Tweede Kamer, 90e vergadering

  • Begin10:15
  • Sluiting00:00
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:

Ik open de vergadering van donderdag 2 juli 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Hamerstukken

Hamerstuk

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Wijziging van de Plantgezondheidswet in verband met het opnemen van regels over een spoedige bekendmaking en inwerkingtreding van beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten (36901).

Dit wetsvoorstel wordt zonder beraadslaging en, na goedkeuring van de onderdelen, zonder stemming aangenomen.

Verhoging bedrag voor Nationaal Onderwijsmuseum

Verhoging bedrag voor Nationaal Onderwijsmuseum

Aan de orde is het tweeminutendebat Uitvoering amendement-Stoffer/Rooderkerk over het verhogen van het bedrag voor het Nationaal Onderwijsmuseum (36800-VIII, nr. 172).

De voorzitter:

Er zijn vijf sprekers aan de zijde van de Kamer. Als eerste geef ik het woord aan de heer Stoffer. Het is u vast niet ontgaan dat dit de laatste vergaderdag is voor het reces en ik wijs de leden erop dat een tweeminutendebat een tweeminutendebat is en geen drieminutendebat. Moties moeten dus binnen de twee minuten worden ingediend. De laatste zin afmaken mag, maar als het te lang duurt, moet u de motie een volgende keer, bij een andere gelegenheid, indienen. Het woord is aan de heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Ik zal u een beetje helpen de toon te zetten vandaag. Ik denk dat ik het binnen een minuut kan.

De voorzitter:

Top!

De heer Stoffer (SGP):

Eén motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het aangenomen amendement-Stoffer/Rooderkerk (36800-VIII, nr. 77) een structurele rijkssubsidie beoogt voor het Nationaal Onderwijsmuseum;

overwegende dat volgens artikel 2.3 van de Comptabiliteitswet 2016 als structureel beoogde wijzigingen van een begrotingsstaat tevens in de begrotingsstaten van de daaropvolgende jaren worden opgenomen, tenzij een zwaarwegende reden zich hiertegen verzet;

constaterende dat het kabinet geen zwaarwegende reden, maar beleidsvoorkeuren aanvoert om geen subsidie meer te willen verlenen en daarmee inbreuk maakt op het budgetrecht van de Kamer;

verzoekt de regering met het oog op de continuïteit van het Nationaal Onderwijsmuseum binnen twee weken aan het museum en de Kamer de door de Kamer vastgestelde structurele subsidie te bevestigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Mohandis.

Zij krijgt nr. 178 (36800-VIII).

De heer Stoffer (SGP):

Als we het zo doen, voorzitter, zijn we voor 18.00 uur vanavond klaar.

De voorzitter:

Eenieder kan een voorbeeld aan u nemen. U heeft één vervolgvraag van de heer Kisteman. Heel kort, meneer Kisteman.

De heer Kisteman (VVD):

Uiteraard, voorzitter. We waarderen de inzet van de SGP voor het open kunnen blijven van het Onderwijsmuseum. Heel veel ondernemers willen net als het Onderwijsmuseum graag op zondag open zijn. Kunnen wij die inzet van de SGP dan ook op dat punt verwachten?

De heer Stoffer (SGP):

Ik denk dat het verstandig is om dit na het reces een keer uit te debatteren en om het debat hierover niet vandaag verder te voeren.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Mohandis namens PRO. Gaat uw gang.

De heer Mohandis (PRO):

Voorzitter, dank u wel. Ik neem de staatssecretaris via u, voorzitter, even terug naar het laatste commissiedebat Erfgoed dat ik heb gehad met de minister van Onderwijs. Daar legde ik haar de vraag voor hoe zij kijkt naar de toekomst van het Onderwijsmuseum. Zij gaf aan dat zij met onderwijspartijen serieus hiernaar wil kijken, omdat het museum een belangrijke functie heeft. Er moet veel gebeuren in het Onderwijsmuseum, maar het waren hele enthousiaste en warme woorden. Ik ben dus benieuwd hoe de staatssecretaris hiernaar kijkt. Mijn hele concrete vraag is welke gesprekken er tot nu toe zijn geweest, welke opties op tafel liggen, of er ook in het reces of in september nog gesprekken gaan plaatsvinden en of het kabinet echt bereid is om die structurele oplossing te vinden. Ik vind het ook goed als dat samen met het onderwijsveld gebeurt, maar er moet toch gewoon een oplossing mogelijk zijn? Dit is een minderheidskabinet, en een minderheidskabinet moet uiteindelijk net een extra inspanning doen om meerderheden te krijgen. Ik ben dus heel benieuwd of deze staatssecretaris net zo enthousiast is over het Onderwijsmuseum als de minister en wat zij concreet gaat doen om gewoon een Kamerwens uit te voeren.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Kisteman.

De heer Kisteman (VVD):

Voorzitter. Heel kort een vraag aan de staatssecretaris. In 2016 was het aantal bezoekers 29.000. Het resultaat was €67.000. In 2025 was het aantal bezoekers 31.000. Het resultaat was een verlies van €175.000. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of er niet iets anders nodig is dan een financiële subsidie.

De voorzitter:

Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Rooderkerk namens D66. Keurig, meneer Kisteman! Ook aan u kan eenieder een voorbeeld nemen. Gaat uw gang, mevrouw Rooderkerk.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Dank, voorzitter. Ik ga mijn best doen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht al langere tijd onzekerheid kent over zijn voortbestaan;

constaterende dat de Kamer eerder via een amendement en een motie heeft uitgesproken dat het museum behouden moet blijven;

overwegende dat het museum met ruim 325.000 objecten de grootste collectie onderwijserfgoed van Nederland beheert en deze kennis bij een sluiting verloren zou gaan;

overwegende dat een duurzame toekomst voor het museum gebaat is bij een bredere verankering in de onderwijssector zelf om de geschiedenis van het onderwijs voor de toekomst te behouden;

verzoekt de regering samen met de PO-Raad en de VO-raad aan de slag te gaan met een governancestructuur waarin het museum vanuit de sector kan worden voortgezet en de Kamer voor Prinsjesdag hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rooderkerk, Stoffer en Mohandis.

Zij krijgt nr. 179 (36800-VIII).

Dank u wel. Ik schors een enkel ogenblik. Of kan de staatssecretaris meteen door met de beantwoording? Kan dat? Ik schors kort.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Tielen:

Dank u wel, voorzitter. Het Onderwijsmuseum heeft in mei '25 te horen gekregen dat de subsidie stopt, maar uw Kamer heeft er via een amendement bij de begroting extra geld voor geregeld, in ieder geval voor 2026. Ik heb er een aantal vragen over gekregen en ik apprecieer twee moties.

De eerste vraag was van de heer Kisteman namens de VVD. Hij heeft het over in de cijfers duiken. Ik denk dat hij nog meer cijfers zou kunnen geven. De bezoekersaantallen lopen terug en er is toch sprake van grotere verliezen van het museum. Hij vraagt wat er dan nodig is. Een gezonde bedrijfsvoering is natuurlijk een belangrijk element als je een organisatie in de lucht wilt houden. Dat betekent dat je inkomsten hoger zijn dan de uitgaven. Daarom is dit jaar de subsidie, mede met dank aan het amendement van de Kamer, een stuk hoger dan de jaren ervoor. De afgelopen jaren hebben we ook telkens bijgestort, zeg ik maar eventjes wat populair, omdat de initiële subsidie niet genoeg was. Het gaat dus om een gezonde bedrijfsvoering. Er moet ook zicht op de collectie zijn. Een van de kerntaken van een museum is zorgen dat je zicht hebt op de collectie die het museum beheert. Dat is er helaas ook nog niet. Ik denk dat die twee dingen belangrijk zijn: een gezonde bedrijfsvoering en zicht op de collectie. We hebben het museum laten weten dat er eventueel extra middelen zijn om het voor elkaar te krijgen dat die collectie in kaart wordt gebracht, ondanks dat het een kerntaak is van een museum. Maar dat aanbod staat nog steeds.

Meneer Mohandis had een vraag, mede naar aanleiding van het debat Erfgoed. Daar was ik zelf niet, maar ik heb er uiteraard wel een blik op geworpen en ik heb het er met de minister over gehad. We proberen alles zo veel mogelijk, zeker waar nodig, ook samen te doen. Ik denk dat het Onderwijsmuseum een heel mooi principe is, omdat het ook een teken is voor de sector. Onderwijs is een van de belangrijkste dingen in ons land. Iedereen, ook hier in de zaal, heeft uitgebreid onderwijs genoten. Door de jaren heen zijn er natuurlijk heel interessante ontwikkelingen te zien in wat onderwijs wel en niet kan betekenen voor mensen en voor onze samenleving. Dus in principe is het Onderwijsmuseum een mooi — hoe moet je dat zeggen? — symbool, een mooie totempaal voor de hele sector. Daarom vind ik het ook belangrijk om daar met de sector over te spreken. Er is in de afgelopen maanden al een gesprek geweest over dit onderwerp. Overigens hebben we heel veel gesprekken met de sector, dus ook hierover. Er zijn ook gesprekken met het veld. Er is ook echt welwillendheid. Daarbij zijn een aantal vragen, vragen die de heer Kisteman ook stelde, aan de orde. Hoe zorgen we dan voor een gezonde bedrijfsvoering? Hoe zorgen we dat de collectie in kaart wordt gebracht? Wie neemt daar dan de verantwoordelijkheid voor?

De voorzitter:

U komt bij de moties.

Staatssecretaris Tielen:

Ook in september heb ik daar nog gesprekken over. Dat is een lopend pad.

De motie van meneer Stoffer, op stuk nr. 178, bevat zware woorden in de overwegingen en de constatering. Dat kan. In het amendement waar de heer Stoffer naar verwijst, zijn alleen de aanvullende middelen, €350.000, opgenomen voor dit jaar. Daar is ook dekking voor. Voor voortzetting vanaf 2027 is veel meer nodig dan die €350.000, namelijk ruim €950.000, richting 1 miljoen. Dus daar gaat het amendement eigenlijk niet over. Er is ook geen dekking voor de jaren na '27. Maar goed, zoals ik al zei: we kunnen in gesprek om te kijken wat er mogelijk is om met de sector samen te kijken hoe de toekomst van het museum eruitziet. Maar ik heb nu geen middelen en ook niet de opdracht om dat goed te regelen.

De voorzitter:

Daar hoort de volgende appreciatie bij?

Staatssecretaris Tielen:

Ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 178 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 179.

Staatssecretaris Tielen:

De motie van mevrouw Rooderkerk gaat over die gesprekken, tenminste, zo interpreteer ik haar. Dat is misschien wel ondersteuning van de manier waarop we er nu mee bezig zijn, ook naar aanleiding van de woorden van de minister in het debat Erfgoed. Daar gaan we mee verder, volgens mij op een constructieve wijze. We kijken hoe we er duurzame afspraken over kunnen maken. Dus die motie kan ik oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Eén vervolgvraag.

Mevrouw Armut (CDA):

Ik hoor "oordeel Kamer". Begrijp ik het goed dat de staatssecretaris daarmee een voorschot neemt op structurele financiering?

Staatssecretaris Tielen:

O nee, zeker niet. Volgens mij staat dat ook niet in de motie, of ik heb 'm niet goed gelezen. Uiteindelijk gaan we kijken naar wat een toekomst van het museum zou kunnen zijn, welke partijen daarin welke verantwoordelijkheid dragen en hoe we ervoor kunnen zorgen dat we een duurzaam antwoord kunnen geven op de vragen die meneer Kisteman stelde. Over wat dat vervolgens betekent, ook voor de begroting van OCW, staat niks in de motie. Daar neem ik ook zeker geen voorschot op.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor haar aanwezigheid in het parlement.

Staatssecretaris Tielen:

We lopen nu al voor op schema, voorzitter. Ik mag hopen dat u dat …

De voorzitter:

Zeker weten! Maar uw collega staat al achter u.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Klokslag 10.30 uur begint het volgende debat. Ik schors tot 10.30 uur.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Fiscaliteit

Fiscaliteit

Aan de orde is het tweeminutendebat Fiscaliteit (CD d.d. 24/06).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Fiscaliteit. Ik wijs de leden erop dat het een tweeminutendebat betreft en niet een drieminutendebat. Moties moeten dus binnen de spreektijd worden ingediend. Een enkele zin mag daarna nog worden uitgesproken, maar alles langer dan dat, zal vandaag niet in stemming worden gebracht.

Ik geef het woord aan de heer Stultiens namens PRO. Gaat uw gang.

De heer Stultiens (PRO):

Voorzitter. Ik heb een aantal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sommige begrotingswetten voor 2026 pas zeer recent zijn aangenomen;

van mening dat beide Kamers zich over de belastingwetten en begrotingswetten moeten kunnen uitspreken voordat het betreffende begrotingsjaar begint;

verzoekt de regering er alles aan te doen om voor 1 januari 2027 de belastingwetten en begrotingswetten van begrotingsjaar 2027 in beide Kamers behandeld te hebben,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stultiens, Vermeer en Stoffer.

Zij krijgt nr. 316 (32140).

De heer Stultiens (PRO):

Motie twee gaat over boxhoppen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat nieuwe wet- en regelgeving (nationaal en Europees) ertoe kan leiden dat zeer vermogende individuen gaan "boxhoppen" om belasting te ontwijken;

van mening dat het onwenselijk is wanneer kleine spaarders en beleggers de dupe worden van belastingontwijking door de rijkste 1%;

verzoekt de regering opties in kaart te brengen voor hoe "boxhoppen" effectief kan worden tegengegaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Stultiens.

Zij krijgt nr. 317 (32140).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet en de coalitie hebben afgesproken dat eventuele meevallers in de realisaties ten opzichte van de ramingen niet kunnen worden ingezet voor beleidswijzigingen;

verzoekt de regering vast te houden aan deze afspraak en eventuele meevallers bij de hersteloperatie van box 3 dus niet in te zetten voor nieuwe belastingkortingen bij vermogenden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Stultiens.

Zij krijgt nr. 318 (32140).

De heer Stultiens (PRO):

En de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet van plan is de samenvoegbepaling in de arbeidskorting aan te passen waardoor een grote groep gedeeltelijk arbeidsongeschikten die werken naast hun uitkering, er flink op achteruitgaat;

verzoekt de regering de parlementaire behandeling eerst volledig af te ronden voordat over wordt gegaan tot publicatie van deze nieuwe regeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stultiens en Patijn.

Zij krijgt nr. 319 (32140).

Dank u wel, meneer Stultiens.

De heer Stultiens (PRO):

Dank u wel.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Inge van Dijk van het CDA. Gaat uw gang.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Op 28 mei hebben we, in ieder geval wat mij betreft, een heel mooi rondetafelgesprek gevoerd met vertegenwoordigers uit de fiscale praktijk en wetenschap over fiscale rechtsbescherming. De aanleiding hiervoor was onder andere de reactie uit de praktijk op de kabinetsreactie op onze motie met het verzoek om uitbreiding van een toevoeging voor rechtsbijstand naar fiscaal adviseurs die vanuit hun expertise belastingplichtigen kunnen bijstaan. Dit zou volgens het vorige kabinet niet nodig zijn: de bestaande regeling zou voldoende mogelijkheden bieden.

De conclusie van de rondetafel was echter helder: er bestaat wel degelijk een reëel tekort aan laagdrempelige rechtsbescherming voor belastingplichtigen. Dat betekent dat de toegang tot rechtsbescherming in belastingkwesties voor veel mensen feitelijk onvoldoende is. Juist daarom is het belangrijk dat nogmaals wordt onderzocht hoe fiscaal adviseurs een rol kunnen spelen binnen het stelsel van rechtsbijstand, zodat ook mensen met een kleine portemonnee goed kunnen worden bijgestaan in ingewikkelde belastingzaken. Daarom heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er belangrijke stappen worden gezet in de verbetering van de fiscale rechtsbescherming van inwoners en ondernemers, maar dat die voor veel mensen nog onvoldoende laagdrempelig beschikbaar is;

overwegende dat juist voor mensen die in juridische procedures met de Belastingdienst of Dienst Toeslagen terecht kunnen komen, voldoende laagdrempelige gespecialiseerde fiscale rechtsbijstand beschikbaar moet zijn;

verzoekt de regering te onderzoeken wat de effecten zijn van het toevoegen van fiscaal adviseurs, mits aangesloten bij een beroepsvereniging, om het aanbod van rechtsbijstand in fiscale procedures te vergroten en verbeteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Inge van Dijk.

Zij krijgt nr. 320 (32140).

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Stoffer van de SGP. Ik hoor uw opmerking over de tijd, maar ieder debat begint de teller weer opnieuw, meneer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):

Je kunt het altijd proberen. Ik heb twee moties. De eerste luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering voornemens is om per 2029 een bestedingsverplichting in te voeren voor voormalige anbi's, en dat ook een fiscale eindheffing en een algemene belastingplicht voor stichtingen en verenigingen worden overwogen;

constaterende dat uit het rapport Evaluatie ANBI- en SBBI-instellingen blijkt dat aan de laatste twee opties belangrijke nadelen kleven;

overwegende dat een fiscale eindheffing ertoe leidt dat geld dat bedoeld is voor het algemeen nut, en ook met het oog daarop gedoneerd is, naar de algemene middelen van het Rijk vloeit, wat zeer onwenselijk is;

verzoekt de regering in ieder geval geen fiscale eindheffing voor voormalige anbi's in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Grinwis en Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 321 (32140).

De heer Stoffer (SGP):

Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering een suikerbelasting wil invoeren, met een beoogde opbrengst van 900 miljoen euro;

overwegende dat een vooraf ingeboekte opbrengst lastig te rijmen is met het doel van de belasting, namelijk het terugdringen van de suikerconsumptie, waardoor het risico ontstaat dat de belasting niet doeltreffend en doelmatig wordt of dat de belasting een budgettair doel krijgt;

overwegende dat de regering de komende tijd varianten voor een suikerbelasting uitwerkt;

verzoekt de regering naast de al toegezegde focus op financiële en economische effecten en grenseffecten:

de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verschillende varianten inzichtelijk te maken;

de inkomens- en koopkrachteffecten voor huishoudens(groepen) in kaart te brengen;

inzichtelijk te maken hoe een vooraf geraamde budgettaire opbrengst zich verhoudt tot het beoogde doel van vermindering van de suikerconsumptie;

advies in te winnen bij onder meer onafhankelijke gezondheidsexperts en betrokken maatschappelijke partijen en sectorpartijen;

de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.

Zij krijgt nr. 322 (32140).

De heer Stoffer (SGP):

Dan heb ik nog één vraag. Tijdens het debat heb ik gevraagd naar de invoering van de fiscale eindheffing en een algemene belastingplicht voor verenigingen en stichtingen. Wat de SGP betreft gaan we die allebei niet invoeren, maar mijn vraag aan de staatssecretaris is of hij kan bevestigen dat het niet de intentie is van het kabinet om een algemene belastingplicht voor verenigingen en stichtingen in te voeren.

Dat was het, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Hoogeveen namens JA21. Gaat uw gang.

De heer Hoogeveen (JA21):

Dank u, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat dealerbedrijven demonstratieauto's wisselend aan hun personeel meegeven als onderdeel van een verkoopstrategie en deze auto's daardoor onder de pseudo-eindheffing vallen;

overwegende dat deze demonstratievoertuigen primair onderdeel zijn van de handelsvoorraad en niet vergelijkbaar zijn met reguliere lease- en bedrijfsauto's;

verzoekt de regering personenauto's die tot de bedrijfsvoorraad van een erkend dealerbedrijf behoren bij woon-werkverkeer uit te zonderen van de pseudo-eindheffing,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 323 (32140).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 bij de Eerste Kamer ligt en doorgang niet zeker is;

constaterende dat dit wetsvoorstel de vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken al volledig heeft vormgegeven en dat de Belastingdienst hiervoor grotendeels over de gegevens beschikt;

overwegende dat de bezwaren bij deze wet zich richten op de vermogensaanwasbelasting en niet op dit realisatieregime voor vastgoed;

overwegende dat dit realisatieregime zelfstandig verdedigbaar is, gedwongen verkoop van huurwoningen tegengaat en al klaarligt;

verzoekt de regering dit realisatieregime gereed te houden zodat het, mocht de Wwr geen doorgang vinden, op korte termijn als zelfstandig wetsvoorstel kan worden ingediend,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 324 (32140).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering stelt dat een hogere realisatie dan geraamd volgens de begrotingsregels alleen in het saldo valt en niet kan worden bestemd;

overwegende dat deze begrotingsregels door het kabinet zelf zijn vastgesteld, geen wettelijke grondslag hebben en de Kamer in haar budgetrecht niet binden;

overwegende dat het daarom aan de Kamer is om te bepalen of een meevaller binnen de hersteloperatie box 3 ook binnen dat domein wordt ingezet;

verzoekt de regering een hogere realisatie dan de raming binnen box 3 te reserveren voor verbetering van het box 3-stelsel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 325 (32140).

De heer Hoogeveen (JA21):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Oosterhuis namens D66.

De heer Oosterhuis (D66):

Dank, voorzitter. Omwille van het tempo zal ik mij beperken tot één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat over opslag van elektriciteit achter een kleinverbruikersaansluiting ten onrechte dubbele energiebelasting wordt geheven;

overwegende dat het voor het optimaal benutten van de mogelijkheden van thuisbatterijen en elektriciteitsopslag in auto's wenselijk is dat de dubbele heffing van energiebelasting wordt voorkomen;

verzoekt het kabinet verder te verkennen hoe dubbele energiebelasting bij opslag kan worden voorkomen, en de Tweede Kamer hierover voor het eind van het jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Oosterhuis.

Zij krijgt nr. 326 (32140).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Vlottes van de PVV.

De heer Vlottes (PVV):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat huishoudens steeds meer moeite hebben om de boodschappen te betalen;

overwegende dat de boodschappenprijzen in Nederland torenhoog zijn;

verzoekt de regering de btw op voedingsmiddelen te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vlottes.

Zij krijgt nr. 327 (32140).

De heer Vlottes (PVV):

Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de voorgenomen suikertaks niet in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vlottes.

Zij krijgt nr. 328 (32140).

De heer Vlottes (PVV):

En de derde.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Wet werkelijk rendement een stelsel bevat van een vermogenswinstbelasting én een vermogensaanwasbelasting;

overwegende dat de aanpassingen omtrent de Wet werkelijk rendement het huidige stelsel van "papieren winstbelasting" in stand laten en derhalve nog geen begin van een oplossing zijn;

verzoekt de regering over te stappen op een box 3-stelsel waarbij géén papieren winst wordt belast,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vlottes.

Zij krijgt nr. 329 (32140).

De heer Vlottes (PVV):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Dekker namens Forum voor Democratie. Gaat uw gang.

De heer Dekker (FVD):

Dank u, voorzitter. De beste oplossing om de belastingdruk en de steeds knellender wordende belastingmaatregelen te verminderen en te versoepelen is natuurlijk om als overheid gewoon minder uit te geven. Dan hoeft er simpelweg minder belasting te worden geheven. Daarom vindt Forum voor Democratie dat Nederland zijn beleid zou moeten saneren en zou moeten stoppen met die miljardenverspilling aan de oorlog in Oekraïne, de energietransitie, de stikstofgekkigheid, de EU, de NAVO en de massa-immigratie. Zo verminder je pas echt de fiscale pijn. Zolang die sanering niet wordt gedaan, blijven debatten over fiscaliteit helaas alleen maar gaan over verdeling van de pijn, niet over het serieus terugdringen daarvan.

Binnen die frustrerende werkelijkheid heb ik een tweetal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat internationaal wordt gewerkt aan verdergaande fiscale uniformiteit, onder meer via het VN-raamwerkverdrag over internationale belastingsamenwerking;

van mening dat verschillen tussen nationale belastingstelsels een afspiegeling zijn van verschillende maatschappelijke keuzes, en dat belastingconcurrentie een gezonde rem vormt op een steeds verder oplopende lastendruk;

verzoekt de regering zich internationaal niet in te zetten voor verdergaande gelijkschakeling van belastingstelsels, en de Nederlandse inzet te beperken tot samenwerking die de nationale fiscale soevereiniteit onverlet laat,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.

Zij krijgt nr. 330 (32140).

De heer Dekker (FVD):

De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het huidige belastingstelsel tweeverdieners substantieel worden bevoordeeld boven eenverdieners;

overwegende dat hiermee de mogelijkheid om een van de ouders niet te laten werken en in plaats daarvan te laten zorgen voor huishouden en kinderen fiscaal wordt afgestraft;

overwegende dat gezinsvorming door deze fiscale situatie kan worden belemmerd;

verzoekt de regering om de belastingen zodanig te hervormen dat deze kloof wordt gedicht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.

Zij krijgt nr. 331 (32140).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer namens de BBB.

De heer Vermeer (BBB):

Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is de gerichte vrijstelling op de personeelskorting binnen de werkkostenregeling (WKR) af te schaffen;

constaterende dat deze maatregel met name werknemers in de retailsector raakt, een groep met veelal lagere inkomens voor wie het werk fysiek en mentaal zwaar is en de lonen relatief laag zijn;

overwegende dat deze specifieke groep medewerkers juist in deze economische tijden extra bescherming en een steuntje in de rug verdient;

overwegende dat het afschaffen van deze vrijstelling direct leidt tot een verlies aan essentiële koopkracht voor honderdduizenden gezinnen;

verzoekt de regering om af te zien van de voorgenomen afschaffing van de gerichte vrijstelling op de personeelskorting, zodat deze behouden blijft voor medewerkers;

verzoekt de regering de hiermee gemoeide beperkte budgettaire derving te dekken uit de algemene middelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 332 (32140).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet vanaf 2030 900 miljoen euro wenst op te halen met de invoering van een suikertaks;

constaterende dat het kabinet tevens stelt dat deze belasting bedoeld is om de consumptie van suikerhoudende voeding effectief te ontmoedigen;

overwegende dat onderzoek van de Rabobank uitwijst dat maar liefst 20% van het supermarktassortiment geraakt zal worden, wat bij ongewijzigd gedrag onvermijdelijk leidt tot een forse inflatiecorrectie op de dagelijkse boodschappen;

overwegende dat het kabinet desondanks hardnekkig claimt dat én de budgettaire doelstelling wordt gehaald, én de suikerconsumptie daalt, én de inflatie niet hoeft toe te nemen;

spreekt uit dat het gelijktijdig beloven van een miljardenopbrengst, gedragsverandering én inflatieneutraliteit getuigt van een volstrekt onrealistisch, tegenstrijdig en onverstandig fiscaal wensdenken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 333 (32140).

De heer Vermeer (BBB):

Voorzitter, ik verontschuldig mij dat ik te laat was en verontschuldig mij nogmaals dat ik nu weer naar het debat Kernenergie ga.

De voorzitter:

Beide excuses zijn aanvaard. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de staatssecretaris. Aangezien het zomerregime vandaag geldt, krijgen de Kamerleden slechts één interruptie en slechts op de eigen moties.

De vergadering wordt van 10.42 uur tot 10.48 uur geschorst.

Staatssecretaris Eerenberg:

Voorzitter, dank u wel. Goedemorgen.

De voorzitter:

Goedemorgen.

Staatssecretaris Eerenberg:

Er is een vraag van de SGP en dan zijn er achttien moties. De intenties van ondergetekende met het invoeren van een algemene belastingplicht voor stichtingen en verenigingen komen voort uit een onderzoek naar stichtingen, bijvoorbeeld familiestichtingen, en de vraag of daar wel of geen misbruik van wordt gemaakt. Dat is een zeer rigoureuze maatregel. Dat is mijn appreciatie pro forma. U krijgt nog een brief met alternatieve beleidsopties.

Dan ga ik naar de moties. De motie op stuk nr. 316 van Stultiens is wat mij betreft oordeel Kamer. Wij sturen alles in met Prinsjesdag.

De voorzitter:

Ja.

Staatssecretaris Eerenberg:

En als u doorvergadert, werken we daaraan mee.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 317.

Staatssecretaris Eerenberg:

De motie op stuk nr. 317 is oordeel Kamer. Er ligt al veel onderzoek en dat stuur ik u graag toe.

De motie op stuk nr. 318 is wat mij betreft oordeel Kamer, omdat dit conform onze begrotingsregels is.

Ik ga iets meer zeggen over de motie op stuk nr. 319, voorzitter. Ik heb letterlijk een sprintje getrokken, dus ik ga even ademhalen. Ik ga die motie ontraden. Dat heeft ermee te maken dat we een uitspraak van de Hoge Raad hebben. Het vorige kabinet heeft besloten hoe daarmee om te gaan. Wij moeten dat ook gewoon snel in beleid omzetten, anders hebben we echt juridische problemen. Terwijl ik dit zeg, besef ik dat dit voor een groep mensen een hele grote en heftige consequentie kan hebben. Er is geen parlementaire behandeling meer voorzien. Er is een regeling. U heeft daar vragen over gesteld. U krijgt de antwoorden. Ik vrees — ik zeg het met veel empathie voor de mensen die het raakt — dat wij deze uitspraak tot beleid zullen moeten maken. Daarna zullen wij het debat moeten voeren over arbeidsongeschiktheid in brede zin.

De voorzitter:

Eén interruptie van de heer Stultiens.

De heer Stultiens (PRO):

Ik moet kiezen. Dan ga ik kiezen voor de motie op stuk nr. 317. De staatssecretaris geeft aan dat er al veel onderzoek ligt. Dat ken ik. Dit gaat er vooral om dat er nieuw beleid komt. Er komt een nieuwe box 3-wet. Er komen mogelijk nieuwe Europese wetten. Wij willen weten of dit leidt tot extra kansen op boxhoppen en zo ja, hoe we dat tegengaan. Ik ben dus ook benieuwd naar de nieuwe wetten en de gevolgen daarvan.

Staatssecretaris Eerenberg:

Laten we afspreken dat ik u de reeds bestaande inzichten over boxhoppen gebundeld stuur en daaraan toevoeg wat onze inzichten zijn over de toekomst en de wijzigingen die wij daarin voorzien.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 320.

Staatssecretaris Eerenberg:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 320 is wat mij betreft oordeel Kamer. Het is een onderzoeksmotie over iets wat maatschappelijk gewenst is.

De motie op stuk nr. 321 krijgt wat mij betreft ook oordeel Kamer. Zij ligt erg in lijn met de vraag van de SGP die ik heb beantwoord.

Voorzitter. Dan gaan we naar de suikerbelasting. De onderzoeken waar de fractie van de SGP om vraagt zijn onderdeel van een fatsoenlijk wetstraject. Deze motie is dan ook uiteraard oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 322: oordeel Kamer.

Staatssecretaris Eerenberg:

De motie op stuk nr. 323 ga ik ontraden. Ik heb dat ook in het commissiedebat gezegd. Ik denk dat we een behoorlijke stap richting de branche hebben gemaakt ten opzichte van de pseudo-eindheffing. We hebben echt wat te doen met het wagenpark in Nederland en het verduurzamen ervan. Bij de auto's die worden gebruikt om als reclame op de weg te rijden, mag er ook een stapje extra inzake duurzaamheid. Ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 324.

Staatssecretaris Eerenberg:

De motie op stuk nr. 324 gaat over box 3. Ik denk dat zowel u als uw collega's in de Eerste Kamer vaak van mij hebben gehoord wat de route voorwaarts is: stap voor stap naar meer vermogenswinst. Elke keer dat je zo'n stap zet, wordt het stelsel echt beter voor verschillende groepen. Je voorbereiden op een ander scenario is dan niet verstandig en ook zonde van de energie. Ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 325.

Staatssecretaris Eerenberg:

De motie op stuk nr. 325 ontraad ik, omdat die eigenlijk het omgekeerde is van de motie van de heer Stultiens en die had ik oordeel Kamer gegeven. Zo klopt het precies.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 326.

Staatssecretaris Eerenberg:

De motie op stuk nr. 326 is van de heer Oosterhuis. Het is een bekend probleem dat hij aankaart en waar hij de vinger op legt. Het is dus goed om daarnaar te kijken: oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 327.

Staatssecretaris Eerenberg:

De motie op stuk nr. 327 ga ik u ontraden. Eén. Zij is ongedekt. Twee. Dit levert behoorlijk veel afbakeningsproblematiek op. Drie. De vraag is eigenlijk of het juridisch haalbaar is. Vier. Het is ook niet doelmatig, want er zijn in dit land ook mensen met hoge salarissen die deze korting niet nodig hebben.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 328.

Staatssecretaris Eerenberg:

De motie op stuk nr. 328 ontraad ik, want mijn politieke opdracht is om juist wel een suikertaks in te voeren.

De motie op stuk nr. 329 kan ik ook ontraden, verwijzend naar de reactie op de motie van JA21. We moeten stap voor stap naar meer vermogenswinst.

De motie op stuk nr. 330 ontraad ik kortheidshalve met een vergelijkbare redenatie of eigenlijk dezelfde redenatie.

Voorzitter. Dan gaan we naar de eenverdieners. Ik ontraad de motie op stuk nr. 331 vanwege de manier waarop deze nu is geformuleerd en de redenering die Forum voor Democratie erachter zet, maar ik heb ook hierin een opdracht. Ik heb ook in het commissiedebat gezegd: er is een groot verschil tussen eenverdieners en tweeverdieners. De SGP vraagt daar ook terecht vaak aandacht voor. Dat is een opdracht die ik serieus neem en waarmee ik aan de slag ga, maar ik zou het niet doen op de manier waarop u het heeft geformuleerd. Tegelijkertijd ga ik aan de slag met het doel dat u wilt bereiken.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 331: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 332.

Staatssecretaris Eerenberg:

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 332, over de personeelskorting. Die is per motie door uw Kamer gewijzigd in het energiepakket, dus die ga ik nu ontraden. Ik besef dat de indiener van de motie niet bij dit debat is; hij is op een andere plek ook een zeer nuttig debat aan het voeren. Ik wilde hem er eigenlijk toch op wijzen dat hij zelf voor de motie gestemd heeft die dit, in zijn termen, veroorzaakt heeft.

De voorzitter:

Tot slot.

Staatssecretaris Eerenberg:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 333 is een spreekt-uitmotie. Dan past het mij altijd om terughoudend te zijn, dus ik heb daar uiteraard geen oordeel over. Ik wil er wel één ding over zeggen. Er is een onderzoek dat per productgroep heeft laten zien wat de prijselasticiteit is. Het is dus echt niet zo dat wij zomaar wat doen. Wij denken echt dat je én een maatschappelijk doel na kan streven én een budget kan ophalen. Maar het is een spreekt-uitmotie, dus: geen oordeel.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank de staatssecretaris voor zijn medewerking en ik wens hem een heel goed zomerreces als ik hem niet meer zie in de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

De vergadering is heel kort geschorst voordat we verdergaan met het tweeminutendebat Iran.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Iran

Iran

Aan de orde is het tweeminutendebat Iran (CD d.d. 04/06).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Iran. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan mevrouw Van der Werf van D66. Mevrouw Van der Werf is nog even op zoek naar haar motie, maar ik zie wel meneer Diederik van Dijk staan. Is de heer Diederik van Dijk al klaar om zijn motie in te dienen? U bent van harte welkom op het rostrum om uw motie in te dienen. Ik heb de wind eronder, want u heeft ongetwijfeld meegekregen dat het de laatste dag voor het zomerreces is. Het zomerregime geldt dus, en dan doen we het allemaal net effe wat strakker. Gaat uw gang, meneer Van Dijk.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Prima. U bedoelt: we hebben tijd in overvloed, want hierna hebben we twee maanden uitloop. Nee, helder. Ik ga gauw beginnen, voorzitter.

Ik heb inderdaad twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de VS sancties tegen de Iraanse oliesector tijdelijk hebben opgeschort;

overwegende dat een aantal Europese landen bereid zou zijn om sanctieverlichting in het vooruitzicht te stellen bij duidelijke, controleerbare stappen bij het stilleggen van Irans atoomprogramma;

overwegende dat Iran geen bereidheid toont zijn destabiliserende activiteiten te staken, mensenrechten te verbeteren of de verwevenheid met de Iraanse Revolutionaire Garde af te bouwen;

verzoekt de regering zich in Europees verband uit te spreken tegen voorstellen tot normalisering van de betrekkingen met het Iraanse regime, en de Kamer vooraf te informeren bij voorstellen die tot substantiële sanctieverlichting of normalisering van de betrekkingen kunnen leiden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.

Zij krijgt nr. 753 (23432).

De heer Diederik van Dijk (SGP):

De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Iran niet alleen zijn eigen bevolking, Israël en andere volkeren in de regio terroriseert, maar met aanslagen op Joodse doelen en de intimidatie van Iraanse Nederlanders inmiddels ook een binnenlandse bedreiging vormt;

overwegende dat de Iraanse Revolutionaire Garde inmiddels op de Europese terrorismelijst staat;

overwegende dat de IRGC diep verweven is met het Iraanse diplomatieke apparaat en dat sleutelposities bekleed worden door mensen met een IRGC-achtergrond;

overwegende dat Canada al in 2012 zijn ambassade in Teheran sloot en alle Iraanse diplomaten het land uit heeft gezet;

verzoekt de regering alle in Nederland aanwezige Iraanse diplomaten persona non grata te verklaren en de diplomatieke betrekkingen met Iran op te schorten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Nanninga.

Zij krijgt nr. 754 (23432).

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Werf namens D66.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Dank, voorzitter. Goed om voor het reces nog even stil te staan bij Iran, want deze hopeloze oorlog heeft niets gebracht. Het is goed dat er nu toch weer wordt onderhandeld, maar vooralsnog is het resultaat mager, al helemaal voor de Iraniërs. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Iraanse regime zich op grote schaal schuldig maakt aan ernstige mensenrechtenschendingen;

overwegende dat sanctieverlichting als onderdeel van een eventuele deal niet los kan worden gezien van binnenlandse repressie, executies en de onderdrukking van vrouwen, minderheden en demonstranten;

verzoekt de regering zich in EU-verband in te zetten voor het onverkort handhaven van de mensenrechtensancties tegen Iran zolang de repressie voortduurt, en de positie van vrouwen, het democratisch middenveld en minderheden nadrukkelijk aan de orde te stellen bij eventuele toekomstige onderhandelingen met het Iraanse regime,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Werf.

Zij krijgt nr. 755 (23432).

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Maes van de VVD.

Mevrouw Maes (VVD):

Voorzitter. Ik neem even de vrijheid om een klein uitstapje te maken van Iran naar Egypte. Recent was de commissie met een delegatie in Egypte. Wat ons onaangenaam trof, was de mensenrechtensituatie in dat land. Als resultaat van die reis, willen we daarom graag gezamenlijk de volgende motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de mensenrechtensituatie in Egypte de laatste maanden aanmerkelijk verslechtert;

constaterende dat migranten en vluchtelingen sinds drie maanden steeds vaker gedetineerd worden, schijnbaar zonder reden;

overwegende dat BZ de afgelopen jaren heeft gezorgd dat er op de EU-delegatie in Caïro een mensenrechtenexpert werkte;

overwegende dat deze positie nu meer dan ooit nodig is, terwijl de detachering in september afloopt;

verzoekt de regering zich actief in te zetten voor behoud van de functie en daar spoedig een vacature voor uit te zetten zodat de functie vervuld blijft na september,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Maes, Piri, Van Baarle, Van der Werf en Dobbe.

Zij krijgt nr. 756 (23432).

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Piri namens PRO.

Mevrouw Piri (PRO):

Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de VS in een akkoord met Iran sanctieverlichtingen en het vrijgeven van bevroren tegoeden hebben toegezegd aan het regime;

constaterende dat de EU niet betrokken is bij deze onderhandelingen;

verzoekt het kabinet onder geen beding akkoord te gaan met enige vorm van sanctieverlichting voor Iran zonder concrete verbetering van de mensenrechtensituatie, waaronder de vrijlating van politieke gevangenen en een moratorium op executies,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.

Zij krijgt nr. 757 (23432).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie onderhandelt met de taliban over het terugsturen van Afghaanse vluchtelingen;

constaterende dat de taliban de fundamentele rechten van Afghanen bruut schendt en genderapartheid afdwingt;

overwegende dat Nederland een van de veertien lidstaten is die aan deze onderhandelingen heeft deelgenomen;

verzoekt de regering om onmiddellijk te stoppen met alle vormen van diplomatiek verkeer met de taliban die kan leiden tot legitimering en normalisering van het regime;

verzoekt de regering om geen officiële vertegenwoordigers van de taliban in Nederland te accrediteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.

Zij krijgt nr. 758 (23432).

Mevrouw Piri (PRO):

Tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat transnationale repressie een serieuze bedreiging is voor onze Europese veiligheid en democratie;

verzoekt de regering om werk te maken van een EU-brede strategie om transnationale repressie te bestrijden en om dit te integreren in de veiligheidsstrategie van de EU,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.

Zij krijgt nr. 759 (23432).

Dank u wel. Ik weet niet of mevrouw Dobbe zover is om haar motie in te dienen. Gaat uw gang. Neemt u eerst een slokje water. Goed blijven drinken.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank u wel, voorzitter. Soms is het rennen, maar ik ben net op tijd. Misschien ben ik een beetje niet op tijd, maar het is toch fijn dat ik mijn motie nog kan indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het regime in Iran mensenrechten schendt, dat vrouwen worden onderdrukt en ook de rechten van vrouwen ernstig worden geschonden,

constaterende dat repressie door het Iraanse regime is toegenomen sinds de oorlog met de VS en Israël;

verzoekt de regering een extra inspanning te leveren om Iraanse vrouwenrechten- en mensenrechtenorganisaties te ondersteunen bij hun werk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 760 (23432).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Iraanse regime zijn bevolking onderdrukt en misdaden tegen de eigen bevolking pleegt;

constaterende dat bij de aanvallen van Amerika en Israël burgerslachtoffers zijn gevallen;

verzoekt de regering de fact-finding mission in Iran extra te ondersteunen om de toegenomen repressie in Iran en omgekomen burgerslachtoffers te onderzoeken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 761 (23432).

Mevrouw Dobbe (SP):

Voorzitter. Deze moties zijn eerder ingediend en aangenomen, maar dat was voordat de repressie van de eigen bevolking in Iran nog extra toenam, terwijl die repressie al enorm was. Dat was ook voordat de oorlog startte. Dit lijkt me dus de goede tijd om te kijken of we nog een extra inspanning kunnen leveren.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Dekker namens Forum voor Democratie.

De heer Dekker (FVD):

Voorzitter. Opnieuw stond Nederland vooraan in de rij om deel te nemen aan discutabele NAVO-acties. Uitspraken van de secretaris-generaal van de NAVO suggereerden zelfs dat ook Nederlandse vliegvelden en het Nederlandse luchtruim gebruikt zijn bij de Amerikaanse aanval op Iran.

Er begint een patroon op te vallen. Nederland gedraagt zich niet langer als een land dat eerst het eigen belang weegt en dan beslist, maar als een land dat wil scoren binnen het NAVO-bondgenootschap. Laten we er eerlijk over zijn waarom dit gebeurt. De nieuwe secretaris-generaal van de NAVO is een oud-premier van dit land, met nog altijd veel invloed en contacten in de Nederlandse politiek. Elke keer als Nederland zich onderscheidt door voortvarendheid, straalt dit op hem af. Dat lijkt ons geen toeval.

Voorzitter. Het NAVO-belang en het Nederlands belang zijn twee verschillende dingen. Soms kunnen ze elkaar overlappen, soms niet. Een kabinet dat dit onderscheid niet meer maakt, maakt de veiligheid van Nederland ondergeschikt aan de profilering van het bondgenootschap. Deze Kamer moet daar een grens aan stellen. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland heeft meegewerkt aan NAVO-acties tegen Iran waarvan de rechtmatigheid ter discussie staat;

overwegende dat het NAVO-belang niet hetzelfde is als het Nederlands belang;

verzoekt de regering geen voortrekkersrol in te nemen binnen de NAVO en zelfstandig het Nederlands belang te wegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.

Zij krijgt nr. 762 (23432).

Dank u wel. De minister heeft genoeg aan een schorsing van vijf minuten? De minister gaat het proberen. Als het een minuut extra wordt, wordt het een minuut extra. Ik schors kort.

De vergadering wordt van 11.04 uur tot 11.11 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.

Minister Berendsen:

Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 753 van de heer Van Dijk krijgt oordeel Kamer als ik "uit te spreken tegen voorstellen tot normalisering van de betrekkingen met het Iraanse regime" mag interpreteren als: geen sanctieverlichting zonder dat daar verifieerbare verandering van gedrag tegenover staat.

De voorzitter:

En dat mag.

Minister Berendsen:

Dat mag. Dan krijgt de motie op stuk nr. 753 oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 754 ontraden we. De motie gaat over het tot persona non grata verklaren van alle in Nederland aanwezige Iraanse diplomaten en het opschorten van de diplomatieke betrekkingen met Iran. Deze discussie hebben we al vaker gevoerd. Ik wil deze motie echt met klem ontraden. Het blijft belangrijk om de kanalen open te houden, juist ook met een land als Iran, waarmee we het op zo veel punten niet eens zijn. Bovendien heeft alles wat we hier doen een impact op onze ambassade daar, en die doet ontzettend goed werk.

De voorzitter:

Er is één vervolgvraag van de heer Van Dijk.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Eén vervolgvraag. We hebben het dus over een land dat inmiddels ook een binnenlandse bedreiging vormt en over een diplomatiek apparaat dat verweven is met een terreurgroep. Wat moet een land nog meer uithalen, voordat wij wel tot dit soort stappen bereid zijn, zoals Canada, Australië en andere landen eerder al hebben gedaan?

Minister Berendsen:

Wij monitoren absoluut de situatie in Nederland. Maar gezien de enorme belangen die we hebben in de Straat van Hormuz, waar Iran de controle heeft, kunnen diplomatieke contacten zomaar noodzakelijk zijn. Bovendien doet onze ambassade in Teheran ontzettend goed werk als het gaat om ogen en oren daar, zodat we ook een beeld hebben van de situatie in het land. Juist voor een land dat zo afgesloten is van de rest van de wereld, zoals met de internetblokkades, is dat van belang. Dat is de afweging die wij maken.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 755.

Minister Berendsen:

De motie op stuk nr. 755: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 756, over Egypte en de detachering, ontraad ik. De inzet op mensenrechten blijft van groot belang. Nederland blijft pleiten voor een inzet door de EU in Egypte, juist ook op het gebied van mensenrechten. Detacheringen zijn een instrument. Daar is kader voor financiering voor nodig. Daar hebben we nu geen ruimte voor; de keuzes zijn nu anders gemaakt. Maar we blijven inzetten op de mensenrechten. Ik moet daarbij ook zeggen dat deze motie gericht is op individuele plaatsingen in het personeelsbeleid. Ik waardeer echt de inzet, maar ontraad de motie.

De voorzitter:

Eén vervolgvraag.

Mevrouw Piri (PRO):

Eén vervolgvraag. De minister beseft waarschijnlijk dat er momenteel al 74 zetels onder die motie staan, dus dat de kans vrij groot is dat deze wordt aangenomen. Kan de minister bevestigen dat hij de motie, ondanks dat hij die heeft ontraden, wel gaat uitvoeren?

Minister Berendsen:

Het kabinet zal er altijd alles aan doen om moties uit te voeren die door de Kamer zijn aangenomen.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 757.

Minister Berendsen:

Maar we ontraden deze motie niet voor niets.

De motie op stuk nr. 757: oordeel Kamer, mits ik deze zo mag interpreteren dat het hier gaat om sanctieverlichting op het gebied van mensenrechtensancties. Als ik die koppeling mag leggen, geef ik de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

Eén interruptie.

Mevrouw Piri (PRO):

Nee, daar gaat het niet over. Het gaat erom dat het belachelijk zou zijn, want bijna alle sancties hebben ook betrekking op de mensenrechtensituatie. Deze motie is tegen het zomaar opheffen van de sancties op het moment dat er een nucleair akkoord zou zijn. Datzelfde voorbehoud heeft de minister niet gemaakt bij de motie op stuk nr. 755, die ook over de mensenrechtensituatie gaat. Ik vind het raar dat deze motie zonder voorbehoud oordeel Kamer krijgt en de motie op stuk nr. 757 met voorbehoud. Ik pas de motie niet aan. Het is niet met die interpretatie, geen sanctieverlichting.

De voorzitter:

Daarmee wordt de motie op stuk nr. 757 ontraden. Zie ik dat goed?

Minister Berendsen:

Ja, dat klopt. Natuurlijk nemen wij nooit zomaar afscheid van de sancties zonder dat heel nauw te monitoren. Zeker op nucleair gebied zijn er ook sancties die daaraan gerelateerd zijn. We moeten wel wat ruimte houden voor eventuele stappen.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 758.

Minister Berendsen:

De motie op stuk nr. 758 wil ik ontraden. De functionele contacten die we op dit moment hebben in het kader van het overleg dat de Commissie voert, zijn nodig. Dat is geen erkenning van het regime. Dat doen we ook niet. Officiële vertegenwoordigers in Nederland zijn overigens ook niet aan de orde. Daar zouden we ook geen voorstander van zijn. Maar functionele contacten blijven wel nodig. Als ik die moet scharen onder diplomatiek verkeer, wat een brede definitie is, dan ontraad ik de motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 758 wordt ontraden. Mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (PRO):

Ik pas de motie aan: verzoekt de regering om geen diplomatiek verkeer met de Taliban te hebben dat kan leiden tot legitimering en normalisering van het regime.

Minister Berendsen:

Ik snap de stap die mevrouw Piri zet. Ik ben ermee akkoord als het volgens de motie van mevrouw Piri kan dat wij functionele contacten hebben in het kader van wat de Europese Commissie doet en dat we ambtenaren aan tafel hebben zitten die die gesprekken mee voeren.

De voorzitter:

Ik kijk of dat non-verbaal kan. Nee, mevrouw Piri, u kreeg maar één interruptie. U krijgt nu echt niet het woord. Kan dat? Ik hoor dat mevrouw Piri het bij de oorspronkelijke motie houdt.

Minister Berendsen:

Dan houd ik het bij ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 758: ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 759.

Minister Berendsen:

De motie op stuk nr. 759: oordeel Kamer.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 760.

Minister Berendsen:

De motie op stuk nr. 760: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 761: oordeel Kamer. Daarbij wil ik wel aangeven dat wij niet direct extra kunnen financieren. Het is namelijk een onafhankelijke VN-missie. Het kan wel indirect, via steun aan de OHCHR, moet ik zeggen. Daarnaast is natuurlijk politieke steun mogelijk, bijvoorbeeld voor de verlenging van het mandaat.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 762, tot slot.

Minister Berendsen:

De motie op stuk nr. 762 ontraden we. Nederland wil wel degelijk een voortrekkersrol in de NAVO spelen.

De voorzitter:

Ik dank de minister. Hij blijft in ons midden, want we gaan verder met het tweeminutendebat Oekraïne.

De beraadslaging wordt gesloten.

Oekraïne

Oekraïne

Aan de orde is het tweeminutendebat Oekraïne (CD d.d. 03/06).

De voorzitter:

Daarvoor geef ik het woord aan mevrouw Van der Werf namens D66.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Dank, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nog dagelijks schepen van de Russische schaduwvloot door de Nederlandse EEZ varen;

overwegende dat deze schepen rechtstreeks bijdragen aan de financiering van Russische agressie;

overwegende dat Oekraïne militair momentum heeft en het verder afknijpen van Russische inkomsten juist nu kan bijdragen aan het vergroten van de druk op Rusland;

verzoekt de regering vaart te maken met de aanpak van de schaduwvloot en, vooruitlopend op nationale wetgeving, alle ruimte binnen het internationaal recht te benutten om waar mogelijk eerder al op te treden tegen staatloze, vals gevlagde of anderszins malafide schepen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Van Lanschot, Maes en Piri.

Zij krijgt nr. 297 (36045).

Mevrouw Van der Werf (D66):

Dan de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een duurzame verankering van Oekraïne in de Europese Unie van groot strategisch, economisch en veiligheidsbelang is voor Europa;

constaterende dat het opstellen en ratificeren van EU-toetredingsverdragen een langdurig proces is dat aanzienlijke voorbereiding vergt;

verzoekt de regering zich er binnen de Europese Unie voor in te zetten dat tijdig, vooruitlopend op een eventuele toetreding van Oekraïne, wordt begonnen met de voorbereiding en opstelling van een toekomstig EU-toetredingsverdrag,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf en Klos.

Zij krijgt nr. 298 (36045).

Dank u wel, u heeft het gezegd. Het woord is aan de heer Dassen namens Volt. Gaat uw gang.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Dit moet ook nog in twee minuten; geweldig. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Matra-programma al decennialang bijdraagt aan de versterking van de democratische rechtsstaat, goed bestuur en maatschappelijke organisaties in (potentiële) kandidaat-lidstaten van de Europese Unie;

overwegende dat het versterken van democratie en rechtsstaat in de Europese buurlanden van strategisch belang is voor de veiligheid, stabiliteit en toekomstige uitbreiding van de Europese Unie;

overwegende dat er nog bezuinigingen ingepland staan op het Matra-fonds;

verzoekt de regering niet te bezuinigen op het Matra-fonds,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Piri.

Zij krijgt nr. 299 (36045).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een groot deel van de bevroren Russische centrale banktegoeden zich bevindt bij Euroclear in België, waardoor verdere inzet van deze tegoeden voor Oekraïne juridisch en politiek complex blijft;

overwegende dat het voorstel The Russian Transfer beoogt deze tegoeden onder Europees beheer te brengen, waardoor de Europese Unie meer handelingsperspectief krijgt om deze middelen ten behoeve van Oekraïne in te zetten;

verzoekt de regering de juridische en beleidsmatige mogelijkheden van dit voorstel nader te onderzoeken, en zich in Europees verband actief in te zetten om dit voorstel of vergelijkbare initiatieven te agenderen en te bevorderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 300 (36045).

De heer Dassen (Volt):

Ik heb nog één vraag aan de minister. Er gebeurt natuurlijk weer veel op het Oekraïense strijdveld. Vannacht zijn er ook weer veel rakketten afgevuurd op Kiev. Het nadrukkelijke verzoek vanuit Oekraïne is om hen te blijven steunen qua raketinterceptors en om op dit moment extra inspanningen te leveren op dat punt. Ik wil het kabinet aansporen om dat te blijven doen, ook al weet ik dat de minister daar zelf natuurlijk ook druk mee bezig is. Ik hoop dat alles uit de kast wordt getrokken om te zorgen dat we Oekraïne op de goede manier blijven steunen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Piri namens PRO. Gaat uw gang.

Mevrouw Piri (PRO):

Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om er bij de Verenigde Staten in diplomatieke en politieke contacten op aan te dringen om de sancties tegen Rusland te verstevigen en op te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Van der Werf, Van Lanschot, Dobbe en Dassen.

Zij krijgt nr. 301 (36045).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende het belang van intensieve defensiesamenwerking met Oekraïne voor de veiligheid van Europa;

verzoekt de regering om zich actief in te blijven zetten voor het NAVO-lidmaatschap van Oekraïne,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Van Lanschot, Van der Werf en Dassen.

Zij krijgt nr. 302 (36045).

Mevrouw Piri (PRO):

Tot slot, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet stelt dat er regio's in Oekraïne zijn met een relatief lager niveau van geweld, en die aanmerkt als beschermingsalternatief;

overwegende dat Rusland willekeurige raket- en droneaanvallen uitvoert op civiele en energie-infrastructuur en burgerdoelen door heel Oekraïne, inclusief in het westen van het land en Kyiv;

overwegende dat internationale organisaties zoals de VN geen enkele regio in Oekraïne als structureel veilig beoordelen;

verzoekt de regering onder deze omstandigheden geen Oekraïners terug te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Westerveld en Dassen.

Zij krijgt nr. 303 (36045).

Mevrouw Piri (PRO):

Ik zie dat inmiddels ook de ambassadeur van Oekraïne is binnengekomen. Uiteraard ons welkom aan hem.

De voorzitter:

Dank u wel. In navolging van u heet ik inderdaad de ambassadeur van harte welkom. Meneer Kostin en mevrouw Volkova, fijn dat u er bent.

Het woord is aan mevrouw Dobbe namens de SP.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er minstens 28 Oekraïense journalisten en mediawerkers onrechtmatig vastzitten in Russische gevangenschap na willekeurige detentie, politiek gemotiveerde vervolging en verzonnen aanklachten in de Oekraïense bezette gebieden;

constaterende dat zij in gevangenschap te maken krijgen met onmenselijke behandeling, marteling en mogelijk de dood;

verzoekt de regering zich in te spannen, waar mogelijk met andere landen, voor vrijlating van deze journalisten en het verkrijgen van meer informatie over hun situatie via bijvoorbeeld de ambassade,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 304 (36045).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Frontex waarschuwt voor een Europees veiligheidsrisico omdat Oekraïense en Russische wapens terecht kunnen komen in smokkelnetwerken en criminele handen;

constaterende dat het Tridentproject is opgestart om dit te voorkomen;

verzoekt de regering om aan te sluiten bij het Tridentproject,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 305 (36045).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederlandse wapens terecht zijn gekomen bij het Russische vrijwilligerskorps, een extreemrechtse militie;

verzoekt de regering om, zowel in nationaal als Europees verband, afspraken te maken met Oekraïne over gebruik, beheer en beveiliging van de geleverde wapens, en deze afspraken ook na levering te controleren;

verzoekt de regering om zich in te spannen om Nederlandse wapens die in verkeerde handen zijn gevallen terug te halen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 306 (36045).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat huiselijk geweld in Oekraïne toeneemt;

constaterende dat er al psychosociale hulp wordt geboden aan Oekraïense veteranen maar dat programma's met een integrale aanpak inclusief hulp voor het gezin nog ontbreken;

verzoekt de regering om dergelijke programma's te ondersteunen waar mogelijk, in samenspraak met Oekraïense vrouwenorganisaties, in lijn met VN-resolutie 1325;

verzoekt de regering vrouwenorganisaties te ondersteunen zodat zij meer in kunnen zetten op preventie van huiselijk geweld en bewustwording in Oekraïne,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 307 (36045).

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Lanschot namens het CDA.

De heer Van Lanschot (CDA):

Dank, voorzitter. In april nam de Kamer de motie-Van der Werf/Van Lanschot aan. Deze motie verzoekt het kabinet om voor innovatieve Oekraïense antidrone-initiatieven zoals Freedom Sky, die tot stand komen via non-profit-ngo's als Dignitas, voortvarend te bezien hoe deze gefinancierd zouden kunnen worden. Kan de minister in navolging van deze motie toezeggen om met de Oekraïense overheid te verkennen hoe initiatieven zoals deze meegewogen zouden kunnen worden in de NSATU-validatie? Na onze succesvolle deelname aan het Drone Line Initiative, biedt dit Nederland een volgende kans om Oekraïne op innovatieve wijze te steunen en om van Oekraïne te leren.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer De Roon van de PVV. O, hij ziet af van zijn termijn.

Dan krijgt mevrouw Maes van de VVD het woord.

Mevrouw Maes (VVD):

Voorzitter. Tijdens het commissiedebat is uitgebreid gesproken over een momentum voor gesprekken met Rusland. Nu moet ik zeggen dat mijn fractie vol spanning en enigszins verheugd kijkt naar het nieuws van de afgelopen dagen over de Krim, ofwel de luchtcampagne van Oekraïne; dat is een mooi woord, "luchtcampagne". Dit is een heel interessante nieuwe ontwikkeling, evenals de drones die op Moskou en Sint-Petersburg worden afgevuurd. Daarom heb ik een aantal vragen aan de minister. Wat gaan Europese landen doen? En vooral: wat vindt de minister wenselijk? Is er momentum om gesprekken te gaan voeren met Rusland? Hoe kijkt de minister hiernaar? Ziet de minister hierin ook een rol weggelegd voor Europa? Welke dan?

Ik heb eerder al vragen gesteld over de betrokkenheid van Belarus bij de oorlog in Oekraïne. De berichten daarover houden aan: versnelde militarisering inclusief militaire wetgeving, troepenuitbreiding en zelfs mobilisatie van civiele instellingen. Bereiken die berichten de minister ook? Wat doet hij ermee? Is dit onderwerp van gesprek binnen de EU en de NAVO?

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Maes. Tot slot is het woord aan de heer Dekker van Forum voor Democratie.

De heer Dekker (FVD):

Dank u wel, voorzitter. Nederland heeft opnieuw wapensteun aan Oekraïne toegezegd: een half miljard euro, waarvan 250 miljoen naar kruisraketten die worden gebouwd in Hengelo. Dat is Nederlands belastinggeld, toegezegd door de Nederlandse regering en uitgegeven aan Nederlands fabricaat, met een helder doel: het raken van doelen diep in Russisch grondgebied. Dat is een fundamenteel andere categorie dan de hulp die dit kabinet ons altijd heeft voorgehouden: verdedigingswapens houden een front overeind, maar dat doen deze wapens niet. Dit is een nog verdere escalatie namens Nederland.

Blijven volhouden dat Nederland geen partij is in dit conflict, wordt met deze actie absurd. We zijn hiermee juist volledig bij de oorlog tegen Rusland betrokken. Rusland is niet onze vijand. In plaats van vooroplopen bij NAVO-escalatie tegen Rusland, zouden we bovenal het Nederlands belang moeten dienen. Vijandschap zoeken met de grootste kernmacht ter wereld is niet in het Nederlands belang.

Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland voor circa 500 miljoen euro aan wapens aan Oekraïne levert, waaronder in Nederland gebouwde kruisraketten van 250 miljoen euro, bedoeld om doelen diep in Rusland te raken;

overwegende dat het produceren en leveren van offensieve wapens om Rusland op eigen grondgebied te raken, geen steun aan Oekraïne op afstand is, maar actieve deelname aan de oorlog;

stelt vast dat Nederland met deze wapenleveranties feitelijk partij in het conflict is in de oorlog tussen Oekraïne en Rusland;

spreekt uit dat dit niet in het Nederlands belang is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.

Zij krijgt nr. 308 (36045).

Dank u wel. Ik schors tot 11.35 uur voor de beantwoording van de minister.

De vergadering wordt van 11.28 uur tot 11.35 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.

Minister Berendsen:

Dank u, voorzitter. De motie op stuk nr. 297, over de schaduwvloot, krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 298: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 299, van de heer Dassen, over MATRA is ontijdig. Wij onderschrijven het belang van het programma. We zijn op dit moment aan het kijken hoe we dat kunnen doen, ook in het kader van de begroting. Ik zou dus aan de heer Dassen willen vragen de motie aan te houden.

De voorzitter:

Eén vervolgvraag, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Op verzoek van de minister houd ik 'm aan.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Dassen stel ik voor zijn motie (36045, nr. 299) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De motie op stuk nr. 300.

Minister Berendsen:

De motie op stuk nr. 300 geef ik oordeel Kamer, maar wel met de interpretatie dat de opties financieel en juridisch houdbaar moeten zijn, dat de risico's gezamenlijk gedragen moeten worden en dat het in nauwe samenwerking met de G7 zou moeten zijn. Ik geef ook de winstwaarschuwing af dat het krachtenveld hierover in Europa verdeeld is. Maar het is duidelijk dat we hierop blijven inzetten.

De voorzitter:

Héél kort, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Die waarschuwing snap ik, maar dit is natuurlijk een plan dat nu steeds meer aandacht krijgt. Mijn verzoek aan het kabinet is om zich ervoor in te spannen dat dat verder wordt gebracht, natuurlijk wel met alle waarborgen die de minister schetst.

Minister Berendsen:

Ja.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 301.

Minister Berendsen:

De motie op stuk nr. 301: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 302: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 303 is ontijdig. Er is op dit moment ook een commissiedebat aan de gang met de minister van Asiel en Migratie.

De voorzitter:

Dus het verzoek is of mevrouw Piri de motie aanhoudt? Ja, dat is het verzoek. Eén interruptie, mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (PRO):

Zo makkelijk gaat deze minister daar niet mee wegkomen. Er is inderdaad een commissiedebat gaande, maar dat is afgelopen voordat we gaan stemmen. Er is geen mogelijkheid meer, begreep ik, voor een tweeminutendebat over dat commissiedebat. Ik vind het prima als de minister nu geen oordeel over deze motie kan geven, maar dat oordeel ontvangen we gewoon graag voor de stemmingen.

De voorzitter:

Minister, kunt u dat toezeggen?

Minister Berendsen:

Dat kan ik toezeggen.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 304.

Minister Berendsen:

De motie op stuk nr. 304: oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 305.

Minister Berendsen:

De motie op stuk nr. 305 krijgt oordeel Kamer, als ik 'm zo mag interpreteren dat we verkennen om ons aan te sluiten. Dit is een initiatief van drie lidstaten, dat net bestaat. Dat wil ik graag verkennen. Het is wellicht net wat te vroeg om nu uit te spreken dat we ons hierbij gaan aansluiten, maar als we dit kunnen afspreken, krijgt de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

Kan mevrouw Dobbe leven met die interpretatie?

Minister Berendsen:

En dan geven we daar een terugkoppeling op. Helemaal goed!

De voorzitter:

Ja, mevrouw Dobbe kan leven met die interpretatie. De minister zegt daar ook nog eens een terugkoppeling van toe.

Minister Berendsen:

Ja.

De motie op stuk nr. 306 ontraden we. Dit hebben we al vaak besproken. Er zijn duidelijke afspraken met Oekraïne. Wij doen niet aan exportcontrole op post.

De motie op stuk nr. 307 krijgt oordeel Kamer, mits we kunnen onderzoeken hoe we dit in de bestaande inzet kunnen doen.

De voorzitter:

Ja, mevrouw Dobbe knikt.

Minister Berendsen:

De motie op stuk nr. 308 is een spreekt-uitmotie.

Voorzitter, dat waren de moties. Er zijn ook nog een aantal vragen gesteld, waar ik kort op zal antwoorden.

Mevrouw Maes vroeg naar het vredesproces. Op dit moment zien we niet dat Rusland bereid is om serieus aan tafel te gaan zitten, dus dat betekent dat de steun aan Oekraïne en het opvoeren van de druk op Rusland belangrijk zijn. Natuurlijk is het zo dat als er gesprekken gevoerd worden, wij daar belang bij hebben en Europa dus ook aan tafel moet zitten. Maar ik wil daar altijd wel bij opmerken dat de reden dat wij in Europa zijn gaan spreken over wie ons zou moeten gaan vertegenwoordigen, was dat Poetin voorstelde om Schröder beschikbaar te stellen. Toen zijn wij met z'n allen die discussie aangegaan. Ik zou dus wel een beetje terughoudend willen zijn in die publieke discussie, maar natuurlijk zetten we in op het Europese belang.

Voorzitter. Mevrouw Maes vroeg ook naar de situatie in Belarus. Natuurlijk houden we die situatie in de gaten. Daar hebben we zorgen over. Het is belangrijk dat de oorlog stopt en juist niet escaleert met nieuwe fronten. Dit is inderdaad ook onderwerp van gesprek binnen de NAVO. Dit zal volgende week besproken worden tijdens de top.

De heer Van Lanschot vroeg om een toezegging. Ik wil graag toezeggen dat we dit verder gaan verkennen. Tegelijkertijd is het uiteindelijk aan Oekraïne om aan te geven wat hun primaire noden zijn. Zij gaan over hun nodenlijst. Maar natuurlijk is dit een onderwerp dat we verder verkennen, omdat we daar ook de potentie van zien.

De heer Dassen vroeg naar de afschuwelijke aanvallen die we vannacht weer gezien hebben. De luchtverdediging is een prioriteit in het Nederlandse militaire steunbeleid, ook gezien onze deelname aan het PURL-programma en het PURL-pakket. Denk ook aan de 250 miljoen voor drones die juist bedoeld zijn voor de luchtverdediging. We blijven hierop inzetten, want we zien dat dit absoluut nodig is om de burgers in Oekraïne te beschermen.

De voorzitter:

Mevrouw Piri is haar benen aan het strekken.

Mevrouw Piri (PRO):

Zeker, voorzitter.

De voorzitter:

O, u heeft een interruptie? Nou vooruit, de tijd staat het toe.

Mevrouw Piri (PRO):

Dank u wel, voorzitter. We waren heel snel, toch?

De voorzitter:

Zeker. Daarom sta ik het u ook toe.

Mevrouw Piri (PRO):

Oké. Hartelijk dank. De minister refereerde net zelf al aan de afschuwelijke aanval van vannacht. Ik begrijp inmiddels van de ambassadeur dat het dodenaantal en het aantal slachtoffers nog vele malen hoger is dan vanmorgen in het nieuws was. We zagen in de afgelopen dagen weer enorme aanvallen op de energie-infrastructuur in het westen. Ik vraag deze minister of er volgens hem relatief veilige gebieden in Oekraïne zijn.

Minister Berendsen:

We zien inderdaad op allerlei plekken aanvallen, zeker op Kyiv. We hebben afschuwelijke aanvallen gezien, maar om de vraag te beantwoorden: ja, er zijn plekken in Oekraïne die veiliger zijn dan andere plekken.

De voorzitter:

Meneer Dassen strekt ook zijn benen en interrumpeert.

De heer Dassen (Volt):

Het antwoord van de minister verbaast mij enigszins, zeker omdat hij net ook refereert aan de aanvallen die in Kyiv hebben plaatsgevonden. In zijn antwoord geeft hij aan dat sommige plekken veiliger zijn dan andere. Als een land in oorlog is, vind ik het best wel lastig als er wordt gezegd dat er ook wat veiligere plekken zijn. Volgens mij is het heel duidelijk dat er in Oekraïne geen veilige plek is; dat wordt vanuit Oekraïne gecommuniceerd, maar we lezen dit ook zelf. Dat wordt daar ook aangegeven. Hoe moeten we dit antwoord dat er "veiligere plekken zijn dan andere" dan duiden? Dat kan nog steeds betekenen dat er geen veilige plekken zijn.

Minister Berendsen:

Dit debat wordt volgens mij nu op een andere plek gevoerd. Dat heeft alles te maken met de brief van de minister van AenM. Ik heb mijn antwoord net gegeven. De specifieke discussie die hierover gaat, vindt op dit moment ergens anders plaats.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid in de Kamer en ik wens hem, als ik hem niet meer zie, een heel goed zomerreces toe.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

De vergadering is geschorst, in principe tot 11.55 uur of tot zoveel eerder als mogelijk.

De vergadering wordt van 11.42 uur tot 11.49 uur geschorst.

Personeel

Personeel

Aan de orde is het tweeminutendebat Personeel (CD d.d. 15/04).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering voor het tweeminutendebat Personeel. Er zijn negen sprekers aan de zijde van de Kamer. Allereerst geef ik het woord aan mevrouw Jagtenberg namens D66. Ik wijs de leden erop dat een tweeminutendebat een tweeminutendebat is en niet een drieminutendebat. Moties moeten dus echt ingediend worden binnen de twee minuten. U mag een zin afmaken, maar alles daarbuiten zal een volgende keer in stemming worden gebracht. Gaat uw gang.

Mevrouw Jagtenberg (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties. Ik zal dus heel snel gaan lezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het thuisfront de stille kracht achter iedere militair is;

constaterende dat bestaande ondersteuning voor het thuisfront vooral gericht is op informatie en activiteiten, terwijl structurele verbinding en ervaringsuitwisseling tussen thuisfronten beperkt aanwezig is;

overwegende dat contact met lotgenoten en de inzet van ervaringsdeskundigen kunnen bijdragen aan herkenning, weerbaarheid en onderlinge steun binnen het thuisfront;

verzoekt de regering structureel contact tussen thuisfronten van Defensiemedewerkers te faciliteren, ervaringsdeskundigen actief te betrekken bij ondersteuning en voorbereiding, en samen met Defensie en bestaande organisaties in te zetten op verbinding, onderlinge steun en kennisdeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg en Peter de Groot.

Zij krijgt nr. 95 (36800-X).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat jaarlijks meer dan 22.000 mbo-studenten hun opleiding vroegtijdig afbreken zonder startkwalificatie;

overwegende dat er binnen Defensie functies zijn met grote personeelstekorten, terwijl er mensen beschikbaar zijn die wel over de benodigde vaardigheden beschikken maar niet over het vereiste diploma;

overwegende dat een grote nadruk op vaardigheden in plaats van uitsluitend diploma's kan bijdragen aan het verkleinen van personeelstekorten en dat Defensie veel investeert in persoonlijke ontwikkeling;

verzoekt de regering om, waar dit vanuit de functie-inhoud mogelijk is, bij vacatures en werving binnen Defensie nadrukkelijker te sturen op vaardigheden in plaats van uitsluitend op diploma-eisen, dit actief uit te dragen en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jagtenberg.

Zij krijgt nr. 96 (36800-X).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er diverse sectoren zijn waar zowel Defensie als andere werkgevers kampen met personeelstekorten, zoals in de zorg, techniek, IT en logistiek;

overwegende dat bijvoorbeeld studenten die vliegtuigmonteur willen worden zowel bij de luchtmacht als bij commerciële partijen hard nodig zijn en dat zij elkaar nu beconcurreren in plaats van de samenwerking op te zoeken;

overwegende dat er in de zorg reeds gekeken wordt naar combinatiebanen of gedeeld werkgeverschap;

verzoekt de regering om breder binnen Defensie en de samenleving te kijken naar mogelijkheden voor combinatiebanen of gedeeld werkgeverschap, en de Kamer hierover uiterlijk voor het herfstreces van 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg, Struijs en Peter de Groot.

Zij krijgt nr. 97 (36800-X).

Mevrouw Jagtenberg (D66):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe van de SP.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet overweegt de opkomstplicht opnieuw in te voeren;

verzoekt de regering hier niet toe over te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Van Baarle.

Zij krijgt nr. 98 (36800-X).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet een opkomstplicht overweegt naar Zweeds model;

constaterende dat in Zweden jongeren een gevangenisstraf riskeren bij het weigeren van dienstplicht;

verzoekt de regering nooit te dreigen met een gevangenisstraf bij het weigeren van dienstplicht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Van Baarle.

Zij krijgt nr. 99 (36800-X).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het ministerie van Defensie bezig is met een wervingscampagne voor jongeren;

constaterende dat uitzending naar conflictgebieden grote psychosociale en lichamelijke effecten kan hebben die niet altijd bij jongeren bekend zijn;

verzoekt de regering in het aannamebeleid aandacht te besteden aan de gevolgen van uitzending naar een oorlogsgebied, zodat jongeren een weloverwogen keuze kunnen maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 100 (36800-X).

Mevrouw Dobbe (SP):

Dan wil ik nog meegeven dat we het in het debat ook gehad hebben over een aantal uitspraken van de minister over de werving, namelijk dat Defensie staat voor iedereen, dus ook voor jongeren: "Dus als je goed bent in gamen, kom dan vooral bij Defensie." Ik vind die vergelijking echt niet passend als het gaat om het effect dat het heeft als je bijvoorbeeld in een oorlog terechtkomt. Ik zou de staatssecretaris toch willen oproepen om dat niet meer te doen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Lanschot namens het CDA.

De heer Van Lanschot (CDA):

Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat verbeteren van het behoud van onze 42.000 beroepsmilitairen essentieel is om de krijgsmacht met 15.000 beroeps uit te kunnen breiden per 2030;

constaterende dat beroepsmilitairen in de Stand van Defensie 2025 als belangrijkste vertrekreden (in 52% van de gevallen) de combinatie tussen werk, reistijd en thuis noemen;

overwegende dat sommige levensfases, zoals het opvoeden van jonge kinderen of het mantelzorgen voor een naaste, uitdagend zijn om te combineren met een baan als beroepsmilitair en voor extra druk op het thuisfront zorgen;

overwegende dat een aantal jaar een burgerfunctie bij Defensie (met een betere werk-privébalans) kunnen vervullen het voor deze militairen aantrekkelijker maakt om daarna weer terug te kunnen keren als beroeps;

constaterende dat er in het personeelsbeleid van Defensie op basis van individueel maatwerk aandacht voor is, maar dat een programmatische schaal ontbreekt, terwijl de omvang van het burgerpersoneel (25.000 medewerkers) daar genoeg relevante banen voor zou moeten kunnen bieden;

verzoekt de regering om in overleg met de vakbonden een "beroepsbehoudprogramma" voor beroepsmilitairen te onderzoeken, van minstens 250 banen binnen de bestaande burgerformatie van Defensie, en de Kamer hierover in Q4 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Lanschot.

Zij krijgt nr. 101 (36800-X).

De heer Van Lanschot (CDA):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (PRO):

Nu al?

De voorzitter:

Ja.

Mevrouw Piri (PRO):

Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de militairen die zich hebben ingezet voor de veiligstelling en repatriëring van de slachtoffers van vlucht MH17 hiervoor weliswaar een herinneringsbeeldje hebben ontvangen, maar geen onderscheiding;

overwegende dat de inzet van deze militairen, inmiddels bijna twaalf jaar geleden, een passende vorm van erkenning verdient;

verzoekt de regering alsnog over te gaan tot toekenning van een passende onderscheiding aan de militairen die zich hebben ingezet voor de veiligstelling en repatriëring van de slachtoffers van vlucht MH17, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.

Zij krijgt nr. 102 (36800-X).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie op verzoek van onder andere Nederland in gesprek is met de taliban over de terugname van Afghaanse asielzoekers, wat kan worden opgevat als de facto normalisering van betrekkingen;

overwegende dat Nederlandse Afghanistanveteranen en naar Nederland geëvacueerde tolken zich met gevaar voor eigen leven tegen dit bewind hebben ingezet en dat hun stem daarom meegewogen moet worden;

verzoekt de regering het sentiment onder Nederlandse Afghanistanveteranen en de naar Nederland geëvacueerde tolken te peilen ten aanzien van de Europese toenadering tot de taliban, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.

Zij krijgt nr. 103 (36800-X).

Mevrouw Piri (PRO):

Tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Defensie op verschillende kernterreinen, waaronder opleiden, trainen en oefenen, structureel oud-militairen inhuurt via dure commerciële tussenpartijen;

overwegende dat de meerwaarde van deze inhuur voornamelijk voortkomt uit de kennis en ervaring van de oud-militairen zélf en dat zij met een meer flexibele aanstellingsvorm verbonden kunnen blijven aan Defensie;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe de kennis en ervaring van oud-militairen via een flexibele reservisten- of aanstellingsvorm rechtstreeks aan Defensie verbonden kan worden gehouden, zodat de afhankelijkheid van dure commerciële tussenpartijen wordt afgebouwd, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.

Zij krijgt nr. 104 (36800-X).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Baarle namens DENK.

De heer Van Baarle (DENK):

Dank u, voorzitter. Allereerst heb ik een tweetal moties over de ladder die de staatssecretaris wil gaan invoeren, met uiteindelijk een opkomstplicht.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering werkt aan een ladder die uiteindelijk kan leiden tot een verplichte enquête, verplichte keuring en een (selectieve) opkomstplicht;

verzoekt de regering te waarborgen dat geen enkele stap in de ladder, waaronder een verplichte enquête, verplichte keuring of (selectieve) opkomstplicht, kan worden ingevoerd zonder voorafgaande instemming van de Staten-Generaal,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.

Zij krijgt nr. 105 (36800-X).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering werkt aan een wijziging van de Kaderwet dienstplicht, waarin verschillende vormen van een (selectieve) opkomstplicht worden uitgewerkt;

overwegende dat vrijheidsbenemende sancties wegens het niet voldoen aan een verplichte enquête, verplichte keuring of (selectieve) opkomstplicht een onevenredig zware inbreuk vormen op de persoonlijke vrijheid;

verzoekt de regering uit te sluiten dat het niet voldoen aan een verplichte enquête, verplichte keuring of (selectieve) opkomstplicht kan leiden tot een vrijheidsbenemende sanctie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.

Zij krijgt nr. 106 (36800-X).

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter. Dan de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat behoud van personeel essentieel is voor de gereedheid van de krijgsmacht;

constaterende dat uit onderzoek van de inspecteur-generaal der krijgsmacht blijkt dat een aanzienlijk deel van het personeel discriminatie en ander grensoverschrijdend gedrag ervaart;

verzoekt de regering een versterkt plan van aanpak op te stellen voor inclusie, sociale veiligheid en bestrijding van discriminatie, gericht op het beschermen en behouden van personeel, en de Kamer jaarlijks over de voortgang en de resultaten daarvan te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 107 (36800-X).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering een doelstelling hanteert van 30% vrouwen Defensiebreed, op dit moment 20% van het Defensiepersoneel vrouw is en slechts 12,8% van de beroepsmilitairen vrouw is;

verzoekt de regering naast de Defensiebrede doelstelling ook een concrete doelstelling en een tijdpad vast te stellen voor het aandeel vrouwelijke beroepsmilitairen, en de Kamer jaarlijks over de voortgang te en informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 108 (36800-X).

De heer Van Baarle (DENK):

Dank u.

De voorzitter:

Dank u, meneer Van Baarle. Het woord is aan de heer Peter de Groot namens de VVD.

De heer Peter de Groot (VVD):

Voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het personeelsbestand van de krijgsmacht de komende jaren substantieel moet groeien;

overwegende dat een deel van de extra vacatureruimte kan worden ingevuld door deeltijdpersoneel uit het bedrijfsleven of van de overheid;

overwegende dat hiermee actuele kennis en ervaring uit het bedrijfsleven direct binnen de krijgsmacht worden ingezet;

verzoekt de regering om belemmeringen voor hybride loopbanen weg te nemen en actief te werken aan het werven van personeel dat als militair in deeltijd bij Defensie werkt en dit combineert met een deeltijdbaan in het bedrijfsleven of bij de overheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot en Jagtenberg.

Zij krijgt nr. 109 (36800-X).

De heer Peter de Groot (VVD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Boon namens de PVV.

De heer Boon (PVV):

Ik heb een aantal moties. De eerste motie is de volgende.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Regeling faciliteiten Turkse dienstplicht defensie-ambtenaren (RFTDD) faciliteiten biedt voor het afkopen of vervullen van de Turkse dienstplicht;

constaterende dat eerdere Kamermoties waarin werd verzocht deze regeling te beëindigen niet zijn uitgevoerd;

overwegende dat Nederlands belastinggeld en Defensiefaciliteiten niet behoren te worden ingezet ten behoeve van een buitenlandse dienstplicht;

verzoekt de regering de beëindiging van de Regeling faciliteiten Turkse dienstplicht defensie-ambtenaren als inzet te betrekken bij het eerstvolgende overleg over de arbeidsvoorwaarden van Defensie, en de Kamer over de uitkomst daarvan te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.

Zij krijgt nr. 110 (36800-X).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Defensie Conditie Proef (DCP) momenteel normen hanteert op basis van geslacht en leeftijd;

constaterende dat binnen Defensie voor verschillende functies al wordt gewerkt met functiegerichte fysieke eisen, zoals de FIT/FIT-CLAS;

overwegende dat militairen moeten worden beoordeeld op hun inzetbaarheid voor de functie die zij vervullen en dat normen op basis van geslacht en leeftijd daarmee onverenigbaar zijn;

verzoekt de regering de Defensie Conditie Proef te hervormen naar functiegerichte eisen, vergelijkbaar met de systematiek van de FIT/FIT-CLAS, en daarbij normen op basis van geslacht en leeftijd af te schaffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.

Zij krijgt nr. 111 (36800-X).

De heer Boon (PVV):

En de laatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de primaire kerntaak van Defensie is om Nederland en zijn bondgenoten te versterken met een maximaal slagvaardige en gevechtsklare krijgsmacht;

overwegende dat ons leger alleen sterk is als het draait om meritocratie, discipline, vakmanschap en echte gevechtskracht, en dat de linkse woke- en diversiteitsideologie (DEI) onze krijgsmacht verzwakt, normen verlaagt, cohesie vernietigt en daarmee de veiligheid van Nederland in gevaar brengt;

verzoekt de regering:

alle woke-, diversiteits- en inclusiebeleid (DEI) binnen Defensie per direct stop te zetten;

geen nieuw wokebeleid, quota, verplichte trainingen of gendertaalregels meer in te voeren;

in alle officiële communicatie en regelgeving uit te gaan van het biologische onderscheid tussen man en vrouw,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.

Zij krijgt nr. 112 (36800-X).

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Nanninga.

De heer Boon (PVV):

U ook bedankt, voorzitter.

De voorzitter:

Eén vraag van mevrouw Dobbe, kort en bondig.

Mevrouw Dobbe (SP):

Ik zou met betrekking tot deze laatste motie wel van de staatssecretaris willen horen of er beleid bestaat dat "wokebeleid bij Defensie" heet. Dan weten we dat ook weer.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Nanninga namens JA21.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Dank u wel, voorzitter, en ook dank aan de staatssecretaris en de commissieleden voor de mooie debatten over dit onderwerp. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat militairen van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten onder meer worden ingezet voor de beveiliging van diplomaten en Nederlandse vertegenwoordigers in hoogrisicogebieden;

overwegende dat deze militairen tijdens dergelijke inzet kunnen worden blootgesteld aan aanzienlijke risico's;

overwegende dat de BSB'ers die onder verantwoordelijkheid van Buitenlandse Zaken worden ingezet, op onderdelen niet altijd onder dezelfde toelagen-, uitzend-, rusttijden-, nazorg- en erkenningsregelingen vallen als militairen die op reguliere Defensie-uitzending zijn;

overwegende dat het onwenselijk zou zijn als militairen die vergelijkbare risico's lopen door een bestuurlijke constructie tussen Defensie en Buitenlandse Zaken rechtspositioneel of qua erkenning tussen wal en schip vallen;

verzoekt de regering tevens om, waar sprake is van ongerechtvaardigde verschillen, voorstellen te doen om deze te repareren, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Nanninga.

Zij krijgt nr. 113 (36800-X).

Mevrouw Nanninga (JA21):

Tot zover. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik schors vijf minuten voordat we verdergaan met de beantwoording van de staatssecretaris.

De vergadering wordt van 12.04 uur tot 12.13 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris voor een korte en bondige beantwoording.

Staatssecretaris Boswijk:

Ja, ja, ja, ja, ja.

De voorzitter:

Ik ken u langer dan vandaag, excellentie.

Staatssecretaris Boswijk:

Voorzitter. Ik ben toch wel echt onder de indruk van hoeveel moties er in een tweeminutendebat doorheen kunnen worden gejaagd.

De voorzitter:

Gaat u maar gauw appreciëren dan.

Staatssecretaris Boswijk:

Dus complimenten bij dezen. Ik doe het zo kort mogelijk.

De motie op stuk nr. 95 van mevrouw Jagtenberg, over het belang van het thuisfront: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 96, ook van mevrouw Jagtenberg, over de basisvaardigheden: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 97 over gedeeld werkgeverschap: ook oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 98 gaat over de opkomstplicht en uitspreken dat dat niet gaat gebeuren. Die is ontraden. Dat heeft ermee te maken dat we op dit moment bezig zijn met voorbereiding van wetgeving. We gaan hier later dit jaar nog uitgebreid over in debat in de Tweede Kamer. Deze motie is dus ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 99.

Staatssecretaris Boswijk:

De motie op stuk nr. 99 is … Het ligt niet helemaal op volgorde, zie ik nu. De motie op stuk nr. 99 moet ik eigenlijk ook ontraden met hetzelfde argument als voor de motie op stuk nr. 98.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 100.

Staatssecretaris Boswijk:

De motie op stuk nr. 100 verzoekt de regering in het aannamebeleid aandacht te besteden aan de gevolgen van uitzendingen. Het lijkt ons erg goed om dat te doen. Dat doen we overigens ook al, zeg ik er meteen bij, maar het is wel goed om daar extra aandacht aan te besteden, dus oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 101 van de heer Van Lanschot: oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 102 van mevrouw Piri, over de onderscheiding wat betreft MH17. Wij zijn hier op dit moment mee aan het werk. De overleggen lopen. Het is interdepartementaal, maar we steunen geheel de lijn van deze motie, dus wat ons betreft oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 103.

U heeft "oordeel Kamer", mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (PRO):

Ja, dat weet ik.

De voorzitter:

Kort en bondig.

Mevrouw Piri (PRO):

Ik wil namens alle woordvoerders van dit debat aankondigen dat zij zich graag ook onder deze motie willen scharen. Dat zijn mevrouw Jagtenberg, mevrouw Dobbe, de heer Van Lanschot, mevrouw Ten Hove, de heer Van Baarle, de heer Peter de Groot, de heer Boon en mevrouw Nanninga.

De voorzitter:

We zullen het noteren.

De motie op stuk nr. 103.

Staatssecretaris Boswijk:

De motie op stuk nr. 103, ook van mevrouw Piri, gaat over het sentiment peilen onder Nederlandse Afghanistanveteranen naar aanleiding van de actualiteit. Die motie heeft ook oordeel Kamer. Ik zeg daar wel bij dat het niet helemaal aan ons is. We zullen daarover in overleg treden met het Nederlands Veteraneninstituut. Het valt ook deels onder de verantwoordelijkheid van de minister. Met die kanttekening erbij: we zullen ons er wel voor inzetten.

De voorzitter:

Mevrouw Piri knikt.

Staatssecretaris Boswijk:

Die steek ik in m'n zak. Even kijken.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 104.

Staatssecretaris Boswijk:

Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 104, over de externe opleidingscapaciteit. Ik deel het punt van mevrouw Piri. We willen natuurlijk zo veel mogelijk eigen opleidingscapaciteit creëren. Op dit moment kunnen we gewoon niet anders. We zullen ook in de toekomst flexibele manieren voor opleiding moeten zoeken, maar in het licht van meer strategisch kijken naar hoe we daar in de toekomst beter mee omgaan en hoe we nog meer eigen capaciteit gaan benutten, zeg ik: oordeel Kamer. Ik geef wel de winstwaarschuwing dat we voorlopig externe opleidingscapaciteit gewoon heel hard nodig hebben.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 105.

Staatssecretaris Boswijk:

De motie op stuk nr. 105 van de heer Van Baarle verzoekt de regering uit te sluiten dat het niet voldoen aan een verplichte enquête … Eigenlijk geldt voor deze motie dezelfde appreciatie als voor die van mevrouw Dobbe. Deze motie loopt een beetje vooruit op het hele wetgevingstraject dat wij nog gaan doorlopen. Het debat hierover gaat naar mijn verwachting later dit jaar plaatsvinden, dus in die hoedanigheid: ontraden.

De motie van de heer Baarle over … Ik weet even de nummering niet, maar ik ga ervan uit dat …

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 106. De vorige was de motie op stuk nr. 105. Dit is de motie op stuk nr. 106.

Staatssecretaris Boswijk:

Ja.

De voorzitter:

O, meneer Van Baarle zegt dat de motie op stuk nr. 106 gaat over uitsluiten dat het niet voldoen aan een verplichte enquête …

Staatssecretaris Boswijk:

Ja. Dan heb ik nu de motie die de regering verzoekt een versterkt plan van aanpak op te stellen voor inclusie, sociale …

De voorzitter:

Ja. Dat is de motie op stuk nr. 105.

Staatssecretaris Boswijk:

Oké. Ik heb even geen nummers, maar …

De voorzitter:

Dat is de motie op stuk nr. 107, hoor ik nu.

De motie op stuk nr. 105 van de heer Van Baarle gaat over waarborgen dat geen enkele stap in de ladder, waaronder een verplichte enquête …

Staatssecretaris Boswijk:

Ja, die heb ik net ontraden.

De voorzitter:

Ja.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 106.

Staatssecretaris Boswijk:

De motie op stuk nr. 106 verzoekt de regering …

De voorzitter:

… om uit te sluiten dat het niet voldoen aan een verplichte enquête, verplichte keuring of …

Staatssecretaris Boswijk:

Excuus. De verwarring is van mijn kant. De moties op de stukken nrs. 105 en 106 zijn allebei ontraden om dezelfde reden als die ik eerder aangaf bij mevrouw Dobbe.

De voorzitter:

Dan is de motie op stuk nr. 107 de motie over inclusie, sociale veiligheid en bestrijding van discriminatie.

Staatssecretaris Boswijk:

Klopt. Uiteraard hechten wij daar veel belang aan en doen wij daar als Defensie ook heel veel aan. Tegelijkertijd moeten we ook concluderen: nog niet voldoende, want er is helaas nog steeds wel sprake van. In het licht daarvan: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 108 gaat over een apart percentage voor vrouwelijke beroepsmilitairen en vraagt om dat nog net iets meer te specificeren. Oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 109.

Staatssecretaris Boswijk:

De motie op stuk nr. 109 van de heer De Groot: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 110 van de heer Boon steunen wij. Ik zeg er wel bij dat wij dit ook met de partners in de samenleving, onder andere de vakbonden, moeten afstemmen. Daar gaan wij niet helemaal zelf over. Wij steunen het, dus wat ons betreft is het oordeel Kamer, maar het is niet iets waar wij alleen invloed op hebben.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 110: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 111.

Staatssecretaris Boswijk:

De motie op stuk nr. 111: oordeel Kamer.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 112.

Staatssecretaris Boswijk:

De motie op stuk nr. 112 verzoekt de regering om al het woke beleid enzovoort enzovoort. Allereerst is er de vraag van mevrouw Dobbe: hebben wij woke beleid? Wij hebben geen woke beleid, maar we hebben wel diversiteits- en inclusiebeleid. Daar ben ik ook blij mee, want een diverse, inclusieve krijgsmacht maakt onze krijgsmacht simpelweg beter, maar onze krijgsmacht bestaat ook om die diversiteit en inclusie in onze samenleving te beschermen. Deze motie ontraad ik dus.

De voorzitter:

Tot slot.

Staatssecretaris Boswijk:

Dan hadden we de motie op stuk nr. 113 van mevrouw Nanninga. Die moet ik helaas ontraden. Dat heeft ermee te maken dat er echt verschillende arbeidsvoorwaarden zijn tussen de verschillende departementen. Voor het ene onderdeel is dat positief voor de militairen en negatief voor de diplomaten en vice versa. Het zijn gewoon verschillende arbeidsvoorwaarden, die niet helemaal recht te trekken zijn. Daarbij zijn we ook overlegplichtig hierover met de vakbonden, dus we gaan er ook niet zelf over.

De voorzitter:

Er is één vervolgvraag van mevrouw Nanninga.

Mevrouw Nanninga (JA21):

De constatering die de staatssecretaris doet, hebben wij zelf ook gedaan. Dat is namelijk de aanleiding voor deze motie. De motie verzoekt heel duidelijk om voorstellen te doen om ongerechtvaardigde verschillen te repareren. Er is helemaal niet gezegd dat dit niet interdepartementaal zou kunnen. Dit bevreemdt mij dus een beetje. Gelijke betaling en behandeling zouden toch een streven moeten zijn van alle ministeries.

Staatssecretaris Boswijk:

Ja, alleen zijn verschillende functies die interdepartementaal zijn, tegelijkertijd nooit helemaal met een schaartje te knippen. Arbeidsvoorwaarden zijn ook altijd een onderdeel van een grotere deal. We hebben toevallig — daar ben ik erg blij mee — vrij recent een onderhandelingsakkoord bereid met de bonden. Dat was binnen drie maanden, wat vrij voortvarend is geweest. Ik weet wel dat de gesprekken buitengewoon stevig, complex en ingewikkeld waren. Ik weet ook dat de arbeidsvoorwaarden altijd het resultaat zijn van een onderhandeling die je doet. Het is gewoon niet uitvoerbaar om dat helemaal gelijk te trekken, want als we ergens iets uit halen, krijgen we ergens weer iets terug. Dat is interdepartementaal buitengewoon ingewikkeld.

De voorzitter:

Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

Materieel

Materieel

Aan de orde is het tweeminutendebat Materieel (CD d.d. 10/06).

De voorzitter:

We gaan meteen verder met het tweeminutendebat Materieel. Daarvoor geef ik mevrouw Jagtenberg het woord namens D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Jagtenberg (D66):

Dank u wel, voorzitter. Pionierschap zit in ons DNA.

De voorzitter:

Mag ik een beetje rust in de plenaire zaal? Gaat uw gang.

Mevrouw Jagtenberg (D66):

Dan begin ik even opnieuw.

Voorzitter. Pionierschap zit in ons DNA. Van vliegtuigen en satellieten tot sensoren en nieuwe materialen: Nederlandse technologie doet mee aan de wereldtop. Juist nu we onze afhankelijkheden willen verkleinen, is het tijd om dat pionierschap weer naar voren te halen. Daarvoor hebben we het talent, de kennis en de kunde in huis. Technologie bepaalt steeds vaker hoe oorlog wordt gevoerd. Snelheid en schaal mogen daarbij nooit een excuus zijn om het internationaal recht los te laten, want dat recht is juist gemaakt voor de momenten waarop de mensheid op haar slechtst is. Autonome en onbemande systemen spelen een steeds grotere rol. Daarom moeten we onze principes vanaf het eerste ontwerp verankeren. Als Defensie beschermt wat ons dierbaar is, gaat dat ook om onze waarden. Juist als we deze systemen zelf ontwikkelen, houden we zeggenschap over de keuzes die hierin worden gebouwd.

Dit is hét moment waarop Nederland opnieuw pionierschap moet tonen, door te laten zien dat technologische voorsprong en moreel leiderschap hand in hand gaan, door onze veiligheid te versterken zonder onze principes los te laten en door te innoveren zonder het menselijk oordeel uit het oog te verliezen. Nederland kan namelijk voor Europa het verschil maken. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat, om in de toekomst slagvaardig te blijven, onbemenste systemen zoals collaborative combat aircraft cruciaal zijn voor Defensie en dat experts een mix aan systemen adviseren;

constaterende dat de Nederlandse defensie technologische en industriële basis, NLDTIB, reeds over een groot deel van de benodigde technologieën, kennis en capaciteiten beschikt om een dergelijk systeem te ontwikkelen;

overwegende dat voor de continuïteit van kennisopbouw nieuwe initiatieven complementair moeten zijn aan reeds lopende initiatieven;

overwegende dat een succesvolle demonstratie- of prototypefase moet kunnen leiden tot verdere ontwikkeling en opschaling richting operationele inzet;

verzoekt de regering om, in samenwerking met de Nederlandse industrie, kennisinstellingen en Defensie, een pilotproject op te zetten gericht op de ontwikkeling van een prototype collaborative combat aircraft,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg, Van Lanschot, Dassen, Diederik van Dijk en Peter de Groot.

Zij krijgt nr. 494 (27830).

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Nanninga namens JA21. Gaat uw gang.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Dank, voorzitter. Ik heb twee moties, dus ik ga ze gauw voorlezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Defensie de komende jaren sneller en meer materieel moet verwerven;

overwegende dat versnelling noodzakelijk is, maar nooit ten koste mag gaan van integriteit, doelmatigheid en controleerbaarheid;

overwegende dat het gebruik van tussenpersonen, bemiddelaars of andere niet-transparante constructies bij defensie-inkopen extra integriteits- en afhankelijkheidsrisico's kan meebrengen;

overwegende dat transparante procedures rondom bestedingen van publieke gelden essentieel zijn voor behoud van het draagvlak voor de toegenomen Defensie-uitgaven;

verzoekt de regering om bij defensie-inkopen waarbij gebruik wordt gemaakt van tussenpersonen of bemiddelaars, standaard inzichtelijk te maken welke integriteitsrisico's zijn gewogen;

verzoekt de regering de Kamer bij verwervingen actief te informeren over de getroffen waarborgen, zonder operationeel of commercieel vertrouwelijke informatie prijs te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Nanninga.

Zij krijgt nr. 495 (27830).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederlandse militairen moeten kunnen beschikken over het beste, snelst beschikbare en meest effectieve materieel, zowel voor hun persoonlijke veiligheid als de Nederlandse nationale veiligheid;

overwegende dat operationele noodzaak, bescherming van militairen, snelheid van levering, beschikbaarheid, interoperabiliteit en bewezen effectiviteit leidend moeten zijn bij materieelverwerving;

overwegende dat politieke of ideologische voorkeuren nooit zwaarder mogen wegen dan de veiligheid van onze militairen en de slagkracht van onze krijgsmacht;

verzoekt de regering om bij materieelkeuzes operationele noodzaak, snelheid, beschikbaarheid en bescherming van militairen te prioriteren ten opzichte van eventuele politieke of ideologische voorkeurscriteria,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Nanninga.

Zij krijgt nr. 496 (27830).

Mevrouw Nanninga (JA21):

Voorzitter, tot zover. Dank u wel.

De voorzitter:

Eén vraag van de heer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):

De laatste motie zou er in theorie toe leiden dat, als de Nederlandse regering een afweging moet maken tussen bijvoorbeeld de veiligheid van het personeel of wapens kopen van Poetin of Kim Jong-un, het kopen van wapens van Poetin of Kim Jong-un voor Nederland bespreekbaar is. Dat is best vergaand. Mevrouw Nanninga kan toch niet hier bepleiten dat we die kant opgaan?

Mevrouw Nanninga (JA21):

Dat bepleit mevrouw Nanninga dan uiteraard ook niet.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Dassen namens Volt.

De heer Dassen (Volt):

Dank, voorzitter. Drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet bezig is met het oprichten van een Defensie Innovatie Opschaling Autoriteit, DIOA;

overwegende dat een dergelijk instituut slagkrachtiger te werk kan gaan wanneer het gebruik kan maken van de kennis, het talent en de middelen van de hele Europese Unie;

verzoekt de regering de DIOA dusdanig in te richten dat die Europees schaalbaar is en de processen en netwerken vanaf het begin al verweven zijn in het Europese innovatieve ecosysteem,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 497 (27830).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat dit kabinet zich volop moet inzetten voor een Europees alternatief voor onbemenste gevechtsvliegtuigen;

overwegende dat daar niet geloofwaardig aan gebouwd kan worden wanneer er gelijktijdig miljoenen euro's geïnvesteerd worden in een Amerikaanse variant, namelijk het CCA-programma;

verzoekt de regering om in het kader van nationale veiligheid en Europese soevereiniteit op geen enkele manier additionele stappen te zetten op het CCA-programma zonder de Kamer daar in een aparte brief over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 498 (27830).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris een tweesporenbeleid heeft ingezet om het gebruik van Palantir af te bouwen;

constaterende dat Defensie Palantir ook gebruikt in NAVO-verband, waarbij het Maven Smart System (MSS) wapensystemen van verschillende landen met elkaar laat samenwerken;

verzoekt de regering om binnen twee jaar al het gebruik van Palantir af te bouwen en over te stappen naar een Europees alternatief,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 499 (27830).

De heer Dassen (Volt):

Dan wil ik de staatssecretaris nog bedanken voor het sturen van foto's van pagina's uit zijn boek. Die zijn altijd inspirerend en zorgen altijd voor nieuwe inzichten. Dat is hartstikke mooi. Dank u wel.

De voorzitter:

Niet zijn boek, zegt de staatssecretaris. Dat had ook nog gekund, hem kennende. Het woord is aan de heer Van Lanschot namens het CDA.

De heer Van Lanschot (CDA):

Dank, voorzitter. Eén motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gevraagde herziening van Defensie Strategie voor Industrie en innovatie (D-SII) vormgegeven wordt via een Nationaal Programma Defensie Industrie en Innovatie (NPDII), dat opgeleverd wordt in Q3 2026 en waar de industrie, onderwijs en regio intensief bij betrokken worden;

constaterende dat de publiek-private samenwerking in Defport als vliegwiel zou moeten dienen voor het transformationeel opschalen van de defensie-industrie;

overwegende dat Defport zich zou moeten richten op:

het opstellen van een actieplan om de NPDII te vertalen naar resultaten;

het bijdragen aan technologieroadmaps waarop de industrie kan inspelen;

het helpen vormgeven van de Defensie Innovatie Opschaling Autoriteit;

het ontwikkelen van innovatieve contractvormen (inclusief langetermijncommitment en financiering) en versnellen van aanbestedingsprocedures;

het identificeren, coördineren en helpen adresseren van (operationele) knelpunten bij het opschalen van de waardeketens van de defensie-industrie;

overwegende dat de governance en besluitvorming van Defport pragmatisch moeten worden ingericht en in de samenstelling de 4TU zelfstandig vertegenwoordigd zou moeten zijn om kortcyclische innovatie te bespoedigen;

verzoekt de regering om deze overwegingen leidend te laten zijn bij het vormgeven van de samenwerking in Defport en de Kamer daarover uiterlijk in Q3 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Lanschot.

Zij krijgt nr. 500 (27830).

De heer Van Lanschot (CDA):

Rest mij de staatssecretaris ook te bedanken voor die boeken. Wij vragen ons natuurlijk allen af waar hij de tijd vandaan haalt om die te lezen. We wensen hem een goed zomerreces.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Peter de Groot van de VVD.

De heer Peter de Groot (VVD):

Voorzitter. Ik denk dat deze staatssecretaris klaar is met klussen en dus tijd heeft om boeken te lezen. Ik heb twee moties meegenomen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat vijandige mogendheden niet in staat moeten zijn om de defensie-industriële basis waar Defensie van afhankelijk is te belemmeren of te blokkeren;

constaterende dat er binnen de NAVO ondernemers zijn die gespecialiseerd zijn in de productie van materialen en cruciale (deel)onderdelen die van kritiek belang zijn voor defensieketens;

constaterende dat huidige aanbestedingen onvoldoende corrigeren voor staatssteun en andere concurrentieverstorende maatregelen;

verzoekt de regering te bezien hoe (Europese) aanbestedingsvoorwaarden aangepast kunnen worden om geopolitieke betrouwbaarheid en een gelijk speelveld beter te stimuleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Peter de Groot.

Zij krijgt nr. 501 (27830).

De heer Peter de Groot (VVD):

En de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat defensie-inkopen nu vaak rigide zijn gericht op specifieke materiële oplossingen in plaats van het uitvragen van een functionele behoefte;

overwegende dat de krijgsmacht sneller kan opschalen als betrouwbare Nederlandse ondernemers en hun medewerkers vooraf worden geaccrediteerd om direct aan operationele problemen te werken;

verzoekt de regering om de inkoopprocessen uit de vredesstand te halen door te bezien hoe er overgegaan kan worden naar een functioneel aanbestedingsstelsel waarin meer flexibiliteit en ruimte voor uitzonderingen bij inkoop worden toegepast;

verzoekt de regering om een systematiek uit te werken voor de voorafgaande accreditatie van bedrijven en hun personeel, zodat zij direct flexibel inzetbaar zijn voor defensievraagstukken;

verzoekt de regering om een publiek-private samenwerking uit te werken waardoor bedrijven en organisaties vanuit een functionele vraag invulling kunnen geven aan groei en functioneren van de krijgsmacht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Peter de Groot.

Zij krijgt nr. 502 (27830).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Boon namens de PVV.

De heer Boon (PVV):

Voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat luitenant-generaal buiten dienst Ted Meines zich als verzetsstrijder, militair, medeoprichter en eerste voorzitter van het Veteranen Platform decennialang heeft ingezet voor de erkenning, waardering en rechtspositie van Nederlandse veteranen en wordt beschouwd als de grondlegger van het Nederlandse veteranenbeleid;

overwegende dat zijn uitzonderlijke verdiensten voor de Nederlandse krijgsmacht en de veteranengemeenschap een blijvende nationale erkenning verdienen;

verzoekt de regering bij de naamgeving van een toekomstige kazerne, een toekomstig oefenterrein of andere militaire locatie te bezien of deze kan worden vernoemd naar luitenant-generaal buiten dienst Ted Meines,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.

Zij krijgt nr. 503 (27830).

Het woord is aan de heer Van Baarle namens DENK.

De heer Van Baarle (DENK):

Voorzitter, dank.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Algemene Rekenkamer over 2025 spreekt van 4,3 miljard euro aan fouten en onzekerheden bij defensiematerieel;

constaterende dat de Rekenkamer concludeert dat Defensie kampt met problemen in de basis, waaronder omzeilde aanbestedingsprocedures, onvoldoende onderbouwde contractgunningen en het ontbreken van fraudebeleid;

overwegende dat de defensie-uitgaven dit jaar al bijna 27 miljard bedragen en Defensie voornemens is deze uitgaven de komende jaren verder te laten stijgen;

verzoekt de regering om het toezicht op defensie-inkopen niet te versoepelen zolang de door de Algemene Rekenkamer geconstateerde basisproblemen niet aantoonbaar zijn opgelost, en met een concreet verbeterplan te komen voor rechtmatige aanbesteding, fraudepreventie en anticorruptie bij defensie-inkopen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 504 (27830).

Een interruptie van mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Gaat het wel goed met de heer Van Baarle? Ik kan hem amper verstaan.

De voorzitter:

Volgens mij wel. We zorgen voor water. Het komt allemaal goed. Volgens mij vraagt mevrouw Keijzer of u iets harder zou kunnen spreken.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Misschien kan de heer Van Baarle iets beter articuleren en wat minder snel praten, want op deze manier is het niet te volgen. Dat is zonde, toch?

De heer Van Baarle (DENK):

Volgens mij zijn er geen reglementaire voorschriften over de snelheid van het spreken.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Ik versta het gewoon niet.

De heer Van Baarle (DENK):

Dan luistert u het toch lekker terug?

De voorzitter:

Uw tweede motie.

De heer Van Baarle (DENK):

De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland de afgelopen jaren voor honderden miljoenen euro's defensiematerieel heeft ingekocht bij Israëlische leveranciers;

constaterende dat de Kamer een motie heeft aangenomen om de afhankelijkheid van Israëlische wapensystemen af te bouwen;

overwegende dat Nederland geen financiële bijdrage mag leveren aan een defensie-industrie die nauw verweven is met oorlogsmisdaden, mensenrechtenschendingen en de bezetting van Palestijns gebied;

verzoekt de regering geen nieuwe contracten meer aan te gaan met Israëlische wapenbedrijven en bestaande afhankelijkheden zo spoedig mogelijk af te bouwen;

verzoekt de regering tevens om de Kamer te informeren over alle lopende en voorgenomen defensieaankopen bij Israëlische leveranciers en over de wijze waarop de afhankelijkheid daarvan wordt afgebouwd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 505 (27830).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland bij wapenexport toetst aan mensenrechten en internationaal recht, maar dat een vergelijkbaar eenduidig kader ontbreekt bij de import van defensiematerieel;

overwegende dat ook bij de inkoop van wapens en defensiesystemen moet worden voorkomen dat Nederland bijdraagt aan oorlogsmisdaden, mensenrechtenschendingen of ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht;

verzoekt de regering om een mensenrechtelijk en internationaalrechtelijk toetsingskader op te stellen voor de import van defensiematerieel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 506 (27830).

Dank u wel, meneer Van Baarle. De moties worden ook nog rondgedeeld, zoals gebruikelijk. Tot slot is het woord aan mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland beschikt over de gehele waardeketen voor ballistische en blastbeschermende middelen, van grondstof tot eindproduct;

constaterende dat Defensie desondanks via bestaande contracten gebruikmaakt van Chinese supervezels, terwijl Nederlandse capaciteit onderbenut blijft;

overwegende dat afhankelijkheid van China voor kritieke defensietoepassingen onwenselijk is en indruist tegen het streven naar strategische autonomie;

verzoekt de regering:

bij defensie-inkopen uitsluitend in te zetten op Nederlandse en Europese producenten;

aan te sluiten bij de noodzaak de Nederlandse defensie- en civielmilitaire industrie te versterken en te internationaliseren, teneinde Nederland de primaire toeleverancier te maken van supervezels voor Europese defensietoepassingen;

binnen bestaande contracten te sturen op het uitfaseren van Chinese supervezels en benutting van Nederlandse capaciteit,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Keijzer en Nanninga en Nanninga.

Zij krijgt nr. 507 (27830).

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Voorzitter. Bij het commissiedebat heb ik geprobeerd een breder probleem aan te kaarten: we zijn goed in plannen en praten, maar traag in doen. Innovaties liggen klaar, Nederlandse productiecapaciteit is aanwezig, maar door juridische en ambtelijke processen komt opschaling in Nederland niet van de grond. Daardoor laten we kansen liggen. De vraag is simpel: wanneer kiezen we nou eindelijk eens voor snelheid, eigen Nederlandse productie en strategische autonomie? Neem bijvoorbeeld de productie van supervezels. We kunnen supervezels van wereldklasse produceren voor pantserplaten en andere zaken. Toch dreigt een Defensieorder van circa 100 miljoen naar China te gaan. Dat is eeuwig zonde.

De voorzitter:

Dank u wel.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Make The Netherlands Great Again!

De voorzitter:

Ik schors vijf minuten. En vijf minuten is ook echt vijf minuten. Nee, meneer Bolhuis, u bent te laat. Ik schors vijf minuten. We lopen al uit de tijd en dat maakt me onrustig.

De vergadering wordt van 12.37 uur tot 12.43 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Boswijk:

Voorzitter. Ik heb één vraag gekregen: heb ik wel genoeg werk en hoe kom ik tot tijd om te lezen? Ik heb één nieuwe vaardigheid ontwikkeld, namelijk niet misselijk worden op de achterbank tijdens het lezen van stukken. Dat heb ik afgeleerd. Dat geeft heel veel tijd om af en toe boeken te lezen.

De voorzitter:

Dat is nou precies waar we allemaal naar op zoek waren. En dan zijn er ook nog appreciaties.

Staatssecretaris Boswijk:

De motie op stuk nr. 494: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 495: oordeel Kamer. We hebben het hier in het debat over gehad en ik heb ook een toezegging gedaan, ik meen aan mevrouw Piri. We zijn op dit moment hard bezig met fraude- en corruptiebeleid. Dat komt in het najaar en daar wil deze motie bij betrekken. De uitvoering ervan zal niet meteen morgen zijn — het heeft iets meer tijd nodig — maar ik deel het belang hiervan. De motie krijgt dus oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 496: ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 497 van de heer Dassen over Europese samenwerking als het gaat over de Defensie Innovatie en Opschaling Autoriteit. Ik denk dat het heel verstandig is dat we die Europese afstemming hebben. Overigens vindt die ook al plaats. De motie krijgt oordeel Kamer, want we steunen die lijn.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 498.

Staatssecretaris Boswijk:

De motie op stuk nr. 498: ontraden.

De motie op stuk nr. 499: ook ontraden. Ik heb gezegd dat we dat zo snel mogelijk - binnen twee jaar — gaan afbouwen. Deze motie verzoekt om er na twee jaar meteen geen gebruik meer van te maken. Ik ga er alles aan doen om het zo snel mogelijk te doen, maar we moeten ook reëel zijn. We zien dat meerdere NAVO-landen er inmiddels gebruik van maken. Het is dus nog wel een uphill battle. Ik ontraad deze motie.

De motie op stuk nr. 500: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 501: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 502: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 503 is een hele sympathieke motie. Er komt inderdaad een nieuwe kazerne. Ik ga de voorzitter voordragen om misschien iets te vernoemen naar de heer Van Campen. Maar inderdaad, luitenant-generaal buiten dienst Ted Meines heeft heel veel betekend voor de veteranen. Wij gaan het zeker meenemen, alleen ga ik daar als staatssecretaris niet over, maar een aparte commissie. Ik geef deze motie oordeel Kamer en zal dit warm aanbevelen.

De voorzitter:

Welke optie: de suggestie van de heer Boon of uw eigen suggestie?

Staatssecretaris Boswijk:

Beide, voorzitter.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 504.

Staatssecretaris Boswijk:

De motie op stuk nr. 504: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 505: ontraden. Ja, we bouwen de afhankelijkheden af. We hebben het hier oneindig veel over gehad.

De motie op stuk nr. 506: ook ontraden. Hier gaan wij niet over, maar het ministerie van BHO. Het zou beter zijn als de motie daar wordt ingediend. Hier wordt de motie ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 507 van mevrouw Keijzer. Ik ben het geheel met haar eens. We hebben in Nederland inderdaad een buitengewoon goede industrie op het gebied van vezels. Tegelijkertijd hebben we er ook mee te maken dat er langer geleden contracten zijn gesloten waarin die voorwaarden nog niet zijn opgenomen. Ik ben op dit moment al aan het onderzoeken of we die contracten kunnen aanpassen, zodat we de Nederlandse vezelindustrie veel beter kunnen borgen. Ik steun de lijn van de motie dus helemaal, alleen zegt mevrouw Keijzer "bij defensie-inkopen uitsluitend in te zetten op Nederlandse en Europese producenten". Ik wil toch vragen of mevrouw Keijzer het woordje "uitsluitend" er misschien uit wil halen. Waarom? Dat is niet omdat ik dit niet belangrijk vind, maar andere Kamerleden vragen ook om snelheid te maken. Op dit moment kopen we ook producten waar vezels van buiten Nederland en van buiten Europa in zitten.

De voorzitter:

Het verzoek is om "uitsluitend" te schrappen uit het dictum. Is mevrouw Keijzer daartoe bereid?

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Ik zou dan graag een brief van de staatssecretaris ontvangen over hoe hij de bestaande contracten kan uitfaseren. Er is voldoende productiecapaciteit in Nederland. Er is geen contact geweest met die producenten. Ik wil eerst weten hoe de bestaande contracten uitgefaseerd gaan worden. Als ik die brief gehad heb, zal ik hierover besluiten. Ik stel mij zo voor dat dat na het reces zal zijn, tenzij ik de brief heel snel kan krijgen, want dan kan dat vanavond nog. De brief is dus om van de staatssecretaris te horen hoe hij de bestaande contracten gaat uitfaseren. Weer 100 miljoen overmaken naar China is toch een beetje zonde.

De voorzitter:

Houdt u daarmee de motie nu aan?

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Ja, op dit moment.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Keijzer stel ik voor haar motie (27830, nr. 507) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Boswijk:

Ik kan u inderdaad toezeggen … Er is in de afgelopen week natuurlijk het een en ander in de media verschenen. Dat was eerlijk gezegd ook voor mij de wake-upcall om het uit te zoeken. Ik dacht: dit kan toch ook niet waar zijn? Die uitvraag wordt op dit moment gedaan. Ik kan het in een brief gieten, maar ik wil mijn mensen niet helemaal over de kop werken. De brief komt na het reces uw kant op, als de motie …

De voorzitter:

Mevrouw Nanninga, kort.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Meneer Van Baarle had natuurlijk wel een beetje gelijk met zijn opmerking over de inkoop bij griezelige regimes, maar dat wordt onzes inziens in de motie op stuk nr. 496 afgedekt door de vraag in het dictum om de bescherming van militairen te prioriteren. Dat houdt impliciet ook in dat je niet bij sanctielanden en dergelijke inkoopt.

Ik wil wel graag een motivatie bij de appreciatie van de motie op stuk nr. 496 horen, als dat kan.

De voorzitter:

Graag. De staatssecretaris.

Staatssecretaris Boswijk:

Hier hebben wij het inderdaad heel veel over gehad. De ene helft van de Kamer zei in het debat: koop vooral bij Israël. De andere helft zei: koop vooral niet bij Israël. Ik denk dat dat het meest springende punt is. De lijn van het kabinet is: het zwaartepunt ligt bij de veiligheid van onze mannen en vrouwen. Ondertussen kunnen we onze ogen natuurlijk niet sluiten voor de schendingen die plaatsvinden en de afhankelijkheden die we daarom willen afbouwen. Eerder heeft uw Kamer in grote meerderheid de motie-Teunissen aangenomen. Die motie zei: bouw zo snel als mogelijk af; we begrijpen dat het belang van de vrouwen en mannen het hoogste belang is, maar werk ondertussen wel aan het afbouwen van die onafhankelijkheden. Dat is hoe wij de lijn hebben geformuleerd. Ik denk dat dat de fragiele balans is die we in deze Kamer wat dat betreft hebben bereikt.

De voorzitter:

Helder. Er resteert nog de vraag van mevrouw Keijzer of u de brief voor 1 september kunt doen toekomen aan de Kamer. U zei: na het reces. Is dat voor 1 september? Kunt u dat toezeggen? Dat lukt vast.

Staatssecretaris Boswijk:

Tja. Ik hoor mevrouw Keijzer "come on" zeggen. Ik ga achter mijn typmachine zitten, want ik denk dat ik de brief zelf moet tikken.

De voorzitter:

Uitstekend.

Dan ga ik nog een bijzondere vorm toestaan, want de heel Bolhuis wil nog twee moties indienen. Dat sta ik hem toe. Ik begrijp ook dat de staatssecretaris die voor de stemmingen schriftelijk wil appreciëren.

Staatssecretaris Boswijk:

Dit is een hellend vlak.

De voorzitter:

Nou, nee hoor. Meneer Bolhuis.

De heer Bolhuis (PRO):

Dank u wel. Ik heb twee moties. Dank voor de flexibiliteit. Er was even een misverstand. De eerste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet de doelen hanteert van minimaal 40% gezamenlijke inkoop en 50% Europese inkoop, maar hier geen actuele openbare cijfers over bekend zijn;

overwegende dat de staatssecretaris heeft toegezegd de Stand van Defensie uit te breiden met informatie over de herkomst van aankopen, maar dat zonder nulmeting en periodiek geactualiseerde percentages niet te controleren is of deze doelen worden gehaald;

verzoekt de regering om de Stand van Defensie te voorzien van een openbare rapportage waarin voor zowel de gezamenlijke inkoop als de Europese inkoop het actuele percentage, het startpunt dan wel de nulmeting en de verwachte ontwikkeling in de tijd worden weergegeven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bolhuis.

Zij krijgt nr. 508 (27830).

De heer Bolhuis (PRO):

De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het HCSS-rapport No Fuel, No Fight constateert dat Nederland en Europa risico lopen op ernstige brandstoftekorten in het geval van een grootschalig conflict;

overwegende dat synthetische kerosine (e-SAF) de mogelijkheid biedt dit risico te verkleinen en dat de locatie van een nieuwe productiecapaciteit nu wordt bepaald;

constaterende dat er initiatiefnemers in een vergevorderd stadium zijn om e-SAF in Nederland te produceren en dat een tijdige marktvraag essentieel is om deze waardeketens in Nederland te ontwikkelen;

verzoekt het kabinet om met initiatiefnemers te verkennen hoe Defensie kan optreden als launching customer voor e-SAF-projecten, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bolhuis, Kröger en Van Oosterhout.

Zij krijgt nr. 509 (27830).

De voorzitter:

Dank u wel. Ik kijk of de staatssecretaris zich al kan uitspreken over de beide moties. Nou, dat is helemaal service van de zaak! Dan geef ik hem nu daartoe het woord.

Staatssecretaris Boswijk:

Dank u wel. Allereerst felicitaties aan de heer Bolhuis met de mooiste portefeuille die er is! Dit is de eerste keer dat we elkaar zien in deze hoedanigheid, maar hopelijk gaan we elkaar vaker zien.

Voorzitter. Ik begin met de laatste, de motie op stuk nr. 509 over synthetische kerosine. Die kan wat mij betreft oordeel Kamer krijgen.

De eerste, de motie op stuk nr. 508, gaat over de Stand van Defensie en vraagt om die 40%, 45% te onderbouwen. Dat heb ik inderdaad richting mevrouw Piri toegezegd. Die toezegging laat ik staan, want dat vind ik zelf ook erg belangrijk, maar nu komt er nog weer een extra verzoek bij. Als ik dan kijk naar wat wij als ambtelijke organisatie aankunnen, moet ik die echt ontraden, omdat die echt enorm veel werk zou inhouden. Ik moet ook wel een beetje bewaken dat we de ambtelijke capaciteit gebruiken om echt werk te doen in plaats van alleen maar te rapporteren, want anders ga ik daar heel veel ambtelijke capaciteit aan kwijtraken. Ik ben er echt van overtuigd dat de toezegging die ik eerder aan mevrouw Piri heb gedaan, echt al een hele grote verbetering gaat zijn, maar dit is net iets te veel overvragen.

De voorzitter:

Dus de motie op stuk nr. 508 is ontraden. De motie op stuk nr. 509 wordt aan het oordeel van de Kamer gelaten.

Staatssecretaris Boswijk:

Ja, klopt. Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor zijn aanwezigheid en wens hem een genoeglijk zomerreces toe als ik hem niet meer zie. Dank u wel.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering tot 13.25 uur. De vergadering is geschorst.

De vergadering wordt van 12.53 uur tot 13.28 uur geschorst.

Toelichting op het advies van de commissie voor de Rijksuitgaven over de dechargeverlening

Toelichting op het advies van de commissie voor de Rijksuitgaven over de dechargeverlening

Aan de orde is een toelichting op het advies van de commissie voor de Rijksuitgaven over de dechargeverlening.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Ik verzoek de leden hun plaatsen in te nemen. Ik geef het woord aan meneer Sneller voor de toelichting op het advies van de commissie voor de Rijksuitgaven over de dechargeverlening. U heeft het woord, meneer Sneller.

De heer Sneller (D66):

Dank, voorzitter. We gaan straks onder agendapunt 23 stemmen over de brief van de commissie voor de Rijksuitgaven over de dechargeverlening. Het is een eer om dit advies voor het eerst plenair te mogen toelichten. De procedure voor de dechargeverlening is sinds 2001 expliciet in de Comptabiliteitswet vastgelegd, maar gaat al langer terug en is een belangrijk instrument van de Kamer. Bij het verlenen van decharge gaat het om de vraag of het parlement van oordeel is dat ministers de aan hen aan het begin van een begrotingscyclus toegekende budgetten goed hebben beheerd. Het verlenen van decharge is daarmee het sluitstuk van de begrotingscyclus. We ontheffen ministers namelijk van hun verantwoordelijkheid voor het financieel beheer, waarover zij zich in de jaarverslagen hebben verantwoord.

Voorzitter. Dan de inhoud. De Algemene Rekenkamer heeft de rijksrekening van 2025 goedgekeurd, maar wél met een kanttekening. Dat komt vooral door omvangrijke fouten en onzekerheden bij Defensie en Wajong-uitkeringen en door onzekerheid over de volledigheid van belastinginkomsten. De Rekenkamer heeft ook onvolkomenheden in de bedrijfsvoering vastgesteld. Bij de behandeling van de jaarverslagen hebben commissies hier ook vragen over gesteld. De Kamer heeft bij Defensie en Financiën om concrete verbeterplannen gevraagd. Net als een jaar geleden heeft de Kamer aangedrongen op het verbeteren van het functioneren van de strafrechtketen. De commissie heeft echter geen signalen ontvangen dat de dechargeverlening ten principale ter discussie is gesteld. De commissie adviseert dus, gezien de diverse toezeggingen, positief over de dechargeverlening, met de kanttekening dat de behandeling van het jaarverslag van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap nog niet is afgerond. De commissie adviseert dat besluit dus uit te stellen tot na de afronding van die behandeling.

Voorzitter. Verantwoording is niet alleen een sluitstuk, maar ook een startpunt om lessen te trekken over wat beter kan en beter moet. Met de jaarverslagen van het kabinet, de verantwoordingsonderzoeken, de Hoogrisicolijst en het onderzoek naar evaluaties van de Rekenkamer en de factsheets en de Monitor Brede Welvaart van het CBS biedt de verantwoording dit jaar daar ook goede bouwstenen voor. Het kabinet zet ook concrete stappen en voert, mede op verzoek van deze Kamer, enkele verbeteringen in de begroting door. In ons advies kijken we daarom ook kort vooruit en vragen we voor de begrotingsbehandeling dit najaar aandacht voor duidelijke doelen en resultaten, risico's en de beheersing daarvan.

Voorzitter, ik rond af. Twintig jaar geleden nam de eerste verantwoordingsrapporteur het woord. Dat bleek de start van een traditie waarin vertegenwoordigers van oppositiefracties en coalitiefracties gezamenlijk de controlerende taak van de Kamer ten opzichte van de regering hebben versterkt. Dit jaar hebben maar liefst achttien collega's als rapporteur de verantwoordingsstukken onderzocht. Hun bevindingen staan aan de basis van ons advies. Ik wil hen daarvoor, namens de commissie voor de Rijksuitgaven, maar ik vermoed namens alle collega's en ambtsgenoten, hartelijk danken.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Dank u wel.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:

Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over een brief van de commissie voor de Rijksuitgaven (36945, nr. 29) en over de aangehouden motie-Flach (29861, nr. 199).

Een aantal leden zou graag het woord willen over de voorliggende stemmingslijst. Ik geef daarvoor eerst het woord aan de heer Flach. Gaat uw gang.

De heer Flach (SGP):

Voorzitter. Ik dacht: doe toch maar niet. Ik zou de motie op stuk nr. 199 (29861) onder punt 14, aangehouden moties ingediend bij het tweeminutendebat Arbeidsmigratie, willen aanhouden tot de avondstemmingen.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Flach stel ik voor zijn motie (29861, nr. 199) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Gaat uw gang.

De heer Van den Berg (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag de motie op stuk nr. 707 (29023) onder punt 11, moties ingediend bij het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid, willen aanhouden. De minister heeft in het debat al aangegeven dat ze na de zomer met strategisch gasbeleid komt, ze hierover in gesprek gaat met de NAM, Shell en Exxon en er na de zomer snel op terugkomt. Als we daarop kunnen vertrouwen, dan houd ik 'm aan.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Van den Berg stel ik voor zijn motie (29023, nr. 707) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Mevrouw Zalinyan.

Mevrouw Zalinyan (PRO):

Voorzitter, ik wil graag twee moties (36800-B, nrs. 37 en 38) aanhouden onder agendapunt 19, moties ingediend bij het tweeminutendebat Financiën decentrale overheden.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Zalinyan stel ik voor haar moties (36800-B, nrs. 37 en 38) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):

Ik wil graag de motie op stuk nr. 1053 (29279) onder punt 4, de motie ingediend bij het debat over de staat van de rechtsstaat, aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Dobbe stel ik voor haar motie (29279, nr. 1053) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Ik stel voor dat we gaan stemmen.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (36917).

(Zie vergadering van 23 juni 2026.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau,

te weten:

de motie-Ceder c.s. over regelen dat gemeenteraden ook na de start van de aanwijzingsperiode van een lokale publieke media-instelling een budget bekend kunnen maken voor aanvullende bekostiging (36917, nr. 27);

de motie-Ceder/Krul over bevorderen dat lokale publieke omroepen binnen hun verzorgingsgebied maximale ruimte hebben voor programmatische differentiatie (36917, nr. 28);

de motie-Ceder/Mohandis over duidelijkheid scheppen over de toezichthoudende taak van het Commissariaat voor de Media (36917, nr. 29);

de motie-Ceder over evalueren hoe het nieuwe mediastelsel onder meer worteling in de gemeenschap en betrokkenheid van vrijwilligers versterkt (36917, nr. 30);

de motie-Mohandis over monitoren hoe de totale publieke bekostiging van de lokale publiekemediaopdracht zich vanaf 2028 ontwikkelt (36917, nr. 31);

de motie-Mohandis over voor bestuurders en leden van de raad van toezicht van streekomroepen bezoldigingsmaxima vaststellen die substantieel lager liggen dan de WNT-norm (36917, nr. 32);

de motie-Oualhadj c.s. over verkennen of de aanbestedingstermijn voor lokale en regionale omroepen van vijf naar tien jaar verlengd kan worden (36917, nr. 33);

de motie-Nanninga/Van der Maas over binnen een jaar na de start van het nieuwe stelsel inventariseren wat de gevolgen zijn voor de lokale commerciële advertentiemarkt (36917, nr. 34).

(Zie vergadering van 23 juni 2026.)

De voorzitter:

Aangezien de motie-Nanninga/Van der Maas (36917, nr. 34) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

De motie-Ceder/Mohandis (36917, nr. 29) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Ceder, Mohandis en Oualhadj.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 29 (36917).

De motie-Mohandis/Oualhadj (36917, nr. 31) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Mohandis en Oualhadj.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 31 (36917).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Ceder c.s. (36917, nr. 27).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Krul (36917, nr. 28).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ceder c.s. (36917, nr. ??, was nr. 29).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (36917, nr. 30).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Mohandis/Oualhadj (36917, nr. ??, was nr. 31).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mohandis (36917, nr. 32).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Oualhadj c.s. (36917, nr. 33).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming brief Verzoekonderzoek door de Algemene Rekenkamer naar exportcontrole van strategische goederen

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een verzoekonderzoek door de Algemene Rekenkamer naar exportcontrole van strategische goederen (22054, nr. 484).

De voorzitter:

Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

Stemming motie Staat van de rechtsstaat

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de staat van de rechtsstaat,

te weten:

de motie-Dobbe c.s. over maatregelen om in alle gemeenten te komen tot een minimumniveau aan sociaaljuridische en financiële hulp (29279, nr. 1053).

(Zie vergadering van 24 juni 2026.)

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Dobbe stel ik voor haar motie (29279, nr. 1053) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemming motie Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele,

te weten:

de motie-Van den Berg/Flach over een praktische versnellingsaanpak voor de eerste SMR-projecten (36847, nr. 11).

(Zie vergadering van 9 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Van den Berg/Flach (36847, nr. 11) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet inzet op SMR's en dat Nederlandse initiatieven al in 2026 locatiekeuzes en vooroverleg voorzien;

constaterende dat de ANVS in de fiches voor het Meerjarenprogramma Klimaat- en energiefonds 2027 al extra capaciteit en middelen raamt voor de uitbreiding van nucleaire activiteiten, waaronder SMR's;

overwegende dat Nederland internationaal alleen kan concurreren op nucleaire innovatie als vergunningverlening voorspelbaar, gecoördineerd en zonder onnodige vertraging verloopt;

overwegende dat versnelling mogelijk is met rijksregie, vroeg vooroverleg, parallelle voorbereiding, termijnbewaking, vaste aanspreekpunten en tijdige borging van uitvoeringscapaciteit;

overwegende dat nucleaire veiligheid, ANVS-onafhankelijkheid, inspraak en rechtsbescherming volledig overeind moeten blijven;

verzoekt de regering om uiterlijk in Q4 2026 een versnellingsagenda SMR's aan de Kamer te sturen op basis van het SMR-stappenplan en marktconsultatie, met concrete versnellingen voor spoor 2 en 3 uit de routekaart, zoals regelgeving, vergunningverlening, locatie- en ruimtelijke inpassing, netaansluiting en financiering, inclusief een indicatie van de versnelde doorlooptijd,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 11 (36847).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Berg/Flach (36847, nr. ??, was nr. 11).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen Strategische rechtszaken tegen publieke participatie

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1069 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht ("strategische rechtszaken tegen publieke participatie") (36731).

(Zie wetgevingsoverleg van 29 juni 2026.)

De voorzitter:

Wij zullen nu alleen over de ingediende amendementen en de artikelen stemmen. De eindstemming over het wetsvoorstel zal aan het einde van de vergadering plaatsvinden.

De amendementen-Sneller (stukken nrs. 7, 9 en 10) zijn ingetrokken.

Het amendement-Abdi (stuk nr. 11) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

In stemming komt het amendement-Sneller/Abdi (stuk nr. 8) tot het invoegen van een onderdeel aa.

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemming motie Leefbaarheid en Veiligheid

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Leefbaarheid en Veiligheid,

te weten:

de motie-Grinwis c.s. over de continuïteit van het onderwijsprogramma School en Omgeving borgen (30995, nr. 118).

(Zie vergadering van 3 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (30995, nr. 118).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen Wet handhaving sociale zekerheid

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid) (36785).

(Zie vergadering van 30 juni 2026.)

De voorzitter:

Wij zullen nu alleen over de ingediende amendementen en de artikelen stemmen. De eindstemming over het wetsvoorstel zal aan het einde van de vergadering plaatsvinden.

In stemming komt het amendement-Ceulemans (stuk nr. 19, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 19 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Ceulemans (stuk nr. 35, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 35 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Neijenhuis (stuk nr. 20, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 20 voorkomende gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Van Ark (stuk nr. 16, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 16 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Ceder (stuk nr. 34, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 34 voorkomende gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

Meneer Heutink.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. We waren voor het amendement-Neijenhuis op stuk nr. 20, I.

De voorzitter:

Het is genoteerd.

In stemming komt het amendement-Schenk (stuk nr. 13, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 13 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Ergin (stuk nr. 33, I).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 33 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Ceulemans (stuk nrs. 19, I tot en met XVII), de gewijzigde amendementen-Neijenhuis (stuk nrs. 20, I tot en met XXXIV), de amendementen-Van Ark (stuk nrs. 16, I tot en met XVII), de gewijzigde amendementen-Ceder (stuk nrs. 34, I tot en met XVII) en het amendement-Heutink (stuk nr. 11).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD tegen dit wetsvoorstel hebben gestemd, zodat het.

We bladeren naar bladzijde 9. Dit is altijd een lekker moment!

(Hilariteit)

In stemming komt het amendement-Heutink (stuk nr. 11).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Wet handhaving sociale zekerheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid),

te weten:

de motie-Ceder/Neijenhuis over monitoring van de bereidwilligheid tot ambtshalve toetsing van risicovolle terugvorderingen en de harmonisatie van organisatieculturen tussen bestuursorganen (36785, nr. 21);

de motie-Ceder over in de wetsevaluatie de toepassing van het begrip "verwijtbaarheid" onderzoeken (36785, nr. 22);

de motie-Neijenhuis c.s. over wetenschappelijke inzichten over doen- en denkvermogen meenemen in de nadere uitwerking van "redelijkerwijs" (36785, nr. 23);

de motie-Patijn over onderzoeken hoe en hoe snel het recht op persoonlijk contact alsnog vormgegeven kan worden (36785, nr. 24);

de motie-Patijn over alle bestuursorganen de Discriminatietoets Publieke Dienstverlening toe laten passen (36785, nr. 25);

de motie-Flach c.s. over manieren om de export van kindregelingen te verminderen (36785, nr. 26);

de motie-Edgar Mulder over altijd een zware sanctie bij opzettelijke fraude (36785, nr. 28);

de motie-Edgar Mulder over landelijke handhavingsrichtlijnen om willekeur tussen gemeenten te voorkomen (36785, nr. 29);

de motie-Schenk over inzichtelijk maken welke onderdelen van de inlichtingenplicht binnen de sociale zekerheid het vaakst leiden tot fouten of overtredingen (36785, nr. 30);

de motie-Schenk over monitoren of er sprake is van onverklaarbare verschillen tussen bestuursorganen bij de toepassing van de Wet handhaving sociale zekerheid (36785, nr. 31).

(Zie vergadering van 30 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Patijn (36785, nr. 25) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening constateert dat er onvoldoende aandacht is geweest voor discriminatierisico's in beleid en uitvoering;

constaterende dat deze wet over handhaving gaat en daarmee antidiscriminatiemaatregelen van toepassing horen te zijn;

verzoekt de regering om alle bestuursorganen die het beleid uit het onderhavige wetsvoorstel uitvoeren de toets op discriminatie publieke dienstverlening toe te laten passen en de resultaten van deze toets mee te nemen in de invoeringstoets, in lijn met de toezegging van de minister van Justitie en Veiligheid;

verzoekt de regering te toetsen op discriminatie in beleidsprocessen bij toekomstige wetten rondom handhaving van de sociale zekerheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 25 (36785).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Ceder/Neijenhuis (36785, nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (36785, nr. 22).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Neijenhuis c.s. (36785, nr. 23).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Patijn (36785, nr. 24).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Patijn (36785, nr. ??, was nr. 25).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Flach c.s. (36785, nr. 26).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Edgar Mulder (36785, nr. 28).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Edgar Mulder (36785, nr. 29).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Schenk (36785, nr. 30).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Schenk (36785, nr. 31).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Economische veiligheid en strategische autonomie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Economische veiligheid en strategische autonomie,

te weten:

de motie-Van der Lee over in Europees verband een potentieel partnerschap verkennen met Taiwan en Taiwanese chipbedrijven teneinde de beoogde high-mix chipproductie in de EU te bevorderen (32852, nr. 410);

de motie-Bühler c.s. over zich binnen de EU inspannen voor een snelle inzet van effectieve handelsbeschermende instrumenten (32852, nr. 411);

de motie-Van den Berg over een lijst van kansrijke projecten voor kritieke grondstoffen en materialen (32852, nr. 413);

de motie-Prickaertz over inzichtelijk maken welke cruciale reststromen die cruciaal zijn voor onze strategische autonomie momenteel nog als afval worden geclassificeerd (32852, nr. 415);

de motie-Prickaertz over stoppen met beleid dat elektrificatie stimuleert of verplicht stelt (32852, nr. 416);

de motie-Prickaertz over de voorwaarde laten vervallen dat bedrijven minimaal 50% van energiesubsidies moeten inzetten voor CO2-reductie (32852, nr. 417);

de motie-Dassen over investeren in Europese fysieke AI (32852, nr. 418);

de motie-Dassen over zich inzetten voor een Europese spoedtop over de gevolgen van AI voor onze economie en samenleving (32852, nr. 419);

de motie-Dassen over komen met een voorstel voor een AI-belasting (32852, nr. 420);

de motie-Kostić/Teunissen over een integraal plan voor energieonafhankelijkheid (32852, nr. 421);

de motie-Kostić/Teunissen over concrete reductiedoelen voor grondstoffengebruik (32852, nr. 422);

de motie-Kostić/Teunissen over investeringen in circulaire infrastructuur intensiveren (32852, nr. 423).

(Zie vergadering van 30 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-Dassen (32852, nr. 419) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet heeft aangegeven geen noodzaak voor een EU-AI-top te zien, ondanks de razendsnelle ontwikkelingen die onze economie, veiligheid en banenmarkt raken;

van mening dat dit geen accurate lezing van de AI-ontwikkelingen op geo-economisch en sociaal gebied is;

verzoekt de regering om bij de president van de Europese Raad, António Costa, te pleiten voor een extra Europese top, uitsluitend over de gevolgen van AI op onze economie, veiligheid en samenleving,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 419 (32852).

De motie-Dassen (32852, nr. 420) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de arbeidsmarkt ontwricht wordt wanneer AI in te hoog tempo banen vervangt;

van mening dat het de taak is van de overheid om AI-verdringing op de arbeidsmarkt te dempen en om getroffen werkenden te ondersteunen;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe een AI-belasting de schok van verdringing op de arbeidsmarkt kan dempen;

verzoekt de regering om te onderzoeken of de middelen die middels deze belasting opgehaald worden, ingezet kunnen worden voor een omscholingsfonds,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 420 (32852).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van der Lee (32852, nr. 410).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bühler c.s. (32852, nr. 411).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg (32852, nr. 413).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Prickaertz (32852, nr. 415).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Prickaertz (32852, nr. 416).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Prickaertz (32852, nr. 417).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dassen (32852, nr. 418).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Dassen (32852, nr. ??, was nr. 419).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Dassen (32852, nr. ??, was nr. 420).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kostić/Teunissen (32852, nr. 421).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kostić/Teunissen (32852, nr. 422).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić/Teunissen (32852, nr. 423).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Dekker.

De heer Dekker (FVD):

Voorzitter. Bij de motie op stuk nr. 418 meende ik te horen dat FVD ervoor zou hebben gestemd, maar we hebben tegengestemd.

De voorzitter:

Bij dezen.

Stemmingen moties Gasmarkt en leveringszekerheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid,

te weten:

de motie-Van den Berg/Grinwis over in het strategisch gasbeleid meenemen hoe fysieke langetermijnimportcontracten kunnen bijdragen aan de Nederlandse leveringszekerheid (29023, nr. 706);

de motie-Van den Berg over in gesprek gaan over een strategisch gasakkoord (29023, nr. 707);

de motie-Van den Berg c.s. over onderzoeken hoe het kabinet initiatieven waar mogelijk kan ondersteunen (29023, nr. 708);

de motie-Heutink over maatregelen om te voorkomen dat de belastingbetaler opdraait voor verkoop van duur ingekochte gasvoorraad (29023, nr. 709);

de motie-Van Oosterhout over bij de inrichting van de capaciteitsmarkt CO2-uitstoot als wegingsfactor opnemen (29023, nr. 710);

de motie-Van Oosterhout over in de actualisatie van het NPE een routekaart voor het afbouwen van fossiele energie opnemen (29023, nr. 711).

(Zie vergadering van 30 juni 2026.)

In stemming komt de motie-Van den Berg/Grinwis (29023, nr. 706).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg c.s. (29023, nr. 708).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Heutink (29023, nr. 709).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout (29023, nr. 710).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Oosterhout (29023, nr. 711).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Strategische keuzes bereikbaarheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Strategische keuzes bereikbaarheid,

te weten:

de motie-De Hoop c.s. over nadrukkelijk kijken naar spoorprojecten waarbij met relatief kleine investeringen grote effecten kunnen worden bewerkstelligd (31305, nr. 543);

de motie-De Hoop/Grinwis over een lijst van projecten die bij toepassing van het afweegkader niet gedekt zouden kunnen worden (31305, nr. 544);

de motie-De Hoop over een wettelijk instrumentarium voor waardedeling bij publieke investeringen in woningbouw en infrastructuur (31305, nr. 545);

de motie-De Hoop over onderzoeken hoe de lasten voor het gebruik van onze wegen eerlijk en evenredig kunnen worden gekoppeld aan het gebruik ervan (31305, nr. 546);

de motie-Prickaertz over de Wet vrachtwagenheffing uitstellen tot er geen sprake meer is van netcongestie (31305, nr. 547);

de motie-Van der Plas over middelen voor bredere defensie- en veiligheidsuitgaven bestemmen voor infrastructuur (31305, nr. 548);

de motie-Van der Plas over regionale bereikbaarheid, de bereikbaarheid van de Waddeneilanden en het ontbreken van goede alternatieven meewegen in het afwegingskader voor investeringen in infrastructuur (31305, nr. 549);

de motie-Grinwis c.s. over het regionale economische en ruimtelijke effect van investeringen in cruciale infrastructurele knoop- en knelpunten meewegen (31305, nr. 550);

de motie-Grinwis/Stoffer over geen nieuwe inhoudingen op prijsbijstellingstranches voor het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds (31305, nr. 551);

de motie-Stoffer c.s. over het belang van verkeersveiligheid meenemen en verankeren in het afweegkader voor infra-investeringen (31305, nr. 552);

de motie-Boelsma-Hoekstra c.s. over een strategie voor het lostrekken van investeringen bij de Europese Investeringsbank voor infrastructurele projecten in Nederland (31305, nr. 554);

de motie-Bikkers over ook met de ministeries van VRO, KGG en EZ overleggen over ieders belang rondom bereikbaarheid (31305, nr. 555);

de motie-Heutink over per MIRT-project inzichtelijk maken wat de gevolgen zijn van het nieuwe afweegkader (31305, nr. 556);

de motie-Heutink over uitspreken dat investeren in infrastructuur sexy en randvoorwaardelijk is voor een sterke Nederlandse economie (31305, nr. 557);

de motie-Heutink over extra geld voor infrastructuur regelen (31305, nr. 558);

de motie-Van Leijen over uitgewerkte beleidsopties voor aanvullende middelen voor infrastructuur aan de Kamer voorleggen (31305, nr. 559);

de motie-Van Leijen over onderzoeken hoe de toekomstige rol van bestaande infra kan worden meegenomen bij de instandhoudingsopgave (31305, nr. 560).

(Zie vergadering van 30 juni 2026.)

De voorzitter:

De motie-De Hoop (31305, nr. 545) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om instrumenten, zoals een planbatenheffing, om infrastructuurprojecten te bekostigen te onderzoeken, en de Kamer voor het einde van het jaar over de voortgang hiervan te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 545 (31305).

De motie-Grinwis c.s. (31305, nr. 550) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Grinwis, Stoffer, De Hoop, Boelsma-Hoekstra en Van der Plas.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 550 (31305).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-De Hoop c.s. (31305, nr. 543).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Hoop/Grinwis (31305, nr. 544).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-De Hoop (31305, nr. ??, was nr. 545).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Hoop (31305, nr. 546).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Prickaertz (31305, nr. 547).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (31305, nr. 548).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (31305, nr. 549).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Grinwis c.s. (31305, nr. ??, was nr. 550).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Stoffer (31305, nr. 551).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (31305, nr. 552).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boelsma-Hoekstra c.s. (31305, nr. 554).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikkers (31305, nr. 555).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Heutink (31305, nr. 556).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Heutink (31305, nr. 557).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Heutink (31305, nr. 558).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Leijen (31305, nr. 559).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Leijen (31305, nr. 560).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Onder agendapunt 9, de stemmingen over moties ingediend bij de Wet handhaving sociale zekerheid, hadden wij tegen de motie op stuk nr. 30 willen stemmen.

De voorzitter:

We hebben het genoteerd.

Stemmingen moties Schiphol

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Schiphol,

te weten:

de motie-Kostić/Kröger over doorgaan met het LVB-proces door de Raad van State om spoedadvies te vragen (29665, nr. 602);

de motie-Kostić/Kröger over de doorgroeimogelijkheid naar 500.000 vliegbewegingen niet in het definitieve LVB opnemen (29665, nr. 603);

de motie-Kostić over een pakket aanvullende maatregelen uitwerken zodat die later eventueel in het LVB verwerkt kunnen worden (29665, nr. 604);

de motie-Kröger over de meest actuele RIVM-data gebruiken bij de herziening van de MER (29665, nr. 605);

de motie-Kröger over een nachtsluiting als volwaardig scenario uitwerken en op effecten vergelijken (29665, nr. 606);

de motie-Kröger over de MER na aanpassing ter advisering voorleggen aan de Commissie mer (29665, nr. 607);

de motie-El Abassi over de gevolgen van de cumulatie van nationale en EU-vliegbelastingen in kaart brengen (29665, nr. 608);

de motie-El Abassi over bij toekomstige fiscale maatregelen voor de luchtvaart expliciet het risico op uitwijkgedrag meewegen (29665, nr. 609);

de motie-El Abassi over zich in Europees verband inzetten voor een meer gelijk speelveld bij de belasting op vliegen (29665, nr. 610);

de motie-El Abassi over bij nieuw luchtvaartbeleid de effecten op de betaalbaarheid voor huishoudens expliciet inzichtelijk maken (29665, nr. 611);

de motie-El Abassi over het aandeel transferpassagiers meewegen en het ongelijke speelveld verkleinen (29665, nr. 612);

de motie-El Abassi over het in eigen dienst nemen van Schipholbeveiligers (29665, nr. 613);

de motie-Van Eijk/Peter de Groot over onderbouwen dat de toepassing van grenswaarden niet leidt tot een toename van vliegbewegingen boven dichtbevolkte gebieden (29665, nr. 614);

de motie-Van der Plas over gegevens over nieuwe vliegtuigtypen zo snel mogelijk verwerken in de modellen voor geluid rond Schiphol (29665, nr. 615);

de motie-Van der Plas over bij aanbestedingen afspraken met Schiphol maken over eisen aan werkdruk, personeelsbezetting, opleiding en veiligheid (29665, nr. 616);

de motie-Graus over zorgen voor een juridisch robuust en uitvoerbaar Luchthavenverkeerbesluit (29665, nr. 617);

de motie-Graus over zorgdragen voor een gelijk speelveld binnen de luchtvaart (29665, nr. 618);

de motie-Graus over voorkomen dat regelgeving en uitvoering leiden tot concurrentienadelen voor Nederlandse luchthavens en luchtvaartmaatschappijen (29665, nr. 619);

de motie-Graus over wettelijke verankering van minimaal 500.000 vliegbewegingen (29665, nr. 620);

de motie-Graus over een einde maken aan juridische procedures en de luchtvaartsector en het bedrijfsleven behoeden voor verdere financieel-economische schade (29665, nr. 621);

de motie-Zwinkels/Köse over duidelijk zijn in de communicatie rondom de begrenzende werking van de handhavingspunten (29665, nr. 622);

de motie-Köse c.s. over onderzoeken hoe de productie van en vraag naar e-kerosine in Nederland op gang gebracht kan worden (29665, nr. 623);

de motie-Köse over zo spoedig mogelijk starten met een nieuwe Balanced Approachprocedure (29665, nr. 624);

de motie-Köse/Kostić over in samenwerking met provincies en gemeenten een plan ontwikkelen voor een netwerk van meetpunten rondom Schiphol (29665, nr. 625);

de motie-Köse/Kostić over ook toewerken naar concrete mijlpalen na 2030 (29665, nr. 626);

de motie-Goudzwaard over de nieuwe werkwijze ten behoeve van slotverdeling monitoren en daarbij de effecten op vrachtvluchten meenemen (29665, nr. 627);

de motie-Goudzwaard over omwonenden werkzaam in de luchtvaartsector alsnog toelaten tot de bewonersvertegenwoordiging van de Maatschappelijke Raad Schiphol (29665, nr. 628).

(Zie vergadering van 30 juni 2026.)

De voorzitter:

Aangezien de motie-Goudzwaard (29665, nr. 628) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

De motie-Kröger/Kostić (29665, nr. 605) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Kröger en Kostić.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 605 (29665).

De motie-Kröger/Kostić (29665, nr. 606) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Kröger en Kostić.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 606 (29665).

De motie-Kröger/Kostić (29665, nr. 607) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Kröger en Kostić.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 607 (29665).

De motie-Köse/Kostić (29665, nr. 626) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door het lid Köse.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 626 (29665).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Kostić/Kröger (29665, nr. 602).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić/Kröger (29665, nr. 603).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kostić (29665, nr. 604).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kröger/Kostić (29665, nr. ??, was nr. 605).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kröger/Kostić (29665, nr. ??, was nr. 606).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kröger/Kostić (29665, nr. ??, was nr. 607).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29665, nr. 608).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29665, nr. 609).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29665, nr. 610).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29665, nr. 611).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29665, nr. 612).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (29665, nr. 613).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Eijk/Peter de Groot (29665, nr. 614).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (29665, nr. 615).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (29665, nr. 616).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus (29665, nr. 617).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus (29665, nr. 618).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus (29665, nr. 619).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus (29665, nr. 620).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus (29665, nr. 621).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Zwinkels/Köse (29665, nr. 622).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Köse c.s. (29665, nr. 623).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Köse (29665, nr. 624).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.