Het kabinet presenteert vandaag haar keuzes voor een stabiele financiering voor het mbo. In een groot deel van Nederland daalt het aantal mbo-studenten waardoor het onderwijs onder druk staat. Met dit pakket wil de minister ervoor zorgen dat er kwalitatief goed en toegankelijk mbo-onderwijs beschikbaar blijft in heel het land. Dit is niet alleen belangrijk voor de individuele student, maar ook voor de leefbaarheid van deze regio’s. Ook worden studenten beter ondersteund, omdat leermiddelen vanaf 2029 gratis worden voor minderjarige mbo-studenten. De nieuwe mbo-bekostiging is een herverdeling van bestaande middelen, wordt minder afhankelijk van studentenaantallen en is gericht op het wegnemen van onderlinge concurrentie tussen mbo-instellingen. Om samenwerking te stimuleren wordt € 200 miljoen voor een regionaal samenwerkingsbudget gereserveerd. Hiermee maakt het kabinet fundamentele keuzes voor een stabiel en toekomstbestending mbo.
Minister Letschert (OCW): “Goed mbo-onderwijs moet voor iedereen bereikbaar zijn, ongeacht waar je woont of wat je financiële situatie is. Met deze bekostigingsherziening zorgen we ervoor dat alle mbo-studenten goed onderwijs blijven krijgen, in hun eigen regio. Dit vraagt om solidariteit in de sector en ik ben dan ook trots dat we na constructief overleg met de mbo-sector deze nieuwe koers in kunnen slaan voor de financiering en aansturing van het mbo.’’
Gericht investeren
Om het mbo-onderwijs in regio’s met fors dalende studentenaantallen kwalitatief goed en toegankelijk te houden, moet de bekostiging minder afhankelijk worden van studentenaantallen. Het geld moet daarom anders verdeeld worden: met een gerichte investering wordt gezorgd voor een toegankelijk aanbod in heel Nederland. Het ministerie van OCW geeft hiermee als eerste concrete invulling aan de gevraagde investeringen voor specifieke regio’s uit het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR). Hiermee wordt de leefbaarheid en vitaliteit van de krimpregio’s bevorderd.
Een nieuwe bekostiging
Nieuw in het mbo is de introductie van een vaste voet: een eigen, vast basisbedrag voor alle instellingen. Hiermee wordt het mbo robuuster en vergroten we de stabiliteit en voorspelbaarheid van de bekostiging. Daarnaast krijgen specifieke instellingen in krimpregio’s (zoals Zeeland en Limburg) structureel extra geld om het mbo-onderwijs in heel Nederland toegankelijk te houden. Ook wordt er € 200 miljoen gereserveerd voor een samenwerkingsbudget.
Om aanspraak te maken op dit geld moeten instellingen een plan indienen over hoe zij in de regio samen gaan werken, gericht op de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt en het verminderen van concurrentie. De talenstrategie en het nog te sluiten pact Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst zullen hier de kaders voor vormen. Ten slotte worden voor minderjarige studenten leermiddelen vanaf 2029 gratis. Zo verlagen we financiële drempels voor (potentiële) mbo-studenten.
Herverdeling van middelen
De herziening vindt grotendeels budgetneutraal plaats. Hierdoor ontstaat er een herverdeling tussen alle instellingen. Dat betekent dat er instellingen zijn die extra geld krijgen, en instellingen die minder krijgen. Hier is veelvuldig en constructief overleg over geweest tussen de minister en de mbo-instellingen.
Om kwaliteitsverlies te voorkomen kan het herverdeeleffect per instelling niet hoger dan -4% zijn. Dit effect wordt verspreid over de tijd met behulp van een overgangsregeling. Hiermee zorgen we ervoor dat de effecten voor alle instellingen te dragen zijn. Het nieuwe bekostigingsstelsel moet vanaf 2029 in werking gaan. Het wetsvoorstel gaat volgende week in internetconsultatie.