Vragen en antwoorden over het convergentieverslag 2026
Wat is het convergentieverslag?
In het convergentieverslag van de Europese Commissie wordt een beoordeling gegeven van de vooruitgang die niet tot de eurozone behorende lidstaten hebben geboekt bij de invoering van de euro. Het convergentieverslag vormt de basis voor het voorstel van de Commissie voor een besluit van de Raad betreffende de invoering van de euro door een lidstaat.
Alle niet tot de eurozone behorende lidstaten, met uitzondering van Denemarken, hebben zich er wettelijk toe verbonden tot de eurozone toe te treden. Denemarken, dat heeft onderhandeld over een opt-outregeling, valt derhalve niet onder het verslag.
De Commissie brengt om de twee jaar convergentieverslagen uit, of wanneer een lidstaat een specifiek verzoek indient om te beoordelen of hij klaar is om tot de eurozone toe te treden.
Het laatste periodieke verslag werd in juni 2024 gepubliceerd.
Het convergentieverslag van de Europese Commissie wordt gelijktijdig met het afzonderlijke convergentieverslag van de Europese Centrale Bank (ECB) gepubliceerd.
Wat zijn de convergentiecriteria?
De lidstaten die de euro invoeren, moeten een hoog niveau van duurzame economische convergentie hebben bereikt, dat in het convergentieverslag aan de hand van de convergentiecriteria wordt onderzocht. Deze criteria (ook “Maastricht-criteria” genoemd) zijn vastgelegd in artikel 140, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Ze zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat een land en zijn economie klaar zijn om de euro in te voeren.
Duurzaamheid is een belangrijk aspect van de beoordeling van de criteria van Maastricht, wat betekent dat de geboekte vooruitgang gebaseerd moet zijn op structurele elementen die de duurzaamheid ervan garanderen, in plaats van op tijdelijke factoren.
Geïllustreerd op een vereenvoudigde manier, zijn de criteria als volgt:
|
Wat wordt gemeten |
Hoe het wordt gemeten |
Convergentiecriteria |
|
Prijsstabiliteit |
Geharmoniseerde inflatie van de consumptieprijzen |
Een prijsprestatie die houdbaar is en de gemiddelde inflatie over een jaar vóór het onderzoek niet meer dan 1,5% hoger ligt dan die van de drie best presterende EU-landen. |
|
Gezonde overheidsfinanciën |
Overheidstekort en overheidsschuld |
Ten tijde van het onderzoek niet in het kader van de buitensporigtekortprocedure. |
|
Wisselkoersstabiliteit |
Wisselkoersontwikkelingen in het ERM II |
Deelname aan het wisselkoersmechanisme (ERM II) gedurende ten minste twee jaar zonder ernstige spanningen. |
|
Duurzaamheid van de convergentie |
Langetermijnrente |
Niet meer dan 2% boven het percentage van de drie best presterende EU-landen op het gebied van prijsstabiliteit gedurende één jaar vóór het onderzoek. |
Het Verdrag voorziet ook in een onderzoek naar de verenigbaarheid van de nationale wetgeving van een lidstaat met het Verdrag en met de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) en de ECB. De verenigbaarheid van de wetgeving heeft hoofdzakelijk betrekking op drie gebieden: de onafhankelijkheid van de centrale bank, het verbod op monetaire financiering en de integratie van de nationale centrale bank in het ESCB.
Daarnaast vereist het Verdrag ook een onderzoek naar andere factoren die van belang zijn voor economische integratie en convergentie, zoals de integratie van de arbeids-, product- en financiële markten en de ontwikkeling van de betalingsbalans. De beoordeling van aanvullende factoren wordt gezien als een belangrijke indicatie of de integratie van een lidstaat in de eurozone soepel zou verlopen.
Wat betekent het voldoen aan de convergentiecriteria?
Het voldoen aan deze criteria geeft aan dat de economie van een land een redelijke mate van convergentie heeft bereikt met die van de eurozone. Het weerspiegelt het vermogen van het land om de economische stabiliteit te handhaven en te integreren in het economische kader van de eurozone.
De economische convergentiecriteria zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat de economie van een lidstaat voldoende voorbereid is op de invoering van de eenheidsmunt en soepel kan integreren in het monetaire stelsel van de eurozone zonder het risico van verstoring voor de lidstaat of de eurozone als geheel.
Het voldoen aan deze criteria leidt niet automatisch tot lidmaatschap van de eurozone.
Wat is de procedure voor de invoering van de euro zodra de lidstaat aan alle noodzakelijke criteria voldoet?
Op basis van een positieve beoordeling van het convergentieverslag dient de Commissie een voorstel in bij de Raad, die – na raadpleging van het Europees Parlement en na bespreking in de Eurogroep en onder de staatshoofden en regeringsleiders – beslist of het land aan de nodige voorwaarden voldoet en de euro mag invoeren.
Indien het besluit gunstig is, neemt de Raad de nodige juridische stappen en stelt hij de omrekeningskoers vast waartegen de nationale valuta door de euro zal worden vervangen, die daardoor onherroepelijk wordt vastgesteld.
Zijn alle niet tot de eurozone behorende lidstaten verplicht tot de euro toe te treden?
Alle lidstaten hebben zich er wettelijk toe verbonden tot de eurozone toe te treden, met uitzondering van Denemarken, dat in het Verdrag van Maastricht over een opt-outregeling heeft onderhandeld. Het is echter aan de afzonderlijke landen om hun weg naar de euro te kalibreren en er is geen tijdschema voorgeschreven.
De lidstaten die in 2004, 2007 en 2013, na de invoering van de euro, tot de EU zijn toegetreden, voldeden op het moment van hun toetreding niet aan de voorwaarden voor toetreding tot de eurozone. Daarom bieden hun toetredingsverdragen hen de tijd om de nodige aanpassingen door te voeren.
Leidt het convergentieverslag landen bij hun lopende stappen in de richting van de euro?
Het convergentieverslag bevat een gedetailleerde analyse van en inzicht in de economische convergentie van de betrokken landen en kan gebieden voorstellen waar verdere verbetering nodig is. Zij schrijft echter geen specifieke beleidsmaatregelen voor.
Het convergentieverslag is een cruciaal document voor zowel de landen die tot de eurozone willen toetreden als voor de EU-instellingen. Het zorgt voor transparantie en geeft een duidelijke beoordeling van de gereedheid van de landen. Dit draagt bij tot het behoud van economische stabiliteit en samenhang binnen de EU.
Hoe verhoudt het convergentieverslag zich tot het proces van toetreding tot het wisselkoersmechanisme (ERM II)?
Het wisselkoersmechanisme (WKM II) is op 1 januari 1999 ingesteld als opvolger van het oorspronkelijke WKM om ervoor te zorgen dat wisselkoersschommelingen tussen de euro en andere EU-valuta's de economische stabiliteit op de interne markt niet verstoren. Het is ook bedoeld om lidstaten buiten de eurozone te ondersteunen bij de voorbereiding op deelname aan de eurozone.
Het convergentiecriterium inzake wisselkoersstabiliteit vereist deelname aan het WKM II. Deelname is vrijwillig, maar het wisselkoerscriterium voor toetreding tot de eurozone bepaalt dat een land ten minste twee jaar vóór de invoering van de euro zonder grote spanningen aan het mechanisme moet deelnemen. In het kader van het WKM II wordt de wisselkoers van een lidstaat buiten het eurogebied vastgesteld ten opzichte van de euro en mag deze alleen binnen vastgestelde grenzen fluctueren.
Over de toetreding tot het WKM II wordt besloten op verzoek van een lidstaat die niet tot de eurozone behoort, met wederzijdse instemming van alle deelnemers aan het WKM II: de lidstaten van de eurozone, de ECB en de lidstaten buiten de eurozone die reeds aan het mechanisme deelnemen, d.w.z. momenteel Denemarken.
Geen enkele lidstaat met een derogatie, d.w.z. een lidstaat die de euro nog niet heeft ingevoerd, neemt momenteel deel aan WKM II.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen van het convergentieverslag 2026?
In het licht van haar beoordeling van de verenigbaarheid van de wetgeving en van de naleving van de convergentiecriteria, en rekening houdend met de aanvullende factoren die relevant zijn voor economische integratie en convergentie, heeft de Commissie de volgende conclusies getrokken:
Tsjechië voldoet niet aan de voorwaarden voor de invoering van de euro.
Hoewel Tsjechië voldoet aan het criterium inzake prijsstabiliteit, overheidsfinanciën en langetermijnrentestabiliteit, voldoet het niet aan het criterium inzake wisselkoersen en is zijn wetgeving niet volledig verenigbaar met de nalevingsverplichting uit hoofde van artikel 131 VWEU.
Hongarije voldoet niet aan de voorwaarden voor de aanneming van de euro.
Zij voldoet met name niet aan de criteria inzake prijsstabiliteit, overheidsfinanciën, wisselkoers en langetermijnrentestabiliteit. Bovendien is haar wetgeving niet volledig verenigbaar met de nalevingsverplichting van artikel 131 VWEU.
Polen voldoet niet aan de voorwaarden voor de aanneming van de euro.
Zij voldoet met name niet aan de criteria inzake prijsstabiliteit, overheidsfinanciën, wisselkoers en langetermijnrentestabiliteit. Bovendien is haar wetgeving niet volledig verenigbaar met de nalevingsverplichting van artikel 131 VWEU.
Roemenië voldoet niet aan de voorwaarden voor de aanneming van de euro.
Zij voldoet met name niet aan de criteria inzake prijsstabiliteit, overheidsfinanciën, wisselkoers en langetermijnrentestabiliteit. Bovendien is haar wetgeving niet volledig verenigbaar met de nalevingsverplichting van artikel 131 VWEU.
Zweden voldoet niet aan de voorwaarden voor de aanneming van de euro.
Hoewel Zweden voldoet aan de criteria inzake prijsstabiliteit, overheidsfinanciën en langetermijnrentestabiliteit, voldoet het niet aan het criterium inzake de wisselkoers en is zijn wetgeving niet volledig verenigbaar met de nalevingsverplichting uit hoofde van artikel 131 VWEU.
Voor meer informatie