Tweede Kamer, 87e vergadering

  • Begin10:15
  • Sluiting00:00
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:

Ik open de vergadering van 25 juni 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Hamerstukken

Hamerstukken

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/790 (Implementatiewet herziening MiFID II 2026) (36928);

het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/2811, ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/2809 met als doel de publieke kapitaalmarkten in de Unie aantrekkelijker te maken voor ondernemingen en de toegang tot kapitaal voor kleine en middelgrote ondernemingen te vergemakkelijken en van Verordening (EU) 2025/914 (benchmarks) (Implementatiewet noteringen en benchmarks) (36930);

het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2859, Richtlijn (EU) 2023/2864 en Verordening (EU) 2023/2869 betreffende het Europees centraal toegangspunt (Wet implementatie Europees centraal toegangspunt) (36931).

Deze wetsvoorstellen worden zonder beraadslaging en, na goedkeuring van de onderdelen, zonder stemming aangenomen.

Ruimtelijke Ordening

Ruimtelijke Ordening

Aan de orde is het tweeminutendebat Ruimtelijke Ordening (CD d.d. 11/06).

De voorzitter:

Aan de orde is het tweeminutendebat Ruimtelijke Ordening. Ik heet van de zijde van het kabinet de minister van VRO van harte welkom in vak K. Ik wilde eigenlijk het woord geven aan mevrouw Zalinyan, maar ik zie meneer Claassen staan.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Ik zou graag toestemming krijgen van mijn dierbare collega's om deel te nemen aan het tweeminutendebat. Ik zou graag twee moties willen indienen.

De voorzitter:

Ik kijk of daar bezwaar tegen is. Dat is niet het geval. Dan noteren we uw naam op de sprekerslijst.

Het woord is aan mevrouw Zalinyan voor haar inbreng namens PRO.

Mevrouw Zalinyan (PRO):

Voorzitter. Het is superheet. Vandaag geldt zelfs code oranje. Veel ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid worden hierdoor direct geraakt. Daarom moeten we strijden tegen de verdere opwarming van de aarde, maar tegelijkertijd onze openbare ruimte en gebouwen geschikt maken voor de hitte die zich nu al voordoet. Daarom heb ik drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bijna 10 miljoen Nederlanders wonen in een woning met een hoog risico op oververhitting en dat dit risico het grootst is in dichtbebouwde, versteende wijken;

overwegende dat het vervangen van verharding door groen de hitte en wateroverlast aantoonbaar vermindert, maar dat dit nu afhangt van versnipperde lokale regelingen zonder landelijke regie;

verzoekt de regering om samen met medeoverheden te komen tot een samenhangende landelijke aanpak voor het ontstenen en vergroenen van de bebouwde omgeving, met structurele ondersteuning en prioriteit voor wijken met een hoog hitte- en wateroverlastrisico;

verzoekt de regering om de handreiking "Groen in en om de stad" en de Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving op te nemen in de Nota Ruimte,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.

Zij krijgt nr. 321 (33118).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat schade door bijvoorbeeld overstroming of droogte op sommige locaties slecht of niet verzekerbaar is en dat bewoners en eigenaren dit vaak niet weten, bijvoorbeeld op het moment dat zij een woning kopen of huren;

overwegende dat deze informatie nergens eenduidig is vastgelegd, waardoor bewoners en eigenaren geen volwaardige afweging kunnen maken en het risico onbewust dragen;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat het risico op water- en klimaatschade en de verzekerbaarheid daarvan per woning op een eenduidige en gestandaardiseerde wijze inzichtelijk wordt gemaakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.

Zij krijgt nr. 322 (33118).

Mevrouw Zalinyan (PRO):

Dan de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet in de ontwerp-Nationale Klimaatadaptatiestrategie de ambitie uitspreekt dat steden en dorpen gezond en aantrekkelijk blijven bij hitte, maar dat deze ambitie nog niet is vertaald naar concrete keuzes in de ruimtelijke afweging;

overwegende dat ruimtelijke keuzes over hoe we bouwen en onze buitenruimte inrichten voor decennia vastliggen, en dat hittebestendigheid daarom een vast onderdeel moet zijn van die afweging;

verzoekt de regering de hitteambitie uit de Nationale Kimaatadaptatiestrategie een vast onderdeel te maken van de ruimtelijke afweging bij woningbouw en gebiedsontwikkeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.

Zij krijgt nr. 323 (33118).

Mevrouw Zalinyan (PRO):

Dank.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Mooiman namens de PVV. Gaat uw gang.

De heer Mooiman (PVV):

Dank, voorzitter. Naar aanleiding van het debat heb ik vier moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Digitaal Stelsel Omgevingswet een belangrijke rol vervult bij de vergunningverlening, planvorming en samenwerking tussen bevoegd gezagen;

overwegende dat gebruikers van het DSO nog regelmatig knelpunten ervaren op het gebied van gebruiksvriendelijkheid, prestaties en gegevensuitwisseling;

verzoekt de regering extra in te zetten op de kwaliteit en gebruiksvriendelijkheid van het Digitaal Stelsel Omgevingswet teneinde de werking hiervan en de samenwerking tussen bevoegd gezagen verder te verbeteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis en Clemminck.

Zij krijgt nr. 324 (33118).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Omgevingswet een omvangrijke stelselwijziging betreft die om nieuwe werkwijzen vraagt van gemeenten, provincies, waterschappen en andere bevoegd gezagen;

overwegende dat voldoende ondersteuning en kennisdeling bijdragen aan een consistente en kwalitatief goede uitvoering van de wet;

verzoekt de regering de ondersteuning van bevoegd gezagen bij het leren werken met de Omgevingswet te continueren en waar nodig te intensiveren, zodat de kwaliteit van de uitvoering wordt versterkt en onduidelijkheden worden verminderd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis en Clemminck.

Zij krijgt nr. 325 (33118).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet bezig is met de uitwerking van een nieuwe nationale grondbank;

overwegende dat de beschikbaarheid van grond een belangrijke randvoorwaarde is voor het realiseren van maatschappelijke opgaven, waaronder de volkshuisvestelijke opgave;

verzoekt de regering bij de uitwerking van de nieuwe grondbank de volkshuisvestelijke opgave zo veel mogelijk prioriteit te geven bij de verdeling en inzet van beschikbare gronden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.

Zij krijgt nr. 326 (33118).

De heer Mooiman (PVV):

Tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het ruimtelijk stelsel verschillende beschermingsregimes en -categorieën van toepassing kunnen zijn op één locatie;

overwegende dat deze stapeling van beschermingsregimes in de praktijk kan leiden tot complexe procedures en het onmogelijk maken van woningbouwprojecten;

verzoekt de regering in het ruimtelijk stelsel, samen met relevante partners, te voorkomen dat beschermingsregimes zodanig worden gestapeld dat woningbouw onnodig wordt belemmerd, en te verkennen hoe meer samenhang en vereenvoudiging kan worden bereikt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.

Zij krijgt nr. 327 (33118).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Asten namens D66.

De heer Van Asten (D66):

Voorzitter. Naar aanleiding van het debat over ruimtelijke ordening heb ik namens D66 vier moties. De eerste gaat over het versnellen van omgevingsplannen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gemeenten uiterlijk op 1 januari 2032 hun tijdelijke deel van het omgevingsplan moeten hebben omgezet;

overwegende dat buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA's) een nuttig instrument zijn om woningbouw te versnellen, maar dat een actueel omgevingsplan meer duidelijkheid en voorspelbaarheid biedt voor initiatiefnemers, bewoners en gemeenten;

verzoekt de regering om gemeenten gericht te ondersteunen bij het versneld woningbouwgeschikt maken van hun omgevingsplannen en de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Peter de Groot, Grinwis en Steen.

Zij krijgt nr. 328 (33118).

De heer Van Asten (D66):

De tweede.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Omgevingswet ruimte laat voor verschillende vormen van participatie;

overwegende dat kwalitatief goede participatie aan de voorkant kan bijdragen aan meer draagvlak en minder vertraging gedurende bezwaar- en beroepsprocedures;

verzoekt de regering goede voorbeelden van vroege participatie bij woningbouw te bundelen en actief onder de aandacht te brengen bij gemeenten en initiatiefnemers, en dit te beleggen bij het kenniscentrum woningbouw als onderdeel van de versnellingsaanpak,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Grinwis en Steen.

Zij krijgt nr. 329 (33118).

De heer Van Asten (D66):

Samen met Van Asten — dat ben ik — Grinwis en Steen.

De voorzitter:

Dat weten we.

De heer Van Asten (D66):

Dank, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de lange duur van bezwaarprocedures het oplossen van de wooncrisis onnodig vertraagt;

overwegende dat naast de hervorming van beroepsprocedures in de Wet versterking regie volkshuisvesting tevens moet worden ingezet op de versnelling van bezwaarprocedures;

verzoekt de regering in het programma Uitvoeringskracht ook te werken aan een aanpak voor het versnellen van bezwaarprocedures, en de Kamer daar na de zomer over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Peter de Groot, Grinwis en Steen.

Zij krijgt nr. 330 (33118).

De heer Van Asten (D66):

Tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het realiseren van 100.000 woningen per jaar vraagt om maximale versnelling van procedures;

overwegende dat vertraging kan ontstaan door vergunningverlening, het Digitaal Stelsel Omgevingswet, omgevingsplannen, bezwaarprocedures en capaciteitstekorten;

verzoekt de regering in het actieplan versnelling woningbouw per planfase inzichtelijk te maken welke knelpunten vertraging veroorzaken en daar maatregelen aan te verbinden, en dit met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Peter de Groot, Grinwis en Steen.

Zij krijgt nr. 331 (33118).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis namens de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Tijdens het commissiedebat over ruimtelijke ordening hebben we indringend gesproken over Moerdijk. Zo meteen gaan we daarover verder spreken. Ik zie al veel mensen op de tribune zitten. We hebben gesproken over de ruimtelijke claims. Ik heb daar nu alvast een motie over meegebracht. Die luidt als volgt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het BO Leefomgeving van 11 juni 2025 een indicatief ruimtebeslag van 700 hectare is vastgesteld, waarvan 450 hectare zou landen rond het haven- en industriecluster van Moerdijk, waarna de gemeente Moerdijk tot verstrekkende besluitvorming is overgegaan;

constaterende dat er met de kabinetsbrief van 29 mei jongstleden een alternatief scenario op tafel ligt met een potentieel veel kleiner ruimtebeslag in Moerdijk, van 240 hectare, waarmee het dorp Moerdijk behouden zou kunnen blijven;

overwegende dat deze gang van zaken tot veel onrust en onzekerheid in Moerdijk heeft geleid en daarmee vrees voor de spreekwoordelijke neus van de kameel;

overwegende dat dit nieuwe scenario niet mag leiden tot een proces van geleidelijke uitbreiding en toekomstige ruimteclaims vanuit Rijk en provincie in de gemeente Moerdijk, waarmee er nu tijdelijke valse rust wordt verkondigd, maar geen duurzame duidelijkheid en zekerheid wordt geboden aan de gemeente Moerdijk en haar inwoners;

verzoekt de regering, na zorgvuldige en voortvarende afweging van de scenario's, bij de besluitvorming te borgen dat er ten minste tot en met 2050 vanuit het Rijk geen nieuwe ruimte- of milieuruimteclaims ontstaan voor havenontwikkeling, industrie, energie- infrastructuur of aanverwante rijksopgaven in de gemeente Moerdijk;

verzoekt de regering dit uitgangspunt tijdens het Bestuurlijk Overleg van 29 juni 2026 vast te leggen in de vervolgafspraken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Steen en Jumelet.

Zij krijgt nr. 332 (33118).

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Het jaar 2050 staat genoemd omdat de Nota Ruimte als zichtjaar 2050 heeft en daarin ook het nodige — tot vijftien keer toe — over Moerdijk wordt gesproken. Vandaar dat ik dit zo expliciet heb genoemd.

Ik kijk uit naar de reactie van de minister en we vervolgen het debat over Moerdijk zo meteen.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Steen namens het CDA.

Mevrouw Steen (CDA):

Voorzitter. Nederland heeft geen tekort aan procedures, maar wel een tekort aan woningen. Toch beschermen we in ons systeem vaak de belangen van de mensen die al een huis hebben, terwijl de woningzoekende geen plek heeft aan de bestuurstafel of in de rechtszaal. Natuurlijk moeten mensen die daadwerkelijk worden geraakt hun recht kunnen halen, maar ook het belang van honderdduizenden woningzoekenden verdient veel meer gewicht in de afweging. We hebben een wooncrisis. Het recht op een huis weegt zwaarder dan het recht op uitzicht. Daarom verwacht de CDA-fractie veel van de taskforcebrief van september. Die moet niet alleen gaan over sneller bouwen, maar ook over sneller besluiten. Voor de starter die nog thuis woont, het gezin dat geen passende woning kan vinden en de oudere die wil doorstromen telt iedere maand. Daarom heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland kampt met een groot woningtekort en dat langdurige bezwaar- en beroepsprocedures regelmatig leiden tot vertraging van woningbouwprojecten;

constaterende dat bezwaar en beroep soms worden ingesteld door personen die slechts beperkt worden geraakt door een woningbouwontwikkeling, bijvoorbeeld doordat zij op aanzienlijke afstand van het project wonen of uitsluitend beperkt individueel nadeel ondervinden, zoals verlies van uitzicht;

overwegende dat het recht op een huis zwaarder moet wegen dan het recht op uitzicht, dat dit een zwaarwegend maatschappelijk belang is en dat procedures niet onnodig tot vertraging van woningbouw mogen leiden;

verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze het belanghebbendencriterium voor woningbouw kan worden aangescherpt, zodat bezwaar- en beroepsprocedures zich meer richten op personen die daadwerkelijk rechtstreeks en substantieel door een besluit worden geraakt;

verzoekt de regering daarbij specifiek te bezien welke mogelijkheden er zijn om bezwaar- en beroepsprocedures die uitsluitend zijn gebaseerd op beperkt individueel nadeel, zoals verlies van uitzicht, minder vertragend te laten zijn, en de Kamer hierover in de taskforcebrief van september te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Steen, Peter de Groot, Van Asten, Grinwis en De Hoop.

Zij krijgt nr. 333 (33118).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer namens de BBB.

De heer Vermeer (BBB):

Inderdaad, geen Wiersma, dat is te zien.

Voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Kustpact bedoeld is om balans te waarborgen tussen economische ontwikkeling en bescherming van de kust en waterveiligheid;

constaterende dat er projecten zijn die aantoonbaar bijdragen aan de doelen van het Kustpact en zelfs de waterkering versterken;

overwegende dat ontwikkelaars en investeerders in de kustzone momenteel worden geconfronteerd met huurovereenkomsten van maximaal tien jaar;

overwegende dat dergelijke korte looptijden het onmogelijk maken om grote investeringen terug te verdienen en daarmee duurzame ontwikkelingen blokkeren;

overwegende dat eerdere erfpachtconstructies met een langere looptijd wél ruimte boden voor verantwoorde investeringen in de kustzone;

verzoekt de regering in overleg met betrokken partijen te bezien hoe voor projecten die aantoonbaar bijdragen aan de doelen van het Kustpact meer investeringszekerheid kan worden geboden;

verzoekt de regering daarbij expliciet te onderzoeken of en onder welke voorwaarden weer langere erfpachtovereenkomsten van bijvoorbeeld twintig jaar of langer mogelijk gemaakt kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 334 (33118).

De heer Vermeer (BBB):

Voorzitter. We gaan het straks uitgebreid hebben over ruimtelijke ordening en de situatie in Moerdijk en omgeving. Ik heet de mensen uit die omgeving alvast van harte welkom. We zien elkaar zo weer.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Vermeer. Het woord is aan Peter de Groot namens de VVD.

De heer Peter de Groot (VVD):

Dank, voorzitter. We hebben het in de verschillende debatten over ruimtelijke ordening vaker gehad over de druk op de ruimte en ook over welke rol landaanwinning daarbij kan spelen. Ik heb in het debat betoogd dat voor onze economie die landaanwinning weleens heel belangrijk kan zijn, zowel voor economische ontwikkelingen bij industrieterreinen, denk aan de Rotterdamse haven, als voor energieprojecten, denk aan de grote kerncentrales.