Het kabinet zet een volgende stap in het versterken van het openbaar bestuur en de democratie met het nieuwe beleidskader voor decentraal en gedeconcentreerd bestuur. Het kader helpt de Rijksoverheid om keuzes te maken over waar nieuwe overheidstaken het beste kunnen worden belegd. Daarmee wordt de uitvoering van taken door de overheid verbeterd en het resultaat voor de samenleving versterkt.
Minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: “Een sterke democratie vraagt om duidelijke keuzes over waar publieke taken het best kunnen worden belegd of door wie publieke taken het best kunnen worden uitgevoerd. Gemeenten en provincies kunnen hun rol als autonome bestuurslaag alleen goed vervullen als zij voldoende ruimte en beleidsvrijheid hebben voor eigen afwegingen en keuzes. Met dit beleidskader zorgen we ervoor dat nieuwe wettelijke taken en bevoegdheden op de juiste plek worden belegd, versterken we de lokale democratie en maken we voor inwoners duidelijker waarop zij hun bestuurders kunnen aanspreken.”
Dicht bij inwoners, met ruimte voor afwegingen
Het uitgangspunt van het beleidskader is dat nieuwe wettelijke taken en bevoegdheden worden belegd op het niveau waar zij het beste tot hun recht komen. Voor taken waarbij lokale politici veel ruimte hebben voor eigen beleidskeuzes en afwegingen, is het passend om die bij gemeenten te beleggen. Voor vraagstukken die het lokale niveau overstijgen, wordt nadrukkelijk gekeken naar de rol van provincies als verbindende schakel tussen Rijk en gemeenten. Regionale samenwerking is vooral bedoeld om taken efficiënt uit te voeren en dient bij voorkeur vrijwillig plaats te vinden, met aandacht voor goede democratische controle. Op die manier wordt het voor inwoners duidelijker welke overheidslaag waarvoor verantwoordelijk en dus aanspreekbaar is.