Het kabinet heeft samen met 7 partijen op 14 juli een hoofdlijnenconvenant gewasbescherming gesloten. In het convenant is afgesproken om de milieubelasting van het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw fors terug te dringen. Dat geeft ondernemers meer zekerheid vanuit een helder nationaal beleid en wordt er tegelijkertijd ook gekeken hoe technologische ontwikkelingen en nieuwe middelen telers kunnen helpen. Na de zomer wordt gestart met de deelconvenanten, waarin de afspraken per deelsector verder worden uitgewerkt, waaronder het reductiedoel.

Telers krijgen met het convenant duidelijkheid over de toekomst. Dit om een lokale lappendeken aan regels te voorkomen. Ook is het voornemen om een programma op te richten voor innovatie en kennis te delen. Dit wordt bijvoorbeeld gebruikt om nieuwe technologieën te ontwikkelen en om dit in de praktijk te gebruiken. Voor het hele convenant is er door het kabinet indicatief 250 miljoen euro gereserveerd.

Met dit convenant wordt ook gewerkt aan het verminderen van de impact van gewasbeschermingsmiddelen op de natuur, leefomgeving en water. Daarbij wordt bijvoorbeeld in het bijzonder gekeken naar plekken waar mensen langere tijd verblijven, zoals scholen, kinderdagverblijven en woningen. Dit kader moeten uiterlijk 1 maart 2027 klaar zijn.

De uiteindelijke reductie moet in 2040 behaald zijn. Er zijn ook tussentijdse voortgangsmetingen die in 2030 en 2035 zullen plaatsvinden. Daarnaast is afgesproken om een onafhankelijke gegevensautoriteit op te zetten. Deze autoriteit gaat alle gegevens van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de milieubelasting daarvan in Nederland verzamelen. Hiermee kan er gericht worden gewerkt aan een reductie van de impact.

“Ik ben blij dat we vandaag een convenant op hoofdlijnen tekenen”, zegt Gert-Jan Segers, onafhankelijk voorzitter van het convenant. “Alle partijen aan tafel zijn vanaf dag één ervan doordrongen dat er echt wat moet gebeuren en met deze overeenkomt zetten we een belangrijke eerste stap. De komende maanden gaan we verder om dit akkoord in detail uit te werken.”

“We zetten nu echt een goede stap om de nadelige effecten van gewasbeschermingsmiddelen te laten afnemen”, zegt staatssecretaris Silvio Erkens. “In dit convenant staat de weerbaarheid en concurrentiekracht van onze land- en tuinbouwsector centraal, maar werken we tegelijkertijd aan de balans door de negatieve gevolgen te verminderen. Dat doen we bijvoorbeeld door te werken aan alternatieven. Daarbij gaan we ook kijken hoe we hoogtechnologische oplossingen kunnen gaan inzetten waardoor we middelen helemaal niet meer nodig hebben of heel gericht kunnen inzetten.”

Na de zomer wordt in september begonnen met de deelconvenanten. Er wordt gestreefd om deze deelconvenanten eind 2026 op te leveren. Het hoofdlijnenconvenant is op zichzelf niet juridisch bindend en moet in samenhang met de deelconvenanten tot een geborgde realisatie van alle doelen leiden.