Tweede Kamer, 86e vergadering

  • Begin10:15
  • Sluiting00:00
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Paulusma

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:

Ik open de vergadering van woensdag 24 juni 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken

Stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken

Aan de orde is het debat over de stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken.

De voorzitter:

Aan de orde is het debat over de stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken. Ik heet de leden van de Kamer van harte welkom. Ik heet de staatssecretaris in vak K van harte welkom. Wij gaan als eerste luisteren naar het lid Kostić. Het lid Kostić spreekt namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter. Een tijdje geleden liep ik mee met de Inspectiedienst Dierenwelzijn. Zij reageren op meldingen van dierenleed. Wij kwamen bij een alleenstaande moeder die ons met open armen ontving. Haar kat had een open wond op zijn rug. Die was bloederig en ontstoken. Hij had een allergie. De vrouw schaamde zich om toe te geven dat ze al jaren niet naar de dierenarts is geweest. Ze wist nog van de eerste behandeling dat de kosten flink konden oplopen. Zij moet kiezen tussen betalen voor de huur of een simpele behandeling van haar lieve kat. Dat is waar het vandaag over gaat. Een huisdier is voor heel veel mensen een familielid, maar steeds vaker kunnen mensen de dierenartskosten niet betalen. Dit komt onder andere omdat veel dierenartspraktijken massaal opgekocht worden door graaiende buitenlandse multinationals. Zij hebben maar één doel: hun eigen zakken zo veel mogelijk vullen. Ook dierenartsen zelf zijn de dupe. De Partij voor de Dieren is dankbaar voor alle dierenartsen die iedere dag klaarstaan voor de dieren. Zij hebben niet gevraagd om een systeem waarin van bovenaf steeds meer wordt gestuurd op winst in plaats van dierenwelzijn. De kernvraag is dus: hoe houdbaar is een systeem waarin er alleen maar verliezers zijn, namelijk dierenartsen, dieren en de verzorgers? Dat is onhoudbaar.

De Kamer vraagt al jaren om maatregelen tegen de stijgende dierenartskosten. Het is goed dat de staatssecretaris nu stappen zet, onder andere om winstprikkels weg te nemen. Wanneer gaat de staatssecretaris deze wet naar de Kamer sturen? Ondanks de goede stappen vrezen we dat veel maatregelen niet zullen leiden tot lagere kosten voor de mensen thuis. Je kunt mensen voorlichten over hoe duur de dierenarts is, maar daarmee wordt de dierenarts niet goedkoper.

Het begint bij erkennen dat zorg voor dieren geen luxe is, maar een noodzaak, zoals voor mensen geldt. Bereid dus maximumtarieven voor. De Kamer heeft hier vaak om gevraagd. Het is niet uit te leggen dat we nog vijf jaar toekijken en dan pas nog jaren maatregelen voorbereiden. Het gaat letterlijk om leven en dood. De ACM zegt dat eerder ingrijpen kan. Is de staatssecretaris bereid om tenminste te beginnen met voorbereidend werk voor het invoeren van maximumtarieven voor spoedzorg en een aantal behandelingen? Dierenartsen wijzen er terecht op dat de overheid zelf iets kan doen, namelijk door de btw af te schaffen. De staatssecretaris van Financiën zegt dat hij in Europa geen steun heeft gevonden voor de verlaging van de btw. Dat verbaast mij. België heeft al stappen gezet en ook Spanje en Italië werkten aan vergelijkbare voorstellen. Ik vraag deze staatssecretaris daarom: zoek actief samenwerking op met zulke landen.

Voorzitter. De goedkoopste dierenzorg is zorg die je voorkomt. Dierenarts Hofman zegt dat ongeveer 60% van het werk van dierenartsen te maken heeft met problemen die zijn ontstaan doordat dieren extreem zijn doorgefokt, doordat er nog steeds dieren worden verkocht die met gezondheidsproblemen worden geboren, zoals korte snuiten. Als je dat stopt, voorkom je dus niet alleen veel dierenleed, maar ook heel veel dierenartskosten. De ACM zegt daarom: leg strengere regels op aan fokkers en verkopers. Welke maatregelen gaat de staatssecretaris daarvoor nemen? Ik heb twee punten ter inspiratie. Eén. Breid het houdverbod uit naar andere ongezonde rassen. De Kamer heeft daar eerder om gevraagd. Kan de staatssecretaris met een tijdpad komen? Twee. Stop de verkoop van dieren via onlineplatforms en dierenwinkels, en voer een verplichte bedenktijd in om impulsaankopen te voorkomen. Zelfs voor paperclips geldt nu een bedenktijd. Is de staatssecretaris bereid om daar werk van te maken?

Voorzitter, tot slot. Is de staatssecretaris bereid om de Kamer halfjaarlijks in plaats van jaarlijks te informeren over de voortgang van de uitvoeringsagenda? Hoe langer we wachten, hoe moelijker het wordt om bij te sturen. Zorg voor dieren is geen luxe, maar een noodzaak. We moeten de gezondheid van dieren niet overlaten aan buitenlandse multinationals. Dierenartskosten moeten met spoed omlaag, voor de mensen thuis, maar vooral voor de dieren die van ons afhankelijk zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Beckerman. Zij spreekt namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):

Goedemorgen. Maak de dierenarts betaalbaar en stop vercommercialisering. De kosten voor dierenzorg stijgen hard. Dieren en baasjes komen daardoor in de problemen. Bij sommige praktijken zijn behandelingen maar liefst 21% duurder geworden in drie jaar tijd, gecorrigeerd voor de inflatie. Voor medicijnen gaat het soms om 51%. De ene praktijk is twee keer zo duur als de ander, terwijl er in sommige regio's gewoon weinig te kiezen valt.

Het is goed dat er steeds meer kan, maar we zien in de dierenzorg dat commerciële ketens, buitenlandse multinationals, steeds meer praktijken overnemen en steeds vaker een winstoogmerk hebben. Vanaf 2022 maakt de SP er keer op keer op keer een punt van dat de dierenzorg betaalbaar en zonder winstoogmerk hoort te zijn. Er worden voorstellen over aangenomen, maar die worden niet, traag of half uitgevoerd. De ACM bevestigt nu in haar onderzoek, dat er na druk van de Kamer kwam, dat dierenartsen inderdaad vaak te duur zijn door een winstoogmerk. Het goede nieuws is dat er nu eindelijk een staatssecretaris is die actie wil ondernemen. Complimenten! Maar welke maatregelen wil hij nu precies nemen en wanneer? Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel goedkoper de dierenzorg wordt? Als je even gaat schrapen, dan blijkt dat de kabinetsplannen allemaal nog wel erg vaag zijn en er heel veel vooruitgeschoven wordt. Daarom doet de SP in dit debat opnieuw vijf voorstellen.

Eén. Zorg voor maximumtarieven. Om ervoor te zorgen dat je wel innovatieve behandelingen waardeert, maar winsten voorkomt, zijn vaste tarieven of maximumtarieven een heel goed middel. Nederland had die ooit voor de dierenzorg, tot 1998. We hebben die ook nog steeds voor de mensenzorg, de humane zorg. Dit jaar nam de Tweede Kamer de motie-Beckerman c.s. aan om direct na het onderzoek van de ACM maximumtarieven te onderzoeken. Nu zegt de staatssecretaris: ja, ja, misschien over vijf jaar. Waarom voert hij de motie niet uit? We overwegen uiteraard een nieuw voorstel.

Twee. Ga ketenvorming tegen. Grote ketens hebben steeds meer dierenartsenpraktijken in handen, zeker in de spoedzorg. Baasjes hebben vaak geen keuze, zeker niet in het weekend of in de nacht. Wil de staatssecretaris meer doen om machtsconcentraties en monopolies te voorkomen? Waarom doet de staatssecretaris hier eigenlijk niet meer tegen? Dit is nou juist iets wat de prijzen hoog en de opties voor baasjes gelimiteerd maakt. Je kunt bijvoorbeeld een verplicht percentage eigenaarschap voor dierenartsen invoeren. Andere landen doen dat ook.

Drie. Verbeter de spoedzorg. Een belangrijk punt blijft de verbetering van de spoedzorg. De ACM noemt twee opties: effectieve concurrentie of subsidie. Over de eerste optie, de effectieve concurrentie, zegt ze dat dat gewoon niet gaat gebeuren. Een ondersteuning is hierin dus de meest logische optie. Wil het kabinet dat overwegen? Juist in de spoedzorg stijgen de kosten hard.

Vier. Leid meer dierenartsen op. Dat moet gewoon. Daar zijn al moties op aangenomen. Wat gaat het kabinet doen om die uit te voeren?

Vijf. Verlaag de btw. Dit kabinet zegt bij heel veel voorstellen dat het niet mag van Europa. Ondertussen is Nederland het land met de minste regels wat betreft dierenartsen. Overal nemen ze maatregelen om marktwerking en hoge prijzen te beperken. Waarom is de btw nog steeds het hoogste tarief? Een huisdier is toch geen luxe?

Tot slot. Het is mooi dat er een staatssecretaris is die zegt wat te willen doen aan hoge kosten bij dierenartsen. Nu is het dan ook echt de tijd om dat te doen. Wij hebben in vier minuten tijd vijf echte voorstellen gedaan. Eén. Zorg voor dieren in plaats van voor winst door vaste tarieven of maximumtarieven. Twee. Pak de marktwerking aan. Drie. Verbeter de spoedzorg. Vier. Leid meer dierenartsen op. Vijf. Verlaag de btw. We horen graag de reactie van het kabinet.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Bromet, die spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.

Mevrouw Bromet (PRO):

Voorzitter. Met veel van wat mijn collega's van de Partij voor de Dieren en de SP zeggen, ben ik het van harte eens, maar ik wil vandaag beginnen met een anekdote over mijn eigen huisdier, Roef. Roef was vijftienenhalf jaar onze gezinshond, maar is op oudejaarsdag overleden. Hij leed zo erg dat we hem moesten laten inslapen. De dierenarts kwam bij ons thuis en heeft echt heel goed uitgelegd aan de kinderen wat hij ging doen. De hond is te midden van het gezin heel vredig ingeslapen en de dierenarts heeft hem meegenomen. Dat kostte €150. Voor mij als Tweede Kamerlid is dat geen enkel probleem, en ook helemaal niet een overweging, maar voor heel veel andere mensen is €150 gewoon ontzettend veel geld. Ik kan me voorstellen dat je dan denkt: laat hem maar vanzelf doodgaan, met al het lijden dat daarbij hoort. Dat doen mensen niet omdat ze hun dier willen laten lijden, maar omdat ze gewoon moeten kiezen: ga ik de hond laten inslapen of ga ik boodschappen doen?

Voorzitter. Huisdieren zijn voor meer dan de helft van de Nederlanders maatjes, gezinsleden of hulpverleners. Als de dieren ziek worden, verdienen zij goede zorg. Maar die zorg wordt steeds duurder. Huisdieren moeten bereikbaar blijven voor gewone Nederlanders, niet alleen voor de rijken. Als andere fracties dat met PRO eens zijn, moeten we bereid zijn om naar de oorzaak te kijken. Huisdieren mogen geen verdienmodel zijn voor bedrijven die snel geld willen verdienen. Ik zeg ook niet dat alle dierenartsen die ambitie hebben, maar de dierenzorg is een dusdanig ongereguleerde sector dat private equity er ruim baan heeft, dat er door ketenvorming steeds minder sprake is van zelfstandige diergeneeskundige klinieken en dat met name spoedzorg schaarser en duurder is geworden. Voor PRO staat voorop dat medische ingrepen voor huisdieren betaalbaar moeten zijn en alleen moeten worden uitgevoerd als dat in het belang van het welzijn van het dier is, en dat huisdiereneigenaren niet benadeeld mogen worden. Ik ben blij dat de staatssecretaris erkent dat daarvoor onvoldoende waarborgen zijn ingebouwd. De Autoriteit Consument & Markt doet een aantal voorstellen om hiervoor waarborgen in te bouwen, zoals een verbod op omzet- en winstgerelateerde prikkels voor dierenartsen en ander personeel, professionele behandelstandaarden, een geschillencommissie, regulering voor fokkers en verkopers en meer transparantie vooraf over tarieven, in het bijzonder voor spoedzorg. Graag hoor ik van de staatssecretaris of hij deze aanbevelingen omarmt en welke aanbevelingen hij gedeeltelijk of helemaal naast zich neerlegt, en waarom. Ik wil graag een antwoord per aanbeveling; dan weten we ook waar we hem met eventuele moties op moeten bijsturen.

Een punt waar ik ook maar meteen mijn zorgen over uitspreek, is dat de staatssecretaris pas over vijf jaar gaat evalueren of prijsregulering nodig is. Als die dan daarna nog moet worden uitgewerkt, zijn we voordat je het weet nog een paar jaar verder. Kan dat niet sneller? Dat vraag ik via de voorzitter. Mijn fractiegenoot Bushoff heeft al een initiatiefwet ingediend om de Autoriteit Consument & Markt een inroepbevoegdheid te geven; dat betekent dat de ACM ook overnames kan toetsen. Daarmee zou ook een van de aanbevelingen van de ACM worden opgevolgd. Ik hoop op een spoedige behandeling en steun van de Kamer voor deze wet-Bushoff.

Voorzitter, tot slot. In aanvulling op de adviezen van de ACM ben ik benieuwd of de staatssecretaris ervoor openstaat om voor veelvoorkomende behandelingen standaardtarieven in te voeren. Bij de tandarts is dit al lang het geval en ook voor andere behandelingen in de zorg voor mensen gelden maximumtarieven. Waarom kunnen we dat niet doen voor veelvoorkomende behandelingen bij dierenartsenpraktijken?

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar mevrouw Van der Plas, die spreekt namens de fractie van BBB. Ga uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel. Goedemorgen, iedereen. Voordat we het vandaag gaan hebben over tarieven en rekeningen, wil ik eerst stilstaan bij de mensen die iedere dag in de spreekkamer staan. Als je met een dier naar de dierenarts gaat, tref je daar namelijk meestal iemand die dat werk met hart en ziel doet, iemand die jaren heeft gestudeerd, die vaak begint met een flinke studieschuld en die dagelijks de grote verantwoordelijkheid draagt voor dieren die zelf niet kunnen vertellen wat er mis is. De ACM schrijft zelf dat dierenartsen hun werk met toewijding doen en gedreven zijn om samen met de eigenaar tot een passende behandeling te komen. Dat herkennen wij ook. Daarom moeten we oppassen met het beeld dat soms ontstaat, dat de dierenarts zelf in de spreekkamer rijk wordt over de rug van zieke dieren. Het klinkt hard, maar dat is letterlijk het verwijt dat dierenartsen in de spreekkamer krijgen. De meeste dierenartsen werken echter gewoon hard, maken lange dagen, draaien diensten en verdienen bepaald geen salaris dat in verhouding staat tot de opleiding, de verantwoordelijkheid en de druk die op hun schouders rust. Ik wil dat hier wel gezegd hebben, want veel dierenartsen krijgen te maken met agressie in de spreekkamer. Dat is ook een reden dat dierenartsen gewoon stoppen met dit werk, en dat moeten we niet hebben.

Voorzitter. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen probleem is. Het mag natuurlijk nooit zo zijn dat grote multinationals rijk worden over de rug van de Nederlandse dierenarts en van mensen die alles overhebben voor hun dier. BBB kan zich daarom goed vinden in de aanbevelingen van de ACM, de Autoriteit Consument & Markt, om ongewenste financiële prikkels in de diergeneeskundige zorg tegen te gaan. De ACM doet daarbij vier concrete voorstellen om omzetsturing en winstgerelateerde sturing te beperken. Welke van de aanbevelingen wil de staatssecretaris daarvan overnemen? Op welke termijn wil hij dat doen? Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat de aanbevelingen ook daadwerkelijk worden nageleefd? De ACM adviseert ook een onafhankelijk meldpunt waar dierenartsen en ander personeel anoniem melding kunnen maken van ongewenste commerciële druk of financiële sturing. Dat vind ik een waardevolle aanbeveling. Is de staatssecretaris bereid dit advies over te nemen en hoe gaat hij dat organiseren? Graag inclusief een tijdlijn. Verder adviseert de ACM om behandelstandaarden verder uit te werken. Dat kan dierenartsen helpen in hun professionele afwegingen en eigenaren meer duidelijkheid geven over passende zorg. Hoe gaat de staatssecretaris de sector ondersteunen bij het ontwikkelen en toepassen van deze standaarden? Ook de aanbevelingen over de organisatie en de toegankelijkheid van spoedzorg verdienen aandacht. Goede spoedzorg moet beschikbaar blijven, terwijl de werkdruk voor dierenartsen beheersbaar blijft. Welke aanbevelingen neemt de staatssecretaris op dit punt over? Hoe houdt hij zicht op de uitvoering en de effecten daarvan?

Voorzitter. Nogmaals, de Nederlandse dierenarts levert iedere dag goed werk. Dat is de conclusie waarmee BBB dit debat ook ingaat. Maar juist daarom moeten we ervoor zorgen dat de belangen van dierenartsen, huisdiereigenaren én dieren centraal blijven staan en níét de belangen van grote buitenlandse bedrijven. Dat zijn we verschuldigd aan de mensen in de spreekkamer en aan de dieren waar zij iedere dag voor zorgen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar mevrouw Vellinga-Beemsterboer, die spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Dank u wel, voorzitter. Voor veel mensen is een huisdier niet zomaar een dier: het is je maatje, degene die op je zit te wachten als je thuiskomt, voor wie je op de meest gekke tijden van de dag nog van de bank komt om een rondje mee te lopen. Juist daarom komt het keihard binnen als je hond of kat, of ander dier ziek wordt en je opeens geconfronteerd wordt met torenhoge zorgkosten. Niemand zou ooit moeten hoeven twijfelen of hij zijn dier wel kan helpen puur omdat de rekening te hoog is. Daarom willen wij dat goede zorg voor je huisdier weer betaalbaar wordt voor iedereen in Nederland.

Voorzitter. Elke dierenarts die ik de afgelopen maanden heb ontmoet, werkt vol inzet en passie — het werd net al gezegd — maar het beroep is wel flink veranderd. Er zijn meer dieren om voor te zorgen. Er zijn steeds meer behandelingen mogelijk en de werkdruk voor dierenartsen neemt toe. Er wordt steeds meer ondernemerschap gevraagd van dierenartsen. Dat zorgt er mede voor dat steeds meer dierenartsen kiezen voor aansluiting bij grotere ketens, vanwege financiële zekerheid, betere arbeidsvoorwaarden of specialisatiemogelijkheden. Maar daarbij is het wel belangrijk dat financiële belangen van commerciële ketens nooit zwaarder wegen dan het welzijn van een dier. De keuze voor een behandeling dient altijd gemaakt te worden op basis van wat het beste is voor het dier en van het professionele oordeel van de dierenarts. Dierenartsen doen belangrijk werk met zorg die de afgelopen jaren sterk is verbeterd. Maar die vooruitgang in de zorg vraagt ook iets van ons. Niet alles wat technisch kan, is ook altijd de beste keuze voor het dier. Het is belangrijk dat een dierenarts samen met de eigenaar die zorgvuldige afweging kan maken. Die professionele ruimte staat onder druk.

Dierenartsen kiezen steeds vaker voor de zekerheid van grotere organisaties; ik zei het al. Hoewel dat heel begrijpelijk is, mag dit de onafhankelijkheid van een dierenarts niet aantasten. Om goed en zelfstandig te kunnen werken, helpt het als dierenartsen zich blijven ontwikkelen. Door te blijven leren, houden ze hun kennis bij en maken ze met meer zelfvertrouwen moeilijke keuzes. Dat is extra belangrijk voor jonge dierenartsen, omdat de stap van studie naar praktijk groot is. Goede begeleiding en extra scholing maken die overgang makkelijker en helpen uitval te voorkomen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook: hoe gaat hij via professionele ontwikkeling en levenslang leren de beroepsgroep versterken, zodat dierenartsen de autonomie en steun behouden om goede zorg te leveren?

Wanneer een dier ernstig ziek is, brengt dat heel veel emotie, onzekerheid en onverwachte kosten met zich mee. Dat leidt tot ingrijpende gesprekken in de spreekkamer. Dierenartsen krijgen hierbij soms te maken met verdriet, boosheid en frustratie van eigenaren, wat de werkdruk ook vergroot. Juist daarom is er ook meer duidelijkheid en transparantie nodig voor zowel diereigenaren als dierenartsen. Dat zit 'm aan de ene kant in transparantie over kosten en behandelingen, maar er zijn meer manieren om de duidelijkheid te vergroten. In Zweden zijn bijvoorbeeld negen op de tien honden verzekerd, waardoor zorgkosten beter voorspelbaar zijn. Het afsluiten van een verzekering zorgt er ook voor dat eigenaren zich vooraf bewuster zijn van mogelijke kosten die bij een huisdier komen kijken. Daarnaast kan een hogere verzekeringsgraad bijdragen aan meer aandacht voor preventie, gezondheid en verantwoord fokken. Verzekeraars hebben er immers belang bij dat dieren gezond blijven. Daarmee kunnen we niet alleen investeren in zorg wanneer er iets misgaat, maar juist ook in het voorkomen van problemen. Daarom vraag ik de staatssecretaris hoe hij kijkt naar de rol van huisdierenverzekeringen in Nederland en of hij het met mij eens is dat een hogere verzekeringsgraad kán bijdragen aan meer voorspelbaarheid en een beter werkende praktijk in de diergeneeskunde.

Ik sluit af. Goede diergeneeskundige zorg begint bij vertrouwen in de dierenarts, in de keuze die samen met de eigenaar wordt gemaakt en in een sector die draait op goede dierenzorg. Door hier verder aan te bouwen houden we de kwaliteit hoog en de zorg toegankelijk voor iedere diereigenaar.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot bondige vragen.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik had het er net over dat het eigenlijk begint met erkennen dat de gezondheid van dieren geen luxe is. We zien toch dat het scheef gaat. Bij menselijke zorg weten we dat er gelukkig geen btw geldt en dat er hier en daar ook maximumtarieven gelden. Laat ik beginnen bij de btw. Is D66 het met ons en de dierenartsen eens dat de overheid toch meer haar best moet doen om in Europa te regelen dat de btw van dierenartskosten omlaaggaat, zodat het geen luxegoed is, maar iets van de basis?

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Ik ben het helemaal met u eens dat dierzorg geen luxe kan zijn. Ik wel een klein beetje oppassen met dit soort ingrepen. Het kan een hele goede zijn, hoor; daar wil ik nu nog geen absoluut nee tegen zeggen. Het ingrijpen in zoiets als de btw brengt echter even kort verlichting, maar ik maak me best wel zorgen over de effecten die dat op langere termijn kan hebben. Zorgt het er bijvoorbeeld ook voor dat we aan de andere kant minder investeringsruimte krijgen? Ik sluit dit dus niet uit, maar ik wil wel kijken naar een breder pakket van dingen die we kunnen doen om dierzorg echt voor de lange termijn betaalbaar te houden.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Maar die zorg is onterecht. Die vraag wordt ook niet gesteld bij de vanzelfsprekendheid dat er 0% btw geldt voor menselijke zorg. Iedereen vindt het heel normaal dat we die niet belasten, want het gaat gewoon om onze gezondheid. Nu gaat het om de gezondheid van dieren. Ik hoop dus dat D66 met ons optrekt om in ieder geval de oproep te doen richting de staatssecretaris om medestanders in Europa te vinden om de regels te veranderen.

Dan het tweede punt. Dat heeft te maken met de maximumtarieven, ook zoiets dat af en toe geldt in de humane zorg, maar niet in de gezondheidszorg voor dieren. Ziet D66 daar ook mogelijkheden voor? Ik zeg niet dat we ze vandaag moeten invoeren. Het liefst doen we dat natuurlijk wel, maar laten we op z'n minst zorgen dat we op tijd kunnen ingrijpen als in de komende maanden of jaren blijkt dat het toch niet goed gaat met de dierenartskosten. Laten we de staatssecretaris dus alvast aan het werk zetten met voorbereidend werk voor een soort maximumtarieven.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Ik lees ook in brieven van de staatssecretaris dat hij daarmee aan het werk gaat, dus ik schakel wat dat betreft die vragen even door. Nogmaals, ik vind het belangrijk dat we kijken naar een breed pakket. Op basis van de brief en de werkbezoeken die ik de afgelopen maanden heb gebracht, merk ik dat we echt op het punt staan van een hele grote verandering in de dierzorgpraktijk. Dat betekent dat er heel veel gaat gebeuren. De sector geeft zelf ook aan: wij willen hier heel hard aan werken. We moeten er echter ook goed over nadenken of de dingen die wij doen, de effecten hebben die we voor ogen hebben of dat ze juist zorgen dat er op een ander moment een probleem ontstaat. Dan staan we dat hier volgend jaar of over twee jaar weer op te lossen met elkaar. Ik ben het dus heel erg met u eens: laten we de vaart erachter zetten. Er staat vijf jaar in de brief, maar hoe sneller, hoe beter. Ik hoorde u ook vragen of we per halfjaar geïnformeerd kunnen worden. Ik denk dat dat een heel mooi verzoek is; zo houden we echt vinger aan de pols. Laten we echter wel zorgen dat we nu de goede dingen doen, zodat we die sector echt een hele mooie toekomst gaan geven.

De voorzitter:

Heel kort en afrondend.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ja, afrondend inderdaad.

De voorzitter:

En heel kort.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter, het is een belangrijk debat, waar we maanden op hebben gewacht. Afrondend. De staatssecretaris zegt pas na vijf jaar te kijken of hij maatregelen kan treffen voor maximumtarieven. De ACM zegt dat je tussentijds ook maatregelen zou kunnen nemen als blijkt dat het misgaat. Ons verzoek zou zijn om alvast voorbereidend werk te treffen, zodat je niet over een paar jaar, als blijkt dat het pakket toch niet werkt, nog allemaal wet- en regelgeving moet gaan uitwerken. Zorg dat je nu alvast start met voorbereiden, zodat je er klaar voor bent als je denkt: ah, nu moet ik toch ingrijpen. Kan ik D66 daar een beetje in vinden?

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

U kan mij altijd vinden. Ik denk dat het heel goed is. We kijken nu naar een periode van vijf jaar. Daarin gaan we heel veel leren met elkaar. We hoeven niet tot het einde van die vijf jaar te wachten om alles wat we hebben geleerd, in de praktijk te brengen. Maar we moeten dit wel zorgvuldig doen; dat zeg ik ook. Voordat we gaan ingrijpen in de markt, moeten we echt zeker weten dat dat het effect gaat hebben dat we willen.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik ga nog iets strenger zijn. Vorig jaar heeft de Kamer het Dierendagakkoord gesloten. Bijna de hele Kamer heeft gezegd: er moet echt iets gebeuren. Eén van de onderwerpen daarin waren die maximumprijzen. Toen heeft de Kamer gezegd: laten we direct na het ACM-rapport bezien of die nodig zijn, te beginnen bij spoedzorg. Direct na het ACM-rapport is nu. Staat mevrouw Vellinga-Beemsterboer er nog achter dat we dat nu dus ook gaan doen?

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Ja, zo lees ik 'm ook. Het ACM-rapport kwam op 30 april. Daar hebben we zeker lang op gewacht, maar nu hebben we het daar met elkaar over: "Wat gaan we doen? Gaan we die maximumprijzen invoeren?" Nogmaals — dat antwoord gaf ik net ook — we moeten wel zeker weten dat dit echt het effect gaat hebben dat we willen. Dus ik sluit dat absoluut niet uit. Het kan zeker zo zijn dat wij er in de komende jaren op uitkomen dat voor sommige behandelingen maximumtarieven nodig zijn, maar we moeten wel zeker weten dat we daarmee niet een ander probleem veroorzaken. Het kan immers ook landen bij de dierenartsen zelf, en dan hebben zij er zelf last van. Dat zijn heel hardwerkende mensen; zij mogen daar niet het slachtoffer van worden. Dat hebben we ook geconstateerd. Dus graag een zorgvuldige aanpak.

Mevrouw Beckerman (SP):

Maar dat is juist het punt. De staatssecretaris zegt "we gaan er over een paar jaar naar kijken", maar als je nu wacht, moet je weer zo'n heel traject van onderzoeken door. Dat kan juist voor de dierenarts heel slecht uitpakken. Daarom zeggen we dat je het niet nu moet invoeren, hoewel we dat misschien wel zouden willen, maar ervoor moet zorgen dat je het klaar hebt staan. Dat was de achtergrond van de vraag.

Mag ik dan tegen mevrouw Vellinga-Beemsterboer hetzelfde terugzeggen over die verzekeringen? Ik kan mij daar misschien best wel iets bij voorstellen, maar als je dat in deze situatie invoert, ben ik bang dat je een verdere vercommercialisering ziet, juist omdat het al heel erg vercommercialiseerd is. Moeten we daar niet juist ook heel erg voor waken?

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Een hele goede vraag. Dit risico zie ik ook, vandaar mijn vraag over de verzekeringen. Ik zie dat echt als een middel dat zou kunnen helpen, maar daar hoort wel een belangrijke voorwaarde bij, namelijk dat dit echt hand in hand gaat met de ontwikkeling van deze beroepsgroep en de versterking van de autonomie van de beroepsgroep. Dat geef ik er richting de staatssecretaris dus nog even bij. Hoe ziet hij het voor zich dat die twee parallel aan elkaar kunnen lopen?

De voorzitter:

Kort en afrondend.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik ben er zelf niet van overtuigd, maar volgens mij hoort bij een verzekering dat je ook duidelijkheid hebt over de tarieven. Anders kan een keten ervoor kiezen om dingen door te belasten. Een zelfstandige zal dat waarschijnlijk veel minder doen, maar een keten die gericht is op winst, zou iets kunnen doorbelasten aan een verzekering, waardoor de kosten uiteindelijk alleen maar oplopen. Als zij een voorstander is van verzekeringen, zou mevrouw Vellinga-Beemsterboer er dan juist in dat licht nog eens over na willen denken of dat niet samen moet gaan met vaste tarieven of maximumtarieven?

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Daar wil ik zeker over nadenken. Ook die vraag zet ik door: laten we eens kijken hoe dat allemaal samen kan en hoe we daar met vaart duidelijkheid over kunnen krijgen, zodat we vervolgens stappen kunnen zetten.

De heer Graus (PVV):

Ik had van D66 verwacht dat ze ook iets zouden zeggen over het tekort aan dierenartsen. D66 profileert zich altijd als de onderwijspartij en de universiteitenpartij. Mijn vraag is nu de volgende. Ik wilde graag dierenarts worden. Ik kon niet meedoen omdat mijn pakket daar niet op aansloot, maar ik kende een meisje wier pakket wel voldeed. Zij stopte na één jaar omdat ze vond dat het eerste jaar te natuurkundig was en niks met diergeneeskunde te maken had. Er moet dus een ander aanname- en selectiebeleid komen, vind ik, zoals dat ook bij de KMA en de Politieacademie wordt gehanteerd. Dan wordt ook gekeken naar geschiktheid, worden psychologische testen gedaan en worden gesprekken gevoerd. Is mevrouw Vellinga-Beemsterboer dat met mij eens?

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Ik denk dat de heer Graus het al best invult, maar hij raakt hier natuurlijk wel aan een probleem. Je propt zo veel mogelijk in die vier minuten, maar dit tekort is zeker een probleem. Wij weten dat 20% van de jonge dierenartsen in de eerste vijf jaar stopt. Dit moeten we dus beter gaan begeleiden. En of je die begeleiding in de eerste vijf jaar ook kan krijgen, moet niet afhankelijk zijn van of je werkt bij een grote keten.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Ten Hove, die spreekt namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):

Dank u wel, voorzitter. Huisdieren zijn veelal onderdeel van het gezin. Laat ik beginnen met te zeggen dat het goed is dat het kabinet aandacht heeft voor de betaalbaarheid van diergeneeskundige zorg. Veel dierenhouders, van gezinnen met een hond of een kat tot boeren met vee, maken zich daar zorgen over. Het is dus terecht dat de staatssecretaris hiermee aan de slag wil. Een belangrijk punt is de toenemende regeldruk. Dierenartsen geven aan dat ze veel tijd kwijt zijn aan verplichtingen en handelingen die ook door goedopgeleide paraveterinairen uitgevoerd zouden kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan vaccinaties op locatie, die nu vaak alleen door een dierenarts gedaan mogen worden. Dat is zonde van de capaciteit, zeker in een tijd waarin er tekorten zijn. Daarom een concrete vraag aan de staatssecretaris: hoe kijkt hij naar het uitbreiden van de bevoegdheden van paraveterinairen, juist voor de meer routinematige handelingen? En wat is ervoor nodig om dat mogelijk te maken zonder concessies te doen aan kwaliteit en dierenwelzijn?

Wij horen ook signalen dat het steeds moeilijker wordt om dierenartspraktijken draaiende te houden, zeker buiten de grote steden. Nacht- en weekenddiensten zijn lastig in te vullen, terwijl die juist cruciaal zijn voor spoedzorg voor zowel huisdieren als landbouwhuisdieren. Dat verklaart ook waarom tarieven in het weekend hoger liggen. En laten we daar eerlijk over zijn: dat is in veel andere sectoren niet anders. De zorg van mijn fractie is dat te zware regulering, hoe goedbedoeld ook, ertoe kan leiden dat juist die spoedzorg verder onder druk komt te staan. Tekorten zijn daardoor hoog en in veel gevallen is spoedzorg nauwelijks nog rendabel. Te hard ingrijpen met regelgeving zorgt er vooral voor dat spoedzorg minder beschikbaar wordt, niet dat prijzen omlaaggaan. Door de gecreëerde schaarste zullen de kosten eerder nog verder stijgen. In plaats van alleen te kijken naar prijsmaatregelen, vragen wij het kabinet om breder te kijken: hoe maken we het vak van dierenarts en praktijkhouder weer aantrekkelijk? En hoe zorgen we dat mensen dit mooie beroep blijven kiezen? Daar hoort ook bij dat we kritisch kijken naar kostenverhogende maatregelen vanuit de overheid zelf, zoals de btw op de veterinaire zorg. Is het kabinet bereid om daar opnieuw naar te kijken? Dierenzorg moet goed beschikbaar en betaalbaar blijven, in de stad en op het platteland. Dat vraagt om samenwerking met de sector en vertrouwen in slimme keuzes in plaats van alleen meer regels.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Lohman, die spreekt namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.

De heer Lohman (CDA):

Voorzitter. Deze week sprak ik een dierenarts die al jaren met passie klaarstaat voor de dieren in haar omgeving. Ze vertelde dat het vak steeds zwaarder wordt. Ze neemt onevenredig veel spoedzorg op zich omdat andere praktijken dit niet langer willen doen. Personeel aannemen lukt nauwelijks. Huisdiereigenaren worden steeds mondiger. Haar verhaal staat niet op zichzelf. Het is een verhaal van een hele beroepsgroep onder druk.

Voorzitter. De afgelopen maanden is er veel gebeurd. Het CDA heeft, met vele partijen hier aanwezig, het Dierendagakkoord medeondertekend. Vorige week heeft de staatssecretaris zijn uitvoeringsagenda gepresenteerd. Dat is winst. Tegelijkertijd constateert het CDA dat die agenda op enkele punten achterblijft bij wat de Kamer in het Dierendagakkoord met een brede meerderheid heeft uitgesproken. We praten in dit debat vaak over de symptomen: praktijken die omvallen, spoedzorg die niet overal geregeld is, tarieven die jaar op jaar stijgen. Maar wat ligt daaronder? Volgens het CDA is dat een te hoge werkdruk, met een grote uitval onder de dierenartsen zelf. Praktijkhouders willen helemaal niet verkopen aan ketens, maar zien op een gegeven moment geen andere uitweg. Geen opvolger, geen tijd, geen geld om te investeren in personeel; dan is verkoop geen keuze uit ambitie, maar een keuze uit noodzaak. De ACM bevestigt dit: de autonomie van de dierenarts staat onder druk. Erkent de staatssecretaris dat de inzet van paraveterinairen alleen, de werkdruk niet oplost? En welke aanvullende maatregelen overweegt hij om het praktijkhouderschap weer aantrekkelijk te maken?

Ik kom op het punt waar wat het CDA betreft het zwaartepunt van dit debat ligt: de positie van de beroepsgroep zelf. In het Dierendagakkoord staat een oproep tot de oprichting van een orde van dierenartsen. In België bestaat de Orde der Dierenartsen al langer, een beroepsorde met binnen de regels een eigen tuchtrecht, die zelf verordeningen kan opleggen aan de beroepsgroep, bijvoorbeeld over spoedzorg, en daarop ook kan handhaven. De staatssecretaris spreekt in zijn uitvoeringsagenda over een sterke beroepsorganisatie. Dat is een stap, maar het verschil met een orde is aanzienlijk. Een sterke beroepsorganisatie is een afspraak en een orde is een wettelijk verankerd zelfregulerend orgaan. Dat verschil bepaalt of de beroepsgroep daadwerkelijk in staat is om individuele dierenartsen te beschermen tegen commerciële druk vanuit de ketens om meer te behandelen dan medisch noodzakelijk is. Is de staatssecretaris bereid om de oprichting van een orde van dierenartsen, met bindende regels en eigen tuchtrecht, mogelijk naar Belgisch model, serieus te onderzoeken en uit te werken in zijn routekaart begin 2027?

Voorzitter. Tot slot kort over spoedzorg. We weten dat in landen als België, Frankrijk en Hongarije wettelijke verplichtingen bestaan voor dierenartsen om spoedzorg geregeld te hebben. De staatssecretaris kiest voor een landelijke standaard via een werkgroep, maar de ACM wijst erop dat zonder wettelijke borging dergelijke afspraken vrijblijvend blijven. Is de staatssecretaris bereid om in zijn routekaart op te nemen welke lessen Nederland kan trekken uit die wettelijke spoedzorgverplichting in deze landen?

Voorzitter, ik rond af. Het CDA wil dat we niet alleen kijken naar de huisdiereigenaar die opdraait voor de rekening, maar ook naar de dierenarts die dag in, dag uit klaarstaat voor dat dier. Een sterke zelfregulerende beroepsgroep, met een wettelijke borging waar dat nodig is, kan wat het CDA betreft een belangrijk onderdeel zijn. We hebben in het Dierendagakkoord met een brede meerderheid de richting bepaald. Nu vragen we het kabinet om de afspraken door te zetten.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot bondige vragen.

Kamerlid Kostić (PvdD):

De staatssecretaris legt heel veel neer bij de dierenartsen. Die zeggen: prima, daar gaan we mee aan de slag. Maar er is iets wat de overheid in ieder geval kan doen en wat we fijn zouden vinden, namelijk strijden voor de afschaffing van de btw op dierenartsingrepen. Staat het CDA aan onze zijde om de staatssecretaris op te roepen om er in Europa hard voor te vechten?

De heer Lohman (CDA):

Volgens mij zegt de ACM ook dat financiële en fiscale maatregelen een last resort zijn, dus eerst moeten we zorgen voor een goede uitvoering van het programma. Daar sluit ik me voor nu bij aan. Volgens mij heeft u de vraag ook aan de staatssecretaris gesteld, dus ik ben ook benieuwd naar zijn antwoord. Maar op dit moment ga ik niet verder dan dat.

Kamerlid Kostić (PvdD):

De ACM heeft nadrukkelijk gezegd dat ze geen onderzoek hebben gedaan naar maatregelen zoals de btw. Dat is even goed om te memoreren. We hebben vaker als Kamer uitgesproken dat er iets moet worden gedaan aan de btw-tarieven. Dan over die maximumtarieven. Dat is ook iets wat we als overheid zouden kunnen doen. We kennen het ook uit de menselijke gezondheidszorg. Staat mijn collega van het CDA ervoor open dat we in ieder geval alvast gaan kijken wat we kunnen voorbereiden, voor het geval dat datgene wat we nu gaan inzetten, niet werkt? Staat hij ervoor open om alvast iets van maximumtarieven voor te bereiden?

De heer Lohman (CDA):

Ook hierbij denk ik dat dit een lastresortoptie is en dat eerst het programma in werking gezet moet worden. Collega Koorevaar heeft ook meegetekend op een motie die aangeeft dat dit verkend moet worden, dus daar zijn wij nog steeds een voorstander van.

De voorzitter:

Kort en afrondend.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dat is supergoed nieuws. Steunt het CDA dan ook een eventuele motie van ons die zegt dat jaarlijks terugkoppelen aan de Kamer en informeren van de Kamer echt te lang duurt en dat we echt goed de vinger aan de pols moeten houden? Halfjaarlijks zou veel beter zijn, wat D66 net eigenlijk ook steunde.

De heer Lohman (CDA):

Ik moet even goed de totale motie kunnen beoordelen voordat ik er iets over zeg, maar dat er tempo nodig is, komt ook uit mijn inbreng naar voren.

De heer Graus (PVV):

Even aangaande de paraveterinairen, die mijn collega aanhaalde. Is het CDA het ermee eens dat paraveterinairen, die vaak heel goed opgeleide, hoogopgeleide, mensen zijn — vandaag de dag zijn het bijna halve dierenartsen — meer moeten worden ingezet bij noodhandelingen en dat dat moet kunnen? Ik heb weleens een vraag gesteld aan de staatssecretaris over het toedienen van Solu-Delta-Cortef, een corticosteroïd om een dier uit shock te halen. Waarom moet er per se altijd op een dierenarts gewacht worden, terwijl een paraveterinair dat middel ook kan toedienen? Ik heb paraveterinairen vaak beter, sneller en mooier zien hechten dan een dierenarts. Daar krijg ik graag een reactie op.

De heer Lohman (CDA):

In grote lijn steun ik deze richting van de heer Graus. Ik weet ook dat de heer Graus meer een expert is op dat gebied dan ik. Ik denk dat die vraag het beste doorgestuurd kan worden naar de minister om daar eens op te reflecteren, maar het klinkt als een interessante suggestie.

De voorzitter:

Dank u wel. We hadden een hele snelle promotie in vak K. Ook dat kan.

De heer Lohman (CDA):

O, niet de minister, maar de staatssecretaris.

De voorzitter:

Dan gaan we luisteren naar de heer Graus, die spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.

De heer Graus (PVV):

Dank je wel, mevrouw de voorzitter. De kosten voor noodzakelijke medische zorg voor dieren zijn de laatste jaren heel sterk gestegen. Die dreigen soms onbetaalbaar te worden voor een grote groep diereigenaren. Zeker als het gaat om spoedzorg en ook de veterinaire basiszorg, moet dat niet kunnen. Bepaalde dierenartsen hebben stukken gepubliceerd en zeggen: je moet ook niet zomaar dieren aanschaffen. Dat ben ik met hen eens. Ik weet nog dat ik weleens voor €15 een konijntje heb gered dat in een tuincentrum lag weg te teren, maar ik was meteen het eerste weekend al €330 kwijt aan veterinaire kosten om dat diertje erbovenop te helpen. Als dat bij iemand anders was gebeurd … Ik heb het gedaan om dat diertje te redden, want anders hadden ze hem een slag in zijn nek gegeven. Maar mensen kopen vaak onwetend zo'n ziek diertje en komen voor onbetaalbare kosten te staan. Met de noodzaak van die voorlichting ben ik het helemaal eens.

Ik ben ook heel zwaar tegen vercommercialisering. Heel veel dierenartsen hebben zelf ook moeite met vercommercialisering. Eerst kostte een gebitsreiniging nog geen €200, maar op een gegeven moment was het bijna €600 en dat in een paar maanden tijd. Dat deugt niet. Hoe dan ook moeten we daar iets aan gaan doen. Wij willen niet dat de huisdierenzorg steeds meer geleverd wordt door grote buitenlandse, internationaal opererende commerciële ketens die bestaande zelfstandige dierklinieken overnemen. Daar zijn we heel fel op tegen. We gaan die Amerikanen tegenhouden. We zullen even laten zien wie hier de sterkere is en wie hier beslist. De focus ligt daar namelijk alleen maar op het behalen van winst. De prijzen van dierenzorg, in het bijzonder de spoedzorg, moeten gewoon betaalbaar blijven.

Dan even de impulsaankopen. Ik ben het wel met iedereen eens dat we die door voorlichting mogelijk kunnen tegenhouden op een bepaalde manier. Er zijn ook wel mensen die zeggen: impulsaankopen vinden veel plaats via Marktplaats, Instagram, WhatsApp, Telegram, Facebook en noem het allemaal maar op. Ik vraag de staatssecretaris in dit kader wel het volgende. Wat zijn de gevolgen als we dat allemaal tegengaan? Worden dan niet nog meer dieren gedood of komen ze er niet nog slechter voor te staan, omdat ze dadelijk niet eens meer fatsoenlijk geadopteerd kunnen worden door mensen die het mogelijk wel kunnen betalen? Er moet toch eens onderzoek gedaan worden naar hoe daar de middenweg bewandeld kan worden. Ik heb de neiging tegen het overal zomaar aanbieden van dieren te zijn, maar we moeten natuurlijk ook oppassen dat we de dieren niet van de regen in de drup helpen.

Ik zal desnoods een motie indienen, hopelijk met veel collega's, en een aantal moties meetekenen om vercommercialisering in de diergeneeskundige zorg tegen te gaan. Het houden van dieren mag namelijk nimmer een elitaire hobby worden. Ik merk dat mensen die het moeilijk hebben — feit is dat dat helaas vaak niet de rijkste mensen onder ons zijn; dat is zo — juist heel veel behoefte hebben aan zo'n diertje en zich eraan optrekken als hun beste maatje. Ik weet dat, want ik ben de afgelopen tientallen jaren meer van dieren dan van mensen gaan houden. Ik durf dat rustig te zeggen. Voor mij is een dier niet minder belangrijk dan een mens. Ik vind dat alle dieren dezelfde zorg moeten krijgen als mensen. Zo denk ik erover.

We zijn blij dat de staatssecretaris de adviezen van ons, de ACM en tal van dierenorganisaties ter harte neemt en gaat uitvoeren. Er zijn een aantal punten waar ik toch iets over wil zeggen. De evaluatie na tweeënhalf of vijf jaar willen wij ook ieder halfjaar hebben om een vinger aan de pols te houden, ook inzake de resultaten en de voortgang van de uitvoeringsagenda. We willen dus ook een verbod op ongebreidelde overnames van klinieken en het extreme winstbejag door rijke investeerders over de rug van hulpbehoevende dieren. Wat gaat de staatssecretaris daar op korte termijn aan doen?

We hebben het hele project van de SP destijds gesteund. De PVV vraagt al jaren om maximumtarieven in te stellen, liefst door een veterinaire zorgautoriteit, zoals maximumtarieven ook voor de humane basisgezondheidszorg worden vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit. Daarnaast vinden we ook dat de ACM meer bevoegdheden moet kunnen krijgen, ook aangaande de huidige omzetdrempel. Daar had ik ook nog graag een reactie op gehad.

Mijn tijd zit erop. Ik zou nog een uur kunnen praten, mevrouw de voorzitter, maar we zullen het hiermee moeten doen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we tot slot luisteren naar de heer Meulenkamp, die spreekt namens de fractie van de VVD.

De heer Meulenkamp (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Voor veel mensen is hun huisdier een vriend, een volwaardig onderdeel van het gezin. Als er iets met je hond of kat aan de hand is, wil je daar goed voor zorgen en wil je dat goede dierenzorg beschikbaar blijft en betaalbaar is. Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn: de diergeneeskunde heeft de afgelopen jaren enorme stappen gezet. Er is steeds meer mogelijk voor dieren, van röntgenfoto's tot chemotherapie en ingewikkelde operaties. Dat is mooi, maar dat heeft ook een prijs. Dat maakt het des te belangrijker dat mensen vooraf goed weten — de heer Graus had het er ook al over — waar ze aan beginnen.

Een huisdier brengt verantwoordelijkheid met zich mee, ook financieel. Een dierenverzekering kan daarbij helpen, maar nog lang niet iedereen maakt daar gebruik van. Wat de VVD betreft begint verantwoord huisdierenbezit al voor de aanschaf. Mensen moeten zich goed realiseren welke zorg een dier nodig heeft en welke kosten daarbij horen. Goede voorlichting helpt om teleurstellingen, dierenleed en onverwachte financiële problemen te voorkomen. Daarnaast moet er meer duidelijkheid komen over de kosten. Mensen willen gewoon weten waar ze aan toe zijn. Wat de VVD betreft maakt de sector daarom afspraken over prijstransparantie — in het ACM-rapport wordt daar ook heel nadrukkelijk op gewezen — en worden tarieven van veelvoorkomende behandelingen inzichtelijk gemaakt. Dat helpt de eigenaren, maar voorkomt ook vervelende situaties voor de mensen die in de praktijk werken.

Juist bij de spoedzorg zien we dat de tarieven de afgelopen jaren fors zijn gestegen. Als er midden in de nacht iets aan de hand is, heb je als eigenaar geen keuze. De ACM heeft daar terecht kritisch naar gekeken en komt met verschillende aanbevelingen. De VVD vindt het belangrijk dat het kabinet de aanbevelingen die de ACM in haar rapport heeft gedaan, uitwerkt en daarbij nadrukkelijk beziet hoe goede spoedzorg toegankelijk en betaalbaar kan blijven.

We horen uit de praktijk dat dierenartsen soms het gevoel hebben dat ze alles uit de kast moeten halen om niets te missen. Dat is begrijpelijk, maar niet iedere klacht vraagt om een uitgebreid en kostbaar traject. Daarom zou de sector — dat komt ook naar voren in de aanbevelingen van de ACM — kunnen kijken naar meer standaardisering en duidelijke behandelrichtlijnen, uiteraard met ruimte voor maatwerk van de dierenarts.

Een onderwerp dat wat de VVD betreft meer aandacht verdient, is het fokbeleid. Ik weet dat de heer Graus daar al jaren heel erg druk mee bezig is. Door te fokken op bepaalde uiterlijke kenmerken worden dieren soms geboren met gezondheidsproblemen die veel leed veroorzaken en vaak ook hoge dierenartskosten met zich meebrengen. Het is goed dat er stappen worden gezet. Naast regelgeving kan de sector wat ons betreft ook zelf verantwoordelijkheid nemen. De VVD ziet daarom meerwaarde in een keurmerk voor verantwoord fokken, zodat mensen beter weten waar zij een gezond dier kunnen aanschaffen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Hiermee zijn wij bijna — ik heb u gezien, dus u hoeft niet te roepen — aan het einde gekomen van dit debat. Het lid Kostić heeft nog een vraag.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik had het in mijn bijdrage net over het wonderbaarlijke geval dat we ongeveer 30 dagen bedenktijd hebben als we paperclips kopen, maar dat die bedenktijd niet geldt als we een dier kopen. Ik vond het betoog van de VVD terecht: we moeten voorkomen dat mensen onnodig in de problemen komen en we moeten zorgen dat ze het beseffen als ze een dier eigenlijk niet kunnen betalen.

De voorzitter:

Uw vraag?

Kamerlid Kostić (PvdD):

Mijn vraag is: is de VVD het met ons eens dat er ook een vorm van bedenktijd moet komen als je een dier aanschaft?

De heer Meulenkamp (VVD):

Nou, voor de Volkspartij van Vrijheid gaat het wel heel ver dat je voor alles een bedenktijd moet hebben voordat je het kunt aanschaffen. Ik vind wel — ik kijk daarvoor ook naar de staatssecretaris — dat mensen, als het om dieren gaat, veel beter moeten weten waar ze verantwoordelijk voor zijn. De heer Graus gaf aan dat hij in het eerste weekend als €300 kwijt was omdat hij een dier had gered. Je moet weten waar je aan toe bent als diereneigenaar. Ik denk dat dat heel belangrijk is en dat we daar meer aandacht aan moeten besteden. Maar ik zou er niet gelijk voorstander van zijn om een bedenktijd in het leven te roepen.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik ken liberalen ook als mensen die zeggen: je hebt heel veel vrijheid, maar dat houdt wel op waar je een ander of een dier pijn doet. Mijn vraag aan de VVD is dan de volgende. Feit is wel dat de VVD blijkbaar wel voor bedenktijd is voor de aanschaf van paperclips. Waarom is zij dan niet voor een bedenktijd voor de aanschaf van dieren, van levende, voelende wezens die nu onnodig lijden?

De heer Meulenkamp (VVD):

Volgens mij heb ik al antwoord gegeven op de vraag. Ik vind dat je mensen heel goed moet voorlichten over wat het betekent als je daadwerkelijk een dier koopt. Die verantwoordelijkheid leg je neer bij degene die het dier koopt. Dan is het aan de persoon zelf om een goede keuze te maken.

De voorzitter:

Kort en afrondend.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik hoor geen antwoord. Afrondend dan een vraag over de oproep van de dierenartsen. Daar had de VVD het ook over. Die zeggen: "We willen van alles doen, maar doe zelf ook iets, overheid. Zorg ervoor dat die btw naar nul gaat, dat die btw wordt afgeschaft, zoals dat ook geldt voor de menselijke gezondheid". Is de VVD bereid om daarin met ons op te trekken, ook richting Europa?

De heer Meulenkamp (VVD):

Wat betreft de btw en maximumtarieven, waar u het net ook over had, geef ik aan dat de ACM heel duidelijk de oproep heeft gedaan om er eerst voor te zorgen dat de transparantie en de informatievoorziening top worden. Dan weten mensen echt waar ze aan toe zijn als een hond midden in de nacht ziek wordt. De ACM heeft gezegd dat er misschien als allerlaatste naar die tarieven gekeken kan worden. U heeft de vraag heel duidelijk neergelegd bij de staatssecretaris. Ik ben benieuwd naar zijn antwoord. Ik heb hier twee jaar geleden ook een debat meegemaakt over de dierengezondheidszorg. Ik denk dat deze staatssecretaris echt stappen heeft gezet ten opzichte van twee jaar geleden. Ik denk dat we daar heel erg blij mee moeten zijn.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):

Ik ken de VVD als een partij voor de ondernemers. Ik wil toch nog even terugkomen op hond Roef van mevrouw Bromet. Hij is 15 jaar geworden, een heel respectabele leeftijd. Zij heeft er dus goed voor gezorgd. Het kostte €150 om het diertje te euthanaseren. Wat is dan duur? Het gaat om de medicatie zelf, het consult, de voorrijkosten — je kunt er ook voor kiezen om naar de kliniek te komen — en de btw. Bij €150 zit je al op ruim €30. Mag de dierenarts zelf ook een boterham verdienen? U wijst op de eigen verantwoordelijkheid. Vind ik de VVD aan mijn zijde?

De heer Meulenkamp (VVD):

Dierenartsen zijn ondernemers. Willen we dat mensen een keuze houden en dat de markt functioneert, waar we als VVD inderdaad van zijn, dan moet er gewoon keuzemogelijkheid zijn. Die hebben we gewoon nodig. Er moeten gewoon dierenartsen zijn. Als er geen geld verdiend wordt, dan nemen mensen afstand van hun beroep. Meerdere mensen hebben betoogd dat er op dit moment steeds meer druk komt te liggen op de dierenartsen. Ik zou er dus inderdaad voor pleiten dat we dierenartsen houden in Nederland. Maar het zijn ondernemers, dus ze mogen inderdaad een boterham verdienen.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):

Dat is goed om te horen. Dank u wel.

Mevrouw Bromet (PRO):

Ik heb een vraag aan de VVD over de kosten. Ik vond die €150 voor mijn eigen hond relatief weinig voor een dierenarts die thuis komt. Ik kan me voorstellen dat er ook praktijken zijn die een veelvoud vragen van dat bedrag. Ik heb een vraag aan de VVD. Ik heb de heer Van Campen over dit onderwerp eerder horen zeggen dat je ook op moet treden als marktmeester, omdat de markt niet heilig is en er ook uitwassen voor kunnen komen. Het lijkt erop dat die private equity een uitwas vormt. Vindt de VVD niet dat daar paal en perk aan gesteld moet worden?

De heer Meulenkamp (VVD):

Ik heb het net in mijn betoog gehad over de spoedzorg, bijvoorbeeld midden in de nacht. De ACM heeft zich in haar aanbevelingen afgevraagd of de markt op dat vlak wel goed functioneert. De ACM geeft in haar eigen onderzoek aan dat ze geen onderzoek doet naar kleine overnames. Ze kijken vaak naar grote bedrijfsovernames, maar de individuele dierenarts die wordt overgenomen, staat niet op hun netvlies. Ze geven in hun aanbevelingen aan dat ze daar nog eens beter naar zouden willen kijken. Ik refereerde aan die aanbeveling van ACM en vroeg of de staatssecretaris daar nog eens heel goed naar zou willen kijken. Ik zou namelijk toch wel iets meer inzicht willen hebben in die overnames van kleine praktijken. Welke impact heeft dat op de markt? Wordt die markt niet verstoord? Ik zit wel op die lijn. Ik ben heel benieuwd wat de staatssecretaris gaat doen met die aanbeveling van de ACM.

Mevrouw Bromet (PRO):

Dat is een kleine nuance op het verhaal dat de markt het zelf wel regelt en dat dierenartsen gewoon een boterham moeten kunnen verdienen. Ik zal de interesse van de VVD in die kennis dan maar als winstpuntje noteren. Ik vind ook dat we moeten kunnen ingrijpen. Vindt de VVD dat ook? Als eenmaal gebleken is dat er excessen plaatsvinden, gaat de VVD dan ook als marktmeester optreden?

De heer Meulenkamp (VVD):

Zoals ik net ook al tegen lid Kostić zei, zegt de ACM dat er transparantie moet komen en dat de informatievoorziening sterk moet verbeteren. Als laatste zou je eventueel nog kunnen kijken wat je als markt zou kunnen doen. Maar ik zou eerst inzetten op die eerste stappen. Ik ben ook heel benieuwd naar de antwoorden van de staatssecretaris op dit vlak.

De voorzitter:

Dank u wel. Hiermee zijn wij toch aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. De staatssecretaris heeft aangegeven een krappe 30 minuten nodig te hebben voor de voorbereiding van de beantwoording van de gestelde vragen. Ik schors daarmee voor een krappe 30 minuten.

De vergadering wordt van 11.10 uur tot 11.38 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Wij voeren het debat over de stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken. Wij zijn toegekomen aan de termijn van de staatssecretaris. Ik geef hem van harte het woord. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Erkens:

Dank u, voorzitter. Ik denk dat het goed is om voordat ik begin, aan te geven in welke blokjes de antwoorden zullen plaatsvinden. Eerst komt er een korte algemene inleiding, met een reactie op de vraag van het lid Bromet welke ACM-aanbevelingen we overgenomen hebben. Dan volgt het blokje prijsregulering en het verbod op winstprikkels. Dan krijgen we het blokje ketens en het blokje spoedzorg. Het laatste blokje is overig.

Voorzitter. Ik dank de Kamerleden vandaag voor hun inbreng. We spreken vandaag over een onderwerp dat bij veel mensen leeft. Dieren zijn belangrijk voor mensen. Eigenaren moeten goed voor hun dier willen en kunnen zorgen. Als er iets met je dier is, wil je dat goede zorg beschikbaar is en je een goede keuze kunt maken voor een praktijk en een behandeling, waarbij je niet overvallen wordt door hoge kosten die je niet zag aankomen. Dierenartsen werken met toewijding om die beste zorg te leveren. 90% van de huisdiereigenaren is tevreden over hun dierenarts. Daar ben ik blij mee.

Alleen over de prijzen is een groter deel van de huisdiereigenaren ontevreden. Er zijn zeker veel zorgen over de stijgende prijzen en de rol van ketens hierin. Ik krijg overigens ook signalen dat deze hoge prijzen soms individuele dierenartsen worden aangerekend. Dat kwam in het debat net ook al terug. Dat lijkt me geen recht doen aan de complexiteit van de problematiek en zeker niet aan de inzet van deze dierenartsen. Vanwege de zorgen zijn er door de Kamer meerdere moties aangenomen, ook voor de uitvoering van het brede Dierendagakkoord. Ik deel de zorgen van de Kamer. Daarom is er gedegen onderzoek gedaan en heb ik u een stevige aanpak gepresenteerd, samen met de beroepsgroep, de minister van EZK en de ACM.

Er is in de jaren veel veranderd in zowel vraag en aanbod als de organisatie van de zorg voor dieren. Er kan meer en mensen willen meer. We zien een sterke professionaliseringsslag en een hoger niveau van zorg. Hier hebben mens en dier baat bij gehad. Onderzoeken geven met deze ontwikkelingen grotendeels een verklaring voor de stijging van de tarieven voor de reguliere zorg. Goede zorg kan tenslotte alleen geleverd worden met een gezond verdienmodel. Tegelijkertijd zijn de prijzen in de spoedzorg veel sterker gestegen, met echt excessen, en concludeert de ACM dat er door commercialisering en regionale concentratie risico's zijn ontstaan voor diereigenaren op overbehandeling en te hoge prijzen. Ook staat de autonomie van dierenartsen onder druk, zoals net is uitgewisseld in het debat. Zonder ingrijpen gaan deze ontwikkelingen door. Dat kan niet en daarom komt het kabinet met dit pakket aan maatregelen voor een betere bescherming van huisdiereigenaren en een betere marktwerking. Baasjes moeten goed kunnen kiezen en waar mogelijk kosten kunnen beperken. Excessen in de markt moeten we tegengaan.

Ik zie zelf vier opgaves. Eén. Een betere bescherming van huisdiereigenaren. Twee. Meer bewustzijn bij mensen van de financiële gevolgen bij de keuze voor een huisdier. Drie. Een sterke, georganiseerde beroepsgroep. Vier. Meer balans op de arbeidsmarkt wat betreft de krapte die ervaren wordt en de hoge werkdruk. Voor deze opgaven heb ik een uitvoeringsagenda opgesteld met acht concrete actielijnen. Die bevat onder andere nieuwe wetgeving voor een verbod op winstprikkels bij het geven van zorg, de ACM-bevoegdheid om ook bij kleinere overnames te kunnen toetsen en ingrijpen, een duidelijke tarievenlijst in de dierenartspraktijk, een duidelijk overzicht van de spoedzorg in Nederland en informatie voor houders over de kosten en de behandeling van hun huisdier. Consumenten moeten meer weten, beter prijzen kunnen vergelijken en beter kunnen kiezen voor een dier en in de zorg voor een dier, passend bij hun budget. Waar mogelijk kunnen dan kosten bespaard worden en gaan mensen dat ook merken. Zo zijn er dieren met schadelijke uiterlijke kenmerken, waarmee je gelijk gebonden bent aan hoge zorgkosten. Denk bijvoorbeeld aan kortsnuitige honden.

Ik stel in de komende zes maanden met de betrokken partijen een routekaart op voor wie welke actie uitvoert en met welk tijdpad. Begin 2027 zal ik deze routekaart met uw Kamer delen. Na tweeënhalf jaar wil ik de voortgang van de maatregelen evalueren, zodat we waar nodig kunnen bijsturen. Ik roep alle partijen van harte op om met ambitie samen uitvoering te geven aan deze agenda, voor dierenartsen, dieren en hun baasjes, zodat we ook in de toekomst goed voor onze dieren kunnen blijven zorgen.

Voorzitter. Ik ga bij dit blokje inleiding nog even kort in op de vragen van het lid Bromet, omdat ik die relevant vind voor de verdere beantwoording. Dat waren de vragen welke maatregelen van de ACM wij overnemen en of wij hier per aanbeveling op kunnen ingaan. We nemen de aanbevelingen integraal over in de uitvoeringsagenda voor de diergeneeskundige zorg. De aanbevelingen zijn in lijn met het al ingezette bredere beleid voor de diergeneeskundige zorg. De aanbevelingen van de ACM zijn voor ons belangrijke bouwstenen voor de integrale aanpak die nodig is voor de verbeteringen van de diergeneeskundige reguliere en spoedzorg in Nederland. Ik zal dus samen met de betrokken partijen opvolging geven aan de aanbevelingen. Ik zal kort op elke aanbeveling ingaan.

Ten aanzien van de aanbeveling om huisdiereigenaren te beschermen tegen het risico op hogere prijzen en behandelingen die verder gaan dan passend bij dier en eigenaar maken we dus wetgeving om omzet- en winstgerelateerde prikkels voor dierenartsen en ander personeel te verbieden, ondersteun ik de beroepsgroep met subsidie om professionele behandelstandaarden op te stellen, heb ik de geschillencommissie meegenomen in de evaluatie van het tuchtrecht die ik laat uitvoeren, zodat eigenaren met kleinere klachten terechtkunnen bij een onafhankelijke klachtencommissie, laat ik onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om bij aankoop van diergeneesmiddelen de keuzevrijheid van diereneigenaren te vergroten, zet ik in op veranderd huisdierenbezit met voorlichting, zet ik me in om gezonde fok te stimuleren en werken we ook aan de aanpak voor minima.

Ten aanzien van de aanbeveling om beschikbaarheid en informatie over spoedzorg buiten reguliere openingstijden te verbeteren, werken we samen met de beroepsgroep aan de volgende acties: een overzicht van het spoedaanbod, transparantie over prijzen en behandelingen in de spoed, goede voorlichting over wat noodzakelijke en echt spoedeisende zorg is, beroepsstandaarden spoedzorg voor betere organisatie van de spoedzorg en een beter triagesysteem om de druk op de spoedzorg te verlichten; u kunt daarbij denken aan een website of een app waarop mensen kunnen kijken of het nu nodig is of dat ze kunnen wachten tot een reguliere werkdag. Voor de professionele standaard Spoedzorg voor Gezelschapsdieren in Nederland hebben we het afgelopen jaar ook subsidie verleend.

Dan de aanbeveling van controle op verdere consolidatie in de regio met een inroepbevoegdheid voor de ACM. De minister van EZK werkt al aan een wetsvoorstel voor uitbreiding van de bevoegdheid van de ACM, zodat relatief kleine, maar mogelijk wel problematische overnames gericht getoetst kunnen worden.

Ten aanzien van de aanbeveling van het ondersteunen en stimuleren van huisdiereigenaren om actiever te vergelijken, ondersteunen we de beroepsgroep bij de ontwikkeling van een beroepsstandaard transparantie, waarin de beroepsgroep de aanbevelingen van de ACM overneemt.

Voorzitter. Dat was een wat langere lijst van acties die we ondernemen, maar ik denk dat dat wel goed illustreert dat we met elkaar een grote beweging inzetten om die excessen in de dierenartszorg nu aan te pakken en om tegelijkertijd ook, zoals de heer Lohman zei, te kijken naar wat nou de grondoorzaken zijn van een aantal van de trends die we zien, namelijk overbelaste dierenartsen, inderdaad toch weinig keuzevrijheid in waar je terecht kan en weinig informatie.

Voorzitter. Ik ga door met het blokje prijsregulering en verbod op winst- en omzetprikkels. Ik heb meerdere vragen over prijsregulering gekregen.

De voorzitter:

Ik ga een klein praktisch voorstel doen. Ik stel voor dat we de vragen bewaren tot het einde van elk blokje, zodat iedereen ook weet of zijn of haar vraag goed beantwoord is. Mevrouw Van der Plas gaat dat enthousiast beamen. Ik geef u het woord.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dat is heel fijn, voorzitter. U ziet er zonnig uit vandaag.

De voorzitter:

Dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

De staatssecretaris zegt: ik ga dit in de wet zetten en ik ga dat in de wet zetten. Kunnen we daar wat concreter over zijn? Hoe gaat de staatssecretaris dat in de wet zetten? Hoe ziet hij dat juridisch voor zich? Hoe, wat, wanneer? Dat zou ik graag willen weten.

Staatssecretaris Erkens:

Zoals ik net aangaf, kom ik begin 2027 met een routekaart voor wat we wanneer in acties kunnen omzetten met elkaar, omdat het best een omvangrijk pakket is. We hebben daarbij ook echt hulp van de sector zelf nodig. Denk bijvoorbeeld aan het uitwerken van behandelstandaarden; daar heb je gewoon de expertise van dierenartsen in nodig. Ik kan nu niet een concrete maand of een concreet kwartaal geven waarin die wetgeving vastgelegd wordt. Ik kan u wel toezeggen dat we in de brief die over een aantal maanden volgt, heel concreet kunnen zeggen op welk moment wat in de wet vastgelegd wordt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Maar kan de staatssecretaris wel aangeven aan welke termijn we dan moeten denken? Geen exacte datum, maar wel een termijn?

Staatssecretaris Erkens:

Dat verschilt per voorstel in de agenda. Nogmaals, ik zal daar begin 2027 concreet op ingaan. We hebben niet voor niks over tweeënhalf jaar een evaluatie ingebouwd. Eigenlijk wil je op dat moment al zo veel mogelijk in beleid en wetgeving hebben omgezet met elkaar, om dan te kunnen toetsen op waar je bij moet sturen en wat de eerste resultaten zijn.

De voorzitter:

Kort en afrondend.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Is het dan reëel om te veronderstellen dat het eigenlijk anderhalf jaar tot twee jaar gaat duren? Of is het korter?

Staatssecretaris Erkens:

Dat ligt echt aan de verschillende acties in deze agenda. Ik kan nu niet concreet gaan zeggen welke wanneer geïmplementeerd wordt. Ik wil met de actieagenda en de planning begin volgend jaar wel het volgende doen. Ik wil aangeven waar we prioriteit aan verlenen. Er zijn natuurlijk een aantal acties in deze agenda die met meer spoed opgepakt moeten worden dan andere. Daar wil je eerder op kunnen acteren. Die zullen dus eerder, ook vanuit de capaciteit die wij qua juristen hebben, prioriteit krijgen.

De voorzitter:

Gaat u verder met uw tweede blokje.

Staatssecretaris Erkens:

Dat gaat over prijsregulering en het invoeren van maximumtarieven. Meerdere leden hebben vragen gesteld over prijsregulering. Prijsregulering is een zeer vergaande interventie in de markt. Die kan een dempend effect hebben op de korte termijn, maar op lange termijn kan die veel nadelige effecten hebben. Denk hierbij aan hogere prijzen van andere behandelingen, omdat toch ergens een verdienmodel zeker gesteld moet worden voor de dierenartsen. Ik noem ook verschraling van het aanbod van zorg. Daarmee kun je dus wel het tegenovergestelde bereiken van wat je voornemens bent met elkaar. Ook kan prijsregulering effect hebben op de werkdruk. Er zijn risico's op overbehandeling en machtsconcentratie in de markt. Deze mogelijke nadelige effecten moeten we goed afwegen.

De minister van EZK benadrukt hierbij ook dat als er sprake is van structureel marktfalen, de voorkeur eerst uitgaat naar andere maatregelen dan prijsregulering, gezien alle grote risico's die je hiermee neemt. Ook de ACM geeft in haar advies aan dat maximumprijzen echt een lastresortmaatregel zijn. Deze zou je pas moeten overwegen als andere maatregelen onvoldoende werken. Daarom kiezen we nu niet voor prijsregulering en treffen we eerst andere maatregelen om de marktwerking te verbeteren en consumenten te beschermen tegen het risico op overbehandeling en hogere prijzen. Door de maatregelen hebben consumenten straks betere informatie over kosten en behandelingen, kunnen ze prijzen vergelijken en keuzes maken die passen bij hun budget. Dat is de route waarmee consumenten mogelijk kosten kunnen besparen en dat ook kunnen gaan merken in hun portemonnee.

Over prijsregulering heb ik met EZK eerder wel een analyse laten uitvoeren. Die laat zien dat er naast de stappen in de complexe uitvoering een aantal noodzakelijke randvoorwaarden zijn voor het invoeren van prijsregulering. Denkt u hierbij aan de volgende zaken: goed geregistreerde markt- en sectordata, gedragen veterinaire behandelrichtlijnen en inzicht in de kostenopbouw van dierenartspraktijken. Overigens zijn er ook een aantal maatregelen die we nu dus wel al treffen. Denk daarbij aan het opstellen van die behandelrichtlijnen. Dat zijn ook zaken die nodig zijn als bouwsteen, mochten we in de toekomst overgaan tot prijsregulering. Het is dus niet zo dat we niks voorbereiden daarvoor. Wat we niet voorbereiden, is de wetgeving om het te introduceren, omdat we ook als kabinet met elkaar constateren dat prijsregulering echt een paardenmiddel is en omdat we ook minder vergaande acties zien die hopelijk tot meer effect kunnen leiden met minder risico's. De voortgang van de maatregelen evalueer ik dus over tweeënhalf jaar. We houden dus een vinger aan de pols. De ACM blijft ook de markt in de gaten houden en zal over vijf jaar bekijken hoe deze markt zich ontwikkeld heeft, maar wij evalueren het pakket zelf al over tweeënhalf jaar.

Voorzitter. Dan kreeg ik de vraag van het lid Kostić of we actief samenwerking willen zoeken met andere landen die prijzen hebben gereguleerd. We hebben hiernaar gekeken, ook vanuit de WUR-analyse. Ook in andere landen zijn er zorgen over prijsstijgingen in de diergeneeskundige zorg en de rol die ketens hierin spelen. De WUR heeft de organisatie van wet- en regelgeving in zeven Europese landen onderzocht en vergeleken met de situatie in Nederland. Hoewel we een hele grote variatie in wet- en regelgeving zien, geeft de analyse weer dat dat niet veel effect op de prijsvorming heeft en dat andere landen dezelfde trend zien die wij op dit moment ook in Nederland zien. In die landen zien we dus ook prijsstijgingen en spelen dezelfde vragen als in Nederland rondom spoed, beschikbaarheid en tariefvorming.

Zal ik het blokje afmaken?

De voorzitter:

Ja, dat was de afspraak. De staatssecretaris mag het blokje afmaken. Daarna kunnen leden naar de microfoon rennen.

Staatssecretaris Erkens:

Dan had ik een vraag van het lid Van der Plas. Nemen we de aanbeveling om omzet- en winstgerelateerde prikkels te verbieden over en, zo ja, op welke termijn? Ja, die nemen wij over. Ik zal de Kamer zo snel mogelijk informeren wanneer we die wetgeving naar u toe kunnen sturen, zoals ik net in het interruptiedebatje aangaf. Deze wetgeving moet effectief, juridisch passend, uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Daar hebben we dus wel wat tijd voor nodig. Daarom verwijs ik ook naar de routekaart van een aantal maanden, zodat ik niet nu een datum noem waar ik uiteindelijk niet aan kan voldoen.

Het lid Beckerman had een vraag over het winstoogmerk. Welke maatregelen nemen we en wanneer? Kunnen we aangeven hoeveel goedkoper dierenzorg wordt? Die routekaart kom dus begin 2027. We willen dat diereneigenaren beter kunnen kiezen in de zorg voor hun dier en het daardoor ook in de portemonnee gaan merken. Met die maatregelen sturen we op betere marktwerking, betere informatie en meer concurrentie. De ACM kan straks bij kleinere overnames gaan toetsen op beperking van concurrentie. Ook de risico's op overbehandeling en daarmee op onnodig hoge kosten pakken we aan. Dierenartsen moeten de zorg geven die nodig is en niet beïnvloed worden door winstprikkels. We maken dus ook wetgeving om dat te verbieden. In de praktijk kunnen praktijken straks dus minder makkelijk hoge prijzen rekenen. Consumenten kunnen ook beter vergelijken, zodat ze keuzes kunnen maken die passen bij hun budget en mogelijk kosten kunnen besparen. Zo kunnen we de betaalbaarheid ook meer borgen. We sturen niet direct op de hoogte van de prijzen van individuele behandelingen. Die zijn aan de praktijken zelf. Ik heb net aangegeven welke nadelen het kabinet ziet aan prijsregulering.

Voorzitter. Ik heb nog één vraag in dit blokje. De leden kunnen al naar de microfoon lopen als ze dat willen.

Het lid Vellinga-Beemsterboer vroeg hoe de positie van dierenartsen versterkt kan worden, ook binnen bedrijven die sturen op zo veel mogelijk behandelingen. Het kabinet wil de autonomie van dierenartsen versterken door ongewenste winstprikkels en omzetprikkels te verbieden, zodat ze onafhankelijk veterinaire zorg kunnen leveren, ook in de praktijk waarin zij zelf werkzaam zijn. Daarnaast kan de positie van dierenartsen worden versterkt door het gebruiken van veterinaire behandelstandaarden. Deze bieden de best passende zorg voor het dier en voorkomen daarmee overbehandeling alsook onderbehandeling. De beroepsgroep werkt aan een plan voor het opstellen van die standaarden. Het kabinet ondersteunt hen daar ook bij. Deze behandelstandaarden moeten dan wel in de praktijk gevolgd worden. Daarom bereiden we ook een wettelijke verankering hiervan voor.

Dat was een blokje.

De voorzitter:

Fantastisch. Lid Kostić, gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

De staatssecretaris beantwoordde een vraag die ik niet heb gesteld. Mijn vraag was inderdaad om samen met andere landen in Europa op te trekken, maar ik bedoelde dat er moet worden opgetrokken om te zorgen dat je het btw-tarief kan afschaffen. Er zijn meer landen die het btw-tarief ten minste willen verlagen. Ik heb ook gezegd: de staatssecretaris van Financiën zei dat hij zijn best heeft gedaan, maar dat in Europa niemand het wil. Dat terwijl wij weten dat onder andere Italië, Spanje en België er juist wel iets mee willen doen. Mijn vraag aan deze staatssecretaris van Dierenwelzijn is of hij bereid is om met die landen op te trekken om wel te vechten voor in ieder geval de mogelijkheid om het btw-tarief te verlagen.

Staatssecretaris Erkens:

Het btw-tarief komt nog in een ander blokje, maar ik kan de vraag wel beantwoorden. Ik ben niet voornemens die ronde weer te doen. De staatssecretaris van Financiën heeft het bij achttien lidstaten gecheckt. Elke lidstaat zei tegen ons dat ze die behoefte niet hebben. Ik kan het opnieuw gaan doen, maar dan krijgen we hetzelfde antwoord. Ik zie niet in wat er veranderd is in een paar maanden tijd.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik vind dat toch ontzettend moeilijk om te geloven. Misschien ligt het aan de functie van de staatssecretaris, die niet over Financiën gaat, of misschien heeft hij bij de verkeerde collega's gekeken. Maar nogmaals, feitelijk weten we dat België, Italië, Spanje et cetera meer willen doen. Mijn oproep aan de staatssecretaris is om dat te doen, ook omdat dierenartsen daarom vragen.

Staatssecretaris Erkens:

Ik heb de vraag net beantwoord. Mijn collega van Financiën heeft dat gecheckt. Dat zal waarschijnlijk bij de collega's van Financiën zijn geweest, die over btw gaan. Het kan ook zo zijn dat in andere landen misschien de bewindspersoon die over de dierenartszorg gaat er sympathieker tegenover staat, maar het is geen standpunt dat wij vanuit die regeringen doorgekregen hebben. Als er signalen zijn, stuur ze dan vooral door. Als het anders zit, dan kunnen we echt nog kijken of we nog een keer een rondje gaan controleren. Maar die signalen hebben wij nog niet ontvangen.

De voorzitter:

Kort en afrondend.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Bij dezen sturen we het door. Ik wil u nog meer informatie sturen, maar ik vind het fijn als de staatssecretaris zijn best doet. Kijk, feit is dat we op dit moment doen alsof zorg voor dieren een luxegoed is. Er geldt een extreem hoog btw-tarief. Er gelden geen maximumprijzen. Dit zijn zaken die wel geregeld zijn bij de menselijke zorg. Mijn oproep aan de staatssecretaris is dus: kijk wat je nog meer kan doen, want, nogmaals, dit kan zo niet langer.

Staatssecretaris Erkens:

We leggen niet voor niks een brede agenda neer, die de excessen hopelijk ook echt aanpakt. Ik wil daarbij wel benadrukt hebben dat het hoge btw-tarief al decennia geldt en dat dat niet de oorzaak is van de recente prijsstijgingen. Daarmee zouden we dus niet oplossen wat we hier met elkaar bespreken in het debat.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dank aan de staatssecretaris. Hij zegt: ik ga nu een heleboel dingen voorbereiden; andere zaken moeten wachten. Ik maak me daar zorgen over, omdat ik denk: we weten helemaal niet of dit voldoende gaat helpen. Waarom wil de staatssecretaris niet het gehele dierendagakkoord direct in voorbereiding brengen? Dat gaat dus niet om overal maatregelen invoeren; dat kan ook gaan om onderzoeken wat er nodig zou zijn om dat goed te doen.

Staatssecretaris Erkens:

Volgens mij hebben wij de motie op dit vlak volledig overgenomen. Ik heb 'm hier voor mij liggen. Er staat een verzoek in om te verkennen of maximumtarieven daarbij nodig zijn. Die verkenning hebben we wel gedaan, maar onze analyse is dat daar ook gewoon grote nadelen aan zitten. Daarom trekken we toch een andere conclusie.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dan verschillen we daarover gewoon van mening. Ik denk namelijk dat je niet alleen moet verkennen en tot dit antwoord moet komen, maar ook moet kijken hoe je dat dan zou moeten invoeren.

Mijn tweede vraag is als volgt. In 1998 werd effectief de marktwerking in de dierenzorg ingevoerd. Toen werd er gezegd: we laten de vaste tarieven los en dan wordt het waarschijnlijk betaalbaarder. Dat was de belofte. Een belangrijke belofte was ook: dan wordt het transparanter. Als er iets niet is gebeurd, dan is het transparantie krijgen in de prijzen. Die wordt alleen maar minder, zeker bij ketens. Welke garantie geeft de staatssecretaris dat het nu wél goed gaat?

Staatssecretaris Erkens:

De tarieven in 1998 waren minimumtarieven. Toen waren er prijsafspraken. Toentertijd waren er echt andere uitdagingen rondom de dierenartszorg. Volgens mij is de conclusie van het pakket dat ik neerleg dat die prijstransparantie er onvoldoende gekomen is en dat we als marktmeester meer moeten optreden. Ik wil hier dus met de sector afspraken over maken in een standaard en die daarna ook zelf in de wet vastleggen, zodat erop gehandhaafd kan worden. Bij vrijblijvendheid gaat het namelijk niet blijven.

De voorzitter:

Kort en afrondend.

Mevrouw Beckerman (SP):

Hoe ziet die handhaving er dan uit? Ik zie namelijk heel vaak dat er een verschil bestaat tussen dierenartsen die zelfstandig keihard werken en vaak ook kritiek over zich heen krijgen, en de ketens die hier eigenlijk steeds moeilijker over doen, en dan bedoel ik niet de dierenartsen die er werken. Wat zou die handhaving dan zijn? Welke straffen staan erop als je dit niet voldoende doet? Hoe zorg je dat dit systeem nu echt gaat werken?

Staatssecretaris Erkens:

We moeten nog goed uitwerken met elkaar hoe die handhaving eruitziet. Ik wil daar over zes maanden in de routekaart op terugkomen.

De heer Graus (PVV):

Ik wil de staatssecretaris vragen of hij naast de maximumtarieven, waar wij hier grotendeels voor pleiten, als tussenstap op korte termijn misschien al adviestarieven kan meenemen.

Staatssecretaris Erkens:

Dat is op dit moment nog heel moeilijk, omdat we over de dierenartszorg op dit moment echt vrij weinig informatie hebben. We hebben dus geen gedegen data of registratie over de markt zelf en geen prijstransparantie. Mocht ik dat mee willen nemen, dan is er onvoldoende informatie om dat te kunnen doen. De stappen die wij nu nemen, zouden er uiteindelijk toe kunnen leiden dat je zo'n besluit neemt met elkaar, maar dat vergt nog heel veel voorbereidend werk.

De heer Graus (PVV):

Ik had zojuist even contact met een veterinaire autoriteit, een man die heel veel aanzien geniet in de veterinaire wereld. Hij zei: we hebben vroeger ook gewerkt met die adviestarieven. We landen inmiddels op de maan en klonen schapen, dus waarom zou dat nu opeens niet meer mogelijk zijn? Dat begrijp ik dan niet goed.

Staatssecretaris Erkens:

Het kan, maar dan maak je uiteindelijk een prijsafspraak met elkaar over wat je vindt dat een bepaalde behandeling moet kosten. Dat moet je dan gaan uitwerken voor elke behandeling. Je zou het kunnen doen voor alleen de basiszorg, maar als je zo'n adviesprijs vrij laag legt, kan het ook zorgen voor hogere prijzen voor andere aspecten van de zorg die verleend wordt, dus vandaar dat wij daar sceptisch tegenover staan. Ik denk wel dat er deels aan de zorg van de heer Graus tegemoetgekomen wordt. Als wij prijstransparantie in de wet vastleggen, wordt het namelijk heel makkelijk om die prijzen online te vergelijken. Dan zult u ook heel snel zien welke ketens of welke dierenartspraktijken veel meer geld vragen voor een behandeling dan anderen.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Ik ben blij met wat de staatssecretaris zegt over de beroepsstandaarden. Ik heb kort geleden schriftelijke vragen gesteld over de mensen die noch dierenarts, noch dierenfysio, noch paraveterinair zijn, maar daar eigenlijk een beetje omheen zitten, met soms wat meer alternatieve geneeswijzen voor dieren. Is de staatssecretaris van plan om bij die beroepsstandaarden ook te kijken naar deze randgroep van veterinaire professionals, om daar gelijk ook goede standaarden voor mee te nemen?

Staatssecretaris Erkens:

Dan moet ik wel even specifiek weten over welke randgroep het hier gaat. Volgens mij zijn daar zopas ook Kamervragen over gestuurd. Die heb ik volgens mij al beantwoord. Dat betekent dat we de komende periode daarnaar kijken met elkaar, maar ik kan niet toezeggen dat we dat gaan doen. Maar we gaan dit verkennen met elkaar, heb ik gezegd op die Kamervragen.

De voorzitter:

Vervolgt u uw beantwoording met het derde blokje.

Staatssecretaris Erkens:

Ja. Het blokje ketens is dat, voorzitter. Wil de staatssecretaris meer doen om machtsconcentraties en monopolies te voorkomen? En: waarom doet hij hier niet meer tegen? Dat was het lid Beckerman. Het marktonderzoek heeft niet geresulteerd in een vervolgonderzoek door de ACM naar de machtsposities van een van de grote ketens. Waar we nu dus aan werken, is een uitbreiding van de bevoegdheid van de ACM, zodat gerichter relatief kleinere en mogelijk problematische overnames getoetst kunnen worden, de zogeheten inroepbevoegdheid. Dat is volgens mij ook de motie van het lid Bushoff geweest, waarnaar mevrouw Bromet zonet verwees. Daardoor kan de ACM in de toekomst ook kleinere overnames door ketens toetsen. Nu gaat het vaak om een bepaalde grootte qua omzet. Tja, als men dan één zelfstandige kliniek overneemt, voldoet men niet aan die voorwaarde. Maar je ziet wel dat het, als men er meerdere achter elkaar opkoopt, in een regio problematisch kan worden. Via die inroepbevoegdheid moet je daarop kunnen ingrijpen, met name als je ziet dat de concurrentie in een regio onder druk staat. De minister van EZK geeft aan, via mijn mond, voorzitter, ook positief te staan tegenover het initiatiefwetsvoorstel van het lid Bushoff en zal daar nog voor het zomerreces op reageren.

Dan nog een vraag van de heer Lohman over de werkdruk van dierenartsen: wat is de relatie tussen de werkdruk en het tempo waarin praktijken in handen komen van grote ketens? Welke maatregelen overwegen wij om de onderliggende oorzaken aan te pakken in plaats van alleen de gevolgen te repareren? Ik vond dat een heel goede vraag. Als je kijkt naar de rol van ketens, dan zitten daar zeker nadelen en risico's aan. Die zijn in het debat al goed aan de orde gekomen vanuit de Kamerleden. We zien tegelijkertijd wel dat sommige dierenartsen ervoor kiezen om te werken voor een keten, omdat het toch makkelijker is om daar je werkuren te kunnen maximeren vergeleken met een zelfstandige praktijk, gezien alles wat er dan van je gevraagd wordt. Er is dus in de jaren veel veranderd: er kan meer, mensen willen meer; er is een professionaliseringsslag en een hoger niveau van zorg. Ketens hebben daar een bijdrage aan gehad, maar we zien wel dat de excessen aangepakt moeten worden. De verwachtingen van dierenartsen zelf zijn ook veranderd, zo zien wij. Zij wensen — terecht, denk ik — een betere work-life balance. Een aantal Kamerleden gaf terecht aan dat de uren hard zijn en dat je er ook nog een goede boterham aan moet kunnen verdienen, maar ook dat we erg veel vragen van onze dierenartsen in Nederland.

U vraagt welke maatregelen wij nemen om de onderliggende oorzaken aan te pakken. Nou, naast voor de hogere werkdruk zetten wij ons samen met de beroepsgroep in voor het zo goed mogelijk benutten van het arbeidspotentieel en daarmee ook voor de vermindering van de werkdruk. Ook de inzet op welke huisdieren mensen kiezen, zal de zorgvraag moeten kunnen verminderen. Zoals ik net aangaf, zal een kortsnuitige hond meer zorg vergen dan een hond die gewoon gezond is. Ik zou dus zeggen dat het hier gaat om een vraag-en-aanbodvraagstuk, waarbij we aan de ene kant ervoor zorgen dat er meer dierenartscapaciteit op de markt komt, en aan de andere kant de vraag de komende periode hopelijk kan afnemen omdat mensen meer verantwoord kiezen voor welk huisdier ze nemen. En we kijken dus ook naar een herverdeling van de bevoegdheden en taken van dierenartsen en paraveterinairen. Voor de zomer starten we om die reden een onderzoek naar het bevoegdhedenstelsel.

Dat was dit blokje.

De voorzitter:

Wat heerlijk. Ik zie mevrouw Beckerman al rennen. De temperatuur buiten laat dat niet toe, maar binnen kan dat nog steeds. Ga uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):

De staatssecretaris zei op mijn vraag of hij niet meer kan doen: we doen die call-inbevoegdheid. Super, hartstikke mooi, maar andere landen hebben meer maatregelen. Frankrijk bijvoorbeeld zegt dat dierenartsen zelf de grootste eigenaar moeten zijn van een praktijk. Daarmee voorkom je bijvoorbeeld ook die winst- en prijsprikkels. Dat zijn nou juist de dingen die de staatssecretaris wil voorkomen. Is dat niet iets wat de staatssecretaris ook nog wil onderzoeken, of dat mogelijk is?

Staatssecretaris Erkens:

We hebben dat wel geanalyseerd, maar niet uitvoerig. We zien inderdaad dat men het in Frankrijk als praktiserend dierenarts deels in handen moet hebben. Ook is voorgeschreven dat men ten minste in deeltijd in die praktijk aanwezig moet zijn. Dat beperkt wel het aantal bedrijven waar een dierenarts kan werken, met ook het risico op verschraling van de zorg, omdat je minder kapitaal hebt om te investeren in nieuwe praktijken, in meer spoedzorg en ga zo door. Ook in Frankrijk zie je dus wel risico's daarbij. De Europese Commissie heeft hierover trouwens ook een zaak aangespannen bij het Hof van Justitie, omdat de vereisten volgens hen ongerechtvaardigde barrières opwerpen op het gebied van vestigingsvrijheid en vrij verkeer van diensten. Die zaak loopt op dit moment nog.

Mevrouw Beckerman (SP):

De Europese Commissie promoot op dit moment inderdaad een soort hyperkapitalisme in de dierenzorg. Ik vind dat heel pijnlijk, maar we hoeven ons hier niet altijd wat van aan te trekken, want er is geen uitspraak over. De staatssecretaris zegt dat hij nadelen ziet, maar ik zie ook heel veel voordelen, want de dierenarts wordt dan leidend. We zien juist dat dierenartsen onder druk komen te staan en ook nog eens een keer alle kritiek over zich heen krijgen. Is dit niet juist een middel om de dierenarts en ook de sector, de beroepsgroep, te versterken en om winst- en prijsprikkels te voorkomen?

Staatssecretaris Erkens:

Dit verplichten betekent dat dit de enige manier van eigenaarschap kan zijn. Dan zie ik grote risico's eraan. Tegelijkertijd zie je dat het in Nederland op dit moment twee kanten op beweegt. Aan de ene kant heb je de zelfstandige praktijken, aan de andere kant heb je steeds grootschaligere ketens. Er zit wel echt meerwaarde in meer samenwerking tussen praktijken. Als ik de vraag wat breder mag opvatten, dan wil ik er in mijn volgende brief hierover best wel iets dieper op ingaan, maar dan in den breedte: hoe krijg je meer samenwerkingsverbanden van de grond vanuit praktiserende dierenartsen? Daarbij zal ik specifiek ingaan op deze optie. Zou dat een oplossing zijn, vraag ik aan mevrouw Beckerman via de voorzitter.

De voorzitter:

Kort en afrondend.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik denk dat dat heel logisch is. Vroeger had je ook de kringen van dierenartsen, die ook samen zaken als spoed organiseerden. Dat is het volgende blokje. Ik zit wel echt ook op dit punt, omdat juist dit stukje, dat eigenaarschap, winst- en prijsprikkels kan indammen. Maar goed, wellicht komen we daar in tweede termijn nog op terug.

De voorzitter:

Gaat u verder met uw volgende blokje. Dat is blokje nummer vier, over spoedzorg.

Staatssecretaris Erkens:

Voorzitter. Een aantal Kamerleden vroeg: hoe gaan we de spoedzorg verbeteren? Er zijn veel vragen over gesteld. Ik deel uw zorgen. We zien in het ACM-rapport dat de meeste excessen op dit moment plaatsvinden in de spoed. Aan de ene kant zijn er veel hogere prijsstijgingen dan in de reguliere zorg en aan de andere kant is er ook een beperkt aanbod van spoed in bepaalde regio's in Nederland. Bij spoedzorg hebben huisdiereigenaren niet altijd de kennis, tijd en mentale ruimte om een afgewogen keuze te maken voor een dierenartsenpraktijk of een behandeling. Het is belangrijk dat diereneigenaren zicht hebben op waar spoedzorg wordt aangeboden, zodat ze weten waar ze terechtkunnen, en dat ze inzicht hebben in de kosten van een spoedconsult. Daarbij moeten diereneigenaren zicht hebben op de tarieven en voldoende keuzevrijheid en keuzemogelijkheden hebben.

Hier is echt een verbeterslag in mogelijk. Door in de spoedzorg meer transparantie te geven — denk bijvoorbeeld aan de consulttarieven — kunnen eigenaren voorafgaand aan een situatie ook een betere vergelijking maken tussen praktijken, maar ook kijken wat er in hun eigen praktijk geregeld is op het gebied van spoedzorg, mocht dat een keer in het weekend nodig zijn voor het huisdier. Een kostenraming maken voorafgaand aan de behandeling maakt dat eigenaren beter weten voor welke kosten ze komen te staan. De transparantie in de spoedzorg, samen met het verbieden van ongewenste winst- en omzetgerelateerde prikkels door wetgeving, maakt dat huisdiereneigenaren ook beter beschermd worden tegen risico's op overbehandeling en excessen. Deze standaarden — dan ga ik iets verder dan ik in de brief gezegd heb — wil ik dus ook gewoon wettelijk gaan borgen, omdat het echt in de praktijk moet gaan werken en ook gehandhaafd moet kunnen worden.

Voorzitter. Dan had ik nog een vraag over landen als België, Frankrijk en Hongarije, van het lid Lohman. Daar gelden wettelijke verplichtingen voor dierenartsen om de spoedzorg geregeld te hebben. Zijn we bekend met deze verplichtingen en zijn we bereid om te onderzoeken welke lessen Nederland hieruit kan trekken voor de eigen aanpak? Ik ben zeker bekend met die aanpak in het buitenland. De Wageningen Universiteit heeft onderzoek gedaan naar de manier waarop wet- en regelgeving is ingeregeld in zeven Europese landen, waaronder deze drie. Dierenartsenpraktijken hebben een belangrijke verantwoordelijkheid voor een goedgeorganiseerde spoedzorg. Praktijken kunnen op dit moment niet wettelijk worden aangesproken op deze verantwoordelijkheid. Dus de verantwoordelijkheid van praktijken voor de organisatie van spoedzorg wil ik wettelijk borgen, zoals ik net al aangaf, net als de verantwoordelijkheid voor het aanbieden van onafhankelijke diergeneeskundige zorg en het geven van actuele informatie over prijzen, diagnostiek en behandelingen. Deze wetgeving gaan we nog verder uitwerken. Ik wil wel bekijken hoe we deze effectief juridisch en ook handhaafbaar kunnen maken, want dat valt of staat met de handhaafbaarheid ervan. Anders hebben we iets moois vastgelegd met elkaar en komen we er over twee of drie jaar achter dat het geen verschil gemaakt heeft. Daar informeer ik u begin 2027 over, zoals ik net zei.

De voorzitter:

Deze stilte doet mij vermoeden dat dit het einde is van blokje vier.

Staatssecretaris Erkens:

Het blokje overig is wel heel uitgebreid, hoor. Dat zal minder snel gaan.

De voorzitter:

Hè. Ik zie geen vragen van de leden, dus u heeft een heel succesvol vierde blokje gehad. Gaat u verder met het laatste blokje.

Staatssecretaris Erkens:

Voorzitter, dan dank ik de leden. Ik heb vragen gehad van het lid Kostić over het fokken op extreme uiterlijke kenmerken en hoe we dat voorkomen. We nemen verschillende maatregelen om dat fokken met dieren met schadelijke uiterlijke kenmerken te voorkomen. Zoals eerder aangegeven, kijk ik of er meer kenmerken kunnen zijn die in aanmerking komen voor een houdverbod. We kijken dus of dat uitgebreid kan worden. Daarvoor hebben we de resultaten van de risicoanalyse van BuRO nodig. Die verwachten we ieder moment. Zodra we die hebben, kunnen we de Kamer daarover informeren. Ook in de recentelijk aangenomen EU-verordening welzijn en traceerbaarheid van honden en katten staan vereisten om dit tegen te gaan. Daar zijn we blij mee. Ik bekijk nu in zijn geheel wat er moet gebeuren in het kader van het fokken van gezonde honden en katten. Ik kom hier ook op terug tijdens het debat Dieren buiten de veehouderij en dierproeven. Ik kan toezeggen dit in de brief voorafgaand aan dat debat uitgebreider toe te lichten.

Voorzitter. Dan was er een vraag van meneer Meulenkamp over het fokbeleid. De vraag was specifiek: kunnen we een keurmerk opzetten, zodat mensen beter weten of ze wel of niet een gezond dier aanschaffen? Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van een diereneigenaar dat hij een gezond dier koopt. Een keurmerk vind ik daarbij wel een interessante gedachte. Het moet wel effect sorteren. Er moet vraag naar zijn. We hebben een initiatief ondersteund, genaamd FairDog. Dat is een samenwerkingsverband van verschillende organisaties, zoals de faculteit Diergeneeskunde en de KNMvD. FairDog heeft de eerste stappen gezet in de ontwikkeling van een keurmerk. Ik ben in gesprek met FairDog over een mogelijk vervolg. Dat zullen we verder oppakken en we zullen de Kamer informeren over die stappen.

Voorzitter. Dan nog een vraag van het lid Kostić over de onlineverkoop en bedenktijd. De vraag was of we hier werk van willen maken. Ik wil eerst de motie van het lid Kostić uitvoeren, waarin zij mij heeft gevraagd om een inventarisatie te maken van best practices in het buitenland op het gebied van regulering en verbod van de onlinehandel in dieren. Daar zal ik dan ook op terugkomen.

Ik zie de indirecte vraag: wanneer?

De voorzitter:

Ik zie ook allemaal gebaren vanuit de Kamer.

Staatssecretaris Erkens:

Laat ik dat in de tweede termijn specifiek zeggen. Anders ga ik nu iets roepen en worden mensen achter de schermen heel boos op mij als ze dat niet kunnen waarmaken. Daar zal ik dus in de tweede termijn op terugkomen.

De voorzitter:

Het is geen uitnodiging aan de overige leden om ook met handgebaren de staatssecretaris tot antwoorden uit te nodigen. Gaat u verder met de beantwoording.

Staatssecretaris Erkens:

Het mag wel, maar ik ga dan niet overal een antwoord op geven, voorzitter. U zult mij daaraan houden.

De voorzitter:

Ik ga u daar zeker aan houden. Gaat u verder.

Staatssecretaris Erkens:

Ben ik bereid om de Kamer halfjaarlijks in plaats van jaarlijks te informeren over de voortgang? De routekaart komt begin 2027. Het voornemen was om u jaarlijks te informeren, omdat sommige zaken tijd kosten. Ik zou willen voorstellen dat ik in de routekaart aangeef op welk moment ik u kan informeren over grote stappen die gezet worden, omdat per halfjaar misschien niet het meest logische ritme is, aangezien u dan soms gewoon een vrij lege procesbrief krijgt. Misschien dat als u twee maanden later een brief zou krijgen, ik grote inhoudelijke voortgang kan aangeven. Dat zou wat mij betreft betekenen dat het vaker dan eenmaal per jaar zal zijn, maar ik zou daarbij willen aangeven op welke momenten we naar onze verwachting ook echt iets te zeggen hebben.

Dan de vraag van mevrouw Beckerman om meer dierenartsen op te leiden. De beroepsgroep zet zich via meerdere initiatieven in om het werkplezier en het mentale welzijn onder diergeneeskundigen te bevorderen en ook meer dierenartsen in het vak te houden. Het capaciteitsplafond van de master Diergeneeskunde is recent verhoogd, waardoor sinds eind 2025 jaarlijks eindelijk meer dierenartsen de arbeidsmarkt betreden. Momenteel zijn er 240 plekken in de master in plaats van de eerdere 190. Er worden dus gelukkig ook sinds kort meer dierenartsen opgeleid.

Het lid Markuszower vroeg daarbij … Sorry, het lid Ten Hove van Groep Markuszower — excuus, ik weet wie u bent — vroeg daarbij: hoe maken we het vak van dierenarts en praktijkhouder weer aantrekkelijker en hoe zorgen we ervoor dat mensen dit mooie beroep blijven kiezen? Zoals gezegd trek ik samen met de beroepsgroep op om de werkdruk in de diergeneeskundige zorg te verminderen en het beroep aantrekkelijk te houden. De beroepsgroep zet zich via meerdere initiatieven in om werkplezier en mentaal welzijn onder diergeneeskundigen te bevorderen. Ook organiseren zij informatieavonden voor dierenartsen die geïnteresseerd zijn in het overnemen of oprichten van een eigen praktijk. We zien gelukkig ook dat het animo om praktijkeigenaar te worden de laatste periode toeneemt. De instroom heb ik net besproken. Het plafond is hoger gelegd, zodat meer dierenartsen opgeleid worden.

Voorzitter. Dan was er volgens mij nog een vraag over de bevoegdheden van paraveterinairen. Hoe kijken we naar het uitbreiden van de bevoegdheden? Dat was ook een vraag van het lid Ten Hove. Wat is ervoor nodig om dat mogelijk te maken zonder concessies te doen aan kwaliteit en dierenwelzijn? Het delegeren van bevoegdheden en taken van een dierenarts naar een paraveterinair is een van de mogelijkheden om de werkdruk van de dierenarts te verlagen en zo mogelijk ook kosten te besparen. In 2022 is onderzoek uitgevoerd naar het tekort aan en de hoge werkdruk van dierenartsen. Een belangrijke aanbeveling hieruit is het verkennen van herverdeling van bevoegdheden binnen de diergeneeskundige sector. Er blijkt nu trouwens binnen de huidige wetgeving meer ruimte te zijn dan men in de praktijk benut, dus het is nu aan de beroepsgroep zelf om de beschikbare mogelijkheden te benutten. Daarnaast kijk ik naar een mogelijke verruiming en aanpassing van de wettelijke bevoegdheden, boven op wat er nu al kan, en ook naar de instroom vanuit het buitenland. Hiervoor start ik voor de zomer een onderzoek naar het bevoegdhedenstelsel. Een concreet onderdeel van het onderzoek is de verkenning van een hbo-opleiding en een hbo-functie voor paraveterinairen.

Voorzitter. Dan de vraag van het lid Vellinga-Beemsterboer over diergezondheidsverzekeringen. Ook het lid Meulenkamp heeft daarover vragen gesteld. Wie een dier heeft, is verantwoordelijk voor de verzorging van dat dier en moet zich bewust zijn van bijkomende kosten, zoals verwachte kosten voor voer, maar ook onverwachte kosten voor bijvoorbeeld diergeneeskundige zorg. Het is goed dat eigenaren zich van tevoren afvragen of ze het risico van een onverwachte behandeling met hoge kosten zelf kunnen dragen. Een verzekering kan daarbij zeker helpen. Op dit moment heeft slechts 9% van de huisdiereigenaren een verzekering. Dat kan mensen een gerust gevoel geven, omdat ze daardoor niet plots geconfronteerd kunnen worden met hoge kosten. De drempel om naar de dierenarts te gaan is ook lager als je een verzekering hebt, wat ook ten goede kan komen aan dierenwelzijn.

De ACM concludeert wel dat het op dit moment geen wezenlijke bijdrage levert aan de bescherming tegen hoge zorgkosten, dus ik ga zelf kijken hoe we de voorlichting over dierverzekeringen kunnen verbeteren. Ook zal ik in gesprek gaan met de verzekeraars, de beroepsgroep en de ngo's over hoe we de rol van verzekeringen in deze markt kunnen versterken.

Voorzitter. De vraag over prijsregulering van mevrouw Bromet zat al in een eerder blokje. Dan was er een vraag over de evaluatie na vijf jaar: kan dat niet sneller? Ik evalueer na tweeënhalf jaar, zo gaf ik net aan, waar we staan en wat de eerste resultaten zijn.

Ook waren er volgens mij meerdere vragen over voorbereidend werk: kunnen we niet al voorbereidend werk voor prijsregulering doen? We hebben wel inzichtelijk wat daarvoor nodig is. Er zijn een aantal randvoorwaarden. De eerste is: gedegen data en registratie van de markt, de sector en de beroepsgroep. Dat vergt wel een beter georganiseerde beroepsgroep. Daar gaan we stappen op zetten, dus daar worden wel voorbereidingen voor getroffen. De tweede is: gedragen definities van behandelingen. Dat vergt behandelstandaarden of -richtlijnen. Dat gaan we ook uitwerken met elkaar. Daarnaast gaat het nog om een diepgaand inzicht in de kostenopbouw en een uitvoerende partij om de tarieven vast te stellen. Ik wil nu niet gaan werken aan alle randvoorwaarden, gegeven al het werk dat al deze acties gaan vergen, maar ik geef vooral aan dat een deel van wat er voor prijsregulering nodig is, met deze agenda wel degelijk wordt uitgewerkt en voorbereid. Als we over een aantal jaren alsnog besluiten dat het nodig is, hoeven we hiermee dus niet vanaf nul te beginnen.

Voorzitter. Dan de vraag van het lid Van der Plas over hoe we de sector gaan ondersteunen bij het ontwikkelen en toepassen van deze standaarden. In september vorig jaar is het principeakkoord voor de oprichting van de Federatie KNMVD bereikt. Vier belangenorganisaties gaan onder één overkoepelende federatie verder. De kerntaken van deze federatie zijn tweeledig. Aan de ene kant gaat het om versterking van de samenwerking en overstijgende belangenbehartiging, aan de andere kant gaat het om een betere borging van de kwaliteit via verplichte herregistratie, permanente educatie en professionele standaarden. Ik ben blij dat de beroepsgroep werkt aan een plan van aanpak voor de ontwikkeling van professionele standaarden. Dat plan is dit najaar gereed. Ik verwacht een stevige en concrete inzet van de beroepsgroep bij die ontwikkeling. We denken zelf ook mee over de kosten van de implementatie van de ontwikkelde standaarden. We willen deze ook wettelijk borgen zodra ze vastgesteld worden. Dat betekent namelijk dat ze breed en echt gaan werken en dat we daar ook op kunnen handhaven.

Voorzitter. Dan de vraag van de heer Lohman over een orde van dierenartsen. Zou de instelling van een vergelijkbare beroepsorde zoals die in België, met eigen bindende regels en tuchtrecht, dierenartsen in Nederland beter kunnen beschermen tegen commerciële druk vanuit ketens? Is de staatssecretaris bereid om dit te onderzoeken? De afgelopen jaren heb ik de ontwikkeling van die nieuwe centrale beroepsorganisatie gefaciliteerd. Per 1 januari 2027 wordt deze federatie opgericht, dus vrij snel. Het doel hiervan is onder andere om de veterinaire professional te ondersteunen in zijn vak en de kwaliteit van de diergeneeskundige zorg beter te borgen. Hier valt ook de ontwikkeling van professionele beroepsstandaarden onder die dierenartsen ondersteunen in hun onafhankelijke veterinaire handelen. Zoals ik net gezegd heb, willen we dat ook wettelijk borgen met elkaar. Daarnaast komt er nog wetgeving op het vlak van ongewenste financiële prikkels in de zorg voor dieren. Die beschermt ook de autonomie van de dierenarts, zoals de heer Lohman terecht in zijn vraag benoemde. Op deze manier beschermen we dierenartsen wat het kabinet betreft tegen commerciële druk. Daar vroeg het lid Lohman naar. Die orde heeft wat mij betreft dan geen meerwaarde ten opzichte van een federatie met daarbij borging in wet- en regelgeving, omdat je daarmee hetzelfde effect sorteert. Een orde zou daarbij ook een publieksrechtelijke extra bestuurslaag zijn tussen de overheid en de nieuwe federatie in. Die is niet nodig, want we gaan er nu als overheid veel dichter op zitten door zelf met wet- en regelgeving te komen. De beroepsorganisaties zorgen voor de inhoudelijke invulling via de standaarden die dan in de wet gezet worden. Daarnaast kent de oprichting van de orde een lang en complex wetgevingstraject. Daarna moet de orde ook nog aan de slag met het opstellen van regels. Wij als kabinet verwachten dat de route die we nu inslaan hetzelfde effect kan sorteren en tegelijkertijd hopelijk tot sneller resultaat kan leiden.

Voorzitter. Ik heb nog één vraag, van het lid Graus over het voorkomen van impulsaankopen. Hij vroeg wat de gevolgen zijn van impulsaankopen en of er meer dieren worden gedumpt. Die zorgen snap ik. Als mensen het te duur vinden, moet dat niet leiden tot het dumpen van dieren. Daarom komen we nu als kabinet met een best vergaand pakket om die excessen aan te pakken. We zetten ook flink in op verantwoord houderschap. Dat gaat over vragen als welk dier je aanschaft, hoeveel dieren je hebt en welke kosten je daarbij kunt verwachten. Zo kunnen mensen echt een geïnformeerde keuze maken. Een huisdier is heel mooi. Het wordt je beste maatje. Ik heb zelf ook een hond. Tegelijkertijd moet je aan de voorkant wel goed nadenken of je de verantwoordelijkheid aankunt, want je bent gecommitteerd om er het hele leven van het huisdier goed voor te zorgen.

De voorzitter:

Was u hiermee aan het einde gekomen van uw laatste blokje?

Staatssecretaris Erkens:

Ja.

De voorzitter:

Mooi. Meneer Graus, gaat uw gang.

De heer Graus (PVV):

Ik ben heel blij, maar ik vind ook dat je op een gegeven moment mensen verantwoordelijk moet kunnen stellen. Als je een dier aanschaft, het dumpt en wordt gepakt, dan ben je ook verantwoordelijk voor de opvang. Dat moet duidelijk worden gemaakt aan de mensen. Ze kunnen niet zomaar dieren dumpen op kosten van de maatschappij of dierenopvangcentra.

Ik had nog één vraagje over het aannamebeleid, het selectiebeleid van dierenartsen. Ik heb een keer meegedraaid bij een selectieprocedure op de Politieacademie. Daar word je best doormidden gezaagd. Er worden psychologische gesprekken gevoerd. Het Openbaar Ministerie doet dat ook. Die houden gesprekken met drie officieren tegenover de kandidaat. Die selecteren heel goed, ook op motivatie.

De voorzitter:

Uw vraag, meneer Graus.

De heer Graus (PVV):

Daarom zou ik graag het volgende willen. Dat had ik ook al gezegd in mijn andere interruptie. Ik vind dat dierenartsen moeten worden geselecteerd op motivatie, zodat ze niet vroegtijdig afhaken, omdat ze dachten: mijn vader was dierenarts en mijn opa ook en die reden allemaal in mooie jeeps. Zo werkt het niet. Ze hebben vaak geen konijn in hun handen gehad. Ik heb meegemaakt — dat is het belangrijke — dat een meisje in mijn klas, dat nog nooit een konijn in haar handen had gehad, werd toegelaten. Ik, die van kinds af aan, die bij wijze van spreken op zijn 3e al zijn eerste dier had gered, werd niet toegelaten, omdat ik geen natuurkunde in mijn pakket had. Het is te gek voor woorden. Daarom wil ik graag actie van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Erkens:

Ik stel voor dat ik in tweede termijn nog even terugkom op het toelatingsbeleid.

Kamerlid Kostić (PvdD):

We weten dat 60% van alle dingen die dierenartsen moeten doen, te maken heeft met doorgefokte dieren. Nu hoor ik de staatssecretaris zeggen dat hij, om de motie van de Partij voor de Dieren uit te voeren, ergens voor het commissiedebat met de brief komt over wat hij daaraan gaat doen. Kunt u dat bevestigen? Ik heb daar een vervolgvraag over. U heeft ook naar aanleiding van een motie van de Partij voor de Dieren over kortsnuiten toegezegd dat u nog voor het zomerreces komt met een brief over hoe u een handels- en houdverbod daarvan gaat regelen. We weten dat het heel schadelijk is dat die dieren nog mogen worden verkocht.

De voorzitter:

Uw vraag.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Het is heel schadelijk dat ze nog mogen worden verhandeld. Mijn vraag is: waar blijft die brief? Die zou nu moeten komen.

Staatssecretaris Erkens:

Het is nog voor de zomer.

De voorzitter:

Het reces.

Staatssecretaris Erkens:

Er komen twee brieven voorafgaand aan het debat over Dieren buiten de veehouderij. De ene zal meer over de inhoudelijke lijn voor de komende jaren gaan. De andere zal ingaan op moties die nog uitgevoerd moeten worden. Ik zal daarin nog specifiek terugkomen op de motie die u noemt en in welke van de twee brieven die staat. Dat komt voor het debat en het liefst ook voor de zomer. Maar hier ter plekke weet ik niet wat er in de conceptbrief staat.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Het was voor het zomerreces als het gaat om de kortsnuiten. Daar wachten we al heel lang op. Eigenlijk was nu het logische moment daarvoor geweest. Ik verwacht de brief vandaag of deze week nog, maar in ieder geval voor het zomerreces. De staatssecretaris heeft dus nog een week.

De voorzitter:

Het zomerreces van het kabinet is nog een week later. Daarmee kan ik niemand hier helpen, maar ik zeg dat wel even voor de agenda.

Staatssecretaris Erkens:

En de Kamer is volgende week ook nog niet met reces. Ik zal kijken wanneer dat precies is en zal daar zo op terugkomen. Ik weet dat ik met betrekking tot deze motie eerder een toezegging heb gedaan.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Laten we in ieder geval met elkaar vaststellen dat het belangrijk is om te stoppen met het fokken en verhandelen van doorgefokte dieren. Dat kan heel veel kosten besparen. Nog even terugkomend op de verzekeringen: als de staatssecretaris overweegt om iets met de verzekeringen te doen, beseft hij dan dat de verzekeringen nu al duur zijn en dat ze bijvoorbeeld niet vergoeden als er iets is door erfelijkheid of aangeboren gebreken? Kan de staatssecretaris bevestigen dat er een probleem is in die verzekeringsstelsels en dat we ons vooral moeten focussen op de aanpak van de doorgefokte dieren?

Staatssecretaris Erkens:

We hebben drie problemen in de verzekeringsmarkt. Het eerste is het feit dat het, zoals de ACM aangeeft, nog weinig effect sorteert. Het tweede is dat de meerwaarde afhankelijk is van de verzekering die je afsluit, ook qua prijzen, en wat je wel of niet vergoed krijgt. Dat speelt een grote rol. Het derde is — dat kan misschien een voordeel worden — dat je kunt nadenken over de vraag of je de verzekering kunt inzetten om mensen te stimuleren om voor een goed gefokt dier te kiezen in plaats van een doorgefokt dier. Ik kan dus beamen wat hier verteld wordt.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Ik gaf net in mijn bijdrage aan dat de jonge dierenartsen die ik sprak, aangaven juist bij een keten te werken omdat ze daar in de eerste jaren na hun studie ook begeleiding, intervisie en opleiding krijgen. Het kan zijn dat ik het net heb gemist, maar ik heb hier vragen over gesteld. Gaat de staatssecretaris hier ook op inzetten? En zo ja, hoe gaat de staatssecretaris hierop inzetten, zodat dat loskomt van de ketens?

Staatssecretaris Erkens:

Ik kom daar in de tweede termijn op terug. Die vraag heeft u inderdaad gesteld. Het antwoord heb ik niet bij me, maar dat zal ik zo bij me hebben, want we hebben dit wel besproken.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan zijn wij aan het einde gekomen van de eerste termijn van de staatssecretaris. Dan gaan we naar de tweede termijn van de Kamer. We gaan als eerste luisteren naar het lid Kostić, die spreekt namens de Partij voor de Dieren.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter. Nog even vooraf: mijn laatste interruptie ging over een toezegging van de staatssecretaris. Als hij meteen kan antwoorden, scheelt dat weer een motie. En ik heb geen interrupties gepleegd in de tweede ronde.

De voorzitter:

U bent met een heel nieuw reglement van orde bezig.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik snap het. Ik kan het ook voorlezen.

De voorzitter:

U kunt in uw tweede termijn ook een vraag stellen. De staatssecretaris zal daar waarschijnlijk een goede toezegging op doen. Wellicht sorteer ik daar zeer neutraal op voor en is het een risico, maar u bent nu begonnen aan uw tweede termijn. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ja, oké.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer heeft verzocht om maximumtarieven voor dierenzorg te verkennen;

constaterende dat de ACM aangeeft dat dergelijk overheidsingrijpen noodzakelijk is als blijkt dat voldoende aanbod en effectieve concurrentie niet mogelijk zijn;

constaterende dat de staatssecretaris heeft aangegeven deze aanbeveling van de ACM op te volgen;

overwegende dat het voorbereiden van wetgeving tijd kost en het wenselijk is om snel in te kunnen grijpen als blijkt dat voldoende aanbod en effectieve concurrentie niet mogelijk zijn;

verzoekt de regering voorbereidende stappen te zetten, zodat maximumtarieven voor bepaalde geneeskundige handelingen en spoedzorg snel kunnen worden ingevoerd als blijkt dat voldoende aanbod en effectieve concurrentie niet mogelijk zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić, Bromet, Beckerman en Graus.

Zij krijgt nr. 1461 (28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat dierenartskosten hard zijn gestegen, waardoor steeds meer mensen de rekening niet kunnen betalen;

constaterende dat de staatssecretaris met maatregelen is gekomen om dit tegen te gaan en het belangrijk is dat de voortgang nauwlettend wordt gevolgd en geëvalueerd, zodat het indien nodig tijdig kan worden bijgesteld;

verzoekt de regering de Kamer minstens halfjaarlijks te informeren over de voortgang van de Uitvoeringsagenda Diergeneeskundige zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić, Bromet, Beckerman en Graus.

Zij krijgt nr. 1462 (28286).

Kamerlid Kostić (PvdD):

We hebben ook een aangehouden motie over de btw-tarieven. Die gaan we nu aanpassen en in stemming brengen, in lijn met wat ik net ook heb gezegd. Er zijn nu signalen dat er landen zijn die de btw-tarieven omlaag willen gooien, maar Europa zit in de weg. Trek met die landen op. Die aangepaste motie ziet de Kamer dus ook tegemoet.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Beckerman, die spreekt namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een motie om het dierendagakkoord tijdig uit te voeren in 2026 met brede steun van de Kamer is aangenomen;

constaterende dat ook het verkennen van maximumtarieven voor dierenzorg, te beginnen met spoedzorg, hier onderdeel van is;

verzoekt de regering om nog dit jaar uitvoering te geven aan deze motie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Bromet, Graus, Lohman, Vellinga-Beemsterboer en Kostić.

Zij krijgt nr. 1463 (28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ACM aangeeft dat ketenvorming door private equity de autonomie van dierenartsen onder druk zet;

constaterende dat ketenvorming naar verwachting door zal gaan;

verzoekt de regering om maatregelen zoals een verplicht percentage eigenaarschap van dierenartspraktijken door dierenartsen te onderzoeken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Kostić, Bromet en Graus.

Zij krijgt nr. 1464 (28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de bereikbaarheid en betaalbaarheid van spoedzorg voor dieren buiten reguliere openingstijden niet afhankelijk moet zijn van de mate van winstgevendheid;

verzoekt de regering een subsidie voor spoedzorg te onderzoeken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Kostić.

Zij krijgt nr. 1465 (28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om met de Universiteit Utrecht in gesprek te gaan over het vergroten van het aantal plaatsen bij de studie diergeneeskunde, en de universiteit hier indien nodig bij te ondersteunen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Kostić, Bromet en Graus.

Zij krijgt nr. 1466 (28286).

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik vind het mooi wat de staatssecretaris doet. Hij zegt wel: ik wil de concurrentie en de marktwerking verbeteren. Dat is precies wat de SP niet wil. Wij willen de spoedzorg en andere zorg voor dieren verbeteren en betaalbaar maken. Ik denk dus dat er nog verschillen zijn, maar dat we wel op weg zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Van der Plas, die spreekt namens de fractie van BBB. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel. Ik ga wat snel praten, want mijn moties zijn vrij lang.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in haar rapport over de markt voor medische zorg voor huisdieren constateert dat dierenartsen en ander personeel ongewenste commerciële druk of financiële sturing kunnen ervaren;

constaterende dat de ACM adviseert een onafhankelijk meldingssysteem in te richten waar dierenartsen en ander personeel anoniem melding kunnen maken van ongewenste financiële prikkels;

overwegende dat dierenartsen onafhankelijk hun professionele afwegingen moeten kunnen maken, zonder druk vanuit omzet- of winstdoelstellingen;

verzoekt de regering, in overleg met de sector en toezichthouders, de inrichting van een onafhankelijk en laagdrempelig meldpunt te onderzoeken voor dierenartsen en ander personeel in de veterinaire zorg voor het melden van ongewenste commerciële druk en financiële prikkels, en de Kamer hierover voor het einde van 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas, Bromet, Lohman, Graus, Kostić en Beckerman.

Zij krijgt nr. 1467 (28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel huisdiereigenaren zich zorgen maken over de stijgende kosten van diergeneeskundige zorg;

overwegende dat de dierenarts in de spreekkamer niet de oorzaak is van deze stijgende kosten;

overwegende dat dierenartsen iedere dag met grote inzet, vakmanschap en betrokkenheid klaarstaan voor dieren en hun eigenaren en dat veel dierenartsen onder hoge werkdruk staan en dagelijks moeilijke keuzes moeten maken in het belang van dier en eigenaar;

spreekt uit dat de dierenarts in de spreekkamer niet tot zondebok mag worden gemaakt voor de stijgende kosten van diergeneeskundige zorg, dat dierenartsen waardering verdienen voor hun belangrijke werk en dat bedreigingen, scheldpartijen en andere vormen van agressie tegen dierenartsen ten strengste worden afgekeurd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1468 (28286).

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan wij luisteren naar mevrouw Vellinga-Beemsterboer, die spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb veel vertrouwen in de inzet. Ik denk dat we aan het begin staan van heel wat jaren van ontwikkeling en professionalisering. Om dat vooruit te helpen, heb ik twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat toegang tot betaalbare diergeneeskundige zorg voor iedereen gewaarborgd moet blijven;

overwegende dat onverwacht hoge dierenartskosten kunnen leiden tot financiële en emotionele druk bij diereneigenaren;

overwegende dat een hogere verzekeringsgraad mogelijk kan bijdragen aan meer voorspelbaarheid van zorgkosten en een beter geïnformeerd besluitmoment vooraf;

verzoekt de regering te onderzoeken welke effecten een hogere verzekeringsgraad van huisdierenverzekeringen heeft op het voorkomen van onverwacht hoge dierenartskosten, de betaalbaarheid van diergeneeskundige zorg en de voorspelbaarheid van uitgaven voor diereneigenaren;

verzoekt de uitkomsten van dit onderzoek mee te nemen in de Uitvoeringsagenda Diergeneeskundige zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vellinga-Beemsterboer.

Zij krijgt nr. 1469 (28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de diergeneeskundige sector in beweging is en dierenartsen steeds vaker werken binnen grotere ketens en onder toenemende werkdruk;

overwegende dat voortdurende professionele ontwikkeling essentieel is om de kwaliteit, onafhankelijkheid en zorgvuldigheid van diergeneeskundige besluitvorming te waarborgen;

overwegende dat goede nascholing en begeleiding van jonge dierenartsen kunnen bijdragen aan het versterken van de beroepsgroep en het tegengaan van uitval;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe levenslang leren, nascholing en professionele ontwikkeling van dierenartsen structureel kunnen worden versterkt en eventueel beter kunnen worden gefaciliteerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vellinga-Beemsterboer.

Zij krijgt nr. 1470 (28286).

Dank u wel. We gaan luisteren naar mevrouw Ten Hove, die spreekt namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):

Dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vraag naar diergeneeskundige zorg toeneemt en dat er sprake is van een groeiend tekort aan dierenartsen;

overwegende dat paraveterinairen beschikken over specialistische kennis en vaardigheden die in de praktijk nog onvoldoende zelfstandig worden benut;

overwegende dat het verruimen van de zelfstandige bevoegdheden van paraveterinairen kan bijdragen aan het efficiënter benutten van zorgcapaciteit voor dieren, kan leiden tot kostenreductie voor dierhouders en kan leiden tot een verlichting van de arbeidskrapte;

verzoekt de regering om, in samenspraak met de sector, te verkennen op welke wijze de zelfstandige bevoegdheden van paraveterinairen kunnen worden verruimd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ten Hove.

Zij krijgt nr. 1471 (28286).

Dank u wel. We gaan nu luisteren naar de heer Lohman, die spreekt namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.

De heer Lohman (CDA):

Voorzitter. De staatssecretaris zegt dat dierenartsen soms zelf voor een keten kiezen vanwege een betere werk-privébalans, maar is dat niet juist het probleem? Als de werkdruk in zelfstandige praktijken zo hoog is dat dierenartsen daaraan willen ontsnappen door bij een keten te gaan werken, is opkoping geen vrije keuze, maar een uitwijkmogelijkheid. Is de staatssecretaris dat met mij eens? Is hij bereid om te onderzoeken of en hoe we in zelfstandige praktijken de werkdruk kunnen verlagen en de arbeidsomstandigheden kunnen verbeteren, om daarmee de afhankelijkheid van ketenvorming te kunnen verminderen?

Voorzitter. Dan de spoedzorg. Ik hoorde de staatssecretaris op mijn vraag antwoorden dat hij werk gaat maken van de wettelijke verankering van de regeling voor spoedzorg, dat hij gaat zorgen dat het handhaafbaar is en dat hij de Kamer daar begin 2027 over zal informeren. Is dat een toezegging? Kan de minister aangeven welke tussenstappen hij richting 2027 neemt en hoe hij de bestaande landelijke werkgroep daarin meeneemt?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Graus, die spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.

De heer Graus (PVV):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering maximumtarieven in te laten stellen voor veterinaire basiszorg en noodhulp,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Graus, Beckerman en Kostić.

Zij krijgt nr. 1472 (28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering vercommercialisering van veterinaire basiszorg en noodhulp tegen te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Graus, Beckerman en Kostić.

Zij krijgt nr. 1473 (28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering een einde te maken aan de ongebreidelde overnamegolf van dierenklinieken door commerciële investeerders,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Graus, Beckerman en Kostić.

Zij krijgt nr. 1474 (28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering een onafhankelijke veterinaire zorgautoriteit in het leven te roepen, gelijk de (humane) Nederlandse Zorgautoriteit,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.

Zij krijgt nr. 1475 (28286).

De heer Graus (PVV):

En de laatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om professionele standaarden, ontwikkeld door de beroepsgroep middels een onafhankelijke kwaliteitsborging, wettelijk te borgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.

Zij krijgt nr. 1476 (28286).

De heer Graus (PVV):

Mevrouw de voorzitter. Ik wil tot slot even iets zeggen. Ik zit nu — dat zeg ik vaker — twintig jaar in de Kamer, maar ik heb nooit een van de leden negatief horen spreken over dierenartsen. Dat lees je wel vaak. Het is net alsof wij hier heel negatief zijn over dierenartsen. We vinden ze allemaal helden; we vinden ze allemaal fijne mensen. Het zijn ook echt allemaal toffe mensen. Maar het gaat erom dat wij hier strijden tegen de vercommercialisering van de dierenzorg en die ongebreidelde overnames. Dat moet heel duidelijk worden gezegd. Ik wil er een einde aan maken dat dat iedere keer fout wordt uitgelegd, ook in de media.

Dank u wel.

De voorzitter:

Een moment, meneer Graus, want na dit betoog heeft mevrouw Van der Plas een vraag voor u.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik voel me aangesproken, omdat ik een spreekt-uitmotie heb ingediend over dat het onacceptabel is hoe dierenartsen in de spreekkamer worden behandeld. Daarmee zeg ik niet dat wij dat doen. Met zo'n spreekt-uitmotie maak je als parlement een statement, ook richting de maatschappij, dat wij iets onacceptabel vinden en dat je een bepaalde groep, in dit geval de dierenartsen, wil ondersteunen. De motie zegt dus niet dat deze Kamer dat doet, maar is algemener bedoeld, als signaal naar de maatschappij.

De heer Graus (PVV):

Ik doelde ook helemaal niet op mevrouw Van der Plas of haar motie, want ik had die zelfs graag meegetekend. Nee, daar doelde ik niet op. Het gaat mij erom dat ik in heel veel media lees dat wij hier de dierenartsen iedere keer af … Dierenartsen reageren daar ook op. Maar dat is niet zo. Heel veel dierenartsen hebben zelf ook moeite met die vercommercialisering en dat ze plotseling hogere tarieven moeten rekenen, want vaak moeten ze er 30% of 40% bovenop zetten. Vooral de dierenartsen van de oude stempel hebben daar moeite mee. Als een kattenvrouwtje vraagt of ze het gespreid kan betalen, kan dat opeens helemaal niet meer. Heel veel dierenartsen van de oude stempel hebben daar last van.

De voorzitter:

Volgens mij …

De heer Graus (PVV):

Ik heb dus nooit gedoeld op mevrouw Van der Plas of haar spreekt-uitmotie.

De voorzitter:

Ik proefde ook geen indirecte uitlokking. Ik heb ook het idee dat u het met elkaar eens bent.

De heer Graus (PVV):

Ja, precies.

De voorzitter:

Als u dat beiden beaamt, kan ik deze termijn afsluiten.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik beaam dat. De heer Graus is welkom om de motie mee te tekenen.

De voorzitter:

Kijk.

De heer Graus (PVV):

Dank u wel. Heel graag! Als ik daar tot slot op mag reageren: het gebeurt ook bij huisartsen vandaag de dag. Die willen ook geen huisarts meer zijn, met al die tokkies met die grote bekken en die internetgeleerden en ...

De voorzitter:

Ho, ho, ho, ho, ho.

De heer Graus (PVV):

Ik vind het heel erg wat er gebeurt met dierenartsen en assistenten, maar dat gebeurt in de humane zorg ook. Mensen krijgen een steeds grotere klep en ze menen dat ze zelf arts zijn, omdat ze alles kunnen opzoeken vandaag de dag.

De voorzitter:

Maar nu gaan we afronden. We zijn aan het einde gekomen van ...

De heer Graus (PVV):

Gezegende avond.

De voorzitter:

Nou, het is het begin van de middag. We zijn aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. De staatssecretaris heeft aangegeven tien minuten nodig te hebben voor de voorbereiding van de appreciaties, dus ik schors tien minuten.

De vergadering wordt van 12.40 uur tot 12.51 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over de stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken. Wij zijn toegekomen aan de tweede termijn van de zijde van het kabinet. Ik stel voor om één vraag per eigen ingediende motie toe te staan. Dat gezegd hebbende, geef ik graag de staatssecretaris het woord.

Staatssecretaris Erkens:

Voorzitter. Op een aantal vragen uit de eerste termijn zou ik in de tweede termijn nog terugkomen. Dat zal ik als eerste gaan doen.

De vraag van het lid Graus over het toelatingsbeleid voor de opleiding diergeneeskunde: dat valt onder de verantwoordelijkheid van OCW. In de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is bepaald dat opleidingen met numerus-fixuskandidaten moeten selecteren via toetsing, loting of een combinatie van beide. De opleiding diergeneeskunde heeft ervoor gekozen om alleen toetsing toe te passen. Vroeger was er alleen sprake van loting. Scholieren dienen nu een situational judgement test te maken, die voor de helft meetelt. Daarnaast wordt er gekeken naar het gemiddelde van de cijferlijst voor de verplichte vakken zoals genoemd. De situational judgement test kijkt ook naar hoe kandidaten reageren in bepaalde situaties. Ook dienen zij een vragenlijst in te vullen die hen aanzet na te denken over de vraag of de opleiding goed bij hen past.

Dan een vraag van D66 uit de eerste termijn die uit mijn map gevallen was, namelijk over professionele ontwikkeling en een leven lang leren door de beroepsgroep. Ik ben het eens met het lid dat professionele ontwikkeling en een leven lang leren belangrijke pijlers zijn om de positie van de autonome dierenarts te versterken en de kwaliteit van de zorg goed te borgen. De beroepsgroep erkent dit belang ook en werkt hieraan. Samen met hen verken ik op dit moment een herregistratieplicht voor diergeneeskundigen. Daarmee dienen diergeneeskundigen net als humane artsen periodiek aan te tonen dat zij bekwaam genoeg zijn om het vak uit te oefenen. Daar hoort dus een leven lang leren bij. Bij de uitvoering trek ik samen op met de beroepsgroep. Ik zal daar in toekomstige brieven ook nader op terugkomen in verband met de routekaart.

De voorzitter:

Eén vraag, mevrouw Vellinga-Beemsterboer.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):

Kan de staatssecretaris dan ook toezeggen dat de ontwikkeling hiervan niet een enorme kostenpost gaat betekenen voor startende dierenartsen die misschien een eigen praktijk willen openen?

Staatssecretaris Erkens:

Daar zal ik nog op ingaan. We voeren ook een impactanalyse uit naar de financiële effecten van die herregistratieplicht op de veterinaire praktijkvoering. Die verwachten we eind dit jaar, dus begin volgend jaar kan ik die herregistratieplicht meenemen in de routekaart. Dat kan ik toezeggen.

Dan vragen van het lid Kostić. Wanneer komt er een antwoord op de motie over een plan van aanpak om een einde te maken aan de handel in kortsnuitige honden? Dat komt voor het zomerreces; zo snel als mogelijk voor het zomerreces, laat ik het zo zeggen. De motie over onlinehandel komt terug per brief voorafgaande aan het debat, zoals ik aangaf.

Voorzitter. Dan had het CDA nog een aantal vragen gesteld. Welke tussenstappen neemt u richting 2027 rondom de spoedzorg? De standaard voor spoedzorg wordt door de beroepsgroep — dat is de werkgroep die u noemde — ontwikkeld. In de routekaart nemen we dat mee. Ik kan ook toezeggen dat ik begin 2027 die routekaart naar de Kamer stuur. Daarin staat wie welke actie uitvoert en met welk tijdpad en met welke tussenstappen dat gebeurt. Dat was volgens mij ook de vraag van de heer Lohman. Zo weet u als Kamer wat er wanneer kan komen en wie daarvoor aan de lat staat. Ik ga hierin ook in op de manier waarop de wetgeving wordt voorbereid. We zijn op dit moment in goed contact met de werkgroep Spoedzorg, die momenteel werkt aan het uitwerken van die standaarden.

Dan heb ik nog één vraag van het lid Lohman. Hij heeft geen moties ingediend. Het beantwoorden van deze vraag bespaart ook moties. Complimenten dus voor het Kamerlid met weinig moties. De vraag was of de werkdruk niet een van de onderliggende oorzaken is dat mensen de stap zetten naar de ketens en of die niet een probleem is waar we eigenlijk iets aan moeten doen. Ik erken de constatering hierin. We hebben onderzoek gedaan naar de arbeidsmarkt. Op basis van de uitkomsten hiervan kijken we naar het herverdelen van de bevoegdheden binnen de praktijk. Ik heb eerder in het debat tegen het lid Beckerman gezegd dat ik in zal gaan op samenwerkingsverbanden, ook op het voorbeeld uit Frankrijk. Ik kan toezeggen dat ik daarbij ook in zal gaan op dit probleem, want ik zie het. Ik zou in die reflectie ook in kunnen gaan op de werkdruk en wat we kunnen doen om daar via samenwerkingsverbanden tussen zelfstandige praktijken mogelijk iets aan te doen. Dat zijn vaak samenwerkingsverbanden van zelfstandige praktijken die ook al spoedzorg georganiseerd krijgen. Ik ben zelf dus voor het meer aanmoedigen van zo'n model. Ik zal daarop terugkomen, conform de eerdere toezegging.

Voorzitter. Voordat ik de moties ga appreciëren, wil ik zeggen dat ik blij ben met hoe dit debat verlopen is. Volgens mij is er best consensus over dat dierenartsen gewoon ontzettend hard en goed werken, dat veel baasjes tevreden zijn en tegelijkertijd dat we de komende jaren met elkaar een aantal zaken anders moeten gaan doen, omdat de trends gewoon niet de goede kant opgaan. Dat zit deels in de eigen verantwoordelijkheid. Ik vind dat we huisdiereigenaren of potentiële eigenaren daarop moeten kunnen aanspreken. Wat voor hondje koop je? Een mopshond komt met meer zorgkosten. Hoeveel huisdieren koop je? Als je negen katten, vier honden en een tropisch aquarium koopt, zitten daar meer kosten aan vast dan wanneer je één huisdier hebt. Die eigen verantwoordelijkheid vind ik ook van belang. Dat neemt niet weg dat er op dit moment echt excessen plaatsvinden in de huisdierenzorg. Ik geloof echt dat we met dit pakket hele forse stappen zetten om die excessen aan te pakken.

Dan ga ik over naar de moties. De motie op stuk nr. 1461 van het lid Kostić is …

De voorzitter:

Ik hoor van alles aan mijn rechterkant. De heer Graus wil graag een compliment geven. Gaat uw gang.

De heer Graus (PVV):

Nee, ik wil even zeggen dat mijn naam ontbreekt onder die eerste twee moties. Ik zou die meetekenen met lid Kostić, maar daar is mijn naam niet onder gekomen.

De voorzitter:

Ik zie dat het lid Kostić een duim opsteekt. Dan komt onder de eerste twee moties de naam Graus te staan. Dan hoop ik nu op de appreciaties. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Erkens:

De motie op stuk nr. 1461 gaat over het al voorbereiden van de invoering van maximumtarieven als blijkt dat voldoende aanbod en effectieve concurrentie niet mogelijk zijn. Die ontraad ik, verwijzend naar het debat.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1461 wordt ontraden.

Staatssecretaris Erkens:

Ik wil daar nog aan toevoegen dat we na tweeënhalf jaar dus een evaluatie hebben, waarbij u ook als Kamer weer kan bezien of u wel of niet vertrouwen heeft in deze aanpak. Als ik dit nu ga voorbereiden en al deze acties ga uitwerken, zou dat namelijk ook de prikkel weghalen voor de beroepsgroep. Als je met elkaar al zegt "we bereiden die prijsregulering voor en die hangt boven de markt en we voeren 'm mogelijk in", straal je wat mij betreft ook weinig vertrouwen uit dat je met het voorgestelde beleid de resultaten gaat bereiken.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1461 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 1462.

Staatssecretaris Erkens:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 1462 gaat over de Kamer halfjaarlijks informeren over de voortgang van de uitvoeringsagenda. Ik kan die oordeel Kamer geven, mits ik "halfjaarlijks" wat ruimer mag interpreteren. Soms zal het acht maanden zijn, soms vier maanden, afhankelijk van of ik wat te vertellen heb.

De voorzitter:

Ik zie een duim van het lid Kostić.

Staatssecretaris Erkens:

Kijk!

De voorzitter:

Daarmee kan de motie op stuk nr. 1462 de appreciatie oordeel Kamer krijgen.

Staatssecretaris Erkens:

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 1463, die vraagt om uitvoering te geven aan de motie. Dat doe ik al, dus deze motie is overbodig.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1463 is overbodig.

Staatssecretaris Erkens:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 1464, van het lid Beckerman, verzoekt de regering om maatregelen zoals een verplicht percentage eigenaarschap van dierenartspraktijken door dierenartsen te onderzoeken. Het verzoek om daar een los onderzoek op uit te zetten, ontraad ik. Ik blijf wel bij mijn toezegging dat we die reflectie op dit bredere aspect van samenwerkingsverbanden aan de Kamer zullen toesturen.

De voorzitter:

Krijgt de motie op stuk nr. 1464 daarmee de appreciatie ontraden?

Staatssecretaris Erkens:

Ja, de motie op stuk nr. 1464 is ontraden, maar een lichtere variant hiervan heb ik wel toegezegd.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 1465 is ontraden. We nemen andere maatregelen. Die willen we eerst nemen en dan evalueren.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1465 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 1466.

Staatssecretaris Erkens:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 1466 kan ik oordeel Kamer geven. Ik zal in gesprek gaan met de faculteit daarover.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1466 krijgt oordeel Kamer. Daar heeft mevrouw Beckerman een vraag of een compliment over. Gaat uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik wacht natuurlijk tot een "oordeel Kamer" voordat ik kom zeuren over eerdere moties!

De voorzitter:

Over welke motie gaat dit, mevrouw Beckerman?

Mevrouw Beckerman (SP):

Over de allereerste motie, met een heleboel namen eronder — zelfs een meerderheid.

De voorzitter:

Dat is de motie op stuk nr. 1461.

Mevrouw Beckerman (SP):

Nee, het gaat over mijn eigen eerste motie: die op stuk nr. 1463, over de maximumtarieven. Het wordt een beetje een semantische discussie als de staatssecretaris zegt dat de motie overbodig is, want eerder in het debat zei hij: ik vind eigenlijk dat ik al genoeg gedaan heb. Volgens mij is het helder dat de Kamer zegt: wij vinden dit nog niet helemaal genoeg. Wij willen het echt in lijn brengen met dat Dierendagakkoord, waarin ook echt stond: "Direct na ontvangst van de bevindingen van de ACM willen we onderzoeken of en hoe een maximumtarief voor bepaalde behandelingen in de spoedzorg ingevoerd kan worden." Kan de staatssecretaris daar niet in meebewegen en zeggen: ik ga toch nog beter kijken naar wat de Kamer bedoelt en dit goed uitzoeken?

Staatssecretaris Erkens:

We hebben dit dus uitgezocht met elkaar en zijn tot de conclusie gekomen dat we die tarieven niet willen maximeren, met alle nadelige effecten die benoemd zijn. Dan zou ik hetzelfde onderzoek of dezelfde analyse opnieuw doen, om vervolgens weer dezelfde constatering te delen. Ik denk dat we dan gewoon inhoudelijk verschillende conclusies trekken.

De voorzitter:

Ik had één vraag per ingediende motie toegestaan, mevrouw Beckerman. Of heeft u over alle andere moties verder geen vragen meer? Dat dacht ik al. De motie op stuk nr. 1467.

Staatssecretaris Erkens:

De motie op stuk nr. 1467 verzoekt de regering in overleg met de sector en toezichthouder onderzoek te doen en een onafhankelijk en laagdrempelig meldpunt in te richten. Die kan ik oordeel Kamer geven met een kleine interpretatie. We maken een verbod op winst- en omzetgerelateerde prikkels. Deze wetgeving werken we nu uit. Dat meldpunt nemen we als mogelijke optie mee. Ik kan dus zeggen dat we dat onderzoeken en de Kamer vervolgens informeren over de richting die wij kiezen. Het directe inrichten volgt wel pas daarna.

De voorzitter:

Ik kijk naar mevrouw Van der Plas. Die knikt. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 1467 met deze interpretatie oordeel Kamer.

Staatssecretaris Erkens:

De motie op stuk nr. 1468 is een spreekt-uitmotie. Daar gaat uw Kamer over.

De motie op stuk nr. 1469 krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1469 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Erkens:

De motie op stuk nr. 1470 krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1470 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Erkens:

De motie op stuk nr. 1471 krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1471 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Erkens:

De motie op stuk nr. 1472 ontraad ik onder verwijzing naar het debat.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1472 wordt ontraden.

Staatssecretaris Erkens:

De motie op stuk nr. 1473 kan ik oordeel Kamer geven met een interpretatie. Ten algemene is commercialisering niet per se slecht, maar de risico's die hiermee zijn ontstaan voor consumenten wel, die toenemen als er geen maatregelen worden genomen. Als ik de motie dus zo mag interpreteren dat er bedoeld wordt dat de ontstane risico's van overbehandeling en hoge prijzen moeten worden tegengegaan, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Ik zie de heer Graus knikken, dus de motie op stuk nr. 1473 krijgt met deze interpretatie oordeel Kamer.

Staatssecretaris Erkens:

De motie op stuk nr. 1474 kan ook oordeel Kamer krijgen met een interpretatie. Als we de inroepbevoegdheid in de Mededingingswet gaan overnemen, is het voor de ACM dus mogelijk om overnames te toetsen en ook te verbieden als er regionale concentratie ontstaat. Als ik de motie zo mag interpreteren dat deze vraagt een einde te maken aan overnames die zorgen voor marktconcentratie of mededingingsrechtelijk onwenselijk zijn, kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Ook nu knikt de heer Graus, dus met deze interpretatie krijgt de motie op stuk nr. 1474 oordeel Kamer.

Staatssecretaris Erkens:

De motie op stuk nr. 1475 ontraad ik. Het humanegezondheidszorgstelsel is veel omvangrijker dan de diergeneeskundige zorgverlening. Een vergelijking daarmee is niet goed te maken. De ACM blijft als toezichthouder de markt voor huisdierenzorg volgen en zal over een aantal jaar dus ook evalueren welke vervolgstappen er nodig zijn.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1475 wordt ontraden. Tot slot de motie op stuk nr. 1476.

Staatssecretaris Erkens:

De motie op stuk nr. 1476 krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1476 krijgt oordeel Kamer.

Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We stemmen aanstaande dinsdag over de ingediende moties. Ik wil alle leden en de staatssecretaris bedanken voor hun bijdragen. Ik schors tot 13.20 uur.

De vergadering wordt van 13.03 uur tot 13.19 uur geschorst.

Milieuraad d.d. 25 juni 2026

Milieuraad d.d. 25 juni 2026

Aan de orde is het tweeminutendebat Milieuraad d.d. 25 juni 2026 (21501-08, nr. 1033).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Milieuraad. Ik heet de leden van de Kamer en de minister in vak K welkom. Ik ga als eerste het woord geven aan de heer Jansen. Gaat uw gang.

De heer Chris Jansen (PVV):

Dank, voorzitter. Ik zou graag via u aan de leden willen vragen of ik kan deelnemen aan het debat met nul minuten spreektijd.

De voorzitter:

Ik ga eens even om mij heen kijken. Nou, dat wordt met enthousiasme ontvangen. Welkom.

Dan gaan we nu luisteren naar het lid Kostić. Zij spreekt namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dank.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer de motie-Kostić (21501-08, nr. 1020) heeft aangenomen om te borgen dat vereenvoudigingen in de Europese wet- en regelgeving niet leiden tot extra schade aan gezondheid, natuur en milieu;

constaterende dat de Kamer met de motie-Bromet c.s. (22112, nr. 4335) al heeft aangegeven betrokken te willen worden bij belangrijke stemmingen over Omnibussen;

overwegende dat de Kamer te allen tijde in de positie moet zijn om ook de kosten, baten en risico's die voortvloeien uit de Milieuomnibus integraal af te wegen op basis van wetenschappelijke inzichten;

verzoekt de regering om de Kamer actief op de hoogte te houden van de ontwikkelingen, en voorafgaand aan belangrijke stemmingen over de Milieuomnibus aan de Kamer een definitief beslismoment voor te leggen, zodat zij de voor- en nadelen integraal kan afwegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Zalinyan.

Zij krijgt nr. 1036 (21501-08).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer de motie-Kostić (21501-08, nr. 1020) heeft aangenomen om te borgen dat vereenvoudigingen in de Europese wet- en regelgeving niet leiden tot extra schade aan gezondheid, natuur en milieu;

constaterende dat de onafhankelijke Commissie mer heeft geconstateerd dat de Milieuomnibus waarschijnlijk een achteruitgang betekent voor de bescherming van het milieu;

verzoekt de regering om zich voor nu aan te sluiten bij de blokkerende minderheid bij de positiebepaling over de Milieuomnibus,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Zalinyan.

Zij krijgt nr. 1037 (21501-08).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer de motie-Bromet/Kostić (22112, nr. 4349) heeft aangenomen om bij de Food and Feed Omnibus gerichte voorstellen te doen die Nederland in staat stellen de KRW-doelen sneller te behalen;

verzoekt de regering om zich er bij de Milieuomnibus voor in te zetten dat voorstellen bijdragen aan het sneller behalen van de bestaande doelen van de Kaderrichtlijn Water,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Zalinyan.

Zij krijgt nr. 1038 (21501-08).

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik wil benadrukken waar we het eigenlijk over hebben: een plan vanuit Brussel om ervoor te zorgen dat de regels die onze gezondheid en het milieu beschermen, worden afgezwakt. Dat gebeurt met een noodgang, zonder zorgvuldige processen, zonder een zorgvuldig debat, zonder wetenschappelijke toetsing. Wat je er verder ook van vindt, volgens mij kunnen we dat niet laten gebeuren. Er is een blokkerende minderheid tegen deze Omnibus, want andere landen zijn wel verstandig. Ik roep de staatssecretaris op: sluit je daarbij aan; dat biedt je uiteindelijk meer ruimte om het uiteindelijk misschien beter te maken.

De voorzitter:

Dank u wel. Net zei ik "welkom aan de minister", maar ik bedoelde natuurlijk "welkom aan de staatssecretaris". Nog steeds van harte welkom. We gaan nu luisteren naar mevrouw Zalinyan. Zij spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.

Mevrouw Zalinyan (PRO):

Eén motie, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nog veel onduidelijk is over de voorstellen vanuit de Europese Commissie ten aanzien van de mogelijke herziening van de KRW;

overwegende dat herziening van de KRW grote gevolgen kan hebben voor de maatschappelijke kosten ten aanzien van drinkwater, biodiversiteit en gezondheid;

verzoekt de regering om tijdens de Milieuraad niet akkoord te gaan met onomkeerbare stappen ten aanzien van de herziening van de KRW zolang onvoldoende duidelijk is wat de gevolgen zijn voor de waterkwaliteit en voordat de Kamer hierover geïnformeerd is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Zalinyan, Bromet en Kostić.

Zij krijgt nr. 1039 (21501-08).

Mevrouw Zalinyan (PRO):

Dank.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we tot slot luisteren naar mevrouw Zwinkels. Zij spreekt namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording in het schriftelijk overleg. We onderschrijven de inzet van het kabinet bij de Milieuomnibus en we onderschrijven de Nederlandse inzet die zich erop richt dat vereenvoudiging niet mag leiden tot extra schade aan gezondheid, natuur en milieu.

Ik heb nog één aanvullende vraag over een ander belangrijk onderwerp, namelijk de zogenaamde Packaging and Packaging Waste Regulation, waarin onder andere de regels rondom wegwerpbekers en herbruikbare bekers zijn opgenomen. Kan de staatssecretaris aangeven wat daarop de Nederlandse inzet is en hoe dit traject er in Brussel en in Nederland uit zal zien? Wat mij betreft hoeft de staatssecretaris dat niet te doen in dit debat, want ik snap dat hij daar niet zelf over gaat, maar het zou goed zijn als we dat nog wel voor het commissiedebat over circulaire economie van volgende week ontvangen.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. De staatssecretaris heeft aangegeven enkele minuten nodig te hebben voor de voorbereiding van de appreciaties. Ik schors voor enkele ogenblikken. Blijf in de buurt.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Milieuraad. We zijn toegekomen aan de termijn van het kabinet. Ik geef daartoe de staatssecretaris van harte het woord. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Bertram:

Voorzitter, dank u wel. Eén vraag van mevrouw Zwinkels over de Nederlandse inzet. Ik zal mijn collega van KGG hierover informeren. Volgende week heeft u een debat, dus volgens mij is dat een mooi moment om dat met haar te bespreken.

Dan de drie moties. De eerste motie, die op stuk nr. 1036, krijgt oordeel Kamer. Ik zou daar wel twee dingen bij willen zeggen. BZ heeft natuurlijk het eigen informatiekader afgesproken met de Kamer. Ik beschouw het als een inspanningsverplichting, want iedereen weet dat het met die trilogen heel erg snel kan gaan of juist met wat meer tijd. Dus als ik dit als inspanningsverplichting op me kan nemen, dan is het "oordeel Kamer".

De voorzitter:

Ik zie het lid Kostić knikken, dus met deze interpretatie krijgt deze motie op stuk nr. 1036 oordeel Kamer. Nu de motie op stuk nr. 1037.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 1037 is ontraden. Zoals ik in mijn brief heb geschreven, is onze positie dat we ons onthouden. Ik heb die quickscan met u afgesproken en daar houd ik me ook aan. Zodra hij er is, gaat hij dus naar de Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1037 wordt ontraden. Dat geeft aanleiding tot één vraag van het lid Kostić.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Poeh. Waarom wachten op die quickscan als we weten dat die Commissie mer al kritisch is over de Milieuomnibus op het gebied van milieu? En als we dus weten dat er een blokkerende minderheid is van landen die ook zeggen dat dit echt niet goed gaat, als we weten dat de staatssecretaris en het parlement straks sowieso buitenspel staan ... Als we nu onze positie bepalen, is er weinig schuifruimte vanuit onze kant; dan is het allemaal vooral in de handen van het Europees Parlement. Waarom niet nu gewoon zeggen dat we ons aansluiten bij de blokkerende minderheid?

Staatssecretaris Bertram:

Ik zie dat net een beetje anders. Ik heb met uw Kamer afgesproken dat ik met een quickscan zou komen. Daar houd ik me ook aan. Daarom heb ik de collega's van het kabinet ook gevraagd om ermee in te stemmen dat wij ons nu onthouden. Als je kijkt naar het proces: het Europees Parlement moet nog aan bod komen, de Raad van Europa moet nog aan de orde komen. Onder het Ierse voorzitterschap starten dan op enig moment de trilogen en dan heb ik met u dat debat kunnen hebben over de quickscan.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1037 wordt ontraden. Nu de derde motie, die op stuk nr. 1038.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 1038 wordt ontraden, omdat de Kaderrichtlijn Water geen onderdeel is van de Milieuomnibus. Laat ik wel zeggen, ook namens de minister van IenW, dat wij, gelet op de ligging van ons land, natuurlijk juist enorm veel baat hebben bij maatregelen die in dat kader genomen worden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1038 wordt ontraden.

Staatssecretaris Bertram:

De vierde motie, die op stuk nr. 1039, is wat mij betreft overbodig. We krijgen hiervoor nog het traject van het BNC-fiche. Dan komt er ook een gesprek met de Kamer. We vermoeden dat dat zo'n beetje in het najaar zal zijn.

De voorzitter:

Eén vraag.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Over die laatste motie van mij. Ik snap niet dat de staatssecretaris die ontraadt, want ...

Staatssecretaris Bertram:

Ik heb gezegd "overbodig". Sorry, heb ik het verkeerd gezegd?

De voorzitter:

Ik denk dat we allemaal "ontraden" hebben gehoord waar u "overbodig" bedoelde.

Staatssecretaris Bertram:

Excuus, dan is dat mijn fout.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dat snap ik ook niet helemaal. Wat wij hier namelijk mee markeren als parlement, en dan zou ik eerder oordeel Kamer verwachten, is dat het resultaat van die omnibus niet ertoe mag leiden dat de doelen van de Kaderrichtlijn Water verder weggaan, maar dat we die juist moeten versnellen. Volgens mij is dat dan juist een mooie markering vanuit de Kamer. Ik snap niet waarom de staatssecretaris nu niet zegt: oké, oordeel Kamer.

Staatssecretaris Bertram:

Ik vind overbodig verstandiger omdat we een traject hebben afgesproken, namelijk een BNC-fiche. Dat gaat erover. Er komt ook een gesprek met de Kamer. Dat komt in het najaar. Vandaar dat ik op dit moment zeg: overbodig.

De voorzitter:

De vierde motie, die op stuk nr. 1039.

Staatssecretaris Bertram:

Dat was 'm.

De voorzitter:

Volgens mij wachten we nog op een appreciatie van die vierde motie, die op stuk nr. 1039.

Staatssecretaris Bertram:

Nee ... Excuus. Zal ik het nog even herhalen? Dus de eerste motie, die op stuk nr. 1036, kreeg oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 1037 was ontraden. De motie op stuk nr. 1038 was ontraden, omdat de Kaderrichtlijn Water geen onderdeel is van de Milieuomnibus. En deze laatste is overbodig.

De voorzitter:

Oké, dan is de derde motie, die op stuk nr. 1038, dus ontraden, met dezelfde toelichting als die we daarnet al gehad hebben. De vierde motie, die op stuk nr. 1039, is overbodig.

Ik ga nu alleen mevrouw Zalinyan, als indiener van die motie, nog de gelegenheid geven tot het stellen van een vraag.

Mevrouw Zalinyan (PRO):

Kunnen wij alsnog een overzicht krijgen van wat er allemaal, met welk onderdeel, naar ons toe komt? Want dan kunnen wij die beoordeling maken. De motie dient ertoe dat wij op tijd weten wanneer wij aan de rem kunnen trekken of wanneer wij aan meningsvorming kunnen doen. Kunt u een overzicht leveren?

Staatssecretaris Bertram:

Gaat dit over de motie op stuk nr. 1038, over de Kaderrichtlijn Water? Check. Of niet?

De voorzitter:

Ik hoop dat het over de motie op stuk nr. 1039 gaat. Dat is de motie van mevrouw Zalinyan.

Staatssecretaris Bertram:

Ja, dat kan zeker. Ik kan u zeker toezeggen dat we aangeven via welke stappen we uiteindelijk via dat BNC-fiche bij de Kamer uit komen.

De voorzitter:

Dus dit is een toezegging, maar de appreciatie van de motie blijft "overbodig".

Staatssecretaris Bertram:

Zeker, zeker, ja.

De voorzitter:

Dan is er volgens mij nog een vraag van mevrouw Zwinkels naar aanleiding van de beantwoording van een gestelde vraag.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Ja, dat klopt. Fijn om te weten dat er aandacht aan wordt besteed, maar ik zou het ook fijn vinden dat er niet alleen wordt verwezen naar het commissiedebat van volgende week, maar dat de staatssecretaris deze vraag van mij ook alvast doorgeleidt naar de minister. Is ze bereid om dat te doen? Dat zou ik erg prettig vinden, want dit raakt ook echt de Milieuraad. Daar zijn de minister en staatssecretaris wisselend bij aanwezig.

Staatssecretaris Bertram:

Dat zal ik doen.

De voorzitter:

Daarmee heeft u een toezegging en zijn wij aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij stemmen aanstaande dinsdag over de ingediende moties. O, we stemmen zo meteen. Excuus, ook ik begin het warm te krijgen als voorzitter. Ik schors voor een halfuur, waarna we dus gaan stemmen om 14.05 uur.

De vergadering wordt van 13.34 uur tot 14.05 uur geschorst.

Stemmingen

Stemmingen

Voorzitter: Van Campen

Stemmingen moties Milieuraad d.d. 25 juni 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Milieuraad d.d. 25 juni 2026,

te weten:

de motie-Kostić/Zalinyan over de Kamer actief op de hoogte houden en voorafgaand aan belangrijke stemmingen over de Milieuomnibus een definitief beslismoment voorleggen (21501-08, nr. 1036);

de motie-Kostić/Zalinyan over zich voor nu aansluiten bij een blokkerende minderheid bij de positiebepaling over de Milieuomnibus (21501-08, nr. 1037);

de motie-Kostić/Zalinyan over zich er bij de Milieuomnibus voor inzetten dat voorstellen bijdragen aan het sneller behalen van de bestaande doelen van de KRW (21501-08, nr. 1038);

de motie-Zalinyan c.s. over tijdens de Milieuraad niet akkoord gaan met onomkeerbare stappen ten aanzien van de herziening van de KRW zolang onvoldoende duidelijk is wat de gevolgen zijn voor de waterkwaliteit (21501-08, nr. 1039).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Kostić/Zalinyan (21501-08, nr. 1036).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van BBB en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić/Zalinyan (21501-08, nr. 1037).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kostić/Zalinyan (21501-08, nr. 1038).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Zalinyan c.s. (21501-08, nr. 1039).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

Dat waren de stemmingen.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Volgens mij heeft u mij bij de stemming over de motie op stuk nr. 1036 niet kunnen zien. Ik was niet in de zaal. De fractie van DENK wenst geacht te worden vóór te hebben gestemd.

De voorzitter:

We noteren dat. Dank u wel.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.

Ik stel aan de Kamer voor in te stemmen met het volgende schema voor de begrotingsbehandelingen het komende najaar:

in de week van 29 september: de Algemene Financiële Beschouwingen;

in de week van 6 oktober: Koninkrijksrelaties en Defensie;

in de week van 13 oktober: Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Economische Zaken;

in de week van 27 oktober: de Koning en Algemene Zaken, Onderwijs Cultuur en Wetenschap en Infrastructuur en Waterstaat;

in de week van 3 november: Klimaat en Groene Groei en Binnenlandse Zaken;

in de week van 10 november: Buitenlandse Zaken;

in de week van 17 november: Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie;

in de week van 24 november: Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp;

in de week van 1 december: Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Ik stel daarbij voor de volgende spreektijden aan de fracties toe te kennen:

D66: 288 minuten;

VVD: 256 minuten;

PRO: 240 minuten;

PVV: 232 minuten;

CDA: 224 minuten;

JA21: 152 minuten;

FVD: 136 minuten;

DENK, SGP, Partij voor de Dieren, ChristenUnie, SP en BBB: 104 minuten;

50PLUS: 96 minuten;

Volt: 88 minuten;

Groep Markuszower: 102 minuten;

Lid Keijzer: 66 minuten.

Ik stel voor dinsdag 30 juni aanstaande ook te stemmen over de ingediende moties bij de notaoverleggen over:

Veteranenbeleid;

de initiatiefnota van het lid Westerveld "Ons land is beperkt";

de initiatiefnota van de leden Rooderkerk en Vijlbrief "Lezen voor je leven",

en over de ingediende moties bij het wetgevingsoverleg over de Raming van de Tweede Kamer voor het jaar 2027.

Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van PRO bij de stemmingen op dinsdag 23 juni jongstleden geacht wenst te worden vóór de motie-Vellinga-Beemsterboer/Koorevaar (33576, nr. 492) en de motie-Zalinyan/Kostić (28089, nr. 362) te hebben gestemd.

Op verzoek van de fractie van JA21 benoem ik in de contactgroep Verenigd Koninkrijk en Verenigde Staten het lid Hoogeveen tot lid.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

het tweeminutendebat Pgb (CD d.d. 23/06), met als eerste spreker het lid Wendel van de VVD;

het tweeminutendebat Digitale inclusie (CD d.d. 24/06), met als eerste spreker El Boujdaini van D66;

het tweeminutendebat Fiscaliteit (CD d.d. 24/06), met als eerste spreker het lid Stultiens van PRO;

het tweeminutendebat Wijziging van de Zorgverzekeringswet teneinde het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering per 2027 te verhogen (36943).

Ik deel aan de Kamer mee dat voor het debat over de bouw van zeven megadatacenters ondanks politiek verzet de termijn voor toekenning is verlengd.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Zo! Dan zijn we aanbeland bij het debat over de staat van de rechtsstaat.

Staat van de rechtsstaat

Staat van de rechtsstaat

Aan de orde is het debat over de staat van de rechtsstaat.

De voorzitter:

Dan zijn we aanbeland bij het debat over de staat van de rechtsstaat. Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van harte welkom. Er zijn maar liefst veertien sprekers van de zijde van de Kamer. Als eerste geef ik het woord aan de heer Sneller voor zijn inbreng namens D66 in eerste termijn. Gaat uw gang.

De heer Sneller (D66):

Voorzitter. Adem in, adem uit, adem in, adem uit. De hele dag halen we adem zonder erbij na te denken. Alleen tijdens het sporten of bij ziekte zijn we ons er opeens bewust van, of zoals De Dijk zong: als ze er niet is, weet een man pas wat hij mist. Zo vanzelfsprekend als onze ademhaling lijkt voor velen ook onze democratische rechtsstaat, de beste garantie voor onze individuele rechten en onze manier van leven. Deze vanzelfsprekendheid is een valkuil. We moeten onze democratie juist bewust koesteren om haar te behouden. Onze democratie wordt namelijk bedreigd van buitenaf en van binnenuit en ze is kwetsbaar als ze onvoldoende werkt voor mensen. Grondbeginselen van de rechtsstaat werden geschonden, de strafrechtketen loopt vast, de overheid is te vaak ontoegankelijk. Dat zorgt voor wantrouwen en dat biedt ruimte voor ondemocratische ideeën. Het vergroten van het vertrouwen in onze democratie is dus een belangrijke beschermingsmuur tegen die ondermijning.

Het is dan ook cruciaal om de rechtsstaat beter te laten presteren. Daarvoor is actie nodig, en daarbij is snelheid ook een kwaliteit, zeg ik tegen vak K. De parlementaire enquête Fraudebeleid en Dienstverlening deed na uitgebreid onderzoek de volgende aanbevelingen. Ten eerste: hervorm de Algemene wet bestuursrecht zodat mensen centraal staan, met meer persoonlijk contact. We voegden daar een recht op vergissen en begrijpelijke taal aan toe. Ten tweede: zorg voor toegankelijke juridische hulp, inclusief hogere vergoedingen voor de sociale advocatuur. Daarnaast spraken we als Kamer uit: nee, wij gaan niet over tot de orde van de dag; wij gaan met deze aanbevelingen aan de slag. Waar staan we dan nu?

Het wetsvoorstel voor de versterking van de Awb schittert al jaren door afwezigheid, maar staat nu gelukkig in het coalitieakkoord. Welke inhoudelijke ambitie heeft het kabinet? Wanneer kunnen we dat wetsvoorstel verwachten?

Wees alsjeblieft creatief met het kortzichtige keurslijf van sommige financiële spelregels. De rechtshulp voor mensen kunnen we op verschillende manieren versterken, maar ook daarvoor geldt dat het geld schaars is. Welke keuze maakt de staatssecretaris om de middelen uit het coalitieakkoord zo effectief mogelijk in te zetten voor toegang tot het recht? Ook hiervoor geldt: zorg nou dat de baten, de positieve bijdrage, beter meegewogen worden. Want de huidige aanpak doet onze rechtsstaat en de schatkist tekort.

Voorzitter. De rechtsstaat toegankelijker maken is een essentiële stap om democratische erosie tegen te gaan, maar democraten moeten elke verkiezing winnen om de rechtsstaat te behouden, terwijl antidemocraten er vaak maar eentje hoeven te winnen om hun zin te krijgen. Daarom moeten we voorzorgsmaatregelen nemen. In Polen en Hongarije zien we namelijk hoe ondoenlijk het is om de schade op een rechtsstatelijke manier snel en effectief te herstellen. Het is net het ontklutsen van geklutste eieren. We moeten de waarborgen voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht dus versterken. Wanneer kunnen we voorstellen daarvoor verwachten van het kabinet? Krijgen we dit najaar al een onafhankelijke, aparte begroting voor de rechtspraak?

Ook constitutionele toetsing staat al jaren op de politieke agenda, maar we hebben veel tijd verloren, dus laten we tempo maken. Wanneer kunnen we hierop een vervolgstap van het kabinet verwachten?

Dan het maatschappelijk middenveld, de civil society, een onmisbaar fundament voor een weerbare democratie. De ruimte voor het maatschappelijk middenveld staat onder druk, onder andere door een stapeling van regelgeving en administratieve lasten. Om die ruimte te versterken is een nationaal actieplan voorgesteld. Dat lijkt mij een heel goed idee. Hoe kijkt de minister hiernaar?

Voorzitter. Ik rond af. We moeten nu voortvarend aan de slag om de democratische rechtsstaat beter te laten presteren en we moeten de kwetsbaarheden voor ondermijning aanpakken nu het kan. Het is tijd voor een democratisch offensief voor de rechtsstaat.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Martin Bosma (PVV):

Democratisch offensief … De heer Sneller noemde Hongarije en Polen. Blijkbaar waren dat onder vorige regeringen aldaar geen democratieën. In die landen kan je wel gewoon stemmen op een burgemeester. D66 was altijd voorstander van de gekozen burgemeester. Dat is vanaf het appel in 1966 altijd een belangrijk punt geweest. Thom de Graaf is, ik meen in 2005, nog afgetreden omdat men in de Eerste Kamer niet akkoord ging met zijn plan voor een gekozen burgemeester. Hij was daar zo boos over dat hij als minister aftrad. D66 was altijd voorstander van die gekozen burgemeester, maar tegenwoordig niet meer. Waarom zou een democratisch offensief ook niet moeten inhouden dat we gewoon kunnen stemmen op onze eigen burgemeester? Waarom vindt D66 dat niet meer?

De heer Sneller (D66):

De situatie in Polen en Hongarije is volgens mij juist heel ernstig gebleken. Mensen zijn daar gelukkig ook teruggekomen van de afslag die ze daar hebben genomen. Volgens mij is de cruciale conclusie die we daaruit moeten trekken dat we dat hier moeten voorkomen.

De heer Martin Bosma (PVV):

Neeneenee, nu gaat ie er een beetje omheen draaien. De heer Sneller nam afstand van de vorige regeringen van Polen en Hongarije. Die waren volgens hem niet democratisch. Ik werp hem voor de voeten dat men daar in ieder geval kon kiezen voor een burgemeester. Dat kunnen wij helemaal niet, dus blijkbaar zijn we een stuk minder democratisch dan die landen, ook onder de vorige regeringen. D66 was altijd voorstander van een gekozen burgemeester, vanaf het appel uit 1966. Het heeft altijd in de verkiezingsprogramma's gestaan. Thom de Graaf is er als D66-minister zelfs voor afgetreden; zo belangrijk was het voor D66. Het was een kroonjuweel, een raison d'être. Nu is D66 180 graden gedraaid. Het is niet langer voorstander van de gekozen burgemeester. Waarom?

De heer Sneller (D66):

Ik geef geen antwoord op de heer Bosma omdat hij dit spelletje al een keer eerder heeft gespeeld. We hebben dit toen uitgebreid bediscussieerd.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Martin Bosma (PVV):

De heer Sneller duikt. Dat snap ik wel, want D66 heeft zich altijd geprofileerd met de gekozen burgemeester. Het heeft dat tientallen jaren lang als een zeer belangrijk punt voor het voetlicht gebracht. Er is een minister voor afgetreden. Het is een aangelegen punt geweest voor D66. En nu draait D66 op dit punt. Dat is toch heel vreemd. Als ik vraag waarom, dan moet ik naar een partijcongres gaan. Ik wil niet naar een partijcongres gaan. Ik zit hier in de Tweede Kamer en ik wil weten waarom de heer Sneller 180 graden is gedraaid.

De heer Sneller (D66):

Ik heb de vorige keer ook aan de heer Bosma uitgelegd hoe een ledendemocratie werkt. Zijn obsessie voor het begrip ledendemocratie heb ik toen beantwoord met een uitnodiging om eens mee te gaan naar zo'n partijcongres.

Mevrouw Abdi (PRO):

Een prachtig betoog van mijn collega Sneller over hoe belangrijk de rechtsstaat is. Ik hoorde hem ook zeggen dat middelen schaars zijn. Ik zou willen zeggen: investeren in onze rechtsstaat is natuurlijk niet gratis. Gister kwam er een brief vanuit de sociale advocatuur, waarin staat: we hebben minstens 15 miljoen structureel per jaar nodig en incidenteel 20 miljoen euro per jaar voor de komende vijf jaar. Nu lees ik in het coalitieakkoord dat in het potje "goed bestuur en rechtsstaat" alleen maar 50 miljoen zit. Ik ben benieuwd hoe de heer Sneller dit voor zich ziet.

De heer Sneller (D66):

Er is voor de jaren erna wel wat meer, maar er zijn inderdaad verschillende manieren om dit te besteden. Die noemde ik al. Aan de ene kant kun je de griffierechten verlagen. Je kunt naar de sociaal-juridische dienstverlening. We hebben ook de rapportage van mevrouw Marijnissen gekregen. Je kunt ervoor zorgen, zoals de heer Kummeling ons voorhield in het rondetafelgesprek, dat rechtszaken onnodig worden door te zorgen voor betere dienstverlening. Maar ook daar zal geld voor nodig zijn. Dus het is inderdaad kiezen in de schaarste. Ik ben heel benieuwd welke keuzes mevrouw Abdi daarin maakt. Voor mij is de sociale advocatuur heel belangrijk. Die staat ook expliciet genoemd. Maar dat was ook naar aanleiding van de tweede commissie-Van der Meer. Daar hebben we natuurlijk wel andere voorstellen van gezien dan we nu horen. Ik ben daar wel van gecharmeerd.

Mevrouw Abdi (PRO):

Kiezen in schaarste; dat stelt mij eigenlijk niet echt gerust, als ik heel eerlijk ben. Deze bedragen zijn niet nieuw. Er zijn al heel lang oproepen om eindelijk echt financieel te gaan investeren in de rechtsstaat. We weten vaak ook niet wat de kosten en de baten zijn. Ik hoorde u wat zeggen in uw betoog. Volgens mij zit ik niet in de coalitie, maar u. Dus ik ben benieuwd: wat gaat u doen als u ziet dat u 50 miljoen hebt, maar er al meerdere claims liggen? Moet er niet simpelweg meer geld bij?

De voorzitter:

Spreekt u via de voorzitter, alstublieft, mevrouw Abdi.

De heer Sneller (D66):

Een van de dingen die ik nu tot twee keer toe heb gezegd, is dat ik vind dat de financiële regels die we nu hebben, onnodig knellen en ons tekortdoen. Een aantal van de maatregelen die ik noemde, zouden ook kunnen zorgen voor minder rechtszaken die hoeven te worden gevoerd door de Rijksoverheid, waardoor er juist geld beschikbaar komt. Ik vind dat onze eigen regels onnodig onze democratie en onze schatkist tekortdoen. Ik ben al een aantal jaren bezig om die regels ter discussie te stellen.

De heer Clemminck (JA21):

Een aardig betoog van collega Sneller. Hij had het onder andere over antidemocratische krachten. Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat onder islamitische gemeenschappen in Europa, ook bij de derde en vierde generatie overigens, grote delen de rechtsstaat afwijzen en de sharia verkiezen. Ik ben wel benieuwd naar de analyse van de heer Sneller. Welke oplossingsrichting ziet hij hiervoor?

De heer Sneller (D66):

Ik denk dat je, ongeacht de afkomst van democratische of antidemocratische sentimenten, ervoor moet zorgen dat onze democratische rechtsstaat weerbaar is. Dat is ook waarom een motie van de huidige minister voor een partijverbod in het verleden bijvoorbeeld is aangenomen, ongeacht overigens wat de achtergrond is van die partij of vereniging.

De heer Clemminck (JA21):

Ik ga toch nog een keer proberen of de heer Sneller iets specifieker kan zijn over het vraagstuk dat ik hem net heb voorgehouden.

De heer Sneller (D66):

De heer Clemminck vraagt wat ik vind van organisaties, verenigingen en stromingen die proberen onze democratie te ondermijnen. Volgens mij moeten wij onze democratie versterken en onze democratische rechtsstaat weerbaarder maken tegen de ondermijning. Ik heb daar een aantal voorstellen voor gedaan. Ik heb ze niet uitputtend kunnen behandelen in deze termijn. Van welke kant het ook komt of wat de inspiratie ook is van de mensen die onze democratie willen ondermijnen, ik denk dat deze maatregelen ons daar weerbaarder tegen maken en dus ervoor zorgen dat we onze democratie langer kunnen behouden. Dat is mij veel waard.

De heer Flach (SGP):

Ik sluit bij dat laatste aan. Een debat als dit leent zich soms voor wat filosofische beschouwingen. Als we het hebben over ondemocratische krachten, moeten we ook goed nadenken over wat dat dan precies betekent. Is het niet zo, vraag ik de heer Sneller, dat er in een sterke democratische rechtsstaat ruimte moet zijn voor ideeën die heel ver afstaan van de onze, daar misschien zelfs diametraal tegenover staan en zelfs andere opvattingen inhouden over de inrichting van de rechtsstaat? Is er daar niet een grensvlak, waarbij je moet oppassen om het woord "ondemocratisch" te gebruiken, of heeft de heer Sneller een veel verdergaande definitie?

De heer Sneller (D66):

Zonder dat de heer Flach zelf een definitie heeft gegeven, is het voor mij moeilijk te zeggen of die van mij verder gaat of niet. Er is binnen onze democratie ruimte voor ondemocratische ideeën. Maar je moet ook zorgen dat je weerbaar bent en dat die ideeën niet de overhand krijgen en de democratie zichzelf kan afschaffen. Dat is de hele leergang van de weerbare democratie. Je moet het niet te ver laten komen. Tegelijkertijd is het, om de filosofische kant hiervan te pakken, de vraag hoe tolerant je bent voor de intoleranten. Dat is altijd een dilemma, maar je moet er als democratie wel voor zorgen dat je uiteindelijk een slot op de deur hebt, zodat die democratie niet wordt afgeschaft.

De heer Flach (SGP):

Hier zit wel een spanningsveld, want we hebben allemaal onze voorkeuren en antipathieën, ook wat betreft opvattingen. Ik beluister het verhaal van de heer Sneller toch bijna alsof de definitie van "ondemocratische krachten" sterk verband houdt met de appreciatie die de heer Sneller heeft voor bepaalde opvattingen. Wat is in zijn ogen dan precies ondemocratisch?

De heer Sneller (D66):

Misschien moet ik gewoon even citeren uit de Wet op de politieke partijen, die we dit najaar hopelijk gaan behandelen. Een vereniging die in aanmerking komt voor het verbod op een politieke vereniging — dat is een breder toepasbare definitie wat mij betreft — wordt gedefinieerd als "een vereniging die door haar doelstelling of werkzaamheden een daadwerkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat". Onder die grondbeginselen vallen: "periodieke vrije en geheime verkiezingen, democratische besluitvorming, grondrechten, scheiding van machten, onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak". Ik denk dat dat een redelijke set criteria is om aan te toetsen.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Flach (SGP):

Helder. Dat is inderdaad een vrij objectieve definitie, denk ik. Moeten we dan niet met elkaar constateren dat dat in Nederland eigenlijk best prima aan de orde is? Ik hoor toch regelmatig in het betoog van de heer Sneller geluiden alsof die democratische rechtsstaat ernstig in gevaar is. Volgens mij hebben we met de trias politica, zoals we die hier hebben, toch een behoorlijk fundament liggen, dat ook gebleken gewerkt heeft. Dus is het probleem nou echt zo groot als de heer Sneller schetst?

De heer Sneller (D66):

Deze discussie hebben we vaker gehad. Dat het in het verleden goed is gegaan, is absoluut geen garantie voor de toekomst. Ons systeem is gebouwd en gebaseerd op een heel groot vertrouwen in degenen die zich in het politieke domein begeven en die de instituties bevolken, dat zij daar op een goede, democratische manier mee omgaan. Maar als je het vergelijkt met de Grondwet en constituties van andere landen, is het ook zeer kwetsbaar voor mensen die daar minder democratisch mee om zouden willen gaan. Ik denk dat het naïef is om te veronderstellen dat dat altijd zo zal zijn in Nederland. We hebben in andere landen gezien hoe snel die aftakeling kan gaan. Ik denk dus dat alertheid hier echt op zijn plaats is, zeker ook tegen de achtergrond van hoe moeilijk het is om het vervolgens te herstellen. Ik sprak toevallig laatst met de eerste minister van Justitie in Polen onder het kabinet-Tusk. Het is bijvoorbeeld ondoenlijk om daar een aantal politieke benoemingen in de rechterlijke macht ongedaan te maken, zonder zelf vanuit de politiek inmenging te hebben in de rechterlijke macht. Dat soort dingen nopen er wel toe om extra alert te zijn en hier voorzorgsmaatregelen te nemen, voordat we in die situatie belanden, die vervolgens niet om te keren is.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Op 25 november 2003 ging deze Kamer helemaal akkoord met de toetreding van Polen en Hongarije tot de Europese Unie. Sterker nog, D66 was daar toen een uitgesproken voorstander van. De democratie zou, na de val van het communisme, worden hersteld. Sterker nog, D66 heeft gewoon nauwelijks zorgen geuit destijds. Waarom laten wij landen toe? Er is nu ook weer sprake van uitbreiding van de EU. Gaat D66 nu gewoon een keertje goed nadenken over wat ze willen met uitbreiding van de EU met landen in Oost-Europa, wetende wat er is gebeurd in 2003 en wat voor, volgens D66, "verschrikkelijke gevolgen" dat heeft gehad? Dat zijn niet mijn woorden, maar meer die van D66.

De heer Sneller (D66):

Ik denk dat we te lang hebben gedacht, hier in Nederland, in deze Tweede Kamer, maar ook in andere landen, dat de Kopenhagencriteria die gelden bij toetreding voldoende waren om te waarborgen dat het daarna democratieën bleven en dat achteruitgang in die context — ik hoef alle Fukuyama's niet aan te halen — als het ware onomkeerbaar was. We hebben gezien dat het conditionaliteits- en rechtsstaatmechanisme en een aantal Europese instrumenten wel degelijk hebben kunnen werken, maar ook dat het onvoldoende is om de achteruitgang binnen de Unie tegen te gaan. Ik denk dat we daar alerter op moeten zijn. Ik zie daar de afgelopen jaren wel steeds meer bewustzijn van.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Sorry dat ik het zeg, maar D66 heeft gewoon een kilo boter op zijn hoofd. Hetzelfde gebeurt nu bijvoorbeeld met handelsverdragen. D66 staat helemaal vooraan in de rij om te zeggen dat die handelsverdragen juist goed zijn. Bijvoorbeeld Mercosur, het handelsverdrag met Zuid-Amerikaanse landen, waardoor voedselproducten worden geïmporteerd die niet aan onze standaarden voldoen. D66 zegt dan: dat is juist hartstikke goed, want wij gaan ervoor zorgen dat die landen onze standaarden overnemen. Maar we hebben toch gezien wat er is gebeurd? Volgens D66 is er maar één grote verschrikking: Polen en Hongarije. Je ziet toch dat dit gefaald heeft en dat D66 hierin gewoon gefaald heeft?

De heer Sneller (D66):

U dicht ons veel eer toe, mevrouw Van der Plas. Volgens mij is daar wel wat breders aan de hand. Maar wat was het alternatieve pad geweest? Misschien heeft ze daar zo meteen in haar eigen inbreng ook een reflectie op. Wat was het alternatieve pad voor Polen en Hongarije de afgelopen 22, 23 jaar geweest als zij geen lid waren geweest van de Unie? Welke kant was het dan opgegaan? En we moeten de waarborgen die de Europese Unie biedt voor herstel ook niet onderschatten. Als laatste: ik denk dat wij hier de wetten en ook de ratificatiewetten op een serieuze manier behandelen, zoals we dat laatst ook hebben gedaan met het uitleveringsverdrag met Marokko. We moeten dat soort momenten hier serieus wegen en de verschillende toekomsten bespreken.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Volgens mij staat D66 nu nog steeds te trappelen om bijvoorbeeld Oekraïne toe te laten tot de EU, en misschien ook nog wel om dat allemaal wat sneller te gaan doen. Dan krijgen we ook met een land te maken dat nog lang niet aan de Kopenhagencriteria voldoet. Dan gaan we weer hetzelfde pad op. D66 is gewoon voorstander van een zo groot mogelijke EU en pas later denken ze na over de gevolgen. Ze houden de bevolking voor dat zij ervoor gaan zorgen dat die landen dezelfde standaarden als Nederland en de EU hebben. Gaat u maar gerust slapen, het komt helemaal goed! Maar in hetzelfde verhaal van de heer Sneller komt het helemaal niet goed, want hij gaat hier los op Polen en Hongarije. Die belofte kun je helemaal niet doen. Zullen we dus ook stoppen met het versneld toelaten van Oekraïne tot de EU?

De heer Sneller (D66):

Ik denk dat Nederland uiteindelijk veiliger wordt als Oekraïne lid wordt van de Europese Unie. Wel zullen we aan de voorwaarden toetsen. Dit is een volledig consistent verhaal.

De heer Van Meijeren (FVD):

De heer Sneller kreeg zojuist de vraag wat hij verstaat onder die ondemocratische of onrechtsstatelijke krachten waarover hij spreekt. Toen verwees hij naar een artikel uit de Wet op de politieke partijen, waarin wordt voorgesteld politieke partijen te verbieden indien zij vanwege hun doelstelling of werkzaamheden een bedreiging vormen voor de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. Hij noemde toen die grondbeginselen: periodiek vrije verkiezingen, onafhankelijke rechtspraak, scheiding der machten en noem maar op. Nu zie ik, als ik om me heen kijk, geen partijen in deze Kamer die pleiten voor afschaffing van bijvoorbeeld verkiezingen, grondrechten of wat dan ook.

De heer Sneller (D66):

Het is overigens een daadwerkelijke en ernstige bedreiging. De lat ligt wel wat hoger dan de heer Van Meijeren zegt. Het is ook niet zo dat, als deze wet wel in werking zou zijn getreden, het aan mij is om te wijzen: daar zit ie, daar zit ie. Dat gaan we juist beter regelen doordat de procureur-generaal daar een rol in heeft.

De heer Van Meijeren (FVD):

Ja, dat klopt, maar dat is nog steeds geen antwoord op mijn vraag. De heer Sneller verwees naar dit wetsvoorstel, dat toevallig is geschreven op politieke partijen. Maar hij gebruikt het analoog in de beantwoording van de vraag wat hij verstaat onder ondemocratische of onrechtsstatelijke krachten. Mijn vraag is of hij concreet kan maken welke handelingen, gedragingen, uitlatingen of activiteiten hij waarneemt die hij kwalificeert als onrechtsstatelijk of ondemocratisch, gelet op de grondbeginselen die hij zojuist zelf oplas.

De heer Sneller (D66):

Maar de heer Van Meijeren citeert mij verkeerd. Ik zeg niet: als dit in werking is getreden, dan zullen er meteen partijen worden verboden. Vanwege het roepen buiten de microfoon zou ik nu bijna vragen, indachtig de heer Bosma: zijn we hier op de Albert Cuyp? Ik wou graag gewoon antwoord geven op de vraag van de heer Van Meijeren. Ik zeg niet dat er hier meteen partijen zullen worden verboden, maar dat het een belangrijke waarborg en een stok achter de deur is om er uiteindelijk voor te zorgen dat de democratie met de kenmerken die ik citeerde, niet wordt afgeschaft. Er zijn wel degelijk neigingen om bijvoorbeeld bepaalde grondrechten hier ter discussie te stellen, maar dat is uiteindelijk aan de rechter.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Van Meijeren (FVD):

Ik zou zeggen: waren we maar op de Albert Cuyp, want daar wordt volgens mij wat vaker de waarheid gesproken en wat minder gedraaid. De heer Sneller ontwijkt mijn vraag wat die antirechtsstatelijke of ondemocratische krachten zijn. Ik heb nog niet één voorbeeld genoemd. Natuurlijk kunnen alle partijen voorstellen doen om iets te veranderen aan grondrechten of aan de onafhankelijkheid van de rechtspraak, met het doel die te willen versterken. Er kan natuurlijk een andere invulling worden gegeven aan de belangenafweging. Als wij het Vluchtelingenverdrag willen opzeggen, dan zegt de heer Sneller: dat bedreigt de rechtsstaat, want de grondrechten van minderheden komen in het gedrang. Wij zeggen: dat versterkt de rechtsstaat, want de nationale soevereiniteit en onze democratie worden versterkt. Zo kun je natuurlijk anders over de rechtsstaat denken, maar ik heb nog geen voorbeelden genoemd van partijen die echt de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat willen aantasten.

De heer Sneller gebruikt dit als trucje om het inhoudelijke debat te vermijden, om niet meer in te hoeven gaan op onze concrete voorstellen, en om personen en partijen hier verdacht te maken zonder dat hij het concreet kan maken. Dat vormt een echte bedreiging voor de democratische rechtsstaat.

De heer Sneller (D66):

Wat een schwalbe van collega Van Meijeren hier, zeg. Hij doet geen enkel concreet voorstel en vraagt mij niet om op welk concreet voorstel dan ook te reageren. Hij vraagt mij alleen om nog een keer te herhalen wat er staat in de Wet op de politieke partijen. Volgens mij moet hij zelf in zijn termijn nog maar eens even laten zien wat een modeldemocraat hij is, want de afgelopen tijd hebben we natuurlijk wel degelijk wat opmerkingen en uitingen van de partij van de heer Van Meijeren gezien die niet heel democratisch waren.

De voorzitter:

Dank u wel. Neeneenee, meneer Van Meijeren. Wellicht kunt u samen met de heer Sneller een bezoekje brengen aan de Albert Cuyp. Heeft u een persoonlijk feit, meneer Van Meijeren?

De heer Van Meijeren (FVD):

Ja, ik heb een persoonlijk feit. De heer Sneller beschuldigde mij er zojuist persoonlijk van dat we de laatste tijd getuige zijn geweest van uitlatingen of ideeën van mij die schuren met de democratische rechtsstaat.

De voorzitter:

En uw persoonlijke feit?

De heer Van Meijeren (FVD):

Ik wil hem vragen om zijn woorden concreet te maken of terug te nemen. Dit zijn nou de voorbeelden waar ik de hele tijd naar vraag, maar die niet genoemd worden. Het zijn loze kreten om dissidente stemmen onschadelijk te maken.

De voorzitter:

U heeft uw punt gemaakt. Bij een persoonlijk feit zeggen we dan: waarvan akte. Het woord is aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng namens de BBB. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel, voorzitter. Johan Remkes zei enkele jaren geleden: "Ik ben geschrokken van de oprechte wanhoop in de ogen van redelijke mensen." Hij had het toen over boeren die al jaren leden en die nu nog lijden onder desastreuze regels en wetten en onder beschuldigingen dat ze gifspuiters, natuurvernietigers, dierenbeulen en fraudeurs zijn. Remkes omschreef die pijn in één zin. Bij PAS-melders, stikstofopkoopregelingen, gewasbescherming en Woo-verzoeken zijn het geen dossiers; dit zijn mensen. Dit zijn boerengezinnen die altijd hebben gedacht: als ik mij aan de regels houd, dan beschermt de overheid mij. Dat is echter niet zo.

Ook vandaag zullen fracties weer grote woorden spreken over de rechtsstaat, grondrechten, bescherming tegen willekeur en vertrouwen in instituties, maar laat ik hier helder over zijn: de rechtsstaat moet niet alleen op papier kloppen, maar die moet ook gelden voor al die boerengezinnen in Nederland. Wat is de rechtsstaat waard voor een PAS-melder die alles deed wat de overheid van haar vroeg en vervolgens door diezelfde overheid in onzekerheid werd gestort? In één dag word je gewoon illegaal verklaard. Die onzekere situatie duurt inmiddels al zeven jaar. Wat gebeurt er vervolgens? Veehouders laten zich uitkopen en bouwen aan een nieuwe toekomst met akkerbouw. Wie staat er dan op de stoep? Dat is MOB, die dit wil tegenhouden omdat er gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Wat zegt de minister van LVVN als ik vraag of de minister weet dat dit gebeurt? Dan is het antwoord: dat is niet mijn verantwoordelijkheid. Wat is een rechtsstaat dan nog waard?