Vragen en antwoorden over de herziening van het EU-emissiehandelssysteem (EU-ETS)

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen die worden voorgesteld in het kader van de herziening van het EU-systeem voor de handel in E-missies?

Dit voorstel zorgt ervoor dat het EU-ETS bijdraagt tot de economische investeringen, de veerkracht en het concurrentievermogen van de Unie en tegelijkertijd de klimaatdoelstelling voor de hele economie voor 2040 verwezenlijkt, door middel van veranderingen in vier belangrijke dimensies. Het biedt de industrie de flexibiliteit en prikkels om de schoonste weg te kiezen, koolstofvrij te maken en concurrerend te zijn in Europa.

1. Aanzienlijke versterking van de steun voor het koolstofvrij maken van de economie, met bijzondere aandacht voor investeringen, in overeenstemming met de conclusies van de Europese Raad van juni 2026 en de Clean Industrial Deal:

  • Oprichting van de Industrial Decarbonisation Bank (IDB) - om 100 miljard EUR aan financiering te verstrekken voor industriële decarbonisatieprojecten en een groter deel van de EU-ETS-inkomsten terug te geven aan sectoren die onder het EU-ETS vallen. De ETS-investeringsstimulans zal de bank een impuls geven door bedrijven die in een vroeg stadium investeren in decarbonisatie te belonen met naar schatting 30 miljard EUR als fase I van de Industrial Decarbonisation Bank.  
  • Handhaving van het innovatiefonds als het belangrijkste instrument om koolstofarme innovatie op de markt te brengen en de uitrol van schone-technologische industrieën te verbeteren.
  • Aanscherping van de vereisten inzake de wijze waarop de lidstaten de opbrengsten van ETS-veilingen besteden. De lidstaten zullen 50 % van hun nationale ETS-inkomsten moeten besteden aan investeringen om ETS-sectoren koolstofvrij te maken.

2. Hulp bieden aan de industrie en tegelijkertijd een robuuste koolstofmarkt in de EU waarborgen, in overeenstemming met de doelstelling voor 2040:

  • Het EU-ETS afstemmen op de emissiereductiedoelstelling van de Unie voor 2040 van -90 %, en het EU-ETS-reductietraject vanaf 2031 aanpassen. Deze wijziging betekent dat er ook in de jaren 2040 emissierechten zullen worden verleend. Het actualiseert de lineaire reductiefactor (LRF) van 3,7% voor 2031 tot 2035 en 1,7% voor 2036-2040.
  • Gezien het gebruik van internationale kredieten met een hoge integriteit vanaf 2036, zoals bepaald in de Europese klimaatwet, door een faciliteit in te stellen om de aankoop van dergelijke kredieten te overwegen om extra emissieruimte in het EU-ETS tot 2 % te creëren met behoud van het streefcijfer van 90 %.
  • De integratie van 250 Mt hoogwaardige permanente binnenlandse koolstofverwijderingen in het ETS zal meer ademruimte creëren voor de EU-industrie (er kunnen meer emissierechten beschikbaar worden gesteld) en de markt voor verwijderingen een impuls geven.
  • De marktstabiliteitsreserve zal dynamischer worden gemaakt en de parameters ervan zullen worden aangepast aan de krimpende markt na 2030. Het tempo waarin het emissierechten absorbeert zal dalen tot 12% ten opzichte van de huidige 24%, een verandering die zal betekenen dat meer vergunningen langer op de markt kunnen blijven.
  • Modernisering van de kosteloze toewijzing door uitbreiding van de op benchmarks gebaseerde toewijzing na 2030, waarbij de voortzetting van de steun afhankelijk wordt gesteld van investeringen in decarbonisatie in de EU en voortzetting van de mogelijkheid om indirecte koolstofkosten te ondersteunen
  • Invoering van gerichte vereenvoudigingselementen ten behoeve van het bedrijfsleven en overheidsinstanties door de administratieve nalevingskosten te verlagen en de uitvoering van het systeem te verbeteren.

3. Voortzetting van de solidariteit van de EU ter ondersteuning van de transitie:

  • Aantonen van blijvende solidariteit via het moderniseringsfonds met behulp van ETS-financiering om energiesystemen te verbeteren en bij te dragen tot het koolstofvrij maken van de industrie in lidstaten met een lager inkomen.
  • Het voorstel bevat sterke waarborgen met betrekking tot de rechtsstaat om de middelen van het moderniseringsfonds te beschermen.

4. Zorgen voor een economiebrede aanpak: De decarbonisatie van de zee- en luchtvaartsector versnellen, de verbranding van stedelijk afval integreren en verdere steun verlenen aan duurzame luchtvaartbrandstoffen:

  • Specifieke rechtstreekse steun aan de zee- en luchtvaartsector voor het gebruik van in de EU geproduceerde duurzame luchtvaart- en scheepsbrandstoffen, schone technologieën en waterstof
  • Zorgen voor een doeltreffende koolstofbeprijzing voor het billijke aandeel van de EU in de emissies van de internationale luchtvaart door de toepassing van het EU-ETS op vertrekkende internationale vluchten naar bestemmingen binnen 5000 km van het centrum van de EU en op alle inkomende en vertrekkende vluchten met businessjets. Het voorstel blijft Corsia ook in de periode 2027-2035 in wetgeving omzetten en ondersteunt multilaterale actie door een aftrekmechanisme in te voeren voor kosten die in het kader van Corsia worden gemaakt, waarbij dubbele koolstofbeprijzing wordt vermeden.
  • Het systeem doeltreffender maken voor de maritieme sector door het risico op ontduiking te verminderen, bepaalde afwijkingen uit te breiden en een gelijk speelveld te waarborgen door het toepassingsgebied van het ETS uit te breiden tot bepaalde categorieën kleinere vaartuigen (tussen 400 en 5 000 brutoton). Het voorstel introduceert ook vereenvoudigingsmaatregelen voor scheepvaartmaatschappijen en ondersteunt de vooruitgang bij de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) door dubbele betalingen door scheepvaartmaatschappijen te voorkomen.
  • Bevordering van circulaire koolstofafvang en -gebruik (CCU), naast de geleidelijke opneming van de verbranding van stedelijk afval in het ETS, ondersteund door passende waarborgen en investeringsmaatregelen. Het verschuift ook het punt waarop emissies worden verantwoord voor afgevangen CO2 ingebed in producten en e-brandstoffen, waardoor een alternatief pad wordt gecreëerd voor moeilijk te verminderen industrieën om koolstofvrij te worden.

Hoe zal het hervormde ETS investeringen stimuleren en de Europese industrie ondersteunen?

Om onze doelstelling voor 2040 te halen, moet de Europese industrie een aanzienlijke transformatie ondergaan om te moderniseren, koolstofvrij te maken en over te schakelen op schonere en energie-efficiëntere technologieën, te elektrificeren, hernieuwbare waterstof te gebruiken en CO₂ af te vangen uit industriële emissies door middel van koolstofafvang, -gebruik en -opslag (CCUS).

Het EU-ETS is al een van de sterkste investeringssignalen van Europa. Door een prijs te stellen op koolstof en een voorspelbaar traject voor emissiereducties vast te stellen, geeft het bedrijven en investeerders het vertrouwen om te investeren in schonere technologieën en stimuleert het de transitie naar betaalbare energie van eigen bodem. Veel investeringsbeslissingen en financieringsregelingen houden al rekening met de verwachte koolstofprijs.

Een centrale doelstelling van het voorstel is dan ook het versterken van het EU-ETS als Europese investeringsmotor voor het koolstofvrij maken van de industrie. De herziening versterkt deze rol op twee manieren. Ten eerste wordt het ETS gemoderniseerd om een stabieler en voorspelbaarder kader voor langetermijninvesteringen te bieden. Ten tweede worden de via het ETS gefinancierde investeringsinstrumenten op EU-niveau versterkt, waardoor bedrijven worden geholpen het koolstofvrij maken van de industriële productie en de uitrol van schone technologieën te versnellen en tegelijkertijd hun concurrentievermogen te versterken.

Om investeringen op grote schaal te ondersteunen, breidt het voorstel de steun uit met instrumenten zoals de in de Clean Industrial Deal aangekondigde Bank voor het koolstofvrij maken van de industrie, waarmee 100 miljard EUR aan financiering wordt verstrekt. In een eerste fase streeft de Bank ernaar de investeringen te versnellen door middel van de investeringsstimulans die tot 2030 beschikbaar is, met naar schatting 30 miljard EUR. Het Innovatiefonds zal de commercialisering van innovatieve, baanbrekende koolstofarme technologieën blijven ondersteunen, ter aanvulling van de Bank door zich te richten op innovatieve projecten met een hoger technologisch risico die steun nodig hebben om commerciële maturiteit te bereiken. Deze zullen helpen om investeringen minder risicovol te maken door pioniers te belonen en het koolstofvrij maken van de industrie te versnellen. De lidstaten zullen ook meer van hun nationale ETS-inkomsten moeten besteden aan investeringen om ETS-sectoren koolstofvrij te maken. Dit komt neer op meer dan 100 miljard EUR aan investeringen vóór 2030. 

Het voorstel blijft ook lidstaten met een lager inkomen ondersteunen bij het upgraden van hun energiesystemen en industriële transformatie via het moderniseringsfonds. Dit wordt gefinancierd door een deel van de emissierechten en de herverdeling van 10 % van de ETS-veilingrechten. Dezelfde lidstaten zullen ook profiteren van gegarandeerde toegang tot de nieuwe investeringsstimulans.

Wat de luchtvaart en het zeevervoer betreft, zullen deze sectoren financiële steun krijgen voor de productie en het gebruik van in de EU geproduceerde duurzame luchtvaart- en scheepsbrandstoffen, schone technologieën en waterstof.

Sinds 2013 heeft het EU-ETS meer dan 270 miljard EUR aan inkomsten gegenereerd, waarvan ongeveer driekwart aan de lidstaten is toegewezen, terwijl ongeveer 255 miljard EUR aan kosteloze toewijzingen is verstrekt om de transitie te ondersteunen. Om het effect ervan te maximaliseren, moeten de lidstaten volgens het voorstel een deel van de ETS-inkomsten investeren in industriële decarbonisatie, schone technologieën en innovatie.

De industrie moet concurrerend blijven op een wereldmarkt. Daartoe versterkt het voorstel ook de investeringsstimulansen voor de industrie. De kosteloze toewijzing zal ook na 2030 worden voortgezet (en de compensatie van indirecte koolstofkosten), maar zal nauwer worden gekoppeld aan investeringen in het koolstofvrij maken van de industrie.

De kosteloze toewijzing zal afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat exploitanten investeren in EU-decarbonisatieplannen en een bedrag gelijk aan 100 % van de waarde van hun kosteloze toewijzing investeren in decarbonisatie in de EU.

In aanvulling op de geactualiseerde ETS-benchmarks die in juni 2026 zijn vastgesteld, is een afzonderlijk gericht voorstel voor specifieke benchmarks gericht op het verhogen van de kosteloze toewijzing aan de industrie ter waarde van 6 miljard EUR voor de periode 2026-2030. Voor sectoren die onder het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (CBAM) vallen, zal de vermindering van de kosteloze toewijzing worden vertraagd en zal de uitfasering tot 2038 worden verlengd.  

 

Hoe bereidt deze hervorming het ETS voor om de klimaatdoelstelling voor 2040 te helpen verwezenlijken en de transitie naar klimaatneutraliteit te ondersteunen?

Deze herziening zorgt ervoor dat we volledig in overeenstemming zijn met onze doelstelling voor 2040, waardoor ETS klaar is voor de volgende generatie. Deze hervorming zorgt ervoor dat alle sectoren bijdragen, verleent steun aan industrieën en bereidt het systeem voor op het decennium na 2030, brengt het in overeenstemming met de juridisch bindende klimaatdoelstelling voor 2040 en zorgt ervoor dat het de klimaatneutraliteit van de EU tegen 2050 blijft ondersteunen, zoals verankerd in de EU-klimaatwet.

Het voorstel actualiseert het emissiereductietraject op lange termijn van het EU-ETS door de lineaire reductiefactor te herzien met 3,7 % voor 2031-2035 en 1,7 % voor 2036-2040. Dit zorgt ervoor dat de koolstofmarkt op een voorspelbare en kosteneffectieve manier emissiereducties blijft opleveren, terwijl de industrie meer tijd en flexibiliteit krijgt om over te stappen en bedrijven meer zekerheid krijgen bij het nemen van investeringsbeslissingen op lange termijn.

De hervorming versterkt ook de werking van het EU-ETS op lange termijn door de marktstabiliteitsreserve te moderniseren, permanente binnenlandse koolstofverwijderingen te integreren onder strikte kwaliteits- en kwantiteitswaarborgen, en sterkere investeringsstimulansen voor industriële transformatie te creëren in overeenstemming met de Clean Industrial Deal via de Industrial Decarbonisation Bank, de Investment Booster en de voortgezette innovatie- en moderniseringsfondsen.

Een gerichter gebruik van de ETS-inkomsten en de voorwaarden die verbonden zijn aan de voortzetting van de kosteloze toewijzing zullen investeringen in de schone industriële toekomst van de EU verder aanmoedigen.

Samen zorgen deze maatregelen ervoor dat het EU-ETS een doeltreffende motor blijft voor het koolstofvrij maken van de industrie, investeringen, concurrentievermogen en innovatie tot ver na 2030. Zij zal haar billijk aandeel blijven leveren en blijven zorgen voor een kosteneffectieve decarbonisatie en economisch concurrentievermogen.

 

Hoe zorgt de hervorming ervoor dat het ETS doeltreffend blijft naarmate de emissies blijven dalen?

Het EU-ETS heeft zijn doeltreffendheid bewezen, aangezien de ETS-sectoren hun emissies sinds 2005 met meer dan 50 % hebben verminderd en tegelijkertijd een technologieneutraal en kosteneffectief kader blijven bieden voor een verdere vermindering van de emissies.

Naarmate de emissies afnemen en het aanbod van emissierechten in de loop van de tijd afneemt, moet de koolstofmarkt een stabiel en betrouwbaar prijssignaal voor investeringen blijven geven. Het voorstel van vandaag versterkt daarom de werking van het ETS op lange termijn door de marktstabiliteitsreserve beter af te stemmen op een kleinere markt, de voorspelbaarheid van de markt te verbeteren en voldoende liquiditeit te behouden.

De hervorming voert gerichte vereenvoudigingen in om het systeem nog doeltreffender te maken en de administratieve lasten te verminderen. Dit omvat bijvoorbeeld eenvoudigere monitoring, rapportage en verificatie voor de luchtvaart- en de maritieme sector - een stimulans voor de investerings- en innovatiecapaciteit.

 

Welke impact zal de nieuwe lineaire reductiefactor (LRF) hebben op de emissiereductie?

De huidige langetermijnfinancieringsfaciliteit van 4,3 % (4,4 % van 2028-2030) is overeengekomen als onderdeel van de ETS-hervorming van 2023 om de klimaatdoelstelling van de EU voor 2030 te halen. Het is ontworpen om de emissiereducties in dit decennium te versnellen.

Het louter handhaven van dat percentage na 2030 zou geen realistisch traject bieden voor de periode tot 2040. Het ETS-plafond zou rond 2040 tot nul worden teruggebracht, wat verder gaat dan wat op grond van de Europese klimaatwet vereist is.

Het voorgestelde LRF van 3,7 % van 2031 tot 2035 en 1,7 % van 2036 voorziet daarom in een nieuw traject voor de periode na 2030, dat is afgestemd op de klimaatdoelstelling van de EU voor 2040 en het traject naar klimaatneutraliteit tegen 2050.

Het voorstel handhaaft de milieu-integriteit van het EU-ETS en biedt tegelijkertijd een voorspelbaarder en beheersbaarder investeringskader voor de industrie op langere termijn.

 

Hoe worden de inkomsten uit de handel in emissierechten gebruikt?

De inkomsten uit het EU-emissiehandelssysteem worden geherinvesteerd om de schone transitie van Europa te ondersteunen, het concurrentievermogen van de industrie te versterken en de uitrol van schone technologieën te versnellen. De meeste ETS-inkomsten komen toe aan de lidstaten, die sinds 2023 hun deel van de inkomsten moeten besteden aan klimaat- en energiegerelateerde projecten. Een kleiner deel van de inkomsten financiert instrumenten op EU-niveau.

Het gaat onder meer om het Innovatiefonds, dat de commercialisering van eerste- en tweede-van-een-soort koolstofarme technologieën in de industrie, schone-technologische productie, energieopwekking, mobiliteit en gebouwen ondersteunt en innovatieve projecten helpt commerciële maturiteit te bereiken.

Het moderniseringsfonds ondersteunt lidstaten met een lager inkomen bij het moderniseren van hun energiesystemen, het verbeteren van de energie-efficiëntie en het versnellen van de uitrol van hernieuwbare energie en andere schone technologieën. Door deze lidstaten te helpen investeren in een eerlijke en doeltreffende energietransitie, draagt het bij tot een grotere energiezekerheid, lagere emissies en sterkere economische convergentie in de hele EU. Het fonds kanaliseert ook de bestaande solidariteitsherverdeling van geveilde emissierechten om het effect ervan te vergroten en actualiseert de lijst van in aanmerking komende lidstaten.

In het kader van het voorstel van vandaag zullen de ETS-inkomsten ook de Industrial Decarbonisation Bank (IDB) financieren, zoals aangekondigd in de Clean Industrial Deal. De IDB is het belangrijkste investeringsinstrument van de EU ter ondersteuning van de grootschalige uitrol van bewezen decarbonisatietechnologieën in energie-intensieve industrieën. Met een geraamd budget van 100 miljard EUR zal het de commerciële risico's van industriële decarbonisatieprojecten helpen verminderen en volwassen technologieën na 2030 op grote schaal in gebruik nemen.

Als eerste fase van de bank zal de investeringsstimulans, die op 19 maart 2026 door voorzitter Von der Leyen is aangekondigd, naar schatting 30 miljard EUR aan steun voor de periode 2028-2030 verstrekken, gefinancierd uit 400 miljoen ETS-emissierechten. Het zal de investeringen vóór 2030 versnellen. Projecten zullen worden ondersteund op basis van wie het eerst komt, het eerst maalt, waarbij specifieke toegang voor lidstaten met een lager inkomen wordt gewaarborgd.

Samen zullen deze instrumenten ervoor zorgen dat de inkomsten uit de handel in emissierechten worden geherinvesteerd in innovatie, industriële modernisering, schone energie en het concurrentievermogen van Europa op lange termijn.

 

Waarom stelt de Commissie voor om koolstofverwijderingen in het EU-ETS op te nemen, en hoe zal dit werken?

De herziening van het EU-ETS brengt het systeem in overeenstemming met de klimaatdoelstelling van de EU voor 2040 en de herziening van de Europese klimaatwet, waarin de rol wordt erkend die binnenlandse permanente koolstofverwijderingen kunnen spelen bij het compenseren van beperkte restemissies op de weg naar klimaatneutraliteit.

Het voorstel introduceert daarom een zorgvuldig ontworpen en beperkte integratie van koolstofverwijderingen in het EU-ETS. Het zal een voorspelbare vraag naar hoogwaardige permanente koolstofverwijderingen creëren, deze technologieën helpen opschalen en investeringen ondersteunen in een markt die essentieel zal zijn om klimaatneutraliteit te bereiken.

Tegelijkertijd blijven emissiereducties de prioriteit. De hoeveelheid koolstofverwijderingen die in het EU-ETS kan worden gebruikt, zal strikt beperkt zijn en gepaard gaan met waarborgen om de milieu-integriteit van het systeem te behouden en sterke stimulansen te behouden om emissies te verminderen.

Alleen binnenlandse permanente koolstofverwijderingen die zijn gecertificeerd op grond van het certificeringskader voor koolstofverwijdering (CRCF) komen in aanmerking. De permanente opslag ervan blijft onderworpen aan de EU-ETS-regels inzake monitoring, rapportage en verificatie, waarbij transparantie, degelijke boekhouding en passende aansprakelijkheid in geval van omkering worden gewaarborgd.

 

Wat verandert er in de ETS-evaluatie voor de maritieme sector?

Het voorstel versterkt het EU-ETS voor maritiem vervoer om het koolstofvrij maken van de sector te versnellen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat het in overeenstemming blijft met internationale ontwikkelingen.

Het toepassingsgebied van het ETS wordt uitgebreid tot verschillende soorten kleinere schepen door de drempel te verlagen van 5 000 brutoton (BT) tot 400 GT, wat de doeltreffendheid van het EU-ETS en het gelijke speelveld tussen scheepscategorieën ten goede zal komen. Het voorstel van vandaag versterkt ook de prikkels om duurzame brandstoffen, schone voortstuwingstechnologieën en waterstof in te zetten.

Het voorstel verbetert ook de samenhang met het opkomende mondiale kader in het kader van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). De herzieningsclausule voorziet, wanneer er een IMO-overeenkomst is, in een herziening om dubbele betaling te voorkomen, wat de sector meer zekerheid biedt. Dit kan worden gedaan via een mechanisme om dubbele koolstofbeprijzing te voorkomen, waarbij emissies zowel onder het EU-ETS als onder een toekomstige IMO-beprijzingsmaatregel vallen.

Het gaat ook in op het risico van ontduiking door containerschepen en vaartuigen die offshore-activiteiten uitvoeren of ondersteunen met versterkte waarborgen. De Commissie blijft bevoegd om de lijst van naburige containeroverladingshavens elk jaar bij te werken en dit risico verder te monitoren.

Het voorstel versterkt de steun voor de wereldwijde transitie naar schone scheepvaart door het instellen van het mechanisme voor duurzame maritieme alternatieve aandrijving (SMAP), dat ETS-inkomsten herinvesteert in duurzame scheepsbrandstoffen en schone voortstuwingstechnologieën. Het biedt ook gerichte steun aan kleine eilandstaten in ontwikkeling (SIDS) en de minst ontwikkelde landen (MOL's) om hun maritieme sectoren koolstofvrij te helpen maken.

De bestaande afwijking voor schepen met een ijsklasse, voor reizen met ultraperifere gebieden en kleine eilanden zonder vaste landverbinding en voor bepaalde passagiersvervoersdiensten die worden geëxploiteerd in het kader van openbaredienstverplichtingen of -contracten, wordt verlengd tot 2035.

 

Wat verandert er in de ETS-evaluatie voor de luchtvaartsector?

Het voorstel versterkt het EU-ETS voor de luchtvaart om de sector koolstofvrij te maken in de richting van klimaatneutraliteit, door middel van gerichte hervormingen voor een sterker koolstofprijssignaal, met behoud van een gelijk speelveld en ondersteuning van internationale samenwerking.

Het voorstel van vandaag versterkt de steun voor het gebruik van duurzame luchtvaartbrandstoffen, schonere voortstuwingstechnologieën, waterstof en elektrificatie aanzienlijk. Het breidt de door het ETS gefinancierde steun voor de productie van deze technologieën uit en helpt de uitrol ervan te versnellen.

Het toepassingsgebied van het ETS wordt uitgebreid tot vluchten die vertrekken naar het nabuurschap van de Unie. Het toepassingsgebied zal worden uitgebreid tot alle vluchten die vertrekken vanaf een luchthaven in de Europese Economische Ruimte (EER) en landen in derde landen op niet meer dan 5 000 kilometer van het grootste luchtvaartterrein in het geografische centrum van de Unie.

Internationaal blijft het nauw verbonden met de wereldwijde regeling voor koolstofcompensatie voor de internationale luchtvaart (Corsia) van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO). Het voorkomt dubbele koolstofbeprijzing wanneer beide systemen van toepassing zijn, en blijft de ontwikkeling ondersteunen van een doeltreffende wereldwijde aanpak om de emissies van de luchtvaart te verminderen.

In het besluit van vandaag om het toepassingsgebied van het ETS voor de luchtvaart uit te breiden, wordt rekening gehouden met de bevindingen inzake de milieu-integriteit van Corsia als onderdeel van de effectbeoordeling van de Commissie bij het voorstel van vandaag. Hieruit blijkt dat de regeling nog niet voldoende is versterkt. In 2032 zal de Commissie een nieuwe beoordeling uitvoeren van de uitvoering van Corsia. Tegen die tijd zullen de resultaten van de werking van de regeling in termen van compensatie duidelijk zijn. Indien Corsia ambitieus, efficiënt en succesvol blijkt te zijn, zal het toepassingsgebied van effectieve koolstofbeprijzing in het kader van het EU-ETS worden beperkt tot vluchten binnen de EER die vertrekken naar het VK, Zwitserland, Gibraltar en andere landen die van ETS als dienst gebruikmaken. Integendeel, als Corsia tegen die tijd nog steeds niet levert, kan de Commissie overwegen het toepassingsgebied uit te breiden tot volledig vertrekkende vluchten.

Emissies van vliegtuigexploitanten die tot en met 31 december 2035 zijn vrijgegeven door vluchten tussen een luchtvaartterrein in een ultraperifeer gebied van een lidstaat en een luchtvaartterrein in dezelfde lidstaat, met inbegrip van een ander luchtvaartterrein in hetzelfde ultraperifeer gebied of in een ander ultraperifeer gebied van dezelfde lidstaat, blijven vrijgesteld.

Voor IJsland zou de Commissie voorstander zijn van een verlenging met drie jaar van het bestaande mechanisme in het besluit van het Gemengd Comité.

 

Wat verandert er in de ETS-evaluatie voor de afvalverbrandingssector?

Het voorstel voert de verbranding van stedelijk afval geleidelijk in het EU-ETS in, met een geleidelijke invoering van 2031 tot 2034. Dit biedt lokale overheden en exploitanten meer planningszekerheid en ondersteunt tegelijkertijd de vooruitgang in de richting van de afval- en klimaatdoelstellingen van de EU. Dit zijn de stappen voor de installaties die emissierechten kunnen inleveren voor de verbranding van stedelijk afval:

25 % van de voor 2031 gerapporteerde geverifieerde emissies

50 % van de voor 2032 gerapporteerde geverifieerde emissies

75 % van de voor 2033 gerapporteerde geverifieerde emissies

100 % van de geverifieerde emissies gerapporteerd voor 2034 en elk daaropvolgend jaar

Afwijkingen zijn mogelijk voor afvalmeeverbrandingsinstallaties in ultraperifere gebieden.

Er is ook de mogelijkheid van nationale opt-out tot 2035, als aan twee van de drie voorwaarden is voldaan (gelijkwaardige nationale koolstofbelasting; op schema voor recyclingdoelstellingen; op schema voor de stortdoelstelling/lagere stortdoelstelling).   

Tegelijkertijd biedt het voorstel aanzienlijke steun aan de sector via voortdurende steun voor stadsverwarming, financiering voor schonere technologieën en koolstofafvang, en prioritair gebruik van ETS-inkomsten om het lokale afvalbeheer te verbeteren.

De opname van afvalverbranding maakt deel uit van een breder pakket met de komende wet op de circulaire economie om afvalpreventie, -hergebruik en -recycling te bevorderen en tegelijkertijd sterkere waarborgen tegen meer storten in te voeren.

 

Hoe zal de ETS-hervorming zorgen voor stabiliteit op de koolstofmarkt en wat is het effect op de elektriciteitsprijzen?

Een goed functionerende, stabiele en voorspelbare koolstofmarkt is van essentieel belang om bedrijven het vertrouwen te geven om te investeren in schone technologieën en decarbonisatie op lange termijn. De hervorming handhaaft de kern van het EU-ETS en voert gerichte verbeteringen in om de doeltreffendheid en voorspelbaarheid ervan te versterken. Deze omvatten maatregelen om de werking van de marktstabiliteitsreserve te verbeteren, een voorspelbaar aanbod van emissierechten te waarborgen en een robuust koolstofprijssignaal in stand te houden dat investeringen ondersteunt en tegelijkertijd de integriteit van het systeem waarborgt.

Het EU-ETS is echter niet de belangrijkste aanjager van de elektriciteitsprijzen. Elektriciteitsrekeningen worden voornamelijk bepaald door de kosten van de levering van elektriciteit, nettarieven en nationale belastingen en heffingen.

De grootste structurele oorzaak van de hoge en volatiele elektriciteitsprijzen blijft de afhankelijkheid van Europa van ingevoerde fossiele brandstoffen, met name gas. Gasgestookte elektriciteitscentrales worden blootgesteld aan volatiele mondiale brandstofmarkten, terwijl hernieuwbare elektriciteit steeds vaker een van de goedkoopste energiebronnen is.

Door een stabiel koolstofprijssignaal te geven, stimuleert het EU-ETS investeringen in schone, in eigen land geproduceerde energie, elektrificatie en energie-efficiëntie, waardoor de blootstelling van Europa aan prijsschokken van fossiele brandstoffen in de loop van de tijd wordt verminderd. De hervorming versterkt ook de investeringssteun door middel van instrumenten zoals de Industrial Decarbonisation Bank en de Investment Booster, die bedrijven helpen hun transitie naar schonere technologieën te versnellen. In het onlangs gepubliceerde verslag over de koolstofmarkten in de EU van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) van 9 juli 2026 wordt bevestigd dat het EU-ETS goed functioneert en dat er geen significante problemen zijn met de transparantie en integriteit van de koolstofmarkten in de EU.

ETS is slechts een deel van de oplossing. Naast de huidige ETS-hervorming presenteert de Commissie haar actieplan voor elektrificatie, waarin andere belangrijke oorzaken van de elektriciteitskosten worden aangepakt. Het pakket omvat maatregelen om beter gebruik te maken van elektriciteitsnetten, netwerktarieven beter te ontwerpen, slimmer elektriciteitsverbruik aan te moedigen door een bredere invoering van slimme meters en flexibiliteitsoplossingen, en de elektriciteitsbelasting beter af te stemmen op de elektrificatiedoelstellingen van de EU.

Samen zullen deze maatregelen de energiezekerheid van Europa versterken, de voorspelbaarheid van de koolstofmarkt verbeteren en een schoner, concurrerender en betaalbaarder energiesysteem ondersteunen.

 

Hoe zal de ETS-hervorming de Europese industrie blijven beschermen tegen koolstoflekkage?

Het voorkomen van koolstoflekkage blijft een cruciaal onderdeel van het EU-emissiehandelssysteem. De hervorming handhaaft de bescherming van industrieën die blootstaan aan internationale concurrentie, terwijl de stimulansen om te investeren in het koolstofvrij maken van de economie in Europa worden versterkt. Als bedrijven delokaliseren, biedt het voorstel waarborgen om financiering terug te vorderen.

Voor sectoren die onder het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (CBAM) vallen, zal de kosteloze toewijzing geleidelijk worden afgebouwd in overeenstemming met de geleidelijke invoering van het CBAM, in overeenstemming met de WTO-regels. Het voorstel past het uitfaseringstraject aan en zorgt ervoor dat ingevoerde producten onderworpen blijven aan een gelijkwaardige koolstofprijs. Dit zorgt voor een gelijk speelveld tussen Europese producenten en invoer en bevordert tegelijkertijd de wereldwijde decarbonisatie.

Voor sectoren die niet onder het CBAM vallen maar wel aan risico's op koolstoflekkage zijn blootgesteld, wordt het kader voor koolstoflekkage in het voorstel verlengd tot 2038. Deze sectoren zullen in aanmerking blijven komen voor maximaal 100 % van de op benchmarks gebaseerde kosteloze toewijzing, als gevolg van hun aanhoudende blootstelling aan internationale concurrentie en het feit dat commercieel levensvatbare decarbonisatietechnologieën nog niet in alle sectoren beschikbaar zijn.

Stadsverwarmingsinstallaties zullen tot ver in 2030 in aanmerking blijven komen voor kosteloze toewijzing. De kosteloze toewijzing zal in 2030 30 % van de warmtebenchmark bedragen en vervolgens lineair dalen tot 0 % in 2040.

Tegelijkertijd wordt kosteloze toewijzing afhankelijk gesteld van investeringen in decarbonisatie in Europa. Vanaf 2031 moeten installaties onafhankelijk geverifieerde “investeren in EU-decarbonisatieplannen” ontwikkelen en investeren in decarbonisatieprojecten in Europa om hun volledige toewijzing te ontvangen. Dit zorgt ervoor dat voortdurende steun de modernisering en het koolstofvrij maken van de Europese industrie helpt versnellen.

Bovendien zal het op zichzelf staande voorstel inzake benchmarks de gratis toewijzing aan de industrie verhogen via de noodbenchmarks voor warmte en brandstof ter waarde van 6 miljard EUR tussen 2026 en 2030. Dit zal worden bereikt door gebruik te maken van alle beschikbare middelen uit de gratis toewijzingsbuffer van 3 % zonder de sectoroverschrijdende correctiefactor in werking te stellen.

Samen beschermen deze maatregelen de Europese industrie tegen koolstoflekkage, handhaven ze een gelijk speelveld met internationale concurrenten en stimuleren ze tegelijkertijd investeringen in de industriële transitie van Europa.

 

Voor meer informatie

Persbericht

EU-emissiehandelssysteem