Tweede Kamer, 88e vergadering

  • Begin14:00
  • Sluiting00:08
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn 149 leden der Kamer, te weten:

El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,

en de heer Aartsen, minister van Werk en Participatie, de heer De Bat, staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, mevrouw Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat, mevrouw Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei.

De voorzitter:

Ik open de vergadering van dinsdag 30 juni 2026.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Westerveld

Vragen van het lid Westerveld aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht dat zorglocaties van ExpertCare voor ernstig zieke kinderen uiterlijk woensdag dicht moeten.

De voorzitter:

Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik geef daarvoor het woord aan mevrouw Westerveld voor haar vragen namens de fractie van PRO aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, die ik van harte welkom heet in het parlement. Het woord is aan mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (PRO):

Dank u wel, voorzitter. De laatste maanden hebben wij vrijwel dagelijks contact met Marcel, Jonas en zoveel andere ouders van kinderen die ernstig ziek zijn of een ernstige beperking hebben. Op 27 januari stortte hun wereld in. Samen met de ouders van ongeveer 80 kinderen hoorden zij toen dat de locaties van Villa ExpertCare twee maanden later zouden sluiten. Deze locaties zijn onmisbaar voor deze gezinnen. Hun kinderen kunnen daar terecht voor specialistische medische zorg, maar die locaties zijn ook broodnodig voor ouders om even op adem te komen. Dat is soms hard nodig als je beseft dat een aantal van deze ouders er 's nachts soms wel tien keer uit moeten om te checken hoe het met hun kind gaat en dat een keer door de wekker heen slapen fataal kan zijn voor hun kind. Geen wonder dat deze ouders al maanden radeloos zijn. Op 5 maart beloofde de minister dat de locaties open zouden blijven, in ieder geval totdat er een passende oplossing zou zijn voor alle kinderen. Maar eind vorige week bleek dat het nachtmerriescenario waar ouders al zo lang voor waarschuwden, uitkwam. Door personeelsverloop kan de kwaliteit namelijk niet geborgd worden en oordeelde de inspectie dat twee van die locaties morgen moeten sluiten, morgen al. De directie van ExpertCare en hun buitenlandse eigenaar, miljoenenbedrijf B. Braun, lijken hier bewust op aangestuurd te hebben.

Mijn belangrijkste vragen aan de minister zijn: Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat zij haar belofte gestand doet en er vóór morgen een passende oplossing komt voor alle kinderen? Hoe heeft dit zover kunnen komen? Niet alleen de ouders, maar ook wij, als hele Kamer, hebben hier in diverse Kamerdebatten al verschillende keren voor gewaarschuwd. Hoe staat het met de zorgplicht, nu bedrijven die gericht zijn op winst hier duidelijk lak aan hebben en er de afgelopen maanden een heel overlegcircus is opgetuigd, maar ook de minister niet heeft kunnen ingrijpen, terwijl hier kinderlevens op het spel staan? Wat is die wettelijke zorgplicht dan waard?

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Sterk:

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het verschrikkelijk vind. De afgelopen week heb ik tijdens de commissievergadering ook al gezegd dat wij hier nu staan met elkaar en moeten constateren dat datgene is gebeurd wat we hadden gehoopt te kunnen voorkomen. Dat is natuurlijk verschrikkelijk, in de eerste plaats voor die kinderen en hun ouders, die in langdurige onzekerheid blijven. Het is ook triest om te moeten constateren dat de belofte die het bestuur van VEC heeft gedaan, dat de locaties zouden openblijven totdat er een passende voorziening zou zijn voor deze kinderen, tot op heden nog steeds niet is nagekomen. Dat is de belofte die ik heb herhaald, maar het is niet een belofte van mij geweest. Het is een belofte waar we afspraken over hadden gemaakt met VEC en waaraan ik hen vanaf het begin constant heb gehouden.

We hebben hier met man en macht aan gewerkt met alle partijen die in het systeem daarin een rol hebben. Het gaat dus over de zorgkantoren en de zorgverzekeraars. Die zijn samen met de zorgaanbieder Project Herberg begonnen, om te zorgen dat de bemiddeling sneller zou gaan. De inspectie heeft vanaf het begin goed meegekeken en heeft nu dus helaas moeten constateren dat, ondanks alle acties, de patiëntveiligheid niet meer te garanderen is en dat VEC inderdaad voor 1 juli moet zorgen dat de kinderen een andere passende plek hebben. De NZa heeft natuurlijk ook steeds goed meegekeken naar de zorgplicht die ligt bij de zorgverzekeraars en de zorgkantoren. Zoals u zelf misschien ook hebt gezien, is de aanwijzing die is gegeven door de IGJ inmiddels openbaar. Na 13.00 uur is die openbaar geworden. Daarin kunt u precies lezen op welke punten de inspectie constateert dat de zaak niet op orde is. Dat gaat ook over de manier waarop het bestuur van VEC heeft opgetreden gedurende deze periode.

Mevrouw Westerveld (PRO):

Ik hoor de minister verwijzen naar het bestuur van Villa ExpertCare. Ik hoor haar ook zeggen: "We hebben moeten constateren dat …" Met alle respect, maar dit klinkt mij veel te passief, want het gaat hier letterlijk over de levens van kinderen. Dat zijn kinderen met een ernstige meervoudige beperking en kinderen die ernstig ziek zijn. Sommige kinderen krijgen daar zelfs palliatieve zorg. Dan zou het toch ook aan onze minister moeten zijn, als stelselverantwoordelijke, om te kunnen ingrijpen? Daar gaat het over. Daar gaat mijn vraag over de zorgplicht ook over. Er is een wettelijke zorgplicht. Hoe kan het dan dat een buitenlandse eigenaar van een bedrijf dat is gericht op winst maken kennelijk lak heeft aan kinderlevens, maar wij niet in staat zijn en de minister niet in staat is om de wettelijke zorgplicht te handhaven? Daar heb ik nog een vraag over.

De voorzitter:

Mevrouw Westerveld is nog aan het woord.

Mevrouw Westerveld (PRO):

Ik heb nog een vraag. Een van mijn andere vragen was hoe de minister gaat zorgen voor een oplossing voor deze kinderen. Morgen gaan twee van de locaties sluiten. Wij weten dat er voor een aantal kinderen nog geen oplossing is. De minister zegt terecht dat de ouders radeloos zijn. Wat is dan de oplossing? Ik heb de minister horen beamen dat die locaties pas dichtgaan op het moment dat er een passende oplossing is voor alle kinderen.

Minister Sterk:

Ik wil opnieuw zeggen dat het een verschrikkelijke situatie is waarin we hier zitten. Bij alles wat ik zeg, staat voorop dat onze grootste zorg op dit moment is dat de kinderen een goede plek krijgen. Dat is niet alleen mijn eerste, maar ook mijn tweede en ook mijn derde prioriteit op dit moment. Vanaf het moment dat ik minister ben, heb ik mij constant hiermee bemoeid. Ik heb u als Kamer ook constant meegenomen in elke stap, tot en met zelfs vorige week nog een vertrouwelijke brief over de aanwijzing van de IGJ. Ik wil hier dus niet het beeld laten ontstaan dat ik nu pas in actie kom. Ik heb er volgens mij alles aan gedaan wat past bij de rol die ik heb in het systeem om ervoor te zorgen dat we aan een oplossing komen. Ik heb ook meermalen gesproken met de cliëntenraad. Ik heb op een gegeven moment mensen bij mij op kantoor gehad. Ik heb vorige week nog een onafhankelijke intermediair ingesteld. Volgens mij heb ik geprobeerd, met man en macht, met alle partijen in het systeem, om ervoor te zorgen dat het niet zover zou hoeven komen. Maar uiteindelijk is VEC degene die de plicht heeft om deze kinderen een plek te bieden, samen met de zorgkantoren en de zorgverzekeraars.

Dan uw vraag hoe het zit met de wettelijke zorgplicht. Ik wil de zaak waarmee we nu te maken hebben heel graag evalueren als dit allemaal voorbij is, want nu moet alles erop gericht zijn dat de kinderen een plek krijgen. Maar inderdaad, ik denk dat het goed is dat we kijken wat we hiervan kunnen leren en ook hoe het stelsel werkt. Twee. Op dit moment is de aanwijzing van de inspectie dat het bestuur voor 1 juli ervoor moet zorgen dat er een plek is. Als het dat niet doet, kan de inspectie maatregelen treffen in de vorm van een bestuurlijke boete of bestuursdwang. Mocht dat allemaal niet lukken, dan ligt er vanaf april wel voor elk kind een noodscenario klaar dat in samenspraak met de ouders is gemaakt. Dat is natuurlijk geen ideale oplossing. Daarom zitten we er ook zo op te drukken dat er een oplossing moet komen vanuit VEC. Maar mocht dat niet lukken, dan ligt er een noodscenario klaar voor deze kinderen.

Als ik dan nog even naar de toekomst mag kijken, denk ik dat we ook met elkaar moeten constateren dat er op dit moment een probleem ligt rondom dit type kindzorg in Nederland. Ik wil de zorgverzekeraars er dan ook toe oproepen — dat heb ik ook gedaan — om niet alleen te kijken binnen de instellingszorg die we nu hebben, maar om ook daarbuiten te gaan zoeken naar oplossingen die ruimte bieden voor de hoogspecialistische kindzorg waarover het hier gaat.

Mevrouw Westerveld (PRO):

Het klopt dat de minister samen met de ambtenaren al maanden hiermee bezig is, waarvoor dank. Ik weet dat ze er ontzettend druk mee is, maar dat is ook meteen het probleem. Er is een heel overleg opgetuigd waar de minister druk mee is, maar waarmee ook de inspectie, de NZa, de zorgverzekeraars, de zorgkantoren, verschillende advocaten, verschillende zorgbedrijven en de cliëntenraad druk zijn, terwijl niemand ingrijpt. Dat is volgens mij de kern van het probleem. Dan is mijn vraag aan de minister hoe zij als stelselverantwoordelijke de verantwoordelijkheid gaat pakken voor deze kinderen en deze gezinnen. Hoe gaat zij, samen met alle partijen die ik net noemde, ervoor zorgen dat dit in de toekomst niet meer gebeurt? Het mag toch niet zo zijn dat grote bedrijven met soms buitenlandse eigenaren uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor de zorg voor deze kinderen, die tot de meest kwetsbare kinderen in Nederland behoren?

Minister Sterk:

Maar er wordt al ingegrepen op dit moment. Dat is ook de rol die de inspectie te spelen heeft. Zo hebben we dat hier ook geregeld met elkaar. De inspectie ziet al vanaf het begin toe op de veiligheid van deze kinderen en op de kwaliteit van de zorg. In die zin wordt er dus ingegrepen. Voor als er inderdaad geen passende oplossing voor deze kinderen komt vanuit VEC, hebben we noodscenario's klaarliggen, dus dat ligt er allemaal. En ja, ik vind ook wat van wat er hier is gebeurd, hoe het bestuur acteert en hoe de buitenlandse investeerder hierbij optreedt; dat heb ik ook al eerder gezegd. Ik vind ook dat we dat met elkaar moeten gaan evalueren, maar wel nadat we hebben gezorgd dat er rust komt en dat er een oplossing komt voor deze kinderen. Daarvoor staat alles nu wat mij betreft op scherp. De inspectie kijkt daar nu echt heel dik op toe, samen met de zorgverzekeraars en de NZa. Ik kijk natuurlijk ook mee, maar wel vanuit mijn rol in het stelsel.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Ik heb een vraag aan de minister. Donderdag staat er ook een debat over dit onderwerp gepland. Wat heeft de minister van de Kamer nodig? Wat kan de Kamer donderdag bijdragen om nog iets te veranderen of beter te maken, anders dan wat er vandaag besproken wordt?

Minister Sterk:

Dat vind ik op zich een heel mooie vraag. Ik denk dat wij met de Kamer — zo heb ik het in ieder geval steeds ervaren — geprobeerd hebben om samen op te trekken, omdat wij allemaal vinden dat dit eigenlijk niet zou moeten kunnen. Op dit moment denk ik dat de Kamer niet zo veel anders kan dan hier steeds aandacht voor blijven vragen, en terecht. Maar ik denk dat we op den duur wel met elkaar het gesprek aan moeten gaan over wat hier nu precies gebeurd is en welke lessen we hieruit kunnen trekken, om te kijken of we dat in de toekomst kunnen voorkomen.

Mevrouw Dobbe (SP):

Ik vind het echt ongelofelijk pijnlijk dat we hier nu staan, na al de debatten die we hier met elkaar over hebben gevoerd. Er is een multinational, B. Braun, die die zorglocaties overneemt. Die zet vervolgens het vastgoed in een aparte bv en zegt dan: we willen van de zorg af. Wij hebben na het besluit van B. Braun om deze zorg af te schaffen tegen deze minister gezegd: pas op en grijp in, want het personeel gaat weglopen, de zorg komt onder druk te staan en die locaties zullen gaan sluiten; er zijn geen andere plekken.

De voorzitter:

En uw vraag?

Mevrouw Dobbe (SP):

Deze minister zei telkens: nee, we laten de partijen hun werk doen, we kunnen niet ingrijpen en de inspectie kan niet ingrijpen. En nu gaan die locaties dicht, dus de minister mag hier uitleggen wie hier nu gefaald heeft.

Minister Sterk:

Ik wil de Kamer er toch ook graag aan herinneren dat ik op een gegeven moment het bestuur bij mij heb geroepen en heb gezegd: ik wil niet dat voor 31 december de contracten worden beëindigd, en daarvoor wil ik het bestuur in zijn rol zetten. Ik hoop dat u zich dat ook nog herinnert. Dat was juist om ruimte te bieden door te zorgen dat de locaties inderdaad open zouden kunnen blijven totdat er goede zorg zou zijn. Ik kan er niks aan doen dat die zorgaanbieder ging stoppen; dat mag in dit land. Alleen, de continuïteit van zorg is altijd mijn focus geweest. Daarom heb ik ook de afspraak met VEC gemaakt om niet dicht te gaan voordat de kinderen een plek hebben en dat de contracten opengebroken zouden worden, zodat mensen tot het einde van dit jaar nog in dienst zouden kunnen blijven. Volgens mij hebben we er dus met alle partijen alles aan gedaan om dit te voorkomen, maar de enige die hier echt aansprakelijk voor is, is het bestuur van VEC, dat tot op dit moment niet in staat is gebleken om de kwaliteit en patiëntveiligheid goed te borgen totdat de locaties zouden gaan sluiten.

De voorzitter:

Mevrouw Dobbe, kort en bondig.

Mevrouw Dobbe (SP):

De minister lijkt wel een toeschouwer bij wat zich hier nu allemaal afspeelt. Dat is ze natuurlijk niet. Deze minister is stelselverantwoordelijk. We hebben hiervoor gewaarschuwd. We hebben gezegd: dat personeel gaat weg, dat gaat lopen. We hebben gezegd: er zijn geen andere plekken voor die kinderen. De minister kan nu wel verwijzen naar noodscenario's, maar wat dan? Die plekken zijn er namelijk niet. De minister draait er wel omheen. Wie is hier nu verantwoordelijk? Dat is uiteindelijk wel de minister. De minister had kunnen ingrijpen. Dat had ze kunnen doen via de inspectie. Dat had ze ook zelf kunnen doen, maar dat heeft ze niet gedaan. Daar wil ik wel een antwoord op.

Minister Sterk:

Ik heb toch bezwaar tegen het beeld dat hier wordt geschetst, alsof er niets is gebeurd. Ik heb net voor u genoemd wat wij allemaal hebben gedaan. Laten we ook niet vergeten dat de helft van de kinderen inmiddels een passende plek heeft. De helft van de kinderen zit dus al op een plek die past bij de zorg die ze nodig hebben, waar ouders mee akkoord zijn gegaan. Dat betekent ook dat de andere helft van de kinderen die plek niet heeft. Daar is alle zorg nu ook op gericht, en nu heel specifiek op de twee locaties op basis waarvan de IGJ die aanwijzing gegeven. Wij doen er alles aan — dat is ook hoe het stelsel werkt — om te zorgen dat dat op een goede manier gebeurt. De zorgplicht ligt zowel bij Villa ExpertCare alsook bij de zorgverzekeraars en de zorgkantoren. Die moeten dat waarmaken. Voor als dat niet lukt, hebben we de noodsituaties klaarliggen. Dat is hoe we dit stelsel laten werken. Ik ben de eerste om te erkennen dat dit inderdaad voor ouders heel veel onzekerheid en frustratie geeft. Ik had het ook anders gewild, maar dit is wel de situatie waar we vandaag in zitten.

Mevrouw Tijmstra (CDA):

De inspectie gaat nu handhaven, maar het effect daarvan komt vooral terecht bij ouders en kinderen. Dat willen we natuurlijk met z'n allen niet, omdat we Kamerbreed, denk ik, gewoon echt heel graag zo snel mogelijk een oplossing voor deze kinderen willen. Mijn vraag gaat eigenlijk over het volgende. Het CDA vindt dat ook die zorgaanbieder gewoon echt aan de verplichtingen en verantwoordelijkheden moet worden gehouden. Je hebt ook gewoon een maatschappelijke verantwoordelijkheid.

De voorzitter:

Uw vraag.

Mevrouw Tijmstra (CDA):

Zo ga je niet om met zulke kwetsbare kinderen. Mijn vraag is eigenlijk de volgende. Zorgverzekeraars en VEC proberen nu binnen het huidige systeem tot oplossingen te komen. Als dat niet lukt, is er dan ook ruimte om tot alternatieve oplossingen te komen zodat in ieder geval de zorg voor die kinderen, al dan niet tijdelijk, op een goede manier door kan gaan?

Minister Sterk:

Ik zie inderdaad dat ze het op dit moment vooral binnen het systeem doen. Zoals ik net al zei, zou mijn oproep aan zorgverzekeraars en zorgkantoren echt zijn om ook buiten het systeem te gaan zoeken naar plekken voor deze kinderen. We moeten namelijk, denk ik, constateren dat het ongelofelijk ingewikkeld is om op dit moment die passende voorzieningen te vinden.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Op 2 april beloofde de minister hier in de Kamer dat zij zou gaan opschalen op het moment dat de continuïteit van zorg niet gegarandeerd zou zijn. Dat is nu het geval. Morgen hebben vijftien kinderen gewoon geen plek meer en zeker geen passende plek. Ik zou dus heel graag van de minister willen weten wat zij tussen vandaag en morgenvroeg precies gaat doen. Ik zou heel graag willen weten … Ik zou in ieder geval heel concreet een antwoord willen op de volgende vraag. Het kan niet zo zijn dat een noodoplossing, waar de minister nu naar verwijst, inhoudt dat ouders urenlang moeten gaan reizen met zeer zorgintensieve kinderen of dat ouders misschien wel minder moeten gaan werken omdat dat de enige oplossing is die nu voorhanden is. Dat is niet passend.

Minister Sterk:

Op de eerste vragen van mevrouw Maeijer: die kinderen hebben wel een plek. Ook na 1 juli hebben die kinderen nog steeds een plek, omdat continuïteit van zorg vooropstaat. Alleen als het bestuur het niet lukt om voor 1 juli de kinderen op een andere plek te plaatsen, zal dat betekenen dat er andere middelen gaan worden ingezet door de inspectie. Dat heb ik net benoemd. Dat kan een bestuursdwang zijn of dat kan ook een bestuurlijke boete zijn. Twee. Die plekken die er zijn en die er ook zouden kunnen komen in het noodscenario, zouden op een andere locatie kunnen zijn, maar soms ook thuis met ondersteuning. Nogmaals, de kwaliteit van de zorg staat namelijk voorop. Dat is nog steeds geen ideale situatie; dat besef ik ook. Daarom is het van belang dat we ook naar structurele oplossingen gaan kijken. Daar wordt op dit moment heel hard aan gewerkt in het project Herberg waarbij ook met voorrang gekeken wordt naar de kinderen die in deze twee locaties zitten.

Mevrouw Wendel (VVD):

De huidige situatie is verschrikkelijk voor de kinderen en natuurlijk ook voor hun ouders. Dat zijn ouders die echt met hart en ziel, met alles wat ze in zich hebben, voor deze kinderen zorgen. Maar ze hebben af en toe even een beetje rust nodig om bij te komen, om vervolgens weer met alles wat ze in zich hebben voor die kinderen te kunnen zorgen. Mijn vraag is of het letterlijk gevaarlijk kan zijn voor deze kinderen wanneer er steeds meer van deze ouders wordt gevraagd. Want als ouders oververmoeid raken, is een foutje veel sneller gemaakt. Mijn vraag is dus concreet wat de minister nu voor de ouders doet om ervoor te zorgen dat zij dit ook volhouden. Ik maak me daar echt zorgen over

Minister Sterk:

Ik begrijp het. Ik maak me daar soms ook zorgen over. Ik spreek natuurlijk geregeld met de cliëntenraad en ik merk gewoon dat deze hele situatie voor hen enorm veel stress geeft. Dat gaat het vaak ook nog over hun eigen kinderen. Maar dat is ook iets waar … Kijk, de oplossingen worden altijd gezocht in samenspraak met de ouders. Om dat proces echt goed te leiden — vorige week heb ik u ook verteld dat daar wat ruis over ontstond — hebben we een onafhankelijke intermediair aangesteld die daar op meekijkt. Het is echter vooral de rol van de zorgverzekeraar om er goed op toe te zien dat de ouders het inderdaad nog steeds kunnen dragen. Dat moet onderdeel zijn van de oplossing die voor deze kinderen wordt gezocht.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

De minister heeft de afgelopen weken gestreden voor wat ze waard is tegen een bedrijf dat het kennelijk niks kan schelen. Ik vind dat stuitend en het maakt me woest, want kwetsbare kinderen en hun ouders zijn daar de dupe van. Hoe voorkomt de minister nu dat dit bedrijf, omdat twee locaties nu gesloten zijn, dit ook als uitweg ziet voor de andere locaties?

Minister Sterk:

Dat vind ik een beetje een ingewikkelde vraag. Ik herken de gevoelens die Kamerlid Bikker uitspreekt. We weten natuurlijk wel dat deze zorgaanbieder gaat stoppen. Dat is geen nieuw feit. We wisten dat vanaf het begin. Wij hebben met alle partijen in het stelsel gewerkt aan het ervoor zorgen dat dat stoppen niet ten koste gaat van goede zorg voor deze kinderen. Daar zitten we nu en dat is mijn focus. Wat betreft de rol van investeerders bij deze zorgaanbieder: ik vind dat echt een gesprek dat we later zouden moeten gaan voeren, maar dat heb ik wel meermalen toegezegd.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Daar kijk ik ook naar uit, want dat is hard nodig. Ik vrees het volgende. Wij gaan hier telkens uit van mensen die goedschiks bezig zijn en ten goede handelen omdat ze de zorg voor die kinderen en die ouders nog belangrijker vinden dan de exacte datum waarop een deur sluit, omdat men een zorgplicht voelt. Maar de gebeurtenissen van de afgelopen weken — zelfs de inspectie moest ingrijpen, en dat doen ze niet zomaar — laten zien dat er ook kwaadschiks gehandeld kan worden of dat men het onvoldoende vasthoudt. Ik vraag dan aan de minister: wat heeft u in het koffertje om dit bedrijf schrik aan te jagen en om ervoor te zorgen dat we niet straks in een of andere spoedvergadering opnieuw bijeen zijn omdat het bedrijf opnieuw kwaadschiks handelt? Kan de minister daar duidelijkheid over geven?

Minister Sterk:

U vraagt eigenlijk hoe we er nou voor kunnen zorgen dat deze ondernemers verantwoord ondernemen. U zegt eigenlijk dat dat op dit moment niet gebeurt. Aankomende week komt er een brief naar de Kamer over de Wet integere bedrijfsvoering zorgaanbieders. Dat is een brief die onder andere ingaat op het vraagstuk: hoe kunnen we er nou voor zorgen dat de private equity en zo, die in deze zorg soms ook rondgaat, wel op zo'n manier plaatsvindt dat die ten goede komt aan de zorg van de kinderen, en niet aan de portemonnee van de investeerders?

Mevrouw Synhaeve (D66):

Het is natuurlijk verschrikkelijk voor de kinderen en hun gezinnen. Het is goed om te horen dat — dat hebben we ook gelezen — voor de helft van deze kinderen een passend alternatief is gevonden. Ik maak me wel echt zorgen om de andere helft. Ik kan me namelijk voorstellen dat die zorgvraag nog veel complexer is. In het vorige debat vroeg ik wanneer een alternatief passend is. Soms werd iets als passend gepresenteerd terwijl er nog een wachtlijst van drie tot vijf jaar is. Mijn vraag aan de minister is hoe zij borgt dat een passend alternatief passend is en niet pas na een aantal jaar komt, als er een plekje vrijkomt op de wachtlijst.

Minister Sterk:

Dat is nou juist ook waarom we het Project Herberg hebben opgericht. Daarin werken de zorgaanbieders samen met de zorgverzekeraars. Passend is dus datgene waarvan ook de ouders vinden dat dat passend is voor hun kind. Daarbij moet het voldoen aan de zorg die het kind nodig heeft. Dat is wat wij "passende zorg" noemen en dat is waar dit op is gericht. Om dat ook echt te versnellen — de aanwijzing van de inspectie zal daar overigens ook bij helpen — hebben we de onafhankelijke intermediair erbij gezet, die goed kan meekijken of dat inderdaad goed genoeg gebeurt, want we kregen ruis, bijvoorbeeld over kinderen die wel of niet bemiddeld zouden zijn.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

De minister heeft mij in ieder geval voor een deel gerustgesteld. Ze zegt namelijk dat we gaan kijken of binnen de Wibz — laat ik het als volgt zeggen — de slechten in de zorg uit de mand gaan. Ik vroeg ook of zij nog iets kan zeggen over het maatwerk dat zij kan bieden voor deze ouders.

Minister Sterk:

Ik kan geen maatwerk bieden vanuit de rol die ik heb in het stelsel. Maatwerk moet geboden worden vanuit de zorgverzekeraars, nogmaals, in samenspraak met de zorgaanbieder. Die moeten gaan kijken wat een kind nodig heeft en waar dat geboden zou kunnen worden. Kan dat in een andere instelling of misschien tijdelijk met ondersteuning thuis? Maar het moet wel met instemming van de ouders zijn. Dat is maatwerk en dat is waarom ik die onafhankelijke intermediair erbij heb gezet. Er moet goed op meegekeken worden, want vorige week bleek dat er ruis over was. Het bestuur zei dat dat voor een heleboel al geregeld was, terwijl de cliëntenraad zei zich daar niet in te herkennen. De zorgverzekeraars hebben ook hun rol te spelen. Ik vind het wat betreft maatwerk ook belangrijk dat men niet alleen gaat zoeken binnen de instellingen die we nu hebben, maar ook gaat kijken buiten de instellingen. Het volgende is misschien ook een vraagstuk voor op de langere termijn. Blijkbaar is de zorg in Nederland zo kwetsbaar dat als één zorgaanbieder dreigt te stoppen, we inderdaad een heel groot probleem hebben.

Mevrouw Westerveld (PRO):

De minister heeft het nu een aantal keer gehad over die noodplannen, alsof die een oplossing zouden zijn voor ieder kind. Mijn vraag aan haar is: wat is de bron waaruit blijkt dat dit een passende oplossing is voor kinderen? Als de bron ExpertCare is, dan weet ik hoe ik het moet duiden. Vanochtend en gisteren spraken we nog met ouders die aangaven dat die noodplannen helemaal niet passend zijn, dat het inderdaad aan de andere kant van het land is of dat het personeel weg is. Zojuist kwam het IGJ-rapport, waaruit ook blijkt dat personeel weggaat. Waar haalt zij het idee vandaan dat het noodscenario voor ieder kind een passende plek zou bieden?

Minister Sterk:

Die noodscenario's zijn natuurlijk verre van ideaal; daarom zijn het ook noodscenario's. Je wilt eigenlijk gewoon dat VEC zich zodanig verantwoordelijk voelt dat er inderdaad een passende oplossing komt, in samenspraak met de zorgverzekeraars. Maar omdat je weet dat dat in die scenario's misschien op een gegeven moment niet meer het geval zal zijn, zijn er in april noodscenario's gemaakt. Dat moet ook. Dat hebben de zorgverzekeraars gedaan in samenspraak met de ouders om te kijken wat next best zou kunnen zijn, mocht het toch niet lukken. Je wil gewoon dat de zorg voor deze kinderen niet in gevaar komt. Dat is wat voor mij het allerbelangrijkste is op dit moment. De zorg voor deze kinderen en de veiligheid van deze kinderen staat bovenaan en daarom liggen nu de noodscenario's klaar. Ik had gehoopt die niet te hoeven gebruiken, althans dat de zorgkantoren die niet zouden hoeven gebruiken, want dat doe ik zelf niet. Het is nu even de vraag of die gebruikt gaan worden. Het is nu vooral zo dat er druk op het bestuur wordt gezet om te zorgen dat er een oplossing komt voor deze kinderen, eventueel met bestuursdwang of een bestuurlijke boete.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor haar aanwezigheid in de Kamer.

Vragen Van den Berg

Vragen van het lid Van den Berg aan de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei over het bericht "Elektriciteitsnet in Brabant gaat vanaf 1 juli tijdelijk op slot".

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Van den Berg als volgende vragensteller. Dat doet hij namens de fractie van JA21 aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, die ik eveneens van harte welkom heet in de Kamer. Het woord is aan de heer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter, dank u wel. Klopt het dat netcongestie het gevolg is van een ondoordachte elektrificatiestrategie waarbij de vraag naar stroom en de instabiele productie van elektriciteit door zon en wind veel sneller is opgevoerd dan het net aankan? Dat is mijn vraag aan de staatssecretaris.

De voorzitter:

Kort en bondig. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris De Bat:

Daar zou ik ook heel kort antwoord op kunnen geven, namelijk: nee.

De heer Van den Berg (JA21):

Die had ik wel verwacht. Maar het klopt toch dat zon en wind de problemen op het net ook hebben veroorzaakt?

Staatssecretaris De Bat:

De oorzaken van netcongestie liggen een heel stuk ingewikkelder en breder. Je zou zelfs terug kunnen gaan naar hoe Nederland de energievoorziening heeft opgebouwd met een gasinfrastructuur en daardoor een wat mindere elektriciteitsinfrastructuur. Vervolgens hebben we het altijd uitgelegd als "zo efficiënt mogelijk", waardoor er nooit heel veel ruimte is gekomen op het net. We wilde juist die ruimte heel beperkt houden in het kader van kostenefficiëntie. Daarna hebben we gezien dat er geëlektrificeerd is. Mensen gingen steeds meer elektrische apparaten gebruiken. Dat deden we op de momenten dat we dat ook het liefst allemaal tegelijk doen. Daardoor ontstaan er pieken. Vanzelfsprekend is er heel veel flexibele opwek — daarover ging uw vraag ook — en die zorgt ook voor pieken. Dat geheel aan samenspel van factoren maakt dat netcongestie bestaat.

De heer Van den Berg (JA21):

Wil de staatssecretaris in ieder geval bevestigen dat zon en wind wel deel zijn van de problemen met netcongestie?

Staatssecretaris De Bat:

Ik heb net geschetst dat er meerdere oorzaken zijn, waarvan de toename van flexibele opwek inderdaad ook een oorzaak kan zijn op de plekken waar dat zo is. Ook dat moeten we erkennen; het netwerk bestaat niet alleen uit één geheel netwerk voor Nederland — ook wel — maar vooral ook uit heel veel lokale netwerken, waar je soms echt invoedingsproblematiek hebt.

De heer Van den Berg (JA21):

Deze vraag is natuurlijk heel belangrijk. Na Flevoland, Gelderland en Utrecht gaat nu in heel het land het stroomnetwerk op slot. Waar eerder grootverbruikers al geen zware of zwaardere aansluiting meer konden krijgen, gaan nu ook alle huishoudens en kleinverbruikers op een wachtlijst. Nieuwe woningen kunnen straks simpelweg niet worden aangesloten. Enexis zei daarover: er komt een periode van wachten voor iedereen. Dat is een buitengewoon zorgelijke boodschap, want dit raakt niet alleen bedrijven of grote industriële gebruikers; het raakt iedereen. Deze problematiek komt bovendien niet uit de lucht vallen. Toen ik zeven jaar geleden startte bij de Provinciale Staten waarschuwde ik al voor netcongestie. We hebben jarenlang ingezet op de elektrificatie van vrijwel alles: iedereen aan de elektrische auto's, warmtepompen, en kookplaten of inductie. Alsof dat nog niet zwaar genoeg was voor ons elektriciteitsnetwerk, hebben we het ook nog eens een keer overbelast met de instabiele opwek van zon en wind. Het is alsof je iedereen het spoor op jaagt, maar vervolgens geen extra treinen laat rijden, geen extra spoor aanlegt, en juist tijdens de spits de dienstregeling stillegt. Dan weet je dat het op een gegeven moment vastloopt. JA21 wil daarom van de staatssecretaris weten hoe het kabinet gaat voorkomen dat heel Nederland letterlijk op slot gaat.

Daarbij heb ik nog een vraag. Wat gaat de staatssecretaris concreet doen om te voorkomen dat woningbouwprojecten stilvallen doordat nieuwe woningen geen aansluiting kunnen krijgen?

Staatssecretaris De Bat:

Ook dit is een vraag die om een best wel gedetailleerd antwoord vraagt. In dit land zien we dat het op elke plek net anders is. Het artikel waar de heer Van den Berg eerder aan refereerde, gaat met name over Brabant. We hebben in de regio Gelderland, Flevoland en Utrecht gezien dat de nood daar het hoogst werd. Daar hebben we een aanpak op gezet die alle vormen van crisis in zich had. We hebben in delen van dat gebied heel snel weer ruimte kunnen vinden. Daarbij moeten we ook erkennen dat het juist daar waar alleen woningbouw aan de orde is, moeilijker is om die flex te vinden.

Wat betreft oplossingsrichtingen hebben we gezocht naar mogelijkheden om netneutraal bouwen versneld mogelijk te maken, waardoor woonwijken sowieso aangesloten kunnen worden. En voor het gebied waarin over een aantal jaar een groter slot komt, is de aansluiting van woningen die op dit moment gepland zijn nog steeds mogelijk. Dat betekent dat je die woningen in ieder geval de komende drie jaar nog kunt aansluiten. Hetzelfde zal gelden voor andere gebieden waarin het krapper wordt. Daar werken we dus vol aan. Later vandaag zullen we nog een volgende brief over netcongestie sturen, waarin we een aantal van de stappen die we hebben gezet, zullen uitleggen.

De heer Van den Berg (JA21):

Het klopt toch wel dat die aansluitstop vanaf 1 juli 2026 tot 1 januari 2027 gaat gelden voor de kleinverbruikers? Dat stelt in ieder geval Netbeheer Nederland. Klopt die informatie dan niet?

Staatssecretaris De Bat:

Die klopt wel. Het bericht van de netbeheerder is wel een stuk gedetailleerder. Die doet ook de oproep om vooral zelf te kijken wat je kunt binnen je eigen aansluiting. Een heleboel kan ook nog; vaak kun je een interne verbouwing gewoon nog doen of een nieuwe keuken gewoon nog installeren, maar je moet dan wel even kijken welk soort aansluiting je nodig hebt. Het vraagt dus om iets meer nadenken aan de voorkant, maar als je dat nadenken goed doet, is er gelukkig ook nog wel wat mogelijk. Maar ja, het antwoord is ook: als je meer wilt, als je zwaarder wilt, dan heb je echt even na te denken. Die aansluitstop geldt echt alleen voor het deel Utrecht-Noord.

De heer Van den Berg (JA21):

Dat laat dus toch wel zien dat het niet alleen Brabant is, en ook niet alleen Utrecht, Flevoland en Gelderland; het geldt voor het hele land. Dan geven netbeheerders ook nog aan dat er tot 2040 270 miljard euro nodig is voor de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook hoe hij die gaat betalen. De staatssecretaris sprak net over die kostenefficiëntie. Nog beter: wie gaat er uiteindelijk betalen voor deze rekening?

Staatssecretaris De Bat:

Nogmaals, de acute aansluitstop voor woningbouw vanaf 1 juli geldt alleen voor Utrecht-Noord. Voor de rest van het land zijn er nog heel veel meer mogelijkheden. Het is goed om dat te blijven benadrukken.

Twee. De heer Van den Berg wijst op het rapport-FIEN van de netbeheerders, waarin de totale doorkijk is gegeven van wat alle netuitbreiding vraagt aan kosten. Dat is een eerste aanzet; er moet nog heel goed bekeken worden wat daar effectief van waar wordt. Zoals de heer Van den Berg ook weet, worden de kosten van ons elektriciteitsnet omgeslagen over de gebruiker.

De heer Van den Berg (JA21):

Het is volgens mij wel zo dat die kosten linksom of rechtsom betaald moeten worden. Ik ken de netbeheerders als goede onderzoekers — volgens mij heeft PwC dit onderzoek gedaan — dus ik vraag nogmaals wie dit nou gaat betalen. Kan de staatssecretaris daarbij ook een inschatting geven van hoe groot de economische schade van die netcongestie, waarvan we allebei beamen dat die er is, volgens de staatssecretaris op dit moment nou precies is?

Staatssecretaris De Bat:

Netcongestie is een groot probleem. Daar hebben we dus ook heel veel aandacht voor. We bouwen sneller. Er komt ook wetgeving naar uw Kamer om sneller bouwen mogelijk te maken. We doen een oproep om het net veel flexibeler te gebruiken. Dat helpt ons allemaal. Gelukkig zien we daar ook hele goede voorbeelden van. Uiteindelijk zullen we het net, als we het uitbreiden, gezamenlijk moeten betalen. De vragen hoeveel het net uitgebreid moet worden en hoe groot het moet worden, zijn natuurlijk vragen van de toekomst. De doorrekening die is gedaan, zullen we ook heel scherp volgen. Uiteindelijk moet blijken of die klopt of niet. Als die klopt, zal dit via het omslagstelsel betaald worden door de gebruikers.

De heer Van den Berg (JA21):

Dank voor het antwoord. Dat is dan duidelijk. Uiteindelijk is het de taak van ons allemaal om de economische schade zo veel mogelijk te beperken. Op dit moment berekent de Boston Consultancy Group dat dit tussen de 10 en 40 miljard euro per jaar kost. Wat gaat de staatssecretaris concreet doen om die schade zo veel mogelijk te beperken, zodat ons verdienvermogen niet wordt aangetast?

Staatssecretaris De Bat:

Met heel hard werken en samen met alle partijen hebben we voor Flevoland, Gelderland en Utrecht een aantal oplossingen hebben kunnen bedenken. Ik ben nu ook bezig met zo'n zelfde aanpak voor de gebieden waarbij de nood daarna het hoogst is en waar hetzelfde dreigt te gebeuren, namelijk Brabant en Noord-Holland. Als het nodig is, doen we dat voor het hele land. Dat staat nog los van het feit dat we sneller bouwen — daar doen we alles aan — en ook allerlei maatregelen nemen ten aanzien van flexibeler gebruik van het net en het stimuleren van mensen om de piekmomenten te mijden, waardoor we met elkaar het net ook beter kunnen gebruiken.

De heer Van den Berg (JA21):

Dat laat dan zien wat ik al zei. Zeven jaar geleden agendeerde ik dit voor het eerst. Nu zijn we inderdaad op het punt waarop we in Noord-Holland wellicht naar een aansluitstop gaan. Dat is natuurlijk heel zorgelijk. Dat brengt me ook tot de volgende vraag. Als wij doorgaan met deze transitie op deze wijze, is dat dan niet een heilloze weg? Moeten we niet een rem zetten op die elektrificeringsplannen, zodat we dit niet nog erger maken?

Staatssecretaris De Bat:

Ik denk dat er genoeg redenen zijn om door te gaan met het steeds minder gebruiken en uiteindelijk afstappen van fossiele brandstoffen, omdat we daar ook een afhankelijkheid van hebben die ons niet verder brengt. Dat neemt niet weg dat ik het ermee eens ben dat we een grote opgave hebben. Ik doe ook niet anders dan dag na dag hard werken om die oplossingen ook te vinden.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik weet dat de staatssecretaris hier heel hard aan werkt, maar dan stel ik nogmaals de vraag: moeten we nu niet meer op de rem gaan trappen, zodat we Nederland niet helemaal op slot zetten? Anders is het zo meteen niet alleen Flevoland, Gelderland en Utrecht, maar gaat het hele land echt op slot.

Staatssecretaris De Bat:

De grootste vraag om dingen op te lossen komt van ondernemers, van woningbouwers, van mensen die huizen willen neerzetten. Ik denk dat het juist goed is om met die partijen verder te gaan. Als zij ons vragen om ervoor te zorgen dat er betere en meer aansluitingen komen, dan zijn wij zeer bereid om daar hard voor te werken en samen met hen oplossingen te verzinnen.

De voorzitter:

Kort en afrondend.

De heer Van den Berg (JA21):

Afrondend. Wij blijven ons hier hard voor maken. Wij blijven ons ook zorgen maken om de industrie. Mijn laatste vraag is: hoe gaan we ervoor zorgen dat de netcongestie niet leidt tot boetes bij de industrie omdat ze het niet kunnen doormaken?

Staatssecretaris De Bat:

Dat is een terecht punt. In het kader van de totale verduurzaming moet je dat voortdurend in balans zien. Je kunt niet een straf opleggen, als je het zo zou willen noemen, terwijl iemand wel zou willen elektrificeren, maar dat niet kan. Dat zal dus ook niet gebeuren.

De heer Kops (PVV):

Het is een enorme puinhoop op ons elektriciteitsnet. De staatssecretaris draaide er een beetje omheen, maar het is nota bene erkend door de voorganger van de staatssecretaris — ze zit daarachter — dat dit wel degelijk voornamelijk komt door de uitrol van duurzame energie. U weet wel: die vreselijke windturbines en zonneparken. Op die manier gaan we zo langzamerhand van duurzame energie naar geen energie. Dat is natuurlijk onacceptabel. De vraag aan de staatssecretaris is natuurlijk waarom hij daar niets aan doet. Is de staatssecretaris ertoe bereid ons elektriciteitsnet te redden van de ondergang door gewoon te stoppen met de uitrol van duurzame energie? Is hij er ook toe bereid om nu, op dit moment, ons elektriciteitsnet te verlichten door op z'n minst die vreselijke windturbines gewoon stop te zetten?

Staatssecretaris De Bat:

Ik ken mijn voorganger als een genuanceerd mens. Ik geloof dus nooit dat zij heeft gezegd dat dit komt door alles wat er met flexibele opwek wordt gedaan. Ik heb net aan het begin van mijn antwoorden aan de heer Van den Berg geschetst dat er meerdere redenen zijn. Een van de redenen is inderdaad het toegenomen aanbod van flexibele opwek. Dat maakt dat je naar het geheel in balans moet kijken. Het komt ook voor dat flexibele opwek wordt uitgeschakeld om de pieken uit het net te halen. Dat gebeurt al. Tegelijkertijd zie je ook dat juist steeds meer bedrijven en organisaties zelf oplossingen vinden, bijvoorbeeld door te werken met een opslag ertussen, waardoor ze het geheel kunnen benutten. Volgens mij is dat de route naar een echte oplossing.

De heer Köse (D66):

Het energienet is de snelweg voor de energietransitie. We zien dat er nu een flinke file op staat. Dat kost ons 10 tot 40 miljard per jaar; een vraag hierover werd net al gesteld. Dat komt omdat we straks misschien niet meer kunnen bouwen, we bedrijven niet kunnen laten groeien op een duurzame manier en energieprojecten niet van de grond komen. Ik kom nu op de vraag, voorzitter. Mijn collega heeft al een motie ingediend over de crisiswet netcongestie.

De voorzitter:

En de vraag?

De heer Köse (D66):

Mijn vraag is: wanneer komt die er?

Staatssecretaris De Bat:

Daar hebben we drie weken geleden, denk ik, een heel debat over gehad. Ik heb geschetst dat er nog voor de zomer een aantal wetgevingsprogramma's naar de Kamer komt en we in het kader van de versnelling richting het eind van het jaar met een breder pakket komen om te versnellen. Het allerbelangrijkste is sneller bouwen. Wat dat betreft zitten er nu al een aantal zaken in de pijplijn. Een ander punt is dat het Grids Package vanuit Europa eraan komt. Dat helpt om stikstof op een andere manier te wegen bij het aanvragen van vergunningen. Daarmee versnellen we al. We doen er alles aan om nog meer wetgeving aan te passen en ook om zaken binnen bestaande wetgeving te gedogen, om dingen echt mogelijk te maken.

Mevrouw Müller (VVD):

De staatssecretaris weet dat de VVD zich hier grote zorgen over maakt en dat we verwachten dat het wetgevingspakket snel richting de Kamer komt. Wat betreft het flexibeler inzetten van het net weten we dat regionale netbeheerders in de FGU-regio onlangs hebben aangekondigd dat mensen een bonus kunnen krijgen zodra zij niet tijdens de piekuren gebruikmaken van stroom. Ik zou de staatssecretaris willen vragen: kunnen we dat ook gaan doen in andere provincies, zoals in Brabant?

Staatssecretaris De Bat:

Dit is een van de oplossingen die in het totaalpakket van oplossingen zit. Dit moet wel een klein beetje volgtijdelijk, omdat netbeheerders dit niet overal tegelijk op dezelfde manier kunnen inregelen. Dat doen we op een manier waarbij het het eerste kan waar het het hardste nodig is. In Brabant zullen we een heleboel elementen van de aanpak in FGU benutten, om daar nog sneller dan in FGU tot oplossingen te komen.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik wil het nog even hebben over Utrecht-Noord. De staatssecretaris zei net dat daar echt een aansluitstop plaatsvindt. Maar is dat dan niet juist de kern van het probleem? We kunnen het daar nu oplossen met gasgeneratoren. Daardoor kunnen we die wijken toch gaan stutten. Is dat niet juist een signaal dat we moeten stoppen met de variabele opwek van zon en wind en meer moeten inzetten op regelbare bronnen, zoals gas en kernenergie?

Staatssecretaris De Bat:

Dat is volgens mij het bewijs dat we niet blind zijn, dat alle oplossingen nodig zijn en dat je dus ook af en toe gasgestookte turbines moet inzetten om pieken op te vangen.

De heer Van den Berg (JA21):

Kan de staatssecretaris toezeggen dat we in het vervolg veel meer gaan inzetten op regelbare bronnen? Dus niet continu zon en wind en variabel, want dat verergert de netcongestie. Kunnen we door het hele land niet veel beter inzetten op regelbare bronnen, zodat we niet overal in dezelfde ellende komen te zitten als nu in Utrecht het geval is?

Staatssecretaris De Bat:

Het is echt een en-enverhaal. Je zult het allebei moeten doen als je uiteindelijk wilt verduurzamen, als je van de fossiele vraag af wilt komen en als je tegelijkertijd je regelbaar vermogen op peil wilt houden.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

We staan als lemmingen aan de afgrond; dat is het gevoel dat mij hier bekruipt. We gaan elektrificeren omdat ooit bedacht is dat dat goed was. Ons grootste natuurgebied, de Noordzee, is verkracht; laten we het maar gewoon benoemen zoals het is. Vervolgens is er onvoldoende elektriciteit om het allemaal te laten draaien. Deze vraag is al een aantal keer gesteld, maar de politiek is net als reclame: herhalen. Is het wellicht niet toch verstandig om te stoppen met die heilloze weg om overal windmolens neer te plempen en moeten we niet inzetten op andere stabiele energie? Want ik maak me grote zorgen over de woningbouw en onze economie.

Staatssecretaris De Bat:

Zoals mevrouw Keijzer weet, hebben we het nationaal Programma Energiehoofdstructuur, waarin al in 2023 een eerste route is gelegd voor hoe je je opwek organiseert als je de gascentrales over een aantal jaren gaat uitschakelen. Daar hoort bij dat je wind, zon en kernenergie nodig hebt om uiteindelijk zowel de flexibele opwek als de stabiele basislast goed te organiseren. Het is dus ook hier een en-enverhaal. Je hebt echt alles nodig als je aan alle vraag wilt kunnen voldoen.

De heer Vermeer (BBB):

Ik wil daar toch nog even op inhaken. Kan de staatssecretaris vandaag gewoon erkennen dat de overheid jarenlang ambities heeft gestapeld, zonder de infrastructuur op orde te brengen? En kan hij toezeggen dat er geen nieuwe elektrificatie of energieambities bij komen, zonder dat er eerst een harde toets wordt uitgevoerd op de netcapaciteit en de uitvoerbaarheid?

Staatssecretaris De Bat:

Zoals de heer Vermeer ook weet, is het plannen van dat soort grote projecten zodanig ver in de tijd dat je nu die plannen voor grootschalige opwek moet maken en je tegelijkertijd je netwerk op orde moet brengen. Dat is ook wat we doen. We hebben allerlei programma's waarmee we het 380kV-netwerk, dus het hoogspanningsnetwerk in Nederland, uitrollen en versterken. We hebben plannen om alle onderliggende netten goed te versterken. We hebben ook plannen om de opwek op een goede manier te organiseren. Dat gaat tegelijkertijd. Dat moet natuurlijk wel zodanig gebeuren dat je net sterk genoeg is op het moment dat je de opwek gereed hebt. Die balans gaan we echt verbeteren.

De heer Vermeer (BBB):

Ik vergelijk dit gewoon met toch nog emmers water in een bad blijven gooien dat al vol is, terwijl je eigenlijk weet dat het gaat overstromen. Ik heb ook nog iets anders. De regio's zien wél waar de problemen zitten. Zij weten welke woningbouwprojecten cruciaal zijn, maar de prioritering wordt centraal, en een beetje technisch, uitgevoerd door, met name, de netbeheerders. Kunnen we de provincies en gemeenten niet meer zeggenschap geven in dit proces in plaats van dat zij maar moeten afwachten wat eruit komt?

Staatssecretaris De Bat:

In de werkwijze van de minister van VRO vraagt zij aan de betrokken ministeries, in dit geval dus ook aan mij, waar woningbouw zonder netcongestie mogelijk is. Ze heeft natuurlijk meer van die vraagstukken die we moeten oppakken, want die hebben soms ook te maken met watercapaciteit. Dat wordt uiteindelijk bij elkaar opgeteld. Pas als dat mogelijk is, kun je bijvoorbeeld de grote gebieden waarin je meer woningen tegelijk wil programmeren daadwerkelijk op de kaart zetten. We moeten niet eerst iets intekenen en dan bedenken of het überhaupt past. Dat vraagt een andere manier van denken. Dat is opgepakt. We zitten daar ook gezamenlijk over aan tafel, zodat we dit element aan de voorkant meenemen als we in overleg met provincies en gemeenten nieuwe woonwijken programmeren.

De voorzitter:

Ik bedank de staatssecretaris voor zijn aanwezigheid in de Kamer.

Vragen Bikker

Vragen van het lid Bikker aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht "C-support en Q-support stoppen eind 2026".

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Bikker voor haar mondelinge vragen namens de fractie van de ChristenUnie aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die ik eveneens van harte welkom heet in het parlement. Het woord is aan mevrouw Bikker.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Voorzitter. Zes jaar geleden zaten we midden in de coronapandemie. Voor heel veel mensen voelt dat gelukkig als een gepasseerd station, hooguit als iets wat je weer ziet bij die parlementaire enquête, maar voor duizenden postcovidpatiënten is dat helemaal niet het geval. Dagelijks voelen zij de pijn van een verloren leven, van een verloren actief leven, van verloren energie, van een verloren baan of van verloren sociale contacten. Te vaak zijn ze moedeloos, want er is nauwelijks een behandeling, nauwelijks vooruitgang en geen luisterend oor bij de huisarts. Juist voor deze mensen is C-support vaak een reddingsboei. Het nieuws dat C-support zich nu gedwongen voelt om te stoppen, is dan ook met grote wanhoop ontvangen bij een hele groep mensen. Ik zie het in mijn mailbox. Opnieuw voelen zij zich niet gezien.

Voorzitter. Ik start daarom met een fundamentele vraag: is de organisatie van C- en Q-support niet meer nodig volgens de minister?

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Hermans:

Voorzitter, dank u wel. Laat ik beginnen met zeggen dat ik mij ongelofelijk goed realiseer dat mensen met postcovid, Q-koorts of een ander postacuut infectiesyndroom, afgekort PAIS, te maken hebben met een ziekte, of de gevolgen daarvan, die grote impact heeft op hun gezondheid, welzijn, werk en sociale leven. Soms hebben ze ook echt weinig uitzicht of perspectief dat het beter wordt.

Bovendien is het ook een ziekte die vaak nog niet goed, of goed genoeg, erkend of gehoord wordt. Ik heb onlangs gesproken met een aantal PAIS-patiënten. Hun persoonlijke verhalen, allemaal met hun eigen ervaring en invalshoek, hebben echt indruk op mij gemaakt. Het zijn vaders, moeders, dochters, ondernemers en soms ook kinderen en jongeren. Het zijn allemaal mensen die midden in het leven staan en van wie het leven plotseling stil is komen te staan zonder, zoals ik net ook al zei, enige zekerheid op herstel of verbetering van hun situatie. Dat zij in de afgelopen jaren, voor Q-koortspatiënten natuurlijk al langer, voor covid- en postcovidpatiënten de afgelopen vijf jaar, een fijne, veilige plek vonden bij Q-support en C-support begrijp ik ongelofelijk goed.

Dan ben ik bij de directe vraag van mevrouw Bikker of ik vind dat de organisatie niet meer nodig is. Zo heb ik het beluisterd. Wij hebben bij de oprichting van Q-support en C-support altijd gezegd: dit is een tijdelijke organisatie; nu we zien dat deze nieuwe ziekte zich manifesteert en openbaart, willen we snel kennis kunnen bundelen en mensen kunnen helpen, maar dat doen we tijdelijk, want in ons zorgsysteem is het de bedoeling dat iedereen in de reguliere zorg zijn zorg of ondersteuning kan krijgen. Dat is hoe we altijd gewerkt hebben. Ik heb ongelofelijk veel respect en bewondering voor het werk dat Q-support en C-support tot op de dag van vandaag gedaan hebben. Ik denk dat het ook ongelofelijk goed is dat we met elkaar gezegd hebben dat we het nu gaan overdragen aan de reguliere zorg. Die kennisfunctie blijft van heel groot belang, zodat huisartsen, maar ook andere zorg-, ondersteunings- en welzijnsprofessionals die hiermee te maken hebben, wel een plek hebben waar zij kennis kunnen ophalen. Daar blijven we dus ook structureel in investeren.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Ik vind dit razend onverstandig. Waarom? Omdat die kennis nu in de eerste lijn, bij de huisartsen, aanwezig wordt verondersteld. Ik spreek non-stop patiënten die een huisarts hebben die zegt: legt u me maar uit wat u heeft, want u weet meer dan ik. Ik spreek patiënten die niet terechtkunnen bij de postcovidexpertisecentra, want ook daar zijn de poorten gesloten. Ik zie een Kamer die gezegd heeft: minister, ga hiermee door. Het amendement-Bushoff heb ik graag mede-ingediend. Waarom? Omdat we allemaal aangeven dat deze kennis niet voorradig is en dat C-support op dit moment voorziet in een leemte in ons stelsel. Onderkent de minister dat?

De voorzitter:

De minister. Kort en bondig alstublieft.

Minister Hermans:

Vorige week is het amendement van Bushoff, Bikker, Diederik van Dijk, Van Brenk en Dobbe aangenomen. Dat zag erop om voor de afbouw van de werkzaamheden van de altijd als tijdelijk bedoelde — dat blijf ik benadrukken — organisatie van Q- en C-support nog wat extra tijd te nemen, ook nog volgend jaar, zodat de afbouw in langzamer tempo kan worden vormgegeven. Dat geld is dus gereserveerd op de begroting. Daar zit 3 miljoen in. Dat is erop gericht om te voorkomen dat in één keer aan het einde van het jaar de ondersteuning van patiënten stopt. Ik wil in de komende periode met Q- en C-support, met de patiëntenorganisaties en met de huisartsen om tafel om te bespreken hoe we dit geld zo goed mogelijk kunnen besteden. Daar zal ik me ook echt persoonlijk tegenaan bemoeien. Uiteindelijk gaat het erom hoe we ervoor zorgen dat we het belang van de patiënten zo goede mogelijk dienen. Op dat punt ben ik het duizend procent eens met mevrouw Bikker.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Maar eerst het kalf laten verdrinken en dan de put dempen is een slechte manier van handelen. Wat nu gaat gebeuren, is dat er wel kennis verloren gaat. Mensen die zich al gespecialiseerd hebben, gaan toch ook weer andere dingen doen. Dat hebben we al op meer fronten gezien. Ook staan patiënten in de kou. Ik snap heel goed dat de minister zegt: als de reguliere zorg dingen aankan, kan het daarnaar terug. Alleen, waar baseert de minister op dat dit hier het geval is?

Minister Hermans:

Q- en C-support zijn begonnen omdat we zagen: er ontbreekt iets, er is iets nodig. Daar heeft de Kamer zich ook heel hard voor gemaakt. Er is altijd gezegd — ik sta daar ook echt helemaal achter — dat in ons reguliere zorgsysteem iedereen, ongeacht welke ziekte of aandoening iemand heeft, terecht moet kunnen. Ik sta er dus achter dat wij deze organisatie tijdelijk hebben opgezet met de bedoeling dat het overgaat naar de reguliere zorg. Ik vind dat je gewoon bij je huisarts terecht moet kunnen om die vragen te stellen. Ik zie ook — daar zag ook het amendement op van de heer Bushoff, mevrouw Bikker en de anderen die ik net noemde — het punt van de afbouw: hoe kunnen we die overgangsperiode wat zachter vormgeven, zodat voor de patiënten de ondersteuning blijft en we die kennisfunctie goed borgen? Juist over de overgangsperiode, waar die 3 miljoen uit het amendement voor is, wil ik met de partijen om tafel. Ik roep ook iedereen op om constructief aan tafel te komen, want we moeten het uiteindelijk regelen voor de patiënt.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Het gaat hier over patiënten die in veel gevallen nauwelijks energie hebben en die we opnieuw vragen om te strijden voor hun positie, die we opnieuw vragen om zich te voegen in een stelsel dat voor hen tekortschiet. Wat is er nodig? Onderzoek. Maar het geld is op. Postcovidpoliklinieken, die toegankelijk zijn, niet alleen voor onderzoek, maar ook voor behandeling en behandelinstructies voor huisartsen. Ik hoor veel te vaak dat dit tekortschiet. Het gaat hier niet over een groepje van een tiental mensen met een zeer, zeer zeldzame ziekte. Het gaat over een hele grote groep mensen. Ik zie tekorten, ik zie ervaring weglopen en de zorgen zijn groot. Wat het stomste is wat we dan kunnen doen — ik zeg dit niet vaak — is dat we deze patiënten opnieuw vragen om de strijd te voeren voor hun positie. Ik hoor de minister zeggen dat ze er alles aan gaat doen, maar ondertussen worden de schepen die we al hebben, wel achter ons verbrand. Dat kan toch ook op het ministerie van VWS alleen maar tot ongemak leiden? Heeft de minister in de gaten dat als er een nieuwe grootschalige ziekte is — dit is postcovid, maar we hebben ontdekt dat we ook veel te weinig hebben gedaan aan andere PAIS — we niet kunnen rekenen op het stelsel dat we hebben en dat we daarom de schepen niet achter ons moeten verbranden op het moment dat er nog geen vervanging is?

Minister Hermans:

Twee punten naar aanleiding van de opmerking van mevrouw Bikker. Eén. Nee, het is niet aan patiënten om nu te strijden. Het is nu aan ons, aan mij en het ministerie van VWS, aan Q- en C-support, aan de patiëntenorganisaties en aan de huisartsen — ik wil de reguliere zorg daar namelijk bij betrekken — om met elkaar aan tafel te gaan en te zorgen dat we die overgang regelen en te zorgen dat we het geld voor de patiëntenondersteuning volgend jaar goed kunnen besteden.

Dan het tweede: PAIS in bredere zin, de ondersteuning en hoe we die in het stelsel organiseren. Ik ben het met mevrouw Bikker eens dat we daar nog werk te doen hebben. Ik werk op dit moment, zo'n beetje as we speak, aan een brief, waarvan ik ook heb toegezegd aan de Kamer die nog voor de zomer te sturen, over hoe we daarmee omgaan. Maar dat geldt even breder dan alleen dit vraagstuk. Ik denk dat we hier echt heel goed over na moeten denken en dat we ons hierop voor moeten bereiden. Want de kans dat we hier in de toekomst nog een keer mee te maken krijgen, is natuurlijk echt serieus.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Daarom heb ik er eerder ook voor gepleit om de pandemische paraatheid op orde te krijgen. Dat is gelukt. Ik zeg hier echter heel duidelijk: ga niet schrappen en slopen als de vervanging nog niet klaarstaat. Ik hoop dat de minister op haar schreden terugkeert en dat we liever iets te lang in de lucht houden dan dat we nu dat grote tekort hebben. Zie wat het betekent voor patiënten. Dat geldt ook voor dat andere beleid dat structureel gevoerd moet worden. Aan de ene kant maakt deze Kamer zich telkens zorgen over de instroom in de WIA, maar aan de andere kant investeren we niet op plekken waar mensen in de problemen raken, omdat wij ons zorgstelsel nog steeds ouderwets organiseren en niet naar nieuwe ziekten omkijken. Ik hoop dat de minister haar plannen wil veranderen en er voor deze patiënten zal staan, ook nu.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Bikker.

Minister Hermans:

Heel kort. Zoals ik al zei: ik sta zeker voor deze patiënten. Ik heb een indringend en indrukwekkend gesprek gevoerd en heb gezien, gehoord en gevoeld wat voor effect dit heeft, niet alleen op het leven van mensen zelf, maar natuurlijk ook op hun naasten. Ik voel me dus wel degelijk gemotiveerd om het goede voor deze patiënten te doen. Ik vind het wel lastig als mevrouw Bikker woorden als "schrappen" en "slopen" gebruikt, want dat is helemaal niet waar we op gericht zijn. We hebben altijd gezegd: dit is tijdelijk. Ik wil het naar de reguliere zorg brengen, zodat je bij de huisarts om de hoek terechtkan. Daarvoor is het natuurlijk ook belangrijk dat die huisarts de kennis, de kunde en de expertise heeft. Daarom zeg ik dat ook de huisartsen aan tafel moeten, samen met de patiëntenorganisaties, Q- en C-support en het ministerie van VWS. Ik zal me er ook hoogstpersoonlijk tegenaan bemoeien om voor deze patiënten een goede overgang te regelen.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

We hebben het debat gevoerd. Ik vertelde de minister over Christel, die vanuit het onderwijs ziek geworden is en bij haar huisarts niet terechtkon. Zij hoopte eigenlijk dat C-support ook voor haar toegankelijk zou zijn. De minister heeft heel duidelijk laten zien: ze zijn daar met onderzoeken bezig en het moet naar de huisarts toe, maar het duurt wel even voordat het daar is. We hebben onderzoekers die nu weglopen omdat er misschien geen geld voor is. De vraag is: is het nu een centenprobleem of is het een ander probleem? Kan de minister daar heel duidelijk over zijn?

Minister Hermans:

Q- en C-support hebben laten weten de afbouw in 2026 voort te zetten, zoals dat ook in brieven van eind 2025 gecommuniceerd is. Toen kwam het amendement van de Tweede Kamer, waarmee werd gevraagd: kunnen we die afbouw over een iets langere periode vormgeven, dus in 2026 en ook nog in 2027? Dat amendement is vorige week aangenomen. Naar aanleiding daarvan heeft er overleg plaatsgevonden over de vraag: hoe gaan we daar nu invulling aan geven? In dat gesprek hebben Q- en C-support gezegd: wij kunnen het niet meer vormgeven en invullen op een manier die wij willen. Daar hebben we ons natuurlijk niet zomaar bij neergelegd. Daar is nog over doorgepraat. Uiteindelijk is dit echter het besluit geworden. Daarover bent u ook geïnformeerd. Ik vind het nu van het allergrootste belang om te kijken hoe we dat regelen, ook indachtig het amendement en de oproep uit de Kamer om te kijken hoe we het bedrag van 3 miljoen uit het amendement, dat er echt op gericht is om de patiëntenondersteuning in 2027 toch mogelijk te maken, daarvoor in kunnen zetten. Daarvoor wil ik graag het gesprek met patiëntenorganisaties, Q- en C-support, de huisartsen en natuurlijk VWS.

De heer Bushoff (PRO):

De minister zei het al: vorige week is er een amendement aangenomen van 6 miljoen euro voor mensen met postcovid en vergelijkbare ziektes. Het ging om 3 miljoen voor Q- en C-support en 3 miljoen om ervoor te zorgen dat die mensen uiteindelijk inderdaad in de reguliere zorg en ondersteuning terechtkomen. Mijn vraag is eigenlijk heel simpel: kan de minister garanderen dat die 6 miljoen die de Kamer voor dit doel beschikbaar heeft gesteld, ook voor dit doel beschikbaar blijft, ondanks dat C-support en Q-support nu tegen alle verwachtingen in zelf de stekker eruit hebben getrokken?

De voorzitter:

De minister, kort en bondig.

Minister Hermans:

De Kamer heeft vorige week dit amendement aangenomen. Het doel staat voor mij overeind. Ik heb al wat gezegd over de eerste 3 miljoen. Ook de tweede 3 miljoen blijft gewoon staan.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor haar aanwezigheid in de Kamer. Ik schors een enkel ogenblik, waarna we gaan stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Toelating van de heer Kahya tot lid van het Europees Parlement

Toelating van de heer Kahya tot lid van het Europees Parlement

Aan de orde is het verslag van de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven inzake de toelating van U. Kahya tot lid van het Europees Parlement.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Ik verzoek de leden hun plaatsen in te nemen. Er zijn maar liefst zeventien pagina's voor de stemmingen vandaag, dus ik hoop dat u er klaar voor zit. Vorige week waren er 281 moties. We gaan zien wat het vandaag weer wordt. Ik geef allereerst het woord aan de heer Ellian voor het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven. Ja, we hebben eerst nog meneer Ellian in het voorprogramma. Dat is ons allen altijd een genoegen. Meneer Ellian, u heeft het woord.

De heer Ellian (voorzitter van de commissie):

Dank, voorzitter. Ik voel me bijna bezwaard, maar we moeten dit doen, want we hebben een collega die naar het Europees Parlement gaat.

De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op de heer U. Kahya te 's-Hertogenbosch. De commissie is tot de conclusie gekomen dat hij terecht benoemd is verklaard tot lid van het Europees Parlement.

De commissie stelt vast dat hij op grond van de nationale bepalingen tot lid van het Europees Parlement kan worden toegelaten. De commissie stelt voor dit te berichten aan de voorzitter van het Europees Parlement en uiteraard aan de benoemde.

Tot slot stelt de commissie voor het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.

De voorzitter:

Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:

Tijs van den Brink, voor de gehele week.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:

Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over:

de ingediende moties bij het wetgevingsoverleg Jaarverslag en Slotwet van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar 2025;

de aangehouden motie-Kathmann/Ceder (36800-VII, nr. 69);

de aangehouden motie-Grinwis c.s. (30995, nr. 118);

de aangehouden motie-Van der Plas (19637, nr. 3512).

Voordat we gaan stemmen, zie ik een aantal leden bij de interruptiemicrofoon. Allereerst geef ik het woord aan de heer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter, dank voor het woord. Ik heb een verzoek om de motie op stuk nr. 118 (30995), onder punt 34 op de stemmingslijst, over het tweeminutendebat Leefbaarheid en veiligheid, nog even aan te houden tot de stemmingen van donderdag. Het verzoek is dus om de motie op stuk nr. 118 (30995) nog even aan te houden.

De voorzitter:

Dat is een motie op de allerlaatste pagina.

Op verzoek van de heer Grinwis stel ik voor zijn motie (30995, nr. 118) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Ik zie meneer Ceulemans.

De heer Ceulemans (JA21):

Dan de allereerste pagina. Bij de motie op stuk nr. 842 (24515), onder punt 4, van mijzelf en collega Van den Berg, die was ingediend bij het commissiedebat Armoede- en schuldenbeleid, kon vorige week de uitslag niet worden vastgesteld. Wat ons betreft is het goed om daar op dit moment fractiegewijs in plaats van hoofdelijk over te stemmen.

De voorzitter:

Dat is wat mij betreft prima, als er geen andere leden zijn die daar een bezwaar tegen hebben. Ik denk het niet. Dan gaan we daar fractiegewijs over stemmen. Over de motie op stuk nr. 842 (24515) zal fractiegewijs worden gestemd.

Meneer Kisteman.

De heer Kisteman (VVD):

Voorzitter. Dit gaat over de stemmingen onder 5, over de Wet vrij en veilig onderwijs. Er is een brief van de staatssecretaris gekomen. Daarom zou ik graag willen voorstellen om vandaag niet te stemmen over deze wet, tot er een nieuwe reactie komt van de staatssecretaris.

De voorzitter:

De heer Kisteman stelt voor om niet te stemmen over het wetsvoorstel onder agendapunt 5. Ik kijk of daar een meerderheid voor is.

Mevrouw Moorman (PRO):

Ik ben hier echt zeer verbaasd over. Ik heb hier vorige week voor de stemmingen gestaan, omdat er toen amendementen werden ingediend op deze wet. Ik heb ook nog aan u gevraagd, voorzitter, of het belangrijk was om op dat moment uit te stellen. Op het moment dat er amendementen worden aangenomen, zitten we namelijk eigenlijk al in de wetsbehandeling. Op dit amendement, dat het wetsvoorstel zo fundamenteel verandert, kwam overigens binnen een kwartier een positieve appreciatie van de bewindspersoon. Ik ben dus ook verbaasd over het briefje dat we nu krijgen, waarin staat dat ze er ineens nog heel lang over na moet denken.

De voorzitter:

U steunt het voorstel van de heer Kisteman?

Mevrouw Moorman (PRO):

Niet, omdat het echt heel vreemd is wat hier gebeurt. Ik vind dat het parlement hier zelf een uitspraak over kan doen.

De voorzitter:

Dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Geen sprake van, we gaan gewoon stemmen.

De heer Boomsma (JA21):

Ik heb nog even een verhelderende vraag. Inderdaad was de vorige keer het idee om wel over de amendementen te stemmen en daarna te bekijken of je nog een termijn zou kunnen doen, waarbij je eventueel nog advies kunt vragen aan de Raad van State. Toen was het verhaal: dat kan niet meer, want de beraadslaging kan niet meer worden geopend als de amendementen eenmaal zijn behandeld. Als dat klopt, zie ik ook niet wat het uitstellen van de stemming nog voor zin heeft, want we kunnen er toch niet meer over beraadslagen. In dat geval geen steun.

De voorzitter:

Technisch gezien kan alles. Als de Kamer een derde termijn wenst, wanneer dan ook, kan dat altijd. Het is alleen inderdaad waar dat als de Kamer heeft beraadslaagd en er is gestemd over amendementen, het kabinet het wetsvoorstel niet meer kan wijzigen. Als het kabinet dat toch wenst, komt er een nieuw wetsvoorstel en dan zal dat opnieuw ter behandeling voorliggen in de Kamer.

De heer Boomsma (JA21):

In dat geval nu geen steun. Ik stel voor dat we gaan stemmen en dat er daarna eventueel een nieuw wetsvoorstel komt.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Voorzitter. De wet is niet echt handig. Als de minister ruimte nodig heeft om de wet opnieuw aangepast in te dienen, moet ze daar de ruimte voor krijgen. In die zin steun ik het. Als er geen steun is, zullen we over de wet moeten stemmen.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Vorige week hebben we om een derde termijn gevraagd. Daar was geen steun voor. Nu lijkt het me verstandig om gewoon over deze wet te stemmen, want al wekenlang hangt deze wet boven de markt. Het lijkt me gewoon goed dat we vandaag gaan stemmen, dus geen steun voor het verzoek.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Het lijkt alsof het kabinet nu reageert vanuit paniek, maar geen mogelijkheid wilde bieden aan de Kamer toen werd gevraagd om het vorige week uit te stellen. In dat geval ga ik hier geen steun aan verlenen. Omdat we als Kamer nu geen mogelijkheid meer hebben om iets te doen, lijkt het me niet logisch om hierin mee te gaan.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Daar sluit ik mij bij aan. Geen steun.

Mevrouw Armut (CDA):

Steun voor het verzoek van Kisteman.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Geen steun voor het verzoek.

Mevrouw Raijer (PVV):

Geen steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Dit is een wet die de regeldruk in het onderwijs verder verzwaart, dus van mij kunnen we deze wet hier vandaag wegstemmen en kan het daarom ook doorgaan.

De heer Van Houwelingen (FVD):

Geen steun. Stemmen.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. Als de staatssecretaris of de minister dit wil aanpassen, vinden wij dat daar ruimte voor moet zijn, dus wat ons betreft steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik heb hierover getwijfeld. Maar als ik mevrouw Moorman zo hoor en als ik de aard van het voorstel zie, dat meer regeldruk brengt dan dat het oplossingen biedt, lijkt het me misschien beter om met een aangepast nieuw voorstel te komen en nu wel gewoon over deze wet te stemmen.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

De SGP wil ook nu hierover stemmen, dus geen steun voor het voorstel.

De voorzitter:

Er is geen meerderheid voor het verzoek van de heer Kisteman, dus we zullen vandaag stemmen over het wetsvoorstel.

Stemmingen

Stemmingen

Stemming motie Spoorveiligheid en ERTMS

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Spoorveiligheid en ERTMS,

te weten:

de motie-Prickaertz/Vondeling over openstaande boetes van niet-betalende asielzoekers alsnog innen (33652, nr. 119).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

De voorzitter:

Eerst is er een hoofdelijke stemming. Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen. Ik verzoek de leden om stilte, zodat het in één keer kan. Het woord is aan de griffier.

In stemming komt de motie-Prickaertz/Vondeling (33652, nr. 119).

Vóór stemmen de leden: Boomsma, Boon, Martin Bosma, Brekelmans, Van Brenk, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Van Groningen, Peter de Groot, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Keijzer, Kisteman, Kops, De Kort, Lammers, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Müller, Nanninga, Nobel, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Schutz, Stoffer, Stöteler, Struijs, Verkuijlen, Vermeer, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Wiersma, Wilders, Becker, De Beer, Van den Berg, Bikker en Bikkers.

Tegen stemmen de leden: Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, El Boujdaini, Bromet, Bühler, Bushoff, Dassen, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Ergin, Hamstra, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kathmann, Klaver, Klos, Koorevaar, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Mathlouti, Mohandis, Moorman, Mutluer, Neijenhuis, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Rooderkerk, Schoonis, Sneller, Steen, Straatman, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Vliegenthart, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Zwinkels, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Beckerman, Belhirch en Biekman.

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met 76 stemmen voor en 73 stemmen tegen is aangenomen.

Stemming motie Armoede- en schuldenbeleid

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Armoede- en schuldenbeleid,

te weten:

de motie-Ceulemans/Van den Berg over aanpassing van de verdeelsleutel zodat Nederland niet minder uit het Sociaal Klimaatfonds ontvangt dan dat het bijdraagt (24515, nr. 842).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Ceulemans/Van den Berg (24515, nr. 842).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming Wet vrij en veilig onderwijs

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs) (36777).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

De voorzitter:

Op dinsdag 23 juni jongstleden heeft de Kamer reeds over de ingediende amendementen en de artikelen bij de Wet vrij en veilig onderwijs gestemd. Het wetsvoorstel (36777) komt nu in stemming.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Ceder/Kostić (stuk nrs. 10, I tot en met VIII), de gewijzigde amendementen-Ceder (stuk nrs. 38, I tot en met VII), de subamendementen-Rooderkerk (stuk nrs. 55, I tot en met IV), de amendementen-Boomsma (stuk nrs. 54, I tot en met IX) en het gewijzigde amendement-Ceder (stuk nr. 36).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA en de VVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Stemmingen moties Wet vrij en veilig onderwijs

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs),

te weten:

de motie-Ceder/Rooderkerk over borgen dat veiligheidsvoorzieningen op scholen aantoonbaar toegankelijk zijn voor alle leerlingen van de school (36777, nr. 39);

de motie-Ceder/Moorman over een aanpak gericht op het voorkomen van geweld, intimidatie en sociale onveiligheid op school (36777, nr. 40);

de motie-Ceder/Moorman over het bestaande aanbod rond suïcidepreventie goed ontsluiten voor scholen (36777, nr. 41);

de motie-Ceder/Rooderkerk over scholen ondersteunen bij het bevorderen van de veiligheid van onderwijspersoneel (36777, nr. 42);

de motie-Moorman over de versterking van het GSA-netwerk in de OCW-begroting opnemen (36777, nr. 43);

de motie-Moorman over het versterken van jongerenwerk in school (36777, nr. 44);

de motie-Moorman over scholen voldoende ruimte bieden om gelijkwaardigheid te stimuleren in het kader van burgerschapsonderwijs (36777, nr. 45);

de motie-Kisteman/Armut over inventariseren wat scholen nodig hebben om effectief op te treden bij vermoedens van wapenbezit (36777, nr. 46);

de motie-Boomsma over vertrouwenspersonen op scholen beter in staat stellen signalen van misbruik of uitbuiting te herkennen (36777, nr. 47);

de motie-Boomsma over onderzoeken hoe vaak scholieren en studenten de afgelopen twee jaar van school of universiteit zijn gegaan als gevolg van antisemitisme (36777, nr. 48);

de motie-Raijer/Van Houwelingen over een zerotolerancebeleid voor leerlingen met een vuur- of steekwapen (36777, nr. 49);

de motie-Raijer/Van Houwelingen over het ondersteunen van scholen bij het aanpakken van structureel pestgedrag (36777, nr. 50);

de motie-Raijer/Van Houwelingen over geweldplegers sneller en definitief van school verwijderen (36777, nr. 51);

de motie-Raijer over een gerichte aanpak van antisemitisme binnen het onderwijs (36777, nr. 52);

de motie-Van Houwelingen over de laatste twee zinnen van artikel 40, lid 11 van de Wet op het primair onderwijs schrappen (36777, nr. 53).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Ceder/Rooderkerk (36777, nr. 39).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Moorman (36777, nr. 40).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Moorman (36777, nr. 41).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Rooderkerk (36777, nr. 42).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorman (36777, nr. 43).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Moorman (36777, nr. 44).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorman (36777, nr. 45).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kisteman/Armut (36777, nr. 46).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boomsma (36777, nr. 47).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boomsma (36777, nr. 48).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Raijer/Van Houwelingen (36777, nr. 49).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Raijer/Van Houwelingen (36777, nr. 50).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Raijer/Van Houwelingen (36777, nr. 51).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Raijer (36777, nr. 52).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36777, nr. 53).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Wet bevordering wooncoöperaties

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het Voorstel van wet van het lid Beckerman tot wijziging van de Woningwet ter bevordering van wooncoöperaties (Wet bevordering wooncoöperaties) (36780).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Flach (stuk nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Is mevrouw Beckerman bereid om de verdediging in de Eerste Kamer op zich te nemen?

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik ben zo blij, sorry. Natuurlijk, gaarne! Dank jullie wel.

De voorzitter:

Dank u wel.

Stemmingen moties Wet bevordering wooncoöperaties

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het Voorstel van wet van het lid Beckerman tot wijziging van de Woningwet ter bevordering van wooncoöperaties (Wet bevordering wooncoöperaties),

te weten:

de motie-Jimmy Dijk over de nadere voorschriften omtrent wooncoöperaties ook aanpassen in het Btiv (36780, nr. 9);

de motie-Jimmy Dijk over komen tot een structurele en meerjarige financiering van Cooplink (36780, nr. 10);

de motie-Jimmy Dijk over het Rijksvastgoedbedrijf bij grootschalige gebiedsontwikkeling ten minste 10% als wooncoöperatie laten ontwikkelen (36780, nr. 11);

de motie-De Hoop over speciale aandacht voor wooncoöperaties bij ontwikkeling op grond in handen van de overheid (36780, nr. 12);

de motie-Van Leijen over bij subsidieregelingen voor ouderenhuisvesting ruimte creëren voor initiatieven die gebruikmaken van het coöperatieve woonmodel (36780, nr. 13);

de motie-Van Leijen over de rijksgrondfaciliteit of andere instrumenten binnen het grondbeleid inzetten voor de ontwikkeling van wooncoöperaties (36780, nr. 14);

de motie-Grinwis c.s. over bij de uitwerking van het huurregister wooncoöperaties zodanig meenemen dat ze herkenbaar zijn als wooncoöperatie (36780, nr. 15);

de motie-Grinwis c.s. over wooncoöperaties meenemen in de bredere aanpak woningdelen en gemeenten informeren over correcte toepassing van de kostendelersnorm (36780, nr. 16);

de motie-Grinwis c.s. over fiscale ongelijkheden wegnemen voor wooncoöperaties die voldoen aan de Wet bevordering wooncoöperaties (36780, nr. 17);

de motie-Mooiman c.s. over bij de evaluatie van de Wet bevordering wooncoöperaties de effecten meenemen van gerealiseerde wooncoöperaties op de betaalbare woonsegmenten (36780, nr. 18).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36780, nr. 9).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36780, nr. 10).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36780, nr. 11).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Hoop (36780, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Leijen (36780, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Leijen (36780, nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36780, nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36780, nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36780, nr. 17).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman c.s. (36780, nr. 18).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Initiatiefnota-Westerveld "Ons land is beperkt"

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de initiatiefnota van het lid Westerveld "Ons land is beperkt",

te weten:

de motie-Vliegenthart c.s. over belemmeringen wegnemen voor leerlingen en studenten die ondersteuning nodig hebben voor het volgen van onderwijs (36282, nr. 3);

de motie-Vliegenthart c.s. over informatie zo veel mogelijk in begrijpelijke taal aanbieden (36282, nr. 4);

de motie-Vliegenthart c.s. over nieuwe wetgeving en beleidsvoorstellen toetsen aan het VN-verdrag Handicap (36282, nr. 5);

de motie-Vliegenthart c.s. over een kader van normen, minimumeisen en stappen om aan het VN-verdrag Handicap te voldoen (36282, nr. 6);

de motie-Vliegenthart c.s. over zorgen dat meer mensen met een beperking kunnen werken (36282, nr. 7);

de motie-Dobbe c.s. over minder meerkosten voor mensen met een beperking (36282, nr. 8);

de motie-Dobbe c.s. over standaarden voor Lokale Inclusie Agenda's (36282, nr. 9);

de motie-Dobbe c.s. over een aanpak van de problemen met hulpmiddelen (36282, nr. 10);

de motie-Maeijer over onderzoeken of de zorg voor mensen met een levenslange beperking in één wet moet worden geregeld (36282, nr. 11);

de motie-Bikker c.s. over jaarlijks per ministerie inzicht bieden in de voortgang van de uitvoering van de Werkagenda VN-verdrag Handicap (36282, nr. 12);

de motie-Bikker c.s. over een plan van aanpak voor het versoepelen van de overgang van 18-min naar 18-plus voor jongeren met een ernstige ziekte of beperking (36282, nr. 13).

(Zie notaoverleg van 22 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Vliegenthart c.s. (36282, nr. 3).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart c.s. (36282, nr. 4).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart c.s. (36282, nr. 5).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart c.s. (36282, nr. 6).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart c.s. (36282, nr. 7).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36282, nr. 8).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36282, nr. 9).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36282, nr. 10).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer (36282, nr. 11).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bikker c.s. (36282, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Wilt u bij de motie op stuk nr. 9 noteren dat ik daartegen wilde stemmen?

De voorzitter:

Bij dezen.

In stemming komt de motie-Bikker c.s. (36282, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Initiatiefnota-Rooderkerk/Vijlbrief "Lezen voor je leven"

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de initiatiefnota van de leden Rooderkerk en Vijlbrief "Lezen voor je leven",

te weten:

de motie-Biekman c.s. over een verplichte bibliotheek in het funderend onderwijs (36773, nr. 5);

de motie-Biekman/Rooderkerk over minstens 60 minuten begeleid vrij lezen per week in het voortgezet onderwijs (36773, nr. 6);

de motie-Biekman c.s. over uitgaan van hoge verwachtingen van alle leerlingen, ongeacht hun achtergrond (36773, nr. 7).

(Zie notaoverleg van 22 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Biekman c.s. (36773, nr. 5).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Biekman/Rooderkerk (36773, nr. 6).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Biekman c.s. (36773, nr. 7).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten

Aan de orde is de stemming over de Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten (36919, nr. 2).

(Zie wetgevingsoverleg van 22 juni 2026.)

In stemming komt het gewijzigde amendement-Bontenbal/Bikker (stuk nr. 22).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt de Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten.

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten,

te weten:

de motie-Keijzer c.s. over uitspreken dat de Tweede Kamer in de vergaderkalender en de vergaderorde uitgaat van de nationaal erkende feestdagen (36919, nr. 8);

de motie-Ergin over de ondersteuning door de BVA bij bedreigingen en aangiftes verruimen (36919, nr. 9);

de motie-Ergin/Tseggai over bij de Kamerplanning rekening houden met Ketikotiherdenkingen op 30 juni en de viering op 1 juli (36919, nr. 10);

de motie-Ergin over uitspreken dat er geen specifiek verbod dient te komen op schorsingsverzoeken in verband met de ramadan of andere (religieuze) tradities (36919, nr. 11);

de motie-Ergin over met een concreet plan komen om de diversiteit binnen de Kamerorganisatie, in het bijzonder in leidinggevende functies, te vergroten (36919, nr. 12);

de motie-Tseggai/Ergin over nadrukkelijk het belang onderstrepen van het naleven van artikel 8.10 en 8.14 van het Reglement van Orde (36919, nr. 13);

de motie-Eerdmans over het kabinet verzoeken de 10 miljoen voor goed bestuur niet uit te geven en terug te laten vloeien naar de begroting van Binnenlandse Zaken (36919, nr. 14);

de motie-Eerdmans over het kabinet verzoeken een motie pas als afgedaan te beschouwen wanneer de indiener daarmee akkoord is (36919, nr. 15);

de motie-Oosterhuis over uitspreken dat bij stakende stemmen een voorstel als verworpen wordt beschouwd, tenzij een lid een hoofdelijke stemming verzoekt (36919, nr. 16);

de motie-Beckerman/Jimmy Dijk over een onderzoek naar het moderniseren van de wachtgeldregeling en deze in lijn brengen met de duur en de hoogte van de WW (36919, nr. 17);

de motie-Grinwis/Oosterhuis over de mogelijkheden verkennen om de Grafelijke Zalen een publieksfunctie te geven (36919, nr. 18);

de motie-Kostić over verkennen hoe een deel van het bedrag van 10 miljoen euro kan worden aangewend voor extra capaciteit voor Bureau Wetgeving (36919, nr. 19);

de motie-Kostić over verkennen hoe er extra capaciteit kan komen om fracties te ondersteunen bij het monitoren, registreren en melden van onlinebedreigingen en -intimidatie (36919, nr. 20);

de motie-Kostić over verkennen hoe het aandeel biologische producten bij de inkoop verhoogd kan worden en zo veel mogelijk afnemen van Nederlandse boeren (36919, nr. 21).

(Zie wetgevingsoverleg van 22 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Tseggai stel ik voor haar motie (36919, nr. 13) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Ergin/Tseggai (36919, nr. 10) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Ketikoti een belangrijk nationaal moment van herdenking en viering is;

overwegende dat Ketikotiherdenkingen soms conflicteren met stemmingen in de Tweede Kamer, waardoor waardig herdenken onmogelijk wordt;

verzoekt het Presidium om bij de stemmingen rekening te houden met Ketikotiherdenkingen op 30 juni en de viering op 1 juli,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 10 (36919).

De motie-Oosterhuis (36919, nr. 16) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij stakende stemmen bij een fractiegewijze stemming standaard wordt gekozen voor een hoofdelijke stemming, die wel veel tijd kost, maar niet tot een andere uitkomst leidt;

verzoekt de Kamervoorzitter om bij stakende fractiegewijze stemmen een voorstel als verworpen te beschouwen, tenzij een lid om hoofdelijke stemming verzoekt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 16 (36919).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Eerst is er een stemverklaring van mevrouw De Vos. Als zij zover is, heeft zij daarvoor het woord.

Mevrouw De Vos (FVD):

Dank, voorzitter. Een stemverklaring voor de laatste motie van de Partij voor de Dieren over de inkoop van het Rijk en om daarbij meer te focussen op biologische producten en om de afname van Nederlandse boeren te vergroten. Als Forum voor Democratie zijn wij van dat laatste natuurlijk groot voorstander, maar deze motie komt wel uitgerekend van een partij, en zal waarschijnlijk ook gesteund worden door partijen die verder alles doen om het deze Nederlandse boeren vreselijk moeilijk te maken. Als je echt hart hebt voor de boeren, dan kom je niet met dit soort symboolpolitiek, maar dan verzet je je morgen op alle mogelijke manieren tegen het stikstofbeleid dat zal worden besproken. Wij zullen dan ook tegen deze motie stemmen, maar morgen natuurlijk alles doen wat we in ons hebben om dat beleid van tafel te krijgen.

Dank u wel.

De voorzitter:

We gaan …

(Hilariteit)

De voorzitter:

Er klinkt een soort krekelgeluid door de zaal. De biodiversiteit komt op je af! We gaan stemmen.

In stemming komt de motie-Keijzer c.s. (36919, nr. 8).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ergin (36919, nr. 9).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ergin/Tseggai (36919, nr. ??, was nr. 10).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ergin (36919, nr. 11).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ergin (36919, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Krul.

De heer Krul (CDA):

De fractie van het CDA wil worden geacht voor de motie op stuk nr. 8 van mevrouw Keijzer te hebben gestemd.

De voorzitter:

Dat is genoteerd.

In stemming komt de motie-Eerdmans (36919, nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Eerdmans (36919, nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Oosterhuis (36919, nr. ??, was nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, D66, het CDA, de VVD, de SGP, Lid Keijzer en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman/Jimmy Dijk (36919, nr. 17).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Oosterhuis (36919, nr. 18).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić (36919, nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kostić (36919, nr. 20).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kostić (36919, nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Veteranen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over veteranen,

te weten:

de motie-Peter de Groot c.s. over een zichtbaar predicaat of keurmerk invoeren voor veteranenvriendelijke organisaties, bedrijven en instellingen (30139, nr. 296);

de motie-Peter de Groot/Jagtenberg over de veteranenzorg beter laten aansluiten bij de behoeften van vrouwelijke veteranen (30139, nr. 297);

de motie-Boon over onderzoeken hoe veteranen die uit beeld zijn geraakt beter gevonden kunnen worden voor reünies en bijeenkomsten (30139, nr. 298);

de motie-Bolhuis over proactieve en mensgerichte dienstverlening, een brengplicht, als norm in het veteranenbeleid hanteren (30139, nr. 299);

de motie-Bolhuis over de aandacht voor kinderen structureel verankeren in proactief beleid rondom uitzendingen en voor- en nazorg (30139, nr. 300);

de motie-Van Baarle over inventariseren hoe de minister van Defensie verantwoordelijkheid kan nemen om recht te doen aan de Moluks-Nederlandse gemeenschap en Molukse KNIL-militairen (30139, nr. 301);

de motie-Jagtenberg/Bikker over een klankbordgroep opzetten voor het structureel toetsen van de uitvoering van de invaliditeitsbeoordeling aan de praktijk (30139, nr. 302);

de motie-Jagtenberg over een structurele inrichting van integrale ketenregie binnen de veteranenzorg (30139, nr. 303);

de motie-Bikker over de belangen van naasten van veteranen structureel verankeren (30139, nr. 304);

de motie-Ten Hove over de heer Van Wulfen onverwijld en onvoorwaardelijk het volledige dossier overdragen (30139, nr. 305);

de motie-Ten Hove over een buitengerechtelijke oplossing om de heer Van Wulfen te compenseren voor materiële en immateriële schade (30139, nr. 306);

de motie-Ten Hove over de voormalige en bestaande zorgpopulatie van Defensie informeren over alle verloren medische gegevens en de gevolgen daarvan (30139, nr. 307).

(Zie notaoverleg van 22 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Bolhuis (30139, nr. 299) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bolhuis en Bikker.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 299 (30139).

De motie-Bolhuis (30139, nr. 300) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bolhuis en Bikker.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 300 (30139).

De motie-Bikker (30139, nr. 304) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bikker en Bolhuis.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 304 (30139).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Peter de Groot c.s. (30139, nr. 296).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peter de Groot/Jagtenberg (30139, nr. 297).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boon (30139, nr. 298).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bolhuis/Bikker (30139, nr. ??, was nr. 299).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bolhuis/Bikker (30139, nr. ??, was nr. 300).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (30139, nr. 301).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jagtenberg/Bikker (30139, nr. 302).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van BBB ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jagtenberg (30139, nr. 303).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bikker/Bolhuis (30139, nr. ??, was nr. 304).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ten Hove (30139, nr. 305).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ten Hove (30139, nr. 306).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ten Hove (30139, nr. 307).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Geweld tegen de politie en hulpverleners en de hufterigheid in de samenleving

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over geweld tegen de politie en hulpverleners en de hufterigheid in de samenleving,

te weten:

de motie-Van der Plas over het vuurwerkverbod voor de jaarwisseling 2026-2027 niet in laten gaan (28684, nr. 831).

(Zie vergadering van 21 januari 2026.)

In stemming komt de motie-Van der Plas (28684, nr. 831).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming Wijziging van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie en enkele andere wetten

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie en enkele andere wetten in verband met de implementatie van richtlijn nr. (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (herschikking) (Pb EU 2023, L 231) (36868).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Jaarverslag en slotwet Justitie en Veiligheid 2025

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) 2025,

te weten:

de motie-Faber over burgers informeren bij wijzigingen inzake het hebben van een strafblad (36945-VI, nr. 13);

de motie-Faber over de aanbevelingen inzake foutieve tenaamstellingen oppakken (36945-VI, nr. 14);

de motie-Mathlouti/Straatman over periodiek ketenbreed inzicht verschaffen in de doorlooptijden binnen de strafrechtketen (36945-VI, nr. 15);

de motie-Mathlouti/Straatman over in het integraal deltaplan strafrechtketen meetbare doelstellingen voor terugdringing van de doorlooptijden opnemen (36945-VI, nr. 16);

de motie-Mathlouti over een rijksbrede monitoringssystematiek voor de Nationale Veiligheid Strategie (36945-VI, nr. 17);

de motie-Coenradie over meetbare en afrekenbare doelstellingen voor de gehele strafrechtketen (36945-VI, nr. 18);

de motie-Coenradie over wettelijk mogelijk maken dat de politie bij ernstige verstoringen van de openbare orde zelf specifieke eenheden en geweldsmiddelen in kan zetten (36945-VI, nr. 19);

de motie-Coenradie over voorstellen om de landelijke regie op de aanpak van criminaliteit te versterken (36945-VI, nr. 20);

de motie-Coenradie over slachtoffers van huiselijk geweld indien gewenst actief informeren over stappen in de strafrechtelijke vervolging (36945-VI, nr. 21);

de motie-Coenradie over een centrale intake- en triagefunctie binnen de zedenketen (36945-VI, nr. 22);

de motie-Coenradie/Ellian over financiële middelen uit Preventie met Gezag uitsluitend beschikbaar stellen aan interventies voor jongeren met een verhoogd risico op criminaliteit (36945-VI, nr. 23);

de motie-El Abassi over incidenten tegen moskeeën en islamitische instellingen landelijk registreren (36945-VI, nr. 24);

de motie-El Abassi over het opstellen van een nationale strategie tegen moslimhaat en islamofobie (36945-VI, nr. 25);

de motie-El Abassi over een nationaal coördinator moslimhaat en islamofobie instellen (36945-VI, nr. 26);

de motie-El Abassi over ondersteuning voor noodzakelijke beveiligingsmaatregelen bij moskeeën en islamitische instellingen (36945-VI, nr. 27);

de motie-El Abassi over met moskeekoepels, gemeenten, politie en het Contactorgaan Moslims en Overheid in overleg treden over de veiligheid van moskeeën (36945-VI, nr. 28);

de motie-El Abassi over onderzoek verrichten naar aanvallen op moskeeën en islamitische instellingen in Nederland (36945-VI, nr. 29);

de motie-El Abassi over veiligheidsmaatregelen voor religieuze instellingen baseren op objectieve dreigings- en risicoanalyses (36945-VI, nr. 30).

(Zie wetgevingsoverleg van 23 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-El Abassi (36945-VI, nr. 24) is in die zin gewijzigd (36945-VI, nr. ??) en nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. ??, was nr. ?? (36945-VI).

De motie-El Abassi (36945-VI, nr. 28) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden El Abassi en Mathlouti.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 28 (36945-VI).

De motie-El Abassi (36945-VI, nr. 29) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden El Abassi en Mathlouti.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 29 (36945-VI).

De motie-El Abassi (36945-VI, nr. 30) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden El Abassi en Mathlouti.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 30 (36945-VI).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Faber (36945-VI, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Faber (36945-VI, nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mathlouti/Straatman (36945-VI, nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mathlouti/Straatman (36945-VI, nr. 16).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mathlouti (36945-VI, nr. 17).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Volt ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36945-VI, nr. 18).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36945-VI, nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36945-VI, nr. 20).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36945-VI, nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (36945-VI, nr. 22).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie/Ellian (36945-VI, nr. 23).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-El Abassi (36945-VI, nr. ??, was nr. 24).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (36945-VI, nr. 25).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (36945-VI, nr. 26).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (36945-VI, nr. 27).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-El Abassi/Mathlouti (36945-VI, nr. ??, was nr. 28).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-El Abassi/Mathlouti (36945-VI, nr. ??, was nr. 29).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Jimmy Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter, wij hadden ook voor de motie op stuk nr. 28 willen stemmen.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd.

In stemming komt de gewijzigde motie-El Abassi/Mathlouti (36945-VI, nr. ??, was nr. 30).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Mbo en studiefinanciering

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Mbo en studiefinanciering,

te weten:

de motie-Van der Plas/Tseggai over mbo-studenten en hun vertegenwoordigers actief betrekken bij de nationale talentstrategie (31524, nr. 696);

de motie-Van der Plas/Tseggai over mbo-studenten dezelfde studiefinancierings- en studentenreisopties geven als hbo- en wo-studenten (31524, nr. 697);

de motie-Van der Plas/Tseggai over onderzoeken hoe het studentenreisproduct kan worden doorontwikkeld tot een bredere mobiliteitskaart (31524, nr. 698);

de motie-Boomsma over de goedkeuring van stageplaatsen voor mbo-opleidingen door de SBB versoepelen en versnellen (31524, nr. 699);

de motie-Boomsma over inventariseren hoe meer stageplaatsen kunnen worden gerealiseerd voor studierichtingen die opleiden voor tekortsectoren (31524, nr. 700);

de motie-Tseggai c.s. over bij het mbo-bekostigingbesluit een eerste betekenisvolle stap zetten richting mbo-onderwijs dat voor alle studenten kosteloos is (31524, nr. 702);

de motie-Tseggai/Kostić over in beleid en wetgeving het mbo bij voorkeur niet samentrekken met p.o. en vo (31524, nr. 703);

de motie-Raijer over concrete maatregelen voor het aanzienlijk verlagen van de verplichte schoolkosten in het mbo (31524, nr. 704);

de motie-Raijer over het mbo niet langer inzetten om taal- en rekenachterstanden te repareren (31524, nr. 706).

(Zie vergadering van 23 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Tseggai/Kostić (31524, nr. 703) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het kabinetsbeleid wordt gestreefd naar een gelijkwaardiger behandeling van verschillende onderwijstypen, waarbij vooral de positie van het middelbaar beroepsonderwijs een focuspunt is;

van mening dat gelijkwaardige behandeling van onderwijstypen met zich meebrengt dat daarvoor de aansluiting van mbo bij hoger en wetenschappelijk onderwijs méér voor de hand ligt dan aansluiting bij primair en voortgezet onderwijs, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de in belang toenemende mbo–h.o.-samenwerkingsvormen rond praktijkgericht onderzoek;

verzoekt de regering om als uitgangspunt in beleid en wetgeving het mbo bij voorkeur niet samen te trekken met p.o. en vo, maar te laten aansluiten bij h.o. en wo,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 703 (31524).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van der Plas/Tseggai (31524, nr. 696).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas/Tseggai (31524, nr. 697).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas/Tseggai (31524, nr. 698).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boomsma (31524, nr. 699).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

In stemming komt de motie-Boomsma (31524, nr. 699).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, de ChristenUnie, JA21, BBB, de SGP, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD …

We doen het nog één keer opnieuw. Driemaal is scheepsrecht! Het gaat nu echt lukken.

In stemming komt de motie-Boomsma (31524, nr. 699).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boomsma (31524, nr. 700).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tseggai c.s. (31524, nr. 702).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Tseggai/Kostić (31524, nr. ??, was nr. 703).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Raijer (31524, nr. 704).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Raijer (31524, nr. 706).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (36917).

(Zie vergadering van 23 juni 2026.)

De voorzitter:

Het amendement-Ceder/Mohandis (stuk nr. 15) is ingetrokken.

Het amendement-Kisteman/Van der Maas (stuk nr. 24) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

Vandaag zullen wij alleen over de ingediende amendementen en de artikelen stemmen. De eindstemming over het wetsvoorstel zal op donderdag 2 juli aanstaande plaatsvinden.

In stemming komt het amendement-Mohandis c.s. (stuk nr. 36).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Ceder/Mohandis (stuk nr. 19).

De voorzitter:

Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Ceder/Mohandis (stuk nr. 26).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Keijzer/Martin Bosma (stuk nr. 23).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Ceder/Mohandis (stuk nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Mohandis c.s. (stuk nr. 35).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Mohandis c.s. (stuk nr. 38).

De voorzitter:

Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Mohandis (stuk nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD en JA21 voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Ceder (stuk nr. 22).

De voorzitter:

Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Ceder/Mohandis (stuk nr. 39).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Van der Plas (stuk nr. 25).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, BBB, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Stemmingen moties Stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken,

te weten:

de motie-Kostić c.s. over voorbereidende stappen zetten om snel maximumtarieven te kunnen invoeren (28286, nr. 1461);

de motie-Kostić c.s. over de Kamer halfjaarlijks informeren over de voortgang van de Uitvoeringsagenda Diergeneeskundige zorg (28286, nr. 1462);

de motie-Beckerman c.s. over nog dit jaar uitvoering geven aan de motie over het tijdig uitvoeren van het dierendagakkoord (28286, nr. 1463);

de motie-Beckerman c.s. over maatregelen zoals een verplicht percentage eigenaarschap van dierenartspraktijken door dierenartsen onderzoeken (28286, nr. 1464);

de motie-Beckerman/Kostić over een subsidie voor spoedzorg onderzoeken (28286, nr. 1465);

de motie-Beckerman c.s. over het vergroten van het aantal plaatsen diergeneeskunde op de Universiteit Utrecht (28286, nr. 1466);

de motie-Van der Plas c.s. over een onafhankelijk en laagdrempelig meldpunt voor het melden van ongewenste commerciële druk en financiële prikkels (28286, nr. 1467);

de motie-Van der Plas over uitspreken dat dierenartsen waardering voor hun belangrijke werk verdienen (28286, nr. 1468);

de motie-Vellinga-Beemsterboer over de effecten onderzoeken van een hogere verzekeringsgraad van huisdierenverzekeringen op het voorkomen van onverwacht hoge dierenartskosten (28286, nr. 1469);

de motie-Vellinga-Beemsterboer over onderzoeken hoe de professionele ontwikkeling van dierenartsen structureel kan worden versterkt (28286, nr. 1470);

de motie-Ten Hove over verkennen hoe de zelfstandige bevoegdheden van paraveterinairen kunnen worden verruimd (28286, nr. 1471);

de motie-Graus c.s. over maximumtarieven instellen voor veterinaire basiszorg en noodhulp (28286, nr. 1472);

de motie-Graus c.s. over het tegengaan van vercommercialisering van veterinaire basiszorg en noodhulp (28286, nr. 1473);

de motie-Graus c.s. over een einde maken aan de ongebreidelde overnamegolf van dierenklinieken door commerciële investeerders (28286, nr. 1474);

de motie-Graus over een onafhankelijke veterinaire zorgautoriteit in het leven roepen (28286, nr. 1475);

de motie-Graus over het wettelijk borgen van door de beroepsgroep ontwikkelde professionele standaarden (28286, nr. 1476).

(Zie vergadering van 24 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Kostić c.s. (28286, nr. 1461).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kostić c.s. (28286, nr. 1462).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (28286, nr. 1463).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (28286, nr. 1464).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman/Kostić (28286, nr. 1465).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (28286, nr. 1466).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas c.s. (28286, nr. 1467).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (28286, nr. 1468).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vellinga-Beemsterboer (28286, nr. 1469).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vellinga-Beemsterboer (28286, nr. 1470).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ten Hove (28286, nr. 1471).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus c.s. (28286, nr. 1472).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus c.s. (28286, nr. 1473).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus c.s. (28286, nr. 1474).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus (28286, nr. 1475).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus (28286, nr. 1476).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Pakket Belastingplan 2026

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over het pakket Belastingplan 2026,

te weten:

de motie-Teunissen over de btw op diergeneeskundige zorg verlagen naar 0% (36812, nr. 91).

(Zie vergadering van 11 november 2025.)

De voorzitter:

De motie-Teunissen (36812, nr. 91) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Teunissen, Teunissen, Kostić en Beckerman, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat dierenartskosten hard zijn gestegen, waardoor steeds meer mensen de rekening niet kunnen betalen;

overwegende dat humane gezondheidszorg is vrijgesteld van btw, maar op dierenzorg nog 21% btw wordt geheven;

overwegende dat een grote Kamermeerderheid voor de verkiezingen het dierendagakkoord heeft gesloten, waarmee de Kamer ertoe oproept om de dierenzorg weer goed, betaalbaar en eerlijk te maken;

overwegende dat dierenartsen er terecht op wijzen dat de overheid ook zelf iets aan de hoge kosten kan doen door de btw te verlagen of af te schaffen;

overwegende dat meerdere EU-lidstaten, zoals België, Italië en Spanje, pogingen hebben gedaan om de btw op dierenartskosten te verlagen, maar hierbij ook aanliepen tegen EU-wetgeving;

verzoekt de regering zich op Europees niveau in te zetten voor het mogelijk maken van het verlagen van de btw op diergeneeskundige zorg door bijvoorbeeld een kopgroep te vormen van landen in Europa, en de Kamer hierover periodiek te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 91 (36812).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Teunissen c.s. (36812, nr. ??, was nr. 91).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, de PvdD, DENK, BBB, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Zorgverzekeringsstelsel (inclusief pakketbeheer)

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Zorgverzekeringsstelsel (inclusief pakketbeheer),

te weten:

de motie-Maeijer over voor het zomerreces met de fabrikant van Voxzogo om tafel gaan om te komen tot indiening van het dossier bij het Zorginstituut (29689, nr. 1338).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Maeijer (29689, nr. 1338).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Staat van de rechtsstaat

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de staat van de rechtsstaat,

te weten:

de motie-Van der Plas/Flach over een veiligheids- of privacyclausule voor agrarische bedrijven inbouwen in Europese milieurichtlijnen (29279, nr. 1047);

de motie-Van der Plas over uitgekochte pelsdierhouders compenseren voor onterechte kortingen door de overheid (29279, nr. 1048);

de motie-Van der Plas over bij rechterlijke uitspraken over tekortschietende compensatie actief beoordelen of breder herstel nodig is (29279, nr. 1049);

de motie-Abdi c.s. over onderzoeken hoe een maatschappelijke diensttijd voor beginnende officieren van justitie en rechters kan worden ingevoerd (29279, nr. 1050);

de motie-Clemminck/Schilder over de Kamer nog dit jaar een procesvoorstel voorleggen voor afschaffing van artikel 94 van de Grondwet (29279, nr. 1052);

de motie-Dobbe c.s. over maatregelen om in alle gemeenten te komen tot een minimumniveau aan sociaaljuridische en financiële hulp (29279, nr. 1053);

de motie-Dobbe over tijdelijke maatregelen voor meer opleidingsplekken voor sociaal advocaten (29279, nr. 1054);

de motie-Dobbe over in gesprek gaan over het voortbestaan van de Vrouwenrechtswinkel Utrecht (29279, nr. 1055);

de motie-Van Baarle over een versterkte aanpak van discriminatie in overheidsbeleid en uitvoering (29279, nr. 1056);

de motie-Struijs c.s. over alles in het werk stellen voor extra middelen voor de sociale advocatuur (29279, nr. 1057);

de motie-Van Meijeren over uitdragen dat wantrouwen jegens de overheid of democratische instituties niet ondermijnend of extremistisch is (29279, nr. 1058).

(Zie vergadering van 24 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Dobbe stel ik voor haar motie (29279, nr. 1053) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van der Plas/Flach (29279, nr. 1047).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (29279, nr. 1048).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (29279, nr. 1049).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Abdi c.s. (29279, nr. 1050).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Clemminck/Schilder (29279, nr. 1052).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (29279, nr. 1054).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe (29279, nr. 1055).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (29279, nr. 1056).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Struijs c.s. (29279, nr. 1057).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meijeren (29279, nr. 1058).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):

Bij de motie op stuk nr. 1050 wensen wij geacht te worden tegengestemd te hebben.

De voorzitter:

Dat hebben we genoteerd.

Stemmingen moties Eerstelijnszorg

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Eerstelijnszorg,

te weten:

de motie-Coenradie over een verkenning naar beter werkbare vormen van informele medezeggenschap (33578, nr. 181);

de motie-Coenradie over opleidings- en begeleidingskosten onderdeel maken van de tarieven voor de wijkverpleging (33578, nr. 182);

de motie-Coenradie over een maatwerkregeling voor het inschrijven van nieuwe patiënten na een verhuizing in een wijk of buurt (33578, nr. 183);

de motie-Dobbe over een noodfonds mondzorg (33578, nr. 184);

de motie-Dobbe over het uitvoeren van de aangenomen motie over een jaarlijkse tandartscontrole voor iedereen opnemen in het basispakket (33578, nr. 185);

de motie-Dobbe over geen eigen bijdrage in de wijkverpleging (33578, nr. 186);

de motie-Dobbe over voorkomen dat het aandeel van private equity in de mondzorg toeneemt (33578, nr. 187);

de motie-Maeijer over geen financiële drempels voor mensen die thuis willen sterven (33578, nr. 189);

de motie-Diederik van Dijk over proactieve zorgbemiddeling voor patiënten die geen huisarts kunnen vinden (33578, nr. 190);

de motie-Diederik van Dijk over onafhankelijk advies om de zorgwetgeving beter aan te laten sluiten op de eerstelijnszorg (33578, nr. 191);

de motie-Van Brenk over overleg over de zorgplicht voor voldoende casemanagers dementie (33578, nr. 192).

(Zie vergadering van 24 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Coenradie (33578, nr. 181).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, Volt, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Coenradie (33578, nr. 182).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (33578, nr. 183).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe (33578, nr. 184).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (33578, nr. 185).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

We stemmen opnieuw.

In stemming komt de motie-Dobbe (33578, nr. 185).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (33578, nr. 186).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (33578, nr. 187).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Maeijer (33578, nr. 189).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

We stemmen opnieuw.

In stemming komt de motie-Maeijer (33578, nr. 189).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (33578, nr. 190).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (33578, nr. 191).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (33578, nr. 192).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Ouderenzorg (inclusief ouderenhuisvesting)

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Ouderenzorg (inclusief ouderenhuisvesting),

te weten:

de motie-Van Brenk over in het Generiek kompas uitkomstinformatie opnemen over de geleverde kwaliteit van zorg (29389, nr. 168);

de motie-Van Brenk/Vliegenthart over de structurele financiering van zorgzame gemeenschappen (29389, nr. 169);

de motie-Dobbe over voorkomen dat echtparen worden gescheiden als een van hen een woonzorgplek nodig heeft (29389, nr. 170);

de motie-Dobbe over een bijdrage van zorgverzekeraars aan zorgbuurthuizen (29389, nr. 171);

de motie-Dobbe over geen bezuinigingen op de ouderenzorg (29389, nr. 172);

de motie-Diederik van Dijk over alternatieve maatregelen voor het uit de Wmo schrappen van hulp bij het huishouden (29389, nr. 173);

de motie-Diederik van Dijk over onafhankelijk advies over het gebruik van zorgakkoorden voor veranderingen in de zorg (29389, nr. 174);

de motie-Maeijer/Van Brenk over kostendekkende tarieven voor casemanagers dementie (29389, nr. 175);

de motie-Maeijer over de kwaliteit van de zorg aan huis monitoren (29389, nr. 176);

de motie-Wendel/Coenradie over mensen in een hospice toestaan om van hun ongezonde gewoonten te genieten (29389, nr. 177);

de motie-Coenradie over een uitvoeringsdashboard voor de hoofdafspraken uit IZA, AZWA en HLO (29389, nr. 178);

de motie-Coenradie/Wendel over een escalatieladder voor de afspraken uit IZA, AZWA en HLO (29389, nr. 179);

de motie-Vliegenthart/Van Brenk over de bewustwording rond seksuele gezondheid onder ouderen versterken (29389, nr. 180);

de motie-El Abassi over tijdig passende begeleiding voor ouderen met dementie en hun naasten (29389, nr. 181);

de motie-El Abassi over cultuursensitieve dementiezorg beter beschikbaar maken (29389, nr. 182);

de motie-El Abassi over een regionaal minimumaanbod aan respijtzorg en logeeropvang (29389, nr. 183);

de motie-El Abassi over discriminatie en cultuursensitieve zorg meenemen in zorgopleidingen, kwaliteitskaders en toezicht (29389, nr. 184).

(Zie vergadering van 24 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Van Brenk (29389, nr. 168) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er jaarlijks 20 miljard aan ouderenzorg wordt uitgegeven;

overwegende dat de IGJ concludeert dat de kwaliteit van de extramurale ouderenzorg vaak onvoldoende is;

overwegende dat cliënten vanuit de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg recht hebben op vergelijkbare informatie over geleverde kwaliteit van zorg, zodat de cliënt een weloverwogen keuze kan maken tussen verschillende zorgaanbieders;

overwegende dat de kwaliteitsbeelden vanuit het Generiek kompas dit niet bieden;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met kompaspartijen, de Patiëntenfederatie en het Senioren Netwerk Nederland om binnen het Generiek kompas te komen tot objectieve, vergelijkbare uitkomstinformatie over geleverde kwaliteit van zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 168 (29389).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Brenk (29389, nr. ??, was nr. 168).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, DENK, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk/Vliegenthart (29389, nr. 169).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

In stemming komt de motie-Van Brenk/Vliegenthart (29389, nr. 169).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Podt.

Mevrouw Podt (D66):

Voorzitter, wij werden bij de motie op stuk nr. 168 genoemd door u. Dat was niet de bedoeling. Wij hebben niet voorgestemd.

De voorzitter:

Oké, dat staat bij dezen genoteerd.

In stemming komt de motie-Dobbe (29389, nr. 170).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe (29389, nr. 171).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (29389, nr. 172).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (29389, nr. 173).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (29389, nr. 174).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer/Van Brenk (29389, nr. 175).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Maeijer (29389, nr. 176).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wendel/Coenradie (29389, nr. 177).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (29389, nr. 178).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie/Wendel (29389, nr. 179).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart/Van Brenk (29389, nr. 180).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29389, nr. 181).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29389, nr. 182).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29389, nr. 183).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29389, nr. 184).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Jaarverslag en slotwet Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2025

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Jaarverslag en Slotwet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2025,

te weten:

de motie-Vliegenthart over inzicht in de gezondheidsimpact van preventiemaatregelen rondom het terugdringen van roken, alcoholgebruik en overgewicht (36945-XVI, nr. 9);

de motie-Van Meetelen over meetbare resultaten, termijnen, verantwoordelijken en stopcriteria bij grote programma's en zorgakkoorden (36945-XVI, nr. 11);

de motie-Van Meetelen over geen wetsvoorstellen aan de Kamer sturen zolang relevante uitvoeringsorganisaties nog geen volledige uitvoeringstoets hebben gedaan (36945-XVI, nr. 12);

de motie-Van Meetelen over afzien van preventiebeleid dat de vrije keuzes van Nederlanders probeert te beperken (36945-XVI, nr. 13);

de motie-Van Meetelen over zorgen dat kraamzorg altijd onderdeel blijft van het basispakket (36945-XVI, nr. 14);

de motie-Van Brenk over inzicht in welke kosten er gemoeid zijn áán de zorg versus ín de zorg (36945-XVI, nr. 15);

de motie-Van Brenk over instandhouding van het team Integere Bedrijfsvoering en Zorgverwaarlozing (36945-XVI, nr. 16).

(Zie vergadering van 25 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Brenk stel ik voor haar motie (36945-XVI, nr. 16) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Vliegenthart (36945-XVI, nr. 9).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (36945-XVI, nr. 11).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (36945-XVI, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (36945-XVI, nr. 13).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Meetelen (36945-XVI, nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (36945-XVI, nr. 15).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Digitale ontwikkelingen in de zorg

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Digitale ontwikkelingen in de zorg,

te weten:

de motie-Wiersma over een centrale opt-outregeling voor gegevensuitwisseling en -gebruik in de zorg (27529, nr. 364);

de motie-Bushoff/Kathmann over de digitale autonomie van de zorgsector structureel en aantoonbaar vergroten (27529, nr. 365);

de motie-Bushoff/Kathmann over verkennen hoe het principe van gerichte databeschikbaarheid toegepast kan worden in ICT-projecten (27529, nr. 366);

de motie-Bushoff/Vliegenthart over het vertrouwen in het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker herstellen (27529, nr. 367);

de motie-Wendel/Coenradie over onderzoeken of de deelname aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker sinds de hack is gedaald (27529, nr. 368);

de motie-Wendel/Vervuurt over onderzoek naar meer ruimte voor investeringen in innovatieve hulpmiddelen (27529, nr. 369);

de motie-Maeijer over afzien van een doorbrekingsmechanisme in de opt-outregeling binnen de EHDS (27529, nr. 370);

de motie-Maeijer over de Kamer in de voortgangsrapportages EHDS informeren over de actuele monitoring van de kosten (27529, nr. 371);

de motie-Vervuurt/Wendel over zo snel mogelijk een opt-outvoorziening uitwerken voor onder andere de spoedzorg (27529, nr. 372);

de motie-Vervuurt over in kaart brengen welke bewezen digitale zorgtoepassingen gereed zijn voor landelijke implementatie (27529, nr. 373);

de motie-Coenradie over concrete maatregelen tegen vendor lock-in (27529, nr. 374);

de motie-Coenradie over een investeringsagenda voor cruciale digitale doorbraaktechnologieën (27529, nr. 375);

de motie-Coenradie over verplichte deelname aan kwaliteitsregistraties (27529, nr. 376).

(Zie vergadering van 24 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Bushoff/Kathmann (27529, nr. 365) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat afhankelijkheden van een of enkele techbedrijven in de zorg de sector kwetsbaar maken voor datalekken, uitval en verstoring;

verzoekt de regering om samen met het veld als doel te stellen om de digitale autonomie van de zorgsector structureel en aantoonbaar te vergroten en hier samen plannen voor uit te werken;

verzoekt de regering om hiertoe de huidige marktconcentraties in het ICT-landschap, met name van niet-Europese bedrijven, in kaart te brengen, en de uitkomsten in Q1 van 2027 met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 365 (27529).

De motie-Coenradie (27529, nr. 374) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zorgaanbieders afhankelijk kunnen raken van een beperkt aantal zorg-ICT-leveranciers;

overwegende dat vendor lock-in kan leiden tot hoge overstapkosten, gebrekkige gegevensuitwisseling en risico's voor de continuïteit van zorg;

overwegende dat zorgdata veilig, tijdig en tegen redelijke kosten overdraagbaar moeten zijn;

verzoekt de regering om in de aangekondigde brief over zorg-ICT en databeschikbaarheid concrete maatregelen tegen vendor lock-in op te nemen, waaronder open koppelvlakken, dataportabiliteit en modelafspraken voor ICT-contracten;

verzoekt de regering daarbij ook in te gaan op de mogelijkheden om met zorg-ICT-leveranciers en zorgpartijen over bovengenoemde punten samenwerkingsafspraken te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 374 (27529).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Wiersma (27529, nr. 364).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bushoff/Kathmann (27529, nr. ??, was nr. 365).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van BBB ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bushoff/Kathmann (27529, nr. 366).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bushoff/Vliegenthart (27529, nr. 367).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wendel/Coenradie (27529, nr. 368).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wendel/Vervuurt (27529, nr. 369).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer (27529, nr. 370).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, de PvdD, de SGP, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Maeijer (27529, nr. 371).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vervuurt/Wendel (27529, nr. 372).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vervuurt (27529, nr. 373).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Coenradie (27529, nr. ??, was nr. 374).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SGP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (27529, nr. 375).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Coenradie (27529, nr. 376).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de VVD, JA21 en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Maatschappelijk domein (inclusief huiselijk geweld, kindermishandeling en geweld in afhankelijkheidsrelaties)

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Maatschappelijk domein (inclusief huiselijk geweld, kindermishandeling en geweld in afhankelijkheidsrelaties),

te weten:

de motie-Coenradie/Becker over de Filomena-aanpak landelijk uitrollen (28345, nr. 295);

de motie-Coenradie over een herstelplan om de gecertificeerde instellingen weer aan de normen te laten voldoen (28345, nr. 296);

de motie-Coenradie over onaangekondigde huisbezoeken bij gezinnen met een jeugdbeschermingsmaatregel (28345, nr. 297);

de motie-Coenradie over een halfjaarlijkse veiligheidsbarometer bij kinderen in de jeugdbescherming (28345, nr. 298);

de motie-Westerveld over aanvullende maatregelen om de doelstelling van het Nationaal Actieplan Dakloosheid in 2030 te halen (28345, nr. 299);

de motie-Westerveld over zorg garanderen voor alle slachtoffers van seksueel geweld (28345, nr. 301);

de motie-Becker c.s. over een juridisch kader om escalatie in afhankelijkheidsrelaties te voorkomen (28345, nr. 302);

de motie-Becker c.s. over het slachtofferdevice landelijk uitrollen (28345, nr. 303);

de motie-Becker over meer landelijke regie in de aanpak van huiselijk geweld (28345, nr. 304);

de motie-Becker/Coenradie over meer onaangekondigde bezoeken aan Veilig Thuis (28345, nr. 305);

de motie-Diederik van Dijk/Westerveld over maatregelen tegen mannenmishandeling (28345, nr. 306);

de motie-Diederik van Dijk over met spoed maatregelen treffen om dak- en thuisloze moeders en hun kinderen van onderdak te voorzien (28345, nr. 307);

de motie-Van Brenk over een ondergrens voor de mantelzorgondersteuning door gemeenten (28345, nr. 308);

de motie-Van Brenk over de proef met fraudebestrijding in de zorg onder de aandacht brengen van gemeenten (28345, nr. 309);

de motie-Synhaeve/Van der Werf over passende psychische zorg voor kinderen in de vrouwenopvang (28345, nr. 310);

de motie-Armut c.s. over concrete voorstellen om handelingsverlegenheid rond vrouwelijke genitale verminking weg te nemen (28345, nr. 311).

(Zie vergadering van 24 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Armut c.s. (28345, nr. 311) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Armut, Becker, Coenradie, Mutluer, Van Brenk, Dobbe, Van der Werf, Diederik van Dijk, Wiersma en Moinat.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 311 (28345).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Coenradie/Becker (28345, nr. 295).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (28345, nr. 296).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (28345, nr. 297).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (28345, nr. 298).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (28345, nr. 299).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (28345, nr. 301).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Becker c.s. (28345, nr. 302).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Becker c.s. (28345, nr. 303).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Becker (28345, nr. 304).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Becker/Coenradie (28345, nr. 305).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Westerveld (28345, nr. 306).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (28345, nr. 307).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (28345, nr. 308).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (28345, nr. 309).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Synhaeve/Van der Werf (28345, nr. 310).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Armut c.s. (28345, nr. ??, was nr. 311).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Periodieke rapportage Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Periodieke rapportage Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn,

te weten:

de motie-Dobbe over nog voor de begrotingsbehandeling een voorstel doen voor een wervingscampagne voor de zorg (29282, nr. 651);

de motie-Dobbe c.s. over maatregelen om regionale samenwerking in de kraamzorg de norm te maken (29282, nr. 652);

de motie-Vliegenthart over een bredere verspreiding van succesvolle initiatieven voor de ondersteuning van medewerkers met vrouwspecifieke aandoeningen (29282, nr. 653);

de motie-Coenradie over een uniforme meetmethode en nulmeting voor administratietijd in zorg en welzijn (29282, nr. 654);

de motie-Coenradie c.s. over het effect van no-showboetes in ziekenhuizen in kaart brengen (29282, nr. 655);

de motie-Coenradie over een versnelling van toelatingsprocedures voor buitenlands gediplomeerde zorgprofessionals niet laten leiden tot lagere eisen (29282, nr. 656);

de motie-Coenradie over een landelijk register voor alle aanbieders van zorg (29282, nr. 657).

(Zie vergadering van 24 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Dobbe (29282, nr. 651).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (29282, nr. 652).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vliegenthart (29282, nr. 653).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (29282, nr. 654).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Coenradie c.s. (29282, nr. 655).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Coenradie (29282, nr. 656).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie (29282, nr. 657).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Ruimtelijke Ordening

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Ruimtelijke Ordening,

te weten:

de motie-Zalinyan over een landelijke aanpak voor het ontstenen en vergroenen van de bebouwde omgeving (33118, nr. 321);

de motie-Zalinyan over het inzichtelijk maken van het risico op water- en klimaatschade per woning (33118, nr. 322);

de motie-Zalinyan over de hitteambitie uit de Nationale Klimaatadaptatiestrategie vast onderdeel maken bij afwegingen inzake woningbouw en gebiedsontwikkeling (33118, nr. 323);

de motie-Mooiman c.s. over extra inzetten op de kwaliteit en gebruiksvriendelijkheid van het DSO (33118, nr. 324);

de motie-Mooiman c.s. over de ondersteuning van bevoegd gezagen die werken met de Omgevingswet waar nodig intensiveren (33118, nr. 325);

de motie-Mooiman over bij de uitwerking van de nieuwe grondbank de volkshuisvestelijke opgave zo veel mogelijk prioriteit geven (33118, nr. 326);

de motie-Mooiman over voorkomen dat beschermingsregimes zodanig worden gestapeld dat woningbouw onnodig wordt belemmerd (33118, nr. 327);

de motie-Van Asten c.s. over gemeenten gericht ondersteunen bij het versneld woningbouwgeschikt maken van hun omgevingsplannen (33118, nr. 328);

de motie-Van Asten c.s. over het bundelen van goede voorbeelden van vroege participatie bij woningbouw (33118, nr. 329);

de motie-Van Asten c.s. over in het programma Uitvoeringskracht ook werken aan een aanpak voor het versnellen van bezwaarprocedures (33118, nr. 330);

de motie-Van Asten c.s. over in het actieplan versnelling woningbouw per planfase inzichtelijk maken welke knelpunten vertraging veroorzaken (33118, nr. 331);

de motie-Grinwis c.s. over vanuit het Rijk tot en met 2050 geen nieuwe ruimteclaims laten ontstaan in de gemeente Moerdijk (33118, nr. 332);

de motie-Steen c.s. over het aanscherpen van het belanghebbendencriterium voor woningbouw (33118, nr. 333);

de motie-Vermeer over meer investeringszekerheid voor projecten die aantoonbaar bijdragen aan het Kustpact (33118, nr. 334);

de motie-Peter de Groot/Grinwis over een plan voor landaanwinning waar het terugverdienvermogen specifiek onderdeel van is (33118, nr. 335);

de motie-Russcher over onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om het gebruik van de BOPA terug te brengen tot waarvoor die is bedoeld (33118, nr. 336);

de motie-Claassen over geen nieuwe Natura 2000-gebieden of Vogelrichtlijngebieden aanwijzen zonder voorafgaande instemming van de Kamer (33118, nr. 337);

de motie-Claassen over concrete voorstellen om oneigenlijk gebruik van bezwaarprocedures effectiever tegen te gaan (33118, nr. 338).

(Zie vergadering van 25 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Peter de Groot stel ik voor zijn motie (33118, nr. 335) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Zalinyan (33118, nr. 322) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat schade door bijvoorbeeld overstroming of droogte op sommige locaties slecht of niet verzekerbaar is, en dat bewoners en eigenaren dit vaak niet weten, bijvoorbeeld op het moment dat zij een woning kopen of huren;

overwegende dat deze informatie nergens eenduidig is vastgelegd, waardoor bewoners en eigenaren geen volwaardige afweging kunnen maken en het risico onbewust dragen;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat de blootstelling aan water- en klimaatschade en de verzekerbaarheid daarvan per woning op een eenduidige en gestandaardiseerde wijze inzichtelijk en openbaar toegankelijk wordt gemaakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 322 (33118).

De motie-Grinwis c.s. (33118, nr. 332) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Grinwis, Steen, Jumelet, Klos en Flach.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 332 (33118).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Zalinyan (33118, nr. 321).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Zalinyan (33118, nr. ??, was nr. 322).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Zalinyan (33118, nr. 323).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman c.s. (33118, nr. 324).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman c.s. (33118, nr. 325).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman (33118, nr. 326).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Mooiman (33118, nr. 327).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Asten c.s. (33118, nr. 328).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Asten c.s. (33118, nr. 329).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Asten c.s. (33118, nr. 330).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Asten c.s. (33118, nr. 331).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Grinwis c.s. (33118, nr. ??, was nr. 332).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Steen c.s. (33118, nr. 333).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vermeer (33118, nr. 334).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Russcher (33118, nr. 336).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Claassen (33118, nr. 337).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Claassen (33118, nr. 338).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Toekomst van het dorp Moerdijk

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de toekomst van het dorp Moerdijk,

te weten:

de motie-Zalinyan c.s. over een leefbaarheidsfonds oprichten (34682, nr. 239);

de motie-Dobbe/Jimmy Dijk over het dorp Moerdijk niet opheffen (34682, nr. 240);

de motie-Clemminck c.s. over het voortbestaan van het dorp Moerdijk (34682, nr. 241);

de motie-Vermeer c.s. over een vereveningsfonds brede welvaart Moerdijk (34682, nr. 242);

de motie-Vermeer c.s. over inzicht in de ruimteclaims op Moerdijk en omliggende kernen (34682, nr. 243);

de motie-Teunissen/Jimmy Dijk over alle scenario's voor uitbreiding van de industrie bij Moerdijk van tafel halen (34682, nr. 244);

de motie-Teunissen c.s. over extra middelen voor de leefbaarheid in Moerdijk (34682, nr. 245);

de motie-Teunissen c.s. over de belangen van mensen en dieren boven de belangen van de fossiele industrie plaatsen bij besluitvorming over ruimtegebruik (34682, nr. 246);

de motie-Grinwis c.s. over de door de gemeente Moerdijk opgestelde hoofdvoorwaarden richtinggevend laten zijn (34682, nr. 247);

de motie-Grinwis c.s. over de Moerdijkregeling voortzetten totdat een definitief besluit is genomen over de ontwikkelrichting (34682, nr. 248);

de motie-Mooiman c.s. over een transparante, laagdrempelige en duidelijke compensatieregeling voor inwoners van Moerdijk (34682, nr. 249);

de motie-Mooiman c.s. over de afstemming tussen Rijk, provincies en gemeenten versterken bij dossiers met grote gevolgen voor lokale gemeenschappen (34682, nr. 250);

de motie-Mooiman c.s. over het behoud van leefbaarheid en bestaanszekerheid van bestaande leefgebieden borgen in beleid voor ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang (34682, nr. 251);

de motie-Van Duijvenvoorde over een gelijkwaardige beoordeling van alle scenario's voor Powerport Moerdijk (34682, nr. 252);

de motie-Van Duijvenvoorde over onderzoek naar een mogelijk betere benutting van het bestaande haven- en industrieterrein (34682, nr. 253).

(Zie vergadering van 25 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Zalinyan c.s. (34682, nr. 239).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe/Jimmy Dijk (34682, nr. 240).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Clemminck c.s. (34682, nr. 241).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vermeer c.s. (34682, nr. 242).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vermeer c.s. (34682, nr. 243).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Teunissen/Jimmy Dijk (34682, nr. 244).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Teunissen c.s. (34682, nr. 245).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Teunissen c.s. (34682, nr. 246).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (34682, nr. 247).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (34682, nr. 248).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman c.s. (34682, nr. 249).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman c.s. (34682, nr. 250).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mooiman c.s. (34682, nr. 251).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Duijvenvoorde (34682, nr. 252).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Duijvenvoorde (34682, nr. 253).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Addendum op het rapport van de Commissie van onderzoek wapeninzet Hawija

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het addendum op het rapport van de Commissie van onderzoek wapeninzet Hawija,

te weten:

de motie-Piri c.s. over een vorm van individuele financiële tegemoetkoming uitwerken voor de goed gedocumenteerde gevallen (27925, nr. 1023);

de motie-Piri c.s. over een fonds voor burgerslachtoffers van Nederlandse geweldsinzet (27925, nr. 1024);

de motie-Dobbe over het vertrouwen opzeggen in de minister van Defensie (27925, nr. 1025);

de motie-Van Baarle c.s. over de 10 miljoen voor de lokale gemeenschap specifiek verantwoorden tegenover de Kamer (27925, nr. 1026);

de motie-Boon over benadrukken dat Nederlandse militairen bij de luchtaanval rechtmatig hebben gehandeld in de strijd tegen Islamitische Staat (27925, nr. 1027);

de motie-Belhirch/Peter de Groot over de aanvullende projecten zo veel mogelijk ten goede laten komen aan degenen die door het bombardement zijn getroffen (27925, nr. 1028);

de motie-Belhirch c.s. over een integraal kader op het terrein van burgerslachtoffers opstellen (27925, nr. 1029);

de motie-Belhirch/Piri over de Kamer structureel informeren over de opvolging van de conclusies en aanbevelingen van de commissie-Sorgdrager en de commissie-Brouwer (27925, nr. 1030);

de motie-Diederik van Dijk/Peter de Groot over in afwachting van de rechterlijke uitspraak niet overgaan tot ex-gratiabetalingen aan individuele slachtoffers (27925, nr. 1031);

de motie-Van Duijvenvoorde over de aanbevelingen van de commissie-Sorgdrager onafhankelijk toetsen (27925, nr. 1033);

de motie-Peter de Groot c.s. over altijd achter onze militairen blijven staan (27925, nr. 1034).

(Zie vergadering van 25 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Piri c.s. (27925, nr. 1023) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat goed gedocumenteerde individuele gevallen bestaan, onder meer met gewaarmerkte overlijdensakten van 3 juni 2015, verzameld in de database van de stichting Ashor, en dat in Kirkuk een compensatiekantoor bestaat dat dergelijke claims beoordeelt;

overwegende dat Defensie in eerdere gevallen, zoals in Uruzgan en bij de vergisbombardementen op Mosul, wél overging tot individuele ex-gratiabetalingen zonder aansprakelijkheid te erkennen;

verzoekt de regering om te onderzoeken of er (beperkte) individuele financiële tegemoetkoming mogelijk is voor goed gedocumenteerde gevallen van Hawijaslachtoffers, en de Kamer hierover binnen zes maanden te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1023 (27925).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Piri c.s. (27925, nr. ??, was nr. 1023).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Piri c.s. (27925, nr. 1024).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dobbe (27925, nr. 1025).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle c.s. (27925, nr. 1026).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boon (27925, nr. 1027).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Belhirch/Peter de Groot (27925, nr. 1028).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Belhirch c.s. (27925, nr. 1029).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Belhirch/Piri (27925, nr. 1030).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Peter de Groot (27925, nr. 1031).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Duijvenvoorde (27925, nr. 1033).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Peter de Groot c.s. (27925, nr. 1034).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele,

te weten:

de motie-Van den Berg/Flach over een praktische versnellingsaanpak voor de eerste SMR-projecten (36847, nr. 11).

(Zie vergadering van 9 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Van den Berg stel ik voor zijn motie (36847, nr. 11) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemming motie Begrotingsonderdelen Digitalisering

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de begrotingsonderdelen Digitalisering,

te weten:

de motie-Kathmann/Ceder over een basispakket digitale veiligheid ontwikkelen (36800-VII, nr. 69).

(Zie wetgevingsoverleg van 2 maart 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Kathmann stel ik voor haar motie (36800-VII, nr. 69) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De heer Grinwis heeft verzocht zijn motie op stuk nr. 118 (30995), ingediend bij het tweeminutendebat Leefbaarheid en veiligheid, aan te houden.

Tot slot.

Stemming motie Vreemdelingen- en asielbeleid

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid,

te weten:

de motie-Van der Plas over bezien hoe COA-terreinen juridisch kunnen worden aangewezen als gebieden waar boa's en politie hun bevoegdheden kunnen uitoefenen (19637, nr. 3512).

(Zie vergadering van 17 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Van der Plas (19637, nr. 3512).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Dat waren de stemmingen. Ik schors een kort ogenblik, en dan gaan we verder met de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik heropen. Ik stel de Kamer voor om een kwartier te schorsen voordat we verdergaan met de regeling van werkzaamheden. Er is namelijk een onthulling van een portret van een voormalig Kamervoorzitter. Ik nodig u allen uit om daarbij te zijn. Ik schors voor een kwartier. Daarna zullen we verdergaan met de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt van 16.39 uur tot 16.58 uur geschorst.

De voorzitter:

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.

Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van Volt bij de stemmingen op dinsdag 23 juni jongstleden geacht wenst te worden voor de motie-Flach c.s. (33576, nr. 509) te hebben gestemd.

De Partij voor de Dieren wenst bij de stemmingen over de Wet vrij en veilig onderwijs (33777) geacht te worden voor het amendement-Rooderkerk/Ergin (29, I) en het gewijzigd amendement-Ceder (36) te hebben gestemd.

Ik stel voor toestemming te verlenen aan de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor het houden van een notaoverleg met stenografisch verslag op maandag 12 oktober 2026 van 14.00 uur tot 18.00 uur over de initiatiefnota-Kröger inzake een isolatie-offensief (36729).

Ik stel aan de Kamer voor de Eerste Kamer te laten weten dat:

mevrouw Beckerman het Voorstel van wet houdende verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake het correctief referendum (36468), in die Kamer zal verdedigen;

mevrouw Wendel bij de verdediging van het Voorstel van wet tot wijziging van de Embryowet in verband met de afschaffing van het tijdelijk verbod op het doen ontstaan van embryo's voor wetenschappelijk onderzoek (36416) in de plaats van de heer Bevers treedt.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 36800-XVII-53; 36800-XVII-52; 36933-29; 36848-81; 36800-J-17; 31793-292; 21501-32-1801.

Ik deel mee dat de volgende aangehouden moties zijn vervallen: 36692-20; 27923-528.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

het tweeminutendebat Water (CD d.d. 25/06), met als eerste spreker het lid Kostić van de Partij voor de Dieren;

het tweeminutendebat Bescherming persoonsgegevens en grote datalekken (CD d.d. 25/06), met als eerste spreker het lid Kathmann van PRO;

het tweeminutendebat Emancipatie (CD d.d. 25/06), met als eerste spreker het lid Moorman van PRO;

het tweeminutendebat Kinderopvang (CD d.d. 25/06), met als eerste spreker het lid Moorman van PRO;

het tweeminutendebat Innovatie (CD d.d. 25/06), met als eerste spreker het lid Dassen van Volt.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Nobel voor zijn verzoek namens de VVD. Het betreft een vooraankondiging.

Ik denk dat u al aanvoelt wat ik ga zeggen over het inplannen van debatten deze week. De ruimte in de agenda is zeer beperkt, dus ik kan u zeer aanbevelen om tweeminutendebatten pas in te plannen na het zomerreces. Ik beveel u dat zeer aan, maar uiteraard heeft de Kamer, zoals altijd, het laatste woord.

Het woord is aan de heer Nobel voor zijn vooraankondiging, maar ik zie hem niet. O, ik zie hem wel. Jammer! Nee hoor, meneer Nobel. Ik zie u altijd graag. Het mag bij de interruptiemicrofoon, want het betreft een vooraankondiging.

De heer Nobel (VVD):

Ik was te enthousiast! Ik zou graag een tweeminutendebat willen aanvragen naar aanleiding van het debat Bouwregelgeving.

De voorzitter:

Wanneer?

De heer Nobel (VVD):

Voor het reces. Morgen?

De voorzitter:

Voor het reces. Nou, daar is de eerste al. Ik heb daarvoor wel een meerderheid nodig. Is die er? Ik zie dat dat niet het geval is! Tja, als u dit als Kamer wenst, wil ik het horen.

De heer Neijenhuis (D66):

Steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Krul (CDA):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid, meneer Nobel. Van harte gefeliciteerd!

Het woord is aan de heer Neijenhuis. Ik ga de oproep niet herhalen, maar u weet het. Gaat uw gang.

De heer Neijenhuis (D66):

De lat ligt hoog, maar toch verzoek ik de Kamer om het debat over de wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 nog deze week in te plannen, aangezien we te maken hebben met een ingangsdatum die gehaald moet worden. Dat zou niet lukken als we het over de zomer heen zouden tillen.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar een meerderheid voor is.

De heer Krul (CDA):

Steun.

De heer Nobel (VVD):

Steun.

De voorzitter:

Ik zie geen meerderheid.

Dan is het woord aan mevrouw Kröger voor haar verzoek namens PRO.

Mevrouw Kröger (PRO):

Voorzitter. Tevens namens de fracties van SP, Volt, DENK en Partij voor de Dieren is het verzoek om, gegeven de grote urgentie in Gaza, het tweeminutendebat over de medische situatie in Gaza nog voor het reces plaats te laten vinden, inclusief stemmingen.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar een meerderheid voor is.

Mevrouw Van Ark (CDA):

Steun.

De heer Vervuurt (D66):

Steun.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

Meneer Dassen krijgt het woord.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Ik heb het verzoek om deze week nog het tweeminutendebat over innovatie in te plannen. We hebben grote ontwikkelingen gehad, onder andere op het gebied van AI. We hebben de waarschuwing gekregen dat er voor de zomer actie op ondernomen moet worden. Het lijkt me verstandig om ook de regering daartoe te kunnen oproepen.

De voorzitter:

Ik kijk of daar een meerderheid voor is.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Er staat vanavond een tweeminutendebat over strategische autonomie gepland. Dus mede namens het CDA: geen steun.

De voorzitter:

Meneer Krul. O ja, dat is al gebeurd. Mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):

Steun.

De heer Vervuurt (D66):

Ik sluit me graag aan bij de VVD en het CDA.

De heer Schenk (FVD):

Niet alle moties die bij het innovatiedebat ingediend zouden moeten worden, kunnen in het andere tweeminutendebat. Het lijkt me dus niet helemaal een terechte oplossing. Wat mij betreft gaan we het verzoek van de heer Dassen dus gewoon honoreren. Er wordt hier nu een beetje een rare constructie bedacht.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Steun.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Het woord is aan mevrouw Coenradie namens JA21. Het wordt de heer Ceulemans. U bent even uitwisselbaar als altijd in een goed team. Gaat uw gang.

De heer Ceulemans (JA21):

Voorzitter. Zoals op de lijst staat, doe ik namens collega Coenradie het verzoek om het tweeminutendebat Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit en het tweeminutendebat Politie nog deze week in te plannen. Het gaat om tweeminutendebatten over commissiedebatten die allebei in maart plaatsvonden. Wanneer die pas na het zomerreces worden gehouden, zitten er ruim vijf maanden tussen het commissiedebat en de plenaire afronding, terwijl er op 9 september weer nieuwe debatten gepland staan. De tijd dringt dus.

De voorzitter:

Ik ga kijken of daar een meerderheid voor is.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Steun.

Mevrouw Straatman (CDA):

Steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Abdi (PRO):

Steun.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Steun.

De heer Vervuurt (D66):

Voorzitter. Wel steun voor het debat omtrent de politie, maar niet voor het andere.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Steun.

Mevrouw Martens-America (VVD):

Ik sluit me aan bij de woorden van D66.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Steun.

De voorzitter:

Er is alleen een meerderheid voor het deze week inplannen van het tweeminutendebat Politie. Dat gaan we dus doen.

Mevrouw Müller krijgt het woord voor een vooraankondiging.

Mevrouw Müller (VVD):

Voorzitter. Ik zou graag het tweeminutendebat Kernenergie willen aanvragen. Twee weken geleden hebben we groot nieuws gehad. In de komende weken moet de staatssecretaris aan de slag om een locatiekeuze te maken en ik zou de staatssecretaris nog wat mee willen geven.

De voorzitter:

En wanneer wilt u dat?

Mevrouw Müller (VVD):

Voor het zomerreces.

De voorzitter:

O! Nou, ik ga kijken of u daar een meerderheid voor heeft.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Als we allemaal niet zo veel moties indienen, dan moet het vast lukken, voorzitter. Maar steun.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Mede namens de SGP steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Patijn (PRO):

Geen steun.

De heer Van den Berg (JA21):

Steun.

De voorzitter:

Meneer Ceule… Meneer Van Dijk. Sorry, meneer Dijk. Ik ben er weer.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

De heer Krul (CDA):

Geen steun.

De heer Vermeer (BBB):

Steun.

De heer Vervuurt (D66):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Dan is het woord aan mevrouw Teunissen voor een verzoek namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Voorzitter. Het was ongekend heet vorige week. We hadden voor het eerst in Nederland code rood. Heel veel mensen hebben het ontzettend zwaar gehad, vooral mensen in krappe en slecht geïsoleerde woningen. Ook de dieren in snikhete stallen, de dieren in de volle zon in weilanden en de dieren in afschuwelijke diertransporten hebben het ontzettend zwaar gehad. Mensen maken zich grote zorgen en vinden dat er te weinig gebeurt.

De voorzitter:

Uw verzoek.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Als we niks doen, dan wordt het alleen maar erger door de bio-industrie en door de fossiele industrie. Maar het is nog niet te laat om de klimaatcrisis te keren, dus laten we samen drammen voor het klimaat. We kunnen niet nog meer tijd verliezen. Daarom wil ik volgende week in het reces — dit kan echt niet wachten — een debat over de klimaatcrisis en een crisisaanpak.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Ik zag ook een filmpje van mevrouw Teunissen. Ze had het behoorlijk warm, zag ik. Een airco zou niet gek zijn, maar geen steun.

De heer Vermeer (BBB):

Geen steun.

De heer Krul (CDA):

Geen steun.

De voorzitter:

De heer Jimmy Dijk … Of mevrouw Patijn? Meneer Jimmy Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. Steun, want er komt volgende week weer een bloedhete week aan. Mensen in bejaardencentra zitten in de bloedhitte. Daar waar winst gemaakt kan worden, zien we airco's in kantoren. Warme wijken zijn arme wijken …

De voorzitter:

Ja, u heeft zich uitgesproken. Mevrouw Patijn.

De heer Jimmy Dijk (SP):

… dus laten we dit debat alsjeblieft snel voeren.

Mevrouw Patijn (PRO):

Steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Geen steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Ik zou zeggen: chill. Letterlijk en figuurlijk. Geen steun.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

De heer Russcher (FVD):

Nee, geen steun.

De heer Vervuurt (D66):

Voorzitter. Ik begrijp dat er na de zomer al een debat gepland staat, dus ik stel voor om het dan te houden. Dus geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Het woord is aan mevrouw Synhaeve namens D66 voor een verzoek. Gaat uw gang.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Nederland is opnieuw gezakt op de kinderrechtenranglijst. We stonden jarenlang in de top tien en nu staan we op de voor Nederland laagste plaats ooit. Daar zijn tal van redenen voor: overgewicht, obesitas, vaccinatiegraad, kindersterfte, maar ook het online verspreiden van beelden van seksueel misbruik van kinderen. Als we het in deze Kamer over kinderen hebben, dan versmallen we dat vaak tot jeugdzorg of onderwijs. Wij willen daarom graag een breder debat met de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, de minister van VWS en de minister van Justitie en Veiligheid.

De voorzitter:

Ik kijk of u daar een meerderheid voor hebt.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. De 22ste plaats: we moeten ons doodschamen. Dus wat ons betreft zeker steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. 30 september is het debat Jeugdbeleid. Het lijkt me goed om het daar te doen. Er zijn ook veel andere commissies waar dit veel sneller kan.

De heer Hamstra (CDA):

Voorzitter. Ik zou graag een reactie van het kabinet willen hierop. Als dat voor het debat kan, graag steun.

De voorzitter:

Uw informatieverzoek geleiden we door naar het kabinet.

Mevrouw Westerveld (PRO):

Een kabinetsreactie lijkt me heel goed. En dit verzoek gaat veel verder dan jeugdzorg, dus volop steun voor dit debat.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Steun.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Geen steun. Dat kan in het commissiedebat.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

Het woord is aan mevrouw Van der Plas voor haar verzoek namens BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Enige tijd geleden is de meerderheid van de Kamer akkoord gegaan met het inplannen van een plenair debat over de wolf. Ik zou graag het verzoek willen doen om dat al geplande debat, dat ik heb aangevraagd, in te plannen in de eerste week na het reces.

De voorzitter:

Ik wijs de leden erop dat in principe op die dag geen stemmingen gepland staan, maar de Kamer kan altijd anders besluiten.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Nee, een debat. U loopt al vooruit.

De voorzitter:

O, ik loop vooruit op uw volgende verzoek. Mijn verontschuldigingen. Ik ga eerst het huidige verzoek in stemming brengen.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Koorevaar (CDA):

Steun.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Steun.

De heer Boomsma (JA21):

Steun.

De heer Vervuurt (D66):

Steun.

Mevrouw Maes (VVD):

Steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Steun.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Steun, maar wat mij betreft hoeft de staatssecretaris niet te wachten met maatregelen.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dat is wel belangrijk. Is de bedoeling van de indiener dat de staatssecretaris wacht met de maatregelen? Wat ons betreft wél, anders zitten we voor de bühne te debatteren na het zomerreces. Daar hangt mijn steun in ieder geval vanaf.

De voorzitter:

Het verzoek is nu voor het agenderen van een debat. Dus een andere variant registreer ik niet. Steunt u het verzoek of niet?

Kamerlid Kostić (PvdD):

Nee, ik moet het toch weten, dus geen steun.

De voorzitter:

Maar u heeft wel een meerderheid, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ja, dat is heel mooi!

De voorzitter:

Uw volgende verzoek.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter, u begon er zelf al over: normaal gesproken zijn er op de eerste dinsdag na het reces, in dit geval 1 september, geen stemmingen, omdat we die vandaag of deze week allemaal wegwerken. Maar nu moet er een concept-natuurplan voor 1 september bij de Europese Commissie liggen. Wij willen daar heel graag eerst nog een debat over voeren. Dat is niet waarom ik hier sta, want dat debat gaan we aanvragen bij het notaoverleg van de commissie voor LVVN. Ik wil hier wel alvast markeren dat we daar al op 1 september over moeten stemmen als wij op 31 augustus een notaoverleg hebben. Dan moeten we op 1 september stemmen. Ik wil hier dus eigenlijk alvast hebben vastgelegd dat dat gaat gebeuren.

De voorzitter:

Een soort voorwaardelijke …

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ja, een vooraankondiging eigenlijk.

De voorzitter:

Ja. We gaan kijken of daar een meerderheid voor is.

Mevrouw Bromet (PRO):

Voorzitter. Ik vind het wel goed om aandacht te besteden aan dit natuurplan voordat het opgestuurd wordt, maar we komen wel een beetje in een tijdsklem te zitten. We hebben morgen een procedurevergadering. Ik stel voor dat we het er dan verder over hebben. Ik zou dan ook de optie open willen laten om de minister te verzoeken om te zeggen dat het een paar weken later komt, omdat de Kamer er nog niet over gesproken heeft. Anders moeten we wel heel erg gaan haasten, rennen en vliegen.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Dit natuurplan gaat Nederland echt op slot zetten. We hebben zo langzamerhand natuurgebieden ter grootte van de provincie Brabant nodig. Dit gaat echt niet. Alles wat nodig is om te voorkomen dat dit desastreuze beleid z'n beslag krijgt, steun ik, dus ook dit verzoek.

De heer Boomsma (JA21):

Ja, steun. Ook steun voor het verzoek van mevrouw Bromet om het voorstel neer te leggen om het enkele weken later in te dienen. Ik denk eigenlijk dat dat geen verschil maakt voor de commissie, maar wij moeten er als Kamer gewoon goed over kunnen spreken.

De voorzitter:

Dat geleiden we door naar het kabinet, zodat het kabinet daar een afweging in kan maken en daar een besluit over kan nemen.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Mede namens de ChristenUnie steun.

De heer Koorevaar (CDA):

Steun, ook voor het voorstel van mevrouw Bromet om dat tijdens de procedurevergadering verder te bespreken.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Ik kan me goed vinden in de woorden van mevrouw Keijzer.

De heer Stöteler (PVV):

Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Wij hebben in ieder geval vastgelegd dat mocht het zo zijn, we op dinsdag kunnen stemmen.

De voorzitter:

Zo is dat. De kanttekeningen sturen we allemaal door naar het kabinet, zodat men zich daarop kan beraden. Dank u wel, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ja, goed zo. Dank u wel.

De voorzitter:

Het woord is aan meneer Vervuurt voor zijn verzoek namens D66.

De heer Vervuurt (D66):

Voorzitter. Afslankmedicatie biedt heel veel potentie voor de gezondheid van heel veel mensen. Vorige week kwam het nieuws naar buiten dat deze medicijnen positieve effecten hebben op meer dan alleen overgewicht en obesitas, namelijk ook op kanker, hart- en vaatziekten, sarcoïdose, HIV enzovoort. We zien echter ook dat er veel meer meldingen worden gedaan van incidenten van vergiftiging via toegelaten of niet-toegelaten afslankmedicatie. Dat baart ons zorgen. Daarom vragen wij een debat aan over de voor- en nadelen van deze medicijnen.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u daar een meerderheid voor heeft, maar vooralsnog heeft u die nog niet.

De heer Ceulemans (JA21):

Wij hebben hier schriftelijke vragen over gesteld. We wachten liever de antwoorden daarop af, want dan kunnen we kijken of we daar een debat over willen. Voor nu dus geen steun.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Steun.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Het is een interessant onderwerp. Voor nu geen steun. Laten we het betrekken bij een commissiedebat.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Het is zeker interessant, maar het is te klein, zeg maar, om daar een heel debat over te voeren.

Mevrouw Vliegenthart (PRO):

Ik sluit me aan bij mijn voorgangers. Het is op zich een belangrijk onderwerp, maar we kunnen het ook in een commissiedebat doen.

Mevrouw Wendel (VVD):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid. Het woord is aan de heer Ceulemans.

De heer Ceulemans (JA21):

Voorzitter, dank. Ik heb twee verzoeken. Het eerste verzoek is heel eenvoudig. We hebben dadelijk de hervatting van de Wet handhaving sociale zekerheid. Daar wordt donderdag over gestemd. Ik zou willen voorstellen om bij de middagstemming te stemmen over de moties en de amendementen en bij de avondstemming over het wetsvoorstel zelf.

De voorzitter:

Ik ga kijken hoe daarover gedacht wordt.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter, het maakt me niet zo heel erg veel uit of dat nou bij de middagstemmingen op donderdag of op woensdag is. Ik zou de voorzitter dus vooral willen vragen om te kijken wat het beste past, maar wel steun.

De heer Stöteler (PVV):

Ja, dat is prima.

Mevrouw Patijn (PRO):

Steun. Goed om het te splitsen. Het maakt mij inderdaad niet uit welke twee stemmingen.

De heer De Beer (VVD):

Steun, voorzitter, mits we bij hoofdelijke stemming aan het einde van de dag doen.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Neijenhuis (D66):

Steun.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Steun.

Mevrouw Van Ark (CDA):

Steun.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid.

De heer Ceulemans (JA21):

Dank u zeer. Dan het volgende verzoek. Twee weken geleden vroeg ik bij de regeling een debat aan over de jarenlange interne signalen bij UHT over een enorm aantal ouders, waarbij het getal 20.000 werd genoemd, dat ten onrechte als gedupeerde van de toeslagenaffaire was aangemerkt. Ik kreeg daarvoor toen geen meerderheid. Vorige week heeft de rechtbank Midden-Nederland een uitspraak gedaan, op basis van de brievenadministratie waar ADR eind vorig jaar onderzoek naar heeft verricht, in een zaak waaruit blijkt dat op onterechte gronden voor in totaal zeven ton voor leden van één gezin ...

De voorzitter:

Uw verzoek.

De heer Ceulemans (JA21):

... is gecompenseerd. Dat is slechts één zaak. De omvang hiervan is echt enorm. We moeten hier een debat over hebben om te voorkomen dat het in openstaande dossiers gebeurt. Mijn verzoek is dus om een debat te houden met de staatssecretaris van Herstel en Toeslagen en om daarnaast nog deze week een brief van haar te ontvangen met een reactie op de uitspraak en vooral hoe in het licht hiervan met nog openstaande dossiers wordt omgegaan.

De voorzitter:

Uw informatieverzoek geleiden we door. Ik ga kijken of u een meerderheid heeft voor een debat.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Er staan nog andere debatten over de toeslagenaffaire te wachten die we zo snel mogelijk moeten voeren, bijvoorbeeld over de datakluis. Voor nu dus geen steun, maar in een later stadium zou het in principe wel kunnen.

De heer Neijenhuis (D66):

Ik sluit me aan bij de vorige spreker.

De heer De Beer (VVD):

Geen steun, voorzitter. Volgens mij staat er een commissiedebat gepland na het zomerreces.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Steun.

Mevrouw Westerveld (PRO):

Geen steun voor dit verzoek, om de redenen die de heer Ergin noemt. Er staan ook een aantal debatten gepland waarbij dit natuurlijk wel betrokken kan worden.

De heer Vermeer (BBB):

Kan bij andere debatten.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Het woord is aan de heer Claassen voor zijn verzoeken namens de Groep Markuszower.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Verzoek één, voorzitter. Naast het debatverzoek dat ik doe, zou ik graag een brief van de minister willen over dit onderwerp. Daar begin ik dus mee. In reactie op de bevindingen van het ibo is de minister toentertijd niet ingegaan op de suggestie voor het opsplitsen van de ozb in een grond- en opstalgedeelte. Wij denken dat dit een goede toevoeging zou kunnen zijn voor gemeenten om de hoge grondprijzen en zaken als leegstand en braakliggende grond aan te pakken. Daarom ook dit debatverzoek over dit onderwerp, omdat ik denk dat het belangrijk is om hierover met de minister van VRO en de Kamer te spreken.

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid heeft.

Mevrouw Steen (CDA):

Voorzitter. Direct na het reces debatteren we over woningbouw en fiscaliteit. Dat past daar prima. Geen steun.

De heer Nobel (VVD):

Daar sluit ik me bij aan.

De heer Neijenhuis (D66):

Daar sluit ik me bij aan. Het is ook geen recent rapport.

De voorzitter:

Uw informatieverzoek geleiden we door, maar u heeft geen steun voor een debat.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Nee, maar dat had ik ook verwacht. Wel heb ik een informatieverzoek erdoorheen gekregen, toch?

De voorzitter:

Dat geleiden we door.

Uw volgende verzoek.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Het tweede verzoek, voorzitter. Ik heb hier twee keer eerder gestaan om te praten over, zoals we dat noemen, longevity, dus het versneld ouder worden van mensen. Dat landde niet echt bij de Kamer. Ik hoop dat dit met het bericht dat hieronder ligt, wel gebeurt. In het bericht staat dat we zien dat jongere generaties biologisch ouder zijn dan hun ouders waren op diezelfde leeftijd en eerder kanker en hartklachten, hartziekten krijgen. Gezonde levensjaren zijn een kostenpost, maar het kan heel veel geld opleveren. Ik denk dat het daarom goed is om naar aanleiding van dit bericht — er zijn er nog veel meer — toch een debat te gaan voeren over het onderwerp longevity.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u een meerderheid heeft. Dat is niet het geval. O, meneer Vervuurt?

De heer Vervuurt (D66):

Voorzitter. Dit kan wat mij betreft prima in een commissiedebat. Dat heeft de heer Claassen laatst ook al gedaan. Ik zou zeggen: laten we dat debat daar voortzetten.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. Ik zou het wel willen steunen. Volgens mij willen we allemaal langer jong blijven en véél ouder worden. Maar goed, er is geen meerderheid, hè.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Gezónd ouder worden!

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Ik doe mijn uiterste best! Maar ik vraag me af waar dit eigenlijk over gaat. Kunnen we niet gewoon eens beginnen met een brief en een rondetafel? Volgens mij hebben we allemaal zoiets van …

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Daar heb ik wel een antwoord op, voorzitter.

De voorzitter:

Nee, nee, nee, dat gaan we niet doen.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Het klinkt onheilspellend, maar echt gevoel heb ik er nog niet bij.

De voorzitter:

Dus u steunt nog geen debat?

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Nog niet, maar ik zou wel misschien eens kijken of we er samen een rondetafel over kunnen organiseren.

De voorzitter:

Ik wens u daar heel veel plezier bij.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Voorzitter, geen steun. De heer Claassen heeft het laatst ook geagendeerd tijdens de procedurevergadering. Volgens mij hebben we toen ook besproken dat het bij een commissiedebat zou kunnen worden betrokken.

De voorzitter:

Geen meerderheid, maar wel een uitnodiging van mevrouw Keijzer.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Die neem ik graag aan, mevrouw Keijzer. Meneer Vervuurt en ondergetekende gaan er ook mee aan de slag. Ik nodig u daar t.z.t. graag voor uit.

De voorzitter:

Heel mooi. Hier ontstaan dingen.

Uw laatste verzoek.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Mijn laatste verzoek. We hebben daarstraks mondelinge vragen behandeld over het onderwerp waar het debat donderdag ook over gaat. Dat gaat over het probleem van ExpertCare. Eigenlijk is dit een symptoom. De oorzaak is de ongebreidelde groei van vercommercialisering in de zorg en de ongelofelijke toename van private equity, waar misschien goede dingen tussen zitten, maar ook hele vervelende dingen. We hebben vanmiddag gesproken over het symptoom. Ik denk dat het beter is om te praten over de oorzaak. Anders blijven we over de symptomen spreken. Mijn voorstel is eigenlijk heel simpel: laten we niet herhalen wat vanmiddag is gebeurd, maar laten we het over de oorzaak hebben. Dat kan als we gaan praten over de Wibz.

De voorzitter:

Ik geef als eerste het woord aan de aanvrager van het debat van donderdag: mevrouw Maeijer.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Uiteraard moeten we het over deze wet hebben. Ik vind alleen dat het voorstel dat de heer Claassen nu doet, absoluut geen recht doet aan de situatie waarin ouders en kinderen zich op dit moment bevinden. Volgens mij is er nog heel veel te bespreken. De antwoorden net bij het mondelinge vragenuur stelden mij ook absoluut niet gerust. Ik hecht er dus zeer aan om het debat donderdag gewoon te laten staan en om het met elkaar te voeren.

Mevrouw Wendel (VVD):

Kinderen zitten in de knel. Ouders weten zich geen raad meer. Daar wil ik het donderdag over hebben. Geen steun.

Mevrouw Westerveld (PRO):

De wet waar de heer Claassen het over heeft, moet zeker snel naar de Kamer gestuurd en besproken worden, maar dat moet niet in plaats van het debat. De heer Claassen heeft volgens mij vanmiddag ook de antwoorden van de minister gehoord. Die stelden mij enorm ... Laat ik het zo zeggen: ik ben niet gerustgesteld. Ze geven zeker aanleiding tot verder doorvragen donderdag.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Ouders maken zich grote zorgen. We voeren daar donderdag wat ons betreft een uitgebreid debat over. Geen steun.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Wij waren heel chagrijnig dat het debat over die wet werd uitgesteld. Dat zouden we graag zo snel mogelijk willen doen, maar niet donderdag in plaats van.

De heer Krul (CDA):

Ik sluit me aan bij mevrouw Wendel.

De heer Jimmy Dijk (SP):

De problemen zijn helemaal niet opgelost. De antwoorden van de minister waren ver ondermaats. Daarom moet het debat donderdag juist doorgaan, voor de ouders en voor die types die er met de poet vandoor gaan ten koste van kinderen en ouders die nu in de shit zitten.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Claassen. Het woord is aan de heer Jimmy Dijk. Ik hoor meneer Claassen wat zeggen, maar dat gaan we niet doen. U heeft geen meerderheid, meneer Claassen. Ik dank u wel. U wilt een persoonlijk feit maken, begrijp ik. Waar gaat dat over?

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Het lijkt met deze debataanvraag nu dat wat er aan de hand is, mij niet aan het hart gaat.

De voorzitter:

En wat is uw persoonlijk feit?

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Het persoonlijk feit is dat dat wel zo is. We zouden het juist over die wet moeten hebben.

De voorzitter:

Waarvan akte. Het woord is aan de heer Jimmy Dijk.

[De heer Claassen tikt in het voorbijgaan met zijn opgerolde A4'tje de heer Jimmy Dijk op het hoofd.]

De voorzitter:

Meneer Claassen, gedraagt u zich een beetje parlementair!

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik hou me onwijs in op dit moment, voorzitter!

De voorzitter:

Ja! U vecht dit allemaal ook maar gewoon buiten deze zaal uit. Dat hoeft hier allemaal niet.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ook niet daar!

De voorzitter:

Ja, of niet! U gedraagt zich hier een beetje parlementair en waardig, meneer Claassen.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik vind het ook echt buiten de gebruiksnormen die hier in dit huis gelden, meneer Claassen!

De voorzitter:

Ik ook!

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik vind het echt niet kunnen!

Voorzitter. De Rekenkamer laat jaar op jaar zien dat Defensie grote, grote, grote problemen heeft met de verantwoording van miljarden. Dit jaar ging het weer om in totaal 4,3 miljard euro aan fouten, onzekerheden en onduidelijkheden. Tegelijkertijd worden er in recordtempo gigantische bedragen weggehaald bij onze zorg en sociale zekerheid. Daardoor wordt onze samenleving omgebouwd tot een oorlogsmachine. Ook mensen zien dit. Clingendael toont aan dat bijna de helft van de Nederlanders geen vertrouwen heeft in de budgetten die Defensie nu uitgeeft. Daarom willen we graag een debat met de minister van Defensie over dat onderzoek van Clingendael en hoe nu verder.

De voorzitter:

Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.

De heer Van Lanschot (CDA):

Geen steun, voorzitter. Dit is onlangs uitgebreid besproken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Steun. De minister van Defensie moet zich hier echt voor verantwoorden.

De heer De Beer (VVD):

Geen steun, voorzitter. Er is op 10 juni een WGO geweest. Daar is ook het rapport van de Algemene Rekenkamer besproken.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Ik heb begrepen dat er na het reces ook nog twee WGO's zijn. Daar kan het prima bij worden betrokken. Dus geen steun.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

De heer Vervuurt (D66):

Geen steun, voorzitter. Dit kan bij de Defensienota.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid en ook geen 30 leden, meneer Dijk.

Het woord is aan mevrouw Van Meetelen voor haar verzoek namens de PVV.

Dat de heer Dijk niet in de richting van de heer Claassen loopt, vind ik in ieder geval een geruststelling.

Gaat uw gang, mevrouw Van Meetelen.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):

Dank, voorzitter. De Gezondheidsraad komt opnieuw met vergaande voorstellen om het gedrag van Nederlanders te sturen. Alcohol moet duurder worden, minder verkrijgbaar zijn en uit het normale straatbeeld verdwijnen. De PVV vindt dat de overheid mensen moet informeren, maar niet opvoeden. Nederlanders zijn prima in staat om zelf keuzes te maken over wat ze eten, drinken of roken. Daarom wil ik een debat met de minister van VWS over de vraag of het kabinet deze vergaande adviezen serieus overweegt en de vraag waar voor dit kabinet de grens ligt tussen volksgezondheid en overheidsbetutteling.

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid heeft.

De heer Krul (CDA):

Geen steun.

Mevrouw Van Groningen (VVD):

Voorzitter. Het kabinet heeft aangegeven met een reactie te komen. Die willen we eerst afwachten. Geen steun.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Die betutteling moeten wij ook absoluut niet, maar ik denk dat het goed is om het debat op een zorgvuldige manier te voeren en dus de reactie van het kabinet af te wachten. Daarna vindt mevrouw Van Meetelen ons zeker aan haar zijde.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Geen steun. Kan in een commissiedebat.

Mevrouw Vliegenthart (PRO):

Geen steun.

De heer Russcher (FVD):

Wel steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Er komt geen einde aan de betutteling. We raken trouwens graag van dit soort organisaties af, want ze kosten handenvol met geld. Steun voor dit verzoek.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Van Meetelen.

Het woord is aan mevrouw Rooderkerk namens D66.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Dank, voorzitter. Deze week verscheen het nieuws dat Forum voor Democratie opnieuw een school opent, gefinancierd door het Rijk, door ons allemaal. Het is een school waarvan bestuursleden en toezichthouders actief zijn binnen FVD, een school die jongens en meisjes gescheiden onderwijs wil geven, een school die kinderen wil indoctrineren in het gedachtegoed van de partij en die nu kinderen van 4 jaar oud mag ontvangen met belastinggeld.

De voorzitter:

Uw verzoek.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Wij willen goed onderwijs voor elk kind. Geen kind hoort op school te worden ingezet als instrument voor de politieke partij. Daarom willen wij het debat voeren over de grenzen van de burgerschapsopdracht en de bescherming van onze kinderen. Daarnaast heb ik ook een informatieverzoek om een brief te ontvangen voor het einde van het reces, met daarbij het advies van de inspectie en het marktonderzoek.

De voorzitter:

Het informatieverzoek geleid ik door naar het kabinet.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Dank.

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid heeft voor een debat.

De heer Russcher (FVD):

Hoe meer aandacht er is voor dit fantastische initiatief, hoe beter, dus van harte steun voor het debat.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Op instigatie van D66 is het onderwijs volgeplempt met van alles en nog wat. Nu wordt er op dezelfde manier gebruik van gemaakt en is het opeens een probleem. Geen steun voor dit verzoek.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

De totale tegenstrijdigheid is heel erg apart. Geen steun voor dit debat.

Mevrouw Moorman (PRO):

Voorzitter. In alle eerlijkheid twijfelen wij, juist vanwege de reactie van de heer Russcher. Moeten we hier nou aandacht aan geven? Tegelijkertijd heb ik vorige week ook al aan de staatssecretaris gevraagd: hoe kan het nou, bijvoorbeeld wat betreft de opdracht voor het burgerschapsonderwijs, dat een school die jongens en meisjes wil scheiden en volgens biologische verschillen apart wil zetten, erdoorheen komt? Ik denk dat we het maar moeten doen, maar ik heb wel twijfel.

De voorzitter:

U steunt.

De heer Ergin (DENK):

Steun voor het voorstel, met tegelijkertijd ook een toevoeging aan het informatieverzoek. Er is namelijk een brede evaluatie geweest van ruimte voor nieuwe scholen. Ik zou graag het advies van de onderwijsinspectie willen, maar daarnaast zou ik graag willen zien hoe het binnen de evaluatie past.

De voorzitter:

Dat geleiden we door.

Mevrouw Armut (CDA):

Geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik sluit me aan bij de woorden van collega Moorman. Steun.

De heer De Beer (VVD):

Geen steun, voorzitter.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Rooderkerk.

Het woord is aan mevrouw Moorman namens PRO.

Mevrouw Moorman (PRO):

Voorzitter. Vorige week hadden we natuurlijk een stevige hittegolf in Nederland. Terwijl ouders vaak in mooie kantoren met airconditioning zaten, zaten de kinderen in stikhete klassen en werden ze uiteindelijk naar huis gestuurd, omdat het gewoon te heet was om te leren. Wij hebben dit debat echt al decennialang, omdat er gewoon te weinig geld gaat naar de scholen voor goed geventileerde schoollokalen, zodat kinderen kunnen leren en niet naar huis worden gestuurd.

De voorzitter:

En uw verzoek is?

Mevrouw Moorman (PRO):

Mijn verzoek is om hier met elkaar een debat over te voeren in de plenaire zaal.

De voorzitter:

Ik kijk of daar een meerderheid voor is.

Mevrouw Armut (CDA):

Geen steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Met een debat gaan we de temperaturen niet verlagen. Door airco's op te hangen, hebben we het probleem opgelost. Geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter. De Partij voor de Dieren pleit al jaren voor het vergroenen van scholen en schoolpleinen. Dat is de beste oplossing tegen de hitte, naast het bestrijden van de klimaatcrisis. Van harte steun dus voor dit debat.

De heer Ergin (DENK):

Voor.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Gewoon airco's ophangen waar ze nog niet hangen, want op heel veel scholen is dat het geval. Geen steun.

De heer De Beer (VVD):

Geen steun.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Geen steun.

De heer Vermeer (BBB):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, mevrouw Moorman. Nee, we doen geen toegiften meer. Het is echt al heel lang geleden dat we dat deden.

Het woord is aan meneer Van den Berg namens JA21.

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter, dank. Zojuist hebben we het tijdens het mondelinge vragenuur al gehad over netcongestie. Heel Nederland zit eigenlijk op slot. Daarmee kan er een streep door zowel woningbouw als verduurzaming. Om dat op te lossen is 270 miljard euro nodig. Dit is weer een extra rekening voor de inwoners. Daarom vraag ik nu om een plenair debat met de staatssecretaris die over het elektriciteitsnetwerk gaat, omdat de problemen zo groot worden dat we eens plenair moeten spreken over hoe we dit oplossen.

De voorzitter:

Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.

De heer Vermeer (BBB):

De opwekking van wiebelstroom moet echt stoppen, dus laten we hierover debatteren.

De heer Russcher (FVD):

Van harte steun.

Mevrouw Patijn (PRO):

Geen steun.

Mevrouw Armut (CDA):

Geen steun.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Wiebelstroom, leuk gevonden. Steun voor dit verzoek.

De heer Vervuurt (D66):

Voorzitter. Het kan sneller in een commissiedebat, dus geen steun.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Steun.

De heer Schutz (VVD):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Van den Berg.

Mevrouw Bikker krijgt het woord voor een verzoek namens de fractie van de ChristenUnie, maar ik zie de heer Grinwis namens dezelfde fractie. De minister vindt dat een tegenvaller, meneer Grinwis. Ik niet. Gaat uw gang.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Ik mag collega Bikker vervangen bij het aanvragen van een plenair debat, voorafgegaan door een brief van de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, naar aanleiding van het bericht dat die enorme tabaksgigant Philip Morris via AI publieksreacties laat schrijven tegen strengere EU-regels die worden voorbereid door de Europese Commissie. Dat is natuurlijk een schande. Dat is valsspelen en daar moeten we het eens over hebben met de betreffende ministers.

De voorzitter:

Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.

De heer Krul (CDA):

Voorzitter. Een kleine onoplettendheid van de parlementaire buffelaars van de ChristenUnie. We hebben hier twee weken geleden namelijk over gedebatteerd en bijna Kamerbreed een motie aangenomen die zegt: kabinet, doe hier iets aan. Ik zou toch echt eerst de uitwerking van die motie willen afwachten voordat we in debat gaan daarover. Geen steun dus.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Daar sluit ik me bij aan, met de toevoeging dat er meerdere moties over zijn ingediend.

Mevrouw Vliegenthart (PRO):

De acties van deze tabaksgigant zijn schandalig. Het laat zien dat ze er alles aan doen om mensen verslaafd te maken. Maar ik ben het ermee eens: er zijn inderdaad moties aangenomen, dus laten we daar eerst op wachten.

Mevrouw Van Groningen (VVD):

Precies hetzelfde. Wij vinden het ontzettend zorgelijk, maar tegelijkertijd willen we eerst de uitwerking van de motie afwachten.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Het is zeker zorgelijk, maar ik sluit me aan bij wat de collega's voor mij zeiden.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Grinwis.

Het woord is aan mevrouw Moinat, in de persoon van de heer Claassen. U weet het, hè! Gaat uw gang. En gedraag u!

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Geen uitlokking!

Ik neem even waar voor mevrouw Moinat. Terwijl honderden kwetsbare kinderen wachten op een veilig thuis, haken pleegouders af omdat zij zich onvoldoende gesteund voelen. Dat vinden wij, en mevrouw Moinat, onacceptabel. Kinderen mogen nooit de dupe worden van een systeem dat pleegouders onvoldoende ondersteunt. Wij willen daarom een debat met de minister over de oorzaken, de gevolgen voor deze kinderen en de maatregelen die ze op korte termijn neemt om pleegouders te behouden en het tekort terug te dringen.

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid heeft.

Mevrouw Beckerman (SP):

Wij steunen het in ieder geval.

Mevrouw Westerveld (PRO):

Steun, want deze problemen in de pleegzorg doen zich ook al jarenlang voor. Ik zou heel graag een reactie van het kabinet willen op het onderzoek van Jeugdzorg Nederland, waar het artikel waar de heer Claassen naar verwijst het ook over heeft.

De voorzitter:

Dat informatieverzoek geleiden we door.

De heer Ceulemans (JA21):

Steun.

Mevrouw Synhaeve (D66):

Geen steun. Het is een belangrijk onderwerp, maar dat kan in het debat in september.

De heer Hamstra (CDA):

Dit kan in september, dus geen steun.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

Mevrouw Van Groningen (VVD):

Voorzitter, geen steun. Het kan inderdaad in september.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, maar wel 30 leden. Het verzoek is dus om het op de lijst te plaatsen? Dan doen we dat.

Het woord is nu aan de heer Russcher namens de fractie van Forum voor Democratie.

De heer Russcher (FVD):

Dank, voorzitter. Gisteren heeft premier Rob Jetten bij The Black Archives in het Suriname Museum een vervolg op de excuses voor het slavernijverleden beloofd. Er is nu al een fonds van 200 miljoen euro beschikbaar. Op de Next Steps Conference in Ghana is door meer dan 80 landen een akkoord gesloten over verdere compensatieclaims. Nu heeft de premier gisteren de belofte gedaan voor beleid voor verdere herstelbetalingen. Namens Forum voor Democratie wil ik graag een debat aanvragen met de minister-president om het te hebben over de wenselijkheid hiervan en om duidelijkheid te krijgen over de richting, duur en kosten van het beleid, voordat het kabinet verdere stappen zet.

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid daarvoor heeft.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Het kan bij een commissiedebat. Geen steun.

Mevrouw Armut (CDA):

Geen steun.

De heer Neijenhuis (D66):

Er staat een debat in oktober. Geen steun.

Mevrouw Patijn (PRO):

Geen steun.

Mevrouw Maes (VVD):

Geen steun.

De heer Ergin (DENK):

Geen steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Russcher.

Het woord is aan meneer Van Baarle, in de persoon van de heer Ergin, namens de fractie van DENK. Gaat uw gang.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter. Als het goed is, staat er al een meerderheidsdebat ingepland over de situatie in Sudan, met name dat via geheime trainingskampen in Libië Sudanese paramilitairen worden gesteund door de Emiraten. Ik zou graag willen verzoeken om het debat met de minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in Sudan zo snel mogelijk na het zomerreces in te plannen.

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid heeft.

Mevrouw Beckerman (SP):

In ieder geval steun vanuit de SP.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Geen steun.

Mevrouw Patijn (PRO):

Een belangrijk debat. Steun.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Steun.

Mevrouw Maes (VVD):

Geen steun. We zouden het wel heel graag in een commissiedebat doen, dus misschien kan het bij de regeling van de commissie worden ingediend.

De heer Van Lanschot (CDA):

Geen steun.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Mede namens de ChristenUnie: steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Het woord is aan de heer Vervuurt voor zijn verzoek namens D66.

De heer Vervuurt (D66):

Het RIVM heeft in zijn nieuwe Risicoscan internationale dreigingen gerapporteerd over de grootste dreigingen voor de Nederlandse volksgezondheid: desinformatie, ziekteverwekkers, hittegolven, superhittegolven enzovoorts. Daarbij bestaat een reële kans dat Nederland in de komende tien jaar wordt getroffen door een polycrisis, waarbij meerdere gezondheidsdreigingen mogelijk tegelijkertijd plaatsvinden. Een weerbare zorg vraagt om een voorbereid, flexibel gezondheidssysteem dat meerdere dreigingen het hoofd kan bieden. Daarom graag een debat.

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid heeft.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Geen steun.

Mevrouw Vliegenthart (PRO):

Steun. Het lijkt me goed om het hierover te hebben.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Steun.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Geen steun, voorzitter.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Vervuurt.

Het woord is aan het lid Kostić namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dank, voorzitter. Er zijn veel zorgen over staalslakken. De Kamer, van links tot rechts, had eerder besloten om hier voor de zomer een plenair debat over te voeren, maar het ministerie had de brief over het nieuwe beleid nog niet klaar en vroeg ons om het debat te verzetten tot na de zomer. Daar waren we schappelijk in. Er werd een afspraak gemaakt om het direct na het zomerreces te doen, maar tussendoor zijn de regels van de Kamer gewijzigd, waardoor dit debat ondanks de afspraken opeens toch kwam te vervallen. Dat kan gebeuren. Het is een onbedoeld gevolg van de nieuwe regels. Daarom sta ik hier opnieuw voor jullie en doe ik graag het verzoek om het debat alsnog ergens na het zomerreces in te plannen, want we moeten het nog hebben over het beleid. Dan zijn we als Partij voor de Dieren een keer schappelijk voor het ministerie, en dan wordt dat direct bestraft! Dat kan toch niet de bedoeling zijn.

De voorzitter:

Ik wijs erop dat dit volgt uit procedures die de Kamer zelf heeft gevolgd en waartoe gewoon met een meerderheid is besloten. Maar ik ga kijken of er een meerderheid is voor uw verzoek.

Mevrouw Beckerman (SP):

Met zo'n inleiding kan je toch niet anders? Dus van harte steun voor het lid Kostić.

Mevrouw Armut (CDA):

Geen steun.

Mevrouw Van Groningen (VVD):

Nee, voorzitter, geen steun. Dat kan prima betrokken worden bij het debat op 6 oktober.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Steun.

De heer De Hoop (PRO):

Steun.

De heer Neijenhuis (D66):

Geen steun.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

"Ergens na het reces" is dus ook januari 2028, maar toch steun voor het verzoek.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Steun.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Dit verzoek was ook namens BBB, dus steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, lid Kostić. Ja, u heeft wel 30 leden. We zetten het op de dertigledenlijst.

Het woord is aan meneer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Naar het schijnt hebben we morgen een debat over een brief. Die hebben we afgelopen vrijdag in de namiddag ontvangen. Het is een ingrijpende brief over natuur, landbouw en weer van het stikstofslot komen. Daarvoor hebben we nu een spreektijd staan van slechts vier minuten, terwijl die brief zelf 27 kantjes telt en daar honderden pagina's aan bijlagen bij zitten. Het gaat over technische materie. Daar willen we een goed debat over kunnen voeren met het kabinet, vandaar mijn voorstel om de spreektijd te verdubbelen. Na het debat staat er ook niks meer gepland, dus we kunnen er eens goed voor gaan staan en zitten.

De voorzitter:

Dat betreft dus een verdubbeling van vier naar acht minuten. U bent waarschijnlijk van plan om alle afkortingen in het stikstofdossier ook uit te spreken in uw termijn.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Minimaal!

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid heeft.

Mevrouw Bromet (PRO):

Voorzitter. Het debat staat nu tot 23.00 uur 's avonds ingepland. Ik vind dat dit land wel uitgeruste volksvertegenwoordigers verdient, dus als wij tot 4.00 uur in de nacht door moeten gaan, ben ik daar niet enthousiast over. Ik vind ook dat wij het kabinet moeten kunnen bevragen over al deze voornemens en dat we daar interrupties voor nodig hebben. Als wij vijftien of achttien spreekbeurten van acht minuten gaan houden, dan komt het daar niet van. Dat zou ik echt heel jammer vinden. Ik vind uitbreiding met een beetje spreektijd dus oké, maar dan wel om 10.15 uur beginnen, en anders geen steun.

De voorzitter:

Nee, het verzoek is hier echt een verdubbeling van de spreektijd. Onderhandelingen over verzoeken vinden voor de regeling van werkzaamheden plaats. Dit is een verdubbeling. We laten het schema gewoon zoals het is, tenzij er dus uitloop plaatsvindt vanwege een meerderheidsvoorstel om te verdubbelen van vier naar acht.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Voorzitter. Ik weet dat mijn collega, de heer Flach, hier eindeloos over kan praten, dus acht minuten is echt het minimum, wat mij betreft.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Steun.

De heer Vermeer (BBB):

Zeker steun, als het maar niet ten koste gaat van de interrupties. We zijn vannacht ook opgebleven voor het voetbal, dus we kunnen hier ook voor opblijven. We gaan dus gewoon tot het gaatje.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Ik vind het een hele lastige. We hebben inderdaad heel veel stukken gekregen afgelopen vrijdag. Ik zie dit debat ook wel echt als een soort eerste debat hierover, waarin we vooral heel veel vragen gaan stellen. Ik vind acht minuten gewoon erg lang. Dat past gewoon bijna niet. Zes zou ik mee akkoord gaan. Ik zie dat de voorzitter niet wil onderhandelen.

De voorzitter:

Het voorstel is van vier naar acht. Nee, dan had het voorwerk echt anders moeten plaatsvinden.

Mevrouw Beckerman (SP):

Maar het is toch ook gebruikelijk dat we hier ergens uitkomen met z'n allen?

De voorzitter:

Maar dan zal u dat daar echt even los van moeten doen. Ik heb hier staan "van vier naar acht". Zes?

Mevrouw Beckerman (SP):

Zes, alstublieft.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Ja, nee!

De voorzitter:

Zie, ik hoor dat mevrouw Ouwehand vijf minuten wil en dat de heer Heutink nee zegt. We gaan dus toch hier ter bespreking voorleggen of we van vier naar acht gaan. Zoals de heer Bosma altijd zei: we staan hier niet op de Albert Cuypmarkt. Het voorstel is: van vier naar acht.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter, kijk, al moeten we 48 uur lang vergaderen om te voorkomen dat de boeren worden weggejaagd, dan is het me ook een lief ding waard dat we hier zo lang vergaderen. Dus acht minuten is nog te weinig, tien minuten is nog te weinig en vijftien uur is nog te weinig, maar steun voor het verzoek.

De heer Russcher (FVD):

Forum voor Democratie gebruikt de tijd liever om de regering te bevragen dan om eindeloos vliegen af te vangen, dus geen steun.

De heer Koorevaar (CDA):

Ik zou liever "zes" hebben gezegd, dus dat zou mijn voorstel zijn.

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Geen steun voor acht minuten.

De heer Ergin (DENK):

Geen steun.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik deed een bod van vijf, dus vijf minuten zou ik steunen, maar acht niet.

De heer Vervuurt (D66):

Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Den Hollander.

De voorzitter:

Er is geen meerderheid voor het verzoek zoals dat er ligt. Ik geef u ter overweging mee, als service van de zaak, dat u natuurlijk bij aanvang van het debat morgen nog even een ordedebat met elkaar kunt voeren over de spreektijd. Ik wil u dan echt verzoeken om met elkaar vooraf op één lijn te komen, zodat we echt snel kunnen beginnen in plaats van dat we alle tijd met elkaar bezig zijn met het tellen van alle minuten die we wensen. Voor dit voorstel is er dus geen steun, maar ik ken u als een doortastende parlementariër, meneer Grinwis, dus wij zien u vanzelf wel bij de interruptiemicrofoon. Zorg dan dat u uw voorwerk goed heeft gedaan. De heer Grinwis zegt: dat komt helemaal goed.

Het woord is aan de heer Vermeer. Gaat uw gang.

De heer Vermeer (BBB):

Ik wil voor deze vergadering nog een aantal stukken toevoegen. Ik wil een informatieverzoek doen, het verzoek dat er vóór het debat over de samenhangende aanpak landbouw, natuur en stikstof de volgende stukken naar de Kamer gestuurd worden: een routekaart met de diverse beleidstrajecten om tot verdere uitwerking en besluitvorming van de voorstellen uit het coalitieakkoord te komen, uitkomsten van een overleg tussen LVVN en IenW inzake extra stikstofbronmaatregelen in de sectoren mobiliteit en industrie, een economische bedrijfsanalyse die de impact van de voorgestelde maatregelen voor de landbouw en ander bedrijfsleven in kaart brengt, maatregelen rond NOx en bedrijfsleven, en onderbouwing van normen rond NH3-reductie in en buiten de zonering. Ik doe dit informatieverzoek conform artikel 68 van de Grondwet. Dank u wel.

De voorzitter:

Wij geleiden dat vanzelfsprekend door naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Heutink voor zijn verzoek namens de Groep Markuszower.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter, ik ga het niet redden in de tien seconden die op mijn schermpje staan. Ik ga toch maar beginnen.

Opnieuw is er een inbreukprocedure van de Europese Commissie die te maken heeft met de wijze waarop we ons spoor hebben georganiseerd. Weer heeft het te maken met de wijze waarop we andere aanbieders toegang tot het Nederlandse spoor geven. Als we op deze weg doorgaan, gaat er een keer een uitspraak komen en dan hebben we een groot probleem. Dan kan het zomaar zijn dat we straks geen hoofdrailnetconcessie meer hebben. Mijn fractie vindt het niet in het belang van het DNA van Nederland dat ons hele spoorsysteem stil komt te liggen. Daarom — dit is het verzoek, voorzitter — wil ik kort na het zomerreces een debat met de staatssecretaris van IenW over hoe we omgaan met deze inbreukprocedures en hoe we ervoor zorgen dat we het Nederlandse spoor niet langer overlaten aan de grillen van de Europese Unie.

De voorzitter:

Ik kijk of u een meerderheid heeft.

De heer Schutz (VVD):

Geen steun, voorzitter, want we hebben al een ov- en taxidebat op 13 oktober. Wellicht is er na een fractieprocedure van morgen ook een commissiedebat hoofdrailnetconcessie, whichever comes first.

De heer De Hoop (PRO):

Geen steun.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Ik sta er geheel anders in dan de heer Heutink. Wij willen het openbaar vervoer weer nationaliseren, in eigen hand houden. Ik ben het helemaal met hem eens waar het gaat over de Europese Unie: wat de SP betreft hoeft die zich hier niet mee te bemoeien. Daarom steun ik het verzoek, ook al staan we heel verschillend in dit debat. Het lijkt me wel goed om over zo'n groot onderwerp eens een keer te debatteren.

De heer Vermeer (BBB):

Dat is een dossier waar het kabinet al jarenlang onduidelijkheid over schept. Er moet duidelijkheid komen, dus: steun.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):

Geen steun. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Schutz.

De heer Vervuurt (D66):

Ik zeg ook wat mevrouw Boelsma-Hoekstra zei.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid, meneer Heutink, ook geen 30 leden.

Het woord is aan de heer Diederik van Dijk voor zijn verzoek namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank u wel, voorzitter. De Gezondheidsraad heeft vandaag een advies uitgebracht over transgenderzorg voor jongeren. Ondanks internationale wetenschappelijke kritiek, en ondanks onzekerheden over langetermijneffecten en dergelijke, die ook door de raad worden erkend, ziet de Gezondheidsraad geen aanleiding voor een pas op de plaats. Dat is zeer betreurenswaardig voor kwetsbare pubers. Ik wil graag een debat aanvragen met de minister van VWS over dit advies na ommekomst van een gedegen kabinetsreactie op dit advies.

De voorzitter:

Het informatieverzoek geleiden wij door en ik ga kijken of u een meerderheid heeft voor een debat.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Steun.

De heer Russcher (FVD):

Steun.

Mevrouw Wendel (VVD):

Geen steun.

Mevrouw Vliegenthart (PRO):

Zoorv… Voorzitter, het is zo belangrijk dat ik er bijna van ga stotteren. De Gezondheidsraad adviseert dat er een zorgvuldig proces en een zorgvuldige zorg is. ik zie dus geen reden om hier een debat over te voeren. Als we er al een debat voeren, laten we het dan hebben over de wachttijden in de transgenderzorg. Maar daar hoor ik de heer Diederik van Dijk niet over. Dus geen steun.

De heer Vervuurt (D66):

Wat mevrouw Vliegenthart zegt.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Steun.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Het Dutch protocol gaat ter ziele; we zien het gewoon gebeuren. Het is goed dat we daar met elkaar over gaan spreken, dus: steun.

De heer Krul (CDA):

In de volgorde van de heer Diederik van Dijk: steun. Dus eerst die kabinetsreactie en dan een debat.

De heer Vermeer (BBB):

We horen veel beangstigende berichten over deze zorg. Daar is veel emotie bij betrokken. Steun.

De voorzitter:

U heeft geen meerderheid.

Het woord is aan mevrouw Ouwehand voor haar verzoek namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, dank. We debatteren morgen dus over de Samenhangende aanpak landbouw, natuur en stikstof van het kabinet. Ik heb zojuist al begrepen dat we er een minuutje bij gaan krijgen. Dat wordt morgen nog duidelijk, maar dan is er dus ruimte om ook de minister van Infrastructuur en Waterstaat uit te nodigen. Wij vragen ons namelijk echt af hoe het openen van Lelystad Airport zich verhoudt tot die samenhangende aanpak om de natuur te beschermen en stikstof te verminderen en niet alles alleen maar van de boeren te vragen.

De voorzitter:

Het kabinet gaat over de eigen afvaardiging, maar ik ga dit natuurlijk wel even ter bespreking voorleggen aan de leden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Graag.

De heer Vermeer (BBB):

Voorzitter. De minister was lachend bij de persconferentie aanwezig. Als hij de pers te woord kan staan, kan hij de Kamer ook te woord staan. Van harte steun.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Datzelfde geldt voor staatssecretaris De Bat. Hij stond wel in het trio bij de persconferentie, maar zit niet in dit verzoek. Ik zou dan aanvullend willen vragen om hem ook te nodigen. Wel steun voor dit verzoek.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Ik heb de luchtvaart opgenomen in mijn spreektekst. Het lijkt me dat we daar gewoon antwoorden op willen. Het kabinet mag gaan over de eigen afvaardiging, maar we willen morgen natuurlijk wel een debat waarin goede antwoorden komen. Het lijkt mij dus niet meer dan logisch dat hij komt, dus daarom steun.

De heer Krul (CDA):

Voorzitter. Wat de heer Heutink zegt, is eigenlijk precies het argument om hier niet voor te zijn, want het verzoek is nu echt "alleen de minister van IenW", en niet de andere bewindspersonen, dus wij steunen dat verzoek. Laat het maar gewoon bij de bewindspersonen van LVVN. Daarnaast gaat het kabinet over de eigen afvaardiging.

De heer Ergin (DENK):

Steun.

Mevrouw Vliegenthart (PRO):

Steun.

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Geen steun. Mocht er toch een meerderheid zijn, dan willen we graag een verdere verbreding.

De voorzitter:

Dat ligt hier niet ter bespreking voor.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Steun.

De heer Neijenhuis (D66):

Geen steun.

De voorzitter:

Er is geen meerderheid, maar we gaan uw verzoek natuurlijk wel doorgeleiden naar het kabinet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Hij is wat ons betreft zeer welkom. Dat is vriendelijk, toch?

De voorzitter:

Ook dat nemen we op bij het doorgeleiden.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden. Ik schors een zeer kort ogenblik. Daarna gaan we verder met de behandeling van de Wet handhaving sociale zekerheid. Het betreft een voortzetting van het debat. De vergadering is een enkele minuut geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Wet handhaving sociale zekerheid

Voorzitter: Michon-Derkzen

Wet handhaving sociale zekerheid

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

het wetsvoorstel Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid) (36785).

(Zie vergadering van 18 juni 2026.)

De voorzitter:

Ik heropen deze vergadering. We gaan beginnen. Nee, eigenlijk gaan we het debat voortzetten dat we met elkaar hebben gehad over de Wet handhaving sociale zekerheid. We liggen een uurtje achter op schema, maar wellicht kunnen we de vaart erin houden. We hebben eerder met elkaar de eerste termijn van de Kamer behandeld. De vragen die door de Kamerleden zijn gesteld, zijn door de minister schriftelijk beantwoord. Die antwoorden heeft u allen afgelopen donderdag gekregen en die zijn ook openbaar geworden. Ik kijk naar de minister om te zien of hij op die schriftelijke beantwoording nog een korte toelichting wil geven. Ik wil de leden natuurlijk ook in de gelegenheid stellen om aan de hand van die schriftelijke antwoorden een enkele vraag te stellen. We ronden dan de eerste termijn van het kabinet af, en daarna doen we natuurlijk de hele tweede termijn, zowel aan de kant van de Kamer als aan de kant van het kabinet. Dat allemaal gezegd hebbende: mevrouw Patijn, wat kan ik voor u doen?

Mevrouw Patijn (PRO):

Ik vind vragen stellen naar aanleiding van een schriftelijke beantwoording altijd ingewikkeld. Ik heb nog een stuk of vijf, zes vragen. Het hoeft niet een heel debat te worden, maar hoe doen we dat dan? Gaan we die … Ik zou het dus heel fijn vinden als we een beetje een idee krijgen over hoe we dat aflopen.

De voorzitter:

Ik wil u gewoon de ruimte geven om de vragen te stellen die nog voor u openstaan. Of misschien zijn er beantwoorde vragen die weer leiden tot vragen. Het is meestal een van die twee categorieën. Als dat het geval is … Het is wetgeving, dus ik ga het aantal keer dat u bij de interruptiemicrofoon staat niet turven. Het is met een schriftelijke beantwoording altijd iets ingewikkelder om met elkaar het debat te doen, maar daar zijn we allemaal met elkaar bij. We gaan er dus gewoon een mooie afronding van maken.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

De voorzitter:

Dat gezegd hebbende, wil ik graag het woord geven aan de minister, die ik uiteraard van harte welkom heet in onze Kamer. Minister, aan u het woord.

Minister Aartsen:

Dank, voorzitter. Het is inderdaad altijd ongemakkelijk als je als minister alle vragen al schriftelijk hebt beantwoord. Het is ook zo lullig om hier te gaan staan met: "Dit was mijn presentatie. Heeft u nog vragen?" Misschien is het goed om nog een aantal dingen vooraf te zeggen. We hebben gesproken over een belangrijk wetsvoorstel. Er werd eerder al gerefereerd aan de parlementaire enquête Fraudebeleid en Dienstverlening, waar ik zelf in mijn hoedanigheid als Kamerlid onderdeel van mocht uitmaken. Daar is veel over gezegd. Daar is veel over gesproken. De kern van dat enquêterapport wordt volgens mij wel gevat in het wetsvoorstel dat momenteel voorligt. Ik hoorde een aantal keer gerefereerd worden aan de toeslagenaffaire. Ik zeg er gelijk bij dat de toeslagen buiten de scope van dit wetsvoorstel vallen. Dit zijn SUWI-wetten. De handhaving van de Awir-wetten zijn al bij een eerder wetsvoorstel behandeld.

Bij de toeslagenaffaire — "toeslagenschandaal", moet ik eigenlijk zeggen — werd een aantal keer gerefereerd naar de Bulgarenfraude en de bezuiniging op het handhavingsperspectief. De kern van waar het mis is gegaan, ligt nog ver voor de Bulgarenfraude. De kern waar het mis is gegaan in alles wat met het toeslagenschandaal te maken had, heeft juist met een alles-of-niksbenadering te maken gehad. De eerste slachtoffers stammen uit 2006, 2007, 2008. Er werd met automatisme gezegd: "We toetsen of iemand recht heeft op een toeslag en als dat niet het geval is, zijn wij blind voor mens en recht," zoals de titel van het rapport ook luidt, "wij zijn blind voor de mensen daarachter. Wij constateren dat er geen sprake is van rechthebbendheid op een toeslag, en dat betekent automatisch een terugvordering." De meeste mensen weten ongeveer hoeveel een kinderopvangtoeslag is. Als je dat voor twee kinderen voor 2006, 2007, 2008 en 2009 bij elkaar optelt, dan kom je op terugvorderbedragen tot ver boven de anderhalve ton. Dat is wat daar is misgegaan: een alles-of-niksperspectief, automatisme, artikel 1.7 Wko 2006 — ik weet de wetsartikelen nog ongeveer uit mijn hoofd — en artikel 26 Awir. Dáár zijn de dingen misgegaan, bij een automatisme zonder dat er wordt gekeken naar: wat is het effect op mensen, en hebben mensen hier überhaupt een rol in gespeeld of is hier sprake van een systeemfout? Dat zit in mijn ogen heel goed in dit wetsvoorstel.

Dit wetsvoorstel regelt niet de materiewetten. Er zijn een aantal vragen gesteld over de inlichtingenplicht et cetera. Daar staat dit eigenlijk los van. Dit regelt veel meer een basale benadering. Hoe ga je nou om met een constatering van een onrechtmatigheid in een uitkering? Je constateert dat iemand een fout heeft gemaakt in zijn uitkering, of er is iets fout gegaan bij de uitkering, of er is misbruik gemaakt van een uitkering. Dan moet eerst gekeken worden wat de situatie is. Dat moet gecorrigeerd worden in het heden. Stap twee is vervolgens — daar ging het in het verleden vaak mis — überhaupt een beoordeling over wat er gebeurd is, de aard ervan, de ernst ervan en of iemand verwijtbaar is. Als iemand dan verwijtbaar is, wat is dan de rol geweest van het bestuursorgaan?

Met andere woorden: als het bestuursorgaan niet tijdig heeft ingegrepen en het daardoor een jaar langer heeft kunnen duren, dan kun je wel terugvorderen, maar dan is dat ene jaar extra niet verwijtbaar toe te rekenen aan die persoon, maar aan de rol en de houding van het bestuursorgaan. Iemand kan nog steeds een fout maken, maar moet er dan ook automatisch een sanctie volgen? Ik merkte ook in het debat dat een aantal keren veel dingen door elkaar heen werden gebruikt. Eerst moet worden geconstateerd of er sprake is van een overtreding of onrechtmatigheid. Als dat zo is, is vervolgens de tweede vraag wat de verwijtbaarheid van een persoon is. Dan is de derde vraag of er een sanctie moet volgen. Het kan best zijn dat iemand een overtreding heeft begaan — het fameuze vergisrecht — en dan constateren we dat er een onrechtmatigheid is. Er is een fout begaan, maar ja, mensen kunnen zich vergissen. Dan hoeft niet altijd een sanctie te volgen. Dat is wat we in dit wetsvoorstel, volgens mij op een hele goede manier, regelen. Er kan wel een sanctie volgen op het moment dat je zegt "er is hier echt wat misgegaan en we willen voorkomen dat het nog een keer gebeurt" of "het is al meerdere keren misgegaan, we moeten nu inzetten op een sanctie". Dan kan dat wel gebeuren.

Vervolgens kijk je ook naar de terugvordering. Om het toch maar even duidelijk te melden: de grootste problematiek in de handhaving zit 'm niet zozeer in het boeteregime. Dat zijn relatief overzichtelijke bedragen. De grootste problematiek zit 'm echt in de terugvordering. Het feit dat we tot op heden nog tot in het oneindige terug kunnen vorderen … Iedereen kan terugrekenen dat als je twintig jaar lang terugvordert met de gemiddelde WW-uitkering of de gemiddelde bijstandsuitkering, je op bedragen komt die ver boven een ton reiken. Dan kun je wel een relatief bescheiden boete opleggen, maar als je nog steeds meer dan een ton moet terugvorderen, dan is het niet gek dat je mensen volledig de ellende in trekt, een hele hoop stress en ellende veroorzaakt, mensen de schulden in duwt en uiteindelijk met een oninbare vordering blijft zitten.

Dit wetsvoorstel regelt een hele hoop van dit soort zaken. Het regelt dat er geen sprake is van automatisme; er wordt gekeken naar de menselijke maat. Het regelt dat er proportionaliteit is; er wordt bekeken of de boete of de terugvordering een beetje in verhouding staat tot hetgeen er is gebeurd. Er wordt gekeken naar differentiatie; lokaal kan er worden gekeken en bij de ene zal het anders zijn dan bij de andere. En ja, dat levert spanningen op rondom de uniformiteit. Daar zijn ook vragen over gesteld. Maar dat is wel de uitruil die we uiteindelijk doen. Je kunt iets super uniform maken — dan is het dus voor alles en iedereen overal precies hetzelfde — maar dan krijg je dus een uitvoering die blind is voor "mens en recht", zoals de titel van het rapport ook luidt. Uiteindelijk zorg je dus voor een simpelere uitvoering. Mensen krijgen namelijk de ruimte om te handelen naar waar ze zitten, maar wel met een afwegingskader, waardoor je aan de voorkant duidelijk hebt waar je aan toe bent.

Volgens mij is dat al met al dus een aanpak die past bij de balans in het wetsvoorstel: de menselijke maat aan de ene kant en ruimte voor de uitvoering aan de andere kant, maar niet door te stoppen met handhaven en niet door misbruik niet aan te pakken. Bij een aantal bepalingen geven we ook heel duidelijk aan dat we van de uitvoerders verwachten dat die ook daadwerkelijk handhaven, dus dat er een boete wordt gegeven en dat er ook stevig wordt teruggevorderd. Dat hebben we ook vrij duidelijk gepreciseerd in het wetsvoorstel.

Al met al denk ik dat dit wetsvoorstel keurig in balans is. Dat is misschien de kernvraag die is gesteld. Aan de ene kant is het streng voor de mensen die er misbruik van maken, waardoor je de solidariteit in het stelsel behoudt, en aan de andere kant wordt er ook een beetje menselijk gekeken naar wat er nou is gebeurd, of het die persoon wel te verwijten is en of het dan wel verstandig is om tot tien of twintig jaar terug te gaan vorderen; misschien moet je dat net iets proportioneler doen. Ik denk dat daarbij uiteindelijk een keurige balans is gevonden in het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Dank. Er zijn een aantal vragen. Begrijp ik het goed dat dit de toelichting is op de schriftelijke beantwoording?

Minister Aartsen:

Ik kan alles wel gaan voorlezen, maar dat is misschien ook zo zonde van de tijd.

De voorzitter:

Oké.

Minister Aartsen:

Uw verzoek was duidelijk.

De voorzitter:

Dit was de toelichting op de brief die we hebben gehad met de antwoorden van de minister. Nu kijk ik even naar de leden. Roept dit nog vragen op?

Minister Aartsen:

Misschien kunt u als u een vraag stelt even het onderwerp aanstippen. Dan kan ik in de tussentijd even bladeren naar het juiste onderwerp. Anders wordt het wel echt een soort Russische roulette van onderwerpen.

De voorzitter:

Goed. We gaan kijken hoe goed u dit vak beheerst.

Minister Aartsen:

Precies.

De heer Schenk (FVD):

Ik heb 'm zelf onder het kopje rechtsongelijkheid/willekeur staan. Ik hoop dat de minister daar iets mee kan. In mijn eerste termijn gaf ik aan dat meer maatwerk, hoe nobel het ook klinkt, meer interpretatie en meer willekeur kan betekenen. De minister zegt ook in zijn beantwoording dat het UWV, de SVB en gemeenten beleidsregels op elkaar gaan afstemmen en dat verschillen soms ook niet erg zijn. Dat hoor ik hem net zeggen. Maar er is toch wel ergens een grens wat betreft hoeveel verschillen acceptabel zijn, hoe dat gemeten gaat worden en ook op welk punt er ingegrepen gaat worden? Mijn vraag is wanneer de minister concludeert dat verschillen tussen verschillende bestuursorganen te groot worden, waardoor gelijke gevallen ongelijk behandeld gaan worden. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als — ik noemde het ook in mijn eerste termijn — het UWV veel eerder een waarschuwing geeft, terwijl de SVB sneller tot een sanctie overgaat.

Minister Aartsen:

Er gebeurt al het een en ander om dat te voorkomen. Het eerlijke verhaal is: als je de menselijke maat gaat toepassen, wordt het door mensen gedaan. Het woord zegt het al. Het kan zo zijn dat mens één anders oordeelt dan mens twee. Dat is de afruil tussen rechtszekerheid aan de ene kant en de menselijke maat, of maatwerk, aan de andere kant. Dat is inherent aan de keuze die je maakt. Als je het ene wil, zal je automatisch iets minder van het andere hebben. Als je volledige rechtszekerheid wilt hebben, moet je de menselijke maat volledig achterwege laten. Dat zeg ik maar gewoon even in alle eerlijkheid. Die schuif moet je maken. Hoe verder die de ene kant op gaat, hoe minder ver die de andere kant op gaat.

Er zijn natuurlijk wel een aantal dingen die je kunt doen om dat te beperken. Je kunt natuurlijk onderling overleg hebben — we noemen dat "afstemmingsoverleg" — over de beleidsregels. Het UWV, de SVB en de VNG doen dat al. Als er iets wordt geconstateerd, stemmen de uitvoeringsorganisaties netjes met elkaar af wat nou een overtreding is en of iets verwijtbaar is. Divosa is de partij die dat organiseert. Die noemt het een "afstemmingstafel". Die is dus met het UWV, de SVB, de VNG en Divosa. Daar stemmen ze die zaken af. Wat betreft het afwegingskader maakt iedere organisatie beleidsregels. Die worden intern gedeeld met elkaar. Zo kan je ook onderling zien welke beleidsregels het UWV hanteert, welke de SVB hanteert en welke de VNG hanteert. Wat de VNG daarbovenop nog doet, is het maken van een modelverordening en een handreiking voor gemeenten, zodat je niet afhankelijk van de postcode een andere situatie krijgt. Dat mag natuurlijk wel; gemeentes hebben gewoon beleidsvrijheid. We stemmen allemaal voor de gemeenteraad, dus het staat hen ook vrij om iets anders te interpreteren. We zien wel dat gemeenten door heel Nederland heen door die modelverordening over het algemeen een soortgelijk beleid voeren.

De voorzitter:

Heeft de heer Schenk op dit punt een vervolgvraag?

De heer Schenk (FVD):

Op zich is dit helder. In het verlengde daarvan heb ik een vraag over de uitvoerbaarheid. Meer maatwerk betekent natuurlijk ook gewoon meer gesprekken. Misschien is er dan ook wel gewoon meer capaciteit nodig. De minister schrijft in zijn schriftelijke beantwoording: "Alles is uitvoerbaar. Er is voldoende capaciteit en er zijn voldoende middelen." Maar er worden geen specifieke aantallen genoemd; er wordt niet een bepaald aantal fte's genoemd. Er komt ook niet echt een onderbouwing voor. Ik ben dus nog steeds heel benieuwd of de minister concreet kan aangeven hoeveel extra capaciteit gemeenten, UWV en SVB nodig zullen hebben. Het oordeel is dat het uitvoerbaar is. Maar mijn vervolgvraag is dan: waar komt dat oordeel vandaan?

Minister Aartsen:

Dat oordeel volgt uit de uitvoeringstoetsen die zijn gedaan op dit wetsvoorstel. Alle organisaties hebben uitvoeringstoetsen gedaan. Ik ken het exacte aantal fte's op dit moment even niet uit mijn hoofd; daarvoor zou ik de uitvoeringstoetsen, die als bijlage bij dit wetsvoorstel zitten, er even bij moeten pakken. Maar als de uitvoering tegen mij zegt: het is uitvoerbaar; we kunnen dit aan …

Uiteindelijk zorgt dit bij heel veel uitvoeringsorganisaties voor een andere manier van werken en voor een stukje verlichting. Daar moeten we ook eerlijk over zijn. Het is natuurlijk niet zo dat als je dit gewoon blind uitvoert, vervolgens de problemen zijn opgelost. Die mensen zullen dan zeggen: wacht eens even, het is wel heel rigoureus dat ik zo verschrikkelijk veel moet terugbetalen of zo'n verschrikkelijk hoge boete krijg als ik er helemaal niks aan kon doen en het niet verwijtbaar is. Als je dat aan de voorkant niet organiseert, dan melden die mensen zich vervolgens bij bezwaar en beroep om te zeggen: dit is niet eerlijk. U herkent dat van de verkeersboetes. Dan gaan mensen zich daar ook op beroepen en krijg je daarover veel meer vragen. Het is op zich niet onlogisch: als je breed naar de uitvoeringsorganisatie kijkt en het simpeler en menselijker maakt, dan hoeft dat niet automatisch te betekenen dat er massief meer mensen gaan werken bij die uitvoeringsorganisaties.

De voorzitter:

Meneer Ceulemans, aan u het woord voor nog een vraag. Kunt u even aangeven waar die op ziet?

De heer Ceulemans (JA21):

Yes, voorzitter, dat zal ik doen. Dank. Ik heb eigenlijk over drie punten een vraag. De eerste gaat over de termijn van twintig jaar. De minister refereerde er al even aan. In het nieuwe wetsvoorstel wordt die termijn verkort naar vijf jaar als het om relatief lichte zaken gaat en naar tien jaar als het om zwaardere zaken gaat, waarbij fraude, valsheid in geschrifte et cetera om de hoek komen kijken. Je kunt van de termijn van vijf jaar vinden wat je wil, maar er zit een bepaalde logica achter. Moet je iemand namelijk tot in de lengte van jaren blijven najagen als die een keer een foutje heeft gemaakt? Daar zitten natuurlijk ook schaduwzijden aan; dat erkent iedereen.

Minister Aartsen:

Precies.

De heer Ceulemans (JA21):

Alleen, ik blijf buikpijn hebben van de harde fraudegevallen, waarbij de terugkijktermijn dus nu van twintig naar tien jaar gaat. Dan verkort je namelijk gewoon de termijn waarin je terug kunt kijken naar mensen die bewust fraude hebben gepleegd. Ik heb een amendement ingediend om voor die categorie de termijn op twintig jaar te laten staan en de verlaging naar vijf jaar, voor de lichtere gevallen, ongemoeid te laten. Hoe reageert de minister daarop?

De voorzitter:

Voor de administratie van de amendementen zeg ik even het volgende. Een heel aantal dat eerder is ingediend, heeft in dezelfde brief een oordeel gekregen. We hebben het vandaag over twee amendementen. Dat is inderdaad het amendement dat de heer Ceulemans aanhaalt. Daarnaast hebben we het over het amendement-Neijenhuis, een wijziging van een eerder amendement. Daar hebben we nog geen oordeel over. Ik weet niet of de minister die amendementen …

Minister Aartsen:

Ik zal ze even in de administratie zoeken. Het zijn inderdaad … Wat is het?

De voorzitter:

Meneer Ceulemans heeft het over het amendement op stuk nr. 19.

Minister Aartsen:

Ja. Uiteindelijk is dit een oordeel dat, volgens mij, in de Kamer moet worden geveld. Het kabinet heeft gezegd: we zien problemen bij de terugvordering bij mensen die een fout hebben gemaakt. Dan is het correct om te zeggen dat het moet worden teruggevorderd. Je moet het herstellen als je onterecht belastinggeld hebt ontvangen, ook als het een fout is. Dan krijg je geen boete, maar dan moet het wel netjes worden terugbetaald. Daarmee hou je het fundament, het draagvlak, onder de sociale zekerheid. Daarvan heeft het kabinet gezegd: we zetten het op vijf jaar in plaats van de twintig jaar die er nu is. Daarin zit volgens mij de winst van het wetsvoorstel. Wat betreft misbruik en fraude hebben we het op tien jaar gezet. Uiteindelijk is dat een afweging die, volgens mij, ook in de Kamer moet worden gemaakt. Daarom zal ik het oordeel ten aanzien van het amendement van de heer Ceulemans, over de maximale terugkijktermijn naar twintig jaar bij opzet of grove schuld, aan de Kamer laten. Dit voorstel is uitvoerbaar. Het kan in potentie wel de administratieve lasten verhogen. Maar uiteindelijk moet de afweging in uw Kamer worden gemaakt.

De heer Ceulemans (JA21):

Oké, dank. Goed dat die opening er in ieder geval is. Dit amendement is juist ingediend met het volgende idee. We kunnen in deze Kamer van mening verschillen over wat de reikwijdte van de sociale zekerheid moet zijn, maar volgens mij is iedereen, van links tot rechts, het over één ding eens, namelijk: als je de sociale zekerheid houdbaar wil maken en ook het draagvlak eronder in stand wil houden, dan is het in ieder geval belangrijk dat het niet makkelijk is om weg te komen met doelbewuste fraude. In dat licht hoop ik dat dit amendement op steun van de Kamer kan rekenen.

Dan kom ik op mijn tweede amendement. Dan kan ik alle drie de punten in één keer doen.

De voorzitter:

Ja.

De heer Ceulemans (JA21):

Het tweede amendement ging over het beperken van het aantal waarschuwingen tot één. Dat was eigenlijk bedoeld om te voorkomen dat er tot in lengte van jaren waarschuwing op waarschuwing op waarschuwing kan volgen, afhankelijk van welk overheidsorgaan je tegenover je hebt, en dat er dan soms zelfs nooit sprake is van sanctionering. De minister gaf daar een reactie op in de zin van: dat ontraad ik, want dat is niet in de geest van het wetsvoorstel; er moet juist een bepaalde escalatieladder in zitten. Ik heb ook de andere Kamerleden gehoord. Stel dat ik het amendement bijvoorbeeld zou wijzigen naar twee waarschuwingen. Ik heb meerdere Kamerleden horen zeggen: één keer een fout kan en twee kunnen misschien ook nog wel, maar daarna moet het een keer afgelopen zijn. Het escalatieladderelement, dat de minister belangrijk vindt, zit er dan in. Zou hij daar beter mee uit de voeten kunnen?

De voorzitter:

Voor de mensen die dit volgen: het gaat over het amendement op stuk nr. 17, over slechts eenmaal waarschuwen. Dat heeft van het kabinet het dictum "ontraden" gekregen. Daar volgt uw vraag op.

Minister Aartsen:

Ik kan hier helaas niet in meegaan. Ik zal uitleggen waarom niet. Het gaat uiteindelijk niet om één of twee waarschuwingen. Het wetsvoorstel regelt juist dat het bepalen of er één, twee of dertien waarschuwingen moeten komen in deze Kamer gebeurt, door het in een wet vast te leggen, of door de UWV-medewerker die daarop zit en van alle details van de situatie afweet. Ongetwijfeld zullen er soms goede redenen zijn waarom je misschien voor een derde keer een waarschuwing wil geven of waarom je juist wil afzien van één waarschuwing en gelijk zegt: ik ga naar een sanctie toe. Die situaties kunnen wij hier niet met elkaar overzien. De geest van de wet is dat een medewerker dat zelf moet doen. Het kan dat je twee, drie of vier keer een fout maakt. We hebben gesproken over mensen die licht verstandelijk beperkt zijn en over de totale ingewikkeldheid, de complexiteit, van ons stelsel. Ik wil daar juist ruimte voor houden in de wet zelf. Ik vind dat we ook hier moeten vertrouwen op de mensen in de uitvoering en op het afwegingskader, waardoor die organisaties uiteindelijk de juiste afweging maken.

De heer Ceulemans (JA21):

Oké. Dan blijven we het daarover oneens. Ik snap best dat het goed kan zijn om af en toe een waarschuwing te geven. Zelfs het amendement om het tot één te beperken, is in veel gevallen al een uitbreiding van de huidige praktijk, waarin die mogelijkheid er niet is. Ons voorstel is niet om de huidige mogelijkheden in te perken, maar om de verregaande uitbreiding van de huidige mogelijkheden binnen de kaders te houden. Ik heb de minister hier niet van overtuigd, ook niet met een voorstel voor twee. Ik ga even beraden wat ik ga doen, maar ik denk dat we het hier gewoon over oneens blijven.

Mijn laatste punt ging over geweld tegen ambtenaren. Daar is de minister ook op teruggekomen in de schriftelijke beantwoording. Als er geweld wordt gepleegd tegen een ambtenaar van de sociale dienst of wat dan ook, dan moet er gekozen worden voor een strafrechtelijk traject of voor het opleggen van een bestuurlijke maatregel in de vorm van een maatregel gericht op de uitkering. De minister zegt dat het op deze manier moet worden vastgelegd, omdat je anders zit met het principe van ne bis in idem en je het risico loopt dat iemand twee keer voor hetzelfde vergrijp wordt gestraft. De Centrale Raad van Beroep heeft diverse uitspraken gedaan waarin is geoordeeld dat een maatregel geen criminal charge is en dus naast het strafrecht kan bestaan. Ik heb de uitspraken bij me voor de minister. Er wordt bevestigd dat verlagingen of maatregelen in de sociale zekerheid primair een herstellend en gedragscorrigerend karakter hebben en dus geen dubbele bestraffing zijn. Ik vraag de minister om hier toch nog een keer op te reflecteren. Ik zeg niet dat het altijd moet gebeuren, maar het is wel een signaal richting ambtenaren, die steeds meer met agressie te maken krijgen. Of je er nu wel of niet gebruik van maakt, de mogelijkheid om zowel een strafrechtelijk traject in te gaan als een bestuursrechtelijke maatregel op te leggen moet in ieder geval bestaan. Laat ik de vraag als volgt aan de minister stellen. De minister betwist dat het op deze manier kan. Maar als het zou kunnen, zou hij het dan ook wenselijk vinden?

Minister Aartsen:

Dit is een vrij lastig dilemma in de wet. Laat ik vooropstellen dat als medewerkers fysiek worden belaagd of er misdragingen zijn, je wilt dat dat wordt bestraft. Die bestraffing zit in het strafrecht. Als je iemand op z'n gezicht slaat, dan hebben we daar gewoon wettelijke bepalingen voor: dan moet je voor de rechter verschijnen en dan krijg je daar een boete dan wel een celstraf voor, al naar gelang wat de rechter passend acht. Daar hebben we dus het strafrecht voor. Ik snap heel goed dat je rechtvaardigheidsgevoel zegt: waarom zouden we zo iemand nog een uitkering geven? Je ziet hier dat twee rechtssystemen op elkaar botsen. De heer Ceulemans refereert hier aan een maatregel, en een maatregel is iets anders dan een boete. Een maatregel heeft als doel om gedragsverandering te bewerkstelligen. Is iemand niet bereid om zich netjes te kleden, om passend werk te accepteren et cetera et cetera, dan kan de betreffende uitvoerende ambtenaar een maatregel opleggen — dat duurt dan een maand — met als doel dat iemand dat wél gaat doen en wel passend werk gaat aannemen. Dat is het doel van de maatregel. Een boete is bestraffing. Dat zijn dus twee verschillende instrumenten. Daarom zeg ik: laat dat nou niet door elkaar heen lopen. Want dan ga je het risico lopen dat er in het strafrecht zal worden geconcludeerd: er is al een maatregel opgelegd, dus er is al een boete in het bestuursrecht afgegeven. In het strafrecht is het juist de bedoeling dat alle gegevens van het geval worden bekeken en dan zal een rechter wegen: het is weliswaar een strafbaar feit — u heeft iemand op z'n gezicht geslagen — maar in het bestuursrecht bent u al gestraft met deze maatregel; we spreken u dus vrij van een gevangenisstraf. Dat is ook niet wat je wil. Dus laten we hier toch ook de zuiverheid van beide rechtssystemen hanteren, ondanks dat het volgens mij niet altijd even rechtvaardig voelt dat dat zo is.

De heer Ceulemans (JA21):

Ik begrijp dat het inderdaad niet wenselijk is dat iemand, die een ambtenaar helemaal in elkaar slaat en daardoor een boete heeft gekregen, een maatregel op de uitkering of hoe je het ook noemt, vervolgens in strafrechtelijke zin te horen krijgt: we gaan u niet dubbel bestraffen, dus we gaan u niet strafrechtelijk vervolgen voor het mishandelen van iemand, omdat er al een maatregel in de uitkeringssfeer plaatsvindt. Ik snap dat dat niet wenselijk is. Maar het punt is nou juist dat de minister en ik volgens mij van mening verschillen over de vraag of die twee elkaar per definitie uitsluiten. Dus laat ik gewoon uitgaan van het dilemma dat ook in de memorie van toelichting is geschetst: als er in beide zaken een kader te vinden is waardoor dat allebei mogelijk blijft, los van de vraag of daar vaak gebruik van zal worden gemaakt, zou de minister dat dan wenselijk vinden?

Minister Aartsen:

Dan praten we denk ik langs elkaar heen. Volgens mij heb je twee situaties. Er gebeurt iets en een bestuursorgaan besluit aangifte te doen in het strafrecht. Op dat moment moet je het strafrechtelijke kader doorlopen. Dan kun je dus een maatregel dan wel boete niet inzetten omdat dan het bestuursrecht op het strafrecht botst en je dan een strafrechter tegenover je zult vinden, die zal zeggen: twee uur eerder bent u al gestraft voor een feit in het bestuursrecht, dus we spreken u vrij, ondanks dat u wel degelijk een strafrechtelijk feit pleegt. Dat is de situatie waarin er sprake is van aangifte. Ik denk dat het verstandig is om dat te doen als er sprake is van zwaar fysiek geweld et cetera. Maar dan hebben we ook nog de situatie waarin een bestuursorgaan besluit om geen aangifte te doen. Dan zijn de heer Ceulemans en ik het helemaal met elkaar eens: dan kan een bestuursorgaan besluiten om een passende maatregel op te leggen, bijvoorbeeld het verlagen van de uitkering voor een maand. Dan kan die maatregel worden getroffen. Maar die scheidslijn zit 'm bij aangifte doen in het strafrecht.

De heer Ceulemans (JA21):

Afrondend. Wij komen tot een andere conclusie, ook op basis van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, waaruit wij heel duidelijk opmaken dat een verlaging/maatregel of hoe je het ook noemt op een uitkering een gedragscorrigend karakter heeft en dus onderdeel is van het voorwaardenpakket waar je aan moet voldoen om die uitkering in volle omvang te krijgen, en dat er geen sprake is van een dubbele bestraffing als dat plaatsvindt los van een strafrechtelijk traject. Ik heb hier dadelijk een motie over. Dan kunnen we er nog even verder over bomen, want op dit moment komen wij tot een andere conclusie op dit punt.

Minister Aartsen:

Dan zullen we inderdaad even ... Ik heb hier alleen de voetnoten van de Centrale Raad van Beroep en niet de daadwerkelijke inhoud, dus zo diep kunnen we het debat niet induiken. Dat moeten we nog even in tweede termijn doen. Volgens mij ziet de Centrale Raad van Beroep het bestuursrechtelijke deel daarvan. Het probleem zit 'm nu juist erin dat de strafrechter iets anders oordeelt, namelijk dat er, alle feiten van het geval overziend, sprake is van dubbele beboeting. Als je al bij de bestuursrechter een boete hebt gekregen, dan kun je dat niet ook nog in het strafrecht krijgen.

De heer Flach (SGP):

De heer Ceulemans had het in zijn eerste interruptie — dat is al een hele tijd geleden — over het aantal fouten dat je mag maken. Dat is een beetje de kern van dit debat: het onderscheid tussen fouten en fraude. In het verlengde daarvan ligt ook het vergisrecht. Ik kijk even naar de antwoorden die daarover gegeven zijn. De minister zegt dat het vergisrecht eigenlijk best moeilijk te definiëren is. Dat snap ik eigenlijk wel, want het is heel lastig om het objectief te maken. Net zo lastig als het is om die norm sluitend te maken, blijft het toch ook wel lastig om dit bij het bestuursorgaan te laten. Zij kunnen wel alle omstandigheden van het geval meewegen, maar als het een kwetsbare betrokkene is, is bijvoorbeeld een gang naar een rechter, zoals gesuggereerd wordt, vaak ook niet zo eenvoudig. In de beantwoording van de minister blijft toch iets zitten in de trant van: het kan zomaar gebeuren dat mensen zich inderdaad vergist hebben en dat het uiteindelijk beoordeeld wordt als iets meer dan een vergissing. Hoe kunnen we op de een of andere manier een klein beetje borgen dat mensen die zich echt vergissen, en dat misschien wel twee of drie keer doen vanwege een verstandelijke beperking, toch niet vermalen worden door het systeem?

Minister Aartsen:

Het vergisrecht zit in deze wet. Volgens mij dient de heer Neijenhuis op dit moment ook een amendement in. Ik heb het nog niet exact gelezen, maar ik heb wel wat gehoord over wat eraan komt. Volgens mij is dat een welkome verbetering van dit wetsvoorstel. Daar kom ik zo meteen voor de administratie nog even formeel op terug. Het vergisrecht zit in beginsel in dit wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel regelt een afwegingskader. Dat afwegingskader moet verplicht worden gebruikt bij het afwegen en het beoordelen van een overtreding. De eerste vraag in dat afwegingskader is wat de aard en de ernst van de overtreding zijn. Wat is er nou daadwerkelijk gebeurd? Wat is de reden dat dit is gebeurd? Vervolgens wordt er — daar zit het vergisrecht natuurlijk ook echt in — gekeken naar de verwijtbaarheid. Valt een persoon iets te verwijten? Als je je vergist hebt, dan zal het antwoord op de vraag of iemand een verwijt kan worden gemaakt "nee" zijn. Dat is ook een antwoord op de vraag van de heer Ceder ten aanzien van de … Ik kan even niet op het woord komen. "De toerekenbaarheid", hoor ik. Dank u, ik zocht het woord. Dat zit juist geborgd in die verwijtbaarheid, ook in het bestuursrecht. Daar zal naar worden gekeken. Als iemand zich dus heeft vergist, dan is dat als het goed is geborgd in dat afwegingskader.

De heer Flach (SGP):

Nee, dat is me bekend. Maar ik heb in de eerste termijn gevraagd of er geen risico's zitten aan het feit dat dat op de een of andere manier een open norm is. Dat afwegingskader helpt al wel, maar ook het schriftelijke antwoord van de minister maakt het uiteindelijk niet sluitend. Misschien moeten we dat ook wel accepteren. Laat ik het zo zeggen: heeft de minister het gevoel dat we met dat afwegingskader en met het amendement dat er kennelijk aankomt, dat ik nog niet heb gelezen, het maximale hebben gedaan om de mensen die zich echt vergist hebben, beoordeeld te laten worden als mensen die zich vergist hebben?

Minister Aartsen:

Ik denk het wel. Nogmaals, wij maken dat afwegingskader leidend. De betreffende uitvoeringsambtenaar zal dat afwegingskader moeten gebruiken. Dat is dus ook gestandaardiseerd. Het gaat zo meteen in de uitvoering dus ook helpen dat iedereen datzelfde afwegingskader moet gaan gebruiken en diezelfde ladder moet aflopen. Dat zal dus ook steeds vaker tot een betere afweging leiden. Dat moet zich natuurlijk in de praktijk wel wijzen, maar we hebben er wel vertrouwen in dat dit gaat werken. Er komen beleidsregels. Er worden afstemmingsoverleggen over gevoerd. Dat gaat zo meteen in de praktijk gewoon draaien, waardoor je vaker meer van hetzelfde type situaties tegenkomt. We hebben er wel vertrouwen in om dat te doen. Aanvullingen en verbeteringen zijn altijd welkom. Ik denk dat het goed is dat uw Kamer daarover meedenkt. Ik denk dat we dat hier uiteindelijk op een goede manier in hebben geborgd.

De heer Neijenhuis (D66):

Dit is een mooi bruggetje naar de vraag die ik wilde stellen. Inderdaad, "vergissen" is niet zo gedefinieerd in de wet. Dat wordt uiteindelijk door de uitvoeringsorganisaties gedaan. Ik had inderdaad dezelfde zorgen als de heer Flach, namelijk dat dit gewoon een risico is bij de keuze om "vergissen" niet te definiëren in de wet. Ik heb daar een amendement over ingediend. Dat is in eerste instantie ontraden. Ik zou daar wel over willen vragen of de minister de gedachtegang kan volgen dat het wenselijk is om het oordeel niet alleen maar aan de uitvoeringsorganisaties te laten, maar de rechter ook de mogelijkheid te bieden om daar een uitspraak over te doen. Ik heb daar dus …

Minister Aartsen:

Ja, ik moet het briefje met de appreciatie van het nieuwe amendement nog krijgen. Laat ik dat dan dus even aan het einde van mijn eerste termijn doen, want dan heb ik het netjes afgerond.

De heer Neijenhuis (D66):

Ik wilde aanbieden om het in de tweede termijn te doen, maar aan het einde van de eerste termijn is voor de Kamer misschien alleen maar handiger.

Minister Aartsen:

Als ik het briefje op tijd krijg, kan ik het nog doen.

De voorzitter:

U krijgt van mij het woord, minister.

Minister Aartsen:

Excuus, mevrouw de voorzitter. Ik was iets te enthousiast.

De voorzitter:

Anders wordt het allemaal heel gezellig, maar wordt het wel chaos. U heeft het amendement nog niet ontvangen. Het gaat om het gewijzigde amendement op stuk nr. 20 van de heer Neijenhuis. We gaan zo gelijk door naar de tweede termijn. Dus ik kan me voorstellen dat we dat …

Minister Aartsen:

Als ik dat nu zeg, leert de ervaring dat het er dan meestal vrij snel aankomt.

De voorzitter:

Oké, behalve dat ik u weer niet het woord had gegeven. Meneer Nijenhuis, heeft u nog een vraag hierover of wacht u de reactie van de minister af?

De heer Neijenhuis (D66):

Nee, dan wachten we de reactie daarop af. Ik had nog wel een andere vraag. Die gaat meer over de samenwerking tussen de uitvoeringsorganisaties, ook met Divosa, dus dat het vergisrecht op een uniforme manier wordt toegepast. De minister ging daar net al op in. Alleen had ik nog wel gevraagd wat dat nou precies gaat betekenen. Worden dat nou alleen maar afstemmingsgroepjes of komen daar ook echt concrete gevolgen uit die wij hier, vanuit de Kamer, kunnen controleren?

Minister Aartsen:

Afstemmingsgroepjes, ja, maar dat zorgt er wel voor dat het in de uitvoering op een goede manier lukt. Ik bedoel, ik kan zeker aan u rapporteren over hoe die uitvoering loopt. Ik probeer altijd wel een beetje op te passen met het aantal rapportageverplichtingen dat we aan de uitvoering opleggen, zeg ik er ook maar gewoon weer even bij. Maar het is inderdaad zo dat Divosa zorgt voor de afstemmingstafels en dat er op die manier een goede uniforme wetsuitleg is door alle verschillende organisaties, dat die beleidsregels nogmaals worden gedeeld en dat er modelovereenkomsten worden gemaakt. Ik denk dat dat voor nu primair is. Volgens mij is er ook nog een amendement dat zegt: laten we na twee jaar nog eens kijken hoe het gaat. Het punt van de heer Nijenhuis kan ik daar ook in meenemen.

De heer Neijenhuis (D66):

Dat is in ieder geval fijn om te horen. Dank voor dat antwoord. In dat licht ben ik nog wel benieuwd naar iets. We doen dat vergisrecht nu eigenlijk voor de sociale zekerheid, voor alle wetten en plichten die daarbij komen. Alleen, het is natuurlijk eigenlijk heel veel breder, Rijksbreed, een opgave om ervoor te zorgen dat mensen het recht hebben om een keer een vergissing te maken. Ik denk niet dat we dat vandaag kunnen regelen, maar zou de minister wel kunnen toezeggen samen met collega's te kijken of dat ook bijvoorbeeld binnen de Algemene wet bestuursrecht, waar dit traject nog loopt, goed afgestemd zou kunnen worden, of dat hij zich daar in ieder geval voor zal inspannen?

Minister Aartsen:

Volgens mij is mijn collega van BZK hiermee bezig in het kader van het coalitieakkoord. Het zou natuurlijk goed zijn als dat op andere plekken ook gaat gelden.

Mevrouw Van Ark (CDA):

Mijn vraag sluit hier mooi op aan, dus dank voor de voorzet van de heer Neijenhuis. Mijn vraag gaat over de samenhang met de toeslagen. Uiteindelijk is het voor de burger één overheid. Een van de mooie dingen die in deze wet zitten, is het recht om je te mogen vergissen. Mijn vraag aan de minister is: in hoeverre ziet hij nu dat dit bij de toeslagen op dezelfde manier is geregeld, bijvoorbeeld in de Wet verbetermaatregelen, die de minister al aanhaalde in zijn beantwoording? Kan hij dat toelichten?

Minister Aartsen:

Nee, om eerlijk te zijn. Die wet is al in werking getreden per afgelopen 1 januari. Die zit bij de staatssecretaris van Financiën. Ik ben in de schriftelijke beantwoording bewust begonnen met de afbakening. We hebben het hier over SUWI-wetgeving, maar dit gaat echt over Awir-wetgeving. Daar maken we echt een vrij harde knip, omdat dit echt twee verschillende stelsels zijn met verschillende doorwerking, verschillende bestuursrechters et cetera, et cetera, et cetera. Vandaar dat wij dat verschil graag willen aanhouden.

Mevrouw Van Ark (CDA):

Dat kan ik me heel goed voorstellen. Ik kan me ook goed voorstellen dat je die wetten niet zomaar op elkaar kan leggen. Tegelijkertijd is het voor de burger onbegrijpelijk als je je bij de ene een keertje mag vergissen en dat je dat bij de andere, ondanks dat het een ander wettelijk kader is, minder mag of daar minder ruimte voor hebt. Tegelijkertijd zit in de Wet verbetermaatregelen ook een soort van vergisrecht. Mijn vraag aan de minister is of hij hierover in gesprek zou willen gaan met zijn collega om te kijken in hoeverre die hetzelfde doel hebben en of het vergisrecht, misschien niet in de letterlijke vorm, daar ook in zit.

Minister Aartsen:

Daar moet ik in de tweede termijn even op terugkomen. Ik weet niet uit mijn hoofd wat er in het wetsvoorstel van mijn collega van vorig jaar zat. Daar moet ik gewoon eerlijk in zijn. Maar het doel van die wet was om ervoor te zorgen dat je een vergisrecht hebt. Feit blijft, ook bij toeslagen, dat dit net weer een ander systeem is en dat alles of niks daar nog steeds wel van toepassing is. Neem bijvoorbeeld vermogensgrenzen. Als je daaraan voldoet, is de situatie zo dat je geen volledig recht meer hebt op bijvoorbeeld een toeslag. Dat is natuurlijk wel de situatie daar. Dat is inherent aan de systematiek daar. Ik kom er anders in tweede termijn nog even op terug als u daar meer over wil weten. Maar dit is al een toezegging.

De voorzitter:

Of wellicht later. Ik kijk even naar mevrouw Van Ark.

Mevrouw Van Ark (CDA):

Wat mij betreft mag het ook later in een briefje, of in de tweede termijn.

Minister Aartsen:

Ik ben nog steeds een beetje zoekende naar welke vraag u precies stelt. De Wet verbetermaatregelen is in werking getreden sinds afgelopen 1 januari. Daar is in dit huis over gesproken met verre voorgangers. Deze wet is in hetzelfde traject opgelopen, vanuit hetzelfde principe en vanuit dezelfde parlementaire enquête. Deze ziet op de SUWI-wetgeving. Ik zou de vraag graag willen beantwoorden, maar ik zoek even naar de exacte vraag.

Mevrouw Van Ark (CDA):

Voor de burger is het soms heel moeilijk te onderscheiden, want die ziet het als één overheid. Mijn vraag is: hebben we dat vergisrecht, dat een heel mooi recht is en dat we hier heel expliciet in deze wet regelen, ook op die manier, hoewel misschien niet op de letterlijke manier, in de toeslagen geregeld? Ik snap het: die wet is er al door. Dit betekent dat we die nu ook niet direct gaan aanpassen. Maar goed, mij gaat het erom dat het voor de burger onbegrijpelijk is als het op een andere manier geregeld is. Het vergisrecht is denk ik minder expliciet opgenomen in de Wet verbetermaatregelen. Maar misschien heeft u daar een andere visie op.

De voorzitter:

Ik geef u even de gelegenheid om dit in de tweede termijn te doen. Zullen we dat doen?

Minister Aartsen:

Ja, zullen we dat doen? Dan ga ik vragen of we dat even goed kunnen uitzoeken. Ik zal dan namens mijn collega van Financiën die vraag beantwoorden.

De voorzitter:

Mevrouw Patijn, u had ook nog een aantal vragen naar aanleiding van de schriftelijke beantwoording. Aan u het woord.

Mevrouw Patijn (PRO):

Ik denk dat het in brede zin steeds erover gaat dat de wet heel veel ruimte laat, terwijl er nog heel weinig duiding is op een aantal punten. In de beantwoording van de vragen geeft de minister ook aan dat er inderdaad best wel veel vrijheid is, juist voor de uitvoeringsorganisaties. Dat kan je aan de ene kant heel mooi vinden, maar aan de andere kant denk ik dat het ook wel heel weinig richting geeft. Dan begin ik even bij de informatieverplichting. Daar staat: "Bij een overtreding is het vormvrij om aan te geven hoe je dat doet. Maar een gesprek zit er niet in, want dat is te duur. Althans, een gesprek kan wel, maar we gaan niet altijd standaard een gesprek doen." Dat is een beetje wat er staat; ik maak het even plat. Maar dan is voor mij wel de vraag wat dan wel de vorm is die acceptabel en toegankelijk genoeg is voor mensen. Kunnen mensen verwezen worden als het bijvoorbeeld over een overtreding gaat die geldt voor een heleboel mensen tegelijk? Bij het UWV zijn dat soort gevallen ook aan de hand. Dan gaat het misschien niet zozeer over een overtreding, maar hadden mensen het wellicht kunnen weten. Krijgen die mensen dan een brief met daarin een linkje? Of krijgen ze de boodschap: u moet uzelf even informeren via deze website? Of krijgen ze een uitgebreide brief over hun persoonlijke situatie? Wanneer is het nou voldoende? Zou de minister daar iets meer richting over kunnen geven?

Minister Aartsen:

Hier kies ik toch wel voor een andere lijn. Wij zeggen: leg een verplichting bij het bestuursorgaan om passend te informeren. Ik vind dat we hier een klein beetje vertrouwen mogen hebben in de mensen bij het UWV, bij de Sociale Verzekeringsbank en bij de gemeenten. Het is aan hen om te bepalen hoe het passend informeren zal gebeuren. Er zijn mensen die het prettig vinden om een brief te ontvangen en er zijn mensen die juist een persoonlijk gesprek willen hebben. Ik wil het vooral aan de werkvloer daar laten om dat op een goeie manier te doen. Als wij nu met elkaar zeggen dat het per se in een briefje moet, dan is er een groep mensen die zeggen: "Die brief is te ingewikkeld. Die kan ik heel moeilijk lezen." Maar als we zouden zeggen dat het per se in een persoonlijk gesprek moet, dan zijn er weer een hoop mensen — die hebben we natuurlijk ook — die zeggen: "Ik vind zo'n persoonlijk gesprek lastig, want ik kan al die informatie niet goed verwerken. Ik wil het gewoon even rustig op papier hebben. Dan kan ik het even rustig nalezen. Dan kan ik het administreren, bewaren en met mijn buurman bespreken." Laten we het alsjeblieft gewoon even daar, bij de uitvoering, laten, zou mijn oproep zijn. Anders gaan we namelijk weer terug naar de oude situatie, waarin wij als wetgever alles dicht gaan regelen voor de uitvoering. Als er nou één les is die we uit die enquête hebben geleerd, is het dat wij — "wij politici", zeg ik maar gewoon even — vertrouwen moeten hebben in de uitvoering en in de werkwijze die zij daarin hanteren.

Mevrouw Patijn (PRO):

Ik begrijp heel goed wat de afweging van de minister is, maar ik vind het wel heel vrij worden. Zou het in deze situatie niet logisch zijn om er toch iets van invulling aan te geven? Je krijgt namelijk een vorm van waarschuwing. Welke vorm van waarschuwing geldt op dat moment als een waarschuwing die je ook tot je hebt kunnen nemen? Ik kom straks verder te spreken over het vervolg, het "redelijkerwijs duidelijk" en weet ik veel wat er allemaal aan termen in zit. Is een verwijzing naar een website dan voldoende? Enzovoort. Ik zou het heel fijn vinden als de minister iets meer invulling zou kunnen geven. Wat zou hij logisch vinden? Zo komt er een klein beetje richting.

De voorzitter:

Er zit iets aan herhaling in de vraag. Ik kijk even naar de minister.

Minister Aartsen:

Er is gekozen voor de term "passend informeren". De verplichting wordt neergelegd bij het bestuursorgaan. Dat betekent dat een bestuursorgaan zich er niet makkelijk van af kan maken. Het kan niet zeggen: hier heeft u een linkje op de website; voor de rest wensen we u een prettige wedstrijd. Er is een reden waarom wij de verplichting om passend te informeren in de wet zetten. Het is geen inspanningsverplichting, maar we zeggen: passend informeren en de verplichting om dat te doen. Dat heeft als doel dat zo'n bestuursorgaan die verantwoordelijkheid neemt. Ik wil er alleen echt voor waken dat wij hier als wetgever weer exact voor zo'n bestuursorgaan gaan dichtregelen hoe dat zou moeten. In sommige situaties is het beter om het telefonisch te doen. In sommige situaties is het beter om een persoonlijk gesprek te voeren. In sommige situaties is het beter om een brief te sturen.

De voorzitter:

Ik zie u twijfelen, mevrouw Patijn. Het is een soort De Rijdende Rechter: hier moet u het mee doen!

Mevrouw Patijn (PRO):

Ik moet het met dit antwoord doen! Ik heb meer vragen, maar ik zie ook collega's bij de microfoon staan. Wilt u nog op dit onderwerp doorgaan?

De voorzitter:

Nee, u heeft het woord.

Mevrouw Patijn (PRO):

Oké. Dan ga ik naar het "redelijkerwijs duidelijk". In de beantwoording wordt ernaar verwezen dat de hoogte van het verschil meetelt.

Minister Aartsen:

Waar ging dat over?

Mevrouw Patijn (PRO):

De vraag of iets redelijkerwijs duidelijk is. Ik wil heel graag iets aan u voorleggen, minister. Er is bij het UWV geconstateerd — het is even ingewikkeld, maar we moeten er toch even doorheen — dat mensen die een lage vervolguitkering krijgen, recht hebben op een toeslag uit de Toeslagenwet. Dat betreft dus de toeslagen die het UWV toekent. Die zijn iets anders dan de toeslagen vanuit de Belastingdienst. In die gevallen kan het zijn dat iemand een uitkering krijgt uit de WIA van €500, terwijl hij daarvoor een inkomen van €1.700 had. Die krijgt een aanvulling uit de Toeslagenwet tot €1.000 en heeft dus totaal €1.000. Die denkt vervolgens: ik zit wel ongeveer op 70%; dit is mijn WIA-uitkering. Op zijn overzicht staan TW en WIA; je zal het maar moeten begrijpen. Die persoon krijgt een relatie met iemand die een inkomen heeft en gaat daarmee samenwonen. Vervolgens zit er op dat TW-deel, het deel van de Toeslagenwet, een inkomenstoets, maar die persoon denkt: ik heb gewoon een WIA-uitkering van 70%. Feitelijk heeft hij dan een overtreding begaan, waarbij het verschil 50% is. Dat is een behoorlijk hoog verschil. De hoogte van dat verschil is dan wellicht relevant bij de beoordeling. Ik zou zelf in die situatie echter ook niet weten wat "TW" dan precies is, want die wordt automatisch toegekend. Hoe moet je dat nou duiden? Hoe zit dat? Hoe moet je de hoogte van het verschil duiden? Is dat een optelsom van alle elementen en kan de hoogte van het verschil zelfs 75% zijn? Worden alle elementen meegeteld en kan het zo zijn dat het dan zo complex is dat je het niet kan weten?

Minister Aartsen:

Het makkelijke antwoord daarop is ja. Dit is een van de factoren die meeweegt. Dit valt ook een beetje in de categorie dat als je in één keer heel veel geld op je bankrekening krijgt, je niet achteraf kan zeggen: ik heb dat zomaar even gekregen; ik weet ook niet waar het vandaan kwam. Nee, dan heb je ook een verantwoordelijkheid en een plicht als burger om te zeggen: ik kon redelijkerwijs weten dat dit niet klopte; dan heb ik ook een verplichting om aan de bel te trekken. Maar dit wordt natuurlijk nooit door een wc-rolkokertje bekeken. Dit is niet het enige waar je naar kijkt. De complexiteit die mevrouw Patijn schetst, moet je hier ook in meewegen. De Toeslagenwet is een verschrikkelijk ingewikkelde wet die we met elkaar hebben opgetuigd. De complexiteit die mevrouw Patijn schetst, telt ook mee in het afwegingskader van de verwijtbaarheid. Ja, iemand had dat redelijkerwijs moeten weten, maar omdat we het zelf zo verschrikkelijk complex hebben gemaakt — dat is de rol van het bestuursorgaan — kun je ook stellen: wacht eventjes, hier is geen sprake van verwijtbaarheid. In die balans moet je dat wegen, volgens mij.

Mevrouw Patijn (PRO):

Dat is voor mij duidelijk. In de beantwoording over ditzelfde stukje, over de vraag of iets redelijkerwijs duidelijk is, staat: "Specifiek ten aanzien van de invulling van de informatievoorziening van het bestuursorgaan geldt dat er sprake is van een objectieve toets. Het is niet aan het bestuursorgaan om te bewijzen of iemand de informatie begrepen heeft, omdat het een subjectief element is." Wat staat hier nou eigenlijk? Ik kwam hier niet helemaal uit.

Minister Aartsen:

Ook hier staat weer de balans tussen wat het bestuursorgaan doet en wat de verantwoordelijkheid van de burger is. Het bestuursorgaan moet iemand namelijk passend informeren. Dat hebben we bewust vormvrij gelaten, maar je wilt dat dat een beetje objectief is. Als iemand bijvoorbeeld een brief stuurt en er in die brief normaal Nederlands zonder moeilijke woorden staat, dan is objectief vast te stellen dat dat een goede manier van informeren is. Als vervolgens de burger compleet analfabeet is en geen Nederlands spreekt, dan kun je dat moeilijk het UWV of een gemeente kwalijk nemen. Dan is het de verantwoordelijkheid van de burger die een uitkering aanvraagt om Nederlands te leren. Ik verwijs ook naar de discussies in debatten die we hebben over een taaleis. Je kunt moeilijk tegen het UWV zeggen "u heeft een fout gemaakt, omdat u een brief in het Nederlands heeft gestuurd"; in zo'n geval rekenen wij dat compleet toe aan het UWV. Dan gaat die pendule weer de andere kant op. In dit hele wetsvoorstel proberen we steeds de balans tussen de ene en de andere kant te vinden. Het bestuursorgaan moet meer doen. Dat moet zorgen dat de burger goed geïnformeerd is. Dat is een hiaat uit het verleden dat we willen oplossen. Dat pleit de burger natuurlijk niet compleet vrij van de verplichting die hij heeft om de informatie tot zich te nemen en zich daartoe in te spannen.

Mevrouw Patijn (PRO):

Dank. Hiervan is ook helder hoe het gelezen moet worden.

Minister Aartsen:

Twee uit drie!

Mevrouw Patijn (PRO):

Ja. Laatste vraag. Over de bescherming tegen traag handelen van de overheid staat hier dat de burger een concreet signaal moet afgeven. Dat concrete signaal staat verder niet geduid. Stel dat je belt met het UWV of de SVB en het concrete signaal doorgeeft dat je een partner hebt met een inkomen. Je wilt dat bij dezen doorgeven en vraagt of dat voldoende is. Iemand zegt dan dat dat wel ongeveer klopt, of: u hoeft zich daar geen zorgen over te maken, want u heeft gewoon een WIA-uitkering. Maar misschien zit daar ook wel een Toeslagenwet-uitkering bij. Aan de telefoon wordt het dus niet helemaal duidelijk. Is dat nou een concreet signaal? Het wordt namelijk nergens vastgelegd. Wat is nou de definitie van een concreet signaal in dit geval? Wat zijn de gradaties daarin? Is het bellen, of moet het via een brief of een mail of een appje?

Minister Aartsen:

Het moet concreet genoeg zijn dat het bestuursorgaan, in dit geval, niet nader onderzoek hoeft te doen. Als je partner inkomen heeft, moet je natuurlijk wel weten hoe hoog dat inkomen is om een goede berekening te kunnen maken. Hier komt ook weer de inlichtingenplicht om de hoek kijken. Mensen die een uitkering aanvragen, hebben ook de verantwoordelijkheid om via het bestuursorgaan de rest van de samenleving netjes te informeren met informatie die relevant is voor de vraag of ze nog een uitkering nodig hebben. Op het moment dat jij een uitkering ontvangt omdat je die nodig hebt en gaat samenwonen met iemand die drie, vier of vijf keer modaal verdient, heb je ook de verantwoordelijkheid om dat te melden aan het bestuursorgaan. Dat doe je door te zeggen dat je nu samenwoont met een partner en dat die persoon vijf keer modaal verdient. Je geeft dan het exacte bedrag door. Dan is het uiteindelijk aan een bestuursorgaan om te zeggen: dit is een concreet signaal; wij moeten nu die uitkering stopzetten. Als ze daar dan vervolgens een halfjaar over doen, kunnen ze natuurlijk niet tegen die burger zeggen: "Kunt u nog even die zes maanden terugbetalen a.u.b.? We hebben er namelijk zes maanden over gedaan en zijn netjes door blijven uitkeren." Zo'n burger zegt dan ook: wacht even, ik heb netjes aan u doorgegeven dat mijn partner vijf keer modaal verdient, dus u had op basis van die informatie de uitkering kunnen stopzetten. Je mag dan van een bestuursorgaan verwachten dat ze dat een beetje tijdig doen, niet dat een burger in dit geval het slachtoffer wordt van traag handelen van de overheid. Daar gaat dit wetsartikel over.

Mevrouw Patijn (PRO):

Dan ga ik toch nog weer even door op dat eerste voorbeeld, waarin iemand denkt: "Ik heb een WIA-uitkering en een werknemersverzekering zonder inkomenstoets. Ik heb dan wel een partner die vijf keer modaal verdient, maar ik heb ook gewoon mijn eigen inkomen, want ik heb mijn werknemersverzekering." Dat denkt iemand, maar er zit kennelijk nog een element TW in. Daar belt iemand dan over, omdat diegene denkt een WIA-uitkering te hebben. Vervolgens krijg je aan de telefoon te horen: "Mevrouw, maakt u zich maar geen zorgen. Als u een WIA-uitkering heeft, wordt er geen toets gedaan op het inkomen van uw partner." Is dat dan voldoende melding?

Minister Aartsen:

Je dient te weten welke uitkering je krijgt. Ik snap dat dat in veel gevallen misschien heel ingewikkeld is. Maar als je een uitkering ontvangt, heb je natuurlijk ook een verantwoordelijkheid om te weten welke uitkering dat is. Het argument dat je denkt een WIA-uitkering te ontvangen, maar in werkelijkheid een Toeslagenwet-uitkering ontvangt … We hebben met elkaar afgesproken dat mensen ook een verantwoordelijkheid hebben. De verantwoordelijkheid om te weten welke uitkering je ontvangt en welke spelregels daarbij horen, hoort daar ook bij. Ik ben het wel met mevrouw Patijn eens dat een bestuursorgaan ook de verplichting heeft om te informeren over die uitkering. Dat is in het verleden niet altijd goed gegaan. Een bestuursorgaan, in dit geval het UWV, zal zo'n persoon moeten vertellen: wacht even, u ontvangt niet alleen een WIA-uitkering; u ontvangt ook een Toeslagenwet-uitkering. Er zal ergens op een briefje moeten staan wat een persoon krijgt. Die meneer of mevrouw zal heel duidelijk verteld moeten worden: u ontvangt niet alleen een WIA-uitkering, maar ook een Toeslagenwet-uitkering, waar deze en deze en deze spelregels bij horen. Als je namelijk samenwoont met een persoon die ook nog een inkomen ontvangt, dien je dat te melden. In dat geval krijg je namelijk geen Toeslagenwet-uitkering meer. Dat is natuurlijk ook het samenspel tussen een bestuursorgaan en de individuele burger.

Als u mij toestaat, voorzitter, zou ik nog één ding willen rechtzetten voor de wetsgeschiedenis. Ik noemde net de termijn van zes maanden. Ik moet daar wel bij vermelden dat er onder die termijn van zes maanden nog wel de ruimte is voor een bestuursorgaan om die maanden te gebruiken om het stop te zetten. Mijn hypothetisch voorbeeld van die zes maanden moet u even vergeten, want we hebben die zes maanden op een andere manier geïnterpreteerd in de wet. Dat wil ik bij dezen even rechtzetten.

Mevrouw Patijn (PRO):

Ik ga nog even door. Daarnet zei u bij dat voorbeeld over het meetellen van de hoogte het volgende. Dat ging over de combinatie van TW- en WIA-uitkering. Daarvan zei u: "Dat telt niet. Dat is een hele logische. Daarvan zou je redelijkerwijs kunnen zeggen dat het niet redelijkerwijs duidelijk was." Aan de andere kant zegt u: mensen moeten weten wat voor uitkering ze krijgen en hoe dat dan precies zit. Daar gaat ie nou net … Dus wat is dan … Het zijn zo veel combinaties met elkaar dat je op een gegeven moment, zowel als uitvoering als als uitkeringsgerechtigde, misschien niet meer helemaal helder hebt welke ruimte deze wet biedt. Dat maakt dat ik een beetje twijfel of deze wet wel concreet genoeg is — ik begrijp dat er ruimte gecreëerd moet worden — om uiteindelijk enige richting te geven aan een uitvoeringsorganisatie, of eventueel een rechter als er eens een uitspraak gedaan moet worden.

Minister Aartsen:

Mevrouw Patijn en ik zijn het erover eens dat we het hypercomplex hebben gemaakt met elkaar. Deze wet zorgt er volgens mij juist voor dat we het wat minder complex maken. Nogmaals, we leggen het bestuursorgaan een verplichting op om passend te informeren. Dat betekent dat op het moment dat iemand een TW-uitkering ontvangt boven op zijn WIA, dat bestuursorgaan zal moeten informeren en moeten zeggen: pas op, u ontvangt een TW-uitkering. Op het moment dat die hoger wordt, zit aan beide kanten de verplichting. Aan de ene kant is dat om te informeren en aan de andere kant om redelijkerwijs te weten hoe het zit met de hoogte, de "redelijkerwijs duidelijk". Aan beide kanten zit die verplichting. Samen zorgt dat er hopelijk voor dat je voorkomt dat er in dat hypercomplexe stelsel dat we hebben fouten worden gemaakt en overtredingen worden begaan. Daarom leggen we dat bewust op zo'n manier neer, namelijk relatief open. Als je het dicht zou regelen, gaan mensen zich verschuilen achter wat we in de wet hebben gezet. Dan wordt er gezegd: "We moesten een berichtje sturen. Dat hebben we gedaan. Als u dat heeft gemist, is dat uw schuld. Dikke doei, u krijgt alsnog een terugvordering of een overtreding." Dat is precies wat je eruit wilt halen. Je wilt duidelijk maken dat de burger en het bestuursorgaan samen de verantwoordelijkheid hebben om goed te informeren en om goed te weten wat er is, zodat je — dat valt onder het kopje preventie — kunt voorkomen dat er fouten en overtredingen worden begaan.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Patijn.

Mevrouw Patijn (PRO):

Ja, echt de allerlaatste, als het mag.

Minister Aartsen:

Een overhoring Frans was makkelijker op de middelbare school!

De voorzitter:

Nou, ik zit ook een klein beetje …

Mevrouw Patijn (PRO):

Nee, dit is echt tot slot. Daarna ben ik klaar. Ik zou het heel fijn vinden als er een soort monitoring komt van de vrije ruimte die nu is gecreëerd en dat we kijken hoe die wordt ingevuld. Ik zou het heel fijn vinden als dat specifiek in de evaluatie wordt meegenomen.

Minister Aartsen:

Als ik dat mag doen zonder gelijk weer een hele rapportageverplichting op te leggen aan de uitvoering, kan ik dat zeker toezeggen.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Ik ben zowaar mijn vraag nog niet vergeten!

Minister Aartsen:

Dat was eigenlijk het opzetje, hè!

De heer Edgar Mulder (PVV):

Eerder vanavond werden er wat vragen gesteld over de ruimte die instanties en bestuursorganen hebben om boetes op te leggen en zo. De minister benadrukte twee of drie keer dat het juist ontzettend belangrijk is en haalde het voorbeeld van de toeslagen aan om te zeggen: daar zijn we als politici helemaal de fout in gegaan; dat mag niet weer gebeuren, dus geef de instanties de ruimte. Volgens mij is datgene wat met de toeslagen is gebeurd eigenlijk iets anders. Helaas wisten we in de Tweede Kamer niet wat er allemaal gebeurde en was het juist een bestuursorgaan dat een aantal zaken onder de pet hield en ook een aantal zaken anders interpreteerde, of dat nou het automatisch opleggen van grove schuld was of het hardheidsbeginsel. Volgens mij kwam dit dus niet per definitie van politici. Als we iets niet weten, wat nu eigenlijk ook geldt voor de discussie rondom het UWV … Als het UWV dingen bij ons weghoudt, kunnen we daar niet op reageren. Dat was een opmerking.

Dan heb ik ook nog een vraag. De discussie ging over het opleggen van boetes en dergelijke en ook over uniformiteit. De minister heeft gekozen voor vijf jaar. Maar het is ook mogelijk om het op tien jaar te houden. Dan heb je ook uniformiteit. De minister is daar ook niet op tegen, want als een bestuursorgaan zelf beslist om de terugvordering op tien jaar te zetten, zegt de minister dat dit een eigen keuze is en dat dit mag. Dat is eigenlijk ook de vraag die ik destijds in mijn … Ja, ik had het voorbeeld van mijn collega …

De voorzitter:

U zei …

De heer Edgar Mulder (PVV):

Ik heb het idee dat ik nog wel een halfuur door kan praten. Ook in mijn bijdrage heb ik de vraag gesteld waarom we, als de minister uniformiteit wil, niet kiezen voor een termijn van tien jaar voor alles.

Minister Aartsen:

Ik reageer eerst even op het eerste punt. Wat de heer Mulder zegt, klopt deels. Inderdaad zijn de situaties "met opzet" en "grove schuld" later door de uitvoeringsorganisaties opgelegd. Ik refereerde aan de eerdere periode, 2006-2009, toen je zag dat artikel 26 Awir botste met de Wko 2006, de wet die er was. Dan zie je dat er een alles-of-nietsbenadering wordt gehanteerd, waarbij de uitvoering zei: als wij de wet op deze manier moeten uitleggen, kunnen we niet anders dan dit soort enorme bedragen terugvorderen. Dat is vervolgens bij de Raad van State terechtgekomen. De Raad van State is daarin meegegaan, keer op keer op keer tot de rechtbank Rotterdam aan toe. Daar zat het fout. Daarom is mijn pleidooi: voorkom nou dat de uitvoeringsorganisaties door de wet worden gedwongen tot een alles-of-nietsbenadering. Daar zag het op. Het is goed om dat even neer te zetten.

Dan de vraag over vijf jaar terugvordering versus tien jaar terugvordering. We zien in de sociale zekerheid dat de meeste pijn voor mensen zit bij de terugvordering en niet zozeer bij de boetepercentages. Daar richt het zich vaak op, maar het grootste leed zit bij de terugvordering. Een bijstandsuitkering in Nederland is volgens mij €1.401, zeg ik even uit mijn hoofd. Volgens mij is het vanaf 1 juli €1.418; ik kan er een paar euro naast zitten. Als je dat over tien jaar gaat terugvorderen, dan heb je het over ongeveer €16.000 à €16.500 per jaar maal tien; dan gaat het om het terugvorderen van grote bedragen. Dit gaat specifiek om mensen waarbij we zeggen dat er geen sprake is van misbruik, maar van een fout. Ook bij een fout dient er te worden teruggevorderd. Bij een fout krijg je geen boete, maar wel een terugvordering, omdat we zeggen: u heeft onterecht belastinggeld ontvangen; dat moet u netjes terugbetalen. Daarbij gaat het om forse bedragen. Alleen al bij een bijstandsuitkering — dat is de laagste uitkering die we hebben in de sociale zekerheid — gaat het dus over tien jaar om een bedrag van bijna €160.000 als je dat gaat terugvorderen. Dat zijn forse bedragen. Als je dat bij de WIA of de WW doet, gaat dat echt heel erg hard. Er zijn heel weinig mensen die dat kunnen betalen. Dan krijg je dus te maken met een situatie van oninbare vorderingen en een heel hoop stress, ellende en schuld.

Daarom zeggen wij: beperk dat nou voor de fouten tot vijf jaar. Dan dien je nog steeds een fors bedrag terug te betalen, maar vanuit het rechtvaardigheidsprincipe hoort dat er wel bij. "U heeft onterecht belastinggeld ontvangen; dat dient te worden terugbetaald." Op het moment dat er misbruik is, hebben we dat nu op tien jaar staan. Ik heb het amendement-Ceulemans oordeel Kamer gegeven. Als uw Kamer dat aanneemt, zit je inderdaad aan twintig jaar voor de misbruikgevallen. Ik denk dat dat een faire balans is.

De voorzitter:

Goed. We gaan naar de tweede termijn van de Kamer. Even in het kader van de orde: we doen de tweede termijn van de Kamer, dan de dinerschorsing en dan de tweede termijn van het kabinet.

Dat gezegd hebbende, geef ik het woord aan de heer Ceder voor zijn inbreng in de tweede termijn.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. We hebben een goed debat gehad, waarbij de fundamentele vraag was: geef je vertrouwen aan ambtenaren of wil je de regie vanuit de overheid behouden? In dat laatste geval worden ambtenaren plat gezegd veel meer een stempelmachine en behouden wij hier de regie. Volgens mij is het een goede beweging om vertrouwen te geven aan ambtenaren en aan mensen die de mensen bij het contact in de ogen kunnen kijken en daarbij zelf een afweging kunnen maken. Natuurlijk moet dat binnen regels gebeuren en geharmoniseerd worden. Om die reden heb ik een aantal moties om mijn zorg daaromtrent te bestendigen, ook als het gaat om de groep mensen met een licht verstandelijke beperking.

Daarom heb ik de volgende moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met het wetsvoorstel de jurisprudentie rond evenredigheidstoetsing en dringende reden wordt gecodificeerd;

overwegende dat interne toetsing of een terugvordering voldoet aan het evenredigheidsbeginsel een belangrijke schakel is in de rechtszekerheid van burgers en in lijn is met de geest van de beweging van wantrouwen naar vertrouwen;

verzoekt de regering binnen twee jaar na inwerkingtreding via een invoeringstoets de bereidwilligheid tot ambtshalve toetsing van risicovolle terugvorderingen en de harmonisatie van organisatieculturen tussen de bestuursorganen te monitoren, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Neijenhuis.

Zij krijgt nr. 21 (36785).

De heer Ceder (ChristenUnie):

In deze motie komen een aantal dingen samen die ik ook in amendementen heb geprobeerd te vatten. Bij het aannemen van deze motie — ik reken natuurlijk op een positieve appreciatie — wil ik twee amendementen intrekken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de wet is bepaald dat bestuursorganen bij het opleggen van een maatregel of waarschuwing onder meer de mate van verwijtbaarheid van de overtreding moeten betrekken;

overwegende dat voor een zorgvuldige en gelijke toepassing van de wet van belang is dat inzicht ontstaat in de wijze waarop bestuursorganen het begrip "verwijtbaarheid" in de praktijk invullen en toepassen;

verzoekt de regering om in de monitoring en in de wettelijk voorziene evaluatie van deze wet in ieder geval te onderzoeken:

op welke wijze bestuursorganen het criterium "toerekenbaarheid" toepassen bij het opleggen van maatregelen en waarschuwingen;

in hoeverre persoonlijke omstandigheden en doenvermogen van belanghebbenden daarbij daadwerkelijk worden betrokken;

welke gevolgen de toepassing van deze criteria heeft voor personen met een verstandelijke beperking, psychische kwetsbaarheid of anderszins verminderd doenvermogen;

of de toepassing van het criterium "verwijtbaarheid" in de uitvoeringspraktijk en rechtspraak leidt tot voldoende rechtsbescherming en een evenredige besluitvorming;

en de Kamer over de uitkomsten van dit onderzoek te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 22 (36785).

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. In het verlengde daarvan: er is in het debat veel discussie geweest over mijn amendement over toerekenbaarheid. Dat past volgens mij prima in de wetssystematiek. De vraag was of dat niet te veel ruimte zou bieden. Ik heb net een motie ingediend om dat in ieder geval te borgen binnen de organisatiecultuur. Ik ga ervan uit dat de minister maar ook de uitvoeringsorganisaties dit gehoorde hebbende dat ook goed gaan doen en uitvoeren. Er wordt ook gemonitord. Om die reden en omdat ik dat vertrouwen wil geven wil ik bij dezen het amendement op stuk nr. 10, waarmee ik toerekenbaarheid had willen toevoegen, intrekken. Het is misschien ook een beweging naar de rechterkant van de fractie, die dit de vorige keer best ingewikkeld vond. Ik hoop dat we elkaar zo ook kunnen vinden en in ieder geval de initiële beweging van het kabinet daarmee kunnen steunen. Ik trek dus het amendement op stuk nr. 10 in.

Voorzitter. Ook het amendement op stuk nr. 8 trek ik in, waarbij ik aangeef dat na een bepaald bedrag er altijd teruggevorderd moet worden. Ook dat heb ik geprobeerd in de motie te vatten: dat er voor de organisatiecultuur goede beleidskaders worden ingericht voor de ambtshalve toetsing. Soms hoef je niet per se … Een heel hoog bedrag hoeft niet altijd aanleiding te zijn om ambtshalve te toetsen. Dat beoogt mijn amendement wel. Ik denk dat je ook wat meer maatwerk moet kunnen bieden en dat moet je opstellen in beleidskaders. Ik ga daar niet over; dat is aan de organisaties. Ik denk dus dat mijn motie dat ook dekt. In dat vertrouwen wil ik om die reden ook het amendement op stuk nr. 8 intrekken.

De voorzitter:

Dank u wel.

De amendementen-Ceder (stukken nrs. 8, 10) zijn ingetrokken.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dat klopt. Dan heb ik nog het amendement op stuk nr. 9, over het boetebesluit. We hebben een concept gehad. Dit is voor mij belangrijk, want voor mij omvat dat wel echt de toekomstbestendigheid van dit stelsel. Ik ben dus blij dat het opgestuurd is. Het is slechts een concept en ik wil de definitieve versie nog wel echt zien. Om genoemde reden handhaaf ik nog wel de voorhang. Ik ga ervan uit dat het niet heel veel meer zal afwijken, maar vanuit mijn wens tot parlementaire controle wil ik die nog wel handhaven. Ik denk dat het ook heel verstandig is dat we als Kamer inzicht krijgen in hoe de boetesystematiek eruit komt te zien. Dat amendement handhaaf ik dus. Daarmee ben ik ook aan het eind van mijn spreektijd.

De voorzitter:

Helder. U heeft nog een vraag van de heer Edgar Mulder.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Ik vroeg me af of het een verspreking was: u had het over een tegemoetkoming. Bedoelde u nou de rechterkant van de Kamer? U had het namelijk over de rechterkant van uw fractie. Ik wist helemaal niet dat u een rechterkant had in uw fractie.

De heer Ceder (ChristenUnie):

De rechterkant van de Kamer! Volgens mij ben ik de rechterkant van onze driekoppige fractie; dat denk ik zomaar. Het is een tegemoetkoming aan u, meneer Mulder. De vorige keer heeft u mij gevraagd: u wilt iets amenderen en hoe gaat dat dan werken? Ik heb twee weken de tijd gehad om daar goed over na te denken. Ik heb de afgelopen nacht Nederland zien verliezen. Toen dacht ik: misschien kan ik het toch beter in een motie doen. Het is mooi om te horen dat je als parlementariër niet te veel moet willen en het vertrouwen bij de organisaties moet laten. U heeft mij dus geïnspireerd en om die reden heb ik net mijn amendement ingetrokken. Dus dank u wel.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Ik begrijp dat de heer Ceder mij dankbaar is dat hij nu de mogelijkheid heeft gehad om zijn foute uitspraak van net te herstellen.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ook dat. Ik ben u zeer erkentelijk, op meer dan één manier. Dus dank u wel.

De voorzitter:

Goed. We gaan door en we gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Neijenhuis namens D66.

De heer Neijenhuis (D66):

Voorzitter. Ondanks alles heb ik toch maar een oranje mapje meegenomen. In dat licht is het misschien ook wel toepasselijk: niets is zo menselijk als een vergissing. In de huidige fraudewet is menselijkheid echter nog ver te zoeken: boetes, handhaving, sancties. En in de uitvoering waren we als overheid te vaak blind voor mens en recht. Met deze wet, die we vandaag bespreken en die we vorige week hebben besproken, geven we uitvoerders zoals het UWV ruimte om de menselijke maat te bieden, om mensen als mens te behandelen in plaats van als dossier: eerst praten en dan beboeten. Het uitgangspunt van D66 is dat mensen het recht hebben om zich te vergissen, dat de uitvoerder geen boete oplegt als er sprake is van een vergissing, en dat een rechter een streep zet door de boete als aannemelijk is dat er een vergissing is gemaakt. Daarin verdienen mensen een goede rechtsbescherming, en om die te versterken heb ik ook een amendement ingediend.

In de schriftelijke beantwoording van de minister — we hadden het er net al over — ging het over een verschuiving van de bewijslast. Om die reden hebben we ook het amendement aangepast, om daaraan tegemoet te komen. Nu waren we zo lang bezig met stemmen, dat het nog net op tijd was voor het debat, maar het was wel echt heel krap. Ik zou er nog graag een reactie op horen van de minister. Ik heb er ook alle begrip voor dat het nog niet in de eerste termijn is gelukt.

Verder heb ik nog een motie. Die gaat over de grens — het ging er in een interruptiedebat met mevrouw Patijn ook al over — van wanneer je nou van mensen kan verwachten dat ze redelijkerwijs hadden kunnen weten dat de overheid een fout had gemaakt. Die wordt nu op 20% gesteld, maar in de eerste termijn had ik het al over de kinderbijslag. Kun je bij een kinderbijslag van €355 zomaar van iedereen meteen verwachten dat die doorhebben van: hé, dat is veel te hoog? Daarom heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de memorie van toelichting van de Wet handhaving sociale zekerheid wordt gesuggereerd dat mensen redelijkerwijs hadden kunnen weten dat de overheid een fout heeft gemaakt wanneer ze een 20% hogere uitkering krijgen;

overwegende dat deze benadering niet aansluit bij het doen- en denkvermogen van veel mensen;

verzoekt de regering hierin ook een hogere grens dan 20% te hanteren;

verzoekt de regering wetenschappelijke inzichten over doen- en denkvermogen expliciet mee te nemen in de nadere uitwerking van "redelijkerwijs",

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Neijenhuis, Flach, Van Ark, Patijn en Ceder.

Zij krijgt nr. 23 (36785).

Dank u wel. Mevrouw Patijn heeft nog een vraag.

Mevrouw Patijn (PRO):

Ik heb twee vragen over het amendement op stuk nr. 20. Ik heb net gezegd: wat staat er nou precies eigenlijk en hoe moet dat geduid worden? U zegt eigenlijk dat de rechter een oordeel moet kunnen vormen. Op basis waarvan vormt de rechter dan een oordeel? Dat staat namelijk niet gedefinieerd in die wet. Hoe moet de rechter tot een oordeel komen?

De heer Neijenhuis (D66):

Ja, dat klopt helemaal. We hebben er in deze wet natuurlijk expliciet voor gekozen om dat niet te gaan definiëren. Het is in eerste instantie aan de uitvoeringsorganisatie. Die maken daar beleidsregels voor. Daar kan iemand tegen in bezwaar en in beroep gaan. Ik wil met dit amendement regelen dat de rechter breder gaat toetsen of er sprake van is van een vergissing en of het wel echt op een goede manier gegaan is, als zo iemand dat doet. Dat hebben we in het verleden bijvoorbeeld gezien met het aspect "dwingende reden", wat in de wet staat en waarvan de rechter heeft gezegd: "Ja, dat gaat op dit moment niet helemaal goed. Ik ga nader duiden wat ik vind dat een 'dwingende reden' is, bijvoorbeeld dat uitvoeringsinstanties daar echt de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in moeten meenemen." Dat is wat mij betreft een goede aanpassing geweest. Dat kon omdat daar eigenlijk gedaan was wat al in dit amendement is geregeld. Dat geeft de rechter die mogelijkheid. Dat was in de oorspronkelijke versie van dit wetsvoorstel niet het geval. Die legde die beoordeling voornamelijk neer bij de uitvoeringsorganisaties en dan raak je dus deze mogelijkheid voor de rechter kwijt.

Mevrouw Patijn (PRO):

Helder. Dan heb ik nog een andere vraag. We hebben net natuurlijk de aangepaste versie gezien. Ik heb heel snel gekeken. Ik zag alleen staan dat het wat betreft het oordeel van de rechter gaat over de sanctie. De minister heeft net uitgelegd dat het grootste bedrag waar het over gaat de terugvordering zelf is. Gaat het amendement nou over de sanctie alleen, of ook over de terugvordering zelf?

De heer Neijenhuis (D66):

Het gaat inderdaad vooral over de sanctie. Daar ziet dit amendement op.

De voorzitter:

Meneer Ceder, heeft u ook op dit punt een vraag?

De heer Ceder (ChristenUnie):

Heel kort. De vraag is of ik ook onder uw motie zou mogen, meneer Neijenhuis. Ik vind het een goede motie.

De heer Neijenhuis (D66):

Dat is zeker oké.

De voorzitter:

Dat is bij dezen geregeld.

Daarmee bent u aan het einde van uw termijn gekomen, meneer Neijenhuis. We gaan luisteren naar mevrouw Patijn voor haar inbreng in de tweede termijn.

Mevrouw Patijn (PRO):

Dank, voorzitter. Ik ben blij dat de minister heeft toegezegd om in ieder geval met een soort van evaluatie te komen, waarbij ook heel veel vrijheid en ruimte wordt gegeven wat betreft de vrijheid die die wet biedt aan de uitvoeringsorganisaties. Als we daar zeker van kunnen zijn … Ik zou het nog wel fijn vinden om te weten wanneer die evaluatie dan zou kunnen komen. De vorm laten we dan vrij. Het zou fijn zijn om dat nog even te weten.

Ik heb twee moties. Op het gevaar af, want ik begreep dat de volgende wellicht al eerder ingediend is. Als dat zo is, trek ik 'm later terug, maar ik ga 'm voor de zekerheid toch indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het voorkómen van fouten effectiever, efficiënter en vooral menselijker is dan handhaving of correctie achteraf;

constaterende dat de wet nu niet het recht op persoonlijk contact regelt;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe en hoe snel het recht op persoonlijk contact alsnog vormgegeven kan worden, en de Kamer hierover te informeren voor de invoering van de wet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.

Zij krijgt nr. 24 (36785).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening constateert dat er onvoldoende aandacht is geweest voor discriminatierisico's in beleid en uitvoering;

constaterende dat deze wet over handhaving gaat en daarmee antidiscriminatiemaatregelen van toepassing horen te zijn;

verzoekt de regering om alle bestuursorganen die het beleid uit het onderhavige wetsvoorstel uitvoeren de Discriminatietoets Publieke Dienstverlening toe te laten passen en de resultaten van deze toets mee te nemen in de invoeringstoets, in lijn met de toezegging van de minister van Justitie en Veiligheid;

verzoekt de regering de Discriminatietoets Beleidsprocessen zo snel mogelijk toe te passen met terugwerkende kracht op dit wetsvoorstel en toekomstige wetten rondom handhaving van de sociale zekerheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.

Zij krijgt nr. 25 (36785).

Mevrouw Patijn (PRO):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik nodig de heer Flach uit voor zijn bijdrage in tweede termijn.

De heer Flach (SGP):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb kennisgenomen van de schriftelijke beantwoording, net als de collega's. Ik wil de minister complimenteren met zijn adequate reactie op de vragen die ik in de eerste termijn heb gesteld over de uitkering van pensioenen aan weduwen uit polygame huwelijken. Ik kan dat waarderen. De minister zegt: ik ga dat aanpassen in de Anw. De vraag die ik daarbij heb, is of hij een proces en een tijdslijn kan schetsen. Wanneer hebben we dat dan opgelost?

Een ander punt dat ik heb genoemd in mijn eerste termijn, gaat om het woonlandbeginsel en het voorkomen van export van kindregelingen naar andere EU-landen. Daarover heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het woonlandbeginsel niet kan worden toegepast op kindregelingen;

overwegende dat export van kindregelingen naar andere EU-landen onwenselijk is;

verzoekt de regering manieren te zoeken om de export van kindregelingen te verminderen en zich in de EU in te zetten voor aanpassing van Europese regelgeving zodat toepassing van het woonlandbeginsel voor kindregelingen mogelijk wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Flach, Ceulemans, Ceder, De Beer en Neijenhuis.

Zij krijgt nr. 26 (36785).

De heer Flach (SGP):

Ik las dat dat op dit moment op weinig draagvlak kan rekenen in de EU, maar zoals dat wel vaker gaat: als je het maar vaak genoeg blijft herhalen en een bond weet te vormen met verwante landen, dan zal uiteindelijk ook dit zich wel oplossen.

Tot slot, voorzitter. Ik denk dat het goed is dat we uitgebreid gediscussieerd hebben over het onderscheid tussen fouten en fraude. We willen denk ik allemaal hetzelfde, namelijk dat fraude keihard kan worden aangepakt zonder dat je mensen die fouten maken of zich vergissen, vermaalt in een systeem dat daar te weinig oog voor heeft. Ik waardeer het dat eigenlijk alle collega's en ook de minister uitgebreid de tijd hebben genomen om daar goed bij stil te staan en dat er goede pogingen zijn gedaan om dat ook zo goed mogelijk te definiëren. Het blijft altijd mensenwerk. Daarin moeten we elkaar ook scherp houden om te voorkomen dat mensen nog eens met de vingers tussen de deur komen terwijl dat niet nodig is.

Tot zover.

De voorzitter:

Dank u wel. Meneer Ceulemans, het woord is aan u voor de tweede termijn. Ja, u stond gewoon op de lijst.

De heer Ceulemans (JA21):

Dank u zeer, voorzitter. Ik denk dat we een prima debat hebben gehad. Dank aan de minister voor de schriftelijke beantwoording van de vragen in eerste termijn. Het debat van twee weken geleden was volgens mij een mooi, inhoudelijk debat met een aantal verschillen die we niet zullen overbruggen in deze Kamer, maar het is er in ieder geval goed en gedegen over gegaan. Dat hoort bij een wetsbehandeling.

Wat voor ons uiteindelijk in deze wet toch een groot struikelblok is, is dat we vrezen dat we met deze wet doorslaan naar de andere kant, dat we in reactie op het najagen van mensen die een foutje hebben gemaakt nu de andere kant op slaan en dat dat in de praktijk neer dreigt te komen op het eindeloos kunnen waarschuwen van mensen die de regels aan hun laars lappen, terwijl daar ook sancties tegenover moeten staan. Ik heb een amendement ingediend om het aantal waarschuwingen te maximeren op één. De minister heeft dat ontraden. Ik heb daar net een interruptiedebatje over gehad met de minister. Ik ben bereid om in navolging van de heer Ceder ook een toenaderende beweging te maken. Ik zou er bijvoorbeeld ook nog twee waarschuwingen van kunnen maken. Dat heeft bij de minister niet veel verschil bewerkstelligd, maar misschien bij collega's in de Kamer nog wel. Ik ga daar nog even op broeden richting de stemmingen.

Wat betreft het andere amendement: dank voor het oordeel Kamer. Het is in elk geval een goede zet, om de terugkijktermijn bij fraude niet te verlagen van twintig naar tien jaar maar op twintig jaar te houden.

Dan blijft er nog één punt staan, dat over het geweld tegen ambtenaren. Dat heb ik net al even met de minister besproken. Wij blijven het wrang vinden dat in het wetsvoorstel nu heel duidelijk verankerd wordt dat er geen sprake kan zijn van zowel een bestuursrechtelijke maatregel als een strafrechtelijk proces. Los van de vraag of je het wenselijk vindt dat er in alle gevallen sprake is van allebei, denken wij dat het belangrijk is dat die mogelijkheid voor excessieve gevallen blijft bestaan, al is het maar als signaal richting ambtenaren die, zoals ik al zei, in toenemende mate te maken krijgen met geweld en agressie op de werkvloer en die wij moeten beschermen bij het uitvoeren van hun werk.

Daarom heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het voorliggende wetsvoorstel dwingt tot een keuze tussen strafrechtelijke vervolging en een uitkeringsmaatregel bij agressie tegen medewerkers, terwijl de huidige praktijk beide routes toestaat;

overwegende dat medewerkers van uitvoeringsinstanties hun publieke taken veilig en zonder intimidatie, bedreiging of geweld moeten kunnen uitvoeren en dat deze inperking afbreuk doet aan hun bescherming;

overwegende dat een uitkeringsmaatregel wegens ernstige misdragingen herstelgericht en preventief van aard is waardoor deze wezenlijk verschilt van een punitieve strafrechtelijke sanctie;

verzoekt de regering een juridisch kader te ontwikkelen waarin aangifte en een bestuursrechtelijke maatregel naast elkaar mogelijk blijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ceulemans.

Zij krijgt nr. 27 (36785).

De heer Ceulemans (JA21):

Dank u zeer.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aangekomen bij de bijdrage van mevrouw Van Ark. Zij ziet daarvan af. Dan kijk ik naar de heer Edgar Mulder voor zijn bijdrage in tweede termijn.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het wetsvoorstel meer ruimte biedt voor waarschuwingen en maatwerk;

overwegende dat bewuste fraude met gemeenschapsgeld het draagvlak voor sociale zekerheid ondermijnt;

verzoekt de regering te garanderen dat er bij opzettelijke fraude altijd een zware sanctie volgt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Edgar Mulder.

Zij krijgt nr. 28 (36785).

De heer Edgar Mulder (PVV):

De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gemeenten, UWV en SVB binnen dit wetsvoorstel meer ruimte krijgen voor eigen afwegingen;

overwegende dat hierdoor verschillen in handhaving tussen gemeenten kunnen ontstaan;

verzoekt de regering landelijke handhavingsrichtlijnen op te stellen zodat willekeur tussen gemeenten wordt voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Edgar Mulder.

Zij krijgt nr. 29 (36785).

De heer Edgar Mulder (PVV):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik kijk naar meneer De Beer en nodig hem uit voor zijn tweede termijn. Gaat uw gang.

De heer De Beer (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Dank aan de minister voor de uitgebreide beantwoording. Voor de VVD staat voorop dat het draagvlak voor onze sociale zekerheid valt of staat met het vertrouwen in burgers aan de voorkant, dus dat mensen in beginsel te goeder trouw zijn, en dat ze geholpen moeten worden om regels te begrijpen en na te leven. Maar dat vertrouwen kan alleen bestaan als daartegenover staat dat we stevig optreden wanneer de overheid, en daarmee de belastingbetaler, bewust wordt geflest. De VVD ziet in deze wet een serieuze poging om die betere balans te vinden tussen de menselijke maat enerzijds en het handhaven van rechten en plichten anderzijds. Dat blijft voor ons ook de kern van dit wetsvoorstel.

Ik wil in de tweede termijn nog drie punten aanstippen. Ik begin met de preventie. De minister gaf aan dat hij samen met het UWV, de Sociale Verzekeringsbank en gemeenten kijkt naar regels die vaak worden overtreden en naar mogelijkheden om die regels beter uit te leggen of begrijpelijker te maken. Ook wees hij op initiatieven rondom duidelijke overheidscommunicatie. Dat lijkt me een heel verstandige aanpak, want uiteindelijk hebben burgers er weinig aan als ze achteraf steeds worden gesanctioneerd terwijl er aan de voorkant onvoldoende duidelijk is en fouten onvoldoende worden voorkomen. Voorkomen is immers beter dan genezen. Kan de minister toezeggen dat de Kamer periodiek inzicht krijgt in welke regels of verplichtingen het vaakst worden overtreden, welke verbeteringen er vervolgens worden doorgevoerd, en welke resultaten dat oplevert? Juist daar kunnen we, volgens mij, heel veel van leren.

Voorzitter. Dan kom ik op de terugvorderingstermijn. Die is zojuist al een aantal keren besproken. De VVD steunt de keuze om in gevallen van misbruik een ruimere terugkijktermijn te blijven hanteren. Wie bewust misbruik maakt van gemeenschapsgeld, moet niet kunnen profiteren van het tijdsverloop. Sterker nog, zichtbaar en strenger optreden tegen misbruik, is een voorwaarde voor het draagvlak onder mensen die iedere dag werken, die belasting betalen en zich wel aan de regels houden. Kan de minister wat preciezer duiden hoe het begrip "misbruik" in die uitvoeringspraktijk wordt ingevuld? Gaat het daarbij uitsluitend om situaties van opzet en grove schuld of vallen daar ook andere categorieën onder?

Voorzitter. Tot slot de escalatieladder. Het kabinet kiest er bewust voor om geen automatische escalatieladder op te nemen. Dat wil zeggen dat er na een waarschuwing niet automatisch een sanctie volgt. Het afwegingskader is namelijk juist bedoeld om maatwerk mogelijk te maken; dat hebben we de minister zojuist ook horen zeggen. Tegelijkertijd kan ik me situaties voorstellen waarin iemand meerdere keren dezelfde verplichting overtreedt. Dan komt op enig moment ook de vraag op tafel wanneer een bestuursorgaan moet concluderen dat er niet langer sprake is van niet kunnen maar van niet willen. Hoe ziet de minister dat?

In de reactie van de Raad van State lees ik met betrekking tot de keuze voor geen vaste escalatieladder een ander argument, namelijk dat dit de rechtsketen ontlast. Is de minister het ermee eens dat een verplichte escalatieladder, dus met een maximum van één waarschuwing, ertoe leidt of kan leiden dat een waarschuwing sneller wordt gezien als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen de mogelijkheid van bezwaar en beroep bestaat en wat dus kan leiden tot extra druk op de rechtsketen?

Voorzitter, ik rond af. We ondersteunen met deze wet de sociale zekerheid door een beter onderscheid te maken tussen een vergissing en een bewuste overtreding. Dat is eerlijker voor burgers, beter voor de uitvoering en essentieel voor het draagvlak van ons stelsel. Daarom kijkt de VVD positief naar dit wetsvoorstel.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Schenk is de laatste spreker in deze tweede termijn. Meneer Schenk, aan u het woord.

De heer Schenk (FVD):

Dank, voorzitter. Het wetsvoorstel introduceert een informatieverplichting. Wanneer er een fout wordt geconstateerd, moet het bestuursorgaan de betrokkene informeren over wat er fout is gegaan en hoe herhaling kan worden voorkomen. Er werd zojuist in een interruptie van mevrouw Patijn al aan gerefereerd: dat is nu vormvrij. Om die reden heb ik een amendement ingediend dat vraagt om dat in ieder geval ook altijd schriftelijk te doen. Het doel van dat amendement is om mensen de mogelijkheid te geven altijd terug te kunnen lezen wat er nu precies fout is gegaan. Als jij namelijk vijf jaar geleden een fout hebt gemaakt en daar een gesprek over hebt gevoerd, dan kan ik me voorstellen dat je vandaag de dag niet exact meer weet wat nou die fout was en hoe die herhaling kan worden voorkomen. Het geeft dus als het ware een soort extra zekerheid, een soort extra waarborg van wat die fout dan was. Het geeft dus ook meer zekerheid en duidelijkheid over hoe die voorkomen kan worden.

De minister zegt nu dat hij het amendement ontraadt omdat het ongedekt is. Ik begrijp daar eerlijk gezegd heel weinig van. Ik vraag me af of de minister kan aangeven over welke kosten we het dan hebben. Als het zogenaamd voor zo veel extra kosten zou zorgen, hoe hoog zijn de bedragen van deze uitvoeringslasten dan? Ik vraag me ook af: waarom is het ineens zo duur? Het kan om een brief gaan. Ik begrijp dat een brief misschien een postzegel nodig heeft en dat die voor wat extra kosten zorgt, maar mijn amendement spreekt nadrukkelijk over "schriftelijk". Met "schriftelijk" bedoel ik dat het bijvoorbeeld ook een e-mail kan zijn. Tegenwoordig hebben we allerlei mooie dingen zoals MijnOverheid, waarbij je zo'n digitaal bericht krijgt, zodat er in ieder geval de mogelijkheid bestaat om het terug te lezen. Daar kan toch niks mis mee zijn? Het is ook helemaal in de geest van de wet om juist meer duidelijkheid, betere dienstverlening, betere uitleg en een menselijke maat te genereren. Het is toch in ieders belang dat de mogelijkheid bestaat om duidelijk terug te kunnen zien welke fout er gemaakt is, en dat niet alleen te doen via een telefoongesprek, een gesprek of welke manier dan ook?

Heeft de minister erover nagedacht dat wanneer we dat op zo'n manier invullen, het ook mogelijk is dat we daarmee juist veel kosten voorkomen? Bezwaarprocedures en beroepszaken kunnen bijvoorbeeld juist worden voorkomen, omdat mensen minder gauw in de fout zullen gaan. Er is dan namelijk makkelijker terug te zien welke fout precies gemaakt is, ook na verloop van tijd, misschien wel na een paar jaar. Daar ontvang ik heel graag nog een reactie op van de minister. Ik neem hier ook uitgebreid de tijd om mijn amendement goed uit te leggen, vanzelfsprekend met als doel de Kamer te overtuigen van de noodzaak ervan, ondanks het feit dat het nu ontraden is. Ik kijk ook zeker naar mevrouw Patijn, die dit, volgens mij, toch ook een heel belangrijk punt vindt.

Voorzitter. Verder heb ik een tweetal moties, die op andere onderdelen van de wet zien, maar wat mij betreft ook zeker nodig zijn.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet stelt dat mensen regelmatig fouten maken doordat verplichtingen binnen de sociale zekerheid onvoldoende duidelijk zijn;

overwegende dat het voorkomen van overtredingen effectiever is dan het achteraf herstellen of sanctioneren daarvan;

overwegende dat een eenvoudiger en begrijpelijker stelsel bijdraagt aan rechtszekerheid, naleving en uitvoerbaarheid;

verzoekt de regering inzichtelijk te maken welke onderdelen van de inlichtingenplicht binnen de sociale zekerheid in de praktijk het vaakst leiden tot fouten of overtredingen, en op basis daarvan voorstellen te doen om deze verplichtingen te vereenvoudigen en te verduidelijken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.

Zij krijgt nr. 30 (36785).

De heer Schenk (FVD):

De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Wet handhaving sociale zekerheid bestuursorganen meer ruimte biedt om, gelet op de aard en ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende, maatwerk toe te passen bij de inzet van handhavingsinstrumenten;

overwegende dat vergelijkbare gevallen zo veel mogelijk gelijk behoren te worden behandeld;

overwegende dat onverklaarbare verschillen in de toepassing van de wet tussen bestuursorganen het vertrouwen in het stelsel kunnen schaden en onder druk zetten;

verzoekt de regering, indien uit monitoring blijkt dat sprake is van onverklaarbare verschillen tussen bestuursorganen in de toepassing van de Wet handhaving sociale zekerheid, de oorzaken daarvan te onderzoeken, de Kamer hierover te informeren en waar nodig maatregelen te treffen ter bevordering van een consistente en rechtsgelijke toepassing van de wet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.

Zij krijgt nr. 31 (36785).

De heer Schenk (FVD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn aan de zijde van de Kamer. Er zijn elf moties ingediend. We gaan in de tweede termijn ook nog luisteren naar de appreciatie van het amendement op stuk nr. 20 en een enkele openstaande vraag. Ik wil voorstellen te schorsen tot 20.00 uur. Dan gaan we luisteren naar de antwoorden van de minister. Dat is iets meer dan een halfuur en het is direct de dinerpauze. We schorsen dus tot 20.00 uur en wensen u smakelijk eten. Dan gaan we luisteren naar de tweede termijn van de minister. Het debat is geschorst.

De vergadering wordt van 19.23 uur tot 20.01 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen dit debat. We spreken vanavond met elkaar over de Wet handhaving sociale zekerheid. We gaan luisteren naar de beantwoording van de minister in tweede termijn. Er zijn enkele vragen gesteld, er zijn elf moties ingediend en we hebben nog het amendement-Neijenhuis. De minister.

Minister Aartsen:

Dank, voorzitter. Laat ik beginnen met het amendement van de heer Neijenhuis. Dat kan ik oordeel Kamer geven. Dit kunnen we op deze manier goed inregelen in de uitzonderingsbepaling.

De voorzitter:

Voor de administratie: het amendement op stuk nr. 20 van de heer Neijenhuis krijgt oordeel Kamer. U vervolgt uw betoog.

Minister Aartsen:

Voorzitter. Er waren nog een aantal vragen. Mevrouw Patijn van PRO vroeg mij wanneer de monitoring in de evaluatiebepalingen er zal zijn. De evaluatie zal na vijf jaar volgen en na anderhalf jaar volgt de invoeringstoets.

De SGP vroeg naar de aanpassingen in de Anw ten aanzien van polygamie. Die zullen medio 2027 volgen. We kijken breed naar de hele sociale zekerheid, dus niet alleen naar de Anw, maar ook naar alle andere onderdelen.

De heer De Beer vroeg mij naar het periodiek inzicht. Welke regels en verplichtingen worden het vaakst geschonden en kunnen daar verbetervoorstellen uit volgen? Ja, dat gebeurt op dit moment al. Informatie over overtredingen staat in de jaarverslagen en de beleidsinformatie van het UWV, de SVB en ons eigen ministerie. We rapporteren ook jaarlijks in de Stand van de Uitvoering.

Dan kom ik op de terugkijktermijn van tien jaar bij misbruik. De heer De Beer vroeg: kan de minister het begrip "misbruik in de uitvoeringspraktijk" preciezer duiden? Naast opzet en grove schuld gaat het hierbij ook om andere ernstige overtredingen, zoals het vervalsen van documenten, het verzwijgen van structurele inkomsten — denk bijvoorbeeld aan zwartwerken — en het verhullen van bepaalde vermogens. Dat hebben we apart gespecificeerd in de wet als het gaat om misbruik.

De heer De Beer vroeg mij ook naar de conclusies van het niet kunnen en niet willen in de escalatieladder. Zoals ik al zei, wij hebben geen apart voorschrift op dat onderdeel. We vinden het echt de verantwoordelijkheid van de handhaving zelf om uiteindelijk een goede afweging te maken tussen de niet-kunners en de niet-willers.

De maximale waarschuwing: staat daartegen bezwaar en beroep open? Ja, we hebben op dit moment geen wijzigingsvoorstellen gedaan ten aanzien van het huidige kader.

Dan de vraag van de heer Ceulemans over de misdragingen jegens ambtenaren. Nee, het is niet zo in het bestaande stelsel dat er dubbel gestraft kan worden. Het gaat in dit geval dan over een bestuurlijke maatregel die wordt gezien als een bestraffend karakter. We zien dus ook aan jurisprudentie, onder andere in de bijstand, het volgende. Al heeft het het karakter van een herstelsanctie, als het in de praktijk straffend uitpakt, zal een rechter oordelen dat er dan sprake is van een bestraffend karakter. Dan kun je dus niet beide combineren, omdat het strafrecht en het bestuursrecht dan botst.

Mevrouw Van Ark vroeg mij nog: is het vergisrecht op dit moment goed geborgd in toeslagen en de Awir? Ja, daarbij ga ik het even ingewikkeld maken. Ook hier geldt weer dat er geen officieel vergisrecht is en dat het hier om onofficieel vergisrecht gaat. We hebben dus beide stelsels inmiddels bij elkaar gebracht. Het enige verschil tussen SUWI en Awir in dit geval is dat bij de toeslagen wordt gesproken over verzuimboetes en vergrijpboetes. Bij verzuim kun je het dus zien als een vergissing, en dan vindt er dus geen sanctionering plaats in de Awir. Bij het vergrijp kun je het volgens SUWI zien als misbruik en dan is dat wel het geval. Op die manier verhouden beide wetten zich tot elkaar. Het zijn wel aparte wetten met aparte regimes, dus bij het een wordt er gesproken over verzuim en vergrijp, maar bij het ander wordt er gesproken over vergissing en misbruik.

Dat waren de antwoorden op de vragen.

Voorzitter. Dan een aantal moties. De motie op stuk nr. 21 van de heren Ceder en Nijenhuis kan ik oordeel Kamer geven. Dit kunnen wij meenemen in de "dringende reden" en dit kunnen we ook mee laten lopen in de invoeringstoets.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 21: oordeel Kamer.

Minister Aartsen:

Ook de motie op stuk nr. 22 kan ik oordeel Kamer geven. We laten dit meelopen in het tweejaarlijks onderzoek naar de naleving van uitkeringsverplichtingen.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 22: oordeel Kamer.

Minister Aartsen:

Ook de motie op stuk nr. 23 kan ik oordeel Kamer geven. We zullen dit in de gesprekken met de uitvoering opnemen en kijken of we dit een plek kunnen geven in de beleidsregels.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 23: oordeel Kamer.

Minister Aartsen:

De motie op stuk nr. 24 kan ik oordeel Kamer geven, met dien verstande dat we gaan kijken hoe we het persoonlijke contact veel meer een plek kunnen geven in de uitvoering. Dus we gaan hier geen wet maken waarop staat: u heeft te allen tijde recht op persoonlijk contact; dat is een onvervreemdbaar recht. Dat staat op dit moment al in de Algemene wet bestuursrecht, de Awb. Maar we proberen wel te kijken hoe je dat binnen het stelsel op zo'n manier kunt doen dat het een goede plek heeft. We hebben besloten om het niet formeel op te nemen in de verplichting ten aanzien van informatie, maar het hele idee ondersteunen we. Daarin vinden we elkaar vandaag, dus oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 24: oordeel Kamer.

Minister Aartsen:

Als de motie op stuk nr. 25 zo letterlijk blijft, moet ik 'm ontraden. Als het onderdeel in het dictum ten aanzien de terugwerkende kracht wordt geschrapt door de indiener, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Ik kijk even naar de indiener. Die knikt. Daarmee wordt de tekst "met terugwerkende kracht" in het dictum verwijderd. Ik neem aan dat mevrouw Patijn een gewijzigde motie indient. Met deze wijziging heeft de motie op stuk nr. 25 oordeel Kamer.

Minister Aartsen:

Dan de motie over het woonlandbeginsel. Die kan ik oordeel Kamer geven. Ik zeg er wel bij dat het heel ingewikkeld gaat worden om dat voor elkaar te krijgen vanwege het draagvlak in de Europese Unie, maar we moeten natuurlijk niet opgeven en dus blijf ik me hiervoor inzetten. Oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 26: oordeel Kamer.

Minister Aartsen:

De motie op stuk nr. 27 moet ik met pijn in het hart ontraden, gelet op de eerdere beantwoording over de twee regimes die naast elkaar bestaan. Laten we vooropstellen dat we wel ons best doen om misdragingen tegen ambtenaren dan wel via het strafrecht dan wel via het bestuursrecht zo goed mogelijk aan te pakken.

De heer Ceulemans (JA21):

De laatste poging. Over dat laatste twijfel ik overigens niet. De motie komt er ook niet vandaan dat daar een soort wantrouwen zit dat het kabinet dat op z'n beloop zou willen laten. Maar ik sla even aan op wat de minister eerder zei: het is niet zo dat de huidige praktijk beide routes toestaat. Het punt is dat er in dit nieuwe wetsvoorstel en in de memorie van toelichting heel expliciet wordt aangegeven dat dat onderscheid nu heel duidelijk gemaakt gaat worden, namelijk dat het of het een of het ander moet zijn. Dat is dus een aanpassing, of een aanscherping, ten opzichte van de huidige praktijk. Daar sla ik op aan. Daar was deze motie voor bedoeld, namelijk om naar aanleiding van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep te kijken of er een kader denkbaar is waarin het allebei zou kunnen. Zo moet u die motie zien. Ik zie de minister kijken met een blik alsof dat niets aan het oordeel verandert.

Minister Aartsen:

Dan zou ik willen voorstellen dat we 'm heel even aanhouden en dat we er nog even dieper induiken. Ik vrees een beetje dat we anders door elkaar heen aan het praten zijn. We hebben juist geprobeerd om het in dit wetsvoorstel uit elkaar te halen door te zeggen dat ook als je een herstelsanctie oplegt, het in de praktijk een straffend karakter heeft. De jurisprudentie zegt dan alsnog dat het eigenlijk een bestraffend karakter is en dat het dus botst met het strafrecht. Laat ik dan voorstellen dat we de motie even aanhouden en dat we nog gaan kijken hoe we het punt van de heer Ceulemans toch handen en voeten kunnen geven.

De voorzitter:

Nou, daar gaat de heer Ceulemans over. Houdt u de motie aan, meneer Ceulemans?

De heer Ceulemans (JA21):

Ja, ik vind dat geen verkeerde suggestie. Ik heb inderdaad ook het idee dat we inhoudelijk helemaal niet zo ver van elkaar af staan, maar dat we inderdaad wel een beetje langs elkaar heen praten. Ik doe dit ook niet om een politiek puntje te scoren. Ik ben hier oprecht mee begaan. Ik vind het dus prima om 'm even aan te houden en te kijken wat er nog mogelijk is.

Minister Aartsen:

Ik zal toezeggen dat ik na de zomer met een brief kom over hoe dit exact zit.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Ceulemans stel ik voor zijn motie (36785, nr. 27) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 28.

Minister Aartsen:

De motie op stuk nr. 28 kan ik oordeel Kamer geven. Wij kunnen die garantie geven, omdat we dat op dit moment al doen.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 28: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 29.

Minister Aartsen:

Ook de motie op stuk nr. 29 — ik ben coulant vandaag richting de heer Mulder — kan ik oordeel Kamer geven, met dien verstande dat hij met "handhavingsrichtlijnen" de modelovereenkomsten, de handreiking en de beleidsregels die we maken, bedoelt. Ja, oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 29: oordeel Kamer.

Minister Aartsen:

De motie op stuk nr. 30 moet ik ontraden. Zoals ik al aangaf, doen wij dit op dit moment al. In de jaarverslagen en de beleidsinformatie staat informatie over overtredingen. De nieuwe informatie zou eigenlijk weinig toevoegen, omdat de mate waarin een situatie zich voordoet op zichzelf niks zegt over of het wel of niet terecht is. Dat heeft dus weinig toegevoegde waarde. Vandaar dat ik deze motie ontraad.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 30: ontraden.

Minister Aartsen:

De motie op stuk nr. 31 kan ik wel oordeel Kamer geven. Deze zullen wij meenemen bij de invoeringstoets.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 31: oordeel Kamer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de appreciaties. Ik kijk naar mevrouw Van Ark, die nog een vraag voor u heeft.

Mevrouw Van Ark (CDA):

Ja, ik heb nog een vraag over de motie op stuk nr. 26. U gaf die oordeel Kamer. Het CDA is hier ook altijd voor geweest. Ik heb nog wel een vraag over de uitvoerbaarheid voor de SVB. Eigenlijk bewegen we er nu naartoe dat we proberen het voor de uitvoering uitvoerbaar en eenvoudiger te maken. Tegelijkertijd realiseer ik me ook dat dit weleens heel complex kan worden. Het betekent dat de SVB er rekening mee moet houden dat een kind dat in Polen woont een ander tarief heeft dan een kind dat in een ander EU-land woont. Hoe kijkt de minister in dit geval naar de uitvoerbaarheid?

Minister Aartsen:

Het begint volgens mij met het beginsel dat je graag de export van die kindregelingen wil verminderen. Dat is juist vanuit de uitvoerbaarheid belangrijk. Wat betreft de capaciteit van de SVB is een overgroot deel van de SVB bezig met sociale zekerheid in het buitenland, zowel het uitvoeren als het handhaven daarvan. Ik vind het dus niet gek dat we daar op zichzelf iets aan proberen te doen. Dat kan via de Europese route, maar ook via de route van de eenkindregeling. Ik heb dat ook aangegeven in de brief die ik daarover heb gestuurd. Als je die samenvoegt en ze vervolgens onder het SUWI-regime laat hangen, dan krijg je weer een andere toepassing. Op die manieren proberen we de uitvoerbaarheid voor de SVB te verbeteren.

Mevrouw Van Ark (CDA):

Maar betekent dit dat u zegt dat als we dit voor elkaar krijgen, waar wij ook altijd voor zijn geweest, we het niet per se direct ook ingewikkelder moeten maken voor de SVB?

Minister Aartsen:

Dat is wel waar we van uitgaan inderdaad. We proberen het niet ingewikkelder te maken voor de SVB. Volgens mij is het bredere punt van de heer Flach om het te blijven agenderen op de Europese agenda. Ik heb niet de verwachting dat dit binnen nu en een jaar geregeld zal zijn. Als dat wel zo is, dan gebeurt er een wonder. Dan hoort u het snel. Maar ik verwacht niet dat dat snel zal zijn gebeurd. We proberen uiteraard altijd rekening te houden met de uitvoerbaarheid.

De heer Schenk (FVD):

Toch nog heel even over dat amendement. In mijn tweede termijn heb ik er best wat tijd aan gewijd. Nu is de informatieverplichting vormvrij vanuit de bestuursorganen. Ik zeg: die informatie moet eigenlijk ook altijd schriftelijk naar de belanghebbenden gaan. De minister zegt dan dat daar geen dekking voor is, terwijl het natuurlijk zo zou kunnen zijn dat deze wet straks wordt ingevoerd, het UWV dat ziet en denkt: "Oké, mooi. De menselijke maat. Prima. Laten wij altijd een brief sturen, zodat het in ieder geval duidelijk is." Dat zou gewoon een uitkomst kunnen zijn. Dat zegt mijn amendement letterlijk. Belt de minister dan het UWV op om te zeggen: ho eens even; daar is geen dekking voor?

Minister Aartsen:

Nee, maar het is natuurlijk zo op het moment dat het UWV spreekt met mensen en ze hebben bijvoorbeeld in de spreekkamer een gesprek of in het wekelijkse of maandelijkse gesprek dat ze met mensen hebben, ze hier gewoon netjes op wijzen. Ik heb al eerder gezegd: ik wil juist die vormvrijheid in het wetsvoorstel houden, omdat je anders weer onnodig allerlei regeldruk over de uitvoeringsorganisaties gaat uitstorten vanuit de Tweede Kamer. Dat zou ik gewoon echt niet willen doen. Laten we alsjeblieft proberen om die uitvoering gewoon de ruimte te geven om te doen en laten wat ze willen. Dit zijn volwassen mensen. Dit zijn mensen die veel verantwoordelijkheid aankunnen, die het goed doen. Laten we alsjeblieft de professionals, die ervoor hebben doorgeleerd, ook gewoon de ruimte geven om zelf de afweging te maken of ze een briefje sturen, een telefoontje plegen een appje sturen of een gesprek aangaan. Als we dat allemaal weer in wetten gaan vastleggen ... De Kamer vraagt mij ook steeds om regeldruk te verminderen. Het is van tweeën één.

De voorzitter:

De heer Schenk, tot slot.

De heer Schenk (FVD):

Ik twijfel absoluut niet aan de deskundigheid van de mensen die zich met dit soort dingen bezighouden, integendeel. Ik probeer echter te waarborgen dat er in ieder geval ook altijd op een manier teruggevonden kan worden wat dan de schending van, in dit geval bijvoorbeeld de inlichtingenplicht, was. Het zou ook zo kunnen zijn — ik heb nu specifiek het woord "schriftelijk" staan — dat het bijvoorbeeld een e-mail of een bericht in MijnOverheid is. Misschien betekent dat ook wat voor de kosten. Ik weet dus niet of de minister mijn amendement helemaal goed heeft begrepen. Als ik 'm zo uitleg en wellicht, mocht dat qua bewoording niet helemaal goed overkomen, het ook zo in de bewoording specifieker maak, zou dat dan wellicht wat kunnen veranderen aan de appreciatie van het amendement?

De voorzitter:

Het is alleen wat ingewikkeld om in een debat te gaan onderhandelen over woorden in een amendement. Het is een geschiktere manier om dat buiten het debat te doen. U heeft de vraag gesteld. Ik kijk naar de minister. Meneer Schenk?

De heer Schenk (FVD):

Ik heb een verduidelijkende vraag. Het amendement is nu ontraden vanwege de kosten. Daar kan ik me enigszins wat bij voorstellen als het om een fysieke brief gaat, maar het gaat natuurlijk om een stuk minder kosten wanneer het bijvoorbeeld om een e-mail of een bericht in MijnOverheid gaat. Zo bedoel ik mijn vraag.

Minister Aartsen:

Het amendement is niet alleen ontraden vanwege de kosten. Wij kiezen bewust voor de vormvrijheid. Ga nu alsjeblieft niet op de stoel van de uitvoering zitten. Laat de professionals de afweging maken of ze een brief sturen, een e-mail sturen, een telefoongesprek doen of een persoonlijk gesprek doen.

De voorzitter:

Mevrouw Patijn, tot slot, zou ik willen zeggen.

Mevrouw Patijn (PRO):

Ik heb maar één ding. In de motie op stuk nr. 26 wordt over de exporteerbaarheid gesproken. In de appreciatie van het amendement van de SGP dat ook over het woonlandbeginsel gaat, wordt verwezen naar de uitspraak van de Commissie tegen de Republiek Oostenrijk. De minister zegt zelf dat hij het daarom ontraadt. Ik vraag me af hoe dat samenhangt, want naar mijn idee zit er in ieder geval een overlap hierin.

Minister Aartsen:

U heeft het over een amendement?

De voorzitter:

Ik hoorde dat het gaat over de motie op stuk nr. 26.

Mevrouw Patijn (PRO):

Ik heb het over de motie op stuk nr. 26. Daarvan zegt u: oordeel Kamer. Van het amendement van de SGP over het woonlandbeginsel zegt u: dat is in strijd met de uitspraak van de Europese Commissie.

Minister Aartsen:

Ik heb geen amendement van de SGP over het woonlandbeginsel.

De voorzitter:

Nee. Het kan nog komen, maar …

Mevrouw Patijn (PRO):

Sorry, het is een vraag. Het is een vraag bij het punt van het woonlandbeginsel.

De voorzitter:

Ah, het gaat om de schriftelijke beantwoording van een vraag van de SGP over het woonlandbeginsel. Hoe verhoudt dat zich tot de appreciatie van de motie op stuk nr. 26?

Minister Aartsen:

Ik heb al eerder aangegeven dat wij het woonlandbeginsel op de agenda willen blijven zetten, maar dat daar op dit moment weinig politiek draagvlak is in de Europese Unie. Daarom is het ingewikkeld om dat op die manier vorm te geven. Wij blijven dit doen. De exporteerbaarheid van uitkeringen blijft een gevoelig onderwerp. Ik vind dat we daar ook altijd naar moeten blijven kijken. Dat doe je aan de ene kant door ervoor te zorgen dat je dit in de Europese Unie bespreekt. Daar neem je natuurlijk ook de uitspraak van het Europese Hof in mee, dat zegt: als je dit op een andere manier doet, moet je dat op een bepaalde manier bekijken. Maar laten we dat vooral in Europees verband met elkaar doen. Vandaar dat wij nu met de paper zijn gekomen ten aanzien van moderniseringsvoorstellen.

De voorzitter:

Goed. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de beraadslaging over dit wetsvoorstel.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We gaan donderdag in twee keer stemmen, zoals we vandaag met elkaar hebben besloten. Ik dank de minister hartelijk voor zijn beantwoording en de leden voor hun inhoudelijke bijdrage. Ik schors voor een kort moment, waarna we doorgaan met het tweeminutendebat Economische veiligheid en strategische autonomie. De vergadering is geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Economische veiligheid en strategische autonomie

Economische veiligheid en strategische autonomie

Aan de orde is het tweeminutendebat Economische veiligheid en strategische autonomie (CD d.d. 04/03).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Ik vraag de leden om plaats te nemen. We spreken met de minister van Economische Zaken. Ik heet haar van harte welkom. Met elkaar hebben we het tweeminutendebat Economische veiligheid en strategische autonomie. Er hebben zich vooraf zes sprekers aangemeld. Ik wil graag aan u voorleggen dat de heer Dassen ook heeft gevraagd om deel te nemen aan dit tweeminutendebat. Hij heeft niet deelgenomen aan het commissiedebat, maar tenzij u bezwaar heeft ... Dat is niet het geval, zie ik. Hij is dus van harte welkom om deel te nemen aan het tweeminutendebat.

De eerste spreker van het tweeminutendebat is de heer Van der Lee. Ik nodig hem uit om zijn bijdrage te doen. Hij doet dat namens PRO.

De heer Van der Lee (PRO):

Dank u wel, voorzitter. Het is alweer even geleden dat we dit debat hadden. Dat was op zich goed. Er gebeurt echter zo veel in de wereld dat het goed is dat we weer even stilstaan bij de economische uitdagingen en onze economische weerbaarheid, ook in het licht van grote mondiale uitdagingen op dat vlak.

Dat betreft niet in de laatste plaats China. Bij de laatste Europese top is er een heel diner aan gewijd. Gelukkig heeft de Duitse premier zijn koers wat bijgesteld en heeft de Commissie de opdracht gekregen om wat meer gerichte maatregelen uit te werken. In dat licht ben ik trouwens ook blij met een brief die ik heb gekregen waarin wordt uitgelegd hoe de minister werkt aan de motie die ik eerder heb ingediend over het toewerken naar een mondiale, flexibele en betrouwbare leveringsketen voor halfgeleiderchips.

Maar in dat licht denk ik: het kan altijd nog beter; het kan altijd nog meer. Ik heb dus nog een motie. Niet alleen vanuit het oogpunt van economische weerbaarheid, maar ook vanuit de ambities van onze eigen Semicon Visie 2035 denk ik dat we er altijd nog een schepje bovenop kunnen doen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat China met zijn anacondastrategie de politieke en militaire druk op Taiwan stelselmatig blijft opvoeren en dit ook een dreiging is voor de Nederlandse economische veiligheid;

overwegende dat China stelselmatig de vrije doorvaart van internationale wateren aanvecht en recent zelfs het Nederlandse fregat Zr.Ms. De Ruyter met verbale leugens probeerde weg te jagen;

overwegende dat China in vergelijking tot de EU tot acht keer meer staatssteun geeft aan bedrijven om mondiaal marktleider te blijven in grondstoffen, staal, elektronica, chemie, zonne-energie, robotica, AI en de automobielindustrie;

overwegende dat China stelselmatig weigert om wederkerigheid in handel en eerlijke toegang tot haar nationale markt toe te passen;

constaterende dat Nederland een wereldspeler is in de halfgeleiderindustrie en de Nederlandse Semicon Visie 2035 de ambitie bevat om een high-mix chipproductie te realiseren in Nederland of de EU;

verzoekt de regering om een coalition of the willing te vormen met andere EU-lidstaten, een delegatie van Europese topambtenaren samen te stellen en hun te verzoeken naar Taiwan af te reizen om samenwerking te zoeken en een potentieel partnerschap te verkennen met Taiwan en Taiwanese chipbedrijven, teneinde de beoogde high-mix chipproductie in de EU te bevorderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee.

Zij krijgt nr. 410 (32852).

De heer Van der Lee (PRO):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Bühler namens het CDA.

Mevrouw Bühler (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Nederland moet veel meer oog hebben voor de bescherming van de eigen kritische productieprocessen. Chemische clusters en regio's zoals Chemelot en Rotterdam zijn cruciaal. Hier wordt gewerkt aan verduurzaming van de chemie en nieuwe materialen. Maar ze missen nu de steun en de visie van de overheid. Als deze industrie verdwijnt, verdwijnen ook de kennis, innovatie en de werkgelegenheid. Hoge energiekosten zijn een deel van het probleem, maar niet het hele verhaal. Ook staatsgesteunde overcapaciteit in landen buiten Europa en oneerlijke concurrentie zetten onze industrie onder druk. Daar moeten we aandacht voor hebben. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat staatsgesteunde overcapaciteit en oneerlijke concurrentie de concurrentiepositie van de Europese chemische industrie onder druk zetten;

overwegende dat een sterke chemische industrie van strategisch belang is voor het Nederlandse en Europese verdienvermogen en de economische veiligheid;

overwegende dat de aanbevelingen van de Critical Chemicals Alliance richting geven aan het versterken van de Europese chemische industrie;

constaterende dat de kabinetsaanpak economische veiligheid slechts beperkt aandacht besteedt aan de rol van het Europese handelsinstrumentarium;

verzoekt het kabinet zich binnen de EU in te spannen voor een snelle inzet van effectieve handelsbeschermende instrumenten, waaronder vrijwaringsmaatregelen en antidumping- en antisubsidieonderzoeken, en de rol van het Europese handelsinstrumentarium te betrekken bij de verdere uitwerking van de kabinetsaanpak economische veiligheid;

verzoekt het kabinet zich in Europees verband actief in te zetten voor een spoedige uitwerking van de aanbevelingen van de Critical Chemicals Alliance, in het bijzonder op het gebied van vraagstimulering,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bühler, Lohman en Flach.

Zij krijgt nr. 411 (32852).

Dank u wel. Daarmee bent u aan het einde van uw termijn. Meneer Flach.

De heer Flach (SGP):

Voorzitter. We hadden dit debat begin maart. Ik heb mijn bijdrage er nog eens bij gezocht. "Nederland raakt slaapwandelend zijn hele industrie kwijt: wat weg is, komt nooit meer terug", aldus De Telegraaf. Zo bloedt de chemische industrie in Nederland stilletjes leeg. Bij strategische autonomie hoort het voorhanden hebben van niet alleen wederzijdse afhankelijkheid, maar ook cruciale sectoren. Ik was vorige week met vertegenwoordigers van het CDA en de VVD bij een bijeenkomst van VNO-NCW en MKB-Nederland, waar vertegenwoordigers van de chemische industrie ons in de praktijk lieten zien en horen wat al die regeldruk betekent voor die bedrijven. Het gaat om meer dan alleen maar hinderlijke regeltjes; het gaat om vele tientallen miljoenen aan kosten en serieuze strategische afwegingen om ons land te verlaten. Daar moeten we echt iets aan doen, dus daar roep ik de minister nogmaals toe op. Ook bij controlerende diensten moet er echt iets gebeuren aan het besef van strategische autonomie in relatie tot de regeldruk. In dat verband dien ik ook één motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het coalitieakkoord is afgesproken nieuw industriebeleid standaard te toetsen op de gevolgen voor het gelijke speelveld met omringende landen teneinde het tempo van de verduurzaming van industrie te borgen, maar dat hiervoor geen uniforme toets bestaat;

overwegende dat een striktere nationale invulling dan in buurlanden kan leiden tot hogere kosten, langere procedures en meer onzekerheid voor bedrijven, terwijl de concurrentiepositie van onze industrie al onder grote druk staat;

verzoekt de regering de Bedrijfseffectentoets per 1 november 2026 uit te breiden met een toets op gelijk speelveld bij nieuw beleid en regelgeving met substantiële gevolgen voor industriële bedrijven, waarbij in ieder geval verschillen met relevante buurlanden worden beoordeeld op gevolgen voor onder meer concurrentiepositie, kosten en werkbaarheid, waaronder verschillen in de invulling van open normen, lidstaatopties, lagere regelgeving, beleidsregels, vergunningverlening, toezicht en handhaving;

verzoekt de regering tevens bij de nationale invulling van Europese beleidsruimte als uitgangspunt te hanteren dat deze niet strikter is dan in buurlanden, tenzij zwaarwegende publieke belangen anders vereisen, en afwijkingen expliciet te motiveren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.

Zij krijgt nr. 412 (32852).

Dank u wel. Dan komen we aan bij de bijdrage van de heer Van den Berg. Hij spreekt namens JA21.

De heer Van den Berg (JA21):

Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland voor kritieke grondstoffen en materialen afhankelijk is van een beperkt aantal derde landen;

constaterende dat met de Nationale Grondstoffenstrategie eerste stappen zijn gezet om deze afhankelijkheden te verkleinen;

overwegende dat het nu van belang is om van strategie naar concrete projecten en uitvoering te komen, zoals ook onderstreept in het rapport-Wennink;

verzoekt de regering om een lijst van kansrijke projecten voor kritieke grondstoffen en materialen op te stellen en passend beleid hierop te ontwikkelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 413 (32852).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Nationaal Plan Energiesysteem richtinggevende keuzes bevat over strategische leveringszekerheid en duurzame koolstofdragers, en dat het kabinet een visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie in 2026 heeft aangekondigd;

overwegende dat een robuuste Nederlandse (bio)raffinage- en chemiecapaciteit bijdraagt aan de leveringszekerheid in zowel vredestijd als in tijden van crisis of oorlog;

verzoekt de regering om in de visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie concrete doelstellingen op te nemen voor de omvang van (bio)raffinage in Nederland en voor een Europese zelfvoorzieningsgraad;

verzoekt de regering tevens om belanghebbenden te consulteren over het concept en de cijfers onder de visie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie, en de Kamer hierover na de zomer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 414 (32852).

De heer Van den Berg (JA21):

Ik had afrondend nog een vraag aan de minister. Wij hebben in het debat onze zorg geuit over de uitbetaling van de IKC, de indirecte kostencompensatie, voor de industrie. Dat bleek toen niet mogelijk te zijn vanwege volgens mij een personeelstekort bij de RVO. Daar zou eind mei, begin juni een brief over volgen. Die brief is nog steeds niet naar de Kamer gekomen. Dat stort deze bedrijven, die daarvan afhankelijk zijn, deze zomer in onzekerheid. Ik wilde de minister vragen: kan zij alsnog met een brief komen en hier duidelijkheid over geven aan die bedrijven?

De voorzitter:

Dat leidt tot een vraag van de heer Flach.

De heer Flach (SGP):

De heer Van den Berg raakt hier aan een heel terecht punt. Dat hebben we inderdaad gewisseld. Ook de SGP heeft daar aandacht voor gevraagd. Wat zou JA21 voorstellen als oplossing richting de minister?

De heer Van den Berg (JA21):

Dank voor deze vraag. Allereerst kwam u zojuist met een hele goede motie, die wij van harte gaan steunen. Ik denk dat ik de minister wil vragen dat ze vooral heel snel duidelijkheid geeft aan deze bedrijven, zodat ze weten waar ze dit jaar en volgend jaar aan toe zijn, niet alleen met die uitbetaling, maar ook juist met de randvoorwaarden voor de komende jaren. Dat heeft de industrie namelijk echt heel hard nodig.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank. Dan komen we aan bij de bijdrage van de heer Prickaertz namens de PVV. Gaat uw gang.

De heer Prickaertz (PVV):

Dank, voorzitter. Ik heb een drietal moties. Het zijn korte moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat strategische grondstoffen die in reststromen zitten momenteel nog vaak worden geclassificeerd als afval;

verzoekt de regering inzichtelijk te maken welke reststromen die cruciaal zijn voor onze strategische autonomie momenteel nog als afval worden geclassificeerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.

Zij krijgt nr. 415 (32852).

De heer Prickaertz (PVV):

De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet inzet op verdere elektrificatie van huishoudens en bedrijven;

constaterende dat het elektriciteitsnet in grote delen van Nederland overvol is;

verzoekt de regering te stoppen met beleid dat elektrificatie stimuleert of verplicht stelt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.

Zij krijgt nr. 416 (32852).

De heer Prickaertz (PVV):

En de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij energiesubsidies voorwaarden gelden waarbij bedrijven een groot deel van de subsidie moeten inzetten voor CO2-reductie en een minimumaandeel koolstofvrije energie;

verzoekt de regering de voorwaarde te laten vervallen dat bedrijven minimaal 50% van deze subsidie moeten inzetten voor CO2-reductie;

verzoekt de regering ook om de eisen te schrappen dat een minimaal percentage van het energieverbruik uit koolstofvrije bronnen moet komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.

Zij krijgt nr. 417 (32852).

De heer Prickaertz (PVV):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dat leidt tot een vraag van de heer Van der Lee. Zou u nog even willen blijven staan, meneer Prickaertz?

De heer Van der Lee (PRO):

Toch even een vraag over de tweede motie: stoppen met het beleid gericht op elektrificatie. Betekent dat dat de PVV nu ook geen kerncentrales meer wil en in de toekomst alleen nog maar fossiele energie? Wat betekent dit in godsnaam?

De heer Prickaertz (PVV):

Dit betekent zeer zeker dat wij blijven inzetten op kerncentrales. Het gaat om de netcongestie. Een kerncentrale is een manier om elektriciteit op te wekken. Je kan tien kerncentrales bouwen, maar op het moment dat er sprake is van netcongestie en het net vol zit, kan je dat niet overbrengen. Daarom dus deze motie.

De voorzitter:

Een vervolgvraag van de heer Van der Lee.

De heer Van der Lee (PRO):

De motie roept op om te stoppen met beleid, dus ook met het niet meer aanleggen van hogesnelheidslijnen voor elektriciteit. Waar moet de energie uit die kerncentrale dan naartoe, als die er al gaat komen? Ik vind het een onbegrijpelijke, met de rug naar de wereld staande motie. Ik hoop dat de collega's dat met mij eens zijn.

De voorzitter:

We gaan dat zien bij de stemmingen. Overigens krijgen we eerst de appreciatie van het kabinet. Daarmee zijn we toegekomen aan de bijdrage van de heer Dassen namens Volt.

De heer Dassen (Volt):

Dank, voorzitter. Dank ook aan de collega's dat ik mee mag doen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de hoogwaardige maakindustrie in Nederland kampt met hoge arbeidstekorten;

constaterende dat AI-gedreven automatisering van complexe handelingen in ongestructureerde omgevingen, ook wel fysieke AI genoemd, dit arbeidstekort deels kan opvangen;

overwegende dat Nederland uniek gepositioneerd is om wederzijdse afhankelijkheden op te bouwen door in deze nieuwe technologie te investeren, maar momenteel op het gebied van investeringen ingehaald wordt door landen als China en de Verenigde Staten;

verzoekt de regering om te investeren in Europese fysieke AI, zodat het concurrentievermogen van onze hoogwaardige maakindustrie niet afhankelijk is van niet-Europese landen of techbedrijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 418 (32852).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet heeft aangegeven geen noodzaak voor een EU-AI-top te zien, ondanks de razendsnelle ontwikkelingen die onze economie, veiligheid en banenmarkt raken;

van mening dat dit geen accurate lezing van de AI-ontwikkelingen op geo-economisch en sociaal gebied is;

verzoekt de regering om zich in te spannen voor een spoedtop van de Europese Raad deze zomer, om de gevolgen van AI voor onze economie en samenleving op Europees niveau te bespreken en actie te ondernemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 419 (32852).

De heer Dassen (Volt):

De laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de arbeidsmarkt ontwricht wordt wanneer AI in te hoog tempo banen vervangt;

van mening dat het de taak is van de overheid om AI-verdringing op de arbeidsmarkt te dempen en om getroffen werkenden te ondersteunen;

verzoekt de regering om bij het Belastingplan 2027 met een voorstel te komen voor een AI-belasting;

verzoekt de regering om te onderzoeken of de middelen die middels deze belasting opgehaald worden, ingezet kunnen worden voor een omscholingsfonds,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 420 (32852).

De heer Dassen (Volt):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. De laatste spreker in dit tweeminutendebat is het lid Kostić. Nee, meneer Van der Lee. Ik wilde al een beetje tempo erop en meneer Dassen is nu ook al bijna weg, dus het is te laat. Lid Kostić, u heeft het woord. Na de zomer gaan we door met elkaar.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Alles na de zomer, behalve deze drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland ondanks eerdere energiecrises nog steeds sterk afhankelijk is van fossiele importen;

overwegende dat het CBS concludeert dat de Nederlandse energieafhankelijkheid van het buitenland naar 77% is gestegen, en dat de afhankelijkheid van de VS is toegenomen, ondanks de aangenomen motie Teunissen (21501-20, nr. 2365);

overwegende dat TNO concludeert dat een energiesysteem gebaseerd op hernieuwbare bronnen en besparing leidt tot lagere systeemkosten en grotere weerbaarheid;

verzoekt de regering om een integraal plan op te stellen voor energieonafhankelijkheid, met daarin (1) een ambitieus pad voor energiebesparing en (2) de uitrol van hernieuwbare energie, deze twee pijlers van economische veiligheid expliciet te verankeren in de Internationale Veiligheidsstrategie, en de Kamer hierover uiterlijk begin 2027 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Teunissen.

Zij krijgt nr. 421 (32852).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Nederlandse economie sterk afhankelijk is van import van kritieke grondstoffen;

overwegende dat reductie van grondstoffengebruik leidt tot lagere energievraag en minder geopolitieke afhankelijkheden;

overwegende dat onderzoek van TU Delft en het Centre for Materials & Resilience wijst op grote potentie aan de vraagzijde;

verzoekt de regering om concrete reductiedoelen voor grondstoffengebruik te ontwikkelen en deze te integreren in de Nationale Grondstoffenstrategie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Teunissen.

Zij krijgt nr. 422 (32852).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat hergebruik en reparatie de vraag naar primaire grondstoffen aanzienlijk kunnen verminderen;

overwegende dat Nederland hiermee zowel zijn strategische autonomie als economische weerbaarheid versterkt;

overwegende dat reparatie van bijvoorbeeld elektronica nu vaak wordt belemmerd door hoge kosten, beperkte beschikbaarheid van onderdelen en restricties vanuit producenten;

verzoekt de regering om investeringen in circulaire infrastructuur te intensiveren, en beleid te ontwikkelen dat ontwerp voor reparatie en langere levensduur stimuleert, waarbij onder andere worden meegenomen:

versterking van het recht op reparatie;

maatregelen om reparatie financieel aantrekkelijker te maken;

minimumvereisten voor levensduur en repareerbaarheid van producten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Teunissen.

Zij krijgt nr. 423 (32852).

Kamerlid Kostić (PvdD):

Vandaag was er een aanbieding van een petitie hierover, waarbij vakmensen en mensen die elke dag aan reparatie werken de Kamer oproepen om hier iets aan te doen.

Ik zie een interruptie.

De heer Van den Berg (JA21):

Ik ben toch wel even getriggerd door de motie over grondstoffenbeleid. Ik heb gewoon een eerlijke vraag en ik hoop op een eerlijk antwoord van het lid Kostić. Als wij de afhankelijkheid van grondstoffen moeten verminderen, betekent dit natuurlijk dat we alsnog het een en ander moeten verkrijgen. Staat het lid Kostić dan ook open voor mijnbouw in Nederland of in Europa?

Kamerlid Kostić (PvdD):

Volgens mij lag decennialang de focus op "meer, meer, meer". Alles moest maar kunnen. Ik noem het plat gezegd maar even "rupsje-nooit-genoeggedrag". We hebben nu geleerd dat dit gewoon niet kan. We hebben maar één aarde en we verbruiken er eigenlijk drieënhalf. We moeten dus flink minderen, en dat kan. Je kan nog steeds in een prima welvaart leven, alleen met minder flutspullen, veel meer inzetten op reparatie en kijken of iets echt nodig is. Daar moet de focus op liggen.

De voorzitter:

Meneer Van den Berg, het wordt nog erger deze week. U vindt natuurlijk dat ik een beetje op de tijd zit te hameren, maar het wordt allemaal nog veel erger. Heeft u een prangende vraag? Anders gaan we schorsen en gaan we daarna luisteren naar de antwoorden van de minister. Ik schors het debat tot 20.50 uur. Er wordt tien minuten geschorst.

De vergadering wordt van 20.40 uur tot 20.53 uur geschorst.

De voorzitter:

De minister loopt de plenaire zaal binnen en daarmee heropen ik het debat. We gaan luisteren naar de beantwoording van de minister van Economische Zaken.

Minister Herbert:

Dank u wel, voorzitter. Er is een hele set moties. Die ga ik fluks afhandelen, hoop ik.

De motie op stuk nr. 410, van de heer Van der Lee, gaat over het vormen van een coalition of the willing. Ik ontraad deze motie. Het kabinet heeft al goede economische contacten met Taiwan, ook op semicon-vlak, inclusief semicon-specifieke samenwerking. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in periodieke bijeenkomsten, zoals de Semicon Dialogue. Daaraan doen zowel bedrijven als hoogambtelijke vertegenwoordiging mee. Daarom heeft dit geen toegevoegde waarde.

De voorzitter:

Een verduidelijkende vraag van de heer Van der Lee. We gaan niet in discussie, meneer Van der Lee. De motie op stuk nr. 410 is ontraden. U heeft een vraag.

De heer Van der Lee (PRO):

Ik vind dit heel raar, eerlijk gezegd. Taiwan kan alle steun gebruiken op dit moment en wij hebben een heel ambitieuze semicon-strategie. We kunnen twee vliegen in één klap slaan. De minister zegt dat er al contacten zijn. Ja, ik weet dat er wat contacten zijn, maar om op korte termijn in Europa en het liefst ook in Nederland grootschalige chipproductie te realiseren is er veel meer urgentie en energie nodig dan er nu in gestopt wordt. Ik vind het dus een onbegrijpelijk oordeel.

De voorzitter:

Meneer Van der Lee, ik had u eigenlijk het woord gegeven omdat u daar misschien een vraag over wilde stellen, maar dat u het niet eens bent met deze appreciatie … Het zou me verbazen als dat niet zo was; laat ik het zo zeggen.

De heer Van der Lee (PRO):

Mijn vraag is dus …

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Van der Lee (PRO):

… of de minister niet ziet dat hier iets nieuws wordt voorgesteld, dat nog niet bestaat, en of ze niet bereid is om haar oordeel te heroverwegen.

Minister Herbert:

Ik zie dat er een woord gebruikt wordt in deze motie dat misschien nog niet bestaat in deze context. Alleen, de werkingskracht daarvan herken ik niet als iets wat nodig is om toe te voegen aan het nu al bestaande inzetrepertoire. Daarom heb ik niet de neiging om mijn appreciatie te veranderen.

De motie op stuk nr. 411 is van mevrouw Bühler. Die wordt ondersteund door meerdere partijen en die laat ik aan het oordeel van de Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 411: oordeel Kamer.

Minister Herbert:

Ja, die ondersteun ik en vind ik een belangrijk signaal.

Dan de motie op stuk nr. 412, van de heer Flach, over een landentoets. Die zou ik ontijdig willen verklaren. Deze motie verwijst namelijk naar een passage uit het coalitieakkoord dat gericht is op het versnellen van de verduurzaming van de energie-intensieve industrie. Dat is een belangrijk onderwerp, waar mijn collega van KGG en ik hard aan werken. We zullen de Kamer daar uiterlijk 1 november over informeren. Als ik de motie zo mag verstaan, kan ik 'm dus oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Maar dit zijn verwarrende appreciaties.

Minister Herbert:

Ik zou dus zeggen: ontijdig. Ja.

De voorzitter:

Oké, dus de vraag is dan: meneer Flach, houdt u deze motie aan? U krijgt dus uiterlijk 1 november informatie van het kabinet.

De heer Flach (SGP):

Het was mij al duidelijk dat er informatie aan zou komen. Er was mij verteld dat dat in september zou zijn. Zoals de minister in de motie ziet, heb ik de deadline opgeschoven naar november, maar als dan pas de brief komt, verliest de motie daarmee direct haar kracht. Ik vind de interpretatie dat ik om een brief vraag wel erg mager. Ik hou 'm vooralsnog aan. Laten we met elkaar kijken wat we met deze motie kunnen. De lijn is helder. We willen heel graag dat de regering dit als invulling van Europese beleidsruimte gebruikt en ook het andere dictum volgt. Maar alleen een brief vind ik te mager, dus ik hou 'm voorlopig aan om te kijken hoever we toch kunnen komen met de dringende zaken die ik heb geagendeerd.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Flach stel ik voor zijn motie (32852, nr. 412) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 413.

Minister Herbert:

De motie op stuk nr. 413 van de heer Van den Berg krijgt oordeel Kamer. Die sluit aan bij de inzet van kansrijke projecten. De Kamerbrief komt overigens nog voor de zomervakantie, dus uiterlijk volgende week.

De motie op stuk nr. 414, ook van de heer Van den Berg, zou ik ontijdig mee willen geven. Het Nationaal Plan Energiesysteem wordt met Prinsjesdag gepresenteerd. Dat gebeurt overigens door mijn collega, de minister van KGG. De ontwikkeling van de visie op brandstoffen en chemiegrondstoffen is een van de bijlagen daarbij. Er worden stakeholders bij betrokken. Begin juli zijn er nog bijeenkomsten met de industrie en een stuurgroep voor het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie. Het NPE bevat niet de concreetheid waar u in de motie om vraagt, maar is wel een belangrijke eerste stap. De uitwerking volgt daarna.

De voorzitter:

Meneer Van den Berg, wilt u uw motie op stuk nr. 414 aanhouden?

De heer Van den Berg (JA21):

Ik haal de motie natuurlijk liever binnen. Als ik de minister goed versta … Ik begrijp dat de minister in die visie Brandstoffen en Chemiegrondstoffenproductie dus in ieder geval in gesprek gaat met de sector en dat de doelen die ik in de motie heb weergegeven wel degelijk worden nagestreefd. Begrijp ik het zo goed?

Minister Herbert:

Zo heb ik 'm ook begrepen. Het is namelijk, zoals ik eerder ook zei, het onderwerp waar mijn collega, de minister van KGG, mee aan de slag is.

De voorzitter:

Daarmee houdt u 'm aan, begrijp ik.

De heer Van den Berg (JA21):

Dat klopt helemaal, voorzitter.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Van den Berg stel ik voor zijn motie (32852, nr. 414) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dat is heel coulant. De motie op stuk nr. 415.

Minister Herbert:

De motie op stuk nr. 415, van meneer Prickaertz van de PVV, vraagt om afvalstromen van kritieke grondstoffen te ontleden. Ik vraag om deze aan te houden. Dit is een onderwerp dat bij de minister van KGG ligt. Morgen is er een commissiedebat Circulaire economie met diezelfde minister. Ik zou dus eigenlijk daarnaar willen verwijzen.

De voorzitter:

Meneer Prickaertz, het verzoek is om deze motie aan te houden. Voelt u daarvoor?

De heer Prickaertz (PVV):

Ik snap de redenatie van de minister. Het is alleen hetzelfde ministerie, dus ik wil 'm eigenlijk gewoon even aanhouden.

De voorzitter:

"Aanhouden", zegt u?

De heer Prickaertz (PVV):

Ik wil de motie gewoon …

De voorzitter:

In stemming brengen! De motie op stuk nr. 415 komt in stemming.

Minister Herbert:

Dan ontraad ik 'm.

De voorzitter:

Dat is dus het oordeel "ontraden". De motie op stuk nr. 415 is ontraden. De motie op stuk nr. 416.

Minister Herbert:

De motie op stuk nr. 416 gaat over stoppen met beleid dat elektrificatie stimuleert of verplicht stelt. Die moet ik ontraden; dit is nou net het hart van de energietransitie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 416 is ontraden.

Minister Herbert:

De motie op stuk nr. 417 is ook van meneer Prickaertz. Die verzoekt de regering om de voorwaarde dat bedrijven minimaal 50% van de subsidie moeten inzetten voor CO2-reductie, te laten vervallen. Die moet ik ontraden. Het is juist het doel om die CO2-reductie te halen. Het bedrijfsleven klaagt hier overigens niet over.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 417 is ontraden.

Minister Herbert:

De motie op stuk nr. 418 is van meneer Dassen. Die gaat over het investeren in Europese fysieke AI. Die laat ik aan het oordeel van de Kamer. Het is al onderdeel van het beleid. We investeren daar nu ook al in. Bijvoorbeeld de fabriek in Groningen is een passende interventie. Er is geen extra budget voor.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 418, met die uitleg: oordeel Kamer.

Minister Herbert:

De motie op stuk nr. 419, ook van meneer Dassen, is een oproep om deze zomer een spoedtop van de Europese Raad te organiseren. Die motie ontraad ik. AI staat hoog op de agenda, ook in de EU. Er zijn ook al diverse gremia op EU-niveau waar over dit onderwerp gesproken wordt. Deze ontraad ik als een extra actie nu.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 419: ontraden.

Minister Herbert:

De motie op stuk nr. 420, ook van meneer Dassen, vraagt om bij het Belastingplan 2027 met een voorstel te komen voor AI-belasting. Ik ontraad deze motie. Ik denk ook dat het onverstandig is om AI af te remmen via belastingen. "Belastingen" ligt overigens, zoals u weet, in het domein van de staatssecretaris Financiën.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 420: ontraden.

Minister Herbert:

De motie op stuk nr. 421 is van het lid Kostić en gaat over het opstellen van een integraal plan voor energieonafhankelijkheid. Die moet ik ontraden. De internationale veiligheidsstrategie gaat hier niet over en is ook al definitief. Dit zit in KGG-beleid over de uitrol van hernieuwbare energie, bijvoorbeeld via het Nationaal Plan Energiesysteem. Dat vindt in september plaats.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 421: ontraden.

Minister Herbert:

De motie op stuk nr. 422 is wat mij betreft oordeel Kamer. Dat is eigenlijk het Nationaal Programma Circulaire Economie: daarin wordt dit gedekt. Dat is overigens ook weer iets waar de minister van KGG voor verantwoordelijk is.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 422: oordeel Kamer.

Minister Herbert:

De motie op stuk nr. 423 is al aan bod gekomen in de Kamerbrief die u vorige week donderdag ontving van mijn collega, de minister van KGG. Ze is populair vandaag! Tegen die achtergrond kan deze motie wat mij betreft oordeel Kamer krijgen.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 423: oordeel Kamer.

Minister Herbert:

Dan heb ik nog een vraag van de heer Van den Berg over. Die gaat over de betaling van IKC en bedrijven die wachten op duidelijkheid. Daarover kan ik toezeggen dat er voor de zomer, dus binnen twee weken, een brief komt met daarin een stand van zaken over de duidelijkheid.

De voorzitter:

Oké. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank de minister hartelijk.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik schors voor echt een heel kort moment, waarna we gaan beginnen met het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid. Het debat is geschorst. Dank aan de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Gasmarkt en leveringszekerheid

Gasmarkt en leveringszekerheid

Aan de orde is het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid (CD d.d. 04/06).

De voorzitter:

Ik heropen deze vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid. Ik heet de minister van KGG van harte welkom. De eerste spreker in dit tweeminutendebat is de heer Van den Berg van JA21. Ik nodig hem uit om hier zijn bijdrage te doen. Gaat uw gang.

De heer Van den Berg (JA21):

Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland voor leveringszekerheid afhankelijk blijft van aardgas;

constaterende dat de minister na de zomer met een strategisch gasbeleid komt;

overwegende dat fysieke langetermijnimportcontracten, strategische voorraden en voldoende opslagcapaciteit de beschikbaarheid van aardgas kunnen versterken;

overwegende dat Energie Beheer Nederland als beleidsdeelneming hierbij, wanneer de markt deze rol niet op zich neemt, een publieke rol zou kunnen vervullen;

verzoekt de regering in het strategisch gasbeleid expliciet mee te nemen hoe fysieke langetermijnimportcontracten kunnen bijdragen aan de Nederlandse leveringszekerheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Grinwis.

Zij krijgt nr. 706 (29023).

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland ook de komende jaren afhankelijk blijft van aardgas voor leveringszekerheid;

constaterende dat het Groningenveld is gesloten, maar dat onomkeerbare ontmanteling de nationale noodopties verder beperkt;

overwegende dat gasopslagen, lng-importcapaciteit en resterende ondergrondse infrastructuur strategisch van belang zijn nu Groningen als swing producer is weggevallen;

overwegende dat bestaande gasopslagen een hybride functie kunnen vervullen als seizoensopslag én strategische reserve;

verzoekt de regering met de NAM, Shell, ExxonMobil, EBN, Gasunie/GTS en beheerders van gasopslagen in gesprek te gaan over een strategisch gasakkoord waarin gasopslagen als strategische reserve worden benut en relevante Groningen-installaties, waar technisch en veiligheidskundig verantwoord, met stikstof worden geconserveerd en onomkeerbare ontmanteling wordt voorkomen totdat de Kamer hierover heeft besloten, en de Kamer hierover voor november 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 707 (29023).

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter. Laten we hopen dat we nooit in deze situatie komen, maar stel dat er een oorlog komt en ons energiesysteem aangevallen wordt, dan weten we uit de dreigingsbeelden helaas dat het geen ondenkbare situatie is. Nederland zou stilvallen. Defensie kan dan haar werk niet meer doen. Denkt de minister dat er ook dan niet met de Groningers te praten valt over de gaswinning uit Groningen? Is de minister dan toch bereid om dat te overwegen?

Ik heb nog één laatste motie, voorzitter, sorry.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat aardgas de komende jaren noodzakelijk blijft voor leveringszekerheid, elektriciteitsvoorziening en industrie;

constaterende dat het Sectorakkoord gaswinning in de energietransitie inzet op leveringszekerheid, verantwoord gebruik van Nederlandse Noordzee-infrastructuur en toekomstig hergebruik van infrastructuur;

constaterende dat de uitstoot van broeikasgassen bij winning en transport van gas uit Nederlandse kleine velden en Noors pijpleidinggas 30% tot 50% lager ligt dan bij geïmporteerd lng;

constaterende dat Noors pijpleidinggas kan bijdragen aan minder afhankelijkheid van Rusland en volatiele lng-markten;

constaterende dat NOGAT bestaande Nederlandse, Duitse en Deense offshore-infrastructuur verbindt met Den Helder, en dat EBN daarin reeds aandeelhouder is;

overwegende dat eerste projectinformatie wijst op een relatief korte interconnectie tussen NOGAT-gerelateerde infrastructuur en Europipe l, met mogelijke voordelen voor leveringszekerheid, redundantie, systeemkosten en toekomstig waterstoftransport op de Noordzee;

overwegende dat tijdige voorbereiding noodzakelijk is met het oog op de verwachte PCI/PMI-ronde in Q4 '26 en een mogelijk investeringsbesluit in '27;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe het kabinet deze typen initiatieven waar mogelijk kan ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van vergunningen, internationale afstemming, indien van toepassing EBN-participatie en financieringsmogelijkheden, en de Kamer daar voor 1 oktober '26 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Köse en Müller.

Zij krijgt nr. 708 (29023).

Meneer Van den Berg, dit kan eigenlijk gewoon echt niet. U bent drie minuten aan het woord. Het is een tweeminutendebat. Als u drie enorm lange moties heeft, moet u als een gek beginnen met het voorlezen van die moties en geen tussenzinnetjes hebben. U begint net voordat uw twee minuten voorbij zijn en dan bent u drie minuten aan het woord. Deze moties zijn ingediend, maar het kan eigenlijk gewoon echt niet. Daar zijn we allemaal met elkaar bij. Als we de spelregels maken, moeten we ook echt ons best om ons eraan te houden. Het gaat niet om een secondetje of om tien seconden, maar om een minuut, in een tweeminutendebat. Het kan niet. U heeft drie moties ingediend.

De heer Van den Berg (JA21):

Mijn excuses. Ik moet zeggen dat ik daarmee in mijn eigen timing beter uitkwam. Daar heb ik me in vergist. Ik zal dat zeker meenemen.

De voorzitter:

We maken er hier met elkaar wat van.

De heer Van den Berg (JA21):

Het is duidelijk, voorzitter.

De voorzitter:

Oké. Niet meer doen. Meneer Heutink, ik nodig u uit voor uw bijdrage in dit tweeminutendebat.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Er is al een aantal weken een motiediarree gaande waar je u tegen zegt. Afgelopen weken zijn er honderden moties ingediend waarover we moeten stemmen. Het is echt om knetter-, knettergek van te worden. We zullen het dan ook enigszins beperkt houden vanavond en de komende dagen. In dit geval hebben we één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gasvoorraad nu voor 25,4% gevuld is en dat dit extreem veel lager is dan voorgaande jaren;

constaterende dat de gasprijs hoger is dan normaal gesproken in deze tijd van het jaar;

constaterende dat EBN voor een hoge prijs gas moet inkopen om de voorraden te vullen;

overwegende dat er een risico bestaat dat de gasprijs daalt en dat EBN dan met verliezen de gasvoorraad moet verkopen;

verzoekt de regering mitigerende maatregelen te nemen teneinde te voorkomen dat de belastingbetaler moet opdraaien voor de verkoop van duur ingekochte gasvoorraad,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.

Zij krijgt nr. 709 (29023).

Dank u wel. We gaan luisteren naar mevrouw Van Oosterhout. Zij spreekt namens PRO.

Mevrouw Van Oosterhout (PRO):

Dank u wel, voorzitter. De volgende twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is een capaciteitsmarkt in te richten;

overwegende dat een capaciteitsmarkt die CO2-uitstoot niet als factor meeneemt investeringen in schone alternatieven zoals batterijopslag, vraagrespons en groene waterstof benadeelt ten opzichte van fossiele capaciteit;

overwegende dat het verankeren van fossiele back-upcapaciteit haaks staat op de ambitie om Nederland minder afhankelijk te maken van fossiele energie;

verzoekt de regering bij de inrichting van de capaciteitsmarkt CO2-uitstoot als expliciete wegingsfactor op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 710 (29023).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland nog altijd voor meer dan 75% afhankelijk is van fossiele energie, en voor bijna 80% afhankelijk van energie-import;

constaterende dat de energiecrisis van 2022 en de blokkade van de Straat van Hormuz hebben aangetoond hoe schadelijk deze fossiele importafhankelijkheid is voor huishoudens, bedrijven en de Nederlandse economie;

overwegende dat echte energieonafhankelijkheid alleen kan worden bereikt door de structurele vraag naar fossiele energie terug te dringen;

constaterende dat het kabinet werkt aan de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) waarin het streven naar energie-onafhankelijkheid zal worden meegenomen;

verzoekt de regering in de actualisatie van het NPE een zo concreet mogelijke routekaart voor het afbouwen van fossiele energie op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 711 (29023).

Dank u wel. De laatste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Müller. Ik nodig haar uit voor haar bijdrage namens de VVD.

Mevrouw Müller (VVD):

Dank, voorzitter. In dit debat hebben we uitgebreid stilgestaan bij de zorgen over de lage gasvoorraden. We zitten nu rond 25% vulling. Vorig jaar zaten we rond dezelfde tijd op 50%. Dat is de helft. Kan de minister hier toch nog eens op reflecteren? Ik blijf namelijk ongemak voelen. Komt zij voor de zomer nog met de brief om de Kamer hierover te informeren, zoals ze mij had toegezegd? We hebben daarnaast ook stilgestaan bij de leveringszekerheid van olieproducten en het belang van de sector. Daarover heb ik één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de raffinagesector geen toegang heeft tot de indirectekostencompensatieregeling, terwijl de sector wel in de IKC-richtsnoeren van de Europese Commissie is opgenomen en andere lidstaten de sector toestaan;

overwegende dat de raffinagesector eveneens wordt geconfronteerd met hoge kosten, dat verschillende raffinaderijen mede hierom hun projecten hebben moeten stopzetten en dat deze de sector van groot belang is voor onze strategische autonomie en de economische en militaire veiligheid van Nederland;

verzoekt de regering de indirectekostencompensatieregeling voor de nieuwe openstellingsronde in 2027, conform de IKC-richtsnoeren van de Europese Commissie, ook open te stellen voor de raffinagesector,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Müller, Van den Berg en Flach.

Zij krijgt nr. 712 (29023).

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de bijdragen in de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors dit debat vijf minuten. Om 21.18 uur gaan we luisteren naar de beantwoording van de minister.

De vergadering wordt van 21.13 uur tot 21.20 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen dit debat. Ik nodig de minister uit voor de reactie op de moties en een enkele vraag. De minister.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 706 van de heer Van den Berg gaat over het in het strategisch gasbeleid expliciet meenemen hoe langetermijnimportcontracten zouden kunnen bijdragen. Ik laat dit oordeel over aan de Kamer. Ik onderzoek graag meerdere opties die de leveringszekerheid van gas kunnen versterken. Ik zal deze meenemen in de brief over het strategisch gasbeleid.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 706: oordeel Kamer.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Ja. De motie op stuk nr. 707: ontraden. U kent het standpunt van het kabinet over Groningen. Daar raakt dit aan, dus ik moet deze motie ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 707: ontraden.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

De motie op stuk nr. 708 gaat over het onderzoeken van de mogelijkheden om op het gebied van vergunningen, internationale afstemming en indien van toepassing EBN-financieringsmogelijkheden, gerelateerd aan NOGAT. Ik laat dat oordeel over aan de Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 708: oordeel Kamer.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

De motie op stuk nr. 709 over mitigerende maatregelen is overbodig. De beste mitigerende maatregel is om EBN zijn werk te laten doen. EBN maakt die inschatting zo goed mogelijk.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 709: overbodig. De motie op stuk nr. 710.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

De motie op stuk nr. 710 van mevrouw Van Oosterhout verzoekt om CO2-uitstoot als expliciete wegingsfactor op te nemen bij de inrichting van de capaciteitsmarkt. Als mevrouw Van Oosterhout mij vraagt om technologieneutraliteit los te laten, moet ik zeggen dat dat niet kan. Die neutraliteit is wat de richtlijn eist. Als zij mij vraagt om de ruimte die er binnen de richtlijn is, maximaal te benutten, dan kan dat wel. Zo zie ik de motie ook. Als dat klopt, zou ik 'm oordeel Kamer kunnen geven. Anders moet ik 'm ontraden.

De voorzitter:

Kunt u met deze uitleg leven, mevrouw Van Oosterhout? Pardon, u krijgt het geluid.

Mevrouw Van Oosterhout (PRO):

CO2 expliciet meenemen is precies wat ze in Frankrijk en België ook doen, dus dat kan wel degelijk.

De voorzitter:

Dan bent u het dus niet eens met die uitleg. Dan is de motie ontraden.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Ik ben dus bereid om datgene te doen wat er binnen de richtlijn kan. Wat ik niet kan doen, is technologieneutraliteit loslaten. Dat moeten we dan ook goed met elkaar gewisseld hebben.

De voorzitter:

Oké. Ik zie geknik; u bent het eens. De motie op stuk nr. 711 krijgt dus oordeel Kamer.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Met die helderheid, ja.

De voorzitter:

Meneer Heutink wil iets zeggen over de motie op stuk nr. 709, die het oordeel "overbodig" kreeg.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Ik heb een vraag. De minister heeft natuurlijk geld beschikbaar gesteld aan EBN om gas in te kopen. EBN is verplicht om dat, volgens mij ergens in 2027, terug te betalen. Als dat niet lukt, dan zal het geld ergens anders vandaan moeten komen; het geld moet teruggehaald worden. Mijn vraag is dus welke mitigerende maatregelen het kabinet dan kan nemen in het scenario dat EBN verlies maakt, maar het toch moet terugbetalen aan de Staat.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Volgens mij vraagt de heer Heutink mij niet om mitigerende maatregelen, maar om een oplossing. Mitigerende maatregelen zouden zien op het zo klein mogelijk houden van dat tekort. De regering heeft het volle vertrouwen in de capaciteit van juist EBN om dit tegen zo laag mogelijke kosten te doen. Garanties worden niet gegeven. Dit is een wereldmarkt. Ook daarin heeft het kabinet beperkte mogelijkheden.

De voorzitter:

We zijn bij de motie op stuk nr. 711.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

De motie op stuk nr. 711 van mevrouw Van Oosterhout gaat over het opnemen van een zo concreet mogelijke routekaart in de actualisatie van het NPE. Die kan ik oordeel Kamer geven. We gaan in de actualisatie van het NPE in op een verantwoorde afbouw van fossiel. Daarbij volgt de afbouw van fossiel uit de opbouw van duurzame energieketens. Zo borgen we tijdens de transitie de energiezekerheid. In die samenhang zullen we dat dus ook weergeven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 711: oordeel Kamer.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Ja. Mevrouw Müller had eerst nog een vraag over gasleveringszekerheid. Ik heb vanwege het ongemak dat we met elkaar voelen over de situatie in de wereld, en daaraan gekoppeld hoe het met onze gasopslagen zit, toegezegd om nog voor de zomer met een brief te komen. Die komt inderdaad nog deze week, dus voordat de Kamer met reces gaat. Ik stuur u dus een update over het vullen van de gasopslagen. Ik zal u ook het rapport van PwC over het strategisch gasbeleid aanbieden bij die brief.

Dan was er nog een motie van mevrouw Müller. Die vraagt om de indirecte kostencompensatieregeling voor de nieuwe openstellingsronde open te stellen voor de raffinagesector. Ik zou aan mevrouw Müller willen vragen om deze motie aan te houden. In de verduurzamingsbrief van september kom ik namelijk terug op de voor- en nadelen van het al dan niet openstellen. Het lijkt me goed dat ik die informatie en die afwegingen deel met de Kamer. Dan kan de Kamer zich er daarna nog over uitspreken voordat er een besluit over wordt genomen.

De voorzitter:

Mevrouw Müller, bent u bereid om deze motie aan te houden?

Mevrouw Müller (VVD):

Zolang de volgorde is dat wij hier tijdig de informatie over ontvangen, ben ik daartoe bereid.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Müller stel ik voor haar motie (29023, nr. 712) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan is de minister aan het einde van haar beantwoording gekomen. Ik dank haar hartelijk voor haar bijdrage aan het debat vanavond. We gaan direct door. O, meneer Van den Berg?

De heer Van den Berg (JA21):

Los van de moties was er volgens mij ook nog een vraag gesteld aan de minister die nog beantwoord zou worden.

De voorzitter:

U mist een antwoord op een gestelde vraag.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Ik heb zowel de motie als de vraag, die allebei gingen over de positie van de regering inzake Groningen, in één keer beantwoord. Ik moet zeggen dat de heer Van den Berg het standpunt van de regering inzake heropening van de gaswinning in Groningen ook al kent: daar zijn we niet toe bereid.

De voorzitter:

Dat is het antwoord.

De heer Van den Berg (JA21):

Zou ik daar één vervolgvraag over kunnen stellen? Dan rond ik echt af, voorzitter.

De voorzitter:

Dit is het antwoord, meneer Van den Berg. U heeft uw kruit ook behoorlijk verspeeld. Ik wil het hierbij laten, want we lopen een halfuur achter. We gaan naar het volgende tweeminutendebat. Het spijt me …

De heer Van den Berg (JA21):

Voorzitter, ik heb …

De voorzitter:

… en u krijgt nog genoeg mogelijkheden om …

De heer Van den Berg (JA21):

… toch ook altijd het recht om …

De voorzitter:

U krijgt van mij het woord, meneer Van den Berg. En dat krijgt u nu niet meer, want we gaan naar het volgende debat. Hiermee is het debat Gasmarkt en leveringszekerheid afgerond.

De beraadslaging wordt gesloten.

Strategische keuzes bereikbaarheid

Strategische keuzes bereikbaarheid

Aan de orde is het tweeminutendebat Strategische keuzes bereikbaarheid (CD d.d. 23/06).

De voorzitter:

Ik heet beide bewindspersonen van IenW van harte welkom. We hebben nu met elkaar het tweeminutendebat Strategische keuzes bereikbaarheid. Ik nodig de heer De Hoop gelijk uit voor zijn bijdrage in dit debat. O, eerst de heer Heutink.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Tijdens het commissiedebat was het aardig rustig, heb ik begrepen. Ik was er niet, maar ik ben nu terug en ik zou graag willen meedoen!

De voorzitter:

Goed. Als niemand daar bezwaar tegen heeft, doet de heer Heutink mee aan dit debat.

Ik had het woord al gegeven aan de heer De Hoop.

De heer De Hoop (PRO):

Dat de heer Heutink mag meedoen, komt alleen omdat we twee minuten spreektijd hebben, want anders loopt het wel heel erg uit vandaag!

De voorzitter:

Anderhalf zelfs in zijn geval!

De heer De Hoop (PRO):

Voorzitter, ik ga snel van start met de moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er grote tekorten zijn voor onderhoud van bestaande infra en aanleg van nieuwe infra;

overwegende dat de vraag naar goed openbaar vervoer de komende tijd verder toe zal nemen en hiervoor op cruciale knooppunten en stations meer capaciteit nodig is;

overwegende dat er soms met relatief kleine infrastructurele aanpassingen grote effecten voor treinreizigers kunnen worden behaald;

verzoekt de regering om bij de invulling van het afweegkader voor infrastructuur nadrukkelijk te kijken naar spoorprojecten waarbij met relatief kleine investeringen grote effecten kunnen worden bewerkstelligd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop, Boelsma-Hoekstra en Grinwis.

Zij krijgt nr. 543 (31305).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om een lijst van projecten op te stellen die bij toepassing van het afweegkader niet gedekt zouden kunnen worden, in kaart te brengen welke zwaarwegende nationale belangen hierdoor in het gedrang komen, deze bevindingen als interdepartementale afweging aan de ministerraad voor te leggen, en de Kamer over de uitkomst daarvan te informeren voor de definitieve vaststelling van de prioritering,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop en Grinwis.

Zij krijgt nr. 544 (31305).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om instrumenten zoals een planbatenheffing bij woningbouwontwikkeling deel uit te laten maken van een wettelijk instrumentarium voor waardedeling bij publieke investeringen in woningbouw en infrastructuur, en de Kamer hierover voor het notaoverleg MIRT eind 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Hoop.

Zij krijgt nr. 545 (31305).

De heer De Hoop (PRO):

Dan kom ik bij de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de middelen voor aanleg en onderhoud van onze infrastructuur zijn uitgeput, terwijl de kosten voor aanleg en onderhoud toenemen;

overwegende dat de financiering voor onderhoud van wegen niet is gekoppeld aan het gebruik van wegen en lusten en lasten steeds ongelijker zijn verdeeld;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe de lasten voor het gebruik van onze wegen eerlijk en evenredig kunnen worden gekoppeld aan het gebruik ervan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Hoop.

Zij krijgt nr. 546 (31305).

Dank aan de heer De Hoop. Even voor de administratie: bij de motie op stuk nr. 543 die u indiende, noemde u mevrouw Boelsma-Hoekstra, maar niet de heer Grinwis, met wie u de motie ook samen heeft ingediend. Bij dezen is dat ook onderdeel van de beraadslaging.

De heer De Hoop (PRO):

U heeft helemaal gelijk. Die is mede ingediend door Boelsma-Hoekstra en Grinwis. Dank.

De voorzitter:

Dat staat dan ook in de boeken. Dank u wel. De tweede spreker in het tweeminutendebat is de heer Prickaertz namens de PVV.

De heer Prickaertz (PVV):

Dank, voorzitter. Ik heb één motie en een vraag. Ik begin even met de motie. Ik denk dat de minister denkt: daar heb je 'm weer.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met de invoering van de vrachtwagenheffing transporteurs worden gedwongen te elektrificeren;

constaterende dat er momenteel geen ruimte op het stroomnet is om elektrificatie door te voeren;

overwegende dat dit desastreuze gevolgen heeft voor de transportsector;

overwegende dat dit zal leiden tot een enorme lastenverzwaring en ook faillissementen binnen de transportsector;

verzoekt de regering de invoering van de Wet vrachtwagenheffing uit te stellen tot er geen sprake meer is van netcongestie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.

Zij krijgt nr. 547 (31305).

De heer Prickaertz (PVV):

Dan heb ik een vraag aan de minister. Wij krijgen namelijk veel signalen van transportondernemers dat het niet lukt om op tijd een kastje te laten installeren in verband met de vrachtwagenheffing. Bedrijven die deze kastjes installeren, kampen met enorme wachttijden, waardoor het maanden kan duren voordat het kastje alsnog geleverd kan worden. Ik was even benieuwd of de minister kan toezeggen dat een bewijs van aanvraag in deze overbruggingsperiode voldoende is om geen boete te krijgen.

Ik heb nog een andere vraag. Als ik het goed heb begrepen, gaat de korting op 1 september in, maar de vrachtwagenheffing op 1 juli. Klopt dit?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee komen we bij de bijdrage van mevrouw Van der Plas namens de BBB. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat noodzakelijk onderhoud aan wegen, bruggen, spoor en vaarwegen wordt uitgesteld door geldgebrek;

overwegende dat deze infrastructuur ook onmisbaar is voor militaire mobiliteit en de weerbaarheid van Nederland;

overwegende dat binnen de NAVO-afspraken ruimte bestaat om te investeren in kritieke infrastructuur;

overwegende dat in september 2025 de motie-Wijen-Nass/Van Dijk is aangenomen, die oproept om te inventariseren hoe investeringen kunnen worden toegerekend aan de aanvullende 1,5% voor nationale weerbaarheid binnen de NAVO-systematiek en infrastructuurprojecten binnen Nederland;

verzoekt de regering bij de begroting voor 2027 een deel van de middelen voor bredere defensie- en veiligheidsuitgaven te bestemmen voor onderhoud en versterking van infrastructuur die aantoonbaar van belang is voor militaire mobiliteit,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 548 (31305).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Rijkswaterstaat wegens geldgebrek gepland onderhoud uitstelt en het kabinet werkt met een afwegingskader voor investeringen in infrastructuur;

overwegende dat verkeersintensiteit, reistijdverlies en het ontbreken van een nationaal belang niet altijd volledig laten zien hoe noodzakelijk een verbinding is voor inwoners, bedrijven en voorzieningen;

overwegende dat uitgesteld onderhoud kan leiden tot hogere kosten, storingen en beperkingen en in gebieden met weinig alternatieve verbindingen grote gevolgen heeft voor inwoners en bedrijven in de regio en op de Waddeneilanden;

verzoekt de regering regionale bereikbaarheid, de bereikbaarheid van de Waddeneilanden en het ontbreken van goede alternatieven als zelfstandige criteria mee te wegen in het afwegingskader, en verkeersintensiteit en reistijdverlies daarbij niet automatisch doorslaggevend te laten zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 549 (31305).

Dank u wel. Dan komen we bij de bijdrage van de heer Grinwis. Hij spreekt namens de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Laat de geest van Thorbecke, Lely en Johan van Veen weer vaardig worden over deze bewindspersonen en deze Kamer. Daarom dien ik de volgende twee moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gerichte investeringen in regionale knoop- c.q. knelpunten een groot effect kunnen hebben op regionale bereikbaarheid, leefbaarheid en economische ontwikkeling;

constaterende dat de Kamer middels moties (36800, nrs. 54 en 55) heeft verzocht regionale ontwikkeling mee te nemen in het afweegkader;

overwegende dat het voorgelegde afweegkader voor prioritering binnen het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds sterk gericht is op het nationaal belang;

verzoekt de regering om in het uiteindelijke afweegkader nadrukkelijk het regionale economische en ruimtelijke effect van investeringen in cruciale infrastructurele knoop- en knelpunten mee te wegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Stoffer, De Hoop en Boelsma-Hoekstra.

Zij krijgt nr. 550 (31305).

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gedurende de looptijd van het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds meer dan 80 miljard euro tekortkomt om alle actuele opgaven uit te kunnen voeren;

overwegende dat de afgelopen jaren door bezuinigingen op de prijsbijstellingstranches de tekorten op beide begrotingsfondsen voor miljarden zijn vergroot;

overwegende dat het kabinet voornemens is om aan de hand van een afweegkader scherp te gaan prioriteren, maar dat het daarbij natuurlijk wel van belang is dat het tekort niet nog groter wordt gemaakt door nieuwe bezuinigingen;

overwegende dat bij motie-Grinwis c.s. (36800-IX, nr. 34) door de Kamer is uitgesproken dat investeringsuitgaven in de rijksbegroting meer bescherming verdienen;

overwegende dat al zouden de prijsbijstellingstranches de afgelopen tien jaar volledig zijn toegekend, ze niet voldoende zouden zijn geweest om de daadwerkelijke prijsstijging in de grond-, weg-, en waterbouw volledig te compenseren;

verzoekt de regering gedurende de kabinetsperiode geen nieuwe inhoudingen op prijsbijstellingstranches voor het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds door te voeren, zodat de tekorten op de instandhoudings- en aanlegopgaven niet nodeloos nog groter worden en deze voor Nederland cruciale investeringsuitgaven daarmee worden beschermd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Stoffer.

Zij krijgt nr. 551 (31305).

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik geef het kabinet, met het oog op de beoordeling, en mijn collega's mee: deze motie bevat dus geen claim maar verzoekt — het is een uitspraak — om geen nieuwe bezuinigingen op te leggen in het domein van Infrastructuur en Waterstaat.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we in dit tweeminutendebat toegekomen aan de bijdrage van de heer Stoffer namens de SGP. Gaat uw gang.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Twee korte moties. De eerste luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering het belang van verkeersveiligheid mee te nemen en te verankeren in het afweegkader voor infra-investeringen, in het bijzonder wat betreft de prioritering binnen het MIRT,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Grinwis en Boelsma-Hoekstra.

Zij krijgt nr. 552 (31305).

De heer Stoffer (SGP):

Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de Algemene Rekenkamer voor het IenW-begrotingsdebat in het najaar te laten adviseren over alternatieve vormen van financiering van investeringen in instandhouding en aanleg van infrastructuur, via het Mobiliteitsfonds en in aanvulling op dit fonds, inclusief de betekenis hiervan voor de wijze waarop projecten gefinancierd worden, de MIRT-systematiek en de wetgeving,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Grinwis.

Zij krijgt nr. 553 (31305).

De heer Stoffer (SGP):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan komen we aan bij de bijdrage van mevrouw Boelsma-Hoekstra namens het CDA. Gaat uw gang.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):

Vorige week hebben we lang en goed gedebatteerd over de staat van de infrastructuur. Er zijn zorgen en er is ook meegedacht aan oplossingsrichtingen. Dat horen we ook vanavond weer in de moties. Ik heb zelf een vraag en een motie. De vraag is: wil de minister toezeggen dat vanuit het Rijk bij de afspraken over indexering bij infraprojecten altijd wordt nagekomen of de decentrale overheden ook hun deel van het project indexeren?

Dan de motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het afweegkader infrastructuur zich hoofdzakelijk richt op hoe het bestaande budget verdeeld zou moeten worden;

overwegende dat nog nauwelijks is uitgewerkt hoe we de koek aan middelen voor infrastructurele projecten gaan vergroten, hoe we alternatieve bronnen van financiering of investeringen in infrastructuur kunnen lostrekken;

overwegende dat belangrijke Nederlandse infrastructurele projecten van strategisch militair belang kunnen zijn en er dus kansen zijn op het gebied van dual use met defensie;

overwegende dat de Europese Investeringsbank zijn mogelijkheden tot het verstrekken van leningen, garanties en financiële constructies ter opschaling van militaire mobiliteit en kritieke infrastructuur, oftewel voor dual use, heeft verruimd;

verzoekt de regering een strategie op te stellen voor het lostrekken van investeringen bij de Europese Investeringsbank voor infrastructurele projecten in Nederland die van strategisch belang zijn in het kader van dual use met defensie, en deze strategie nog voor de bestuurlijke overleggen MIRT van het najaar 2026 met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Boelsma-Hoekstra, Van Leijen, Stoffer, Goudzwaard, De Hoop en Grinwis.

Zij krijgt nr. 554 (31305).

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):

Tot zover.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van de heer Bikkers namens de VVD.

De heer Bikkers (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Nederland mag niet stilvallen. Waar onderhoud nodig is, moeten we aan de slag. Economische groeigebieden moeten zich kunnen ontwikkelen, woningbouwlocaties moeten goed bereikbaar zijn en knelpunten die ons afremmen moeten worden opgelost. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat infrastructuuropgaven nauw samenhangen met woningbouw, de energietransitie en economische ontwikkeling;

constaterende dat met Defensie wordt verkend hoe cofinanciering kan bijdragen aan deze opgaven;

overwegende dat ook de ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Klimaat en Groene Groei, en Economische Zaken direct belang hebben bij goed functionerende infrastructuur;

verzoekt de regering om, naast Defensie, ook met de ministeries van VRO, KGG en EZ in overleg te treden over op welke wijze ieders belang rondom bereikbaarheid zo goed mogelijk gediend en op elkaar afgestemd kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bikkers.

Zij krijgt nr. 555 (31305).

Dank u wel. De heer Heutink heb ik dan op mijn lijst staan. Hij spreekt namens Groep Markuszower.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onduidelijk is wat precies het effect van het nieuwe afweegkader gaat zijn;

verzoekt de regering voor het einde van het zomerreces per MIRT-project inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn van het nieuwe afweegkader;

verzoekt de regering om geen onomkeerbare stappen te zetten totdat de Kamer zich heeft kunnen uitspreken over de effecten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.

Zij krijgt nr. 556 (31305).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ruim 70 jaar geleden politici investeerden in de Nederlandse infrastructuur omdat zij zagen dat het in het Nederlandse belang is om daar geld aan uit te geven;

constaterende dat veel politici de afgelopen decennia niet hebben durven investeren in infrastructuur omdat dat geen zetels oplevert;

spreekt uit dat investeren in infrastructuur sexy en randvoorwaardelijk is voor een sterke Nederlandse economie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.

Zij krijgt nr. 557 (31305).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er al jaren te weinig geld aan infrastructuur wordt uitgegeven;

constaterende dat er wel geld is, maar dat dat wordt uitgegeven aan andere dingen, zoals ontwikkelingshulp, klimaat, asiel en aan Brussel;

verzoekt de regering om de minister van Infrastructuur en Waterstaat bij Prinsjesdag niet opnieuw te strak in zijn pak te naaien en dus extra geld voor infrastructuur te regelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.

Zij krijgt nr. 558 (31305).

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. De laatste spreker in deze termijn is de heer Van Leijen. Ik heb het idee dat ik u tekort heb gedaan, omdat de volgorde andersom zou moeten zijn geweest. Excuses daarvoor. De heer Van Leijen. Hij spreekt namens D66. Aan u het woord.

De heer Van Leijen (D66):

Dank, voorzitter. Ik zal hier daardoor niet korter staan. Voor D66 zijn drie dingen van belang: objectieve keuzes maken op basis van een afwegingskader, investeren in het onderhoud en de bereikbaarheid van woningen en de koek groter maken. Over dat laatste heb ik twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de onderhoudsopgave voor de Nederlandse infra omvangrijk en urgent is;

overwegende dat de bereikbaarheid van nieuwe woningbouwlocaties gewaarborgd moet blijven;

constaterende dat de beschikbare publieke middelen voor infra onvoldoende zijn om de opgaven tijdig te realiseren;

overwegende dat naast prioritering ook de structurele versterking van de financieringsbasis van infrastructuur noodzakelijk is;

verzoekt de regering zich in te spannen om zo spoedig mogelijk uitgewerkte beleidsopties aan de Kamer voor te leggen die voorzien in aanvullende financiële middelen voor infrastructuur, inclusief een analyse van de mogelijke opbrengsten, de uitvoerbaarheid en de voor- en nadelen, en de Kamer hierover voor het einde van het jaar een stand van zaken te sturen;

verzoekt de regering daarbij in ieder geval de volgende opties te betrekken:

invoering van een vorm van het Oostenrijkse model;

uitbreiding van tolheffing en andere vormen van gebruiksfinanciering;

versterking van publiek-private samenwerkingen;

structurele participatie van Nederlandse pensioenfondsen in infrafinanciering;

koppelen van infravoorzieningen aan commerciële aanbestedingen;

bijdragen van baathouders, waaronder bedrijven, grondeigenaren en vastgoedeigenaren, in de bekostiging van infra,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Leijen.

Zij krijgt nr. 559 (31305).

De heer Van Leijen (D66):

Ik heb nog een motie. En ja, die is korter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de instandhoudingsopgave voor bruggen, sluizen, wegen en spoor de komende jaren fors oploopt en niet alleen op korte termijn om scherpe keuzes vraagt;

overwegende dat de prioritering van onderhoud, renovatie en vervanging nu vooral gebaseerd is op de technische staat en de leeftijd, terwijl ook de toekomstige mobiliteitsbehoefte relevant is;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe de toekomstige rol van bestaande infra kan worden meegenomen bij de instandhoudingsopgave, en de Kamer hierover te informeren in de aangekondigde brief van september,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Leijen.

Zij krijgt nr. 560 (31305).

De heer Van Leijen (D66):

Dank.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. Ik wil voorstellen om te schorsen tot echt strak 21.50 uur. Dan gaan we luisteren naar de beantwoording van het kabinet. Het debat is geschorst tot 21.50 uur.

De vergadering wordt van 21.42 uur tot 21.50 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de beraadslaging. Aan het woord is de minister van IenW voor de beantwoording van enkele vragen en de appreciatie van de moties.

Minister Karremans:

Dank u wel, voorzitter. De heer Grinwis had het over de heren Thorbecke, Lely en Van Veen, de mannen in wier geest wij moeten denken vanavond. Ik miste er trouwens nog wel een paar, namelijk Pieter Caland, Ronald Waterman en Daniël Koerhuis. Maar goed, die namen van mensen die het fundament van onze infrastructuur hebben gevormd, vul ik bij dezen maar even aan.

Ik kom als eerste bij de vragen die gesteld zijn, onder anderen door de heer Prickaertz, over of ik kan toezeggen dat een bewijs van aanvraag van een tolkastje voldoende is, gegeven de problematiek rond de tolkastjes. Dat is bij een specifieke aanbieder inderdaad het geval. Dan is het voldoende. Je krijgt dan geen boete en dan wordt er niet op gehandhaafd. Dat is dus inderdaad zo geregeld.

De heer Prickaertz (PVV):

Ik heb een vervolgvraag. Geldt dat maar voor één leverancier en, zo ja, waarom voor die ene leverancier? Ik begrijp namelijk uit signalen dat er meerdere leveranciers leveringsproblemen hebben.

Minister Karremans:

Ik begreep dat het vooral gaat om één leverancier, maar laat ik het breder zeggen: als er buiten de schuld van de aanvrager om nog geen tolkastje is geleverd, volgt er geen boete. Dat moet dan wel aantoonbaar zijn.

Dan ben ik bij de planning van de vrachtwagenheffing en de korting. De vrachtwagenheffing gaat inderdaad per 1 juli in en de korting per 1 september. Dat kon niet anders vanwege uitvoeringsproblemen. Dat had daarmee te maken. Die gaat zo snel mogelijk in, dus dan heb je nog die drie of vier maanden aan het einde van het jaar waarin er dus een korting geldt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik heb één aanvullende vraag. Door die vrachtwagenheffing zijn er honderden N-wegen in Nederland, alles wat geen snelweg is, waar geen heffing op is. Ik zou de minister eigenlijk willen vragen of wij een overzicht kunnen krijgen van de verwachte overlast door sluipverkeer op al die wegen. Het moet bij het ministerie bekend zijn om welke wegen dat allemaal gaat. Dat zijn er echt heel veel. Ik heb de lijst zelf ook, dus als die bij het ministerie niet bekend is, kunnen ze die van mij krijgen. Ik zou graag deze zomer een brief willen hebben van het kabinet over de gevolgen hiervan voor het sluipverkeer en in hoeverre daar met provincies en gemeenten gesprekken over zijn geweest.

Minister Karremans:

Ik snap de vraag van mevrouw Van der Plas heel goed. Wat we kunnen doen, is dat we aan het eind van de zomer een evaluatie sturen over de eerste paar weken na de invoering. Dan nemen we de Kamer daar even in mee.

De voorzitter:

Oké, die zit in de tas.

Minister Karremans:

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 544, van de heer De Hoop, over hoe we het proces moeten vormgeven. Om dit even goed neer te zetten: dit is volgens mij het proces dat we voor ons zien. Eerst maken we een overzicht van wat wel en niet gedekt kan worden en daarbij een duiding van de consequenties. Natuurlijk loopt besluitvorming over de Kamerbrief, die na de zomer naar de Kamer komt, via de ministerraad. Die zal daar ook besproken worden. Vervolgens hebben we de mogelijkheid om dat in de Kamer te bespreken. Ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat we daar én een commissiedebat én vervolgens een plenair debat, bijvoorbeeld een tweeminutendebat, over hebben. Daarna vindt definitieve vaststelling pas plaats in het BO MIRT, dat in september plaatsvindt. De financiële vertaling wordt gedaan in de Voorjaarsnota van '27. Volgens mij is dat precies waar de heer De Hoop naar op zoek was. Als dat inderdaad het geval is en we elkaar goed verstaan, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 544 heeft oordeel Kamer.

Minister Karremans:

Over de motie op stuk nr. 545 moet ik even precies zijn. De heer De Hoop verzoekt de regering om instrumenten zoals een planbatenheffing bij de woningbouwontwikkelingen onderdeel uit te laten maken van een wettelijk instrumentarium. Daar zeg ik even twee dingen op. Het gaat niet zozeer om woningbouwontwikkeling, maar om infraontwikkelingen. Woningbouw zit immers bij VRO. Infraontwikkelingen kunnen woningbouw mogelijk maken, maar zijn natuurlijk breder dan dat. De motie vraagt om het uit te laten maken, maar ik heb nou juist gezegd dat we het eerst allemaal goed onderzoeken. Ik wil niet op de conclusies van het onderzoek vooruitlopen. Daarom zeg ik ook dat we het willen onderzoeken. Als ik van die twee elementen in de motie kan maken dat het gaat om infraontwikkelingen, om die te onderzoeken en om dat vervolgens richting de Kamer te sturen, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven. Daarna kunnen we met mekaar het debat hebben over hoe we de alternatieve financiering gaan invullen.

De voorzitter:

Dat is nogal een behoorlijke wijziging. Ik kijk naar meneer De Hoop. Hij gaat de motie op deze wijze wijzigen. Daarmee krijgt de motie oordeel Kamer. Ja?

De heer De Hoop (PRO):

Ik zie in dat het, gezien het verzoek van de minister, misschien goed is dat we even overleggen hoe ik de motie iets kan wijzigen, omdat het echt over het dictum gaat. Maar met de interpretatie kan ik leven.

De voorzitter:

Ja, maar het is geen interpretatie. De motie moet gewijzigd worden. Oké, prima. Dan de motie op stuk nr. 546.

Minister Karremans:

De motie op stuk nr. 546 kan ik oordeel Kamer geven. Ik zeg er wel bij dat het doel van het onderzoek naar alternatieve bekostiging is om het financiële fundament onder de infrastructuur te verstevigen, maar dat het doel niet inkomensherverdeling is. We kijken echt naar wat er kan. Betalen naar gebruik, tol, hebben we in Nederland al op een aantal wegen. Dat nemen we ook nadrukkelijk mee in het onderzoek. Dus met die uitleg kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 546: oordeel Kamer.

Minister Karremans:

Dan de motie op stuk nr. 547, van de heer Prickaertz. Hij verzoekt om de vrachtwagenheffing uit te stellen totdat de netcongestie is opgelost. De vrachtwagenheffing gaat in over twee uur en vier minuten, dus ik vind dit een rijkelijk laat verzoek. Dat gaat niet meer lukken. Ik sta er inhoudelijk ook niet achter; dat weet de heer Prickaertz. Deze motie ga ik dus ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 547: ontraden.

Minister Karremans:

De motie op stuk nr. 550 is van de heer Grinwis. Hij verzoekt de regering om in het afweegkader nadrukkelijk het regionale economische en ruimtelijke effect van investeringen in cruciale infrastructurele knoop- en knelpunten mee te wegen. Ja. Oordeel Kamer. Dat gaan we ook netjes transparant maken in de uiteindelijke afweging.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 550: oordeel Kamer.

Minister Karremans:

Dan de motie op stuk nr. 551, van de heren Grinwis en Stoffer. Deze verzoekt de regering gedurende de kabinetsperiode geen nieuwe inhoudingen op prijsbijstellingstranches voor het Mobiliteitsfonds en Deltafonds door te voeren, zodat de tekorten op de instandhoudings- en aanlegopgaven niet nodeloos nog groter worden en deze voor Nederland cruciale investeringsuitgaven daarmee worden beschermd. Ik heb al eerder gezegd dat ik die motie moet ontraden omdat ik niet vooruit kan lopen op financiële besluitvorming. Ik kan wel richting de heren Grinwis en Stoffer toezeggen dat wij daarvoor gaan vechten als leeuwen. De inspanningsverplichting krijgt u van deze twee bewindspersonen, maar op de uitkomst kan ik geen garanties geven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 551: ontraden.

Minister Karremans:

De motie op stuk nr. 552, van de heer Stoffer, verzoekt de regering het belang van verkeersveiligheid mee te nemen en te verankeren in het afweegkader voor infra-investeringen, in het bijzonder wat betreft de prioritering binnen het MIRT. Die kan ik oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 552: oordeel Kamer.

Minister Karremans:

De motie op stuk nr. 553 verzoekt de Algemene Rekenkamer te betrekken in het najaar en die te laten adviseren over alternatieve vormen van financiering. We hebben het hier in het commissiedebat ook al over gehad. We zijn nu druk bezig zelf een onderzoek te doen. Ik denk dat het langer gaat duren om de Algemene Rekenkamer daarbij te betrekken. Maar gezien het verzoek van de heer Stoffer vraag ik hem de motie aan te houden. Anders moet ik 'm ontraden. Ik probeer ook een beetje te zoeken hoe ik hem tegemoet kan komen. Ik wil dus wel een gesprek voeren met de president van de Algemene Rekenkamer vóór het Kamerdebat dat we met elkaar hebben. Ik weet dat hij heel erg op dit onderwerp zit en ik heb er al eerder met hem over gesproken. Ik wil ook kijken hoe we ze verder in het proces kunnen betrekken. Maar het onderzoek is nu al gaande. We zijn het al gestart. Dat tempo wil ik er graag in blijven houden,

De voorzitter:

De vraag is of de heer Stoffer bereid is om de motie aan te houden.

De heer Stoffer (SGP):

Als de minister dat nog vóór het begrotingsdebat zou willen terugkoppelen naar de Kamer, dan trek ik de motie gewoon in.

Minister Karremans:

Ja, dat is goed.

De voorzitter:

Nou, dat is prettig.

Aangezien de motie-Stoffer/Grinwis (31305, nr. 553) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

De minister informeert de Kamer over zijn overleg.

Minister Karremans:

Dan ben ik bij de heer Heutink, die wat sfeer in het debat bracht, waarvoor dank. Hij verzoekt ons voor het einde van het zomerreces per MIRT-project inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn voor het nieuwe afweegkader. Wij wilden dat in september doen. Het moet namelijk ook via de ministerraad. Maar als we 'm zo mogen interpreteren, dan is het na de zomer. Dan komt het snel in september richting de Kamer.

De voorzitter:

Meneer Heutink knikt.

Minister Karremans:

Dan krijgt de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 556: oordeel Kamer.

Minister Karremans:

Ja, dat was de motie op stuk nr. 556.

De motie op stuk nr. 557 mag ik natuurlijk eigenlijk niet appreciëren, omdat het een spreekt-uitmotie is, maar die motie gaat erover dat onderhoud weer sexy gemaakt moet worden ...

De voorzitter:

Geen oordeel!

Minister Karremans:

Geen oordeel! Maar u weet wat ik ervan vind: goed idee.

Dan de motie op stuk nr. 558. Die is een beetje in lijn met de motie die al eerder is ingediend door de heren Stoffer en Grinwis over meer geld naar infra. Die moet ik ontraden, omdat ik daar niet op vooruit kan lopen. We moeten het ook nu doen met het geld dat we hebben, zeker op korte termijn. Daarom moeten we die prioritering doen. Maar we zijn juist bezig met de koek groter maken. We zijn alternatieve financieringen aan het onderzoeken. We delen natuurlijk wel de mening dat er uiteindelijk meer geld naartoe moet.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 558: ontraden.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Ik neem aan dat de minister wel het steuntje in de rug van ons als Kamer kan gebruiken.

Minister Karremans:

Uiteraard. Niet alleen van de Kamer, kan ik zeggen!

De voorzitter:

Meneer Grinwis, ik sta alleen interrupties toe op eigen moties.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ja, dat doe ik bij dezen. Ik hoor de minister nu zeggen: net als bij de motie van meneer Grinwis en Stoffer moet ik 'm ontraden. Maar wacht even: hier wordt een claim gelegd. In de motie die collega Stoffer en ik hebben ingediend, de motie op stuk nr. 551, wordt geen claim gelegd. Er wordt alleen opgeroepen om niet nog meer te bezuinigen. De minister zegt: ik kan er niet op vooruitlopen. Maar hij ontraadt 'm, terwijl hij 'm eigenlijk het liefst oordeel Kamer zou geven. Waarom zegt hij niet gewoon: ontijdig; let op onze daden?

Minister Karremans:

Ja, dat kan ook.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ja, maar dat is wel fundamenteel.

Minister Karremans:

Als de heer Grinwis er prijs op stelt dat we 'm ontijdig geven, dan vind ik dat ook prima. Dan komt ie bij Prinsjesdag terug.

De voorzitter:

Dan hebben we het nu over een gewijzigde appreciatie op de motie op stuk nr. 551. De motie op stuk nr. 551: ontijdig.

Minister Karremans:

Ja. Maar de inspanning blijft, hoor.

De voorzitter:

En bij welke motie waren we net?

Minister Karremans:

Die bleef hetzelfde: de motie op stuk nr. 558.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 558: ontraden.

Minister Karremans:

De motie op stuk nr. 559, van de heer Van Leijen, heeft een heel lang dictum, dus dat zal ik niet herhalen. Maar hij kan oordeel Kamer krijgen. We gaan dit goed uitzoeken. Het kost tijd. Ik heb ook gezegd dat de Kamer voor het einde van het jaar sowieso een stand van zaken zal krijgen. Dan laten we de Kamer weten waar we staan.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 559: oordeel Kamer.

Minister Karremans:

De motie op stuk nr. 560: ook oordeel Kamer. Die gaat erom dat de toekomstige rol van bestaande infrastructuur wordt meegewogen in de instandhoudingsopgave. Dat doen we. Nou, dat was 'm voor mij.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 560: ook oordeel Kamer. Mevrouw Boelsma-Hoekstra, we gaan nog naar de staatssecretaris luisteren.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):

Ik denk dat de vraag voor de minister is. Hij gaat over de indexering.

Minister Karremans:

Ik denk hem te weten. Ik ga heel even appen. Ik kom er zo op terug.

De voorzitter:

Goed. De staatssecretaris.

Staatssecretaris Bertram:

Voorzitter, dank u wel. Als het om grote namen gaat, maar dat is de voorzitter vast met me eens, dat we niet alleen mannennamen moeten hebben, maar ook vrouwennamen. We moeten een beetje van die eenzijdigheid af, maar daar gaan we voor zorgen.

De motie op stuk nr. 543, van de heer De Hoop, over spoorprojecten met relatief kleine investeringen: oordeel Kamer. Daarbij blijven we uiteraard wel de systematiek van het afweegkader volgen zoals dat in de brief staat.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 543: oordeel Kamer.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 548, van mevrouw Van der Plas, is wat ons betreft ontijdig, omdat ik gezegd heb in het debat dat wij zo snel mogelijk met Defensie in gesprek gaan. Dat zijn we ook. Ik heb ook volgende week weer gesprekken. Dan wil ik dit daarbij betrekken. Daarbij is het natuurlijk wel helder dat die 1,5% niet extra geld is, maar dat zal ongetwijfeld duidelijk zijn.

De motie op stuk nr. 549 ...

De voorzitter:

Pardon, staatssecretaris. De motie op stuk nr. 548 is ontijdig. Ik kijk even naar mevrouw Van der Plas. Wenst zij 'm aan te houden of laat ze 'm in stemming brengen? Ja, de motie komt wel in stemming.

Staatssecretaris, bij het oordeel "ontijdig" is vaak de vraag of de motie aangehouden kan worden. Als dat niet het geval is, apprecieert u de motie als ontraden, neem ik aan.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 549, van mevrouw Van der Plas, over regionale bereikbaarheid, kan ik oordeel Kamer geven. Dit staat ook in het afweegkader; zo nemen we 'm ook mee.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 549: oordeel Kamer.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 554, van mevrouw Boelsma-Hoekstra, geven we ook oordeel Kamer. We gaan op zoek naar alternatieve bekostigingsmogelijkheden en we zijn al in gesprek met de Europese Investeringsbank, dus wij beschouwen dit als een aanmoediging.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 554: oordeel Kamer.

Staatssecretaris Bertram:

Tot slot heb ik hier de motie op stuk nr. 555, van de heer Bikkers. Die vraagt de minister en mij om met de departementen in overleg te treden. Het zal hem niet verbazen dat we dat al doen en dat we dat blijven doen, dus: oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 555: oordeel Kamer.

Dank u wel voor de appreciatie. Ik kijk even naar de minister voor het beantwoorden van de nog openstaande vraag. Als dat niet nu gaat, kan dat wellicht op een ander moment.

Minister Karremans:

Ik doe hem even schriftelijk af, want ik krijg het nog niet scherp. Ik stuur het morgen even schriftelijk op.

De voorzitter:

Akkoord. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van het tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We stemmen donderdag in de middag over de moties. Ik dank in ieder geval de staatssecretaris. We gaan direct door met het volgende tweeminutendebat, over Schiphol.

Schiphol

Schiphol

Aan de orde is het tweeminutendebat Schiphol (CD d.d. 19/05 en 26/05).

De voorzitter:

Aan de orde is het tweeminutendebat Schiphol. De eerste spreker is het lid Kostić. Ik nodig haar uit om haar bijdrage te doen.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Voorzitter. Zeker zestien jaar lang mocht Schiphol illegale schade toebrengen aan de natuur, het klimaat en de gezondheid van mensen, met hulp van het Rijk. De rechter zei: het Rijk heeft daarmee de mensenrechten van omwonenden jarenlang geschonden. Vandaag zou met het Luchthavenverkeersbesluit het moment zijn om daar verandering in te brengen, maar het is gewoon een stuk geworden dat jarenlang illegaal gedrag van Schiphol legaliseert. Geen enkele omwonendenorganisatie is hier blij mee, en dan kiest de minister er ook nog voor om nu juridisch te regelen dat Schiphol op termijn verder kan groeien, midden in een klimaat- en stikstofcrisis. Het is schaamteloos.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het luchthavenverkeerbesluit (LVB) 2026 een van de grootste wijzigingen in het luchtvaartbeleid is sinds decennia en het daarom belangrijk is om het proces rondom het LVB zorgvuldig af te handelen;

verzoekt de regering door te gaan met het LVB-proces door de Raad van State om spoedadvies te vragen en de Kamer over het advies van de Raad van State tijdig te informeren, zodat de Kamer op 29 of 30 september hierover met de regering in debat gaat voordat het LVB definitief wordt vastgesteld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Kröger.

Zij krijgt nr. 602 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het ontwerp-LVB een "groeiverdiensystematiek" bevat, waarmee de capaciteit op termijn weer kan toenemen naar 500.000 vliegbewegingen;

constaterende dat het op voorhand juridisch vastleggen van een groeiperspectief op basis van papieren modellen risicovol is zolang niet onomstotelijk vaststaat dat de internationale klimaatdoelen, de mensenrechten en de gezondheid van omwonenden en de wettelijke stikstofnormen worden gerespecteerd;

verzoekt de regering de doorgroeimogelijkheid naar 500.000 vliegbewegingen niet in het definitieve LVB op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Kröger.

Zij krijgt nr. 603 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Commissie mer concludeert dat onvoldoende is aangetoond dat het ontwerp-LVB omwonenden, natuur en milieu beter beschermt, en adviseert aanvullende maatregelen achter de hand te houden;

constaterende dat uit RIVM-onderzoek van 30 juni blijkt dat de geluidsoverlast groter is dan gedacht;

verzoekt de regering een pakket aanvullende maatregelen uit te werken zodat die later eventueel in het LVB verwerkt kunnen worden, en hierover de Kamer zo snel mogelijk dit jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.

Zij krijgt nr. 604 (29665).

Dank u wel. De tweede spreker is mevrouw Kröger. Ik nodig haar uit voor haar bijdrage namens PRO.

Mevrouw Kröger (PRO):

Voorzitter. Ik sta hier met grote, grote zorgen. We hebben van deze minister een Luchthavenverkeersbesluit gekregen dat eigenlijk met name jarenlange illegale groei legaliseert. De juridische houdbaarheid is bijzonder wankel, zoals ook het echt affakkelen van de onderbouwing door de Commissie mer liet zien. Ik heb grote zorgen en drie moties die dat adresseren.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bij het opstellen van de MER voor het LVB 2026 het RIVM-onderzoek naar de blootstelling-effectrelatie nog niet gereed was en daarom is teruggegrepen op een onderzoek uit 2002;

overwegende dat de Commissie voor de milieueffectrapportage heeft geadviseerd om de meest recente blootstelling-effectrelatie te gebruiken, welke vandaag is gepubliceerd;

overwegende dat het onderzoek naar de BR-relatie constateert dat de hinder door nachtvluchten groter is dan verwacht;

verzoekt de regering om bij de herziening van de MER de meest actuele RIVM-data te gebruiken om zo een goed beeld van de te verwachten effecten en aantallen (ernstig) gehinderden te krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.

Zij krijgt nr. 605 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat nachtelijk vliegtuiglawaai onevenredig veel hinder en gezondheidsschade veroorzaakt, maar slechts een zeer gering aandeel in de operatie van Schiphol vertegenwoordigt;

overwegende dat de Commissie voor de milieueffectrapportage adviseerde om een nachtsluiting als volwaardig scenario uit te werken en op effecten te vergelijken met het voorkeursscenario van de minister;

overwegende dat onderzoek naar de effecten van een nachtsluiting ook voorwerk zijn voor een mogelijke volgende nieuwe Balanced Approachprocedure;

verzoekt de regering om een nachtsluiting als volwaardig scenario uit te werken en op effecten te vergelijken met het voorkeursscenario van de minister,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.

Zij krijgt nr. 606 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een robuust en juridisch houdbaar Luchthavenverkeerbesluit gebaat is bij een goede onderbouwing in de milieueffectrapportage;

constaterende dat de Commissie mer uitermate kritisch was op de voorgelegde MER en het unieke advies heeft gezien om het onderzoek te herzien, in plaats van slechts aan te passen;

verzoekt de regering om na aanpassing van de milieueffectrapportage deze ter advisering voor te leggen aan de Commissie mer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.

Zij krijgt nr. 607 (29665).

Mevrouw Kröger (PRO):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer El Abassi. Hij spreekt namens DENK.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter, dank.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland al een van de hoogste nationale vliegbelastingen van Europa kent en dat er daarnaast een Europese heffing in voorbereiding is;

overwegende dat een stapeling van belastingen kan leiden tot hogere ticketprijzen en uitwijkgedrag naar buitenlandse luchthavens;

verzoekt de regering de gevolgen van de cumulatie van nationale en Europese vliegbelastingen voor de betaalbaarheid van vliegen, de concurrentiepositie van Schiphol en het uitwijkgedrag van reizigers in kaart te brengen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 608 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat steeds meer Nederlandse reizigers uitwijken naar luchthavens net over de grens;

overwegende dat hierdoor đe uitstoot zich kan verplaatsen in plaats van verminderen;

verzoekt de regering bij toekomstige fiscale maatregelen voor de luchtvaart expliciet het risico op uitwijkgedrag en het milieueffect daarvan mee te wegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 609 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat grote verschillen in vliegbelastingen tussen Europese lidstaten leiden tot oneerlijke concurrentie en uitwijkgedrag;

verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor een meer gelijk speelveld bij de belasting op vliegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 610 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat stijgende belastingen en hogere brandstofkosten vliegreizen duurder maken;

overwegende dat betaalbare vliegreizen voor veel Nederlanders van belang zijn, onder meer voor familiebezoek, werk en vakantie;

verzoekt de regering bij nieuw luchtvaartbeleid de effecten op de betaalbaarheid voor huishoudens expliciet inzichtelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 611 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat circa 40% tot 45% van de Schipholreizigers transferpassagier is;

constaterende dat transferpassagiers geen vliegtaks betalen;

overwegende dat Nederlandse reizigers door hogere kosten en belastingdruk steeds vaker uitwijken naar buitenlandse luchthavens;

verzoekt de regering om bij beleid over vliegtaks, vliegbewegingen en de hubfunctie het aandeel transferpassagiers mee te wegen en het ongelijke speelveld te verkleinen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 612 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onder Schipholbeveiligers zorgen bestaan over werkdruk, personeelstekorten en de gevolgen van aanbestedingen;

overwegende dat sommige Europese luchthavens de beveiliging in eigen beheer uitvoeren;

verzoekt de regering samen met Schiphol te onderzoeken of het in eigen dienst nemen van beveiligers kan bijdragen aan betere arbeidsomstandigheden, meer continuïteit en een hogere kwaliteit van de beveiliging,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 613 (29665).

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter, ik zie dat ik over mijn tijd heen ben, dus ik stop. Dank u wel.

De voorzitter:

U had ook nogal wat in te dienen! We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Van Eijk namens de VVD.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Dank je wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is per 1 november 2026 een gewijzigd Luchthavenverkeerbesluit voor Schiphol in werking te laten treden;

constaterende dat uit de uitvoeringstoets van Luchtverkeersleiding Nederland blijkt dat de voorgestelde systematiek van grenswaarden in de uitvoering kan leiden tot extra baancombinatiewisselingen en meer vliegbewegingen boven dichtbevolkte gebieden;

overwegende dat het uitgangspunt van het gewijzigde Luchthavenverkeerbesluit is om de geluidhinder voor omwonenden terug te dringen;

overwegende dat grenswaarden in de praktijk niet mogen leiden tot een toename van de hinder voor omwonenden;

verzoekt de regering bij de herziening van het MER te onderbouwen dat de toepassing van grenswaarden niet leidt tot een toename van vliegbewegingen boven dichtbevolkte gebieden, en de Kamer vóór de definitieve vaststelling van het Luchthavenverkeerbesluit over de uitkomsten hiervan te informeren;

verzoekt de regering na inwerkingtreding van het Luchthavenverkeerbesluit de werking van de grenswaarden in de praktijk te monitoren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijk en Peter de Groot.

Zij krijgt nr. 614 (29665).

De voorzitter:

Dank u wel. Dan meneer Heutink. Hij spreekt namens de Groep Markuszower.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. Ik heb geen moties meegenomen. Ik zie een minister die het belang ziet van Schiphol als economische motor van Nederland, die wil dat we uiteindelijk met Schiphol ook weer gaan groeien. Ik denk ook dat dat randvoorwaardelijk is voor een sterke en een goede economie. Ik hoop dat de minister daar vooral aan vasthoudt en zich niet laat afleiden door alle onderbuikgevoelens, alle angst, alle paniek van al die partijen die schreeuwen vanuit de onderbuik, overigens volledig onterecht. Ik hoop dat de minister gewoon koers houdt en ervoor zorgt dat we binnen no time weer naar 500.000 vluchten gaan.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Van der Plas, aan u het woord.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Twee korte moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat nieuwe, stillere vliegtuigen nog niet altijd goed zijn verwerkt in de modellen waarop het luchtvaartbeleid is gebaseerd;

overwegende dat investeringen in stillere vliegtuigen eerlijk moeten meetellen;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat actuele, betrouwbare gegevens over nieuwe vliegtuigtypen zo snel mogelijk worden verwerkt in de modellen voor geluid rond Schiphol, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 615 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat werknemers op Schiphol te maken hebben met hoge werkdruk, personeelstekorten en zorgen over de veiligheid;

overwegende dat sociale eisen alleen werken als zij duidelijk zijn en worden gecontroleerd;

verzoekt de regering met Schiphol afspraken te maken over duidelijke en afdwingbare eisen aan werkdruk, personeelsbezetting, opleiding en veiligheid bij aanbestedingen voor grondafhandeling, beveiliging en passagiersassistentie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 616 (29665).

Dank u wel. De heer Graus nodig ik uit voor zijn bijdrage aan dit tweeminutendebat. Hij spreekt namens de PVV.

De heer Graus (PVV):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering per omgaande te zorgen voor een juridisch robuust én uitvoerbaar Luchthavenverkeerbesluit (LVB),

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.

Zij krijgt nr. 617 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering zorg te dragen voor een gelijk speelveld binnen de luchtvaart op zowel mondiaal als Europees niveau,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.

Zij krijgt nr. 618 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering te voorkomen dat regelgeving en uitvoering leiden tot structurele concurrentienadelen voor Nederlandse luchthavens en luchtvaartmaatschappijen ten opzichte van onze buurlanden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.

Zij krijgt nr. 619 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering tot spoedige wettelijke verankering van minimaal 500.000 vliegbewegingen gezien Schiphol en KLM van nationaal belang zijn op zowel financieel-economisch als sociaal-maatschappelijk vlak,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.

Zij krijgt nr. 620 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering een einde te maken aan ellenlange kostbare, juridische procedures, onze luchtvaartsector en het bedrijfsleven te behoeden voor verdere financieel-economische schade, door geluidsreductie te verkiezen boven krimp en nachtsluiting,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.

Zij krijgt nr. 621 (29665).

Dank u wel. U heeft op uw inbreng nog een vraag van de heer Kröger.

Mevrouw Kröger (PRO):

Mevrouw Kröger!

De voorzitter:

Sorry, mevrouw Kröger! Het is de heer Graus en mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (PRO):

Het is bijna reces, zeg ik tegen de voorzitter. Bijna, bijna! Ik heb een vraag aan — nee, ik ga het goed zeggen! — de héér Graus. Die eerste motie gaat over een robuust LVB dat standhoudt bij de rechter; ik parafraseer het even. Dat willen wij absoluut ook. Ik vraag me even af of de heer Graus daarmee het LVB bedoelt dat deze minister aan de Kamer heeft voorgelegd en dat dat het is? Of bedoelt hij dat er iets nieuws, iets goeds, moet komen? Als het het eerste is, dan kan ik niet anders dan tegen die motie stemmen.

De heer Graus (PVV):

Ik denk dat ik wat dit betreft dichter bij de minister zit. Dus u hoeft 'm niet te steunen.

Een gezegende avond, allemaal. O, ik moet dadelijk nog één keer terugkomen.

De voorzitter:

Zeker, maar we gaan eerst luisteren naar de bijdrage van mevrouw Zwinkels in dit debat. Zij spreekt namens het CDA. Gaat uw gang.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de eerdere toezegging in het commissiedebat. Ik heb nog één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de grenswaarden van de handhavingspunten een belangrijke knop zijn om aan te draaien in dit Luchthavenverkeerbesluit, maar er onduidelijkheid bestaat bij omwonenden over de inhoud en ligging van de handhavingspunten;

overwegende dat de Commissie mer in haar advies aandacht vraagt voor de ruime marges die zijn aangehouden voor de grenswaarden van de handhavingspunten, met name gelet op de onderbouwing en de navolgbaarheid;

verzoekt de regering om recht te doen aan de bescherming die wij omwonenden met dit LVB willen bieden door in het LVB inzichtelijk te maken dat de grenswaarden van de handhavingspunten puur bedoeld zijn voor reguliere variaties in de operatie en geen onbedoelde extra ruimte bieden voor geluidshinder of meer vliegbewegingen;

verzoekt de regering om duidelijk te zijn in de communicatie rondom de begrenzende werking van de handhavingspunten, zodat omwonenden goed weten waar ze aan toe zijn, en hier gemeenten en provincies bij te betrekken;

verzoekt de regering om de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren en daarbij ook in te gaan op hoe de resultaten worden betrokken bij de handhavingsaanpak van de ILT, die in dit LVB uitgaat van de "zich ontwikkelende geluidbelasting",

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Zwinkels en Köse.

Zij krijgt nr. 622 (29665).

Dank u wel. Daarmee komen we ook bij de heer Köse van D66.

De heer Köse (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik begin gelijk, want ik heb vier moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de afhankelijkheid van fossiele kerosine de verduurzaming en leveringszekerheid van de luchtvaart belemmert, terwijl e-kerosine aan beide kan bijdragen;

overwegende dat de EU vanaf 2030 een bijmengverplichting voor e-kerosine heeft vastgesteld, terwijl de Europese productie achterblijft;

verzoekt de regering om te onderzoeken welke maatregelen zij kan treffen om de productie van en vraag naar e-kerosine in Nederland in de komende twaalf maanden op gang te brengen, en daarbij expliciet te verkennen hoe samenwerking met Defensie hieraan kan bijdragen, en hierover verslag te doen voor het CD Verduurzaming luchtvaart,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Köse, Zwinkels en Peter de Groot.

Zij krijgt nr. 623 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er is afgesproken dat er een nieuwe Balanced Approachprocedure komt waarin wordt vastgelegd dat Schiphol in 2030 tussen 23.00 uur en 7.00 uur 50% stiller wordt ten opzichte van 2024, en dat daarin een nachtsluiting tussen 00.00 uur en 5.00 uur wordt meegenomen;

constaterende dat een dergelijke procedure meerdere jaren in beslag neemt;

verzoekt de regering zo spoedig mogelijk te starten met een nieuwe Balanced Approachprocedure gericht op de doelstelling van 50% verstilling in de nacht in 2030, met daarin de nachtsluiting tussen 00.00 uur en 5.00 uur als te onderzoeken maatregel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Köse.

Zij krijgt nr. 624 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er gesprekken lopen over een dekkend netwerk van meetpunten met de provincies Zuid- en Noord-Holland;

overwegende dat meten en handhaven twee verschillende dingen zijn en dat de huidige handhavingspunten geen volledig beeld geven van de werkelijke geluidsbeleving van omwonenden;

verzoekt de regering in samenwerking met provincies en gemeenten een plan te ontwikkelen voor een netwerk van meetpunten rondom Schiphol, de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren en daarbij ook in te gaan op de resultaten van dit meetnetwerk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Köse en Kostić.

Zij krijgt nr. 625 (29665).

De heer Köse (D66):

Ten slotte.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Luchtvaartnota 2020-2050 als staand beleid CO2-plafonds voor de luchtvaart bevat voor de periode tot en met 2050;

overwegende dat klimaatdoelen voor de luchtvaart niet stoppen in 2030 en dat ook voor 2040 en 2050 concrete en geborgde doelen nodig zijn om de luchtvaart in lijn te brengen met de klimaatopgave en juridisch afdwingbaar te maken;

verzoekt de regering naast het uitwerken van borgingsinstrumenten voor het doel voor 2030 ook toe te werken naar concrete mijlpalen na 2030, rekening houdend met ontwikkelingen op Europees en mondiaal niveau,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Köse en Kostić.

Zij krijgt nr. 626 (29665).

Dank u wel. U heeft een vraag van mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (PRO):

Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 623. Wij zijn een groot voorstander van een nachtsluiting van Schiphol. Vandaag liet onderzoek weer zien dat Schiphol echt de grootste bron is van hinder en daarmee ook van gezondheidsschade. Mijn vraag is eigenlijk de volgende. D66 roept op om snel de Balanced Approach te starten. Zou de snelste manier niet gewoon zijn: er in de MER, die nu al gemaakt is, ervoor zorgen dat nachtsluiting goed meegenomen wordt? Dan is dat werk al gedaan en hou je de vaart erin.

De heer Köse (D66):

De Commissie mer adviseert ook om dit te doen. Tijdens het debat heb ik dit ook benoemd. Ik vind dat ook belangrijk. Ik benoemde daarbij ook dat er een impactanalyse is. Ik weet niet of het in de lijst van toezeggingen staat, maar in het debat is wel gezegd dat die meegenomen gaat worden in de MER.

De voorzitter:

Ik wil eigenlijk niet het debat heropenen. Hier wil ik het bij laten.

Mevrouw Kröger (PRO):

Voorzitter, volgens mij is het best normaal om in een tweeminutendebat een vraag en een vervolgvraag te kunnen stellen.

De voorzitter:

Ja, normaal is … Nou ja, "normaal", het is allemaal normaal. We hebben in de laatste week het recesregime. We hebben heel veel tweeminutendebatten en we hebben nog een wet. Ik probeer het dus inhoudelijk en een beetje kort te houden. Als u zeer hecht aan nog een vraag … Ik zie mevrouw Kostić ook staan. We gaan nu niet het debat heropenen. Dat is wat ik wil zeggen. Dat doen we niet in deze laatste week, waarin wij zo veel tweeminutendebatten hebben. Een korte vraag, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (PRO):

Dan is de vraag de volgende. De heer Köse verwijst naar een impactassessment. Mijn simpele vraag is: vindt de heer Köse dat het advies van de Commissie mer moet worden opgevolgd om de nachtsluiting mee te nemen in de MER?

De heer Köse (D66):

Zoals ik ook in het debat heb aangegeven, heb ik daarop aangedrongen bij de minister. Het zou mooi zijn als dat meegenomen wordt. Dat zou ik zeer op prijs stellen.

Kamerlid Kostić (PvdD):

We weten dat geen enkele omwonendenorganisatie hier blij mee is, terwijl dit stuk juist bedoeld was om de balans te herstellen. Er zit nu een groeiverdiensystematiek in die ervoor zorgt dat Schiphol straks misschien kan groeien. Is D66 het met ons eens dat dit stuk zo echt niet door de beugel kan, dat in ieder geval recht moet worden gedaan aan burgers en dat dan op zijn minst die groeiverdiensystematiek eruit moet?

De heer Köse (D66):

In onze bijdrage heb ik aangegeven dat ik totaal geen fan ben van dat groeiverdienmodel. Uiteindelijk is er een toezegging gedaan door de minister dat dit besluit niet in deze kabinetsperiode genomen gaat worden. Het is maar de vraag of we daar komen, maar als dat besluit dreigt te worden genomen, dan is er nog een strenge voorhang. Dat is ook allemaal toegezegd aan mevrouw Zwinkels van het CDA. Dan zullen wij als Kamer daar nog over gaan. Dat geeft mij wel voldoende comfort.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Het wordt nu juridisch vastgezet in het LVB. Dat er een voorhang komt — voor de mensen thuis — betekent eigenlijk dat de Kamer bijna machteloos is. We kunnen alleen moties indienen. We kunnen niets wijzigen of amenderen. We zien nu ook met dit LVB hoe machteloos we eigenlijk staan. De minister dendert gewoon door en zegt de hele tijd tegen de Kamer: nee, sorry, wij hebben onze eigen deadlines, jullie moeten je daaraan houden en jullie kunnen eigenlijk niks wijzigen.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dan is het toch gewoon voor de bühne dat D66 zegt "we kunnen straks nog iets regelen" et cetera? Nú is het moment. Nú wordt het juridisch vastgezet. Is D66 op zijn minst bereid om met ons te strijden om dat stuk eruit te halen, om op zijn minst daarmee recht te doen aan de burgers?

De heer Köse (D66):

Het zou voor de bühne zijn als ik nu hier zou verkondigen dat ik het eruit wil, dat we met een motie komen en dat er geen meerderheid komt. Dat zou voor de bühne zijn. Dan kan ik daar lekker op profileren. Maar ik wil iets bereiken. Dit is helaas … Als er een meerderheid was, dan had ik het heel graag gedaan met u. Maar uiteindelijk is er een meerderheid voor deze toezegging en zal het dus naar de Kamer komen. Wanneer het naar de Kamer komt, in die strenge voorhang die toegezegd is, dan denk ik graag met u mee om dat tegen te houden. U weet dat ik daar, net als u, geen fan van ben. Dan trek ik dus heel graag met u op. Dit is wel het meest pragmatische wat ik voor me zag.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Köse. We gaan naar meneer Goudzwaard luisteren. Hij spreekt namens JA21.

De heer Goudzwaard (JA21):

Voorzitter, dank u wel. Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ACNL een nieuwe werkwijze voor het toewijzen van de slots op Schiphol gaat hanteren;

overwegende dat de ruimte op Schiphol schaars is, en de wijze van slotverdeling grote invloed heeft op vrachtvluchten;

overwegende dat vrachtvluchten een belangrijke schakel zijn in de tijdige toelevering van essentiële goederen;

verzoekt de regering om de nieuwe werkwijze ten behoeve van slotverdeling te monitoren en daarbij de effecten op vrachtvluchten mee te nemen;

verzoekt de Kamer te informeren over de resultaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.

Zij krijgt nr. 627 (29665).

De heer Goudzwaard (JA21):

Dan de laatste, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de aangenomen motie-Boutkan vraagt om omwonenden die werkzaam zijn in de luchtvaartsector niet uit te sluiten van deelname aan de Maatschappelijke Raad Schiphol;

constaterende dat de motie tot dusver nog niet is uitgevoerd;

constaterende dat Kamer de wetswijziging voor het wettelijk verankeren van de Maatschappelijke Raad Schiphol nog moet behandelen;

overwegende dat het wenselijk is dat de Maatschappelijke Raad Schiphol de juiste samenstelling heeft voordat de kamer haar wettelijke verankering behandelt;

verzoekt de regering omwonenden werkzaam in de luchtvaartsector alsnog toe te laten tot de bewonersvertegenwoordiging van de Maatschappelijke Raad Schiphol;

verzoekt de regering het wetsvoorstel in verband met de wettelijke verankering van de Maatschappelijke Raad Schiphol aan te houden tot deze toegang geregeld is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.

Zij krijgt nr. 628 (29665).

De heer Goudzwaard (JA21):

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Voordat we schorsen, heb ik een administratieve mededeling: de motie-Köse op stuk nr. 626 is mede ingediend door het lid Kostić. Dat vergat u erbij te zeggen, maar nu is het alsnog opgenomen in de Handelingen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de Kamer. Ik schors voor tien minuten. Om 22.40 uur gaan we luisteren naar de reactie van de minister. Het debat is geschorst tot 22.40 uur.

De vergadering wordt van 22.28 uur tot 22.38 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen dit debat. We gaan luisteren naar de reactie van de minister op de ingediende moties bij het tweeminutendebat Schiphol en naar het antwoord op een enkele vraag. Minister, het woord is aan u.

Minister Karremans:

Dank, voorzitter. Ik begin gelijk met de appreciatie van de moties.

Allereerst de motie op stuk nr. 602, van het lid Kostić, over hoe we nu verder moeten met het proces. Het is inderdaad van belang om het verdere proces voor vaststelling van het LVB spoedig te doorlopen om de juridische basis van Schiphol op orde te krijgen en om de rechtsbescherming voor omwonenden te waarborgen. Daarom moet er op korte termijn een spoedadvies worden gevraagd aan de Raad van State. Dat deel van de motie kan ik oordeel Kamer geven. Dat betreft de motie op stuk nr. 602.

De voorzitter:

Oké. Maar minister, u geeft een motie oordeel Kamer. Als u een deel van de motie oordeel Kamer geeft, dan vind ik dat ingewikkeld.

Minister Karremans:

De Kamer gaat zelf over haar eigen agenda. Het is inderdaad belangrijk dat we het debat op die datum voeren. Daar ben ik het zeer mee eens, maar ik bepaal die datum natuurlijk niet. Om alle verwarring te voorkomen, geef ik de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

Dank u wel. De motie op stuk nr. 602 krijgt oordeel Kamer.

Minister Karremans:

De motie op stuk nr. 603 ga ik ontraden; dat zal het lid Kostić niet verbazen. Dat doe ik onder verwijzing naar het debat.

De motie op stuk nr. 604 ga ik ook ontraden, want voor elke vorm van beperkende maatregelen moet de Europees verplichte Balanced Approachprocedure worden gevolgd. Dat woord is al heel vaak langsgekomen in de debatten die we met elkaar hebben gevoerd. Dit volgt ook uit de uitspraak van de Hoge Raad. De uitkomsten van de al doorlopen Balanced Approachprocedure zijn vastgelegd in dit LVB door middel van het totaalvolume aan geluid, de grenswaarden in de handhavingspunten en het maximumaantal vliegtuigbewegingen. Indien de grenswaarden worden overschreden, zal de Inspectie Leefomgeving en Transport handhaven. Ook gedurende het gebruiksjaar worden door de ILT hiervoor al mogelijkheden gecreëerd. Dat maakt dat ik de motie moet ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 604 is ontraden. Het lid Kostić heeft daarover een vraag.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ten eerste geldt de Balanced Approach alleen als je het puur baseert op het geluid en niet als het gaat om andere milieudoelen et cetera. De Commissie mer zegt dat onvoldoende is aangetoond dat het ontwerp-LVB de omwonenden, de natuur en het milieu beter beschermt. Ze adviseert om aanvullende maatregelen achter de hand te houden. Wij vragen om de route van de Commissie mer op te volgen. De minister kan toch niet zeggen dat die onuitvoerbaar is? De Commissie mer weet toch wel wat uitvoerbaar is?

Minister Karremans:

Ik denk dat dit door mevrouw Zwinkels heel goed is verwoord in het commissiedebat. Je ziet hier echt ook bepaalde systematieken met elkaar in botsing komen. Dat is ook echt het geval. Daardoor is het ook zo'n ingewikkeld juridisch moeras geworden. Je moet voor elke vorm van capaciteitsbeperking de Balanced Approachprocedure doorlopen. Dat is ook door de Hoge Raad bepaald. Dat betekent dat elke vorm van capaciteitsbeperking langs die Europese regeling moet. De heer Köse zei het ook al even: dat kost zeker drie jaar. Dus dat kunnen we nu niet meer doen. Dat is al gebeurd, die afwegingen zijn gemaakt. Dan blijf ik ook bij mijn oordeel: ontraden.

De voorzitter:

Daar laten we het bij. We zijn bij de motie op stuk nr. 605.

Minister Karremans:

De motie op stuk nr. 605 is van mevrouw Kröger. In alle oprechtheid moet ik zeggen dat zij haar verzoek al heeft aangestipt in het commissiedebat dat we met elkaar gehad hadden: "om de meest actuele RIVM-data te gebruiken" — die zijn vandaag naar buiten gekomen — "om een zo goed mogelijk beeld van de te verwachten effecten en aantallen ernstig gehinderden te krijgen". Dat vind ik ook belangrijk. Ik heb toen ook gezegd dat er zo goed mogelijk inzicht wordt gegeven in de aantallen gehinderden conform de nieuwste inzichten; zie ook de brief die ik daarover naar de Kamer heb gestuurd vandaag. Daarom wordt in de herziene MER inzicht gegeven in de aantallen ernstig gehinderden en slaapverstoorden, gebruikmakend van de nieuwe blootstelling-responsrelatie. Ook daarbij wordt aangetoond dat het met de nieuwe blootstelling-responsrelaties past binnen de gelijkwaardigheidscriteria. Dus ik kan de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 605: oordeel Kamer.

Minister Karremans:

De motie op stuk nr. 606 verzoekt de regering om een nachtsluiting als volwaardig scenario uit te werken en de effecten te vergelijken met het voorkeursscenario van de minister. Er is reeds in 2023 een impactanalyse naar de verschillende vormen van nachtsluiting gedaan. Deze is ook met de Kamer gedeeld. In de impactanalyse is gekeken naar zowel de impact op de sector alsook de impact op de gezondheid van omwonenden. Dus een nieuw onderzoek zo snel na het vorige onderzoek voegt in mijn optiek niks toe en zorgt ook voor verdere vertraging van het LVB, want het kost natuurlijk enige tijd — als je dat al zou willen doen. Dit terwijl spoedige vaststelling juist nu van groot belang is. In de herziene MER zal ook verwezen worden naar de resultaten van dit onderzoek. De resultaten worden verder meegenomen in de Balanced Approachprocedure, die zal worden gestart om de ambitie uit het coalitieakkoord — een verstilling van 50% in de nacht in 2030 ten opzichte van 2024 — te realiseren.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 606 is dus ontraden. Mevrouw Kröger, u krijgt het woord.

Mevrouw Kröger (PRO):

De motie vraagt niet om een nieuw onderzoek te doen naar de nachtsluiting. Er is vandaag een onderzoek gepresenteerd door het RIVM dat laat zien wat de effecten zijn van nachtvluchten op slaapverstoring en gezondheid. De motie vraagt om een nachtsluiting als scenario mee te nemen in de MER. Dat is echt iets totaal anders. Dat is ook precies wat de Commissie mer deze minister heeft geadviseerd.

Minister Karremans:

Daarvan zeg ik: die impactanalyse is gedaan en die nemen we dus ook op. Tenminste, daar verwijzen we naar; die maken we onderdeel van de MER. Dat is ook onderdeel geweest van onze reactienota.

De voorzitter:

Dus dat blijft: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 607.

Minister Karremans:

Die vraagt de herziene MER opnieuw voor te leggen aan de Commissie mer. Daar hebben we het in het commissiedebat ook al over gehad. De adviezen van de commissie zijn ontzettend duidelijk en worden zo goed mogelijk verwerkt in de herziening van de MER. Zoals ik ook hebben aangegeven tijdens het commissiedebat is het niet gebruikelijk om nogmaals naar de commissie te gaan voor advies. Ik zie daar ook geen aanleiding toe en het zou wel de nodige tijd kosten. Dat past niet in de planning om 1 november te halen. Want het blijft belangrijk om snel de rechtsbescherming van omwonenden te herstellen én de juridische duidelijkheid rond Schiphol te creëren. Die motie is dus ook ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 607: ontraden.

Minister Karremans:

De motie op stuk nr. 608 van de heer El Abassi vraagt om de gevolgen van alle luchtvaartlasten voor de concurrentiepositie en het uitwijkgedrag in beeld te brengen. Die motie moet ik ook ontraden, want bij alle beleidsmaatregelen worden de lasten al in beeld gebracht. Ook is meermaals onderzoek gedaan door het KiM naar bijvoorbeeld de uitwijkers. We blijven periodiek die onderzoeken uitvoeren en de Kamer daarover informeren. Daarover heb ik ook een aantal toezeggingen gedaan tijdens het commissiedebat.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 608 is ontraden.

Minister Karremans:

De motie op stuk nr. 609 is overbodig, want we zullen altijd toekomstige fiscale maatregelen en het risico daarvan op uitwijkgedrag en milieueffecten blijven meenemen. Die motie is dus overbodig.

De motie op stuk nr. 610 verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor een meer gelijk speelveld voor belasting op vliegen. Dat staat ook in het coalitieakkoord, dus die kan ik oordeel Kamer geven.

De motie op stuk nr. 611 verzoekt de regering om bij nieuw luchtvaartbeleid de effecten op de betaalbaarheid voor huishoudens expliciet inzichtelijk te maken. Die moet ik ontraden. Ik vind het ontzettend lastig om dat voor huishoudens zo expliciet te maken. Natuurlijk worden ticketprijzen bepaald door de airlines. Het Rijk kan daar op voorhand geen inzicht in geven.

Dan de motie op stuk nr. 612. Die moet ik ook ontraden. Die gaat over de vliegtaks voor transferpassagiers. Die zijn juist essentieel voor onze netwerkkwaliteit. Zij maken veel meer directe verbindingen mogelijk. Je redt het namelijk gewoon niet met het aantal mensen dat in Nederland woont om dergelijke verbindingen met de rest van de wereld tot stand te brengen. Daarom zijn die transferpassagiers overal in Europa uitgezonderd van de vliegbelasting, en dat houden we ook zo, ook in het kader van een gelijk speelveld.

De voorzitter:

Daarmee is de motie op stuk nr. 612 ontraden.

Minister Karremans:

Ontraden, ja.

In de motie op stuk nr. 613 staat de vraag om te onderzoeken of het in eigen dienst nemen van beveiligers kan bijdragen aan beter arbeidsomstandigheden, meer continuïteit en hogere kwaliteit van beveiliging. Als ik deze motie zo mag uitleggen dat ik in gesprek ga met Schiphol om naar afwegingen te vragen, geef ik 'm oordeel Kamer. Schiphol maakt daar natuurlijk gewoon zijn eigen afwegingen in. Als daar behoefte aan is, kan ik daarover ook terugkoppelen aan de Kamer. De heer El Abassi zit nu niet in de zaal, maar met die appreciatie wil ik de motie wel oordeel Kamer geven en …

De voorzitter:

Nee, dat is ingewikkeld.

Minister Karremans:

... anders is het ontraden. Dat moeten we dan even op een andere manier doen.

De voorzitter:

Maar we kunnen niet checken of de heer El Abassi akkoord gaat met deze uitleg, dus dan is ie ontraden.

Minister Karremans:

Mevrouw Van Eijk verzoekt de regering bij de herziening van de MER te onderbouwen dat de toepassing van grenswaarden niet leidt tot een toename van vliegbewegingen boven dichtbevolkte gebieden en de Kamer voor de definitieve vaststelling van het Luchthavenverkeersbesluit over de uitkomsten hiervan te informeren. De motie op stuk nr. 614 verzoekt de regering ook na inwerkingtreding van het LVB de werking van de grenswaarden in de praktijk te monitoren. Die kan ik oordeel Kamer geven, want het is belangrijk dat de grenswaarden de operatie van 478.000 vliegtuigbewegingen mogelijk maken en tegelijkertijd voldoende bescherming bieden aan de omgeving. Dit wordt nader onderbouwd bij de herziening van de MER. De Kamer wordt hierover ook geïnformeerd.

Dan de motie op stuk nr. 615, van Mevrouw Van der Plas, over het vliegtuigtype meenemen. Dat is inderdaad heel belangrijk om te doen, dus die kan ik oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 615: oordeel Kamer.

Minister Karremans:

Ja.

Dan heb ik de motie op stuk nr. 616, ook van mevrouw Van der Plas. Die kan ik ook oordeel Kamer geven, als ik de motie als volgt mag interpreteren. De luchthaven als bedrijf is zelf verantwoordelijk voor de eisen aan en de uitvoering van aanbestedingen en Schiphol heeft vandaag bekendgemaakt dat na de nieuwe aanbesteding van de bagageafhandeling de voorlopige gunning is gegeven aan drie partijen. Ik wil 'm graag oordeel Kamer geven, maar Schiphol is dus een eigenstandige organisatie. Als ik 'm dus zo mag lezen dat ik het gesprek met Schiphol aanga over of zij bij toekomstige aanbestedingen de door mevrouw Van der Plas genoemde eisen willen opnemen, kan ik 'm oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Ja, mevrouw Van der Plas knikt. Met die uitleg krijgt ie oordeel Kamer.

Minister Karremans:

De heer Graus verzoekt de regering per ommegaande te zorgen voor een juridisch robuust en uitvoerbaar Luchthavenverkeersbesluit. Dat zijn we zeer eens met de heer Graus. Het is van groot belang om op korte termijn een gewijzigd LVB vast te stellen om de juridische positie van de sectorpartijen te verbeteren en de rechtsbescherming van omwonenden te borgen. Daarom ligt nu een robuust en goed Luchthavenverkeersbesluit voor. Met die uitleg kan ik de motie oordeel Kamer geven.

Dan de motie op stuk nr. 618, inzake het gelijke speelveld. Deze verzoekt de regering zorg te dragen voor een gelijk speelveld binnen de luchtvaart op zowel mondiaal als Europees niveau. Het kabinet herkent dat de lasten voor luchtvaart zijn gestegen en houdt hier ook scherp oog voor. Daarom zet het kabinet zich onder andere in voor geharmoniseerde regelgeving op EU-niveau. Nederland zet zich bijvoorbeeld in om de Europese vliegbelastingen te harmoniseren, wat ook in het coalitieakkoord staat. Daarnaast openen we Lelystad Airport. Op allerlei fronten wordt daaraan gewerkt en geven we subsidies voor duurzame luchtvaartbrandstoffen. Met die verdere uitleg kan ik deze motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 618: oordeel Kamer.

Minister Karremans:

De motie op stuk nr. 619, van de heer Graus, verzoekt de regering te voorkomen dat regelgeving en uitvoering leiden tot structurele concurrentienadelen voor Nederlandse luchthavens en luchtvaartmaatschappijen ten opzichte van onze buurlanden. Nogmaals, het kabinet herkent dat de lasten voor de luchtvaart zijn gestegen en houdt hier scherp oog voor. We zetten ons op allerlei manieren daarvoor in. Deze motie kan ik oordeel Kamer geven.

Dan de motie op stuk nr. 620, die de regering verzoekt tot spoedige wettelijke verankering van minimaal 500.000 vliegbewegingen gezien Schiphol en KLM van nationaal belang zijn op zowel financieel-economisch als sociaal-maatschappelijk vlak. Minimaal 500.000 gaat niet gebeuren. We zitten nu echt op de cap van 478.000. Slechts onder hele strenge voorwaarden is het theoretisch mogelijk om naar 500.000 te gaan. Dat moet ook nog eens met een voorhang richting de Kamer. Daarnaast zal dit niet in deze kabinetsperiode zijn. In die zin is de motie overbodig, omdat we dit voor een deel hebben verwerkt in het LVB.

De voorzitter:

Maar dat maakt het oordeel over deze motie "overbodig"?

Minister Karremans:

Ja, overbodig.

De motie op stuk nr. 621 verzoekt de regering een einde te maken aan ellenlange, kostbare juridische procedures en onze luchtvaartsector en het bedrijfsleven te behoeden voor verdere financieel-economische schade door geluidsreductie te verkiezen boven krimp en nachtsluiting. Het kabinet heeft natuurlijk geen invloed op eventuele juridische procedures die worden aangespannen. Alleen al om die reden moet ik de motie helaas ontraden. We zetten al in op geluid. Dat weet de heer Graus natuurlijk ook.

De motie op stuk nr. 622, van mevrouw Zwinkels, gaat in feite over de handhavingspunten. Deze kan ik oordeel Kamer geven. Het is belangrijk dat de operatie van Schiphol begrensd wordt op basis van het maatregelenpakket van de Balanced Approach en dat tegelijkertijd deze operatie ook mogelijk is. Dit betekent geen onnodige marges of te krappe grenswaarden en betekent een goede monitoring en handhaving door de ILT. Ook vind ik het belangrijk dat dit voor iedereen inzichtelijk is. Ik kan deze motie oordeel Kamer geven.

De motie op stuk nr. 623, van de heer Köse, gaat over de productie van e-kerosine. Zeer belangrijk, zou ik zeggen, zeker ook in het kader van wat we gezien hebben in de Straat van Hormuz en als het gaat om onafhankelijker worden van energie uit landen waarvan je niet afhankelijk wil zijn. Het kabinet stimuleert de productie van eSAF in Nederland, onder andere met een subsidieregeling die in het najaar wordt opengesteld. Die gaat nog komen. Ik ben bereid om te onderzoeken welke maatregelen we aanvullend kunnen nemen en te verkennen hoe de samenwerking met Defensie hieraan kan bijdragen. Ik zou zeggen: goede motie, oordeel Kamer.

Dan over de 50% verstilling in de nacht en het zo spoedig mogelijk starten van de Balanced Approachprocedure. Deze motie kan ik ook oordeel Kamer geven. De Kamer zal na de zomer een beleidsbrief van mij ontvangen, waarin zij wordt geïnformeerd over de invulling van deze afspraken uit het coalitieakkoord. Daarmee kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

We waren bij de motie op stuk nr. 624.

Minister Karremans:

Dat was de motie op stuk nr. 624.

De motie op stuk nr. 625, van de heer Köse, krijgt ook oordeel Kamer. Die gaat over het netwerk van meetpunten. Berekeningen zijn de basis voor het vaststellen van de grenswaarden en de handhaving hiervan. De Kamer is eerder geïnformeerd dat metingen worden gebruikt om berekeningen en modellen te valideren. Metingen kunnen ook worden ingezet voor informatievoorziening richting omwonenden. Ik zie de motie dus ook vanuit dat licht. Daarom kan het goed worden betrokken bij de opvolging van een van mijn eerdere toezeggingen aan het lid De Groot voor een uitwerking van de wijze waarop het proces van het meten van vliegtuiggeluid zal worden vormgegeven.

De motie op stuk nr. 626, ook van de heer Köse, kan ik ook oordeel Kamer geven. In het coalitieakkoord is afgesproken dat de totale CO2-uitstoot van de burgerluchtvaart op Schiphol en Lelystad Airport in 2030 lager moet zijn dan de uitstoot op Schiphol in 2024. De komende maanden wordt nader uitgewerkt op welke wijze deze afspraak kan worden geborgd. Uw Kamer zal hierover rond de zomer worden geïnformeerd via een beleidsbrief luchtvaart. Voor het einde van het jaar wordt een concreet voorstel voor de borging van deze afspraak uitgewerkt. In dat concrete voorstel, dat dus voor het einde van dit jaar komt, kan ik ook een doorkijk geven op de uitwerking van mijlpalen voor de periode na 2030. Daarbij hou ik uiteraard rekening met de ontwikkelingen op Europees en mondiaal niveau.

De motie op stuk nr. 627 van de heer Goudzwaard, over de nieuwe werkwijze van slots, kan ik ook oordeel Kamer geven.

Tot slot. De motie op stuk nr. 628 van de heer Goudzwaard verzoekt de regering om het wetsvoorstel in verband met de wettelijke verankering van de Maatschappelijke Raad Schiphol aan te houden tot toegang is geregeld. Die toegang zit erin. Daarover is een nota van wijziging naar de Kamer gestuurd. Naar aanleiding van de motie-Boutkan is die bepaling toegevoegd aan het wetsvoorstel over de MRS. Deze bepaling zorgt voor een samenstelling van de MRS waardoor alle belangen van omwonenden, dus ook van werknemers in de luchtvaartsector, zo veel mogelijk recht wordt gedaan. Daarmee is de motie dus overbodig. Het wetsvoorstel ligt momenteel in de Kamer. Het is inderdaad verstandig om het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk te behandelen. Het is dus aan de Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 628: overbodig.

Minister Karremans:

Ja. Dat was 'm.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik schors een heel kort moment, want we gaan nog door met een wetsbehandeling. Dit debat is voor een minuutje geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Wijziging van de Luchtvaartwet BES ter invoering grondslag openbare dienstverplichting

Wijziging van de Luchtvaartwet BES ter invoering grondslag openbare dienstverplichting

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Wijziging van de Luchtvaartwet BES ter invoering grondslag openbare dienstverplichting (36862).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Ik vraag de leden plaats te nemen. Het is goed om te zien dat er zo'n vol vak is, want we gaan om 23.00 uur nog even iets bijzonders doen met elkaar. Van harte welkom aan de minister. Hij was hier al. We bespreken vandaag de Wijziging van de Luchtvaartwet BES ter invoering grondslag openbare dienstverplichting.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Er zijn zeven sprekers. De eerste spreker van dit debat is mevrouw Zwinkels van het CDA. Dit is tevens haar maidenspeech, vandaar het volle vak. Ik nodig haar van harte uit. Het is gebruik om dan niet te interrumperen. We gaan naar u luisteren, mevrouw Zwinkels. Heel veel plezier en succes.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Ik realiseer me dat het 23.00 uur is, dus ik ga toch proberen om het een beetje kort te houden.

Voorzitter. Het Tweede Kamerlidmaatschap is een hele eer. Het brengt ook een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Wat ben ik dankbaar dat ik hier mag staan voor de toekomst van ons land. Ik ben opgegroeid in het Westland. Het ondernemerschap was altijd dichtbij. In Rotterdam stropen ze dan misschien wel de mouwen op; in het Westland is dat niet nodig, want daar hebben ze vaak korte mouwen. Men staat altijd klaar om elkaar te helpen, want veel handen maken licht werk. Initiatief nemen en samen de schouders eronder zetten: in het Westland wordt hard gewerkt. Maar er is ook tijd voor een geintje en gezelligheid, een gevoel van thuis en gemeenschap. Dat gevoel ervaar ik ook in Utrecht, waar ik me jarenlang als fractievoorzitter heb ingezet voor de stad.

Anderen behandelen zoals je zelf ook behandeld wilt worden, je talenten inzetten en jezelf niet van de wijs laten brengen: zo ben ik opgevoed door mijn twee geweldige ouders, die allebei altijd hard hebben gewerkt, die altijd goed voor ons hebben gezorgd en op wie ik zo trots op ben.

Topsport is ook heel vormend geweest voor wie ik ben. Jezelf opstellen als een teamspeler. Niet langs de zijlijn schreeuwen, maar het spel opbouwen in het veld. Aanvallen én verdedigen. Zelf scoren, maar ook ruimte creëren voor de ander. Hoogtepunten beleven, maar ook terugknokken na een tegenslag. Presteren onder druk, vol energie. Strijdbaar en spel: het lijkt de politiek wel.

Dan kom ik bij het onderwerp van vanavond: de luchtvaart. Laat ik daar nu thuis een expert voor hebben zitten: mijn lieve man. Hij werkt namelijk in de elektrische luchtvaart. Ik heb zelfs een keertje met hem meegevlogen in een elektrisch vliegtuig. Ja, ik heb het met mijn eigen ogen gezien: het is echt schoner en stiller. Dat is het perfecte bruggetje naar de inhoud van vanavond. Vanuit onze bredere visie op de politiek wil ik twee punten duidelijk maken: we moeten doen wat nodig is en we zullen toekomstgericht moeten investeren.

Allereerst doen wat nodig is. Nederland heeft behoefte aan praktische oplossingen die eerlijk en transparant zijn. We staan als CDA-fractie positief tegenover dit wetsvoorstel. Het creëert een wettelijke basis om een openbaredienstverplichting in te stellen voor luchtverbindingen van en tussen de BES-eilanden. Daarmee kan de minister eisen stellen aan bijvoorbeeld de frequentie van vluchten, de maximale ticketprijzen en de continuïteit van verbindingen. Juist voor inwoners van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, die voor zorg, onderwijs, werk en familiebezoek sterk afhankelijk zijn van luchtvervoer, is een betrouwbare en betaalbare verbinding van groot belang. Voor de eilanden is vliegen als een soort openbaar vervoer. De markt alleen kan deze verbindingen onvoldoende garanderen. Daarom begrijpen we de keuze voor een openbaredienstverplichting, zodat we ervoor kunnen zorgen dat die garantie er wel is. Dit past bij ons uitgangspunt van gespreide verantwoordelijkheid en publieke gerechtigheid. Als Kamerlid zal ik me altijd uitspreken voor die waarden, want het is belangrijk dat we recht doen aan mensen.

Ten tweede toekomstgericht investeren. Tegelijkertijd is dit namelijk ook een moment om vooruit te kijken. Als we dan toch een nieuw systeem inrichten, laten we dan ook nadenken over de vraag hoe we het toekomstbestendig kunnen maken. Recent bracht ik een werkbezoek aan Schiphol en zag ik hoe snel het gaat met de ontwikkelingen op het gebied van elektrisch vliegen. Voor de grote internationale luchtvaart zal elektrisch vliegen voorlopig nog geen alternatief zijn, maar voor de korte afstanden biedt deze technologie juist wel perspectief. Dat geldt niet alleen voor passagiersvervoer, maar ook vooral voor de luchtvracht. Denk daarbij aan tijdkritieke zendingen zoals medicijnen, laboratoriummaterialen of zelfs orgaanvervoer.

Interessant was ook het gesprek dat ik tijdens het werkbezoek had met iemand uit Bonaire. Daarin werd benadrukt dat juist de BES-eilanden goede kansen bieden om ervaring op te doen met elektrisch vliegen. De afstanden tussen de eilanden zijn relatief beperkt en de maatschappelijke meerwaarde kan groot zijn: sneller medisch transport, lagere operationele kosten op termijn en minder uitstoot kunnen hier samenkomen; dan heb je letterlijk een overheid die levert. Ook past het bij ons uitgangspunt van rentmeesterschap.

Natuurlijk realiseer ik mij dat deze technologie nog volop in ontwikkeling is. Niet alles kan morgen, maar juist daarom is het belangrijk om nu al de ruimte te creëren om ervaring op te doen. We hebben met elkaar beleid te maken voor de lange termijn. Als de overheid via een openbaredienstverplichting toch eisen gaat stellen aan luchtverbindingen en mogelijk ook gaat aanbesteden, is dit het moment om innovatie een plek te geven. Daarom heb ik vandaag een amendement hierover ingediend.

Ik heb nog een paar vragen aan de minister. Is de minister bereid om bij de verdere uitwerking van de openbaredienstverplichtingen en eventuele aanbestedingen nadrukkelijk oog te hebben voor de mogelijkheden van elektrisch vliegen? Dat hoeft niet door nu al harde verplichtingen op te leggen, maar wel door ruimte te bieden aan innovatieve en duurzame oplossingen, zodra deze operationeel beschikbaar zijn. Daarnaast vraag ik de minister of hij bereid is om samen met de openbare lichamen van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius én met marktpartijen in gesprek te gaan over de mogelijkheden voor pilots met elektrisch vliegen. Juist de BES-eilanden zouden een interessante proeftuin kunnen zijn om ervaring op te doen met bijvoorbeeld medische logistiek of andere vitale verbindingen. Tot slot hoor ik graag of de minister bereid is om de Kamer te informeren over de uitkomsten van die gesprekken en over de kansen die hij ziet om innovatie en bereikbaarheid met elkaar te verbinden.

Voorzitter. Dit wetsvoorstel gaat terecht over het borgen van bereikbaarheid, maar laten we er ook voor zorgen dat we juist de verbindingen van morgen niet uit het oog verliezen. Juist op de BES-eilanden liggen namelijk kansen om bereikbaarheid, duurzaamheid en innovatie samen te brengen. Ik hoop dat de minister die wil benutten.

Voorzitter, ik rond af. Als CDA willen wij politiek bedrijven die ons land weer verder helpt, die dienstbaar is aan onze inwoners en die oplossingen in de samenleving ondersteunt. Daarbij doen we ook een beroep op mensen zelf, want je leeft niet voor jezelf. Je bent niet alleen op de wereld; je kunt iets betekenen voor elkaar. Dat politieke werk zal niet altijd makkelijk zijn. We zullen fouten maken en nog veel uitdagingen meemaken. De kritiek op politici is soms genadeloos. Natuurlijk is het belangrijk om verantwoording af te leggen, maar laten we ook wat vaker wat vergeeflijker naar elkaar zijn. Laten we daarnaast niet vergeten: het werk mag ook leuk zijn. Daar hoop ik aan bij te dragen. Ik kijk uit naar de samenwerking in de Kamer en met het kabinet in de komende jaren.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Nou, dank!

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Prachtig, en van een beetje Westland erbij worden we allemaal beter. Ik nodig u uit om hiervoor te gaan staan. Ik feliciteer u natuurlijk van harte met uw mooie maidenspeech en wens u heel veel succes en plezier, want dat is er ook hier in de Kamer. Ik nodig u uit om hiervoor te gaan staan. Ik schors voor een moment, zodat uw collega's de felicitaties aan u over kunnen brengen. Het debat is geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen dit debat. Mooi dat we toch weer een memorabele maidenspeech hadden. Die vergeet je nooit meer, en al helemaal niet op dit tijdstip in de laatste week voor het zomerreces. Echt prachtig!

Dat allemaal gezegd hebbende, gaan we luisteren naar de bijdrage van de heer Ceder namens de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst natuurlijk mevrouw Zwinkels feliciteren met haar prachtige maidenspeech en haar veel succes wensen als collega-Kamerlid.

Voorzitter. Dan naar de inhoud. Mensen kunnen naar hun werk. Dat kan met de auto of met de trein. Mensen pakken de fiets naar hun studie, naar de winkel of naar familie. Het is voor veel mensen in Nederland de dagelijkse gang van zaken, maar niet voor iedereen. In Caribisch Nederland zijn mensen vaak afhankelijk van het vliegtuig voor een ziekenhuisbezoek, studie of werk. Dat is niet omdat vliegen sneller is, maar vanuit noodzaak. Dat is een enorm verschil in levenswijze. Juist omdat het vliegtuig onontkoombaar wordt gebruikt, moeten verbindingen dus beschikbaar en betaalbaar zijn.

Voorzitter. Dit wetsvoorstel maakt het wettelijk mogelijk om een openbaredienstverplichting, een PSO, te realiseren, zodat een minimumaanbod van lijnvluchten wordt gewaarborgd waar dat nodig is. Het is dus goed dat dit wetsvoorstel er ligt, maar over de invulling heb ik nog een aantal zorgen. Dat is ook de reden dat ik het onthamerd heb, omdat er een aantal punten zijn die ik aan de voorkant duidelijk wil krijgen.

Voorzitter. De noodzaak van een openbaredienstverplichting is groot, maar ik maak me zorgen over de inzet en de daadwerkelijke uitvoering van dit kabinet. Eerder heeft mijn fractie gevraagd of de regering daadwerkelijk voornemens is om een PSO vast te stellen. Dat je een wet hebt waarin dat kan, betekent niet dat het gaat gebeuren. Een ja of een nee kwam er gewoon niet. Wel liet de minister weten dat er een actualisatie loopt van de kosten en de verschillende opties van de PSO op bepaalde routes. Ik ben dus nog niet gerustgesteld, maar het is wel belangrijk en de eilanden vragen hier al heel lang om. Kan de minister toelichten wanneer hij gaat besluiten om gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid en wanneer hij dit bijvoorbeeld niet gaat doen?

De minister wil kijken naar gebieden waar luchtvervoer essentieel is om de sociale, maatschappelijke en economische ontwikkeling in stand te houden. Ik ben blij te lezen dat hier ook wordt gekeken naar sociale ontwikkelingen. In de wettekst lees ik dit niet overal terug. Daarom heb ik een amendement ingediend, zodat dit wel consistent in de wet staat. De begrippen "sociaal", "maatschappelijk" en "economisch" zijn vrij abstract en geven de minister de beleidsvrijheid. Kan de minister toelichten hoe hij deze begrippen invult?

Voorzitter. Ik denk een stap verder in het proces. Ik ga ervan uit dat de minister uiteindelijk besluit, en ook snel, om een openbaredienstverplichting in te stellen. In de wet lees ik dat de minister de toegang tot de luchtdiensten kan beperken tot één protocolmaatschappij voor de duur van ten hoogste vijf jaar. Kan de minister een situatie schetsen waarin dit korter dan vijf jaar zou zijn?

Voorzitter. De PSO moet uiteindelijk worden geëvalueerd, maar volgens deze wet pas na zeven jaar. Een evaluatie is nuttig, maar in mijn ogen is zeven jaar een te lange periode om de doelen, namelijk lagere ticketprijzen en consistentie, af te wachten voordat we verdere stappen nemen. Hoe ziet de minister dit?

Er zit in de wet een monitoringsplicht zonder duidelijke termijn. Daarom heb ik ook op dit punt een amendement ingediend. Ik verwacht dat bij deze monitoring gekeken wordt of het doel behaald wordt, met nadrukkelijk ook inbreng van de openbare lichamen en vliegtuigmaatschappijen. Ik wil aan de minister vragen hoe hij de monitoring voor zich ziet en of hij kan toezeggen dat ook de stem van Caribisch Nederland, de eilandsraden en ook andere betrokken partijen op de eilanden, serieus meegenomen wordt. Die hebben namelijk niet altijd het gevoel dat dat het geval is.

Voorzitter. Met voldoende aanbod van vliegroutes houdt het niet op. Het zal ook betaalbaar moeten zijn voor de inwoners. Vliegen tussen Bonaire en Sint-Eustatius kan oplopen tot 800 dollar. Vliegen van Bonaire naar Europees Nederland kost 2.000 dollar. Dat is voor veel mensen een maandsalaris. Is de minister het met mij eens dat de vliegtickets binnen het Koninkrijk en tussen de eilanden betaalbaar moeten zijn? Anders heeft een PSO namelijk weinig nut. In de memorie van toelichting lees ik dat een vastgestelde maximumticketprijs kan worden verplicht in het programma van eisen. Er zijn ook een aantal landen waar dat gedaan wordt, daar waar er sprake is van overzeese gebieden of dergelijke constructies. Welke redenen zijn er om hier gebruik te maken van een kan-bepaling in de wet, vraag ik aan de minister.

Voorzitter. Wanneer de minister besluit tot de openbaredienstverplichting is het programma van eisen dus cruciaal. Daarom zou ik graag van de minister willen weten hoe dit programma tot stand komt, hoe de eilanden een rol krijgen en hoe de Kamer hierover geïnformeerd wordt.

Voorzitter. Dan over Winair. In het verleden heeft het kabinet geprobeerd om betaalbare vliegverbindingen in het Caribisch gebied te realiseren via een deelneming in Winair. Dat was op z'n zachtst gezegd geen succesverhaal. Ik ben benieuwd hoe de minister hier een vervolg aan gaat geven en hoe hij terugkijkt op dit besluit, ook in het licht van de wet die nu voorligt.

Tot slot, voorzitter. Aan het begin zei ik dat ik blij ben dat dit wetsvoorstel er ligt. Er zijn nog een aantal stappen voordat dit daadwerkelijk geïmplementeerd gaat worden, het liefst zo snel mogelijk. Een goede koers is namelijk belangrijker dan volle snelheid. Ik kijk daarom uit naar de beantwoording.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank aan de heer Ceder. We gaan direct luisteren naar de bijdrage van de heer Heutink namens Groep Markuszower.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter, dank u wel. Over drie kwartier mag ik opnieuw een kaarsje uitblazen. Fijn dat jullie allemaal alvast op mijn feestje zijn gekomen vanavond, zeg ik ook richting de minister. We gaan de wet behandelen.

Voorzitter. Voor de meeste Nederlanders is een vliegtuig pas nodig zodra ze op vakantie gaan, hooguit een of twee keer per jaar. Een aantal Nederlanders vliegt ook voor zijn of haar werk de wereld over. Dat zijn de vluchten die we natuurlijk allemaal kennen. Maar als dagelijkse dingen, zoals een doktersonderzoek, onderwijs of het bezoeken van familie, ineens per vliegtuig moeten gebeuren, dan ben je niet gebaat bij uitvallende vluchten of torenhoge prijzen, want dan zit je gewoon letterlijk vast. Dit is de realiteit voor de inwoners op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, oftewel Caribisch Nederland. Voor hen is luchtvaart geen luxe, maar een noodzakelijke basisvoorziening. Daarom begrijpt mijn fractie ook dat de regering kijkt naar manieren om meer grip te krijgen op de bereikbaarheid voor deze mensen. We snappen de noodzaak van de openbaredienstverplichting, want het is nodig. De luchtvaart tussen deze eilanden is ofwel peperduur of de markt stoot routes in hun geheel af, met alle gevolgen van dien voor de lokale bevolking.

Voorzitter. Tegelijkertijd zien we ook een keerzijde van deze openbaredienstverplichtingen. De regering zet hiermee een eindeloze, structurele subsidiekraan open en het is maar de vraag wanneer die weer dichtgaat. Zodra de markt routes afstoot, betekent dat namelijk dat die voor de markt niet langer rendabel zijn. Dat betekent dan ook dat subsidie van de overheid de enige manier zal zijn om de markt deze routes te laten vliegen. Elke prikkel voor de lokale vliegmaatschappijen om ooit nog een eigenhandige route op te zetten, verdwijnt daarmee dan ook. Is de minister zich hier voldoende van bewust, is onze vraag. Kan de minister aangeven hoe hij gaat voorkomen dat dit een eindeloze subsidiestroom gaat worden? Welke maatregelen en handvatten heeft hij daarvoor in deze wet gebouwd? We horen het heel erg graag.

Voorzitter, toch even voor de beeldvorming: een vlucht tussen Saba en Sint-Eustatius duurt vijftien minuten. Als je op Saba bent kan je Sint-Eustatius zien liggen, en andersom. Het is ongeveer 30 kilometer vliegen. Die vlucht kost 400 dollar. Dat is 400 dollar voor een vlucht van vijftien minuten en 30 kilometer. Om het contrast even in dit huis neer te leggen: voor hetzelfde bedrag vliegen we van Amsterdam naar Dubai, 5.000 kilometer verderop. Natuurlijk zijn dat grotere vliegtuigen, waar ook meer mensen in passen. Iedereen begrijpt dat, maar het contrast is wel levensgroot. Hoe kan dit zo duur zijn, is mijn vraag aan de minister, ook als je bedenkt dat Winair een jaarlijkse winst van 3 miljoen euro boekt. Dan vraag ik me af of die subsidie wel echt nodig is. Welke maatregelen neemt Winair nu zelf om te zorgen dat die vluchten aantrekkelijker worden?

Voorzitter. Verder is het ook goed om even stil te staan bij de effectiviteit van een maatregel als deze. Is er onderzoek gedaan naar de mogelijke effectiviteit op de lange termijn van die openbaredienstverplichting? En, zo ja, wat zijn de garanties die de minister kan geven? Sterker nog, wat zijn de risico's en wat zijn de valkuilen? We horen het graag. Concreet wil mijn fractie weten hoe de minister zeker weet dat wij hier over een aantal jaar, nadat we miljoenen aan subsidies hebben verstrekt, geen nieuwe maatregelen staan te bespreken omdat deze methode niet gewerkt blijkt te hebben. Het is namelijk niet de eerste poging van de regering om grip op de bereikbaarheid van de BES-eilanden te krijgen.

Voorzitter, ik rond af. Per oktober 2010 heeft Nederland een minderheidsaandeel in Winair genomen om de continuïteit op Saba en Sint-Eustatius te waarborgen. De heer Ceder zei dat net al. Zoals ik net al voorspelde, is het heel erg lastig om grip te krijgen op de bereikbaarheid van de BES-eilanden, want we staan hier alweer. Alles wat we al eerder hebben gedaan, heeft blijkbaar niet naar behoren gewerkt. Wat gaat hij dan doen met de aandelen die we in Winair hebben? Nu overstappen op een systeem van openbaredienstverplichtingen waarbij vliegmaatschappijen zoals Winair subsidie van de Nederlandse Staat ontvangen? Is het dan ook niet logisch om te kijken of we die aandelen moeten gaan aanhouden? Wordt het anders niet een broekzak-vestzakverhaal?

Voorzitter. Mijn fractie snapt dat er gekeken moet worden naar maatregelen om de vliegverbindingen op de BES-eilanden open te houden. Deze mensen moeten naar het ziekenhuis blijven kunnen. Ze moeten hun familie kunnen blijven zien en ze moeten gewoon kunnen leven. Maar we zijn wel echt kritisch naar het hele kostenplaatje. De belastingbetaler tot het einde der tijden laten opdraaien voor de kosten van luchtverbindingen is voor ons geen optie. Daarom vragen we aan de minister — we zullen in de tweede termijn daar ook een motie over indienen — om de mogelijkheden te bekijken om te differentiëren tussen eilandbewoners en niet-eilandbewoners. Dat gebeurt nu ook al bij de bewoners van de Waddeneilanden en de veerdiensten. Wat ons betreft moeten we de mensen op de eilanden helpen, maar niet de toeristen. Dat is wat ons betreft niet de bedoeling. Ik hoor dus graag wat de minister daarvan vindt. Als het nodig is, dan dienen we daar een motie voor in. Maar ik zei het net al: we moeten de moties beperken. Ik hoop dus dat de minister het wellicht af kan met een toezegging.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee komen we bij de bijdrage van mevrouw Tseggai namens PRO.

Mevrouw Tseggai (PRO):

Dank u wel, voorzitter. Ik zeg bon dia en good afternoon tegen de mensen die meekijken vanuit Caribisch Nederland. Natuurlijk begin ik ook met mevrouw Zwinkels te feliciteren met haar maidenspeech. Ik vind het een prestatie op dit tijdstip. Goed gedaan!

Voorzitter. Dan het onderwerp van vandaag. Mijn fractie maakt zich al langere tijd zorgen over de hogere kosten van het levensonderhoud op de eilanden in het Caribisch deel van ons Koninkrijk. Mensen op de eilanden hebben vaak al moeite om de eindjes aan elkaar te knopen omdat de voedselprijzen hoog zijn, de nutsvoorzieningen duur zijn en ook de huur van een woning voor veel mensen onbetaalbaar is. Hier komt nog eens bij dat wanneer eilandbewoners voor bijvoorbeeld een medische afspraak, voor onderwijs, voor werk of rechtspraak naar een nabijgelegen eiland moeten, ze enorme kosten maken voor vliegtickets. Dat gaat met name over de Bovenwindse Eilanden, dus tussen Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius. Een vlucht van een kwartier kost al snel 400 dollar of meer, en is voor gewone mensen op de eilanden een enorme hap uit hun maandinkomen. Omdat de tarieven voor deze noodzakelijke vluchten zo hoog zijn, kan dat er dus toe leiden dat eilandbewoners in een sociaal en economisch isolement komen, of dat noodzakelijke medische afspraken worden uitgesteld. Ik denk dat dat niet alleen onwenselijk is; ik denk dat dat ook de ongelijkheid in ons Koninkrijk vergroot.

Voorzitter. Ik snap dat het voor sommige mensen niet vanzelfsprekend is dat mijn fractie pleit voor het goedkoper maken van vliegen. Mijn fractie is er immers natuurlijk van overtuigd dat we zo veel mogelijk moeten inzetten op duurzame mogelijkheden van vervoer. Ik vond het amendement van mevrouw Zwinkels daarin ook een mooie toevoeging. Toch staat mijn fractie in beginsel positief tegenover dit wetsvoorstel, omdat deze wetswijziging regelt dat er een grondslag komt voor een openbaredienstverplichting op de routes tussen de eilanden. Vanwege de bijzondere ligging en de kleinschaligheid waardoor voor veel voorzieningen gereisd moet worden, zijn de vluchten voor eilandbewoners feitelijk een vorm van openbaar vervoer. Mijn fractie vindt het van groot belang dat voor alle mensen in het Koninkrijk goede zorg, onderwijs en andere voorzieningen toegankelijk zijn. Daarom moeten we dat gewoon goed regelen en betaalbaar maken.

Wij hebben wel een aantal zorgen. Mijn collega Heutink noemde het net ook al even. Ook mijn fractie vindt het cruciaal dat we de middelen die worden ingezet binnen de openbaredienstverplichting terecht laten komen bij de eilandbewoners in Caribisch Nederland. Wij vinden het daarom een goed idee als die ticketprijzen alleen voor de eilandbewoners worden gereguleerd, en dat als de minister of ikzelf naar Saba of Statia op vakantie zouden gaan, we niet op kosten van de belastingbetaler goedkoper kunnen vliegen. Is de minister het hiermee eens, en is hij misschien van plan de ministeriële regeling zo vorm te geven dat de gereguleerde prijzen alleen gelden voor mensen die op de eilanden wonen?

Dan heb ik nog een aantal andere vragen voor de minister. Allereerst vraag ik of de betaalbaarheid betaalbaar genoeg is. Regelen we hiermee genoeg? Kan de minister nader onderbouwen waarom hij denkt dat het hiermee echt betaalbaar wordt voor mensen? Kan de minister aangeven of het met het voorliggende wetsvoorstel en de ministeriële regeling mogelijk wordt dat de eilandbewoners die bijvoorbeeld van Saba of Statia naar een medische afspraak moeten, aanspraak kunnen maken op een noodvoorziening als zij ook de nieuwe prijzen niet zouden kunnen betalen?

Tot slot heb ik nog twee kleine dingen. Ik vroeg me nog wel af hoe de minister kijkt naar het verbeteren van de veerbootverbinding. Het is natuurlijk nooit verkeerd om een vinger aan de pols te blijven houden wat betreft de alternatieven. Mijn fractie zou het goed vinden als we deze wet iets eerder gaan evalueren, dus ik kan me achter het amendement van de heer Ceder scharen.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Tseggai. Meneer Graus, bent u er klaar voor? Meneer Graus spreekt namens de PVV. Het woord is aan u.

De heer Graus (PVV):

Mevrouw de voorzitter, veel is al gezegd, dus ik kan vlug klaar zijn, want ik ga niet alles herhalen. Het ontbreekt inderdaad aan een grondslag voor het nemen van de maatregel om vliegroutes te ontsluiten tussen de luchthavens op de openbare lichamen van het Caribisch deel van Nederland, of tussen luchthavens en andere luchthavens binnen het Koninkrijk, ook als ze minder aantrekkelijk zijn. In die leemte moet dus voorzien worden. Ik denk dat niemand daar echt tegen kan zijn. Wij hebben als PVV al eerder het standpunt ingenomen dat betaalbare vluchten vanuit de BES-eilanden mogelijk moeten zijn, en ook tussen de eilanden, zeker voor de bewoners. Meneer Heutink haalde dat ook al aan.

Ik denk ook wel dat we daarin een onderscheid moeten aanbrengen. De airlines kunnen zich inschrijven. Ik heb ook begrepen van andere airlines dat die zich er kapot aan ergeren dat Winair er heel veel geld aan verdient. We hebben hier in de Kamer een rondetafel gehad met vertegenwoordigers van de eilandsraad. Ik heb die rondetafel zelfs mogen voorzitten. Daaruit bleek dat Sint-Maarten grof geld verdient als aandeelhouder van de grote doorvoerluchthaven. Vandaag zeggen wij: wacht eens effe, geen Nederlandse subsidie. Ik denk dat daar ook een heleboel geld vandaan kan komen. Dat is dus ook een vraag die ik stel aan de minister. Meneer Heutink had het al over €400. Dat zal mogelijk na de situatie in het Midden-Oosten zijn geweest. Ik weet dat destijds, een paar maanden geleden, het goedkoopste ticket voor twintig minuten vliegen €250 was. Dat was voor de "kerosineschaarste", zoals dat dan nu heet. Dat zal nu wel hoger zijn geworden. Meneer Heutink, kom maar naar voren. €250 is al schandalig, dus als dat van die €400 klopt, is dat natuurlijk te gek voor woorden.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Ik heb twee weken geleden bij de voorbereiding van dit debat even gekeken op de computer. Als ik daar nu ben en ik ga nu vliegen en ik wil nu een kaartje kopen, dan betaal je inderdaad de hele week door 400 dollar. Teruggerekend naar euro's zit je natuurlijk wel op een ander bedrag, maar je zit wel op 400 dollar.

De heer Graus (PVV):

Precies. Dat is ook wat de eilandsraad tegen ons heeft gezegd. Twintig minuten vliegen en €250 is absurd. Dat is echt waanzin. Laat het heel duidelijk zijn dat we dat niet willen gaan doen via subsidies vanuit Nederlanders.

Verder wil ik afsluiten met het volgende, mevrouw de voorzitter. Ik vind dat amendement van de heer Ceder heel sympathiek. De evaluatie en de informatie moeten na minder dan zeven jaar komen. Daarom zullen we het amendement van meneer Ceder, waarin staat dat de Kamer elke twee jaar geïnformeerd wordt, zeker steunen.

Ik wens u een gezegende avond. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Van Eijk ziet af van haar bijdrage. Dan zijn we bij de heer Köse.

De heer Köse (D66):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst felicitaties naar mevrouw Zwinkels. Het was een mooie bijdrage. Ik zie die samenwerking nu al terug, dus dat is heel fijn.

Voorzitter. Voor de inwoners van Europees Nederland is bereikbaarheid vaak vanzelfsprekend. We stappen in de trein naar vele bestemmingen in Europa of we pakken de fiets of de auto. Voor inwoners van de Caribische delen van ons Koninkrijk ligt dat fundamenteel anders. Voor de bewoners van Saba en Sint-Eustatius is een luchtverbinding geen luxe, maar een levensader. Zonder betrouwbare vluchten komt niet alleen de mobiliteit onder druk te staan, maar ook de toegang tot zorg, onderwijs, familie, werk en economische ontwikkeling. Ik hoorde het net ook al. Dat maakt deze verbindingen van publiek belang. Het SEO Economisch Onderzoek komt tot de conclusie dat het instellen van een openbaredienstverplichting voor de vitale verbindingen tussen Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius het meest geschikte instrument is om het publieke belang van de bereikbaarheid van de BES-eilanden te borgen op Saba en Sint-Eustatius. Dat zou naar schatting tussen de 3,8 en 7,6 miljoen dollar per jaar kosten. Tegelijkertijd laat datzelfde onderzoek zien dat zonder overheidssteun tickets voor eilandbewoners onbetaalbaar dreigen te worden: rond de 400 dollar, hoorde ik net al. Of luchtvaartmaatschappijen stoppen simpelweg met vliegen omdat exploitatie niet rendabel is.

Voorzitter. Juist daar zit de kern van deze wetswijziging. Soms kan de markt het simpelweg niet alleen oplossen. Dan heeft de overheid de verantwoordelijkheid om basisbereikbaarheid te waarborgen. Met deze wet wordt dat mogelijk. Het rapport benadrukt bovendien dat de Bovenwindse Eilanden vrijwel volledig afhankelijk zijn van lucht- en zeevervoer. Waar in Europa alternatieven bestaan, zijn die er op de eilanden niet. Het is daarom goed dat we nu een juridische basis creëren die past bij de realiteit van de eilanden.

Voorzitter. D66 kijkt kritisch naar de impact van luchtvaart op klimaat en leefomgeving, maar juist daarom is het belangrijk om onderscheid te maken tussen groei van luchtvaart waar alternatieven bestaan en essentiële verbindingen waar die alternatieven ontbreken. Voor Saba en Sint-Eustatius gaat dit niet over weekendtrips of prijsvechters; het gaat over bereikbaarheid, bestaanszekerheid en verbondenheid binnen ons Koninkrijk. Wel vindt D66 het belangrijk dat publieke middelen doelmatig worden ingezet. Daarom horen bij een PSO duidelijke voorwaarden: betrouwbaarheid, betaalbaarheid voor bewoners, transparantie over subsidiebesteding en waar mogelijk verduurzaming van de operatie. Ik zag daarover al een amendement voorbijkomen. Ook moet goed gekeken worden hoe eilandbewoners daadwerkelijk profiteren van deze regeling, en niet alleen incidentele reizigers of toeristen. Dat hoorde ik mevrouw Tseggai en de heer Heutink ook al noemen.

Tot slot, voorzitter. Deze wetswijziging gaat uiteindelijk over iets groters dan luchtvaart alleen. Het gaat over de vraag of inwoners van Caribisch Nederland kunnen rekenen op dezelfde basale bereikbaarheid en verbondenheid als mensen elders binnen ons Koninkrijk. Voor D66 is het antwoord daarop helder: die verantwoordelijkheid moeten we nemen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dat leidt nog tot een vraag van de heer Graus.

De heer Graus (PVV):

De heer Köse kan gaan zitten. Ik ben het zojuist vergeten, omdat ik vannacht niet heb geslapen vanwege het Nederlands elftal.

De voorzitter:

Wat was u even vergeten?

De heer Graus (PVV):

Ik ben al 36 uur wakker. Ik ben vergeten mevrouw Zwinkels te feliciteren met haar maidenspeech. Ik vond het heel leuk; ik heb haar ouders gezien, en haar vader sprong zowat over de reling heen, zo enthousiast als hij aan het zwaaien was. Ik vond het jammer dat ze niet in de gastenloge hebben gezeten, want die is leeg. Het is onze zaal, dus ik vind eigenlijk dat de ouders en man van mevrouw Zwinkels in de gastenloge hadden mogen zitten. Ik wil u van harte feliciteren, en ik heb het al gezegd: welkom aan boord! Dat is heel toepasselijk in deze commissie. Veel geluk.

De voorzitter:

Het is ontzettend aardig van u, meneer Graus, om dat nog even te doen. We gaan vijftien minuten schorsen. Om 23.45 uur gaan we luisteren naar de beantwoording van de minister.

De vergadering wordt van 23.29 uur tot 23.45 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen dit debat. We spreken over de wijziging van de Luchtvaartwet BES. De minister zal de gestelde vragen beantwoorden. Er is ook nog een viertal amendementen. Gaat u die in de eerste termijn of in de tweede termijn behandelen? Dat is altijd prettig om te weten.

Minister Karremans:

In de tweede termijn.

De voorzitter:

In de tweede termijn behandelen we de amendementen, oké. Dan gaan we nu, in de eerste termijn, luisteren naar de beantwoording van de vragen aan de minister.

Minister Karremans:

Dank, voorzitter. Laat ik allereerst zeggen: ik voel mee met de heer Graus, want ik ben ook al vanaf 3.00 uur afgelopen nacht wakker. Het is dus een lange dag aan het worden, zoveel is zeker.

Ik moet ook zeggen dat ik meevoel met het onderwerp van het debat van vandaag. De eerste en enige keer dat ik op Saba en Statia ben geweest, was in februari 2025. Ik was toen nog staatssecretaris van VWS. Daar werd mij door de gezaghebber, Jonathan Johnson, van wie het vandaag trouwens de laatste dag is als gezaghebber — morgen wordt zijn opvolger geïnstalleerd — verteld dat het voor heel veel mensen op Saba gewoon onbetaalbaar is om van het eiland af te komen. Iedereen die daar is geweest, weet hoe klein het is. Je moet ook voor je mentale gezondheid — daar was ik toen ook verantwoordelijk voor, bij VWS — echt af en toe van dat eiland af. Maar voor heel veel mensen was dat gewoon geen betaalbare optie. Toen heb ik hem beloofd dat ik me daarvoor hard ging maken bij minister Madlener en minister Beljaarts. Ik heb ze in zekere zin allebei opgevolgd daarna. Ik vond het wel geinig dat ik dit toen op mijn bureau kreeg. Ik dacht: kijk! Het kwam niet door mij, maar dit was wel een belangrijke maatregel die genomen moest worden door Den Haag, allemaal in het belang van de mensen op de eilanden. Het is dus terecht dat we het debat met elkaar hebben.

Daar laat ik het bij qua inleiding. Ik ga gewoon zo snel mogelijk door de vragen heen, voorzitter. Ik zal het zo kort mogelijk proberen te houden; dan gaan we kijken hoever we komen.

Allereerst de vraag van de heer Ceder over de evaluatie. Hij vond die zeven jaar te lang en vroeg hoe ik dit zie. Dat heb ik net nog even met onze mensen besproken. De gedachte daarachter is dat de regeling vijf jaar gaat gelden. Die regeling moet natuurlijk eerst afgerond zijn om die goed te kunnen evalueren. Dan heb je even twee jaar de tijd om die hele evaluatie op gang te brengen en na zeven jaar ben je er dan. Dat zit er dus achter. Daarom is de periode zeven jaar.

Dan was er de vraag hoe ik de monitoring voor me zie. De monitoring komt in een ministeriële regeling. Die wordt met de eilanden besproken. Om te komen tot deze eis zullen met de eilanden binnenkort de gesprekken al worden geopend.

Dan mevrouw Zwinkels. De vragen zitten door elkaar heen, maar ze komen echt allemaal aan bod. Mevrouw Zwinkels vroeg of ik bij de verdere uitwerking van de openbaredienstverplichtingen en eventuele aanbesteding nadrukkelijk oog kan hebben voor de mogelijkheden van elektrisch vliegen. Ik denk dat we allebei zijn geënthousiasmeerd door de opening van e-Smart Avia op Schiphol-Oost. Het antwoord is dus "ja". We gaan bekijken of we dat een goede plek kunnen geven.

Mevrouw Zwinkels vroeg ook of ik bereid ben om samen met de openbare lichamen van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius met marktpartijen in gesprek te gaan over mogelijkheden voor pilots met elektrisch vliegen. Het antwoord daarop is "ja". Ze vroeg ook of ik bereid ben om de Kamer te informeren over de uitkomst van die gesprekken en over de kansen die ik zie om innovatie en bereikbaarheid met elkaar te verbinden. Ook daarop is het antwoord "ja".

De heer Ceder vraagt wanneer ik ga besluiten om wel of niet gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid voor de PSO. In principe doe ik dat na de zomer, dit najaar. De enige showstopper die ik zie, is dat de middelen niet beschikbaar komen. Dat is dan nog de enige voorwaarde. Ik ben dus gewoon van plan om dit te doen, mits de middelen er ook zijn. De invulling is natuurlijk afhankelijk van de verkenning, waar we nu nog aan werken.

Dan de vraag hoe ik de begrippen "sociaal", "maatschappelijk" en "economisch" invul. Daarvoor wordt er gekeken naar de sociale, maatschappelijke en economische factoren zoals educatie, medische omstandigheden, emancipatie, politieke ontwikkeling, beschikbaarheid van essentiële producten en diensten, toerisme, arbeid, cultuur en relatie met familie en vrienden.

Dan de vraag of er een situatie mogelijk is waarin de PSO korter dan vijf jaar duurt. Dat zou kunnen, bijvoorbeeld als een partij die daarvoor wordt aangewezen, de afspraken niet nakomt. Dan kan je bijvoorbeeld eerder stoppen.

Ben ik het ermee eens dat tickets betaalbaar moeten zijn binnen de eilanden? Ik heb het net in mijn introductie al even gezegd: zij zijn heel erg afhankelijk van die verbinding, dus het is belangrijk dat we daar oog voor hebben.

Dan de vraag of ik kan toezeggen dat de stem van de eilandsraden wordt meegenomen. Volgens mij heb ik dit net ook gezegd: in de wet wordt voorgeschreven dat de PSO gemonitord moet blijven. De vormgeving van de monitoring zal in een ministeriële regeling plaatsvinden, zodat die in lijn is met de eisen uit deze regeling. Daar zullen de eilanden ook bij betrokken worden.

Welke redenen zijn om er gebruik te maken van de kan-bepaling in de wet? De heer Heutink had het daar ook al even over. Dit is best wel een ingrijpend middel. Je grijpt direct in in de markt. Een dergelijke maatregel moet daarom alleen worden ingezet als die doeltreffend en effectief is.

Dan de vraag over de deelneming in Winair. "Dit was geen succesverhaal. Hoe wordt hier een vervolg aan gegeven?" In de evaluatie van de deelneming in Winair is aangegeven dat de bereikbaarheid van de BES niet voldoende wordt geborgd. Ook is aangegeven dat de Nederlandse Staat aandelen kan verkopen wanneer de wetswijziging een grondslag voor een PSO instelt en ik hier uitvoering aan heb gegeven door een PSO in te stellen. Voor een eventuele toekomstige PSO wordt de PSO periodiek gemonitord om ervoor te zorgen dat de bereikbaarheid wordt geborgd. Over de toekomst van Winair en het aandeelhouderschap van de Staat wordt later besloten.

Hoe krijgen de eilanden een rol en hoe wordt de Kamer geïnformeerd? Bij de voorbereidingen worden de eilanden betrokken. De Kamer wordt natuurlijk vervolgens geïnformeerd over het besluit dat we voornemens zijn om te nemen.

De heer Heutink vroeg hoe de openbaredienstverplichting gaat werken en of er een situatie komt waarin sprake is van jarenlange subsidieverstrekking om de openbaredienstverplichting te laten werken. Hoelang gaat de tijdelijke subsidiëringsmaatregel door? Een PSO geldt voor ten hoogste vijf jaar. Die kan wel verlengd worden, maar dat moet je dan elke keer doen. De duur is dus vijf jaar. Het is een tijdelijke maatregel.

"Nederland heeft een minderheidsdeelneming in Winair. Is dat gedaan om de continuïteit te waarborgen? Moeten de aandelen op een gegeven moment niet gewoon verkocht worden en moeten we niet voor de optie van een openbaredienstverplichting gaan?" Zoals ik net al zei, wordt hier op een later moment over besloten.

"Er is een structurele subsidie nodig voor een PSO. Hoe zorgen we ervoor dat die niet permanent wordt?" Als een PSO wordt ingesteld, dan zal daar een subsidie voor nodig zijn. Dit is een tijdelijke maatregel voor max vijf jaar.

Een vlucht van Saba of Sint-Eustatius naar Sint-Maarten kost 400 dollar. Dat is een vlucht van 15 minuten en 30 kilometer. Je betaalt hetzelfde bedrag voor een vlucht van Amsterdam naar Dubai. Het contrast is groot. Hoe kan het dat het zo duur is, gelet op de winst die Winair boekt? Het zijn routes met hoge kosten. Dat werd al gezegd. Het is een klein vliegtuig en er zijn hoge kosten. Je moet bijvoorbeeld nog steeds het salaris van de piloot betalen. Het betreft ook een kleine schaal, in tegenstelling tot andere lijnen. Het zijn dunne lijnen, zoals gezegd.

Dan de vraag hoe wordt voorkomen dat er een structurele afhankelijkheid van overheidssubsidies ontstaat. Nogmaals, het zijn tijdelijke maatregelen. Het luchtvervoer tussen de landen van het Koninkrijk is vrij, maar wanneer het echt nodig is kan er met een PSO tijdelijk worden ingegrepen om de continuïteit, de regelmaat, de prijzen of de minimumcapaciteit te waarborgen op vitale routes. Periodieke evaluatie en afstemming met andere landen van het Koninkrijk moeten verzekeren dat een PSO niet onnodig gerekt wordt.

Hoe weet ik zeker dat we hier niet over een aantal jaar, nadat we miljoenen aan subsidies hebben verstrekt, opnieuw maatregelen staan te bespreken omdat deze methode niet gewerkt blijkt te hebben? Het is een tijdelijke maatregel die gewoon wordt geëvalueerd, waarover we het net al hadden.

De heer Heutink is ook kritisch op het kostenplaatje. "De belastingbetaler kan hier niet eindeloos voor opdraaien. Kan er gekeken worden naar het differentiëren tussen inwoners en niet-inwoners?" Zeker. Er is breder gevraagd of we het alleen voor eilandbewoners of ook voor toeristen moeten doen. Ik snap die vraag, maar ik denk dat de eilandbewoners daar wel anders naar kijken. Het is mijn ervaring, toen ik met ze sprak, dat er juist door die hele hoge tickets geen Amerikaanse toeristen voor een dag naar Saba komen om de natuur te bekijken. Een heel groot deel van de economie op Saba bestaat uit het verkopen van eten en drinken en het zorgen voor toeristische attracties. Dit is dus juist van belang voor de economische vitaliteit, die ook weer samenhangt met de totale bestaanszekerheid. Maar nogmaals, dit zit in de verkenning. We bekijken dit allemaal. Ik ben het er gelijk mee eens dat dit gevolgen heeft voor de kosten, maar die scenario's zitten er allemaal in, van alleen eilandbewoners tot en met toeristen.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Stel dat ik een motie wil indienen die de minister vraagt om scenario's uit te werken waarin tariefdifferentiatie bestaat tussen eilandbewoners en niet-eilandbewoners. Kan de minister dit nu al toezeggen of moet ik die motie alsnog indienen?

Minister Karremans:

Nee, dat is precies wat we aan het doen zijn. Exact, ja. Dus ik kan de heer Heutink op zijn wenken bedienen dat we dat uitwerken en dat we die verschillende scenario's hebben.

De voorzitter:

Dat loopt.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Dat scheelt weer een motie, voorzitter. Fantastisch!

De voorzitter:

Nou, daar hebben we er al genoeg van gehad vanavond.

Minister Karremans:

Dit is regeldruk schrappen in de praktijk.

Mevrouw Tseggai (PRO):

Ik heb een verhelderende vraag. Het is een beetje laat, dus ik moet af en toe even checken. Begrijp ik het goed dat in die verkenning van die differentiatie ook eventuele effecten op toerisme of de economie worden meegenomen?

Minister Karremans:

Ja, om een goede afweging te maken kijken we wat dat oplevert voor de eilanden. Natuurlijk kijken we niet alleen naar wat het kost maar ook naar wat het oplevert voor de leefbaarheid op de eilanden, in algemene zin.

Dan de vraag over dat Sint-Maarten geld verdient als aandeelhouder van een grote doorvoerluchthaven, geen Nederlandse subsidie en of daar een heleboel geld vandaan gaat komen. Ja, Sint-Maarten is eigenaar van die luchthaven en zij mogen daar ook gewoon ... Het is een autonoom land binnen het Koninkrijk en de luchthaven mag zijn eigen havengelden bepalen. Dat is nou eenmaal het geval.

Dan een vraag van mevrouw Tseggai ... Eigenlijk is die vraag over eilandbewoners ten opzichte van toeristen, niet-eilandbewoners, al beantwoord.

Dan de vraag of ik denk dat de bedragen die ik in de PSO wil gaan opnemen voor alle inwoners van de eilanden, betaalbaar genoeg zijn; kan ik onderbouwen waar de bedragen op gebaseerd zijn? In het onderzoek dat we op dit moment uitvoeren, zijn dus ook die verschillende scenario's uitgewerkt. Daarin zitten ook verschillende maximumticketprijzen. Dus daar kan je ook nog in kiezen. Daarnaast gaan we ook met de eilanden in gesprek over de mogelijke PSO. Daar zullen we dus ook nog met de eilanden over spreken. Maar ik zeg er wel bij: de middelen zijn er nog niet. Daar zijn we nog mee bezig, dus dat moeten we natuurlijk ook nog regelen.

Dan de vraag of ik kan aangeven of het voorliggende wetsvoorstel en de ministeriële regeling het mogelijk maken dat eilandbewoners die naar een medische afspraak moeten, aanspraak kunnen maken op een noodvoorziening als zij de nieuwe prijzen niet zouden kunnen betalen. Medische vluchten — daar was ik als staatssecretaris van VWS ook verantwoordelijk voor — zijn erg belangrijk, maar worden altijd gratis gedaan. Ze kunnen altijd gewoon kosteloos voor een medische aandoening, een operatie of anderszins van het eiland worden gehaald. Op Statia hebben ze zelfs een 24/7-helikopterdienst met Canadese piloten. Ook op Saba is dat natuurlijk geregeld.

Mevrouw Tseggai (PRO):

Misschien stelde ik mijn vraag niet helemaal duidelijk. Wat ik eigenlijk bedoel, is het volgende. Er kunnen natuurlijk ook medische gevallen zijn waarmee je niet per se op een medische vlucht hoeft maar wel naar de dokter moet. Hoe zorgen we ervoor dat in die gevallen het voor mensen ook nog steeds betaalbaar is en dat ze aanspraak kunnen maken op een noodvoorziening en dat er niet wordt gezegd: de ticketprijzen zijn nu lager, dus ... Als de minister mijn vraag zo begrijpt.

Minister Karremans:

We hebben onder andere Saba Cares op het eiland. Op Statia hebben we de Fundashon Mariadal. Dus daar wordt zorg verleend. Er komen ook artsen eens in de zoveel tijd, als het nodig is, bijvoorbeeld vanuit Sint-Maarten naar de eilanden toe om daar zorg te verlenen. Als het niet nodig is, worden mensen gewoon geëvacueerd. Als het voor medische aandoeningen is en het medisch noodzakelijk is, worden ze, om wat voor reden dan ook, altijd voorzien van medische zorg.

Dan de veerbootverbinding. Dat is de laatste vraag die ik heb. Daar wordt nu een visie voor opgesteld door BZK. Voor de continuering van de veerdienst tussen de Bovenwindse Eilanden heeft het ministerie van BZK voor 2026-'27 1,5 miljoen beschikbaar gesteld. Er is onlangs ook een motie aangenomen voor de staatssecretaris van BZK om voor de begrotingsbehandeling — dat zal dus nog dit najaar zijn — te komen met een visie over de openbare veerverbindingen. Dus daar wordt aan gewerkt.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik kijk even rond of alle vragen zijn beantwoord. Dat is inderdaad het geval. Dan gaan we gelijk door naar de tweede termijn. De amendementen komen in de tweede termijn, zeg ik nog even richting de heer Ceder. Dan beginnen we met ... Heeft u een vraag? Nee. Ik nodig mevrouw Zwinkels uit voor haar bijdrage in tweede termijn. Heeft u die? Hoeft niet hoor, mag wel.

Mevrouw Zwinkels (CDA):

Nee, ik heb mijn amendementen eerder vandaag al ingediend. Ik heb geen inbreng voor de tweede termijn.

De voorzitter:

Oké. Dan de heer Ceder voor zijn tweede termijn.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Ik houd het kort. Ik wacht de appreciaties af. Ik heb de minister wat horen zeggen over de monitoring en het meenemen van de input uit de Caribische landen. Als ik dat als een toezegging kan noteren, dus dat we ook een terugkoppeling krijgen over wat er voortvloeit uit de input, hoef ik daar geen amendement over in te dienen. Dan kan ik het amendement intrekken. Ik zie de minister knikken. Daarom trek ik het amendement op stuk nr. 10 in. Dat scheelt weer administratie.

De voorzitter:

Het amendement-Ceder (stuk nr. 10) is ingetrokken.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Ten aanzien van Winair heb ik nog wel een motie. Het lijkt me belangrijk dat we iets van toekomstperspectief gaan ontwikkelen op dit punt, want het loopt nog niet lekker.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat volgens het onderzoek Evaluatie beleidsdeelneming Winair de invulling van het aandeelhouderschap in Winair niet bijdraagt aan een betere borging van het publieke belang en het instrument van beleidsdeelneming in het geval van Winair niet geschikt is gebleken voor betaalbare vliegtarieven en vliegverbindingen in Caribisch Nederland;

overwegende dat via voorliggend wetsvoorstel het kabinet instrumenten in handen heeft tot het instellen van een openbaredienstverplichting;

verzoekt de regering een handelingskader op te stellen ten aanzien van de Nederlandse belangen in Winair,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 14 (36862).

De heer Ceder (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik zou heel graag willen dat het pakket van eisen voor een aanbesteding er dit jaar nog komt. De minister liet doorschemeren dat het nog afhangt van de middelen. Dat is altijd zo. De middelen zijn wat mij betreft relatief klein ten aanzien van de uitdagingen die we hier in Nederland hebben. Volgens mij is het een kwestie van politieke wil. Wat ons betreft wordt dat, als het door de Tweede en Eerste Kamer is, dit jaar nog uitgezet, omdat de eilanden er al jaren om vragen. Daarom heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat luchtvervoer bij dunbevolkte gebieden van essentieel belang is om de sociale, maatschappelijke en economische ontwikkelingen in stand te houden dan wel op gang te brengen;

overwegende dat er al onderzoeken lopen naar verschillende opties van een openbaredienstverplichting op routes van Saba en Sint-Eustatius naar Sint-Maarten;

overwegende dat met voorliggend wetsvoorstel de wettelijke grondslag wordt gecreëerd voor het instellen van een openbaredienstverplichting;

verzoekt de regering om een inspanningsplicht om gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid en met een pakket van eisen voor een aanbesteding of een PSO voor het einde van het jaar te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Tseggai.

Zij krijgt nr. 15 (36862).

De heer Ceder (ChristenUnie):

Mevrouw Tseggai staat nog niet onder de motie, dus ik vroeg me af of haar naam er nog bij gezet kan worden. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank aan de heer Ceder. De heer Heutink is twee minuten geleden een jaar ouder geworden. Van harte!

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Leidt dat tot de eerste motie in uw nieuwe levensjaar?

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Dank voor het applaus. Dat krijg ik niet vaak. Ik ben ook een jaar wijzer. Ik heb geen moties. Ik wil de minister bedanken.

De voorzitter:

Dank u wel. Maak er een mooie dag en een mooi jaar van. Mevrouw Tseggai ziet af van haar tweede termijn, de heer Graus, mevrouw Van Eijk en de heer Köse ook. We gaan twee minuten schorsen en dan gaan we naar de appreciatie van de amendementen en de moties. Ik schors voor twee minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen het debat en geef de minister het woord voor de tweede termijn.

Minister Karremans:

Dank, voorzitter. Allereerst moet ik iets corrigeren, want Fundashon Mariadal is Bonaire. Ik haalde dat even door elkaar. Het is gewoon de Statia Health Care Foundation. Ik ben blij dat niemand mij corrigeerde op dat punt en dat ik dat even zelf kan doen. Dat is hoe het zit. Dan is dat voor de notulen weer geregeld.

Dan kom ik bij de moties die zijn ingediend. Allereerst is er de motie op stuk nr. 14, van de heer Ceder, over het handelingskader van Winair. Die kan ik inderdaad oordeel Kamer geven.

De motie op stuk nr. 15 had het over politieke wil. Nou, ik heb zeker politieke wil en ik wil me er zeker voor inspannen. Dat proces is natuurlijk wel gaande, maar die kanttekening kent de heer Ceder. Met die opmerking kan ik 'm ook oordeel Kamer geven.

Dan de amendementen.

De voorzitter:

Sorry, de moties op de stukken nrs. 14 en 15 krijgen oordeel Kamer.

Minister Karremans:

Ja, met die opmerking dat het een inspanningsverplichting is, natuurlijk.

Dan zit ik ondertussen mijn administratie even bij te werken. Dat is dan de motie op stuk nr. 7 …

De voorzitter:

Het amendement.

Minister Karremans:

Sorry, ja, het amendement op stuk nr. 7. Dat beschouw ik als ondersteuning van mijn beleid, dus dat kan ik oordeel Kamer geven.

De motie op stuk nr. 10 is volgens mij ingetrokken vanwege de toezegging.

De voorzitter:

Klopt.

Minister Karremans:

Dan is de motie op stuk nr. 12 ook oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 13 is ook oordeel Kamer.

Amendement, excuus! Waar ik "motie" zei, moet het amendement zijn. Stop de tijd.

De voorzitter:

Ja, dus het amendement op stuk nr. 12 over de monitoring krijgt oordeel Kamer. Het amendement op stuk nr. 13 over de duurzaamheidsaspecten krijgt ook oordeel Kamer.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Dan nog even over de stemmingen. Misschien is het goed om dat even aan de interruptiemicrofoon te zeggen, meneer Ceder. Als we het doen zoals we het doen, stemmen we na het zomerreces, maar meneer Ceder heeft een voorstel.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ja, voorzitter. De bedoeling achter dat we hier tot 00.05 uur staan — mijn complimenten, overigens, aan de mensen die hebben moeten doorwerken — was om het voor het reces in stemming te kunnen brengen, waardoor de Eerste Kamer er op tijd mee aan de slag kan en je de openbare aanbesteding in het najaar kan uitzetten. Mijn verzoek is dus om hier donderdag over te stemmen. Er zijn een aantal amendementen die allemaal oordeel Kamer hebben, dus die zijn volgens mij ook niet zo spannend. Wat mij betreft kunnen we dus allemaal tegelijkertijd over zowel de amendementen als het wetsvoorstel stemmen, tenzij iemand daar bezwaar tegen heeft.

De voorzitter:

Ja, dan is het wel prettig als u even bevestigt dat u dat steunt. Sorry daarvoor. Ik zie geknik, geknik, geknik en geknik. Dan zeg ik even hardop dat er brede steun is in de Kamer en bij de aanwezigen voor stemmingen aanstaande donderdag, over zowel de amendementen als de wet en de moties in enen. Ja? U gaat er zelf over. We vinden allemaal dat we dat zo moeten doen, dus dan doen we dat zo. Meneer Heutink.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Als het even kan in de middag stemming.

De voorzitter:

Ja, dat zal wel het geval zijn, denken wij. Ja, we geven het door.

Dank aan de minister. Dank voor uw bijdragen. Een hele fijne en rustige nacht gewenst.

Sluiting

Sluiting 0.08 uur.