Van mei tot november 2027 bekleedt het Koninkrijk der Nederlanden het voorzitterschap van het Comité van Ministers van de Raad van Europa. Dat gebeurt eens in de 23 jaar. Namens het Koninkrijk is de minister van Buitenlandse Zaken voorzitter van het Comité van Ministers, het belangrijkste besluitvormende orgaan van de Raad van Europa. Tijdens het voorzitterschap wil het Koninkrijk meer aandacht voor weerbare democratieën, straffeloosheid in de oorlog in Oekraïne tegengaan en mensenrechten beschermen.

3 hoofdprioriteiten tijdens het voorzitterschap

Tijdens het voorzitterschap richt het Koninkrijk zich op 3 hoofdprioriteiten:

  1. Sterkere en weerbare democratieën
    Denk aan het bestrijden van desinformatie en buitenlandse beïnvloeding, rechtsbescherming, integriteit en transparantie van bestuur en zorgen dat politici, advocaten en journalisten eerlijk en veilig hun werk kunnen doen.
  2. Oorlog in Oekraïne: tegengaan van straffeloosheid
    Het uitgangspunt: geen vrede zonder gerechtigheid. Tijdens de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne blijven nog veel internationale misdrijven onbestraft. Dat heeft ook gevolgen voor de veiligheid in de rest van Europa. Een belangrijk onderdeel van gerechtigheid voor de Oekraïners is de oprichting van een peciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie en een compensatiemechanisme voor de geleden schade. Beide zijn opgericht binnen het raamwerk van de Raad van Europa. Het Koninkrijk zal zich ook tijdens het voorzitterschap blijven inzetten voor de benodigde politieke en financiële steun hiervoor.
  3. Mensenrechten beschermen
    Het Koninkrijk wil onder meer zorgen dat uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (onderdeel van de Raad van Europa) beter geïmplementeerd worden. Ook zet het Koninkrijk zich in voor, sociale rechtvaardigheid en het bestrijden van geweld tegen vrouwen en meisjes, kinderrechten en huiselijk geweld.

Gedurende het voorzitterschap worden in Nederland, Straatsburg en elders in het Koninkrijk diverse bijeenkomsten georganiseerd om uitvoering te geven aan de voorzitterschapsagenda van het Koninkrijk.