Convergentieverslag geeft een overzicht van de vorderingen van de lidstaten op weg naar toetreding tot de eurozone

Vandaag heeft de Europese Commissie het convergentieverslag 2026 gepubliceerd, waarin de vooruitgang wordt beoordeeld die lidstaten buiten de eurozone hebben geboekt bij de invoering van de euro.

Meer dan 27 jaar na de invoering van de eenheidsmunt is de euro een krachtig symbool geworden voor de identiteit van Europa. Het is nu de munteenheid van 21 lidstaten en meer dan 350 miljoen mensen gebruiken het elke dag, waardoor het de op één na meest gebruikte munteenheid ter wereld is. In de loop der jaren heeft de euro tastbare voordelen opgeleverd voor burgers en bedrijven door de eengemaakte markt te versterken, handel en investeringen te vergemakkelijken en prijsstabiliteit te bevorderen. Het heeft ook de veerkracht van de eurozone vergroot door nauwere economische coördinatie en sterkere financiële waarborgen, waardoor een solide basis is gelegd voor groei, banen en welvaart in heel Europa.

Toetreding tot de eurozone wordt beheerst door een reeks transparante regels en criteria, die zorgen voor gelijke behandeling van landen die op weg zijn naar toetreding tot de euro en die een succesvol lidmaatschap van de eurozone ondersteunen. Het verslag van vandaag heeft betrekking op de vijf niet tot de eurozone behorende lidstaten die zich er wettelijk toe verbonden hebben de euro in te voeren: Tsjechië, Hongarije, Polen, Roemenië en Zweden.

Het verslag is gebaseerd op de in artikel 140, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) vastgestelde convergentiecriteria, ook wel de “criteria van Maastricht” genoemd. Deze omvatten prijsstabiliteit, gezonde overheidsfinanciën, wisselkoersstabiliteit en langetermijnrentestabiliteit. In het verslag wordt ook onderzocht of de nationale wetgeving van de lidstaten verenigbaar is met het Verdrag en met de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en de Europese Centrale Bank (ECB).

In het verslag wordt geconcludeerd dat de lidstaten waarop het verslag betrekking heeft, verschillende niveaus van nominale convergentie vertonen:

  • Tsjechië en Zweden voldoen aan het criterium inzake prijsstabiliteit.
  • Tsjechië en Zweden voldoen aan het criterium inzake overheidsfinanciën.
  • Tsjechië en Zweden voldoen aan het langetermijnrentecriterium.
  • Geen van de vijf lidstaten is lid van het wisselkoersmechanisme (WKM II): vóór de toetreding tot het eurogebied is ten minste twee jaar deelname aan het mechanisme zonder ernstige spanningen vereist.

Daarom voldoet geen van deze lidstaten momenteel aan alle criteria om tot de eurozone toe te treden.

De beoordeling van de Commissie wordt aangevuld met het eigen convergentieverslag van de ECB, dat ook vandaag is gepubliceerd.

Algemene beoordeling van de paraatheid

De nationale wetgeving op monetair gebied is niet volledig verenigbaar met de regels van de Economische en Monetaire Unie in de vijf onderzochte EU-lidstaten buiten het eurogebied.

De Commissie heeft ook aanvullende in het Verdrag genoemde factoren geanalyseerd waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de duurzaamheid van de convergentie. Uit deze analyse bleek dat de lidstaten buiten de eurozone over het algemeen economisch en financieel goed geïntegreerd zijn in de EU. Niettemin vertonen sommige daarvan macro-economische kwetsbaarheden en/of worden zij geconfronteerd met uitdagingen in verband met hun ondernemingsklimaat en institutioneel kader die moeten worden aangepakt om de duurzaamheid van het convergentieproces te ondersteunen.

Eurobarometer: algemene steun voor de euro in lidstaten buiten de eurozone

Volgens de meest recente Eurobarometer-enquête is de meerderheid van de burgers (57 %) in de EU-lidstaten die de euro nog niet hebben ingevoerd, van mening dat de gemeenschappelijke munt een positief effect heeft gehad op de landen die de euro al gebruiken. Een meerderheid is ook van mening dat de invoering van de euro positieve gevolgen zou hebben voor hun eigen land (51%) en voor hen persoonlijk (52%).

Wat de houding ten opzichte van de invoering van de euro betreft, is 52 % van de respondenten in het algemeen voorstander van de invoering van de euro door hun land. De steun is vooral uitgesproken in Hongarije (80%) en Roemenië (65%), gevolgd door Zweden (51%), Polen (43%) en Tsjechië (42%). Vooral in Hongarije neemt de gunstigheid sterk toe, met 5 punten ten opzichte van vorig jaar.

De Flash Eurobarometer 583 werd uitgevoerd tussen 17 april en 4 mei 2026 in de vijf lidstaten buiten de eurozone die zich er wettelijk toe verbonden hebben de euro in te voeren: Tsjechië, Hongarije, Polen, Roemenië en Zweden.

Achtergrond

Het door de Europese Commissie opgestelde convergentieverslag vormt de basis voor een mogelijk voorstel van de Commissie voor een besluit van de Raad van de EU over de invoering van de euro door een lidstaat.

Het verslag van de Commissie wordt gelijktijdig met het convergentieverslag van de ECB gepubliceerd.

Convergentieverslagen worden om de twee jaar uitgebracht, of naar aanleiding van een specifiek verzoek van een lidstaat om zijn bereidheid om tot de eurozone toe te treden te beoordelen, bijvoorbeeld Letland in 2013, Bulgarije in 2025.

Alle lidstaten, met uitzondering van Denemarken, hebben zich er wettelijk toe verbonden tot de eurozone toe te treden. Denemarken, dat in het Verdrag van Maastricht heeft onderhandeld over een opt-outregeling, valt daarom niet onder het verslag.

Voor meer informatie

Vragen en antwoorden: Convergentieverslag 2026

Convergentieverslag 2026 van de Europese Commissie

Convergentieverslag 2026 van de ECB

Flash Eurobarometer 583: Invoering van de euro in de lidstaten die de gemeenschappelijke munt nog niet hebben aangenomen

Eerdere convergentieverslagen

De eurozone

Economische en Monetaire Unie