EU-handelsbetrekkingen met ontwikkelingslanden blijven zorgen voor duurzame economische groei
Vandaag hebben de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid een nieuw gezamenlijk verslag gepubliceerd over de uitvoering van het stelsel van algemene preferenties (SAP), het belangrijkste handelsbeleidsinstrument van de EU ter ondersteuning van de uitvoer van ontwikkelingslanden naar het blok. In het verslag wordt bevestigd dat het systeem blijft bijdragen tot economische vooruitgang en duurzame ontwikkeling in de begunstigde landen. Het SAP, dat unilateraal toegang biedt tot EU-markten met lage of geen rechten, blijft een bron van stabiliteit en voorspelbaarheid in tijden van geopolitieke volatiliteit.
Het verslag heeft betrekking op de uitvoering en het effect van het SAP in de periode 2023-2025 aan de hand van de drie regelingen (Standaard-SAP, SAP+ en Alles behalve wapens (EBA)). In 2024 importeerde de EU voor bijna 60 miljard EUR aan goederen in het kader van SAP-preferenties, ten voordele van partnerlanden en EU-importeurs en -consumenten. De SAP-begunstigde landen kregen een preferentiële tariefbehandeling, wat resulteerde in een besparing van naar schatting 5 miljard euro. De grootste categorie begunstigden bleef de minst ontwikkelde landen, die meer dan 3 miljard EUR van het totaal in het kader van het “alles behalve wapens”-instrument (EBA) ontvingen. Over het geheel genomen waren Bangladesh, India en Pakistan de grootste begunstigden van de regeling en was kleding de belangrijkste sector, goed voor 59 % van alle handel met gebruikmaking van SAP-preferenties.
SAP ter ondersteuning van duurzaamheid en goed bestuur
Afgezien van de handels- en economische voordelen blijft het SAP een aantrekkelijke en doeltreffende stimulans voor duurzame ontwikkeling in de begunstigde landen op het gebied van mensenrechten, arbeidsrechten, milieu- en klimaatgerelateerde kwesties, de rechtsstaat, drugsbestrijding en corruptiebestrijding. Het toezicht en de betrokkenheid van de EU in het kader van het SAP spelen een belangrijke rol bij de ondersteuning van hun vooruitgang. Daarnaast kunnen EU-partnerschapsprojecten helpen om een aantal van deze uitdagingen aan te pakken door middel van samenwerking en landspecifieke maatregelen.
Het verslag gaat vergezeld van negen landspecifieke werkdocumenten van de diensten van de Commissie (SWD's) voor elk van de huidige acht SAP+-begunstigden (Bolivia, Kaapverdië, Kirgizië, Mongolië, Pakistan, de Filipijnen, Sri Lanka en Oezbekistan) en één voor de drie EBA-landen met een versterkte betrokkenheid (Bangladesh, Cambodja en Myanmar).
De SAP-begunstigden blijven in het algemeen vooruitgang boeken in de richting van duurzame ontwikkeling en eerbiediging van de internationale beginselen en normen die deel uitmaken van de SAP-voorwaarden. Veel huidige SAP+-begunstigden versterkten de mensenrechtenwetgeving en institutionele regelingen, en de meeste SAP+-begunstigden lieten tijdens de verslagperiode vooruitgang zien op het gebied van arbeidsrechten. Veel SAP+-begunstigden bleven zich ook inzetten voor klimaat- en milieubescherming, versterking van de biodiversiteit en wetgeving inzake beschermde gebieden. Goed bestuur op het gebied van drugsbestrijding en corruptiebestrijding is in een aantal landen verbeterd.
Er blijven echter uitdagingen bestaan met betrekking tot de uitvoering van SAP+-verbintenissen. Deze hebben met name betrekking op de mensenrechten, waaronder onvoldoende onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en beperkte toegang tot rechtsmiddelen en verantwoordingsplicht voor schendingen en misbruiken. Evenzo blijven de uitvoering en handhaving met betrekking tot arbeidsrechten ongelijk en hebben arbeidsinspecties vaak te maken met capaciteitsbeperkingen.
Vooruitblikkend wordt verwacht dat de economische vooruitzichten van de meeste SAP-begunstigde landen zullen blijven verbeteren, waarbij een aantal landen op schema ligt om de status van minst ontwikkeld land van de VN te verlaten. Het SAP zal niettemin belangrijk blijven, aangezien het de afstuderende begunstigden gedurende overgangsperioden zal begeleiden.
Achtergrond
Het SAP is het belangrijkste unilaterale handelsbeleid van de EU om lage- en lagere-middeninkomenslanden te ondersteunen bij armoedebestrijding, economische groei en duurzame ontwikkeling. Het verlaagt of schrapt de invoerrechten op producten die in de EU worden ingevoerd in 65 begunstigde landen, wat neerkomt op meer dan 3 miljard mensen wereldwijd. De minst ontwikkelde landen (MOL's) genieten rechten- en contingentvrije toegang. Dergelijke preferentiële toegang tot de EU-markt is afhankelijk van de naleving van internationale normen inzake mensenrechten, arbeidsrechten, milieu en klimaat, en goed bestuur met betrekking tot drugsbestrijding en corruptiebestrijding.
Het verslag weerspiegelt de betrokkenheid van de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) bij de autoriteiten van de begunstigden, het maatschappelijk middenveld, de sociale partners en het bedrijfsleven, onder meer door monitoringmissies naar SAP+-begunstigden en een grotere betrokkenheid bij enkele belangrijke EBA-begunstigden.
Dit is het laatste verslag in het kader van de huidige SAP-verordening. Het markeert de overgang naar de nieuwe SAP-verordening met aangescherpte duurzaamheids- en transparantievereisten. Regelmatige monitoring en rapportage blijven een belangrijk onderdeel van de tenuitvoerlegging van het SAP, zoals bevestigd in de nieuwe SAP-verordening. De nieuwe SAP-verordening van de EU voor 2027-2036 is op 17 juni 2026 vastgesteld en op 22 juni 2026 in het Publicatieblad bekendgemaakt. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2027.
Voor meer informatie
Verslag over het stelsel van algemene preferenties voor de periode 2023-2025
Beoordelingen van werkdocumenten van de diensten van de Commissie voor Bolivia Kaapverdië, Kirgizië, Mongolië, Pakistan, de Filipijnen, Oezbekistan, Sri Lanka, EBA Bangladesh Cambodja Myanmar
Factsheets per land voor EBA-begunstigden Bangladesh, Cambodja en Myanmar, en de SAP+-begunstigde landen in de verslagperiode: Bolivia, Kaapverdië, Kirgizië, Mongolië, Pakistan, de Filipijnen, Sri Lanka, Oezbekistan