In 2030 maken alle leerlingen uit groep 8 in principe dezelfde doorstroomtoets. Met 1 toets van 1 aanbieder is er minder twijfel over de vergelijkbaarheid van de toetsen en dat geeft meer gelijke onderwijskansen voor leerlingen. Scholen maken dan niet meer zelf de afweging welke toetsen ze kiezen, maar houden de vrijheid om te bepalen of ze een papieren of digitale versie willen afnemen. Dat schrijft staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs en Emancipatie) in een brief aan de Tweede Kamer. Daarmee geeft ze uitvoering aan een verzoek van de Tweede Kamer om uit te zoeken of en hoe dit mogelijk is.

Staatssecretaris Tielen: “Het is heel belangrijk dat kinderen op de voor hun best passende plek op de middelbare school terechtkomen, zodat hun talenten gezien en ontwikkeld worden. De doorstroomtoets is een belangrijke manier daarvoor; naast het schooladvies van de leerkracht. Sommige groepen leerlingen, zoals meiden, worden nu vaak onderschat bij het schooladvies en dat kan heel lang doorwerken. De doorstroomtoets gaat dat tegen. Er is dan wel vertrouwen nodig in de toets en dat is er nu te weinig. Daarom werk ik toe naar 1 toets voor alle leerlingen in Nederland. Daarmee wordt de toets krachtiger en dat draagt bij aan het vertrouwen.”

Keuzevrijheid

Op verzoek van de Tweede Kamer en het onderwijs zelf konden scholen sinds de invoering van de doorstroomtoets in 2024 kiezen uit verschillende doorstroomtoetsen van verschillende toetsaanbieders, net zoals bij de voormalige eindtoets. Zo konden zij kiezen voor een toets die het beste bij hun leerlingen past. De ene toets is bijvoorbeeld taliger dan de andere waardoor die minder geschikt is voor leerlingen met bijvoorbeeld dyslexie.

Desondanks zijn in de afgelopen tijd veel zorgen geuit over de vergelijkbaarheid van de diverse toetsen. Ze zijn weliswaar op allerlei manieren zo vergelijkbaar mogelijk gemaakt, maar volledige vergelijkbaarheid is een utopie, schrijft de staatssecretaris in de Kamerbrief. Ieder verschil tussen toetsen kan namelijk van invloed zijn op de resultaten. De Onderwijsraad stelde dan ook dat het terugschroeven van het aantal toetsen naar 1 toets kan bijdragen aan betere kansen voor kinderen.

Zorgvuldigheid

Het is de bedoeling dat leerlingen vanaf schooljaar 2029/2030 dezelfde doorstroomtoets maken, digitaal of op papier. Dit is een zorgvuldig proces en niet in 1 dag geregeld. Deze termijn is nodig voor de ontwikkeling van een nieuwe toets en een zorgvuldige overgangsperiode voor toetsaanbieders en scholen. Hiervoor is bijvoorbeeld veel draagvlak nodig, juist ook bij scholen. Uit een peiling van het ministerie van OCW onder scholen bleek namelijk dat de meeste voorstander zijn van 1 toets, maar wel ‘hun eigen’ toets willen behouden. Dit is onmogelijk als voor 1 toets door 1 toetsaanbieder wordt gekozen. Tielen wil daarom de komende tijd hierover verder in gesprek met zowel scholen als toetsexperts om te komen tot een goed onderbouwde, inhoudelijke keuze. Daarbij wordt ook goed gekeken naar leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.
Mochten nieuwe ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven, kan de staatssecretaris haar besluit voor 1 toets nog heroverwegen of uitstellen.

Verdere doorontwikkeling doorstroomtoets

Op verzoek van de Tweede Kamer is ook onderzocht of de doorstroomtoets naast cognitieve vaardigheden ook praktische vaardigheden kan beoordelen. Daarnaast wordt gekeken of het mogelijk is om leerlingen bredere schooladviezen te geven zodat zij langer de tijd hebben om te ontdekken welk schooltype bij hen past. Daarbij wordt onderzocht hoe en wanneer een apart toetsadvies praktijkonderwijs mogelijk gemaakt kan worden. Ook bekijkt de staatssecretaris de rol die de resultaten van de doorstroomtoets hebben bij het beoordelen van de kwaliteit van scholen. Zo wordt verkend hoe de toets weer vooral ten dienste van de ontwikkeling van de leerling kan staan.