als dit dus in zijn definitie van populisme past, dan mag dat zijn opvatting zijn, maar dat is wat ons betreft niet het geval. Dit is een serieus voorstel, waar we al maanden mee bezig zijn, dat er niet doorheen is gekomen en dat we nu gewoon willen regelen. Zo simpel is het niet. Het is niet populisme; het is gewoon doorzettingskracht.

De heer Mohandis (PRO):

De VVD beweert dat ze het nu kan regelen. Hoe ziet de VVD dat? U dient een vergaand amendement in. Ik doe de handreiking om samen te kijken hoe we het voor het komende EK en WK kunnen regelen. Dan doen we het zorgvuldig. Dan kan ook de Raad van State ernaar kijken. Dan doen we dit ook op een goede manier. Het vraagt nogal wat. Dit is gewoon goedkoop. Dit is gewoon gratis b… Op deze manier gaan we het niet fixen en is het gewoon een verworpen amendement. Dit dient u alleen maar in omdat het WK nu is, terwijl u donders goed weet … Via u, voorzitter. De VVD weet donders goed dat dit nu geen enkel effect heeft, als dit amendement al aangenomen zou worden. Ik vind het dus gewoon heel goedkoop om dit op deze manier hier neer te leggen. En mij dan verwijten, via u, voorzitter, dat ik me heb verdiept in de wet zoals die nu voorligt, vind ik eigenlijk ook gewoon niet kies, gezien de tijd die we hier met elkaar te besteden hebben om de regering te controleren op een wetsvoorstel dat voorligt, dat al zes jaar wordt aangekondigd en dat best wel wat implicaties heeft. Daar gaat de heer Van der Maas niet op in, wij wel. Maar goed, u bepaalt zelf … Via u, voorzitter. De heer Van der Maas bepaalt zelf hoe hij zijn werk doet.

De heer Van der Maas (VVD):

Nou, ik heb net zo'n zeven minuten lang gepraat over het wetsvoorstel zelf. Dit is het laatste staartje van mijn betoog. Ik ben hierna dan ook klaar. Ik neem dus afstand van de indruk die hier nu ontstaat dat ik dit wetsvoorstel helemaal niet serieus neem. Ik koppel er nog iets anders aan. Daar zijn we al heel lang mee bezig. En als we er al lang mee bezig zijn, dan is het helemaal niet zo gek dat we dat nu hier proberen te regelen op een manier die goed is en ook gedegen in elkaar zit.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Ik geef persoonlijk niet zo heel veel om voetbal, dus daar ga ik niet populair over doen. Ik vind het wel heel leuk voor andere mensen. Ik vind het ook eigenlijk best wel een leuk amendement. Ik weet alleen nog niet helemaal of we het gaan steunen. Ik wil de heer Van der Maas wel het volgende meegeven. Wat ik even ga onthouden, is een VVD die zegt: "Het kan in andere landen wel. Je moet een beetje assertief spelen met de Europese regels. Daarin hoeven we niet altijd het braafste jongetje van de klas te zijn." Ik ga meneer Van der Maas meegeven dat ik die even ga onthouden, want op heel veel portefeuilles is het punt van de VVD altijd: braafste jongetje van de klas; mag niet van Europa. Die neem ik dus mee. Het amendement ga ik even overwegen.

De heer Van der Maas (VVD):

Daar waar ik zeg dat we niet altijd het braafste jongetje van de klas hoeven te zijn, bedoel ik natuurlijk wel dat we dat binnen Europese regelgeving moeten doen, uiteraard. Dat het in België wel kan, is volgens mij een indicatie dat het ook binnen de Europese regels kan. Dat geeft ons de mogelijkheid om dat nu te doen.

De voorzitter:

Was u aan het einde van uw termijn?

De heer Van der Maas (VVD):

Daarmee ben ik inderdaad aan het einde van mijn termijn.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng namens de BBB. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel, voorzitter. Als we het hebben over lokale omroepen, hebben we het niet alleen over journalistiek. We hebben het namelijk over identiteit, gemeenschap en herkenning. We hebben het over het dorpsfeest waar de lokale omroep verslag van doet en over de vrijwilliger die al twintig jaar een programma maakt. We hebben het over streektalen, dialecten, lokale muziek, verenigingen, evenementen en tradities, die nergens anders aandacht krijgen. Voor sommige mensen is de lokale omroep dé verbinding met de buitenwereld, niet met Den Haag of met Hilversum, maar met hun eigen wereld. Juist daarom moeten we voorzichtig zijn met een stelselwijziging die op papier logisch klinkt, maar in de praktijk iets kan afbreken wat we later niet meer terugkrijgen. Dat is precies de zorg die de BBB bij dit wetsvoorstel heeft.

Laat ik vooropstellen dat wij het doel van het wetsvoorstel onderschrijven, want lokale journalistiek verdient versterking, professionalisering is soms nodig en samenwerking kan verstandig zijn. Maar dat betekent nog niet dat schaalvergroting de oplossing is. Toch kiest dit wetsvoorstel voor een harde structuurwijziging, waarbij het aantal lokale omroepen wordt teruggebracht naar maximaal 80 verzorgingsgebieden. Waarom precies 80? Ik heb nog steeds geen overtuigend antwoord gehoord op de vraag waarom dit aantal noodzakelijk is om het doel van het wetsvoorstel te bereiken. De regering zegt dat er binnen dat maximum nog steeds flexibiliteit mogelijk is, maar dat is geen antwoord op de vraag waarom dat maximum überhaupt nodig is. Waarom zouden we een uitkomst wettelijk vastleggen voordat bewezen is dat die uitkomst noodzakelijk is?

Wat mij misschien nog wel de meeste zorgen baart, is dat we hier bezig zijn met een traject dat onomkeerbaar is. Als lokale omroepen verdwijnen, redacties worden samengevoegd, vrijwilligers afhaken en vertrouwde namen uit het lokale medialandschap verdwijnen, krijg je die niet zomaar terug. Dat gaat niet alleen over gebouwen of organisaties; dat gaat over mensen. Het gaat over kennis. Het gaat over betrokkenheid. Het gaat over gemeenschapsgevoel. Als we over zeven jaar concluderen dat dit systeem toch niet werkt zoals gehoopt, hoe bouwen we dan opnieuw op wat inmiddels verdwenen is? Hoe brengen we dan de vrijwilligers terug die zijn afgehaakt? Hoe herstellen we lokale netwerken die zijn weggevallen? Sommige veranderingen kun je terugdraaien, maar deze verandering voelt echt als een eenrichtingsweg.

Voorzitter. De regering wijst erop dat grotere omroepen beter in staat zijn om hun democratische functie te vervullen. Dat kan allemaal best zo zijn, want een grotere organisatie heeft meer capaciteit om bestuurders kritisch te volgen en onderzoek te doen, maar lokale omroepen hebben meer functies dan alleen de controlerende functie. Zij zijn namelijk ook de cultuurdragers. Zij houden de streekidentiteit levend. Zij geven ruimte aan dialecten. Zij brengen tradities, muziek, verenigingen en het gemeenschapsleven in beeld. Dat zijn geen bijzaken; het is juist een belangrijk onderdeel van hun maatschappelijke waarde. Zij helpen onze oer-Hollandse cultuur levend te houden.

Juist daar zit een fundamentele vraag: wat gebeurt er met al die culturele en sociale functies als steeds grotere gebieden vanuit steeds centralere redacties worden bediend? Houden we dan nog wel ruimte voor alle lokale kleuren en smaken of bewegen we langzaam richting een eenheidsworst? We zijn de afgelopen jaren al veel kwijtgeraakt: lokale krantjes verdwijnen, huis-aan-huisbladen verdwijnen, snuffelkranten verdwijnen, lokale redacties verdwijnen. Moeten we nu dan ook nog eens wettelijk vastleggen dat het aantal lokale omroepen fors wordt teruggebracht?

Toen ik in de jaren tachtig begon als lokale journalist was juist de veelheid van lokale media een bron van nieuws voor mensen in steden en dorpen. Ze zaten vaak met hun redacties midden in de binnenstad. De journalisten kwamen overal, van het gemeentehuis tot het café tot op het veld van de plaatselijke derde klasse van de KNVB tot aan de pluimveetentoonstelling in het plaatselijke buurthuis. Mensen voelden zich door de berichtgeving juist veel meer verbonden met hun stad of dorp. We hebben kunnen zien dat schaalvergroting bij kranten niet bepaald heeft gezorgd voor betere verslaggeving. Ik vrees dat dit ook gaat gebeuren met lokale omroepen als de gebieden te groot worden.

Voorzitter. Juist omdat de culturele en maatschappelijke functie van lokale omroepen zo belangrijk is, verbaast het BBB dat dit aspect nauwelijks terugkomt in de voorgestelde evaluatie van het nieuwe stelsel. De regering noemt de financiële gezondheid van omroepen, het bereik, de waardering en de hoeveelheid lokaal nieuws. Dat zijn belangrijke indicatoren, maar die vertellen niet het hele verhaal. Want wat gebeurt er dan als het bereik op orde is, maar de lokale omroep haar rol als drager van streekidentiteit, tradities, verenigingsleven en gemeenschapsgevoel langzaam verliest? Is de minister bereid periodiek, bijvoorbeeld jaarlijks of tweejaarlijks, inzichtelijk te maken hoe het staat met de culturele en maatschappelijke functies van lokale omroepen? Daarbij kan worden gekeken naar zaken als de zichtbaarheid van kleinere kernen, aandacht voor de streekcultuur en de dialecten, de betrokkenheid van vrijwilligers en de mate waarin inwoners zich ook echt herkennen in het media-aanbod. Ik ga daarvoor ook een amendement indienen, als dat niet al is ingediend.

Daarnaast vraagt de BBB of de minister bereid is om bij duidelijke signalen van verschraling of verlies van lokale verankering niet te wachten op een evaluatie na zeven jaar, maar tussentijds in te grijpen. Wat BBB betreft moet monitoring niet alleen dienen om achteraf vast te stellen of het stelsel heeft gewerkt, maar juist ook om op tijd te kunnen voorkomen dat er onherstelbare schade ontstaat.

Voorzitter. De regering wijst voor de borging van lokale verankering nadrukkelijk op het Programmabeleid bepalend orgaan, het pbo. Dat orgaan moet een afspiegeling vormen van de gemeenschap en ervoor zorgen dat de omroep geworteld blijft in de samenleving. Daar hebben wij wel vragen bij, want waarvan moet het precies een afspiegeling zijn? Een afspiegeling is namelijk niet hetzelfde als een vertegenwoordiging. Dat zijn twee totaal verschillende dingen. Je kunt vertegenwoordigers van allerlei stromingen aan tafel zetten, zonder dat je echt een goed beeld hebt van wat er leeft onder mensen.

Neem een streek waarin verschillende geloofsgemeenschappen voorkomen. Wanneer is een pbo dan representatief? Is dat als iedere geloofsovertuiging één zetel krijgt? Dat lijkt misschien netjes verdeeld, maar zegt dat ook iets over de werkelijke verhoudingen die er zijn binnen een gemeenschap? Hoe zit het met de groepen die niet georganiseerd zijn, met ouderen van 90 jaar, met laaggeletterden, met mensen die niet in besturen zitten, met ondernemers die zes dagen per week werken en met jonge gezinnen, die nauwelijks tijd hebben om zich bestuurlijk te organiseren? De praktijk leert dat in dit soort organen vaak mensen terechtkomen die maatschappelijk actief zijn, organisaties vertegenwoordigen en gewend zijn om te vergaderen. Daar is niks mis mee, maar dat is niet automatisch hetzelfde als een afspiegeling van de samenleving, en al helemaal geen vertegenwoordiging van de samenleving.

Voorzitter. Daar komt nog iets bij. Hoe groter het verzorgingsgebied wordt, hoe moeilijker het wordt om daadwerkelijk voeling te houden met alle dorpen, wijken en gemeenschappen binnen dat gebied. Juist daarom vraag ik de minister opnieuw of zij niet te veel vertrouwen legt bij een instrument waarvan nog maar moet blijken of het in de praktijk kan waarmaken wat er nu van wordt verwacht.

Ook het onderscheid tussen lokale en regionale omroepen blijft voor de BBB een punt van zorg. De regering stelt dat beide lagen voldoende van elkaar verschillen, omdat zij een andere wettelijke taak hebben. Daarbij is nog niet aangetoond dat zij in de praktijk voldoende van elkaar blijven verschillen. Als streekomroepen steeds groter worden, steeds professioneler worden georganiseerd en steeds grotere gebieden bedienen, dan ontstaat vanzelf de vraag waar "lokaal" ophoudt en "regionaal" begint. Dat onderscheid borg je niet alleen door verschillende taakomschrijvingen in de wet op te nemen. Uiteindelijk gaat het ook om schaal, identiteit, herkenbaarheid en de rol die een omroep in de gemeenschap vervult.

Tot slot ga ik naar de financiën, want ook daarover blijven vragen staan. Op papier lijkt er meer geld beschikbaar te komen, maar verschillende partijen uit het veld wijzen erop dat die vergelijking geen volledig beeld geeft. Wanneer ook bestaande versterkingsmiddelen worden meegenomen, ontstaat een ander beeld. Dan rijst de vraag of een groot deel van de streken er uiteindelijk juist niet op achteruitgaat. Als dat zo is, ontstaat er een ongemakkelijke combinatie van minder omroepen, grote gebieden en mogelijk minder geld per streek. Dat klinkt niet vanzelfsprekend als een versterking van de lokale journalistiek.

BBB wil sterke lokale journalistiek. BBB wil professionele lokale journalistiek. BBB wil onafhankelijke lokale journalistiek. BBB wil echter ook lokale binding behouden, lokale identiteit behouden en lokale gemeenschappen behouden. Als we die kwijtraken, raken we namelijk iets kwijt wat veel moeilijker terug te brengen is dan een organisatiestructuur of een financieringsmodel. Dan raken we een stukje van Nederland kwijt. Daar moeten we heel voorzichtig mee zijn.

Dank u wel.

De heer Krul (CDA):

Dit is een mooi betoog van mevrouw Van der Plas. Heel veel zorgen die zij schetst, deelt het CDA. Ik ben benieuwd hoe mevrouw Van der Plas kijkt naar de financiering. Ik heb veel omroepen gesproken die zeggen: we zijn zelf misschien niet zo gelukkig met deze ontwikkeling, maar we zijn het wel over één ding eens, namelijk dat wel blij zijn dat we wat meer financiering krijgen. Stel dat we het niet doen zoals nu wordt geschetst in het wetsvoorstel. Heeft mevrouw Van der Plas dan ideeën voor hoe we de financiering structureler kunnen borgen? Moet het dan alsnog via de gemeenten of het Rijk? Hoe gaan we het dan doen?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dat is op zich een goed punt van de heer Krul. Ik wacht liever even de antwoorden van de minister af, voordat ik hier direct met pasklare oplossingen kom. Daar is ook al het een en ander over gezegd. Laten we dat eerst even afwachten.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Oualhadj namens D66. Daarna hebben we nog twee sprekers van de zijde van de Kamer. Ik stel voor dat we de eerste termijn afmaken voor de dinerschorsing. Het woord is aan mevrouw Oualhadj namens D66.

Mevrouw Oualhadj (D66):

Dank u wel, voorzitter. Jaren geleden liep ik als vrijwilliger rond bij de lokale FunX-studio in mijn geboortestad Den Haag. Toen ik daar later ook een baan aangeboden kreeg en mijn eigen radioshow mocht presenteren, kon de luisteraar rekenen op een simpel concept. Ik gaf alles wat er voor leeftijdsgenoten in Den Haag speelde en het talent uit de stad een podium om zo de wereld van met name de politiek dichter bij de jongeren te brengen. Dat was niet alleen ontzettend leuk om te doen, maar nog belangrijker: ik kon onderwerpen agenderen waarvan ik wist dat die voor leeftijdsgenoten speelden, van het vinden van een stageplek tot het uitgaansbeleid. Ik kon ervoor zorgen dat dit soort belangrijke onderwerpen op de agenda van de gemeenteraad kwamen te staan. Althans, dat hoopte ik natuurlijk.

Voorzitter. De vraag of mensen toegang hebben tot onafhankelijke en betrouwbare informatie over de plek waar ze wonen is een belangrijk thema. Ik ben dan ook blij dat we deze wetswijziging vandaag bespreken, want democratie begint niet alleen hier in deze zaal. Democratie begint op de inspraakavond waar het plan wordt gevormd voor de herinrichting van de wijk of bij de gemeenteraad, die besluit over de opening van een nieuwe bibliotheek. Precies daar speelt de lokale omroep een cruciale rol, door de bewoners te informeren, door het bestuur te controleren en door belangrijke zaken actief onder de aandacht te brengen. Dat is cruciaal voor ons allemaal.

Daarom is het ontzettend goed dat we hier vandaag staan om de lokale omroepen te versterken, want dat is nodig. Steeds meer Nederlanders, en zeker jongeren, zien het nieuws op hun telefoon binnenkomen, met name via sociale media. Maar uit het onderzoek dat vorige week naar buiten kwam, bleek dat Nederlanders heel goed aanvoelen dat een bericht op sociale media niet per se hetzelfde is als betrouwbare journalistiek. Dat biedt een kans. Deze wet biedt een kans, want het laat zien: mensen zoeken nieuws en mensen willen weten wat er speelt, maar ze willen ook kunnen vertrouwen op de bron. Dat vertrouwen is harder nodig dan ooit, ook omdat nepnieuws steeds vaker voorkomt. Denk aan een bericht in een buurtapp dat nergens op is gebaseerd, maar wel razendsnel verspreid wordt en tot, achteraf onterechte, paniek heeft geleid. Het is dus heel belangrijk dat er ook op lokaal niveau sterke, betrouwbare informatievoorziening is, die ook wordt doorvertaald naar moderne, innovatieve vormen, want bij gebrek aan factchecking blijft dat gerucht misschien wel in de lucht hangen. Dat vraagt dus om omroepen die durven te vernieuwen, bijvoorbeeld door nieuws ook in korte video's te brengen en andere nieuwe onlinevormen uit te proberen, zodat het lokale nieuws zichtbaarder wordt op de plekken waar inwoners, en zeker ook jongeren, hun nieuws tegenkomen.

D66 steunt deze wetswijziging van harte. We juichen toe dat lokale publieke omroepen eindelijk steviger worden neergezet, want in veel delen van Nederland is lokale journalistiek kwetsbaar geworden. Uit de voorbeelden waarbij het wél lukt, kunnen we leren wat het oplevert voor bewoners. Denk aan 1Twente, dat jarenlang onderzoek deed naar een dubieuze gemeentelijke vastgoedtransactie. Dat leidde tot tientallen publicaties, tot raadsdebatten, tot excuusbrieven van het college van burgemeester en wetshouders en tot een extern raadsonderzoek naar het functioneren van het lokale bestuur. Je gunt toch elke gemeente in Nederland journalisten die op deze manier lokaal misstanden aan de kaak stellen en onderwerpen agenderen? Waar je woont, zou niet mogen bepalen wat je weet. Of je nu in een grote stad woont of in het kleinste dorp, je wil kunnen horen dat jouw school dreigt te sluiten of dat de raad besluit over de vergroening in jouw straat. Als niemand dat meer actief naar buiten brengt, weet je het niet, en wie niets weet, kan niet meedoen aan de democratie. Daaruit ontstaat vaak een gevoel van machteloosheid. Dat is wat D66 betreft een onwenselijke situatie, omdat burgerparticipatie vaak leidt tot beter beleid.

Voorzitter. D66 is optimistisch over wat deze wet kan opleveren, want als we de basis goed organiseren, kunnen lokale omroepen uitgroeien tot sterke, zichtbare en professionele journalistieke organisaties, namelijk omroepen die ruimte geven aan verschillende stemmen, mensen verbinden, lokale verhalen vertellen en vrijwilligers betrekken, maar die ook bestuurders kritisch volgen.

Voorzitter. Het huidige stelsel schiet op een aantal plekken tekort en daarom zijn die voorgestelde wijzigingen een verbetering, te starten met die financiering. Deze is, zoals nu georganiseerd, soms onzeker, versnipperd en te afhankelijk van gemeenten. Ik vind dat punt van afhankelijkheid echt een belangrijke. Lokale omroepen moeten kritisch kunnen berichten over dezelfde gemeente waarvan zij financieel afhankelijk zijn. Ook als een gemeente zich nergens mee bemoeit, ondermijnt alleen al de schijn van afhankelijkheid hun onafhankelijke positie. Journalisten moeten vrij kunnen werken, niet voorzichtig en niet met ingehouden adem, maar met een rechte rug. Daarom vindt D66 het goed dat die bekostiging wordt overgebracht van het gemeentefonds naar de Mediabegroting. Juist omdat lokale journalisten misstanden blootleggen, lopen ze een risico. Lokale makers wonen vaak zelf in de gemeenschap waarover ze berichten en komen onderwerpen bij wijze van spreken tegen in de supermarkt. Mijn vraag aan de minister is hoe zij borgt dat in dit nieuwe stelsel ook de veiligheid van lokale journalisten en vrijwilligers wordt meegenomen en hoe dat aansluit op de inzet van PersVeilig.

We zijn ook erg blij dat er extra geld voor uitgetrokken wordt. Daarmee wordt de financiering meer voorspelbaar, stabieler en onafhankelijker. Dat is nodig, want goede journalistiek ontstaat niet vanzelf. Het vraagt tijd, opleiding, techniek, bereik, goede mensen en continuïteit. Die fantastische inzet van vrijwilligers op vele plekken binnen die lokale omroepen blijft daarbij onmisbaar. Zij kennen de gemeenschap, de verhalen en de mensen, maar ook zij verdienen ondersteuning van een professionele basis, juist zodat er nog beter gebruik kan worden gemaakt van hun inzet.

Voorzitter. Schaalvergroting. Het allerbelangrijkste is volgens mij dat het geld terecht moet komen bij de mensen die het nieuws ook daadwerkelijk maken, bij degene die verslag doet, content maakt of filmpjes monteert. Maar doordat er zo veel losse omroepen zijn, gaat te veel geld naar de techniek, de huisvesting en de organisatie in plaats van naar de makers zelf. Overal zijn omroepen in hun eentje bezig met dezelfde uitdagingen: Hoe gaan we online? Hoe bereiken we jongeren? Ze moeten uitvinden hoe je goed scoort op de algoritmes. In al die redacties zit kennis over wat er werkt. Die kunnen we veel meer met elkaar delen en bundelen. Daar pakken we wat mij betreft de winst en houden we meer over voor de journalistiek zelf. Daarom kiest deze wet voor schaalvergroting. Dat deel ik volledig.

Voorzitter. Maar schaalvergroting mag nooit een doel op zich worden. Hoe groter de schaal, hoe groter het risico dat de herkenbaarheid voor inwoners verdwijnt. De lokale gemeenschap en de lokale cultuur moeten wel zichtbaar blijven. Juist daarin zit de kracht van lokale media. Daarom vraag ook ik de minister hoe wordt geborgd dat grote verzorgingsgebieden niet leiden tot meer afstand tot de inwoners. Hoe wordt gemonitord of alle kernen, gemeenschappen en wijken voldoende worden bediend?

Voorzitter. Dan over de samenwerking. In de afgelopen jaren zijn er ontzettend mooie vormen van samenwerking ontstaan tussen lokale omroepen onderling, met regionale en landelijke omroepen en met lokale voorzieningen zoals bibliotheken en cultuurinstellingen. Denk aan de NOS, die het NOS Journaal Regio uitzendt, of aan de omroepen die gevestigd zijn in lokale bibliotheken. Dat is wat de D66-fractie betreft ook precies de energie die we moeten aanmoedigen. Daarom moet samenwerking hoog op de agenda blijven staan en wat ons betreft actief aangejaagd worden. Samenwerking versterkt de band tussen organisaties. Ook is het doelmatig: elke euro die niet dubbel uitgegeven wordt aan techniek, organisatie of licenties kan naar de journalistieke inhoud en verhalen uit de gemeenschap. Het wetsvoorstel geeft de NLPO een taak in samenwerking en coördinatie. Dat is goed, maar de samenwerking zelf is nog maar beperkt wettelijk verankerd, terwijl juist daar grote kansen liggen.

Daarom vraag ik de minister een aantal zaken. Is zij het met ons eens dat de bestaande samenwerkingsverbanden benut moeten blijven, maar dat ook nieuwe samenwerkingsverbanden maximaal benut moeten worden? Zo worden dubbel werk en inefficiënt gebruik van publieke middelen voorkomen. Ziet de minister een rol voor de NLPO om kennis over wat er nou wel werkt — ik noemde net onlinebereik, jongeren en algoritmes — actief tussen de omroepen te delen en innovatie structureel aan te jagen? Zo gaat niet elke omroep in z'n eentje het wiel opnieuw uitvinden. Is ze bereid om innovatie en digitalisering een duidelijke plek te geven in het concessiebeleidsplan, zodat vernieuwing niet vrijblijvend is? Dat willen we ook voor de landelijke omroep. Ziet de minister mogelijkheden om die samenwerking ook te monitoren? Welke middelen heeft de minister als blijkt dat de samenwerking onvoldoende in stand blijft of tot stand komt? Zo zijn omroepen essentiële middelen niet kwijt aan technische zaken die ze ook samen kunnen regelen.

Dan over de aanwijzingen van lokale en regionale omroepen. Die aanbestedingen zijn nu telkens voor vijf jaar. Het is daarmee een open bestel. Dat is volgens mij heel belangrijk. Deze termijn leidt er tot nu toe echter toe dat iedere keer dat de omroepen net weer op stoom zijn, ze weer moeten starten met het schrijven van nieuwe beleidsplannen voor een nieuwe aanwijzing. Dat kost best veel geld, tijd en mankracht. Dat gaat ten koste van de tijd en mankracht die aan de journalistieke inhoud besteed kunnen worden. Ik overweeg dan ook een motie hierover in te dienen in de tweede termijn, zeg ik even ter aankondiging.

D66 is blij dat de minister nu vaart maakt. Al meer dan twintig jaar praten we over lokale omroepen die onder druk staan, over versnippering, over de kwetsbare financiering en over de druk op journalistieke professionaliteit. Het is goed dat er nu een doorbraak komt. Maar juist omdat deze doorbraak echt nodig is, moeten we eerlijk zijn over het tijdspad. Daar maak ik me een klein beetje zorgen om. We krijgen van allerlei organisaties uit het veld signalen dat de planning wel erg krap is. De sector moet zich voorbereiden, de verzorgingsgebieden moeten helder zijn, gemeenteraden moeten nog advies kunnen uitbrengen, het commissariaat moet de aanvragen kunnen voorbereiden, de NPLO krijgt een grotere rol en lokale omroepen moeten weten waar ze aan toe zijn. Daarom vraag ik de minister of deze wetswijziging nog op tijd komt om de overgang zorgvuldig te laten verlopen. Wat gebeurt er als onderdelen vertragen? Hoe voorkomt de minister dat lokale omroepen in de overgang onzekerheid ervaren, terwijl deze wet juist bedoeld is om op lange termijn meer stabiliteit te geven?

Voorzitter, ik rond af. De lokale omroep is van ons allemaal. Na jaren van praten kunnen we eindelijk stappen zetten. Lokale omroepen verdienen ook een steviger fundament. Inwoners verdienen betrouwbare informatie over hun eigen omgeving. Onze democratie verdient media die onafhankelijk en dichtbij zijn. Laten we de lokale makers en journalisten de ruimte en de kracht geven die ze verdienen, zodat zij dicht bij de mensen het verhaal van elke gemeente kunnen blijven vertellen. Want kiezen we vandaag voor sterke lokale omroepen, dan kiezen we voor een democratie die overal in Nederland dichtbij blijft. Nederland heeft alles in huis om ook lokaal een rijk en betrouwbaar nieuwslandschap te hebben, als we daarvoor kiezen. Ik kijk uit naar de beantwoording van de minister.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Bosma voor zijn inbreng namens de PVV in eerste termijn. Gaat uw gang.

De heer Martin Bosma (PVV):

De heer Krul is verdwenen, zie ik, maar ik had dolgraag willen weten of hij die voorleeswedstrijd in groep 7 nou heeft gewonnen of niet. Hij vlucht meteen de zaal uit.

Voorzitter, dank u wel. Het doel van dit wetsvoorstel, namelijk de versterking van de lokale journalistiek, ondersteunt mijn fractie natuurlijk van harte, maar wie niet? De PVV is gehecht aan de veelkleurigheid en het lokale karakter van al die prachtige lokale omroepen die wij kennen. Lokaal is lokaal, dicht bij huis. Dat is de kracht: het vergrootglas op de eigen straat, de eigen wijk. Zo moet het zijn.

De praktijk is niet altijd volmaakt, maar die is wel vaak een reflectie van plaatselijke verhoudingen. Het zijn soms vrijwilligers, ze staan dicht bij de mensen en ze zijn niet altijd gelikt en perfect, maar altijd vol passie en gedrevenheid, soms op de zolderkamer en soms op een verdieping van de bibliotheek, maar altijd dichtbij. En inderdaad, vaak is het houtje-touwtje. Soms is het gebrekkig en ook een tikje kneuterig. Ze zijn soms amateuristisch en financieel verre van perfect, en op die manier ook kwetsbaar en inderdaad afhankelijk van de lokale overheid. Dat moeten we eigenlijk ook niet willen met z'n allen, maar het is wel wat het is. En de lokale omroep draagt bij aan gemeenschapsgevoel, aan betrokkenheid. Die maakt onderdeel uit van de streekcultuur, van hoe mensen leven en van hoe mensen zich gedragen. Het zijn ook cultuurdragers. Dat moeten we niet vergeten.

Net als Het dorp van Wim Sonneveld wordt ook dit dorp gemoderniseerd. Die 224 omroepen die we nu hebben, gaan opgewaardeerd worden tot 80 streekomroepen. Dit debat doet mij heel erg denken aan gemeentelijke herindelingen. Ik ben woordvoerder Binnenlandse Zaken sinds 2010 en ik heb heel veel van die gemeentelijke herindelingen zien langskomen. De argumenten zijn altijd hetzelfde, onder andere samenwerken. De managers worden altijd beter en er is dan eindelijk ruim geld om allerlei projecten aan te pakken. Maar het nadeel is ook altijd hetzelfde, namelijk dat het bestuur weggaat bij de mensen. Dat zie je hier eigenlijk ook een beetje gebeuren.

Waarom 80? Waar komt dat getal toch vandaan? Ik heb het ook gezien bij al die debatten die ik heb gehad over Binnenlandse Zaken. Hans Wiegel wilde 24 provincies. De Wet gemeenschappelijke regelingen had indertijd 40 gebieden. Waar komt die 80 toch precies vandaan? Waarom moeten we er 80 hebben? Waarom niet 85? Waarom niet 70? En wat is nou eigenlijk precies het probleem dat vandaag opgelost moet worden? Hoezo is groter altijd beter? Is schaalvergroting altijd uitstekend? We krijgen nu allemaal managers. We krijgen allemaal pbo's. Daar gaan allemaal vergaderbobo's zitten. Die managers gaan allemaal cursussen doen en die gaan daar allemaal met stropdassen en managementtaal zitten. Gaat dat beter worden dan tante Mien die nu vanuit de zolderkamer — ik zeg het licht gechargeerd — de streekomroep verzorgt? Hoe staat het met die veelkleurigheid? Want of ze het willen of niet, die streekomroepen die nu dichtbij staan, gaan verdwijnen en gaan omgevormd worden tot die mediakolchozen die we nu gaan zien. Een gevolg is dat dorpen en steden die niets met elkaar te maken willen hebben, ineens naar dezelfde omroep moeten luisteren. Gaan ze daar blij mee zijn en is dat zo veel beter dan wat we nu zien?

We krijgen er een nieuwe landelijke bureaucratie bij, de NLPO. Die fusiegolf gaat betekenen dat we grote entiteiten krijgen, maar veel minder journalistiek bij de mensen zelf. Hoe staat het precies met al het geld dat daarnaartoe gaat? Is dat geoormerkt zodat het niet naar allerlei mooie gebouwen gaat, zoals je bijvoorbeeld bij die gemeentelijke herindelingen altijd maar ziet? Hoezo gaat het bij de journalisten vandaan komen? Hoezo gaat het effectief worden uitgegeven? Hoezo gaat al dat geld niet gewoon naar de overhead?

Nog een vraag die nog niet gesteld is: wat betekent dit op de advertentiemarkt? Het gaat om een overheidsactiviteit die concurreert met de markt. Dat is in principe heel gevaarlijk, want deze omroepen worden gefinancierd door de overheid en hoeven zich minder zorgen te maken over hun financiering dan de commercie, maar er wordt wel degelijk geld weggehaald op de commerciële advertentiemarkt, wat nu dus naar dit overheidsproject gaat. Verwacht de minister dat er door de professionalisering waarover gesproken wordt, meer geld weggetrokken wordt bij de commercie?

Wat betekent dit voor vrijwilligers? Ik kan me voorstellen dat als straks al die managers daar zitten, de vrijwilligers zeggen: bekijk het maar, daar heb ik helemaal geen zin in. Heeft de minister daar enig zicht op? Gaat die NLPO net zo'n links-liberaal bolwerk worden als de NPO, door mij in het verleden weleens aangeduid als "NPO66"? Krijgen we daar mensen als die D66-voorzitter van de NPO indertijd die de NPO omvormde tot een woke-agenda en alle idealen van D66 voor het voetlicht bracht?

Er is een nog groter gevaar, namelijk een sterkere rol van het commissariaat. Het commissariaat wordt tegenwoordig geleid door een voormalig Kamerlid van de Partij van de Arbeid dat zich nu heeft bekeerd tot BIJ1. Zij is geen jurist. Dus je wordt voorzitter van het Commissariaat voor de Media, maar je bent geen jurist. Hoe is het mogelijk? Zij is openlijk fan van Black Lives Matter en George Floyd. Zij behoort dus tot BIJ1. Recentelijk heeft BIJ1 uitgesproken dat ze blij zijn met de bekladding van het monument op de Dam. Ze vinden de Dodenherdenking racistisch. Ze vergelijken een verbod op fatbikes met het bord "verboden voor Joden". Ten tijde van de Macabbi-jacht bedankten zij de Amsterdamse taxichauffeurs. Deze mevrouw van het commissariaat brengt al die ideeën ook gewoon in de praktijk. Kijk naar de manier waarop Ongehoord Nederland wordt becommentarieerd, terwijl men daar zwijgt over Omroep ZWART. Het is allemaal heel gevaarlijk. Wat gaat er nu gebeuren? Nou, we lezen het: de kan-bepaling waarover eerder gesproken wordt, artikel 2.87r. Het Commissariaat voor de Media geeft die aanwijzing en baseert zich bijvoorbeeld op de kreten in 2.87n als "culturele verscheidenheid". Hoe gaat dat worden uitgelegd door de mevrouw van het Commissariaat voor de Media? Betekent dat dat al die omroepen gedwongen worden tot allerlei diversiteitsbenoemingen? Gaat straks het aantal iftarvieringen dat rechtstreeks moet worden uitgezonden of de hoeveelheid ramadanreclame meewegen bij de vraag of die omroep mag doorgaan?

We hebben zoiets gezien — het is verre van academisch wat ik hier zeg — in Amsterdam. Daar bestaat sinds 1992 AT5, een redelijk professionele zender. Op een gegeven moment bestond de mogelijkheid dat er een variant van Omroep ZWART de plaats zou overnemen van het professionele AT5. Dat is toen verhinderd door de Amsterdamse gemeenteraad. Mevrouw Nanninga speelde daar nog een kleine, doch beslissende rol in. Misschien — ik ben vandaag de opwarmer van mevrouw Nanninga — wil zij nog even vertellen hoe dat gegaan is. Maar het heeft maar een haartje gescheeld of deze Omroep ZWART-variant had de plaats ingenomen van AT5. Wat gebeurt er nu als deze Black Lives Matter-mevrouw van het commissariaat daar zit en straks vaststelt dat omroep x of y of z het niet naar haar zin doet en dat er meerdere kandidaten zijn? Gaat dan de duim omhoog bij een lokale Omroep ZWART en gaat men daar afmeten aan de iftar en de ramadanreclame hoe succesvol die omroep is? Het is verre van academisch. Ik maak me daar zorgen om.

Voorzitter. Die gezellige, misschien soms kneuterige lokale omroep dreigt te worden omgezet in een nieuwe bureaucratie, een landelijke organisatie, ver weg van de burger. De kans is groot dat D66-managers daar de lakens gaan uitdelen en wellicht gecontroleerd worden door een rassenactivistische voorzitter van het Commissariaat voor de Media die zich ongetwijfeld gaat baseren op het kopje "culturele verscheidenheid". We krijgen mediakolchozen die dit allemaal gaan veranderen zoals het ooit was en dat is een groot gevaar. De vraag is of wij onze lokale omroepen daaraan moeten overleveren.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Nanninga namens JA21 in de eerste termijn. Dat was al aangekondigd. Gaat uw gang.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Dank, voorzitter. Ik kan me grotendeels ook vinden in het betoog van de heer Bosma, afgezien van het gebruik van het woord "stropdas". Ik heb echt liever dat mensen dat gewoon een "das" noemen, zoals het de Kamer betaamd.

Trouwens, over die anekdote over die lokale Omroep ZWART in Amsterdam: het klopt inderdaad wat de heer Bosma zegt. Dat was een interessant verhaal. Dat is een heel activistisch, extreemlinks verhaal. Die moesten en zouden die concessie krijgen. Het scheelde ook maar heel weinig stemmen, totdat ik bij dat verhoor in de gemeenteraad de vraag stelde aan die mevrouw: wat is dan uw voordeel tegenover AT5, die al bestaat? Toen zei ze: "Ja, AT5 is veel te wit" — zoals die mensen dat dan noemen — "en heeft geen toegang tot bepaalde wijken." Toen zei ik: "Bedoelt mevrouw nou echt te zeggen dat blanke verslaggevers in Amsterdam no-goarea's kennen?" Toen zei ze: ja. Toen was het pleit beslecht en kon zelfs de extreemlinkse Amsterdamse gemeenteraad niet meer instemmen met dat gekke plan. Maar het scheelde maar een haar.

JA21 kijkt naar dit wetsvoorstel, want daar gaat het vandaag over, vanuit een bredere visie op de verhouding tussen markt, Staat en gemeenschap. In een vrije samenleving komen informatievoorziening en maatschappelijke verbinding in de eerste plaats uit mensen zelf, uit ondernemers, redacties, verenigingen, vrijwilligers, lokale gemeenschappen en commerciële media. De Staat heeft in de eerste plaats een faciliterende rol en pas in de tweede plaats een aanvullende rol. Staatsoptreden of staatscontrole vraagt altijd een duidelijke rechtvaardiging. Waar markt en gemeenschap een publieke behoefte onvoldoende kunnen dragen, kan de overheid gericht bijspringen, beperkt, sober en met een scherpe taakafbakening.

Voorzitter. Dat is ook onze benadering van de publieke omroep. Die moet zich richten op functies die door commercieel of maatschappelijk initiatief onvoldoende worden opgepakt. Op landelijk niveau is dat niet snel nodig, wat ons betreft. Daar bestaat een grote commerciële markt, met veel aanbieders, veel bereik en veel alternatieven. De NPO kan wat JA21 betreft dan ook nagenoeg verdwijnen. Op lokaal niveau ligt dat wat genuanceerder. Daar zijn gebieden waar de lokale journalistiek kwetsbaar is, waar gemeenteraadsverslaglegging verdwijnt, waar commerciële media onder druk staan vanwege een te kleine markt en waar vrijwilligersorganisaties alleen het niet kunnen dragen. Daar kan wat JA21 betreft een publieke rol best verdedigbaar zijn.

Voorzitter. Vanuit die gedachte beoordelen wij deze Wijziging van de Mediawet. JA21 erkent het belang van lokale journalistiek. Inwoners moeten weten wat er speelt in hun gemeente, in hun wijk, in hun dorp. Gemeenteraden, colleges, woningbouwcorporaties, veiligheidsregio's en lokale instellingen verdienen journalistieke controle. Een lokale publieke omroep kan daarin een rol spelen zolang de publieke taak scherp blijft en de organisatie dienstbaar blijft aan de journalistiek. Dit wetsvoorstel brengt een grote stelselwijziging. De bestaande lokale omroepen worden omgeschaald naar maximaal 80 verzorgingsgebieden. De financiering verschuift naar het Rijk. De NLPO krijgt een wettelijke positie als samenwerkings- en coördinatieorgaan. Gemeenteraden krijgen een formele adviesrol bij de aanwijzing. En het Commissariaat voor de Media beslist uiteindelijk.

Voorzitter. Wij zien daarbij wel een aantal risico's. De opschaling zorgt niet vanzelf voor lokale binding. De praktijk laat nu al zien dat nieuwe verzorgingsgebieden tot spanningen kunnen leiden. In Maastricht-Heuvelland is bijvoorbeeld een discussie ontstaan tussen verschillende lokale partijen over de toekomstige streekomroep. Die aanwijzingsprocedures kunnen dus lokaal heel gevoelig worden. Daarom vraag ik de minister hoe zij voorkomt dat de aanwijzingsprocedure leidt tot lokale politieke druk, strategische blokvorming tussen gemeenten of langdurige ruzies tussen bestaande omroepen. Gemeenteraden adviseren straks over lokale verankering, vrijwilligers, partners en het Programmabeleid bepalend orgaan. In het geval van meerdere gemeenten worden die adviezen gewogen aan de hand van het aantal raadsleden. Hoe blijft de journalistieke onafhankelijkheid overeind wanneer de omroep later verslag moet doen over dezelfde lokale politiek die eerder over haar aanvraag heeft geadviseerd? Het Commissariaat voor de Media, dat uiteindelijk moet beslissen, heeft — de heer Bosma noemde het al — een radicale extreemlinkse activist aan het roer. Hoe denkt de minister dat dit tot een eerlijk en ongekleurd proces kan leiden, zonder de in onze staatsmedia toch al alomtegenwoordige ideologische vooringenomenheid?

Voorzitter. Dan de financiering. Voor JA21 is de verhoging van 31 miljoen de absolute bovengrens; daar mag niet nog meer geld bij. Als er tekorten ontstaan, moeten oplossingen eerst worden gezocht in samenwerking: gedeelde techniek, gezamenlijke huisvesting, een gezamenlijke backoffice, samenwerking met regionale en commerciële media, en het schrappen van overhead. Elke euro die in bestuurslagen en overlegstructuren verdwijnt, komt niet terecht bij lokale journalistiek. Daarom zijn wij ook kritisch op het risico van bureaucratisering: omdat de financiering via het Rijk gaat lopen, ontstaat al snel een zwaardere laag van aanvragen, concessies, beleidsplannen, evaluaties et cetera. Wij willen voorkomen dat lokale omroepen vooral bezig raken met systeemvereisten en dezelfde fouten gaan maken als de landelijke NPO.

Voorzitter. Een ander punt is reclame. Dit wetsvoorstel versterkt de positie van lokale publieke omroepen; er komen minder omroepen, grotere verzorgingsgebieden, meer professionaliteit en hogere inkomsten. Daardoor wordt hun concurrentiepositie richting lokale commerciële media sterker dan in de oude situatie met honderden kleine omroepjes. Daarmee kan ook het marktverstorende effect toenemen. Lokale kranten, huis-aan-huisbladen en nieuwswebsites zijn vaak afhankelijk van advertentie-inkomsten. Was dit wetsvoorstel daarom niet het aangewezen moment om reclame bij lokale publieke omroepen scherper te begrenzen? Is de minister bereid een plafond, een aangescherpte reclamebeperking of een markttoets uit te werken? Kan zij garanderen dat publieke bekostiging niet leidt tot verdringing van commerciële lokale media? Wij overwegen op dit punt een motie.

Voorts kijken wij uit naar de beantwoording van onze vragen door de minister. Tot zover. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors tot 20.35 uur voor de dinerpauze.

De vergadering wordt van 19.49 uur tot 20.36 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van de zijde van het kabinet, bij monde van de minister, bij de behandeling van de Wijziging van de Mediawet. Ik geef haar daarvoor het woord. Gaat uw gang.

Minister Letschert:

Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik hoop dat u allen lekker gegeten hebt.

De voorzitter:

Heerlijk!

Minister Letschert:

Nou, dat is fijn.

De voorzitter:

U ook?

Minister Letschert:

Nou, dat viel tegen. Ik had veel vragen, dus het eten komt hierna.

De voorzitter:

Een late-night dinner.

Minister Letschert:

Ja, een late-night dinner. Dat is helemaal goed.

Meneer de voorzitter. Ik heb een volgorde voor u. Die wilt u altijd graag horen van mij, ...

De voorzitter:

Kom maar op.

Minister Letschert:

… zo weet ik inmiddels uit ervaring. Ik dacht te beginnen met de discussie rondom de aantallen, de 80, dus het verzorgingsgebied en de lokale binding, waar vanavond veel over gesproken is. Dan ga ik door met het tweede blokje; dat gaat over de financiering, de staatssteun en de WNT, dus dat is eigenlijk alles wat met geld te maken heeft. Dan heb ik een derde blokje en dat gaat over de rol van de NLPO, de samenwerking, regio, lokaal, innovatiemogelijkheden, zbo en alles wat daarmee te maken heeft. Dan ga ik nog naar governance en toezicht. Dan heb ik nog een mapje overig. Daar zit onder andere het redactiestatuut in en vragen die zich lenen voor het deel "overig". Ik heb uiteraard ook nog heel veel amendementen, die ik meteen zou willen appreciëren. In met name het onderdeel over de aantallen en de financiering ga ik al twee amendementen meenemen, omdat ze een relatie hebben met die onderwerpen. Alle andere amendementen doe ik dan aan het einde.

De voorzitter:

Uitstekend. Gaat uw gang.

Minister Letschert:

Is dat een helder overzicht? Oké.

Goed, dan gaan wij beginnen, beste mensen. Ik heb tot 01.00 uur, dus dat is fijn.

De voorzitter:

De Kamer heeft nog langer, hoor, excellentie, en als het moet, u ook!

Minister Letschert:

Ik vind het allemaal prima. Het is hier lekker koel, dus ik sta hier goed.

De voorzitter:

Gaat uw gang

Minister Letschert:

Ik ga allereerst toelichten — die vraag werd namelijk een paar keer gesteld — hoe we aan die 80 zijn gekomen. Dat getal is natuurlijk niet uit de lucht komen vallen. Dat is ook niet door het ministerie verzonnen, maar dat is vanuit de sector zelf op tafel gekomen. Er is een heel proces geweest vanuit de lokale omroepen, onder begeleiding van de NLPO. Zij hebben dat uiteindelijk met elkaar op tafel gelegd. Op enig moment in dat proces is ook een procedure rondom zienswijzen ingericht. Dat betekende dat omroepen die het niet eens waren met die indeling in die 80 gebieden, via een zienswijze kenbaar konden maken dat zij zich daar niet in herkenden en waarom. Dat ging via een zogeheten veranderbestuur, een change board, met een mooi Engels woord. Wat ik heb gedaan toen ik met dit wetsvoorstel verder mocht toen ik binnenkwam, is het volgende. Ik heb met name zowel bij de VNG als bij de NLPO gecheckt hoe dat proces nou is gegaan en of dat inclusief genoeg geweest is. Zij hebben mij verzekerd dat die 80, juist omdat die van bottom-up is gekomen, toch wel een heel belangrijk aantal is om aan vast te houden, ook, nogmaals, omdat wij het niet besloten hebben.

Dat geeft ook meteen de complexiteit van die 80 aan. Op het moment dat je daar 85 of 90 van wilt maken, zeg je eigenlijk dat iemand moet gaan bepalen hoe je dan uiteindelijk vanuit dat bottom-upproces dat tot die 80 heeft geleid, opnieuw gaat kijken omdat er misschien 5 of 10 extra bij komen. Dat gaat natuurlijk ook gevolgen hebben voor de financiering, want die moet dan ook verder verdeeld worden over de hoeveelheid, het aantal méér dat dan op tafel komt. Als je er vijf bij doet, dan gaan er misschien veel meer groepen zienswijzen indienen, en dan ga je daarmee eigenlijk het hele proces, dat al in begin 2020 gestart is, voor een heel groot deel op de schop gooien. Daar zou ik absoluut niet voor zijn.

Tegelijkertijd hoor ik ook heel goed dat uw Kamer zegt: "Dat is wel een heel mooi proces zoals dat nu …" Dat hoor ik u trouwens niet zeggen; dat is wat ik u vertel. Het is een proces dat vanuit de sector zelf is gekomen. "Als je over tien jaar een situatie hebt waardoor die werkelijkheid als het gaat over de aantallen in die verzorgingsgebieden toch zou zijn veranderd, heb je het dan niet te strak dichtgetimmerd in een wettelijke regeling?" Daarover is ook een amendement voorgesteld. Dat geeft eigenlijk het volgende weer. Wat als je het nou in een AMvB regelt, het mogelijk maakt om over tien jaar opnieuw naar die aantallen te kijken, en dan nu bij deze eerste aanwijzing wel vasthoudt aan die 80? Dat is wat het amendement zegt. Ik ga dat amendement dan oordeel Kamer geven, maar ik ga — nogmaals — niet nu de 80 overboord gooien. Ik zou namelijk niet weten hoe we dan in die verzorgingsgebieden opnieuw tot een proces zouden kunnen komen. Dan gaan ze namelijk eigenlijk weer opnieuw doen wat ze de afgelopen bijna zeven jaar met elkaar gedaan hebben, inclusief alle zienswijzen en processen die daarbij horen.

De voorzitter:

Daarmee heeft u welk amendement, met welk nummer, geapprecieerd?

Minister Letschert:

Dat is het amendement op stuk nr. 21

De voorzitter:

Het amendement op stuk nr. 21.

Minister Letschert:

Ik geef het dus oordeel Kamer, maar dan lees ik het zoals de tekst ook is verwoord.

De voorzitter:

Dat is het amendement-Ceder/Mohandis, op stuk nr. 21 (36917).

Minister Letschert:

Waarom is dit aantal ook heel belangrijk? Dat is het omdat dit ook in die eerste fase van die tien jaar de voorspelbaarheid en de continuïteit met betrekking tot die financiering wel heel goed vastlegt. Dat is waar de streekomroepen in de toekomst ook op rekenen. Ik kom straks op de financiële kant, bij het amendement daarover.

Nou vroeg u ook aan mij: wat gaat er dan gebeuren met achterblijvende gebieden of met omroepen die in gebieden gehuisvest zijn die zich niet herkennen in die onderverdeling van 80, of met omroepen die zich niet willen aansluiten bij een coalitie van partijen die met elkaar samen willen? Nogmaals, tot aan januari is er nog volop inzet vanuit de NLPO om in elk verzorgingsgebied omroepen te ondersteunen. Uiteindelijk geven de gemeenten en de NLPO binnen die aanwijzingsprocedure een advies over het beleidsplan van de kandidaat-omroepen in dat verzorgingsgebied. Dat ligt vrij, dus er is er voor omroepen die zich daarin willen voegen, een mogelijkheid om dat te doen. Gemeenten en NLPO geven advies, en uiteindelijk gaat de aanwijzing door het Commissariaat voor de Media bekrachtigd worden.

Ik wil uiteraard in de aanloop naar 2028 door de NLPO op de hoogte worden gehouden van de ontwikkeling in die verzorgingsgebieden. Nogmaals, het zijn wel die 80, maar over wat daarbinnen gebeurt is er voor een heel groot deel overeenstemming over wie met wie wil. In de gebieden waar dat niet zo is, zal dat proces nog tot januari 2028 kunnen lopen.

Dan had u ook de vraag hoe we voorkomen dat kleinere gemeenten en dorpskernen structureel minder aandacht krijgen dan de grotere centrumgemeenten. Ik ben zelf op werkbezoek gegaan naar Twente, waar die zorg ook leefde. Een aantal van de kleinere gemeenten maakten zich zorgen dat dan bijvoorbeeld alle aandacht naar Enschede zou gaan. Ik heb ook met de vrijwilligers daar gesproken over hoe zij die ontwikkeling zien. Daar kom ik straks nog op terug. Ik zeg ook hier dat ik harde eisen zal stellen aan de beleidsplannen die lokale omroepen moeten maken om die aanwijzing te krijgen. Ze moeten daarin ook echt laten zien dat ze het volledige gebied bedienen en niet alleen in het geval van mijn voorbeeld Enschede.

Ook over deze vereiste — en dat is wel heel belangrijk — adviseert de gemeenteraad of de gemeenteraden in dat verzorgingsgebied. Die hebben daar dus een heel duidelijke stem in. Ook de kleinste gemeenteraad heeft die positie en ook dat advies wordt dan betrokken bij die aanwijzing. Gedurende die aanwijzingsprocedure wordt het beleidsplan, inclusief de voornemens over de lokale binding, geëvalueerd. Ik kom straks nog terug op die hele evaluatie, niet zozeer van de wet, maar van hoe dit tussentijds kan worden bijgehouden, ook om verschraling en het verdwijnen van lokale identiteiten te blijven monitoren. Maar dat doe ik in het mapje governance en evaluatie.

Ik deel dat de band met de directe leefomgeving nou echt de kracht van de lokale omroep is. Dat wil ik ook uitspreken hier. Dat is ook de zorg die we hebben als we dit niet doen. Want we vergeten af en toe dat als we nu niets doen, stel uw Kamer zou zeggen — dat hoor ik u trouwens helemaal niet zeggen — "we houden wat we hebben en we doen wat we deden", dan heb ik heel erg veel zorgen over heel veel van die lokale omroepen. Je ziet namelijk nu dat een derde van die omroepen te maken heeft met een enorm tekort op de begroting. We zien dat een derde van de gemeenten niet het richtsnoerbedrag betaalt dat ze vanuit de VNG zouden moeten betalen; die betalen dus minder. Met die situatie hebben we nu dus sowieso al te maken. Als wij allemaal hechten aan het behoud van onze lokale omroepen, dan is dit wel echt een manier om deze stap te gaan zetten.

Maar nogmaals, ik hoor u hier allen zeggen en mevrouw Van der Plas heel direct: de band met die directe leefomgeving is de kracht, maar dan moet die lokale omroep ook de slagkracht hebben om die functie te vervullen. Ik neem dan ook meerdere maatregelen om die binding te verzekeren. Het zijn hier namelijk allemaal mooie woorden, maar dat zal ook voor u niet voldoende zijn. We zullen de positie van het pbo, met de geweldige naam Programmabeleid bepalend orgaan ... Ik had echt liever een andere naam gehad. Ik vind dit ook niet echt een heel sexy naam, maar in ieder geval is dat nu wel de naam, Programmabeleid bepalend orgaan, want dat vertegenwoordigt in die streek een heel belangrijke rol en speelt ook een belangrijke rol in het beleid van een omroep. Nogmaals, ik stel harde eisen aan de beleidsplannen die de lokale omroepen moeten maken om die aanwijzing te krijgen. Ze moeten laten zien hoe ze dat hele gebied bedienen, hoe ze gaan samenwerken met vrijwilligers en lokale organisaties, en gemeenten krijgen wederom een echt stevige rol in die procedure.

Meneer de voorzitter. Nu is in het debat ook aangegeven dat het pbo niet alle gemeentes vertegenwoordigt en dat u eigenlijk vindt dat het pbo daardoor te smal is. Ook naar dat amendement zal ik positief kijken, in de zin dat het oordeel Kamer kan krijgen.

De voorzitter:

Welk nummer heeft dat amendement?

Minister Letschert:

Dat heeft nummer ... Dat zit waarschijnlijk net in mijn andere mapje, maar de heer Mohandis weet het.

De voorzitter:

Naast mij hoor ik 18.

Minister Letschert:

18?

De voorzitter:

Vertegenwoordiging van iedere gemeente in het pbo.

Minister Letschert:

Pbo.

De voorzitter:

Ja, pbo.

Minister Letschert:

O, ik dacht dat u "pwo" zei.

De voorzitter:

Nee, nee, nee, ik zei pbo.

Minister Letschert:

Ja, pbo. Dan vroeg mevrouw Van der Plas: hoe zorg je nou dat de verschillende stromingen die in dat pbo vertegenwoordigd zijn, voldoende verankerd zijn? Ook hier hebben de gemeentes een adviserende rol en uiteindelijk ook de omroep. De lokale omroep moet laten zien dat die verschillende stromingen vertegenwoordigd worden, ook in dat pbo, en dit vind ik ook echt iets wat we in die evaluatie goed mee moeten nemen. Nogmaals, uiteindelijk is de kracht om de lokale identiteiten, die niet homogeen zijn in één verzorgingsgebied … Daarom hebben sommige verzorgingsgebieden een dusdanige omvang dat je dat echt moet borgen. Dat is de manier waarop we dat voor ogen hebben.

Voorzitter. Ik ga daar meteen op door. Mevrouw Van der Plas vroeg: hoe ga je dat dan concreet maken? In het tweede jaar van de aanwijzing moeten de lokale omroepen een zelfevaluatie doen, waarbij ik expliciet ga vragen naar dit specifieke punt. Hoe borg je nou dat de lokale identiteiten voldoende tot uiting komen in wat mensen zien en horen vanuit de verschillende kanalen die zij tot zich kunnen nemen? De omroepen moeten in die zelfevaluatie dus toetsen hoe zij uitvoering hebben gegeven aan de publieke mediaopdracht op lokaal niveau, zoals omschreven in de beleidsplannen.

De heer Mohandis (PRO):

Ik ga nog even terug naar de huidige situatie bij lokale omroepen. Er is vooral sprake van een zwaar adviesrecht van gemeenteraden. Vaak is de praktijk dat het Commissariaat voor de Media dat overneemt. Nu gaan meerdere gemeenteraden adviseren over een of twee voorstellen. Daarom hebben wij geprobeerd om de wet sterker te maken, zodat alle gemeenten binnen zo'n verzorgingsgebied worden bediend. De minister heeft het over het adviesrecht alleen, maar wij vinden dat net niet voldoende om dat te garanderen, dus vandaar al die amendementen.

Minister Letschert:

Wat ik in uw amendement lees …

De voorzitter:

In het amendement van de heer Mohandis.

Minister Letschert:

Sorry. Ik lees in het amendement van meneer Mohandis dat het pbo uitgebreid moet worden. Dat is waarom ik het amendement motie Kamer ga geven.

De voorzitter:

Oordeel Kamer.

Minister Letschert:

Ja, sorry.

De voorzitter:

Dat gaat om het amendement op stuk nr. 18.

Minister Letschert:

Yes. We komen er wel! Het is al laat, hè?

De voorzitter:

Gaat uw gang.

Minister Letschert:

Meneer de voorzitter. Ik kom op de verhouding lokaal-regionaal. Ik kreeg een prachtige vraag van het CDA over hoe ik dan de verhouding tussen de lokale en de regionale publieke media zie over vijf tot tien jaar. Er werd gevraagd: hoe wordt voorkomen dat de lokale identiteit uiteindelijk helemaal verdwijnt en je uiteindelijk opgaat in de regionale structuren? Dat is nou net wat we niet willen. Dat is waarom we deze wet voorstellen. In mijn toekomstbeeld hebben we over vijf tot tien jaar een professionele laag van lokale publieke media. Waar de regionale omroepen zich echt richten op de provincie, zijn de lokale omroepen de nieuwsbron in alle lokale gebieden. Het is complementair en werkt vice versa. We weten dat de NLPO en de RPO al langer een journalistieke alliantie met elkaar hebben gesloten. Die alliantie is bedoeld om de lokale en de regionale samenwerking te versterken, maar ook om vast te stellen wie van wat is. Het is de bedoeling om elkaar daarbij niet te overschaduwen. Ik hoor terug dat de samenwerking binnen die alliantie heel goed loopt. Gelet op innovatie en samenwerking, die nodig is, weten lokale en regionale publieke media elkaar heel goed te vinden. Ze werken vooral samen via het project Bureaus Lokaal, waarin verschillende samenwerkingsvormen rondom content, afstemming en techniek op dit moment al plaatsvinden. Ik vind het fijn dat met dit wetsvoorstel nu ook de lokale omroepen nog meer versterkt worden om een stevige partner te zijn in die alliantie.

Dan ga ik naar de vrijwilligers, meneer de voorzitter. Dat is een onderwerp waar ik alle Kamerleden vol passie over heb horen spreken. De lokale omroep gaat niet alleen maar journalistiek verzorgen. We hebben gezegd: de lokale journalistiek staat onder de druk; dat is een bedreiging van onze democratie. Alle rapporten waar ook deze Kamer naar verwijst, geven dat aan. Daar is dit wetsvoorstel enorm belangrijk voor. Tegelijkertijd zijn de lokale omroepen ook heel belangrijk om allerlei cultureel aanbod, verenigingsaanbod ook te laten zien via hun televisie, radio en onlinekanalen. Dat doen ze voor een heel groot deel met vrijwilligers. De vrijwilligers die ik gesproken heb, doen dat met zo veel passie dat het bijna een 24/7-levensinvulling is.

Die vrijwilligers blijven dus enorm belangrijk. Wat mij betreft zijn zij de ogen en de oren van de buurten, dorpen en steden. Het voordeel van dit wetsvoorstel is dat die vrijwilligers in een meer professioneel aangestuurde organisatie beter aan bod kunnen komen, bijvoorbeeld met trainingen en betere faciliteiten bij die omroepen. De omroepen weten ook dat zij de vrijwilligers keihard nodig hebben.

Ik wil benadrukken dat de gemeenteraden ook gaan adviseren over de inzet van de vrijwilligers. Dat is dus niet iets waar we niet naar gaan kijken. Ook die gemeenteraden zullen dat doen. In de aanwijzingsprocedure is dit een heel belangrijk punt.

Verder ga ik ook met de NLPO praten, in het kader van hun concessiebeleidsplan, over de inzet van de vrijwilligers en over het punt dat we die terug willen zien. Dat is, denk ik, heel belangrijk, anders denkt u: die vrouw praat veel. Maar er komt ook een prestatieovereenkomst met de NLPO en het ministerie, waarin ik terug wil zien hoe die vrijwilligers geborgd zijn in het concessiebeleid. De rol van de vrijwilligers is dus niet zomaar een vrijblijvendheid. De omroepen moeten ook in hun eigen beleidsplannen duidelijk maken hoe zij de vrijwilligers uit het hele verzorgingsgebied willen inzetten en hoe zij actief willen samenwerken met de lokale partners. Via de periodieke omroepevaluaties volg ik of de lokale verankering en de betrokkenheid van de vrijwilligers daadwerkelijk behouden blijven, om ook hiermee te zorgen dat we bepaalde waardevolle culturele vormen die we willen blijven zien, inderdaad nog zien en dat de betrokkenheid van de vrijwilligers daadwerkelijk behouden blijft.

Meneer de voorzitter, ik heb alle vragen over het aantal verzorgingsgebieden, de binding en de vrijwilligers naar mijn smaak beantwoord.

De voorzitter:

Vervolgt u met de financiering.

Minister Letschert:

Ja, de financiering. Uiteindelijk is dat ook een heel belangrijk onderwerp. Ik merk, ook in de brieven die ik krijg, dat er heel veel discussie is over de vraag of het nou meer of minder geld is. U kent inmiddels mijn visie daarop, want die staat ook in de voorstellen. Ik zal die toch nog kort schetsen. Er is straks ruim 31 miljoen beschikbaar voor lokale omroepen. Daarnaast is er 3,5 miljoen beschikbaar voor uitvoeringskosten. Dat bedrag is geoormerkt en dus niet van die 31 miljoen. Bij uitvoeringskosten moet u denken aan de kosten voor NLPO en het Commissariaat voor de Media. Dat bedrag is geoormerkt en gelabeld. Ik vind het heel belangrijk om dat te benoemen; het is dus niet zo dat er vanuit de 31 miljoen die we willen zien bij de lokale omroepen, een bedrag gaat naar de uitvoeringskosten bij wat u de "managementlagen" noemde. Dit is ruim 5 miljoen meer dan er in 2024 in totaal naar de lokale omroepen ging vanuit de gemeenten. Dat bedrag gaan we dus verdelen over minder omroepen, die met elkaar de schaalvergroting en de versterking kunnen realiseren. Het geldt voor een looptijd van vijf jaar. We hebben dus continuïteit en stabiliteit. Nu geldt het vaak voor één jaar. Ik denk dat die zekerheid en continuïteit heel belangrijk zijn.

Het verschil van inzicht zit erin dat partijen de tijdelijke middelen die vanuit het Stimuleringsfonds zijn gekomen, erbij optelden als zijnde structurele middelen, maar dat waren tijdelijke middelen die bedoeld waren ter ondersteuning van het proces naar deze stelselwijziging toe. Het was echt bedoeld als transitiegeld. Net zoals we in de covidtijd in het onderwijs NPO-middelen gaven, hebben we deze omroepen transitiemiddelen gegeven om deze slag te maken inclusief de discussie over in de richting van die 80 gaan. Nogmaals, dat hebben ze zelf gedaan en dat konden ze al in de samenwerking gaan verkennen. Het was dus tijdelijk geld. Ik blijf daarom staan voor het feit dat er nu meer structureel geld naar de omroepen gaat op rijksniveau om die journalistieke onafhankelijkheid nog meer te borgen dan als we het op lokaal niveau houden.

U heeft mij de vraag gesteld hoe ik voorkom dat gemeenten in de toekomst afhaken bij het steunen van lokale omroepen. Even voor de cijfers: er zijn op dit moment negen gemeenten die in 2024 zorgden voor 76% van de additionele bekostiging. Het ging daarbij om een totaalbedrag van 3,7 miljoen. Dus nogmaals: negen gemeenten zorgden in 2024 voor die additionele bekostiging. Dat is hartstikke fijn. Ik hoop ook echt dat ze dat in de toekomst continueren. Ik wilde dat toch even schetsen, zodat we allemaal weten waar we het over hebben.

Ik wil ook in deze wet mogelijk maken dat gemeenten vanaf 2028 kunnen blijven bekostigen naast de rijksbegroting. Ik ben continu met de VNG in contact om die erop te wijzen dat dit kan en om gemeenten te helpen om deze optie te benutten. Nou zegt u in een van uw amendementen — ik kom dadelijk op het nummer — dat u het eigenlijk wel heel vervelend vindt dat een gemeente dat al geregeld moet hebben vóór de aanwijsperiode, die vijf jaar geldt. U vraagt in het amendement of er niet meer flexibiliteit kan zijn door een gemeente in staat te stellen per jaar wat additionele financiering toe te voegen. Dat is eigenlijk wat u met uw amendement vraagt. Mijn inzet is altijd geweest om het op een laagdrempelige manier mogelijk te maken dat gemeenten kunnen blijven financieren, maar het moet helaas wel — sorry, "helaas" mag ik niet zeggen — binnen de staatssteunregels passen. Daar hebben we uiteraard met een team van juristen naar gekeken. Maar ik hoor ook echt uw zorgen. Ik zie er ook het belang van in dat gemeenten tijdens die vijf jaar een bijdrage kunnen leveren. Als de Kamer mij daartoe een voorstel doet, dan zal ik dus goed naar dat amendement kijken. Dat doe ik dan waarschijnlijk … Is het een motie? Volgens mij was het een amendement.

De voorzitter:

"Het amendement op stuk nr. 15, van de leden Ceder en Mohandis, ziet toe op de mogelijkheid gedurende de eerste aanwijzingsperiode aanvullende middelen beschikbaar te stellen."

Minister Letschert:

Precies. Dat zou betekenen dat gemeenten per jaar die mogelijkheid zouden moeten krijgen. Dan zou ik het aanwijzingsbesluit in dat jaar ook moeten aanpassen, omdat het wel moet passen binnen die publieke mediaopdracht waarvoor ze dat geld krijgen, want anders wordt het gezien als overcompensatie. Ik denk dat ik een mogelijkheid heb om dat te honoreren. Als u mij dit straks bij het doorgeven van de amendementen verzoekt, ga ik daar in de tweede termijn de volledige appreciatie op geven.

De voorzitter:

Ik verzoek u niks, maar het is, denk ik, een verzoek van de heren Mohandis en Ceder. Zij zijn de indieners van het betreffende amendement. Meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik probeer de minister goed te begrijpen. Er ligt natuurlijk al een amendement. Volgens mij delen we de wens om gemeenteraden in staat te kunnen stellen om bij te kunnen dragen zonder dat dit leidt tot overcompensatie. Begrijp ik goed dat de minister zegt dat ze niet met dit amendement uit de voeten kan maar wel graag een opdracht zou willen vanuit de Kamer? Zo ja, wil ze dan dat we het amendement aanpassen, of vraagt ze om een motie?

Minister Letschert:

Nee, ik vraag …

De voorzitter:

Ho. Meneer Ceder was nog aan het woord.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik ben gewoon benieuwd wat u van de Kamer vraagt.

Minister Letschert:

Ik vraag aan de Kamer of ik in de tweede termijn nog een keer kan kijken naar die tekst die u heeft ingediend, zodat ik het amendement dan volledig oordeel Kamer kan geven. Het moet dan wel passen binnen de staatssteunregels en de mogelijkheden daarbinnen. Maar dan kunnen we het meteen vandaag doen.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dat vind ik goed. Ik begrijp dus dat op het ministerie van OCW momenteel twintig wetgevingsjuristen bezig zijn om tussen nu en een uur het antwoord in tweede termijn af te hebben?

Minister Letschert:

Ja.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Nou, prima. Dan wachten we dat af.

Minister Letschert:

Daar komt het eigenlijk op neer.

De voorzitter:

Dan horen we dat in de tweede termijn.

De heer Mohandis (PRO):

Ik moet niet gaan interpreteren wat de minister zou willen zeggen — dat zou ik nooit durven — maar ik raakte in de veronderstelling dat de minister vroeg of het dan niet met een motie kon.

Minister Letschert:

O, nee, nee.

De heer Mohandis (PRO):

Maar zo heb ik het dan niet gehoord. Het amendement is namelijk al ingediend. De appreciatie is dat er nog dingen moeten worden uitgezocht om goed te kunnen appreciëren. Zo heb ik het nu begrepen. Er ligt dus nu nog geen oordeel over het amendement op stuk nr. 17. Maar dat gaat nog komen. Klopt dat?

Minister Letschert:

Ja.

De voorzitter:

U bedoelt 15.

De heer Mohandis (PRO):

Excuus. 15.

De voorzitter:

Dus de minister zegt hiermee toe met een definitieve appreciatie te komen in de tweede termijn.

Minister Letschert:

Ja, dan kom ik met een appreciatie op het amendement op stuk nr. 15. Ik ga die er ook even uithalen. Ik vind het nog best knap in een halfuur.

De voorzitter:

Als het maar in twee termijnen gebeurt, dan komt het allemaal goed.

Minister Letschert:

Goed, voorzitter. De heer Van der Maas vroeg hoe we kunnen voorkomen dat additionele bijdragen alsnog leiden tot een nieuwe afhankelijkheidsrelatie of een nieuwe invloedsrelatie, want dat is niet wat je wil. We hebben de onafhankelijkheid juist op meerdere manieren geborgd in dit wetsvoorstel. De aanvullende bekostiging die gemeentes dan mogelijkerwijs per jaar zouden kunnen toekennen ter uitoefening van die lokale publieke mediaopdracht voor dat gehele verzorgingsgebied, mag niet in strijd zijn met de Mediawet. De gemeenten mogen tijdens die aanwijzingsprocedure of tijdens de herziening van dat besluit — maar daar kom ik in de tweede termijn nog per jaar op terug — niet iets doen dat betrekking heeft op media-inhoud. Die onafhankelijkheid blijft daarmee dus geborgd.

Meneer de voorzitter. Ik ga door met de vraag van de heer Ceder waarom er bij de regionale publieke omroepen geen risico is op overcompensatie of strijd met de staatssteunregels. Dat zit 'm in het feit dat er geen cofinanciering door de provincie is voorzien in de Mediawet, noch in het Mediabesluit. De specifieke staatssteunproblematiek van dit wetsvoorstel doet zich op het regionale niveau dus niet voor. We wilden de gemeenten in dit voorstel juist de mogelijkheid bieden om, als iets past bij de publieke mediaopdracht, de financiering lokaal te kunnen continueren. Vandaar dat dat het verschil is.

Voorzitter. Dan ga ik door met de vraag of er niet een onafhankelijk advies moet komen over hoeveel geld er nodig is voor de lokale publieke omroep om uitvoering te kunnen geven aan de mediaopdracht op lokaal niveau. We hebben natuurlijk al heel veel adviezen gehad. Er is een pakket aan maatregelen rondom kwaliteit en professionaliteit, die ook is gebaseerd op adviezen van de Raad voor het Openbaar Bestuur en de Raad voor Cultuur. Ik heb net uitgelegd dat dit een hoger bedrag is dan wat de omroepen nu krijgen. Nogmaals, dat geldt niet voor die tijdelijke transitieperiode. Wat ons betreft is dat bedrag toereikend om de journalistieke basisfuncties te bekostigen. Maar ik ga uiteraard via monitoring de komende jaren de vinger aan de pols houden als het gaat over de hoogte van de financiering inclusief de rol van gemeenten daarin. Ik zie nu dus eerlijk gezegd geen reden om onafhankelijk advies te vragen over hoeveel geld er nodig is voor lokale publieke omroepen.

De heer Mohandis (PRO):

Even terug naar het punt van incidentele middelen die nu gaan aflopen. Anders krijgen we een soort welles-nietes over wat het vaste budget is, wat het vaste budget vanuit gemeenten was en of het vaste budget nu hoger of lager wordt. Het belangrijke is dat er een feitelijke situatie is bij veel lokale omroepen. Zij zeggen: als wij straks gaan starten, willen we voorkomen dat we nu heel veel mensen hebben aangenomen, ook met incidentele middelen, die we dan weer moeten ontslaan. Daar zit de zorg. Is de minister bereid om dat richting 2028 heel goed in de gaten te houden en niet met een soort achterstand te starten, terwijl er een andere bedoeling was?

Minister Letschert:

Zeker. Daar heb ik ook een antwoord op. Dat zit ergens later in het mapje. Daar is de situatie dat de incidentele middelen vanuit het Stimuleringsfonds nog lopen tot eind '27 om dat gat op te vangen.

De heer Mohandis (PRO):

Dat weet ik. Dat is het punt niet. Het punt is, en dat blijft een zorg … Het is niet alleen onze zorg, maar ook van de VNG, de NLPO — ik kan ze allemaal gaan opnoemen. Het belangrijkste punt dat zij maken is het volgende. Ze zijn er op zich tevreden mee dat er een basisbudget wordt vastgesteld in het wetsvoorstel, maar er zijn incidentele middelen die jaren zijn doorgelopen. Dat zijn mensen. Dat geld zit niet in een boom; dat zijn gewoon mensen die in dienst zijn van een lokale omroep. Als dat afloopt, hoop je niet dat het doel was om journalistiek te versterken en dat die mensen dan moeten worden ontslagen, omdat het incidenteel geld was. Dat is het zorgpunt. Ik zeg niet dat de minister het helemaal moet oplossen. Ik zeg wel richting de minister, via u, voorzitter: heb nou scherp dat dit tot problemen kan leiden en ga dan gericht, wat mij betreft heel chirurgisch, kijken wat u kan betekenen voor deze situaties.

Minister Letschert:

Ik moet daar echt even in de tweede termijn op terugkomen, ook om goed te kunnen checken welk probleem dit zou kunnen opleveren in het licht van het feit dat de incidentele financiering doorgaat tot het einde van de fase en dat snel daarna die nieuwe fase gaat beginnen. Ik ga daar in de tweede termijn dus echt op terugkomen, voordat ik hier wartaal ga uitslaan. Dan kan ik iets meer zeggen dan "jammer van het probleem".

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Mohandis (PRO):

Prima. Ik geef ook toe dat incidentele en vaste geldstromen door elkaar lopen in de sommetjes van wat het was en wat het wordt. Mijn punt is: laten we feitelijk kijken hoe die situatie is, ook eind '27, om te voorkomen dat er door die incidentele middelen onnodig hele goede journalisten, die aangenomen zijn om dit wetsvoorstel uit te voeren, om het maar even zo te zeggen, weer worden ontslagen. Dat is ons zorgpunt. Het is goed om daar in de tweede termijn op terug te komen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Aanvullend daarop denk ik dat omroepen ook wel wat duidelijkheid willen hebben over welke ruimte er dan eventueel na 2027 nog is. Stel dat er dan bijvoorbeeld meer geld nodig is; is dat er dan, of kunnen ze daar dan aanspraak op maken? Het is nu namelijk toch wel een beetje vaag, denk ik. Er wordt gezegd "we gaan ernaar kijken", maar de vraag is of er dan wel geld beschikbaar is. Wij hebben kort in het kabinet gezeten. Ik weet dat de minister van Financiën een hele strenge boekhouder is en dat het heel moeilijk is om daar geld los te peuteren, om het maar even plastisch te zeggen. De behoefte bij de lokale omroepen is natuurlijk wel … Wat dan? Wat als er meer geld nodig is? Dat blijft nu toch een beetje in het luchtledige hangen, vind ik.

Minister Letschert:

Dat begrijp ik. Ik heb wat additioneel budget vanuit de middelen in het coalitieakkoord, toegevoegd aan de lokale omroepen in het voorstel dat ik aan uw Kamer doe. Dat is waarom ik ben uitgekomen op een bedrag van 31 miljoen. Ik heb nu niet meer geld in mijn achterzak. Dat betekent dat, op het moment dat de analyse waar u mij om vraagt, waar ik dadelijk in de tweede termijn op terugkom … Dan zal ik niet de hele doorwrochte analyse hebben, hoor, maar wel een beter antwoord dan net. Dan ga ik kijken: wat zou dat betekenen? Maar nu een verwachting creëren dat ik additioneel geld heb voor de lokale omroepen, bovenop wat ik extra heb toegevoegd, kan ik nu niet toezeggen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dat is wel een beetje het zorgpunt, natuurlijk. Ik snap dat de minister niet kan zeggen: ik heb nog 30 miljoen extra op de plank liggen en als het nodig is ga ik dat geven. Dit is nou juist waar onze zorgen een beetje liggen. Het is best wel onzeker. De heer Mohandis geeft heel terecht aan: het gaat wel over mensen die worden aangenomen en straks misschien wel moeten worden ontslagen. Dus als daar op de een of andere manier toch wat meer duidelijkheid over kan komen, dan geeft dat lokale omroepen en gemeenten toch wat meer zekerheid. "Nee" is ook een antwoord. Als het antwoord "nee" is, kunnen zij daar in ieder geval de komende anderhalf jaar op anticiperen en kijken hoe het dan eventueel wel kan. Maar nu blijft het toch een beetje te vaag wat mij betreft.

Minister Letschert:

Precies. Daarom kom ik er in de tweede termijn op terug.

De voorzitter:

Bent u daarmee aan het einde van het onderdeel over financiering?

Minister Letschert:

Nee, nog net niet, meneer de voorzitter.

De voorzitter:

O, nou …

Minister Letschert:

Want er waren nog vragen over de reclame-inkomsten. Waarom is er geen expliciet verbod op reclame in de wet? Misschien is het ook hier goed om te zeggen: er gelden al beperkende maatregelen voor reclame op de lokale publieke omroepen. Die maatregelen hebben als doel om de positie van de omroepen op de reclamemarkt niet te groot te laten zijn, zodat er ruimte blijft voor onze private mediapartijen, ook op die lokale markten. Tegelijkertijd is deze stelselherziening bedoeld om de lokale publieke omroepen te versterken. Daardoor vergroten we dus ook de financiering vanuit de overheid. Als ik op dit moment de reclameruimte weer ga inperken, staat dat haaks op het uitgangspunt van de versterking. Op dit moment komt ongeveer 10% van de middelen van de lokale omroepen uit reclame. Dat zit as we speak in hun financiering. Op dit moment ben ik dus niet voornemens om met dit wetsvoorstel de mogelijkheden van de lokale publieke omroepen te beperken.

Dan was er ook een vraag over wat nou de precieze impact is op de advertentiemarkt. Dat is moeilijk te voorspellen. Dat is namelijk ook afhankelijk van verschillende factoren, zoals de mate van bereik van de lokale omroep en de mate waarin adverteerders denken via de omroep hun doelgroep te kunnen bereiken. Zoals ik net zei: de mogelijkheden voor reclame op de lokale publieke omroep zijn ten opzichte van de commerciële mediapartijen sowieso beperkt door de bestaande bepalingen in de Mediawet, met name vanwege het doel om de concurrentie met de private partijen te beperken.

Dan was er nog een laatste vraag die over geld gaat: gaat het geld niet naar overhead, in plaats van naar journalistiek? Nogmaals, de geoormerkte gelden voor de additionele uitvoeringslasten zitten niet in de 31 miljoen. Wat betreft overhead op het lokale niveau is het uiteindelijk ook aan het pbo om de vinger aan de pols te houden. Bovendien wordt iedere lokale omroep verplicht een zelfevaluatie te doen na twee jaar. Indien nodig kan ook de NLPO een onafhankelijke evaluatie laten uitvoeren als er zorgen zouden zijn dat er heel veel geld naar allerlei tussenlaagjes zou gaan. Uiteraard houdt het commissariaat weer toezicht op de doelmatigheid bij de NLPO.

Meneer de voorzitter. Als laatste kom ik bij een vraag die ook over geld ging. Ik zeg dit ook richting meneer Mohandis. Ik ben voornemens om te regelen dat er voor de lokale omroepen een lager WNT-maximum gaat gelden. Die zorg is er ook bij mij. Er lopen al verkenningen wat betreft verschillende rangschikkingen in de WNT-schaal, specifiek voor de lokale omroepen. Daar kom ik op terug, maar dat proces loopt dus al.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Ik hoor de minister zeggen dat het onoverzichtelijk en lastig te duiden is in hoeverre de reclamemogelijkheden van de lokale omroepen invloed hebben op de commerciële markt. Dat is nou precies mijn zorg. Dat vind ik ook een groot vaag punt in dit wetsvoorstel, eerlijk gezegd. Ik zou toch graag iets scherper willen hebben hoe de minister denkt verdringing en concurrentievervalsing ten opzichte van commerciële media-aanbieders te voorkomen of in kaart te brengen.

Minister Letschert:

Zoals ik net zei: het is echt moeilijk om dat te gaan verkennen vanaf deze positie, terwijl ze nog moeten starten. De mediaregels blijven gelden zoals ze zijn. Die gaan ook over de hoeveelheid tijd en het type content. Dat blijft allemaal bestaan. Dat is al mede ingericht met als doel om de concurrentie met de private partijen te beperken.

Ik zou wel willen voorstellen om de discussie te voeren als we het over het hele omroepbestel gaan hebben. Wij gaan namelijk een gesprek met elkaar hebben over het landelijke omroepenstelsel en de Mediawet, waarin we ook moties hebben liggen rondom reclame. Het zou het hele stelsel rondom de financiering zoals we het nu in kaart hebben gebracht, op zijn kop gooien als ik nu ten aanzien van de lokale omroepen zeg: we gaan nu een beperkende maatregel opleggen. Maar ik begrijp ook dat de Kamer behoefte heeft aan een gesprek over reclame bij publieke omroepen in relatie tot mogelijkheden bij de commerciële partijen.

Overigens ben ik gisteren bij een deel van de nationale private commerciële media-omroepen op gesprek geweest. Die zien überhaupt steeds meer dat de markt wat betreft advertentie- en reclame-inkomsten voor 80% naar Amerikaanse aanbieders gaat en dus niet naar de Nederlandse publieke en private partijen. Dit vergt dus sowieso een gesprek, denk ik, maar dat zou ik heel graag willen doen op het moment dat we het over de landelijke stelselherziening hebben.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Met dat laatste punt ben ik bekend. Ik geloof ook dat er van de landelijke media, zowel commercieel als publiek, wordt gevraagd om daar onderling een soort convenant over te sluiten, maar dat is een andere discussie. Ik zoek even naar een manier om een motie misschien niet te hoeven indienen, want dat is allemaal weer gedoe. Als deze wet wordt aangenomen, is het dan een optie om de concrete toezegging te doen dat hier op korte termijn een goede analyse van wordt gemaakt en dat er wordt bijgestuurd als blijkt dat de commerciële markt er heel erg onder te lijden heeft? Ik wil dat echt voorkomen.

Minister Letschert:

Ook hier ga ik in de tweede termijn op terugkomen. Ik moet goed weten of ik dat soort type gegevens op korte termijn kan analyseren en op tafel kan krijgen, zodat ik u daar informatie over kan geven. Die checkvraag doe ik even en dan kom ik daar in de tweede termijn op terug.

De voorzitter:

U vervolgt met de rol van de NLPO, samenwerking en innovatie.

Minister Letschert:

Meneer de voorzitter. Ik kreeg een vrij technische vraag: waarom is ervoor gekozen om van de NLPO geen zelfstandig bestuursorgaan te maken, maar een rechtspersoon met een wettelijke taak? Dat is anders bij de NPO. Zij krijgen openbaar gezag. Deze keuze is gemaakt omdat wij vinden dat datgene wat nodig is in het domein van de lokale publieke omroepen, ook via deze constructie gaat werken. Aan de ene kant is er het belang van de gezamenlijkheid en de rol van de NLPO ten behoeve van de gezamenlijke koers. Aan de andere kant is er ook het belang van de autonomie voor onze lokale omroepen, dus de eigenheid van de lokale omroepen die de publieke mediaopdracht uitvoeren, op een manier die echt past bij dat specifieke, lokale verzorgingsgebied, vanuit de binding, nogmaals, met de directe leefomgeving van mensen. Wij menen dat de juiste balans tussen autonomie en gezamenlijkheid is gevonden met de keuze voor de NLPO als rechtspersoon met de wettelijke taak, maar niet met openbaar gezag. De NPO heeft veel meer coördinerende kanalen, waardoor ze ook veel meer bevoegdheden daarin moeten hebben dan we eigenlijk vinden dat de NLPO moet hebben. Die willen we liever wat zachte invloed geven dan die hardere kant. Daar zit echt wel een gedachte achter.

Dan kwam de volgende vraag. Waarom is er gekozen voor de combinatie van taken bij de NLPO? Wordt dat niet een te rigide construct? Welke ruimte blijft er bestaan voor de lokale omroepen? Dat willen we namelijk allemaal, denk ik. De NLPO kan een gezamenlijke koers uitzetten en kan bepaalde aspecten optuigen om het collectief beter of doelmatiger te maken. Dan moet u denken aan trainingen en opleidingen voor journalisten, maar misschien ook wel voor de vrijwilligers, op het gebied van innovatie, aan modelreglementen voor zo'n pbo, aan de gezamenlijke accountant, of aan hoe je makkelijk bij de kabelaar komt; ik noem echt even wat voorbeelden. Daarbij kan NLPO een coördinerende rol spelen. Tegelijkertijd willen we dat de koers die omroepen binnen hun eigen organisatie kiezen, ook voldoende ruimte voor die organisaties maakt. We weten echter ook uit de rapporten die er liggen dat er nu te veel versnippering is en te weinig samenwerking, en dat de NLPO hier een heel mooie rol in kan spelen; vandaar hebben we voor die NLPO-constructie gekozen.

Dan ga ik door, meneer de voorzitter. Waarom gaan we niet meer inzetten op samenwerking met private partijen? Dat is met name een vraag vanuit de VVD. Nu werken partijen al regelmatig met marktpartijen samen om bijvoorbeeld tot een collectief dienstenaanbod te komen voor infrastructuur en digitalisering. Dat kan nog steeds. Dat moet allemaal ook marktconform, gezien alle mediawetten, maar die samenwerking gaat niet veranderen vanuit de rol die NLPO heeft in het geheel, zoals ik die net heb geschetst. Het is belangrijk dat tijdens die aanwijzingsperiode … Wij gaan natuurlijk ook die evaluaties blijven doen. Ook wij gaan dus blijven monitoren hoe dit zich ontwikkelt.

Meneer de voorzitter. Er was ook nog de vraag: er zijn wat verbeteringen genoemd, zoals meer betaalde krachten, 24/7 bereikbaarheid en medewerkers in de cao; gaan wij sturen op dat soort verbeteringen, zodat die daadwerkelijk gaan gebeuren, en hoe doen we dat dan? Ik denk dat ik hier kan zeggen dat we echt wel zien dat er door die transitiefase met de stimuleringsmiddelen uit het Stimuleringsfonds al professionalisering plaatsvindt. Daar hebben kwartiermakers aan gewerkt. We zien dus al effect voordat het wetsvoorstel überhaupt al is gestart. Tijdens de aanwijzingsperiode zullen de lokale omroepen een zelfevaluatie gaan uitvoeren. Ook de NLPO kan een onafhankelijke evaluatie uitvoeren om te zien of die verbeteringen plaatsvinden. De signalen uit de evaluaties zullen ook kunnen worden vertaald in concrete verbeterpunten en maatregelen voor de omroepen.

Meneer de voorzitter. Dan ga ik door met de vragen die erover gingen of er dan toch niet allerlei ingewikkeldheden komen met samenwerking, bijvoorbeeld met de G4-gemeenten. Denk bijvoorbeeld aan extra frequentieruimte voor het uitzenden van FunX. Er zijn geen wijzigingen opgenomen in dit voorstel die impact hebben op die samenwerking. Er blijft in de G4-gemeenten dus extra frequentieruimte beschikbaar voor het uitzenden van dit kanaal, ook omdat we het natuurlijk belangrijk vinden dat deze grootstedelijke jonge doelgroep wordt bereikt. De wet verandert daar dus verder helemaal niks aan.

Dan was er de vraag of er een rol voor de NLPO is om kennis over wat werkt — het ging over onlinebereik, jongeren en algoritmes — actief in te zetten en op die manier innovatie structureel aan te jagen, zodat niet elke omroep in z'n eentje het wiel uitvindt. Ja, dat is nou precies een rol voor NLPO. Daar kan zij ook haar meerwaarde laten zien. Zo wordt de versnippering van kennis en ervaring voorkomen. Ik zou het ook mooi vinden als dat in afstemming met de andere lagen binnen het publieke bestel tot meerwaarde kan groeien, zowel bij de regionale laag als landelijk.

Hoe ga ik dat monitoren? Want het klinkt natuurlijk allemaal weer heel mooi. Daar hebben we het concessiebeleidsplan voor. Daarin moet je opnemen hoe je samenwerkt, ook met regionale en landelijke oproepen, trouwens. Ook de lokale omroepen moeten in hun beleidsplannen opnemen hoe ze samenwerken binnen het publieke bestel. Dat kan ook met een andere lokale omroep zijn. Dat doen ze nu ook al. Het kan ook met een regionale omroep of met de NOS. De NLPO gaat hier ook over adviseren in de aanwijzingsprocedure.

Meneer de voorzitter. Wat kan ik doen als de samenwerking onvoldoende blijft? Ik kan de optimale voorwaarden voor de samenwerking scheppen. Ik ga het niet afdwingen. Dat is ook niet de rol die ik daarin moet nemen. We nemen echter wel in de wet op dat het onderdeel wordt van de beleidsplannen. Op die manier komt het natuurlijk toch terug in de gesprekken die we daarover hebben. Maar ik ga niet zeggen: omroep x moet regionaal samenwerken met y, omdat ik dat vind. Dat moeten ze echt met elkaar doen. Ik noem de RPO en de NLPO.

Dan ga ik naar het volgende blokje, governance en toezicht. Daarna heb ik nog overig. Ik kreeg een vraag over de aanwijzingsprocedure. "Hoe blijft de journalistieke onafhankelijkheid overeind als een omroep later verslag moet doen over de lokale politiek, die eerder over de aanvraag heeft geadviseerd?" Dat was specifiek de vraag van mevrouw Nanninga. Ik denk dat we met elkaar delen dat het voorkomen van politieke druk een van de belangrijke gedachtegangen is achter dit wetsvoorstel. Een onderzoek liet zien dat een op de zeven lokale omroepen door gemeentebestuurders gevraagd is om bepaald nieuws aan te passen. Dat is precies de reden dat we dit wetsvoorstel willen. Dat is dus ook waarom we de bekostiging nu naar het Rijk halen. Tegelijkertijd vinden we het advies van de gemeenteraden, en ook van NLPO, wel heel belangrijk, ook wat betreft de pluriformiteit en het borgen van de lokale identiteiten. Daarbij wil je de gemeenten niet buitenspel zetten. Uiteindelijk neemt het commissariaat echter de beslissing. Daar gaan we dadelijk ook nog over spreken. Het let daarbij op de advisering, maar niet op de media-inhoud. Daar gaat het uiteraard niet over. Op die manier is het in dit wetsvoorstel voorzien.

Meneer de voorzitter. U heeft me ook de vraag gesteld hoe het Commissariaat van de Media dit tot een eerlijk en ongekleurd proces gaat leiden. Zo was de vraag. Ik sta voor mijn onafhankelijke toezichthouder, met professionele medewerkers en een professioneel college. Dat is voor mij de borging. Het gaat om eigenlijk vrij strikte afwegingscriteria, die ook allemaal in de wet zijn uitgewerkt. Dat is best wel op detailniveau: het gaat ook over de weging van verschillende criteria. Dat is wat mij betreft een heel zorgvuldig kader aan de hand waarvan het commissariaat de finale aanwijzing, met die adviezen, beoordeelt.

Er was ook de vraag waarom de rol van het Commissariaat van de Media beperkt is bij het concessiebeleidsplan. Waarom is het niet daarvóór? Daarvan vind ik het volgende. Het is een beleidsdocument van de NLPO met medewerking van de lokale publieke omroepen. Daar ligt hun autonomie. Aan de voorkant wil ik het Commissariaat van de Media of de Raad voor Cultuur daar geen advies op laten geven. Zij kunnen daarna, als het concessiebeleidsplan er is vanuit de NLPO, een advies geven. Dan kan ik dat meewegen in de prestatieovereenkomst, maar ik wil die autonomie wel echt daar houden waar die hoort en ik wil niet dat zij als adviseurs een rol spelen bij de totstandkoming van een document dat het product is van die lokale omroepen. Daar is dus echt wel goed over nagedacht. Dit doen we overigens ook zo bij de regionale omroepen.

Meneer de voorzitter. Dan gaan we naar de discussie rondom het risico van het gesloten systeem bij het aandragen van leden voor het College van Omroepen. Daarvan regelt het wetsvoorstel dat de lokale omroepen in al hun diversiteit vertegenwoordigd worden. Die moeten ook representatief worden samengesteld, waarbij ook wordt gelet op de verscheidenheid bij al die lokale omroepen. Dat kan dus betekenen dat er een aantal leden namens de kleine omroepen in zitten en er ook leden namens de grotere omroepen in zitten. Ook dit is iets wat ze in de sector vooral ook met elkaar moeten organiseren. Als de heer Ceder een voorstel heeft om dit verder te verstevigen, bijvoorbeeld zodanig dat lokale omroepen ook voordrachten zouden kunnen doen, zou ik me daarin kunnen vinden.

De voorzitter:

Is dat een subtiele verwijzing naar een amendement waarvan het handiger is als we dat ook gewoon concreet met elkaar …

Minister Letschert:

Ik ga ze dadelijk gewoon even doornemen, want ik krijg moties en amendementen dadelijk allemaal door elkaar.

De voorzitter:

Oké.

Minister Letschert:

Dat lijkt me verstandiger, meneer de voorzitter.

De voorzitter:

Want moties volgen natuurlijk pas in de tweede termijn …

Minister Letschert:

Precies.

De voorzitter:

… dus alles waar we het nu nog over hebben, dat zijn de amendementen.

Minister Letschert:

Precies, precies.

De voorzitter:

We bewaren het voor de tweede termijn.

Minister Letschert:

We bewaren het.

Dan was er de vraag: wat als er een conflict is tijdens een aanwijzingsprocedure? Hoe voorkom je dat dat leidt tot politieke druk, strategische blokvorming tussen gemeentes en langdurige ruzies? Met dit wetsvoorstel regelen we op een vrij concrete manier hoe die aanwijzingsprocedure werkt, ook wanneer er meerdere aanvragers in een gebied zijn. Wat ik net aangaf, is eigenlijk dat er een vrij behoorlijk dichtgetimmerd kader is waarbinnen het commissariaat uiteindelijk die weging gaat doen om die procedure met al die aanvragers zorgvuldig te doorlopen.

Dan ga ik naar het blokje overig. Dan wordt het spannend.

We gaan naar het redactiestatuut. Er is gevraagd of ik redactiestatuten niet eigenlijk al verplicht ga stellen voordat we beginnen; zo druk ik het even uit. Laten we zeggen: iedere lokale omroep moet een redactiestatuut hebben. Dat is nu overigens al een wettelijke verplichting. Het commissariaat houdt daar ook toezicht op. De wet stelt ook dat je het met werknemers moet opstellen. Dat kan je eigenlijk niet nu vragen van een omroep die nog niet begonnen is. Dat vond ik dus een ingewikkeld punt bij die vraag.

Hoe borg ik dat in het nieuwe stelsel ook de veiligheid van lokale journalisten en vrijwilligers wordt meegenomen en hoe sluit dat aan op de inzet rondom PersVeilig? Ook hier geldt: de veiligheid …

U maakt een gebaar, voorzitter. Moet ik stoppen?

De voorzitter:

Nee, hoor, maakt u gerust uw zin af.

Minister Letschert:

De veiligheid van journalisten is superbelangrijk. Ik heb laatst nog met PersVeilig gesproken over wat we nog meer kunnen doen om te zorgen dat onze journalisten niet worden geïntimideerd of aangevallen. Ik was gisteren bij de redactie van RTL en dan hoor je van een journalist hoe die echt belaagd wordt bij bepaalde typen van momenten die zij proberen te verslaan. Echt vreselijk. PersVeilig is er dus voor alle journalisten, ook voor onze lokale journalisten. Ook zij kunnen zich melden bij het meldpunt als ze te maken hebben met agressie en intimidatie, maar ik ben ook met PersVeilig in gesprek over wat we nog meer moeten doen aan preventie.

De heer Mohandis (PRO):

Het is heel goed dat de minister de mogelijkheden van PersVeilig uiteenzet, maar mijn vraag gaat over het punt hiervoor, het redactiestatuut. Dit kan gewoon een motie schelen. Kijk, onze zorg zit 'm erin dat niet alle lokale omroepen op dit moment een goed functionerend redactiestatuut hebben. Het zijn namelijk vaak vrijwilligers en het is ook niet makkelijk om dat goed te borgen. De minister zegt zelf dat zij het ook lastig vindt om te kijken hoe we dat in het nieuwe stelsel kunnen doen, omdat medewerkers daarbij moeten worden betrokken, maar mijn politieke vraag blijft overeind. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat in die streekvorming per 2028 alle streekomroepen zonder twijfel een redactiestatuut hebben?

Minister Letschert:

Doordat in de wet al staat dat er een redactiestatuut moet zijn. Op het moment dat er een aanwijzingsprocedure loopt en een omroep geen redactiestatuut heeft, heeft die omroep dus een probleem. Zo heb ik het begrepen.

De heer Mohandis (PRO):

Ja, klopt. Dat is de wet; dat klopt ook. De praktijk is alleen dat we zien dat het best lastig is om het goed te doen. Omdat we overgaan naar een nieuw systeem kunnen er lokale omroepen tussen zitten die dat nog niet goed hadden geregeld. Mijn simpele vraag is: gaat u ervoor zorgen dat ze er straks alle 80, of hoeveel dan ook, aan gaan voldoen?

Minister Letschert:

Daar moeten ze aan voldoen. Dat vraagt de wet. En wat is nou het mooie? Omdat ze meer samenwerken met elkaar en we ook een NLPO hebben, verwacht ik ook dat die daar een rol in pakt om te zorgen dat de redactiestatuten er komen. Maar nogmaals, dat moet wel gebeuren met betrokkenheid van de werknemers, want dan wordt het ook een levend, echt en ervaren document.

De voorzitter:

Ik stel voor dat de minister het resterende deel van de beantwoording nu even helemaal afmaakt. Daarna is er ruimte voor interrupties en gaan we meteen door met de tweede termijn van de zijde van de Kamer.

Minister Letschert:

Dan was er de vraag of het wetsvoorstel op tijd komt om de overgang zorgvuldig te laten verlopen. Dat is een heel belangrijke vraag. Met de sector is afgestemd dat het nieuwe bestel zal ingaan per 2028. Daar hebben ze dus ook de afgelopen jaren hard aan gewerkt. Zij hebben aangegeven dat 1 november 2026 de uiterste datum is om de overgangstermijn soepel te laten verlopen. Als we later zijn, dan wordt dat echt een ingewikkelde. Dat is ook waarom ik u heel dankbaar ben dat u voor de zomer dit wetsvoorstel wilde behandelen. Uiteraard moet ik ook nog naar de Eerste Kamer als we verder komen in deze Kamer, en dan is ook daar spoedige behandeling nodig om die datum van 1 november te halen. Als we die niet halen, ga je bijna een heel jaar moeten vertragen om in de logische volgorde van begrotingen het stelsel te laten ingaan. Maar met de sector is dus afgestemd dat dit haalbaar zou moeten zijn.

Dan was de vraag hoe ik onzekerheid voorkom. Nou, door heel hard mijn best te doen om ervoor te zorgen dat we dit halen. De NLPO doet veel werk als het gaat om het geven van duidelijkheid, via informatie op de website en de organisatie van informatieavonden. Ook de VNG heeft hier uiteraard een heel belangrijke rol in. Nogmaals, ik doe mijn best om zowel met u als met de Eerste Kamer snel duidelijkheid te kunnen bieden.

Dan ga ik de amendementen appreciëren. Waarschijnlijk ga ik ook een wijziging aangeven op wat ik net zei, want ik heb hier nu allemaal briefjes.

Ik begin gewoon met …

De voorzitter:

Het amendement op stuk nr. 12.

Minister Letschert:

Het amendement op stuk nr. 12. Dat amendement ging over het feit dat het commissariaat het moet intrekken, en wel bij de derde bestuurlijke sanctie. Dat moet ik ontraden omdat ik het echt belangrijk vind dat het commissariaat als toezichthouder die beoordelingsruimte houdt bij een zware beslissing als een aanwijzing en niet bij een derde ineens moet zeggen "ik móét het doen", terwijl die twee daarvoor wellicht helemaal niet van een dusdanige zwaarte waren om de moet-bepaling te moeten inroepen. Ik vind het amendement zoals het er nu ligt die ruimte veel te veel beperken. Vandaar dat ik het amendement ontraad.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 13.

De voorzitter:

Het amendement op stuk nr. 13.

Minister Letschert:

Sorry, amendement. Waterschap. Oordeel Kamer.

Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. ...

De voorzitter:

Op stuk nr. 15. Daarvan had u gezegd dat het in tweede termijn komt.

Minister Letschert:

Precies.

De voorzitter:

Maar wellicht wilt u een soort boodschap geven?

Minister Letschert:

Ik heb een verzoek. Dat zouden we liever in een motie willen, zodat we morgen een nota van wijziging kunnen indienen, die meteen dit amendement, met de check die daarbij hoort, namelijk of het past binnen wat er in de staatssteunregels mag …

De voorzitter:

Want wat is uw standpunt over het amendement?

Minister Letschert:

Dat is dan eigenlijk … Dat is een goeie.

De voorzitter:

Ik zou me kunnen voorstellen …

Minister Letschert:

Ontraden. Maar dan zou ik dus met een motie willen werken naar een nota van wijziging die we morgen indienen.

De voorzitter:

U vindt een amendement te strak geformuleerd, dus dat moet u ontraden.

Minister Letschert:

Ja, want het moet wel echt kloppen.

De voorzitter:

Maar een motie van gelijke strekking zou u wel aan het oordeel van de Kamer over kunnen laten. Ik denk dat u dat zegt in de richting van de heer Ceder.

Minister Letschert:

En dan komt er dus morgen al een nota van wijziging.

De voorzitter:

Ja. Dus het huidige amendement wordt ontraden. In tweede termijn kunnen we dan altijd nog zien of het de Kamer behaagt om u alsnog met een opdracht op pad te sturen.

Minister Letschert:

Ja, perfect.

De voorzitter:

Het amendement op stuk nr. 17.

Minister Letschert:

Dat ging over dat advies van NLPO, het commissariaat en de Raad voor Cultuur. Ik heb net al uitgelegd waarom ik dit amendement ontraad. Ik wil dat daarna. Dan kan ik het meenemen in een prestatieovereenkomst.

Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 18. Dat gaat over …

De voorzitter:

Die had u oordeel Kamer gegeven.

Minister Letschert:

Ja, die had ik oordeel Kamer gegeven.

De voorzitter:

Dan het amendement op stuk nr. 19 van Ceder en Mohandis.

Minister Letschert:

Dat gaat over het College van Omroepen. Dat amendement wil ik ontraden met de uitleg die ik net gegeven heb tijdens het debat.

Dan heb ik het amendement op stuk nr. 20. Die ga ik oordeel Kamer geven.

Dan heb ik het amendement op stuk nr. 21.

De voorzitter:

Die had u ook al geapprecieerd: oordeel Kamer.

Minister Letschert:

Ja, die krijgt ook oordeel Kamer.

Het amendement op stuk nr. 22 krijgt ook oordeel Kamer. Dan heb ik het amendement op stuk nr. 23. Of heeft u die niet?

De voorzitter:

Jazeker.

Minister Letschert:

Die ga ik ontraden.

Dan heb ik het amendement op stuk nr. 24, mijn favoriete.

De voorzitter:

Wilt u daar een toelichting op geven?

Minister Letschert:

Bij het amendement op stuk nr. 24?

De voorzitter:

Bij het amendement op stuk nr. 23.

Minister Letschert:

Dat amendement ga ik ontraden, omdat daarin staat dat het maximum geheel verdwijnt en ik heb net uitgelegd dat we dan weer helemaal van voren af aan beginnen.

De voorzitter:

Het amendement op stuk nr. 24.

Minister Letschert:

Het amendement op stuk nr. 24 is mijn favoriete. Dat gaat over de evenementmatige vertoningen van de wedstrijden bij het WK. Die ga ik ontraden. Ik verwijs daarbij ook naar de Kamerbrief, de mondelinge vragen en alle andere vragen, waarin ik dat heb uitgelegd. Dan heb ik … Heeft u er nu nóg één?

De voorzitter:

Tot slot. Het amendement op stuk nr. 25 van mevrouw Van der Plas. Die gaat over een jaarlijkse evaluatie door een door de NLPO …

Minister Letschert:

Ja, die ga ik toch ontraden, want er zijn al zo veel evaluaties ingebouwd. Daar voegt deze jaarlijkse evaluatie eigenlijk niks aan toe, alleen nog maar meer overhead. Er is in het tweede jaar al een zelfevaluatie door de omroep en in het derde jaar is er een onafhankelijke evaluatie NLPO. Iedere drie jaar informeren wij het parlement over de doeltreffendheid en het effect daarvan op onze middelen, waarbij we ook naar alle aspecten gaan kijken. Dan gaan we ook nog de wet evalueren na zeven jaar. Volgens mij hebben we wel voldoende evaluaties.

De voorzitter:

Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw eerste termijn?

Minister Letschert:

Yes.

De voorzitter:

Dat is het geval. Ik kijk naar de leden of zij klaar zijn voor een korte schorsing. Nee, geen schorsing? Geen tweede termijn? De heer Bosma ziet af van zijn tweede termijn, mevrouw Van der Plas ook. Ik zie de heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Mag ik drie minuten om even wat administratieve dingen te verwerken?

De voorzitter:

Ik geef u er vijf.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Vijf mag ook.

De voorzitter:

Ik schors vijf minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en ik verzoek de leden en de minister om hun plaatsen in te nemen. Aan de orde is de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan de heer Ceder, voor zijn inbreng namens de ChristenUnie in tweede termijn. Wat een gezellige Kamercommissie is dit.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Volgens mij hebben we een goed debat met elkaar gehad. Ik heb een aantal dingen neergelegd, namelijk de financiën en voldoende spreiding. Dat is voor ons belangrijk. Ik ben blij dat de minister ook zegt daar oog voor te hebben. Ik ben blij dat ze heeft toegelicht hoe ze tot het proces is gekomen van de 80 en vervolgens ook hoe ze denkt dat dit gaat lukken.

Ik ben ook blij met de appreciaties. Ik was wat minder gelukkig met de appreciatie van het amendement op stuk nr. 19, over dat ook lokale omroepen kunnen bijdragen. Dus ik hoop … Kijk, de minister erkent schuld, dus dat is weer mooi. Maar dat zal ze zo misschien zelf in de tweede termijn …

De voorzitter:

Dat moeten we echt eerst horen.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Zeker, zeker, voorzitter. Ik zal er niet op vooruitlopen.

Ik ga door. Ik heb een paar moties. Op advies van de minister heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het wenselijk is dat gemeenteraden niet alleen voorafgaand aan een aanwijzingsperiode van vijf jaar aan lokale publieke media-instellingen een aanvullende bijdrage kunnen verstrekken voor de publieke taak van lokale publieke media-instellingen, maar ook tijdens deze periode;

verzoekt de regering dit mogelijk te maken door te regelen dat gemeenteraden ook na de start van de aanwijzingsperiode van een lokale publieke media-instelling een budget bekend kunnen maken voor aanvullende bekostiging voor de publieke taak van de lokale publieke media-instelling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Mohandis, Krul en Oualhadj.

Zij krijgt nr. 27 (36917).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door de schaalvergroting veel toekomstige verzorgingsgebieden bestaan uit meerdere gemeenten met een eigen identiteit, lokale politiek en maatschappelijke kwesties;

overwegende dat inwoners uit elke gemeente binnen een verzorgingsgebied op adequate wijze moeten worden bediend door de streekomroep en dat daarvoor voldoende mogelijkheden voor programmatische differentiatie moeten zijn;

verzoekt de regering om in overleg met de NLPO en de RDI te bevorderen dat lokale publieke omroepen binnen hun verzorgingsgebied maximale ruimte hebben voor programmatische differentiatie, zowel via radio, televisie als internet, zodat recht wordt gedaan aan de verscheidenheid van gemeenten en gemeenschappen binnen een verzorgingsgebied,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Krul.

Zij krijgt nr. 28 (36917).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het concessiebeleidsplan NLPO een centrale plaats inneemt in de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau, maar dat het Commissariaat voor de Media, dat belast is met het toezicht op de uitvoering van de publieke mediaopdracht, géén toezichthoudende taak krijgt bij het concessiebeleidsplan;

constaterende dat het commissariaat stelt dat dit leidt tot rolonduidelijkheid en uiteenlopende verwachtingen van het toezicht en dat daarmee effectief optreden wordt belemmerd;

verzoekt de regering om in samenspraak met het Commissariaat voor de Media duidelijkheid te scheppen over de toezichthoudende taak van het commissariaat en de functie van het in het wetsvoorstel genoemde advies bij het sluiten van de prestatieovereenkomst met de NLPO,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Mohandis.

Zij krijgt nr. 29 (36917).

De heer Ceder (ChristenUnie):

Tot slot, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het nieuwe stelsel een ingrijpende schaalvergroting van lokale publieke omroepen met zich meebrengt, waarbij het nog onzeker is hoe deze uitwerkt voor zaken als de worteling in de gemeenschap, ruimte voor lokale redacties, behoud van bestaande netwerken en de betrokkenheid van vrijwilligers;

verzoekt de regering om bij de evaluatie van het nieuwe stelsel er expliciet aandacht aan te besteden of, en zo ja in welke mate, bovenstaande zaken zijn versterkt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 30 (36917).

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik luister nog goed naar de appreciaties en dan ga ik straks hopelijk nog genieten van de wedstrijd Ghana-Engeland. Ik vermoed toch dat in het amendement van de VVD verkapte staatssteun zit verwerkt en dat het misschien ook buiten de orde van dit wetsvoorstel is, dus hoe mooi het ook is, ik denk dat wij het als fractie om juridische redenen niet kunnen steunen. Dat wilde ik er even bij vermelden.

De voorzitter:

Voor welk team gaat u straks juichen?

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik ben voor team Ghana, dit keer.

De voorzitter:

We wensen u een succesvolle wedstrijd.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel.

De voorzitter:

Het woord is aan meneer Mohandis namens PRO.

De heer Mohandis (PRO):

Voorzitter. Ik dank de minister voor haar beantwoording, vooral voor de appreciaties van de amendementen over het versterken van de nieuwe lokale omroepen en de streekomroepen en over hoe we ervoor zorgen dat het hele verzorgingsgebied zo goed mogelijk wordt bediend. Er zijn allerlei amendementen ingediend om dat te versterken. Fijn dat die in ieder geval "oordeel Kamer" hebben gekregen.

Dan kom ik bij het punt van het Commissariaat voor de Media en ons amendement over wat ik noem: bij drie sancties lig je eruit. Ik blijf wel bij dat punt; dat gaan we wat mij betreft ook breder bediscussiëren bij de hervorming van de landelijke publieke omroep. We moeten ook kijken naar het hele sanctiepakket. Ik had het niet over een waarschuwing; de minister zei net dat het gaat om een waarschuwing, en dan zou dit amendement te zwaar zijn. Nee, het gaat echt om opgelegde sancties, dus één, twee, drie; bij twee kun je een omroep eruit gooien, en bij drie zou het moeten. Dat is het voorstel en ik zie uit naar hoe dat verder gaat.

Dan kom ik op het punt van financiën. Daar had ik een discussie over met de minister en daar heb ik nu ook een motie over. Onze zorg blijft hoe het pad na 1 januari 2028 eruitziet als het gaat om het eindigen van de incidentele middelen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gemeentelijke zorgplicht voor de bekostiging van de lokale publiekemediaopdracht per 1 januari 2028 vervalt en wordt vervangen door rijksbekostiging;

constaterende dat gemeenten die nu aanvullend bijdragen, voor de periode vanaf 2028 opnieuw moeten bepalen of en in welke mate zij middelen beschikbaar stellen voor de lokale publiekemediaopdracht;

constaterende dat de tijdelijke middelen die nu via het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek als gelijk bedrag per verzorgingsgebied worden uitgekeerd, per 1 januari 2028 vervallen;

constaterende dat de extra structurele rijksmiddelen vanaf 2028 via een nieuwe verdeelsystematiek over de verzorgingsgebieden worden verdeeld;

verzoekt de regering per verzorgingsgebied te monitoren hoe de totale publieke bekostiging van de lokale publiekemediaopdracht zich vanaf 2028 ontwikkelt ten opzichte van de huidige situatie en daarbij in ieder geval de rijksbijdrage, de vooraf bekendgemaakte gemeentelijke bijdragen voor de eerste concessieperiode en het vervallen van tijdelijke stimuleringsmiddelen te betrekken;

verzoekt de regering de Kamer te informeren zodra financiële achteruitgang dreigt in plaats van versterking van de journalistieke capaciteit,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.

Zij krijgt nr. 31 (36917).

De heer Mohandis (PRO):

Over de Wet normering topinkomens: ik heb de minister gehoord en ik heb van alles gelezen, en toch behoeft het een Kameruitspraak. We moeten te allen tijde voorkomen dat op een ongewenste manier te veel geld, dat bedoeld is voor de publiekemediaopdracht, gaat zitten in de overhead, in salarissen en dergelijke. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering met het wetsvoorstel inzake de lokale publieke mediaopdracht meer professionaliteit, stabiliteit en onafhankelijkheid bij de streekomroepen nastreeft;

overwegende dat deze publieke streekomroepen straks nog altijd moeten werken met heel schaarse middelen;

van oordeel dat hiermee vooral medewerkers en journalisten in staat moeten worden gesteld om goed werk te leveren;

verzoekt de regering om voor bestuurders en leden van de raad van toezicht van deze streekomroepen bezoldigingsmaxima vast te stellen die substantieel lager liggen dan de WNT-norm,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.

Zij krijgt nr. 32 (36917).

De heer Mohandis (PRO):

Ik dank de minister nogmaals en we zien uit naar de tweede termijn.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Van der Maas, namens de VVD, in tweede termijn. Heeft hij daar behoefte aan? Dat is het geval. Kwam het als een verrassing? Nee, hoor ik. Gaat uw gang.

De heer Van der Maas (VVD):

Soms ben je een beetje afgeleid tijdens een debat, maar nu sta ik er weer met volle aandacht. Hartelijk dank aan de minister voor de beantwoording van alle vragen en mooie opmerkingen. Ik heb vier punten. Het eerste gaat over de invloedsrelatie van de gemeente en de afhankelijkheidsrelatie. Ik ben blij met de analyse van de minister dat we ons daar geen zorgen over hoeven te maken. Dat is heel prettig.

Dan een punt over het aantal omroepen, 80, en de beweeglijkheid van de minister om te zeggen: oké, het zijn er eigenlijk 80, maar ik ben bereid om daar met die route van de algemene maatregel van bestuur iets mee te gaan doen. Ik maak me daar toch een beetje zorgen over, want als we die route gaan volgen, gaat het dan niet toch weer helemaal stijgen? Misschien kan de minister hier in tweede termijn nog iets over zeggen: hoe wordt er toch voor gezorgd dat het er niet te veel worden en dat het wel enige flexibiliteit oplevert, maar dat het niet weer heel veel omroepen worden?

Dan een punt over de reclame. Ook hartelijk dank voor de beantwoording daarover, maar ik heb toch nog steeds zorgen over de crowding-outeffecten van de lokale omroepen richting de commerciële partijen. Ik ben het eens met mevrouw Nanninga. Zij zal zo meteen nog een motie indienen daarover. Hopelijk staat u daarvoor open.

Dan het WK. Het is natuurlijk superteleurstellend dat dat al zo lang loopt, dat een meerderheid van de Kamer dat heel graag wil, en dat dat amendement toch weer wordt ontraden. Dat vind ik heel jammer. Het zou toch gewoon mogelijk moeten worden gemaakt. Maar goed, er zit dus geen beweging in. Dat is heel jammer. Wij zullen ons beraden op de volgende stappen voor — hoe noemde de minister het? — haar favoriete issue, motie of amendement. Ik weet niet wat het is, maar ik denk niet dat daar het laatste woord al over gezegd is.

Dat was mijn bijdrage in tweede termijn. Hartelijk dank.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord in tweede termijn is aan mevrouw Oualhadj namens D66.

Mevrouw Oualhadj (D66):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de minister bedanken voor haar heldere en uitgebreide beantwoording in de eerste termijn. Als ik voor mezelf spreek: het heeft in ieder geval een aantal zorgen die we over dit wetsvoorstel hebben, echt weggenomen. Dat stemt mij ook positief over de verdere behandeling van dit wetsvoorstel. Maar ik wil toch graag nog een keer benoemen dat die lokale publieke omroepen al lange tijd in onzekerheid verkeren. Juist daarom is het van groot belang dat er snel duidelijkheid voor hen komt. Wij hopen dan ook dat we die snelheid die nodig is, met dit wetsvoorstel kunnen behouden. Ik zou daarom graag het ordevoorstel willen doen om de stemmingen aanstaande dinsdag, dus precies over een week, te laten plaatsvinden, in plaats van pas na het zomerreces. Dat is volgens de regels volgens mij ook nodig. Ik kijk even naar de voorzitter.

De voorzitter:

Dat voorstel doet u nu?

Mevrouw Oualhadj (D66):

Ja, is dat niet …

De voorzitter:

Ja, dat kan. U stelt voor om alle stemmingen dinsdag te laten plaatsvinden?

Mevrouw Oualhadj (D66):

Yes.

De voorzitter:

Ik kijk even rond. Meneer Mohandis.

De heer Mohandis (PRO):

Graag voor het zomerreces, met een klein tussenvoorstel. Wat ons betreft stemmen we over de amendementen op dinsdag en over de wet op donderdag. Dan kunnen we namelijk gewoon de amendementen behandelen en dan weten we hoe de wet eruitziet. Dan kunnen we donderdag laat — ik kijk naar de voorzitter — of in de middag, als er op die dag meer stemmingen zijn, gewoon over de wet stemmen, voor het zomerreces.

De voorzitter:

Ik zie mevrouw Oualhadj. Kunt u daarmee leven?

Mevrouw Oualhadj (D66):

Ik vermoed zo dat we donderdag nog wel even in dit huis zijn.

De voorzitter:

U bent er allemaal zelf bij, hoor. Ik ben er wel! Het voorstel wordt dan: dinsdag stemmen over de amendementen en donderdag stemmen over het wetsvoorstel en de moties. Zeg ik dat goed? Ja.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Steun voor het geamendeerde ordevoorstel.

De voorzitter:

Ik kijk rond en zie de heer Van der Maas een duim omhoog steken. Meneer Ceder ook. Dan gaan we dat zo doen.

Mevrouw Oualhadj (D66):

Heel fijn. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

U vervolgt uw termijn.

Mevrouw Oualhadj (D66):

Zoals ik in mijn spreektekst al eerder aanhaalde, leven er bij D66 nog wel enige zorgen over die aanwijzingstermijn voor de lokale en regionale omroepen. Daarom ook de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de aanbestedingstermijn voor lokale en regionale omroepen momenteel vijf jaar betreft;

overwegende dat het in het kader van voorspelbaarheid en stabiliteit voordelig zou zijn om langere aanbestedingsperioden te verlenen;

verzoekt de regering te verkennen of de aanbesteding van vijf naar tien jaar verlengd zou kunnen worden, de mogelijke gevolgen hiervan in kaart te brengen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Oualhadj, Ceder, Nanninga en Mohandis.

Zij krijgt nr. 33 (36917).

Mevrouw Oualhadj (D66):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is tot slot in de tweede termijn het woord aan mevrouw Nanninga van JA21.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Dank, voorzitter. Heel erg bedankt ook voor de beantwoording door de minister. Ja, publieke omroepen zijn niet de hobby van JA21 en dat blijft zo. We gaan nog even goed nadenken over deze wetswijziging, maar we zien wel dat er iets moet gebeuren. Ik wil graag een motie indienen. Ik heb net een toezegging gevraagd. Die zou al dan niet in de tweede termijn komen. Als die toezegging er komt, trek ik de motie weer in, want we moeten inderdaad — dat is al aangestipt — volgende week al superlang stemmen en dan scheelt dit er weer eentje. Ik dien 'm wel in en als die toezegging dan naar tevredenheid is, dan trek ik 'm in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat lokale publieke omroepen straks grotere verzorgingsgebieden krijgen en structureel publiek worden bekostigd;

overwegende dat zij ook reclame-inkomsten mogen ophalen, terwijl lokale commerciële media vaak afhankelijk zijn van advertentie-inkomsten;

overwegende dat publieke bekostiging niet mag leiden tot oneerlijke concurrentie of verdringing van lokale commerciële media;

verzoekt de regering binnen een jaar na de start van het nieuwe stelsel te inventariseren wat de gevolgen zijn voor de lokale commerciële advertentiemarkt, en indien sprake is van verdringing van lokale commerciële media, met voorstellen te komen om de mogelijkheden voor reclame-inkomsten bij lokale publieke omroepen aanvullend te beperken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Nanninga en Van der Maas.

Zij krijgt nr. 34 (36917).

Mevrouw Nanninga (JA21):

Voorzitter, tot slot. Ik hoop hoe dan ook dat er een mooie journalistieke infrastructuur blijft bestaan, ook in de lokale omroepen.

Aangaande het voetbalamendement vind ik het wel lollig dat de VVD een keer niet het braafste jongetje in de klas wil zijn, dus als ze 'm niet intrekken, denk ik dat we 'm wel gaan steunen.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik schors tot 22.10 uur voor de beantwoording in tweede termijn van het kabinet.

De vergadering wordt van 22.01 uur tot 22.09 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.

Minister Letschert:

Meneer de voorzitter. De motie op stuk nr. 27: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 28: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 29: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 30: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 31: oordeel Kamer. Of wilt u er toelichtingen bij?

De voorzitter:

Nee hoor. Ik denk het niet. Kijk, met oordeel Kamer is de buit toch een beetje binnen voor de leden.

Minister Letschert:

Niemand is geïnteresseerd in mijn geweldige beschouwingen, dank u.

De motie op stuk nr. 32: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 33: oordeel Kamer. Dat gaat goed, hè?

De motie op stuk nr. 34 krijgt bijna oordeel Kamer, maar alleen als ik 'm mag interpreteren als "na drie jaar". Want na een jaar is echt te vroeg. Maar dat kan ik nu niet vragen.

De voorzitter:

Nee, want in het dictum staat "binnen een jaar".

Minister Letschert:

Als ik de motie zo mag interpreteren dat die zegt "na drie jaar", dan geef ik 'm oordeel Kamer. Als het binnen een jaar moet, zoals er nu staat, dan is dat gewoon echt te vroeg om met een goede analyse te komen.

De voorzitter:

Mevrouw Nanninga, de minister verzoekt u om het dictum van uw motie op stuk nr. 34 te wijzigen naar "binnen drie jaar" in plaats van "binnen een jaar".

Minister Letschert:

Als u dat doet, geef ik die motie oordeel Kamer. Binnen een jaar is echt te vroeg.

De voorzitter:

Binnen een jaar na de start van het nieuwe stelsel te inventariseren et cetera et cetera. Kunt u leven met drie jaar of zegt u, nee het moet "na een jaar" blijven?

Mevrouw Nanninga (JA21):

Daar kunnen we mee leven, voorzitter. Maar als de minister echt de toezegging doet dat ze die inventarisatie binnen drie jaar doet ...

Minister Letschert:

Ja, die toezegging doe ik.

Mevrouw Nanninga (JA21):

... dan hoeft de motie ook geen oordeel Kamer te krijgen, want ik denk dat we die motie kunnen intrekken als die toezegging er echt is en er dan ook wordt ingegrepen.

Minister Letschert:

Precies. Die toezegging doe ik. Ik doe de toezegging dat ik die analyse ga doen. Of ik 'm dan meteen mag intrekken, daar hebben we het dan wel in het debat over.

De voorzitter:

Nee, mevrouw Nanninga geeft aan dat zij dan haar motie intrekt.

Minister Letschert:

Ja, dat begrijp ik. De reclame beperken, bedoel ik. Dát. Ik zeg dus toe dat te gaan analyseren.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Dank u wel. Ik overleg even, en mogelijk trek ik de motie voor de stemmingen nog in.

Minister Letschert:

Oké. Dank u. Het amendement op stuk nr. 19 krijgt oordeel Kamer, met excuses.

De voorzitter:

Dat is dus het amendement-Ceder/Mohandis, waarvan u oorspronkelijk had gezegd "ontraden", maar nu wordt dat toch oordeel Kamer.

Minister Letschert:

Ja. En dan heb ik nog de motie op stuk nr. 26: oordeel Kamer.

De voorzitter:

U bedoelt het amendement op stuk nr. 26 ter vervanging van nr. 17, van Ceder en Mohandis.

Minister Letschert:

Ja, sorry, sorry. Ja, die is ook oordeel Kamer. Dan ben ik er. En dan wil ik ook graag de Kamer bedanken voor het geweldige meedenken. We hebben volgens mij een goed debat gehad. Maar er komt nog een vervolgvraag! Het zal toch niet gaan over Ghana tegen ... Tegen wie moeten ze?

De voorzitter:

Engeland, hoorde ik de heer Ceder zeggen.

Minister Letschert:

Ghana-Engeland.

De voorzitter:

Maar ik heb er geen verstand van. Meneer Van der Maas heeft een vraag.

De heer Van der Maas (VVD):

Ja, ik kan het niet laten.

Minister Letschert:

Ik was er al bang voor.

De heer Van der Maas (VVD):

U heeft oranje aan.

Minister Letschert:

Oranje? Het is roze.

De heer Van der Maas (VVD):

Nou, ik noem het oranje. Misschien heb ik een oranje bril op. Het amendement is ontraden. Dan heb ik nog een laatste vraag aan de minister: wat is dan wel de oplossing om het mogelijk te maken?

Minister Letschert:

Dat is een goede vraag. Ik denk dat we dit niet elke twee jaar willen, als er een EK of een WK is. Dat betekent dat wij met elkaar moeten nadenken over hoe we … Voor mij zit de crux in de public viewing rights, die de NOS in het totaalpakket met de FIFA heeft zitten. Dat is het verschil met de Vlaamse situatie. Daar zitten de public viewing rights niet bij de VRT, waardoor gemeentes met de FIFA de public viewing rights regelen. Die vallen nog steeds onder dezelfde juridische structuur, maar daarvoor is het op een andere manier georganiseerd en dus ook gefinancierd. Daarin zit een mogelijkheid naar de toekomst. Het dienstbaarheidsverbod uit de wet halen is echt niet wat we moeten willen, want dat is gewoon enorm belangrijk, ook in het licht van de noodzaak om als publieke partijen marktconform te kunnen opereren. De enige mogelijkheid die ik zie, is nadenken over de vraag of de NOS het totaalpakket moet hebben of dat je daar een gesprek over moet voeren. Maar nu is dat zo aangekocht, dus daar kan je met dit WK helemaal niks meer mee doen. Ik kan nog eens bekijken of daarin een mogelijkheid zit. Ik ben niet bij machte om een dienstbaarheidsverbod met staatssteunregels opzij te zetten, en dat moet u ook niet willen.

De heer Van der Maas (VVD):

Hoor ik nu een toezegging van de minister dat ze gaat onderzoeken hoe het wel mogelijk gemaakt kan worden?

Minister Letschert:

Nee, want u vraagt om een toezegging voor hoe het wel mogelijk is, maar dan moet het wel passen binnen de juridische mogelijkheden. Dat heb ik in een paar Kamerbrieven proberen uit te leggen. Nogmaals, als ik kijk naar … Nee, ik moet nu niet te lang de details in. Ik wil toezeggen om te kijken naar de mogelijkheden voor de public viewing rights die je bij de FIFA kunt aanschaffen, bij welke partijen je die zou moeten beleggen en wat voor mogelijkheden dat partijen biedt om een WK-scherm neer te zetten. Tegelijkertijd weet ik dat de FIFA gaat vragen om commerciële tarieven te betalen als het wordt gedaan op een manier waarop het een heel commercieel evenement wordt. Ik wil toezeggen dat ik ga bekijken wat het betekent voor de NOS rondom de public viewing, want daar ga ik over. Wat betreft de staatssteun kan ik geen toezegging doen om dat opzij te zetten. Dat gaat gewoon niet.

De voorzitter:

Ik stel voor dat we het hierbij laten, meneer Van der Maas. We hebben het over de Mediawet. Volgens mij heeft u best veel ruimte gekregen om dit punt te maken. Ik dank de minister voor de beantwoording.

Voor het verslag stel ik nog even het volgende vast met betrekking tot de motie op stuk nr. 34 van mevrouw Nanninga. Als die motie in haar huidige vorm in stemming wordt gebracht, namelijk met het verzoek om binnen een jaar te inventariseren wat de gevolgen zijn voor de lokale commerciële advertentiemarkt, is die ontraden. De minister doet een toezegging om te inventariseren binnen drie jaar. Mevrouw Nanninga weegt af of zij de motie alsnog in stemming brengt of intrekt. Dat zien we volgende week.

Ik dank de minister voor de beantwoording en haar aanwezigheid, de leden voor het gevoerde debat en de belangstellenden op de publieke tribune.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemmingen over de amendementen vinden plaats op dinsdag 30 juni en over de wet en de moties op donderdag 2 juli. Ik sluit de vergadering van dinsdag 23 juni 2026.

Sluiting

Sluiting 22.15 uur.